Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1JehizkiaH3169 werd koningH4427, vijfH2568 en twintigH6242jarenH8141oudH1121 zijnde, en regeerdeH4427negenH8672 en twintigH6242jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was AbiaH29, een dochterH1323 van ZachariaH2148.Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
KJVHezekiahbegan to reign2when he was five5and twenty4years6old,3and he reigned10nine8and twenty7years9in Jerusalem.11And his mother's13name12was Abijah,14the daughter15of Zechariah.16
1יְחִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)2מָלַ֗ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)5וְחָמֵשׁ֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)6שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7וְעֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8וָתֵ֨שַׁע֙H8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14אֲבִיָּ֖הH29Abia, AbijaAbiah, Abijah15בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16זְכַרְיָֽהוּH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar allesH3605, watH834 zijn vaderH1DavidH1732gedaanH6213 had.En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.
KJVAnd he did1that which was right2in the sight3of the LORD,4according to all that David8his father9had done.7
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַיָּשָׁ֖רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid9אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Dezelve deed in het eersteH7223jaarH8141 zijner regeringH4427, in de eersteH7223maandH2320, de deurenH1817 van het huisH1004 des HEERENH3068openH6605, en beterdeH2388 ze.Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.
KJVHe in the first3year2of his reign,4in the first6month,5opened7the doors9of the house10of the LORD,11and repaired12them.
1ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2בַשָּׁנָה֩H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3הָרִאשׁוֹנָ֨הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past4לְמָלְכ֜וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely5בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6הָרִאשׁ֗וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7פָּתַ֛חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9דַּלְת֥וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)10בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַֽיְחַזְּקֵֽםH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
4En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij brachtH935 de priesterenH3548 en de LevietenH3881 in, en hij verzameldeH622 ze in de OoststraatH4217.En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.
KJVAnd he brought in1the priests3and the Levites,5and gathered them together6into the east8street,7
1וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6וַיַּֽאַסְפֵ֖םH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7לִרְח֥וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)8הַמִּזְרָֽחH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
5En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij zeideH559 tot hen: HoortH8085 mij, o LevietenH3881; heiligtH6942nuH6258 uzelven, en heiligtH6942 het huisH1004 des HEERENH3068, des GodsH430 uwer vaderenH1, en brengtH3318 de onreinigheidH5079 uit vanH4480 het heiligdomH6944.En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.
KJVAnd said1unto them, Hear3me, ye Levites,4sanctify6now yourselves, and sanctify7the house9of the LORD10God11of your fathers,12and carry forth13the filthiness15out of the holy17place.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֖ם3שְׁמָע֣וּנִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5עַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas6הִֽתְקַדְּשׁ֗וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly7וְקַדְּשׁוּ֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֲבֹתֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וְהוֹצִ֥יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַנִּדָּ֖הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)16מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with17הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
6Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Want onze vadersH1 hebben overtredenH4603, en gedaanH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, onzes GodsH430, en hebben Hem verlatenH5800, en zij hebben hun aangezichtenH6440 van den tabernakelH4908 des HEERENH3068omgewendH5437, en hebben den nekH6203toegekeerdH5414.Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.
KJVFor our fathers3have trespassed,2and done4that which was evil5in the eyes6of the LORD7our God,8and have forsaken9him, and have turned away10their faces11from the habitation12of the LORD,13and turned14their backs.15
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מָעֲל֣וּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)3אֲבֹתֵ֗ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וְעָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5הָרַ֛עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9וַיַּֽעַזְבֻ֑הוּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely10וַיַּסֵּ֧בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)11פְנֵיהֶ֛םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12מִמִּשְׁכַּ֥ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15עֹֽרֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)
7Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7OokH1571 hebben zij de deurenH1817 van het voorhuisH197toegeslotenH5462, en de lampenH5216uitgeblustH3518 en het reukwerkH7004nietH3808gerooktH6999; en het brandofferH5930 hebben zij in het heiligdomH6944 aan de GodH430IsraelsH3478nietH3808geofferdH5927.Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.
KJVAlso they have shut up2the doors3of the porch,4and put out5the lamps,7and have not burned10incense8nor offered13burnt offerings11in the holy14place unto the God15of Israel.16
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2סָֽגְר֞וּH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly3דַּלְת֣וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)4הָאוּלָ֗םH197voorhuis, voorhuizenporch5וַיְכַבּוּ֙H3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַנֵּר֔וֹתH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light8וּקְטֹ֖רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הִקְטִ֑ירוּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)11וְעֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הֶעֱל֣וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work14בַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15לֵאלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daarom is een grote toornH7110 des HEERENH3068overH5921JudaH3063 en JeruzalemH3389 geweest; en Hij heeft hen overgegevenH5414 ter beroeringH2189, ter verwoestingH8047 en ter aanfluitingH8322, gelijk als gijH859zietH7200 met uw ogenH5869.Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.
KJVWherefore the wrath2of the LORD3was upon Judah5and Jerusalem,6and he hath delivered7them to trouble,8to astonishment,9and to hissing,10as ye see13with your eyes.14
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2קֶ֣צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah6וִירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וַיִּתְּנֵ֤םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לְזַֽעֲוָה֙H2189beroering, beroerd[idiom] removed, trouble9לְשַׁמָּ֣הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing10וְלִשְׁרֵקָ֔הH8322aanfluitinghissing11כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13רֹאִ֖יםH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14בְּעֵינֵיכֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
9Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Want zietH2009, onze vadersH1 zijn door het zwaardH2719gevallenH5307; daartoe onze zonenH1121, en onze dochterenH1323, en onze vrouwenH802 zijn daarom in gevangenisH7628 geweest.Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
KJVFor, lo, our fathers3have fallen2by the sword,4and our sons5and our daughters6and our wives7are in captivity8for this.
1וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2נָפְל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down3אֲבוֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4בֶּחָ֑רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool5וּבָנֵ֨ינוּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וּבְנוֹתֵ֧ינוּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7וְנָשֵׁ֛ינוּH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8בַּשְּׁבִ֖יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10זֹֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
10Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10NuH6258 is het in mijn hartH3824 een verbondH1285 te maken metH5973 den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, opdat de hitteH2740 Zijns toornsH639vanH4480 ons afkereH7725.Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
KJVNow it is in mine heart3to make4a covenant5with the LORD6God7of Israel,8that his fierce11wrath12may turn away9from us.
1עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3לְבָבִ֔יH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding4לִכְר֣וֹתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5בְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league6לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְיָשֹׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)12אַפּֽוֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
11Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Mijn zonenH1121, weest nuH6258nietH408traagH7952; want de HEEREH3068 heeft u verkorenH977, dat gij voor Zijn aangezichtH6440staanH5975 zoudt, om Hem te dienenH8334; en opdat gij Hem dienaarsH8334 en wierokersH6999 zoudt wezen.Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
KJVMy sons,1be not now negligent:4for the LORD8hath chosen7you to stand9before10him, to serve11him, and that ye should minister14unto him, and burn incense.15
1בָּנַ֕יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תִּשָּׁל֑וּH7952Bedrieg, traagdeceive, be negligent5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6בָכֶ֞ם7בָּחַ֣רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לַעֲמֹ֤דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10לְפָנָיו֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11לְשָׁ֣רְת֔וֹH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on12וְלִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13ל֖וֹ14מְשָׁרְתִ֥יםH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on15וּמַקְטִרִֽיםH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)
12Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen maaktenH6965 zich de LevietenH3881 op, MahathH4287, de zoonH1121 van AmasaiH6022, en JoelH3100, de zoonH1121 van AzarjaH5838, vanH4480 de kinderenH1121 der KahathietenH6956; en vanH4480 de kinderenH1121 van MerariH4847, KisH7027, de zoonH1121 van AbdiH5660, en AzarjaH5838, de zoonH1121 van JehaleelH3094; en vanH4480 de GersonietenH1649, JoahH3098, de zoonH1121 van ZimmaH2155, en EdenH5731, de zoonH1121 van JoahH3098;Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;
KJVThen the Levites2arose,1Mahath3the son4of Amasai,5and Joel6the son7of Azariah,8of the sons10of the Kohathites:11and of the sons13of Merari,14Kish15the son16of Abdi,17and Azariah18the son19of Jehalelel:20and of the Gershonites;22Joah23the son24of Zimmah,25and Eden26the son27of Joah:28
1וַיָּקֻ֣מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הַ֠לְוִיִּםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3מַ֣חַתH4287MahathMahath4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֲמָשַׂ֞יH6022Amasai, AmasiaAmasai6וְיוֹאֵ֣לH3100JoelJoel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עֲזַרְיָהוּ֮H5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11הַקְּהָתִי֒H6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites12וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14מְרָרִ֔יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)15קִ֚ישׁH7027Kis, broedersKish16בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַבְדִּ֔יH5660AbdiAbdi18וַעֲזַרְיָ֖הוּH5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah19בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יְהַלֶּלְאֵ֑לH3094Jehaleel, JehalelelJehalellel, Jehalelel21וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with22הַגֵּ֣רְשֻׁנִּ֔יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon23יוֹאָח֙H3098Joah, JohaJoah24בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth25זִמָּ֔הH2155ZimmaZimmah26וְעֵ֖דֶןH5731EdenEden27בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth28יוֹאָֽחH3098Joah, JohaJoah
13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En van de kinderenH1121 van ElizafanH469, SimriH8113 en JeielH3273; en vanH4480 de kinderenH1121 van AsafH623, ZecharjaH2148 en MattanjaH4983;En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;
KJVAnd of the sons2of Elizaphan;3Shimri,4and Jeiel:5and of the sons7of Asaph;8Zechariah,9and Mattaniah:10
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אֱלִ֣יצָפָ֔ןH469Elizafan, Elzafan, ElisafanElizaphan, Elzaphan4שִׁמְרִ֖יH8113SimriShimri5וִיעִיאֵ֑לH3273Jeiel, JehielJeiel, Jehiel. Compare H3262 (יְעוּאֵל)6וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אָסָ֔ףH623Asaf, AsafsAsaph9זְכַרְיָ֖הוּH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah10וּמַתַּנְיָֽהוּH4983Mattanja, MatthanjaMattaniah
14En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En van de kinderenH1121 van HemanH1968, JehielH3171 en SimeiH8096; en vanH4480 de kinderenH1121 van JeduthunH3038, SemajaH8098 en UzzielH5816.En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.
KJVAnd of the sons2of Heman;3Jehiel,4and Shimei:5and of the sons7of Jeduthun;8Shemaiah,9and Uzziel.10
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הֵימָ֖ןH1968HemanHeman4יְחִיאֵ֣לH3171JehielJehiel5וְשִׁמְעִ֑יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi6וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יְדוּת֔וּןH3038JeduthunJeduthun9שְׁמַֽעְיָ֖הH8098SemajaShemaiah10וְעֻזִּיאֵֽלH5816UzzielUzziel
15En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zij verzameldenH622 hun broederenH251, en heiligdenH6942 zich, en kwamenH935, naar het gebodH4687 des koningsH4428, door de woordenH1697 des HEERENH3068, om het huisH1004 des HEERENH3068 te reinigenH2891.En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.
KJVAnd they gathered1their brethren,3and sanctified4themselves, and came,5according to the commandment6of the king,7by the words8of the LORD,9to cleanse10the house11of the LORD.12
1וַיַּֽאַסְפ֤וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲחֵיהֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וַיִּֽתְקַדְּשׁ֔וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly5וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6כְמִצְוַתH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8בְּדִבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לְטַהֵ֖רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)11בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
16Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar de priesterenH3548gingenH935 binnen in het huisH1004 des HEERENH3068, om dat te reinigenH2891, en zij brachtenH3318 uit in het voorhofH2691 van het huisH1004 des HEERENH3068alH3605 de onreinigheidH2932, dieH834 zij in den tempelH1964 des HEERENH3068vondenH4672; en de LevietenH3881namenH6901 ze op, om naar buitenH2351 uit te brengenH3318, in de beekH5158KidronH6939.Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.
KJVAnd the priests2went1into the inner part3of the house4of the LORD,5to cleanse6it, and brought out7all the uncleanness10that they found12in the temple13of the LORD14into the court15of the house16of the LORD.17And the Levites19took18it, to carry it out20abroad23into the brook21Kidron.22
1וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַ֠כֹּהֲנִיםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3לִפְנִ֣ימָהH6441inwaarts, inwendig(with-) in(-ner part, -ward)4בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לְטַהֵר֒H2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)7וַיּוֹצִ֗יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַטֻּמְאָה֙H2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12מָֽצְאוּ֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on13בְּהֵיכַ֣לH1964tempel, tempels, paleispalace, temple14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לַחֲצַ֖רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village16בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וַֽיְקַבְּלוּ֙H6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take19הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite20לְהוֹצִ֥יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21לְנַֽחַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley22קִדְר֖וֹןH6939KidronKidron23חֽוּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
17Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zij begonnenH2490 nu te heiligenH6942 op den eerstenH259 der eersteH7223maandH2320, en op den achtstenH8083dagH3117 der maandH2320kwamenH935 zij in het voorhuisH197 des HEERENH3068, en heiligdenH6942 het huisH1004 des HEERENH3068 in achtH8083dagenH3117; en op den zestiendenH8337 dag der eersteH7223maandH2320 maakten zij een eindeH3615.Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.
KJVNow they began1on the first2day of the first4month3to sanctify,5and on the eighth7day6of the month8came9they to the porch10of the LORD:11so they sanctified12the house14of the LORD15in eight17days;16and in the sixteenth19day of the first22month21they made an end.23
1וַ֠יָּחֵלּוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound2בְּאֶחָ֞דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הָרִאשׁוֹן֮H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5לְקַדֵּשׁ֒H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly6וּבְי֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7שְׁמוֹנָ֣הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth8לַחֹ֗דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9בָּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10לְאוּלָ֣םH197voorhuis, voorhuizenporch11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַיְקַדְּשׁ֥וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לְיָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17שְׁמוֹנָ֑הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth18וּבְי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19שִׁשָּׁ֥הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth20עָשָׂ֛רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)21לַחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon22הָרִאשׁ֖וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past23כִּלּֽוּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
18Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna kwamenH935 zij binnen totH413 den koningH4428HizkiaH2396, en zeidenH559: Wij hebben het geheleH3605huisH1004 des HEERENH3068gereinigdH2891, mitsgaders het brandofferaltaarH4196 met alH3605 zijn gereedschapH3627, en de tafelH7979 der toerichtingH4635 met alH3605 haar gereedschapH3627.Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.
KJVThen they went1in2to Hezekiah4the king,5and said,6We have cleansed7all the house10of the LORD,11and the altar13of burnt offering,14with all the vessels17thereof, and the shewbread20table,19with all the vessels23thereof.
1וַיָּב֤וֹאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2פְנִ֨ימָה֙H6441inwaarts, inwendig(with-) in(-ner part, -ward)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4חִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7טִהַ֖רְנוּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar14הָעוֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19שֻׁלְחַ֥ןH7979tafel, tafelen, tafelstable20הַֽמַּעֲרֶ֖כֶתH4635toerichting, rijrow, shewbread21וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23כֵּלָֽיוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
19Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AlleH3605gereedschapH3627 ook, datH834 de koningH4428AchazH271, onder zijn koninkrijkH4438, door zijn overtredingH4604weggeworpenH2186 had, hebben wij bereidH3559 en geheiligdH6942; en zieH2009, zij zijn voorH6440 het altaarH4196 des HEERENH3068.Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.
KJVMoreover all the vessels,3which king6Ahaz7in his reign8did cast away5in his transgression,9have we prepared10and sanctified,11and, behold, they are before13the altar14of the LORD.15
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַכֵּלִ֗יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הִזְנִיחַ֩H2186verstoten, verstoot, verre terugdrijvencast away (off), remove far away (off)6הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7אָחָ֧זH271Achaz, Achaz'Ahaz8בְּמַלְכוּת֛וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal9בְּמַעֲל֖וֹH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very10הֵכַ֣נּוּH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed11וְהִקְדָּ֑שְׁנוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly12וְהִנָּ֕םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though13לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen maakte zich de koningH4428JehizkiaH3169vroegH7925 op, en verzameldeH622 de overstenH8269 der stadH5892, en hij ging op in het huisH1004 des HEERENH3068.Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.
KJVThen Hezekiahthe king3rose early,1and gathered4the rulers6of the city,7and went up8to the house9of the LORD.10
1וַיַּשְׁכֵּם֙H7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2יְחִזְקִיָּ֣הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4וַיֶּאֱסֹ֕ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw5אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וַיַּ֖עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij brachtenH935zevenH7651varrenH6499, en zevenH7651rammenH352, en zevenH7651lammerenH3532, en zevenH7651geitenbokkenH6842 ten zondofferH2403 voor het koninkrijkH4467, en voor het heiligdomH4720, en voor JudaH3063; en hij zeideH559 tot de zonenH1121 van AaronH175, de priesterenH3548, dat zij die opH5921 het altaarH4196 des HEERENH3068 zouden offerenH5927.En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.
KJVAnd they brought1seven3bullocks,2and seven5rams,4and seven7lambs,6and seven10he8goats,9for a sin offering11for the kingdom,13and for the sanctuary,15and for Judah.17And he commanded18the priests21the sons19of Aaron20to offer22them on the altar24of the LORD.25
1וַיָּבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2פָרִיםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox3שִׁבְעָה֩H7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4וְאֵילִ֨יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree5שִׁבְעָ֜הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6וּכְבָשִׂ֣יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep7שִׁבְעָ֗הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8וּצְפִירֵ֨יH6842bok, bokken, geitenbok(he) goat9עִזִּ֤יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid10שִׁבְעָה֙H7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11לְחַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַמַּמְלָכָ֥הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal14וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הַמִּקְדָּ֖שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary16וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah18וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19לִבְנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron21הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer22לְהַעֲל֖וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work23עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar25יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zo slachttenH7819 zij de runderenH1241, en de priestersH3548ontvingenH6901 het bloedH1818, en sprengdenH2236 het op het altaarH4196; zij slachttenH7819 ook de rammenH352, en sprengdenH2236 het bloedH1818 op het altaarH4196; insgelijks slachttenH7819 zij de lammerenH3532, en sprengdenH2236 het bloedH1818 op het altaarH4196.Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
KJVSo they killed1the bullocks,2and the priests4received3the blood,6and sprinkled7it on the altar:8likewise, when they had killed9the rams,10they sprinkled11the blood12upon the altar:13they killed14also the lambs,15and they sprinkled16the blood17upon the altar.18
1וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙H7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2הַבָּקָ֔רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox3וַיְקַבְּל֤וּH6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take4הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7וַֽיִּזְרְק֖וּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew8הַמִּזְבֵּ֑חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar9וַיִּשְׁחֲט֣וּH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter10הָאֵלִ֗יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11וַיִּזְרְק֤וּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew12הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13הַמִּזְבֵּ֔חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar14וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙H7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter15הַכְּבָשִׂ֔יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep16וַיִּזְרְק֥וּH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew17הַדָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent18הַמִּזְבֵּֽחָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar
23Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Daarna brachtenH5066 zij de bokkenH8163 bij, ten zondofferH2403, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 en der gemeenteH6951, en zij legden hun handenH3027opH5921 dezelve.Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.
Ook in dit vers
leidenH5564
KJVAnd they brought forth1the he goats3for the sin offering4before5the king6and the congregation;7and they laid8their hands9upon them:
1וַיַּגִּ֨ישׁוּ֙H5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׂעִירֵ֣יH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr4הַֽחַטָּ֔אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7וְהַקָּהָ֑לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude8וַיִּסְמְכ֥וּH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain9יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
24En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En de priesterenH3548slachttenH7819 ze, en ontzondigdenH2398 met derzelver bloedH1818opH5921 het altaarH4196, om verzoeningH3722 te doen voor het ganseH3605IsraelH3478; want de koningH4428 had datH3588brandofferH5930 en dat zondofferH2403 voor gansH3605IsraelH3478bevolenH559.En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
KJVAnd the priests2killed1them, and they made reconciliation3with their blood5upon the altar,6to make an atonement7for all Israel:10for the king15commanded14that the burnt offering16and the sin offering17should be made for all Israel.13
1וַיִּשְׁחָטוּם֙H7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3וַֽיְחַטְּא֤וּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דָּמָם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6הַמִּזְבֵּ֔חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar7לְכַפֵּ֖רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16הָעוֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)17וְהַחַטָּֽאתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
25En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En hij steldeH5975 de LevietenH3881 in het huisH1004 des HEERENH3068, met cimbalenH4700, met luitenH5035 en harpenH3658, naar het gebodH4687 van DavidH1732, en van GadH1410, den zienerH2374 des koningsH4428, en van NathanH5416, den profeetH5030; wantH3588 dit gebodH4687 was van de handH3027 des HEERENH3068, door de handH3027 Zijner profetenH5030.En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.
KJVAnd he set1the Levites3in the house4of the LORD5with cymbals,6with psalteries,7and with harps,8according to the commandment9of David,10and of Gad11the king's13seer,12and Nathan14the prophet:15for so was the commandment19of17the LORD18by20his prophets.21
26De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26De LevietenH3881 nu stondenH5975 met de instrumentenH3627 van DavidH1732, en de priestersH3548 met de trompettenH2689.De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
KJVAnd the Levites2stood1with the instruments3of David,4and the priests5with the trumpets.6
1וַיַּֽעַמְד֤וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3בִּכְלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4דָוִ֔ידH1732David, DavidsDavid5וְהַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6בַּחֲצֹצְרֽוֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)
27En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En HizkiaH2396bevalH559, dat men het brandofferH5930opH5921 het altaarH4196 zou offerenH5927; ten tijdeH6256 nu, als dat brandofferH5930begonH2490, begonH2490 het gezangH7892 des HEERENH3068 met de trompettenH2689 en met de instrumentenH3627 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478.En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.
KJVAnd Hezekiah2commanded1to offer3the burnt offering4upon the altar.5And when6the burnt offering8began,7the song10of the LORD11began9also with the trumpets,12and with the instruments15ordained by14David16king17of Israel.18
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חִזְקִיָּ֔הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3לְהַעֲל֥וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5לְהַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar6וּבְעֵ֞תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when7הֵחֵ֣לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound8הָֽעוֹלָ֗הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9הֵחֵ֤לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound10שִׁירH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וְהַחֲצֹ֣צְר֔וֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)13וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14יְדֵ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15כְּלֵ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever16דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid17מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
28De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28De ganse gemeenteH6951 nu boog zich nederH7812, als men het gezangH7892zongH7891, en met trompettenH2689trompetteH2690; dit allesH3605totdatH5704 het brandofferH5930voleindH3615 was.De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.
KJVAnd all the congregation2worshipped,3and the singers4sang,5and the trumpeters6sounded:7and all this continued until the burnt offering11was finished.10
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַקָּהָל֙H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude3מִֽשְׁתַּחֲוִ֔יםH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship4וְהַשִּׁ֣ירH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song5מְשׁוֹרֵ֔רH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)6וְהַחֲצֹצְר֖וֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)7מַחְצְרִ֑יםH2690trompetten, trompette, trompettendeblow, sound, trumpeter8הַכֹּ֕לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10לִכְל֥וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste11הָעֹלָֽהH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
29Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Als men nu geeindigdH3615 had te offerenH5927, buktenH3766 de koningH4428 en allenH3605, die bijH854 hem gevondenH4672 waren, en bogenH7812 zich neder.Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.
KJVAnd when they had made an end1of offering,2the king4and all that were present6with him bowed3themselves, and worshipped.8
1וּכְכַלּ֖וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2לְהַעֲל֑וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3כָּרְע֗וּH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very4הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַנִּמְצְאִ֥יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on7אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8וַיִּֽשְׁתַּחֲוֽוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
30Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Daarna zeideH559 de koningH4428JehizkiaH3169, en de overstenH8269, tot de LevietenH3881, dat zij den HEEREH3068lovenH1984 zouden, met de woordenH1697 van DavidH1732 en van AsafH623, den zienerH2374; en zij loofdenH1984totH5704blijdschapH8057 toe; en neigdenH6915 hun hoofden, en bogenH7812 zich neder.Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.
KJVMoreover Hezekiahthe king3and the princes4commanded1the Levites5to sing praise6unto the LORD7with the words8of David,9and of Asaph10the seer.11And they sang praises12with gladness,14and they bowed their heads15and worshipped.16
1וַ֠יֹּאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְחִזְקִיָּ֨הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4וְהַשָּׂרִים֙H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward5לַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6לְהַלֵּל֙H1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine7לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בְּדִבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9דָוִ֖ידH1732David, DavidsDavid10וְאָסָ֣ףH623Asaf, AsafsAsaph11הַחֹזֶ֑הH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer12וַֽיְהַלְלוּ֙H1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14לְשִׂמְחָ֔הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)15וַֽיִּקְּד֖וּH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop16וַיִּֽשְׁתַּחֲוֽוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En JehizkiaH3169antwoorddeH6030 en zeideH559: NuH6258 hebt gij uw handenH3027 den HEEREH3068gevuldH4390, treedtH5066 toe, en brengtH935slachtofferenH2077 en lofofferenH8426 tot het huisH1004 des HEERENH3068; en de gemeenteH6951brachtH935slachtofferenH2077 en lofofferenH8426 en alleH3605vrijwilligenH5081 van harteH3820brandofferenH5930.En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.
KJVThen Hezekiahanswered1and said,3Now ye have consecrated5yourselves unto the LORD,7come near8and bring9sacrifices10and thank offerings11into the house12of the LORD.13And the congregation15brought in14sacrifices16and thank offerings;17and as many as were of a free19heart20burnt offerings.21
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יְחִזְקִיָּ֜הוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4עַתָּ֨הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas5מִלֵּאתֶ֤םH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6יֶדְכֶם֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8גֹּ֧שׁוּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand9וְהָבִ֛יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10זְבָחִ֥יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice11וְתוֹד֖וֹתH8426dankzegging, lof, lofofferenconfession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering)12לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַיָּבִ֤יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15הַקָּהָל֙H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude16זְבָחִ֣יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice17וְתוֹד֔וֹתH8426dankzegging, lof, lofofferenconfession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering)18וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19נְדִ֥יבH5081prinsen, vrijwilligen, edelenfree, liberal (things), noble, prince, willing (hearted)20לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom21עֹלֽוֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
32En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En het getalH4557 der brandofferenH5930, die de gemeenteH6951brachtH935, wasH1961zeventigH7657runderenH1241, honderdH3967rammenH352, tweehonderdH3967lammerenH3532; dezeH428alleH3605 den HEEREH3068 ten brandofferH5930.En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.
KJVAnd the number2of the burnt offerings,3which the congregation6brought,5was threescore and ten8bullocks,7an hundred10rams,9and two hundred12lambs:11all these were for a burnt offering13to the LORD.14
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time3הָעֹלָה֮H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הֵבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6הַקָּהָל֒H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude7בָּקָ֣רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox8שִׁבְעִ֔יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)9אֵילִ֥יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree10מֵאָ֖הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11כְּבָשִׂ֣יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep12מָאתָ֑יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore13לְעֹלָ֥הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)14לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
33Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Nog waren der geheiligdeH6944 dingen zeshonderdH8337runderenH1241 en drieH7969duizendH505schapenH6629.Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.
KJVAnd the consecrated things1were six3hundred4oxen2and three6thousand7sheep.5
34Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Doch van de priesterenH3548warenH1961 er te weinigH4592, en zij kondenH3201alH3605 den brandofferenH5930 de huidH3808 niet aftrekkenH6584; daarom hielpenH2388 hen hun broederenH251, de LevietenH3881, totdatH5704 het werkH4399geeindigdH3615 was, en totdatH5704 de andere priestersH3548 zich geheiligdH6942 hadden; wantH3588 de LevietenH3881 waren rechterH3477 van hartH3824, om zich te heiligenH6942, dan de priesterenH3548.Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.
KJVBut the priests2were too few,4so that they could6not flay7all the burnt offerings:10wherefore their brethren12the Levites13did help11them, till the work16was ended,15and until the other priests19had sanctified18themselves: for the Levites21were more upright22in heart23to sanctify24themselves than the priests.25
1רַ֤קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לִמְעָ֔טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָֽכְל֔וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer7לְהַפְשִׁ֖יטH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעֹל֑וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)11וַֽיְּחַזְּק֞וּםH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand12אֲחֵיהֶ֣םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15כְּל֤וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste16הַמְּלָאכָה֙H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)17וְעַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18יִתְקַדְּשׁ֣וּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly19הַכֹּֽהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer20כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite22יִשְׁרֵ֣יH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)23לֵבָ֔בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding24לְהִתְקַדֵּ֖שׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly25מֵֽהַכֹּהֲנִֽיםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
35En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En ookH1571 waren de brandofferenH5930 in menigteH7230, met het vetH2459 der dankofferenH8002, en met de drankofferenH5262, voor de brandofferenH5930; alzo werd de dienstH5656 van het huisH1004 des HEERENH3068besteldH3559.En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.
KJVAnd also the burnt offerings2were in abundance,3with the fat4of the peace offerings,5and the drink offerings6for every burnt offering.7So the service9of the house10of the LORD11was set in order.8
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2עֹלָ֨הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)3לָרֹ֜בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)4בְּחֶלְבֵ֧יH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow5הַשְּׁלָמִ֛יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering6וּבַנְּסָכִ֖יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image7לָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)8וַתִּכּ֖וֹןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed9עֲבוֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
36Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36JehizkiaH3169 nu en alH3605 het volkH5971verblijddenH8055 zich overH5921 hetgeen GodH430 het volkH5971voorbereidH3559 had; wantH3588 deze zaakH1697geschieddeH1961haastelijkH6597.Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.
KJVAnd Hezekiahrejoiced,1and all the people,4that God7had prepared6the people:8for the thing12was done suddenly.10
1וַיִּשְׂמַ֤חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very2יְחִזְקִיָּ֨הוּ֙H2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַהֵכִ֥יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed7הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10בְּפִתְאֹ֖םH6597haastelijk, snellijk, haastigstraightway, sudden(-ly)11הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12הַדָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 29:1— Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.2 Koningen 18:1→2 Kronieken 26:5→1 Kronieken 3:13→Hosea 1:1→Micha 1:1→Jesaja 8:2→Mattheüs 1:9→Jesaja 1:1→
2 Kronieken 29:2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.2 Kronieken 34:2→2 Kronieken 28:1→
2 Kronieken 29:3— Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.2 Kronieken 28:24→2 Kronieken 29:7→Prediker 9:10→Galaten 1:16→Psalmen 101:3→2 Koningen 16:14→2 Kronieken 34:3→Mattheüs 6:33→
2 Kronieken 29:4— En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.Jeremia 19:2→Nehemia 3:29→2 Kronieken 32:6→
2 Kronieken 29:5— En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.2 Kronieken 35:6→1 Kronieken 15:12→2 Kronieken 29:34→Efeze 5:26→2 Korinthe 7:1→Exodus 19:10→2 Korinthe 6:16→2 Kronieken 29:15→
2 Kronieken 29:6— Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.Ezechiël 8:16→Jeremia 2:27→2 Kronieken 34:21→Jeremia 44:21→Ezra 9:7→Klaagliederen 5:7→2 Kronieken 28:2→Nehemia 9:32→
2 Kronieken 29:7— Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.2 Kronieken 28:24→Leviticus 24:2→Maleachi 1:10→2 Koningen 16:17→2 Kronieken 29:3→
2 Kronieken 29:8— Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.Jeremia 25:18→Jeremia 25:9→Jeremia 29:18→2 Kronieken 24:18→Jeremia 19:8→Deuteronomium 28:25→Leviticus 26:32→1 Koningen 9:8→
2 Kronieken 29:9— Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.2 Kronieken 28:17→2 Kronieken 28:5→Klaagliederen 5:7→Leviticus 26:17→
2 Kronieken 29:10— Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.2 Kronieken 23:16→2 Kronieken 34:30→2 Korinthe 8:5→Nehemia 9:38→Ezra 10:3→Jeremia 34:15→2 Kronieken 6:7→2 Koningen 23:3→
2 Kronieken 29:11— Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.Numeri 3:6→Numeri 18:2→Deuteronomium 10:8→Numeri 8:6→Numeri 16:35→Galaten 6:7→
2 Kronieken 29:12— Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;2 Kronieken 31:13→1 Kronieken 23:7→Numeri 3:17→Numeri 3:19→1 Kronieken 6:16→Exodus 6:16→Numeri 4:2→1 Kronieken 6:44→
2 Kronieken 29:13— En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;1 Kronieken 6:39→1 Kronieken 15:8→Leviticus 10:4→1 Kronieken 25:2→1 Kronieken 15:17→
2 Kronieken 29:14— En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.1 Kronieken 6:33→1 Kronieken 25:3→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 15:19→1 Kronieken 25:6→
2 Kronieken 29:15— En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.2 Kronieken 30:12→1 Kronieken 23:28→2 Kronieken 29:5→
2 Kronieken 29:16— Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.2 Kronieken 15:16→Mattheüs 23:27→Johannes 18:1→Hebreeën 9:2→Hebreeën 9:23→Mattheüs 21:12→Exodus 26:33→2 Kronieken 3:8→
2 Kronieken 29:17— Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 3:4→1 Kronieken 28:11→Exodus 12:2→2 Kronieken 29:3→1 Koningen 6:3→
2 Kronieken 29:18— Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.2 Kronieken 13:11→2 Kronieken 4:7→2 Kronieken 4:1→
2 Kronieken 29:19— Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.2 Kronieken 28:24→
2 Kronieken 29:20— Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.Jozua 6:12→Exodus 24:4→Jeremia 25:4→Genesis 22:3→
2 Kronieken 29:21— En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.Leviticus 4:3→Numeri 23:1→2 Korinthe 5:21→1 Kronieken 15:26→Numeri 23:14→Numeri 15:22→Numeri 23:29→Ezra 8:35→
2 Kronieken 29:22— Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.Leviticus 4:18→Leviticus 8:19→Leviticus 8:24→Leviticus 4:34→Leviticus 8:14→Leviticus 1:5→Hebreeën 9:21→Leviticus 4:7→
2 Kronieken 29:23— Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.Leviticus 4:15→Leviticus 1:4→Leviticus 4:24→
2 Kronieken 29:24— En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.Leviticus 14:20→Ezechiël 45:15→Leviticus 6:30→Leviticus 8:15→Leviticus 4:13→2 Korinthe 5:18→Ezechiël 45:17→Kolossenzen 1:20→
2 Kronieken 29:25— En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.2 Kronieken 8:14→1 Kronieken 23:5→2 Samuël 24:11→1 Kronieken 16:42→1 Kronieken 9:33→1 Kronieken 28:12→1 Kronieken 15:16→2 Kronieken 35:15→
2 Kronieken 29:26— De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.1 Kronieken 23:5→1 Kronieken 15:24→Amos 6:5→1 Kronieken 16:6→Numeri 10:8→Jozua 6:4→Psalmen 87:7→Psalmen 81:3→
2 Kronieken 29:27— En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.2 Kronieken 23:18→2 Kronieken 7:3→2 Kronieken 20:21→Psalmen 137:3→Psalmen 136:1→
2 Kronieken 29:28— De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.Psalmen 89:15→Openbaring 5:8→Psalmen 68:24→
2 Kronieken 29:29— Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.2 Kronieken 20:18→1 Kronieken 29:20→Romeinen 14:11→Psalmen 72:11→Filippenzen 2:10→
2 Kronieken 29:30— Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.1 Kronieken 16:7→Psalmen 95:6→Psalmen 149:2→Psalmen 100:1→2 Samuël 23:1→Filippenzen 4:4→Psalmen 95:1→Psalmen 32:11→
2 Kronieken 29:31— En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.2 Kronieken 13:9→Exodus 35:22→Leviticus 1:1→Leviticus 23:38→Ezra 1:4→Exodus 35:5→Leviticus 7:12→
2 Kronieken 29:32— En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.Ezra 6:17→1 Kronieken 29:21→1 Koningen 3:4→1 Koningen 8:63→
2 Kronieken 29:34— Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.2 Kronieken 35:11→2 Kronieken 30:3→Numeri 18:3→Numeri 8:19→Numeri 18:6→Psalmen 26:6→2 Kronieken 30:16→Psalmen 94:15→
2 Kronieken 29:35— En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.Numeri 15:5→Exodus 29:13→Leviticus 3:15→1 Kronieken 16:37→Genesis 35:14→Ezra 6:18→1 Korinthe 14:40→Leviticus 23:13→
2 Kronieken 29:36— Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.1 Thessalonicenzen 3:8→1 Kronieken 29:17→Spreuken 16:1→Psalmen 10:17→Ezra 6:22→Handelingen 2:41→2 Kronieken 30:12→1 Kronieken 29:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 29 vers 1— Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
werd koning,
Anders, Hizkia; onder, vs.18, 27.
Hertaald:werd koning,
Anders: Hizkia; hieronder vers 18, 27.
vijf en twintig jaren
Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.
Hertaald:vijf en twintig jaren
Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.
2 Kronieken 29 vers 3— Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.
in de eerste maand,
Ja op den eersten dag dezer eerste maand, gelijk te zien is onder, vs.17.
Hertaald:in de eerste maand,
Ja op de eerste dag van deze eerste maand, zoals te zien is hieronder vers 17.
deuren
Te weten, die zijn vader Achaz toegesloten had, opdat men den Heere in zijn tempel niet dienen zou. Zie boven, 2 Kron. 28:24 , en onder, vs.7, en vergelijk 2 Kon. 16:15 , enz.
Hertaald:deuren
Namelijk: die zijn vader Achaz gesloten had, opdat men de HEERE in Zijn tempel niet zou dienen. Zie hierboven 2 Kron. 28:24, en hieronder vers 7, en vergelijk 2 Kon. 16:15, enzovoort.
beterde ze
Te weten, de deuren. Anders, versterkte hen; namelijk, de priesters, te weten in hun ambt.
Hertaald:beterde ze
Namelijk: de deuren. Anders: versterkte hen; namelijk de priesters, in hun ambt.
2 Kronieken 29 vers 4— En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.
Ooststraat
Versta, het plein, hetwelk was aan het oosteinde des tempels, voor aan de poort van het voorhof des volks, welke poort de voornaamste was.
Hertaald:Ooststraat
Versta hieronder het plein aan het oosteinde van de tempel, vóór de poort van het voorhof van het volk, welke poort de voornaamste was.
2 Kronieken 29 vers 5— En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.
heiligt nu uzelven,
Dat is, reinig u van alle besmettingen, welke zijn tegen de wet der zeden en der ceremoniën, en dat naar het bevel en voorschrift, dat u de Heere in zijne wet gegeven heeft. Vergelijk Gen. 35:2 ; idem Ex. 19:10 , en de aantekening.
Hertaald:heiligt nu uzelven,
Dat is: reinig u van alle onreinheden die tegen de wet van de zeden en van de ceremoniën zijn, en dat naar het bevel en voorschrift dat de HEERE u in Zijn wet gegeven heeft. Vergelijk Gen. 35:2; eveneens Ex. 19:10, en de aantekening.
heiligt het huis
Dat is, reinigt. Alzo onder, vs.17, 19.
Hertaald:heiligt het huis
Dat is: reinig. Zo ook hieronder vers 17, 19.
onreinigheid
Hebreeuws, afzondering. Zo wordt de onreinheid genaamd, omdat zij moet afgezonderd en weggedaan worden. Insgelijks wordt de tijd van de onreinheid ener kraamvrouw geheten een tijd der afzondering, omdat zij gedurende denzelven moest afgezonderd zijn van het gezelschap der mensen. Zie Lev. 12:2 . Versta hier, door de onreinheid, al wat den tempel door de afgodendienaren en den afgodendienst verontreinigd had.
Hertaald:onreinigheid
Hebreeuws: afzondering. Zo wordt de onreinheid genoemd, omdat zij afgezonderd en weggedaan moet worden. Zo wordt ook de tijd van onreinheid van een kraamvrouw een tijd van afzondering genoemd, omdat zij gedurende die tijd afgezonderd moest zijn van het gezelschap van mensen. Zie Lev. 12:2. Versta hier onder de onreinheid alles wat de tempel door de afgodendienaars en de afgodendienst verontreinigd had.
heiligdom
Versta, het heilige; dat is, het voorste deel des tempels, onder, vs.16, of ook het voorhof der priesters, hetwelk mede een heiligdom genaamd wordt. Zie onder, vs.7, en de aantekening.
Hertaald:heiligdom
Versta hieronder het heilige; dat is: het voorste deel van de tempel, hieronder vers 16, of ook het voorhof van de priesters, dat ook een heiligdom genoemd wordt. Zie hieronder vers 7, en de aantekening.
2 Kronieken 29 vers 6— Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.
onze vaders
Namelijk, mijn vader Achaz en uw vaderen, die zijn afgoderij nagevolgd hebben.
Hertaald:onze vaders
Namelijk: mijn vader Achaz en uw vaderen, die zijn afgoderij nagevolgd hebben.
hebben den nek
Dat is, zij hebben den rug getoond, weigerende den Heere gehoor te geven en naar zijn wet te dienen.
Hertaald:hebben den nek
Dat is: zij hebben hun rug getoond, weigerend de HEERE gehoor te geven en Hem naar Zijn wet te dienen.
2 Kronieken 29 vers 7— Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.
het heiligdom
Versta, het voorhof der priesters, waarin het brandofferaltaar stond, 1 Kon. 8:64 , en dat een heilige plaats genoemd wordt, Lev. 6:16 , en Lev. 10:13 , en Lev. 14:13 , en het heiligdom, gelijk vs.7 en Num. 28:7 , en onder, 2 Kron. 35:5 , omdat het Gode geheiligd was.
Hertaald:het heiligdom
Versta hieronder het voorhof van de priesters, waarin het brandofferaltaar stond, 1 Kon. 8:64, en dat een heilige plaats genoemd wordt, Lev. 6:16, en Lev. 10:13, en Lev. 14:13, en het heiligdom, zoals in vers 7 en Num. 28:7, en hieronder 2 Kron. 35:5, omdat het aan God gewijd was.
2 Kronieken 29 vers 8— Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.
2 Kronieken 29 vers 9— Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
door het zwaard
Dat is, door oorlog omgekomen; zie Lev. 26:7 .
Hertaald:door het zwaard
Dat is: door oorlog omgekomen; zie Lev. 26:7.
2 Kronieken 29 vers 10— Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
is het in mijn hart
Dat is, ik ben van zin en heb voorgenomen. Zie 1 Kon. 8:17 .
Hertaald:is het in mijn hart
Dat is: ik ben van plan en heb mij voorgenomen. Zie 1 Kon. 8:17.
2 Kronieken 29 vers 11— Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
Mijn zonen,
Hij noemt de priesters en Levieten zonen, niet om zijn groten ouderdom, [want hij was maar tot de vijf en twintig jaren gekomen, boven, vs.1], maar omdat hij hen als zijn zonen beminde.
Hertaald:Mijn zonen,
Hij noemt de priesters en Levieten zonen, niet vanwege zijn hoge leeftijd [want hij was pas vijfentwintig jaar, hierboven vers 1], maar omdat hij hen liefhad als zijn zonen.
weest
Of, houdt u niet stil, nalatig gerust. Anders, dwaalt nu niet; te weten, dat gij u niet zoudt kwijten in het ambt, waartoe God u verkoren en geroepen heeft.
Hertaald:weest
Of: houd u niet stil, nalatig gerust. Anders: dwaal nu niet; namelijk dat u zich niet zou kwijten van het ambt waartoe God u uitgekozen en geroepen heeft.
nu niet traag;
Te weten, gelijk tevoren, als gij den rechten en zuiveren godsdienst nagelaten hebt.
Hertaald:nu niet traag;
Namelijk: zoals eerder, toen u de rechte en zuivere eredienst had nagelaten.
voor Zijn aangezicht
Zie Deut. 10:8 .
Hertaald:voor Zijn aangezicht
Zie Deut. 10:8.
2 Kronieken 29 vers 13— En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;
Elizafan,
Deze was ten tijde van Mozes een overste geweest in het geslacht der Kahathieten; Num. 3:30 .
Hertaald:Elizafan,
Deze was in de tijd van Mozes een leider geweest in het geslacht van de Kehathieten; Num. 3:30.
Asaf,
Zie van Asaf, Heman en Jeduthun, en van hun kinderen, 1 Kron. 25:1-2 , enz., en onder, 2 Kron. 35:15 , en de aantekening.
Hertaald:Asaf,
Zie over Asaf, Heman en Jeduthun, en over hun kinderen, 1 Kron. 25:1-2, enzovoort, en hieronder 2 Kron. 35:15, en de aantekening.
2 Kronieken 29 vers 15— En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.
heiligden zich,
Zie boven, vs.5.
Hertaald:heiligden zich,
Zie hierboven vers 5.
door de woorden
Dat is, welk gebod de koning gegeven had, geroerd zijnde door de woorden des Heeren wet, die zulks medebrachten, waarmede hij zijn doen bevestigde.
Hertaald:door de woorden
Dat is: welk gebod de koning gegeven had, geraakt door de woorden van de wet van de HEERE, die dit met zich meebrachten, waarmee hij zijn handelen bevestigde.
2 Kronieken 29 vers 16— Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.
priesteren
Want dezen alleen was het geoorloofd te gaan in het heilige, en niet den Levieten.
Hertaald:priesteren
Want alleen zij mochten het heilige binnengaan, niet de Levieten.
voorhof
Versta, het voorhof der priesters, waar het brandofferaltaar stond.
Hertaald:voorhof
Versta hieronder het voorhof van de priesters, waar het brandofferaltaar stond.
tempel des HEEREN
Dat is, in het heilige, en ook, naar eniger gevoelen, in het allerheiligste.
Hertaald:tempel des HEEREN
Dat is: in het heilige, en ook, volgens sommigen, in het allerheiligste.
Kidron
Zie 1 Kon. 2:37 .
Hertaald:Kidron
Zie 1 Kon. 2:37.
2 Kronieken 29 vers 17— Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.
te heiligen
Dat is, het huis des Heeren te reinigen.
Hertaald:te heiligen
Dat is: het huis van de HEERE reinigen.
eersten
Hebreeuws, enen. Zie Gen. 1:5 .
Hertaald:eersten
Hebreeuws: één. Zie Gen. 1:5.
eerste maand,
Versta, de eerste maand van het eerste jaar der regering van den koning Hizkia, gelijk boven, vs.3. Anderen verstaan dit van de eerste maand des jaars genaamd Nisan.
Hertaald:eerste maand,
Versta hieronder de eerste maand van het eerste jaar van de regering van koning Hizkia, zoals hierboven vers 3. Anderen betrekken dit op de eerste maand van het jaar, Nisan genoemd.
2 Kronieken 29 vers 18— Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.
de tafel
Versta, de heilige met goud overtrokken tafel, staande in het heilige, waarop de toonbroden telken sabbatdag moesten toegericht, dat is in orde voorgesteld en gelegd zijn, Ex. 25:30 ; Lev. 24:5-6 , enz., welk werk wordt genaamd de toerichting des gedurigen [broods]; boven, 2 Kron. 2:4 .
Hertaald:de tafel
Versta hieronder de heilige, met goud beklede tafel, staand in het heilige, waarop de toonbroden elke sabbat gereedgemaakt moesten worden, dat is: op ordelijke wijze neergelegd, Ex. 25:30; Lev. 24:5-6, enzovoort; dit werk wordt de gereedmaking van het voortdurende [brood] genoemd; hierboven 2 Kron. 2:4.
2 Kronieken 29 vers 19— Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.
bereid en geheiligd;
Te weten, tot zijn wettelijk gebruik, waartoe zij verordend waren.
Hertaald:bereid en geheiligd;
Namelijk: voor hun wettige gebruik, waarvoor zij bestemd waren.
2 Kronieken 29 vers 20— Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.
de oversten der stad,
Versta, den magistraat, raad en officieren der stad, die ook de oudsten der stad genaamd worden. Zie 1 Kon. 21:8 , en de aantekening.
Hertaald:de oversten der stad,
Versta hieronder het bestuur, de raad en de ambtenaren van de stad, die ook de oudsten van de stad genoemd worden. Zie 1 Kon. 21:8, en de aantekening.
2 Kronieken 29 vers 21— En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.
zeven varren,
Hier worden genoemd alle soorten van reine viervoetige dieren, die tot de offeranden geschikt waren, en die geofferd werden:<i>I.</i> voor het koninkrijk, dat is, voor den koning, zijn raadsheren en officieren;<i>II.</i> voor het heiligdom, dat is, voor de zonde en onreinheden, die in den tempel door afgoderij, valsen godsdienst, geweld en anderszins begaan waren;<i>III.</i> voor Juda, dat is, voor de zonden der ganse gemeente.
Hertaald:zeven varren,
Hier worden alle soorten reine viervoetige dieren genoemd, die geschikt waren voor de offers en geofferd werden: I. voor het koninkrijk, dat is: voor de koning, zijn raadsheren en ambtenaren; II. voor het heiligdom, dat is: voor de zonde en onreinheden die in de tempel door afgoderij, valse eredienst, geweld en anderszins begaan waren; III. voor Juda, dat is: voor de zonden van de hele gemeente.
2 Kronieken 29 vers 23— Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.
legden hun handen
Namelijk, de koning en de gemeente, of degenen, die in naam der gemeente daar verschenen. Zij verklaarden nu met deze ceremonie dat zij hun zonden bekenden en God baden om vergiffenis, uit kracht der offerande, die eenmaal door den Messias geschieden zou en door deze afgebeeld was. Zie Lev. 1:4 , en Lev. 4:15 , Lev. 4:24 , en Lev. 8:18 ; idem de aantekening Lev. 1:4 .
Hertaald:legden hun handen
Namelijk: de koning en de gemeente, of degenen die namens de gemeente daar verschenen. Zij verklaarden nu met dit gebruik dat zij hun zonden beleden en God om vergeving baden, op grond van het offer dat eens door de Messias gebracht zou worden en dat hierdoor werd afgebeeld. Zie Lev. 1:4, en Lev. 4:15, Lev. 4:24, en Lev. 8:18; eveneens de aantekening bij Lev. 1:4.
2 Kronieken 29 vers 24— En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
ontzondigden
Te weten, het koninkrijk, het heiligdom en de gemeente, als boven, vs.21; dat is, gans Israël, bestaande uit den koning, zijn hofgezin en zijn officieren; uit de kerkelijke personen, en uit alle andere inwoners des lands en burgers der steden.
Hertaald:ontzondigden
Namelijk: het koninkrijk, het heiligdom en de gemeente, zoals hierboven vers 21; dat is: heel Israël, bestaande uit de koning, zijn hofhouding en zijn ambtenaren, uit de kerkelijke personen en uit alle andere inwoners van het land en burgers van de steden.
Hertaald:bevolen
Hebreeuws: gezegd. Zo ook hieronder vers 27; Job 9:7.
2 Kronieken 29 vers 25— En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.
ziener des konings,
Dat is, van den profeet. Zie 1 Sam. 9:9 , en boven, 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:ziener des konings,
Dat is: van de profeet. Zie 1 Sam. 9:9, en hierboven 2 Kron. 9:29.
2 Kronieken 29 vers 26— De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
David,
Dat is, gelijk David, door den Geest des Heeren geleerd en geleid zijnde, had voorgeschreven en laten maken.
Hertaald:David,
Dat is: zoals David, geleerd en geleid door de Geest van de HEERE, had voorgeschreven en laten maken.
2 Kronieken 29 vers 27— En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.
de trompetten
Achtervolgens het bevel des Heeren, waarvan wij lezen Num. 10:10 .
Hertaald:de trompetten
Overeenkomstig het gebod van de HEERE, waarover wij lezen in Num. 10:10.
met de instrumenten
Hebreeuws, door de handen der instrumenten Davids. Anders, naar de handen; dat is, naar de instelling, die David door Gods bevel verordend had. Zie boven, 2 Kron. 23:12 , en hier, vs.25.
Hertaald:met de instrumenten
Hebreeuws: door de handen van de instrumenten van David. Anders: naar de handen; dat is: naar de instelling die David door Gods gebod had ingesteld. Zie hierboven 2 Kron. 23:12, en hier vers 25.
2 Kronieken 29 vers 28— De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.
boog zich neder,
Te weten, tot een teken van eerbieding, smeking en dankzegging tot God. Vergelijk boven, 2 Kron. 20:18 , en hier vs.29, 30.
Hertaald:boog zich neder,
Namelijk: als teken van eerbetoon, smeking en dankzegging aan God. Vergelijk hierboven 2 Kron. 20:18, en hier vers 29, 30.
2 Kronieken 29 vers 29— Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.
offeren,
Te weten, het brandoffer, gemeld in vs.27,28.
Hertaald:offeren,
Namelijk: het brandoffer, genoemd in vers 27, 28.
gevonden waren,
Of, voorhanden waren, gelijk Gen. 19:15 .
Hertaald:gevonden waren,
Of: aanwezig waren, zoals in Gen. 19:15.
2 Kronieken 29 vers 31— En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.
antwoordde
Dat is, begon, of ving aan wederom te spreken. Zie Richt. 18:14 .
Hertaald:antwoordde
Dat is: begon, of ving weer aan te spreken. Zie Richt. 18:14.
uw handen
Dat is, uw dienst geheiligd. Zie van deze manier van spreken Lev. 7:37 , op het woord vuloffers.
Hertaald:uw handen
Dat is: uw dienst geheiligd. Zie over deze manier van spreken Lev. 7:37, bij het woord vuloffers.
lofofferen
Door welke men Gods weldaden bekende en Hem daarover loofde en dankte. Hoedanige waren enige geloften, vrijwillige offers en spijsoffers. Zie van deze lofoffers Lev. 7:12 .
Hertaald:lofofferen
Waarmee men Gods weldaden erkende en Hem daarvoor loofde en dankte. Dit waren onder meer geloften, vrijwillige offers en spijsoffers. Zie over deze lofoffers Lev. 7:12.
brandofferen
Zie van deze Gen. 8:20 .
Hertaald:brandofferen
Zie hierover Gen. 8:20.
2 Kronieken 29 vers 33— Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.
Nog waren
Dat is, boven de voorgaande beesten den Heere toegeheiligd, zijn deze nog daarbij te voegen.
Hertaald:Nog waren
Dat is: naast de eerder genoemde dieren die aan de HEERE gewijd waren, moeten deze nog toegevoegd worden.
schapen
Of, klein vee; dat is, schapen en geiten. Zie Gen. 12:16 .
Hertaald:schapen
Of: kleinvee; dat is: schapen en geiten. Zie Gen. 12:16.
2 Kronieken 29 vers 34— Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.
te weinig,
Te weten, om al die offeranden te bereiden, dat is, te slachten, de huid af te trekken, in stukken te delen. Hetwelk eigenlijk was het werk der priesters, Lev. 1:5-6 , hoewel daarin gebruikt mocht worden de dienst der Levieten, die den priesters tot hulp bijgevoegd waren.
Hertaald:te weinig,
Namelijk: om al die offers gereed te maken, dat is: te slachten, de huid af te trekken en in stukken te verdelen. Dit was eigenlijk het werk van de priesters, Lev. 1:5-6, hoewel daarbij ook de dienst van de Levieten gebruikt mocht worden, die de priesters tot hulp waren toegevoegd.
hielpen
Hebreeuws, sterkten.
Hertaald:hielpen
Hebreeuws: versterkten.
geheiligd hadden;
Zie boven, vs.5.
Hertaald:geheiligd hadden;
Zie hierboven vers 5.
rechter van hart,
Zie Ps. 7:11 .
Hertaald:rechter van hart,
Zie Ps. 7:11.
2 Kronieken 29 vers 35— En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.
dankofferen,
Zie Lev. 3:1 .
Hertaald:dankofferen,
Zie Lev. 3:1.
drankofferen,
Zie Gen. 35:14 ; Lev. 23:13 .
Hertaald:drankofferen,
Zie Gen. 35:14; Lev. 23:13.
voor de brandofferen;
Anders, der brandoffers, of tot of met de brandoffers; dat is, welke drankoffers bij de brandoffers gevoegd werden en daartoe behoorden. Vergelijk Num. 28:7 .
Hertaald:voor de brandofferen;
Anders: van de brandoffers, of tot of met de brandoffers; dat is: welke drankoffers bij de brandoffers gevoegd werden en daarbij hoorden. Vergelijk Num. 28:7.
2 Kronieken 29 vers 36— Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.
hetgeen God
Versta, de goede genegenheid, die God in het hart des volks gegeven had, waardoor het gans gewillig en genegen was tot het werk dezer reformatie, zodat het zeer spoediglijk, naar wens, ja buiten alle verwachting voortging. Anders, omdat God het volk voorbereid had.
Hertaald:hetgeen God
Versta hieronder de goede gezindheid die God in het hart van het volk gegeven had, waardoor het geheel gewillig en genegen was tot het werk van deze hervorming, zodat het zeer snel, naar wens, ja boven alle verwachting vorderde. Anders: omdat God het volk voorbereid had.
haastelijk
Te weten, met het eerste begin van Hizkia's regering, en zonder enigen tegenstand des volks; ja met deszelfs grote genegenheid daartoe, zijnde nochtans kort tevoren onder de regering van Achaz gans zeer tot de afgoderij vervallen en van den zuiveren godsdienst afgekeerd.
Hertaald:haastelijk
Namelijk: met het eerste begin van de regering van Hizkia, en zonder enige tegenstand van het volk; ja met grote genegenheid daartoe, terwijl het toch kort daarvoor, onder de regering van Achaz, zeer sterk tot de afgoderij vervallen en van de zuivere eredienst afgekeerd was.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Brengt de onreinigheid uit van het heiligdom — Hizkia begint zijn regering niet met bestuur maar met het openen en reinigen van het gesloten huis: "heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom" (2 Kron. 29:5)
Hizkia's reformatie in het algemeen is reeds behandeld bij 2 Kon. 18:1-7. Kronieken besteedt er twee hele hoofdstukken aan die in Koningen ontbreken. In de eerste maand van zijn eerste jaar opent hij de deuren van het huis des HEEREN en herstelt ze (2 Kron. 29:3). Hij roept de priesters en Levieten samen en spreekt hen aan met de opdracht zichzelf én het huis te heiligen (2 Kron. 29:4-5). Zijn toespraak noemt eerst de oorzaak van alle ellende: de vaderen hebben de HEERE verlaten, hun aangezicht van de tabernakel afgewend en de nek toegekeerd (2 Kron. 29:6). Zij sloten de deuren, blusten de lampen uit, brachten geen reukwerk en geen brandoffer meer (2 Kron. 29:7). Daarom rustte er toorn op Juda, zoals zij met eigen ogen konden zien (2 Kron. 29:8-9). Dan zegt hij wat hij zich voorgenomen heeft: een verbond te maken met de God Israëls, opdat de hitte van Zijn toorn afkere (2 Kron. 29:10). En hij spoort de Levieten aan niet traag te zijn, want de HEERE heeft hén verkoren om voor Zijn aangezicht te staan (2 Kron. 29:11). Veertien Levieten uit alle geslachten staan op, heiligen zich en beginnen (2 Kron. 29:12-15). De priesters dragen de onreinheid uit de tempel naar het voorhof, de Levieten brengen die naar de beek Kidron (2 Kron. 29:16). Het werk duurt zestien dagen, waarvan acht binnen het voorhuis (2 Kron. 29:17). Ten slotte melden zij dat ook het gereedschap dat Achaz had weggeworpen weer bereid en geheiligd is (2 Kron. 29:18-19).
Bijbelse betekenis: Alles wat hier gebeurt, is herstel van wat er al was. Er wordt niets nieuws bedacht: dezelfde deuren, hetzelfde altaar, hetzelfde weggeworpen gereedschap. Reformatie is in dit hoofdstuk geen vernieuwing maar opruiming. Opmerkelijk is ook waar Hizkia begint. Hij zegt niet eerst: heiligt het huis, maar: heiligt uzelf, en dan het huis. Wie de onreinheid uit het heiligdom wil dragen, moet zelf schoon zijn, anders draagt hij haar rond. En de plaats waar het vuil terechtkomt is niet toevallig genoemd. Het gaat naar de Kidron, buiten de stad, waar eerder ook Asa's afgod verbrand werd; het wordt niet opgeslagen voor het geval men het nog eens nodig heeft. Ten slotte is er de haast. Op de eerste dag van de eerste maand gaan de deuren open. Hizkia wacht niet tot zijn positie vaststaat.
Typologie: Wat hier van het stenen huis geldt, houdt Paulus de gemeente voor over haarzelf: "laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods" (2 Kor. 7:1). En de volgorde die Hizkia aanhield, is dezelfde die de Levieten eerder moesten leren toen zij de ark gingen halen (zie het commentaar bij 1 Kron. 15:12-13).
Als dat brandoffer begon, begon het gezang — bij de herstelde dienst vallen offer en lofzang op hetzelfde ogenblik samen: "ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David" (2 Kron. 29:27)
Na de reiniging gaat Hizkia vroeg in de morgen met de oversten van de stad op naar het huis des HEEREN (2 Kron. 29:20). Zij brengen zeven varren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven geitenbokken ten zondoffer, en wel voor drie zaken: voor het koninkrijk, voor het heiligdom en voor Juda (2 Kron. 29:21). Het bloed wordt op het altaar gesprengd, en bij de bokken leggen koning en gemeente hun handen op de dieren (2 Kron. 29:22-23). De priesters doen verzoening voor heel Israël, want zo had de koning het bevolen (2 Kron. 29:24). Daarna stelt Hizkia de Levieten op met cimbalen, luiten en harpen, naar het gebod van David, Gad en Nathan, met de aantekening dat dit gebod van de hand des HEEREN was door de hand van Zijn profeten (2 Kron. 29:25). De Levieten staan er met de instrumenten van David, de priesters met de trompetten (2 Kron. 29:26). Op het ogenblik dat het brandoffer begint, begint ook het gezang, en de hele gemeente buigt zich neder zolang het offer duurt (2 Kron. 29:27-28). Als het offeren geëindigd is, bukken de koning en allen die bij hem waren (2 Kron. 29:29). Hizkia laat daarna loven met de woorden van David en van Asaf, en zij loofden tot blijdschap toe (2 Kron. 29:30).
Bijbelse betekenis: Het gezang begint niet vóór het offer en ook niet erna, maar op hetzelfde moment. Daarmee zegt dit hoofdstuk waar de lofzang haar recht vandaan haalt: er wordt gezongen omdat er verzoening geschiedt. Wie de volgorde omkeert en de vreugde losmaakt van het offer, houdt een stemming over. Even veelzeggend is dat de gemeente zich bukt zolang het offer duurt, en dat de koning meebuigt. Verder verdient de aantekening bij vers 25 aandacht: de muzikale dienst wordt niet gerechtvaardigd met de smaak van David, maar met het gebod van de HEERE door Zijn profeten. En het slot noemt de uitwerking: zij loofden tot blijdschap toe. De blijdschap is hier niet het vertrekpunt van de dienst maar haar vrucht.
Typologie: De Hebreeënbrief verbindt lofzang en offer op dezelfde wijze, maar nu aan het volbrachte werk: "Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden" (Hebr. 13:15). Het woordje door Hem staat daar waar in Jeruzalem het brandoffer lag: er wordt niet gezongen buiten het offer om.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Toen het brandoffer begon, begon het gezang — 29:20-36
Hizkia is koning geworden na Achaz, die de deuren van het voorhuis had gesloten en de lampen uitgedoofd. In de eerste maand van zijn eerste jaar laat Hizkia de tempel heropenen en schoonmaken, en dan volgt de eerste dienst in jaren.
Het offer wordt gebracht voor het hele volk, en op het ogenblik dat het begint, zet het gezang in.
De koning staat vroeg op en verzamelt de oversten van de stad. Er worden zeven varren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven geitenbokken gebracht — die laatste tot een zondoffer.
Wat er dan gebeurt is zorgvuldig opgeschreven. De priesters slachtten ze, en ontzondigden met hun bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israël. En de reden staat er uitdrukkelijk bij: want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israël bevolen.
Dat is opmerkelijk. Het noordelijke rijk is op dat moment vrijwel weggevoerd en Hizkia regeert alleen over Juda. Toch laat hij offeren voor het hele volk, ook voor wie er niet is.
En dan volgt de zin waar dit gedeelte om draait: ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David.
De muziek begint dus niet ná het offer, als een reactie, en niet ervóór, om de stemming te maken. Zij begint op hetzelfde moment. Zolang het brandoffer brandt, klinkt het gezang; als het offer voleindigd is, buigen zij zich neer.
Zo zitten lofzang en offer aan elkaar vast. Er wordt niet gezongen omdat men zich goed voelt, maar omdat er geofferd wordt.
De Schrift trekt hier zelf geen lijn naar Christus, en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. Maar de verbinding zelf komt terug in de Hebreeënbrief, die de lofzang uitdrukkelijk aan Hem vastknoopt: laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs. En in de nacht voor Zijn lijden zongen zij een lofzang, en gingen daarna uit naar de Olijfberg.
2 Kronieken 28:24 — Achaz had de deuren van het huis des HEEREN gesloten.
2 Kronieken 29:24 — Verzoening gedaan voor het ganse Israël, ook voor wie er niet was.
2 Kronieken 29:27 — Toen het brandoffer begon, begon het gezang.
2 Kronieken 29:28 — Het duurde totdat het brandoffer voleindigd was.
Mattheüs 26:30 — Na de lofzang gingen zij uit naar den Olijfberg.
Hebreeën 13:15 — Laat ons door Hem Gode opofferen een offerande des lofs.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 13:15; Mattheüs 26:30; Efeze 5:19-20; Openbaring 5:9
Hoever dit reikt: Niveau 3. Hizkia is geen beeld van Christus en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de zaak: de lofzang hangt aan het offer, en de Hebreeënbrief verbindt haar aan Christus.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
III. Vs. 1-36.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→2 Kronieken 35:6→Ezechiël 8:16→Jeremia 25:18→Jeremia 25:9→2 Kronieken 28:17→2 Koningen 18:1→2 Kronieken 29:7→ — Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had. Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze. En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat. En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom. Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd. Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd. Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen. Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest. Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere. Als Hizkia (hier Jehizkia genoemd) in het 25ste jaar van zijn ouderdom de troon beklimt, bevindt zich het rijk van Juda, ten gevolge van de rampen, die het onder Achaz getroffen en eindelijk van Assyrië afhankelijk gemaakt hadden, in de uiterste staatkundige onmacht, terwijl in het rijk zelf, door de overheersing van de afgoderij en de daarmee gepaard gaande zedelijke ontaarding, de toestand het slimste is. Dienovereenkomstig zien wij Hizkia ijverig een tweevoudig doel najagen; ten eerste om door verwijdering van de afgodendienst en herstelling van de rechtmatige godsdienstplechtigheden de godsdienstig-zedelijke toestand van het volk te verheffen, ten andere om door afschudding van het Assyrische juk aan het land de zelfstandigheid weer te geven. Terwijl de profetische Schrijver van de Boeken der Koningen deze tweede werkzaamheid van de vrome en door God gezegende koning, hoofdzakelijk in het oog houdt, maar zijn reformatorische werkzaamheid slechts terloops bericht, zo is het juist de hervorming en de openbare eredienst, waarbij de Kroniekschrijver met bijzondere belangstelling verwijlt. Wij horen dus eerst, hoe reeds in de eerste maand van het na zijn troonsbeklimming beginnende nieuwe jaar, Hizkia de tempel laat reinigen door priesters en Levieten, en nu de dienst van de Heere vernieuwt, onder plechtige offers, waarmee het volk zijn zonde verzoent en de Heere, zijn God, zijn dank toebrengt (Vergelijk 2 Koningen .18: 1-8).
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:1→2 Kronieken 26:5→1 Kronieken 3:13→Hosea 1:1→Micha 1:1→Jesaja 8:2→Mattheüs 1:9→Jesaja 1:1→— Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
Jehizkia, (volkomen naamvorm, (Jes.1: 1 Micha 1: 1), waarvoor elders het verkorte Hizkia voorkomt) werd koning, vijfentwintig jaren oud zijnde, en regeerde negenentwintig jaren, van 727-698 voor Christus, te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Abia, een dochter van Zacharia (2Ki 18: 3).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:2→2 Kronieken 28:1→— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, naar alles, wat zijn vader David gedaan had 1), zodat hij de Heere met standvastigheid aanhing en niet van Hem afweek.
“2Ki 18: 3”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→2 Kronieken 29:7→Prediker 9:10→Galaten 1:16→Psalmen 101:3→2 Koningen 16:14→2 Kronieken 34:3→Mattheüs 6:33→— Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.
Deze deed in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand 1), de maand Abib of Nisan van het jaar 726 voor Christus, nadat hij omstreeks een half jaar te voren aan de regering was gekomen, de deuren van het huis van de Heere, die zijn vader Achaz toegesloten had (Hoofdstuk 28: 24) open, en beterde ze, bouwde ze en versierde ze opnieuw (2 Koningen .18: 16).
Er staat hier niet, in het eerste jaar, in de eerste maand van zijn regering, maar, in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand. Hieruit is op te maken, dat Hizkia in het laatste gedeelte van het jaar 727 koning werd, zodat de eerste maand van het kerkelijk jaar, de maand Nisan van het jaar 726, nog in het eerste jaar van zijn regering viel.
KruisverwijzingenJeremia 19:2→Nehemia 3:29→2 Kronieken 32:6→— En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.
En hij bracht de priesters en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat, op de oostelijke vrije plaats voor de tempel of in de binnenvoorhof (Ezra 10: 9).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:6→1 Kronieken 15:12→2 Kronieken 29:34→Efeze 5:26→2 Korinthe 7:1→Exodus 19:10→2 Korinthe 6:16→2 Kronieken 29:15→— En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.
En hij zei tot hen: Hoor mij, o Levieten! heilig nu uzelf (Exod.19: 10 vv.), en heilig het huis van de Heere, de God van uw vaderen, en breng de onreinheid 1), al wat tot de afgodendienst behoort uit van het heiligdom.
De onreinheid, hier en in vs. 16, is de Levitische onreinheid, n.l. de vuile afgodendienst en alles wat daartoe behoort, door Achaz in de Tempel gebracht.
KruisverwijzingenEzechiël 8:16→Jeremia 2:27→2 Kronieken 34:21→Jeremia 44:21→Ezra 9:7→Klaagliederen 5:7→2 Kronieken 28:2→Nehemia 9:32→— Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.
Want onze vaders, Achaz en zijn tijdgenoten, hebben overtreden, zich aan Gods heiligdom vergrepen, en gedaan dat kwaad was in de ogen van de Heere, onze God, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van de tabernakel van de Heere omgewend, en hebben de nek toegekeerd, doordat zij de ware godsdienst in de tempel geheel lieten varen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→Leviticus 24:2→Maleachi 1:10→2 Koningen 16:17→2 Kronieken 29:3→— Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.
Ook hebben zij de deuren van het voorhuis, het tempelhuis (1 Koningen .6: 33 vv.), toegesloten, en de lampen uitgeblust, en het reukwerk niet gerookt 1); en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God van Israël niet geofferd 2) (Hoofdstuk 24: 18).
Alles wat hier wordt opgesomd, staat in het nauwste verband met het sluiten van de deuren van de voorhof, van het tempelhuis, waardoor men inging in het Heilige, waar de lampen brandden en het reukoffer werd ontstoken. Hizkia verzwijgt niet wat zijn vaderen hebben misdaan.
Hier wordt het zo duidelijk voor ogen gesteld, dat het offer op het altaar, dat Achaz zelf gemaakt had, geen brandoffer voor de Heere was, door Hem niet als een brandoffer werd beschouwd. Eigenwillige Godsdienst kan de Heere God niet behagen. Door Zijn profeten, vooral door Jesaja, spreekt de Heere dat gedurig tegen zijn volk uit.
KruisverwijzingenJeremia 25:18→Jeremia 25:9→Jeremia 29:18→2 Kronieken 24:18→Jeremia 19:8→Deuteronomium 28:25→Leviticus 26:32→1 Koningen 9:8→— Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.
Daarom is een grote toorn van de Heere over Juda en Jeruzalem geweest, en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting, en ter aanfluiting, dat zij op het snoodst vertreden, veracht en bespot werden door de Syriërs, Efraïmieten, Filistijnen, Edomieten en Syriërs (Hoofdstuk 28: 5 vv, 17 vv., 20 vv. Jer.51: 37 Klaagt.3: 15), zoals u ziet met uw ogen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:17→2 Kronieken 28:5→Klaagliederen 5:7→Leviticus 26:17→— Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
Want zie, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochters, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest1) (Hoofdstuk 28: 6).
Juda moet het wèl weten, dat al de ellende, waarin zij verkeren, gevolg is van de zonde van de Godverlating en God verzaking. Hij stelt die ellende in haar ontroerende werkelijkheid voor, opdat zijn volk bij de eerste oorzaak zou worden bepaald en daarom redding uit die toestand zou zoeken in een schuldbelijdend terugkeren tot de Heere en een vernieuwen van het verbond. Daarom komt hij ook hierop terstond met de n eis van bekering tot zijn onderdanen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:16→2 Kronieken 34:30→2 Korinthe 8:5→Nehemia 9:38→Ezra 10:3→Jeremia 34:15→2 Kronieken 6:7→2 Koningen 23:3→— Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
Nu is het, opdat wij uit zo’n ellende gered mogen worden, in mijn hart een verbond te maken 1) met de Heere, de God van Israël, zodat al het volk openlijk zich tot nieuwe gehoorzaamheid jegens Hem verbindt, opdat de hitte van Zijn toorn van ons afkeert, en Zijn genade en hulp zich weer tot ons wende.
Dit is, om Hem alleen te dienen, en wel op die wijs alleen, als Hij zelf ingesteld en bevolen heeft, want ik ben wel verzekerd, dat Hij anders Zijn hevige toorn niet van ons zal afwenden.
Verbond tussen God en de mens, dat is het tegenovergestelde van de scheiding en verwijdering tussen mens en God, die de zonde veroorzaakt; dat is voor zondaren wederbrenging tot God, vereniging met Hem, zoals het liefhebbend kind, dat onverbreekbaar aan de vader hangt. Verbond maken is het verbond vernieuwen. Hizkia spreekt het met deze woorden uit, dat het de lust van zijn hart is, om de Heere God te dienen, hij en zijn volk, naar Zijn inzettingen. Als een koning zal hij regeren, die er zich van bewust is, dat hij zijn macht ontleent aan de Heere en dat hij dus geroepen is, Diens wetten te eren en Diens ordinantiën op te volgen.
KruisverwijzingenNumeri 3:6→Numeri 18:2→Deuteronomium 10:8→Numeri 8:6→Numeri 16:35→Galaten 6:7→— Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
Mijn zonen, priesters en Levieten! wees nu niet traag, maar betoon u echt trouw en ijverig in de plichten, die op u rusten a); want de Heere heeft u verkoren 1), dat u voor Zijn aangezicht staan zou, om Hem te dienen, en opdat u voor Hem dienaars en wierokers zou zijn.
Exod.28: 1 Num.3: 6; 8: 14; 18: 2
De koning wijst de Priesters en de Levieten er op, dat zij ambtsdragers van God, de Heere zijn, dat hun ambt een instelling van de Heere is en dat daaruit voortvloeit, om dit ambt de Heere en Hem alleen waar te nemen. Hizkia weet het, dat, indien zij dit goed verstaan en dit geloven, Zij ook met gewilligheid en ijver de Tempel van alle onreinheden zullen zuiveren.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 31:13→1 Kronieken 23:7→Numeri 3:17→Numeri 3:19→1 Kronieken 6:16→Exodus 6:16→Numeri 4:2→1 Kronieken 6:44→— Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;
Toen, door zulke vriendelijke en dringende redenen van de koning tot heilige ijver aangespoord, maakten zich de Levieten op; Mahath, de zoon van Amasaï, en Joël, de zoon van Azarja, van de kinderen van de Kehathieten; en van de kinderen van Merari, Kis (1 Kronieken 6: 5),de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleël; en van de Gersonieten: Joah, de zoon van Zimma (1 Kronieken 6: 29), en Eden, de zoon van Joah;
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:39→1 Kronieken 15:8→Leviticus 10:4→1 Kronieken 25:2→1 Kronieken 15:17→— En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;
En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiël, en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:33→1 Kronieken 25:3→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 15:19→1 Kronieken 25:6→— En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.
En van de kinderen van Heman, Jehiël en Simeï, en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziël.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:12→1 Kronieken 23:28→2 Kronieken 29:5→— En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.
En zij, deze 14 hoofden van Levitische families verzamelden hun broederen, de tot hun families behorende Levieten, en heiligden zich en kwamen, na volbrachte heiliging, naar het gebod van de koning, door de woorden van de Heere 1), om het huis van de Heere te reinigen.
Door het woord van de Heere is nauw verbonden aan, naar het gebod van de koning, en wil zeggen, dat het gebod van de koning zich grondde op het bevel van God, op de wetten van Mozes.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:16→Mattheüs 23:27→Johannes 18:1→Hebreeën 9:2→Hebreeën 9:23→Mattheüs 21:12→Exodus 26:33→2 Kronieken 3:8→— Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.
Maar de priesters gingen binnen in het huis van de Heere, in het eigenlijke tempelhuis, waar de Levieten niet mochten komen, omdat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis van de Heere al de oneingheid van de afgodendienst, die zij in de tempel van de Heere vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron
(2 Koningen .23: 12).
“2Ki 23: 6”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 3:4→1 Kronieken 28:11→Exodus 12:2→2 Kronieken 29:3→1 Koningen 6:3→— Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.
Zij begonnen nu te heiligen op de eerste van de eerste maand, op de 1ste Abib of Nisan van het jaar 726, en op de achtste dag van de maand kwamen zij, zoals vroeger verhaald werd, in het voorhuis van de Heere, en heiligden het huis van de Heere in acht dagen, bij welke gelegenheid zeker ook de koperen slang vernietigd werd (2 Koningen .18: 4), en op de zestiende dag van de eerste maand maakten zij een einde.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:11→2 Kronieken 4:7→2 Kronieken 4:1→— Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.
Daarna, na volbrachten arbeid, kwamen zij binnen het paleis op Zion tot de koning Hizkia, om hem de stand van zaken mee te delen, en zeiden: Wij hebben, overeenkomstig uw bevel (vs. 5), het gehele huis van de Heere gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel van de toerichting met al haar gereedschap.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→— Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.
Alle gereedschap 1) ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijne overtreding of, in zijn ongerechtigheid weggeworpen, aan het heilige gebruik onttrokken had (Hoofdstuk 28: 24),hebben wij bereid, weer in orde gebracht, en opnieuw voor het godsdienstig gebruik geheiligd: en zie, zij zijn voor het altaar van de Heere, het brandofferaltaar.
Hieronder is te verstaan, het koperen brandofferaltaar, de koperen zee en de waterbekkens op de stellingen.
KruisverwijzingenJozua 6:12→Exodus 24:4→Jeremia 25:4→Genesis 22:3→— Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.
Toen maakte zich de koning Jehizkia, de andere dag, de 17de Abib of Nisan, vroeg op, en verzamelde de oversten van de steden en hij ging met hen op in het huis van de Heere.
KruisverwijzingenLeviticus 4:3→Numeri 23:1→2 Korinthe 5:21→1 Kronieken 15:26→Numeri 23:14→Numeri 15:22→Numeri 23:29→Ezra 8:35→— En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.
En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren ten brandoffer 1), en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, het volk, en voor het heiligdom en voor Juda 2); en hij zei tot de zonen van Aäron, de priesters, dat zij die op het altaar van de Heere zouden offeren.
Het brandoffer wordt eerst genoemd, hoewel het zondoffer het eerst gebracht werd, omdat ook in Lev.6 eerst van de brandoffers en daarna van het zondoffer sprake is.
Deze offers werden gebracht èn om het rijk èn om het heiligdom èn om het volk te ontzondigen en weer te wijden aan de Heere God. Want wel wordt in vs. 21 en 22 van een slachten van de offerdieren, ten brandoffer bestemd, gesproken, maar nog niet van verbranden, terwijl uit vs. 27 voldoende blijkt, dat de brandoffers eerst geofferd werden, nadat het bloed van het zondoffer had gevloeid (vs. 23 en 24).
KruisverwijzingenLeviticus 4:18→Leviticus 8:19→Leviticus 8:24→Leviticus 4:34→Leviticus 8:14→Leviticus 1:5→Hebreeën 9:21→Leviticus 4:7→— Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en a) sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
Lev.8: 14 Hebr.9: 21
KruisverwijzingenLeviticus 4:15→Leviticus 1:4→Leviticus 4:24→— Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.
Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer voor het aangezicht van de koning en van de gemeente, en zij leiden hun handen op die, terwijl zij een belijdenis van zonden uitspraken (Lev.16: 21).
KruisverwijzingenLeviticus 14:20→Ezechiël 45:15→Leviticus 6:30→Leviticus 8:15→Leviticus 4:13→2 Korinthe 5:18→Ezechiël 45:17→Kolossenzen 1:20→— En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
En de priesters slachtten ze en ontzondigden met hun bloed op het altaar, bestreken met een deel van het bloed de hoornen des altaars, en goten dan het overige bloed aan de voet van het altaar uit (Lev.4: 34), om verzoening te doen voor het ganse Israël, ook voor dat van de noordelijke stammen, omdat de tempel het gemeenschappelijk heiligdom van het ganse Israël was; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israël bevolen, opdat zo het reinigings- en inwijdingsfeest op plechtige wijze plaats had.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 8:14→1 Kronieken 23:5→2 Samuël 24:11→1 Kronieken 16:42→1 Kronieken 9:33→1 Kronieken 28:12→1 Kronieken 15:16→2 Kronieken 35:15→— En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.
En a) hij stelde de Levieten in het huis van de Heere, met cimbalen, met luiten en harpen
, naar het gebod van David, en van Gad, de ziener van de koning, en van Nathan, de profeet: want dit gebod was van de hand van de Heere, door de hand van Zijn profeten, hetgeen David aangaande het godsdienstig gezang van de Levieten verordend had.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:5→1 Kronieken 15:24→Amos 6:5→1 Kronieken 16:6→Numeri 10:8→Jozua 6:4→Psalmen 87:7→Psalmen 81:3→— De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
De Levieten nu stonden met de instrumenten van David (1 Kronieken 23: 5), en de priesters met de trompetten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:18→2 Kronieken 7:3→2 Kronieken 20:21→Psalmen 137:3→Psalmen 136:1→— En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.
En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ter tijd nu als dat brandoffer begon, begon het gezang van de Heere met de trompetten, en met of, de maat houdende van de instrumenten van David, de koning van Israël
(1Ki 10: 12).
Letterlijk staat er: Begon het gezang van de Heere en de trompetten, en wel de maat houdend van de instrumenten van David de koning van Israël. De betekenis is daarom, dat het blazen van de trompetten zich schikte of voegde naar het gezang en het spelen op de muziekinstrumenten, door David ingevoerd. Wat in onze Staten-Vertaling vertaald is door met de instrumenten, moet vertaald worden door de maat houdende van de instrumenten, terwijl ook het vorige met vervangen moet worden door en der. De trompetten en het gezang van het volk was geheel één, wat de maat aanging, in overeenstemming met het spel op de cimbalen en de luiten en harpen. Gedurig wordt de aandacht erop gevestigd, dat Hizkia geheel en al de voetstappen van David volgde en deze grote koning van Israël als zijn voorbeeld beschouwde, waar het aankwam op de heiliging en verheerlijking van de dienst van de Heere.
KruisverwijzingenPsalmen 89:15→Openbaring 5:8→Psalmen 68:24→— De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.
De ganse gemeente nu boog zich neer, toen men het gezang zong, en met trompetten trompette 1); dit alles totdat het brandoffer voleind was.
In dit vers wordt duidelijk het zingen van het gezang en het blazen op de trompetten van elkaar onderscheiden en behelst het de mededeling van de opvolging van het bevel van Hizkia (vs. 27).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:18→1 Kronieken 29:20→Romeinen 14:11→Psalmen 72:11→Filippenzen 2:10→— Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.
Toen men nu geëindigd had te offeren, bukten, knielden de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neer.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:7→Psalmen 95:6→Psalmen 149:2→Psalmen 100:1→2 Samuël 23:1→Filippenzen 4:4→Psalmen 95:1→Psalmen 32:11→— Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.
Daarna zei de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij de Heere loven zouden met de woorden, de Psalmen van David en van Asaf, de ziener; en zij loofden tot blijdschap toe, en neigden hun hoofden en bogen zich neer 1).
Men leert hieruit, dat de smart en droefheid om de zonden ons niet moet terughouden, om Gods lof al juichend te zingen. Door het geloof moeten we ons verblijden in Christus Jezus, onze Gerechtigheid, en onze gebeden en lofzangen moeten tegelijk met zijn offeranden ten hemel stijgen, om alleen uit kracht hiervan een gunstige aanneming bij God te verlangen.
Het is duidelijk, dat dit zingen van Psalmen van David en Asaf reeds plaats had onder het offeren (vs. 27). Het gezang van de Heere is in vs. 27 niet anders als het zingen van de Psalmen van David.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Exodus 35:22→Leviticus 1:1→Leviticus 23:38→Ezra 1:4→Exodus 35:5→Leviticus 7:12→— En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.
En Jehizkia antwoordde en zei: Nu hebt u uw handen de Heere gevuld 1), met het brengen van offers opnieuw van uw ambt bezit genomen; treedt toe, en brengt slachtoffers en lofoffers tot het huis van de Heere; en de gemeente bracht slachtoffers en lofoffers, en alle vrijwilligen van hart brandoffers.
D.i. u heeft u weer gewijd aan de dienst van de Heere. De volgende woorden brengt slachtoffers zijn ook tot het volk gericht.
KruisverwijzingenEzra 6:17→1 Kronieken 29:21→1 Koningen 3:4→1 Koningen 8:63→— En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.
En het getal van de brandoffers, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze allen de Heere ten brandoffer.
— Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.
Nog waren de geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen 1).
Wel was het een grote menigte van brandoffers, die gebracht werd, maar toch welk een verschil met de dagen van vroeger. Alleen uit het aantal de brandoffers is duidelijk genoeg op te maken, de achteruitgang van het volk, op stoffelijk en geestelijk gebied. Ook op godsdienstig, want uit vs. 34 vv. zien wij, dat niet alle priesters meededen en zich geheiligd hadden, en daarom zullen velen uit het volk zich ook nog hebben afgetrokken van de zuivere dienst van God. Velen zullen op de Priesters en wat deze deden hebben gewezen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:11→2 Kronieken 30:3→Numeri 18:3→Numeri 8:19→Numeri 18:6→Psalmen 26:6→2 Kronieken 30:16→Psalmen 94:15→— Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.
Maar van de priesters waren er te weinig; en zij konden al de brandoffers de huid niet aftrekken 1), hetgeen in dit geval ook tot hun ambtsplichten behoorde; daarom hielpen hen hun broeders, de Levieten, totdat het werk geëindigd was, en totdat de andere nog overige priesters zich geheiligd hadden, want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen dan de priesters 2), hun heiliging vereiste niet zoveel omslag dan die van de priesters; maar zij hadden er zich ook bereidwilliger toe betoond, dan de priesters, die meer betrokken waren bij de invoering van de afgodendienst door Achaz.
Bij de gewone offers moest een offeraar helpen aan het aftrekken van de huid, of liever dit zelf doen, maar bij feestoffers, zoals deze, was het de plicht en de taak van de Priesters.
Wordt in vs. 35 een tweede oorzaak aangegeven, waarom de Levieten de Priesters moesten helpen, hier wordt de eerste en voornaamste oorzaak aangeduid. Bij vele Priesters was een hinken op twee gedachten. Deze waren nog gehecht aan de meer zinnelijke dienst van Achaz en konden zich nog niet vinden in de zuivere dienst van de Heere. Bij de Priesters vond Hizkia daarom niet de genegenheid als bij de Levieten en het volk. Dit verklaart ook het feit, dat als Hizkia’s zoon Manasse aan de regering is gekomen, zo opeens weer en in zo hevige mate de afgodsdienst in volle gang is.
KruisverwijzingenNumeri 15:5→Exodus 29:13→Leviticus 3:15→1 Kronieken 16:37→Genesis 35:14→Ezra 6:18→1 Korinthe 14:40→Leviticus 23:13→— En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.
En ook waren de brandoffers in menigte, met het vet van de dankoffers, en met de drankoffers, voor de brandoffers, en dat was een andere reden waarom de priesters alleen met het aftrekken van de huid niet gereed konden komen; zo werd de dienst van het huis van de Heere besteld 1).
Hiermee wordt aangeduid, dat wat onder Achaz in verval was geraakt, nu weer hersteld werd, n.l. de offerdienst, naar de wet van Mozes, in het Heiligdom van de Heere.
Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 3:8→1 Kronieken 29:17→Spreuken 16:1→Psalmen 10:17→Ezra 6:22→Handelingen 2:41→2 Kronieken 30:12→1 Kronieken 29:9→— Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.
Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid 1) had, over hetgeen hij het volk geschonken had uit het beoogde werk van de kerkhervorming; want deze zaak geschiedde haastig, en toch betoonde het volk zo’n grote deelneming.
Juda’s volk en koning verheugde zich door de bevinding, dat de hand van de Heere hierin had meegewerkt en hun arbeid gezegend had. Laten de bedienaars van het Heiligdom slechts welmenend en oprecht de godsdienstige handen inéén slaan, op God hun vertrouwen en hoop vestigen, hem de eer toeschrijven van alles, wat er gedaan wordt, voornamelijk als het schielijk en ordelijk wel verricht is, dan kan het niet anders, of al hun doen zal wel lukken. Want alles, wat God doet is goed en wonderbaar.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 29
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-36.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:24→2 Kronieken 35:6→Ezechiël 8:16→Jeremia 25:18→Jeremia 25:9→2 Kronieken 28:17→2 Koningen 18:1→2 Kronieken 29:7→
— Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had. Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze. En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat. En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom. Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd. Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd. Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen. Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest. Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
Als Hizkia (hier Jehizkia genoemd) in het 25ste jaar van zijn ouderdom de troon beklimt, bevindt zich het rijk van Juda, ten gevolge van de rampen, die het onder Achaz getroffen en eindelijk van Assyrië afhankelijk gemaakt hadden, in de uiterste staatkundige onmacht, terwijl in het rijk zelf, door de overheersing van de afgoderij en de daarmee gepaard gaande zedelijke ontaarding, de toestand het slimste is. Dienovereenkomstig zien wij Hizkia ijverig een tweevoudig doel najagen; ten eerste om door verwijdering van de afgodendienst en herstelling van de rechtmatige godsdienstplechtigheden de godsdienstig-zedelijke toestand van het volk te verheffen, ten andere om door afschudding van het Assyrische juk aan het land de zelfstandigheid weer te geven. Terwijl de profetische Schrijver van de Boeken der Koningen deze tweede werkzaamheid van de vrome en door God gezegende koning, hoofdzakelijk in het oog houdt, maar zijn reformatorische werkzaamheid slechts terloops bericht, zo is het juist de hervorming en de openbare eredienst, waarbij de Kroniekschrijver met bijzondere belangstelling verwijlt. Wij horen dus eerst, hoe reeds in de eerste maand van het na zijn troonsbeklimming beginnende nieuwe jaar, Hizkia de tempel laat reinigen door priesters en Levieten, en nu de dienst van de Heere vernieuwt, onder plechtige offers, waarmee het volk zijn zonde verzoent en de Heere, zijn God, zijn dank toebrengt (Vergelijk 2 Koningen .18: 1-8).
Jehizkia, (volkomen naamvorm, (Jes.1: 1 Micha 1: 1), waarvoor elders het verkorte Hizkia voorkomt) werd koning, vijfentwintig jaren oud zijnde, en regeerde negenentwintig jaren, van 727-698 voor Christus, te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Abia, een dochter van Zacharia (2Ki 18: 3).
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, naar alles, wat zijn vader David gedaan had 1), zodat hij de Heere met standvastigheid aanhing en niet van Hem afweek.
“2Ki 18: 3”
Deze deed in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand 1), de maand Abib of Nisan van het jaar 726 voor Christus, nadat hij omstreeks een half jaar te voren aan de regering was gekomen, de deuren van het huis van de Heere, die zijn vader Achaz toegesloten had (Hoofdstuk 28: 24) open, en beterde ze, bouwde ze en versierde ze opnieuw (2 Koningen .18: 16).
Er staat hier niet, in het eerste jaar, in de eerste maand van zijn regering, maar, in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand. Hieruit is op te maken, dat Hizkia in het laatste gedeelte van het jaar 727 koning werd, zodat de eerste maand van het kerkelijk jaar, de maand Nisan van het jaar 726, nog in het eerste jaar van zijn regering viel.
En hij bracht de priesters en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat, op de oostelijke vrije plaats voor de tempel of in de binnenvoorhof (Ezra 10: 9).
En hij zei tot hen: Hoor mij, o Levieten! heilig nu uzelf (Exod.19: 10 vv.), en heilig het huis van de Heere, de God van uw vaderen, en breng de onreinheid 1), al wat tot de afgodendienst behoort uit van het heiligdom.
De onreinheid, hier en in vs. 16, is de Levitische onreinheid, n.l. de vuile afgodendienst en alles wat daartoe behoort, door Achaz in de Tempel gebracht.
Want onze vaders, Achaz en zijn tijdgenoten, hebben overtreden, zich aan Gods heiligdom vergrepen, en gedaan dat kwaad was in de ogen van de Heere, onze God, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van de tabernakel van de Heere omgewend, en hebben de nek toegekeerd, doordat zij de ware godsdienst in de tempel geheel lieten varen.
Ook hebben zij de deuren van het voorhuis, het tempelhuis (1 Koningen .6: 33 vv.), toegesloten, en de lampen uitgeblust, en het reukwerk niet gerookt 1); en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God van Israël niet geofferd 2) (Hoofdstuk 24: 18).
Alles wat hier wordt opgesomd, staat in het nauwste verband met het sluiten van de deuren van de voorhof, van het tempelhuis, waardoor men inging in het Heilige, waar de lampen brandden en het reukoffer werd ontstoken. Hizkia verzwijgt niet wat zijn vaderen hebben misdaan.
Hier wordt het zo duidelijk voor ogen gesteld, dat het offer op het altaar, dat Achaz zelf gemaakt had, geen brandoffer voor de Heere was, door Hem niet als een brandoffer werd beschouwd. Eigenwillige Godsdienst kan de Heere God niet behagen. Door Zijn profeten, vooral door Jesaja, spreekt de Heere dat gedurig tegen zijn volk uit.
Daarom is een grote toorn van de Heere over Juda en Jeruzalem geweest, en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting, en ter aanfluiting, dat zij op het snoodst vertreden, veracht en bespot werden door de Syriërs, Efraïmieten, Filistijnen, Edomieten en Syriërs (Hoofdstuk 28: 5 vv, 17 vv., 20 vv. Jer.51: 37 Klaagt.3: 15), zoals u ziet met uw ogen.
Want zie, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochters, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest1) (Hoofdstuk 28: 6).
Juda moet het wèl weten, dat al de ellende, waarin zij verkeren, gevolg is van de zonde van de Godverlating en God verzaking. Hij stelt die ellende in haar ontroerende werkelijkheid voor, opdat zijn volk bij de eerste oorzaak zou worden bepaald en daarom redding uit die toestand zou zoeken in een schuldbelijdend terugkeren tot de Heere en een vernieuwen van het verbond. Daarom komt hij ook hierop terstond met de n eis van bekering tot zijn onderdanen.
Nu is het, opdat wij uit zo’n ellende gered mogen worden, in mijn hart een verbond te maken 1) met de Heere, de God van Israël, zodat al het volk openlijk zich tot nieuwe gehoorzaamheid jegens Hem verbindt, opdat de hitte van Zijn toorn van ons afkeert, en Zijn genade en hulp zich weer tot ons wende.
Dit is, om Hem alleen te dienen, en wel op die wijs alleen, als Hij zelf ingesteld en bevolen heeft, want ik ben wel verzekerd, dat Hij anders Zijn hevige toorn niet van ons zal afwenden.
Verbond tussen God en de mens, dat is het tegenovergestelde van de scheiding en verwijdering tussen mens en God, die de zonde veroorzaakt; dat is voor zondaren wederbrenging tot God, vereniging met Hem, zoals het liefhebbend kind, dat onverbreekbaar aan de vader hangt. Verbond maken is het verbond vernieuwen. Hizkia spreekt het met deze woorden uit, dat het de lust van zijn hart is, om de Heere God te dienen, hij en zijn volk, naar Zijn inzettingen. Als een koning zal hij regeren, die er zich van bewust is, dat hij zijn macht ontleent aan de Heere en dat hij dus geroepen is, Diens wetten te eren en Diens ordinantiën op te volgen.
Mijn zonen, priesters en Levieten! wees nu niet traag, maar betoon u echt trouw en ijverig in de plichten, die op u rusten a); want de Heere heeft u verkoren 1), dat u voor Zijn aangezicht staan zou, om Hem te dienen, en opdat u voor Hem dienaars en wierokers zou zijn.
Exod.28: 1 Num.3: 6; 8: 14; 18: 2
De koning wijst de Priesters en de Levieten er op, dat zij ambtsdragers van God, de Heere zijn, dat hun ambt een instelling van de Heere is en dat daaruit voortvloeit, om dit ambt de Heere en Hem alleen waar te nemen. Hizkia weet het, dat, indien zij dit goed verstaan en dit geloven, Zij ook met gewilligheid en ijver de Tempel van alle onreinheden zullen zuiveren.
Toen, door zulke vriendelijke en dringende redenen van de koning tot heilige ijver aangespoord, maakten zich de Levieten op; Mahath, de zoon van Amasaï, en Joël, de zoon van Azarja, van de kinderen van de Kehathieten; en van de kinderen van Merari, Kis (1 Kronieken 6: 5),de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleël; en van de Gersonieten: Joah, de zoon van Zimma (1 Kronieken 6: 29), en Eden, de zoon van Joah;
En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiël, en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja.
En van de kinderen van Heman, Jehiël en Simeï, en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziël.
En zij, deze 14 hoofden van Levitische families verzamelden hun broederen, de tot hun families behorende Levieten, en heiligden zich en kwamen, na volbrachte heiliging, naar het gebod van de koning, door de woorden van de Heere 1), om het huis van de Heere te reinigen.
Door het woord van de Heere is nauw verbonden aan, naar het gebod van de koning, en wil zeggen, dat het gebod van de koning zich grondde op het bevel van God, op de wetten van Mozes.
Maar de priesters gingen binnen in het huis van de Heere, in het eigenlijke tempelhuis, waar de Levieten niet mochten komen, omdat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis van de Heere al de oneingheid van de afgodendienst, die zij in de tempel van de Heere vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron
(2 Koningen .23: 12).
“2Ki 23: 6”
Zij begonnen nu te heiligen op de eerste van de eerste maand, op de 1ste Abib of Nisan van het jaar 726, en op de achtste dag van de maand kwamen zij, zoals vroeger verhaald werd, in het voorhuis van de Heere, en heiligden het huis van de Heere in acht dagen, bij welke gelegenheid zeker ook de koperen slang vernietigd werd (2 Koningen .18: 4), en op de zestiende dag van de eerste maand maakten zij een einde.
Daarna, na volbrachten arbeid, kwamen zij binnen het paleis op Zion tot de koning Hizkia, om hem de stand van zaken mee te delen, en zeiden: Wij hebben, overeenkomstig uw bevel (vs. 5), het gehele huis van de Heere gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel van de toerichting met al haar gereedschap.
Alle gereedschap 1) ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijne overtreding of, in zijn ongerechtigheid weggeworpen, aan het heilige gebruik onttrokken had (Hoofdstuk 28: 24),hebben wij bereid, weer in orde gebracht, en opnieuw voor het godsdienstig gebruik geheiligd: en zie, zij zijn voor het altaar van de Heere, het brandofferaltaar.
Hieronder is te verstaan, het koperen brandofferaltaar, de koperen zee en de waterbekkens op de stellingen.
Toen maakte zich de koning Jehizkia, de andere dag, de 17de Abib of Nisan, vroeg op, en verzamelde de oversten van de steden en hij ging met hen op in het huis van de Heere.
En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren ten brandoffer 1), en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, het volk, en voor het heiligdom en voor Juda 2); en hij zei tot de zonen van Aäron, de priesters, dat zij die op het altaar van de Heere zouden offeren.
Het brandoffer wordt eerst genoemd, hoewel het zondoffer het eerst gebracht werd, omdat ook in Lev.6 eerst van de brandoffers en daarna van het zondoffer sprake is.
Deze offers werden gebracht èn om het rijk èn om het heiligdom èn om het volk te ontzondigen en weer te wijden aan de Heere God. Want wel wordt in vs. 21 en 22 van een slachten van de offerdieren, ten brandoffer bestemd, gesproken, maar nog niet van verbranden, terwijl uit vs. 27 voldoende blijkt, dat de brandoffers eerst geofferd werden, nadat het bloed van het zondoffer had gevloeid (vs. 23 en 24).
Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en a) sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
Lev.8: 14 Hebr.9: 21
Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer voor het aangezicht van de koning en van de gemeente, en zij leiden hun handen op die, terwijl zij een belijdenis van zonden uitspraken (Lev.16: 21).
En de priesters slachtten ze en ontzondigden met hun bloed op het altaar, bestreken met een deel van het bloed de hoornen des altaars, en goten dan het overige bloed aan de voet van het altaar uit (Lev.4: 34), om verzoening te doen voor het ganse Israël, ook voor dat van de noordelijke stammen, omdat de tempel het gemeenschappelijk heiligdom van het ganse Israël was; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israël bevolen, opdat zo het reinigings- en inwijdingsfeest op plechtige wijze plaats had.
En a) hij stelde de Levieten in het huis van de Heere, met cimbalen, met luiten en harpen
, naar het gebod van David, en van Gad, de ziener van de koning, en van Nathan, de profeet: want dit gebod was van de hand van de Heere, door de hand van Zijn profeten, hetgeen David aangaande het godsdienstig gezang van de Levieten verordend had.
1 Kronieken 16: 4; 25: 6
1 Kronieken 6: 31; 23: 5; 25: 1. 2 Kronieken 6: 14
De Levieten nu stonden met de instrumenten van David (1 Kronieken 23: 5), en de priesters met de trompetten.
En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ter tijd nu als dat brandoffer begon, begon het gezang van de Heere met de trompetten, en met of, de maat houdende van de instrumenten van David, de koning van Israël
(1Ki 10: 12).
Letterlijk staat er: Begon het gezang van de Heere en de trompetten, en wel de maat houdend van de instrumenten van David de koning van Israël. De betekenis is daarom, dat het blazen van de trompetten zich schikte of voegde naar het gezang en het spelen op de muziekinstrumenten, door David ingevoerd. Wat in onze Staten-Vertaling vertaald is door met de instrumenten, moet vertaald worden door de maat houdende van de instrumenten, terwijl ook het vorige met vervangen moet worden door en der. De trompetten en het gezang van het volk was geheel één, wat de maat aanging, in overeenstemming met het spel op de cimbalen en de luiten en harpen. Gedurig wordt de aandacht erop gevestigd, dat Hizkia geheel en al de voetstappen van David volgde en deze grote koning van Israël als zijn voorbeeld beschouwde, waar het aankwam op de heiliging en verheerlijking van de dienst van de Heere.
De ganse gemeente nu boog zich neer, toen men het gezang zong, en met trompetten trompette 1); dit alles totdat het brandoffer voleind was.
In dit vers wordt duidelijk het zingen van het gezang en het blazen op de trompetten van elkaar onderscheiden en behelst het de mededeling van de opvolging van het bevel van Hizkia (vs. 27).
Toen men nu geëindigd had te offeren, bukten, knielden de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neer.
Daarna zei de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij de Heere loven zouden met de woorden, de Psalmen van David en van Asaf, de ziener; en zij loofden tot blijdschap toe, en neigden hun hoofden en bogen zich neer 1).
Men leert hieruit, dat de smart en droefheid om de zonden ons niet moet terughouden, om Gods lof al juichend te zingen. Door het geloof moeten we ons verblijden in Christus Jezus, onze Gerechtigheid, en onze gebeden en lofzangen moeten tegelijk met zijn offeranden ten hemel stijgen, om alleen uit kracht hiervan een gunstige aanneming bij God te verlangen.
Het is duidelijk, dat dit zingen van Psalmen van David en Asaf reeds plaats had onder het offeren (vs. 27). Het gezang van de Heere is in vs. 27 niet anders als het zingen van de Psalmen van David.
En Jehizkia antwoordde en zei: Nu hebt u uw handen de Heere gevuld 1), met het brengen van offers opnieuw van uw ambt bezit genomen; treedt toe, en brengt slachtoffers en lofoffers tot het huis van de Heere; en de gemeente bracht slachtoffers en lofoffers, en alle vrijwilligen van hart brandoffers.
D.i. u heeft u weer gewijd aan de dienst van de Heere. De volgende woorden brengt slachtoffers zijn ook tot het volk gericht.
En het getal van de brandoffers, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze allen de Heere ten brandoffer.
Nog waren de geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen 1).
Wel was het een grote menigte van brandoffers, die gebracht werd, maar toch welk een verschil met de dagen van vroeger. Alleen uit het aantal de brandoffers is duidelijk genoeg op te maken, de achteruitgang van het volk, op stoffelijk en geestelijk gebied. Ook op godsdienstig, want uit vs. 34 vv. zien wij, dat niet alle priesters meededen en zich geheiligd hadden, en daarom zullen velen uit het volk zich ook nog hebben afgetrokken van de zuivere dienst van God. Velen zullen op de Priesters en wat deze deden hebben gewezen.
Maar van de priesters waren er te weinig; en zij konden al de brandoffers de huid niet aftrekken 1), hetgeen in dit geval ook tot hun ambtsplichten behoorde; daarom hielpen hen hun broeders, de Levieten, totdat het werk geëindigd was, en totdat de andere nog overige priesters zich geheiligd hadden, want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen dan de priesters 2), hun heiliging vereiste niet zoveel omslag dan die van de priesters; maar zij hadden er zich ook bereidwilliger toe betoond, dan de priesters, die meer betrokken waren bij de invoering van de afgodendienst door Achaz.
Bij de gewone offers moest een offeraar helpen aan het aftrekken van de huid, of liever dit zelf doen, maar bij feestoffers, zoals deze, was het de plicht en de taak van de Priesters.
Wordt in vs. 35 een tweede oorzaak aangegeven, waarom de Levieten de Priesters moesten helpen, hier wordt de eerste en voornaamste oorzaak aangeduid. Bij vele Priesters was een hinken op twee gedachten. Deze waren nog gehecht aan de meer zinnelijke dienst van Achaz en konden zich nog niet vinden in de zuivere dienst van de Heere. Bij de Priesters vond Hizkia daarom niet de genegenheid als bij de Levieten en het volk. Dit verklaart ook het feit, dat als Hizkia’s zoon Manasse aan de regering is gekomen, zo opeens weer en in zo hevige mate de afgodsdienst in volle gang is.
En ook waren de brandoffers in menigte, met het vet van de dankoffers, en met de drankoffers, voor de brandoffers, en dat was een andere reden waarom de priesters alleen met het aftrekken van de huid niet gereed konden komen; zo werd de dienst van het huis van de Heere besteld 1).
Hiermee wordt aangeduid, dat wat onder Achaz in verval was geraakt, nu weer hersteld werd, n.l. de offerdienst, naar de wet van Mozes, in het Heiligdom van de Heere.
Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid 1) had, over hetgeen hij het volk geschonken had uit het beoogde werk van de kerkhervorming; want deze zaak geschiedde haastig, en toch betoonde het volk zo’n grote deelneming.
Juda’s volk en koning verheugde zich door de bevinding, dat de hand van de Heere hierin had meegewerkt en hun arbeid gezegend had. Laten de bedienaars van het Heiligdom slechts welmenend en oprecht de godsdienstige handen inéén slaan, op God hun vertrouwen en hoop vestigen, hem de eer toeschrijven van alles, wat er gedaan wordt, voornamelijk als het schielijk en ordelijk wel verricht is, dan kan het niet anders, of al hun doen zal wel lukken. Want alles, wat God doet is goed en wonderbaar.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel