Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Koningen 9

1 Toen riep de profeet Elisa een van de zonen der profeten, en hij zeide tot hem: Gord uw lenden, en neem deze oliekruik in uw hand, en ga heen naar Ramoth in Gilead.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen riepH7121 de profeetH5030 ElisaH477 eenH259 van de zonenH1121 der profetenH5030, en hij zeideH559 tot hem: GordH2296 uw lendenH4975, en neemH3947 dezeH2088 oliekruikH6378 in uw handH3027, en gaH3212 heen naar RamothH7433 in GileadH1568. Toen riep de profeet Elisa een van de zonen der profeten, en hij zeide tot hem: Gord uw lenden, en neem deze oliekruik in uw hand, en ga heen naar Ramoth in Gilead.

KJV And Elisha1 the prophet2 called3 one4 of the children5 of the prophets,6 and said7 unto him, Gird up9 thy loins,10 and take11 this box12 of oil13 in thine hand,15 and go16 to Ramothgilead:17

1 וֶאֱלִישָׁע֙ H477 Elisa Elisha 2 הַנָּבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 3 קָרָ֕א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לְאַחַ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 מִבְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 הַנְּבִיאִ֑ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 ל֜וֹ 9 חֲגֹ֣ר H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 10 מָתְנֶ֗יךָ H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 11 וְ֠קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 12 פַּ֣ךְ H6378 oliekruik box, vial 13 הַשֶּׁ֤מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 14 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 בְּיָדֶ֔ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 וְלֵ֖ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 17 רָמֹ֥ת H7433 Ramoth, Jeramoth Ramoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת) 18 גִּלְעָֽד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Als gij daar zult gekomen zijn, zo zie, waar Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, is; en ga in, en doe hem opstaan uit het midden zijner broederen, en breng hem in een binnenste kamer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Als gij daar zult gekomen zijn, zo zieH7200, waarH8033 JehuH3058, de zoonH1121 van JosafatH3092, den zoonH1121 van NimsiH5250, is; en ga in, en doe hem opstaanH6965 uit het middenH8432 zijner broederenH251, en brengH935 hem in een binnensteH2315 kamerH2315. Als gij daar zult gekomen zijn, zo zie, waar Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, is; en ga in, en doe hem opstaan uit het midden zijner broederen, en breng hem in een binnenste kamer.

KJV And when thou comest1 thither, look out3 there Jehu5 the son6 of Jehoshaphat7 the son8 of Nimshi,9 and go in,10 and make him arise up11 from among12 his brethren,13 and carry14 him to an inner16 chamber;17

1 וּבָ֖אתָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 שָׁ֑מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 וּרְאֵֽה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 שָׁ֠ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 5 יֵה֨וּא H3058 Jehu Jehu 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְהוֹשָׁפָ֜ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 נִמְשִׁ֗י H5250 Nimsi Nimshi 10 וּבָ֨אתָ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 וַהֲקֵֽמֹתוֹ֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 12 מִתּ֣וֹך H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 אֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 וְהֵבֵיאתָ֥ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 חֶ֥דֶר H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 17 בְּחָֽדֶר H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En neem de oliekruik, en giet ze uit op zijn hoofd, en zeg: Zo zegt de HEERE: Ik heb u tot koning gezalfd over Israel. Doe daarna de deur open, en vlied, en vertoef niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En neemH3947 de oliekruikH6378, en gietH3332 ze uit opH5921 zijn hoofdH7218, en zegH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Ik heb u totH413 koningH4428 gezalfdH4886 over IsraelH3478. Doe daarna de deurH1817 openH6605, en vliedH5127, en vertoefH2442 nietH3808. En neem de oliekruik, en giet ze uit op zijn hoofd, en zeg: Zo zegt de HEERE: Ik heb u tot koning gezalfd over Israel. Doe daarna de deur open, en vlied, en vertoef niet.

KJV Then take1 the box2 of oil,3 and pour4 it on his head,6 and say,7 Thus saith9 the LORD,10 I have anointed11 thee king12 over Israel.14 Then open15 the door,16 and flee,17 and tarry19 not.

1 וְלָקַחְתָּ֤ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 פַךְ H6378 oliekruik box, vial 3 הַשֶּׁ֨מֶן֙ H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 4 וְיָצַקְתָּ֣ H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 רֹאשׁ֔וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 וְאָֽמַרְתָּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 מְשַׁחְתִּ֥יךָֽ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 12 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 וּפָתַחְתָּ֥ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 16 הַדֶּ֛לֶת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 17 וְנַ֖סְתָּה H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 18 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 תְחַכֶּֽה H2442 verwacht, wachten, gewacht long, tarry, wait
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo ging de jongeling, die jongeling van den profeet, naar Ramoth in Gilead.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo gingH3212 de jongelingH5288, die jongelingH5288 van den profeetH5030, naar RamothH7433 in GileadH1568. Zo ging de jongeling, die jongeling van den profeet, naar Ramoth in Gilead.

KJV So the young man,2 even the young man3 the prophet,4 went1 to Ramothgilead.5

1 וַיֵּ֧לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 הַנַּ֛עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 הַנַּ֥עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 4 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 רָמֹ֥ת H7433 Ramoth, Jeramoth Ramoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת) 6 גִּלְעָֽד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En toen hij inkwam, ziet, daar zaten de hoofdmannen van het heir, en hij zeide: Ik heb een woord aan u, o hoofdman! En Jehu zeide: Tot wien van ons allen? En hij zeide: Tot u, o hoofdman!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En toen hij inkwamH935, zietH2009, daar zatenH3427 de hoofdmannenH8269 van het heirH2428, en hij zeideH559: Ik heb een woordH1697 aanH413 u, o hoofdmanH8269! En JehuH3058 zeideH559: TotH413 wienH4310 van ons allenH3605? En hij zeideH559: TotH413 u, o hoofdmanH8269! En toen hij inkwam, ziet, daar zaten de hoofdmannen van het heir, en hij zeide: Ik heb een woord aan u, o hoofdman! En Jehu zeide: Tot wien van ons allen? En hij zeide: Tot u, o hoofdman!

KJV And when he came,1 behold, the captains3 of the host4 were sitting;5 and he said,6 I have an errand7 to thee, O captain.10 And Jehu12 said,11 Unto which of all us? And he said,16 To thee, O captain.18

1 וַיָּבֹ֗א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 שָׂרֵ֤י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַחַ֨יִל֙ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 5 יֹֽשְׁבִ֔ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 דָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 לִ֛י 9 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַשָּׂ֑ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 יֵהוּא֙ H3058 Jehu Jehu 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 15 מִכֻּלָּ֔נוּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 אֵלֶ֥יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 הַשָּֽׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen stond hij op, en ging in huis; hij dan goot de olie op zijn hoofd, en hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des HEEREN, over Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen stondH6965 hij op, en ging in huisH1004; hij dan gootH3332 de olieH8081 op zijn hoofdH7218, en hij zeideH559 totH413 hem: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478: Ik heb u gezalfdH4886 totH413 koningH4428 over het volkH5971 des HEERENH3068, over IsraelH3478. Toen stond hij op, en ging in huis; hij dan goot de olie op zijn hoofd, en hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des HEEREN, over Israel.

KJV And he arose,1 and went2 into the house;3 and he poured4 the oil5 on his head,7 and said8 unto him, Thus saith11 the LORD12 God13 of Israel,14 I have anointed15 thee king16 over the people18 of the LORD,19 even over Israel.21

1 וַיָּ֨קָם֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 הַבַּ֔יְתָה H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 וַיִּצֹ֥ק H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 5 הַשֶּׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 רֹאשׁ֑וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 ל֗וֹ 10 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 מְשַׁחְתִּ֧יךָֽ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 16 לְמֶ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 19 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En gij zult het huis van Achab, uw heer, slaan, opdat Ik het bloed van Mijn knechten, de profeten, en het bloed van alle knechten des HEEREN, wreke van de hand van Izebel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En gij zult het huisH1004 van AchabH256, uw heerH113, slaanH5221, opdat Ik het bloedH1818 van Mijn knechtenH5650, de profetenH5030, en het bloedH1818 van alleH3605 knechtenH5650 des HEERENH3068, wrekeH5358 van de handH3027 van IzebelH348. En gij zult het huis van Achab, uw heer, slaan, opdat Ik het bloed van Mijn knechten, de profeten, en het bloed van alle knechten des HEEREN, wreke van de hand van Izebel.

KJV And thou shalt smite1 the house3 of Ahab4 thy master,5 that I may avenge6 the blood7 of my servants8 the prophets,9 and the blood10 of all the servants12 of the LORD,13 at the hand14 of Jezebel.15

1 וְהִ֨כִּיתָ֔ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 5 אֲדֹנֶ֑יךָ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 6 וְנִקַּמְתִּ֞י H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 7 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 עֲבָדַ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 הַנְּבִיאִ֗ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 10 וּדְמֵ֛י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עַבְדֵ֥י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 אִיזָֽבֶל H348 Izebel Jezebel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En het ganse huis van Achab zal omkomen; en Ik zal van Achab uitroeien, wat mannelijk is, ook den beslotene en verlatene in Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En het ganseH3605 huisH1004 van AchabH256 zal omkomenH6; en Ik zal van AchabH256 uitroeienH3772, wat mannelijkH8366 is, ook den besloteneH6113 en verlateneH5800 in IsraelH3478. En het ganse huis van Achab zal omkomen; en Ik zal van Achab uitroeien, wat mannelijk is, ook den beslotene en verlatene in Israel.

KJV For the whole house3 of Ahab4 shall perish:1 and I will cut off5 from Ahab6 him that pisseth7 against the wall,8 and him that is shut up9 and left10 in Israel:11

1 וְאָבַ֖ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 5 וְהִכְרַתִּ֤י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 לְאַחְאָב֙ H256 Achab, Achabs Ahab 7 מַשְׁתִּ֣ין H8366 mannelijk piss 8 בְּקִ֔יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 9 וְעָצ֥וּר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 10 וְעָז֖וּב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 11 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want Ik zal het huis van Achab maken als het huis van Jerobeam, den zoon van Nebat, en als het huis van Baesa, den zoon van Ahia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Want Ik zal het huisH1004 van AchabH256 maken als het huisH1004 van JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028, en als het huisH1004 van BaesaH1201, den zoonH1121 van AhiaH281. Want Ik zal het huis van Achab maken als het huis van Jerobeam, den zoon van Nebat, en als het huis van Baesa, den zoon van Ahia.

KJV And I will make1 the house3 of Ahab4 like the house5 of Jeroboam6 the son7 of Nebat,8 and like the house9 of Baasha10 the son11 of Ahijah:12

1 וְנָֽתַתִּי֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 אַחְאָ֔ב H256 Achab, Achabs Ahab 5 כְּבֵ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יָרָבְעָ֣ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 נְבָ֑ט H5028 Nebat Nebat 9 וּכְבֵ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 בַּעְשָׁ֥א H1201 Baesa Baasha 11 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 אֲחִיָּֽה H281 Ahia Ahiah, Ahijah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ook zullen de honden Izebel eten op het stuk lands van Jizreel, en er zal niemand zijn, die haar begrave. Toen deed hij de deur open en vlood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ook zullen de hondenH3611 IzebelH348 etenH398 op het stukH2506 lands van JizreelH3157, en er zal niemandH369 zijn, die haar begraveH6912. Toen deed hij de deurH1817 openH6605 en vloodH5127. Ook zullen de honden Izebel eten op het stuk lands van Jizreel, en er zal niemand zijn, die haar begrave. Toen deed hij de deur open en vlood.

KJV And the dogs4 shall eat3 Jezebel2 in the portion5 of Jezreel,6 and there shall be none to bury8 her. And he opened9 the door,10 and fled.11

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אִיזֶ֜בֶל H348 Izebel Jezebel 3 יֹאכְל֧וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 הַכְּלָבִ֛ים H3611 honden, hond, honds dog 5 בְּחֵ֥לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 6 יִזְרְעֶ֖אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 7 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 קֹבֵ֑ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 9 וַיִּפְתַּ֥ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 10 הַדֶּ֖לֶת H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 11 וַיָּנֹֽס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En als JehuH3058 uitgingH3318 totH413 de knechtenH5650 zijns herenH113, zeideH559 men tot hem: Is het al wel? Waarom is dezeH2088 onzinnigeH7696 tot u gekomenH935? En hij zeideH559 totH413 hen: GijH859 kentH3045 den manH376 en zijn spraakH7879. En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.

KJV Then Jehu1 came forth2 to the servants4 of his lord:5 and one said6 unto him, Is all well?8 wherefore came10 this mad11 fellow to thee? And he said14 unto them, Ye know17 the man,19 and his communication.21

1 וְיֵה֗וּא H3058 Jehu Jehu 2 יָצָא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 אֲדֹנָ֔יו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 6 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 לוֹ֙ 8 הֲשָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 9 מַדּ֛וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 10 בָּֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 הַמְשֻׁגָּ֥ע H7696 onzinnig, onzinnige, razen (be, play the) mad (man) 12 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 אֵלֶ֑יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 אַתֶּ֛ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 יְדַעְתֶּ֥ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הָאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 שִׂיחֽוֹ H7879 klacht, beklag, gedachten babbling, communication, complaint, meditation, prayer, talk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar zij zeiden: Het is leugen; geef het ons nu te kennen. En hij zeide: Zo en zo heeft hij tot mij gesproken, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik heb u gezalfd tot koning over Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar zij zeidenH559: Het is leugenH8267; geefH5046 het ons nu te kennenH5046. En hij zeideH559: Zo en zo heeft hij tot mij gesprokenH559, zeggendeH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Ik heb u gezalfdH4886 totH413 koningH4428 over IsraelH3478. Maar zij zeiden: Het is leugen; geef het ons nu te kennen. En hij zeide: Zo en zo heeft hij tot mij gesproken, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik heb u gezalfd tot koning over Israel.

KJV And they said,1 It is false;2 tell3 us now. And he said,6 Thus and thus spake9 he to me, saying,11 Thus saith13 the LORD,14 I have anointed15 thee king16 over Israel.18

1 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שֶׁ֔קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 3 הַגֶּד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 נָ֖א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 5 לָ֑נוּ 6 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 כָּזֹ֤את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 וְכָזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 13 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 מְשַׁחְתִּ֥יךָֽ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 16 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen haastten zij zich, en een iegelijk nam zijn kleed, en legde het onder hem, op den hoogsten trap; en zij bliezen met de bazuin, en zeiden: Jehu is koning geworden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen haasttenH4116 zij zich, en een iegelijkH376 namH3947 zijn kleedH899, en legde het onderH8478 hem, op den hoogstenH1634 trapH4609; en zij bliezenH8628 met de bazuinH7782, en zeidenH559: JehuH3058 is koningH4427 geworden! Toen haastten zij zich, en een iegelijk nam zijn kleed, en legde het onder hem, op den hoogsten trap; en zij bliezen met de bazuin, en zeiden: Jehu is koning geworden!

Ook in dit vers leideH7760

KJV Then they hasted,1 and took2 every man3 his garment,4 and put5 it under him on the top8 of the stairs,9 and blew10 with trumpets,11 saying,12 Jehu14 is king.13

1 וַֽיְמַהֲר֗וּ H4116 haastte, haast, haasten be carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift 2 וַיִּקְחוּ֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בִּגְד֔וֹ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 5 וַיָּשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 6 תַחְתָּ֖יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 גֶּ֣רֶם H1634 gebeente, gebeenten, hoogsten bone, strong, top 9 הַֽמַּעֲל֑וֹת H4609 Hammaaloth, trappen, graden things that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story 10 וַֽיִּתְקְעוּ֙ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 11 בַּשּׁוֹפָ֔ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 12 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 מָלַ֥ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 14 יֵהֽוּא H3058 Jehu Jehu
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Alzo maakte Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, een verbintenis tegen Joram. (Joram nu had Ramoth in Gilead bewaard, hij en gans Israel, uit oorzake van Hazael, den koning van Syrie;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Alzo maakte JehuH3058, de zoonH1121 van JosafatH3092, den zoonH1121 van NimsiH5250, een verbintenisH7194 tegenH413 JoramH3141. (Joram nu had RamothH7433 in GileadH1568 bewaardH8104, hijH1931 en gansH3605 IsraelH3478, uit oorzakeH6440 van HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758; Alzo maakte Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, een verbintenis tegen Joram. (Joram nu had Ramoth in Gilead bewaard, hij en gans Israel, uit oorzake van Hazael, den koning van Syrie;

KJV So Jehu2 the son3 of Jehoshaphat4 the son5 of Nimshi6 conspired1 against Joram.8 (Now Joram9 had kept11 Ramothgilead,12 he and all Israel,16 because17 of Hazael18 king19 of Syria.20

1 וַיִּתְקַשֵּׁ֗ר H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 2 יֵה֛וּא H3058 Jehu Jehu 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְהוֹשָׁפָ֥ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 נִמְשִׁ֖י H5250 Nimsi Nimshi 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יוֹרָ֑ם H3141 Joram Joram 9 וְיוֹרָם֩ H3141 Joram Joram 10 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 שֹׁמֵ֜ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 בְּרָמֹ֣ת H7433 Ramoth, Jeramoth Ramoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת) 13 גִּלְעָ֗ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 14 ה֚וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 חֲזָאֵ֖ל H2371 Hazael Hazael 19 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 20 אֲרָֽם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar de koning Joram was wedergekeerd, opdat hij zich te Jizreel helen liet van de slagen, die hem de Syriers geslagen hadden, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie.) En Jehu zeide: Zo het ulieder wil is, laat niemand van de stad uittrekken, die ontkome, om dit in Jizreel te gaan verkondigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar de koningH4428 JoramH3088 was wedergekeerdH7725, opdat hij zich te JizreelH3157 helenH7495 liet van de slagenH4347, dieH834 hem de SyriersH761 geslagenH5221 hadden, als hij streedH3898 tegen HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758.) En JehuH3058 zeideH559: ZoH518 het ulieder wilH5315 is, laat niemandH408 van de stadH5892 uittrekkenH3318, die ontkomeH6412, om dit in JizreelH3157 te gaanH3212 verkondigenH5046. Maar de koning Joram was wedergekeerd, opdat hij zich te Jizreel helen liet van de slagen, die hem de Syriers geslagen hadden, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie.) En Jehu zeide: Zo het ulieder wil is, laat niemand van de stad uittrekken, die ontkome, om dit in Jizreel te gaan verkondigen.

KJV But king3 Joram2 was returned1 to be healed4 in Jezreel5 of the wounds7 which the Syrians10 had given9 him, when he fought11 with Hazael13 king14 of Syria.)15 And Jehu17 said,16 If it be19 your minds,20 then let none21 go forth22 nor escape23 out of the city25 to go26 to tell27 it in Jezreel.28

1 וַיָּשָׁב֩ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 יְהוֹרָ֨ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 3 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 לְהִתְרַפֵּ֣א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 5 בִיְזְרְעֶ֗אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַמַּכִּים֙ H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יַכֻּ֣הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 אֲרַמִּ֔ים H761 Syrier, Syriers, Syrische Syrian, Aramitess 11 בְּהִלָּ֣חֲמ֔וֹ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 12 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 13 חֲזָאֵ֖ל H2371 Hazael Hazael 14 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 אֲרָ֑ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 16 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 יֵהוּא֙ H3058 Jehu Jehu 18 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 19 יֵ֣שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 20 נַפְשְׁכֶ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 21 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 22 יֵצֵ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 23 פָלִיט֙ H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 24 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 25 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 26 לָלֶ֖כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 27 לְהַגִּ֥יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 28 בְּיִזְרְעֶֽאל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen reed Jehu, en toog naar Jizreel; want Joram lag aldaar; en Ahazia, de koning van Juda, was afgekomen, om Joram te bezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen reedH7392 JehuH3058, en toogH3212 naar JizreelH3157; wantH3588 JoramH3141 lagH7901 aldaarH8033; en AhaziaH274, de koningH4428 van JudaH3063, was afgekomenH3381, om JoramH3141 te bezienH7200. Toen reed Jehu, en toog naar Jizreel; want Joram lag aldaar; en Ahazia, de koning van Juda, was afgekomen, om Joram te bezien.

KJV So Jehu2 rode in a chariot,1 and went3 to Jezreel;4 for Joram6 lay7 there. And Ahaziah9 king10 of Judah11 was come down12 to see13 Joram.15

1 וַיִּרְכַּ֤ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 2 יֵהוּא֙ H3058 Jehu Jehu 3 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 יִזְרְעֶ֔אלָה H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יוֹרָ֖ם H3141 Joram Joram 7 שֹׁכֵ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 8 שָׁ֑מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 וַֽאֲחַזְיָה֙ H274 Ahazia Ahaziah 10 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 12 יָרַ֖ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 13 לִרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יוֹרָֽם H3141 Joram Joram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 De wachterH6822 nu stondH5975 opH5921 den torenH4026 te JizreelH3157, en zagH7200 den hoopH8229 van JehuH3058, als hij aankwamH935, en zeideH559: IkH589 zieH7200 een hoopH8229. Toen zeideH559 JoramH3088: NeemH3947 een ruiterH7395, en zendH7971 dien hunlieden tegemoetH7125, en dat hij zeggeH559: Is het vredeH7965? De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?

KJV And there stood2 a watchman1 on the tower4 in Jezreel,5 and he spied6 the company8 of Jehu9 as he came,10 and said,11 I see14 a company.12 And Joram16 said,15 Take17 an horseman,18 and send19 to meet20 them, and let him say,21 Is it peace?22

1 וְהַצֹּפֶה֩ H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 2 עֹמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַמִּגְדָּ֜ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 5 בְּיִזְרְעֶ֗אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 6 וַיַּ֞רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שִׁפְעַ֤ת H8229 hoop, overvloed, menigte abundance, company, multitude 9 יֵהוּא֙ H3058 Jehu Jehu 10 בְּבֹא֔וֹ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 שִׁפְעַ֖ת H8229 hoop, overvloed, menigte abundance, company, multitude 13 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 רֹאֶ֑ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 15 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 יְהוֹרָ֗ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 17 קַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 18 רַכָּ֛ב H7395 voerman, ruiter chariot man, driver of a chariot, horseman 19 וּֽשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 20 לִקְרָאתָ֖ם H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 21 וְיֹאמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 22 הֲשָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de ruiter te paard toog heen hem tegemoet, en zeide: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om naar achter mij. En de wachter gaf het te kennen, zeggende: De bode is tot hen gekomen, maar hij komt niet weder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de ruiterH7392 te paardH5483 toogH3212 heen hem tegemoetH7125, en zeideH559: ZoH3541 zegtH559 de koningH4428: Is het vredeH7965? En JehuH3058 zeideH559: WatH4100 hebt gij met den vredeH7965 te doen? Keer om naarH413 achterH310 mij. En de wachterH6822 gaf het te kennenH5046, zeggendeH559: De bodeH4397 is tot henH1992 gekomenH935, maar hij komtH7725 nietH3808 weder. En de ruiter te paard toog heen hem tegemoet, en zeide: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om naar achter mij. En de wachter gaf het te kennen, zeggende: De bode is tot hen gekomen, maar hij komt niet weder.

KJV So there went1 one on horseback2 to meet4 him, and said,5 Thus saith7 the king,8 Is it peace?9 And Jehu11 said,10 What hast thou to do with peace?14 turn15 thee behind17 me. And the watchman19 told,18 saying,20 The messenger22 came21 to them, but he cometh not again.26

1 וַיֵּלֶךְ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 רֹכֵ֨ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 3 הַסּ֜וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 לִקְרָאת֗וֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 5 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 הֲשָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 יֵה֛וּא H3058 Jehu Jehu 12 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 13 לְּךָ֥ 14 וּלְשָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 15 סֹ֣ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 16 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 אַחֲרָ֑י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 18 וַיַּגֵּ֤ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 19 הַצֹּפֶה֙ H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 20 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 21 בָּֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 הַמַּלְאָ֥ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 23 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 24 הֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 25 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 שָֽׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen zond hij een anderen ruiter te paard; en als deze tot hen gekomen was, zeide hij: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om achter mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen zondH7971 hij een anderen ruiterH7392 te paardH5483; en als deze totH413 hen gekomenH935 was, zeideH559 hij: ZoH3541 zegtH559 de koningH4428: Is het vredeH7965? En JehuH3058 zeideH559: WatH4100 hebt gij met den vredeH7965 te doen? Keer om achterH310 mij. Toen zond hij een anderen ruiter te paard; en als deze tot hen gekomen was, zeide hij: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om achter mij.

KJV Then he sent out1 a second4 on horseback,2 which came5 to them, and said,7 Thus saith9 the king,10 Is it peace?11 And Jehu13 answered,12 What hast thou to do with peace?16 turn17 thee behind19 me.

1 וַיִּשְׁלַ֗ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 רֹכֵ֣ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 3 סוּס֮ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 שֵׁנִי֒ H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 5 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֲלֵהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 וַיֹּ֛אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 שָׁל֑וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 יֵה֛וּא H3058 Jehu Jehu 14 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 15 לְּךָ֥ 16 וּלְשָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 17 סֹ֥ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 18 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 אַחֲרָֽי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de wachterH6822 gaf dit te kennenH5046, zeggendeH559: Hij is tot aan hen gekomenH935, maar hij komtH7725 nietH3808 weder; en het drijvenH4491 is als het drijvenH4491 van JehuH3058, den zoonH1121 van NimsiH5250, wantH3588 hij drijftH5090 onzinniglijkH7697. En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.

KJV And the watchman2 told,1 saying,3 He came4 even unto them, and cometh not again:8 and the driving9 is like the driving10 of Jehu11 the son12 of Nimshi;13 for he driveth16 furiously.15

1 וַיַּגֵּ֤ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 הַצֹּפֶה֙ H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 3 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 שָׁ֑ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 וְהַמִּנְהָ֗ג H4491 drijven driving 10 כְּמִנְהַג֙ H4491 drijven driving 11 יֵה֣וּא H3058 Jehu Jehu 12 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 נִמְשִׁ֔י H5250 Nimsi Nimshi 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 בְשִׁגָּע֖וֹן H7697 onzinnigheid, onzinniglijk, zinneloosheid furiously, madness 16 יִנְהָֽג H5090 leiden, geleid, leidde acquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen zeide Joram: Span aan. En men spande zijn wagen aan. Zo toog Joram, de koning van Israel, uit, en Ahazia, de koning van Juda, een ieder op zijn wagen; en zij togen uit Jehu tegemoet, en vonden hem op het stuk lands van Naboth, den Jizreeliet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen zeideH559 JoramH3088: SpanH631 aan. En men spandeH631 zijn wagenH7393 aan. Zo toogH3318 JoramH3088, de koningH4428 van IsraelH3478, uit, en AhaziaH274, de koningH4428 van JudaH3063, een iederH376 op zijn wagenH7393; en zij togenH3318 uit JehuH3058 tegemoetH7125, en vondenH4672 hem op het stukH2513 lands van NabothH5022, den JizreelietH3158. Toen zeide Joram: Span aan. En men spande zijn wagen aan. Zo toog Joram, de koning van Israel, uit, en Ahazia, de koning van Juda, een ieder op zijn wagen; en zij togen uit Jehu tegemoet, en vonden hem op het stuk lands van Naboth, den Jizreeliet.

KJV And Joram2 said,1 Make ready.3 And his chariot5 was made ready.4 And Joram7 king8 of Israel9 and Ahaziah10 king11 of Judah12 went out,6 each13 in his chariot,14 and they went out15 against16 Jehu,17 and met18 him in the portion19 of Naboth20 the Jezreelite.21

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוֹרָם֙ H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 3 אֱסֹ֔ר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 4 וַיֶּאְסֹ֖ר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 5 רִכְבּ֑וֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 6 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 יְהוֹרָ֣ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 8 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יִ֠שְׂרָאֵל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וַאֲחַזְיָ֨הוּ H274 Ahazia Ahaziah 11 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 13 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 בְּרִכְבּ֗וֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 15 וַיֵּֽצְאוּ֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 לִקְרַ֣את H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 17 יֵה֔וּא H3058 Jehu Jehu 18 וַיִּמְצָאֻ֔הוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 19 בְּחֶלְקַ֖ת H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 20 נָב֥וֹת H5022 Naboth Naboth 21 הַיִּזְרְעֵאלִֽי H3158 Jizreeliet Jezreelite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Het geschiedde nu, als Joram Jehu zag, dat hij zeide: Is het ook vrede, Jehu? Maar hij zeide: Wat vrede, zo lang als de hoererijen van uw moeder Izebel, en haar toverijen zo vele zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Het geschiedde nu, als JoramH3088 JehuH3058 zagH7200, dat hij zeideH559: Is het ook vredeH7965, JehuH3058? Maar hij zeideH559: WatH4100 vredeH7965, zo langH5704 als de hoererijenH2183 van uw moederH517 IzebelH348, en haar toverijenH3785 zo veleH7227 zijn? Het geschiedde nu, als Joram Jehu zag, dat hij zeide: Is het ook vrede, Jehu? Maar hij zeide: Wat vrede, zo lang als de hoererijen van uw moeder Izebel, en haar toverijen zo vele zijn?

KJV And it came to pass, when Joram3 saw2 Jehu,5 that he said,6 Is it peace,7 Jehu?8 And he answered,9 What peace,11 so long as12 the whoredoms13 of thy mother15 Jezebel14 and her witchcrafts16 are so many?17

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּרְא֤וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 יְהוֹרָם֙ H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יֵה֔וּא H3058 Jehu Jehu 6 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הֲשָׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 יֵה֑וּא H3058 Jehu Jehu 9 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 11 הַשָּׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 זְנוּנֵ֞י H2183 hoererijen, hoererij whoredom 14 אִיזֶ֧בֶל H348 Izebel Jezebel 15 אִמְּךָ֛ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 16 וּכְשָׁפֶ֖יהָ H3785 toverijen sorcery, witchcraft 17 הָרַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Toen keerde Joram zijn hand, en vlood, en zeide tot Ahazia: Het is bedrog, Ahazia!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Toen keerdeH2015 JoramH3088 zijn handH3027, en vloodH5127, en zeideH559 totH413 AhaziaH274: Het is bedrogH4820, AhaziaH274! Toen keerde Joram zijn hand, en vlood, en zeide tot Ahazia: Het is bedrog, Ahazia!

KJV And Joram2 turned1 his hands,3 and fled,4 and said5 to Ahaziah,7 There is treachery,8 O Ahaziah.9

1 וַיַּהֲפֹ֧ךְ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 2 יְהוֹרָ֛ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 3 יָדָ֖יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וַיָּנֹ֑ס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 5 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֲחַזְיָ֖הוּ H274 Ahazia Ahaziah 8 מִרְמָ֥ה H4820 bedrog, bedriegelijke, bedrogs craft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery 9 אֲחַזְיָֽה H274 Ahazia Ahaziah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar Jehu spande den boog met volle kracht, en schoot Joram tussen zijn armen, dat de pijl door zijn hart uitging; en hij kromde zich in zijn wagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Maar JehuH3058 spande den boogH7198 met volleH4390 krachtH3027, en schootH5221 JoramH3088 tussenH996 zijn armenH2220, dat de pijlH2678 door zijn hartH3820 uitgingH3318; en hij kromdeH3766 zich in zijn wagenH7393. Maar Jehu spande den boog met volle kracht, en schoot Joram tussen zijn armen, dat de pijl door zijn hart uitging; en hij kromde zich in zijn wagen.

KJV And Jehu1 drew a bow4 with his full2 strength,3 and smote5 Jehoram7 between his arms,9 and the arrow11 went out10 at his heart,12 and he sunk down13 in his chariot.14

1 וְיֵה֞וּא H3058 Jehu Jehu 2 מִלֵּ֧א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 3 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 בַקֶּ֗שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 5 וַיַּ֤ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 יְהוֹרָם֙ H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 8 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 9 זְרֹעָ֔יו H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 10 וַיֵּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 11 הַחֵ֖צִי H2678 pijl, pijls arrow 12 מִלִּבּ֑וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 13 וַיִּכְרַ֖ע H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 14 בְּרִכְבּֽוֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Toen zeide Jehu tot Bidkar, zijn hoofdman: Neem, werp hem op dat stuk lands van Naboth, den Jizreeliet; want gedenk, als ik en gij nevens elkander achter zijn vader Achab reden, dat hem de HEERE dezen last oplegde, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Toen zeideH559 Jehu totH413 BidkarH920, zijn hoofdmanH7991: NeemH5375, werpH7993 hem op dat stukH2513 landsH7704 van NabothH5022, den JizreelietH3158; wantH3588 gedenkH2142, als ikH589 en gijH859 nevens elkander achterH310 zijn vaderH1 AchabH256 redenH7392, dat hem de HEEREH3068 dezenH2088 lastH4853 oplegde, zeggende: Toen zeide Jehu tot Bidkar, zijn hoofdman: Neem, werp hem op dat stuk lands van Naboth, den Jizreeliet; want gedenk, als ik en gij nevens elkander achter zijn vader Achab reden, dat hem de HEERE dezen last oplegde, zeggende:

Ook in dit vers opleideH5375

KJV Then said1 Jehu to Bidkar3 his captain,4 Take up,5 and cast6 him in the portion7 of the field8 of Naboth9 the Jezreelite:10 for remember12 how that, when I and thou rode16 together17 after18 Ahab19 his father,20 the LORD21 laid22 this burden25 upon him;

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בִּדְקַר֙ H920 Bidkar Bidkar 4 שָֽׁלִשׁ֔וֹ H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 5 שָׂ֚א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 הַשְׁלִכֵ֔הוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 7 בְּחֶלְקַ֕ת H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 8 שְׂדֵ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 נָב֣וֹת H5022 Naboth Naboth 10 הַיִּזְרְעֵאלִ֑י H3158 Jizreeliet Jezreelite 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 זְכֹ֞ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 13 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 וָאַ֗תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 אֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 16 רֹכְבִ֤ים H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 17 צְמָדִים֙ H6776 juk, paar, bunderen acre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen) 18 אַֽחֲרֵי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 19 אַחְאָ֣ב H256 Achab, Achabs Ahab 20 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 21 וַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 נָשָׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 23 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 הַמַּשָּׂ֖א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 26 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Zo Ik gisteravond niet gezien heb het bloed van Naboth, en het bloed zijner zonen, zegt de HEERE, en Ik u dat niet vergelde op dit stuk lands, zegt de HEERE. Nu dan, neem, werp hem op dat stuk land, naar het woord des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 ZoH518 Ik gisteravondH570 nietH3808 gezienH7200 heb het bloedH1818 van NabothH5022, en het bloedH1818 zijner zonenH1121, zegtH5002 de HEEREH3068, en Ik u dat niet vergeldeH7999 op ditH2063 stukH2513 lands, zegtH5002 de HEEREH3068. Nu dan, neemH5375, werpH7993 hem op dat stukH2513 land, naar het woordH1697 des HEERENH3068. Zo Ik gisteravond niet gezien heb het bloed van Naboth, en het bloed zijner zonen, zegt de HEERE, en Ik u dat niet vergelde op dit stuk lands, zegt de HEERE. Nu dan, neem, werp hem op dat stuk land, naar het woord des HEEREN.

KJV Surely I have seen9 yesterday10 the blood4 of Naboth,5 and the blood7 of his sons,8 saith11 the LORD;12 and I will requite13 thee in this plat,15 saith17 the LORD.18 Now therefore take20 and cast21 him into the plat22 of ground, according to the word23 of the LORD.24

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 לֹ֡א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 נָבוֹת֩ H5022 Naboth Naboth 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 דְּמֵ֨י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 בָנָ֜יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 רָאִ֤יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 אֶ֨מֶשׁ֙ H570 gisteren nacht, donkere, gisteravond former time, yesterday(-night) 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְשִׁלַּמְתִּ֥י H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 14 לְךָ֛ 15 בַּחֶלְקָ֥ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 16 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 17 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 20 שָׂ֧א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 21 הַשְׁלִכֵ֛הוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 22 בַּחֶלְקָ֖ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 23 כִּדְבַ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 24 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Als Ahazia, de koning van Juda, dat zag, zo vlood hij door den weg van het huis des hofs; doch Jehu vervolgde hem achterna, en zeide: Slaat hem ook op den wagen, aan den opgang naar Gur, die bij Jibleam is; en hij vlood naar Megiddo, en stierf aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Als AhaziaH274, de koningH4428 van JudaH3063, dat zagH7200, zo vloodH5127 hij door den wegH1870 van het huisH1004 des hofsH1588; doch JehuH3058 vervolgdeH7291 hem achternaH310, en zeideH559: SlaatH5221 hem ookH1571 op den wagenH4818, aan den opgangH4608 naar GurH1483, dieH834 bijH854 JibleamH2991 is; en hij vloodH5127 naar MegiddoH4023, en stierfH4191 aldaarH8033. Als Ahazia, de koning van Juda, dat zag, zo vlood hij door den weg van het huis des hofs; doch Jehu vervolgde hem achterna, en zeide: Slaat hem ook op den wagen, aan den opgang naar Gur, die bij Jibleam is; en hij vlood naar Megiddo, en stierf aldaar.

KJV But when Ahaziah1 the king2 of Judah3 saw4 this, he fled5 by the way6 of the garden8 house.7 And Jehu11 followed9 after10 him, and said,12 Smite15 him also in the chariot.17 And they did so at the going up18 to Gur,19 which is by Ibleam.22 And he fled23 to Megiddo,24 and died25 there.

1 וַאֲחַזְיָ֤ה H274 Ahazia Ahaziah 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 4 רָאָ֔ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 וַיָּ֕נָס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 6 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַגָּ֑ן H1588 hof, hofs, hoven garden 9 וַיִּרְדֹּ֨ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 10 אַחֲרָ֜יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 יֵה֗וּא H3058 Jehu Jehu 12 וַ֠יֹּאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 אֹת֞וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַכֻּ֣הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 הַמֶּרְכָּבָ֗ה H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 18 בְּמַֽעֲלֵה H4608 opgang, opgangen, hoge gestoelte ascent, before, chiefest, cliff, that goeth up, going up, hill, mounting up, stairs 19 גוּר֙ H1483 Gur Gur 20 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אֶֽת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 22 יִבְלְעָ֔ם H2991 Jibleam Ibleam 23 וַיָּ֥נָס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 24 מְגִדּ֖וֹ H4023 Megiddo, Megiddon Megiddo, Megiddon 25 וַיָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 26 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zijn knechten voerden hem naar Jeruzalem, en zij begroeven hem in zijn graf, bij zijn vaderen in de stad Davids.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En zijn knechtenH5650 voerdenH7392 hem naar JeruzalemH3389, en zij begroevenH6912 hem in zijn grafH6900, bijH5973 zijn vaderenH1 in de stadH5892 DavidsH1732. En zijn knechten voerden hem naar Jeruzalem, en zij begroeven hem in zijn graf, bij zijn vaderen in de stad Davids.

KJV And his servants3 carried1 him in a chariot to Jerusalem,4 and buried5 him in his sepulchre7 with his fathers9 in the city10 of David.11

1 וַיַּרְכִּ֧בוּ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 2 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עֲבָדָ֖יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 4 יְרוּשָׁלְָ֑מָה H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 וַיִּקְבְּר֨וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 אֹת֧וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בִקְבֻרָת֛וֹ H6900 graf, begrafenis, ezelsbegrafenis burial, burying place, grave, sepulchre 8 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 אֲבֹתָ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 בְּעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 דָּוִֽד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 In het elfde jaar nu van Joram, den zoon van Achab, was Ahazia koning geworden over Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 In het elfdeH259 jaarH8141 nu van JoramH3141, den zoonH1121 van AchabH256, was AhaziaH274 koningH4427 geworden overH5921 JudaH3063. In het elfde jaar nu van Joram, den zoon van Achab, was Ahazia koning geworden over Juda.

KJV And in the eleventh2 year1 of Joram5 the son6 of Ahab7 began Ahaziah9 to reign8 over Judah.11

1 וּבִשְׁנַת֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 אַחַ֣ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 עֶשְׂרֵ֣ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 לְיוֹרָ֖ם H3141 Joram Joram 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 8 מָלַ֥ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 9 אֲחַזְיָ֖ה H274 Ahazia Ahaziah 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Jehu kwam te Jizreel. Als Izebel dat hoorde, zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En JehuH3058 kwamH935 te JizreelH3157. Als IzebelH348 dat hoordeH8085, zo blanketteH7760 zij haar aangezichtH5869, en versierdeH3190 haar hoofdH7218, en keekH8259 ten vensterH2474 uit. En Jehu kwam te Jizreel. Als Izebel dat hoorde, zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit.

KJV And when Jehu2 was come1 to Jezreel,3 Jezebel4 heard5 of it; and she painted6 her face,8 and tired9 her head,11 and looked out12 at a window.14

1 וַיָּב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 יֵה֖וּא H3058 Jehu Jehu 3 יִזְרְעֶ֑אלָה H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 4 וְאִיזֶ֣בֶל H348 Izebel Jezebel 5 שָׁמְעָ֗ה H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 וַתָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 בַּפּ֤וּךְ H6320 blanketsel, sierlijk, versierstenen fair colours, glistering, paint(-ed) (-ing) 8 עֵינֶ֨יהָ֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 וַתֵּ֣יטֶב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 רֹאשָׁ֔הּ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 12 וַתַּשְׁקֵ֖ף H8259 keek, zag, nedergezien appear, look (down, forth, out) 13 בְּעַ֥ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 14 הַחַלּֽוֹן H2474 venster, vensteren, vensters window
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Toen nu Jehu ter poorte inkwam, zeide zij: Is het wel, o Zimri, doodslager van zijn heer?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Toen nu JehuH3058 ter poorteH8179 inkwamH935, zeideH559 zij: Is het wel, o ZimriH2174, doodslagerH2026 van zijn heerH113? Toen nu Jehu ter poorte inkwam, zeide zij: Is het wel, o Zimri, doodslager van zijn heer?

KJV And as Jehu1 entered in2 at the gate,3 she said,4 Had Zimri6 peace,5 who slew7 his master?8

1 וְיֵה֖וּא H3058 Jehu Jehu 2 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 בַשָּׁ֑עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 4 וַתֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הֲשָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 6 זִמְרִ֖י H2174 Zimri Zimri 7 הֹרֵ֥ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 8 אֲדֹנָֽיו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En hij hief zijn aangezicht op naar het venster, en zeide: Wie is met mij? Wie? Toen zagen op hem twee, drie kamerlingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En hij hiefH5375 zijn aangezichtH6440 op naarH413 het vensterH2474, en zeideH559: WieH4310 is metH854 mij? WieH4310? Toen zagenH8259 op hem tweeH8147, drieH7969 kamerlingenH5631. En hij hief zijn aangezicht op naar het venster, en zeide: Wie is met mij? Wie? Toen zagen op hem twee, drie kamerlingen.

KJV And he lifted up1 his face2 to the window,4 and said,5 Who is on my side? who? And there looked out9 to him two11 or three12 eunuchs.13

1 וַיִּשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 פָנָיו֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַ֣חַלּ֔וֹן H2474 venster, vensteren, vensters window 5 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 7 אִתִּ֖י H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 מִ֑י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 9 וַיַּשְׁקִ֣יפוּ H8259 keek, zag, nedergezien appear, look (down, forth, out) 10 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 שְׁנַ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 12 שְׁלֹשָׁ֖ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 13 סָרִיסִֽים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En hij zeide: Stoot ze van boven neder. En zij stieten haar van boven neder, zodat van haar bloed aan den wand en aan de paarden gesprengd werd; en hij vertrad haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En hij zeideH559: Stoot ze van boven neder. En zij stieten haar van boven neder, zodat van haar bloedH1818 aanH413 den wandH7023 en aanH413 de paardenH5483 gesprengdH5137 werd; en hij vertradH7429 haar. En hij zeide: Stoot ze van boven neder. En zij stieten haar van boven neder, zodat van haar bloed aan den wand en aan de paarden gesprengd werd; en hij vertrad haar.

Ook in dit vers Stoot nederH8058 stieten nederH8058

KJV And he said,1 Throw her down.2 So they threw her down:3 and some of her blood5 was sprinkled4 on the wall,7 and on the horses:9 and he trode her under foot.10

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שִׁמְט֖וּהָ H8058 struikelden, Stoot neder, aflaten discontinue, overthrow, release, let rest, shake, stumble, throw down 3 וַֽיִּשְׁמְט֑וּהָ H8058 struikelden, Stoot neder, aflaten discontinue, overthrow, release, let rest, shake, stumble, throw down 4 וַיִּ֨ז H5137 sprengen, gesprengd, besprengen sprinkle 5 מִדָּמָ֧הּ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַקִּ֛יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַסּוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 10 וַֽיִּרְמְסֶֽנָּה H7429 vertrad, vertreden, betreden oppressor, stamp upon, trample (under feet), tread (down, upon)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Als hij nu ingekomen was, en gegeten en gedronken had, zeide hij: Ziet nu naar die vervloekte, en begraaf ze; want zij is eens konings dochter.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Als hij nu ingekomenH935 was, en gegetenH398 en gedronkenH8354 had, zeideH559 hij: Ziet nu naar die vervloekteH779, en begraafH6912 ze; wantH3588 zijH1931 is eens koningsH4428 dochterH1323. Als hij nu ingekomen was, en gegeten en gedronken had, zeide hij: Ziet nu naar die vervloekte, en begraaf ze; want zij is eens konings dochter.

KJV And when he was come in,1 he did eat2 and drink,3 and said,4 Go,5 see now this cursed8 woman, and bury10 her: for she is a king's13 daughter.12

1 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וַיֹּ֣אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 וַיֵּ֑שְׁתְּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 4 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 פִּקְדוּ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 נָ֞א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָאֲרוּרָ֤ה H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 9 הַזֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 וְקִבְר֔וּהָ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 מֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 הִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij gingen heen om haar te begraven; doch zij vonden niet van haar, dan het bekkeneel, en de voeten, en de palmen harer handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En zij gingenH3212 heen om haar te begravenH6912; dochH3588 zij vondenH4672 nietH3808 van haar, dan het bekkeneelH1538, en de voetenH7272, en de palmenH3709 harer handenH3027. En zij gingen heen om haar te begraven; doch zij vonden niet van haar, dan het bekkeneel, en de voeten, en de palmen harer handen.

KJV And they went1 to bury2 her: but they found4 no more of her than7 the skull,8 and the feet,9 and the palms10 of her hands.11

1 וַיֵּלְכ֖וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 לְקָבְרָ֑הּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 3 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 מָ֣צְאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 בָ֗הּ 6 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 הַגֻּלְגֹּ֛לֶת H1538 hoofd, hoofd hoofd, hoofden head, every man, poll, skull 9 וְהָרַגְלַ֖יִם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 10 וְכַפּ֥וֹת H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 11 הַיָּדָֽיִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Toen kwamen zij weder, en gaven het hem te kennen, en hij zeide: Dit is het woord des HEEREN, dat Hij gesproken heeft door den dienst van Zijn knecht Elia, den Thisbiet, zeggende: Op het stuk lands van Jizreel zullen de honden het vlees van Izebel eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Toen kwamen zij weder, en gaven het hem te kennenH5046, en hij zeideH559: Dit is het woordH1697 des HEERENH3068, dat HijH1931 gesprokenH1696 heeft door den dienstH3027 van Zijn knechtH5650 EliaH452, den ThisbietH8664, zeggendeH559: Op het stukH2506 lands van JizreelH3157 zullen de hondenH3611 het vleesH1320 van IzebelH348 etenH398. Toen kwamen zij weder, en gaven het hem te kennen, en hij zeide: Dit is het woord des HEEREN, dat Hij gesproken heeft door den dienst van Zijn knecht Elia, den Thisbiet, zeggende: Op het stuk lands van Jizreel zullen de honden het vlees van Izebel eten.

KJV Wherefore they came again,1 and told2 him. And he said,4 This is the word5 of the LORD,6 which he spake9 by10 his servant11 Elijah12 the Tishbite,13 saying,14 In the portion15 of Jezreel16 shall dogs18 eat17 the flesh20 of Jezebel:21

1 וַיָּשֻׁבוּ֮ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 וַיַּגִּ֣ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 3 לוֹ֒ 4 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 דִּבֶּ֗ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 עַבְדּ֛וֹ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 אֵלִיָּ֥הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 13 הַתִּשְׁבִּ֖י H8664 Thisbiet Tishbite 14 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 בְּחֵ֣לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 16 יִזְרְעֶ֔אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 17 יֹאכְל֥וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 18 הַכְּלָבִ֖ים H3611 honden, hond, honds dog 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 בְּשַׂ֥ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 21 אִיזָֽבֶל H348 Izebel Jezebel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En het dode lichaam van Izebel zal zijn gelijk mest op het veld, in het stuk lands van Jizreel, dat men niet zal kunnen zeggen: Dit is Izebel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En het dode lichaamH5038 van IzebelH348 zal zijnH1961 gelijk mestH1828 opH5921 het veldH7704, in het stukH2506 lands van JizreelH3157, dat men nietH3808 zal kunnen zeggenH559: DitH2063 is IzebelH348. En het dode lichaam van Izebel zal zijn gelijk mest op het veld, in het stuk lands van Jizreel, dat men niet zal kunnen zeggen: Dit is Izebel.

KJV And the carcase2 of Jezebel3 shall be as dung4 upon the face6 of the field7 in the portion8 of Jezreel;9 so that they shall not say,12 This is Jezebel.14

1 וְֽהָיְתָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 נִבְלַ֣ת H5038 dood aas, dood lichaam, dode lichaam (dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself 3 אִיזֶ֗בֶל H348 Izebel Jezebel 4 כְּדֹ֛מֶן H1828 mest, drek dung 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 8 בְּחֵ֣לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 9 יִזְרְעֶ֑אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יֹאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 אִיזָֽבֶל H348 Izebel Jezebel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 9:1 1 Samuël 10:1 2 Koningen 4:29 1 Koningen 1:39 1 Koningen 18:46 1 Samuël 16:1 2 Koningen 8:28 2 Koningen 6:1 Jeremia 1:17
2 Koningen 9:2 2 Koningen 9:14 2 Koningen 9:5 2 Koningen 9:11 1 Koningen 19:16 2 Koningen 9:20 1 Koningen 20:30 1 Koningen 22:25
2 Koningen 9:3 1 Koningen 19:16 Mattheüs 2:13 1 Samuël 15:1 1 Samuël 16:12 2 Koningen 8:13 Mattheüs 10:16 Johannes 19:10 Daniël 2:1
2 Koningen 9:5 Richteren 3:19
2 Koningen 9:6 1 Koningen 19:16 2 Koningen 9:3 2 Kronieken 22:7 1 Koningen 3:8 1 Koningen 10:9 Psalmen 2:6 Psalmen 75:6 Jesaja 45:1
2 Koningen 9:7 1 Koningen 21:15 1 Koningen 18:4 Deuteronomium 32:43 2 Koningen 9:32 Deuteronomium 32:35 1 Koningen 21:21 1 Koningen 21:25 Lukas 18:7
2 Koningen 9:8 Deuteronomium 32:36 1 Samuël 25:22 2 Koningen 14:26 2 Koningen 10:17 1 Koningen 14:10 1 Koningen 21:21
2 Koningen 9:9 1 Koningen 15:29 1 Koningen 21:22 1 Koningen 16:11 1 Koningen 16:3 1 Koningen 14:10
2 Koningen 9:10 2 Koningen 9:35 1 Koningen 21:23 2 Koningen 9:3 Richteren 3:26 Jeremia 22:19
2 Koningen 9:11 Jeremia 29:26 Johannes 10:20 Handelingen 26:24 Hosea 9:7 2 Koningen 5:21 2 Koningen 9:22 2 Koningen 9:17 2 Koningen 9:19
2 Koningen 9:13 1 Koningen 1:34 2 Samuël 15:10 1 Koningen 1:39 Mattheüs 21:7 Markus 11:7 Psalmen 98:6 Psalmen 47:5
2 Koningen 9:14 2 Koningen 8:28 1 Koningen 22:3 2 Koningen 15:30 1 Koningen 16:16 2 Koningen 8:12 1 Koningen 15:27 2 Koningen 9:31 1 Koningen 16:7
2 Koningen 9:15 2 Koningen 8:29 2 Kronieken 22:6 1 Samuël 27:9
2 Koningen 9:16 2 Koningen 8:28 2 Kronieken 22:6
2 Koningen 9:17 1 Samuël 16:4 1 Koningen 2:15 2 Koningen 9:19 Ezechiël 33:2 Lukas 10:5 2 Samuël 13:34 Jesaja 21:6 Jesaja 62:6
2 Koningen 9:18 2 Koningen 9:22 2 Koningen 9:19 Jeremia 16:5 Jesaja 59:8 Jesaja 48:22 Romeinen 3:17
2 Koningen 9:20 2 Samuël 18:27 Habakuk 3:12 Habakuk 1:6 Prediker 9:10 1 Koningen 19:17 Daniël 11:44 2 Koningen 10:16 Jesaja 54:16
2 Koningen 9:21 1 Koningen 21:1 2 Kronieken 22:7 1 Koningen 20:14 2 Koningen 9:25 Micha 1:13 1 Koningen 21:15 Numeri 20:14
2 Koningen 9:22 1 Koningen 16:30 2 Kronieken 21:13 1 Koningen 18:4 1 Koningen 19:1 Openbaring 18:3 Nahum 3:4 1 Koningen 21:25 1 Koningen 21:8
2 Koningen 9:23 2 Koningen 11:14 2 Kronieken 23:13
2 Koningen 9:24 1 Koningen 22:34 Job 20:23 Spreuken 21:30 1 Thessalonicenzen 5:3 Prediker 8:12 Psalmen 50:22
2 Koningen 9:25 1 Koningen 21:19 1 Koningen 21:24 Jesaja 13:1 Mattheüs 11:30 Maleachi 1:1 Jeremia 23:33 Nahum 1:1
2 Koningen 9:26 Exodus 20:5 2 Kronieken 25:4 Ezechiël 18:19 Deuteronomium 24:16 Deuteronomium 5:9 2 Kronieken 24:25 1 Koningen 21:19
2 Koningen 9:27 Richteren 1:27 Jozua 17:11 1 Koningen 4:12 Spreuken 13:20 Richteren 5:19 1 Koningen 21:2 2 Kronieken 22:7 2 Korinthe 6:17
2 Koningen 9:28 2 Koningen 23:30 2 Kronieken 35:24 2 Koningen 23:20 2 Koningen 14:19 2 Koningen 12:21 2 Kronieken 25:28
2 Koningen 9:29 2 Kronieken 21:18 2 Koningen 8:16 2 Kronieken 22:1 2 Koningen 8:24
2 Koningen 9:30 Jeremia 4:30 Ezechiël 23:40 Jesaja 3:18 1 Koningen 19:1 1 Timotheüs 2:9 1 Petrus 3:3 Ezechiël 24:17
2 Koningen 9:31 1 Koningen 16:9
2 Koningen 9:32 Esther 1:10 Handelingen 12:20 Exodus 32:26 2 Kronieken 11:12 Psalmen 124:1 Esther 2:15 1 Kronieken 12:18 Psalmen 118:6
2 Koningen 9:33 Jesaja 25:10 1 Koningen 21:11 Mattheüs 5:13 Micha 7:10 Klaagliederen 1:15 Maleachi 4:3 Hebreeën 10:29 2 Koningen 7:20
2 Koningen 9:34 1 Koningen 16:31 1 Koningen 21:25 1 Koningen 18:41 Esther 3:15 Amos 6:4 Spreuken 10:7 Mattheüs 25:41 Jesaja 65:15
2 Koningen 9:35 Jeremia 36:30 Job 31:3 Jesaja 14:18 Handelingen 12:23 Jeremia 22:19 Prediker 6:3
2 Koningen 9:36 1 Koningen 21:23 2 Samuël 12:25 Leviticus 8:36 2 Koningen 14:25
2 Koningen 9:37 Jeremia 8:2 Jeremia 16:4 Psalmen 83:10 Jeremia 25:33 Jeremia 9:22 Prediker 6:3 Jeremia 22:19 Ezechiël 32:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 9 vers 1

zonen Zie 1 Kon. 20:35.

Hertaald: zonen Zie 1 Kon. 20:35.

Gord uw lenden, Zie 1 Kon. 18:46, en boven, 2 Kon. 4:29.

Hertaald: Gord uw lenden, Zie 1 Kon. 18:46 en hierboven 2 Kon. 4:29.

Ramoth in Gilead Zie Deut. 4:43. Het blijkt uit dit verhaal dat de Israëlieten deze stad weder van de Syriërs aan hun zijde gekregen hadden. Zie onder, vs.14, en de aantekeningen.

Hertaald: Ramoth in Gilead Zie Deut. 4:43. Uit dit verhaal blijkt dat de Israëlieten deze stad weer op de Syriërs veroverd hadden. Zie hieronder vers 14 en de aantekeningen daar.

2 Koningen 9 vers 2

de zoon van Jósafat, En is vervolgens te onderscheiden van een Jehu, die een profeet en de zoon van Hanani was. Zie 1 Kon. 16:1.

Hertaald: de zoon van Jósafat, Hij moet dus onderscheiden worden van de Jehu die profeet was en de zoon van Hanani. Zie 1 Kon. 16:1.

broederen, Dat is, zijner metgezellen, der andere krijgsofficieren en kapiteinen. Zie onder, vs.5.

Hertaald: broederen, Dat is: zijn metgezellen, de andere legerofficieren en hoofdmannen. Zie hieronder vers 5.

binnenste kamer Hebreeuws, kamer in kamer.

Hertaald: binnenste kamer Hebreeuws: kamer in kamer.

2 Koningen 9 vers 3

gezalfd Zie 1 Kon. 1:34.

Hertaald: gezalfd Zie 1 Kon. 1:34.

2 Koningen 9 vers 4

van den profeet, Anders, de jongeling, de profeet.

Hertaald: van den profeet, Anders: de jongeman, de profeet.

2 Koningen 9 vers 5

Ik heb een woord Dat is, ik heb u alleen in het heimelijke wat aan te zeggen. Daarom zal het u believen op te staan en mij in het bijzonder te horen.

Hertaald: Ik heb een woord Dat is: ik heb u alleen in het geheim iets te zeggen. Wilt u daarom opstaan en mij onder vier ogen aanhoren.

2 Koningen 9 vers 6

hij op, Namelijk, Jehu.

Hertaald: hij op, Namelijk: Jehu.

in huis; In de binnenste kamer, gelijk boven, vs.2.

Hertaald: in huis; In de binnenste kamer, zoals hierboven vers 2.

hij dan goot Namelijk, des profeten jongeling.

Hertaald: hij dan goot Namelijk: de jonge man van de profeet.

2 Koningen 9 vers 7

huis van Achab, Dat is, het geslacht. Zie 1 Kon. 14:10.

Hertaald: huis van Achab, Dat is: het geslacht. Zie 1 Kon. 14:10.

slaan, Dat is, ombrengen en uitroeien. Zie Gen. 8:21.

Hertaald: slaan, Dat is: ombrengen en uitroeien. Zie Gen. 8:21.

van de hand Dat is, hetwelk door last en bevel van Izebel vergoten is.

Hertaald: van de hand Dat is: dat op last en bevel van Izebel vergoten is.

2 Koningen 9 vers 8

wat mannelijk is, Zie 1 Kon. 14:10.

Hertaald: wat mannelijk is, Zie 1 Kon. 14:10.

den beslotene Dat is, ik zal niemand laten overblijven. Zie Deut. 32:36.

Hertaald: den beslotene Dat is: Ik zal niemand laten overblijven. Zie Deut. 32:36.

2 Koningen 9 vers 10

het stuk Hebreeuws, deel, of bezitting. Alzo onder, vs.21, 25,26, enz. Versta het stuk lands, of akkers, hetwelk den vromen Naboth door de valse beschuldigingen en loze praktijken van Izebel ontweldigd was. Zie 1 Kon. 21:23, en onder, vs.21, 25.

Hertaald: het stuk Hebreeuws: deel, of: bezitting. Zo ook hieronder vers 21, 25, 26, enzovoort. Versta hieronder het stuk land of de akker die de vrome Naboth door de valse beschuldigingen en listige streken van Izebel ontnomen was. Zie 1 Kon. 21:23, en hieronder vers 21 en 25.

lands Dit woord is hier ingevoegd uit vs.25.

Hertaald: lands Dit woord is hier ingevoegd op grond van vers 25.

2 Koningen 9 vers 11

Is het al wel? Hebreeuws, Is het vrede? Alzo onder, vs.17. Zie Gen. 29:6.

Hertaald: Is het al wel? Hebreeuws: is het vrede? Zo ook hieronder vers 17. Zie Gen. 29:6.

onzinnige Zo worden de profeten en de dienaren Gods genoemd van de wereldse en goddeloze mensen, omdat zij hun leer niet begrijpen en hun doen niet verdragen kunnen, Joh. 10:20; Hand. 26:24. Mogelijk hebben zij den profeten dezen naam gegeven, omdat zij enige extraordinaire gebaren of manieren van doen over zich hadden, als de Geest des Heeren vaardig over hen werd. Zie 1 Sam. 18:10.

Hertaald: onzinnige Zo worden de profeten en de dienaren van God door wereldse en goddeloze mensen genoemd, omdat zij hun leer niet begrijpen en hun optreden niet kunnen verdragen, Joh. 10:20; Hand. 26:24. Mogelijk hebben zij de profeten deze naam gegeven omdat die buitengewone gebaren of gedragingen vertoonden wanneer de Geest van de HEERE vaardig over hen werd. Zie 1 Sam. 18:10.

Gij kent den man Dat is, gij kunt merken dat hij een profeet is, en omdat hij zulk een is, kunt gij oordelen wat hij pleegt te spreken, te weten een ieder tot zijn schuldigen plicht te vermanen, gelijk hij aan mij gedaan heeft.

Hertaald: Gij kent den man Dat is: u kunt zien dat hij een profeet is, en omdat hij dat is, kunt u wel raden wat hij gewoonlijk zegt, namelijk ieder tot zijn plicht vermanen, zoals hij ook bij mij gedaan heeft.

2 Koningen 9 vers 12

Zo en zo Hebreeuws, na dit en na dit.

Hertaald: Zo en zo Hebreeuws: naar dit en naar dit.

2 Koningen 9 vers 13

legde het Te weten, tot een teken dat zij zich Jehu als hun heer en koning onderwierpen. Vergelijk Matt. 21:7.

Hertaald: legde het Namelijk: als teken dat zij zich aan Jehu als hun heer en koning onderwierpen. Vergelijk Matth. 21:7.

op den hoogsten Hebreeuws, op de hoogte der trappen. Versta [naar het meeste gevoelen der geleerden], een hoge en verheven plaats, verspreid met der kapiteinen opperklederen, die inplaats van tapijten waren, op welke zij Jehu gezet hebben.

Hertaald: op den hoogsten Hebreeuws: op de hoogte van de trappen. Versta hieronder [volgens de meeste geleerden] een hoge en verheven plaats, bedekt met de bovenkleren van de hoofdmannen, die als tapijten dienden en waarop zij Jehu gezet hebben.

2 Koningen 9 vers 14

een verbintenis Zie van de betekenis des Hebreeuwsen woords 1 Kon. 15:27.

Hertaald: een verbintenis Zie over de betekenis van het Hebreeuwse woord 1 Kon. 15:27.

bewaard, Dat is, voorzien, verzekerd en gesterkt met krijgsvolk.

Hertaald: bewaard, Dat is: van bezetting voorzien, beveiligd en versterkt met krijgsvolk.

2 Koningen 9 vers 15

te Jizreël Zie hiervan boven, 2 Kon. 8:29.

Hertaald: te Jizreël Zie hierover hierboven 2 Kon. 8:29.

wil is, Hebreeuws, ziel. Zie Gen. 23:8. Dat is, zo gij het goedvindt, zo het u behaagt.

Hertaald: wil is, Hebreeuws: ziel. Zie Gen. 23:8. Dat is: als u het goedvindt, als het u behaagt.

Jizreël Waar de koning Joram was.

Hertaald: Jizreël Waar koning Joram was.

gaan verkondigen Te weten, dat ik koning geworden ben.

Hertaald: gaan verkondigen Namelijk: dat ik koning geworden ben.

2 Koningen 9 vers 16

lag aldaar; Te weten, krank van de wonden, die hem de Syriërs geslagen hadden. Zie vs.15.

Hertaald: lag aldaar; Namelijk: ziek van de wonden die de Syriërs hem toegebracht hadden. Zie vers 15.

2 Koningen 9 vers 18

Is het vrede? Dat is, gaat het wel? Is er geen zwarigheid of onraad? alzo onder, vs.19, 22. Zie Gen. 29:6.

Hertaald: Is het vrede? Dat is: gaat het goed? Is er geen moeilijkheid of onraad? Zo ook hieronder vers 19 en 22. Zie Gen. 29:6.

Wat hebt gij Hebreeuws, wat is u en den vrede? Dat is, wat hebt gij met den vrede te doen? Alzo in vs.19. Zie 2 Sam. 16:10.

Hertaald: Wat hebt gij Hebreeuws: wat is u en de vrede? Dat is: wat hebt u met de vrede te maken? Zo ook in vers 19. Zie 2 Sam. 16:10.

2 Koningen 9 vers 20

onzinniglijk Hebreeuws, in onzinnigheid, of met onzinnigheid; dat is met zulke snelheid en onstuimigheid, alsof hi onzinnig was en de paarden zoch den hals af te rijden.

Hertaald: onzinniglijk Hebreeuws: in onzinnigheid, of: met onzinnigheid; dat is: met zo'n snelheid en onstuimigheid alsof hij buiten zinnen was en de paarden de hals wilde afrijden.

2 Koningen 9 vers 21

lands Zie boven, vs.10.

Hertaald: lands Zie hierboven vers 10.

2 Koningen 9 vers 22

hoererijen Versta, geestelijke, welke is afgoderij. Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5.

Hertaald: hoererijen Versta hieronder de geestelijke hoererij, dat is de afgoderij. Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5.

toverijen Versta, de bedriegelijke praktijken, door welke Izebel de mensen tot de afgoderij aanlokte en vervolgde. Vergelijk Nah. 3:4.

Hertaald: toverijen Versta hieronder de bedrieglijke praktijken waarmee Izebel de mensen tot de afgoderij verlokte en daarin vasthield. Vergelijk Nah. 3:4.

2 Koningen 9 vers 23

zijn hand, Te weten, waarmede hij zichzelven omkeerde in den wagen, of zijn voerman de weet gaf, of ook zelf aan de strengen vatte, om den wagen af te wenden en de vlucht te nemen. Vergelijk 1 Kon. 22:34.

Hertaald: zijn hand, Namelijk: waarmee hij zich in de wagen omdraaide, of zijn wagenmenner een teken gaf, of ook zelf de teugels greep om de wagen te keren en te vluchten. Vergelijk 1 Kon. 22:34.

Het is bedrog, Dat is, Jehu is bedriegelijk en verraderlijk hier gekomen om mij te overvallen en te vermoorden.

Hertaald: Het is bedrog, Dat is: Jehu is hier met bedrog en verraad gekomen om mij te overvallen en te vermoorden.

2 Koningen 9 vers 24

spande den boog Hebreeuws, vulde zijn hand met den boog. Versta, dat hij al de kracht zijns arms bijbracht om den boog ten volle te spannen, uit te rekken en daarmede een geweldig schot te geven.

Hertaald: spande den boog Hebreeuws: vulde zijn hand met de boog. Versta hieronder dat hij alle kracht van zijn arm gebruikte om de boog volledig te spannen en uit te rekken en daarmee een krachtig schot te lossen.

schoot Hebreeuws, sloeg.

Hertaald: schoot Hebreeuws: sloeg.

kromde zich Dat is, zonk neder in zijn wagen.

Hertaald: kromde zich Dat is: zakte in elkaar in zijn wagen.

2 Koningen 9 vers 25

gedenk, Het schijnt dat Achab, als hij na den dood van Naboth, ging om zijn wijnberg in te nemen, bij zich gehad heeft enige hovelingen en krijgsofficieren, en dat onder dezen geweest zijn Jehu en Bidkar, en gehoord hebben de woorden, in vs.26 gesteld, van Elia tegen Achab uitgesproken.

Hertaald: gedenk, Het lijkt erop dat Achab, toen hij na de dood van Naboth diens wijngaard in bezit ging nemen, enkele hovelingen en legerofficieren bij zich had, dat Jehu en Bidkar daaronder waren, en dat zij de woorden gehoord hebben die in vers 26 staan en die Elia tegen Achab uitsprak.

last oplegde, Dat is, dit profetisch dreigement, of deze voorzegde straf. Zo wordt het woord last veel bij de profeten genomen, omdat de straffen zwaar zijn, zowel in het horen als zij verkondigd worden, als in het gevoelen, wanneer zij den mens dadelijk treffen; Jes. 13:1, en Jes. 15:1; Jer. 23:33-34; Nah. 1:1; Hab. 1:1; Zach. 9:1.

Hertaald: last oplegde, Dat is: dit profetische dreigement, of deze aangekondigde straf. Zo wordt het woord last vaak bij de profeten gebruikt, omdat de straffen zwaar zijn, zowel om aan te horen wanneer ze verkondigd worden als om te ondergaan wanneer ze de mens werkelijk treffen; Jes. 13:1, en Jes. 15:1; Jer. 23:33-34; Nah. 1:1; Hab. 1:1; Zach. 9:1.

2 Koningen 9 vers 26

Ik gisteravond Dit zijn de woorden des Heeren met een eed tegen Achab uitgesproken.

Hertaald: Ik gisteravond Dit zijn de woorden die de HEERE met een eed tegen Achab uitgesproken heeft.

zijner zonen, Hieruit kan afgenomen worden, dat niet alleen Naboth is vermoord geweest, maar ook zijne kinderen, opdat Achab te geruster het goed van Naboth bezitten mocht.

Hertaald: zijner zonen, Hieruit kan men opmaken dat niet alleen Naboth vermoord is, maar ook zijn kinderen, opdat Achab het bezit van Naboth des te geruster zou kunnen houden.

lands, Zie boven, vs.10.

Hertaald: lands, Zie hierboven vers 10.

zegt de HEERE Dat is, Ik heb het zekerlijk gezien, en Ik zal het u zekerlijk op dit stuk land vergelden. Zie van deze manier van zweren, ook Gode toegeschreven, Num. 14:23.

Hertaald: zegt de HEERE Dat is: Ik heb het zeker gezien, en Ik zal het u zeker op dit stuk land vergelden. Zie over deze manier van zweren, die ook aan God wordt toegeschreven, Num. 14:23.

2 Koningen 9 vers 27

weg van het huis des hofs; Dat is, die met bomen beplant was, zodat men in het vluchten daar beter dan elders verborgen kon zijn, om zekerlijk weg te komen.

Hertaald: weg van het huis des hofs; Dat is: een weg die met bomen beplant was, zodat men zich bij een vlucht daar beter kon verbergen dan elders en zo veilig kon wegkomen.

Slaat hem ook Dat is, brengt hem om, want hij was ook van het geslacht van Achab, te weten, van de zijde zijner moeder, die Achabs dochter was. Zie boven, 2 Kon. 8:18.

Hertaald: Slaat hem ook Dat is: brengt hem om; want ook hij was van het geslacht van Achab, namelijk van moederszijde, want zijn moeder was de dochter van Achab. Zie hierboven 2 Kon. 8:18.

Gur, Dit schijnt een plaats geweest te zijn op den weg naar Samaria, door welke Ahazia vluchtte, als Jehu bezig was met Joram om te brengen. Jehu nu ziende dat Ahazia hem ontgaan was, heeft zijn krijgslieden hem nagezonden. Deze, naar sommiger mening, zijn hem in deze plaats zo nabij gekomen, dat zij hem aldaar gekwetst hebben, doch niet dodelijk, zulks dat hij te Samaria ontkomen is, waar hij zich verstoken heeft, 2 Kron. 22:9, totdat hij daar ook vervolgd zijnde om tot Jehu gebracht te worden, dodelijk gewond is geworden, doch ontkomen te Megiddo, waar hij gestorven is.

Hertaald: Gur, Dit lijkt een plaats geweest te zijn aan de weg naar Samaria, waarlangs Ahazia vluchtte terwijl Jehu bezig was Joram om te brengen. Toen Jehu zag dat Ahazia hem ontkomen was, heeft hij zijn krijgslieden hem achterna gestuurd. Volgens sommigen zijn die hem op deze plaats zo dicht genaderd dat zij hem daar verwond hebben, maar niet dodelijk, zodat hij Samaria wist te bereiken en zich daar verborgen heeft, 2 Kron. 22:9. Toen hij ook daar opgespoord werd om bij Jehu gebracht te worden, is hij dodelijk gewond, maar wist hij naar Megiddo te ontkomen, waar hij gestorven is.

Jibleam is; Zie Joz. 17:11.

Hertaald: Jibleam is; Zie Joz. 17:11.

Megiddo, Zie 1 Kon. 9:15.

Hertaald: Megiddo, Zie 1 Kon. 9:15.

2 Koningen 9 vers 28

Davids Zie 1 Kon. 2:10.

Hertaald: Davids Zie 1 Kon. 2:10.

2 Koningen 9 vers 29

elfde jaar Dat is, in het einde van het elfde en begin van het twaalfde jaar. Zie boven, 2 Kon. 8:25.

Hertaald: elfde jaar Dat is: aan het eind van het elfde en het begin van het twaalfde jaar. Zie hierboven 2 Kon. 8:25.

2 Koningen 9 vers 30

blankette Hebreeuws, zette haar ogen in het blanketsel; dat is, heeft haar aangezicht met blanketsel bestreken. Het schijnt dat zij zich stoutelijk toegemaakt en opgepronkt heeft, om Jehu, als door een koninklijke majesteit, schrik en bedwelmheid aan te brengen.

Hertaald: blankette Hebreeuws: zette haar ogen in het blanketsel; dat is: zij bestreek haar gezicht met make-up. Het lijkt erop dat zij zich brutaalweg heeft opgemaakt en opgetooid om Jehu door een koninklijke uitstraling schrik en verbijstering aan te jagen.

2 Koningen 9 vers 31

poorte Te weten van het koninklijk paleis, waaruit Izebel keek.

Hertaald: poorte Namelijk: van het koninklijk paleis, waaruit Izebel keek.

o Zimri, Zij noemt Jehu een anderen Zimri, die zijn heer Ela, den koning Israëls, vermoord had, 1 Kon. 16:9-10, welke moord aan Zimri een gruwelijk einde door middel van Omri genomen had. Dit werpt nu Izebel Jehu voor, om hem te beschrikken, maar tevergeefs, omdat hem van God bevolen was te doen dat hij deed. Anders: Is het Zimri wel gegaan, die zijn heer doodsloeg?

Hertaald: o Zimri, Zij noemt Jehu een tweede Zimri, die zijn heer Ela, de koning van Israël, vermoord had, 1 Kon. 16:9-10; die moord had voor Zimri een gruwelijk einde tot gevolg door toedoen van Omri. Dat werpt Izebel Jehu nu voor om hem schrik aan te jagen, maar tevergeefs, omdat God hem bevolen had te doen wat hij deed. Anders: is het Zimri goed vergaan, die zijn heer doodsloeg?

2 Koningen 9 vers 32

Wie is met mij? Dit sprak Jehu tot degenen, die bij Izebel waren, vragende of iemand van hen zijn zaak toegedaan was.

Hertaald: Wie is met mij? Dit sprak Jehu tot degenen die bij Izebel waren, met de vraag of iemand van hen zijn zaak was toegedaan.

kamerlingen Dat is, jonkers, edellieden, hofofficieren, die in het gezelschap van Izebel waren, waar zij uit het venster keek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gesnedenen, hoedanig de kamerlingen der koninginnen en prinsessen in die tijden meest waren, en zulken mogen dezen geweest zijn. Zie Gen. 37:36.

Hertaald: kamerlingen Dat is: jonkers, edellieden en hofbeambten die bij Izebel waren, daar waar zij uit het venster keek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gesnedenen, en dat waren de kamerheren van koninginnen en prinsessen in die tijd meestal; zulke mensen kunnen ook dezen geweest zijn. Zie Gen. 37:36.

2 Koningen 9 vers 33

hij zeide Namelijk, Jehu.

Hertaald: hij zeide Namelijk: Jehu.

zij stieten haar Te weten, de kamerlingen.

Hertaald: zij stieten haar Namelijk: de kamerheren.

hij vertrad haar Namelijk, Jehu.

Hertaald: hij vertrad haar Namelijk: Jehu.

2 Koningen 9 vers 34

ingekomen was, Te weten, in het paleis.

Hertaald: ingekomen was, Namelijk: het paleis.

konings dochter Namelijk, van den koning der Sidoniërs, genoemd Eth-Baäl; 1 Kon. 16:31.

Hertaald: konings dochter Namelijk: van de koning van de Sidoniërs, Eth-Baäl geheten; 1 Kon. 16:31.

2 Koningen 9 vers 36

den dienst van Zijn knecht Elia, Hebreeuws, door de hand.

Hertaald: den dienst van Zijn knecht Elia, Hebreeuws: door de hand.

Op het stuk lands Zie boven, vs.10, en van deze profetie, zie 1 Kon. 21:23, waar, hoewel zoveel woorden niet staan, nochtans de zin dezer voorzegde vervulling te vinden is.

Hertaald: Op het stuk lands Zie hierboven vers 10; en zie over deze profetie 1 Kon. 21:23, waar de woorden weliswaar niet zo uitgebreid staan, maar waar toch de strekking van deze vervulde voorzegging te vinden is.

2 Koningen 9 vers 37

het veld, Hebreeuws, op het aangezicht des velds.

Hertaald: het veld, Hebreeuws: op het aangezicht van het veld.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joram (zoon van Achab)  — de HEERE is verheven

Zoon van Achab en broer van Ahazia, die hij als koning van Israël opvolgde omdat Ahazia geen zoon had. Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, hoewel minder dan zijn ouders, en verwijderde het opgerichte beeld van Baäl dat zijn vader gemaakt had. Niet te verwarren met Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda (2 Kon. 1:17; 3:1-3).

Hazaël  — God heeft gezien

Een dienaar van Benhadad, koning van Syrië, die door zijn heer naar Elisa gezonden werd om te vragen of hij van zijn ziekte zou genezen. Elisa voorzegde hem dat hij zelf koning zou worden en grote wreedheden tegen Israël zou begaan; de volgende dag verstikte Hazaël zijn heer met een natte deken en werd koning van Syrië in zijn plaats (2 Kon. 8:7-15). Later versloeg hij Israël in al zijn grondgebied (2 Kon. 10:32-33).

Ahazia (koning van Juda)  — de HEERE grijpt aan

Zoon van Jehoram en Athalia, en koning van Juda; hij wandelde in de weg van het huis van Achab, waarmee hij verzwagerd was. Hij trok met Joram van Israël ten strijde tegen Hazaël, en werd later, op bezoek bij de gewonde Joram, door Jehu gedood (2 Kon. 8:25-29; 9:27-28). Niet te verwarren met Ahazia, de zoon van Achab, koning van Israël.

Jehu  — de HEERE is Hij

Zoon van Josafat, zoon van Nimsi, legerhoofdman van Israël. Op last van Elisa werd hij door een profetenzoon tot koning over Israël gezalfd, met de opdracht het huis van Achab uit te roeien. Hij doodde koning Joram op het stuk land van Naboth, liet Izebel uit het venster werpen, roeide het gehele huis van Achab uit en vernietigde de dienst van Baäl in Israël, al week hij niet af van de gouden kalveren van Jerobeam (2 Kon. 9-10). Niet te verwarren met de profeet Jehu, de zoon van Hanani.

Bidkar  — zoon van steken (met een speer, onzeker)

Hoofdman van Jehu, aan wie deze opdroeg het lijk van koning Joram op het stuk land van Naboth te werpen (2 Kon. 9:25).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zalving van Jehu  — een jonge profetenzoon giet in het geheim olie op Jehu's hoofd met de woorden "Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des HEEREN, over Israel", en vlucht — waarna de hoofdlieden hem binnen enkele ogenblikken tot koning uitroepen (2 Kon. 9:6,13)

Elisa zendt een van de zonen der profeten met een oliekruik naar Ramoth in Gilead, met de opdracht Jehu apart te nemen, hem te zalven en daarna onmiddellijk te vluchten (2 Kon. 9:1-3). De jongeling doet zo, en voegt aan de zalving de opdracht toe: Jehu zal het huis van Achab slaan, opdat de HEERE het bloed van Zijn knechten de profeten wreekt van de hand van Izebel (2 Kon. 9:6-7). Het huis van Achab zal vergaan als dat van Jerobeam en dat van Baesa, en de honden zullen Izebel eten (2 Kon. 9:8-10). Buiten vragen de hoofdlieden spottend waarom die onzinnige bij hem geweest is (2 Kon. 9:11). Zodra Jehu vertelt wat er gezegd is, leggen zij hun klederen onder hem op de trap, blazen de bazuin en roepen: "Jehu is koning geworden!" (2 Kon. 9:12-13).

Bijbelse betekenis: Deze zalving voltrekt zich in een binnenkamer, door een naamloze jongen die daarna hard moet wegkomen. Het is nauwelijks een plechtigheid te noemen, en toch beslist zij over een dynastie. Veelzeggend is hoe de officieren de boodschapper eerst wegzetten: hij is in hun ogen een onzinnige, tot blijkt dat zijn woord hun eigen bevelhebber de troon geeft. Spot over een profeet houdt op zodra zijn boodschap voordeel oplevert. Merk op dat de opdracht van meet af aan begrensd is: Jehu wordt geroepen om een aangekondigd oordeel te voltrekken, niet om zelf te bepalen hoe ver dat oordeel reikt.

Typologie: Dat God juist het onaanzienlijke gebruikt om iets groots te beslissen, past bij Paulus’ woord: "het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; en het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken" (1 Kor. 1:27-28).

2 Kon. 9:1-13

Het stuk lands van Naboth  — Joram rijdt Jehu tegemoet en wordt getroffen op precies de akker die zijn vader zich toegeëigend had; Jehu laat hem daar werpen "naar het woord des HEEREN" (2 Kon. 9:26)

Twee ruiters van Joram vragen achtereenvolgens of het vrede is, en beiden voegen zich achter Jehu (2 Kon. 9:17-20). Dan rijdt de koning zelf uit, samen met Ahazia van Juda, en zij treffen Jehu juist op het stuk lands van Naboth de Jizreëliet (2 Kon. 9:21). Op Jorams vraag of het vrede is, antwoordt Jehu met een tegenvraag over de hoererijen en toverijen van zijn moeder Izebel (2 Kon. 9:22). Joram keert zijn hand om te vluchten en wordt door de pijl getroffen (2 Kon. 9:23-24). Jehu beveelt zijn hoofdman Bidkar het lichaam op die akker te werpen, en herinnert daarbij aan de dag dat zij beiden achter Achab reden en het oordeelswoord over het bloed van Naboth hoorden (2 Kon. 9:25-26; vgl. 1 Kon. 21:19). Ahazia vlucht, wordt onderweg geraakt en sterft te Megiddo (2 Kon. 9:27).

Bijbelse betekenis: De plaats is de prediking. Er wordt niet alleen een koning gedood, maar hij valt op de grond die zijn huis met gerechtelijke moord verworven had (reeds behandeld bij De vasten van Izebel, 1 Kon. 21). Twee getuigen die het oordeelswoord jaren eerder hadden horen uitspreken, rijden nu samen naar de vervulling ervan. Zo bewaart God Zijn woord langer dan mensen zich hun daden herinneren. Dat een geroofde akker uiteindelijk als graf dient, is een stille rekening: wat met bloed verkregen werd, gaf de rovers ten slotte niets dan een plaats om neer te vallen.

Typologie: Dat een woord van God tot in de kleinste bijzonderheden uitkomt, ook na jaren, bevestigt de Heere Jezus: "Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied" (Matt. 5:18).

2 Kon. 9:17-27; 1 Kon. 21:19

Het einde van Izebel  — Izebel wordt in Jizreël uit het venster gestoten, en van haar blijft zo weinig over dat Jehu erkent: "Dit is het woord des HEEREN, dat Hij gesproken heeft door den dienst van Zijn knecht Elia, den Thisbiet" (2 Kon. 9:36)

Als Izebel hoort dat Jehu de stad nadert, maakt zij haar aangezicht op, versiert haar hoofd en kijkt uit het venster (2 Kon. 9:30). Zij groet hem met een verwijzing naar Zimri, de moordenaar van zijn heer die maar zeven dagen regeerde (2 Kon. 9:31; vgl. 1 Kon. 16:15-18). Jehu roept omhoog wie aan zijn zijde staat; enkele kamerlingen stoten haar naar beneden (2 Kon. 9:32-33). Later beveelt hij haar als koningsdochter te begraven, maar wat men vindt is te weinig om te begraven (2 Kon. 9:34-35). Jehu erkent daarin het woord dat Elia jaren eerder uitgesproken had over de honden en het stuk lands van Jizreël (2 Kon. 9:36-37; vgl. 1 Kon. 21:23).

Bijbelse betekenis: De Schrift verhaalt dit kort en zonder er zich in te verlustigen, en zo hoort het ook nagesproken te worden. Twee dingen dragen het slot. Het eerste is de vervulling: wat Elia aan Achabs huis had aangezegd, valt tot in de bijzonderheden uit, jaren nadat de aanzegger zelf van de aarde weggenomen was. Het tweede is haar houding tot het laatst. Zij vraagt niet om genade en toont geen berouw, maar maakt zich op en spot; de vrouw die de profeten liet doden, sterft als wie zij geleefd heeft. Het slotwoord dat niemand meer zal kunnen zeggen dat dit Izebel is, laat zien hoe volstrekt een naam die zich tegen God verhief, kan verdwijnen.

Typologie: Dat God rechtvaardig vergeldt wie Zijn volk verdrukt hebben, bevestigt Paulus: "Alzo het recht is bij God verdrukking te vergelden dengenen, die u verdrukken" (2 Thess. 1:6).

2 Kon. 9:30-37; 1 Kon. 21:23; 1 Kon. 16:15-18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Koningen 9

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content