Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschieddeH1961 nu ten eindeH7093 van twintigH6242jarenH8141, in dewelkeH834SalomoH8010 het huisH1004 des HEERENH3068 en zijn huisH1004gebouwdH1129 had,Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,
KJVAnd it came to pass at the end2of twenty3years,4wherein Solomon7had built6the house9of the LORD,10and his own house,12
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֵּ֣ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)4שָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בָּנָ֧הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely7שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בֵּיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
2Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Dat SalomoH8010 de stedenH5892, welkeH834HuramH2361 hem gegevenH5414 had, bouwdeH1129, en de kinderenH1121IsraelsH3478aldaarH8033 deed wonenH3427.Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.
KJVThat the cities1which Huram4had restored3to Solomon,5Solomon7built6them, and caused the children12of Israel13to dwell9there.
1וְהֶעָרִ֗יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4חוּרָם֙H2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)5לִשְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon6בָּנָ֥הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely7שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon8אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וַיּ֥וֹשֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarna toogH3212SalomoH8010 naar Hamath-ZobaH2578, en hij overweldigdeH2388 het.Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.
KJVAnd Solomon2went1to Hamathzobah,3and prevailed5against it.
1וַיֵּ֤לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3חֲמָ֣תH2578Hamath-zobaHamath-Zobah4צוֹבָ֔הH2578Hamath-zobaHamath-Zobah5וַיֶּחֱזַ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand6עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
4Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Hij bouwdeH1129 ook ThadmorH8412 in de woestijnH4057, en alH3605 de schatstedenH4543, dieH834 hij bouwdeH1129 in HamathH2574.Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.
KJVAnd he built1Tadmor3in the wilderness,4and all the store8cities,7which he built10in Hamath.11
1וַיִּ֥בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3תַּדְמֹ֖רH8412Tamor, ThadmorTadmor4בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8הַֽמִּסְכְּנ֔וֹתH4543schatsteden, schathuizenstore(-house), treasure9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּנָ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11בַּחֲמָֽתH2574Hamath, HammathHamath, Hemath
5Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook bouwdeH1129 hij het hogeH5945Beth-horonH1032 en het nederH8481Beth-horonH1032, vasteH4692stedenH5892 met murenH2346, deurenH1817 en grendelenH1280;Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
KJVAlso he built1Bethhoron3the upper,5and Bethhoron4the nether,9fenced11cities,10with walls,12gates,13and bars;14
1וַיִּ֜בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בֵּ֤יתH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon4חוֹרוֹן֙H1032Beth-horon, benedensteBeth-horon5הָֽעֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בֵּ֥יתH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon8חוֹר֖וֹןH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon9הַתַּחְתּ֑וֹןH8481onderste, benedenste, lagelower(-est), nether(-most)10עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מָצ֔וֹרH4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower12חוֹמ֖וֹתH2346muur, muren, muurswall, walled13דְּלָתַ֥יִםH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)14וּבְרִֽיחַH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive
6Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Mitsgaders BaalathH1191, en alH3605 de schatstedenH4543, dieH834SalomoH8010 had, en alleH3605wagenstedenH7393, en de stedenH5892 der ruiterenH6571, en watH834 de begeerteH2837 van SalomoH8010begeerdH2836 had te bouwenH1129, in JeruzalemH3389, en in den LibanonH3844, en in het ganseH3605landH776 zijner heerschappijH4475.Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.
KJVAnd Baalath,2and all the store6cities5that Solomon9had, and all the chariot13cities,12and the cities15of the horsemen,16and all that Solomon20desired22to build23in Jerusalem,24and in Lebanon,25and throughout all the land27of his dominion.
1וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בַּעֲלָ֗תH1191BaalathBaalath3וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַֽמִּסְכְּנוֹת֙H4543schatsteden, schathuizenstore(-house), treasure7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לִשְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon10וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon14וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16הַפָּרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman17וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19חֵ֣שֶׁקH2837begeerte, verlangddesire, pleasure20שְׁלֹמֹ֗הH8010SalomoSolomon21אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22חָשַׁק֙H2836lust, banden, begeerdhave a delight, (have a) desire, fillet, long, set (in) love23לִבְנ֤וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely24בִּירֽוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem25וּבַלְּבָנ֔וֹןH3844LibanonLebanon26וּבְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)27אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world28מֶמְשַׁלְתּֽוֹH4474heerschappij, heersendedominion, that ruled
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Aangaande alH3605 het volkH5971, datH834overgeblevenH3498 was vanH4480 de HethietenH2850, en de AmorietenH567, en de FerezietenH6522, en de HevietenH2340, en de JebusietenH2983, die nietH3808 uit IsraelH3478 waren;Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;
KJVAs for all the people2that were left3of the Hittites,5and the Amorites,6and the Perizzites,7and the Hivites,8and the Jebusites,9which were not of Israel,12
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָ֠עָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3הַנּוֹתָ֨רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַחִתִּ֜יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities6וְהָאֱמֹרִ֤יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite7וְהַפְּרִזִּי֙H6522Ferezieten, FerezietPerizzite8וְהַחִוִּ֣יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite9וְהַיְבוּסִ֔יH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)10אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12מִיִּשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
8Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8UitH4480 hun kinderenH1121, die naH310 hen in het landH776overgeblevenH3498 waren, welkeH834 de kinderenH1121IsraelsH3478nietH3808verdaanH3615 hadden, die brachtH5927SalomoH8010 op uitschotH4522totH5704 op dezenH2088dagH3117.Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.
KJVBut of their children,2who were left4after5them in the land,6whom the children10of Israel11consumed9not, them did Solomon13make to pay12tribute14until this day.16
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵיהֶ֗םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נוֹתְר֤וּH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest5אַחֲרֵיהֶם֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9כִלּ֖וּםH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וַיַּעֲלֵ֤םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon14לְמַ֔סH4522cijnsbaar, schatting, uitschotdiscomfited, levy, task(-master), tribute(-tary)15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
9Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Doch uitH4480 de kinderenH1121IsraelsH3478, die SalomoH8010nietH3808 maakte tot slavenH5650 in zijn werkH4399; (wantH3588zijH1992 waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenenH7393 en zijner ruiterenH6571);Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);
KJVBut of the children2of Israel3did Solomon7make6no servants8for his work;9but they were menof war,13and chief14of his captains,15and captains16of his chariots17and horsemen.18
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon8לַעֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9לִמְלַאכְתּ֑וֹH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הֵ֜מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13מִלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14וְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15שָׁלִישָׁ֔יוH7991hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannencaptain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin)16וְשָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward17רִכְבּ֖וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon18וּפָרָשָֽׁיוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman
10Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Uit dezenH428 dan waren overstenH8269 der besteldenH5324, die de koningH4428SalomoH8010 had, tweehonderdH3967 en vijftigH2572, die over het volkH5971heerschappijH7287 hadden.Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
KJVAnd these were the chief2of king5Solomon's6officers,3even two hundred8and fifty,7that bare rule9over the people.10
1וְאֵ֨לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הַנִּצָּבִ֛יםH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8וּמָאתָ֑יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore9הָרֹדִ֖יםH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take10בָּעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
11Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11SalomoH8010 nu deed de dochterH1323 van FaraoH6547opkomenH5927 uit de stadH5892DavidsH1732, tot het huisH1004, dat hij voor haar gebouwdH1129 had; wantH3588 hij zeideH559: Mijn vrouwH802 zal in het huisH1004 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478, nietH3808wonenH3427, omdatH3588 de plaatsen heiligH6944 zijn, totH413dewelkeH834 de arkH727 des HEERENH3068gekomenH935 is.Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.
KJVAnd Solomon5brought up4the daughter2of Pharaoh3out of the city6of David7unto the house8that he had built10for her: for he said,13My wife16shall not dwell15in the house18of David19king20of Israel,21because the places are holy,23whereunto the ark28of the LORD29hath come.26
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3פַּרְעֹ֗הH6547FaraoPharaoh4הֶעֱלָ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon6מֵעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid8לַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּֽנָהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11לָ֑הּ12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אָמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תֵשֵׁ֨בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English17לִי֙18בְּבֵית֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid20מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael22כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary24הֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye25אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection26בָּֽאָ֥הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way27אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)28אֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin29יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen offerdeH5927SalomoH8010 den HEEREH3068brandofferenH5930opH5921 het altaarH4196 des HEERENH3068, hetwelkH834 hij voorH6440 het voorhuisH197gebouwdH1129 had;Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;
KJVThen Solomon3offered2burnt offerings4unto the LORD5on the altar7of the LORD,8which he had built10before11the porch,12
1אָ֣זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2הֶעֱלָ֧הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon4עֹל֖וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּנָ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הָאוּלָֽםH197voorhuis, voorhuizenporch
13Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zelfs naar den eis van elken dagH3117, offerendeH5927, naar het gebodH4687 van MozesH4872, op de sabbattenH7676, en op de nieuwe maandenH2320, en op de gezette hoogtijdenH4150, drieH7969malenH6471 in het jaarH8141; op het feestH2282 van de ongezuurdeH4682 broden, en op het feestH2282 der wekenH7620, en op het feestH2282 der loofhuttenH5521.Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.
KJVEven after a certain rate1every day,2offering4according to the commandment5of Moses,6on the sabbaths,7and on the new moons,8and on the solemn feasts,9three10times11in the year,12even in the feast13of unleavened bread,14and in the feast15of weeks,16and in the feast17of tabernacles.18
1וּבִדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3בְּי֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4לְהַעֲלוֹת֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5כְּמִצְוַ֣תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept6מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7לַשַּׁבָּתוֹת֙H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath8וְלֶ֣חֳדָשִׁ֔יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9וְלַמּ֣וֹעֲד֔וֹתH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10שָׁל֥וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11פְּעָמִ֖יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel12בַּשָּׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13בְּחַ֧גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity14הַמַּצּ֛וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven15וּבְחַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity16הַשָּׁבֻע֖וֹתH7620weken, week, tijdenseven, week17וּבְחַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity18הַסֻּכּֽוֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
14Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Hij steldeH5975 ook, naar de wijzeH4941 zijns vadersH1DavidsH1732, de verdelingenH4256 der priesterenH3548overH5921 hun dienstH5656, en der LevietenH3881overH5921 hun wachtenH4931, om God te prijzenH1984, en voor de priesterenH3548 te dienenH8334, naar den eisH1697 van elken dagH3117; en de poortiersH7778 in hun verdelingenH4256, aan elke poortH8179; wantH3588alzoH3651 was het gebodH4687 van DavidH1732, den manH376GodsH430.Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.
KJVAnd he appointed,1according to the order2of David3his father,4the courses6of the priests7to their service,9and the Levites10to their charges,12to praise13and minister14before the priests,16as the duty17of every day18required:19the porters20also by their courses21at every gate:22for so had David27the man28of God29commanded.26
1וַיַּעֲמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2כְּמִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong3דָּֽוִידH1732David, DavidsDavid4אָ֠בִיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מַחְלְק֨וֹתH4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)7הַכֹּהֲנִ֜יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9עֲבֹדָתָ֗םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10וְהַלְוִיִּ֣םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִ֠שְׁמְרוֹתָםH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch13לְהַלֵּ֨לH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine14וּלְשָׁרֵ֜תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on15נֶ֤גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view16הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer17לִדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19בְּיוֹמ֔וֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20וְהַשּׁוֹעֲרִ֥יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter21בְּמַחְלְקוֹתָ֖םH4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)22לְשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)23וָשָׁ֑עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)24כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet25כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you26מִצְוַ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept27דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid28אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)29הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
15En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En men weekH5493nietH3808 van des koningsH4428gebodH4687aanH5921 de priesterenH3548 en de LevietenH3881, aangaande alleH3605zakenH1697, en aangaande de schattenH214.En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.
KJVAnd they departed2not from the commandment3of the king4unto the priests6and Levites7concerning any matter,9or concerning the treasures.10
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2סָרוּ֩H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without3מִצְוַ֨תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept4הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַכֹּהֲנִ֧יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7וְהַלְוִיִּ֛םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9דָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10וְלָאֹצָרֽוֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
16Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Alzo werd alH3605 het werkH4399 van SalomoH8010bereidH3559totH5704 den dagH3117 der grondleggingH4143 van het huisH1004 des HEERENH3068, en totH5704 het volbrengenH3615 van hetzelve, dat het huisH1004 des HEERENH3068volmaaktH8003 werd.Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.
KJVNow all the work3of Solomon4was prepared1unto the day6of the foundation7of the house8of the LORD,9and until it was finished.11So the house13of the LORD14was perfected.12
1וַתִּכֹּן֙H3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מְלֶ֣אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)4שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6הַיּ֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7מוּסַ֥דH4143grondlegging, vastfoundation8בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11כְּלֹת֑וֹH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste12שָׁלֵ֖םH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen toogH1980SalomoH8010 naar Ezeon-GeberH6100, en naarH413ElothH359, aan den oeverH8193 der zeeH3220, in het landH776EdomH123.Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.
KJVThen went2Solomon3to Eziongeber,4and to Eloth,7at the sea10side9in the land11of Edom.12
1אָז֩H227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2הָלַ֨ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon4לְעֶצְיֽוֹןH6100Ezeon-geberEzion-geber5גֶּ֧בֶרH6100Ezeon-geberEzion-geber6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֵיל֛וֹתH359Elath, ElothElath, Eloth8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words10הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)11בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֱדֽוֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea
18En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En HuramH2361zondH7971 hem, door de handH3027 zijner knechtenH5650, schepenH591, mitsgaders knechtenH5650, kennersH3045 van de zeeH3220; en zij gingenH935metH5973SalomoH8010's knechtenH5650 naar OfirH211, en zij haaldenH3947 van daarH8033vierhonderdH702 en vijftigH2572talentenH3603goudsH2091, dewelke zij brachtenH935totH413 den koningH4428SalomoH8010.En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.
KJVAnd Huram3sent1him by the hands4of his servants5ships,6and servants7that had knowledge8of the sea;9and they went10with the servants12of Solomon13to Ophir,14and took15thence four17hundred18and fifty19talents20of gold,21and brought22them to king24Solomon.25
1וַיִּֽשְׁלַֽחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2לוֹ֩3חוּרָ֨םH2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)4בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5עֲבָדָ֜יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6אֳנִיּ֗וֹתH591schepen, schipship(-men)7וַעֲבָדִים֮H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8י֣וֹדְעֵיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9יָם֒H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12עַבְדֵ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon14אוֹפִ֔ירָהH211OfirOphir15וַיִּקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win16מִשָּׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17אַרְבַּעH702vier, vierhonderd, veertienfour18מֵא֥וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore19וַחֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty20כִּכַּ֣רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent21זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather22וַיָּבִ֖יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 8:1— Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,1 Koningen 9:10→
2 Kronieken 8:2— Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.1 Koningen 9:11→
2 Kronieken 8:3— Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.Numeri 13:21→1 Koningen 11:23→2 Samuël 8:3→Numeri 34:8→1 Kronieken 18:3→
2 Kronieken 8:4— Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.1 Koningen 9:17→
2 Kronieken 8:5— Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;1 Kronieken 7:24→Jozua 16:3→2 Kronieken 14:7→Jozua 16:5→
2 Kronieken 8:6— Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.Hooglied 4:8→Jozua 19:44→1 Koningen 10:26→Prediker 2:4→1 Koningen 9:18→1 Koningen 7:2→2 Kronieken 17:12→Prediker 2:10→
2 Kronieken 8:7— Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;1 Koningen 9:20→Genesis 15:18→Deuteronomium 7:1→
2 Kronieken 8:8— Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.1 Koningen 4:6→Jozua 16:10→1 Koningen 9:21→2 Kronieken 2:17→Richteren 1:21→1 Koningen 5:13→Psalmen 106:34→Jozua 17:13→
2 Kronieken 8:9— Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);1 Samuël 8:11→Galaten 4:26→Exodus 19:5→Galaten 4:31→Leviticus 25:39→
2 Kronieken 8:10— Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:18→1 Koningen 5:16→
2 Kronieken 8:11— Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.1 Koningen 3:1→1 Koningen 7:8→1 Koningen 9:24→Exodus 29:43→Ezechiël 21:2→2 Petrus 1:18→Exodus 3:5→
2 Kronieken 8:12— Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;2 Kronieken 4:1→Ezechiël 8:16→1 Kronieken 28:17→Johannes 10:23→2 Kronieken 15:8→Joël 2:17→
2 Kronieken 8:13— Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.Deuteronomium 16:16→Exodus 29:38→Ezechiël 46:3→Exodus 23:14→Leviticus 23:1→1 Koningen 9:25→Ezechiël 45:17→Numeri 28:1→
2 Kronieken 8:14— Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.1 Kronieken 9:17→Nehemia 12:36→Nehemia 12:24→2 Kronieken 35:10→1 Kronieken 23:1→Deuteronomium 33:1→Lukas 1:5→Lukas 1:8→
2 Kronieken 8:15— En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.1 Koningen 7:51→1 Kronieken 26:20→Exodus 39:42→1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 30:12→
2 Kronieken 8:16— Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.1 Koningen 5:18→1 Koningen 6:7→
2 Kronieken 8:17— Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.2 Koningen 14:22→Deuteronomium 2:8→1 Koningen 22:48→2 Koningen 16:6→Numeri 33:35→1 Koningen 9:26→2 Kronieken 20:36→
2 Kronieken 8:18— En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.2 Kronieken 9:10→2 Kronieken 9:13→1 Koningen 10:22→1 Koningen 9:27→Prediker 2:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 8 vers 1— Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,
van twintig jaren,
Van welke hij zeven overgebracht had in het bouwen van het huis des HEEREN, en dertien in het maken van zijn paleis.
Hertaald:van twintig jaren,
Waarvan hij zeven jaar besteed had aan de bouw van het huis van de HEERE en dertien aan het maken van zijn paleis.
2 Kronieken 8 vers 2— Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.
hem
Hebreeuws, Salomo.
Hertaald:hem
Hebreeuws: Salomo.
gegeven had,
Dat is, wedergegeven. Want Salomo had deze steden den koning Huram geschonken tot een erkentenis der diensten, die hij van hem ontvangen had; maar Huram daarin geen behagen hebbende, heeft ze Salomo wedergegeven, die daarna derzelve herbouwd heeft, en van de Israëlieten heeft laten bewonen. Zie 1 Kon. 9:11-13 .
Hertaald:gegeven had,
Dat is: teruggegeven. Want Salomo had deze steden aan koning Huram geschonken als erkenning voor de diensten die hij van hem ontvangen had; maar omdat Huram daar geen behagen in had, heeft hij ze aan Salomo teruggegeven, die ze daarna herbouwd heeft en door de Israëlieten heeft laten bewonen. Zie 1 Kon. 9:11-13.
2 Kronieken 8 vers 3— Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.
Hamath-
Zie Num. 13:21 .
Hertaald:Hamath-
Zie Num. 13:21.
zoba,
Een landschap, zich strekkende van Batanea tot de Eufraat. Zie daarvan 1 Sam. 14:47 ; 2 Sam. 8:3 .
Hertaald:zoba,
Een landstreek die zich uitstrekte van Batanea tot de Eufraat. Zie hierover 1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:3.
2 Kronieken 8 vers 4— Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.
Thadmor
Zie 1 Kon. 9:18 , waar de naam is Tamor.
Hertaald:Thadmor
Zie 1 Kon. 9:18, waar de naam Tamor is.
Hertaald:schatsteden,
Of: voorraadsteden; zo ook hieronder vers 6. Zie 1 Kon. 9:19.
Hamath
Het land van Hamath; 1 Kron. 18:3 .
Hertaald:Hamath
Het land van Hamath; 1 Kron. 18:3.
2 Kronieken 8 vers 5— Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
hoge Beth-hóron
Zie 1 Kon. 9:17 .
Hertaald:hoge Beth-hóron
Zie 1 Kon. 9:17.
2 Kronieken 8 vers 6— Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.
Baälath,
Zie 1 Kon. 9:18 .
Hertaald:Baälath,
Zie 1 Kon. 9:18.
wagensteden,
Zie 1 Kon. 9:19 .
Hertaald:wagensteden,
Zie 1 Kon. 9:19.
en in den Libanon,
Zie 1 Kon. 7:2 .
Hertaald:en in den Libanon,
Zie 1 Kon. 7:2.
2 Kronieken 8 vers 7— Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;
Hethieten,
Zie van deze volken Gen. 10:15-16 , enz. en Gen. 15:19-21 .
Hertaald:Hethieten,
Zie over deze volken Gen. 10:15-16, enzovoort, en Gen. 15:19-21.
2 Kronieken 8 vers 8— Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.
hunne kinderen,
Te weten, der voorgemelde volken.
Hertaald:hunne kinderen,
Namelijk: van de zojuist genoemde volken.
uitschot
Versta, slaafse uitschot, 1 Kon. 9:21 , en zie de aantekening. De zin is, dat zij den koning in zijne werken als lijfeigenen moesten dienen. Zie ook 1 Kon. 5:13-14 . Anders, deed Salomo komen op tribuut; dat is, dwong hen schatting te betalen.
Hertaald:uitschot
Versta hieronder slaafs uitschot, 1 Kon. 9:21, en zie de aantekening daar. De betekenis is dat zij de koning bij zijn werken als lijfeigenen moesten dienen. Zie ook 1 Kon. 5:13-14. Anders: liet Salomo hen schatting betalen; dat is: hij dwong hen tot het betalen van belasting.
2 Kronieken 8 vers 10— Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
bestelden,
Versta, degenen, die over de werklieden gesteld waren, om over hun doen en arbeiden opzicht te nemen. Het Hebreeuwse woord is ook van andere oversten gebruikt. Zie 1 Kon. 4:5 . Anders, bezettingen, of garnizoenen.
Hertaald:bestelden,
Versta hieronder degenen die over de werklieden aangesteld waren om toezicht te houden op hun doen en werken. Het Hebreeuwse woord wordt ook voor andere leiders gebruikt. Zie 1 Kon. 4:5. Anders: bezettingen, of garnizoenen.
tweehonderd en vijftig,
Zie 1 Kon. 9:23 .
Hertaald:tweehonderd en vijftig,
Zie 1 Kon. 9:23.
2 Kronieken 8 vers 11— Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.
heilig zijn,
Dat is, tot een rein, bijzonder en heilig gebruik moeten dienen, en niet tot de ordinaire bewoning der mensen die ze lichtelijk met hunne zowel morele als ceremoniele besmettingen zouden hebben kunnen ontheiligen.
Hertaald:heilig zijn,
Dat is: voor een rein, bijzonder en heilig gebruik moesten dienen, en niet voor het gewone verblijf van mensen die ze gemakkelijk met hun zowel morele als ceremoniële onreinheden zouden hebben kunnen ontheiligen.
2 Kronieken 8 vers 12— Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;
het voorhuis
Hetwelk was tussen den tempel en het voorhof der priesters, dat is, voor aan den tempel. Zie 1 Kon. 6:3 .
Hertaald:het voorhuis
Dat lag tussen de tempel en het voorhof van de priesters, dat is: vooraan bij de tempel. Zie 1 Kon. 6:3.
2 Kronieken 8 vers 13— Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.
naar den eis
Dat is, in de offeranden, die naar de wet op zekere dagen gedaan moesten worden, elken dag derzelve onderhoudende. Hebreeuws, in het woord, of, de zaak, des daags op den dag, of, op zijn dag; gelijk in het volgende 14 vs.. Vergelijk Ex. 5:13 ; 1 Kon. 10:25 . De zin is dat hij de gezette dagen, in welke zekere offeranden geofferd moesten worden, naarstiglijk waargenomen en onderhouden heeft.
Hertaald:naar den eis
Dat is: bij de offers die volgens de wet op vaste dagen gebracht moesten worden, waarbij hij elke dag in acht nam. Hebreeuws: in het woord, of: de zaak, van de dag op de dag, of: op zijn dag; zoals in het volgende vers 14. Vergelijk Ex. 5:13; 1 Kon. 10:25. De betekenis is dat hij de vastgestelde dagen waarop bepaalde offers gebracht moesten worden nauwgezet in acht genomen en onderhouden heeft.
2 Kronieken 8 vers 14— Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.
zijns vaders Davids,
Dat is, die David door de ingeving des Heiligen Geestes ingesteld had, 1 Kron. 28:19 , mitsgaders door het beleid der profeten, onder, 2 Kron. 29:25 .
Hertaald:zijns vaders Davids,
Dat is: die David door de ingeving van de Heilige Geest had ingesteld, 1 Kron. 28:19, en ook onder leiding van de profeten, hieronder 2 Kron. 29:25.
verdelingen der priesteren
Dat is, onderscheidene hopen en beurten. Zie van deze 1Ch 24 , 1Ch 25 , 1Ch 26 . Zij waren van de priesters en Levieten. De priesters waren overpriesters, of gemene priesters. De Levieten dienden de priesters, of waren zangers, of deurwaarders, of schatbewaarders, of verzorgers van enige ordinaire of extraordinaire zaken.
Hertaald:verdelingen der priesteren
Dat is: verschillende groepen en beurten. Zie hierover 1 Kron. 24, 1 Kron. 25, 1 Kron. 26. Zij waren van de priesters en de Levieten. De priesters waren overpriesters of gewone priesters. De Levieten dienden de priesters, of waren zangers, of poortwachters, of schatbewaarders, of verzorgers van bepaalde gewone of buitengewone zaken.
aan elke poort;
Hebreeuws, aan de poort, en poort; dat is, aan elke poort. Zie Gen. 7:2 .
Hertaald:aan elke poort;
Hebreeuws: aan de poort, en poort; dat is: aan elke poort. Zie Gen. 7:2.
den man Gods
Zie Richt. 13:6 .
Hertaald:den man Gods
Zie Richt. 13:6.
2 Kronieken 8 vers 15— En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.
men week niet
Of, daar werd niet geweken. Hebreeuws, zij weken niet. Zie Job 4:19 .
Hertaald:men week niet
Of: daar werd niet van afgeweken. Hebreeuws: zij weken niet. Zie Job 4:19.
des konings
Namelijk, Salomo's, die de ordinantie van God, door zijn vader David en andere profeten gegeven, juist wilde onderhouden hebben.
Hertaald:des konings
Namelijk: van Salomo, die de verordening van God, gegeven door zijn vader David en andere profeten, nauwkeurig wilde laten naleven.
aan de priesteren
Dat is, hetwelk den priesters en Levieten gegeven en opgelegd was.
Hertaald:aan de priesteren
Dat is: wat aan de priesters en Levieten gegeven en opgedragen was.
alle zaken,
Rakende meest de personen en ambten van den godsdienst.
Hertaald:alle zaken,
Vooral met betrekking tot de personen en ambten van de eredienst.
de schatten
Te weten, des tempels.
Hertaald:de schatten
Namelijk: van de tempel.
2 Kronieken 8 vers 16— Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.
tot den dag
Anders, van den dag der grondlegging, enz., tot het volbrengen, enz.
Hertaald:tot den dag
Anders: van de dag van de fundering, enzovoort, tot de voltooiing, enzovoort.
2 Kronieken 8 vers 17— Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.
Ezeon-geber,
Een haven, gelegen aan de Schelfzee, of Rode zee. Zie 1 Kon. 9:26 .
Hertaald:Ezeon-geber,
Een haven aan de Schelfzee, of Rode Zee. Zie 1 Kon. 9:26.
Eloth,
Ook genaamd Elach, Deut. 2:8 , en 2 Kon. 14:22 . Zie aldaar de aantekeningen.
Hertaald:Eloth,
Ook Elath genoemd, Deut. 2:8, en 2 Kon. 14:22. Zie de aantekeningen daar.
oever
Hebreeuws, lip.
Hertaald:oever
Hebreeuws: lip.
zee,
Namelijk, der Schelfzee, of Rode zee, welverstaande aan derzelver inham, van de landbeschrijvers genaamd Sinus Elaniticus, of Arabicus.
Hertaald:zee,
Namelijk: van de Schelfzee, of Rode Zee, wel te verstaan bij de inham daarvan, door de landbeschrijvers Sinus Elaniticus, of Arabicus genoemd.
in het land
Dat is, omtrent de palen des lands van Edom, dewijl de koning der Edomieten tot hiertoe zijn heerschappij heeft uitgestrekt.
Hertaald:in het land
Dat is: rond de grenzen van het land Edom, aangezien de koning van de Edomieten tot dan toe zijn heerschappij had uitgebreid.
2 Kronieken 8 vers 18— En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.
schepen,
Hierdoor kan men verstaan de materialen, bereid tot schepen. Omdat men van Tyrus in de Rode zee met schepen niet kan komen dan door een zeer lange reis. Vergelijk 1 Kon. 9:26-27 . Anderen verstaan dat hij wel schepen gezonden heeft met knechten naar Joppe, maar geen schepen om naar de Rode zee en naar Ofir te gaan.
Hertaald:schepen,
Hieronder kan men de materialen verstaan die voor schepen bestemd waren. Want vanuit Tyrus kan men de Rode Zee met schepen alleen bereiken via een zeer lange reis. Vergelijk 1 Kon. 9:26-27. Anderen menen dat hij wel schepen met dienaren naar Joppe gestuurd heeft, maar geen schepen om naar de Rode Zee en naar Ofir te varen.
Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28 .
Hertaald:Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28.
vierhonderd en vijftig
Zijnde hieronder begrepen dertig talenten, die de uitreding der schepen gekost had. Anders was het zuiver gewin maar vier honderd twintig talenten; 1 Kon. 9:28 .
Hertaald:vierhonderd en vijftig
Hierin zijn dertig talenten begrepen die de uitrusting van de schepen gekost had. Anders was de zuivere winst maar vierhonderdtwintig talenten; 1 Kon. 9:28.
talenten gouds,
Zie van dezer gewicht Ex. 25:39 .
Hertaald:talenten gouds,
Zie over dit gewicht Ex. 25:39.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Eloth (Elath) — Hebreeuws voor "terebinten/grote bomen"
Ligging: Aan de noordpunt van de Golf van Akaba, vlak bij het al bestaande Ezeon-Geber (zie het artikel bij Numeri 33) — het huidige Eilat/Aqaba.
Geschiedenis: Samen met Ezeon-Geber door Salomo als havenstad in gebruik genomen voor zijn handelsvloot (2 Kron. 8:17-18). Later, na een periode van Edomitische overheersing, door koning Uzzia van Juda heroverd en herbouwd (2 Kon. 14:22; 2 Kron. 26:2), totdat de stad, aan het einde van Achaz' regering, weer definitief aan Edom (of de Syriërs, al naargelang de tekstlezing) verloren ging (2 Kon. 16:6).
Bijbelse betekenis: Een havenstad die, als venster op de zeehandel naar het zuiden, telkens van eigenaar wisselde al naargelang de kracht of zwakte van Juda's koningen — een stille illustratie van hoe economische voorspoed in de Schrift vaak nauw samenhangt met trouw aan de HEERE.
Recente inzichten: Elath leeft tot op de huidige dag voort in de naam van de Israëlische havenstad Eilat, aan dezelfde noordpunt van de Golf van Akaba.
VII. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen1 Kronieken 7:24→Jozua 16:3→2 Kronieken 14:7→Jozua 16:5→1 Koningen 4:6→Jozua 16:10→1 Koningen 9:21→1 Koningen 9:10→ — Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had, Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen. Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het. Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath. Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen; Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij. Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren; Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag. Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren); Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden. Verdere bouwwerken, door Salomo uitgevoerd na de bouw van de tempel en van zijn paleis, bestaande uit de aanleg van magazijnsteden en rustplaatsen voor de handel, en van lusthuizen op de Libanon en te Jeruzalem; zijn arbeiders daarvoor had hij meest genomen uit de overblijfselen van de vroegere Kanaänitische bevolking, terwijl zijn volksgenoten een vrijere stelling tot hem innamen. De heilige Schrijver komt nog eenmaal op de bouw van ‘s konings paleis en van de tempel terug, om met betrekking tot het eerste op te merken, dat nu ook Salomo’s Egyptische gemalin het voor haar bestemde huis betrok, en met betrekking tot de laatsten, dat van nu af de godsdienst op de hoogten ophield, die in het begin van Salomo’s regering nog bestond. Na deze opmerking bericht hij ten slotte van de scheepvaart naar Ofir, die Salomo in gemeenschap met de Tyrische koning, van Ezeon-Geber uit, ondernam (Vergelijk 1 Koningen .9: 11-28).
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:10→— Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,
Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, van het vierde jaar van zijn regering af gerekend (Hoofdstuk 3: 2),waarin Salomo het huis van de Heere en zijn huis (Hoofdstuk 2: 1) gebouwd had, van 1011-991 vóór Christus.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:11→— Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.
Dat Salomo ook de twintig steden in het landschap Galilea, die Huram, koning van Tyrus, hem teruggegeven had, nadat Salomo ze voor een geldlening van 120 talenten had afgestaan, maar Huram ze voor te gering had bevonden (1 Koningen .9: 11 vv.), bouwde, bevestigde, en de kinderen van Israël daar deed wonen, in plaats van de grotendeels Kanaänitische bevolking, die er tot dusver gevonden werd.
KruisverwijzingenNumeri 13:21→1 Koningen 11:23→2 Samuël 8:3→Numeri 34:8→1 Kronieken 18:3→— Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.
Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba 1), om deze beide Syrische staten, die reeds van zijn vader David meer of minder afhankelijk waren geweest (1 Koningen .18: 3-11), bij zijn rijk in te lijven, en hij overweldigde ze, hij bevestigde de hoofdstad van beide rijken, de stad Hamath, om de rijken zelf in onderdanigheid te houden.
Hamath-Zoba zijn niet twee steden, maar de beide landen, door David schatplichtig gemaakt.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:17→— Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.
En bouwde ook Thadmor in de woestijn, in een vruchtbare oase van de Syrische woestijn gelegen (2 Samuel 8: 6), en al de schatsteden, die hij bouwde in het vroeger vermelde rijk Hamath. Terwijl Salomo, door de verovering van Hamath-Zoba aan deze noordelijke hoek, aan zijn rijk een verdere uitbreiding gaf, kwam ook de handelsweg in zijn bezit, die van Fenicië naar de Eufraat voerde; en nu stichtte hij, in het belang van een ongestoord handelsverkeer, verscheidene voorraadsteden of bevestigde stations-plaatsen, die de karavanen een veilig rustpunt boden tegen de overvallen van roofzieke woestijnbewoners, de reizigers en hun lastdieren levensonderhoud waarborgden, en voor koopgoederen misschien tot stapelplaats dienden. Zo’n stationsplaats was Thadmor, hij de Grieken en Romeinen Palmyra geheten, naar de waarschijnlijkste berekeningen onder 34 1/3 noorder-breedte en 55 1/4-57″ ooster-lengte gelegen. Door haar gelukkige ligging, als een rijkelijk met water voorziene, door bijzonder gunstig klimaat en vruchtbare bodem uitmuntende oase, midden in de grote woestijn, en zeker ook als verenigingspunt van verscheidene wegen, verkreeg deze stad in de loop van de tijd de betekenis van een hoofd-handelplaats. Of Thadmor oorspronkelijk zelf tot het gebied van Hamath behoorde, of de stichting van deze stad niet pas door Salomo is geschied, maar deze haar slechts uitgebouwd en bevestigd heeft, het een zowel als het ander moet onbeslist blijven. Het is echter opmerkelijk, dat wij slechts behalve op onze plaats en 1 Koningen .9: 18 de stad overigens niet meer vermeld vinden, zo min bij gelegenheid van Syrische en Assyrische invallen, als bij profetische uitspraken over Syrië. Daartoe kan gedeeltelijk de afgezonderde ligging hebben bijgedragen; tevens kan men daarbij bedenken, dat de weg, die naar Thadmor voerde, voor de grotendeels uit ruiterij bestaande Assyrische en Babylonische legers niet bruikbaar was, omdat hij door de woestijn leidde. Bovendien is het maar al te waarschijnlijk, dat Thadmor, evenals in het algemeen het geheel in Syrië verkregen gebied, betrekkelijk slechts korte tijd in het bezit van Israël bleef, later deelde zij het lot van alle voor-Aziatische landen, en was zij achtereenvolgens aan de heerschappij van de Assyriërs, Babyloniërs, Perzen en Macedoniërs onderworpen, totdat zij daarna onder de Seleucieden een van de beroemdste steden van het Oosten werd, en allengs in het bijna uitsluitend bezit geraakte van het handelsverkeer tussen de Eufraatlanden en de Middellandse zee. Lange tijd ontging zij de blikken van de Romeinse veroveraars; toen ten tijde van het tweede Driemanschap, na de slag bij Filippi (in het jaar 42 na Christus), Antonius haar wilde bezoeken, om zich in het bezit van haar schatten te stellen, moest hij onverrichter zake weer aftrekken, want de Palmyrenen handen zich over de Eufraat weer teruggetrokken en plaatsten daar hun voortreffelijke boogschutters ter hunner bescherming. Wanneer zij eindelijk een deel van het Romeinse wereldrijk is geworden, laat zich niet nader bepalen; daarentegen zijn er enige bewijzen aanwezig, dat met keizer Hadrianus (van 117-138 na Christus geb.) het tijdvak begint, waarin Palmyra ten slotte een van de eerste steden van het Oosten geworden is, en het voornaamste deel van die grootse gedenktekenen van de bouwkunst ontstaan zijn, waarvan de kolossale ruïnen enig in haar soort kunnen genoemd worden. Met de tweede helft van de derde eeuw na Christus begon de zo dikwijls besproken belangrijke episode uit de geschiedenis van de latere Romeinse keizers. Toen namelijk, na de gevangenneming van keizer Valerianus door de trouweloze Pers Sapores (209 na Christus) tegen het onwaardige bestuur van zijn zoon en opvolger Gallienus bijna in alle provincies de veldheren zelf zich tot Imperatoren (heersers) opwierpen de tijd van de zogenaamde dertig tirannen, 260-270 na Christus en bijna het gehele Oosten voor de Romeinen verloren en de Perzen toegevallen scheen te zijn, toen was het de vorst en veldheer Septimius Odenathus, afstammende uit een van de belangrijkste Palmyreense families, die de overmoedige Sapores krachtige tegenstand bood, hem een bloedige slag leverde, en hem tot aan zijn residentie Ctesiphon terugdreef. Dus was Odenathus feitelijk heer van het grootste deel van het oosten geworden, eigende zich eerst de konings- en daarna de keizerstitel toe, en regeerde met grote macht en groot verstand, totdat hij in het jaar 267 na Christus door de zoon van zijn broer vermoord werd. Thans greep zijn gade, de moedige en verstandige Zenobia, in de naam van haar nog onmondige zoons de teugels van het bewind, wist niet slechts tegen de Perzen, maar ook tegen Gallienus en zijn opvolger Claudius II zich te handhaven, ja breidde de grenzen van het Palmyreense rijk over een deel van Klein-Azië, over Mesopotamië en tot in het Arabische gebied uit, en ontrukte door een van haar veldheren zelfs Egypte aan de Romeinse heerschappij. Maar daarmee had de heerlijkheid van Palmyra ook haar toppunt bereikt, waarvan de stad met één slag weer afdaalde; want toen in het jaar 270 na Christus in de persoon van Domitius Aurelianus weer een frisse kracht de Romeinse keizerstroon besteeg, was onder de vele plannen, die de heerser vormde ook dat, om aan het Palmyreense rijk een einde te maken. Bij Antiochië in Syrië, en later weer bij Emosa geslagen (in het jaar 272 na Christus) moest Zenobia zich naar Palmyra terugtrekken; een poging tot ontvluchting gedurende het beleg mislukte, zij geraakte in handen van Aurelianus, die haar medenam naar Rome ter verheerlijking van zijn triomf. De stad zelf, die zich eerst had overgegeven, maar daarna weer in opstand was geraakt, werd door de Romeinen wel niet verwoest, maar toch zodanig geplunderd en geschonden, dat zij tot een puinhoop moest vervallen. Voor het overige viel aan Zenobia een eervolle, met haar rang overeenkomend, behandeling ten deel; zij bracht haar overige levensdagen gedeeltelijk door in Rome, waar haar een paleis was ingeruimd, deels op een landgoed in de nabijheid van Tibur; door uithuwelijking van meer dan een van haar kinderen kwam zij in nauwe betrekking tot aanzienlijke Romeinse families, en in hoge ouderdom stierf zij. Uitstekende door schoonheid en beschaving, door moed en volharding, door een buitengewoon levendig gestel en door strenge kuisheid is zij een van de meest besproken vrouwen, die de wereldgeschiedenis kent, en die door de Italiaanse dichter Petrascha (overl. 1374 na Christus) in een van zijn liederen bezongen wordt; maar het blijft een nog onbesliste vraag, tot welke godsdienst zij behoorde, of zij het Heidendom aankleefde, waartoe de Arabische stammen behoorden, of tot het Jodendom was overgegaan, of, zoals men ook beweerd heeft, een Christin is geworden. Het eerste is wel het waarschijnlijkst, terwijl het laatste een gissing is zonder enige grond; krachtens een zogenaamde vrijzinnige richting, die zij als vrouw van bijzondere begaafdheid en beschaving huldigde, werd zij de beschermvrouw van de in de geschiedenis onder de Anti-trinitariërs (tegenstanders van de leer van de Drieëenheid) bekende Paulus van Samosate, die pas na haar val ontzet kon worden van zijn ambt als bisschop van Antiochië. Palmyra, dat, door een aardbeving in het jaar 1042 na Christus, haar gehele ondergang vond, is tegenwoordig een ellendig dorp van armzalige lemen hutten, aan de binnenzijde van de hof van de grote zonnentempel, en aan alle zijden omringd door een ontzettend veld van ruïnen, welker pracht en grootte de aanschouwer op het allerzeerst met verbazing vervullen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 7:24→Jozua 16:3→2 Kronieken 14:7→Jozua 16:5→— Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
Ook bouwde hij, Salomo, het hoge Beth-horon, en het neer Beth-horon op de grenzen tussen Benjamin en Efraïm (Joz.16: 3 vv.; 18: 13 vv.; 21: 22) dat door deze versterking vaste steden werden, met muren, deuren en grendelen.
KruisverwijzingenHooglied 4:8→Jozua 19:44→1 Koningen 10:26→Prediker 2:4→1 Koningen 9:18→1 Koningen 7:2→2 Kronieken 17:12→Prediker 2:10→— Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.
Mitsgaders Baälath, in de stam Dan (Joz.19: 44), en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden van de ruiters, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in de Libanon, en in het ganse land van zijn heerschappij (1Ki 9:
.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:20→Genesis 15:18→Deuteronomium 7:1→— Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;
Maar de arbeiders, nodig tot uitvoering van deze bouwwerken, verschafte hij zich op de volgende wijze: Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israël, maar van Kanaänitische oorsprong waren;
Kruisverwijzingen1 Koningen 4:6→Jozua 16:10→1 Koningen 9:21→2 Kronieken 2:17→Richteren 1:21→1 Koningen 5:13→Psalmen 106:34→Jozua 17:13→— Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.
Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, die de kinderen van Israël niet verdaan hadden (Joz.13: 1 vv. Richteren 1: 21,27 vv.), die bracht Salomo op uitschot, in vroondienst (Hoofdstuk 2: 17 vv.),tot op deze dag.
Kruisverwijzingen1 Samuël 8:11→Galaten 4:26→Exodus 19:5→Galaten 4:31→Leviticus 25:39→— Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);
Maar uit de kinderen van Israël, die Salomo (vgl. Lev.25: 39 vv.), niet maakte tot slaven in zijn werk, (want zij waren krijgslieden, en oversten van zijn hoofdlieden (in 1 Koningen .9: 22: zijn vorsten en zijn ruiteren), en oversten van zijn wagens en zijn ruiters).
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:18→1 Koningen 5:16→— Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
Uit dezen dan, waren oversten van de bestelden, hoofdopzichters van Israëlitische afkomst, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden, toezicht hielden op de arbeiders, waarbij nog 300 opzichters van Kanaänitische oorsprong en 3300 Kanaänitische onder-opzichters kwamen (2Ch 2: 18).
Kruisverwijzingen1 Koningen 3:1→1 Koningen 7:8→1 Koningen 9:24→Exodus 29:43→Ezechiël 21:2→2 Petrus 1:18→Exodus 3:5→— Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.
Toen, sinds de tempel gebouwd en ingewijd was, offerde Salomo de Heere brandoffers op het altaar van de Heere, dat hij vóór het voorhuis gebouwd had, en niet meer op de hoogte te Gibeon (Hoofdstuk 1: 2 vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 4:1→Ezechiël 8:16→1 Kronieken 28:17→Johannes 10:23→2 Kronieken 15:8→Joël 2:17→— Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;
Maar ook alle andere offers, zelfs 1) naar de eis van elke dag, offerend, (Lev.23: 37 23.37) de dagelijkse morgen- en avondoffers, naar het gebod van Mozes, verder de offers op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie maal in het jaar: op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest van de weken, en op het feest van de loofhutten, werden voortaan niet meer op de hoogten, maar uitsluitend op het brandoffer-altaar in de tempel te Jeruzalem gebracht.
In het Hebr. Oebidbar-joom bejoom. Deze uitdrukking is letterlijk gelijk aan het voorschrift in Lev.23: 37 vermelden betekent: Dagelijks op zijn dag, of op elke dag. Beter vertaald is dan ook hier: En wel dagelijks op zijn dag offerend. Met de volgende, naar het gebod van Mozes, vormen deze woorden een verklarende tussenzin. De hoofdzin begint dan met het volgende: op de Sabbatten. De Schrijver leert hier duidelijk, dat, zoals dagelijks, elke dag, de gewone offers op het altaar bij de Tabernakel werden gebracht, dit ook geschiedde op het altaar in de Tempel, dat de Tempeldienst in alles plaats had naar de eisen en inzettingen van God.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:17→Nehemia 12:36→Nehemia 12:24→2 Kronieken 35:10→1 Kronieken 23:1→Deuteronomium 33:1→Lukas 1:5→Lukas 1:8→— Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.
Hij stelde ook, naar de wijze van 1) zijn vader David (1 Kronieken 24: 1 vv.), de verdelingen van de priesters over hun dienst, en van de Levieten over hun wachten of dienstposten, om God te prijzen (1 Kronieken 25: 1 vv.),en voor de priesters te dienen, naar de eis van elke dag (1 Kronieken 23: 26 vv.); en de portiers in hun verdelingen, aan elke poort (1 Kronieken 26: 1 vv.); want alzo was het gebod van David, de man van God (Nehemia 12:
.
Naar de wijze wil hier zeggen, volgens de wetten door David verordineerd. Salomo volgde in alles de wijze voorschriften en beschikkingen van zijn godvruchtige vader David.
Kruisverwijzingen1 Koningen 7:51→1 Kronieken 26:20→Exodus 39:42→1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 30:12→— En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.
En men week niet van het gebod van de koning gebod aan 1)de priesters en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten (1 (Kronieken 27: 20 vv.).
Aan, in de zin van ten opzichte van.
Kruisverwijzingen1 Koningen 5:18→1 Koningen 6:7→— Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.
Alzo met bevestiging van de regels, die David had ingesteld met betrekking tot de dienst van de priesters en Levieten, werd al het werk van Salomo bereid 1), werd alles volbracht, wat Salomo ten opzichte van de godsdienst te doen had, tot of, van de dag van de grondlegging van het huis van de Heere en tot het volbrengen hiervan, dat het huis van de Heere volmaakt, nu eerst geheel voltooid werd.
Nadat de Tempeldienst dus in rechtmatige orde gebracht was, kon er met reden worden gezegd, dat de Tempel volmaakt was geworden, want eigenlijk het godsdienstig werk en niet de plaats, was de zaak, daar het vooral op aankwam, en zo lang dit niet wel geregeld geschiedde, was het huis van de Heere niet voltooid.
Al was Salomo uitstekend en voortreffelijk wijs, in alle natuurlijke kennis, in staatkunde en in zedelijke en goddelijke zaken, in ware vroomheid echter en ijverige godsvrucht was hij verre beneden zijn vader David, zowel als in de gave van de voorspellingen en in verlichting door Gods Geest, omtrent het toekomend Rijk van de Genade.
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:22→Deuteronomium 2:8→1 Koningen 22:48→2 Koningen 16:6→Numeri 33:35→1 Koningen 9:26→2 Kronieken 20:36→— Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.
Toen, na de uit- zowel als de inwendige voltooiing van zijn hoofdwerk, toog Salomo, die thans ook aan andere ondernemingen kon denken, naar Ezeon-Geber, en naar Eloth of Elath (Deuteronomium 2: 7) aan de oever van de Schelfzee, in het land van Edom.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:10→2 Kronieken 9:13→1 Koningen 10:22→1 Koningen 9:27→Prediker 2:8→— En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.
En Huram zond hem, door de hand van zijn knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo’s knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten goud (= 21.205.800 gulden), die zij brachten tot de koning Salomo. Dit bericht wijkt op meer dan één wijze van dat in 1 Koningen .9: 26 vv. af. Gering is in de eerste plaats de afwijking, dat naar ons verhaal Salomo zelf naar Ezeon-Geber en Eloth ging; want de bouw van de vloot maakt het op zichzelf reeds waarschijnlijk, dat hij beide aan de Elanitische golf dicht bij elkaar gelegen steden bezocht, om de nodige bevelen op de plaats zelf in eigen persoon te geven. Meer bezwaar schijnt daarentegen de opmerking te geven, dat Hiram niet enkel, zoals in 1 Koningen .9: 27 verhaald wordt, zeekundige scheepslieden met de van Ezeon-Geber uitzeilende schepen van Salomo uitzond, die de manschappen van deze in de moesten onderrichten, maar zelfs schepen van Tyrus uit naar Ezeon-Geber zond, die daarop met Salomo’s schepen tegelijk uitzeilden (Hoofdstuk 9: 21); want van Tyrus af kan men alleen te land de Elanitische golf bereiken. Intussen zou het zeer goed kunnen zijn dat de gereedgemaakte schepen in stukken verdeeld en zo naar genoemde havenplaats gebracht zijn, waarvoor menig voorbeeld uit de oudheid (Arrian. Exped. Aled V. p. 329 en VII p. 485 en. Blanc.: Plutarch vita Anton. p. 948, en. Fref 1620; Thucyd. ben. Pelop. IV. 8) kan bijgebracht worden; of men moet aannemen, dat de uitzending van de Fenicische vloot uit de Perzische zeeboezem geschiedde (De Staten-vertalers zijn van oordeel, dat Hiram bouwmaterialen voor de schepen zond. (G.) Een derde afwijking eindelijk, die van in onze tekst voorkomende 450 talenten gouds, waarvoor 1 Koningen .9: 28 slechts 420 talenten opgeeft, is licht te verklaren uit de verwisseling van de cijferletters: b (= 20) met n (= 50).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 8
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VII. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen1 Kronieken 7:24→Jozua 16:3→2 Kronieken 14:7→Jozua 16:5→1 Koningen 4:6→Jozua 16:10→1 Koningen 9:21→1 Koningen 9:10→
— Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had, Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen. Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het. Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath. Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen; Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij. Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren; Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag. Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren); Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
Verdere bouwwerken, door Salomo uitgevoerd na de bouw van de tempel en van zijn paleis, bestaande uit de aanleg van magazijnsteden en rustplaatsen voor de handel, en van lusthuizen op de Libanon en te Jeruzalem; zijn arbeiders daarvoor had hij meest genomen uit de overblijfselen van de vroegere Kanaänitische bevolking, terwijl zijn volksgenoten een vrijere stelling tot hem innamen. De heilige Schrijver komt nog eenmaal op de bouw van ‘s konings paleis en van de tempel terug, om met betrekking tot het eerste op te merken, dat nu ook Salomo’s Egyptische gemalin het voor haar bestemde huis betrok, en met betrekking tot de laatsten, dat van nu af de godsdienst op de hoogten ophield, die in het begin van Salomo’s regering nog bestond. Na deze opmerking bericht hij ten slotte van de scheepvaart naar Ofir, die Salomo in gemeenschap met de Tyrische koning, van Ezeon-Geber uit, ondernam (Vergelijk 1 Koningen .9: 11-28).
Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, van het vierde jaar van zijn regering af gerekend (Hoofdstuk 3: 2),waarin Salomo het huis van de Heere en zijn huis (Hoofdstuk 2: 1) gebouwd had, van 1011-991 vóór Christus.
Dat Salomo ook de twintig steden in het landschap Galilea, die Huram, koning van Tyrus, hem teruggegeven had, nadat Salomo ze voor een geldlening van 120 talenten had afgestaan, maar Huram ze voor te gering had bevonden (1 Koningen .9: 11 vv.), bouwde, bevestigde, en de kinderen van Israël daar deed wonen, in plaats van de grotendeels Kanaänitische bevolking, die er tot dusver gevonden werd.
Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba 1), om deze beide Syrische staten, die reeds van zijn vader David meer of minder afhankelijk waren geweest (1 Koningen .18: 3-11), bij zijn rijk in te lijven, en hij overweldigde ze, hij bevestigde de hoofdstad van beide rijken, de stad Hamath, om de rijken zelf in onderdanigheid te houden.
Hamath-Zoba zijn niet twee steden, maar de beide landen, door David schatplichtig gemaakt.
En bouwde ook Thadmor in de woestijn, in een vruchtbare oase van de Syrische woestijn gelegen (2 Samuel 8: 6), en al de schatsteden, die hij bouwde in het vroeger vermelde rijk Hamath. Terwijl Salomo, door de verovering van Hamath-Zoba aan deze noordelijke hoek, aan zijn rijk een verdere uitbreiding gaf, kwam ook de handelsweg in zijn bezit, die van Fenicië naar de Eufraat voerde; en nu stichtte hij, in het belang van een ongestoord handelsverkeer, verscheidene voorraadsteden of bevestigde stations-plaatsen, die de karavanen een veilig rustpunt boden tegen de overvallen van roofzieke woestijnbewoners, de reizigers en hun lastdieren levensonderhoud waarborgden, en voor koopgoederen misschien tot stapelplaats dienden. Zo’n stationsplaats was Thadmor, hij de Grieken en Romeinen Palmyra geheten, naar de waarschijnlijkste berekeningen onder 34 1/3 noorder-breedte en 55 1/4-57″ ooster-lengte gelegen. Door haar gelukkige ligging, als een rijkelijk met water voorziene, door bijzonder gunstig klimaat en vruchtbare bodem uitmuntende oase, midden in de grote woestijn, en zeker ook als verenigingspunt van verscheidene wegen, verkreeg deze stad in de loop van de tijd de betekenis van een hoofd-handelplaats. Of Thadmor oorspronkelijk zelf tot het gebied van Hamath behoorde, of de stichting van deze stad niet pas door Salomo is geschied, maar deze haar slechts uitgebouwd en bevestigd heeft, het een zowel als het ander moet onbeslist blijven. Het is echter opmerkelijk, dat wij slechts behalve op onze plaats en 1 Koningen .9: 18 de stad overigens niet meer vermeld vinden, zo min bij gelegenheid van Syrische en Assyrische invallen, als bij profetische uitspraken over Syrië. Daartoe kan gedeeltelijk de afgezonderde ligging hebben bijgedragen; tevens kan men daarbij bedenken, dat de weg, die naar Thadmor voerde, voor de grotendeels uit ruiterij bestaande Assyrische en Babylonische legers niet bruikbaar was, omdat hij door de woestijn leidde. Bovendien is het maar al te waarschijnlijk, dat Thadmor, evenals in het algemeen het geheel in Syrië verkregen gebied, betrekkelijk slechts korte tijd in het bezit van Israël bleef, later deelde zij het lot van alle voor-Aziatische landen, en was zij achtereenvolgens aan de heerschappij van de Assyriërs, Babyloniërs, Perzen en Macedoniërs onderworpen, totdat zij daarna onder de Seleucieden een van de beroemdste steden van het Oosten werd, en allengs in het bijna uitsluitend bezit geraakte van het handelsverkeer tussen de Eufraatlanden en de Middellandse zee. Lange tijd ontging zij de blikken van de Romeinse veroveraars; toen ten tijde van het tweede Driemanschap, na de slag bij Filippi (in het jaar 42 na Christus), Antonius haar wilde bezoeken, om zich in het bezit van haar schatten te stellen, moest hij onverrichter zake weer aftrekken, want de Palmyrenen handen zich over de Eufraat weer teruggetrokken en plaatsten daar hun voortreffelijke boogschutters ter hunner bescherming. Wanneer zij eindelijk een deel van het Romeinse wereldrijk is geworden, laat zich niet nader bepalen; daarentegen zijn er enige bewijzen aanwezig, dat met keizer Hadrianus (van 117-138 na Christus geb.) het tijdvak begint, waarin Palmyra ten slotte een van de eerste steden van het Oosten geworden is, en het voornaamste deel van die grootse gedenktekenen van de bouwkunst ontstaan zijn, waarvan de kolossale ruïnen enig in haar soort kunnen genoemd worden. Met de tweede helft van de derde eeuw na Christus begon de zo dikwijls besproken belangrijke episode uit de geschiedenis van de latere Romeinse keizers. Toen namelijk, na de gevangenneming van keizer Valerianus door de trouweloze Pers Sapores (209 na Christus) tegen het onwaardige bestuur van zijn zoon en opvolger Gallienus bijna in alle provincies de veldheren zelf zich tot Imperatoren (heersers) opwierpen de tijd van de zogenaamde dertig tirannen, 260-270 na Christus en bijna het gehele Oosten voor de Romeinen verloren en de Perzen toegevallen scheen te zijn, toen was het de vorst en veldheer Septimius Odenathus, afstammende uit een van de belangrijkste Palmyreense families, die de overmoedige Sapores krachtige tegenstand bood, hem een bloedige slag leverde, en hem tot aan zijn residentie Ctesiphon terugdreef. Dus was Odenathus feitelijk heer van het grootste deel van het oosten geworden, eigende zich eerst de konings- en daarna de keizerstitel toe, en regeerde met grote macht en groot verstand, totdat hij in het jaar 267 na Christus door de zoon van zijn broer vermoord werd. Thans greep zijn gade, de moedige en verstandige Zenobia, in de naam van haar nog onmondige zoons de teugels van het bewind, wist niet slechts tegen de Perzen, maar ook tegen Gallienus en zijn opvolger Claudius II zich te handhaven, ja breidde de grenzen van het Palmyreense rijk over een deel van Klein-Azië, over Mesopotamië en tot in het Arabische gebied uit, en ontrukte door een van haar veldheren zelfs Egypte aan de Romeinse heerschappij. Maar daarmee had de heerlijkheid van Palmyra ook haar toppunt bereikt, waarvan de stad met één slag weer afdaalde; want toen in het jaar 270 na Christus in de persoon van Domitius Aurelianus weer een frisse kracht de Romeinse keizerstroon besteeg, was onder de vele plannen, die de heerser vormde ook dat, om aan het Palmyreense rijk een einde te maken. Bij Antiochië in Syrië, en later weer bij Emosa geslagen (in het jaar 272 na Christus) moest Zenobia zich naar Palmyra terugtrekken; een poging tot ontvluchting gedurende het beleg mislukte, zij geraakte in handen van Aurelianus, die haar medenam naar Rome ter verheerlijking van zijn triomf. De stad zelf, die zich eerst had overgegeven, maar daarna weer in opstand was geraakt, werd door de Romeinen wel niet verwoest, maar toch zodanig geplunderd en geschonden, dat zij tot een puinhoop moest vervallen. Voor het overige viel aan Zenobia een eervolle, met haar rang overeenkomend, behandeling ten deel; zij bracht haar overige levensdagen gedeeltelijk door in Rome, waar haar een paleis was ingeruimd, deels op een landgoed in de nabijheid van Tibur; door uithuwelijking van meer dan een van haar kinderen kwam zij in nauwe betrekking tot aanzienlijke Romeinse families, en in hoge ouderdom stierf zij. Uitstekende door schoonheid en beschaving, door moed en volharding, door een buitengewoon levendig gestel en door strenge kuisheid is zij een van de meest besproken vrouwen, die de wereldgeschiedenis kent, en die door de Italiaanse dichter Petrascha (overl. 1374 na Christus) in een van zijn liederen bezongen wordt; maar het blijft een nog onbesliste vraag, tot welke godsdienst zij behoorde, of zij het Heidendom aankleefde, waartoe de Arabische stammen behoorden, of tot het Jodendom was overgegaan, of, zoals men ook beweerd heeft, een Christin is geworden. Het eerste is wel het waarschijnlijkst, terwijl het laatste een gissing is zonder enige grond; krachtens een zogenaamde vrijzinnige richting, die zij als vrouw van bijzondere begaafdheid en beschaving huldigde, werd zij de beschermvrouw van de in de geschiedenis onder de Anti-trinitariërs (tegenstanders van de leer van de Drieëenheid) bekende Paulus van Samosate, die pas na haar val ontzet kon worden van zijn ambt als bisschop van Antiochië. Palmyra, dat, door een aardbeving in het jaar 1042 na Christus, haar gehele ondergang vond, is tegenwoordig een ellendig dorp van armzalige lemen hutten, aan de binnenzijde van de hof van de grote zonnentempel, en aan alle zijden omringd door een ontzettend veld van ruïnen, welker pracht en grootte de aanschouwer op het allerzeerst met verbazing vervullen.
Ook bouwde hij, Salomo, het hoge Beth-horon, en het neer Beth-horon op de grenzen tussen Benjamin en Efraïm (Joz.16: 3 vv.; 18: 13 vv.; 21: 22) dat door deze versterking vaste steden werden, met muren, deuren en grendelen.
Mitsgaders Baälath, in de stam Dan (Joz.19: 44), en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden van de ruiters, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in de Libanon, en in het ganse land van zijn heerschappij (1Ki 9:
.
Maar de arbeiders, nodig tot uitvoering van deze bouwwerken, verschafte hij zich op de volgende wijze: Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israël, maar van Kanaänitische oorsprong waren;
Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, die de kinderen van Israël niet verdaan hadden (Joz.13: 1 vv. Richteren 1: 21,27 vv.), die bracht Salomo op uitschot, in vroondienst (Hoofdstuk 2: 17 vv.),tot op deze dag.
Maar uit de kinderen van Israël, die Salomo (vgl. Lev.25: 39 vv.), niet maakte tot slaven in zijn werk, (want zij waren krijgslieden, en oversten van zijn hoofdlieden (in 1 Koningen .9: 22: zijn vorsten en zijn ruiteren), en oversten van zijn wagens en zijn ruiters).
Uit dezen dan, waren oversten van de bestelden, hoofdopzichters van Israëlitische afkomst, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden, toezicht hielden op de arbeiders, waarbij nog 300 opzichters van Kanaänitische oorsprong en 3300 Kanaänitische onder-opzichters kwamen (2Ch 2: 18).
Toen, sinds de tempel gebouwd en ingewijd was, offerde Salomo de Heere brandoffers op het altaar van de Heere, dat hij vóór het voorhuis gebouwd had, en niet meer op de hoogte te Gibeon (Hoofdstuk 1: 2 vv.).
Maar ook alle andere offers, zelfs 1) naar de eis van elke dag, offerend, (Lev.23: 37 23.37) de dagelijkse morgen- en avondoffers, naar het gebod van Mozes, verder de offers op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie maal in het jaar: op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest van de weken, en op het feest van de loofhutten, werden voortaan niet meer op de hoogten, maar uitsluitend op het brandoffer-altaar in de tempel te Jeruzalem gebracht.
In het Hebr. Oebidbar-joom bejoom. Deze uitdrukking is letterlijk gelijk aan het voorschrift in Lev.23: 37 vermelden betekent: Dagelijks op zijn dag, of op elke dag. Beter vertaald is dan ook hier: En wel dagelijks op zijn dag offerend. Met de volgende, naar het gebod van Mozes, vormen deze woorden een verklarende tussenzin. De hoofdzin begint dan met het volgende: op de Sabbatten. De Schrijver leert hier duidelijk, dat, zoals dagelijks, elke dag, de gewone offers op het altaar bij de Tabernakel werden gebracht, dit ook geschiedde op het altaar in de Tempel, dat de Tempeldienst in alles plaats had naar de eisen en inzettingen van God.
Hij stelde ook, naar de wijze van 1) zijn vader David (1 Kronieken 24: 1 vv.), de verdelingen van de priesters over hun dienst, en van de Levieten over hun wachten of dienstposten, om God te prijzen (1 Kronieken 25: 1 vv.),en voor de priesters te dienen, naar de eis van elke dag (1 Kronieken 23: 26 vv.); en de portiers in hun verdelingen, aan elke poort (1 Kronieken 26: 1 vv.); want alzo was het gebod van David, de man van God (Nehemia 12:
.
Naar de wijze wil hier zeggen, volgens de wetten door David verordineerd. Salomo volgde in alles de wijze voorschriften en beschikkingen van zijn godvruchtige vader David.
En men week niet van het gebod van de koning gebod aan 1)de priesters en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten (1 (Kronieken 27: 20 vv.).
Aan, in de zin van ten opzichte van.
Alzo met bevestiging van de regels, die David had ingesteld met betrekking tot de dienst van de priesters en Levieten, werd al het werk van Salomo bereid 1), werd alles volbracht, wat Salomo ten opzichte van de godsdienst te doen had, tot of, van de dag van de grondlegging van het huis van de Heere en tot het volbrengen hiervan, dat het huis van de Heere volmaakt, nu eerst geheel voltooid werd.
Nadat de Tempeldienst dus in rechtmatige orde gebracht was, kon er met reden worden gezegd, dat de Tempel volmaakt was geworden, want eigenlijk het godsdienstig werk en niet de plaats, was de zaak, daar het vooral op aankwam, en zo lang dit niet wel geregeld geschiedde, was het huis van de Heere niet voltooid.
Al was Salomo uitstekend en voortreffelijk wijs, in alle natuurlijke kennis, in staatkunde en in zedelijke en goddelijke zaken, in ware vroomheid echter en ijverige godsvrucht was hij verre beneden zijn vader David, zowel als in de gave van de voorspellingen en in verlichting door Gods Geest, omtrent het toekomend Rijk van de Genade.
Toen, na de uit- zowel als de inwendige voltooiing van zijn hoofdwerk, toog Salomo, die thans ook aan andere ondernemingen kon denken, naar Ezeon-Geber, en naar Eloth of Elath (Deuteronomium 2: 7) aan de oever van de Schelfzee, in het land van Edom.
En Huram zond hem, door de hand van zijn knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo’s knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten goud (= 21.205.800 gulden), die zij brachten tot de koning Salomo. Dit bericht wijkt op meer dan één wijze van dat in 1 Koningen .9: 26 vv. af. Gering is in de eerste plaats de afwijking, dat naar ons verhaal Salomo zelf naar Ezeon-Geber en Eloth ging; want de bouw van de vloot maakt het op zichzelf reeds waarschijnlijk, dat hij beide aan de Elanitische golf dicht bij elkaar gelegen steden bezocht, om de nodige bevelen op de plaats zelf in eigen persoon te geven. Meer bezwaar schijnt daarentegen de opmerking te geven, dat Hiram niet enkel, zoals in 1 Koningen .9: 27 verhaald wordt, zeekundige scheepslieden met de van Ezeon-Geber uitzeilende schepen van Salomo uitzond, die de manschappen van deze in de moesten onderrichten, maar zelfs schepen van Tyrus uit naar Ezeon-Geber zond, die daarop met Salomo’s schepen tegelijk uitzeilden (Hoofdstuk 9: 21); want van Tyrus af kan men alleen te land de Elanitische golf bereiken. Intussen zou het zeer goed kunnen zijn dat de gereedgemaakte schepen in stukken verdeeld en zo naar genoemde havenplaats gebracht zijn, waarvoor menig voorbeeld uit de oudheid (Arrian. Exped. Aled V. p. 329 en VII p. 485 en. Blanc.: Plutarch vita Anton. p. 948, en. Fref 1620; Thucyd. ben. Pelop. IV. 8) kan bijgebracht worden; of men moet aannemen, dat de uitzending van de Fenicische vloot uit de Perzische zeeboezem geschiedde (De Staten-vertalers zijn van oordeel, dat Hiram bouwmaterialen voor de schepen zond. (G.) Een derde afwijking eindelijk, die van in onze tekst voorkomende 450 talenten gouds, waarvoor 1 Koningen .9: 28 slechts 420 talenten opgeeft, is licht te verklaren uit de verwisseling van de cijferletters: b (= 20) met n (= 50).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel