Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1NaH310dezeH428geschiedenissenH1697 en derzelver bevestigingH571, kwam SanheribH5576, de koningH4428 van AssyrieH804, en toogH935 in JudaH3063, en legerdeH2583 zich tegen de vasteH1219stedenH5892, en dachtH559 ze totH413 zich af te scheurenH1234.Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.
KJVAfter1these things,2and the establishment3thereof, Sennacherib6king7of Assyria8came,5and entered9into Judah,10and encamped11against the fenced14cities,13and thought15to win16them for himself.
1אַחֲרֵ֨יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הַדְּבָרִ֤יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3וְהָאֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity4הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5בָּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6סַנְחֵרִ֣יבH5576SanheribSennacherib7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8אַשּׁ֑וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)9וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10בִֽיהוּדָ֗הH3063JudaJudah11וַיִּ֨חַן֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הַבְּצֻר֔וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold15וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16לְבִקְעָ֥םH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win17אֵלָֽיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
2Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2JehizkiaH3169 nu ziendeH7200, datH3588SanheribH5576kwamH935, en zijn aangezichtH6440 was tot den krijgH4421tegenH5921JeruzalemH3389;Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;
KJVAnd when Hezekiahsaw1that Sennacherib5was come,4and that he was purposed6to fight7against Jerusalem,9
1וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְחִזְקִיָּ֔הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4בָ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5סַנְחֵרִ֑יבH5576SanheribSennacherib6וּפָנָ֕יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo hield hij raadH3289metH5973 zijn vorstenH8269 en zijn heldenH1368, om de fonteinwaterenH4325 te stoppenH5640, dieH834buitenH4480 de stadH5892 waren; en zij hielpenH5826 hem.Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem.
KJVHe took counsel1with his princes3and his mighty men4to stop5the waters7of the fountains8which were without10the city:11and they did help12him.
1וַיִּוָּעַ֗ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose2עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3שָׂרָיו֙H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4וְגִבֹּרָ֔יוH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man5לִסְתּוֹם֙H5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵימֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8הָעֲיָנ֔וֹתH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10מִח֣וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without11לָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12וַֽיַּעְזְרֽוּהוּH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Want veelH7227volksH5971 werd vergaderdH6908, dat alH3605 de fonteinenH4599stopteH5640, mitsgaders de beekH5158, die door het middenH8432 des landsH776henenvloeideH7857, zeggendeH559: WaaromH4100 zouden de koningenH4428 van AssyrieH804komenH935, en veelH7227watersH4325vindenH4672?Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?
KJVSo there was gathered1➔ much3people2together,who stopped4all the fountains,7and the brook9that ran10through the midst11of the land,12saying,13Why should the kings16of Assyria17come,15and find18much20water?19
1וַיִּקָּבְצ֣וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3רָ֔בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4וַֽיִּסְתְּמוּ֙H5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַמַּעְיָנ֔וֹתH4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַנַּ֛חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley10הַשּׁוֹטֵ֥ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)11בְּתוֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why15יָב֨וֹאוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal17אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)18וּמָצְא֖וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on19מַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))20רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
5Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo versterkteH2388 hij zich, en bouwdeH1129 den gehelen muurH2346 op, die gebrokenH6555 was, dien hij optrokH5927 tot aanH5921 de torensH4026, met een anderen muurH2346 daarbuiten, en hij versterkteH2388MilloH4407 in de stadH5892DavidsH1732; en hij maakteH6213geweerH7973 en schildenH4043 in menigteH7230.Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
KJVAlso he strengthened1himself, and built up2all the wall5that was broken,6and raised it up7to the towers,9and another12wall11without,10and repaired13Millo15in the city16of David,17and made18darts19and shields21in abundance.20
1וַיִּתְחַזַּ֡קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2וַיִּבֶן֩H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַחוֹמָ֨הH2346muur, muren, muurswall, walled6הַפְּרוּצָ֜הH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge7וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמִּגְדָּל֗וֹתH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following10וְלַח֨וּצָה֙H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without11הַחוֹמָ֣הH2346muur, muren, muurswall, walled12אַחֶ֔רֶתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange13וַיְחַזֵּ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמִּלּ֖וֹאH4407MilloMillo. See also H1037 (בֵּית מִלּוֹא)16עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid18וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19שֶׁ֛לַחH7973geweer, zwaard, scheutendart, plant, [idiom] put off, sword, weapon20לָרֹ֖בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)21וּמָגִנִּֽיםH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield
6En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij steldeH5414krijgsoverstenH8269overH5921 het volkH5971, en hij vergaderdeH6908 hen totH413 zich in de straatH7339 der stadspoortH8179, en sprakH1696naarH413 hun hartH3824, zeggendeH559:En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:
KJVAnd he set1captains2of war3over the people,5and gathered them together6to him in the street9of the gate10of the city,11and spake12comfortably14to them, saying,15
1וַיִּתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3מִלְחָמ֖וֹתH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וַיִּקְבְּצֵ֣םH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up7אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9רְחוֹב֙H7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)10שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14לְבָבָ֖םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding15לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
7Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zijt sterkH2388, en hebt een goeden moedH553, vreestH3372nietH408, en ontzetH2865 u niet, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 van AssyrieH804, noch voor het aangezichtH6440 der ganseH3605menigteH1995, dieH834 met hem is; wantH3588 met ons is er meer, dan met hem.Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem.
KJVBe strong1and courageous,2be not afraid4nor dismayed6for7the king8of Assyria,9nor for all the multitude12that is with him: for there be more17with us than with him:
1חִזְק֣וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2וְאִמְצ֔וּH553goeden moed, versterken, machtigerconfirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed)3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תִּֽירְא֣וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)5וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תֵּחַ֗תּוּH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify7מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)10וּמִלִּפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הֶהָמ֣וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16עִמָּ֥נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17רַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)18מֵעִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
8Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Met hem is een vreselijke armH2220, maar metH5973 ons is de HEEREH3068, onze GodH430, om ons te helpenH5826, en om onze krijgen te krijgen. En het volkH5971steundeH5564opH5921 de woordenH1697 van JehizkiaH3169, den koningH4428 van JudaH3063.Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.
Ook in dit vers
vleselijkeH1320
krijgenH3898
krijgenH4421
KJVWith him is an arm2of flesh;3but with us is the LORD5our God6to help7us, and to fight8our battles.9And the people11rested10themselves upon the words13of Hezekiahking15of Judah.16
1עִמּוֹ֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)2זְר֣וֹעַH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength3בָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4וְעִמָּ֜נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵ֨ינוּ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7לְעָזְרֵ֔נוּH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour8וּלְהִלָּחֵ֖םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)9מִלְחֲמֹתֵ֑נוּH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)10וַיִּסָּמְכ֣וּH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain11הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14יְחִזְקִיָּ֥הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)15מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9NaH310dezenH2088zondH7971SanheribH5576, de koningH4428 van AssyrieH804, zijn knechtenH5650 naar JeruzalemH3389,, doch hij zelf was voor LachisH3923, en alH3605 zijn heerschappijH4475metH5973 hem) tot JehizkiaH3169, den koningH4428 van JudaH3063, en tot het ganseH3605JudaH3063, dat te JeruzalemH3389 was, zeggendeH559:Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:
KJVAfter1this did Sennacherib4king5of Assyria6send3his servants7to Jerusalem,8(but he himself laid siege against Lachish,11and all his power13with him,) unto Hezekiahking17of Judah,18and unto all Judah21that were at Jerusalem,23saying,24
1אַ֣חַרH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2זֶ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3שָׁ֠לַחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4סַנְחֵרִ֨יבH5576SanheribSennacherib5מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אַשּׁ֤וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)7עֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8יְר֣וּשָׁלַ֔יְמָהH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11לָכִ֔ישׁH3923LachisLachish12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מֶמְשַׁלְתּ֖וֹH4475heerschappij, volkomene heerschappijdominion, government, power, to rule14עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16יְחִזְקִיָּ֨הוּ֙H2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)17מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah19וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem24לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10ZoH3541zegtH559SanheribH5576, de koningH4428 van AssyrieH804: WaaromH4100vertrouwtH982 gij, dat gij te JeruzalemH3389blijftH3427 in de vestingH4692?Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?
KJVThus saith2Sennacherib3king4of Assyria,5Whereon do ye trust,9that ye abide10in the siege11in Jerusalem?12
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3סַנְחֵרִ֖יבH5576SanheribSennacherib4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אַשּׁ֑וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מָה֙H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9בֹּטְחִ֔יםH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust10וְיֹשְׁבִ֥יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11בְּמָצ֖וֹרH4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower12בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
11Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11RuitH5496 u JehizkiaH3169nietH3808 op, dat hij u overgeveH5414, om door hongerH7458 en door dorstH6772 te stervenH4191, zeggendeH559: De HEEREH3068, onze GodH430, zal ons uit de handH3709 des koningsH4428 van AssyrieH804reddenH5337?Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?
KJVDoth not Hezekiahpersuade3you to give5over yourselves to die7by famine8and by thirst,9saying,10The LORD11our God12shall deliver13us out of the hand14of the king15of Assyria?16
1הֲלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יְחִזְקִיָּ֨הוּ֙H2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3מַסִּ֣יתH5496porde, hitst, Ruitentice, move, persuade, provoke, remove, set on, stir up, take away4אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לָתֵ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לָמ֛וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8בְּרָעָ֥בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger9וּבְצָמָ֖אH6772dorst, dorstigthirst(-y)10לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13יַצִּילֵ֕נוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)14מִכַּ֖ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon15מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16אַשּֽׁוּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Heeft nietH3808 dezelfde JehizkiaH3169 Zijn hoogtenH1116 en Zijn altarenH4196weggenomenH5493, en tot JudaH3063 en tot JeruzalemH3389gesprokenH559, zeggendeH559: VoorH6440 het enigeH259altaarH4196 zult gij u nederbuigenH7812, en daarop rokenH6999?Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?
KJVHath not the same Hezekiahtaken away4his high places6and his altars,8and commanded9Judah10and Jerusalem,11saying,12Ye shall worship16before13one15altar,14and burn incense18upon it?
1הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יְחִזְקִיָּ֔הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)4הֵסִ֥ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בָּמֹתָ֖יוH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִזְבְּחֹתָ֑יוH4196altaar, altaren, altaarsaltar9וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לִֽיהוּדָ֤הH3063JudaJudah11וְלִֽירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לִפְנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14מִזְבֵּ֧חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar15אֶחָ֛דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,16תִּֽשְׁתַּחֲו֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship17וְעָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18תַּקְטִֽירוּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13WeetH3045 gij nietH3808, watH4100ikH589gedaanH6213 heb, en mijn vaderenH1 aan alleH3605volkenH5971 der landenH776? Hebben de godenH430 van de natienH1471 dier landenH776 hun landH776enigszinsH3201 kunnen reddenH5337 uit mijn handH3027?Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?
KJVKnow2ye not what I and my fathers6have done4unto all the people8of other lands?9were the gods12of the nations13of those lands14any ways10able11to deliver15their lands17out of mine hand?18
1הֲלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תֵדְע֗וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3מֶ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4עָשִׂ֨יתִי֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6וַאֲבוֹתַ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עַמֵּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הָאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הֲיָכ֣וֹלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11יָֽכְל֗וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13גּוֹיֵ֣H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14הָאֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15לְהַצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אַרְצָ֖םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִיָּדִֽיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
14Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WieH4310 is er onder alleH3605godenH430 derzelver natienH1471, dewelkeH834 mijn vadersH1verbannenH2763 hebben, die zijn volkH5971 heeft kunnen reddenH5337 uit mijn handH3027, dat uw GodH430 u uit mijn handH3027 zou kunnen reddenH5337?Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?
KJVWho was there among all the gods3of those nations4that my fathers8utterly destroyed,7that could10deliver11his people13out of mine hand,14that your God17should be able16to deliver18you out of mine hand?20
1מִ֠יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God2בְּֽכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֱלֹהֵ֞יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הַגּוֹיִ֤םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5הָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֶחֱרִ֣ימוּH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)8אֲבוֹתַ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יָכ֔וֹלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11לְהַצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14מִיָּדִ֑יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16יוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer17אֱלֹ֣הֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18לְהַצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)19אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מִיָּדִֽיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
15Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Nu dan, dat JehizkiaH2396 ulieden niet bedriegeH5377, en dat hij u op zulk een wijzeH2063 niet opruieH5496, en gelooftH539 hem niet; want geenH408 god van enigeH3605natieH1471 en koninkrijkH4467 heeft zijn volkH5971 uit mijn handH3027 en mijner vaderenH1handH3027 kunnen reddenH5337; hoeveelH637 te minH3808 zal uw God u uit mijn handH3027 kunnen reddenH5337?Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?
Ook in dit vers
GodH430
godH433
KJVNow therefore let not14Hezekiah5deceive3you, nor persuade7you on this manner, neither yet believe11him: for no god17of any nation19or kingdom20was able15to deliver21his people22out of mine hand,23and out of the hand24of my fathers:25how much less shall your God28deliver30you out of mine hand?32
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3יַשִּׁיא֩H5377bedrogen, bedriege, bedriegenbeguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly4אֶתְכֶ֨םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חִזְקִיָּ֜הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)6וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7יַסִּ֨יתH5496porde, hitst, Ruitentice, move, persuade, provoke, remove, set on, stir up, take away8אֶתְכֶ֣םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּזֹאת֮H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תַּאֲמִ֣ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right12לוֹ֒13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יוּכַ֗לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֱל֨וֹהַ֙H433God, Gods, godGod, god. See H430 (אֱלֹהִים)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19גּ֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people20וּמַמְלָכָ֔הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal21לְהַצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)22עַמּ֛וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people23מִיָּדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves24וּמִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves25אֲבוֹתָ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'26אַ֚ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea27כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet28אֱֽלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty29לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without30יַצִּ֥ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)31אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)32מִיָּדִֽיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
16Daartoe spraken zijn knechten nog meer tegen God, den HEERE, en tegen Zijn knecht Jehizkia.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Daartoe sprakenH1696 zijn knechtenH5650 nog meer tegenH5921GodH430, den HEEREH3068, en tegenH5921 Zijn knechtH5650JehizkiaH3169.Daartoe spraken zijn knechten nog meer tegen God, den HEERE, en tegen Zijn knecht Jehizkia.
KJVAnd his servants3spake2yet more against the LORD5God,6and against his servant9Hezekiah.
1וְעוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2דִּבְּר֣וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יְחִזְקִיָּ֥הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)9עַבְדּֽוֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Ook schreef hij brieven, om den HEERE, den God Israels, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: Gelijk de goden van de natien der landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, alzo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Ook schreefH3789 hij brievenH5612, om den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, te honenH2778 en om tegenH5921 Hem te sprekenH559, zeggendeH559: Gelijk de godenH430 van de natienH1471 der landenH776, dieH834 hun volkH5971 uit mijn handH3027nietH3808geredH5337 hebben, alzoH3651 zal de GodH430 van JehizkiaH3169 Zijn volkH5971 uit mijn handH3027nietH3808reddenH5337.Ook schreef hij brieven, om den HEERE, den God Israels, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: Gelijk de goden van de natien der landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, alzo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.
KJVHe wrote2also letters1to rail3on the LORD4God5of Israel,6and to speak7against him, saying,9As the gods10of the nations11of other lands12have not delivered15their people16out of mine hand,17so shall not the God21of Hezekiahdeliver20his people23out of mine hand.24
1וּסְפָרִ֣יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll2כָּתַ֔בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)3לְחָרֵ֕ףH2778honen, gehoond, smadenbetroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid4לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וְלֵֽאמֹ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כֵּֽאלֹהֵ֞יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11גּוֹיֵ֤H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12הָאֲרָצוֹת֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִצִּ֤ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)16עַמָּם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17מִיָּדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you19לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יַצִּ֞ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)21אֱלֹהֵ֧יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22יְחִזְקִיָּ֛הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)23עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people24מִיָּדִֽיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En zij riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op den muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zij riepenH7121 met luiderH1419stemH6963, in het JoodsH3066, tegenH5921 het volkH5971 van JeruzalemH3389, datH834opH5921 den muurH2346 was, om die bevreesdH3372 te maken en die te beroerenH926, opdatH4616 zij de stadH5892 mochten innemenH3920.En zij riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op den muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.
KJVThen they cried1with a loud3voice2in the Jews' speech4unto the people6of Jerusalem7that were on the wall,10to affright11them, and to trouble12them; that they might take14the city.16
1וַיִּקְרְא֨וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְקוֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3גָּד֜וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4יְהוּדִ֗יתH3066Joodsin the Jews' language5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַֽחוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled11לְיָֽרְאָ֖םH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)12וּֽלְבַהֲלָ֑םH926verschrikt, beroerd, verbaasdbe (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex13לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to14יִלְכְּד֥וּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
19En zij spraken van den God van Jeruzalem, als van de goden der volkeren der aarde, een werk van mensenhanden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zij sprakenH1696 van den GodH430 van JeruzalemH3389, als van de godenH430 der volkerenH5971 der aardeH776, een werkH4639 van mensenhandenH3027.En zij spraken van den God van Jeruzalem, als van de goden der volkeren der aarde, een werk van mensenhanden.
KJVAnd they spake1against5the God3of Jerusalem,4as against the gods6of the people7of the earth,8which were the work9of the hands10of man.11
1וַֽיְדַבְּר֔וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֱלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5כְּעַ֗לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7עַמֵּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מַעֲשֵׂ֖הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought10יְדֵ֥יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הָאָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
20Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar de koningH4428JehizkiaH3169 en de profeetH5030JesajaH3470, de zoonH1121 van AmozH531, badenH6419 daartegen, en zij riepenH2199 naar den hemelH8064.Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.
KJVAnd for this cause Hezekiahthe king,3and the prophet7Isaiah4the son5of Amoz,6prayed1and cried10to heaven.11
1וַיִּתְפַּלֵּ֞לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication2יְחִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4וִֽישַֽׁעְיָ֧הוּH3470JesajaIsaiah, Jesaiah, Jeshaiah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אָמ֛וֹץH531Amoz, AmosAmoz7הַנָּבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10וַֽיִּזְעֲק֖וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed11הַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068zondH7971 een engelH4397, die alleH3605strijdbareH2428heldenH1368, en vorstenH5057, en overstenH8269 in het legerH4264 des koningsH4428 van AssyrieH804verdelgdeH3582. Zo is hij met schaamteH1322 des aangezichtsH6440 in zijn landH776wedergekeerdH7725; en als hij in het huisH1004 zijns godsH430ingegaanH935 was, zo veldenH5307 hem daarH8033 met het zwaardH2719, die uit zijn lijfH4578voortgekomenH3329 waren.En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.
KJVAnd the LORD2sent1an angel,3which cut off4all the mighty men6of valour,7and the leaders8and captains9in the camp10of the king11of Assyria.12So he returned13with shame14of face15to his own land.16And when he was come17into the house18of his god,19they that came forth20of his own bowels21slew23him there with the sword.24
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מַלְאָ֔ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4וַיַּכְחֵ֞דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6גִּבּ֥וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man7חַ֨יִל֙H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)8וְנָגִ֣ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler9וְשָׂ֔רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10בְּמַחֲנֵ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents11מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12אַשּׁ֑וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)13וַיָּשָׁב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14בְּבֹ֨שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)15פָּנִ֜יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16לְאַרְצ֗וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19אֱלֹהָ֔יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20וּמִֽיצִיאֵ֣יH3329voortgekomenthose that came forth21מֵעָ֔יוH4578ingewand, ingewanden, lijfbelly, bowels, [idiom] heart, womb22שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither23הִפִּילֻ֥הוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down24בֶחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
22Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Alzo verlosteH3467 de HEEREH3068JehizkiaH3169 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, uit de handH3027 van SanheribH5576, den koningH4428 van AssyrieH804, en uit de handH3027 van allenH3605; en Hij geleiddeH5095 hen rondomH5439 heen.Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.
KJVThus the LORD2saved1Hezekiahand the inhabitants6of Jerusalem7from the hand8of Sennacherib9the king10of Assyria,11and from the hand12of all other, and guided14them on every side.15
1וַיּוֹשַׁע֩H3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְחִזְקִיָּ֜הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)5וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8מִיַּ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9סַנְחֵרִ֥יבH5576SanheribSennacherib10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11אַשּׁ֖וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)12וּמִיַּדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13כֹּ֑לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14וַֽיְנַהֲלֵ֖םH5095zachtjes leiden, geleidde, leidsmancarry, feed, guide, lead (gently, on)15מִסָּבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En velenH7227brachtenH935geschenkenH4503 tot den HEEREH3068 te JeruzalemH3389, en kostelijkhedenH4030 tot JehizkiaH3169, den koningH4428 van JudaH3063, zodat hij daarnaH310 voor de ogenH5869 van alleH3605heidenenH1471verhevenH5375 werd.En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.
KJVAnd many1brought2gifts3unto the LORD4to Jerusalem,5and presents6to Hezekiahking8of Judah:9so that he was magnified10in the sight11of all nations13from thenceforth.14
1וְ֠רַבִּיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)2מְבִיאִ֨יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3מִנְחָ֤הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice4לַיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לִיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6וּמִ֨גְדָּנ֔וֹתH4030kostelijkhedenprecious thing, present7לִֽיחִזְקִיָּ֖הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)8מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah10וַיִּנַּשֵּׂ֛אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14מֵאַֽחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24In die dagen werd Jehizkia krank tot stervens toe, en hij bad tot den HEERE, Die sprak tot hem, en Hij gaf hem een wonderteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24In dieH1992dagenH3117 werd JehizkiaH3169krankH2470 tot stervensH4191toeH5704, en hij badH6419 tot den HEEREH3068, Die sprakH559 tot hem, en Hij gafH5414 hem een wondertekenH4159.In die dagen werd Jehizkia krank tot stervens toe, en hij bad tot den HEERE, Die sprak tot hem, en Hij gaf hem een wonderteken.
KJVIn those days1Hezekiahwas sick3to the death,6and prayed7unto the LORD:9and he spake10unto him, and he gave13him a sign.12
1בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3חָלָ֥הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded4יְחִזְקִיָּ֖הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6לָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7וַיִּתְפַּלֵּל֙H6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11ל֔וֹ12וּמוֹפֵ֖תH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)13נָ֥תַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לֽוֹ
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Maar JehizkiaH3169 deed geneH3808vergeldingH7725, naar de weldaadH1576aanH5921 hem geschiedH3588, dewijl zijn hartH3820verhevenH1361 werd; daarom werdH1961 over hem, en over JudaH3063 en JeruzalemH3389, een grote toornigheidH7110.Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.
KJVBut Hezekiahrendered not again4according to the benefit2done unto him; for his heart8was lifted up:7therefore there was wrath11upon him, and upon Judah13and Jerusalem.14
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2כִגְמֻ֤לH1576vergelding, verdienste, weldaad[phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward3עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הֵשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5יְחִזְקִיָּ֔הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7גָבַ֖הּH1361hoger, hoog, verheffenexalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward8לִבּ֑וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom9וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11קֶ֔צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah14וִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch JehizkiaH3169verootmoedigdeH3665 zich om de verheffingH1363 zijns hartenH3820, hijH1931 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zodat de grote toornigheidH7110 des HEERENH3068overH5921 hen nietH3808kwamH935 in de dagenH3117 van JehizkiaH3169.Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.
KJVNotwithstanding Hezekiahhumbled1himself for the pride3of his heart,4both he and the inhabitants6of Jerusalem,7so that the wrath11of the LORD12came9not upon them in the days13of Hezekiah.
1וַיִּכָּנַ֤עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue2יְחִזְקִיָּ֨הוּ֙H2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3בְּגֹ֣בַהּH1363hoogte, hoogheid, hoogexcellency, haughty, height, high, loftiness, pride4לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9בָ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11קֶ֣צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בִּימֵ֖יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14יְחִזְקִיָּֽהוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
27Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27JehizkiaH3169 nu had zeerH3966veelH7235rijkdomH6239 en eerH3519; en hij maakteH6213 zich schatkamerenH214 voor zilverH3701 en voor goudH2091, en voor kostelijkH3368gesteenteH68, en voor specerijenH1314, en voor schildenH4043, en voor alleH3605begeerlijkH2532gereedschapH3627;Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
KJVAnd Hezekiahhad exceeding6much5riches3and honour:4and he made8himself treasuries7for silver,10and for gold,11and for precious13stones,12and for spices,14and for shields,15and for all manner of pleasant18jewels;17
1וַיְהִ֧יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִֽיחִזְקִיָּ֛הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3עֹ֥שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches4וְכָב֖וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)5הַרְבֵּ֣הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well7וְאֹֽצָר֣וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)8עָֽשָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9ל֠וֹ10לְכֶ֨סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11וּלְזָהָ֜בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12וּלְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)13יְקָרָ֗הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation14וְלִבְשָׂמִים֙H1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)15וּלְמָ֣גִנִּ֔יםH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield16וּלְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17כְּלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever18חֶמְדָּֽהH2532gewenste, kostelijke, begeerlijkdesire, goodly, pleasant, precious
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Ook schathuizenH4543 voor de inkomstenH8393 van korenH1715, en mostH8492, en olieH3323; en stallenH723 voor allerleiH3605beestenH929, en kooienH220 voor de kuddenH5739.Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.
KJVStorehouses1also for the increase2of corn,3and wine,4and oil;5and stalls6for all manner of beasts,8and cotes11for flocks.10
1וּמִ֨סְכְּנ֔וֹתH4543schatsteden, schathuizenstore(-house), treasure2לִתְבוּאַ֥תH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue3דָּגָ֖ןH1715koren, koorn, korenscorn (floor), wheat4וְתִיר֣וֹשׁH8492most(new, sweet) wine5וְיִצְהָ֑רH3323olie, olietakken[phrase] anointed oil6וְאֻֽרָוֺת֙H723paardenstallen, stallenstall7לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8בְּהֵמָ֣הH929beesten, vee, beestbeast, cattle9וּבְהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle10וַעֲדָרִ֖יםH5739kudde, kudden, schaapskuddendrove, flock, herd11לָאֲוֵרֽוֹתH220kooiencote
29Daartoe had hij zich steden gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Daartoe had hij zich stedenH5892gemaaktH6213, mitsgaders bezittingH4735 van schapenH6629 en runderenH1241 in menigteH7230; wantH3588GodH430gafH5414 hem zeerH3966 grote haveH7399.Daartoe had hij zich steden gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.
30Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Doch JehizkiaH2396stopteH5640 ook den opperuitgangH5945 der waterenH4325 van GihonH1521, en leidde ze rechtH3474 af benedenH4295 naar het westenH4628 der stadH5892DavidsH1732; want JehizkiaH2396 had voorspoedH6743 in alH3605 zijn werkH4639.Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
Ook in dit vers
JehizkiaH1931
KJVThis same Hezekiahalso stopped3the upper8watercourse5of Gihon,7and brought it straight9down10to the west side11of the city12of David.13And Hezekiahprospered14in all his works.17
1וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2יְחִזְקִיָּ֗הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3סָתַם֙H5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מוֹצָ֞אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)6מֵימֵ֤יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7גִיחוֹן֙H1521GihonGihon8הָֽעֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)9וַֽיַּישְּׁרֵ֥םH3474recht, bevallig, bevieldirect, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly)10לְמַֽטָּהH4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)11מַּעְרָ֖בָהH4628westen, ondergang, nedergangwest12לְעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid14וַיַּצְלַ֥חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)15יְחִזְקִיָּ֖הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)16בְּכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מַעֲשֵֽׂהוּH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought
31Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Maar het is alzoH3651, als de gezantenH3887 der vorstenH8269 van BabelH894, die tot hem gezondenH7971 hadden, om te vragenH1875 naar dat wondertekenH4159, datH834 in het landH776geschiedH1961 was, bijH5921 hem waren, verlietH5800 hem GodH430, om hem te verzoekenH5254, om te wetenH3045alH3605 wat in zijn hartH3824 was.Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.
KJVHowbeit1in the business of the ambassadors2of the princes3of Babylon,4who sent5unto him to enquire7of the wonder8that was done in the land,11God13left12him, to try14him, that he might know15all that was in his heart.17
1וְכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2בִּמְלִיצֵ֣יH3887spotter, spotters, bespotambassador, have in derision, interpreter, make a mock, mocker, scorn(-er, -ful), teacher3שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4בָּבֶ֗לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon5הַֽמְשַׁלְּחִ֤יםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7לִדְרֹ֗שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely8הַמּוֹפֵת֙H4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12עֲזָב֖וֹH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely13הָֽאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14לְנַ֨סּוֹת֔וֹH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try15לָדַ֖עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17בִּלְבָבֽוֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
32Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JehizkiaH3169, en zijn goeddadighedenH2617, zietH2005, die zijn geschrevenH3789 in het gezichtH2377 van den profeetH5030JesajaH3470, den zoonH1121 van AmozH531, en in het boekH5612 der koningenH4428 van JudaH3063 en IsraelH3478.Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.
KJVNow the rest1of the acts2of Hezekiah,and his goodness,4behold, they are written6in the vision7of Isaiah8the prophet,11the son9of Amoz,10and in the book13of the kings14of Judah15and Israel.16
1וְיֶ֛תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְחִזְקִיָּ֖הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)4וַחֲסָדָ֑יוH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing5הִנָּ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6כְּתוּבִ֗יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)7בַּחֲז֞וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision8יְשַֽׁעְיָ֤הוּH3470JesajaIsaiah, Jesaiah, Jeshaiah9בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אָמוֹץ֙H531Amoz, AmosAmoz11הַנָּבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll14מַלְכֵיH4428koning, konings, koningenking, royal15יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah16וְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
33En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En JehizkiaH3169ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in het hoogsteH4608 van de gravenH6913 der zonenH1121 van DavidH1732; daartoe dedenH6213gansH3605JudaH3063 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389 hem eerH3519 aan in zijn doodH4194; en zijn zoonH1121ManasseH4519 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.
KJVAnd Hezekiahslept1with his fathers,4and they buried5him in the chiefest6of the sepulchres7of the sons8of David:9and all Judah15and the inhabitants16of Jerusalem17did him11honour10at his death.13And Manasseh19his son20reigned18in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2יְחִזְקִיָּ֜הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַֽיִּקְבְּרֻהוּ֮H6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בְּֽמַעֲלֵה֮H4608opgang, opgangen, hoge gestoelteascent, before, chiefest, cliff, that goeth up, going up, hill, mounting up, stairs7קִבְרֵ֣יH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre8בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9דָוִיד֒H1732David, DavidsDavid10וְכָבוֹד֙H3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)11עָֽשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12ל֣וֹ13בְמוֹת֔וֹH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah16וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem18וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely19מְנַשֶּׁ֥הH4519ManasseManasseh20בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 32:1— Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.2 Koningen 18:13→2 Koningen 18:11→Micha 2:13→2 Kronieken 20:1→Jesaja 8:6→Jesaja 36:1→2 Koningen 17:6→Jesaja 7:17→
2 Kronieken 32:2— Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;Lukas 9:51→Lukas 9:53→2 Koningen 12:17→
2 Kronieken 32:3— Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem.Spreuken 20:18→2 Kronieken 30:2→2 Koningen 20:20→2 Koningen 18:20→Jesaja 22:8→Romeinen 11:34→Spreuken 24:6→Jesaja 40:13→
2 Kronieken 32:4— Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?2 Kronieken 32:30→Jesaja 10:8→1 Koningen 3:16→1 Koningen 3:9→2 Koningen 18:13→2 Kronieken 32:1→1 Koningen 19:21→2 Koningen 18:9→
2 Kronieken 32:5— Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.2 Kronieken 25:23→1 Koningen 9:24→2 Samuël 5:9→Jesaja 22:9→2 Koningen 25:4→2 Kronieken 12:1→2 Kronieken 14:5→2 Kronieken 23:1→
2 Kronieken 32:6— En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:2 Kronieken 30:22→Jesaja 40:2→Genesis 34:3→Nehemia 8:1→2 Kronieken 17:14→1 Kronieken 27:3→Ezra 10:9→Nehemia 8:16→
2 Kronieken 32:7— Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem.2 Koningen 6:16→2 Kronieken 20:15→Daniël 10:19→Jozua 1:6→Zacharia 8:23→2 Timotheüs 2:1→Jesaja 35:4→Deuteronomium 31:23→
2 Kronieken 32:8— Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.Jeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 13:12→1 Johannes 4:4→2 Kronieken 20:20→2 Timotheüs 4:17→2 Kronieken 20:15→Deuteronomium 20:4→
2 Kronieken 32:9— Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:2 Koningen 18:17→Jozua 10:31→Jozua 12:11→Jesaja 36:2→Jozua 15:39→Micha 1:13→Jesaja 37:8→
2 Kronieken 32:10— Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?2 Koningen 18:19→Jesaja 36:4→
2 Kronieken 32:11— Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?2 Koningen 19:10→Psalmen 42:10→2 Kronieken 32:15→Psalmen 11:1→Psalmen 71:11→Psalmen 22:8→2 Koningen 18:27→Jesaja 36:18→
2 Kronieken 32:12— Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?2 Kronieken 31:1→1 Koningen 7:48→Deuteronomium 12:26→2 Koningen 18:4→Jesaja 36:7→2 Koningen 18:22→Deuteronomium 12:13→2 Kronieken 4:1→
2 Kronieken 32:13— Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?2 Koningen 18:33→Jeremia 10:11→Jesaja 37:18→Handelingen 19:26→2 Koningen 17:5→2 Koningen 15:29→Jeremia 10:16→Jesaja 10:9→
2 Kronieken 32:14— Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?Jesaja 10:11→Exodus 14:3→Exodus 15:9→Jesaja 42:8→
2 Kronieken 32:15— Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?Daniël 3:15→Exodus 5:2→Jesaja 36:18→2 Kronieken 32:11→2 Koningen 19:10→2 Koningen 18:29→Handelingen 19:26→Johannes 19:10→
2 Kronieken 32:16— Daartoe spraken zijn knechten nog meer tegen God, den HEERE, en tegen Zijn knecht Jehizkia.Johannes 15:21→Psalmen 73:9→Job 15:25→
2 Kronieken 32:17— Ook schreef hij brieven, om den HEERE, den God Israels, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: Gelijk de goden van de natien der landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, alzo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.Jesaja 37:14→2 Koningen 19:12→Jesaja 37:28→2 Koningen 19:14→Jesaja 10:15→2 Koningen 19:28→Openbaring 13:6→Nehemia 6:5→
2 Kronieken 32:18— En zij riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op den muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.Jesaja 36:13→1 Samuël 17:26→2 Koningen 18:26→1 Samuël 17:10→Nehemia 6:9→
2 Kronieken 32:19— En zij spraken van den God van Jeruzalem, als van de goden der volkeren der aarde, een werk van mensenhanden.Jesaja 2:8→2 Koningen 19:18→Hosea 8:5→Psalmen 87:1→Psalmen 73:8→Jeremia 10:9→Deuteronomium 4:28→Job 15:25→
2 Kronieken 32:20— Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.Psalmen 50:15→2 Koningen 19:14→Psalmen 91:14→Jesaja 37:14→Jesaja 37:1→2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 14:11→2 Koningen 19:2→
2 Kronieken 32:21— En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.Jesaja 42:8→Job 9:4→Jesaja 10:8→2 Koningen 19:20→2 Koningen 19:35→Daniël 3:28→Jesaja 33:10→Psalmen 76:5→
2 Kronieken 32:22— Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.Jesaja 10:24→2 Thessalonicenzen 3:5→Psalmen 18:48→Psalmen 73:24→Jesaja 31:4→Jesaja 58:11→Psalmen 71:20→Johannes 16:13→
2 Kronieken 32:23— En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.2 Kronieken 17:5→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 9:24→Ezra 7:27→Mattheüs 2:11→1 Koningen 10:10→1 Koningen 4:21→1 Koningen 10:25→
2 Kronieken 32:24— In die dagen werd Jehizkia krank tot stervens toe, en hij bad tot den HEERE, Die sprak tot hem, en Hij gaf hem een wonderteken.Jesaja 38:1→2 Koningen 20:1→Jesaja 38:21→
2 Kronieken 32:25— Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 24:18→2 Kronieken 32:31→2 Koningen 14:10→Deuteronomium 8:12→2 Kronieken 19:2→1 Kronieken 21:12→2 Samuël 24:10→
2 Kronieken 32:26— Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.Jeremia 26:18→Jakobus 4:10→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 34:27→1 Koningen 21:29→Leviticus 26:40→2 Kronieken 33:23→2 Koningen 20:16→
2 Kronieken 32:27— Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;1 Kronieken 27:25→2 Kronieken 9:27→Spreuken 10:22→2 Kronieken 1:12→2 Kronieken 17:5→
2 Kronieken 32:28— Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.2 Samuël 7:8→1 Koningen 4:26→2 Kronieken 26:10→
2 Kronieken 32:29— Daartoe had hij zich steden gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.1 Kronieken 29:12→Spreuken 10:22→Genesis 13:2→Deuteronomium 8:18→2 Kronieken 26:10→2 Kronieken 25:9→Job 1:3→Job 1:9→
2 Kronieken 32:30— Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.1 Koningen 1:33→1 Koningen 1:38→2 Koningen 20:20→Jozua 1:7→2 Kronieken 32:4→Psalmen 1:1→Jesaja 22:9→1 Koningen 1:45→
2 Kronieken 32:31— Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.Deuteronomium 8:2→Genesis 22:1→2 Kronieken 32:24→Deuteronomium 8:16→Job 1:11→Psalmen 27:9→2 Koningen 20:8→Psalmen 139:1→
2 Kronieken 32:32— Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.Jesaja 36:1→2 Koningen 18:1→2 Kronieken 31:20→
2 Kronieken 32:33— En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.Spreuken 10:7→1 Koningen 11:43→Deuteronomium 34:8→1 Samuël 25:1→2 Kronieken 16:14→Genesis 50:10→2 Kronieken 33:1→Numeri 20:29→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 32 vers 1— Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.
deze geschiedenissen
Van welke zie ook 2 Kon. 18:13 , en Jes. 36:1 .
Hertaald:deze geschiedenissen
Zie hierover ook 2 Kon. 18:13, en Jes. 36:1.
bevestiging,
Of, waarheid, trouw, vastigheid, verzekering; dat is, nadat de godsdienst, volgens Gods woord, trouwelijk bevestigd en verzekerd was.
Hertaald:bevestiging,
Of: waarheid, trouw, vastigheid, verzekering; dat is: nadat de eredienst, overeenkomstig het woord van God, trouw bevestigd en verzekerd was.
dacht ze
Hebreeuws, zeide; dat is dacht, en had een voornemen, die tot hem, enz.; zie 1 Kon. 5:5 .
Hertaald:dacht ze
Hebreeuws: zei; dat is: dacht, en had een voornemen, die naar hem, enzovoort; zie 1 Kon. 5:5.
tot zich
Dat is, den koning Hizkia af te nemen, en onder zijn eigen gebied te brengen.
Hertaald:tot zich
Dat is: koning Hizkia te onttronen en onder zijn eigen gezag te brengen.
2 Kronieken 32 vers 2— Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;
zijn aangezicht
Dat is, hij had een vast voornemen om Jeruzalem te bekrijgen. Vergelijk 2 Kon. 12:17 , en zie de aantekening daarop.
Hertaald:zijn aangezicht
Dat is: hij had een vast voornemen om Jeruzalem aan te vallen. Vergelijk 2 Kon. 12:17, en zie de aantekening daar.
2 Kronieken 32 vers 4— Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?
beek,
Onder, vs.30, genaamd Gihon. Zie ook van dezelve 1 Kon. 1:33 , en de aantekening.
Hertaald:beek,
Hieronder in vers 30 Gihon genoemd. Zie ook hierover 1 Kon. 1:33, en de aantekening.
koningen
Versta, Sanherib, den koning van Assyrië, met de vorsten, die bij hem waren, van welken, zie onder, vs.21, waarvan misschien ook enigen koningen waren, staande onder het gebied van Sanherib.
Hertaald:koningen
Versta hieronder Sanherib, de koning van Assyrië, met de vorsten die bij hem waren, over wie hieronder vers 21 gesproken wordt, van wie er misschien ook enkelen koningen waren die onder het gezag van Sanherib stonden.
2 Kronieken 32 vers 5— Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
versterkte
Dat is, hij greep moed, ziende de ontrouwheid des konings van Assyrië; wiens vriendschap hij recht tevoren met een som gelds tevergeefs afgekocht had; 2 Kon. 18:14 , enz.
Hertaald:versterkte
Dat is: hij vatte moed, ondanks de trouweloosheid van de koning van Assyrië, wiens vriendschap hij kort daarvoor met een som geld tevergeefs had afgekocht; 2 Kon. 18:14, enzovoort.
gebroken was,
Namelijk, van Joas, den koning Israëls, als hij Amazia, den koning van Juda, geslagen en Jeruzalem ingenomen had. Zie boven, 2 Kron. 25:23 .
Hertaald:gebroken was,
Namelijk: door Joas, de koning van Israël, toen hij Amazia, de koning van Juda, verslagen had en Jeruzalem had ingenomen. Zie hierboven 2 Kron. 25:23.
torens,
Die schijnen geweest te zijn op de hoekpoort en de poort van Efraïm; van welke zie ook boven, 2 Kron. 25:23 .
Hertaald:torens,
Deze lijken bij de hoekpoort en de poort van Efraïm gestaan te hebben; zie daarover ook hierboven 2 Kron. 25:23.
een anderen
Zie van dezen onder, 2 Kron. 33:14 .
Hertaald:een anderen
Zie hierover hieronder 2 Kron. 33:14.
Millo
Zie 1 Kon. 9:15 .
Hertaald:Millo
Zie 1 Kon. 9:15.
2 Kronieken 32 vers 6— En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:
der stadspoort,
Dat is, die bij de stadspoort was.
Hertaald:der stadspoort,
Dat is: die bij de stadspoort was.
naar hun hart,
Hebreeuws, op hun hart; dat is, vriendelijk en troostelijk, en dat hun aangenaam was om te horen. Zie Gen. 34:3 .
Hertaald:naar hun hart,
Hebreeuws: op hun hart; dat is: vriendelijk en bemoedigend, en aangenaam om te horen. Zie Gen. 34:3.
2 Kronieken 32 vers 8— Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.
vleselijke arm,
Hebreeuws, arm des vleesches; dat is, een vleselijke en zwakke macht, waarop men zich niet kan verlaten. Zie Jer. 17:5 ; alzo arm voor sterkte, Ps. 10:15 , en Ps. 44:4 ; Jer. 48:25 ; Ezech. 30:22 , en vlees voor hetgeen zwak, broos en sterflijk is; Ps. 78:39 ; Jes. 31:3 .
Hertaald:vleselijke arm,
Hebreeuws: arm van vlees; dat is: een vleselijke en zwakke macht, waarop men niet kan vertrouwen. Zie Jer. 17:5; zo ook arm voor kracht, Ps. 10:15, en Ps. 44:4; Jer. 48:25; Ezech. 30:22, en vlees voor wat zwak, broos en sterfelijk is; Ps. 78:39; Jes. 31:3.
krijgen te krijgen
Dat is, oorlogen te voeren; alzo 1 Sam. 8:20 .
Hertaald:krijgen te krijgen
Dat is: oorlog te voeren; zo ook 1 Sam. 8:20.
steunde
Dat is, hield zich tevreden, zijnde getroost en zich verlatende op de macht en hulp des Heeren, van welke de koning hen in zijn voorgaande woorden verzekerd had.
Hertaald:steunde
Dat is: stelde zich tevreden, getroost en vertrouwend op de macht en hulp van de HEERE, waarvan de koning hen in zijn voorgaande woorden verzekerd had.
2 Kronieken 32 vers 9— Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:
knechten
Versta, heren, oversten, of officieren, die onder zijn gebied stonden. Zie Gen. 20:8 .
Hertaald:knechten
Versta hieronder heren, leiders, of ambtenaren, die onder zijn gezag stonden. Zie Gen. 20:8.
al zijn heerschappij
Dat is, macht. Versta, al de vorsten en prinsen, vergezelschapt met hun volk, die onder het gebied des konings van Assyrië stonden.
Hertaald:al zijn heerschappij
Dat is: macht. Versta hieronder alle vorsten en prinsen, samen met hun volk, die onder het gezag van de koning van Assyrië stonden.
2 Kronieken 32 vers 10— Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?
blijft
Hebreeuws, zittende zijt. Zitten voor blijven; Gen. 49:24 ; Joz. 1:14 ; 2 Sam. 2:13 , enz.
Hertaald:blijft
Hebreeuws: zittend bent u. Zitten voor blijven; Gen. 49:24; Joz. 1:14; 2 Sam. 2:13, enzovoort.
2 Kronieken 32 vers 11— Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?
redden?
Of, uitrukken, verlossen.
Hertaald:redden?
Of: uitrukken, verlossen.
2 Kronieken 32 vers 12— Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?
Zijn hoogten
Hij meent van den Heere en waren God, even alsof de beelden der afgoden niet konden afgebroken worden, dan met omkering en uitroeiing van den rechten godsdienst.
Hertaald:Zijn hoogten
Hij bedoelt de HEERE, de ware God, alsof de beelden van de afgoden niet konden worden weggehaald zonder de omverwerping en uitroeiing van de ware eredienst.
het enige altaar
Te weten, die van den waren God is, en niet voor de altaren der afgoden. Vergelijk 2 Kon. 18:22 , en de aantekening.
Hertaald:het enige altaar
Namelijk: dat van de ware God is, en niet van de altaren van de afgoden. Vergelijk 2 Kon. 18:22, en de aantekening.
2 Kronieken 32 vers 13— Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?
vaderen
Versta, zijne voorgangers in de Assyrische monarchie, gelijk Salmanasser, die men schrijft zijn vader geweest te zijn; idem Tiglath-Pilezer, Phul Beloches, enz.; alzo in vs.14,15.
Hertaald:vaderen
Versta hieronder zijn voorgangers in de Assyrische heerschappij, zoals Salmanassar, van wie men schrijft dat hij zijn vader geweest is; ook Tiglath-Pileser, Pul Beloches, enzovoort; zo ook in vers 14, 15.
volken der landen?
Zie van enige dezer volken 2 Kon. 18:34 , en 2 Kon. 19:12-13 .
Hertaald:volken der landen?
Zie over enkele van deze volken 2 Kon. 18:34, en 2 Kon. 19:12-13.
enigszins
Hebreeuws, kunnende kunnen; dat is, op enigerlei manier, of door enige middelen kunnen redden.
Hertaald:enigszins
Hebreeuws: kunnend kunnen; dat is: op enigerlei wijze, of door enig middel, kunnen redden.
2 Kronieken 32 vers 14— Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?
verbannen
Zie van dit woord Deut. 2:34 .
Hertaald:verbannen
Zie over dit woord Deut. 2:34.
2 Kronieken 32 vers 15— Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?
hoeveel te min
Hebreeuws, hoeveel te meer zullen uwe goden u niet uit mijn hand kunnen redden.
Hertaald:hoeveel te min
Hebreeuws: hoeveel te meer zullen uw goden u niet uit mijn hand kunnen redden.
uw God
Anders, uw goden.
Hertaald:uw God
Anders: uw goden.
2 Kronieken 32 vers 16— Daartoe spraken zijn knechten nog meer tegen God, den HEERE, en tegen Zijn knecht Jehizkia.
nog meer
Want zij waren tweemaal van hem gezonden, om den Heere te lasteren en Hizkia te beschimpen:<i>I.</i> als hij met zijn leger lag voor Lachis, 2 Kon. 18:17 ;<i>II.</i> als hij voor Libna lag en zich bereidde om den koning der Moren tegemoet te gaan; 2 Kon. 19:8-9 .
Hertaald:nog meer
Want zij waren tweemaal door hem gestuurd om de HEERE te lasteren en Hizkia te beschimpen: I. toen hij met zijn leger voor Lachis lag, 2 Kon. 18:17; II. toen hij voor Libna lag en zich klaarmaakte om de koning van de Moren tegemoet te gaan; 2 Kon. 19:8-9.
2 Kronieken 32 vers 17— Ook schreef hij brieven, om den HEERE, den God Israels, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: Gelijk de goden van de natien der landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, alzo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.
brieven,
Welke hij in de tweede zending zijn gezanten medegegeven heeft. Zie 2 Kon. 19:14 .
Hertaald:brieven,
Die hij bij de tweede zending aan zijn gezanten had meegegeven. Zie 2 Kon. 19:14.
2 Kronieken 32 vers 19— En zij spraken van den God van Jeruzalem, als van de goden der volkeren der aarde, een werk van mensenhanden.
van den
Anders, tegen; alzo in het volgende.
Hertaald:van den
Anders: tegen; zo ook in het vervolg.
God van Jeruzalem,
Dat is, den waren God, die de Israëlieten uit zonderlinge genade tot zijn volk en eigendom uit de volken der aarde verkoren en aangenomen had, en beloofd daaronder te wonen, doch bepaald te Jeruzalem in den tempel, waar de ark was, een teken van zijn tegenwoordigheid.
Hertaald:God van Jeruzalem,
Dat is: de ware God, Die de Israëlieten uit bijzondere genade uit de volken van de aarde tot Zijn volk en eigendom had uitgekozen en aangenomen, en beloofd had onder hen te wonen, en wel bepaald in Jeruzalem, in de tempel, waar de ark was, een teken van Zijn tegenwoordigheid.
2 Kronieken 32 vers 20— Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.
baden
Zie het gebed van Hizkia beschreven, 2 Kon. 19:15-16 .
Hertaald:baden
Zie het gebed van Hizkia, beschreven in 2 Kon. 19:15-16.
daartegen,
Anders, daaRom.
Hertaald:daartegen,
Anders: daarom.
2 Kronieken 32 vers 21— En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.
in het leger
Zie 2 Kon. 19:35 ; Jes. 37:36 .
Hertaald:in het leger
Zie 2 Kon. 19:35; Jes. 37:36.
gods
Genaamd Nisroch; 2 Kon. 19:37 .
Hertaald:gods
Nisroch genoemd; 2 Kon. 19:37.
ingegaan was,
Te weten, om aan te bidden. Zie de voorgemelde plaats.
Hertaald:ingegaan was,
Namelijk: om te aanbidden. Zie de eerder genoemde plaats.
die uit zijn lijf
Hebreeuws, de uitgekomenen, of de voortkomingen zijner ingewanden of [enigen] uit de voortgekomenen van zijn ingewanden. Versta, twee zijner zonen, genaamd Adramelech en Sareser; 2 Kon. 19:37 . Vergelijk de manier van spreken met anderen, die gelijken zin hebben, Gen. 35:11 , en Gen. 46:26 .
Hertaald:die uit zijn lijf
Hebreeuws: de voortgekomenen, of de voortkomsten van zijn ingewanden of [sommigen] van de voortkomsten van zijn ingewanden. Versta hieronder twee van zijn zonen, Adramelech en Sarezer genoemd; 2 Kon. 19:37. Vergelijk deze manier van spreken met andere die dezelfde betekenis hebben, Gen. 35:11, en Gen. 46:26.
2 Kronieken 32 vers 22— Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.
aller hand
Dat is, van alle vorsten, krijgsoversten en krijgslieden, die met Sanherib gekomen waren.
Hertaald:aller hand
Dat is: van alle vorsten, legerleiders en krijgslieden die met Sanherib meegekomen waren.
geleidde
Te weten, gelijk een herder zijn schapen; hen regerende, onderhoudende en beschermende van alle zijden.
Hertaald:geleidde
Namelijk: zoals een herder zijn schapen; hen leidend, onderhoudend en van alle kanten beschermend.
2 Kronieken 32 vers 23— En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.
verheven werd
Anders, zich verhiEf. Zie vs.25.
Hertaald:verheven werd
Anders: verhief zich. Zie vers 25.
2 Kronieken 32 vers 24— In die dagen werd Jehizkia krank tot stervens toe, en hij bad tot den HEERE, Die sprak tot hem, en Hij gaf hem een wonderteken.
werd
Zie hiervan breder, met de verklaring hier behorende; 2 Kon. 20:1 , enz.; idem Jes. 38:1 .
Hertaald:werd
Zie hierover uitvoeriger, met de bijbehorende verklaring; 2 Kon. 20:1, enzovoort; eveneens Jes. 38:1.
bad tot den HEERE,
Zie zijn gebed 2 Kon. 20:3 .
Hertaald:bad tot den HEERE,
Zie zijn gebed in 2 Kon. 20:3.
sprak tot hem,
Door den profeet Jesaja.
Hertaald:sprak tot hem,
Door de profeet Jesaja.
wonderteken
Zie hiervan 2 Kon. 20:9 .
Hertaald:wonderteken
Zie hierover 2 Kon. 20:9.
2 Kronieken 32 vers 25— Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.
deed gene
Dat is, hij gedroeg zich niet tegen den Heere gelijk het betaamde, die hem zoveel weldaden had gedaan, opdat hij zich in alle ootmoedigheid gedragen zou onder zijn hand, niet opdat hij zich door hoogmoed opsteken zou, gelijk hij deed met al zijn schatten den gezanten van Babel te vertonen.
Hertaald:deed gene
Dat is: hij gedroeg zich niet zoals het betaamde tegenover de HEERE, Die hem zoveel weldaden bewezen had, opdat hij zich in alle nederigheid zou gedragen onder Zijn hand — niet opdat hij zich door hoogmoed zou verheffen, zoals hij deed door al zijn schatten aan de gezanten van Babel te tonen.
toornigheid
Te weten, des Heeren; versta, de inneming van de stad Jeruzalem en de Babylonische gevangenis, die God, naar zijn rechtvaardige gramschap, over de Joden heeft laten komen, 2 Kon. 20:17-18 .
Hertaald:toornigheid
Namelijk: van de HEERE; versta hieronder de inname van de stad Jeruzalem en de Babylonische ballingschap, die God naar Zijn rechtvaardige toorn over de Joden heeft laten komen, 2 Kon. 20:17-18.
2 Kronieken 32 vers 26— Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.
verootmoedigde
Zie deze verootmoediging 2 Kon. 20:19 .
Hertaald:verootmoedigde
Zie deze verootmoediging in 2 Kon. 20:19.
2 Kronieken 32 vers 27— Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
begeerlijk
Hebreeuws, gereedschap, of vaten der begeerlijkheid, of kostelijke vaten of gereedschap, want het kostelijke pleegt zeer met lust begeerd te worden. Alzo onder, 2 Kron. 36:10 , 2 Kron. 36:19 .
Hertaald:begeerlijk
Hebreeuws: gereedschap, of voorwerpen van begeerte, of kostbare voorwerpen of gereedschap, want het kostbare wordt doorgaans met veel verlangen begeerd. Zo ook hieronder 2 Kron. 36:10, 2 Kron. 36:19.
2 Kronieken 32 vers 28— Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.
voor allerlei
Hebreeuws, voor beesten en beesten.
Hertaald:voor allerlei
Hebreeuws: voor dieren en dieren.
kooien
Gelijk de stallen waren voor de grote beesten, alzo de kooien voor het kleine vee. Anders, en stallen voor de kudden; te weten, der schapen en geiten; of, en kudden in de stallen.
Hertaald:kooien
Zoals de stallen er waren voor het grote vee, zo waren de kooien er voor het kleinvee. Anders: en stallen voor de kudden; namelijk van schapen en geiten; of: en kudden in de stallen.
2 Kronieken 32 vers 30— Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
opperuitgang
Of, watergang, waterloop, fonteinader des waters van Gihon.
Hertaald:opperuitgang
Of: waterloop, waterweg, bronader van het water van Gihon.
Gihon,
Zie 1 Kon. 1:33 , en de aantekening daarop.
Hertaald:Gihon,
Zie 1 Kon. 1:33, en de aantekening daar.
leidde
Te weten, die wateren.
Hertaald:leidde
Namelijk: dat water.
der stad Davids;
Zie 1 Kon. 2:10 .
Hertaald:der stad Davids;
Zie 1 Kon. 2:10.
2 Kronieken 32 vers 31— Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.
vorsten van Babel,
Versta, de raadsheren des konings van Babel, die met zijn goedvinden deze gezanten afgezonden hebben; om welke oorzaak gezegd wordt dat zij hun gezanten waren, die 2 Kon. 20:12 de gezanten des konings worden geheten. De zending geschiedt door den koning en zijn raadsheren. Zie Jes. 37:14 .
Hertaald:vorsten van Babel,
Versta hieronder de raadsheren van de koning van Babel, die met zijn instemming deze gezanten gestuurd hebben; om die reden wordt gezegd dat het hun gezanten waren, die in 2 Kon. 20:12 de gezanten van de koning genoemd worden. De zending gebeurt door de koning en zijn raadsheren. Zie Jes. 37:14.
dat wonderteken,
Dat namelijk aan de zon geschied was, om Hizkia's wil; 2 Kon. 20:10-11 .
Hertaald:dat wonderteken,
Namelijk: dat wat met de zon gebeurd was, ter wille van Hizkia; 2 Kon. 20:10-11.
verliet hem God,
Versta, een zulke verlating, waardoor God de zijnen niet voor altijd verlaat noch ten enenmale, maar alleen hun voor een zekeren tijd enige hulp en versterking onthoudt, niet om hen te doen vergaan, maar te beproeven, te vernederen en op te wekken tot hun schuldigen plicht, en andere mensen door hun exempel te onderwijzen.
Hertaald:verliet hem God,
Versta hieronder zo'n verlating waardoor God de Zijnen niet voor altijd of volledig verlaat, maar hun alleen voor een bepaalde tijd wat hulp en versterking onthoudt, niet om hen te gronde te laten gaan, maar om hen te beproeven, te vernederen en op te wekken tot hun schuldige plicht, en om andere mensen door hun voorbeeld te onderwijzen.
te verzoeken,
Van de verzoeking Gods, zie Gen. 22:1 .
Hertaald:te verzoeken,
Zie over de beproeving van God Gen. 22:1.
te weten
Dat is, opdat God aan Hizkia en de ganse kerk bekendmaakte. Want God heeft met de voorgemelde verlating hem voor een wijle beproefd, opdat hij zichzelven zou kennen, en uit het gevoel van zijn zwakheid en onvermogen oorzaak hebben om zich te vernederen; en dat in hem alle gelovigen hun zwakheid ziende, in vrees en beving hun zaligheid zouden werken. Vergelijk Deut. 8:2, en Gen. 22:12 met de aantekening.
Hertaald:te weten
Dat is: opdat God het aan Hizkia en de hele kerk bekend zou maken. Want God heeft hem met de eerder genoemde verlating voor een tijd beproefd, opdat hij zichzelf zou leren kennen, en uit het besef van zijn zwakheid en onvermogen reden zou hebben zich te vernederen; en opdat alle gelovigen, hun eigen zwakheid in hem ziende, in vrees en beven hun zaligheid zouden bewerken. Vergelijk Deut. 8:2, en Gen. 22:12 met de aantekening.
2 Kronieken 32 vers 32— Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.
goeddadigheden,
Te weten, dat hij het volk Gods bewezen heeft, met alle afgoderij weg te nemen, den zuiveren godsdienst voor te staan, enz. Vergelijk onder, 2 Kron. 35:26 .
Hertaald:goeddadigheden,
Namelijk: die hij aan het volk van God bewezen heeft, door alle afgoderij weg te nemen, de zuivere eredienst voor te staan, enzovoort. Vergelijk hieronder 2 Kron. 35:26.
gezicht
Dat is, profetie. Versta, het boek zijner profetie; en zie daarin van het 36e hoofdstuk tot het 40e.
Hertaald:gezicht
Dat is: profetie. Versta hieronder het boek van zijn profetie; en zie daarin van het zesendertigste hoofdstuk tot het veertigste.
2 Kronieken 32 vers 33— En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.
hoogste
Versta, een plaats, die wat meer verheven was, en daarom de waardigste onder de andere.
Hertaald:hoogste
Versta hieronder een plaats die wat hoger lag, en daarom de voornaamste was tussen de andere.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Met ons is er meer, dan met hem — voor de belegering begint, spreekt Hizkia zijn krijgsoversten toe met een rekensom die alleen Kronieken bewaart: "Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen" (2 Kron. 32:8)
Sanherib trekt op tegen de vaste steden van Juda om ze tot zich af te scheuren (2 Kron. 32:1). Hizkia treft eerst nuchtere maatregelen. Hij laat de bronnen buiten de stad stoppen, zodat de Assyriërs geen water zullen vinden (2 Kron. 32:3-4). Hij bouwt de gebroken muur op met een tweede muur daarbuiten, versterkt Millo, en laat wapens en schilden in menigte maken (2 Kron. 32:5). Daarna verzamelt hij de krijgsoversten in de straat bij de stadspoort en spreekt naar hun hart (2 Kron. 32:6). Zij moeten sterk zijn en goede moed hebben en niet vrezen voor de koning van Assyrië of voor heel de menigte die met hem is, want met hen is er meer dan met hem (2 Kron. 32:7). Dan noemt hij het verschil bij name: bij Sanherib een arm van vlees, bij hen de HEERE hun God (2 Kron. 32:8). Het volk steunde op die woorden. De honende boodschappen van Sanherib en de brieven waarmee hij God lasterde, zijn reeds behandeld bij De gebroken rietstaf (2 Kon. 18:19-36) en bij De brief uitgebreid voor het aangezicht des HEEREN (2 Kon. 19:14-19). Hizkia en de profeet Jesaja baden daartegen en riepen naar de hemel, en de HEERE zond een engel die het leger versloeg (2 Kron. 32:20-21).
Bijbelse betekenis: Hizkia stopt bronnen, bouwt muren en smeedt wapens, en spreekt daarna over het vertrouwen op God. De twee sluiten elkaar hier niet uit. Wie meent dat geloof het werken overbodig maakt, vindt in dit hoofdstuk geen steun; wie meent dat de muren het werk doen, evenmin, want de uitkomst komt van een engel en niet van de vestingwerken. De kern van zijn toespraak is een vergelijking die geen enkel legerbevelhebber zou maken. Aan de ene kant een vreselijke arm, aan de andere kant de HEERE; en dat heet meer. Wat de soldaten zagen sprak dat volkomen tegen, en toch steunde het volk op zijn woorden. Merk ten slotte op wat er dan volgt. Hizkia handelt naar zijn eigen woord en gaat bidden, samen met de profeet. Wie werkelijk gelooft dat er meer met hem is, laat dat het eerst in zijn gebed blijken.
Typologie: Elisa had zijn knecht met bijna dezelfde woorden gerustgesteld: "want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn" (2 Kon. 6:16; reeds behandeld bij De berg vol vurige paarden). Paulus maakt van die rekensom de troost van de gemeente: "Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?" (Rom. 8:31).
God verliet hem, om hem te verzoeken — bij het bezoek van de gezanten uit Babel geeft de kroniekschrijver de verklaring die in Koningen ontbreekt: "verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was" (2 Kron. 32:31)
Hizkia's ziekte en het wonderteken zijn reeds behandeld bij Vijftien jaren tot uw dagen toegedaan (2 Kon. 20:1-11), en het bezoek van de Babylonische gezanten bij De gezanten uit Babel (2 Kon. 20:12-19). Kronieken vat dat alles kort samen en voegt er twee dingen aan toe. Het eerste is een verwijt: Hizkia deed geen vergelding naar de weldaad die aan hem geschied was, omdat zijn hart zich verhief, en daarom kwam er grote toornigheid over hem en over Juda en Jeruzalem (2 Kron. 32:25). Het tweede is dat hij zich daarover verootmoedigde, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de toorn des HEEREN in zijn dagen niet over hen kwam (2 Kron. 32:26). Daarna volgt de opsomming van zijn rijkdom, zijn schatkameren en zijn waterwerken, want hij had voorspoed in al zijn werk (2 Kron. 32:27-30). En dan komt de zin die het bezoek van de gezanten verklaart. Toen zij bij hem waren om te vragen naar het wonderteken, verliet God hem; en dat gebeurde om hem te verzoeken en te weten wat er in zijn hart was (2 Kron. 32:31).
Bijbelse betekenis: Deze zin verklaart iets dat anders raadselachtig blijft. Waarom faalde juist deze koning, die pas nog voor de muren stond te bidden en verhoord werd? Omdat God Zijn hand terugtrok. Dat wil niet zeggen dat God hem tot de zonde bewoog, want wat er bovenkwam lag al in Hizkia's hart; het betekent dat de bewarende genade even werd ingehouden, en dat er toen zichtbaar werd wat er zonder haar was. Dat is een ernstig woord voor ieder die zich staande waant. Even opmerkelijk is de plaats waar dit gebeurt. Niet in de belegering maar in de welvaart, niet tegenover Sanherib maar tegenover vriendelijke bezoekers uit een ver land. De verzoeking komt hier in de vorm van bewondering. En het derde dat opvalt is het herstel: Hizkia verootmoedigde zich, en het oordeel werd uitgesteld. Waar de val eerlijk erkend wordt, blijft de weg terug open.
Typologie: Mozes gebruikt precies dezelfde woorden over de veertig jaren in de woestijn: "opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet" (Deut. 8:2). Beproeving brengt in Gods hand niet iets nieuws voort, maar aan het licht wat er al was. Daarom bidt de psalmist ook of God dat onderzoek Zelf wil doen: "Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten" (Ps. 139:23).
2 Kronieken 32:8.KruisverwijzingenJeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 13:12→1 Johannes 4:4→2 Kronieken 20:20→2 Timotheüs 4:17→2 Kronieken 20:15→Deuteronomium 20:4→ — Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda. Met een klank van triomf in zijn stem zei Hizkia hun dat er bij Sanherib niets was dan een arm van vlees. Al was het een machtige arm, met hen was de almacht van God, en daarom hadden zij meer met hen dan de Assyriërs. De vroegere heerlijkheid van zijn regering en de klaarblijkelijke diepte van zijn eigen geloof gaven gewicht aan zijn woorden, en het volk geloofde zijn getuigenis. In zo een tijd van grote moeilijkheid — wanneer mensen licht geneigd zijn tot muiten, hun leiders te bekritiseren en in groepen en partijen uiteen te vallen — hielden zij toch vast aan hun koning en troostten zij zich met de verzekering van hulp in God die hij hun gegeven had. Zij waren niet verslagen om de inval, en zij verloren de moed voor hun zaak niet. Zij waren zich natuurlijk bewust van hun grote gevaar, maar zij hadden vrede gevonden, zelfs in hun uiterste nood, door de bemoedigende taal van hun koning aan zichzelf en aan elkaar te herhalen.
Mensen stellen groot vertrouwen in de woorden van iemand wiens leven met zijn leer overeenstemt. Kunnen zij iets tegenstrijdigs in zijn karakter bespeuren, dan is de kracht van die mens uit. Maar is iemand klaarblijkelijk weggevoerd door de ene gedachte om goed te zijn en goed te doen — en verteerd door het voornemen God te verheerlijken — dan hebben zijn woorden kracht. Het is niet wat er gezegd wordt, maar wie het zegt dat de indruk maakt. Het is het leven achter de woorden, het heilige vertrouwen in God dat er dagelijks te zien is, de rustige wandel met God die ieder in zijn gezicht kan lezen, dat voor een nadenkend mens zijn zwakste woord krachtiger maakt dan de felste woordenvloed van een enkel redenaar. Wie ons met zijn woorden rust wil geven, moet een goed mens zijn. Hizkia was, naar alles wat wij van hem lezen, klaarblijkelijk zo iemand. Wanneer grootheid en goedheid samengaan, zoals bij hem, dan zal er zeker een wijde invloed uitgeoefend worden.
IV. Vs. 1-23.KruisverwijzingenJeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 25:23→2 Koningen 6:16→2 Kronieken 13:12→2 Kronieken 32:30→1 Koningen 9:24→2 Kronieken 30:22→ — Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren. Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem; Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem. Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden? Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte. En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende: Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem. Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda. Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende: Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting? Schetsgewijze, zoals overal waar de Boeken der Koningen de gang van een gebeurtenis reeds uitvoerig voorgesteld hebben, wordt nu de inval van de Assyrische koning in het land van Juda bericht. Aanvankelijk is Hizkia vol moed en troost, en neemt hij alle maatregelen tot verdediging van zijn hoofdstad, maar als daarop het vijandelijk leger de een stad na de andere hem ontkomen heeft, en hij Sanberibs aftocht ook met zware offers niet heeft kunnen kopen, maar deze veeleer overgang op genade of om genade eist, onder bespotting van de God van Israël, dan zoekt hij zijn kracht in het gebed voor het aangezicht van de Heere. En daarop ondervindt hij ook, naar Gods belofte, zo’n spoedige en krachtige hulp door de Engel, die in de eerstvolgende nacht een groot verderf in het Assyrische leger aanricht, dat hij niet slechts van zijn benauwer zonder enige moeite bevrijd wordt, maar ook in eer en achting staat bij alle naburige volken (Vergelijk 2 Koningen .18: 13-19: 37).
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:13→2 Koningen 18:11→Micha 2:13→2 Kronieken 20:1→Jesaja 8:6→Jesaja 36:1→2 Koningen 17:6→Jesaja 7:17→— Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.
Na deze geschiedenissen, de in de drie vorige hoofdstukken medegedeelde zaken, die Hizkia tot aan het 14de jaar van zijn regering ter hand nam, en haar bevestiging 1), kwam Sanherib, de koning van Assyrië (2Ki 15: 20), en toog, toen hij in het jaar 713 voor Christus de tegen Egypte gerichte veroveringsplannen van zijn voorgangers weer opnam, in Juda, om eerst dit land wegens zijn afval van hem te tuchtigen en geheel aan zich te onderwerpen (2Ki 18: 13) en legerde zich tegen de vaste steden (vgl. (Hoofdstuk 11: 5 vv. met Jes.10: 28 vv.) en dacht ze tot zich af te scheuren, wat hem dan ook tot aan de steden Lachis en Libna gelukte.
Het eerste nieuws, dat men hoort, na de blijde viering van een Godvruchtig Pascha, bestond daarin, dat een vijandelijk leger het land introk en schrik, verwarring en verwoesting alom aanbracht, waar het kwam, en al de overige gewesten met gelijke ramp bedreigde. Dus blijkt het, dat men zich plichtmatig voor God gedragen kan en toch met gevaren en wederwaardigheden bezocht worden, die God ons toezendt, om ons te beproeven, of wij ook wel gegrond zijn in ons vertrouwen op Hem, als ook om te tonen, hoe getrouwe zorg Hij zelf ten opzichte van de vromen draagt.
KruisverwijzingenLukas 9:51→Lukas 9:53→2 Koningen 12:17→— Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;
Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, om met zijn legerscharen in zijn land te vallen, en zijn aangezicht was tot de strijd tegen Jeruzalem, om die stad te veroveren;
KruisverwijzingenSpreuken 20:18→2 Kronieken 30:2→2 Koningen 20:20→2 Koningen 18:20→Jesaja 22:8→Romeinen 11:34→Spreuken 24:6→Jesaja 40:13→— Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem.
Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, door overdekking en afleiding en onderaardse kanalen het water van de bronnen te verbergen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem, terwijl zij om de vereiste arbeidskrachten te krijgen een oproep tot het volk richtten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:30→Jesaja 10:8→1 Koningen 3:16→1 Koningen 3:9→2 Koningen 18:13→2 Kronieken 32:1→1 Koningen 19:21→2 Koningen 18:9→— Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?
Want veel volk werd ten gevolge van deze oproep vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek Gihon (1Ki 1: 33), die door het midden van het land, waar Jeruzalem lag, heen vloeide, zeggende, als doel van hun werk (vgl. vs. 30): waarom zouden de koningen van Assyrië, Sanheribs krijgsscharen, komen en veel waters vinden?
Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:23→1 Koningen 9:24→2 Samuël 5:9→Jesaja 22:9→2 Koningen 25:4→2 Kronieken 12:1→2 Kronieken 14:5→2 Kronieken 23:1→— Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
Zo versterkte hij, Hizkia, door de toespraak van de profeten Jesaja (Jes.10: 24 vv.) in het geloof gesterkt, zich, en bouwde de hele muur om Jeruzalem op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, ter betere verdediging van de stad met een andere muur daarbuiten, om de noordwestelijk van de Zion gelegen heuvel Akra, en hij versterkte Millo, de hoofdbastion van de burcht in de stad van David; en hij maakte, tot behoorlijke uitrusting van zijn krijgslieden, geweer (liever “wapentuig) en schilden in menigte (1Ch 28: 14” en zie “1Ch 28: 15).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:22→Jesaja 40:2→Genesis 34:3→Nehemia 8:1→2 Kronieken 17:14→1 Kronieken 27:3→Ezra 10:9→Nehemia 8:16→— En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:
En hij stelde de nodige krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen, het leger tot zich in de straat van de stadspoort, op de marktplaats, waarschijnlijk aan de Westpoort (Hoofdstuk 20: 20) en sprak naar hun hart, sprak opwekkende woorden (Hoofdstuk 30: 22), zeggende: Bij de Oosterse steden ligt de marktplaats niet midden in de stad, maar vormt zij een vrije ruimte aan of vóór de poort. (Hoofdstuk 18: 9 Nehemia 8: 1,16).
Kruisverwijzingen2 Koningen 6:16→2 Kronieken 20:15→Daniël 10:19→Jozua 1:6→Zacharia 8:23→2 Timotheüs 2:1→Jesaja 35:4→Deuteronomium 31:23→— Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem.
Wees sterk en heb een goede moed, vrees niet en ontzet u niet voor het aangezicht van de koning van Assyrië, noch voor het aangezicht van de ganse menigte, die met hem is; want (Hoofdstuk 29: 34) met ons is er meer dan a) met hem.
2 Koningen .6: 16
KruisverwijzingenJeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 13:12→1 Johannes 4:4→2 Kronieken 20:20→2 Timotheüs 4:17→2 Kronieken 20:15→Deuteronomium 20:4→— Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.
Met hem is een vleselijke arm 1), de grote menigte van zijn leger, waarop hij zich verlaat (Jer.17: 5), maar met ons is de Heere, onze God, om ons te helpen en om onze strijd te strijden. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, de koning van Juda 2), dat hem de zege niet zou ontgaan.
Het van vs. 2 af verhaalde valt in de eerste tijd van de Assyrische inval in het land, en Hizkia’s opwekkende rede (vs. 6 vv.) berust gedeeltelijk insgelijks nog op de vleselijke arm; toen Sanherib met snelheid voortrukte, en de ene stad na de andere innam, werd de koning zelf versaagd, liet door gezanten bij Sanherib om vrede vragen, en bracht deze ook de grote schatting van 300 talenten zilver en 30 talenten goud (2 Koningen .18: 13 vv.). Toen Sanherib het geld ontvangen had, brak hij echter de overeenkomst, en eiste hij onvoorwaardelijke overgave van de stad: dit is het tijdstip, van waar ons bericht in het volgende vers het verhaal voortzet.
Deze mededelingen zijn niet in tegenspraak met de berichten in 2 Koningen .18: 14-16 dat Hizkia met de Assyrische koning Sanherib, als deze de vaste steden van het land, tot Lachis toe, had ingenomen, begon te onderhandelen, hem cijns te betalen beloofde en de gevorderde sommen werkelijk betaalde, waartoe hij het goud van de Tempeldeuren afsneed. Deze onderhandelingen zijn niet slechts in ons verhaal, maar ook Jes.36 weggelaten, omdat zij op het verder verloop en de beslissing van de oorlog geen invloed hadden, omdat Sanherib zich door de betaling van de gevorderde sommen niet tot de aftocht liet bewegen, maar meteen na het ontvangen ervan een legerafdeling vanuit Lachis naar Jeruzalem zond, om de stad op te eisen. De bevestiging van Jeruzalem, die hier bericht wordt, is wat haar begin betreft, aan die handeling voorafgegaan en gedurende deze voortgezet.
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:17→Jozua 10:31→Jozua 12:11→Jesaja 36:2→Jozua 15:39→Micha 1:13→Jesaja 37:8→— Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:
Hierna zond Sanherib, de koning van Assyrië, zijn knechten, de veldheer Tharthan, benevens zijn minister van financiën Rabsaris en zijn hoofdschenker Rabsake met een grote legermacht naar Jeruzalem (maar hij zelf was voor Lachis en zijn heerschappij zijn rijksmacht met hem) tot Jehizkia, de koning van Juda en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende, van de oppersten vijver aan Jeruzalem’s westzijde, waar Hizkia drie van zijn voornaamste beambten die afgezanten tegemoet gezonden had, de volgende woorden, die de spreker Rabsake met slimme berekening hoofdzakelijk uitsprak, om op het volk, dat op de stadsmuur stond, invloed uit te oefenen:
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:19→Jesaja 36:4→— Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?
Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrië 1): Waarop vertrouwt u, dat u te Jeruzalem blijft in de vesting?
Van de rede van Rabsake is slechts een korte inhoud, maar dan ook het meest kenschetsende teruggeven.
Kruisverwijzingen2 Koningen 19:10→Psalmen 42:10→2 Kronieken 32:15→Psalmen 11:1→Psalmen 71:11→Psalmen 22:8→2 Koningen 18:27→Jesaja 36:18→— Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?
Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeeft, om door honger en door dorst te sterven zeggende: De Heere, onze God, zal ons uit de hand van de koning van Assyrië redden?
Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:1→1 Koningen 7:48→Deuteronomium 12:26→2 Koningen 18:4→Jesaja 36:7→2 Koningen 18:22→Deuteronomium 12:13→2 Kronieken 4:1→— Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?
Heeft niet deze Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult u zich neerbuigen en daarop roken?
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:33→Jeremia 10:11→Jesaja 37:18→Handelingen 19:26→2 Koningen 17:5→2 Koningen 15:29→Jeremia 10:16→Jesaja 10:9→— Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?
Ook schreef hij, zoals dit alles in 2 Koningen 18 en 19 en Jes. 36 en 37 uitvoeriger te lezen is, brieven, om de Heere, de God van Israël, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: zoals de goden van de natiën van de landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, zo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.
KruisverwijzingenJesaja 10:11→Exodus 14:3→Exodus 15:9→Jesaja 42:8→— Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?
En zij, Sanheribs gezanten (vs. 9),riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op de muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.
KruisverwijzingenDaniël 3:15→Exodus 5:2→Jesaja 36:18→2 Kronieken 32:11→2 Koningen 19:10→2 Koningen 18:29→Handelingen 19:26→Johannes 19:10→— Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?
En spraken van de God van Jeruzalem als van de goden van de volken van de aarde, een werk van mensenhanden 1).
Met deze woorden, wil de heilige Schrijver zeggen, sprak Rabsake zijn eigen vonnis uit. Daardoor zou hij het ervaren, dat de Heere God voor Zijn eigen eer niet alleen zou waken, maar die ook krachtig handhaven.
KruisverwijzingenPsalmen 50:15→2 Koningen 19:14→Psalmen 91:14→Jesaja 37:14→Jesaja 37:1→2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 14:11→2 Koningen 19:2→— Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.
Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, baden daarentegen, en zij riepen naar de hemel.
KruisverwijzingenJesaja 42:8→Job 9:4→Jesaja 10:8→2 Koningen 19:20→2 Koningen 19:35→Daniël 3:28→Jesaja 33:10→Psalmen 76:5→— En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.
En de Heere zond, in de nacht, die volgde op de dag, waarin het vs. 17 vv. verhaalde voorviel, en Sanherib met zijn legermacht reeds tegen Jeruzalem oprukte, een Engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger van de koning van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en toen hij, omstreek 15 jaar later, in het huis van zijn god ingegaan was, velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren, zijn zonen Adramelech en Sarezer.
KruisverwijzingenJesaja 10:24→2 Thessalonicenzen 3:5→Psalmen 18:48→Psalmen 73:24→Jesaja 31:4→Jesaja 58:11→Psalmen 71:20→Johannes 16:13→— Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.
Alzo verloste de Heere Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, de koning van Assyrië, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen. Zoals een herder zijn schapen voor de wolven bewaart en beschermt, zodat zij zonder vrees kunnen weiden, zo konden de inwoners van Jeruzalem in veiligheid in- en uittrekken.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 17:5→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 9:24→Ezra 7:27→Mattheüs 2:11→1 Koningen 10:10→1 Koningen 4:21→1 Koningen 10:25→— En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.
En velen 1) uit de naburige volkeren brachten geschenken tot de Heere te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, de koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd, en hij niet slechts in groot aanzien bij hen stond, maar zij ook bevreesd waren om tegen hem te oorlogen.
Velen. Deze zijn ongetwijfeld de naburige volken, die nu ook van de macht van Assyrië waren bevrijd en in Hizkia de God van Israël hun hulde brachten, in elk geval Hizkia eerden, zoals zij vroeger David en Salomo hadden geëerd.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 24:18→2 Kronieken 32:31→2 Koningen 14:10→Deuteronomium 8:12→2 Kronieken 19:2→1 Kronieken 21:12→2 Samuël 24:10→— Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.
Maar Jehizkia deed geen vergelding naar de weldaad, aan hem geschied, omdat zijn hart verheven werd; niettegenstaande hij in zijn gebed de Heere had beloofd in alle ootmoed voor Hem te wandelen (Jes.38: 15); hoe het echter met deze zelfverheffing gesteld was, daarover leest men 2 Koningen .20: 12 vv. en Jes.39: 1 vv.; daarom kwam over hem en over Juda en Jeruzalem een grote toorn, want hij werd met een zwaar gericht bedreigd, dat zijn volk en zijn kinderen treffen zou (Jes.38: 5).
KruisverwijzingenJeremia 26:18→Jakobus 4:10→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 34:27→1 Koningen 21:29→Leviticus 26:40→2 Kronieken 33:23→2 Koningen 20:16→— Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.
Maar Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing van zijn hart, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toorn van de Heere over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia. (Jes.38: 8).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 27:25→2 Kronieken 9:27→Spreuken 10:22→2 Kronieken 1:12→2 Kronieken 17:5→— Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkamers voor zilver, en voor goud, en voor kostelijke gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
Kruisverwijzingen2 Samuël 7:8→1 Koningen 4:26→2 Kronieken 26:10→— Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.
Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden 1).
Hier wordt van de rijkdom van Hizkia gewag gemaakt, zoals vroeger van die van David, Salomo en Josafat. Alles wat tot het meer private leven van Hizkia betrekking heeft, wordt hier in het kort aangegeven, omdat voor de gewijde Schrijver de hoge betekenis van Hizkia ligt in zijn herstelling van de eredienst, naar de wet. Hij verzwijgt evenmin echter zijn zonde als zijn berouw, maar wijst er op, hoe de Heere in zijn kinderen bezoekt of bedreigt de zonde, maar ook hoe op oprecht berouw de Heere komt met Zijn vergevende liefde en genade.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:12→Spreuken 10:22→Genesis 13:2→Deuteronomium 8:18→2 Kronieken 26:10→2 Kronieken 25:9→Job 1:3→Job 1:9→— Daartoe had hij zich steden gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.
Daartoe had hij zich steden 1) gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.
Onder steden hebben wij hier te verstaan, wachttorens ter bescherming van de herders en het vee.
Kruisverwijzingen1 Koningen 1:33→1 Koningen 1:38→2 Koningen 20:20→Jozua 1:7→2 Kronieken 32:4→Psalmen 1:1→Jesaja 22:9→1 Koningen 1:45→— Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
Deze Jehizkia stopte ook de opperuitgang van de wateren van Gihon, en leidde ze recht af, beneden naar het westen van de stad van David (vs. 3); want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:2→Genesis 22:1→2 Kronieken 32:24→Deuteronomium 8:16→Job 1:11→Psalmen 27:9→2 Koningen 20:8→Psalmen 139:1→— Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.
Maar is het alzo, als de gezanten van de vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, waarvan wij boven bij vs. 25 niets naders mededeelden, omdat wij het als bekend veronderstellen mochten, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was; dit is het enige treurige punt in zijn overigens gelukkige en goede regering.
KruisverwijzingenJesaja 36:1→2 Koningen 18:1→2 Kronieken 31:20→— Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.
Het overige nu van de geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, bewezen aan het huis van de Heere en aan Zijn volk, zie, die zijn geschreven in het gezicht van de profeet Jesaja, de zoon van Amos, en in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29:
.
KruisverwijzingenSpreuken 10:7→1 Koningen 11:43→Deuteronomium 34:8→1 Samuël 25:1→2 Kronieken 16:14→Genesis 50:10→2 Kronieken 33:1→Numeri 20:29→— En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.
En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de hoogste 1) van de graven van de zonen van David aan de weg, die tot genoemde begraafplaats voerde; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood, door bij zijn begrafenis veel specerijen te verbranden; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats (Hoofdstuk 16: 14; 21: 19).
In het hoogste dat wil zeggen op een hogere plaats. De graven van de koningen waren vol, zodat nu voor hem en zijn opvolgers nieuwe graven op een hoger gelegen plaats werden aangelegd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 32
2 Kronieken 32:8.KruisverwijzingenJeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 13:12→1 Johannes 4:4→2 Kronieken 20:20→2 Timotheüs 4:17→2 Kronieken 20:15→Deuteronomium 20:4→
— Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.
Met een klank van triomf in zijn stem zei Hizkia hun dat er bij Sanherib niets was dan een arm van vlees. Al was het een machtige arm, met hen was de almacht van God, en daarom hadden zij meer met hen dan de Assyriërs. De vroegere heerlijkheid van zijn regering en de klaarblijkelijke diepte van zijn eigen geloof gaven gewicht aan zijn woorden, en het volk geloofde zijn getuigenis. In zo een tijd van grote moeilijkheid — wanneer mensen licht geneigd zijn tot muiten, hun leiders te bekritiseren en in groepen en partijen uiteen te vallen — hielden zij toch vast aan hun koning en troostten zij zich met de verzekering van hulp in God die hij hun gegeven had. Zij waren niet verslagen om de inval, en zij verloren de moed voor hun zaak niet. Zij waren zich natuurlijk bewust van hun grote gevaar, maar zij hadden vrede gevonden, zelfs in hun uiterste nood, door de bemoedigende taal van hun koning aan zichzelf en aan elkaar te herhalen.
Mensen stellen groot vertrouwen in de woorden van iemand wiens leven met zijn leer overeenstemt. Kunnen zij iets tegenstrijdigs in zijn karakter bespeuren, dan is de kracht van die mens uit. Maar is iemand klaarblijkelijk weggevoerd door de ene gedachte om goed te zijn en goed te doen — en verteerd door het voornemen God te verheerlijken — dan hebben zijn woorden kracht. Het is niet wat er gezegd wordt, maar wie het zegt dat de indruk maakt. Het is het leven achter de woorden, het heilige vertrouwen in God dat er dagelijks te zien is, de rustige wandel met God die ieder in zijn gezicht kan lezen, dat voor een nadenkend mens zijn zwakste woord krachtiger maakt dan de felste woordenvloed van een enkel redenaar. Wie ons met zijn woorden rust wil geven, moet een goed mens zijn. Hizkia was, naar alles wat wij van hem lezen, klaarblijkelijk zo iemand. Wanneer grootheid en goedheid samengaan, zoals bij hem, dan zal er zeker een wijde invloed uitgeoefend worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-23.KruisverwijzingenJeremia 17:5→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 25:23→2 Koningen 6:16→2 Kronieken 13:12→2 Kronieken 32:30→1 Koningen 9:24→2 Kronieken 30:22→
— Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren. Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem; Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem. Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden? Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte. En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende: Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem. Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda. Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem,, doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende: Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?
Schetsgewijze, zoals overal waar de Boeken der Koningen de gang van een gebeurtenis reeds uitvoerig voorgesteld hebben, wordt nu de inval van de Assyrische koning in het land van Juda bericht. Aanvankelijk is Hizkia vol moed en troost, en neemt hij alle maatregelen tot verdediging van zijn hoofdstad, maar als daarop het vijandelijk leger de een stad na de andere hem ontkomen heeft, en hij Sanberibs aftocht ook met zware offers niet heeft kunnen kopen, maar deze veeleer overgang op genade of om genade eist, onder bespotting van de God van Israël, dan zoekt hij zijn kracht in het gebed voor het aangezicht van de Heere. En daarop ondervindt hij ook, naar Gods belofte, zo’n spoedige en krachtige hulp door de Engel, die in de eerstvolgende nacht een groot verderf in het Assyrische leger aanricht, dat hij niet slechts van zijn benauwer zonder enige moeite bevrijd wordt, maar ook in eer en achting staat bij alle naburige volken (Vergelijk 2 Koningen .18: 13-19: 37).
Na deze geschiedenissen, de in de drie vorige hoofdstukken medegedeelde zaken, die Hizkia tot aan het 14de jaar van zijn regering ter hand nam, en haar bevestiging 1), kwam Sanherib, de koning van Assyrië (2Ki 15: 20), en toog, toen hij in het jaar 713 voor Christus de tegen Egypte gerichte veroveringsplannen van zijn voorgangers weer opnam, in Juda, om eerst dit land wegens zijn afval van hem te tuchtigen en geheel aan zich te onderwerpen (2Ki 18: 13) en legerde zich tegen de vaste steden (vgl. (Hoofdstuk 11: 5 vv. met Jes.10: 28 vv.) en dacht ze tot zich af te scheuren, wat hem dan ook tot aan de steden Lachis en Libna gelukte.
Het eerste nieuws, dat men hoort, na de blijde viering van een Godvruchtig Pascha, bestond daarin, dat een vijandelijk leger het land introk en schrik, verwarring en verwoesting alom aanbracht, waar het kwam, en al de overige gewesten met gelijke ramp bedreigde. Dus blijkt het, dat men zich plichtmatig voor God gedragen kan en toch met gevaren en wederwaardigheden bezocht worden, die God ons toezendt, om ons te beproeven, of wij ook wel gegrond zijn in ons vertrouwen op Hem, als ook om te tonen, hoe getrouwe zorg Hij zelf ten opzichte van de vromen draagt.
Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, om met zijn legerscharen in zijn land te vallen, en zijn aangezicht was tot de strijd tegen Jeruzalem, om die stad te veroveren;
Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, door overdekking en afleiding en onderaardse kanalen het water van de bronnen te verbergen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem, terwijl zij om de vereiste arbeidskrachten te krijgen een oproep tot het volk richtten.
Want veel volk werd ten gevolge van deze oproep vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek Gihon (1Ki 1: 33), die door het midden van het land, waar Jeruzalem lag, heen vloeide, zeggende, als doel van hun werk (vgl. vs. 30): waarom zouden de koningen van Assyrië, Sanheribs krijgsscharen, komen en veel waters vinden?
Zo versterkte hij, Hizkia, door de toespraak van de profeten Jesaja (Jes.10: 24 vv.) in het geloof gesterkt, zich, en bouwde de hele muur om Jeruzalem op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, ter betere verdediging van de stad met een andere muur daarbuiten, om de noordwestelijk van de Zion gelegen heuvel Akra, en hij versterkte Millo, de hoofdbastion van de burcht in de stad van David; en hij maakte, tot behoorlijke uitrusting van zijn krijgslieden, geweer (liever “wapentuig) en schilden in menigte (1Ch 28: 14” en zie “1Ch 28: 15).
En hij stelde de nodige krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen, het leger tot zich in de straat van de stadspoort, op de marktplaats, waarschijnlijk aan de Westpoort (Hoofdstuk 20: 20) en sprak naar hun hart, sprak opwekkende woorden (Hoofdstuk 30: 22), zeggende: Bij de Oosterse steden ligt de marktplaats niet midden in de stad, maar vormt zij een vrije ruimte aan of vóór de poort. (Hoofdstuk 18: 9 Nehemia 8: 1,16).
Wees sterk en heb een goede moed, vrees niet en ontzet u niet voor het aangezicht van de koning van Assyrië, noch voor het aangezicht van de ganse menigte, die met hem is; want (Hoofdstuk 29: 34) met ons is er meer dan a) met hem.
2 Koningen .6: 16
Met hem is een vleselijke arm 1), de grote menigte van zijn leger, waarop hij zich verlaat (Jer.17: 5), maar met ons is de Heere, onze God, om ons te helpen en om onze strijd te strijden. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, de koning van Juda 2), dat hem de zege niet zou ontgaan.
Het van vs. 2 af verhaalde valt in de eerste tijd van de Assyrische inval in het land, en Hizkia’s opwekkende rede (vs. 6 vv.) berust gedeeltelijk insgelijks nog op de vleselijke arm; toen Sanherib met snelheid voortrukte, en de ene stad na de andere innam, werd de koning zelf versaagd, liet door gezanten bij Sanherib om vrede vragen, en bracht deze ook de grote schatting van 300 talenten zilver en 30 talenten goud (2 Koningen .18: 13 vv.). Toen Sanherib het geld ontvangen had, brak hij echter de overeenkomst, en eiste hij onvoorwaardelijke overgave van de stad: dit is het tijdstip, van waar ons bericht in het volgende vers het verhaal voortzet.
Deze mededelingen zijn niet in tegenspraak met de berichten in 2 Koningen .18: 14-16 dat Hizkia met de Assyrische koning Sanherib, als deze de vaste steden van het land, tot Lachis toe, had ingenomen, begon te onderhandelen, hem cijns te betalen beloofde en de gevorderde sommen werkelijk betaalde, waartoe hij het goud van de Tempeldeuren afsneed. Deze onderhandelingen zijn niet slechts in ons verhaal, maar ook Jes.36 weggelaten, omdat zij op het verder verloop en de beslissing van de oorlog geen invloed hadden, omdat Sanherib zich door de betaling van de gevorderde sommen niet tot de aftocht liet bewegen, maar meteen na het ontvangen ervan een legerafdeling vanuit Lachis naar Jeruzalem zond, om de stad op te eisen. De bevestiging van Jeruzalem, die hier bericht wordt, is wat haar begin betreft, aan die handeling voorafgegaan en gedurende deze voortgezet.
Hierna zond Sanherib, de koning van Assyrië, zijn knechten, de veldheer Tharthan, benevens zijn minister van financiën Rabsaris en zijn hoofdschenker Rabsake met een grote legermacht naar Jeruzalem (maar hij zelf was voor Lachis en zijn heerschappij zijn rijksmacht met hem) tot Jehizkia, de koning van Juda en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende, van de oppersten vijver aan Jeruzalem’s westzijde, waar Hizkia drie van zijn voornaamste beambten die afgezanten tegemoet gezonden had, de volgende woorden, die de spreker Rabsake met slimme berekening hoofdzakelijk uitsprak, om op het volk, dat op de stadsmuur stond, invloed uit te oefenen:
Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrië 1): Waarop vertrouwt u, dat u te Jeruzalem blijft in de vesting?
Van de rede van Rabsake is slechts een korte inhoud, maar dan ook het meest kenschetsende teruggeven.
Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeeft, om door honger en door dorst te sterven zeggende: De Heere, onze God, zal ons uit de hand van de koning van Assyrië redden?
Heeft niet deze Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult u zich neerbuigen en daarop roken?
Ook schreef hij, zoals dit alles in 2 Koningen 18 en 19 en Jes. 36 en 37 uitvoeriger te lezen is, brieven, om de Heere, de God van Israël, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: zoals de goden van de natiën van de landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, zo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.
En zij, Sanheribs gezanten (vs. 9),riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op de muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.
En spraken van de God van Jeruzalem als van de goden van de volken van de aarde, een werk van mensenhanden 1).
Met deze woorden, wil de heilige Schrijver zeggen, sprak Rabsake zijn eigen vonnis uit. Daardoor zou hij het ervaren, dat de Heere God voor Zijn eigen eer niet alleen zou waken, maar die ook krachtig handhaven.
Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, baden daarentegen, en zij riepen naar de hemel.
En de Heere zond, in de nacht, die volgde op de dag, waarin het vs. 17 vv. verhaalde voorviel, en Sanherib met zijn legermacht reeds tegen Jeruzalem oprukte, een Engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger van de koning van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en toen hij, omstreek 15 jaar later, in het huis van zijn god ingegaan was, velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren, zijn zonen Adramelech en Sarezer.
Alzo verloste de Heere Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, de koning van Assyrië, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen. Zoals een herder zijn schapen voor de wolven bewaart en beschermt, zodat zij zonder vrees kunnen weiden, zo konden de inwoners van Jeruzalem in veiligheid in- en uittrekken.
En velen 1) uit de naburige volkeren brachten geschenken tot de Heere te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, de koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd, en hij niet slechts in groot aanzien bij hen stond, maar zij ook bevreesd waren om tegen hem te oorlogen.
Velen. Deze zijn ongetwijfeld de naburige volken, die nu ook van de macht van Assyrië waren bevrijd en in Hizkia de God van Israël hun hulde brachten, in elk geval Hizkia eerden, zoals zij vroeger David en Salomo hadden geëerd.
Maar Jehizkia deed geen vergelding naar de weldaad, aan hem geschied, omdat zijn hart verheven werd; niettegenstaande hij in zijn gebed de Heere had beloofd in alle ootmoed voor Hem te wandelen (Jes.38: 15); hoe het echter met deze zelfverheffing gesteld was, daarover leest men 2 Koningen .20: 12 vv. en Jes.39: 1 vv.; daarom kwam over hem en over Juda en Jeruzalem een grote toorn, want hij werd met een zwaar gericht bedreigd, dat zijn volk en zijn kinderen treffen zou (Jes.38: 5).
Maar Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing van zijn hart, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toorn van de Heere over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia. (Jes.38: 8).
Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkamers voor zilver, en voor goud, en voor kostelijke gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;
Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden 1).
Hier wordt van de rijkdom van Hizkia gewag gemaakt, zoals vroeger van die van David, Salomo en Josafat. Alles wat tot het meer private leven van Hizkia betrekking heeft, wordt hier in het kort aangegeven, omdat voor de gewijde Schrijver de hoge betekenis van Hizkia ligt in zijn herstelling van de eredienst, naar de wet. Hij verzwijgt evenmin echter zijn zonde als zijn berouw, maar wijst er op, hoe de Heere in zijn kinderen bezoekt of bedreigt de zonde, maar ook hoe op oprecht berouw de Heere komt met Zijn vergevende liefde en genade.
Daartoe had hij zich steden 1) gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.
Onder steden hebben wij hier te verstaan, wachttorens ter bescherming van de herders en het vee.
Deze Jehizkia stopte ook de opperuitgang van de wateren van Gihon, en leidde ze recht af, beneden naar het westen van de stad van David (vs. 3); want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.
Maar is het alzo, als de gezanten van de vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, waarvan wij boven bij vs. 25 niets naders mededeelden, omdat wij het als bekend veronderstellen mochten, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was; dit is het enige treurige punt in zijn overigens gelukkige en goede regering.
Het overige nu van de geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, bewezen aan het huis van de Heere en aan Zijn volk, zie, die zijn geschreven in het gezicht van de profeet Jesaja, de zoon van Amos, en in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29:
.
En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de hoogste 1) van de graven van de zonen van David aan de weg, die tot genoemde begraafplaats voerde; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood, door bij zijn begrafenis veel specerijen te verbranden; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats (Hoofdstuk 16: 14; 21: 19).
In het hoogste dat wil zeggen op een hogere plaats. De graven van de koningen waren vol, zodat nu voor hem en zijn opvolgers nieuwe graven op een hoger gelegen plaats werden aangelegd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel