Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En JosafatH3092, de koningH4428 van JudaH3063, keerdeH7725 met vredeH7965 weder naarH413 zijn huisH1004 te JeruzalemH3389.En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.
KJVAnd Jehoshaphat2the king3of Judah4returned1to his house6in peace7to Jerusalem.8
1וַ֠יָּשָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2יְהוֹשָׁפָ֨טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְהוּדָ֧הH3063JudaJudah5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בֵּית֛וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7בְּשָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly8לִֽירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
2En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En JehuH3058, de zoonH1121 van HananiH2607, de zienerH2374, ging uit, hem tegen, en zeideH559totH413 den koningH4428JosafatH3092: Zoudt gij den goddelozeH7563helpenH5826, en die den HEEREH3068hatenH8130, liefhebbenH157? Nu is daarom overH5921 u van het aangezichtH6440 des HEERENH3068 grote toornigheidH7110.En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
KJVAnd Jehu4the son5of Hanani6the seer7went out1to meet3him, and said8to king10Jehoshaphat,11Shouldest thou help13the ungodly,12and love16them that hate14the LORD?15therefore17is wrath19upon thee from before20the LORD.21
1וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3פָּנָ֗יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יֵה֣וּאH3058JehuJehu5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חֲנָ֘נִי֮H2607HananiHanani7הַחֹזֶה֒H2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer8וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יְהוֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)12הֲלָרָשָׁ֣עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong13לַעְזֹ֔רH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour14וּלְשֹׂנְאֵ֥יH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16תֶּאֱהָ֑בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend17וּבָזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus18עָלֶ֣יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19קֶּ֔צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath20מִלִּפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Evenwel goedeH2896 dingen zijn bijH5973 u gevondenH4672; wantH3588 gij hebt de bossenH842uitH4480 het landH776weggedaanH1197, en uw hartH3824gerichtH3559 om GodH430 te zoekenH1875.Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.
KJVNevertheless1there are good3things2found4in thee, in that thou hast taken away7the groves8out of the land,10and hast prepared11thine heart12to seek13God.14
1אֲבָ֕לH61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily2דְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3טוֹבִ֖יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4נִמְצְא֣וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7בִעַ֤רְתָּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste8הָאֲשֵׁרוֹת֙H842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11וַהֲכִינ֥וֹתָH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed12לְבָבְךָ֖H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding13לִדְרֹ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely14הָֽאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
4Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4JosafatH3092 nu woondeH3427 in JeruzalemH3389; en hij toogH3318wederomH7725 uit door het volkH5971, van Ber-sebaH884afH5704 tot het gebergteH2022 van EfraimH669 toe, en deed hen wederkerenH7725 tot den HEEREH3068, hunner vaderenH1GodH430.Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.
KJVAnd Jehoshaphat2dwelt1at Jerusalem:3and he went out5again4through the people6from Beersheba7to mount10Ephraim,11and brought them back12unto the LORD14God15of their fathers.16
1וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2יְהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4וַיָּ֜שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6בָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7מִבְּאֵ֥רH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah8שֶׁ֨בַע֙H884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11אֶפְרַ֔יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites12וַיְשִׁיבֵ֕םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16אֲבוֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
5En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij steldeH5975richtersH8199 in het landH776, in alleH3605vasteH1219stedenH5892 van JudaH3063, van stadH5892 tot stadH5892.En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.
KJVAnd he set1judges2in the land3throughout all the fenced7cities5of Judah,6city8by city,9
1וַיַּעֲמֵ֨דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2שֹֽׁפְטִ֜יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule3בָּאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עָרֵ֧יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah7הַבְּצֻר֖וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold8לְעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9וָעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
6En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij zeideH559totH413 de richtersH8199: ZietH7200watH4100 gij doetH6213, want gij houdt het gericht nietH3808 den mensH120, maarH3588 den HEEREH3068; en Hij is bijH5973 u in de zaakH1697 van het gericht.En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.
Ook in dit vers
gerichtH4941
gerichtH8199
KJVAnd said1to the judges,3Take heed4what ye do:7for ye judge11not for man,10but for the LORD,13who is with you in the judgment.15
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַשֹּֽׁפְטִ֗יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4רְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7עֹשִׂ֔יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10לְאָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person11תִּשְׁפְּט֖וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וְעִמָּכֶ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15בִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16מִשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
7Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Nu dan, de verschrikkingH6343 des HEERENH3068zijH1961opH5921 ulieden; neemtH8104 waar, en doetH6213 het; wantH3588 bij den HEEREH3068, onzen GodH430, is geenH369onrechtH5766, noch aannemingH4856 van personenH6440, noch ontvangingH4727 van geschenkenH7810.Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.
KJVWherefore now let the fear3of the LORD4be upon you; take heed6and do7it: for there is no iniquity13with the LORD11our God,12nor respect14of persons,15nor taking16of gifts.17
1וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2יְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3פַֽחַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עֲלֵיכֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6שִׁמְר֣וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7וַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֵ֞יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֵ֗ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13עַוְלָ֛הH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)14וּמַשֹּׂ֥אH4856aannemingrespect15פָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16וּמִקַּחH4727ontvangingtaking17שֹֽׁחַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward
8Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daartoe steldeH5975JosafatH3092ookH1571 te JeruzalemH3389 enige vanH4480 de LevietenH3881, en van de priesterenH3548, en van de hoofdenH7218 der vaderenH1 van IsraelH3478, over het gerichtH4941 des HEERENH3068, en over rechtsgeschillenH7379, als zij weder te JeruzalemH3389 gekomen waren.Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.
KJVMoreover in Jerusalem2did Jehoshaphat4set3of the Levites,6and of the priests,7and of the chief8of the fathers9of Israel,10for the judgment11of the LORD,12and for controversies,13when they returned14to Jerusalem.15
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בִּ֠ירוּשָׁלִַםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem3הֶעֱמִ֨ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry4יְהוֹשָׁפָ֜טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הַלְוִיִּ֣םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite7וְהַכֹּהֲנִ֗יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8וּמֵרָאשֵׁ֤יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הָאָבוֹת֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10לְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לְמִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וְלָרִ֑יבH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit14וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
9En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij geboodH6680 hun, zeggendeH559: DoetH6213alzoH3541 in de vrezeH3374 des HEERENH3068, met getrouwheidH530 en met een volkomenH8003hartH3824.En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.
KJVAnd he charged1them, saying,3Thus shall ye do5in the fear6of the LORD,7faithfully,8and with a perfect10heart.9
1וַיְצַ֥וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5תַעֲשׂוּן֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6בְּיִרְאַ֣תH3374vreze, vrees, vrezen[idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness)7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בֶּאֱמוּנָ֖הH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily9וּבְלֵבָ֥בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding10שָׁלֵֽםH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole
10En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En in alleH3605geschilH7379, hetwelk van uw broederenH251, dieH834 in hun stedenH5892wonenH3427, tot u zal komenH935, tussen bloedH1818 en bloedH1818, tussenH996wetH8451 en gebodH4687, en inzettingenH2706 en rechtenH4941, zo vermaantH2094 hen, dat zij nietH3808schuldigH816 worden aan den HEEREH3068, en een grote toornigheidH7110overH5921 u en overH5921 uw broederenH251 zij; doetH6213alzoH3541, en gij zult nietH3808schuldigH816 worden.En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
KJVAnd what cause2soever shall come4to you of your brethren6that dwell7in their cities,8between blood10and blood,11between law13and commandment,14statutes15and judgments,16ye shall even warn17them that they trespass20not against the LORD,21and so wrath23come upon you, and upon your brethren:26this27do,28and ye shall not trespass.30
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2רִיב֩H7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5עֲלֵיכֶ֜םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מֵאֲחֵיכֶ֣םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7הַיֹּשְׁבִ֣יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בְּעָרֵיהֶ֗םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10דָּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11לְדָם֮H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent12בֵּיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13תּוֹרָ֣הH8451wet, wetten, leerlaw14לְמִצְוָה֮H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept15לְחֻקִּ֣יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task16וּלְמִשְׁפָּטִים֒H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong17וְהִזְהַרְתֶּ֣םH2094waarschuwen, gewaarschuwd, waarschuwtadmonish, shine, teach, (give) warn(-ing)18אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יֶאְשְׁמוּ֙H816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass21לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22וְהָֽיָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use23קֶ֥צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath24עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26אֲחֵיכֶ֑םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'27כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder28תַעֲשׂ֖וּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use29וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without30תֶאְשָֽׁמוּH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass
11En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zietH2009, AmarjaH568, den hoofdpriesterH7218, is overH5921 u in alleH3605zaakH1697 des HEERENH3068; en ZebadjaH2069, de zoonH1121 van IsmaelH3458, de vorstH5057 van het huisH1004 van JudaH3063, in alleH3605zaakH1697 des koningsH4428; ook zijn de ambtliedenH7860, de LevietenH3881, voor uw aangezichtH6440; weest sterkH2388 en doetH6213 het, en de HEEREH3068 zal metH5973 den goedeH2896 zijn.En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.
KJVAnd, behold, Amariah2the chief4priest3is over you in all matters7of the LORD;8and Zebadiah9the son10of Ishmael,11the ruler12of the house13of Judah,14for all the king's17matters:16also the Levites19shall be officers18before20you. Deal22courageously,21and the LORD24shall be with the good.26
1וְהִנֵּ֡הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אֲמַרְיָ֣הוּH568Amarja, amarjaAmariah3כֹהֵן֩H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4הָרֹ֨אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5עֲלֵיכֶ֜םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6לְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וּזְבַדְיָ֨הוּH2069ZebadjaZebadiah10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׁמָעֵ֜אלH3458IsmaelIshmael12הַנָּגִ֤ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler13לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוּדָה֙H3063JudaJudah15לְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18וְשֹׁטְרִ֥יםH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler19הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite20לִפְנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21חִזְק֣וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand22וַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23וִיהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use24יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)26הַטּֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 19:1— En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.2 Kronieken 18:31→
2 Kronieken 19:2— En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.1 Koningen 16:1→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 32:25→2 Kronieken 16:7→Psalmen 139:21→Efeze 5:11→2 Kronieken 24:18→1 Samuël 9:9→
2 Kronieken 19:3— Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.2 Kronieken 12:12→Ezra 7:10→1 Koningen 14:13→2 Kronieken 30:19→2 Kronieken 12:14→2 Kronieken 17:3→Psalmen 57:7→Romeinen 7:18→
2 Kronieken 19:4— Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.2 Kronieken 15:8→2 Kronieken 29:10→1 Samuël 7:15→1 Samuël 7:3→Richteren 20:1→Lukas 1:17→Richteren 19:1→Jozua 17:15→
2 Kronieken 19:5— En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.Deuteronomium 16:18→2 Kronieken 19:8→Romeinen 13:1→1 Petrus 2:13→
2 Kronieken 19:6— En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.Deuteronomium 1:17→Jozua 22:5→Handelingen 22:26→Handelingen 5:35→Lukas 12:15→Psalmen 82:1→Lukas 21:8→1 Kronieken 28:10→
2 Kronieken 19:7— Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.Genesis 18:25→Romeinen 2:11→Deuteronomium 32:4→Handelingen 10:34→Kolossenzen 3:25→Exodus 23:8→Romeinen 9:14→Deuteronomium 16:18→
2 Kronieken 19:8— Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.2 Kronieken 17:8→1 Kronieken 23:4→1 Kronieken 26:29→Deuteronomium 21:5→Exodus 18:19→Deuteronomium 17:8→Deuteronomium 25:1→
2 Kronieken 19:9— En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.2 Samuël 23:3→Jesaja 32:1→Deuteronomium 1:16→2 Kronieken 19:7→Jesaja 11:3→
2 Kronieken 19:10— En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.Deuteronomium 17:8→2 Kronieken 19:2→Handelingen 20:31→Numeri 16:46→Ezechiël 3:18→Jozua 22:18→Ezechiël 33:6→1 Thessalonicenzen 5:14→
2 Kronieken 19:11— En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 26:30→1 Kronieken 22:16→Spreuken 2:20→Maleachi 2:7→Psalmen 37:23→1 Kronieken 22:11→Prediker 2:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 19 vers 2— En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
Jehu,
Zie van dezen profeet 1 Kon. 16:1 .
Hertaald:Jehu,
Zie over deze profeet 1 Kon. 16:1.
Hanáni,
Zie van dezen ook boven, 2 Kron. 16:7 .
Hertaald:Hanáni,
Zie over hem ook hierboven 2 Kron. 16:7.
ziener,
Dat is, profeet. Zie 1 Sam. 9:9 , en boven, 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:ziener,
Dat is: profeet. Zie 1 Sam. 9:9, en hierboven 2 Kron. 9:29.
den goddeloze
Namelijk, Achab, dien hij geholpen had tegen de Syriërs, boven, 2 Kron. 18:3 , enz.
Hertaald:den goddeloze
Namelijk: Achab, die hij tegen de Syriërs geholpen had, hierboven 2 Kron. 18:3, enzovoort.
van het aangezicht
Hebreeuws, van voor het aangezicht des Heeren.
Hertaald:van het aangezicht
Hebreeuws: van voor het aangezicht van de HEERE.
toornigheid
Die Josafat enigszins gevoeld had, boven, 2 Kron. 18:31 en naderhand nog gevoeld heeft, onder, 2 Kron. 20:1 .
Hertaald:toornigheid
Die Josafat enigszins gevoeld had, hierboven 2 Kron. 18:31, en die hij later nog gevoeld heeft, hieronder 2 Kron. 20:1.
2 Kronieken 19 vers 3— Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.
bij u gevonden;
Te weten, niet die uit zijn natuur, maar uit de genade der wedergeboorte waren, want God onderhoudt en beloont uit genade zijn eigen gaven; alzo Neh. 9:8 ; Luc. 12:43 ; Hand. 13:22 .
Hertaald:bij u gevonden;
Namelijk: niet die hem van nature eigen waren, maar die uit de genade van de wedergeboorte voortkwamen; want God onderhoudt en beloont uit genade Zijn eigen gaven; zo ook Neh. 9:8; Luk. 12:43; Hand. 13:22.
weggedaan,
Het Hebreeuwse woord betekent ook aansteken, verbranden; Ex. 35:3 ; Lev. 6:12 ; boven, 2 Kron. 4:20 . Voor wegdoen is het genomen 2 Sam. 4:11 ; 1 Kon. 21:21 ; 2 Kon. 23:24 .
Hertaald:weggedaan,
Het Hebreeuwse woord betekent ook aansteken, verbranden; Ex. 35:3; Lev. 6:12; hierboven 2 Kron. 4:20. Voor wegdoen wordt het gebruikt in 2 Sam. 4:11; 1 Kon. 21:21; 2 Kon. 23:24.
gericht
Te weten, door de kracht der genade Gods, die hem tot dit werk voorgekomen was, hem daartoe gevende verstand, wil en vermogen, Ef. 2:10 ; Fil. 2:13 . Vergelijk boven de aantekening, 2 Kron. 12:14 .
Hertaald:gericht
Namelijk: door de kracht van Gods genade, die hem tot dit werk voorbereid had, door hem daartoe verstand, wil en vermogen te geven, Ef. 2:10; Filip. 2:13. Vergelijk hierboven de aantekening bij 2 Kron. 12:14.
2 Kronieken 19 vers 4— Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.
toog
Hebreeuws, hij kwam weder en ging uit. Anders, bekeerd zijnde, [te weten, door de vermaning van den profeet] toog hij uit.
Hertaald:toog
Hebreeuws: hij keerde terug en ging uit. Anders: bekeerd zijnde [namelijk door de vermaning van de profeet], trok hij uit.
van Ber-seba
Dat is, van het Zuideinde zijns koninkrijks, hetwelk was de stad Berseba, tot het noordeinde, hetwelk was het gebergte Efraïms.
Hertaald:van Ber-seba
Dat is: van het zuideinde van zijn koninkrijk, dat de stad Berseba was, tot het noordeinde, dat het gebergte van Efraïm was.
deed hen
Te weten, van de afgoderij, valse godsdiensten en goddeloosheid des levens.
Hertaald:deed hen
Namelijk: van de afgoderij, valse godsdiensten en goddeloosheid van leven.
2 Kronieken 19 vers 5— En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.
van stad tot stad
Hebreeuws, voor stad en stad; dat is, in elke stad.
Hertaald:van stad tot stad
Hebreeuws: voor stad en stad; dat is: in elke stad.
2 Kronieken 19 vers 6— En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.
gij houdt
Dat is, gij bedient dit rechterschap niet eigenlijk in den naam en uit last van een mens, maar in den naam en uit last van God, welken het gericht toebehoort, en die u daarin gesteld heeft om zijn plaats te bewaren.
Hertaald:gij houdt
Dat is: u vervult dit rechterschap niet eigenlijk namens en in opdracht van een mens, maar namens en in opdracht van God, aan Wie het recht toebehoort en Die u daarin aangesteld heeft om Zijn plaats te bewaren.
in de zaak
Dat is, in de rechtshandelingen, geschillen en processen, die u zullen mogen voorkomen. Zie Ps. 82:1 .
Hertaald:in de zaak
Dat is: in de rechtszaken, geschillen en processen die u zullen voorkomen. Zie Ps. 82:1.
2 Kronieken 19 vers 7— Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.
neemt waar,
Te weten, uw ambt, ten einde dat gij het behoorlijk uitvoert.
Hertaald:neemt waar,
Namelijk: uw ambt, opdat u het naar behoren uitvoert.
aanneming
Hebreeuws, opnemingen des aangezichts. Zie Lev. 19:15 , en Deut. 1:17 , met de aantekening.
Hertaald:aanneming
Hebreeuws: opnemingen van het aangezicht. Zie Lev. 19:15, en Deut. 1:17, met de aantekening.
geschenken
Hebreeuws, geschenk; dat is, enig geschenk of geschenken.
Hertaald:geschenken
Hebreeuws: geschenk; dat is: enig geschenk of geschenken.
2 Kronieken 19 vers 8— Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.
der vaderen
Dat is, der vaderlijke huisgezinnen, die onder het gebied van Josafat stonden.
Hertaald:der vaderen
Dat is: van de vaderlijke huisgezinnen die onder het gezag van Josafat stonden.
het gericht
Versta, door het gericht des Heeren en der echtgeschillen, kerkelijke en politieke zaken, en vergelijk hiermede vs.11.
Hertaald:het gericht
Versta hieronder de rechtspraak van de HEERE en de huwelijksgeschillen, kerkelijke en staatkundige zaken, en vergelijk hiermee vers 11.
zij weder
Hebreeuws eigenlijk, en zij kwamen weder, of, waren wedergekomen te Jeruzalem; dat is, als zij wedergekomen waren, namelijk Josafat en die met hem door het ganse land getrokken waren, om overal in kerkelijke en burgerlijke zaken de goddelijke ordinantiën in te voeren. Anderen vertalen dit aldus: Over de gerichtszaken of rechtshandelingen, als die wederkwamen te Jeruzalem; te weten, als die daar bij vorm van appel gebracht waren; met dit verstand, dat deze rechters te Jeruzalem gesteld werden om de geschillen af te handelen, als dezelve van de partijen door appel te Jeruzalem kwamen; of als de onderrechters in enige donkere zaak te Jeruzalem verschenen om daar raad te vragen, en verklaring te hebben over hetgeen zij niet verstonden.
Hertaald:zij weder
Anderen vertalen dit zo: over de rechtszaken of rechtshandelingen, wanneer die terugkwamen naar Jeruzalem. Namelijk wanneer die daar in hoger beroep gebracht werden. De betekenis is dan dat deze rechters in Jeruzalem aangesteld werden om de geschillen te behandelen wanneer die van de partijen via hoger beroep naar Jeruzalem kwamen. Of ook wanneer de lagere rechters in een onduidelijke zaak in Jeruzalem verschenen om daar raad te vragen en uitleg te krijgen over wat zij niet begrepen.
2 Kronieken 19 vers 9— En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.
een volkomen hart
Dat is, met een oprecht, onvervalst en onstraffelijk gemoed. Vergelijk 1 Kon. 8:61 .
Hertaald:een volkomen hart
Dat is: met een oprecht, onvervalst en onberispelijk gemoed. Vergelijk 1 Kon. 8:61.
2 Kronieken 19 vers 10— En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
tussen bloed en bloed,
Dat is, aangaande het onderscheid en oordeel over enigen doodslag of kwetsuur. Zie Deut. 17:8 .
Hertaald:tussen bloed en bloed,
Dat is: aangaande het onderscheid en het oordeel over een doodslag of verwonding. Zie Deut. 17:8.
tussen wet en gebod,
Dat is, rakende het oordeel over de onderhouding of overtreding der wetten en geboden en wat daaraan kleeft. Zie van het onderscheid dezer vier woorden Gen. 26:5 ; idem Deut. 5:31 , en 1 Kon. 2:3 .
Hertaald:tussen wet en gebod,
Dat is: betreffende het oordeel over het naleven of overtreden van de wetten en geboden en wat daarmee samenhangt. Zie over het onderscheid tussen deze vier woorden Gen. 26:5; eveneens Deut. 5:31, en 1 Kon. 2:3.
toornigheid
Dat is, straf van den Heere. Vergelijk onder, 2 Kron. 28:13 , en de aantekening.
Hertaald:toornigheid
Dat is: straf van de HEERE. Vergelijk hieronder 2 Kron. 28:13, en de aantekening.
2 Kronieken 19 vers 11— En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.
Amàrja,
Hieruit verstaat men dat te Jeruzalem twee onderscheidene opperste rechterstoelen geweest zijn; de ene die over geestelijke zaken, en de andere die over politieke geschillen oordelen moest; tot welke men van alle andere gerichten uit het ganse land appelleren mocht. Vergelijk Deut. 17:18 , enz.; idem Ex. 18:26 ; Deut. 1:15 .
Hertaald:Amàrja,
Hieruit begrijpt men dat er in Jeruzalem twee afzonderlijke hoogste rechterstoelen geweest zijn: de ene die over geestelijke zaken moest oordelen, en de andere over staatkundige geschillen; bij hen kon men van alle andere rechtbanken in het hele land in hoger beroep gaan. Vergelijk Deut. 17:18, enzovoort; eveneens Ex. 18:26; Deut. 1:15.
de ambtlieden,
Zie 1 Kron. 26:29 , en het volgende met de aantekening.
Hertaald:de ambtlieden,
Zie 1 Kron. 26:29, en het vervolg met de aantekening.
voor uw aangezicht;
Dat is, tot uw best, bereid om u te dienen. Zie gelijke manier van spreken Gen. 13:9 .
Hertaald:voor uw aangezicht;
Dat is: tot uw dienst, bereid om u te dienen. Zie een soortgelijke manier van spreken in Gen. 13:9.
den goede zijn
Te weten, mensen, of personen, die het goede voorhebben en pogen voor te staan; of met de goede zaken.
Hertaald:den goede zijn
Namelijk: mensen, of personen, die het goede voorstaan en proberen te bevorderen; of met de goede zaken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hanani (de ziener) — genadig
Een ziener, die koning Asa bestrafte omdat hij op de koning van Syrië gesteund had in plaats van op de HEERE; Asa werd toornig en zette hem gevangen (2 Kron. 16:7-10). Vader van de profeet Jehu, die later koning Baësa bestrafte (1 Kon. 16:1, 7).
Amarja (de hoofdpriester) — de HEERE heeft gezegd
De hogepriester, die Josafat aanstelde als hoofd over alle zaken des HEEREN bij de rechterlijke hervorming die hij in Juda doorvoerde (2 Kron. 19:11).
Zebadja (zoon van Ismaël) — de HEERE heeft geschonken
Zoon van Ismaël, vorst van het huis van Juda; door Josafat aangesteld als hoofd over alle zaken des konings bij diens rechterlijke hervorming (2 Kron. 19:11).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zoudt gij den goddeloze helpen — als Josafat behouden terugkeert van Ramoth in Gilead, wacht hem een ziener op met een vraag: "Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben?" (2 Kron. 19:2)
Josafats tocht met Achab tegen Ramoth in Gilead is reeds behandeld bij Micha, de zoon van Jimla (1 Kon. 22:1-28) en bij De boog in eenvoudigheid gespannen (1 Kon. 22:29-38). De kroniekschrijver voegt daaraan toe wat er bij de thuiskomst gebeurde. Jehu, de zoon van de ziener Hanani, gaat de koning tegemoet. Zijn vraag is of Josafat de goddeloze helpen en de haters des HEEREN liefhebben moest. Daarom is er grote toornigheid over hem van het aangezicht des HEEREN (2 Kron. 19:2). Toch blijft het daar niet bij. Er zijn ook goede dingen bij hem gevonden, want hij had de bossen uit het land weggedaan en zijn hart gericht om God te zoeken (2 Kron. 19:3). Josafat trekt daarna zelf het land door, van Ber-séba tot het gebergte van Efraïm, en doet het volk terugkeren tot de God van hun vaderen (2 Kron. 19:4). Dat de les niet beklijfde, blijkt aan het einde van zijn leven. Hij verbindt zich opnieuw, nu met Ahazia, om schepen te maken. De profeet Eliëzer zegt hem aan dat de HEERE zijn werken verscheurd heeft, en de schepen worden verbroken (2 Kron. 20:35-37).
Bijbelse betekenis: Josafat was geen slecht koning, en juist daarom is deze bestraffing zo leerzaam. Hij had gestreden aan de zijde van een man die de profeet van de HEERE in de gevangenis had laten zetten, en hij was er heelhuids uitgekomen. Behouden thuiskomen is dus geen bewijs dat een weg goed was. Twee dingen vallen op in het woord van Jehu. Het noemt de zonde ronduit, zonder verzachting, en het noemt in dezelfde adem het goede dat er wel gevonden werd. Zo doet God met de Zijnen: Hij bedekt de zonde niet, en Hij vergeet het goede evenmin. Het slot van Josafats leven laat bovendien zien hoe hardnekkig deze neiging was. Een verkeerde verbintenis wordt zelden één keer aangegaan.
Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde regel, met een beeld uit de landbouw: "Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?" (2 Kor. 6:14). Het gaat daarbij niet om het mijden van mensen, maar om het delen van hetzelfde juk: een verbintenis waarin men samen één kant op getrokken wordt.
Gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE — bij het aanstellen van rechters bindt Josafat hun voor Wie zij eigenlijk werken: "want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht" (2 Kron. 19:6)
Josafat stelt rechters aan in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad (2 Kron. 19:5). Zijn opdracht aan hen begint niet bij de wet maar bij de vrees. Zij moeten toezien wat zij doen, want het gericht dat zij houden is niet van de mens maar van de HEERE. En Hij is bij hen in de rechtszaak (2 Kron. 19:6). Daarom moet de verschrikking des HEEREN op hen zijn, en moeten zij nauwlettend handelen; bij de HEERE is immers geen onrecht, geen aanneming van personen en geen ontvangst van geschenken (2 Kron. 19:7). In Jeruzalem stelt hij daarnaast Levieten, priesters en familiehoofden aan over het gericht des HEEREN en over rechtsgeschillen (2 Kron. 19:8). Ook hun opdracht klinkt in dezelfde toon: handelt zo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart (2 Kron. 19:9). De taakverdeling wordt uitdrukkelijk geregeld, met Amarja de hoofdpriester over alle zaken des HEEREN en Zebadja over alle zaken van de koning (2 Kron. 19:11).
Bijbelse betekenis: De grond van eerlijke rechtspraak ligt hier niet in toezicht of in straf, maar in het karakter van God. Een rechter oordeelt namens Hem, en drie eigenschappen van God worden meteen tot beroepsregel gemaakt: geen onrecht, geen aanzien des persoons, geen omkoping. Wie zo oordeelt, lijkt op Hem; wie het geschenk aanneemt, verloochent Hem. Merk ook op wat Josafat aan het onderwijs van hoofdstuk 17 toevoegt. Eerst werd het volk in de wet onderwezen, en daarna wordt de rechtspraak op orde gebracht; kennis en recht horen bij elkaar. Ten slotte onderscheidt hij de kerkelijke en de burgerlijke zaken zonder ze van elkaar los te maken, en dat is opmerkelijk verstandig. Beide staan onder dezelfde vreze, en beide krijgen hun eigen hoofd.
Typologie: Mozes had de rechters met dezelfde woorden ingebonden: "Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes" (Deut. 1:17). Wat daar van de rechtbank gold, blijkt in het Nieuwe Testament de aard van God Zelf te zijn, tot over de grenzen van Israël heen: "Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is" (Hand. 10:34).
III. Vs. 1-11.KruisverwijzingenGenesis 18:25→2 Kronieken 12:12→Deuteronomium 1:17→Romeinen 2:11→Deuteronomium 32:4→1 Koningen 16:1→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 32:25→ — En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem. En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid. Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken. Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God. En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad. En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht. Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren. En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart. En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden. Josafat, die onverwijld uit de veldtocht te Jeruzalem terugkeert, wordt door de profeet Jehu bestraft, omdat hij de goddeloze geholpen en zich niet gevoegd heeft bij degenen, die de Heere vrezen, en tevens onmiddellijk opgewekt om, uit dankbaarheid voor de ondervonden buitengewone hulp van God, nu diens werk ook met nieuwe ijver te doen. Dit doet Josafat dan ook inderdaad, hij reist zelf in het land rond, om zijn volk terug te brengen tot de Heere, hun God, hij stelt overal een met Gods wet overeenkomstige rechtspleging in, en richt in Jeruzalem een oppergerechtshof op, ter beslissing van moeilijke rechtszaken.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 18:31→— En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem.
En Josafat, de koning van Juda, die de Heere uit het grote gevaar, dat zijn leven gedurende de strijd dreigde, zo kennelijk gered had (Hoofdstuk 18: 31), keerde met vrede, in gezondheid en zonder letsel ontvangen te hebben, zoals Micha’s profetie dit voorspeld had (Hoofdstuk 18: 16), weer naar zijn huis te Jeruzalem.
Kruisverwijzingen1 Koningen 16:1→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 32:25→2 Kronieken 16:7→Psalmen 139:21→Efeze 5:11→2 Kronieken 24:18→1 Samuël 9:9→— En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
En Jehu, de zoon van de profeet Hanani, die eenmaal door Asa in het gevangenhuis was geworpen (Hoofdstuk 16: 7 vv.), de ziener (1 Samuel .9: 9) 1) gingdoor bijzondere leiding van Gods Geest uit, toen Josafat met zijn krijgslieden de poorten van de stad naderde, hem tegen tot voor de poort, waardoor hij moest intrekken
en zei tot de koning Josafat 3): Zou u, zoals u bij uw gemeenschappelijk met Achab ondernomen krijgstocht gedaan hebt, de goddeloze helpen in zijn zaak, waarvan u toch wist, dat zij streed met de wil van de Heere (Hoofdstuk 18: 16 vv.), en die de Heere haten liefhebben, u in zo’n nauwe verbintenis met hen inlaten, als door u geschied is ten opzichte van het Israëlitische koningshuis (1Ki 19: 21)? Nu is daarom over u van het aangezicht van de Heere grote toornigheid 4), zoals u zelf daaruit kunt zien, dat u ter nauwernood ontkomen bent aan hetzelfde lot, dat koning Achab getroffen heeft.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:12→Ezra 7:10→1 Koningen 14:13→2 Kronieken 30:19→2 Kronieken 12:14→2 Kronieken 17:3→Psalmen 57:7→Romeinen 7:18→— Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken.
In 1 Koningen .16: 1 vv. zien wij deze profeet in het rijk van Israël werkzaam onder Baësa; waarschijnlijk was hij daarheen verdreven, toen koning Asa zijn vader in de gevangenis wierp en van daar kwam Jehu weer naar het rijk van Juda terug, toen zijn roeping voor Israël vervuld was.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:8→2 Kronieken 29:10→1 Samuël 7:15→1 Samuël 7:3→Richteren 20:1→Lukas 1:17→Richteren 19:1→Jozua 17:15→— Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God.
Was Josafat eerst mee gegaan naar Samaria ter begrafenis van Achab (1 Koningen .22: 37), dan zou het door de noordpoort zijn geweest, dat hij in Jeruzalem was teruggekomen. Wij nemen echter met de Engelse Bijbelverklaring aan, dat hij meteen, na de beslissende slag bij Ramoth, de weg naar Jeruzalem insloeg, om God voor zijn wondervolle redding te danken en zich van de nauwe verbintenis met het Israëlitische koningshuis enigszins los te maken; in dit geval is hij over de Jordaan en de stad Jericho teruggekomen, en dus van het Oosten Jeruzalem binnengetrokken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:18→2 Kronieken 19:8→Romeinen 13:1→1 Petrus 2:13→— En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad.
God zwijgt niet als Zijn kinderen zich misgaan, maar volgt hen met Zijn wet- en strafprediking op de voet, om het hun onder het oog te brengen, opdat zij zich bekeren en belijdenis van hun kwaad doen (2 Samuel .12: 1 vv.).
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:17→Jozua 22:5→Handelingen 22:26→Handelingen 5:35→Lukas 12:15→Psalmen 82:1→Lukas 21:8→1 Kronieken 28:10→— En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.
Josafat had reeds de kastijdende hand van God ervaren toen hij in de slag tegen de Syriërs in levensgevaar verkeerde. Later heeft hij het nog meer ondervonden in de mislukte scheepvaart naar Ofir, terwijl ook in zijn familie hij dit ondervond (Hoofdstuk 21 en 22).
Evenwel ook goede dingen zijn bij u gevonden, die de Heere niet voorbijzien en u niet ontnemen wil, indien u zich voortaan met telkens meerdere beslistheid aan dat goede houdt; want u heeft de bossen, de Aschera-hoogten, uit het land weggedaan, en uw hart gericht, om God te zoeken (Hoofdstuk 17: 3 vv.).
Josafat nu, door de vermaning van de profeten (vs. 2) tot bezinning gebracht, woonde, bleef wonen te Jeruzalem zonder zich in de eerste tijd weer met het rijk van Israël in te laten; en hij toog, zoals 14 jaar daarvoor (Hoofdstuk 17: 7 vv.), wederom 1) uit door het volk, van Berséba, de uiterste zuidergrens af tot het gebergte van Efraïm, waarover de noordergrens van het rijk van Juda liep, en deed hen, de kinderen van Juda in zo ver bij hen de afgoderij opnieuw was binnengeslopen, terugkeren tot de Heere, de God van hun vaderen.
Dit wederom slaat terug op zijn handelingen in Hoofdstuk 17 vermeld. Was hij toen zijn hervormingswerk begonnen, hij zette het nu voort, aangemoedigd door het woord van goedkeuring, uit de mond van de profeet, ontvangen. Josafat was een waarlijk godvrezend vorst, die wel zijn zwakke ogenblikken had, maar die toch over het algemeen genomen het toonde, dat het de lust en de keuze van zijn hart was, om de God van de vaderen te vrezen en te eren. Had hij vroeger de eredienst weer in al zijn zuiverheid hersteld, nu doet hij dit ten opzichte van de rechtspleging.
En hij stelde, naardien de door David ingestelde rechtspleging (1 Kronieken 27: 29 vv.) in de loop van de tijden zeer verwaarloosd was, richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad, zoals de Wet (Deuteronomium 16: 18) dit voorschreef.
En hij zei tot de richters, hun Mozes woord (Deuteronomium 16: 19 vv.), op het hart drukkend: Zie, wat u doet, want u houdt het gericht niet de mens, niet krachtens hun opdracht, en om u door hun wil te laten besturen, maar de Heere; en Hij is op onzichtbare wijze bij u tegenwoordig in de zaak van het gericht.
KruisverwijzingenGenesis 18:25→Romeinen 2:11→Deuteronomium 32:4→Handelingen 10:34→Kolossenzen 3:25→Exodus 23:8→Romeinen 9:14→Deuteronomium 16:18→— Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken.
Nu dan, de verschrikking van de Heere zal op jullie zijn, opdat u geen onrechtvaardig vonnis velt; neem waar en doe het, wat uw ambt u voorschrijft, zodanig, dat u het voor God kunt verantwoorden a); Want bij de Heere, onze God is geen onrecht b), noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken 1) (Exod.23: 7 vv. (Deuteronomium 10: 17 vv.).
De koning gebruikte wijders drie beweegredenen, allen van het Opperwezen ontleend, om hun tot de getrouwheid in hun bediening te verplichten. 1e. Dat zij hun ambten van Hem hadden ontvangen, en dat zij dus Zijn dienaren waren; zij waren door Hem ingesteld, om ten Zijnen behoeve te handelen; hun werk was Gods eer en de belangen van Zijn Koninkrijk onder de mensen te bevorderen. 2e. Dat Gods oog en toezicht over hen open en waakzaam was; Hij is bij U in de zaken van het gericht. Hij neemt acht op alles, wat u doet en Hij zal U ter verantwoording roepen, als u kwalijk doet. 3e. Dat Hij, als de Opperrechter van hemel en aarde, het grootste voorbeeld van rechtvaardigheid is van alle Rechters en Overheden. Want bij Hem is geen onrecht. Hij ziet de persoon niet aan; Hij laat zich niet omkopen en neemt geen geschenken aan.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 17:8→1 Kronieken 23:4→1 Kronieken 26:29→Deuteronomium 21:5→Exodus 18:19→Deuteronomium 17:8→Deuteronomium 25:1→— Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren.
Daartoe stelde Josafat, nadat hij met de mannen uit zijn gevolg van de reis door het land teruggekeerd was naar de hoofdstad, ook hier te Jeruzalem, zoals in de afzonderlijke steden van het land (vs 5), enige van de Levieten, en van de priesters, en enige van de hoofden van de huizen van de vaderen van Israël, over het gericht van de Heere ter rechtuitspraak in zaken van de godsdienst, en over rechtsgeschillen 1) in het burgerlijke of wereldlijke, als zij weer te Jeruzalem, de plaats van het heiligdom, gekomen waren 2), waar genoemde rechters, als oppergerechtshof (Deuteronomium 17: 8 vv.) hun verblijf zouden houden.
Hieruit blijkt, dat Josafat een Oppergerechtshof te Jeruzalem instelde, waarbij men appelleren kon van alle vonnissen van de lagere rechtbanken en waardoor ter laatste instantie werd recht gewezen, of waarbij geschillen werden behandeld, die door de rechtbanken in de steden niet beslist konden worden. Josafat neemt hier, zoals David vroeger, tot grondslag, wat Mozes had verordend op raad van zijn schoonvader.
Dit ziet niet op die Opperrechters, maar op Josafat en zijn gevolg, van wie in vs. 4 gezegd wordt, dat zij waren uitgetogen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 23:3→Jesaja 32:1→Deuteronomium 1:16→2 Kronieken 19:7→Jesaja 11:3→— En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart.
En hij gebood hun, de opperrechters, zeggende: Doe alzo, zoals ik u meteen nader zal opgeven (vs. 10),in de vrees van de Heere, met getrouwheid en met een volkomen hart. 1)
In het Hebr. Mlv bblb (Belebab schaleem), eigenlijk met een eerlijk hart. De Vulgata vertaalt: corde integro. De bedoeling is, in alle rechtschapenheid en eerlijkheid, zoals het eerlijke rechters betaamt. Wat zij moesten doen, wordt in het volgende vers aangegeven.
KruisverwijzingenDeuteronomium 17:8→2 Kronieken 19:2→Handelingen 20:31→Numeri 16:46→Ezechiël 3:18→Jozua 22:18→Ezechiël 33:6→1 Thessalonicenzen 5:14→— En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
En 1) in elk geschil, dat van uw broeders, die in hun steden wonen en van de ondergerechtshoven (vs. 5-7) aldaar geen beslissing kunnen krijgen, omdat de zaak voor deze te moeilijk is (De 16: 18) tot u zal komen; gebracht zal worden: tussen bloed en bloed, als het de vraag is, hoe een moord of doodslag moet worden beschouwd, en welke van de in Exod.21: 12 vv. vermelde straffen toegepast moet worden, tussen wet en gebod, of wanneer men het oneens is omtrent de juiste uitlegging van bepaalde wetten, en tussen inzettingen en rechten, of wanneer bij een rechtszaak verschil van inzichten heerst, en het moet uitgemaakt worden, naar welke beschouwing het moet uitgesproken worden, Zo vermaan hen, geef hun het nodige onderricht (De 17: 8), dat zij niet, door valse behandeling van de rechtzaak, schuldig worden aan de Heere, en ten gevolge daarvan een grote toornigheid over u en over uw broederen zal zijn. Doe alzo, neemt deze u zo even genoemde ambtsplichten in de vrees van de Heere getrouw waar (vs. 9), en u zult niet schuldig worden.
En in; beter: Namelijk. De koning noemt nu de verschillende gevallen op, waarin het Oppergerechtshof te beslissen heeft. Zoals Mozes beval, de zaken, die voor de gewone rechters te moeilijk waren, tot hem te brengen, opdat hij ze zou beslechten, zo geeft Josafat aan de Opperrechter dezelfde macht. Het Oppergerechtshof met de Hogepriester en een koninklijk beambte aan het hoofd, zou dan voortaan doen, wat de koning en hogepriester tot dusver hadden gedaan.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 26:30→1 Kronieken 22:16→Spreuken 2:20→Maleachi 2:7→Psalmen 37:23→1 Kronieken 22:11→Prediker 2:26→— En ziet, Amarja, den hoofdpriester, is over u in alle zaak des HEEREN; en Zebadja, de zoon van Ismael, de vorst van het huis van Juda, in alle zaak des konings; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht; weest sterk en doet het, en de HEERE zal met den goede zijn.
En zie, Amarja, de hogepriester (1 Kronieken 6: 11), is over u in alle zaak van de Heere, die de godsdienst betreffen; en anderszijds is Zebadja, de zoon van Ismaël, de vorst van het huis van Juda, de overste over u in alle zaak van de koning, die het burgerlijke en staats-beheer betreffen; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht, om u tot gerechtsdienaars, schrijvers en verdere ambtenaren te dienen; wees dus sterk en doe het, neem het u opgedragen ambt onbezorgd waar, alsof u ook in staat bent het uit te voeren; en de Heere zal met de goede, met ieder van u, die het goed meent en met een oprecht hart de zaak aangrijpt zijn om hem bekwaam en geschikt te maken (De 17: 9). Aldus ging de koning recht en gerechtigheid ter harte; zijn bezoek in Samaria en de uitslag van dien ongelukkigen slag (Hoofdstuk 18) had den koning op nieuw tot de Heere en tot het ware heil zijns volks teruggebracht. Zal deze ijver blijven, ook nu Achab dood is?. Vergelijk Hoofdstuk 20: 35 vv. en 2 Koningen .3: 1 vv., welke beide afdelingen in geschiedkundige tijdsorde zich hierbij aansluiten.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 19
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-11.KruisverwijzingenGenesis 18:25→2 Kronieken 12:12→Deuteronomium 1:17→Romeinen 2:11→Deuteronomium 32:4→1 Koningen 16:1→2 Kronieken 20:34→2 Kronieken 32:25→
— En Josafat, de koning van Juda, keerde met vrede weder naar zijn huis te Jeruzalem. En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid. Evenwel goede dingen zijn bij u gevonden; want gij hebt de bossen uit het land weggedaan, en uw hart gericht om God te zoeken. Josafat nu woonde in Jeruzalem; en hij toog wederom uit door het volk, van Ber-seba af tot het gebergte van Efraim toe, en deed hen wederkeren tot den HEERE, hunner vaderen God. En hij stelde richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad. En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht. Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. Daartoe stelde Josafat ook te Jeruzalem enige van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen van Israel, over het gericht des HEEREN, en over rechtsgeschillen, als zij weder te Jeruzalem gekomen waren. En hij gebood hun, zeggende: Doet alzo in de vreze des HEEREN, met getrouwheid en met een volkomen hart. En in alle geschil, hetwelk van uw broederen, die in hun steden wonen, tot u zal komen, tussen bloed en bloed, tussen wet en gebod, en inzettingen en rechten, zo vermaant hen, dat zij niet schuldig worden aan den HEERE, en een grote toornigheid over u en over uw broederen zij; doet alzo, en gij zult niet schuldig worden.
Josafat, die onverwijld uit de veldtocht te Jeruzalem terugkeert, wordt door de profeet Jehu bestraft, omdat hij de goddeloze geholpen en zich niet gevoegd heeft bij degenen, die de Heere vrezen, en tevens onmiddellijk opgewekt om, uit dankbaarheid voor de ondervonden buitengewone hulp van God, nu diens werk ook met nieuwe ijver te doen. Dit doet Josafat dan ook inderdaad, hij reist zelf in het land rond, om zijn volk terug te brengen tot de Heere, hun God, hij stelt overal een met Gods wet overeenkomstige rechtspleging in, en richt in Jeruzalem een oppergerechtshof op, ter beslissing van moeilijke rechtszaken.
En Josafat, de koning van Juda, die de Heere uit het grote gevaar, dat zijn leven gedurende de strijd dreigde, zo kennelijk gered had (Hoofdstuk 18: 31), keerde met vrede, in gezondheid en zonder letsel ontvangen te hebben, zoals Micha’s profetie dit voorspeld had (Hoofdstuk 18: 16), weer naar zijn huis te Jeruzalem.
En Jehu, de zoon van de profeet Hanani, die eenmaal door Asa in het gevangenhuis was geworpen (Hoofdstuk 16: 7 vv.), de ziener (1 Samuel .9: 9) 1) gingdoor bijzondere leiding van Gods Geest uit, toen Josafat met zijn krijgslieden de poorten van de stad naderde, hem tegen tot voor de poort, waardoor hij moest intrekken
en zei tot de koning Josafat 3): Zou u, zoals u bij uw gemeenschappelijk met Achab ondernomen krijgstocht gedaan hebt, de goddeloze helpen in zijn zaak, waarvan u toch wist, dat zij streed met de wil van de Heere (Hoofdstuk 18: 16 vv.), en die de Heere haten liefhebben, u in zo’n nauwe verbintenis met hen inlaten, als door u geschied is ten opzichte van het Israëlitische koningshuis (1Ki 19: 21)? Nu is daarom over u van het aangezicht van de Heere grote toornigheid 4), zoals u zelf daaruit kunt zien, dat u ter nauwernood ontkomen bent aan hetzelfde lot, dat koning Achab getroffen heeft.
In 1 Koningen .16: 1 vv. zien wij deze profeet in het rijk van Israël werkzaam onder Baësa; waarschijnlijk was hij daarheen verdreven, toen koning Asa zijn vader in de gevangenis wierp en van daar kwam Jehu weer naar het rijk van Juda terug, toen zijn roeping voor Israël vervuld was.
Was Josafat eerst mee gegaan naar Samaria ter begrafenis van Achab (1 Koningen .22: 37), dan zou het door de noordpoort zijn geweest, dat hij in Jeruzalem was teruggekomen. Wij nemen echter met de Engelse Bijbelverklaring aan, dat hij meteen, na de beslissende slag bij Ramoth, de weg naar Jeruzalem insloeg, om God voor zijn wondervolle redding te danken en zich van de nauwe verbintenis met het Israëlitische koningshuis enigszins los te maken; in dit geval is hij over de Jordaan en de stad Jericho teruggekomen, en dus van het Oosten Jeruzalem binnengetrokken.
God zwijgt niet als Zijn kinderen zich misgaan, maar volgt hen met Zijn wet- en strafprediking op de voet, om het hun onder het oog te brengen, opdat zij zich bekeren en belijdenis van hun kwaad doen (2 Samuel .12: 1 vv.).
Josafat had reeds de kastijdende hand van God ervaren toen hij in de slag tegen de Syriërs in levensgevaar verkeerde. Later heeft hij het nog meer ondervonden in de mislukte scheepvaart naar Ofir, terwijl ook in zijn familie hij dit ondervond (Hoofdstuk 21 en 22).
Evenwel ook goede dingen zijn bij u gevonden, die de Heere niet voorbijzien en u niet ontnemen wil, indien u zich voortaan met telkens meerdere beslistheid aan dat goede houdt; want u heeft de bossen, de Aschera-hoogten, uit het land weggedaan, en uw hart gericht, om God te zoeken (Hoofdstuk 17: 3 vv.).
Josafat nu, door de vermaning van de profeten (vs. 2) tot bezinning gebracht, woonde, bleef wonen te Jeruzalem zonder zich in de eerste tijd weer met het rijk van Israël in te laten; en hij toog, zoals 14 jaar daarvoor (Hoofdstuk 17: 7 vv.), wederom 1) uit door het volk, van Berséba, de uiterste zuidergrens af tot het gebergte van Efraïm, waarover de noordergrens van het rijk van Juda liep, en deed hen, de kinderen van Juda in zo ver bij hen de afgoderij opnieuw was binnengeslopen, terugkeren tot de Heere, de God van hun vaderen.
Dit wederom slaat terug op zijn handelingen in Hoofdstuk 17 vermeld. Was hij toen zijn hervormingswerk begonnen, hij zette het nu voort, aangemoedigd door het woord van goedkeuring, uit de mond van de profeet, ontvangen. Josafat was een waarlijk godvrezend vorst, die wel zijn zwakke ogenblikken had, maar die toch over het algemeen genomen het toonde, dat het de lust en de keuze van zijn hart was, om de God van de vaderen te vrezen en te eren. Had hij vroeger de eredienst weer in al zijn zuiverheid hersteld, nu doet hij dit ten opzichte van de rechtspleging.
En hij stelde, naardien de door David ingestelde rechtspleging (1 Kronieken 27: 29 vv.) in de loop van de tijden zeer verwaarloosd was, richters in het land, in alle vaste steden van Juda, van stad tot stad, zoals de Wet (Deuteronomium 16: 18) dit voorschreef.
En hij zei tot de richters, hun Mozes woord (Deuteronomium 16: 19 vv.), op het hart drukkend: Zie, wat u doet, want u houdt het gericht niet de mens, niet krachtens hun opdracht, en om u door hun wil te laten besturen, maar de Heere; en Hij is op onzichtbare wijze bij u tegenwoordig in de zaak van het gericht.
Nu dan, de verschrikking van de Heere zal op jullie zijn, opdat u geen onrechtvaardig vonnis velt; neem waar en doe het, wat uw ambt u voorschrijft, zodanig, dat u het voor God kunt verantwoorden a); Want bij de Heere, onze God is geen onrecht b), noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken 1) (Exod.23: 7 vv. (Deuteronomium 10: 17 vv.).
Deuteronomium 32: 4 Rom.9: 14
Job.34: 19 Hand.10: 34 Rom.2: 11 Gal.2: 6 Efeze 6: 9 Kol.3: 25. 1 Petrus .1: 17
De koning gebruikte wijders drie beweegredenen, allen van het Opperwezen ontleend, om hun tot de getrouwheid in hun bediening te verplichten. 1e. Dat zij hun ambten van Hem hadden ontvangen, en dat zij dus Zijn dienaren waren; zij waren door Hem ingesteld, om ten Zijnen behoeve te handelen; hun werk was Gods eer en de belangen van Zijn Koninkrijk onder de mensen te bevorderen. 2e. Dat Gods oog en toezicht over hen open en waakzaam was; Hij is bij U in de zaken van het gericht. Hij neemt acht op alles, wat u doet en Hij zal U ter verantwoording roepen, als u kwalijk doet. 3e. Dat Hij, als de Opperrechter van hemel en aarde, het grootste voorbeeld van rechtvaardigheid is van alle Rechters en Overheden. Want bij Hem is geen onrecht. Hij ziet de persoon niet aan; Hij laat zich niet omkopen en neemt geen geschenken aan.
Daartoe stelde Josafat, nadat hij met de mannen uit zijn gevolg van de reis door het land teruggekeerd was naar de hoofdstad, ook hier te Jeruzalem, zoals in de afzonderlijke steden van het land (vs 5), enige van de Levieten, en van de priesters, en enige van de hoofden van de huizen van de vaderen van Israël, over het gericht van de Heere ter rechtuitspraak in zaken van de godsdienst, en over rechtsgeschillen 1) in het burgerlijke of wereldlijke, als zij weer te Jeruzalem, de plaats van het heiligdom, gekomen waren 2), waar genoemde rechters, als oppergerechtshof (Deuteronomium 17: 8 vv.) hun verblijf zouden houden.
Hieruit blijkt, dat Josafat een Oppergerechtshof te Jeruzalem instelde, waarbij men appelleren kon van alle vonnissen van de lagere rechtbanken en waardoor ter laatste instantie werd recht gewezen, of waarbij geschillen werden behandeld, die door de rechtbanken in de steden niet beslist konden worden. Josafat neemt hier, zoals David vroeger, tot grondslag, wat Mozes had verordend op raad van zijn schoonvader.
Dit ziet niet op die Opperrechters, maar op Josafat en zijn gevolg, van wie in vs. 4 gezegd wordt, dat zij waren uitgetogen.
En hij gebood hun, de opperrechters, zeggende: Doe alzo, zoals ik u meteen nader zal opgeven (vs. 10),in de vrees van de Heere, met getrouwheid en met een volkomen hart. 1)
In het Hebr. Mlv bblb (Belebab schaleem), eigenlijk met een eerlijk hart. De Vulgata vertaalt: corde integro. De bedoeling is, in alle rechtschapenheid en eerlijkheid, zoals het eerlijke rechters betaamt. Wat zij moesten doen, wordt in het volgende vers aangegeven.
En 1) in elk geschil, dat van uw broeders, die in hun steden wonen en van de ondergerechtshoven (vs. 5-7) aldaar geen beslissing kunnen krijgen, omdat de zaak voor deze te moeilijk is (De 16: 18) tot u zal komen; gebracht zal worden: tussen bloed en bloed, als het de vraag is, hoe een moord of doodslag moet worden beschouwd, en welke van de in Exod.21: 12 vv. vermelde straffen toegepast moet worden, tussen wet en gebod, of wanneer men het oneens is omtrent de juiste uitlegging van bepaalde wetten, en tussen inzettingen en rechten, of wanneer bij een rechtszaak verschil van inzichten heerst, en het moet uitgemaakt worden, naar welke beschouwing het moet uitgesproken worden, Zo vermaan hen, geef hun het nodige onderricht (De 17: 8), dat zij niet, door valse behandeling van de rechtzaak, schuldig worden aan de Heere, en ten gevolge daarvan een grote toornigheid over u en over uw broederen zal zijn. Doe alzo, neemt deze u zo even genoemde ambtsplichten in de vrees van de Heere getrouw waar (vs. 9), en u zult niet schuldig worden.
En in; beter: Namelijk. De koning noemt nu de verschillende gevallen op, waarin het Oppergerechtshof te beslissen heeft. Zoals Mozes beval, de zaken, die voor de gewone rechters te moeilijk waren, tot hem te brengen, opdat hij ze zou beslechten, zo geeft Josafat aan de Opperrechter dezelfde macht. Het Oppergerechtshof met de Hogepriester en een koninklijk beambte aan het hoofd, zou dan voortaan doen, wat de koning en hogepriester tot dusver hadden gedaan.
En zie, Amarja, de hogepriester (1 Kronieken 6: 11), is over u in alle zaak van de Heere, die de godsdienst betreffen; en anderszijds is Zebadja, de zoon van Ismaël, de vorst van het huis van Juda, de overste over u in alle zaak van de koning, die het burgerlijke en staats-beheer betreffen; ook zijn de ambtlieden, de Levieten, voor uw aangezicht, om u tot gerechtsdienaars, schrijvers en verdere ambtenaren te dienen; wees dus sterk en doe het, neem het u opgedragen ambt onbezorgd waar, alsof u ook in staat bent het uit te voeren; en de Heere zal met de goede, met ieder van u, die het goed meent en met een oprecht hart de zaak aangrijpt zijn om hem bekwaam en geschikt te maken (De 17: 9). Aldus ging de koning recht en gerechtigheid ter harte; zijn bezoek in Samaria en de uitslag van dien ongelukkigen slag (Hoofdstuk 18) had den koning op nieuw tot de Heere en tot het ware heil zijns volks teruggebracht. Zal deze ijver blijven, ook nu Achab dood is?. Vergelijk Hoofdstuk 20: 35 vv. en 2 Koningen .3: 1 vv., welke beide afdelingen in geschiedkundige tijdsorde zich hierbij aansluiten.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel