Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1JosiaH2977 was achtH8083jarenH8141oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427eenH259 en dertigH7970jarenH8141 te JeruzalemH3389.Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.
KJVJosiah4was eight2years3old1when he began to reign,5and he reigned9in Jerusalem10one7and thirty6years.8
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁמוֹנֶ֥הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth3שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יֹאשִׁיָּ֣הוּH2977JosiaJosiah5בְמָלְכ֑וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6וּשְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7וְאַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
2En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, en wandeldeH3212 in de wegenH1870 van zijn vaderH1DavidH1732, en weekH5493nietH3808 af ter rechterH3225 hand, noch ter linkerhandH8040.En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.
KJVAnd he did1that which was right2in the sight3of the LORD,4and walked5in the ways6of David7his father,8and declined10neither to the right hand,11nor to the left.12
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַיָּשָׁ֖רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בְּדַרְכֵי֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10סָ֖רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without11יָמִ֥יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south12וּשְׂמֹֽאולH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
3Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want in het achtsteH8083jaarH8141 zijner regeringH4427, toen hijH1931nogH5750 een jongelingH5288 was, begonH2490 hij den GodH430 zijns vadersH1DavidsH1732 te zoekenH1875; en in het twaalfdeH8147jaarH8141begonH2490 hij JudaH3063 en JeruzalemH3389vanH4480 de hoogtenH1116 en de bossenH842, en de gesnedenH6456 en de gegoten beeldenH4541 te reinigenH2891.Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
KJVFor in the eighth1year2of his reign,3while he was yet young,6he began7to seek8after the God9of David10his father:11and in the twelfth12year14he began15to purge16Judah18and Jerusalem19from the high places,21and the groves,22and the carved images,23and the molten images.24
1וּבִשְׁמוֹנֶ֨הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth2שָׁנִ֜יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3לְמָלְכ֗וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely4וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5עוֹדֶ֣נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6נַ֔עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7הֵחֵ֕לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound8לִדְר֕וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely9לֵאלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid11אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12וּבִשְׁתֵּ֧יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)14שָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15הֵחֵל֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound16לְטַהֵ֔רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְהוּדָה֙H3063JudaJudah19וִיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem20מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21הַבָּמוֹת֙H1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave22וְהָ֣אֲשֵׁרִ֔יםH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)23וְהַפְּסִלִ֖יםH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry24וְהַמַּסֵּכֽוֹתH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail
4En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En men brakH5422 voor zijn aangezichtH6440 af de altarenH4196 der BaalsH1168; en de zonnebeeldenH2553, dieH834omhoogH4605bovenH5921 dezelve waren, hieuwH1438 hij af; de bossenH842 ook, en de gesnedenH6456 en gegoten beeldenH4541verbrakH7665, en vergruisdeH1854, en strooideH2236 hij opH5921 de gravenH6913 dergenen, die hun geofferdH2076 hadden.En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.
KJVAnd they brake down1the altars4of Baalim5in his presence;2and the images,6that were on high above them,8he cut down;10and the groves,11and the carved images,12and the molten images,13he brake in pieces,14and made dust15of them, and strowed16it upon18the graves19of them that had sacrificed20unto them.
1וַיְנַתְּצ֣וּH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down2לְפָנָ֗יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִזְבְּח֣וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar5הַבְּעָלִ֔יםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim6וְהַֽחַמָּנִ֛יםH2553zonnebeeldenidol, image7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לְמַ֥עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very9מֵעֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10גִּדֵּ֑עַH1438afgehouwen, afgesneden, afhouwencut (asunder, in sunder, down, off), hew down11וְ֠הָאֲשֵׁרִיםH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)12וְהַפְּסִלִ֤יםH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry13וְהַמַּסֵּכוֹת֙H4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail14שִׁבַּ֣רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))15וְהֵדַ֔קH1854vergruisde, klein, stamptebeat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small)16וַיִּזְרֹק֙H2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19הַקְּבָרִ֔יםH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre20הַזֹּבְחִ֖יםH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay21לָהֶֽם
5En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de beenderenH6106 der priesterenH3548verbranddeH8313 hij opH5921 hun altarenH4196; en hij reinigdeH2891JudaH3063 en JeruzalemH3389.En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
KJVAnd he burnt3the bones1of the priests2upon their altars,5and cleansed6Judah8and Jerusalem.10
1וְעַצְמוֹת֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very2כֹּֽהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3שָׂרַ֖ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִזְבְּחוֹתָ֑םH4196altaar, altaren, altaarsaltar6וַיְטַהֵ֥רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
6Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daartoe in de stedenH5892 van ManasseH4519, en EfraimH669, en SimeonH8095, ja, totH5704NafthaliH5321 toe, in haar woeste plaatsenH2719rondomH5439,Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,
KJVAnd so did he in the cities1of Manasseh,2and Ephraim,3and Simeon,4even unto Naphtali,6with their mattocks7round about.8
1וּבְעָרֵ֨יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2מְנַשֶּׁ֧הH4519ManasseManasseh3וְאֶפְרַ֛יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites4וְשִׁמְע֖וֹןH8095Simeon, JudaSimeon5וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6נַפְתָּלִ֑יH5321NafthaliNaphtali7בְּחַרְבֹתֵיהֶ֖םH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool8סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
7Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7BrakH5422 hij ook de altarenH4196 af en de bossenH842, en de gesneden beeldenH6456stampteH3807 hij, die vergruizendeH1854, en alH3605 de zonnebeeldenH2553hieuwH1438 hij af in het ganseH3605landH776 van IsraelH3478; daarna keerdeH7725 hij weder naar JeruzalemH3389.Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
KJVAnd when he had broken down1the altars3and the groves,5and had beaten7the graven images6into powder,8and cut down11all the idols10throughout all the land13of Israel,14he returned15to Jerusalem.16
1וַיְנַתֵּ֣ץH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַֽמִּזְבְּח֗וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאֲשֵׁרִ֤יםH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)6וְהַפְּסִלִים֙H6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry7כִּתַּ֣תH3807slaan, stampte, vermorzeldbeat (down, to pieces), break in pieces, crushed, destroy, discomfit, smite, stamp. l8לְהֵדַ֔קH1854vergruisde, klein, stamptebeat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small)9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַֽחַמָּנִ֥יםH2553zonnebeeldenidol, image11גִּדַּ֖עH1438afgehouwen, afgesneden, afhouwencut (asunder, in sunder, down, off), hew down12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וַיָּ֖שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16לִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
8In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8In het achttiendeH8083jaarH8141 nu zijner regeringH4427 als hij het landH776 en het huisH1004gereinigdH2891 had, zondH7971 hij SafanH8227, den zoonH1121 van AzaliaH683, en MaasejaH4641, den oversteH8269 der stadH5892, en Joha, den zoonH1121 van JoahazH3099, den kanselierH2142, om het huisH1004 des HEERENH3068, zijns GodsH430, te verbeterenH2388.In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.
KJVNow in the eighteenth2year1of his reign,4when he had purged5the land,6and the house,7he sent8Shaphan10the son11of Azaliah,12and Maaseiah14the governor15of the city,16and Joah18the son19of Joahaz20the recorder,21to repair22the house24of the LORD25his God.26
1וּבִשְׁנַ֨תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2שְׁמוֹנֶ֤הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth3עֶשְׂרֵה֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4לְמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely5לְטַהֵ֥רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)6הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וְהַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8שָׁ֠לַחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שָׁפָ֨ןH8227Safan, konijnen, konijnconey11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אֲצַלְיָ֜הוּH683AzaliaAzaliah13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַעֲשֵׂיָ֣הוּH4641Maaseja, MahasejaMaaseiah15שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward16הָעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17וְ֠אֵתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יוֹאָ֤חH3098Joah, JohaJoah19בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יֽוֹאָחָז֙H3099JoahazJehoahaz, Joahaz21הַמַּזְכִּ֔ירH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well22לְחַזֵּ֕קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)25יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26אֱלֹהָֽיוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
9En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij kwamen totH413HilkiaH2518, den hogepriesterH1419, en zij gavenH5414 het geldH3701, dat ten huizeH1004GodsH430gebrachtH935 was, hetwelk de LevietenH3881, die den dorpelH5592bewaardenH8104, vergaderdH622 hadden uit de handH3027 van ManasseH4519 en EfraimH669, en uit het ganse overblijfselH7611 van IsraelH3478, en uit gansH3605JudaH3063 en BenjaminH1144, en te JeruzalemH3389wedergekomenH7725 waren;En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
KJVAnd when they came1to Hilkiah3the high5priest,4they delivered6the money8that was brought9into the house10of God,11which the Levites14that kept15the doors16had gathered13of the hand17of Manasseh18and Ephraim,19and of all the remnant21of Israel,22and of all Judah24and Benjamin;25and they returned26to Jerusalem.27
1וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3חִלְקִיָּ֣הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah4הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer5הַגָּד֗וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6וַֽיִּתְּנוּ֮H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַכֶּסֶף֮H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9הַמּוּבָ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֱלֹהִים֒H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אָסְפֽוּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw14הַלְוִיִּם֩H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite15שֹׁמְרֵ֨יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)16הַסַּ֜ףH5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold17מִיַּ֧דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh19וְאֶפְרַ֗יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites20וּמִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21שְׁאֵרִ֣יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest22יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23וּמִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah25וּבִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin26וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw27יְרֽוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
10Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zij nu gavenH5414 het in de handH3027 der verzorgersH6213 van het werkH4399, die besteldH6485 waren over het huisH1004 des HEERENH3068, en deze gavenH5414 dat dengenen, die het werkH4399 deden, dieH834arbeiddenH6213 aan het huisH1004 des HEERENH3068, om het huisH1004 te vermakenH918 en te verbeterenH2388.Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.
KJVAnd they put1it in the hand3of the workmen4that had the oversight6of the house7of the LORD,8and they gave9it to the workmen11that wrought14in the house15of the LORD,16to repair17and amend18the house:19
1וַֽיִּתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3יַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4עֹשֵׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5הַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)6הַמֻּפְקָדִ֖יםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיִּתְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עוֹשֵׂ֣יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12הַמְּלָאכָ֗הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עֹשִׂים֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17לִבְדּ֥וֹקH918vermakenrepair18וּלְחַזֵּ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand19הַבָּֽיִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
11Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Want zij gavenH5414 het den werkmeestersH2796 en de bouwliedenH1129, om gehouwenH4274stenenH68 te kopenH7069, en houtH6086 tot de samenvoegingenH4226, en om de huizenH1004 te zolderenH7136, dieH834 de koningenH4428 van JudaH3063verdorvenH7843 hadden.Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.
KJVEven to the artificers2and builders3gave1they it, to buy4hewn6stone,5and timber7for couplings,8and to floor9the houses11which the kings14of Judah15had destroyed.13
1וַֽיִּתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לֶחָֽרָשִׁים֙H2796werkmeesters, timmerlieden, werkmeesterartificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought3וְלַבֹּנִ֔יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4לִקְנוֹת֙H7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily5אַבְנֵ֣יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6מַחְצֵ֔בH4274gehouwen, gehouwenehewed(-n)7וְעֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood8לַֽמְחַבְּר֑וֹתH4226samenvoegingencoupling, joining9וּלְקָרוֹת֙H7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַבָּ֣תִּ֔יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הִשְׁחִ֖יתוּH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal15יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
12En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En die mannenH582handeldenH6213trouwelijkH530 in dit werkH4399; en de besteldenH5329overH5921 dezelve waren JahathH3189 en ObadjaH5662, LevietenH3881vanH4480 de kinderenH1121vanH4480MerariH4847, mitsgaders ZachariaH2148 en MesullamH4918, van de kinderen der KohathietenH6956, om het werk voort te drijven; en die LevietenH3881 waren allenH3605verstandigH995 op instrumentenH3627 van muziekH7892.En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.
Ook in dit vers
werk voort drijvenH6485
KJVAnd the mendid2the work4faithfully:3and the overseers18of them were Jahath7and Obadiah,8the Levites,9of the sons11of Merari;12and Zechariah13and Meshullam,14of the sons of the Kohathites,17to set it forward;6and other of the Levites,19all that could skill21of instruments22of musick.23
1וְהָאֲנָשִׁים֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2עֹשִׂ֨יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בֶּאֱמוּנָ֜הH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily4בַּמְּלָאכָ֗הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5וַעֲלֵיהֶ֣םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מֻ֠פְקָדִיםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7יַ֣חַתH3189JahathJahath8וְעֹבַדְיָ֤הוּH5662ObadjaObadiah9הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12מְרָרִ֔יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)13וּזְכַרְיָ֧הH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah14וּמְשֻׁלָּ֛םH4918MesullamMeshullam15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17הַקְּהָתִ֖יםH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites18לְנַצֵּ֑חַH5329opperzangmeester, opzieners, altoosdurendeexcel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward19וְהַ֨לְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21מֵבִ֖יןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)22בִּכְלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever23שִֽׁירH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zij waren ook overH5921 de lastdragersH5449, en de voortdrijversH5329 van allen, die in enig werkH5656arbeiddenH6213; want uit de LevietenH3881 waren schrijversH5608, en ambtliedenH7860, en poortiersH7778.Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.
KJVAlso they were over the bearers of burdens,2and were overseers3of all that wrought5the work6in any manner of service:7and of the Levites9there were scribes,10and officers,11and porters.12
1וְעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הַסַּבָּלִ֗יםH5449lastdragers, dragers, last(to bear, bearer of) burden(-s)3וּֽמְנַצְּחִים֙H5329opperzangmeester, opzieners, altoosdurendeexcel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward4לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֹשֵׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6מְלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)7לַעֲבוֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought8וַעֲבוֹדָ֑הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought9וּמֵֽהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite10סוֹפְרִ֥יםH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer11וְשֹׁטְרִ֖יםH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler12וְשׁוֹעֲרִֽיםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter
14En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En als zij het geldH3701uitnamenH3318, dat in het huisH1004 des HEERENH3068gebrachtH935 was, vondH4672 de priesterH3548HilkiaH2518 het wetboekH5612 des HEERENH3068, gegeven door de handH3027 van MozesH4872.En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.
KJVAnd when they brought out1the money3that was brought into4the house5of the LORD,6Hilkiah8the priest9found7a book11of the law12of the LORD13given by14Moses.15
1וּבְהוֹצִיאָ֣םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)4הַמּוּבָ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7מָצָא֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8חִלְקִיָּ֣הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah9הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll12תּֽוֹרַתH8451wet, wetten, leerlaw13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
15En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En HilkiaH2518antwoorddeH6030 en zeideH559totH413SafanH8227, de schrijverH5608: Ik heb het wetboekH5612gevondenH4672 in het huisH1004 des HEERENH3068. En HilkiaH2518gafH5414SafanH8227 dat boekH5612.En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.
KJVAnd Hilkiah2answered1and said3to Shaphan5the scribe,6I have found9the book7of the law8in the house10of the LORD.11And Hilkiah13delivered12the book15to Shaphan.17
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2חִלְקִיָּ֗הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah3וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5שָׁפָ֣ןH8227Safan, konijnen, konijnconey6הַסּוֹפֵ֔רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer7סֵ֧פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8הַתּוֹרָ֛הH8451wet, wetten, leerlaw9מָצָ֖אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַיִּתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13חִלְקִיָּ֛הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַסֵּ֖פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17שָׁפָֽןH8227Safan, konijnen, konijnconey
16En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En SafanH8227droegH935 dat boekH5612totH413 den koningH4428; daarbenevens brachtH7725 hij nogH5750 den koningH4428bescheidH1697 weder, zeggendeH559: AlH3605 wat in de handH3027 uwer knechtenH5650gegevenH5414 is, dat doenH6213zijH1992;En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;
KJVAnd Shaphan2carried1the book4to the king,6and brought7➔ the king10word11backagain, saying,12All that was committed15to16thy servants,17they do19it.
1וַיָּבֵ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שָׁפָ֤ןH8227Safan, konijnen, konijnconey3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַסֵּ֨פֶר֙H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7וַיָּ֨שֶׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8ע֧וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11דָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13כֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נִתַּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17עֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant18הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye19עֹשִֽׂיםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
17En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En zij hebben het geldH3701samengestortH5413, dat in het huisH1004 des HEERENH3068gevondenH4672 is, en hebben het gegevenH5414 in de handH3027 der besteldenH6485, en in de handH3027 dergenen, die het werkH4399maaktenH6213.En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten.
KJVAnd they have gathered together1the money3that was found4in the house5of the LORD,6and have delivered7it into the hand9of the overseers,10and to the hand12of the workmen.13
1וַיַּתִּ֕יכוּH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)4הַנִּמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בְּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וַֽיִּתְּנ֗וּהוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10הַמֻּפְקָדִ֔יםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12יַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13עוֹשֵׂ֥יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14הַמְּלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
18Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Voorts gaf SafanH8227, de schrijverH5608, den koningH4428 te kennenH5046, zeggendeH559: HilkiaH2518, de priesterH3548, heeft mij een boekH5612gegevenH5414. En SafanH8227lasH7121 daarin voor het aangezichtH6440 des koningsH4428.Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings.
19Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Het geschiedde nu, als de koningH4428 de woordenH1697 der wetH8451hoordeH8085, dat hij zijnH1961klederenH899scheurdeH7167.Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.
KJVAnd it came to pass, when the king3had heard2the words5of the law,6that he rent7his clothes.9
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הַתּוֹרָ֑הH8451wet, wetten, leerlaw7וַיִּקְרַ֖עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּגָדָֽיוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
20En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de koningH4428geboodH6680HilkiaH2518, en AhikamH296, den zoonH1121 van SafanH8227, en AbdonH5658, den zoonH1121 van MichaH4318, en SafanH8227, den schrijverH5608, en AsajaH6222, den knechtH5650 des koningsH4428, zeggendeH559:En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:
KJVAnd the king2commanded1Hilkiah,4and Ahikam6the son7of Shaphan,8and Abdon10the son11of Micah,12and Shaphan14the scribe,15and Asaiah17a servant18of the king's,19saying,20
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2הַמֶּ֡לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חִלְקִיָּ֡הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲחִיקָ֣םH296AhikamAhikam7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8שָׁ֠פָןH8227Safan, konijnen, konijnconey9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַבְדּ֨וֹןH5658AbdonAbdon. Compare H5683 (עֶבְרֹן)11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12מִיכָ֜הH4318Micha, huisMicah, Micaiah, Michah13וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14שָׁפָ֣ןH8227Safan, konijnen, konijnconey15הַסּוֹפֵ֗רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer16וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עֲשָׂיָ֥הH6222AsajaAsaiah18עֶֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
21Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21GaatH3212 heen, vraagtH1875 den HEEREH3068 voor mij, en voor het overgebleveneH7604 in IsraelH3478 en in JudaH3063, overH5921 de woordenH1697 dezes boeksH5612, dat gevondenH4672 is; wantH3588 de grimmigheidH2534 des HEERENH3068 is grootH1419, die overH5921 ons uitgegotenH5413 is, omdat onze vadersH1nietH3808 hebben gehouden het woordH1697 des HEERENH3068, om te doenH6213 naar alH3605hetgeenH834 in dat boekH5612geschrevenH3789 is.Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
KJVGo,1enquire2of the LORD4for me, and for them that are left7in Israel8and in Judah,9concerning the words11of the book12that is found:14for great16is the wrath17of the LORD18that is poured out20upon us, because our fathers26have not kept25the word28of the LORD,29to do30after all that is written32in this book.34
1לְכוּ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2דִרְשׁ֨וּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בַּעֲדִ֗יH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within6וּבְעַד֙H1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within7הַנִּשְׁאָר֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest8בְּיִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וּבִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַסֵּ֖פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נִמְצָ֑אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16גְדוֹלָ֤הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very17חֲמַתH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)18יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20נִתְּכָ֣הH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)21בָ֔נוּ22עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25שָׁמְר֤וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)26אֲבוֹתֵ֨ינוּ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work29יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)30לַעֲשׂ֕וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use31כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)32הַכָּת֖וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)33עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with34הַסֵּ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll35הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
22Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen gingH3212HilkiaH2518 henen, en die des koningsH4428 waren, totH413 de profetesH5031HuldaH2468, de huisvrouwH802 van SallumH7967, den zoonH1121 van TokhathH8616, den zoonH1121 van HasraH2641, den klederbewaarderH8104. ZijH1931 nu woondeH3427 te JeruzalemH3389 in het tweedeH4932 deel; en zij sprakenH1696 zulks totH413 haar.Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.
KJVAnd Hilkiah,2and they that the king4had appointed, went1to Huldah6the prophetess,7the wife8of Shallum9the son10of Tikvath,11the son12of Hasrah,13keeper14of the wardrobe;15(now she dwelt17in Jerusalem18in the college:)19and they spake20to her to that effect.
1וַיֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2חִלְקִיָּ֜הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah3וַאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6חֻלְדָּ֨הH2468HuldaHuldah7הַנְּבִיאָ֜הH5031profetes, profetesseprophetess8אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9שַׁלֻּ֣םH7967SallumShallum10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11תָּקְהַ֗תH8445Tikvath (by correction for H8616 (תִּקְוָה))12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13חַסְרָה֙H2641HasraHasrah14שׁוֹמֵ֣רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)15הַבְּגָדִ֔יםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe16וְהִ֛יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17יוֹשֶׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry18בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem19בַּמִּשְׁנֶ֑הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much20וַיְדַבְּר֥וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work21אֵלֶ֖יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22כָּזֹֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En zij zeideH559 tot hen: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: ZegtH559 den manH376, dieH834 ulieden totH413 mij gezondenH7971 heeft:En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:
KJVAnd she answered1them, Thus saith4the LORD5God6of Israel,7Tell8ye the man9that sent11you to me,
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֔ם3כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אִמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11שָׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
24Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZieH2009, Ik zal kwaadH7451overH5921dezeH2088plaatsH4725 en overH5921 haar inwonersH3427brengenH935; alH3605 de vloekenH423, die geschrevenH3789 zijn in het boekH5612, dat men voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 van JudaH3063gelezenH7121 heeft.Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.
KJVThus saith2the LORD,3Behold, I will bring5evil6upon this place,8and upon the inhabitants11thereof, even all the curses14that are written15in the book17which they have read19before20the king21of Judah:22
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though5מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6רָעָ֛הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)9הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11יוֹשְׁבָ֑יוH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָאָלוֹת֙H423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing15הַכְּתוּב֣וֹתH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַסֵּ֔פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19קָֽרְא֔וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say20לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Daarom dat zij Mij verlatenH5800, en anderen godenH430gerooktH6999 hebben, opdatH4616 zij Mij tot toorn verwektenH3707 met alleH3605werkenH4639 hunner handenH3027; zo zal Mijn grimmigheidH2534uitgegotenH5413 worden tegen dezeH2088plaatsH4725, en nietH3808uitgeblustH3518 worden.Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden.
KJVBecause they have forsaken3me, and have burned incense4unto other6gods,5that they might provoke me to anger8with all the works10of their hands;11therefore my wrath13shall be poured out12upon this place,14and shall not be quenched.17
1תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עֲזָב֗וּנִיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely4וַֽיְקַטְּרוּ֙H6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)5לֵֽאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange7לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8הַכְעִיסֵ֔נִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth9בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10מַעֲשֵׂ֣יH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought11יְדֵיהֶ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12וְתִתַּ֧ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)13חֲמָתִ֛יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)14בַּמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)15הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תִכְבֶּֽהH3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench
26Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar totH413 den koningH4428 van JudaH3063, die ulieden gezondenH7971 heeft, om den HEEREH3068 te vragenH1875, totH413 hem zult gij alzo zeggenH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: Aangaande de woordenH1697, dieH834 gij hebt gehoordH8085;Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;
KJVAnd as for1the king2of Judah,3who sent4you to enquire6of the LORD,7so shall ye say9unto him, Thus saith12the LORD13God14of Israel15concerning the words16which thou hast heard;18
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah4הַשֹּׁלֵ֤חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6לִדְר֣וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely7בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9תֹאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18שָׁמָֽעְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
27Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Omdat uw hartH3824weekH7401 geworden is, en gij u voor het aangezichtH6440GodsH430vernederdH3665 hebt, als gij Zijn woordenH1697hoordetH8085tegenH5921dezeH2088plaatsH4725 en tegenH5921 haar inwonersH3427, en hebt u vernederdH3665 voor Mijn aangezichtH6440, en uw klederenH899gescheurdH7167, en geweendH1058 voor Mijn aangezichtH6440, zo heb IkH589 u ookH1571verhoordH8085, spreektH5002 de HEEREH3068.Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
KJVBecause thine heart3was tender,2and thou didst humble4thyself before5God,6when thou heardest7his words9against this place,11and against the inhabitants14thereof, and humbledst15thyself before16me, and didst rend17thy clothes,19and weep20before21me; I have even heard24thee also, saith25the LORD.26
1יַ֠עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2רַךְH7401week, verzacht, zachter(be) faint(-hearted), mollify, (be, make) soft(-er), be tender3לְבָ֨בְךָ֜H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding4וַתִּכָּנַ֣עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue5מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7בְּשָׁמְעֲךָ֤H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9דְּבָרָיו֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמָּק֤וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14יֹ֣שְׁבָ֔יוH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15וַתִּכָּנַ֣עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue16לְפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17וַתִּקְרַ֥עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19בְּגָדֶ֖יךָH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe20וַתֵּ֣בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep21לְפָנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea23אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who24שָׁמַ֖עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness25נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28ZieH2009, Ik zal u verzamelenH622totH413 uw vaderenH1, en gij zult met vredeH7965 in uw grafH6913verzameldH622 worden, en uw ogenH5869 zullen alH3605 dat kwaadH7451nietH3808zienH7200, dat IkH589overH5921dezeH2088plaatsH4725 en overH5921 haar inwonersH3427brengenH935 zal. En zij brachtenH7725 den koningH4428 dit antwoordH1697 weder.Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.
KJVBehold, I will gather2thee to thy fathers,4and thou shalt be gathered5to thy grave7in peace,8neither shall thine eyes11see10all the evil13that I will bring16upon this place,18and upon the inhabitants21of the same. So they brought22➔ the king24word25again.
1הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2אֹֽסִפְךָ֜H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֲבֹתֶ֗יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וְנֶאֱסַפְתָּ֣H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7קִבְרֹתֶיךָ֮H6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre8בְּשָׁלוֹם֒H7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִרְאֶ֣ינָהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11עֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָֽרָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16מֵבִ֛יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)19הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)20וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21יֹשְׁבָ֑יוH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry22וַיָּשִׁ֥יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
29Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Toen zondH7971 de koningH4428 henen, en verzameldeH622alleH3605oudstenH2205 van JudaH3063 en JeruzalemH3389.Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
KJVThen the king2sent1and gathered together3all the elders6of Judah7and Jerusalem.8
1וַיִּשְׁלַ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3וַיֶּאֱסֹ֕ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6זִקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator7יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah8וִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
30En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En de koningH4428 ging op in het huisH1004 des HEERENH3068, en alH3605 de mannenH376 van JudaH3063 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, mitsgaders de priestersH3548 en de LevietenH3881, en alH3605 het volkH5971, van den groteH1419totH5704 den kleineH6996 toe; en men lasH7121 voor hun orenH241alH3605 de woordenH1697 van het boekH5612 des verbondsH1285, dat in het huisH1004 des HEERENH3068gevondenH4672 was.En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
KJVAnd the king2went up1into the house3of the LORD,4and all the men6of Judah,7and the inhabitants8of Jerusalem,9and the priests,10and the Levites,11and all the people,13great14and small:16and he read17in their ears18all the words21of the book22of the covenant23that was found24in the house25of the LORD.26
1וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יְ֠הוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah8וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10וְהַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11וְהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14מִגָּד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16קָטָ֑ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)17וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18בְאָזְנֵיהֶ֗םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21דִּבְרֵי֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22סֵ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll23הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league24הַנִּמְצָ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on25בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
31En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de koningH4428stondH5975 in zijn standplaatsH5977, en maakteH6213 een verbondH1285 voor des HEERENH3068aangezichtH6440, om den HEEREH3068naH310 te wandelenH3212, en om Zijn gebodenH4687, en Zijn getuigenissenH5715, en Zijn inzettingenH2706, met zijn ganseH3605hartH3824 en met zijn ganseH3605zielH5315, te onderhoudenH8104, doende de woordenH1697 des verbondsH1285, dieH2088 in datzelve boekH5612geschrevenH3789 zijn.En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.
KJVAnd the king2stood1in his place,4and made5a covenant7before8the LORD,9to walk10after11the LORD,12and to keep13his commandments,15and his testimonies,16and his statutes,17with all his heart,19and with all his soul,21to perform22the words24of the covenant25which are written26in this book.28
1וַיַּעֲמֹ֨דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עָמְד֗וֹH5977standplaats, stand, stondplace, ([phrase] where) stood, upright5וַיִּכְרֹ֣תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַבְּרִית֮H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לָלֶ֜כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וְלִשְׁמ֤וֹרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִצְוֺתָיו֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept16וְעֵֽדְוֺתָ֣יוH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness17וְחֻקָּ֔יוH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19לְבָב֖וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding20וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21נַפְשׁ֑וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it22לַעֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work25הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league26הַכְּתוּבִ֖יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)27עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28הַסֵּ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll29הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
32En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En hij deed allenH3605, die te JeruzalemH3389 en in BenjaminH1144gevondenH4672 werden, staanH5975; en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389 deden naar het verbondH1285 van GodH430, den GodH430 hunner vaderenH1.En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.
KJVAnd he caused all that were present4in Jerusalem5and Benjamin6to stand1to it. And the inhabitants8of Jerusalem9did7according to the covenant10of God,11the God12of their fathers.13
1וַיַּעֲמֵ֕דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַנִּמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בִירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6וּבִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin7וַֽיַּעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10כִּבְרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֲבוֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
33Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33JosiaH2977 dan deed alleH3605gruwelenH8441wegH5493 uit alleH3605landenH776, dieH834 der kinderenH1121IsraelsH3478 waren, en maakte allen, die in IsraelH3478gevondenH4672 werden, te dienenH5647; te dienenH5647 den HEEREH3068, hun GodH430; alH3605 zijn dagenH3117wekenH5493 zij nietH3808 af van den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, na te volgenH310.Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.
KJVAnd Josiah2took away1all the abominations5out of all the countries7that pertained to the children9of Israel,10and made all that were present14in Israel15to serve,11even to serve16the LORD18their God.19And all his days21they departed23not from following24the LORD,25the God26of their fathers.27
1וַיָּ֨סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2יֹֽאשִׁיָּ֜הוּH2977JosiaJosiah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַתּוֹעֵב֗וֹתH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination6מִֽכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָאֲרָצוֹת֮H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וַֽיַּעֲבֵ֗דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַנִּמְצָא֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on15בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16לַעֲב֖וֹדH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21יָמָ֕יוH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23סָ֔רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without24מֵֽאַחֲרֵ֕יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with25יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty27אֲבוֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 34:1— Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.Jeremia 1:2→Sefanja 1:1→1 Koningen 3:7→2 Kronieken 33:1→1 Samuël 2:18→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→2 Koningen 22:1→
2 Kronieken 34:2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.2 Kronieken 29:2→2 Koningen 22:2→2 Kronieken 17:3→Deuteronomium 5:32→Deuteronomium 28:14→Deuteronomium 17:11→Spreuken 4:27→Jozua 23:6→
2 Kronieken 34:3— Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 33:22→Spreuken 8:17→2 Kronieken 33:17→2 Koningen 23:14→1 Kronieken 28:9→2 Timotheüs 3:15→Psalmen 119:9→
2 Kronieken 34:4— En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.Exodus 32:20→2 Koningen 23:4→Leviticus 26:30→Deuteronomium 7:25→2 Kronieken 14:5→Deuteronomium 9:21→Psalmen 18:42→Jesaja 27:9→
2 Kronieken 34:5— En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.1 Koningen 13:2→Jeremia 8:1→Jeremia 4:14→2 Koningen 23:16→Ezechiël 22:24→Jeremia 3:10→Numeri 35:33→2 Kronieken 34:7→
2 Kronieken 34:6— Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,2 Koningen 23:15→2 Kronieken 31:1→2 Kronieken 30:1→Jesaja 7:25→1 Samuël 13:20→Spreuken 25:18→2 Kronieken 30:10→
2 Kronieken 34:7— Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 9:21→2 Kronieken 34:1→
2 Kronieken 34:8— In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.2 Samuël 8:16→Jeremia 40:11→2 Koningen 22:3→Jeremia 36:10→Jeremia 29:25→2 Kronieken 18:25→2 Samuël 20:24→1 Kronieken 18:15→
2 Kronieken 34:9— En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;2 Kronieken 30:10→2 Kronieken 35:8→2 Kronieken 30:18→2 Kronieken 34:14→2 Kronieken 24:11→2 Kronieken 34:18→2 Koningen 22:4→2 Kronieken 34:20→
2 Kronieken 34:10— Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.Ezra 3:7→2 Koningen 12:11→2 Koningen 22:5→2 Koningen 12:14→
2 Kronieken 34:11— Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.2 Kronieken 33:4→2 Kronieken 33:22→
2 Kronieken 34:12— En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.2 Koningen 12:15→1 Kronieken 23:5→1 Korinthe 4:2→1 Kronieken 16:41→Spreuken 28:20→1 Kronieken 25:1→2 Koningen 22:7→1 Kronieken 6:31→
2 Kronieken 34:13— Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.Nehemia 4:10→2 Kronieken 2:18→1 Kronieken 23:4→1 Kronieken 16:42→1 Kronieken 26:29→Jeremia 8:8→Mattheüs 26:3→1 Kronieken 15:18→
2 Kronieken 34:14— En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.2 Kronieken 31:4→Ezra 7:10→Leviticus 10:11→Jozua 1:8→Jeremia 8:8→Jesaja 5:24→Leviticus 26:46→Deuteronomium 17:18→
2 Kronieken 34:16— En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;2 Koningen 22:9→Jeremia 36:20→
2 Kronieken 34:18— Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings.Psalmen 119:46→Psalmen 119:97→Jeremia 36:20→Jozua 1:8→Deuteronomium 17:19→
2 Kronieken 34:19— Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.Jozua 7:6→Galaten 3:10→2 Koningen 22:11→2 Koningen 22:19→Jeremia 36:22→Deuteronomium 28:3→Joël 2:13→Romeinen 7:7→
2 Kronieken 34:20— En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:2 Koningen 22:12→Jeremia 40:6→2 Koningen 25:22→Jeremia 26:22→Jeremia 40:14→Jeremia 40:9→Jeremia 26:24→
2 Kronieken 34:21— Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Jeremia 42:2→Ezechiël 20:1→Leviticus 26:14→2 Kronieken 33:11→2 Kronieken 29:8→
2 Kronieken 34:22— Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.Exodus 15:20→Handelingen 21:9→Lukas 2:36→Lukas 1:41→Richteren 4:4→2 Koningen 22:14→
2 Kronieken 34:23— En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:Jeremia 21:3→2 Koningen 22:15→Jeremia 37:7→
2 Kronieken 34:24— Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.2 Kronieken 36:14→Jozua 23:16→Deuteronomium 28:15→Jeremia 35:17→Jeremia 19:15→Jesaja 5:4→2 Koningen 21:12→Jeremia 19:3→
2 Kronieken 34:25— Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden.Jeremia 7:20→2 Kronieken 12:2→Ezechiël 20:48→2 Kronieken 33:3→Nahum 1:6→2 Kronieken 15:2→Jeremia 4:4→2 Koningen 24:3→
2 Kronieken 34:26— Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;2 Kronieken 34:23→2 Kronieken 34:21→
2 Kronieken 34:27— Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.2 Kronieken 32:26→Ezechiël 9:4→Jesaja 65:24→Psalmen 51:17→Psalmen 10:17→Jakobus 4:6→2 Kronieken 33:19→2 Kronieken 12:7→
2 Kronieken 34:28— Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.2 Kronieken 35:24→Psalmen 37:37→2 Koningen 22:20→Jeremia 15:1→Ezechiël 14:14→2 Koningen 20:19→Jesaja 39:8→Jesaja 57:1→
2 Kronieken 34:29— Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.2 Koningen 23:1→1 Kronieken 29:2→2 Kronieken 30:2→1 Samuël 12:23→Markus 14:8→
2 Kronieken 34:30— En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.2 Koningen 23:2→Deuteronomium 1:17→Nehemia 8:1→2 Kronieken 34:24→Job 3:19→2 Koningen 23:21→Prediker 12:9→2 Kronieken 15:12→
2 Kronieken 34:31— En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.2 Kronieken 23:16→2 Kronieken 15:12→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 6:13→2 Koningen 23:3→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 31:21→Exodus 24:6→
2 Kronieken 34:32— En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.Genesis 18:19→2 Kronieken 30:12→Jeremia 3:10→2 Kronieken 14:4→2 Kronieken 33:16→Prediker 8:2→2 Kronieken 29:29→
2 Kronieken 34:33— Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.2 Kronieken 34:3→Jozua 24:31→1 Koningen 11:5→Jeremia 3:10→Hosea 6:4→2 Koningen 23:4→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 34 vers 1— Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.
was
Zie bredere verklaring van dit hfdst. 2Ki 22 , en 2Ki 23 , waar deze historie eerst beschreven is.
Hertaald:was
Zie de uitvoeriger verklaring van dit hoofdstuk in 2 Kon. 22, en 2 Kon. 23, waar deze geschiedenis eerst beschreven is.
acht jaren oud,
Hebreeuws, een zoon van acht jaren. Zie Gen. 5:32 .
Hertaald:acht jaren oud,
Hebreeuws: een zoon van acht jaar. Zie Gen. 5:32.
2 Kronieken 34 vers 2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.
wandelde
Zie 1 Kon. 15:26 .
Hertaald:wandelde
Zie 1 Kon. 15:26.
week niet af
Dat is, verliet den rechten weg niet op enigerlei manier. Zie Deut. 5:32 .
Hertaald:week niet af
Dat is: verliet de rechte weg op geen enkele manier. Zie Deut. 5:32.
2 Kronieken 34 vers 3— Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
een jongeling was,
Te weten, van zestien jaren oud.
Hertaald:een jongeling was,
Namelijk: van zestien jaar oud.
zoeken;
Zie boven, 2 Kron. 15:2 .
Hertaald:zoeken;
Zie hierboven 2 Kron. 15:2.
twaalfde jaar
Te weten, zijner regering toen hij twintig jaren oud was.
Hertaald:twaalfde jaar
Namelijk: van zijn regering, toen hij twintig jaar oud was.
2 Kronieken 34 vers 4— En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.
voor zijn aangezicht
Dat is, door zijn bevel, in zijn tegenwoordigheid daar hij het aanzag.
Hertaald:voor zijn aangezicht
Dat is: op zijn bevel, in zijn aanwezigheid, terwijl hij toekeek.
Baäls;
Zie Richt. 2:11 .
Hertaald:Baäls;
Zie Richt. 2:11.
zonnebeelden,
Zie van deze Lev. 26:30 .
Hertaald:zonnebeelden,
Zie hierover Lev. 26:30.
dezelve waren,
Te weten, altaren, over welke zij omhoog waren gesteld.
Hertaald:dezelve waren,
Namelijk: de altaren waarboven zij opgesteld waren.
bossen ook,
Dat is, beelden van het bos; alzo vs.7.
Hertaald:bossen ook,
Dat is: beelden van het bos; zo ook vers 7.
strooide
Zie 2 Kron. 23:6 .
Hertaald:strooide
Zie 2 Kron. 23:6.
2 Kronieken 34 vers 5— En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
de beenderen
Vergelijk dit met 2 Kon. 23:20 , en de aantekening daarop.
Hertaald:de beenderen
Vergelijk dit met 2 Kon. 23:20, en de aantekening daar.
hunne altaren;
Te weten, der beelden, en dat tot meerdere verfoeiing en verontreiniging van hun altaren, zijnde die dingen voor onrein geacht, welke van dode lichamen of beenderen aangeroerd waren. Vergelijk 2 Kon. 23:20 .
Hertaald:hunne altaren;
Namelijk: van de beelden, en dat om hun altaren nog meer te verafschuwen en te verontreinigen, aangezien dingen die door dode lichamen of beenderen waren aangeraakt als onrein beschouwd werden. Vergelijk 2 Kon. 23:20.
2 Kronieken 34 vers 6— Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,
in haar woeste
Dat is, in het land van Israël, dat verwoest was door de vervoering der tien stammen in Assyrië. Anders, met hun bijlen, of houwmessen of hamers, of spaden, of scheppen; te weten, waarmede zij de afgodische bossen, beelden, altaren, huizen, hoogten, enz., uitroeiden en afwierpen. Het Hebreeuwse woord, hetwelk hier gevonden wordt, is Ezech. 26:9 gebruikt voor instrumenten, waarmede iets afgeworpen, verdelgd en uitgeroeid wordt.
Hertaald:in haar woeste
Dat is: in het land Israël, dat verwoest was door de wegvoering van de tien stammen naar Assyrië. Anders: met hun bijlen, of houwmessen, of hamers, of spaden, of scheppen; namelijk waarmee zij de afgodische bossen, beelden, altaren, huizen, hoogten, enzovoort, uitroeiden en afbraken. Het Hebreeuwse woord dat hier staat, wordt in Ezech. 26:9 gebruikt voor werktuigen waarmee iets afgebroken, vernietigd en uitgeroeid wordt.
2 Kronieken 34 vers 7— Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
stampte hij,
Dat is, hij stiet ze zo, alsof zij in een mortier of door enig molenwerk waren verbrijzeld geweest. Vergelijk Deut. 9:21 .
Hertaald:stampte hij,
Dat is: hij verbrijzelde ze zo, alsof zij in een vijzel of door een molen fijngemalen waren. Vergelijk Deut. 9:21.
2 Kronieken 34 vers 8— In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.
huis
Te weten, Gods, dat is, in den tempel.
Hertaald:huis
Namelijk: van God, dat is: in de tempel.
gereinigd
Te weten, van de vuiligheden en smetten der afgoderij.
Hertaald:gereinigd
Namelijk: van de smetten en onreinheden van de afgoderij.
overste
Vergelijk 1 Kon. 22:26 , en 2 Kon. 23:8 .
Hertaald:overste
Vergelijk 1 Kon. 22:26, en 2 Kon. 23:8.
om het huis des HEEREN,
Versta, dat hij dezen gezonden heeft tot den hogepriester Hilkia, opdat hij de collecten zou opnemen en leveren, en die laten besteden tot de reparatie en vermaking des tempels; 2 Kon. 22:4 . Zie een gelijk exempel in Joas; boven, 2 Kron. 24:4 , enz.
Hertaald:om het huis des HEEREN,
Versta hieronder dat hij deze naar de hogepriester Hilkia gestuurd heeft, opdat hij de collecten zou ontvangen en verstrekken, en die zou laten besteden voor het herstel en de reparatie van de tempel; 2 Kon. 22:4. Zie een soortgelijk voorbeeld bij Joas; hierboven 2 Kron. 24:4, enzovoort.
2 Kronieken 34 vers 9— En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
tot Hilkia,
Te weten, om het bevel des konings hem aan te dienen, rakende de voorgemelde vermaking des tempels en het opbrengen van het geld, daartoe dienende.
Hertaald:tot Hilkia,
Namelijk: om het bevel van de koning aan hem bekend te maken, over het eerder genoemde herstel van de tempel en het inzamelen van het geld dat daarvoor nodig was.
hogepriester,
Hebreeuws, den groten priester.
Hertaald:hogepriester,
Hebreeuws: de grote priester.
zij gaven
Namelijk, Hilkia en zijn metgezellen. Zij gaven het in de hand der verzorgers of bestelden over de werklieden, onder, vs.17.
Hertaald:zij gaven
Namelijk: Hilkia en zijn collega's. Zij gaven het in handen van de verzorgers of aangestelden over de werklieden, hieronder vers 17.
dorpel
Namelijk, des tempels. Anders, de vaten.
Hertaald:dorpel
Namelijk: van de tempel. Anders: de voorwerpen.
Manasse
Dat is, der Manassieten en Efraïmieten.
Hertaald:Manasse
Dat is: van de Manassieten en Efraïmieten.
het ganse
Te weten, dat onder het gebied des konings van Juda stond, of hem toegedaan was. Zie boven, 2 Kron. 21:2 .
Hertaald:het ganse
Namelijk: dat onder het gezag van de koning van Juda stond, of hem toegedaan was. Zie hierboven 2 Kron. 21:2.
waren;
Namelijk, de Levieten, die het geld vergaderd hadden.
Hertaald:waren;
Namelijk: de Levieten, die het geld verzameld hadden.
2 Kronieken 34 vers 10— Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.
Zij nu gaven
Namelijk, Hilkia en zijn medehelpers, gelijk in de aantekening van het begin van vs.9. Vergelijk ook het einde van het volgende 16 vs. en vs.17.
Hertaald:Zij nu gaven
Namelijk: Hilkia en zijn medehelpers, zoals in de aantekening bij het begin van vers 9. Vergelijk ook het einde van het volgende vers 16 en vers 17.
der verzorgers
Versta, schaffers, voogden, voortdrijvers, die zorg droegen dat het werk wel gedaan werd, onderscheiden van degenen, die met hun hand het werk zelf deden. Zie 2 Kon. 22:5 .
Hertaald:der verzorgers
Versta hieronder de leveranciers, opzichters, voormannen, die ervoor zorgden dat het werk goed gedaan werd, te onderscheiden van degenen die het werk zelf met hun handen deden. Zie 2 Kon. 22:5.
vermaken
Anders, te onderzoeken, of te bezichtigen; te weten, om te vernemen waar het enige betering of vermaking van doen had.
Hertaald:vermaken
Anders: te onderzoeken, of te bezichtigen; namelijk om te vernemen waar iets hersteld of gerepareerd moest worden.
2 Kronieken 34 vers 11— Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.
gehouwen stenen
Zie 2 Kon. 22:6 .
Hertaald:gehouwen stenen
Zie 2 Kon. 22:6.
samenvoegingen,
Versta, de balken, door welke de wanden of de muren aan elkander samengevoegd en gehecht worden.
Hertaald:samenvoegingen,
Versta hieronder de balken waarmee de wanden of de muren aan elkaar bevestigd en verbonden worden.
huizen
Versta, de kamers, die aan den tempel waren voor de priesters en Levieten.
Hertaald:huizen
Versta hieronder de kamers die aan de tempel waren voor de priesters en Levieten.
de koningen
Te weten, de afgodische koningen, als Achaz, Manasse en Amon.
Hertaald:de koningen
Namelijk: de afgodische koningen, zoals Achaz, Manasse en Amon.
2 Kronieken 34 vers 12— En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.
trouwelijk
Hebreeuws, in waarheid, of trouw. Alzo 2 Kon. 12:15 , en 2 Kon. 22:7 .
Hertaald:trouwelijk
Hebreeuws: in waarheid, of trouw. Zo ook 2 Kon. 12:15, en 2 Kon. 22:7.
bestelden
Te weten, de verzorgers, van welken gesproken is vs.10.
Hertaald:bestelden
Namelijk: de verzorgers, over wie in vers 10 gesproken is.
en die Levieten
Of, mitsgaders een ieder der Levieten, die verstandig was op muzikale instrumenten.
Hertaald:en die Levieten
Of: en ook elk van de Levieten die deskundig was op muziekinstrumenten.
2 Kronieken 34 vers 13— Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.
enig werk
Hebreeuws, in dienst en dienst; dat is, in welken dienst of werk. Zie Gen. 7:2 .
Hertaald:enig werk
Hebreeuws: in dienst en dienst; dat is: in welke dienst of werk dan ook. Zie Gen. 7:2.
ambtlieden,
Genaamd boven, vs.10, verzorgers. Zie daar de aantekening.
Hertaald:ambtlieden,
Hierboven, in vers 10, verzorgers genoemd. Zie daar de aantekening.
2 Kronieken 34 vers 14— En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.
het wetboek
Te weten, het originele wetboek door Mozes zelven geschreven en nagelaten. Zie 2 Kon. 22:8 .
Hertaald:het wetboek
Namelijk: het originele wetboek, door Mozes zelf geschreven en nagelaten. Zie 2 Kon. 22:8.
2 Kronieken 34 vers 15— En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.
antwoordde
Dat is, ving aan te spreken. Zie Richt. 18:14 .
Hertaald:antwoordde
Dat is: begon te spreken. Zie Richt. 18:14.
2 Kronieken 34 vers 16— En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;
bescheid
Hebreeuws, woord; dat is, bescheid, rapport, antwoord van hetgeen de koning gelast had, boven, vs.8.
Hertaald:bescheid
Hebreeuws: woord; dat is: bericht, verslag, antwoord over wat de koning opgedragen had, hierboven vers 8.
Al wat in de hand
Dat is, al wat den Levieten belast en aan hun zorg overgegeven is.
Hertaald:Al wat in de hand
Dat is: alles wat aan de Levieten opgedragen en aan hun zorg toevertrouwd is.
2 Kronieken 34 vers 17— En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten.
gestort,
Hebreeuws, gegoten, of gesmolten. Zie 2 Kon. 22:9 .
Hertaald:gestort,
Hebreeuws: gegoten, of gesmolten. Zie 2 Kon. 22:9.
maakten
Of, deden; dat is, den arbeidslieden of werklieden.
Hertaald:maakten
Of: deden; dat is: de arbeiders of werklieden.
2 Kronieken 34 vers 19— Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.
hij zijn klederen
Zie de aantekening 2 Kon. 22:11 .
Hertaald:hij zijn klederen
Zie de aantekening bij 2 Kon. 22:11.
2 Kronieken 34 vers 20— En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:
Abdon,
Die ook Achbor benaamd wordt; 2 Kon. 22:12 .
Hertaald:Abdon,
Die ook Achbor genoemd wordt; 2 Kon. 22:12.
2 Kronieken 34 vers 21— Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
het overgeblevene
Te weten, die door de vijanden niet waren vermoord of gevankelijk weggevoerd.
Hertaald:het overgeblevene
Namelijk: die niet door de vijanden vermoord of gevangen weggevoerd zijn.
uitgegoten is,
En dat met hevigen brand en aansteking; want 2 Kon. 22:13 staat voor uitgegoten het woord aangestoken.
Hertaald:uitgegoten is,
En dat met hevige brand en verwoesting; want in 2 Kon. 22:13 staat voor uitgegoten het woord aangestoken.
2 Kronieken 34 vers 22— Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.
des konings
Te weten, dienaren, welker namen, zie boven, vs.20.
Hertaald:des konings
Namelijk: dienaren, over wier namen zie hierboven vers 20.
Tokhath,
Ook genaamd Tikva, de zoon van Harhas; 2 Kon. 22:14 .
Hertaald:Tokhath,
Ook Tikva genoemd, de zoon van Harhas; 2 Kon. 22:14.
klederbewaarder
Versta dit van de klederen des heiligdoms, die dezen Sallum in bewaring gegeven waren.
Hertaald:klederbewaarder
Versta dit van de kleren van het heiligdom, die aan deze Sallum in bewaring gegeven waren.
tweede deel;
Te weten, der stad. Zie 2 Kon. 20:4 . Anderen verstaan deze plaats van een vergadering der profeten. Zie de aantekening 2 Kon. 22:14 .
Hertaald:tweede deel;
Namelijk: van de stad. Zie 2 Kon. 20:4. Anderen betrekken deze plaats op een samenkomst van profeten. Zie de aantekening bij 2 Kon. 22:14.
zulks tot haar
Hebreeuws, naar zulks; dat is, naar hetgeen de koning hun geboden had.
Hertaald:zulks tot haar
Hebreeuws: naar zoiets; dat is: naar wat de koning hun geboden had.
2 Kronieken 34 vers 24— Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.
kwaad
Versta, den inval der Babyloniërs in het land van Juda, de belegering der stad Jeruzalem, den hongersnood, de vermoording der inwoners, de verstoring des tempels, de gevangenis en wegvoering des volks naar Babel, en eindelijk den ondergang der stad en het verderf des gehelen lands.
Hertaald:kwaad
Versta hieronder de inval van de Babyloniërs in het land Juda, de belegering van de stad Jeruzalem, de hongersnood, de moord op de inwoners, de verwoesting van de tempel, de gevangenschap en wegvoering van het volk naar Babel, en ten slotte de ondergang van de stad en de verwoesting van het hele land.
dat men voor
Hebreeuws, dat zij voor het aangezicht des konings, enz. gelezen hebben. Zie Job 4:19 .
Hertaald:dat men voor
Hebreeuws: dat zij voor het aangezicht van de koning, enzovoort, gelezen hebben. Zie Job 4:19.
2 Kronieken 34 vers 25— Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden.
werken
Dat is, afgoden en beelden. Zie 2 Kon. 22:17 .
Hertaald:werken
Dat is: afgoden en beelden. Zie 2 Kon. 22:17.
2 Kronieken 34 vers 26— Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;
die gij hebt gehoord;
Te weten, uit het lezen van het wetboek, inhoudende zeer zware dreigementen, uitgesproken tegen de overtreders der wet. Zie 2 Kon. 22:18 .
Hertaald:die gij hebt gehoord;
Namelijk: uit het lezen van het wetboek, dat zeer zware dreigementen bevat, uitgesproken tegen de overtreders van de wet. Zie 2 Kon. 22:18.
2 Kronieken 34 vers 27— Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
week geworden
Het Hebreeuwse woord, van het hart des mensen gezegd zijnde, betekent meest een zwakheid, slapheid en vervalling deszelven, welke uit vrees komt; gelijk af te nemen is uit Deut. 20:3 , Deut. 20:8 ; 2 Kon. 22:19 ; 2 Kron. 13:7 ; Jes. 7:4 ; Jer. 51:46 .
Hertaald:week geworden
Het Hebreeuwse woord, gezegd van het hart van de mens, betekent meestal een zwakheid, verslapping en verval daarvan, die uit vrees voortkomt; zoals op te maken is uit Deut. 20:3, Deut. 20:8; 2 Kon. 22:19; 2 Kron. 13:7; Jes. 7:4; Jer. 51:46.
2 Kronieken 34 vers 28— Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.
met vrede
Dat is, alzo, dat het kwaad, hetwelk over deze stad en dit land komen zal, niet bij uw leven geschieden zal, maar wel bij het leven van uw kinderen. Zie hiervan breder 2 Kon. 22:20 . Daarenboven is hij ook binnen Jeruzalem in zijn graf met alle ceremoniën vredelijk begraven. Vergelijk Jer. 34:5 .
Hertaald:met vrede
Dat is: zo, dat het kwaad dat over deze stad en dit land zal komen, niet tijdens uw leven zal gebeuren, maar wel tijdens het leven van uw kinderen. Zie hierover uitvoeriger 2 Kon. 22:20. Bovendien is hij ook binnen Jeruzalem in zijn graf met alle plechtigheden vredig begraven. Vergelijk Jer. 34:5.
graf
Hebreeuws, in uwe graven; dat is, in een uwer graven. Zie Gen. 19:29 , en vergelijk onder, 2 Kron. 35:24 .
Hertaald:graf
Hebreeuws: in uw graven; dat is: in een van uw graven. Zie Gen. 19:29, en vergelijk hieronder 2 Kron. 35:24.
2 Kronieken 34 vers 29— Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
oudsten
Zie 2 Kon. 23:1 .
Hertaald:oudsten
Zie 2 Kon. 23:1.
2 Kronieken 34 vers 30— En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
men las
Of, hij las; namelijk, de koning, doch versta dat hij iemand heeft doen lezen, gelijk iemand van de priesters of Levieten.
Hertaald:men las
Of: hij las; namelijk de koning, maar versta hieronder dat hij iemand heeft laten lezen, zoals iemand van de priesters of Levieten.
2 Kronieken 34 vers 31— En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.
standplaats,
Dat is, aan den pilaar, waar de koning zijn stoel had; 2 Kon. 23:3 . Zie van deze plaats breder in 2 Kon. 11:14 .
Hertaald:standplaats,
Dat is: bij de pilaar waar de koning zijn troon had; 2 Kon. 23:3. Zie over deze plaats uitvoeriger 2 Kon. 11:14.
getuigenissen,
Zie 1 Kon. 2:3 .
Hertaald:getuigenissen,
Zie 1 Kon. 2:3.
met zijn ganse hart
Zie 1 Kon. 2:4 .
Hertaald:met zijn ganse hart
Zie 1 Kon. 2:4.
2 Kronieken 34 vers 32— En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.
deed allen,
Te weten, opdat zij alzo overeind staande met plechtigen eed beloven zouden, dat zij den zuiveren godsdienst, welken hij nu opgericht had, zouden onderhouden. Of, hij deed staan; dat is, hij bevestigde hen in het gemaakte verbond. Anders, hij bevestigde [het] te weten, [verbond] met allen, enz.
Hertaald:deed allen,
Namelijk: opdat zij zo, staande, met een plechtige eed zouden beloven de zuivere eredienst, die hij nu ingesteld had, te onderhouden. Of: hij deed staan; dat is: hij bevestigde hen in het gesloten verbond. Anders: hij bevestigde [het], namelijk [verbond], met allen, enzovoort.
deden
Te weten, ten aanzien van den uiterlijken godsdienst.
Hertaald:deden
Namelijk: met betrekking tot de uiterlijke eredienst.
2 Kronieken 34 vers 33— Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.
gruwelen
Dat is, alle afgoden, beelden, hoogten, altaren en afgodisch tuig.
Hertaald:gruwelen
Dat is: alle afgoden, beelden, hoogten, altaren en afgodisch gereedschap.
maakte allen,
Het Hebreeuwse woord brengt mede dat hij hen enigszins noodzaakte tot den zuiveren godsdienst, gelijk men een knecht dwingt tot zijn werk. De zin is dat hij hen door zijne autoriteit en koninklijke macht, heeft in orde gehouden, verbiedende de afgoderij, en bevelende dat men God niet zou dienen dan naar zijn woord.
Hertaald:maakte allen,
Het Hebreeuwse woord houdt in dat hij hen enigszins dwong tot de zuivere eredienst, zoals men een knecht dwingt tot zijn werk. De betekenis is dat hij hen door zijn gezag en koninklijke macht in orde gehouden heeft, de afgoderij verbiedend en gebiedend dat men God niet zou dienen dan naar Zijn woord.
al zijn dagen
Vergelijk Joz. 24:31 ; Richt. 2:7 .
Hertaald:al zijn dagen
Vergelijk Joz. 24:31; Richt. 2:7.
weken zij
Te weten, van den uiterlijken zuiveren godsdienst. Niettemin, dat het hart van het merendeel dezes volks niet oprecht is geweest, blijkt zowel uit de menigvuldige bestraffingen der profeten, welke te dien tijde geleefd hebben, als uit de zware oordelen en plagen Gods, die na den dood van Josia over de Joden gekomen zijn.
Hertaald:weken zij
Namelijk: van de uiterlijke zuivere eredienst. Toch blijkt dat het hart van het merendeel van dit volk niet oprecht is geweest, zowel uit de vele bestraffingen van de profeten die in die tijd geleefd hebben, als uit de zware oordelen en plagen van God, die na de dood van Josia over de Joden gekomen zijn.
van den HEERE,
Hebreeuws, van achter den Heere. Zie 1 Kon. 9:6 .
Hertaald:van den HEERE,
Hebreeuws: van achter de HEERE. Zie 1 Kon. 9:6.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Maaseja (overste der stad onder Josia) — werk des HEEREN
De overste van de stad Jeruzalem, die Josia, samen met de schrijver Safan en de kanselier Joha, uitzond om de tempel te laten herstellen (2 Kron. 34:8).
Joha (zoon van Joahaz) — de HEERE is levend (onzeker)
Zoon van Joahaz, kanselier (kroniekschrijver) van Josia; door de koning, samen met Safan en Maaseja, belast met het toezicht op het herstel van de tempel (2 Kron. 34:8).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Toen hij nog een jongeling was — Kronieken geeft van Josia's reformatie een vroegere aanvang dan Koningen: "in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken" (2 Kron. 34:3)
Josia werd koning toen hij acht jaar oud was en regeerde eenendertig jaren (2 Kron. 34:1). Koningen verbindt zijn reformatie aan het gevonden wetboek in zijn achttiende jaar; dat is reeds behandeld bij Het gevonden wetboek (2 Kon. 22:3-20) en bij Het verbond bij de pilaar (2 Kon. 23:1-25). De kroniekschrijver laat echter zien dat het eerder begon. In het achtste jaar van zijn regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken (2 Kron. 34:3). Vier jaar later, in het twaalfde jaar, begon hij Juda en Jeruzalem te reinigen van de hoogten, de bossen en de beelden. Het werk reikte verder dan zijn eigen grondgebied: hij brak de altaren af tot in de steden van Manasse, Efraïm, Simeon en zelfs tot Nafthali toe (2 Kron. 34:6-7). Pas in het achttiende jaar, toen het land en het huis gereinigd waren, zond hij Safan en de anderen om het huis des HEEREN te verbeteren, en werd bij die gelegenheid het wetboek gevonden (2 Kron. 34:8).
Bijbelse betekenis: Tussen het zoeken en het opruimen liggen vier jaren, en tussen het opruimen en het wetboek nog eens zes. Reformatie is hier geen ogenblik maar een weg, en zij begint van binnen: eerst zoekt hij God, daarna gaan de beelden om. Wie de volgorde omkeert, breekt wel af maar bouwt niets. Opvallend is ook de leeftijd. Josia was ongeveer zestien toen hij begon te zoeken en twintig toen hij begon te reinigen; hij had geen godvrezende vader en geen Jojada naast zich, en toch zocht hij de God van David. Zulke gevallen weerspreken de gedachte dat een mens alleen wordt wat zijn opvoeding van hem maakt. Ten slotte is de reikwijdte van zijn arbeid opmerkelijk. Het noordelijke rijk bestond niet meer als staat, maar Josia trok er de altaren om. Wat van God is, houdt niet op bij een landsgrens.
Typologie: De prediker roept jonge mensen op tot precies wat Josia deed: "En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen" (Pred. 12:1). Dat Josia dit deed zonder vroom voorbeeld thuis, maakt zijn geschiedenis tot een van de duidelijkste voorbeelden in de Schrift van genade die niet uit het voorgeslacht te verklaren valt.
2 Kronieken 34:14-15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:4→Ezra 7:10→Leviticus 10:11→Jozua 1:8→Jeremia 8:8→Jesaja 5:24→Leviticus 26:46→Deuteronomium 17:18→ — En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes. En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek. Dit was een heel opmerkelijke vondst. Van alle ontdekkingen die zij hadden kunnen doen, hadden zij niets kunnen ontdekken dat het hele volk zoveel goed zou doen als dit “boek der wet des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes”. Hilkia had het boek gevonden, en het was een gewichtiger vondst dan wanneer hij een diamantmijn ontdekt had, of het eeuwige beweegwerk, of een nieuwe wereld.
O, dat boek, dat wonderlijke boek! Is er ooit iets onder de hemel geweest wat daarop leek? Het mag wel een macht zijn, als wij bedenken wat het is: het boek van de wet van de levende God. Hoe eerbiedig zal Hilkia het uit zijn schuilplaats getild hebben, het stof eraf genomen en begonnen zijn de titel en de inhoud te lezen. Aangezien het “gegeven door de hand van Mozes” was, was het waarschijnlijk een eigenhandig afschrift. Daar kunnen wij niet zeker van zijn, maar welke hand de letters ook geschreven mag hebben: wat een boek is de wet des Heeren! Zoals God de Auteur ervan is, zo beveelt het zich bij ons aan als onwaardeerbaar kostelijk, omdat het Gods gedachten tot inhoud heeft. Het Oude Testament is een goddelijk licht dat menigten heiligen naar de rechterhand des Heeren geleid heeft, en zijn glans wordt door het Nieuwe Testament niet verduisterd maar juist vermeerderd. Niet een tittel ervan heeft gefaald of zal falen; het leeft en blijft in eeuwigheid.
Nemen wij vandaag een ruimer gezicht op de wet des Heeren en houden wij twee Testamenten in onze handen, zowel het Oude als het Nieuwe, wat een wonderbaarlijk boek is de Bijbel dan. De aarde bevat geen gelijk wonder. Wie dit wonderlijke boek recht leest, mag het wel hoogschatten om de zegeningen die het brengen zal. Het zal hem zeggen hoe hij van al zijn zonde af kan komen en zich van de slavernij van de satan kan vrijmaken. Het zal hem leren hoe hij zijn tegenwoordige lasten dragen en alle onnodige zorgen laten kan. Het zal hem een gids zijn door het doolhof van het leven en een hoofdkussen voor het sterfbed. Het zal hem vreugde en vrede door het geloof geven wanneer de dichtste moeiten zich om hem samentrekken, en het zal hem gereedmaken voor de toekomende wereld der heerlijkheid.
Wat wij ook nodig hebben voor de tijd of voor de eeuwigheid: dit boek zal het ons ofwel geven, ofwel ons wijzen op Hem Die het gereed heeft om het ons te geven wanneer wij onze knieën voor Hem buigen. Het is een gouden mijn van de waarheid van God en oneindig meer; het is een schatkamer van zegeningen en verlustigingen, en zelfs dan heb ik het nog niet volledig beschreven. Het heeft voor ons, schapen des Heeren, alles wat onze goede Herder ziet dat wij nodig hebben. Hier zijn de grazige weiden waarin Hij ons doet weiden en nederliggen; en hier vloeien de stille waters, waarvan wie drinkt nooit meer dorsten zal, maar vreugde vinden en zich in God verheugen voor altijd.
2 Kronieken 34:16-19.KruisverwijzingenJozua 7:6→2 Koningen 22:9→Jeremia 36:20→Psalmen 119:46→Psalmen 119:97→Jozua 1:8→Deuteronomium 17:19→Galaten 3:10→ — En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij; En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten. Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings. Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. Zo groot was Josia’s ontzetting toen hij ontdekte hoe zij allen gezondigd hadden, en hoevele verschrikkelijke oordelen hun om al die lange tijd van zonde aangedaan zouden worden, dat hij zijn klederen scheurde.
2 Kronieken 34:20-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 22:12→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Jeremia 40:6→2 Koningen 25:22→Jeremia 26:22→Jeremia 40:14→ — En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende: Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is. O, dat allen die nu Gods Boek lezen deden zoals de jonge Josia deed! Is er een moeilijkheid in een boek, dan is de korte weg om het te leren verstaan bij de auteur navraag te doen. En waarlijk, er is nooit grotere wijsheid dan dat wij, wanneer wij een van de diepe verborgenheden of ernstige dreigingen in dit boekdeel gelezen hebben en er door verbijsterd staan, de Heere daarover vragen. Ik geloof dat er vele raadselachtige gedeelten in de Bijbel staan met het doel dat wij tot de Heere gedreven zouden worden om er navraag naar te doen. Was het Boek zo gemakkelijk te verstaan dat wij bij de eerste lezing al de betekenis ervan konden begrijpen, dan zouden wij misschien van God weg blijven; maar Hij heeft ons met opzet vele duistere volzinnen gegeven en de zin enigermate verborgen gemaakt, opdat wij op Zijn verlichtende Geest zouden wachten en zo onderwijzing verkrijgen. Want de Geest van God is ons nog nuttiger dan het Woord zelf. Hoe groot de zegen van het Boek ook is, de zegen van de levende Geest is nog groter; en alles is goed wat ons tot Hem drijft. Wat het gemoed van Josia bewogen had, was de schrik van het Boek.
2 Kronieken 34:21-28.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:14→Jeremia 7:20→2 Kronieken 32:26→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Exodus 15:20→Jozua 23:16→ — Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is. Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar. En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft. Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden. Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord; Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE. Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder. Wanneer God een werktuig voor Zijn eigen dienst uitkiest, hoe goed stemt Hij het dan voor het gebruik waartoe het gesteld wordt! Hier is een vrouw, een gehuwde vrouw, en zij wordt uitgekozen om de profetes des Heeren voor de koning te zijn; maar nooit heeft een man dapperder gesproken dan zij deed. Haar openingswoorden tonen een heilige moed die boven alle vrees voor mensen verheven is: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Zegt dien man, die u tot mij gezonden heeft — want voor God zijn koningen niets dan mensen. En al was Hulda maar een onderdaan van Josia, zie met wat een werkelijke waardigheid Gods verordening haar bekleed had.
Het scheen een vreemde zaak dat zo een goed man, persoonlijk vrij van schuld, bezig in een van de heiligste werken en zich met een oprecht hart aan de zaak van zijn God wijdende, midden in zijn voorspoedige arbeid zo een droevige en neerdrukkende ontdekking moest doen. Was er geen andere tijd waarop de wet met haar veroordelende kracht tot hem gezonden had kunnen worden? Waren er geen andere overtreders die veel grover gedwaald hadden dan hij, die verootmoedigd hadden kunnen worden? Waarom moest juist deze koning — met zijn groot, koninklijk, teder hart, geheel aan God gewijd — aan het wenen gezet worden en zachtjes doen gaan in de bitterheid van zijn ziel, juist op het ogenblik van geestdriftige en voorspoedige arbeid? Ik houd het ervoor dat de reden deze was: God had veel liefde voor Josia, en aangezien Hij hem geëerd had met de herbouw van de tempel, kende Hij de natuurlijke neiging van het menselijke hart tot hoogmoed. Daarom zond Hij hem, met een heilige na-ijver over iemand die Hij zo goed liefhad, deze ontdekking van het boek der wet, om hem verootmoedigd te houden op het ogenblik dat hij anders in gevaar geweest zou zijn door de verheffing van zijn hart.
Josia zou niet slagen in de hervorming van Israël. Hij was waar en oprecht, maar het volk was doortrokken van huichelarij en vormendienst en afgodendienst, en het ging met de koning niet mee in al zijn hervormingen tot op de wortel. Zij hingen in hun hart nog aan hun afgoden, en daarom moesten die verdelgd worden en moest het volk in ballingschap weggevoerd worden. Het was echter een heel bijzondere belofte die God aan Josia gaf: Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden. En toch werd hij in de strijd dodelijk gewond — hoe kon die belofte dan vervuld worden? U weet hoe dat kon. Hoe wij ook sterven — al verteert het zwaard of de pest of het vuur de heiligen samen met de rest van de mensen — hun sterven en hun graf zijn gezegend. Er is om het graf van Josia niet gestreden; hij werd in vrede begraven. Farao Necho had hem geslagen, maar hij verwoestte het land niet; en Josia mocht begraven worden onder de grote rouwklacht van een volk dat hem pas ten volle begon te waarderen toen hij van hen weggenomen was.
2 Kronieken 34:31-33.Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:16→2 Kronieken 34:3→2 Kronieken 15:12→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 6:13→2 Koningen 23:3→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 31:21→ — En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn. En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen. Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen. Dat was een heerlijke Bijbellezing, met een koning als voorlezer, en al zijn vorsten en al zijn volk bijeen om naar het Woord van God te horen. Wat had hij beter kunnen zeggen, al was hij de grootste van alle redenaars geweest? Uit dit gezegende Boek voor te lezen moet zeker tot opbouwing van de hoorders zijn.
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Koningen 13:2→2 Kronieken 29:2→2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 33:22→Exodus 32:20→Jeremia 1:2→Sefanja 1:1→Spreuken 8:17→ — Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand. Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen. En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden. En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem. Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom, Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem. In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren. En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren; Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren. In Josia bezit het rijk van Juda weer een vrome koning, ja de vroomste en getrouwste koning, die na David op de troon heeft gezeten. Wel is hij nog zeer jong aan de regering gekomen, maar hij zoekt reeds vroeg de Heere, de God van zijn vader David, begint met het 12de jaar van zijn regering het land te zuiveren van de gruwelen van de afgoderij, en bereidt een herstelling van de tempel voor, die in het 18de regeringsjaar ook wordt uitgevoerd (Vlg. 1 Koningen .22: 1-7).
KruisverwijzingenJeremia 1:2→Sefanja 1:1→1 Koningen 3:7→2 Kronieken 33:1→1 Samuël 2:18→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→2 Koningen 22:1→— Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.
Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde eenendertig jaren te Jeruzalem, van 641-610 voor Christus
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:2→2 Koningen 22:2→2 Kronieken 17:3→Deuteronomium 5:32→Deuteronomium 28:14→Deuteronomium 17:11→Spreuken 4:27→Jozua 23:6→— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, en wandelde in de wegen van van zijn vader David, en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand (2Ki 23: 25).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 33:22→Spreuken 8:17→2 Kronieken 33:17→2 Koningen 23:14→1 Kronieken 28:9→2 Timotheüs 3:15→Psalmen 119:9→— Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
Want in het achtste jaar van zijn regering, toen hij nog een jongeling was, van 16 jaren, begon hij, onder leiding van zijn vrome moeder Jedida en van getrouwe mannen, die tot dusver de regering in handen gehad hadden, de God van zijn vader David te zoeken (2Ki 22:
, en in het twaalfde jaar, sinds het jaar 629 begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten 1) en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
De hoogten, zijn de hoogten, waarop de altaren stonden, aan Baäl gewijd. Als dan ook in het volgende vers gezegd wordt, dat zij de altaren afbraken, dan worden daar tevens bedoeld de hoogten, waarop die altaren stonden.
Kruisverwijzingen1 Koningen 13:2→Jeremia 8:1→Jeremia 4:14→2 Koningen 23:16→Ezechiël 22:24→Jeremia 3:10→Numeri 35:33→2 Kronieken 34:7→— En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
En de beenderen van de priesters verbrandde hij op hun altaren (2 Koningen .23: 14), en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:15→2 Kronieken 31:1→2 Kronieken 30:1→Jesaja 7:25→1 Samuël 13:20→Spreuken 25:18→2 Kronieken 30:10→— Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,
Daartoe in de steden van Manasse, en Efraïm, en Simeon
(Hoofdstuk 15: 8), ja tot Nafthali toe, het noordelijk gedeelte van Palestina, in haar woeste plaatsen d.i. puinhopen want zij waren sinds Salmanasser verwoest, rondom (2 Koningen .23: 15 vv.),
Het kan bevreemding wekken, dat hier Simeon bij het voormalige rijk van de Tien stammen wordt geteld, maar men bedenkt, dat hier van een godsdienstige en niet van een burgerlijke zaak gesproken wordt. En nu, hoewel Simeon burgerlijk tot Juda werd gerekend, had deze stam op godsdienstig gebied, ten opzichte van de afgoderij en de beeldendienst, zich veel meer met het rijk van de Tien stammen verenigd.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 9:21→2 Kronieken 34:1→— Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
Brak hij ook de altaren af en de bossen, Ascheren en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizend, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israël: daarna keerde hij weer naar Jeruzalem.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:16→Jeremia 40:11→2 Koningen 22:3→Jeremia 36:10→Jeremia 29:25→2 Kronieken 18:25→2 Samuël 20:24→1 Kronieken 18:15→— In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.
In het achttiende jaar nu van zijn regering, over dit jaar zullen wij thans inzonderheid spreken, als hij het land en het huis van de Heere ten minste gedeeltelijk gereinigd had, zond hij Safan, de zoon van Azalia, de staatssecretaris, en Maäseja de overste van de stad, en Joha, de zoon van Joahaz, de kanselier, om het huis van de Heere, zijn God, te verbeteren, nadat men reeds veel hiertoe had voorbereid.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:10→2 Kronieken 35:8→2 Kronieken 30:18→2 Kronieken 34:14→2 Kronieken 24:11→2 Kronieken 34:18→2 Koningen 22:4→2 Kronieken 34:20→— En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
En zij kwamen tot Hilkia, de hogepriester (1 Kronieken 6: 13), en zij gaven het geld, dat ten huize van God gebracht was op dergelijke wijze opgebracht was als eenmaal bij de herstelling van de tempel onder Joas (Hoofdstuk 24: 6 vv.),dat de Levieten, die de dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraïm, en uit het ganse overblijfsel van Israël, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
KruisverwijzingenEzra 3:7→2 Koningen 12:11→2 Koningen 22:5→2 Koningen 12:14→— Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.
Want zij gaven het, zonder dat zij later van ontvangst en uitgaaf rekening hoefden te doen, de werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda door nalatigheid verdorven hadden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:4→2 Kronieken 33:22→— Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.
Zij waren ook over de lastdragers en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden: want uit de Levieten waren schrijvers en ambtlieden en portiers 1) (1 Kronieken
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:23→2 Kronieken 34:21→— Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;
.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:26→Ezechiël 9:4→Jesaja 65:24→Psalmen 51:17→Psalmen 10:17→Jakobus 4:6→2 Kronieken 33:19→2 Kronieken 12:7→— Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
De bedoeling is ongetwijfeld, dat ook van de schrijvers, ambtlieden en portiers uit de Levieten, evenals van de zangers, bij de verbetering van de Tempel tegenwoordig waren.
II. Vs. 14-33.Kruisverwijzingen2 Koningen 22:12→Jozua 7:6→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Exodus 15:20→2 Kronieken 31:4→Ezra 7:10→ — En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes. En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek. En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij; En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten. Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings. Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende: Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is. Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar. En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft: Terwijl bij gelegenheid van de herstelling van de Tempel, het sedert meer dan 70 jaren verdwenen en vergeten Wetboek van de Heere gevonden en bij de koning gebracht wordt, zendt deze, ontsteld over de daarin uitgesproken dreigingen, die men zich naar zijn eigen bekentenis zo waardig gemaakt had, een boodschap aan de profetes Hulda, met de vraag, hoe men het gericht zou kunnen ontgaan. De profetes geeft nu wel ten antwoord, dat dit niet meer mogelijk is, en dat slechts de vrome koning verschoond zou worden, nochtans doet Josia alles, wat hij tot heil van zijn volk nog doen kan, laat zijn onderdanen in de Tempel verzamelen, hun daar de wet voorlezen en hen weer is het verbond met de Heere treden, waardoor hij toch dit bereikt, dat de gruwelen van de afgoderij uit het land verwijderd worden, en het volk de Heere dient zolang hij leeft (Vergelijk 2 Koningen .22: 8-23: 20).
En als zij, de in vs. 8 genoemde beambten van de koning, onder medewerking van de priesters het geld uitnamen uit de lade (Hoofdstuk 24: 8 vv.), dat in het huis van de Heere gebracht was, vond de hogepriester Hilkia het sinds vele jaren reeds verdwenen en in de Tempel te bewaren exemplaar van het wetboek van de Heere, gegeven door de hand van Mozes.
En Hilkia antwoordde en zei, terwijl hij het ontdekte en aanstonds voor een belangrijke vondst erkende, tot Safan, de schrijver, staatssecretaris (2 Samuel .8: 17): Ik heb het wetboek gevonden in het huis van de Heere. En Hilkia gaf Safan dat boek, om daarin te lezen en het de koning over te brengen.
En zij hebben het geld samen gestort, dat in het huis van de Heere gevonden is, en hebben het gegeven in de hand van de bestelden de opzichters, en in de hand van degenen, die het werk maakten.
Voorts gaf Safan, de schrijver, van dit bericht nu overgaande tot de mededeling van de gebeurtenis (vs. 14),de koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een bijzonder gewichtig boek gegeven, dat hij bij het geld uitschudden gevonden heeft en ook u van groot gewicht zal zijn. En Safan las daarin voor het aangezicht van de koning, met welke zware oordelen de Heere Zijn volk bedreigd had in Lev.26 en Deuteronomium 28, wanneer het van Hem afviel.
Het geschiedde nu, toen de koning de woorden van de wet hoorde, dat hij, vol ontzetting, omdat het volk door zijn afgoderij zich al die gerichten in hoge mate waardig gemaakt had, zijn kleren scheurde en weende (vs. 27).
En de koning gebood Hilkia, de hogepriester, en Ahikam, de zoon van Safan (Jer.26: 24; 40: 5),en Abdon, juister naar 2 Koningen .22: 12 Achbor, de zoon van Micha (Jer.26: 22; 36:
, en Safan, de schrijver (vs. 8,15 vv. 34.8,15), en Asaja, de knecht van de koning, welke hooggeplaatste mannen hij schielijk bij zich geroepen had, zeggende:
Ga heen tot de profetes Hulda (2Ki 22: 13), vraag de Heere voor mij, en voor het overgeblevene in Israël en in Juda 1), over de woorden van dit boek, dat gevonden is, wat wij ter afwending van de door Hem gedreigde gerichten doen kunnen; want de grimmigheid van de Heere is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders met ons niet hebben gehouden het woord van de Heere, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
Dat is voor degenen, die van de verwoesting van het rijk van de Tien stammen, door de koning van Assyrië zijn overgebleven, en voor degenen, die nog in Juda woonden na de tuchtiging van Manasse of de overwinningen van Sanherib, vóórdat hij door een Engel van de Heere geslagen werd.
Toen ging Hilkia heen, en die verder de afgezanten van de koning waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, de zoon van Tokhath, of Thikwa, de zoon van Hasra, of Harhas, de klederbewaarder van de koning. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel, d.i. in de benedenstad: en zij spraken zulks tot haar.
En zij zei tot hen: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Zeg de man, die jullie tot Mij gezonden hebben:
Zo zegt de Heere: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats, de stad Jeruzalem, en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht van de koning van Juda gelezen heeft.
Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten 1) met alle werken van hun handen, met de afgoden, die zij gediend hebben; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden, de straf, die Ik besloten heb, te zenden, kan niet meer worden afgewend.
Hieruit kon de koning weten, dat de toorn van de Heere over Juda reeds gekomen was. Het onweer van Gods toorn en grimmigheid had zich reeds boven Juda samengetrokken en niets kon meer de uitbarsting verhoeden.
Maar tot de koning van Juda, die jullie gezonden heeft, om de Heere te vragen, tot hem zult u zo zeggen: Zo zegt de Heere, de God van Israël, aangaande de woorden, die u gehoord hebt;
Zie, Ik zal, vóórdat het geschiedt, u verzamelen tot uw vaderen, en u zult met vrede, zonder dat u de gruwel van de verwoesting zult aanschouwen, in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij, de vijf gezanten (vs. 20), brachten de koning dit antwoord van de profetes weer.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:24→Psalmen 37:37→2 Koningen 22:20→Jeremia 15:1→Ezechiël 14:14→2 Koningen 20:19→Jesaja 39:8→Jesaja 57:1→— Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.
Toen, om van zijn zijde niets te verzuimen, wat tot een grondige verootmoediging van het volk en tot een matiging van de over hen beslotene gerichten dienen kon, zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:1→1 Kronieken 29:2→2 Kronieken 30:2→1 Samuël 12:23→Markus 14:8→— Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
En de koning ging op de voor het werk, dat hij in de zin had, bepaalde dag op in het huis van de Heere, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, die hij uitgenodigd had (vs. 25), mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, dat zich vrijwillig er bij begaf, van de groten tot de kleinen toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek van het verbond, dat in het huis van de Heere gevonden was (2Ki 23: 2).
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:2→Deuteronomium 1:17→Nehemia 8:1→2 Kronieken 34:24→Job 3:19→2 Koningen 23:21→Prediker 12:9→2 Kronieken 15:12→— En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
En de koning stond in zijn standplaats, bevond zich gedurende deze handeling op de koningsplaats in de voorhof van de priesters, en a) maakte een verbond voor het aangezicht van de Heere, door allereerst zijnerzijds als zijn plicht te erkennen, om de Heere na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel te onderhouden, doende de woorden van het verbond, die in dat boek geschreven zijn.
Joz.24: 25
KruisverwijzingenGenesis 18:19→2 Kronieken 30:12→Jeremia 3:10→2 Kronieken 14:4→2 Kronieken 33:16→Prediker 8:2→2 Kronieken 29:29→— En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.
En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Juda en in Benjamin gevonden werden, staan of treden in dat verbond; en de inwoners van Jeruzalem deden van stonde aan, althans uiterlijk naar het verbond van God, de God van hun vaderen, door aanstonds op deze dag alle overblijfselen van de afgoderij, die ergens in de stad nog voorhanden waren, te vernietigen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:3→Jozua 24:31→1 Koningen 11:5→Jeremia 3:10→Hosea 6:4→2 Koningen 23:4→— Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.
Josia dan deed, in de overige jaren van zijn regering, alle gruwelen weg uit alle landen, die van de kinderen van Israël waren, dus niet alleen uit zijn eigen regeringsgebied, maar ook uit dat van het vroegere noordelijke rijk (vs. 6), en maakte onder medewerking van de profeten, vooral van Jeremia, allen, die in Israël gevonden werden, overeenkomstig het voorbeeld van degenen, die te Jeruzalem en in Benjamin aanwezig waren (vs. 32), te dienen, te dienen de Heere, hun God; al zijn 1), Josia’s dagen weken zij niet af van de Heere, de God van hun vaderen, na te volgen, ofschoon zij niet innerlijk bekeerd werden (Hoofdstuk 11).
Zolang als Josia leefde, duldde hij geen afgodendienst en het volk gehoorzaamde hem. Het bleef echter bij een uitwendige en werd niet een hartgrondige bekering. Als straks Josia tot zijn vaderen verzameld is en zijn opvolgers zijn wegen verlaten, valt ook het volk weer van de God van de vaderen af en vertreedt het verbond, wat zij nu onder deze koning hebben vernieuwd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Het Oude Testament is een goddelijk licht dat menigten heiligen naar de rechterhand des Heeren geleid heeft, en zijn glans wordt door het Nieuwe Testament niet verduisterd maar juist vermeerderd. Niet een tittel ervan heeft gefaald of zal falen; het leeft en blijft in eeuwigheid.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 34
2 Kronieken 34:14-15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:4→Ezra 7:10→Leviticus 10:11→Jozua 1:8→Jeremia 8:8→Jesaja 5:24→Leviticus 26:46→Deuteronomium 17:18→
— En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes. En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.
Dit was een heel opmerkelijke vondst. Van alle ontdekkingen die zij hadden kunnen doen, hadden zij niets kunnen ontdekken dat het hele volk zoveel goed zou doen als dit “boek der wet des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes”. Hilkia had het boek gevonden, en het was een gewichtiger vondst dan wanneer hij een diamantmijn ontdekt had, of het eeuwige beweegwerk, of een nieuwe wereld.
O, dat boek, dat wonderlijke boek! Is er ooit iets onder de hemel geweest wat daarop leek? Het mag wel een macht zijn, als wij bedenken wat het is: het boek van de wet van de levende God. Hoe eerbiedig zal Hilkia het uit zijn schuilplaats getild hebben, het stof eraf genomen en begonnen zijn de titel en de inhoud te lezen. Aangezien het “gegeven door de hand van Mozes” was, was het waarschijnlijk een eigenhandig afschrift. Daar kunnen wij niet zeker van zijn, maar welke hand de letters ook geschreven mag hebben: wat een boek is de wet des Heeren! Zoals God de Auteur ervan is, zo beveelt het zich bij ons aan als onwaardeerbaar kostelijk, omdat het Gods gedachten tot inhoud heeft. Het Oude Testament is een goddelijk licht dat menigten heiligen naar de rechterhand des Heeren geleid heeft, en zijn glans wordt door het Nieuwe Testament niet verduisterd maar juist vermeerderd. Niet een tittel ervan heeft gefaald of zal falen; het leeft en blijft in eeuwigheid.
Nemen wij vandaag een ruimer gezicht op de wet des Heeren en houden wij twee Testamenten in onze handen, zowel het Oude als het Nieuwe, wat een wonderbaarlijk boek is de Bijbel dan. De aarde bevat geen gelijk wonder. Wie dit wonderlijke boek recht leest, mag het wel hoogschatten om de zegeningen die het brengen zal. Het zal hem zeggen hoe hij van al zijn zonde af kan komen en zich van de slavernij van de satan kan vrijmaken. Het zal hem leren hoe hij zijn tegenwoordige lasten dragen en alle onnodige zorgen laten kan. Het zal hem een gids zijn door het doolhof van het leven en een hoofdkussen voor het sterfbed. Het zal hem vreugde en vrede door het geloof geven wanneer de dichtste moeiten zich om hem samentrekken, en het zal hem gereedmaken voor de toekomende wereld der heerlijkheid.
Wat wij ook nodig hebben voor de tijd of voor de eeuwigheid: dit boek zal het ons ofwel geven, ofwel ons wijzen op Hem Die het gereed heeft om het ons te geven wanneer wij onze knieën voor Hem buigen. Het is een gouden mijn van de waarheid van God en oneindig meer; het is een schatkamer van zegeningen en verlustigingen, en zelfs dan heb ik het nog niet volledig beschreven. Het heeft voor ons, schapen des Heeren, alles wat onze goede Herder ziet dat wij nodig hebben. Hier zijn de grazige weiden waarin Hij ons doet weiden en nederliggen; en hier vloeien de stille waters, waarvan wie drinkt nooit meer dorsten zal, maar vreugde vinden en zich in God verheugen voor altijd.
2 Kronieken 34:16-19.KruisverwijzingenJozua 7:6→2 Koningen 22:9→Jeremia 36:20→Psalmen 119:46→Psalmen 119:97→Jozua 1:8→Deuteronomium 17:19→Galaten 3:10→
— En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij; En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten. Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings. Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.
Zo groot was Josia’s ontzetting toen hij ontdekte hoe zij allen gezondigd hadden, en hoevele verschrikkelijke oordelen hun om al die lange tijd van zonde aangedaan zouden worden, dat hij zijn klederen scheurde.
2 Kronieken 34:20-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 22:12→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Jeremia 40:6→2 Koningen 25:22→Jeremia 26:22→Jeremia 40:14→
— En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende: Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
O, dat allen die nu Gods Boek lezen deden zoals de jonge Josia deed! Is er een moeilijkheid in een boek, dan is de korte weg om het te leren verstaan bij de auteur navraag te doen. En waarlijk, er is nooit grotere wijsheid dan dat wij, wanneer wij een van de diepe verborgenheden of ernstige dreigingen in dit boekdeel gelezen hebben en er door verbijsterd staan, de Heere daarover vragen. Ik geloof dat er vele raadselachtige gedeelten in de Bijbel staan met het doel dat wij tot de Heere gedreven zouden worden om er navraag naar te doen. Was het Boek zo gemakkelijk te verstaan dat wij bij de eerste lezing al de betekenis ervan konden begrijpen, dan zouden wij misschien van God weg blijven; maar Hij heeft ons met opzet vele duistere volzinnen gegeven en de zin enigermate verborgen gemaakt, opdat wij op Zijn verlichtende Geest zouden wachten en zo onderwijzing verkrijgen. Want de Geest van God is ons nog nuttiger dan het Woord zelf. Hoe groot de zegen van het Boek ook is, de zegen van de levende Geest is nog groter; en alles is goed wat ons tot Hem drijft. Wat het gemoed van Josia bewogen had, was de schrik van het Boek.
2 Kronieken 34:21-28.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:14→Jeremia 7:20→2 Kronieken 32:26→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Exodus 15:20→Jozua 23:16→
— Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is. Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar. En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft. Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden. Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord; Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE. Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.
Wanneer God een werktuig voor Zijn eigen dienst uitkiest, hoe goed stemt Hij het dan voor het gebruik waartoe het gesteld wordt! Hier is een vrouw, een gehuwde vrouw, en zij wordt uitgekozen om de profetes des Heeren voor de koning te zijn; maar nooit heeft een man dapperder gesproken dan zij deed. Haar openingswoorden tonen een heilige moed die boven alle vrees voor mensen verheven is: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Zegt dien man, die u tot mij gezonden heeft — want voor God zijn koningen niets dan mensen. En al was Hulda maar een onderdaan van Josia, zie met wat een werkelijke waardigheid Gods verordening haar bekleed had.
Het scheen een vreemde zaak dat zo een goed man, persoonlijk vrij van schuld, bezig in een van de heiligste werken en zich met een oprecht hart aan de zaak van zijn God wijdende, midden in zijn voorspoedige arbeid zo een droevige en neerdrukkende ontdekking moest doen. Was er geen andere tijd waarop de wet met haar veroordelende kracht tot hem gezonden had kunnen worden? Waren er geen andere overtreders die veel grover gedwaald hadden dan hij, die verootmoedigd hadden kunnen worden? Waarom moest juist deze koning — met zijn groot, koninklijk, teder hart, geheel aan God gewijd — aan het wenen gezet worden en zachtjes doen gaan in de bitterheid van zijn ziel, juist op het ogenblik van geestdriftige en voorspoedige arbeid? Ik houd het ervoor dat de reden deze was: God had veel liefde voor Josia, en aangezien Hij hem geëerd had met de herbouw van de tempel, kende Hij de natuurlijke neiging van het menselijke hart tot hoogmoed. Daarom zond Hij hem, met een heilige na-ijver over iemand die Hij zo goed liefhad, deze ontdekking van het boek der wet, om hem verootmoedigd te houden op het ogenblik dat hij anders in gevaar geweest zou zijn door de verheffing van zijn hart.
Josia zou niet slagen in de hervorming van Israël. Hij was waar en oprecht, maar het volk was doortrokken van huichelarij en vormendienst en afgodendienst, en het ging met de koning niet mee in al zijn hervormingen tot op de wortel. Zij hingen in hun hart nog aan hun afgoden, en daarom moesten die verdelgd worden en moest het volk in ballingschap weggevoerd worden. Het was echter een heel bijzondere belofte die God aan Josia gaf: Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden. En toch werd hij in de strijd dodelijk gewond — hoe kon die belofte dan vervuld worden? U weet hoe dat kon. Hoe wij ook sterven — al verteert het zwaard of de pest of het vuur de heiligen samen met de rest van de mensen — hun sterven en hun graf zijn gezegend. Er is om het graf van Josia niet gestreden; hij werd in vrede begraven. Farao Necho had hem geslagen, maar hij verwoestte het land niet; en Josia mocht begraven worden onder de grote rouwklacht van een volk dat hem pas ten volle begon te waarderen toen hij van hen weggenomen was.
2 Kronieken 34:31-33.Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:16→2 Kronieken 34:3→2 Kronieken 15:12→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 6:13→2 Koningen 23:3→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 31:21→
— En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn. En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen. Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.
Dat was een heerlijke Bijbellezing, met een koning als voorlezer, en al zijn vorsten en al zijn volk bijeen om naar het Woord van God te horen. Wat had hij beter kunnen zeggen, al was hij de grootste van alle redenaars geweest? Uit dit gezegende Boek voor te lezen moet zeker tot opbouwing van de hoorders zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Koningen 13:2→2 Kronieken 29:2→2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 33:22→Exodus 32:20→Jeremia 1:2→Sefanja 1:1→Spreuken 8:17→
— Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand. Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen. En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden. En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem. Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom, Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem. In het achttiende jaar nu zijner regering als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren. En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren; Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.
In Josia bezit het rijk van Juda weer een vrome koning, ja de vroomste en getrouwste koning, die na David op de troon heeft gezeten. Wel is hij nog zeer jong aan de regering gekomen, maar hij zoekt reeds vroeg de Heere, de God van zijn vader David, begint met het 12de jaar van zijn regering het land te zuiveren van de gruwelen van de afgoderij, en bereidt een herstelling van de tempel voor, die in het 18de regeringsjaar ook wordt uitgevoerd (Vlg. 1 Koningen .22: 1-7).
Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde eenendertig jaren te Jeruzalem, van 641-610 voor Christus
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, en wandelde in de wegen van van zijn vader David, en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand (2Ki 23: 25).
Want in het achtste jaar van zijn regering, toen hij nog een jongeling was, van 16 jaren, begon hij, onder leiding van zijn vrome moeder Jedida en van getrouwe mannen, die tot dusver de regering in handen gehad hadden, de God van zijn vader David te zoeken (2Ki 22:
, en in het twaalfde jaar, sinds het jaar 629 begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten 1) en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.
De hoogten, zijn de hoogten, waarop de altaren stonden, aan Baäl gewijd. Als dan ook in het volgende vers gezegd wordt, dat zij de altaren afbraken, dan worden daar tevens bedoeld de hoogten, waarop die altaren stonden.
En de beenderen van de priesters verbrandde hij op hun altaren (2 Koningen .23: 14), en hij reinigde Juda en Jeruzalem.
Daartoe in de steden van Manasse, en Efraïm, en Simeon
(Hoofdstuk 15: 8), ja tot Nafthali toe, het noordelijk gedeelte van Palestina, in haar woeste plaatsen d.i. puinhopen want zij waren sinds Salmanasser verwoest, rondom (2 Koningen .23: 15 vv.),
Het kan bevreemding wekken, dat hier Simeon bij het voormalige rijk van de Tien stammen wordt geteld, maar men bedenkt, dat hier van een godsdienstige en niet van een burgerlijke zaak gesproken wordt. En nu, hoewel Simeon burgerlijk tot Juda werd gerekend, had deze stam op godsdienstig gebied, ten opzichte van de afgoderij en de beeldendienst, zich veel meer met het rijk van de Tien stammen verenigd.
Brak hij ook de altaren af en de bossen, Ascheren en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizend, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israël: daarna keerde hij weer naar Jeruzalem.
In het achttiende jaar nu van zijn regering, over dit jaar zullen wij thans inzonderheid spreken, als hij het land en het huis van de Heere ten minste gedeeltelijk gereinigd had, zond hij Safan, de zoon van Azalia, de staatssecretaris, en Maäseja de overste van de stad, en Joha, de zoon van Joahaz, de kanselier, om het huis van de Heere, zijn God, te verbeteren, nadat men reeds veel hiertoe had voorbereid.
En zij kwamen tot Hilkia, de hogepriester (1 Kronieken 6: 13), en zij gaven het geld, dat ten huize van God gebracht was op dergelijke wijze opgebracht was als eenmaal bij de herstelling van de tempel onder Joas (Hoofdstuk 24: 6 vv.),dat de Levieten, die de dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraïm, en uit het ganse overblijfsel van Israël, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;
Want zij gaven het, zonder dat zij later van ontvangst en uitgaaf rekening hoefden te doen, de werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda door nalatigheid verdorven hadden.
Zij waren ook over de lastdragers en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden: want uit de Levieten waren schrijvers en ambtlieden en portiers 1) (1 Kronieken
.
De bedoeling is ongetwijfeld, dat ook van de schrijvers, ambtlieden en portiers uit de Levieten, evenals van de zangers, bij de verbetering van de Tempel tegenwoordig waren.
II. Vs. 14-33.Kruisverwijzingen2 Koningen 22:12→Jozua 7:6→Ezechiël 14:1→Jeremia 21:2→2 Kronieken 28:6→Exodus 15:20→2 Kronieken 31:4→Ezra 7:10→
— En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes. En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek. En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij; En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten. Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings. Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende: Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is. Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar. En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:
Terwijl bij gelegenheid van de herstelling van de Tempel, het sedert meer dan 70 jaren verdwenen en vergeten Wetboek van de Heere gevonden en bij de koning gebracht wordt, zendt deze, ontsteld over de daarin uitgesproken dreigingen, die men zich naar zijn eigen bekentenis zo waardig gemaakt had, een boodschap aan de profetes Hulda, met de vraag, hoe men het gericht zou kunnen ontgaan. De profetes geeft nu wel ten antwoord, dat dit niet meer mogelijk is, en dat slechts de vrome koning verschoond zou worden, nochtans doet Josia alles, wat hij tot heil van zijn volk nog doen kan, laat zijn onderdanen in de Tempel verzamelen, hun daar de wet voorlezen en hen weer is het verbond met de Heere treden, waardoor hij toch dit bereikt, dat de gruwelen van de afgoderij uit het land verwijderd worden, en het volk de Heere dient zolang hij leeft (Vergelijk 2 Koningen .22: 8-23: 20).
En als zij, de in vs. 8 genoemde beambten van de koning, onder medewerking van de priesters het geld uitnamen uit de lade (Hoofdstuk 24: 8 vv.), dat in het huis van de Heere gebracht was, vond de hogepriester Hilkia het sinds vele jaren reeds verdwenen en in de Tempel te bewaren exemplaar van het wetboek van de Heere, gegeven door de hand van Mozes.
En Hilkia antwoordde en zei, terwijl hij het ontdekte en aanstonds voor een belangrijke vondst erkende, tot Safan, de schrijver, staatssecretaris (2 Samuel .8: 17): Ik heb het wetboek gevonden in het huis van de Heere. En Hilkia gaf Safan dat boek, om daarin te lezen en het de koning over te brengen.
En zij hebben het geld samen gestort, dat in het huis van de Heere gevonden is, en hebben het gegeven in de hand van de bestelden de opzichters, en in de hand van degenen, die het werk maakten.
Voorts gaf Safan, de schrijver, van dit bericht nu overgaande tot de mededeling van de gebeurtenis (vs. 14),de koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een bijzonder gewichtig boek gegeven, dat hij bij het geld uitschudden gevonden heeft en ook u van groot gewicht zal zijn. En Safan las daarin voor het aangezicht van de koning, met welke zware oordelen de Heere Zijn volk bedreigd had in Lev.26 en Deuteronomium 28, wanneer het van Hem afviel.
Het geschiedde nu, toen de koning de woorden van de wet hoorde, dat hij, vol ontzetting, omdat het volk door zijn afgoderij zich al die gerichten in hoge mate waardig gemaakt had, zijn kleren scheurde en weende (vs. 27).
En de koning gebood Hilkia, de hogepriester, en Ahikam, de zoon van Safan (Jer.26: 24; 40: 5),en Abdon, juister naar 2 Koningen .22: 12 Achbor, de zoon van Micha (Jer.26: 22; 36:
, en Safan, de schrijver (vs. 8,15 vv. 34.8,15), en Asaja, de knecht van de koning, welke hooggeplaatste mannen hij schielijk bij zich geroepen had, zeggende:
Ga heen tot de profetes Hulda (2Ki 22: 13), vraag de Heere voor mij, en voor het overgeblevene in Israël en in Juda 1), over de woorden van dit boek, dat gevonden is, wat wij ter afwending van de door Hem gedreigde gerichten doen kunnen; want de grimmigheid van de Heere is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders met ons niet hebben gehouden het woord van de Heere, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
Dat is voor degenen, die van de verwoesting van het rijk van de Tien stammen, door de koning van Assyrië zijn overgebleven, en voor degenen, die nog in Juda woonden na de tuchtiging van Manasse of de overwinningen van Sanherib, vóórdat hij door een Engel van de Heere geslagen werd.
Toen ging Hilkia heen, en die verder de afgezanten van de koning waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, de zoon van Tokhath, of Thikwa, de zoon van Hasra, of Harhas, de klederbewaarder van de koning. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel, d.i. in de benedenstad: en zij spraken zulks tot haar.
En zij zei tot hen: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Zeg de man, die jullie tot Mij gezonden hebben:
Zo zegt de Heere: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats, de stad Jeruzalem, en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht van de koning van Juda gelezen heeft.
Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten 1) met alle werken van hun handen, met de afgoden, die zij gediend hebben; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden, de straf, die Ik besloten heb, te zenden, kan niet meer worden afgewend.
Hieruit kon de koning weten, dat de toorn van de Heere over Juda reeds gekomen was. Het onweer van Gods toorn en grimmigheid had zich reeds boven Juda samengetrokken en niets kon meer de uitbarsting verhoeden.
Maar tot de koning van Juda, die jullie gezonden heeft, om de Heere te vragen, tot hem zult u zo zeggen: Zo zegt de Heere, de God van Israël, aangaande de woorden, die u gehoord hebt;
Zie, Ik zal, vóórdat het geschiedt, u verzamelen tot uw vaderen, en u zult met vrede, zonder dat u de gruwel van de verwoesting zult aanschouwen, in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij, de vijf gezanten (vs. 20), brachten de koning dit antwoord van de profetes weer.
Toen, om van zijn zijde niets te verzuimen, wat tot een grondige verootmoediging van het volk en tot een matiging van de over hen beslotene gerichten dienen kon, zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.
En de koning ging op de voor het werk, dat hij in de zin had, bepaalde dag op in het huis van de Heere, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, die hij uitgenodigd had (vs. 25), mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, dat zich vrijwillig er bij begaf, van de groten tot de kleinen toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek van het verbond, dat in het huis van de Heere gevonden was (2Ki 23: 2).
En de koning stond in zijn standplaats, bevond zich gedurende deze handeling op de koningsplaats in de voorhof van de priesters, en a) maakte een verbond voor het aangezicht van de Heere, door allereerst zijnerzijds als zijn plicht te erkennen, om de Heere na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel te onderhouden, doende de woorden van het verbond, die in dat boek geschreven zijn.
Joz.24: 25
En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Juda en in Benjamin gevonden werden, staan of treden in dat verbond; en de inwoners van Jeruzalem deden van stonde aan, althans uiterlijk naar het verbond van God, de God van hun vaderen, door aanstonds op deze dag alle overblijfselen van de afgoderij, die ergens in de stad nog voorhanden waren, te vernietigen.
Josia dan deed, in de overige jaren van zijn regering, alle gruwelen weg uit alle landen, die van de kinderen van Israël waren, dus niet alleen uit zijn eigen regeringsgebied, maar ook uit dat van het vroegere noordelijke rijk (vs. 6), en maakte onder medewerking van de profeten, vooral van Jeremia, allen, die in Israël gevonden werden, overeenkomstig het voorbeeld van degenen, die te Jeruzalem en in Benjamin aanwezig waren (vs. 32), te dienen, te dienen de Heere, hun God; al zijn 1), Josia’s dagen weken zij niet af van de Heere, de God van hun vaderen, na te volgen, ofschoon zij niet innerlijk bekeerd werden (Hoofdstuk 11).
Zolang als Josia leefde, duldde hij geen afgodendienst en het volk gehoorzaamde hem. Het bleef echter bij een uitwendige en werd niet een hartgrondige bekering. Als straks Josia tot zijn vaderen verzameld is en zijn opvolgers zijn wegen verlaten, valt ook het volk weer van de God van de vaderen af en vertreedt het verbond, wat zij nu onder deze koning hebben vernieuwd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel