Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1SalomoH8010 nu dachtH559 voor den NaamH8034 des HEEREN een huisH1004 te bouwenH1129, en een huisH1004 voor zijn koninkrijkH4438.Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.
KJVAnd Solomon2determinedto buildan housefor the nameof the LORD,and an housefor his kingdom.
2En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En SalomoH8010teldeH5608zeventigH7657duizendH505lastdragendeH5449mannenH376, en tachtigH8084duizendH505mannenH376, dieH834houwenH2672 zouden in het gebergteH2022; mitsgaders drieH7969duizendH505 en zeshonderdH8337opzienersH5329 over dezelve.En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.
KJVAnd Solomon2told outthreescore and tenthousandmento bear burdens,and fourscorethousandto hewin the mountain,and threethousandand sixhundredto overseethem.
1וַיִּסְפֹּ֨רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon3שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4אֶ֨לֶף֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6סַבָּ֔לH5449lastdragers, dragers, last(to bear, bearer of) burden(-s)7וּשְׁמוֹנִ֥יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore8אֶ֛לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10חֹצֵ֣בH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason11בָּהָ֑רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12וּמְנַצְּחִ֣יםH5329opperzangmeester, opzieners, altoosdurendeexcel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward13עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand16וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth17מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En SalomoH8010zondH7971 tot HuramH2361, den koningH4428 van TyrusH6865, zeggendeH559: Gelijk als gij met mijn vaderH1DavidH1732 gedaan hebt, en hebt hem cederenH730gezondenH7971, om voorH6440 hem een huisH1004 te bouwenH1129, om daarin te wonenH3427, zo doe ook met mijH589.En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.
KJVAnd Solomonsentto Huramthe kingof Tyre,saying,As thou didst dealwith Davidmy father,and didst sendhim cedarsto build3him an house4to dwelltherein, even so deal with me.
1וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4חוּרָ֥םH2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)5מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6צֹ֖רH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשִׂ֨יתָ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid12אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וַתִּֽשְׁלַֽחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14ל֣וֹ15אֲרָזִ֔יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)16לִבְנֽוֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely17ל֥וֹ18בַ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19לָשֶׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry20בּֽוֹ
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZieH2009, ikH589 zal een huisH1004 voor den NaamH8034 des HEEREN, mijns GodsH430, bouwenH1129, om Hem te heiligenH6942, om reukwerkH7004 der welriekende specerijenH5561 voor Zijn aangezichtH6440 aan te stekenH6999, en voor de toerichtingH4635 des gedurigenH8548 broods, en voor de brandofferenH5930 des morgensH1242 en des avondsH6153, op de sabbattenH7676, en op de nieuwe maandenH2320, en op de gezette hoogtijdenH4150 des HEEREN, onzes GodsH430; hetwelkH834 voor eeuwigH5769 is in IsraelH3478.Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.
Ook in dit vers
HEEREH3068
HEEREH3068
KJVBehold, I build4an house1to the nameof the LORDmy God,8to dedicateit to him, and to burnbeforehim sweetincense,and for the continualshewbread,and for the burnt offeringsmorningand evening,on the sabbaths,and on the new moons,and on the solemn feastsof the LORDour God.10This is an ordinance for everto Israel.
1הִנֵּה֩H2009ziet, ziebehold, lo, see2אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3בֽוֹנֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4בַּ֜יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5לְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהָ֗יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לְהַקְדִּ֣ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly9ל֡וֹ10לְהַקְטִ֣ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)11לְפָנָ֣יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12קְטֹֽרֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume13סַמִּים֩H5561specerijen, rokingsweet (spice)14וּמַעֲרֶ֨כֶתH4635toerichting, rijrow, shewbread15תָּמִ֤ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual16וְעֹלוֹת֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)17לַבֹּ֣קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow18וְלָעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night19לַשַּׁבָּתוֹת֙H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath20וְלֶ֣חֳדָשִׁ֔יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon21וּֽלְמוֹעֲדֵ֖יH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)22יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty24לְעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)25זֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus26עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with27יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En het huisH1004, dat ikH589 zal bouwenH1129, zal groot zijn; wantH3588 onze GodH430 is groterH1419 dan alle godenH430.En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.
KJVAnd the house6which I build4is great:for greatis our Godabove all gods.
1וְהַבַּ֛יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4בוֹנֶ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely5גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7גָד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
6Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Doch wie zou de krachtH3581 hebben, om voor Hem een huisH1004 te bouwenH1129, dewijl de hemelenH8064, ja, de hemelH8064 der hemelenH8064, Hem niet bevattenH3557 zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huisH1004 zou bouwenH1129, ten wareH3588 om reukwerkH6999 voor Zijn aangezichtH6440 aan te stekenH6999?Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?
KJVBut who is ableto buildhim an house,seeing the heavenand heavenof heavenscannot containhim? who am I then, that I should buildhim an house,save onlyto burn sacrificebeforehim?
1וּמִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God2יַעֲצָרH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)3כֹּ֨חַ֙H3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth4לִבְנֽוֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely5ל֣וֹ6בַ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הַשָּׁמַ֛יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9וּשְׁמֵ֥יH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)10הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יְכַלְכְּלֻ֑הוּH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)13וּמִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God14אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16אֶבְנֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely17לּ֣וֹ18בַ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet21לְהַקְטִ֥ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)22לְפָנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
7Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo zendH7971mijH589 nu een wijzenH2450manH376, om te werkenH6213 in goudH2091, en in zilverH3701, en in koperH5178, en in ijzerH1270, en in purperH710, en karmozijnH3758, en hemelsblauwH8504, en die weetH3045graveerselenH6603 te graverenH6605, met de wijzenH2450, die bij mij zijn in JudaH3063 en in JeruzalemH3389, die mijn vaderH1DavidH1732beschiktH3559 heeft.Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.
KJVSend1me now therefore a mancunningto workin gold,and in silver,and in brass,and in iron,and in purple,and crimson,and blue,and that can skill10to gravewith the cunning menthat are with me in Judahand in Jerusalem,whom Davidmy fatherdid provide.
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְֽׁלַֽחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3לִ֣י4אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5חָכָ֡םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)6לַעֲשׂוֹת֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בַּזָּהָ֨בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8וּבַכֶּ֜סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9וּבַנְּחֹ֣שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel10וּבַבַּרְזֶ֗לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron11וּבָֽאַרְגְּוָן֙H710purperpurple12וְכַרְמִ֣ילH3758karmozijncrimson13וּתְכֵ֔לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue14וְיֹדֵ֖עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15לְפַתֵּ֣חַH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent16פִּתּוּחִ֑יםH6603graveerselen, graveert, zegelgraveringcarved (work) (are, en-) grave(-ing, -n)17עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)18הַֽחֲכָמִ֗יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)19אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20עִמִּי֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)21בִּֽיהוּדָ֣הH3063JudaJudah22וּבִֽירוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24הֵכִ֖יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed25דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid26אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8ZendH7971 mij ook cederenH730, dennenH1265, en algummimhoutH418 uit LibanonH3844; wantH3588 ik weet, dat uw knechtenH5650 het houtH6086 van LibanonH3844wetenH3045 te houwenH3772; en zieH2009, mijn knechtenH5650 zullen met uw knechtenH5650 zijn.Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.
KJVSendme also cedartrees,3fir trees,and algum trees,out of Lebanon:for I knowthat thy servantscan skillto cuttimberin Lebanon;and, behold, my servantsshall be with thy servants,
1וּֽשְׁלַֽחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2לִי֩3עֲצֵ֨יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4אֲרָזִ֜יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)5בְּרוֹשִׁ֣יםH1265dennebomen, denneboom, dennenfir (tree)6וְאַלְגּוּמִּים֮H418algummimhoutalgum (trees)7מֵֽהַלְּבָנוֹן֒H3844LibanonLebanon8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יָדַ֔עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עֲבָדֶ֨יךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13יֽוֹדְעִ֔יםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14לִכְר֖וֹתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16לְבָנ֑וֹןH3844LibanonLebanon17וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see18עֲבָדַ֖יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20עֲבָדֶֽיךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
9En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En dat om mij houtH6086 in menigteH7230 te bereidenH3559; want het huisH1004, dat ik zal bouwenH1129, zal groot en wonderlijkH6381 zijn.En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.
KJVEven to prepareme timber4in abundance:for the housewhich I am about to buildshall be wonderfulgreat.
1וּלְהָכִ֥יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed2לִ֛י3עֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4לָרֹ֑בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6הַבַּ֛יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9בוֹנֶ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10גָּד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11וְהַפְלֵֽאH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)
10En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zieH2009, ik zal uw knechtenH5650, den houwersH2404, die het houtH6086houwenH3772, twintigH6242duizendH505korH3734uitgeslagenH4347tarweH2406, en twintigH6242duizendH505korH3734gerstH8184gevenH5414; daartoe twintigH6242duizendH505bathH1324wijnH3196, en twintigH6242duizendH505bathH1324olieH8081.En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.
KJVAnd, behold, I will give13to thy servants,the hewersthat cuttimber,twentythousandmeasuresof beatenwheat,and twentythousandmeasuresof barley,and twentythousandbathsof wine,and twentythousandbathsof oil.
11Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11HuramH2361 nu, de koningH4428 van TyrusH6865, antwoorddeH559 door schriftH3791, en zondH7971 tot SalomoH8010: Daarom datH834 de HEEREH3068 Zijn volkH5971liefH160 heeft, heeft Hij u over hen tot koningH4428gesteldH5414.Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.
KJVThen Huram2the king16of Tyreanswered1in writing,which he sentto Solomon,Because the LORD4hath lovedhis people,he hath made14thee kingover them.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חוּרָ֤םH2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4צֹר֙H6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus5בִּכְתָ֔בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing6וַיִּשְׁלַ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon9בְּאַהֲבַ֤תH160liefde, liefhad, bemintlove10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13נְתָנְךָ֥H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Verder zeideH559HuramH2361: GeloofdH1288 zij de HEERE, de GodH430IsraelsH3478, Die den hemelH8064 en de aardeH776 gemaakt heeft, dat Hij den koningH4428DavidH1732 een wijzenH2450zoonH1121, kloekH3045 in voorzichtigheidH7922 en verstandH998, gegevenH5414 heeft, die een huisH1004 voor den HEERE, en een huisH1004 voor zijn koninkrijkH4438bouweH1129!Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!
Ook in dit vers
HEEREH3068
HEEREH3068
KJVHuram7saidmoreover, Blessedbe the LORDGodof Israel,that madeheavenand earth,who hath givento Davidthe kinga wise4son,endued5with prudenceand understanding,6that might buildan housefor the LORD,and an housefor his kingdom.
1וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חוּרָם֒H2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)3בָּר֤וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נָתַן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְדָוִ֨ידH1732David, DavidsDavid16הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17בֵּ֣ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18חָכָ֗םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)19יוֹדֵ֨עַ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20שֵׂ֣כֶלH7922verstand, kennis, kloek verstanddiscretion, knowledge, policy, prudence, sense, understanding, wisdom, wise21וּבִינָ֔הH998verstand, verstands, Verstandknowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom22אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23יִבְנֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely24בַּ֨יִת֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)25לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26וּבַ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)27לְמַלְכוּתֽוֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal
13Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo zendH7971 ik nu een wijzenH2450manH376, kloekH3045vanH4480verstandH998, HuramH2361AbiH1;Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;
KJVAnd now I have senta cunning31man,7endued9with understanding,of Hurammy father's,6
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שָׁלַ֧חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4חָכָ֛םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)5יוֹדֵ֥עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6בִּינָ֖הH998verstand, verstands, Verstandknowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom7לְחוּרָ֥םH2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)8אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Den zoonH1121 ener vrouwH802 uit de dochterenH1323 van DanH6258, en wiens vaderH1 een manH376 geweest is van TyrusH6876, die weet te werkenH6213 in goudH2091, en in zilverH3701, in koperH5178, in ijzerH1270, in stenenH68, en in houtH6086, in purperH713, in hemelsblauwH8504, en in fijn linnenH948, en in karmozijnH3758, en om alle graveerselsH6603 te graverenH6605, en om te bedenkenH2803 allen vernuftigenH4284 vond, dieH834 hem zal voorgesteldH5414 worden, met uw wijzenH2450, en de wijzenH2450 van mijn heerH113, uw vaderH1DavidH1732.Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.
KJVThe sonof a womanof the daughtersof Dan,and his fatherwas a manof Tyre,skilfulto workin gold,and in silver,in brass,in iron,in stone,and in timber,in purple,in blue,and in fine linen,and in crimson;also to graveany manner of graving,and to find outevery devicewhich shall be putto him, with thy cunning men,and with the cunning menof my lord8Davidthy father.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אִשָּׁ֞הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5דָּ֗ןH1835DanDaniel6וְאָבִ֣יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8צֹרִ֡יH6876Tyriers, Tyrus(man) of Tyre9יוֹדֵ֡עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11בַּזָּֽהָבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12וּ֠בַכֶּסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)13בַּנְּחֹ֨שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel14בַּבַּרְזֶ֜לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron15בָּאֲבָנִ֣יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)16וּבָעֵצִ֗יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17בָּאַרְגָּמָ֤ןH713purper, purperenpurple18בַּתְּכֵ֨לֶת֙H8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue19וּבַבּ֣וּץH948linnenfine (white) linen20וּבַכַּרְמִ֔ילH3758karmozijncrimson21וּלְפַתֵּ֨חַ֙H6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23פִּתּ֔וּחַH6603graveerselen, graveert, zegelgraveringcarved (work) (are, en-) grave(-ing, -n)24וְלַחְשֹׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think25כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26מַחֲשָׁ֑בֶתH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought27אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28יִנָּֽתֶןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield29לוֹ֙30עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)31חֲכָמֶ֔יךָH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)32וְֽחַכְמֵ֔יH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)33אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'34דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid35אָבִֽיךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zo zendeH7971 nu mijn heerH113 zijn knechtenH5650 de tarweH2406 en de gerstH8184, de olieH8081 en den wijnH3196, die hij gezegdH559 heeft.Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.
KJVNow therefore the wheat,and the barley,the oil,and the wine,which my lordhath spokenof, let him sendunto his servants:
1וְ֠עַתָּהH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הַחִטִּ֨יםH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)3וְהַשְּׂעֹרִ֜יםH8184gerst, gersteoogst, gerstekoekbarley4הַשֶּׁ֤מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine5וְהַיַּ֨יִן֙H3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9יִשְׁלַ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10לַעֲבָדָֽיוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
16En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En wij zullen houtH6086houwenH3772 uit den LibanonH3844, naar alH3605 uw nooddruftH6878, en zullen het tot u met vlottenH7513, over de zeeH3220, naar JafoH3305brengenH935; en gij zult het laten ophalenH5927 naar JeruzalemH3389.En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.
KJVAnd we will cutwoodout of Lebanon,as much as thou shalt need:and we will bringit to thee in floatsby seato Joppa;and thou shalt carry it upto Jerusalem.
1וַ֠אֲנַחְנוּH587wijourselves, us, we2נִכְרֹ֨תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want3עֵצִ֤יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַלְּבָנוֹן֙H3844LibanonLebanon6כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7צָרְכֶּ֔ךָH6878nooddruftneed8וּנְבִיאֵ֥םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9לְךָ֛10רַפְסֹד֖וֹתH7513vlottenflote11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12יָ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)13יָפ֑וֹH3305JafoJapha, Joppa14וְאַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15תַּעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work16אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
17En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En SalomoH8010teldeH5608 al de vreemdeH1616mannenH582, die in het landH776 van IsraelH3478 waren, achtervolgensH310 de tellingH5610, met dewelke zijn vaderH1DavidH1732 die geteldH5608 had; en er werden gevondenH4672honderdH3967drieH7969 en vijftigH2572duizendH505 en zeshonderdH8337.En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.
KJVAnd Solomonnumberedall the strangersthat were in the landof Israel,afterthe numberingwherewith Davidhis fatherhad numberedthem; and they were foundan hundred13and fiftythousand4and three10thousand7and six12hundred.
1וַיִּסְפֹּ֣רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2שְׁלֹמֹ֗הH8010SalomoSolomon3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָאֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הַגֵּירִים֙H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger6אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10הַסְּפָ֔רH5610tellingnumbering11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12סְפָרָ֖םH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer13דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid14אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15וַיִּמָּצְא֗וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16מֵאָ֤הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore17וַחֲמִשִּׁים֙H2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty18אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand19וּשְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)20אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand21וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth22מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En hij maakte uit dezelve zeventigH7657duizendH505lastdragersH5449, en tachtigH8084duizendH505houwersH2672 in het gebergteH2022, mitsgaders drieH7969duizendH505 en zeshonderdH8337opzienersH5329, om het volkH5971 te doen arbeidenH5647.En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מֵהֶ֜ם3שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4אֶ֨לֶף֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand5סַבָּ֔לH5449lastdragers, dragers, last(to bear, bearer of) burden(-s)6וּשְׁמֹנִ֥יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore7אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8חֹצֵ֣בH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason9בָּהָ֑רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10וּשְׁלֹ֤שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand12וְשֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth13מֵא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore14מְנַצְּחִ֖יםH5329opperzangmeester, opzieners, altoosdurendeexcel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward15לְהַעֲבִ֥ידH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 2:1— Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.1 Koningen 5:5→Deuteronomium 12:5→1 Koningen 8:18→1 Koningen 8:20→Mattheüs 6:9→Deuteronomium 12:11→1 Koningen 7:1→1 Kronieken 22:10→
2 Kronieken 2:2— En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.2 Kronieken 2:18→1 Koningen 5:15→
2 Kronieken 2:3— En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.1 Kronieken 14:1→2 Samuël 5:11→1 Koningen 5:1→
2 Kronieken 2:4— Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.Exodus 30:7→Exodus 25:30→Exodus 29:38→2 Kronieken 2:1→Leviticus 23:1→1 Koningen 8:63→Numeri 28:1→1 Koningen 8:18→
2 Kronieken 2:5— En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.1 Kronieken 16:25→Psalmen 135:5→Exodus 15:11→2 Kronieken 2:9→Psalmen 86:8→1 Kronieken 29:1→1 Koningen 9:8→1 Timotheüs 6:15→
2 Kronieken 2:6— Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?1 Koningen 8:27→2 Kronieken 6:18→Exodus 3:11→Jesaja 66:1→Deuteronomium 12:11→2 Kronieken 1:10→Handelingen 7:48→Deuteronomium 12:5→
2 Kronieken 2:7— Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.1 Kronieken 22:15→Exodus 31:3→2 Kronieken 2:13→1 Koningen 7:14→Jesaja 28:29→Jesaja 28:26→Jesaja 60:10→
2 Kronieken 2:8— Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.1 Koningen 5:6→2 Kronieken 9:10→1 Koningen 10:11→
2 Kronieken 2:9— En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.1 Koningen 9:8→2 Kronieken 7:21→2 Kronieken 2:5→
2 Kronieken 2:10— En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.1 Koningen 5:11→Romeinen 13:7→1 Koningen 7:26→Ezra 7:22→1 Koningen 7:38→Lukas 10:7→
2 Kronieken 2:11— Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.2 Kronieken 9:8→1 Koningen 10:9→Deuteronomium 7:7→Psalmen 72:17→
2 Kronieken 2:12— Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!Psalmen 33:6→Handelingen 4:24→Handelingen 14:15→Psalmen 146:5→Jeremia 10:10→Openbaring 4:11→Genesis 1:1→Psalmen 72:18→
2 Kronieken 2:13— Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;2 Kronieken 4:16→
2 Kronieken 2:14— Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.2 Kronieken 2:7→Exodus 31:3→1 Koningen 7:13→
2 Kronieken 2:15— Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.2 Kronieken 2:10→1 Koningen 5:11→
2 Kronieken 2:16— En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.Jozua 19:46→1 Koningen 5:8→Handelingen 9:36→Ezra 3:7→Johannes 1:3→Handelingen 10:32→
2 Kronieken 2:17— En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.1 Kronieken 22:2→1 Koningen 9:20→2 Kronieken 8:7→2 Kronieken 2:2→1 Koningen 5:13→
2 Kronieken 2:18— En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.2 Kronieken 2:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 2 vers 1— Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.
dacht
Hebreeuws, zeide; te weten, bij zichzelven, schikte, nam voor, was bedacht, had besloten. Zie 1 Kon. 5:3 en de aantekening daarop.
Hertaald:dacht
Hebreeuws: zei; namelijk bij zichzelf, regelde, nam zich voor, was van plan, had besloten. Zie 1 Kon. 5:3 en de aantekening daar.
den Naam des HEEREN
Dat is, den Heere. Zie 1 Kon. 5:3 ; idem Deut. 28:58 .
Hertaald:den Naam des HEEREN
Dat is: de HEERE. Zie 1 Kon. 5:3; eveneens Deut. 28:58.
huis te bouwen,
Dat is, een tempel. Vergelijk Gen. 28:17 , Gen. 28:22 .
Hertaald:huis te bouwen,
Dat is: een tempel. Vergelijk Gen. 28:17, Gen. 28:22.
huis voor zijn koninkrijk
Dat is, een koninklijk paleis, waarin hij, en die hem in het rijk zouden navolgen, wonen zouden. Alzo onder, vs.12.
Hertaald:huis voor zijn koninkrijk
Dat is: een koninklijk paleis, waarin hij en zijn opvolgers in het koningschap zouden wonen. Zo ook hieronder vers 12.
2 Kronieken 2 vers 2— En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.
die houwen
Zie 1 Kon. 5:15 .
Hertaald:die houwen
Zie 1 Kon. 5:15.
gebergte;
Namelijk, Libanon. Zie 1 Kon. 4:33 .
Hertaald:gebergte;
Namelijk: de Libanon. Zie 1 Kon. 4:33.
zeshonderd
Zie 1 Kon. 5:16 .
Hertaald:zeshonderd
Zie 1 Kon. 5:16.
opzieners
Of, bevelhebbers of aandrijvers. Deze waren als provoosten, die over die werklieden opzicht hadden om het werk voort te drijven. Zie vs.18.
Hertaald:opzieners
Of: bevelhebbers of opzichters. Dezen waren als voormannen die toezicht hielden op de werklieden om het werk voortgang te laten hebben. Zie vers 18.
2 Kronieken 2 vers 3— En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.
Huram,
Zie van dezen koning ook 1 Kon. 5:1 , waar hij Hiram genoemd wordt.
Hertaald:Huram,
Zie over deze koning ook 1 Kon. 5:1, waar hij Hiram genoemd wordt.
2 Kronieken 2 vers 4— Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.
Hem
Dat is, hem ter ere en den mensen ter zaligheid wijde tot de openbare en plechtige werken van den heiligen godsdienst. Vergelijk Lev. 8:10 .
Hertaald:Hem
Dat is: aan Hem ter ere en de mensen tot zaligheid gewijd voor de openbare en plechtige verrichtingen van de heilige eredienst. Vergelijk Lev. 8:10.
gedurigen
Versta, de twaalf toonbroden, genoemd een gedurig brood, Num. 4:7 , omdat zij altijd op de heilige tafel moesten liggen, zijnde tot zulk een einde daarop vernieuwd telken sabbatdag; Ex. 25:30 ; Lev. 24:8 .
Hertaald:gedurigen
Versta hieronder de twaalf toonbroden, een voortdurend brood genoemd, Num. 4:7, omdat zij altijd op de heilige tafel moesten liggen en daartoe elke sabbat vernieuwd werden; Ex. 25:30; Lev. 24:8.
voor eeuwig
Hebreeuws, in eeuwigheid; dat is, gedurende den tijd der wet. Zie Gen. 13:15 .
Hertaald:voor eeuwig
Hebreeuws: in eeuwigheid; dat is: gedurende de tijd van de wet. Zie Gen. 13:15.
2 Kronieken 2 vers 6— Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?
ja,
Zie 1 Kon. 8:27 .
Hertaald:ja,
Zie 1 Kon. 8:27.
ten ware
De zin is, dat hij dat huis niet wilde bouwen opdat God naar zijn wezen, dat oneindig is, daarin besloten, maar naar zijn geopenbaarden wil gediend zou worden.
Hertaald:ten ware
De betekenis is dat hij dat huis niet wilde bouwen opdat God er naar Zijn wezen, dat oneindig is, in besloten zou zijn, maar opdat Hij er naar Zijn geopenbaarde wil gediend zou worden.
2 Kronieken 2 vers 7— Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.
wijzen man,
Kunstigen werkmeester, en alzo in het volgende.
Hertaald:wijzen man,
Kundige vakman, en zo ook in het vervolg.
2 Kronieken 2 vers 8— Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.
algummimhout
Zie van dit hout 1 Kon. 10:11 , waar het genaamd wordt almuggimhout.
Hertaald:algummimhout
Zie over dit hout 1 Kon. 10:11, waar het almuggimhout genoemd wordt.
2 Kronieken 2 vers 10— En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.
kor
Zie van deze maat 1 Kon. 4:22 , en vergelijk deze plaats met 1 Kon. 5:11 , en met de aantekening daarop.
Hertaald:kor
Zie over deze maat 1 Kon. 4:22, en vergelijk deze plaats met 1 Kon. 5:11 en met de aantekening daar.
geven;
Hebreeuws, ik heb gegeven; dat is, vastelijk verordend te geven.
Hertaald:geven;
Hebreeuws: ik heb gegeven; dat is: vast toegezegd te geven.
bath wijn,
Zie van deze maat 1 Kon. 7:26 .
Hertaald:bath wijn,
Zie over deze maat 1 Kon. 7:26.
2 Kronieken 2 vers 11— Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.
antwoordde
Hebreeuws, zeide.
Hertaald:antwoordde
Hebreeuws: zei.
2 Kronieken 2 vers 12— Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!
kloek
Hebreeuws, wetende voorzichtigheid en verstand, alzo in het volgende.
Hertaald:kloek
Hebreeuws: wetend voorzichtigheid en verstand, zo ook in het vervolg.
2 Kronieken 2 vers 13— Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;
Huram Abi;
Anders, Huram mijn vader, of Huram mijns vaders, of die mijns vaders Huram geweest is, anders genoemd Huram Abiu, onder, 2 Kron. 4:16 . Dat is, Huram zijn vader, of zijns vaders.
Hertaald:Huram Abi;
Anders: Huram, mijn vader, of: Huram van mijn vader, of: die van mijn vader Huram geweest is, elders Huram-Abiu genoemd, hieronder 2 Kron. 4:16. Dat is: Huram, zijn vader, of van zijn vader.
2 Kronieken 2 vers 14— Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.
vrouw
Die weduwe was, 1 Kon. 7:14 .
Hertaald:vrouw
Die weduwe was, 1 Kon. 7:14.
dochteren van Dan,
Dat is, een der vrouwen, die uit den stam van Dan waren. Eenigen menen dat zij gezegd werd, 1 Kon. 7:14 , van den stam van Nafthali geweest te zijn; maar dat de koning Hiram haar hier rekent tot den stam van Dan, uit onwetendheid dezen stam noemende voor den stam van Nafthali; gelijk somtijds in de Heilige Schriftuur enigen worden ingevoerd te spreken, niet naar de waarheid, maar naar hun mening, welke woorden de Heilige Geest wel verhaalt, maar daarom niet toestemt; gelijk 1 Sam. 4:8 ; Marc. 6:1 ; Joh. 1:45 , enz. Zie nog andere verklaring dezer plaats, 1 Kon. 7:14 .
Hertaald:dochteren van Dan,
Dat is: een van de vrouwen die uit de stam Dan waren. Sommigen menen dat in 1 Kon. 7:14 van haar gezegd wordt dat zij uit de stam Naftali was, maar dat koning Hiram haar hier tot de stam Dan rekent, doordat hij uit onwetendheid deze stam noemt in plaats van de stam Naftali; zoals in de Heilige Schrift soms mensen worden ingevoerd die spreken niet naar de waarheid, maar naar hun eigen mening — woorden die de Heilige Geest wel weergeeft, maar daarmee niet bekrachtigt; zoals 1 Sam. 4:8; Mark. 6:1; Joh. 1:45, enzovoort. Zie nog een andere verklaring van deze plaats bij 1 Kon. 7:14.
vernuftigen
Hebreeuws, bedenking; dat is, allerlei kunstig werk, hetwelk een vernuftig kunstenaar met rijpe zinnen zou mogen uitvinden.
Hertaald:vernuftigen
Hebreeuws: bedenksel; dat is: allerlei kunstig werk dat een vernuftig kunstenaar met een scherpzinnige geest zou kunnen bedenken.
die hem zal voorgesteld worden,
Of, gelijk als, of naar dat hem zal voorgesteld worden.
Hertaald:die hem zal voorgesteld worden,
Of: zoals, of: naar wat hem zal worden voorgelegd.
2 Kronieken 2 vers 16— En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.
Jafo
Anders genaamd, Joppe, Hand. 10:32 , een stad, gelegen in de pale van den stam van Dan, aan de Middellandse zee. Zie Joz. 19:46 ; Ezra 3:7 ; Jona 1:3 .
Hertaald:Jafo
Elders Joppe genoemd, Hand. 10:32; een stad aan de Middellandse Zee, gelegen op het grondgebied van de stam Dan. Zie Joz. 19:46; Ezra 3:7; Jona 1:3.
2 Kronieken 2 vers 17— En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.
vreemde mannen,
Deze vreemdelingen waren Kanaänieten, die nog in het land waren overgebleven, welker vaderen de Israëlieten niet hadden uitgeroeid, gelijk God nochtans hun zulks geboden had. Zie 2 Kron. 8:7 .
Hertaald:vreemde mannen,
Deze vreemdelingen waren Kanaänieten die nog in het land overgebleven waren; hun voorvaderen hadden de Israëlieten niet uitgeroeid, hoewel God hun dat wel geboden had. Zie 2 Kron. 8:7.
2 Kronieken 2 vers 18— En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.
lastdragers,
Alzo wordt het Hebreeuwse woord genomen, onder, 2 Kron. 34:13 ; Neh. 4:10 .
Hertaald:lastdragers,
Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt, hieronder 2 Kron. 34:13; Neh. 4:10.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen — in zijn brief aan Huram noemt Salomo eerst waartoe het huis dienen zal, en dan de onmogelijkheid ervan: "wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden?" (2 Kron. 2:6)
Salomo zendt boden naar Huram van Tyrus met het verzoek om cederhout, zoals die het ook aan zijn vader David geleverd had (2 Kron. 2:3). Bij dat verzoek zet hij uiteen waartoe het huis bestemd is. Het dient om de Naam des HEEREN te heiligen, om reukwerk van welriekende specerijen aan te steken, en voor de toerichting van het gedurige brood. Daarnaast is het bestemd voor de brandoffers van morgen en avond, op de sabbatten, nieuwe manen en gezette hoogtijden (2 Kron. 2:4). Het huis zal groot zijn, en de reden daarvoor is niet Salomo's roem maar Gods grootheid: onze God is groter dan alle goden (2 Kron. 2:5). Dan volgt de vraag wie er ooit kracht zou hebben om Hem een huis te bouwen, want zelfs de hemel der hemelen kan Hem niet bevatten. Salomo's eigen antwoord houdt de bouw bescheiden: het huis dient om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken (2 Kron. 2:6).
Bijbelse betekenis: Voordat er één balk gehouwen is, wordt de verwachting bijgesteld. De tempel zal groot zijn en toch niets bevatten van Wie God is; het is geen woonplaats die Hem omvat maar een plaats van dienst. Dat Salomo dit uitgerekend schrijft in een zakelijke brief over hout en werklieden, maakt het des te opmerkelijker. Ook de opsomming van de bestemming is leerzaam: reukwerk, brood, offers, en dat op vaste tijden. Het huis wordt niet gebouwd voor uitzonderlijke ogenblikken maar voor de gewone, doorgaande dienst. Dezelfde belijdenis keert bij de inwijding terug, wanneer Salomo bidt dat zelfs de hemel der hemelen God niet kan bevatten (reeds behandeld bij Salomo's gebed bij de tempelinwijding, 1 Kon. 8:27).
Typologie: Paulus zegt op de Areopagus wat Salomo hier al erkende: God "woont niet in tempelen met handen gemaakt; En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft" (Hand. 17:24-25). De bouwer van de tempel en de prediker die het einde van alle tempeldienst aankondigt, staan hier dichter bij elkaar dan men zou verwachten.
2 Kronieken 2:11.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:8→1 Koningen 10:9→Deuteronomium 7:7→Psalmen 72:17→ — Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld. Hiram spreekt zijn overtuiging uit dat Salomo een zodanig mens was dat zijn regering een bijzondere zegen van God voor zijn volk zou zijn. Zo was Salomo in die eerste dagen, voordat hij begon af te wijken van de luister van zijn eerste staat, dat zelfs deze heidense vorst kon zien dat hij een zegen voor het volk moest worden. Ik zou wensen dat ons leven altijd iets had waardoor zelfs de ongelovige moet zeggen: “Die jongeman zal wel een zegen voor zijn gezin zijn. Die vrouw zal zeker een zegen zijn voor haar man en voor haar kinderen.” Ik zou wensen dat ons karakter zo doorzichtig was — zo waar, zuiver en goed — dat allen die ons kennen zouden gevoelen dat wij een zegen zijn voor hen onder wie wij wonen.
Maar als dit van Salomo waar was, hoeveel meer is het waar van Jezus. “Omdat de Heere Zijn volk liefheeft, heeft Hij Jezus tot Koning over hen gesteld.” Wij zijn levende en waarachtige getuigen dat wij de heerschappij van Christus over ons niet als een hardheid beschouwen. Integendeel, wij verlustigen ons erin. Wij leiden haar niet af uit Zijn toorn, en zelfs niet uit Zijn gerechtigheid of uit enige noodzaak die Hem zou dringen, maar uit Zijn oneindige liefde en uit Zijn genadige gedachte dat Hij ons niets beters kon doen dan ons Jezus Christus tot Koning te geven. En wij danken en zegenen de Heere op deze dag van harte dat Hij Hem over ons gesteld heeft, om ons te regeren en heerschappij te hebben over onze geest, ziel en lichaam, nu en voor altijd.
III. Vs. 1-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:18→1 Kronieken 14:1→Exodus 30:7→1 Kronieken 16:25→1 Koningen 8:27→2 Kronieken 6:18→1 Koningen 5:5→1 Koningen 5:15→ — Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk. En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve. En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij. Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel. En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden. Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken? Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft. Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn. Terwijl het bericht thans overgaat tot Salomo’s tempelbouw, worden in de eerste plaats de voorbereidselen met betrekking tot de arbeiders en daarna de onderhandelingen met koning Hiram van Tyrus meegedeeld; daarbij wordt ook gesproken van de ontworpen bouw van een paleis; maar in de volgende Hoofdstukken gedenkt de Kroniekschrijver aan deze laatste bouw niet verder, maar houdt alleen die van de tempel in het oog (vgl. 1 Koningen .5: 1-18).
Kruisverwijzingen1 Koningen 5:5→Deuteronomium 12:5→1 Koningen 8:18→1 Koningen 8:20→Mattheüs 6:9→Deuteronomium 12:11→1 Koningen 7:1→1 Kronieken 22:10→— Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.
Salomo nu dacht, besloot bij zichzelf, allereerst voor de naam van de Heere een huis te bouwen op de berg Moria (Hoofdstuk 3: 1), en daarna ook een huis voor zijn koninkrijk, een koninklijk slot op de berg Zion (1 Koningen .7: 1 vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:18→1 Koningen 5:15→— En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.
En Salomo telde, zoals wij vs. 17,18 nog uitvoeriger berichten zullen, uit de vreemdelingen, die in het land Israël waren, en die reeds zijn vader David tot arbeiders voor de bouw van de tempel bestemd had (1 Kronieken 22: 2) zeventigduizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte, die het hout vellen; en de stenen breken zouden, mitsgaders drie duizend en zes honderd opzieners over hen, in het geheel dus 153.000 man (vs. 17).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 14:1→2 Samuël 5:11→1 Koningen 5:1→— En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.
En Salomo zond boden tot Huram, de koning van Tyrus, die hem bij zijn komst aan de regering had laten gelukwensen, en van wiens bewijs van vriendschap hij nu voor zijn plannen een nuttig gebruik wilde maken,zeggende 1): Zoals u met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen van de Libanon gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen (1 (Kronieken 14: 1), zo doe ook met mij, verleen ook mij dezelfde ondersteuning bij de bouw, die ik mij voorgenomen heb.
Wij hebben dus hier de inhoud van hetgeen Salomo mondeling aan Huram (2 Samuel 5:
liet zeggen, terwijl ons in 1 Koningen .5: 3 vv. de inhoud van zijn brief wordt meegedeeld; of omgekeerd, in 1 Koningen .5: 3 vv. vernemen wij het mondeling verzoek van de gezanten, maar hier de woordelijke inhoud van de brief. Op deze wijze wordt ons het verschil duidelijk van de mededeling op beide plaatsen.
Beide berichten vullen in elk geval elkaar aan.
KruisverwijzingenExodus 30:7→Exodus 25:30→Exodus 29:38→2 Kronieken 2:1→Leviticus 23:1→1 Koningen 8:63→Numeri 28:1→1 Koningen 8:18→— Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.
Zie, ik zal een huis voor de naam van de Heere, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om daarin reukwerk van de welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting van het gedurige brood, de twaalf toonbroden en voor de brandoffers ‘s morgens en ‘s avonds, en verder op de sabbatten en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden van de Heere, onze God, dat voor eeuwig is, gedurende de tijd van de wet, in Israël (Exod.30: 7 vv.; 25: 30 Num.28 en 29).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:25→Psalmen 135:5→Exodus 15:11→2 Kronieken 2:9→Psalmen 86:8→1 Kronieken 29:1→1 Koningen 9:8→1 Timotheüs 6:15→— En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.
En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot, zeer aanzienlijk en heerlijk zijn (1Ki 6: 2); want onze God is groter dan alle goden (Exod.15: 11; 18: 11. 2 Samuel .7: 22
Kruisverwijzingen1 Koningen 8:27→2 Kronieken 6:18→Exodus 3:11→Jesaja 66:1→Deuteronomium 12:11→2 Kronieken 1:10→Handelingen 7:48→Deuteronomium 12:5→— Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?
Maar het is niet mijn bedoeling om Hem een huis te bouwen, welks ruimte Zijn tegenwoordigheid zou omsluiten en op één punt beperken; want wie zou de kracht hebben om voor Hem in deze zin een huis te bouwen, omdat de hemelen, ja de hemel der hemelen, de hemelen in hun wijdste omvang (De 10: 14), Hem niet in zich begrijpen zouden 1) in Zijn oneindig en boven al het geschapene verheven Wezen (1 Koningen .8: 27)? En wie ben ik dan,dat ik voor Hem een huis zou bouwen ter woning op de wijze, waarop een mens in zijn huis woont, ten ware dan tot een plaats van de aanbidding, om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken 2), om er naar Zijn geopenbaarde wil te worden gediend? Zo’n huis wens ik te bouwen voor de Heere, onze God.
Deze woorden zijn een nadrukkelijke belijdenis van de ware en levende God, die juist tegenover een heiden bij gelegenheid van de bouw van een tempel, die Israël met andere volken schijnbaar gelijkstelde, van groot gewicht waren.
Terwijl Salomo aan Hiram deze waarheid op vriendschappelijke en zedige wijze uit de schat van zijn ware kennis van God meedeelt, zaait hij voor hem het geestelijke en verwerft hij zich zo het recht om het lichamelijke te maaien (1 Koningen .9: 11).
Met deze enkele woorden drukt Salomo de gansen eredienst uit, en in zijn gehele redenering straalt zijn diepe wijsheid door. Hiermee wil hij Huram doen voelen, dat de God van Israël niet, zoals de afgoden van de heidenen, binnen de ruimte van de tempelgebouwen is besloten, maar dat het tempelgebouw dient, om daarin ter ere van die God, die de hemel van de hemelen niet kan omvatten, de dienst te verrichten. Salomo spreekt het hier tevens uit, dat hij, de machtige koning van Israël, die de scepter zwaait over alle volken in de omtrek en van wiens wijsheid een bijzonder gerucht uitgaat, zich bij zijn God voelt als een druppel aan de emmer en als een stofje in de weegschaal. Hij voelt zich als niets tegenover de hoge God.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:15→Exodus 31:3→2 Kronieken 2:13→1 Koningen 7:14→Jesaja 28:29→Jesaja 28:26→Jesaja 60:10→— Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.
Zo zend mij nu, opdat ik mijn plan ook kan uitvoeren, een wijze man, een kundig werkmeester, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper en karmozijn het scharlaken rode purper, en hemelsblauw, het hemelsblauw purper, en die weet graveerselen te graveren, snijwerk in hout te vervaardigen tot versiering (1 Koningen .6: 18,23,29) met de wijzen, de in deze kunsten ervaren mannen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David reeds tot de arbeid beschikt heeft (1 Kronieken 22: 15 vv.), maar nog een overste werkmeester tot hun leiding nodig hebben (Exod.31: 1 vv.).
Kruisverwijzingen1 Koningen 5:6→2 Kronieken 9:10→1 Koningen 10:11→— Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.
Zend mij ook de bouwstof, cederen, dennen (cypressen “1Ki 5: 8), en algummimhout (sandelhout “1Ki 10: 11) uit Libanon, want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn, om zich door hen te laten onderrichten bij de arbeid van het bomen omhakken. De heilige Schrijver heeft hier in eens al de drie kostbare houtsoorten samen genoemd, die bij de tempelbouw werden gebruikt, (1 Koningen .10: 12), zonder er opzettelijk bij te vermelden, dat het sandelhout niet van de Libanon kwam.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:8→2 Kronieken 7:21→2 Kronieken 2:5→— En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.
En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal, zoals boven (vs. 5) reeds gezegd is, groot en wonderlijk zijn.
Kruisverwijzingen1 Koningen 5:11→Romeinen 13:7→1 Koningen 7:26→Ezra 7:22→1 Koningen 7:38→Lukas 10:7→— En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.
En zie, ik zal uw knechten, de houwers, die het hout houwen, die bij het vellen en het bewerken van het hout van mijn knechten behulpzaam zijn (vs. 8) twintig duizend Kor (Ex 16: 36) uitgeslagen 1), misschien zoveel als gemalen tarwe, en twintig duizend kor, dus even zo veel gerst geven, daartoe twintig duizend bath, vaten (Ex 29: 40) wijn, en twintig duizend bath, dus even zo veel olie 2).
Anderen, zoals Keil, lezen in plaats van Makkoth, slagen, Makkaleth, tot voedsel. In 1 Koningen .5: 11 wordt ook van tarwe tot voedsel gesproken.
Hier is opgenoemd wat Salomo aan de Tyrische arbeiders wilde geven; in 1 Koningen .5: 11 5.11 daarentegen is vermeld wat hij aan de koning geven moest ten behoeve van zijn eigen hofhouding, en tot koopprijs voor de van hem gekregen bouwstoffen aan hout en stenen. Beide plaatsen mogen dus niet met elkaar verwisseld en van wederzijdse tegenspraak beschuldigd worden.
Zij, die werklieden in hun dienst hebben, moeten hieruit leren zorg te dragen, niet slechts, dat zij wèl op hun tijd betaald worden, maar tevens, dat ze genoeg krijgen, om voor zich en de hunnen niet alleen het nodige onderhoud, maar ook soms de verkwikking van het leven te mogen genieten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:8→1 Koningen 10:9→Deuteronomium 7:7→Psalmen 72:17→— Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.
Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift schriftelijk aan Salomo zijn antwoord mee, zoals deze ook, buiten de mondelinge boodschap door zijn gezanten, zich schriftelijk tot hem gewend had, en zond insgelijks boden tot Salomo met de last: Daarom dat de Heere, de God van Israël Zijn volk liefheeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld. Als God het heil van een volk wil, geeft Hij het vrome Overheden, wil hij het echter straffen, dan neemt hij deze weg (Jes.3: 12).
KruisverwijzingenPsalmen 33:6→Handelingen 4:24→Handelingen 14:15→Psalmen 146:5→Jeremia 10:10→Openbaring 4:11→Genesis 1:1→Psalmen 72:18→— Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!
Verder zei Huram: Geloofd zij de Heere, de God van Israël, die de hemel en de aarde gemaakt heeft (1Ki 5: 7),dat Hij de koning David een wijze zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor de Heere en zich zelf een huis voor zijn koninkrijk, een aan zijn hoge waardigheid als koning beantwoordend paleis bouwt (vs. 1)!
Kruisverwijzingen2 Kronieken 4:16→— Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;
Zo zend ik nu, ter vervulling van het aan mij gedane verzoek (vs. 7), een wijze man, kloek van verstand, namelijk Huram Abi 1), d.i. mijn vader of raadgever,
“1Ki 7: 14”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:7→Exodus 31:3→1 Koningen 7:13→— Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.
De zoon van een vrouw, die weduwe was (1 Koningen .7: 14), uit de dochters van Dan, een geboren Danitische, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die zij later gehuwd heeft, nadat zij haar eerste man uit de stam Nafthali door de dood verloren had; die is juist een kunstenaar, zoals u verlangt, want hij weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn en om alle graveersel te graveren, en om te bedenken alle vernuftige vond, die hem voorgesteld zal worden, met uw wijzen, die u zelf u hebt uitgelezen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David, die deze reeds vooruit voor u heeft aangesteld.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:10→1 Koningen 5:11→— Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.
Zo zend nu mijn heer koning Salomo zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en de wijn, die hij gezegd heeft (vs. 10).
KruisverwijzingenJozua 19:46→1 Koningen 5:8→Handelingen 9:36→Ezra 3:7→Johannes 1:3→Handelingen 10:32→— En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.
En wij zullen hout houwen uit de Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, tot naar Jafo (1Ki 5: 9) brengen; en u zult het van daar, over land laten ophalen naar Jeruzalem.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:2→1 Koningen 9:20→2 Kronieken 8:7→2 Kronieken 2:2→1 Koningen 5:13→— En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.
En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israël van de Kanaänieten overgebleven waren (Hoofdstuk 9: 20 vv.), achtervolgens de telling, of, met de uitkomst van de telling, waarmee zijn vader David die geteld had (1 Kronieken 23: 2); en er werden gevonden honderd drieenvijftig duizend en zeshonderd (153.600) man.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:2→— En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.
En hij maakte uit hen zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend hout- en steenhouwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden (vs. 2.) Deze Kanaänitische, voor loon dienende, slaven zijn wèl te onderscheiden van de 1 Koningen .5: 13 vv. vermelde 30.000 Israëlitische, voor loon dienende, arbeiders (vgl. 1 Koningen .9: 20,21). Laatstgenoemden waren en bleven vrije Israëlieten, die slechts een tijdlang (4 maanden) in dienst van de koning arbeidden, en de overige tijd van het jaar hun eigen huiswerk deden. De Kanaänitische slaven daarentegen waren lijfeigenen op de wijze van de Heloten in Sparta. Over de gezamenlijke arbeiders voor de bouw had Salomo een groot aantal opzieners, die in verschillende klassen verdeeld werden. In de boeken der Koningen worden zij verdeeld in twee rangen: 1e hoofdopzieners, die 550 in getal waren (1 Koningen .9: 23) en 2e onderopzieners, ten getale van 3300 man (1 Koningen .5: 16). De boeken der Kronieken daarentegen scheiden deze 3850 hoofd- en onderopzieners naar hun afstamming in de beide klassen: Kanaänitische opzieners, waarvan er volgens ons vers 3600 waren (namelijk 3300 onderopzieners en 300 hoofdopzieners), en Israëlitische opzieners ten getale van 250, allen hoofdopzieners (Hoofdstuk 8: 10). Gaan wij van de boeken der Kronieken weer terug naar die van de Koningen en letten wij dan op de in 1 Koningen .9: 23 genoemde 550 hoofdopzieners, zo waren 300 van Kanaänitische en slechts 250 van Israëlitische afkomst; de in 1 Koningen .5: 16 vermelde 3300 onderopzieners daarentegen waren uitsluitend Kanaänieten. Hieruit verklaart zich vanzelf, waarom het gezamenlijk bedrag in beide Boeken (1 Koningen .9: 23 en 5: 16) 550 + 3300 = 3850; (2 (Kronieken 2: 18 en 8: 10) 3600 + 250 = 3850) overeenstemt. Over de voor loon dienende arbeiders, die uit de kinderen van Israël waren gekozen, was, volgens 1 Koningen .5: 14 Adoniram hoofdopziener.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 2
2 Kronieken 2:11.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:8→1 Koningen 10:9→Deuteronomium 7:7→Psalmen 72:17→
— Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.
Hiram spreekt zijn overtuiging uit dat Salomo een zodanig mens was dat zijn regering een bijzondere zegen van God voor zijn volk zou zijn. Zo was Salomo in die eerste dagen, voordat hij begon af te wijken van de luister van zijn eerste staat, dat zelfs deze heidense vorst kon zien dat hij een zegen voor het volk moest worden. Ik zou wensen dat ons leven altijd iets had waardoor zelfs de ongelovige moet zeggen: “Die jongeman zal wel een zegen voor zijn gezin zijn. Die vrouw zal zeker een zegen zijn voor haar man en voor haar kinderen.” Ik zou wensen dat ons karakter zo doorzichtig was — zo waar, zuiver en goed — dat allen die ons kennen zouden gevoelen dat wij een zegen zijn voor hen onder wie wij wonen.
Maar als dit van Salomo waar was, hoeveel meer is het waar van Jezus. “Omdat de Heere Zijn volk liefheeft, heeft Hij Jezus tot Koning over hen gesteld.” Wij zijn levende en waarachtige getuigen dat wij de heerschappij van Christus over ons niet als een hardheid beschouwen. Integendeel, wij verlustigen ons erin. Wij leiden haar niet af uit Zijn toorn, en zelfs niet uit Zijn gerechtigheid of uit enige noodzaak die Hem zou dringen, maar uit Zijn oneindige liefde en uit Zijn genadige gedachte dat Hij ons niets beters kon doen dan ons Jezus Christus tot Koning te geven. En wij danken en zegenen de Heere op deze dag van harte dat Hij Hem over ons gesteld heeft, om ons te regeren en heerschappij te hebben over onze geest, ziel en lichaam, nu en voor altijd.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:18→1 Kronieken 14:1→Exodus 30:7→1 Kronieken 16:25→1 Koningen 8:27→2 Kronieken 6:18→1 Koningen 5:5→1 Koningen 5:15→
— Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk. En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve. En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij. Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel. En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden. Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken? Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft. Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.
Terwijl het bericht thans overgaat tot Salomo’s tempelbouw, worden in de eerste plaats de voorbereidselen met betrekking tot de arbeiders en daarna de onderhandelingen met koning Hiram van Tyrus meegedeeld; daarbij wordt ook gesproken van de ontworpen bouw van een paleis; maar in de volgende Hoofdstukken gedenkt de Kroniekschrijver aan deze laatste bouw niet verder, maar houdt alleen die van de tempel in het oog (vgl. 1 Koningen .5: 1-18).
Salomo nu dacht, besloot bij zichzelf, allereerst voor de naam van de Heere een huis te bouwen op de berg Moria (Hoofdstuk 3: 1), en daarna ook een huis voor zijn koninkrijk, een koninklijk slot op de berg Zion (1 Koningen .7: 1 vv.).
En Salomo telde, zoals wij vs. 17,18 nog uitvoeriger berichten zullen, uit de vreemdelingen, die in het land Israël waren, en die reeds zijn vader David tot arbeiders voor de bouw van de tempel bestemd had (1 Kronieken 22: 2) zeventigduizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte, die het hout vellen; en de stenen breken zouden, mitsgaders drie duizend en zes honderd opzieners over hen, in het geheel dus 153.000 man (vs. 17).
En Salomo zond boden tot Huram, de koning van Tyrus, die hem bij zijn komst aan de regering had laten gelukwensen, en van wiens bewijs van vriendschap hij nu voor zijn plannen een nuttig gebruik wilde maken,zeggende 1): Zoals u met mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen van de Libanon gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen (1 (Kronieken 14: 1), zo doe ook met mij, verleen ook mij dezelfde ondersteuning bij de bouw, die ik mij voorgenomen heb.
Wij hebben dus hier de inhoud van hetgeen Salomo mondeling aan Huram (2 Samuel 5:
liet zeggen, terwijl ons in 1 Koningen .5: 3 vv. de inhoud van zijn brief wordt meegedeeld; of omgekeerd, in 1 Koningen .5: 3 vv. vernemen wij het mondeling verzoek van de gezanten, maar hier de woordelijke inhoud van de brief. Op deze wijze wordt ons het verschil duidelijk van de mededeling op beide plaatsen.
Beide berichten vullen in elk geval elkaar aan.
Zie, ik zal een huis voor de naam van de Heere, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om daarin reukwerk van de welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting van het gedurige brood, de twaalf toonbroden en voor de brandoffers ‘s morgens en ‘s avonds, en verder op de sabbatten en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden van de Heere, onze God, dat voor eeuwig is, gedurende de tijd van de wet, in Israël (Exod.30: 7 vv.; 25: 30 Num.28 en 29).
En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot, zeer aanzienlijk en heerlijk zijn (1Ki 6: 2); want onze God is groter dan alle goden (Exod.15: 11; 18: 11. 2 Samuel .7: 22
Maar het is niet mijn bedoeling om Hem een huis te bouwen, welks ruimte Zijn tegenwoordigheid zou omsluiten en op één punt beperken; want wie zou de kracht hebben om voor Hem in deze zin een huis te bouwen, omdat de hemelen, ja de hemel der hemelen, de hemelen in hun wijdste omvang (De 10: 14), Hem niet in zich begrijpen zouden 1) in Zijn oneindig en boven al het geschapene verheven Wezen (1 Koningen .8: 27)? En wie ben ik dan,dat ik voor Hem een huis zou bouwen ter woning op de wijze, waarop een mens in zijn huis woont, ten ware dan tot een plaats van de aanbidding, om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken 2), om er naar Zijn geopenbaarde wil te worden gediend? Zo’n huis wens ik te bouwen voor de Heere, onze God.
Deze woorden zijn een nadrukkelijke belijdenis van de ware en levende God, die juist tegenover een heiden bij gelegenheid van de bouw van een tempel, die Israël met andere volken schijnbaar gelijkstelde, van groot gewicht waren.
Terwijl Salomo aan Hiram deze waarheid op vriendschappelijke en zedige wijze uit de schat van zijn ware kennis van God meedeelt, zaait hij voor hem het geestelijke en verwerft hij zich zo het recht om het lichamelijke te maaien (1 Koningen .9: 11).
Met deze enkele woorden drukt Salomo de gansen eredienst uit, en in zijn gehele redenering straalt zijn diepe wijsheid door. Hiermee wil hij Huram doen voelen, dat de God van Israël niet, zoals de afgoden van de heidenen, binnen de ruimte van de tempelgebouwen is besloten, maar dat het tempelgebouw dient, om daarin ter ere van die God, die de hemel van de hemelen niet kan omvatten, de dienst te verrichten. Salomo spreekt het hier tevens uit, dat hij, de machtige koning van Israël, die de scepter zwaait over alle volken in de omtrek en van wiens wijsheid een bijzonder gerucht uitgaat, zich bij zijn God voelt als een druppel aan de emmer en als een stofje in de weegschaal. Hij voelt zich als niets tegenover de hoge God.
Zo zend mij nu, opdat ik mijn plan ook kan uitvoeren, een wijze man, een kundig werkmeester, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper en karmozijn het scharlaken rode purper, en hemelsblauw, het hemelsblauw purper, en die weet graveerselen te graveren, snijwerk in hout te vervaardigen tot versiering (1 Koningen .6: 18,23,29) met de wijzen, de in deze kunsten ervaren mannen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David reeds tot de arbeid beschikt heeft (1 Kronieken 22: 15 vv.), maar nog een overste werkmeester tot hun leiding nodig hebben (Exod.31: 1 vv.).
Zend mij ook de bouwstof, cederen, dennen (cypressen “1Ki 5: 8), en algummimhout (sandelhout “1Ki 10: 11) uit Libanon, want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn, om zich door hen te laten onderrichten bij de arbeid van het bomen omhakken. De heilige Schrijver heeft hier in eens al de drie kostbare houtsoorten samen genoemd, die bij de tempelbouw werden gebruikt, (1 Koningen .10: 12), zonder er opzettelijk bij te vermelden, dat het sandelhout niet van de Libanon kwam.
En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal, zoals boven (vs. 5) reeds gezegd is, groot en wonderlijk zijn.
En zie, ik zal uw knechten, de houwers, die het hout houwen, die bij het vellen en het bewerken van het hout van mijn knechten behulpzaam zijn (vs. 8) twintig duizend Kor (Ex 16: 36) uitgeslagen 1), misschien zoveel als gemalen tarwe, en twintig duizend kor, dus even zo veel gerst geven, daartoe twintig duizend bath, vaten (Ex 29: 40) wijn, en twintig duizend bath, dus even zo veel olie 2).
Anderen, zoals Keil, lezen in plaats van Makkoth, slagen, Makkaleth, tot voedsel. In 1 Koningen .5: 11 wordt ook van tarwe tot voedsel gesproken.
Hier is opgenoemd wat Salomo aan de Tyrische arbeiders wilde geven; in 1 Koningen .5: 11 5.11 daarentegen is vermeld wat hij aan de koning geven moest ten behoeve van zijn eigen hofhouding, en tot koopprijs voor de van hem gekregen bouwstoffen aan hout en stenen. Beide plaatsen mogen dus niet met elkaar verwisseld en van wederzijdse tegenspraak beschuldigd worden.
Zij, die werklieden in hun dienst hebben, moeten hieruit leren zorg te dragen, niet slechts, dat zij wèl op hun tijd betaald worden, maar tevens, dat ze genoeg krijgen, om voor zich en de hunnen niet alleen het nodige onderhoud, maar ook soms de verkwikking van het leven te mogen genieten.
Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift schriftelijk aan Salomo zijn antwoord mee, zoals deze ook, buiten de mondelinge boodschap door zijn gezanten, zich schriftelijk tot hem gewend had, en zond insgelijks boden tot Salomo met de last: Daarom dat de Heere, de God van Israël Zijn volk liefheeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld. Als God het heil van een volk wil, geeft Hij het vrome Overheden, wil hij het echter straffen, dan neemt hij deze weg (Jes.3: 12).
Verder zei Huram: Geloofd zij de Heere, de God van Israël, die de hemel en de aarde gemaakt heeft (1Ki 5: 7),dat Hij de koning David een wijze zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor de Heere en zich zelf een huis voor zijn koninkrijk, een aan zijn hoge waardigheid als koning beantwoordend paleis bouwt (vs. 1)!
Zo zend ik nu, ter vervulling van het aan mij gedane verzoek (vs. 7), een wijze man, kloek van verstand, namelijk Huram Abi 1), d.i. mijn vader of raadgever,
“1Ki 7: 14”
De zoon van een vrouw, die weduwe was (1 Koningen .7: 14), uit de dochters van Dan, een geboren Danitische, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die zij later gehuwd heeft, nadat zij haar eerste man uit de stam Nafthali door de dood verloren had; die is juist een kunstenaar, zoals u verlangt, want hij weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn en om alle graveersel te graveren, en om te bedenken alle vernuftige vond, die hem voorgesteld zal worden, met uw wijzen, die u zelf u hebt uitgelezen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David, die deze reeds vooruit voor u heeft aangesteld.
Zo zend nu mijn heer koning Salomo zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en de wijn, die hij gezegd heeft (vs. 10).
En wij zullen hout houwen uit de Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, tot naar Jafo (1Ki 5: 9) brengen; en u zult het van daar, over land laten ophalen naar Jeruzalem.
En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israël van de Kanaänieten overgebleven waren (Hoofdstuk 9: 20 vv.), achtervolgens de telling, of, met de uitkomst van de telling, waarmee zijn vader David die geteld had (1 Kronieken 23: 2); en er werden gevonden honderd drieenvijftig duizend en zeshonderd (153.600) man.
En hij maakte uit hen zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend hout- en steenhouwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden (vs. 2.) Deze Kanaänitische, voor loon dienende, slaven zijn wèl te onderscheiden van de 1 Koningen .5: 13 vv. vermelde 30.000 Israëlitische, voor loon dienende, arbeiders (vgl. 1 Koningen .9: 20,21). Laatstgenoemden waren en bleven vrije Israëlieten, die slechts een tijdlang (4 maanden) in dienst van de koning arbeidden, en de overige tijd van het jaar hun eigen huiswerk deden. De Kanaänitische slaven daarentegen waren lijfeigenen op de wijze van de Heloten in Sparta. Over de gezamenlijke arbeiders voor de bouw had Salomo een groot aantal opzieners, die in verschillende klassen verdeeld werden. In de boeken der Koningen worden zij verdeeld in twee rangen: 1e hoofdopzieners, die 550 in getal waren (1 Koningen .9: 23) en 2e onderopzieners, ten getale van 3300 man (1 Koningen .5: 16). De boeken der Kronieken daarentegen scheiden deze 3850 hoofd- en onderopzieners naar hun afstamming in de beide klassen: Kanaänitische opzieners, waarvan er volgens ons vers 3600 waren (namelijk 3300 onderopzieners en 300 hoofdopzieners), en Israëlitische opzieners ten getale van 250, allen hoofdopzieners (Hoofdstuk 8: 10). Gaan wij van de boeken der Kronieken weer terug naar die van de Koningen en letten wij dan op de in 1 Koningen .9: 23 genoemde 550 hoofdopzieners, zo waren 300 van Kanaänitische en slechts 250 van Israëlitische afkomst; de in 1 Koningen .5: 16 vermelde 3300 onderopzieners daarentegen waren uitsluitend Kanaänieten. Hieruit verklaart zich vanzelf, waarom het gezamenlijk bedrag in beide Boeken (1 Koningen .9: 23 en 5: 16) 550 + 3300 = 3850; (2 (Kronieken 2: 18 en 8: 10) 3600 + 250 = 3850) overeenstemt. Over de voor loon dienende arbeiders, die uit de kinderen van Israël waren gekozen, was, volgens 1 Koningen .5: 14 Adoniram hoofdopziener.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel