Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AmaziaH558, vijfH2568 en twintigH6242jarenH8141oudH1121 zijnde, werd koningH4427, en regeerdeH4427negenH8672 en twintigH6242jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was JoaddanH3086, van JeruzalemH3389.Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem.
KJVAmaziah6was twenty2and five3years4old1when he began to reign,5and he reigned10twenty7and nine8years9in Jerusalem.11And his mother's13name12was Jehoaddan14of Jerusalem.15
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עֶשְׂרִ֨יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְחָמֵ֤שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5מָלַ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6אֲמַצְיָ֔הוּH558AmaziaAmaziah7וְעֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8וָתֵ֨שַׁע֙H8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14יְהוֹעַדָּ֖ןH3086JoaddanJehoaddan15מִירוּשָׁלָֽיִםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
2En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, doch nietH3808 met een volkomenH8003hartH3824.En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.
KJVAnd he did1that which was right2in the sight3of the LORD,4but not with a perfect8heart.7
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַיָּשָׁ֖רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5רַ֕קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise6לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7בְּלֵבָ֥בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding8שָׁלֵֽםH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole
3Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Het geschiedde nu, als het koninkrijkH4467aanH5921 hem gesterktH2388wasH1961, datH834 hij zijn knechtenH5650, die den koningH4428, zijn vaderH1, geslagenH5221 hadden, dooddeH2026.Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
KJVNow it came to pass, when the kingdom4was established3to him, that he slew6his servants8that had killed9the king11his father.12
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3חָזְקָ֥הH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4הַמַּמְלָכָ֖הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal5עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וַֽיַּהֲרֹג֙H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9הַמַּכִּ֖יםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
4Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doch hun kinderenH1121dooddeH4191 hij nietH3808, maar hij deed, gelijk in de wetH8451, in het boekH5612 van MozesH4872, geschrevenH3789 is, waarH834 de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, zeggendeH559: De vadersH1 zullen nietH3808stervenH4191 om de kinderenH1121, en de kinderenH1121 zullen nietH3808stervenH4191 om de vadersH1; maarH3588 een iederH376 zal om zijn zondeH2399stervenH4191.Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
KJVBut he slew4not their children,2but did as it is written6in the law7in the book8of Moses,9where the LORD12commanded,11saying,13The fathers16shall not die15for the children,18neither shall the children19die21for the fathers,23but every man25shall die27for his own sin.26
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בְּנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4הֵמִ֑יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6כַכָּת֣וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)7בַּתּוֹרָ֡הH8451wet, wetten, leerlaw8בְּסֵ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll9מֹשֶׁה֩H4872Mozes, Mozes', mozesMoses10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֨הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יָמ֨וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16אָב֤וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18בָּנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19וּבָנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יָמ֣וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23אָב֔וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'24כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet25אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)26בְּחֶטְא֖וֹH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin27יָמֽוּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
5En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En AmaziaH558vergaderdeH6908JudaH3063, en steldeH5975 hen, naar de huizenH1004 der vaderenH1, tot overstenH8269 van duizendenH505 en tot overstenH8269 van honderdenH3967, door gansH3605JudaH3063 en BenjaminH1144; en hij monsterdeH6485 hen, van twintigH6242jarenH8141oudH1121 en daarboven, en vondH4672 hen driehonderdH7969duizendH505uitgelezenenH977, uittrekkendeH3318 ten heireH6635, handelendeH270spiesH7420 en rondasH6793.En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas.
KJVMoreover Amaziah2gathered1➔ Judah4together,and made5them captains8over thousands,9and captains10over hundreds,11according to the houses6of their fathers,7throughout all Judah13and Benjamin:14and he numbered15them from twenty17years18old16and above,19and found20them three21hundred22thousand23choice24men, able to go forth25to war,26that could handle27spear28and shield.29
1וַיִּקְבֹּ֤ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וַיַּֽעֲמִידֵ֣םH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אָב֗וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8לְשָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9הָאֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand10וּלְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11הַמֵּא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah14וּבִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin15וַֽיִּפְקְדֵ֗םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want16לְמִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)18שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)19וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very20וַיִּמְצָאֵ֗םH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on21שְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)22מֵא֨וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore23אֶ֤לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand24בָּחוּר֙H977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require25יוֹצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter26צָבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)27אֹחֵ֖זH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)28רֹ֥מַחH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear29וְצִנָּֽהH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target
6Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daartoe huurdeH7936 hij uit IsraelH3478honderdH3967duizendH505kloekeH2428heldenH1368, voor honderdH3967talentenH3603zilversH3701.Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers.
KJVHe hired1also an hundred3thousand4mighty5men of valour6out of Israel2for an hundred7talents8of silver.9
7Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar er kwamH935 een manH376GodsH430totH413 hem, zeggendeH559: O, koningH4428! laat het heirH6635 van IsraelH3478metH5973 u niet gaan; wantH3588 de HEEREH3068 is niet metH5973IsraelH3478, met alleH3605kinderenH1121 van EfraimH669.Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim.
KJVBut there came3a man1of God2to him, saying,5O king,6let not the army10of Israel11go8with thee; for the LORD14is not with Israel,16to wit, with all the children18of Ephraim.19
1וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3בָּ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הַמֶּ֕לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8יָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9עִמְּךָ֖H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19אֶפְרָֽיִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites
8Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar zoH518 gij gaat, doe het, wees sterkH2388 ten strijdeH4421; GodH430 zal u doen vallenH3782voorH6440 den vijandH341; wantH3588 in GodH430 is krachtH3581, om te helpenH5826 en om te doen vallenH3782.Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen.
KJVBut if thou wilt go,3do5it, be strong6for the battle:7God9shall make thee fall8before10the enemy:11for God15hath13power14to help,16and to cast down.17
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3בֹּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אַתָּ֔הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5עֲשֵׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6חֲזַ֣קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7לַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)8יַכְשִֽׁילְךָ֤H3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak9הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אוֹיֵ֔בH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest14כֹּ֛חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth15בֵּאלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16לַעְז֥וֹרH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour17וּלְהַכְשִֽׁילH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak
9En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En AmaziaH558zeideH559 tot den manH376GodsH430: Maar wat zal men doenH6213 met de honderdH3967talentenH3603, die ik aan de bendenH1416 van IsraelH3478gegevenH5414 heb? En de manH376GodsH430zeideH559: De HEEREH3068 heeft meer dan ditH2088, om u te geven.En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven.
KJVAnd Amaziah2said1to the man3of God,4But what shall we do6for the hundred7talents8which I have given10to the army11of Israel?12And the man14of God15answered,13The LORD17is16able to give18thee much more20than this.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah3לְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וּמַֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6לַּעֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לִמְאַ֣תH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8הַכִּכָּ֔רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לִגְד֣וּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16יֵ֚שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest17לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18לָ֥תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19לְךָ֖20הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very21מִזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
10Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen scheiddeH914AmaziaH558 die af, te weten de bendenH1416, dieH834 uit EfraimH669totH413 hem gekomenH935 waren, dat zij naar hun plaatsH4725gingenH3212; daarom ontstakH2734 hun toornH639zeerH3966 tegen JudaH3063, en zij keerdenH7725 weder tot hun plaatsH4725 in hittigheidH2750 des toornsH639.Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.
KJVThen Amaziah2separated1them, to wit, the army3that was come5to him out of Ephraim,7to go8➔ home9again:wherefore their anger11was greatly12kindled10against Judah,13and they returned14home15in great16anger.17
1וַיַּבְדִּילֵ֣םH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly2אֲמַצְיָ֗הוּH558AmaziaAmaziah3לְהַגְּדוּד֙H1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בָּ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מֵֽאֶפְרַ֔יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites8לָלֶ֖כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9לִמְקוֹמָ֑םH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)10וַיִּ֨חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַפָּ֤םH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12מְאֹד֙H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well13בִּֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah14וַיָּשׁ֥וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15לִמְקוֹמָ֖םH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)16בָּחֳרִיH2750ontsteking, hittigheid, hittefierce, [idiom] great, heat17אָֽףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
11Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AmaziaH558 nu sterkteH2388 zich, en leiddeH5090 zijn volkH5971 uit, en toogH3212 in het ZoutdalH1516, en sloegH5221 van de kinderenH1121 van SeirH8165tienH6235duizendH505.Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.
KJVAnd Amaziah1strengthened2himself, and led forth3his people,5and went6to the valley7of salt,8and smote9of the children11of Seir12ten13thousand.14
1וַאֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah2הִתְחַזַּ֔קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3וַיִּנְהַג֙H5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7גֵּ֣יאH1516dal, dalen, valleivalley8הַמֶּ֑לַחH4417zout, Zoutzeesalt(-pit)9וַיַּ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12שֵׂעִ֖ירH8165SeirSeir13עֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen14אֲלָפִֽיםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
12Daartoe vingen de kinderen van Juda tien duizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daartoe vingenH7617 de kinderenH1121 van JudaH3063tienH6235duizendH505levendH2416, en brachtenH935 ze op de hoogteH7218 der steenrotsH5553, en stietenH7993 hen van de spitsH7218 der steenrotsH5553 af, dat zij allenH3605barsttenH1234.Daartoe vingen de kinderen van Juda tien duizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.
KJVAnd other ten1thousand2left alive3did the children5of Judah6carry away captive,4and brought7them unto the top8of the rock,9and cast them down10from the top11of the rock,12that they all were broken in pieces.14
1וַעֲשֶׂ֨רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen2אֲלָפִ֜יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand3חַיִּ֗יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4שָׁבוּ֙H7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7וַיְבִיא֖וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לְרֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הַסָּ֑לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold10וַיַּשְׁלִיכ֛וּםH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw11מֵֽרֹאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12הַסֶּ֖לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold13וְכֻלָּ֥םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14נִבְקָֽעוּH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win
13Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar de mannenH1121 der bendenH1416, die AmaziaH558 had doen wederkerenH7725, dat zij metH5973 hem in den strijdH4421 niet zouden trekkenH3212, die deden een invalH6584 in de stedenH5892 van JudaH3063, van SamariaH8111 af totH5704Beth-horonH1032 toe, en sloegenH5221vanH4480 hen drieH7969duizendH505, en roofdenH962veelH7227roofsH961.Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.
KJVBut the soldiers1of the army2which Amaziah5sent back,4that they should not go6with him to battle,8fell9upon the cities10of Judah,11from Samaria12even unto Bethhoron,14and smote16three18thousand19of them, and took20much22spoil.21
1וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2הַגְּד֗וּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הֵשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah6מִלֶּ֤כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִמּוֹ֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9וַֽיִּפְשְׁטוּ֙H6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)10בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah12מִשֹּׁמְר֖וֹןH8111SamariaSamaria13וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14בֵּ֣יתH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon15חוֹר֑וֹןH1032Beth-horon, benedensteBeth-horon16וַיַּכּ֤וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound17מֵהֶם֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)19אֲלָפִ֔יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand20וַיָּבֹ֖זּוּH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly21בִּזָּ֥הH961roof, roofs, berovingprey, spoil22רַבָּֽהH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
14Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Het geschieddeH1961 nu, nadatH310AmaziaH558 van het slaanH5221 der EdomietenH130 gekomen was, en dat hij de godenH430 der kinderenH1121 van SeirH8165medegebrachtH935 had, dat hij die zich tot godenH430steldeH5975, en zich voorH6440 dezelve neder boogH7812 en dien rookteH6999.Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte.
KJVNow it came to pass, after2that Amaziah4was come3from the slaughter5of the Edomites,7that he brought8the gods10of the children11of Seir,12and set them up13to be his gods,15and bowed down17himself before16them, and burned incense19unto them.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אַחֲרֵ֨יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3ב֤וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah5מֵֽהַכּ֣וֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲדוֹמִ֔יםH130Edomiet, Edomieten, EdomietischeEdomite8וַיָּבֵ֗אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12שֵׂעִ֔ירH8165SeirSeir13וַיַּֽעֲמִידֵ֥םH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14ל֖וֹ15לֵאלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16וְלִפְנֵיהֶ֥םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17יִֽשְׁתַּחֲוֶ֖הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship18וְלָהֶ֥ם19יְקַטֵּֽרH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)
15Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen AmaziaH558; en Hij zondH7971totH413 hem een profeetH5030, die zeideH559 tot hem: WaaromH4100 hebt gij de godenH430 van dat volkH5971gezochtH1875, dieH834 hun volkH5971nietH3808geredH5337 hebben uit uw handH3027?Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?
KJVWherefore the anger2of the LORD3was kindled1against Amaziah,4and he sent5unto him a prophet,7which said8unto him, Why hast thou sought11after the gods13of the people,14which could not deliver17their own people19out of thine hand?20
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בַּאֲמַצְיָ֑הוּH558AmaziaAmaziah5וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7נָבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9ל֗וֹ10לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11דָרַ֨שְׁתָּ֙H1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17הִצִּ֥ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19עַמָּ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20מִיָּדֶֽךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
16En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het geschieddeH1961, alsH3588 hij tot hem sprakH1696, dat hij hem zeideH559: Heeft men u tot des koningsH4428raadgeverH3289gesteldH5414? HoudH2308 gij op; waaromH4100 zouden zij u slaanH5221? Toen hieldH2308 de profeetH5030 op, en zeideH559: Ik merkH3045, dat GodH430beslotenH3289 heeft u te verdervenH7843, dewijlH3588 gij ditH2063gedaanH6213, en naar mijn raadH6098nietH3808gehoordH8085 hebt.En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt.
KJVAnd it came to pass, as he talked2with him, that the king said4unto him, Art thou made8of the king's7counsel?6forbear;9why shouldest thou be smitten?12Then the prophet14forbare,13and said,15I know16that God19hath determined18to destroy20thee, because thou hast done22this, and hast not hearkened25unto my counsel.26
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּדַבְּר֣וֹH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לוֹ֙6הַלְיוֹעֵ֤ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose7לַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal8נְתַנּ֔וּךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9חֲדַלH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want10לְךָ֖11לָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12יַכּ֑וּךָH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13וַיֶּחְדַּ֣לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want14הַנָּבִ֗יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet15וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16יָדַ֗עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18יָעַ֤ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose19אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20לְהַשְׁחִיתֶ֔ךָH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)21כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23זֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus24וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25שָׁמַ֖עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness26לַעֲצָתִֽיH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose
17En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En AmaziaH558, de koningH4428 van JudaH3063, werd te radeH3289, dat hij zondH7971totH413JoasH3101, den zoonH1121 van JoahazH3059, den zoonH1121 van JehuH3058, den koningH4428 van IsraelH3478, om te zeggenH559: KomH3212, laat ons elkanders aangezichtH6440zienH7200.En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien.
KJVThen Amaziah2king3of Judah4took advice,1and sent5to Joash,7the son8of Jehoahaz,9the son10of Jehu,11king12of Israel,13saying,14Come,let us see one another16in the face.17
1וַיִּוָּעַ֗ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose2אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah3מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וַ֠יִּשְׁלַחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יוֹאָ֨שׁH3101JoasJoash8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יְהוֹאָחָ֧זH3059JoahazJehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז)10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יֵה֛וּאH3058JehuJehu12מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15לְכָ֖הH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16נִתְרָאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions17פָנִֽיםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar JoasH3101, de koningH4428 van IsraelH3478, zondH7971totH413AmaziaH558, den koningH4428 van JudaH3063, om te zeggenH559: De distelH2336, dieH834 op den LibanonH3844 is, zondH7971totH413 den cederH730, dieH834 op den LibanonH3844 is, om te zeggenH559: GeefH5414 uw dochterH1323 mijn zoonH1121 ter vrouwH802; maar het gedierteH2416 des veldsH7704, datH834 op den LibanonH3844 is, ging voorbijH5674, en vertradH7429 de distelH2336.Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel.
KJVAnd Joash2king3of Israel4sent1to Amaziah6king7of Judah,8saying,9The thistle10that was in Lebanon12sent13to the cedar15that was in Lebanon,17saying,18Give19thy daughter21to my son22to wife:23and there passed by24a wild26beast25that was in Lebanon,28and trode down29the thistle.31
1וַיִּשְׁלַ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יוֹאָ֣שׁH3101JoasJoash3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֲמַצְיָ֣הוּH558AmaziaAmaziah7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יְהוּדָה֮H3063JudaJudah9לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הַח֜וֹחַH2336distel, doornen, distelenbramble, thistle, thorn11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בַּלְּבָנ֗וֹןH3844LibanonLebanon13שָׁ֠לַחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הָאֶ֜רֶזH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)16אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בַּלְּבָנוֹן֙H3844LibanonLebanon18לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19תְּנָֽהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בִּתְּךָ֥H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village22לִבְנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23לְאִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English24וַֽתַּעֲבֹ֞רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath25חַיַּ֤תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop26הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild27אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28בַּלְּבָנ֔וֹןH3844LibanonLebanon29וַתִּרְמֹ֖סH7429vertrad, vertreden, betredenoppressor, stamp upon, trample (under feet), tread (down, upon)30אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)31הַחֽוֹחַH2336distel, doornen, distelenbramble, thistle, thorn
19Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Gij zegtH559: ZieH2009, gij hebt de EdomietenH123geslagenH5221; daarom heeft uw hartH3820 u verhevenH5375, om te roemenH3513; nuH6258, blijfH3427 in uw huisH1004; waaromH4100 zoudt gij u in het kwaadH7451mengenH1624, dat gij vallenH5307 zoudt; gijH859 en JudaH3063metH5973 u?Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u?
20Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Doch AmaziaH558hoordeH8085nietH3808, want het was van GodH430, opdatH4616HijH1931 hen in hun handH3027gaveH5414, overmitsH3588 zij de godenH430 der EdomietenH123gezochtH1875 hadden.Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden.
KJVBut Amaziah3would not hear;2for it came of God,5that he might deliver8them into the hand9of their enemies, because they sought11after the gods13of Edom.14
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֲמַצְיָ֔הוּH558AmaziaAmaziah4כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5מֵהָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6הִ֔יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8תִּתָּ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9בְּיָ֑דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11דָֽרְשׁ֔וּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely12אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אֱדֽוֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea
21Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo toogH5927JoasH3101, de koningH4428 van IsraelH3478, op, en hijH1931 en AmaziaH558, de koningH4428 van JudaH3063, zagenH7200 elkanders aangezichtenH6440 te Beth-SemesH1053, dat in JudaH3063 is.Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.
KJVSo Joash2the king3of Israel4went up;1and they saw one another5in the face,6both he and Amaziah8king9of Judah,10at Bethshemesh,11which belongeth to Judah.14
1וַיַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2יוֹאָ֤שׁH3101JoasJoash3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיִּתְרָא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6פָנִ֔יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8וַאֲמַצְיָ֣הוּH558AmaziaAmaziah9מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah11בְּבֵ֥יתH1053Beth-semesBeth-shemesh12שֶׁ֖מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לִיהוּדָֽהH3063JudaJudah
22En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En JudaH3063 werd geslagenH5062 voor het aangezichtH6440 van IsraelH3478; en zij vlodenH5127 een iegelijkH376 in zijn tentenH168.En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten.
KJVAnd Judah2was put to the worse1before3Israel,4and they fled5every man6to his tent.7
1וַיִּנָּ֥גֶףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse2יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah3לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיָּנֻ֖סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard6אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7לְאֹהָלָֽיוH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
23En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En JoasH3101, de koningH4428 van IsraelH3478, greepH8610AmaziaH558, den koningH4428 van JudaH3063, den zoonH1121 van JoasH3101, den zoonH1121 van JoahazH3059, te Beth-SemesH1053; en hij brachtH935 hem te JeruzalemH3389, en hij brakH6555 aan den muurH2346 van JeruzalemH3389, van de poortH8179 van EfraimH669totH5704 aan de HoekpoortH6437, vierhonderdH702ellenH520.En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.
KJVAnd Joash6the king3of Israel12took9Amaziah2king11of Judah,4the son5of Joash,10the son7of Jehoahaz,8at Bethshemesh,13and brought15him to Jerusalem,16and brake down17the wall18of Jerusalem19from the gate20of Ephraim21to the corner24gate,23four25hundred26cubits.27
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֲמַצְיָ֨הוּH558AmaziaAmaziah3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יוֹאָ֣שׁH3101JoasJoash7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יְהוֹאָחָ֗זH3059JoahazJehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז)9תָּפַ֛שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take10יוֹאָ֥שׁH3101JoasJoash11מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13בְּבֵ֣יתH1053Beth-semesBeth-shemesh14שָׁ֑מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh15וַיְבִיאֵ֨הוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem17וַיִּפְרֹ֞ץH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge18בְּחוֹמַ֣תH2346muur, muren, muurswall, walled19יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem20מִשַּׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)21אֶפְרַ֨יִם֙H669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites22עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)24הַפּוֹנֶ֔הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)25אַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour26מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore27אַמָּֽהH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post
24Daartoe nam hij al het goud, en het zilver, en al de vaten, die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom, en de schatten van het huis des konings, mitsgaders gijzelaars, en hij keerde weder naar Samaria.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Daartoe nam hij al het goudH2091, en het zilverH3701, en alH3605 de vatenH3627, die in het huisH1004GodsH430gevondenH4672 werden, bijH5973Obed-EdomH5654, en de schattenH214 van het huisH1004 des koningsH4428, mitsgaders gijzelaarsH1121, en hij keerdeH7725 weder naar SamariaH8111.Daartoe nam hij al het goud, en het zilver, en al de vaten, die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom, en de schatten van het huis des konings, mitsgaders gijzelaars, en hij keerde weder naar Samaria.
KJVAnd he took all the gold2and the silver,3and all the vessels6that were found7in the house8of God9with Obededom,11and the treasures14of the king's16house,15the hostages18also, and returned20to Samaria.21
1וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַזָּהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3וְהַכֶּ֡סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)4וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַ֠כֵּלִיםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7הַנִּמְצְאִ֨יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8בְּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הָאֱלֹהִ֜יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11עֹבֵ֣דH5654Obed-edomObed-edom12אֱד֗וֹםH5654Obed-edomObed-edom13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֹצְרוֹת֙H214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)15בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19הַתַּֽעֲרֻב֑וֹתH8594[phrase] hostage20וַיָּ֖שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw21שֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
25Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25AmaziaH558 nu, de zoonH1121 van JoasH3101, de koningH4428 van JudaH3063, leefdeH2421naH310 den doodH4194 van JoasH3101, den zoonH1121 van JoahazH3059, den koningH4428 van IsraelH3478, vijftienH2568jarenH8141.Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren.
26Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van AmaziaH558, de eersteH7223 en de laatsteH314, zietH2005, zijn die nietH3808geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van JudaH3063 en IsraelH3478?Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel?
KJVNow the rest1of the acts2of Amaziah,3first4and last,5behold, are they not written8in the book10of the kings11of Judah12and Israel?13
1וְיֶ֨תֶר֙H3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲמַצְיָ֔הוּH558AmaziaAmaziah4הָרִאשֹׁנִ֖יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5וְהָאַחֲרוֹנִ֑יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most6הֲלֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הִנָּ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8כְּתוּבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll11מַלְכֵיH4428koning, konings, koningenking, royal12יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah13וְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
27Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Van den tijdH6256 nu af, datH834AmaziaH558afgewekenH5493 was van achterH310 den HEEREH3068, zo maaktenH7194 zij in JeruzalemH3389 een verbintenisH7195tegenH5921 hem; doch hij vluchtteH5127 naar LachisH3923. Toen zondenH7971 zij hem na tot LachisH3923, en dooddenH4191 hem aldaarH8033.Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.
KJVNow after the time1that Amaziah4did turn away3from following5the LORD6they made7a conspiracy9against him in Jerusalem;10and he fled11to Lachish:12but they sent13to Lachish15after14him, and slew16him there.
1וּמֵעֵ֗תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3סָ֤רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without4אֲמַצְיָ֨הוּ֙H558AmaziaAmaziah5מֵאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וַיִּקְשְׁר֨וּH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)8עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9קֶ֛שֶׁרH7195verbintenis, Verraad, verraadconfederacy, conspiracy, treason10בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וַיָּ֣נָסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard12לָכִ֑ישָׁהH3923LachisLachish13וַיִּשְׁלְח֤וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אַחֲרָיו֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15לָכִ֔ישָׁהH3923LachisLachish16וַיְמִיתֻ֖הוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
28En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En zij brachtenH5375 hem opH5921paardenH5483, en begroevenH6912 hem bij zijn vaderenH1 in de stadH5892 van JudaH3063.En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.
KJVAnd they brought1him upon horses,3and buried4him with his fathers7in the city8of Judah.9
1וַיִּשָּׂאֻ֖הוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַסּוּסִ֑יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)4וַֽיִּקְבְּר֥וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)5אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7אֲבֹתָ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8בְּעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 25:1— Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem.2 Koningen 14:1→
2 Kronieken 25:2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.2 Kronieken 25:14→2 Kronieken 24:2→Jakobus 4:8→Jesaja 29:13→2 Kronieken 26:4→Psalmen 78:37→Hosea 10:2→Handelingen 8:21→
2 Kronieken 25:3— Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.2 Koningen 14:5→Exodus 21:14→2 Kronieken 24:25→Numeri 35:31→Genesis 9:5→
2 Kronieken 25:4— Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.Deuteronomium 24:16→Ezechiël 18:20→2 Koningen 14:5→Ezechiël 18:4→Jeremia 31:29→
2 Kronieken 25:5— En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas.Numeri 1:3→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 11:1→1 Kronieken 27:1→1 Samuël 8:12→2 Kronieken 26:13→Exodus 18:25→2 Kronieken 14:8→
2 Kronieken 25:7— Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim.2 Kronieken 19:2→2 Samuël 12:1→Hosea 9:13→1 Timotheüs 6:11→2 Kronieken 13:12→Hosea 5:13→Jesaja 28:1→1 Koningen 12:28→
2 Kronieken 25:8— Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen.2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 14:11→Filippenzen 4:19→Prediker 11:9→2 Kronieken 18:14→Joël 3:9→Hagai 2:8→Mattheüs 26:45→
2 Kronieken 25:9— En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven.Deuteronomium 8:18→Spreuken 10:22→
2 Kronieken 25:10— Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.1 Koningen 12:24→2 Samuël 19:43→Spreuken 29:22→
2 Kronieken 25:11— Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.2 Koningen 14:7→2 Samuël 8:13→Psalmen 60:1→
2 Kronieken 25:12— Daartoe vingen de kinderen van Juda tien duizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.2 Kronieken 21:8→2 Samuël 12:31→2 Kronieken 20:10→1 Kronieken 20:3→
2 Kronieken 25:13— Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.1 Koningen 16:24→2 Kronieken 8:5→1 Koningen 16:29→1 Koningen 9:17→
2 Kronieken 25:14— Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte.2 Kronieken 28:23→2 Samuël 5:21→Deuteronomium 7:5→Jesaja 44:19→Exodus 20:3→Deuteronomium 7:25→
2 Kronieken 25:15— Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?2 Kronieken 25:11→Psalmen 96:5→2 Kronieken 25:7→Jesaja 44:9→2 Kronieken 24:20→1 Korinthe 10:20→2 Kronieken 19:2→Richteren 2:2→
2 Kronieken 25:16— En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt.Efeze 1:11→Exodus 9:16→2 Kronieken 18:20→Jesaja 30:10→2 Timotheüs 4:3→Jeremia 29:26→Jesaja 46:10→2 Kronieken 18:25→
2 Kronieken 25:17— En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien.2 Koningen 14:8→2 Samuël 2:14→2 Kronieken 25:13→Spreuken 20:3→
2 Kronieken 25:18— Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel.Richteren 9:8→1 Koningen 4:33→Psalmen 80:13→
2 Kronieken 25:19— Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u?2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 32:25→Spreuken 28:25→1 Petrus 5:5→Spreuken 18:6→Deuteronomium 8:14→2 Kronieken 35:21→Habakuk 2:4→
2 Kronieken 25:20— Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden.2 Kronieken 22:7→1 Koningen 12:15→Handelingen 28:25→2 Kronieken 25:16→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 81:11→1 Petrus 2:8→
2 Kronieken 25:21— Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.1 Samuël 6:19→1 Samuël 6:9→Jozua 21:16→
2 Kronieken 25:22— En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten.1 Koningen 22:36→2 Kronieken 28:5→1 Samuël 4:10→
2 Kronieken 25:23— En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.2 Kronieken 21:17→Nehemia 8:16→Nehemia 12:39→2 Kronieken 26:9→2 Kronieken 22:1→Jeremia 31:38→2 Kronieken 36:6→Obadja 1:3→
2 Kronieken 25:24— Daartoe nam hij al het goud, en het zilver, en al de vaten, die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom, en de schatten van het huis des konings, mitsgaders gijzelaars, en hij keerde weder naar Samaria.1 Kronieken 26:15→2 Kronieken 12:9→2 Koningen 14:14→
2 Kronieken 25:25— Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren.2 Koningen 14:17→
2 Kronieken 25:26— Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel?2 Kronieken 20:34→2 Koningen 14:15→
2 Kronieken 25:27— Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.Jozua 10:31→2 Kronieken 24:25→2 Koningen 14:19→2 Kronieken 15:2→
2 Kronieken 25:28— En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.2 Koningen 14:20→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 25 vers 1— Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem.
oud zijnde,
Hebreeuws, een zoon van vijf en twintig jaar.
Hertaald:oud zijnde,
Hebreeuws: een zoon van vijfentwintig jaar.
2 Kronieken 25 vers 2— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.
niet met een volkomen
Hij had wel den zuiveren godsdienst, die ten tijde zijns vaders na den dood van Jojada vervallen was, weder opgericht, maar hij is daarna een afgodendienaar geworden en een verwerper van profetische vermaning, mitsgaders een lichtvaardig, vermetel en ongelukkig oorloger.
Hertaald:niet met een volkomen
Hij had wel de zuivere eredienst, die in de tijd van zijn vader na de dood van Jojada vervallen was, weer hersteld, maar hij is daarna een afgodendienaar geworden en een verwerper van profetische vermaning, en bovendien een lichtvaardig, roekeloos en ongelukkig oorlogvoerder.
2 Kronieken 25 vers 3— Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
zijn knechten,
Van welke zie, boven, 2 Kron. 24:26 .
geslagen hadden,
Dat is, omgebracht hadden; boven, 2 Kron. 24:25 . Van het woord slaan, zie Gen. 8:21 .
Hertaald:geslagen hadden,
Dat is: gedood hadden; hierboven 2 Kron. 24:25. Zie over het woord slaan Gen. 8:21.
2 Kronieken 25 vers 4— Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
doodde hij niet,
Hetwelk somtijds wel schijnt geschied te zijn. Zie boven de aantekening 2 Kron. 24:25 .
Hertaald:doodde hij niet,
Wat soms wel gebeurd lijkt te zijn. Zie hierboven de aantekening bij 2 Kron. 24:25.
De vaders zullen niet
Dezer wet gaat eigenlijk de magistraten en overheden aan.
Hertaald:De vaders zullen niet
Deze wet betreft eigenlijk de overheden en machthebbers.
2 Kronieken 25 vers 5— En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas.
de huizen
Dat is, de huisgezinnen der voornaamsten. Vergelijk Ex. 6:13 .
Hertaald:de huizen
Dat is: de huisgezinnen van de voornaamsten. Vergelijk Ex. 6:13.
van twintig jaren oud
Hebreeuws, van den zoon van twintig jaar.
Hertaald:van twintig jaren oud
Hebreeuws: van de zoon van twintig jaar.
spies en rondas
Zie boven, 2 Kron. 11:12 .
Hertaald:spies en rondas
Zie hierboven 2 Kron. 11:12.
2 Kronieken 25 vers 6— Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers.
uit Israël
Dat is, uit de tien stammen.
Hertaald:uit Israël
Dat is: uit de tien stammen.
talenten zilvers
Van deze waarde, zie Ex. 25:39 .
Hertaald:talenten zilvers
Zie over deze waarde Ex. 25:39.
2 Kronieken 25 vers 7— Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim.
man Gods
Dat is, een profeet. Zie Richt. 13:6 .
Hertaald:man Gods
Dat is: een profeet. Zie Richt. 13:6.
is niet met Israël,
Te weten, omdat zij van den Heere tot de afgoden geweken waren.
Hertaald:is niet met Israël,
Namelijk: omdat zij van de HEERE afgeweken waren naar de afgoden.
kinderen van Efraïm
Versta door dezen Israël, gelijk voorgaat; dat is, de tien stammen, welke zo genaamd worden, omdat Efraïm wel de voornaamste van die stammen was, en Jerobeam hun eerste koning uit den stam van Efraïm afkomstig; alzo Efraïm voor Israël, Jes. 17:3 , en Jes. 28:1 , enz.
Hertaald:kinderen van Efraïm
Versta hieronder Israël, zoals hiervoor; dat is: de tien stammen, die zo genoemd worden omdat Efraïm wel de voornaamste van die stammen was, en Jerobeam, hun eerste koning, afkomstig was uit de stam Efraïm; zo staat Efraïm ook voor Israël in Jes. 17:3, en Jes. 28:1, enzovoort.
2 Kronieken 25 vers 8— Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen.
doe het,
Hij spreekt spottenderwijze, zo te verstaan gevende, indien hij de aangenomen Israëlieten gebruikte, dat het hem niet wel vergaan zou. Zulke geboden spottenderwijze gegeven, dienen om de mensen te berispen en te dreigen. Zie 1 Kon. 22:15 .
Hertaald:doe het,
Hij spreekt spottend, waarmee hij te kennen geeft dat het hem niet goed zou vergaan als hij de aangeworven Israëlieten zou inzetten. Zulke geboden, spottend gegeven, dienen om mensen te berispen en te waarschuwen. Zie 1 Kon. 22:15.
2 Kronieken 25 vers 9— En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven.
honderd talenten,
Waarvan gemeld is, boven, vs.6, voor welken hij honderdduizend krijgslieden uit Israël in zijn dienst aangenomen had.
Hertaald:honderd talenten,
Waarvan hierboven vers 6 melding gemaakt is, waarvoor hij honderdduizend krijgslieden uit Israël in zijn dienst had aangenomen.
2 Kronieken 25 vers 10— Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.
Efraïm
Dat is, uit Israël, of de tien stammen, gelijk boven, vs.7.
Hertaald:Efraïm
Dat is: uit Israël, of de tien stammen, zoals hierboven vers 7.
2 Kronieken 25 vers 11— Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.
zijn volk uit,
Te weten, dat hij uit zijn eigen onderzaten aangenomen had.
Hertaald:zijn volk uit,
Namelijk: die hij uit zijn eigen onderdanen aangenomen had.
Zoutdal,
Zie 2 Sam. 8:13 , en 2 Kon. 14:7 .
Hertaald:Zoutdal,
Zie 2 Sam. 8:13, en 2 Kon. 14:7.
kinderen van Seïr
Der Edomieten, 2 Kon. 14:7 , die in het landschap Seïr woonden; Gen. 36:8 ; Deut. 2:4 .
Hertaald:kinderen van Seïr
Van de Edomieten, 2 Kon. 14:7, die in de landstreek Seïr woonden; Gen. 36:8; Deut. 2:4.
2 Kronieken 25 vers 12— Daartoe vingen de kinderen van Juda tien duizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.
tien duizend levend,
Gelijk zij tien duizend doodgeslagen hadden; in het voorgaande vs.11.
Hertaald:tien duizend levend,
Zoals zij er tienduizend doodgeslagen hadden, in het voorgaande vers 11.
steenrots,
Te weten, waarop de stad Selah gelegen was; van welke zie, 2 Kon. 14:7 .
Hertaald:steenrots,
Namelijk: waarop de stad Sela lag; zie daarover 2 Kon. 14:7.
2 Kronieken 25 vers 13— Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.
mannen der benden,
Hebreeuws, de zonen der bende; dat is, de honderdduizend Israëlieten, die Amazia aangenomen had, om die in den krijg tegen de Edomieten te gebruiken, boven, vs.6.
Hertaald:mannen der benden,
Hebreeuws: de zonen van de bende; dat is: de honderdduizend Israëlieten die Amazia aangeworven had om die in de oorlog tegen de Edomieten in te zetten, hierboven vers 6.
steden
Welke waren de grenssteden des koninkrijks van Juda, langs in de breedte daarvan palende aan het koninkrijk Israëls.
Hertaald:steden
Dit waren de grenssteden van het koninkrijk Juda, die in de breedte daarvan grensden aan het koninkrijk Israël.
Juda,
Dat is, behorende tot het koninkrijk van Juda.
Hertaald:Juda,
Dat is: behorend tot het koninkrijk Juda.
Beth-hóron toe,
Zie van tweeërlei Beth-Horon, het lage, en het opper, 1 Kon. 9:17 ; hier schijnt van het lage gesproken te zijn; hetwelk in den stam van Benjamin gelegen was.
Hertaald:Beth-hóron toe,
Zie over de twee Beth-Horons, het lage en het hoge, 1 Kon. 9:17; hier lijkt over het lage gesproken te worden, dat in de stam Benjamin lag.
2 Kronieken 25 vers 14— Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte.
goden der kinderen
Versta, de beelden van der Edomieten afgoden.
Hertaald:goden der kinderen
Versta hieronder de beelden van de afgoden van de Edomieten.
2 Kronieken 25 vers 15— Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?
Waarom hebt gij
Deze vraag berispt den koning en dreigt hem dat hij niet meer door deze afgoden geholpen zou worden dan de Edomieten daardoor waren geholpen geweest.
Hertaald:Waarom hebt gij
Deze vraag berispt de koning en waarschuwt hem dat hij niet meer door deze afgoden geholpen zou worden dan de Edomieten daardoor geholpen waren geweest.
2 Kronieken 25 vers 16— En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt.
Houd gij op;
Hebreeuws, houd op voor u; dat is, tot uw best, of dat voor u het beste wezen zal; zie Gen. 12:1 .
Hertaald:Houd gij op;
Hebreeuws: houd op voor u; dat is: tot uw eigen bestwil, of: dat voor u het beste zal zijn; zie Gen. 12:1.
zij u slaan?
Versta, zijn trawanten, die daar tegenwoordig waren. Hij dreigt den profeet, indien hij niet ophield hem te berispen, dat hij zijn trawanten last zou geven hem dood te slaan, of immers aan zijn lichaam leed te doen.
Hertaald:zij u slaan?
Versta hieronder zijn trawanten, die daar aanwezig waren. Hij dreigt de profeet dat hij, als deze niet ophield hem te berispen, zijn trawanten opdracht zou geven hem dood te slaan, of in elk geval zijn lichaam kwaad te doen.
besloten heeft
Hebreeuws, beraadslaagd, raad genomen, of in zijn raad besloten.
Hertaald:besloten heeft
Hebreeuws: overwogen, beraadslaagd, of in zijn raad besloten.
2 Kronieken 25 vers 17— En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien.
zond tot Joas,
Te weten, boden, of gezanten; 2 Kon. 14:8 .
Hertaald:zond tot Joas,
Namelijk: boden, of gezanten; 2 Kon. 14:8.
elkanders
Dat is, tegen elkander uittrekken te velde, om tezamen te vechten en elkander met gewapende hand te bejegenen, en zo onder de ogen te zien. Zie 2 Kon. 14:8 .
Hertaald:elkanders
Dat is: tegen elkaar ten strijde trekken, om samen te vechten en elkaar met gewapende hand te ontmoeten en zo onder ogen te zien. Zie 2 Kon. 14:8.
2 Kronieken 25 vers 18— Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel.
De distel,
Zie de verklaring dezer gelijkenis 2 Kon. 14:9 .
Hertaald:De distel,
Zie de verklaring van deze gelijkenis bij 2 Kon. 14:9.
2 Kronieken 25 vers 19— Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u?
geslagen;
Ja, slaande geslagen; gelijk er staat 2 Kon. 14:10 , dat is, dapper en geweldiglijk geslagen.
Hertaald:geslagen;
Ja, slaand geslagen; zoals er staat in 2 Kon. 14:10, dat is: dapper en hevig verslagen.
2 Kronieken 25 vers 20— Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden.
het was van God,
Zie 1 Kon. 12:15 , en de aantekening daarop.
Hertaald:het was van God,
Zie 1 Kon. 12:15, en de aantekening daar.
2 Kronieken 25 vers 21— Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.
zagen elkanders
Zie boven, vs.17.
Hertaald:zagen elkanders
Zie hierboven vers 17.
Juda is
En is daarom te onderscheiden van een ander van dezen naam, gelegen in Nafthali; Joz. 19:38 ; Richt. 1:33 .
Hertaald:Juda is
En moet daarom onderscheiden worden van een andere plaats met deze naam, gelegen in Naftali; Joz. 19:38; Richt. 1:33.
2 Kronieken 25 vers 23— En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.
Jóahaz,
Anders genoemd Ahazia en Azaria. Zie boven, 2 Kron. 21:17 , en 2 Kron. 22:1 , 2 Kron. 22:6 , met de aantekening.
Hertaald:Jóahaz,
Elders Ahazia en Azarja genoemd. Zie hierboven 2 Kron. 21:17, en 2 Kron. 22:1, 2 Kron. 22:6, met de aantekening.
poort van Efraïm
Zie 2 Kron. 14:13 .
Hertaald:poort van Efraïm
Zie 2 Kron. 14:13.
de Hoekpoort,
Hebreeuws, die uitziende was, of tot de uitziende poort. Zo wordt zij genaamd, omdat zij uitstak aan een hoek der stad; waarom zij ook de hoekpoort genaamd werd, vs.23 en 2 Kon. 14:13 .
Hertaald:de Hoekpoort,
Hebreeuws: die uitkijkend was, of: naar de uitkijkende poort. Zo wordt zij genoemd omdat zij uitstak bij een hoek van de stad; daarom werd zij ook de Hoekpoort genoemd, vers 23 en 2 Kon. 14:13.
2 Kronieken 25 vers 24— Daartoe nam hij al het goud, en het zilver, en al de vaten, die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom, en de schatten van het huis des konings, mitsgaders gijzelaars, en hij keerde weder naar Samaria.
bij Obed-edom,
Dat is, bij de nakomelingen van Obed-Edom, die deurwachters en schatbewaarders in het huis Gods waren; 1 Kron. 26:15 .
Hertaald:bij Obed-edom,
Dat is: bij de nakomelingen van Obed-Edom, die deurwachters en schatbewaarders in het huis van God waren; 1 Kron. 26:15.
gijzelaars,
Hebreeuws, zonen der borgtochten, of der verpandingen. Zie 2 Kon. 14:14 .
Hertaald:gijzelaars,
Hebreeuws: zonen van de borgtochten, of van de verpandingen. Zie 2 Kon. 14:14.
2 Kronieken 25 vers 27— Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.
van achter den HEERE,
Dat is, van den Heere te volgen.
Hertaald:van achter den HEERE,
Dat is: van de HEERE afvallig te worden.
maakten zij
Zie 1 Kon. 15:27 .
Hertaald:maakten zij
Zie 1 Kon. 15:27.
Lachis
Zie van deze stad 2 Kon. 14:19 .
Hertaald:Lachis
Zie over deze stad 2 Kon. 14:19.
2 Kronieken 25 vers 28— En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.
in de stad
Dat is, in Jeruzalem; welke stad, hoewel zij ten dele lag in de palen Benjamins, ten dele in Juda, zo werd zij nochtans voornamelijk een stad van Juda genoemd, omdat zij de hoofdstad was, waar de koningen van Juda hun hof hielden; zie 2 Kon. 14:20 .
Hertaald:in de stad
Dat is: in Jeruzalem; deze stad lag deels binnen de grenzen van Benjamin, deels binnen die van Juda, maar werd toch vooral een stad van Juda genoemd, omdat zij de hoofdstad was waar de koningen van Juda hun hof hielden; zie 2 Kon. 14:20.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven — als Amazia tegenwerpt dat hij zijn honderd talenten kwijtraakt wanneer hij de gehuurde troepen wegstuurt, krijgt hij één zin terug: "De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven" (2 Kron. 25:9)
Amazia deed wat recht was in de ogen des HEEREN, maar niet met een volkomen hart (2 Kron. 25:2). Dat hij de kinderen van zijn vaders moordenaars spaarde naar het voorschrift van de wet, is reeds behandeld bij 2 Kon. 14:5-6. Hij monstert driehonderdduizend man uit Juda en Benjamin, en huurt daarnaast voor honderd talenten zilver honderdduizend helden uit Israël (2 Kron. 25:5-6). Dan komt een man Gods tot hem met een eenvoudige boodschap: het leger van Israël mag niet meegaan, want de HEERE is niet met Israël (2 Kron. 25:7). Gaat hij toch, dan zal God hem doen vallen, want in God is kracht om te helpen en om te doen vallen (2 Kron. 25:8). Amazia's tegenwerping gaat niet over de zaak maar over het geld: wat moet er dan met die honderd talenten gebeuren? Het antwoord neemt de vraag niet weg maar zet haar op haar plaats (2 Kron. 25:9). Amazia stuurt de benden terug, en zij keren in hevige toorn naar huis (2 Kron. 25:10). In het Zoutdal verslaat hij daarna de kinderen van Seïr (2 Kron. 25:11).
Bijbelse betekenis: De vraag van Amazia is eerlijker dan zij lijkt, en velen stellen haar. Gehoorzaamheid kost hier honderd talenten die al betaald zijn, en het verlies is onherroepelijk. Het antwoord van de man Gods ontkent dat verlies niet en biedt ook geen berekening aan waaruit blijkt dat het meevalt. Het wijst alleen op Wie er tegenover staat. Wie met God rekent, komt nooit bij de laatste post uit. Toch blijft er over dit hoofdstuk iets onbevredigends hangen, en de Schrift zelf wijst dat aan: hij deed wat recht was, maar niet met een volkomen hart. Hij gehoorzaamt dit woord wel, en het volgende woord van een profeet slaat hij in de wind (2 Kron. 25:16). Gehoorzaamheid die alleen volgt zolang zij niet te veel kost, is nog geen volkomen hart.
Typologie: Wat de man Gods hier zegt, staat in het Nieuwe Testament als een belofte aan de gemeente: "Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus" (Fil. 4:19). Het is dezelfde grond waarop de Levieten hun bezitting achterlieten toen zij naar Jeruzalem trokken (reeds behandeld bij De priesters en Levieten die naar Jeruzalem trokken, 2 Kron. 11:13-17).
Goden die hun eigen volk niet gered hebben — na de overwinning op Edom neemt Amazia de goden van de verslagenen mee en dient ze, waarop de profeet hem de ongerijmdheid voorhoudt: "Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?" (2 Kron. 25:15)
Van de veldtocht tegen Seïr keert Amazia terug met de goden van de kinderen van Seïr, en hij stelt zich die tot goden, buigt zich ervoor neer en offert hun reukwerk (2 Kron. 25:14). Daarop ontsteekt de toorn des HEEREN, en Hij zendt een profeet met de vraag waarom hij goden gezocht heeft die hun eigen volk niet uit zijn hand hebben kunnen redden (2 Kron. 25:15). Amazia laat hem niet uitspreken. Hij vraagt of men hem tot raadgever van de koning heeft aangesteld, en zegt hem te zwijgen op straffe van slagen (2 Kron. 25:16). De profeet houdt op, met één zin: hij merkt dat God besloten heeft hem te verderven, omdat hij dit gedaan en niet naar de raad geluisterd heeft. Wat volgt is de dwaze uitdaging aan Joas van Israël, reeds behandeld bij De distel en de ceder (2 Kon. 14:8-14). Het einde is dat de muur van Jeruzalem over vierhonderd ellen wordt afgebroken en de schatten van het huis Gods worden weggevoerd (2 Kron. 25:23-24).
Bijbelse betekenis: De vraag van de profeet is de kortste weerlegging van afgoderij die de Schrift kent. Deze goden hadden hun eigen aanbidders niet kunnen redden tegen Amazia; wat zou hij van hen verwachten? Toch is dit geen zeldzame dwaasheid maar een gewone. Juist na een overwinning gaat een mens buigen voor wat hij zelf verslagen heeft, want de zege had hem groot gemaakt en niet dankbaar. Het tweede deel van het bericht is even leerzaam. Amazia hoort de bestraffing wel, maar het eerste dat hij doet is de profeet zijn plaats wijzen: wie heeft u aangesteld? Waar dat de reactie is, sluit een mens de laatste deur die nog openstond. De profeet houdt daarop op te spreken, en dat zwijgen is zwaarder dan alles wat hij nog had kunnen zeggen.
Typologie: Jesaja tekent de machteloosheid van zulke goden met dezelfde spot: "daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid" (Jes. 46:7). En de psalm trekt de gevolgtrekking naar de aanbidder zelf: "Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt" (Ps. 115:8). Een mens wordt wat hij aanbidt; wie zich aan het machteloze hecht, wordt machteloos.
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→Deuteronomium 24:16→Numeri 1:3→2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 14:11→Deuteronomium 8:18→Spreuken 10:22→ — Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart. Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde. Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven. En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas. Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers. Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim. Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen. En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven. Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns. Amazia’s regering begon, evenals die van zijn vader Joas, eerst zeer voortreffelijk, naardien hij de dienst van God herstelt, en ook bij de straf op de moordenaars, de wet van de Heere tot richtsnoer neemt. Hij is een krijgszuchtig man en denkt er aan om ter gelegener tijd de onder Joram van Juda afgevallen Edomieten weer aan zijn rijk te onderwerpen. Daartoe heeft hij uit zijn land een leger van 300.000 man bijeen gebracht en neemt hij bovendien 100.000 man uit Israël in soldij. Maar als een man van God hem daarop vermaant om die soldaten te laten gaan, omdat de Heere niet met Israël is, laat hij de honderd talenten zilver, waarvoor hij hen in dienst heeft genomen, gewillig varen, trekt met zijn eigen volk getroost ten strijde, en keert met een grote overwinning op Edom naar huis, maar intussen vallen de weggezonden soldaten uit Efraïm in zijn land, en richtten daar veel schade aan (Vergelijk 2 Koningen .14: 1-7).
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:1→— Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem.
Amazia, vijfentwintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negenentwintig jaren van 839-810 voor Christus te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Joaddan van Jeruzalem.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→2 Kronieken 24:2→Jakobus 4:8→Jesaja 29:13→2 Kronieken 26:4→Psalmen 78:37→Hosea 10:2→Handelingen 8:21→— En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, maar niet met een volkomen hart, want later viel hij, zoals zijn vader Joas, van de Heere af (vs. 14 vv.).
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:5→Exodus 21:14→2 Kronieken 24:25→Numeri 35:31→Genesis 9:5→— Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
Het geschiedde nu, toen het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, de hofbeambten Zabad en Jozabad (Hoofdstuk 24: 25 vv.), die de koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:16→Ezechiël 18:20→2 Koningen 14:5→Ezechiël 18:4→Jeremia 31:29→— Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
Maar hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, zoals in de wet, a) in het vijfde boek van Mozes (Hoofdstuk 24: 16) geschreven is, waar de Heere geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
2 Koningen .14: 6 Jer.31: 30 Ezechiël.10: 20
KruisverwijzingenNumeri 1:3→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 11:1→1 Kronieken 27:1→1 Samuël 8:12→2 Kronieken 26:13→Exodus 18:25→2 Kronieken 14:8→— En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas.
En toen Amazia in het jaar 826 voor Christus zich uitrustte tot de strijd tegen de, onder Joram, van het rijk van Juda afgevallen Edomieten (Hoofdstuk 21: 8 vv.), zo vergaderde hij, Juda en stelde hen, naar de huizen van de vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, zodat de onderhorigen van de afzonderlijke vaderhuizen bijzondere afdelingen onder de oversten van duizenden en van honderden vormden, door gans Juda en Benjamin, overeenkomstig de oud-Israëlitische indeling; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen, omdat het rijk eerst sinds Joram zeer verzwakt was geworden, niet meer dan driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende in het leger, handelend spies en rondas, terwijl de krijgsmacht van Josafat veel groter geweest was (Hoofdstuk 17: 14 vv.).
— Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers.
Daartoe huurde hij uit Israël, het noordelijke rijk, honderd duizend kloeke helden voor honderd talenten zilvers (432.000 gld. “Ex 30: 13).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:2→2 Samuël 12:1→Hosea 9:13→1 Timotheüs 6:11→2 Kronieken 13:12→Hosea 5:13→Jesaja 28:1→1 Koningen 12:28→— Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim.
Maar er kwam, vóórdat hij ten strijde uittoog, een man van God (2Ki 19: 21) tot hem, zeggende: O koning! laat het leger van Israël, dat u in Israël gehuurd hebt, met u niet gaan, want de Heere is niet met Israël, met alle kinderen van Efraïm, omdat zij Hem verlaten hebben en de beelden dienen (2 Koningen .13: 10 vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 14:11→Filippenzen 4:19→Prediker 11:9→2 Kronieken 18:14→Joël 3:9→Hagai 2:8→Mattheüs 26:45→— Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen.
Maar als u met uw huurtroepen gaat, doe het alleen, wees sterk ten strijde 1), maar God zal u doen vallen voor de vijand, want in God is kracht om te helpen en om te doen vallen.
Dit is ironisch gezegd ter waarschuwing, om de koning goed te doen voelen, dat hij dan in eigen kracht moest strijden en niet op de hulp van God heeft te rekenen. De profeet heeft het hem duidelijk gezegd, dat de Heere niet is met Israël (vs. 7), met de kinderen van Efraïm (dit laatste is er ter onderscheiding van de andere Israëlieten, de stammen van Juda en Benjamin, bijgevoegd). Wil de koning dus wel gaan met die huurtroepen, dan mag hij wel zijn uiterste best doen, en het eens beproeven, of hij het tegen God kan uithouden, die in dit geval voor hem een tegenstander en worstelaar zal zijn. Amazia begrijpt wat de profeet zegt, maar heeft nog bezwaren ten opzichte van de soldij aan honderd talenten, waarop de profeet hem gerust stelt met de verzekering, dat de Heere meer dan die som heeft voor degene, die Zijn Woord gehoorzaamt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:18→Spreuken 10:22→— En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven.
En Amazia zei tot de man van God: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israël gegeven heb? Die kan ik toch niet terugvorderen, als ik de soldaten wegzend, maar moet die er bij inboeten? En de man Gods zei: De Heere heeft meer dan dit, om u te geven1), en kan u dit tijdelijk verlies rijkelijk vergoeden.
Wat zijn honderd talenten, wil hij zeggen, tussen u en Hem? Hij heeft middelen en wegen, om deze geringe schade te vergoeden; en het is te laag voor zo groot een koning als u bent, om van dit weinige geld te spreken. Merk hier op, dat een vast geloof in Gods algenoegzaamheid, om ons in onze plicht te ondersteunen, en ons alle de verliezen en middelen te vergoeden, die wij lijden mochten in het betrachten van Zijn eer en dienst, ja, om ons des te overvloediger in het vervolg te zegenen, in staat zij, om zijn last licht en zijn juk gemakkelijk te maken. Op God te vertrouwen is immers niet anders, dan ten volle bereidvaardig te zijn, om niet alleen iets, maar alles, wat wij bezitten te willen wagen voor Hem en in Zijn dienst; steunend op Zijn goedheid, als de beste veiligheid, die wij kunnen hebben en als het zekerste onderpand, dat wij niets bij hem, of in Zijn zaak verliezen zullen, en dat, zo we te eniger tijd iets van het onze hierdoor moeten missen, Zijn liefde het om door vriendelijkheid of goedertierenheid in het vervolg weer alles rijkelijk vergelden zal. Niemand moet dan mopperen, al verloor hij in de dienst van zijn Heere alles, wat hij bezat, want God kan en zal hem veel meer dan dit in de plaats schenken. Hij is rechtvaardig, hij is goed, Hij is de allermildste Betaalheer.
Kruisverwijzingen1 Koningen 12:24→2 Samuël 19:43→Spreuken 29:22→— Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.
Toen scheidde Amazia, in gelovige gehoorzaamheid aan het woord van de Heere, die af van zijn eigen leger, te weten de benden, die uit Efraïm tot hem gekomen waren, en liet hen gaan met het bevel, dat zij naar hun plaats, naar hun vaderland gingen; daarom ontstak vanwege de ontvangen hoon hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weer tot hun plaats in de landstreek van Samaria in hittigheid van de toorn, maar vielen van daar later rovend en plunderend in het rijk van Juda (vs. 13).
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:7→2 Samuël 8:13→Psalmen 60:1→— Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.
Amazia nu sterkte zich, greep in vertrouwen op God, die hij gehoorzaam geweest was, goede moed, dat hij ook met de verminderde strijdkrachten de zege verwerven zou, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, zuidelijk van de Dode Zee (Ge 19: 29)en sloeg van de kinderen van Seïr tienduizend, die dood op het slagveld bleven.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:8→2 Samuël 12:31→2 Kronieken 20:10→1 Kronieken 20:3→— Daartoe vingen de kinderen van Juda tien duizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.
Daartoe vingen de kinderen van Juda tienduizend anderen levend, en brachten ze op de hoogte van de steenrots, en stootte hen van de spits van de steenrots af, dat zij allen barstten, en namen daarop Sela, de hoofdstad van de Edomieten in, die Amazia, uit dankbaarheid voor de hem door de Heere verleende zege “Jaktheël” noemde.
Kruisverwijzingen1 Koningen 16:24→2 Kronieken 8:5→1 Koningen 16:29→1 Koningen 9:17→— Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.
Maar de mannen van de benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in de strijd niet zouden trekken (vs. 10), die deden gedurende zijn verblijf in Edom, een inval in de steden van Juda, van Samaria af, van waar zij uittogen, tot Beth-Horon toe 1) (Jos 10: 10), en sloegen van hen, van de inwoners van deze steden, drieduizend, en roofden veel door weg.
Van Samaria af tot Beth-Horon toe. Dit is niet anders te verstaan dan aldus, dat de huurtroepen uit Israël, in Samaria samengetrokken, als oorspronkelijk tot de troepen van Joas behorend, vanwege het terugzenden in toorn ontstoken, weer in Samaria gekomen, niet meteen werden ontbonden, maar zich hebben opgemaakt, om, terwijl Amazia in het land van de Edomieten vertoefde, de grenssteden aan te vallen en tot Beth-Horon rovende en moordende zijn voortgetrokken. Samaria is hier dus genoemd als de plaats, waar de rooftocht beraamd en van waar die uitgevoerd werd.
II. Vs. 14-24.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:23→2 Koningen 14:8→Richteren 9:8→2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 21:17→Nehemia 8:16→2 Kronieken 25:11→Psalmen 96:5→ — Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte. Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand? En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt. En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien. Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel. Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u? Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden. Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is. En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten. En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen. Een gevaarlijke buit is door Amazia uit de strijd tegen de Edomieten naar huis gebracht, het zijn de goden van de kinderen van Seïr, die hij zich voortaan tot zijn goden verkiest. Bovendien is Hij tengevolge van zijn overwinning overmoedig geworden, en roept hij koning Joas van Israël tot de oorlog tegen hem op. Zo min hij de vermaning van de man van God, die eerstgenoemde dwaasheid hem voor ogen hield, in acht neemt, zo min laat hij zich waarschuwen door het antwoord, dat hij, op zijn eis, van Joas ontvangt; het komt tussen beide koningen tot een slag bij Beth-Sémes, die voor Amazia zo ongelukkig uitvalt, dat hij zelf in gevangenschap geraakt, de muren van zijn hoofdstad moet afbreken en zijn troon niet kan behouden, dan tegen uitlevering van al de schatten van de tempel en van het koninklijke huis en tegen het geven van gijzelaars (Vergelijk 2 Koningen .14: 9-14).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:23→2 Samuël 5:21→Deuteronomium 7:5→Jesaja 44:19→Exodus 20:3→Deuteronomium 7:25→— Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte.
Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan van de Edomieten gekomen was (vs. 11 vv.), en dat hij, tegen het uitdrukkelijk verbod (Deuteronomium 7: 25 vv.), de door hem buit gemaakte goden van de kinderen van Seïr, afgodsbeelden van Milkom (1Ki 11: 7) naar Jeruzalem meegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor deze neerboog, en die rookte 1).
Wat hem daartoe bewoog was dezelfde reden, die de Romeinen later geregeld tot dergelijke handelwijze dreef; door de dienst van de Edomitische goden, wilde hij hen met zijn oppermacht verzoenen en zo het volk aan zich in onderdanigheid houden. Een zwaar vergrijp voor een dienaar van God, die als zodanig vanzelf de nietigheid van die goden had moeten geloven, maar nu vooral, na de nederlaag van de Edomieten, volstrekt had moeten erkennen.
Dan was de Romeinse veldheer K. Fabius Maximus wijzer dan Amazia, want toen hij Tarente veroverd had en hem gevraagd werd, wat hij met de goden van die plaats wilde doen, gaf hij ten antwoord: “Men laat de Tarentijnen hun vertoornde goden! Wat voor dwaasheid zou het toch zijn enige bescherming te verwachten van hen, die zichzelf niet kunnen redden?”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:11→Psalmen 96:5→2 Kronieken 25:7→Jesaja 44:9→2 Kronieken 24:20→1 Korinthe 10:20→2 Kronieken 19:2→Richteren 2:2→— Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand?
Toen ontstak de toorn van de Heere tegen Amazia en Hij, de Heere, zond om hem van zijn valse wegen te bekeren, opdat hij met Zijn strafgerichten niet zou behoeven te komen, tot hem een profeet, zeker een andere, dan die in vs. 7 vv. vermeld wordt, die zei tot hem: Waarom hebt u de goden van dat volk van Seïr gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand 1), en wier onmacht en nietigheid u daardoor voldoende hebt leren kennen?
Hiermee stelt de Heere, door Zijn profeet, het dwaze en diep zondige voor van deze daad van Amazia. Want mocht het al politieke wijsheid heten, om op die wijze de Edomieten met zich te verzoenen, het was en bleef toch een zondige dwaasheid, omdat Amazia zeer goed had ondervonden, dat die afgoden zelfs niet hun eigen dienaren hadden kunnen redden.
KruisverwijzingenEfeze 1:11→Exodus 9:16→2 Kronieken 18:20→Jesaja 30:10→2 Timotheüs 4:3→Jeremia 29:26→Jesaja 46:10→2 Kronieken 18:25→— En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt.
En het geschiedde, toen hij, de profeet, tot hem, de koning sprak, dat hij hem, de profeet, zei: Heeft men, of hebben wij de koning een wijze raadgever, u tot raadgever van de koning gesteld? hebt u roeping om mij dit verwijt te doen? houd op om u in mijn zaken te mengen; waarom zouden zij u slaan? Of noodzaakt u mij, om u door mijn trawanten te laten tuchtigen? Toen hield de profeet op, met hem verder Gods Woord toe te spreken (MATTHEUS.7: 6), en zei: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, omdat u dit gedaan, de goden van de kinderen van Seïr u tot goden gesteld hebt, en nu ook naar mijn raad 1) niet gehoord hebt, waardoor de reeds ontstoken toorn van God zeker geheel op u zal neerdalen.
De profeet noemt zijn vermaning een raad, omdat de koning hem een ongewilde raadgever heeft genoemd. Kennelijk heeft de koning gezinspeeld op het gebeurde met Zacharia, in de dagen van zijn vader Joas. De profeet vat dit zeer wel, maar houdt zich niet in. Hij waarschuwt de koning nog eens, een waarschuwing, waarin Amazia tevens zijn vonnis kan horen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:8→2 Samuël 2:14→2 Kronieken 25:13→Spreuken 20:3→— En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien.
En Amazia, de koning van Juda, vatte na overleg met de oudsten van zijn volk het besluit op, om ten eerste het noordelijke rijk vanwege de inval van die huursoldaten (vs 13) te tuchtigen, maar tevens om ook een poging te doen, ten einde dat rijk opnieuw onder het huis van David te brengen; hij werd dus te rade, dat hij zond tot Joas; de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu, de toenmalige koning van Israël (2 Koningen .14: 10 vv.), om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien, laat ons elkaar in de strijd beproeven.
KruisverwijzingenRichteren 9:8→1 Koningen 4:33→Psalmen 80:13→— Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel.
Maar Joas, de koning van Israël, zond tot Amazia, de koning van Juda, om op die stoute eis hem tot antwoord te zeggen: De distel, die op de Libanon is, zond tot de ceder, die op de Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon als vrouwe; maar het gedierte van het veld, dat op de Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel (2Ki 14: 10).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 32:25→Spreuken 28:25→1 Petrus 5:5→Spreuken 18:6→Deuteronomium 8:14→2 Kronieken 35:21→Habakuk 2:4→— Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u?
U zegt, hierin gelijk aan de overmoedigen, naar hoge dingen trachtend, doornstruik: Zie, u hebt de Edomieten geslagen (vs. 11 vv.); daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; u wilt ook roem op mij verwerven, terwijl u zich inbeeldt, dat de zege u niet kan ontgaan: Nu, blijf in uw huis, opdat het u niet gaat als de doornstruik en u vertreden wordt; waarom zou u door moedwilligen oorlog u in het kwaad mengen, dat u vallen zou, u en Juda met u, want welke andere uitslag kan het hebben?
Kruisverwijzingen2 Kronieken 22:7→1 Koningen 12:15→Handelingen 28:25→2 Kronieken 25:16→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 81:11→1 Petrus 2:8→— Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden.
Maar Amazia hoorde niet, hij nam de waarschuwing niet ter harte en zag van de strijd niet af; want het was van God 1), die naar een rechtvaardig oordeel in dit opzicht hem en zijn volk met blindheid sloeg, opdat Hij hen in hun hand, die van Israël gave, overmits zij de goden van de Edomieten gezocht en de vermaning van de profeten veracht hadden (vs. 14 vv.).
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:19→1 Samuël 6:9→Jozua 21:16→— Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.
Zo toog, omdat Amazia zich werkelijk ten oorlog uitrustte, Joas, de koning van Israël, met zijn leger van Samaria op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten, streden met elkaar te Beth-Sémes, dat in Juda, 3 mijlen westelijk van Jeruzalem (Joz.15: 10) is, en wel noordelijk van Beth-Sémes, in een uitgestrekt dal.
Ook hier wijst de Schrijver op het Goddelijk Raadsbesluit. Amazia had zich van de Heere afgekeerd, had zich neergebogen voor Edom’s afgoden. Het is daarom, dat Gods Raadsbesluit in zake de bestraffing en kastijding wordt uitgevoerd, wat Hij reeds aan David had bekend gemaakt. Amazia had niet willen overreed worden door de Heere en nu gaf de Heere hem over aan de gevaarlijke overleggingen van zijn eigen hart. “2Ki 14: 8”
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:36→2 Kronieken 28:5→1 Samuël 4:10→— En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten.
En Juda werd, vanwege Gods toorn, die op hem rustte, geslagen voor het aangezicht van Israël, en zij vluchtten een ieder in zijn tenten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:17→Nehemia 8:16→Nehemia 12:39→2 Kronieken 26:9→2 Kronieken 22:1→Jeremia 31:38→2 Kronieken 36:6→Obadja 1:3→— En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.
En Joas, de koning van Israël, greep Amazia, de koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Joahaz, te Beth-Sémes; en hij bracht hem op zijn verdere tocht te Jeruzalem als gevangene, en hij brak aan de muur van Jeruzalem, aan de zuidzijde van de Zion, van de poort van Efraïm in het zuiden tot aan de Hoekpoort in het westen, vier honderd ellen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:15→2 Kronieken 12:9→2 Koningen 14:14→— Daartoe nam hij al het goud, en het zilver, en al de vaten, die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom, en de schatten van het huis des konings, mitsgaders gijzelaars, en hij keerde weder naar Samaria.
Daartoe nam hij al het goud en het zilver, en al de vaten, die in het huis van God gevonden werden, bij Obed-Edom, in de onder bewaring van de Levieten-familie Obed-Edom (1 Kronieken 26: 15) staande tempelschat, en de schatten van het huis van de koning, mitsgaders gijzelaars, die door Amazia, wie hij de troon liet behouden, gesteld waren, en hij keerde met dit alles weer naar Samaria.
III. Vs. 25-28.Kruisverwijzingen2 Koningen 14:17→2 Kronieken 20:34→2 Koningen 14:15→Jozua 10:31→2 Kronieken 24:25→2 Koningen 14:19→2 Kronieken 15:2→2 Koningen 14:20→ — Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren. Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel? Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar. En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda. De Heere, die Amazia wel heeft willen tuchtigen, maar niet verderven, neemt zijn verdrukker spoedig daarop door de dood weg, en laat hem nog vijftien jaren regeren; maar wij lezen niet, dat hij de tijd van zijn bezoeking bekend heeft, waarom ook Gods strafgerichten tegen hem aanhielden, zodat hij zich nimmer van zijn nederlagen herstelde en ook de vrucht van zijn zegepraal op de Edomieten weer verloor (Hoofdstuk 26: 2). Ja, de telkens toenemende ontevredenheid van het volk bracht het eindelijk tot een samenzwering, die hem in het 54ste jaar van zijn ouderdom het leven kostte (Vergelijk 1 Koningen .14: 17-20).
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:17→— Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren.
Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na de niet lang daarna in het jaar 824 voor Christus gevolgde dood van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël, vijftien jaren tot 810 voor Christus.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:34→2 Koningen 14:15→— Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel?
Het overige nu van de geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste (1 Kronieken 29: 29), zie, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29:
?
KruisverwijzingenJozua 10:31→2 Kronieken 24:25→2 Koningen 14:19→2 Kronieken 15:2→— Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.
Van de tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter de Heere (vs. 14 vv.), maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem (2Ki 14: 18), maar hij, zijn leven in de hoofdstad niet meer zeker achtend, vluchtte naar Lachis, een sterke stad in de vlakte van Juda, op de weg van Jeruzalem naar Gaza. Toen zonden zij, de saamgezworenen, enigen uit hun midden hem na, tot Lachis en dezen doodden hem aldaar 1).
“2Ki 14: 19” Uitdrukkelijk wordt hier gezegd, dat zijn verlaten van de Heere de oorzaak was van de ontevredenheid tegen hem, die eindelijk in een samenzwering uitliep.
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:20→— En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.
En zij brachten hem van daar naar Jeruzalem op paarden, op een koninklijke lijkwagen, en begroeven hem bij zijn vaders in de stad van Juda, op de berg Zion (1Ki 2: 10), zodat zij hem ten minste in de dood nog alle eer bewezen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 25
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:14→Deuteronomium 24:16→Numeri 1:3→2 Kronieken 20:6→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 14:11→Deuteronomium 8:18→Spreuken 10:22→
— Amazia, vijf en twintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan, van Jeruzalem. En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart. Het geschiedde nu, als het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde. Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven. En Amazia vergaderde Juda, en stelde hen, naar de huizen der vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, door gans Juda en Benjamin; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende ten heire, handelende spies en rondas. Daartoe huurde hij uit Israel honderd duizend kloeke helden, voor honderd talenten zilvers. Maar er kwam een man Gods tot hem, zeggende: O, koning! laat het heir van Israel met u niet gaan; want de HEERE is niet met Israel, met alle kinderen van Efraim. Maar zo gij gaat, doe het, wees sterk ten strijde; God zal u doen vallen voor den vijand; want in God is kracht, om te helpen en om te doen vallen. En Amazia zeide tot den man Gods: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israel gegeven heb? En de man Gods zeide: De HEERE heeft meer dan dit, om u te geven. Toen scheidde Amazia die af, te weten de benden, die uit Efraim tot hem gekomen waren, dat zij naar hun plaats gingen; daarom ontstak hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weder tot hun plaats in hittigheid des toorns.
Amazia’s regering begon, evenals die van zijn vader Joas, eerst zeer voortreffelijk, naardien hij de dienst van God herstelt, en ook bij de straf op de moordenaars, de wet van de Heere tot richtsnoer neemt. Hij is een krijgszuchtig man en denkt er aan om ter gelegener tijd de onder Joram van Juda afgevallen Edomieten weer aan zijn rijk te onderwerpen. Daartoe heeft hij uit zijn land een leger van 300.000 man bijeen gebracht en neemt hij bovendien 100.000 man uit Israël in soldij. Maar als een man van God hem daarop vermaant om die soldaten te laten gaan, omdat de Heere niet met Israël is, laat hij de honderd talenten zilver, waarvoor hij hen in dienst heeft genomen, gewillig varen, trekt met zijn eigen volk getroost ten strijde, en keert met een grote overwinning op Edom naar huis, maar intussen vallen de weggezonden soldaten uit Efraïm in zijn land, en richtten daar veel schade aan (Vergelijk 2 Koningen .14: 1-7).
Amazia, vijfentwintig jaren oud zijnde, werd koning, en regeerde negenentwintig jaren van 839-810 voor Christus te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Joaddan van Jeruzalem.
En hij deed dat juist was in de ogen van de Heere, maar niet met een volkomen hart, want later viel hij, zoals zijn vader Joas, van de Heere af (vs. 14 vv.).
Het geschiedde nu, toen het koninkrijk aan hem gesterkt was, dat hij zijn knechten, de hofbeambten Zabad en Jozabad (Hoofdstuk 24: 25 vv.), die de koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
Maar hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, zoals in de wet, a) in het vijfde boek van Mozes (Hoofdstuk 24: 16) geschreven is, waar de Heere geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.
2 Koningen .14: 6 Jer.31: 30 Ezechiël.10: 20
En toen Amazia in het jaar 826 voor Christus zich uitrustte tot de strijd tegen de, onder Joram, van het rijk van Juda afgevallen Edomieten (Hoofdstuk 21: 8 vv.), zo vergaderde hij, Juda en stelde hen, naar de huizen van de vaderen, tot oversten van duizenden en tot oversten van honderden, zodat de onderhorigen van de afzonderlijke vaderhuizen bijzondere afdelingen onder de oversten van duizenden en van honderden vormden, door gans Juda en Benjamin, overeenkomstig de oud-Israëlitische indeling; en hij monsterde hen, van twintig jaren oud en daarboven, en vond hen, omdat het rijk eerst sinds Joram zeer verzwakt was geworden, niet meer dan driehonderd duizend uitgelezenen, uittrekkende in het leger, handelend spies en rondas, terwijl de krijgsmacht van Josafat veel groter geweest was (Hoofdstuk 17: 14 vv.).
Daartoe huurde hij uit Israël, het noordelijke rijk, honderd duizend kloeke helden voor honderd talenten zilvers (432.000 gld. “Ex 30: 13).
Maar er kwam, vóórdat hij ten strijde uittoog, een man van God (2Ki 19: 21) tot hem, zeggende: O koning! laat het leger van Israël, dat u in Israël gehuurd hebt, met u niet gaan, want de Heere is niet met Israël, met alle kinderen van Efraïm, omdat zij Hem verlaten hebben en de beelden dienen (2 Koningen .13: 10 vv.).
Maar als u met uw huurtroepen gaat, doe het alleen, wees sterk ten strijde 1), maar God zal u doen vallen voor de vijand, want in God is kracht om te helpen en om te doen vallen.
Dit is ironisch gezegd ter waarschuwing, om de koning goed te doen voelen, dat hij dan in eigen kracht moest strijden en niet op de hulp van God heeft te rekenen. De profeet heeft het hem duidelijk gezegd, dat de Heere niet is met Israël (vs. 7), met de kinderen van Efraïm (dit laatste is er ter onderscheiding van de andere Israëlieten, de stammen van Juda en Benjamin, bijgevoegd). Wil de koning dus wel gaan met die huurtroepen, dan mag hij wel zijn uiterste best doen, en het eens beproeven, of hij het tegen God kan uithouden, die in dit geval voor hem een tegenstander en worstelaar zal zijn. Amazia begrijpt wat de profeet zegt, maar heeft nog bezwaren ten opzichte van de soldij aan honderd talenten, waarop de profeet hem gerust stelt met de verzekering, dat de Heere meer dan die som heeft voor degene, die Zijn Woord gehoorzaamt.
En Amazia zei tot de man van God: Maar wat zal men doen met de honderd talenten, die ik aan de benden van Israël gegeven heb? Die kan ik toch niet terugvorderen, als ik de soldaten wegzend, maar moet die er bij inboeten? En de man Gods zei: De Heere heeft meer dan dit, om u te geven1), en kan u dit tijdelijk verlies rijkelijk vergoeden.
Wat zijn honderd talenten, wil hij zeggen, tussen u en Hem? Hij heeft middelen en wegen, om deze geringe schade te vergoeden; en het is te laag voor zo groot een koning als u bent, om van dit weinige geld te spreken. Merk hier op, dat een vast geloof in Gods algenoegzaamheid, om ons in onze plicht te ondersteunen, en ons alle de verliezen en middelen te vergoeden, die wij lijden mochten in het betrachten van Zijn eer en dienst, ja, om ons des te overvloediger in het vervolg te zegenen, in staat zij, om zijn last licht en zijn juk gemakkelijk te maken. Op God te vertrouwen is immers niet anders, dan ten volle bereidvaardig te zijn, om niet alleen iets, maar alles, wat wij bezitten te willen wagen voor Hem en in Zijn dienst; steunend op Zijn goedheid, als de beste veiligheid, die wij kunnen hebben en als het zekerste onderpand, dat wij niets bij hem, of in Zijn zaak verliezen zullen, en dat, zo we te eniger tijd iets van het onze hierdoor moeten missen, Zijn liefde het om door vriendelijkheid of goedertierenheid in het vervolg weer alles rijkelijk vergelden zal. Niemand moet dan mopperen, al verloor hij in de dienst van zijn Heere alles, wat hij bezat, want God kan en zal hem veel meer dan dit in de plaats schenken. Hij is rechtvaardig, hij is goed, Hij is de allermildste Betaalheer.
Toen scheidde Amazia, in gelovige gehoorzaamheid aan het woord van de Heere, die af van zijn eigen leger, te weten de benden, die uit Efraïm tot hem gekomen waren, en liet hen gaan met het bevel, dat zij naar hun plaats, naar hun vaderland gingen; daarom ontstak vanwege de ontvangen hoon hun toorn zeer tegen Juda, en zij keerden weer tot hun plaats in de landstreek van Samaria in hittigheid van de toorn, maar vielen van daar later rovend en plunderend in het rijk van Juda (vs. 13).
Amazia nu sterkte zich, greep in vertrouwen op God, die hij gehoorzaam geweest was, goede moed, dat hij ook met de verminderde strijdkrachten de zege verwerven zou, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, zuidelijk van de Dode Zee (Ge 19: 29)en sloeg van de kinderen van Seïr tienduizend, die dood op het slagveld bleven.
Daartoe vingen de kinderen van Juda tienduizend anderen levend, en brachten ze op de hoogte van de steenrots, en stootte hen van de spits van de steenrots af, dat zij allen barstten, en namen daarop Sela, de hoofdstad van de Edomieten in, die Amazia, uit dankbaarheid voor de hem door de Heere verleende zege “Jaktheël” noemde.
Maar de mannen van de benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in de strijd niet zouden trekken (vs. 10), die deden gedurende zijn verblijf in Edom, een inval in de steden van Juda, van Samaria af, van waar zij uittogen, tot Beth-Horon toe 1) (Jos 10: 10), en sloegen van hen, van de inwoners van deze steden, drieduizend, en roofden veel door weg.
Van Samaria af tot Beth-Horon toe. Dit is niet anders te verstaan dan aldus, dat de huurtroepen uit Israël, in Samaria samengetrokken, als oorspronkelijk tot de troepen van Joas behorend, vanwege het terugzenden in toorn ontstoken, weer in Samaria gekomen, niet meteen werden ontbonden, maar zich hebben opgemaakt, om, terwijl Amazia in het land van de Edomieten vertoefde, de grenssteden aan te vallen en tot Beth-Horon rovende en moordende zijn voortgetrokken. Samaria is hier dus genoemd als de plaats, waar de rooftocht beraamd en van waar die uitgevoerd werd.
II. Vs. 14-24.Kruisverwijzingen2 Kronieken 28:23→2 Koningen 14:8→Richteren 9:8→2 Kronieken 26:16→2 Kronieken 21:17→Nehemia 8:16→2 Kronieken 25:11→Psalmen 96:5→
— Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan der Edomieten gekomen was, en dat hij de goden der kinderen van Seir medegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor dezelve neder boog en dien rookte. Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Amazia; en Hij zond tot hem een profeet, die zeide tot hem: Waarom hebt gij de goden van dat volk gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand? En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij hem zeide: Heeft men u tot des konings raadgever gesteld? Houd gij op; waarom zouden zij u slaan? Toen hield de profeet op, en zeide: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, dewijl gij dit gedaan, en naar mijn raad niet gehoord hebt. En Amazia, de koning van Juda, werd te rade, dat hij zond tot Joas, den zoon van Joahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israel, om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien. Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, om te zeggen: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel. Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; nu, blijf in uw huis; waarom zoudt gij u in het kwaad mengen, dat gij vallen zoudt; gij en Juda met u? Doch Amazia hoorde niet, want het was van God, opdat Hij hen in hun hand gave, overmits zij de goden der Edomieten gezocht hadden. Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is. En Juda werd geslagen voor het aangezicht van Israel; en zij vloden een iegelijk in zijn tenten. En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.
Een gevaarlijke buit is door Amazia uit de strijd tegen de Edomieten naar huis gebracht, het zijn de goden van de kinderen van Seïr, die hij zich voortaan tot zijn goden verkiest. Bovendien is Hij tengevolge van zijn overwinning overmoedig geworden, en roept hij koning Joas van Israël tot de oorlog tegen hem op. Zo min hij de vermaning van de man van God, die eerstgenoemde dwaasheid hem voor ogen hield, in acht neemt, zo min laat hij zich waarschuwen door het antwoord, dat hij, op zijn eis, van Joas ontvangt; het komt tussen beide koningen tot een slag bij Beth-Sémes, die voor Amazia zo ongelukkig uitvalt, dat hij zelf in gevangenschap geraakt, de muren van zijn hoofdstad moet afbreken en zijn troon niet kan behouden, dan tegen uitlevering van al de schatten van de tempel en van het koninklijke huis en tegen het geven van gijzelaars (Vergelijk 2 Koningen .14: 9-14).
Het geschiedde nu, nadat Amazia van het slaan van de Edomieten gekomen was (vs. 11 vv.), en dat hij, tegen het uitdrukkelijk verbod (Deuteronomium 7: 25 vv.), de door hem buit gemaakte goden van de kinderen van Seïr, afgodsbeelden van Milkom (1Ki 11: 7) naar Jeruzalem meegebracht had, dat hij die zich tot goden stelde, en zich voor deze neerboog, en die rookte 1).
Wat hem daartoe bewoog was dezelfde reden, die de Romeinen later geregeld tot dergelijke handelwijze dreef; door de dienst van de Edomitische goden, wilde hij hen met zijn oppermacht verzoenen en zo het volk aan zich in onderdanigheid houden. Een zwaar vergrijp voor een dienaar van God, die als zodanig vanzelf de nietigheid van die goden had moeten geloven, maar nu vooral, na de nederlaag van de Edomieten, volstrekt had moeten erkennen.
Dan was de Romeinse veldheer K. Fabius Maximus wijzer dan Amazia, want toen hij Tarente veroverd had en hem gevraagd werd, wat hij met de goden van die plaats wilde doen, gaf hij ten antwoord: “Men laat de Tarentijnen hun vertoornde goden! Wat voor dwaasheid zou het toch zijn enige bescherming te verwachten van hen, die zichzelf niet kunnen redden?”
Toen ontstak de toorn van de Heere tegen Amazia en Hij, de Heere, zond om hem van zijn valse wegen te bekeren, opdat hij met Zijn strafgerichten niet zou behoeven te komen, tot hem een profeet, zeker een andere, dan die in vs. 7 vv. vermeld wordt, die zei tot hem: Waarom hebt u de goden van dat volk van Seïr gezocht, die hun volk niet gered hebben uit uw hand 1), en wier onmacht en nietigheid u daardoor voldoende hebt leren kennen?
Hiermee stelt de Heere, door Zijn profeet, het dwaze en diep zondige voor van deze daad van Amazia. Want mocht het al politieke wijsheid heten, om op die wijze de Edomieten met zich te verzoenen, het was en bleef toch een zondige dwaasheid, omdat Amazia zeer goed had ondervonden, dat die afgoden zelfs niet hun eigen dienaren hadden kunnen redden.
En het geschiedde, toen hij, de profeet, tot hem, de koning sprak, dat hij hem, de profeet, zei: Heeft men, of hebben wij de koning een wijze raadgever, u tot raadgever van de koning gesteld? hebt u roeping om mij dit verwijt te doen? houd op om u in mijn zaken te mengen; waarom zouden zij u slaan? Of noodzaakt u mij, om u door mijn trawanten te laten tuchtigen? Toen hield de profeet op, met hem verder Gods Woord toe te spreken (MATTHEUS.7: 6), en zei: Ik merk, dat God besloten heeft u te verderven, omdat u dit gedaan, de goden van de kinderen van Seïr u tot goden gesteld hebt, en nu ook naar mijn raad 1) niet gehoord hebt, waardoor de reeds ontstoken toorn van God zeker geheel op u zal neerdalen.
De profeet noemt zijn vermaning een raad, omdat de koning hem een ongewilde raadgever heeft genoemd. Kennelijk heeft de koning gezinspeeld op het gebeurde met Zacharia, in de dagen van zijn vader Joas. De profeet vat dit zeer wel, maar houdt zich niet in. Hij waarschuwt de koning nog eens, een waarschuwing, waarin Amazia tevens zijn vonnis kan horen.
En Amazia, de koning van Juda, vatte na overleg met de oudsten van zijn volk het besluit op, om ten eerste het noordelijke rijk vanwege de inval van die huursoldaten (vs 13) te tuchtigen, maar tevens om ook een poging te doen, ten einde dat rijk opnieuw onder het huis van David te brengen; hij werd dus te rade, dat hij zond tot Joas; de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu, de toenmalige koning van Israël (2 Koningen .14: 10 vv.), om te zeggen: Kom, laat ons elkanders aangezicht zien, laat ons elkaar in de strijd beproeven.
Maar Joas, de koning van Israël, zond tot Amazia, de koning van Juda, om op die stoute eis hem tot antwoord te zeggen: De distel, die op de Libanon is, zond tot de ceder, die op de Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon als vrouwe; maar het gedierte van het veld, dat op de Libanon is, ging voorbij, en vertrad de distel (2Ki 14: 10).
U zegt, hierin gelijk aan de overmoedigen, naar hoge dingen trachtend, doornstruik: Zie, u hebt de Edomieten geslagen (vs. 11 vv.); daarom heeft uw hart u verheven, om te roemen; u wilt ook roem op mij verwerven, terwijl u zich inbeeldt, dat de zege u niet kan ontgaan: Nu, blijf in uw huis, opdat het u niet gaat als de doornstruik en u vertreden wordt; waarom zou u door moedwilligen oorlog u in het kwaad mengen, dat u vallen zou, u en Juda met u, want welke andere uitslag kan het hebben?
Maar Amazia hoorde niet, hij nam de waarschuwing niet ter harte en zag van de strijd niet af; want het was van God 1), die naar een rechtvaardig oordeel in dit opzicht hem en zijn volk met blindheid sloeg, opdat Hij hen in hun hand, die van Israël gave, overmits zij de goden van de Edomieten gezocht en de vermaning van de profeten veracht hadden (vs. 14 vv.).
Zo toog, omdat Amazia zich werkelijk ten oorlog uitrustte, Joas, de koning van Israël, met zijn leger van Samaria op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten, streden met elkaar te Beth-Sémes, dat in Juda, 3 mijlen westelijk van Jeruzalem (Joz.15: 10) is, en wel noordelijk van Beth-Sémes, in een uitgestrekt dal.
Ook hier wijst de Schrijver op het Goddelijk Raadsbesluit. Amazia had zich van de Heere afgekeerd, had zich neergebogen voor Edom’s afgoden. Het is daarom, dat Gods Raadsbesluit in zake de bestraffing en kastijding wordt uitgevoerd, wat Hij reeds aan David had bekend gemaakt. Amazia had niet willen overreed worden door de Heere en nu gaf de Heere hem over aan de gevaarlijke overleggingen van zijn eigen hart. “2Ki 14: 8”
En Juda werd, vanwege Gods toorn, die op hem rustte, geslagen voor het aangezicht van Israël, en zij vluchtten een ieder in zijn tenten.
En Joas, de koning van Israël, greep Amazia, de koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Joahaz, te Beth-Sémes; en hij bracht hem op zijn verdere tocht te Jeruzalem als gevangene, en hij brak aan de muur van Jeruzalem, aan de zuidzijde van de Zion, van de poort van Efraïm in het zuiden tot aan de Hoekpoort in het westen, vier honderd ellen.
Daartoe nam hij al het goud en het zilver, en al de vaten, die in het huis van God gevonden werden, bij Obed-Edom, in de onder bewaring van de Levieten-familie Obed-Edom (1 Kronieken 26: 15) staande tempelschat, en de schatten van het huis van de koning, mitsgaders gijzelaars, die door Amazia, wie hij de troon liet behouden, gesteld waren, en hij keerde met dit alles weer naar Samaria.
III. Vs. 25-28.Kruisverwijzingen2 Koningen 14:17→2 Kronieken 20:34→2 Koningen 14:15→Jozua 10:31→2 Kronieken 24:25→2 Koningen 14:19→2 Kronieken 15:2→2 Koningen 14:20→
— Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren. Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste, ziet, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel? Van den tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter den HEERE, zo maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem; doch hij vluchtte naar Lachis. Toen zonden zij hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar. En zij brachten hem op paarden, en begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van Juda.
De Heere, die Amazia wel heeft willen tuchtigen, maar niet verderven, neemt zijn verdrukker spoedig daarop door de dood weg, en laat hem nog vijftien jaren regeren; maar wij lezen niet, dat hij de tijd van zijn bezoeking bekend heeft, waarom ook Gods strafgerichten tegen hem aanhielden, zodat hij zich nimmer van zijn nederlagen herstelde en ook de vrucht van zijn zegepraal op de Edomieten weer verloor (Hoofdstuk 26: 2). Ja, de telkens toenemende ontevredenheid van het volk bracht het eindelijk tot een samenzwering, die hem in het 54ste jaar van zijn ouderdom het leven kostte (Vergelijk 1 Koningen .14: 17-20).
Amazia nu, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na de niet lang daarna in het jaar 824 voor Christus gevolgde dood van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël, vijftien jaren tot 810 voor Christus.
Het overige nu van de geschiedenissen van Amazia, de eerste en de laatste (1 Kronieken 29: 29), zie, zijn die niet geschreven in het boek der koningen van Juda en Israël (1Ch 29:
?
Van de tijd nu af, dat Amazia afgeweken was van achter de Heere (vs. 14 vv.), maakten zij in Jeruzalem een verbintenis tegen hem (2Ki 14: 18), maar hij, zijn leven in de hoofdstad niet meer zeker achtend, vluchtte naar Lachis, een sterke stad in de vlakte van Juda, op de weg van Jeruzalem naar Gaza. Toen zonden zij, de saamgezworenen, enigen uit hun midden hem na, tot Lachis en dezen doodden hem aldaar 1).
“2Ki 14: 19” Uitdrukkelijk wordt hier gezegd, dat zijn verlaten van de Heere de oorzaak was van de ontevredenheid tegen hem, die eindelijk in een samenzwering uitliep.
En zij brachten hem van daar naar Jeruzalem op paarden, op een koninklijke lijkwagen, en begroeven hem bij zijn vaders in de stad van Juda, op de berg Zion (1Ki 2: 10), zodat zij hem ten minste in de dood nog alle eer bewezen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel