Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 33

1 Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ManasseH4519 was twaalfH8147 jarenH8141 oudH1121, als hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427 vijfH2568 en vijftigH2572 jarenH8141 te JeruzalemH3389. Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.

KJV Manasseh5 was twelve2 years4 old1 when he began to reign,6 and he reigned10 fifty7 and five8 years9 in Jerusalem:11

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שְׁתֵּ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 עֶשְׂרֵ֛ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 מְנַשֶּׁ֣ה H4519 Manasse Manasseh 6 בְמָלְכ֑וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וַחֲמִשִּׁ֤ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 8 וְחָמֵשׁ֙ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar de gruwelenH8441 der heidenenH1471, dieH834 de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478 uit de bezittingH3423 verdreven had. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.

KJV But did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD,4 like unto the abominations5 of the heathen,6 whom the LORD9 had cast out8 before10 the children11 of Israel.12

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּתֽוֹעֲבוֹת֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 6 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 הוֹרִ֣ישׁ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Want hij bouwdeH1129 de hoogtenH1116 weder op, dieH834 zijn vaderH1 JehizkiaH3169 afgebrokenH5422 had, en richtteH6965 den BaalsH1168 altarenH4196 op, en maakteH6213 bossenH842, en boog zich neder voor alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064, en diendeH5647 ze; Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;

Ook in dit vers boog nederH7812

KJV For he built2 again1 the high places4 which Hezekiah his father8 had broken down,6 and he reared up9 altars10 for Baalim,11 and made12 groves,13 and worshipped14 all the host16 of heaven,17 and served18 them.

1 וַיָּ֗שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 וַיִּ֨בֶן֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַבָּמ֔וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נִתַּ֖ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 7 יְחִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 8 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וַיָּ֨קֶם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 10 מִזְבְּח֤וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 לַבְּעָלִים֙ H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 12 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 אֲשֵׁר֔וֹת H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 14 וַיִּשְׁתַּ֨חוּ֙ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 15 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 17 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 18 וַֽיַּעֲבֹ֖ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 19 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En bouwdeH1129 altarenH4196 in het huisH1004 des HEERENH3068, van hetwelkH834 de HEEREH3068 gezegdH559 had: Te JeruzalemH3389 zal Mijn NaamH8034 zijnH1961 tot in eeuwigheidH5769. En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.

KJV Also he built1 altars2 in the house3 of the LORD,4 whereof the LORD7 had said,6 In Jerusalem8 shall my name10 be for ever.11

1 וּבָנָ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 מִזְבְּח֖וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בִּירוּשָׁלִַ֥ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 שְּׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daartoe bouwdeH1129 hij altarenH4196 voor alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064, in beideH8147 de voorhovenH2691 van het huisH1004 des HEERENH3068. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.

KJV And he built1 altars2 for all the host4 of heaven5 in the two6 courts7 of the house8 of the LORD.9

1 וַיִּ֥בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 מִזְבְּח֖וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 בִּשְׁתֵּ֖י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 7 חַצְר֥וֹת H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 8 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij deed zijn zonenH1121 door het vuurH784 gaan, in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011, en pleegde guichelarijH6049, en gaf op vogelgeschrei achtH5172, en toverdeH3784, en hij steldeH6213 waarzeggersH178 en duivelskunstenarenH3049; en hij deed zeer veelH7235 kwaadsH7451 in de ogenH5869 des HEERENH3068, om Hem tot toornH3707 te verwekken. En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.

KJV And he caused2 ➔ his children4 to pass through the fire5 in the valley6 of the son7 of Hinnom:8 also he observed times,9 and used enchantments,10 and used witchcraft,11 and dealt12 with a familiar spirit,13 and with wizards:14 he wrought16 much15 evil17 in the sight18 of the LORD,19 to provoke him to anger.20

1 וְהוּא֩ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 הֶעֱבִ֨יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בָּנָ֤יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 בָּאֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 בְּגֵ֣י H1516 dal, dalen, vallei valley 7 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הִנֹּ֔ם H2011 Hinnom Hinnom 9 וְעוֹנֵ֤ן H6049 guichelaars, pleegde guichelarij, Meonenim [idiom] bring, enchanter, Meonemin, observe(-r of) times, soothsayer, sorcerer 10 וְנִחֵשׁ֙ H5172 vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk [idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe 11 וְֽכִשֵּׁ֔ף H3784 guichelaars, tovenaar, tovenaars sorcerer, (use) witch(-craft) 12 וְעָ֥שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 א֖וֹב H178 waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakken bottle, familiar spirit 14 וְיִדְּעוֹנִ֑י H3049 duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenaren wizard 15 הִרְבָּ֗ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 16 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 הָרַ֛ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 18 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 19 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 לְהַכְעִיסֽוֹ H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Hij steldeH7760 ook de gelijkenisH6459 van een gesneden beeldH5566, die hij gemaaktH6213 had, in het huisH1004 GodsH430, van hetwelkH834 GodH430 gezegdH559 had totH413 DavidH1732 en totH413 zijn zoonH1121 SalomoH8010: In ditH2088 huisH1004, en te JeruzalemH3389, dat Ik uit alleH3605 stammenH7626 van IsraelH3478 verkorenH977 heb, zal Ik Mijn NaamH8034 zettenH7760 tot in eeuwigheidH5865. Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.

KJV And he set1 a carved image,3 the idol4 which he had made,6 in the house7 of God,8 of which God11 had said10 to David13 and to Solomon15 his son,16 In this house,17 and in Jerusalem,19 which I have chosen21 before all the tribes23 of Israel,24 will I put25 my name27 for ever:28

1 וַיָּ֕שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 פֶּ֥סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 4 הַסֶּ֖מֶל H5566 beeld, gelijkenis, gesneden beeld figure, idol, image 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הָאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 14 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 שְׁלֹמֹ֣ה H8010 Salomo Solomon 16 בְנ֔וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 בַּבַּ֨יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 19 וּבִֽירוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 20 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 בָּחַ֨רְתִּי֙ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 22 מִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 שִׁבְטֵ֣י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 24 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 25 אָשִׂ֥ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 שְׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 28 לְעֵילֽוֹם H5865 eeuwigheid ever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zal den voetH7272 van IsraelH3478 niet meer doen wijkenH5493 van het landH127, datH834 Ik uw vaderenH1 besteldH5975 heb; alleenlijk zoH518 zij waarnemenH8104 te doenH6213, alH3605 hetgeenH834 Ik hun gebodenH6680 heb, naar de ganseH3605 wetH8451, en inzettingenH2706, en rechtenH4941, door de handH3027 van MozesH4872. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.

KJV Neither will I any more2 remove3 the foot5 of Israel6 from out7 of the land8 which I have appointed10 for your fathers;11 so that13 they will take heed14 to do15 all that I have commanded19 them, according to the whole law21 and the statutes22 and the ordinances23 by the hand24 of Moses.25

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אוֹסִ֗יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 3 לְהָסִיר֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 רֶ֣גֶל H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 מֵעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָֽאֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֶֽעֱמַ֖דְתִּי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 לַאֲבֹֽתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 רַ֣ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 13 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 14 יִשְׁמְר֣וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 15 לַעֲשׂ֗וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 צִוִּיתִ֔ים H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 20 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַתּוֹרָ֛ה H8451 wet, wetten, leer law 22 וְהַֽחֻקִּ֥ים H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 23 וְהַמִּשְׁפָּטִ֖ים H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 24 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 25 מֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zo deed ManasseH4519 JudaH3063 en de inwonersH3427 te JeruzalemH3389 dwalenH8582, dat zij ergerH7451 deden danH4480 de heidenenH1471, die de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478 verdelgdH8045 had. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.

KJV So Manasseh2 made1 ➔ Judah4 and the inhabitants5 of Jerusalem6 to err, and to do7 worse8 than the heathen,10 whom the LORD13 had destroyed12 before14 the children15 of Israel.16

1 וַיֶּ֣תַע H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 2 מְנַשֶּׁ֔ה H4519 Manasse Manasseh 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 5 וְיֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 רָ֔ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הַ֨גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הִשְׁמִ֣יד H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 De HEEREH3068 sprakH1696 wel totH413 ManasseH4519 en totH413 zijn volkH5971; maar zij merktenH7181 daar nietH3808 op. De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.

KJV And the LORD2 spake1 to Manasseh,4 and to his people:6 but they would not hearken.8

1 וַיְדַבֵּ֧ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מְנַשֶּׁ֥ה H4519 Manasse Manasseh 5 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 עַמּ֖וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הִקְשִֽׁיבוּ H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarom brachtH935 de HEEREH3068 overH5921 hen de krijgsoverstenH8269, dieH834 de koningH4428 van AssyrieH804 had, dewelke ManasseH4519 gevangenH3920 namen onder de doornenH2336; en zij bondenH631 hem met twee koperen ketenenH5178, en voerdenH3212 hem naar BabelH894. Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.

KJV Wherefore the LORD2 brought1 upon them the captains of5 the host of6 the king8 of Assyria,9 which took10 Manasseh12 among the thorns,13 and bound him14 with fetters,15 and carried16 him to Babylon.17

1 וַיָּבֵ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עֲלֵיהֶ֗ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שָׂרֵ֤י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 הַצָּבָא֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 10 וַיִּלְכְּד֥וּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מְנַשֶּׁ֖ה H4519 Manasse Manasseh 13 בַּחֹחִ֑ים H2336 distel, doornen, distelen bramble, thistle, thorn 14 וַיַּֽאַסְרֻ֨הוּ֙ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 15 בַּֽנְחֻשְׁתַּ֔יִם H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 16 וַיּוֹלִיכֻ֖הוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 17 בָּבֶֽלָה H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En als hij hem benauwdeH6887, badH2470 hij het aangezichtH6440 des HEERENH3068, zijns GodsH430, ernstelijk aan, en vernederdeH3665 zich zeerH3966 voor het aangezichtH6440 van den GodH430 zijner vaderenH1, En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,

KJV And when he was in affliction,1 he besought3 the LORD6 his God,7 and humbled8 himself greatly9 before5 the God11 of his fathers,12

1 וּכְהָצֵ֣ר H6887 bange, benauwen, benauwd adversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex 2 ל֔וֹ 3 חִלָּ֕ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 פְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהָ֑יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 וַיִּכָּנַ֣ע H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 9 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 מִלִּפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 אֲבֹתָֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En badH6419 Hem; en Hij liet Zich van hem verbiddenH6279, en hoordeH8085 zijn smekingH8467, en Hij brachtH7725 hem weder te JeruzalemH3389, in zijn koninkrijkH4438. Toen erkendeH3045 ManasseH4519, dat de HEEREH3068 GodH430 is. En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.

KJV And prayed1 unto him: and he was intreated3 of him, and heard5 his supplication,6 and brought him again7 to Jerusalem8 into his kingdom.9 Then Manasseh11 knew10 that the LORD13 he was God.15

1 וַיִּתְפַּלֵּ֣ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 2 אֵלָ֗יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 וַיֵּעָ֤תֶר H6279 verbidden, Bidt vuriglijk, bad intreat, (make) pray(-er) 4 לוֹ֙ 5 וַיִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 תְּחִנָּת֔וֹ H8467 smeking, genade, smeken favour, grace, supplication 7 וַיְשִׁיבֵ֥הוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 לְמַלְכוּת֑וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 10 וַיֵּ֣דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 מְנַשֶּׁ֔ה H4519 Manasse Manasseh 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 הָֽאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En naH310 dezen bouwdeH1129 hij den buitenmuurH2346 aan de stadH5892 DavidsH1732, aan de westzijdeH4628 van GihonH1521 in het dalH5158, en tot den ingangH935 van de VispoortH1709, en omsingeldeH5437 OfelH6077, en verhiefH1361 dien zeerH3966; hij legde ook krijgsoverstenH8269 in alleH3605 vasteH1219 stedenH5892 in JudaH3063. En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.

Ook in dit vers leideH7760

KJV Now after this1 he built3 a wall4 without5 the city6 of David,7 on the west side8 of Gihon,9 in the valley,10 even to the entering in11 at the fish13 gate,12 and compassed14 about Ophel,15 and raised it up16 a very great height,17 and put18 captains19 of war20 in all the fenced23 cities22 of Judah.24

1 וְאַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 כֵ֡ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 בָּנָ֣ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 4 חוֹמָ֣ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 5 חִֽיצוֹנָ֣ה H2435 buitenste, buiten, buitenwerk outer, outward, utter, without 6 לְעִיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 דָּוִ֡יד H1732 David, Davids David 8 מַעְרָבָה֩ H4628 westen, ondergang, nedergang west 9 לְגִיח֨וֹן H1521 Gihon Gihon 10 בַּנַּ֜חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 11 וְלָב֨וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בְשַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 13 הַדָּגִים֙ H1709 vissen, Vispoort, vis fish 14 וְסָבַ֣ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 15 לָעֹ֔פֶל H6077 Ofel Ophel 16 וַיַּגְבִּיהֶ֖הָ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 17 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 18 וַיָּ֧שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 19 שָֽׂרֵי H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 20 חַ֛יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 21 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 הֶעָרִ֥ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 23 הַבְּצֻר֖וֹת H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 24 בִּיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij namH5493 de vreemdeH5236 godenH430 en die gelijkenisH5566 uit het huisH1004 des HEERENH3068 wegH5493, mitsgaders alH3605 de altarenH4196, dieH834 hij gebouwdH1129 had op den bergH2022 van het huisH1004 des HEERENH3068, en te JeruzalemH3389; en hij wierpH7993 ze buitenH2351 de stadH5892. En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.

KJV And he took away1 the strange4 gods,3 and the idol6 out of the house7 of the LORD,8 and all the altars10 that he had built12 in the mount13 of the house14 of the LORD,15 and in Jerusalem,16 and cast17 them out18 of the city.19

1 וַ֠יָּסַר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֱלֹהֵ֨י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 הַנֵּכָ֤ר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַסֶּ֨מֶל֙ H5566 beeld, gelijkenis, gesneden beeld figure, idol, image 7 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַֽמִּזְבְּח֗וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בָּנָ֛ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 13 בְּהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 14 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וּבִירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 17 וַיַּשְׁלֵ֖ךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 18 ח֥וּצָה H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 19 לָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij richtteH1129 het altaarH4196 des HEERENH3068 toe, en offerdeH2076 daarop dankofferenH8002 en lofofferenH8426, en zeideH559 tot JudaH3063, dat zij den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, dienenH5647 zouden. En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.

KJV And he repaired1 the altar3 of the LORD,4 and sacrificed5 thereon peace8 offerings7 and thank offerings,9 and commanded10 Judah11 to serve12 the LORD14 God15 of Israel.16

1 וַיִּ֨בֶן֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִזְבַּ֣ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיִּזְבַּ֣ח H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 6 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 זִבְחֵ֥י H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 8 שְׁלָמִ֖ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 9 וְתוֹדָ֑ה H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 10 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לִֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 12 לַעֲב֕וֹד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar het volkH5971 offerdeH2076 nogH5750 op de hoogtenH1116, hoewelH7535 aan den HEEREH3068, hun GodH430. Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.

KJV Nevertheless1 the people3 did sacrifice4 still in the high places,5 yet unto the LORD7 their God8 only.

1 אֲבָל֙ H61 Voorwaar, Zekerlijk but, indeed, nevertheless, verily 2 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 זֹבְחִ֖ים H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 5 בַּבָּמ֑וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 6 רַ֖ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 7 לַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van ManasseH4519, en zijn gebedH8605 totH413 zijn GodH430, ook de woordenH1697 der zienersH2374, die totH413 hem gesprokenH1696 hebben in den NaamH8034 van den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, zietH2005, die zijn in de geschiedenissenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478; Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;

KJV Now the rest1 of the acts2 of Manasseh,3 and his prayer4 unto his God,6 and the words7 of the seers8 that spake9 to him in the name11 of the LORD12 God13 of Israel,14 behold, they are written in the book17 of the kings18 of Israel.19

1 וְיֶ֨תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 מְנַשֶּׁה֮ H4519 Manasse Manasseh 4 וּתְפִלָּת֣וֹ H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֱלֹהָיו֒ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 וְדִבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 הַֽחֹזִ֔ים H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 9 הַֽמְדַבְּרִ֣ים H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 הִנָּ֕ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 דִּבְרֵ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zijn gebedH8605, en hoe God Zich van hem heeft laten verbiddenH6279, ook alH3605 zijn zondeH2403, en zijn overtredingH4604, en de plaatsenH4725, waarop hij hoogtenH1116 gebouwdH1129, en bossenH842 en gesneden beeldenH6456 gesteldH5975 heeft, eerH6440 hij vernederdH3665 werd, zietH2005, datH834 is beschrevenH3789 in de woordenH1697 der zienersH2374. En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.

KJV His prayer1 also, and how God was intreated2 of him, and all his sin,5 and his trespass,6 and the places7 wherein he built9 high places,11 and set up12 groves13 and graven images,14 before15 he was humbled:16 behold, they are written18 among the sayings20 of the seers.21

1 וּתְפִלָּת֣וֹ H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 2 וְהֵֽעָתֶר H6279 verbidden, Bidt vuriglijk, bad intreat, (make) pray(-er) 3 לוֹ֮ 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 חַטָּאת֣וֹ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 6 וּמַעְלוֹ֒ H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 7 וְהַמְּקֹמ֗וֹת H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 8 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 בָּנָ֨ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 10 בָהֶ֤ם 11 בָּמוֹת֙ H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 12 וְהֶעֱמִיד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 הָאֲשֵׁרִ֣ים H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 14 וְהַפְּסִלִ֔ים H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 15 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 הִכָּנְע֑וֹ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 17 הִנָּ֣ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 18 כְּתוּבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 19 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 21 חוֹזָֽי H2335 the seers

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En ManasseH4519 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in zijn huisH1004; en zijn zoonH1121 AmonH526 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.

KJV So Manasseh2 slept1 with his fathers,4 and they buried5 him in his own house:6 and Amon8 his son9 reigned7 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 מְנַשֶּׁה֙ H4519 Manasse Manasseh 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַֽיִּקְבְּרֻ֖הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בֵּית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 8 אָמ֥וֹן H526 Amon Amon 9 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 AmonH526 was tweeH8147 en twintigH6242 jarenH8141 oudH1121, als hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427 tweeH8147 jarenH8141 te JeruzalemH3389. Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.

KJV Amon5 was two3 and twenty2 years4 old1 when he began to reign,6 and reigned9 two7 years8 in Jerusalem.10

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֧ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וּשְׁתַּ֛יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 אָמ֣וֹן H526 Amon Amon 6 בְּמָלְכ֑וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וּשְׁתַּ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 שָׁנִ֔ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 בִּֽירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk als zijn vaderH1 ManasseH4519 gedaanH6213 had; want AmonH526 offerdeH2076 alH3605 den gesneden beeldenH6456, dieH834 zijn vaderH1 ManasseH4519 gemaaktH6213 had, en diendeH5647 ze. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.

KJV But he did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD,4 as did6 Manasseh7 his father:8 for Amon16 sacrificed15 unto all the carved images10 which Manasseh13 his father14 had made,12 and served17 them;

1 וַיַּ֤עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַע֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 מְנַשֶּׁ֣ה H4519 Manasse Manasseh 8 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וּֽלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַפְּסִילִ֗ים H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 11 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עָשָׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 מְנַשֶּׁ֣ה H4519 Manasse Manasseh 14 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 15 זִבַּ֥ח H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 16 אָמ֖וֹן H526 Amon Amon 17 וַיַּֽעַבְדֵֽם H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar hij vernederdeH3665 zich nietH3808 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, gelijk ManasseH4519, zijn vaderH1, zich vernederdH3665 had; maarH3588 deze AmonH526 vermenigvuldigdeH7235 de schuldH819. Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.

KJV And humbled2 not himself before3 the LORD,4 as Manasseh6 his father7 had humbled5 himself; but Amon10 trespassed12 more and more.11

1 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 נִכְנַע֙ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 3 מִלִּפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּהִכָּנַ֖ע H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 6 מְנַשֶּׁ֣ה H4519 Manasse Manasseh 7 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 אָמ֖וֹן H526 Amon Amon 11 הִרְבָּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 12 אַשְׁמָֽה H819 schuld, schulden offend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zijn knechtenH5650 maakten een verbintenis tegenH5921 hem, en dooddenH4191 hem in zijn huisH1004. En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.

Ook in dit vers maakten verbintenisH7194

KJV And his servants3 conspired1 against him, and slew4 him in his own house.5

1 וַיִּקְשְׁר֤וּ H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 2 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 עֲבָדָ֔יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 4 וַיְמִיתֻ֖הוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 5 בְּבֵיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Maar het volkH5971 des landsH776 sloegH5221 hen allenH3605, die de verbintenisH7194 tegenH5921 den koning AmonH526 gemaakt hadden; en het volkH5971 des landsH776 maakte zijn zoonH1121 JosiaH2977 koning in zijn plaatsH8478. Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.

Ook in dit vers koningH4427 koningH4428

KJV But the people2 of the land3 slew1 all them that had conspired6 against king8 Amon;9 and the people11 of the land12 made10 ➔ Josiah14 his son15 king in his stead.

1 וַיַּכּוּ֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַקֹּֽשְׁרִ֖ים H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אָמ֑וֹן H526 Amon Amon 10 וַיַּמְלִ֧יכוּ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יֹאשִׁיָּ֥הוּ H2977 Josia Josiah 15 בְנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 33:1 2 Koningen 21:1 1 Kronieken 3:13 2 Kronieken 34:1 2 Kronieken 32:33 Jesaja 3:12 Mattheüs 1:10 Prediker 10:16 Jesaja 3:4
2 Kronieken 33:2 2 Kronieken 28:3 Deuteronomium 18:9 Jeremia 15:4 Psalmen 106:35 Ezra 9:14 2 Koningen 17:11 2 Koningen 21:9 Deuteronomium 18:14
2 Kronieken 33:3 2 Kronieken 31:1 Deuteronomium 16:21 Deuteronomium 17:3 2 Kronieken 30:14 2 Koningen 23:5 2 Koningen 18:4 Prediker 2:19 2 Kronieken 32:12
2 Kronieken 33:4 2 Kronieken 7:16 2 Kronieken 6:6 Jeremia 7:30 2 Kronieken 33:15 2 Kronieken 32:19 2 Kronieken 34:3 1 Koningen 9:3 1 Koningen 8:29
2 Kronieken 33:5 2 Kronieken 4:9 Ezechiël 8:7 Jeremia 32:34
2 Kronieken 33:6 2 Kronieken 28:3 2 Koningen 21:6 Jesaja 8:19 Leviticus 20:6 1 Kronieken 10:13 Leviticus 19:31 Leviticus 18:21 Deuteronomium 12:31
2 Kronieken 33:7 2 Kronieken 33:4 Psalmen 132:13 2 Koningen 21:7 2 Kronieken 33:15 2 Kronieken 6:6 Psalmen 78:68 1 Koningen 8:48 2 Koningen 23:6
2 Kronieken 33:8 2 Samuël 7:10 Leviticus 10:11 Deuteronomium 30:15 Jesaja 1:19 Leviticus 8:36 1 Kronieken 17:9 Deuteronomium 5:1 Lukas 1:6
2 Kronieken 33:9 Spreuken 29:12 1 Koningen 14:16 Micha 6:16 2 Koningen 24:3 2 Koningen 17:8 2 Kronieken 33:2 Ezechiël 16:45 Deuteronomium 2:21
2 Kronieken 33:10 Handelingen 7:51 Zacharia 1:4 2 Kronieken 36:15 Nehemia 9:29 Jeremia 44:4 Jeremia 25:4
2 Kronieken 33:11 Deuteronomium 28:36 Jesaja 5:26 Jesaja 36:9 Job 36:8 2 Koningen 25:6 1 Samuël 13:6 Psalmen 107:10 Nehemia 9:37
2 Kronieken 33:12 2 Kronieken 32:26 Lukas 15:16 Lukas 18:14 2 Kronieken 33:23 2 Kronieken 28:22 Handelingen 9:11 Hosea 5:15 Jakobus 4:10
2 Kronieken 33:13 Ezra 8:23 1 Kronieken 5:20 Daniël 4:25 Mattheüs 7:7 Johannes 4:10 Ezra 7:27 Hebreeën 8:11 Spreuken 16:7
2 Kronieken 33:14 Nehemia 3:3 2 Kronieken 27:3 1 Koningen 1:33 Sefanja 1:10 Nehemia 12:39 2 Kronieken 32:5 Nehemia 3:26 2 Kronieken 17:19
2 Kronieken 33:15 2 Kronieken 33:3 Jesaja 2:17 Ezechiël 18:20 Mattheüs 3:8 2 Koningen 21:7 Hosea 14:1
2 Kronieken 33:16 Leviticus 7:11 Genesis 18:19 Lukas 22:32 2 Kronieken 33:9 Leviticus 3:1 2 Kronieken 29:18 1 Koningen 18:30 2 Kronieken 30:12
2 Kronieken 33:17 2 Kronieken 32:12 1 Koningen 22:43 2 Kronieken 15:17 2 Koningen 15:4
2 Kronieken 33:18 Jesaja 30:10 2 Kronieken 33:19 Amos 7:12 2 Koningen 17:13 1 Koningen 14:19 Micha 3:7 2 Kronieken 33:12 Jesaja 29:10
2 Kronieken 33:19 Psalmen 119:67 2 Kronieken 36:12 1 Johannes 1:9 2 Kronieken 30:11 Spreuken 15:8 Handelingen 9:11 Romeinen 5:16 Jeremia 44:10
2 Kronieken 33:20 2 Koningen 21:18 1 Kronieken 3:14 2 Kronieken 32:33 Mattheüs 1:10
2 Kronieken 33:21 Lukas 12:19 2 Koningen 21:19 2 Kronieken 33:1 Jakobus 4:13
2 Kronieken 33:22 2 Kronieken 33:1 Ezechiël 20:18 2 Koningen 21:1 2 Kronieken 34:3 Jesaja 44:13 2 Koningen 21:20
2 Kronieken 33:23 2 Kronieken 33:12 2 Kronieken 33:19 2 Timotheüs 3:13 Jeremia 7:26 2 Kronieken 28:22 Jeremia 8:12 2 Kronieken 33:1
2 Kronieken 33:24 2 Koningen 21:23 2 Kronieken 24:25 Romeinen 11:22 Psalmen 55:23 2 Samuël 4:5 2 Kronieken 25:27
2 Kronieken 33:25 2 Kronieken 36:1 2 Kronieken 26:1 Numeri 35:33 2 Kronieken 34:1 Numeri 35:31 Genesis 9:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 33 vers 1

was Zie bredere verklaring, tot dit hfdst. behorende, 2 Kon. 21:1-2 , enz. alwaar deze historie eerst beschreven is.

Hertaald: was Zie de uitvoeriger verklaring die bij dit hoofdstuk hoort in 2 Kon. 21:1-2, enzovoort, waar deze geschiedenis eerst beschreven is.

twaalf jaren oud, Hebreeuws, een zoon van twaalf jaar.

Hertaald: twaalf jaren oud, Hebreeuws: een zoon van twaalf jaar.

2 Kronieken 33 vers 2

de gruwelen Zie van deze Deut. 18:9-10 , enz.

Hertaald: de gruwelen Zie hierover Deut. 18:9-10, enzovoort.

2 Kronieken 33 vers 3

hij bouwde Hebreeuws, hij keerde weder en bouwde; dat is, hij bouwde weder. Zie Num. 11:4 .

Hertaald: hij bouwde Hebreeuws: hij keerde terug en bouwde; dat is: hij bouwde opnieuw. Zie Num. 11:4.

afgebroken had, En dat naar Gods uitgedrukt bevel; Ex. 34:13 ; Num. 33:53 ; Deut. 12:3 .

Hertaald: afgebroken had, En dat tegen het uitdrukkelijke bevel van God in; Ex. 34:13; Num. 33:53; Deut. 12:3.

richtte Hij wordt 2 Kon. 21:3 in afgoderij bij Achab vergeleken; van wiens gruwelijke afgoderij, zie 1 Kon. 16:31-33 .

Hertaald: richtte Hij wordt in 2 Kon. 21:3 in afgoderij met Achab vergeleken; zie over diens gruwelijke afgoderij 1 Kon. 16:31-33.

Baäls Zie Richt. 2:11 .

Hertaald: Baäls Zie Richt. 2:11.

heir des hemels, Zie Deut. 4:19 , en 2 Kon. 21:3 , alzo onder, vs.5.

Hertaald: heir des hemels, Zie Deut. 4:19, en 2 Kon. 21:3, zo ook hieronder vers 5.

2 Kronieken 33 vers 4

Mijn Naam Zie 1 Kon. 8:16 .

Hertaald: Mijn Naam Zie 1 Kon. 8:16.

eeuwigheid Dat is, gedurende den tijd der wet. Zie Gen. 13:15 .

Hertaald: eeuwigheid Dat is: gedurende de tijd van de wet. Zie Gen. 13:15.

2 Kronieken 33 vers 5

beide Namelijk, in het voorhof der priesters en het voorhof des volks. Zie van deze 1 Kon. 6:36 , en 1 Kon. 7:9 .

Hertaald: beide Namelijk: in het voorhof van de priesters en het voorhof van het volk. Zie hierover 1 Kon. 6:36, en 1 Kon. 7:9.

2 Kronieken 33 vers 6

zijn zonen 2 Kon. 21:6 staat maar van een zoon, dien hij door het vuur deed gaan. Dat zal men verstaan van een bijzonderlijk, of deze plaats van een zijner zonen; gelijk het veelvoudig getal voor het enkele aldus meermalen genomen wordt. Zie Gen. 19:29 .

Hertaald: zijn zonen In 2 Kon. 21:6 staat maar over één zoon, die hij door het vuur liet gaan. Dat moet men opvatten als één in het bijzonder, of deze plaats als over een van zijn zonen; zoals het meervoud vaker voor het enkelvoud gebruikt wordt. Zie Gen. 19:29.

en hij deed Hebreeuws, hij vermenigvuldigde kwaad te doen; alzo Ex. 36:5 ; het volk vermenigvuldigt te brengen; dat is, brengt zeer veel; 1 Sam. 1:12 ; vermenigvuldigde te bidden; dat is, bad zeer veel; 2 Kron. 36:14 ; vermenigvuldigde met overtreding te overtreden; dat is, maakte des overtredens zeer veel; Jes. 55:7 ; hij vermenigvuldigt te vergeven; dat is, vergeeft veel en dikwijls; Am. 4:4 ; vermenigvuldigt te overtreden; dat is, maakt des overtredens veel.

Hertaald: en hij deed Hebreeuws: hij vermeerderde kwaad te doen; zo ook Ex. 36:5, het volk vermeerdert te brengen; dat is: brengt zeer veel; 1 Sam. 1:12, vermeerderde te bidden; dat is: bad zeer veel; 2 Kron. 36:14, vermeerderde met overtreding te overtreden; dat is: overtrad zeer veel; Jes. 55:7, Hij vermeerdert te vergeven; dat is: vergeeft veel en vaak; Amos 4:4, vermeerdert te overtreden; dat is: overtreedt veel.

2 Kronieken 33 vers 7

Hij stelde ook Tegen Gods bevel; Ex. 20:4 ; Lev. 26:1 ; Deut. 5:8 , en Deut. 16:22 , enz.

Hertaald: Hij stelde ook Tegen het gebod van God in; Ex. 20:4; Lev. 26:1; Deut. 5:8, en Deut. 16:22, enzovoort.

gesneden beeld, Dit beeld wordt 2 Kon. 21:7 genaamd het beeld van het bos, of bosgod, omdat het gestaan had in een afgodisch bos, hetwelk Manasse den afgoden ter ere gemaakt had. Zie boven, vs.3.

Hertaald: gesneden beeld, Dit beeld wordt in 2 Kon. 21:7 het beeld van het bos, of bosgod, genoemd, omdat het gestaan had in een afgodisch bos dat Manasse ter ere van de afgoden gemaakt had. Zie hierboven vers 3.

tot David Zie boven, vs.4.

Hertaald: tot David Zie hierboven vers 4.

2 Kronieken 33 vers 8

doen wijken Dat is, uit hun land doen ruimen en wegvoeren gelijk den tien stammen door Salmanasser, den koning van Assyrië, geschied was; 2 Kron. 18:11 . Vergelijk 2 Kon. 21:8 .

Hertaald: doen wijken Dat is: uit hun land laten wegtrekken en wegvoeren, zoals met de tien stammen gebeurd was door Salmanassar, de koning van Assyrië; 2 Kron. 18:11. Vergelijk 2 Kon. 21:8.

wet, Versta door het woord wet, de wet der zeden; door de inzettingen de wet der ceremoniën; door de rechten, de burgerlijke rechten; dat is, al wat God geboden had, gelijk er staat 2 Kon. 21:8 . Vergelijk de aantekening Gen. 26:5 ; Deut. 5:31 ; 1 Kon. 2:3 .

Hertaald: wet, Versta onder het woord wet de zedenwet; onder de inzettingen de ceremoniële wet; onder de rechten de burgerlijke rechten; dat is: alles wat God geboden had, zoals er staat in 2 Kon. 21:8. Vergelijk de aantekening bij Gen. 26:5; Deut. 5:31; 1 Kon. 2:3.

door de hand Dat is, die Ik door den dienst van Mozes gegeven en geboden heb. Vergelijk 2 Kon. 21:8 .

Hertaald: door de hand Dat is: die Ik door de dienst van Mozes gegeven en geboden heb. Vergelijk 2 Kon. 21:8.

2 Kronieken 33 vers 9

erger Zie 2 Kon. 21:9 .

Hertaald: erger Zie 2 Kon. 21:9.

2 Kronieken 33 vers 10

sprak Te weten, door zijn knechten de profeten; 2 Kon. 21:10 .

Hertaald: sprak Namelijk: door Zijn dienaren de profeten; 2 Kon. 21:10.

2 Kronieken 33 vers 11

de doornen; Waarin hij zich verstoken had, als hij op het veld door deze rovers is verrast geworden. Vergelijk 1 Sam. 13:6 .

Hertaald: de doornen; Waarin hij zich verborgen had toen hij op het veld door deze rovers overvallen werd. Vergelijk 1 Sam. 13:6.

2 Kronieken 33 vers 12

hij hem benauwde, Namelijk, de heer, of de koning van Assyrië. Anders, als hij in benauwdheid was.

Hertaald: hij hem benauwde, Namelijk: de heer, of de koning van Assyrië. Anders: toen hij in benauwdheid was.

en vernederde Te weten, met bewijs van berouw over zijn voorgaand leven en belofte van betering in het toekomende.

Hertaald: en vernederde Namelijk: met blijk van berouw over zijn vroegere leven en de belofte van beterschap in de toekomst.

2 Kronieken 33 vers 13

Hem; Namelijk, den Heere.

Hertaald: Hem; Namelijk: de HEERE.

Hij liet Zich Zie gelijke manier van spreken Gen. 25:21 .

Hertaald: Hij liet Zich Zie een soortgelijke manier van spreken Gen. 25:21.

kende Manasse, Dat is, werd gewaar, en bevond metterdaad, en werd overtuigd in zijn conscientie dat de Heere alleen de ware God was en niet de afgoden. Alzo is het Hebreeuwse woord genomen Gen. 3:7 , en boven, 2 Kron. 32:31 .

Hertaald: kende Manasse, Dat is: werd gewaar, ondervond het werkelijk en raakte in zijn geweten overtuigd dat de HEERE alleen de ware God was en niet de afgoden. Zo wordt het Hebreeuwse woord gebruikt in Gen. 3:7, en hierboven 2 Kron. 32:31.

2 Kronieken 33 vers 14

bouwde hij Dat is, volbouwde den muur, dien Hizkia begonnen had, boven, 2 Kron. 32:5 , of beterde en vermaakte den muur, die misschien enige schade geleden had.

Hertaald: bouwde hij Dat is: voltooide de muur die Hizkia begonnen was, hierboven 2 Kron. 32:5, of herstelde en repareerde de muur, die misschien wat schade had opgelopen.

Gihon Zie 1 Kon. 1:33 , en boven, 2 Kron. 32:4 , 2 Kron. 32:30 .

Hertaald: Gihon Zie 1 Kon. 1:33, en hierboven 2 Kron. 32:4, 2 Kron. 32:30.

Vispoort, Zie Neh. 3:3 .

Hertaald: Vispoort, Zie Neh. 3:3.

Ofel, Zie boven, 2 Kron. 27:3 .

Hertaald: Ofel, Zie hierboven 2 Kron. 27:3.

dien zeer; Te weten, muur.

Hertaald: dien zeer; Namelijk: de muur.

2 Kronieken 33 vers 15

vreemde goden Zie Gen. 35:2 .

Hertaald: vreemde goden Zie Gen. 35:2.

die gelijkenis Van welke gesproken is boven, vs.7; zie de aantekening daarop.

Hertaald: die gelijkenis Waarover hierboven vers 7 gesproken is; zie de aantekening daar.

berg Dat is, de berg waarop het huis des Heeren stond, genaamd Moria; zie boven, 2 Kron. 3:1 .

Hertaald: berg Dat is: de berg waarop het huis van de HEERE stond, Moria genoemd; zie hierboven 2 Kron. 3:1.

2 Kronieken 33 vers 16

hij richtte Of, herbouwde het altaar; te weten, opdat hij bekwaam mocht zijn om daarop te offeren.

Hertaald: hij richtte Of: herbouwde het altaar; namelijk zodat hij er weer op kon offeren.

2 Kronieken 33 vers 17

hoewel Vergelijk 1 Kon. 3:2-3 .

Hertaald: hoewel Vergelijk 1 Kon. 3:2-3.

2 Kronieken 33 vers 18

zieners, Dat is, der profeten; zie boven, 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: zieners, Dat is: van de profeten; zie hierboven 2 Kron. 9:29.

in den Naam Dat is, door des Heeren last en bevel; alzo Deut. 18:19-20 , en 2 Kon. 2:24 . Zie in deze laatste plaats de aantekening.

Hertaald: in den Naam Dat is: door de opdracht en het bevel van de HEERE; zo ook Deut. 18:19-20, en 2 Kon. 2:24. Zie de aantekening bij die laatste plaats.

geschiedenissen Dat is, in de memorie van de geschiedenissen der koningen Israëls.

Hertaald: geschiedenissen Dat is: in de kroniek van de geschiedenissen van de koningen van Israël.

2 Kronieken 33 vers 19

zijn gebed, Hetwelk sommigen menen te zijn dat in de Apocriefe boeken gelezen wordt.

Hertaald: zijn gebed, Sommigen menen dat dit is wat gelezen wordt in de apocriefe boeken.

der zieners Dat is, der profeten, gelijk boven, vs.18, zodat hier Hosai zou zijn voor Hosim. De profeten hebben dan meest de historiën en memoriën der dingen, die geschiedden, gesteld en uitgegeven, opdat zij der gemeente tot vermaningen en waarschuwingen mochten dienen. Anders, in de geschiedenissen van Hosai, houdende dit woord de naam geweest te zijn van een profeet, van wien men nergens leest.

Hertaald: der zieners Dat is: van de profeten, zoals hierboven vers 18, zodat hier Hosai zou staan voor Hosim. De profeten hebben dus meestal de geschiedenissen en verslagen van de gebeurtenissen opgesteld en uitgegeven, opdat zij de gemeente tot vermaning en waarschuwing zouden dienen. Anders: in de geschiedenissen van Hosai, waarbij men aanneemt dat dit woord de naam is geweest van een profeet, over wie men nergens anders leest.

2 Kronieken 33 vers 20

in zijn huis; Dat is, in den hof van zijn huis; 2 Kon. 21:18 .

Hertaald: in zijn huis; Dat is: in de tuin van zijn huis; 2 Kon. 21:18.

2 Kronieken 33 vers 21

twee en twintig Hebreeuws, een zoon van twee en twintig jaar.

Hertaald: twee en twintig Hebreeuws: een zoon van tweeëntwintig jaar.

2 Kronieken 33 vers 23

vermenigvuldigde Of, vermeerderde. Vergelijk boven, vs.6, en in de aantekening een bijna gelijke manier van spreken.

Hertaald: vermenigvuldigde Of: vermeerderde. Vergelijk hierboven vers 6, en in de aantekening een bijna gelijke manier van spreken.

2 Kronieken 33 vers 25

sloeg hen allen, Dat is, doodde hen. Zie Gen. 8:21 .

Hertaald: sloeg hen allen, Dat is: doodde hen. Zie Gen. 8:21.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jehizkia (zoon van Sallum)  — de HEERE is mijn sterkte

Een hoofd van Efraïm, die zich tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12). Niet te verwarren met koning Hizkia van Juda.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Toen erkende Manasse dat de HEERE God is  — de goddelooste koning van Juda wordt in de gevangenis te Babel verbroken, en Kronieken bewaart als enige de uitkomst: "Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is" (2 Kron. 33:13)

Wat Manasse aanrichtte is reeds behandeld bij 2 Kon. 21:1-16; Kronieken vertelt het opnieuw en voegt daar het vervolg aan toe, dat in Koningen geheel ontbreekt. De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, maar zij merkten daar niet op (2 Kron. 33:10). Daarom bracht Hij de krijgsoversten van Assyrië over hen; zij namen Manasse gevangen onder de doornen, bonden hem met twee koperen ketenen en voerden hem naar Babel (2 Kron. 33:11). In die benauwdheid bad hij het aangezicht des HEEREN ernstig aan en vernederde zich zeer voor de God zijner vaderen (2 Kron. 33:12). God liet Zich verbidden, hoorde zijn smeking en bracht hem terug in zijn koninkrijk (2 Kron. 33:13). Wat daarna volgde bewijst dat de bekering echt was. Hij bouwde de buitenmuur, nam de vreemde goden en het gesneden beeld uit het huis des HEEREN weg met alle altaren die hij gebouwd had, en wierp ze buiten de stad (2 Kron. 33:14-15). Hij richtte het altaar des HEEREN toe, offerde daarop dankoffers en lofoffers, en gebood Juda de God Israëls te dienen (2 Kron. 33:16). Eén zin blijft echter staan als schaduw: het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan de HEERE hun God (2 Kron. 33:17).

Bijbelse betekenis: Van alle koningen van Juda is dit de laatste bij wie men bekering zou verwachten. Hij had de tempel met afgoderij gevuld, waarzeggerij ingevoerd en zijn eigen zonen door het vuur laten gaan. Juist daarom staat dit bericht er. Er is geen zonde die te groot is voor de genade van God, ook niet wanneer een mens haar jarenlang volgehouden en anderen erin meegetrokken heeft. Tegelijk mag deze plaats niemand geruststellen die zijn bekering uitstelt. Manasse bekeerde zich niet toen het hem goed ging maar in twee koperen ketenen, en de weg daarheen ging over jaren waarin hij God niet hoorde. Het derde dat opvalt is de vrucht. Zijn berouw bleef niet bij een gebed, maar hij ruimde eigenhandig op wat hij zelf had neergezet. Vergeving neemt de gevolgen echter niet weg: het volk bleef op de hoogten offeren, en die schade heeft hij nooit meer helemaal ongedaan kunnen maken.

Typologie: Paulus noemt zijn eigen geval om dezelfde reden waarom Kronieken dit bewaart: "opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven" (1 Tim. 1:16). Wat bij Manasse gebeurde is bovendien precies wat Salomo bij de inwijding gevraagd had voor wie in het land der vijanden gevangen zouden zijn (zie het commentaar bij 2 Kron. 7:14).

2 Kron. 33:10-17; 2 Kron. 7:14; 2 Kon. 21:1-16; 1 Tim. 1:16

Hij vernederde zich niet, gelijk Manasse  — de zoon herhaalt de zonden van zijn vader maar niet diens bekering: "Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld" (2 Kron. 33:23)

Amon werd koning op zijn tweeëntwintigste en regeerde twee jaren (2 Kron. 33:21). Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, zoals zijn vader Manasse gedaan had, en offerde aan al de gesneden beelden die Manasse gemaakt had en diende ze (2 Kron. 33:22). Dat is een veelzeggende bijzonderheid: hij diende juist de beelden die zijn vader gemaakt en na zijn bekering opgeruimd had. De kroniekschrijver zet daar vervolgens één zin tegenover, waarin het hele oordeel over deze korte regering ligt (2 Kron. 33:23). Zijn knechten smeedden een samenzwering en doodden hem in zijn huis, waarna het volk des lands de samenzweerders versloeg en Josia koning maakte (2 Kron. 33:24-25).

Bijbelse betekenis: Amon kende het verhaal van zijn vader van dichtbij. Hij had de ketenen gezien, de teruggekeerde koning meegemaakt en het opruimen van de afgoden met eigen ogen aanschouwd. Van dat alles nam hij het eerste deel over en het tweede niet. Dat is de scherpte van dit bericht: een mens kan de zonde van zijn ouders erven zonder hun berouw te erven. Het vergelijkende woordje gelijk maakt het bovendien persoonlijk; Amon wordt niet gemeten aan de wet in het algemeen maar aan wat hij bij zijn eigen vader gezien heeft. Wie opgroeit onder een voorbeeld van bekering, draagt daarvan de kennis mee als getuige. En de uitdrukking dat hij de schuld vermenigvuldigde, zegt dat hij zich in twee jaren dieper insloeg dan zijn vader in vijfenvijftig.

Typologie: Paulus onderscheidt twee soorten droefheid die precies de twee zonen van dit hoofdstuk uit elkaar houden: "Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood" (2 Kor. 7:10). Van Amon staat geen enkele droefheid opgetekend, en dat is het ergste dat van een mens gezegd kan worden.

2 Kron. 33:21-25; 2 Kor. 7:10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Hij liet Zich van hem verbidden — 33:1-20

Manasse is de slechtste koning die Juda gehad heeft. Hij herbouwt de hoogten die zijn vader Hizkia had afgebroken, zet een gesneden beeld in het huis van God, en laat zijn zonen door het vuur gaan. Hij regeert vijfenvijftig jaar — langer dan wie ook.

De koning die het verst gegaan was, wordt gehoord toen hij zich vernederde.

De opsomming van wat Manasse deed is de langste zondelijst van heel Kronieken. Er staat zelfs bij dat hij Juda deed dwalen om erger te doen dan de heidenen die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had.

Dan komen de legeroversten van Assyrië. Zij nemen hem gevangen met haken, binden hem met twee koperen ketenen en voeren hem weg naar Babel.

En daar gebeurt het onverwachte: als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen.

Wat volgt is met opzet zo geschreven: en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking. De kanttekening wijst erop dat dezelfde manier van spreken gebruikt wordt bij Izak, die voor zijn onvruchtbare vrouw bad en verhoord werd.

En dan het slot van die zin: toen erkende Manasse dat de HEERE God is. De kanttekening legt dat woord uit als: hij werd het gewaar, ondervond het werkelijk, en raakte in zijn geweten overtuigd dat de HEERE alleen de ware God was.

Hij mag terug naar Jeruzalem, breekt af wat hij gebouwd had en herstelt het altaar. Zijn zoon Amon volgt hem op en doet het kwade weer — de bekering van de vader is dus geen garantie voor het huis.

De Schrift trekt hier geen lijn naar Christus. Wat zij laat zien is wel de zaak waarom het in het Evangelie gaat: dat God Zich laat verbidden door wie het minst recht van spreken had. Paulus zegt dat hij zelf daarom barmhartigheid verkreeg, opdat Christus in hem al Zijn lankmoedigheid zou betonen tot een voorbeeld dergenen die in Hem geloven zouden.

  1. 2 Kronieken 33:9 — Manasse deed erger dan de heidenen die God had uitgedreven.
  2. 2 Kronieken 33:12 — In de benauwdheid vernederde hij zich zeer.
  3. 2 Kronieken 33:13 — En Hij liet Zich van hem verbidden.
  4. Jesaja 55:7 — Hij vergeeft menigvuldiglijk.
  5. 1 Timotheüs 1:16 — Paulus als voorbeeld van alle lankmoedigheid.
  6. Lukas 23:43 — Aan het kruis: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.

In het Nieuwe Testament: 1 Timotheüs 1:15-16; Lukas 23:39-43; Jesaja 55:7; Romeinen 5:20

Hoever dit reikt: Niveau 3. Manasse is geen beeld van Christus, en het Nieuwe Testament haalt zijn geschiedenis niet aan. De lijn loopt over de zaak: God laat Zich verbidden door wie het minste recht van spreken heeft.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

2 Kronieken 33

2 Kronieken 33:1.Kruisverwijzingen2 Koningen 21:11 Kronieken 3:132 Kronieken 34:12 Kronieken 32:33Jesaja 3:12Mattheüs 1:10Prediker 10:16Jesaja 3:4
— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
Manasse is dus geboren ná de tijd dat Hizkia van zijn ziekbed opgericht werd. Die verlenging van het leven was niet louter barmhartigheid; ik weet niet of wij zo begerig moeten zijn naar zo een verlenging van het aardse bestaan, voor onszelf of voor anderen. Had Hizkia kunnen voorzien wat de gruwelen van het eerste deel van de regering van Manasse zouden zijn, wanneer die de troon van Juda zou bestijgen, dan denk ik dat de godvruchtige koning er wel tevreden mee geweest zou zijn meteen te sterven, in plaats van langer te leven om de vader te worden van zo een zondaar, en van iemand die zo een vijand van het ware geloof zou blijken te zijn.

Manasse was twaalf jaar oud toen hij begon te regeren. Dat was te vroeg voor een jongeling om over een volk te regeren. Het is een grote verzoeking en een ernstig gevaar wanneer iemand te veel macht heeft voordat hij zijn volwassenheid bereikt. Het zou voor Manasse veel beter geweest zijn als zijn troonsbestijging een goede tijd uitgesteld was. U die zeer jong bent en aan wie rijkdom en aanzien toevertrouwd zijn: God bewaar u ervoor verkeerd te gaan! Er is grote genade nodig om u op het rechte pad te bewaren. En de regering van Manasse was een lange regering, een veelbewogen regering, en in het begin een goddeloze regering van de allerergste soort. Soms worden mensen gespaard ondanks hun zonde: die van Manasse was een van de langste regeringen die opgetekend staan.

2 Kronieken 33:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3Deuteronomium 18:9Jeremia 15:4Psalmen 106:35Ezra 9:142 Koningen 17:112 Koningen 21:9Deuteronomium 18:14
— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
Wie had er een betere vader kunnen hebben dan Manasse had? Hij was aan Hizkia gegeven in die vijftien jaren die God die goede koning genadig aan zijn leven toevoegde. Manasse is daarom zonder twijfel zorgvuldig opgevoed en beschouwd als iemand die de dienst van God en de eer van de naam van zijn vader zou handhaven. Maar de genade loopt niet in het bloed, en de beste ouders kunnen de slechtste kinderen hebben. Het gebeurt vaak dat, wanneer de zonen van goede mensen slecht worden, zij tot de slechtste der mensen behoren. Wie een goed voorbeeld verdraaien, snellen doorgaans hals over kop hun verderf tegemoet.

De Heere had de Kanaänieten uitgedreven om juist de zonden die Manasse bedreef. Volgen wij de zonden van anderen na, dan moeten wij ons er niet over verwonderen als wij in hun oordeel delen. Het is een droeve zaak wanneer het kind van zo een vader als Hizkia kwaad doet in de ogen des Heeren, naar de gruwelen van de heidenen die Jehova voor het aangezicht van de kinderen Israëls uitgedreven had.

2 Kronieken 33:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:1Deuteronomium 16:21Deuteronomium 17:32 Kronieken 30:142 Koningen 23:52 Koningen 18:4Prediker 2:192 Kronieken 32:12
— Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
Één vorm van afgodendienst was Manasse niet genoeg; hij moest alle vormen ervan hebben, en zelfs altaren voor Baäl oprichten en ook de sterren tot zijn goden maken. Deze hoogten waren aanvankelijk gebouwd voor de dienst van God, de ware God; maar toen was de wet van Jehova dat er slechts één altaar zou zijn, namelijk dat te Jeruzalem. Dit was geen pausdom, maar vormendienst; het was iets toevoegen aan de eenvoudige dienst van God, en daarom was het verkeerd. Wie een klein eindje op de weg van de zonde gaat, zal spoedig een groot eind gaan. Het is altijd een barmhartigheid stil te staan waar u stil behoort te staan, en niet te beginnen af te dalen. Hizkia had de hoogten afgebroken, en zijn zoon Manasse bouwde ze weer op.

Hij diende ze niet alleen, hij bewees ze zijn diensten; hij wierp al zijn kracht in de voortplanting van deze vorm van afgodendienst. Wie God altaren bouwen die tegen de wet des Heeren zijn, zullen spoedig valse goden hebben. Eerst richten mensen beelden op om hen aan de ware God te herinneren, en dan gaan zij over tot de dienst van de afgoden. O, dat wij genade mochten hebben om ons geen gelijkenis van de Heere te maken en niets op te richten dat tegen het eenvoudige onderwijs van Gods Woord is!

2 Kronieken 33:4-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 4:92 Kronieken 7:162 Kronieken 6:6Jeremia 7:302 Kronieken 33:152 Kronieken 32:192 Kronieken 34:31 Koningen 9:3
— En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
Manasse was erger dan een gewoon afgodendienaar, want hij verontreinigde juist de plaats die aan de dienst van de enige levende en waarachtige God gewijd was. Er was elders overvloedig ruimte voor die altaren, als Manasse ze hebben wilde; maar niets kon hem voldoen dan dat er in het huis van God zelf altaren gebouwd werden voor de dienst van de zon en van heel het heir der sterren.

2 Kronieken 33:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:32 Koningen 21:6Jesaja 8:19Leviticus 20:61 Kronieken 10:13Leviticus 19:31Leviticus 18:21Deuteronomium 12:31
— En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
Misschien gaf Manasse enkele van zijn kinderen werkelijk over om ter ere van zijn valse goden verbrand te worden; en zo niet, dan werden enkele van zijn kinderen door het vuur doen gaan en zo aan de afgoden gewijd. Ik meen dat u zich geen slechter karakter kunt indenken dan deze Manasse was. Hij schijnt de vuilste goten van het bijgeloof doorzocht te hebben om allerlei gruwelen te vinden. Zoals de valse Saul had hij te doen met een geest van voorzegging; hij was een verbond ingegaan met Satan zelf en had een bondgenootschap met de hel gemaakt. En toch — wonder van genade! — is juist deze Manasse behouden, en zingt hij nu het nieuwe lied voor de troon van God in de heerlijkheid. Dit alles wordt heden nagevolgd door bepaalde mensen die trachten door het voorhangsel te breken dat ons van de geestelijke wereld scheidt. Manasse deed het op grote schaal.

2 Kronieken 33:7-9.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:102 Kronieken 33:4Psalmen 132:132 Koningen 21:72 Kronieken 33:152 Kronieken 6:6Psalmen 78:681 Koningen 8:48
— Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
U ziet, geliefden, dat Manasse niet alleen zelf een monster in ongerechtigheid was, maar dat hij ook een heel volk op een dwaalweg leidde. Sommigen die onder de genadige regering van zijn vader Hizkia het pascha op zo blijde wijze gehouden hadden, weken nu onder deze valse zoon van zo een goede vader af.

2 Kronieken 33:10.KruisverwijzingenHandelingen 7:51Zacharia 1:42 Kronieken 36:15Nehemia 9:29Jeremia 44:4Jeremia 25:4
— De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
Dit was alles wat nodig was om de maat van zijn schuld vol te maken. Hij en zijn volk werden door God gewaarschuwd, maar zij wilden niet horen.

2 Kronieken 33:11.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36Jesaja 5:26Jesaja 36:9Job 36:82 Koningen 25:61 Samuël 13:6Psalmen 107:10Nehemia 9:37
— Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
Aangezien woorden niet genoeg waren, en God hem toch behouden wilde, kwam Hij tot slaan. Zij hebben hem waarschijnlijk met doornen getuchtigd, want de koningen van Babel waren zeer wreed; en het kan zijn dat hij, toen zijn rug door doornige gesels verscheurd was, met zware boeien in de gevangenis geworpen werd. Wie nergens anders wil leren, zal het moeten leren onder de doornen, en in ketenen, en in de verbanning. Er zijn mensen die nooit in de hemel zullen komen dan door een zee van verdrukking en beproeving. O, om wijsheid om meteen aan de almachtige genade toe te geven!

2 Kronieken 33:12-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:26Ezra 8:231 Kronieken 5:20Daniël 4:25Lukas 15:16Lukas 18:142 Kronieken 33:232 Kronieken 28:22
— En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen, En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
Manasse was de zoon van een goede vader, en toch heeft hij alles wat zijn vader gedaan had ongedaan gemaakt en valse goden gediend. Hij ontheiligde zelfs de voorhoven des Heeren, wijdde zijn kinderen aan de duivel en vervolgde het volk van God (2 Kon. 21:16). Wie het volk van God bespot en vervolgt, steekt als het ware zijn vinger in Gods oog, en het zal niet lang duren voordat Jehova Zelf met hem afrekent. Ik weet nauwelijks wat hij nog meer aan kwaad had kunnen doen; en toch werd hij vergeven.

Er kan in deze vergadering zeker niemand zijn die kan zeggen dat hij erger gezondigd heeft dan Manasse deed. Hij schijnt zo ver gegaan te zijn als een mens gaan kan; en toch, u ziet het: toen hij zich voor de Heere verootmoedigde en zijn hart in smeking ophief, vergaf God hem zijn zonde en herstelde Hij hem in zijn vroegere plaats te Jeruzalem. Hij had Baäl en Astoreth opgericht; maar nu weet hij Wie de ware God is, en hij buigt zich voor Jehova.

En zien wij recht daarboven, onder die heerlijke schare die voor de troon van God zingt van vrije genade en stervende liefde, dan zullen wij Manasse in de voorste rij zien. En wij zullen zijn stem onder de zoetste en de luidste van allen horen, zingende: “Wie is een God als Gij, Die de zonden vergeeft? Of wie heeft genade zo rijk en zo vrij?” Hoevele zielen zijn er niet bekeerd door het lezen van de geschiedenis van John Bunyan, zoals hij die opgeschreven heeft in zijn Genade overvloeiende voor de grootste der zondaren? Ik herinner mij goed de tijd dat ik elk voorbeeld van Gods barmhartigheid aan zondaren zorgvuldig opborg, zoals iemand perlen zou opsparen; want het scheen mij toen dat als ik een ziel als de mijne kon vinden — even zondig en even overtuigd van zonde, die toch barmhartigheid gevonden had — dan zou ik ook barmhartigheid kunnen vinden. Toen de deur van Noachs ark open stond, was zij wijd genoeg om de olifant binnen te laten, en bijgevolg was er ruimte in overvloed voor de muis; en waar de kameel binnen kon gaan, kon het schaap gaan. Al zouden wij gevoelen dat wij niet gezondigd hebben op de vreselijke wijze van Manasse, toch: als er in Gods liefde ruimte is voor iemand als hij, dan is er ruimte genoeg voor mij.

2 Kronieken 33:14.KruisverwijzingenNehemia 3:32 Kronieken 27:31 Koningen 1:33Sefanja 1:10Nehemia 12:392 Kronieken 32:5Nehemia 3:262 Kronieken 17:19
— En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
Dit is niet van heel veel belang; maar wat deed Manasse verder?

2 Kronieken 33:16.KruisverwijzingenLeviticus 7:11Genesis 18:19Lukas 22:322 Kronieken 33:9Leviticus 3:12 Kronieken 29:181 Koningen 18:302 Kronieken 30:12
— En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
Wanneer de genade in iemands hart komt, is er zeker een verandering in zijn doen. Manasse nam de vreemde goden weg. Zonden die hem tevoren zo aangenaam waren, zijn nu gruwelen in zijn oog, en hij slingert ze als onreine dingen over de stadsmuur. In juist het dal van de zoon van Hinnom, waar hij zijn zonen aan de afgoden gewijd had, verbrandt hij nu zijn afgoden als vuile en aanstotelijke dingen, om weggeworpen te worden met al het vuil van de stad. Het was hem niet mogelijk al het kwaad dat hij aangericht had ongedaan te maken, zoals hij spoedig ondervond.

2 Kronieken 33:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:121 Koningen 22:432 Kronieken 15:172 Koningen 15:4
— Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
Het werk van de hervorming gaat langzaam. U kunt mensen zo snel als u wilt tot zonde brengen, dat is bergafwaarts werken; maar hen ertoe te krijgen dat zij met u bergopwaarts naar het goede zwoegen, is niet zo gemakkelijk. Zij doen het vandaag nog zo: het volk offerde nog op de hoogten, en wij krijgen de mensen daar niet van weg. Zelfs sommigen die het Evangelie liefhebben, blijven toch hangen aan de oude roomse gebruiken en plechtigheden. Ach, mensen houden ervan uiterlijke verrichtingen te vermenigvuldigen in plaats van geestelijk te dienen! Het ene altaar van Golgotha is hun niet genoeg; zij moeten vele altaren hebben. Zover was het dus wel goed, maar het zou beter geweest zijn als zij al die altaren opgegeven hadden.

2 Kronieken 33:18-20.KruisverwijzingenJesaja 30:102 Kronieken 33:19Amos 7:122 Koningen 17:131 Koningen 14:19Micha 3:72 Kronieken 33:12Jesaja 29:10
— Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel; En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners. En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
Wij moeten dus bedenken dat al de daden die wij gedaan hebben, zowel de goede als de kwade, opgeschreven staan in Gods gedenkboek.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content