Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 17

1 En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En zijn zoonH1121 JosafatH3092 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478, en hij sterkteH2388 zich tegenH5921 IsraelH3478. En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel.

KJV And Jehoshaphat2 his son3 reigned1 in his stead, and strengthened5 himself against Israel.7

1 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 2 יְהוֹשָׁפָ֥ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 תַּחְתָּ֑יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 וַיִּתְחַזֵּ֖ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij legde krijgsvolkH2428 in alleH3605 vasteH1219 stedenH5892 van JudaH3063, en legde bezettingenH5333 in het landH776 van JudaH3063, en in de stedenH5892 van EfraimH669, dieH834 zijn vaderH1 AsaH609 ingenomenH3920 had. En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had.

Ook in dit vers leideH5414 leideH5414

KJV And he placed1 forces2 in all the fenced6 cities4 of Judah,5 and set7 garrisons8 in the land9 of Judah,10 and in the cities11 of Ephraim,12 which Asa15 his father16 had taken.14

1 וַיִּ֨תֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 חַ֔יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 3 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 הַבְּצֻר֑וֹת H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 7 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 נְצִיבִים֙ H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 9 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 11 וּבְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לָכַ֖ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 15 אָסָ֥א H609 Asa Asa 16 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de HEEREH3068 wasH1961 metH5973 JosafatH3092; wantH3588 hij wandeldeH1980 in de vorigeH7223 wegenH1870 zijns vadersH1 DavidsH1732, en zochtH1875 de BaalsH1168 nietH3808. En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.

KJV And the LORD2 was with Jehoshaphat,4 because he walked6 in the first10 ways7 of his father9 David,8 and sought12 not unto Baalim;13

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 יְהוֹשָׁפָ֑ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הָלַ֗ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 בְּדַרְכֵ֞י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 דָּוִ֤יד H1732 David, Davids David 9 אָבִיו֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 הָרִ֣אשֹׁנִ֔ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 דָרַ֖שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 13 לַבְּעָלִֽים H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MaarH3588 hij zochtH1875 den GodH430 zijns vadersH1, en wandeldeH1980 in Zijn gebodenH4687, en nietH3808 naar het doen van IsraelH3478. Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israel.

KJV But sought4 to the LORD God2 of his father,3 and walked6 in his commandments,5 and not after the doings8 of Israel.9

1 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֵֽאלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אָבִיו֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 דָּרָ֔שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 5 וּבְמִצְוֺתָ֖יו H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 6 הָלָ֑ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 כְּמַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de HEEREH3068 bevestigdeH3559 het koninkrijkH4467 in zijnH1961 handH3027, en gansH3605 JudaH3063 gafH5414 JosafatH3092 geschenkenH4503; en hij had rijkdomH6239 en eerH3519 in menigteH7230. En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte.

KJV Therefore the LORD2 stablished1 the kingdom4 in his hand;5 and all Judah8 brought6 to Jehoshaphat10 presents;9 and he had riches13 and honour14 in abundance.15

1 וַיָּ֨כֶן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמַּמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 5 בְּיָד֔וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 וַיִּתְּנ֧וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 9 מִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 10 לִיהוֹשָׁפָ֑ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 11 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 ל֥וֹ 13 עֹֽשֶׁר H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 14 וְכָב֖וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 15 לָרֹֽב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zijn hartH3820 verhiefH1361 zich in de wegenH1870 des HEERENH3068; en hij namH5493 verder de hoogtenH1116 en de bossenH842 uit JudaH3063 wegH5493. En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg.

KJV And his heart2 was lifted up1 in the ways3 of the LORD:4 moreover he took away6 the high places8 and groves10 out of Judah.11

1 וַיִּגְבַּ֥הּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 2 לִבּ֖וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 בְּדַרְכֵ֣י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 הֵסִ֛יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַבָּמ֥וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאֲשֵׁרִ֖ים H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 11 מִיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 In het derdeH7969 jaarH8141 nu zijner regeringH4427 zondH7971 hij tot zijn vorstenH8269, tot Ben-chail, en tot ObadjaH5662, en tot ZecharjaH2148, en tot NathaneelH5417, en tot MichajaH4322, opdat men zou lerenH3925 in de stedenH5892 van JudaH3063. In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda.

Ook in dit vers -chailH1134

KJV Also in the third2 year1 of his reign3 he sent4 to his princes,5 even to Benhail,6 and to Obadiah,8 and to Zechariah,9 and to Nethaneel,10 and to Michaiah,11 to teach12 in the cities13 of Judah.14

1 וּבִשְׁנַ֨ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 שָׁל֜וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 לְמָלְכ֗וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 4 שָׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 לְשָׂרָיו֙ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 לְבֶן H1134 -chail Ben-hail 7 חַ֨יִל֙ H1134 -chail Ben-hail 8 וּלְעֹבַדְיָ֣ה H5662 Obadja Obadiah 9 וְלִזְכַרְיָ֔ה H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 10 וְלִנְתַנְאֵ֖ל H5417 Nethaneel, Nathaneel Nethaneel 11 וּלְמִיכָיָ֑הוּ H4322 Michaja Michaiah 12 לְלַמֵּ֖ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 13 בְּעָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En metH5973 hen de LevietenH3881, SemajaH8098 en NethanjaH5418, en ZebadjaH2069, en AsaelH6214, en SemiramothH8070, en JonathanH3083, en AdoniaH138, en TobiaH2900, en Tob-AdoniaH2899 de LevietenH3881, en metH5973 hen de priestersH3548 ElisamaH476 en JoramH3088. En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram.

KJV And with them he sent Levites,2 even Shemaiah,3 and Nethaniah,4 and Zebadiah,5 and Asahel,6 and Shemiramoth,7 and Jehonathan,8 and Adonijah,9 and Tobijah,10 and Tobadonijah,11 Levites;13 and with them Elishama15 and Jehoram,16 priests.17

1 וְעִמָּהֶ֣ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 2 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 שְֽׁמַֽעְיָ֡הוּ H8098 Semaja Shemaiah 4 וּנְתַנְיָ֡הוּ H5418 Nethanja Nethaniah 5 וּזְבַדְיָ֡הוּ H2069 Zebadja Zebadiah 6 וַעֲשָׂהאֵ֡ל H6214 Asahel, Asa-el, Asael Asahel 7 וּשְׁמִֽירָמ֡וֹת H8070 Semiramoth Shemiramoth 8 וִֽיהוֹנָתָן֩ H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 9 וַאֲדֹ֨נִיָּ֧הוּ H138 Adonia Adonijah 10 וְטֽוֹבִיָּ֛הוּ H2900 Tobia Tobiah, Tobijah 11 וְט֥וֹב H2899 Tob-adonia Tob-adonijah 12 אֲדוֹנִיָּ֖ה H2899 Tob-adonia Tob-adonijah 13 הַלְוִיִּ֑ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 14 וְעִמָּהֶ֛ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 15 אֱלִישָׁמָ֥ע H476 Elisama, Elischama Elishama 16 וִֽיהוֹרָ֖ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 17 הַכֹּהֲנִֽים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En zij leerdenH3925 in JudaH3063, en het wetboekH5612 des HEERENH3068 was bijH5973 hen; en zij gingen rondomH5437 in alleH3605 stedenH5892 van JudaH3063, en leerdenH3925 onder het volkH5971. En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk.

KJV And they taught1 in Judah,2 and had the book4 of the law5 of the LORD6 with them, and went about7 throughout all the cities9 of Judah,10 and taught11 the people.12

1 וַֽיְלַמְּדוּ֙ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 2 בִּֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 3 וְעִ֨מָּהֶ֔ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 סֵ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 5 תּוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיָּסֹ֨בּוּ֙ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 11 וַֽיְלַמְּד֖וּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 12 בָּעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En een verschrikkingH6343 des HEERENH3068 werdH1961 overH5921 alleH3605 koninkrijkenH4467 der landenH776, dieH834 rondomH5439 JudaH3063 waren, dat zij nietH3808 krijgdenH3898 tegen JosafatH3092. En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.

KJV And the fear2 of the LORD3 fell upon all the kingdoms6 of the lands7 that were round about9 Judah,10 so that they made no war12 against Jehoshaphat.14

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 פַּ֣חַד H6343 vreze, schrik, verschrikking dread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מַמְלְכ֣וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 7 הָֽאֲרָצ֔וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 סְבִיב֣וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 10 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 נִלְחֲמ֖וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 13 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 יְהוֹשָׁפָֽט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En vanH4480 de FilistijnenH6430 brachtenH935 zij JosafatH3092 geschenkenH4503 met het opgelegdeH4853 geldH3701; ookH1571 brachtenH935 hem de ArabierenH6163 klein veeH6629, zevenH7651 duizendH505 en zevenhonderdH7651 rammenH352, en zevenH7651 duizendH505 en zevenhonderdH7651 bokkenH8495. En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken.

KJV Also some of the Philistines2 brought3 Jehoshaphat4 presents,5 and tribute7 silver;6 and the Arabians9 brought10 him flocks,12 seven14 thousand15 and seven16 hundred17 rams,13 and seven19 thousand20 and seven21 hundred22 he goats.18

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 פְּלִשְׁתִּ֗ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 מְבִיאִ֧ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 לִֽיהוֹשָׁפָ֛ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 5 מִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 6 וְכֶ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 7 מַשָּׂ֑א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 8 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 הָֽעַרְבִיאִ֗ים H6163 Arabieren, Arabier Arabian 10 מְבִיאִ֥ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לוֹ֙ 12 צֹ֕אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 13 אֵילִ֔ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 14 שִׁבְעַ֤ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 15 אֲלָפִים֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 16 וּשְׁבַ֣ע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 17 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 18 וּתְיָשִׁ֕ים H8495 bokken, bok he goat 19 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 20 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 21 וּשְׁבַ֥ע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 22 מֵאֽוֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Alzo namH1980 JosafatH3092 toeH5704, en werdH1961 ten hoogsteH4605 groot; daartoe bouwdeH1129 hij in JudaH3063 burchtenH1003 en schatstedenH5892. Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden.

KJV And Jehoshaphat2 waxed3 great4 exceedingly;6 and he built7 in Judah8 castles,9 and cities10 of store.11

1 וַיְהִ֧י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יְהוֹשָׁפָ֛ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 הֹלֵ֥ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וְגָדֵ֖ל H1432 groter great, grew 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 לְמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 7 וַיִּ֧בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 בִּֽיהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 9 בִּירָנִיּ֖וֹת H1003 burchten castle 10 וְעָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מִסְכְּנֽוֹת H4543 schatsteden, schathuizen store(-house), treasure
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En hij had veel werks in de steden van Juda, en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En hij had veelH7227 werksH4399 in de stedenH5892 van JudaH3063, en krijgsliedenH582, kloekeH2428 heldenH1368 in JeruzalemH3389. En hij had veel werks in de steden van Juda, en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem.

KJV And he had much2 business1 in the cities5 of Judah:6 and the men of war,8 mighty men9 of valour,10 were in Jerusalem.11

1 וּמְלָאכָ֥ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 2 רַבָּ֛ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 3 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 ל֖וֹ 5 בְּעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 7 וְאַנְשֵׁ֧י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 מִלְחָמָ֛ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 9 גִּבּ֥וֹרֵי H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 10 חַ֖יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 11 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DitH428 nu is hun tellingH6486, naar de huizenH1004 hunner vaderenH1. In JudaH3063 waren overstenH8269 der duizendenH505: AdnaH5734 de oversteH8269, en metH5973 hem waren driehonderdH7969 duizendH505 kloekeH2428 heldenH1368. Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden.

KJV And these are the numbers2 of them according to the house3 of their fathers:4 Of Judah,5 the captains6 of thousands;7 Adnah8 the chief,9 and with him mighty men11 of valour12 three13 hundred14 thousand.15

1 וְאֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 פְקֻדָּתָ֖ם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 3 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 אֲבוֹתֵיהֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 לִֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 6 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 אֲלָפִ֔ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 עַדְנָ֣ה H5734 Adna, Adnah Adnah 9 הַשָּׂ֔ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 וְעִמּוֹ֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 גִּבּ֣וֹרֵי H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 12 חַ֔יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 13 שְׁלֹ֥שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 14 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 15 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd tachtig duizend;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 NaastH5921 hem nu was de oversteH8269 JohananH3076; en metH5973 hem waren tweehonderdH3967 tachtigH8084 duizendH505; Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd tachtig duizend;

KJV And next2 to him was Jehohanan3 the captain,4 and with him two hundred6 and fourscore7 thousand.8

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 יְהוֹחָנָ֣ן H3076 Johanan Jehohanan, Johanan. Compare H3110 (יוֹחָנָן) 4 הַשָּׂ֑ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 5 וְעִמּ֕וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 מָאתַ֥יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 וּשְׁמוֹנִ֖ים H8084 tachtig, tachtigste, tweehonderd eighty(-ieth), fourscore 8 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En naastH5921 hem was AmasiaH6007, de zoonH1121 van ZichriH2147, die zich vrijwilligH5068 den HEEREH3068 overgegevenH5068 had; en metH5973 hem waren tweehonderdH3967 duizendH505 kloekeH2428 heldenH1368. En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.

KJV And next2 him was Amasiah3 the son4 of Zichri,5 who willingly offered6 himself unto the LORD;7 and with him two hundred9 thousand10 mighty men11 of valour.12

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 עֲמַסְיָ֣ה H6007 Amasia Amasiah 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 זִכְרִ֔י H2147 Zichri Zichri 6 הַמִּתְנַדֵּ֖ב H5068 vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegeven offer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly) 7 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וְעִמּ֛וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 מָאתַ֥יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 גִּבּ֥וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 12 חָֽיִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En uitH4480 BenjaminH1144 was EljadaH450, een kloekH2428 heldH1368; en met hem tweehonderdH3967 duizendH505, die met boogH7198 en schildH4043 gewapendH5401 waren. En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren.

KJV And of Benjamin;2 Eliada5 a mighty man3 of valour,4 and with him armed men7 with bow8 and shield9 two hundred10 thousand.11

1 וּמִ֨ן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 בִּנְיָמִ֔ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 3 גִּבּ֥וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 4 חַ֖יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 5 אֶלְיָדָ֑ע H450 Eljada Eliada 6 וְעִמּ֛וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 נֹֽשְׁקֵי H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 8 קֶ֥שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 9 וּמָגֵ֖ן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 10 מָאתַ֥יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En naastH5921 hem was JozabadH3075; en metH5973 hem waren honderdH3967 en tachtigH8084 duizendH505, ten krijgeH6635 toegerustH2502. En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust.

KJV And next2 him was Jehozabad,3 and with him an hundred5 and fourscore6 thousand7 ready prepared8 for the war.9

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 יְהוֹזָבָ֑ד H3075 Jozabad Jehozabad. Compare H3107 (יוֹזָבָד) 4 וְעִמּ֛וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 מֵאָֽה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 וּשְׁמוֹנִ֥ים H8084 tachtig, tachtigste, tweehonderd eighty(-ieth), fourscore 7 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 חֲלוּצֵ֥י H2502 toegerust, toegerusten, bevrijd arm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self 9 צָבָֽא H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DezenH428 waren in den dienstH8334 des koningsH4428; behalve degenen, die de koningH4428 in de vasteH4013 stedenH5892 door gansH3605 JudaH3063 gezetH5414 had. Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had.

KJV These waited2 on the king,4 beside those whom the king8 put7 in the fenced10 cities9 throughout all Judah.12

1 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 הַמְשָׁרְתִ֣ים H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 מִלְּבַ֞ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 בְּעָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 הַמִּבְצָ֖ר H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 11 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 17:1 1 Koningen 15:24 2 Kronieken 32:5 Efeze 6:10 Mattheüs 1:8 1 Koningen 22:41 2 Kronieken 12:1 1 Samuël 23:16 2 Kronieken 26:8
2 Kronieken 17:2 2 Kronieken 15:8 2 Kronieken 11:11 2 Kronieken 11:5
2 Kronieken 17:3 2 Samuël 8:15 Jesaja 8:10 2 Samuël 5:10 Jeremia 2:23 2 Kronieken 15:8 Jozua 1:9 Exodus 4:12 Psalmen 46:11
2 Kronieken 17:4 1 Koningen 12:28 Lukas 1:6 Hosea 4:15 1 Thessalonicenzen 4:1 2 Koningen 17:19 1 Thessalonicenzen 2:12 2 Koningen 8:18 Jeremia 3:7
2 Kronieken 17:5 2 Kronieken 18:1 1 Samuël 10:27 2 Kronieken 32:23 Psalmen 127:1 Job 42:12 Mattheüs 6:33 1 Petrus 5:10 Mattheüs 2:11
2 Kronieken 17:6 2 Kronieken 15:17 2 Kronieken 20:33 1 Koningen 22:43 2 Kronieken 19:3 Psalmen 18:21 Hosea 14:9 Psalmen 119:1 Deuteronomium 28:47
2 Kronieken 17:7 2 Kronieken 35:3 2 Kronieken 15:3 Nehemia 8:7 Deuteronomium 33:10 Nehemia 9:3 Deuteronomium 4:5 Prediker 1:12 Lukas 4:43
2 Kronieken 17:8 2 Kronieken 19:8 Maleachi 2:7 Ezra 7:1
2 Kronieken 17:9 Mattheüs 15:2 Jozua 1:7 Mattheüs 11:1 Handelingen 13:15 Deuteronomium 6:4 Mattheüs 28:19 Mattheüs 10:23 Romeinen 3:2
2 Kronieken 17:10 2 Kronieken 14:14 Genesis 35:5 2 Kronieken 16:9 Jozua 2:9 Exodus 15:14 Exodus 34:24 Spreuken 16:7
2 Kronieken 17:11 2 Kronieken 26:8 2 Kronieken 9:14 2 Samuël 8:2 2 Kronieken 17:5 2 Koningen 3:4
2 Kronieken 17:12 2 Kronieken 27:4 1 Kronieken 29:25 2 Kronieken 14:6 2 Kronieken 26:6 2 Kronieken 32:5 2 Kronieken 11:5 2 Kronieken 8:2 2 Kronieken 18:1
2 Kronieken 17:13 2 Kronieken 26:10 1 Kronieken 27:25
2 Kronieken 17:14 2 Kronieken 11:1 Genesis 12:2 Genesis 15:5 2 Kronieken 14:8 Numeri 1:2 2 Kronieken 26:13 Numeri 1:18 Genesis 13:16
2 Kronieken 17:16 Richteren 5:9 Richteren 5:2 1 Kronieken 29:9 2 Korinthe 8:12 1 Kronieken 29:14 Psalmen 110:3 2 Korinthe 8:3 1 Kronieken 29:17
2 Kronieken 17:17 2 Samuël 1:21 2 Kronieken 14:8
2 Kronieken 17:19 2 Kronieken 17:2 2 Kronieken 11:12 2 Kronieken 11:23 2 Kronieken 17:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 17 vers 1

sterkte Dat is, hij voorzag zich van allerlei krijgstoerusting, om zijne macht te bewijzen tegen de tien stammen, die te wederstaan en hun geweld af te keren. Anders, hij sterkte zich over Israël; dat is, hij bevestigde zich in het koninkrijk, hetwelk hij had over Juda, Benjamin en de vreemdelingen uit Israël en de steden van Efraïm, die zijn vader ingenomen had. Zie vs.2.

Hertaald: sterkte Dat is: hij voorzag zich van allerlei oorlogsuitrusting, om zijn macht te tonen tegenover de tien stammen, hen te weerstaan en hun geweld af te weren. Anders: hij versterkte zich boven Israël; dat is: hij bevestigde zich in het koningschap dat hij had over Juda, Benjamin en de vreemdelingen uit Israël en de steden van Efraïm die zijn vader ingenomen had. Zie vers 2.

2 Kronieken 17 vers 2

krijgsvolk Of, heirkracht.

Hertaald: krijgsvolk Of: legermacht.

bezettingen Dat is, krijgsvolk, of garnizoen, onder het beleid van hun oversten, om het land tegen den inval des vijands te verzekeren. Het Hebreeuwse woord is zo genomen 1 Sam. 13:3 ; 2 Sam. 8:6 .

Hertaald: bezettingen Dat is: krijgsvolk, of garnizoen, onder leiding van hun bevelhebbers, om het land tegen een vijandelijke inval te beveiligen. Het Hebreeuwse woord wordt zo gebruikt in 1 Sam. 13:3; 2 Sam. 8:6.

2 Kronieken 17 vers 3

vorige wegen Dat is, in welke zijn voorvader David gewandeld had. Anders, eerste. Verstaande, eer dat David overspel had begaan en Uria doen doden en het volk doen tellen, 2 Sam. 11:4 , 2 Sam. 11:14 , en 1 Sam. 24:2 .

Hertaald: vorige wegen Dat is: waarin zijn voorvader David gewandeld had. Anders: eerste. Versta hieronder: vóórdat David overspel gepleegd had en Uria had laten doden en het volk had laten tellen, 2 Sam. 11:4, 2 Sam. 11:14, en 1 Sam. 24:2.

zocht de Baälim niet Dat is, hij bewees hun geen godsdienstige eer om hulp daarvan te hebben, hield hen van geen waarde. Versta door de Baälim allerlei afgoden; en zie van dit woord Richt. 2:11 .

Hertaald: zocht de Baälim niet Dat is: hij bewees hun geen godsdienstige eer om daarvan hulp te krijgen, hij achtte hen niets waard. Versta onder de Baäls allerlei afgoden; zie over dit woord Richt. 2:11.

2 Kronieken 17 vers 4

naar het doen van Israël Hebreeuws, naar het werk; dat is, naar de afgoderij der afvallige Israëlieten, die de gouden kalven en andere afgoden dienden.

Hertaald: naar het doen van Israël Hebreeuws: naar het werk; dat is: naar de afgoderij van de afvallige Israëlieten, die de gouden kalveren en andere afgoden dienden.

2 Kronieken 17 vers 5

geschenken; De koningenen prinsen werden vereerd met geschenken, òf van hun eigen onderzaten, tot een teken van gewillige onderdanigheid, waardoor zij zich aan hun gebied en regering onderwierpen, gelijk 1 Sam. 10:27 , en hier; òf van vreemde volken, tot eerbieding en onderhouding van vriendschap en vrede, gelijk 1 Kon. 10:25 , en boven, 2 Kron. 9:24 .

Hertaald: geschenken; De koningen en vorsten werden vereerd met geschenken, óf van hun eigen onderdanen, als teken van gewillige onderdanigheid, waarmee zij zich aan hun gezag en bestuur onderwierpen, zoals in 1 Sam. 10:27 en hier; óf van vreemde volken, als eerbetoon en om vriendschap en vrede te onderhouden, zoals in 1 Kon. 10:25, en hierboven 2 Kron. 9:24.

2 Kronieken 17 vers 6

verhief zich Te weten, niet door waan van deugden, rijkdom en eer, maar door en tot een kloek voornemen om de afgoderij uit te roeien, den zuiveren godsdienst te herstellen, alle goede orde naar de wet des Heeren in te voeren en zich tegen de beletselen, die hem bejegenden, vast te maken. Sommigen nemen het alzo, dat hij het hield voor zijn hoogste eer in des Heeren wegen te wandelen.

Hertaald: verhief zich Namelijk: niet uit verwaandheid vanwege deugden, rijkdom en eer, maar door en tot een vastberaden voornemen om de afgoderij uit te roeien, de zuivere eredienst te herstellen, alle goede orde naar de wet van de HEERE in te voeren en zich standvastig te tonen tegen de hindernissen die hem tegemoet traden. Sommigen vatten het zo op, dat hij het als zijn hoogste eer beschouwde om in de wegen van de HEERE te wandelen.

hoogten Die nog van Asa's tijd overgebleven, of in het einde zijns levens geplant waren van de Joden, die zo tot de afgoderij genegen waren dat zij ook, niettegenstaande Josafats ijver, niet geheel zijn uitgeroeid; onder, 2 Kron. 20:33 .

Hertaald: hoogten Die nog uit de tijd van Asa waren overgebleven, of tegen het einde van diens leven geplant waren door de Joden, die zo geneigd waren tot afgoderij dat zij, ondanks de ijver van Josafat, niet helemaal uitgeroeid zijn; hieronder 2 Kron. 20:33.

2 Kronieken 17 vers 7

opdat men De zin is dat zij van koningswege het Joodse volk overal zouden vermanen en bevelen, de wet des Heeren uit den mond der priesters en Levieten aan te horen en zich daarnaar te voegen, en alle verhindering met publieke autoriteit te beletten.

Hertaald: opdat men De betekenis is dat zij namens de koning het Joodse volk overal zouden vermanen en gebieden de wet van de HEERE uit de mond van de priesters en Levieten aan te horen en zich daarnaar te richten, en elke belemmering met openbaar gezag te verhinderen.

2 Kronieken 17 vers 9

zij leerden Te weten, de priesters en Levieten.

Hertaald: zij leerden Namelijk: de priesters en Levieten.

2 Kronieken 17 vers 10

verschrikking Dat is, een zeer grote verschrikking. Zie boven, 2 Kron. 14:14 ; idem vergelijk Gen. 13:10 .

Hertaald: verschrikking Dat is: een zeer grote verschrikking. Zie hierboven 2 Kron. 14:14; vergelijk eveneens Gen. 13:10.

2 Kronieken 17 vers 11

met het opgelegde Hebreeuws, en, of, met het zilver des lasts; dat is, met het gezette geld, dat hun opgelegd was jaarlijks als een tribuut of belasting den koningen van Juda te betalen.

Hertaald: met het opgelegde Hebreeuws: en, of: met het zilver van de last; dat is: met het vaste bedrag dat hun opgelegd was om jaarlijks als schatting of belasting aan de koningen van Juda te betalen.

2 Kronieken 17 vers 12

groot; Te weten:<i>I.</i> in rijkdom, boven, vs.5, en onder, 2 Kron. 18:1 ;<i>II.</i> in macht van krijgslieden, onder, vs.14,15, enz.;<i>III.</i> in eer en vermaardheid, boven, vs.5, 10, en onder, 2 Kron. 18:1 . Hebreeuws, hij was, of, werd, gaande, en groot wordende.

Hertaald: groot; Namelijk: I. in rijkdom, hierboven vers 5, en hieronder 2 Kron. 18:1; II. in macht van krijgslieden, hieronder vers 14, 15, enzovoort; III. in eer en aanzien, hierboven vers 5, 10, en hieronder 2 Kron. 18:1. Hebreeuws: hij was, of: werd, voortgaand en groter wordend.

burchten en schatsteden Of, kastelen, sloten. Anders, paleizen.

Hertaald: burchten en schatsteden Of: kastelen, burchten. Anders: paleizen.

2 Kronieken 17 vers 13

veel werks Versta dit werk, niet alleen van gereedschap, middelen en voorraad, die hij tot den oorlog en andere zaken gereed had [gelijk sommigen het Hebreeuwse woord hier nemen], maar ook van den arbeid, het bedrijf en gewoel, hetwelk hij overal daarin had, om alles wel te verzorgen, te beschikken, te maken en in het werk te stellen.

Hertaald: veel werks Versta dit werk niet alleen als het gereedschap, de middelen en de voorraad die hij voor de oorlog en andere zaken gereed had [zoals sommigen het Hebreeuwse woord hier opvatten], maar ook als de inzet, de bedrijvigheid en de drukte die hij overal daarbij had om alles goed te verzorgen, te regelen, te maken en uit te voeren.

2 Kronieken 17 vers 14

telling, Anders, getal, of, overste, bevelhebber, of, bevelhebberschap.

Hertaald: telling, Anders: getal, of: bevelhebber, of: bevelhebberschap.

2 Kronieken 17 vers 15

Naast hem Hebreeuws, aan zijn hand; en zo in het volgende.

Hertaald: Naast hem Hebreeuws: aan zijn hand; en zo ook in het vervolg.

2 Kronieken 17 vers 16

die zich vrijwillig Te weten, om den oorlog des Heeren te voeren tegen de vijanden des lands.

Hertaald: die zich vrijwillig Namelijk: om de oorlog van de HEERE te voeren tegen de vijanden van het land.

2 Kronieken 17 vers 19

waren Of, dienden den koning. Anderen, wachtten op den koning. Versta, dat zij altijd gereed waren om voor hem in den oorlog gebruikt te worden, zo wanneer zij daartoe van hem gelast zouden worden.

Hertaald: waren Of: dienden de koning. Anderen: wachtten op de koning. Versta hieronder dat zij altijd gereed waren om voor hem in de oorlog ingezet te worden, wanneer hij hun daartoe opdracht zou geven.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Michaja (moeder van Abia)  — wie is gelijk de HEERE?

Dochter van Uriël van Gibea; hier genoemd als moeder van koning Abia van Juda (2 Kron. 13:2), terwijl 1 Kon. 15:2 zijn moeder Maächa, dochter van Abisalom, noemt — vermoedelijk is Michaja dezelfde persoon als Maächa, of een naaste verwante van haar.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het wetboek des HEEREN was bij hen  — Josafat zendt in zijn derde jaar vorsten, Levieten en priesters het land door om te onderwijzen: "En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda" (2 Kron. 17:9)

Josafat volgt zijn vader op en versterkt zich tegen Israël. De kroniekschrijver noemt echter eerst iets anders. De HEERE was met hem, omdat hij in de vroegere wegen van zijn vader David wandelde en de Baäls niet zocht (2 Kron. 17:3). Hij zocht de God van zijn vader en wandelde in Zijn geboden, niet naar het doen van Israël (2 Kron. 17:4). Zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN, en hij nam de hoogten en de bossen uit Juda weg (2 Kron. 17:6). In zijn derde jaar zendt hij vijf van zijn vorsten uit, opdat men onderwijs zou geven in de steden van Juda (2 Kron. 17:7). Met hen gaan negen Levieten en twee priesters mee (2 Kron. 17:8). Zij trokken alle steden van Juda rond en onderwezen het volk, en het wetboek des HEEREN was bij hen (2 Kron. 17:9). Wat daarop volgde was geen veldtocht: een verschrikking des HEEREN kwam over de omliggende koninkrijken, zodat zij geen oorlog voerden tegen Josafat (2 Kron. 17:10).

Bijbelse betekenis: Een koning stuurt hier zijn hoogste ambtenaren op weg, niet om belasting te innen of soldaten te lichten, maar om onderwijs te geven. Dat is in de hele geschiedenis van Israël een zeldzaam bericht. Opvallend is de samenstelling van het gezelschap: vorsten, Levieten en priesters trekken samen op, zodat het onderwijs zowel gezag als deskundigheid meekrijgt. Even opvallend is wat er niet gebeurt. De hoogten worden weggenomen, maar met de bijl alleen komt een volk niet verder; wat het volk nodig had, was kennis van de wet. En de volgorde van het hoofdstuk laat zien wat dat opleverde. Eerst het onderricht, dan de rust van buitenaf, dan de rijkdom en de burchten. De sterkte van Juda begon bij een boek dat werd rondgedragen.

Typologie: Onder Ezra ging het na de ballingschap net zo, en daar wordt ook de wijze genoemd: "En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen" (Neh. 8:9). Wat Josafat zijn vorsten opdroeg, draagt Paulus aan Timótheüs op als de blijvende regel voor de gemeente: "Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer" (2 Tim. 4:2).

2 Kron. 17:1-10; Neh. 8:9; 2 Tim. 4:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 17

2 Kronieken 17:16.KruisverwijzingenRichteren 5:9Richteren 5:21 Kronieken 29:92 Korinthe 8:121 Kronieken 29:14Psalmen 110:32 Korinthe 8:31 Kronieken 29:17
— En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden.
Het was een grote zaak voor koning Josafat zo een godvruchtige bevelhebber te hebben: iemand die een leger kon aanvoeren en tegelijk de geboden van God kon gehoorzamen. Christenen behoren christelijke knechten hoog te waarderen, vooral wanneer zij op posten van vertrouwen gesteld zijn. Kunnen wij godvruchtige mensen onze ambten laten bezetten en onze zaken laten behartigen, dan behoren wij dankbaar te zijn en ons best te doen om hen te bemoedigen en te verblijden.

Ik vraag mij af hoe deze man, Amasia, de zoon van Zichri, een knecht van God geworden is. Wij hebben geen geschiedenis van zijn bevinding. Amasia is een man van wie wij niets weten dan dit éne: hij gaf zich vrijwillig aan de Heere over. Hij moet een keerpunt in zijn loopbaan bereikt hebben — een tijd waarin hij voor het eerst de genade van God kende die zo een verandering in hem teweegbracht. Hij moet het ontwaken beleefd hebben van het besef dat God zijn liefde en zijn leven waardig was. Er wordt ons daarover niets gezegd; wij moeten het dus laten onder de sluier die de Schrift over zijn geschiedenis trekt.

Ik zie het somtijds graag dat er mensen tot Hem komen die enig leven in zich hebben, enige gaven bezitten, en die door zich aan de Heere te wijden voor Zijn zaak en koninkrijk door Zijn genade in de komende dagen werkelijk dienst kunnen doen. Er is hard te strijden, en mijn Heere roept om mensen die niet bang zijn dat te doen. Laat alle heldenmoed van het mens-zijn ons tot deze gezegende dienst dringen. Ons wordt niet gevraagd de Heere te dienen omdat Hij ons gemak en genoegen belooft; wij worden veeleer geroepen: Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus (2 Tim. 2:3).

Amasia onderscheidt zich van de andere helden van koning Josafat doordat hij het tot zijn levenswerk maakte de Heere te dienen, en hij deed het vrijwillig. Er is veel waarheid in het oude spreekwoord dat één vrijwilliger twintig dienstplichtigen waard is. Een dienst die vrijwillig gedaan wordt heeft een welriekendheid en een bloei die haar allerliefst en aangenaam maken. Amasia had geen dienstplicht nodig, geen opsporing, geen nazorg, geen aanvoerder.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content