Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1JothamH3147 was vijfH2568 en twintigH6242jarenH8141oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en hij regeerdeH4427zestienH8337jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was JerusaH3388, een dochterH1323 van ZadokH6659.Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
KJVJotham5was twenty2and five3years4old1when he began to reign,6and he reigned10sixteen7years9in Jerusalem.11His mother's13name12also was Jerushah,14the daughter15of Zadok.16
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עֶשְׂרִ֨יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְחָמֵ֤שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5יוֹתָ֣םH3147JothamJotham6בְּמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וְשֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּֽירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14יְרוּשָׁ֖הH3388JerusaJerusha, Jerushah15בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16צָדֽוֹקH6659Zadok, ZadoksZadok
2En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naarH413allesH3605, watH834 zijn vaderH1UzziaH5818gedaanH6213 had, behalve dat hij in den tempelH1964 des HEERENH3068nietH3808 ging; en het volkH5971verdierfH7843 zich nogH5750.En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.
KJVAnd he did1that which was right2in the sight3of the LORD,4according to all that his father9Uzziah8did:7howbeit he entered12not into the temple14of the LORD.15And the people17did yet corruptly.18
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַיָּשָׁ֜רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כְּכֹ֤לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8עֻזִּיָּ֣הוּH5818Uzzia, UziaUzziah9אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10רַ֕קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12בָ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הֵיכַ֣לH1964tempel, tempels, paleispalace, temple15יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וְע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)17הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18מַשְׁחִיתִֽיםH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
3Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3DezelveH1931bouwdeH1129 de hogeH5945poortenH8179 aan het huisH1004 des HEERENH3068; hij bouwdeH1129 ook veelH7230 aan den muurH2346 van OfelH6077.Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.
KJVHe built2the high7gate4of the house5of the LORD,6and on the wall8of Ophel9he built10much.11
1ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2בָּנָ֛הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7הָעֶלְי֑וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)8וּבְחוֹמַ֥תH2346muur, muren, muurswall, walled9הָעֹ֛פֶלH6077OfelOphel10בָּנָ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11לָרֹֽבH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
4Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Daartoe bouwdeH1129 hij stedenH5892 op het gebergteH2022 van JudaH3063; en in de woudenH2793bouwdeH1129 hij burchtenH1003 en torensH4026.Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
KJVMoreover he built2cities1in the mountains3of Judah,4and in the forests5he built6castles7and towers.8
5Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Hij krijgdeH3898 ook tegen den koningH4428 der kinderenH1121 Ammons, en had de overhandH2388overH5921 hen, zodat de kinderenH1121 Ammons in datzelfdeH1931jaarH8141 hem gavenH5414honderdH3967talentenH3603zilversH3701, en tienH6235duizendH505korH3734tarweH2406, en tienH6235duizendH505gerstH8184; ditH2063brachtenH7725 hem de kinderen Ammons wederomH7725, ook in het tweedeH8145 en in het derdeH7992jaarH8141.Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
Ook in dit vers
AmmonsH5983
AmmonsH5983
KJVHe fought2also with the king4of the Ammonites,and prevailed7against them. And the children5of Ammon6gave9him the same year13an hundred15talents16of silver,17and ten18thousand19measures20of wheat,21and ten23thousand24of barley.22So much did the children11of Ammon12pay26unto25him, both the second31year,30and the third.32
1וְ֠הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2נִלְחַ֞םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עַמּוֹן֮H5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites7וַיֶּחֱזַ֣קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand8עֲלֵיהֶם֒H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10ל֨וֹ11בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12עַמּ֜וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites13בַּשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15מֵאָה֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore16כִּכַּרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent17כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)18וַעֲשֶׂ֨רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen19אֲלָפִ֤יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand20כֹּרִים֙H3734korcor, measure. Aramaic the same21חִטִּ֔יםH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)22וּשְׂעוֹרִ֖יםH8184gerst, gersteoogst, gerstekoekbarley23עֲשֶׂ֣רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen24אֲלָפִ֑יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand25זֹ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus26הֵשִׁ֤יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw27לוֹ֙28בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth29עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites30וּבַשָּׁנָ֥הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)31הַשֵּׁנִ֖יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)32וְהַשְּׁלִשִֽׁיתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)
6Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Alzo versterkteH2388 zich JothamH3147; wantH3588 hij richtteH3559 zijn wegenH1870 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, zijns GodsH430.Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
KJVSo Jotham2became mighty,1because he prepared4his ways5before6the LORD7his God.8
1וַיִּתְחַזֵּ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2יוֹתָ֑םH3147JothamJotham3כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הֵכִ֣יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed5דְּרָכָ֔יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהָֽיוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
7Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JothamH3147, en alH3605 zijn krijgenH4421, en zijn wegenH1870, zietH2005, zij zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van IsraelH3478 en JudaH3063.Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.
KJVNow the rest1of the acts2of Jotham,3and all his wars,5and his ways,6lo, they are written8in the book10of the kings11of Israel12and Judah.13
1וְיֶתֶר֙H3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יוֹתָ֔םH3147JothamJotham4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מִלְחֲמֹתָ֖יוH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6וּדְרָכָ֑יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7הִנָּ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8כְּתוּבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll11מַלְכֵֽיH4428koning, konings, koningenking, royal12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וִיהוּדָֽהH3063JudaJudah
8Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Hij was vijfH2568 en twintigH6242jarenH8141oudH1121, toen hij koningH4427 werd; en hij regeerdeH4427zestienH8337jarenH8141 te JeruzalemH3389.Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.
KJVHe was five3and twenty2years4old1when he began to reign,6and reigned10sixteen7years9in Jerusalem.11
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עֶשְׂרִ֧יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְחָמֵ֛שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6בְמָלְכ֑וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וְשֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
9En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En JothamH3147ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892DavidsH1732; en zijn zoonH1121AchazH271 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
KJVAnd Jotham2slept1with his fathers,4and they buried5him in the city7of David:8and Ahaz10his son11reigned9in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2יוֹתָם֙H3147JothamJotham3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּקְבְּר֥וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid9וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10אָחָ֥זH271Achaz, Achaz'Ahaz11בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 27:1— Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.1 Kronieken 3:12→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→Micha 1:1→Jesaja 1:1→2 Koningen 15:32→
2 Kronieken 27:2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.2 Kronieken 26:16→Handelingen 5:13→Psalmen 119:120→2 Kronieken 26:4→2 Koningen 15:34→
2 Kronieken 27:3— Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.2 Kronieken 33:14→Nehemia 3:26→Jeremia 20:2→2 Kronieken 23:20→
2 Kronieken 27:4— Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.Jozua 14:12→Lukas 1:39→2 Kronieken 11:5→2 Kronieken 14:7→2 Kronieken 26:9→
2 Kronieken 27:5— Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.Jeremia 49:1→2 Kronieken 20:1→2 Samuël 10:1→Richteren 11:4→
2 Kronieken 27:6— Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.2 Kronieken 26:5→2 Kronieken 19:3→
2 Kronieken 27:7— Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.2 Kronieken 26:22→2 Koningen 15:36→2 Kronieken 32:32→2 Kronieken 20:34→
2 Kronieken 27:8— Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.2 Kronieken 27:1→
2 Kronieken 27:9— En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.2 Koningen 15:38→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 27 vers 1— Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
vijf en twintig
Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.
Hertaald:vijf en twintig
Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.
2 Kronieken 27 vers 2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.
deed dat recht was
Te weten, in het voorstaan van den zuiveren godsdienst. Vergelijk boven, 2 Kron. 26:4 , en zie de aantekening.
Hertaald:deed dat recht was
Namelijk: in het voorstaan van de zuivere eredienst. Vergelijk hierboven 2 Kron. 26:4, en zie de aantekening.
in den tempel des HEEREN
Te weten, [naar sommiger gevoelen] om zich aldaar nevens andere gelovigen in den heiligen godsdienst te oefenen; hetwelk aldus kan verstaan worden, dat hij het niet liet uit verachting, maar uit enige menselijke zwakheid, omdat zijn vader daar melaats geworden was. Sommigen verstaan dat dit hier tot zijn lof gesproken wordt, dat hij niet in den tempel des Heeren ging om te roken, gelijk zijn vader gedaan had. Zie boven, 2 Kron. 26:16 .
Hertaald:in den tempel des HEEREN
Namelijk: [volgens sommigen] om zich daar samen met andere gelovigen in de heilige eredienst te oefenen; dit kan zo opgevat worden dat hij dit niet uit minachting naliet, maar uit een zekere menselijke zwakheid, omdat zijn vader daar melaats geworden was. Sommigen vatten dit op als een lof voor hem, dat hij niet in de tempel van de HEERE ging om te roken, zoals zijn vader gedaan had. Zie hierboven 2 Kron. 26:16.
verdierf zich nog
Te weten, door afgoderij, mits te offeren en te roken op de hoogte, gelijk verklaard wordt 2 Kon. 15:35 .
Hertaald:verdierf zich nog
Namelijk: door afgoderij, doordat het volk op de hoogten offerde en reukwerk brandde, zoals verklaard wordt bij 2 Kon. 15:35.
2 Kronieken 27 vers 3— Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.
bouwde
Dat is, vernieuwde, vermaakte, sterkte, beterde. Vergelijk boven, 2 Kron. 11:5 , en de aantekening.
Hertaald:bouwde
Dat is: vernieuwde, herstelde, versterkte, verbeterde. Vergelijk hierboven 2 Kron. 11:5, en de aantekening.
de hoge poorten
Zie 2 Kon. 15:35 .
Hertaald:de hoge poorten
Zie 2 Kon. 15:35.
van Ofel
Versta, een deel van de muren van Jeruzalem, zo genoemd omdat het op een heuvel of hoogte stond. Zie onder, 2 Kron. 33:14 , en Neh. 3:26 , en Neh. 11:21 .
Hertaald:van Ofel
Versta hieronder een deel van de muren van Jeruzalem, zo genoemd omdat het op een heuvel of hoogte lag. Zie hieronder 2 Kron. 33:14, en Neh. 3:26, en Neh. 11:21.
2 Kronieken 27 vers 4— Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
burchten en torens
Vergelijk boven, 2 Kron. 17:12 .
Hertaald:burchten en torens
Vergelijk hierboven 2 Kron. 17:12.
2 Kronieken 27 vers 5— Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
talenten zilvers,
Zie 1 Kon. 16:24 .
Hertaald:talenten zilvers,
Zie 1 Kon. 16:24.
kor tarwe,
Zie van deze maat Lev. 27:16 , waar zij een homer genoemd wordt; 1 Kon. 4:22 , waar zij een kor geheten wordt, gelijk hier.
Hertaald:kor tarwe,
Zie over deze maat Lev. 27:16, waar zij een homer genoemd wordt; 1 Kon. 4:22, waar zij een kor genoemd wordt, zoals hier.
2 Kronieken 27 vers 6— Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
richtte
Zie boven, 2 Kron. 19:3 .
Hertaald:richtte
Zie hierboven 2 Kron. 19:3.
wegen
Dat is, aanslagen, voornemen, woorden, daden, manieren van leven. Zie Gen. 6:12 , en 1 Kon. 2:4 , alzo hier in vs.7.
Hertaald:wegen
Dat is: plannen, voornemens, woorden, daden, manier van leven. Zie Gen. 6:12, en 1 Kon. 2:4, zo ook hier in vers 7.
2 Kronieken 27 vers 7— Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.
krijgen,
Te weten, die de koning van Syrië en de koning Israëls tegen hem gevoerd hebben.
Hertaald:krijgen,
Namelijk: die de koning van Syrië en de koning van Israël tegen hem gevoerd hebben.
2 Kronieken 27 vers 8— Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.
was vijf en twintig
Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.
Hertaald:was vijf en twintig
Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.
2 Kronieken 27 vers 9— En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN — van Jotham staat een korte verklaring die alleen Kronieken bewaart: "Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods" (2 Kron. 27:6)
Jotham werd koning op zijn vijfentwintigste en regeerde zestien jaren (2 Kron. 27:1). Hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles wat zijn vader Uzzia gedaan had, met één uitzondering die de kroniekschrijver uitdrukkelijk noemt: hij ging niet in de tempel des HEEREN (2 Kron. 27:2). In dezelfde adem staat er echter bij dat het volk zich nog verdierf. Hij bouwde de hoge poort aan het huis des HEEREN, versterkte de muur van Ofel, en bouwde steden op het gebergte en burchten en torens in de wouden (2 Kron. 27:3-4). Hij versloeg de Ammonieten, die hem drie jaar achtereen zilver, tarwe en gerst opbrachten (2 Kron. 27:5). Daarna volgt de verklaring van zijn sterkte, en die ligt niet in zijn bouwwerken of zijn overwinningen (2 Kron. 27:6).
Bijbelse betekenis: Deze korte regering krijgt weinig ruimte, en toch staat er iets zeldzaams. Jotham deed wat zijn vader deed, maar hij herhaalde diens fout niet; waar Uzzia het heiligdom binnendrong, bleef Jotham eruit. Een zoon die van de val van zijn vader leert, is in dit boek een uitzondering. Het woord dat zijn sterkte verklaart, is bovendien een beeld uit het bouwen: hij richtte zijn wegen, hij zette ze recht, en dat voor Gods aangezicht. Zijn sterkte komt hier voort uit de levenswandel en niet uit de vestingwerken, hoewel hij die ook bouwde. Eén zin werpt echter een schaduw over het geheel. Het volk verdierf zich nog, ondanks een goede koning. Een vroom bestuur maakt van een volk geen godvrezend volk; wat van boven af geregeld kan worden, is de weg van de koning, niet het hart van zijn onderdanen.
Typologie: De spreuk gebruikt hetzelfde beeld van het richten van de weg: "Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn" (Spr. 4:26). En dat Jotham de misstap van zijn vader niet herhaalde, is precies waartoe de Schrift haar geschiedenissen bewaart: "deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons" (1 Kor. 10:11).
2 Kronieken 27:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:5→2 Kronieken 19:3→ — Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods. Jotham was de zoon van een goede vader, Uzzia, en hij bedreef de grote fout van zijn vader niet, die op de gedachte kwam dat hij naast koning ook priester zou zijn, waarop de Heere hem met melaatsheid sloeg. Jotham beschouwde de zonde van zijn vader veeleer als een baken dat hem waarschuwde weg te blijven van de klip waarop het leven van Uzzia schipbreuk geleden had: behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging (vers 2). Hier was een voorbeeld van een jong mens en een koning — en toch, bij dat alles, een heilige van de rechte soort, iemand die “hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods”.
Het moet een zware zaak zijn koning en heilige tegelijk te wezen. Die verbinding is zelden voorgekomen, en waar zij voorkwam, was zij een geweldige triomf van de goddelijke genade. Vraag niet om een hoge post. Laat ons gebed veeleer zijn: En leid ons niet in verzoeking (Matth. 6:13). Een hoge post heeft altijd een mate van verzoeking bij zich, dus zijn wij gerechtvaardigd te bidden daarvan bewaard te worden. En toch: is de post er een die het onze plicht is aan te nemen, dan moeten wij die aannemen en op Gods genade vertrouwen dat Hij ons daarin veilig bewaart.
Jotham woonde te midden van een volk dat verdorven was, en toch was hij zelf niet verdorven, omdat hij besloten had te doen wat God hem gebood. Hij bekommerde zich niet erom of de naburige koningen hem voor recht hielden, en het was ook niet zijn grootste zorg door het volk waarover hij regeerde voor recht gehouden te worden. Hij was er niet op uit door de heidense volken om hem heen voor recht gehouden te worden, maar hij wilde wel recht zijn in het oog van God.
I. Vs. 1-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:14→2 Kronieken 26:5→1 Kronieken 3:12→Nehemia 3:26→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→Micha 1:1→Jesaja 1:1→ — Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog. Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel. Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens. Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar. Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods. Jotham regeert 16 jaren lang over Juda op Gode-gevallige wijze, ofschoon hij wel, evenmin als zijn vader, de dienst van de hoogten kan uitroeien, maar toch niet zoals deze het priesterambt zich aanmatigt. Ook zijn regering strekt om Juda tot hoger macht en bloei te verheffen; want hij bouwt aan de tempel en de stadsmuur, legt steden aan op het gebergte van Juda, en burchten en torens in de wouden; daarenboven voert hij een zegerijke oorlog met de Ammonieten, die hij cijnsbaar maakt, en hij richt zijn wegen voor het aangezicht van de Heere, zijn God (vgl. 2 Koningen .15: 32-35).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 3:12→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→Micha 1:1→Jesaja 1:1→2 Koningen 15:32→— Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
Jotham was vijfentwintig jaren oud, toen hij, na enige jaren regent in zijn vaders plaats geweest te zijn (Hoofdstuk 26: 21) in het jaar 758 voor Christus, koning werd, en hij regeerde zestien jaren, tot 742, te Jeruzalem, en de naam van zijn moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:16→Handelingen 5:13→Psalmen 119:120→2 Kronieken 26:4→2 Koningen 15:34→— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in de tempel van de Heere niet inging, zoals deze (Hoofdstuk 26: 16 vv.); en het volk verdierf zich nog, volhardde in zijn verderfelijke weg, terwijl het voortging om op de hoogten te offeren en te aanbidden (2 Koningen .15: 35).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:14→Nehemia 3:26→Jeremia 20:2→2 Kronieken 23:20→— Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel.
Deze bouwde aan de noordzijde van het binnenvoorhof de hoge poorten aan het huis van de Heere; hij bouwde ook veel aan de muur van Ofel, die ook de zuidelijke helling van de tempelberg in de vestingwerken van Jeruzalem moest brengen, en wilde aldus stad en tempel tegen elke aanval van het zuiden en oosten beschermen (Hoofdstuk 26: 2).
KruisverwijzingenJozua 14:12→Lukas 1:39→2 Kronieken 11:5→2 Kronieken 14:7→2 Kronieken 26:9→— Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden, woudstreken, bouwde hij burchten en torens ter bescherming van de herders en hun vee (zie 2 Koningen .15: 35).
KruisverwijzingenJeremia 49:1→2 Kronieken 20:1→2 Samuël 10:1→Richteren 11:4→— Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
Hij streed ook tegen de koning van de kinderen van Ammon, die de cijns hadden geweigerd te betalen, en had de overhand over hen, zodat de kinderen van Ammon in dat jaar hem gaven honderd talenten zilver 1)en tienduizend kor tarwe (Exod.16: 36), en tienduizend kor gerst, dit brachten hem de kinderen van Ammon wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
D.i. 432.000 gulden naar de Mozaïsche, of de helft daarvan, indien men berekent naar de sikkel van het heiligdom.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:5→2 Kronieken 19:3→— Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht van de Heere, zijn God 1), om in oprechtheid en standvastigheid naar Zijn geboden te wandelen.
Hij werd machtig, hij versterkte zich, hij nam toe in rijkdom, vermogen en in aanzien bij de naburige volken, die zijn misnoegen vreesden, en zijn gunst en vriendschap zochten; en dit alles verkreeg hij voor zich, door zijn wegen wél aan te stellen voor God. Hoe standvastiger, ijveriger en getrouwer wij zijn in de Godsdienst, hoe vermogender wij zijn of worden, om alle kwaad en verleiding ten kwade tegen te staan, en alles wat goed is en welbetamelijk te betrachten.
II. Vs. 7-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:22→2 Koningen 15:36→2 Kronieken 32:32→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 27:1→2 Koningen 15:38→ — Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda. Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem. En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats. Aangaande de overige gedenkwaardigheden uit Jorams regering, verwijst de Schrijver naar zijn gewone bronnen, en hij sluit zijn bericht over hem met de reeds boven vermelde opgaven van het begin en de duur van zijn regering; de vrome en weldadige koning vond zijn rustplaats in het eervolle koninklijk graf (Vergelijk 2 Koningen .15: 36-38).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:22→2 Koningen 15:36→2 Kronieken 32:32→2 Kronieken 20:34→— Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda.
Het overige nu van de geschiedenissen van Jotham, en al zijn strijd, die hij, buiten de in vs. 5 vermelde, gevoerd heeft, en zijn wegen, zie, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israël en Juda (1Ch 29: 30).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 27:1→— Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem.
Hij was vijfentwintig jaren oud toen hij, zoals reeds in vs. 1 gezegd is, koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem, van 758. tot 742 voor Christus
Kruisverwijzingen2 Koningen 15:38→— En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David (1Ki 2:
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 27
2 Kronieken 27:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:5→2 Kronieken 19:3→
— Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
Jotham was de zoon van een goede vader, Uzzia, en hij bedreef de grote fout van zijn vader niet, die op de gedachte kwam dat hij naast koning ook priester zou zijn, waarop de Heere hem met melaatsheid sloeg. Jotham beschouwde de zonde van zijn vader veeleer als een baken dat hem waarschuwde weg te blijven van de klip waarop het leven van Uzzia schipbreuk geleden had: behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging (vers 2). Hier was een voorbeeld van een jong mens en een koning — en toch, bij dat alles, een heilige van de rechte soort, iemand die “hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods”.
Het moet een zware zaak zijn koning en heilige tegelijk te wezen. Die verbinding is zelden voorgekomen, en waar zij voorkwam, was zij een geweldige triomf van de goddelijke genade. Vraag niet om een hoge post. Laat ons gebed veeleer zijn: En leid ons niet in verzoeking (Matth. 6:13). Een hoge post heeft altijd een mate van verzoeking bij zich, dus zijn wij gerechtvaardigd te bidden daarvan bewaard te worden. En toch: is de post er een die het onze plicht is aan te nemen, dan moeten wij die aannemen en op Gods genade vertrouwen dat Hij ons daarin veilig bewaart.
Jotham woonde te midden van een volk dat verdorven was, en toch was hij zelf niet verdorven, omdat hij besloten had te doen wat God hem gebood. Hij bekommerde zich niet erom of de naburige koningen hem voor recht hielden, en het was ook niet zijn grootste zorg door het volk waarover hij regeerde voor recht gehouden te worden. Hij was er niet op uit door de heidense volken om hem heen voor recht gehouden te worden, maar hij wilde wel recht zijn in het oog van God.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:14→2 Kronieken 26:5→1 Kronieken 3:12→Nehemia 3:26→Hosea 1:1→Mattheüs 1:9→Micha 1:1→Jesaja 1:1→
— Jotham was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, een dochter van Zadok. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in den tempel des HEEREN niet ging; en het volk verdierf zich nog. Dezelve bouwde de hoge poorten aan het huis des HEEREN; hij bouwde ook veel aan den muur van Ofel. Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens. Hij krijgde ook tegen den koning der kinderen Ammons, en had de overhand over hen, zodat de kinderen Ammons in datzelfde jaar hem gaven honderd talenten zilvers, en tien duizend kor tarwe, en tien duizend gerst; dit brachten hem de kinderen Ammons wederom, ook in het tweede en in het derde jaar. Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods.
Jotham regeert 16 jaren lang over Juda op Gode-gevallige wijze, ofschoon hij wel, evenmin als zijn vader, de dienst van de hoogten kan uitroeien, maar toch niet zoals deze het priesterambt zich aanmatigt. Ook zijn regering strekt om Juda tot hoger macht en bloei te verheffen; want hij bouwt aan de tempel en de stadsmuur, legt steden aan op het gebergte van Juda, en burchten en torens in de wouden; daarenboven voert hij een zegerijke oorlog met de Ammonieten, die hij cijnsbaar maakt, en hij richt zijn wegen voor het aangezicht van de Heere, zijn God (vgl. 2 Koningen .15: 32-35).
Jotham was vijfentwintig jaren oud, toen hij, na enige jaren regent in zijn vaders plaats geweest te zijn (Hoofdstuk 26: 21) in het jaar 758 voor Christus, koning werd, en hij regeerde zestien jaren, tot 742, te Jeruzalem, en de naam van zijn moeder was Jerusa, een dochter van Zadok.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, behalve dat hij in de tempel van de Heere niet inging, zoals deze (Hoofdstuk 26: 16 vv.); en het volk verdierf zich nog, volhardde in zijn verderfelijke weg, terwijl het voortging om op de hoogten te offeren en te aanbidden (2 Koningen .15: 35).
Deze bouwde aan de noordzijde van het binnenvoorhof de hoge poorten aan het huis van de Heere; hij bouwde ook veel aan de muur van Ofel, die ook de zuidelijke helling van de tempelberg in de vestingwerken van Jeruzalem moest brengen, en wilde aldus stad en tempel tegen elke aanval van het zuiden en oosten beschermen (Hoofdstuk 26: 2).
Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden, woudstreken, bouwde hij burchten en torens ter bescherming van de herders en hun vee (zie 2 Koningen .15: 35).
Hij streed ook tegen de koning van de kinderen van Ammon, die de cijns hadden geweigerd te betalen, en had de overhand over hen, zodat de kinderen van Ammon in dat jaar hem gaven honderd talenten zilver 1)en tienduizend kor tarwe (Exod.16: 36), en tienduizend kor gerst, dit brachten hem de kinderen van Ammon wederom, ook in het tweede en in het derde jaar.
D.i. 432.000 gulden naar de Mozaïsche, of de helft daarvan, indien men berekent naar de sikkel van het heiligdom.
Alzo versterkte zich Jotham; want hij richtte zijn wegen voor het aangezicht van de Heere, zijn God 1), om in oprechtheid en standvastigheid naar Zijn geboden te wandelen.
Hij werd machtig, hij versterkte zich, hij nam toe in rijkdom, vermogen en in aanzien bij de naburige volken, die zijn misnoegen vreesden, en zijn gunst en vriendschap zochten; en dit alles verkreeg hij voor zich, door zijn wegen wél aan te stellen voor God. Hoe standvastiger, ijveriger en getrouwer wij zijn in de Godsdienst, hoe vermogender wij zijn of worden, om alle kwaad en verleiding ten kwade tegen te staan, en alles wat goed is en welbetamelijk te betrachten.
II. Vs. 7-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:22→2 Koningen 15:36→2 Kronieken 32:32→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 27:1→2 Koningen 15:38→
— Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al zijn krijgen, en zijn wegen, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda. Hij was vijf en twintig jaren oud, toen hij koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem. En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
Aangaande de overige gedenkwaardigheden uit Jorams regering, verwijst de Schrijver naar zijn gewone bronnen, en hij sluit zijn bericht over hem met de reeds boven vermelde opgaven van het begin en de duur van zijn regering; de vrome en weldadige koning vond zijn rustplaats in het eervolle koninklijk graf (Vergelijk 2 Koningen .15: 36-38).
Het overige nu van de geschiedenissen van Jotham, en al zijn strijd, die hij, buiten de in vs. 5 vermelde, gevoerd heeft, en zijn wegen, zie, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israël en Juda (1Ch 29: 30).
Hij was vijfentwintig jaren oud toen hij, zoals reeds in vs. 1 gezegd is, koning werd; en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem, van 758. tot 742 voor Christus
En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David (1Ki 2:
; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel