Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 22

1 En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de inwonersH3427 van JeruzalemH3389 maaktenH4427 AhaziaH274, zijn kleinstenH6996 zoonH1121, koning in zijn plaatsH8478; wantH3588 een bendeH1416, die met de ArabierenH6163 in het legerH4264 gekomenH935 was, had alH3605 de eerstenH7223 gedoodH2026. AhaziaH274 dan, de zoonH1121 van JoramH3088, de koning van JudaH3063, regeerdeH4427. En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.

Ook in dit vers koningH4428

KJV And the inhabitants2 of Jerusalem3 made1 ➔ Ahaziah5 his youngest7 son6 king17 in his stead: for the band of men13 that came14 with the Arabians15 to the camp16 had slain12 all the eldest.11 So Ahaziah18 the son19 of Jehoram20 king21 of Judah22 reigned.

1 וַיַּמְלִיכוּ֩ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 2 יוֹשְׁבֵ֨י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲחַזְיָ֨הוּ H274 Ahazia Ahaziah 6 בְנ֤וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הַקָּטֹן֙ H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 8 תַּחְתָּ֔יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 9 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הָרִאשֹׁנִים֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 12 הָרַ֣ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 13 הַגְּד֔וּד H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 14 הַבָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 בָֽעַרְבִ֖ים H6163 Arabieren, Arabier Arabian 16 לַֽמַּחֲנֶ֑ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 17 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 18 אֲחַזְיָ֥הוּ H274 Ahazia Ahaziah 19 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 יְהוֹרָ֖ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 21 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 22 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 TweeH8147 en veertigH705 jaarH8141 was AhaziaH274 oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en hij regeerdeH4427 eenH259 jaarH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was AthaliaH6271, een dochterH1323 van OmriH6018. Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.

KJV Forty2 and two3 years4 old1 was Ahaziah5 when he began to reign,6 and he reigned9 one8 year7 in Jerusalem.10 His mother's12 name11 also was Athaliah13 the daughter14 of Omri.15

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אַרְבָּעִ֨ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 3 וּשְׁתַּ֤יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 אֲחַזְיָ֣הוּ H274 Ahazia Ahaziah 6 בְמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וְשָׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 אַחַ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 בִּֽירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 13 עֲתַלְיָ֖הוּ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 14 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 15 עָמְרִֽי H6018 Omri Omri
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 HijH1931 wandeldeH1980 ookH1571 in de wegenH1870 van het huisH1004 van AchabH256; wantH3588 zijn moederH517 was zijnH1961 raadgeefsterH3289, om goddelooslijkH7561 te handelen. Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.

KJV He also walked3 in the ways4 of the house5 of Ahab:6 for his mother8 was his counsellor10 to do wickedly.11

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 הָלַ֔ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 בְּדַרְכֵ֖י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אִמּ֛וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 9 הָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 יֽוֹעַצְתּ֖וֹ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 11 לְהַרְשִֽׁיעַ H7561 goddelooslijk, verdoemen, goddeloos condemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk het huisH1004 van AchabH256; wantH3588 zij waren zijnH1961 raadgeversH3289, naH310 den doodH4194 zijns vadersH1, hem ten verderveH4889. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.

KJV Wherefore he did1 evil2 in the sight3 of the LORD4 like the house5 of Ahab:6 for they were his counsellors11 after12 the death13 of his father14 to his destruction.15

1 וַיַּ֧עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֛ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הֵ֜מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 הָֽיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 ל֣וֹ 11 יֽוֹעֲצִ֗ים H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 12 אַחֲרֵ֛י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 מ֥וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 14 אָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 15 לְמַשְׁחִ֥ית H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 16 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij wandeldeH1980 ookH1571 in hun raadH6098, en toogH3212 henen metH854 Joram, den zoonH1121 van AchabH256, den koningH4428 van IsraelH3478, tot den strijdH4421 tegenH5921 HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758, bij RamothH7433 in GileadH1568; en de SyriersH7421 sloegenH5221 Joram. Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.

Ook in dit vers JoramH3088 JoramH3141

KJV He walked3 also after their counsel,2 and went4 with Jehoram6 the son7 of Ahab8 king9 of Israel10 to war11 against Hazael13 king14 of Syria15 at Ramothgilead:16 and the Syrians19 smote18 Joram.21

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בַּעֲצָתָם֮ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 3 הָלַךְ֒ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וַיֵּלֶךְ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 יְהוֹרָ֨ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אַחְאָ֜ב H256 Achab, Achabs Ahab 9 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 לַמִּלְחָמָ֛ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 חֲזָאֵ֥ל H2371 Hazael Hazael 14 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 אֲרָ֖ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 16 בְּרָמ֣וֹת H7433 Ramoth, Jeramoth Ramoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת) 17 גִּלְעָ֑ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 18 וַיַּכּ֥וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 19 הָֽרַמִּ֖ים H7421 Syriers Syrian 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 יוֹרָֽם H3141 Joram Joram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij keerdeH7725 weder om zich te laten genezenH7495 te JizreelH3157; wantH3588 hij had wondenH4347, die men hem bij RamaH7414 geslagenH5221 had, als hij streedH3898 tegen HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758; en AzarjaH5838, de zoonH1121 van JoramH3088, den koningH4428 van JudaH3063, kwam af, om JoramH3088, den zoonH1121 van AchabH256, te JizreelH3157 te bezienH7200, wantH3588 hijH1931 was krankH2470. En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.

KJV And he returned1 to be healed2 in Jezreel3 because of the wounds5 which were given7 him at Ramah,8 when he fought9 with Hazael11 king12 of Syria.13 And Azariah14 the son15 of Jehoram16 king17 of Judah18 went down19 to see20 Jehoram22 the son23 of Ahab24 at Jezreel,25 because he was sick.27

1 וַיָּ֜שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 לְהִתְרַפֵּ֣א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 3 בְיִזְרְעֶ֗אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 4 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 הַמַּכִּים֙ H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הִכֻּ֣הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 בָֽרָמָ֔ה H7414 Rama, Ramath Ramah 9 בְּהִלָּ֣חֲמ֔וֹ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 10 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 חֲזָהאֵ֖ל H2371 Hazael Hazael 12 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֲרָ֑ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 14 וַעֲזַרְיָ֨הוּ H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 15 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יְהוֹרָ֜ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 17 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 19 יָרַ֡ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 20 לִרְא֞וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 יְהוֹרָ֧ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 23 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 24 אַחְאָ֛ב H256 Achab, Achabs Ahab 25 בְּיִזְרְעֶ֖אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 26 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 27 חֹלֶ֥ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 28 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De vertredingH8395 nu van AhaziaH274 wasH1961 van GodH430, datH834 hij totH413 Joram kwam; want als hij gekomenH935 was, toogH3318 hij metH5973 Joram uit totH413 JehuH3058, den zoonH1121 van NimsiH5250, denwelken de HEEREH3068 gezalfdH4886 had, om het huisH1004 van AchabH256 uit te roeien. De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.

Ook in dit vers JoramH3088 JoramH3141

KJV And the destruction3 of Ahaziah4 was of God1 by coming5 to Joram:7 for when he was come,8 he went out9 with Jehoram11 against Jehu13 the son14 of Nimshi,15 whom the LORD18 had anointed17 to cut off19 the house21 of Ahab.22

1 וּמֵֽאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 2 הָיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 תְּבוּסַ֣ת H8395 vertreding destruction 4 אֲחַזְיָ֔הוּ H274 Ahazia Ahaziah 5 לָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יוֹרָ֑ם H3141 Joram Joram 8 וּבְבֹא֗וֹ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 יָצָ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 יְהוֹרָם֙ H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 יֵה֣וּא H3058 Jehu Jehu 14 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 נִמְשִׁ֔י H5250 Nimsi Nimshi 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 מְשָׁח֣וֹ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 18 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 לְהַכְרִ֖ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 אַחְאָֽב H256 Achab, Achabs Ahab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zo geschieddeH1961 het, als JehuH3058 het oordeel uitvoerdeH8199 tegenH5973 het huisH1004 van AchabH256, dat hij de vorstenH8269 van JudaH3063 en de zonenH1121 der broederenH251 van AhaziaH274, die AhaziaH274 diendenH8334, vondH4672, en die dooddeH2026. Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.

KJV And it came to pass, that, when Jehu3 was executing judgment2 upon the house5 of Ahab,6 and found7 the princes9 of Judah,10 and the sons11 of the brethren12 of Ahaziah,13 that ministered14 to Ahaziah,15 he slew16 them.

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּהִשָּׁפֵ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 3 יֵה֖וּא H3058 Jehu Jehu 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 7 וַיִּמְצָא֩ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שָׂרֵ֨י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 11 וּבְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 אֲחֵ֧י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 אֲחַזְיָ֛הוּ H274 Ahazia Ahaziah 14 מְשָׁרְתִ֥ים H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 15 לַאֲחַזְיָ֖הוּ H274 Ahazia Ahaziah 16 וַיַּהַרְגֵֽם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarna zochtH1245 hij AhaziaH274, en zij kregenH3920 hem (want hij was verstokenH2244 in SamariaH8111), en zij brachtenH935 hem totH413 JehuH3058, en zij dooddenH4191 hem, en begroevenH6912 hem; wantH3588 zij zeidenH559: Hij is de zoonH1121 van JosafatH3092, die den HEEREH3068 met zijn ganseH3605 hartH3824 gezochtH1875 heeft. Zo had het huisH1004 van AhaziaH274 niemandH369, die krachtH3581 behieldH6113 tot het koninkrijkH4467. Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.

KJV And he sought1 Ahaziah:3 and they caught4 him, (for he was hid6 in Samaria,)7 and brought8 him to Jehu:10 and when they had slain11 him, they buried12 him: Because, said14 they, he is the son15 of Jehoshaphat,16 who sought19 the LORD21 with all his heart.23 So the house25 of Ahaziah26 had no power28 to keep27 still the kingdom.29

1 וַיְבַקֵּשׁ֩ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֲחַזְיָ֨הוּ H274 Ahazia Ahaziah 4 וַֽיִּלְכְּדֻ֜הוּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 5 וְה֧וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִתְחַבֵּ֣א H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 7 בְשֹֽׁמְר֗וֹן H8111 Samaria Samaria 8 וַיְבִאֻ֣הוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יֵהוּא֮ H3058 Jehu Jehu 11 וַיְמִתֻהוּ֒ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 וַֽיִּקְבְּרֻ֔הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 13 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אָֽמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יְהוֹשָׁפָ֣ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 17 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 18 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 דָּרַ֥שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 לְבָב֑וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 24 וְאֵין֙ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 25 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 26 אֲחַזְיָ֔הוּ H274 Ahazia Ahaziah 27 לַעְצֹ֥ר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 28 כֹּ֖חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 29 לְמַמְלָכָֽה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen AthaliaH6271, de moederH517 van AhaziaH274, zagH7200, datH3588 haar zoonH1121 doodH4191 was, zo maakte zij zich op, en brachtH1696 alH3605 het koninklijkeH4467 zaadH2233 van het huisH1004 van JudaH3063 om. Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.

KJV But when Athaliah1 the mother2 of Ahaziah3 saw4 that her son7 was dead,6 she arose8 and destroyed9 all the seed12 royal13 of the house14 of Judah.15

1 וַעֲתַלְיָ֨הוּ֙ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 2 אֵ֣ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 3 אֲחַזְיָ֔הוּ H274 Ahazia Ahaziah 4 רָאֲתָ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 מֵ֣ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 בְּנָ֑הּ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 וַתָּ֗קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 וַתְּדַבֵּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 13 הַמַּמְלָכָ֖ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 14 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar JozabathH3090, de dochterH1323 des koningsH4428, namH3947 JoasH3101, den zoonH1121 van AhaziaH274, en stalH1589 hem uit het middenH8432 van des koningsH4428 zonenH1121, die gedoodH4191 werden, en zetteH5414 hem en zijn voedsterH3243 in een slaapkamerH2315; zo verborgH5641 hem JozabathH3090, de dochterH1323 van den koningH4428 JoramH3088, de huisvrouwH802 van den priesterH3548 JojadaH3077 (wantH3588 zij wasH1961 de zusterH269 van AhaziaH274), voorH6440 AthaliaH6271, dat zij hem nietH3808 dooddeH4191. Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.

KJV But Jehoshabeath,2 the daughter3 of the king,4 took1 Joash6 the son7 of Ahaziah,8 and stole9 him from among11 the king's13 sons12 that were slain,14 and put15 him and his nurse18 in a bedchamber.19 So Jehoshabeath,22 the daughter23 of king24 Jehoram,25 the wife26 of Jehoiada27 the priest,28 (for she was the sister32 of Ahaziah,)33 hid21 him from34 Athaliah,35 so that she slew37 him not.

1 וַתִּקַּח֩ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 יְהוֹשַׁבְעַ֨ת H3090 Jozabath Jehoshabeath 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יוֹאָ֣שׁ H3101 Joas Joash 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אֲחַזְיָ֗הוּ H274 Ahazia Ahaziah 9 וַתִּגְנֹ֤ב H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 10 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִתּ֤וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 הַמּ֣וּמָתִ֔ים H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 15 וַתִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 מֵֽינִקְתּ֖וֹ H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 19 בַּחֲדַ֣ר H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 20 הַמִּטּ֑וֹת H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier 21 וַתַּסְתִּירֵ֡הוּ H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 22 יְהוֹשַׁבְעַ֣ת H3090 Jozabath Jehoshabeath 23 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 24 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 25 יְהוֹרָ֡ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 26 אֵשֶׁת֩ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 27 יְהוֹיָדָ֨ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 28 הַכֹּהֵ֜ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 29 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 30 הִיא֩ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 31 הָיְתָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 32 אֲח֧וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 33 אֲחַזְיָ֛הוּ H274 Ahazia Ahaziah 34 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 35 עֲתַלְיָ֖הוּ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 36 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 37 הֱמִיתָֽתְהוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hij wasH1961 bij hen verstokenH2244 in het huisH1004 GodsH430 zesH8337 jarenH8141; en AthaliaH6271 regeerdeH4427 overH5921 het landH776. En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.

KJV And he was with them hid5 in the house3 of God4 six6 years:7 and Athaliah8 reigned9 over the land.11

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִתָּם֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 מִתְחַבֵּ֖א H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 6 שֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 7 שָׁנִ֖ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 וַעֲתַלְיָ֖ה H6271 Athalia, Athalja Athaliah 9 מֹלֶ֥כֶת H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 22:1 2 Kronieken 21:16 2 Koningen 8:24 2 Kronieken 23:3 2 Kronieken 36:1 2 Kronieken 26:1 2 Kronieken 33:25 1 Kronieken 3:11
2 Kronieken 22:2 2 Koningen 8:26 2 Kronieken 21:6 1 Koningen 16:28
2 Kronieken 22:3 Nehemia 13:23 Richteren 17:4 Genesis 6:4 Maleachi 2:15 Genesis 27:12 Deuteronomium 13:6 Mattheüs 10:37 Handelingen 4:19
2 Kronieken 22:4 Spreuken 13:20 2 Kronieken 24:17 Spreuken 1:10 Spreuken 12:5 Spreuken 19:27
2 Kronieken 22:5 2 Koningen 8:28 2 Kronieken 19:2 Micha 6:16 Daniël 5:22 2 Koningen 8:9 Psalmen 1:1 1 Koningen 22:3 2 Kronieken 18:3
2 Kronieken 22:6 2 Koningen 9:15 2 Kronieken 21:17 2 Koningen 8:29 2 Kronieken 22:1 2 Kronieken 22:7 2 Koningen 10:13
2 Kronieken 22:7 2 Kronieken 10:15 2 Koningen 9:21 1 Koningen 12:15 Richteren 14:4 Maleachi 4:3 1 Koningen 19:16 Hosea 14:9 2 Koningen 9:1
2 Kronieken 22:8 2 Koningen 10:10
2 Kronieken 22:9 2 Koningen 9:27 2 Kronieken 21:4 2 Kronieken 21:17 1 Koningen 13:21 1 Koningen 14:13 2 Kronieken 21:20 2 Kronieken 22:8 2 Koningen 9:34
2 Kronieken 22:10 2 Kronieken 22:2 2 Koningen 11:1
2 Kronieken 22:11 Handelingen 4:28 2 Kronieken 21:7 Psalmen 76:10 Jesaja 65:8 1 Koningen 15:4 2 Koningen 11:2 Spreuken 21:30 2 Samuël 7:13
2 Kronieken 22:12 Habakuk 1:12 Jeremia 12:1 Psalmen 12:8 Psalmen 73:14 Psalmen 73:18 Psalmen 27:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 22 vers 1

Aházia, Zie boven, 2 Kron. 21:17 .

Hertaald: Aházia, Zie hierboven 2 Kron. 21:17.

kleinsten zoon, Dat is, den jongste van jaren. Vergelijk Gen. 19:31 .

Hertaald: kleinsten zoon, Dat is: de jongste in jaren. Vergelijk Gen. 19:31.

een bende, Zie hiervan boven, 2 Kron. 21:16-17 .

Hertaald: een bende, Zie hierover hierboven 2 Kron. 21:16-17.

eersten gedood Dat is, de oudste zonen van Joram. Boven, 2 Kron. 21:17 , wordt alleen gezegd dat deze krijgslieden de zonen van Joram weggevoerd hadden; maar hier wordt nu bijgevoegd dat zij hen ook gedood hebben.

Hertaald: eersten gedood Dat is: de oudste zonen van Joram. Hierboven, in 2 Kron. 21:17, wordt alleen gezegd dat deze krijgslieden de zonen van Joram weggevoerd hadden; maar hier wordt nu toegevoegd dat zij hen ook gedood hebben.

2 Kronieken 22 vers 2

Twee en veertig jaar Hebreeuws, een zoon van twee en veertig jaar.

Hertaald: Twee en veertig jaar Hebreeuws: een zoon van tweeënveertig jaar.

een jaar Te weten, alleen. Gelijk sommigen afnemen uit 2 Kon. 8:26 . Verstaande dat hij ook lang tevoren voor koning is erkend geweest, terwijl zijn vader tot de regering ongeschikt was. Doch hoe deze beide plaatsen eigenlijk zijn te vergelijken, is zeer duister.

Hertaald: een jaar Namelijk: alleen. Zoals sommigen afleiden uit 2 Kon. 8:26. Zij vatten het zo op dat hij ook al lange tijd tevoren als koning erkend was, terwijl zijn vader ongeschikt was om te regeren. Maar hoe deze twee plaatsen eigenlijk met elkaar te vergelijken zijn, is zeer onduidelijk.

dochter van Omri Zo wordt zij ook genoemd; 2 Kon. 8:26 . Versta, de dochter van Omri's zoon, namelijk Achab; zie de aantekening op 2 Kon. 8:26 . De kindskinderen worden zonen en dochters genaamd van hun grootvaders. Zie Gen. 36:2 , ja ook van al hun voorouders in de rechte linie opwaarts gerekend; gelijk te zien is Matt. 1:1 ; Luc. 13:16 .

Hertaald: dochter van Omri Zo wordt zij ook genoemd; 2 Kon. 8:26. Versta hieronder de dochter van de zoon van Omri, namelijk Achab; zie de aantekening bij 2 Kon. 8:26. Kleinkinderen worden zonen en dochters van hun grootvaders genoemd. Zie Gen. 36:2, ja zelfs van al hun voorouders in de rechte lijn omhoog gerekend; zoals te zien is in Matth. 1:1; Luk. 13:16.

2 Kronieken 22 vers 3

ook in de wegen Te weten, gelijk zijn vader Joram, boven, 2 Kron. 21:6 .

Hertaald: ook in de wegen Namelijk: zoals zijn vader Joram, hierboven 2 Kron. 21:6.

2 Kronieken 22 vers 4

huis Achabs; Te weten, die van het huis Achabs waren.

Hertaald: huis Achabs; Namelijk: die van het huis van Achab waren.

verderve Alzo is het Hebreeuwse woord genomen Ex. 12:13 ; Ezech. 25:15 ; Dan. 10:8 .

Hertaald: verderve Zo wordt het Hebreeuwse woord gebruikt in Ex. 12:13; Ezech. 25:15; Dan. 10:8.

2 Kronieken 22 vers 5

ook in hun raad, Dat is, hij hoorde niet alleen hun afgodischen raad, maar hij deed ook daarnaar.

Hertaald: ook in hun raad, Dat is: hij hoorde niet alleen hun afgodische raad, maar handelde er ook naar.

Ramoth Ook genaamd Rama, in vs.6, en 2 Kon. 8:29 . Zie ook van deze stad 1 Kon. 4:13 .

Hertaald: Ramoth Ook Rama genoemd, in vers 6, en 2 Kon. 8:29. Zie over deze stad ook 1 Kon. 4:13.

2 Kronieken 22 vers 6

Jizreël; Een stad in den stam van Issaschar; van welke zie Joz. 19:18 , en 1 Kon. 4:12 , enz.

Hertaald: Jizreël; Een stad in de stam Issaschar; zie hierover Joz. 19:18, en 1 Kon. 4:12, enzovoort.

hij had wonden, Of, daar waren slagers geweest, die hem bij Rama geslagen hadden, enz. Versta door dezen de Syriërs; 2 Kon. 9:15 .

Hertaald: hij had wonden, Of: er waren aanvallers geweest die hem bij Rama verwond hadden, enzovoort. Hiermee worden de Syriërs bedoeld; 2 Kon. 9:15.

Azarja, Anders genaamd Ahazia, boven, vs.1-2; idem Joahaz, boven, 2 Kron. 21:17 .

Hertaald: Azarja, Elders Ahazia genoemd, hierboven vers 1-2; eveneens Joahaz, hierboven 2 Kron. 21:17.

2 Kronieken 22 vers 7

vertreding Of, vertrapping; dat is, de ombrenging van Ahazia, waardoor hij tenondergebracht en gelijk vertrapt was; van welke zie onder, vs.9.

Hertaald: vertreding Of: vertrapping; dat is: de ondergang van Ahazia, waardoor hij ten onder gebracht en als het ware vertrapt werd; zie hierover hieronder vers 9.

van God, Te weten, als van een rechtvaardig rechter, die de zonden der mensen, door hun eigen, vrijwillig en onbedwongen bedrijf, pleegt te straffen. Vergelijk hiermede 1 Kon. 12:15 , en de aantekening daarop.

Hertaald: van God, Namelijk: als van een rechtvaardig rechter, Die de zonden van de mensen, begaan door hun eigen vrijwillige en onbedwongen handelen, pleegt te straffen. Vergelijk hiermee 1 Kon. 12:15, en de aantekening daar.

dat hij tot Joram kwam; Dat is, welke vertreding, of ombrenging geschied is doordien Ahazia tot Joram gekomen en niet tehuis gebleven was.

Hertaald: dat hij tot Joram kwam; Dat is: deze vertrapping, of ondergang, gebeurde doordat Ahazia naar Joram gegaan was en niet thuis gebleven was.

gezalfd had, Te weten, door het bevel, dat Hij den profeet Elia gegeven had, 1 Kon. 19:16 , en Elia door Elisa uitgevoerd heeft; 2 Kon. 9:6 .

Hertaald: gezalfd had, Namelijk: door het bevel dat Hij aan de profeet Elia gegeven had, 1 Kon. 19:16, en dat Elia via Elisa heeft laten uitvoeren; 2 Kon. 9:6.

2 Kronieken 22 vers 8

oordeel uitvoerde Dat is, straf, die God Jehu over het huis Achabs uit te voeren belast had. Alzo boven, 2 Kron. 20:9 , zie de aantekening.

Hertaald: oordeel uitvoerde Dat is: de straf die God Jehu opgedragen had over het huis van Achab uit te voeren. Zo ook hierboven 2 Kron. 20:9, zie de aantekening.

zonen der broederen Zij worden 2 Kon. 10:13 de broeders van Ahazia genoemd; zie aldaar de aantekening.

Hertaald: zonen der broederen Zij worden in 2 Kon. 10:13 de broers van Ahazia genoemd; zie de aantekening daar.

2 Kronieken 22 vers 9

zocht hij Aházia, Zie de verklaring van dit vs. 2 Kon. 9:27 .

Hertaald: zocht hij Aházia, Zie de verklaring van dit vers bij 2 Kon. 9:27.

begroeven hem; Dat is, zij lieten toe dat men hem naar Jeruzalem zou voeren, om aldaar begraven te worden.

Hertaald: begroeven hem; Dat is: zij lieten toe dat men hem naar Jeruzalem zou brengen om daar begraven te worden.

met zijn ganse hart Vergelijk boven, 2 Kron. 15:12 .

Hertaald: met zijn ganse hart Vergelijk hierboven 2 Kron. 15:12.

die kracht Misschien omdat zij te jong waren, wien het koninkrijk van opvolging wege toekwam, of omdat de macht van Athalia te groot was.

Hertaald: die kracht Misschien omdat zij te jong waren aan wie het koningschap door opvolging toekwam, of omdat de macht van Athalia te groot was.

2 Kronieken 22 vers 10

Toen Athália, Zie de verklaring hiervan en der volgende verzen, 2 Kon. 11:1-3 .

Hertaald: Toen Athália, Zie de verklaring hiervan en van de volgende verzen bij 2 Kon. 11:1-3.

het koninklijke zaad Hebreeuws, het zaad des koninkrijks.

Hertaald: het koninklijke zaad Hebreeuws: het zaad van het koninkrijk.

2 Kronieken 22 vers 11

Józabath, Hebreeuws Jehoschabath; anders ook genaamd Jehoscheba; 2 Kon. 11:2 .

Hertaald: Józabath, Hebreeuws Jehoschabath; elders ook Jehoscheba genoemd; 2 Kon. 11:2.

des konings, Namelijk, van Joram, den zoon van Josafat, en dienvolgens de zuster van Ahazia; 2 Kon. 11:2 .

Hertaald: des konings, Namelijk: van Joram, de zoon van Josafat, en dus de zuster van Ahazia; 2 Kon. 11:2.

Joas, Anders, Jehoas; 2 Kon. 12:2 .

Hertaald: Joas, Anders: Jehoas; 2 Kon. 12:2.

voedster Die hem gezoogd had, of nog zoogde; want hij was maar een jaar oud. Vergelijk onder, de aantekening 2 Kron. 23:1 .

Hertaald: voedster Die hem gezoogd had, of nog zoogde; want hij was pas een jaar oud. Vergelijk hieronder de aantekening bij 2 Kron. 23:1.

slaapkamer; Hebreeuws, een kamer der bedden. Zie de aantekening 2 Kon. 11:2 .

Hertaald: slaapkamer; Hebreeuws: een kamer van de bedden. Zie de aantekening bij 2 Kon. 11:2.

Jójada Hebreeuws, Jehojada. Zie van dezen 2 Kon. 11:4 .

Hertaald: Jójada Hebreeuws: Jehojada. Zie over hem 2 Kon. 11:4.

2 Kronieken 22 vers 12

hen verstoken Versta, dat Joas met zijn voedster bij den hogepriester en zijn vrouw, in een der kamers, die aan den tempel stonden, heimelijk is bewaard en opgevoed geweest.

Hertaald: hen verstoken Versta hieronder dat Joas met zijn voedster bij de hogepriester en zijn vrouw, in een van de kamers die aan de tempel stonden, heimelijk bewaard en opgevoed is.

het land Namelijk, van Juda.

Hertaald: het land Namelijk: van Juda.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hij is de zoon van Josafat  — Ahazia wordt gedood met het huis van Achab, en toch krijgt hij een graf, om één reden: "Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft" (2 Kron. 22:9)

Ahazia regeerde slechts één jaar, en de kroniekschrijver zegt er meteen bij waarom het zo liep. Zijn moeder Athalia was zijn raadgeefster om goddeloos te handelen. En na de dood van zijn vader waren de mensen uit het huis van Achab zijn raadslieden, hem ten verderve (2 Kron. 22:3-4). Op hun raad trok hij met Joram van Israël op tegen Hazaël, en daarna ging hij de gewonde Joram te Jizreël bezoeken (2 Kron. 22:5-6). Zijn ondergang lag juist in dat bezoek, en de tekst noemt dat uitdrukkelijk van God (2 Kron. 22:7). Jehu, die het oordeel over het huis van Achab uitvoerde, vond ook de vorsten van Juda en doodde hen (2 Kron. 22:8; reeds behandeld bij De zalving van Jehu, 2 Kon. 9). Ahazia werd gevonden, tot Jehu gebracht en gedood. Dan volgt de aantekening die alleen Kronieken bewaart: zij begroeven hem, omdat hij de zoon was van Josafat, die de HEERE met zijn hele hart gezocht had (2 Kron. 22:9). Wat daarna gebeurde met Athalia en de verborgen Joas, is reeds behandeld bij De verborgen zoon (2 Kon. 11:1-3).

Bijbelse betekenis: Van Ahazia zelf valt niets goeds te melden. Wat hem een graf bezorgt, is niet zijn eigen leven maar dat van zijn grootvader. Zelfs de mannen van Jehu, midden in een bloedige afrekening, houden zich in omdat er een naam over deze man ligt. Dat is een aangrijpend bericht. God vergeet de godsvrucht van een voorgeslacht niet, ook niet wanneer het nageslacht haar volkomen verspeelt. Tegelijk moet men hier niet meer uit lezen dan er staat. Het gaat om een begrafenis, niet om behoud; Ahazia sterft in zijn zonde, en zijn huis houdt niemand over met kracht tot het koninkrijk. De vroomheid van een vader kan zijn kind eer nalaten, maar geen geloof. Het hoofdstuk waarschuwt bovendien scherp voor raadgevers: driemaal wordt gezegd van wie Ahazia zijn raad ontving, en driemaal is dat zijn ondergang.

Typologie: In het tweede gebod worden beide kanten van dit erfgoed genoemd, en de barmhartigheid reikt daarbij het verst: "En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden" (Ex. 20:6). Wat Josafat in zijn leven zocht, werkte na zijn dood nog door tot in het graf van een kleinzoon die het niet verdiende.

2 Kron. 22:3-9; 2 Kon. 9; 2 Kon. 11:1-3; Ex. 20:6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 22

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content