Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En SalomoH8010, de zoonH1121 van DavidH1732, werd versterktH2388 in zijn koninkrijkH4438, want de HEEREH3068, zijn GodH430, was metH5973 hem, en maakte hem ten hoogsteH4605grootH1431.En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.
KJVAnd Solomon2the son3of David4was strengthened1in his kingdom,6and the LORD7his God8was with him, and magnified10him exceedingly.11
1וַיִּתְחַזֵּ֛קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2שְׁלֹמֹ֥הH8010SalomoSolomon3בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מַלְכוּת֑וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal7וַיהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהָיו֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10וַֽיְגַדְּלֵ֖הוּH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower11לְמָֽעְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
2En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En SalomoH8010sprakH559 tot het ganse IsraelH3478, tot de oversten der duizendenH505 en der honderdenH3967, en tot de richterenH8199, en tot alle vorsten in gansH3605IsraelH3478, de hoofdenH7218 der vaderenH1;En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen;
Ook in dit vers
overstenH5387
overstenH8269
KJVThen Solomon2spake1unto all Israel,4to the captains5of thousands6and of hundreds,7and to the judges,8and to every governor10in all Israel,12the chief13of the fathers.14
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁלֹמֹ֣הH8010SalomoSolomon3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4יִשְׂרָאֵ֡לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לְשָׂרֵי֩H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6הָאֲלָפִ֨יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7וְהַמֵּא֜וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8וְלַשֹּֽׁפְטִ֗יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule9וּלְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10נָשִׂ֥יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour11לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13רָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14הָאָבֽוֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zij gingenH3212 henen, SalomoH8010 en de ganseH3605gemeenteH6951metH5973 hem, naar de hoogteH1116, dieH834 te GibeonH1391 was; wantH3588daarH8033wasH1961 de tentH168 der samenkomstH4150GodsH430, dieH834MozesH4872, de knechtH5650 des HEERENH3068, in de woestijnH4057gemaaktH6213 had.En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.
KJVSo Solomon,2and all the congregation4with him, went1to the high place6that was at Gibeon;8for there was the tabernacle12of the congregation13of God,14which Moses17the servant18of the LORD19had made16in the wilderness.20
1וַיֵּלְכ֗וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַקָּהָ֣לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude5עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6לַבָּמָ֖הH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּגִבְע֑וֹןH1391GibeonGibeon9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10שָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11הָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12אֹ֤הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent13מוֹעֵד֙H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)14הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשָׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17מֹשֶׁ֥הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses18עֶֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
4(Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4(Maar de arkH727GodsH430 had DavidH1732 van KirjathH7157-Jearim opgebrachtH5927, ter plaatse, die David voor haar bereidH3559 had; wantH3588 hij had voor haar een tentH168 te JeruzalemH3389gespannenH5186.)(Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)
KJVBut1the ark2of God3had David5brought up4from Kirjathjearim6to the place which David10had prepared8for it: for he had pitched12a tent14for it at Jerusalem.15
1אֲבָ֗לH61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily2אֲר֤וֹןH727ark, kistark, chest, coffin3הָאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הֶעֱלָ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5דָוִיד֙H1732David, DavidsDavid6מִקִּרְיַ֣תH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim7יְעָרִ֔יםH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim8בַּֽהֵכִ֥יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed9ל֖וֹ10דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid11כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12נָֽטָהH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield13ל֛וֹ14אֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent15בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
5Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook was het koperenH5178altaarH4196, datH834BezaleelH1212, de zoonH1121 van UriH221, den zoonH1121 van HurH2354, gemaaktH6213 had, aldaar voorH6440 den tabernakelH4908 des HEERENH3068; SalomoH8010 nu en de gemeenteH6951bezochtenH1875 hetzelve.Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.
KJVMoreover the brasen2altar,1that Bezaleel5the son6of Uri,7the son8of Hur,9had made,4he put10before11the tabernacle12of the LORD:13and Solomon15and the congregation16sought14unto it.
1וּמִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar2הַנְּחֹ֗שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5בְּצַלְאֵל֙H1212BezaleelBezaleel6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אוּרִ֣יH221UriUri8בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9ח֔וּרH2354HurHur10שָׂ֕םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12מִשְׁכַּ֣ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַיִּדְרְשֵׁ֥הוּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely15שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon16וְהַקָּהָֽלH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude
6En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En SalomoH8010offerdeH5927daarH8033, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, opH5921 het koperenH5178altaarH4196, datH834aanH5921 de tentH168 der samenkomstH4150 was; en hij offerdeH5927 daarop duizendH505brandofferenH5930.En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.
KJVAnd Solomon2went up1thither to the brasen6altar5before7the LORD,8which was at the tabernacle10of the congregation,11and offered12a thousand15burnt offerings14upon it.
1וַיַּעַל֩H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2שְׁלֹמֹ֨הH8010SalomoSolomon3שָׁ֜םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar6הַנְּחֹ֨שֶׁת֙H5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לְאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)12וַיַּ֧עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14עֹל֖וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)15אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
7In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7In dienzelfden nachtH3915verscheenH7200GodH430 aan SalomoH8010; en Hij zeideH559 tot hem: BegeerH7592, watH4100 Ik u gevenH5414 zal.In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.
KJVIn that night1did God4appear3unto Solomon,5and said6unto him, Ask8what I shall give10thee.
1בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)2הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3נִרְאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5לִשְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7ל֔וֹ8שְׁאַ֖לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish9מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10אֶתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לָֽךְ
8En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En SalomoH8010zeideH559 tot GodH430: GijH859 hebt aan mijn vaderH1DavidH1732groteH1419weldadigheidH2617 gedaan; en Gij hebt mij koningH4427 gemaakt in zijn plaatsH8478;En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;
KJVAnd Solomon2said1unto God,3Thou hast shewed5great10mercy9unto David7my father,8and hast made me to reign11in his stead.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3לֵֽאלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אַתָּ֗הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5עָשִׂ֛יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7דָּוִ֥ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9חֶ֣סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing10גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11וְהִמְלַכְתַּ֖נִיH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
9Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9NuH6258, HEEREH3068GodH430, laat Uw woordH1697 waar worden, gedaan aan mijn vaderH1DavidH1732; wantH3588GijH859 hebt mij koningH4427 gemaakt overH5921 een volkH5971, menigvuldigH7227 als het stofH6083 der aardeH776;Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;
KJVNow, O LORD2God,3let thy promise5unto David7my father8be established:4for thou hast made me king11over a people13like the dust15of the earth16in multitude.14
1עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4יֵֽאָמֵן֙H539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right5דְּבָ֣רְךָ֔H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6עִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11הִמְלַכְתַּ֔נִיH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13עַ֕םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14רַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)15כַּעֲפַ֥רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish16הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
10Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10GeefH5414 mij nuH6258wijsheidH2451 en wetenschapH4093, dat ik voor het aangezichtH6440 van dit volkH5971uitgaH3318 en ingaH935; wantH3588wieH4310 zou ditH2088 Uw grootH1419volkH5971 kunnen richtenH8199?Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?
KJVGive4me now wisdom2and knowledge,3that I may go out6and come in10before7this people:8for who can judge13this thy people,15that is so great?17
1עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2חָכְמָ֤הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit3וּמַדָּע֙H4093wetenschap, gedachten, verstandknowledge, science, thought4תֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לִ֔י6וְאֵֽצְאָ֛הH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הָֽעָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְאָב֑וֹאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God13יִשְׁפֹּ֔טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עַמְּךָ֥H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17הַגָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
11Toen zeide God tot Salomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zeideH559GodH430 tot SalomoH8010: Daarom, dat ditH2063 in uw hartH3824 geweest is, en gij nietH3808begeerdH7592 hebt rijkdomH6239, goederenH5233, noch eerH3519, noch de zielH5315 uwer hatersH8130, noch ookH1571veleH7227dagenH3117begeerdH7592 hebt; maar wijsheidH2451 en wetenschapH4093 voor u begeerdH7592 hebt, opdat gij Mijn volkH5971 mocht richtenH8199, waarover Ik u koningH4427 gemaakt heb;Toen zeide God tot Salomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;
KJVAnd God2said1to Solomon,3Because this was in thine heart,9and thou hast not asked11riches,12wealth,13or honour,14nor the life16of thine enemies,17neither yet hast asked22long20life;19but hast asked23wisdom25and knowledge26for thyself, that thou mayest judge28my people,30over whom I have made thee king:32
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3לִשְׁלֹמֹ֡הH8010SalomoSolomon4יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why5אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הָיְתָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7זֹ֜אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9לְבָבֶ֗ךָH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שָׁ֠אַלְתָּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish12עֹ֣שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches13נְכָסִ֤יםH5233goederen, rijkdomriches, wealth14וְכָבוֹד֙H3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)15וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17שֹׂנְאֶ֔יךָH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly18וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20רַבִּ֖יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)21לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22שָׁאָ֑לְתָּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish23וַתִּֽשְׁאַלH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish24לְךָ֙25חָכְמָ֣הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit26וּמַדָּ֔עH4093wetenschap, gedachten, verstandknowledge, science, thought27אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28תִּשְׁפּוֹט֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule29אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)30עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people31אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection32הִמְלַכְתִּ֖יךָH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely33עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
12De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De wijsheidH2451, en de wetenschapH4093 is u gegevenH5414; daartoe zal Ik u rijkdomH6239, en goederenH5233, en eerH3519 geven, dergelijke geenH3808koningenH4428, dieH834voorH6440 u geweest zijn, gehad hebben, en naH310 u zal dergelijke nietH3808 zijn.De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.
KJVWisdom1and knowledge2is granted3unto thee; and I will give8thee riches,5and wealth,6and honour,7such as none of the kings14have had that have been before16thee, neither shall there any after17thee have the like.
1הַֽחָכְמָ֥הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit2וְהַמַּדָּ֖עH4093wetenschap, gedachten, verstandknowledge, science, thought3נָת֣וּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לָ֑ךְ5וְעֹ֨שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches6וּנְכָסִ֤יםH5233goederen, rijkdomriches, wealth7וְכָבוֹד֙H3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)8אֶתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָ֔ךְ10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הָ֣יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13כֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14לַמְּלָכִים֙H4428koning, konings, koningenking, royal15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17וְאַחֲרֶ֖יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
13Alzo kwam Salomo te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon is, van voor de tent der samenkomst; en hij regeerde over Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo kwamH935SalomoH8010 te JeruzalemH3389, van de hoogteH1116, dieH834 te GibeonH1391 is, van voorH6440 de tentH168 der samenkomstH4150; en hij regeerdeH4427overH5921IsraelH3478.Alzo kwam Salomo te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon is, van voor de tent der samenkomst; en hij regeerde over Israel.
KJVThen Solomon2came1from his journey to the high place3that was at Gibeon5to Jerusalem,6from before7the tabernacle8of the congregation,9and reigned10over Israel.12
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon3לַבָּמָ֤הH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּגִבְעוֹן֙H1391GibeonGibeon6יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7מִלִּפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10וַיִּמְלֹ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
14En Salomo vergaderde wagenen en ruiteren, zodat hij duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren had; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En SalomoH8010vergaderdeH622wagenenH7393 en ruiterenH6571, zodat hij duizendH505 en vierhonderdH702wagenenH7393, en twaalfH8147duizendH505ruiterenH6571 had; en hij legde ze in de wagenstedenH7393, en bijH5973 den koningH4428 te JeruzalemH3389.En Salomo vergaderde wagenen en ruiteren, zodat hij duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren had; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
Ook in dit vers
leideH3240
KJVAnd Solomon2gathered1chariots3and horsemen:4and he had a thousand7and four8hundred9chariots,10and twelve11thousand13horsemen,14which he placed15in the chariot17cities,16and with the king19at Jerusalem.20
1וַיֶּאֱסֹ֣ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2שְׁלֹמֹה֮H8010SalomoSolomon3רֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon4וּפָרָשִׁים֒H6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman5וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6ל֗וֹ7אֶ֤לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8וְאַרְבַּעH702vier, vierhonderd, veertienfour9מֵאוֹת֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10רֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon11וּשְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)13אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand14פָּרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman15וַיַּנִּיחֵם֙H3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)16בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon18וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)19הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20בִּירֽוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
15En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de koningH4428 maakte het zilverH3701 en het goudH2091 in JeruzalemH3389 te zijn als stenenH68, en de cederenH730 maakte hij te zijn als wilde vijgebomenH8256, dieH834 in de laagtenH8219 zijn, in menigteH7230.En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.
KJVAnd the king2made1silver4and gold6at Jerusalem7as plenteous as stones,8and cedar trees10made11he as the sycomore trees12that are in the vale14for abundance.15
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכֶּ֧סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַזָּהָ֛בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8כָּאֲבָנִ֑יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)9וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאֲרָזִ֗יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)11נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12כַּשִּׁקְמִ֥יםH8256wilde vijgebomen, wilde vijgensycamore (fruit, tree)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בַּשְּׁפֵלָ֖הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)15לָרֹֽבH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
16En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het uitbrengenH4161 der paardenH5483 was hetgeenH834SalomoH8010 uit EgypteH4714 had; en aangaande het linnengarenH4723, de koopliedenH5503 des koningsH4428namenH3947 het linnengarenH4723 voor den prijsH4242.En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.
KJVAnd Solomon4had horses2brought1out of Egypt,5and linen yarn:6the king's8merchants7received10the linen yarn9at a price.11
1וּמוֹצָ֧אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)2הַסּוּסִ֛יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4לִשְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon5מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6וּמִקְוֵ֕אH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool7סֹחֲרֵ֣יH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick8הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מִקְוֵ֥אH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool10יִקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11בִּמְחִֽירH4242prijs, hondenprijs, koopgeldgain, hire, price, sold, worth
17En zij brachten op, en voerden een wagen uit van Egypte voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor eenhonderd en vijftig; en alzo voerden zij die door hun hand uit, voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En zij brachtenH5927 op, en voerdenH3318 een wagenH4818 uit van EgypteH4714 voor zeshonderdH8337 sikkelen zilversH3701, en een paardH5483 voor eenhonderdH3967 en vijftigH2572; en alzoH3651voerdenH3318 zij die door hun handH3027 uit, voor alleH3605koningenH4428 der HethietenH2850, en voor de koningenH4428 van SyrieH758.En zij brachten op, en voerden een wagen uit van Egypte voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor eenhonderd en vijftig; en alzo voerden zij die door hun hand uit, voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
KJVAnd they fetched up,1and brought forth2out of Egypt3a chariot4for six5hundred6shekels of silver,7and an horse8for an hundred10and fifty:9and so brought they out18horses for all the kings13of the Hittites,14and for the kings15of Syria,16by their means.17
1וַֽ֠יַּעֲלוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2וַיּוֹצִ֨יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מִמִּצְרַ֤יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4מֶרְכָּבָה֙H4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)5בְּשֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth6מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8וְס֖וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)9בַּחֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty10וּמֵאָ֑הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11וְ֠כֵןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מַלְכֵ֧יH4428koning, konings, koningenking, royal14הַֽחִתִּ֛יםH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities15וּמַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal16אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians17בְּיָדָ֥םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18יוֹצִֽיאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 1:1— En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.1 Kronieken 29:25→1 Koningen 2:46→1 Koningen 2:12→Genesis 39:2→Genesis 21:22→1 Kronieken 17:8→Genesis 39:21→Exodus 3:12→
2 Kronieken 1:2— En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen;1 Kronieken 28:1→1 Kronieken 27:1→1 Kronieken 24:4→2 Kronieken 34:29→2 Kronieken 29:20→1 Kronieken 29:1→1 Kronieken 24:31→2 Kronieken 30:2→
2 Kronieken 1:3— En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.1 Kronieken 16:39→1 Kronieken 21:29→Leviticus 1:1→Exodus 26:1→Deuteronomium 34:5→Exodus 40:2→Exodus 36:8→Exodus 40:34→
2 Kronieken 1:4— (Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)1 Kronieken 15:25→2 Samuël 6:17→2 Samuël 6:2→1 Kronieken 15:1→1 Kronieken 16:1→Psalmen 132:5→1 Kronieken 13:5→
2 Kronieken 1:5— Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.Exodus 31:2→Exodus 38:1→1 Kronieken 13:3→1 Kronieken 2:19→Exodus 27:1→
2 Kronieken 1:6— En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.1 Koningen 3:4→1 Kronieken 29:21→Jesaja 40:16→1 Koningen 8:63→
2 Kronieken 1:7— In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.Markus 10:36→Spreuken 3:5→Johannes 16:23→1 Koningen 3:5→1 Johannes 5:14→Mattheüs 7:7→Markus 10:51→
2 Kronieken 1:8— En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;1 Kronieken 28:5→2 Samuël 22:51→Psalmen 86:13→2 Samuël 7:8→Jesaja 55:3→1 Kronieken 29:23→Psalmen 89:49→Psalmen 89:20→
2 Kronieken 1:9— Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;Genesis 13:16→2 Samuël 7:12→Genesis 22:17→Psalmen 132:11→Psalmen 89:35→2 Samuël 7:25→1 Kronieken 17:23→1 Koningen 3:7→
2 Kronieken 1:10— Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?Numeri 27:17→2 Samuël 5:2→Spreuken 2:2→1 Koningen 3:9→2 Korinthe 3:5→Deuteronomium 31:2→Spreuken 3:13→Spreuken 4:7→
2 Kronieken 1:11— Toen zeide God tot Salomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;Spreuken 23:7→1 Koningen 3:28→1 Kronieken 28:2→1 Koningen 3:11→Hebreeën 4:12→1 Samuël 16:7→1 Koningen 8:18→1 Kronieken 29:17→
2 Kronieken 1:12— De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.2 Kronieken 9:22→1 Kronieken 29:25→Efeze 3:20→Prediker 2:9→Mattheüs 6:33→Jakobus 1:5→
2 Kronieken 1:13— Alzo kwam Salomo te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon is, van voor de tent der samenkomst; en hij regeerde over Israel.2 Kronieken 1:3→1 Koningen 4:24→
2 Kronieken 1:14— En Salomo vergaderde wagenen en ruiteren, zodat hij duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren had; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.1 Koningen 4:26→1 Koningen 10:26→1 Koningen 9:19→2 Kronieken 9:25→1 Koningen 10:16→Deuteronomium 17:16→
2 Kronieken 1:15— En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.2 Kronieken 9:27→2 Kronieken 1:12→1 Koningen 10:27→Jesaja 9:10→Job 22:24→Amos 7:14→Jesaja 60:17→
2 Kronieken 1:16— En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.1 Koningen 10:28→2 Kronieken 9:28→
2 Kronieken 1:17— En zij brachten op, en voerden een wagen uit van Egypte voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor eenhonderd en vijftig; en alzo voerden zij die door hun hand uit, voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.2 Koningen 10:29→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 1 vers 1— En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.
werd versterkt
Dat is, nam enen moed, aanmerkende zijn wettelijke verkiezing tot de kroon, de eenparige toestemming des volks, den algemenen vrede des lands, en wegneming van alle beletselen van denzelven.
Hertaald:werd versterkt
Dat is: kreeg moed, met het oog op zijn wettige verkiezing tot de kroon, de eensgezinde instemming van het volk, de algemene vrede in het land en het wegnemen van alle belemmeringen daarvan.
was met hem,
Zie Gen. 21:22 .
Hertaald:was met hem,
Zie Gen. 21:22.
ten hoogste
Hebreeuws, opwaarts. Alzo 1 Kron. 22:5 , en 1 Kron. 23:17 , en 1 Kron. 29:25 . De zin is dat Hij hem als omhoog verheven heeft door grootheid van staat, eer, vrede en rijkdom.
Hertaald:ten hoogste
Hebreeuws: opwaarts. Zo ook 1 Kron. 22:5, en 1 Kron. 23:17, en 1 Kron. 29:25. De betekenis is dat Hij hem als het ware omhoog verheven heeft door grootheid van positie, eer, vrede en rijkdom.
2 Kronieken 1 vers 2— En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen;
alle vorsten
Versta onder dezen naam, die onder anderen uitsteken in adel, vermaardheid en hoge ambten.
Hertaald:alle vorsten
Versta onder deze naam degenen die zich onder anderen onderscheiden door adel, aanzien en hoge ambten.
hoofden
Zie 1 Kon. 8:1 , waar zij genoemd worden de oversten der vaderen.
Hertaald:hoofden
Zie 1 Kon. 8:1, waar zij de oversten van de vaders genoemd worden.
2 Kronieken 1 vers 3— En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.
naar de hoogte,
Genoemd een grote hoogte; 1 Kon. 3:4 . Zie de aantekening.
Hertaald:naar de hoogte,
Een grote hoogte genoemd; 1 Kon. 3:4. Zie de aantekening daar.
Gibeon
Een stad in den stam van Benjamin. Zie 1 Kon. 3:4 .
Hertaald:Gibeon
Een stad in de stam Benjamin. Zie 1 Kon. 3:4.
de tent
Dat is, de heilige tabernakel van denwelken zie Exo 26 ; idem Lev. 1:1 .
Hertaald:de tent
Dat is: de heilige tabernakel, waarover zie Ex. 26; eveneens Lev. 1:1.
2 Kronieken 1 vers 4— (Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)
Kirjath-jeárim
Een stad in den stam van Juda. Zie Joz. 9:17 ; Richt. 18:12 ; 1 Sam. 7:1 , het vaderland van den profeet Uria; Jer. 26:20 .
Hertaald:Kirjath-jeárim
Een stad in de stam Juda. Zie Joz. 9:17; Richt. 18:12; 1 Sam. 7:1; het vaderland van de profeet Uria; Jer. 26:20.
2 Kronieken 1 vers 5— Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.
aldaar
Niet te Jeruzalem, waar de ark was, maar te Gibeon, waar de tabernakel stond.
Hertaald:aldaar
Niet in Jeruzalem, waar de ark was, maar in Gibeon, waar de tabernakel stond.
dat
Te weten, het koperen altaar, om daarop te offeren, naar Gods bevel; Lev. 17:3-4 . Anders, zochten hem, te weten, den Heere.
Hertaald:dat
Namelijk: het koperen altaar, om daarop te offeren naar Gods bevel; Lev. 17:3-4. Anders: zochten Hem, namelijk de HEERE.
2 Kronieken 1 vers 6— En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.
voor het aangezicht
Zie Lev. 1:3 .
Hertaald:voor het aangezicht
Zie Lev. 1:3.
aan de tent
Alzo Lev. 1:5 .
Hertaald:aan de tent
Zo ook Lev. 1:5.
2 Kronieken 1 vers 7— In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.
verscheen
Te weten, in een droom, 1 Kon. 3:5 . Van de verschijning Gods, door middel van dromen, zie Gen. 20:3 , en Gen. 28:12 .
Hertaald:verscheen
Namelijk: in een droom, 1 Kon. 3:5. Zie over de verschijning van God door middel van dromen Gen. 20:3, en Gen. 28:12.
2 Kronieken 1 vers 9— Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;
als het stof
Zie Gen. 13:16 .
Hertaald:als het stof
Zie Gen. 13:16.
2 Kronieken 1 vers 10— Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?
wijsheid en wetenschap,
Zie van het onderscheid dezer twee gaven, 1 Kon. 3:13 .
Hertaald:wijsheid en wetenschap,
Zie over het onderscheid tussen deze twee gaven 1 Kon. 3:13.
uitga en inga;
Zie de verklaring dezer manier van spreken, Num. 27:17 ; Deut. 31:2 .
Hertaald:uitga en inga;
Zie de verklaring van deze manier van spreken, Num. 27:17; Deut. 31:2.
kunnen
Dit woord is hier ingevoegd uit 1 Kon. 3:9 . Hoewel het ook anderszins dikwijls in den zin is ingesloten, en, wie zou richten? zoveel is als: wie zou kunnen richten?
Hertaald:kunnen
Dit woord is hier ingevoegd op grond van 1 Kon. 3:9. Hoewel het ook vaak op andere wijze in de betekenis besloten ligt, en: wie zou richten? zoveel betekent als: wie zou kunnen richten?
richten?
Dat is, regeren; alzo in vs.11. Zie Richt. 2:16 .
Hertaald:richten?
Dat is: regeren; zo ook in vers 11. Zie Richt. 2:16.
2 Kronieken 1 vers 11— Toen zeide God tot Salomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;
hart
Dat is, de begeerte en het voornemen uws harten.
Hertaald:hart
Dat is: het verlangen en het voornemen van uw hart.
2 Kronieken 1 vers 12— De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.
dergelijke
Vergelijk hiermede 1 Kon. 3:12 en de aantekening daarop. Anders, dat den koningen, die voor u geweest zijn, zo niet is geschied, en na u zo niet geschieden zal.
Hertaald:dergelijke
Vergelijk hiermee 1 Kon. 3:12 en de aantekening daar. Anders: dat het de koningen die vóór u geweest zijn zo niet vergaan is, en na u zo niet vergaan zal.
2 Kronieken 1 vers 14— En Salomo vergaderde wagenen en ruiteren, zodat hij duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren had; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
wagensteden,
Dat is, in welke de wagens geplaatst waren, en die goede weiden voor de paarden hadden.
Hertaald:wagensteden,
Dat is: waarin de wagens ondergebracht waren, en die goede weiden voor de paarden hadden.
2 Kronieken 1 vers 15— En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.
En de koning
Zie 1 Kon. 10:27 ; 2 Kron. 9:27 .
Hertaald:En de koning
Zie 1 Kon. 10:27; 2 Kron. 9:27.
2 Kronieken 1 vers 16— En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.
En het uitbrengen
Zie de verklaring van vs.16 en vs.17, 1 Kon. 10:28-29 .
Hertaald:En het uitbrengen
Zie de verklaring van vers 16 en vers 17 in 1 Kon. 10:28-29.
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:25→1 Kronieken 28:5→Numeri 27:17→1 Koningen 2:46→1 Koningen 2:12→1 Kronieken 28:1→1 Kronieken 15:25→2 Samuël 6:17→ — En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot. En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen; En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had. (Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.) Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve. En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen. In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal. En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats; Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde; Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten? In korte trekken wordt ons uit de geschiedenis van Salomo’s regering in de eerste plaats mededeling gedaan van het grote offer, dat hij, door de vertegenwoordigers van zijn volk omgeven, aanstonds, in de eerste tijd van zijn heerschappij, te Gibeon bracht. Bij deze gelegenheid openbaarde de Heere zich aan hem ‘s nachts in de droom en verhoorde niet alleen zijn bede om wijsheid en kennis, maar zei hem nog meer toe dan hij gebeden had, namelijk ook rijkdom en goederen en eer in overvloedige mate. Omdat wij hier slechts met een kort en zakelijk bericht te doen hebben, is de onderhandeling van God met Salomo op een vrije wijze en in korte woorden door de Schrijver van ons Boek teruggegeven, maar daarentegen zet hij uitvoerig, overeenkomstig het plan van zijn werk, de betekenis uiteen, welke de offerplaats te Gibeon uit een godsdienstig oogpunt had. (Vergelijk 1 Koningen .3: 1-15).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:25→1 Koningen 2:46→1 Koningen 2:12→Genesis 39:2→Genesis 21:22→1 Kronieken 17:8→Genesis 39:21→Exodus 3:12→— En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.
En Salomo, de zoon van David, werd, nadat hij in het jaar 1015 vóór Christus op de troon was gekomen, versterkt in zijn koninkrijk, door handhaving van strenge gerechtigheid jegens zijn en zijn vaders tegenstanders (1 Koningen .2: 12-46); want de Heere, zijn God, die hem reeds vroeg tot Zijn lieveling verkoren (2 Samuel .12: 25), maar die ook hij van kindsbeen af gezocht en erkend had (1 Koningen .3: 3), was met hem, en maakte hem, in de loop van de tijd, ten hoogste groot, zowel bij zijn onderdanen als bij de omliggende volkeren (1 Kronieken 29: 25).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 28:1→1 Kronieken 27:1→1 Kronieken 24:4→2 Kronieken 34:29→2 Kronieken 29:20→1 Kronieken 29:1→1 Kronieken 24:31→2 Kronieken 30:2→— En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen;
En Salomo sprak, toen zijn vader gestorven was en hij de aanvang van zijn regering met een groot algemeen offerfeest wilde vieren, tot het ganse Israël 1), de voornaamste vertegenwoordigers van de Israëlitische gemeente, tot de oversten van de duizenden en van de honderden (1 (Kronieken 12: 1 28: 1), en tot de rechters en ambtlieden (1 Kronieken 26: 29), en tot alle vorsten in gans Israël (1 Kronieken 27: 16 vv.), de hoofden van de vaderen, van de vaderlijke huizen.
Gans Israël wordt nader bepaald door de oversten van de duizenden, enz.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:39→1 Kronieken 21:29→Leviticus 1:1→Exodus 26:1→Deuteronomium 34:5→Exodus 40:2→Exodus 36:8→Exodus 40:34→— En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.
En zij gingen heen, Salomo en de ganse gemeente, door middel van deze hun vertegenwoordigers met hem, naar de hoogte, die te Gibeon, in de stam Benjamin (Jud 19: 13) was; want daar was, sedert de tijd van koning Saul (1 Samuel 22: 19), de tent van de samenkomst van God, die Mozes, de knecht van de Heere, in de woestijn gemaakt had.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 15:25→2 Samuël 6:17→2 Samuël 6:2→1 Kronieken 15:1→1 Kronieken 16:1→Psalmen 132:5→1 Kronieken 13:5→— (Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)
(Maar de arke van God, die sedert Eli’s tijd zich niet meer in de tabernakel bevond (1 Samuel 7: 1), had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen, naast zijn paleis (1 Kronieken 13: 1 vv. 15: 1-16: 1 vv.))
KruisverwijzingenExodus 31:2→Exodus 38:1→1 Kronieken 13:3→1 Kronieken 2:19→Exodus 27:1→— Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.
Ook was het koperen altaar, dat Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, gemaakt had (Exod.31: 1 vv.; 38: 1),aldaar, niet te Jeruzalem maar te Gibeon (vs.3) voor de tabernakel van de Heere (1Ch 16: 42): Salomo nu en de gemeente bezochten het, om de Heere op dit altaar offers te brengen, terwijl David’s offerplaats in de laatste jaren van zijn regering de dorsvloer van Arauna, de Jebusiet was, (1 Kronieken 21: 26 vv.).
Kruisverwijzingen1 Koningen 3:4→1 Kronieken 29:21→Jesaja 40:16→1 Koningen 8:63→— En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.
En Salomo, met de vertegenwoordigers van de gemeente te Gibeon aangekomen (vs. 3), offerde daar, bracht door middel van de priesters offers, voor het aangezicht van de Heere, op het koperen altaar, dat aan de tent van de samenkomst was 1); en hij offerde daarop duizend brandoffers; en liet zeker bij deze gelegenheid de door hem vervaardigde 72ste Psalm door de Levitische tempelzangers uitvoeren (1Ki 4: 32).
Tot tweemalen toe wordt hier gewezen op het koperen altaar, eerst in vs. 5 en nu ook hier. Eerst dat het was te Gibeon, en hier, dat Salomo op dit altaar de offeranden bracht ter heiliging van zijn regering. Ongetwijfeld heeft de Schrijver de aandacht er op willen vestigen, dat dit offer van Salomo even wettig was en de Heere aangenaam, als dat op de dorsvloer van Arauna van David. De Schrijver wijst hier zijn lezers er op, hoe Salomo toen geheel in de weg van de Heere was, al was de Ark er niet, ja, dat de Heere hem verscheen, nadat hij zijn offerande op dat altaar had gebracht. Dit was ongetwijfeld, om zijn tijdgenoten te troosten met het verlies van de Ark, die niet in de tweede tempel aanwezig was. Toch zou God horen, ook al miste de Ark er. Waarom Salomo naar Gibeon ging, ja ook, omdat daar nog het nationale heiligdom was, maar evenzeer, omdat Zadok daar Hogepriester was, de Priester, die Salomo getrouw was gebleven, toen Abjathar gemene zaak met Adonia had gemaakt.
KruisverwijzingenMarkus 10:36→Spreuken 3:5→Johannes 16:23→1 Koningen 3:5→1 Johannes 5:14→Mattheüs 7:7→Markus 10:51→— In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.
In diezelfde nacht, die op de offerdag volgde, verscheen God 1) aan Salomo in een droomgezicht; en Hij zei tot hem, terwijl Hij hem opriep, met betrekking tot zijn gebed om een gelukkig en gezegend bestuur zich nader te verklaren, wat hij daaronder wel verstond, en welke gave hij daartoe in het bijzonder voelde nodig te hebben: Begeer wat Ik u geven zal.
In 1 Koningen .3 wordt uitvoeriger gewezen op de verschijning van God aan Salomo, hier meer op de godsdienstige zijde van het offer. De verschijning van God aan Salomo had plaats in een droomgezicht, zie 1 Koningen .3: 5,15.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 28:5→2 Samuël 22:51→Psalmen 86:13→2 Samuël 7:8→Jesaja 55:3→1 Kronieken 29:23→Psalmen 89:49→Psalmen 89:20→— En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;
En Salomo zei tot God: Gij hebt aan mijn vader David, de ganse tijd van zijn leven, grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt, om de in het bijzonder ook zo genadig hem geschonken belofte (1 Kronieken 17: 11 vv.) aan hem te vervullen, mij koning gemaakt in zijn plaats.
KruisverwijzingenGenesis 13:16→2 Samuël 7:12→Genesis 22:17→Psalmen 132:11→Psalmen 89:35→2 Samuël 7:25→1 Kronieken 17:23→1 Koningen 3:7→— Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;
Nu, Heere God! laat Uw woord 1) de belofte nog verder waar worden, gedaan aan mijn vader David (1 Koningen .17: 23. (2 Kronieken 6: 17); en bewaar mij in Uw genade daarvoor, dat ik de verdere vervulling ervan door een verkeerd en U ongevallig bestuur zou verhinderen; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof van de aarde; er hangt dus zo buitengewoon veel van af, dat ik op de juiste wijze regeer, en vanwege mijn jeugd ben ik van mijzelf des te minder daartoe geschikt, hoe verhevener de koninklijke troon is, die ik bezet, en hoe moeilijker de roeping is, die ik moet vervullen.
Men merke hierbij aan: 1e. Dat Gods beloften, de beste drangredenen zijn, om de verhoring van onze gebeden te verlangen. 2e. dat de kinderen van de gelovigen zich dus troosten en opbeuren kunnen met de beloften van het Verbond van de genade, omdat hun ouders hen door de Doop gelegenheid en verplichting gegeven hebben, om het recht op dat Verbond in Christus’ naam bij God te zoeken. 3e. dat de beste wijze, om de weldaden van de beloften en voorrechten van Gods Verbond te verkrijgen, bestaat in een gedurig, ernstig en ijverig bidden tot God, om de wijsheid en genade, die ons in staat moet stellen, om de voorwaarden en verplichtingen van dat Verbond, ten onzen aanzien voor God waardig te maken.
KruisverwijzingenNumeri 27:17→2 Samuël 5:2→Spreuken 2:2→1 Koningen 3:9→2 Korinthe 3:5→Deuteronomium 31:2→Spreuken 3:13→Spreuken 4:7→— Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?
Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit Uw volk als een herder (2 (Kronieken 11: 2),uitga en inga 1), een hen op goede en niet op valse wegen te leiden; want wie zou, tenzij hij met de nodige gaven daartoe door U werd toegerust, dit Uw groot volk, overeenkomstig Uw geboden kunnen richten en regeren?
Uitgaan en ingaan is een uitdrukking, om aan te duiden, het bestuur over het land, zowel naar binnen als naar buiten, in oorlogstijd en in dagen van vrede.
KruisverwijzingenSpreuken 23:7→1 Koningen 3:28→1 Kronieken 28:2→1 Koningen 3:11→Hebreeën 4:12→1 Samuël 16:7→1 Koningen 8:18→1 Kronieken 29:17→— Toen zeide God tot Salomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;
Toen zei God tot Salomo: Daarom dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel van uw haters, dat Ik hun leven in uw hand zou geven, noch ook vele dingen begeerd hebt, zoals ontelbaar veel anderen in uw plaats zouden gedaan hebben; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt; opdat u Mijn volk juist mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb:
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:22→1 Kronieken 29:25→Efeze 3:20→Prediker 2:9→Mattheüs 6:33→Jakobus 1:5→— De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.
Wat u gebeden hebt, de wijsheid en de wetenschap, is u ook gegeven; daartoe zal Ik u, wat u niet gebeden hebt, namelijk rijkdom, en goederen en eer insgelijks geven, dergelijke andere koningen, die vóór u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn 1).
Uit vergelijking met 1 Koningen .3: 11-14 blijkt, dat de conditionele belofte van een lang leven, hier niet vermeld wordt. De reden, waarom niet, is duidelijk omdat Salomo aan de conditie niet heeft voldaan en de belofte derhalve niet is vervuld. Salomo stierf op 60-jarige leeftijd.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:3→1 Koningen 4:24→— Alzo kwam Salomo te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon is, van voor de tent der samenkomst; en hij regeerde over Israel.
Alzo kwam Salomo, gesterkt door de Goddelijke belofte en de vervulling daarvan aan zijn hart bereids gewaar wordend, te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon 1) is, van voor de tent van de samenkomstweer met degenen, die hem daarheen hadden begeleid (vs. 2 vv.), en richtte ook te Jeruzalem een offerfeest aan; en hij regeerde voortaan over Israël, met onvergelijkelijke wijsheid en grondige wetenschap, zoals daarvan 1 Koningen .3: 16 vv. een voorbeeld verhaald wordt.
Waarom Salomo niet op het altaar bij de tent op Zion, noch op dat in de dorsvloer van Arauna, maar te Gibeon het offer bracht, is o.i. niet twijfelachtig. Niet omdat hij de tent op Zion, of het altaar op Moria niet voor wettig hield, God zelf toch had het altaar op Moria ingewijd en geheiligd door vuur uit de hemel, maar, zoals wij reeds bij vs. 6 aantekenden, omdat Zadok, de hogepriester, de trouwe volgeling en vriend van Salomo, daar priester was en feitelijk, door de afzetting van Abjathar, de dienst bij de tent op Zion vacant was. Eerst dus te Gibeon, waar de eigenlijke standplaats van Zadok was, word het offer gebracht, en later nog eens bij de tent op Zion, ook door tussenkomst van Zadok en zijn medepriesters.
Dit en hij regeerde over Israël dient, om het volgende in te leiden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:27→2 Kronieken 1:12→1 Koningen 10:27→Jesaja 9:10→Job 22:24→Amos 7:14→Jesaja 60:17→— En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.
En de koning maakte, door de buitengewone rijkdommen, die hij door handel, scheepvaart enz. zijn land aanbracht, het zilver en het goud in Jeruzalem zo veel te zijn, als stenen op het veld, en de cederen maakte hij te zijn, als wilde vijgenbomen (1Ch 27: 28) die in de laagten zijn, in menigte, zodat men het eerste niet voor metaal van waarde, en deze niet voor kostbaar bouwhout schatte.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:28→2 Kronieken 9:28→— En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.
En zij brachten de koopwaren voor vast staande prijzen op, en voerden een wagen met de daartoe behorende 3 paarden uit van Egypte voor zeshonderd sikkels zilver (945 gld.), en een paardalleen om te rijden voor één honderd en vijftig sikkels (236 1/4 gld.); en zo voerden zij die paarden, wagens, en andere koopwaren, door hun hand uit, voor alle van Salomo afhankelijke koningen van de Hethieten, en voor de hem insgelijks onderworpen koningen van Syrië. Het is minder Salomo, de onvergelijkelijk wijze, als veelmeer Salomo de onvergelijkelijk heerlijke, theocratische heerser, wiens beeld de gewijde Schrijver van deze Boeken wil tekenen. Laatste eigenschap doet de Heere in MATTHEUS.6: 29, de eerste daarentegen in MATTHEUS.12: 42 op de voorgrond treden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 1
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:25→1 Kronieken 28:5→Numeri 27:17→1 Koningen 2:46→1 Koningen 2:12→1 Kronieken 28:1→1 Kronieken 15:25→2 Samuël 6:17→
— En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot. En Salomo sprak tot het ganse Israel, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle vorsten in gans Israel, de hoofden der vaderen; En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had. (Maar de ark Gods had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.) Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve. En Salomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen. In dienzelfden nacht verscheen God aan Salomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal. En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats; Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde; Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?
In korte trekken wordt ons uit de geschiedenis van Salomo’s regering in de eerste plaats mededeling gedaan van het grote offer, dat hij, door de vertegenwoordigers van zijn volk omgeven, aanstonds, in de eerste tijd van zijn heerschappij, te Gibeon bracht. Bij deze gelegenheid openbaarde de Heere zich aan hem ‘s nachts in de droom en verhoorde niet alleen zijn bede om wijsheid en kennis, maar zei hem nog meer toe dan hij gebeden had, namelijk ook rijkdom en goederen en eer in overvloedige mate. Omdat wij hier slechts met een kort en zakelijk bericht te doen hebben, is de onderhandeling van God met Salomo op een vrije wijze en in korte woorden door de Schrijver van ons Boek teruggegeven, maar daarentegen zet hij uitvoerig, overeenkomstig het plan van zijn werk, de betekenis uiteen, welke de offerplaats te Gibeon uit een godsdienstig oogpunt had. (Vergelijk 1 Koningen .3: 1-15).
En Salomo, de zoon van David, werd, nadat hij in het jaar 1015 vóór Christus op de troon was gekomen, versterkt in zijn koninkrijk, door handhaving van strenge gerechtigheid jegens zijn en zijn vaders tegenstanders (1 Koningen .2: 12-46); want de Heere, zijn God, die hem reeds vroeg tot Zijn lieveling verkoren (2 Samuel .12: 25), maar die ook hij van kindsbeen af gezocht en erkend had (1 Koningen .3: 3), was met hem, en maakte hem, in de loop van de tijd, ten hoogste groot, zowel bij zijn onderdanen als bij de omliggende volkeren (1 Kronieken 29: 25).
En Salomo sprak, toen zijn vader gestorven was en hij de aanvang van zijn regering met een groot algemeen offerfeest wilde vieren, tot het ganse Israël 1), de voornaamste vertegenwoordigers van de Israëlitische gemeente, tot de oversten van de duizenden en van de honderden (1 (Kronieken 12: 1 28: 1), en tot de rechters en ambtlieden (1 Kronieken 26: 29), en tot alle vorsten in gans Israël (1 Kronieken 27: 16 vv.), de hoofden van de vaderen, van de vaderlijke huizen.
Gans Israël wordt nader bepaald door de oversten van de duizenden, enz.
En zij gingen heen, Salomo en de ganse gemeente, door middel van deze hun vertegenwoordigers met hem, naar de hoogte, die te Gibeon, in de stam Benjamin (Jud 19: 13) was; want daar was, sedert de tijd van koning Saul (1 Samuel 22: 19), de tent van de samenkomst van God, die Mozes, de knecht van de Heere, in de woestijn gemaakt had.
(Maar de arke van God, die sedert Eli’s tijd zich niet meer in de tabernakel bevond (1 Samuel 7: 1), had David van Kirjath-Jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen, naast zijn paleis (1 Kronieken 13: 1 vv. 15: 1-16: 1 vv.))
Ook was het koperen altaar, dat Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, gemaakt had (Exod.31: 1 vv.; 38: 1),aldaar, niet te Jeruzalem maar te Gibeon (vs.3) voor de tabernakel van de Heere (1Ch 16: 42): Salomo nu en de gemeente bezochten het, om de Heere op dit altaar offers te brengen, terwijl David’s offerplaats in de laatste jaren van zijn regering de dorsvloer van Arauna, de Jebusiet was, (1 Kronieken 21: 26 vv.).
En Salomo, met de vertegenwoordigers van de gemeente te Gibeon aangekomen (vs. 3), offerde daar, bracht door middel van de priesters offers, voor het aangezicht van de Heere, op het koperen altaar, dat aan de tent van de samenkomst was 1); en hij offerde daarop duizend brandoffers; en liet zeker bij deze gelegenheid de door hem vervaardigde 72ste Psalm door de Levitische tempelzangers uitvoeren (1Ki 4: 32).
Tot tweemalen toe wordt hier gewezen op het koperen altaar, eerst in vs. 5 en nu ook hier. Eerst dat het was te Gibeon, en hier, dat Salomo op dit altaar de offeranden bracht ter heiliging van zijn regering. Ongetwijfeld heeft de Schrijver de aandacht er op willen vestigen, dat dit offer van Salomo even wettig was en de Heere aangenaam, als dat op de dorsvloer van Arauna van David. De Schrijver wijst hier zijn lezers er op, hoe Salomo toen geheel in de weg van de Heere was, al was de Ark er niet, ja, dat de Heere hem verscheen, nadat hij zijn offerande op dat altaar had gebracht. Dit was ongetwijfeld, om zijn tijdgenoten te troosten met het verlies van de Ark, die niet in de tweede tempel aanwezig was. Toch zou God horen, ook al miste de Ark er. Waarom Salomo naar Gibeon ging, ja ook, omdat daar nog het nationale heiligdom was, maar evenzeer, omdat Zadok daar Hogepriester was, de Priester, die Salomo getrouw was gebleven, toen Abjathar gemene zaak met Adonia had gemaakt.
In diezelfde nacht, die op de offerdag volgde, verscheen God 1) aan Salomo in een droomgezicht; en Hij zei tot hem, terwijl Hij hem opriep, met betrekking tot zijn gebed om een gelukkig en gezegend bestuur zich nader te verklaren, wat hij daaronder wel verstond, en welke gave hij daartoe in het bijzonder voelde nodig te hebben: Begeer wat Ik u geven zal.
In 1 Koningen .3 wordt uitvoeriger gewezen op de verschijning van God aan Salomo, hier meer op de godsdienstige zijde van het offer. De verschijning van God aan Salomo had plaats in een droomgezicht, zie 1 Koningen .3: 5,15.
En Salomo zei tot God: Gij hebt aan mijn vader David, de ganse tijd van zijn leven, grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt, om de in het bijzonder ook zo genadig hem geschonken belofte (1 Kronieken 17: 11 vv.) aan hem te vervullen, mij koning gemaakt in zijn plaats.
Nu, Heere God! laat Uw woord 1) de belofte nog verder waar worden, gedaan aan mijn vader David (1 Koningen .17: 23. (2 Kronieken 6: 17); en bewaar mij in Uw genade daarvoor, dat ik de verdere vervulling ervan door een verkeerd en U ongevallig bestuur zou verhinderen; want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof van de aarde; er hangt dus zo buitengewoon veel van af, dat ik op de juiste wijze regeer, en vanwege mijn jeugd ben ik van mijzelf des te minder daartoe geschikt, hoe verhevener de koninklijke troon is, die ik bezet, en hoe moeilijker de roeping is, die ik moet vervullen.
Men merke hierbij aan: 1e. Dat Gods beloften, de beste drangredenen zijn, om de verhoring van onze gebeden te verlangen. 2e. dat de kinderen van de gelovigen zich dus troosten en opbeuren kunnen met de beloften van het Verbond van de genade, omdat hun ouders hen door de Doop gelegenheid en verplichting gegeven hebben, om het recht op dat Verbond in Christus’ naam bij God te zoeken. 3e. dat de beste wijze, om de weldaden van de beloften en voorrechten van Gods Verbond te verkrijgen, bestaat in een gedurig, ernstig en ijverig bidden tot God, om de wijsheid en genade, die ons in staat moet stellen, om de voorwaarden en verplichtingen van dat Verbond, ten onzen aanzien voor God waardig te maken.
Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit Uw volk als een herder (2 (Kronieken 11: 2),uitga en inga 1), een hen op goede en niet op valse wegen te leiden; want wie zou, tenzij hij met de nodige gaven daartoe door U werd toegerust, dit Uw groot volk, overeenkomstig Uw geboden kunnen richten en regeren?
Uitgaan en ingaan is een uitdrukking, om aan te duiden, het bestuur over het land, zowel naar binnen als naar buiten, in oorlogstijd en in dagen van vrede.
Toen zei God tot Salomo: Daarom dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel van uw haters, dat Ik hun leven in uw hand zou geven, noch ook vele dingen begeerd hebt, zoals ontelbaar veel anderen in uw plaats zouden gedaan hebben; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt; opdat u Mijn volk juist mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb:
Wat u gebeden hebt, de wijsheid en de wetenschap, is u ook gegeven; daartoe zal Ik u, wat u niet gebeden hebt, namelijk rijkdom, en goederen en eer insgelijks geven, dergelijke andere koningen, die vóór u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn 1).
Uit vergelijking met 1 Koningen .3: 11-14 blijkt, dat de conditionele belofte van een lang leven, hier niet vermeld wordt. De reden, waarom niet, is duidelijk omdat Salomo aan de conditie niet heeft voldaan en de belofte derhalve niet is vervuld. Salomo stierf op 60-jarige leeftijd.
Alzo kwam Salomo, gesterkt door de Goddelijke belofte en de vervulling daarvan aan zijn hart bereids gewaar wordend, te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gibeon 1) is, van voor de tent van de samenkomstweer met degenen, die hem daarheen hadden begeleid (vs. 2 vv.), en richtte ook te Jeruzalem een offerfeest aan; en hij regeerde voortaan over Israël, met onvergelijkelijke wijsheid en grondige wetenschap, zoals daarvan 1 Koningen .3: 16 vv. een voorbeeld verhaald wordt.
Waarom Salomo niet op het altaar bij de tent op Zion, noch op dat in de dorsvloer van Arauna, maar te Gibeon het offer bracht, is o.i. niet twijfelachtig. Niet omdat hij de tent op Zion, of het altaar op Moria niet voor wettig hield, God zelf toch had het altaar op Moria ingewijd en geheiligd door vuur uit de hemel, maar, zoals wij reeds bij vs. 6 aantekenden, omdat Zadok, de hogepriester, de trouwe volgeling en vriend van Salomo, daar priester was en feitelijk, door de afzetting van Abjathar, de dienst bij de tent op Zion vacant was. Eerst dus te Gibeon, waar de eigenlijke standplaats van Zadok was, word het offer gebracht, en later nog eens bij de tent op Zion, ook door tussenkomst van Zadok en zijn medepriesters.
Dit en hij regeerde over Israël dient, om het volgende in te leiden.
En de koning maakte, door de buitengewone rijkdommen, die hij door handel, scheepvaart enz. zijn land aanbracht, het zilver en het goud in Jeruzalem zo veel te zijn, als stenen op het veld, en de cederen maakte hij te zijn, als wilde vijgenbomen (1Ch 27: 28) die in de laagten zijn, in menigte, zodat men het eerste niet voor metaal van waarde, en deze niet voor kostbaar bouwhout schatte.
En zij brachten de koopwaren voor vast staande prijzen op, en voerden een wagen met de daartoe behorende 3 paarden uit van Egypte voor zeshonderd sikkels zilver (945 gld.), en een paardalleen om te rijden voor één honderd en vijftig sikkels (236 1/4 gld.); en zo voerden zij die paarden, wagens, en andere koopwaren, door hun hand uit, voor alle van Salomo afhankelijke koningen van de Hethieten, en voor de hem insgelijks onderworpen koningen van Syrië. Het is minder Salomo, de onvergelijkelijk wijze, als veelmeer Salomo de onvergelijkelijk heerlijke, theocratische heerser, wiens beeld de gewijde Schrijver van deze Boeken wil tekenen. Laatste eigenschap doet de Heere in MATTHEUS.6: 29, de eerste daarentegen in MATTHEUS.12: 42 op de voorgrond treden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel