Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 8

1 Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het geschieddeH1961 nu ten eindeH7093 van twintigH6242 jarenH8141, in dewelkeH834 SalomoH8010 het huisH1004 des HEERENH3068 en zijn huisH1004 gebouwdH1129 had, Het geschiedde nu ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo het huis des HEEREN en zijn huis gebouwd had,

KJV And it came to pass at the end2 of twenty3 years,4 wherein Solomon7 had built6 the house9 of the LORD,10 and his own house,12

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֵּ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 עֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 4 שָׁנָ֗ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בָּנָ֧ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 7 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בֵּיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Dat SalomoH8010 de stedenH5892, welkeH834 HuramH2361 hem gegevenH5414 had, bouwdeH1129, en de kinderenH1121 IsraelsH3478 aldaarH8033 deed wonenH3427. Dat Salomo de steden, welke Huram hem gegeven had, bouwde, en de kinderen Israels aldaar deed wonen.

KJV That the cities1 which Huram4 had restored3 to Solomon,5 Solomon7 built6 them, and caused the children12 of Israel13 to dwell9 there.

1 וְהֶעָרִ֗ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 נָתַ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 חוּרָם֙ H2361 Huram, Hurams Huram. Compare H2438 (חִירָם) 5 לִשְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 6 בָּנָ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 7 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 8 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 וַיּ֥וֹשֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarna toogH3212 SalomoH8010 naar Hamath-ZobaH2578, en hij overweldigdeH2388 het. Daarna toog Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overweldigde het.

KJV And Solomon2 went1 to Hamathzobah,3 and prevailed5 against it.

1 וַיֵּ֤לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 3 חֲמָ֣ת H2578 Hamath-zoba Hamath-Zobah 4 צוֹבָ֔ה H2578 Hamath-zoba Hamath-Zobah 5 וַיֶּחֱזַ֖ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij bouwdeH1129 ook ThadmorH8412 in de woestijnH4057, en alH3605 de schatstedenH4543, dieH834 hij bouwdeH1129 in HamathH2574. Hij bouwde ook Thadmor in de woestijn, en al de schatsteden, die hij bouwde in Hamath.

KJV And he built1 Tadmor3 in the wilderness,4 and all the store8 cities,7 which he built10 in Hamath.11

1 וַיִּ֥בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 תַּדְמֹ֖ר H8412 Tamor, Thadmor Tadmor 4 בַּמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 5 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 הַֽמִּסְכְּנ֔וֹת H4543 schatsteden, schathuizen store(-house), treasure 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בָּנָ֖ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 בַּחֲמָֽת H2574 Hamath, Hammath Hamath, Hemath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ook bouwdeH1129 hij het hogeH5945 Beth-horonH1032 en het nederH8481 Beth-horonH1032, vasteH4692 stedenH5892 met murenH2346, deurenH1817 en grendelenH1280; Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;

KJV Also he built1 Bethhoron3 the upper,5 and Bethhoron4 the nether,9 fenced11 cities,10 with walls,12 gates,13 and bars;14

1 וַיִּ֜בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֵּ֤ית H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 4 חוֹרוֹן֙ H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 5 הָֽעֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בֵּ֥ית H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 8 חוֹר֖וֹן H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 9 הַתַּחְתּ֑וֹן H8481 onderste, benedenste, lage lower(-est), nether(-most) 10 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מָצ֔וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 12 חוֹמ֖וֹת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 13 דְּלָתַ֥יִם H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 14 וּבְרִֽיחַ H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Mitsgaders BaalathH1191, en alH3605 de schatstedenH4543, dieH834 SalomoH8010 had, en alleH3605 wagenstedenH7393, en de stedenH5892 der ruiterenH6571, en watH834 de begeerteH2837 van SalomoH8010 begeerdH2836 had te bouwenH1129, in JeruzalemH3389, en in den LibanonH3844, en in het ganseH3605 landH776 zijner heerschappijH4475. Mitsgaders Baalath, en al de schatsteden, die Salomo had, en alle wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerd had te bouwen, in Jeruzalem, en in den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.

KJV And Baalath,2 and all the store6 cities5 that Solomon9 had, and all the chariot13 cities,12 and the cities15 of the horsemen,16 and all that Solomon20 desired22 to build23 in Jerusalem,24 and in Lebanon,25 and throughout all the land27 of his dominion.

1 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 בַּעֲלָ֗ת H1191 Baalath Baalath 3 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עָרֵ֤י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הַֽמִּסְכְּנוֹת֙ H4543 schatsteden, schathuizen store(-house), treasure 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לִשְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 10 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 הָרֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 14 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 הַפָּרָשִׁ֑ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 17 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 חֵ֣שֶׁק H2837 begeerte, verlangd desire, pleasure 20 שְׁלֹמֹ֗ה H8010 Salomo Solomon 21 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 חָשַׁק֙ H2836 lust, banden, begeerd have a delight, (have a) desire, fillet, long, set (in) love 23 לִבְנ֤וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 24 בִּירֽוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 25 וּבַלְּבָנ֔וֹן H3844 Libanon Lebanon 26 וּבְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 27 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 28 מֶמְשַׁלְתּֽוֹ H4474 heerschappij, heersende dominion, that ruled

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Aangaande alH3605 het volkH5971, datH834 overgeblevenH3498 was vanH4480 de HethietenH2850, en de AmorietenH567, en de FerezietenH6522, en de HevietenH2340, en de JebusietenH2983, die nietH3808 uit IsraelH3478 waren; Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Hethieten, en de Amorieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, die niet uit Israel waren;

KJV As for all the people2 that were left3 of the Hittites,5 and the Amorites,6 and the Perizzites,7 and the Hivites,8 and the Jebusites,9 which were not of Israel,12

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הָ֠עָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 הַנּוֹתָ֨ר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַחִתִּ֜י H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 6 וְהָאֱמֹרִ֤י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 7 וְהַפְּרִזִּי֙ H6522 Ferezieten, Fereziet Perizzite 8 וְהַחִוִּ֣י H2340 Hevieten, Heviet, Hivviet Hivite 9 וְהַיְבוּסִ֔י H2983 Jebusieten, Jebusiet, Jebusi Jebusite(-s) 10 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 מִיִּשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 הֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 UitH4480 hun kinderenH1121, die naH310 hen in het landH776 overgeblevenH3498 waren, welkeH834 de kinderenH1121 IsraelsH3478 nietH3808 verdaanH3615 hadden, die brachtH5927 SalomoH8010 op uitschotH4522 totH5704 op dezenH2088 dagH3117. Uit hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, welke de kinderen Israels niet verdaan hadden, die bracht Salomo op uitschot tot op dezen dag.

KJV But of their children,2 who were left4 after5 them in the land,6 whom the children10 of Israel11 consumed9 not, them did Solomon13 make to pay12 tribute14 until this day.16

1 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 בְּנֵיהֶ֗ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 נוֹתְר֤וּ H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 5 אַחֲרֵיהֶם֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 כִלּ֖וּם H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וַיַּעֲלֵ֤ם H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 14 לְמַ֔ס H4522 cijnsbaar, schatting, uitschot discomfited, levy, task(-master), tribute(-tary) 15 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch uitH4480 de kinderenH1121 IsraelsH3478, die SalomoH8010 nietH3808 maakte tot slavenH5650 in zijn werkH4399; (wantH3588 zijH1992 waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenenH7393 en zijner ruiterenH6571); Doch uit de kinderen Israels, die Salomo niet maakte tot slaven in zijn werk; (want zij waren krijgslieden, en oversten zijner hoofdlieden, en oversten zijner wagenen en zijner ruiteren);

KJV But of the children2 of Israel3 did Solomon7 make6 no servants8 for his work;9 but they were men of war,13 and chief14 of his captains,15 and captains16 of his chariots17 and horsemen.18

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 בְּנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֲ֠שֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 נָתַ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 8 לַעֲבָדִ֖ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 לִמְלַאכְתּ֑וֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הֵ֜מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 אַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 מִלְחָמָה֙ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 14 וְשָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 15 שָׁלִישָׁ֔יו H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 16 וְשָׂרֵ֥י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 17 רִכְבּ֖וֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 18 וּפָרָשָֽׁיו H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Uit dezenH428 dan waren overstenH8269 der besteldenH5324, die de koningH4428 SalomoH8010 had, tweehonderdH3967 en vijftigH2572, die over het volkH5971 heerschappijH7287 hadden. Uit dezen dan waren oversten der bestelden, die de koning Salomo had, tweehonderd en vijftig, die over het volk heerschappij hadden.

KJV And these were the chief2 of king5 Solomon's6 officers,3 even two hundred8 and fifty,7 that bare rule9 over the people.10

1 וְאֵ֨לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שָׂרֵ֤י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַנִּצָּבִ֛ים H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 7 חֲמִשִּׁ֣ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 8 וּמָאתָ֑יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 הָרֹדִ֖ים H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 10 בָּעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 SalomoH8010 nu deed de dochterH1323 van FaraoH6547 opkomenH5927 uit de stadH5892 DavidsH1732, tot het huisH1004, dat hij voor haar gebouwdH1129 had; wantH3588 hij zeideH559: Mijn vrouwH802 zal in het huisH1004 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478, nietH3808 wonenH3427, omdatH3588 de plaatsen heiligH6944 zijn, totH413 dewelkeH834 de arkH727 des HEERENH3068 gekomenH935 is. Salomo nu deed de dochter van Farao opkomen uit de stad Davids, tot het huis, dat hij voor haar gebouwd had; want hij zeide: Mijn vrouw zal in het huis van David, den koning van Israel, niet wonen, omdat de plaatsen heilig zijn, tot dewelke de ark des HEEREN gekomen is.

KJV And Solomon5 brought up4 the daughter2 of Pharaoh3 out of the city6 of David7 unto the house8 that he had built10 for her: for he said,13 My wife16 shall not dwell15 in the house18 of David19 king20 of Israel,21 because the places are holy,23 whereunto the ark28 of the LORD29 hath come.26

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 3 פַּרְעֹ֗ה H6547 Farao Pharaoh 4 הֶעֱלָ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 6 מֵעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 דָּוִ֔יד H1732 David, Davids David 8 לַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בָּֽנָה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 לָ֑הּ 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אָמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תֵשֵׁ֨ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 16 אִשָּׁ֥ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 17 לִי֙ 18 בְּבֵית֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 דָּוִ֣יד H1732 David, Davids David 20 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 22 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 23 קֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 24 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 25 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 26 בָּֽאָ֥ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 27 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 28 אֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 29 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen offerdeH5927 SalomoH8010 den HEEREH3068 brandofferenH5930 opH5921 het altaarH4196 des HEERENH3068, hetwelkH834 hij voorH6440 het voorhuisH197 gebouwdH1129 had; Toen offerde Salomo den HEERE brandofferen op het altaar des HEEREN, hetwelk hij voor het voorhuis gebouwd had;

KJV Then Solomon3 offered2 burnt offerings4 unto the LORD5 on the altar7 of the LORD,8 which he had built10 before11 the porch,12

1 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 הֶעֱלָ֧ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 4 עֹל֖וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 5 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מִזְבַּ֣ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בָּנָ֖ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 הָאוּלָֽם H197 voorhuis, voorhuizen porch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zelfs naar den eis van elken dagH3117, offerendeH5927, naar het gebodH4687 van MozesH4872, op de sabbattenH7676, en op de nieuwe maandenH2320, en op de gezette hoogtijdenH4150, drieH7969 malenH6471 in het jaarH8141; op het feestH2282 van de ongezuurdeH4682 broden, en op het feestH2282 der wekenH7620, en op het feestH2282 der loofhuttenH5521. Zelfs naar den eis van elken dag, offerende, naar het gebod van Mozes, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden, drie malen in het jaar; op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten.

KJV Even after a certain rate1 every day,2 offering4 according to the commandment5 of Moses,6 on the sabbaths,7 and on the new moons,8 and on the solemn feasts,9 three10 times11 in the year,12 even in the feast13 of unleavened bread,14 and in the feast15 of weeks,16 and in the feast17 of tabernacles.18

1 וּבִדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בְּי֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 לְהַעֲלוֹת֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 כְּמִצְוַ֣ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 6 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 לַשַּׁבָּתוֹת֙ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 8 וְלֶ֣חֳדָשִׁ֔ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 וְלַמּ֣וֹעֲד֔וֹת H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 10 שָׁל֥וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 11 פְּעָמִ֖ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 12 בַּשָּׁנָ֑ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 13 בְּחַ֧ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 14 הַמַּצּ֛וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 15 וּבְחַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 16 הַשָּׁבֻע֖וֹת H7620 weken, week, tijden seven, week 17 וּבְחַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 18 הַסֻּכּֽוֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Hij steldeH5975 ook, naar de wijzeH4941 zijns vadersH1 DavidsH1732, de verdelingenH4256 der priesterenH3548 overH5921 hun dienstH5656, en der LevietenH3881 overH5921 hun wachtenH4931, om God te prijzenH1984, en voor de priesterenH3548 te dienenH8334, naar den eisH1697 van elken dagH3117; en de poortiersH7778 in hun verdelingenH4256, aan elke poortH8179; wantH3588 alzoH3651 was het gebodH4687 van DavidH1732, den manH376 GodsH430. Hij stelde ook, naar de wijze zijns vaders Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der Levieten over hun wachten, om God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis van elken dag; en de poortiers in hun verdelingen, aan elke poort; want alzo was het gebod van David, den man Gods.

KJV And he appointed,1 according to the order2 of David3 his father,4 the courses6 of the priests7 to their service,9 and the Levites10 to their charges,12 to praise13 and minister14 before the priests,16 as the duty17 of every day18 required:19 the porters20 also by their courses21 at every gate:22 for so had David27 the man28 of God29 commanded.26

1 וַיַּעֲמֵ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 כְּמִשְׁפַּ֣ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 3 דָּֽוִיד H1732 David, Davids David 4 אָ֠בִיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מַחְלְק֨וֹת H4256 verdelingen, verdeling, afdelingen company, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת) 7 הַכֹּהֲנִ֜ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 עֲבֹדָתָ֗ם H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 10 וְהַלְוִיִּ֣ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִ֠שְׁמְרוֹתָם H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 13 לְהַלֵּ֨ל H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 14 וּלְשָׁרֵ֜ת H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 15 נֶ֤גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 16 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 17 לִדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 בְּיוֹמ֔וֹ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 20 וְהַשּׁוֹעֲרִ֥ים H7778 poortiers, poortier doorkeeper, porter 21 בְּמַחְלְקוֹתָ֖ם H4256 verdelingen, verdeling, afdelingen company, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת) 22 לְשַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 23 וָשָׁ֑עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 24 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 25 כֵ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 26 מִצְוַ֖ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 27 דָּוִ֥יד H1732 David, Davids David 28 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 29 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En men weekH5493 nietH3808 van des koningsH4428 gebodH4687 aanH5921 de priesterenH3548 en de LevietenH3881, aangaande alleH3605 zakenH1697, en aangaande de schattenH214. En men week niet van des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande alle zaken, en aangaande de schatten.

KJV And they departed2 not from the commandment3 of the king4 unto the priests6 and Levites7 concerning any matter,9 or concerning the treasures.10

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 סָרוּ֩ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 3 מִצְוַ֨ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 4 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַכֹּהֲנִ֧ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 וְהַלְוִיִּ֛ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 8 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 דָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 וְלָאֹצָרֽוֹת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Alzo werd alH3605 het werkH4399 van SalomoH8010 bereidH3559 totH5704 den dagH3117 der grondleggingH4143 van het huisH1004 des HEERENH3068, en totH5704 het volbrengenH3615 van hetzelve, dat het huisH1004 des HEERENH3068 volmaaktH8003 werd. Alzo werd al het werk van Salomo bereid tot den dag der grondlegging van het huis des HEEREN, en tot het volbrengen van hetzelve, dat het huis des HEEREN volmaakt werd.

KJV Now all the work3 of Solomon4 was prepared1 unto the day6 of the foundation7 of the house8 of the LORD,9 and until it was finished.11 So the house13 of the LORD14 was perfected.12

1 וַתִּכֹּן֙ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מְלֶ֣אכֶת H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 4 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 הַיּ֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 מוּסַ֥ד H4143 grondlegging, vast foundation 8 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 כְּלֹת֑וֹ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 12 שָׁלֵ֖ם H8003 volkomen, volkomene, volmaakt full, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Toen toogH1980 SalomoH8010 naar Ezeon-GeberH6100, en naarH413 ElothH359, aan den oeverH8193 der zeeH3220, in het landH776 EdomH123. Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.

KJV Then went2 Solomon3 to Eziongeber,4 and to Eloth,7 at the sea10 side9 in the land11 of Edom.12

1 אָז֩ H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 הָלַ֨ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 4 לְעֶצְיֽוֹן H6100 Ezeon-geber Ezion-geber 5 גֶּ֧בֶר H6100 Ezeon-geber Ezion-geber 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֵיל֛וֹת H359 Elath, Eloth Elath, Eloth 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 שְׂפַ֥ת H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 10 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 11 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 אֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En HuramH2361 zondH7971 hem, door de handH3027 zijner knechtenH5650, schepenH591, mitsgaders knechtenH5650, kennersH3045 van de zeeH3220; en zij gingenH935 metH5973 SalomoH8010's knechtenH5650 naar OfirH211, en zij haaldenH3947 van daarH8033 vierhonderdH702 en vijftigH2572 talentenH3603 goudsH2091, dewelke zij brachtenH935 totH413 den koningH4428 SalomoH8010. En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.

KJV And Huram3 sent1 him by the hands4 of his servants5 ships,6 and servants7 that had knowledge8 of the sea;9 and they went10 with the servants12 of Solomon13 to Ophir,14 and took15 thence four17 hundred18 and fifty19 talents20 of gold,21 and brought22 them to king24 Solomon.25

1 וַיִּֽשְׁלַֽח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 לוֹ֩ 3 חוּרָ֨ם H2361 Huram, Hurams Huram. Compare H2438 (חִירָם) 4 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 עֲבָדָ֜יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 6 אֳנִיּ֗וֹת H591 schepen, schip ship(-men) 7 וַעֲבָדִים֮ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 י֣וֹדְעֵי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 יָם֒ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 וַיָּבֹ֜אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 עַבְדֵ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 14 אוֹפִ֔ירָה H211 Ofir Ophir 15 וַיִּקְח֣וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 16 מִשָּׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 17 אַרְבַּע H702 vier, vierhonderd, veertien four 18 מֵא֥וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 19 וַחֲמִשִּׁ֖ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 20 כִּכַּ֣ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 21 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 22 וַיָּבִ֖יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 24 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 25 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 8:1 1 Koningen 9:10
2 Kronieken 8:2 1 Koningen 9:11
2 Kronieken 8:3 Numeri 13:21 1 Koningen 11:23 2 Samuël 8:3 Numeri 34:8 1 Kronieken 18:3
2 Kronieken 8:4 1 Koningen 9:17
2 Kronieken 8:5 1 Kronieken 7:24 Jozua 16:3 2 Kronieken 14:7 Jozua 16:5
2 Kronieken 8:6 Hooglied 4:8 Jozua 19:44 1 Koningen 10:26 Prediker 2:4 1 Koningen 9:18 1 Koningen 7:2 2 Kronieken 17:12 Prediker 2:10
2 Kronieken 8:7 1 Koningen 9:20 Genesis 15:18 Deuteronomium 7:1
2 Kronieken 8:8 1 Koningen 4:6 Jozua 16:10 1 Koningen 9:21 2 Kronieken 2:17 Richteren 1:21 1 Koningen 5:13 Psalmen 106:34 Jozua 17:13
2 Kronieken 8:9 1 Samuël 8:11 Galaten 4:26 Exodus 19:5 Galaten 4:31 Leviticus 25:39
2 Kronieken 8:10 1 Koningen 9:23 2 Kronieken 2:18 1 Koningen 5:16
2 Kronieken 8:11 1 Koningen 3:1 1 Koningen 7:8 1 Koningen 9:24 Exodus 29:43 Ezechiël 21:2 2 Petrus 1:18 Exodus 3:5
2 Kronieken 8:12 2 Kronieken 4:1 Ezechiël 8:16 1 Kronieken 28:17 Johannes 10:23 2 Kronieken 15:8 Joël 2:17
2 Kronieken 8:13 Deuteronomium 16:16 Exodus 29:38 Ezechiël 46:3 Exodus 23:14 Leviticus 23:1 1 Koningen 9:25 Ezechiël 45:17 Numeri 28:1
2 Kronieken 8:14 1 Kronieken 9:17 Nehemia 12:36 Nehemia 12:24 2 Kronieken 35:10 1 Kronieken 23:1 Deuteronomium 33:1 Lukas 1:5 Lukas 1:8
2 Kronieken 8:15 1 Koningen 7:51 1 Kronieken 26:20 Exodus 39:42 1 Kronieken 9:29 2 Kronieken 30:12
2 Kronieken 8:16 1 Koningen 5:18 1 Koningen 6:7
2 Kronieken 8:17 2 Koningen 14:22 Deuteronomium 2:8 1 Koningen 22:48 2 Koningen 16:6 Numeri 33:35 1 Koningen 9:26 2 Kronieken 20:36
2 Kronieken 8:18 2 Kronieken 9:10 2 Kronieken 9:13 1 Koningen 10:22 1 Koningen 9:27 Prediker 2:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 8 vers 1

van twintig jaren, Van welke hij zeven overgebracht had in het bouwen van het huis des HEEREN, en dertien in het maken van zijn paleis.

Hertaald: van twintig jaren, Waarvan hij zeven jaar besteed had aan de bouw van het huis van de HEERE en dertien aan het maken van zijn paleis.

2 Kronieken 8 vers 2

hem Hebreeuws, Salomo.

Hertaald: hem Hebreeuws: Salomo.

gegeven had, Dat is, wedergegeven. Want Salomo had deze steden den koning Huram geschonken tot een erkentenis der diensten, die hij van hem ontvangen had; maar Huram daarin geen behagen hebbende, heeft ze Salomo wedergegeven, die daarna derzelve herbouwd heeft, en van de Israëlieten heeft laten bewonen. Zie 1 Kon. 9:11-13 .

Hertaald: gegeven had, Dat is: teruggegeven. Want Salomo had deze steden aan koning Huram geschonken als erkenning voor de diensten die hij van hem ontvangen had; maar omdat Huram daar geen behagen in had, heeft hij ze aan Salomo teruggegeven, die ze daarna herbouwd heeft en door de Israëlieten heeft laten bewonen. Zie 1 Kon. 9:11-13.

2 Kronieken 8 vers 3

Hamath- Zie Num. 13:21 .

Hertaald: Hamath- Zie Num. 13:21.

zoba, Een landschap, zich strekkende van Batanea tot de Eufraat. Zie daarvan 1 Sam. 14:47 ; 2 Sam. 8:3 .

Hertaald: zoba, Een landstreek die zich uitstrekte van Batanea tot de Eufraat. Zie hierover 1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:3.

2 Kronieken 8 vers 4

Thadmor Zie 1 Kon. 9:18 , waar de naam is Tamor.

Hertaald: Thadmor Zie 1 Kon. 9:18, waar de naam Tamor is.

schatsteden, Of, ammunitiesteden; alzo onder, vs.6. Zie 1 Kon. 9:19 .

Hertaald: schatsteden, Of: voorraadsteden; zo ook hieronder vers 6. Zie 1 Kon. 9:19.

Hamath Het land van Hamath; 1 Kron. 18:3 .

Hertaald: Hamath Het land van Hamath; 1 Kron. 18:3.

2 Kronieken 8 vers 5

hoge Beth-hóron Zie 1 Kon. 9:17 .

Hertaald: hoge Beth-hóron Zie 1 Kon. 9:17.

2 Kronieken 8 vers 6

Baälath, Zie 1 Kon. 9:18 .

Hertaald: Baälath, Zie 1 Kon. 9:18.

wagensteden, Zie 1 Kon. 9:19 .

Hertaald: wagensteden, Zie 1 Kon. 9:19.

en in den Libanon, Zie 1 Kon. 7:2 .

Hertaald: en in den Libanon, Zie 1 Kon. 7:2.

2 Kronieken 8 vers 7

Hethieten, Zie van deze volken Gen. 10:15-16 , enz. en Gen. 15:19-21 .

Hertaald: Hethieten, Zie over deze volken Gen. 10:15-16, enzovoort, en Gen. 15:19-21.

2 Kronieken 8 vers 8

hunne kinderen, Te weten, der voorgemelde volken.

Hertaald: hunne kinderen, Namelijk: van de zojuist genoemde volken.

uitschot Versta, slaafse uitschot, 1 Kon. 9:21 , en zie de aantekening. De zin is, dat zij den koning in zijne werken als lijfeigenen moesten dienen. Zie ook 1 Kon. 5:13-14 . Anders, deed Salomo komen op tribuut; dat is, dwong hen schatting te betalen.

Hertaald: uitschot Versta hieronder slaafs uitschot, 1 Kon. 9:21, en zie de aantekening daar. De betekenis is dat zij de koning bij zijn werken als lijfeigenen moesten dienen. Zie ook 1 Kon. 5:13-14. Anders: liet Salomo hen schatting betalen; dat is: hij dwong hen tot het betalen van belasting.

2 Kronieken 8 vers 10

bestelden, Versta, degenen, die over de werklieden gesteld waren, om over hun doen en arbeiden opzicht te nemen. Het Hebreeuwse woord is ook van andere oversten gebruikt. Zie 1 Kon. 4:5 . Anders, bezettingen, of garnizoenen.

Hertaald: bestelden, Versta hieronder degenen die over de werklieden aangesteld waren om toezicht te houden op hun doen en werken. Het Hebreeuwse woord wordt ook voor andere leiders gebruikt. Zie 1 Kon. 4:5. Anders: bezettingen, of garnizoenen.

tweehonderd en vijftig, Zie 1 Kon. 9:23 .

Hertaald: tweehonderd en vijftig, Zie 1 Kon. 9:23.

2 Kronieken 8 vers 11

heilig zijn, Dat is, tot een rein, bijzonder en heilig gebruik moeten dienen, en niet tot de ordinaire bewoning der mensen die ze lichtelijk met hunne zowel morele als ceremoniele besmettingen zouden hebben kunnen ontheiligen.

Hertaald: heilig zijn, Dat is: voor een rein, bijzonder en heilig gebruik moesten dienen, en niet voor het gewone verblijf van mensen die ze gemakkelijk met hun zowel morele als ceremoniële onreinheden zouden hebben kunnen ontheiligen.

2 Kronieken 8 vers 12

het voorhuis Hetwelk was tussen den tempel en het voorhof der priesters, dat is, voor aan den tempel. Zie 1 Kon. 6:3 .

Hertaald: het voorhuis Dat lag tussen de tempel en het voorhof van de priesters, dat is: vooraan bij de tempel. Zie 1 Kon. 6:3.

2 Kronieken 8 vers 13

naar den eis Dat is, in de offeranden, die naar de wet op zekere dagen gedaan moesten worden, elken dag derzelve onderhoudende. Hebreeuws, in het woord, of, de zaak, des daags op den dag, of, op zijn dag; gelijk in het volgende 14 vs.. Vergelijk Ex. 5:13 ; 1 Kon. 10:25 . De zin is dat hij de gezette dagen, in welke zekere offeranden geofferd moesten worden, naarstiglijk waargenomen en onderhouden heeft.

Hertaald: naar den eis Dat is: bij de offers die volgens de wet op vaste dagen gebracht moesten worden, waarbij hij elke dag in acht nam. Hebreeuws: in het woord, of: de zaak, van de dag op de dag, of: op zijn dag; zoals in het volgende vers 14. Vergelijk Ex. 5:13; 1 Kon. 10:25. De betekenis is dat hij de vastgestelde dagen waarop bepaalde offers gebracht moesten worden nauwgezet in acht genomen en onderhouden heeft.

2 Kronieken 8 vers 14

zijns vaders Davids, Dat is, die David door de ingeving des Heiligen Geestes ingesteld had, 1 Kron. 28:19 , mitsgaders door het beleid der profeten, onder, 2 Kron. 29:25 .

Hertaald: zijns vaders Davids, Dat is: die David door de ingeving van de Heilige Geest had ingesteld, 1 Kron. 28:19, en ook onder leiding van de profeten, hieronder 2 Kron. 29:25.

verdelingen der priesteren Dat is, onderscheidene hopen en beurten. Zie van deze 1Ch 24 , 1Ch 25 , 1Ch 26 . Zij waren van de priesters en Levieten. De priesters waren overpriesters, of gemene priesters. De Levieten dienden de priesters, of waren zangers, of deurwaarders, of schatbewaarders, of verzorgers van enige ordinaire of extraordinaire zaken.

Hertaald: verdelingen der priesteren Dat is: verschillende groepen en beurten. Zie hierover 1 Kron. 24, 1 Kron. 25, 1 Kron. 26. Zij waren van de priesters en de Levieten. De priesters waren overpriesters of gewone priesters. De Levieten dienden de priesters, of waren zangers, of poortwachters, of schatbewaarders, of verzorgers van bepaalde gewone of buitengewone zaken.

aan elke poort; Hebreeuws, aan de poort, en poort; dat is, aan elke poort. Zie Gen. 7:2 .

Hertaald: aan elke poort; Hebreeuws: aan de poort, en poort; dat is: aan elke poort. Zie Gen. 7:2.

den man Gods Zie Richt. 13:6 .

Hertaald: den man Gods Zie Richt. 13:6.

2 Kronieken 8 vers 15

men week niet Of, daar werd niet geweken. Hebreeuws, zij weken niet. Zie Job 4:19 .

Hertaald: men week niet Of: daar werd niet van afgeweken. Hebreeuws: zij weken niet. Zie Job 4:19.

des konings Namelijk, Salomo's, die de ordinantie van God, door zijn vader David en andere profeten gegeven, juist wilde onderhouden hebben.

Hertaald: des konings Namelijk: van Salomo, die de verordening van God, gegeven door zijn vader David en andere profeten, nauwkeurig wilde laten naleven.

aan de priesteren Dat is, hetwelk den priesters en Levieten gegeven en opgelegd was.

Hertaald: aan de priesteren Dat is: wat aan de priesters en Levieten gegeven en opgedragen was.

alle zaken, Rakende meest de personen en ambten van den godsdienst.

Hertaald: alle zaken, Vooral met betrekking tot de personen en ambten van de eredienst.

de schatten Te weten, des tempels.

Hertaald: de schatten Namelijk: van de tempel.

2 Kronieken 8 vers 16

tot den dag Anders, van den dag der grondlegging, enz., tot het volbrengen, enz.

Hertaald: tot den dag Anders: van de dag van de fundering, enzovoort, tot de voltooiing, enzovoort.

2 Kronieken 8 vers 17

Ezeon-geber, Een haven, gelegen aan de Schelfzee, of Rode zee. Zie 1 Kon. 9:26 .

Hertaald: Ezeon-geber, Een haven aan de Schelfzee, of Rode Zee. Zie 1 Kon. 9:26.

Eloth, Ook genaamd Elach, Deut. 2:8 , en 2 Kon. 14:22 . Zie aldaar de aantekeningen.

Hertaald: Eloth, Ook Elath genoemd, Deut. 2:8, en 2 Kon. 14:22. Zie de aantekeningen daar.

oever Hebreeuws, lip.

Hertaald: oever Hebreeuws: lip.

zee, Namelijk, der Schelfzee, of Rode zee, welverstaande aan derzelver inham, van de landbeschrijvers genaamd Sinus Elaniticus, of Arabicus.

Hertaald: zee, Namelijk: van de Schelfzee, of Rode Zee, wel te verstaan bij de inham daarvan, door de landbeschrijvers Sinus Elaniticus, of Arabicus genoemd.

in het land Dat is, omtrent de palen des lands van Edom, dewijl de koning der Edomieten tot hiertoe zijn heerschappij heeft uitgestrekt.

Hertaald: in het land Dat is: rond de grenzen van het land Edom, aangezien de koning van de Edomieten tot dan toe zijn heerschappij had uitgebreid.

2 Kronieken 8 vers 18

schepen, Hierdoor kan men verstaan de materialen, bereid tot schepen. Omdat men van Tyrus in de Rode zee met schepen niet kan komen dan door een zeer lange reis. Vergelijk 1 Kon. 9:26-27 . Anderen verstaan dat hij wel schepen gezonden heeft met knechten naar Joppe, maar geen schepen om naar de Rode zee en naar Ofir te gaan.

Hertaald: schepen, Hieronder kan men de materialen verstaan die voor schepen bestemd waren. Want vanuit Tyrus kan men de Rode Zee met schepen alleen bereiken via een zeer lange reis. Vergelijk 1 Kon. 9:26-27. Anderen menen dat hij wel schepen met dienaren naar Joppe gestuurd heeft, maar geen schepen om naar de Rode Zee en naar Ofir te varen.

Ofir, Zie 1 Kon. 9:28 .

Hertaald: Ofir, Zie 1 Kon. 9:28.

vierhonderd en vijftig Zijnde hieronder begrepen dertig talenten, die de uitreding der schepen gekost had. Anders was het zuiver gewin maar vier honderd twintig talenten; 1 Kon. 9:28 .

Hertaald: vierhonderd en vijftig Hierin zijn dertig talenten begrepen die de uitrusting van de schepen gekost had. Anders was de zuivere winst maar vierhonderdtwintig talenten; 1 Kon. 9:28.

talenten gouds, Zie van dezer gewicht Ex. 25:39 .

Hertaald: talenten gouds, Zie over dit gewicht Ex. 25:39.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Eloth (Elath)  — Hebreeuws voor "terebinten/grote bomen"

Ligging: Aan de noordpunt van de Golf van Akaba, vlak bij het al bestaande Ezeon-Geber (zie het artikel bij Numeri 33) — het huidige Eilat/Aqaba.

Geschiedenis: Samen met Ezeon-Geber door Salomo als havenstad in gebruik genomen voor zijn handelsvloot (2 Kron. 8:17-18). Later, na een periode van Edomitische overheersing, door koning Uzzia van Juda heroverd en herbouwd (2 Kon. 14:22; 2 Kron. 26:2), totdat de stad, aan het einde van Achaz' regering, weer definitief aan Edom (of de Syriërs, al naargelang de tekstlezing) verloren ging (2 Kon. 16:6).

Bijbelse betekenis: Een havenstad die, als venster op de zeehandel naar het zuiden, telkens van eigenaar wisselde al naargelang de kracht of zwakte van Juda's koningen — een stille illustratie van hoe economische voorspoed in de Schrift vaak nauw samenhangt met trouw aan de HEERE.

Recente inzichten: Elath leeft tot op de huidige dag voort in de naam van de Israëlische havenstad Eilat, aan dezelfde noordpunt van de Golf van Akaba.

2 Kon. 14:22; 16:6; 2 Kron. 8:17-18; 26:2

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 8

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content