Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Kronieken 11

1 Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen nu RehabeamH7346 te JeruzalemH3389 gekomenH935 was, vergaderdeH6950 hij het huisH1004 van JudaH3063 en BenjaminH1144, eenhonderdH3967 en tachtigH8084 duizendH505, uitgelezenenH977, geoefendH6213 ten oorlogH4421, om tegenH5973 IsraelH3478 te strijdenH3898, opdat hij het koninkrijkH4467 weder aan RehabeamH7346 brachtH7725. Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.

KJV And when Rehoboam2 was come1 to Jerusalem,3 he gathered4 of the house6 of Judah7 and Benjamin8 an hundred9 and fourscore10 thousand11 chosen12 men, which were warriors,13 to fight15 against Israel,17 that he might bring18 ➔ the kingdom20 again to Rehoboam.21

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 רְחַבְעָם֮ H7346 Rehabeam Rehoboam 3 יְרוּשָׁלִַם֒ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וַיַּקְהֵל֩ H6950 vergaderden, vergaderde, verzamelde assemble (selves) (together), gather (selves) (together) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בֵּ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 8 וּבִנְיָמִ֗ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 9 מֵאָ֨ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 וּשְׁמוֹנִ֥ים H8084 tachtig, tachtigste, tweehonderd eighty(-ieth), fourscore 11 אֶ֛לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 12 בָּח֖וּר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 13 עֹשֵׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 15 לְהִלָּחֵם֙ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 16 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 לְהָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַמַּמְלָכָ֖ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 21 לִרְחַבְעָֽם H7346 Rehabeam Rehoboam
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Doch het woordH1697 des HEERENH3068 geschieddeH1961 totH413 SemajaH8098, den manH376 GodsH430, zeggendeH559: Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:

KJV But the word2 of the LORD3 came to Shemaiah5 the man6 of God,7 saying,8

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 שְׁמַֽעְיָ֥הוּ H8098 Semaja Shemaiah 6 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZegH559 totH413 RehabeamH7346, den zoonH1121 van SalomoH8010, den koningH4428 van JudaH3063, en totH413 het ganseH3605 IsraelH3478 in JudaH3063 en BenjaminH1144, zeggendeH559: Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:

KJV Speak1 unto Rehoboam3 the son4 of Solomon,5 king6 of Judah,7 and to all Israel10 in Judah11 and Benjamin,12 saying,13

1 אֱמֹ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 רְחַבְעָ֥ם H7346 Rehabeam Rehoboam 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 8 וְאֶל֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 בִּיהוּדָ֥ה H3063 Juda Judah 12 וּבִנְיָמִ֖ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 13 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Gij zult nietH3808 optrekkenH5927, nochH3808 strijdenH3898 tegen uw broederenH251; een iederH376 kereH7725 weder tot zijn huisH1004, wantH3588 dezeH2088 zaakH1697 is vanH854 Mij geschiedH1961. En zij hoordenH8085 de woordenH1697 des HEERENH3068, en zij keerdenH7725 weder van tegen JerobeamH3379 te trekkenH3212. Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.

KJV Thus saith2 the LORD,3 Ye shall not go up,5 nor fight7 against your brethren:9 return10 every man11 to his house:12 for this thing16 is done15 of me. And they obeyed18 the words20 of the LORD,21 and returned22 from going23 against Jeroboam.25

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תַעֲלוּ֩ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תִלָּ֨חֲמ֜וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 אֲחֵיכֶ֗ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 שׁ֚וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 לְבֵית֔וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 מֵֽאִתִּ֛י H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 נִהְיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 17 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 18 וַֽיִּשְׁמְעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 דִּבְרֵ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 21 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 וַיָּשֻׁ֖בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 23 מִלֶּ֥כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 24 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 יָרָבְעָֽם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 RehabeamH7346 nu woondeH3427 te JeruzalemH3389; en hij bouwdeH1129 stedenH5892 tot vastighedenH4692 in JudaH3063. Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.

KJV And Rehoboam2 dwelt1 in Jerusalem,3 and built4 cities5 for defence6 in Judah.7

1 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 רְחַבְעָ֖ם H7346 Rehabeam Rehoboam 3 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וַיִּ֧בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 עָרִ֛ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 לְמָצ֖וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 7 בִּיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Hij bouwdeH1129 nu BethlehemH1035, en EthamH5862, en ThekoaH8620, Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,

KJV He built1 even Bethlehem,3 and Etam,6 and Tekoa,8

1 וַיִּ֧בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֵּֽית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 4 לֶ֛חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עֵיטָ֖ם H5862 Etam, Etham Etam 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 תְּקֽוֹעַ H8620 Thekoa Tekoa, Tekoah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Beth-ZurH1049, en SochoH7755, en AdullamH5725, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

KJV And Bethzur,2 and Shoco,5 and Adullam,7

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 בֵּֽית H1049 Beth-zur Beth-zur 3 צ֥וּר H1049 Beth-zur Beth-zur 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שׂוֹכ֖וֹ H7755 Socho Shocho, Shochoh, Sochoh, Soco, Socoh 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עֲדֻלָּֽם H5725 Adullam Adullam
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Gath, en Maresa, en Zif,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En GathH1661, en MaresaH4762, en ZifH2128, En Gath, en Maresa, en Zif,

KJV And Gath,2 and Mareshah,4 and Ziph,6

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 גַּ֥ת H1661 Gath Gath 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מָרֵשָׁ֖ה H4762 Maresa, Mareza Mareshah 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 זִֽיף H2128 Zif Ziph
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En AdoraimH115, en LachisH3923, en AzekaH5825, En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

KJV And Adoraim,2 and Lachish,4 and Azekah,6

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אֲדוֹרַ֥יִם H115 Adoraim Adoraim 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 לָכִ֖ישׁ H3923 Lachis Lachish 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עֲזֵקָֽה H5825 Azeka Azekah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En ZoraH6881, en AjalonH357, en HebronH2275; dewelkeH834 in JudaH3063 en in BenjaminH1144 de vasteH4694 stedenH5892 waren. En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

KJV And Zorah,2 and Aijalon,4 and Hebron,6 which are in Judah8 and in Benjamin9 fenced11 cities.10

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 צָרְעָה֙ H6881 Zora Zareah, Zorah, Zoreah 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אַיָּל֔וֹן H357 Ajalon Aijalon, Ajalon 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 חֶבְר֔וֹן H2275 Hebron Hebron 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 בִּיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 9 וּבְבִנְיָמִ֑ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 10 עָרֵ֖י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מְצֻרֽוֹת H4694 vaste, vastigheden, vesting fenced (city, fort, munition, strong hold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En hij sterkteH2388 deze vastighedenH4694, en legde overstenH5057 daarin, en schattenH214 van spijsH3978, en olieH8081, en wijnH3196; En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;

Ook in dit vers leideH5414

KJV And he fortified1 the strong holds,3 and put4 captains6 in them, and store7 of victual,8 and of oil9 and wine.10

1 וַיְחַזֵּ֖ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַמְּצֻר֑וֹת H4694 vaste, vastigheden, vesting fenced (city, fort, munition, strong hold 4 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 בָּהֶם֙ 6 נְגִידִ֔ים H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 7 וְאֹצְר֥וֹת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 8 מַאֲכָ֖ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 9 וְשֶׁ֥מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 10 וָיָֽיִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En in elke stadH5902 rondassenH6793 en spiesenH7420, en sterkteH7235 ze gans zeerH3966; zo wasH1961 JudaH3063, en BenjaminH1144 zijne. En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.

KJV And in every several city2 he put shields4 and spears,5 and made them exceeding7 strong,6 having Judah11 and Benjamin12 on his side.

1 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 עִ֤יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 וָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 צִנּ֣וֹת H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 5 וּרְמָחִ֔ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 6 וַֽיְחַזְּקֵ֖ם H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 לְהַרְבֵּ֣ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 8 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 9 וַיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 ל֖וֹ 11 יְהוּדָ֥ה H3063 Juda Judah 12 וּבִנְיָמִֽן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daartoe de priesterenH3548 en de LevietenH3881, dieH834 in het ganseH3605 IsraelH3478 waren, steldenH3320 zich bijH5921 hem uit alH3605 hun landpalenH1366. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.

KJV And the priests1 and the Levites2 that were in all Israel5 resorted6 to him out of all their coasts.9

1 וְהַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 2 וְהַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 הִֽתְיַצְּב֥וּ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 7 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 גְּבוּלָֽם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 de LevietenH3881 verlietenH5800 hun voorstedenH4054 en hun bezittingH272, en kwamen in JudaH3063 en in JeruzalemH3389; wantH3588 JerobeamH3379 en zijn zonenH1121 hadden hen verstotenH2186, van het priesterdomH3547 des HEERENH3068 te mogen bedienenH3547. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.

KJV For the Levites3 left2 their suburbs5 and their possession,6 and came7 to Judah8 and Jerusalem:9 for Jeroboam12 and his sons13 had cast them off11 from executing the priest's office14 unto the LORD:15

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עָזְב֣וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 3 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 מִגְרְשֵׁיהֶם֙ H4054 voorsteden, buitenruim, landerij cast out, suburb 6 וַאֲחֻזָּתָ֔ם H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 7 וַיֵּלְכ֥וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 לִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 9 וְלִֽירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הִזְנִיחָ֤ם H2186 verstoten, verstoot, verre terugdrijven cast away (off), remove far away (off) 12 יָֽרָבְעָם֙ H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 13 וּבָנָ֔יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 מִכַּהֵ֖ן H3547 priesterambt bedienen, priesterambt, bedienen deck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office) 15 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij had zich priesterenH3548 gesteldH5975 voor de hoogteH1116, en voor de duivelenH8163, en voor de kalverenH5695, dieH834 hij gemaaktH6213 had. En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.

KJV And he ordained1 him priests3 for the high places,4 and for the devils,5 and for the calves6 which he had made.8

1 וַיַּֽעֲמֶד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 לוֹ֙ 3 כֹּֽהֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 לַבָּמ֖וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 5 וְלַשְּׂעִירִ֑ים H8163 geitenbok, bok, bokken devil, goat, hairy, kid, rough, satyr 6 וְלָעֲגָלִ֖ים H5695 kalf, kalveren, kalfs bullock, calf 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 NaH310 die kwamenH935 ook uit alleH3605 stammenH7626 van IsraelH3478 te JeruzalemH3389, die hun hartH3824 begavenH5414, om den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, te zoekenH1245, dat zij den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, offerandeH2076 deden. Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.

KJV And after1 them out of all the tribes3 of Israel4 such as set5 their hearts7 to seek8 the LORD10 God11 of Israel12 came13 to Jerusalem,14 to sacrifice15 unto the LORD16 God17 of their fathers.18

1 וְאַחֲרֵיהֶ֗ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 מִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 שִׁבְטֵ֣י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 הַנֹּֽתְנִים֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 לְבָבָ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 8 לְבַקֵּ֕שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 בָּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 לִזְבּ֕וֹחַ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 16 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 אֲבוֹתֵיהֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Alzo sterktenH2388 zij het koninkrijkH4438 van JudaH3063, en bekrachtigdenH553 RehabeamH7346, den zoonH1121 van SalomoH8010, drieH7969 jarenH8141; wantH3588 drieH7969 jarenH8141 wandeldenH1980 zij in den wegH1870 van DavidH1732, en SalomoH8010. Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.

KJV So they strengthened1 the kingdom3 of Judah,4 and made Rehoboam7 the son8 of Solomon9 strong,5 three11 years:10 for three18 years17 they walked13 in the way14 of David15 and Solomon.16

1 וַֽיְחַזְּקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מַלְכ֣וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 וַֽיְאַמְּצ֛וּ H553 goeden moed, versterken, machtiger confirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 רְחַבְעָ֥ם H7346 Rehabeam Rehoboam 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 10 לְשָׁנִ֣ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 11 שָׁל֑וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 הָֽלְכ֗וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 14 בְּדֶ֧רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 דָּוִ֛יד H1732 David, Davids David 16 וּשְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 17 לְשָׁנִ֥ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 שָׁלֽוֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En RehabeamH7346 namH3947 zich, benevens MahalathH4258, de dochterH1323 van JerimothH3406, den zoonH1121 van DavidH1732, ter vrouweH802 AbihailH32, de dochterH1323 van EliabH446, den zoonH1121 van IsaiH3448, En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,

KJV And Rehoboam3 took1 him Mahalath6 the daughter7 of Jerimoth8 the son9 of David10 to wife,4 and Abihail11 the daughter12 of Eliab13 the son14 of Jesse;15

1 וַיִּֽקַּֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 ל֤וֹ 3 רְחַבְעָם֙ H7346 Rehabeam Rehoboam 4 אִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מָ֣חֲלַ֔ת H4258 Mahalath Mahalath 7 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 יְרִימ֖וֹת H3406 Jeremoth, Jerimoth Jermoth, Jerimoth, and Ramoth (from the margin) 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 דָּוִ֑יד H1732 David, Davids David 11 אֲבִיהַ֕יִל H32 Abihail, Abichail Abihail 12 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 אֱלִיאָ֖ב H446 Eliab Eliab 14 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשָֽׁי H3448 Isai Jesse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Dewelke hem zonen baarde, Jeus, en Semaria, en Zaham.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Dewelke hem zonenH1121 baardeH3205, JeusH3266, en SemariaH8114, en ZahamH2093. Dewelke hem zonen baarde, Jeus, en Semaria, en Zaham.

KJV Which bare1 him children;3 Jeush,5 and Shamariah,7 and Zaham.9

1 וַתֵּ֥לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 ל֖וֹ 3 בָּנִ֑ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְע֥וּשׁ H3266 Jeus, Jehus Jehush, Jeush. Compare H3274 (יְעִישׁ) 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁמַרְיָ֖ה H8114 Semarja, Semaria Shamariah, Shemariah 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 זָֽהַם H2093 Zaham Zaham
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En naH310 haar namH3947 hij MaachaH4601, de dochterH1323 van AbsalomH53; deze baardeH3205 hem AbiaH29, en AttaiH6262, en ZizaH2124, en SelomithH8019. En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.

KJV And after1 her he took2 Maachah4 the daughter5 of Absalom;6 which bare7 him Abijah,10 and Attai,12 and Ziza,14 and Shelomith.16

1 וְאַחֲרֶ֣יהָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 לָקַ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מַעֲכָ֖ה H4601 Maacha, Maachath Maachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה) 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 אַבְשָׁל֑וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 7 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 ל֗וֹ 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֲבִיָּה֙ H29 Abia, Abija Abiah, Abijah 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עַתַּ֔י H6262 Attai Attai 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 זִיזָ֖א H2124 Ziza Ziza 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שְׁלֹמִֽית H8019 Selomith Shelomith
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En RehabeamH7346 had MaachaH4601, AbsalomsH53 dochterH1323, lieverH157 dan alH3605 zijn vrouwenH802 en zijn bijwijvenH6370; wantH3588 hij had achttienH8083 vrouwenH802 genomenH5375, en zestigH8346 bijwijvenH6370; en hij gewonH3205 achtH8083 en twintigH6242 zonenH1121 en zestigH8346 dochterenH1323. En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.

KJV And Rehoboam2 loved1 Maachah4 the daughter5 of Absalom6 above all his wives8 and his concubines:9 (for he took14 eighteen12 wives,11 and threescore16 concubines;15 and begat17 twenty18 and eight19 sons,20 and threescore21 daughters.)22

1 וַיֶּאֱהַ֨ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 2 רְחַבְעָ֜ם H7346 Rehabeam Rehoboam 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מַעֲכָ֣ה H4601 Maacha, Maachath Maachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה) 5 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 אַבְשָׁל֗וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 7 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 נָשָׁיו֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 וּפִ֣ילַגְשָׁ֔יו H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 10 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נָשִׁ֤ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 שְׁמוֹנֶֽה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 13 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 14 נָשָׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 15 וּפִֽילַגְשִׁ֖ים H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 16 שִׁשִּׁ֑ים H8346 zestig sixty, three score 17 וַיּ֗וֹלֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 18 עֶשְׂרִ֧ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 19 וּשְׁמוֹנָ֛ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 20 בָּנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 21 וְשִׁשִּׁ֥ים H8346 zestig sixty, three score 22 בָּנֽוֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En RehabeamH7346 steldeH5975 AbiaH29, den zoonH1121 van MaachaH4601, tot een hoofdH7218, om een oversteH5057 te zijn onder zijn broederenH251; wantH3588 het was om hem koningH4427 te maken. En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.

KJV And Rehoboam3 made1 Abijah5 the son6 of Maachah7 the chief,2 to be ruler8 among his brethren:9 for he thought to make him king.11

1 וַיַּֽעֲמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 לָרֹ֧אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 3 רְחַבְעָ֛ם H7346 Rehabeam Rehoboam 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲבִיָּ֥ה H29 Abia, Abija Abiah, Abijah 6 בֶֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 מַעֲכָ֖ה H4601 Maacha, Maachath Maachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה) 8 לְנָגִ֣יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 9 בְּאֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 לְהַמְלִיכֽוֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En hij handelde verstandelijkH995, dat hij van al zijn zonenH1121, door alleH3605 landenH776 van JudaH3063 en BenjaminH1144, in alleH3605 vasteH4694 stedenH5892 verspreiddeH6555, denwelken hij spijzeH4202 gafH5414 in overvloedH7230; en hij begeerdeH7592 de veelheidH1995 van vrouwenH802. En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.

KJV And he dealt wisely,1 and dispersed2 of all his children4 throughout all the countries6 of Judah7 and Benjamin,8 unto every fenced11 city:10 and he gave12 them victual14 in abundance.15 And he desired16 many17 wives.18

1 וַיָּבֶן֩ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 2 וַיִּפְרֹ֨ץ H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 3 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 בָּנָ֜יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 לְֽכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אַרְצ֧וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 יְהוּדָ֣ה H3063 Juda Judah 8 וּבִנְיָמִ֗ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 9 לְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 הַמְּצֻר֔וֹת H4694 vaste, vastigheden, vesting fenced (city, fort, munition, strong hold 12 וַיִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 לָהֶ֛ם 14 הַמָּז֖וֹן H4202 spijze meat, victual 15 לָרֹ֑ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 16 וַיִּשְׁאַ֖ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 17 הֲמ֥וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 18 נָשִֽׁים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 11:1 Psalmen 33:16 Spreuken 21:30 1 Koningen 12:21 Psalmen 33:10
2 Kronieken 11:2 2 Kronieken 12:15 1 Samuël 2:27 2 Kronieken 12:5 2 Kronieken 8:14 1 Timotheüs 6:11 Deuteronomium 33:1 1 Koningen 12:22
2 Kronieken 11:3 Filippenzen 3:5 Openbaring 7:4 Exodus 24:4 Genesis 49:28 2 Koningen 17:34
2 Kronieken 11:4 2 Kronieken 10:15 2 Kronieken 28:8 1 Koningen 11:29 Genesis 50:20 2 Kronieken 25:7 1 Petrus 3:8 1 Korinthe 6:5 Psalmen 33:11
2 Kronieken 11:5 2 Kronieken 8:2 2 Kronieken 26:6 Jesaja 22:8 2 Kronieken 11:23 2 Kronieken 27:4 2 Kronieken 17:12 2 Kronieken 16:6 2 Kronieken 14:6
2 Kronieken 11:6 Amos 1:1 1 Kronieken 4:32 Jeremia 6:1 Genesis 35:19 2 Samuël 14:2 1 Samuël 17:12 Nehemia 3:27 Mattheüs 2:5
2 Kronieken 11:7 Jozua 15:35 Jozua 15:58 2 Samuël 23:13 Micha 1:15 1 Samuël 22:1 Jozua 12:15
2 Kronieken 11:8 1 Kronieken 18:1 1 Samuël 23:14 Jozua 15:24 Jozua 15:44 1 Samuël 23:19 Psalmen 54:1
2 Kronieken 11:9 Jozua 10:5 2 Kronieken 32:9 Jozua 15:35 Jozua 10:11 Jozua 15:39
2 Kronieken 11:10 Jozua 20:7 Genesis 23:2 Jozua 14:14 2 Samuël 2:11 Jozua 19:41 Jozua 15:33 Numeri 13:22
2 Kronieken 11:11 2 Kronieken 11:23 2 Kronieken 17:19 Jesaja 22:10
2 Kronieken 11:12 2 Samuël 13:22 2 Kronieken 32:5 2 Samuël 13:19 2 Kronieken 26:14
2 Kronieken 11:14 2 Kronieken 13:9 Numeri 35:2 1 Koningen 12:28 1 Koningen 13:33 Numeri 18:21 Jozua 21:20 1 Kronieken 6:66 Leviticus 27:30
2 Kronieken 11:15 1 Koningen 12:28 1 Koningen 12:31 1 Koningen 13:33 Psalmen 106:19 Exodus 32:4 Openbaring 16:14 Hosea 8:5 Exodus 32:31
2 Kronieken 11:16 2 Kronieken 15:9 1 Kronieken 22:19 Psalmen 62:10 2 Kronieken 30:11 1 Kronieken 22:1 Daniël 6:14 Jozua 22:19 Psalmen 108:1
2 Kronieken 11:17 2 Kronieken 12:1 Mattheüs 13:20 2 Kronieken 8:13 2 Kronieken 1:1 2 Kronieken 7:17 Hosea 6:4
2 Kronieken 11:18 1 Samuël 16:6 1 Kronieken 27:18 1 Samuël 17:28 1 Samuël 17:13 1 Kronieken 2:13
2 Kronieken 11:20 2 Kronieken 13:2 1 Koningen 15:1 2 Kronieken 11:21 2 Kronieken 12:16 Mattheüs 1:7
2 Kronieken 11:21 Deuteronomium 17:17 2 Samuël 3:2 1 Kronieken 3:1 2 Kronieken 11:23 Richteren 8:30 2 Samuël 5:13 Hooglied 6:8 1 Koningen 11:3
2 Kronieken 11:22 Deuteronomium 21:15 1 Kronieken 29:1 1 Kronieken 5:1
2 Kronieken 11:23 Lukas 16:8 Genesis 25:6 1 Koningen 1:5 2 Kronieken 21:3 2 Kronieken 10:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 11 vers 1

nu Rehábeam Zie de bredere verklaring van 1Ch 11 , 1 Kon. 12:21 , enz.

Hertaald: nu Rehábeam Zie de uitvoeriger verklaring in 1 Kron. 11, 1 Kon. 12:21, enzovoort.

huis van Juda Dat is, den stam van Juda. Zie 1 Kon. 15:27 .

Hertaald: huis van Juda Dat is: de stam Juda. Zie 1 Kon. 15:27.

Benjamin, Versta, het deel van dezen stam, hetwelk den stam van Juda volgde.

Hertaald: Benjamin, Versta hieronder het deel van deze stam dat de stam Juda volgde.

geoefend Of, bedreven in den oorlog. Hebreeuws, doende krijg, of oorlog.

Hertaald: geoefend Of: geoefend in de oorlog. Hebreeuws: oorlog voerend, of: strijd voerend.

2 Kronieken 11 vers 2

den man Gods, Dat is, profeet; zie Richt. 13:6 .

Hertaald: den man Gods, Dat is: profeet; zie Richt. 13:6.

2 Kronieken 11 vers 3

in Juda en Benjamin, Dat is, die in Juda en Benjamin woonden en Rehabeams onderzaten waren, genaamd 1 Kon. 12:23

Hertaald: in Juda en Benjamin, Dat is: die in Juda en Benjamin woonden en onderdanen van Rehabeam waren, genoemd in 1 Kon. 12:23

2 Kronieken 11 vers 4

uw broederen; Namelijk, de kinderen Israëls; welke verklaring uitgedrukt is 1 Kon. 12:24 . Broederen worden genaamd, die van een natie en volk zijn, Ex. 2:11 ; Lev. 10:6 ; Deut. 15:12 ; Rom. 9:3 .

Hertaald: uw broederen; Namelijk: de kinderen van Israël; die verklaring wordt gegeven in 1 Kon. 12:24. Broeders worden zij genoemd die van hetzelfde volk zijn, Ex. 2:11; Lev. 10:6; Deut. 15:12; Rom. 9:3.

van Mij geschied Zie 1 Kon. 12:15 .

Hertaald: van Mij geschied Zie 1 Kon. 12:15.

2 Kronieken 11 vers 5

Jeruzalem; De hoofdstad zijns koninkrijks.

Hertaald: Jeruzalem; De hoofdstad van zijn koninkrijk.

bouwde Versta dit meest van de versterking dezer steden, die tevoren gebouwd waren; alzo onder, 2 Kron. 14:6 , en 2 Kron. 16:1 , 2 Kron. 16:5 .

Hertaald: bouwde Versta dit vooral van de versterking van deze steden, die al eerder gebouwd waren; zo ook hieronder 2 Kron. 14:6, en 2 Kron. 16:1, 2 Kron. 16:5.

Juda Dat is, in dat deel des lands, dat nog met hem hield en onder zijn gebied stond, als voornamelijk de stam van Juda; daaronder dat ook kwam een deel van Simeon en van Benjamin.

Hertaald: Juda Dat is: in dat deel van het land dat nog bij hem hoorde en onder zijn gezag stond, vooral de stam Juda; daarbij kwam ook een deel van Simeon en van Benjamin.

2 Kronieken 11 vers 6

Bethlehem, Gelegen in den stam van Juda, en daarom genaamd Bethlehem-Juda, Matt. 2:5-6 , onderscheiden van een ander Bethlehem, gelegen in Zebulon, Joz. 19:15 ; zie Gen. 35:19 , waar dit Bethlehem in Juda ook genaamd wordt Efrata.

Hertaald: Bethlehem, Gelegen in de stam Juda, en daarom Bethlehem-Juda genoemd, Matth. 2:5-6, te onderscheiden van een ander Bethlehem, gelegen in Zebulon, Joz. 19:15; zie Gen. 35:19, waar dit Bethlehem in Juda ook Efratha genoemd wordt.

Etham, Een stad in Simeon, omtrent de westpale van den stam van Juda, 1 Kron. 4:31-32 .

Hertaald: Etham, Een stad in Simeon, in de buurt van de westgrens van de stam Juda, 1 Kron. 4:31-32.

Thekóa, Deze stad en de drie volgende zijn in Juda gelegen. Zie van deze vier Joz. 12:15 , en Joz. 15:35 , Joz. 15:58 ; 2 Sam. 14:2 ; 1 Kron. 2:24-25 .

Hertaald: Thekóa, Deze stad en de drie volgende liggen in Juda. Zie hierover Joz. 12:15, en Joz. 15:35, Joz. 15:58; 2 Sam. 14:2; 1 Kron. 2:24-25.

2 Kronieken 11 vers 8

Gath, Zie van deze stad 1 Kon. 2:39 .

Hertaald: Gath, Zie over deze stad 1 Kon. 2:39.

Maresa, Deze stad en de vier volgende waren in Juda gelegen. Zie van dezelve Joz. 10:10 , en Joz. 15:24 ; 2 Kon. 14:19 ; 1 Kron. 2:42 , en 1 Kron. 4:21 ; Jer. 34:7 .

Hertaald: Maresa, Deze stad en de vier volgende lagen in Juda. Zie hierover Joz. 10:10, en Joz. 15:24; 2 Kon. 14:19; 1 Kron. 2:42, en 1 Kron. 4:21; Jer. 34:7.

2 Kronieken 11 vers 10

Zora, Men leest van een Zora in den stam van Juda, Joz. 15:33 , en van een ander in Dan, Joz. 19:41 .

Hertaald: Zora, Men leest over een Zora in de stam Juda, Joz. 15:33, en over een andere in Dan, Joz. 19:41.

Ajálon, Daar waren ook meer steden van dezen naam; maar versta hier een Ajalon in Benjamin; en onder het rijk van Juda sorterende. Vergelijk Joz. 19:42 ; 1 Kron. 8:13 .

Hertaald: Ajálon, Er waren ook meer steden met deze naam; maar versta hier een Ajalon in Benjamin, dat onder het rijk van Juda viel. Vergelijk Joz. 19:42; 1 Kron. 8:13.

Hebron; Zie Gen. 23:2 .

Hertaald: Hebron; Zie Gen. 23:2.

2 Kronieken 11 vers 11

oversten daarin, Versta, gouverneurs en bevelhebbers, welken hij de bewaring van die steden en des lands, daaronder en daaromtrent gelegen, tegen allen vijandelijken inval heeft bevolen. Hiertoe heeft zijn zonen verkoren. Zie onder, vs.23.

Hertaald: oversten daarin, Versta hieronder gouverneurs en bevelhebbers, aan wie hij het bewaken van die steden en van het land daaronder en daaromheen tegen elke vijandelijke inval opdroeg. Hiervoor koos hij zijn zonen. Zie hieronder vers 23.

2 Kronieken 11 vers 12

elke stad Hebreeuws, alle stad en stad. Zie Gen. 7:2 .

Hertaald: elke stad Hebreeuws: elke stad en stad. Zie Gen. 7:2.

rondassen Versta, allerlei wapentuig, zowel tot beschadiging van zijn vijand, als tot zijn eigen bescherming dienende.

Hertaald: rondassen Versta hieronder allerlei wapentuig, zowel dienend om de vijand schade toe te brengen als voor eigen bescherming.

2 Kronieken 11 vers 13

die in het ganse Israël waren, Dat is, die door het ganse gebied en het koninkrijk van Jerobeam met hun woningen verspreid waren.

Hertaald: die in het ganse Israël waren, Dat is: die door het hele gebied en het koninkrijk van Jerobeam met hun woonplaatsen verspreid waren.

2 Kronieken 11 vers 14

priesterdom Vergelijk 1 Kon. 12:27 , enz.

Hertaald: priesterdom Vergelijk 1 Kon. 12:27, enzovoort.

2 Kronieken 11 vers 15

hoogte, Te weten, die hij den afgoden ter ere en ten dienste had laten oprichten, 1 Kon. 12:31 ; van de hoogten, zie Lev. 26:30 .

Hertaald: hoogte, Namelijk: die hij ter ere en ten dienste van de afgoden had laten oprichten, 1 Kon. 12:31; zie over de hoogten Lev. 26:30.

duivelen, Zie Lev. 17:7 .

Hertaald: duivelen, Zie Lev. 17:7.

kalveren, Zie 1 Kon. 12:28-29 , en de aantekening.

Hertaald: kalveren, Zie 1 Kon. 12:28-29, en de aantekening.

2 Kronieken 11 vers 16

die kwamen Namelijk Levieten; van wie in vs.14 gesproken is.

Hertaald: die kwamen Namelijk: Levieten; over wie in vers 14 gesproken is.

zoeken, Dat is, recht te leren kennen, zuiverlijk te dienen, vuriglijk aan te roepen, trouwelijk te gehoorzamen, en in al dezen gestadiglijk te volharden, om hierna in eeuwigheid met Hem te leven. Alzo onder, 2 Kron. 15:2 , 2 Kron. 15:12 , 2 Kron. 15:15 ; Ps. 69:33 ; Jer. 50:4 ; Am. 5:4 .

Hertaald: zoeken, Dat is: recht leren kennen, zuiver dienen, vurig aanroepen, trouw gehoorzamen, en in dit alles voortdurend volharden, om hierna in eeuwigheid met Hem te leven. Zo ook hieronder 2 Kron. 15:2, 2 Kron. 15:12, 2 Kron. 15:15; Ps. 69:33; Jer. 50:4; Amos 5:4.

2 Kronieken 11 vers 17

drie jaren Daarna verlieten zij den Heere. Zie onder, 2 Kron. 12:1 .

Hertaald: drie jaren Daarna verlieten zij de HEERE. Zie hieronder 2 Kron. 12:1.

wandelden Zie 1 Kon. 15:26 .

Hertaald: wandelden Zie 1 Kon. 15:26.

Sálomo Salomo wordt alhier de lof der godvruchtigheid toegeschreven, ten aanzien van de eerste jaren zijner regering, of ook ten aanzien van het einde, omdat men houdt dat hij zich vóór zijn dood van zijn zonden en ijdelheden bekeerd heeft, en tot bewijs daarvan het boek, genaamd Ecclesiastes, of de Prediker, in zijn ouderdom schijnt geschreven te hebben. Overweeg inzonderheid 2 Kron. 36:22-23 .

Hertaald: Sálomo Aan Salomo wordt hier de lof van de godsvrucht toegeschreven, met het oog op de eerste jaren van zijn regering, of ook met het oog op het einde ervan, omdat men aanneemt dat hij zich vóór zijn dood van zijn zonden en ijdelheden bekeerd heeft; als bewijs daarvan lijkt hij op zijn oude dag het boek Ecclesiastes, of de Prediker, geschreven te hebben. Overweeg vooral 2 Kron. 36:22-23.

2 Kronieken 11 vers 18

benevens Van dit woord zie 1 Kon. 11:1 .

Hertaald: benevens Zie over dit woord 1 Kon. 11:1.

Eliab, Ook genaamd Elihu; 1 Kron. 27:18 .

Hertaald: Eliab, Ook Elihu genoemd; 1 Kron. 27:18.

2 Kronieken 11 vers 20

Máächa, Ook genaamd Michaja; onder, 2 Kron. 13:2 .

Hertaald: Máächa, Ook Michaja genoemd; hieronder 2 Kron. 13:2.

Absalom; Versta, niet den zoon des konings Davids, want die was zonder kinderen na te laten gestorven, maar een van Gibea, anders Uriël genaamd; onder, 2 Kron. 13:2 .

Hertaald: Absalom; Versta hieronder niet de zoon van koning David, want die was gestorven zonder kinderen na te laten, maar iemand uit Gibea, elders Uriël genoemd; hieronder 2 Kron. 13:2.

2 Kronieken 11 vers 21

bijwijven; Zie Gen. 22:24 .

Hertaald: bijwijven; Zie Gen. 22:24.

2 Kronieken 11 vers 22

tot een hoofd, Waarin hij zondigde tegen de wet, Deut. 21:15-16 . Indien Abia de eerstgeborene niet was, gelijk hij uit vs.19 niet schijnt geweest te zijn; ten ware, dat hij om dit te doen een speciaal bevel door enigen profeet van God gehad had, waarvan niet geschreven staat.

Hertaald: tot een hoofd, Waarin hij zondigde tegen de wet, Deut. 21:15-16, als Abia niet de eerstgeborene was, wat hij op grond van vers 19 niet lijkt geweest te zijn — tenzij hij hiervoor een speciale opdracht van God via een profeet had gehad, waarover echter niets geschreven staat.

2 Kronieken 11 vers 23

hij handelde Hebreeuws, hij verstond en verspreidde, enz.; te weten, vrezende voor verderen afval.

Hertaald: hij handelde Hebreeuws: hij begreep en verspreidde, enzovoort; namelijk uit vrees voor verdere afval.

denwelken Te weten, zijn zoon, om het volk niet te belasten.

Hertaald: denwelken Namelijk: zijn zoon, om het volk niet te belasten.

begeerde Versta, dat hij vele vrouwen van derzelver ouders voor zijn zonen heeft verzocht, of dat hij voor zichzelven tot veelheid der vrouwen genegen was.

Hertaald: begeerde Versta hieronder dat hij voor zijn zonen veel vrouwen van hun ouders gevraagd heeft, of dat hij zelf geneigd was tot veelwijverij.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mahalath  — harp; ziekte (onzeker)

Dochter van Jerimoth, een zoon van David; een van de vrouwen van koning Rehabeam van Juda, bij wie zij drie zonen baarde: Jeüs, Semaria en Zaham (2 Kron. 11:18-19).

Abihaïl  — vader der kracht

Dochter van Eliab, de zoon van Isaï (Davids broer); een van de vrouwen van koning Rehabeam van Juda (2 Kron. 11:18).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De priesters en Levieten die naar Jeruzalem trokken  — bij de scheuring geven de Levieten hun bezit prijs voor de plaats van de dienst: "de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem" (2 Kron. 11:14)

Rehabeams poging het rijk met geweld te heroveren wordt door Semaja gestuit; dat is reeds behandeld bij De scheuring van het rijk (Rehabeams harde antwoord), 1 Kon. 12:21-24. De kroniekschrijver vervolgt met iets dat in Koningen geheel ontbreekt. De priesters en de Levieten uit heel Israël voegen zich bij Rehabeam, uit al hun landpalen (2 Kron. 11:13). Zij laten daarvoor hun voorsteden en hun bezitting achter, want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten van het priesterdom des HEEREN (2 Kron. 11:14). In hun plaats stelde hij eigen priesters aan voor de hoogten en voor de kalveren die hij gemaakt had (2 Kron. 11:15; reeds behandeld bij De gouden kalveren van Jerobeam, 1 Kon. 12:26-33). Na de ambtsdragers komen ook gewone Israëlieten uit alle stammen naar Jeruzalem, die hun hart erop zetten om de God Israëls te zoeken (2 Kron. 11:16). Drie jaren lang wandelde men in de weg van David, en die toeloop maakte het koninkrijk van Juda sterk (2 Kron. 11:17).

Bijbelse betekenis: Een hele stand geeft hier zijn bezit weg. Voorsteden en weidegrond waren de Levieten bij name toegewezen, en toch laten zij dat alles liggen zodra de dienst hun onmogelijk wordt gemaakt. Wat hen drijft is niet de politiek maar het altaar. Jerobeam had zijn eigen eredienst goedkoop gemaakt: wie kwam met een jong rund en zeven rammen, kon priester worden (2 Kron. 13:9). Wie de ware dienst wilde houden, betaalde daarvoor met huis en land. Opmerkelijk is dat het volk hen volgt. Eerst gaan de ambtsdragers, en daarna komen uit alle stammen zij die hun hart erop zetten om de HEERE te zoeken. Een gemeente wordt zelden sterker dan de weg die haar voorgangers zelf durven gaan.

Typologie: Dezelfde keus tekent Mozes: "Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben" (Hebr. 11:25). De Hebreeënbrief roept de gemeente tot precies die stap: "Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende" (Hebr. 13:13). En wat de Levieten prijsgaven, weegt niet op tegen wat zij zochten: "Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders" (Ps. 84:11).

2 Kron. 11:13-17; 2 Kron. 13:9; 1 Kon. 12:21-24; 1 Kon. 12:26-33; Hebr. 11:25; Hebr. 13:13; Ps. 84:11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Kronieken 11

2 Kronieken 11:1-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:152 Kronieken 10:152 Kronieken 28:81 Koningen 11:29Genesis 50:202 Kronieken 25:7Psalmen 33:16Spreuken 21:30
— Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht. Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende: Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende: Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
Tot zover goed. Er was nog een zekere mate van de vreze Gods in het gemoed van mensen, wanneer een koning op het woord van één profeet zijn troepen ontbond en van de oorlog afliet.

2 Kronieken 11:5-15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9Jozua 15:35Numeri 35:22 Kronieken 8:21 Koningen 12:281 Koningen 12:312 Kronieken 26:6Jesaja 22:8
— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda. Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam, En Gath, en Maresa, en Zif, En Adoraim, en Lachis, en Azeka, En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren. En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn; En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen. En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
Geen wonder dat het koninkrijk van Rehabeam versterkt werd door de komst van deze mannen. Zij waren zonder twijfel de beste mannen van heel het land, mannen die de Heere vreesden, die de wet kenden, en die wisten hoe zij het volk moesten leren wat het doen moest.

2 Kronieken 11:16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:91 Kronieken 22:19Psalmen 62:102 Kronieken 30:111 Kronieken 22:1Daniël 6:14Jozua 22:19Psalmen 108:1
— Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
Soort zoekt soort: wie in Israël de Heere vreesden, gingen daarheen waar hun voorgangers heengegaan waren. Deze beweging bracht een uittocht op gang van enkele van de besten van de bevolking, om dichtbij het heilige huis te wonen waar Jehova gediend werd; en dat moet het kleine koninkrijk van Rehabeam nog verder versterkt hebben.

2 Kronieken 11:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:1Mattheüs 13:202 Kronieken 8:132 Kronieken 1:12 Kronieken 7:17Hosea 6:4
— Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
Dat was goed zolang het duurde; maar ach, het duurde niet lang.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content