Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
En zijn zoonH1121 JosafatH3092 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478, en hij sterkteH2388 zich tegenH5921 IsraelH3478.
En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel.
KJV
And Jehoshaphat2
his son3
reigned1
in his stead, and strengthened5
himself against Israel.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En hij legde krijgsvolkH2428 in alleH3605 vasteH1219 stedenH5892 van JudaH3063, en legde bezettingenH5333 in het landH776 van JudaH3063, en in de stedenH5892 van EfraimH669, dieH834 zijn vaderH1 AsaH609 ingenomenH3920 had.
En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had.
Ook in dit vers
leideH5414
leideH5414
KJV
And he placed1
forces2
in all the fenced6
cities4
of Judah,5
and set7
garrisons8
in the land9
of Judah,10
and in the cities11
of Ephraim,12
which Asa15
his father16
had taken.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En de HEEREH3068 wasH1961 metH5973 JosafatH3092; wantH3588 hij wandeldeH1980 in de vorigeH7223 wegenH1870 zijns vadersH1 DavidsH1732, en zochtH1875 de BaalsH1168 nietH3808.
En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.
KJV
And the LORD2
was with Jehoshaphat,4
because he walked6
in the first10
ways7
of his father9
David,8
and sought12
not unto Baalim;13
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
MaarH3588 hij zochtH1875 den GodH430 zijns vadersH1, en wandeldeH1980 in Zijn gebodenH4687, en nietH3808 naar het doen van IsraelH3478.
Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israel.
KJV
But sought4
to the LORD God2
of his father,3
and walked6
in his commandments,5
and not after the doings8
of Israel.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En de HEEREH3068 bevestigdeH3559 het koninkrijkH4467 in zijnH1961 handH3027, en gansH3605 JudaH3063 gafH5414 JosafatH3092 geschenkenH4503; en hij had rijkdomH6239 en eerH3519 in menigteH7230.
En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte.
KJV
Therefore the LORD2
stablished1
the kingdom4
in his hand;5
and all Judah8
brought6
to Jehoshaphat10
presents;9
and he had riches13
and honour14
in abundance.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En zijn hartH3820 verhiefH1361 zich in de wegenH1870 des HEERENH3068; en hij namH5493 verder de hoogtenH1116 en de bossenH842 uit JudaH3063 wegH5493.
En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg.
KJV
And his heart2
was lifted up1
in the ways3
of the LORD:4
moreover he took away6
the high places8
and groves10
out of Judah.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
In het derdeH7969 jaarH8141 nu zijner regeringH4427 zondH7971 hij tot zijn vorstenH8269, tot Ben-chail, en tot ObadjaH5662, en tot ZecharjaH2148, en tot NathaneelH5417, en tot MichajaH4322, opdat men zou lerenH3925 in de stedenH5892 van JudaH3063.
In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda.
Ook in dit vers
-chailH1134
KJV
Also in the third2
year1
of his reign3
he sent4
to his princes,5
even to Benhail,6
and to Obadiah,8
and to Zechariah,9
and to Nethaneel,10
and to Michaiah,11
to teach12
in the cities13
of Judah.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En metH5973 hen de LevietenH3881, SemajaH8098 en NethanjaH5418, en ZebadjaH2069, en AsaelH6214, en SemiramothH8070, en JonathanH3083, en AdoniaH138, en TobiaH2900, en Tob-AdoniaH2899 de LevietenH3881, en metH5973 hen de priestersH3548 ElisamaH476 en JoramH3088.
En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram.
KJV
And with them he sent Levites,2
even Shemaiah,3
and Nethaniah,4
and Zebadiah,5
and Asahel,6
and Shemiramoth,7
and Jehonathan,8
and Adonijah,9
and Tobijah,10
and Tobadonijah,11
Levites;13
and with them Elishama15
and Jehoram,16
priests.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En zij leerdenH3925 in JudaH3063, en het wetboekH5612 des HEERENH3068 was bijH5973 hen; en zij gingen rondomH5437 in alleH3605 stedenH5892 van JudaH3063, en leerdenH3925 onder het volkH5971.
En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk.
KJV
And they taught1
in Judah,2
and had the book4
of the law5
of the LORD6
with them, and went about7
throughout all the cities9
of Judah,10
and taught11
the people.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En een verschrikkingH6343 des HEERENH3068 werdH1961 overH5921 alleH3605 koninkrijkenH4467 der landenH776, dieH834 rondomH5439 JudaH3063 waren, dat zij nietH3808 krijgdenH3898 tegen JosafatH3092.
En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.
KJV
And the fear2
of the LORD3
fell upon all the kingdoms6
of the lands7
that were round about9
Judah,10
so that they made no war12
against Jehoshaphat.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En vanH4480 de FilistijnenH6430 brachtenH935 zij JosafatH3092 geschenkenH4503 met het opgelegdeH4853 geldH3701; ookH1571 brachtenH935 hem de ArabierenH6163 klein veeH6629, zevenH7651 duizendH505 en zevenhonderdH7651 rammenH352, en zevenH7651 duizendH505 en zevenhonderdH7651 bokkenH8495.
En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken.
KJV
Also some of the Philistines2
brought3
Jehoshaphat4
presents,5
and tribute7
silver;6
and the Arabians9
brought10
him flocks,12
seven14
thousand15
and seven16
hundred17
rams,13
and seven19
thousand20
and seven21
hundred22
he goats.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Alzo namH1980 JosafatH3092 toeH5704, en werdH1961 ten hoogsteH4605 groot; daartoe bouwdeH1129 hij in JudaH3063 burchtenH1003 en schatstedenH5892.
Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden.
KJV
And Jehoshaphat2
waxed3
great4
exceedingly;6
and he built7
in Judah8
castles,9
and cities10
of store.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En hij had veelH7227 werksH4399 in de stedenH5892 van JudaH3063, en krijgsliedenH582, kloekeH2428 heldenH1368 in JeruzalemH3389.
En hij had veel werks in de steden van Juda, en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem.
KJV
And he had much2
business1
in the cities5
of Judah:6
and the men
of war,8
mighty men9
of valour,10
were in Jerusalem.11
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
DitH428 nu is hun tellingH6486, naar de huizenH1004 hunner vaderenH1. In JudaH3063 waren overstenH8269 der duizendenH505: AdnaH5734 de oversteH8269, en metH5973 hem waren driehonderdH7969 duizendH505 kloekeH2428 heldenH1368.
Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden.
KJV
And these are the numbers2
of them according to the house3
of their fathers:4
Of Judah,5
the captains6
of thousands;7
Adnah8
the chief,9
and with him mighty men11
of valour12
three13
hundred14
thousand.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
NaastH5921 hem nu was de oversteH8269 JohananH3076; en metH5973 hem waren tweehonderdH3967 tachtigH8084 duizendH505;
Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd tachtig duizend;
KJV
And next2
to him was Jehohanan3
the captain,4
and with him two hundred6
and fourscore7
thousand.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En naastH5921 hem was AmasiaH6007, de zoonH1121 van ZichriH2147, die zich vrijwilligH5068 den HEEREH3068 overgegevenH5068 had; en metH5973 hem waren tweehonderdH3967 duizendH505 kloekeH2428 heldenH1368.
En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.
KJV
And next2
him was Amasiah3
the son4
of Zichri,5
who willingly offered6
himself unto the LORD;7
and with him two hundred9
thousand10
mighty men11
of valour.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En uitH4480 BenjaminH1144 was EljadaH450, een kloekH2428 heldH1368; en met hem tweehonderdH3967 duizendH505, die met boogH7198 en schildH4043 gewapendH5401 waren.
En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren.
KJV
And of Benjamin;2
Eliada5
a mighty man3
of valour,4
and with him armed men7
with bow8
and shield9
two hundred10
thousand.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En naastH5921 hem was JozabadH3075; en metH5973 hem waren honderdH3967 en tachtigH8084 duizendH505, ten krijgeH6635 toegerustH2502.
En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust.
KJV
And next2
him was Jehozabad,3
and with him an hundred5
and fourscore6
thousand7
ready prepared8
for the war.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
DezenH428 waren in den dienstH8334 des koningsH4428; behalve degenen, die de koningH4428 in de vasteH4013 stedenH5892 door gansH3605 JudaH3063 gezetH5414 had.
Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had.
KJV
These waited2
on the king,4
beside those whom the king8
put7
in the fenced10
cities9
throughout all Judah.12
sterkte
Dat is, hij voorzag zich van allerlei krijgstoerusting, om zijne macht te bewijzen tegen de tien stammen, die te wederstaan en hun geweld af te keren. Anders, hij sterkte zich over Israël; dat is, hij bevestigde zich in het koninkrijk, hetwelk hij had over Juda, Benjamin en de vreemdelingen uit Israël en de steden van Efraïm, die zijn vader ingenomen had. Zie vs.2.
Hertaald:
sterkte
Dat is: hij voorzag zich van allerlei oorlogsuitrusting, om zijn macht te tonen tegenover de tien stammen, hen te weerstaan en hun geweld af te weren. Anders: hij versterkte zich boven Israël; dat is: hij bevestigde zich in het koningschap dat hij had over Juda, Benjamin en de vreemdelingen uit Israël en de steden van Efraïm die zijn vader ingenomen had. Zie vers 2.
krijgsvolk
Of, heirkracht.
Hertaald:
krijgsvolk
Of: legermacht.
bezettingen
Dat is, krijgsvolk, of garnizoen, onder het beleid van hun oversten, om het land tegen den inval des vijands te verzekeren. Het Hebreeuwse woord is zo genomen 1 Sam. 13:3 ; 2 Sam. 8:6 .
Hertaald:
bezettingen
Dat is: krijgsvolk, of garnizoen, onder leiding van hun bevelhebbers, om het land tegen een vijandelijke inval te beveiligen. Het Hebreeuwse woord wordt zo gebruikt in 1 Sam. 13:3; 2 Sam. 8:6.
vorige wegen
Dat is, in welke zijn voorvader David gewandeld had. Anders, eerste. Verstaande, eer dat David overspel had begaan en Uria doen doden en het volk doen tellen, 2 Sam. 11:4 , 2 Sam. 11:14 , en 1 Sam. 24:2 .
Hertaald:
vorige wegen
Dat is: waarin zijn voorvader David gewandeld had. Anders: eerste. Versta hieronder: vóórdat David overspel gepleegd had en Uria had laten doden en het volk had laten tellen, 2 Sam. 11:4, 2 Sam. 11:14, en 1 Sam. 24:2.
zocht de Baälim niet
Dat is, hij bewees hun geen godsdienstige eer om hulp daarvan te hebben, hield hen van geen waarde. Versta door de Baälim allerlei afgoden; en zie van dit woord Richt. 2:11 .
Hertaald:
zocht de Baälim niet
Dat is: hij bewees hun geen godsdienstige eer om daarvan hulp te krijgen, hij achtte hen niets waard. Versta onder de Baäls allerlei afgoden; zie over dit woord Richt. 2:11.
naar het doen van Israël
Hebreeuws, naar het werk; dat is, naar de afgoderij der afvallige Israëlieten, die de gouden kalven en andere afgoden dienden.
Hertaald:
naar het doen van Israël
Hebreeuws: naar het werk; dat is: naar de afgoderij van de afvallige Israëlieten, die de gouden kalveren en andere afgoden dienden.
geschenken;
De koningenen prinsen werden vereerd met geschenken, òf van hun eigen onderzaten, tot een teken van gewillige onderdanigheid, waardoor zij zich aan hun gebied en regering onderwierpen, gelijk 1 Sam. 10:27 , en hier; òf van vreemde volken, tot eerbieding en onderhouding van vriendschap en vrede, gelijk 1 Kon. 10:25 , en boven, 2 Kron. 9:24 .
Hertaald:
geschenken;
De koningen en vorsten werden vereerd met geschenken, óf van hun eigen onderdanen, als teken van gewillige onderdanigheid, waarmee zij zich aan hun gezag en bestuur onderwierpen, zoals in 1 Sam. 10:27 en hier; óf van vreemde volken, als eerbetoon en om vriendschap en vrede te onderhouden, zoals in 1 Kon. 10:25, en hierboven 2 Kron. 9:24.
verhief zich
Te weten, niet door waan van deugden, rijkdom en eer, maar door en tot een kloek voornemen om de afgoderij uit te roeien, den zuiveren godsdienst te herstellen, alle goede orde naar de wet des Heeren in te voeren en zich tegen de beletselen, die hem bejegenden, vast te maken. Sommigen nemen het alzo, dat hij het hield voor zijn hoogste eer in des Heeren wegen te wandelen.
Hertaald:
verhief zich
Namelijk: niet uit verwaandheid vanwege deugden, rijkdom en eer, maar door en tot een vastberaden voornemen om de afgoderij uit te roeien, de zuivere eredienst te herstellen, alle goede orde naar de wet van de HEERE in te voeren en zich standvastig te tonen tegen de hindernissen die hem tegemoet traden. Sommigen vatten het zo op, dat hij het als zijn hoogste eer beschouwde om in de wegen van de HEERE te wandelen.
hoogten
Die nog van Asa's tijd overgebleven, of in het einde zijns levens geplant waren van de Joden, die zo tot de afgoderij genegen waren dat zij ook, niettegenstaande Josafats ijver, niet geheel zijn uitgeroeid; onder, 2 Kron. 20:33 .
Hertaald:
hoogten
Die nog uit de tijd van Asa waren overgebleven, of tegen het einde van diens leven geplant waren door de Joden, die zo geneigd waren tot afgoderij dat zij, ondanks de ijver van Josafat, niet helemaal uitgeroeid zijn; hieronder 2 Kron. 20:33.
opdat men
De zin is dat zij van koningswege het Joodse volk overal zouden vermanen en bevelen, de wet des Heeren uit den mond der priesters en Levieten aan te horen en zich daarnaar te voegen, en alle verhindering met publieke autoriteit te beletten.
Hertaald:
opdat men
De betekenis is dat zij namens de koning het Joodse volk overal zouden vermanen en gebieden de wet van de HEERE uit de mond van de priesters en Levieten aan te horen en zich daarnaar te richten, en elke belemmering met openbaar gezag te verhinderen.
zij leerden
Te weten, de priesters en Levieten.
Hertaald:
zij leerden
Namelijk: de priesters en Levieten.
verschrikking
Dat is, een zeer grote verschrikking. Zie boven, 2 Kron. 14:14 ; idem vergelijk Gen. 13:10 .
Hertaald:
verschrikking
Dat is: een zeer grote verschrikking. Zie hierboven 2 Kron. 14:14; vergelijk eveneens Gen. 13:10.
met het opgelegde
Hebreeuws, en, of, met het zilver des lasts; dat is, met het gezette geld, dat hun opgelegd was jaarlijks als een tribuut of belasting den koningen van Juda te betalen.
Hertaald:
met het opgelegde
Hebreeuws: en, of: met het zilver van de last; dat is: met het vaste bedrag dat hun opgelegd was om jaarlijks als schatting of belasting aan de koningen van Juda te betalen.
groot;
Te weten:<i>I.</i> in rijkdom, boven, vs.5, en onder, 2 Kron. 18:1 ;<i>II.</i> in macht van krijgslieden, onder, vs.14,15, enz.;<i>III.</i> in eer en vermaardheid, boven, vs.5, 10, en onder, 2 Kron. 18:1 . Hebreeuws, hij was, of, werd, gaande, en groot wordende.
Hertaald:
groot;
Namelijk: I. in rijkdom, hierboven vers 5, en hieronder 2 Kron. 18:1; II. in macht van krijgslieden, hieronder vers 14, 15, enzovoort; III. in eer en aanzien, hierboven vers 5, 10, en hieronder 2 Kron. 18:1. Hebreeuws: hij was, of: werd, voortgaand en groter wordend.
burchten en schatsteden
Of, kastelen, sloten. Anders, paleizen.
Hertaald:
burchten en schatsteden
Of: kastelen, burchten. Anders: paleizen.
veel werks
Versta dit werk, niet alleen van gereedschap, middelen en voorraad, die hij tot den oorlog en andere zaken gereed had [gelijk sommigen het Hebreeuwse woord hier nemen], maar ook van den arbeid, het bedrijf en gewoel, hetwelk hij overal daarin had, om alles wel te verzorgen, te beschikken, te maken en in het werk te stellen.
Hertaald:
veel werks
Versta dit werk niet alleen als het gereedschap, de middelen en de voorraad die hij voor de oorlog en andere zaken gereed had [zoals sommigen het Hebreeuwse woord hier opvatten], maar ook als de inzet, de bedrijvigheid en de drukte die hij overal daarbij had om alles goed te verzorgen, te regelen, te maken en uit te voeren.
telling,
Anders, getal, of, overste, bevelhebber, of, bevelhebberschap.
Hertaald:
telling,
Anders: getal, of: bevelhebber, of: bevelhebberschap.
Naast hem
Hebreeuws, aan zijn hand; en zo in het volgende.
Hertaald:
Naast hem
Hebreeuws: aan zijn hand; en zo ook in het vervolg.
die zich vrijwillig
Te weten, om den oorlog des Heeren te voeren tegen de vijanden des lands.
Hertaald:
die zich vrijwillig
Namelijk: om de oorlog van de HEERE te voeren tegen de vijanden van het land.
waren
Of, dienden den koning. Anderen, wachtten op den koning. Versta, dat zij altijd gereed waren om voor hem in den oorlog gebruikt te worden, zo wanneer zij daartoe van hem gelast zouden worden.
Hertaald:
waren
Of: dienden de koning. Anderen: wachtten op de koning. Versta hieronder dat zij altijd gereed waren om voor hem in de oorlog ingezet te worden, wanneer hij hun daartoe opdracht zou geven. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Dochter van Uriël van Gibea; hier genoemd als moeder van koning Abia van Juda (2 Kron. 13:2), terwijl 1 Kon. 15:2 zijn moeder Maächa, dochter van Abisalom, noemt — vermoedelijk is Michaja dezelfde persoon als Maächa, of een naaste verwante van haar. Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Josafat volgt zijn vader op en versterkt zich tegen Israël. De kroniekschrijver noemt echter eerst iets anders. De HEERE was met hem, omdat hij in de vroegere wegen van zijn vader David wandelde en de Baäls niet zocht (2 Kron. 17:3). Hij zocht de God van zijn vader en wandelde in Zijn geboden, niet naar het doen van Israël (2 Kron. 17:4). Zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN, en hij nam de hoogten en de bossen uit Juda weg (2 Kron. 17:6). In zijn derde jaar zendt hij vijf van zijn vorsten uit, opdat men onderwijs zou geven in de steden van Juda (2 Kron. 17:7). Met hen gaan negen Levieten en twee priesters mee (2 Kron. 17:8). Zij trokken alle steden van Juda rond en onderwezen het volk, en het wetboek des HEEREN was bij hen (2 Kron. 17:9). Wat daarop volgde was geen veldtocht: een verschrikking des HEEREN kwam over de omliggende koninkrijken, zodat zij geen oorlog voerden tegen Josafat (2 Kron. 17:10). Bijbelse betekenis: Een koning stuurt hier zijn hoogste ambtenaren op weg, niet om belasting te innen of soldaten te lichten, maar om onderwijs te geven. Dat is in de hele geschiedenis van Israël een zeldzaam bericht. Opvallend is de samenstelling van het gezelschap: vorsten, Levieten en priesters trekken samen op, zodat het onderwijs zowel gezag als deskundigheid meekrijgt. Even opvallend is wat er niet gebeurt. De hoogten worden weggenomen, maar met de bijl alleen komt een volk niet verder; wat het volk nodig had, was kennis van de wet. En de volgorde van het hoofdstuk laat zien wat dat opleverde. Eerst het onderricht, dan de rust van buitenaf, dan de rijkdom en de burchten. De sterkte van Juda begon bij een boek dat werd rondgedragen. Typologie: Onder Ezra ging het na de ballingschap net zo, en daar wordt ook de wijze genoemd: "En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen" (Neh. 8:9). Wat Josafat zijn vorsten opdroeg, draagt Paulus aan Timótheüs op als de blijvende regel voor de gemeente: "Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer" (2 Tim. 4:2). 2 Kron. 17:1-10; Neh. 8:9; 2 Tim. 4:2 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
2 Kronieken 17
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


2 Kronieken 17
2 Kronieken 17:16.KruisverwijzingenRichteren 5:9→Richteren 5:2→1 Kronieken 29:9→2 Korinthe 8:12→1 Kronieken 29:14→Psalmen 110:3→2 Korinthe 8:3→1 Kronieken 29:17→
— En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.
Het was een grote zaak voor koning Josafat zo een godvruchtige bevelhebber te hebben: iemand die een leger kon aanvoeren en tegelijk de geboden van God kon gehoorzamen. Christenen behoren christelijke knechten hoog te waarderen, vooral wanneer zij op posten van vertrouwen gesteld zijn. Kunnen wij godvruchtige mensen onze ambten laten bezetten en onze zaken laten behartigen, dan behoren wij dankbaar te zijn en ons best te doen om hen te bemoedigen en te verblijden.
Ik vraag mij af hoe deze man, Amasia, de zoon van Zichri, een knecht van God geworden is. Wij hebben geen geschiedenis van zijn bevinding. Amasia is een man van wie wij niets weten dan dit éne: hij gaf zich vrijwillig aan de Heere over. Hij moet een keerpunt in zijn loopbaan bereikt hebben — een tijd waarin hij voor het eerst de genade van God kende die zo een verandering in hem teweegbracht. Hij moet het ontwaken beleefd hebben van het besef dat God zijn liefde en zijn leven waardig was. Er wordt ons daarover niets gezegd; wij moeten het dus laten onder de sluier die de Schrift over zijn geschiedenis trekt.
Ik zie het somtijds graag dat er mensen tot Hem komen die enig leven in zich hebben, enige gaven bezitten, en die door zich aan de Heere te wijden voor Zijn zaak en koninkrijk door Zijn genade in de komende dagen werkelijk dienst kunnen doen. Er is hard te strijden, en mijn Heere roept om mensen die niet bang zijn dat te doen. Laat alle heldenmoed van het mens-zijn ons tot deze gezegende dienst dringen. Ons wordt niet gevraagd de Heere te dienen omdat Hij ons gemak en genoegen belooft; wij worden veeleer geroepen: Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus (2 Tim. 2:3).
Amasia onderscheidt zich van de andere helden van koning Josafat doordat hij het tot zijn levenswerk maakte de Heere te dienen, en hij deed het vrijwillig. Er is veel waarheid in het oude spreekwoord dat één vrijwilliger twintig dienstplichtigen waard is. Een dienst die vrijwillig gedaan wordt heeft een welriekendheid en een bloei die haar allerliefst en aangenaam maken. Amasia had geen dienstplicht nodig, geen opsporing, geen nazorg, geen aanvoerder.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-19.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:8→1 Koningen 12:28→2 Kronieken 18:1→2 Kronieken 15:17→2 Kronieken 35:3→2 Kronieken 14:14→1 Koningen 15:24→2 Kronieken 20:33→
— En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel. En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had. En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet. Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israel. En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte. En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg. In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda. En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram. En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk. En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.
Na Asa’s dood bestijgt zijn zoon Josafat de troon van zijn vaderen, zorgt voor de veiligheid van het rijk naar buiten, door vermeerdering van de vestingen en versterking van de krijgsmacht, maar zoekt voor alles de ware godsdienst onder zijn volk te bevorderen, door, nog grondiger dan Asa dit vóór hem deed, allen onwettige eredienst in het land te bestrijden en een eigen commissie te benoemen, die ter verspreiding van de kennis van de Mozaïsche wet, de steden van Juda moet doortrekken. Bij deze godvruchtige werkzaamheden komt de Heere hem te hulp, door hem tot een krachtige mogendheid te maken, die achting afperste, de naburige volken tot ontzag noopte, en hem dien ten gevolge een langdurige vredestijd deed genieten (Vergelijk 1 Koningen .22: 41-47).
En zijn zoon, de zoon van de in het jaar 914 voor Christus, gestorven Asa (Hoofdstuk 16: 13 vv.), en van diens vrouw Asuba (1 Koningen .22: 42), Josafat, d.i. de Heere is richter, werd in het 35ste jaar van zijn ouderdom koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen het rijk van Israël, waarin sedert 918 voor Christus Achab regeerde, omdat hij vrezen moest, dat deze zou beproeven, om de door Abia aan het noordelijke rijk eenmaal ontnomen (Hoofdstuk 13: 19) en door Asa behouden steden (Hoofdstuk 15: 8) te heroveren en opnieuw aan het rijk van Juda het vrije verkeer met het noorden af te snijden, zoals Baësa had willen doen (Hoofdstuk 16: 1 vv.).
En hij leide, om tegen dergelijke pogingen bijtijds gewapend te zijn, krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en hij leide bezettingen (1 Kronieken 11: 16) in het land van Juda, en in de steden van Efraïm, die zijn vader Asa ingenomen had (Hoofdstuk 15: 8 vv.; 13: 19 13.19): Bethel, Jesana en Efron met de daarvan afhankelijke kleinere plaatsen.
En de Heere was met Josafat, zodat zijn plan werd volvoerd, en de koning van het noordelijk rijk zijn heerschappij niet kon uitbreiden; want hij wandelde in de vorige wegen 1) zijn vader David, die door diens opvolgers meest waren verlaten, en zocht de Baäls 2), de afgoden van de Kanaänitische volksstammen, niet, om er zijn hart aan te hangen en wilde ook nergens afgodische handelingen in het land dulden (1 Koningen .22: 47), waartoe vooral de laatste regeringstijd van zijn vaders Asa (Hoofdstuk 16: 1 vv.) hem zo makkelijk hadden kunnen verleiden.
In de vorige wegen, of, in de vroegere wegen. Dit ziet op de eerste regeringsjaren van koning David vóór zijn zonde met Bathseba en Uria, dus vóórdat David in grote zonden was gevallen en waarom de Heere hem tegen kwam met Zijn oordelen. De Heere was met Josafat en deed Zijn vriendelijk aangezicht over hem lichten.
Onder de Baäls hebben wij alle afgoden en allen afgodendienst te verstaan.
Maar hij zocht de God van zijn vader David, aan wiens voorbeeld als dat van een echt vorst hij zich hield, en wandelde in Zijn geboden, in die van David’s God, en niet naar het doen van het toenmaals tot afgodendienst vervallen (1 Koningen .16: 29 vv.)Israël 1).
Hier is Israël, het rijk van de Tien stammen, in tegenstelling tot het rijk van Juda. De Schrijver wil zeggen, niet alleen, dat hij zich niet voor valse goden neerboog en dus niet zondigde tegen het 1ste gebod, maar ook wilde hij niets weten van de kalverdienst en daarom niet van de zonde tegen het 2de gebod. Bovendien, dat, al was Josafat verzwagerd aan het huis van Achab, al knoopte hij met dit huis vriendschapsbetrekkingen aan, hij toch van hun zonde vrij bleef.
En de Heere bevestigde het koninkrijk in zijn hand, zodat Zijn volk hem met trouw en liefde aanhing, en gans Juda gaven Josafat vrijwillige geschenken, behalve nog de gewone in de koninklijke schatkist vloeiende opbrengsten, en hij had rijkdom en eer in menigte 1) (MATTHEUS.6: 33. (1 Tim.4: 8).
In dit vers komt uit niet alleen, dat de koning wandelde in de wegen van zijn vader David, maar ook, dat de Heere nu Zijn beloften van rijkdom en ere aan hem, als de getrouwe nazaat van David, vervulde. Hij deelde in de gunst van God en in de liefde van het volk.
En zijn hart verhief zich 1) in de wegen van de Heere, hem viel bij de wandel in de wegen van de Heere ook de vreugde van het hart en de standvastigheid van de wil ten deel, om een geheel zuiveren en met de wet overeenkomende godsdienst in het land weer te herstellen; en hij nam verder (1 (Samuel 10: 3), nog beslissender en grondiger dan zijn vader Asa dit gedaan had, die later zijn ijver weer liet varen (Hoofdstuk 14: 2 vv.; 17: 1 vv.), de hoogten en de bossen uit Juda weg (1Ki 3: 2), maar kon bij het volk met zijn hervorming niet geheel zijn doel bereiken (Hoofdstuk 20: 33).
In de regel wordt het hart verheffen gebruikt voor hoogmoedig worden, maar hier moet het worden opgevat in de zin van, vast en sterk en krachtig worden in de dienst van de Heere, zodat hij niet alleen vrij bleef van de afgoden- en beeldendienst, maar ook uitroeide, wat met die dienst in verband stond, n.l. de hoogten en de bossen.
In het derde jaar nu van zijn regering, d.i. omstreeks het jaar 911 voor Christus, zeker dezelfde tijd, dat in het rijk van Israël de 3 ½ jarige droogte begon, die de profeet Elia had aangekondigd (1 Koningen .17: 1 vv.), zond hij 1), door dit strafgericht in het naburige land des te meer gedreven om de kennis van de Goddelijke wet, die bij zijn volk ook maar al te zeer ontbrak, uit te breiden, tot zijn vorsten, vijf aanzienlijke mannen uit de lekenstand, namelijk tot Ben-chaïl, en tot Obadja, en tot Zacharja, en tot Nethaneël, en tot Michaja, opdat men Gods woord en rechten zou leren in de steden van Juda.
De zending van deze mannen was een bezoeken van de kerken, die tot een lofwaardig voorbeeld door geheel zijn rijk ontstond. De Levieten en Priesters werden gedeputeerd, opdat zij zouden onderwijzen de vorsten, opdat zij, door hun gezag en aanzien, het volk op hun plicht zouden wijzen en het met de ernstige wil van de koning bekend zouden maken. Het is duidelijk, dat niet alleen de godsdienstige, maar ook de burgerlijke wetten, door de Heere ingesteld en verordend, weer onder het volk werden onderwezen.
En met hen de negen Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asaël en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia, de Levieten, en met hen de beide priesters Elisama en Joram.
En zij, deze zestien als commissie door Josafat uitgezonden mannen, leerden in Juda, en het wetboek van de Heere, zoals het in de 5 Boeken van Mozes is neergelegd, was bij hen, en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk.
Dit is het eerste voorbeeld van een wettig georganiseerd godsdienstig volksonderricht, dat in de Heilige Schrift voorkomt. Tot dusver was het ook meer door de in de Wet nauwkeurig bepaalde instellingen en gebruiken van het leven, door de onmiddellijke aanschouwing van Gods grote daden en de wandel van Zijn knechten, dan door het woord van een eigenlijke prediking of samenhangende voordracht, in de juiste verhouding tot God en in een kring van godsdienstige voorstellingen gebracht, die het van alle heidenen wezenlijk onderscheidden. Deze eenvoudige middelen waren thans niet meer voldoende, nu de vreemde godsdienst zijn invloed al meer en meer deed gelden en de beschaving van het verstand al meer en meer noodzakelijk bleek te zijn. Daarom was Josafats onderneming om door een commissie de steden van Juda te doen rondreizen en door onderwijs de kennis van de wet in het land te verbreiden, een in de juiste tijd ondernomen handeling. Zonder twijfel moesten de vijf lekenbroeders daarbij de uitwendige zaken bezorgende, de meeste mensen bijeenroepen om hun de wil het het doel van de koning bekend te maken, terwijl de Levieten en priesters de Wet voorlazen en uitlegden. Later na zijn terugkeer uit de mislukte veldtocht tegen de Syriërs en na zijn redding uit ogenschijnlijk levensgevaar probeerde Josafat deze instelling te bevestigen door zijn koninkrijk in persoon door te trekken (Hoofdstuk 19: 4); en dat in de volgende tijd zulks door de vrome koningen onder Juda’s vorsten telkens herhaald werd, ja zich daaruit zogenaamde stiften of godsdienstige verzamelplaatsen, het voorbeeld van de na de Ballingschap duurzaam gestichte synagogen ontwikkelden, daarvan kan in de woorden van de kort na de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel (2Ki 25: 21) vervaardigde 74ste Psalm: “zij hebben al Gods vergaderplaatsen in het land verbrand,” (vs. 8) een aanwijzing liggen. Hierdoor zo schijnt het ons toe lukte het eindelijk de koning Hizkia, de dienst van de hoogten, waaraan het volk zozeer verkleefd was (1Ki 15: 14), te verwijderen (2 Koningen .18:
, omdat zij op andere wijze bevrediging vonden voor de behoefte, die aan die hoogtendienst ten grondslag lag.
God wilde Josafats ondernemingen tot bevestiging van zijn rijk (vs. 1 vv.) en tot bevordering van godsdienstige kennis in zijn land (vs. 7 vv.), zegenen en hem voor laatstgenoemde arbeid een vreedzame regering verlenen. En het geschiedde daarom, dat door Zijn bijzondere inwerking een verschrikking van de Heere kwam over alle koninkrijken van de landen, die rondom Juda waren, zowel over het rijk van Israël in het noorden, als over de Ammonieten, Moabieten en Edomieten in het oosten en zuidoosten, dat zij niet streden tegen Josafat.
En enige van de Filistijnen, in het westen van het rijk, die de koningen Nadab en Ela aan het rijk van Israël de stad Gibbethon in de stam Dan ontnomen hadden, zonder dat deze haar hun weer ontnemen konden (1 Koningen .15: 27; 16: 16 vv), brachten zij, ten minste enige steden van hun gebied, inzonderheid voorzeker Gath met de daaraan onderhorige plaatsen, Josafat geschenken met het opgelegde geld 1), ook brachten hem de Arabieren, Arabische nomaden-stammen, wellicht door Asa na de overwinning van Zerah schatplichtig gemaakt, in het zuiden en zuidoosten, als jaarlijkse schatting van hun zijde, klein vee, zevenduizend en zevenhonderd rammen, en zevenduizend en zevenhonderd bokken2), de eerste van de schaaps- en de andere van de geitenkudden.
In het Hebr. Kèsef massa. Beter: zilver, een last, in de zin van, zo veel zilver als zij konden dragen, als een teken van vriendschap. Het was geen cijns, die opgebracht moest worden, zoals de Vulgata het heeft opgevat, die de woorden vertaalt door: vectigal argento. In die betekenis komt dit woord in de Heilige Schrift niet voor.
God zelf had zo’n invloed op de geesten van de naburige vorsten, en regeerde hen dus door Zijn wil en wenk, dat zij allen eerbied en vrees voor Josafat betoonden.
En hij had veel werk in de steden van Juda, die hij versterkt en met troepen bezet had (vs. 1 vv.; vgl. Hoofdstuk 11: 11), en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem tot zijn lijfwacht.
Dit nu is hun telling, het getal van deze te Jeruzalem gehouden krijgslieden, die naar de huizen van hun vaderen ingedeeld waren. Wij beginnen met de namen van degenen, die in Juda waren oversten van duizenden, bekleedden de opperbevelhebbersplaats hij iedere duizend man uit de stam Juda: Adna de overste van alle drie, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden.
Naast hem nu was de overste Johanan, die de tweede rang innam; en met hem waren, onder zijn bevel stonden tweehonderd en tachtig duizend man.
En naast hem, de derde rang innemend, was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig de Heere overgegeven had 1); en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.
Wat deze eervolle aanduiding: “die zich vrijwillig de Heere overgegeven had” betekenen moet, laat zich niet meer met juistheid zeggen. Misschien was hij, even als Ithaï, de Gethiet (2 Samuel .15: 19 vv.) van geboorte een buitenlander, die echter in het geloof aan de Heere de God van Israël, zich ten dienste van Josafat gesteld had.
En over de krijgslieden uit de stam Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren, zoals dan ook van oudsher de Benjaminieten zowel als goede boogschutters uitmuntten (1 Kronieken 8: 40; 12: 2), als geoefend waren in het gebruik van de slinger (Jud 19: 22).
En naast hem, als de tweede opperbevelhebber van deze afdeling, was Jozabad, en met hem waren honderdentachtig duizend, ten strijde toegerust, zwaargewapenden.
Deze, te zamen 1.160.000 man vormend, 780.000 uit de stam Juda en 380.000 man uit de stam Benjamin, waren in de dienst van de koning als zijn lijfwacht; behalve nog mee te rekenen degenen, die de koning als bezetting in de vele vaste steden, in de vestingen door gans Juda gezet had.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel