Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Zo ontsliepH7901AbiaH29 met zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892DavidsH1732, en zijn zoonH1121AsaH609 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. In zijn dagenH3117 was het landH776tienH6235jarenH8141stilH8252.Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil.
KJVSo Abijahsleptwith his fathers,and they buriedhim in the cityof David:and Asa2his sonreignedin his stead. In his daysthe landwas quiettenyears.
1וַיִּשְׁכַּ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2אֲבִיָּ֜הH29Abia, AbijaAbiah, Abijah3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּקְבְּר֤וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid9וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10אָסָ֥אH609AsaAsa11בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12תַּחְתָּ֑יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13בְּיָמָ֛יוH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14שָׁקְטָ֥הH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still15הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16עֶ֥שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen17שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
2En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En AsaH609 deed dat goedH2896 en dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEEREN, zijns GodsH430.En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVAnd Asadidthat which was goodand rightin the eyesof the LORDhis God:
3Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want hij namH5493 de altarenH4196 der vreemdenH5236, en de hoogtenH1116wegH5493, en brakH7665 de opgerichte beeldenH4676, en hieuwH1438 de bossenH842 af.Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af.
KJVFor he took awaythe altarsof the strangegods, and the high places,and brake downthe images,and cut downthe groves:
1וַיָּ֛סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבְּח֥וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הַנֵּכָ֖רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)5וְהַבָּמ֑וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave6וַיְשַׁבֵּר֙H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמַּצֵּב֔וֹתH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar9וַיְגַדַּ֖עH1438afgehouwen, afgesneden, afhouwencut (asunder, in sunder, down, off), hew down10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאֲשֵׁרִֽיםH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)
4En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij zeideH559 tot JudaH3063, dat zij den HEERE, den GodH430 hunner vaderenH1, zoekenH1875, en dat zij de wetH8451 en het gebodH4687 doen zouden.En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVAnd commandedJudah4to seekthe LORDGodof their fathers,and to dothe lawand the commandment.
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah3לִדְר֕וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7אֲבוֹתֵיהֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וְלַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9הַתּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw10וְהַמִּצְוָֽהH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept
5Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Hij nam ook wegH5493 uit alle stedenH5892 van JudaH3063 de hoogtenH1116 en de zonnebeeldenH2553; en het koninkrijkH4467 was voor hem stilH8252.Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.
KJVAlso he took awayout of all the cities2of Judah4the high placesand the images:and the kingdomwas quiet6beforehim.
1וַיָּ֨סַר֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַבָּמ֖וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַֽחַמָּנִ֑יםH2553zonnebeeldenidol, image9וַתִּשְׁקֹ֥טH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still10הַמַּמְלָכָ֖הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal11לְפָנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
6Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daartoe bouwdeH1129 hij vasteH4694stedenH5892 in JudaH3063; want het landH776 was stilH8252, en er was geen oorlogH4421 in dieH428jarenH8141 tegen hem, dewijl de HEEREH3068 hem rustH5117 gaf.Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf.
KJVAnd he built3fencedcities5in Judah:2for the land13had rest,and he had no warin those years;because the LORD18had given him rest.21
1וַיִּ֛בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3מְצוּרָ֖הH4694vaste, vastigheden, vestingfenced (city, fort, munition, strong hold4בִּיהוּדָ֑הH3063JudaJudah5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6שָׁקְטָ֣הH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still7הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9עִמּ֤וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10מִלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)11בַּשָּׁנִ֣יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14הֵנִ֥יחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לֽוֹ
7Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Want hij zeideH559 tot JudaH3063: LaatH1961 ons dezeH428stedenH5892bouwenH1129, en murenH2346 daarom trekkenH5437, en torensH4026, deurenH1817 en grendelenH1280, terwijl het landH776 nog is voor ons aangezichtH6440; want wij hebben den HEERE, onzen GodH430, gezochtH1875, wij hebben Hem gezochtH1875, en Hij heeft ons rondomH5439 henen rust gegevenH5117. Zo bouwdenH1129 zij en hadden voorspoedH6743.Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVTherefore he saidunto Judah,7Let us buildthese cities,and make aboutthem walls,and towers,gates,and bars,while the landis yet beforeus; because we have soughtthe LORDour God,we have soughthim, and he hath given us reston every side.So they builtand prospered.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לִֽיהוּדָ֜הH3063JudaJudah3נִבְנֶ֣הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7וְנָסֵ֨בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)8חוֹמָ֣הH2346muur, muren, muurswall, walled9וּמִגְדָּלִים֮H4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following10דְּלָתַ֣יִםH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)11וּבְרִיחִים֒H1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive12עוֹדֶ֨נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14לְפָנֵ֗ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16דָרַ֨שְׁנוּ֙H1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20דָּרַ֕שְׁנוּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely21וַיָּ֥נַֽחH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)22לָ֖נוּ23מִסָּבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side24וַיִּבְנ֖וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely25וַיַּצְלִֽיחוּH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8AsaH609 nu had een heirH2428 van driehonderdH7969duizendH505 uit JudaH3063, rondasH6793 en spiesH7420dragendeH5375, en tweehonderdH3967 en tachtigH8084duizendH505 uit BenjaminH1144, het schildH4043dragendeH5375 en den boogH7198spannendeH1869; al dezen waren kloekeH2428heldenH1368.Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden.
KJVAnd Asahad an army5of men that baretargetsand spears,out of Judahthree9hundred10thousand;6and out of Benjamin,that bareshieldsand drewbows,two hundredand fourscorethousand:7all these were mighty menof valour.
9En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En ZerahH2226, de MoorH3569, kwam tegen hen uit, met een heirH2428 van duizendH505 maal duizendH505, en driehonderdH7969wagenenH4818; en hij kwam tot MaresaH4762 toe.En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe.
KJVAnd there came out1against them Zerahthe Ethiopianwith an hostof a thousandthousand,and threehundredchariots;and cameunto Mareshah.8
1וַיֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֲלֵיהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3זֶ֣רַחH2226Zerah, ZeraZarah, Zerah4הַכּוּשִׁ֗יH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)5בְּחַ֨יִל֙H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)6אֶ֣לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7אֲלָפִ֔יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8וּמַרְכָּב֖וֹתH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)9שְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)10מֵא֑וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13מָרֵשָֽׁהH4762Maresa, MarezaMareshah
10Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen toogH3318AsaH609 tegen hem uit; en zij steldenH6186 de slagordeH4421 in het dalH1516ZefathaH6859 bij MaresaH4762.Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.
KJVThen Asa2went outagainsthim, and they set the battlein arrayin the valleyof Zephathahat Mareshah.
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אָסָ֖אH609AsaAsa3לְפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4וַיַּֽעַרְכוּ֙H6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6בְּגֵ֥יאH1516dal, dalen, valleivalley7צְפַ֖תָהH6859ZefathaZephathah8לְמָרֵשָֽׁהH4762Maresa, MarezaMareshah
11En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En AsaH609riepH7121 tot den HEEREH3068, zijn GodH430, en zeideH559: HEERE, het is niets bij U, te helpenH5826 hetzij den machtigeH7227, hetzij den krachtelozeH369; helpH5826 ons, o HEERE, onze GodH430! Want wij steunenH8172 op U, en in Uw NaamH8034 zijn wij gekomen tegen deze menigteH1995; o HEERE! Gij zijt onze GodH430; laat den sterfelijken mensH582 tegen U niets vermogenH6113.En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.
Ook in dit vers
HEEREH3068
HEEREH3068
HEEREH3068
nietsH369
nietsH408
KJVAnd Asa6criedunto the LORD2his God,and said,LORD,it is nothing with thee to help,whetherwith many,or with them that have no power:helpus, O LORDour God;for we reston thee, and in thy namewe goagainst this multitude.O LORD,thou art our God;let not manprevailagainst thee.
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אָסָ֜אH609AsaAsa3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהָיו֮H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6וַיֹּאמַר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9עִמְּךָ֤H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10לַעְזוֹר֙H5826helpen, geholpen, helperhelp, succour11בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12רַב֙H7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)13לְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14כֹּ֔חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth15עָזְרֵ֜נוּH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour16יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵ֨ינוּ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19עָלֶ֣יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20נִשְׁעַ֔נּוּH8172steunen, gesteund, leundelean, lie, rely, rest (on, self), stay21וּבְשִׁמְךָ֣H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report22בָ֔אנוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24הֶהָמ֖וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult25הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)26יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)27אֱלֹהֵ֨ינוּ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty28אַ֔תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you29אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than30יַעְצֹ֥רH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)31עִמְּךָ֖H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)32אֱנֽוֹשׁH582mannen, lieden, mensanother, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ)
12En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de HEEREH3068plaagdeH5062 de MorenH3569 voor AsaH609 en voor JudaH3063; en de MorenH3569vlodenH5127.En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden.
KJVSo the LORD16smotethe Ethiopians9before15Asa,2and before17Judah;and the Ethiopiansfled.
1וַיִּגֹּ֤ףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכּוּשִׁ֔יםH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)5לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אָסָ֖אH609AsaAsa7וְלִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah9וַיָּנֻ֖סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard10הַכּוּשִֽׁיםH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)
13Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13AsaH609 nu en het volkH5971, dat met hem was, jaagdenH7291 hen na tot GerarH1642 toe; en zo velenH7227vielenH5307 er van de MorenH3569, datH3588 er voor hen geen hervattingH4241 was; wantH3588 zij waren verbrokenH7665 voor den HEEREH3068 en voor Zijn legerH4264; en zij droegenH5375 zeer veelH7235roofsH7998 daarvan.Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.
KJVAnd Asaand the peoplethat were with him pursuedthem unto Gerar:6and the Ethiopianswere overthrown,that they could not recoverthemselves; for they were destroyedbeforethe LORD,10and beforehis host;and they carried awayverymuchspoil.
1וַיִּרְדְּפֵ֨םH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2אָסָ֜אH609AsaAsa3וְהָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עִמּוֹ֮H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7לִגְרָר֒H1642GerarGerar8וַיִּפֹּ֤לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9מִכּוּשִׁים֙H3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)10לְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11לָהֶ֣ם12מִֽחְיָ֔הH4241leeftocht, levens, behoudenis levenspreserve life, quick, recover selves, reviving, sustenance, victuals13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14נִשְׁבְּר֥וּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))15לִפְנֵֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17וְלִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18מַחֲנֵ֑הוּH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents19וַיִּשְׂא֥וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield20שָׁלָ֖לH7998buit, roof, roofsprey, spoil21הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very22מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En zij sloegenH5221 alle stedenH5892rondomH5439GerarH1642; want de verschrikkingH6343 des HEEREN was over hen; en zij beroofdenH962 al de stedenH5892, omdat veelH7227roofsH961 in dezelve was.En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.
KJVAnd they smote4all the citiesround aboutGerar;for the fearof the LORDcame upon them: and they spoiledall the cities;for there was exceeding muchspoilin them.
1וַיַּכּ֗וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הֶֽעָרִים֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5סְבִיב֣וֹתH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side6גְּרָ֔רH1642GerarGerar7כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9פַֽחַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12וַיָּבֹ֨זּוּ֙H962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הֶ֣עָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17בִזָּ֥הH961roof, roofs, berovingprey, spoil18רַבָּ֖הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)19הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20בָהֶֽם
15En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zij sloegenH5221 ook de tentenH168 van het veeH4735, en voerden wegH7617schapenH6629 in menigteH7230, en kemelenH1581; en kwamen weder te JeruzalemH3389.En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אָהֳלֵ֥יH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent3מִקְנֶ֖הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance4הִכּ֑וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5וַיִּשְׁבּ֨וּH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away6צֹ֤אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)7לָרֹב֙H7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)8וּגְמַלִּ֔יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel9וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 14:1— Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil.1 Koningen 2:10→2 Kronieken 9:31→1 Koningen 15:8→1 Koningen 14:31→1 Kronieken 3:10→Mattheüs 1:7→
2 Kronieken 14:2— En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.1 Koningen 15:11→2 Kronieken 31:20→Lukas 1:75→1 Koningen 15:14→
2 Kronieken 14:3— Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af.Deuteronomium 7:5→Exodus 34:13→2 Koningen 23:14→1 Koningen 15:12→2 Kronieken 15:17→Leviticus 26:30→Deuteronomium 7:25→1 Koningen 11:7→
2 Kronieken 14:4— En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden.2 Kronieken 34:32→1 Samuël 3:13→2 Kronieken 11:16→Genesis 18:19→2 Kronieken 30:19→2 Kronieken 29:21→2 Kronieken 29:30→Jozua 24:15→
2 Kronieken 14:5— Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.2 Kronieken 34:4→2 Kronieken 34:7→
2 Kronieken 14:6— Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf.2 Kronieken 15:15→Job 34:29→1 Kronieken 22:9→Jozua 23:1→2 Kronieken 11:5→Richteren 5:31→Richteren 3:11→Richteren 3:30→
2 Kronieken 14:7— Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.2 Kronieken 14:6→2 Kronieken 14:4→Jeremia 29:12→Handelingen 9:31→Johannes 9:4→Hebreeën 3:13→Jozua 23:1→1 Kronieken 28:9→
2 Kronieken 14:8— Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden.2 Kronieken 13:3→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 25:5→2 Kronieken 11:1→
2 Kronieken 14:9— En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe.2 Kronieken 16:8→Jozua 15:44→2 Kronieken 11:8→2 Kronieken 12:2→Micha 1:15→2 Koningen 19:9→Openbaring 16:14→Ezechiël 30:5→
2 Kronieken 14:10— Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.Jozua 19:4→Richteren 1:17→
2 Kronieken 14:11— En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.2 Korinthe 12:9→2 Kronieken 13:18→2 Kronieken 13:14→Romeinen 8:31→1 Samuël 14:6→Psalmen 20:7→1 Kronieken 5:20→Psalmen 18:6→
2 Kronieken 14:12— En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden.2 Kronieken 13:15→1 Korinthe 9:26→Deuteronomium 32:39→Psalmen 60:12→Psalmen 136:17→Deuteronomium 28:7→2 Kronieken 20:22→Exodus 14:25→
2 Kronieken 14:13— Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.Genesis 10:19→Genesis 20:1→Genesis 26:1→2 Kronieken 14:14→1 Samuël 25:28→Jozua 5:14→2 Thessalonicenzen 1:9→Job 6:9→
2 Kronieken 14:14— En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.2 Kronieken 17:10→Genesis 35:5→2 Kronieken 20:29→Romeinen 8:37→Psalmen 48:5→Job 15:21→2 Koningen 7:16→Jozua 5:1→
2 Kronieken 14:15— En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.1 Kronieken 4:41→1 Samuël 30:20→1 Kronieken 5:21→Numeri 31:30→Numeri 31:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 14 vers 1— Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil.
tien jaren stil
Versta dit van de eerste jaren der regering van dezen koning, in welke hij van de heidense volken met vrede gelaten is geweest, hoewel tussen hem en Baesa, den koning Israëls, vijandschap was, die wel van wederzijden uitvallen mocht veroorzaken, maar niet in een geregelden oorlog uitgebroken is. Zie onder, vs.6, en vergelijk de aantekening 1 Kon. 15:16 .
Hertaald:tien jaren stil
Versta dit van de eerste jaren van de regering van deze koning, waarin hij door de heidense volken met rust gelaten werd, hoewel er tussen hem en Baësa, de koning van Israël, vijandschap bestond die wel over en weer schermutselingen kon veroorzaken, maar niet tot een geregelde oorlog is uitgebroken. Zie hieronder vers 6, en vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 15:16.
2 Kronieken 14 vers 2— En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.
dat goed
Zie 1 Kon. 11:33 . Doch versta dezen lof alhier meest van de oprichting van den vervallen godsdienst; alzo onder, 2 Kron. 25:2 , en 2 Kron. 26:4 .
Hertaald:dat goed
Zie 1 Kon. 11:33. Versta deze lof hier vooral als het herstel van de vervallen eredienst; zo ook hieronder 2 Kron. 25:2, en 2 Kron. 26:4.
2 Kronieken 14 vers 3— Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af.
vreemden,
Te weten, òf volken, die de afgoden dienden, welke die van Juda navolgden; òf goden, die zij naar de wijze der heidenen dienden, en die drekgoden genaamd worden; 1 Kon. 15:12 .
Hertaald:vreemden,
Namelijk: óf volken die de afgoden dienden, waarin die van Juda hen navolgden; óf goden die zij op de manier van de heidenen dienden en die drekgoden genoemd worden; 1 Kon. 15:12.
2 Kronieken 14 vers 4— En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden.
zeide tot Juda,
Dat is, hij liet aanzeggen en gebieden aan al de onderzaten van zijn koninkrijk.
Hertaald:zeide tot Juda,
Dat is: hij liet het aankondigen en gebieden aan alle onderdanen van zijn koninkrijk.
de wet
Dat is dat zij hetgeen, dat in de wet geboden was, onderhouden en in het werk stellen zouden. Vergelijk Joz. 22:5 , en onder, 2 Kron. 31:21 .
Hertaald:de wet
Dat is: dat zij zouden onderhouden en in praktijk brengen wat in de wet geboden was. Vergelijk Joz. 22:5, en hieronder 2 Kron. 31:21.
2 Kronieken 14 vers 5— Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.
de hoogten
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:de hoogten
Zie Lev. 26:30.
zonnebeelden;
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:zonnebeelden;
Zie Lev. 26:30.
voor hem stil
Hebreeuws, voor zijn aangezicht; dat is, onder zijn beleid, of, tot zijn eigen best en welvaren; of, als hij dus regeerde; want hij had den zuiveren godsdienst [die den stoel der koningen verzekert] in zijn land hersteld en vernieuwd.
Hertaald:voor hem stil
Hebreeuws: voor zijn aangezicht; dat is: onder zijn bestuur, of: tot zijn eigen welzijn en voorspoed; of: doordat hij zo regeerde; want hij had de zuivere eredienst [die de troon van de koningen verzekert] in zijn land hersteld en vernieuwd.
2 Kronieken 14 vers 6— Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf.
vaste steden
Hebreeuws, steden der vesting, of vastigheid. De zin is dat hij enige open steden besloten heeft en zwak gesterkt. Vergelijk boven, 2 Kron. 11:5 .
Hertaald:vaste steden
Hebreeuws: steden van de vesting, of: van de versterking. De betekenis is dat hij enkele open steden ommuurd en licht versterkt heeft. Vergelijk hierboven 2 Kron. 11:5.
2 Kronieken 14 vers 7— Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.
deze steden bouwen,
Het woord deze geeft te verstaan dat de steden van welke hier gesproken wordt, nog waren, en dat vervolgens de bouwing derzelve te verstaan is van haar versterking, gelijk ook de volgende woorden medebrengen.
Hertaald:deze steden bouwen,
Het woord deze geeft te kennen dat de steden waarover hier gesproken wordt al bestonden, en dat de bouw ervan dus opgevat moet worden als hun versterking, zoals ook de volgende woorden laten zien.
terwijl
Dat is, terwijl wij het land nog met vrede bezitten en gebruiken mogen. Vergelijk Gen. 13:9 .
Hertaald:terwijl
Dat is: terwijl wij het land nog in vrede bezitten en gebruiken mogen. Vergelijk Gen. 13:9.
2 Kronieken 14 vers 8— Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden.
boog spannende;
Hebreeuws, den boog tredende; te weten met den voet; welk wapen wij nog heden den voetboog noemen. Zie 1 Kron. 5:18 , en 1 Kron. 8:40 .
Hertaald:boog spannende;
Hebreeuws: de boog tredend; namelijk met de voet; dit wapen noemen wij nog altijd de voetboog. Zie 1 Kron. 5:18, en 1 Kron. 8:40.
kloeke helden
Dat is, strijdbare en dappere krijgslieden. Het schijnt dat Asa deze heirkracht vergaderd en toegerust heeft, als hij vernomen had dat de koning der Moren hem overvallen wilde.
Hertaald:kloeke helden
Dat is: strijdbare en dappere krijgslieden. Het lijkt erop dat Asa dit leger verzameld en uitgerust heeft toen hij vernomen had dat de koning van de Moren hem wilde overvallen.
2 Kronieken 14 vers 9— En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe.
Maresa toe
Een stad, gelegen in den stam van Juda. Zie boven, 2 Kron. 11:8 .
Hertaald:Maresa toe
Een stad in de stam Juda. Zie hierboven 2 Kron. 11:8.
2 Kronieken 14 vers 10— Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.
Zefátha
Anders, naar Zefat toe. Zie Richt. 1:17 .
Hertaald:Zefátha
Anders: naar Zefat toe. Zie Richt. 1:17.
2 Kronieken 14 vers 11— En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.
het is niets bij U,
Of, het verschilt bij U niet te helpen den machtige, of dengene, die zonder kracht is; of, het is niets bij U, den krachtloze te helpen, komende tussen dengene, die machtig is; dat is, U tegen hem stellende. Of aldus: is het niet bij U te helpen, enz.
Hertaald:het is niets bij U,
Of: het maakt voor U geen verschil de machtige te helpen of degene die zonder kracht is; of: het is voor U niets, de krachteloze te helpen tegenover degene die machtig is; dat is: U tegen hem opstellend. Of zo: is het niet aan U om te helpen, enzovoort.
hetzij den machtige,
Hebreeuws, tussen den machtige, dengene, die geen kracht heeft.
Hertaald:hetzij den machtige,
Hebreeuws: tussen de machtige, degene die geen kracht heeft.
in Uw Naam
Dat is, naar uw wil, onder uw beleid in het vertrouwen op uw hulp, tot uw eer. Zie 2 Kon. 2:24 .
Hertaald:in Uw Naam
Dat is: naar Uw wil, onder Uw bestuur, in het vertrouwen op Uw hulp, tot Uw eer. Zie 2 Kon. 2:24.
tegen U
Dat is, tegen uw volk. Het kwaad, Gods volk aangedaan, is Hem aangedaan, Zach. 2:8 ; Hand. 9:5 .
Hertaald:tegen U
Dat is: tegen Uw volk. Het kwaad dat het volk van God wordt aangedaan, wordt Hemzelf aangedaan, Zach. 2:8; Hand. 9:5.
vermogen
Of, overhand hebben.
Hertaald:vermogen
Of: de overhand hebben.
2 Kronieken 14 vers 13— Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.
Gerar toe;
Zie van deze stad, Gen. 20:1 .
Hertaald:Gerar toe;
Zie over deze stad Gen. 20:1.
hervatting was;
Hebreeuws, geen levendmaking, of levendheid, dat is, geen kracht om zichzelven weder op te helpen en bijeen te vergaderen, dat zij den slag zouden hebben mogen hervatten. Alzo wordt gezegd: En Joab maakte het overige der stad levend, 1 Kron. 11:8 , zie de aantekening aldaar.
Hertaald:hervatting was;
Hebreeuws: geen levendmaking, of: levendheid, dat is: geen kracht om zichzelf weer op te helpen en zich weer te verzamelen, zodat zij de strijd hadden kunnen hervatten. Zo wordt ook gezegd: en Joab maakte het overige van de stad levend, 1 Kron. 11:8, zie de aantekening daar.
zij droegen
Namelijk, die van Juda.
Hertaald:zij droegen
Namelijk: die van Juda.
2 Kronieken 14 vers 14— En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.
de verschrikking
Dat is, een zeer grote verschrikking van God toegezonden. Vergelijk Gen. 35:5 , en zie de aantekening daarop. Alzo onder, 2 Kron. 17:10 , en 2 Kron. 20:29 .
Hertaald:de verschrikking
Dat is: een zeer grote verschrikking door God gezonden. Vergelijk Gen. 35:5, en zie de aantekening daar. Zo ook hieronder 2 Kron. 17:10, en 2 Kron. 20:29.
2 Kronieken 14 vers 15— En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.
tenten van het vee,
Dat is, de inwoners der tenten. Versta, de Arabieren, die in tenten woonden aan de palen der Edomieten en Filistijnen, waarheen de Moren, geslagen zijnde, mogen gevloden zijn; of men kan het verstaan van de Arabieren zelf; 1 Kron. 4:41 .
Hertaald:tenten van het vee,
Dat is: de bewoners van de tenten. Versta hieronder de Arabieren, die in tenten woonden aan de grenzen van de Edomieten en de Filistijnen, waarheen de verslagen Moren gevlucht kunnen zijn; of men kan het betrekken op de Arabieren zelf; 1 Kron. 4:41.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zerah (de Moor) — opgang, glans
Een Cuschitische (Ethiopische) aanvoerder, die met een geweldig leger tegen Asa van Juda optrok, maar bij Maresa door hem verslagen en tot aan Gerar achtervolgd werd (2 Kron. 14:9-15).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Terwijl het land nog is voor ons aangezicht — Asa gebruikt de rust die hij ontving om te bouwen, en zegt erbij waarom het nú moet: "Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht" (2 Kron. 14:7)
Asa's hervorming en zijn volkomen hart zijn reeds behandeld bij 1 Kon. 15:9-15. Eigen stof van de kroniekschrijver is wat Asa met de rust deed. Tien jaren lang was het land stil (2 Kron. 14:1). Hij nam de altaren der vreemden en de hoogten weg, brak de opgerichte beelden en hieuw de bossen af, en gebood Juda de God hunner vaderen te zoeken en de wet en het gebod te doen (2 Kron. 14:3-4). In die stilte bouwde hij vaste steden, want er was geen oorlog in die jaren, omdat de HEERE hem rust gaf (2 Kron. 14:6). Zijn eigen woord verbindt de beide helften. Zij hebben de HEERE gezocht, en Hij heeft hun rondom rust gegeven. Daarom moeten de muren, torens, deuren en grendelen er nu komen, zolang het land nog voor hen ligt (2 Kron. 14:7).
Bijbelse betekenis: Rust is hier een gave, geen verdienste en ook geen vanzelfsprekendheid. Asa behandelt haar als geleende tijd. Hij weet dat de stilte niet blijft, en juist dat maakt hem werkzaam in plaats van traag. Zo gaat lang niet iedereen met rust om: Rehabeam werd sterk, en verliet daarna de wet des HEEREN (2 Kron. 12:1). Er zit bovendien een orde in Asa's handelen. Eerst gaan de vreemde altaren en de beelden weg, en pas daarna worden de muren opgetrokken. Wie zijn verdediging opbouwt terwijl de afgoden blijven staan, versterkt alleen de buitenkant. En de reden die Asa zelf geeft, wijst niet op zijn bouwlust maar op wat God al gedaan heeft.
Typologie: Het Nieuwe Testament kent dezelfde haast: "Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn" (Ef. 5:16). De Heere Jezus zegt het van Zijn eigen werk: "Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan" (Joh. 9:4). Wat Asa over het land zei, geldt voor elke tijd van rust die God geeft.
Het is niets bij U, te helpen — tegenover een leger van duizend maal duizend bidt Asa het gebed van de zwakke: "HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze" (2 Kron. 14:11)
Zerah de Moor trekt op met een heir van duizend maal duizend en driehonderd wagens, en komt tot Maresa toe (2 Kron. 14:9). Asa stelt zich op in het dal Zefatha, en hij bidt voordat er geslagen wordt (2 Kron. 14:10). Zijn gebed is kort en draagt drie gronden aan. Bij God maakt het geen verschil of Hij de machtige of de krachteloze helpt. Zij steunen op Hem en zijn in Zijn Naam tegen deze menigte gekomen. En Hij is hun God; laat daarom de sterfelijke mens tegen Hem niets vermogen (2 Kron. 14:11). Daarop plaagt de HEERE de Moren voor Asa en voor Juda, en zij vluchten (2 Kron. 14:12). De achtervolging loopt tot Gerar toe, en de reden staat er zonder omhaal bij: zij waren verbroken voor de HEERE en voor Zijn leger (2 Kron. 14:13).
Bijbelse betekenis: Asa's leger was niet klein, maar het viel weg tegen wat er tegenover stond. Zijn gebed ontkent dat verschil niet, het verplaatst het. Bij God zijn machtig en krachteloos geen categorieën; de hulp hangt niet aan de ontvanger maar aan de Gever. Wat Asa aandraagt, zijn dan ook geen verdiensten maar verhoudingen: wij steunen op U, wij zijn in Uw Naam gekomen, Gij zijt onze God. Opmerkelijk is ook het slot van dat gebed. Hij vraagt niet allereerst om lijfsbehoud, maar dat de sterfelijke mens tegen God niets zal vermogen. De eer van de HEERE staat voorop, en de redding volgt daaruit.
Typologie: Jonathan sprak dezelfde overtuiging uit vóór zijn opgang naar de bezetting: "want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Sam. 14:6; reeds behandeld). Paulus hoorde er het antwoord op in een heel andere strijd: "Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht" (2 Kor. 12:9).
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenDeuteronomium 7:5→Exodus 34:13→2 Kronieken 34:4→2 Kronieken 15:15→2 Kronieken 16:8→2 Koningen 23:14→1 Koningen 15:12→2 Kronieken 13:3→ — Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil. En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods. Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af. En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden. Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil. Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf. Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed. Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden. En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe. Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa. Van Asa’s 41-jarige regeringstijd wordt ons eerst het eerste tiental jaren als een uitwendig vreedzaam en inwendig loffelijk tijdperk geschilderd; want hij; neemt weg wat van de afgoderij onder zijn voorgangers is ingeslopen, legt vaste steden aan en versterkt zijn krijgsleger. Van welke vrome gezindheid hij was, bewijst hij, als in het 11de jaar van zijn regering de Egyptische koning Zerah met een ontzaglijk leger hem aanvalt; hij neemt zijn toevlucht tot de Heere in het gelovig gebed, behaalt nu ook een glansrijke overwinning en brengt rijken buit mee van het slagveld. (Vergelijk 1 Koningen .15: 9-16).
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:10→2 Kronieken 9:31→1 Koningen 15:8→1 Koningen 14:31→1 Kronieken 3:10→Mattheüs 1:7→— Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil.
Zo ontsliep Abia reeds in het jaar 955 vóór Christus, het derde van zijn regering, met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David (1Ki 2: 10); en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was ten gevolge van de vermelde zegepraal over Israël (Hoofdstuk 13: 15 vv.), het land tien jaren stil, tot 945 voor Christus, welke jaren van vrede toen deels tot herstel van de ware godsdienst, deels tot verzekering van het rijk, door het bouwen van nieuwe vestingen, werd gebruikt (vs. 2 vv.).
Kruisverwijzingen1 Koningen 15:11→2 Kronieken 31:20→Lukas 1:75→1 Koningen 15:14→— En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.
En Asa deed, reeds gedurende de eerst tien jaren van zijn regering, maar met nog meer beslistheid in de volgende vijf jaren, toen de profeet Azaria hem terzijde stond (Hoofdstuk 15: 1 vv.),dat goed en dat recht was in de ogen van de Heere, zijn God, want vóór alle dingen zette hij de moeder van zijn vader, Maächa, af, van het ambt als koningin (Hoofdstuk 15: 16).
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:5→Exodus 34:13→2 Koningen 23:14→1 Koningen 15:12→2 Kronieken 15:17→Leviticus 26:30→Deuteronomium 7:25→1 Koningen 11:7→— Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af.
Want hij nam, nadat hij eenmaal met de wijze van bestuur van zijn beide voorgangers gebroken had, de altaren van de vreemden 1), waarop men de afgoden geofferd had, en de hoogten 2) weg, en brak de voor Baäl opgerichte beelden, en hieuw de bossen, de zullen van Aschera (De 16: 21) af.
Altaren van de vreemden zijn altaren van heidense afgoden.
Onder de hoogten hebben wij te verstaan, de plaatsen, die tegen de Wet in, gebruikt werden, om daarop te offeren aan de Heere. Hieruit blijkt dus, dat het wel in de bedoeling én van Asa én later van zijn zoon Josafath heeft gelegen, om ook die onwettige hoogten weg te nemen, maar dat zij niet van het volk gedaan hebben kunnen krijgen, om hun bevelen in deze te gehoorzamen. Vandaar dan dat we in 1 Koningen .14: 14 lezen, dat de hoogten wel niet werden weggenomen. Niet, omdat Asa het niet bevolen had maar wegens de tegenstand of de onwilligheid van het volk.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:32→1 Samuël 3:13→2 Kronieken 11:16→Genesis 18:19→2 Kronieken 30:19→2 Kronieken 29:21→2 Kronieken 29:30→Jozua 24:15→— En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden.
En hij zei tot Juda, bij gelegenheid van een volksvergadering gelijk aan die, die hij 10 jaren later bijeenriep (Hoofdstuk 15: 9 vv.), dat zij de Heere, de God van hun vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden, om Hem, de Heere, alleen te dienen (Deuteronomium 6: 13; 10: 20).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:4→2 Kronieken 34:7→— Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil.
Hij nam ook weg uit alle steden van Juda, zoals vroeger uit Jeruzalem, de hoogten van Baäl en de zonnebeelden 1), die zich op de altaren daar bevonden (Hoofdstuk 34: 4): en het koninkrijk was voor hem stil, hij genoot gedurende de eerste 19 jaren van zijn heerschappij een ongestoorden vrede, welke rustige tijd hij niet beter meende te kunnen besteden dan tot het herstel van de ware godsdienst.
Zonnebeelden zijn de beelden bij de altaren van Baäl opgericht en hem gewijd als de zonnegod. Men ziet het, dat Asa weer, na David en Salomo, in zijn eerste jaren, Juda niet alleen op zuivere theocratische wijze wil regeren, maar ook een ware reformatie beoogde, opdat de Heere weer in gunst op Zijn volk zou kunnen neerzien. Hij wil, dat zijn onderdanen de Heere zouden dienen en vrezen naar Zijn wet en Zijn geboden (vs. 4). Op dit laatste valt hier al de nadruk.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:15→Job 34:29→1 Kronieken 22:9→Jozua 23:1→2 Kronieken 11:5→Richteren 5:31→Richteren 3:11→Richteren 3:30→— Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf.
Daartoe bouwde hij, gedurende deze tijd, om zijn land ook naar buiten te bevestigen, omdat hem uit Egypte een nieuwe inval dreigde, zoals ten tijde van Rehabeam (Hoofdstuk 12: 2 vv.) vaste steden in Juda (vgl. Hoofdstuk 11: 5 vv): want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, omdat de Heere hem rust gaf.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 14:6→2 Kronieken 14:4→Jeremia 29:12→Handelingen 9:31→Johannes 9:4→Hebreeën 3:13→Jozua 23:1→1 Kronieken 28:9→— Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.
Want hij zei, op een vergadering van zijn rijksstenden, die hij bijeenriep, toen hij deze bouwwerken voornemens was te beginnen, tot Juda: Laat ons deze steden, die ik u opgenoemd heb, bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendels op en aan de muren aanbrengen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht, terwijl wij ons nog vrij daarin bewegen kunnen en vestingen daarin kunnen aanleggen naar welgevallen; want wij hebben de Heere, onze God, gezocht (vs. 4), wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons voor enige tijd rondom heen rust gegeven 1); er kon echter makkelijk een strijd op volgen, en hebben wij eerst de vijand in het land, dan is het te laat voor bouwen. Zo, terwijl de rijksstenden zijn voornemen ondersteunden en hem bij de uitvoering krachtig hielpen, bouwden zij en hadden hierin voorspoed, omdat geen enkele hinderpaal hen hierbij trof.
Asa erkende deze gift van de Vader van de lichten, en zo moeten wij ook dankbaar erkennen, de rust en de vrede, naar ziel en lichaam, of ten aanzien van onze huisgezinnen, en die van ons land, waarmee God ons zegenen mocht. De koning erkende deze rust als een gevolg van het zoeken, dienen en eren van God. Men weet bij bevinding, hoe goed het zij, de Heere te zoeken, omdat het ons de aangenaamste in- en uitwendige rust bezorgt, omdat in tegendeel het zoeken van de wereld met gedurige onrust, moeilijkheid, kwelling en verdriet gepaard gaat.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:3→2 Kronieken 17:14→2 Kronieken 25:5→2 Kronieken 11:1→— Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden.
Asa nu had een leger van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spiesdragend, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragend en de boog spannend (1 Kronieken 8: 40): al dezen, tezamen 580.000 man, waren kloeke helden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Jozua 15:44→2 Kronieken 11:8→2 Kronieken 12:2→Micha 1:15→2 Koningen 19:9→Openbaring 16:14→Ezechiël 30:5→— En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe.
En Zerah, de tweede koning van de 22ste dynastie, opvolger van Sisak, bij Manetha Osorchon I geheten (1Ki 3: 1), de Moor een Ethiopiër van geboorte, kwam in het jaar 944 vóór Christus tegen hen, de in vs. 8 beschreven leger van het rijk van Juda uit, met een leger, dat uit krijgers van alle volken van het ontzaglijke rijk, uit Egypte, Ethiopië en Lybië (Hoofdstuk 16: 8) samengesteld was, en een getal van duizend maal duizend 1) man bedroeg, en driehonderd wagens; en hij kwam tot Maresa toe, een van de door Rehabeam tegen Egypte aangelegde vestingen (Hoofdstuk 11: 8), zuidelijk van Eleutheropolis.
Duizend maal duizend is een uitdrukking, om een onnoemelijk groot aantal aan te duiden, waar van de juiste opgave niet gegeven kan worden. Wat Zerah betreft, velen houden hem voor dezelfde, die bij Manetha Osorchon I genoemd wordt, terwijl anderen, zoals de bekende Egyptoloog Brugsch beweert, dat hij niet een Egyptisch, maar een Moors koning geweest is, die Egypte zegevierend is doorgetrokken.
KruisverwijzingenJozua 19:4→Richteren 1:17→— Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.
Toen toog Asa tegen hem uit; en zij, de wederzijdse legers, stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa, in de schone opene dalvlakte, die van Eleutheropolis tot naar Maresa zich uitstrekt.
Kruisverwijzingen2 Korinthe 12:9→2 Kronieken 13:18→2 Kronieken 13:14→Romeinen 8:31→1 Samuël 14:6→Psalmen 20:7→1 Kronieken 5:20→Psalmen 18:6→— En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.
En Asa, toen hij de slag beginnen zou, riep tot de Heere, zijn God, die hij tot dusver zo ijverig gediend had, en zei: Heere! het is niets bij U (1 Samuel .14: 6 te helpen, hetzij de machtige, hetzij de krachteloze 1): help ons, o Heere, onze God! want wij steunen op U, en in Uw naam
zijn wij gekomen tegen deze menigte (Hoofdstuk 20: 12); o Heere! Gij zijt onze God, laat de sterfelijke mens tegen U niets vermogen; daarom vrezen wij ook niet, ofschoon wij veel zwakker zijn dan onze vijanden, indien Gij slechts met en voor ons strijdt.
Anderen, zoals Keil, vertalen: Niemand is nevens u, om te helpen tussen een machtige en een onmachtige. De zin is dan deze, dat het alleen God is, die de machteloze, de weinig vermogende tegen de sterkere de overwinning kan geven. Asa spreekt het hier daarom uit, dat hij al zijn hoop gezet heeft op de Heere, maar vraagt ook om diens machtige bescherming en hulp.
In Uw Naam, wil hier niet zeggen, op Uw bevel, maar, in vertrouwen, dat Gij het als uw zaak zult beschouwen, rekenend op Uw bijstand en Uw hulp. De koning van Juda zegt het hier uitdrukkelijk, dat hij de oorlog tegen de Moren beschouwt als een oorlog van de Heere en vast gelooft, dat God hem en zijn volk niet aan hun lot zal overlaten.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:15→1 Korinthe 9:26→Deuteronomium 32:39→Psalmen 60:12→Psalmen 136:17→Deuteronomium 28:7→2 Kronieken 20:22→Exodus 14:25→— En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden.
En de Heere, zo’n gelovig, vertrouwend gebed ter ere van Zijn naam verhorend, plaagde
de Moren, sloeg hen als het ware met eigen hand (2 Kronieken 13: 15), voor het aangezicht van Asa en voor het aangezicht van Juda; en de Moren vluchtten, niettegenstaande hun grote overmacht.
In het Hebr. Wajiggoof. Het werkwoord kan wel betekenen, met een plaag bezoeken, zoals Exod.7: 25; 8: 2, maar als het in een krijgsbericht gebruikt wordt, betekent het verslaan, op de vlucht slaan, en zo moet dan hier ook vertaald worden: De Heere sloeg de Moren op de vlucht. Door Asa op zijn smeken hulp te verlenen, Zijn Goddelijke bijstand te schenken, moesten de Moren de vlucht nemen. Daarom wordt ook in vs. 13 het leger van Juda het leger van de Heere genoemd, als er staat: “Want zij waren verbroken voor de Heere en voor Zijn leger.”
KruisverwijzingenGenesis 10:19→Genesis 20:1→Genesis 26:1→2 Kronieken 14:14→1 Samuël 25:28→Jozua 5:14→2 Thessalonicenzen 1:9→Job 6:9→— Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.
Asa nu en het krijgsvolk, dat met hem was, joeg hen na tot Gerar toe, de Filistijnse stad in het uiterste zuiden van het land (Genesis20: 1); en zo velen vielen er van de Moren, de strijders van de Ethiopische koning (vs. 9),dat er voor hen geen hervatting was, dat zij zich niet meer in slagorde konden stellen; want zij waren verbroken voor de Heere en voor Zijn leger, de kinderen van Juda, die Hij zelf tot de zegepraal leidde; en zij, de kinderen van Juda, droegen zeer veel door, buit, daarvan.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 17:10→Genesis 35:5→2 Kronieken 20:29→Romeinen 8:37→Psalmen 48:5→Job 15:21→2 Koningen 7:16→Jozua 5:1→— En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.
En zij, Asa met het volk, dat bij hem was (vs. 13), sloegen alle steden rondom Gerar, welks Filistijnse bewoners zich bij het leger van Zerah hadden aangesloten; want de verschrikking 1) van de Heere was over hen, dat zij in het geheel geen tegenweer durfden bieden; en zij, de kinderen van Juda, beroofden al de steden daar, omdat veel door in deze was.
De verschrikking van de Heere wil zeggen, de vrees voor zijn Almacht, waardoor zij, niettegenstaande hun talrijk leger, het niet konden winnen van de kleine legermacht van Juda.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 4:41→1 Samuël 30:20→1 Kronieken 5:21→Numeri 31:30→Numeri 31:9→— En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.
En zij sloegen ook de tenten van het vee, de Nomadenstammen in de zuidelijk van Gerar gelegen woestijn, en voerden, als buit, weg schapen in menigte, en kamelen; en kwamen, van daar terugkerend, weer te Jeruzalem.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 14
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenDeuteronomium 7:5→Exodus 34:13→2 Kronieken 34:4→2 Kronieken 15:15→2 Kronieken 16:8→2 Koningen 23:14→1 Koningen 15:12→2 Kronieken 13:3→
— Zo ontsliep Abia met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids, en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het land tien jaren stil. En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods. Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en hieuw de bossen af. En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden. Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil. Daartoe bouwde hij vaste steden in Juda; want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, dewijl de HEERE hem rust gaf. Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed. Asa nu had een heir van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spies dragende, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragende en den boog spannende; al dezen waren kloeke helden. En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe. Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa.
Van Asa’s 41-jarige regeringstijd wordt ons eerst het eerste tiental jaren als een uitwendig vreedzaam en inwendig loffelijk tijdperk geschilderd; want hij; neemt weg wat van de afgoderij onder zijn voorgangers is ingeslopen, legt vaste steden aan en versterkt zijn krijgsleger. Van welke vrome gezindheid hij was, bewijst hij, als in het 11de jaar van zijn regering de Egyptische koning Zerah met een ontzaglijk leger hem aanvalt; hij neemt zijn toevlucht tot de Heere in het gelovig gebed, behaalt nu ook een glansrijke overwinning en brengt rijken buit mee van het slagveld. (Vergelijk 1 Koningen .15: 9-16).
Zo ontsliep Abia reeds in het jaar 955 vóór Christus, het derde van zijn regering, met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David (1Ki 2: 10); en zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was ten gevolge van de vermelde zegepraal over Israël (Hoofdstuk 13: 15 vv.), het land tien jaren stil, tot 945 voor Christus, welke jaren van vrede toen deels tot herstel van de ware godsdienst, deels tot verzekering van het rijk, door het bouwen van nieuwe vestingen, werd gebruikt (vs. 2 vv.).
En Asa deed, reeds gedurende de eerst tien jaren van zijn regering, maar met nog meer beslistheid in de volgende vijf jaren, toen de profeet Azaria hem terzijde stond (Hoofdstuk 15: 1 vv.),dat goed en dat recht was in de ogen van de Heere, zijn God, want vóór alle dingen zette hij de moeder van zijn vader, Maächa, af, van het ambt als koningin (Hoofdstuk 15: 16).
Want hij nam, nadat hij eenmaal met de wijze van bestuur van zijn beide voorgangers gebroken had, de altaren van de vreemden 1), waarop men de afgoden geofferd had, en de hoogten 2) weg, en brak de voor Baäl opgerichte beelden, en hieuw de bossen, de zullen van Aschera (De 16: 21) af.
Altaren van de vreemden zijn altaren van heidense afgoden.
Onder de hoogten hebben wij te verstaan, de plaatsen, die tegen de Wet in, gebruikt werden, om daarop te offeren aan de Heere. Hieruit blijkt dus, dat het wel in de bedoeling én van Asa én later van zijn zoon Josafath heeft gelegen, om ook die onwettige hoogten weg te nemen, maar dat zij niet van het volk gedaan hebben kunnen krijgen, om hun bevelen in deze te gehoorzamen. Vandaar dan dat we in 1 Koningen .14: 14 lezen, dat de hoogten wel niet werden weggenomen. Niet, omdat Asa het niet bevolen had maar wegens de tegenstand of de onwilligheid van het volk.
En hij zei tot Juda, bij gelegenheid van een volksvergadering gelijk aan die, die hij 10 jaren later bijeenriep (Hoofdstuk 15: 9 vv.), dat zij de Heere, de God van hun vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden, om Hem, de Heere, alleen te dienen (Deuteronomium 6: 13; 10: 20).
Hij nam ook weg uit alle steden van Juda, zoals vroeger uit Jeruzalem, de hoogten van Baäl en de zonnebeelden 1), die zich op de altaren daar bevonden (Hoofdstuk 34: 4): en het koninkrijk was voor hem stil, hij genoot gedurende de eerste 19 jaren van zijn heerschappij een ongestoorden vrede, welke rustige tijd hij niet beter meende te kunnen besteden dan tot het herstel van de ware godsdienst.
Zonnebeelden zijn de beelden bij de altaren van Baäl opgericht en hem gewijd als de zonnegod. Men ziet het, dat Asa weer, na David en Salomo, in zijn eerste jaren, Juda niet alleen op zuivere theocratische wijze wil regeren, maar ook een ware reformatie beoogde, opdat de Heere weer in gunst op Zijn volk zou kunnen neerzien. Hij wil, dat zijn onderdanen de Heere zouden dienen en vrezen naar Zijn wet en Zijn geboden (vs. 4). Op dit laatste valt hier al de nadruk.
Daartoe bouwde hij, gedurende deze tijd, om zijn land ook naar buiten te bevestigen, omdat hem uit Egypte een nieuwe inval dreigde, zoals ten tijde van Rehabeam (Hoofdstuk 12: 2 vv.) vaste steden in Juda (vgl. Hoofdstuk 11: 5 vv): want het land was stil, en er was geen oorlog in die jaren tegen hem, omdat de Heere hem rust gaf.
Want hij zei, op een vergadering van zijn rijksstenden, die hij bijeenriep, toen hij deze bouwwerken voornemens was te beginnen, tot Juda: Laat ons deze steden, die ik u opgenoemd heb, bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendels op en aan de muren aanbrengen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht, terwijl wij ons nog vrij daarin bewegen kunnen en vestingen daarin kunnen aanleggen naar welgevallen; want wij hebben de Heere, onze God, gezocht (vs. 4), wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons voor enige tijd rondom heen rust gegeven 1); er kon echter makkelijk een strijd op volgen, en hebben wij eerst de vijand in het land, dan is het te laat voor bouwen. Zo, terwijl de rijksstenden zijn voornemen ondersteunden en hem bij de uitvoering krachtig hielpen, bouwden zij en hadden hierin voorspoed, omdat geen enkele hinderpaal hen hierbij trof.
Asa erkende deze gift van de Vader van de lichten, en zo moeten wij ook dankbaar erkennen, de rust en de vrede, naar ziel en lichaam, of ten aanzien van onze huisgezinnen, en die van ons land, waarmee God ons zegenen mocht. De koning erkende deze rust als een gevolg van het zoeken, dienen en eren van God. Men weet bij bevinding, hoe goed het zij, de Heere te zoeken, omdat het ons de aangenaamste in- en uitwendige rust bezorgt, omdat in tegendeel het zoeken van de wereld met gedurige onrust, moeilijkheid, kwelling en verdriet gepaard gaat.
Asa nu had een leger van driehonderd duizend uit Juda, rondas en spiesdragend, en tweehonderd en tachtig duizend uit Benjamin, het schild dragend en de boog spannend (1 Kronieken 8: 40): al dezen, tezamen 580.000 man, waren kloeke helden.
En Zerah, de tweede koning van de 22ste dynastie, opvolger van Sisak, bij Manetha Osorchon I geheten (1Ki 3: 1), de Moor een Ethiopiër van geboorte, kwam in het jaar 944 vóór Christus tegen hen, de in vs. 8 beschreven leger van het rijk van Juda uit, met een leger, dat uit krijgers van alle volken van het ontzaglijke rijk, uit Egypte, Ethiopië en Lybië (Hoofdstuk 16: 8) samengesteld was, en een getal van duizend maal duizend 1) man bedroeg, en driehonderd wagens; en hij kwam tot Maresa toe, een van de door Rehabeam tegen Egypte aangelegde vestingen (Hoofdstuk 11: 8), zuidelijk van Eleutheropolis.
Duizend maal duizend is een uitdrukking, om een onnoemelijk groot aantal aan te duiden, waar van de juiste opgave niet gegeven kan worden. Wat Zerah betreft, velen houden hem voor dezelfde, die bij Manetha Osorchon I genoemd wordt, terwijl anderen, zoals de bekende Egyptoloog Brugsch beweert, dat hij niet een Egyptisch, maar een Moors koning geweest is, die Egypte zegevierend is doorgetrokken.
Toen toog Asa tegen hem uit; en zij, de wederzijdse legers, stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa, in de schone opene dalvlakte, die van Eleutheropolis tot naar Maresa zich uitstrekt.
En Asa, toen hij de slag beginnen zou, riep tot de Heere, zijn God, die hij tot dusver zo ijverig gediend had, en zei: Heere! het is niets bij U (1 Samuel .14: 6 te helpen, hetzij de machtige, hetzij de krachteloze 1): help ons, o Heere, onze God! want wij steunen op U, en in Uw naam
zijn wij gekomen tegen deze menigte (Hoofdstuk 20: 12); o Heere! Gij zijt onze God, laat de sterfelijke mens tegen U niets vermogen; daarom vrezen wij ook niet, ofschoon wij veel zwakker zijn dan onze vijanden, indien Gij slechts met en voor ons strijdt.
Anderen, zoals Keil, vertalen: Niemand is nevens u, om te helpen tussen een machtige en een onmachtige. De zin is dan deze, dat het alleen God is, die de machteloze, de weinig vermogende tegen de sterkere de overwinning kan geven. Asa spreekt het hier daarom uit, dat hij al zijn hoop gezet heeft op de Heere, maar vraagt ook om diens machtige bescherming en hulp.
In Uw Naam, wil hier niet zeggen, op Uw bevel, maar, in vertrouwen, dat Gij het als uw zaak zult beschouwen, rekenend op Uw bijstand en Uw hulp. De koning van Juda zegt het hier uitdrukkelijk, dat hij de oorlog tegen de Moren beschouwt als een oorlog van de Heere en vast gelooft, dat God hem en zijn volk niet aan hun lot zal overlaten.
En de Heere, zo’n gelovig, vertrouwend gebed ter ere van Zijn naam verhorend, plaagde
de Moren, sloeg hen als het ware met eigen hand (2 Kronieken 13: 15), voor het aangezicht van Asa en voor het aangezicht van Juda; en de Moren vluchtten, niettegenstaande hun grote overmacht.
In het Hebr. Wajiggoof. Het werkwoord kan wel betekenen, met een plaag bezoeken, zoals Exod.7: 25; 8: 2, maar als het in een krijgsbericht gebruikt wordt, betekent het verslaan, op de vlucht slaan, en zo moet dan hier ook vertaald worden: De Heere sloeg de Moren op de vlucht. Door Asa op zijn smeken hulp te verlenen, Zijn Goddelijke bijstand te schenken, moesten de Moren de vlucht nemen. Daarom wordt ook in vs. 13 het leger van Juda het leger van de Heere genoemd, als er staat: “Want zij waren verbroken voor de Heere en voor Zijn leger.”
Asa nu en het krijgsvolk, dat met hem was, joeg hen na tot Gerar toe, de Filistijnse stad in het uiterste zuiden van het land (Genesis20: 1); en zo velen vielen er van de Moren, de strijders van de Ethiopische koning (vs. 9),dat er voor hen geen hervatting was, dat zij zich niet meer in slagorde konden stellen; want zij waren verbroken voor de Heere en voor Zijn leger, de kinderen van Juda, die Hij zelf tot de zegepraal leidde; en zij, de kinderen van Juda, droegen zeer veel door, buit, daarvan.
En zij, Asa met het volk, dat bij hem was (vs. 13), sloegen alle steden rondom Gerar, welks Filistijnse bewoners zich bij het leger van Zerah hadden aangesloten; want de verschrikking 1) van de Heere was over hen, dat zij in het geheel geen tegenweer durfden bieden; en zij, de kinderen van Juda, beroofden al de steden daar, omdat veel door in deze was.
De verschrikking van de Heere wil zeggen, de vrees voor zijn Almacht, waardoor zij, niettegenstaande hun talrijk leger, het niet konden winnen van de kleine legermacht van Juda.
En zij sloegen ook de tenten van het vee, de Nomadenstammen in de zuidelijk van Gerar gelegen woestijn, en voerden, als buit, weg schapen in menigte, en kamelen; en kwamen, van daar terugkerend, weer te Jeruzalem.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel