Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 12

1 Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het geschiedde nu, als RehabeamH7346 het koninkrijkH4438 bevestigdH3559 had, en hij sterkH2393 geworden was, dat hij de wetH8451 des HEERENH3068 verlietH5800, en gansH3605 IsraelH3478 metH5973 hem. Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.

KJV And it came to pass, when Rehoboam4 had established2 the kingdom,3 and had strengthened5 himself, he forsook6 the law8 of the LORD,9 and all Israel11 with him.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּהָכִ֞ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 3 מַלְכ֤וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 4 רְחַבְעָם֙ H7346 Rehabeam Rehoboam 5 וּכְחֶזְקָת֔וֹ H2393 sterk, sterke, versterkt strength(-en self), (was) strong 6 עָזַ֖ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 תּוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 עִמּֽוֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Daarom geschieddeH1961 het, in het vijfdeH2549 jaarH8141 van den koningH4428 RehabeamH7346, dat SisakH7895, de koningH4428 van EgypteH4714, tegenH5921 JeruzalemH3389 optoogH5927 (wantH3588 zij hadden overtredenH4603 tegen den HEEREH3068), Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),

KJV And it came to pass, that in the fifth3 year2 of king4 Rehoboam5 Shishak7 king8 of Egypt9 came up6 against Jerusalem,11 because they had transgressed13 against the LORD,14

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּשָּׁנָ֤ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 הַֽחֲמִישִׁית֙ H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 4 לַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 רְחַבְעָ֔ם H7346 Rehabeam Rehoboam 6 עָלָ֛ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 שִׁישַׁ֥ק H7895 Sisak Shishak 8 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מָעֲל֖וּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 14 בַּיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Met duizendH505 en tweehonderdH3967 wagenenH7393, en met zestigH8346 duizendH505 ruiterenH6571; en des volksH5971 was geenH369 getalH4557, datH834 metH5973 hem kwamH935 uit EgypteH4714, Libiers, SuchietenH5525 en MorenH3569; Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;

Ook in dit vers LibyersH3864

KJV With twelve hundred2 chariots,3 and threescore4 thousand1 horsemen:6 and the people9 were without number8 that came11 with him out of Egypt;13 the Lubims,14 the Sukkiims,15 and the Ethiopians.16

1 בְּאֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 2 וּמָאתַ֨יִם֙ H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 3 רֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 4 וּבְשִׁשִּׁ֥ים H8346 zestig sixty, three score 5 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 6 פָּרָשִׁ֑ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 7 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 מִסְפָּ֗ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 9 לָעָ֞ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בָּ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עִמּוֹ֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 14 לוּבִ֥ים H3864 Libyers, Libye, Lybea Lubim(-s), Libyans 15 סֻכִּיִּ֖ים H5525 Suchieten Sukkiims 16 וְכוּשִֽׁים H3569 Moren, Cuschi, Moorman Cushi, Cushite, Ethiopian(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij namH3920 de vasteH4694 stedenH5892 in, dieH834 JudaH3063 had, en hij kwamH935 totH5704 JeruzalemH3389 toe. En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.

KJV And he took1 the fenced4 cities3 which pertained to Judah,6 and came7 to Jerusalem.9

1 וַיִּלְכֹּ֛ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הַמְּצֻר֖וֹת H4694 vaste, vastigheden, vesting fenced (city, fort, munition, strong hold 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לִֽיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 7 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen kwamH935 SemajaH8098, de profeetH5030, totH413 RehabeamH7346 en de overstenH8269 van JudaH3063, dieH834 te JeruzalemH3389 verzameldH622 waren, uit oorzaakH6440 van SisakH7895, en hij zeideH559 totH413 hen: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: GijH859 hebt Mij verlatenH5800, daarom heb IkH589 u ook verlatenH5800 in de handH3027 van SisakH7895. Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.

KJV Then came3 Shemaiah1 the prophet2 to Rehoboam,5 and to the princes6 of Judah,7 that were gathered together9 to Jerusalem11 because12 of Shishak,13 and said14 unto them, Thus saith17 the LORD,18 Ye have forsaken20 me, and therefore have I also22 left24 you in the hand26 of Shishak.27

1 וּֽשְׁמַֽעְיָ֤ה H8098 Semaja Shemaiah 2 הַנָּבִיא֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 3 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 רְחַבְעָ֔ם H7346 Rehabeam Rehoboam 6 וְשָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 נֶאֶסְפ֥וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 שִׁישָׁ֑ק H7895 Sisak Shishak 14 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 לָהֶ֜ם 16 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 17 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 18 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 20 עֲזַבְתֶּ֣ם H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 21 אֹתִ֔י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 וְאַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 23 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 24 עָזַ֥בְתִּי H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 25 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 26 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 27 שִׁישָֽׁק H7895 Sisak Shishak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen verootmoedigdenH3665 zich de overstenH8269 van IsraelH3478 en de koningH4428, en zij zeidenH559: De HEEREH3068 is rechtvaardigH6662. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.

KJV Whereupon the princes2 of Israel3 and the king4 humbled1 themselves; and they said,5 The LORD7 is righteous.6

1 וַיִּכָּנְע֥וּ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 2 שָׂרֵֽי H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 וְהַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 צַדִּ֥יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Als nu de HEEREH3068 zagH7200, datH3588 zij zich verootmoedigdenH3665, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 SemajaH8098, zeggendeH559: Zij hebben zich verootmoedigdH3665, Ik zal hen nietH3808 verdervenH7843; maar Ik zal hun in kort ontkomingH6413 gevenH5414, dat Mijn grimmigheidH2534 over JeruzalemH3389 door de handH3027 van SisakH7895 nietH3808 zal uitgegotenH5413 worden. Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.

KJV And when the LORD2 saw1 that they humbled4 themselves, the word6 of the LORD7 came to Shemaiah,9 saying,10 They have humbled11 themselves; therefore I will not destroy13 them, but I will grant14 them some16 deliverance;17 and my wrath20 shall not be poured out19 upon Jerusalem21 by the hand22 of Shishak.23

1 וּבִרְא֤וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 נִכְנָ֔עוּ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 5 הָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 שְׁמַֽעְיָ֧ה H8098 Semaja Shemaiah 10 לֵאמֹ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 נִכְנְע֖וּ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 אַשְׁחִיתֵ֑ם H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 14 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לָהֶ֤ם 16 כִּמְעַט֙ H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 17 לִפְלֵיטָ֔ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 18 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 תִתַּ֧ךְ H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 20 חֲמָתִ֛י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 21 בִּירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 22 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 23 שִׁישָֽׁק H7895 Sisak Shishak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DochH3588 zij zullen hem tot knechtenH5650 zijn, opdat zij onderkennenH3045 Mijn dienstH5656, en den dienstH5656 van de koninkrijkenH4467 der landenH776. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.

KJV Nevertheless they shall be his servants;4 that they may know5 my service,6 and the service7 of the kingdoms8 of the countries.9

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יִהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 ל֖וֹ 4 לַעֲבָדִ֑ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 וְיֵדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 עֲב֣וֹדָתִ֔י H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 7 וַעֲבוֹדַ֖ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 8 מַמְלְכ֥וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 9 הָאֲרָצֽוֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zo toogH5927 SisakH7895, de koningH4428 van EgypteH4714, op tegen JeruzalemH3389; en hij namH3947 de schattenH214 van het huisH1004 des HEERENH3068 en de schattenH214 van het huisH1004 des koningsH4428 wegH3947; hij namH3947 allesH3605 wegH3947; hij namH3947 ook al de goudenH2091 schildenH4043 wegH3947, dieH834 SalomoH8010 gemaaktH6213 had. Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.

KJV So Shishak2 king3 of Egypt4 came up1 against Jerusalem,6 and took away7 the treasures9 of the house10 of the LORD,11 and the treasures13 of the king's15 house;14 he took18 all: he carried away19 also the shields21 of gold22 which Solomon25 had made.24

1 וַיַּ֨עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 שִׁישַׁ֥ק H7895 Sisak Shishak 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 מִצְרַיִם֮ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יְרוּשָׁלִַם֒ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וַיִּקַּ֞ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֹצְר֣וֹת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 10 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֹֽצְרוֹת֙ H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 14 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 לָקָ֑ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 מָגִנֵּ֣י H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 22 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 23 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 25 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En de koningH4428 RehabeamH7346 maakteH6213, in plaatsH8478 van die, koperenH5178 schildenH4043; en hij bevalH6485 die onder de handH3027 van de overstenH8269 der trawantenH7323, die de deurH6607 van het huisH1004 des koningsH4428 bewaardenH8104. En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.

KJV Instead of which king2 Rehoboam3 made1 shields5 of brass,6 and committed7 them to the hands9 of the chief10 of the guard,11 that kept12 the entrance13 of the king's15 house.14

1 וַיַּ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 רְחַבְעָם֙ H7346 Rehabeam Rehoboam 4 תַּחְתֵּיהֶ֔ם H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 מָגִנֵּ֖י H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 6 נְחֹ֑שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 7 וְהִפְקִ֗יד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 הָרָצִ֔ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 12 הַשֹּׁ֣מְרִ֔ים H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 פֶּ֖תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 14 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschieddeH1961, zo wanneer de koningH4428 in het huisH1004 des HEERENH3068 ging, dat de trawantenH7323 kwamenH935, en die droegenH5375, en die wederbrachtenH7725 in der trawantenH7323 wachtkamerH8372. En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.

KJV And when2 the king4 entered3 into the house5 of the LORD,6 the guard8 came7 and fetched9 them, and brought them again10 into the guard13 chamber.12

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִדֵּי H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 3 ב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 בָּ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 הָרָצִים֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 9 וּנְשָׂא֔וּם H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 וֶהֱשִׁב֖וּם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 תָּ֥א H8372 kamertjes, kamertje, wachtkamer (little) chamber 13 הָרָצִֽים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En als hij zich verootmoedigdeH3665, keerdeH7725 de toornH639 des HEERENH3068 van hem af, opdat Hij hem nietH3808 ten uitersteH3617 toe verdierfH7843; ookH1571 warenH1961 in JudaH3063 nog goedeH2896 dingen. En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.

KJV And when he humbled1 himself, the wrath4 of the LORD5 turned2 from him, that he would not destroy7 him altogether:8 and also in Judah10 things12 went well.13

1 וּבְהִכָּֽנְע֗וֹ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 2 שָׁ֤ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 מִמֶּ֨נּוּ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 לְהַשְׁחִ֖ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 8 לְכָלָ֑ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 9 וְגַם֙ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 בִּֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 11 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 דְּבָרִ֥ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 טוֹבִֽים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zo versterkteH2388 zich de koning RehabeamH7346 in JeruzalemH3389, en regeerdeH4427; want RehabeamH7346 was eenH259 en veertigH705 jarenH8141 oudH1121, als hij koning werd, en hij regeerdeH4427 zeventienH7651 jarenH8141 in JeruzalemH3389, de stadH5892, dieH834 de HEEREH3068 uit alleH3605 stammenH7626 van IsraelH3478 verkorenH977 had, om Zijn NaamH8034 daarH8033 te zettenH7760; en de naamH8034 zijner moederH517 was NaamaH5279, een AmmonietischeH5985. Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.

Ook in dit vers koningH4427 koningH4428

KJV So king2 Rehoboam3 strengthened1 himself in Jerusalem,4 and reigned:5 for Rehoboam11 was one9 and forty8 years10 old7 when he began to reign,12 and he reigned16 seventeen13 years15 in Jerusalem,17 the city18 which the LORD21 had chosen20 out of all the tribes27 of Israel,28 to put22 his name24 there. And his mother's30 name29 was Naamah31 an Ammonitess.32

1 וַיִּתְחַזֵּ֞ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 רְחַבְעָ֛ם H7346 Rehabeam Rehoboam 4 בִּירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 וַיִּמְלֹ֑ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 9 וְאַחַ֣ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 שָׁנָה֩ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 11 רְחַבְעָ֨ם H7346 Rehabeam Rehoboam 12 בְּמָלְכ֜וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 13 וּֽשֲׁבַ֨ע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 14 עֶשְׂרֵ֥ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 15 שָׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 16 מָלַ֣ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 17 בִּֽירוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 18 הָ֠עִיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 19 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 בָּחַ֨ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 21 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 לָשׂ֨וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 שְׁמ֥וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 25 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 26 מִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 27 שִׁבְטֵ֣י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 28 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 29 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 30 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 31 נַעֲמָ֖ה H5279 Naama, Naema Naamah 32 הָֽעַמֹּנִֽית H5985 Ammonietische Ammonite(-ss)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was, dewijlH3588 hij zijn hartH3820 nietH3808 richtteH3559, om den HEEREH3068 te zoekenH1875. En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.

KJV And he did1 evil,2 because he prepared5 not his heart6 to seek7 the LORD.9

1 וַיַּ֖עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרָ֑ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 הֵכִין֙ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 6 לִבּ֔וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 7 לִדְר֖וֹשׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De geschiedenissenH1697 nu van RehabeamH7346, de eersteH7223 en de laatsteH314, zijn dieH1992 nietH3808 geschrevenH3789 in de woordenH1697 van SemajaH8098, den profeetH5030, en IddoH5714, den zienerH2374, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgenH4421 van RehabeamH7346 en JerobeamH3379 in alH3605 hun dagenH3117? De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?

Ook in dit vers verhalende geslachtsregisterenH3187

KJV Now the acts1 of Rehoboam,2 first3 and last,4 are they not written7 in the book8 of Shemaiah9 the prophet,10 and of Iddo11 the seer12 concerning genealogies?13 And there were wars14 between Rehoboam15 and Jeroboam16 continually.18

1 וְדִבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 רְחַבְעָ֗ם H7346 Rehabeam Rehoboam 3 הָרִאשֹׁנִים֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 4 וְהָאֲ֣חַרוֹנִ֔ים H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 5 הֲלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 הֵ֨ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 7 כְּתוּבִ֜ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 8 בְּדִבְרֵ֨י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 שְׁמַֽעְיָ֧ה H8098 Semaja Shemaiah 10 הַנָּבִ֛יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 וְעִדּ֥וֹ H5714 Iddo Iddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי) 12 הַחֹזֶ֖ה H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 13 לְהִתְיַחֵ֑שׂ H3187 geslachtsregisters, geslachtsregister, geslachtsrekening (number after, number throughout the) genealogy (to be reckoned), be reckoned by genealogies 14 וּמִלְחֲמ֧וֹת H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 15 רְחַבְעָ֛ם H7346 Rehabeam Rehoboam 16 וְיָרָבְעָ֖ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En RehabeamH7346 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en werd begravenH6912 in de stadH5892 DavidsH1732; en zijn zoonH1121 AbiaH29 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.

KJV And Rehoboam2 slept1 with his fathers,4 and was buried5 in the city6 of David:7 and Abijah9 his son10 reigned8 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 רְחַבְעָם֙ H7346 Rehabeam Rehoboam 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַיִּקָּבֵ֖ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בְּעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 דָּוִ֑יד H1732 David, Davids David 8 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 9 אֲבִיָּ֥ה H29 Abia, Abija Abiah, Abijah 10 בְנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 12:1 2 Kronieken 11:17 2 Kronieken 12:13 2 Kronieken 26:13 1 Koningen 14:22 Micha 6:16 Deuteronomium 8:10 Hosea 13:6 Deuteronomium 32:15
2 Kronieken 12:2 1 Koningen 11:40 Psalmen 106:43 Klaagliederen 5:15 Jeremia 44:22 Nehemia 9:26 2 Kronieken 7:19 Jeremia 2:19 Jesaja 63:10
2 Kronieken 12:3 2 Kronieken 16:8 Nahum 3:9 Daniël 11:43 Jesaja 43:3 Genesis 10:6 1 Samuël 13:5 Openbaring 9:16 Richteren 6:5
2 Kronieken 12:4 2 Kronieken 11:5 Jesaja 10:11 Jesaja 36:1 Jesaja 8:8 Jeremia 5:10 2 Koningen 18:17
2 Kronieken 12:5 2 Kronieken 15:2 2 Kronieken 11:2 1 Koningen 12:22 Jeremia 2:19 2 Samuël 24:14 2 Kronieken 12:1 Jeremia 5:19 Richteren 10:9
2 Kronieken 12:6 Exodus 9:27 Daniël 9:14 Klaagliederen 1:18 Richteren 1:7 2 Kronieken 33:19 Exodus 10:3 Jeremia 13:15 2 Kronieken 32:26
2 Kronieken 12:7 2 Kronieken 34:25 2 Koningen 13:4 Lukas 15:18 Openbaring 14:10 Psalmen 79:6 Jeremia 7:20 Jesaja 42:25 Openbaring 16:2
2 Kronieken 12:8 Deuteronomium 28:47 Jesaja 26:13 Nehemia 9:36 Hosea 8:10 Jeremia 10:24 Richteren 3:1
2 Kronieken 12:9 2 Kronieken 9:15 1 Koningen 10:16 1 Koningen 14:25 Klaagliederen 1:10 2 Koningen 18:15 2 Koningen 16:8 1 Koningen 15:18
2 Kronieken 12:10 1 Koningen 14:27 Hooglied 3:7 Klaagliederen 4:1 2 Samuël 23:23 1 Kronieken 11:25 2 Samuël 8:18
2 Kronieken 12:12 2 Kronieken 19:3 2 Kronieken 12:6 1 Koningen 14:13 Klaagliederen 3:22 1 Petrus 5:6 Jesaja 57:15 Klaagliederen 3:33 2 Kronieken 33:12
2 Kronieken 12:13 1 Koningen 14:21 Deuteronomium 12:5 2 Kronieken 6:6 Nehemia 13:26 Exodus 20:24 Psalmen 48:1 Nehemia 13:1 Deuteronomium 23:3
2 Kronieken 12:14 2 Kronieken 19:3 Psalmen 57:7 Ezechiël 33:31 1 Korinthe 16:13 Jesaja 45:19 Mattheüs 7:7 Jesaja 55:6 Psalmen 78:37
2 Kronieken 12:15 2 Kronieken 9:29 2 Kronieken 12:5 1 Koningen 12:22 2 Kronieken 13:22 1 Koningen 14:29
2 Kronieken 12:16 1 Kronieken 3:10 2 Kronieken 11:20 1 Koningen 14:29 Mattheüs 1:7 2 Kronieken 13:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 12 vers 1

als Rehábeam Te weten, na drie jaren, in welke hij David en Salomo nagewandeld had. Zie boven, 2 Kron. 11:17 .

Hertaald: als Rehábeam Namelijk: na drie jaar, waarin hij David en Salomo nagevolgd had. Zie hierboven 2 Kron. 11:17.

de wet Dat is, verviel van de ware leer, den zuiveren godsdienst en oprechten wandel, van de wet Gods voorgeschreven. Vergelijk Deut. 32:15 ; 1 Kon. 18:18 ; boven, 2 Kron. 7:19 , en onder, 2 Kron. 13:11 ; Job 6:14 ; Spr. 2:13 ; Jes. 1:4 ; Jer. 2:13 , enz.

Hertaald: de wet Dat is: hij viel af van de ware leer, de zuivere eredienst en de oprechte levenswandel die door de wet van God waren voorgeschreven. Vergelijk Deut. 32:15; 1 Kon. 18:18; hierboven 2 Kron. 7:19, en hieronder 2 Kron. 13:11; Job 6:14; Spr. 2:13; Jes. 1:4; Jer. 2:13, enzovoort.

gans Israël Dat is, Juda en de Israëlieten, die onder Juda sorteerden, zie 1 Kon. 12:17 ; want de andere stammen waren tevoren door Jerobeam tot afwijking gebracht. Versta evenwel dezen afval alzo, dat God zijn uitverkoren overblijfsel heeft gehad, bestaande uit de profeten, als Ahia, Semaja, Iddo en enigen der priesters, Levieten en der gemeente, die de profeten gehoor gevende, zich van de besmettingen der afgoderij zuiver gehouden hebben. Zie onder, vs.12.

Hertaald: gans Israël Dat is: Juda en de Israëlieten die onder Juda vielen, zie 1 Kon. 12:17; want de andere stammen waren al eerder door Jerobeam tot afval gebracht. Versta deze afval echter zo, dat God een uitverkoren overblijfsel gehad heeft, bestaande uit de profeten, zoals Ahia, Semaja, Iddo, en sommigen van de priesters, Levieten en de gemeente, die door aan de profeten gehoor te geven zich zuiver gehouden hebben van de besmettingen van de afgoderij. Zie hieronder vers 12.

2 Kronieken 12 vers 2

Sisak, Zie 1 Kon. 14:25 .

Hertaald: Sisak, Zie 1 Kon. 14:25.

hadden Zie van hun gruwelijke zonden tegen de eerste en de tweede tafel bedreven, 1 Kon. 14:23-24 .

Hertaald: hadden Zie over hun gruwelijke zonden tegen de eerste en de tweede tafel van de wet 1 Kon. 14:23-24.

2 Kronieken 12 vers 3

Libyërs, Een volk in Afrika, palende aan Egypte. Zie van dezelve ook Dan. 11:43 ; Nah. 3:9 .

Hertaald: Libyërs, Een volk in Afrika, grenzend aan Egypte. Zie hierover ook Dan. 11:43; Nah. 3:9.

Suchieten Anders genoemd Troglodieten, ook een volk in Afrika.

Hertaald: Suchieten Elders Troglodieten genoemd, ook een volk in Afrika.

Moren; Hebreeuws, Kuschim; de Kusieten, dat is, de Moren en Arabieren. Zie Gen. 10:6 .

Hertaald: Moren; Hebreeuws: Kuschim; de Kusieten, dat is: de Moren en Arabieren. Zie Gen. 10:6.

2 Kronieken 12 vers 4

vaste steden in, Vergelijk boven, 2 Kron. 11:5 .

Hertaald: vaste steden in, Vergelijk hierboven 2 Kron. 11:5.

2 Kronieken 12 vers 5

Semája, Zie van dezen profeet ook 1 Kon. 12:22 en de aantekening.

Hertaald: Semája, Zie over deze profeet ook 1 Kon. 12:22 en de aantekening.

uit oorzaak Of, vanwege. Hebreeuws, van het aangezicht. Anders, uit vrees.

Hertaald: uit oorzaak Of: vanwege. Hebreeuws: van het aangezicht. Anders: uit vrees.

2 Kronieken 12 vers 6

verootmoedigden Te weten, bekennende met het hart en belijdende met den mond de goddeloosheid en ongerechtigheid hunner zonden en de rechtvaardigheid van Gods straf.

Hertaald: verootmoedigden Namelijk: door met het hart te erkennen en met de mond te belijden de goddeloosheid en ongerechtigheid van hun zonden en de rechtvaardigheid van Gods straf.

Israël Dat is, der Israëlieten, die onder het gebied van Rehabeam stonden.

Hertaald: Israël Dat is: van de Israëlieten die onder het gezag van Rehabeam stonden.

2 Kronieken 12 vers 7

in kort Of, na weinig, te weten, tijds, alzo Job 32:22 ; Ps. 2:12 , en Ps. 81:15 ; of, een kleine verlossing, of, wat weinigs ter verlossing.

Hertaald: in kort Of: na weinig, namelijk tijd, zo ook Job 32:22; Ps. 2:12, en Ps. 81:15; of: een kleine verlossing, of: iets weinigs tot verlossing.

ontkoming Dat is, verlossing.

Hertaald: ontkoming Dat is: verlossing.

niet zal uitgegoten worden Dat is, mijn gramschap zal zover niet gaan, dat Jeruzalem zou uitgeroeid en het volk gevankelijk weggevoerd worden; gelijk eindelijk geschied is door Nebukadnezer, den koning van Babel, 2Ki 25 , en onder, 2Ch 36 ; Jer 52 . Anders, zal niet druipen; dat is, niet lang duren.

Hertaald: niet zal uitgegoten worden Dat is: Mijn toorn zal niet zo ver gaan dat Jeruzalem uitgeroeid en het volk gevangen weggevoerd zou worden, zoals ten slotte gebeurd is door Nebukadnezar, de koning van Babel, 2 Kon. 25, en hieronder 2 Kron. 36; Jer. 52. Anders: zal niet druppelen; dat is: niet lang duren.

2 Kronieken 12 vers 8

hem tot knechten zijn, Dat is, zij zullen hem de stad moeten overgeven, rantsoen betalen, laten wegnemen wat hij hebben wil, en zulke conditiën des vredes ontvangen, als het hem believen zal te geven.

Hertaald: hem tot knechten zijn, Dat is: zij zullen hem de stad moeten overgeven, losgeld betalen, laten wegnemen wat hij hebben wil, en zulke vredesvoorwaarden aanvaarden als het hem zal behagen te geven.

opdat zij Te weten, hoe gelukzalig de staat is dergenen, die Mij dienen en gehoorzamen naar mijn woord; en daarentegen hoe zwaar en rampzalig het is, de afgodische, en tirannische koningen der aarde, naar hun gierigen en hoogmoedigen lust te dienen.

Hertaald: opdat zij Namelijk: hoe gelukkig de staat is van hen die Mij dienen en gehoorzamen naar Mijn woord, en daarentegen hoe zwaar en rampzalig het is de afgodische en tirannieke koningen van de aarde naar hun hebzuchtige en hoogmoedige begeerte te dienen.

koninkrijken Of, aardse koninkrijken.

Hertaald: koninkrijken Of: aardse koninkrijken.

2 Kronieken 12 vers 9

schatten Te weten, hem [zo het schijnt] van den koning en het volk te nemen toegelaten als het rantsoen van de stad, om niet met geweld van wapenen overvallen en geplunderd te worden.

Hertaald: schatten Namelijk: die hij [zo lijkt het] toestond van de koning en het volk te nemen als het losgeld voor de stad, om niet met wapengeweld overvallen en geplunderd te worden.

hij nam alles weg; Zie 1 Kon. 14:26 .

Hertaald: hij nam alles weg; Zie 1 Kon. 14:26.

2 Kronieken 12 vers 10

der trawanten, Zie 1 Kon. 14:27 .

Hertaald: der trawanten, Zie 1 Kon. 14:27.

2 Kronieken 12 vers 11

die droegen, Te weten, schilden.

Hertaald: die droegen, Namelijk: schilden.

wachtkamer Zie 1 Kon. 14:28 .

Hertaald: wachtkamer Zie 1 Kon. 14:28.

2 Kronieken 12 vers 12

hij zich verootmoedigde, Namelijk, de koning, met bewijs van leedschap en bekering.

Hertaald: hij zich verootmoedigde, Namelijk: de koning, met blijk van berouw en bekering.

goede dingen Als eerstelijk de wet van Mozes;<i>II.</i> het woord der profeten;<i>III.</i> de besnijdenis;<i>IV.</i> nog wat van den zuiveren godsdienst;<i>V.</i> enige ware gelovigen en godvruchtigen, die hun weg niet bedorven hadden; om welke dingen alle God de stad nog verschoonde; gelijk Hij met Sodom zou gedaan hebben, zo zelfs maar tien rechtvaardigen daarin waren geweest, Gen. 18:32 . Vergelijk hiermede boven, de aantekening vs.1.

Hertaald: goede dingen Zoals ten eerste de wet van Mozes; II. het woord van de profeten; III. de besnijdenis; IV. nog iets van de zuivere eredienst; V. enkele ware gelovigen en godvrezenden, die hun weg niet bedorven hadden; om al deze dingen spaarde God de stad nog, zoals Hij ook met Sodom gedaan zou hebben als er zelfs maar tien rechtvaardigen in geweest waren, Gen. 18:32. Vergelijk hiermee de aantekening hierboven bij vers 1.

2 Kronieken 12 vers 13

Zijn Naam Zie 1 Kon. 8:29 .

Hertaald: Zijn Naam Zie 1 Kon. 8:29.

2 Kronieken 12 vers 14

zijn hart Hoewel de mens dit niet kan doen door de kracht zijner natuur, maar alleen door de genade der wedergeboorte, Jer. 31:18 ; Matt. 7:18 ; Joh. 15:5 , zo is hij nochtans verbonden dat te doen, en strafbaar als hij het niet doet, omdat de schuld bij hem is dat hij het niet doet en niet kan doen.

Hertaald: zijn hart Hoewel de mens dit niet kan doen uit eigen natuurlijke kracht, maar alleen door de genade van de wedergeboorte, Jer. 31:18; Matth. 7:18; Joh. 15:5, is hij toch verplicht dit te doen, en strafbaar als hij het niet doet, omdat de schuld bij hem ligt dat hij het niet doet en niet kan doen.

HEERE te zoeken Zie boven, 2 Kron. 11:16 .

Hertaald: HEERE te zoeken Zie hierboven 2 Kron. 11:16.

2 Kronieken 12 vers 15

woorden Anders, in de boeken, of in het boek. Zie boven, 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: woorden Anders: in de boeken, of: in het boek. Zie hierboven 2 Kron. 9:29.

Semája, Zie 1 Kon. 12:22 .

Hertaald: Semája, Zie 1 Kon. 12:22.

Iddo, Zie boven, 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: Iddo, Zie hierboven 2 Kron. 9:29.

verhalende Anders, in het verhaal van de geslachtsregisters; of, in de geslachtsregisters; dat is, in het boek, beschrijvende de geslachten der koningen, genaamd de historie van den profeet Iddo, onder, 2 Kron. 13:22 .

Hertaald: verhalende Anders: in het verhaal van de geslachtsregisters; of: in de geslachtsregisters; dat is: in het boek dat de geslachten van de koningen beschrijft, de geschiedenis van de profeet Iddo genoemd, hieronder 2 Kron. 13:22.

daartoe Dat is, zijn ook in dezelfde woorden niet beschreven de krijgen, enz.

Hertaald: daartoe Dat is: in diezelfde woorden zijn ook niet beschreven de oorlogen, enzovoort.

in al hun dagen? Dat is, die hun levenlang geduurd hebben. Of, en de krijgen Rehabeams en Jerobeams waren al [hun] dagen; dat is, zolang als zij leefden.

Hertaald: in al hun dagen? Dat is: die hun hele leven geduurd hebben. Of: en de oorlogen van Rehabeam en Jerobeam waren al [hun] dagen; dat is: zolang zij leefden.

2 Kronieken 12 vers 16

Abia Anders genaamd Abiam, 1 Kon. 14:31 , en 1 Kon. 15:1 , enz.

Hertaald: Abia Elders Abiam genoemd, 1 Kon. 14:31, en 1 Kon. 15:1, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Iddo (de ziener)  — op tijd, geschikt (onzeker)

Een ziener/profeet, wiens geschriften de geschiedenissen van Rehabeam en Abia beschreven (2 Kron. 12:15; 13:22); mogelijk dezelfde Iddo die ook over Salomo en Jerobeam schreef (vgl. 2 Kron. 9:29).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Opdat zij onderkennen Mijn dienst  — God spaart Jeruzalem bij Sisaks inval, maar niet zonder les: "Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen" (2 Kron. 12:8)

Zodra Rehabeam het koninkrijk bevestigd heeft en sterk geworden is, verlaat hij de wet des HEEREN, en heel Israël met hem (2 Kron. 12:1). In het vijfde jaar trekt Sisak van Egypte op met een overmacht aan wagens en ruiters, en met volk zonder getal (2 Kron. 12:2-3). Hij neemt de vaste steden in en komt tot Jeruzalem toe (2 Kron. 12:4). Dan komt de profeet Semaja tot de koning en de oversten met één zin die alles verklaart: "Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak" (2 Kron. 12:5). Zij verweren zich niet, maar belijden dat de HEERE rechtvaardig is (2 Kron. 12:6). Daarop wordt het oordeel niet ingetrokken maar verkort: God zal hen niet verderven en Zijn grimmigheid niet door Sisaks hand over Jeruzalem uitgieten (2 Kron. 12:7). Wel blijven zij hem onderworpen, en daar wordt een doel bij genoemd (2 Kron. 12:8). De schatten van tempel en paleis worden weggevoerd, en de gouden schilden vervangen door koperen; dat is reeds behandeld bij De koperen schilden in plaats van de gouden (1 Kon. 14:25-28).

Bijbelse betekenis: Hier staat waarom God soms een halve verlossing geeft. Volledige uitredding zou juist de les hebben weggenomen die de dienstbaarheid leren moet: het verschil tussen het dienen van God en het dienen van vreemde koningen. Israël had die vergelijking nooit gemaakt zolang het goed ging. Wie God verlaat, komt niet in de vrijheid terecht, maar bij een andere heer, en die heer voert de schatten weg. De verootmoediging van koning en oversten is echt, en God erkent haar ook; toch laat Hij het juk voorlopig staan. Dat is geen halfslachtigheid maar onderwijs. Het vervolg toont ook waar het bij Rehabeam bleef steken: hij versterkte zich en regeerde, maar deed wat kwaad was, omdat hij zijn hart niet richtte om de HEERE te zoeken (2 Kron. 12:13-14).

Typologie: De wet had deze les vooraf aangezegd: "Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles; Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen" (Deut. 28:47-48). Tegenover die vreemde dienst staat het woord van Christus over de Zijne: "Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht" (Matt. 11:30). Wat Juda door verdrukking moest leren, biedt Christus vrijwillig aan.

2 Kron. 12:1-14; 1 Kon. 14:25-28; Deut. 28:47-48; Matt. 11:30

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 12

2 Kronieken 12:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:172 Kronieken 12:132 Kronieken 26:131 Koningen 14:22Micha 6:16Deuteronomium 8:10Hosea 13:6Deuteronomium 32:15
— Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
Rehabeam was niet in staat de gevaren van de voorspoed te verdragen. Hij vergat de Heere Die hem had doen voorspoedig zijn; en in de hoogmoed van zijn hart week hij af tot de afgoden.

2 Kronieken 12:2.Kruisverwijzingen1 Koningen 11:40Psalmen 106:43Klaagliederen 5:15Jeremia 44:22Nehemia 9:262 Kronieken 7:19Jeremia 2:19Jesaja 63:10
— Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
Dat was Sisaks eigen reden niet om tegen Jeruzalem op te trekken. Hij had gehoord van de rijkdom van Salomo, en zonder twijfel kwam hij om de buit die het paleis en de tempel hem zouden opleveren. Maar God bestuurt de lagere drijfveren van mensen vaak tot het volbrengen van Zijn eigen voornemen. Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent, zei Hij van Kores. Zo gordde Hij ook Sisak tot de tuchtiging van Israël, hoewel Sisak Hem niet kende.

2 Kronieken 12:3-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:8Nahum 3:92 Kronieken 11:5Daniël 11:43Jesaja 43:3Genesis 10:61 Samuël 13:5Openbaring 9:16
— Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren; En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
Hoe ijdel is de mens wanneer hij zich beroemt op de sterkte van zijn vestingwerken! Deze vaste steden vielen in één keer als huizen van kaarten voor de macht van de machtige koning van Egypte en de ontzaglijke horden die hem begeleidden. Rehabeam had zijn kracht besteed aan het aanleggen van deze verdedigingswerken, en hoe snel bleken zij waardeloos. Gezegend is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is; maar vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt.

2 Kronieken 12:5-6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:22 Kronieken 11:2Exodus 9:27Daniël 9:141 Koningen 12:22Jeremia 2:192 Samuël 24:142 Kronieken 12:1
— Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak. Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
Dit is nu juist het wezen van de ware verootmoediging: de erkenning dat God rechtvaardig is in welke straf Hij ook om onze zonde over ons brengt. Het is een heel korte volzin, maar er ligt een grote volheid van betekenis in: De HEERE is rechtvaardig.

2 Kronieken 12:7-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:25Deuteronomium 28:47Jesaja 26:132 Koningen 13:4Lukas 15:18Openbaring 14:10Psalmen 79:6Jeremia 7:20
— Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden. Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
Dit is een heel leerrijke uitdrukking. Ik geloof dat God, wanneer Zijn volk van Hem afdwaalt, het soms in grote dienstbaarheid laat vallen, opdat het het verschil zou beseffen tussen Zijn gelukkige dienst en de slavernij waarin het door een andere heer gehouden wordt. Alle meesters aan wie wij ons gemoed en ons hart overgeven zullen tirannen blijken te zijn, behalve de gezegende Vredevorst. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht; maar alle andere jukken drukken vroeg of laat de schouders open. En God heeft Zijn dwalende volk dat soms zo bitter doen gevoelen dat het verlangde weer terug te keren tot de dienst van zijn God.

Is het niet bedroevend te denken dat de grote God, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, uit alle bewoners van de wereld maar één volk had — en dat het Zijne door verkiezing, door roeping en door verbond — en dat het toch voortdurend van Hem vermoeid werd? Andere volken verwisselden hun goden niet. Het was zeldzaam dat een volk in die dagen zijn afgoden wegwierp. Maar Israël, dat alleen de ware God had terwijl de anderen goden hadden die niets dan afgoden waren, verliet de levende en waarachtige God om er de goden van de heidenen in Zijn plaats te stellen, die het geen goed konden doen. Dit verschijnsel van de menselijke natuur — het najagen van afgoden en het verlaten van de ware God — wordt onophoudelijk vernieuwd. Wij hebben datzelfde zelfs in de gemeente van God, die nooit tevreden schijnt te zijn met een zuivere liefde tot Christus, maar de ene vreemde minnaar na de andere najaagt.

Verkiezen wij het te leven voor zondig vermaak, dan zijn wij een slavernij ingegaan waarbij vergeleken de dienst van God licht en aangenaam is. Wat de strengste vorm van godsdienst ook van ons vraagt, hij zal nooit zoveel van ons eisen als de zonde doet. Ik tart de wereld te twijfelen aan de uitspraak dat de dienst van de zonde de vreselijkste van alle slavernijen is. Wanneer mensen zich daaraan overgeven en hun begeerten de heerschappij krijgen, dan is de zwaarste lijfeigenschap die ooit op aarde bestond nog vrijheid te noemen vergeleken met de gebondenheid aan iemands eigen begeerten. Er is een groot verschil tussen de dienst van God en elke andere dienst. De dienst van God is verrukkelijk. Als een jong mens de dienst van God ingaat, wordt er niets van hem gevraagd dat hem schaden zal. Geen enkel gebod van God zal, als wij het houden, ons lichaam of onze ziel benadelen. Er zal niets van ons gevraagd worden dan wat tot ons voordeel is — niets dat werkelijk tot ons verlies zou zijn. Als het al een tegenwoordig verlies schijnt in te houden, dan zal het toch tot toekomstige winst gekeerd worden, want God zal het ten beste besturen tot ons blijvend welzijn. Niets dat ons in de dienst van God ontzegd wordt, zou een zegen voor ons geweest zijn. Het is goed zo te wandelen dat wij rechtdoor kunnen gaan al lag er een graf op onze weg — en er dwars door heen, en er aan de andere zijde weer uit.

2 Kronieken 12:10-12.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:32 Kronieken 12:61 Koningen 14:131 Koningen 14:27Hooglied 3:7Klaagliederen 4:12 Samuël 23:231 Kronieken 11:25
— En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden. En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer. En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
Sisak plunderde het volk niet; hij stelde zich tevreden met de buit van de tempel en het paleis. Dat waren betrekkelijk milde voorwaarden voor een overwonnen volk, en men vraagt zich af hoe zo machtig een koning als Sisak zich in die dagen daarmee kon vergenoegen. Maar God heeft de harten van alle mensen in Zijn hand, en zelfs wanneer Hij een machtige vijand tegen Zijn volk laat uittrekken, houdt Hij hem toch in zoverre Hij wil. Wat een barmhartigheid is het voor ons dat er, wanneer God ons kastijdt, een einde aan komt! Het is altijd met mate; Hij laat de volheid en de felheid van Zijn toorn niet los, zoals Hij dat in de eeuwigheid over de verworpenen zal doen. Maar wanneer Hij Zijn roede op ons legt, telt Hij elke slag. Veertig slagen op één na was alles wat een Israëliet had te verduren; en God blijft zeker vaak ver onder dat getal wanneer Hij met ons handelt.

Er staat dat het in Juda goed ging — of liever: dat het er tamelijk goed ging. Er was een betrekkelijke voorspoed; zij waren niet geheel voorspoedig, want zij stonden niet geheel recht met God. Maar er was een voldoende deel godvruchtige mensen — de puriteinse, de bevindelijke partij was sterk genoeg in het land — dat God er nog met gunst op neerzag, al was die niet ongemengd met afkeuring; want de partij die de afgoden diende, de partij van de bijgelovigen, de partij die bij de wereld hoorde, was nog zeer sterk.

2 Kronieken 12:14.Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:3Psalmen 57:7Ezechiël 33:311 Korinthe 16:13Jesaja 45:19Mattheüs 7:7Jesaja 55:6Psalmen 78:37
— En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
Rehabeam had zijn goede kanten. Hij deed soms goed. En toch is dit, wanneer alles bij elkaar opgeteld wordt, de slotsom: hij deed dat kwaad was. Een reden daarvoor was, denk ik, dat hij een slechte moeder had. Vlak voor de samenvatting van zijn leven wordt ons gezegd: de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische (vers 13) — een van Salomo’s vele vrouwen. Maar zij was een afgodische vrouw, een Ammonietische. En het is weinig wonderlijk dat, waar de moeder buitengewoon slecht was, de samenvatting van het leven van de zoon zou zijn dat hij deed dat kwaad was.

Maar de Schrift geeft dit niet als de reden waarom Rehabeam kwaad deed. Het was “dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken”. God zal ieder richten naar zijn eigen daden; en al zouden wij ongelukkigerwijs geboren zijn uit de godloosste ouders die ooit geleefd hebben, er is geen reden waarom Gods genade niet bij ons in ons geslacht zou kunnen beginnen te werken. Er staat niet dat Rehabeam kwaad deed omdat hij van een verdorven inborst was, of omdat hij sterke begeerten had, of omdat hij door en door een slechte kerel was. Nee, dat was hij niet; hij deed kwaad om iets dat hij niet deed. Hij begon zijn leven niet met God te zoeken; en daarom begon hij het dwaas. Hij begon goed, en in de eerste drie jaren van zijn regering diende het volk God. Maar zij begonnen te dienen in de bossen in plaats van naar de tempel te Jeruzalem te komen. Erger nog: zij richtten beelden en afgodische pilaren op. En Rehabeam bekommerde zich daar niet om. Wanneer het volk God vreesde, was het hem goed; maar volgden zij Astoreth, dan mochten zij doen wat zij wilden. Hij was ten slotte niets meer dan een jong heerser die meende dat het voornaamste werk van een koning was zichzelf te vermaken. Wij zien hoe gemakkelijk Rehabeam eerst naar God ging, dan naar de afgoden, en dan weer terug naar God. Hij was altijd bereid te schuiven en te veranderen. Hij bracht geen grote hervormingen in het land tot stand. Er was niets werkelijks en blijvends in zijn godsdienst; die hield hem niet vast. Hij hield hem soms vast, maar die hield nooit hém vast.

2 Kronieken 12:15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:292 Kronieken 12:51 Koningen 12:222 Kronieken 13:221 Koningen 14:29
— De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
Waar zijn die boeken nu? Het doet volstrekt niet ter zake waar zij zijn. Er zijn nog vele andere boeken vergaan omdat zij niet ingegeven waren. Het waren boeken van geslachtsregisters, waardevol in hun tijd; maar als zij ons geestelijk van enig nut geweest waren, zouden zij bewaard zijn. Nu dan, aangezien andere oude boeken klaarblijkelijk verloren gegaan zijn, laten wij God van harte danken dat de ingegeven boeken voor ons bewaard zijn. Door wat een doorlopend wonder van de voorzienigheid elke ingegeven letter in wezen gebleven is, zou moeilijk te zeggen zijn; maar wij behoren de Heere gestadig te prijzen dat er uit het boek van deze profetie geen regel is weggenomen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Er zal niets van ons gevraagd worden dan wat tot ons voordeel is — niets dat werkelijk tot ons verlies zou zijn. Als het al een tegenwoordig verlies schijnt in te houden, dan zal het toch tot toekomstige winst gekeerd worden, want God zal het ten beste besturen tot ons blijvend welzijn.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content