Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 29

1 Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 JehizkiaH3169 werd koningH4427, vijfH2568 en twintigH6242 jarenH8141 oudH1121 zijnde, en regeerdeH4427 negenH8672 en twintigH6242 jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was AbiaH29, een dochterH1323 van ZachariaH2148. Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.

KJV Hezekiah began to reign2 when he was five5 and twenty4 years6 old,3 and he reigned10 nine8 and twenty7 years9 in Jerusalem.11 And his mother's13 name12 was Abijah,14 the daughter15 of Zechariah.16

1 יְחִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 2 מָלַ֗ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 וְחָמֵשׁ֙ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 6 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 וְעֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 וָתֵ֨שַׁע֙ H8672 negen, negenhonderd, negenden nine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th) 9 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 14 אֲבִיָּ֖ה H29 Abia, Abija Abiah, Abijah 15 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 16 זְכַרְיָֽהוּ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar allesH3605, watH834 zijn vaderH1 DavidH1732 gedaanH6213 had. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.

KJV And he did1 that which was right2 in the sight3 of the LORD,4 according to all that David8 his father9 had done.7

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַיָּשָׁ֖ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 דָּוִ֥יד H1732 David, Davids David 9 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Dezelve deed in het eersteH7223 jaarH8141 zijner regeringH4427, in de eersteH7223 maandH2320, de deurenH1817 van het huisH1004 des HEERENH3068 openH6605, en beterdeH2388 ze. Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.

KJV He in the first3 year2 of his reign,4 in the first6 month,5 opened7 the doors9 of the house10 of the LORD,11 and repaired12 them.

1 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 בַשָּׁנָה֩ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 הָרִאשׁוֹנָ֨ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 4 לְמָלְכ֜וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 5 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 הָרִאשׁ֗וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 7 פָּתַ֛ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 דַּלְת֥וֹת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 10 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וַֽיְחַזְּקֵֽם H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij brachtH935 de priesterenH3548 en de LevietenH3881 in, en hij verzameldeH622 ze in de OoststraatH4217. En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.

KJV And he brought in1 the priests3 and the Levites,5 and gathered them together6 into the east8 street,7

1 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַלְוִיִּ֑ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 6 וַיַּֽאַסְפֵ֖ם H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 7 לִרְח֥וֹב H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 8 הַמִּזְרָֽח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij zeideH559 tot hen: HoortH8085 mij, o LevietenH3881; heiligtH6942 nuH6258 uzelven, en heiligtH6942 het huisH1004 des HEERENH3068, des GodsH430 uwer vaderenH1, en brengtH3318 de onreinigheidH5079 uit vanH4480 het heiligdomH6944. En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.

KJV And said1 unto them, Hear3 me, ye Levites,4 sanctify6 now yourselves, and sanctify7 the house9 of the LORD10 God11 of your fathers,12 and carry forth13 the filthiness15 out of the holy17 place.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהֶ֖ם 3 שְׁמָע֣וּנִי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 הַלְוִיִּ֑ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 5 עַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 6 הִֽתְקַדְּשׁ֗וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 7 וְקַדְּשׁוּ֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 אֲבֹתֵיכֶ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 וְהוֹצִ֥יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַנִּדָּ֖ה H5079 afzondering, onreinigheid, afgezonderde [idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness) 16 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Want onze vadersH1 hebben overtredenH4603, en gedaanH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, onzes GodsH430, en hebben Hem verlatenH5800, en zij hebben hun aangezichtenH6440 van den tabernakelH4908 des HEERENH3068 omgewendH5437, en hebben den nekH6203 toegekeerdH5414. Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.

KJV For our fathers3 have trespassed,2 and done4 that which was evil5 in the eyes6 of the LORD7 our God,8 and have forsaken9 him, and have turned away10 their faces11 from the habitation12 of the LORD,13 and turned14 their backs.15

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מָעֲל֣וּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 3 אֲבֹתֵ֗ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 וְעָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 הָרַ֛ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהֵ֖ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 וַיַּֽעַזְבֻ֑הוּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 10 וַיַּסֵּ֧בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 11 פְנֵיהֶ֛ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 מִמִּשְׁכַּ֥ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וַיִּתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 עֹֽרֶף H6203 nek, hardnekkig, nek toekeren back ((stiff-) neck((-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 OokH1571 hebben zij de deurenH1817 van het voorhuisH197 toegeslotenH5462, en de lampenH5216 uitgeblustH3518 en het reukwerkH7004 nietH3808 gerooktH6999; en het brandofferH5930 hebben zij in het heiligdomH6944 aan de GodH430 IsraelsH3478 nietH3808 geofferdH5927. Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israels niet geofferd.

KJV Also they have shut up2 the doors3 of the porch,4 and put out5 the lamps,7 and have not burned10 incense8 nor offered13 burnt offerings11 in the holy14 place unto the God15 of Israel.16

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 סָֽגְר֞וּ H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 3 דַּלְת֣וֹת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 4 הָאוּלָ֗ם H197 voorhuis, voorhuizen porch 5 וַיְכַבּוּ֙ H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַנֵּר֔וֹת H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 8 וּקְטֹ֖רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הִקְטִ֑ירוּ H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 11 וְעֹלָה֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 הֶעֱל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 בַקֹּ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 15 לֵאלֹהֵ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daarom is een grote toornH7110 des HEERENH3068 overH5921 JudaH3063 en JeruzalemH3389 geweest; en Hij heeft hen overgegevenH5414 ter beroeringH2189, ter verwoestingH8047 en ter aanfluitingH8322, gelijk als gijH859 zietH7200 met uw ogenH5869. Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.

KJV Wherefore the wrath2 of the LORD3 was upon Judah5 and Jerusalem,6 and he hath delivered7 them to trouble,8 to astonishment,9 and to hissing,10 as ye see13 with your eyes.14

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 קֶ֣צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 וִירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וַיִּתְּנֵ֤ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לְזַֽעֲוָה֙ H2189 beroering, beroerd [idiom] removed, trouble 9 לְשַׁמָּ֣ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 10 וְלִשְׁרֵקָ֔ה H8322 aanfluiting hissing 11 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 רֹאִ֖ים H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 בְּעֵינֵיכֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Want zietH2009, onze vadersH1 zijn door het zwaardH2719 gevallenH5307; daartoe onze zonenH1121, en onze dochterenH1323, en onze vrouwenH802 zijn daarom in gevangenisH7628 geweest. Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.

KJV For, lo, our fathers3 have fallen2 by the sword,4 and our sons5 and our daughters6 and our wives7 are in captivity8 for this.

1 וְהִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 נָפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 3 אֲבוֹתֵ֖ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 בֶּחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 וּבָנֵ֨ינוּ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וּבְנוֹתֵ֧ינוּ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 וְנָשֵׁ֛ינוּ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 בַּשְּׁבִ֖י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 זֹֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 NuH6258 is het in mijn hartH3824 een verbondH1285 te maken metH5973 den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, opdat de hitteH2740 Zijns toornsH639 vanH4480 ons afkereH7725. Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israels, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.

KJV Now it is in mine heart3 to make4 a covenant5 with the LORD6 God7 of Israel,8 that his fierce11 wrath12 may turn away9 from us.

1 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 3 לְבָבִ֔י H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 לִכְר֣וֹת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 בְּרִ֔ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 6 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וְיָשֹׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 12 אַפּֽוֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Mijn zonenH1121, weest nuH6258 nietH408 traagH7952; want de HEEREH3068 heeft u verkorenH977, dat gij voor Zijn aangezichtH6440 staanH5975 zoudt, om Hem te dienenH8334; en opdat gij Hem dienaarsH8334 en wierokersH6999 zoudt wezen. Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.

KJV My sons,1 be not now negligent:4 for the LORD8 hath chosen7 you to stand9 before10 him, to serve11 him, and that ye should minister14 unto him, and burn incense.15

1 בָּנַ֕י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 תִּשָּׁל֑וּ H7952 Bedrieg, traag deceive, be negligent 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 בָכֶ֞ם 7 בָּחַ֣ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 8 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לַעֲמֹ֤ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 לְפָנָיו֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 לְשָׁ֣רְת֔וֹ H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 12 וְלִהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 ל֖וֹ 14 מְשָׁרְתִ֥ים H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 15 וּמַקְטִרִֽים H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen maaktenH6965 zich de LevietenH3881 op, MahathH4287, de zoonH1121 van AmasaiH6022, en JoelH3100, de zoonH1121 van AzarjaH5838, vanH4480 de kinderenH1121 der KahathietenH6956; en vanH4480 de kinderenH1121 van MerariH4847, KisH7027, de zoonH1121 van AbdiH5660, en AzarjaH5838, de zoonH1121 van JehaleelH3094; en vanH4480 de GersonietenH1649, JoahH3098, de zoonH1121 van ZimmaH2155, en EdenH5731, de zoonH1121 van JoahH3098; Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

KJV Then the Levites2 arose,1 Mahath3 the son4 of Amasai,5 and Joel6 the son7 of Azariah,8 of the sons10 of the Kohathites:11 and of the sons13 of Merari,14 Kish15 the son16 of Abdi,17 and Azariah18 the son19 of Jehalelel:20 and of the Gershonites;22 Joah23 the son24 of Zimmah,25 and Eden26 the son27 of Joah:28

1 וַיָּקֻ֣מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הַ֠לְוִיִּם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 מַ֣חַת H4287 Mahath Mahath 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 עֲמָשַׂ֞י H6022 Amasai, Amasia Amasai 6 וְיוֹאֵ֣ל H3100 Joel Joel 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עֲזַרְיָהוּ֮ H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 הַקְּהָתִי֒ H6956 Kahathieten, Kohathieten, sta Kohathites 12 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 מְרָרִ֔י H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי) 15 קִ֚ישׁ H7027 Kis, broeders Kish 16 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 עַבְדִּ֔י H5660 Abdi Abdi 18 וַעֲזַרְיָ֖הוּ H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 19 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 יְהַלֶּלְאֵ֑ל H3094 Jehaleel, Jehalelel Jehalellel, Jehalelel 21 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 22 הַגֵּ֣רְשֻׁנִּ֔י H1649 Gersonieten, Gersoniet Gershonite, sons of Gershon 23 יוֹאָח֙ H3098 Joah, Joha Joah 24 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 25 זִמָּ֔ה H2155 Zimma Zimmah 26 וְעֵ֖דֶן H5731 Eden Eden 27 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 28 יוֹאָֽח H3098 Joah, Joha Joah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En van de kinderenH1121 van ElizafanH469, SimriH8113 en JeielH3273; en vanH4480 de kinderenH1121 van AsafH623, ZecharjaH2148 en MattanjaH4983; En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

KJV And of the sons2 of Elizaphan;3 Shimri,4 and Jeiel:5 and of the sons7 of Asaph;8 Zechariah,9 and Mattaniah:10

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 בְּנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אֱלִ֣יצָפָ֔ן H469 Elizafan, Elzafan, Elisafan Elizaphan, Elzaphan 4 שִׁמְרִ֖י H8113 Simri Shimri 5 וִיעִיאֵ֑ל H3273 Jeiel, Jehiel Jeiel, Jehiel. Compare H3262 (יְעוּאֵל) 6 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אָסָ֔ף H623 Asaf, Asafs Asaph 9 זְכַרְיָ֖הוּ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 10 וּמַתַּנְיָֽהוּ H4983 Mattanja, Matthanja Mattaniah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En van de kinderenH1121 van HemanH1968, JehielH3171 en SimeiH8096; en vanH4480 de kinderenH1121 van JeduthunH3038, SemajaH8098 en UzzielH5816. En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.

KJV And of the sons2 of Heman;3 Jehiel,4 and Shimei:5 and of the sons7 of Jeduthun;8 Shemaiah,9 and Uzziel.10

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 הֵימָ֖ן H1968 Heman Heman 4 יְחִיאֵ֣ל H3171 Jehiel Jehiel 5 וְשִׁמְעִ֑י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 6 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יְדוּת֔וּן H3038 Jeduthun Jeduthun 9 שְׁמַֽעְיָ֖ה H8098 Semaja Shemaiah 10 וְעֻזִּיאֵֽל H5816 Uzziel Uzziel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zij verzameldenH622 hun broederenH251, en heiligdenH6942 zich, en kwamenH935, naar het gebodH4687 des koningsH4428, door de woordenH1697 des HEERENH3068, om het huisH1004 des HEERENH3068 te reinigenH2891. En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, door de woorden des HEEREN, om het huis des HEEREN te reinigen.

KJV And they gathered1 their brethren,3 and sanctified4 themselves, and came,5 according to the commandment6 of the king,7 by the words8 of the LORD,9 to cleanse10 the house11 of the LORD.12

1 וַיַּֽאַסְפ֤וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֲחֵיהֶם֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 וַיִּֽתְקַדְּשׁ֔וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 5 וַיָּבֹ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 כְמִצְוַת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 7 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 בְּדִבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 לְטַהֵ֖ר H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 11 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Maar de priesterenH3548 gingenH935 binnen in het huisH1004 des HEERENH3068, om dat te reinigenH2891, en zij brachtenH3318 uit in het voorhofH2691 van het huisH1004 des HEERENH3068 alH3605 de onreinigheidH2932, dieH834 zij in den tempelH1964 des HEERENH3068 vondenH4672; en de LevietenH3881 namenH6901 ze op, om naar buitenH2351 uit te brengenH3318, in de beekH5158 KidronH6939. Maar de priesteren gingen binnen in het huis des HEEREN, om dat te reinigen, en zij brachten uit in het voorhof van het huis des HEEREN al de onreinigheid, die zij in den tempel des HEEREN vonden; en de Levieten namen ze op, om naar buiten uit te brengen, in de beek Kidron.

KJV And the priests2 went1 into the inner part3 of the house4 of the LORD,5 to cleanse6 it, and brought out7 all the uncleanness10 that they found12 in the temple13 of the LORD14 into the court15 of the house16 of the LORD.17 And the Levites19 took18 it, to carry it out20 abroad23 into the brook21 Kidron.22

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַ֠כֹּהֲנִים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 לִפְנִ֣ימָה H6441 inwaarts, inwendig (with-) in(-ner part, -ward) 4 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לְטַהֵר֒ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 7 וַיּוֹצִ֗יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 אֵ֤ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַטֻּמְאָה֙ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 11 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 מָֽצְאוּ֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 בְּהֵיכַ֣ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 לַחֲצַ֖ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 16 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וַֽיְקַבְּלוּ֙ H6901 namen, nam, ontvangen choose, (take) hold, receive, (under-) take 19 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 20 לְהוֹצִ֥יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 21 לְנַֽחַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 22 קִדְר֖וֹן H6939 Kidron Kidron 23 חֽוּצָה H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zij begonnenH2490 nu te heiligenH6942 op den eerstenH259 der eersteH7223 maandH2320, en op den achtstenH8083 dagH3117 der maandH2320 kwamenH935 zij in het voorhuisH197 des HEERENH3068, en heiligdenH6942 het huisH1004 des HEERENH3068 in achtH8083 dagenH3117; en op den zestiendenH8337 dag der eersteH7223 maandH2320 maakten zij een eindeH3615. Zij begonnen nu te heiligen op den eersten der eerste maand, en op den achtsten dag der maand kwamen zij in het voorhuis des HEEREN, en heiligden het huis des HEEREN in acht dagen; en op den zestienden dag der eerste maand maakten zij een einde.

KJV Now they began1 on the first2 day of the first4 month3 to sanctify,5 and on the eighth7 day6 of the month8 came9 they to the porch10 of the LORD:11 so they sanctified12 the house14 of the LORD15 in eight17 days;16 and in the sixteenth19 day of the first22 month21 they made an end.23

1 וַ֠יָּחֵלּוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 2 בְּאֶחָ֞ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 הָרִאשׁוֹן֮ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 לְקַדֵּשׁ֒ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 6 וּבְי֧וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 שְׁמוֹנָ֣ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 8 לַחֹ֗דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 בָּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 לְאוּלָ֣ם H197 voorhuis, voorhuizen porch 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וַיְקַדְּשׁ֥וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 לְיָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 שְׁמוֹנָ֑ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 18 וּבְי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 שִׁשָּׁ֥ה H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 20 עָשָׂ֛ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 21 לַחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 22 הָרִאשׁ֖וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 23 כִּלּֽוּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna kwamenH935 zij binnen totH413 den koningH4428 HizkiaH2396, en zeidenH559: Wij hebben het geheleH3605 huisH1004 des HEERENH3068 gereinigdH2891, mitsgaders het brandofferaltaarH4196 met alH3605 zijn gereedschapH3627, en de tafelH7979 der toerichtingH4635 met alH3605 haar gereedschapH3627. Daarna kwamen zij binnen tot den koning Hizkia, en zeiden: Wij hebben het gehele huis des HEEREN gereinigd, mitsgaders het brandofferaltaar met al zijn gereedschap, en de tafel der toerichting met al haar gereedschap.

KJV Then they went1 in2 to Hezekiah4 the king,5 and said,6 We have cleansed7 all the house10 of the LORD,11 and the altar13 of burnt offering,14 with all the vessels17 thereof, and the shewbread20 table,19 with all the vessels23 thereof.

1 וַיָּב֤וֹאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 פְנִ֨ימָה֙ H6441 inwaarts, inwendig (with-) in(-ner part, -ward) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 חִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 5 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 טִהַ֖רְנוּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִזְבַּ֤ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 הָעוֹלָה֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 כֵּלָ֔יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 שֻׁלְחַ֥ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 20 הַֽמַּעֲרֶ֖כֶת H4635 toerichting, rij row, shewbread 21 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 כֵּלָֽיו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 AlleH3605 gereedschapH3627 ook, datH834 de koningH4428 AchazH271, onder zijn koninkrijkH4438, door zijn overtredingH4604 weggeworpenH2186 had, hebben wij bereidH3559 en geheiligdH6942; en zieH2009, zij zijn voorH6440 het altaarH4196 des HEERENH3068. Alle gereedschap ook, dat de koning Achaz, onder zijn koninkrijk, door zijn overtreding weggeworpen had, hebben wij bereid en geheiligd; en zie, zij zijn voor het altaar des HEEREN.

KJV Moreover all the vessels,3 which king6 Ahaz7 in his reign8 did cast away5 in his transgression,9 have we prepared10 and sanctified,11 and, behold, they are before13 the altar14 of the LORD.15

1 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הַכֵּלִ֗ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הִזְנִיחַ֩ H2186 verstoten, verstoot, verre terugdrijven cast away (off), remove far away (off) 6 הַמֶּ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אָחָ֧ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 8 בְּמַלְכוּת֛וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 9 בְּמַעֲל֖וֹ H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 10 הֵכַ֣נּוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 11 וְהִקְדָּ֑שְׁנוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 12 וְהִנָּ֕ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 13 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen maakte zich de koningH4428 JehizkiaH3169 vroegH7925 op, en verzameldeH622 de overstenH8269 der stadH5892, en hij ging op in het huisH1004 des HEERENH3068. Toen maakte zich de koning Jehizkia vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en hij ging op in het huis des HEEREN.

KJV Then Hezekiah the king3 rose early,1 and gathered4 the rulers6 of the city,7 and went up8 to the house9 of the LORD.10

1 וַיַּשְׁכֵּם֙ H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 2 יְחִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וַיֶּאֱסֹ֕ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 הָעִ֑יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 וַיַּ֖עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zij brachtenH935 zevenH7651 varrenH6499, en zevenH7651 rammenH352, en zevenH7651 lammerenH3532, en zevenH7651 geitenbokkenH6842 ten zondofferH2403 voor het koninkrijkH4467, en voor het heiligdomH4720, en voor JudaH3063; en hij zeideH559 tot de zonenH1121 van AaronH175, de priesterenH3548, dat zij die opH5921 het altaarH4196 des HEERENH3068 zouden offerenH5927. En zij brachten zeven varren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven geitenbokken ten zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda; en hij zeide tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar des HEEREN zouden offeren.

KJV And they brought1 seven3 bullocks,2 and seven5 rams,4 and seven7 lambs,6 and seven10 he8 goats,9 for a sin offering11 for the kingdom,13 and for the sanctuary,15 and for Judah.17 And he commanded18 the priests21 the sons19 of Aaron20 to offer22 them on the altar24 of the LORD.25

1 וַיָּבִ֣יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 פָרִים H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 3 שִׁבְעָה֩ H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 וְאֵילִ֨ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 5 שִׁבְעָ֜ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 וּכְבָשִׂ֣ים H3532 lammeren, lam, schapen lamb, sheep 7 שִׁבְעָ֗ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 8 וּצְפִירֵ֨י H6842 bok, bokken, geitenbok (he) goat 9 עִזִּ֤ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 10 שִׁבְעָה֙ H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 11 לְחַטָּ֔את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הַמַּמְלָכָ֥ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 14 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַמִּקְדָּ֖שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 16 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 18 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 לִבְנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 אַהֲרֹן֙ H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 21 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 22 לְהַעֲל֖וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 23 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 25 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zo slachttenH7819 zij de runderenH1241, en de priestersH3548 ontvingenH6901 het bloedH1818, en sprengdenH2236 het op het altaarH4196; zij slachttenH7819 ook de rammenH352, en sprengdenH2236 het bloedH1818 op het altaarH4196; insgelijks slachttenH7819 zij de lammerenH3532, en sprengdenH2236 het bloedH1818 op het altaarH4196. Zo slachtten zij de runderen, en de priesters ontvingen het bloed, en sprengden het op het altaar; zij slachtten ook de rammen, en sprengden het bloed op het altaar; insgelijks slachtten zij de lammeren, en sprengden het bloed op het altaar.

KJV So they killed1 the bullocks,2 and the priests4 received3 the blood,6 and sprinkled7 it on the altar:8 likewise, when they had killed9 the rams,10 they sprinkled11 the blood12 upon the altar:13 they killed14 also the lambs,15 and they sprinkled16 the blood17 upon the altar.18

1 וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַבָּקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 וַיְקַבְּל֤וּ H6901 namen, nam, ontvangen choose, (take) hold, receive, (under-) take 4 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַדָּ֔ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 7 וַֽיִּזְרְק֖וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 8 הַמִּזְבֵּ֑חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 9 וַיִּשְׁחֲט֣וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 10 הָאֵלִ֗ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 11 וַיִּזְרְק֤וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 12 הַדָּם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 הַמִּזְבֵּ֔חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 15 הַכְּבָשִׂ֔ים H3532 lammeren, lam, schapen lamb, sheep 16 וַיִּזְרְק֥וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 17 הַדָּ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 18 הַמִּזְבֵּֽחָה H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Daarna brachtenH5066 zij de bokkenH8163 bij, ten zondofferH2403, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 en der gemeenteH6951, en zij legden hun handenH3027 opH5921 dezelve. Daarna brachten zij de bokken bij, ten zondoffer, voor het aangezicht des konings en der gemeente, en zij legden hun handen op dezelve.

Ook in dit vers leidenH5564

KJV And they brought forth1 the he goats3 for the sin offering4 before5 the king6 and the congregation;7 and they laid8 their hands9 upon them:

1 וַיַּגִּ֨ישׁוּ֙ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שְׂעִירֵ֣י H8163 geitenbok, bok, bokken devil, goat, hairy, kid, rough, satyr 4 הַֽחַטָּ֔את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 5 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 וְהַקָּהָ֑ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 8 וַיִּסְמְכ֥וּ H5564 leggen, leiden, ondersteund bear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain 9 יְדֵיהֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En de priesterenH3548 slachttenH7819 ze, en ontzondigdenH2398 met derzelver bloedH1818 opH5921 het altaarH4196, om verzoeningH3722 te doen voor het ganseH3605 IsraelH3478; want de koningH4428 had datH3588 brandofferH5930 en dat zondofferH2403 voor gansH3605 IsraelH3478 bevolenH559. En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden met derzelver bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israel; want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.

KJV And the priests2 killed1 them, and they made reconciliation3 with their blood5 upon the altar,6 to make an atonement7 for all Israel:10 for the king15 commanded14 that the burnt offering16 and the sin offering17 should be made for all Israel.13

1 וַיִּשְׁחָטוּם֙ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 וַֽיְחַטְּא֤וּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 דָּמָם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 הַמִּזְבֵּ֔חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 7 לְכַפֵּ֖ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 הָעוֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 17 וְהַחַטָּֽאת H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En hij steldeH5975 de LevietenH3881 in het huisH1004 des HEERENH3068, met cimbalenH4700, met luitenH5035 en harpenH3658, naar het gebodH4687 van DavidH1732, en van GadH1410, den zienerH2374 des koningsH4428, en van NathanH5416, den profeetH5030; wantH3588 dit gebodH4687 was van de handH3027 des HEERENH3068, door de handH3027 Zijner profetenH5030. En hij stelde de Levieten in het huis des HEEREN, met cimbalen, met luiten en harpen, naar het gebod van David, en van Gad, den ziener des konings, en van Nathan, den profeet; want dit gebod was van de hand des HEEREN, door de hand Zijner profeten.

KJV And he set1 the Levites3 in the house4 of the LORD5 with cymbals,6 with psalteries,7 and with harps,8 according to the commandment9 of David,10 and of Gad11 the king's13 seer,12 and Nathan14 the prophet:15 for so was the commandment19 of17 the LORD18 by20 his prophets.21

1 וַיַּֽעֲמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַלְוִיִּ֜ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 בִּמְצִלְתַּ֨יִם֙ H4700 cimbalen cymbals 7 בִּנְבָלִ֣ים H5035 luiten, luit, flessen bottle, pitcher, psaltery, vessel, viol 8 וּבְכִנֹּר֔וֹת H3658 harp, harpen harp 9 בְּמִצְוַ֥ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 10 דָּוִ֛יד H1732 David, Davids David 11 וְגָ֥ד H1410 Gad Gad 12 חֹזֵֽה H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 13 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 וְנָתָ֣ן H5416 Nathan Nathan 15 הַנָּבִ֑יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 בְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 הַמִּצְוָ֖ה H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 20 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 21 נְבִיאָֽיו H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De LevietenH3881 nu stondenH5975 met de instrumentenH3627 van DavidH1732, en de priestersH3548 met de trompettenH2689. De Levieten nu stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.

KJV And the Levites2 stood1 with the instruments3 of David,4 and the priests5 with the trumpets.6

1 וַיַּֽעַמְד֤וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 הַלְוִיִּם֙ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 בִּכְלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 4 דָוִ֔יד H1732 David, Davids David 5 וְהַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 בַּחֲצֹצְרֽוֹת H2689 trompetten, trompet trumpet(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En HizkiaH2396 bevalH559, dat men het brandofferH5930 opH5921 het altaarH4196 zou offerenH5927; ten tijdeH6256 nu, als dat brandofferH5930 begonH2490, begonH2490 het gezangH7892 des HEERENH3068 met de trompettenH2689 en met de instrumentenH3627 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478. En Hizkia beval, dat men het brandoffer op het altaar zou offeren; ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David, den koning van Israel.

KJV And Hezekiah2 commanded1 to offer3 the burnt offering4 upon the altar.5 And when6 the burnt offering8 began,7 the song10 of the LORD11 began9 also with the trumpets,12 and with the instruments15 ordained by14 David16 king17 of Israel.18

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חִזְקִיָּ֔הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 לְהַעֲל֥וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 הָעֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 5 לְהַמִּזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 6 וּבְעֵ֞ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 הֵחֵ֣ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 8 הָֽעוֹלָ֗ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 9 הֵחֵ֤ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 10 שִׁיר H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וְהַחֲצֹ֣צְר֔וֹת H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 13 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 יְדֵ֔י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 כְּלֵ֖י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 16 דָּוִ֥יד H1732 David, Davids David 17 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 De ganse gemeenteH6951 nu boog zich nederH7812, als men het gezangH7892 zongH7891, en met trompettenH2689 trompetteH2690; dit allesH3605 totdatH5704 het brandofferH5930 voleindH3615 was. De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.

KJV And all the congregation2 worshipped,3 and the singers4 sang,5 and the trumpeters6 sounded:7 and all this continued until the burnt offering11 was finished.10

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַקָּהָל֙ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 3 מִֽשְׁתַּחֲוִ֔ים H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 4 וְהַשִּׁ֣יר H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 5 מְשׁוֹרֵ֔ר H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 6 וְהַחֲצֹצְר֖וֹת H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 7 מַחְצְרִ֑ים H2690 trompetten, trompette, trompettende blow, sound, trumpeter 8 הַכֹּ֕ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 לִכְל֥וֹת H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 11 הָעֹלָֽה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Als men nu geeindigdH3615 had te offerenH5927, buktenH3766 de koningH4428 en allenH3605, die bijH854 hem gevondenH4672 waren, en bogenH7812 zich neder. Als men nu geeindigd had te offeren, bukten de koning en allen, die bij hem gevonden waren, en bogen zich neder.

KJV And when they had made an end1 of offering,2 the king4 and all that were present6 with him bowed3 themselves, and worshipped.8

1 וּכְכַלּ֖וֹת H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 לְהַעֲל֑וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 כָּרְע֗וּ H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 4 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 וְכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַנִּמְצְאִ֥ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 7 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 וַיִּֽשְׁתַּחֲוֽוּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Daarna zeideH559 de koningH4428 JehizkiaH3169, en de overstenH8269, tot de LevietenH3881, dat zij den HEEREH3068 lovenH1984 zouden, met de woordenH1697 van DavidH1732 en van AsafH623, den zienerH2374; en zij loofdenH1984 totH5704 blijdschapH8057 toe; en neigdenH6915 hun hoofden, en bogenH7812 zich neder. Daarna zeide de koning Jehizkia, en de oversten, tot de Levieten, dat zij den HEERE loven zouden, met de woorden van David en van Asaf, den ziener; en zij loofden tot blijdschap toe; en neigden hun hoofden, en bogen zich neder.

KJV Moreover Hezekiah the king3 and the princes4 commanded1 the Levites5 to sing praise6 unto the LORD7 with the words8 of David,9 and of Asaph10 the seer.11 And they sang praises12 with gladness,14 and they bowed their heads15 and worshipped.16

1 וַ֠יֹּאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְחִזְקִיָּ֨הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וְהַשָּׂרִים֙ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 5 לַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 6 לְהַלֵּל֙ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 7 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בְּדִבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 דָוִ֖יד H1732 David, Davids David 10 וְאָסָ֣ף H623 Asaf, Asafs Asaph 11 הַחֹזֶ֑ה H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 12 וַֽיְהַלְלוּ֙ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 13 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 לְשִׂמְחָ֔ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 15 וַֽיִּקְּד֖וּ H6915 neigde, neigde hoofd, boog bow (down) (the) head, stoop 16 וַיִּֽשְׁתַּחֲוֽוּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En JehizkiaH3169 antwoorddeH6030 en zeideH559: NuH6258 hebt gij uw handenH3027 den HEEREH3068 gevuldH4390, treedtH5066 toe, en brengtH935 slachtofferenH2077 en lofofferenH8426 tot het huisH1004 des HEERENH3068; en de gemeenteH6951 brachtH935 slachtofferenH2077 en lofofferenH8426 en alleH3605 vrijwilligenH5081 van harteH3820 brandofferenH5930. En Jehizkia antwoordde en zeide: Nu hebt gij uw handen den HEERE gevuld, treedt toe, en brengt slachtofferen en lofofferen tot het huis des HEEREN; en de gemeente bracht slachtofferen en lofofferen en alle vrijwilligen van harte brandofferen.

KJV Then Hezekiah answered1 and said,3 Now ye have consecrated5 yourselves unto the LORD,7 come near8 and bring9 sacrifices10 and thank offerings11 into the house12 of the LORD.13 And the congregation15 brought in14 sacrifices16 and thank offerings;17 and as many as were of a free19 heart20 burnt offerings.21

1 וַיַּ֨עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 יְחִזְקִיָּ֜הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 עַתָּ֨ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 5 מִלֵּאתֶ֤ם H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 6 יֶדְכֶם֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 לַיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 גֹּ֧שׁוּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 9 וְהָבִ֛יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 זְבָחִ֥ים H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 11 וְתוֹד֖וֹת H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 12 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וַיָּבִ֤יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 הַקָּהָל֙ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 16 זְבָחִ֣ים H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 17 וְתוֹד֔וֹת H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 18 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 נְדִ֥יב H5081 prinsen, vrijwilligen, edelen free, liberal (things), noble, prince, willing (hearted) 20 לֵ֖ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 21 עֹלֽוֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En het getalH4557 der brandofferenH5930, die de gemeenteH6951 brachtH935, wasH1961 zeventigH7657 runderenH1241, honderdH3967 rammenH352, tweehonderdH3967 lammerenH3532; dezeH428 alleH3605 den HEEREH3068 ten brandofferH5930. En het getal der brandofferen, die de gemeente bracht, was zeventig runderen, honderd rammen, tweehonderd lammeren; deze alle den HEERE ten brandoffer.

KJV And the number2 of the burnt offerings,3 which the congregation6 brought,5 was threescore and ten8 bullocks,7 an hundred10 rams,9 and two hundred12 lambs:11 all these were for a burnt offering13 to the LORD.14

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 3 הָעֹלָה֮ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הֵבִ֣יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 הַקָּהָל֒ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 7 בָּקָ֣ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 8 שִׁבְעִ֔ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 9 אֵילִ֥ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 10 מֵאָ֖ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 כְּבָשִׂ֣ים H3532 lammeren, lam, schapen lamb, sheep 12 מָאתָ֑יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 13 לְעֹלָ֥ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 14 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Nog waren der geheiligdeH6944 dingen zeshonderdH8337 runderenH1241 en drieH7969 duizendH505 schapenH6629. Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.

KJV And the consecrated things1 were six3 hundred4 oxen2 and three6 thousand7 sheep.5

1 וְֽהַקֳּדָשִׁ֑ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 2 בָּקָר֙ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 שֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 4 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 וְצֹ֖אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 6 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 אֲלָפִֽים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Doch van de priesterenH3548 warenH1961 er te weinigH4592, en zij kondenH3201 alH3605 den brandofferenH5930 de huidH3808 niet aftrekkenH6584; daarom hielpenH2388 hen hun broederenH251, de LevietenH3881, totdatH5704 het werkH4399 geeindigdH3615 was, en totdatH5704 de andere priestersH3548 zich geheiligdH6942 hadden; wantH3588 de LevietenH3881 waren rechterH3477 van hartH3824, om zich te heiligenH6942, dan de priesterenH3548. Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij konden al den brandofferen de huid niet aftrekken; daarom hielpen hen hun broederen, de Levieten, totdat het werk geeindigd was, en totdat de andere priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren rechter van hart, om zich te heiligen, dan de priesteren.

KJV But the priests2 were too few,4 so that they could6 not flay7 all the burnt offerings:10 wherefore their brethren12 the Levites13 did help11 them, till the work16 was ended,15 and until the other priests19 had sanctified18 themselves: for the Levites21 were more upright22 in heart23 to sanctify24 themselves than the priests.25

1 רַ֤ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 2 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לִמְעָ֔ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יָֽכְל֔וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 7 לְהַפְשִׁ֖יט H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָעֹל֑וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 וַֽיְּחַזְּק֞וּם H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 12 אֲחֵיהֶ֣ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 כְּל֤וֹת H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 16 הַמְּלָאכָה֙ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 17 וְעַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 יִתְקַדְּשׁ֣וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 19 הַכֹּֽהֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 20 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 הַלְוִיִּם֙ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 22 יִשְׁרֵ֣י H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 23 לֵבָ֔ב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 24 לְהִתְקַדֵּ֖שׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 25 מֵֽהַכֹּהֲנִֽים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En ookH1571 waren de brandofferenH5930 in menigteH7230, met het vetH2459 der dankofferenH8002, en met de drankofferenH5262, voor de brandofferenH5930; alzo werd de dienstH5656 van het huisH1004 des HEERENH3068 besteldH3559. En ook waren de brandofferen in menigte, met het vet der dankofferen, en met de drankofferen, voor de brandofferen; alzo werd de dienst van het huis des HEEREN besteld.

KJV And also the burnt offerings2 were in abundance,3 with the fat4 of the peace offerings,5 and the drink offerings6 for every burnt offering.7 So the service9 of the house10 of the LORD11 was set in order.8

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 עֹלָ֨ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 3 לָרֹ֜ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 4 בְּחֶלְבֵ֧י H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 5 הַשְּׁלָמִ֛ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 6 וּבַנְּסָכִ֖ים H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 7 לָעֹלָ֑ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 8 וַתִּכּ֖וֹן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 9 עֲבוֹדַ֥ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 10 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 JehizkiaH3169 nu en alH3605 het volkH5971 verblijddenH8055 zich overH5921 hetgeen GodH430 het volkH5971 voorbereidH3559 had; wantH3588 deze zaakH1697 geschieddeH1961 haastelijkH6597. Jehizkia nu en al het volk verblijdden zich over hetgeen God het volk voorbereid had; want deze zaak geschiedde haastelijk.

KJV And Hezekiah rejoiced,1 and all the people,4 that God7 had prepared6 the people:8 for the thing12 was done suddenly.10

1 וַיִּשְׂמַ֤ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 יְחִזְקִיָּ֨הוּ֙ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַהֵכִ֥ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 7 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 לָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 בְּפִתְאֹ֖ם H6597 haastelijk, snellijk, haastig straightway, sudden(-ly) 11 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 הַדָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 29:1 2 Koningen 18:1 2 Kronieken 26:5 1 Kronieken 3:13 Hosea 1:1 Micha 1:1 Jesaja 8:2 Mattheüs 1:9 Jesaja 1:1
2 Kronieken 29:2 2 Kronieken 34:2 2 Kronieken 28:1
2 Kronieken 29:3 2 Kronieken 28:24 2 Kronieken 29:7 Prediker 9:10 Galaten 1:16 Psalmen 101:3 2 Koningen 16:14 2 Kronieken 34:3 Mattheüs 6:33
2 Kronieken 29:4 Jeremia 19:2 Nehemia 3:29 2 Kronieken 32:6
2 Kronieken 29:5 2 Kronieken 35:6 1 Kronieken 15:12 2 Kronieken 29:34 Efeze 5:26 2 Korinthe 7:1 Exodus 19:10 2 Korinthe 6:16 2 Kronieken 29:15
2 Kronieken 29:6 Ezechiël 8:16 Jeremia 2:27 2 Kronieken 34:21 Jeremia 44:21 Ezra 9:7 Klaagliederen 5:7 2 Kronieken 28:2 Nehemia 9:32
2 Kronieken 29:7 2 Kronieken 28:24 Leviticus 24:2 Maleachi 1:10 2 Koningen 16:17 2 Kronieken 29:3
2 Kronieken 29:8 Jeremia 25:18 Jeremia 25:9 Jeremia 29:18 2 Kronieken 24:18 Jeremia 19:8 Deuteronomium 28:25 Leviticus 26:32 1 Koningen 9:8
2 Kronieken 29:9 2 Kronieken 28:17 2 Kronieken 28:5 Klaagliederen 5:7 Leviticus 26:17
2 Kronieken 29:10 2 Kronieken 23:16 2 Kronieken 34:30 2 Korinthe 8:5 Nehemia 9:38 Ezra 10:3 Jeremia 34:15 2 Kronieken 6:7 2 Koningen 23:3
2 Kronieken 29:11 Numeri 3:6 Numeri 18:2 Deuteronomium 10:8 Numeri 8:6 Numeri 16:35 Galaten 6:7
2 Kronieken 29:12 2 Kronieken 31:13 1 Kronieken 23:7 Numeri 3:17 Numeri 3:19 1 Kronieken 6:16 Exodus 6:16 Numeri 4:2 1 Kronieken 6:44
2 Kronieken 29:13 1 Kronieken 6:39 1 Kronieken 15:8 Leviticus 10:4 1 Kronieken 25:2 1 Kronieken 15:17
2 Kronieken 29:14 1 Kronieken 6:33 1 Kronieken 25:3 1 Kronieken 25:1 1 Kronieken 15:19 1 Kronieken 25:6
2 Kronieken 29:15 2 Kronieken 30:12 1 Kronieken 23:28 2 Kronieken 29:5
2 Kronieken 29:16 2 Kronieken 15:16 Mattheüs 23:27 Johannes 18:1 Hebreeën 9:2 Hebreeën 9:23 Mattheüs 21:12 Exodus 26:33 2 Kronieken 3:8
2 Kronieken 29:17 2 Kronieken 29:7 2 Kronieken 3:4 1 Kronieken 28:11 Exodus 12:2 2 Kronieken 29:3 1 Koningen 6:3
2 Kronieken 29:18 2 Kronieken 13:11 2 Kronieken 4:7 2 Kronieken 4:1
2 Kronieken 29:19 2 Kronieken 28:24
2 Kronieken 29:20 Jozua 6:12 Exodus 24:4 Jeremia 25:4 Genesis 22:3
2 Kronieken 29:21 Leviticus 4:3 Numeri 23:1 2 Korinthe 5:21 1 Kronieken 15:26 Numeri 23:14 Numeri 15:22 Numeri 23:29 Ezra 8:35
2 Kronieken 29:22 Leviticus 4:18 Leviticus 8:19 Leviticus 8:24 Leviticus 4:34 Leviticus 8:14 Leviticus 1:5 Hebreeën 9:21 Leviticus 4:7
2 Kronieken 29:23 Leviticus 4:15 Leviticus 1:4 Leviticus 4:24
2 Kronieken 29:24 Leviticus 14:20 Ezechiël 45:15 Leviticus 6:30 Leviticus 8:15 Leviticus 4:13 2 Korinthe 5:18 Ezechiël 45:17 Kolossenzen 1:20
2 Kronieken 29:25 2 Kronieken 8:14 1 Kronieken 23:5 2 Samuël 24:11 1 Kronieken 16:42 1 Kronieken 9:33 1 Kronieken 28:12 1 Kronieken 15:16 2 Kronieken 35:15
2 Kronieken 29:26 1 Kronieken 23:5 1 Kronieken 15:24 Amos 6:5 1 Kronieken 16:6 Numeri 10:8 Jozua 6:4 Psalmen 87:7 Psalmen 81:3
2 Kronieken 29:27 2 Kronieken 23:18 2 Kronieken 7:3 2 Kronieken 20:21 Psalmen 137:3 Psalmen 136:1
2 Kronieken 29:28 Psalmen 89:15 Openbaring 5:8 Psalmen 68:24
2 Kronieken 29:29 2 Kronieken 20:18 1 Kronieken 29:20 Romeinen 14:11 Psalmen 72:11 Filippenzen 2:10
2 Kronieken 29:30 1 Kronieken 16:7 Psalmen 95:6 Psalmen 149:2 Psalmen 100:1 2 Samuël 23:1 Filippenzen 4:4 Psalmen 95:1 Psalmen 32:11
2 Kronieken 29:31 2 Kronieken 13:9 Exodus 35:22 Leviticus 1:1 Leviticus 23:38 Ezra 1:4 Exodus 35:5 Leviticus 7:12
2 Kronieken 29:32 Ezra 6:17 1 Kronieken 29:21 1 Koningen 3:4 1 Koningen 8:63
2 Kronieken 29:34 2 Kronieken 35:11 2 Kronieken 30:3 Numeri 18:3 Numeri 8:19 Numeri 18:6 Psalmen 26:6 2 Kronieken 30:16 Psalmen 94:15
2 Kronieken 29:35 Numeri 15:5 Exodus 29:13 Leviticus 3:15 1 Kronieken 16:37 Genesis 35:14 Ezra 6:18 1 Korinthe 14:40 Leviticus 23:13
2 Kronieken 29:36 1 Thessalonicenzen 3:8 1 Kronieken 29:17 Spreuken 16:1 Psalmen 10:17 Ezra 6:22 Handelingen 2:41 2 Kronieken 30:12 1 Kronieken 29:9
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 29 vers 1

werd koning, Anders, Hizkia; onder, vs.18, 27.

Hertaald: werd koning, Anders: Hizkia; hieronder vers 18, 27.

vijf en twintig jaren Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.

Hertaald: vijf en twintig jaren Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.

2 Kronieken 29 vers 3

in de eerste maand, Ja op den eersten dag dezer eerste maand, gelijk te zien is onder, vs.17.

Hertaald: in de eerste maand, Ja op de eerste dag van deze eerste maand, zoals te zien is hieronder vers 17.

deuren Te weten, die zijn vader Achaz toegesloten had, opdat men den Heere in zijn tempel niet dienen zou. Zie boven, 2 Kron. 28:24 , en onder, vs.7, en vergelijk 2 Kon. 16:15 , enz.

Hertaald: deuren Namelijk: die zijn vader Achaz gesloten had, opdat men de HEERE in Zijn tempel niet zou dienen. Zie hierboven 2 Kron. 28:24, en hieronder vers 7, en vergelijk 2 Kon. 16:15, enzovoort.

beterde ze Te weten, de deuren. Anders, versterkte hen; namelijk, de priesters, te weten in hun ambt.

Hertaald: beterde ze Namelijk: de deuren. Anders: versterkte hen; namelijk de priesters, in hun ambt.

2 Kronieken 29 vers 4

Ooststraat Versta, het plein, hetwelk was aan het oosteinde des tempels, voor aan de poort van het voorhof des volks, welke poort de voornaamste was.

Hertaald: Ooststraat Versta hieronder het plein aan het oosteinde van de tempel, vóór de poort van het voorhof van het volk, welke poort de voornaamste was.

2 Kronieken 29 vers 5

heiligt nu uzelven, Dat is, reinig u van alle besmettingen, welke zijn tegen de wet der zeden en der ceremoniën, en dat naar het bevel en voorschrift, dat u de Heere in zijne wet gegeven heeft. Vergelijk Gen. 35:2 ; idem Ex. 19:10 , en de aantekening.

Hertaald: heiligt nu uzelven, Dat is: reinig u van alle onreinheden die tegen de wet van de zeden en van de ceremoniën zijn, en dat naar het bevel en voorschrift dat de HEERE u in Zijn wet gegeven heeft. Vergelijk Gen. 35:2; eveneens Ex. 19:10, en de aantekening.

heiligt het huis Dat is, reinigt. Alzo onder, vs.17, 19.

Hertaald: heiligt het huis Dat is: reinig. Zo ook hieronder vers 17, 19.

onreinigheid Hebreeuws, afzondering. Zo wordt de onreinheid genaamd, omdat zij moet afgezonderd en weggedaan worden. Insgelijks wordt de tijd van de onreinheid ener kraamvrouw geheten een tijd der afzondering, omdat zij gedurende denzelven moest afgezonderd zijn van het gezelschap der mensen. Zie Lev. 12:2 . Versta hier, door de onreinheid, al wat den tempel door de afgodendienaren en den afgodendienst verontreinigd had.

Hertaald: onreinigheid Hebreeuws: afzondering. Zo wordt de onreinheid genoemd, omdat zij afgezonderd en weggedaan moet worden. Zo wordt ook de tijd van onreinheid van een kraamvrouw een tijd van afzondering genoemd, omdat zij gedurende die tijd afgezonderd moest zijn van het gezelschap van mensen. Zie Lev. 12:2. Versta hier onder de onreinheid alles wat de tempel door de afgodendienaars en de afgodendienst verontreinigd had.

heiligdom Versta, het heilige; dat is, het voorste deel des tempels, onder, vs.16, of ook het voorhof der priesters, hetwelk mede een heiligdom genaamd wordt. Zie onder, vs.7, en de aantekening.

Hertaald: heiligdom Versta hieronder het heilige; dat is: het voorste deel van de tempel, hieronder vers 16, of ook het voorhof van de priesters, dat ook een heiligdom genoemd wordt. Zie hieronder vers 7, en de aantekening.

2 Kronieken 29 vers 6

onze vaders Namelijk, mijn vader Achaz en uw vaderen, die zijn afgoderij nagevolgd hebben.

Hertaald: onze vaders Namelijk: mijn vader Achaz en uw vaderen, die zijn afgoderij nagevolgd hebben.

hebben den nek Dat is, zij hebben den rug getoond, weigerende den Heere gehoor te geven en naar zijn wet te dienen.

Hertaald: hebben den nek Dat is: zij hebben hun rug getoond, weigerend de HEERE gehoor te geven en Hem naar Zijn wet te dienen.

toegekeerd Of, geboden. Hebreeuws, gegeven.

Hertaald: toegekeerd Of: geboden. Hebreeuws: gegeven.

2 Kronieken 29 vers 7

het heiligdom Versta, het voorhof der priesters, waarin het brandofferaltaar stond, 1 Kon. 8:64 , en dat een heilige plaats genoemd wordt, Lev. 6:16 , en Lev. 10:13 , en Lev. 14:13 , en het heiligdom, gelijk vs.7 en Num. 28:7 , en onder, 2 Kron. 35:5 , omdat het Gode geheiligd was.

Hertaald: het heiligdom Versta hieronder het voorhof van de priesters, waarin het brandofferaltaar stond, 1 Kon. 8:64, en dat een heilige plaats genoemd wordt, Lev. 6:16, en Lev. 10:13, en Lev. 14:13, en het heiligdom, zoals in vers 7 en Num. 28:7, en hieronder 2 Kron. 35:5, omdat het aan God gewijd was.

2 Kronieken 29 vers 8

beroering, Of, verstrooiing; zie Deut. 28:25 .

Hertaald: beroering, Of: verstrooiing; zie Deut. 28:25.

aanfluiting, Zie 1 Kon. 9:8 .

Hertaald: aanfluiting, Zie 1 Kon. 9:8.

2 Kronieken 29 vers 9

door het zwaard Dat is, door oorlog omgekomen; zie Lev. 26:7 .

Hertaald: door het zwaard Dat is: door oorlog omgekomen; zie Lev. 26:7.

zijn daarom Zie boven, 2 Kron. 28:5 , 2 Kron. 28:8 .

Hertaald: zijn daarom Zie hierboven 2 Kron. 28:5, 2 Kron. 28:8.

2 Kronieken 29 vers 10

is het in mijn hart Dat is, ik ben van zin en heb voorgenomen. Zie 1 Kon. 8:17 .

Hertaald: is het in mijn hart Dat is: ik ben van plan en heb mij voorgenomen. Zie 1 Kon. 8:17.

2 Kronieken 29 vers 11

Mijn zonen, Hij noemt de priesters en Levieten zonen, niet om zijn groten ouderdom, [want hij was maar tot de vijf en twintig jaren gekomen, boven, vs.1], maar omdat hij hen als zijn zonen beminde.

Hertaald: Mijn zonen, Hij noemt de priesters en Levieten zonen, niet vanwege zijn hoge leeftijd [want hij was pas vijfentwintig jaar, hierboven vers 1], maar omdat hij hen liefhad als zijn zonen.

weest Of, houdt u niet stil, nalatig gerust. Anders, dwaalt nu niet; te weten, dat gij u niet zoudt kwijten in het ambt, waartoe God u verkoren en geroepen heeft.

Hertaald: weest Of: houd u niet stil, nalatig gerust. Anders: dwaal nu niet; namelijk dat u zich niet zou kwijten van het ambt waartoe God u uitgekozen en geroepen heeft.

nu niet traag; Te weten, gelijk tevoren, als gij den rechten en zuiveren godsdienst nagelaten hebt.

Hertaald: nu niet traag; Namelijk: zoals eerder, toen u de rechte en zuivere eredienst had nagelaten.

voor Zijn aangezicht Zie Deut. 10:8 .

Hertaald: voor Zijn aangezicht Zie Deut. 10:8.

2 Kronieken 29 vers 13

Elizafan, Deze was ten tijde van Mozes een overste geweest in het geslacht der Kahathieten; Num. 3:30 .

Hertaald: Elizafan, Deze was in de tijd van Mozes een leider geweest in het geslacht van de Kehathieten; Num. 3:30.

Asaf, Zie van Asaf, Heman en Jeduthun, en van hun kinderen, 1 Kron. 25:1-2 , enz., en onder, 2 Kron. 35:15 , en de aantekening.

Hertaald: Asaf, Zie over Asaf, Heman en Jeduthun, en over hun kinderen, 1 Kron. 25:1-2, enzovoort, en hieronder 2 Kron. 35:15, en de aantekening.

2 Kronieken 29 vers 15

heiligden zich, Zie boven, vs.5.

Hertaald: heiligden zich, Zie hierboven vers 5.

door de woorden Dat is, welk gebod de koning gegeven had, geroerd zijnde door de woorden des Heeren wet, die zulks medebrachten, waarmede hij zijn doen bevestigde.

Hertaald: door de woorden Dat is: welk gebod de koning gegeven had, geraakt door de woorden van de wet van de HEERE, die dit met zich meebrachten, waarmee hij zijn handelen bevestigde.

2 Kronieken 29 vers 16

priesteren Want dezen alleen was het geoorloofd te gaan in het heilige, en niet den Levieten.

Hertaald: priesteren Want alleen zij mochten het heilige binnengaan, niet de Levieten.

voorhof Versta, het voorhof der priesters, waar het brandofferaltaar stond.

Hertaald: voorhof Versta hieronder het voorhof van de priesters, waar het brandofferaltaar stond.

tempel des HEEREN Dat is, in het heilige, en ook, naar eniger gevoelen, in het allerheiligste.

Hertaald: tempel des HEEREN Dat is: in het heilige, en ook, volgens sommigen, in het allerheiligste.

Kidron Zie 1 Kon. 2:37 .

Hertaald: Kidron Zie 1 Kon. 2:37.

2 Kronieken 29 vers 17

te heiligen Dat is, het huis des Heeren te reinigen.

Hertaald: te heiligen Dat is: het huis van de HEERE reinigen.

eersten Hebreeuws, enen. Zie Gen. 1:5 .

Hertaald: eersten Hebreeuws: één. Zie Gen. 1:5.

eerste maand, Versta, de eerste maand van het eerste jaar der regering van den koning Hizkia, gelijk boven, vs.3. Anderen verstaan dit van de eerste maand des jaars genaamd Nisan.

Hertaald: eerste maand, Versta hieronder de eerste maand van het eerste jaar van de regering van koning Hizkia, zoals hierboven vers 3. Anderen betrekken dit op de eerste maand van het jaar, Nisan genoemd.

2 Kronieken 29 vers 18

de tafel Versta, de heilige met goud overtrokken tafel, staande in het heilige, waarop de toonbroden telken sabbatdag moesten toegericht, dat is in orde voorgesteld en gelegd zijn, Ex. 25:30 ; Lev. 24:5-6 , enz., welk werk wordt genaamd de toerichting des gedurigen [broods]; boven, 2 Kron. 2:4 .

Hertaald: de tafel Versta hieronder de heilige, met goud beklede tafel, staand in het heilige, waarop de toonbroden elke sabbat gereedgemaakt moesten worden, dat is: op ordelijke wijze neergelegd, Ex. 25:30; Lev. 24:5-6, enzovoort; dit werk wordt de gereedmaking van het voortdurende [brood] genoemd; hierboven 2 Kron. 2:4.

2 Kronieken 29 vers 19

bereid en geheiligd; Te weten, tot zijn wettelijk gebruik, waartoe zij verordend waren.

Hertaald: bereid en geheiligd; Namelijk: voor hun wettige gebruik, waarvoor zij bestemd waren.

2 Kronieken 29 vers 20

de oversten der stad, Versta, den magistraat, raad en officieren der stad, die ook de oudsten der stad genaamd worden. Zie 1 Kon. 21:8 , en de aantekening.

Hertaald: de oversten der stad, Versta hieronder het bestuur, de raad en de ambtenaren van de stad, die ook de oudsten van de stad genoemd worden. Zie 1 Kon. 21:8, en de aantekening.

2 Kronieken 29 vers 21

zeven varren, Hier worden genoemd alle soorten van reine viervoetige dieren, die tot de offeranden geschikt waren, en die geofferd werden:<i>I.</i> voor het koninkrijk, dat is, voor den koning, zijn raadsheren en officieren;<i>II.</i> voor het heiligdom, dat is, voor de zonde en onreinheden, die in den tempel door afgoderij, valsen godsdienst, geweld en anderszins begaan waren;<i>III.</i> voor Juda, dat is, voor de zonden der ganse gemeente.

Hertaald: zeven varren, Hier worden alle soorten reine viervoetige dieren genoemd, die geschikt waren voor de offers en geofferd werden: I. voor het koninkrijk, dat is: voor de koning, zijn raadsheren en ambtenaren; II. voor het heiligdom, dat is: voor de zonde en onreinheden die in de tempel door afgoderij, valse eredienst, geweld en anderszins begaan waren; III. voor Juda, dat is: voor de zonden van de hele gemeente.

2 Kronieken 29 vers 23

legden hun handen Namelijk, de koning en de gemeente, of degenen, die in naam der gemeente daar verschenen. Zij verklaarden nu met deze ceremonie dat zij hun zonden bekenden en God baden om vergiffenis, uit kracht der offerande, die eenmaal door den Messias geschieden zou en door deze afgebeeld was. Zie Lev. 1:4 , en Lev. 4:15 , Lev. 4:24 , en Lev. 8:18 ; idem de aantekening Lev. 1:4 .

Hertaald: legden hun handen Namelijk: de koning en de gemeente, of degenen die namens de gemeente daar verschenen. Zij verklaarden nu met dit gebruik dat zij hun zonden beleden en God om vergeving baden, op grond van het offer dat eens door de Messias gebracht zou worden en dat hierdoor werd afgebeeld. Zie Lev. 1:4, en Lev. 4:15, Lev. 4:24, en Lev. 8:18; eveneens de aantekening bij Lev. 1:4.

2 Kronieken 29 vers 24

ontzondigden Te weten, het koninkrijk, het heiligdom en de gemeente, als boven, vs.21; dat is, gans Israël, bestaande uit den koning, zijn hofgezin en zijn officieren; uit de kerkelijke personen, en uit alle andere inwoners des lands en burgers der steden.

Hertaald: ontzondigden Namelijk: het koninkrijk, het heiligdom en de gemeente, zoals hierboven vers 21; dat is: heel Israël, bestaande uit de koning, zijn hofhouding en zijn ambtenaren, uit de kerkelijke personen en uit alle andere inwoners van het land en burgers van de steden.

Israël; Zie boven, 2 Kron. 21:2 .

Hertaald: Israël; Zie hierboven 2 Kron. 21:2.

bevolen Hebreeuws, gezegd. Alzo onder, vs.27; Job 9:7 .

Hertaald: bevolen Hebreeuws: gezegd. Zo ook hieronder vers 27; Job 9:7.

2 Kronieken 29 vers 25

ziener des konings, Dat is, van den profeet. Zie 1 Sam. 9:9 , en boven, 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: ziener des konings, Dat is: van de profeet. Zie 1 Sam. 9:9, en hierboven 2 Kron. 9:29.

2 Kronieken 29 vers 26

instrumenten Versta, muziekinstrumenten.

Hertaald: instrumenten Versta hieronder muziekinstrumenten.

David, Dat is, gelijk David, door den Geest des Heeren geleerd en geleid zijnde, had voorgeschreven en laten maken.

Hertaald: David, Dat is: zoals David, geleerd en geleid door de Geest van de HEERE, had voorgeschreven en laten maken.

2 Kronieken 29 vers 27

de trompetten Achtervolgens het bevel des Heeren, waarvan wij lezen Num. 10:10 .

Hertaald: de trompetten Overeenkomstig het gebod van de HEERE, waarover wij lezen in Num. 10:10.

met de instrumenten Hebreeuws, door de handen der instrumenten Davids. Anders, naar de handen; dat is, naar de instelling, die David door Gods bevel verordend had. Zie boven, 2 Kron. 23:12 , en hier, vs.25.

Hertaald: met de instrumenten Hebreeuws: door de handen van de instrumenten van David. Anders: naar de handen; dat is: naar de instelling die David door Gods gebod had ingesteld. Zie hierboven 2 Kron. 23:12, en hier vers 25.

2 Kronieken 29 vers 28

boog zich neder, Te weten, tot een teken van eerbieding, smeking en dankzegging tot God. Vergelijk boven, 2 Kron. 20:18 , en hier vs.29, 30.

Hertaald: boog zich neder, Namelijk: als teken van eerbetoon, smeking en dankzegging aan God. Vergelijk hierboven 2 Kron. 20:18, en hier vers 29, 30.

2 Kronieken 29 vers 29

offeren, Te weten, het brandoffer, gemeld in vs.27,28.

Hertaald: offeren, Namelijk: het brandoffer, genoemd in vers 27, 28.

gevonden waren, Of, voorhanden waren, gelijk Gen. 19:15 .

Hertaald: gevonden waren, Of: aanwezig waren, zoals in Gen. 19:15.

2 Kronieken 29 vers 31

antwoordde Dat is, begon, of ving aan wederom te spreken. Zie Richt. 18:14 .

Hertaald: antwoordde Dat is: begon, of ving weer aan te spreken. Zie Richt. 18:14.

uw handen Dat is, uw dienst geheiligd. Zie van deze manier van spreken Lev. 7:37 , op het woord vuloffers.

Hertaald: uw handen Dat is: uw dienst geheiligd. Zie over deze manier van spreken Lev. 7:37, bij het woord vuloffers.

slachtofferen Versta, allerlei offer van geslachte beesten; Ex. 12:27 ; Lev. 3:6 ; Deut. 32:38 .

Hertaald: slachtofferen Versta hieronder allerlei offer van geslachte dieren; Ex. 12:27; Lev. 3:6; Deut. 32:38.

lofofferen Door welke men Gods weldaden bekende en Hem daarover loofde en dankte. Hoedanige waren enige geloften, vrijwillige offers en spijsoffers. Zie van deze lofoffers Lev. 7:12 .

Hertaald: lofofferen Waarmee men Gods weldaden erkende en Hem daarvoor loofde en dankte. Dit waren onder meer geloften, vrijwillige offers en spijsoffers. Zie over deze lofoffers Lev. 7:12.

brandofferen Zie van deze Gen. 8:20 .

Hertaald: brandofferen Zie hierover Gen. 8:20.

2 Kronieken 29 vers 33

Nog waren Dat is, boven de voorgaande beesten den Heere toegeheiligd, zijn deze nog daarbij te voegen.

Hertaald: Nog waren Dat is: naast de eerder genoemde dieren die aan de HEERE gewijd waren, moeten deze nog toegevoegd worden.

schapen Of, klein vee; dat is, schapen en geiten. Zie Gen. 12:16 .

Hertaald: schapen Of: kleinvee; dat is: schapen en geiten. Zie Gen. 12:16.

2 Kronieken 29 vers 34

te weinig, Te weten, om al die offeranden te bereiden, dat is, te slachten, de huid af te trekken, in stukken te delen. Hetwelk eigenlijk was het werk der priesters, Lev. 1:5-6 , hoewel daarin gebruikt mocht worden de dienst der Levieten, die den priesters tot hulp bijgevoegd waren.

Hertaald: te weinig, Namelijk: om al die offers gereed te maken, dat is: te slachten, de huid af te trekken en in stukken te verdelen. Dit was eigenlijk het werk van de priesters, Lev. 1:5-6, hoewel daarbij ook de dienst van de Levieten gebruikt mocht worden, die de priesters tot hulp waren toegevoegd.

hielpen Hebreeuws, sterkten.

Hertaald: hielpen Hebreeuws: versterkten.

geheiligd hadden; Zie boven, vs.5.

Hertaald: geheiligd hadden; Zie hierboven vers 5.

rechter van hart, Zie Ps. 7:11 .

Hertaald: rechter van hart, Zie Ps. 7:11.

2 Kronieken 29 vers 35

dankofferen, Zie Lev. 3:1 .

Hertaald: dankofferen, Zie Lev. 3:1.

drankofferen, Zie Gen. 35:14 ; Lev. 23:13 .

Hertaald: drankofferen, Zie Gen. 35:14; Lev. 23:13.

voor de brandofferen; Anders, der brandoffers, of tot of met de brandoffers; dat is, welke drankoffers bij de brandoffers gevoegd werden en daartoe behoorden. Vergelijk Num. 28:7 .

Hertaald: voor de brandofferen; Anders: van de brandoffers, of tot of met de brandoffers; dat is: welke drankoffers bij de brandoffers gevoegd werden en daarbij hoorden. Vergelijk Num. 28:7.

2 Kronieken 29 vers 36

hetgeen God Versta, de goede genegenheid, die God in het hart des volks gegeven had, waardoor het gans gewillig en genegen was tot het werk dezer reformatie, zodat het zeer spoediglijk, naar wens, ja buiten alle verwachting voortging. Anders, omdat God het volk voorbereid had.

Hertaald: hetgeen God Versta hieronder de goede gezindheid die God in het hart van het volk gegeven had, waardoor het geheel gewillig en genegen was tot het werk van deze hervorming, zodat het zeer snel, naar wens, ja boven alle verwachting vorderde. Anders: omdat God het volk voorbereid had.

haastelijk Te weten, met het eerste begin van Hizkia's regering, en zonder enigen tegenstand des volks; ja met deszelfs grote genegenheid daartoe, zijnde nochtans kort tevoren onder de regering van Achaz gans zeer tot de afgoderij vervallen en van den zuiveren godsdienst afgekeerd.

Hertaald: haastelijk Namelijk: met het eerste begin van de regering van Hizkia, en zonder enige tegenstand van het volk; ja met grote genegenheid daartoe, terwijl het toch kort daarvoor, onder de regering van Achaz, zeer sterk tot de afgoderij vervallen en van de zuivere eredienst afgekeerd was.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jeïel (de schrijver)  — God grijpt weg

De legerschrijver van koning Uzzia, die met de ambtman Mahaseja, onder toezicht van Hananja, het krijgsvolk indeelde (2 Kron. 26:11).

Jehizkia (zoon van Sallum)  — de HEERE is mijn sterkte

Een hoofd van Efraïm, die zich tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12). Niet te verwarren met koning Hizkia van Juda.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Brengt de onreinigheid uit van het heiligdom  — Hizkia begint zijn regering niet met bestuur maar met het openen en reinigen van het gesloten huis: "heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom" (2 Kron. 29:5)

Hizkia's reformatie in het algemeen is reeds behandeld bij 2 Kon. 18:1-7. Kronieken besteedt er twee hele hoofdstukken aan die in Koningen ontbreken. In de eerste maand van zijn eerste jaar opent hij de deuren van het huis des HEEREN en herstelt ze (2 Kron. 29:3). Hij roept de priesters en Levieten samen en spreekt hen aan met de opdracht zichzelf én het huis te heiligen (2 Kron. 29:4-5). Zijn toespraak noemt eerst de oorzaak van alle ellende: de vaderen hebben de HEERE verlaten, hun aangezicht van de tabernakel afgewend en de nek toegekeerd (2 Kron. 29:6). Zij sloten de deuren, blusten de lampen uit, brachten geen reukwerk en geen brandoffer meer (2 Kron. 29:7). Daarom rustte er toorn op Juda, zoals zij met eigen ogen konden zien (2 Kron. 29:8-9). Dan zegt hij wat hij zich voorgenomen heeft: een verbond te maken met de God Israëls, opdat de hitte van Zijn toorn afkere (2 Kron. 29:10). En hij spoort de Levieten aan niet traag te zijn, want de HEERE heeft hén verkoren om voor Zijn aangezicht te staan (2 Kron. 29:11). Veertien Levieten uit alle geslachten staan op, heiligen zich en beginnen (2 Kron. 29:12-15). De priesters dragen de onreinheid uit de tempel naar het voorhof, de Levieten brengen die naar de beek Kidron (2 Kron. 29:16). Het werk duurt zestien dagen, waarvan acht binnen het voorhuis (2 Kron. 29:17). Ten slotte melden zij dat ook het gereedschap dat Achaz had weggeworpen weer bereid en geheiligd is (2 Kron. 29:18-19).

Bijbelse betekenis: Alles wat hier gebeurt, is herstel van wat er al was. Er wordt niets nieuws bedacht: dezelfde deuren, hetzelfde altaar, hetzelfde weggeworpen gereedschap. Reformatie is in dit hoofdstuk geen vernieuwing maar opruiming. Opmerkelijk is ook waar Hizkia begint. Hij zegt niet eerst: heiligt het huis, maar: heiligt uzelf, en dan het huis. Wie de onreinheid uit het heiligdom wil dragen, moet zelf schoon zijn, anders draagt hij haar rond. En de plaats waar het vuil terechtkomt is niet toevallig genoemd. Het gaat naar de Kidron, buiten de stad, waar eerder ook Asa's afgod verbrand werd; het wordt niet opgeslagen voor het geval men het nog eens nodig heeft. Ten slotte is er de haast. Op de eerste dag van de eerste maand gaan de deuren open. Hizkia wacht niet tot zijn positie vaststaat.

Typologie: Wat hier van het stenen huis geldt, houdt Paulus de gemeente voor over haarzelf: "laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods" (2 Kor. 7:1). En de volgorde die Hizkia aanhield, is dezelfde die de Levieten eerder moesten leren toen zij de ark gingen halen (zie het commentaar bij 1 Kron. 15:12-13).

2 Kron. 29:3-19; 1 Kron. 15:12-13; 2 Kon. 18:1-7; 2 Kor. 7:1

Als dat brandoffer begon, begon het gezang  — bij de herstelde dienst vallen offer en lofzang op hetzelfde ogenblik samen: "ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David" (2 Kron. 29:27)

Na de reiniging gaat Hizkia vroeg in de morgen met de oversten van de stad op naar het huis des HEEREN (2 Kron. 29:20). Zij brengen zeven varren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven geitenbokken ten zondoffer, en wel voor drie zaken: voor het koninkrijk, voor het heiligdom en voor Juda (2 Kron. 29:21). Het bloed wordt op het altaar gesprengd, en bij de bokken leggen koning en gemeente hun handen op de dieren (2 Kron. 29:22-23). De priesters doen verzoening voor heel Israël, want zo had de koning het bevolen (2 Kron. 29:24). Daarna stelt Hizkia de Levieten op met cimbalen, luiten en harpen, naar het gebod van David, Gad en Nathan, met de aantekening dat dit gebod van de hand des HEEREN was door de hand van Zijn profeten (2 Kron. 29:25). De Levieten staan er met de instrumenten van David, de priesters met de trompetten (2 Kron. 29:26). Op het ogenblik dat het brandoffer begint, begint ook het gezang, en de hele gemeente buigt zich neder zolang het offer duurt (2 Kron. 29:27-28). Als het offeren geëindigd is, bukken de koning en allen die bij hem waren (2 Kron. 29:29). Hizkia laat daarna loven met de woorden van David en van Asaf, en zij loofden tot blijdschap toe (2 Kron. 29:30).

Bijbelse betekenis: Het gezang begint niet vóór het offer en ook niet erna, maar op hetzelfde moment. Daarmee zegt dit hoofdstuk waar de lofzang haar recht vandaan haalt: er wordt gezongen omdat er verzoening geschiedt. Wie de volgorde omkeert en de vreugde losmaakt van het offer, houdt een stemming over. Even veelzeggend is dat de gemeente zich bukt zolang het offer duurt, en dat de koning meebuigt. Verder verdient de aantekening bij vers 25 aandacht: de muzikale dienst wordt niet gerechtvaardigd met de smaak van David, maar met het gebod van de HEERE door Zijn profeten. En het slot noemt de uitwerking: zij loofden tot blijdschap toe. De blijdschap is hier niet het vertrekpunt van de dienst maar haar vrucht.

Typologie: De Hebreeënbrief verbindt lofzang en offer op dezelfde wijze, maar nu aan het volbrachte werk: "Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden" (Hebr. 13:15). Het woordje door Hem staat daar waar in Jeruzalem het brandoffer lag: er wordt niet gezongen buiten het offer om.

2 Kron. 29:20-30; Hebr. 13:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Toen het brandoffer begon, begon het gezang — 29:20-36

Hizkia is koning geworden na Achaz, die de deuren van het voorhuis had gesloten en de lampen uitgedoofd. In de eerste maand van zijn eerste jaar laat Hizkia de tempel heropenen en schoonmaken, en dan volgt de eerste dienst in jaren.

Het offer wordt gebracht voor het hele volk, en op het ogenblik dat het begint, zet het gezang in.

De koning staat vroeg op en verzamelt de oversten van de stad. Er worden zeven varren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven geitenbokken gebracht — die laatste tot een zondoffer.

Wat er dan gebeurt is zorgvuldig opgeschreven. De priesters slachtten ze, en ontzondigden met hun bloed op het altaar, om verzoening te doen voor het ganse Israël. En de reden staat er uitdrukkelijk bij: want de koning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israël bevolen.

Dat is opmerkelijk. Het noordelijke rijk is op dat moment vrijwel weggevoerd en Hizkia regeert alleen over Juda. Toch laat hij offeren voor het hele volk, ook voor wie er niet is.

En dan volgt de zin waar dit gedeelte om draait: ten tijde nu, als dat brandoffer begon, begon het gezang des HEEREN met de trompetten en met de instrumenten van David.

De muziek begint dus niet ná het offer, als een reactie, en niet ervóór, om de stemming te maken. Zij begint op hetzelfde moment. Zolang het brandoffer brandt, klinkt het gezang; als het offer voleindigd is, buigen zij zich neer.

Zo zitten lofzang en offer aan elkaar vast. Er wordt niet gezongen omdat men zich goed voelt, maar omdat er geofferd wordt.

De Schrift trekt hier zelf geen lijn naar Christus, en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. Maar de verbinding zelf komt terug in de Hebreeënbrief, die de lofzang uitdrukkelijk aan Hem vastknoopt: laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs. En in de nacht voor Zijn lijden zongen zij een lofzang, en gingen daarna uit naar de Olijfberg.

  1. 2 Kronieken 28:24 — Achaz had de deuren van het huis des HEEREN gesloten.
  2. 2 Kronieken 29:24 — Verzoening gedaan voor het ganse Israël, ook voor wie er niet was.
  3. 2 Kronieken 29:27 — Toen het brandoffer begon, begon het gezang.
  4. 2 Kronieken 29:28 — Het duurde totdat het brandoffer voleindigd was.
  5. Mattheüs 26:30 — Na de lofzang gingen zij uit naar den Olijfberg.
  6. Hebreeën 13:15 — Laat ons door Hem Gode opofferen een offerande des lofs.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 13:15; Mattheüs 26:30; Efeze 5:19-20; Openbaring 5:9

Hoever dit reikt: Niveau 3. Hizkia is geen beeld van Christus en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de zaak: de lofzang hangt aan het offer, en de Hebreeënbrief verbindt haar aan Christus.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

2 Kronieken 29

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content