Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1ManasseH4519 was twaalfH8147jarenH8141oudH1121, als hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427vijfH2568 en vijftigH2572jarenH8141 te JeruzalemH3389.Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
KJVManasseh5was twelve2years4old1when he began to reign,6and he reigned10fifty7and five8years9in Jerusalem:11
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁתֵּ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3עֶשְׂרֵ֛הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh6בְמָלְכ֑וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וַחֲמִשִּׁ֤יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8וְחָמֵשׁ֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
2En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar de gruwelenH8441 der heidenenH1471, dieH834 de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478 uit de bezittingH3423 verdreven had.En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
KJVBut did1that which was evil2in the sight3of the LORD,4like unto the abominations5of the heathen,6whom the LORD9had cast out8before10the children11of Israel.12
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כְּתֽוֹעֲבוֹת֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination6הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הוֹרִ֣ישׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want hij bouwdeH1129 de hoogtenH1116 weder op, dieH834 zijn vaderH1JehizkiaH3169afgebrokenH5422 had, en richtteH6965 den BaalsH1168altarenH4196 op, en maakteH6213bossenH842, en boog zich neder voor alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064, en diendeH5647 ze;Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
Ook in dit vers
boog nederH7812
KJVFor he built2again1the high places4which Hezekiahhis father8had broken down,6and he reared up9altars10for Baalim,11and made12groves,13and worshipped14all the host16of heaven,17and served18them.
1וַיָּ֗שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וַיִּ֨בֶן֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַבָּמ֔וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נִתַּ֖ץH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down7יְחִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)8אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וַיָּ֨קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10מִזְבְּח֤וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar11לַבְּעָלִים֙H1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim12וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֲשֵׁר֔וֹתH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)14וַיִּשְׁתַּ֨חוּ֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)17הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)18וַֽיַּעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,19אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En bouwdeH1129altarenH4196 in het huisH1004 des HEERENH3068, van hetwelkH834 de HEEREH3068gezegdH559 had: Te JeruzalemH3389 zal Mijn NaamH8034zijnH1961 tot in eeuwigheidH5769.En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.
KJVAlso he built1altars2in the house3of the LORD,4whereof the LORD7had said,6In Jerusalem8shall my name10be for ever.11
1וּבָנָ֥הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2מִזְבְּח֖וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar3בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בִּירוּשָׁלִַ֥םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10שְּׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11לְעוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
5Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Daartoe bouwdeH1129 hij altarenH4196 voor alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064, in beideH8147 de voorhovenH2691 van het huisH1004 des HEERENH3068.Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
KJVAnd he built1altars2for all the host4of heaven5in the two6courts7of the house8of the LORD.9
6En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij deed zijn zonenH1121 door het vuurH784 gaan, in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011, en pleegde guichelarijH6049, en gaf op vogelgeschrei achtH5172, en toverdeH3784, en hij steldeH6213waarzeggersH178 en duivelskunstenarenH3049; en hij deed zeer veelH7235kwaadsH7451 in de ogenH5869 des HEERENH3068, om Hem tot toornH3707 te verwekken.En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
KJVAnd he caused2➔ his children4to pass throughthe fire5in the valley6of the son7of Hinnom:8also he observed times,9and used enchantments,10and used witchcraft,11and dealt12with a familiar spirit,13and with wizards:14he wrought16much15evil17in the sight18of the LORD,19to provoke him to anger.20
1וְהוּא֩H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2הֶעֱבִ֨ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בָּנָ֤יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5בָּאֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6בְּגֵ֣יH1516dal, dalen, valleivalley7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הִנֹּ֔םH2011HinnomHinnom9וְעוֹנֵ֤ןH6049guichelaars, pleegde guichelarij, Meonenim[idiom] bring, enchanter, Meonemin, observe(-r of) times, soothsayer, sorcerer10וְנִחֵשׁ֙H5172vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk[idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe11וְֽכִשֵּׁ֔ףH3784guichelaars, tovenaar, tovenaarssorcerer, (use) witch(-craft)12וְעָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13א֖וֹבH178waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakkenbottle, familiar spirit14וְיִדְּעוֹנִ֑יH3049duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenarenwizard15הִרְבָּ֗הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very16לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17הָרַ֛עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)18בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20לְהַכְעִיסֽוֹH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
7Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Hij steldeH7760 ook de gelijkenisH6459 van een gesneden beeldH5566, die hij gemaaktH6213 had, in het huisH1004GodsH430, van hetwelkH834GodH430gezegdH559 had totH413DavidH1732 en totH413 zijn zoonH1121SalomoH8010: In ditH2088huisH1004, en te JeruzalemH3389, dat Ik uit alleH3605stammenH7626 van IsraelH3478verkorenH977 heb, zal Ik Mijn NaamH8034zettenH7760 tot in eeuwigheidH5865.Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.
KJVAnd he set1a carved image,3the idol4which he had made,6in the house7of God,8of which God11had said10to David13and to Solomon15his son,16In this house,17and in Jerusalem,19which I have chosen21before all the tribes23of Israel,24will I put25my name27for ever:28
1וַיָּ֕שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פֶּ֥סֶלH6459gesneden beeld, gesneden beelden, beeldcarved (graven) image4הַסֶּ֖מֶלH5566beeld, gelijkenis, gesneden beeldfigure, idol, image5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid14וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15שְׁלֹמֹ֣הH8010SalomoSolomon16בְנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17בַּבַּ֨יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19וּבִֽירוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem20אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21בָּחַ֨רְתִּי֙H977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require22מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe24יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael25אָשִׂ֥יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27שְׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report28לְעֵילֽוֹםH5865eeuwigheidever
8En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zal den voetH7272 van IsraelH3478 niet meer doen wijkenH5493 van het landH127, datH834 Ik uw vaderenH1besteldH5975 heb; alleenlijk zoH518 zij waarnemenH8104 te doenH6213, alH3605hetgeenH834 Ik hun gebodenH6680 heb, naar de ganseH3605wetH8451, en inzettingenH2706, en rechtenH4941, door de handH3027 van MozesH4872.En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
KJVNeither will I any more2remove3the foot5of Israel6from out7of the land8which I have appointed10for your fathers;11so that13they will take heed14to do15all that I have commanded19them, according to the whole law21and the statutes22and the ordinances23by the hand24of Moses.25
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אוֹסִ֗יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield3לְהָסִיר֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5רֶ֣גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הֶֽעֱמַ֖דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לַאֲבֹֽתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12רַ֣קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14יִשְׁמְר֣וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)15לַעֲשׂ֗וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19צִוִּיתִ֔יםH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order20לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַתּוֹרָ֛הH8451wet, wetten, leerlaw22וְהַֽחֻקִּ֥יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task23וְהַמִּשְׁפָּטִ֖יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong24בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves25מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
9Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo deed ManasseH4519JudaH3063 en de inwonersH3427 te JeruzalemH3389dwalenH8582, dat zij ergerH7451 deden danH4480 de heidenenH1471, die de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478verdelgdH8045 had.Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
KJVSo Manasseh2made1➔ Judah4and the inhabitants5of Jerusalem6to err,and to do7worse8than the heathen,10whom the LORD13had destroyed12before14the children15of Israel.16
1וַיֶּ֣תַעH8582dwalen, dolen, verleid(cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way2מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah5וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8רָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַ֨גּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הִשְׁמִ֣ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
10De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De HEEREH3068sprakH1696 wel totH413ManasseH4519 en totH413 zijn volkH5971; maar zij merktenH7181 daar nietH3808 op.De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
KJVAnd the LORD2spake1to Manasseh,4and to his people:6but they would not hearken.8
1וַיְדַבֵּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מְנַשֶּׁ֥הH4519ManasseManasseh5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הִקְשִֽׁיבוּH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard
11Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daarom brachtH935 de HEEREH3068overH5921 hen de krijgsoverstenH8269, dieH834 de koningH4428 van AssyrieH804 had, dewelke ManasseH4519gevangenH3920 namen onder de doornenH2336; en zij bondenH631 hem met twee koperen ketenenH5178, en voerdenH3212 hem naar BabelH894.Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
KJVWherefore the LORD2brought1upon them the captains of5the host of6the king8of Assyria,9which took10Manasseh12among the thorns,13and bound him14with fetters,15and carried16him to Babylon.17
1וַיָּבֵ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6הַצָּבָא֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לְמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)10וַיִּלְכְּד֥וּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מְנַשֶּׁ֖הH4519ManasseManasseh13בַּחֹחִ֑יםH2336distel, doornen, distelenbramble, thistle, thorn14וַיַּֽאַסְרֻ֨הוּ֙H631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie15בַּֽנְחֻשְׁתַּ֔יִםH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel16וַיּוֹלִיכֻ֖הוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17בָּבֶֽלָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
12En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En als hij hem benauwdeH6887, badH2470 hij het aangezichtH6440 des HEERENH3068, zijns GodsH430, ernstelijk aan, en vernederdeH3665 zich zeerH3966 voor het aangezichtH6440 van den GodH430 zijner vaderenH1,En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,
KJVAnd when he was in affliction,1he besought3the LORD6his God,7and humbled8himself greatly9before5the God11of his fathers,12
1וּכְהָצֵ֣רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex2ל֔וֹ3חִלָּ֕הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהָ֑יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וַיִּכָּנַ֣עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue9מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10מִלִּפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֲבֹתָֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
13En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En badH6419 Hem; en Hij liet Zich van hem verbiddenH6279, en hoordeH8085 zijn smekingH8467, en Hij brachtH7725 hem weder te JeruzalemH3389, in zijn koninkrijkH4438. Toen erkendeH3045ManasseH4519, dat de HEEREH3068GodH430 is.En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
KJVAnd prayed1unto him: and he was intreated3of him, and heard5his supplication,6and brought him again7to Jerusalem8into his kingdom.9Then Manasseh11knew10that the LORD13he was God.15
1וַיִּתְפַּלֵּ֣לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וַיֵּעָ֤תֶרH6279verbidden, Bidt vuriglijk, badintreat, (make) pray(-er)4לוֹ֙5וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6תְּחִנָּת֔וֹH8467smeking, genade, smekenfavour, grace, supplication7וַיְשִׁיבֵ֥הוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9לְמַלְכוּת֑וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal10וַיֵּ֣דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15הָֽאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
14En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En naH310 dezen bouwdeH1129 hij den buitenmuurH2346 aan de stadH5892DavidsH1732, aan de westzijdeH4628 van GihonH1521 in het dalH5158, en tot den ingangH935 van de VispoortH1709, en omsingeldeH5437OfelH6077, en verhiefH1361 dien zeerH3966; hij legde ook krijgsoverstenH8269 in alleH3605vasteH1219stedenH5892 in JudaH3063.En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
Ook in dit vers
leideH7760
KJVNow after this1he built3a wall4without5the city6of David,7on the west side8of Gihon,9in the valley,10even to the entering in11at the fish13gate,12and compassed14about Ophel,15and raised it up16a very great height,17and put18captains19of war20in all the fenced23cities22of Judah.24
1וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2כֵ֡ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3בָּנָ֣הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4חוֹמָ֣הH2346muur, muren, muurswall, walled5חִֽיצוֹנָ֣הH2435buitenste, buiten, buitenwerkouter, outward, utter, without6לְעִירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7דָּוִ֡ידH1732David, DavidsDavid8מַעְרָבָה֩H4628westen, ondergang, nedergangwest9לְגִיח֨וֹןH1521GihonGihon10בַּנַּ֜חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11וְלָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12בְשַׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)13הַדָּגִים֙H1709vissen, Vispoort, visfish14וְסָבַ֣בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)15לָעֹ֔פֶלH6077OfelOphel16וַיַּגְבִּיהֶ֖הָH1361hoger, hoog, verheffenexalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward17מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well18וַיָּ֧שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work19שָֽׂרֵיH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward20חַ֛יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)21בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הֶעָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town23הַבְּצֻר֖וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold24בִּיהוּדָֽהH3063JudaJudah
15En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En hij namH5493 de vreemdeH5236godenH430 en die gelijkenisH5566 uit het huisH1004 des HEERENH3068wegH5493, mitsgaders alH3605 de altarenH4196, dieH834 hij gebouwdH1129 had op den bergH2022 van het huisH1004 des HEERENH3068, en te JeruzalemH3389; en hij wierpH7993 ze buitenH2351 de stadH5892.En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.
KJVAnd he took away1the strange4gods,3and the idol6out of the house7of the LORD,8and all the altars10that he had built12in the mount13of the house14of the LORD,15and in Jerusalem,16and cast17them out18of the city.19
1וַ֠יָּסַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הַנֵּכָ֤רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַסֶּ֨מֶל֙H5566beeld, gelijkenis, gesneden beeldfigure, idol, image7מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַֽמִּזְבְּח֗וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בָּנָ֛הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely13בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וּבִירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem17וַיַּשְׁלֵ֖ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw18ח֥וּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without19לָעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
16En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij richtteH1129 het altaarH4196 des HEERENH3068 toe, en offerdeH2076 daarop dankofferenH8002 en lofofferenH8426, en zeideH559 tot JudaH3063, dat zij den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, dienenH5647 zouden.En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
KJVAnd he repaired1the altar3of the LORD,4and sacrificed5thereon peace8offerings7and thank offerings,9and commanded10Judah11to serve12the LORD14God15of Israel.16
1וַיִּ֨בֶן֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיִּזְבַּ֣חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay6עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7זִבְחֵ֥יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice8שְׁלָמִ֖יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering9וְתוֹדָ֑הH8426dankzegging, lof, lofofferenconfession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering)10וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah12לַעֲב֕וֹדH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
17Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Maar het volkH5971offerdeH2076nogH5750 op de hoogtenH1116, hoewelH7535 aan den HEEREH3068, hun GodH430.Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
KJVNevertheless1the people3did sacrifice4still in the high places,5yet unto the LORD7their God8only.
1אֲבָל֙H61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily2ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4זֹבְחִ֖יםH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay5בַּבָּמ֑וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave6רַ֖קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise7לַיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
18Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van ManasseH4519, en zijn gebedH8605totH413 zijn GodH430, ook de woordenH1697 der zienersH2374, die totH413 hem gesprokenH1696 hebben in den NaamH8034 van den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, zietH2005, die zijn in de geschiedenissenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478;Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;
KJVNow the rest1of the acts2of Manasseh,3and his prayer4unto his God,6and the words7of the seers8that spake9to him in the name11of the LORD12God13of Israel,14behold, they are written in the book17of the kings18of Israel.19
1וְיֶ֨תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3מְנַשֶּׁה֮H4519ManasseManasseh4וּתְפִלָּת֣וֹH8605gebed, gebeden, gebedsprayer5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֱלֹהָיו֒H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וְדִבְרֵי֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַֽחֹזִ֔יםH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer9הַֽמְדַבְּרִ֣יםH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בְּשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15הִנָּ֕םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
19En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zijn gebedH8605, en hoe God Zich van hem heeft laten verbiddenH6279, ook alH3605 zijn zondeH2403, en zijn overtredingH4604, en de plaatsenH4725, waarop hij hoogtenH1116gebouwdH1129, en bossenH842 en gesneden beeldenH6456gesteldH5975 heeft, eerH6440 hij vernederdH3665 werd, zietH2005, datH834 is beschrevenH3789 in de woordenH1697 der zienersH2374.En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.
KJVHis prayer1also, and how God was intreated2of him, and all his sin,5and his trespass,6and the places7wherein he built9high places,11and set up12groves13and graven images,14before15he was humbled:16behold, they are written18among the sayings20of the seers.21
1וּתְפִלָּת֣וֹH8605gebed, gebeden, gebedsprayer2וְהֵֽעָתֶרH6279verbidden, Bidt vuriglijk, badintreat, (make) pray(-er)3לוֹ֮4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5חַטָּאת֣וֹH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וּמַעְלוֹ֒H4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very7וְהַמְּקֹמ֗וֹתH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)8אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בָּנָ֨הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10בָהֶ֤ם11בָּמוֹת֙H1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave12וְהֶעֱמִיד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry13הָאֲשֵׁרִ֣יםH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)14וְהַפְּסִלִ֔יםH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry15לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הִכָּנְע֑וֹH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue17הִנָּ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though18כְּתוּבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)19עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21חוֹזָֽיH2335the seers
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En ManasseH4519ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in zijn huisH1004; en zijn zoonH1121AmonH526 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
KJVSo Manasseh2slept1with his fathers,4and they buried5him in his own house:6and Amon8his son9reigned7in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2מְנַשֶּׁה֙H4519ManasseManasseh3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַֽיִּקְבְּרֻ֖הוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely8אָמ֥וֹןH526AmonAmon9בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
21Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21AmonH526 was tweeH8147 en twintigH6242jarenH8141oudH1121, als hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427tweeH8147jarenH8141 te JeruzalemH3389.Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.
KJVAmon5was two3and twenty2years4old1when he began to reign,6and reigned9two7years8in Jerusalem.10
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עֶשְׂרִ֧יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וּשְׁתַּ֛יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5אָמ֣וֹןH526AmonAmon6בְּמָלְכ֑וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וּשְׁתַּ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10בִּֽירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
22En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk als zijn vaderH1ManasseH4519gedaanH6213 had; want AmonH526offerdeH2076alH3605 den gesneden beeldenH6456, dieH834 zijn vaderH1ManasseH4519gemaaktH6213 had, en diendeH5647 ze.En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.
KJVBut he did1that which was evil2in the sight3of the LORD,4as did6Manasseh7his father:8for Amon16sacrificed15unto all the carved images10which Manasseh13his father14had made,12and served17them;
1וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרַע֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh8אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וּֽלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַפְּסִילִ֗יםH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh14אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15זִבַּ֥חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay16אָמ֖וֹןH526AmonAmon17וַיַּֽעַבְדֵֽםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
23Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Maar hij vernederdeH3665 zich nietH3808 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, gelijk ManasseH4519, zijn vaderH1, zich vernederdH3665 had; maarH3588 deze AmonH526vermenigvuldigdeH7235 de schuldH819.Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.
KJVAnd humbled2not himself before3the LORD,4as Manasseh6his father7had humbled5himself; but Amon10trespassed12more and more.11
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נִכְנַע֙H3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue3מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כְּהִכָּנַ֖עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue6מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh7אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10אָמ֖וֹןH526AmonAmon11הִרְבָּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very12אַשְׁמָֽהH819schuld, schuldenoffend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)
24En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zijn knechtenH5650 maakten een verbintenis tegenH5921 hem, en dooddenH4191 hem in zijn huisH1004.En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.
Ook in dit vers
maakten verbintenisH7194
KJVAnd his servants3conspired1against him, and slew4him in his own house.5
1וַיִּקְשְׁר֤וּH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)2עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4וַיְמִיתֻ֖הוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5בְּבֵיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
25Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Maar het volkH5971 des landsH776sloegH5221 hen allenH3605, die de verbintenisH7194tegenH5921 den koning AmonH526 gemaakt hadden; en het volkH5971 des landsH776 maakte zijn zoonH1121JosiaH2977 koning in zijn plaatsH8478.Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
Ook in dit vers
koningH4427
koningH4428
KJVBut the people2of the land3slew1all them that had conspired6against king8Amon;9and the people11of the land12made10➔ Josiah14his son15kingin his stead.
1וַיַּכּוּ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַקֹּֽשְׁרִ֖יםH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9אָמ֑וֹןH526AmonAmon10וַיַּמְלִ֧יכוּH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14יֹאשִׁיָּ֥הוּH2977JosiaJosiah15בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 33:1— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.2 Koningen 21:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 34:1→2 Kronieken 32:33→Jesaja 3:12→Mattheüs 1:10→Prediker 10:16→Jesaja 3:4→
2 Kronieken 33:2— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.2 Kronieken 28:3→Deuteronomium 18:9→Jeremia 15:4→Psalmen 106:35→Ezra 9:14→2 Koningen 17:11→2 Koningen 21:9→Deuteronomium 18:14→
2 Kronieken 33:3— Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 16:21→Deuteronomium 17:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 23:5→2 Koningen 18:4→Prediker 2:19→2 Kronieken 32:12→
2 Kronieken 33:4— En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.2 Kronieken 7:16→2 Kronieken 6:6→Jeremia 7:30→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 32:19→2 Kronieken 34:3→1 Koningen 9:3→1 Koningen 8:29→
2 Kronieken 33:5— Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.2 Kronieken 4:9→Ezechiël 8:7→Jeremia 32:34→
2 Kronieken 33:6— En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.2 Kronieken 28:3→2 Koningen 21:6→Jesaja 8:19→Leviticus 20:6→1 Kronieken 10:13→Leviticus 19:31→Leviticus 18:21→Deuteronomium 12:31→
2 Kronieken 33:7— Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.2 Kronieken 33:4→Psalmen 132:13→2 Koningen 21:7→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 6:6→Psalmen 78:68→1 Koningen 8:48→2 Koningen 23:6→
2 Kronieken 33:8— En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.2 Samuël 7:10→Leviticus 10:11→Deuteronomium 30:15→Jesaja 1:19→Leviticus 8:36→1 Kronieken 17:9→Deuteronomium 5:1→Lukas 1:6→
2 Kronieken 33:9— Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.Spreuken 29:12→1 Koningen 14:16→Micha 6:16→2 Koningen 24:3→2 Koningen 17:8→2 Kronieken 33:2→Ezechiël 16:45→Deuteronomium 2:21→
2 Kronieken 33:10— De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.Handelingen 7:51→Zacharia 1:4→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:29→Jeremia 44:4→Jeremia 25:4→
2 Kronieken 33:11— Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.Deuteronomium 28:36→Jesaja 5:26→Jesaja 36:9→Job 36:8→2 Koningen 25:6→1 Samuël 13:6→Psalmen 107:10→Nehemia 9:37→
2 Kronieken 33:12— En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,2 Kronieken 32:26→Lukas 15:16→Lukas 18:14→2 Kronieken 33:23→2 Kronieken 28:22→Handelingen 9:11→Hosea 5:15→Jakobus 4:10→
2 Kronieken 33:13— En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.Ezra 8:23→1 Kronieken 5:20→Daniël 4:25→Mattheüs 7:7→Johannes 4:10→Ezra 7:27→Hebreeën 8:11→Spreuken 16:7→
2 Kronieken 33:14— En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.Nehemia 3:3→2 Kronieken 27:3→1 Koningen 1:33→Sefanja 1:10→Nehemia 12:39→2 Kronieken 32:5→Nehemia 3:26→2 Kronieken 17:19→
2 Kronieken 33:15— En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.2 Kronieken 33:3→Jesaja 2:17→Ezechiël 18:20→Mattheüs 3:8→2 Koningen 21:7→Hosea 14:1→
2 Kronieken 33:16— En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.Leviticus 7:11→Genesis 18:19→Lukas 22:32→2 Kronieken 33:9→Leviticus 3:1→2 Kronieken 29:18→1 Koningen 18:30→2 Kronieken 30:12→
2 Kronieken 33:17— Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.2 Kronieken 32:12→1 Koningen 22:43→2 Kronieken 15:17→2 Koningen 15:4→
2 Kronieken 33:18— Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;Jesaja 30:10→2 Kronieken 33:19→Amos 7:12→2 Koningen 17:13→1 Koningen 14:19→Micha 3:7→2 Kronieken 33:12→Jesaja 29:10→
2 Kronieken 33:19— En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.Psalmen 119:67→2 Kronieken 36:12→1 Johannes 1:9→2 Kronieken 30:11→Spreuken 15:8→Handelingen 9:11→Romeinen 5:16→Jeremia 44:10→
2 Kronieken 33:20— En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.2 Koningen 21:18→1 Kronieken 3:14→2 Kronieken 32:33→Mattheüs 1:10→
2 Kronieken 33:21— Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.Lukas 12:19→2 Koningen 21:19→2 Kronieken 33:1→Jakobus 4:13→
2 Kronieken 33:22— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.2 Kronieken 33:1→Ezechiël 20:18→2 Koningen 21:1→2 Kronieken 34:3→Jesaja 44:13→2 Koningen 21:20→
2 Kronieken 33:23— Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 33:19→2 Timotheüs 3:13→Jeremia 7:26→2 Kronieken 28:22→Jeremia 8:12→2 Kronieken 33:1→
2 Kronieken 33:24— En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.2 Koningen 21:23→2 Kronieken 24:25→Romeinen 11:22→Psalmen 55:23→2 Samuël 4:5→2 Kronieken 25:27→
2 Kronieken 33:25— Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→Numeri 35:33→2 Kronieken 34:1→Numeri 35:31→Genesis 9:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 33 vers 1— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
was
Zie bredere verklaring, tot dit hfdst. behorende, 2 Kon. 21:1-2 , enz. alwaar deze historie eerst beschreven is.
Hertaald:was
Zie de uitvoeriger verklaring die bij dit hoofdstuk hoort in 2 Kon. 21:1-2, enzovoort, waar deze geschiedenis eerst beschreven is.
twaalf jaren oud,
Hebreeuws, een zoon van twaalf jaar.
Hertaald:twaalf jaren oud,
Hebreeuws: een zoon van twaalf jaar.
2 Kronieken 33 vers 2— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
2 Kronieken 33 vers 3— Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
hij bouwde
Hebreeuws, hij keerde weder en bouwde; dat is, hij bouwde weder. Zie Num. 11:4 .
Hertaald:hij bouwde
Hebreeuws: hij keerde terug en bouwde; dat is: hij bouwde opnieuw. Zie Num. 11:4.
afgebroken had,
En dat naar Gods uitgedrukt bevel; Ex. 34:13 ; Num. 33:53 ; Deut. 12:3 .
Hertaald:afgebroken had,
En dat tegen het uitdrukkelijke bevel van God in; Ex. 34:13; Num. 33:53; Deut. 12:3.
richtte
Hij wordt 2 Kon. 21:3 in afgoderij bij Achab vergeleken; van wiens gruwelijke afgoderij, zie 1 Kon. 16:31-33 .
Hertaald:richtte
Hij wordt in 2 Kon. 21:3 in afgoderij met Achab vergeleken; zie over diens gruwelijke afgoderij 1 Kon. 16:31-33.
Baäls
Zie Richt. 2:11 .
Hertaald:Baäls
Zie Richt. 2:11.
heir des hemels,
Zie Deut. 4:19 , en 2 Kon. 21:3 , alzo onder, vs.5.
Hertaald:heir des hemels,
Zie Deut. 4:19, en 2 Kon. 21:3, zo ook hieronder vers 5.
2 Kronieken 33 vers 4— En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid.
Mijn Naam
Zie 1 Kon. 8:16 .
Hertaald:Mijn Naam
Zie 1 Kon. 8:16.
eeuwigheid
Dat is, gedurende den tijd der wet. Zie Gen. 13:15 .
Hertaald:eeuwigheid
Dat is: gedurende de tijd van de wet. Zie Gen. 13:15.
2 Kronieken 33 vers 5— Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
beide
Namelijk, in het voorhof der priesters en het voorhof des volks. Zie van deze 1 Kon. 6:36 , en 1 Kon. 7:9 .
Hertaald:beide
Namelijk: in het voorhof van de priesters en het voorhof van het volk. Zie hierover 1 Kon. 6:36, en 1 Kon. 7:9.
2 Kronieken 33 vers 6— En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
zijn zonen
2 Kon. 21:6 staat maar van een zoon, dien hij door het vuur deed gaan. Dat zal men verstaan van een bijzonderlijk, of deze plaats van een zijner zonen; gelijk het veelvoudig getal voor het enkele aldus meermalen genomen wordt. Zie Gen. 19:29 .
Hertaald:zijn zonen
In 2 Kon. 21:6 staat maar over één zoon, die hij door het vuur liet gaan. Dat moet men opvatten als één in het bijzonder, of deze plaats als over een van zijn zonen; zoals het meervoud vaker voor het enkelvoud gebruikt wordt. Zie Gen. 19:29.
en hij deed
Hebreeuws, hij vermenigvuldigde kwaad te doen; alzo Ex. 36:5 ; het volk vermenigvuldigt te brengen; dat is, brengt zeer veel; 1 Sam. 1:12 ; vermenigvuldigde te bidden; dat is, bad zeer veel; 2 Kron. 36:14 ; vermenigvuldigde met overtreding te overtreden; dat is, maakte des overtredens zeer veel; Jes. 55:7 ; hij vermenigvuldigt te vergeven; dat is, vergeeft veel en dikwijls; Am. 4:4 ; vermenigvuldigt te overtreden; dat is, maakt des overtredens veel.
Hertaald:en hij deed
Hebreeuws: hij vermeerderde kwaad te doen; zo ook Ex. 36:5, het volk vermeerdert te brengen; dat is: brengt zeer veel; 1 Sam. 1:12, vermeerderde te bidden; dat is: bad zeer veel; 2 Kron. 36:14, vermeerderde met overtreding te overtreden; dat is: overtrad zeer veel; Jes. 55:7, Hij vermeerdert te vergeven; dat is: vergeeft veel en vaak; Amos 4:4, vermeerdert te overtreden; dat is: overtreedt veel.
2 Kronieken 33 vers 7— Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.
Hij stelde ook
Tegen Gods bevel; Ex. 20:4 ; Lev. 26:1 ; Deut. 5:8 , en Deut. 16:22 , enz.
Hertaald:Hij stelde ook
Tegen het gebod van God in; Ex. 20:4; Lev. 26:1; Deut. 5:8, en Deut. 16:22, enzovoort.
gesneden beeld,
Dit beeld wordt 2 Kon. 21:7 genaamd het beeld van het bos, of bosgod, omdat het gestaan had in een afgodisch bos, hetwelk Manasse den afgoden ter ere gemaakt had. Zie boven, vs.3.
Hertaald:gesneden beeld,
Dit beeld wordt in 2 Kon. 21:7 het beeld van het bos, of bosgod, genoemd, omdat het gestaan had in een afgodisch bos dat Manasse ter ere van de afgoden gemaakt had. Zie hierboven vers 3.
tot David
Zie boven, vs.4.
Hertaald:tot David
Zie hierboven vers 4.
2 Kronieken 33 vers 8— En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
doen wijken
Dat is, uit hun land doen ruimen en wegvoeren gelijk den tien stammen door Salmanasser, den koning van Assyrië, geschied was; 2 Kron. 18:11 . Vergelijk 2 Kon. 21:8 .
Hertaald:doen wijken
Dat is: uit hun land laten wegtrekken en wegvoeren, zoals met de tien stammen gebeurd was door Salmanassar, de koning van Assyrië; 2 Kron. 18:11. Vergelijk 2 Kon. 21:8.
wet,
Versta door het woord wet, de wet der zeden; door de inzettingen de wet der ceremoniën; door de rechten, de burgerlijke rechten; dat is, al wat God geboden had, gelijk er staat 2 Kon. 21:8 . Vergelijk de aantekening Gen. 26:5 ; Deut. 5:31 ; 1 Kon. 2:3 .
Hertaald:wet,
Versta onder het woord wet de zedenwet; onder de inzettingen de ceremoniële wet; onder de rechten de burgerlijke rechten; dat is: alles wat God geboden had, zoals er staat in 2 Kon. 21:8. Vergelijk de aantekening bij Gen. 26:5; Deut. 5:31; 1 Kon. 2:3.
door de hand
Dat is, die Ik door den dienst van Mozes gegeven en geboden heb. Vergelijk 2 Kon. 21:8 .
Hertaald:door de hand
Dat is: die Ik door de dienst van Mozes gegeven en geboden heb. Vergelijk 2 Kon. 21:8.
2 Kronieken 33 vers 9— Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
erger
Zie 2 Kon. 21:9 .
Hertaald:erger
Zie 2 Kon. 21:9.
2 Kronieken 33 vers 10— De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
sprak
Te weten, door zijn knechten de profeten; 2 Kon. 21:10 .
Hertaald:sprak
Namelijk: door Zijn dienaren de profeten; 2 Kon. 21:10.
2 Kronieken 33 vers 11— Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
de doornen;
Waarin hij zich verstoken had, als hij op het veld door deze rovers is verrast geworden. Vergelijk 1 Sam. 13:6 .
Hertaald:de doornen;
Waarin hij zich verborgen had toen hij op het veld door deze rovers overvallen werd. Vergelijk 1 Sam. 13:6.
2 Kronieken 33 vers 12— En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,
hij hem benauwde,
Namelijk, de heer, of de koning van Assyrië. Anders, als hij in benauwdheid was.
Hertaald:hij hem benauwde,
Namelijk: de heer, of de koning van Assyrië. Anders: toen hij in benauwdheid was.
en vernederde
Te weten, met bewijs van berouw over zijn voorgaand leven en belofte van betering in het toekomende.
Hertaald:en vernederde
Namelijk: met blijk van berouw over zijn vroegere leven en de belofte van beterschap in de toekomst.
2 Kronieken 33 vers 13— En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
Hem;
Namelijk, den Heere.
Hertaald:Hem;
Namelijk: de HEERE.
Hij liet Zich
Zie gelijke manier van spreken Gen. 25:21 .
Hertaald:Hij liet Zich
Zie een soortgelijke manier van spreken Gen. 25:21.
kende Manasse,
Dat is, werd gewaar, en bevond metterdaad, en werd overtuigd in zijn conscientie dat de Heere alleen de ware God was en niet de afgoden. Alzo is het Hebreeuwse woord genomen Gen. 3:7 , en boven, 2 Kron. 32:31 .
Hertaald:kende Manasse,
Dat is: werd gewaar, ondervond het werkelijk en raakte in zijn geweten overtuigd dat de HEERE alleen de ware God was en niet de afgoden. Zo wordt het Hebreeuwse woord gebruikt in Gen. 3:7, en hierboven 2 Kron. 32:31.
2 Kronieken 33 vers 14— En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
bouwde hij
Dat is, volbouwde den muur, dien Hizkia begonnen had, boven, 2 Kron. 32:5 , of beterde en vermaakte den muur, die misschien enige schade geleden had.
Hertaald:bouwde hij
Dat is: voltooide de muur die Hizkia begonnen was, hierboven 2 Kron. 32:5, of herstelde en repareerde de muur, die misschien wat schade had opgelopen.
2 Kronieken 33 vers 15— En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.
vreemde goden
Zie Gen. 35:2 .
Hertaald:vreemde goden
Zie Gen. 35:2.
die gelijkenis
Van welke gesproken is boven, vs.7; zie de aantekening daarop.
Hertaald:die gelijkenis
Waarover hierboven vers 7 gesproken is; zie de aantekening daar.
berg
Dat is, de berg waarop het huis des Heeren stond, genaamd Moria; zie boven, 2 Kron. 3:1 .
Hertaald:berg
Dat is: de berg waarop het huis van de HEERE stond, Moria genoemd; zie hierboven 2 Kron. 3:1.
2 Kronieken 33 vers 16— En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
hij richtte
Of, herbouwde het altaar; te weten, opdat hij bekwaam mocht zijn om daarop te offeren.
Hertaald:hij richtte
Of: herbouwde het altaar; namelijk zodat hij er weer op kon offeren.
2 Kronieken 33 vers 17— Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
hoewel
Vergelijk 1 Kon. 3:2-3 .
Hertaald:hoewel
Vergelijk 1 Kon. 3:2-3.
2 Kronieken 33 vers 18— Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel;
zieners,
Dat is, der profeten; zie boven, 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:zieners,
Dat is: van de profeten; zie hierboven 2 Kron. 9:29.
in den Naam
Dat is, door des Heeren last en bevel; alzo Deut. 18:19-20 , en 2 Kon. 2:24 . Zie in deze laatste plaats de aantekening.
Hertaald:in den Naam
Dat is: door de opdracht en het bevel van de HEERE; zo ook Deut. 18:19-20, en 2 Kon. 2:24. Zie de aantekening bij die laatste plaats.
geschiedenissen
Dat is, in de memorie van de geschiedenissen der koningen Israëls.
Hertaald:geschiedenissen
Dat is: in de kroniek van de geschiedenissen van de koningen van Israël.
2 Kronieken 33 vers 19— En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners.
zijn gebed,
Hetwelk sommigen menen te zijn dat in de Apocriefe boeken gelezen wordt.
Hertaald:zijn gebed,
Sommigen menen dat dit is wat gelezen wordt in de apocriefe boeken.
der zieners
Dat is, der profeten, gelijk boven, vs.18, zodat hier Hosai zou zijn voor Hosim. De profeten hebben dan meest de historiën en memoriën der dingen, die geschiedden, gesteld en uitgegeven, opdat zij der gemeente tot vermaningen en waarschuwingen mochten dienen. Anders, in de geschiedenissen van Hosai, houdende dit woord de naam geweest te zijn van een profeet, van wien men nergens leest.
Hertaald:der zieners
Dat is: van de profeten, zoals hierboven vers 18, zodat hier Hosai zou staan voor Hosim. De profeten hebben dus meestal de geschiedenissen en verslagen van de gebeurtenissen opgesteld en uitgegeven, opdat zij de gemeente tot vermaning en waarschuwing zouden dienen. Anders: in de geschiedenissen van Hosai, waarbij men aanneemt dat dit woord de naam is geweest van een profeet, over wie men nergens anders leest.
2 Kronieken 33 vers 20— En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
in zijn huis;
Dat is, in den hof van zijn huis; 2 Kon. 21:18 .
Hertaald:in zijn huis;
Dat is: in de tuin van zijn huis; 2 Kon. 21:18.
2 Kronieken 33 vers 21— Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.
twee en twintig
Hebreeuws, een zoon van twee en twintig jaar.
Hertaald:twee en twintig
Hebreeuws: een zoon van tweeëntwintig jaar.
2 Kronieken 33 vers 23— Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.
vermenigvuldigde
Of, vermeerderde. Vergelijk boven, vs.6, en in de aantekening een bijna gelijke manier van spreken.
Hertaald:vermenigvuldigde
Of: vermeerderde. Vergelijk hierboven vers 6, en in de aantekening een bijna gelijke manier van spreken.
2 Kronieken 33 vers 25— Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
sloeg hen allen,
Dat is, doodde hen. Zie Gen. 8:21 .
Hertaald:sloeg hen allen,
Dat is: doodde hen. Zie Gen. 8:21.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Toen erkende Manasse dat de HEERE God is — de goddelooste koning van Juda wordt in de gevangenis te Babel verbroken, en Kronieken bewaart als enige de uitkomst: "Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is" (2 Kron. 33:13)
Wat Manasse aanrichtte is reeds behandeld bij 2 Kon. 21:1-16; Kronieken vertelt het opnieuw en voegt daar het vervolg aan toe, dat in Koningen geheel ontbreekt. De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, maar zij merkten daar niet op (2 Kron. 33:10). Daarom bracht Hij de krijgsoversten van Assyrië over hen; zij namen Manasse gevangen onder de doornen, bonden hem met twee koperen ketenen en voerden hem naar Babel (2 Kron. 33:11). In die benauwdheid bad hij het aangezicht des HEEREN ernstig aan en vernederde zich zeer voor de God zijner vaderen (2 Kron. 33:12). God liet Zich verbidden, hoorde zijn smeking en bracht hem terug in zijn koninkrijk (2 Kron. 33:13). Wat daarna volgde bewijst dat de bekering echt was. Hij bouwde de buitenmuur, nam de vreemde goden en het gesneden beeld uit het huis des HEEREN weg met alle altaren die hij gebouwd had, en wierp ze buiten de stad (2 Kron. 33:14-15). Hij richtte het altaar des HEEREN toe, offerde daarop dankoffers en lofoffers, en gebood Juda de God Israëls te dienen (2 Kron. 33:16). Eén zin blijft echter staan als schaduw: het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan de HEERE hun God (2 Kron. 33:17).
Bijbelse betekenis: Van alle koningen van Juda is dit de laatste bij wie men bekering zou verwachten. Hij had de tempel met afgoderij gevuld, waarzeggerij ingevoerd en zijn eigen zonen door het vuur laten gaan. Juist daarom staat dit bericht er. Er is geen zonde die te groot is voor de genade van God, ook niet wanneer een mens haar jarenlang volgehouden en anderen erin meegetrokken heeft. Tegelijk mag deze plaats niemand geruststellen die zijn bekering uitstelt. Manasse bekeerde zich niet toen het hem goed ging maar in twee koperen ketenen, en de weg daarheen ging over jaren waarin hij God niet hoorde. Het derde dat opvalt is de vrucht. Zijn berouw bleef niet bij een gebed, maar hij ruimde eigenhandig op wat hij zelf had neergezet. Vergeving neemt de gevolgen echter niet weg: het volk bleef op de hoogten offeren, en die schade heeft hij nooit meer helemaal ongedaan kunnen maken.
Typologie: Paulus noemt zijn eigen geval om dezelfde reden waarom Kronieken dit bewaart: "opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven" (1 Tim. 1:16). Wat bij Manasse gebeurde is bovendien precies wat Salomo bij de inwijding gevraagd had voor wie in het land der vijanden gevangen zouden zijn (zie het commentaar bij 2 Kron. 7:14).
Hij vernederde zich niet, gelijk Manasse — de zoon herhaalt de zonden van zijn vader maar niet diens bekering: "Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld" (2 Kron. 33:23)
Amon werd koning op zijn tweeëntwintigste en regeerde twee jaren (2 Kron. 33:21). Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, zoals zijn vader Manasse gedaan had, en offerde aan al de gesneden beelden die Manasse gemaakt had en diende ze (2 Kron. 33:22). Dat is een veelzeggende bijzonderheid: hij diende juist de beelden die zijn vader gemaakt en na zijn bekering opgeruimd had. De kroniekschrijver zet daar vervolgens één zin tegenover, waarin het hele oordeel over deze korte regering ligt (2 Kron. 33:23). Zijn knechten smeedden een samenzwering en doodden hem in zijn huis, waarna het volk des lands de samenzweerders versloeg en Josia koning maakte (2 Kron. 33:24-25).
Bijbelse betekenis: Amon kende het verhaal van zijn vader van dichtbij. Hij had de ketenen gezien, de teruggekeerde koning meegemaakt en het opruimen van de afgoden met eigen ogen aanschouwd. Van dat alles nam hij het eerste deel over en het tweede niet. Dat is de scherpte van dit bericht: een mens kan de zonde van zijn ouders erven zonder hun berouw te erven. Het vergelijkende woordje gelijk maakt het bovendien persoonlijk; Amon wordt niet gemeten aan de wet in het algemeen maar aan wat hij bij zijn eigen vader gezien heeft. Wie opgroeit onder een voorbeeld van bekering, draagt daarvan de kennis mee als getuige. En de uitdrukking dat hij de schuld vermenigvuldigde, zegt dat hij zich in twee jaren dieper insloeg dan zijn vader in vijfenvijftig.
Typologie: Paulus onderscheidt twee soorten droefheid die precies de twee zonen van dit hoofdstuk uit elkaar houden: "Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood" (2 Kor. 7:10). Van Amon staat geen enkele droefheid opgetekend, en dat is het ergste dat van een mens gezegd kan worden.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Hij liet Zich van hem verbidden — 33:1-20
Manasse is de slechtste koning die Juda gehad heeft. Hij herbouwt de hoogten die zijn vader Hizkia had afgebroken, zet een gesneden beeld in het huis van God, en laat zijn zonen door het vuur gaan. Hij regeert vijfenvijftig jaar — langer dan wie ook.
De koning die het verst gegaan was, wordt gehoord toen hij zich vernederde.
De opsomming van wat Manasse deed is de langste zondelijst van heel Kronieken. Er staat zelfs bij dat hij Juda deed dwalen om erger te doen dan de heidenen die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had.
Dan komen de legeroversten van Assyrië. Zij nemen hem gevangen met haken, binden hem met twee koperen ketenen en voeren hem weg naar Babel.
En daar gebeurt het onverwachte: als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen.
Wat volgt is met opzet zo geschreven: en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking. De kanttekening wijst erop dat dezelfde manier van spreken gebruikt wordt bij Izak, die voor zijn onvruchtbare vrouw bad en verhoord werd.
En dan het slot van die zin: toen erkende Manasse dat de HEERE God is. De kanttekening legt dat woord uit als: hij werd het gewaar, ondervond het werkelijk, en raakte in zijn geweten overtuigd dat de HEERE alleen de ware God was.
Hij mag terug naar Jeruzalem, breekt af wat hij gebouwd had en herstelt het altaar. Zijn zoon Amon volgt hem op en doet het kwade weer — de bekering van de vader is dus geen garantie voor het huis.
De Schrift trekt hier geen lijn naar Christus. Wat zij laat zien is wel de zaak waarom het in het Evangelie gaat: dat God Zich laat verbidden door wie het minst recht van spreken had. Paulus zegt dat hij zelf daarom barmhartigheid verkreeg, opdat Christus in hem al Zijn lankmoedigheid zou betonen tot een voorbeeld dergenen die in Hem geloven zouden.
2 Kronieken 33:9 — Manasse deed erger dan de heidenen die God had uitgedreven.
2 Kronieken 33:12 — In de benauwdheid vernederde hij zich zeer.
2 Kronieken 33:13 — En Hij liet Zich van hem verbidden.
Jesaja 55:7 — Hij vergeeft menigvuldiglijk.
1 Timotheüs 1:16 — Paulus als voorbeeld van alle lankmoedigheid.
Lukas 23:43 — Aan het kruis: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
In het Nieuwe Testament: 1 Timotheüs 1:15-16; Lukas 23:39-43; Jesaja 55:7; Romeinen 5:20
Hoever dit reikt: Niveau 3. Manasse is geen beeld van Christus, en het Nieuwe Testament haalt zijn geschiedenis niet aan. De lijn loopt over de zaak: God laat Zich verbidden door wie het minste recht van spreken heeft.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
2 Kronieken 33:1.Kruisverwijzingen2 Koningen 21:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 34:1→2 Kronieken 32:33→Jesaja 3:12→Mattheüs 1:10→Prediker 10:16→Jesaja 3:4→ — Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem. Manasse is dus geboren ná de tijd dat Hizkia van zijn ziekbed opgericht werd. Die verlenging van het leven was niet louter barmhartigheid; ik weet niet of wij zo begerig moeten zijn naar zo een verlenging van het aardse bestaan, voor onszelf of voor anderen. Had Hizkia kunnen voorzien wat de gruwelen van het eerste deel van de regering van Manasse zouden zijn, wanneer die de troon van Juda zou bestijgen, dan denk ik dat de godvruchtige koning er wel tevreden mee geweest zou zijn meteen te sterven, in plaats van langer te leven om de vader te worden van zo een zondaar, en van iemand die zo een vijand van het ware geloof zou blijken te zijn.
Manasse was twaalf jaar oud toen hij begon te regeren. Dat was te vroeg voor een jongeling om over een volk te regeren. Het is een grote verzoeking en een ernstig gevaar wanneer iemand te veel macht heeft voordat hij zijn volwassenheid bereikt. Het zou voor Manasse veel beter geweest zijn als zijn troonsbestijging een goede tijd uitgesteld was. U die zeer jong bent en aan wie rijkdom en aanzien toevertrouwd zijn: God bewaar u ervoor verkeerd te gaan! Er is grote genade nodig om u op het rechte pad te bewaren. En de regering van Manasse was een lange regering, een veelbewogen regering, en in het begin een goddeloze regering van de allerergste soort. Soms worden mensen gespaard ondanks hun zonde: die van Manasse was een van de langste regeringen die opgetekend staan.
2 Kronieken 33:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→Deuteronomium 18:9→Jeremia 15:4→Psalmen 106:35→Ezra 9:14→2 Koningen 17:11→2 Koningen 21:9→Deuteronomium 18:14→ — En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Wie had er een betere vader kunnen hebben dan Manasse had? Hij was aan Hizkia gegeven in die vijftien jaren die God die goede koning genadig aan zijn leven toevoegde. Manasse is daarom zonder twijfel zorgvuldig opgevoed en beschouwd als iemand die de dienst van God en de eer van de naam van zijn vader zou handhaven. Maar de genade loopt niet in het bloed, en de beste ouders kunnen de slechtste kinderen hebben. Het gebeurt vaak dat, wanneer de zonen van goede mensen slecht worden, zij tot de slechtste der mensen behoren. Wie een goed voorbeeld verdraaien, snellen doorgaans hals over kop hun verderf tegemoet.
De Heere had de Kanaänieten uitgedreven om juist de zonden die Manasse bedreef. Volgen wij de zonden van anderen na, dan moeten wij ons er niet over verwonderen als wij in hun oordeel delen. Het is een droeve zaak wanneer het kind van zo een vader als Hizkia kwaad doet in de ogen des Heeren, naar de gruwelen van de heidenen die Jehova voor het aangezicht van de kinderen Israëls uitgedreven had.
2 Kronieken 33:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 16:21→Deuteronomium 17:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 23:5→2 Koningen 18:4→Prediker 2:19→2 Kronieken 32:12→ — Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze; Één vorm van afgodendienst was Manasse niet genoeg; hij moest alle vormen ervan hebben, en zelfs altaren voor Baäl oprichten en ook de sterren tot zijn goden maken. Deze hoogten waren aanvankelijk gebouwd voor de dienst van God, de ware God; maar toen was de wet van Jehova dat er slechts één altaar zou zijn, namelijk dat te Jeruzalem. Dit was geen pausdom, maar vormendienst; het was iets toevoegen aan de eenvoudige dienst van God, en daarom was het verkeerd. Wie een klein eindje op de weg van de zonde gaat, zal spoedig een groot eind gaan. Het is altijd een barmhartigheid stil te staan waar u stil behoort te staan, en niet te beginnen af te dalen. Hizkia had de hoogten afgebroken, en zijn zoon Manasse bouwde ze weer op.
Hij diende ze niet alleen, hij bewees ze zijn diensten; hij wierp al zijn kracht in de voortplanting van deze vorm van afgodendienst. Wie God altaren bouwen die tegen de wet des Heeren zijn, zullen spoedig valse goden hebben. Eerst richten mensen beelden op om hen aan de ware God te herinneren, en dan gaan zij over tot de dienst van de afgoden. O, dat wij genade mochten hebben om ons geen gelijkenis van de Heere te maken en niets op te richten dat tegen het eenvoudige onderwijs van Gods Woord is!
2 Kronieken 33:4-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 4:9→2 Kronieken 7:16→2 Kronieken 6:6→Jeremia 7:30→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 32:19→2 Kronieken 34:3→1 Koningen 9:3→ — En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN. Manasse was erger dan een gewoon afgodendienaar, want hij verontreinigde juist de plaats die aan de dienst van de enige levende en waarachtige God gewijd was. Er was elders overvloedig ruimte voor die altaren, als Manasse ze hebben wilde; maar niets kon hem voldoen dan dat er in het huis van God zelf altaren gebouwd werden voor de dienst van de zon en van heel het heir der sterren.
2 Kronieken 33:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→2 Koningen 21:6→Jesaja 8:19→Leviticus 20:6→1 Kronieken 10:13→Leviticus 19:31→Leviticus 18:21→Deuteronomium 12:31→ — En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken. Misschien gaf Manasse enkele van zijn kinderen werkelijk over om ter ere van zijn valse goden verbrand te worden; en zo niet, dan werden enkele van zijn kinderen door het vuur doen gaan en zo aan de afgoden gewijd. Ik meen dat u zich geen slechter karakter kunt indenken dan deze Manasse was. Hij schijnt de vuilste goten van het bijgeloof doorzocht te hebben om allerlei gruwelen te vinden. Zoals de valse Saul had hij te doen met een geest van voorzegging; hij was een verbond ingegaan met Satan zelf en had een bondgenootschap met de hel gemaakt. En toch — wonder van genade! — is juist deze Manasse behouden, en zingt hij nu het nieuwe lied voor de troon van God in de heerlijkheid. Dit alles wordt heden nagevolgd door bepaalde mensen die trachten door het voorhangsel te breken dat ons van de geestelijke wereld scheidt. Manasse deed het op grote schaal.
2 Kronieken 33:7-9.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:10→2 Kronieken 33:4→Psalmen 132:13→2 Koningen 21:7→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 6:6→Psalmen 78:68→1 Koningen 8:48→ — Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had. U ziet, geliefden, dat Manasse niet alleen zelf een monster in ongerechtigheid was, maar dat hij ook een heel volk op een dwaalweg leidde. Sommigen die onder de genadige regering van zijn vader Hizkia het pascha op zo blijde wijze gehouden hadden, weken nu onder deze valse zoon van zo een goede vader af.
2 Kronieken 33:10.KruisverwijzingenHandelingen 7:51→Zacharia 1:4→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:29→Jeremia 44:4→Jeremia 25:4→ — De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op. Dit was alles wat nodig was om de maat van zijn schuld vol te maken. Hij en zijn volk werden door God gewaarschuwd, maar zij wilden niet horen.
2 Kronieken 33:11.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36→Jesaja 5:26→Jesaja 36:9→Job 36:8→2 Koningen 25:6→1 Samuël 13:6→Psalmen 107:10→Nehemia 9:37→ — Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel. Aangezien woorden niet genoeg waren, en God hem toch behouden wilde, kwam Hij tot slaan. Zij hebben hem waarschijnlijk met doornen getuchtigd, want de koningen van Babel waren zeer wreed; en het kan zijn dat hij, toen zijn rug door doornige gesels verscheurd was, met zware boeien in de gevangenis geworpen werd. Wie nergens anders wil leren, zal het moeten leren onder de doornen, en in ketenen, en in de verbanning. Er zijn mensen die nooit in de hemel zullen komen dan door een zee van verdrukking en beproeving. O, om wijsheid om meteen aan de almachtige genade toe te geven!
2 Kronieken 33:12-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:26→Ezra 8:23→1 Kronieken 5:20→Daniël 4:25→Lukas 15:16→Lukas 18:14→2 Kronieken 33:23→2 Kronieken 28:22→ — En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen, En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is. Manasse was de zoon van een goede vader, en toch heeft hij alles wat zijn vader gedaan had ongedaan gemaakt en valse goden gediend. Hij ontheiligde zelfs de voorhoven des Heeren, wijdde zijn kinderen aan de duivel en vervolgde het volk van God (2 Kon. 21:16). Wie het volk van God bespot en vervolgt, steekt als het ware zijn vinger in Gods oog, en het zal niet lang duren voordat Jehova Zelf met hem afrekent. Ik weet nauwelijks wat hij nog meer aan kwaad had kunnen doen; en toch werd hij vergeven.
Er kan in deze vergadering zeker niemand zijn die kan zeggen dat hij erger gezondigd heeft dan Manasse deed. Hij schijnt zo ver gegaan te zijn als een mens gaan kan; en toch, u ziet het: toen hij zich voor de Heere verootmoedigde en zijn hart in smeking ophief, vergaf God hem zijn zonde en herstelde Hij hem in zijn vroegere plaats te Jeruzalem. Hij had Baäl en Astoreth opgericht; maar nu weet hij Wie de ware God is, en hij buigt zich voor Jehova.
En zien wij recht daarboven, onder die heerlijke schare die voor de troon van God zingt van vrije genade en stervende liefde, dan zullen wij Manasse in de voorste rij zien. En wij zullen zijn stem onder de zoetste en de luidste van allen horen, zingende: “Wie is een God als Gij, Die de zonden vergeeft? Of wie heeft genade zo rijk en zo vrij?” Hoevele zielen zijn er niet bekeerd door het lezen van de geschiedenis van John Bunyan, zoals hij die opgeschreven heeft in zijn Genade overvloeiende voor de grootste der zondaren? Ik herinner mij goed de tijd dat ik elk voorbeeld van Gods barmhartigheid aan zondaren zorgvuldig opborg, zoals iemand perlen zou opsparen; want het scheen mij toen dat als ik een ziel als de mijne kon vinden — even zondig en even overtuigd van zonde, die toch barmhartigheid gevonden had — dan zou ik ook barmhartigheid kunnen vinden. Toen de deur van Noachs ark open stond, was zij wijd genoeg om de olifant binnen te laten, en bijgevolg was er ruimte in overvloed voor de muis; en waar de kameel binnen kon gaan, kon het schaap gaan. Al zouden wij gevoelen dat wij niet gezondigd hebben op de vreselijke wijze van Manasse, toch: als er in Gods liefde ruimte is voor iemand als hij, dan is er ruimte genoeg voor mij.
2 Kronieken 33:14.KruisverwijzingenNehemia 3:3→2 Kronieken 27:3→1 Koningen 1:33→Sefanja 1:10→Nehemia 12:39→2 Kronieken 32:5→Nehemia 3:26→2 Kronieken 17:19→ — En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda. Dit is niet van heel veel belang; maar wat deed Manasse verder?
2 Kronieken 33:16.KruisverwijzingenLeviticus 7:11→Genesis 18:19→Lukas 22:32→2 Kronieken 33:9→Leviticus 3:1→2 Kronieken 29:18→1 Koningen 18:30→2 Kronieken 30:12→ — En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden. Wanneer de genade in iemands hart komt, is er zeker een verandering in zijn doen. Manasse nam de vreemde goden weg. Zonden die hem tevoren zo aangenaam waren, zijn nu gruwelen in zijn oog, en hij slingert ze als onreine dingen over de stadsmuur. In juist het dal van de zoon van Hinnom, waar hij zijn zonen aan de afgoden gewijd had, verbrandt hij nu zijn afgoden als vuile en aanstotelijke dingen, om weggeworpen te worden met al het vuil van de stad. Het was hem niet mogelijk al het kwaad dat hij aangericht had ongedaan te maken, zoals hij spoedig ondervond.
2 Kronieken 33:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:12→1 Koningen 22:43→2 Kronieken 15:17→2 Koningen 15:4→ — Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God. Het werk van de hervorming gaat langzaam. U kunt mensen zo snel als u wilt tot zonde brengen, dat is bergafwaarts werken; maar hen ertoe te krijgen dat zij met u bergopwaarts naar het goede zwoegen, is niet zo gemakkelijk. Zij doen het vandaag nog zo: het volk offerde nog op de hoogten, en wij krijgen de mensen daar niet van weg. Zelfs sommigen die het Evangelie liefhebben, blijven toch hangen aan de oude roomse gebruiken en plechtigheden. Ach, mensen houden ervan uiterlijke verrichtingen te vermenigvuldigen in plaats van geestelijk te dienen! Het ene altaar van Golgotha is hun niet genoeg; zij moeten vele altaren hebben. Zover was het dus wel goed, maar het zou beter geweest zijn als zij al die altaren opgegeven hadden.
2 Kronieken 33:18-20.KruisverwijzingenJesaja 30:10→2 Kronieken 33:19→Amos 7:12→2 Koningen 17:13→1 Koningen 14:19→Micha 3:7→2 Kronieken 33:12→Jesaja 29:10→ — Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel; En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners. En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats. Wij moeten dus bedenken dat al de daden die wij gedaan hebben, zowel de goede als de kwade, opgeschreven staan in Gods gedenkboek.
I. Vs. 1-20.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 16:21→2 Kronieken 4:9→2 Samuël 7:10→2 Koningen 21:1→Deuteronomium 17:3→2 Kronieken 7:16→ — Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze; En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN. En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken. Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had. De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op. Manasse’s 55-jarige regering telt drie afdelingen: 1. de tijd van zijn goddeloosheid (van 698-676), toen hij meer dan een van de vroegere koningen van Juda deed, wat kwaad was in de ogen van de Heere, en veel onschuldig bloed vergoot; 2. de tijd van zijn gevangenschap (van (676-668), toen hij leerde erkennen, dat de Heere God is, en hij zijn hart tot Hem wendde; 3. de tijd van zijn geloofstrouw (van 668-643), toen hij de gruwelen van de tot dusver gepleegde afgoderij verwijderde, en zijn rijk naar buiten in veiligheid stelde, maar nogmaals weinig goeds bij het volk wekte (Vergelijk 2 Koningen .21: 1-18).
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 34:1→2 Kronieken 32:33→Jesaja 3:12→Mattheüs 1:10→Prediker 10:16→Jesaja 3:4→— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
Manasse 1) was twaalf jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde vijfenvijftig jaren te Jeruzalem, van 698-643 voor Christus
De naam Manasse (d.i. God doet vergeten: Genesis41: 51) kan zijn vrome vader hem gegeven hebben, bij zijn 3 jaar na de dodelijke ziekte (Hoofdstuk 32: 24 vv.) gevolgde geboorte, en dat met het goede doel om de grootte van zijn vreugde uit te drukken, waardoor God hem al zijn vroeger leed wilde doen vergeten. Maar de zoon heeft op geheel andere wijze de betekenis van zijn naam bewezen, naardien hij niet slechts zelf een Godvergetend mens was, maar ook anderen God heeft doen vergeten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→2 Koningen 21:6→Jesaja 8:19→Leviticus 20:6→1 Kronieken 10:13→Leviticus 19:31→Leviticus 18:21→Deuteronomium 12:31→— En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
En hij deed een van zijn zonen (2Ki 21: 6)
door het vuur gaan in het dal van de zoon van Hinnom (1Ki 1: 33), en pleegde huichelarij tegen het uitdrukkelijk gebod (Deuteronomium 18: 10 vv.), en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde; en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaars; hij deed zeer veel kwaads in de ogen van de Heere, om Hem tot toorn te verwekken.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:4→Psalmen 132:13→2 Koningen 21:7→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 6:6→Psalmen 78:68→1 Koningen 8:48→2 Koningen 23:6→— Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid.
Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld van Aschera of Astarte, die hij gemaakt had, in het huis van de, het eigenlijke tempelgebouw, waarvan God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo (Hoofdstuk 6: 5 vv.; 7: 16 vv.): in dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb, zal Ik Mijn naam zetten tot in eeuwigheid 1).
Dit wordt hier nadrukkelijk herhaald, om te tonen, dat Manasse niet slechts de genadige belofte teniet gemaakt heeft, maar ook met die invoering van de vervloekte afgodendienst in het Huis van de Heere niet anders gehandeld heeft dan wanneer een echtbreekster haar hoerengezellen in het huwelijksbed van haar man bracht.
Kruisverwijzingen2 Samuël 7:10→Leviticus 10:11→Deuteronomium 30:15→Jesaja 1:19→Leviticus 8:36→1 Kronieken 17:9→Deuteronomium 5:1→Lukas 1:6→— En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
En Ik zal de voet van Israël niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleen zo zij waarnemen te doen al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
KruisverwijzingenSpreuken 29:12→1 Koningen 14:16→Micha 6:16→2 Koningen 24:3→2 Koningen 17:8→2 Kronieken 33:2→Ezechiël 16:45→Deuteronomium 2:21→— Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger 1) deden dan de heidenen, die de Heere voor het aangezicht van de kinderen van Israël verdelgd had.
Dit erger doen bestond ongetwijfeld hierin, én dat zij zich aan allerlei uitspatting van ongerechtigheid schuldig maakten, maar ook, en bovenal, dat zij allen heilige eerbied en vrees voor hun God hadden uitgeschud. De heiden bleef als hij ook tot zijn eigen afgoden nog andere goden nam, zijn eigen afgoden getrouw, maar Juda koos de afgoden ten koste van de enige en ware God. Dit zetten van een beeld van Aschera en daarom dit ontuchtig dienen van deze afgodische beelden in heilig huis, deed de zonde ten hemel stijgen op ontzettende wijze. De Heere en Aschera, er was geen groter tegenstelling denkbaar. Manasse ging zo ver als hij maar gaan kon. Want de Heere te dienen, dat was te leven als een heilig volk, en Aschera te dienen, dat was zich aan de ergste onheiligheid overgeven. Manasse gedroeg zich als een onbandig dier, dat zich aan alle band van rede en tucht en plicht onttrok.
KruisverwijzingenHandelingen 7:51→Zacharia 1:4→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:29→Jeremia 44:4→Jeremia 25:4→— De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
De Heere sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, door de profeten, als bijvoorbeeld Habakuk, dat zij zich zouden bekeren, als Hij hun afval niet op het strengste zou straffen (2 Koningen .21: 10- 15),maar zij merkten daar niet op, ja vergrepen zich aan de profeten van de Heere, en maakten de afval hoe langer hoe erger (2 Koningen .21: 16).
In 2 Koningen .21 wordt ons meegedeeld, wat de Heere tot Manasse liet zeggen, op welke wijze de Heere Zijn goddelijk misnoegen te kennen liet geven. Hier wordt slechts de indruk weergegeven, die dat spreken van de Heere op Manasse maakt en op zijn volk, en die indruk was, dat zij de zonde bleven dienen. Ontzettend getuigenis voor wie ook, dat de Heere wel spreekt, maar dat daarop niet wordt gelet. Want toch, dan gaat het, óf tot volslagen volharding, óf naar het eeuwig welbehagen door een ontzettende diepte van ellende, opdat er ten leste toch een opmerking zou zijn. Manasse ging, door de genade, wel door een ontzettende diepte, maar toch, hij leerde ten slotte opmerken, ja bekennen, dat de Heere God is.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36→Jesaja 5:26→Jesaja 36:9→Job 36:8→2 Koningen 25:6→1 Samuël 13:6→Psalmen 107:10→Nehemia 9:37→— Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
Daarom a) bracht de Heere over hen, omstreeks het jaar 676 voor Christus, de krijgsoversten, die de toenmalige koning van Assyrië 1), Esar-Haddon geheten (2Ki 15:
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:18→1 Kronieken 3:14→2 Kronieken 32:33→Mattheüs 1:10→— En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
had, die Manasse gevangen namen onder de doornen 2); en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel, dat in die tijd onder Assyrische opperheerschappij stond (2Ki 20: 12).
Deuteronomium 28: 36 Job 36: 8
Iets naders omtrent de inval van Esar-Haddon in het rijk van Juda en de wegvoering van Manasse naar Babel, laat zich bij het duistere van de Assyrische geschiedenis ook in die tijd, niet opgeven; hier zij alleen opgemerkt, dat de invoering van Assyrische kolonisten in het ontvolkte Rijk van de Tien stammen (2 Koningen .17: 24) waarschijnlijk het tijdstip van onze geschiedenis is (Jes.7: 8).
in het Hebr. Bachochim. Dit woord betekent wel doornen, maar ook haken (Zo is het Job 40: 26 ook vertaald). En die laatste betekenis moeten hier hebben. Zoals een onbandig dier een haak in zijn neus werd gedaan, zo werd ook hier met Manasse gehandeld, en daarom bonden zij hem met twee ketenen aan de voeten, om hem het vluchten te beletten. Zoals een beeld van overwonnen kracht en van machteloosheid, werd de koning van Juda naar Babel gevoerd, om daar tot erkentenis van zijn schuld en tot belijdenis van zijn zware zonde te komen.
En toen Hij hem benauwde, zodat bij de angst van zijn gevangenschap ook gewetensangst kwam, vanwege de door hem begane gruwelen en aangerichte ergernissen, bad hij het aangezicht van de Heere, God zijns van de, ernstig 1) aan, en vernederde 2) zich zeer voor het aangezicht van de God van zijn vaderen.
Manasse bad tot de Heere, zowel om vergiffenis van zonden, als om het wenden van de toorn van hem, en het verlenen van Zijn genade. Het gebed is de steun en toevlucht van de rechtvaardigen en de hulp en troost van de bekommerden en verlegenen.
Waarin dat zich zeer vernederen heeft bestaan, wordt ons hier niet gezegd, maar in verband met 1 Koningen .21: 29 waar ook dezelfde uitdrukking wordt gebruikt (ook in de grondtekst) van Achab, mogen wij vaststellen, dat dit vernederen moet worden opgevat, als bewijs van de inwendige beroering, in deze zin dat hij een zak om zijn lenden zal hebben gedaan en gevast heeft, om daarmee te kennen te geven, dat hij zeer gezondigd had tegen de Heere God. Met het bidden wordt dan in dit vers de inwendige, met dit zich vernederen de uitwendige gestalte aangegeven. In het volgende hij bad Hem ligt dan de samenvatting van vs. 12 opgesloten, daar dit bidden eigenlijk betekent, een als smekeling naderen tot de Heere. Manasse naderde tot de Heere in het boetgewaad, met een gebroken geest en een verslagen hart, als smeking, dit wil hier de Heilige Geest ons op het hart binden.
En bad Hem 1) en Hij, de Heere, zijn God, wiens oor tot het geroep van de ellendigen geneigd is (Psalm 10: 17),liet zich van Hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weer te Jeruzalem, in zijn koninkrijk 2). Toen kende Manasse, dat de Heere God is en besloot, Hem voortaan in alle getrouwheid te dienen 3).
De vergeving van de zonden bevrijdt niet alleen van de toorn, maar herstelt ook de zondaar in de gunst en vriendschap van God. Want zoals uit de liefde van goedheid en de voorkomende genade van God, de vergeving van de zonden voortkomt, zo stelt die vergeving de zondaar in die staat, dat God hem achtervolgt met de liefde van het welbehagen en hem verwaardigt met het deelgenootschap van Zijn allerliefelijkste genade. Dan mag hij het aangezicht van God van de als een verzoend, toegenegen Vader aanschouwen, en genieten de aanspraak van Zijn vriendelijke woorden, en zich verlustigen in het gevoelen en smaken van Zijn zeer aangenomen en gemeenzame ommegang en vriendschap, waarmee geen zoetigheid van wijn vergeleken kan worden (Jes.57: 16-18).
Waarschijnlijk geschiedde dit na de dood van Esar-Haddon in het jaar 688 voor Christus toen Samughes op de troon kwam, en deze gebeurtenis door een genadedaad wilde vieren (vgl. 2 Koningen .25: 27). Joden en Christenen hebben echter over Manasse’s bevrijding uit de kerker vele fabelachtige dingen verhaald, die wij hier niet in bijzonderheden willen optellen.
De schepping is vol levende wezens, verschillend bewerktuigd en op verschillende wijze levende, maar allen de heerlijkheid van dezelfde Schepper verkondigend. Zo is het ook in de Schrift. Men vindt er een rijke verscheidenheid van allerlei natuurlijk en geestelijk leven, van allerlei overtredingen en bekeringen. Nadat wij in de Schrift velerlei zondaren ontmoet hebben, komen wij tot een zeer groot zondaar, Manasse. Zijn grootvader Achaz was de goddelooste van de koningen geweest, zijn vader de vroomste na David; maar, als twaalfjarige knaap op de troon gekomen, was zijn grootvader Achaz zijn toonbeeld, en verdierf hij al het goede, dat zijn vader Hizkia had gesticht, en herstelde al de gruwelijke afgoderijen van Achaz, en nog zo vele andere afgoderijen erbij; hij liet zijn zonen door het vuur gaan (een soort van vuurdoop, om ze de afgoden te heiligen), hij pleegde allerlei huichelarij, hoererij, waarzeggerij, en was daarbij zo wreed en bloeddorstig, dat hij het onschuldig bloed te Jeruzalem deed stromen, ja hij deed meer, hij deed met geweld al het volk zondigen. Wij kunnen rekenen, dat het volk ten minste twintig jaren lang onder dat ondraaglijk juk gezucht heeft, maar toen God de koning en het volk meermalen vruchteloos gewaarschuwd had, bracht Hij een zwaar oordeel over beide. Manasse werd, aan koperen ketenen gesloten, naar Babel gevoerd en in de gevangenis geworpen. Daar kwam hij, als de verloren zoon, ook in het vreemde land tot de Heere; verootmoediging heette het oudtijds, nu heet het bekering. Niets kon ook Manasse redden dan zelfvernedering. Die zich hoog verheft, moet vallen, wil hij behouden worden. Wij willen er wel niet aan, maar tot vernedering moet het komen met ons allen. Het kan niet anders. De rechtvaardigen zullen blinken als de zon in het koninkrijk van de Vader, maar zij moeten door de nacht van het lijden heen. Laat ons dan de koperen ketenen niet los maken uit verkeerd medelijden, maar laat ons het dragen ervan verzachten, zoveel wij kunnen, en voorts wachten, totdat God ze los maakt, of ons de gelegenheid geeft ze los te maken. Er zijn commentaren op de Bijbel van Gods eigen hand. Zo is de bekering van Manasse een commentaar van Gods eigen hand op het woord: Keer weer tot Mij en Ik zal tot u wederkeren. Even als een koning op gewichtige staatsstukken eigenhandig hier en daar een enkele aantekening aan de kant zet, zo hier. God verklaart altijd Zijn eigen woorden door levende voorbeelden. Wij hebben dan ook waarlijk geen bekeringsgeschiedenissen te verdichten; hier is een bekeringsgeschiedenis, als het ware geschreven in letteren, zoals men in Engeland soms op de aanplakbiljetten ziet, van een el lang, want er zijn mensen, die klein schrift kunnen lezen, maar ook anderen, die zeer groot schrift moeten hebben, zullen zij kunnen lezen. En zie hier nu zo’n schrift. Nee, Manasse was geen klein zondaar, maar een groot zondaar; hij was zoals men zegt: “een duivel in mensengedaante,” een gruwelijk monster. Maar voor God kunnen geen zonden te groot zijn; als ze met verootmoediging beleden worden, worden ze ook vergeven. Daarom scheiden ook nooit onze zonden ons van God, maar onze eigen gerechtigheid, onze onwil om vergeving te ontvangen, zoals dan ook de Heere tot Jeruzalem zei: Ik heb u willen vergaderen, maar u hebt niet gewild. Die wil, die kome en neme de wateren des levens om niet. Om niet. Zo’n vreemd woord noemde Luther de dood van de eigen gerechtigheid en van de Roomse Kerk. En dat is het ook; voor zo’n woord kunnen zij niet bestaan, daarom moeten zij sterven. God vergeeft om niet, enkel door geloof, zonder de werken. Wij zien het bij Manasse. In zijn benauwdheid bad hij tot God en God liet zich verbidden en vergaf hem niet alleen, maar herstelde hem weer in zijn koninkrijk. Wat een koninklijke edelmoedigheid! Wat is God in het vergeven overvloedig mild! Wij zouden zeggen: zo’n goddeloze te vergeven is veel, is genoeg; maar hem daarenboven met eer en heerlijkheid te overladen, waartoe zou dat dienen, dan om de zondaars stoutmoedig te maken en hen in hun kwaad te sterken. Maar God spreekt en denkt zo niet. Al wat God doet is volkomen, er ontbreekt niets aan. Newton, die jaren lang een boos zondaar was en toen bekeerd werd, verhaalt van een predikant, die, na jaren lang tegen van de waarheid gepredikt te hebben, bekeerd werd. Deze predikte nu wel anders en kon ook wel geloven, dat God hem persoonlijk vergaf, maar dat hij zo vele jaren lang zo vele zielen naar het verderf had geleid, dat kon hij niet vergeten en niet voor vergeven houden. Newton, aan wie hij dit bezwaar te kennen gaf, bracht hem tot rust, met het voorbeeld van Manasse. Hij vergeeft alles, de zonde, de schuld en haar gevolg in.
In deze weinige woorden ligt de ganse bekering van Manasse opgesloten. Want kennen hier is erkennen en God de Heere, staat hier tegenover de afgoden, die hij gediend en verheerlijkt had. Hiermee wordt het gezegd, dat hij het soevereine recht van de erkende, om met hem te handelen, als Hij gehandeld heeft, maar ook dat hij het schadelijke en schandelijke van de valse dienst van de afgoden had leren erkennen, maar ook verfoeien, en de dienst van de enige en waarachtige God leren liefkrijgen en beminnen. Van die God, die hem in de diepte van de benauwdheid had gebracht, maar ook de bede op zijn lippen had gelegd, maar ook hem had verhoord en zijn voeten in de ruimte gesteld.
En hierna, toen hij weer in zijn koninkrijk regeerde, bouwde hij, ter versterking van zijn hoofdstad, de buitenmuur, die ter insluiting van de heuvel Akra reeds door zijn vader Hizkia was opgericht (Hoofdstuk 32: 5), aan de stad van David, aan de westzijde van Gihon in het dal, van de westzijde van de Zion, van het Gihondal af, noordwestwaarts op en tot aan het noordoosten tot de ingang van de Vispoort, in de noordoostelijke hoek van de Beneden- of Nieuwstad, en omsingelde Ofel; de muur liep verder van de noordoosthoek naar het Zuiden om het spitse uiteinde van de Moria-heuvel, rondom de Ofel (Hoofdstuk 26: 9), en verhief die zeer; hij leide ook ter beveiliging van het overige land, krijgsoversten in alle vaste steden van Juda.
En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis (vs. 7), uit het huis van de Heere weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op de berg van het huis van de Heere, en te Jeruzalem (vs. 3 vv.), en hij wierp ze buiten de stad 1).
Hieruit blijkt, dat Manasse’s bekering oprecht was. Alles, wat met de afgodendienst in verband stond, deed hij weg, en hij herstelde het altaar van de Heere. Dit was bij Manasse een lust krijgen in de dienst van de Heere en bewijs van de opstanding van de nieuwe mens. Er staat niet, dat zij vernietigd werden; wellicht dat Manasse dit niet nodig achtte. Het is daarom, dat zij volkomen door Josia zijn vergruisd, omdat Amon, Manasse’s zoon en opvolger, ze weer had opgericht.
En hij richtte het altaar van de Heere, hij herstelde het brandofferaltaar in de voorhof van de priesters toe, en offerde daarop dankoffers en lofofferen, en zei 1) tot Juda, dat zij de Heere, de God van Israël, dienen zouden.
Dit zeggen was een koninklijk bevel en niet alleen een aanmaning. Een zeggen bij een Oosters monarch staat met ons bevelen gelijk, vooral in de Boeken, die na de Ballingschap geschreven zijn.
Maar het volk offerde nog niet uitsluitend op deze enig rechtmatige offerplaatsen, als ten tijde van Hizkia (Hoofdstuk 32: 12), maar zoals onder de vroegere koningen, ook op de hoogten, hoewel de Heere, hun God, en niet de afgoden.
Het overige nu van de geschiedenissen van Manasse 1), en zijn gebed tot zijn God (vs.
, ook de woorden van de zieners, die tot hem gesproken hebben in de naam van de Heere, de God van Israël (vs. 10), zie, die zijn geschreven in de geschiedenissen van de koningen van Israël (1Ch 29: 30).
Wij weten, dat Assar-haddon in zijn inscriptie zegt, dat hem 22 koningen van Syrië hebben gehoorzaamd. Hij telt onder dezen Minasi (Manasse van Juda) en de koning van Cyprus op.
En zijn gebed, en hoe zich God van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen, en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, zie, dat is beschreven in de woorden van de ziener, volgens een andere vertaling: in de geschiedenissen van Hosaï, een ons niet nader bekende profeet.
En Manasse ontsliep met zijn vaderen en zij begroeven hem in zijn huis, juister: in de tuin van zijn lustslot, dat hij zich op de Ofel had laten bouwen, ook hof van Uzza geheten (2 Koningen .21: 18); en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
II. Vs. 21-25.Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 33:19→Lukas 12:19→2 Koningen 21:19→2 Kronieken 33:1→Jakobus 4:13→Ezechiël 20:18→2 Koningen 21:1→ — Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze. Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld. En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis. Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats. Amon regeert geheel in dezelfde geest, als zijn vader in de 22 jaren van zijn goddeloosheid, zonder dat bij hem, zoals bij Manasse tot een ware bekering gekomen is; hij werd echter reeds na twee jaren van zijn heerschappij door hofbeambten omgebracht, waaraan het volk van het land zijn dood wreekt, terwijl het zijnen, eerst 8 jaar oude zoon op de troon zet, misschien wel met voorbijgang van een oudere prins (Vergelijk 2 Koningen .21: 19-26).
KruisverwijzingenLukas 12:19→2 Koningen 21:19→2 Kronieken 33:1→Jakobus 4:13→— Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem.
Amon was tweeentwintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde twee jaren, (van 643- 641 voor Christus), te Jeruzalem 1).
“2Ki 21: 19” en “2Ki 21: 20″ en 2Ki 21: 21” en “2Ki 21: 22” en “2Ki 21: 23” en “2Ki 21: 24” en “2Ki 21: 25” en “2Ki 21: 26”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:1→Ezechiël 20:18→2 Koningen 21:1→2 Kronieken 34:3→Jesaja 44:13→2 Koningen 21:20→— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.
En hij deed dat kwaad was in de ogen van de Heere, zoals zijn vader Manasse gedaan had (vs. 2 vv.); want Amon offerde al de gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze, omdat zij wel door Manasse waren weggeworpen, maar niet vernield of vergruisd.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 33:19→2 Timotheüs 3:13→Jeremia 7:26→2 Kronieken 28:22→Jeremia 8:12→2 Kronieken 33:1→— Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld.
Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht van de Heere, zoals Manasse, zijn vader zich later (vs. 12 vv.),vernederd had, maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld, hoopte zonde op zonde.
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:23→2 Kronieken 24:25→Romeinen 11:22→Psalmen 55:23→2 Samuël 4:5→2 Kronieken 25:27→— En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis.
En zijn knechten, enigen van zijn hofbeambten, maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis, in het lustslot op de Ofel.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→Numeri 35:33→2 Kronieken 34:1→Numeri 35:31→Genesis 9:5→— Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
Maar het volk van het land sloeg, doodde hen allen, die de verbintenis tegen de koning Amon gemaakt hadden, en het volk van het land maakte (vgl. Hoofdstuk 26: 1 26.1), zijn zoon Josia koning in zijn plaats, maar hij zelf, Amon, begroef men in het graf, dat hij zich had laten maken, naast dat van zijn vader, in de hof van Uzza.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 33
2 Kronieken 33:1.Kruisverwijzingen2 Koningen 21:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 34:1→2 Kronieken 32:33→Jesaja 3:12→Mattheüs 1:10→Prediker 10:16→Jesaja 3:4→
— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem.
Manasse is dus geboren ná de tijd dat Hizkia van zijn ziekbed opgericht werd. Die verlenging van het leven was niet louter barmhartigheid; ik weet niet of wij zo begerig moeten zijn naar zo een verlenging van het aardse bestaan, voor onszelf of voor anderen. Had Hizkia kunnen voorzien wat de gruwelen van het eerste deel van de regering van Manasse zouden zijn, wanneer die de troon van Juda zou bestijgen, dan denk ik dat de godvruchtige koning er wel tevreden mee geweest zou zijn meteen te sterven, in plaats van langer te leven om de vader te worden van zo een zondaar, en van iemand die zo een vijand van het ware geloof zou blijken te zijn.
Manasse was twaalf jaar oud toen hij begon te regeren. Dat was te vroeg voor een jongeling om over een volk te regeren. Het is een grote verzoeking en een ernstig gevaar wanneer iemand te veel macht heeft voordat hij zijn volwassenheid bereikt. Het zou voor Manasse veel beter geweest zijn als zijn troonsbestijging een goede tijd uitgesteld was. U die zeer jong bent en aan wie rijkdom en aanzien toevertrouwd zijn: God bewaar u ervoor verkeerd te gaan! Er is grote genade nodig om u op het rechte pad te bewaren. En de regering van Manasse was een lange regering, een veelbewogen regering, en in het begin een goddeloze regering van de allerergste soort. Soms worden mensen gespaard ondanks hun zonde: die van Manasse was een van de langste regeringen die opgetekend staan.
2 Kronieken 33:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→Deuteronomium 18:9→Jeremia 15:4→Psalmen 106:35→Ezra 9:14→2 Koningen 17:11→2 Koningen 21:9→Deuteronomium 18:14→
— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
Wie had er een betere vader kunnen hebben dan Manasse had? Hij was aan Hizkia gegeven in die vijftien jaren die God die goede koning genadig aan zijn leven toevoegde. Manasse is daarom zonder twijfel zorgvuldig opgevoed en beschouwd als iemand die de dienst van God en de eer van de naam van zijn vader zou handhaven. Maar de genade loopt niet in het bloed, en de beste ouders kunnen de slechtste kinderen hebben. Het gebeurt vaak dat, wanneer de zonen van goede mensen slecht worden, zij tot de slechtste der mensen behoren. Wie een goed voorbeeld verdraaien, snellen doorgaans hals over kop hun verderf tegemoet.
De Heere had de Kanaänieten uitgedreven om juist de zonden die Manasse bedreef. Volgen wij de zonden van anderen na, dan moeten wij ons er niet over verwonderen als wij in hun oordeel delen. Het is een droeve zaak wanneer het kind van zo een vader als Hizkia kwaad doet in de ogen des Heeren, naar de gruwelen van de heidenen die Jehova voor het aangezicht van de kinderen Israëls uitgedreven had.
2 Kronieken 33:3.Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 16:21→Deuteronomium 17:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 23:5→2 Koningen 18:4→Prediker 2:19→2 Kronieken 32:12→
— Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze;
Één vorm van afgodendienst was Manasse niet genoeg; hij moest alle vormen ervan hebben, en zelfs altaren voor Baäl oprichten en ook de sterren tot zijn goden maken. Deze hoogten waren aanvankelijk gebouwd voor de dienst van God, de ware God; maar toen was de wet van Jehova dat er slechts één altaar zou zijn, namelijk dat te Jeruzalem. Dit was geen pausdom, maar vormendienst; het was iets toevoegen aan de eenvoudige dienst van God, en daarom was het verkeerd. Wie een klein eindje op de weg van de zonde gaat, zal spoedig een groot eind gaan. Het is altijd een barmhartigheid stil te staan waar u stil behoort te staan, en niet te beginnen af te dalen. Hizkia had de hoogten afgebroken, en zijn zoon Manasse bouwde ze weer op.
Hij diende ze niet alleen, hij bewees ze zijn diensten; hij wierp al zijn kracht in de voortplanting van deze vorm van afgodendienst. Wie God altaren bouwen die tegen de wet des Heeren zijn, zullen spoedig valse goden hebben. Eerst richten mensen beelden op om hen aan de ware God te herinneren, en dan gaan zij over tot de dienst van de afgoden. O, dat wij genade mochten hebben om ons geen gelijkenis van de Heere te maken en niets op te richten dat tegen het eenvoudige onderwijs van Gods Woord is!
2 Kronieken 33:4-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 4:9→2 Kronieken 7:16→2 Kronieken 6:6→Jeremia 7:30→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 32:19→2 Kronieken 34:3→1 Koningen 9:3→
— En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN.
Manasse was erger dan een gewoon afgodendienaar, want hij verontreinigde juist de plaats die aan de dienst van de enige levende en waarachtige God gewijd was. Er was elders overvloedig ruimte voor die altaren, als Manasse ze hebben wilde; maar niets kon hem voldoen dan dat er in het huis van God zelf altaren gebouwd werden voor de dienst van de zon en van heel het heir der sterren.
2 Kronieken 33:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→2 Koningen 21:6→Jesaja 8:19→Leviticus 20:6→1 Kronieken 10:13→Leviticus 19:31→Leviticus 18:21→Deuteronomium 12:31→
— En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.
Misschien gaf Manasse enkele van zijn kinderen werkelijk over om ter ere van zijn valse goden verbrand te worden; en zo niet, dan werden enkele van zijn kinderen door het vuur doen gaan en zo aan de afgoden gewijd. Ik meen dat u zich geen slechter karakter kunt indenken dan deze Manasse was. Hij schijnt de vuilste goten van het bijgeloof doorzocht te hebben om allerlei gruwelen te vinden. Zoals de valse Saul had hij te doen met een geest van voorzegging; hij was een verbond ingegaan met Satan zelf en had een bondgenootschap met de hel gemaakt. En toch — wonder van genade! — is juist deze Manasse behouden, en zingt hij nu het nieuwe lied voor de troon van God in de heerlijkheid. Dit alles wordt heden nagevolgd door bepaalde mensen die trachten door het voorhangsel te breken dat ons van de geestelijke wereld scheidt. Manasse deed het op grote schaal.
2 Kronieken 33:7-9.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:10→2 Kronieken 33:4→Psalmen 132:13→2 Koningen 21:7→2 Kronieken 33:15→2 Kronieken 6:6→Psalmen 78:68→1 Koningen 8:48→
— Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.
U ziet, geliefden, dat Manasse niet alleen zelf een monster in ongerechtigheid was, maar dat hij ook een heel volk op een dwaalweg leidde. Sommigen die onder de genadige regering van zijn vader Hizkia het pascha op zo blijde wijze gehouden hadden, weken nu onder deze valse zoon van zo een goede vader af.
2 Kronieken 33:10.KruisverwijzingenHandelingen 7:51→Zacharia 1:4→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:29→Jeremia 44:4→Jeremia 25:4→
— De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
Dit was alles wat nodig was om de maat van zijn schuld vol te maken. Hij en zijn volk werden door God gewaarschuwd, maar zij wilden niet horen.
2 Kronieken 33:11.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36→Jesaja 5:26→Jesaja 36:9→Job 36:8→2 Koningen 25:6→1 Samuël 13:6→Psalmen 107:10→Nehemia 9:37→
— Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
Aangezien woorden niet genoeg waren, en God hem toch behouden wilde, kwam Hij tot slaan. Zij hebben hem waarschijnlijk met doornen getuchtigd, want de koningen van Babel waren zeer wreed; en het kan zijn dat hij, toen zijn rug door doornige gesels verscheurd was, met zware boeien in de gevangenis geworpen werd. Wie nergens anders wil leren, zal het moeten leren onder de doornen, en in ketenen, en in de verbanning. Er zijn mensen die nooit in de hemel zullen komen dan door een zee van verdrukking en beproeving. O, om wijsheid om meteen aan de almachtige genade toe te geven!
2 Kronieken 33:12-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:26→Ezra 8:23→1 Kronieken 5:20→Daniël 4:25→Lukas 15:16→Lukas 18:14→2 Kronieken 33:23→2 Kronieken 28:22→
— En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen, En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.
Manasse was de zoon van een goede vader, en toch heeft hij alles wat zijn vader gedaan had ongedaan gemaakt en valse goden gediend. Hij ontheiligde zelfs de voorhoven des Heeren, wijdde zijn kinderen aan de duivel en vervolgde het volk van God (2 Kon. 21:16). Wie het volk van God bespot en vervolgt, steekt als het ware zijn vinger in Gods oog, en het zal niet lang duren voordat Jehova Zelf met hem afrekent. Ik weet nauwelijks wat hij nog meer aan kwaad had kunnen doen; en toch werd hij vergeven.
Er kan in deze vergadering zeker niemand zijn die kan zeggen dat hij erger gezondigd heeft dan Manasse deed. Hij schijnt zo ver gegaan te zijn als een mens gaan kan; en toch, u ziet het: toen hij zich voor de Heere verootmoedigde en zijn hart in smeking ophief, vergaf God hem zijn zonde en herstelde Hij hem in zijn vroegere plaats te Jeruzalem. Hij had Baäl en Astoreth opgericht; maar nu weet hij Wie de ware God is, en hij buigt zich voor Jehova.
En zien wij recht daarboven, onder die heerlijke schare die voor de troon van God zingt van vrije genade en stervende liefde, dan zullen wij Manasse in de voorste rij zien. En wij zullen zijn stem onder de zoetste en de luidste van allen horen, zingende: “Wie is een God als Gij, Die de zonden vergeeft? Of wie heeft genade zo rijk en zo vrij?” Hoevele zielen zijn er niet bekeerd door het lezen van de geschiedenis van John Bunyan, zoals hij die opgeschreven heeft in zijn Genade overvloeiende voor de grootste der zondaren? Ik herinner mij goed de tijd dat ik elk voorbeeld van Gods barmhartigheid aan zondaren zorgvuldig opborg, zoals iemand perlen zou opsparen; want het scheen mij toen dat als ik een ziel als de mijne kon vinden — even zondig en even overtuigd van zonde, die toch barmhartigheid gevonden had — dan zou ik ook barmhartigheid kunnen vinden. Toen de deur van Noachs ark open stond, was zij wijd genoeg om de olifant binnen te laten, en bijgevolg was er ruimte in overvloed voor de muis; en waar de kameel binnen kon gaan, kon het schaap gaan. Al zouden wij gevoelen dat wij niet gezondigd hebben op de vreselijke wijze van Manasse, toch: als er in Gods liefde ruimte is voor iemand als hij, dan is er ruimte genoeg voor mij.
2 Kronieken 33:14.KruisverwijzingenNehemia 3:3→2 Kronieken 27:3→1 Koningen 1:33→Sefanja 1:10→Nehemia 12:39→2 Kronieken 32:5→Nehemia 3:26→2 Kronieken 17:19→
— En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij legde ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda.
Dit is niet van heel veel belang; maar wat deed Manasse verder?
2 Kronieken 33:16.KruisverwijzingenLeviticus 7:11→Genesis 18:19→Lukas 22:32→2 Kronieken 33:9→Leviticus 3:1→2 Kronieken 29:18→1 Koningen 18:30→2 Kronieken 30:12→
— En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God Israels, dienen zouden.
Wanneer de genade in iemands hart komt, is er zeker een verandering in zijn doen. Manasse nam de vreemde goden weg. Zonden die hem tevoren zo aangenaam waren, zijn nu gruwelen in zijn oog, en hij slingert ze als onreine dingen over de stadsmuur. In juist het dal van de zoon van Hinnom, waar hij zijn zonen aan de afgoden gewijd had, verbrandt hij nu zijn afgoden als vuile en aanstotelijke dingen, om weggeworpen te worden met al het vuil van de stad. Het was hem niet mogelijk al het kwaad dat hij aangericht had ongedaan te maken, zoals hij spoedig ondervond.
2 Kronieken 33:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:12→1 Koningen 22:43→2 Kronieken 15:17→2 Koningen 15:4→
— Maar het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan den HEERE, hun God.
Het werk van de hervorming gaat langzaam. U kunt mensen zo snel als u wilt tot zonde brengen, dat is bergafwaarts werken; maar hen ertoe te krijgen dat zij met u bergopwaarts naar het goede zwoegen, is niet zo gemakkelijk. Zij doen het vandaag nog zo: het volk offerde nog op de hoogten, en wij krijgen de mensen daar niet van weg. Zelfs sommigen die het Evangelie liefhebben, blijven toch hangen aan de oude roomse gebruiken en plechtigheden. Ach, mensen houden ervan uiterlijke verrichtingen te vermenigvuldigen in plaats van geestelijk te dienen! Het ene altaar van Golgotha is hun niet genoeg; zij moeten vele altaren hebben. Zover was het dus wel goed, maar het zou beter geweest zijn als zij al die altaren opgegeven hadden.
2 Kronieken 33:18-20.KruisverwijzingenJesaja 30:10→2 Kronieken 33:19→Amos 7:12→2 Koningen 17:13→1 Koningen 14:19→Micha 3:7→2 Kronieken 33:12→Jesaja 29:10→
— Het overige nu der geschiedenissen van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, ook de woorden der zieners, die tot hem gesproken hebben in den Naam van den HEERE, den God Israels, ziet, die zijn in de geschiedenissen der koningen van Israel; En zijn gebed, en hoe God Zich van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, ziet, dat is beschreven in de woorden der zieners. En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
Wij moeten dus bedenken dat al de daden die wij gedaan hebben, zowel de goede als de kwade, opgeschreven staan in Gods gedenkboek.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-20.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→2 Kronieken 31:1→Deuteronomium 16:21→2 Kronieken 4:9→2 Samuël 7:10→2 Koningen 21:1→Deuteronomium 17:3→2 Kronieken 7:16→
— Manasse was twaalf jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baals altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze; En bouwde altaren in het huis des HEEREN, van hetwelk de HEERE gezegd had: Te Jeruzalem zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid. Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN. En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken. Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld, die hij gemaakt had, in het huis Gods, van hetwelk God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo: In dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israel verkoren heb, zal Ik Mijn Naam zetten tot in eeuwigheid. En Ik zal den voet van Israel niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleenlijk zo zij waarnemen te doen, al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes. Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had. De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
Manasse’s 55-jarige regering telt drie afdelingen: 1. de tijd van zijn goddeloosheid (van 698-676), toen hij meer dan een van de vroegere koningen van Juda deed, wat kwaad was in de ogen van de Heere, en veel onschuldig bloed vergoot; 2. de tijd van zijn gevangenschap (van (676-668), toen hij leerde erkennen, dat de Heere God is, en hij zijn hart tot Hem wendde; 3. de tijd van zijn geloofstrouw (van 668-643), toen hij de gruwelen van de tot dusver gepleegde afgoderij verwijderde, en zijn rijk naar buiten in veiligheid stelde, maar nogmaals weinig goeds bij het volk wekte (Vergelijk 2 Koningen .21: 1-18).
Manasse 1) was twaalf jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde vijfenvijftig jaren te Jeruzalem, van 698-643 voor Christus
De naam Manasse (d.i. God doet vergeten: Genesis41: 51) kan zijn vrome vader hem gegeven hebben, bij zijn 3 jaar na de dodelijke ziekte (Hoofdstuk 32: 24 vv.) gevolgde geboorte, en dat met het goede doel om de grootte van zijn vreugde uit te drukken, waardoor God hem al zijn vroeger leed wilde doen vergeten. Maar de zoon heeft op geheel andere wijze de betekenis van zijn naam bewezen, naardien hij niet slechts zelf een Godvergetend mens was, maar ook anderen God heeft doen vergeten.
En hij deed een van zijn zonen (2Ki 21: 6)
door het vuur gaan in het dal van de zoon van Hinnom (1Ki 1: 33), en pleegde huichelarij tegen het uitdrukkelijk gebod (Deuteronomium 18: 10 vv.), en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde; en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaars; hij deed zeer veel kwaads in de ogen van de Heere, om Hem tot toorn te verwekken.
Lev.18: 21 Deuteronomium 18: 10. 2 Koningen .16: 3. 2 Kronieken 28: 3
Hij stelde ook de gelijkenis van een gesneden beeld van Aschera of Astarte, die hij gemaakt had, in het huis van de, het eigenlijke tempelgebouw, waarvan God gezegd had tot David en tot zijn zoon Salomo (Hoofdstuk 6: 5 vv.; 7: 16 vv.): in dit huis, en te Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb, zal Ik Mijn naam zetten tot in eeuwigheid 1).
Dit wordt hier nadrukkelijk herhaald, om te tonen, dat Manasse niet slechts de genadige belofte teniet gemaakt heeft, maar ook met die invoering van de vervloekte afgodendienst in het Huis van de Heere niet anders gehandeld heeft dan wanneer een echtbreekster haar hoerengezellen in het huwelijksbed van haar man bracht.
En Ik zal de voet van Israël niet meer doen wijken van het land, dat Ik uw vaderen besteld heb; alleen zo zij waarnemen te doen al hetgeen Ik hun geboden heb, naar de ganse wet, en inzettingen, en rechten, door de hand van Mozes.
Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger 1) deden dan de heidenen, die de Heere voor het aangezicht van de kinderen van Israël verdelgd had.
Dit erger doen bestond ongetwijfeld hierin, én dat zij zich aan allerlei uitspatting van ongerechtigheid schuldig maakten, maar ook, en bovenal, dat zij allen heilige eerbied en vrees voor hun God hadden uitgeschud. De heiden bleef als hij ook tot zijn eigen afgoden nog andere goden nam, zijn eigen afgoden getrouw, maar Juda koos de afgoden ten koste van de enige en ware God. Dit zetten van een beeld van Aschera en daarom dit ontuchtig dienen van deze afgodische beelden in heilig huis, deed de zonde ten hemel stijgen op ontzettende wijze. De Heere en Aschera, er was geen groter tegenstelling denkbaar. Manasse ging zo ver als hij maar gaan kon. Want de Heere te dienen, dat was te leven als een heilig volk, en Aschera te dienen, dat was zich aan de ergste onheiligheid overgeven. Manasse gedroeg zich als een onbandig dier, dat zich aan alle band van rede en tucht en plicht onttrok.
De Heere sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, door de profeten, als bijvoorbeeld Habakuk, dat zij zich zouden bekeren, als Hij hun afval niet op het strengste zou straffen (2 Koningen .21: 10- 15),maar zij merkten daar niet op, ja vergrepen zich aan de profeten van de Heere, en maakten de afval hoe langer hoe erger (2 Koningen .21: 16).
In 2 Koningen .21 wordt ons meegedeeld, wat de Heere tot Manasse liet zeggen, op welke wijze de Heere Zijn goddelijk misnoegen te kennen liet geven. Hier wordt slechts de indruk weergegeven, die dat spreken van de Heere op Manasse maakt en op zijn volk, en die indruk was, dat zij de zonde bleven dienen. Ontzettend getuigenis voor wie ook, dat de Heere wel spreekt, maar dat daarop niet wordt gelet. Want toch, dan gaat het, óf tot volslagen volharding, óf naar het eeuwig welbehagen door een ontzettende diepte van ellende, opdat er ten leste toch een opmerking zou zijn. Manasse ging, door de genade, wel door een ontzettende diepte, maar toch, hij leerde ten slotte opmerken, ja bekennen, dat de Heere God is.
Daarom a) bracht de Heere over hen, omstreeks het jaar 676 voor Christus, de krijgsoversten, die de toenmalige koning van Assyrië 1), Esar-Haddon geheten (2Ki 15:
had, die Manasse gevangen namen onder de doornen 2); en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel, dat in die tijd onder Assyrische opperheerschappij stond (2Ki 20: 12).
Deuteronomium 28: 36 Job 36: 8
Iets naders omtrent de inval van Esar-Haddon in het rijk van Juda en de wegvoering van Manasse naar Babel, laat zich bij het duistere van de Assyrische geschiedenis ook in die tijd, niet opgeven; hier zij alleen opgemerkt, dat de invoering van Assyrische kolonisten in het ontvolkte Rijk van de Tien stammen (2 Koningen .17: 24) waarschijnlijk het tijdstip van onze geschiedenis is (Jes.7: 8).
in het Hebr. Bachochim. Dit woord betekent wel doornen, maar ook haken (Zo is het Job 40: 26 ook vertaald). En die laatste betekenis moeten hier hebben. Zoals een onbandig dier een haak in zijn neus werd gedaan, zo werd ook hier met Manasse gehandeld, en daarom bonden zij hem met twee ketenen aan de voeten, om hem het vluchten te beletten. Zoals een beeld van overwonnen kracht en van machteloosheid, werd de koning van Juda naar Babel gevoerd, om daar tot erkentenis van zijn schuld en tot belijdenis van zijn zware zonde te komen.
En toen Hij hem benauwde, zodat bij de angst van zijn gevangenschap ook gewetensangst kwam, vanwege de door hem begane gruwelen en aangerichte ergernissen, bad hij het aangezicht van de Heere, God zijns van de, ernstig 1) aan, en vernederde 2) zich zeer voor het aangezicht van de God van zijn vaderen.
Manasse bad tot de Heere, zowel om vergiffenis van zonden, als om het wenden van de toorn van hem, en het verlenen van Zijn genade. Het gebed is de steun en toevlucht van de rechtvaardigen en de hulp en troost van de bekommerden en verlegenen.
Waarin dat zich zeer vernederen heeft bestaan, wordt ons hier niet gezegd, maar in verband met 1 Koningen .21: 29 waar ook dezelfde uitdrukking wordt gebruikt (ook in de grondtekst) van Achab, mogen wij vaststellen, dat dit vernederen moet worden opgevat, als bewijs van de inwendige beroering, in deze zin dat hij een zak om zijn lenden zal hebben gedaan en gevast heeft, om daarmee te kennen te geven, dat hij zeer gezondigd had tegen de Heere God. Met het bidden wordt dan in dit vers de inwendige, met dit zich vernederen de uitwendige gestalte aangegeven. In het volgende hij bad Hem ligt dan de samenvatting van vs. 12 opgesloten, daar dit bidden eigenlijk betekent, een als smekeling naderen tot de Heere. Manasse naderde tot de Heere in het boetgewaad, met een gebroken geest en een verslagen hart, als smeking, dit wil hier de Heilige Geest ons op het hart binden.
En bad Hem 1) en Hij, de Heere, zijn God, wiens oor tot het geroep van de ellendigen geneigd is (Psalm 10: 17),liet zich van Hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weer te Jeruzalem, in zijn koninkrijk 2). Toen kende Manasse, dat de Heere God is en besloot, Hem voortaan in alle getrouwheid te dienen 3).
De vergeving van de zonden bevrijdt niet alleen van de toorn, maar herstelt ook de zondaar in de gunst en vriendschap van God. Want zoals uit de liefde van goedheid en de voorkomende genade van God, de vergeving van de zonden voortkomt, zo stelt die vergeving de zondaar in die staat, dat God hem achtervolgt met de liefde van het welbehagen en hem verwaardigt met het deelgenootschap van Zijn allerliefelijkste genade. Dan mag hij het aangezicht van God van de als een verzoend, toegenegen Vader aanschouwen, en genieten de aanspraak van Zijn vriendelijke woorden, en zich verlustigen in het gevoelen en smaken van Zijn zeer aangenomen en gemeenzame ommegang en vriendschap, waarmee geen zoetigheid van wijn vergeleken kan worden (Jes.57: 16-18).
Waarschijnlijk geschiedde dit na de dood van Esar-Haddon in het jaar 688 voor Christus toen Samughes op de troon kwam, en deze gebeurtenis door een genadedaad wilde vieren (vgl. 2 Koningen .25: 27). Joden en Christenen hebben echter over Manasse’s bevrijding uit de kerker vele fabelachtige dingen verhaald, die wij hier niet in bijzonderheden willen optellen.
De schepping is vol levende wezens, verschillend bewerktuigd en op verschillende wijze levende, maar allen de heerlijkheid van dezelfde Schepper verkondigend. Zo is het ook in de Schrift. Men vindt er een rijke verscheidenheid van allerlei natuurlijk en geestelijk leven, van allerlei overtredingen en bekeringen. Nadat wij in de Schrift velerlei zondaren ontmoet hebben, komen wij tot een zeer groot zondaar, Manasse. Zijn grootvader Achaz was de goddelooste van de koningen geweest, zijn vader de vroomste na David; maar, als twaalfjarige knaap op de troon gekomen, was zijn grootvader Achaz zijn toonbeeld, en verdierf hij al het goede, dat zijn vader Hizkia had gesticht, en herstelde al de gruwelijke afgoderijen van Achaz, en nog zo vele andere afgoderijen erbij; hij liet zijn zonen door het vuur gaan (een soort van vuurdoop, om ze de afgoden te heiligen), hij pleegde allerlei huichelarij, hoererij, waarzeggerij, en was daarbij zo wreed en bloeddorstig, dat hij het onschuldig bloed te Jeruzalem deed stromen, ja hij deed meer, hij deed met geweld al het volk zondigen. Wij kunnen rekenen, dat het volk ten minste twintig jaren lang onder dat ondraaglijk juk gezucht heeft, maar toen God de koning en het volk meermalen vruchteloos gewaarschuwd had, bracht Hij een zwaar oordeel over beide. Manasse werd, aan koperen ketenen gesloten, naar Babel gevoerd en in de gevangenis geworpen. Daar kwam hij, als de verloren zoon, ook in het vreemde land tot de Heere; verootmoediging heette het oudtijds, nu heet het bekering. Niets kon ook Manasse redden dan zelfvernedering. Die zich hoog verheft, moet vallen, wil hij behouden worden. Wij willen er wel niet aan, maar tot vernedering moet het komen met ons allen. Het kan niet anders. De rechtvaardigen zullen blinken als de zon in het koninkrijk van de Vader, maar zij moeten door de nacht van het lijden heen. Laat ons dan de koperen ketenen niet los maken uit verkeerd medelijden, maar laat ons het dragen ervan verzachten, zoveel wij kunnen, en voorts wachten, totdat God ze los maakt, of ons de gelegenheid geeft ze los te maken. Er zijn commentaren op de Bijbel van Gods eigen hand. Zo is de bekering van Manasse een commentaar van Gods eigen hand op het woord: Keer weer tot Mij en Ik zal tot u wederkeren. Even als een koning op gewichtige staatsstukken eigenhandig hier en daar een enkele aantekening aan de kant zet, zo hier. God verklaart altijd Zijn eigen woorden door levende voorbeelden. Wij hebben dan ook waarlijk geen bekeringsgeschiedenissen te verdichten; hier is een bekeringsgeschiedenis, als het ware geschreven in letteren, zoals men in Engeland soms op de aanplakbiljetten ziet, van een el lang, want er zijn mensen, die klein schrift kunnen lezen, maar ook anderen, die zeer groot schrift moeten hebben, zullen zij kunnen lezen. En zie hier nu zo’n schrift. Nee, Manasse was geen klein zondaar, maar een groot zondaar; hij was zoals men zegt: “een duivel in mensengedaante,” een gruwelijk monster. Maar voor God kunnen geen zonden te groot zijn; als ze met verootmoediging beleden worden, worden ze ook vergeven. Daarom scheiden ook nooit onze zonden ons van God, maar onze eigen gerechtigheid, onze onwil om vergeving te ontvangen, zoals dan ook de Heere tot Jeruzalem zei: Ik heb u willen vergaderen, maar u hebt niet gewild. Die wil, die kome en neme de wateren des levens om niet. Om niet. Zo’n vreemd woord noemde Luther de dood van de eigen gerechtigheid en van de Roomse Kerk. En dat is het ook; voor zo’n woord kunnen zij niet bestaan, daarom moeten zij sterven. God vergeeft om niet, enkel door geloof, zonder de werken. Wij zien het bij Manasse. In zijn benauwdheid bad hij tot God en God liet zich verbidden en vergaf hem niet alleen, maar herstelde hem weer in zijn koninkrijk. Wat een koninklijke edelmoedigheid! Wat is God in het vergeven overvloedig mild! Wij zouden zeggen: zo’n goddeloze te vergeven is veel, is genoeg; maar hem daarenboven met eer en heerlijkheid te overladen, waartoe zou dat dienen, dan om de zondaars stoutmoedig te maken en hen in hun kwaad te sterken. Maar God spreekt en denkt zo niet. Al wat God doet is volkomen, er ontbreekt niets aan. Newton, die jaren lang een boos zondaar was en toen bekeerd werd, verhaalt van een predikant, die, na jaren lang tegen van de waarheid gepredikt te hebben, bekeerd werd. Deze predikte nu wel anders en kon ook wel geloven, dat God hem persoonlijk vergaf, maar dat hij zo vele jaren lang zo vele zielen naar het verderf had geleid, dat kon hij niet vergeten en niet voor vergeven houden. Newton, aan wie hij dit bezwaar te kennen gaf, bracht hem tot rust, met het voorbeeld van Manasse. Hij vergeeft alles, de zonde, de schuld en haar gevolg in.
In deze weinige woorden ligt de ganse bekering van Manasse opgesloten. Want kennen hier is erkennen en God de Heere, staat hier tegenover de afgoden, die hij gediend en verheerlijkt had. Hiermee wordt het gezegd, dat hij het soevereine recht van de erkende, om met hem te handelen, als Hij gehandeld heeft, maar ook dat hij het schadelijke en schandelijke van de valse dienst van de afgoden had leren erkennen, maar ook verfoeien, en de dienst van de enige en waarachtige God leren liefkrijgen en beminnen. Van die God, die hem in de diepte van de benauwdheid had gebracht, maar ook de bede op zijn lippen had gelegd, maar ook hem had verhoord en zijn voeten in de ruimte gesteld.
En hierna, toen hij weer in zijn koninkrijk regeerde, bouwde hij, ter versterking van zijn hoofdstad, de buitenmuur, die ter insluiting van de heuvel Akra reeds door zijn vader Hizkia was opgericht (Hoofdstuk 32: 5), aan de stad van David, aan de westzijde van Gihon in het dal, van de westzijde van de Zion, van het Gihondal af, noordwestwaarts op en tot aan het noordoosten tot de ingang van de Vispoort, in de noordoostelijke hoek van de Beneden- of Nieuwstad, en omsingelde Ofel; de muur liep verder van de noordoosthoek naar het Zuiden om het spitse uiteinde van de Moria-heuvel, rondom de Ofel (Hoofdstuk 26: 9), en verhief die zeer; hij leide ook ter beveiliging van het overige land, krijgsoversten in alle vaste steden van Juda.
En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis (vs. 7), uit het huis van de Heere weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op de berg van het huis van de Heere, en te Jeruzalem (vs. 3 vv.), en hij wierp ze buiten de stad 1).
Hieruit blijkt, dat Manasse’s bekering oprecht was. Alles, wat met de afgodendienst in verband stond, deed hij weg, en hij herstelde het altaar van de Heere. Dit was bij Manasse een lust krijgen in de dienst van de Heere en bewijs van de opstanding van de nieuwe mens. Er staat niet, dat zij vernietigd werden; wellicht dat Manasse dit niet nodig achtte. Het is daarom, dat zij volkomen door Josia zijn vergruisd, omdat Amon, Manasse’s zoon en opvolger, ze weer had opgericht.
En hij richtte het altaar van de Heere, hij herstelde het brandofferaltaar in de voorhof van de priesters toe, en offerde daarop dankoffers en lofofferen, en zei 1) tot Juda, dat zij de Heere, de God van Israël, dienen zouden.
Dit zeggen was een koninklijk bevel en niet alleen een aanmaning. Een zeggen bij een Oosters monarch staat met ons bevelen gelijk, vooral in de Boeken, die na de Ballingschap geschreven zijn.
Maar het volk offerde nog niet uitsluitend op deze enig rechtmatige offerplaatsen, als ten tijde van Hizkia (Hoofdstuk 32: 12), maar zoals onder de vroegere koningen, ook op de hoogten, hoewel de Heere, hun God, en niet de afgoden.
Het overige nu van de geschiedenissen van Manasse 1), en zijn gebed tot zijn God (vs.
, ook de woorden van de zieners, die tot hem gesproken hebben in de naam van de Heere, de God van Israël (vs. 10), zie, die zijn geschreven in de geschiedenissen van de koningen van Israël (1Ch 29: 30).
Wij weten, dat Assar-haddon in zijn inscriptie zegt, dat hem 22 koningen van Syrië hebben gehoorzaamd. Hij telt onder dezen Minasi (Manasse van Juda) en de koning van Cyprus op.
En zijn gebed, en hoe zich God van hem heeft laten verbidden, ook al zijn zonde, en zijn overtreding, en de plaatsen, waarop hij hoogten gebouwd, en bossen, en gesneden beelden gesteld heeft, eer hij vernederd werd, zie, dat is beschreven in de woorden van de ziener, volgens een andere vertaling: in de geschiedenissen van Hosaï, een ons niet nader bekende profeet.
En Manasse ontsliep met zijn vaderen en zij begroeven hem in zijn huis, juister: in de tuin van zijn lustslot, dat hij zich op de Ofel had laten bouwen, ook hof van Uzza geheten (2 Koningen .21: 18); en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
II. Vs. 21-25.Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 33:19→Lukas 12:19→2 Koningen 21:19→2 Kronieken 33:1→Jakobus 4:13→Ezechiël 20:18→2 Koningen 21:1→
— Amon was twee en twintig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde twee jaren te Jeruzalem. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde al den gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze. Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEEREN, gelijk Manasse, zijn vader, zich vernederd had; maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld. En zijn knechten maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis. Maar het volk des lands sloeg hen allen, die de verbintenis tegen den koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
Amon regeert geheel in dezelfde geest, als zijn vader in de 22 jaren van zijn goddeloosheid, zonder dat bij hem, zoals bij Manasse tot een ware bekering gekomen is; hij werd echter reeds na twee jaren van zijn heerschappij door hofbeambten omgebracht, waaraan het volk van het land zijn dood wreekt, terwijl het zijnen, eerst 8 jaar oude zoon op de troon zet, misschien wel met voorbijgang van een oudere prins (Vergelijk 2 Koningen .21: 19-26).
Amon was tweeentwintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde twee jaren, (van 643- 641 voor Christus), te Jeruzalem 1).
“2Ki 21: 19” en “2Ki 21: 20″ en 2Ki 21: 21” en “2Ki 21: 22” en “2Ki 21: 23” en “2Ki 21: 24” en “2Ki 21: 25” en “2Ki 21: 26”
En hij deed dat kwaad was in de ogen van de Heere, zoals zijn vader Manasse gedaan had (vs. 2 vv.); want Amon offerde al de gesneden beelden, die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze, omdat zij wel door Manasse waren weggeworpen, maar niet vernield of vergruisd.
Maar hij vernederde zich niet voor het aangezicht van de Heere, zoals Manasse, zijn vader zich later (vs. 12 vv.),vernederd had, maar deze Amon vermenigvuldigde de schuld, hoopte zonde op zonde.
En zijn knechten, enigen van zijn hofbeambten, maakten een verbintenis tegen hem, en doodden hem in zijn huis, in het lustslot op de Ofel.
Maar het volk van het land sloeg, doodde hen allen, die de verbintenis tegen de koning Amon gemaakt hadden, en het volk van het land maakte (vgl. Hoofdstuk 26: 1 26.1), zijn zoon Josia koning in zijn plaats, maar hij zelf, Amon, begroef men in het graf, dat hij zich had laten maken, naast dat van zijn vader, in de hof van Uzza.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel