Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 19

1 En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En JosafatH3092, de koningH4428 van JudaH3063, keerdeH7725 met vredeH7965 weder naarH413 zijn huisH1004 te JeruzalemH3389. En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.

KJV And Jehoshaphat2 the king3 of Judah4 returned1 to his house6 in peace7 to Jerusalem.8

1 וַ֠יָּשָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 יְהוֹשָׁפָ֨ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 יְהוּדָ֧ה H3063 Juda Judah 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 בֵּית֛וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 בְּשָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 לִֽירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En JehuH3058, de zoonH1121 van HananiH2607, de zienerH2374, ging uit, hem tegen, en zeideH559 totH413 den koningH4428 JosafatH3092: Zoudt gij den goddelozeH7563 helpenH5826, en die den HEEREH3068 hatenH8130, liefhebbenH157? Nu is daarom overH5921 u van het aangezichtH6440 des HEERENH3068 grote toornigheidH7110. En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.

KJV And Jehu4 the son5 of Hanani6 the seer7 went out1 to meet3 him, and said8 to king10 Jehoshaphat,11 Shouldest thou help13 the ungodly,12 and love16 them that hate14 the LORD?15 therefore17 is wrath19 upon thee from before20 the LORD.21

1 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 פָּנָ֗יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 יֵה֣וּא H3058 Jehu Jehu 5 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חֲנָ֘נִי֮ H2607 Hanani Hanani 7 הַחֹזֶה֒ H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 8 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יְהוֹשָׁפָ֔ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 12 הֲלָרָשָׁ֣ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 13 לַעְזֹ֔ר H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 14 וּלְשֹׂנְאֵ֥י H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 תֶּאֱהָ֑ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 17 וּבָזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 18 עָלֶ֣יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 קֶּ֔צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 20 מִלִּפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Evenwel goedeH2896 dingen zijn bijH5973 u gevondenH4672; wantH3588 gij hebt de bossenH842 uitH4480 het landH776 weggedaanH1197, en uw hartH3824 gerichtH3559 om GodH430 te zoekenH1875. Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.

KJV Nevertheless1 there are good3 things2 found4 in thee, in that thou hast taken away7 the groves8 out of the land,10 and hast prepared11 thine heart12 to seek13 God.14

1 אֲבָ֕ל H61 Voorwaar, Zekerlijk but, indeed, nevertheless, verily 2 דְּבָרִ֥ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 טוֹבִ֖ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 4 נִמְצְא֣וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 עִמָּ֑ךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בִעַ֤רְתָּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 8 הָאֲשֵׁרוֹת֙ H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וַהֲכִינ֥וֹתָ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 לְבָבְךָ֖ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 13 לִדְרֹ֥שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 14 הָֽאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 JosafatH3092 nu woondeH3427 in JeruzalemH3389; en hij toogH3318 wederomH7725 uit door het volkH5971, van Ber-sebaH884 afH5704 tot het gebergteH2022 van EfraimH669 toe, en deed hen wederkerenH7725 tot den HEEREH3068, hunner vaderenH1 GodH430. Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.

KJV And Jehoshaphat2 dwelt1 at Jerusalem:3 and he went out5 again4 through the people6 from Beersheba7 to mount10 Ephraim,11 and brought them back12 unto the LORD14 God15 of their fathers.16

1 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 יְהוֹשָׁפָ֖ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וַיָּ֜שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 בָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 מִבְּאֵ֥ר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 8 שֶׁ֨בַע֙ H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 12 וַיְשִׁיבֵ֕ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 אֲבוֹתֵיהֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij steldeH5975 richtersH8199 in het landH776, in alleH3605 vasteH1219 stedenH5892 van JudaH3063, van stadH5892 tot stadH5892. En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.

KJV And he set1 judges2 in the land3 throughout all the fenced7 cities5 of Judah,6 city8 by city,9

1 וַיַּעֲמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 שֹֽׁפְטִ֜ים H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 3 בָּאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עָרֵ֧י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 7 הַבְּצֻר֖וֹת H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 8 לְעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 וָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij zeideH559 totH413 de richtersH8199: ZietH7200 watH4100 gij doetH6213, want gij houdt het gericht nietH3808 den mensH120, maarH3588 den HEEREH3068; en Hij is bijH5973 u in de zaakH1697 van het gericht. En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.

Ook in dit vers gerichtH4941 gerichtH8199

KJV And said1 to the judges,3 Take heed4 what ye do:7 for ye judge11 not for man,10 but for the LORD,13 who is with you in the judgment.15

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַשֹּֽׁפְטִ֗ים H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 4 רְאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 עֹשִׂ֔ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 לְאָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 11 תִּשְׁפְּט֖וּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וְעִמָּכֶ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 15 בִּדְבַ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 מִשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Nu dan, de verschrikkingH6343 des HEERENH3068 zijH1961 opH5921 ulieden; neemtH8104 waar, en doetH6213 het; wantH3588 bij den HEEREH3068, onzen GodH430, is geenH369 onrechtH5766, noch aannemingH4856 van personenH6440, noch ontvangingH4727 van geschenkenH7810. Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.

KJV Wherefore now let the fear3 of the LORD4 be upon you; take heed6 and do7 it: for there is no iniquity13 with the LORD11 our God,12 nor respect14 of persons,15 nor taking16 of gifts.17

1 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 יְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 פַֽחַד H6343 vreze, schrik, verschrikking dread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror 4 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עֲלֵיכֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 שִׁמְר֣וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 7 וַעֲשׂ֔וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֵ֞ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֱלֹהֵ֗ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 עַוְלָ֛ה H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 14 וּמַשֹּׂ֥א H4856 aanneming respect 15 פָנִ֖ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 וּמִקַּח H4727 ontvanging taking 17 שֹֽׁחַד H7810 geschenk, geschenken bribe(-ry), gift, present, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daartoe steldeH5975 JosafatH3092 ookH1571 te JeruzalemH3389 enige vanH4480 de LevietenH3881, en van de priesterenH3548, en van de hoofdenH7218 der vaderenH1 van IsraelH3478, over het gerichtH4941 des HEERENH3068, en over rechtsgeschillenH7379, als zij weder te JeruzalemH3389 gekomen waren. Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.

KJV Moreover in Jerusalem2 did Jehoshaphat4 set3 of the Levites,6 and of the priests,7 and of the chief8 of the fathers9 of Israel,10 for the judgment11 of the LORD,12 and for controversies,13 when they returned14 to Jerusalem.15

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בִּ֠ירוּשָׁלִַם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 הֶעֱמִ֨יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 יְהוֹשָׁפָ֜ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַלְוִיִּ֣ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 7 וְהַכֹּהֲנִ֗ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 וּמֵרָאשֵׁ֤י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 9 הָאָבוֹת֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 לְיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 לְמִשְׁפַּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְלָרִ֑יב H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 14 וַיָּשֻׁ֖בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hij geboodH6680 hun, zeggendeH559: DoetH6213 alzoH3541 in de vrezeH3374 des HEERENH3068, met getrouwheidH530 en met een volkomenH8003 hartH3824. En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.

KJV And he charged1 them, saying,3 Thus shall ye do5 in the fear6 of the LORD,7 faithfully,8 and with a perfect10 heart.9

1 וַיְצַ֥ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 תַעֲשׂוּן֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 בְּיִרְאַ֣ת H3374 vreze, vrees, vrezen [idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness) 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בֶּאֱמוּנָ֖ה H530 waarheid, getrouwheid, ambt faith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily 9 וּבְלֵבָ֥ב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 10 שָׁלֵֽם H8003 volkomen, volkomene, volmaakt full, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En in alleH3605 geschilH7379, hetwelk van uw broederenH251, dieH834 in hun stedenH5892 wonenH3427, tot u zal komenH935, tussen bloedH1818 en bloedH1818, tussenH996 wetH8451 en gebodH4687, en inzettingenH2706 en rechtenH4941, zo vermaantH2094 hen, dat zij nietH3808 schuldigH816 worden aan den HEEREH3068, en een grote toornigheidH7110 overH5921 u en overH5921 uw broederenH251 zij; doetH6213 alzoH3541, en gij zult nietH3808 schuldigH816 worden. En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.

KJV And what cause2 soever shall come4 to you of your brethren6 that dwell7 in their cities,8 between blood10 and blood,11 between law13 and commandment,14 statutes15 and judgments,16 ye shall even warn17 them that they trespass20 not against the LORD,21 and so wrath23 come upon you, and upon your brethren:26 this27 do,28 and ye shall not trespass.30

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 רִיב֩ H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 יָב֨וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 עֲלֵיכֶ֜ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מֵאֲחֵיכֶ֣ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 הַיֹּשְׁבִ֣ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 בְּעָרֵיהֶ֗ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 בֵּֽין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 דָּ֣ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 11 לְדָם֮ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 12 בֵּין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 13 תּוֹרָ֣ה H8451 wet, wetten, leer law 14 לְמִצְוָה֮ H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 15 לְחֻקִּ֣ים H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 וּלְמִשְׁפָּטִים֒ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 17 וְהִזְהַרְתֶּ֣ם H2094 waarschuwen, gewaarschuwd, waarschuwt admonish, shine, teach, (give) warn(-ing) 18 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יֶאְשְׁמוּ֙ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 21 לַיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 וְהָֽיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 23 קֶ֥צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 24 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 אֲחֵיכֶ֑ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 27 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 28 תַעֲשׂ֖וּן H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 29 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 30 תֶאְשָֽׁמוּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zietH2009, AmarjaH568, den hoofdpriesterH7218, is overH5921 u in alleH3605 zaakH1697 des HEERENH3068; en ZebadjaH2069, de zoonH1121 van IsmaelH3458, de vorstH5057 van het huisH1004 van JudaH3063, in alleH3605 zaakH1697 des koningsH4428; ook zijn de ambtliedenH7860, de LevietenH3881, voor uw aangezichtH6440; weest sterkH2388 en doetH6213 het, en de HEEREH3068 zal metH5973 den goedeH2896 zijn. En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.

KJV And, behold, Amariah2 the chief4 priest3 is over you in all matters7 of the LORD;8 and Zebadiah9 the son10 of Ishmael,11 the ruler12 of the house13 of Judah,14 for all the king's17 matters:16 also the Levites19 shall be officers18 before20 you. Deal22 courageously,21 and the LORD24 shall be with the good.26

1 וְהִנֵּ֡ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אֲמַרְיָ֣הוּ H568 Amarja, amarja Amariah 3 כֹהֵן֩ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 הָרֹ֨אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 עֲלֵיכֶ֜ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 לְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וּזְבַדְיָ֨הוּ H2069 Zebadja Zebadiah 10 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׁמָעֵ֜אל H3458 Ismael Ishmael 12 הַנָּגִ֤יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 13 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 15 לְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 17 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 וְשֹׁטְרִ֥ים H7860 ambtlieden, ambtman officer, overseer, ruler 19 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 20 לִפְנֵיכֶ֑ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 21 חִזְק֣וּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 22 וַעֲשׂ֔וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 וִיהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 24 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 25 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 26 הַטּֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 19:1 2 Kronieken 18:31
2 Kronieken 19:2 1 Koningen 16:1 2 Kronieken 20:34 2 Kronieken 32:25 2 Kronieken 16:7 Psalmen 139:21 Efeze 5:11 2 Kronieken 24:18 1 Samuël 9:9
2 Kronieken 19:3 2 Kronieken 12:12 Ezra 7:10 1 Koningen 14:13 2 Kronieken 30:19 2 Kronieken 12:14 2 Kronieken 17:3 Psalmen 57:7 Romeinen 7:18
2 Kronieken 19:4 2 Kronieken 15:8 2 Kronieken 29:10 1 Samuël 7:15 1 Samuël 7:3 Richteren 20:1 Lukas 1:17 Richteren 19:1 Jozua 17:15
2 Kronieken 19:5 Deuteronomium 16:18 2 Kronieken 19:8 Romeinen 13:1 1 Petrus 2:13
2 Kronieken 19:6 Deuteronomium 1:17 Jozua 22:5 Handelingen 22:26 Handelingen 5:35 Lukas 12:15 Psalmen 82:1 Lukas 21:8 1 Kronieken 28:10
2 Kronieken 19:7 Genesis 18:25 Romeinen 2:11 Deuteronomium 32:4 Handelingen 10:34 Kolossenzen 3:25 Exodus 23:8 Romeinen 9:14 Deuteronomium 16:18
2 Kronieken 19:8 2 Kronieken 17:8 1 Kronieken 23:4 1 Kronieken 26:29 Deuteronomium 21:5 Exodus 18:19 Deuteronomium 17:8 Deuteronomium 25:1
2 Kronieken 19:9 2 Samuël 23:3 Jesaja 32:1 Deuteronomium 1:16 2 Kronieken 19:7 Jesaja 11:3
2 Kronieken 19:10 Deuteronomium 17:8 2 Kronieken 19:2 Handelingen 20:31 Numeri 16:46 Ezechiël 3:18 Jozua 22:18 Ezechiël 33:6 1 Thessalonicenzen 5:14
2 Kronieken 19:11 2 Kronieken 19:8 1 Kronieken 26:30 1 Kronieken 22:16 Spreuken 2:20 Maleachi 2:7 Psalmen 37:23 1 Kronieken 22:11 Prediker 2:26
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 19 vers 2

Jehu, Zie van dezen profeet 1 Kon. 16:1 .

Hertaald: Jehu, Zie over deze profeet 1 Kon. 16:1.

Hanáni, Zie van dezen ook boven, 2 Kron. 16:7 .

Hertaald: Hanáni, Zie over hem ook hierboven 2 Kron. 16:7.

ziener, Dat is, profeet. Zie 1 Sam. 9:9 , en boven, 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: ziener, Dat is: profeet. Zie 1 Sam. 9:9, en hierboven 2 Kron. 9:29.

den goddeloze Namelijk, Achab, dien hij geholpen had tegen de Syriërs, boven, 2 Kron. 18:3 , enz.

Hertaald: den goddeloze Namelijk: Achab, die hij tegen de Syriërs geholpen had, hierboven 2 Kron. 18:3, enzovoort.

van het aangezicht Hebreeuws, van voor het aangezicht des Heeren.

Hertaald: van het aangezicht Hebreeuws: van voor het aangezicht van de HEERE.

toornigheid Die Josafat enigszins gevoeld had, boven, 2 Kron. 18:31 en naderhand nog gevoeld heeft, onder, 2 Kron. 20:1 .

Hertaald: toornigheid Die Josafat enigszins gevoeld had, hierboven 2 Kron. 18:31, en die hij later nog gevoeld heeft, hieronder 2 Kron. 20:1.

2 Kronieken 19 vers 3

bij u gevonden; Te weten, niet die uit zijn natuur, maar uit de genade der wedergeboorte waren, want God onderhoudt en beloont uit genade zijn eigen gaven; alzo Neh. 9:8 ; Luc. 12:43 ; Hand. 13:22 .

Hertaald: bij u gevonden; Namelijk: niet die hem van nature eigen waren, maar die uit de genade van de wedergeboorte voortkwamen; want God onderhoudt en beloont uit genade Zijn eigen gaven; zo ook Neh. 9:8; Luk. 12:43; Hand. 13:22.

weggedaan, Het Hebreeuwse woord betekent ook aansteken, verbranden; Ex. 35:3 ; Lev. 6:12 ; boven, 2 Kron. 4:20 . Voor wegdoen is het genomen 2 Sam. 4:11 ; 1 Kon. 21:21 ; 2 Kon. 23:24 .

Hertaald: weggedaan, Het Hebreeuwse woord betekent ook aansteken, verbranden; Ex. 35:3; Lev. 6:12; hierboven 2 Kron. 4:20. Voor wegdoen wordt het gebruikt in 2 Sam. 4:11; 1 Kon. 21:21; 2 Kon. 23:24.

gericht Te weten, door de kracht der genade Gods, die hem tot dit werk voorgekomen was, hem daartoe gevende verstand, wil en vermogen, Ef. 2:10 ; Fil. 2:13 . Vergelijk boven de aantekening, 2 Kron. 12:14 .

Hertaald: gericht Namelijk: door de kracht van Gods genade, die hem tot dit werk voorbereid had, door hem daartoe verstand, wil en vermogen te geven, Ef. 2:10; Filip. 2:13. Vergelijk hierboven de aantekening bij 2 Kron. 12:14.

2 Kronieken 19 vers 4

toog Hebreeuws, hij kwam weder en ging uit. Anders, bekeerd zijnde, [te weten, door de vermaning van den profeet] toog hij uit.

Hertaald: toog Hebreeuws: hij keerde terug en ging uit. Anders: bekeerd zijnde [namelijk door de vermaning van de profeet], trok hij uit.

van Ber-seba Dat is, van het Zuideinde zijns koninkrijks, hetwelk was de stad Berseba, tot het noordeinde, hetwelk was het gebergte Efraïms.

Hertaald: van Ber-seba Dat is: van het zuideinde van zijn koninkrijk, dat de stad Berseba was, tot het noordeinde, dat het gebergte van Efraïm was.

deed hen Te weten, van de afgoderij, valse godsdiensten en goddeloosheid des levens.

Hertaald: deed hen Namelijk: van de afgoderij, valse godsdiensten en goddeloosheid van leven.

2 Kronieken 19 vers 5

van stad tot stad Hebreeuws, voor stad en stad; dat is, in elke stad.

Hertaald: van stad tot stad Hebreeuws: voor stad en stad; dat is: in elke stad.

2 Kronieken 19 vers 6

gij houdt Dat is, gij bedient dit rechterschap niet eigenlijk in den naam en uit last van een mens, maar in den naam en uit last van God, welken het gericht toebehoort, en die u daarin gesteld heeft om zijn plaats te bewaren.

Hertaald: gij houdt Dat is: u vervult dit rechterschap niet eigenlijk namens en in opdracht van een mens, maar namens en in opdracht van God, aan Wie het recht toebehoort en Die u daarin aangesteld heeft om Zijn plaats te bewaren.

in de zaak Dat is, in de rechtshandelingen, geschillen en processen, die u zullen mogen voorkomen. Zie Ps. 82:1 .

Hertaald: in de zaak Dat is: in de rechtszaken, geschillen en processen die u zullen voorkomen. Zie Ps. 82:1.

2 Kronieken 19 vers 7

neemt waar, Te weten, uw ambt, ten einde dat gij het behoorlijk uitvoert.

Hertaald: neemt waar, Namelijk: uw ambt, opdat u het naar behoren uitvoert.

aanneming Hebreeuws, opnemingen des aangezichts. Zie Lev. 19:15 , en Deut. 1:17 , met de aantekening.

Hertaald: aanneming Hebreeuws: opnemingen van het aangezicht. Zie Lev. 19:15, en Deut. 1:17, met de aantekening.

geschenken Hebreeuws, geschenk; dat is, enig geschenk of geschenken.

Hertaald: geschenken Hebreeuws: geschenk; dat is: enig geschenk of geschenken.

2 Kronieken 19 vers 8

der vaderen Dat is, der vaderlijke huisgezinnen, die onder het gebied van Josafat stonden.

Hertaald: der vaderen Dat is: van de vaderlijke huisgezinnen die onder het gezag van Josafat stonden.

het gericht Versta, door het gericht des Heeren en der echtgeschillen, kerkelijke en politieke zaken, en vergelijk hiermede vs.11.

Hertaald: het gericht Versta hieronder de rechtspraak van de HEERE en de huwelijksgeschillen, kerkelijke en staatkundige zaken, en vergelijk hiermee vers 11.

zij weder Hebreeuws eigenlijk, en zij kwamen weder, of, waren wedergekomen te Jeruzalem; dat is, als zij wedergekomen waren, namelijk Josafat en die met hem door het ganse land getrokken waren, om overal in kerkelijke en burgerlijke zaken de goddelijke ordinantiën in te voeren. Anderen vertalen dit aldus: Over de gerichtszaken of rechtshandelingen, als die wederkwamen te Jeruzalem; te weten, als die daar bij vorm van appel gebracht waren; met dit verstand, dat deze rechters te Jeruzalem gesteld werden om de geschillen af te handelen, als dezelve van de partijen door appel te Jeruzalem kwamen; of als de onderrechters in enige donkere zaak te Jeruzalem verschenen om daar raad te vragen, en verklaring te hebben over hetgeen zij niet verstonden.

Hertaald: zij weder Anderen vertalen dit zo: over de rechtszaken of rechtshandelingen, wanneer die terugkwamen naar Jeruzalem. Namelijk wanneer die daar in hoger beroep gebracht werden. De betekenis is dan dat deze rechters in Jeruzalem aangesteld werden om de geschillen te behandelen wanneer die van de partijen via hoger beroep naar Jeruzalem kwamen. Of ook wanneer de lagere rechters in een onduidelijke zaak in Jeruzalem verschenen om daar raad te vragen en uitleg te krijgen over wat zij niet begrepen.

2 Kronieken 19 vers 9

een volkomen hart Dat is, met een oprecht, onvervalst en onstraffelijk gemoed. Vergelijk 1 Kon. 8:61 .

Hertaald: een volkomen hart Dat is: met een oprecht, onvervalst en onberispelijk gemoed. Vergelijk 1 Kon. 8:61.

2 Kronieken 19 vers 10

tussen bloed en bloed, Dat is, aangaande het onderscheid en oordeel over enigen doodslag of kwetsuur. Zie Deut. 17:8 .

Hertaald: tussen bloed en bloed, Dat is: aangaande het onderscheid en het oordeel over een doodslag of verwonding. Zie Deut. 17:8.

tussen wet en gebod, Dat is, rakende het oordeel over de onderhouding of overtreding der wetten en geboden en wat daaraan kleeft. Zie van het onderscheid dezer vier woorden Gen. 26:5 ; idem Deut. 5:31 , en 1 Kon. 2:3 .

Hertaald: tussen wet en gebod, Dat is: betreffende het oordeel over het naleven of overtreden van de wetten en geboden en wat daarmee samenhangt. Zie over het onderscheid tussen deze vier woorden Gen. 26:5; eveneens Deut. 5:31, en 1 Kon. 2:3.

toornigheid Dat is, straf van den Heere. Vergelijk onder, 2 Kron. 28:13 , en de aantekening.

Hertaald: toornigheid Dat is: straf van de HEERE. Vergelijk hieronder 2 Kron. 28:13, en de aantekening.

2 Kronieken 19 vers 11

Amàrja, Hieruit verstaat men dat te Jeruzalem twee onderscheidene opperste rechterstoelen geweest zijn; de ene die over geestelijke zaken, en de andere die over politieke geschillen oordelen moest; tot welke men van alle andere gerichten uit het ganse land appelleren mocht. Vergelijk Deut. 17:18 , enz.; idem Ex. 18:26 ; Deut. 1:15 .

Hertaald: Amàrja, Hieruit begrijpt men dat er in Jeruzalem twee afzonderlijke hoogste rechterstoelen geweest zijn: de ene die over geestelijke zaken moest oordelen, en de andere over staatkundige geschillen; bij hen kon men van alle andere rechtbanken in het hele land in hoger beroep gaan. Vergelijk Deut. 17:18, enzovoort; eveneens Ex. 18:26; Deut. 1:15.

de ambtlieden, Zie 1 Kron. 26:29 , en het volgende met de aantekening.

Hertaald: de ambtlieden, Zie 1 Kron. 26:29, en het vervolg met de aantekening.

voor uw aangezicht; Dat is, tot uw best, bereid om u te dienen. Zie gelijke manier van spreken Gen. 13:9 .

Hertaald: voor uw aangezicht; Dat is: tot uw dienst, bereid om u te dienen. Zie een soortgelijke manier van spreken in Gen. 13:9.

den goede zijn Te weten, mensen, of personen, die het goede voorhebben en pogen voor te staan; of met de goede zaken.

Hertaald: den goede zijn Namelijk: mensen, of personen, die het goede voorstaan en proberen te bevorderen; of met de goede zaken.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hanani (de ziener)  — genadig

Een ziener, die koning Asa bestrafte omdat hij op de koning van Syrië gesteund had in plaats van op de HEERE; Asa werd toornig en zette hem gevangen (2 Kron. 16:7-10). Vader van de profeet Jehu, die later koning Baësa bestrafte (1 Kon. 16:1, 7).

Amarja (de hoofdpriester)  — de HEERE heeft gezegd

De hogepriester, die Josafat aanstelde als hoofd over alle zaken des HEEREN bij de rechterlijke hervorming die hij in Juda doorvoerde (2 Kron. 19:11).

Zebadja (zoon van Ismaël)  — de HEERE heeft geschonken

Zoon van Ismaël, vorst van het huis van Juda; door Josafat aangesteld als hoofd over alle zaken des konings bij diens rechterlijke hervorming (2 Kron. 19:11).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zoudt gij den goddeloze helpen  — als Josafat behouden terugkeert van Ramoth in Gilead, wacht hem een ziener op met een vraag: "Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben?" (2 Kron. 19:2)

Josafats tocht met Achab tegen Ramoth in Gilead is reeds behandeld bij Micha, de zoon van Jimla (1 Kon. 22:1-28) en bij De boog in eenvoudigheid gespannen (1 Kon. 22:29-38). De kroniekschrijver voegt daaraan toe wat er bij de thuiskomst gebeurde. Jehu, de zoon van de ziener Hanani, gaat de koning tegemoet. Zijn vraag is of Josafat de goddeloze helpen en de haters des HEEREN liefhebben moest. Daarom is er grote toornigheid over hem van het aangezicht des HEEREN (2 Kron. 19:2). Toch blijft het daar niet bij. Er zijn ook goede dingen bij hem gevonden, want hij had de bossen uit het land weggedaan en zijn hart gericht om God te zoeken (2 Kron. 19:3). Josafat trekt daarna zelf het land door, van Ber-séba tot het gebergte van Efraïm, en doet het volk terugkeren tot de God van hun vaderen (2 Kron. 19:4). Dat de les niet beklijfde, blijkt aan het einde van zijn leven. Hij verbindt zich opnieuw, nu met Ahazia, om schepen te maken. De profeet Eliëzer zegt hem aan dat de HEERE zijn werken verscheurd heeft, en de schepen worden verbroken (2 Kron. 20:35-37).

Bijbelse betekenis: Josafat was geen slecht koning, en juist daarom is deze bestraffing zo leerzaam. Hij had gestreden aan de zijde van een man die de profeet van de HEERE in de gevangenis had laten zetten, en hij was er heelhuids uitgekomen. Behouden thuiskomen is dus geen bewijs dat een weg goed was. Twee dingen vallen op in het woord van Jehu. Het noemt de zonde ronduit, zonder verzachting, en het noemt in dezelfde adem het goede dat er wel gevonden werd. Zo doet God met de Zijnen: Hij bedekt de zonde niet, en Hij vergeet het goede evenmin. Het slot van Josafats leven laat bovendien zien hoe hardnekkig deze neiging was. Een verkeerde verbintenis wordt zelden één keer aangegaan.

Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde regel, met een beeld uit de landbouw: "Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?" (2 Kor. 6:14). Het gaat daarbij niet om het mijden van mensen, maar om het delen van hetzelfde juk: een verbintenis waarin men samen één kant op getrokken wordt.

2 Kron. 19:1-4; 2 Kron. 20:35-37; 1 Kon. 22:1-28; 1 Kon. 22:29-38; 2 Kor. 6:14

Gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE  — bij het aanstellen van rechters bindt Josafat hun voor Wie zij eigenlijk werken: "want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht" (2 Kron. 19:6)

Josafat stelt rechters aan in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad (2 Kron. 19:5). Zijn opdracht aan hen begint niet bij de wet maar bij de vrees. Zij moeten toezien wat zij doen, want het gericht dat zij houden is niet van de mens maar van de HEERE. En Hij is bij hen in de rechtszaak (2 Kron. 19:6). Daarom moet de verschrikking des HEEREN op hen zijn, en moeten zij nauwlettend handelen; bij de HEERE is immers geen onrecht, geen aanneming van personen en geen ontvangst van geschenken (2 Kron. 19:7). In Jeruzalem stelt hij daarnaast Levieten, priesters en familiehoofden aan over het gericht des HEEREN en over rechtsgeschillen (2 Kron. 19:8). Ook hun opdracht klinkt in dezelfde toon: handelt zo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart (2 Kron. 19:9). De taakverdeling wordt uitdrukkelijk geregeld, met Amarja de hoofdpriester over alle zaken des HEEREN en Zebadja over alle zaken van de koning (2 Kron. 19:11).

Bijbelse betekenis: De grond van eerlijke rechtspraak ligt hier niet in toezicht of in straf, maar in het karakter van God. Een rechter oordeelt namens Hem, en drie eigenschappen van God worden meteen tot beroepsregel gemaakt: geen onrecht, geen aanzien des persoons, geen omkoping. Wie zo oordeelt, lijkt op Hem; wie het geschenk aanneemt, verloochent Hem. Merk ook op wat Josafat aan het onderwijs van hoofdstuk 17 toevoegt. Eerst werd het volk in de wet onderwezen, en daarna wordt de rechtspraak op orde gebracht; kennis en recht horen bij elkaar. Ten slotte onderscheidt hij de kerkelijke en de burgerlijke zaken zonder ze van elkaar los te maken, en dat is opmerkelijk verstandig. Beide staan onder dezelfde vreze, en beide krijgen hun eigen hoofd.

Typologie: Mozes had de rechters met dezelfde woorden ingebonden: "Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes" (Deut. 1:17). Wat daar van de rechtbank gold, blijkt in het Nieuwe Testament de aard van God Zelf te zijn, tot over de grenzen van Israël heen: "Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is" (Hand. 10:34).

2 Kron. 19:5-11; Deut. 1:17; Hand. 10:34

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 19

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content