Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 35

1 Daarna hield Josia het pascha den HEERE te Jeruzalem; en zij slachtten het pascha op den veertienden der eerste maand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna hieldH6213 JosiaH2977 het paschaH6453 den HEEREH3068 te JeruzalemH3389; en zij slachttenH7819 het paschaH6453 op den veertiendenH702 der eersteH7223 maandH2320. Daarna hield Josia het pascha den HEERE te Jeruzalem; en zij slachtten het pascha op den veertienden der eerste maand.

KJV Moreover Josiah2 kept1 a passover4 unto the LORD5 in Jerusalem:3 and they killed6 the passover7 on the fourteenth8 day of the first11 month.10

1 וַיַּ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 יֹאשִׁיָּ֧הוּ H2977 Josia Josiah 3 בִֽירוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 פֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 5 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַיִּשְׁחֲט֣וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 7 הַפֶּ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 8 בְּאַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 9 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 10 לַחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 11 הָרִאשֽׁוֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij stelde de priesteren op hun wachten; en hij sterkte hen tot den dienst van het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij steldeH5975 de priesterenH3548 opH5921 hun wachtenH4931; en hij sterkteH2388 hen tot den dienstH5656 van het huisH1004 des HEERENH3068. En hij stelde de priesteren op hun wachten; en hij sterkte hen tot den dienst van het huis des HEEREN.

KJV And he set1 the priests2 in their charges,4 and encouraged5 them to the service6 of the house7 of the LORD,8

1 וַיַּעֲמֵ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 מִשְׁמְרוֹתָ֑ם H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 5 וַֽיְחַזְּקֵ֔ם H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 לַעֲבוֹדַ֖ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 7 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij zeide tot de Levieten, die gans Israel onderwezen, die den HEERE heilig waren: Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Salomo, de zoon van David, de koning van Israel, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God, en Zijn volk Israel;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij zeideH559 tot de LevietenH3881, die gansH3605 IsraelH3478 onderwezenH995, die den HEEREH3068 heiligH6918 waren: ZetH5414 de heiligeH6944 arkH727 in het huisH1004, hetwelkH834 SalomoH8010, de zoonH1121 van DavidH1732, de koningH4428 van IsraelH3478, gebouwdH1129 heeft; gij hebt geenH369 lastH4853 op de schouderenH3802; dientH5647 nuH6258 den HEEREH3068, uw GodH430, en Zijn volkH5971 IsraelH3478; En hij zeide tot de Levieten, die gans Israel onderwezen, die den HEERE heilig waren: Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Salomo, de zoon van David, de koning van Israel, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God, en Zijn volk Israel;

KJV And said1 unto the Levites2 that taught3 all Israel,5 which were holy6 unto the LORD,7 Put8 the holy11 ark10 in the house12 which Solomon15 the son16 of David17 king18 of Israel19 did build;14 it shall not be a burden22 upon your shoulders:23 serve25 now the LORD27 your God,28 and his people30 Israel,31

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לַ֠לְוִיִּם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 הַמְּבִינִ֨ים H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 4 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 הַקְּדוֹשִׁ֣ים H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 7 לַיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 תְּנ֤וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֲרוֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 11 הַקֹּ֨דֶשׁ֙ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 12 בַּ֠בַּיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בָּנָ֜ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 15 שְׁלֹמֹ֤ה H8010 Salomo Solomon 16 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 18 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 20 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 21 לָכֶ֥ם 22 מַשָּׂ֖א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 23 בַּכָּתֵ֑ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 24 עַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 25 עִבְדוּ֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 28 אֱלֹֽהֵיכֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 29 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 30 עַמּ֥וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 31 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En bereidt u naar de huizen uwer vaderen, naar uw verdelingen, naar het voorschrift van David, den koning van Israel, en naar de beschrijving van zijn zoon Salomo;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En bereidtH3559 u naar de huizenH1004 uwer vaderenH1, naar uw verdelingenH4256, naar het voorschriftH3791 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478, en naar de beschrijvingH4385 van zijn zoonH1121 SalomoH8010; En bereidt u naar de huizen uwer vaderen, naar uw verdelingen, naar het voorschrift van David, den koning van Israel, en naar de beschrijving van zijn zoon Salomo;

KJV And prepare1 yourselves by the houses2 of your fathers,3 after your courses,4 according to the writing5 of David6 king7 of Israel,8 and according to the writing9 of Solomon10 his son.11

1 וְהָכִ֥ונוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 אֲבוֹתֵיכֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 כְּמַחְלְקוֹתֵיכֶ֑ם H4256 verdelingen, verdeling, afdelingen company, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת) 5 בִּכְתָ֗ב H3791 schrift, geschrift, voorschrift register, scripture, writing 6 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 7 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וּבְמִכְתַּ֖ב H4385 geschrift, schrift, beschrijving writing 10 שְׁלֹמֹ֥ה H8010 Salomo Solomon 11 בְנֽוֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En staatH5975 in het heiligdomH6944, naar de onderscheidingH6391 der vaderlijkeH1 huizenH1004, voor uw broederenH251, het volkH1121, en naar de afdelingH2515 van de vaderlijkeH1 huizenH1004 der LevietenH3881; En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;

KJV And stand in1 the holy2 place according to the divisions3 of the families4 of the fathers5 of your brethren6 the people,7 and after the division9 of the families11 of the Levites.12

1 וְעִמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 בַקֹּ֗דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 3 לִפְלֻגּוֹת֙ H6391 onderscheiding division 4 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 הָֽאָב֔וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 לַאֲחֵיכֶ֖ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 וַחֲלֻקַּ֥ת H2515 afdeling division 10 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 אָ֖ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 לַלְוִיִּֽם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En slachtH7819 het paschaH6453, en heiligtH6942 u, en bereidtH3559 dat voor uw broederenH251, doende naar het woordH1697 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872. En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

KJV So kill1 the passover,2 and sanctify3 yourselves, and prepare4 your brethren,5 that they may do6 according to the word7 of the LORD8 by the hand9 of Moses.10

1 וְשַׁחֲט֖וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַפָּ֑סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 3 וְהִתְקַדְּשׁוּ֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 4 וְהָכִ֣ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 5 לַאֲחֵיכֶ֔ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 כִּדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 מֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Josia gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En JosiaH2977 gaf voor het volkH1121, van klein veeH6629, lammerenH3532 en jongeH1121 geitenbokkenH5795, die alleH3605 tot paasofferenH6453, naar alH3605 hetgeen er gevondenH4672 werd, in getalH4557 dertigH7970 duizendH505; maar van runderenH1241 drieH7969 duizendH505; ditH428 was van des koningsH4428 haveH7399. En Josia gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.

KJV And Josiah2 gave1 to the people,3 of the flock,5 lambs6 and kids,7 all for the passover offerings,10 for all that were present,12 to the number13 of thirty14 thousand,15 and three17 thousand18 bullocks:16 these were of the king's21 substance.20

1 וַיָּ֣רֶם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 2 יֹאשִׁיָּ֣הוּ H2977 Josia Josiah 3 לִבְנֵ֪י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הָעָ֟ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 צֹ֞אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 6 כְּבָשִׂ֣ים H3532 lammeren, lam, schapen lamb, sheep 7 וּבְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עִזִּים֮ H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 9 הַכֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 לַפְּסָחִים֒ H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 11 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַנִּמְצָ֗א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 לְמִסְפַּר֙ H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 14 שְׁלֹשִׁ֣ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 16 וּבָקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 17 שְׁלֹ֣שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 18 אֲלָפִ֑ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 19 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 20 מֵרְכ֥וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 21 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, en Zacharia, en Jehiel, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook gaven zijn vorstenH8269 tot een vrijwillig offerH5071 voor het volkH5971, voor de priesterenH3548, en voor de LevietenH3881; HilkiaH2518, en ZachariaH2148, en JehielH3171, de overstenH5057 van het huisH1004 GodsH430, gaven den priesterenH3548 tot paasofferenH6453, twee duizendH505 en zeshonderdH8337 klein vee, en driehonderdH7969 runderenH1241. Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, en Zacharia, en Jehiel, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.

Ook in dit vers gavenH5414 gavenH7311

KJV And his princes1 gave6 willingly2 unto the people,3 to the priests,4 and to the Levites:5 Hilkiah7 and Zechariah8 and Jehiel,9 rulers10 of the house11 of God,12 gave14 unto the priests13 for the passover offerings15 two thousand16 and six17 hundred18 small cattle, and three20 hundred21 oxen.19

1 וְשָׂרָ֞יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 2 לִנְדָבָ֥ה H5071 vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gave free(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering) 3 לָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 לַכֹּהֲנִ֥ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 וְלַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 6 הֵרִ֑ימוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 7 חִלְקִיָּ֨ה H2518 Hilkia, Hilkija Hillkiah 8 וּזְכַרְיָ֜הוּ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 9 וִֽיחִיאֵ֗ל H3171 Jehiel Jehiel 10 נְגִידֵי֙ H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 11 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 לַכֹּהֲנִ֞ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 14 נָתְנ֣וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לַפְּסָחִ֗ים H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 16 אַלְפַּ֨יִם֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 17 וְשֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 18 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 19 וּבָקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 20 שְׁלֹ֥שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 21 מֵאֽוֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daartoe Chonanja, en Semaja, en Nethaneel, zijn broeders, mitsgaders Hasabja, en Jeiel, en Jozabad, de oversten der Levieten, gaven den Levieten tot paasofferen, vijf duizend klein vee en vijfhonderd runderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daartoe ChonanjaH3562, en SemajaH8098, en NethaneelH5417, zijn broedersH251, mitsgaders HasabjaH2811, en JeielH3273, en JozabadH3107, de overstenH8269 der LevietenH3881, gavenH7311 den LevietenH3881 tot paasofferenH6453, vijfH2568 duizendH505 klein vee en vijfhonderdH2568 runderenH1241. Daartoe Chonanja, en Semaja, en Nethaneel, zijn broeders, mitsgaders Hasabja, en Jeiel, en Jozabad, de oversten der Levieten, gaven den Levieten tot paasofferen, vijf duizend klein vee en vijfhonderd runderen.

KJV Conaniah1 also, and Shemaiah2 and Nethaneel,3 his brethren,4 and Hashabiah5 and Jeiel6 and Jozabad,7 chief8 of the Levites,9 gave10 unto the Levites11 for passover offerings12 five13 thousand14 small cattle, and five16 hundred17 oxen.15

1 וְ֠כָֽנַנְיָהוּ H3562 Chonanja Conaniah, Cononiah. Compare H3663 (כְּנַנְיָה) 2 וּשְׁמַֽעְיָ֨הוּ H8098 Semaja Shemaiah 3 וּנְתַנְאֵ֜ל H5417 Nethaneel, Nathaneel Nethaneel 4 אֶחָ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 וַחֲשַׁבְיָ֧הוּ H2811 Hasabja Hashabiah 6 וִיעִיאֵ֛ל H3273 Jeiel, Jehiel Jeiel, Jehiel. Compare H3262 (יְעוּאֵל) 7 וְיוֹזָבָ֖ד H3107 Jozabad Josabad, Jozabad 8 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 הַלְוִיִּ֑ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 10 הֵרִ֨ימוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 11 לַלְוִיִּ֤ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 12 לַפְּסָחִים֙ H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 13 חֲמֵ֣שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 14 אֲלָפִ֔ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 15 וּבָקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 16 חֲמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 17 מֵאֽוֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Alzo werd de dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, en de Levieten in hun verdelingen, naar het gebod des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Alzo werd de dienstH5656 toebereidH3559; en de priesterenH3548 stondenH5975 in hun standplaatsH5977, en de LevietenH3881 in hun verdelingenH4256, naar het gebodH4687 des koningsH4428. Alzo werd de dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, en de Levieten in hun verdelingen, naar het gebod des konings.

KJV So the service2 was prepared,1 and the priests4 stood3 in their place,6 and the Levites7 in their courses,9 according to the king's11 commandment.10

1 וַתִּכּ֖וֹן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 הָעֲבוֹדָ֑ה H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 3 וַיַּֽעַמְד֨וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 הַכֹּהֲנִ֧ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 עָמְדָ֛ם H5977 standplaats, stand, stond place, ([phrase] where) stood, upright 7 וְהַלְוִיִּ֥ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 מַחְלְקוֹתָ֖ם H4256 verdelingen, verdeling, afdelingen company, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת) 10 כְּמִצְוַ֥ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 11 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarna slachtteH7819 men het paschaH6453, en de priestersH3548 sprengdenH2236 het bloed uit hun handenH3027, en de LevietenH3881 trokkenH6584 de huiden af. Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af.

KJV And they killed1 the passover,2 and the priests4 sprinkled3 the blood from their hands,5 and the Levites6 flayed7 them.

1 וַֽיִּשְׁחֲט֖וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַפָּ֑סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 3 וַיִּזְרְק֤וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 4 הַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 מִיָּדָ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 וְהַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 7 מַפְשִׁיטִֽים H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zij namenH5493 het brandofferH5930 daar af, opdat zij die naar de verdelingenH4653 der vaderlijkeH1 huizenH1004, aan het volkH1121 geven mochtenH5414, om den HEEREH3068 te offerenH7126, gelijk geschrevenH3789 is in het boekH5612 van MozesH4872; en alzoH3651 met de runderenH1241. En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.

KJV And they removed1 the burnt offerings,2 that they might give3 according to the divisions4 of the families6 of the people,7 to offer9 unto the LORD,10 as it is written11 in the book12 of Moses.13 And so did they with the oxen.15

1 וַיָּסִ֨ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 הָעֹלָ֜ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 3 לְ֠תִתָּם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לְמִפְלַגּ֤וֹת H4653 verdelingen division 5 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אָבוֹת֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 לִבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 לְהַקְרִיב֙ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 10 לַיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 כַּכָּת֖וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 12 בְּסֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 13 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 14 וְכֵ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 15 לַבָּקָֽר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij kookten het pascha bij het vuur, naar het recht; maar de andere heilige dingen kookten zij in potten, en in ketels, en in pannen; en zij deelden het haastelijk onder al het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij kooktenH1310 het paschaH6453 bij het vuurH784, naar het rechtH4941; maar de andere heiligeH6944 dingen kooktenH1310 zij in pottenH5518, en in ketelsH1731, en in pannenH6745; en zij deelden het haastelijkH7323 onder alH3605 het volkH1121. En zij kookten het pascha bij het vuur, naar het recht; maar de andere heilige dingen kookten zij in potten, en in ketels, en in pannen; en zij deelden het haastelijk onder al het volk.

KJV And they roasted1 the passover2 with fire3 according to the ordinance:4 but the other holy5 offerings sod6 they in pots,7 and in caldrons,8 and in pans,9 and divided them speedily10 among all the people.12

1 וַֽיְבַשְּׁל֥וּ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 2 הַפֶּ֛סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 3 בָּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 4 כַּמִּשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 5 וְהַקֳּדָשִׁ֣ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 בִּשְּׁל֗וּ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 7 בַּסִּיר֤וֹת H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 8 וּבַדְּוָדִים֙ H1731 korf, ketel, ketels basket, caldron, kettle, (seething) pot 9 וּבַצֵּ֣לָח֔וֹת H6745 pannen pan 10 וַיָּרִ֖יצוּ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 11 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarna bereidden zij ook voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen van Aaron, waren tot aan den nacht in het offeren der brandofferen en des vets; daarom bereidden de Levieten voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DaarnaH310 bereiddenH3559 zij ook voor zichzelven en voor de priesterenH3548; wantH3588 de priestersH3548, de zonenH1121 van AaronH175, waren tot aan den nachtH3915 in het offerenH5927 der brandofferenH5930 en des vetsH2459; daarom bereiddenH3559 de LevietenH3881 voor zichzelven, en voor de priesterenH3548, de zonenH1121 van AaronH175. Daarna bereidden zij ook voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen van Aaron, waren tot aan den nacht in het offeren der brandofferen en des vets; daarom bereidden de Levieten voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron.

KJV And afterward1 they made ready2 for themselves, and for the priests:4 because the priests6 the sons7 of Aaron8 were busied in offering9 of burnt offerings10 and the fat11 until night;13 therefore the Levites14 prepared15 for themselves, and for the priests17 the sons18 of Aaron.19

1 וְאַחַ֗ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֵכִ֤ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 3 לָהֶם֙ 4 וְלַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אַהֲרֹ֔ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 9 בְּהַֽעֲל֛וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 הָעוֹלָ֥ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 וְהַחֲלָבִ֖ים H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 14 וְהַלְוִיִּם֙ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 15 הֵכִ֣ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 16 לָהֶ֔ם 17 וְלַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 18 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 אַהֲרֹֽן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de zangers, de zonen van Asaf, waren in hun standplaats, naar het gebod van David, en Asaf, en Heman, en Jeduthun, den ziener des konings, mitsgaders de poortiers aan elke poort; zij behoefden niet te wijken van hun dienst, overmits hun broeders, de Levieten, voor hen bereidden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de zangersH7891, de zonenH1121 van AsafH623, waren in hun standplaatsH4612, naar het gebodH4687 van DavidH1732, en AsafH623, en HemanH1968, en JeduthunH3038, den zienerH2374 des koningsH4428, mitsgaders de poortiersH7778 aanH5921 elke poortH8179; zij behoefdenH369 niet te wijkenH5493 van hun dienstH5656, overmitsH3588 hun broedersH251, de LevietenH3881, voor hen bereiddenH3559. En de zangers, de zonen van Asaf, waren in hun standplaats, naar het gebod van David, en Asaf, en Heman, en Jeduthun, den ziener des konings, mitsgaders de poortiers aan elke poort; zij behoefden niet te wijken van hun dienst, overmits hun broeders, de Levieten, voor hen bereidden.

KJV And the singers1 the sons2 of Asaph3 were in their place,5 according to the commandment6 of David,7 and Asaph,8 and Heman,9 and Jeduthun10 the king's12 seer;11 and the porters13 waited at every gate;14 they might not depart18 from their service;20 for their brethren22 the Levites23 prepared24 for them.

1 וְהַמְשֹֽׁרֲרִ֨ים H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 2 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָסָ֜ף H623 Asaf, Asafs Asaph 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מַעֲמָדָ֗ם H4612 staan, standplaats, stand attendance, office, place, state 6 כְּמִצְוַ֤ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 7 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 8 וְאָסָ֞ף H623 Asaf, Asafs Asaph 9 וְהֵימָ֤ן H1968 Heman Heman 10 וִֽידֻתוּן֙ H3038 Jeduthun Jeduthun 11 חוֹזֵ֣ה H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 12 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 וְהַשֹּׁעֲרִ֖ים H7778 poortiers, poortier doorkeeper, porter 14 לְשַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 15 וָשָׁ֑עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 16 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 לָהֶ֗ם 18 לָסוּר֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 19 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 עֲבֹֽדָתָ֔ם H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 21 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 אֲחֵיהֶ֥ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 23 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 24 הֵכִ֥ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 25 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Alzo werd de ganseH3605 dienstH5656 des HEERENH3068 op denzelfdenH1931 dagH3117 beschiktH3559, om paschaH6453 te houdenH6213, en brandofferenH5930 opH5921 het altaarH4196 des HEERENH3068 te offerenH5927, naar het gebodH4687 van den koningH4428 JosiaH2977. Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josia.

KJV So all the service3 of the LORD4 was prepared1 the same day,5 to keep7 the passover,8 and to offer9 burnt offerings10 upon the altar12 of the LORD,13 according to the commandment14 of king15 Josiah.16

1 וַ֠תִּכּוֹן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עֲבוֹדַ֨ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 4 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בַּיּ֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הַהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 הַפֶּ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 9 וְהַעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 עֹל֔וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִזְבַּ֣ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 כְּמִצְוַ֖ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 15 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 יֹאשִׁיָּֽהוּ H2977 Josia Josiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de kinderen Israels, die er gevonden werden, hielden het pascha ter zelfder tijd, en het feest der ongezuurde broden, zeven dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de kinderenH1121 IsraelsH3478, die er gevondenH4672 werden, hieldenH6213 het paschaH6453 ter zelfderH1931 tijdH6256, en het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden, zevenH7651 dagenH3117. En de kinderen Israels, die er gevonden werden, hielden het pascha ter zelfder tijd, en het feest der ongezuurde broden, zeven dagen.

KJV And the children2 of Israel3 that were present4 kept1 the passover6 at that time,7 and the feast10 of unleavened bread11 seven12 days.13

1 וַיַּעֲשׂ֨וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֧ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הַֽנִּמְצְאִ֛ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 7 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 הַהִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 11 הַמַּצּ֖וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 12 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 13 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daar was ook geen pascha als dat in Israel gehouden, van de dagen van Samuel, den profeet, af; en geen koningen van Israel hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josia hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israel, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daar was ook geen paschaH6453 als dat in IsraelH3478 gehouden, van de dagenH3117 van SamuelH8050, den profeetH5030, af; en geenH3808 koningenH4428 van IsraelH3478 hadden zulk een paschaH6453 gehouden, gelijk datH834 JosiaH2977 hieldH6213 met de priestersH3548 en de LevietenH3881, en gansH3605 JudaH3063 en IsraelH3478, dat er gevondenH4672 werd, en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389. Daar was ook geen pascha als dat in Israel gehouden, van de dagen van Samuel, den profeet, af; en geen koningen van Israel hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josia hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israel, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem.

KJV And there was no passover3 like4 to that kept2 in Israel5 from the days6 of Samuel7 the prophet;8 neither did13 all the kings10 of Israel11 keep16 such a passover14 as Josiah17 kept, and the priests,18 and the Levites,19 and all Judah21 and Israel22 that were present,23 and the inhabitants24 of Jerusalem.25

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 נַעֲשָׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 פֶ֤סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 4 כָּמֹ֨הוּ֙ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 5 בְּיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 מִימֵ֖י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 שְׁמוּאֵ֣ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 8 הַנָּבִ֑יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יִשְׂרָאֵ֣ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 עָשׂ֡וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 כַּפֶּ֣סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 יֹֽ֠אשִׁיָּהוּ H2977 Josia Josiah 18 וְהַכֹּהֲנִ֨ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 19 וְהַלְוִיִּ֤ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 20 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 22 וְיִשְׂרָאֵ֣ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 23 הַנִּמְצָ֔א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 24 וְיוֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 25 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 In het achttiende jaar van het koninkrijk van Josia, werd dit pascha gehouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 In het achttiendeH8083 jaarH8141 van het koninkrijkH4438 van JosiaH2977, werd ditH2088 paschaH6453 gehouden. In het achttiende jaar van het koninkrijk van Josia, werd dit pascha gehouden.

KJV In the eighteenth1 year3 of the reign4 of Josiah5 was this passover7 kept.6

1 בִּשְׁמוֹנֶ֤ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 2 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 3 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 לְמַלְכ֖וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 5 יֹאשִׁיָּ֑הוּ H2977 Josia Josiah 6 נַעֲשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הַפֶּ֥סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 8 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 NaH310 ditH2063 allesH3605, toen JosiaH2977 het huisH1004 toebereidH3559 had, toog NechoH5224, de koningH4428 van EgypteH4714, op, om te krijgenH3898 tegen KarchemisH3751, aanH5921 den FrathH6578; en JosiaH2977 toog uit hem tegemoetH7125. Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.

Ook in dit vers toogH3318 toogH5927

KJV After1 all this, when Josiah6 had prepared5 the temple,8 Necho10 king11 of Egypt12 came up9 to fight13 against Carchemish14 by Euphrates:16 and Josiah19 went out17 against18 him.

1 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 זֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הֵכִ֤ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 6 יֹֽאשִׁיָּ֨הוּ֙ H2977 Josia Josiah 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַבַּ֔יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 עָלָ֞ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 נְכ֧וֹ H5224 Necho Necho. Compare H6549 (פַּרְעֹה נְכֹה) 11 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 13 לְהִלָּחֵ֥ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 14 בְּכַרְכְּמִ֖ישׁ H3751 Karchemis Carchemish 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 פְּרָ֑ת H6578 Frath Euphrates 17 וַיֵּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 18 לִקְרָאת֖וֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 19 יֹאשִׁיָּֽהוּ H2977 Josia Josiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen zond hij boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen zondH7971 hij bodenH4397 totH413 hem, zeggendeH559: Wat heb ik met u te doen, gij, koningH4428 van JudaH3063? Wat u aangaat, ik ben hedenH3117 tegen u niet, maarH3588 tegen een huisH1004, dat oorlogH4421 voert tegen mij; en GodH430 heeft gezegdH559, dat ik mij haastenH926 zou; houdH2308 u af van GodH430, DieH834 metH5973 mij is, opdat Hij u niet verderveH7843. Toen zond hij boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve.

KJV But he sent1 ambassadors3 to him, saying,4 What have I to do with thee, thou king8 of Judah?9 I come not against thee this day,13 but against the house16 wherewith I have war:17 for God18 commanded19 me to make haste:20 forbear21 thee from meddling with God,23 who is with me, that he destroy27 thee not.

1 וַיִּשְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֵלָ֣יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מַלְאָכִ֣ים H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 לֵאמֹר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 לִּ֨י 7 וָלָ֜ךְ 8 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 עָלֶ֨יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 הַיּוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 מִלְחַמְתִּ֔י H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 18 וֵאלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 19 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 לְבַֽהֲלֵ֑נִי H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 21 חֲדַל H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want 22 לְךָ֛ 23 מֵאֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 24 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 עִמִּ֖י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 26 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 27 יַשְׁחִיתֶֽךָ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Doch JosiaH2977 keerdeH5437 zijn aangezichtH6440 nietH3808 vanH4480 hem; maarH3588 hij versteldeH2664 zich, om tegen hem te strijdenH3898, en hoordeH8085 nietH3808 naarH413 de woordenH1697 van NechoH5224 uit den mondH6310 van GodH430; maar hij kwamH935 om te strijdenH3898 in het dalH1237 MegiddoH4023. Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.

KJV Nevertheless Josiah3 would not turn2 his face4 from him, but disguised9 himself, that he might fight7 with him, and hearkened11 not unto the words13 of Necho14 from the mouth15 of God,16 and came17 to fight18 in the valley19 of Megiddo.20

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 הֵסֵב֩ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 3 יֹאשִׁיָּ֨הוּ H2977 Josia Josiah 4 פָנָ֜יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 מִמֶּ֗נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לְהִלָּחֵֽם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 בּוֹ֙ 9 הִתְחַפֵּ֔שׂ H2664 verstelde, doorzoeken, doorzocht change, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out) 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 שָׁמַ֛ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 נְכ֖וֹ H5224 Necho Necho. Compare H6549 (פַּרְעֹה נְכֹה) 15 מִפִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 16 אֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 וַיָּבֹ֕א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 לְהִלָּחֵ֖ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 19 בְּבִקְעַ֥ת H1237 vallei, dal, dalen plain, valley 20 מְגִדּֽוֹ H4023 Megiddo, Megiddon Megiddo, Megiddon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de schuttersH3384 schotenH3384 den koningH4428 JosiaH2977. Toen zeideH559 de koningH4428 tot zijn knechtenH5650: Voert mij wegH5674, wantH3588 ik ben zeerH3966 gewondH2470. En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond.

KJV And the archers1 shot2 at king3 Josiah;4 and the king6 said5 to his servants,7 Have me away;8 for I am sore11 wounded.10

1 וַיֹּרוּ֙ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 2 הַיֹּרִ֔ים H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 3 לַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 יֹאשִׁיָּ֑הוּ H2977 Josia Josiah 5 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 לַעֲבָדָיו֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 הַעֲבִיר֔וּנִי H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הָחֳלֵ֖יתִי H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 11 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zijn knechtenH5650 namen hem wegH5674 vanH4480 den wagen, en voerdenH7392 hem opH5921 den tweedenH4932 wagen, dienH834 hij had, en brachtenH3212 hem te JeruzalemH3389; en hij stierfH4191, en werd begravenH6912 in de gravenH6913 zijner vaderenH1; en gansH3605 JudaH3063 en JeruzalemH3389 bedreven rouwH56 overH5921 JosiaH2977. En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.

Ook in dit vers wagenH4818 wagenH7393

KJV His servants2 therefore took1 him out of that chariot,4 and put5 him in the second8 chariot7 that he had; and they brought11 him to Jerusalem,12 and he died,13 and was buried14 in one of the sepulchres15 of his fathers.16 And all Judah18 and Jerusalem19 mourned20 for Josiah.22

1 וַיַּֽעֲבִירֻ֨הוּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 עֲבָדָ֜יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הַמֶּרְכָּבָ֗ה H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 5 וַֽיַּרְכִּיבֻהוּ֮ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 6 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רֶ֣כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 8 הַמִּשְׁנֶה֮ H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 לוֹ֒ 11 וַיּוֹלִיכֻ֨הוּ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 וַיָּ֕מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 14 וַיִּקָּבֵ֖ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 15 בְּקִבְר֣וֹת H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 16 אֲבֹתָ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 19 וִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 20 מִֽתְאַבְּלִ֖ים H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 יֹאשִׁיָּֽהוּ H2977 Josia Josiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israel; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En JeremiaH3414 maakte een klaaglied overH5921 JosiaH2977; desgelijks alleH3605 zangersH7891 en zangeressenH7891 sprakenH559 in hun klaagliederenH7015 van JosiaH2977, totH5704 opH5921 dezen dagH3117; want zij gavenH5414 ze tot een inzettingH2706 in IsraelH3478; en zietH2005, zij zijn geschrevenH3789 in de klaagliederen. En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israel; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.

KJV And Jeremiah2 lamented1 for Josiah:4 and all the singing men7 and the singing women8 spake5 of Josiah11 in their lamentations9 to this day,13 and made14 them an ordinance15 in Israel:17 and, behold, they are written19 in the lamentations.21

1 וַיְקוֹנֵ֣ן H6969 klagelijk zingen, klaagde, klaaglied lament, mourning woman 2 יִרְמְיָהוּ֮ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 יֹאשִׁיָּהוּ֒ H2977 Josia Josiah 5 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַשָּׁרִ֣ים H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 8 וְ֠הַשָּׁרוֹת H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 9 בְּקִינ֨וֹתֵיהֶ֤ם H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יֹאשִׁיָּ֨הוּ֙ H2977 Josia Josiah 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 וַיִּתְּנ֥וּם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לְחֹ֖ק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 וְהִנָּ֥ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 19 כְּתוּבִ֖ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 הַקִּינֽוֹת H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en zijn goeddadigheden, naar dat geschreven is in de wet des HEEREN;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JosiaH2977, en zijn goeddadighedenH2617, naar dat geschrevenH3789 is in de wetH8451 des HEERENH3068; Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en zijn goeddadigheden, naar dat geschreven is in de wet des HEEREN;

KJV Now the rest1 of the acts2 of Josiah,3 and his goodness,4 according to that which was written5 in the law6 of the LORD,7

1 וְיֶ֛תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יֹאשִׁיָּ֖הוּ H2977 Josia Josiah 4 וַחֲסָדָ֑יו H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 5 כַּכָּת֖וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 6 בְּתוֹרַ֥ת H8451 wet, wetten, leer law 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Zijn geschiedenissen dan, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Zijn geschiedenissenH1697 dan, de eersteH7223 en de laatsteH314, zietH2005, die zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van IsraelH3478 en van JudaH3063. Zijn geschiedenissen dan, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en van Juda.

KJV And his deeds,1 first2 and last,3 behold, they are written5 in the book7 of the kings8 of Israel9 and Judah.10

1 וּדְבָרָ֕יו H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 הָרִאשֹׁנִ֖ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 3 וְהָאַחֲרֹנִ֑ים H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 4 הִנָּ֣ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 5 כְּתוּבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 סֵ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 8 מַלְכֵֽי H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וִיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 35:1 Exodus 12:6 Numeri 9:3 2 Koningen 23:21 Ezra 6:19 2 Kronieken 30:1 Ezechiël 45:21 Deuteronomium 16:1
2 Kronieken 35:2 2 Kronieken 31:2 1 Kronieken 22:19 2 Kronieken 29:5 2 Kronieken 23:8 1 Kronieken 24:1 Numeri 18:5 Ezra 6:18 2 Kronieken 23:18
2 Kronieken 35:3 Deuteronomium 33:10 1 Kronieken 23:26 2 Kronieken 30:22 2 Kronieken 5:7 Maleachi 2:7 2 Kronieken 17:8 Numeri 4:15 2 Korinthe 4:5
2 Kronieken 35:4 2 Kronieken 8:14 1 Kronieken 23:1 1 Kronieken 9:10 1 Kronieken 24:1 Nehemia 11:10
2 Kronieken 35:5 Psalmen 134:1 Psalmen 135:2 Ezra 6:18
2 Kronieken 35:6 2 Kronieken 29:5 2 Kronieken 29:15 2 Kronieken 29:34 2 Kronieken 30:15 2 Kronieken 30:3 Numeri 19:11 Exodus 19:10 Job 1:5
2 Kronieken 35:7 1 Koningen 8:63 2 Kronieken 30:24 Ezechiël 45:17 1 Kronieken 29:3 Jesaja 32:8 2 Kronieken 7:8 2 Kronieken 31:3
2 Kronieken 35:8 2 Kronieken 29:31 Ezra 7:16 Handelingen 4:34 Ezra 1:6 Psalmen 45:12 1 Kronieken 29:17 2 Korinthe 8:12 Jeremia 29:25
2 Kronieken 35:9 Jesaja 1:10 Jeremia 7:21 2 Kronieken 31:12 Micha 6:6 Jeremia 3:10
2 Kronieken 35:10 Ezra 6:18 2 Kronieken 30:16 2 Kronieken 35:4
2 Kronieken 35:11 2 Kronieken 29:34 Numeri 18:7 2 Kronieken 30:16 Hebreeën 9:21 Leviticus 1:5 2 Kronieken 29:22 Numeri 18:3
2 Kronieken 35:12 Leviticus 3:9 Leviticus 3:3 Leviticus 3:14 Leviticus 3:5
2 Kronieken 35:13 Exodus 12:8 1 Samuël 2:13 Deuteronomium 16:7 Leviticus 6:28 Psalmen 22:14 Romeinen 12:11 Klaagliederen 1:12 Numeri 6:19
2 Kronieken 35:14 Handelingen 6:2
2 Kronieken 35:15 1 Kronieken 9:17 1 Kronieken 26:12 1 Kronieken 25:1 Psalmen 77:1 Psalmen 78:1 1 Kronieken 16:41 Psalmen 79:1 2 Kronieken 29:25
2 Kronieken 35:17 Exodus 12:15 Exodus 34:18 Numeri 28:16 2 Kronieken 30:21 Deuteronomium 16:3 Exodus 13:6 Exodus 23:15 Leviticus 23:5
2 Kronieken 35:18 2 Koningen 23:21 2 Kronieken 30:5 2 Kronieken 30:26
2 Kronieken 35:20 2 Koningen 23:29 Jesaja 10:9 Jeremia 46:2
2 Kronieken 35:21 2 Kronieken 25:19 2 Koningen 18:25 Jesaja 36:10 2 Samuël 16:10 Mattheüs 8:29 Johannes 2:4
2 Kronieken 35:22 Richteren 5:19 2 Kronieken 18:29 1 Koningen 22:30 2 Kronieken 35:21 Zacharia 12:11 Openbaring 16:16 2 Koningen 9:27 2 Koningen 23:30
2 Kronieken 35:23 1 Koningen 22:34 2 Koningen 8:29 Klaagliederen 3:13 Genesis 49:23 2 Koningen 9:24 2 Kronieken 18:33
2 Kronieken 35:24 Zacharia 12:11 Prediker 8:14 2 Kronieken 34:28 Psalmen 36:6 Genesis 41:43 Prediker 9:1 2 Koningen 23:30
2 Kronieken 35:25 Jeremia 22:10 Mattheüs 9:23 Klaagliederen 4:20 Jeremia 22:20 Prediker 12:5 Job 3:8 Jeremia 9:17
2 Kronieken 35:26 2 Kronieken 31:20 2 Kronieken 32:32
2 Kronieken 35:27 2 Kronieken 32:32 2 Koningen 20:20 2 Koningen 10:34 2 Kronieken 33:19 2 Kronieken 26:22 2 Kronieken 20:34 2 Koningen 16:19 2 Koningen 21:25
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 35 vers 1

het pascha Zie van dit feest Ex. 12:3 , en Ex. 34:18 ; Lev. 23:5 ; Num. 9:2 , en Num. 28:16 .

Hertaald: het pascha Zie over dit feest Ex. 12:3, en Ex. 34:18; Lev. 23:5; Num. 9:2, en Num. 28:16.

pascha Dat is, het lam, dat op het feest moest geslacht worden. Zie Num. 9:11 .

Hertaald: pascha Dat is: het lam dat op het feest geslacht moest worden. Zie Num. 9:11.

op den veertienden Naar de ordinantie der wet; Ex. 12:6 .

Hertaald: op den veertienden Naar het voorschrift van de wet; Ex. 12:6.

eerste maand Te weten, van het heilige of kerkelijke jaar, welke maand was genaamd Nisan, of Abib. Zie Ex. 12:2 , en Num. 9:1 .

Hertaald: eerste maand Namelijk: van het heilige of kerkelijke jaar, deze maand werd Nisan, of Abib, genoemd. Zie Ex. 12:2, en Num. 9:1.

2 Kronieken 35 vers 2

sterkte Dat is, vermaande hen tot hun schuldigen plicht en gaf hun goeden moed.

Hertaald: sterkte Dat is: vermaande hen tot hun schuldige plicht en gaf hun goede moed.

2 Kronieken 35 vers 3

heilig Zie boven, 2 Kron. 23:6 .

Hertaald: heilig Zie hierboven 2 Kron. 23:6.

Zet de Hieruit is af te nemen dat de ark op dezen tijd in den tempel niet is geweest, of tenminste niet in het heilige der heiligen, waar zij behoorde; zijnde daaruit door enigen afgodischen koning tevoren weggenomen.

Hertaald: Zet de Hieruit is op te maken dat de ark in deze tijd niet in de tempel was, of tenminste niet in het heilige der heiligen waar zij hoorde, en dat zij eerder door een afgodische koning daaruit weggenomen was.

heilige ark Hebreeuws, de ark der heiligheid. Zie Lev. 16:4 .

Hertaald: heilige ark Hebreeuws: de ark van de heiligheid. Zie Lev. 16:4.

geen last Te weten, om die ark gewoonlijk te dragen, gelijk hun voorouders tevoren in de woestijn en zolang als de tabernakel stond, gedaan hadden, Num. 7:9 . De zin is: Dewijl zij van dien eersten doorgaanden last en het toebehoren daarvan ontslagen waren, zo moesten zij op de andere delen van hun ambt te meer achtgeven. Zie 1 Kron. 23:27-28 , enz.

Hertaald: geen last Namelijk: om die ark gewoonlijk te dragen, zoals hun voorouders eerder in de woestijn en zolang de tabernakel stond gedaan hadden, Num. 7:9. De betekenis is: omdat zij van deze eerste, voortdurende taak en het bijbehorende toebehoren ontheven waren, moesten zij des te meer letten op de andere delen van hun ambt. Zie 1 Kron. 23:27-28, enzovoort.

2 Kronieken 35 vers 5

in het heiligdom, Anders, in de heilige plaats; dat is, bij den tempel aan het voorhof der priesters, om aldaar de paaslammeren dergenen, die niet zijn van den stam van Levi, te ontvangen en die te slachten, dewijl de priesters anders genoeg te doen hadden met de offeranden en besprenging des bloeds, enz. Zie van deze plaats Lev. 6:16 , en Num. 28:7 , waar zij ook het heiligdom genaamd wordt.

Hertaald: in het heiligdom, Anders: in de heilige plaats; dat is: bij de tempel, in het voorhof van de priesters, om daar de paaslammeren te ontvangen van hen die niet van de stam Levi waren en die te slachten, omdat de priesters anders al genoeg te doen hadden met de offers en de besprenkeling van het bloed, enzovoort. Zie over deze plaats Lev. 6:16, en Num. 28:7, waar zij ook het heiligdom genoemd wordt.

het volk, Hebreeuws, de zonen, of kinderen des volks; dat is, het volk. Versta, die van den stam van Levi niet waren, maar behoorden tot de andere stammen en tot het werk van den godsdienst niet geheiligd waren.

Hertaald: het volk, Hebreeuws: de zonen, of kinderen van het volk; dat is: het volk. Versta hieronder degenen die niet van de stam Levi waren, maar tot de andere stammen behoorden en niet gewijd waren voor het werk van de eredienst.

2 Kronieken 35 vers 6

het pascha, Dat is, de paaslammeren. Zie van deze manier van spreken Num. 9:11 , alzo onder, vs.11.

Hertaald: het pascha, Dat is: de paaslammeren. Zie over deze manier van spreken Num. 9:11, zo ook hieronder vers 11.

2 Kronieken 35 vers 7

gaf voor het volk, Of, hief, of gaf een heffing; dat is, een offer of geschenk. Het woord heffen wordt voor offeren of schenken genomen, gelijk boven, 2 Kron. 30:24 ; zie de aantekening; gelijk het woord heffing voor offer. Zie Num. 5:9 , en boven, 2 Kron. 30:24 , met de aantekening, idem hier in het volgende.

Hertaald: gaf voor het volk, Of: hief, of gaf een heffing; dat is: een offer of geschenk. Het woord heffen wordt gebruikt voor offeren of schenken, zoals hierboven 2 Kron. 30:24; zie de aantekening; net zoals het woord heffing voor offer. Zie Num. 5:9, en hierboven 2 Kron. 30:24, met de aantekening, ook hier in het vervolg.

jonge geitenbokken, Hebreeuws, zonen der geiten. Zie Lev. 1:14 .

Hertaald: jonge geitenbokken, Hebreeuws: zonen van de geiten. Zie Lev. 1:14.

naar al hetgeen Dat is, tegenwoordig, of voorhanden was onder het klein vee des konings, dat geschikt was om op dit feest geslacht te worden, naar de wet, Ex. 12:5 . Anders, naar al degenen, die daar gevonden werden; dat is, naar dat genoeg was voor het volk, dat te Jeruzalem tot het paasfeest gekomen was.

Hertaald: naar al hetgeen Dat is: wat op dat moment aanwezig, of voorhanden, was onder het kleinvee van de koning, dat geschikt was om op dit feest geslacht te worden, naar de wet, Ex. 12:5. Anders: naar allen die daar aanwezig waren; dat is: naar wat voldoende was voor het volk dat in Jeruzalem voor het paasfeest samengekomen was.

runderen Deze dienden tot brandoffers en dankoffers, die men op dit feest ook offeren moest. Zie Num. 28:19 .

Hertaald: runderen Deze dienden als brandoffers en dankoffers, die men op dit feest ook moest offeren. Zie Num. 28:19.

2 Kronieken 35 vers 8

vorsten Vergelijk boven, 2 Kron. 30:24 , waar te zien is wat zij gegeven hebben.

Hertaald: vorsten Vergelijk hierboven 2 Kron. 30:24, waar te zien is wat zij gegeven hebben.

vrijwillig Zie Lev. 7:16 .

Hertaald: vrijwillig Zie Lev. 7:16.

Hilkia, Dat is, de overpriester en de twee priesters der tweede ordening, die des overpriesters medehelpers waren, doch onder hem stonden. Zie Num. 3:32 , en 2 Kon. 23:4 .

Hertaald: Hilkia, Dat is: de hogepriester en de twee priesters van de tweede rang, die de hogepriester behulpzaam waren, maar onder hem stonden. Zie Num. 3:32, en 2 Kon. 23:4.

klein vee, Met dit invoegsel wordt hier de zin aangevuld uit vs.6.; hetzelfde wordt gedaan in vs.9.

Hertaald: klein vee, Met deze toevoeging wordt hier de zin aangevuld op grond van vers 6; hetzelfde gebeurt in vers 9.

2 Kronieken 35 vers 11

sprengden Te weten, op het altaar. Zie boven, 2 Kron. 29:22 .

Hertaald: sprengden Namelijk: op het altaar. Zie hierboven 2 Kron. 29:22.

uit hunne handen, Dat is, dat zij uit de hand der slachters namen; want het woord sprengen bevat hier in zich ook de betekenis van het woord nemen. Zie Gen. 12:15 , en boven, 2 Kron. 30:16 .

Hertaald: uit hunne handen, Dat is: wat zij uit de hand van de slachters namen; want het woord sprenkelen omvat hier ook de betekenis van het woord nemen. Zie Gen. 12:15, en hierboven 2 Kron. 30:16.

2 Kronieken 35 vers 12

zij namen Te weten, van de lammeren of geitenbokken, die zij geslacht en de huis afgetrokken hadden.

Hertaald: zij namen Namelijk: van de lammeren of geitenbokken die zij geslacht en gevild hadden.

brandoffer Dat is, het deel, hetwelk ten brandoffer den Heere geofferd moest worden; als het vette, [zie vs.14] de staart, de nieren, het net, welke alle met vuur verbrand moesten worden; Lev. 3:9-11 . Sommigen verstaan dat zij enige lammeren hebben afgezonderd, om die het volk te geven, naar de vaderlijke huizen, om die te laten offeren.

Hertaald: brandoffer Dat is: het deel dat als brandoffer aan de HEERE geofferd moest worden; zoals het vet [zie vers 14], de staart, de nieren, het net, die allemaal met vuur verbrand moesten worden; Lev. 3:9-11. Sommigen menen dat zij enkele lammeren apart hielden om die aan het volk te geven, verdeeld naar de vaderlijke huizen, om te laten offeren.

die Te weten, paasoffers, lammeren of geiten.

Hertaald: die Namelijk: paasoffers, lammeren of geiten.

het volk Hebreeuws, den zonen, of kinderen des volks, gelijk boven, vs.5, 7, en onder, vs.13.

Hertaald: het volk Hebreeuws: aan de zonen, of kinderen van het volk, zoals hierboven vers 5, 7, en hieronder vers 13.

alzo met de runderen Te weten, deden zij.

Hertaald: alzo met de runderen Namelijk: deden zij.

2 Kronieken 35 vers 13

kookten Dat is, zij brandden het aan het vuur, gelijk blijkt uit de tegenstelling, die straks daarbij gevoegd werd, van hetgeen dat in potten, enz. gekookt werd. Want God had geboden dat men het paaslam braden zou, Ex. 12:8-9 . Het Hebreeuwse woord wordt ook voor braden genomen Deut. 16:7 .

Hertaald: kookten Dat is: zij roosterden het aan het vuur, zoals blijkt uit de tegenstelling die er meteen aan wordt toegevoegd, namelijk wat in potten, enzovoort, gekookt werd. Want God had geboden dat men het paaslam moest braden, Ex. 12:8-9. Het Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt voor braden in Deut. 16:7.

de andere Versta, de stukken en delen der dankoffers, welke dengenen, die dezelve geofferd hadden, toekwamen.

Hertaald: de andere Versta hieronder de stukken en delen van de dankoffers die toekwamen aan degenen die ze geofferd hadden.

kookten Dat is, zoden.

Hertaald: kookten Dat is: kookten.

deelden Hebreeuws, zij deden het lopen tot al de kinderen des volks; dat is, zij deelden een ieder onder het volk, met zonderlinge haast en vaardigheid, zijn deel der offerande uit.

Hertaald: deelden Hebreeuws: zij lieten het lopen tot alle kinderen van het volk; dat is: zij verdeelden met bijzondere haast en vaardigheid ieders deel van het offer onder het volk.

2 Kronieken 35 vers 14

bereidden Te weten, de paaslammeren, die hun en de priesters toekwamen.

Hertaald: bereidden Namelijk: de paaslammeren die aan hen en de priesters toekwamen.

waren tot Te weten, bezig.

Hertaald: waren tot Namelijk: bezig.

daarom De zin is, dewijl de priesters met de brandoffers, van welke boven, vs.12 gesproken is, zoveel te doen hadden, dat zij de paaslammeren, die hun toekwamen, niet voor zich ter spijs konden bereiden, dat de Levieten zulks voor hen gedaan hebben.

Hertaald: daarom De betekenis is dat, omdat de priesters met de brandoffers, waarover hierboven vers 12 gesproken is, zoveel te doen hadden dat zij de paaslammeren die hun toekwamen niet zelf konden klaarmaken om te eten, de Levieten dit voor hen gedaan hebben.

2 Kronieken 35 vers 15

naar het gebod Zie van deze orde, die David naar het bevel Gods ingesteld had, maar die de mannen in den tekst nagenoemd, vernieuwd en hunnen zonen ingescherpt hadden, 1Ch 25 , en 1Ch 26 .

Hertaald: naar het gebod Zie over deze indeling, die David naar het bevel van God had ingesteld, maar die de in de tekst genoemde mannen vernieuwd en aan hun zonen ingeprent hadden, 1 Kron. 25, en 1 Kron. 26.

den ziener Dat is, van den profeet. Zie 1 Sam. 9:9 , en de aantekening.

Hertaald: den ziener Dat is: van de profeet. Zie 1 Sam. 9:9, en de aantekening.

aan elke poort; Hebreeuws, aan poort en poort.

Hertaald: aan elke poort; Hebreeuws: aan poort en poort.

2 Kronieken 35 vers 16

brandofferen Zie boven, vs.12.

Hertaald: brandofferen Zie hierboven vers 12.

2 Kronieken 35 vers 18

Daar was ook Zie de verklaring hiervan 2 Kon. 23:22 .

Hertaald: Daar was ook Zie de verklaring hiervan in 2 Kon. 23:22.

2 Kronieken 35 vers 20

het huis toebereid had, Te weten, Gods; dat is, de tempel, en vervolgens den gansen godsdienst.

Hertaald: het huis toebereid had, Namelijk: van God; dat is: de tempel, en vervolgens de hele eredienst.

Necho, Zie hiervan en van Karchemis 2 Kon. 23:29 .

Hertaald: Necho, Zie hierover en over Karkemis 2 Kon. 23:29.

2 Kronieken 35 vers 21

hij Te weten, Necho, de koning van Egypte.

Hertaald: hij Namelijk: Necho, de koning van Egypte.

Wat heb ik Hebreeuws, wat is mij, en u? VergelijK 2 Sam. 16:10 , en de aantekening.

Hertaald: Wat heb ik Hebreeuws: wat is mij, en u? Vergelijk 2 Sam. 16:10, en de aantekening.

een huis, Hebreeuws, een huis van mijn oorlog, of krijg; dat is, dat mij den oorlog aandoet, en waar ik oorlog tegen heb; hij verstaat de Assyriërs, die Karchemis ingenomen hadden, waarover hun koning zich beroemt; Jes. 10:9 . Zie 2 Kon. 23:29 . Vergelijk ook 2 Sam. 8:10 , de 23e aantekening.

Hertaald: een huis, Hebreeuws: een huis van mijn oorlog, of strijd; dat is: dat mij de oorlog aandoet, en waar ik oorlog tegen voer; hij bedoelt de Assyriërs, die Karkemis ingenomen hadden, waarop hun koning zich beroemt; Jes. 10:9. Zie 2 Kon. 23:29. Vergelijk ook 2 Sam. 8:10, de 23e aantekening.

van God, Dat is, van tegen hem te komen en zijn voornemen, dat Hij door mij begeert uit te voeren, te willen verhinderen.

Hertaald: van God, Dat is: om tegen hem op te trekken en zijn voornemen, dat Hij door mij wil uitvoeren, te willen verhinderen.

2 Kronieken 35 vers 22

hij verstelde zich Dat is, hij verkleedde zich opdat men hem niet kennen zou, gelijk Achab eertijds gedaan had; 1 Kon. 22:30 .

Hertaald: hij verstelde zich Dat is: hij vermomde zich zodat men hem niet zou herkennen, zoals Achab eertijds gedaan had; 1 Kon. 22:30.

dal Megiddo Zie 1 Kon. 9:15 ; Zach. 12:11 .

Hertaald: dal Megiddo Zie 1 Kon. 9:15; Zach. 12:11.

2 Kronieken 35 vers 23

gewond Hebreeuws, krank geworden; dat is, zo verwond dat ik daarvan gans krank en flauw geworden ben. Zie dezelfde manier van spreken 1 Kon. 22:34 .

Hertaald: gewond Hebreeuws: ziek geworden; dat is: zo gewond dat ik daardoor helemaal ziek en zwak geworden ben. Zie dezelfde manier van spreken in 1 Kon. 22:34.

2 Kronieken 35 vers 24

graven zijner vaderen; Dat is, in een derzelve. Zie Gen. 19:29 . Of, onder de graven zijner vaderen.

Hertaald: graven zijner vaderen; Dat is: in een daarvan. Zie Gen. 19:29. Of: onder de graven van zijn vaderen.

bedreven Vergelijk Gen. 23:2 , en de aantekening.

Hertaald: bedreven Vergelijk Gen. 23:2, en de aantekening.

2 Kronieken 35 vers 25

klaaglied Dit beschreven is geweest; opdat de mensen, dat lezende, zich gewennen zouden den ellendigen en zeer droevigen staat van dat koninkrijk te overleggen en de oorzaak daarvan te beklagen, zich te beteren en God om genade te bidden.

Hertaald: klaaglied Dit is opgeschreven opdat mensen, dit lezend, zich zouden aanwennen na te denken over de ellendige en zeer droevige toestand van dat koninkrijk en de oorzaak daarvan te betreuren, zich te beteren en God om genade te bidden.

tot op dezen dag; Dat is, welke duren tot op dezen dag, in welken dit geschreven is.

Hertaald: tot op dezen dag; Dat is: die voortduren tot op de dag waarop dit geschreven is.

tot een inzetting Te weten, opdat zij jaarlijks zouden gezongen worden.

Hertaald: tot een inzetting Namelijk: opdat zij elk jaar gezongen zouden worden.

in de klaagliederen Zie van dit klagen ook Zach. 12:11 .

Hertaald: in de klaagliederen Zie over dit klagen ook Zach. 12:11.

klaagliederen Sommigen verstaan dit van de Klaagliederen van Jeremia, in welke niet alleen de finale verwoesting van Jeruzalem wordt beklaagd, maar ook al het verdriet en de ellendigheden, die over de stad en over het land gekomen zijn; waarvan het begin was de dood van dezen godvruchtigen koning.

Hertaald: klaagliederen Sommigen betrekken dit op de Klaagliederen van Jeremia, waarin niet alleen de definitieve verwoesting van Jeruzalem beklaagd wordt, maar ook al het verdriet en de ellende die over de stad en over het land gekomen zijn, waarvan de dood van deze godvrezende koning het begin was.

2 Kronieken 35 vers 26

goeddadigheden, Versta, de werken zijner godvruchtigheid in het uitroeien van alle afgoderij en reformeren van den godsdienst en het onderhouden van Gods ordinantiën. Het Hebreeuwse woord is ook genomen boven, 2 Kron. 32:32 ; Neh. 13:14 .

Hertaald: goeddadigheden, Versta hieronder de daden van zijn godsvrucht bij het uitroeien van alle afgoderij en het hervormen van de eredienst en het naleven van Gods verordeningen. Het Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt hierboven in 2 Kron. 32:32; Neh. 13:14.

naar dat geschreven is Dat is, welke overeenkomen met hetgeen in de wet des Heeren geschreven is.

Hertaald: naar dat geschreven is Dat is: die overeenkomen met wat in de wet van de HEERE geschreven is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jeïel (de schrijver)  — God grijpt weg

De legerschrijver van koning Uzzia, die met de ambtman Mahaseja, onder toezicht van Hananja, het krijgsvolk indeelde (2 Kron. 26:11).

Chonanja (de Leviet)  — de HEERE heeft gegrondvest

Een Leviet, die onder koning Hizkia, met zijn broer Simei als tweede, de leiding had over de heffingen, tienden en geheiligde gaven die voor het huis des HEEREN werden binnengebracht (2 Kron. 31:12-13); niet noodzakelijk dezelfde Chenanja die onder David de zangleiding had (1 Kron. 15:22).

Jeremia (de profeet)  — de HEERE verheft (of: de HEERE werpt neder)

De grote profeet, die een klaaglied over de gesneuvelde koning Josia maakte, dat door zangers en zangeressen bewaard bleef (2 Kron. 35:25); zijn profetieën over de zeventigjarige ballingschap werden vervuld toen Kores van Perzië het bevel gaf de tempel te herbouwen (2 Kron. 36:12, 21-22).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gij hebt geen last op de schouderen  — bij het grootste pascha sinds Samuël krijgen de Levieten een nieuwe opdracht in plaats van hun oude: "Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Salomo, de zoon van David, de koning van Israel, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God" (2 Kron. 35:3)

In zijn achttiende jaar houdt Josia het pascha te Jeruzalem, op de veertiende dag van de eerste maand (2 Kron. 35:1). Hij stelt de priesters op hun wachten en sterkt hen tot de dienst (2 Kron. 35:2). Tot de Levieten, die heel Israël onderwezen, zegt hij dat de ark in het huis gezet moet worden. Zij dragen haar niet langer op de schouders, en hun dienst is nu een andere (2 Kron. 35:3; vergelijk het commentaar bij 1 Kron. 23:26). Zij moeten zich opstellen naar de verdelingen van David en de beschrijving van Salomo, zich heiligen, en het pascha bereiden voor hun broeders naar het woord des HEEREN door de hand van Mozes (2 Kron. 35:4-6). Josia geeft uit zijn eigen bezit dertigduizend stuks klein vee en drieduizend runderen, en zijn vorsten en de oversten der Levieten geven eveneens rijkelijk (2 Kron. 35:7-9). De dienst wordt toebereid, de priesters sprengen het bloed, de Levieten trekken de huiden af en bereiden ook voor de priesters, omdat die tot in de nacht met het offeren bezig zijn (2 Kron. 35:10-14). De zangers en de poortiers hoeven hun post niet te verlaten, want hun broeders bereiden voor hen (2 Kron. 35:15). Van de dagen van Samuël af was er in Israël geen pascha gehouden zoals dit (2 Kron. 35:18).

Bijbelse betekenis: Het woord over de schouders is meer dan een praktische mededeling. Eeuwenlang was het dragen van de ark de hoogste eer van de Levieten geweest, en nu die dienst vervalt, krijgen zij een andere: onderwijzen en de dienst des HEEREN waarnemen. Een taak die ophoudt is dus geen ontslag; God vult de vrijgekomen handen. Even leerzaam is de onderlinge orde van dit feest. De Levieten bereiden voor de priesters, opdat die kunnen doorgaan met offeren, en zij bereiden voor de zangers en poortiers, opdat die hun plaats niet hoeven te verlaten. Niemand dient zichzelf; ieder maakt het werk van de ander mogelijk. En de koning geeft het eerst en het meest uit zijn eigen have. Wat er zo ontstond, wordt door de kroniekschrijver hoger geprezen dan alle pascha's sinds Samuël, en dat is geen kleinigheid in een boek dat Salomo's tempelinwijding beschreven heeft.

Typologie: Dat het dragen ophoudt omdat de rust gekomen is, wijst vooruit naar het onderscheid dat de Hebreeënbrief maakt: "En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen; Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand Gods" (Hebr. 10:11-12). Waar het werk volbracht is, verandert de dienst van gestalte zonder op te houden.

2 Kron. 35:1-18; 1 Kron. 23:26; Hebr. 10:11-12

Hij hoorde niet naar de woorden van Necho  — de beste koning sinds David komt om in een oorlog die hem niet aanging: "Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God" (2 Kron. 35:22)

Nadat Josia het huis toebereid had, trok Necho van Egypte op om te strijden tegen Karchemis aan de Eufraat, en Josia trok hem tegemoet (2 Kron. 35:20). Necho zendt boden met de vraag wat zij met elkaar te maken hebben. Hij komt niet tegen Juda maar tegen een ander huis, en God heeft hem geboden zich te haasten. Daarom moet Josia zich afhouden van God Die met hem is, opdat Hij hem niet verderve (2 Kron. 35:21). Josia keert zijn aangezicht niet van hem af, maar vermomt zich om tegen hem te strijden, en hij hoorde niet naar de woorden van Necho uit de mond van God (2 Kron. 35:22). In het dal van Megiddo treffen de schutters hem, en hij laat zich wegvoeren omdat hij zwaar gewond is (2 Kron. 35:23). Men brengt hem naar Jeruzalem, waar hij sterft en in de graven van zijn vaderen begraven wordt; heel Juda en Jeruzalem bedreven rouw (2 Kron. 35:24). Jeremia maakte een klaaglied over Josia, en alle zangers en zangeressen spraken van hem in hun klaagliederen, wat een vaste inzetting in Israël werd (2 Kron. 35:25).

Bijbelse betekenis: Dit is een van de moeilijkste berichten in het boek. Een godvrezende koning krijgt een waarschuwing uit de mond van een heidense vorst en slaat haar in de wind, en het kost hem het leven. De kroniekschrijver aarzelt niet: hij zegt dat de woorden van Necho uit de mond van God kwamen. God kan Zijn woord dus laten brengen door iemand van wie men het niet verwacht, en de vraag is niet wie het zegt maar of het waar is. Tegelijk moet hier voorzichtig geoordeeld worden, want een boodschap uit heidense mond mag niet zomaar voor Gods stem gehouden worden; Josia had de zaak kunnen onderzoeken, en juist dát nalaten wordt hem aangerekend. Dat hij zich vermomde, herinnert bovendien aan Achab, die op dezelfde wijze aan een aangezegd oordeel meende te ontkomen (reeds behandeld bij De boog in eenvoudigheid gespannen, 1 Kon. 22:29-38). En het slot is aangrijpend: over de koning die het meest voor de dienst van God gedaan had, werd het langst gerouwd, en dat om een dood die vermijdbaar was.

Typologie: De spreuk noemt wat Josia hier naliet: "Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken" (Spr. 3:5-6). Dezelfde les werd eerder aan een profeet zelf geleerd, die een woord van elders geloofde zonder het te toetsen (reeds behandeld bij De ongehoorzame man Gods, 1 Kon. 13:11-32). Daar en hier gaat het om dezelfde zaak vanuit twee kanten. Een woord moet getoetst worden, en een getoetst woord moet gehoorzaamd worden.

2 Kron. 35:20-25; 1 Kon. 13:11-32; 1 Kon. 22:29-38; Spr. 3:5-6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 35

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content