Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschiedde nu, als RehabeamH7346 het koninkrijkH4438bevestigdH3559 had, en hij sterkH2393 geworden was, dat hij de wetH8451 des HEERENH3068verlietH5800, en gansH3605IsraelH3478metH5973 hem.Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
KJVAnd it came to pass, when Rehoboam4had established2the kingdom,3and had strengthened5himself, he forsook6the law8of the LORD,9and all Israel11with him.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּהָכִ֞יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed3מַלְכ֤וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal4רְחַבְעָם֙H7346RehabeamRehoboam5וּכְחֶזְקָת֔וֹH2393sterk, sterke, versterktstrength(-en self), (was) strong6עָזַ֖בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תּוֹרַ֣תH8451wet, wetten, leerlaw9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
2Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Daarom geschieddeH1961 het, in het vijfdeH2549jaarH8141 van den koningH4428RehabeamH7346, dat SisakH7895, de koningH4428 van EgypteH4714, tegenH5921JeruzalemH3389optoogH5927 (wantH3588 zij hadden overtredenH4603 tegen den HEEREH3068),Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
KJVAnd it came to pass, that in the fifth3year2of king4Rehoboam5Shishak7king8of Egypt9came up6against Jerusalem,11because they had transgressed13against the LORD,14
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּשָּׁנָ֤הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3הַֽחֲמִישִׁית֙H2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)4לַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5רְחַבְעָ֔םH7346RehabeamRehoboam6עָלָ֛הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7שִׁישַׁ֥קH7895SisakShishak8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מָעֲל֖וּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)14בַּיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Met duizendH505 en tweehonderdH3967wagenenH7393, en met zestigH8346duizendH505ruiterenH6571; en des volksH5971 was geenH369getalH4557, datH834metH5973 hem kwamH935 uit EgypteH4714, Libiers, SuchietenH5525 en MorenH3569;Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
Ook in dit vers
LibyersH3864
KJVWith twelve hundred2chariots,3and threescore4thousand1horsemen:6and the people9were without number8that came11with him out of Egypt;13the Lubims,14the Sukkiims,15and the Ethiopians.16
1בְּאֶ֤לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand2וּמָאתַ֨יִם֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore3רֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon4וּבְשִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score5אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6פָּרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman7וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8מִסְפָּ֗רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time9לָעָ֞םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בָּ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עִמּוֹ֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14לוּבִ֥יםH3864Libyers, Libye, LybeaLubim(-s), Libyans15סֻכִּיִּ֖יםH5525SuchietenSukkiims16וְכוּשִֽׁיםH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)
4En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij namH3920 de vasteH4694stedenH5892 in, dieH834JudaH3063 had, en hij kwamH935totH5704JeruzalemH3389 toe.En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
KJVAnd he took1the fenced4cities3which pertained to Judah,6and came7to Jerusalem.9
1וַיִּלְכֹּ֛דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הַמְּצֻר֖וֹתH4694vaste, vastigheden, vestingfenced (city, fort, munition, strong hold5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לִֽיהוּדָ֑הH3063JudaJudah7וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
5Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen kwamH935SemajaH8098, de profeetH5030, totH413RehabeamH7346 en de overstenH8269 van JudaH3063, dieH834 te JeruzalemH3389verzameldH622 waren, uit oorzaakH6440 van SisakH7895, en hij zeideH559totH413 hen: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: GijH859 hebt Mij verlatenH5800, daarom heb IkH589 u ook verlatenH5800 in de handH3027 van SisakH7895.Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
KJVThen came3Shemaiah1the prophet2to Rehoboam,5and to the princes6of Judah,7that were gathered together9to Jerusalem11because12of Shishak,13and said14unto them, Thus saith17the LORD,18Ye have forsaken20me, and therefore have I also22left24you in the hand26of Shishak.27
1וּֽשְׁמַֽעְיָ֤הH8098SemajaShemaiah2הַנָּבִיא֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet3בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5רְחַבְעָ֔םH7346RehabeamRehoboam6וְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נֶאֶסְפ֥וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13שִׁישָׁ֑קH7895SisakShishak14וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15לָהֶ֜ם16כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder17אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20עֲזַבְתֶּ֣םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely21אֹתִ֔יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22וְאַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea23אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who24עָזַ֥בְתִּיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely25אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves27שִׁישָֽׁקH7895SisakShishak
6Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen verootmoedigdenH3665 zich de overstenH8269 van IsraelH3478 en de koningH4428, en zij zeidenH559: De HEEREH3068 is rechtvaardigH6662.Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
KJVWhereupon the princes2of Israel3and the king4humbled1themselves; and they said,5The LORD7is righteous.6
7Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als nu de HEEREH3068zagH7200, datH3588 zij zich verootmoedigdenH3665, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413SemajaH8098, zeggendeH559: Zij hebben zich verootmoedigdH3665, Ik zal hen nietH3808verdervenH7843; maar Ik zal hun in kort ontkomingH6413gevenH5414, dat Mijn grimmigheidH2534 over JeruzalemH3389 door de handH3027 van SisakH7895nietH3808 zal uitgegotenH5413 worden.Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
KJVAnd when the LORD2saw1that they humbled4themselves, the word6of the LORD7came to Shemaiah,9saying,10They have humbled11themselves; therefore I will not destroy13them, but I will grant14them some16deliverance;17and my wrath20shall not be poured out19upon Jerusalem21by the hand22of Shishak.23
1וּבִרְא֤וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4נִכְנָ֔עוּH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue5הָיָה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9שְׁמַֽעְיָ֧הH8098SemajaShemaiah10לֵאמֹ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11נִכְנְע֖וּH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אַשְׁחִיתֵ֑םH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לָהֶ֤ם16כִּמְעַט֙H4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very17לִפְלֵיטָ֔הH6413ontkomen, ontkoming, ontkomenendeliverance, (that is) escape(-d), remnant18וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19תִתַּ֧ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)20חֲמָתִ֛יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)21בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem22בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23שִׁישָֽׁקH7895SisakShishak
8Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DochH3588 zij zullen hem tot knechtenH5650 zijn, opdat zij onderkennenH3045 Mijn dienstH5656, en den dienstH5656 van de koninkrijkenH4467 der landenH776.Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
KJVNevertheless they shall be his servants;4that they may know5my service,6and the service7of the kingdoms8of the countries.9
1כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3ל֖וֹ4לַעֲבָדִ֑יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וְיֵדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6עֲב֣וֹדָתִ֔יH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought7וַעֲבוֹדַ֖תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought8מַמְלְכ֥וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal9הָאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
9Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo toogH5927SisakH7895, de koningH4428 van EgypteH4714, op tegen JeruzalemH3389; en hij namH3947 de schattenH214 van het huisH1004 des HEERENH3068 en de schattenH214 van het huisH1004 des koningsH4428wegH3947; hij namH3947allesH3605wegH3947; hij namH3947 ook al de goudenH2091schildenH4043wegH3947, dieH834SalomoH8010gemaaktH6213 had.Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
KJVSo Shishak2king3of Egypt4came up1against Jerusalem,6and took away7the treasures9of the house10of the LORD,11and the treasures13of the king's15house;14he took18all: he carried away19also the shields21of gold22which Solomon25had made.24
1וַיַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2שִׁישַׁ֥קH7895SisakShishak3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4מִצְרַיִם֮H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יְרוּשָׁלִַם֒H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֹצְר֣וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)10בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֹֽצְרוֹת֙H214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)14בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18לָקָ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19וַיִּקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מָגִנֵּ֣יH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield22הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
10En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de koningH4428RehabeamH7346maakteH6213, in plaatsH8478 van die, koperenH5178schildenH4043; en hij bevalH6485 die onder de handH3027 van de overstenH8269 der trawantenH7323, die de deurH6607 van het huisH1004 des koningsH4428bewaardenH8104.En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
KJVInstead of which king2Rehoboam3made1shields5of brass,6and committed7them to the hands9of the chief10of the guard,11that kept12the entrance13of the king's15house.14
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3רְחַבְעָם֙H7346RehabeamRehoboam4תַּחְתֵּיהֶ֔םH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5מָגִנֵּ֖יH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield6נְחֹ֑שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel7וְהִפְקִ֗ידH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11הָרָצִ֔יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post12הַשֹּׁ֣מְרִ֔יםH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place14בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
11En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het geschieddeH1961, zo wanneer de koningH4428 in het huisH1004 des HEERENH3068 ging, dat de trawantenH7323kwamenH935, en die droegenH5375, en die wederbrachtenH7725 in der trawantenH7323wachtkamerH8372.En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
KJVAnd when2the king4entered3into the house5of the LORD,6the guard8came7and fetched9them, and brought them again10into the guard13chamber.12
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִדֵּיH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when3ב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בָּ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8הָרָצִים֙H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post9וּנְשָׂא֔וּםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10וֶהֱשִׁב֖וּםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12תָּ֥אH8372kamertjes, kamertje, wachtkamer(little) chamber13הָרָצִֽיםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post
12En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En als hij zich verootmoedigdeH3665, keerdeH7725 de toornH639 des HEERENH3068 van hem af, opdat Hij hem nietH3808 ten uitersteH3617 toe verdierfH7843; ookH1571warenH1961 in JudaH3063 nog goedeH2896 dingen.En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
KJVAnd when he humbled1himself, the wrath4of the LORD5turned2from him, that he would not destroy7him altogether:8and also in Judah10things12went well.13
1וּבְהִכָּֽנְע֗וֹH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue2שָׁ֤בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3מִמֶּ֨נּוּ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7לְהַשְׁחִ֖יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)8לְכָלָ֑הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance9וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10בִּֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah11הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12דְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13טוֹבִֽיםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
13Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo versterkteH2388 zich de koning RehabeamH7346 in JeruzalemH3389, en regeerdeH4427; want RehabeamH7346 was eenH259 en veertigH705jarenH8141oudH1121, als hij koning werd, en hij regeerdeH4427zeventienH7651jarenH8141 in JeruzalemH3389, de stadH5892, dieH834 de HEEREH3068 uit alleH3605stammenH7626 van IsraelH3478verkorenH977 had, om Zijn NaamH8034daarH8033 te zettenH7760; en de naamH8034 zijner moederH517 was NaamaH5279, een AmmonietischeH5985.Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
Ook in dit vers
koningH4427
koningH4428
KJVSo king2Rehoboam3strengthened1himself in Jerusalem,4and reigned:5for Rehoboam11was one9and forty8years10old7when he began to reign,12and he reigned16seventeen13years15in Jerusalem,17the city18which the LORD21had chosen20out of all the tribes27of Israel,28to put22his name24there. And his mother's30name29was Naamah31an Ammonitess.32
1וַיִּתְחַזֵּ֞קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3רְחַבְעָ֛םH7346RehabeamRehoboam4בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5וַיִּמְלֹ֑ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty9וְאַחַ֣תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10שָׁנָה֩H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11רְחַבְעָ֨םH7346RehabeamRehoboam12בְּמָלְכ֜וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely13וּֽשֲׁבַ֨עH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14עֶשְׂרֵ֥הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)15שָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)16מָלַ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely17בִּֽירוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem18הָ֠עִירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בָּחַ֨רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require21יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22לָשׂ֨וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24שְׁמ֥וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report25שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither26מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)27שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe28יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael29וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report30אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting31נַעֲמָ֖הH5279Naama, NaemaNaamah32הָֽעַמֹּנִֽיתH5985AmmonietischeAmmonite(-ss)
14En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was, dewijlH3588 hij zijn hartH3820nietH3808richtteH3559, om den HEEREH3068 te zoekenH1875.En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
KJVAnd he did1evil,2because he prepared5not his heart6to seek7the LORD.9
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרָ֑עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5הֵכִין֙H3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed6לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom7לִדְר֖וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De geschiedenissenH1697 nu van RehabeamH7346, de eersteH7223 en de laatsteH314, zijn dieH1992nietH3808geschrevenH3789 in de woordenH1697 van SemajaH8098, den profeetH5030, en IddoH5714, den zienerH2374, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgenH4421 van RehabeamH7346 en JerobeamH3379 in alH3605 hun dagenH3117?De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
Ook in dit vers
verhalende geslachtsregisterenH3187
KJVNow the acts1of Rehoboam,2first3and last,4are they not written7in the book8of Shemaiah9the prophet,10and of Iddo11the seer12concerning genealogies?13And there were wars14between Rehoboam15and Jeroboam16continually.18
1וְדִבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2רְחַבְעָ֗םH7346RehabeamRehoboam3הָרִאשֹׁנִים֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past4וְהָאֲ֣חַרוֹנִ֔יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most5הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הֵ֨םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7כְּתוּבִ֜יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)8בְּדִבְרֵ֨יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9שְׁמַֽעְיָ֧הH8098SemajaShemaiah10הַנָּבִ֛יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11וְעִדּ֥וֹH5714IddoIddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי)12הַחֹזֶ֖הH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer13לְהִתְיַחֵ֑שׂH3187geslachtsregisters, geslachtsregister, geslachtsrekening(number after, number throughout the) genealogy (to be reckoned), be reckoned by genealogies14וּמִלְחֲמ֧וֹתH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)15רְחַבְעָ֛םH7346RehabeamRehoboam16וְיָרָבְעָ֖םH3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
16En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En RehabeamH7346ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en werd begravenH6912 in de stadH5892DavidsH1732; en zijn zoonH1121AbiaH29 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
KJVAnd Rehoboam2slept1with his fathers,4and was buried5in the city6of David:7and Abijah9his son10reigned8in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2רְחַבְעָם֙H7346RehabeamRehoboam3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּקָּבֵ֖רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בְּעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid8וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely9אֲבִיָּ֥הH29Abia, AbijaAbiah, Abijah10בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 12:1— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.2 Kronieken 11:17→2 Kronieken 12:13→2 Kronieken 26:13→1 Koningen 14:22→Micha 6:16→Deuteronomium 8:10→Hosea 13:6→Deuteronomium 32:15→
2 Kronieken 12:2— Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),1 Koningen 11:40→Psalmen 106:43→Klaagliederen 5:15→Jeremia 44:22→Nehemia 9:26→2 Kronieken 7:19→Jeremia 2:19→Jesaja 63:10→
2 Kronieken 12:3— Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→Daniël 11:43→Jesaja 43:3→Genesis 10:6→1 Samuël 13:5→Openbaring 9:16→Richteren 6:5→
2 Kronieken 12:4— En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.2 Kronieken 11:5→Jesaja 10:11→Jesaja 36:1→Jesaja 8:8→Jeremia 5:10→2 Koningen 18:17→
2 Kronieken 12:5— Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→1 Koningen 12:22→Jeremia 2:19→2 Samuël 24:14→2 Kronieken 12:1→Jeremia 5:19→Richteren 10:9→
2 Kronieken 12:6— Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.Exodus 9:27→Daniël 9:14→Klaagliederen 1:18→Richteren 1:7→2 Kronieken 33:19→Exodus 10:3→Jeremia 13:15→2 Kronieken 32:26→
2 Kronieken 12:7— Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.2 Kronieken 34:25→2 Koningen 13:4→Lukas 15:18→Openbaring 14:10→Psalmen 79:6→Jeremia 7:20→Jesaja 42:25→Openbaring 16:2→
2 Kronieken 12:8— Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.Deuteronomium 28:47→Jesaja 26:13→Nehemia 9:36→Hosea 8:10→Jeremia 10:24→Richteren 3:1→
2 Kronieken 12:9— Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.2 Kronieken 9:15→1 Koningen 10:16→1 Koningen 14:25→Klaagliederen 1:10→2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→1 Koningen 15:18→
2 Kronieken 12:10— En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.1 Koningen 14:27→Hooglied 3:7→Klaagliederen 4:1→2 Samuël 23:23→1 Kronieken 11:25→2 Samuël 8:18→
2 Kronieken 12:12— En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.2 Kronieken 19:3→2 Kronieken 12:6→1 Koningen 14:13→Klaagliederen 3:22→1 Petrus 5:6→Jesaja 57:15→Klaagliederen 3:33→2 Kronieken 33:12→
2 Kronieken 12:13— Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.1 Koningen 14:21→Deuteronomium 12:5→2 Kronieken 6:6→Nehemia 13:26→Exodus 20:24→Psalmen 48:1→Nehemia 13:1→Deuteronomium 23:3→
2 Kronieken 12:14— En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.2 Kronieken 19:3→Psalmen 57:7→Ezechiël 33:31→1 Korinthe 16:13→Jesaja 45:19→Mattheüs 7:7→Jesaja 55:6→Psalmen 78:37→
2 Kronieken 12:15— De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?2 Kronieken 9:29→2 Kronieken 12:5→1 Koningen 12:22→2 Kronieken 13:22→1 Koningen 14:29→
2 Kronieken 12:16— En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.1 Kronieken 3:10→2 Kronieken 11:20→1 Koningen 14:29→Mattheüs 1:7→2 Kronieken 13:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 12 vers 1— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
als Rehábeam
Te weten, na drie jaren, in welke hij David en Salomo nagewandeld had. Zie boven, 2 Kron. 11:17 .
Hertaald:als Rehábeam
Namelijk: na drie jaar, waarin hij David en Salomo nagevolgd had. Zie hierboven 2 Kron. 11:17.
de wet
Dat is, verviel van de ware leer, den zuiveren godsdienst en oprechten wandel, van de wet Gods voorgeschreven. Vergelijk Deut. 32:15 ; 1 Kon. 18:18 ; boven, 2 Kron. 7:19 , en onder, 2 Kron. 13:11 ; Job 6:14 ; Spr. 2:13 ; Jes. 1:4 ; Jer. 2:13 , enz.
Hertaald:de wet
Dat is: hij viel af van de ware leer, de zuivere eredienst en de oprechte levenswandel die door de wet van God waren voorgeschreven. Vergelijk Deut. 32:15; 1 Kon. 18:18; hierboven 2 Kron. 7:19, en hieronder 2 Kron. 13:11; Job 6:14; Spr. 2:13; Jes. 1:4; Jer. 2:13, enzovoort.
gans Israël
Dat is, Juda en de Israëlieten, die onder Juda sorteerden, zie 1 Kon. 12:17 ; want de andere stammen waren tevoren door Jerobeam tot afwijking gebracht. Versta evenwel dezen afval alzo, dat God zijn uitverkoren overblijfsel heeft gehad, bestaande uit de profeten, als Ahia, Semaja, Iddo en enigen der priesters, Levieten en der gemeente, die de profeten gehoor gevende, zich van de besmettingen der afgoderij zuiver gehouden hebben. Zie onder, vs.12.
Hertaald:gans Israël
Dat is: Juda en de Israëlieten die onder Juda vielen, zie 1 Kon. 12:17; want de andere stammen waren al eerder door Jerobeam tot afval gebracht. Versta deze afval echter zo, dat God een uitverkoren overblijfsel gehad heeft, bestaande uit de profeten, zoals Ahia, Semaja, Iddo, en sommigen van de priesters, Levieten en de gemeente, die door aan de profeten gehoor te geven zich zuiver gehouden hebben van de besmettingen van de afgoderij. Zie hieronder vers 12.
2 Kronieken 12 vers 2— Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
Sisak,
Zie 1 Kon. 14:25 .
Hertaald:Sisak,
Zie 1 Kon. 14:25.
hadden
Zie van hun gruwelijke zonden tegen de eerste en de tweede tafel bedreven, 1 Kon. 14:23-24 .
Hertaald:hadden
Zie over hun gruwelijke zonden tegen de eerste en de tweede tafel van de wet 1 Kon. 14:23-24.
2 Kronieken 12 vers 3— Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
Libyërs,
Een volk in Afrika, palende aan Egypte. Zie van dezelve ook Dan. 11:43 ; Nah. 3:9 .
Hertaald:Libyërs,
Een volk in Afrika, grenzend aan Egypte. Zie hierover ook Dan. 11:43; Nah. 3:9.
Suchieten
Anders genoemd Troglodieten, ook een volk in Afrika.
Hertaald:Suchieten
Elders Troglodieten genoemd, ook een volk in Afrika.
Moren;
Hebreeuws, Kuschim; de Kusieten, dat is, de Moren en Arabieren. Zie Gen. 10:6 .
Hertaald:Moren;
Hebreeuws: Kuschim; de Kusieten, dat is: de Moren en Arabieren. Zie Gen. 10:6.
2 Kronieken 12 vers 4— En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
vaste steden in,
Vergelijk boven, 2 Kron. 11:5 .
Hertaald:vaste steden in,
Vergelijk hierboven 2 Kron. 11:5.
2 Kronieken 12 vers 5— Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
Semája,
Zie van dezen profeet ook 1 Kon. 12:22 en de aantekening.
Hertaald:Semája,
Zie over deze profeet ook 1 Kon. 12:22 en de aantekening.
uit oorzaak
Of, vanwege. Hebreeuws, van het aangezicht. Anders, uit vrees.
Hertaald:uit oorzaak
Of: vanwege. Hebreeuws: van het aangezicht. Anders: uit vrees.
2 Kronieken 12 vers 6— Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
verootmoedigden
Te weten, bekennende met het hart en belijdende met den mond de goddeloosheid en ongerechtigheid hunner zonden en de rechtvaardigheid van Gods straf.
Hertaald:verootmoedigden
Namelijk: door met het hart te erkennen en met de mond te belijden de goddeloosheid en ongerechtigheid van hun zonden en de rechtvaardigheid van Gods straf.
Israël
Dat is, der Israëlieten, die onder het gebied van Rehabeam stonden.
Hertaald:Israël
Dat is: van de Israëlieten die onder het gezag van Rehabeam stonden.
2 Kronieken 12 vers 7— Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
in kort
Of, na weinig, te weten, tijds, alzo Job 32:22 ; Ps. 2:12 , en Ps. 81:15 ; of, een kleine verlossing, of, wat weinigs ter verlossing.
Hertaald:in kort
Of: na weinig, namelijk tijd, zo ook Job 32:22; Ps. 2:12, en Ps. 81:15; of: een kleine verlossing, of: iets weinigs tot verlossing.
ontkoming
Dat is, verlossing.
Hertaald:ontkoming
Dat is: verlossing.
niet zal uitgegoten worden
Dat is, mijn gramschap zal zover niet gaan, dat Jeruzalem zou uitgeroeid en het volk gevankelijk weggevoerd worden; gelijk eindelijk geschied is door Nebukadnezer, den koning van Babel, 2Ki 25 , en onder, 2Ch 36 ; Jer 52 . Anders, zal niet druipen; dat is, niet lang duren.
Hertaald:niet zal uitgegoten worden
Dat is: Mijn toorn zal niet zo ver gaan dat Jeruzalem uitgeroeid en het volk gevangen weggevoerd zou worden, zoals ten slotte gebeurd is door Nebukadnezar, de koning van Babel, 2 Kon. 25, en hieronder 2 Kron. 36; Jer. 52. Anders: zal niet druppelen; dat is: niet lang duren.
2 Kronieken 12 vers 8— Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
hem tot knechten zijn,
Dat is, zij zullen hem de stad moeten overgeven, rantsoen betalen, laten wegnemen wat hij hebben wil, en zulke conditiën des vredes ontvangen, als het hem believen zal te geven.
Hertaald:hem tot knechten zijn,
Dat is: zij zullen hem de stad moeten overgeven, losgeld betalen, laten wegnemen wat hij hebben wil, en zulke vredesvoorwaarden aanvaarden als het hem zal behagen te geven.
opdat zij
Te weten, hoe gelukzalig de staat is dergenen, die Mij dienen en gehoorzamen naar mijn woord; en daarentegen hoe zwaar en rampzalig het is, de afgodische, en tirannische koningen der aarde, naar hun gierigen en hoogmoedigen lust te dienen.
Hertaald:opdat zij
Namelijk: hoe gelukkig de staat is van hen die Mij dienen en gehoorzamen naar Mijn woord, en daarentegen hoe zwaar en rampzalig het is de afgodische en tirannieke koningen van de aarde naar hun hebzuchtige en hoogmoedige begeerte te dienen.
koninkrijken
Of, aardse koninkrijken.
Hertaald:koninkrijken
Of: aardse koninkrijken.
2 Kronieken 12 vers 9— Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
schatten
Te weten, hem [zo het schijnt] van den koning en het volk te nemen toegelaten als het rantsoen van de stad, om niet met geweld van wapenen overvallen en geplunderd te worden.
Hertaald:schatten
Namelijk: die hij [zo lijkt het] toestond van de koning en het volk te nemen als het losgeld voor de stad, om niet met wapengeweld overvallen en geplunderd te worden.
hij nam alles weg;
Zie 1 Kon. 14:26 .
Hertaald:hij nam alles weg;
Zie 1 Kon. 14:26.
2 Kronieken 12 vers 10— En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
der trawanten,
Zie 1 Kon. 14:27 .
Hertaald:der trawanten,
Zie 1 Kon. 14:27.
2 Kronieken 12 vers 11— En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
die droegen,
Te weten, schilden.
Hertaald:die droegen,
Namelijk: schilden.
wachtkamer
Zie 1 Kon. 14:28 .
Hertaald:wachtkamer
Zie 1 Kon. 14:28.
2 Kronieken 12 vers 12— En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
hij zich verootmoedigde,
Namelijk, de koning, met bewijs van leedschap en bekering.
Hertaald:hij zich verootmoedigde,
Namelijk: de koning, met blijk van berouw en bekering.
goede dingen
Als eerstelijk de wet van Mozes;<i>II.</i> het woord der profeten;<i>III.</i> de besnijdenis;<i>IV.</i> nog wat van den zuiveren godsdienst;<i>V.</i> enige ware gelovigen en godvruchtigen, die hun weg niet bedorven hadden; om welke dingen alle God de stad nog verschoonde; gelijk Hij met Sodom zou gedaan hebben, zo zelfs maar tien rechtvaardigen daarin waren geweest, Gen. 18:32 . Vergelijk hiermede boven, de aantekening vs.1.
Hertaald:goede dingen
Zoals ten eerste de wet van Mozes; II. het woord van de profeten; III. de besnijdenis; IV. nog iets van de zuivere eredienst; V. enkele ware gelovigen en godvrezenden, die hun weg niet bedorven hadden; om al deze dingen spaarde God de stad nog, zoals Hij ook met Sodom gedaan zou hebben als er zelfs maar tien rechtvaardigen in geweest waren, Gen. 18:32. Vergelijk hiermee de aantekening hierboven bij vers 1.
2 Kronieken 12 vers 13— Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
Zijn Naam
Zie 1 Kon. 8:29 .
Hertaald:Zijn Naam
Zie 1 Kon. 8:29.
2 Kronieken 12 vers 14— En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
zijn hart
Hoewel de mens dit niet kan doen door de kracht zijner natuur, maar alleen door de genade der wedergeboorte, Jer. 31:18 ; Matt. 7:18 ; Joh. 15:5 , zo is hij nochtans verbonden dat te doen, en strafbaar als hij het niet doet, omdat de schuld bij hem is dat hij het niet doet en niet kan doen.
Hertaald:zijn hart
Hoewel de mens dit niet kan doen uit eigen natuurlijke kracht, maar alleen door de genade van de wedergeboorte, Jer. 31:18; Matth. 7:18; Joh. 15:5, is hij toch verplicht dit te doen, en strafbaar als hij het niet doet, omdat de schuld bij hem ligt dat hij het niet doet en niet kan doen.
HEERE te zoeken
Zie boven, 2 Kron. 11:16 .
Hertaald:HEERE te zoeken
Zie hierboven 2 Kron. 11:16.
2 Kronieken 12 vers 15— De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
woorden
Anders, in de boeken, of in het boek. Zie boven, 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:woorden
Anders: in de boeken, of: in het boek. Zie hierboven 2 Kron. 9:29.
Semája,
Zie 1 Kon. 12:22 .
Hertaald:Semája,
Zie 1 Kon. 12:22.
Iddo,
Zie boven, 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:Iddo,
Zie hierboven 2 Kron. 9:29.
verhalende
Anders, in het verhaal van de geslachtsregisters; of, in de geslachtsregisters; dat is, in het boek, beschrijvende de geslachten der koningen, genaamd de historie van den profeet Iddo, onder, 2 Kron. 13:22 .
Hertaald:verhalende
Anders: in het verhaal van de geslachtsregisters; of: in de geslachtsregisters; dat is: in het boek dat de geslachten van de koningen beschrijft, de geschiedenis van de profeet Iddo genoemd, hieronder 2 Kron. 13:22.
daartoe
Dat is, zijn ook in dezelfde woorden niet beschreven de krijgen, enz.
Hertaald:daartoe
Dat is: in diezelfde woorden zijn ook niet beschreven de oorlogen, enzovoort.
in al hun dagen?
Dat is, die hun levenlang geduurd hebben. Of, en de krijgen Rehabeams en Jerobeams waren al [hun] dagen; dat is, zolang als zij leefden.
Hertaald:in al hun dagen?
Dat is: die hun hele leven geduurd hebben. Of: en de oorlogen van Rehabeam en Jerobeam waren al [hun] dagen; dat is: zolang zij leefden.
2 Kronieken 12 vers 16— En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
Abia
Anders genaamd Abiam, 1 Kon. 14:31 , en 1 Kon. 15:1 , enz.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Iddo (de ziener) — op tijd, geschikt (onzeker)
Een ziener/profeet, wiens geschriften de geschiedenissen van Rehabeam en Abia beschreven (2 Kron. 12:15; 13:22); mogelijk dezelfde Iddo die ook over Salomo en Jerobeam schreef (vgl. 2 Kron. 9:29).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Opdat zij onderkennen Mijn dienst — God spaart Jeruzalem bij Sisaks inval, maar niet zonder les: "Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen" (2 Kron. 12:8)
Zodra Rehabeam het koninkrijk bevestigd heeft en sterk geworden is, verlaat hij de wet des HEEREN, en heel Israël met hem (2 Kron. 12:1). In het vijfde jaar trekt Sisak van Egypte op met een overmacht aan wagens en ruiters, en met volk zonder getal (2 Kron. 12:2-3). Hij neemt de vaste steden in en komt tot Jeruzalem toe (2 Kron. 12:4). Dan komt de profeet Semaja tot de koning en de oversten met één zin die alles verklaart: "Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak" (2 Kron. 12:5). Zij verweren zich niet, maar belijden dat de HEERE rechtvaardig is (2 Kron. 12:6). Daarop wordt het oordeel niet ingetrokken maar verkort: God zal hen niet verderven en Zijn grimmigheid niet door Sisaks hand over Jeruzalem uitgieten (2 Kron. 12:7). Wel blijven zij hem onderworpen, en daar wordt een doel bij genoemd (2 Kron. 12:8). De schatten van tempel en paleis worden weggevoerd, en de gouden schilden vervangen door koperen; dat is reeds behandeld bij De koperen schilden in plaats van de gouden (1 Kon. 14:25-28).
Bijbelse betekenis: Hier staat waarom God soms een halve verlossing geeft. Volledige uitredding zou juist de les hebben weggenomen die de dienstbaarheid leren moet: het verschil tussen het dienen van God en het dienen van vreemde koningen. Israël had die vergelijking nooit gemaakt zolang het goed ging. Wie God verlaat, komt niet in de vrijheid terecht, maar bij een andere heer, en die heer voert de schatten weg. De verootmoediging van koning en oversten is echt, en God erkent haar ook; toch laat Hij het juk voorlopig staan. Dat is geen halfslachtigheid maar onderwijs. Het vervolg toont ook waar het bij Rehabeam bleef steken: hij versterkte zich en regeerde, maar deed wat kwaad was, omdat hij zijn hart niet richtte om de HEERE te zoeken (2 Kron. 12:13-14).
Typologie: De wet had deze les vooraf aangezegd: "Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles; Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen" (Deut. 28:47-48). Tegenover die vreemde dienst staat het woord van Christus over de Zijne: "Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht" (Matt. 11:30). Wat Juda door verdrukking moest leren, biedt Christus vrijwillig aan.
2 Kronieken 12:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:17→2 Kronieken 12:13→2 Kronieken 26:13→1 Koningen 14:22→Micha 6:16→Deuteronomium 8:10→Hosea 13:6→Deuteronomium 32:15→ — Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem. Rehabeam was niet in staat de gevaren van de voorspoed te verdragen. Hij vergat de Heere Die hem had doen voorspoedig zijn; en in de hoogmoed van zijn hart week hij af tot de afgoden.
2 Kronieken 12:2.Kruisverwijzingen1 Koningen 11:40→Psalmen 106:43→Klaagliederen 5:15→Jeremia 44:22→Nehemia 9:26→2 Kronieken 7:19→Jeremia 2:19→Jesaja 63:10→ — Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE), Dat was Sisaks eigen reden niet om tegen Jeruzalem op te trekken. Hij had gehoord van de rijkdom van Salomo, en zonder twijfel kwam hij om de buit die het paleis en de tempel hem zouden opleveren. Maar God bestuurt de lagere drijfveren van mensen vaak tot het volbrengen van Zijn eigen voornemen. Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent, zei Hij van Kores. Zo gordde Hij ook Sisak tot de tuchtiging van Israël, hoewel Sisak Hem niet kende.
2 Kronieken 12:3-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→2 Kronieken 11:5→Daniël 11:43→Jesaja 43:3→Genesis 10:6→1 Samuël 13:5→Openbaring 9:16→ — Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren; En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe. Hoe ijdel is de mens wanneer hij zich beroemt op de sterkte van zijn vestingwerken! Deze vaste steden vielen in één keer als huizen van kaarten voor de macht van de machtige koning van Egypte en de ontzaglijke horden die hem begeleidden. Rehabeam had zijn kracht besteed aan het aanleggen van deze verdedigingswerken, en hoe snel bleken zij waardeloos. Gezegend is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is; maar vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt.
2 Kronieken 12:5-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→Exodus 9:27→Daniël 9:14→1 Koningen 12:22→Jeremia 2:19→2 Samuël 24:14→2 Kronieken 12:1→ — Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig. Dit is nu juist het wezen van de ware verootmoediging: de erkenning dat God rechtvaardig is in welke straf Hij ook om onze zonde over ons brengt. Het is een heel korte volzin, maar er ligt een grote volheid van betekenis in: De HEERE is rechtvaardig.
2 Kronieken 12:7-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:25→Deuteronomium 28:47→Jesaja 26:13→2 Koningen 13:4→Lukas 15:18→Openbaring 14:10→Psalmen 79:6→Jeremia 7:20→ — Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen. Dit is een heel leerrijke uitdrukking. Ik geloof dat God, wanneer Zijn volk van Hem afdwaalt, het soms in grote dienstbaarheid laat vallen, opdat het het verschil zou beseffen tussen Zijn gelukkige dienst en de slavernij waarin het door een andere heer gehouden wordt. Alle meesters aan wie wij ons gemoed en ons hart overgeven zullen tirannen blijken te zijn, behalve de gezegende Vredevorst. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht; maar alle andere jukken drukken vroeg of laat de schouders open. En God heeft Zijn dwalende volk dat soms zo bitter doen gevoelen dat het verlangde weer terug te keren tot de dienst van zijn God.
Is het niet bedroevend te denken dat de grote God, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, uit alle bewoners van de wereld maar één volk had — en dat het Zijne door verkiezing, door roeping en door verbond — en dat het toch voortdurend van Hem vermoeid werd? Andere volken verwisselden hun goden niet. Het was zeldzaam dat een volk in die dagen zijn afgoden wegwierp. Maar Israël, dat alleen de ware God had terwijl de anderen goden hadden die niets dan afgoden waren, verliet de levende en waarachtige God om er de goden van de heidenen in Zijn plaats te stellen, die het geen goed konden doen. Dit verschijnsel van de menselijke natuur — het najagen van afgoden en het verlaten van de ware God — wordt onophoudelijk vernieuwd. Wij hebben datzelfde zelfs in de gemeente van God, die nooit tevreden schijnt te zijn met een zuivere liefde tot Christus, maar de ene vreemde minnaar na de andere najaagt.
Verkiezen wij het te leven voor zondig vermaak, dan zijn wij een slavernij ingegaan waarbij vergeleken de dienst van God licht en aangenaam is. Wat de strengste vorm van godsdienst ook van ons vraagt, hij zal nooit zoveel van ons eisen als de zonde doet. Ik tart de wereld te twijfelen aan de uitspraak dat de dienst van de zonde de vreselijkste van alle slavernijen is. Wanneer mensen zich daaraan overgeven en hun begeerten de heerschappij krijgen, dan is de zwaarste lijfeigenschap die ooit op aarde bestond nog vrijheid te noemen vergeleken met de gebondenheid aan iemands eigen begeerten. Er is een groot verschil tussen de dienst van God en elke andere dienst. De dienst van God is verrukkelijk. Als een jong mens de dienst van God ingaat, wordt er niets van hem gevraagd dat hem schaden zal. Geen enkel gebod van God zal, als wij het houden, ons lichaam of onze ziel benadelen. Er zal niets van ons gevraagd worden dan wat tot ons voordeel is — niets dat werkelijk tot ons verlies zou zijn. Als het al een tegenwoordig verlies schijnt in te houden, dan zal het toch tot toekomstige winst gekeerd worden, want God zal het ten beste besturen tot ons blijvend welzijn. Niets dat ons in de dienst van God ontzegd wordt, zou een zegen voor ons geweest zijn. Het is goed zo te wandelen dat wij rechtdoor kunnen gaan al lag er een graf op onze weg — en er dwars door heen, en er aan de andere zijde weer uit.
2 Kronieken 12:10-12.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→2 Kronieken 12:6→1 Koningen 14:13→1 Koningen 14:27→Hooglied 3:7→Klaagliederen 4:1→2 Samuël 23:23→1 Kronieken 11:25→ — En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden. En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer. En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen. Sisak plunderde het volk niet; hij stelde zich tevreden met de buit van de tempel en het paleis. Dat waren betrekkelijk milde voorwaarden voor een overwonnen volk, en men vraagt zich af hoe zo machtig een koning als Sisak zich in die dagen daarmee kon vergenoegen. Maar God heeft de harten van alle mensen in Zijn hand, en zelfs wanneer Hij een machtige vijand tegen Zijn volk laat uittrekken, houdt Hij hem toch in zoverre Hij wil. Wat een barmhartigheid is het voor ons dat er, wanneer God ons kastijdt, een einde aan komt! Het is altijd met mate; Hij laat de volheid en de felheid van Zijn toorn niet los, zoals Hij dat in de eeuwigheid over de verworpenen zal doen. Maar wanneer Hij Zijn roede op ons legt, telt Hij elke slag. Veertig slagen op één na was alles wat een Israëliet had te verduren; en God blijft zeker vaak ver onder dat getal wanneer Hij met ons handelt.
Er staat dat het in Juda goed ging — of liever: dat het er tamelijk goed ging. Er was een betrekkelijke voorspoed; zij waren niet geheel voorspoedig, want zij stonden niet geheel recht met God. Maar er was een voldoende deel godvruchtige mensen — de puriteinse, de bevindelijke partij was sterk genoeg in het land — dat God er nog met gunst op neerzag, al was die niet ongemengd met afkeuring; want de partij die de afgoden diende, de partij van de bijgelovigen, de partij die bij de wereld hoorde, was nog zeer sterk.
2 Kronieken 12:14.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→Psalmen 57:7→Ezechiël 33:31→1 Korinthe 16:13→Jesaja 45:19→Mattheüs 7:7→Jesaja 55:6→Psalmen 78:37→ — En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken. Rehabeam had zijn goede kanten. Hij deed soms goed. En toch is dit, wanneer alles bij elkaar opgeteld wordt, de slotsom: hij deed dat kwaad was. Een reden daarvoor was, denk ik, dat hij een slechte moeder had. Vlak voor de samenvatting van zijn leven wordt ons gezegd: de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische (vers 13) — een van Salomo’s vele vrouwen. Maar zij was een afgodische vrouw, een Ammonietische. En het is weinig wonderlijk dat, waar de moeder buitengewoon slecht was, de samenvatting van het leven van de zoon zou zijn dat hij deed dat kwaad was.
Maar de Schrift geeft dit niet als de reden waarom Rehabeam kwaad deed. Het was “dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken”. God zal ieder richten naar zijn eigen daden; en al zouden wij ongelukkigerwijs geboren zijn uit de godloosste ouders die ooit geleefd hebben, er is geen reden waarom Gods genade niet bij ons in ons geslacht zou kunnen beginnen te werken. Er staat niet dat Rehabeam kwaad deed omdat hij van een verdorven inborst was, of omdat hij sterke begeerten had, of omdat hij door en door een slechte kerel was. Nee, dat was hij niet; hij deed kwaad om iets dat hij niet deed. Hij begon zijn leven niet met God te zoeken; en daarom begon hij het dwaas. Hij begon goed, en in de eerste drie jaren van zijn regering diende het volk God. Maar zij begonnen te dienen in de bossen in plaats van naar de tempel te Jeruzalem te komen. Erger nog: zij richtten beelden en afgodische pilaren op. En Rehabeam bekommerde zich daar niet om. Wanneer het volk God vreesde, was het hem goed; maar volgden zij Astoreth, dan mochten zij doen wat zij wilden. Hij was ten slotte niets meer dan een jong heerser die meende dat het voornaamste werk van een koning was zichzelf te vermaken. Wij zien hoe gemakkelijk Rehabeam eerst naar God ging, dan naar de afgoden, en dan weer terug naar God. Hij was altijd bereid te schuiven en te veranderen. Hij bracht geen grote hervormingen in het land tot stand. Er was niets werkelijks en blijvends in zijn godsdienst; die hield hem niet vast. Hij hield hem soms vast, maar die hield nooit hém vast.
2 Kronieken 12:15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:29→2 Kronieken 12:5→1 Koningen 12:22→2 Kronieken 13:22→1 Koningen 14:29→ — De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen? Waar zijn die boeken nu? Het doet volstrekt niet ter zake waar zij zijn. Er zijn nog vele andere boeken vergaan omdat zij niet ingegeven waren. Het waren boeken van geslachtsregisters, waardevol in hun tijd; maar als zij ons geestelijk van enig nut geweest waren, zouden zij bewaard zijn. Nu dan, aangezien andere oude boeken klaarblijkelijk verloren gegaan zijn, laten wij God van harte danken dat de ingegeven boeken voor ons bewaard zijn. Door wat een doorlopend wonder van de voorzienigheid elke ingegeven letter in wezen gebleven is, zou moeilijk te zeggen zijn; maar wij behoren de Heere gestadig te prijzen dat er uit het boek van deze profetie geen regel is weggenomen.
III. Vs. 1-16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→2 Kronieken 11:17→1 Koningen 11:40→2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→Exodus 9:27→2 Kronieken 12:13→ — Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem. Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE), Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren; En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe. Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig. Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen. Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had. En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden. Nadat Rehabeam zich in zijn heerschappij bevestigd heeft, wordt hij overmoedig en gerust, valt van de Heere af, en laat toe dat alle gruwelen van de heidense afgodendienst in zijn rijk de overhand nemen; daarvoor voort nu weldra Gods strafgericht, in een vijandelijke inval van de Egyptische koning Sisak, die hem al zijn vestingen ontneemt en ook tegen Jeruzalem optrekt. Wel verootmoedigt zich de koning met zijn oversten voor de Heere, En deze kastijdt slechts met mate en wil hem niet ten uiterste toe verderven, zodat het met een plundering van de schatten en een tijdelijke schatting-betaling afloopt, maar Rehabeam richt ook thans zijn hart niet om de Heere te zoeken en sterft als iemand, die in zijn leven geweest is als een bedrieglijke boog (Hosea 7: 16) (Vergelijk 1 Koningen .14: 21-31).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:17→2 Kronieken 12:13→2 Kronieken 26:13→1 Koningen 14:22→Micha 6:16→Deuteronomium 8:10→Hosea 13:6→Deuteronomium 32:15→— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
Het geschiedde nu, toen Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij in het jaar 971 vóór Christus, de wet van de Heere verliet 1), deels door het vertrouwen op zijn sterke kastelen en de bloeiende toestand van zijn rijk gerust geworden, deels door de nadelige invloed van de koningin-moeder Naäma (vs. 13) en zijn lievelingsgade Maächa (Hoofdstuk 11: 20 vv.); en gans Israël met hem, want er werden hoogten gemaakt, beelden en bossen op allen hogen heuvel en onder elke groene boom opgericht en schandjongens geduld in het land (1 Koningen .14: 23 vv.).
Rehabeam, evenals Jeschurun, vet en machtig geworden zijnde, zijn Rijk bevestigd ziende, zijn troon verzekerd en niets, zo hij dacht, van buiten voor hem of de zijnen te vrezen hebbend, sloeg de verzenen tegen de prikkels, en vergat zijn God, menend nu veilig en sterk genoeg te zijn en de godsdienst niet meer nodig te hebben. Zo bederft de voorspoed de dwazen, en het zijn sterke benen, die de weelde kunnen dragen. Als het de mens wèl gaat naar het vlees, en zij dan geen gevaar meer te vrezen hebben, zijn ze dikwijls maar al te gereed, om tot de algoede God te zeggen: Wijk van ons, want aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust.
Met nadruk wordt hier door de gewijde Schrijver op de voorgrond gesteld, dat de zonde van afgoderij is een verlaten van de wet van de Heere en een verachten van de ordinantiën van God, en dat daarom, als straks de koning van Egypte als tuchtroede van God optreedt, dit in het allernauwste verband staat met het verlaten van de Wet. Had de Heere aan David beloofd, dat zijn geslacht erfelijk op de troon zou zitten: Hij had ook gewaarschuwd, dat, indien Zijn kinderen Zijn Wet zouden verlaten, Hij hen met de roede zou bezoeken. En hierop juist wordt nu de aandacht gevestigd: God getrouw, zowel in het volbrengen van Zijn beloften, als in het uitvoeren van zijn oordelen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 11:40→Psalmen 106:43→Klaagliederen 5:15→Jeremia 44:22→Nehemia 9:26→2 Kronieken 7:19→Jeremia 2:19→Jesaja 63:10→— Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
Daarom liet de straf daarvoor zich ook niet lang wachten en geschiedde het, in het vijfde jaar van de koning Rehabeam (970 vóór Christus), dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog 1), (want zij hadden overtreden tegen de Heere),
“1Ki 14: 26”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→Daniël 11:43→Jesaja 43:3→Genesis 10:6→1 Samuël 13:5→Openbaring 9:16→Richteren 6:5→— Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
Met duizend en tweehonderd wagens, en met zestigduizend ruiters, en van het volk was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiërs, het land van Leabim (Genesis10: 13), Suchieten, uit de bergstreek aan de westkust van de Arabische golf, en Moren uit Ethiopië.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:5→Jesaja 10:11→Jesaja 36:1→Jesaja 8:8→Jeremia 5:10→2 Koningen 18:17→— En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
En hij nam de vaste steden in, die Juda had (Hoofdstuk 11: 5 vv.), en hij kwam tot Jeruzalem toe, de hoofdstad van het gehele land.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→1 Koningen 12:22→Jeremia 2:19→2 Samuël 24:14→2 Kronieken 12:1→Jeremia 5:19→Richteren 10:9→— Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
Toen, in de tijd van de uiterste nood, toen eigen wil en macht geheel te kort schoten, kwam Semaja, de profeet (1Ki 19: 21), tot Rehabeam en de oversten van Juda, die, terwijl zij vroeger in de vestingen als bevelhebbers hadden gestaan (Hoofdstuk 11: 11 11.11), nu te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zei tot hen: Alzo zegt de Heere: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten en overgegeven in de hand van Sisak.
KruisverwijzingenExodus 9:27→Daniël 9:14→Klaagliederen 1:18→Richteren 1:7→2 Kronieken 33:19→Exodus 10:3→Jeremia 13:15→2 Kronieken 32:26→— Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
Toen verootmoedigden zich de oversten van Israël of Judaen de koning, en zij zeiden: De Heere is rechtvaardig
in alles, wat Hij over ons gebracht heeft, want wij zijn goddeloos geweest (Nehemia 9: 33).
Hiermee erkent nu de koning en zijn oudsten het recht van God, om hen te straffen, terwijl zij tevens zich verootmoedigen voor de Heere God. Deze woorden behelzen dan ook een belijdenis van zonde en schuld, al was het geen ware belijdenis, zoals vroeger bij David. Echter waar God een belijdenis van schuld ziet, waar de Heere ziet een erkenning van Zijn rechtvaardigheid, daar wil Hij zich, ook nog voor het uitwendige, als de Genadige en Barmhartige openbaren.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:25→2 Koningen 13:4→Lukas 15:18→Openbaring 14:10→Psalmen 79:6→Jeremia 7:20→Jesaja 42:25→Openbaring 16:2→— Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
Toen nu de Heere zag, dat zij zich verootmoedigden, kwam het woord van de Heere andermaal tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven, niet gans uitroeien, zoals zij wel verdiend hebben; maar Ik zal hun in kort ontkoming (Ezra 9:
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:47→Jesaja 26:13→Nehemia 9:36→Hosea 8:10→Jeremia 10:24→Richteren 3:1→— Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
geven, dat Mijn grimmigheid 1) over Jeruzalem door de hand van Sisak niet uitgegoten zal worden 2) in volle stromen als een zondvloed.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:15→1 Koningen 10:16→1 Koningen 14:25→Klaagliederen 1:10→2 Koningen 18:15→2 Koningen 16:8→1 Koningen 15:18→— Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
Grimmigheid uitgieten van de zijde van God is hetzelfde als vernietigen. De Heere belooft hier, dat Hij Zijn grimmigheid niet zal uitgieten. Wel zullen Jeruzalem en Juda gekastijd worden, maar slechts voor een korte tijd. De Heere zal hen in kort ontkoming geven.
Kruisverwijzingen1 Koningen 14:27→Hooglied 3:7→Klaagliederen 4:1→2 Samuël 23:23→1 Kronieken 11:25→2 Samuël 8:18→— En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
Merk op dat zij, die Gods rechtvaardigheid in het straffen erkennen, Zijn goedertierenheid ook zullen ondervinden. Zij, die zich in oprechtheid van het hart vernederen, zullen genade vinden in Zijn ogen en geholpen worden ter bekwamer tijd. Indien wij onze zielen verootmoedigen onder de krachtige en vernederende hand van God, zo heeft zijn straf haar uitwerking bereikt, en zij zal óf geheel weggenomen, óf veranderd en verzacht worden.
Maar zij zullen hem enige tijd en in zekere maat tot knechten zijn, doordat zij zich een felle plundering moeten laten welgevallen (vs. 9); opdat zij onderkennen het verschil tussen Mijn dienst, die met oprechtheid en gehoorzaamheid gepaard moet gaan, en tussen de dienst van de heidense koninkrijken van de omliggende landen 1), aan welker dwingelandij Ik hen overgeef, die van Mijn geboden afwijken.
God deelt, ook na betoond berouw, soms de tijdelijke straffen uit, opdat men tot nadenken komt en voorzichtiger wordt (2 Samuel .12: 13 vv.).
Waar Juda met Rehabeam de Wet van de Heere hadden verlaten, daar hadden zij feitelijk de Heere de dienst opgezegd, Hem als Opperheerser verworpen. Daarom zouden zij dan ook, opdat zij voor het vervolg gewaarschuwd zouden zijn, voor een korte tijd het onderscheid moeten proeven tussen de heerlijke en zachte dienst van de Heere en de harde dienst van de wereld. Dit is het, wat de Heere hier tot Semaja zegt, en daarmee staat ook in verband het wegnemen van de gouden schilden door Sisak. Die gouden schilden waren teken en bewijs van de koninklijke dienst van de Heere, bewijs hoe goed en heerlijk de koning en volk het hadden onder hun Opperheer, de Koning der koningen. Die schilden worden weggenomen en in plaats daarvan komen de koperen schilden, als bewijs, hoe arm en ellendig een volk en een koning is, die zijn God verlaat.
Zo, overeenkomstig dit doel van de Heere dat Semaja insgelijks aan de koning en zijn oversten verkondigde, toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij veroverde de stad en nam de schatten van het huis van de Heere, en de schatten van het huis van de koning weg; hij nam alles weg wat in beide schathuizen aanwezig was; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo voor zijn trawanten (Hoofdstuk 9: 15 vv.) gemaakt had.
En de koning Rehabeam maakte later, toen Sisak, na een jaarlijkse schatting opgelegd te hebben, van Jeruzalem was weggetrokken, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die ter bewaring onder de hand van de oversten van de trawanten, die de deur van het huis van de koning bewaarden, in het portaal van het koninklijk paleis de wacht hadden (1 Koningen .14: 27).
— En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis van de Heere ging, of in een openbare optocht verscheen, dat de trawanten kwamen en die droegen, terwijl zij voor hem heengingen, en die, naar het gebruik, terug brachten in van de trawanten wachtkamer.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→2 Kronieken 12:6→1 Koningen 14:13→Klaagliederen 3:22→1 Petrus 5:6→Jesaja 57:15→Klaagliederen 3:33→2 Kronieken 33:12→— En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
En toen hij zich verootmoedigde (vs. 6),keerde de toorn van de Heere van hem af, opdat Hij, niettegenstaande deze zware nederlaag, die hij geleden had, nochtans hem niet ten uiterste toe verdierf (vgl. Psalm 89); ook waren in Juda nog goede dingen, het zuivere woord van God en de ware godsdienst, daarenboven de levende prediking door de profeten en een aantal van ware godvrezenden. Vanwege de vaste grondslagen, waarop de dienst van de Heere bij het bestaan van de wettige theocratische besturen (het wettig koningschap, het wettig priesterdom en het wettig heiligdom) in de Staat had, waren er, om ze weer in haar rechten te herstellen, geen bloedige revoluties (omwentelingen) nodig, maar slechts herhaalde reformaties (vernieuwingen); de strijd bewoog zich dus meer op het gebied van de geest, maar werd daarom juist meer doortastend en door ontwikkelingsvormen rijker. Hoe daardoor ook de stelling van het profetendom in het rijk van Juda een andere werd, dan in het rijk van Israël, is in “1Ki 19: 21” uiteengezet.
Hier wijst de Heere God door Zijn Woord er op, dat Hij nog ten goede Zijn aangezicht doet lichten, wanneer Hij goede dingen aanschouwt, dat wil zeggen wanneer Hij nog ziet getrouwe prediking en een leven naar Zijn wil bij de gelovigen. Zou God Sodom gespaard hebben, om tien rechtvaardigen in het midden van die stad, zo ook ziet Hij nog met een oog van verschoning neer op land en volk, om het ware zaad van Israël.
Kruisverwijzingen1 Koningen 14:21→Deuteronomium 12:5→2 Kronieken 6:6→Nehemia 13:26→Exodus 20:24→Psalmen 48:1→Nehemia 13:1→Deuteronomium 23:3→— Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
Zo, vanwege deze genadige verschoning van God, versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, herstelde zich weer van zijn nederlaag, en regeerde nog een lange tijd na Sisak’s aftocht; want Rehabeam was eenenveertig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren, van 975-957 voor Christus, in Jeruzalem, de stad, die de Heere uit alle stammen van Israël verkoren had, om Zijn naam daar te zetten (Hoofdstuk 6: 6,20); hem was alzo, niettegenstaande de onder hem plaats hebbende scheuring van het rijk, nog altijd grote genade geschonken; en de naam van zijn moeder was Naäma, een Ammonitische.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→Psalmen 57:7→Ezechiël 33:31→1 Korinthe 16:13→Jesaja 45:19→Mattheüs 7:7→Jesaja 55:6→Psalmen 78:37→— En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
En dit is de hoofdinhoud van het oordeel, dat geveld moet worden over zijn regering, niettegenstaande deze aanvankelijk in goede geest werd gevoerd (Hoofdstuk 11: 17); hij deed dat kwaad was 1), omdat hij zijn hart niet met standvastigheid daarop richtte, om de Heere te zoeken 2), want niet slechts volgde op die drie goede jaren een tijd van zware afval (vs. 1), maar ook, na de vernedering door Sisak (vs. 2 vv.), verachtte hij Gods goedertierenheid, lankmoedigheid en verdraagzaamheid, die hem in zijn verlossing en nieuwe bekrachtiging ten deel viel (vs. 7 vv.).
Het is vrij zeker, dat de Schrijver wil wijzen op het grote verband, dat er bestaat tussen het kwaad doen van Rehabeam en de opvoeding en verkeerde leiding, die hij van zijn Ammonitische moeder had ontvangen en ontving, om te waarschuwen tegen de vermenging van geloof en ongeloof.
Dit is de slechte gewoonte van vele mensen: als de nood aanwezig is, willen zij zich verbeteren, maar nauwelijks is de nood voorbij, of zij gaan in hun zonde voort en gaan van kwaad tot erger (Jes.26: 15).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:29→2 Kronieken 12:5→1 Koningen 12:22→2 Kronieken 13:22→1 Koningen 14:29→— De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, die dus zijn ganse regering omvatten, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, de profeet, en Iddo, de ziener (1Ch 29: 30), verhalende daar de geslachtsregister: bevinden zich daartoe niet ook de strijd van Rehabeam en Jerobeam, die zij, zij het ook niet in openlijke veldslag, dan toch in bestendige wederzijdse bestrijding met elkaar voerden, in al hun dagen?
Kruisverwijzingen1 Kronieken 3:10→2 Kronieken 11:20→1 Koningen 14:29→Mattheüs 1:7→2 Kronieken 13:1→— En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
En Rehabeam ontsliep, kort vóór de Abib van het jaar 957 voor Christus, met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van David (1Ki 2: 10); en zijn zoon Abia, van zijn lievelingsgemalin Maächa (Hoofdstuk 11: 20 vv.) werd koning in zijn plaats.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Er zal niets van ons gevraagd worden dan wat tot ons voordeel is — niets dat werkelijk tot ons verlies zou zijn. Als het al een tegenwoordig verlies schijnt in te houden, dan zal het toch tot toekomstige winst gekeerd worden, want God zal het ten beste besturen tot ons blijvend welzijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 12
2 Kronieken 12:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:17→2 Kronieken 12:13→2 Kronieken 26:13→1 Koningen 14:22→Micha 6:16→Deuteronomium 8:10→Hosea 13:6→Deuteronomium 32:15→
— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
Rehabeam was niet in staat de gevaren van de voorspoed te verdragen. Hij vergat de Heere Die hem had doen voorspoedig zijn; en in de hoogmoed van zijn hart week hij af tot de afgoden.
2 Kronieken 12:2.Kruisverwijzingen1 Koningen 11:40→Psalmen 106:43→Klaagliederen 5:15→Jeremia 44:22→Nehemia 9:26→2 Kronieken 7:19→Jeremia 2:19→Jesaja 63:10→
— Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
Dat was Sisaks eigen reden niet om tegen Jeruzalem op te trekken. Hij had gehoord van de rijkdom van Salomo, en zonder twijfel kwam hij om de buit die het paleis en de tempel hem zouden opleveren. Maar God bestuurt de lagere drijfveren van mensen vaak tot het volbrengen van Zijn eigen voornemen. Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent, zei Hij van Kores. Zo gordde Hij ook Sisak tot de tuchtiging van Israël, hoewel Sisak Hem niet kende.
2 Kronieken 12:3-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→2 Kronieken 11:5→Daniël 11:43→Jesaja 43:3→Genesis 10:6→1 Samuël 13:5→Openbaring 9:16→
— Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren; En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
Hoe ijdel is de mens wanneer hij zich beroemt op de sterkte van zijn vestingwerken! Deze vaste steden vielen in één keer als huizen van kaarten voor de macht van de machtige koning van Egypte en de ontzaglijke horden die hem begeleidden. Rehabeam had zijn kracht besteed aan het aanleggen van deze verdedigingswerken, en hoe snel bleken zij waardeloos. Gezegend is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is; maar vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt.
2 Kronieken 12:5-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→Exodus 9:27→Daniël 9:14→1 Koningen 12:22→Jeremia 2:19→2 Samuël 24:14→2 Kronieken 12:1→
— Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
Dit is nu juist het wezen van de ware verootmoediging: de erkenning dat God rechtvaardig is in welke straf Hij ook om onze zonde over ons brengt. Het is een heel korte volzin, maar er ligt een grote volheid van betekenis in: De HEERE is rechtvaardig.
2 Kronieken 12:7-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:25→Deuteronomium 28:47→Jesaja 26:13→2 Koningen 13:4→Lukas 15:18→Openbaring 14:10→Psalmen 79:6→Jeremia 7:20→
— Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
Dit is een heel leerrijke uitdrukking. Ik geloof dat God, wanneer Zijn volk van Hem afdwaalt, het soms in grote dienstbaarheid laat vallen, opdat het het verschil zou beseffen tussen Zijn gelukkige dienst en de slavernij waarin het door een andere heer gehouden wordt. Alle meesters aan wie wij ons gemoed en ons hart overgeven zullen tirannen blijken te zijn, behalve de gezegende Vredevorst. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht; maar alle andere jukken drukken vroeg of laat de schouders open. En God heeft Zijn dwalende volk dat soms zo bitter doen gevoelen dat het verlangde weer terug te keren tot de dienst van zijn God.
Is het niet bedroevend te denken dat de grote God, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, uit alle bewoners van de wereld maar één volk had — en dat het Zijne door verkiezing, door roeping en door verbond — en dat het toch voortdurend van Hem vermoeid werd? Andere volken verwisselden hun goden niet. Het was zeldzaam dat een volk in die dagen zijn afgoden wegwierp. Maar Israël, dat alleen de ware God had terwijl de anderen goden hadden die niets dan afgoden waren, verliet de levende en waarachtige God om er de goden van de heidenen in Zijn plaats te stellen, die het geen goed konden doen. Dit verschijnsel van de menselijke natuur — het najagen van afgoden en het verlaten van de ware God — wordt onophoudelijk vernieuwd. Wij hebben datzelfde zelfs in de gemeente van God, die nooit tevreden schijnt te zijn met een zuivere liefde tot Christus, maar de ene vreemde minnaar na de andere najaagt.
Verkiezen wij het te leven voor zondig vermaak, dan zijn wij een slavernij ingegaan waarbij vergeleken de dienst van God licht en aangenaam is. Wat de strengste vorm van godsdienst ook van ons vraagt, hij zal nooit zoveel van ons eisen als de zonde doet. Ik tart de wereld te twijfelen aan de uitspraak dat de dienst van de zonde de vreselijkste van alle slavernijen is. Wanneer mensen zich daaraan overgeven en hun begeerten de heerschappij krijgen, dan is de zwaarste lijfeigenschap die ooit op aarde bestond nog vrijheid te noemen vergeleken met de gebondenheid aan iemands eigen begeerten. Er is een groot verschil tussen de dienst van God en elke andere dienst. De dienst van God is verrukkelijk. Als een jong mens de dienst van God ingaat, wordt er niets van hem gevraagd dat hem schaden zal. Geen enkel gebod van God zal, als wij het houden, ons lichaam of onze ziel benadelen. Er zal niets van ons gevraagd worden dan wat tot ons voordeel is — niets dat werkelijk tot ons verlies zou zijn. Als het al een tegenwoordig verlies schijnt in te houden, dan zal het toch tot toekomstige winst gekeerd worden, want God zal het ten beste besturen tot ons blijvend welzijn. Niets dat ons in de dienst van God ontzegd wordt, zou een zegen voor ons geweest zijn. Het is goed zo te wandelen dat wij rechtdoor kunnen gaan al lag er een graf op onze weg — en er dwars door heen, en er aan de andere zijde weer uit.
2 Kronieken 12:10-12.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→2 Kronieken 12:6→1 Koningen 14:13→1 Koningen 14:27→Hooglied 3:7→Klaagliederen 4:1→2 Samuël 23:23→1 Kronieken 11:25→
— En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden. En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer. En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
Sisak plunderde het volk niet; hij stelde zich tevreden met de buit van de tempel en het paleis. Dat waren betrekkelijk milde voorwaarden voor een overwonnen volk, en men vraagt zich af hoe zo machtig een koning als Sisak zich in die dagen daarmee kon vergenoegen. Maar God heeft de harten van alle mensen in Zijn hand, en zelfs wanneer Hij een machtige vijand tegen Zijn volk laat uittrekken, houdt Hij hem toch in zoverre Hij wil. Wat een barmhartigheid is het voor ons dat er, wanneer God ons kastijdt, een einde aan komt! Het is altijd met mate; Hij laat de volheid en de felheid van Zijn toorn niet los, zoals Hij dat in de eeuwigheid over de verworpenen zal doen. Maar wanneer Hij Zijn roede op ons legt, telt Hij elke slag. Veertig slagen op één na was alles wat een Israëliet had te verduren; en God blijft zeker vaak ver onder dat getal wanneer Hij met ons handelt.
Er staat dat het in Juda goed ging — of liever: dat het er tamelijk goed ging. Er was een betrekkelijke voorspoed; zij waren niet geheel voorspoedig, want zij stonden niet geheel recht met God. Maar er was een voldoende deel godvruchtige mensen — de puriteinse, de bevindelijke partij was sterk genoeg in het land — dat God er nog met gunst op neerzag, al was die niet ongemengd met afkeuring; want de partij die de afgoden diende, de partij van de bijgelovigen, de partij die bij de wereld hoorde, was nog zeer sterk.
2 Kronieken 12:14.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3→Psalmen 57:7→Ezechiël 33:31→1 Korinthe 16:13→Jesaja 45:19→Mattheüs 7:7→Jesaja 55:6→Psalmen 78:37→
— En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
Rehabeam had zijn goede kanten. Hij deed soms goed. En toch is dit, wanneer alles bij elkaar opgeteld wordt, de slotsom: hij deed dat kwaad was. Een reden daarvoor was, denk ik, dat hij een slechte moeder had. Vlak voor de samenvatting van zijn leven wordt ons gezegd: de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische (vers 13) — een van Salomo’s vele vrouwen. Maar zij was een afgodische vrouw, een Ammonietische. En het is weinig wonderlijk dat, waar de moeder buitengewoon slecht was, de samenvatting van het leven van de zoon zou zijn dat hij deed dat kwaad was.
Maar de Schrift geeft dit niet als de reden waarom Rehabeam kwaad deed. Het was “dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken”. God zal ieder richten naar zijn eigen daden; en al zouden wij ongelukkigerwijs geboren zijn uit de godloosste ouders die ooit geleefd hebben, er is geen reden waarom Gods genade niet bij ons in ons geslacht zou kunnen beginnen te werken. Er staat niet dat Rehabeam kwaad deed omdat hij van een verdorven inborst was, of omdat hij sterke begeerten had, of omdat hij door en door een slechte kerel was. Nee, dat was hij niet; hij deed kwaad om iets dat hij niet deed. Hij begon zijn leven niet met God te zoeken; en daarom begon hij het dwaas. Hij begon goed, en in de eerste drie jaren van zijn regering diende het volk God. Maar zij begonnen te dienen in de bossen in plaats van naar de tempel te Jeruzalem te komen. Erger nog: zij richtten beelden en afgodische pilaren op. En Rehabeam bekommerde zich daar niet om. Wanneer het volk God vreesde, was het hem goed; maar volgden zij Astoreth, dan mochten zij doen wat zij wilden. Hij was ten slotte niets meer dan een jong heerser die meende dat het voornaamste werk van een koning was zichzelf te vermaken. Wij zien hoe gemakkelijk Rehabeam eerst naar God ging, dan naar de afgoden, en dan weer terug naar God. Hij was altijd bereid te schuiven en te veranderen. Hij bracht geen grote hervormingen in het land tot stand. Er was niets werkelijks en blijvends in zijn godsdienst; die hield hem niet vast. Hij hield hem soms vast, maar die hield nooit hém vast.
2 Kronieken 12:15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:29→2 Kronieken 12:5→1 Koningen 12:22→2 Kronieken 13:22→1 Koningen 14:29→
— De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
Waar zijn die boeken nu? Het doet volstrekt niet ter zake waar zij zijn. Er zijn nog vele andere boeken vergaan omdat zij niet ingegeven waren. Het waren boeken van geslachtsregisters, waardevol in hun tijd; maar als zij ons geestelijk van enig nut geweest waren, zouden zij bewaard zijn. Nu dan, aangezien andere oude boeken klaarblijkelijk verloren gegaan zijn, laten wij God van harte danken dat de ingegeven boeken voor ons bewaard zijn. Door wat een doorlopend wonder van de voorzienigheid elke ingegeven letter in wezen gebleven is, zou moeilijk te zeggen zijn; maar wij behoren de Heere gestadig te prijzen dat er uit het boek van deze profetie geen regel is weggenomen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8→Nahum 3:9→2 Kronieken 11:17→1 Koningen 11:40→2 Kronieken 15:2→2 Kronieken 11:2→Exodus 9:27→2 Kronieken 12:13→
— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem. Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE), Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren; En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe. Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig. Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen. Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had. En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
Nadat Rehabeam zich in zijn heerschappij bevestigd heeft, wordt hij overmoedig en gerust, valt van de Heere af, en laat toe dat alle gruwelen van de heidense afgodendienst in zijn rijk de overhand nemen; daarvoor voort nu weldra Gods strafgericht, in een vijandelijke inval van de Egyptische koning Sisak, die hem al zijn vestingen ontneemt en ook tegen Jeruzalem optrekt. Wel verootmoedigt zich de koning met zijn oversten voor de Heere, En deze kastijdt slechts met mate en wil hem niet ten uiterste toe verderven, zodat het met een plundering van de schatten en een tijdelijke schatting-betaling afloopt, maar Rehabeam richt ook thans zijn hart niet om de Heere te zoeken en sterft als iemand, die in zijn leven geweest is als een bedrieglijke boog (Hosea 7: 16) (Vergelijk 1 Koningen .14: 21-31).
Het geschiedde nu, toen Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij in het jaar 971 vóór Christus, de wet van de Heere verliet 1), deels door het vertrouwen op zijn sterke kastelen en de bloeiende toestand van zijn rijk gerust geworden, deels door de nadelige invloed van de koningin-moeder Naäma (vs. 13) en zijn lievelingsgade Maächa (Hoofdstuk 11: 20 vv.); en gans Israël met hem, want er werden hoogten gemaakt, beelden en bossen op allen hogen heuvel en onder elke groene boom opgericht en schandjongens geduld in het land (1 Koningen .14: 23 vv.).
Rehabeam, evenals Jeschurun, vet en machtig geworden zijnde, zijn Rijk bevestigd ziende, zijn troon verzekerd en niets, zo hij dacht, van buiten voor hem of de zijnen te vrezen hebbend, sloeg de verzenen tegen de prikkels, en vergat zijn God, menend nu veilig en sterk genoeg te zijn en de godsdienst niet meer nodig te hebben. Zo bederft de voorspoed de dwazen, en het zijn sterke benen, die de weelde kunnen dragen. Als het de mens wèl gaat naar het vlees, en zij dan geen gevaar meer te vrezen hebben, zijn ze dikwijls maar al te gereed, om tot de algoede God te zeggen: Wijk van ons, want aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust.
Met nadruk wordt hier door de gewijde Schrijver op de voorgrond gesteld, dat de zonde van afgoderij is een verlaten van de wet van de Heere en een verachten van de ordinantiën van God, en dat daarom, als straks de koning van Egypte als tuchtroede van God optreedt, dit in het allernauwste verband staat met het verlaten van de Wet. Had de Heere aan David beloofd, dat zijn geslacht erfelijk op de troon zou zitten: Hij had ook gewaarschuwd, dat, indien Zijn kinderen Zijn Wet zouden verlaten, Hij hen met de roede zou bezoeken. En hierop juist wordt nu de aandacht gevestigd: God getrouw, zowel in het volbrengen van Zijn beloften, als in het uitvoeren van zijn oordelen.
Daarom liet de straf daarvoor zich ook niet lang wachten en geschiedde het, in het vijfde jaar van de koning Rehabeam (970 vóór Christus), dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog 1), (want zij hadden overtreden tegen de Heere),
“1Ki 14: 26”
Met duizend en tweehonderd wagens, en met zestigduizend ruiters, en van het volk was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiërs, het land van Leabim (Genesis10: 13), Suchieten, uit de bergstreek aan de westkust van de Arabische golf, en Moren uit Ethiopië.
En hij nam de vaste steden in, die Juda had (Hoofdstuk 11: 5 vv.), en hij kwam tot Jeruzalem toe, de hoofdstad van het gehele land.
Toen, in de tijd van de uiterste nood, toen eigen wil en macht geheel te kort schoten, kwam Semaja, de profeet (1Ki 19: 21), tot Rehabeam en de oversten van Juda, die, terwijl zij vroeger in de vestingen als bevelhebbers hadden gestaan (Hoofdstuk 11: 11 11.11), nu te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zei tot hen: Alzo zegt de Heere: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten en overgegeven in de hand van Sisak.
Toen verootmoedigden zich de oversten van Israël of Judaen de koning, en zij zeiden: De Heere is rechtvaardig
in alles, wat Hij over ons gebracht heeft, want wij zijn goddeloos geweest (Nehemia 9: 33).
Hiermee erkent nu de koning en zijn oudsten het recht van God, om hen te straffen, terwijl zij tevens zich verootmoedigen voor de Heere God. Deze woorden behelzen dan ook een belijdenis van zonde en schuld, al was het geen ware belijdenis, zoals vroeger bij David. Echter waar God een belijdenis van schuld ziet, waar de Heere ziet een erkenning van Zijn rechtvaardigheid, daar wil Hij zich, ook nog voor het uitwendige, als de Genadige en Barmhartige openbaren.
Toen nu de Heere zag, dat zij zich verootmoedigden, kwam het woord van de Heere andermaal tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven, niet gans uitroeien, zoals zij wel verdiend hebben; maar Ik zal hun in kort ontkoming (Ezra 9:
geven, dat Mijn grimmigheid 1) over Jeruzalem door de hand van Sisak niet uitgegoten zal worden 2) in volle stromen als een zondvloed.
Grimmigheid uitgieten van de zijde van God is hetzelfde als vernietigen. De Heere belooft hier, dat Hij Zijn grimmigheid niet zal uitgieten. Wel zullen Jeruzalem en Juda gekastijd worden, maar slechts voor een korte tijd. De Heere zal hen in kort ontkoming geven.
Merk op dat zij, die Gods rechtvaardigheid in het straffen erkennen, Zijn goedertierenheid ook zullen ondervinden. Zij, die zich in oprechtheid van het hart vernederen, zullen genade vinden in Zijn ogen en geholpen worden ter bekwamer tijd. Indien wij onze zielen verootmoedigen onder de krachtige en vernederende hand van God, zo heeft zijn straf haar uitwerking bereikt, en zij zal óf geheel weggenomen, óf veranderd en verzacht worden.
Maar zij zullen hem enige tijd en in zekere maat tot knechten zijn, doordat zij zich een felle plundering moeten laten welgevallen (vs. 9); opdat zij onderkennen het verschil tussen Mijn dienst, die met oprechtheid en gehoorzaamheid gepaard moet gaan, en tussen de dienst van de heidense koninkrijken van de omliggende landen 1), aan welker dwingelandij Ik hen overgeef, die van Mijn geboden afwijken.
God deelt, ook na betoond berouw, soms de tijdelijke straffen uit, opdat men tot nadenken komt en voorzichtiger wordt (2 Samuel .12: 13 vv.).
Waar Juda met Rehabeam de Wet van de Heere hadden verlaten, daar hadden zij feitelijk de Heere de dienst opgezegd, Hem als Opperheerser verworpen. Daarom zouden zij dan ook, opdat zij voor het vervolg gewaarschuwd zouden zijn, voor een korte tijd het onderscheid moeten proeven tussen de heerlijke en zachte dienst van de Heere en de harde dienst van de wereld. Dit is het, wat de Heere hier tot Semaja zegt, en daarmee staat ook in verband het wegnemen van de gouden schilden door Sisak. Die gouden schilden waren teken en bewijs van de koninklijke dienst van de Heere, bewijs hoe goed en heerlijk de koning en volk het hadden onder hun Opperheer, de Koning der koningen. Die schilden worden weggenomen en in plaats daarvan komen de koperen schilden, als bewijs, hoe arm en ellendig een volk en een koning is, die zijn God verlaat.
Zo, overeenkomstig dit doel van de Heere dat Semaja insgelijks aan de koning en zijn oversten verkondigde, toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij veroverde de stad en nam de schatten van het huis van de Heere, en de schatten van het huis van de koning weg; hij nam alles weg wat in beide schathuizen aanwezig was; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo voor zijn trawanten (Hoofdstuk 9: 15 vv.) gemaakt had.
En de koning Rehabeam maakte later, toen Sisak, na een jaarlijkse schatting opgelegd te hebben, van Jeruzalem was weggetrokken, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die ter bewaring onder de hand van de oversten van de trawanten, die de deur van het huis van de koning bewaarden, in het portaal van het koninklijk paleis de wacht hadden (1 Koningen .14: 27).
En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis van de Heere ging, of in een openbare optocht verscheen, dat de trawanten kwamen en die droegen, terwijl zij voor hem heengingen, en die, naar het gebruik, terug brachten in van de trawanten wachtkamer.
En toen hij zich verootmoedigde (vs. 6),keerde de toorn van de Heere van hem af, opdat Hij, niettegenstaande deze zware nederlaag, die hij geleden had, nochtans hem niet ten uiterste toe verdierf (vgl. Psalm 89); ook waren in Juda nog goede dingen, het zuivere woord van God en de ware godsdienst, daarenboven de levende prediking door de profeten en een aantal van ware godvrezenden. Vanwege de vaste grondslagen, waarop de dienst van de Heere bij het bestaan van de wettige theocratische besturen (het wettig koningschap, het wettig priesterdom en het wettig heiligdom) in de Staat had, waren er, om ze weer in haar rechten te herstellen, geen bloedige revoluties (omwentelingen) nodig, maar slechts herhaalde reformaties (vernieuwingen); de strijd bewoog zich dus meer op het gebied van de geest, maar werd daarom juist meer doortastend en door ontwikkelingsvormen rijker. Hoe daardoor ook de stelling van het profetendom in het rijk van Juda een andere werd, dan in het rijk van Israël, is in “1Ki 19: 21” uiteengezet.
Hier wijst de Heere God door Zijn Woord er op, dat Hij nog ten goede Zijn aangezicht doet lichten, wanneer Hij goede dingen aanschouwt, dat wil zeggen wanneer Hij nog ziet getrouwe prediking en een leven naar Zijn wil bij de gelovigen. Zou God Sodom gespaard hebben, om tien rechtvaardigen in het midden van die stad, zo ook ziet Hij nog met een oog van verschoning neer op land en volk, om het ware zaad van Israël.
Zo, vanwege deze genadige verschoning van God, versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, herstelde zich weer van zijn nederlaag, en regeerde nog een lange tijd na Sisak’s aftocht; want Rehabeam was eenenveertig jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren, van 975-957 voor Christus, in Jeruzalem, de stad, die de Heere uit alle stammen van Israël verkoren had, om Zijn naam daar te zetten (Hoofdstuk 6: 6,20); hem was alzo, niettegenstaande de onder hem plaats hebbende scheuring van het rijk, nog altijd grote genade geschonken; en de naam van zijn moeder was Naäma, een Ammonitische.
En dit is de hoofdinhoud van het oordeel, dat geveld moet worden over zijn regering, niettegenstaande deze aanvankelijk in goede geest werd gevoerd (Hoofdstuk 11: 17); hij deed dat kwaad was 1), omdat hij zijn hart niet met standvastigheid daarop richtte, om de Heere te zoeken 2), want niet slechts volgde op die drie goede jaren een tijd van zware afval (vs. 1), maar ook, na de vernedering door Sisak (vs. 2 vv.), verachtte hij Gods goedertierenheid, lankmoedigheid en verdraagzaamheid, die hem in zijn verlossing en nieuwe bekrachtiging ten deel viel (vs. 7 vv.).
Het is vrij zeker, dat de Schrijver wil wijzen op het grote verband, dat er bestaat tussen het kwaad doen van Rehabeam en de opvoeding en verkeerde leiding, die hij van zijn Ammonitische moeder had ontvangen en ontving, om te waarschuwen tegen de vermenging van geloof en ongeloof.
Dit is de slechte gewoonte van vele mensen: als de nood aanwezig is, willen zij zich verbeteren, maar nauwelijks is de nood voorbij, of zij gaan in hun zonde voort en gaan van kwaad tot erger (Jes.26: 15).
De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, die dus zijn ganse regering omvatten, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, de profeet, en Iddo, de ziener (1Ch 29: 30), verhalende daar de geslachtsregister: bevinden zich daartoe niet ook de strijd van Rehabeam en Jerobeam, die zij, zij het ook niet in openlijke veldslag, dan toch in bestendige wederzijdse bestrijding met elkaar voerden, in al hun dagen?
En Rehabeam ontsliep, kort vóór de Abib van het jaar 957 voor Christus, met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van David (1Ki 2: 10); en zijn zoon Abia, van zijn lievelingsgemalin Maächa (Hoofdstuk 11: 20 vv.) werd koning in zijn plaats.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel