Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AchazH271 was twintigH6242jarenH8141oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427zestienH8337jarenH8141 te JeruzalemH3389; en hij deedH6213nietH3808 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk zijn vaderH1DavidH1732;Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;
KJVAhaz4was twenty2years3old1when he began to reign,5and he reigned9sixteen6years8in Jerusalem:10but he did12not that which was right13in the sight14of the LORD,15like David16his father:17
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4אָחָ֣זH271Achaz, Achaz'Ahaz5בְּמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6וְשֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12עָשָׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13הַיָּשָׁ֛רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)14בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16כְּדָוִ֥ידH1732David, DavidsDavid17אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
2Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar hij wandeldeH3212 in de wegenH1870 der koningenH4428 van IsraelH3478; daartoe maakteH6213 hij ookH1571 gegotene beeldenH4541 voor de BaalsH1168.Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.
KJVFor he walked in1the ways2of the kings3of Israel,4and made7also molten images6for Baalim.8
1וַיֵּ֕לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2בְּדַרְכֵ֖יH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)3מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְגַ֧םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6מַסֵּכ֛וֹתH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail7עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לַבְּעָלִֽיםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim
3Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Dezelve rookteH6999 ook in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011; en hij branddeH1197 zijn zonenH1121 in het vuurH784, naar de gruwelenH8441 der heidenenH1471, die de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121IsraelsH3478 uit de bezittingH3423 verdreven had.Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
KJVMoreover he burnt incense2in the valley3of the son4of Hinnom,5and burnt6his children8in the fire,9after the abominations10of the heathen11whom the LORD14had cast out13before15the children16of Israel.17
1וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2הִקְטִ֖ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)3בְּגֵ֣יאH1516dal, dalen, valleivalley4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הִנֹּ֑םH2011HinnomHinnom6וַיַּבְעֵ֤רH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בָּנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9בָּאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot10כְּתֹֽעֲבוֹת֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination11הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֹרִ֣ישׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
4Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Ook offerdeH2076 hij en rookteH6999 op de hoogtenH1116 en opH5921 de heuvelenH1389, mitsgaders onderH8478alleH3605groenH7488geboomteH6086.Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
KJVHe sacrificed1also and burnt incense2in the high places,3and on the hills,5and under every green9tree.8
1וַיְזַבֵּ֧חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2וַיְקַטֵּ֛רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)3בַּבָּמ֖וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַגְּבָע֑וֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill6וְתַ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9רַעֲנָֽןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing
5Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Daarom gaf hem de HEEREH3068, zijn GodH430, in de handH3027 des koningsH4428 van SyrieH758, dat zij hem sloegenH5221, en van hem gevankelijkH7617 wegvoerden een grote menigteH1419 van gevangenenH7633, die zij te DamaskusH1834brachtenH935. En hij werd ookH1571gegevenH5414 in de handH3027 des koningsH4428 van IsraelH3478, die hem sloegH5221 met een groten slagH4347.Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
KJVWherefore the LORD2his God3delivered1him into the hand4of the king5of Syria;6and they smote7him, and carried away9a great multitude12of them captives,11and brought13them to Damascus.14And he was also delivered19into the hand16of the king17of Israel,18who smote20him with a great23slaughter.22
6Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Want PekahH6492, de zoonH1121 van RemaliaH7425, sloegH2026 in JudaH3063honderdH3967 en twintigH6242duizendH505doodH259 op een dagH3117, allenH3605strijdbareH2428mannenH1121, omdat zij den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, verlatenH5800 hadden.Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.
KJVFor Pekah2the son3of Remaliah4slew1in Judah5an hundred6and twenty7thousand8in one10day,9which were all valiant13men;12because they had forsaken14the LORD16God17of their fathers.18
1וַיַּהֲרֹג֩H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely2פֶּ֨קַחH6492PekahPekah3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4רְמַלְיָ֜הוּH7425RemaliaRemaliah5בִּֽיהוּדָ֗הH3063JudaJudah6מֵאָ֨הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7וְעֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8אֶ֛לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11הַכֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13חָ֑יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)14בְּעָזְבָ֕םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18אֲבוֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
7En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ZichriH2147, een geweldig manH1368 van EfraimH669, sloegH2026MaasejaH4641, den zoonH1121 des koningsH4428, doodH2026, en Azirkam, den huisoversteH5057, mitsgaders ElkanaH511, den tweedeH4932 na den koningH4428.En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.
Ook in dit vers
AzrikamH5840
KJVAnd Zichri,2a mighty man3of Ephraim,4slew1Maaseiah6the king's8son,7and Azrikam10the governor11of the house,12and Elkanah14that was next15to the king.16
1וַֽיַּהֲרֹ֞גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely2זִכְרִ֣יH2147ZichriZichri3גִּבּ֣וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man4אֶפְרַ֗יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מַעֲשֵׂיָ֨הוּ֙H4641Maaseja, MahasejaMaaseiah7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַזְרִיקָ֖םH5840AzrikamAzrikam11נְגִ֣ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler12הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֶלְקָנָ֖הH511ElkanaElkanah15מִשְׁנֵ֥הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much16הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
8En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En de kinderenH1121IsraelsH3478voerdenH7617 van hun broederenH251gevankelijkH7617 weg tweehonderdH3967duizendH505, vrouwenH802, zonenH1121 en dochterenH1323, en plunderdenH962ookH1571veelH7227roofsH7998 van hen; en zij brachtenH935 den roofH7998 te SamariaH8111.En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.
KJVAnd the children2of Israel3carried away captive1of their brethren4two hundred5thousand,6women,7sons,8and daughters,9and took also away13much12spoil11from them, and brought15the spoil17to Samaria.18
1וַיִּשְׁבּוּ֩H7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֨לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4מֵֽאֲחֵיהֶ֜םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5מָאתַ֣יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6אֶ֗לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7נָשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8בָּנִ֣יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וּבָנ֔וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11שָׁלָ֥לH7998buit, roof, roofsprey, spoil12רָ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)13בָּזְז֣וּH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly14מֵהֶ֑ם15וַיָּבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַשָּׁלָ֖לH7998buit, roof, roofsprey, spoil18לְשֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
9Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AldaarH8033 nu was een profeetH5030 des HEERENH3068, wiens naamH8034 was OdedH5752; die ging uit, het heirH6635 tegen, dat naar SamariaH8111kwamH935, en zeideH559 tot hen: ZietH2009, door de grimmigheidH2534 des HEERENH3068, des GodsH430 uwer vaderenH1, overH5921JudaH3063, heeft Hij hen in uw handH3027gegevenH5414, en gij hebt hen doodgeslagenH2026 in toornigheidH2197, die totH5704 aan den hemelH8064raaktH5060.Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
KJVBut a prophet3of the LORD4was there, whose name6was Oded:5and he went out7before8the host9that came10to Samaria,11and said12unto them, Behold, because the LORD16God17of your fathers18was wroth15with Judah,20he hath delivered21them into your hand,22and ye have slain23them in a rage25that reacheth up28unto heaven.27
1וְ֠שָׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither2הָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3נָבִ֥יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet4לַֽיהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עֹדֵ֣דH5752OdedOded6שְׁמוֹ֒H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7וַיֵּצֵ֗אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הַצָּבָא֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10הַבָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לְשֹׁמְר֔וֹןH8111SamariaSamaria12וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לָהֶ֗ם14הִ֠נֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see15בַּחֲמַ֨תH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)16יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18אֲבוֹתֵיכֶ֛םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah21נְתָנָ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22בְּיֶדְכֶ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23וַתַּֽהַרְגוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely24בָ֣ם25בְזַ֔עַףH2197gramschap, grimmigheid, ontsteldindignation, rage(-ing), wrath26עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27לַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)28הִגִּֽיעַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch
10Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daartoe denktH559 gij nuH6258 de kinderenH1121 van JudaH3063 en JeruzalemH3389 u tot slavenH5650 en slavinnenH8198 te onderwerpenH3533; zijt gijH859 het nietH3808 alleenlijk? BijH5973 ulieden zijn schuldenH819 tegen den HEEREH3068, uw GodH430.Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
KJVAnd now ye purpose6to keep under7the children2of Judah3and Jerusalem4for bondmen8and bondwomen9unto you: but are there not with you, even12with you, sins15against the LORD16your God?17
1וְ֠עַתָּהH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יְהוּדָ֤הH3063JudaJudah4וִֽירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6אֹמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לִכְבֹּ֛שׁH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection8לַעֲבָדִ֥יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9וְלִשְׁפָח֖וֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant10לָכֶ֑ם11הֲלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12רַקH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise13אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14עִמָּכֶ֣םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15אֲשָׁמ֔וֹתH819schuld, schuldenoffend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)16לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
11Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Nu dan, hoortH8085 mij, en brengtH7725 de gevangenenH7633 weder, dieH834 gij van uw broederenH251gevankelijkH7617 weggevoerd hebt; wantH3588 de hitteH2740 van des HEERENH3068toornH639 is overH5921 u.Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
KJVNow hear2me therefore, and deliver3the captives4again, which ye have taken captive6of your brethren:7for the fierce9wrath10of the LORD11is upon you.
1וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁמָע֔וּנִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3וְהָשִׁ֨יבוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4הַשִּׁבְיָ֔הH7633gevangenen, gevangeniscaptives(-ity)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שְׁבִיתֶ֖םH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away7מֵאֲחֵיכֶ֑םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)10אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12עֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
12Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen maaktenH6965 zich mannenH582 op van de hoofdenH7218 der kinderenH1121 van EfraimH669, AzariaH5838, de zoonH1121 van JohananH3076, BerechjaH1296, de zoonH1121 van MesillemothH4919 en JehizkiaH3169, de zoonH1121 van SallumH7967, en AmasaH6021, de zoonH1121 van HadlaiH2311, tegenH5921 degenen, die uitH4480 het heirH6635kwamenH935.Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.
KJVThen certainof the heads3of the children4of Ephraim,5Azariah6the son7of Johanan,8Berechiah9the son10of Meshillemoth,11and Jehizkiah12the son13of Shallum,14and Amasa15the son16of Hadlai,17stood up1against them that came19from the war,21
1וַיָּקֻ֨מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֲנָשִׁ֜יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מֵרָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֶפְרַ֗יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites6עֲזַרְיָ֤הוּH5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יְהֽוֹחָנָן֙H3076JohananJehohanan, Johanan. Compare H3110 (יוֹחָנָן)9בֶּרֶכְיָ֣הוּH1296BerechjaBerachiah, Berechiah10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11מְשִׁלֵּמ֔וֹתH4919MesillemothMeshillemoth. Compare H4921 (מְשִׁלֵּמִית)12וִֽיחִזְקִיָּ֨הוּ֙H3169Jehizkia, HizkiaHezekiah, Jehizkiah. Compare H2396 (חִזְקִיָּה)13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14שַׁלֻּ֔םH7967SallumShallum15וַעֲמָשָׂ֖אH6021AmasaAmasa16בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17חַדְלָ֑יH2311HadlaiHadlai18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַבָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21הַצָּבָֽאH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij zeidenH559 tot hen: Gij zult deze gevangenenH7633 hier niet inbrengenH935, tot een schuldH819 over ons tegen den HEEREH3068; denktH559gijliedenH859 toe te doen tot onze zondenH2403 en tot onze schuldenH819, hoewelH3588 wij veleH7227schuldenH819 hebben, en de hitteH2740 des toornsH639overH5921IsraelH3478 is?En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?
KJVAnd said1unto them, Ye shall not bring in4the captives6hither: for whereas we have offended9against the LORD10already, ye intend13to add14more to our sins16and to our trespass:18for our trespass21is great,20and there is fierce23wrath24against Israel.26
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֗ם3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תָבִ֤יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַשִּׁבְיָה֙H7633gevangenen, gevangeniscaptives(-ity)7הֵ֔נָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet8כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לְאַשְׁמַ֨תH819schuld, schuldenoffend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)10יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עָלֵ֨ינוּ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13אֹמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לְהֹסִ֥יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16חַטֹּאתֵ֖ינוּH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18אַשְׁמָתֵ֑ינוּH819schuld, schuldenoffend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)19כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20רַבָּ֤הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)21אַשְׁמָה֙H819schuld, schuldenoffend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering)22לָ֔נוּ23וַחֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)24אָ֖ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
14Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen lietenH5800 de toegerustenH2502 de gevangenenH7633 en de roofH961 voor het aangezichtH6440 der overstenH8269 en der ganseH3605gemeenteH6951.Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.
KJVSo the armed men2left1the captives4and the spoil6before7the princes8and all the congregation.10
1וַיַּעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2הֶֽחָל֗וּץH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַשִּׁבְיָה֙H7633gevangenen, gevangeniscaptives(-ity)5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַבִּזָּ֔הH961roof, roofs, berovingprey, spoil7לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הַשָּׂרִ֖יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַקָּהָֽלH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude
15De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De mannenH582 nu, dieH834 met namenH8034uitgedruktH5344 zijn, maaktenH6965 zich op, en grepenH2388 de gevangenenH7633, en kleeddenH3847vanH4480 den roofH7998alH3605 hun naaktenH4636; en zij kleeddenH3847 hen, en schoeidenH5274 hen, en spijsdenH398 hen, en drenktenH8248 hen, en zalfdenH5480 hen, en voerdenH5095 ze op ezelenH2543, allenH3605 die zwakH3782 waren, en brachtenH935 hen te JerichoH3405, de PalmstadH5892, bij hun broederenH251; daarna keerdenH7725 zij weder naar SamariaH8111.De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
KJVAnd the menwhich were expressed4by name5rose up,1and took6the captives,7and with the spoil12clothed10all that were naked9among them, and arrayed13them, and shod14them, and gave them to eat15and to drink,16and anointed17them, and carried18all the feeble21of them upon asses,19and brought22them to Jericho,23the city24of palm trees,25to26their brethren:27then they returned28to Samaria.29
1וַיָּקֻ֣מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הָאֲנָשִׁים֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נִקְּב֨וּH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through5בְשֵׁמ֜וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6וַיַּחֲזִ֣יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7בַשִּׁבְיָ֗הH7633gevangenen, gevangeniscaptives(-ity)8וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מַעֲרֻמֵּיהֶם֮H4636naaktennaked10הִלְבִּ֣ישׁוּH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַשָּׁלָל֒H7998buit, roof, roofsprey, spoil13וַיַּלְבִּשׁ֣וּםH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear14וַ֠יַּנְעִלוּםH5274besloten, slot, grendelbolt, inclose, lock, shoe, shut up15וַיַּאֲכִל֨וּםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16וַיַּשְׁק֜וּםH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)17וַיְסֻכ֗וּםH5480zalfde, zalf, zalvenanoint (self), [idiom] at all18וַיְנַהֲל֤וּםH5095zachtjes leiden, geleidde, leidsmancarry, feed, guide, lead (gently, on)19בַּחֲמֹרִים֙H2543ezel, ezelen, ezels(he) ass20לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21כּוֹשֵׁ֔לH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak22וַיְבִיא֛וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23יְרֵח֥וֹH3405JerichoJericho24עִירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town25הַתְּמָרִ֖יםH8558palmboom, palmbomenpalm (tree)26אֵ֣צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)27אֲחֵיהֶ֑םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'28וַיָּשׁ֖וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw29שֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Ter zelfderH1931tijdH6256zondH7971 de koningH4428AchazH271 tot de koningenH4428 van AssyrieH804, dat zij hem helpenH5826 zouden.Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
KJVAt that time1did king4Ahaz5send3unto the kings7of Assyria8to help9him.
1בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3שָׁלַ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אָחָ֛זH271Achaz, Achaz'Ahaz6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal8אַשּׁ֖וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)9לַעְזֹ֥רH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour10לֽוֹ
17Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daarenboven waren ook de EdomietenH130gekomenH935, en hadden JudaH3063geslagenH5221 en gevangenenH7628gevankelijkH7617 weggevoerd.Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
KJVFor again the Edomites2had come3and smitten4Judah,5and carried away6captives.7
1וְע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2אֲדוֹמִ֖יםH130Edomiet, Edomieten, EdomietischeEdomite3בָּ֑אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4וַיַּכּ֥וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5בִיהוּדָ֖הH3063JudaJudah6וַיִּשְׁבּוּH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away7שֶֽׁבִיH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken
18Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daartoe waren de FilistijnenH6430 in de stedenH5892 der laagteH8219 en het zuidenH5045 van JudaH3063ingevallenH6584, en hadden ingenomenH3920Beth-SemesH1053, en AjalonH357, en GederothH1450, en SochoH7755 en haar onderhorige plaatsenH1323, en TimnaH8553 en haar onderhorige plaatsenH1323, en GimzoH1579 en haar onderhorige plaatsenH1323; en zij woondenH3427aldaarH8033.Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
KJVThe Philistines1also had invaded2the cities3of the low country,4and of the south5of Judah,6and had taken7Bethshemesh,9and Ajalon,12and Gederoth,14and Shocho16with the villages17thereof, and Timnah19with the villages20thereof, Gimzo22also and the villages24thereof: and they dwelt25there.
1וּפְלִשְׁתִּ֣יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine2פָּשְׁט֗וּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)3בְּעָרֵ֨יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הַשְּׁפֵלָ֣הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)5וְהַנֶּגֶב֮H5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)6לִֽיהוּדָה֒H3063JudaJudah7וַֽ֠יִּלְכְּדוּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּֽיתH1053Beth-semesBeth-shemesh10שֶׁ֨מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אַיָּל֜וֹןH357AjalonAijalon, Ajalon13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַגְּדֵר֗וֹתH1450GederothGederoth15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שׂוֹכ֤וֹH7755SochoShocho, Shochoh, Sochoh, Soco, Socoh17וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19תִּמְנָ֣הH8553Timna, Thimnath, TimnathaTimnah, Timnath, Thimnathah20וּבְנוֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village21וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22גִּמְז֖וֹH1579GimzoGimzo23וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24בְּנֹתֶ֑יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village25וַיֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry26שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
19Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19WantH3588 de HEEREH3068vernederdeH3665JudaH3063, om der willeH5668 van AchazH271, den koningH4428IsraelsH3478; wantH3588 hij had JudaH3063afgetrokkenH6544, dat het gans zeer overtradH4603 tegen den HEEREH3068.Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.
KJVFor the LORD3brought2➔ Judah5lowbecause of Ahaz7king8of Israel;9for he made11➔ Judah12naked,and transgressed13sore14against the LORD.15
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הִכְנִ֤יעַH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah6בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to7אָחָ֣זH271Achaz, Achaz'Ahaz8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הִפְרִ֨יעַ֙H6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover12בִּֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah13וּמָע֥וֹלH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)14מַ֖עַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very15בַּיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En Tiglath-PilneserH8407, de koningH4428 van AssyrieH804, kwamH935 tot hem; doch hij benauwdeH6696 hem, en sterkteH2388 hem nietH3808.En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
KJVAnd Tilgathpilneser3king5of Assyria6came1unto him, and distressed7him, but strengthened10him not.
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3תִּלְּגַ֥תH8407Tiglath-pilezer, Tiglath-pilneserTiglath-pileser, Tilgath-pilneser4פִּלְנְאֶ֖סֶרH8407Tiglath-pilezer, Tiglath-pilneserTiglath-pileser, Tilgath-pilneser5מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אַשּׁ֑וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)7וַיָּ֥צַרH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags8ל֖וֹ9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10חֲזָקֽוֹH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
21Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21WantH3588AchazH271 nam een deelH2505 van het huisH1004 des HEERENH3068, en van het huisH1004 des koningsH4428 en der vorstenH8269, hetwelk hij den koningH4428 van AssyrieH804gafH5414; maar hij hielpH5833 hem nietH3808.Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.
KJVFor Ahaz3took away a portion2out of the house5of the LORD,6and out of the house8of the king,9and of the princes,10and gave11it unto the king12of Assyria:13but he helped15him not.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2חָלַ֤קH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)3אָחָז֙H271Achaz, Achaz'Ahaz4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10וְהַשָּׂרִ֑יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11וַיִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לְמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15לְעֶזְרָ֖הH5833hulp, Hulp, hielphelp(-ed, -er)16לֽוֹ
22Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ja, ter tijdH6256, als men hem benauwdeH6887, zo maakte hij des overtredensH4603 tegen den HEEREH3068 nog meer; dit was de koningH4428AchazH271.Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
KJVAnd in the time1of his distress2did he trespass5yet more4against the LORD:6this is that king8Ahaz.9
1וּבְעֵת֙H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הָצֵ֣רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex3ל֔וֹ4וַיּ֖וֹסֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield5לִמְע֣וֹלH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)6בַּיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9אָחָֽזH271Achaz, Achaz'Ahaz
23Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want hij offerdeH2076 den godenH430 van DamaskusH1834, die hem geslagenH5221 hadden, en zeideH559: OmdatH3588 de godenH430 der koningenH4428 van SyrieH758henH1992helpenH5826, zal ik hunH1992offerenH2076, opdat zij mij ook helpenH5826; maar zij waren hem tot zijn valH3782, mitsgaders aan gansH3605IsraelH3478.Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.
KJVFor he sacrificed1unto the gods2of Damascus,3which smote4him: and he said,6Because the gods8of the kings9of Syria10help12them, therefore will I sacrifice15to them, that they may help16me. But they were the ruin20of him, and of all Israel.22
1וַיִּזְבַּ֗חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2לֵֽאלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3דַרְמֶשֶׂק֮H1834Damaskus, DamaskenerDamascus4הַמַּכִּ֣יםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5בּוֹ֒6וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9מַלְכֵֽיH4428koning, konings, koningenking, royal10אֲרָם֙H758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians11הֵ֚םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12מַעְזְרִ֣יםH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour13אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לָהֶ֥ם15אֲזַבֵּ֖חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay16וְיַעְזְר֑וּנִיH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour17וְהֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye18הָֽיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19ל֥וֹ20לְהַכְשִׁיל֖וֹH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak21וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
24En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En AchazH271verzameldeH622 de vatenH3627 van het huisH1004GodsH430, en hieuwH7112 de vatenH3627 van het huisH1004GodsH430 in stukkenH7112, en slootH5462 de deurenH1817 van het huisH1004 des HEERENH3068 toe; daartoe maakteH6213 hij zich altarenH4196 in alleH3605hoekenH6438 van JeruzalemH3389.En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.
KJVAnd Ahaz2gathered together1the vessels4of the house5of God,6and cut in pieces7the vessels9of the house10of God,11and shut up12the doors14of the house15of the LORD,16and he made17him altars19in every corner21of Jerusalem.22
1וַיֶּאֱסֹ֨ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אָחָ֜זH271Achaz, Achaz'Ahaz3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6הָֽאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וַיְקַצֵּץ֙H7112afgekort, afgehouwen, hieuwcut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וַיִּסְגֹּ֖רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14דַּלְת֣וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)15בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18ל֧וֹ19מִזְבְּח֛וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar20בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21פִּנָּ֖הH6438hoeken, hoek, hoeksteenbulwark, chief, corner, stay, tower22בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
25Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Ook maakteH6213 hij in elke stadH5892 van JudaH3063hoogtenH1116, om anderen godenH430 te rokenH6999; alzo verwekteH3707 hij den HEEREH3068, zijner vaderenH1GodH430, tot toornH3707.Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
KJVAnd in every several city2of Judah4he made5high places6to burn incense7unto other9gods,8and provoked to anger10the LORD12God13of his fathers.14
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3וָעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4לִֽיהוּדָה֙H3063JudaJudah5עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6בָמ֔וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave7לְקַטֵּ֖רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8לֵֽאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange10וַיַּכְעֵ֕סH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אֲבֹתָֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
26Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697, en alH3605 zijn wegenH1870, de eersteH7223 en de laatsteH314, zietH2005, zij zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van JudaH3063 en IsraelH3478.Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
KJVNow the rest1of his acts2and of all his ways,4first5and last,6behold, they are written8in the book10of the kings11of Judah12and Israel.13
1וְיֶ֤תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דְּבָרָיו֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4דְּרָכָ֔יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5הָרִאשֹׁנִ֖יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past6וְהָאַחֲרוֹנִ֑יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most7הִנָּ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8כְּתוּבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll11מַלְכֵֽיH4428koning, konings, koningenking, royal12יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah13וְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
27En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En AchazH271ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892 te JeruzalemH3389; maarH3588 zij brachtenH935 hem nietH3808 in de gravenH6913 der koningenH4428 van IsraelH3478; en zijn zoonH1121JehizkiaH3169 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
KJVAnd Ahaz2slept1with his fathers,4and they buried5him in the city,6even in Jerusalem:7but they brought10him not into the sepulchres11of the kings12of Israel:13and Hezekiahhis son16reigned14in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2אָחָ֜זH271Achaz, Achaz'Ahaz3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַֽיִּקְבְּרֻ֤הוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7בִּיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הֱבִיאֻ֔הוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לְקִבְרֵ֖יH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre12מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal13יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15יְחִזְקִיָּ֥הֽוּH2396Hizkia, JehizkiaHezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה)16בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 28:1— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;Jesaja 1:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 17:3→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→2 Koningen 16:1→Jesaja 7:1→Micha 1:1→
2 Kronieken 28:2— Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.Exodus 34:17→Richteren 2:11→1 Koningen 16:31→Leviticus 19:4→Richteren 2:13→Hosea 2:13→Hosea 2:17→2 Kronieken 22:3→
2 Kronieken 28:3— Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→Jozua 15:8→2 Koningen 23:10→Jeremia 19:13→Jeremia 19:2→Deuteronomium 18:9→
2 Kronieken 28:4— Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.Leviticus 26:30→Deuteronomium 12:2→2 Koningen 16:4→
2 Kronieken 28:5— Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.Jesaja 7:1→2 Koningen 16:5→2 Kronieken 24:24→2 Kronieken 33:11→2 Kronieken 36:5→Exodus 20:2→Jesaja 7:6→Richteren 2:14→
2 Kronieken 28:6— Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.2 Koningen 15:27→Jesaja 9:21→Deuteronomium 31:16→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 32:20→Jesaja 7:9→Deuteronomium 29:24→Jesaja 24:5→
2 Kronieken 28:7— En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.Genesis 43:15→Genesis 41:43→Esther 10:3→Genesis 43:12→
2 Kronieken 28:8— En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.2 Kronieken 11:4→Deuteronomium 28:25→Deuteronomium 28:41→Handelingen 7:26→Handelingen 13:26→
2 Kronieken 28:9— Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.Ezra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→Zacharia 1:15→Ezechiël 25:12→Jeremia 15:17→1 Koningen 20:42→Jesaja 10:5→
2 Kronieken 28:10— Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.Leviticus 25:39→1 Petrus 4:17→Jeremia 25:29→Mattheüs 7:2→Romeinen 12:20→
2 Kronieken 28:11— Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.Jakobus 2:13→2 Kronieken 28:8→Ezra 10:14→Mattheüs 7:2→Hebreeën 13:1→Mattheüs 5:7→Jesaja 58:6→Jeremia 34:14→
2 Kronieken 28:12— Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.Jeremia 26:6→1 Kronieken 28:1→
2 Kronieken 28:13— En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?Mattheüs 23:32→Numeri 32:14→Jozua 22:17→Romeinen 2:5→Mattheüs 23:35→
2 Kronieken 28:15— De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.Spreuken 25:21→Deuteronomium 34:3→2 Koningen 6:22→Richteren 1:16→Lukas 6:27→Lukas 8:27→Mattheüs 25:35→Lukas 8:35→
2 Kronieken 28:16— Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.Jesaja 7:17→Jesaja 7:1→2 Koningen 16:5→
2 Kronieken 28:17— Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.Obadja 1:10→Leviticus 26:18→2 Kronieken 25:11→Obadja 1:13→
2 Kronieken 28:18— Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.Ezechiël 16:57→Ezechiël 16:27→2 Kronieken 11:10→Jozua 15:41→Jozua 15:48→Richteren 14:1→Jozua 15:10→1 Samuël 6:9→
2 Kronieken 28:19— Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.2 Kronieken 21:2→Genesis 3:11→Micha 6:16→Genesis 3:7→Exodus 32:25→Spreuken 29:23→Psalmen 106:41→Deuteronomium 28:43→
2 Kronieken 28:20— En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.2 Koningen 15:29→Jesaja 30:16→1 Kronieken 5:26→2 Koningen 16:7→Jesaja 7:20→2 Koningen 17:5→Jesaja 30:3→Hosea 5:13→
2 Kronieken 28:21— Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→2 Kronieken 12:9→Spreuken 20:25→
2 Kronieken 28:22— Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.Jesaja 1:5→Hosea 5:15→Psalmen 50:15→Ezechiël 21:13→Psalmen 52:7→Esther 7:6→2 Kronieken 33:12→Openbaring 16:9→
2 Kronieken 28:23— Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.2 Kronieken 25:14→2 Koningen 16:12→Jeremia 10:5→Jesaja 1:28→Habakuk 1:11→Jeremia 44:20→Hosea 13:9→Jeremia 44:15→
2 Kronieken 28:24— En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 33:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 16:17→Handelingen 17:16→Hosea 12:11→2 Kronieken 29:3→2 Koningen 25:13→
2 Kronieken 28:25— Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.2 Kronieken 28:3→
2 Kronieken 28:26— Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.2 Koningen 16:19→2 Kronieken 27:7→2 Kronieken 20:34→
2 Kronieken 28:27— En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 24:25→Spreuken 10:7→1 Samuël 2:30→2 Kronieken 26:23→2 Kronieken 33:20→Jesaja 14:28→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 28 vers 1— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;
twintig jaren
Hebreeuws, een zoon van twintig jaar.
Hertaald:twintig jaren
Hebreeuws: een zoon van twintig jaar.
hij deed niet
Vergelijk de aantekening 1 Kon. 11:6 .
Hertaald:hij deed niet
Vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 11:6.
2 Kronieken 28 vers 2— Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.
wandelde
Zie boven, 2 Kron. 21:6 .
Hertaald:wandelde
Zie hierboven 2 Kron. 21:6.
voor de Baäls
Dat is, ter ere van de afgoden, die zij Baälim noemden, omdat zij dezelve voor hun heren hielden; zie Richt. 2:11 .
Hertaald:voor de Baäls
Dat is: ter ere van de afgoden, die zij Baäls noemden omdat zij hen als hun heren beschouwden; zie Richt. 2:11.
2 Kronieken 28 vers 3— Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
dal
Zie 2 Kon. 23:10 .
Hertaald:dal
Zie 2 Kon. 23:10.
brandde
2 Kon. 16:3 staat dat hij zijn zoon door het vuur deed gaan. Deze koning Achaz heeft enigen zijner zonen laten verbranden, gelijk hier gezegd wordt, het kan zijn dat hij maar een door het vuur heeft laten gaan, gelijk geschreven staat 2 Kon. 16:3 ; zie van dezen heidensen gruwel Lev. 18:21 . Vergelijk onder de aantekening 2 Kron. 33:6 .
Hertaald:brandde
In 2 Kon. 16:3 staat dat hij zijn zoon door het vuur liet gaan. Deze koning Achaz heeft, zoals hier gezegd wordt, sommige van zijn zonen laten verbranden; het kan zijn dat hij er maar één door het vuur heeft laten gaan, zoals geschreven staat in 2 Kon. 16:3; zie over deze heidense gruwel Lev. 18:21. Vergelijk hieronder de aantekening bij 2 Kron. 33:6.
2 Kronieken 28 vers 4— Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
hoogten
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:hoogten
Zie Lev. 26:30.
en op de heuvelen,
Zie Deut. 12:2 .
Hertaald:en op de heuvelen,
Zie Deut. 12:2.
2 Kronieken 28 vers 5— Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
zijn God,
Te weten, naar het verbond der genade, dat God met Abraham en zijn nakomelingen gemaakt had, of, ook naar de geveinsde belijdenis, die Achaz deed, zich gelatende den HEERE zijner vaderen God, mede voor zijnen God te houden, gelijk gemeenlijk de afgodendienaars op beide zijden hinken; 1 Kon. 18:21 .
Hertaald:zijn God,
Namelijk: volgens het genadeverbond dat God met Abraham en zijn nakomelingen gesloten had, of ook volgens de geveinsde belijdenis die Achaz aflegde, waarbij hij deed alsof hij de HEERE, de God van zijn vaderen, ook als zijn eigen God beschouwde, zoals afgodendienaars gewoonlijk aan twee kanten hinken; 1 Kon. 18:21.
konings van Syrië,
Genaamd Rezin; 2 Kon. 16:5 .
Hertaald:konings van Syrië,
Rezin genoemd; 2 Kon. 16:5.
Hertaald:Damaskus
Hebreeuws: Darmesek. Zo ook hierboven 2 Kron. 16:2.
konings van Israël,
Genaamd Pekah, in vs.6, en 2 Kon. 16:5 .
Hertaald:konings van Israël,
Pekah genoemd, in vers 6, en 2 Kon. 16:5.
sloeg
Vergelijk boven, 2 Kron. 13:17 .
Hertaald:sloeg
Vergelijk hierboven 2 Kron. 13:17.
2 Kronieken 28 vers 6— Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.
strijdbare mannen,
Hebreeuws, zonen des strijds, heirs, of sterkte. Van de betekenissen des Hebreeuwsen woords Haïl, mag men zien Gen. 47:6 .
Hertaald:strijdbare mannen,
Hebreeuws: zonen van de strijd, van het leger, of van de kracht. Over de betekenissen van het Hebreeuwse woord chail, zie Gen. 47:6.
omdat zij
Vergelijk de aantekening 1 Kon. 9:9 .
Hertaald:omdat zij
Vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 9:9.
2 Kronieken 28 vers 7— En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.
konings,
Namelijk, Achaz.
Hertaald:konings,
Namelijk: Achaz.
den huisoverste,
Of, den voorganger van het huis, die als een groot hofmeester het opperste bevel over het hofgezin des konings had; alzo de overste over de schatten, voor opperrekenmeester; 1 Kron. 26:24 .
Hertaald:den huisoverste,
Of: de leider van het huis, die als een soort hofmeester het opperbevel had over het hofpersoneel van de koning; zo ook de overste over de schatten, voor opperrekenmeester; 1 Kron. 26:24.
2 Kronieken 28 vers 8— En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.
broederen
Dat is, van de Joden, die met de Israëlieten van een vader Jakob afkomstig waren. Zie boven, 2 Kron. 11:4 . Alzo onder, vs.11, 15.
Hertaald:broederen
Dat is: van de Joden, die met de Israëlieten van dezelfde vader Jakob afstamden. Zie hierboven 2 Kron. 11:4. Zo ook hieronder vers 11, 15.
2 Kronieken 28 vers 9— Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
Oded;
Een profeet, te onderscheiden van een anderen van dezen naam, die ten tijde van den koning Asa leefde; boven, 2 Kron. 15:1 .
Hertaald:Oded;
Een profeet, te onderscheiden van een andere met deze naam, die in de tijd van koning Asa leefde; hierboven 2 Kron. 15:1.
die
Of, hetwelk; dat is, welke daad.
Hertaald:die
Of: wat; dat is: welke daad.
tot aan den hemel raakt
Een manier van spreken, betekenende zonderlinge vergroting, van hetgeen waarvan gesproken wordt, en medebrengende een dreigement en wraak Gods uit den hemel. Vergelijk Gen. 11:4 , en Ezra 9:6 .
Hertaald:tot aan den hemel raakt
Een manier van spreken die een bijzondere overdrijving aanduidt van wat besproken wordt, en die een dreigement en wraak van God uit de hemel met zich meebrengt. Vergelijk Gen. 11:4, en Ezra 9:6.
2 Kronieken 28 vers 10— Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
denkt gij
Hebreeuws, zegt, of zijt zeggende. Zie Gen. 20:11 , en 1 Kon. 5:5 ; alzo onder, vs.13.
Hertaald:denkt gij
Hebreeuws: zegt, of: zijt zeggend. Zie Gen. 20:11, en 1 Kon. 5:5; zo ook hieronder vers 13.
zijt gij het niet
Te weten, die uwe broeders tot slaven zoekt te maken? of, zijt gij niet buitendien enkel vol schulden?
Hertaald:zijt gij het niet
Namelijk: die uw broeders tot slaven probeert te maken? Of: bent u niet toch al vol schulden?
schulden
Dat is, enkele zonden. Het is zoveel alsof hij zeide: Zoveel u aangaat, die de roede zijt van Gods straf tegen de Joden, die hem vertoornd hebben, zijt gij beter dan zij? Wat zijn er anders bij u, dan enkel zonden en overtredingen, waarmede gij doorgaans totnutoe God getergd hebt, dat gij anders niet dan zijn straffen hebt te verwachten? Anders, zijn dan niet bij u, ja u aangaande schulden? enz.
Hertaald:schulden
Dat is: louter zonden. Het komt erop neer dat hij zei: wat u betreft, die de roede bent van Gods straf tegen de Joden die Hem vertoornd hebben, bent u beter dan zij? Wat is er anders bij u dan enkel zonden en overtredingen, waarmee u tot nu toe God voortdurend hebt getergd, zodat u niets anders dan Zijn straffen te verwachten hebt? Anders: zijn er dan bij u niet, ja bij u, ook schulden? enzovoort.
2 Kronieken 28 vers 11— Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
Hertaald:de gevangenen weder,
Hebreeuws: gevangenschap. Zie Num. 31:12; zo ook hieronder vers 13-15, 17.
2 Kronieken 28 vers 12— Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.
mannen op
Versta, de oversten van Samaria; oversten, of vorsten worden zij genaamd onder, vs.14.
Hertaald:mannen op
Versta hieronder de leiders van Samaria; leiders, of vorsten, worden zij genoemd in vers 14.
2 Kronieken 28 vers 13— En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?
hier niet inbrengen,
Te weten, in Samaria.
Hertaald:hier niet inbrengen,
Namelijk: in Samaria.
tegen den HEERE;
Hebreeuws, schuld des Heeren; dat is, tegen den Heere, gelijk vs.10.
Hertaald:tegen den HEERE;
Hebreeuws: schuld van de HEERE; dat is: tegen de HEERE, zoals in vers 10.
denkt gijlieden toe
Hebreeuws, gij zijt zeggende; dat is, in uw hart voornemende. Zie boven, vs.10. Het is zoveel alsof zij zeiden: Dat gij voorhebt, is een nieuwe zonde, waarmede gij onze voorgaande zonden verzwaren zoudt, daar wij toch daarvan alrede maar te veel hebben.
Hertaald:denkt gijlieden toe
Hebreeuws: u bent zeggend; dat is: in uw hart van plan. Zie hierboven vers 10. Het komt erop neer dat zij zeiden: wat u van plan bent, is een nieuwe zonde, waarmee u onze eerdere zonden nog zwaarder zou maken, terwijl wij daar al meer dan genoeg van hebben.
toorns
Namelijk, des HEEREN, waarmede Hij tegen onze zonden vertoornd is. Het woord toorn wordt zonder bijvoeging van het woord Gods dikwijls verstaan van Gods toorn, omdat Hij vanwege zijn grootheid eigenlijk de toorn mag geheten worden. Alzo Num. 1:53 , en Num. 18:5 ; Joz. 22:20 ; 1 Kron. 27:24 ; boven, 2 Kron. 24:18 .
Hertaald:toorns
Namelijk: van de HEERE, waarmee Hij vertoornd is over onze zonden. Het woord toorn wordt, zonder de toevoeging van het woord van God, vaak begrepen als Gods toorn, omdat Hij vanwege Zijn grootheid eigenlijk dé toorn genoemd mag worden. Zo ook Num. 1:53, en Num. 18:5; Joz. 22:20; 1 Kron. 27:24; hierboven 2 Kron. 24:18.
2 Kronieken 28 vers 14— Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.
toegerusten
Dat is, de gewapenden, of krijgslieden.
Hertaald:toegerusten
Dat is: de gewapenden, of krijgslieden.
2 Kronieken 28 vers 15— De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
die met namen
Te weten, boven, vs.12. Versta, die met namen daartoe gelast waren, dat zij de gevangenen zouden geleiden en met nooddruft verzorgen.
Hertaald:die met namen
Namelijk: hierboven vers 12. Versta hieronder degenen die met naam daartoe waren aangewezen, dat zij de gevangenen zouden begeleiden en van het nodige zouden voorzien.
zalfden hen,
Te weten, om deze gevangenen, naar het gebruik van die oosterse landen, te verkwikken en te vermaken. Zie Ruth 3:3 .
Hertaald:zalfden hen,
Namelijk: om deze gevangenen, naar de gewoonte van die oosterse landen, te verkwikken en te verzorgen. Zie Ruth 3:3.
zwak waren,
Hebreeuws, alle struikelenden; dat is, die door ouderdom, of jonkheid, of ziekte, of kwetsuur, of vermoeidheid, niet wel ter been waren, dat zij de menigte niet konden te voet bijhouden.
Hertaald:zwak waren,
Hebreeuws: allen die struikelden; dat is: die door ouderdom, of jeugdigheid, of ziekte, of verwonding, of vermoeidheid, niet goed ter been waren, zodat zij de menigte niet te voet konden bijhouden.
de Palmstad,
Zie Deut. 34:3 .
Hertaald:de Palmstad,
Zie Deut. 34:3.
2 Kronieken 28 vers 16— Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
Ter zelfder tijd
Te weten, als Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning Israëls, hem den oorlog aandeden. Zie boven, vs.5, en 2 Kon. 16:5 , 2 Kon. 16:7 .
Hertaald:Ter zelfder tijd
Namelijk: toen Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning van Israël, hem de oorlog aandeden. Zie hierboven vers 5, en 2 Kon. 16:5, 2 Kon. 16:7.
de koningen
Dat is, tot den vermaarden en groten koning van Assyrië, genaamd Tiglath-Pileser, 2 Kon. 16:7 , of het getal van velen staat voor het getal van een. Zie Gen. 19:29 .
Hertaald:de koningen
Dat is: naar de vermaarde en grote koning van Assyrië, Tiglath-Pileser genoemd, 2 Kon. 16:7, of het meervoud staat voor het enkelvoud. Zie Gen. 19:29.
2 Kronieken 28 vers 18— Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
Beth-semes,
Zie 2 Kon. 14:11 .
Hertaald:Beth-semes,
Zie 2 Kon. 14:11.
Ajálon,
Zie boven, 2 Kron. 11:10 .
Hertaald:Ajálon,
Zie hierboven 2 Kron. 11:10.
Gederòth,
Een stad in den stam van Juda; Joz. 15:41 .
Hertaald:Gederòth,
Een stad in de stam Juda; Joz. 15:41.
Socho
Zie boven, 2 Kron. 11:6-7 .
Hertaald:Socho
Zie hierboven 2 Kron. 11:6-7.
onderhorige plaatsen,
Hebreeuws, dochteren; dat is, plaatsen daaronder sorterende. Zie Num. 21:25 .
Hertaald:onderhorige plaatsen,
Hebreeuws: dochters; dat is: plaatsen die daaronder vielen. Zie Num. 21:25.
Timna
Een stad, gelegen in Juda; Joz. 15:10 .
Hertaald:Timna
Een stad, gelegen in Juda; Joz. 15:10.
2 Kronieken 28 vers 19— Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.
afgetrokken,
Te weten, van den waren God tot de afgoden, van den zuiveren godsdienst tot de valse en bijgelovige afgodendiensten. Gelijk betekenis heeft het Hebreeuwse woord Ex. 5:4 . Anderen, want hij ontblootte Juda; te weten, van de hulp en bescherming des Heeren, doende hetzelve zondigen.
Hertaald:afgetrokken,
Namelijk: van de ware God tot de afgoden, van de zuivere eredienst tot de valse en bijgelovige afgodendiensten. Dezelfde betekenis heeft het Hebreeuwse woord in Ex. 5:4. Anders: want hij ontblootte Juda; namelijk van de hulp en bescherming van de HEERE, en liet het zondigen.
gans zeer
Hebreeuws, overtreding, overtrad.
Hertaald:gans zeer
Hebreeuws: overtreding, overtrad.
2 Kronieken 28 vers 20— En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
Tiglath-pilneser,
Ook genaamd Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29 , enz. Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:Tiglath-pilneser,
Ook Tiglath-Pileser genoemd; 2 Kon. 15:29, enzovoort. Zie daar de aantekening.
de koning van Assyrië,
Wiens hulp Achaz verzocht had, boven, vs.16.
Hertaald:de koning van Assyrië,
Wiens hulp Achaz gevraagd had, hierboven vers 16.
benauwde hem,
Of, hij deed hem benauwdheid aan; veroorzakende dat hij met een grote som gelds dit gehuurde scheermes [zoals hem Jesaja noemt, Jes. 7:20 ] moest op zijn zijde kopen; en het Achaz zeer moeilijk viel zulk een som gelds op te brengen.
Hertaald:benauwde hem,
Of: hij bracht hem in het nauw; waardoor hij hem dwong met een grote som geld dit gehuurde scheermes [zoals Jesaja hem noemt, Jes. 7:20] op zijn eigen kosten te kopen; en het viel Achaz zeer zwaar zo'n som geld op te brengen.
2 Kronieken 28 vers 21— Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.
nam een deel
Dat is, nam het zilver en goud weg, dat in den tempel was, en in de schatten van het koninklijk huis, enz. en schonk het den koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 16:8 .
Hertaald:nam een deel
Dat is: nam het zilver en goud weg dat in de tempel was en in de schatten van het koninklijk paleis, enzovoort, en schonk het aan de koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 16:8.
hij hielp hem niet
Hebreeuws, hij was hem niet tot hulp; namelijk den koning Achaz.
Hertaald:hij hielp hem niet
Hebreeuws: hij was hem niet tot hulp; namelijk koning Achaz.
2 Kronieken 28 vers 22— Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
dit was de koning Achaz
Dat is, zulk een was de koning Achaz, te weten, altijd dezelfde man, dat hij zich niet beterde, maar zelfs dat hij het hoe langer hoe erger maakte, hoezeer ook de HEERE hem strafte en plaagde.
Hertaald:dit was de koning Achaz
Dat is: zo iemand was koning Achaz, namelijk altijd dezelfde man, zodat hij zich niet beterde, maar het juist hoe langer hoe erger maakte, hoezeer de HEERE hem ook strafte en plaagde.
2 Kronieken 28 vers 23— Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.
Damaskus,
Hebreeuws, Darmesek.
Hertaald:Damaskus,
Hebreeuws: Darmesek.
die hem geslagen hadden,
Sommigen brengen deze woorden, die hem geslagen hadden, op het volk van de stad Damaskus; doch anderen tot de goden van Damaskus, alzo dat Achaz' mening zou zijn dat het de goden van Damaskus waren, die hem geslagen hadden.
Hertaald:die hem geslagen hadden,
Sommigen betrekken deze woorden, die hem geslagen hadden, op het volk van de stad Damaskus; maar anderen op de goden van Damaskus, zodat de mening van Achaz zou zijn dat het de goden van Damaskus waren die hem geslagen hadden.
tot zijn val,
Hebreeuws, om hem te doen vallen.
Hertaald:tot zijn val,
Hebreeuws: om hem te doen vallen.
2 Kronieken 28 vers 24— En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.
en sloot de deuren
Vergelijk onder, 2 Kron. 29:3 .
Hertaald:en sloot de deuren
Vergelijk hieronder 2 Kron. 29:3.
van het huis des HEEREN toe;
Namelijk van het woonhuis en van het heilige, onder, 2 Kron. 29:7 , waarmede deze goddeloze koning den gansen godsdienst heeft doen ophouden.
Hertaald:van het huis des HEEREN toe;
Namelijk: van het woonhuis en van het heilige, hieronder 2 Kron. 29:7, waarmee deze goddeloze koning de hele eredienst heeft laten ophouden.
2 Kronieken 28 vers 25— Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
in elke stad
Hebreeuws, in alle stad en stad.
Hertaald:in elke stad
Hebreeuws: in elke stad en stad.
anderen goden
Versta, anderen dan den waren God, die zich aan zijn volk geopenbaard had, en daarom ook vreemde goden genaamd worden. Zie Gen. 35:2 , en de aantekening daarop.
Hertaald:anderen goden
Versta hieronder andere goden dan de ware God, Die Zich aan Zijn volk geopenbaard had, en die daarom ook vreemde goden genoemd worden. Zie Gen. 35:2, en de aantekening daar.
2 Kronieken 28 vers 26— Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
zijn wegen,
Zie boven, 2 Kron. 27:6 .
Hertaald:zijn wegen,
Zie hierboven 2 Kron. 27:6.
2 Kronieken 28 vers 27— En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
stad te Jeruzalem;
Dat is, in de stad Davids, welke was een deel van de stad Jeruzalem; zie 2 Kon. 16:20 .
Hertaald:stad te Jeruzalem;
Dat is: in de stad van David, die een deel van de stad Jeruzalem was; zie 2 Kon. 16:20.
Israël;
Dat is, Juda. Zie boven, 2 Kron. 21:2 .
Hertaald:Israël;
Dat is: Juda. Zie hierboven 2 Kron. 21:2.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zichri — gedachtenis
Een dapper man uit Efraïm, die tijdens de oorlog tegen Achaz de koningszoon Maaseja, de huisoverste Azirkam en Elkana, de tweede na de koning, doodde (2 Kron. 28:7).
Maaseja (zoon van Achaz) — werk des HEEREN
Een zoon van koning Achaz, gedood door Zichri, een Efraïmiet, tijdens de oorlog tussen Juda en Israël (2 Kron. 28:7).
Azirkam — mijn hulp is opgestaan
Huisoverste (hofmeester) van koning Achaz, door Zichri gedood (2 Kron. 28:7).
Elkana (onder Achaz) — God heeft verworven
"De tweede na de koning" onder Achaz, door Zichri gedood (2 Kron. 28:7).
Oded (de profeet) — hij heeft hersteld
Een profeet des HEEREN te Samaria, die het leger van Israël bestrafte omdat het gevangenen uit Juda tot slaven wilde maken, en hun vrijlating eiste (2 Kron. 28:9-11); niet noodzakelijk dezelfde Oded die de vader was van de profeet Azaria (2 Kron. 15:1).
Azaria (zoon van Johanan) — de HEERE helpt
Een hoofd van de kinderen van Efraïm, die zich met andere leiders tegen het verslaven van de Judese gevangenen verzette en hen liet verzorgen en vrijlaten (2 Kron. 28:12-15).
Berechja (zoon van Mesillemoth) — de HEERE zegent
Een hoofd van Efraïm, die zich met Azaria en anderen tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12-15).
Jehizkia (zoon van Sallum) — de HEERE is mijn sterkte
Een hoofd van Efraïm, die zich tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12). Niet te verwarren met koning Hizkia van Juda.
Amasa (zoon van Hadlai) — last, lastdrager
Een hoofd van Efraïm, die zich met de anderen tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Brengt de gevangenen weder — wanneer Israël tweehonderdduizend gevangenen uit Juda naar Samaria voert, stelt de profeet Oded hun de eigen schuld voor ogen: "Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt" (2 Kron. 28:11)
Onder Achaz wordt Juda zwaar geslagen, eerst door Syrië en daarna door Israël (2 Kron. 28:5). Pekah doodt op één dag honderdtwintigduizend strijdbare mannen, omdat zij de God hunner vaderen verlaten hadden (2 Kron. 28:6). Israël voert bovendien tweehonderdduizend vrouwen, zonen en dochters weg naar Samaria (2 Kron. 28:8). Daar staat de profeet Oded het leger op te wachten. Zijn woord bevat twee dingen tegelijk: God heeft Juda inderdaad in hun hand gegeven om Zijn grimmigheid, maar zij hebben hen gedood in een toorn die tot aan de hemel raakt (2 Kron. 28:9). Wie meent zijn broeders tot slaven te mogen maken, moet bedenken dat bij hemzelf ook schulden liggen tegen de HEERE (2 Kron. 28:10). Vier hoofden uit Efraïm treden daarop de terugkerende soldaten tegemoet en weigeren de gevangenen binnen te laten, om geen schuld op te stapelen bij de schuld die er al is (2 Kron. 28:12-13). De gewapenden laten de gevangenen en de buit los voor het aangezicht van de oversten en de gemeente (2 Kron. 28:14). Dan volgt het bericht dat het hele hoofdstuk draagt. De met name genoemde mannen kleden de naakten uit de buit, schoeien hen, geven hun te eten en te drinken, zalven hen, zetten de zwakken op ezels en brengen hen naar Jericho, de Palmstad, tot hun broeders (2 Kron. 28:15).
Bijbelse betekenis: Hier doen de vijanden wat de eigen koning naliet. Israël stond onder het oordeel dat kort daarna tot de wegvoering zou leiden, en juist daar staan mannen op die naar een profeet luisteren en hun buit teruggeven. Het woord van Oded raakt daarbij een gevaarlijk punt: dat God iemand als tuchtroede gebruikt, geeft hem geen vrijbrief. Overwinnaars menen al te licht dat hun overwinning hun handelwijze rechtvaardigt, en de Schrift weerspreekt dat hier ronduit. Het tweede dat opvalt is de maat van de zorg. Er wordt niet volstaan met vrijlating; de gevangenen krijgen kleding, schoeisel, eten, drinken en verzorging, en wie niet lopen kan wordt gedragen. Barmhartigheid die halverwege ophoudt, is nog geen barmhartigheid. En de weg loopt naar Jericho, de stad aan de grens, waar de broeders hen weer overnemen.
Typologie: Wie deze verzen naast de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan legt, ziet dezelfde handelingen terugkeren: verzorgen, zalven, op een lastdier zetten en wegbrengen (Luk. 10:33-35). Wat de Heere Jezus als voorbeeld schilderde, was in Israël dus eerder gebeurd, en wel door mannen uit het noordelijke rijk. Paulus maakt van diezelfde houding een regel: "Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken" (Rom. 12:20).
2 Kron. 28:5-15; Luk. 10:33-35; Rom. 12:20
Ter tijd als men hem benauwde — van Achaz staat een van de ontstellendste zinnen over verharding onder het oordeel: "ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz" (2 Kron. 28:22)
Achaz wandelde in de wegen van de koningen van Israël, maakte gegoten beelden voor de Baäls, en offerde zijn eigen zonen in het dal van de zoon van Hinnom (2 Kron. 28:2-3). Het altaar dat hij naar Damascus model liet bouwen, is reeds behandeld bij Het altaar naar Damascus model (2 Kon. 16:10-16). Kronieken geeft daarnaast de verklaring. Toen de Assyrische koning kwam, benauwde die hem en versterkte hem niet, hoewel Achaz een deel van het huis des HEEREN en van het paleis had afgestaan (2 Kron. 28:20-21). Juist in die benauwdheid overtrad hij nog meer (2 Kron. 28:22). Hij offerde aan de goden van Damascus met een redenering die de kroniekschrijver woordelijk weergeeft: omdat de goden der koningen van Syrië hen helpen, zal hij hun offeren opdat zij hem ook helpen. Het slot van dat vers keert de rekening om: zij waren hem tot zijn val (2 Kron. 28:23). Ten slotte sloeg hij de vaten van het huis Gods in stukken, sloot de deuren van het huis des HEEREN, en richtte in elke hoek van Jeruzalem en in elke stad van Juda altaren op (2 Kron. 28:24-25).
Bijbelse betekenis: Benauwdheid drijft de meeste mensen ergens heen; de vraag is waarheen. Bij Manasse werd zij het begin van verootmoediging (zie het commentaar bij 2 Kon. 21); bij Achaz werd zij de aanleiding om verder te gaan. De kroniekschrijver zet er zijn vinger bij met een zeldzaam persoonlijke uitroep: dit was de koning Achaz. Zijn redenering is bovendien leerzaam, want zij is volstrekt logisch en volstrekt blind. Hij redeneert vanuit de uitslag van de veldslag naar de macht van de goden, en bedenkt niet dat het de HEERE Zelf was Die hem sloeg. Wie God buiten de rekening laat, komt met sluitende redeneringen bij een leugen uit. Het ergste staat echter aan het slot. Hij sloot de deuren van het huis des HEEREN, en daarmee liet hij het gehele volk zonder offer en zonder verzoening achter. Een koning die zelf niet dienen wil, kan het anderen ook nog onmogelijk maken.
Typologie: Dezelfde verharding onder het oordeel tekent Johannes bij de laatste plagen: "en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven" (Op. 16:9). Oordelen bekeren op zichzelf niemand; zij openbaren wat er in het hart al lag. Wat Achaz met de deuren deed, moest zijn zoon Hizkia als eerste daad ongedaan maken (2 Kron. 29:3).
2 Kronieken 28:1-3.KruisverwijzingenExodus 34:17→2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→Jesaja 1:1→1 Kronieken 3:13→Richteren 2:11→Jozua 15:8→ — Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David; Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Achaz stierf voordat hij de kracht van zijn leven bereikt had; hij werd door God afgesneden midden in zijn zonde. Er was in Israël een dienst van God onder zinnebeelden opgericht: daar waren de kalveren van Bethel, het beeld van de sterkte. Het was een dienst van God door beeltenissen, en Achaz volgde die na en ging in de zonde nog verder. Wanneer wij de ware God onder een zinnebeeld dienen, is de volgende stap dat wij een valse god dienen.
De dienst van Moloch was een van de gruwelijkste die men zich kan indenken. Er werd een koperen beeld schroeiend heet gemaakt, en dan werden er kinderen in zijn brandende armen gestoten om verteerd te worden. En deze koning ging zover dat hij zijn eigen kinderen op die wrede wijze de dood gaf, in de plaats die de Joden gewoonlijk Tofeth noemden, dat is: de plaats van het uitspuwen, omdat het hun zo weerzinwekkend was aan deze valse god te denken. God had de Kanaänieten om deze gruwelen uitgedreven; dat Zijn eigen volk ze dan bedreef, was Hem bijzonder tergend.
2 Kronieken 28:4.KruisverwijzingenLeviticus 26:30→Deuteronomium 12:2→2 Koningen 16:4→ — Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte. Achaz kon er niet genoeg van krijgen: zoveel bomen, zoveel altaren. Er zijn mensen die elke gelegenheid tot zonde aangrijpen met een naarstigheid die de blos op het gezicht van christenen behoorde te brengen, die niet zo naarstig zijn in het gehoorzamen als deze mensen in het zondigen. Naar het bevel van God mocht er maar één altaar zijn, en dat ene moest te Jeruzalem staan; maar deze mensen vermenigvuldigden hun altaren. Er kon geen hoogte zijn zonder dat er een afgodische plaats op opgericht werd.
2 Kronieken 28:5.KruisverwijzingenJesaja 7:1→2 Koningen 16:5→2 Kronieken 24:24→2 Kronieken 33:11→2 Kronieken 36:5→Exodus 20:2→Jesaja 7:6→Richteren 2:14→ — Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag. Achaz ontving slag op slag; God wilde hem niet in zijn zonde laten rusten. Het zag er niet naar uit dat de gevangenen ooit zouden terugkeren; en toch werd de zoon van de profeet Schear-Jaschub genoemd: “het overblijfsel zal wederkeren”. Achaz had tot Jesaja kunnen zeggen: “De naam van uw kind is een leugen.” Wij zullen zien.
2 Kronieken 28:6-11.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:4→Ezra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→2 Koningen 15:27→Deuteronomium 28:25→Deuteronomium 28:41→Jakobus 2:13→ — Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God. Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u. Het was heel wonderlijk dat deze wilde kerels naar deze profeet luisterden, met al die gevangenen om hen heen. Het was een dappere daad van de profeet Oded om uit te gaan en zijn bezwaar te uiten.
2 Kronieken 28:10.KruisverwijzingenLeviticus 25:39→1 Petrus 4:17→Jeremia 25:29→Mattheüs 7:2→Romeinen 12:20→ — Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God. Toen de kinderen van Israël bloeddorstige gedachten koesterden tegen hun broeders van Juda, praatte de profeet het hun ernstig uit het hoofd. Hoe opmerkelijk ter zake is zo een vraag voor verschillende volken, voor verschillende richtingen, voor verschillende standen onder de mensen. Wij zijn te veel geneigd op de zonden van andere volken te zien en onze eigen te vergeten. En hoe toepasselijk is deze vraag ook op de verschillende richtingen, in het bijzonder onder christenen. Hoe geneigd zijn wij allen de splinter uit het oog van anderen te trekken. Laat elke kerkgemeenschap haar eigen gebreken erkennen en haar eigen ongerechtigheden belijden. Ik zou wensen dat wij, telkens wanneer wij geneigd zijn onze naasten te streng te bestraffen, even zouden stilstaan en ons deze vraag stellen: “Ben ik niet ook schuldig voor de Heere, mijn God?” Mijn raad is: laat andere mensen met rust waar het op vitten aankomt.
2 Kronieken 28:12-15.KruisverwijzingenSpreuken 25:21→Deuteronomium 34:3→2 Koningen 6:22→Richteren 1:16→Jeremia 26:6→1 Kronieken 28:1→Mattheüs 23:32→Numeri 32:14→ — Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen. En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is? Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente. De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria. Wat een wonderlijke zaak was dat! Achaz had tot Jesaja moeten zeggen: “De naam van uw kind is toch goed, want het overblijfsel is wedergekeerd.” Scheen het niet alsof Achaz nu wel op God moest vertrouwen? Maar let op wat het volgende vers zegt.
2 Kronieken 28:16.KruisverwijzingenJesaja 7:17→Jesaja 7:1→2 Koningen 16:5→ — Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden. Wanneer mensen besloten zijn ongelovig en ongehoorzaam te zijn, zullen zij overal om hulp zenden behalve tot de Heere. Israël en Syrië waren heel kleine koninkrijken, maar Assyrië was een groot rijk, het machtige volk van die tijd. De koning van Assyrië was de grootste heerser in dat gebied, en al die kleine koningen waren bang voor hem, en daarom zonden zij tot hem om hulp wanneer zij in moeite waren. Achaz deed geen enkel beroep op God om de hulp die hij nodig had, maar hij wendde zich tot de arm van vlees. En toch kwam er van die kant geen hulp voor Achaz, want wij lezen: En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet (vers 20). En het eenentwintigste vers vertelt ons dat Achaz de koning van Assyrië omkocht, maar hij hielp hem niet. Dat is altijd het klaaglied aan het einde van alle pogingen om menselijke in plaats van goddelijke hulp te verkrijgen.
2 Kronieken 28:17.KruisverwijzingenObadja 1:10→Leviticus 26:18→2 Kronieken 25:11→Obadja 1:13→ — Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd. De Edomieten waren aan Juda onderworpen geweest; maar nu God haar verlaten had, kon Juda haar positie niet handhaven.
2 Kronieken 28:18-20.KruisverwijzingenEzechiël 16:57→2 Kronieken 21:2→Ezechiël 16:27→2 Koningen 15:29→Jesaja 30:16→1 Kronieken 5:26→2 Kronieken 11:10→Jozua 15:41→ — Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet. De Filistijnen waren een volk waarvan men had kunnen menen dat het uitgestorven was, zo zwak waren zij dat wij er nauwelijks meer van horen; en toch: ook de Filistijnen. Hoe ijdel is het buiten God verlichting te zoeken!
2 Kronieken 28:21-22.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→2 Kronieken 12:9→Jesaja 1:5→Spreuken 20:25→Hosea 5:15→Psalmen 50:15→Ezechiël 21:13→ — Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz. Er wordt een zwart teken bij de naam van Achaz gezet, om te laten zien hoe zwaar schuldig hij was. Zij die tegen de goddelijke bedwangen opstaan en zich door de voorzienigheid van God niet willen laten inhouden, moeten met hoofdletters als grote zondaars opgeschreven worden. Zij zondigen met nadruk, die tegen de tuchtigende roede zondigen.
Sommige verdrukkingen behoren in het bijzonder het volk van God toe, en toch is het ook waar dat de goddeloze veel smarten heeft (Ps. 32:10). Als iemand die aan de smart trachtte te ontkomen de vleugelen van de dageraad nam en naar de uiterste einden van de zee vloog, zou hij bevinden dat de smart ook daar op de zee was. Ging hij naar de bevroren gewesten van het noorden, dan zou hij de smart ook daar vinden, want daar zijn enkele van de dierbaarste menselijke verwachtingen vergaan. Laat hem naar het gloeiende zuiden reizen, en de moeite zal hem ook daar vervolgen, want plagen, koortsen en ziekten spoken in die streken en de poorten van de dood zijn nabij. Voordat wij ten hemel stijgen zullen wij nooit aan smart en zuchten kunnen ontkomen; alleen daar zullen wij vreugde en blijdschap verkrijgen, wanneer onze sombere gezellen voor altijd weggevloden zullen zijn.
Het lijden is een van de zaken die in het verbond der genade als een zegen staan opgeschreven. De roede werd ons toegezegd toen wij kinderen van God werden, en wij kunnen haar niet ontgaan. De verdrukking van gelovigen, wanneer zij hun geheiligd wordt, maakt hun greep op deze wereld los. Beproevingen snijden de touwen door die onze ziel aan aardse dingen vastbinden, en stellen ons zo in staat op te stijgen. De moeite spit als een scherpe spade de aarde om die rondom onze wortels ligt, en dan brengen wij meer vrucht voort. Waren er geen doornen in ons nest, wij zouden zo tevreden zijn met de zachte voering dat wij erin bleven zitten tot wij stierven. Maar de scherpe doornen prikken in onze borst, en dan heffen wij onze ogen naar boven en leren onze vleugels te proberen, gereed voor de tijd dat zij volgroeid zullen zijn en wij tot de vreugde daarboven zullen opstijgen. En toch, zoals deze tekst getuigt, is er in de beproeving zelf niets dat het hart noodzakelijk vermurwt en iemand doet bekeren.
2 Kronieken 28:23-25.Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 33:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 16:17→2 Kronieken 28:3→2 Koningen 16:12→Jeremia 10:5→ — Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn. Hier was dus iemand die als koning zijn leven begon met het besluit zijn eigen meester te zijn. Achaz was gezegd de onzienlijke God te dienen met de eenvoudige plechtigheden van de wet, maar hij nam zich voor te dienen wat hij wilde, waar hij wilde en zoals hij wilde. Hij liet zich niets voorschrijven. Hij zou zijn eigen goden uitkiezen en er zoveel dienen als hij wilde. En dat deed hij ook, “maar zij waren hem tot zijn val”. Hij richtte kleine afgodsplaatsen op, zodat iedere voorbijganger de afgod kon dienen die hem behaagde en ieder een weinig reukwerk kon brengen; zo werd de hele stad vol afgodendienst.
Iemand kan zijn leven beginnen met dit besluit: “Ik laat mij door niemand binden. Ik zal doen wat ik wil, ik zal mijn eigen weg gaan. Ik zal onafhankelijk zijn, ik zal God niet gehoorzamen en niet luisteren naar wat Zijn Boek voorschrijft. Ik zal mij toestaan wat ik verkies.” Doet hij dat, dan zal wat hij zich toestaat hem tot zijn val zijn. Het karakter dat de gehoorzaamheid aan God niet tot hoeksteen heeft, is een karakter dat de een of andere dag in puin zal storten. Een jong mens behoort zijn leven te beginnen met dit besluit: “Ik zal God dienen. Ik zal zoeken Zijn gedachten en Zijn wil te kennen.”
2 Kronieken 28:26-27.Kruisverwijzingen2 Koningen 16:19→2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 24:25→2 Kronieken 27:7→2 Kronieken 20:34→Spreuken 10:7→1 Samuël 2:30→2 Kronieken 26:23→ — Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel. En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats. Er was onder het overblijfsel van Gods volk een heilig en eerbiedig gevoelen dat iemand die geleefd had zoals Achaz gedaan had, niet bij de goede koningen van Israël behoorde te liggen.
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenExodus 34:17→2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→2 Kronieken 11:4→Ezra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→ — Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David; Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte. Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag. Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God. In Achaz heeft het rijk van Juda een van zijn goddelooste koningen op de troon, die geheel in de wegen van Israël’s koningen wandelt. Dat wordt des te verderfelijker voor het huis van David en het volk van Juda, omdat juist in zijn tijd een gewichtige beslissing valt door de nood, waarin Rezin van Syrië en Pekah van Israël het rijk brengen, aan de ene, en het verleidende uitzicht om bij het Assyrische rijk hulp te vinden, aan de andere zijde. Het zeer korte bericht aangaande de Syrisch-Efraïmitische oorlog, in de Boeken der Koningen, wordt in dit werk door tamelijk uitgebreide en gewichtige aantekeningen aangevuld, en vooral vertelt het een schone gebeurtenis, die op de bloedige catastrofe van de oorlog door de invloed van den profeet in Efraïm volgde (vgl 2 Koningen .16: 1-9).
KruisverwijzingenJesaja 1:1→1 Kronieken 3:13→2 Kronieken 17:3→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→2 Koningen 16:1→Jesaja 7:1→Micha 1:1→— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;
Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd 1), en regeerde zestien jaren te Jeruzalem (van 742-727 voor Christus), en hij deed niet dat juist was in de ogen van de Heere, zoals zijn vader Davidgedaan had.
In de dagen van Uzzia en Jotham was de rijkdom en macht van Juda zeer toegenomen. Achaz vond, toen hij koning werd, het rijk wèl bevestigd, de schatkist wèl voorzien en de Godsdienst onder zijn volk wèl geordineerd. Maar ten gevolge van de weelde, die er heerste, was ook de innerlijke godsvrucht van het volk er niet beter op geworden. Integendeel, uit de profetieën van Jesaja kunnen we het opmaken, dat de godsdienstige toestand, wat het innerlijk gehalte betreft, zeer was achteruitgegaan (Jes.1-5 Het is dan ook daarom, dat toen Achaz, een man van een zeer verdorven karakter, die zelfs alle natuurlijke liefde verzaakte, geen tegenstand vond bij het volk, waar hij niet alleen wandelde in de voetsporen van Israël’s meest bedorven koningen, maar ook in die van de Kanaänieten. De grote voorspoed had het volk doen achteruitslaan tegen de Heere, en de koning kon daarom zonder noemenswaardige tegenstand al de gruwelen van de afgodendienst invoeren.
KruisverwijzingenExodus 34:17→Richteren 2:11→1 Koningen 16:31→Leviticus 19:4→Richteren 2:13→Hosea 2:13→Hosea 2:17→2 Kronieken 22:3→— Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.
Maar hij wandelde in de wegen van de koningen van Israël, doordat hij, evenals Joram en Ahazia (Hoofdstuk 21: 6; 22: 3), de kalverdienst huldigde; daartoe maakte hij ook gegoten beelden de Baäls, en voerde dus zelfs in Jeruzalem de Baälsdienst in;
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→Jozua 15:8→2 Koningen 23:10→Jeremia 19:13→Jeremia 19:2→Deuteronomium 18:9→— Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
Deze rookte ook in het dal van de zoon van Hinnom (1Ki 1: 33), en hij a) brandde zijn zonen (een van zijn zonen (2Ki 16: 3) in het vuur, naar de gruwelen van de heidenen, die de Heere voor het aangezicht van de kinderen Israël’s uit de bezitting verdreven had (Deuteronomium 18: 9 vv. 2 Koningen .17: 15 vv.).
Jer.7: 31; 19: 3
KruisverwijzingenLeviticus 26:30→Deuteronomium 12:2→2 Koningen 16:4→— Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte, totdat hij later de godsdienst in de tempel geheel afschafte (vs. 24).
KruisverwijzingenJesaja 7:1→2 Koningen 16:5→2 Kronieken 24:24→2 Kronieken 33:11→2 Kronieken 36:5→Exodus 20:2→Jesaja 7:6→Richteren 2:14→— Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
Daarom a) gaf de Heere, zijn God, hem, toen in het jaar 741 de Syrisch-Efraïmitische oorlog (Isa 7: 1) uitbrak, in de hand van koning Rezin van Syrië, die door het Oostjordaanland oprukte en die hij daar wilde stuiten, dat zij hem sloegen 1), en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damascus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand van koning Pekah van Israël, die van het noorden indrong, en hem sloeg met een grote slag.
Jes.7: 1
Letterlijk: dat zij in hem sloegen. In hem, is dan, in zijn leger, zodat een groot gedeelte daarvan geslagen werd. Zo ook betekent het volgende van hem, van zijn leger.
Kruisverwijzingen2 Koningen 15:27→Jesaja 9:21→Deuteronomium 31:16→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 32:20→Jesaja 7:9→Deuteronomium 29:24→Jesaja 24:5→— Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.
Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintigduizend dood op één dag, allen strijdbare, dappere en krijgshaftige mannen, omdat zij de Heere, de God van hun vaderen, verlaten hadden 1), werden zij in de macht van hun vijanden gegeven.
De schrikkelijke nederlaag wordt hier in verband gebracht met de afval van Juda’s volk en daarom als een straf van de Heere tegen zijn volk voorgesteld, opdat Juda door deze zware tuchtiging zou leren, de afgoden vaarwel te zeggen en de dienst van de Heere weer te kiezen. Achaz was gaan wandelen in de wegen van de koningen van Israël en in de wegen van de koningen van Syrië, die de Baäl dienden. Welnu, diezelfde volken worden hem nu tot een tuchtroede, om hem en zijn volk uit te drijven tot de enige en ware dienst van God. Helaas, Achaz werd hoe langer hoe meer verstokt en verhard. Hoe meer de Heere hem tuchtigde, hoe meer hij zich verhardde tegen de God van zijn vaderen.
KruisverwijzingenGenesis 43:15→Genesis 41:43→Esther 10:3→Genesis 43:12→— En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.
En Zichri, een geweldig man van Efraïm, sloeg Maäseja, de zoon van de koning, een prins van het koninklijke huis, niet juist een zoon van Achaz, wiens kinderen toen nog zeer klein waren, dood, en Azrikam, de huisoverste, een hooggeplaatst beambte van het koninklijke huis, mitsgaders Elkana, de tweede na de koning, zijn eerste minister.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:4→Deuteronomium 28:25→Deuteronomium 28:41→Handelingen 7:26→Handelingen 13:26→— En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.
En de kinderen van Israël voerden van hun broeders, de kinderen van Juda, gevankelijk weg, tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochters, en plunderden ook veel door van hen; en zij brachten de door te Samaria 1).
Uit het karakter van de oorlog, die op een burger-, ja op een godsdienstoorlog geleek en uit de wreedheid van de Israëlieten wordt het groot aantal van de weggevoerde gevangenen begrijpelijk, omdat na de grote nederlaag van de Judeeërs het gehele land in de handen van de vijanden raakte, zodat deze naar hartelust hun haat en hun grimmigheid konden botvieren, door wegvoering van de weerloze vrouwen en kinderen, om die tot slaven te maken.
KruisverwijzingenEzra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→Zacharia 1:15→Ezechiël 25:12→Jeremia 15:17→1 Koningen 20:42→Jesaja 10:5→— Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
Aldaar nu, te Samaria, was een profeet van de Heere, wiens naam was Oded 1), een tijdgenoot en geestverwant van de profeet Hosea (2Ki 14: 29), die ging uit, het leger tegen, dat naar Samaria kwam (vgl. (Hoofdstuk 15: 1 vv.), en zei tot hen: Zie, door de grimmigheid van de Heere, de God van uw vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en u hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan de hemel raakt, en tot God om wraak roept.
Deze Oded was evenals Micha, ten tijde van Achab, een waar profeet van de Heere. Wanneer hij verneemt, dat Israël met zo’n grimmige woede tegen Juda gewoed heeft, gaat hij het overwinnende leger tegemoet, niet om het te zegenen, maar met het woord van de bestraffing, dat van heilige toorn ademt, tegen zo’n verregaande geweldenarij. Hij stelt hen voor, hoe zij Juda hebben overwonnen, niet omdat zij zoveel machtiger waren, maar omdat de Heere God, die hij de God van uw vaderen noemt, tegen Juda zich keerde, vanwege hun grote zonde. Echter moeten zij het weten, dat hun wreedheid tot de Hemel om wraak roept, dat zij zich daarom een zware bloedschuld op de hals hebben gehaald. En waar hij nu hen bij het diep schuldige van hun daden heeft bepaald, bestraft hij verder hun voornemen, om de kinderen van Jeruzalem en Juda tot slaven te maken, en wijst hen er op, dat ook zij volstrekt niet vrij uitgaan, dat integendeel (vs. 10) bij hen schulden zijn tegen de Heere, hun God, zodat, en dit wil hij hen onder de ogen brengen, indien de Heere God hen verlaat of zich tegen hen keert, zij evenzeer als slaven en slavinnen zullen worden verkocht. Die vermaning en bestraffing besluit hij met de raad, om de gevangenen weer los te laten en naar Juda en Jeruzalem te doen terug keren.
KruisverwijzingenLeviticus 25:39→1 Petrus 4:17→Jeremia 25:29→Mattheüs 7:2→Romeinen 12:20→— Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
Daartoe denkt u nu de kinderen van Juda en Jeruzalem, waaraan de Heere slechts voor een kleine tijd Zijn hulp onttrokken heeft, u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; bent u het niet alleen? Bij jullie zijn schulden tegen de Heere, uw God 1).
D.i.: Hebt u ook niet, als u op uzelf ziet, zonden gepleegd, die bij de Heere als schulden tegen Hem staan aangetekend? Letterlijk staat er: Zijn niet, wat U betreft, bij jullie schulden tegen de Heere, uw God?
KruisverwijzingenJakobus 2:13→2 Kronieken 28:8→Ezra 10:14→Mattheüs 7:2→Hebreeën 13:1→Mattheüs 5:7→Jesaja 58:6→Jeremia 34:14→— Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
Nu dan, hoor mij, opdat u niet nog veel grotere strafgerichten van God u berokkent, dan die, welke nu de kinderen van Juda en Jeruzalem treffen, en breng de gevangenen terug, die u van uw broeders 1)gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van de toorn van de Heere is over u.
Van uw broeders. De profeet wijst hier met opzet op de bloedverwantschap, die er bestond tussen de Tien stammen en die van Juda en Benjamin. Bovendien waren er ook velen, bij de scheiding van het rijks onder Rehabeam, uit het rijk van de Tien stammen gaan wonen in het rijk van Juda. Dat het hun broeders waren, maakte hun schuld voor de Heere God nog veel zwaarder.
KruisverwijzingenJeremia 26:6→1 Kronieken 28:1→— Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.
Toen maakten zich uit de omgeving van de profeten en van de met hem voor de poort van Samaria vergaderde volksmannen op, van de hoofden van de kinderen van Efraïm, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth, en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlaï, tegen degenen, die uit het leger met de gevangenen naar de stad kwamen.
KruisverwijzingenMattheüs 23:32→Numeri 32:14→Jozua 22:17→Romeinen 2:5→Mattheüs 23:35→— En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?
En zij zeiden tot hen: U zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot het brengen van een schuld over ons tegen de Heere; denken jullie toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schuld hebben, en de hitte van de toorn over Israël is 1)?
Hierin betoonden zij een bereidwillig en gehoorzaam hart en de vereiste eerbied voor Gods Woord, hun door zijn profeet aangekondigd, naast een teder medelijden, omtrent hun broeders, die in hen gewrocht werd door de bedenking van de tedere barmhartigheid van God zelf, “die de ellende en benauwdheid van Zijn arm volk aanschouwde, hun geschrei hoorde, om hun bestwil gedacht aan Zijn Verbond, en hun barmhartigheid gaf voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden” (Psalm 106: 44-46).
— Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.
Toen lieten de toegerusten, de tot de strijd gewapende mannen, de gevangenen en de door voor het aangezicht van de vier vroeger genoemde oversten en van de ganse gemeente.
KruisverwijzingenSpreuken 25:21→Deuteronomium 34:3→2 Koningen 6:22→Richteren 1:16→Lukas 6:27→Lukas 8:27→Mattheüs 25:35→Lukas 8:35→— De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn (vs. 12), maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van de door al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezels, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de palmstad (Jos 7: 1), bij hun broeders, tot over de grenzen van het zuidelijke rijk; daarna keerden zij weer naar Samaria. Na zo’n gruwelijk bloedbad (vs. 6 vv.) is zo’n betoning van de met geweld tegengehoudene, en door het woord van de profeet ontvlamde broederliefde niet te verwonderen; een vroegere tegenhanger daarvan is de verhindering van de broederoorlog door Semaja. (Hoofdstuk 11: 2 vv.).
Deze ganse zaak vormt een parallel met het optreden van de profeet Semaja in 1 Koningen .12: 22-24 (2 Kronieken 11: 1-4), die het Judese leger, dat zich ten strijde tegen de afgevallen Tien stammen had opgemaakt, vermaant niet met hun broeders, de Israëlieten, strijd te voeren, omdat de afval door God zo was beschikt. Dat feit aan het begin van de geschiedenis van de beide gescheiden rijken en dit hier aan het einde van één, komt met elkaar op heerlijke wijze overeen. Te ener plaats is het een profeet uit Juda, die Juda, ter andere een Efraïmiet, die de Efraïmieten vermaant, om met het broedervolk in een verzoenlijke geest te handelen, en beiden met goed gevolg.
II. Vs. 17-27.KruisverwijzingenEzechiël 16:57→2 Kronieken 21:2→2 Kronieken 25:14→Ezechiël 16:27→2 Koningen 15:29→2 Kronieken 29:7→2 Koningen 16:19→Obadja 1:10→ — Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd. Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet. Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz. Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn. Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel. De heilige geschiedschrijver vermeldt hierna nog andere straffen, die de goddeloze koning, deels gedurende de Syrisch-Efraïmitische oorlog zelf, deels tengevolge van zijn verbintenis met de koning van Assyrië troffen; maar dat alles bracht bij hem zelfs geen begin van terugkeer teweeg, veeleer nam zijn goddeloosheid telkens meer toe, totdat hij volkomen een heiden werd, zich met geweld meester maakte van de tempelgereedschappen, en de tempeldeuren sloot. (Vergelijk 2 Koningen .16: 10-20).
KruisverwijzingenObadja 1:10→Leviticus 26:18→2 Kronieken 25:11→Obadja 1:13→— Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
Daarenboven, om de nood van Achaz, gedurende de boven vertelde Syrisch-Efraïmitische oorlog, nog al hoger te doen stijgen, waren ook de Edomieten gekomen, die koning Rezin van Syrië van de Judese opperheerschappij (2 Koningen .16: 6), op zijn tocht door het Oostjordaanland tot aan de Elanitische zeeboezem, vrijgemaakt had, en hadden Juda, in wiens land zij invielen, geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
KruisverwijzingenEzechiël 16:57→Ezechiël 16:27→2 Kronieken 11:10→Jozua 15:41→Jozua 15:48→Richteren 14:1→Jozua 15:10→1 Samuël 6:9→— Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
Daartoe waren de Filistijnen in de van de laagte, in de vlakte Sephela, en het zuiden van Juda, in het zogenaamde Zuidland, ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, 3 mijlen westelijk van Jeruzalem, en Al lon, in het stamgebied Dan (Joz.19: 42), en Gederoth, misschien het tegenwoordige Geterah, zuidwestelijk van Ekron (Joz.15: 36), en Socho, in de vlakte (Joz.15: 35) en haar onderhorige plaatsen, van haar afhankelijke kleinere plaatsen, en Timna, 3/4 uur westelijk van Beth-Semes grensstad tussen Dan en Juda (Joz.15: 10; 19: 43), en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo, thans Dschimsu, 3/4 mijl zuidoostelijk van Lydda, en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:2→Genesis 3:11→Micha 6:16→Genesis 3:7→Exodus 32:25→Spreuken 29:23→Psalmen 106:41→Deuteronomium 28:43→— Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.
Want de Heere vernederde Juda, omwille van Achaz, de koning van Israël 1), want hij had Juda (2Ch 21: 2)afgetrokken, afvallig gemaakt (Exod.32: 25) dat het gans zeer overtrad tegen de Heere.
Koning van Israël wordt hier Achaz genoemd, niet omdat hij in de wegen van de koningen van het rijk van de Tien stammen wandelde, maar ironisch, omdat zijn regering de bitterste satire op de naam van koning van Israël, d.i. van het volk van God was.
Kruisverwijzingen2 Koningen 15:29→Jesaja 30:16→1 Kronieken 5:26→2 Koningen 16:7→Jesaja 7:20→2 Koningen 17:5→Jesaja 30:3→Hosea 5:13→— En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, wiens hulp hij ingeroepen had (vs. 16), kwam tot hem, toen aan het Syrisch rijk door de Assyriërs een einde gemaakt was (2 Koningen .16:
, en ook het rijk van Israël zeer door hem verzwakt was (2 Koningen .15: 29); maar hij benauwde hem 1), en sterkte hem niet, maar dwong hem tot een jaarlijkse schatting (2Ki 16:
.
Dit betekent niet, dat hij hem in zijn hoofdstad belegerde (de grondtekst verbiedt zo’n vertaling), maar dat hij in plaats van hem te sterken en uit zijn noden te redden, hem in nog moeilijker toestand bracht. Die moeilijke toestand is hierin gelegen, dat het rijk van Juda een vazalstaat werd van de Assyrische wereldmacht, en tevens dat hij, om de koning van Assyrië te behagen, de tempel van de Heere sloot, en zo hierbij veel dieper wegzonk in de poel van God-verlating en God-verzaking. Het is de bedoeling van de gewijde Schrijver, om hierop de aandacht te vestigen, dat Achaz’ bedoelingen volstrekt niet werden bereikt, integendeel, dat hij land en volk in nog treuriger conditie bracht. Vs. 20 is een tussenzin. In vs. 21 wordt de draad van vs. 16 weer opgenomen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→2 Kronieken 12:9→Spreuken 20:25→— Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.
Zo bracht het in vs. 16 vermelde goddeloos gedrag van de koning een ontzaglijk onheil over het land. Want Achaz nam, om de Assyrische wereldmacht over te halen tot hulp tegen Rezin van Syrië en Pekah van Israël, een deel van de schatten van het huis van de Heere, en van de schatten van het huis van de koning, en van de vorsten, van de hoge beambten, die in het koninklijk paleis woonden, het zilver en goud, dat hij de koning van Assyrië gaf (2 Koningen .16: 8); maar hij hielp hem niet, het baatte hem niets, zoals reeds in vs. 20 gezegd is.
KruisverwijzingenJesaja 1:5→Hosea 5:15→Psalmen 50:15→Ezechiël 21:13→Psalmen 52:7→Esther 7:6→2 Kronieken 33:12→Openbaring 16:9→— Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
Ja, in de tijd dat men hem benauwde 1), maakte hij van de overtredens tegen de Heere nog meer, dan hij tot dusver gepleegd had; dit was de koning Achaz.
Hoogstwaarschijnlijk heeft de koning van Assyrië het niet onduidelijk getoond, dat hij ook wel grote lust had om Jeruzalem in te nemen. Is dit zo, dan blijkt daaruit wederzo duidelijk, dat de Heere Achaz tuchtigt met een tak van de boom, die hij zelf geplant heeft.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→2 Koningen 16:12→Jeremia 10:5→Jesaja 1:28→Habakuk 1:11→Jeremia 44:20→Hosea 13:9→Jeremia 44:15→— Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.
Want hij offerde, zeker in diezelfde tijd dat hij, door de Syriërs en Israëlieten in zijn hoofdstad zozeer benauwd, in het dal van de kinderen van Hinnom rookte en zijn zoon door het vuur liet gaan (vs. 3), de goden van Damascus, die, naar zijn heidense beschouwing, hem geslagen hadden (vs. 5), en zei: a) Omdat de goden van de koningen van Syrië hen helpen, zal ik hen offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem, juist omdat hij er zijn vertrouwen op stelde en hen diende, tot zijn val, tot telkens zwaarder zonde, mitsgaders aan gans Israël.
Richteren 16: 23 Habakuk.1: 11
Kruisverwijzingen2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 33:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 16:17→Handelingen 17:16→Hosea 12:11→2 Kronieken 29:3→2 Koningen 25:13→— En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.
En Achaz, ten gevolge van zijn toewijding aan de Assyrische wereldmacht eindelijk geheel in het heidendom verzonken, verzamelde daarna de vaten van het huis van God, en hieuw de vaten van het huis van God in stukken, en sloot de deuren van het huis van de Heere
toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken te Jeruzalem, en schafte dus in de grond van de zaak, de dienst van de Heere geheel af, terwijl hij deze tot dusver naast de beelden- en afgodendienst had laten bestaan.
Huis van de Heere is hier het Heilige en het Allerheiligste, dus de eigenlijke Tempel. Uit 2 Koningen .16: 14-16 blijkt toch, dat hij in de voorhof zelf een zeer groot altaar liet bouwen, dat het Salomonische moest vervangen. Hiermee echter schafte hij de dienst van de Heere, naar Diens ordinantiën en inzettingen, af.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:3→— Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om andere goden te roken; zo verwekte hij, door al deze gruwelijkheden, de Heere, de God van zijn vaderen, tot de uitersten toorn 1).
Hieruit blijkt duidelijk genoeg, dat Achaz niet alleen uit zwakheid handelde, maar in driest verzet tegen de instellingen van de Heere. Het was hem er werkelijk om te doen, om de dienst van de Heere geheel uit te roeien. Met een echte satanische energie zet hij zijn plannen door en hoe meer hij de kastijdende hand van de Heere ondervindt, hoe dieper hij zijn vijandschap openbaart. Achaz is onder de koningen van Juda de heros van de God verzaking, het volstrekte tegenbeeld van David.
Kruisverwijzingen2 Koningen 16:19→2 Kronieken 27:7→2 Kronieken 20:34→— Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
Het overige nu van zijn geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, zie, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29: 30).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 24:25→Spreuken 10:7→1 Samuël 2:30→2 Kronieken 26:23→2 Kronieken 33:20→Jesaja 14:28→— En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
En Achaz ontsliep in het jaar 727 voor Christus met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem, op de plaats waar Asa, Joram en Uzzia begraven waren (Hoofdstuk 16: 14; 21: 20; 26: 23), maar zij brachten hem, vanwege zijn goddeloze regering, niet in de graven van de koningen van Israël 1), die met David in een en hetzelfde graf kwamen (1Ki 2:
en zijn zoon Jehizkia, of Hizkia, werd koning in zijn plaats.
“2Ki 16: 20”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Een jong mens behoort zijn leven te beginnen met dit besluit: “Ik zal God dienen. Ik zal zoeken Zijn gedachten en Zijn wil te kennen.”
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 28
2 Kronieken 28:1-3.KruisverwijzingenExodus 34:17→2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→Jesaja 1:1→1 Kronieken 3:13→Richteren 2:11→Jozua 15:8→
— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David; Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
Achaz stierf voordat hij de kracht van zijn leven bereikt had; hij werd door God afgesneden midden in zijn zonde. Er was in Israël een dienst van God onder zinnebeelden opgericht: daar waren de kalveren van Bethel, het beeld van de sterkte. Het was een dienst van God door beeltenissen, en Achaz volgde die na en ging in de zonde nog verder. Wanneer wij de ware God onder een zinnebeeld dienen, is de volgende stap dat wij een valse god dienen.
De dienst van Moloch was een van de gruwelijkste die men zich kan indenken. Er werd een koperen beeld schroeiend heet gemaakt, en dan werden er kinderen in zijn brandende armen gestoten om verteerd te worden. En deze koning ging zover dat hij zijn eigen kinderen op die wrede wijze de dood gaf, in de plaats die de Joden gewoonlijk Tofeth noemden, dat is: de plaats van het uitspuwen, omdat het hun zo weerzinwekkend was aan deze valse god te denken. God had de Kanaänieten om deze gruwelen uitgedreven; dat Zijn eigen volk ze dan bedreef, was Hem bijzonder tergend.
2 Kronieken 28:4.KruisverwijzingenLeviticus 26:30→Deuteronomium 12:2→2 Koningen 16:4→
— Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
Achaz kon er niet genoeg van krijgen: zoveel bomen, zoveel altaren. Er zijn mensen die elke gelegenheid tot zonde aangrijpen met een naarstigheid die de blos op het gezicht van christenen behoorde te brengen, die niet zo naarstig zijn in het gehoorzamen als deze mensen in het zondigen. Naar het bevel van God mocht er maar één altaar zijn, en dat ene moest te Jeruzalem staan; maar deze mensen vermenigvuldigden hun altaren. Er kon geen hoogte zijn zonder dat er een afgodische plaats op opgericht werd.
2 Kronieken 28:5.KruisverwijzingenJesaja 7:1→2 Koningen 16:5→2 Kronieken 24:24→2 Kronieken 33:11→2 Kronieken 36:5→Exodus 20:2→Jesaja 7:6→Richteren 2:14→
— Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
Achaz ontving slag op slag; God wilde hem niet in zijn zonde laten rusten. Het zag er niet naar uit dat de gevangenen ooit zouden terugkeren; en toch werd de zoon van de profeet Schear-Jaschub genoemd: “het overblijfsel zal wederkeren”. Achaz had tot Jesaja kunnen zeggen: “De naam van uw kind is een leugen.” Wij zullen zien.
2 Kronieken 28:6-11.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:4→Ezra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→2 Koningen 15:27→Deuteronomium 28:25→Deuteronomium 28:41→Jakobus 2:13→
— Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God. Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
Het was heel wonderlijk dat deze wilde kerels naar deze profeet luisterden, met al die gevangenen om hen heen. Het was een dappere daad van de profeet Oded om uit te gaan en zijn bezwaar te uiten.
2 Kronieken 28:10.KruisverwijzingenLeviticus 25:39→1 Petrus 4:17→Jeremia 25:29→Mattheüs 7:2→Romeinen 12:20→
— Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
Toen de kinderen van Israël bloeddorstige gedachten koesterden tegen hun broeders van Juda, praatte de profeet het hun ernstig uit het hoofd. Hoe opmerkelijk ter zake is zo een vraag voor verschillende volken, voor verschillende richtingen, voor verschillende standen onder de mensen. Wij zijn te veel geneigd op de zonden van andere volken te zien en onze eigen te vergeten. En hoe toepasselijk is deze vraag ook op de verschillende richtingen, in het bijzonder onder christenen. Hoe geneigd zijn wij allen de splinter uit het oog van anderen te trekken. Laat elke kerkgemeenschap haar eigen gebreken erkennen en haar eigen ongerechtigheden belijden. Ik zou wensen dat wij, telkens wanneer wij geneigd zijn onze naasten te streng te bestraffen, even zouden stilstaan en ons deze vraag stellen: “Ben ik niet ook schuldig voor de Heere, mijn God?” Mijn raad is: laat andere mensen met rust waar het op vitten aankomt.
2 Kronieken 28:12-15.KruisverwijzingenSpreuken 25:21→Deuteronomium 34:3→2 Koningen 6:22→Richteren 1:16→Jeremia 26:6→1 Kronieken 28:1→Mattheüs 23:32→Numeri 32:14→
— Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen. En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is? Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente. De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
Wat een wonderlijke zaak was dat! Achaz had tot Jesaja moeten zeggen: “De naam van uw kind is toch goed, want het overblijfsel is wedergekeerd.” Scheen het niet alsof Achaz nu wel op God moest vertrouwen? Maar let op wat het volgende vers zegt.
2 Kronieken 28:16.KruisverwijzingenJesaja 7:17→Jesaja 7:1→2 Koningen 16:5→
— Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
Wanneer mensen besloten zijn ongelovig en ongehoorzaam te zijn, zullen zij overal om hulp zenden behalve tot de Heere. Israël en Syrië waren heel kleine koninkrijken, maar Assyrië was een groot rijk, het machtige volk van die tijd. De koning van Assyrië was de grootste heerser in dat gebied, en al die kleine koningen waren bang voor hem, en daarom zonden zij tot hem om hulp wanneer zij in moeite waren. Achaz deed geen enkel beroep op God om de hulp die hij nodig had, maar hij wendde zich tot de arm van vlees. En toch kwam er van die kant geen hulp voor Achaz, want wij lezen: En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet (vers 20). En het eenentwintigste vers vertelt ons dat Achaz de koning van Assyrië omkocht, maar hij hielp hem niet. Dat is altijd het klaaglied aan het einde van alle pogingen om menselijke in plaats van goddelijke hulp te verkrijgen.
2 Kronieken 28:17.KruisverwijzingenObadja 1:10→Leviticus 26:18→2 Kronieken 25:11→Obadja 1:13→
— Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
De Edomieten waren aan Juda onderworpen geweest; maar nu God haar verlaten had, kon Juda haar positie niet handhaven.
2 Kronieken 28:18-20.KruisverwijzingenEzechiël 16:57→2 Kronieken 21:2→Ezechiël 16:27→2 Koningen 15:29→Jesaja 30:16→1 Kronieken 5:26→2 Kronieken 11:10→Jozua 15:41→
— Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
De Filistijnen waren een volk waarvan men had kunnen menen dat het uitgestorven was, zo zwak waren zij dat wij er nauwelijks meer van horen; en toch: ook de Filistijnen. Hoe ijdel is het buiten God verlichting te zoeken!
2 Kronieken 28:21-22.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→2 Kronieken 12:9→Jesaja 1:5→Spreuken 20:25→Hosea 5:15→Psalmen 50:15→Ezechiël 21:13→
— Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
Er wordt een zwart teken bij de naam van Achaz gezet, om te laten zien hoe zwaar schuldig hij was. Zij die tegen de goddelijke bedwangen opstaan en zich door de voorzienigheid van God niet willen laten inhouden, moeten met hoofdletters als grote zondaars opgeschreven worden. Zij zondigen met nadruk, die tegen de tuchtigende roede zondigen.
Sommige verdrukkingen behoren in het bijzonder het volk van God toe, en toch is het ook waar dat de goddeloze veel smarten heeft (Ps. 32:10). Als iemand die aan de smart trachtte te ontkomen de vleugelen van de dageraad nam en naar de uiterste einden van de zee vloog, zou hij bevinden dat de smart ook daar op de zee was. Ging hij naar de bevroren gewesten van het noorden, dan zou hij de smart ook daar vinden, want daar zijn enkele van de dierbaarste menselijke verwachtingen vergaan. Laat hem naar het gloeiende zuiden reizen, en de moeite zal hem ook daar vervolgen, want plagen, koortsen en ziekten spoken in die streken en de poorten van de dood zijn nabij. Voordat wij ten hemel stijgen zullen wij nooit aan smart en zuchten kunnen ontkomen; alleen daar zullen wij vreugde en blijdschap verkrijgen, wanneer onze sombere gezellen voor altijd weggevloden zullen zijn.
Het lijden is een van de zaken die in het verbond der genade als een zegen staan opgeschreven. De roede werd ons toegezegd toen wij kinderen van God werden, en wij kunnen haar niet ontgaan. De verdrukking van gelovigen, wanneer zij hun geheiligd wordt, maakt hun greep op deze wereld los. Beproevingen snijden de touwen door die onze ziel aan aardse dingen vastbinden, en stellen ons zo in staat op te stijgen. De moeite spit als een scherpe spade de aarde om die rondom onze wortels ligt, en dan brengen wij meer vrucht voort. Waren er geen doornen in ons nest, wij zouden zo tevreden zijn met de zachte voering dat wij erin bleven zitten tot wij stierven. Maar de scherpe doornen prikken in onze borst, en dan heffen wij onze ogen naar boven en leren onze vleugels te proberen, gereed voor de tijd dat zij volgroeid zullen zijn en wij tot de vreugde daarboven zullen opstijgen. En toch, zoals deze tekst getuigt, is er in de beproeving zelf niets dat het hart noodzakelijk vermurwt en iemand doet bekeren.
2 Kronieken 28:23-25.Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→2 Kronieken 29:7→2 Kronieken 33:3→2 Kronieken 30:14→2 Koningen 16:17→2 Kronieken 28:3→2 Koningen 16:12→Jeremia 10:5→
— Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
Hier was dus iemand die als koning zijn leven begon met het besluit zijn eigen meester te zijn. Achaz was gezegd de onzienlijke God te dienen met de eenvoudige plechtigheden van de wet, maar hij nam zich voor te dienen wat hij wilde, waar hij wilde en zoals hij wilde. Hij liet zich niets voorschrijven. Hij zou zijn eigen goden uitkiezen en er zoveel dienen als hij wilde. En dat deed hij ook, “maar zij waren hem tot zijn val”. Hij richtte kleine afgodsplaatsen op, zodat iedere voorbijganger de afgod kon dienen die hem behaagde en ieder een weinig reukwerk kon brengen; zo werd de hele stad vol afgodendienst.
Iemand kan zijn leven beginnen met dit besluit: “Ik laat mij door niemand binden. Ik zal doen wat ik wil, ik zal mijn eigen weg gaan. Ik zal onafhankelijk zijn, ik zal God niet gehoorzamen en niet luisteren naar wat Zijn Boek voorschrijft. Ik zal mij toestaan wat ik verkies.” Doet hij dat, dan zal wat hij zich toestaat hem tot zijn val zijn. Het karakter dat de gehoorzaamheid aan God niet tot hoeksteen heeft, is een karakter dat de een of andere dag in puin zal storten. Een jong mens behoort zijn leven te beginnen met dit besluit: “Ik zal God dienen. Ik zal zoeken Zijn gedachten en Zijn wil te kennen.”
2 Kronieken 28:26-27.Kruisverwijzingen2 Koningen 16:19→2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 24:25→2 Kronieken 27:7→2 Kronieken 20:34→Spreuken 10:7→1 Samuël 2:30→2 Kronieken 26:23→
— Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel. En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
Er was onder het overblijfsel van Gods volk een heilig en eerbiedig gevoelen dat iemand die geleefd had zoals Achaz gedaan had, niet bij de goede koningen van Israël behoorde te liggen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenExodus 34:17→2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 33:6→Leviticus 18:21→2 Kronieken 11:4→Ezra 9:6→Jesaja 47:6→Openbaring 18:5→
— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David; Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had. Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte. Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag. Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
In Achaz heeft het rijk van Juda een van zijn goddelooste koningen op de troon, die geheel in de wegen van Israël’s koningen wandelt. Dat wordt des te verderfelijker voor het huis van David en het volk van Juda, omdat juist in zijn tijd een gewichtige beslissing valt door de nood, waarin Rezin van Syrië en Pekah van Israël het rijk brengen, aan de ene, en het verleidende uitzicht om bij het Assyrische rijk hulp te vinden, aan de andere zijde. Het zeer korte bericht aangaande de Syrisch-Efraïmitische oorlog, in de Boeken der Koningen, wordt in dit werk door tamelijk uitgebreide en gewichtige aantekeningen aangevuld, en vooral vertelt het een schone gebeurtenis, die op de bloedige catastrofe van de oorlog door de invloed van den profeet in Efraïm volgde (vgl 2 Koningen .16: 1-9).
Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd 1), en regeerde zestien jaren te Jeruzalem (van 742-727 voor Christus), en hij deed niet dat juist was in de ogen van de Heere, zoals zijn vader Davidgedaan had.
In de dagen van Uzzia en Jotham was de rijkdom en macht van Juda zeer toegenomen. Achaz vond, toen hij koning werd, het rijk wèl bevestigd, de schatkist wèl voorzien en de Godsdienst onder zijn volk wèl geordineerd. Maar ten gevolge van de weelde, die er heerste, was ook de innerlijke godsvrucht van het volk er niet beter op geworden. Integendeel, uit de profetieën van Jesaja kunnen we het opmaken, dat de godsdienstige toestand, wat het innerlijk gehalte betreft, zeer was achteruitgegaan (Jes.1-5 Het is dan ook daarom, dat toen Achaz, een man van een zeer verdorven karakter, die zelfs alle natuurlijke liefde verzaakte, geen tegenstand vond bij het volk, waar hij niet alleen wandelde in de voetsporen van Israël’s meest bedorven koningen, maar ook in die van de Kanaänieten. De grote voorspoed had het volk doen achteruitslaan tegen de Heere, en de koning kon daarom zonder noemenswaardige tegenstand al de gruwelen van de afgodendienst invoeren.
Maar hij wandelde in de wegen van de koningen van Israël, doordat hij, evenals Joram en Ahazia (Hoofdstuk 21: 6; 22: 3), de kalverdienst huldigde; daartoe maakte hij ook gegoten beelden de Baäls, en voerde dus zelfs in Jeruzalem de Baälsdienst in;
Deze rookte ook in het dal van de zoon van Hinnom (1Ki 1: 33), en hij a) brandde zijn zonen (een van zijn zonen (2Ki 16: 3) in het vuur, naar de gruwelen van de heidenen, die de Heere voor het aangezicht van de kinderen Israël’s uit de bezitting verdreven had (Deuteronomium 18: 9 vv. 2 Koningen .17: 15 vv.).
Jer.7: 31; 19: 3
Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte, totdat hij later de godsdienst in de tempel geheel afschafte (vs. 24).
Daarom a) gaf de Heere, zijn God, hem, toen in het jaar 741 de Syrisch-Efraïmitische oorlog (Isa 7: 1) uitbrak, in de hand van koning Rezin van Syrië, die door het Oostjordaanland oprukte en die hij daar wilde stuiten, dat zij hem sloegen 1), en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damascus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand van koning Pekah van Israël, die van het noorden indrong, en hem sloeg met een grote slag.
Jes.7: 1
Letterlijk: dat zij in hem sloegen. In hem, is dan, in zijn leger, zodat een groot gedeelte daarvan geslagen werd. Zo ook betekent het volgende van hem, van zijn leger.
Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintigduizend dood op één dag, allen strijdbare, dappere en krijgshaftige mannen, omdat zij de Heere, de God van hun vaderen, verlaten hadden 1), werden zij in de macht van hun vijanden gegeven.
De schrikkelijke nederlaag wordt hier in verband gebracht met de afval van Juda’s volk en daarom als een straf van de Heere tegen zijn volk voorgesteld, opdat Juda door deze zware tuchtiging zou leren, de afgoden vaarwel te zeggen en de dienst van de Heere weer te kiezen. Achaz was gaan wandelen in de wegen van de koningen van Israël en in de wegen van de koningen van Syrië, die de Baäl dienden. Welnu, diezelfde volken worden hem nu tot een tuchtroede, om hem en zijn volk uit te drijven tot de enige en ware dienst van God. Helaas, Achaz werd hoe langer hoe meer verstokt en verhard. Hoe meer de Heere hem tuchtigde, hoe meer hij zich verhardde tegen de God van zijn vaderen.
En Zichri, een geweldig man van Efraïm, sloeg Maäseja, de zoon van de koning, een prins van het koninklijke huis, niet juist een zoon van Achaz, wiens kinderen toen nog zeer klein waren, dood, en Azrikam, de huisoverste, een hooggeplaatst beambte van het koninklijke huis, mitsgaders Elkana, de tweede na de koning, zijn eerste minister.
En de kinderen van Israël voerden van hun broeders, de kinderen van Juda, gevankelijk weg, tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochters, en plunderden ook veel door van hen; en zij brachten de door te Samaria 1).
Uit het karakter van de oorlog, die op een burger-, ja op een godsdienstoorlog geleek en uit de wreedheid van de Israëlieten wordt het groot aantal van de weggevoerde gevangenen begrijpelijk, omdat na de grote nederlaag van de Judeeërs het gehele land in de handen van de vijanden raakte, zodat deze naar hartelust hun haat en hun grimmigheid konden botvieren, door wegvoering van de weerloze vrouwen en kinderen, om die tot slaven te maken.
Aldaar nu, te Samaria, was een profeet van de Heere, wiens naam was Oded 1), een tijdgenoot en geestverwant van de profeet Hosea (2Ki 14: 29), die ging uit, het leger tegen, dat naar Samaria kwam (vgl. (Hoofdstuk 15: 1 vv.), en zei tot hen: Zie, door de grimmigheid van de Heere, de God van uw vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en u hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan de hemel raakt, en tot God om wraak roept.
Deze Oded was evenals Micha, ten tijde van Achab, een waar profeet van de Heere. Wanneer hij verneemt, dat Israël met zo’n grimmige woede tegen Juda gewoed heeft, gaat hij het overwinnende leger tegemoet, niet om het te zegenen, maar met het woord van de bestraffing, dat van heilige toorn ademt, tegen zo’n verregaande geweldenarij. Hij stelt hen voor, hoe zij Juda hebben overwonnen, niet omdat zij zoveel machtiger waren, maar omdat de Heere God, die hij de God van uw vaderen noemt, tegen Juda zich keerde, vanwege hun grote zonde. Echter moeten zij het weten, dat hun wreedheid tot de Hemel om wraak roept, dat zij zich daarom een zware bloedschuld op de hals hebben gehaald. En waar hij nu hen bij het diep schuldige van hun daden heeft bepaald, bestraft hij verder hun voornemen, om de kinderen van Jeruzalem en Juda tot slaven te maken, en wijst hen er op, dat ook zij volstrekt niet vrij uitgaan, dat integendeel (vs. 10) bij hen schulden zijn tegen de Heere, hun God, zodat, en dit wil hij hen onder de ogen brengen, indien de Heere God hen verlaat of zich tegen hen keert, zij evenzeer als slaven en slavinnen zullen worden verkocht. Die vermaning en bestraffing besluit hij met de raad, om de gevangenen weer los te laten en naar Juda en Jeruzalem te doen terug keren.
Daartoe denkt u nu de kinderen van Juda en Jeruzalem, waaraan de Heere slechts voor een kleine tijd Zijn hulp onttrokken heeft, u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; bent u het niet alleen? Bij jullie zijn schulden tegen de Heere, uw God 1).
D.i.: Hebt u ook niet, als u op uzelf ziet, zonden gepleegd, die bij de Heere als schulden tegen Hem staan aangetekend? Letterlijk staat er: Zijn niet, wat U betreft, bij jullie schulden tegen de Heere, uw God?
Nu dan, hoor mij, opdat u niet nog veel grotere strafgerichten van God u berokkent, dan die, welke nu de kinderen van Juda en Jeruzalem treffen, en breng de gevangenen terug, die u van uw broeders 1)gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van de toorn van de Heere is over u.
Van uw broeders. De profeet wijst hier met opzet op de bloedverwantschap, die er bestond tussen de Tien stammen en die van Juda en Benjamin. Bovendien waren er ook velen, bij de scheiding van het rijks onder Rehabeam, uit het rijk van de Tien stammen gaan wonen in het rijk van Juda. Dat het hun broeders waren, maakte hun schuld voor de Heere God nog veel zwaarder.
Toen maakten zich uit de omgeving van de profeten en van de met hem voor de poort van Samaria vergaderde volksmannen op, van de hoofden van de kinderen van Efraïm, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth, en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlaï, tegen degenen, die uit het leger met de gevangenen naar de stad kwamen.
En zij zeiden tot hen: U zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot het brengen van een schuld over ons tegen de Heere; denken jullie toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schuld hebben, en de hitte van de toorn over Israël is 1)?
Hierin betoonden zij een bereidwillig en gehoorzaam hart en de vereiste eerbied voor Gods Woord, hun door zijn profeet aangekondigd, naast een teder medelijden, omtrent hun broeders, die in hen gewrocht werd door de bedenking van de tedere barmhartigheid van God zelf, “die de ellende en benauwdheid van Zijn arm volk aanschouwde, hun geschrei hoorde, om hun bestwil gedacht aan Zijn Verbond, en hun barmhartigheid gaf voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden” (Psalm 106: 44-46).
Toen lieten de toegerusten, de tot de strijd gewapende mannen, de gevangenen en de door voor het aangezicht van de vier vroeger genoemde oversten en van de ganse gemeente.
De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn (vs. 12), maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van de door al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezels, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de palmstad (Jos 7: 1), bij hun broeders, tot over de grenzen van het zuidelijke rijk; daarna keerden zij weer naar Samaria. Na zo’n gruwelijk bloedbad (vs. 6 vv.) is zo’n betoning van de met geweld tegengehoudene, en door het woord van de profeet ontvlamde broederliefde niet te verwonderen; een vroegere tegenhanger daarvan is de verhindering van de broederoorlog door Semaja. (Hoofdstuk 11: 2 vv.).
Deze ganse zaak vormt een parallel met het optreden van de profeet Semaja in 1 Koningen .12: 22-24 (2 Kronieken 11: 1-4), die het Judese leger, dat zich ten strijde tegen de afgevallen Tien stammen had opgemaakt, vermaant niet met hun broeders, de Israëlieten, strijd te voeren, omdat de afval door God zo was beschikt. Dat feit aan het begin van de geschiedenis van de beide gescheiden rijken en dit hier aan het einde van één, komt met elkaar op heerlijke wijze overeen. Te ener plaats is het een profeet uit Juda, die Juda, ter andere een Efraïmiet, die de Efraïmieten vermaant, om met het broedervolk in een verzoenlijke geest te handelen, en beiden met goed gevolg.
II. Vs. 17-27.KruisverwijzingenEzechiël 16:57→2 Kronieken 21:2→2 Kronieken 25:14→Ezechiël 16:27→2 Koningen 15:29→2 Kronieken 29:7→2 Koningen 16:19→Obadja 1:10→
— Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd. Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet. Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz. Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn. Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
De heilige geschiedschrijver vermeldt hierna nog andere straffen, die de goddeloze koning, deels gedurende de Syrisch-Efraïmitische oorlog zelf, deels tengevolge van zijn verbintenis met de koning van Assyrië troffen; maar dat alles bracht bij hem zelfs geen begin van terugkeer teweeg, veeleer nam zijn goddeloosheid telkens meer toe, totdat hij volkomen een heiden werd, zich met geweld meester maakte van de tempelgereedschappen, en de tempeldeuren sloot. (Vergelijk 2 Koningen .16: 10-20).
Daarenboven, om de nood van Achaz, gedurende de boven vertelde Syrisch-Efraïmitische oorlog, nog al hoger te doen stijgen, waren ook de Edomieten gekomen, die koning Rezin van Syrië van de Judese opperheerschappij (2 Koningen .16: 6), op zijn tocht door het Oostjordaanland tot aan de Elanitische zeeboezem, vrijgemaakt had, en hadden Juda, in wiens land zij invielen, geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
Daartoe waren de Filistijnen in de van de laagte, in de vlakte Sephela, en het zuiden van Juda, in het zogenaamde Zuidland, ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, 3 mijlen westelijk van Jeruzalem, en Al lon, in het stamgebied Dan (Joz.19: 42), en Gederoth, misschien het tegenwoordige Geterah, zuidwestelijk van Ekron (Joz.15: 36), en Socho, in de vlakte (Joz.15: 35) en haar onderhorige plaatsen, van haar afhankelijke kleinere plaatsen, en Timna, 3/4 uur westelijk van Beth-Semes grensstad tussen Dan en Juda (Joz.15: 10; 19: 43), en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo, thans Dschimsu, 3/4 mijl zuidoostelijk van Lydda, en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
Want de Heere vernederde Juda, omwille van Achaz, de koning van Israël 1), want hij had Juda (2Ch 21: 2)afgetrokken, afvallig gemaakt (Exod.32: 25) dat het gans zeer overtrad tegen de Heere.
Koning van Israël wordt hier Achaz genoemd, niet omdat hij in de wegen van de koningen van het rijk van de Tien stammen wandelde, maar ironisch, omdat zijn regering de bitterste satire op de naam van koning van Israël, d.i. van het volk van God was.
En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, wiens hulp hij ingeroepen had (vs. 16), kwam tot hem, toen aan het Syrisch rijk door de Assyriërs een einde gemaakt was (2 Koningen .16:
, en ook het rijk van Israël zeer door hem verzwakt was (2 Koningen .15: 29); maar hij benauwde hem 1), en sterkte hem niet, maar dwong hem tot een jaarlijkse schatting (2Ki 16:
.
Dit betekent niet, dat hij hem in zijn hoofdstad belegerde (de grondtekst verbiedt zo’n vertaling), maar dat hij in plaats van hem te sterken en uit zijn noden te redden, hem in nog moeilijker toestand bracht. Die moeilijke toestand is hierin gelegen, dat het rijk van Juda een vazalstaat werd van de Assyrische wereldmacht, en tevens dat hij, om de koning van Assyrië te behagen, de tempel van de Heere sloot, en zo hierbij veel dieper wegzonk in de poel van God-verlating en God-verzaking. Het is de bedoeling van de gewijde Schrijver, om hierop de aandacht te vestigen, dat Achaz’ bedoelingen volstrekt niet werden bereikt, integendeel, dat hij land en volk in nog treuriger conditie bracht. Vs. 20 is een tussenzin. In vs. 21 wordt de draad van vs. 16 weer opgenomen.
Zo bracht het in vs. 16 vermelde goddeloos gedrag van de koning een ontzaglijk onheil over het land. Want Achaz nam, om de Assyrische wereldmacht over te halen tot hulp tegen Rezin van Syrië en Pekah van Israël, een deel van de schatten van het huis van de Heere, en van de schatten van het huis van de koning, en van de vorsten, van de hoge beambten, die in het koninklijk paleis woonden, het zilver en goud, dat hij de koning van Assyrië gaf (2 Koningen .16: 8); maar hij hielp hem niet, het baatte hem niets, zoals reeds in vs. 20 gezegd is.
Ja, in de tijd dat men hem benauwde 1), maakte hij van de overtredens tegen de Heere nog meer, dan hij tot dusver gepleegd had; dit was de koning Achaz.
Hoogstwaarschijnlijk heeft de koning van Assyrië het niet onduidelijk getoond, dat hij ook wel grote lust had om Jeruzalem in te nemen. Is dit zo, dan blijkt daaruit wederzo duidelijk, dat de Heere Achaz tuchtigt met een tak van de boom, die hij zelf geplant heeft.
Want hij offerde, zeker in diezelfde tijd dat hij, door de Syriërs en Israëlieten in zijn hoofdstad zozeer benauwd, in het dal van de kinderen van Hinnom rookte en zijn zoon door het vuur liet gaan (vs. 3), de goden van Damascus, die, naar zijn heidense beschouwing, hem geslagen hadden (vs. 5), en zei: a) Omdat de goden van de koningen van Syrië hen helpen, zal ik hen offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem, juist omdat hij er zijn vertrouwen op stelde en hen diende, tot zijn val, tot telkens zwaarder zonde, mitsgaders aan gans Israël.
Richteren 16: 23 Habakuk.1: 11
En Achaz, ten gevolge van zijn toewijding aan de Assyrische wereldmacht eindelijk geheel in het heidendom verzonken, verzamelde daarna de vaten van het huis van God, en hieuw de vaten van het huis van God in stukken, en sloot de deuren van het huis van de Heere
toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken te Jeruzalem, en schafte dus in de grond van de zaak, de dienst van de Heere geheel af, terwijl hij deze tot dusver naast de beelden- en afgodendienst had laten bestaan.
Huis van de Heere is hier het Heilige en het Allerheiligste, dus de eigenlijke Tempel. Uit 2 Koningen .16: 14-16 blijkt toch, dat hij in de voorhof zelf een zeer groot altaar liet bouwen, dat het Salomonische moest vervangen. Hiermee echter schafte hij de dienst van de Heere, naar Diens ordinantiën en inzettingen, af.
Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om andere goden te roken; zo verwekte hij, door al deze gruwelijkheden, de Heere, de God van zijn vaderen, tot de uitersten toorn 1).
Hieruit blijkt duidelijk genoeg, dat Achaz niet alleen uit zwakheid handelde, maar in driest verzet tegen de instellingen van de Heere. Het was hem er werkelijk om te doen, om de dienst van de Heere geheel uit te roeien. Met een echte satanische energie zet hij zijn plannen door en hoe meer hij de kastijdende hand van de Heere ondervindt, hoe dieper hij zijn vijandschap openbaart. Achaz is onder de koningen van Juda de heros van de God verzaking, het volstrekte tegenbeeld van David.
Het overige nu van zijn geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, zie, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29: 30).
En Achaz ontsliep in het jaar 727 voor Christus met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem, op de plaats waar Asa, Joram en Uzzia begraven waren (Hoofdstuk 16: 14; 21: 20; 26: 23), maar zij brachten hem, vanwege zijn goddeloze regering, niet in de graven van de koningen van Israël 1), die met David in een en hetzelfde graf kwamen (1Ki 2:
en zijn zoon Jehizkia, of Hizkia, werd koning in zijn plaats.
“2Ki 16: 20”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel