Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Voorts ikG1473 PaulusG3972 zelfG846 bidG3870 uG4771, door de zachtmoedigheidG4236 en goedertierenheidG1932 van ChristusG5547, dieG3739, tegenwoordigG2596 zijnde, wel geringG5011 ben onderG1722 uG4771, maarG1161 afwezendG548 stoutG2292 ben tegen uG4771;
Voorts ik Paulus zelf bid u, door de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus, die, tegenwoordig zijnde, wel gering ben onder u, maar afwezend stout ben tegen u;
KJV
Now2
I3
Paul4
myself1
beseech5
you
by7
the meekness
and10
gentleness11
of Christ,13
who14
in15
presence16
am base17
among19
you,
but22
being absent21
am bold23
toward24
you:
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ik bidG1189 danG1161, dat ik, tegenwoordigG3918 zijnde, nietG3361 stoutG2292 moge zijn met dieG3739 vrijmoedigheidG4006, waarmede ik geachtG3049 word stoutelijk gehandeldG5111 te hebben tegen sommigenG5100, die ons achtenG3049, alsofG5613 wij naarG2596 het vleesG4561 wandeldenG4043.
Ik bid dan, dat ik, tegenwoordig zijnde, niet stout moge zijn met die vrijmoedigheid, waarmede ik geacht word stoutelijk gehandeld te hebben tegen sommigen, die ons achten, alsof wij naar het vlees wandelden.
KJV
But2
I beseech1
you, that I may not4
be bold6
when I am present5
with that confidence,8
wherewith9
I think10
to be bold11
against12
some,13
which3
think15
of us
as17
if we walked20
according18
to the flesh.19
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantG1063 wandelendeG4043 inG1722 het vleesG4561, voeren wij den krijgG4754 nietG3756 naarG2596 het vleesG4561;
Want wandelende in het vlees, voeren wij den krijg niet naar het vlees;
KJV
For3
though we walk4
in1
the flesh,2
we do8
➔ not5
war
after6
the flesh:7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantG1063 de wapenenG3696 van onzen krijgG4752 zijn nietG3756 vleselijkG4559, maarG235 krachtigG1415 door GodG2316, totG4314 nederwerpingG2506 der sterktenG3794;
Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten;
KJV
(For2
the weapons3
of our
warfare5
are not7
carnal,8
but9
mighty10
through God12
to13
the pulling down14
of strong holds;)15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Dewijl wij de overleggingenG3053 ter nederwerpenG2507, enG2532 alleG3956 hoogteG5313, die zich verheftG1869 tegenG2596 de kennisG1108 van GodG2316, enG2532 alleG3956 gedachteG3540 gevangenG163 leiden totG1519 de gehoorzaamheidG5218 van ChristusG5547;
Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus;
KJV
Casting down2
imaginations,1
and3
every4
high thing5
that exalteth itself6
against7
the knowledge9
of God,11
and12
bringing into captivity13
every14
thought15
to16
the obedience18
of Christ;20
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
EnG2532 gereedG1722 hebbenG2192, hetgeen dient om te wrekenG1556 alleG3956 ongehoorzaamheidG3876, wanneer uw gehoorzaamheidG5218 zal vervuldG4137 zijn.
En gereed hebben, hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid, wanneer uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn.
KJV
And1
having4
in2
a readiness3
to revenge5
all6
disobedience,7
when8
your
obedience12
is fulfilled.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ziet gij aan wat voor ogenG4383 is? IndienG1487 iemandG1536 bij zichzelven betrouwtG3982, dat hij van ChristusG5547 isG1510, dieG3778 denkeG3049 dit wederomG3825 uitG575 zichzelvenG1438, dat gelijkerwijsG2531 hijG846 van ChristusG5547 is, alzoG3779 ookG2532 wij van ChristusG5547 zijn.
Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn.
KJV
Do ye look on4
things after2
the outward appearance?3
If any man
trust7
to himself8
that he is
Christ's,9
let him12
➔ of14
himself15
think
this
again,13
that,16
as17
he18
is Christ's,19
even21
so20
are we
Christ's.23
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantG1063 indienG1437 ik ookG2532 ietsG5100 overvloedigerG4055 zou roemenG2744 vanG4012 onze machtG1849, welkeG3739 de HeereG2962 ons gegevenG1325 heeft totG1519 stichtingG3619, enG2532 nietG3756 totG1519 uw nederwerpingG2506, zo zal ik nietG3756 beschaamdG153 worden;
Want indien ik ook iets overvloediger zou roemen van onze macht, welke de Heere ons gegeven heeft tot stichting, en niet tot uw nederwerping, zo zal ik niet beschaamd worden;
KJV
For3
though1
I should boast7
somewhat6
more
of8
our
authority,10
which12
the Lord15
hath given13
us
for17
edification,18
and4
not20
for21
your
destruction,22
I should25
➔ not24
be ashamed:
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
OpdatG2443 ik nietG3361 zou schijnenG1380, alsofG5613 ik uG4771 doorG1223 de brievenG1992 wilde verschrikkenG1629.
Opdat ik niet zou schijnen, alsof ik u door de brieven wilde verschrikken.
KJV
That
➔ I may3
➔ not
seem
as4
if5
I would terrify6
you
by8
letters.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
WantG3754 de brievenG1992 (zeggenG5346 zij) zijn wel gewichtigG926 en krachtigG2478; maarG1161 de tegenwoordigheidG3952 des lichaamsG4983 is zwakG772, en de redeG3056 is verachtelijkG1848.
Want de brieven (zeggen zij) zijn wel gewichtig en krachtig; maar de tegenwoordigheid des lichaams is zwak, en de rede is verachtelijk.
KJV
For1
his letters,4
say they,5
are weighty6
and7
powerful;8
but10
his bodily13
presence11
is weak,14
and15
his speech17
contemptible.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
DezulkeG5108 bedenkeG3049 ditG3778, dat hoedanigenG3634 wij zijnG1510 in het woordG3056 doorG1223 brievenG1992, als wij afwezigG548 zijn, wij ookG2532 zodanigenG5108 zijn inderdaadG2041, als wij tegenwoordigG3918 zijn.
Dezulke bedenke dit, dat hoedanigen wij zijn in het woord door brieven, als wij afwezig zijn, wij ook zodanigen zijn inderdaad, als wij tegenwoordig zijn.
KJV
Let2
➔ such an one4
think
this,
that,5
such as6
we are
in word9
by10
letters11
when we are absent,12
such13
will we be also14
in deed17
when we are present.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
WantG1063 wij durvenG5111 onszelvenG1438 nietG3756 rekenenG1469 ofG2228 vergelijkenG4793 met sommigenG5100, die zichzelven prijzenG4921; maarG235 deze verstaanG4920 nietG3756, dat zijG846 zichzelven metG1722 zichzelven metenG3354, enG2532 zichzelven met zichzelven vergelijkenG4793.
Want wij durven onszelven niet rekenen of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet, dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven vergelijken.
KJV
For2
we dare3
not1
make4
➔ ourselves of the number,
or5
compare6
➔ ourselves7
with19
some8
that commend11
themselves:10
but12
they13
measuring17
themselves15
by14
themselves,16
and18
comparing
➔ themselves20
among
themselves,21
are23
➔ not22
wise.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Doch wij zullen niet roemenG2744 buitenG1519 de maat; maar dat wij, naarG2596 de maat des regelsG2583, welkeG3739 maat ons GodG2316 toegedeeldG3307 heeft, ookG2532 tot uG4771 toe zijn gekomen.
Doch wij zullen niet roemen buiten de maat; maar dat wij, naar de maat des regels, welke maat ons God toegedeeld heeft, ook tot u toe zijn gekomen.
Ook in dit vers
maatG280
maatG3358
maatG3358
KJV
But2
we
will7
➔ not3
boast
of things without4
our measure,6
but8
according9
to the measure11
of the rule13
which14
God18
hath distributed15
to us,
a measure19
to reach20
even22
unto21
you.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantG1063 wij strekkenG5239 onszelvenG1438 niet te wijdG5239 uit, alsG5613 die totG1519 uG4771 niet zouden komenG2185; wantG1063 wij zijn ookG2532 gekomen tot uG4771 toe, in het EvangelieG2098 van ChristusG5547;
Want wij strekken onszelven niet te wijd uit, als die tot u niet zouden komen; want wij zijn ook gekomen tot u toe, in het Evangelie van Christus;
KJV
For2
we stretch8
➔ not1
ourselves9
beyond
our measure, as3
though we reached5
not4
unto6
you:
for11
we are come14
as far as10
to you
also12
in15
preaching the gospel17
of Christ:19
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
NietG3756 roemendeG2744 buitenG1519 de maatG280 inG1722 andererG245 lieden arbeidG2873, maarG1161 hebbendeG2192 hoopG1680, als uw geloofG4102 zal gewassenG837 zijn, dat wij onderG1722 ulieden overvloediglijkG1519 zullen vergrootG3170 worden naarG2596 onzen regelG2583;
Niet roemende buiten de maat in anderer lieden arbeid, maar hebbende hoop, als uw geloof zal gewassen zijn, dat wij onder ulieden overvloediglijk zullen vergroot worden naar onzen regel;
KJV
Not1
boasting5
of things without2
our measure,4
that is, of6
other men's7
labours;8
but10
having11
hope,9
when your
faith14
is increased,12
that we shall be enlarged18
by16
you
according19
to our
rule21
abundantly,23
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
OmG1519 het EvangelieG2097 te verkondigen in de plaatsen, die op gene zijde van uG4771 gelegen zijn; nietG3756 omG1519 te roemenG2744 in eens andersG245 regelG2583 over hetgeen alrede bereidG2092 is.
Om het Evangelie te verkondigen in de plaatsen, die op gene zijde van u gelegen zijn; niet om te roemen in eens anders regel over hetgeen alrede bereid is.
KJV
To preach the gospel5
in1
the regions beyond3
you,
and not6
to boast13
in7
another man's8
line9
of10
things made ready to our hand.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
DochG1161 wie roemtG2744, die roemeG2744 inG1722 den HeereG2962.
Doch wie roemt, die roeme in den Heere.
KJV
But2
he that glorieth,3
let him glory6
in4
the Lord.5
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WantG1063 nietG3756 die zichzelvenG1438 prijstG4921, maarG235 dien de HeereG2962 prijstG4921, die isG1510 beproefdG1384.
Want niet die zichzelven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd.
KJV
For2
not1
he6
that commendeth5
himself4
is
approved,8
but9
whom10
the Lord12
commendeth.13
bid u
Of, vermaan.
Hertaald:
bid u
Of: spoor ik u aan.
goedertierenheid van
Gr. billijkheid, bescheidenheid.
Hertaald:
goedertierenheid van
Grieks: billijkheid, bescheidenheid.
tegenwoordig zijnde
Gr. naar het aangezicht; dat is, tegenwoordig, of naar het uiterlijk gelaat.
Hertaald:
tegenwoordig zijnde
Grieks: naar het aangezicht; dat is: aanwezig, of naar het uiterlijk voorkomen.
gering ben onder u,
Of, nedering. Deze woorden verhaalt Paulus, als uit den mond van enige valse apostelen, die de ernstige vermaningen des apostels in den voorgaanden brief gesteld, op zulke wijze zochten krachteloos te maken.
Hertaald:
gering ben onder u,
Of: nederig. Paulus geeft deze woorden weer als uit de mond van enkele valse apostelen, die op zo'n manier de ernstige aansporingen van de apostel in de vorige brief krachteloos probeerden te maken.
niet stout moge zijn
Dat is, niet gedwongen worden door de ongehoorzaamheid van dezen, om tegenwoordig zijnde, zulke vrijmoedigheid in het straffen metterdaad te gebruiken.
Hertaald:
niet stout moge zijn
Dat is: niet door de ongehoorzaamheid van sommigen gedwongen worden om, wanneer ik bij u ben, zulke vrijmoedigheid ook werkelijk in het straffen te gebruiken.
stoutelijk gehandeld
Namelijk in het schrijven en dreigen, wanneer ik niet tegenwoordig ben.
Hertaald:
stoutelijk gehandeld
Namelijk in het schrijven en dreigen, wanneer ik niet aanwezig ben.
naar het vlees
Dat is, vleselijke of menselijke wijzen van doen gebruiken, om ons bij de mensen aanzien te maken.
Hertaald:
naar het vlees
Dat is: vleselijke of menselijke manieren van doen gebruiken om ons bij de mensen aanzien te geven.
wandelende in het vlees
Dat is, in dit leven, gelijk een zwak en gering mens. Zie Hebr. 5:7 .
Hertaald:
wandelende in het vlees
Dat is: in dit leven, als een zwak en gering mens. Zie Hebr. 5:7.
voeren wij den krijg
Alzo noemt hij zijn handel en wandel onder de mensen in het verbreiden van het heilige Evangelie. Zie 1 Tim. 1:18 ; 2 Tim. 4:7 .
Hertaald:
voeren wij den krijg
Zo noemt hij zijn optreden en zijn wandel onder de mensen bij het verbreiden van het heilige Evangelie. Zie 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 4:7.
naar het vlees;
Dat is, naar de wijze van vleselijke of bedriegelijke mensen. Zie 2 Kor. 1:17 ; want alzo pleegt de apostel dit woord naar den vlese op verscheidene plaatsen te gebruiken.
Hertaald:
naar het vlees;
Dat is: naar de wijze van vleselijke of bedrieglijke mensen. Zie 2 Kor. 1:17; want zo gebruikt de apostel de uitdrukking naar het vlees op verschillende plaatsen.
de wapenen van onze
Dat is, de middelen, die wij gebruiken om door het Evangelie van Christus de mensen te bekeren, en onder het rijk en de gehoorzaamheid van Christus te brengen.
Hertaald:
de wapenen van onze
Dat is: de middelen die wij gebruiken om door het Evangelie van Christus de mensen te bekeren en onder het rijk en de gehoorzaamheid van Christus te brengen.
vleselijk,
Dat is, zulke als de natuurlijke mensen plegen te gebruiken, om anderen òf met welsprekendheid, òf met bedriegerij, òf met geweld onder zich te brengen.
Hertaald:
vleselijk,
Dat is: zoals de natuurlijke mensen die gewoonlijk gebruiken om anderen onder zich te brengen, hetzij met welsprekendheid, hetzij met bedrog, hetzij met geweld.
krachtig door God,
Gr. Gode krachtig; dat is, door de kracht, die God daar bijvoegt, zo in het doen van wondertekenen, Marc. 16:20 , als in het bewegen en overtuigen van de harten door Zijnen Geest, Hand. 16:14 , en ook mede in het straffen van degenen, die zulks zochten te wederstaan. Zie een voorbeeld in Bar-Jesus, Hand. 13:8 .
Hertaald:
krachtig door God,
Grieks: God krachtig; dat is: door de kracht die God eraan toevoegt. Dat gebeurt zowel in het doen van wondertekenen, Mark. 16:20, als in het bewegen en overtuigen van de harten door Zijn Geest, Hand. 16:14, en ook in het straffen van hen die dat probeerden te weerstaan. Zie een voorbeeld bij Bar-Jezus, Hand. 13:8.
der sterkten;
Alzo noemt de apostel al wat de Satan en de wereld, hetzij met vervolgingen, hetzij met wereldse wijsheid en welsprekendheid, voorwerpt om den loop des Evangelies te stuiten, gelijk de twee navolgende verzen verklaren. Zie ook Jer. 1:10 , Jer. 1:18-19 .
Hertaald:
der sterkten;
Zo noemt de apostel alles wat de satan en de wereld inbrengen om de voortgang van het Evangelie te stuiten, hetzij met vervolgingen, hetzij met wereldse wijsheid en welsprekendheid, zoals de twee volgende verzen verklaren. Zie ook Jer. 1:10, Jer. 1:18-19.
de overleggingen ter
Namelijk die de natuurlijke rede des mensen voortbrengt, om het Evangelie zijn aanzien te benemen.
Hertaald:
de overleggingen ter
Namelijk de overleggingen die het natuurlijke verstand van de mens voortbrengt om het Evangelie zijn aanzien te ontnemen.
nederwerpen, en alle
Dat is, Christus en Zijn woord onderwerpen. Want de rede des mensen moet geen richter zijn over het Evangelie, maar zich daaronder buigen en gevangen geven; gelijk de volgende woorden ook verklaren.
Hertaald:
nederwerpen, en alle
Dat is: aan Christus en Zijn woord onderwerpen. Want het verstand van de mens mag geen rechter zijn over het Evangelie, maar moet zich daaronder buigen en gevangen geven, zoals de volgende woorden ook verklaren.
hoogte, die zich
Namelijk van aanzienlijke wijsheid of kloekheid.
Hertaald:
hoogte, die zich
Namelijk van aanzienlijke wijsheid of scherpzinnigheid.
Christus;
Dat is, des Evangelies van Christus, hetwelk dengenen, die verloren gaan, wel dwaasheid is, maar dengenen, die behouden worden, is het de macht Gods, 1 Kor. 1:18 .
Hertaald:
Christus;
Dat is: van het Evangelie van Christus. Voor hen die verloren gaan is dat wel dwaasheid, maar voor hen die behouden worden is het een kracht van God, 1 Kor. 1:18.
te wreken alle
Dit spreekt de apostel niet van enige uitwendige of wereldse wraak. Want die heeft Christus Zijnen apostelen verboden, Matt. 20:25 , en Matt. 26:52 ; maar van de verkondiging der wraak Gods over de hardnekkigen en van het oefenen des kerkelijken bans tegen degenen, die zich voor leden der gemeente uitgevende, nochtans onchristelijk leren of leven.
Hertaald:
te wreken alle
Dit zegt de apostel niet over enige uiterlijke of wereldse wraak, want die heeft Christus Zijn apostelen verboden, Matth. 20:25 en Matth. 26:52. Hij spreekt over het verkondigen van Gods wraak over de hardnekkigen en over het toepassen van de kerkelijke ban tegen hen die zich als leden van de gemeente voordoen en toch onchristelijk leren of leven.
vervuld zijn
Dat is, volbracht, of ten volle bewezen zijn. En dit zegt de apostel tot verzachting van het voorgaande dreigement, om hen tot voorkomen van deze straf, door verbetering van zulke ergernissen, te bewegen; overmits daar ook behoorlijke tijd en middel tot bekering aan zulken moet gegeven worden eer de uiterste straf mag worden gebruikt.
Hertaald:
vervuld zijn
Dat is: volbracht, of ten volle bewezen. Dit zegt de apostel om het voorgaande dreigement te verzachten en hen te bewegen deze straf voor te zijn door zulke ergernissen te verbeteren. Want ook aan zulke mensen moet behoorlijk tijd en gelegenheid tot bekering gegeven worden voordat de zwaarste straf gebruikt mag worden.
voor ogen is?
Gr. de dingen, die naar het aangezicht zijn; dat is, hetgeen een uitwendigen schijn heeft voor de mensen; of waar iemand uiterlijk van wil roemen.
Hertaald:
voor ogen is?
Grieks: de dingen die naar het aangezicht zijn; dat is: wat voor de mensen een uiterlijke schijn heeft, of waarop iemand uiterlijk wil roemen.
van onze macht,
Namleijk die wij als apostelen van Christus meer dan andere discipelen van Christus ontvangen hebben.
Hertaald:
van onze macht,
Namelijk de macht die wij als apostelen van Christus meer dan andere discipelen van Christus ontvangen hebben.
Stichting,
Dat is, om die alzo te gebruiken, dat de zondaar daardoor tot bekering en niet tot wanhoop gebracht worde.
Hertaald:
Stichting,
Dat is: om die zo te gebruiken dat de zondaar daardoor tot bekering en niet tot wanhoop gebracht wordt.
door de brieven
Dat is, door de zwaarwichtigheid en aanzienlijkheid der brieven alleen wilde verschrikt maken. En alzo beantwoordt de apostel een andere lastering van enige valse apostelen, gelijk van hem hierna breder wordt verklaard.
Hertaald:
door de brieven
Dat is: alleen door de gewichtigheid en het aanzien van de brieven wilde verschrikken. Zo antwoordt de apostel op een andere laster van enkele valse apostelen, zoals hierna uitvoeriger van hem verklaard wordt.
(zeggen zij) zijn wel
Namelijk de valse apostelen. Anderen lezen (zegt hij) alsof hij van een bijzondere onder dezelve sprak.
Hertaald:
(zeggen zij) zijn wel
Namelijk de valse apostelen. Anderen lezen: zegt hij, alsof hij over één bepaalde persoon onder hen sprak.
en de rede is
Dat is, zijne redenen en woorden hebben niets aanzienlijks, of uitmuntende, als hij tegenwoordig is.
Hertaald:
en de rede is
Dat is: zijn redeneringen en woorden hebben niets aanzienlijks of uitmuntends wanneer hij aanwezig is.
inderdaad als wij
Dat is, in het uitvoeren van hetgeen wij door de brieven dreigen.
Hertaald:
inderdaad als wij
Dat is: in het uitvoeren van wat wij in de brieven dreigen.
rekenen of vergelijken
Of, vervoegen; dat is, onder zulken niet rekenen of oordelen te zijn.
Hertaald:
rekenen of vergelijken
Of: bijvoegen; dat is: niet menen of oordelen dat wij bij zulke mensen horen.
verstaan niet
Of, zijn niet wijs.
Hertaald:
verstaan niet
Of: zijn niet wijs.
met zichzelven meten,
Gr. in zichzelven; dat is, naar hun eigen goeddunken of behagen willen geacht hebben.
Hertaald:
met zichzelven meten,
Grieks: in zichzelf; dat is: naar hun eigen inzicht of behagen geacht willen worden.
met zichzelven vergelijken
Namelijk zonder op andere te zien, dien de Heere meer gaven en macht heeft medegedeeld, gelijk er waren de apostelen van Christus.
Hertaald:
met zichzelven vergelijken
Namelijk zonder te letten op anderen, aan wie de Heere meer gaven en macht heeft meegedeeld, zoals de apostelen van Christus.
buiten de maat;
Gr. tot, of in dingen die zonder maat zijn; dat is, buiten de maat, die ons God heeft toegedeeld, gelijk als deze anderen doen.
Hertaald:
buiten de maat;
Grieks: tot, of in dingen die zonder maat zijn; dat is: buiten de maat die God ons toebedeeld heeft, zoals die anderen doen.
welke maat ons
Of, welke God ons tot ene maat toegedeeld heeft; dat is, die ons God voorgeschreven, en waar Hij onzen dienst mede bepaald heeft; een gelijkenis, genomen van degenen, die elk zijne erve uitdeelt om daar te bouwen, of zijn akker om daarop te zaaien, of wijnberg om daarop te planten.
Hertaald:
welke maat ons
Of: die God ons als een maat toebedeeld heeft; dat is: die God ons voorgeschreven heeft en waarmee Hij onze dienst begrensd heeft. Dit is een vergelijking, genomen van iemand die aan ieder zijn erfdeel uitdeelt om daarop te bouwen, of zijn akker om daarop te zaaien, of zijn wijnberg om daarop te planten.
ook tot u toe
Namelijk in het verbreiden des heiligen Evangelies, en voortplanten der gemeente van Christus.
Hertaald:
ook tot u toe
Namelijk in het verbreiden van het heilige Evangelie en het voortplanten van de gemeente van Christus.
als die tot u
Dat is, alsof wij tot u niet moesten komen. Gr. als tot u niet komende.
Hertaald:
als die tot u
Dat is: alsof wij niet naar u toe zouden hoeven komen. Grieks: als niet tot u komend.
buiten de maat
Namelijk ons van Christus voorgeschreven, of bepaald.
Hertaald:
buiten de maat
Namelijk de maat die ons door Christus voorgeschreven of afgebakend is.
in anderer lieden
Dat is, waar het Evangelie van Christus alrede door anderen is verbreid.
Hertaald:
in anderer lieden
Dat is: waar het Evangelie van Christus al door anderen verbreid is.
gewassen zijn,
Dat is, toegenomen hebben of versterkt zijn.
Hertaald:
gewassen zijn,
Dat is: toegenomen zijn of versterkt zijn.
vergroot worden
Of, uitgebreid, namelijk in de voorgeschreven grenzen onzer prediking. Anderen voegen deze woorden alzo bijeen: Wanneer uw geloof zal gewassen, of gesterkt zijn onder ulieden, dat wij overvloedig zullen vergroot worden, dat is uitgebreid worden.
Hertaald:
vergroot worden
Of: uitgebreid, namelijk binnen de voorgeschreven grenzen van onze prediking. Anderen voegen deze woorden zo samen: Wanneer uw geloof onder u gegroeid of gesterkt zal zijn, dat wij dan overvloedig vergroot, dat is: uitgebreid zullen worden.
naar onzen regel,
Dat is, in de uitbreiding van ons voorgeschreven perk alzo dat het woord regel hier genomen wordt voor het perk, of de afgepaalde maat van landen en steden, waar ieder apostel zijn arbeid moest besteden; en dit komt wel overeen met vs.16. Want dit is het wat de apostel hier verklaart, dat hunne zwakheden en gebreken nog een hinderpaal waren, dat hij in de landen boven hen gelegen nog niet kon reizen om daar het Evangelie te planten, maar wanneer zij die gebreken zouden gebeterd hebben en in het geloof behoorlijk versterkt zijn, dat hij dan vrijmoedig en zonder achterdenken tot anderen zou mogen voortgaan.
Hertaald:
naar onzen regel,
Dat is: in de uitbreiding van het ons voorgeschreven gebied. Zo wordt het woord regel hier gebruikt voor het gebied of de afgebakende maat van landen en steden waar iedere apostel zijn arbeid moest besteden; en dat komt goed overeen met vers 16. Want dit is wat de apostel hier verklaart: hun zwakheden en gebreken waren nog een hindernis, zodat hij nog niet naar de landen verder dan zij kon reizen om daar het Evangelie te planten. Maar wanneer zij die gebreken verbeterd zouden hebben en behoorlijk in het geloof versterkt zouden zijn, dan zou hij vrijmoedig en zonder bezwaar naar anderen kunnen doorgaan.
in eens anders regel
Dat is, waar een ander alrede de grenzen van zijn beroep had en predikte. Zie Rom. 15:20 .
Hertaald:
in eens anders regel
Dat is: waar een ander al de grenzen van zijn roeping had en predikte. Zie Rom. 15:20.
in den Heere
Dat is, schrijf den Heere al den lof van zijnen arbeid toe, alzo de kracht om zelf te arbeiden, en de vruchten daarvan, alleen van zijnen zegen voortkomen. Zie 1 Kor. 3:5 , en 1 Kor. 15:10 .
Hertaald:
in den Heere
Dat is: schrijf de Heere alle lof van zijn arbeid toe, omdat de kracht om te arbeiden en de vruchten daarvan alleen uit Zijn zegen voortkomen. Zie 1 Kor. 3:5 en 1 Kor. 15:10.
beproefd
Dat is, na beproeving trouw en oprecht gekend, gekeurd en bevonden.
Hertaald:
beproefd
Dat is: na onderzoek trouw en oprecht erkend, gekeurd en bevonden. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het begint met een onderscheid tussen waar wij leven en hoe wij strijden: "wandelende in het vlees, voeren wij den krijg niet naar het vlees" (2 Kor. 10:3). Dan volgt de omschrijving van de wapens: "de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten" (2 Kor. 10:4). En het doelwit wordt genoemd: het neerwerpen van de overleggingen en van alle hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en het gevangen leiden van alle gedachte tot de gehoorzaamheid van Christus (2 Kor. 10:5). Bijbelse betekenis: Het opvallende is waar deze strijd zich afspeelt. De vestingen die neergeworpen worden zijn geen steden maar overleggingen; het slagveld is het denken. Twee dingen volgen daaruit. Het eerste is dat de kerk haar zaak niet met macht of dwang uitvoert; wie naar vleselijke wapens grijpt, verliest juist de kracht die van God is. Het tweede is dat het doel geen vernietiging is maar gehoorzaamheid: de gedachte wordt gevangen geleid tot Christus, en dat is haar bestemming en niet haar ondergang. Typologie: Paulus werkt dezelfde zaak uit in de wapenrusting van Ef. 6:11-17 (reeds behandeld), waar elk stuk verdedigend is op het zwaard des Geestes na. Zacharia had de grondregel al gegeven: niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden (Zach. 4:6, reeds behandeld). 2 Kor. 10:3-5; Ef. 6:11-17; Zach. 4:6 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
2 Korinthe 10
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


2 Korinthe 10
2 Korinthe 10:5
KruisverwijzingenMattheüs 15:19→Romeinen 7:23→1 Petrus 1:14→Jeremia 4:14→Romeinen 1:21→Hebreeën 4:12→Jesaja 2:11→Jesaja 55:7→— Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus;
“En alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus.” Koningen van weleer, zoals de koningen van Assyrië en Babel, voerden, wanneer zij een land onderworpen hadden, de bevolking weg naar een andere plaats, ver van hun oude woonplaatsen. Wanneer de Heere de gedachten van onze geest gevangen neemt, voert Hij ze weg en leidt Hij ze naar geheel andere overwegingen. De gedachten van de geest leidt Hij naar het geestelijke gebied, waarin zij zich in de Heere verlustigen en zich voor Hem buigen.
De mens die, zich bewust geworden van zonde, in Jezus Christus gelooft, onderwerpt al de gedachten van zijn oordeel en verstand aan de gehoorzaamheid van Christus. Voorheen noemde hij het kwade goed en het goede kwaad, stelde hij duisternis tot licht en licht tot duisternis, stelde hij het bittere tot zoet en het zoete tot bitterheid (Jesaja 5:20). Maar nu, wanneer hij in moeite verkeert over een zedelijke vraag, vraagt hij het zijn Heere. Verleidt hem nu een genoegen, dan overweegt hij of het zoet is voor zijn Heere. Wordt hem een bepaalde leer voorgehouden, dan weegt hij die niet in de weegschaal van zijn eigen gedachten, laat staan in de weegschaal van de publieke opinie. In plaats daarvan vraagt hij: wat zei mijn Meester? Wat zou de Heere Jezus hiervan denken? Hij stelt zijn eigen oordeel terzijde voor het oordeel van zijn Meester.
Zijn vermogen tot overdenking en overweging blijft binnen de kring van waarheid en heiligheid, en vindt daar groene weiden. Ook wanneer hij denkt aan gewone dingen, aangelegenheden die met de zaken van deze wereld te maken hebben, tracht hij de Heere te dienen. Want hij weet dat elke gedachte, niet slechts sommige gedachten, onderworpen moet worden aan de gehoorzaamheid van Christus.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1KruisverwijzingenMattheüs 11:29→2 Korinthe 10:10→Romeinen 12:1→Galaten 5:2→Zacharia 9:9→1 Korinthe 2:3→Romeinen 10:20→Filemon 1:9→
— Voorts ik Paulus zelf bid u, door de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus, die, tegenwoordig zijnde, wel gering ben onder u, maar afwezend stout ben tegen u;
-Hoofdstuk 13:10. In de vorige afdelingen van de brief heeft Paulus de handen, die de gemeente te Corinthiërs aan hem, aan zijn bediening en aan zijn persoon verbonden, maar door de tegenstanders op verschillende manieren waren los gemaakt, weer zo sterk aangehaald, dat hij de gemeente mag beschouwen als weer geheel gewonnen. Nu gaat hij de draden lossnijden, die de tegenstanders geprobeerd hadden vast te knopen, om de gemeente tot hun kant over te trekken en zonder ze te sparen, stelt hij hun verkeerdheden voor, opdat hij ze voor altijd onschadelijk maakt. De zachte, innemende toon, waarin hij tot hiertoe tot de kinderen heeft gesproken, gaat nu over in een andere, in een scherpe en snijdende, die het de lezers moet doen voelen hoezeer zij zich schuldig hebben gemaakt door die valse apostelen en hun aanhangers op te nemen en te dulden. Tevens is die manier van spreken geschikt om die valse apostelen geheel te ontkleden van hun aanmatigende waardigheid en ze in al hun naaktheid te openbaren.
a. Vers 1-18KruisverwijzingenJeremia 1:10→Mattheüs 15:19→2 Korinthe 6:7→Romeinen 7:23→1 Petrus 1:14→Jeremia 4:14→Romeinen 1:21→Hebreeën 4:12→
— Voorts ik Paulus zelf bid u, door de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus, die, tegenwoordig zijnde, wel gering ben onder u, maar afwezend stout ben tegen u; Ik bid dan, dat ik, tegenwoordig zijnde, niet stout moge zijn met die vrijmoedigheid, waarmede ik geacht word stoutelijk gehandeld te hebben tegen sommigen, die ons achten, alsof wij naar het vlees wandelden. Want wandelende in het vlees, voeren wij den krijg niet naar het vlees; Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten; Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; En gereed hebben, hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid, wanneer uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn. Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn. Want indien ik ook iets overvloediger zou roemen van onze macht, welke de Heere ons gegeven heeft tot stichting, en niet tot uw nederwerping, zo zal ik niet beschaamd worden; Opdat ik niet zou schijnen, alsof ik u door de brieven wilde verschrikken. Want de brieven (zeggen zij) zijn wel gewichtig en krachtig; maar de tegenwoordigheid des lichaams is zwak, en de rede is verachtelijk.
Paulus wenst van harte, dat hij bij zijn aanstaande aankomst niet genoodzaakt mag zijn om zijn aanzien door strengheid te herstellen, waar dat in twijfel was getrokken, maar dat de Corinthiërs zelf het mochten herstellen. Zeker hebben de tegenstanders dit in twijfel getrokken, dat hij persoonlijk met gestrengheid zou kunnen optreden; tot hiertoe was bij zijn persoonlijk aanwezig zijn slechts geringheid en zwakte openbaar geworden. Alleen zijn brieven waren krachtig en belangrijk. Hier tegenover verzekert nu de apostel, dat hij geenszins met wapens van natuurlijk verstand, dat onder alle omstandigheden een smart veroorzaken probeert te vermijden, de strijd van God voerde. Hij was daarentegen met een wapenrusting aangedaan, zoals die naar Gods eigen oordeel sterk genoeg was om alle vastigheden van de mensen tegenover de erkentenis van de waarheid te verstoren en alle door hen opgerichte bolwerken omver te rukken, zodat of alle verstand zich moest gevangen geven onder de gehoorzaamheid van Christus, of de ongehoordheid, die zich verstokte, zeker haar straf zou vinden. De Corinthiërs moeten zich dan liever door zijn dienst op de juiste weg laten terugbrengen, dan zich er aan blootstellen vanwege hun ongehoorzaamheid zijn toorn te ondervinden; zij behoorden nu eenmaal tot het hem aangewezen arbeidsveld. Daarentegen waren zij, aan wier influisteringen zij gehoor gaven, niets anders dan indringers, die in een andermans werk ingrepen, ook geen aanbevelingsbrief van God konden aanwijzen, maar alleen zichzelf prezen, waarnaar gemakkelijk kon worden afgemeten of men hen tellen moest of niet.
Voorts wil ik de strijd tegen de vijanden en lasteraars in uw midden aanbinden en mij wenden tot diegenen in de gemeente, die aan deze hun oor leenden en zich van mij lieten aftrekken. Ik Paulus zelf bid u door de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus (1 Kor. 1: 10. MATTHEUS. 11: 29 v. Jes. 42: 3) mijn vermaning niet te verachten, ik, die tegenwoordig zijnde wel gering, onderdanig, kruipend, ben onder u, zoals zij in tegenstelling tot mijn werkelijk bestaan u voorstellen, maar afwezend stout, aanmatigend Ge 34: 25 ben tegen u.
Ik bid dan, naar het voorbeeld van de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus, mijn vermaning die ik op het oog heb (vs. 1) nog verzachtend en die tot een smeken makend: gedraag u zo, dat ik, tegenwoordig zijnde niet stout mag zijn, zoals ik kan zijn (Hoofdstuk 13: 2 vv., 10) met die vrijmoedigheid, waarmee ik van de kant van de tegenstanders alleen bij afwezigheid geacht wordt stoutelijk gehandeld te hebben tegen sommigen. Liever wil ik de namen niet noemen (1 Kor. 15: 2) van deze, die zich door de vijanden en lasteraars hebben laten afleiden en die ons achten, alsof wij naar het vlees wandelden, alsof wij ons door menselijke berekening en zelfzucht lieten leiden, zodat wij ons wel wachtten in persoonlijke aanraking te komen, omdat wij vreesden bij mogelijke tegenspoed en tegenstand te zullen moeten wijken, maar daarentegen in brieven ons des te meer op een hoogte stelden, omdat bij zo’n optreden uit de verte zo’n dadelijk tegenspreken niet mogelijk was.
Opzettelijk en met nadruk stelt de apostel in deze afdeling zijn naam bovenaan: “Voorts ik Paulus. ” Juist die naam zo gesmaad en met lastering overgoten, wil hij voor de Corinthiërs rechtvaardigen en weer in de hem toekomende eer brengen. Daarom plaatst hij die hier niet op de achtergrond, waartoe anders bescheidenheid en ootmoed aanleiding konden geven. Zo spreekt hij bijvoorbeeld in het opschrift van zijn brieven graag zo, dat hij zijn naam met die van enig medehelper verbindt. Hier zegt hij echter niet “wij”, waarbij zijn persoon zich achter zijn bediening verbergt, of waarbij zijn medehelpers als ook sprekend worden gedacht; hij zegt: “ik, Paulus”, en hij neemt hiermee de openlijke strijd met zijn tegenstanders weer op, voor wie Paulus zo’n weinig betekenend man is, tegen wie zij zoveel aanmerkingen hadden, die, als zij gelijk hadden, liever zijn naam moest verbergen, dan die op de voorgrond plaatsen.
Paulus natuurlijke aard was volstrekt het tegengestelde van zachtmoedigheid en goedertierenheid; maar Christus’ zachtmoedigheid, die traag tot toorn was en Christus’ goedertierenheid, die haastig tot vergeven is (lenis est, qui non temere irascitur, mansuetus, qui etiam iratus facile placatur: Melanchton) spiegelde zich in hem af (Hoofdstuk 3: 18); dat hebben de Corinthiërs overvloedig aan hem kunnen bespeuren en ook nu zouden zij hem niet anders bevinden. Was hij evenwel bereid, zonder zwakheid en wekelijkheid de macht tot bestraffing van alle ongehoorzamen, door Christus hem verleend, te gebruiken, hij had toch geen welbehagen in zichzelf, maar hij vermaant en vraagt zachtmoedig en goedertieren, dat de gemeente hem geen aanleiding moge geven tot het betonen van zijn macht ter bestraffing. De tegenstanders toch hadden, toen de eerste brief aankwam en de gemeente diep trof, de indruk daarvan willen verzwakken door de lasterlijke rede, die Paulus hier uit hun mond woordelijk overneemt. De zwakheid, waarin hij vroeger (1 Kor. 3: 2) naar Corinthiërs was gekomen en met vrees en beven zijn ambt had waargenomen (tevens denken wij aan zijn tweede oponthoud te Corinthiërs en aan zijn toen nog terughoudende houding “Ac 19: 20, hadden zij voor lafheid en kruiperij verklaard en hem nu in verband met de latere brief afgeschilderd als iemand, die zijn gebrek aan persoonlijke moed probeerde te vergoeden door vermetelheid en brutaliteit in brieven.
Nee, zo is het niet met ons; want wandelend in het vlees, in zo verre wij nu in het aardse, machteloze, aan zo vele gebreken en behoeften onderworpen lichaam leven en daar de neiging van het vlees voelen en de zwakheid van het lichaamervaren, voeren wij de strijd van het geloof, die wij te strijden hebben (1 Tim. 6: 12. 2 Tim. 2: 3; 4: 7), niet naar het vlees, zodat wij ons zouden laten leiden, nu eens door hartstochtelijkheid en wraakzucht, dan door lafhartigheid en geveinsdheid, bij de manier, waarop wij onze strijd voeren.
Van zo’n manier van strijden, die hun eigen is, die vlees tot hun arm stellen (Jer. 17: 5), kunnen wij ons onthouden; a) want de wapens van onze strijd, de wapens waarmee Hij, wiens krijg wij voeren, ons heeft uitgerust, zijn niet vleselijk. Zij zijn ons door de Heere en niet door ons vlees aan de hand gedaan en daarom ook niet zonder kracht en uitwerking voor een zegenrijke uitkomst, maar krachtig door God, naar Zijn onbedrieglijk oordeel (Hand. 7: 20), door de kracht van Hemzelf daarin gelegd en de zegen daaraan door Hem verbonden, tot neerwerping van de sterkten, die de wereld opricht tegen de voortgang van het rijk, opdat zij het van zich afhouden.
Efeze. 6: 13 vv. b) Jer. 1: 10.
“Maar de wonderdadige gaven en de kracht van de Heilige Geest, die krachtig zijn door God enz. ” de invloeiingen van Zijn genade en Geest, tot bekering van zondaars, opbouwing van de heiligen, verdediging van de waarheid, weerlegging van dwalingen, vernieling van het koninkrijk van de Satan en de uitbreiding van dat van Christus. Daar schijnt een zinspeling van deze woorden op het vallen van de muren van Jericho, op het gebruik van de ramshoornen, dat niet toegeschreven moest worden aan het geluid van die blaasinstrumenten, die in zich zelf gering en verachtelijk waren, maar aan de kracht van God waarmee dat vergezeld ging. Tot neerwerping van de sterkten, dat is, van alles wat het Evangelie enige tegenstand biedt, van de zonde en van de satan, zoals ongeloof, trotsheid, hardheid van het hart.
Met deze wapens aangedaan zijn wij krachtig, omdat wij de overleggingen, de raadslagen van de menselijke duisternis neerwerpen, wallen, torens en burchten en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, om haar terug te houden en haar invloed weg te nemen en alle gedachte, al het zoeken en begeren van hun harten gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus en Zijn Evangelie (Rom. 1: 5; 15: 18).
En ook in dit opzicht zijn wij machtig, omdat wij voor degenen, die zich niet willen gevangen geven, maar in hun hardnekkig tegenstreven volharden, gereed hebben hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid 1) door stout (vs. 2) te handelen, als de tijd daartoe gekomen is. Dit zal dan ook bij u geschieden, wanneer uw gehoorzaamheid in zo verre zal vervuld zijn, a) dat de gemeente voor het grootste deel zich heeft laten terugbrengen tot de volle gehoorzaamheid van Christus, zodat de ongehoorzamen als een van haar afgescheiden deel bestaan (Rom. 10: 16).
Num. 11: 4, 33. Ps. 106: 14.
De dienaar van Christus is een geestelijk strijder, die te velde trekt tegen alles, wat zich tegen die heerschappij van Christus, van de waarheid, van de kennis van God verheft, wat die uitsluitend en volkomen heerschappij probeert tegen te houden of te verhinderen. Zo iemand moet het zeker veel ervaren dat hij, die daartoe geroepen is, een zwak, zondig organisme is, maar hij met zijn zondige zwakheden en neigingen is niet wat tot het voeren van de strijd bestemd is, dat is die Geest van God, voor wiens zaak hij strijdt. Deze reikt hem de wapens, wapens van goddelijke macht, het levende woord van God met zijn licht- en levenskracht, met zijn energie, die alles doordringt, allen tegenstand overmeestert, elk bolwerk, hoe vast ook, neerwerpt. Dit woord van God is het zwaard, dat alle knopen, hoe vast ineengewikkeld, die het verstand, met satanische krachten van de leugen vervuld, samenknopen kan, aan stukken houwt, de machtige muurbreker, die de sterkste vestingen van goddeloze rijen gedachten en overleggingen doorbreekt en vernietigt. Het in het licht, dat door de duisternis van het menselijk denken heendringt, het bewustzijn van zijn verkeerdheid en van zijn machteloosheid in goddelijke zaken opwekt, van de volle en uitsluitende waarheid van de openbaring van God in Christus overtuigt en zo alle verstand gehoorzaam maakt aan Christus, zodat de denkende mens de waarheid in Christus erkent als het enige, dat waarachtig is. Tegenover de vijand wiens wapenrusting grote macht en veel list is, heeft de geestelijke strijder of veldheer niet alleen een goddelijke energie te stellen, maar ook een verstand, dat zijn sluwheid overwint. Hij onderscheidt wel tussen verleiders en verleiden en probeert wel ernstig op verschonende manier de anderen te winnen en van de anderen af te zonderen, voordat hij met gestrenge tucht de weerspannigheid bestraft en een manier van handelen, waarbij zich zoveel schranderheid als liefde betoont, terwijl hij eraan gedachtig is, dat het doel van de hem van God verleende macht opbouwen en niet verwoesten is.
De apostel talmt nog met het volvoeren van de bestraffing, waarmee zij zich reeds gereed hield, maar niet alsof hem de middelen of het vermogen daartoe ontbraken, maar met opzet; want hij wil de straf ten uitvoer leggen, als “uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn. ” Hij maakt dus het tijdstip van het begin van zijn straffen enigermate afhankelijk van hun gedrag; d. i. van het geheel van de gemeente hoopt hij het volkomen terugkeren tot de staat van onderwerping onder Christus, zoals hun plicht is. Dat terugkeren schijnt wel volgens Hoofdstuk 7: 6 vv. 2Co reeds gevolgd te zijn; evenwel wijst deze onze plaats aan, dat Paulus in de heuglijke gebeurtenissen, die hij daar met zo liefelijke woorden aanvoert, slechts een begin ziet, hoewel eerst dat reeds is toegenomen en gesterkt, maar waarvan de uitbreiding en bevestiging in de gemeente nog een hoop en verwachting is. Nog vele wankelende en onbesliste leden komen zich aansluiten aan het meerder deel, dat reeds tot verandering was gekomen; de herstelde gehoorzaamheid van deze moet nog bevestigd worden; de tijd, die allen gegund is om te beslissen voor hetgeen tot zegen voor hen is, mag niet worden verkort. Pas dan, als op die manier de gehoorzaamheid van de gemeente vervuld zal zijn, zal de wraak van de apostel het onverbeterlijke overblijfsel, of de alleen nog overgebleven bewerker van de ongehoorzaamheid treffen, pas dan, opdat toch niemand meegesleept wordt die nog te redden was en die uitsluitend de schuldige en de hardnekkige kwaaddoeners overkomen. Op welke manier hij zal straffen, zegt hij niet. In 1 Kor. 5: 3 vv. heeft hij een bewijs gegeven, waartoe hij macht had, waarbij 1 Tim. 1: 20 kan worden vergeleken. Ook deze plaats geeft ons een veelbetekenende wenk voor de handhaving van de kerkelijke tucht. Zij zal haar doel niet bereiken, zolang in de gemeente zelf niet een scheiding heeft plaats gehad tussen dat gedeelte, dat zich volledig aan de waarheid onderwerpt en de overigen, die nog tegenstreven. De lankmoedigheid en het geduld van de apostel, waarmee hij de hele rijkdom van genademiddelen en de volle mate van apostolische bede en vermaning eerst heeft uitgeput, om de vervreemde gemoederen in liefde en met ernst op de juiste weg terug te leiden, voordat hij ertoe overgaat, wat door de bediening van het woord inwendig reeds gescheiden is, ook uitwendig af te zonderen en van elkaar te scheiden, moge hun een voorbeeld zijn, die zozeer geneigd zijn, hun ambtsbediening te beginnen met de uitoefening van tucht, terwijl de apostel de zijne ermee besluit. Hij betoont op evangelische manier verschoning en voorzichtigheid, die op het standpunt van de wet Mozes (Num. 17: 25 v.) en Jehu (1 Kon. 10: 23) zich ten plicht stelden, opdat zijn straf niet te vroeg mocht komen en daardoor mogelijk een ziel schade leed, die door een langer wachten, door geduld, die zeker met krachtige aanwending van alle middelen om hem, die in gevaar is, te winnen, verbonden moet zijn, nog gered had kunnen worden.
Ziet u Corinthiërs, als u zich door hen, die tegen ons opstaan, juist de tegengestelde mening over ons werken en strijden laat opdringen dan die wij in vs. 3 uitdrukten, aan wat voor ogen is? Zo zou u ons verkeerd beoordelen, als wij zonder enige zelfverheffing en met zachtheid optreden, zonder te pronken met de macht, die aan ons door de Heere is gegeven. Als iemand, zoals die benijders en lasteraars doen, bij zichzelf betrouwt dat hij van Christus is, diens dienaar is (Hoofdstuk 11: 23), die denkt dit weer uit zichzelf, dat, zoals hij van Christus is, zo wij ook van Christus zijn. Zo ver zal toch zijn zelfverheffing wel niet gaan, dat naast hem naar zijn mening geen plaats meer voor anderen zou zijn om te zijn, wat hij is.
Want als ik ook, terwijl ik verklaarde mij tevreden te stellen met de titel van dienaar van Christus en dus slechts aanspraak maakte op de geringste erkenning, die mij toekomt, iets overvloediger zou roemen van onze macht, die de Heere ons als degenen, die in Zijn naam kerkelijke tucht moeten uitoefenen gegeven heeft a) tot stichting en niet tot uw neerwerping, dan zal ik niet beschaamd worden. Velen willen met de door hen aangematigde macht u verderven in plaats van u te stichten, niet zo wij. En als ik mij op die macht beroemde, dan zou de Heere, wat ik krachtens de ons verleende macht deed, ook bevestigen, zoals Hij eens het woord van Petrus tegen Ananias en Saffira bevestigd heeft (Hand. 5: 3 vv.).
2 Kor. 13: 10.
Dit nu zeg ik, opdat ik niet zou schijnen, alsof ik u door de brieven wilde verschrikken, terwijl ik in mijn hart mij wel bewust was, dat wat ik dreigde (1 Kor. 5: 5. 1 Tim. 1: 20 ik dat toch niet zou kunnen volbrengen.
U bent in groot gevaar dergelijke meningen te koesteren; want de brieven, die hij schrijft (zo zeggen zij, die mijn tegenstanders zijn, en mij van alle achting bij u willen beroven), zijn wel belangrijk en krachtig, vol van nadruk, maar de tegenwoordigheid van het lichaam, zijn persoonlijk tegenwoordig zijn en zijn optreden, is zwak, zonder kracht en de rede is verachtelijk, te onbeduidend om ons met eerbied en achting voor hem te vervullen.
Degene, die zo van ons spreekt, of zich door dergelijke woorden laat verleiden, bedenk dit, dat hoe wij zijn in het woord door brieven, als wij afwezig zijn, namelijk belangrijk en krachtig, wij ook zodanige zijn inderdaad, als wij tegenwoordig zijn bij u, wanneer wij namelijk tot dergelijke harde woorden genoodzaakt worden (vs. 2, 13: 2 en 10).
Titus zal de apostel niet hebben verzwegen, hoe de tegenstanders het terugkeren zeker probeerden te verhinderen door de indruk te ontzenuwen, die de vorige brief had gemaakt en ook tegenover deze zouden zij wel hun woord gereed hebben: de brieven zijn zwaar als een steen en krachtig als de donder, maar niemand laat er zich bang door maken; want de tegenwoordigheid van het lichaam is zwak en de rede verachtelijk. Mogelijk doelden de verkeerden met dit spottend woord ook op het gebrekkige en zwakke lichaam (Niceforus Callisti, een kerkelijk geschiedschrijver uit het Oosten, die in de 14de eeuw leefde, noemt Paulus klein en gebogen van gedaante) en op zijn gebrek aan hetgeen mensen van de wereld redenaarstalent noemen. Vooral bedoelden zij echter het ontbreken van al die eigenschappen, waarin zij zelf het aanzien en de waarde van een apostel stelden, namelijk dictatorisch optreden, voorname gebaren, sterk aanhouden, retorische glans, verheven pochen op ambtsmacht, neerdrukken van de zielen met het gewicht van eigen persoon (Hoofdstuk 11: 20). Van dat alles werd juist het tegendeel gevonden bij Paulus, de navolger van Christus in zachtmoedigheid en goedheid, wiens woord was in betoning van de Geest en van de kracht, terwijl hij verstandig berekende woorden van menselijke wijsheid versmaadde en in het bijzonder bij de Corinthiërs was in zwakheid en vrees en in vele beving (1 Kor. 2: 3 v.). Zo’n man imponeerde geen mensen, die ongeestelijk en wereldsgezind en oppervlakkig waren, volgens wier mening de stempel van apostel op het voorhoofd van Paulus geheel anders had moeten zijn, als die echt was geweest.
Onder hoeveel onderscheiden oordeelvallingen moeten, Heere, Uw meest beproefde werktuigen hun arbeid verrichten! Stoute mensen hebben niet gevreesd diegenen met voeten te treden, die nu reeds met Uw Zoon gezeten zijn op tronen in Uw rijk. Leer ons toch ons te gedragen in de kracht van de overwinning ons door Christus verleend, zodat wij ons op het smadelijkste voorbereiden en met onze hoop ons aan het heerlijkste vasthouden!
Want wij durven onszelf niet rekenen of vergelijken met sommigen, die zichzelf prijzen, waartoe meer diegenen behoren, waarop ik in vs. 2 wees; maar het zou ook volstrekt niet te begeren zijn, onder hen geteld te worden; want deze verstaan niet, dat zij zichzelf met zichzelf meten en zichzelf met zichzelf vergelijken, in grote mening van zichzelf denken, dat er niets hogers is. Zij tonen daardoor zo dwaas te zijn, dat wij hun graag hun onverstand overlaten en ons niet onder hen mengen.
Maar wij zullen naar de regel in Rom. 12: 3 uitgesproken, niet roemen buiten de maat a) maar dat wij, naar de maat van de regel, volgens het richtsnoer, die maat ons God toegedeeld heeft, ook tot u toe zijn gekomen (Hand. 18: 9 v.). Deze is onze roem, die God zelf ons gegeven heeft, dat wij zo ver onze Evangelieprediking mochten uitstrekken.
Efeze 4: 7.
Wij beroemen ons niet buiten de ons aangewezen, of het ons gestelde richtsnoer, als wij er op roemen dat ook u behoort tot het arbeidsveld, dat ons toekomt. Want wijstrekken onszelf niet te wijd uit, wij doen niet als zij, die naar iets reiken, dat boven hun lengte is, als wij menen een recht op u te hebben, evenals waren wij degenen, die tot u niet zouden komen, als was u niet voor ons bestemd geweest; want wij zijn ook gekomen tot u toe in het Evangelie van Christus en wel zijn wij tot u gekomen, om u de waarheid bekend te maken, vroeger dan anderen, die zich bij u hebben ingedrongen, toen u reeds een gevestigde gemeente was (Rom. 15: 20. 1 Petrus 4: 15).
Wij verheffen ons niet, roemend, zoals zij doen, buiten de maat in het werk van een ander, evenals hadden wij door tot u te komen ons een arbeidsveld toegeëigend, dat ons niet toekwam; ons gebied gaat integendeel veel verder. Nee, zo deden wij niet, maar hebbende wel gegronde hoop, als uw geloof gegroeid zal zijn, zodat de bezorgdheid voor u ons niet benauwt en terughoudt, dat wij onder jullie overvloedig vergroot zullen worden, dat ons nog een veel uitgestrekter arbeidsveld zal toekomen naar onze regel, volgens de maat van de ons toegewezen werkkring.
Ja, een ruimer veld is ons aangewezen, om het Evangelie te verkondigen en wel in de plaatsen, die op de andere kant van u gelegen zijn, namelijk aan de Romeinen en Spanjaarden (Rom. 15: 23 v.). En ook dit zeggen wij niet, om te roemen in een andermans regel, over hetgeen al bereid is; wij willen ons hiermee niet de vruchten toe-eigenen van de arbeid van anderen en daarop ons verheffen, zoals dat de manier van handelen bij onze tegenstanders te Corinthiërs is.
De eerste helft van vs. 12 is zeker ironisch bedoeld. Zij dachten zo groot van zichzelf, dat de apostel zich niet met hen durfde meten, namelijk naar hetgeen zij zich inbeeldden. Hij waagt het niet, zich in hun rijen te plaatsen, noch ook zich met hen te vergelijken, om de al te hoge gedachten, die zij koesteren. Henzelf noemt hij “Sommigen, die zichzelf prijzen: van deze die zichzelf prijzen, is er een grote menigte, maar enigen, die tot deze behoren, drijven dat werk in een mate, dat de apostel, zoals hij zegt, de moed vergaat zich met hen te vergelijken of zich in een wedstrijd met hen in te laten. In de tweede helft van het vers wordt vervolgens de dwaasheid van hun handelen duidelijk genoemd. Zij tonen hun onverstand daardoor, dat zij tot maatstaf van hun zelfwaardering weer alleen zichzelf nemen, d. i. niets anders dan hun eigen mening van hun daden nemen, die in dezelfde mate toeneemt als hun ijdelheid groot is en die zich door geen objectieve beperkingen, die in het werkelijk verband van de zaken gegeven is, laat binden; zo wordt hun roemen een, dat zich tot in het oneindige uitstrekt. Anders bij de apostel! Volgens een bepaalde in Gods raad vastgestelde regel – zo ontwikkelt Paulus in vs. 13, deelt God aan ieder de omvang, de maat van zijn werkzaamheid toe en in die maat heeft hij de grenzen, zowel van zijn werkzaamheid als van zijn roemen. Die nu deze grenzen in het oog houdt, zal met zijn roemen niet in het oneindige komen, hij heeft daarin de objectieve maat ervan en beroemt zich niet naar eigen inbeelding, maar in overeenstemming met de werkelijkheid. God heeft de apostel eenmaal (vs. 15) als regel, als maat toegedeeld, dat hij ook tot Corinthiërs zijn werkzaamheid zou uitstrekken; en als hij zich daarop beroemt, blijft hij bij de waarheid, gaat hij de grenzen, die hem gesteld zijn, niet te buiten en pronkt hij niet met wat een ander deed (vs. 14 en 15). Anders doen zijn tegenstanders: zij roemen, waar God hun niets toegemeten heeft, want Corinthiërs behoorde tot Paulus’ arbeidsveld en hij heeft zijn roeping daar ook werkelijk volbracht. Zij houden zich echter, alsof zij de eerste waren, die van de gemeente te Corinthiërs iets goeds hadden gemaakt, alsof zij daar een roeping hadden en een hen toegedachte bestemming. Zij beroemen zich daar in het oneindige op de arbeid van een ander. Niet aldus Paulus; hij heeft het ook niet nodig, zijn eigen mate is volgens hetgeen hem tot hiertoe was toegedeeld, reeds groot genoeg; hij hoopt echter, dat die voor de toekomst nog groter zal zijn, hij zal, als de toestand van de gemeente te Corinthiërs zo zal zijn, dat hij van haar verder kan gaan, zijn werkzaamheden ook uitstrekken tot de landen, die verder liggen, namelijk over het Westen. Altijd zal hij binnen zijn maat, de hem toegewezen werkkring, blijven; hij zal niet doen als de tegenstanders, die “roemen in een andermans regel over hetgeen al bereid is” als zij zich plaatsen in het arbeidsveld, dat de apostel is toegewezen, namelijk te Corinthiërs en nadat daar reeds alles door hem in orde gebracht, het Evangelie gepredikt en aangenomen, de eerste vijandige tegenstand overwonnen, de gemeente gevestigd, door woord en vermaning bevestigd is, door tucht en voorbeeld is opgebouwd, op hoge toon zichzelf voordoen, alsof zij de gemeente, alhoewel niet gesticht, toch in de behoorlijke toestand hadden gebracht. Dit indringen in een andermans gebied, dat pronken met een andermans veren, is aan het karakter en de handelwijze van de apostel volstrekt vreemd en zal dat ook blijven.
a) Maar wie roemt, zo luidt onze grondstelling, reeds vroeger (1 Kor. 1: 31) op grond van Jer. 9: 24 uitgesproken, die roemt in de Heere en daarnaar moet dan ook u afmeten, wie u meer achting heeft toe te dragen, hem, die uw gemeente met zijn medearbeiders heeft gesticht, of hen, die later tot u zijn gekomen en zich met hun grootspreken gedragen, alsof zij de juiste bouwlieden waren en het gebouw van God bij u tot stand hadden moeten brengen.
Jes. 65: 16.
Reeds dit, dat zij zichzelf roemen, moet hun waarde bij u zeker zeer verdacht maken. Want niet die zichzelf prijst, maar die de Heere prijst, die is beproefd en kan als zodanig worden erkend en aangenomen, maar van een prijzen door de Heere hebben zij niets aan te wijzen.
Spr. 27: 2.
De rechtgeaarde dienaar van de Heere onderscheidt zich van aanmatigende indringers gedeeltelijk daardoor, dat hij zich van alle eigen roem onthoudt en het aan zijn Heer overlaat hem te rechtvaardigen, hem als Zijn knecht te wettigen, zodat al zijn roemen een zich beroemen in de Heere is, een roemen van de genade, die hem bekwaam maakt, die zijn arbeid zegent, zonder welke hij niets is of kan; deels daardoor, dat hij zich nauwkeurig binnen de kring houdt, die de Heere hem heeft aangewezen en alleen dat tot eer van de Heere noemt, wat hij hierin door Zijn kracht tot stand heeft gebracht, ook niet naar hogere dingen streeft, voor hij datgene heeft volvoerd, wat hem door de Heere bevolen is, zodat hij, gesterkt door deze uitslag, zijn voet verder kan zetten, zodra de Heere het beveelt.
Het is geen pronken, maar danken, als iemand niets toeschrijft aan de kracht van de mens, maar het ambt en de gave van God hoog verheft.
Zij prijzen God alleen, die allen lof van zichzelf tot Hem overdragen en niet willen, dat iemand hun goede werken had gezien; want alleen daarom doen zij ze, opdat hun Vader in de hemel daardoor wordt geprezen en geëerd (MATTHEUS. 5: 16), wiens naam zij liefhadden. Daarom eert God ze weer, zoals Hij zegt (1 Sam. 2: 30): die Mij eren, zal Ik eren.
Paulus heeft het zeker de Corinthiërs moeilijk gemaakt hun gehoorzaamheid onvolledig te laten (vs. 6). Die zich na deze brief nog van hem afkeerde en de valse apostelen aanhing, die was rijp om de macht te voelen, die de Apostel had om zich te wreken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel