Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 4

1 Hij maakte ook een koperen altaar, van twintig ellen in zijn lengte, en twintig ellen in zijn breedte, en tien ellen in zijn hoogte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Hij maakteH6213 ook een koperenH5178 altaarH4196, van twintigH6242 ellenH520 in zijn lengteH753, en twintigH6242 ellenH520 in zijn breedteH7341, en tienH6235 ellenH520 in zijn hoogteH6967. Hij maakte ook een koperen altaar, van twintig ellen in zijn lengte, en twintig ellen in zijn breedte, en tien ellen in zijn hoogte.

KJV Moreover he made1 an altar2 of brass,3 twenty4 cubits5 the length6 thereof, and twenty7 cubits8 the breadth9 thereof, and ten10 cubits11 the height12 thereof.

1 וַיַּ֨עַשׂ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מִזְבַּ֣ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 נְחֹ֔שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 4 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 אַמָּה֙ H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 6 אָרְכּ֔וֹ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 7 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 אַמָּ֖ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 9 רָחְבּ֑וֹ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 10 וְעֶ֥שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 11 אַמּ֖וֹת H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 12 קוֹמָתֽוֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Daartoe maakte hij de gegoten zee; van tien ellen was zij, van haar enen rand tot haar anderen rand, rondom rond, en van vijf ellen in haar hoogte, en een meetsnoer van dertig ellen omving ze rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Daartoe maakteH6213 hij de gegotenH3332 zeeH3220; van tienH6235 ellenH520 was zij, van haar enen randH8193 totH413 haar anderen randH8193, rondomH5439 rondH5696, en van vijfH2568 ellenH520 in haar hoogteH6967, en een meetsnoerH6957 van dertigH7970 ellenH520 omvingH5437 ze rondomH5439. Daartoe maakte hij de gegoten zee; van tien ellen was zij, van haar enen rand tot haar anderen rand, rondom rond, en van vijf ellen in haar hoogte, en een meetsnoer van dertig ellen omving ze rondom.

KJV Also he made1 a molten4 sea3 of ten5 cubits6 from brim7 to brim,9 round10 in compass,11 and five12 cubits13 the height14 thereof; and a line15 of thirty16 cubits17 did compass18 it round about.20

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 4 מוּצָ֑ק H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 5 עֶ֣שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 6 בָּֽ֠אַמָּה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 7 מִשְּׂפָת֨וֹ H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 שְׂפָת֜וֹ H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 10 עָג֣וֹל H5696 rond, ronde round 11 סָבִ֗יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 12 וְחָמֵ֤שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 13 בָּֽאַמָּה֙ H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 14 קֽוֹמָת֔וֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 15 וְקָו֙ H6957 regel, richtsnoer, meetsnoer line. Compare H6978 (קַו־קַו)lemma קַו־קַי yod, corrected to קַו־קַו 16 שְׁלֹשִׁ֣ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 17 בָּֽאַמָּ֔ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 18 יָסֹ֥ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 19 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Onder dezelve nu was de gelijkenis van runderen, rondom henen, die omsingelende, tien in een el, omringende de zee rondom; twee rijen dezer runderen waren in haar gieting gegoten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 OnderH8478 dezelve nu was de gelijkenisH1823 van runderenH1241, rondomH5439 henen, die omsingelendeH5437, tienH6235 in een elH520, omringendeH5362 de zeeH3220 rondomH5439; tweeH8147 rijenH2905 dezer runderenH1241 waren in haar gietingH4166 gegotenH3332. Onder dezelve nu was de gelijkenis van runderen, rondom henen, die omsingelende, tien in een el, omringende de zee rondom; twee rijen dezer runderen waren in haar gieting gegoten.

KJV And under it was the similitude1 of oxen,2 which did compass7 it round about:5 ten9 in a cubit,10 compassing11 the sea13 round about.6 Two15 rows16 of oxen17 were cast,18 when it was cast.19

1 וּדְמ֣וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 2 בְּקָרִים֩ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 תַּ֨חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 ל֜וֹ 5 סָבִ֤יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 6 סָבִיב֙ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 7 סוֹבְבִ֣ים H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עֶ֚שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 בָּֽאַמָּ֔ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 11 מַקִּיפִ֥ים H5362 omringende, omgeven, omsingelen compass (about, -ing), cut down, destroy, go round (about), inclose, round 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 14 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 15 שְׁנַ֤יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 16 טוּרִים֙ H2905 rij, rijen, ringmuur row 17 הַבָּקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 18 יְצוּקִ֖ים H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 19 בְּמֻֽצַקְתּֽוֹ H4166 gieting, pijpen when it was cast, pipe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zij stond op twaalf runderen, drie ziende naar het noorden, en drie ziende naar het westen, en drie ziende naar het zuiden, en drie ziende naar het oosten; en de zee was boven op dezelve; en al hun achterdelen waren inwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zij stondH5975 opH5921 twaalfH8147 runderenH1241, drieH7969 ziendeH6437 naar het noordenH6828, en drieH7969 ziendeH6437 naar het westenH3220, en drieH7969 ziendeH6437 naar het zuidenH5045, en drieH7969 ziendeH6437 naar het oostenH4217; en de zeeH3220 was bovenH5921 op dezelve; en alH3605 hun achterdelenH268 waren inwaartsH1004. Zij stond op twaalf runderen, drie ziende naar het noorden, en drie ziende naar het westen, en drie ziende naar het zuiden, en drie ziende naar het oosten; en de zee was boven op dezelve; en al hun achterdelen waren inwaarts.

KJV It stood1 upon twelve3 oxen,5 three6 looking7 toward the north,8 and three9 looking10 toward the west,11 and three12 looking13 toward the south,14 and three15 looking16 toward the east:17 and the sea18 was set above20 upon them, and all their hinder parts22 were inward.23

1 עוֹמֵ֞ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 שְׁנֵ֧ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 עָשָׂ֣ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 בָּקָ֗ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 6 שְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 פֹנִ֣ים H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 8 צָפ֡וֹנָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 9 וּשְׁלוֹשָׁה֩ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 10 פֹנִ֨ים H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 11 יָ֜מָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 12 וּשְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 13 פֹּנִ֣ים H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 14 נֶ֗גְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 15 וּשְׁלֹשָׁה֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 16 פֹּנִ֣ים H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 17 מִזְרָ֔חָה H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 18 וְהַיָּ֥ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 19 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 מִלְמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 21 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 אֲחֹרֵיהֶ֖ם H268 achterwaarts, achteren, achterste after(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without 23 בָּֽיְתָה H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Haar dikte nu was een hand breed, en haar rand als het werk van den rand eens bekers of ener leliebloem, bevattende vele bathen; zij hield drie duizend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Haar dikteH5672 nu was een hand breedH2947, en haar randH8193 als het werkH4639 van den randH8193 eens bekersH3563 of ener leliebloemH6525, bevattendeH2388 vele bathenH1324; zij hieldH3557 drieH7969 duizendH505. Haar dikte nu was een hand breed, en haar rand als het werk van den rand eens bekers of ener leliebloem, bevattende vele bathen; zij hield drie duizend.

KJV And the thickness1 of it was an handbreadth,2 and the brim3 of it like the work4 of the brim5 of a cup,6 with flowers7 of lilies;8 and it received9 and held13 three11 thousand12 baths.10

1 וְעָבְי֣וֹ H5672 dikte, dikke thick(-ness). Compare H5645 (עָב) 2 טֶ֔פַח H2947 hand breed, handbreed, neutstenen coping, hand-breadth 3 וּשְׂפָתוֹ֙ H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 4 כְּמַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 5 שְׂפַת H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 6 כּ֔וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 7 פֶּ֖רַח H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 8 שֽׁוֹשַׁנָּ֑ה H7799 lelien, Schoschannim, lelie lily, Shoshannim 9 מַחֲזִ֣יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 בַּתִּ֔ים H1324 bath, bathen bath 11 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 12 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 13 יָכִֽיל H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij maakte tien wasvaten, en stelde vijf ter rechter hand en vijf ter linkerhand, om daarin te wassen; wat ten brandoffer behoort, staken zij daarin; maar de zee was, opdat de priesters zich daarin zouden wassen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij maakteH6213 tienH6235 wasvatenH3595, en steldeH5414 vijfH2568 ter rechterH3225 hand en vijfH2568 ter linkerhandH8040, om daarin te wassenH7364; wat ten brandofferH5930 behoortH4639, stakenH1740 zij daarin; maar de zeeH3220 was, opdat de priestersH3548 zich daarin zouden wassenH7364. En hij maakte tien wasvaten, en stelde vijf ter rechter hand en vijf ter linkerhand, om daarin te wassen; wat ten brandoffer behoort, staken zij daarin; maar de zee was, opdat de priesters zich daarin zouden wassen.

KJV He made1 also ten3 lavers,2 and put4 five5 on the right hand,6 and five7 on the left,8 to wash9 in them: such things as they offered12 for the burnt offering13 they washed14 in them; but the sea16 was for the priests18 to wash in.17

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כִּיּוֹרִים֮ H3595 wasvat, wasvaten, haard hearth, laver, pan, scaffold 3 עֲשָׂרָה֒ H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 4 וַ֠יִּתֵּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 חֲמִשָּׁ֨ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 6 מִיָּמִ֜ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 7 וַחֲמִשָּׁ֤ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 8 מִשְּׂמֹאול֙ H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 9 לְרָחְצָ֣ה H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 10 בָהֶ֔ם 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 13 הָעוֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 14 יָדִ֣יחוּ H1740 verdreven, staken, wies cast out, purge, wash 15 בָ֑ם 16 וְהַיָּ֕ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 17 לְרָחְצָ֥ה H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 18 לַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 19 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hij maakte ook tien gouden kandelaren, naar hun wijze, en hij stelde ze in den tempel, vijf aan de rechterhand, en vijf aan de linkerhand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Hij maakteH6213 ook tienH6235 goudenH2091 kandelarenH4501, naar hun wijzeH4941, en hij steldeH5414 ze in den tempelH1964, vijfH2568 aan de rechterhandH3225, en vijfH2568 aan de linkerhandH8040. Hij maakte ook tien gouden kandelaren, naar hun wijze, en hij stelde ze in den tempel, vijf aan de rechterhand, en vijf aan de linkerhand.

KJV And he made1 ten5 candlesticks3 of gold4 according to their form,6 and set7 them in the temple,8 five9 on the right hand,10 and five11 on the left.12

1 וַ֠יַּעַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מְנֹר֧וֹת H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 4 הַזָּהָ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 עֶ֖שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 6 כְּמִשְׁפָּטָ֑ם H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 וַיִּתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בַּֽהֵיכָ֔ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 9 חָמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 10 מִיָּמִ֖ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 11 וְחָמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 12 מִשְּׂמֹֽאול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook maakte hij tien tafelen, en hij zette ze in den tempel, vijf aan de rechterhand, en vijf aan de linkerhand; en hij maakte honderd gouden sprengbekkens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook maakteH6213 hij tienH6235 tafelenH7979, en hij zetteH3240 ze in den tempelH1964, vijfH2568 aan de rechterhandH3225, en vijfH2568 aan de linkerhandH8040; en hij maakteH6213 honderdH3967 goudenH2091 sprengbekkensH4219. Ook maakte hij tien tafelen, en hij zette ze in den tempel, vijf aan de rechterhand, en vijf aan de linkerhand; en hij maakte honderd gouden sprengbekkens.

KJV He made1 also ten3 tables,2 and placed4 them in the temple,5 five6 on the right side,7 and five8 on the left.9 And he made10 an hundred13 basons11 of gold.12

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שֻׁלְחָנוֹת֮ H7979 tafel, tafelen, tafels table 3 עֲשָׂרָה֒ H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 4 וַיַּנַּח֙ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 5 בַּֽהֵיכָ֔ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 6 חֲמִשָּׁ֥ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 7 מִיָּמִ֖ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 8 וַחֲמִשָּׁ֣ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 מִשְּׂמֹ֑אול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 10 וַיַּ֛עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 מִזְרְקֵ֥י H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 12 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 13 מֵאָֽה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verder maakte hij het voorhof der priesteren, en het grote voorhof, mitsgaders de deuren voor het voorhof, en overtoog hun deuren met koper.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Verder maakteH6213 hij het voorhof der priesterenH3548, en het groteH1419 voorhof, mitsgaders de deurenH1817 voor het voorhof, en overtoogH6823 hun deurenH1817 met koperH5178. Verder maakte hij het voorhof der priesteren, en het grote voorhof, mitsgaders de deuren voor het voorhof, en overtoog hun deuren met koper.

Ook in dit vers voorhofH2691 voorhofH5835 voorhofH5835

KJV Furthermore he made1 the court2 of the priests,3 and the great5 court,4 and doors6 for the court,7 and overlaid9 the doors8 of them with brass.10

1 וַיַּ֨עַשׂ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 חֲצַ֣ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 3 הַכֹּהֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְהָעֲזָרָ֖ה H5835 afzetsel, voorhof, afzetsels court, settle 5 הַגְּדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 וּדְלָת֧וֹת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 7 לָעֲזָרָ֛ה H5835 afzetsel, voorhof, afzetsels court, settle 8 וְדַלְתוֹתֵיהֶ֖ם H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 9 צִפָּ֥ה H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 10 נְחֹֽשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 De zee nu zette hij aan de rechterzijde, naar het oosten, tegenover het zuiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 De zeeH3220 nu zetteH5414 hij aan de rechterzijdeH3233, naar het oostenH6924, tegenoverH4480 het zuidenH5045. De zee nu zette hij aan de rechterzijde, naar het oosten, tegenover het zuiden.

KJV And he set3 the sea2 on the right5 side4 of the east end,6 over against7 the south.8

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַיָּ֗ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 3 נָתַ֞ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 מִכֶּ֧תֶף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 5 הַיְמָנִ֛ית H3233 rechterzijde, rechterhand, rechteroor (on the) right (hand) 6 קֵ֖דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 7 מִמּ֥וּל H4136 tegenover, voorste, nagel (over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with 8 נֶֽגְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daartoe maakte Huram de potten, en de schoffelen, en de sprengbekkens; alzo voleindde Huram het werk te maken, dat hij voor de koning Salomo aan het huis Gods maakte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daartoe maakteH6213 HuramH2361 de pottenH5518, en de schoffelenH3257, en de sprengbekkensH4219; alzo voleinddeH3615 HuramH2361 het werkH4399 te makenH6213, datH834 hij voor de koningH4428 SalomoH8010 aan het huisH1004 GodsH430 maakteH6213. Daartoe maakte Huram de potten, en de schoffelen, en de sprengbekkens; alzo voleindde Huram het werk te maken, dat hij voor de koning Salomo aan het huis Gods maakte.

KJV And Huram2 made1 the pots,4 and the shovels,6 and the basons.8 And Huram10 finished9 the work13 that he was to make11 for king16 Solomon17 for the house18 of God;19

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 חוּרָ֔ם H2361 Huram, Hurams Huram. Compare H2438 (חִירָם) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַ֨סִּיר֔וֹת H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַיָּעִ֖ים H3257 schoffelen shovel 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַמִּזְרָק֑וֹת H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 9 וַיְכַ֣ל H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 10 חוּרָ֗ם H2361 Huram, Hurams Huram. Compare H2438 (חִירָם) 11 לַעֲשׂוֹת֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמְּלָאכָ֔ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עָשָׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 לַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 18 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De twee pilaren, en de bollen, en de twee kapitelen, op het hoofd der pilaren; en de twee netten, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die op der pilaren hoofd waren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De tweeH8147 pilarenH5982, en de bollenH1543, en de tweeH8147 kapitelenH3805, opH5921 het hoofdH7218 der pilarenH5982; en de tweeH8147 nettenH7639, om de twee bollenH1543 der kapitelenH3805 te bedekkenH3680, dieH834 opH5921 der pilarenH5982 hoofdH7218 waren; De twee pilaren, en de bollen, en de twee kapitelen, op het hoofd der pilaren; en de twee netten, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die op der pilaren hoofd waren;

KJV To wit, the two2 pillars,1 and the pommels,3 and the chapiters4 which were on the top6 of the two pillars,7 and the two8 wreaths9 to cover11 the two10 pommels14 of the chapiters15 which were on the top18 of the pillars;19

1 עַמּוּדִ֣ים H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 2 שְׁנַ֔יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 וְהַגֻּלּ֧וֹת H1543 bollen, waterwellingen, wellingen bowl, pommel, spring 4 וְהַכֹּתָר֛וֹת H3805 kapitelen, kapiteel, kapiteels chapiter 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 הָעַמּוּדִ֖ים H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 8 שְׁתָּ֑יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 וְהַשְּׂבָכ֣וֹת H7639 net, netten, nettenwerk checker, lattice, network, snare, wreath(-enwork) 10 שְׁתַּ֔יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 לְכַסּ֗וֹת H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 שְׁתֵּי֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 14 גֻּלּ֣וֹת H1543 bollen, waterwellingen, wellingen bowl, pommel, spring 15 הַכֹּֽתָר֔וֹת H3805 kapitelen, kapiteel, kapiteels chapiter 16 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 19 הָֽעַמּוּדִֽים H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de vierhonderd granaatappelen tot de twee netten: twee rijen van granaatappelen tot elk net, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die boven op de pilaren waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de vierhonderdH702 granaatappelenH7416 tot de tweeH8147 nettenH7639: tweeH8147 rijenH2905 van granaatappelenH7416 tot elk netH7639, om de tweeH8147 bollenH1543 der kapitelenH3805 te bedekkenH3680, dieH834 boven op de pilarenH5982 waren. En de vierhonderd granaatappelen tot de twee netten: twee rijen van granaatappelen tot elk net, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die boven op de pilaren waren.

KJV And four3 hundred4 pomegranates2 on the two5 wreaths;6 two7 rows8 of pomegranates9 on each11 wreath,10 to cover12 the two14 pommels15 of the chapiters16 which were upon19 the pillars.20

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הָֽרִמּוֹנִ֛ים H7416 granaatappelen, granaatappel, granaatappelboom pomegranate 3 אַרְבַּ֥ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 לִשְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 הַשְּׂבָכ֑וֹת H7639 net, netten, nettenwerk checker, lattice, network, snare, wreath(-enwork) 7 שְׁנַ֨יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 טוּרִ֤ים H2905 rij, rijen, ringmuur row 9 רִמּוֹנִים֙ H7416 granaatappelen, granaatappel, granaatappelboom pomegranate 10 לַשְּׂבָכָ֣ה H7639 net, netten, nettenwerk checker, lattice, network, snare, wreath(-enwork) 11 הָאֶחָ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 12 לְכַסּ֗וֹת H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שְׁתֵּי֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 גֻּלּ֣וֹת H1543 bollen, waterwellingen, wellingen bowl, pommel, spring 16 הַכֹּֽתָר֔וֹת H3805 kapitelen, kapiteel, kapiteels chapiter 17 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 הָעַמּוּדִֽים H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Hij maakte ook de stellingen; en wasvaten maakte hij op de stellingen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Hij maakte ook de stellingenH4350; en wasvatenH3595 maakteH6213 hij opH5921 de stellingenH4350; Hij maakte ook de stellingen; en wasvaten maakte hij op de stellingen;

KJV He made3 also bases,2 and lavers5 made6 he upon the bases;8

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַמְּכֹנ֖וֹת H4350 stellingen, stelling base 3 עָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַכִּיֹּר֥וֹת H3595 wasvat, wasvaten, haard hearth, laver, pan, scaffold 6 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַמְּכֹנֽוֹת H4350 stellingen, stelling base
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Een zee, en de twaalf runderen daaronder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EenH259 zeeH3220, en de twaalfH8147 runderenH1241 daaronder. Een zee, en de twaalf runderen daaronder.

KJV One3 sea,2 and twelve6 oxen5 under it.

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 3 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַבָּקָ֥ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 6 שְׁנֵים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 7 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 8 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Insgelijks de potten, en de schoffelen, en de krauwelen, en al hun vaten maakte Huram Abiu voor de koning Salomo, voor het huis des HEEREN, van gepolijst koper.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Insgelijks de pottenH5518, en de schoffelenH3257, en de krauwelenH4207, en alH3605 hun vatenH3627 maakteH6213 HuramH2361 Abiu voor de koningH4428 SalomoH8010, voor het huisH1004 des HEERENH3068, van gepolijstH4838 koperH5178. Insgelijks de potten, en de schoffelen, en de krauwelen, en al hun vaten maakte Huram Abiu voor de koning Salomo, voor het huis des HEEREN, van gepolijst koper.

Ook in dit vers AbiH1

KJV The pots2 also, and the shovels,4 and the fleshhooks,6 and all their instruments,9 did Huram11 his father12 make10 to king13 Solomon14 for the house15 of the LORD16 of bright18 brass.17

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַ֠סִּירוֹת H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיָּעִ֤ים H3257 schoffelen shovel 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַמִּזְלָגוֹת֙ H4207 krauwelen, krauwel fleshhook 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 כְּלֵיהֶ֔ם H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 10 עָשָׂ֞ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 חוּרָ֥ם H2361 Huram, Hurams Huram. Compare H2438 (חִירָם) 12 אָבִ֛יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 לַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 15 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 נְחֹ֖שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 18 מָרֽוּק H4838 gepolijst, geschuurd, veegt bright, furbish, scour
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 In de vlakte van de Jordaan goot ze de koning, in dichte aarde, tussen Sukkoth, en tussen Zeredatha.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 In de vlakteH3603 van de JordaanH3383 gootH3332 ze de koningH4428, in dichteH5645 aardeH127, tussenH996 SukkothH5523, en tussenH996 ZeredathaH6868. In de vlakte van de Jordaan goot ze de koning, in dichte aarde, tussen Sukkoth, en tussen Zeredatha.

KJV In the plain1 of Jordan2 did the king4 cast3 them, in the clay5 ground6 between Succoth8 and Zeredathah.10

1 בְּכִכַּ֤ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 2 הַיַּרְדֵּן֙ H3383 Jordaan Jordan 3 יְצָקָ֣ם H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 4 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בַּעֲבִ֖י H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 6 הָאֲדָמָ֑ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 7 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 8 סֻכּ֖וֹת H5523 Sukkoth Succoth 9 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 צְרֵדָֽתָה H6868 Zereda, Zeredatha Zereda, Zeredathah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Salomo maakte al deze vaten, in grote menigte; want het gewicht des kopers werd niet onderzocht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En SalomoH8010 maakteH6213 alH3605 dezeH428 vatenH3627, in groteH3966 menigteH7230; wantH3588 het gewichtH4948 des kopersH5178 werd nietH3808 onderzochtH2713. En Salomo maakte al deze vaten, in grote menigte; want het gewicht des kopers werd niet onderzocht.

KJV Thus Solomon2 made1 all these vessels4 in great7 abundance:6 for the weight11 of the brass12 could not be found out.10

1 וַיַּ֧עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַכֵּלִ֥ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 5 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 לָרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 7 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 נֶחְקַ֖ר H2713 onderzocht, doorzoeken, onderzoeken find out, (make) search (out), seek (out), sound, try 11 מִשְׁקַ֥ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 12 הַנְּחֹֽשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ook maakte Salomo alle vaten, die voor het huis Gods waren, en het gouden altaar, en de tafelen, waarop de toonbroden zijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Ook maakteH6213 SalomoH8010 alleH3605 vatenH3627, dieH834 voorH6440 het huisH1004 GodsH430 waren, en het goudenH2091 altaarH4196, en de tafelenH7979, waarop de toonbrodenH3899 zijn; Ook maakte Salomo alle vaten, die voor het huis Gods waren, en het gouden altaar, en de tafelen, waarop de toonbroden zijn;

KJV And Solomon2 made1 all the vessels5 that were for the house7 of God,8 the golden11 altar10 also, and the tables13 whereon the shewbread15 was set;

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 3 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַכֵּלִ֔ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִזְבַּ֣ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַשֻּׁלְחָנ֔וֹת H7979 tafel, tafelen, tafels table 14 וַעֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 16 הַפָּנִֽים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de kandelaren met hun lampen, van gesloten goud, om die naar de wijze aan te steken, voor de aanspraakplaats;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de kandelarenH4501 met hun lampenH5216, van geslotenH5462 goudH2091, om die naar de wijzeH4941 aan te stekenH1197, voorH6440 de aanspraakplaatsH1687; En de kandelaren met hun lampen, van gesloten goud, om die naar de wijze aan te steken, voor de aanspraakplaats;

KJV Moreover the candlesticks2 with their lamps,3 that they should burn4 after the manner5 before6 the oracle,7 of pure9 gold;8

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַמְּנֹר֞וֹת H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 3 וְנֵרֹתֵיהֶ֗ם H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 4 לְבַעֲרָ֧ם H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 5 כַּמִּשְׁפָּ֛ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 6 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הַדְּבִ֖יר H1687 aanspraakplaats oracle 8 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 סָגֽוּר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de bloemen, en de lampen, en de snuiters, van goud; het was het volmaaktste goud;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de bloemenH6525, en de lampenH5216, en de snuitersH4457, van goudH2091; het was het volmaaktsteH4357 goudH2091; En de bloemen, en de lampen, en de snuiters, van goud; het was het volmaaktste goud;

KJV And the flowers,1 and the lamps,2 and the tongs,3 made he of gold,4 and that perfect6 gold;7

1 וְהַפֶּ֧רַח H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 2 וְהַנֵּר֛וֹת H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 3 וְהַמֶּלְקַחַ֖יִם H4457 snuiters, tang snuffers, tongs 4 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִכְל֥וֹת H4357 volmaaktste perfect. Compare H4356 (מִכְלָאָה) 7 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Mitsgaders de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; aangaande den ingang van het huis, zijn binnenste deuren, van het heilige der heiligen, en de deuren van het huis des tempels waren van goud.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Mitsgaders de gaffelenH4212, en de sprengbekkensH4219, en de rookschalenH3709, en de wierookvatenH4289, van geslotenH5462 goudH2091; aangaande den ingangH6607 van het huisH1004, zijn binnensteH6442 deurenH1817, van het heiligeH6944 der heiligenH6944, en de deurenH1817 van het huisH1004 des tempelsH1964 waren van goudH2091. Mitsgaders de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; aangaande den ingang van het huis, zijn binnenste deuren, van het heilige der heiligen, en de deuren van het huis des tempels waren van goud.

KJV And the snuffers,1 and the basons,2 and the spoons,3 and the censers,4 of pure6 gold:5 and the entry7 of the house,8 the inner10 doors9 thereof for the most11 holy12 place, and the doors13 of the house14 of the temple,15 were of gold.16

1 וְהַֽמְזַמְּר֧וֹת H4212 gaffelen snuffers 2 וְהַמִּזְרָק֛וֹת H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 3 וְהַכַּפּ֥וֹת H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 וְהַמַּחְתּ֖וֹת H4289 wierookvaten, wierookvat, blusvaten censer, firepan, snuffdish 5 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 סָג֑וּר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 7 וּפֶ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 8 הַ֠בַּיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 דַּלְתוֹתָ֨יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 10 הַפְּנִימִיּ֜וֹת H6442 binnenste, binnenkameren, binnenpoort (with-) in(-ner, -ward) 11 לְקֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 12 הַקֳּדָשִׁ֗ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 וְדַלְתֵ֥י H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 14 הַבַּ֛יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 לַהֵיכָ֖ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 16 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 4:1 1 Koningen 8:64 Ezechiël 43:13 1 Koningen 9:25 Exodus 27:1 2 Kronieken 1:5 1 Koningen 8:22 2 Koningen 16:14
2 Kronieken 4:2 Zacharia 13:1 1 Koningen 7:23 Titus 3:5 Openbaring 7:14 Exodus 30:18
2 Kronieken 4:3 Ezechiël 10:14 1 Koningen 7:24 1 Korinthe 9:9 Ezechiël 1:10 Openbaring 4:7
2 Kronieken 4:4 Lukas 24:46 Handelingen 9:15 Mattheüs 16:18 Markus 16:15 Openbaring 21:14 Efeze 2:20 Mattheüs 28:19
2 Kronieken 4:5 1 Koningen 7:26
2 Kronieken 4:6 1 Koningen 7:38 Exodus 30:18 1 Koningen 7:40 Ezechiël 40:38 Openbaring 1:5 1 Korinthe 6:11 Hebreeën 9:23 2 Kronieken 4:2
2 Kronieken 4:7 1 Koningen 7:49 Exodus 25:31 Johannes 8:12 Openbaring 1:20 Hebreeën 8:5 Zacharia 4:11 1 Kronieken 28:15 1 Kronieken 28:12
2 Kronieken 4:8 1 Koningen 7:48 1 Korinthe 10:21 Maleachi 1:12 Jesaja 25:6 Ezechiël 44:16 Exodus 37:10 Zacharia 14:20 Jeremia 52:18
2 Kronieken 4:9 1 Koningen 6:36 2 Koningen 21:5 1 Koningen 7:12
2 Kronieken 4:10 1 Koningen 7:39
2 Kronieken 4:11 1 Koningen 7:40 1 Koningen 7:14
2 Kronieken 4:12 1 Koningen 7:41 2 Kronieken 3:15
2 Kronieken 4:13 1 Koningen 7:20 Exodus 28:33 Jeremia 52:23 1 Koningen 7:42 Hooglied 4:13
2 Kronieken 4:14 1 Koningen 7:27
2 Kronieken 4:16 2 Kronieken 2:13 1 Koningen 7:13 1 Kronieken 28:17 2 Kronieken 4:11 1 Samuël 2:13 1 Koningen 7:45 Zacharia 14:20 Exodus 27:3
2 Kronieken 4:17 1 Koningen 7:46
2 Kronieken 4:18 1 Koningen 7:47 1 Kronieken 22:3 1 Kronieken 22:14 Jeremia 52:20
2 Kronieken 4:19 2 Koningen 24:13 Openbaring 8:3 Openbaring 9:13 2 Kronieken 26:16 2 Kronieken 4:8 Exodus 30:1 2 Kronieken 36:18 Jeremia 28:3
2 Kronieken 4:20 2 Kronieken 4:7 Exodus 25:31 1 Koningen 8:6 Psalmen 28:2 Exodus 27:20 1 Koningen 6:5 1 Koningen 6:16
2 Kronieken 4:21 Exodus 25:31 Exodus 37:20 1 Koningen 6:35 2 Kronieken 4:5 1 Koningen 6:29 1 Koningen 6:18
2 Kronieken 4:22 Jeremia 52:18 1 Koningen 7:50 2 Koningen 12:13 2 Koningen 25:14 1 Koningen 6:31 Exodus 37:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 4 vers 1

koperen altaar, Dit altaar is het altaar, van Mozes in de woestijn gemaakt, wel gelijk geweest in fatsoen, omdat het vierkant was, en in het overdeksel, dat van koper was, maar niet in de grootte, omdat deze veel meerder was; daartoe was dat bekwaam om vervoerd te mogen worden, maar dit was gemaakt om te blijven staan. Vergelijk Ex. 27:1-2 .

Hertaald: koperen altaar, Dit altaar leek qua vorm op het altaar dat Mozes in de woestijn gemaakt had, omdat het vierkant was en het overdekstuk van koper was, maar niet qua grootte, omdat dit veel groter was; bovendien was dat gemaakt om vervoerd te kunnen worden, terwijl dit gemaakt was om op zijn plaats te blijven staan. Vergelijk Ex. 27:1-2.

2 Kronieken 4 vers 2

gegoten zee; Zie van deze 1 Kon. 7:23 , waar ook is de verklaring van dezen tekst.

Hertaald: gegoten zee; Zie hierover 1 Kon. 7:23, waar ook de verklaring van deze tekst staat.

rand tot haar anderen rand, Hebreeuws, lip.

Hertaald: rand tot haar anderen rand, Hebreeuws: lip.

2 Kronieken 4 vers 3

dezelve Te weten, zee; welverstaande onder haar rand, 1 Kon. 7:24 .

Hertaald: dezelve Namelijk: de zee; wel te verstaan onder de rand ervan, 1 Kon. 7:24.

gelijkenis Versta dit van de kleine beeltenissen der runderen, die onder den rand aan den buik van de zee waren, niet van de grote runderen waar de zee op stond, gelijk volgt. Vergelijk wijders 1 Kon. 7:24 .

Hertaald: gelijkenis Versta dit van de kleine afbeeldingen van runderen die onder de rand aan de buik van de zee zaten, niet van de grote runderen waarop de zee stond, zoals hierna volgt. Vergelijk verder 1 Kon. 7:24.

gieting gegoten Dat is, die tezamen in een vorm met dit grote koperen vat gegoten waren, als het gegoten werd.

Hertaald: gieting gegoten Dat is: die samen met dit grote koperen vat in één vorm gegoten waren, toen het gegoten werd.

2 Kronieken 4 vers 4

hun achterdelen Zie 1 Kon. 7:25 .

Hertaald: hun achterdelen Zie 1 Kon. 7:25.

2 Kronieken 4 vers 5

hand breed, Dat is, vier vingers. Zo groot is een handbreed, bij de Latijnen genaamd Palmus minor, en te onderscheiden van een andere maat van dezen naam, geheten Palmus major, driemaal zo breed, dat is, een span.

Hertaald: hand breed, Dat is: vier vingers. Zo groot is een handbreed, bij de Latijnen Palmus minor genoemd, te onderscheiden van een andere maat met deze naam, Palmus major, die drie keer zo breed is, dat is: een span.

begrijpende Vergelijk hiermede de aantekening 1 Kon. 7:26 .

Hertaald: begrijpende Vergelijk hiermee de aantekening bij 1 Kon. 7:26.

2 Kronieken 4 vers 6

tien wasvaten, Zie van deze 1 Kon. 7:38 , en de aantekening.

Hertaald: tien wasvaten, Zie hierover 1 Kon. 7:38, en de aantekening daar.

Rechter-, Namelijk, van het voorhof.

Hertaald: Rechter-, Namelijk: van het voorhof.

wassen; Te weten, het vlees der offeranden.

Hertaald: wassen; Namelijk: het vlees van de offers.

wat ten brandoffer Hebreeuws, het werk des brandoffers.

Hertaald: wat ten brandoffer Hebreeuws: het werk van het brandoffer.

staken Te weten, om te spoelen en af te wassen. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een zulke insteking, welke dient tot afwassing, waardoor de vuiligheid en het slijm afgedreven worden. Vergelijk Jes. 4:4 ; Ezech. 40:38 .

Hertaald: staken Namelijk: om te spoelen en af te wassen. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk zo'n indompeling die dient om af te wassen, waardoor het vuil en het slijm worden verwijderd. Vergelijk Jes. 4:4; Ezech. 40:38.

2 Kronieken 4 vers 7

naar hun wijze, Dat is, naar het voorschrift van God gegeven, Ex. 25:31 , of van David overgeleverd aan Salomo; 1 Kron. 28:15 .

Hertaald: naar hun wijze, Dat is: naar het voorschrift dat God gegeven had, Ex. 25:31, of dat David aan Salomo overgeleverd had; 1 Kron. 28:15.

2 Kronieken 4 vers 9

voorhof der priesteren, Zie hiervan 1 Kon. 6:36 .

Hertaald: voorhof der priesteren, Zie hierover 1 Kon. 6:36.

grote voorhof, Versta, het uiterste voorhof, waarin het volk verzamelde tot de oefening van den godsdienst en om Gods hulp te verzoeken; hetwelk, als het oprechtelijk geschiedde naar des HEEREN bevel en ordinantie, zo werd men de hulp Gods gewaar. En hiervan heeft de Hebreeuwse benaming haar oorsprong; alsof men zeide: een hulp, of hulpplaats. Zie 1 Kon. 7:9 , 1 Kon. 7:12 en de aantekening.

Hertaald: grote voorhof, Versta hieronder het buitenste voorhof, waar het volk samenkwam voor de eredienst en om Gods hulp te vragen. Wanneer dat oprecht gebeurde, naar het bevel en de verordening van de HEERE, dan ervoer men de hulp van God. Hiervan heeft de Hebreeuwse benaming haar oorsprong, alsof men zei: een hulp, of hulpplaats. Zie 1 Kon. 7:9, 1 Kon. 7:12 en de aantekening.

2 Kronieken 4 vers 11

Hiram De werkmeester, dien de koning van Tyrus tot Salomo gezonden had, van welken zie 1 Kon. 7:13-14 , en boven, 2 Kron. 2:13-14 en onder, vs.16.

Hertaald: Hiram De vakman die de koning van Tyrus naar Salomo gestuurd had; zie over hem 1 Kon. 7:13-14, en hierboven 2 Kron. 2:13-14 en hieronder vers 16.

2 Kronieken 4 vers 13

boven op de pilaren Hebreeuws, op het aangezicht.

Hertaald: boven op de pilaren Hebreeuws: op het aangezicht.

2 Kronieken 4 vers 15

Een zee, Versta, een zee, omdat er maar een was, waarin de priesters zich wiesen, en die te onderscheiden is van de wasvaten, waarin het vlees der offeranden en wat daartoe behoorde, gewassen werd, boven, vs.6.

Hertaald: Een zee, Versta hieronder: één zee, omdat er maar één was waarin de priesters zich wasten; die moet onderscheiden worden van de wasvaten, waarin het vlees van de offers en wat daarbij hoorde gewassen werd, hierboven vers 6.

2 Kronieken 4 vers 16

Abiu Anders, zijn vader, of zijns vaders. Zie boven, 2 Kron. 2:13 .

Hertaald: Abiu Anders: zijn vader, of: van zijn vader. Zie hierboven 2 Kron. 2:13.

2 Kronieken 4 vers 17

In de vlakte Zie de verklaring van dit vs. 1 Kon. 7:36 .

Hertaald: In de vlakte Zie de verklaring van dit vers in 1 Kon. 7:36.

2 Kronieken 4 vers 20

gesloten goud, Zie van dit goud, 1 Kon. 6:20 .

Hertaald: gesloten goud, Zie over dit goud 1 Kon. 6:20.

wijze Dat is, naar de wet van God gegeven; Ex. 25:31 , enz. en Ex. 37:17 , enz.

Hertaald: wijze Dat is: naar de wet die God gegeven had; Ex. 25:31, enzovoort, en Ex. 37:17, enzovoort.

2 Kronieken 4 vers 21

het volmaaktste goud; Hebreeuws, de volmaaktheden des gouds; dat is, het beste, fijnste en gelouterdste goud.

Hertaald: het volmaaktste goud; Hebreeuws: de volmaaktheden van het goud; dat is: het beste, fijnste en zuiverste goud.

2 Kronieken 4 vers 22

gaffelen, Zie 1 Kon. 7:50 .

Hertaald: gaffelen, Zie 1 Kon. 7:50.

van goud Dat is, met goud overtogen; want het binnenste der deuren was van hout; 1 Kon. 6:31-32 , 1 Kon. 6:35 .

Hertaald: van goud Dat is: met goud bekleed; want het binnenste van de deuren was van hout; 1 Kon. 6:31-32, 1 Kon. 6:35.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

2 Kronieken 4

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content