Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen nu RehabeamH7346 te JeruzalemH3389gekomenH935 was, vergaderdeH6950 hij het huisH1004 van JudaH3063 en BenjaminH1144, eenhonderdH3967 en tachtigH8084duizendH505, uitgelezenenH977, geoefendH6213 ten oorlogH4421, om tegenH5973IsraelH3478 te strijdenH3898, opdat hij het koninkrijkH4467 weder aan RehabeamH7346brachtH7725.Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.
KJVAnd when Rehoboam2was come1to Jerusalem,3he gathered4of the house6of Judah7and Benjamin8an hundred9and fourscore10thousand11chosen12men, which were warriors,13to fight15against Israel,17that he might bring18➔ the kingdom20againto Rehoboam.21
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2רְחַבְעָם֮H7346RehabeamRehoboam3יְרוּשָׁלִַם֒H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4וַיַּקְהֵל֩H6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בֵּ֨יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah8וּבִנְיָמִ֗ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin9מֵאָ֨הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10וּשְׁמוֹנִ֥יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore11אֶ֛לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand12בָּח֖וּרH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require13עֹשֵׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14מִלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)15לְהִלָּחֵם֙H3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)16עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18לְהָשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַמַּמְלָכָ֖הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal21לִרְחַבְעָֽםH7346RehabeamRehoboam
2Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Doch het woordH1697 des HEERENH3068geschieddeH1961totH413SemajaH8098, den manH376GodsH430, zeggendeH559:Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:
KJVBut the word2of the LORD3came to Shemaiah5the man6of God,7saying,8
3Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZegH559totH413RehabeamH7346, den zoonH1121 van SalomoH8010, den koningH4428 van JudaH3063, en totH413 het ganseH3605IsraelH3478 in JudaH3063 en BenjaminH1144, zeggendeH559:Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:
KJVSpeak1unto Rehoboam3the son4of Solomon,5king6of Judah,7and to all Israel10in Judah11and Benjamin,12saying,13
1אֱמֹ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3רְחַבְעָ֥םH7346RehabeamRehoboam4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8וְאֶל֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11בִּיהוּדָ֥הH3063JudaJudah12וּבִנְיָמִ֖ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin13לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
4Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Gij zult nietH3808optrekkenH5927, nochH3808strijdenH3898 tegen uw broederenH251; een iederH376kereH7725 weder tot zijn huisH1004, wantH3588dezeH2088zaakH1697 is vanH854 Mij geschiedH1961. En zij hoordenH8085 de woordenH1697 des HEERENH3068, en zij keerdenH7725 weder van tegen JerobeamH3379 te trekkenH3212.Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
KJVThus saith2the LORD,3Ye shall not go up,5nor fight7against your brethren:9return10every man11to his house:12for this thing16is done15of me. And they obeyed18the words20of the LORD,21and returned22from going23against Jeroboam.25
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֡הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תַעֲלוּ֩H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תִלָּ֨חֲמ֜וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9אֲחֵיכֶ֗םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10שׁ֚וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12לְבֵית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14מֵֽאִתִּ֛יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15נִהְיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18וַֽיִּשְׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23מִלֶּ֥כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak24אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25יָרָבְעָֽםH3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam
5Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5RehabeamH7346 nu woondeH3427 te JeruzalemH3389; en hij bouwdeH1129stedenH5892 tot vastighedenH4692 in JudaH3063.Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Hij bouwdeH1129 nu BethlehemH1035, en EthamH5862, en ThekoaH8620,Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
KJVHe built1even Bethlehem,3and Etam,6and Tekoa,8
1וַיִּ֧בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בֵּֽיתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem4לֶ֛חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֵיטָ֖םH5862Etam, EthamEtam7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תְּקֽוֹעַH8620ThekoaTekoa, Tekoah
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Beth-ZurH1049, en SochoH7755, en AdullamH5725,En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,
KJVAnd Bethzur,2and Shoco,5and Adullam,7
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בֵּֽיתH1049Beth-zurBeth-zur3צ֥וּרH1049Beth-zurBeth-zur4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שׂוֹכ֖וֹH7755SochoShocho, Shochoh, Sochoh, Soco, Socoh6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֲדֻלָּֽםH5725AdullamAdullam
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En GathH1661, en MaresaH4762, en ZifH2128,En Gath, en Maresa, en Zif,
KJVAnd Gath,2and Mareshah,4and Ziph,6
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2גַּ֥תH1661GathGath3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מָרֵשָׁ֖הH4762Maresa, MarezaMareshah5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6זִֽיףH2128ZifZiph
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En AdoraimH115, en LachisH3923, en AzekaH5825,En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
KJVAnd Adoraim,2and Lachish,4and Azekah,6
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֲדוֹרַ֥יִםH115AdoraimAdoraim3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לָכִ֖ישׁH3923LachisLachish5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֲזֵקָֽהH5825AzekaAzekah
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En ZoraH6881, en AjalonH357, en HebronH2275; dewelkeH834 in JudaH3063 en in BenjaminH1144 de vasteH4694stedenH5892 waren.En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
KJVAnd Zorah,2and Aijalon,4and Hebron,6which are in Judah8and in Benjamin9fenced11cities.10
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2צָרְעָה֙H6881ZoraZareah, Zorah, Zoreah3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אַיָּל֔וֹןH357AjalonAijalon, Ajalon5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6חֶבְר֔וֹןH2275HebronHebron7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בִּיהוּדָ֖הH3063JudaJudah9וּבְבִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin10עָרֵ֖יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מְצֻרֽוֹתH4694vaste, vastigheden, vestingfenced (city, fort, munition, strong hold
11En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij sterkteH2388 deze vastighedenH4694, en legde overstenH5057 daarin, en schattenH214 van spijsH3978, en olieH8081, en wijnH3196;En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;
Ook in dit vers
leideH5414
KJVAnd he fortified1the strong holds,3and put4captains6in them, and store7of victual,8and of oil9and wine.10
1וַיְחַזֵּ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמְּצֻר֑וֹתH4694vaste, vastigheden, vestingfenced (city, fort, munition, strong hold4וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5בָּהֶם֙6נְגִידִ֔יםH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler7וְאֹצְר֥וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)8מַאֲכָ֖לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual9וְשֶׁ֥מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine10וָיָֽיִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)
12En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En in elke stadH5902rondassenH6793 en spiesenH7420, en sterkteH7235 ze gans zeerH3966; zo wasH1961JudaH3063, en BenjaminH1144 zijne.En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.
KJVAnd in every several city2he put shields4and spears,5and made them exceeding7strong,6having Judah11and Benjamin12on his side.
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3וָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4צִנּ֣וֹתH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target5וּרְמָחִ֔יםH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear6וַֽיְחַזְּקֵ֖םH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7לְהַרְבֵּ֣הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very8מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well9וַיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10ל֖וֹ11יְהוּדָ֥הH3063JudaJudah12וּבִנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daartoe de priesterenH3548 en de LevietenH3881, dieH834 in het ganseH3605IsraelH3478 waren, steldenH3320 zich bijH5921 hem uit alH3605 hun landpalenH1366.Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
KJVAnd the priests1and the Levites2that were in all Israel5resorted6to him out of all their coasts.9
1וְהַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2וְהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הִֽתְיַצְּב֥וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)7עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9גְּבוּלָֽםH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
14Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588 de LevietenH3881verlietenH5800 hun voorstedenH4054 en hun bezittingH272, en kwamen in JudaH3063 en in JeruzalemH3389; wantH3588JerobeamH3379 en zijn zonenH1121 hadden hen verstotenH2186, van het priesterdomH3547 des HEERENH3068 te mogen bedienenH3547.Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
KJVFor the Levites3left2their suburbs5and their possession,6and came7to Judah8and Jerusalem:9for Jeroboam12and his sons13had cast them off11from executing the priest's office14unto the LORD:15
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עָזְב֣וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely3הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִגְרְשֵׁיהֶם֙H4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb6וַאֲחֻזָּתָ֔םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession7וַיֵּלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8לִיהוּדָ֖הH3063JudaJudah9וְלִֽירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הִזְנִיחָ֤םH2186verstoten, verstoot, verre terugdrijvencast away (off), remove far away (off)12יָֽרָבְעָם֙H3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam13וּבָנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14מִכַּהֵ֖ןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)15לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En hij had zich priesterenH3548gesteldH5975 voor de hoogteH1116, en voor de duivelenH8163, en voor de kalverenH5695, dieH834 hij gemaaktH6213 had.En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
KJVAnd he ordained1him priests3for the high places,4and for the devils,5and for the calves6which he had made.8
1וַיַּֽעֲמֶדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2לוֹ֙3כֹּֽהֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4לַבָּמ֖וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave5וְלַשְּׂעִירִ֑יםH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr6וְלָעֲגָלִ֖יםH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
16Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16NaH310 die kwamenH935 ook uit alleH3605stammenH7626 van IsraelH3478 te JeruzalemH3389, die hun hartH3824begavenH5414, om den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478, te zoekenH1245, dat zij den HEEREH3068, den GodH430 hunner vaderenH1, offerandeH2076 deden.Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
KJVAnd after1them out of all the tribes3of Israel4such as set5their hearts7to seek8the LORD10God11of Israel12came13to Jerusalem,14to sacrifice15unto the LORD16God17of their fathers.18
1וְאַחֲרֵיהֶ֗םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5הַנֹּֽתְנִים֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לְבָבָ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding8לְבַקֵּ֕שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13בָּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15לִזְבּ֕וֹחַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay16לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18אֲבוֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
17Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Alzo sterktenH2388 zij het koninkrijkH4438 van JudaH3063, en bekrachtigdenH553RehabeamH7346, den zoonH1121 van SalomoH8010, drieH7969jarenH8141; wantH3588drieH7969jarenH8141wandeldenH1980 zij in den wegH1870 van DavidH1732, en SalomoH8010.Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
KJVSo they strengthened1the kingdom3of Judah,4and made Rehoboam7the son8of Solomon9strong,5three11years:10for three18years17they walked13in the way14of David15and Solomon.16
1וַֽיְחַזְּקוּ֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מַלְכ֣וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וַֽיְאַמְּצ֛וּH553goeden moed, versterken, machtigerconfirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7רְחַבְעָ֥םH7346RehabeamRehoboam8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon10לְשָׁנִ֣יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11שָׁל֑וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13הָֽלְכ֗וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14בְּדֶ֧רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15דָּוִ֛ידH1732David, DavidsDavid16וּשְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon17לְשָׁנִ֥יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18שָׁלֽוֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
18En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En RehabeamH7346namH3947 zich, benevens MahalathH4258, de dochterH1323 van JerimothH3406, den zoonH1121 van DavidH1732, ter vrouweH802AbihailH32, de dochterH1323 van EliabH446, den zoonH1121 van IsaiH3448,En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,
19Dewelke hem zonen baarde, Jeus, en Semaria, en Zaham.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Dewelke hem zonenH1121baardeH3205, JeusH3266, en SemariaH8114, en ZahamH2093.Dewelke hem zonen baarde, Jeus, en Semaria, en Zaham.
1וַתֵּ֥לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)2ל֖וֹ3בָּנִ֑יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְע֥וּשׁH3266Jeus, JehusJehush, Jeush. Compare H3274 (יְעִישׁ)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁמַרְיָ֖הH8114Semarja, SemariaShamariah, Shemariah8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9זָֽהַםH2093ZahamZaham
20En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En naH310 haar namH3947 hij MaachaH4601, de dochterH1323 van AbsalomH53; deze baardeH3205 hem AbiaH29, en AttaiH6262, en ZizaH2124, en SelomithH8019.En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
1וְאַחֲרֶ֣יהָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2לָקַ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַעֲכָ֖הH4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)5בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6אַבְשָׁל֑וֹםH53Absalom, Absaloms, AbisalomAbishalom, Absalom7וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8ל֗וֹ9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲבִיָּה֙H29Abia, AbijaAbiah, Abijah11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עַתַּ֔יH6262AttaiAttai13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14זִיזָ֖אH2124ZizaZiza15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁלֹמִֽיתH8019SelomithShelomith
21En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En RehabeamH7346 had MaachaH4601, AbsalomsH53dochterH1323, lieverH157 dan alH3605 zijn vrouwenH802 en zijn bijwijvenH6370; wantH3588 hij had achttienH8083vrouwenH802genomenH5375, en zestigH8346bijwijvenH6370; en hij gewonH3205achtH8083 en twintigH6242zonenH1121 en zestigH8346dochterenH1323.En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.
KJVAnd Rehoboam2loved1Maachah4the daughter5of Absalom6above all his wives8and his concubines:9(for he took14eighteen12wives,11and threescore16concubines;15and begat17twenty18and eight19sons,20and threescore21daughters.)22
1וַיֶּאֱהַ֨בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend2רְחַבְעָ֜םH7346RehabeamRehoboam3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַעֲכָ֣הH4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)5בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6אַבְשָׁל֗וֹםH53Absalom, Absaloms, AbisalomAbishalom, Absalom7מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8נָשָׁיו֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9וּפִ֣ילַגְשָׁ֔יוH6370bijwijf, bijwijvenconcubine, paramour10כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נָשִׁ֤יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12שְׁמוֹנֶֽהH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth13עֶשְׂרֵה֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)14נָשָׂ֔אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15וּפִֽילַגְשִׁ֖יםH6370bijwijf, bijwijvenconcubine, paramour16שִׁשִּׁ֑יםH8346zestigsixty, three score17וַיּ֗וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)18עֶשְׂרִ֧יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)19וּשְׁמוֹנָ֛הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth20בָּנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21וְשִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score22בָּנֽוֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
22En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En RehabeamH7346steldeH5975AbiaH29, den zoonH1121 van MaachaH4601, tot een hoofdH7218, om een oversteH5057 te zijn onder zijn broederenH251; wantH3588 het was om hem koningH4427 te maken.En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.
KJVAnd Rehoboam3made1Abijah5the son6of Maachah7the chief,2to be ruler8among his brethren:9for he thought to make him king.11
1וַיַּֽעֲמֵ֨דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2לָרֹ֧אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3רְחַבְעָ֛םH7346RehabeamRehoboam4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲבִיָּ֥הH29Abia, AbijaAbiah, Abijah6בֶֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7מַעֲכָ֖הH4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)8לְנָגִ֣ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler9בְּאֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לְהַמְלִיכֽוֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely
23En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En hij handelde verstandelijkH995, dat hij van al zijn zonenH1121, door alleH3605landenH776 van JudaH3063 en BenjaminH1144, in alleH3605vasteH4694stedenH5892verspreiddeH6555, denwelken hij spijzeH4202gafH5414 in overvloedH7230; en hij begeerdeH7592 de veelheidH1995 van vrouwenH802.En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.
KJVAnd he dealt wisely,1and dispersed2of all his children4throughout all the countries6of Judah7and Benjamin,8unto every fenced11city:10and he gave12them victual14in abundance.15And he desired16many17wives.18
1וַיָּבֶן֩H995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)2וַיִּפְרֹ֨ץH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4בָּנָ֜יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5לְֽכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אַרְצ֧וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7יְהוּדָ֣הH3063JudaJudah8וּבִנְיָמִ֗ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin9לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הַמְּצֻר֔וֹתH4694vaste, vastigheden, vestingfenced (city, fort, munition, strong hold12וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָהֶ֛ם14הַמָּז֖וֹןH4202spijzemeat, victual15לָרֹ֑בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)16וַיִּשְׁאַ֖לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish17הֲמ֥וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult18נָשִֽׁיםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 11:1— Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.Psalmen 33:16→Spreuken 21:30→1 Koningen 12:21→Psalmen 33:10→
2 Kronieken 11:2— Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:2 Kronieken 12:15→1 Samuël 2:27→2 Kronieken 12:5→2 Kronieken 8:14→1 Timotheüs 6:11→Deuteronomium 33:1→1 Koningen 12:22→
2 Kronieken 11:3— Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:Filippenzen 3:5→Openbaring 7:4→Exodus 24:4→Genesis 49:28→2 Koningen 17:34→
2 Kronieken 11:4— Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.2 Kronieken 10:15→2 Kronieken 28:8→1 Koningen 11:29→Genesis 50:20→2 Kronieken 25:7→1 Petrus 3:8→1 Korinthe 6:5→Psalmen 33:11→
2 Kronieken 11:5— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.2 Kronieken 8:2→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→2 Kronieken 11:23→2 Kronieken 27:4→2 Kronieken 17:12→2 Kronieken 16:6→2 Kronieken 14:6→
2 Kronieken 11:6— Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,Amos 1:1→1 Kronieken 4:32→Jeremia 6:1→Genesis 35:19→2 Samuël 14:2→1 Samuël 17:12→Nehemia 3:27→Mattheüs 2:5→
2 Kronieken 11:7— En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,Jozua 15:35→Jozua 15:58→2 Samuël 23:13→Micha 1:15→1 Samuël 22:1→Jozua 12:15→
2 Kronieken 11:8— En Gath, en Maresa, en Zif,1 Kronieken 18:1→1 Samuël 23:14→Jozua 15:24→Jozua 15:44→1 Samuël 23:19→Psalmen 54:1→
2 Kronieken 11:9— En Adoraim, en Lachis, en Azeka,Jozua 10:5→2 Kronieken 32:9→Jozua 15:35→Jozua 10:11→Jozua 15:39→
2 Kronieken 11:10— En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.Jozua 20:7→Genesis 23:2→Jozua 14:14→2 Samuël 2:11→Jozua 19:41→Jozua 15:33→Numeri 13:22→
2 Kronieken 11:11— En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;2 Kronieken 11:23→2 Kronieken 17:19→Jesaja 22:10→
2 Kronieken 11:12— En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.2 Samuël 13:22→2 Kronieken 32:5→2 Samuël 13:19→2 Kronieken 26:14→
2 Kronieken 11:14— Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.2 Kronieken 13:9→Numeri 35:2→1 Koningen 12:28→1 Koningen 13:33→Numeri 18:21→Jozua 21:20→1 Kronieken 6:66→Leviticus 27:30→
2 Kronieken 11:15— En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.1 Koningen 12:28→1 Koningen 12:31→1 Koningen 13:33→Psalmen 106:19→Exodus 32:4→Openbaring 16:14→Hosea 8:5→Exodus 32:31→
2 Kronieken 11:16— Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.2 Kronieken 15:9→1 Kronieken 22:19→Psalmen 62:10→2 Kronieken 30:11→1 Kronieken 22:1→Daniël 6:14→Jozua 22:19→Psalmen 108:1→
2 Kronieken 11:17— Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.2 Kronieken 12:1→Mattheüs 13:20→2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 7:17→Hosea 6:4→
2 Kronieken 11:18— En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,1 Samuël 16:6→1 Kronieken 27:18→1 Samuël 17:28→1 Samuël 17:13→1 Kronieken 2:13→
2 Kronieken 11:20— En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.2 Kronieken 13:2→1 Koningen 15:1→2 Kronieken 11:21→2 Kronieken 12:16→Mattheüs 1:7→
2 Kronieken 11:21— En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.Deuteronomium 17:17→2 Samuël 3:2→1 Kronieken 3:1→2 Kronieken 11:23→Richteren 8:30→2 Samuël 5:13→Hooglied 6:8→1 Koningen 11:3→
2 Kronieken 11:22— En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.Deuteronomium 21:15→1 Kronieken 29:1→1 Kronieken 5:1→
2 Kronieken 11:23— En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.Lukas 16:8→Genesis 25:6→1 Koningen 1:5→2 Kronieken 21:3→2 Kronieken 10:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 11 vers 1— Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.
nu Rehábeam
Zie de bredere verklaring van 1Ch 11 , 1 Kon. 12:21 , enz.
Hertaald:nu Rehábeam
Zie de uitvoeriger verklaring in 1 Kron. 11, 1 Kon. 12:21, enzovoort.
huis van Juda
Dat is, den stam van Juda. Zie 1 Kon. 15:27 .
Hertaald:huis van Juda
Dat is: de stam Juda. Zie 1 Kon. 15:27.
Benjamin,
Versta, het deel van dezen stam, hetwelk den stam van Juda volgde.
Hertaald:Benjamin,
Versta hieronder het deel van deze stam dat de stam Juda volgde.
geoefend
Of, bedreven in den oorlog. Hebreeuws, doende krijg, of oorlog.
Hertaald:geoefend
Of: geoefend in de oorlog. Hebreeuws: oorlog voerend, of: strijd voerend.
2 Kronieken 11 vers 2— Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:
den man Gods,
Dat is, profeet; zie Richt. 13:6 .
Hertaald:den man Gods,
Dat is: profeet; zie Richt. 13:6.
2 Kronieken 11 vers 3— Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:
in Juda en Benjamin,
Dat is, die in Juda en Benjamin woonden en Rehabeams onderzaten waren, genaamd 1 Kon. 12:23
Hertaald:in Juda en Benjamin,
Dat is: die in Juda en Benjamin woonden en onderdanen van Rehabeam waren, genoemd in 1 Kon. 12:23
2 Kronieken 11 vers 4— Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
uw broederen;
Namelijk, de kinderen Israëls; welke verklaring uitgedrukt is 1 Kon. 12:24 . Broederen worden genaamd, die van een natie en volk zijn, Ex. 2:11 ; Lev. 10:6 ; Deut. 15:12 ; Rom. 9:3 .
Hertaald:uw broederen;
Namelijk: de kinderen van Israël; die verklaring wordt gegeven in 1 Kon. 12:24. Broeders worden zij genoemd die van hetzelfde volk zijn, Ex. 2:11; Lev. 10:6; Deut. 15:12; Rom. 9:3.
van Mij geschied
Zie 1 Kon. 12:15 .
Hertaald:van Mij geschied
Zie 1 Kon. 12:15.
2 Kronieken 11 vers 5— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.
Jeruzalem;
De hoofdstad zijns koninkrijks.
Hertaald:Jeruzalem;
De hoofdstad van zijn koninkrijk.
bouwde
Versta dit meest van de versterking dezer steden, die tevoren gebouwd waren; alzo onder, 2 Kron. 14:6 , en 2 Kron. 16:1 , 2 Kron. 16:5 .
Hertaald:bouwde
Versta dit vooral van de versterking van deze steden, die al eerder gebouwd waren; zo ook hieronder 2 Kron. 14:6, en 2 Kron. 16:1, 2 Kron. 16:5.
Juda
Dat is, in dat deel des lands, dat nog met hem hield en onder zijn gebied stond, als voornamelijk de stam van Juda; daaronder dat ook kwam een deel van Simeon en van Benjamin.
Hertaald:Juda
Dat is: in dat deel van het land dat nog bij hem hoorde en onder zijn gezag stond, vooral de stam Juda; daarbij kwam ook een deel van Simeon en van Benjamin.
2 Kronieken 11 vers 6— Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
Bethlehem,
Gelegen in den stam van Juda, en daarom genaamd Bethlehem-Juda, Matt. 2:5-6 , onderscheiden van een ander Bethlehem, gelegen in Zebulon, Joz. 19:15 ; zie Gen. 35:19 , waar dit Bethlehem in Juda ook genaamd wordt Efrata.
Hertaald:Bethlehem,
Gelegen in de stam Juda, en daarom Bethlehem-Juda genoemd, Matth. 2:5-6, te onderscheiden van een ander Bethlehem, gelegen in Zebulon, Joz. 19:15; zie Gen. 35:19, waar dit Bethlehem in Juda ook Efratha genoemd wordt.
Etham,
Een stad in Simeon, omtrent de westpale van den stam van Juda, 1 Kron. 4:31-32 .
Hertaald:Etham,
Een stad in Simeon, in de buurt van de westgrens van de stam Juda, 1 Kron. 4:31-32.
Thekóa,
Deze stad en de drie volgende zijn in Juda gelegen. Zie van deze vier Joz. 12:15 , en Joz. 15:35 , Joz. 15:58 ; 2 Sam. 14:2 ; 1 Kron. 2:24-25 .
Hertaald:Thekóa,
Deze stad en de drie volgende liggen in Juda. Zie hierover Joz. 12:15, en Joz. 15:35, Joz. 15:58; 2 Sam. 14:2; 1 Kron. 2:24-25.
2 Kronieken 11 vers 8— En Gath, en Maresa, en Zif,
Gath,
Zie van deze stad 1 Kon. 2:39 .
Hertaald:Gath,
Zie over deze stad 1 Kon. 2:39.
Maresa,
Deze stad en de vier volgende waren in Juda gelegen. Zie van dezelve Joz. 10:10 , en Joz. 15:24 ; 2 Kon. 14:19 ; 1 Kron. 2:42 , en 1 Kron. 4:21 ; Jer. 34:7 .
Hertaald:Maresa,
Deze stad en de vier volgende lagen in Juda. Zie hierover Joz. 10:10, en Joz. 15:24; 2 Kon. 14:19; 1 Kron. 2:42, en 1 Kron. 4:21; Jer. 34:7.
2 Kronieken 11 vers 10— En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
Zora,
Men leest van een Zora in den stam van Juda, Joz. 15:33 , en van een ander in Dan, Joz. 19:41 .
Hertaald:Zora,
Men leest over een Zora in de stam Juda, Joz. 15:33, en over een andere in Dan, Joz. 19:41.
Ajálon,
Daar waren ook meer steden van dezen naam; maar versta hier een Ajalon in Benjamin; en onder het rijk van Juda sorterende. Vergelijk Joz. 19:42 ; 1 Kron. 8:13 .
Hertaald:Ajálon,
Er waren ook meer steden met deze naam; maar versta hier een Ajalon in Benjamin, dat onder het rijk van Juda viel. Vergelijk Joz. 19:42; 1 Kron. 8:13.
Hebron;
Zie Gen. 23:2 .
Hertaald:Hebron;
Zie Gen. 23:2.
2 Kronieken 11 vers 11— En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;
oversten daarin,
Versta, gouverneurs en bevelhebbers, welken hij de bewaring van die steden en des lands, daaronder en daaromtrent gelegen, tegen allen vijandelijken inval heeft bevolen. Hiertoe heeft zijn zonen verkoren. Zie onder, vs.23.
Hertaald:oversten daarin,
Versta hieronder gouverneurs en bevelhebbers, aan wie hij het bewaken van die steden en van het land daaronder en daaromheen tegen elke vijandelijke inval opdroeg. Hiervoor koos hij zijn zonen. Zie hieronder vers 23.
2 Kronieken 11 vers 12— En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.
elke stad
Hebreeuws, alle stad en stad. Zie Gen. 7:2 .
Hertaald:elke stad
Hebreeuws: elke stad en stad. Zie Gen. 7:2.
rondassen
Versta, allerlei wapentuig, zowel tot beschadiging van zijn vijand, als tot zijn eigen bescherming dienende.
Hertaald:rondassen
Versta hieronder allerlei wapentuig, zowel dienend om de vijand schade toe te brengen als voor eigen bescherming.
2 Kronieken 11 vers 13— Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
die in het ganse Israël waren,
Dat is, die door het ganse gebied en het koninkrijk van Jerobeam met hun woningen verspreid waren.
Hertaald:die in het ganse Israël waren,
Dat is: die door het hele gebied en het koninkrijk van Jerobeam met hun woonplaatsen verspreid waren.
2 Kronieken 11 vers 14— Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
2 Kronieken 11 vers 15— En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
hoogte,
Te weten, die hij den afgoden ter ere en ten dienste had laten oprichten, 1 Kon. 12:31 ; van de hoogten, zie Lev. 26:30 .
Hertaald:hoogte,
Namelijk: die hij ter ere en ten dienste van de afgoden had laten oprichten, 1 Kon. 12:31; zie over de hoogten Lev. 26:30.
duivelen,
Zie Lev. 17:7 .
Hertaald:duivelen,
Zie Lev. 17:7.
kalveren,
Zie 1 Kon. 12:28-29 , en de aantekening.
Hertaald:kalveren,
Zie 1 Kon. 12:28-29, en de aantekening.
2 Kronieken 11 vers 16— Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
die kwamen
Namelijk Levieten; van wie in vs.14 gesproken is.
Hertaald:die kwamen
Namelijk: Levieten; over wie in vers 14 gesproken is.
zoeken,
Dat is, recht te leren kennen, zuiverlijk te dienen, vuriglijk aan te roepen, trouwelijk te gehoorzamen, en in al dezen gestadiglijk te volharden, om hierna in eeuwigheid met Hem te leven. Alzo onder, 2 Kron. 15:2 , 2 Kron. 15:12 , 2 Kron. 15:15 ; Ps. 69:33 ; Jer. 50:4 ; Am. 5:4 .
Hertaald:zoeken,
Dat is: recht leren kennen, zuiver dienen, vurig aanroepen, trouw gehoorzamen, en in dit alles voortdurend volharden, om hierna in eeuwigheid met Hem te leven. Zo ook hieronder 2 Kron. 15:2, 2 Kron. 15:12, 2 Kron. 15:15; Ps. 69:33; Jer. 50:4; Amos 5:4.
2 Kronieken 11 vers 17— Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
drie jaren
Daarna verlieten zij den Heere. Zie onder, 2 Kron. 12:1 .
Hertaald:drie jaren
Daarna verlieten zij de HEERE. Zie hieronder 2 Kron. 12:1.
wandelden
Zie 1 Kon. 15:26 .
Hertaald:wandelden
Zie 1 Kon. 15:26.
Sálomo
Salomo wordt alhier de lof der godvruchtigheid toegeschreven, ten aanzien van de eerste jaren zijner regering, of ook ten aanzien van het einde, omdat men houdt dat hij zich vóór zijn dood van zijn zonden en ijdelheden bekeerd heeft, en tot bewijs daarvan het boek, genaamd Ecclesiastes, of de Prediker, in zijn ouderdom schijnt geschreven te hebben. Overweeg inzonderheid 2 Kron. 36:22-23 .
Hertaald:Sálomo
Aan Salomo wordt hier de lof van de godsvrucht toegeschreven, met het oog op de eerste jaren van zijn regering, of ook met het oog op het einde ervan, omdat men aanneemt dat hij zich vóór zijn dood van zijn zonden en ijdelheden bekeerd heeft; als bewijs daarvan lijkt hij op zijn oude dag het boek Ecclesiastes, of de Prediker, geschreven te hebben. Overweeg vooral 2 Kron. 36:22-23.
2 Kronieken 11 vers 18— En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,
benevens
Van dit woord zie 1 Kon. 11:1 .
Hertaald:benevens
Zie over dit woord 1 Kon. 11:1.
Eliab,
Ook genaamd Elihu; 1 Kron. 27:18 .
Hertaald:Eliab,
Ook Elihu genoemd; 1 Kron. 27:18.
2 Kronieken 11 vers 20— En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
Máächa,
Ook genaamd Michaja; onder, 2 Kron. 13:2 .
Hertaald:Máächa,
Ook Michaja genoemd; hieronder 2 Kron. 13:2.
Absalom;
Versta, niet den zoon des konings Davids, want die was zonder kinderen na te laten gestorven, maar een van Gibea, anders Uriël genaamd; onder, 2 Kron. 13:2 .
Hertaald:Absalom;
Versta hieronder niet de zoon van koning David, want die was gestorven zonder kinderen na te laten, maar iemand uit Gibea, elders Uriël genoemd; hieronder 2 Kron. 13:2.
2 Kronieken 11 vers 21— En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.
bijwijven;
Zie Gen. 22:24 .
Hertaald:bijwijven;
Zie Gen. 22:24.
2 Kronieken 11 vers 22— En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.
tot een hoofd,
Waarin hij zondigde tegen de wet, Deut. 21:15-16 . Indien Abia de eerstgeborene niet was, gelijk hij uit vs.19 niet schijnt geweest te zijn; ten ware, dat hij om dit te doen een speciaal bevel door enigen profeet van God gehad had, waarvan niet geschreven staat.
Hertaald:tot een hoofd,
Waarin hij zondigde tegen de wet, Deut. 21:15-16, als Abia niet de eerstgeborene was, wat hij op grond van vers 19 niet lijkt geweest te zijn — tenzij hij hiervoor een speciale opdracht van God via een profeet had gehad, waarover echter niets geschreven staat.
2 Kronieken 11 vers 23— En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.
hij handelde
Hebreeuws, hij verstond en verspreidde, enz.; te weten, vrezende voor verderen afval.
Hertaald:hij handelde
Hebreeuws: hij begreep en verspreidde, enzovoort; namelijk uit vrees voor verdere afval.
denwelken
Te weten, zijn zoon, om het volk niet te belasten.
Hertaald:denwelken
Namelijk: zijn zoon, om het volk niet te belasten.
begeerde
Versta, dat hij vele vrouwen van derzelver ouders voor zijn zonen heeft verzocht, of dat hij voor zichzelven tot veelheid der vrouwen genegen was.
Hertaald:begeerde
Versta hieronder dat hij voor zijn zonen veel vrouwen van hun ouders gevraagd heeft, of dat hij zelf geneigd was tot veelwijverij.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mahalath — harp; ziekte (onzeker)
Dochter van Jerimoth, een zoon van David; een van de vrouwen van koning Rehabeam van Juda, bij wie zij drie zonen baarde: Jeüs, Semaria en Zaham (2 Kron. 11:18-19).
Abihaïl — vader der kracht
Dochter van Eliab, de zoon van Isaï (Davids broer); een van de vrouwen van koning Rehabeam van Juda (2 Kron. 11:18).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De priesters en Levieten die naar Jeruzalem trokken — bij de scheuring geven de Levieten hun bezit prijs voor de plaats van de dienst: "de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem" (2 Kron. 11:14)
Rehabeams poging het rijk met geweld te heroveren wordt door Semaja gestuit; dat is reeds behandeld bij De scheuring van het rijk (Rehabeams harde antwoord), 1 Kon. 12:21-24. De kroniekschrijver vervolgt met iets dat in Koningen geheel ontbreekt. De priesters en de Levieten uit heel Israël voegen zich bij Rehabeam, uit al hun landpalen (2 Kron. 11:13). Zij laten daarvoor hun voorsteden en hun bezitting achter, want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten van het priesterdom des HEEREN (2 Kron. 11:14). In hun plaats stelde hij eigen priesters aan voor de hoogten en voor de kalveren die hij gemaakt had (2 Kron. 11:15; reeds behandeld bij De gouden kalveren van Jerobeam, 1 Kon. 12:26-33). Na de ambtsdragers komen ook gewone Israëlieten uit alle stammen naar Jeruzalem, die hun hart erop zetten om de God Israëls te zoeken (2 Kron. 11:16). Drie jaren lang wandelde men in de weg van David, en die toeloop maakte het koninkrijk van Juda sterk (2 Kron. 11:17).
Bijbelse betekenis: Een hele stand geeft hier zijn bezit weg. Voorsteden en weidegrond waren de Levieten bij name toegewezen, en toch laten zij dat alles liggen zodra de dienst hun onmogelijk wordt gemaakt. Wat hen drijft is niet de politiek maar het altaar. Jerobeam had zijn eigen eredienst goedkoop gemaakt: wie kwam met een jong rund en zeven rammen, kon priester worden (2 Kron. 13:9). Wie de ware dienst wilde houden, betaalde daarvoor met huis en land. Opmerkelijk is dat het volk hen volgt. Eerst gaan de ambtsdragers, en daarna komen uit alle stammen zij die hun hart erop zetten om de HEERE te zoeken. Een gemeente wordt zelden sterker dan de weg die haar voorgangers zelf durven gaan.
Typologie: Dezelfde keus tekent Mozes: "Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben" (Hebr. 11:25). De Hebreeënbrief roept de gemeente tot precies die stap: "Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende" (Hebr. 13:13). En wat de Levieten prijsgaven, weegt niet op tegen wat zij zochten: "Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders" (Ps. 84:11).
2 Kronieken 11:1-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:15→2 Kronieken 10:15→2 Kronieken 28:8→1 Koningen 11:29→Genesis 50:20→2 Kronieken 25:7→Psalmen 33:16→Spreuken 21:30→ — Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht. Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende: Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende: Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken. Tot zover goed. Er was nog een zekere mate van de vreze Gods in het gemoed van mensen, wanneer een koning op het woord van één profeet zijn troepen ontbond en van de oorlog afliet.
2 Kronieken 11:5-15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Jozua 15:35→Numeri 35:2→2 Kronieken 8:2→1 Koningen 12:28→1 Koningen 12:31→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→ — Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda. Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam, En Gath, en Maresa, en Zif, En Adoraim, en Lachis, en Azeka, En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren. En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn; En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen. En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had. Geen wonder dat het koninkrijk van Rehabeam versterkt werd door de komst van deze mannen. Zij waren zonder twijfel de beste mannen van heel het land, mannen die de Heere vreesden, die de wet kenden, en die wisten hoe zij het volk moesten leren wat het doen moest.
2 Kronieken 11:16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:9→1 Kronieken 22:19→Psalmen 62:10→2 Kronieken 30:11→1 Kronieken 22:1→Daniël 6:14→Jozua 22:19→Psalmen 108:1→ — Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden. Soort zoekt soort: wie in Israël de Heere vreesden, gingen daarheen waar hun voorgangers heengegaan waren. Deze beweging bracht een uittocht op gang van enkele van de besten van de bevolking, om dichtbij het heilige huis te wonen waar Jehova gediend werd; en dat moet het kleine koninkrijk van Rehabeam nog verder versterkt hebben.
2 Kronieken 11:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:1→Mattheüs 13:20→2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 7:17→Hosea 6:4→ — Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo. Dat was goed zolang het duurde; maar ach, het duurde niet lang.
REHABEAMS KINDEREN STRIJDVAARDIGHEID, STEDEN, BEVESTIGING, VROUWEN EN
KruisverwijzingenPsalmen 33:16→Spreuken 21:30→1 Koningen 12:21→Psalmen 33:10→— Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht.
Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, één honderd en tachtig duizend uitgelezenen, geoefend ten oorlog om tegen Israël te strijden, opdat hij het koninkrijk ook over de 10 stammen, weer aan Rehabeam bracht.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:15→1 Samuël 2:27→2 Kronieken 12:5→2 Kronieken 8:14→1 Timotheüs 6:11→Deuteronomium 33:1→1 Koningen 12:22→— Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende:
Maar het woord van de Heere geschiedde tot Semaja, de man van God, die Rehabeam als profetisch wachter terzijde gesteld was (Hoofdstuk 12: 5,15) zeggende:
KruisverwijzingenFilippenzen 3:5→Openbaring 7:4→Exodus 24:4→Genesis 49:28→2 Koningen 17:34→— Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende:
Zeg tot Rehabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tot het ganse Israël 1) in Juda en Benjamin, ook tot de Israëlieten, die in de steden van Juda wonen (Hoofdstuk 10: 17), zeggende:
Tot het ganse Israël. Met deze woorden wordt feitelijk uitgesproken, dat het rijk van de Tien stammen in de ogen van God niet meer tot het ware zaad van Israël, d.i. Jakob, behoorde. Onder Israël hebben wij hier dan ook te verstaan, niet zozeer Juda en Benjamin en degenen van de Tien stammen, die in de steden van Juda woonden, maar de getrouw geblevenen aan de godsdienst van Israël, het Israël, dat zich als een theocratisch volk kende en aan het theocratisch bewind van David’s huis zich bleef onderwerpen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 10:15→2 Kronieken 28:8→1 Koningen 11:29→Genesis 50:20→2 Kronieken 25:7→1 Petrus 3:8→1 Korinthe 6:5→Psalmen 33:11→— Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
Zo zegt de Heere: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broeders; een ieder keert terug tot zijn huis, want deze zaak, deze afval van een groot deel van het volk van David’s huis, is van Mij1), uit een door Mij ten uitvoer gebracht vonnis geschied, en kan met alle menselijke macht niet meer ongedaan worden gemaakt. En zij, tot wie deze vermaning geschied was (vs. 3), hoorden de woorden van de Heere, en zij keerden terug van tegen Jerobeam te trekken, die intussen Israël zich tot koning verkozen had.
Had God Rehabeam de zoon van Salomo genoemd (vs 3), hier verzekert de Heere nogmaals, dat deze aan het besluit van God, inzake de scheuring van het Rijk, niets kon veranderen, omdat het reeds door de Almacht van God was uitgevoerd. Rehabeam ontvangt hier dan ook een zijdelingse vermaning, om zich te wachten voor het verlaten van de inzettingen van de Heere.
II. Vs. 5-23.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Jozua 15:35→Numeri 35:2→2 Kronieken 8:2→1 Koningen 12:28→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→2 Kronieken 11:23→ — Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda. Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam, En Gath, en Maresa, en Zif, En Adoraim, en Lachis, en Azeka, En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren. En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn; En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen. Hierop volgt allereerst een begrip over de toebereidselen, die Rehabeam tot veiligheid van zijn rijk genomen (vs. 5-12), daarna over de toeneming in macht, die hij op het noordelijk rijk verkregen heeft, doordat de van daar verdreven priesters en Levieten en trouwe vereerders van de Heere uit alle stammen, zich bij het zuidelijk rijk aansloten (vs. 13-17), en hierna over de familiebetrekkingen van de koning (vs. 18-23). Van al deze zaken wordt in de Boeken der Koningen geen verdere mededeling aangetroffen, dan alleen in 1 Koningen .12: 31 en 13: 33 vv., waar in het kort vermeld wordt, wat in ons Hoofdstuk (vs. 12-17) uitvoeriger wordt voorgesteld.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 8:2→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→2 Kronieken 11:23→2 Kronieken 27:4→2 Kronieken 17:12→2 Kronieken 16:6→2 Kronieken 14:6→— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda.
Rehabeam nu woonde, nadat hij zich eenmaal in de afscheuring van een nieuw koninkrijk van het vroegere Israël in het geheel, had leren berusten, in stilheid te Jeruzalem, zonder een nieuwe poging te doen, tot herkrijging van het afgevallen gebied, en hij bouwde, alleen, om voor verdere vermindering van zijn macht zich te hoeden, steden, die bijzonder tegen uitwendige vijanden moesten beschermd worden, tot vastigheden in Juda, het land van zijn heerschappij.
KruisverwijzingenAmos 1:1→1 Kronieken 4:32→Jeremia 6:1→Genesis 35:19→2 Samuël 14:2→1 Samuël 17:12→Nehemia 3:27→Mattheüs 2:5→— Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
Hij bouwde nu Bethlehem (Ru 1: 22) en Etham, thans Urtas, zuidelijk van Bethlehem (1 Samuel 9: 5), en Thekoa (2 Samuel 2: 1).
KruisverwijzingenJozua 15:35→Jozua 15:58→2 Samuël 23:13→Micha 1:15→1 Samuël 22:1→Jozua 12:15→— En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,
En Beth-Zur (2 Samuel 2: 1) en Socho, het tegenwoordige Shuweikeh, 3 geografische mijlen zuidwestelijk van Jeruzalem (vergel. Hoofdstuk 28: 18), en Adullam (1 Samuel 22: 1).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 18:1→1 Samuël 23:14→Jozua 15:24→Jozua 15:44→1 Samuël 23:19→Psalmen 54:1→— En Gath, en Maresa, en Zif,
En Gath, de stad van de Filistijnen (Jos 13: 3), waarvan de koning sedert David’s tijd (1 Kronieken 18: 1) aan het rijk van Juda onderworpen was (Hoofdstuk 9: 26), en Maresa (Joz.15: 44 vv. 2 Kronieken 14: 9). en Zif (Joz.15: 55. 1 Samuel .23: 14 vv.; 26: 2 vv.
KruisverwijzingenJozua 10:5→2 Kronieken 32:9→Jozua 15:35→Jozua 10:11→Jozua 15:39→— En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
En Adoraïm, in 1 Makk.13: 20 Adir geheten, thans Dura, een van de grootste dorpen in het district Hebron, 1 mijl zuidwestelijk van deze stad en Lachis (Joz.10: 3), in de vlakte van Juda, en Azéka (Joz.15: 35) zuidwestelijk van Jeruzalem.
KruisverwijzingenJozua 20:7→Genesis 23:2→Jozua 14:14→2 Samuël 2:11→Jozua 19:41→Jozua 15:33→Numeri 13:22→— En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
En Zora, of Zarea, in het stamgebied Dan (Joz.19: 41 (Richteren 13: 2), en Al lonin hetzelfde stamgebied (Joz.19: 42), en Hebron, zuidelijk van Jeruzalem (2 Samuel 2: 1), die in deze tijd in Juda en in Benjamin, het zuidelijke rijk, de vaste steden waren 1).
Vatten wij nu de geografische ligging van de 15 steden in het oog, zo lagen zij deels in het zuiden van Jeruzalem aan de straat, die over Hebron naar Ber-Séba en Egypte voerde, deels aan de westelijke hellingen van het gebergte van Juda, aan de over Beit-Dschibrin naar Gaza voerende weg en slechts enige noordelijk van de weg naar de Filistijnse vlakte heen; maar geen enkele naar het noorden, om het rijk tegen invallen van die zijde te beschermen.
Rehabeam nam dus wel voorzorgen tegen invallen van de zijde van de Egyptenaren, maar scheen geen vrees te hebben voor invallen van het rijk van de Tien stammen. Wellicht dat dan ook deze steden meer versterkt zijn na de inval van de Egyptische koning.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 11:23→2 Kronieken 17:19→Jesaja 22:10→— En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn;
En hij, Rehabeam sterkte deze vastigheden, zoals gezegd is (vs. 5), en leide oversten, eigene bevelhebbers daarin, en schatten van spijs, en olie en wijn, voor het geval van een belegering.
Kruisverwijzingen2 Samuël 13:22→2 Kronieken 32:5→2 Samuël 13:19→2 Kronieken 26:14→— En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne.
En in elke stad van de zo even genoemde vijftien steden bracht hij rondassen en spiesen bijeen, ter verdediging tegen vijandelijke aanvallen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda en Benjamin, na de afval van de overige stammen (Hoofdstuk 10: 17) van hem 1), onder zijn bestuur.
De tuchtigende hand van de Heere hand werd niet vruchteloos door Rehabeam gevoeld; de afval van de Tien stammen, waarin hij de tuchtiging van de Heere moest erkennen, bracht hem op andere gedachten, die hij aanvankelijk had. Hij bezon zich ten goede en er volgde nu een gelukkige tijd van 3 jaren, waarin de koning met zijn volk in David’s en Salomo’s wegen wandelde. Van zijn vorige overmoed tegen het volk horen wij niets meer; veeleer zocht hij de welvaart en de veiligheid van het volk. Van zijn vader had hij lust tot bouwen geërfd: maar hij bouwde geen kostbare paleizen, maar legde vestingen tot veiligheid van het land aan, stichtte naar het zuiden en westen een gordel van 15 sterke burchten, om tegen alle gevaren toegerust te zijn; hij kende Egypte wel, en wist van waar zijn rijk voornamelijk gevaar te duchten had. Daarom probeerde hij tegen alles gewapend te wezen.
— Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
Daartoe de priester en de Levieten, die in het ganse Israël, het noordelijke rijk, waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Numeri 35:2→1 Koningen 12:28→1 Koningen 13:33→Numeri 18:21→Jozua 21:20→1 Kronieken 6:66→Leviticus 27:30→— Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting (Num.35: 1 vv. Joz 21: 20 vv.),en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen, of opvolgers in zijn rijk, die allen in zijn wegen wandelden, hadden hen verstoten, van het priesterdom de Heere te mogen bedienen, omdat zij niet wilden weten van de afgodische eredienst, die deze koning instelde (1Ki 12: 31).
Kruisverwijzingen1 Koningen 12:28→1 Koningen 12:31→1 Koningen 13:33→Psalmen 106:19→Exodus 32:4→Openbaring 16:14→Hosea 8:5→Exodus 32:31→— En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
En hij had zich, zoals in 1 Koningen .12: 31 verhaald wordt, priesters gesteld voor de hoogten, en voor de duivels, de Demonendienst, want dit was in de grond de genoemde valse godsdienst (Le 17: 7), en voor de beide kalveren 1), die hij gemaakt had.
Voor de duivels en voor de kalveren, is nadere uitlegging van: voor de hoogten. In zijn wezen was de kalverdienst demonisch, wat de vorm betreft waren het kalverenbeelden. Hier wordt de dienst, door Jerobeam ingesteld, getekend naar zijn diepste wezen, tegenover de Goddelijke dienst in Jeruzalem’s tempel. Al wat van God aftrekt is demonisch.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:9→1 Kronieken 22:19→Psalmen 62:10→2 Kronieken 30:11→1 Kronieken 22:1→Daniël 6:14→Jozua 22:19→Psalmen 108:1→— Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
Na die priesters en Levieten kwamen ook uit alle stammen van Israël te Jeruzalem, niet weinigen van degenen, die hun hart begaven om de Heere, de God van Israël, te zoeken en zij zetten er zich zelfs met hun woning neer opdat zij de Heere, de God hun vaderen, offerande deden 1) (vgl. (Hoofdstuk 15: 9; 30: 11).
Al wat voor onze zielen best is, is altijd het verkiezenswaardigste; en wij moeten de voordelen van de Godsdienst altijd boven onze uitwendige geneugten en gemakken stellen. Want waar de getrouwe Priesterschaar van de Heere is, daar behoort ook zijn getrouw volk te wezen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:1→Mattheüs 13:20→2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 7:17→Hosea 6:4→— Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
Alzo sterkten 1) zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, de zoon van Salomo, drie jaren, totdat deze verhuizingen ten gevolge van Rehabeams afval (Hoofdstuk 12:
ophielden; maar vroeger vonden zij in menigte plaats; want drie jaren, van 975 tot 972 voor Christus, wandelden zij, de koning met zijn volk, in de weg van David en Salomo.
De heilige geschiedenis noemt zo’n toevloed uit Israël een versterking van het koninkrijk van Juda; indien in het schone dal Siddim tien rechtvaardigen een vurige muur rondom vijf steden met haar bewoners geweest zouden zijn (Genesis18: 32) hoe zou dan ook een toevloed van trouwe knechten van de Heere niet een zegen zijn voor een klein geworden rijk? En Juda mocht zich wel herinneren, wat zijn vorige koning gezegd had (Spreuken 15: 16): Beter is weinig met de vrees van de Heere, dan een grote schat en onrust daarbij.
Dit versterken moet gezocht worden in hun gezindheid. Door hun Godsvrucht en gebed brachten zij een zegen over het volk. Om het geloof moesten zij vluchten uit het Rijk van de Tien stammen en waar Juda hun nu een wijk- en woonplaats schonk, daar genoot het volk de stille, geestelijke vruchten ervan.
Kruisverwijzingen1 Samuël 16:6→1 Kronieken 27:18→1 Samuël 17:28→1 Samuël 17:13→1 Kronieken 2:13→— En Rehabeam nam zich, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, den zoon van David, ter vrouwe Abihail, de dochter van Eliab, den zoon van Isai,
En Rehabeam nam zich, niet eerst thans, maar zeker reeds vroeger, nog vóórdat hij aan de regering kwam, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, de zoon van David, van een van zijn bijvrouwen (1 (Kronieken 3: 9) ter vrouwe Abihaïl, de dochter van Eliab, de eerstgeboren zoon van Isaï 1) en broeder van koning David (1 Kronieken 2: 13).
Als het voegwoord en in de Hoogduitse vertaling vóór de naam Abihaïl juist is (de Septuaginta heeft het ook, maar in de tegenwoordige Hebreeuwse tekst staat het niet), dan kan het vers ook aldus vertaald worden: En Rehabeam nam tot vrouw Mahalath de dochter van Jerimoth, de zoon van David en van Abihaïl, de dochter van Eliab, de zoon van Isaï, zodat slechts van een vrouw sprake zou zijn, wier moeder zowel als wier vader wordt opgegeven; uit vs. 19 en 20 te oordelen, schijnt deze opvatting de meest juiste.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:2→1 Koningen 15:1→2 Kronieken 11:21→2 Kronieken 12:16→Mattheüs 1:7→— En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
En na haar nam hij Maächa, de kleindochter (1Ki 15: 2) van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attaï, en Ziza, en Selomith.
KruisverwijzingenDeuteronomium 17:17→2 Samuël 3:2→1 Kronieken 3:1→2 Kronieken 11:23→Richteren 8:30→2 Samuël 5:13→Hooglied 6:8→1 Koningen 11:3→— En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.
En Rehabeam had Maächa, Absaloms dochter, die door bijzondere schoonheid uitmuntte, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had, naardien hij van het derde jaar van zijn regering af een talrijke harem onderhield achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon achtentwintig zonen en zestig dochters.
KruisverwijzingenDeuteronomium 21:15→1 Kronieken 29:1→1 Kronieken 5:1→— En Rehabeam stelde Abia, den zoon van Maacha, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broederen; want het was om hem koning te maken.
En Rehabeam stelde Abia, de zoon van Maächa, uit voorliefde tot haar en zeker ook op haar aandrijven, zonder aan Gods verbod in Deuteronomium 21: 15 vv. te denken, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broeders; want het was om hem koning, tot zijn opvolger op de koningstroon te maken, zoals deze dan ook later hem werkelijk in de regering opvolgde (Hoofdstuk 13: 1 vv.).
KruisverwijzingenLukas 16:8→Genesis 25:6→1 Koningen 1:5→2 Kronieken 21:3→2 Kronieken 10:8→— En hij handelde verstandelijk, dat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden verspreidde, denwelken hij spijze gaf in overvloed; en hij begeerde de veelheid van vrouwen.
En hij handelde verstandig 1), probeerde de achtergezette zonen van zijn eerste vrouw op andere wijze schadeloos te stellen, opdat zij zijn bepaling omtrent de erfopvolging zich zouden laten gevallen; zodat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden, waarvan in vs. 5 vv. gesproken is, verspreidde, en tot bevelhebbers ervan benoemde. Hierdoor leefden zij afgescheiden van elkaar, en hoopte hij onderlingen twist te voorkomen; die hij voedsel, levensonderhoud ter bestrijding van een schitterende hofhouding gaf in overvloed; en hij begeerde 2) voor hen de veelheid van vrouwen, om hen in ieder opzicht tevreden te stellen (Hoofdstuk 21: 2 vv.).
Hij zorgde dus daarvoor, dat de zonen, door verplaatsing, in de vaste steden van het land, als commandanten daarvan, van elkaar werden gescheiden, tevens echter door rijkelijk levensonderhoud en een aanzienlijk aantal vrouwen, dat zij de gewenste middelen hadden tot een vorstelijk leven, om hen tevreden te stellen, opdat zij niet naar de kroon, die hij Abia had toegedacht, zouden haken.
Begeerde, in zoverre het in zijn macht stond, om zijn zonen vrouwen te geven.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 11
2 Kronieken 11:1-4.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:15→2 Kronieken 10:15→2 Kronieken 28:8→1 Koningen 11:29→Genesis 50:20→2 Kronieken 25:7→Psalmen 33:16→Spreuken 21:30→
— Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, eenhonderd en tachtig duizend, uitgelezenen, geoefend ten oorlog, om tegen Israel te strijden, opdat hij het koninkrijk weder aan Rehabeam bracht. Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Semaja, den man Gods, zeggende: Zeg tot Rehabeam, den zoon van Salomo, den koning van Juda, en tot het ganse Israel in Juda en Benjamin, zeggende: Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden de woorden des HEEREN, en zij keerden weder van tegen Jerobeam te trekken.
Tot zover goed. Er was nog een zekere mate van de vreze Gods in het gemoed van mensen, wanneer een koning op het woord van één profeet zijn troepen ontbond en van de oorlog afliet.
2 Kronieken 11:5-15.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Jozua 15:35→Numeri 35:2→2 Kronieken 8:2→1 Koningen 12:28→1 Koningen 12:31→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→
— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda. Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam, En Gath, en Maresa, en Zif, En Adoraim, en Lachis, en Azeka, En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren. En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn; En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen. En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, en voor de duivelen, en voor de kalveren, die hij gemaakt had.
Geen wonder dat het koninkrijk van Rehabeam versterkt werd door de komst van deze mannen. Zij waren zonder twijfel de beste mannen van heel het land, mannen die de Heere vreesden, die de wet kenden, en die wisten hoe zij het volk moesten leren wat het doen moest.
2 Kronieken 11:16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:9→1 Kronieken 22:19→Psalmen 62:10→2 Kronieken 30:11→1 Kronieken 22:1→Daniël 6:14→Jozua 22:19→Psalmen 108:1→
— Na die kwamen ook uit alle stammen van Israel te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israels, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.
Soort zoekt soort: wie in Israël de Heere vreesden, gingen daarheen waar hun voorgangers heengegaan waren. Deze beweging bracht een uittocht op gang van enkele van de besten van de bevolking, om dichtbij het heilige huis te wonen waar Jehova gediend werd; en dat moet het kleine koninkrijk van Rehabeam nog verder versterkt hebben.
2 Kronieken 11:17.Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:1→Mattheüs 13:20→2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 1:1→2 Kronieken 7:17→Hosea 6:4→
— Alzo sterkten zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, den zoon van Salomo, drie jaren; want drie jaren wandelden zij in den weg van David, en Salomo.
Dat was goed zolang het duurde; maar ach, het duurde niet lang.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
REHABEAMS KINDEREN STRIJDVAARDIGHEID, STEDEN, BEVESTIGING, VROUWEN EN
Toen nu Rehabeam te Jeruzalem gekomen was, vergaderde hij het huis van Juda en Benjamin, één honderd en tachtig duizend uitgelezenen, geoefend ten oorlog om tegen Israël te strijden, opdat hij het koninkrijk ook over de 10 stammen, weer aan Rehabeam bracht.
Maar het woord van de Heere geschiedde tot Semaja, de man van God, die Rehabeam als profetisch wachter terzijde gesteld was (Hoofdstuk 12: 5,15) zeggende:
Zeg tot Rehabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tot het ganse Israël 1) in Juda en Benjamin, ook tot de Israëlieten, die in de steden van Juda wonen (Hoofdstuk 10: 17), zeggende:
Tot het ganse Israël. Met deze woorden wordt feitelijk uitgesproken, dat het rijk van de Tien stammen in de ogen van God niet meer tot het ware zaad van Israël, d.i. Jakob, behoorde. Onder Israël hebben wij hier dan ook te verstaan, niet zozeer Juda en Benjamin en degenen van de Tien stammen, die in de steden van Juda woonden, maar de getrouw geblevenen aan de godsdienst van Israël, het Israël, dat zich als een theocratisch volk kende en aan het theocratisch bewind van David’s huis zich bleef onderwerpen.
Zo zegt de Heere: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broeders; een ieder keert terug tot zijn huis, want deze zaak, deze afval van een groot deel van het volk van David’s huis, is van Mij1), uit een door Mij ten uitvoer gebracht vonnis geschied, en kan met alle menselijke macht niet meer ongedaan worden gemaakt. En zij, tot wie deze vermaning geschied was (vs. 3), hoorden de woorden van de Heere, en zij keerden terug van tegen Jerobeam te trekken, die intussen Israël zich tot koning verkozen had.
Had God Rehabeam de zoon van Salomo genoemd (vs 3), hier verzekert de Heere nogmaals, dat deze aan het besluit van God, inzake de scheuring van het Rijk, niets kon veranderen, omdat het reeds door de Almacht van God was uitgevoerd. Rehabeam ontvangt hier dan ook een zijdelingse vermaning, om zich te wachten voor het verlaten van de inzettingen van de Heere.
II. Vs. 5-23.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:9→Jozua 15:35→Numeri 35:2→2 Kronieken 8:2→1 Koningen 12:28→2 Kronieken 26:6→Jesaja 22:8→2 Kronieken 11:23→
— Rehabeam nu woonde te Jeruzalem; en hij bouwde steden tot vastigheden in Juda. Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa, En Beth-Zur, en Socho, en Adullam, En Gath, en Maresa, en Zif, En Adoraim, en Lachis, en Azeka, En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren. En hij sterkte deze vastigheden, en legde oversten daarin, en schatten van spijs, en olie, en wijn; En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israel waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen. Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting, en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen hadden hen verstoten, van het priesterdom des HEEREN te mogen bedienen.
Hierop volgt allereerst een begrip over de toebereidselen, die Rehabeam tot veiligheid van zijn rijk genomen (vs. 5-12), daarna over de toeneming in macht, die hij op het noordelijk rijk verkregen heeft, doordat de van daar verdreven priesters en Levieten en trouwe vereerders van de Heere uit alle stammen, zich bij het zuidelijk rijk aansloten (vs. 13-17), en hierna over de familiebetrekkingen van de koning (vs. 18-23). Van al deze zaken wordt in de Boeken der Koningen geen verdere mededeling aangetroffen, dan alleen in 1 Koningen .12: 31 en 13: 33 vv., waar in het kort vermeld wordt, wat in ons Hoofdstuk (vs. 12-17) uitvoeriger wordt voorgesteld.
Rehabeam nu woonde, nadat hij zich eenmaal in de afscheuring van een nieuw koninkrijk van het vroegere Israël in het geheel, had leren berusten, in stilheid te Jeruzalem, zonder een nieuwe poging te doen, tot herkrijging van het afgevallen gebied, en hij bouwde, alleen, om voor verdere vermindering van zijn macht zich te hoeden, steden, die bijzonder tegen uitwendige vijanden moesten beschermd worden, tot vastigheden in Juda, het land van zijn heerschappij.
Hij bouwde nu Bethlehem (Ru 1: 22) en Etham, thans Urtas, zuidelijk van Bethlehem (1 Samuel 9: 5), en Thekoa (2 Samuel 2: 1).
En Beth-Zur (2 Samuel 2: 1) en Socho, het tegenwoordige Shuweikeh, 3 geografische mijlen zuidwestelijk van Jeruzalem (vergel. Hoofdstuk 28: 18), en Adullam (1 Samuel 22: 1).
En Gath, de stad van de Filistijnen (Jos 13: 3), waarvan de koning sedert David’s tijd (1 Kronieken 18: 1) aan het rijk van Juda onderworpen was (Hoofdstuk 9: 26), en Maresa (Joz.15: 44 vv. 2 Kronieken 14: 9). en Zif (Joz.15: 55. 1 Samuel .23: 14 vv.; 26: 2 vv.
En Adoraïm, in 1 Makk.13: 20 Adir geheten, thans Dura, een van de grootste dorpen in het district Hebron, 1 mijl zuidwestelijk van deze stad en Lachis (Joz.10: 3), in de vlakte van Juda, en Azéka (Joz.15: 35) zuidwestelijk van Jeruzalem.
En Zora, of Zarea, in het stamgebied Dan (Joz.19: 41 (Richteren 13: 2), en Al lonin hetzelfde stamgebied (Joz.19: 42), en Hebron, zuidelijk van Jeruzalem (2 Samuel 2: 1), die in deze tijd in Juda en in Benjamin, het zuidelijke rijk, de vaste steden waren 1).
Vatten wij nu de geografische ligging van de 15 steden in het oog, zo lagen zij deels in het zuiden van Jeruzalem aan de straat, die over Hebron naar Ber-Séba en Egypte voerde, deels aan de westelijke hellingen van het gebergte van Juda, aan de over Beit-Dschibrin naar Gaza voerende weg en slechts enige noordelijk van de weg naar de Filistijnse vlakte heen; maar geen enkele naar het noorden, om het rijk tegen invallen van die zijde te beschermen.
Rehabeam nam dus wel voorzorgen tegen invallen van de zijde van de Egyptenaren, maar scheen geen vrees te hebben voor invallen van het rijk van de Tien stammen. Wellicht dat dan ook deze steden meer versterkt zijn na de inval van de Egyptische koning.
En hij, Rehabeam sterkte deze vastigheden, zoals gezegd is (vs. 5), en leide oversten, eigene bevelhebbers daarin, en schatten van spijs, en olie en wijn, voor het geval van een belegering.
En in elke stad van de zo even genoemde vijftien steden bracht hij rondassen en spiesen bijeen, ter verdediging tegen vijandelijke aanvallen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda en Benjamin, na de afval van de overige stammen (Hoofdstuk 10: 17) van hem 1), onder zijn bestuur.
De tuchtigende hand van de Heere hand werd niet vruchteloos door Rehabeam gevoeld; de afval van de Tien stammen, waarin hij de tuchtiging van de Heere moest erkennen, bracht hem op andere gedachten, die hij aanvankelijk had. Hij bezon zich ten goede en er volgde nu een gelukkige tijd van 3 jaren, waarin de koning met zijn volk in David’s en Salomo’s wegen wandelde. Van zijn vorige overmoed tegen het volk horen wij niets meer; veeleer zocht hij de welvaart en de veiligheid van het volk. Van zijn vader had hij lust tot bouwen geërfd: maar hij bouwde geen kostbare paleizen, maar legde vestingen tot veiligheid van het land aan, stichtte naar het zuiden en westen een gordel van 15 sterke burchten, om tegen alle gevaren toegerust te zijn; hij kende Egypte wel, en wist van waar zijn rijk voornamelijk gevaar te duchten had. Daarom probeerde hij tegen alles gewapend te wezen.
Daartoe de priester en de Levieten, die in het ganse Israël, het noordelijke rijk, waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.
Want de Levieten verlieten hun voorsteden en hun bezitting (Num.35: 1 vv. Joz 21: 20 vv.),en kwamen in Juda en in Jeruzalem; want Jerobeam en zijn zonen, of opvolgers in zijn rijk, die allen in zijn wegen wandelden, hadden hen verstoten, van het priesterdom de Heere te mogen bedienen, omdat zij niet wilden weten van de afgodische eredienst, die deze koning instelde (1Ki 12: 31).
En hij had zich, zoals in 1 Koningen .12: 31 verhaald wordt, priesters gesteld voor de hoogten, en voor de duivels, de Demonendienst, want dit was in de grond de genoemde valse godsdienst (Le 17: 7), en voor de beide kalveren 1), die hij gemaakt had.
Voor de duivels en voor de kalveren, is nadere uitlegging van: voor de hoogten. In zijn wezen was de kalverdienst demonisch, wat de vorm betreft waren het kalverenbeelden. Hier wordt de dienst, door Jerobeam ingesteld, getekend naar zijn diepste wezen, tegenover de Goddelijke dienst in Jeruzalem’s tempel. Al wat van God aftrekt is demonisch.
Na die priesters en Levieten kwamen ook uit alle stammen van Israël te Jeruzalem, niet weinigen van degenen, die hun hart begaven om de Heere, de God van Israël, te zoeken en zij zetten er zich zelfs met hun woning neer opdat zij de Heere, de God hun vaderen, offerande deden 1) (vgl. (Hoofdstuk 15: 9; 30: 11).
Al wat voor onze zielen best is, is altijd het verkiezenswaardigste; en wij moeten de voordelen van de Godsdienst altijd boven onze uitwendige geneugten en gemakken stellen. Want waar de getrouwe Priesterschaar van de Heere is, daar behoort ook zijn getrouw volk te wezen.
Alzo sterkten 1) zij het koninkrijk van Juda, en bekrachtigden Rehabeam, de zoon van Salomo, drie jaren, totdat deze verhuizingen ten gevolge van Rehabeams afval (Hoofdstuk 12:
ophielden; maar vroeger vonden zij in menigte plaats; want drie jaren, van 975 tot 972 voor Christus, wandelden zij, de koning met zijn volk, in de weg van David en Salomo.
De heilige geschiedenis noemt zo’n toevloed uit Israël een versterking van het koninkrijk van Juda; indien in het schone dal Siddim tien rechtvaardigen een vurige muur rondom vijf steden met haar bewoners geweest zouden zijn (Genesis18: 32) hoe zou dan ook een toevloed van trouwe knechten van de Heere niet een zegen zijn voor een klein geworden rijk? En Juda mocht zich wel herinneren, wat zijn vorige koning gezegd had (Spreuken 15: 16): Beter is weinig met de vrees van de Heere, dan een grote schat en onrust daarbij.
Dit versterken moet gezocht worden in hun gezindheid. Door hun Godsvrucht en gebed brachten zij een zegen over het volk. Om het geloof moesten zij vluchten uit het Rijk van de Tien stammen en waar Juda hun nu een wijk- en woonplaats schonk, daar genoot het volk de stille, geestelijke vruchten ervan.
En Rehabeam nam zich, niet eerst thans, maar zeker reeds vroeger, nog vóórdat hij aan de regering kwam, benevens Mahalath, de dochter van Jerimoth, de zoon van David, van een van zijn bijvrouwen (1 (Kronieken 3: 9) ter vrouwe Abihaïl, de dochter van Eliab, de eerstgeboren zoon van Isaï 1) en broeder van koning David (1 Kronieken 2: 13).
Als het voegwoord en in de Hoogduitse vertaling vóór de naam Abihaïl juist is (de Septuaginta heeft het ook, maar in de tegenwoordige Hebreeuwse tekst staat het niet), dan kan het vers ook aldus vertaald worden: En Rehabeam nam tot vrouw Mahalath de dochter van Jerimoth, de zoon van David en van Abihaïl, de dochter van Eliab, de zoon van Isaï, zodat slechts van een vrouw sprake zou zijn, wier moeder zowel als wier vader wordt opgegeven; uit vs. 19 en 20 te oordelen, schijnt deze opvatting de meest juiste.
En na haar nam hij Maächa, de kleindochter (1Ki 15: 2) van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attaï, en Ziza, en Selomith.
En Rehabeam had Maächa, Absaloms dochter, die door bijzondere schoonheid uitmuntte, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had, naardien hij van het derde jaar van zijn regering af een talrijke harem onderhield achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon achtentwintig zonen en zestig dochters.
En Rehabeam stelde Abia, de zoon van Maächa, uit voorliefde tot haar en zeker ook op haar aandrijven, zonder aan Gods verbod in Deuteronomium 21: 15 vv. te denken, tot een hoofd, om een overste te zijn onder zijn broeders; want het was om hem koning, tot zijn opvolger op de koningstroon te maken, zoals deze dan ook later hem werkelijk in de regering opvolgde (Hoofdstuk 13: 1 vv.).
En hij handelde verstandig 1), probeerde de achtergezette zonen van zijn eerste vrouw op andere wijze schadeloos te stellen, opdat zij zijn bepaling omtrent de erfopvolging zich zouden laten gevallen; zodat hij van al zijn zonen, door alle landen van Juda en Benjamin, in alle vaste steden, waarvan in vs. 5 vv. gesproken is, verspreidde, en tot bevelhebbers ervan benoemde. Hierdoor leefden zij afgescheiden van elkaar, en hoopte hij onderlingen twist te voorkomen; die hij voedsel, levensonderhoud ter bestrijding van een schitterende hofhouding gaf in overvloed; en hij begeerde 2) voor hen de veelheid van vrouwen, om hen in ieder opzicht tevreden te stellen (Hoofdstuk 21: 2 vv.).
Hij zorgde dus daarvoor, dat de zonen, door verplaatsing, in de vaste steden van het land, als commandanten daarvan, van elkaar werden gescheiden, tevens echter door rijkelijk levensonderhoud en een aanzienlijk aantal vrouwen, dat zij de gewenste middelen hadden tot een vorstelijk leven, om hen tevreden te stellen, opdat zij niet naar de kroon, die hij Abia had toegedacht, zouden haken.
Begeerde, in zoverre het in zijn macht stond, om zijn zonen vrouwen te geven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel