Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 27

1 Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 JothamH3147 was vijfH2568 en twintigH6242 jarenH8141 oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en hij regeerdeH4427 zestienH8337 jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was JerusaH3388, een dochterH1323 van ZadokH6659. Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.

KJV Jotham5 was twenty2 and five3 years4 old1 when he began to reign,6 and he reigned10 sixteen7 years9 in Jerusalem.11 His mother's13 name12 also was Jerushah,14 the daughter15 of Zadok.16

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְחָמֵ֤שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 4 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 יוֹתָ֣ם H3147 Jotham Jotham 6 בְּמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וְשֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 8 עֶשְׂרֵ֣ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 9 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 בִּֽירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 14 יְרוּשָׁ֖ה H3388 Jerusa Jerusha, Jerushah 15 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 16 צָדֽוֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naarH413 allesH3605, watH834 zijn vaderH1 UzziaH5818 gedaanH6213 had, behalve dat hij in den tempelH1964 des HEERENH3068 nietH3808 ging; en het volkH5971 verdierfH7843 zich nogH5750. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.

KJV And he did1 that which was right2 in the sight3 of the LORD,4 according to all that his father9 Uzziah8 did:7 howbeit he entered12 not into the temple14 of the LORD.15 And the people17 did yet corruptly.18

1 וַיַּ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַיָּשָׁ֜ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּכֹ֤ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 עֻזִּיָּ֣הוּ H5818 Uzzia, Uzia Uzziah 9 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 רַ֕ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 בָ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 הֵיכַ֣ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 15 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וְע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 17 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 מַשְׁחִיתִֽים H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DezelveH1931 bouwdeH1129 de hogeH5945 poortenH8179 aan het huisH1004 des HEERENH3068; hij bouwdeH1129 ook veelH7230 aan den muurH2346 van OfelH6077. Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.

KJV He built2 the high7 gate4 of the house5 of the LORD,6 and on the wall8 of Ophel9 he built10 much.11

1 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 בָּנָ֛ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 5 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 הָעֶלְי֑וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 8 וּבְחוֹמַ֥ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 9 הָעֹ֛פֶל H6077 Ofel Ophel 10 בָּנָ֖ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 לָרֹֽב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Daartoe bouwdeH1129 hij stedenH5892 op het gebergteH2022 van JudaH3063; en in de woudenH2793 bouwdeH1129 hij burchtenH1003 en torensH4026. Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.

KJV Moreover he built2 cities1 in the mountains3 of Judah,4 and in the forests5 he built6 castles7 and towers.8

1 וְעָרִ֥ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 2 בָּנָ֖ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 בְּהַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 5 וּבֶחֳרָשִׁ֣ים H2793 woud, loof, struik bough, forest, shroud, wood 6 בָּנָ֔ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 7 בִּֽירָנִיּ֖וֹת H1003 burchten castle 8 וּמִגְדָּלִֽים H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij krijgdeH3898 ook tegen den koningH4428 der kinderenH1121 Ammons, en had de overhandH2388 overH5921 hen, zodat de kinderenH1121 Ammons in datzelfdeH1931 jaarH8141 hem gavenH5414 honderdH3967 talentenH3603 zilversH3701, en tienH6235 duizendH505 korH3734 tarweH2406, en tienH6235 duizendH505 gerstH8184; ditH2063 brachtenH7725 hem de kinderen Ammons wederomH7725, ook in het tweedeH8145 en in het derdeH7992 jaarH8141. Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.

Ook in dit vers AmmonsH5983 AmmonsH5983

KJV He fought2 also with the king4 of the Ammonites, and prevailed7 against them. And the children5 of Ammon6 gave9 him the same year13 an hundred15 talents16 of silver,17 and ten18 thousand19 measures20 of wheat,21 and ten23 thousand24 of barley.22 So much did the children11 of Ammon12 pay26 unto25 him, both the second31 year,30 and the third.32

1 וְ֠הוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 נִלְחַ֞ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עַמּוֹן֮ H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 7 וַיֶּחֱזַ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 8 עֲלֵיהֶם֒ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 וַיִּתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 ל֨וֹ 11 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 עַמּ֜וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 13 בַּשָּׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 14 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 מֵאָה֙ H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 16 כִּכַּר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 17 כֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 18 וַעֲשֶׂ֨רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 19 אֲלָפִ֤ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 20 כֹּרִים֙ H3734 kor cor, measure. Aramaic the same 21 חִטִּ֔ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 22 וּשְׂעוֹרִ֖ים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 23 עֲשֶׂ֣רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 24 אֲלָפִ֑ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 25 זֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 26 הֵשִׁ֤יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 27 לוֹ֙ 28 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 29 עַמּ֔וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 30 וּבַשָּׁנָ֥ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 31 הַשֵּׁנִ֖ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 32 וְהַשְּׁלִשִֽׁית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Alzo versterkteH2388 zich JothamH3147; wantH3588 hij richtteH3559 zijn wegenH1870 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, zijns GodsH430. Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.

KJV So Jotham2 became mighty,1 because he prepared4 his ways5 before6 the LORD7 his God.8

1 וַיִּתְחַזֵּ֖ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 יוֹתָ֑ם H3147 Jotham Jotham 3 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 הֵכִ֣ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 5 דְּרָכָ֔יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהָֽיו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JothamH3147, en alH3605 zijn krijgenH4421, en zijn wegenH1870, zietH2005, zij zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van IsraelH3478 en JudaH3063. Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.

KJV Now the rest1 of the acts2 of Jotham,3 and all his wars,5 and his ways,6 lo, they are written8 in the book10 of the kings11 of Israel12 and Judah.13

1 וְיֶתֶר֙ H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יוֹתָ֔ם H3147 Jotham Jotham 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 מִלְחֲמֹתָ֖יו H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 וּדְרָכָ֑יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 הִנָּ֣ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 כְּתוּבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 סֵ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 11 מַלְכֵֽי H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 וִיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij was vijfH2568 en twintigH6242 jarenH8141 oudH1121, toen hij koningH4427 werd; en hij regeerdeH4427 zestienH8337 jarenH8141 te JeruzalemH3389. Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.

KJV He was five3 and twenty2 years4 old1 when he began to reign,6 and reigned10 sixteen7 years9 in Jerusalem.11

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֧ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְחָמֵ֛שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 4 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 בְמָלְכ֑וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וְשֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 8 עֶשְׂרֵ֣ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 9 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En JothamH3147 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892 DavidsH1732; en zijn zoonH1121 AchazH271 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.

KJV And Jotham2 slept1 with his fathers,4 and they buried5 him in the city7 of David:8 and Ahaz10 his son11 reigned9 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 יוֹתָם֙ H3147 Jotham Jotham 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַיִּקְבְּר֥וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 דָּוִ֑יד H1732 David, Davids David 9 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 אָחָ֥ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 11 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 27:1 1 Kronieken 3:12 Hosea 1:1 Mattheüs 1:9 Micha 1:1 Jesaja 1:1 2 Koningen 15:32
2 Kronieken 27:2 2 Kronieken 26:16 Handelingen 5:13 Psalmen 119:120 2 Kronieken 26:4 2 Koningen 15:34
2 Kronieken 27:3 2 Kronieken 33:14 Nehemia 3:26 Jeremia 20:2 2 Kronieken 23:20
2 Kronieken 27:4 Jozua 14:12 Lukas 1:39 2 Kronieken 11:5 2 Kronieken 14:7 2 Kronieken 26:9
2 Kronieken 27:5 Jeremia 49:1 2 Kronieken 20:1 2 Samuël 10:1 Richteren 11:4
2 Kronieken 27:6 2 Kronieken 26:5 2 Kronieken 19:3
2 Kronieken 27:7 2 Kronieken 26:22 2 Koningen 15:36 2 Kronieken 32:32 2 Kronieken 20:34
2 Kronieken 27:8 2 Kronieken 27:1
2 Kronieken 27:9 2 Koningen 15:38
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 27 vers 1

vijf en twintig Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.

Hertaald: vijf en twintig Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.

2 Kronieken 27 vers 2

deed dat recht was Te weten, in het voorstaan van den zuiveren godsdienst. Vergelijk boven, 2 Kron. 26:4 , en zie de aantekening.

Hertaald: deed dat recht was Namelijk: in het voorstaan van de zuivere eredienst. Vergelijk hierboven 2 Kron. 26:4, en zie de aantekening.

in den tempel des HEEREN Te weten, [naar sommiger gevoelen] om zich aldaar nevens andere gelovigen in den heiligen godsdienst te oefenen; hetwelk aldus kan verstaan worden, dat hij het niet liet uit verachting, maar uit enige menselijke zwakheid, omdat zijn vader daar melaats geworden was. Sommigen verstaan dat dit hier tot zijn lof gesproken wordt, dat hij niet in den tempel des Heeren ging om te roken, gelijk zijn vader gedaan had. Zie boven, 2 Kron. 26:16 .

Hertaald: in den tempel des HEEREN Namelijk: [volgens sommigen] om zich daar samen met andere gelovigen in de heilige eredienst te oefenen; dit kan zo opgevat worden dat hij dit niet uit minachting naliet, maar uit een zekere menselijke zwakheid, omdat zijn vader daar melaats geworden was. Sommigen vatten dit op als een lof voor hem, dat hij niet in de tempel van de HEERE ging om te roken, zoals zijn vader gedaan had. Zie hierboven 2 Kron. 26:16.

verdierf zich nog Te weten, door afgoderij, mits te offeren en te roken op de hoogte, gelijk verklaard wordt 2 Kon. 15:35 .

Hertaald: verdierf zich nog Namelijk: door afgoderij, doordat het volk op de hoogten offerde en reukwerk brandde, zoals verklaard wordt bij 2 Kon. 15:35.

2 Kronieken 27 vers 3

bouwde Dat is, vernieuwde, vermaakte, sterkte, beterde. Vergelijk boven, 2 Kron. 11:5 , en de aantekening.

Hertaald: bouwde Dat is: vernieuwde, herstelde, versterkte, verbeterde. Vergelijk hierboven 2 Kron. 11:5, en de aantekening.

de hoge poorten Zie 2 Kon. 15:35 .

Hertaald: de hoge poorten Zie 2 Kon. 15:35.

van Ofel Versta, een deel van de muren van Jeruzalem, zo genoemd omdat het op een heuvel of hoogte stond. Zie onder, 2 Kron. 33:14 , en Neh. 3:26 , en Neh. 11:21 .

Hertaald: van Ofel Versta hieronder een deel van de muren van Jeruzalem, zo genoemd omdat het op een heuvel of hoogte lag. Zie hieronder 2 Kron. 33:14, en Neh. 3:26, en Neh. 11:21.

2 Kronieken 27 vers 4

burchten en torens Vergelijk boven, 2 Kron. 17:12 .

Hertaald: burchten en torens Vergelijk hierboven 2 Kron. 17:12.

2 Kronieken 27 vers 5

talenten zilvers, Zie 1 Kon. 16:24 .

Hertaald: talenten zilvers, Zie 1 Kon. 16:24.

kor tarwe, Zie van deze maat Lev. 27:16 , waar zij een homer genoemd wordt; 1 Kon. 4:22 , waar zij een kor geheten wordt, gelijk hier.

Hertaald: kor tarwe, Zie over deze maat Lev. 27:16, waar zij een homer genoemd wordt; 1 Kon. 4:22, waar zij een kor genoemd wordt, zoals hier.

2 Kronieken 27 vers 6

richtte Zie boven, 2 Kron. 19:3 .

Hertaald: richtte Zie hierboven 2 Kron. 19:3.

wegen Dat is, aanslagen, voornemen, woorden, daden, manieren van leven. Zie Gen. 6:12 , en 1 Kon. 2:4 , alzo hier in vs.7.

Hertaald: wegen Dat is: plannen, voornemens, woorden, daden, manier van leven. Zie Gen. 6:12, en 1 Kon. 2:4, zo ook hier in vers 7.

2 Kronieken 27 vers 7

krijgen, Te weten, die de koning van Syrië en de koning Israëls tegen hem gevoerd hebben.

Hertaald: krijgen, Namelijk: die de koning van Syrië en de koning van Israël tegen hem gevoerd hebben.

2 Kronieken 27 vers 8

was vijf en twintig Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.

Hertaald: was vijf en twintig Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.

2 Kronieken 27 vers 9

stad Davids; Zie 1 Kon. 2:10 .

Hertaald: stad Davids; Zie 1 Kon. 2:10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN  — van Jotham staat een korte verklaring die alleen Kronieken bewaart: "Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods" (2 Kron. 27:6)

Jotham werd koning op zijn vijfentwintigste en regeerde zestien jaren (2 Kron. 27:1). Hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles wat zijn vader Uzzia gedaan had, met één uitzondering die de kroniekschrijver uitdrukkelijk noemt: hij ging niet in de tempel des HEEREN (2 Kron. 27:2). In dezelfde adem staat er echter bij dat het volk zich nog verdierf. Hij bouwde de hoge poort aan het huis des HEEREN, versterkte de muur van Ofel, en bouwde steden op het gebergte en burchten en torens in de wouden (2 Kron. 27:3-4). Hij versloeg de Ammonieten, die hem drie jaar achtereen zilver, tarwe en gerst opbrachten (2 Kron. 27:5). Daarna volgt de verklaring van zijn sterkte, en die ligt niet in zijn bouwwerken of zijn overwinningen (2 Kron. 27:6).

Bijbelse betekenis: Deze korte regering krijgt weinig ruimte, en toch staat er iets zeldzaams. Jotham deed wat zijn vader deed, maar hij herhaalde diens fout niet; waar Uzzia het heiligdom binnendrong, bleef Jotham eruit. Een zoon die van de val van zijn vader leert, is in dit boek een uitzondering. Het woord dat zijn sterkte verklaart, is bovendien een beeld uit het bouwen: hij richtte zijn wegen, hij zette ze recht, en dat voor Gods aangezicht. Zijn sterkte komt hier voort uit de levenswandel en niet uit de vestingwerken, hoewel hij die ook bouwde. Eén zin werpt echter een schaduw over het geheel. Het volk verdierf zich nog, ondanks een goede koning. Een vroom bestuur maakt van een volk geen godvrezend volk; wat van boven af geregeld kan worden, is de weg van de koning, niet het hart van zijn onderdanen.

Typologie: De spreuk gebruikt hetzelfde beeld van het richten van de weg: "Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn" (Spr. 4:26). En dat Jotham de misstap van zijn vader niet herhaalde, is precies waartoe de Schrift haar geschiedenissen bewaart: "deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons" (1 Kor. 10:11).

2 Kron. 27:1-6; Spr. 4:26; 1 Kor. 10:11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 27

2 Kronieken 27:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:52 Kronieken 19:3
— Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
Jotham was de zoon van een goede vader, Uzzia, en hij bedreef de grote fout van zijn vader niet, die op de gedachte kwam dat hij naast koning ook priester zou zijn, waarop de Heere hem met melaatsheid sloeg. Jotham beschouwde de zonde van zijn vader veeleer als een baken dat hem waarschuwde weg te blijven van de klip waarop het leven van Uzzia schipbreuk geleden had: behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging (vers 2). Hier was een voorbeeld van een jong mens en een koning — en toch, bij dat alles, een heilige van de rechte soort, iemand die “hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods”.

Het moet een zware zaak zijn koning en heilige tegelijk te wezen. Die verbinding is zelden voorgekomen, en waar zij voorkwam, was zij een geweldige triomf van de goddelijke genade. Vraag niet om een hoge post. Laat ons gebed veeleer zijn: En leid ons niet in verzoeking (Matth. 6:13). Een hoge post heeft altijd een mate van verzoeking bij zich, dus zijn wij gerechtvaardigd te bidden daarvan bewaard te worden. En toch: is de post er een die het onze plicht is aan te nemen, dan moeten wij die aannemen en op Gods genade vertrouwen dat Hij ons daarin veilig bewaart.

Jotham woonde te midden van een volk dat verdorven was, en toch was hij zelf niet verdorven, omdat hij besloten had te doen wat God hem gebood. Hij bekommerde zich niet erom of de naburige koningen hem voor recht hielden, en het was ook niet zijn grootste zorg door het volk waarover hij regeerde voor recht gehouden te worden. Hij was er niet op uit door de heidense volken om hem heen voor recht gehouden te worden, maar hij wilde wel recht zijn in het oog van God.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content