Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de inwonersH3427 van JeruzalemH3389maaktenH4427AhaziaH274, zijn kleinstenH6996zoonH1121, koning in zijn plaatsH8478; wantH3588 een bendeH1416, die met de ArabierenH6163 in het legerH4264gekomenH935 was, had alH3605 de eerstenH7223gedoodH2026. AhaziaH274 dan, de zoonH1121 van JoramH3088, de koning van JudaH3063, regeerdeH4427.En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
Ook in dit vers
koningH4428
KJVAnd the inhabitants2of Jerusalem3made1➔ Ahaziah5his youngest7son6king17in his stead: for the band of men13that came14with the Arabians15to the camp16had slain12all the eldest.11So Ahaziah18the son19of Jehoram20king21of Judah22reigned.
1וַיַּמְלִיכוּ֩H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely2יוֹשְׁבֵ֨יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3יְרוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲחַזְיָ֨הוּH274AhaziaAhaziah6בְנ֤וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הַקָּטֹן֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)8תַּחְתָּ֔יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָרִאשֹׁנִים֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past12הָרַ֣גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13הַגְּד֔וּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)14הַבָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15בָֽעַרְבִ֖יםH6163Arabieren, ArabierArabian16לַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents17וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely18אֲחַזְיָ֥הוּH274AhaziaAhaziah19בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יְהוֹרָ֖םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)21מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
2Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2TweeH8147 en veertigH705jaarH8141 was AhaziaH274oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en hij regeerdeH4427eenH259jaarH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was AthaliaH6271, een dochterH1323 van OmriH6018.Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.
KJVForty2and two3years4old1was Ahaziah5when he began to reign,6and he reigned9one8year7in Jerusalem.10His mother's12name11also was Athaliah13the daughter14of Omri.15
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אַרְבָּעִ֨יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty3וּשְׁתַּ֤יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5אֲחַזְיָ֣הוּH274AhaziaAhaziah6בְמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וְשָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8אַחַ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10בִּֽירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting13עֲתַלְיָ֖הוּH6271Athalia, AthaljaAthaliah14בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village15עָמְרִֽיH6018OmriOmri
3Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3HijH1931wandeldeH1980ookH1571 in de wegenH1870 van het huisH1004 van AchabH256; wantH3588 zijn moederH517 was zijnH1961raadgeefsterH3289, om goddelooslijkH7561 te handelen.Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
KJVHe also walked3in the ways4of the house5of Ahab:6for his mother8was his counsellor10to do wickedly.11
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3הָלַ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4בְּדַרְכֵ֖יH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אַחְאָ֑בH256Achab, AchabsAhab7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אִמּ֛וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting9הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10יֽוֹעַצְתּ֖וֹH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose11לְהַרְשִֽׁיעַH7561goddelooslijk, verdoemen, goddelooscondemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)
4En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, gelijk het huisH1004 van AchabH256; wantH3588 zij waren zijnH1961raadgeversH3289, naH310 den doodH4194 zijns vadersH1, hem ten verderveH4889.En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.
KJVWherefore he did1evil2in the sight3of the LORD4like the house5of Ahab:6for they were his counsellors11after12the death13of his father14to his destruction.15
5Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Hij wandeldeH1980ookH1571 in hun raadH6098, en toogH3212 henen metH854 Joram, den zoonH1121 van AchabH256, den koningH4428 van IsraelH3478, tot den strijdH4421tegenH5921HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758, bij RamothH7433 in GileadH1568; en de SyriersH7421sloegenH5221 Joram.Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.
Ook in dit vers
JoramH3088
JoramH3141
KJVHe walked3also after their counsel,2and went4with Jehoram6the son7of Ahab8king9of Israel10to war11against Hazael13king14of Syria15at Ramothgilead:16and the Syrians19smote18Joram.21
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בַּעֲצָתָם֮H6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose3הָלַךְ֒H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וַיֵּלֶךְ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6יְהוֹרָ֨םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אַחְאָ֜בH256Achab, AchabsAhab9מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לַמִּלְחָמָ֛הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13חֲזָאֵ֥לH2371HazaelHazael14מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians16בְּרָמ֣וֹתH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)17גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite18וַיַּכּ֥וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound19הָֽרַמִּ֖יםH7421SyriersSyrian20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21יוֹרָֽםH3141JoramJoram
6En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij keerdeH7725 weder om zich te laten genezenH7495 te JizreelH3157; wantH3588 hij had wondenH4347, die men hem bij RamaH7414geslagenH5221 had, als hij streedH3898 tegen HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758; en AzarjaH5838, de zoonH1121 van JoramH3088, den koningH4428 van JudaH3063, kwam af, om JoramH3088, den zoonH1121 van AchabH256, te JizreelH3157 te bezienH7200, wantH3588hijH1931 was krankH2470.En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
KJVAnd he returned1to be healed2in Jezreel3because of the wounds5which were given7him at Ramah,8when he fought9with Hazael11king12of Syria.13And Azariah14the son15of Jehoram16king17of Judah18went down19to see20Jehoram22the son23of Ahab24at Jezreel,25because he was sick.27
1וַיָּ֜שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2לְהִתְרַפֵּ֣אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)3בְיִזְרְעֶ֗אלH3157Jizreel, JizreelaJezreel4כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5הַמַּכִּים֙H4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הִכֻּ֣הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8בָֽרָמָ֔הH7414Rama, RamathRamah9בְּהִלָּ֣חֲמ֔וֹH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)10אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11חֲזָהאֵ֖לH2371HazaelHazael12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13אֲרָ֑םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians14וַעֲזַרְיָ֨הוּH5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah15בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יְהוֹרָ֜םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)17מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah19יָרַ֡דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down20לִרְא֞וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22יְהוֹרָ֧םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)23בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth24אַחְאָ֛בH256Achab, AchabsAhab25בְּיִזְרְעֶ֖אלH3157Jizreel, JizreelaJezreel26כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet27חֹלֶ֥הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded28הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
7De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De vertredingH8395 nu van AhaziaH274wasH1961 van GodH430, datH834 hij totH413 Joram kwam; want als hij gekomenH935 was, toogH3318 hij metH5973 Joram uit totH413JehuH3058, den zoonH1121 van NimsiH5250, denwelken de HEEREH3068gezalfdH4886 had, om het huisH1004 van AchabH256 uit te roeien.De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
Ook in dit vers
JoramH3088
JoramH3141
KJVAnd the destruction3of Ahaziah4was of God1by coming5to Joram:7for when he was come,8he went out9with Jehoram11against Jehu13the son14of Nimshi,15whom the LORD18had anointed17to cut off19the house21of Ahab.22
1וּמֵֽאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty2הָיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3תְּבוּסַ֣תH8395vertredingdestruction4אֲחַזְיָ֔הוּH274AhaziaAhaziah5לָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יוֹרָ֑םH3141JoramJoram8וּבְבֹא֗וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9יָצָ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11יְהוֹרָם֙H3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13יֵה֣וּאH3058JehuJehu14בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15נִמְשִׁ֔יH5250NimsiNimshi16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17מְשָׁח֣וֹH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint18יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19לְהַכְרִ֖יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22אַחְאָֽבH256Achab, AchabsAhab
8Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo geschieddeH1961 het, als JehuH3058 het oordeel uitvoerdeH8199tegenH5973 het huisH1004 van AchabH256, dat hij de vorstenH8269 van JudaH3063 en de zonenH1121 der broederenH251 van AhaziaH274, die AhaziaH274diendenH8334, vondH4672, en die dooddeH2026.Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.
KJVAnd it came to pass, that, when Jehu3was executing judgment2upon the house5of Ahab,6and found7the princes9of Judah,10and the sons11of the brethren12of Ahaziah,13that ministered14to Ahaziah,15he slew16them.
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּהִשָּׁפֵ֥טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule3יֵה֖וּאH3058JehuJehu4עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אַחְאָ֑בH256Achab, AchabsAhab7וַיִּמְצָא֩H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah11וּבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אֲחֵ֧יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13אֲחַזְיָ֛הוּH274AhaziaAhaziah14מְשָׁרְתִ֥יםH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on15לַאֲחַזְיָ֖הוּH274AhaziaAhaziah16וַיַּהַרְגֵֽםH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
9Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Daarna zochtH1245 hij AhaziaH274, en zij kregenH3920 hem (want hij was verstokenH2244 in SamariaH8111), en zij brachtenH935 hem totH413JehuH3058, en zij dooddenH4191 hem, en begroevenH6912 hem; wantH3588 zij zeidenH559: Hij is de zoonH1121 van JosafatH3092, die den HEEREH3068 met zijn ganseH3605hartH3824gezochtH1875 heeft. Zo had het huisH1004 van AhaziaH274niemandH369, die krachtH3581behieldH6113 tot het koninkrijkH4467.Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
KJVAnd he sought1Ahaziah:3and they caught4him, (for he was hid6in Samaria,)7and brought8him to Jehu:10and when they had slain11him, they buried12him: Because, said14they, he is the son15of Jehoshaphat,16who sought19the LORD21with all his heart.23So the house25of Ahaziah26had no power28to keep27still the kingdom.29
1וַיְבַקֵּשׁ֩H1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲחַזְיָ֨הוּH274AhaziaAhaziah4וַֽיִּלְכְּדֻ֜הוּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take5וְה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6מִתְחַבֵּ֣אH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly7בְשֹֽׁמְר֗וֹןH8111SamariaSamaria8וַיְבִאֻ֣הוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יֵהוּא֮H3058JehuJehu11וַיְמִתֻהוּ֒H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12וַֽיִּקְבְּרֻ֔הוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)13כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יְהוֹשָׁפָ֣טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)17ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19דָּרַ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23לְבָב֑וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding24וְאֵין֙H369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)25לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)26אֲחַזְיָ֔הוּH274AhaziaAhaziah27לַעְצֹ֥רH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)28כֹּ֖חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth29לְמַמְלָכָֽהH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal
10Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen AthaliaH6271, de moederH517 van AhaziaH274, zagH7200, datH3588 haar zoonH1121doodH4191 was, zo maakte zij zich op, en brachtH1696alH3605 het koninklijkeH4467zaadH2233 van het huisH1004 van JudaH3063 om.Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.
KJVBut when Athaliah1the mother2of Ahaziah3saw4that her son7was dead,6she arose8and destroyed9all the seed12royal13of the house14of Judah.15
1וַעֲתַלְיָ֨הוּ֙H6271Athalia, AthaljaAthaliah2אֵ֣םH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting3אֲחַזְיָ֔הוּH274AhaziaAhaziah4רָאֲתָ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6מֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7בְּנָ֑הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַתָּ֗קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9וַתְּדַבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12זֶ֥רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13הַמַּמְלָכָ֖הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal14לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
11Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar JozabathH3090, de dochterH1323 des koningsH4428, namH3947JoasH3101, den zoonH1121 van AhaziaH274, en stalH1589 hem uit het middenH8432 van des koningsH4428zonenH1121, die gedoodH4191 werden, en zetteH5414 hem en zijn voedsterH3243 in een slaapkamerH2315; zo verborgH5641 hem JozabathH3090, de dochterH1323 van den koningH4428JoramH3088, de huisvrouwH802 van den priesterH3548JojadaH3077 (wantH3588 zij wasH1961 de zusterH269 van AhaziaH274), voorH6440AthaliaH6271, dat zij hem nietH3808dooddeH4191.Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.
KJVBut Jehoshabeath,2the daughter3of the king,4took1Joash6the son7of Ahaziah,8and stole9him from among11the king's13sons12that were slain,14and put15him and his nurse18in a bedchamber.19So Jehoshabeath,22the daughter23of king24Jehoram,25the wife26of Jehoiada27the priest,28(for she was the sister32of Ahaziah,)33hid21him from34Athaliah,35so that she slew37him not.
1וַתִּקַּח֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2יְהוֹשַׁבְעַ֨תH3090JozabathJehoshabeath3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יוֹאָ֣שׁH3101JoasJoash7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֲחַזְיָ֗הוּH274AhaziaAhaziah9וַתִּגְנֹ֤בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth10אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִתּ֤וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal14הַמּ֣וּמָתִ֔יםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15וַתִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֵֽינִקְתּ֖וֹH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)19בַּחֲדַ֣רH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within20הַמִּטּ֑וֹתH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier21וַתַּסְתִּירֵ֡הוּH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely22יְהוֹשַׁבְעַ֣תH3090JozabathJehoshabeath23בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village24הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25יְהוֹרָ֡םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)26אֵשֶׁת֩H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English27יְהוֹיָדָ֨עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)28הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer29כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet30הִיא֩H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who31הָיְתָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use32אֲח֧וֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together33אֲחַזְיָ֛הוּH274AhaziaAhaziah34מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you35עֲתַלְיָ֖הוּH6271Athalia, AthaljaAthaliah36וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without37הֱמִיתָֽתְהוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
12En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij wasH1961 bij hen verstokenH2244 in het huisH1004GodsH430zesH8337jarenH8141; en AthaliaH6271regeerdeH4427overH5921 het landH776.En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
KJVAnd he was with them hid5in the house3of God4six6years:7and Athaliah8reigned9over the land.11
1וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִתָּם֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5מִתְחַבֵּ֖אH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly6שֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַעֲתַלְיָ֖הH6271Athalia, AthaljaAthaliah9מֹלֶ֥כֶתH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 22:1— En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.2 Kronieken 21:16→2 Koningen 8:24→2 Kronieken 23:3→2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→1 Kronieken 3:11→
2 Kronieken 22:2— Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.2 Koningen 8:26→2 Kronieken 21:6→1 Koningen 16:28→
2 Kronieken 22:3— Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.Nehemia 13:23→Richteren 17:4→Genesis 6:4→Maleachi 2:15→Genesis 27:12→Deuteronomium 13:6→Mattheüs 10:37→Handelingen 4:19→
2 Kronieken 22:4— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.Spreuken 13:20→2 Kronieken 24:17→Spreuken 1:10→Spreuken 12:5→Spreuken 19:27→
2 Kronieken 22:5— Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.2 Koningen 8:28→2 Kronieken 19:2→Micha 6:16→Daniël 5:22→2 Koningen 8:9→Psalmen 1:1→1 Koningen 22:3→2 Kronieken 18:3→
2 Kronieken 22:6— En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.2 Koningen 9:15→2 Kronieken 21:17→2 Koningen 8:29→2 Kronieken 22:1→2 Kronieken 22:7→2 Koningen 10:13→
2 Kronieken 22:7— De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.2 Kronieken 10:15→2 Koningen 9:21→1 Koningen 12:15→Richteren 14:4→Maleachi 4:3→1 Koningen 19:16→Hosea 14:9→2 Koningen 9:1→
2 Kronieken 22:8— Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.2 Koningen 10:10→
2 Kronieken 22:9— Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.2 Koningen 9:27→2 Kronieken 21:4→2 Kronieken 21:17→1 Koningen 13:21→1 Koningen 14:13→2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 22:8→2 Koningen 9:34→
2 Kronieken 22:10— Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.2 Kronieken 22:2→2 Koningen 11:1→
2 Kronieken 22:11— Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.Handelingen 4:28→2 Kronieken 21:7→Psalmen 76:10→Jesaja 65:8→1 Koningen 15:4→2 Koningen 11:2→Spreuken 21:30→2 Samuël 7:13→
2 Kronieken 22:12— En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.Habakuk 1:12→Jeremia 12:1→Psalmen 12:8→Psalmen 73:14→Psalmen 73:18→Psalmen 27:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 22 vers 1— En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
Aházia,
Zie boven, 2 Kron. 21:17 .
Hertaald:Aházia,
Zie hierboven 2 Kron. 21:17.
kleinsten zoon,
Dat is, den jongste van jaren. Vergelijk Gen. 19:31 .
Hertaald:kleinsten zoon,
Dat is: de jongste in jaren. Vergelijk Gen. 19:31.
eersten gedood
Dat is, de oudste zonen van Joram. Boven, 2 Kron. 21:17 , wordt alleen gezegd dat deze krijgslieden de zonen van Joram weggevoerd hadden; maar hier wordt nu bijgevoegd dat zij hen ook gedood hebben.
Hertaald:eersten gedood
Dat is: de oudste zonen van Joram. Hierboven, in 2 Kron. 21:17, wordt alleen gezegd dat deze krijgslieden de zonen van Joram weggevoerd hadden; maar hier wordt nu toegevoegd dat zij hen ook gedood hebben.
2 Kronieken 22 vers 2— Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.
Twee en veertig jaar
Hebreeuws, een zoon van twee en veertig jaar.
Hertaald:Twee en veertig jaar
Hebreeuws: een zoon van tweeënveertig jaar.
een jaar
Te weten, alleen. Gelijk sommigen afnemen uit 2 Kon. 8:26 . Verstaande dat hij ook lang tevoren voor koning is erkend geweest, terwijl zijn vader tot de regering ongeschikt was. Doch hoe deze beide plaatsen eigenlijk zijn te vergelijken, is zeer duister.
Hertaald:een jaar
Namelijk: alleen. Zoals sommigen afleiden uit 2 Kon. 8:26. Zij vatten het zo op dat hij ook al lange tijd tevoren als koning erkend was, terwijl zijn vader ongeschikt was om te regeren. Maar hoe deze twee plaatsen eigenlijk met elkaar te vergelijken zijn, is zeer onduidelijk.
dochter van Omri
Zo wordt zij ook genoemd; 2 Kon. 8:26 . Versta, de dochter van Omri's zoon, namelijk Achab; zie de aantekening op 2 Kon. 8:26 . De kindskinderen worden zonen en dochters genaamd van hun grootvaders. Zie Gen. 36:2 , ja ook van al hun voorouders in de rechte linie opwaarts gerekend; gelijk te zien is Matt. 1:1 ; Luc. 13:16 .
Hertaald:dochter van Omri
Zo wordt zij ook genoemd; 2 Kon. 8:26. Versta hieronder de dochter van de zoon van Omri, namelijk Achab; zie de aantekening bij 2 Kon. 8:26. Kleinkinderen worden zonen en dochters van hun grootvaders genoemd. Zie Gen. 36:2, ja zelfs van al hun voorouders in de rechte lijn omhoog gerekend; zoals te zien is in Matth. 1:1; Luk. 13:16.
2 Kronieken 22 vers 3— Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
ook in de wegen
Te weten, gelijk zijn vader Joram, boven, 2 Kron. 21:6 .
Hertaald:ook in de wegen
Namelijk: zoals zijn vader Joram, hierboven 2 Kron. 21:6.
2 Kronieken 22 vers 4— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.
huis Achabs;
Te weten, die van het huis Achabs waren.
Hertaald:huis Achabs;
Namelijk: die van het huis van Achab waren.
verderve
Alzo is het Hebreeuwse woord genomen Ex. 12:13 ; Ezech. 25:15 ; Dan. 10:8 .
Hertaald:verderve
Zo wordt het Hebreeuwse woord gebruikt in Ex. 12:13; Ezech. 25:15; Dan. 10:8.
2 Kronieken 22 vers 5— Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.
ook in hun raad,
Dat is, hij hoorde niet alleen hun afgodischen raad, maar hij deed ook daarnaar.
Hertaald:ook in hun raad,
Dat is: hij hoorde niet alleen hun afgodische raad, maar handelde er ook naar.
Ramoth
Ook genaamd Rama, in vs.6, en 2 Kon. 8:29 . Zie ook van deze stad 1 Kon. 4:13 .
Hertaald:Ramoth
Ook Rama genoemd, in vers 6, en 2 Kon. 8:29. Zie over deze stad ook 1 Kon. 4:13.
2 Kronieken 22 vers 6— En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
Jizreël;
Een stad in den stam van Issaschar; van welke zie Joz. 19:18 , en 1 Kon. 4:12 , enz.
Hertaald:Jizreël;
Een stad in de stam Issaschar; zie hierover Joz. 19:18, en 1 Kon. 4:12, enzovoort.
hij had wonden,
Of, daar waren slagers geweest, die hem bij Rama geslagen hadden, enz. Versta door dezen de Syriërs; 2 Kon. 9:15 .
Hertaald:hij had wonden,
Of: er waren aanvallers geweest die hem bij Rama verwond hadden, enzovoort. Hiermee worden de Syriërs bedoeld; 2 Kon. 9:15.
Azarja,
Anders genaamd Ahazia, boven, vs.1-2; idem Joahaz, boven, 2 Kron. 21:17 .
2 Kronieken 22 vers 7— De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
vertreding
Of, vertrapping; dat is, de ombrenging van Ahazia, waardoor hij tenondergebracht en gelijk vertrapt was; van welke zie onder, vs.9.
Hertaald:vertreding
Of: vertrapping; dat is: de ondergang van Ahazia, waardoor hij ten onder gebracht en als het ware vertrapt werd; zie hierover hieronder vers 9.
van God,
Te weten, als van een rechtvaardig rechter, die de zonden der mensen, door hun eigen, vrijwillig en onbedwongen bedrijf, pleegt te straffen. Vergelijk hiermede 1 Kon. 12:15 , en de aantekening daarop.
Hertaald:van God,
Namelijk: als van een rechtvaardig rechter, Die de zonden van de mensen, begaan door hun eigen vrijwillige en onbedwongen handelen, pleegt te straffen. Vergelijk hiermee 1 Kon. 12:15, en de aantekening daar.
dat hij tot Joram kwam;
Dat is, welke vertreding, of ombrenging geschied is doordien Ahazia tot Joram gekomen en niet tehuis gebleven was.
Hertaald:dat hij tot Joram kwam;
Dat is: deze vertrapping, of ondergang, gebeurde doordat Ahazia naar Joram gegaan was en niet thuis gebleven was.
gezalfd had,
Te weten, door het bevel, dat Hij den profeet Elia gegeven had, 1 Kon. 19:16 , en Elia door Elisa uitgevoerd heeft; 2 Kon. 9:6 .
Hertaald:gezalfd had,
Namelijk: door het bevel dat Hij aan de profeet Elia gegeven had, 1 Kon. 19:16, en dat Elia via Elisa heeft laten uitvoeren; 2 Kon. 9:6.
2 Kronieken 22 vers 8— Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.
oordeel uitvoerde
Dat is, straf, die God Jehu over het huis Achabs uit te voeren belast had. Alzo boven, 2 Kron. 20:9 , zie de aantekening.
Hertaald:oordeel uitvoerde
Dat is: de straf die God Jehu opgedragen had over het huis van Achab uit te voeren. Zo ook hierboven 2 Kron. 20:9, zie de aantekening.
zonen der broederen
Zij worden 2 Kon. 10:13 de broeders van Ahazia genoemd; zie aldaar de aantekening.
Hertaald:zonen der broederen
Zij worden in 2 Kon. 10:13 de broers van Ahazia genoemd; zie de aantekening daar.
2 Kronieken 22 vers 9— Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
zocht hij Aházia,
Zie de verklaring van dit vs. 2 Kon. 9:27 .
Hertaald:zocht hij Aházia,
Zie de verklaring van dit vers bij 2 Kon. 9:27.
begroeven hem;
Dat is, zij lieten toe dat men hem naar Jeruzalem zou voeren, om aldaar begraven te worden.
Hertaald:begroeven hem;
Dat is: zij lieten toe dat men hem naar Jeruzalem zou brengen om daar begraven te worden.
met zijn ganse hart
Vergelijk boven, 2 Kron. 15:12 .
Hertaald:met zijn ganse hart
Vergelijk hierboven 2 Kron. 15:12.
die kracht
Misschien omdat zij te jong waren, wien het koninkrijk van opvolging wege toekwam, of omdat de macht van Athalia te groot was.
Hertaald:die kracht
Misschien omdat zij te jong waren aan wie het koningschap door opvolging toekwam, of omdat de macht van Athalia te groot was.
2 Kronieken 22 vers 10— Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.
Toen Athália,
Zie de verklaring hiervan en der volgende verzen, 2 Kon. 11:1-3 .
Hertaald:Toen Athália,
Zie de verklaring hiervan en van de volgende verzen bij 2 Kon. 11:1-3.
het koninklijke zaad
Hebreeuws, het zaad des koninkrijks.
Hertaald:het koninklijke zaad
Hebreeuws: het zaad van het koninkrijk.
2 Kronieken 22 vers 11— Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.
Józabath,
Hebreeuws Jehoschabath; anders ook genaamd Jehoscheba; 2 Kon. 11:2 .
Hertaald:Józabath,
Hebreeuws Jehoschabath; elders ook Jehoscheba genoemd; 2 Kon. 11:2.
des konings,
Namelijk, van Joram, den zoon van Josafat, en dienvolgens de zuster van Ahazia; 2 Kon. 11:2 .
Hertaald:des konings,
Namelijk: van Joram, de zoon van Josafat, en dus de zuster van Ahazia; 2 Kon. 11:2.
Joas,
Anders, Jehoas; 2 Kon. 12:2 .
Hertaald:Joas,
Anders: Jehoas; 2 Kon. 12:2.
voedster
Die hem gezoogd had, of nog zoogde; want hij was maar een jaar oud. Vergelijk onder, de aantekening 2 Kron. 23:1 .
Hertaald:voedster
Die hem gezoogd had, of nog zoogde; want hij was pas een jaar oud. Vergelijk hieronder de aantekening bij 2 Kron. 23:1.
slaapkamer;
Hebreeuws, een kamer der bedden. Zie de aantekening 2 Kon. 11:2 .
Hertaald:slaapkamer;
Hebreeuws: een kamer van de bedden. Zie de aantekening bij 2 Kon. 11:2.
Jójada
Hebreeuws, Jehojada. Zie van dezen 2 Kon. 11:4 .
Hertaald:Jójada
Hebreeuws: Jehojada. Zie over hem 2 Kon. 11:4.
2 Kronieken 22 vers 12— En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
hen verstoken
Versta, dat Joas met zijn voedster bij den hogepriester en zijn vrouw, in een der kamers, die aan den tempel stonden, heimelijk is bewaard en opgevoed geweest.
Hertaald:hen verstoken
Versta hieronder dat Joas met zijn voedster bij de hogepriester en zijn vrouw, in een van de kamers die aan de tempel stonden, heimelijk bewaard en opgevoed is.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hij is de zoon van Josafat — Ahazia wordt gedood met het huis van Achab, en toch krijgt hij een graf, om één reden: "Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft" (2 Kron. 22:9)
Ahazia regeerde slechts één jaar, en de kroniekschrijver zegt er meteen bij waarom het zo liep. Zijn moeder Athalia was zijn raadgeefster om goddeloos te handelen. En na de dood van zijn vader waren de mensen uit het huis van Achab zijn raadslieden, hem ten verderve (2 Kron. 22:3-4). Op hun raad trok hij met Joram van Israël op tegen Hazaël, en daarna ging hij de gewonde Joram te Jizreël bezoeken (2 Kron. 22:5-6). Zijn ondergang lag juist in dat bezoek, en de tekst noemt dat uitdrukkelijk van God (2 Kron. 22:7). Jehu, die het oordeel over het huis van Achab uitvoerde, vond ook de vorsten van Juda en doodde hen (2 Kron. 22:8; reeds behandeld bij De zalving van Jehu, 2 Kon. 9). Ahazia werd gevonden, tot Jehu gebracht en gedood. Dan volgt de aantekening die alleen Kronieken bewaart: zij begroeven hem, omdat hij de zoon was van Josafat, die de HEERE met zijn hele hart gezocht had (2 Kron. 22:9). Wat daarna gebeurde met Athalia en de verborgen Joas, is reeds behandeld bij De verborgen zoon (2 Kon. 11:1-3).
Bijbelse betekenis: Van Ahazia zelf valt niets goeds te melden. Wat hem een graf bezorgt, is niet zijn eigen leven maar dat van zijn grootvader. Zelfs de mannen van Jehu, midden in een bloedige afrekening, houden zich in omdat er een naam over deze man ligt. Dat is een aangrijpend bericht. God vergeet de godsvrucht van een voorgeslacht niet, ook niet wanneer het nageslacht haar volkomen verspeelt. Tegelijk moet men hier niet meer uit lezen dan er staat. Het gaat om een begrafenis, niet om behoud; Ahazia sterft in zijn zonde, en zijn huis houdt niemand over met kracht tot het koninkrijk. De vroomheid van een vader kan zijn kind eer nalaten, maar geen geloof. Het hoofdstuk waarschuwt bovendien scherp voor raadgevers: driemaal wordt gezegd van wie Ahazia zijn raad ontving, en driemaal is dat zijn ondergang.
Typologie: In het tweede gebod worden beide kanten van dit erfgoed genoemd, en de barmhartigheid reikt daarbij het verst: "En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden" (Ex. 20:6). Wat Josafat in zijn leven zocht, werkte na zijn dood nog door tot in het graf van een kleinzoon die het niet verdiende.
I. Vs. 1-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:16→2 Koningen 8:24→2 Kronieken 10:15→2 Koningen 9:21→2 Kronieken 23:3→2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→ — En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde. Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri. Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve. Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram. En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank. De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien. Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde. Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk. Van Ahazia is nauwelijks iets te berichten, dat hij als koning gedaan heeft; hij was integendeel zo geheel in de macht van zijn moeder Athalia, en deze wist hem zo volkomen met raadslieden uit haar vaders huis te omringen, dat Achabs en Izébel’s geest thans uitsluitend in de heilige stad heersten. Maar zeer spoedig moest het verderf, dat over Achab’s huis besloten was, ook het koningshuis in Juda treffen; Ahazia valt door de hand van dezelfde Jehu, die ook aan het koninklijke huis in Israël een einde maakt (Vergelijk 2 Koningen .8: 25-10: 17 8.25-10.17).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:16→2 Koningen 8:24→2 Kronieken 23:3→2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→1 Kronieken 3:11→— En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinste zoon, koning in zijn plaats; want een stroopbende, die met de Arabieren bij gelegenheid van de Hoofdstuk 21: 16 vv. vermelde inval in Juda, in het leger gekomen was 1), d.i. met een wilde aanval het Israëlitische leger overrompelde, had al de eersten, de oudere zonen van Joram, (Hoofdstuk 21: 17) gedood. Ahazia dan, de jongste alleen nog overgebleven zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
Hieruit blijkt duidelijk, dat die zonen niet in Jeruzalem, maar in het leger zijn gedood. Wellicht zijn zij eerst gevangen genomen en daarna gedood. Sommigen hebben uit de eerste woorden van dit vers de slotsom opgemaakt, dat reeds toen Athalia zich van de regering heeft willen meester maken, maar o.i. ten onrechte.
Kruisverwijzingen2 Koningen 8:26→2 Kronieken 21:6→1 Koningen 16:28→— Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri.
Tweeenveertig, of liever: tweeentwintig (2Ki 8: 26) jaar was Ahazia oud, toen hij in het jaar 883 voor Christus koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Athalia, een kleindochter van Omri, de koning, met wie een eigenlijk afgodisch geslacht op de troon van Israël kwam (1 Koningen .16: 23 vv.).
KruisverwijzingenNehemia 13:23→Richteren 17:4→Genesis 6:4→Maleachi 2:15→Genesis 27:12→Deuteronomium 13:6→Mattheüs 10:37→Handelingen 4:19→— Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
Hij wandelde ook, evenals zijn vader Joram (Hoofdstuk 21: 6), in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder, Achabs en Izébels gelijkgezinde dochter, was zijn raadgeefster, om goddeloos te handelen.
KruisverwijzingenSpreuken 13:20→2 Kronieken 24:17→Spreuken 1:10→Spreuken 12:5→Spreuken 19:27→— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve.
En hij deed dat kwaad was in de ogen van de Heere, zoals het huis van Achab; want zij, de hem verwante medeleden van dit huis, waren zijn raadgevers, na de dood van zijn vader, en oefenden alle invloed op hem uit, hem ten verderve, Zij voerden de afgodsdienst van het noordelijke rijk in, en wikkelden hem zo mee in het verderf van het daar regerende koninklijke huis (vs. 8 vv.).
Kruisverwijzingen2 Koningen 8:28→2 Kronieken 19:2→Micha 6:16→Daniël 5:22→2 Koningen 8:9→Psalmen 1:1→1 Koningen 22:3→2 Kronieken 18:3→— Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram.
Hij wandelde ook in hun raad, omdat hij een zeer zwak, onzelfstandig karakter had, en toog nog in hetzelfde jaar, dat hij aan de regering gekomen was, heen met Joram, de zoon van Achab, de toenmalige koning van Israël, tot de strijd tegen Hazaël, de koning van Syrië, bij Ramoth in Gilead om de stad de Syriërs weer te ontnemen, hetgeen dan ook lukte; en de Syriërs sloegen, wondden Joram in de strijd.
Kruisverwijzingen2 Koningen 9:15→2 Kronieken 21:17→2 Koningen 8:29→2 Kronieken 22:1→2 Kronieken 22:7→2 Koningen 10:13→— En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
En hij Joram keerde, met achterlating van zijn leger in Ramoth, van daar weer om zich te laten genezen te Jizreël, zijn zomerresidentie (1Ki 21: 1), want hij had, gelijk boven is opgemerkt, wonden, die men hem bij Rama of Ramoth geslagen had, toen hij streed tegen Hazaël, de koning van Syrië; en Azarja, de zoon van Joram, de koning van Juda, kwam, kort daarna insgelijks van Ramoth af om Joram, de zoon van Achab, te Jizreël te bezien, te bezoeken, want hij was ziek, hij lag ziek aan zijn wonden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 10:15→2 Koningen 9:21→1 Koningen 12:15→Richteren 14:4→Maleachi 4:3→1 Koningen 19:16→Hosea 14:9→2 Koningen 9:1→— De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
De vertreding 1) nu van Ahazia was van God, de rechtvaardige rechter, die de zonde van de mensen pleegt te straffen door middel van hun eigen besluiten, dat hij tot Joram kwam; want toen hij gekomen was, toog hij later, zoals in 2 Koningen .9 uitvoeriger te lezen is, met Joram uit tot Jehu, de zoon van Nimsi, die de Heere, door een leerling van Elisa tot koning over Israël gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
Letterlijk: Het neer getreden worden d.i. de ondergang van Ahazia. De schrijver gaat met stilzwijgen voorbij, de roeping van Jehu tot wraakzwaard over het huis van Achab, omdat niet over de geschiedenis van het huis van Israël, maar wel over die van het huis van Juda wordt gehandeld. Dat Ahazia Joram bezoekt, stelt de Schrijver als een leiding van God voor, opdat niet alleen Joram van Israël, maar ook Ahazia gedood zou worden, toen het huis van Achab vernietigd werd.
Kruisverwijzingen2 Koningen 10:10→— Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde.
Zo geschiedde het toen Jehu, nadat Joram van Israël gedood, maar Ahazia van Juda naar Megiddo ontkomen was, oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, en na uitroeiing van Izébel en van de prinsen uit het Israëlitische koningshuis ook naar Samaria kwam (2 Koningen .10: 12 vv.), dat hij op de weg daarheen bij een, op 1 uur zuidelijk van Dothan gelegen herdershuis de vorsten van Juda en de zonen van de broeders van Ahazia, die Ahazia dienden, hoge ambten aan zijn hof bekleedden, tezamen 42 man, vond en die doodde, door zijn krijgslieden liet neerhouwen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 9:27→2 Kronieken 21:4→2 Kronieken 21:17→1 Koningen 13:21→1 Koningen 14:13→2 Kronieken 21:20→2 Kronieken 22:8→2 Koningen 9:34→— Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
Daarna, toen hij in Samaria aangekomen was, zocht hij Ahazia, van wie hij wist, dat hij van Megiddo derwaarts gevlucht was, en zij kregen hem, vonden hem ook werkelijk (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem 1), maar zorgden, dat zijn lichaam op een koninklijke wagen overgebracht werd naar Jeruzalem (2 Koningen .9:
, en begroeven hem aldaar in zijn graf met zijn vaderen in de stad van David (1Ki 2: 10); want zij zeiden, terwijl zij, niettegenstaande zijn eigen onwaardigheid, nochtans voor zo’n eerlijke begrafenis zorgden: Hij is de zoon van Josafat 2), die de Heere met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia, omdat zijn broeders vroeger reeds omgekomen waren (vs. 6), maar zijn zonen nog minderjarig waren, niemand, die kracht behield tot het koninkrijk, die aanstonds de regering had kunnen overnemen.
Uit 2 Koningen .9: 27 blijkt, dat Ahazia nog uit Samaria wist te ontkomen, maar op zijn vlucht door Jehu en zijn dienaren werd achterhaald en van hen een dodelijke wond ontving, zodat hij wel Megiddo nog bereikte, maar daar stierf, en van uit die plaats naar Jeruzalem werd gebracht, om nog een eervolle begrafenis te mogen genieten. “2Ki 9: 27”
Die vrome vorst wordt dus nog lang na zijn dood met alle eer en roem herdacht en uit hoogachting voor zijn naam zelfs aan zijn onwaardig verbasterd nakroost nog eer bewezen.
De omstandigheid, dat in ons bericht eerst het doden van de broeders en daarna de dood van Ahazia wordt vermeld, terwijl in 2 Koningen .9: 27 vv. de moord op de broeders volgde op de dood van Ahazia levert geen zakelijk verschil op, omdat het korte bericht van de Kronieken niet chronologisch, maar zakelijk is aangelegd en de dood van Ahazia slechts daarom het laatst vermeld wordt, om daaraan, wat verder in Juda voorviel, vast te knopen.
II. Vs. 10-12.Kruisverwijzingen2 Kronieken 22:2→2 Koningen 11:1→Handelingen 4:28→2 Kronieken 21:7→Psalmen 76:10→Jesaja 65:8→1 Koningen 15:4→2 Koningen 11:2→ — Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om. Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde. En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land. Op het bericht van de dood van haar zoon, zeker ter zelfde tijd, dat diens lijk naar Jeruzalem overgebracht en eervol begraven wordt, brengt Athalia al het koninklijke zaad om, en brengt troon en kroon van het rijk van Juda aan zich. Maar de hand van de Heere heeft onder het bloedbad David’s huis, waaraan de belofte behoort, ten minste in zover bewaard, dat de jongste van Ahazia’s zonen, de zuigeling Joas, door de listigheid van zijn stiefzuster Josabath en de trouw van haar echtgenoot, de hogepriester Jojada, gered kon worden (Vergelijk 2 Koningen .11: 1-3).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 22:2→2 Koningen 11:1→— Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om.
Toen 1) Athalia, de moeder van Ahazia (vs. 2) zag, dat haar zoon dood was, maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om, behalve de zonen van Ahazia ook alle andere nog voorhanden mannelijke leden van het koninklijke huis.
“2Ki 11: 1-4”
KruisverwijzingenHandelingen 4:28→2 Kronieken 21:7→Psalmen 76:10→Jesaja 65:8→1 Koningen 15:4→2 Koningen 11:2→Spreuken 21:30→2 Samuël 7:13→— Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde.
Maar Josabath of Joseba, de dochter van de koning Joram, (2Ki 8: 26) nam Joas de jongste, nog in het eerste levensjaar verkerende zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van de koningszonen, die gedood werden (juister: die gedood zouden worden), en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer, in de beddenkamer van het koninklijk paleis; zo verborg hem Josabath, de dochter van de koning Joram, de huisvrouw van de toenmalige hogepriester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia en stond zo met het koninklijk huis in onmiddellijke betrekking), voor Athalia, dat zij hem niet doodde, en bracht hem daartoe over naar de woning van haar echtgenoot bij de tempel.
KruisverwijzingenHabakuk 1:12→Jeremia 12:1→Psalmen 12:8→Psalmen 73:14→Psalmen 73:18→Psalmen 27:5→— En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
En hij was bij hen, bij Jojada en zijn vrouw, verstoken in het huis van God zes jaren, en Athalia regeerde zolang over het land van 883-877 voor Christus.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:16→2 Koningen 8:24→2 Kronieken 10:15→2 Koningen 9:21→2 Kronieken 23:3→2 Kronieken 36:1→2 Kronieken 26:1→2 Kronieken 33:25→
— En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde. Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri. Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve. Hij wandelde ook in hun raad, en toog henen met Joram, den zoon van Achab, den koning van Israel, tot den strijd tegen Hazael, den koning van Syrie, bij Ramoth in Gilead; en de Syriers sloegen Joram. En hij keerde weder om zich te laten genezen te Jizreel; want hij had wonden, die men hem bij Rama geslagen had, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Azarja, de zoon van Joram, den koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank. De vertreding nu van Ahazia was van God, dat hij tot Joram kwam; want als hij gekomen was, toog hij met Joram uit tot Jehu, den zoon van Nimsi, denwelken de HEERE gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien. Zo geschiedde het, als Jehu het oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, dat hij de vorsten van Juda en de zonen der broederen van Ahazia, die Ahazia dienden, vond, en die doodde. Daarna zocht hij Ahazia, en zij kregen hem (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem, en begroeven hem; want zij zeiden: Hij is de zoon van Josafat, die den HEERE met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia niemand, die kracht behield tot het koninkrijk.
Van Ahazia is nauwelijks iets te berichten, dat hij als koning gedaan heeft; hij was integendeel zo geheel in de macht van zijn moeder Athalia, en deze wist hem zo volkomen met raadslieden uit haar vaders huis te omringen, dat Achabs en Izébel’s geest thans uitsluitend in de heilige stad heersten. Maar zeer spoedig moest het verderf, dat over Achab’s huis besloten was, ook het koningshuis in Juda treffen; Ahazia valt door de hand van dezelfde Jehu, die ook aan het koninklijke huis in Israël een einde maakt (Vergelijk 2 Koningen .8: 25-10: 17 8.25-10.17).
En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinste zoon, koning in zijn plaats; want een stroopbende, die met de Arabieren bij gelegenheid van de Hoofdstuk 21: 16 vv. vermelde inval in Juda, in het leger gekomen was 1), d.i. met een wilde aanval het Israëlitische leger overrompelde, had al de eersten, de oudere zonen van Joram, (Hoofdstuk 21: 17) gedood. Ahazia dan, de jongste alleen nog overgebleven zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde.
Hieruit blijkt duidelijk, dat die zonen niet in Jeruzalem, maar in het leger zijn gedood. Wellicht zijn zij eerst gevangen genomen en daarna gedood. Sommigen hebben uit de eerste woorden van dit vers de slotsom opgemaakt, dat reeds toen Athalia zich van de regering heeft willen meester maken, maar o.i. ten onrechte.
Tweeenveertig, of liever: tweeentwintig (2Ki 8: 26) jaar was Ahazia oud, toen hij in het jaar 883 voor Christus koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem; en de naam van zijn moeder was Athalia, een kleindochter van Omri, de koning, met wie een eigenlijk afgodisch geslacht op de troon van Israël kwam (1 Koningen .16: 23 vv.).
Hij wandelde ook, evenals zijn vader Joram (Hoofdstuk 21: 6), in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder, Achabs en Izébels gelijkgezinde dochter, was zijn raadgeefster, om goddeloos te handelen.
En hij deed dat kwaad was in de ogen van de Heere, zoals het huis van Achab; want zij, de hem verwante medeleden van dit huis, waren zijn raadgevers, na de dood van zijn vader, en oefenden alle invloed op hem uit, hem ten verderve, Zij voerden de afgodsdienst van het noordelijke rijk in, en wikkelden hem zo mee in het verderf van het daar regerende koninklijke huis (vs. 8 vv.).
Hij wandelde ook in hun raad, omdat hij een zeer zwak, onzelfstandig karakter had, en toog nog in hetzelfde jaar, dat hij aan de regering gekomen was, heen met Joram, de zoon van Achab, de toenmalige koning van Israël, tot de strijd tegen Hazaël, de koning van Syrië, bij Ramoth in Gilead om de stad de Syriërs weer te ontnemen, hetgeen dan ook lukte; en de Syriërs sloegen, wondden Joram in de strijd.
En hij Joram keerde, met achterlating van zijn leger in Ramoth, van daar weer om zich te laten genezen te Jizreël, zijn zomerresidentie (1Ki 21: 1), want hij had, gelijk boven is opgemerkt, wonden, die men hem bij Rama of Ramoth geslagen had, toen hij streed tegen Hazaël, de koning van Syrië; en Azarja, de zoon van Joram, de koning van Juda, kwam, kort daarna insgelijks van Ramoth af om Joram, de zoon van Achab, te Jizreël te bezien, te bezoeken, want hij was ziek, hij lag ziek aan zijn wonden.
De vertreding 1) nu van Ahazia was van God, de rechtvaardige rechter, die de zonde van de mensen pleegt te straffen door middel van hun eigen besluiten, dat hij tot Joram kwam; want toen hij gekomen was, toog hij later, zoals in 2 Koningen .9 uitvoeriger te lezen is, met Joram uit tot Jehu, de zoon van Nimsi, die de Heere, door een leerling van Elisa tot koning over Israël gezalfd had, om het huis van Achab uit te roeien.
Letterlijk: Het neer getreden worden d.i. de ondergang van Ahazia. De schrijver gaat met stilzwijgen voorbij, de roeping van Jehu tot wraakzwaard over het huis van Achab, omdat niet over de geschiedenis van het huis van Israël, maar wel over die van het huis van Juda wordt gehandeld. Dat Ahazia Joram bezoekt, stelt de Schrijver als een leiding van God voor, opdat niet alleen Joram van Israël, maar ook Ahazia gedood zou worden, toen het huis van Achab vernietigd werd.
Zo geschiedde het toen Jehu, nadat Joram van Israël gedood, maar Ahazia van Juda naar Megiddo ontkomen was, oordeel uitvoerde tegen het huis van Achab, en na uitroeiing van Izébel en van de prinsen uit het Israëlitische koningshuis ook naar Samaria kwam (2 Koningen .10: 12 vv.), dat hij op de weg daarheen bij een, op 1 uur zuidelijk van Dothan gelegen herdershuis de vorsten van Juda en de zonen van de broeders van Ahazia, die Ahazia dienden, hoge ambten aan zijn hof bekleedden, tezamen 42 man, vond en die doodde, door zijn krijgslieden liet neerhouwen.
Daarna, toen hij in Samaria aangekomen was, zocht hij Ahazia, van wie hij wist, dat hij van Megiddo derwaarts gevlucht was, en zij kregen hem, vonden hem ook werkelijk (want hij was verstoken in Samaria), en zij brachten hem tot Jehu, en zij doodden hem 1), maar zorgden, dat zijn lichaam op een koninklijke wagen overgebracht werd naar Jeruzalem (2 Koningen .9:
, en begroeven hem aldaar in zijn graf met zijn vaderen in de stad van David (1Ki 2: 10); want zij zeiden, terwijl zij, niettegenstaande zijn eigen onwaardigheid, nochtans voor zo’n eerlijke begrafenis zorgden: Hij is de zoon van Josafat 2), die de Heere met zijn ganse hart gezocht heeft. Zo had het huis van Ahazia, omdat zijn broeders vroeger reeds omgekomen waren (vs. 6), maar zijn zonen nog minderjarig waren, niemand, die kracht behield tot het koninkrijk, die aanstonds de regering had kunnen overnemen.
Uit 2 Koningen .9: 27 blijkt, dat Ahazia nog uit Samaria wist te ontkomen, maar op zijn vlucht door Jehu en zijn dienaren werd achterhaald en van hen een dodelijke wond ontving, zodat hij wel Megiddo nog bereikte, maar daar stierf, en van uit die plaats naar Jeruzalem werd gebracht, om nog een eervolle begrafenis te mogen genieten. “2Ki 9: 27”
Die vrome vorst wordt dus nog lang na zijn dood met alle eer en roem herdacht en uit hoogachting voor zijn naam zelfs aan zijn onwaardig verbasterd nakroost nog eer bewezen.
De omstandigheid, dat in ons bericht eerst het doden van de broeders en daarna de dood van Ahazia wordt vermeld, terwijl in 2 Koningen .9: 27 vv. de moord op de broeders volgde op de dood van Ahazia levert geen zakelijk verschil op, omdat het korte bericht van de Kronieken niet chronologisch, maar zakelijk is aangelegd en de dood van Ahazia slechts daarom het laatst vermeld wordt, om daaraan, wat verder in Juda voorviel, vast te knopen.
II. Vs. 10-12.Kruisverwijzingen2 Kronieken 22:2→2 Koningen 11:1→Handelingen 4:28→2 Kronieken 21:7→Psalmen 76:10→Jesaja 65:8→1 Koningen 15:4→2 Koningen 11:2→
— Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om. Maar Jozabath, de dochter des konings, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer; zo verborg hem Jozabath, de dochter van den koning Joram, de huisvrouw van den priester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia), voor Athalia, dat zij hem niet doodde. En hij was bij hen verstoken in het huis Gods zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
Op het bericht van de dood van haar zoon, zeker ter zelfde tijd, dat diens lijk naar Jeruzalem overgebracht en eervol begraven wordt, brengt Athalia al het koninklijke zaad om, en brengt troon en kroon van het rijk van Juda aan zich. Maar de hand van de Heere heeft onder het bloedbad David’s huis, waaraan de belofte behoort, ten minste in zover bewaard, dat de jongste van Ahazia’s zonen, de zuigeling Joas, door de listigheid van zijn stiefzuster Josabath en de trouw van haar echtgenoot, de hogepriester Jojada, gered kon worden (Vergelijk 2 Koningen .11: 1-3).
Toen 1) Athalia, de moeder van Ahazia (vs. 2) zag, dat haar zoon dood was, maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad van het huis van Juda om, behalve de zonen van Ahazia ook alle andere nog voorhanden mannelijke leden van het koninklijke huis.
“2Ki 11: 1-4”
Maar Josabath of Joseba, de dochter van de koning Joram, (2Ki 8: 26) nam Joas de jongste, nog in het eerste levensjaar verkerende zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van de koningszonen, die gedood werden (juister: die gedood zouden worden), en zette hem en zijn voedster in een slaapkamer, in de beddenkamer van het koninklijk paleis; zo verborg hem Josabath, de dochter van de koning Joram, de huisvrouw van de toenmalige hogepriester Jojada (want zij was de zuster van Ahazia en stond zo met het koninklijk huis in onmiddellijke betrekking), voor Athalia, dat zij hem niet doodde, en bracht hem daartoe over naar de woning van haar echtgenoot bij de tempel.
En hij was bij hen, bij Jojada en zijn vrouw, verstoken in het huis van God zes jaren, en Athalia regeerde zolang over het land van 883-877 voor Christus.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel