Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 28

1 Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 AchazH271 was twintigH6242 jarenH8141 oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427 zestienH8337 jarenH8141 te JeruzalemH3389; en hij deedH6213 nietH3808 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk zijn vaderH1 DavidH1732; Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;

KJV Ahaz4 was twenty2 years3 old1 when he began to reign,5 and he reigned9 sixteen6 years8 in Jerusalem:10 but he did12 not that which was right13 in the sight14 of the LORD,15 like David16 his father:17

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 אָחָ֣ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 5 בְּמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 6 וְשֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 7 עֶשְׂרֵ֣ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 8 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 עָשָׂ֧ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 הַיָּשָׁ֛ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 14 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 כְּדָוִ֥יד H1732 David, Davids David 17 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Maar hij wandeldeH3212 in de wegenH1870 der koningenH4428 van IsraelH3478; daartoe maakteH6213 hij ookH1571 gegotene beeldenH4541 voor de BaalsH1168. Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.

KJV For he walked in1 the ways2 of the kings3 of Israel,4 and made7 also molten images6 for Baalim.8

1 וַיֵּ֕לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 בְּדַרְכֵ֖י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 3 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וְגַ֧ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 מַסֵּכ֛וֹת H4541 beeld, beelden, gegoten covering, molten (image), vail 7 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לַבְּעָלִֽים H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Dezelve rookteH6999 ook in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011; en hij branddeH1197 zijn zonenH1121 in het vuurH784, naar de gruwelenH8441 der heidenenH1471, die de HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478 uit de bezittingH3423 verdreven had. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.

KJV Moreover he burnt incense2 in the valley3 of the son4 of Hinnom,5 and burnt6 his children8 in the fire,9 after the abominations10 of the heathen11 whom the LORD14 had cast out13 before15 the children16 of Israel.17

1 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 הִקְטִ֖יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 3 בְּגֵ֣יא H1516 dal, dalen, vallei valley 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 הִנֹּ֑ם H2011 Hinnom Hinnom 6 וַיַּבְעֵ֤ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בָּנָיו֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 בָּאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 10 כְּתֹֽעֲבוֹת֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 11 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הֹרִ֣ישׁ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Ook offerdeH2076 hij en rookteH6999 op de hoogtenH1116 en opH5921 de heuvelenH1389, mitsgaders onderH8478 alleH3605 groenH7488 geboomteH6086. Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.

KJV He sacrificed1 also and burnt incense2 in the high places,3 and on the hills,5 and under every green9 tree.8

1 וַיְזַבֵּ֧חַ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 2 וַיְקַטֵּ֛ר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 3 בַּבָּמ֖וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 4 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַגְּבָע֑וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 6 וְתַ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 רַעֲנָֽן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daarom gaf hem de HEEREH3068, zijn GodH430, in de handH3027 des koningsH4428 van SyrieH758, dat zij hem sloegenH5221, en van hem gevankelijkH7617 wegvoerden een grote menigteH1419 van gevangenenH7633, die zij te DamaskusH1834 brachtenH935. En hij werd ookH1571 gegevenH5414 in de handH3027 des koningsH4428 van IsraelH3478, die hem sloegH5221 met een groten slagH4347. Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.

KJV Wherefore the LORD2 his God3 delivered1 him into the hand4 of the king5 of Syria;6 and they smote7 him, and carried away9 a great multitude12 of them captives,11 and brought13 them to Damascus.14 And he was also delivered19 into the hand16 of the king17 of Israel,18 who smote20 him with a great23 slaughter.22

1 וַֽיִּתְּנֵ֜הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהָיו֮ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 אֲרָם֒ H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 7 וַיַּ֨כּוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 ב֔וֹ 9 וַיִּשְׁבּ֤וּ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 10 מִמֶּ֨נּוּ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 שִׁבְיָ֣ה H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 12 גְדוֹלָ֔ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וַיָּבִ֖יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 דַּרְמָ֑שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 15 וְ֠גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 מֶ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 19 נִתָּ֔ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 וַיַּךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 21 בּ֖וֹ 22 מַכָּ֥ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 23 גְדוֹלָֽה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Want PekahH6492, de zoonH1121 van RemaliaH7425, sloegH2026 in JudaH3063 honderdH3967 en twintigH6242 duizendH505 doodH259 op een dagH3117, allenH3605 strijdbareH2428 mannenH1121, omdat zij den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, verlatenH5800 hadden. Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.

KJV For Pekah2 the son3 of Remaliah4 slew1 in Judah5 an hundred6 and twenty7 thousand8 in one10 day,9 which were all valiant13 men;12 because they had forsaken14 the LORD16 God17 of their fathers.18

1 וַיַּהֲרֹג֩ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 2 פֶּ֨קַח H6492 Pekah Pekah 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 רְמַלְיָ֜הוּ H7425 Remalia Remaliah 5 בִּֽיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 6 מֵאָ֨ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 אֶ֛לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 הַכֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 חָ֑יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 14 בְּעָזְבָ֕ם H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 אֲבוֹתָֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En ZichriH2147, een geweldig manH1368 van EfraimH669, sloegH2026 MaasejaH4641, den zoonH1121 des koningsH4428, doodH2026, en Azirkam, den huisoversteH5057, mitsgaders ElkanaH511, den tweedeH4932 na den koningH4428. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.

Ook in dit vers AzrikamH5840

KJV And Zichri,2 a mighty man3 of Ephraim,4 slew1 Maaseiah6 the king's8 son,7 and Azrikam10 the governor11 of the house,12 and Elkanah14 that was next15 to the king.16

1 וַֽיַּהֲרֹ֞ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 2 זִכְרִ֣י H2147 Zichri Zichri 3 גִּבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 4 אֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מַעֲשֵׂיָ֨הוּ֙ H4641 Maaseja, Mahaseja Maaseiah 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַזְרִיקָ֖ם H5840 Azrikam Azrikam 11 נְגִ֣יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 12 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֶלְקָנָ֖ה H511 Elkana Elkanah 15 מִשְׁנֵ֥ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 16 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En de kinderenH1121 IsraelsH3478 voerdenH7617 van hun broederenH251 gevankelijkH7617 weg tweehonderdH3967 duizendH505, vrouwenH802, zonenH1121 en dochterenH1323, en plunderdenH962 ookH1571 veelH7227 roofsH7998 van hen; en zij brachtenH935 den roofH7998 te SamariaH8111. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.

KJV And the children2 of Israel3 carried away captive1 of their brethren4 two hundred5 thousand,6 women,7 sons,8 and daughters,9 and took also away13 much12 spoil11 from them, and brought15 the spoil17 to Samaria.18

1 וַיִּשְׁבּוּ֩ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 2 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֨ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 מֵֽאֲחֵיהֶ֜ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 מָאתַ֣יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 אֶ֗לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 7 נָשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 בָּנִ֣ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וּבָנ֔וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 שָׁלָ֥ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 12 רָ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 13 בָּזְז֣וּ H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 14 מֵהֶ֑ם 15 וַיָּבִ֥יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַשָּׁלָ֖ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 18 לְשֹׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AldaarH8033 nu was een profeetH5030 des HEERENH3068, wiens naamH8034 was OdedH5752; die ging uit, het heirH6635 tegen, dat naar SamariaH8111 kwamH935, en zeideH559 tot hen: ZietH2009, door de grimmigheidH2534 des HEERENH3068, des GodsH430 uwer vaderenH1, overH5921 JudaH3063, heeft Hij hen in uw handH3027 gegevenH5414, en gij hebt hen doodgeslagenH2026 in toornigheidH2197, die totH5704 aan den hemelH8064 raaktH5060. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.

KJV But a prophet3 of the LORD4 was there, whose name6 was Oded:5 and he went out7 before8 the host9 that came10 to Samaria,11 and said12 unto them, Behold, because the LORD16 God17 of your fathers18 was wroth15 with Judah,20 he hath delivered21 them into your hand,22 and ye have slain23 them in a rage25 that reacheth up28 unto heaven.27

1 וְ֠שָׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 נָבִ֥יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 לַֽיהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עֹדֵ֣ד H5752 Oded Oded 6 שְׁמוֹ֒ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 וַיֵּצֵ֗א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 לִפְנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 הַצָּבָא֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 10 הַבָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לְשֹׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 12 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לָהֶ֗ם 14 הִ֠נֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 15 בַּחֲמַ֨ת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 16 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 אֲבוֹתֵיכֶ֛ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 21 נְתָנָ֣ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 בְּיֶדְכֶ֑ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 23 וַתַּֽהַרְגוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 24 בָ֣ם 25 בְזַ֔עַף H2197 gramschap, grimmigheid, ontsteld indignation, rage(-ing), wrath 26 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 27 לַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 28 הִגִּֽיעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Daartoe denktH559 gij nuH6258 de kinderenH1121 van JudaH3063 en JeruzalemH3389 u tot slavenH5650 en slavinnenH8198 te onderwerpenH3533; zijt gijH859 het nietH3808 alleenlijk? BijH5973 ulieden zijn schuldenH819 tegen den HEEREH3068, uw GodH430. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.

KJV And now ye purpose6 to keep under7 the children2 of Judah3 and Jerusalem4 for bondmen8 and bondwomen9 unto you: but are there not with you, even12 with you, sins15 against the LORD16 your God?17

1 וְ֠עַתָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יְהוּדָ֤ה H3063 Juda Judah 4 וִֽירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 אֹמְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 לִכְבֹּ֛שׁ H3533 ondergebracht, onderworpen, onderwerpen bring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection 8 לַעֲבָדִ֥ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 וְלִשְׁפָח֖וֹת H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 10 לָכֶ֑ם 11 הֲלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 רַק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 13 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 עִמָּכֶ֣ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 15 אֲשָׁמ֔וֹת H819 schuld, schulden offend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering) 16 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵיכֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Nu dan, hoortH8085 mij, en brengtH7725 de gevangenenH7633 weder, dieH834 gij van uw broederenH251 gevankelijkH7617 weggevoerd hebt; wantH3588 de hitteH2740 van des HEERENH3068 toornH639 is overH5921 u. Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.

KJV Now hear2 me therefore, and deliver3 the captives4 again, which ye have taken captive6 of your brethren:7 for the fierce9 wrath10 of the LORD11 is upon you.

1 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שְׁמָע֔וּנִי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 וְהָשִׁ֨יבוּ֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 הַשִּׁבְיָ֔ה H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 שְׁבִיתֶ֖ם H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 7 מֵאֲחֵיכֶ֑ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 10 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 עֲלֵיכֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen maaktenH6965 zich mannenH582 op van de hoofdenH7218 der kinderenH1121 van EfraimH669, AzariaH5838, de zoonH1121 van JohananH3076, BerechjaH1296, de zoonH1121 van MesillemothH4919 en JehizkiaH3169, de zoonH1121 van SallumH7967, en AmasaH6021, de zoonH1121 van HadlaiH2311, tegenH5921 degenen, die uitH4480 het heirH6635 kwamenH935. Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.

KJV Then certain of the heads3 of the children4 of Ephraim,5 Azariah6 the son7 of Johanan,8 Berechiah9 the son10 of Meshillemoth,11 and Jehizkiah12 the son13 of Shallum,14 and Amasa15 the son16 of Hadlai,17 stood up1 against them that came19 from the war,21

1 וַיָּקֻ֨מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 אֲנָשִׁ֜ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מֵרָאשֵׁ֣י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 6 עֲזַרְיָ֤הוּ H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 7 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יְהֽוֹחָנָן֙ H3076 Johanan Jehohanan, Johanan. Compare H3110 (יוֹחָנָן) 9 בֶּרֶכְיָ֣הוּ H1296 Berechja Berachiah, Berechiah 10 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 מְשִׁלֵּמ֔וֹת H4919 Mesillemoth Meshillemoth. Compare H4921 (מְשִׁלֵּמִית) 12 וִֽיחִזְקִיָּ֨הוּ֙ H3169 Jehizkia, Hizkia Hezekiah, Jehizkiah. Compare H2396 (חִזְקִיָּה) 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 שַׁלֻּ֔ם H7967 Sallum Shallum 15 וַעֲמָשָׂ֖א H6021 Amasa Amasa 16 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 חַדְלָ֑י H2311 Hadlai Hadlai 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הַבָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 21 הַצָּבָֽא H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij zeidenH559 tot hen: Gij zult deze gevangenenH7633 hier niet inbrengenH935, tot een schuldH819 over ons tegen den HEEREH3068; denktH559 gijliedenH859 toe te doen tot onze zondenH2403 en tot onze schuldenH819, hoewelH3588 wij veleH7227 schuldenH819 hebben, en de hitteH2740 des toornsH639 overH5921 IsraelH3478 is? En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?

KJV And said1 unto them, Ye shall not bring in4 the captives6 hither: for whereas we have offended9 against the LORD10 already, ye intend13 to add14 more to our sins16 and to our trespass:18 for our trespass21 is great,20 and there is fierce23 wrath24 against Israel.26

1 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהֶ֗ם 3 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תָבִ֤יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַשִּׁבְיָה֙ H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 7 הֵ֔נָּה H2008 herwaarts, hierheen here, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet 8 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לְאַשְׁמַ֨ת H819 schuld, schulden offend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering) 10 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 עָלֵ֨ינוּ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 אֹמְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 לְהֹסִ֥יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 חַטֹּאתֵ֖ינוּ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 אַשְׁמָתֵ֑ינוּ H819 schuld, schulden offend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering) 19 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 רַבָּ֤ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 21 אַשְׁמָה֙ H819 schuld, schulden offend, sin, (cause of) trespass(-ing, offering) 22 לָ֔נוּ 23 וַחֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 24 אָ֖ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 25 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen lietenH5800 de toegerustenH2502 de gevangenenH7633 en de roofH961 voor het aangezichtH6440 der overstenH8269 en der ganseH3605 gemeenteH6951. Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.

KJV So the armed men2 left1 the captives4 and the spoil6 before7 the princes8 and all the congregation.10

1 וַיַּעֲזֹ֣ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 2 הֶֽחָל֗וּץ H2502 toegerust, toegerusten, bevrijd arm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַשִּׁבְיָה֙ H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַבִּזָּ֔ה H961 roof, roofs, beroving prey, spoil 7 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 הַשָּׂרִ֖ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַקָּהָֽל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De mannenH582 nu, dieH834 met namenH8034 uitgedruktH5344 zijn, maaktenH6965 zich op, en grepenH2388 de gevangenenH7633, en kleeddenH3847 vanH4480 den roofH7998 alH3605 hun naaktenH4636; en zij kleeddenH3847 hen, en schoeidenH5274 hen, en spijsdenH398 hen, en drenktenH8248 hen, en zalfdenH5480 hen, en voerdenH5095 ze op ezelenH2543, allenH3605 die zwakH3782 waren, en brachtenH935 hen te JerichoH3405, de PalmstadH5892, bij hun broederenH251; daarna keerdenH7725 zij weder naar SamariaH8111. De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.

KJV And the men which were expressed4 by name5 rose up,1 and took6 the captives,7 and with the spoil12 clothed10 all that were naked9 among them, and arrayed13 them, and shod14 them, and gave them to eat15 and to drink,16 and anointed17 them, and carried18 all the feeble21 of them upon asses,19 and brought22 them to Jericho,23 the city24 of palm trees,25 to26 their brethren:27 then they returned28 to Samaria.29

1 וַיָּקֻ֣מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הָאֲנָשִׁים֩ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 נִקְּב֨וּ H5344 uitgedrukt, doorboren, gelasterd appoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through 5 בְשֵׁמ֜וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 וַיַּחֲזִ֣יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 בַשִּׁבְיָ֗ה H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 8 וְכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 מַעֲרֻמֵּיהֶם֮ H4636 naakten naked 10 הִלְבִּ֣ישׁוּ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַשָּׁלָל֒ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 13 וַיַּלְבִּשׁ֣וּם H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 14 וַ֠יַּנְעִלוּם H5274 besloten, slot, grendel bolt, inclose, lock, shoe, shut up 15 וַיַּאֲכִל֨וּם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 16 וַיַּשְׁק֜וּם H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 17 וַיְסֻכ֗וּם H5480 zalfde, zalf, zalven anoint (self), [idiom] at all 18 וַיְנַהֲל֤וּם H5095 zachtjes leiden, geleidde, leidsman carry, feed, guide, lead (gently, on) 19 בַּחֲמֹרִים֙ H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 20 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 כּוֹשֵׁ֔ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 22 וַיְבִיא֛וּם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 יְרֵח֥וֹ H3405 Jericho Jericho 24 עִיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 25 הַתְּמָרִ֖ים H8558 palmboom, palmbomen palm (tree) 26 אֵ֣צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 27 אֲחֵיהֶ֑ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 28 וַיָּשׁ֖וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 29 שֹׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Ter zelfderH1931 tijdH6256 zondH7971 de koningH4428 AchazH271 tot de koningenH4428 van AssyrieH804, dat zij hem helpenH5826 zouden. Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.

KJV At that time1 did king4 Ahaz5 send3 unto the kings7 of Assyria8 to help9 him.

1 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 שָׁלַ֞ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 אָחָ֛ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 9 לַעְזֹ֥ר H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 10 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Daarenboven waren ook de EdomietenH130 gekomenH935, en hadden JudaH3063 geslagenH5221 en gevangenenH7628 gevankelijkH7617 weggevoerd. Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.

KJV For again the Edomites2 had come3 and smitten4 Judah,5 and carried away6 captives.7

1 וְע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 אֲדוֹמִ֖ים H130 Edomiet, Edomieten, Edomietische Edomite 3 בָּ֑אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 וַיַּכּ֥וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 בִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 וַיִּשְׁבּוּ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 7 שֶֽׁבִי H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daartoe waren de FilistijnenH6430 in de stedenH5892 der laagteH8219 en het zuidenH5045 van JudaH3063 ingevallenH6584, en hadden ingenomenH3920 Beth-SemesH1053, en AjalonH357, en GederothH1450, en SochoH7755 en haar onderhorige plaatsenH1323, en TimnaH8553 en haar onderhorige plaatsenH1323, en GimzoH1579 en haar onderhorige plaatsenH1323; en zij woondenH3427 aldaarH8033. Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.

KJV The Philistines1 also had invaded2 the cities3 of the low country,4 and of the south5 of Judah,6 and had taken7 Bethshemesh,9 and Ajalon,12 and Gederoth,14 and Shocho16 with the villages17 thereof, and Timnah19 with the villages20 thereof, Gimzo22 also and the villages24 thereof: and they dwelt25 there.

1 וּפְלִשְׁתִּ֣ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 2 פָּשְׁט֗וּ H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 3 בְּעָרֵ֨י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הַשְּׁפֵלָ֣ה H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 5 וְהַנֶּגֶב֮ H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 6 לִֽיהוּדָה֒ H3063 Juda Judah 7 וַֽ֠יִּלְכְּדוּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בֵּֽית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 10 שֶׁ֨מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אַיָּל֜וֹן H357 Ajalon Aijalon, Ajalon 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַגְּדֵר֗וֹת H1450 Gederoth Gederoth 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שׂוֹכ֤וֹ H7755 Socho Shocho, Shochoh, Sochoh, Soco, Socoh 17 וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 תִּמְנָ֣ה H8553 Timna, Thimnath, Timnatha Timnah, Timnath, Thimnathah 20 וּבְנוֹתֶ֔יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 21 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 גִּמְז֖וֹ H1579 Gimzo Gimzo 23 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 בְּנֹתֶ֑יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 25 וַיֵּשְׁב֖וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 26 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantH3588 de HEEREH3068 vernederdeH3665 JudaH3063, om der willeH5668 van AchazH271, den koningH4428 IsraelsH3478; wantH3588 hij had JudaH3063 afgetrokkenH6544, dat het gans zeer overtradH4603 tegen den HEEREH3068. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.

KJV For the LORD3 brought2 ➔ Judah5 low because of Ahaz7 king8 of Israel;9 for he made11 ➔ Judah12 naked, and transgressed13 sore14 against the LORD.15

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִכְנִ֤יעַ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 6 בַּעֲב֖וּר H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 7 אָחָ֣ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 8 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הִפְרִ֨יעַ֙ H6544 ontbloot, ontbloten, verwerpt avenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover 12 בִּֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 13 וּמָע֥וֹל H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 14 מַ֖עַל H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 15 בַּיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En Tiglath-PilneserH8407, de koningH4428 van AssyrieH804, kwamH935 tot hem; doch hij benauwdeH6696 hem, en sterkteH2388 hem nietH3808. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.

KJV And Tilgathpilneser3 king5 of Assyria6 came1 unto him, and distressed7 him, but strengthened10 him not.

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 תִּלְּגַ֥ת H8407 Tiglath-pilezer, Tiglath-pilneser Tiglath-pileser, Tilgath-pilneser 4 פִּלְנְאֶ֖סֶר H8407 Tiglath-pilezer, Tiglath-pilneser Tiglath-pileser, Tilgath-pilneser 5 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 אַשּׁ֑וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 7 וַיָּ֥צַר H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 8 ל֖וֹ 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 חֲזָקֽוֹ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WantH3588 AchazH271 nam een deelH2505 van het huisH1004 des HEERENH3068, en van het huisH1004 des koningsH4428 en der vorstenH8269, hetwelk hij den koningH4428 van AssyrieH804 gafH5414; maar hij hielpH5833 hem nietH3808. Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.

KJV For Ahaz3 took away a portion2 out of the house5 of the LORD,6 and out of the house8 of the king,9 and of the princes,10 and gave11 it unto the king12 of Assyria:13 but he helped15 him not.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חָלַ֤ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 3 אָחָז֙ H271 Achaz, Achaz' Ahaz 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וְהַשָּׂרִ֑ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 וַיִּתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 לְעֶזְרָ֖ה H5833 hulp, Hulp, hielp help(-ed, -er) 16 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ja, ter tijdH6256, als men hem benauwdeH6887, zo maakte hij des overtredensH4603 tegen den HEEREH3068 nog meer; dit was de koningH4428 AchazH271. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.

KJV And in the time1 of his distress2 did he trespass5 yet more4 against the LORD:6 this is that king8 Ahaz.9

1 וּבְעֵת֙ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הָצֵ֣ר H6887 bange, benauwen, benauwd adversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex 3 ל֔וֹ 4 וַיּ֖וֹסֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 5 לִמְע֣וֹל H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 6 בַּיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אָחָֽז H271 Achaz, Achaz' Ahaz
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Want hij offerdeH2076 den godenH430 van DamaskusH1834, die hem geslagenH5221 hadden, en zeideH559: OmdatH3588 de godenH430 der koningenH4428 van SyrieH758 henH1992 helpenH5826, zal ik hunH1992 offerenH2076, opdat zij mij ook helpenH5826; maar zij waren hem tot zijn valH3782, mitsgaders aan gansH3605 IsraelH3478. Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.

KJV For he sacrificed1 unto the gods2 of Damascus,3 which smote4 him: and he said,6 Because the gods8 of the kings9 of Syria10 help12 them, therefore will I sacrifice15 to them, that they may help16 me. But they were the ruin20 of him, and of all Israel.22

1 וַיִּזְבַּ֗ח H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 2 לֵֽאלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 דַרְמֶשֶׂק֮ H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 4 הַמַּכִּ֣ים H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 בּוֹ֒ 6 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 מַלְכֵֽי H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 אֲרָם֙ H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 11 הֵ֚ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 מַעְזְרִ֣ים H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 13 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 לָהֶ֥ם 15 אֲזַבֵּ֖חַ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 16 וְיַעְזְר֑וּנִי H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 17 וְהֵ֛ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 18 הָֽיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 19 ל֥וֹ 20 לְהַכְשִׁיל֖וֹ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 21 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En AchazH271 verzameldeH622 de vatenH3627 van het huisH1004 GodsH430, en hieuwH7112 de vatenH3627 van het huisH1004 GodsH430 in stukkenH7112, en slootH5462 de deurenH1817 van het huisH1004 des HEERENH3068 toe; daartoe maakteH6213 hij zich altarenH4196 in alleH3605 hoekenH6438 van JeruzalemH3389. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem.

KJV And Ahaz2 gathered together1 the vessels4 of the house5 of God,6 and cut in pieces7 the vessels9 of the house10 of God,11 and shut up12 the doors14 of the house15 of the LORD,16 and he made17 him altars19 in every corner21 of Jerusalem.22

1 וַיֶּאֱסֹ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אָחָ֜ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 5 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 הָֽאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 וַיְקַצֵּץ֙ H7112 afgekort, afgehouwen, hieuw cut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 10 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 וַיִּסְגֹּ֖ר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 דַּלְת֣וֹת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 15 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 וַיַּ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 ל֧וֹ 19 מִזְבְּח֛וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 20 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 פִּנָּ֖ה H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 22 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Ook maakteH6213 hij in elke stadH5892 van JudaH3063 hoogtenH1116, om anderen godenH430 te rokenH6999; alzo verwekteH3707 hij den HEEREH3068, zijner vaderenH1 GodH430, tot toornH3707. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.

KJV And in every several city2 of Judah4 he made5 high places6 to burn incense7 unto other9 gods,8 and provoked to anger10 the LORD12 God13 of his fathers.14

1 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 עִ֨יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 וָעִ֤יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 לִֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 5 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 בָמ֔וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 7 לְקַטֵּ֖ר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 8 לֵֽאלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 10 וַיַּכְעֵ֕ס H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 אֲבֹתָֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697, en alH3605 zijn wegenH1870, de eersteH7223 en de laatsteH314, zietH2005, zij zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van JudaH3063 en IsraelH3478. Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.

KJV Now the rest1 of his acts2 and of all his ways,4 first5 and last,6 behold, they are written8 in the book10 of the kings11 of Judah12 and Israel.13

1 וְיֶ֤תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דְּבָרָיו֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 דְּרָכָ֔יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 הָרִאשֹׁנִ֖ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 6 וְהָאַחֲרוֹנִ֑ים H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 7 הִנָּ֣ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 כְּתוּבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 סֵ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 11 מַלְכֵֽי H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 13 וְיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En AchazH271 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892 te JeruzalemH3389; maarH3588 zij brachtenH935 hem nietH3808 in de gravenH6913 der koningenH4428 van IsraelH3478; en zijn zoonH1121 JehizkiaH3169 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.

KJV And Ahaz2 slept1 with his fathers,4 and they buried5 him in the city,6 even in Jerusalem:7 but they brought10 him not into the sepulchres11 of the kings12 of Israel:13 and Hezekiah his son16 reigned14 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֨ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 אָחָ֜ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֗יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַֽיִּקְבְּרֻ֤הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הֱבִיאֻ֔הוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לְקִבְרֵ֖י H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 12 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 15 יְחִזְקִיָּ֥הֽוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 16 בְנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 28:1 Jesaja 1:1 1 Kronieken 3:13 2 Kronieken 17:3 Hosea 1:1 Mattheüs 1:9 2 Koningen 16:1 Jesaja 7:1 Micha 1:1
2 Kronieken 28:2 Exodus 34:17 Richteren 2:11 1 Koningen 16:31 Leviticus 19:4 Richteren 2:13 Hosea 2:13 Hosea 2:17 2 Kronieken 22:3
2 Kronieken 28:3 2 Kronieken 33:2 2 Kronieken 33:6 Leviticus 18:21 Jozua 15:8 2 Koningen 23:10 Jeremia 19:13 Jeremia 19:2 Deuteronomium 18:9
2 Kronieken 28:4 Leviticus 26:30 Deuteronomium 12:2 2 Koningen 16:4
2 Kronieken 28:5 Jesaja 7:1 2 Koningen 16:5 2 Kronieken 24:24 2 Kronieken 33:11 2 Kronieken 36:5 Exodus 20:2 Jesaja 7:6 Richteren 2:14
2 Kronieken 28:6 2 Koningen 15:27 Jesaja 9:21 Deuteronomium 31:16 Deuteronomium 28:15 Deuteronomium 32:20 Jesaja 7:9 Deuteronomium 29:24 Jesaja 24:5
2 Kronieken 28:7 Genesis 43:15 Genesis 41:43 Esther 10:3 Genesis 43:12
2 Kronieken 28:8 2 Kronieken 11:4 Deuteronomium 28:25 Deuteronomium 28:41 Handelingen 7:26 Handelingen 13:26
2 Kronieken 28:9 Ezra 9:6 Jesaja 47:6 Openbaring 18:5 Zacharia 1:15 Ezechiël 25:12 Jeremia 15:17 1 Koningen 20:42 Jesaja 10:5
2 Kronieken 28:10 Leviticus 25:39 1 Petrus 4:17 Jeremia 25:29 Mattheüs 7:2 Romeinen 12:20
2 Kronieken 28:11 Jakobus 2:13 2 Kronieken 28:8 Ezra 10:14 Mattheüs 7:2 Hebreeën 13:1 Mattheüs 5:7 Jesaja 58:6 Jeremia 34:14
2 Kronieken 28:12 Jeremia 26:6 1 Kronieken 28:1
2 Kronieken 28:13 Mattheüs 23:32 Numeri 32:14 Jozua 22:17 Romeinen 2:5 Mattheüs 23:35
2 Kronieken 28:15 Spreuken 25:21 Deuteronomium 34:3 2 Koningen 6:22 Richteren 1:16 Lukas 6:27 Lukas 8:27 Mattheüs 25:35 Lukas 8:35
2 Kronieken 28:16 Jesaja 7:17 Jesaja 7:1 2 Koningen 16:5
2 Kronieken 28:17 Obadja 1:10 Leviticus 26:18 2 Kronieken 25:11 Obadja 1:13
2 Kronieken 28:18 Ezechiël 16:57 Ezechiël 16:27 2 Kronieken 11:10 Jozua 15:41 Jozua 15:48 Richteren 14:1 Jozua 15:10 1 Samuël 6:9
2 Kronieken 28:19 2 Kronieken 21:2 Genesis 3:11 Micha 6:16 Genesis 3:7 Exodus 32:25 Spreuken 29:23 Psalmen 106:41 Deuteronomium 28:43
2 Kronieken 28:20 2 Koningen 15:29 Jesaja 30:16 1 Kronieken 5:26 2 Koningen 16:7 Jesaja 7:20 2 Koningen 17:5 Jesaja 30:3 Hosea 5:13
2 Kronieken 28:21 2 Koningen 18:15 2 Koningen 16:8 2 Kronieken 12:9 Spreuken 20:25
2 Kronieken 28:22 Jesaja 1:5 Hosea 5:15 Psalmen 50:15 Ezechiël 21:13 Psalmen 52:7 Esther 7:6 2 Kronieken 33:12 Openbaring 16:9
2 Kronieken 28:23 2 Kronieken 25:14 2 Koningen 16:12 Jeremia 10:5 Jesaja 1:28 Habakuk 1:11 Jeremia 44:20 Hosea 13:9 Jeremia 44:15
2 Kronieken 28:24 2 Kronieken 29:7 2 Kronieken 33:3 2 Kronieken 30:14 2 Koningen 16:17 Handelingen 17:16 Hosea 12:11 2 Kronieken 29:3 2 Koningen 25:13
2 Kronieken 28:25 2 Kronieken 28:3
2 Kronieken 28:26 2 Koningen 16:19 2 Kronieken 27:7 2 Kronieken 20:34
2 Kronieken 28:27 2 Kronieken 21:20 2 Kronieken 24:25 Spreuken 10:7 1 Samuël 2:30 2 Kronieken 26:23 2 Kronieken 33:20 Jesaja 14:28
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 28 vers 1

twintig jaren Hebreeuws, een zoon van twintig jaar.

Hertaald: twintig jaren Hebreeuws: een zoon van twintig jaar.

hij deed niet Vergelijk de aantekening 1 Kon. 11:6 .

Hertaald: hij deed niet Vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 11:6.

2 Kronieken 28 vers 2

wandelde Zie boven, 2 Kron. 21:6 .

Hertaald: wandelde Zie hierboven 2 Kron. 21:6.

voor de Baäls Dat is, ter ere van de afgoden, die zij Baälim noemden, omdat zij dezelve voor hun heren hielden; zie Richt. 2:11 .

Hertaald: voor de Baäls Dat is: ter ere van de afgoden, die zij Baäls noemden omdat zij hen als hun heren beschouwden; zie Richt. 2:11.

2 Kronieken 28 vers 3

dal Zie 2 Kon. 23:10 .

Hertaald: dal Zie 2 Kon. 23:10.

brandde 2 Kon. 16:3 staat dat hij zijn zoon door het vuur deed gaan. Deze koning Achaz heeft enigen zijner zonen laten verbranden, gelijk hier gezegd wordt, het kan zijn dat hij maar een door het vuur heeft laten gaan, gelijk geschreven staat 2 Kon. 16:3 ; zie van dezen heidensen gruwel Lev. 18:21 . Vergelijk onder de aantekening 2 Kron. 33:6 .

Hertaald: brandde In 2 Kon. 16:3 staat dat hij zijn zoon door het vuur liet gaan. Deze koning Achaz heeft, zoals hier gezegd wordt, sommige van zijn zonen laten verbranden; het kan zijn dat hij er maar één door het vuur heeft laten gaan, zoals geschreven staat in 2 Kon. 16:3; zie over deze heidense gruwel Lev. 18:21. Vergelijk hieronder de aantekening bij 2 Kron. 33:6.

2 Kronieken 28 vers 4

hoogten Zie Lev. 26:30 .

Hertaald: hoogten Zie Lev. 26:30.

en op de heuvelen, Zie Deut. 12:2 .

Hertaald: en op de heuvelen, Zie Deut. 12:2.

2 Kronieken 28 vers 5

zijn God, Te weten, naar het verbond der genade, dat God met Abraham en zijn nakomelingen gemaakt had, of, ook naar de geveinsde belijdenis, die Achaz deed, zich gelatende den HEERE zijner vaderen God, mede voor zijnen God te houden, gelijk gemeenlijk de afgodendienaars op beide zijden hinken; 1 Kon. 18:21 .

Hertaald: zijn God, Namelijk: volgens het genadeverbond dat God met Abraham en zijn nakomelingen gesloten had, of ook volgens de geveinsde belijdenis die Achaz aflegde, waarbij hij deed alsof hij de HEERE, de God van zijn vaderen, ook als zijn eigen God beschouwde, zoals afgodendienaars gewoonlijk aan twee kanten hinken; 1 Kon. 18:21.

konings van Syrië, Genaamd Rezin; 2 Kon. 16:5 .

Hertaald: konings van Syrië, Rezin genoemd; 2 Kon. 16:5.

Damaskus Hebreeuws, Darmesek. Alzo boven, 2 Kron. 16:2 .

Hertaald: Damaskus Hebreeuws: Darmesek. Zo ook hierboven 2 Kron. 16:2.

konings van Israël, Genaamd Pekah, in vs.6, en 2 Kon. 16:5 .

Hertaald: konings van Israël, Pekah genoemd, in vers 6, en 2 Kon. 16:5.

sloeg Vergelijk boven, 2 Kron. 13:17 .

Hertaald: sloeg Vergelijk hierboven 2 Kron. 13:17.

2 Kronieken 28 vers 6

strijdbare mannen, Hebreeuws, zonen des strijds, heirs, of sterkte. Van de betekenissen des Hebreeuwsen woords Haïl, mag men zien Gen. 47:6 .

Hertaald: strijdbare mannen, Hebreeuws: zonen van de strijd, van het leger, of van de kracht. Over de betekenissen van het Hebreeuwse woord chail, zie Gen. 47:6.

omdat zij Vergelijk de aantekening 1 Kon. 9:9 .

Hertaald: omdat zij Vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 9:9.

2 Kronieken 28 vers 7

konings, Namelijk, Achaz.

Hertaald: konings, Namelijk: Achaz.

den huisoverste, Of, den voorganger van het huis, die als een groot hofmeester het opperste bevel over het hofgezin des konings had; alzo de overste over de schatten, voor opperrekenmeester; 1 Kron. 26:24 .

Hertaald: den huisoverste, Of: de leider van het huis, die als een soort hofmeester het opperbevel had over het hofpersoneel van de koning; zo ook de overste over de schatten, voor opperrekenmeester; 1 Kron. 26:24.

2 Kronieken 28 vers 8

broederen Dat is, van de Joden, die met de Israëlieten van een vader Jakob afkomstig waren. Zie boven, 2 Kron. 11:4 . Alzo onder, vs.11, 15.

Hertaald: broederen Dat is: van de Joden, die met de Israëlieten van dezelfde vader Jakob afstamden. Zie hierboven 2 Kron. 11:4. Zo ook hieronder vers 11, 15.

2 Kronieken 28 vers 9

Oded; Een profeet, te onderscheiden van een anderen van dezen naam, die ten tijde van den koning Asa leefde; boven, 2 Kron. 15:1 .

Hertaald: Oded; Een profeet, te onderscheiden van een andere met deze naam, die in de tijd van koning Asa leefde; hierboven 2 Kron. 15:1.

die Of, hetwelk; dat is, welke daad.

Hertaald: die Of: wat; dat is: welke daad.

tot aan den hemel raakt Een manier van spreken, betekenende zonderlinge vergroting, van hetgeen waarvan gesproken wordt, en medebrengende een dreigement en wraak Gods uit den hemel. Vergelijk Gen. 11:4 , en Ezra 9:6 .

Hertaald: tot aan den hemel raakt Een manier van spreken die een bijzondere overdrijving aanduidt van wat besproken wordt, en die een dreigement en wraak van God uit de hemel met zich meebrengt. Vergelijk Gen. 11:4, en Ezra 9:6.

2 Kronieken 28 vers 10

denkt gij Hebreeuws, zegt, of zijt zeggende. Zie Gen. 20:11 , en 1 Kon. 5:5 ; alzo onder, vs.13.

Hertaald: denkt gij Hebreeuws: zegt, of: zijt zeggend. Zie Gen. 20:11, en 1 Kon. 5:5; zo ook hieronder vers 13.

zijt gij het niet Te weten, die uwe broeders tot slaven zoekt te maken? of, zijt gij niet buitendien enkel vol schulden?

Hertaald: zijt gij het niet Namelijk: die uw broeders tot slaven probeert te maken? Of: bent u niet toch al vol schulden?

schulden Dat is, enkele zonden. Het is zoveel alsof hij zeide: Zoveel u aangaat, die de roede zijt van Gods straf tegen de Joden, die hem vertoornd hebben, zijt gij beter dan zij? Wat zijn er anders bij u, dan enkel zonden en overtredingen, waarmede gij doorgaans totnutoe God getergd hebt, dat gij anders niet dan zijn straffen hebt te verwachten? Anders, zijn dan niet bij u, ja u aangaande schulden? enz.

Hertaald: schulden Dat is: louter zonden. Het komt erop neer dat hij zei: wat u betreft, die de roede bent van Gods straf tegen de Joden die Hem vertoornd hebben, bent u beter dan zij? Wat is er anders bij u dan enkel zonden en overtredingen, waarmee u tot nu toe God voortdurend hebt getergd, zodat u niets anders dan Zijn straffen te verwachten hebt? Anders: zijn er dan bij u niet, ja bij u, ook schulden? enzovoort.

2 Kronieken 28 vers 11

de gevangenen weder, Hebreeuws, gevangenis. Zie Num. 31:12 ; alzo onder, vs.13-15, 17.

Hertaald: de gevangenen weder, Hebreeuws: gevangenschap. Zie Num. 31:12; zo ook hieronder vers 13-15, 17.

2 Kronieken 28 vers 12

mannen op Versta, de oversten van Samaria; oversten, of vorsten worden zij genaamd onder, vs.14.

Hertaald: mannen op Versta hieronder de leiders van Samaria; leiders, of vorsten, worden zij genoemd in vers 14.

2 Kronieken 28 vers 13

hier niet inbrengen, Te weten, in Samaria.

Hertaald: hier niet inbrengen, Namelijk: in Samaria.

tegen den HEERE; Hebreeuws, schuld des Heeren; dat is, tegen den Heere, gelijk vs.10.

Hertaald: tegen den HEERE; Hebreeuws: schuld van de HEERE; dat is: tegen de HEERE, zoals in vers 10.

denkt gijlieden toe Hebreeuws, gij zijt zeggende; dat is, in uw hart voornemende. Zie boven, vs.10. Het is zoveel alsof zij zeiden: Dat gij voorhebt, is een nieuwe zonde, waarmede gij onze voorgaande zonden verzwaren zoudt, daar wij toch daarvan alrede maar te veel hebben.

Hertaald: denkt gijlieden toe Hebreeuws: u bent zeggend; dat is: in uw hart van plan. Zie hierboven vers 10. Het komt erop neer dat zij zeiden: wat u van plan bent, is een nieuwe zonde, waarmee u onze eerdere zonden nog zwaarder zou maken, terwijl wij daar al meer dan genoeg van hebben.

toorns Namelijk, des HEEREN, waarmede Hij tegen onze zonden vertoornd is. Het woord toorn wordt zonder bijvoeging van het woord Gods dikwijls verstaan van Gods toorn, omdat Hij vanwege zijn grootheid eigenlijk de toorn mag geheten worden. Alzo Num. 1:53 , en Num. 18:5 ; Joz. 22:20 ; 1 Kron. 27:24 ; boven, 2 Kron. 24:18 .

Hertaald: toorns Namelijk: van de HEERE, waarmee Hij vertoornd is over onze zonden. Het woord toorn wordt, zonder de toevoeging van het woord van God, vaak begrepen als Gods toorn, omdat Hij vanwege Zijn grootheid eigenlijk dé toorn genoemd mag worden. Zo ook Num. 1:53, en Num. 18:5; Joz. 22:20; 1 Kron. 27:24; hierboven 2 Kron. 24:18.

2 Kronieken 28 vers 14

toegerusten Dat is, de gewapenden, of krijgslieden.

Hertaald: toegerusten Dat is: de gewapenden, of krijgslieden.

2 Kronieken 28 vers 15

die met namen Te weten, boven, vs.12. Versta, die met namen daartoe gelast waren, dat zij de gevangenen zouden geleiden en met nooddruft verzorgen.

Hertaald: die met namen Namelijk: hierboven vers 12. Versta hieronder degenen die met naam daartoe waren aangewezen, dat zij de gevangenen zouden begeleiden en van het nodige zouden voorzien.

zalfden hen, Te weten, om deze gevangenen, naar het gebruik van die oosterse landen, te verkwikken en te vermaken. Zie Ruth 3:3 .

Hertaald: zalfden hen, Namelijk: om deze gevangenen, naar de gewoonte van die oosterse landen, te verkwikken en te verzorgen. Zie Ruth 3:3.

zwak waren, Hebreeuws, alle struikelenden; dat is, die door ouderdom, of jonkheid, of ziekte, of kwetsuur, of vermoeidheid, niet wel ter been waren, dat zij de menigte niet konden te voet bijhouden.

Hertaald: zwak waren, Hebreeuws: allen die struikelden; dat is: die door ouderdom, of jeugdigheid, of ziekte, of verwonding, of vermoeidheid, niet goed ter been waren, zodat zij de menigte niet te voet konden bijhouden.

de Palmstad, Zie Deut. 34:3 .

Hertaald: de Palmstad, Zie Deut. 34:3.

2 Kronieken 28 vers 16

Ter zelfder tijd Te weten, als Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning Israëls, hem den oorlog aandeden. Zie boven, vs.5, en 2 Kon. 16:5 , 2 Kon. 16:7 .

Hertaald: Ter zelfder tijd Namelijk: toen Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning van Israël, hem de oorlog aandeden. Zie hierboven vers 5, en 2 Kon. 16:5, 2 Kon. 16:7.

de koningen Dat is, tot den vermaarden en groten koning van Assyrië, genaamd Tiglath-Pileser, 2 Kon. 16:7 , of het getal van velen staat voor het getal van een. Zie Gen. 19:29 .

Hertaald: de koningen Dat is: naar de vermaarde en grote koning van Assyrië, Tiglath-Pileser genoemd, 2 Kon. 16:7, of het meervoud staat voor het enkelvoud. Zie Gen. 19:29.

2 Kronieken 28 vers 18

Beth-semes, Zie 2 Kon. 14:11 .

Hertaald: Beth-semes, Zie 2 Kon. 14:11.

Ajálon, Zie boven, 2 Kron. 11:10 .

Hertaald: Ajálon, Zie hierboven 2 Kron. 11:10.

Gederòth, Een stad in den stam van Juda; Joz. 15:41 .

Hertaald: Gederòth, Een stad in de stam Juda; Joz. 15:41.

Socho Zie boven, 2 Kron. 11:6-7 .

Hertaald: Socho Zie hierboven 2 Kron. 11:6-7.

onderhorige plaatsen, Hebreeuws, dochteren; dat is, plaatsen daaronder sorterende. Zie Num. 21:25 .

Hertaald: onderhorige plaatsen, Hebreeuws: dochters; dat is: plaatsen die daaronder vielen. Zie Num. 21:25.

Timna Een stad, gelegen in Juda; Joz. 15:10 .

Hertaald: Timna Een stad, gelegen in Juda; Joz. 15:10.

2 Kronieken 28 vers 19

afgetrokken, Te weten, van den waren God tot de afgoden, van den zuiveren godsdienst tot de valse en bijgelovige afgodendiensten. Gelijk betekenis heeft het Hebreeuwse woord Ex. 5:4 . Anderen, want hij ontblootte Juda; te weten, van de hulp en bescherming des Heeren, doende hetzelve zondigen.

Hertaald: afgetrokken, Namelijk: van de ware God tot de afgoden, van de zuivere eredienst tot de valse en bijgelovige afgodendiensten. Dezelfde betekenis heeft het Hebreeuwse woord in Ex. 5:4. Anders: want hij ontblootte Juda; namelijk van de hulp en bescherming van de HEERE, en liet het zondigen.

gans zeer Hebreeuws, overtreding, overtrad.

Hertaald: gans zeer Hebreeuws: overtreding, overtrad.

2 Kronieken 28 vers 20

Tiglath-pilneser, Ook genaamd Tiglath-Pileser; 2 Kon. 15:29 , enz. Zie aldaar de aantekening.

Hertaald: Tiglath-pilneser, Ook Tiglath-Pileser genoemd; 2 Kon. 15:29, enzovoort. Zie daar de aantekening.

de koning van Assyrië, Wiens hulp Achaz verzocht had, boven, vs.16.

Hertaald: de koning van Assyrië, Wiens hulp Achaz gevraagd had, hierboven vers 16.

benauwde hem, Of, hij deed hem benauwdheid aan; veroorzakende dat hij met een grote som gelds dit gehuurde scheermes [zoals hem Jesaja noemt, Jes. 7:20 ] moest op zijn zijde kopen; en het Achaz zeer moeilijk viel zulk een som gelds op te brengen.

Hertaald: benauwde hem, Of: hij bracht hem in het nauw; waardoor hij hem dwong met een grote som geld dit gehuurde scheermes [zoals Jesaja hem noemt, Jes. 7:20] op zijn eigen kosten te kopen; en het viel Achaz zeer zwaar zo'n som geld op te brengen.

2 Kronieken 28 vers 21

nam een deel Dat is, nam het zilver en goud weg, dat in den tempel was, en in de schatten van het koninklijk huis, enz. en schonk het den koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 16:8 .

Hertaald: nam een deel Dat is: nam het zilver en goud weg dat in de tempel was en in de schatten van het koninklijk paleis, enzovoort, en schonk het aan de koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 16:8.

hij hielp hem niet Hebreeuws, hij was hem niet tot hulp; namelijk den koning Achaz.

Hertaald: hij hielp hem niet Hebreeuws: hij was hem niet tot hulp; namelijk koning Achaz.

2 Kronieken 28 vers 22

dit was de koning Achaz Dat is, zulk een was de koning Achaz, te weten, altijd dezelfde man, dat hij zich niet beterde, maar zelfs dat hij het hoe langer hoe erger maakte, hoezeer ook de HEERE hem strafte en plaagde.

Hertaald: dit was de koning Achaz Dat is: zo iemand was koning Achaz, namelijk altijd dezelfde man, zodat hij zich niet beterde, maar het juist hoe langer hoe erger maakte, hoezeer de HEERE hem ook strafte en plaagde.

2 Kronieken 28 vers 23

Damaskus, Hebreeuws, Darmesek.

Hertaald: Damaskus, Hebreeuws: Darmesek.

die hem geslagen hadden, Sommigen brengen deze woorden, die hem geslagen hadden, op het volk van de stad Damaskus; doch anderen tot de goden van Damaskus, alzo dat Achaz' mening zou zijn dat het de goden van Damaskus waren, die hem geslagen hadden.

Hertaald: die hem geslagen hadden, Sommigen betrekken deze woorden, die hem geslagen hadden, op het volk van de stad Damaskus; maar anderen op de goden van Damaskus, zodat de mening van Achaz zou zijn dat het de goden van Damaskus waren die hem geslagen hadden.

tot zijn val, Hebreeuws, om hem te doen vallen.

Hertaald: tot zijn val, Hebreeuws: om hem te doen vallen.

2 Kronieken 28 vers 24

en sloot de deuren Vergelijk onder, 2 Kron. 29:3 .

Hertaald: en sloot de deuren Vergelijk hieronder 2 Kron. 29:3.

van het huis des HEEREN toe; Namelijk van het woonhuis en van het heilige, onder, 2 Kron. 29:7 , waarmede deze goddeloze koning den gansen godsdienst heeft doen ophouden.

Hertaald: van het huis des HEEREN toe; Namelijk: van het woonhuis en van het heilige, hieronder 2 Kron. 29:7, waarmee deze goddeloze koning de hele eredienst heeft laten ophouden.

2 Kronieken 28 vers 25

in elke stad Hebreeuws, in alle stad en stad.

Hertaald: in elke stad Hebreeuws: in elke stad en stad.

anderen goden Versta, anderen dan den waren God, die zich aan zijn volk geopenbaard had, en daarom ook vreemde goden genaamd worden. Zie Gen. 35:2 , en de aantekening daarop.

Hertaald: anderen goden Versta hieronder andere goden dan de ware God, Die Zich aan Zijn volk geopenbaard had, en die daarom ook vreemde goden genoemd worden. Zie Gen. 35:2, en de aantekening daar.

2 Kronieken 28 vers 26

zijn wegen, Zie boven, 2 Kron. 27:6 .

Hertaald: zijn wegen, Zie hierboven 2 Kron. 27:6.

2 Kronieken 28 vers 27

stad te Jeruzalem; Dat is, in de stad Davids, welke was een deel van de stad Jeruzalem; zie 2 Kon. 16:20 .

Hertaald: stad te Jeruzalem; Dat is: in de stad van David, die een deel van de stad Jeruzalem was; zie 2 Kon. 16:20.

Israël; Dat is, Juda. Zie boven, 2 Kron. 21:2 .

Hertaald: Israël; Dat is: Juda. Zie hierboven 2 Kron. 21:2.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zichri  — gedachtenis

Een dapper man uit Efraïm, die tijdens de oorlog tegen Achaz de koningszoon Maaseja, de huisoverste Azirkam en Elkana, de tweede na de koning, doodde (2 Kron. 28:7).

Maaseja (zoon van Achaz)  — werk des HEEREN

Een zoon van koning Achaz, gedood door Zichri, een Efraïmiet, tijdens de oorlog tussen Juda en Israël (2 Kron. 28:7).

Azirkam  — mijn hulp is opgestaan

Huisoverste (hofmeester) van koning Achaz, door Zichri gedood (2 Kron. 28:7).

Elkana (onder Achaz)  — God heeft verworven

"De tweede na de koning" onder Achaz, door Zichri gedood (2 Kron. 28:7).

Oded (de profeet)  — hij heeft hersteld

Een profeet des HEEREN te Samaria, die het leger van Israël bestrafte omdat het gevangenen uit Juda tot slaven wilde maken, en hun vrijlating eiste (2 Kron. 28:9-11); niet noodzakelijk dezelfde Oded die de vader was van de profeet Azaria (2 Kron. 15:1).

Azaria (zoon van Johanan)  — de HEERE helpt

Een hoofd van de kinderen van Efraïm, die zich met andere leiders tegen het verslaven van de Judese gevangenen verzette en hen liet verzorgen en vrijlaten (2 Kron. 28:12-15).

Berechja (zoon van Mesillemoth)  — de HEERE zegent

Een hoofd van Efraïm, die zich met Azaria en anderen tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12-15).

Jehizkia (zoon van Sallum)  — de HEERE is mijn sterkte

Een hoofd van Efraïm, die zich tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12). Niet te verwarren met koning Hizkia van Juda.

Amasa (zoon van Hadlai)  — last, lastdrager

Een hoofd van Efraïm, die zich met de anderen tegen het verslaven van de gevangenen van Juda verzette (2 Kron. 28:12).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Brengt de gevangenen weder  — wanneer Israël tweehonderdduizend gevangenen uit Juda naar Samaria voert, stelt de profeet Oded hun de eigen schuld voor ogen: "Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt" (2 Kron. 28:11)

Onder Achaz wordt Juda zwaar geslagen, eerst door Syrië en daarna door Israël (2 Kron. 28:5). Pekah doodt op één dag honderdtwintigduizend strijdbare mannen, omdat zij de God hunner vaderen verlaten hadden (2 Kron. 28:6). Israël voert bovendien tweehonderdduizend vrouwen, zonen en dochters weg naar Samaria (2 Kron. 28:8). Daar staat de profeet Oded het leger op te wachten. Zijn woord bevat twee dingen tegelijk: God heeft Juda inderdaad in hun hand gegeven om Zijn grimmigheid, maar zij hebben hen gedood in een toorn die tot aan de hemel raakt (2 Kron. 28:9). Wie meent zijn broeders tot slaven te mogen maken, moet bedenken dat bij hemzelf ook schulden liggen tegen de HEERE (2 Kron. 28:10). Vier hoofden uit Efraïm treden daarop de terugkerende soldaten tegemoet en weigeren de gevangenen binnen te laten, om geen schuld op te stapelen bij de schuld die er al is (2 Kron. 28:12-13). De gewapenden laten de gevangenen en de buit los voor het aangezicht van de oversten en de gemeente (2 Kron. 28:14). Dan volgt het bericht dat het hele hoofdstuk draagt. De met name genoemde mannen kleden de naakten uit de buit, schoeien hen, geven hun te eten en te drinken, zalven hen, zetten de zwakken op ezels en brengen hen naar Jericho, de Palmstad, tot hun broeders (2 Kron. 28:15).

Bijbelse betekenis: Hier doen de vijanden wat de eigen koning naliet. Israël stond onder het oordeel dat kort daarna tot de wegvoering zou leiden, en juist daar staan mannen op die naar een profeet luisteren en hun buit teruggeven. Het woord van Oded raakt daarbij een gevaarlijk punt: dat God iemand als tuchtroede gebruikt, geeft hem geen vrijbrief. Overwinnaars menen al te licht dat hun overwinning hun handelwijze rechtvaardigt, en de Schrift weerspreekt dat hier ronduit. Het tweede dat opvalt is de maat van de zorg. Er wordt niet volstaan met vrijlating; de gevangenen krijgen kleding, schoeisel, eten, drinken en verzorging, en wie niet lopen kan wordt gedragen. Barmhartigheid die halverwege ophoudt, is nog geen barmhartigheid. En de weg loopt naar Jericho, de stad aan de grens, waar de broeders hen weer overnemen.

Typologie: Wie deze verzen naast de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan legt, ziet dezelfde handelingen terugkeren: verzorgen, zalven, op een lastdier zetten en wegbrengen (Luk. 10:33-35). Wat de Heere Jezus als voorbeeld schilderde, was in Israël dus eerder gebeurd, en wel door mannen uit het noordelijke rijk. Paulus maakt van diezelfde houding een regel: "Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken" (Rom. 12:20).

2 Kron. 28:5-15; Luk. 10:33-35; Rom. 12:20

Ter tijd als men hem benauwde  — van Achaz staat een van de ontstellendste zinnen over verharding onder het oordeel: "ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz" (2 Kron. 28:22)

Achaz wandelde in de wegen van de koningen van Israël, maakte gegoten beelden voor de Baäls, en offerde zijn eigen zonen in het dal van de zoon van Hinnom (2 Kron. 28:2-3). Het altaar dat hij naar Damascus model liet bouwen, is reeds behandeld bij Het altaar naar Damascus model (2 Kon. 16:10-16). Kronieken geeft daarnaast de verklaring. Toen de Assyrische koning kwam, benauwde die hem en versterkte hem niet, hoewel Achaz een deel van het huis des HEEREN en van het paleis had afgestaan (2 Kron. 28:20-21). Juist in die benauwdheid overtrad hij nog meer (2 Kron. 28:22). Hij offerde aan de goden van Damascus met een redenering die de kroniekschrijver woordelijk weergeeft: omdat de goden der koningen van Syrië hen helpen, zal hij hun offeren opdat zij hem ook helpen. Het slot van dat vers keert de rekening om: zij waren hem tot zijn val (2 Kron. 28:23). Ten slotte sloeg hij de vaten van het huis Gods in stukken, sloot de deuren van het huis des HEEREN, en richtte in elke hoek van Jeruzalem en in elke stad van Juda altaren op (2 Kron. 28:24-25).

Bijbelse betekenis: Benauwdheid drijft de meeste mensen ergens heen; de vraag is waarheen. Bij Manasse werd zij het begin van verootmoediging (zie het commentaar bij 2 Kon. 21); bij Achaz werd zij de aanleiding om verder te gaan. De kroniekschrijver zet er zijn vinger bij met een zeldzaam persoonlijke uitroep: dit was de koning Achaz. Zijn redenering is bovendien leerzaam, want zij is volstrekt logisch en volstrekt blind. Hij redeneert vanuit de uitslag van de veldslag naar de macht van de goden, en bedenkt niet dat het de HEERE Zelf was Die hem sloeg. Wie God buiten de rekening laat, komt met sluitende redeneringen bij een leugen uit. Het ergste staat echter aan het slot. Hij sloot de deuren van het huis des HEEREN, en daarmee liet hij het gehele volk zonder offer en zonder verzoening achter. Een koning die zelf niet dienen wil, kan het anderen ook nog onmogelijk maken.

Typologie: Dezelfde verharding onder het oordeel tekent Johannes bij de laatste plagen: "en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven" (Op. 16:9). Oordelen bekeren op zichzelf niemand; zij openbaren wat er in het hart al lag. Wat Achaz met de deuren deed, moest zijn zoon Hizkia als eerste daad ongedaan maken (2 Kron. 29:3).

2 Kron. 28:2-3; 2 Kron. 28:20-25; 2 Kron. 29:3; 2 Kon. 16:10-16; 2 Kon. 21; Op. 16:9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 28

2 Kronieken 28:1-3.KruisverwijzingenExodus 34:172 Kronieken 33:22 Kronieken 33:6Leviticus 18:21Jesaja 1:11 Kronieken 3:13Richteren 2:11Jozua 15:8
— Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David; Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals. Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.
Achaz stierf voordat hij de kracht van zijn leven bereikt had; hij werd door God afgesneden midden in zijn zonde. Er was in Israël een dienst van God onder zinnebeelden opgericht: daar waren de kalveren van Bethel, het beeld van de sterkte. Het was een dienst van God door beeltenissen, en Achaz volgde die na en ging in de zonde nog verder. Wanneer wij de ware God onder een zinnebeeld dienen, is de volgende stap dat wij een valse god dienen.

De dienst van Moloch was een van de gruwelijkste die men zich kan indenken. Er werd een koperen beeld schroeiend heet gemaakt, en dan werden er kinderen in zijn brandende armen gestoten om verteerd te worden. En deze koning ging zover dat hij zijn eigen kinderen op die wrede wijze de dood gaf, in de plaats die de Joden gewoonlijk Tofeth noemden, dat is: de plaats van het uitspuwen, omdat het hun zo weerzinwekkend was aan deze valse god te denken. God had de Kanaänieten om deze gruwelen uitgedreven; dat Zijn eigen volk ze dan bedreef, was Hem bijzonder tergend.

2 Kronieken 28:4.KruisverwijzingenLeviticus 26:30Deuteronomium 12:22 Koningen 16:4
— Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.
Achaz kon er niet genoeg van krijgen: zoveel bomen, zoveel altaren. Er zijn mensen die elke gelegenheid tot zonde aangrijpen met een naarstigheid die de blos op het gezicht van christenen behoorde te brengen, die niet zo naarstig zijn in het gehoorzamen als deze mensen in het zondigen. Naar het bevel van God mocht er maar één altaar zijn, en dat ene moest te Jeruzalem staan; maar deze mensen vermenigvuldigden hun altaren. Er kon geen hoogte zijn zonder dat er een afgodische plaats op opgericht werd.

2 Kronieken 28:5.KruisverwijzingenJesaja 7:12 Koningen 16:52 Kronieken 24:242 Kronieken 33:112 Kronieken 36:5Exodus 20:2Jesaja 7:6Richteren 2:14
— Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.
Achaz ontving slag op slag; God wilde hem niet in zijn zonde laten rusten. Het zag er niet naar uit dat de gevangenen ooit zouden terugkeren; en toch werd de zoon van de profeet Schear-Jaschub genoemd: “het overblijfsel zal wederkeren”. Achaz had tot Jesaja kunnen zeggen: “De naam van uw kind is een leugen.” Wij zullen zien.

2 Kronieken 28:6-11.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:4Ezra 9:6Jesaja 47:6Openbaring 18:52 Koningen 15:27Deuteronomium 28:25Deuteronomium 28:41Jakobus 2:13
— Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azirkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning. En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria. Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God. Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.
Het was heel wonderlijk dat deze wilde kerels naar deze profeet luisterden, met al die gevangenen om hen heen. Het was een dappere daad van de profeet Oded om uit te gaan en zijn bezwaar te uiten.

2 Kronieken 28:10.KruisverwijzingenLeviticus 25:391 Petrus 4:17Jeremia 25:29Mattheüs 7:2Romeinen 12:20
— Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.
Toen de kinderen van Israël bloeddorstige gedachten koesterden tegen hun broeders van Juda, praatte de profeet het hun ernstig uit het hoofd. Hoe opmerkelijk ter zake is zo een vraag voor verschillende volken, voor verschillende richtingen, voor verschillende standen onder de mensen. Wij zijn te veel geneigd op de zonden van andere volken te zien en onze eigen te vergeten. En hoe toepasselijk is deze vraag ook op de verschillende richtingen, in het bijzonder onder christenen. Hoe geneigd zijn wij allen de splinter uit het oog van anderen te trekken. Laat elke kerkgemeenschap haar eigen gebreken erkennen en haar eigen ongerechtigheden belijden. Ik zou wensen dat wij, telkens wanneer wij geneigd zijn onze naasten te streng te bestraffen, even zouden stilstaan en ons deze vraag stellen: “Ben ik niet ook schuldig voor de Heere, mijn God?” Mijn raad is: laat andere mensen met rust waar het op vitten aankomt.

2 Kronieken 28:12-15.KruisverwijzingenSpreuken 25:21Deuteronomium 34:32 Koningen 6:22Richteren 1:16Jeremia 26:61 Kronieken 28:1Mattheüs 23:32Numeri 32:14
— Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen. En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is? Toen lieten de toegerusten de gevangenen en de roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente. De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.
Wat een wonderlijke zaak was dat! Achaz had tot Jesaja moeten zeggen: “De naam van uw kind is toch goed, want het overblijfsel is wedergekeerd.” Scheen het niet alsof Achaz nu wel op God moest vertrouwen? Maar let op wat het volgende vers zegt.

2 Kronieken 28:16.KruisverwijzingenJesaja 7:17Jesaja 7:12 Koningen 16:5
— Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.
Wanneer mensen besloten zijn ongelovig en ongehoorzaam te zijn, zullen zij overal om hulp zenden behalve tot de Heere. Israël en Syrië waren heel kleine koninkrijken, maar Assyrië was een groot rijk, het machtige volk van die tijd. De koning van Assyrië was de grootste heerser in dat gebied, en al die kleine koningen waren bang voor hem, en daarom zonden zij tot hem om hulp wanneer zij in moeite waren. Achaz deed geen enkel beroep op God om de hulp die hij nodig had, maar hij wendde zich tot de arm van vlees. En toch kwam er van die kant geen hulp voor Achaz, want wij lezen: En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet (vers 20). En het eenentwintigste vers vertelt ons dat Achaz de koning van Assyrië omkocht, maar hij hielp hem niet. Dat is altijd het klaaglied aan het einde van alle pogingen om menselijke in plaats van goddelijke hulp te verkrijgen.

2 Kronieken 28:17.KruisverwijzingenObadja 1:10Leviticus 26:182 Kronieken 25:11Obadja 1:13
— Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.
De Edomieten waren aan Juda onderworpen geweest; maar nu God haar verlaten had, kon Juda haar positie niet handhaven.

2 Kronieken 28:18-20.KruisverwijzingenEzechiël 16:572 Kronieken 21:2Ezechiël 16:272 Koningen 15:29Jesaja 30:161 Kronieken 5:262 Kronieken 11:10Jozua 15:41
— Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE. En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.
De Filistijnen waren een volk waarvan men had kunnen menen dat het uitgestorven was, zo zwak waren zij dat wij er nauwelijks meer van horen; en toch: ook de Filistijnen. Hoe ijdel is het buiten God verlichting te zoeken!

2 Kronieken 28:21-22.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:152 Koningen 16:82 Kronieken 12:9Jesaja 1:5Spreuken 20:25Hosea 5:15Psalmen 50:15Ezechiël 21:13
— Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet. Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.
Er wordt een zwart teken bij de naam van Achaz gezet, om te laten zien hoe zwaar schuldig hij was. Zij die tegen de goddelijke bedwangen opstaan en zich door de voorzienigheid van God niet willen laten inhouden, moeten met hoofdletters als grote zondaars opgeschreven worden. Zij zondigen met nadruk, die tegen de tuchtigende roede zondigen.

Sommige verdrukkingen behoren in het bijzonder het volk van God toe, en toch is het ook waar dat de goddeloze veel smarten heeft (Ps. 32:10). Als iemand die aan de smart trachtte te ontkomen de vleugelen van de dageraad nam en naar de uiterste einden van de zee vloog, zou hij bevinden dat de smart ook daar op de zee was. Ging hij naar de bevroren gewesten van het noorden, dan zou hij de smart ook daar vinden, want daar zijn enkele van de dierbaarste menselijke verwachtingen vergaan. Laat hem naar het gloeiende zuiden reizen, en de moeite zal hem ook daar vervolgen, want plagen, koortsen en ziekten spoken in die streken en de poorten van de dood zijn nabij. Voordat wij ten hemel stijgen zullen wij nooit aan smart en zuchten kunnen ontkomen; alleen daar zullen wij vreugde en blijdschap verkrijgen, wanneer onze sombere gezellen voor altijd weggevloden zullen zijn.

Het lijden is een van de zaken die in het verbond der genade als een zegen staan opgeschreven. De roede werd ons toegezegd toen wij kinderen van God werden, en wij kunnen haar niet ontgaan. De verdrukking van gelovigen, wanneer zij hun geheiligd wordt, maakt hun greep op deze wereld los. Beproevingen snijden de touwen door die onze ziel aan aardse dingen vastbinden, en stellen ons zo in staat op te stijgen. De moeite spit als een scherpe spade de aarde om die rondom onze wortels ligt, en dan brengen wij meer vrucht voort. Waren er geen doornen in ons nest, wij zouden zo tevreden zijn met de zachte voering dat wij erin bleven zitten tot wij stierven. Maar de scherpe doornen prikken in onze borst, en dan heffen wij onze ogen naar boven en leren onze vleugels te proberen, gereed voor de tijd dat zij volgroeid zullen zijn en wij tot de vreugde daarboven zullen opstijgen. En toch, zoals deze tekst getuigt, is er in de beproeving zelf niets dat het hart noodzakelijk vermurwt en iemand doet bekeren.

2 Kronieken 28:23-25.Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:142 Kronieken 29:72 Kronieken 33:32 Kronieken 30:142 Koningen 16:172 Kronieken 28:32 Koningen 16:12Jeremia 10:5
— Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel. En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken van Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.
Hier was dus iemand die als koning zijn leven begon met het besluit zijn eigen meester te zijn. Achaz was gezegd de onzienlijke God te dienen met de eenvoudige plechtigheden van de wet, maar hij nam zich voor te dienen wat hij wilde, waar hij wilde en zoals hij wilde. Hij liet zich niets voorschrijven. Hij zou zijn eigen goden uitkiezen en er zoveel dienen als hij wilde. En dat deed hij ook, “maar zij waren hem tot zijn val”. Hij richtte kleine afgodsplaatsen op, zodat iedere voorbijganger de afgod kon dienen die hem behaagde en ieder een weinig reukwerk kon brengen; zo werd de hele stad vol afgodendienst.

Iemand kan zijn leven beginnen met dit besluit: “Ik laat mij door niemand binden. Ik zal doen wat ik wil, ik zal mijn eigen weg gaan. Ik zal onafhankelijk zijn, ik zal God niet gehoorzamen en niet luisteren naar wat Zijn Boek voorschrijft. Ik zal mij toestaan wat ik verkies.” Doet hij dat, dan zal wat hij zich toestaat hem tot zijn val zijn. Het karakter dat de gehoorzaamheid aan God niet tot hoeksteen heeft, is een karakter dat de een of andere dag in puin zal storten. Een jong mens behoort zijn leven te beginnen met dit besluit: “Ik zal God dienen. Ik zal zoeken Zijn gedachten en Zijn wil te kennen.”

2 Kronieken 28:26-27.Kruisverwijzingen2 Koningen 16:192 Kronieken 21:202 Kronieken 24:252 Kronieken 27:72 Kronieken 20:34Spreuken 10:71 Samuël 2:302 Kronieken 26:23
— Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel. En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.
Er was onder het overblijfsel van Gods volk een heilig en eerbiedig gevoelen dat iemand die geleefd had zoals Achaz gedaan had, niet bij de goede koningen van Israël behoorde te liggen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Een jong mens behoort zijn leven te beginnen met dit besluit: “Ik zal God dienen. Ik zal zoeken Zijn gedachten en Zijn wil te kennen.”

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content