Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1NaamanH5283 nu, de krijgsoversteH8269 van den koningH4428 van SyrieH758, wasH1961 een groot manH376 voor het aangezichtH6440 zijns herenH113, en van hoog aanzien; want door hem had de HEEREH3068 den SyriersH758verlossingH8668gegevenH5414; zo wasH1961 deze manH376 een strijdbaarH2428heldH1368, doch melaatsH6879.Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.
KJVNow Naaman,1captain2of the host3of the king4of Syria,5was a great8man7with9his master,10and honourable,11because by him the LORD16had given15deliverance17unto Syria:18he was also a mighty21man19in valour,22but he was a leper.23
1וְ֠נַעֲמָןH5283NaamanNaaman2שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3צְבָ֨אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אֲרָ֜םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians6הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אִישׁ֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8גָּד֨וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10אֲדֹנָיו֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'11וּנְשֻׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield12פָנִ֔יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14ב֛וֹ15נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17תְּשׁוּעָ֖הH8668heil, verlossing, overwinningdeliverance, help, safety, salvation, victory18לַאֲרָ֑םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians19וְהָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20הָיָ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21גִּבּ֥וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man22חַ֖יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)23מְצֹרָֽעH6879melaats, melaatsen, melaatseleper, leprous
2En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En er waren bendenH1416 uit SyrieH758getogenH3318, en hadden een kleineH6996jonge dochterH5291 uit het landH776 van IsraelH3478gevankelijkH7617 gebracht, die in den dienstH6440 der huisvrouwH802 van NaamanH5283 was.En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.
KJVAnd the Syrians1had gone out2by companies,3and had brought away captive4out of the land5of Israel6a little8maid;7and she waited on10Naaman's12wife.11
1וַאֲרָם֙H758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians2יָצְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3גְדוּדִ֔יםH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)4וַיִּשְׁבּ֛וּH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away5מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7נַעֲרָ֣הH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)8קְטַנָּ֑הH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)9וַתְּהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12נַעֲמָֽןH5283NaamanNaaman
3Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Deze zeideH559totH413 haar vrouwH1404: OchH305, of mijn heerH113 ware voor het aangezichtH6440 van den profeetH5030, dieH834 te SamariaH8111 is, dan zou hij hem van zijn melaatsheidH6883ontledigenH622.Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.
KJVAnd she said1unto her mistress,3Would4God my lord5were with6the prophet7that is in Samaria!9for10he would recover11him of his leprosy.13
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גְּבִרְתָּ֔הּH1404vrouw, koninginlady, mistress4אַחֲלֵ֣יH305OchO that, would God5אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַנָּבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בְּשֹׁמְר֑וֹןH8111SamariaSamaria10אָ֛זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet11יֶאֱסֹ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw12אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִצָּרַעְתּֽוֹH6883melaatsheidleprosy
4Toen ging hij in en gaf het zijn heer te kennen, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die uit het land van Israel is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen ging hij in en gaf het zijn heerH113 te kennenH5046, zeggendeH559: Zo en zo heeft de jonge dochterH5291gesprokenH1696, dieH834 uit het landH776 van IsraelH3478 is.Toen ging hij in en gaf het zijn heer te kennen, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die uit het land van Israel is.
KJVAnd one went in,1and told2his lord,3saying,4Thus and thus said7the maid8that is of the land10of Israel.11
1וַיָּבֹ֕אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2וַיַּגֵּ֥דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter3לַאדֹנָ֖יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5כָּזֹ֤אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6וְכָזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7דִּבְּרָ֣הH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8הַֽנַּעֲרָ֔הH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Toen zeide de koning van Syrie: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israel zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zeideH559 de koningH4428 van SyrieH758: GaH3212 heen, komH935, en ik zal een briefH5612aanH413 den koningH4428 van IsraelH3478zendenH7971. En hij gingH3212 heen, en namH3947 in zijn handH3027tienH6235talentenH3603zilversH3701, en zesH8337duizendH505 sikkelen goudsH2091, en tienH6235wisselklederenH2487.Toen zeide de koning van Syrie: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israel zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.
KJVAnd the king2of Syria3said,1Go to,4go,5and I will send6a letter7unto the king9of Israel.10And he departed,11and took12with him13ten14talents15of silver,16and six17thousand18pieces of gold,19and ten20changes21of raiment.22
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֲרָם֙H758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians4לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5בֹּ֔אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6וְאֶשְׁלְחָ֥הH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7סֵ֖פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וַיֵּלֶךְ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13בְּיָד֜וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14עֶ֣שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen15כִּכְּרֵיH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent16כֶ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)17וְשֵׁ֤שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth18אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand19זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather20וְעֶ֖שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen21חֲלִיפ֥וֹתH2487wisselklederen, verandering, beurtenchange, course22בְּגָדִֽיםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
6En hij bracht den brief tot den koning van Israel, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naaman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij brachtH935 den briefH5612totH413 den koningH4428 van IsraelH3478, zeggendeH559: Zo wanneer nuH6258dezeH2088briefH5612 tot u zal gekomen zijn, zieH2009, ik heb mijn knechtH5650NaamanH5283totH413 u gezondenH7971, dat gij hem ontledigtH622 van zijn melaatsheidH6883.En hij bracht den brief tot den koning van Israel, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naaman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid.
KJVAnd he brought1the letter2to the king4of Israel,5saying,6Now when this letter9is come8unto thee, behold, I have therewith sent13Naaman16my servant17to thee, that thou mayest recover18him of his leprosy.19
1וַיָּבֵ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַסֵּ֔פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas8כְּב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9הַסֵּ֤פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see13שָׁלַ֤חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נַעֲמָ֣ןH5283NaamanNaaman17עַבְדִּ֔יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant18וַאֲסַפְתּ֖וֹH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw19מִצָּרַעְתּֽוֹH6883melaatsheidleprosy
7En het geschiedde, als de koning van Israel den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het geschiedde, alsH3588 de koningH4428 van IsraelH3478 den briefH5612gelezenH7121 had, dat hij zijn klederenH899scheurdeH7167, en zeideH559: Ben ikH589 dan GodH430, om te dodenH4191 en levendH2421 te maken, dat dezeH2088 tot mij zendtH7971, om een manH376 van zijn melaatsheidH6883 te ontledigenH622? WantH3588voorwaarH389, merktH3045tochH4994, en zietH7200, dat hijH1931 oorzaak tegen mij zoekt.En het geschiedde, als de koning van Israel den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.
Ook in dit vers
oorzaak zoektH579
KJVAnd it came to pass, when the king3of Israel4had read2the letter,6that he rent7his clothes,8and said,9Am I God,10to kill12and to make alive,13that this man15doth send16unto me to recover18a man19of his leprosy?20wherefore22consider,23I pray you, and see25how he seeketh a quarrel27against me.
1וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּקְרֹא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יִשְׂרָאֵ֨לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַסֵּ֜פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll7וַיִּקְרַ֣עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear8בְּגָדָ֗יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe9וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הַאֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אָ֨נִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12לְהָמִ֣יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13וּֽלְהַחֲי֔וֹתH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15זֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16שֹׁלֵ֣חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)17אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18לֶאֱסֹ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw19אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20מִצָּֽרַעְתּ֑וֹH6883melaatsheidleprosy21כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)23דְּעֽוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot24נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh25וּרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions26כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet27מִתְאַנֶּ֥הH579wedervaren, ontmoeten, oorzaak zoektbefall, deliver, happen, seek a quarrel28ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who29לִֽי
8Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israel zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar het geschiedde, als ElisaH477, de manH376GodsH430, gehoordH8085 had, datH3588 de koningH4428 van IsraelH3478 zijn klederenH899gescheurdH7167 had, dat hij totH413 den koningH4428zondH7971, om te zeggenH559: WaaromH4100 hebt gij uw klederenH899gescheurdH7167? Laat hem nu totH413 mij komenH935, zo zal hij wetenH3045, datH3588 er een profeetH5030 in IsraelH3478 is.Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israel zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is.
KJVAnd it was so, when Elisha3the man4of God5had heard2that the king8of Israel9had rent7his clothes,11that he sent12to the king,14saying,15Wherefore hast thou rent17thy clothes?18let him come19now to me, and he shall know22that there is24a prophet25in Israel.26
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֱלִישָׁ֣עH477ElisaElisha4אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7קָרַ֤עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe12וַיִּשְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why17קָרַ֖עְתָּH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear18בְּגָדֶ֑יךָH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe19יָבֹֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh21אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22וְיֵדַ֕עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot23כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24יֵ֥שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest25נָבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet26בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
9Alzo kwam Naaman met zijn paarden en met zijn wagen, en stond voor de deur van het huis van Elisa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Alzo kwamH935NaamanH5283 met zijn paardenH5483 en met zijn wagenH7393, en stondH5975 voor de deurH6607 van het huisH1004 van ElisaH477.Alzo kwam Naaman met zijn paarden en met zijn wagen, en stond voor de deur van het huis van Elisa.
KJVSo Naaman2came1with his horses3and with his chariot,4and stood5at the door6of the house7of Elisha.8
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2נַעֲמָ֖ןH5283NaamanNaaman3בְּסוּסָ֣יוH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)4וּבְרִכְבּ֑וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5וַיַּעֲמֹ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6פֶּֽתַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7הַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8לֶאֱלִישָֽׁעH477ElisaElisha
10Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zondH7971ElisaH477totH413 hem een bodeH4397, zeggendeH559: Ga heen en was u zevenmaalH7651 in de JordaanH3383, en uw vleesH1320 zal u wederkomenH7725, en gij zult reinH2891 zijn.Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.
KJVAnd Elisha3sent1a messenger4unto him, saying,5Go6and wash7in Jordan10seven8times,9and thy flesh12shall come again11to thee, and thou shalt be clean.14
1וַיִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֱלִישָׁ֖עH477ElisaElisha4מַלְאָ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הָל֗וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7וְרָחַצְתָּ֤H7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)8שֶֽׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9פְּעָמִים֙H6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel10בַּיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan11וְיָשֹׁ֧בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12בְּשָׂרְךָ֛H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13לְךָ֖14וּטְהָֽרH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)
11Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar NaamanH5283 werd zeer toornigH7107, en toog wegH3212, en zeideH559: ZieH2009, ik zeideH559 bij mijzelven: Hij zal zekerlijkH3318uitkomenH3318, en staanH5975, en den NaamH8034 des HEERENH3068, Zijns GodsH430, aanroepenH7121, en zijn handH3027 over de plaatsH4725strijkenH5130, en den melaatseH6879ontledigenH622.Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.
KJVBut Naaman2was wroth,1and went away,3and said,4Behold, I thought,6He will surely8come out9to me, and stand,10and call11on the name12of the LORD13his God,14and strike15his hand16over the place,18and recover19the leper.20
1וַיִּקְצֹ֥ףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth2נַעֲמָ֖ןH5283NaamanNaaman3וַיֵּלַ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see6אָמַ֜רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵלַ֣יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8יֵצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9יָצ֗וֹאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10וְעָמַד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11וְקָרָא֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12בְּשֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהָ֔יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וְהֵנִ֥יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave16יָד֛וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)19וְאָסַ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw20הַמְּצֹרָֽעH6879melaats, melaatsen, melaatseleper, leprous
12Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zijn niet AbanaH71 en FarparH6554, de rivierenH5104 van DamaskusH1834, beterH2896 dan alleH3605waterenH4325 van IsraelH3478; zou ik mij in die nietH3808 kunnen wassenH7364 en reinH2891 worden? Zo wenddeH6437 hij zich, en toog wegH3212 met grimmigheidH2534.Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.
KJVAre not Abana3and Pharpar,4rivers5of Damascus,6better2than all the waters8of Israel?9may I not wash11in them, and be clean?13So he turned14and went away15in a rage.16
1הֲלֹ֡אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2טוֹב֩H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)3אֲמָנָ֨הH549AmanaAmana4וּפַרְפַּ֜רH6554FarparPharpar5נַהֲר֣וֹתH5104rivier, rivieren, stromenflood, river6דַּמֶּ֗שֶׂקH1834Damaskus, DamaskenerDamascus7מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מֵימֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10הֲלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֶרְחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)12בָּהֶ֖ם13וְטָהָ֑רְתִּיH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)14וַיִּ֖פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)15וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16בְּחֵמָֽהH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen tradenH5066 zijn knechtenH5650 toe, en sprakenH1696totH413 hem, en zeidenH559: Mijn vaderH1, zo die profeetH5030 tot u een groteH1419zaakH1697gesprokenH1696 had, zoudt gij ze nietH3808gedaanH6213 hebben? HoeveelH637 te meer, naardienH3588 hij totH413 u gezegdH559 heeft: Was u, en gij zult reinH2891 zijn?Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?
KJVAnd his servants2came near,1and spake3unto him, and said,5My father,6if the prophet9had bid10thee do some great8thing,7wouldest thou not have done13it? how much rather then,14when he saith16to thee, Wash,18and be clean?19
1וַיִּגְּשׁ֣וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2עֲבָדָיו֮H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3וַיְדַבְּר֣וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֵלָיו֒H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7דָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8גָּד֗וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9הַנָּבִ֛יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תַעֲשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14וְאַ֛ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18רְחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)19וּטְהָֽרH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)
14Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zo klomH3381 hij af, en doopteH2881 zich in de JordaanH3383zevenmaalH7651, naar het woordH1697 van den manH376GodsH430; en zijn vleesH1320 kwam weder, gelijk het vleesH1320 van een kleinenH6996jongenH5288; en hij werd reinH2891.Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.
KJVThen went he down,1and dipped2himself seven4times5in Jordan,3according to the saying6of the man7of God:8and his flesh10came again9like unto the flesh11of a little13child,12and he was clean.14
1וַיֵּ֗רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2וַיִּטְבֹּ֤לH2881doopte, dopen, indopendip, plunge3בַּיַּרְדֵּן֙H3383JordaanJordan4שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5פְּעָמִ֔יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel6כִּדְבַ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9וַיָּ֣שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10בְּשָׂר֗וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11כִּבְשַׂ֛רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin12נַ֥עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)13קָטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)14וַיִּטְהָֽרH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)
15Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen keerdeH7725 hij weder tot den manH376GodsH430, hijH1931 en zijn ganseH3605heirH4264, en kwamH935, en stondH5975 voor zijn aangezichtH6440 en zeideH559: ZieH2009, nu weetH3045 ik, dat er geenH369GodH430 is op de ganseH3605aardeH776, dan in IsraelH3478! Nu dan, neemH3947tochH4994 een zegenH1293vanH854 uw knechtH5650.Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.
KJVAnd he returned1to the man3of God,4he and all his company,7and came,8and stood9before10him: and he said,11Behold, now I know14that there is no God17in all the earth,19but in Israel:22now therefore, I pray thee, take24a blessing26of thy servant.28
1וַיָּשָׁב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4הָאֱלֹהִ֜יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַחֲנֵ֗הוּH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8וַיָּבֹא֮H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9וַיַּעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10לְפָנָיו֒H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see13נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh14יָדַ֨עְתִּי֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet22בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23וְעַתָּ֛הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas24קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win25נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh26בְרָכָ֖הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present27מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix28עַבְדֶּֽךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
16Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme! En hij hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij weigerde het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar hij zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, indienH518 ik het nemeH3947! En hij hieldH6484 bij hem aan, opdat hij het namH3947, doch hij weigerdeH3985 het.Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme! En hij hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij weigerde het.
KJVBut he said,1As the LORD3liveth,2before6whom I stand,5I will receive8none. And he urged9him to take11it; but he refused.12
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָמַ֥דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6לְפָנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8אֶקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9וַיִּפְצַרH6484hield, drong, drongenpress, urge, stubbornness10בּ֥וֹ11לָקַ֖חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12וַיְמָאֵֽןH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly
17En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En NaamanH5283zeideH559: Zo nietH3808; laat tochH4994 uw knechtH5650gegevenH5414 worden een lastH4853aardeH127 van een jukH6776muildierenH6505; wantH3588 uw knechtH5650 zal nietH3808meerH5750brandofferH5930ofH518slachtofferH2077 aan andere godenH430doenH6213, maarH3588 den HEEREH3068.En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.
KJVAnd Naaman2said,1Shall there not then, I pray thee, be given4to thy servant6two8mules'9burden7of earth?10for thy servant15will henceforth offer13neither burnt offering16nor sacrifice17unto other19gods,18but unto the LORD.22
1וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נַעֲמָן֒H5283NaamanNaaman3וָלֹ֕אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יֻתַּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6לְעַבְדְּךָ֔H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7מַשָּׂ֥אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute8צֶֽמֶדH6776juk, paar, bunderenacre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen)9פְּרָדִ֖יםH6505muildieren, muildier, muilezelenmule10אֲדָמָ֑הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land11כִּ֡יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12לֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יַעֲשֶׂה֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14ע֨וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)15עַבְדְּךָ֜H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant16עֹלָ֤הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)17וָזֶ֨בַח֙H2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice18לֵאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange20כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet22לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht: wanneer mijn heer in het huis van Rimmon zal gaan, om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18In dezeH2088zaakH1697vergeveH5545 de HEEREH3068 uw knechtH5650: wanneer mijn heerH113 in het huisH1004 van RimmonH7417 zal gaan, om zich daarH8033 neder te buigen, en hij opH5921 mijn handH3027leunenH8172 zal en ik mij in hetH1931huisH1004 van RimmonH7417nederbuigenH7812 zal; als ik mij alzo nederbuigenH7812 zal in het huisH1004 van RimmonH7417, de HEEREH3068vergeveH5545 toch uw knechtH5650 in dezeH2088zaakH1697.In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht: wanneer mijn heer in het huis van Rimmon zal gaan, om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak.
Ook in dit vers
neder buigenH7812
KJVIn this thing1the LORD4pardon3thy servant,5that when my master7goeth6into the house8of Rimmon9to worship10there, and he leaneth13on my hand,15and I bow16myself in the house17of Rimmon:18when I bow down19myself in the house20of Rimmon,21the LORD23pardon22thy servant24in this thing.25
1לַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3יִסְלַ֥חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לְעַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6בְּב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'8בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9רִמּוֹן֩H7417Rimmon, Rimmon-methoar, RimmonoRemmon, Rimmon10לְהִשְׁתַּחֲוֺ֨תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship11שָׁ֜מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13נִשְׁעָ֣ןH8172steunen, gesteund, leundelean, lie, rely, rest (on, self), stay14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יָדִ֗יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16וְהִֽשְׁתַּחֲוֵ֨יתִי֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship17בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18רִמֹּ֔ןH7417Rimmon, Rimmon-methoar, RimmonoRemmon, Rimmon19בְּהִשְׁתַּחֲוָיָ֨תִי֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship20בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)21רִמֹּ֔ןH7417Rimmon, Rimmon-methoar, RimmonoRemmon, Rimmon22יִסְלַחH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare23יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24לְעַבְדְּךָ֖H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant25בַּדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work26הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
19En hij zeide tot hem: Ga in vrede. En hij ging van hem een kleine streek lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En hij zeideH559 tot hem: GaH3212 in vredeH7965. En hij gingH3212vanH854 hem een kleineH3530 streek landsH776.En hij zeide tot hem: Ga in vrede. En hij ging van hem een kleine streek lands.
KJVAnd he said1unto him, Go3in peace.4So he departed5from him a little7way.8
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֖וֹ3לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4לְשָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly5וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6מֵאִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7כִּבְרַתH3530kleine, kleine streek[idiom] little8אָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
20Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naaman, dien Syrier belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20GehaziH1522 nu, de jongenH5288 van ElisaH477, den manH376GodsH430, zeideH559: ZieH2009, mijn heerH113 heeft NaamanH5283, dien SyrierH761beletH2820, dat men uit zijn handH3027 niet genomenH3947 heeft, watH834 hij gebrachtH935 had; maarH3588zoH518 waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, ik zal hem nalopenH7323, en zal wat vanH854 hem nemenH3947!Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naaman, dien Syrier belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!
KJVBut Gehazi,2the servant3of Elisha4the man5of God,6said,1Behold, my master9hath spared8Naaman11this Syrian,12in not receiving14at his hands15that which he brought:18but, as the LORD20liveth,19I will run23after24him, and take25somewhat27of him.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2גֵּיחֲזִ֗יH1522GehaziGehazi3נַעַר֮H5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)4אֱלִישָׁ֣עH477ElisaElisha5אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הָאֱלֹהִים֒H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see8חָשַׂ֣ךְH2820onthouden, belet, inhoudenassuage, [idiom] darken, forbear, hinder, hold back, keep (back), punish, refrain, reserve, spare, withhold9אֲדֹנִ֗יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'10אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11נַעֲמָ֤ןH5283NaamanNaaman12הָֽאֲרַמִּי֙H761Syrier, Syriers, SyrischeSyrian, Aramitess13הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14מִקַּ֥חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15מִיָּד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הֵבִ֑יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop20יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23רַ֣צְתִּיH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post24אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with25וְלָקַחְתִּ֥יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win26מֵאִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix27מְאֽוּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
21Zo volgde Gehazi Naaman achterna. En toen Naaman zag, dat hij hem naliep, viel hij van den wagen af, hem tegemoet, en hij zeide: Is het wel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo volgdeH7291GehaziH1522NaamanH5283achternaH310. En toen NaamanH5283zagH7200, dat hij hem naliepH7323, vielH5307 hij van den wagenH4818 af, hem tegemoetH7125, en hij zeideH559: Is het wel?Zo volgde Gehazi Naaman achterna. En toen Naaman zag, dat hij hem naliep, viel hij van den wagen af, hem tegemoet, en hij zeide: Is het wel?
KJVSo Gehazi2followed1after3Naaman.4And when Naaman6saw5him running7after8him, he lighted down9from the chariot11to meet12him, and said,13Is all well?14
1וַיִּרְדֹּ֥ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2גֵּיחֲזִ֖יH1522GehaziGehazi3אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4נַֽעֲמָ֑ןH5283NaamanNaaman5וַיִּרְאֶ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6נַֽעֲמָן֙H5283NaamanNaaman7רָ֣ץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post8אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9וַיִּפֹּ֞לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10מֵעַ֧לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמֶּרְכָּבָ֛הH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)12לִקְרָאת֖וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way13וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14הֲשָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
22En hij zeide: Het is wel; mijn heer heeft mij gezonden, om te zeggen: Zie, nu straks zijn tot mij twee jongelingen uit de zonen der profeten, van het gebergte van Efraim gekomen; geef hun toch een talent zilvers en twee wisselklederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij zeideH559: Het is wel; mijn heerH113 heeft mij gezondenH7971, om te zeggenH559: ZieH2009, nuH6258straksH2088 zijn totH413 mij tweeH8147jongelingenH5288 uit de zonenH1121 der profetenH5030, van het gebergteH2022 van EfraimH669gekomenH935; geefH5414 hun tochH4994 een talentH3603zilversH3701 en tweeH8147wisselklederenH2487.En hij zeide: Het is wel; mijn heer heeft mij gezonden, om te zeggen: Zie, nu straks zijn tot mij twee jongelingen uit de zonen der profeten, van het gebergte van Efraim gekomen; geef hun toch een talent zilvers en twee wisselklederen.
KJVAnd he said,1All is well.2My master3hath sent4me, saying,5Behold, even now there be come9to me from mount13Ephraim14two11young men12of the sons15of the prophets:16give17them, I pray thee, a talent20of silver,21and two22changes23of garments.24
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁל֗וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly3אֲדֹנִי֮H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4שְׁלָחַ֣נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see7עַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas8זֶ֠הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֵלַ֧יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11שְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12נְעָרִ֛יםH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)13מֵהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14אֶפְרַ֖יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites15מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16הַנְּבִיאִ֑יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17תְּנָהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18נָּ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh19לָהֶם֙20כִּכַּרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent21כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)22וּשְׁתֵּ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two23חֲלִפ֥וֹתH2487wisselklederen, verandering, beurtenchange, course24בְּגָדִֽיםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
23En Naaman zeide: Belieft het u, neem twee talenten. En hij hield aan bij hem, en bond twee talenten zilvers in twee buidels, met twee wisselklederen, en hij legde ze op twee van zijn jongens, die ze voor zijn aangezicht droegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En NaamanH5283zeideH559: BelieftH2974 het u, neemH3947tweeH8147talentenH3603. En hij hieldH6555aanH413 bij hem, en bondH6696tweeH8147talentenH3603zilversH3701 in tweeH8147buidelsH2754, met tweeH8147wisselklederenH2487, en hij legde ze op twee van zijn jongensH5288, die ze voor zijn aangezichtH6440droegenH5375.En Naaman zeide: Belieft het u, neem twee talenten. En hij hield aan bij hem, en bond twee talenten zilvers in twee buidels, met twee wisselklederen, en hij legde ze op twee van zijn jongens, die ze voor zijn aangezicht droegen.
Ook in dit vers
leideH5414
KJVAnd Naaman2said,1Be content,3take4two talents.5And he urged6him, and boundtwo11talents9of silver10in two13bags,12with two18changes14of garments,15and laid16them upon twoof his servants;19and they bare20them before21him.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Als hij nu op de hoogte kwam, nam hij ze van hun hand, en bestelde ze in een huis; en hij liet de mannen gaan, en zij togen heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Als hij nu op de hoogteH6076kwamH935, namH3947 hij ze van hun handH3027, en besteldeH6485 ze in een huisH1004; en hij liet de mannenH7971 gaan, en zij togenH3212 heen.Als hij nu op de hoogte kwam, nam hij ze van hun hand, en bestelde ze in een huis; en hij liet de mannen gaan, en zij togen heen.
KJVAnd when he came1to the tower,3he took4them from their hand,5and bestowed6them in the house:7and he let the mengo,8and they departed.11
1וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָעֹ֔פֶלH6076Ofel, hoogteemerod, fort, strong hold, tower4וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5מִיָּדָ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6וַיִּפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7בַּבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8וַיְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11וַיֵּלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
25Daarna kwam hij in, en stond voor zijn heer. En Elisa zeide tot hem: Van waar, Gehazi? En hij zeide: Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Daarna kwamH935hijH1931 in, en stondH5975 voor zijn heerH113. En ElisaH477zeideH559totH413 hem: Van waar, GehaziH1522? En hij zeideH559: Uw knechtH5650 is noch herwaarts noch derwaarts gegaanH1980.Daarna kwam hij in, en stond voor zijn heer. En Elisa zeide tot hem: Van waar, Gehazi? En hij zeide: Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan.
KJVBut he went in,2and stood3before his master.5And Elisha8said6unto him, Whencecomest thou, Gehazi?10And he said,11Thy servant14went13no whither.9
1וְהוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2בָא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וַיַּעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֲדֹנָ֔יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֱלִישָׁ֔עH477ElisaElisha9מֵאַ֖יִןH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)10גֵּחֲזִ֑יH1522GehaziGehazi11וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הָלַ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14עַבְדְּךָ֖H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15אָ֥נֶהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)16וָאָֽנָהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)
26Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Maar hij zeideH559totH413 hem: GingH1980nietH3808 mijn hartH3820medeH834, als die manH376 zich omkeerdeH2015 van opH5921 zijn wagenH4818 u tegemoetH7125? Was het tijdH6256, om dat zilverH3701 te nemenH3947, en om klederenH899 te nemenH3947, en olijfbomenH2132, en wijngaardenH3754, en schapenH6629, en runderenH1241, en knechtenH5650, en dienstmaagdenH8198?Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?
KJVAnd he said1unto him, Went5not mine heart4with thee, when the man8turned7again from his chariot10to meet11thee? Is it a time12to receive13money,15and to receive16garments,17and oliveyards,18and vineyards,19and sheep,20and oxen,21and menservants,22and maidservants?23
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4לִבִּ֣יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5הָלַ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6כַּאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הָֽפַךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)8אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מֶרְכַּבְתּ֖וֹH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)11לִקְרָאתֶ֑ךָH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way12הַעֵ֞תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when13לָקַ֤חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַכֶּ֨סֶף֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)16וְלָקַ֣חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win17בְּגָדִ֔יםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe18וְזֵיתִ֤יםH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet19וּכְרָמִים֙H3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)20וְצֹ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)21וּבָקָ֔רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox22וַעֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant23וּשְׁפָחֽוֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant
27Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Daarom zal u de melaatsheidH6883 van NaamanH5283aanklevenH1692, en uw zaadH2233 in eeuwigheidH5769! Toen ging hij uit van voor zijn aangezichtH6440, melaatsH6879, wit als de sneeuwH7950.Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.
KJVThe leprosy1therefore of Naaman2shall cleave3unto thee, and unto thy seed5for ever.6And he went out7from his presence8a leper9as white as snow.10
1וְצָרַ֤עַתH6883melaatsheidleprosy2נַֽעֲמָן֙H5283NaamanNaaman3תִּֽדְבַּקH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take4בְּךָ֔5וּֽבְזַרְעֲךָH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time6לְעוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)7וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִלְּפָנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9מְצֹרָ֥עH6879melaats, melaatsen, melaatseleper, leprous10כַּשָּֽׁלֶגH7950sneeuw, sneeuwtijd, sneeuwwatersnow(-y)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 5:1— Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.Lukas 4:27→Numeri 12:10→Esther 9:4→Spreuken 21:31→Deuteronomium 2:37→Leviticus 13:44→2 Samuël 3:29→2 Koningen 7:3→
2 Koningen 5:2— En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.2 Koningen 6:23→2 Koningen 13:20→1 Samuël 13:17→Psalmen 123:2→Richteren 9:34→
2 Koningen 5:3— Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.2 Koningen 5:8→Mattheüs 8:2→1 Korinthe 4:8→Numeri 11:29→Handelingen 26:29→Lukas 17:12→Mattheüs 11:5→
2 Koningen 5:4— Toen ging hij in en gaf het zijn heer te kennen, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die uit het land van Israel is.Johannes 4:28→Johannes 1:42→1 Korinthe 1:26→2 Koningen 7:9→Markus 5:19→Markus 16:9→
2 Koningen 5:5— Toen zeide de koning van Syrie: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israel zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.Richteren 14:12→2 Koningen 8:8→Handelingen 8:18→Genesis 45:22→2 Koningen 5:22→Prediker 2:1→Numeri 22:17→2 Koningen 4:42→
2 Koningen 5:7— En het geschiedde, als de koning van Israel den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.1 Samuël 2:6→1 Koningen 20:7→Genesis 30:2→Deuteronomium 32:39→Lukas 11:54→Handelingen 14:14→Numeri 14:6→Deuteronomium 32:29→
2 Koningen 5:8— Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israel zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is.2 Koningen 5:7→Hosea 12:13→Ezechiël 2:5→2 Koningen 1:6→1 Koningen 18:36→2 Koningen 5:3→2 Koningen 5:15→Romeinen 11:13→
2 Koningen 5:9— Alzo kwam Naaman met zijn paarden en met zijn wagen, en stond voor de deur van het huis van Elisa.Handelingen 16:29→2 Koningen 3:12→Handelingen 16:37→2 Koningen 6:32→Jesaja 60:14→
2 Koningen 5:10— Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.Johannes 9:7→Leviticus 14:7→Leviticus 14:16→Mattheüs 15:23→2 Koningen 3:16→Jozua 6:4→Jozua 6:13→Numeri 19:4→
2 Koningen 5:11— Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.Spreuken 13:10→Johannes 4:48→Mattheüs 8:8→Hebreeën 12:25→Spreuken 3:7→Lukas 14:11→Johannes 6:66→Jesaja 55:8→
2 Koningen 5:12— Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.Spreuken 14:17→2 Koningen 5:17→Ezechiël 47:1→2 Koningen 2:8→2 Koningen 2:14→Jozua 3:15→Markus 1:9→Zacharia 13:1→
2 Koningen 5:13— Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?2 Koningen 6:21→2 Koningen 13:14→2 Koningen 2:12→1 Samuël 25:14→Maleachi 1:6→1 Koningen 20:31→1 Korinthe 1:27→Mattheüs 23:9→
2 Koningen 5:14— Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.Lukas 4:27→Job 33:25→2 Koningen 5:10→Lukas 5:13→Titus 2:14→2 Kronieken 20:20→Spreuken 25:11→Spreuken 9:9→
2 Koningen 5:15— Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.Daniël 2:47→1 Samuël 25:27→1 Samuël 17:46→Daniël 6:26→2 Koningen 5:8→Genesis 33:11→Daniël 3:29→Jozua 2:9→
2 Koningen 5:16— Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme! En hij hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij weigerde het.2 Koningen 3:14→2 Koningen 5:26→2 Koningen 5:20→Genesis 14:22→1 Koningen 17:1→Daniël 5:17→Handelingen 8:18→Handelingen 20:33→
2 Koningen 5:17— En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.Handelingen 26:18→2 Koningen 5:12→Romeinen 14:1→1 Thessalonicenzen 1:9→1 Petrus 4:3→Exodus 20:24→
2 Koningen 5:18— In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht: wanneer mijn heer in het huis van Rimmon zal gaan, om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak.2 Koningen 7:2→2 Koningen 7:17→Jeremia 50:20→2 Kronieken 30:18→Exodus 20:5→1 Koningen 19:18→2 Koningen 17:35→
2 Koningen 5:19— En hij zeide tot hem: Ga in vrede. En hij ging van hem een kleine streek lands.1 Samuël 1:17→Markus 5:34→Exodus 4:18→Lukas 8:48→1 Samuël 25:35→Johannes 16:12→Lukas 7:50→Hebreeën 5:13→
2 Koningen 5:20— Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naaman, dien Syrier belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!Exodus 20:7→2 Koningen 4:12→2 Koningen 4:36→2 Koningen 6:31→2 Koningen 4:31→Exodus 20:17→Johannes 13:2→Lukas 16:8→
2 Koningen 5:21— Zo volgde Gehazi Naaman achterna. En toen Naaman zag, dat hij hem naliep, viel hij van den wagen af, hem tegemoet, en hij zeide: Is het wel?Lukas 7:6→2 Koningen 9:17→Handelingen 10:25→Handelingen 8:31→2 Koningen 4:26→
2 Koningen 5:22— En hij zeide: Het is wel; mijn heer heeft mij gezonden, om te zeggen: Zie, nu straks zijn tot mij twee jongelingen uit de zonen der profeten, van het gebergte van Efraim gekomen; geef hun toch een talent zilvers en twee wisselklederen.2 Koningen 5:5→2 Koningen 2:3→2 Korinthe 12:16→Openbaring 21:8→Jesaja 59:3→Jeremia 9:3→Jeremia 9:5→Exodus 38:24→
2 Koningen 5:23— En Naaman zeide: Belieft het u, neem twee talenten. En hij hield aan bij hem, en bond twee talenten zilvers in twee buidels, met twee wisselklederen, en hij legde ze op twee van zijn jongens, die ze voor zijn aangezicht droegen.Lukas 11:54→2 Koningen 5:16→Jesaja 30:6→2 Koningen 6:3→2 Koningen 2:17→2 Koningen 12:10→1 Koningen 20:7→
2 Koningen 5:24— Als hij nu op de hoogte kwam, nam hij ze van hun hand, en bestelde ze in een huis; en hij liet de mannen gaan, en zij togen heen.Jozua 7:21→Jozua 7:11→1 Koningen 21:16→Jozua 7:1→Zacharia 5:3→Jesaja 29:15→Habakuk 2:6→
2 Koningen 5:25— Daarna kwam hij in, en stond voor zijn heer. En Elisa zeide tot hem: Van waar, Gehazi? En hij zeide: Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan.2 Koningen 5:22→Spreuken 30:20→Genesis 16:8→Mattheüs 26:15→2 Koningen 20:14→Handelingen 5:3→Johannes 13:26→Johannes 13:2→
2 Koningen 5:26— Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?2 Koningen 5:16→Spreuken 12:19→Mattheüs 10:8→1 Korinthe 9:11→2 Koningen 6:12→2 Korinthe 11:8→1 Korinthe 5:3→Genesis 14:23→
2 Koningen 5:27— Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.Exodus 4:6→Numeri 12:10→2 Koningen 15:5→2 Koningen 5:1→Handelingen 8:20→Handelingen 5:10→Jozua 7:25→Maleachi 2:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 5 vers 1— Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.
groot man
Dat is, van groot vermogen, uit oorzaak van zijn goede deugden en grote daden. Vergelijk Ex. 11:3.
Hertaald:groot man
Dat is: een man van groot aanzien, vanwege zijn goede eigenschappen en zijn grote daden. Vergelijk Ex. 11:3.
heren,
Namelijk, van den koning van Syrië. Alzo onder, vs.4, 18.
Hertaald:heren,
Namelijk: van de koning van Syrië. Zo ook hieronder vers 4 en 18.
en van hoog aanzien;
Hebreeuws, verheven van aangezicht; dat is, zeer groot geacht en gezien bij allen. Anders, aangenaam; naar een manier van spreken, van welke zie Gen. 32:30.
Hertaald:en van hoog aanzien;
Hebreeuws: verheven van aangezicht; dat is: door iedereen zeer geacht en gezien. Anders: aangenaam; naar een manier van spreken waarover Gen. 32:30 te raadplegen is.
verlossing
Te weten, in krijgsnoden en algemene gevaren des lands, door zijn wijzen raad en mannelijke daden.
Hertaald:verlossing
Namelijk: in oorlogsnood en algemeen gevaar voor het land, door zijn wijze raad en zijn dappere daden.
2 Koningen 5 vers 2— En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.
En er waren
Of, de Syriërs waren uitgetogen bij benden.
Hertaald:En er waren
Of: de Syriërs waren in benden uitgetrokken.
benden
Het Hebreeuwse woord betekent hopen en vergaderingen van krijgslieden, die in het land tot roven en plunderen uitvallen. Alzo 1 Sam. 30:8, onder, 2 Kon. 13:21, en 2 Kon. 24:2.
Hertaald:benden
Het Hebreeuwse woord betekent groepen en samenscholingen van krijgslieden die het land in trekken om te roven en te plunderen. Zo ook 1 Sam. 30:8; hieronder 2 Kon. 13:21, en 2 Kon. 24:2.
in den dienst
Hebreeuws, voor het aangezicht der huisvrouw van Naäman dat is, die Naämans huisvrouw diende. Alzo, voor iemands aangezicht staan, is hem dienen. Zie Deut. 1:38; 1 Kon. 1:2. Anders, die voor het aangezicht der huisvrouw van Naäman was; dat is, in haar tegenwoordigheid.
Hertaald:in den dienst
Hebreeuws: voor het aangezicht van de vrouw van Naäman; dat is: die de vrouw van Naäman diende. Zo betekent voor iemands aangezicht staan: hem dienen. Zie Deut. 1:38; 1 Kon. 1:2. Anders: die voor het aangezicht van de vrouw van Naäman was, dat is: in haar tegenwoordigheid.
2 Koningen 5 vers 3— Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.
ontledigen
Sommigen menen dat dit ziet op de afzondering van de melaatsen en hunne vergadering tot het volk, wanneer zij genezen waren. Zie Num. 12:14. Alzo onder, vs.6,7, 11. Hebreeuws, verzamelen. Welke manier van spreken, iemand van zijn melaatsheid verzamelen, zoveel is als de melaatsheid van iemand verzamelen; dat is, wegnemen; omdat hetgeen, hetwelk men verzamelt, weggenomen wordt van de plaats, vanwaar men het verzamelt. Zie Ps. 26:9.
Hertaald:ontledigen
Sommigen menen dat dit doelt op de afzondering van de melaatsen en op hun hereniging met het volk wanneer zij genezen waren. Zie Num. 12:14. Zo ook hieronder vers 6, 7 en 11. Hebreeuws: verzamelen. Die uitdrukking, iemand van zijn melaatsheid verzamelen, betekent zoveel als de melaatsheid van iemand verzamelen, dat is: wegnemen; want wat men verzamelt, wordt weggenomen van de plaats waarvandaan men het verzamelt. Zie Ps. 26:9.
2 Koningen 5 vers 4— Toen ging hij in en gaf het zijn heer te kennen, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die uit het land van Israel is.
hij
Namelijk, Naäman de Syriër, als men hem de woorden der Israëlietische dochter aangezegd had.
Hertaald:hij
Namelijk: Naäman de Syriër, toen men hem de woorden van het Israëlitische meisje had overgebracht.
in
Te weten, tot den koning, zijn heer.
Hertaald:in
Namelijk: naar de koning, zijn heer.
2 Koningen 5 vers 5— Toen zeide de koning van Syrie: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israel zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.
nam
Te weten, tot een vrijwillig geschenk om den profeet daarmede te vereren. Zie 1 Kon. 14:3.
Hertaald:nam
Namelijk: als vrijwillig geschenk om de profeet daarmee te vereren. Zie 1 Kon. 14:3.
in zijn hand
Dat is, met hem. Vergelijk 1 Sam. 9:8; 2 Sam. 8:10; 1 Kon. 14:3; onder, 2 Kon. 8:8.
Hertaald:in zijn hand
Dat is: met zich mee. Vergelijk 1 Sam. 9:8; 2 Sam. 8:10; 1 Kon. 14:3; hieronder 2 Kon. 8:8.
tien talenten
Zie van een talent Ex. 25:39.
Hertaald:tien talenten
Zie over een talent Ex. 25:39.
sikkelen gouds,
Zie van de waarde eens gemenen gouden sikkels Gen. 24:22; Num. 7:14.
Hertaald:sikkelen gouds,
Zie over de waarde van een gewone gouden sikkel Gen. 24:22; Num. 7:14.
wisselklederen
Zie Gen. 45:22.
Hertaald:wisselklederen
Zie Gen. 45:22.
2 Koningen 5 vers 6— En hij bracht den brief tot den koning van Israel, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naaman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid.
ontledigt
Te weten, door middel van uw profeet Elisa, gelijk men kan oordelen dit zijn mening geweest te zijn, uit hetgeen boven, vs.4, verhaald is; maar de koning Israëls heeft dit zo verstaan, alsof hij in eigen persoon door den brief belast geweest ware, den vorst Naäman van zijn melaatsheid te genezen, gelijk blijkt uit vs.7.
Hertaald:ontledigt
Namelijk: door middel van uw profeet Elisa; dat dit zijn bedoeling geweest is, kan men opmaken uit wat hierboven in vers 4 verteld is. Maar de koning van Israël heeft het zo opgevat alsof hem in de brief persoonlijk werd opgedragen vorst Naäman van zijn melaatsheid te genezen, zoals uit vers 7 blijkt.
2 Koningen 5 vers 7— En het geschiedde, als de koning van Israel den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.
zoekt
Te weten, om mij oorlog aan te doen indien ik dezen Naäman niet genees, want hij weet wel dat dit in mijn vermogen niet is.
Hertaald:zoekt
Namelijk: om mij oorlog aan te doen als ik deze Naäman niet genees; want hij weet heel goed dat dit niet in mijn vermogen ligt.
2 Koningen 5 vers 8— Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israel zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is.
Waarom hebt gij
Hij wil zeggen dat hij om deze oorzaak zijn klederen niet behoorde gescheurd, maar wel den Heere door hem raad gevraagd te hebben. Vergelijk boven, 2 Kon. 1:6, 2 Kon. 1:16.
Hertaald:Waarom hebt gij
Hij wil zeggen dat hij daarom zijn kleren niet had moeten scheuren, maar de HEERE door hem om raad had moeten vragen. Vergelijk hierboven 2 Kon. 1:6, 2 Kon. 1:16.
2 Koningen 5 vers 9— Alzo kwam Naaman met zijn paarden en met zijn wagen, en stond voor de deur van het huis van Elisa.
zijn wagen,
Of, zijn wagenen. Want het getal van één wordt met dit woord in zulks een zaak dikwijls voor het getal van velen genomen, gelijk Gen. 50:9; 1 Kon. 1:5, en 1 Kon. 10:26; Jes. 37:24.
Hertaald:zijn wagen,
Of: zijn wagens. Want het enkelvoud van dit woord wordt bij zo'n zaak vaak gebruikt voor een meervoud, zoals in Gen. 50:9; 1 Kon. 1:5, en 1 Kon. 10:26; Jes. 37:24.
2 Koningen 5 vers 10— Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.
zevenmaal
Noch de Jordaan noch de zevenvoudige wassing hadden het vermogen om de melaatsheid te genezen, maar alleen de kracht Gods, die daardoor wilde werken.
Hertaald:zevenmaal
Noch de Jordaan noch het zevenvoudige wassen had de kracht om de melaatsheid te genezen, maar alleen de kracht van God, Die daardoor wilde werken.
wederkomen,
Te weten, dat door de melaatsheid u afgenomen en afgeteerd is.
Hertaald:wederkomen,
Namelijk: het vlees dat u door de melaatsheid ontnomen en weggeteerd was.
gij zult rein zijn
Hebreeuws, word rein; dat is, gij zult zekerlijk rein worden. Alzo vs.13.
Hertaald:gij zult rein zijn
Hebreeuws: word rein; dat is: u zult zeker rein worden. Zo ook vers 13.
2 Koningen 5 vers 11— Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.
ik zeide
Anders, ik zeide: Tot mij zal hij zekerlijk uitkomen, enz.
Hertaald:ik zeide
Anders: ik zei: hij zal zeker naar mij toe komen, enzovoort.
den melaatse
Dat is, mij van mijn melaatsheid genezen. Anders, het melaatse; dat is, de melaatsheid wegnemen. Zie boven, vs.3.
Hertaald:den melaatse
Dat is: mij van mijn melaatsheid genezen. Anders: het melaatse, dat is: de melaatsheid wegnemen. Zie hierboven vers 3.
2 Koningen 5 vers 12— Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.
Abána
Anders genaamd Amana, en bij de historieschrijvers Adonis.
Hertaald:Abána
Elders Amana genoemd, en bij de geschiedschrijvers Adonis.
Farpar,
In de historiën genaamd Orontes.
Hertaald:Farpar,
In de geschiedschrijving Orontes genoemd.
zou ik
Hij meende dat de kracht des wates hem zou kunnen genezen, daar het maar een teken en middel was van de beloofde genezing.
Hertaald:zou ik
Hij meende dat de kracht van het water hem zou kunnen genezen, terwijl dat slechts een teken en middel van de beloofde genezing was.
2 Koningen 5 vers 13— Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?
Mijn vader,
Dit is een benaming van eerbied, liefde en vreze, die de onderzaten plegen hun oversten te geven, wanneer deze zich als vaders met de daad vertonen. Vergelijk de aantekening Gen. 41:43.
Hertaald:Mijn vader,
Dit is een aanspreekvorm van eerbied, liefde en ontzag, die onderdanen gewoonlijk aan hun meerderen geven wanneer die zich metterdaad als vaders gedragen. Vergelijk de aantekening bij Gen. 41:43.
grote zaak
Dat is, u wat zwaars geboden had.
Hertaald:grote zaak
Dat is: u iets zwaars opgedragen had.
2 Koningen 5 vers 15— Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.
zijn ganse heir,
Hebreeuws, zijn ganse leger. Versta hierdoor al degenen, die hij met zich in deze reis genomen had, en die in menigte als een heirleger waren.
Hertaald:zijn ganse heir,
Hebreeuws: zijn hele leger. Versta hieronder allen die hij op deze reis had meegenomen en die in aantal een legermacht vormden.
zegen
Dat is, geschenk. Zie Gen. 33:11.
Hertaald:zegen
Dat is: geschenk. Zie Gen. 33:11.
2 Koningen 5 vers 16— Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme! En hij hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij weigerde het.
voor Wiens
Dat is, denwelken ik dien. Zie Deut. 10:8.
Hertaald:voor Wiens
Dat is: Die ik dien. Zie Deut. 10:8.
indien
Versta daarop, de Heere straffe mij. Want in het eedzweren hebben de Hebreën gemeenlijk de straf verzwegen. Zie Gen. 14:23.
Hertaald:indien
Vul aan: de HEERE straffe mij. Want bij het zweren lieten de Hebreeën de straf gewoonlijk onuitgesproken. Zie Gen. 14:23.
2 Koningen 5 vers 17— En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.
Zo niet;
Dat is, indien gij mijne giften niet wilt ontvangen, gun mij slechts een andere bede, die ik u nu ga voorstellen. Zie een gelijke manier van spreken 2 Sam. 13:26.
Hertaald:Zo niet;
Dat is: als u mijn giften niet wilt aannemen, sta mij dan alleen een ander verzoek toe, dat ik u nu ga voorleggen. Zie een soortgelijke manier van spreken in 2 Sam. 13:26.
uw knecht
Dat is, mij die u dienst schuldig ben.
Hertaald:uw knecht
Dat is: mij, die u dienst verschuldigd ben.
gegeven
Hij verzoekt van den profeet twee dingen:<i>I.</i> van des lands aarde met zich in Syrië te voeren, om daarvan een altaar te maken, waarop hij den Heere offerande doen zou;<i>II.</i> dat het hem vergeven zou worden, als hij in het huis van de afgod Rimmon zijnen heer ten dienste wezen zou. Waarmede hij wel toont een goed voornemen om den waren God te dienen, maar niet naar wetenschap, menende dat de ene aarde heiliger was dan de andere, en dat men God ergens elders offeranden mocht doen dan in Jeruzalem, en biddende om vergiffenis van hetgeen hij doen zou met kwetsing zijner eigen conscientie en ergernis van anderen.
Hertaald:gegeven
Hij vraagt de profeet twee dingen: I. dat hij aarde van dit land mag meenemen naar Syrië, om daarvan een altaar te maken waarop hij de HEERE zou offeren; II. dat het hem vergeven zal worden wanneer hij zijn heer moet bijstaan in het huis van de afgod Rimmon. Daarmee toont hij wel een goed voornemen om de ware God te dienen, maar zonder inzicht: hij meende dat de ene aarde heiliger was dan de andere, en dat men God ook ergens anders dan in Jeruzalem offers mocht brengen; en hij vraagt om vergeving van iets wat hij zou doen met schending van zijn eigen geweten en tot ergernis van anderen.
van een juk muildieren;
Dat is, zoveel als twee muilen tevens dragen kunnen.
Hertaald:van een juk muildieren;
Dat is: zoveel als twee muildieren tegelijk kunnen dragen.
2 Koningen 5 vers 18— In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht: wanneer mijn heer in het huis van Rimmon zal gaan, om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak.
mijn heer
Te weten, de koning van Syrië alzo boven, vs.1, 4.
Hertaald:mijn heer
Namelijk: de koning van Syrië; zo ook hierboven vers 1 en 4.
Rimmon
De naam van een afgod, dien de Syriërs dienden.
Hertaald:Rimmon
De naam van een afgod die de Syriërs dienden.
buigen,
Te weten, met aanbidding.
Hertaald:buigen,
Namelijk: in aanbidding.
nederbuigen
Niet om den afgod te aanbidden, of enige godsdienstige eer te bewijzen, maar om zijn koning te dienen, die op zijn hand leunde, wanneer hij zich voor zijn afgod nederboog; waarom ook Naäman genoodzaakt werd zich te buigen.
Hertaald:nederbuigen
Niet om de afgod te aanbidden of hem enige godsdienstige eer te bewijzen, maar om zijn koning te dienen, die op zijn hand leunde wanneer hij zich voor zijn afgod neerboog; daardoor was ook Naäman genoodzaakt zich te buigen.
vergeve toch
Zo verstond hij dan wel dat de nederbuiging voor de afgoden, ofschoon dien ter ere niets gedaan wordt, zonder zonde niet kan geschieden.
Hertaald:vergeve toch
Hij begreep dus wel dat het neerbuigen voor de afgoden niet zonder zonde kan gebeuren, ook al wordt het niet gedaan om hen te eren.
2 Koningen 5 vers 19— En hij zeide tot hem: Ga in vrede. En hij ging van hem een kleine streek lands.
Ga in vrede
De profeet, zonder hiermede te antwoorden op zijn verzoek of hem hetzelve toe te staan, wenst hem alleen den zegen des Heeren. vs.18 kan ook aldus bekwamelijk naar Hebreeuwsen tekst worden overgezet: In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht; wanneer mijn heer in het huis Rimmons is ingegaan om zich daar neder te buigen, en hij zich op mijn hand geleund heeft, en ik mij in het huis Rimmons heb nedergebogen; als ik mij [alzo] heb nedergebogen in het huis Rimmons, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak; sprekende alzo niet van het toekomende, maar van het verledene, waarvan hij vergiffenis begeert. Zie een gelijk antwoord 1 Sam. 1:17.
Hertaald:Ga in vrede
De profeet wenst hem alleen de zegen van de HEERE toe, zonder daarmee op zijn verzoek te antwoorden of het hem toe te staan. Vers 18 kan naar de Hebreeuwse tekst ook goed zo vertaald worden: in deze zaak vergeve de HEERE uw knecht — toen mijn heer het huis van Rimmon binnenging om zich daar neer te buigen en hij op mijn hand leunde, en ik mij in het huis van Rimmon neerboog; toen ik mij [zo] neerboog in het huis van Rimmon, vergeve de HEERE toch uw knecht in deze zaak. Zo spreekt hij niet over de toekomst, maar over het verleden, waarvoor hij vergeving vraagt. Zie een soortgelijk antwoord in 1 Sam. 1:17.
kleine streek lands
Zie Gen. 35:16.
Hertaald:kleine streek lands
Zie Gen. 35:16.
2 Koningen 5 vers 20— Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naaman, dien Syrier belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!
zeide
Te weten, bij zichzelven, gelijk boven, vs.11, en Gen. 20:11.
Hertaald:zeide
Namelijk: bij zichzelf, zoals hierboven vers 11 en Gen. 20:11.
2 Koningen 5 vers 21— Zo volgde Gehazi Naaman achterna. En toen Naaman zag, dat hij hem naliep, viel hij van den wagen af, hem tegemoet, en hij zeide: Is het wel?
viel hij
Dat is, trad metterhaast daarvan. Vergelijk Gen. 24:64; idem Joh. 15:18, en Richt. 1:14.
Hertaald:viel hij
Dat is: hij stapte er haastig van af. Vergelijk Gen. 24:64; eveneens Joh. 15:18 en Richt. 1:14.
Is het wel?
Hebreeuws, is het vrede? Zie boven, 2 Kon. 4:26, en zo in het volgende.
Hertaald:Is het wel?
Hebreeuws: is het vrede? Zie hierboven 2 Kon. 4:26, en zo ook in het vervolg.
2 Koningen 5 vers 24— Als hij nu op de hoogte kwam, nam hij ze van hun hand, en bestelde ze in een huis; en hij liet de mannen gaan, en zij togen heen.
op de hoogte
Een hoogte of heuvel, gelegen niet ver van Samaria, waar Elisa nu woonde.
Hertaald:op de hoogte
Een hoogte of heuvel niet ver van Samaria, waar Elisa toen woonde.
bestelde ze
Of, legde ze weg, of gaf ze te bewaren.
Hertaald:bestelde ze
Of: legde ze weg, of: gaf ze in bewaring.
2 Koningen 5 vers 26— Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?
Ging niet
Hij wil zeggen: Heeft mij de Heere in den geest niet te kennen gegeven en in een gezicht vertoond waard gij zijt gegaan, wat gij gesproken en gedaan en ontvangen hebt, als of ik zelf in persoon daarbij geweest ware en alles met mijne ogen gezien had?
Hertaald:Ging niet
Hij wil zeggen: heeft de HEERE mij in de geest niet te kennen gegeven en in een gezicht laten zien waar u geweest bent, wat u gesproken, gedaan en ontvangen hebt, alsof ik er zelf persoonlijk bij geweest was en alles met eigen ogen gezien had?
en olijfbomen,
Dat is, met welk zilver gij voorgenomen hebt deze dingen te kopen.
Hertaald:en olijfbomen,
Dat is: waarvoor u van plan was met dit zilver deze dingen te kopen.
2 Koningen 5 vers 27— Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.
de melaatsheid
Dat is, de melaatsheid, die Naäman gehad heeft, zal op u en uw kinderen komen, tot een exempel der rechtvaardige straf Gods over gierigheid, simonie en leugentaal.
Hertaald:de melaatsheid
Dat is: de melaatsheid die Naäman gehad heeft zal op u en uw kinderen komen, als voorbeeld van Gods rechtvaardige straf op hebzucht, simonie en leugentaal.
als de sneeuw
Dat is, van melaatsheid zo wit als sneeuw. Zie Num. 12:10.
Hertaald:als de sneeuw
Dat is: van melaatsheid zo wit als sneeuw. Zie Num. 12:10.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gehazi — dal des gezichts (onzeker)
De dienaar (jongen) van de profeet Elisa. Hij speelde een rol bij de opwekking van de zoon van de Sunamietische (2 Kon. 4:12-36) en bij de genezing van Naäman; toen hij echter, tegen Elisa's wil, stiekem geschenken van Naäman aannam, trof hem als straf de melaatsheid van Naäman (2 Kon. 5:20-27).
Naäman — lieflijkheid, bevalligheid
De krijgsoverste van de koning van Syrië, een dapper en aanzienlijk man, maar melaats. Op advies van een gevangen Israëlitisch meisje zocht hij genezing bij de profeet Elisa, die hem opdroeg zich zevenmaal in de Jordaan te wassen; nadat hij dit, aanvankelijk tegenstribbelend, gedaan had, werd hij rein en beleed hij de HEERE als de enige God (2 Kon. 5:1-19).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Damaskus (met de rivieren Abana en Farpar) — zie voor Damaskus zelf het artikel bij 2 Samuël 8, waar de stad voor het eerst in de Schrift genoemd wordt; Abana: "steenachtig" of "voortdurend stromend"; Farpar: van onzekere afleiding
Ligging: Zie het artikel bij 2 Samuël 8 voor Damaskus; de Abana en de Farpar zijn de twee rivieren die door en langs de stad stromen en haar tot een vruchtbare oase in de woestijn maken.
Geschiedenis: Hiervandaan kwam Naäman, de Syrische legeroverste, die door melaatsheid was aangetast; op raad van een gevangen Israëlitisch dienstmeisje zocht hij genezing bij de profeet Elisa, die hem gebood zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Naäman, verontwaardigd dat de rivieren van zijn eigen Damaskus, Abana en Farpar, hem niet goed genoeg leken, weigerde aanvankelijk, maar liet zich door zijn knechten overreden — en werd na zijn gehoorzaamheid volkomen genezen, waarna hij de HEERE alleen als de enige, ware God beleed (2 Kon. 5:1-19).
Bijbelse betekenis: Een van de duidelijkste voorbeelden in de Schrift van hoe menselijke hoogmoed (Naämans voorkeur voor de "betere" rivieren van zijn eigen stad) eenvoudige, geloofsgehoorzaamheid aan Gods woord in de weg kan staan — de Heere Jezus Zelf haalt Naäman aan als bewijs dat Gods genade, ook onder het Oude Verbond, al over de grenzen van Israël heen reikte (Luk. 4:27).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Naäman in de Jordaan — de Syrische legeroverste komt met paarden, wagens en geschenken, en hoort van een bode slechts: "Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn" (2 Kon. 5:10)
Naäman is een groot en geëerd man, en melaats (2 Kon. 5:1; melaatsheid reeds behandeld bij Melaatsheid, Lev. 13). Een uit Israël weggevoerd meisje in dienst van zijn vrouw wijst op de profeet te Samaria (2 Kon. 5:2-3). De koning van Syrië stuurt hem met een brief en met zilver, goud en wisselklederen; de koning van Israël scheurt zijn klederen en meent dat men een aanleiding tegen hem zoekt (2 Kon. 5:5-7). Elisa laat hem komen, opdat hij weten zal dat er een profeet in Israël is (2 Kon. 5:8). Naäman staat voor de deur, maar er komt slechts een bode naar buiten met een opdracht (2 Kon. 5:9-10). Toornig trekt hij weg: hij had verwacht dat de profeet zelf zou uitkomen, de Naam des HEEREN aanroepen en zijn hand over de plaats strijken; en zijn eigen rivieren zijn immers beter dan alle wateren van Israël (2 Kon. 5:11-12). Zijn knechten spreken hem verstandig toe: had de profeet iets groots gevraagd, hij had het gedaan (2 Kon. 5:13). Dan daalt hij af, doopt zich zevenmaal, en zijn vlees wordt als dat van een kleine jongen (2 Kon. 5:14). Hij keert terug met de belijdenis dat er op de ganse aarde geen God is dan in Israël, en Elisa weigert elk geschenk (2 Kon. 5:15-16).
Bijbelse betekenis: Aan alles in dit hoofdstuk gaat de eenvoud in de weg staan. De grote man ergert zich niet aan een te zware eis maar aan een te lichte, en aan een rivier die hij te gering vindt. Wie genezing wil kopen of verdienen, struikelt over een bevel dat niets kost dan gehoorzaamheid en vernedering. Even leerzaam is de weg waarlangs het licht bij hem kwam: via een weggevoerd meisje zonder naam, dat het goede zocht voor het huis van de vijand. God gebruikt de kleinste in het verhaal om de grootste te redden.
Typologie: Christus noemde deze geschiedenis in Nazareth naast die van de weduwe te Zarfath: "er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier" (Luk. 4:27). Beide voorbeelden dienden daar hetzelfde doel: te tonen dat Gods genade niet aan afkomst gebonden is, en dat juist dat de hoorders vertoornde.
2 Kon. 5:1-16; Lev. 13:1-3; Luk. 4:27
Gehazi's twee talenten — wat Elisa uitdrukkelijk weigerde, haalt zijn knecht achter zijn rug alsnog op, met een verzonnen boodschap — en hij gaat uit van voor het aangezicht van zijn heer, "melaats, wit als de sneeuw" (2 Kon. 5:27)
Nauwelijks is Naäman vertrokken, of Gehazi neemt zich voor hem na te lopen en iets van hem te nemen (2 Kon. 5:20). Naäman springt van zijn wagen om hem tegemoet te gaan. Gehazi verzint twee pas aangekomen jongelingen uit de zonen der profeten en vraagt voor hen een talent zilver en twee wisselklederen (2 Kon. 5:21-22). Naäman dringt hem twee talenten op en laat ze door zijn eigen knechten dragen (2 Kon. 5:23). Gehazi bergt alles in huis en gaat weer voor zijn heer staan. Op de vraag waar hij vandaan komt, antwoordt hij dat hij nergens heen geweest is (2 Kon. 5:25). Elisa weet het: ging zijn hart niet mee toen die man zich van zijn wagen omkeerde? Was dit de tijd om zilver en klederen aan te nemen, en olijfbomen en wijngaarden en schapen en runderen en knechten (2 Kon. 5:26)? De melaatsheid van Naäman zal hem en zijn zaad aankleven, en hij gaat melaats naar buiten (2 Kon. 5:27).
Bijbelse betekenis: De twee mannen staan tegenover elkaar in hetzelfde hoofdstuk. Elisa weigerde alles, opdat de heiden zou weten dat de genezing niet te koop was; Gehazi neemt het alsnog aan en maakt daarmee de boodschap tot handelswaar. Zijn opsomming van olijfbomen en wijngaarden verraadt bovendien dat het bij twee talenten niet zou blijven; hij zag al een landgoed voor zich. En zijn leugen is dubbel: hij bedriegt Naäman met een verzonnen nood en zijn meester met een botte ontkenning. Wat hij begeerde, krijgt hij niet; wat Naäman verloor, krijgt hij wel.
Typologie: Petrus antwoordt in dezelfde geest aan Simon, die de gave Gods met geld meende te kunnen krijgen: "Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!" (Hand. 8:20). En de regel voor elke dienaar staat kort bij Christus Zelf: "Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet" (Matt. 10:8).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeuitwerking
Zevenmaal in de Jordaan — 5:1-14
Een Syrische legeroverste, groot bij zijn heer en hooggeacht, en toch melaats. Hij komt met paarden, wagens en zilver naar Israël, en krijgt bij de deur van de profeet niet eens de profeet te zien.
Naäman moet zich zevenmaal wassen in een rivier die hij beneden zijn stand vindt, en pas als hij dat doet wordt hij rein.
Alles aan Naämans komst is verkeerd berekend. Hij brengt tien talenten zilver en zesduizend sikkelen goud mee, en het is niet te koop. Hij verwacht een plechtigheid — dat de profeet naar buiten komt, zijn hand over de plek beweegt, de Naam aanroept — en hij krijgt een bode met één zin: ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan.
Spurgeon wijst er bij dit hoofdstuk op hoe schadelijk vooropgezette denkbeelden zijn over hoe de Heere behoort te handelen. Wij tekenen het pad van de voorzienigheid vooraf uit, schrijft hij, en roepen dan half verontwaardigd: ik dacht dat Hij het zeker anders zou doen. Dat is precies Naämans woord, en het is hetzelfde bij een mens die eerst zelf iets wil kunnen betekenen voor zijn behoud.
Zijn knechten zijn wijzer dan hij. Als de profeet u een grote zaak gezegd had, zoudt gij die niet gedaan hebben — hoeveel te meer nu hij zegt: was u, en wees rein. Hij daalt af, doopt zich zevenmaal, en zijn vlees komt weder gelijk het vlees van een kleinen jongen.
De kanttekeningen laten geen misverstand bestaan over waar de kracht zat: noch de Jordaan noch het zevenvoudige wassen had de kracht om de melaatsheid te genezen, maar alleen de kracht van God, Die daardoor wilde werken.
En ook deze geschiedenis haalt Christus zelf aan in Nazareth, in één adem met de weduwe van Zarfath: er waren vele melaatsen in Israël ten tijde van Elisa, en geen van hen werd gereinigd dan Naäman de Syriër.
2 Koningen 5:5 — Naäman komt met zilver en goud: het is niet te koop.
2 Koningen 5:11 — Ik dacht dat hij zeker zou uitkomen — zijn eigen verwachting staat in de weg.
2 Koningen 5:13 — Zijn knechten: had hij een grote zaak gezegd, gij zoudt het gedaan hebben.
2 Koningen 5:14 — Hij doopt zich zevenmaal en wordt rein.
Lukas 4:27 — Geen van de melaatsen in Israël werd gereinigd dan Naäman de Syriër.
Titus 3:5 — Niet uit werken der rechtvaardigheid, maar naar Zijn barmhartigheid.
In het Nieuwe Testament: Lukas 4:27; Lukas 17:12-19; Titus 3:5; Efeze 2:8-9
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
2 Koningen 5:11.KruisverwijzingenSpreuken 13:10→Johannes 4:48→Mattheüs 8:8→Hebreeën 12:25→Spreuken 3:7→Lukas 14:11→Johannes 6:66→Jesaja 55:8→ — Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen. Vooropgezette denkbeelden over hoe de handelwijze des Heeren behoort te zijn, zijn schadelijk, zelfs voor hen die waar geloof in God hebben, en toch worden zij vaak gekoesterd. Wij tekenen tevoren het pad van de voorzienigheid en de wijze van Zijn barmhartigheid uit, vergetend dat de voetstappen des Heeren niet bekend zijn. Wanneer de Heere niet naar onze denkbeelden verkiest te handelen, roepen wij half verontwaardigd uit: “Ik dacht dat Hij het zeker anders zou doen.”
Deze dwaasheid wordt bij gelovigen soms gezien met betrekking tot hun weg naar de hemel. Zij zijn als de kinderen Israëls toen die uit Egypte kwamen: er is een rechte weg naar Kanaän — waarom mogen zij die niet nemen? In plaats daarvan worden zij rondom geleid; hun loop is beurtelings voorwaarts, achterwaarts en stilstaand — naar rechts en naar links, oprukken en terugtrekken.
Verbijstert de voorzienigheid ons niet vaak en gaat zij niet in tegen niet alleen onze wensen maar ook ons overwogen oordeel? Wat het beste schijnt overkomt ons niet, terwijl wat verontrustend schadelijk schijnt ons overvalt. Onze voorspellingen komen niet uit, onze dagdromen worden niet verwezenlijkt, en onze plannen voor het leven worden niet uitgevoerd.
Wij hebben het gewaagd zulke vragen te stellen, maar wij hebben ze niet kunnen beantwoorden; en het is ook goed dat wij dat niet kunnen, want onze zaak is niet het oplossen van vraagstukken maar het volbrengen van voorschriften. Laten wij ophouden met onze eigen wijsheid en alle beschikkingen in de hand van onze hemelse Vader laten. Onze gedachten zijn ijdelheid; Zijn gedachten zijn kostelijk.
NAÄMAN WORDT VAN MELAATSHEID GEREINIGD EN GEHAZI DAARMEE GESTRAFT. Vs. 1-27. “Zo ergens dan wordt het in de nu volgende geschiedenis duidelijk, dat de tijd van Elisa voorafschaduwingen heeft en naar het Nieuwe Testament wijst. Hier ontvouwt zich reeds de liefde, die daar verscheen, niet opdat zij zou gediend worden, maar om te dienen; hier is de scheidsmuur tussen Israël en de heiden reeds gevallen, zelfs vinden wij hier een beeld vol van betekenis omtrent de doop van het Nieuwe Testament en zoveel, dat ons aan het Evangelie herinnert.” Naäman, de veldoverste van de Syrische koning, aan melaatsheid lijdende, verneemt door een meisje, dat krijgsgevangen is en in de dienst van zijn echtgenote staat, van de profeet te Samaria, die grote tekenen en wonderen doet. Hij gaat tot hem om zich te laten genezen. Wat de profeet hem beveelt, n.l. zich zevenmaal in de Jordaan te wassen, maakt hem die iets geheel anders verwacht had, verdrietig, zodat hij weer op het punt is om weg te reizen. Op aandringen van zijn dienaren, besluit hij toch de doop in de Jordaan te doen plaatshebben. Zodra hij genezen is, reist hij naar Samaria terug, en wil hij aan Elisa grote dankbaarheid bewijzen; deze weigert beslist iets van hem aan te nemen en bemoeit zich slechts met de geestelijke verzorging van de man, die in Israëls God is gaan geloven. Gehazi, de dienaar van de profeet, gedreven door lage hebzucht, sluipt de naar huis terugkerende Syriër achterna en maakt van diens argeloosheid tot zijn voordeel gebruik; tot straf daarvoor legt zijn heer, als hij, weer voor deze treedt, diezelfde ontzettende ziekte op hem, die van Naäman weggenomen was. Wat den tijd betreft, zo behoort deze geschiedenis achter 8: 1-6 dus in de tijd dat de hongersnood van zeven jaar ( 4: 38,42) geëindigd en het uur gekomen was, dat de opdracht, eens aan Elia gegeven, om Hazaël tot koning over Syrië en Jehu, de zoon van Nimsi tot koning over Israël te zalven (1 Koningen 19: 15vv.), nu door Elisa, zijn opvolger, volbracht moest worden ( 8: 7vv; 9: 1vv.). Terwijl de Heere Syrië verkiest tot een werktuig van de over Zijn volk besloten gerichten moet Hij daar tevoren aan een ontvangbaar hart de heerlijkheid van Zijn naam bekend maken, evenals Hij later, voordat hij Assyrië in de dienst van Zijn raadsbesluiten gebruikt, dit volk vooraf voor zo’n doel toebereidt door de zending van de profeet Jona naar Ninevé (2Ki 14: 25). Deze geschiedenis wordt daarom met de in het vorige hoofdstuk vertelde vijf wonderwerken van Elisa verbonden, omdat ons eerst het bijzondere leven van de profeet in enige beelden voorgesteld moet worden, voordat wij van zijn ingrijpen in de politieke betrekkingen van het land en van zijn invloed op koning Joram horen ( 6: 8-8:
KruisverwijzingenDaniël 2:47→1 Samuël 25:27→1 Samuël 17:46→Daniël 6:26→2 Koningen 5:8→Genesis 33:11→Daniël 3:29→Jozua 2:9→— Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.
.
Naäman (= schoonheid) nu, de krijgsoverste van Benhadad II (1Ki 11: 25), de koning van Syrië, was een groot, een hooggeplaatst man voor het aangezicht van zijn heer en van hoog aanzien 1) bij het volk in het land: want door hem, wiens hand het werktuig van God tot de over Achab besloten ondergang geweest was (1Ki 22: 34), had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven. Nadat hij eerst daardoor zijn koning nader bekend geworden en door hem aan het hoofd van het leger gesteld was, voerde hij met goede uitslag de oorlogen, misschien wel die, welke in 6: 8vv. verteld zijn, zodat de Syriërs hun ondernemingen tegen Israël en Samaria gelukten, in zoverre Elisa niet verhinderend tussenbeide trad. Zo was deze man een strijdbaar held, maar melaats. 2)
Volgens de overlevering van de Joden, was Naäman niemand anders dan de soldaat, die in zijn eenvoudigheid schoot en Achab trof. Hiervoor is echter geen enkel voldoend bewijs.
De man, die in zijn eenvoudigheid de boog spande en Achab doodde, was naar de getuigenis van de Joden niemand anders dan Naäman.
De melaatsheid, deze vreselijke, afschuwelijke ziekte, waarin Israël het beeld zag van het gruwelijkste, wat onder de hemel is, van de zonde, en waarvan genezing de Heere tot een voorbeeld van het zaligste, wat op aarde gebeurt, van de verlossing in Christus, nam (Leviticus 13: 14), werd in Syrië voor een gewoon natuurlijk kwaad aangezien, en verhinderde niet, dat deze Naäman in zijn ambten en waardigheden bleef.
Letterlijk en beter: Deze was als een strijdbaar held melaats. Men ziet hieruit het verschil van behandeling van de melaatsheid in Israël en bij de Syriërs. In Israël werd een melaatse afgezonderd, mocht niet in de gemeenschap van de mensen verkeren, maar buiten op het veld en de voorbijganger nog waarschuwen door het roepen van “onrein”. Bij de Syriërs kon een melaatse zelfs hoge staatsambten bekleden, ja, zelfs in de onmiddellijke nabijheid van de koning verkeren. De hogere betekenis van de wetten op de melaatsheid in Israël springt hierdoor duidelijk in het oog. Zij waren niet de zogenaamde wetten op besmettelijke ziekten, want in het Oosten heersten zeer vele ziekten besmettelijker dan de melaatsheid, maar de melaatse was Levitisch onrein geheel zijn leven zolang die ziekte duurde, en daardoor een beeld van de mens, zoals hij in Adam gevallen is en onrein, geestelijk melaats, is geworden. De melaatsheid was beeld van de zonde.
Deze 1) zei eens, toen in de familie weer over het zware, door menselijke geneesheren niet te helen leed, van den huisheer getreurd werd, en over het ellendig einde, dat deze overigens zo hoog begaafde en rijk gezegende man tegemoet ging, gesproken werd, tot hare vrouw: Och of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet Elisa, die te Samaria is (Hoofdstuk 2:
Kruisverwijzingen2 Koningen 5:22→Spreuken 30:20→Genesis 16:8→Mattheüs 26:15→2 Koningen 20:14→Handelingen 5:3→Johannes 13:26→Johannes 13:2→— Daarna kwam hij in, en stond voor zijn heer. En Elisa zeide tot hem: Van waar, Gehazi? En hij zeide: Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan.
, dan zou hij hem van zijne melaatsheid ontledigen. 2)
Kruisverwijzingen2 Koningen 5:16→Spreuken 12:19→Mattheüs 10:8→1 Korinthe 9:11→2 Koningen 6:12→2 Korinthe 11:8→1 Korinthe 5:3→Genesis 14:23→— Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?
Het behaagt Gode door zogenaamde kleinigheden grote gedachten en daden te volvoeren. Wat kon op zichzelf onbeduidender zijn den de gevangenneming van een Israëlietisch meisje door enige Syrische soldaten? Wie zal er veel van gesproken hebben? Maar dit was het middel, waardoor de aanzienlijkste en voortreffelijkste man in Syrië gered en tot het geloof aan den levenden God gebracht werd, het middel, waardoor een straal van heil in de doodsschaduwen van dat heidens wereldrijk viel.
Reeds in de vroege jeugd door een ontzettend hard lot getroffen, moest dit meisje boven duizend anderen enen duisteren en moeielijken levensweg bewandelen. Aan de haren ontrukt, van volk en land weggevoerd, in ene vreemde stad verkocht, slavin van enen heiden, bleef haar de vreugde der jeugd en het blijde levensgenot vreemd, verdriet en treurigheid benevelden haar leven. Hoe dikwijls zal zij door heimwee aangegrepen, in verlangen naar vader en moeder, in begeerte, om weer eens een levend woord van waarheid uit den mond van enen profeet, of ook slechts van den geringsten Israëliet te horen, tot God geschreeuwd hebben, van wien zij wist, dat Hij der vreemdelingen hart gadesloeg en aan wien zij zich vasthield, als wiens ogen door alle landen zien, om te helpen, die Hem met hun gehele hart aanhangen! Niet te vergeefs geloofde zij en bad zij tot den Onzichtbare, alsof zij Hem zag; de genezing van haren heer was ook de hare. Want als Naäman van Samaria terugkeerde, gered en genezen, en met de blijde belijdenis: “Zie nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël” (vs.15), toen was hij dankbaar jegens de Israëlietische maagd; zonder twijfel schonk hij haar de vrijheid en zond hij haar naar haar land terug.
Eigenlijk staat er: Van zijne melaatsheid opnemen. Daaruit blijkt zeer duidelijk, dat hier een Israëlietische spreekt. Want deze uitdrukking is een verkorting voor: van zijne melaatsheid genezen, opdat hij wederom zou kunnen worden opgenomen, n.l. in de gemeenschap der mensen (Num.12: 14 vv.). Als slavin in een vreemd land, heeft zij noch den God van Israël, noch Zijne wetten, noch Zijn profeet vergeten. Zij denkt er niet aan, dat Naäman niet uit de samenleving is uitgestoten. Haar wens is, dat hij weer genezen worde. Uit deze begeerte is duidelijk, dat zij het niet hard heeft gehad in het huis van hare meesteres. De zachte behandeling van deze vrome Israëlietische maagd wordt door God aan Naäman vergolden met de genezing van zijne schrikkelijke ziekte.
Op het vrije en betrouwbare woord van het meisje rees echter de gedachte bij hem op, dat die weg, die alleen nog onbetreden was, misschien de enige was om werkelijk geholpen te worden. Toen ging hij 1) in het paleis van Benhadad, en gaf het zijnen heer te kennen, dat hij ene reis naar Samaria wenste te maken, om bij den profeet genezing te zoeken, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die, uit het land van Israël is 2) en ik ben vol vertrouwen, dat zij recht gesproken heeft.
Ook hier weer doet zich Naäman niet kennen als een hoogmoedig en eigenzinnig man. Integendeel, hij let niet op de geringheid van het middel, noch op de onwaardigheid van haar, die hem deze goede tijding bracht. Hij heeft slechts een wens en die wens is: dat hij genezen mag worden.
Ach, dat zij, die geestelijk melaats zijn, geen minder aandoening hadden over hun ellende! Al de balsem van Gilead; noch al de kruiden op duizend bergen, kunnen hen reinigen; maar geloofd zij de Goddelijke genade, het gezegend geneesmiddel, door onzen groten Hogepriester verschaft, door onzen groten Profeet, Genees- en Heelmeester toegediend, gaat alles te boven en faalt nooit.
En hij, Naäman, bracht den brief van zijnen heer tot den koning van Israël, tot Joram (Hoofdstuk 3: 1 vv.) zeggende: (de inhoud van dezen brief was): Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie ik hebmijnen knecht Naäman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt, bevrijdt van zijne melaatsheid. 1)
Benhadad houdt zich slechts aan het algemene, dat hij gehoord heeft: in Israël kon men van de melaatsheid genezen worden; hoe en door wien, daar naar vraagt hij niet; hij laat dat aan Joram over. Hij gebruikt dezelfde uitdrukking als de slavin van Naäman’s huisvrouw.
En het geschiedde, als de koning van Israël den brief gelezen had, dat hij van schrik zijne klederen scheurde, want Benhadad had zich in zijnen overmoed, waarin hij Joram als, enen vazal beschouwde, zo kort uitgedrukt, dat Joram die woorden slechts kon opvatten als ene godslasterlijke uitdaging tot den krijg. En Joram zei tot zijne hovelingen, in wier tegenwoordigheid hij dien brief ontvangen en wien hij dien voorgelezen had: a) Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om enen man van zijne melaatsheid te onledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij door te vragen, wat geen mens kan te weeg brengen, oorzaak tegen mij zoekt; 1) als ik dezen veldoverste ongenezen moet terugzenden, zal hij een voorwendsel hebben mij op nieuw (Hoofdstuk 6: 8-7: 20) aan te vallen.
Deuteronomium 32: 39; 1 Samuel .2: 6.
Maar waarom dacht dan Joram slechts aan den nood, dien Benhadad teweeg gebracht had? Waarom dacht hij niet aan den profeet, die reeds in het begin zijner regering bij den tocht tegen de Moabieten hulp verschaft had (Hoofdstuk 3) en ook in de oorlogen met de Syriërs betoond had Israëls wachter en raadsman te zijn? Waarom stelde hij de eer van zijn land tegenover den zieken Syriër zo lichtvaardig bloot, en gedroeg hij zich, alsof er nooit in Israël een melaatse geheeld was, alsof in de gehele geschiedenis van zijn volk nergens ene daad van hulp en genade des Almachtigen was voorgevallen, alsof er in zijn rijk geen profeet machtig in daden en in woorden was?. Keren wij liever de wapenen tegen ons zelven! Hoe dikwijls stellen ook wij op gelijke wijze de eer van God en van het rijk, waartoe wij behoren bloot en dat, mag men wel zeggen, voor een spotprijs. De geringste tegenspoed, de onbeduidendste moeilijkheid in ons leven-en-wij kunnen ons gedragen, alsof wij met onzen Heere en met al Zijne beloften slechts jammerlijk bedrogen waren. Het was een goed en behartigingswaardig woord, dat eens een Christelijk broeder tot enen anderen zei, die hem met bittere klachten vertelde, hoe lang de Heere het hem reeds aan het noodzakelijkste onderhoud had laten ontbreken. “Och! antwoordde de ander, men moet den Heere niet zo spoedig een kwaden naam geven, noch wanneer Hij soms schijnbaar hard en vreemd handelt, dat dadelijk onder de mensen gaan ronddragen.” Het is waar: ons geestelijk patriotisme moest te teder zijn, dan dat wij ook bij de meest raadselachtige lotsbeschikking aanstonds een gelaat zouden zetten, dat de goede stad Jeruzalem bij anderen in miscrediet zou kunnen brengen; wij moesten in plaats van het zeldzame leed, dat ons daarin wedervaart, aanstonds aan de grote klok te hangen, ons integendeel in goddelijke ijverzucht gedrongen gevoelen boven alles de betoningen van genade en trouw bekend te maken die wij daar beleefden. Voor Naäman zal het een pijnlijk ogenblik zijn geweest. In Syrië geen genezing en hier ook in Israël wacht hem, zo het schijnt, de droevigste teleurstelling. Maar juist langs dien weg moest ook Naäman leren, dat, als alle menselijke hulp faalt, de God van Israël, de levende God er nog is, bij Wien in waarheid uitkomsten zijn tegen den dood.
Maar het geschiedde als Elisa, de man Gods, die zich juist in het huis te Samaria (Hoofdstuk 2: 25) ophield, gehoord had, dat de koning van Israël zijne klederen gescheurd had, want het bericht verbreidde zich te sneller in de stad, daar Naäman’s prachtig geleide zoveel opzien had te weeg gebracht, dat hij een zijner leerlingen of Géhazi, zijnen knecht, tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uwe klederen gescheurd en u tegenover de Syriërs zo rade- en hulpeloos gedragen? Inboorling van een land, dat met gedenktekenen van Jehova’s macht en genade als bezaaid is, geeft gij dit land aan de lastering der heidenen prijs, als waren ook hier de bronnen verdroogd, waar zij elders verdroogden, als ware hier de raad ten einde, wanneerde goden en hun priesters geen raad meer weten. Laat hem, den melaatse, die zijnen troost en zijne hoop op den God Israëls en Zijn hand gesteld heeft, nu tot mij komen, opdat hij niet teleurgesteld wederkere, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israël is,
en alzo dit land van de almachtige hulp zijns Gods niet verlaten is.
Dit gezegde van Elisa sluit zich aan, aan de woorden van het Israëlietisch meisje. Niet, om zich zelven de eer te geven, maar om Naäman te doen verstaan dat niet de koning, maar dat God, in Wiens dienst de profeet stond, machtig was, om te doen, wat Joram niet kon. En insgelijks, om hem te kennen te geven, dat niet de afgoden van zijn land, maar de God van Israël alleen de ware God was. Dit doel bereikt Elisa ook. (Zie vs.15).
Toen zond Elisa, zonder zich in het minst te schikken naar de meningen van den vreemdeling wiens gehele zijn ene gehele omkering moest ondergaan, zou hij aan Israëls Godgelovig worden, tot hem enen bode voor de deur, 1) zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in den Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, 2)dat nu door de melaatsheid weggevreten is, en gij zult rein zijn.3)
Dit gedrag is te opmerkelijker, naarmate zulk een voornaam terugtreden minder in de roeping en het karakter van Elisa, den vertegenwoordiger der Goddelijke liefdadigheid ligt. Maar Elisa weet wel wat hij doet, en zich ganse gedrag, hoewel het den schijn heeft van geen klein gevoel van eigenwaarde, ja van trotsheid, openbaart slechts de hoge mate van zijne wijsheid in het verzorgen der zielen, als van zijnen fijnen takt in de waarneming van hetgeen tot ere van zijnen Heere en God wezen kan. De voorname vreemdeling moet in de eerste plaats weten, dat hij hier niet met enen Syrischen tovenaar en afgodspriester, maar met den knecht ener Majesteit te doen heeft, die den persoon niet aanziet en voor wien de menselijke begrippen van groot en klein, van hoog en gering in ‘t niet verdwijnen. -Naäman moest niet geloven, dat hij in zijne heerlijkheid bij dezen God ook maar het geringste voorhad; hij moest weten, dat hij slechts op enen enigen grond, op ‘s Heeren hulp mocht hopen, namelijk omdat Jehova een God van genade was en zich in vrije liefde over den zondaar wil ontfermen.
Wederkomen, dewijl door deze schrikkelijke ziekte het vlees wegvrat en wegteerde en in etter opgelost werd. Naäman verkrijgt daarmee de belofte van volkomen genezing, mits in den weg van kinderlijke gehoorzaamheid aan het woord des Heeren, hier door den profeet tot hem gesproken. Dat hem geboden werd, zevenmaal zich te baden, staat in verband met het feit, dat hij een zegen ontvangt van den God des Verbonds van Israël (het getal zeven is het getal des verbonds), maar diende ook, om zijne gehoorzaamheid op den proef te stellen. Naäman moest alle hoge gedachten van zich zelven leren afleggen, om alle deze weldaden te ontvangen als verbeurde gunst en ongehoudene goedertierenheid.
Naäman moest eerst in de school van ootmoed geleid worden, om van daar in de school des geloofs gebracht te worden: daarom geeft Elisa hem nu ene aanwijzing, aan welke zijn geloof moet beproefd worden. Dat de Jordaan de melaatsheid niet genas, wisten de Syriërs even goed als de Israëlieten. Dan zouden alle die melaatsen, van welke er volgens het woord van onzen Heer (Luk.4: 27) ten tijde van Elisa vele in Israël waren, gemakkelijk van hun ziekte hebben kunnen bevrijd worden, als het baden in den Jordaan dit op zich zelf gedaan had. Maar wie zou hier de diepe betekenis van deze aanwijzing kunnen miskennen? Ook tegen de geestelijke melaatsheid, de zonde, zouden wij slechts iets dergelijks weten te verordenen, als Elisa voor zijnen zieke-een bad, ene wassing maar in andere stromen dan in die van ene aardse rivier.
Welk een eenvoudig middel werd hem voorgeschreven! Hij moest zeven maal een bad in den Jordaan nemen. Ene treffende aanduiding van den doop des Nieuwen Testaments. De melaatsheid is in de Schrift de vertegenwoordiging der zonde; de wassing met water daarentegen is de vertegenwoordiging van de vergeving der zonde uit kracht van het bloed van Christus. Zich zevenmaal wassen is, geestelijk genomen, zich onophoudelijk wassen. Wij moeten geloven in onzen doop, in de verzoenende kracht van Christus’ bloed, en geloofd hebbende, wederom geloven en nog eens geloven, en zó tot den einde toe, en wij zullen zalig worden.
Maar Naäman werd zeer toornig, minder omdat de profeet hem niet die onderscheiding had laten ten deel worden, die hij verwacht had, als wel omdat het voorgeschreven middel der genezing zo geheel en al tegen zijne gedachten was, dat het hem voorkwam alsof Elisa den spot met hem dreef, en hij toog weg van Samaria in de richting naar Damascus, zonder op den Jordaan, over welken hij trekken moest, acht te slaan, en hij zei, terwijl hij de stad verliet, tot zijnen geleider: Zie, ik zei 1) bij mij zelven: Hij, de profeet, zal zeker uitkomen, en staan, en den naam des HEEREN zijns Gods, aanroepen, en zijne hand over de plaats strijken, die door de ziekte is aangetast, en mij, den melaatse, van mijne ellende ontledigen.
Dit: “ik zei bij mij zelven,” “ik dacht” is van alles wat op aarde krachtig is het allerkrachtigste, en-zo niet van al het kwade het kwaadste-toch van al het ongelovige het ongelovigste. Dat “ik dacht” heeft de zonde, de ellende en den dood in de wereld gebracht en dat “ik dacht” houdt de verlossing van zonde en ellende en dood bij duizenden tegen, en deze duizenden, als zij in die mening gestorven zijn, zullen het volgend leven in een andere wereld beginnen met een: “ik dacht.”. Ik dacht het zou wel goed gaan; ik dacht de zonde zou wel zo veel niet zijn. God zou wel vergeven, de hel bestond niet, de duivel was ene inbeelding, en de vloek een schrikbeeld, de eeuwige verdoemenis een vogelverschrikker. Ik dacht-maar wee! ik bevind het anders, mijn “menen” heeft mij bedrogen (vgl. Luk.16: 23). Iemand, die eerst ene kaart van een land wilde tekenen, voordat hij het land bereisde, dien zou de gehele wereld voor een dwaas uitmaken, vooral wanneer hij later het land doorreizende, beweerde, dat het dat land niet kon zijn, omdat het met zijne kaart niet overeenkwam. Duizenden maken zich echter op het gebied des geloofs aan dezelfde dwaasheid schuldig en loochenen de waarheid in het aangezicht, dat zij de waarheid niet is, omdat men-o misslag zonder gelijke! -vroeger het signalement van deze dochter des hemels heeft vastgesteld, dan men haarzelve kende en hare trekken beschouwde.
In plaats daarvan beveelt hij mij echter mij zevenmaal in den Jordaan te wassen, wat zou dat baten? Zijn niet, als het slechts op baden aankomt, Abana (= hare stenen) en Farpar (= allersnelst), de rivieren van Damascus, die zo schoon, helder en doorzichtig zijn (2 Samuel 8:
, beter dan alle wateren van Israël, 1) dan deze Jordaan met zijn troebel water; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, gelijk reeds gezegd is, haastig van Samaria af, en toog weg met grimmigheid. 2)
Van de beide rivieren van Damascus is Abana of Amana zonder twijfel de tegenwoordige Barada of Barady, d.i. de koude rivier, de Chrysorrhoas (Strabo XVI. 755), die in de hoge vlakte, zuidelijk van Zebedany, op den Anti-Libanon ontspringt, door de vlakte van Damascus en door deze stad zelf stroomt en 4 3/4 uur oostelijk daarvan in twee armen, in twee kleine meren zich uitstort. De Farpar is waarschijnlijk de enige zelfstandige stroom van betekenis in het gebied van Damascus; de Awadsch, die uit de vereniging van meerdere beken bij Sa’sa ontstaat en Zuidelijk van Damascus door de vlakte in het meer Heidschâny uitstroomt. Het water van den Barada is helder, zuiver en doorzichtig, terwijl het water van den Jordaan troebel, van een leemachtige kleur is. Waarom Naäman begrijpelijker wijze zijne eigene rivieren voor beter achtte, dan den Jordaan.
Het was een eenvoudig middel, doch juist de eenvoudigheid van het middel maakte Naäman toornig. Zo is de mens, zo zijn wij allen. Zo dikwijls deze Syrische gesteldheid bij ons opkomt (want zij is in ons) ergeren wij ons aan de eenvoudigheid van het Evangelie, dingen wij tegen het goedkope aan. De mens wil de zaligheid niet om niet hebben. Hij zal zich gaarne de grootste moeite getroosten om de zaligheid te verkrijgen, maar om zonder alle moeite de zaligheid te ontvangen, dat gaat voor zijne eer als werklustig en werklievend mens te ver. En toch wil God deze allerhoogste gave niet anders geven dan om niet. Aan de zijde Gods heeft onze zaligheid genoeg, heeft zij alles, heeft zij het bloed van Christus gekost; doch daarom wil God er nu niet het minste meer voor hebben. De mens moet niets meer doen dan geloven, dat God Zijnen Zoon voor den zondaar tot een Heere en Zaligmaker gemaakt en aan hem gegeven heeft.
De blindheid van den mens komt hier treffend uit. Naäman wilde God voorschrijven, hoe deze doen moest en nu Gods weg regelrecht indruist tegen zijn weg en hij hoegenaamd geen verband ziet tussen het middel en het doel, gaat hij in toorn heen. In zijn blindheid verwerpt hij moedwillig het middel door God verordineerd. Zo doet ook de blinde zondaar, die het kruis van Christus verwerpt, dewijl de prediking daarvan hem ene dwaasheid en ene ergernis is.
Toen traden zijne knechten toe, wien de Heere op dit ogenblik van beslissing uit genadig ontfermen ene goede gedachte in het harte gaf, 1) en spraken tot hem en zeiden: Mijn vader!
(Hoofdstuk 6: 21; 13: 14; 1 Samuel .24: 12die profeet tot u ene grote zaak gesproken had, u iets zeer moeielijks, iets, dat met grote opofferingen gepaard ging, bevolen had, zoudt gij ze niet gedaan hebben zonder enige bedenking? 3) hoe veel te meer kunt gij nu deze kleine en geringe zaak beproeven, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn? Het komt er toch in deze zaak slechte op aan, of hij werkelijk een profeet des levenden Gods is, die helpen kan; is hij dit, zo is het hetzelfde welk middel hij kiest, klein of groot (1 Samuel .14:
.
Wat al het verstand van de verstandigen niet ziet, ziet in eenvoudigheid een kinderlijk gemoed.
Dat vertrouwelijk toespreken toont, dat Naäman jegens zijn onderdanen een goed en welwillend meester was. (Matth. 8: 5 vv.).
De bestraffing was zeer bescheiden en voorzichtig. Bijaldien zij, gelijk ongeschikte en pluimstrijkerige dienstboden in dit geval zouden gedaan hebben, huns meesters toornige verbolgenheid aangehitst en zich aangeboden hadden, om den profeet het geleden ongelijk betaald te zetten, wat zou dan van hen zijn geworden? Zeker zouden zij het vuur uit den hemel, of enig ander vernielend oordeel Gode over zich gehaald hebben. Maar hetgeen iets zeldzaams was, zij kozen de zijde van den profeet. Elisa ofschoon bemerkende, hoe zijn reden en gedrag Naäman in een kwaden luim hadden gebracht, bekommerde zich echter niet, om hem te bevredigen. Het was voor hen niet zonder gevaar, bij aldien zijn toorn bleef aanhouden, doch de Voorzienigheid gebruikte zijne dienaren, om hem tot inkeer te brengen.
Ook dit vertrouwelijk toespreken met “mijn vader” bewijst de goede verstandhouding tussen Naäman en zijne dienaren. Daarvan plukte de Syrische generaal nu zelf de liefelijke vruchten.
Het komt veel meer met de neiging van den natuurlijken mens overeen door eigene inspanning, door de zwaarste zelf-pijnigingen en offeranden den hemel te winnen, dan het zonder menselijk toedoen en zonder verdienste door Gode genade bereide heil in de eenvoudigheid en ootmoed des geloofs aan te nemen. De menselijke natuur, zegt een godgeleerde van onzen tijd, is ene geborene tegenstandster van het Evangelie; en Dr. Martin Luther schrijft: “De wereld wil onzen Heere God den hemel afwinnen, afverdienen, afkopen, hoewel Hij door de gehele wereld laat uitroepen: “Ik wil uw God zijn, uit genade wil Ik het u geven, uit genade en om niet wil Ik u zalig maken.” Daarom staan ook in de Roomse kerk de boetedoeningen in zo hoog aanzien. Duizenden, die vermoeid en belast zijn en naar vrede met God smachten, laten het zich welgevallen, wanneer zij naar de uiterste einden der aarde gewezen worden; zij zouden aanstonds de bedevaart zonder zolen onder de voeten, zonder deksel over hun hoofd in gloeiende hitte en verstijvende vorst, blootgesteld aan al het woeden der elementen, afleggen, maar in het Evangelie van Gods vrije genade kunnen zij zich niet vinden, omdat dit met hun zinnelijk gevoel en hun menselijke mening niet overeenstemt.
Ten gevolge van deze toespreek week zijn toorn en kwam hij tot betere gedachten. Zo klom hij af, 1) en doopte zich, 2) dompelde of wies zich (Heb 9: 10) in den Jordaan zevenmaal (Jos 6: 5), naar het woord van den man Gods; a) en zijn vlees kwam weer, volgens de belofte van Elisa (vs.10), gezond en vol levenskracht, gelijk het vlees van enen kleinen jongen, 3) en hij werd rein.
Luk.4: 27.
In het Hebr. dryw (Wajered). Beter: Hij daalde af, n.l. van Samaria naar den Jordaan.
Dat ook wij ons dan laten raden door de knechten van God, die het eenvoudig geloof in het Evangelie gedurig ons voorstellen als het enige middel tot zaligheid.
Het geloof, hetwelk wij hier bij Naäman aantreffen, is het dusgenaamde geloof der wonderwerken, dat geloof, hetwelk nodig is, zal de Heere Zijne wonderen aan een schepsel verrichten. Dit gaat straks over in een historisch geloof, wanneer hij belijdt, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël (vs.15). Verder komt Naäman niet, ten minste niet op dit ogenblik, zoals blijkt uit vs.17 en 18.
O, ongehoorde gebeurtenis! Wie heeft zulk een wonder gezien! Geen onzuiver plekje is er meer aan zijn lijf te bekennen. Zijn gelaat blinkt als dat van een jongeling. Zijne ogen fonkelen als heldere sterren; en niet alleen, dat het afzichtelijk schilferige pantser der plaag is achtergebleven, ook het verloren vlees is teruggekomen. Het lichaam is fris, gezond en vlezig, als dat van een kleinen jongen, en rein en wit als albast van het hoofd tot de voeten. O, hoe rijk aan vreugde, hoe plechtig en verheven is dit ogenblik. Eén gevoel zegt in aller hart: “Hoe vreselijk is deze plaats!” Eén eenparige indruk bezielt de verbaasde gemoederen: “Hier is meer dan Baäl en zijne profeten!” Eén belijden vloeit van aller lippen: “De Heere is God! Den God van Israël zij de ere.”. Indien God naar Zijne rechtvaardigheid had gehandeld, Naäman, met weinig vertrouwen en mogelijk met tegenzin in den Jordaan zich indompelende, zou geen baat daarbij gevonden hebben; en veeleer zou zijn kwaal erger zijn geworden, maar God, die rijk is in barmhartigheid en de achting van Zijn dienaar wilde handhaven, gebruikt veeleer toegevendheid jegens een blinden heiden, dien de wonderwerken van Elisa nog niet zo bekend waren, als aan het volk van Israël. Nauwelijks had hij de bevelen van den Profeet volbracht, of de Heere vergunde hem een volkomene genezing in diervoege, dat geen merkteken van zijne melaatsheid meer overbleef, maar zijn vlees en vel was zo glad en zuiver, als dat van een klein kind. Dusdanig zijn de werken Gods; niet het minste gebrek is daaraan; zijne genezingen dragen altoos de merktekenen van Zijne oneindige Macht en goedheid.
Maar hij, de profeet, wees die aanbieding met alle beslistheid af, hoe verheugd hij ook was over den schonen geestelijken bloesem, die in deze aanbieding haren kelk ontsloot, en hij zei: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta (Hoofdstuk 3: 14), indien ik het neme, want niemand in Syrië mag kunnen zeggen, dat Gods gave voor geld te koop is, of dat de Heere persoon en stand aanziet. En hij, Naäman, hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij, Elisa, weigerde het, 1) en sneed alle verdere aanbieding met een beslist antwoord af.
Waarom weigert Elisa het geschenk? Ja, ook om den Syriër en zijne landgenoten te leren, dat de gave Gods voor geen geld te koop is, maar bovenal om hem te doen verstaan, dat zijne genezing ene vrije gift Gods was, enkel uit genade was geschied. Elisa weigerde, om Naäman het woord “genade” te doen verstaan. Elisa ijverde hier voor de ere van zijn God. Naäman was wel tot de erkentenis gekomen, dat de Heere meer was dan alle goden, maar zijn geloof in den God van Israël was met veel bijgeloof gemengd. En nu wil Elisa hem door het weigeren van de gift, den waren aard van Israëls godsdienst leren kennen.
En Naäman zei: Zo niet, zo gij volstrekt niets van mij nemen wilt, geef dan omgekeerd een geschenk aan mij, laat toch uwen knecht gegeven worden een last aarde van een juk muilen, 1) zoveel van den grond van dit heilig engezegend land, als twee muildieren kunnen dragen, om dat mede naar mijn vaderland, naar Syrië te nemen en daarvan een altaar voor den God van Israël op te richten: want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, gelijk hij tot hiertoe deed, maar den HEERE, en opdat die offeranden Hem welgevallig kunnen zijn, wil ik Hem die op een altaar van grond uit het land van Zijn heiligdom brengen.
Aarde van Kanaän naar de verre heidenwereld te dragen, welk een veelbetekende Hieroglyfe! Boven Judea’s grond ontspruit het heil van de volken.
Hieruit blijkt wel, dat Naäman’s geloof met veel bijgeloof was gemengd. Waaruit spruit toch deze vraag voort? Bij de heidenen was het bijgeloof aanwezig, dat ieder land zijn God had en dat nu ook in het eigen land die God alleen kon en wilde vereerd worden. Dit was voor Naäman niet mogelijk, dewijl hij generaal was in Syrischen dienst. Hij moest derhalve, wilde hij zijn betrekking niet opgeven, in Syrië blijven wonen. Wanneer men echter den God van een ander land diende, ging men heen en nam aarde van dat land en maakte daarvan een altaar, om daarop de offeranden te brengen. Dit wil ook Naäman in praktijk brengen. Hij vraagt zoveel aarde als twee muilen kunnen dragen, om daarvan een altaar te maken. Zijn betrekking neerleggen, zich vestigen in Israël, daartoe kan hij niet komen. Duidelijk merken wij hier en ook in het volgende vers een strijd tussen verstand en geweten bij hem.
Ten opzichte van mijn dienen van Jehova heb ik nog ene bede. In deze zaak vergeve de HEERE uwen knecht, Hij rekene het mij niet toe als zonde, als verloochening van Hem: wanneer mijn heer, de koning, wiens dienaar ik ben, in het huis van den Syrischen afgod Rimmon 1) gaan zal, om zich daar neer te buigen, en hij op mijne hand leunen zal, en ik mij, volgens mijne verplichting, die ik als adjudant of opperste kamerdienaar heb, in het huis van Rimmon nederbuigen zal, niet om te aanbidden, maar opdat de koning op mij leune (Hoofdstuk 7: 2), als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uwen knecht in deze zaak! 2)
Rimmon is de naam van een Syrischen afgod. Hij, of Rammon, zoals zijn naam ook voorkomt, is de god des donders, evenals de Assyrische Rammann. Hoogstwaarschijnlijk was hij de opperste der afgoden van Syrië. Waarschijnlijk slechts een bijnaam. De granaatappel is het beeld van de voortbrengende natuurkracht.
In een dergelijken toestand bevond zich later de Evangelische keurvorst Johan de Standvastige, toen hij als maarschalk van het Duitse rijk voor keizer Karel V het zwaard moest dragen tot het Katholieke misoffer; andere Theologen hebben dit voor geoorloofd gehouden, daar zij op onze plaats onderscheid maakten tussen de vrijwillig een godsdienstige kniebuiging van den koning, die den afgod aanhing en werkelijke aanbidding was, en de gedwongene kniebuiging van Naäman, die slechts in den dienst van den koning geschiedde, slechts ene burgerlijke handeling was en door zijn ambt geboden werd. Men herinnere zich ook den strijd, die over de kniebuiging in Beieren gestreden is, een tiental jaren de gemoederen op het hevigst heeft beziggehouden en in het jaar 1848 daardoor beslist is, dat de Protestantse soldaten slechts op militaire wijze den monstrans behoefden te saluëren.
Hieruit blijkt wel duidelijk, dat het bij Naäman meer een zaak des verstands dan des harten was. Was hij werkelijk zaligmakend overtuigd geworden van den dienst des Heeren, overtuigd dat de Heere alleen God is en Zijn dienst alle offers waardig, hij zou met dit verzoek niet zijn gekomen. Nu hinkt hij nog op twee gedachten en heeft niet met beslistheid gekozen voor den enigen en waarachtigen God.
En hij, Elisa, zei tot hem: “Ga in vrede, 2) gij zijt onder goede leiding; Hij, die zich uwer in genade ontfermd heeft, zal u in alle waarheid leiden.” 1) En hij, Naäman, ging van hem, 3) van den profeet, om nu werkelijk naar Damascus terug te keren, ene kleine streek lands, een onbepaald eind weegs (Le 19: 37).
Staat Naäman in deze geschiedenis edel en beminnenswaardig als een man, die, wat hij is, niet ten halve wil zijn, en die bovenal het heiligste en hoogste van de mensen, de Godskennis en Godsverering niet met een halve ziel wil aangrijpen en in het leven volbrengen; die met waardige ernst bedenkt, wat waarheid en oprechtheid vorderen, zo komt ons de profeet Elisa tegenover hem niet minder edel en vereringswaardig voor. Men weet niet, wat men in zijn eenvoudige antwoord. (vs. 19 beslissen bedenking meer moet bewonderen, of de heldere juiste blik, die, hoeveel er ook om de hoofdzaak heen moge gelegerd zijn, toch spoedig en duidelijk de hoofdzaak vat; of de heilige gemachtigdheid, die ook daar, waar zij macht heeft om te drijven, te beperken, te belasten, zich daarvan onthoudt; of de zuivere menselijkheid en de zachtheid van het gemoed, die zo mee gevoelen kan, zich zo in de andere toestand en op zijn standpunt kan verplaatsen.
Elisa laat deze zaak onbeslist. Er zijn gewetenszaken, die de ene broeder voor den anderen niet kan beslissen, waarmee men elkaar naar God moet zenden, of die men aan Gods beslissing moet overlaten, en deze zal op het gebed licht geven ook uit het allerdonkerste.
Ondertussen stemmen wij gaarne toe, dat men enige dingen ten onrechte als dispensatie of vrijgeving tegen de Wet opgeeft. Met name, omtrent het eerste gebod, wanneer Elisa tot Naäman, op zijn voorstel: “Wanneer mijn heer in het huis van Rimmon gaan zal, enz.” antwoordt: “ga in vrede.” Daar de profeet door dit zijn antwoord hem de begeerde daad van afgoderij niet vrijgeeft, maar hem veeleer en op beleefde wijze met zijn verzoek van de hand wijst. (à MARCK). In het Hebr. Mwlsl Kl (Leek leschaloom). Deze woorden behelzen de gewone formule, waarmee men ieder, die wegging, liet vertrekken. (Zie 1 Samuel .1: 17; 20: 42; 2 Samuel .15:
. Elisa gebruikte ook deze alleen met dit doel en volstrekt niet, om zijne goedkeuring te hechten aan het voornemen van Naäman. Trouwens Elisa had ook geen toestemming te geven, want Naäman vraagt geen verlof, om het te doen, maar spreekt uit, dat hij het van plan is, en spreekt alleen de wens uit, dat de Heere hem die zaak moge vergeven. Elisa laat het over aan de consciëntie van den Syriër. Deze woorden hebben de kracht van ons: Vaarwel. Sommigen houden, echter geheel ten onrechte, om dit woord van Elisa, Naäman voor een waarlijk oprecht gelovige. Het tegenovergestelde is veeleer waar.
Is verder onze mening ten opzichte van den tijd, waarin de voor ons liggende geschiedenis heeft plaats gehad, de juiste (2Ki 6: 10), zo heeft God later het Conflict (strijd) der plichten, waarin Naäman als belijder van Israëls God aan de ene zijde en als dienaar van enen heidensen koning aan de andere zijde zich bevond eenvoudig daardoor opgelost, dat de man in het geheel niet weer in den toestand kwam, dat hij met Benhadad in het huis van den afgod Rimmon moest gaan en hem daar bij de aanbidding van den afgod dienen. Volgens die mening is spoedig op onze geschiedenis het in Hoofdstuk 8: 7 vv. medegedeelde omtrent Benhadads ziekte en zijne vermoording door Hazaël gevolgd. Nu kunnen wij ook niet geloven, dat Naäman ook generaal-adjudant en veldoverste van den nieuwen Syrischen koning geweest is; hij ware dan het werktuig van Hazaël geweest, om Israël in nood te brengen (Hoofdstuk 8: 11 vv; 13: 3 vv.). Daartoe was hij, nadat hij in Israël de genezing van het lichaam gevonden had, zeker niet de man. De Heere toch had hem uitverkoren, om vooraf Zijnen naam in Syrië te verheerlijken, vóórdat Hij zich van dit land als van ene tuchtroede tegen Zijn afvallig volk bediende.
Géhazi1) (= dal des gezichts) nu, de jongen, de knecht van Elisa, den man Gods (Hoofdstuk 4: 12 vv, 25 vv.8: 4 vv.), zei bij zichzelven: Zie, mijn heer heeft in al te grote nauwgezetheid, Naäman, dien Syriër, belet, dat men uit zijne hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had, en daardoor de gelegenheid laten voorbijgaan om op eerlijke wijze iets te verkrijgen; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem, dezen Syriër, omtrent wien men toch waarlijk niet gelijk jegens enen van Gods volk behoeft te handelen, dat men hem om niet moet dienen, nalopen, en zal wat van hem nemen! om de grootmoedigheid van mijnen meester behoef ik niet zo in armoede en gebrek te leven; ik zal deze gelegenheid aangrijpen om tot ene bezitting te geraken (vs.27).
Géhazi’s zonde was een samenknoping van ongerechtigheid. De geldliefde, die wortel van alle kwaad, was het begin daarvan. Zijn meester versmaadde Naäman’s rijkdommen, maar hij begeerde zo. Zijn hart zegt Hall, was in de koffers van Naäman ingesloten, en derhalve liep hij hem na, om iets daaruit weg te halen. Velen zijn, door lust te krijgen tot het geld, afgedwaald, of verleid van het geloof en hebben zich zelf met vele smarten doorstoken. (1 Tim.6: 10).
Zo-want de begeerlijkheid ontvangen hebbende, baart de zonde (Jak.1: 15) volgde Géhazi Naäman achterna. En toen Naäman, die zolang de landstreek van Samaria, waar hij het grootste geluk in zijn leven had ondervonden, nog niet uit zijn gezicht lag, op den weg gedurig terugzag, bemerkte, dat hij, de dienaar van den man Gods, hem naliep, viel hij (steeg hij) van den Wagen af, hem tegemoet, en hij zei: Is het wel; uwen heer is immers geen onheil overkomen, dat gij mij zo haastig naloopt?
En hij zei: Het is wel; maar mijn heer bevindt zich op het ogenblik in verlegenheid, daarom heeft hij mij gezonden, om tot u te zeggen: Zie, nu straks, als gij nauwelijks waart afgereisd, zijn tot mij twee jongelingen uit de zonen der profeten, die thans klederen en voedsel missen, van het gebergte van Efraïm gekomen, uit de profetenschool te Gilgal (Hoofdstuk 2: 1; 4: 38,42); geef hun toch een talent zilvers (ruim 4700 (?) gulden) en twee wisselklederen, 1) opdat zij niet ongeholpen behoeven heen te gaan.
Hierdoor, en dit was juist ene grote zonde van Géhazi, kon Naäman denken, dat Elisa nu heimelijk zocht te verkrijgen, wat hij in het openbaar, onder aanroeping van den Naam des Heeren, had geweigerd. Het karakter van den profeet Gods tastte Géhazi aan, en dit tegenover een Heiden, die nog kort geleden had betuigd, dat Israëls God de alleen ware God was. Daarom is straks ook de straf zo zwaar.
Maar hij, Elisa, op dit ogenblik geleerd door den Geest der profetie, die hem het verborgene ontvouwde, alsof hij het met lichamelijk oog gezien had (Hand.5: 3 vv. 8, vv.), zei tot hem: Ging niet mijn hart mede, ben ik niet in den geest den weg met u gegaan, toen gij Naäman naspoeddet, stond ik niet in den geest aan uwe zijde, als die man zich omkeerde van op zijnen wagen u tegemoet, en heb ik niet gehoord wat gij tot hem gesproken hebt? 1) was het, nadat juist een werk van God geschied was, zo wonderbaar en heerlijk, dat ook de kortzichtigste in Israël verstaan moest, dat zich Israëls Heilige openbaarde-was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden? Is het een tijd om het heiligdom Gods door lage hebzucht te bezoedelen? Is het integendeel in Israël niet een tijd, waarin allen, die het bij de banier van Jehova houden, ernstiger dan ooit de waarheid hunner zaak met hunnen gehelen wandel moeten bezegelen. 2)
Elisa laat Géhazi gevoelen, dat hier slechts een argwaan, van hoeveel grond dan ook, bestond, die door een onverschrokken loochenen quanta ter nedergeslagen worden, dat hier geen menselijk vermoeden, geen twijfelachtig menen was maar in tegendeel een weten, zo als de mens slechts datgene weet, dat hij tegenwoordig zijnde, met zijne ogen gezien heeft; hij stelt het wezenlijke van de daad zo voor, als dat slechts door iemand kon geschieden, die het gezien had: de deelneming en vriendelijkheid, waarmee de vorstelijke man, van den wagen geklommen, zelf op de straat den knecht tegemoet gaat en de leugenachtige bede, waarmee hij, niet denkende aan het goud, zilver en klederen, vraagt. Het licht van dit ontzettend weten, dat hem veroordeelt, ontdekt niet slechts het verborgene van zijn leven in ene boze daad, die hij door den nacht bedekt acht; het dringt zelfs door in de diepte van zijn meest verborgen bestaan en brengt aan het licht, wat daarin het duistere verborgen is, openbarende den raad zijns harten, hoe hij begeerd heeft naar olijfbomen, wijngaarden enz.
In Géhazi’s daad lag gene gewone goddeloosheid; het was de uiterste, de meest roekeloze verloochening van den levenden God, als van den Heilige in Israël, zo als deze man, die boven duizend anderen Hem kennen, Hem vertrouwen, Hem beminnen en Hem vrezen moest, om schandelijk gewin uit snode gierigheid handelt.
Dat is: is het nu, waar zo vele huichelaars uit eigenbaat en geldgierigheid zich voor profeten uitgeven en het profetenambt bij de ongelovigen in verachting brengen, bij een dienaar van den waren God de tijd, om voor dat, wat God door hem gewerkt heeft, van een niet-Israëliet geld en goederen te nemen, om zich een aards vermogen te verwerven?. Was dit een gelegenheid, wil Elisa zeggen, om u daardoor te verrijken? Hebt gij dit gedaan op een behoorlijken tijd, toen ik, om gewichtige redenen, Naäman’s geschenken geweigerd had? Moest gij hem dus aanleiding geven, om te denken niet alleen, dat ik een bedrieger ben, die uit ijdele eerzucht weigerde in het openbaar te ontvangen, hetgeen ik bij ene andere gelegenheid hoopte te verkrijgen, maar ook, dat onze gehele godsdienst slechts in bedrog bestaat, en dat God, die zulk een persoon voor Zijn profeet erkent, zo heilig en rechtvaardig niet moet wezen, als wij voorgeven?. Met dat laatste woord toonde Elisa, dat hij in het binnenste van Géhazi’s hart had gelezen, dat God hem de verborgenste gedachten van zijn knecht had geopenbaard.
KruisverwijzingenExodus 4:6→Numeri 12:10→2 Koningen 15:5→2 Koningen 5:1→Handelingen 8:20→Handelingen 5:10→Jozua 7:25→Maleachi 2:8→— Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.
Reeds heb ik ene aanwijzing van den Heere ontvangen, welke straf ik u aan te kondigen heb. Zie daarom, omdat gij dit gedaan hebt, zal u de melaatsheid van Naäman aankleven en uw zaad in eeuwigheid; 1) de ziekte die van Naäman is weggenomen om de gehoorzaamheid van zijn geloof, zal u en uw nageslacht ten alle tijde aankleven tot een sprekend getuigenis, dat God niet met zich laat spotten! Toen, op hetzelfde ogenblik dat de profeet dit gesproken had, werd het vonnis aan Géhazi voltrokken en a) ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats wit als de sneeuw. 2)
Num.12: 10; 2 Kronieken 26: 19,20.
Géhazi had Naäman’s geld begeerd, nu zou hij ook Naäman’s kwaal bezitten. Met zijn leugen had hij voorspoed bedoeld voor zijne nakomelingen, zijn leugen wordt hem nu tot een vloek. Het liegen van Géhazi was als het ware een liegen tegen den H.Geest, die Elisa bestuurd had. Zijn straf komt dan ook enigermate overeen met die van Ananias en Saffira. Want een melaatse was toch dood voor de maatschappij.
Wat dunkt ons, hoe zal hij de Damasceense prachtklederen, de bundels met zilver nu hebben aangezien? O hoe dikwijls zal hij gewenst hebben, voor al zijne schatten slechts éénen dag zijner armoede te kunnen wederkopen met het blij gevoel van gezondheid, met het zoete genot van eten en drinken, van den zachten en rustigen slaap! En dan-de verloren vrede Gode-Onbegrijpelijkste, ontzettendste, vreselijkste aller misleidingen, wie vreest u, gelijk wij u moesten vrezen? God ontferme zich onzer en helpe ons allen, dat niemand van ons zijne hoop stelle op den onzekeren rijkdom, maar op den levenden God, die ons aanbiedt veel goeds rijkelijk te genieten. (1 Tim.6: 6 vv.).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Koningen 5
2 Koningen 5:11.KruisverwijzingenSpreuken 13:10→Johannes 4:48→Mattheüs 8:8→Hebreeën 12:25→Spreuken 3:7→Lukas 14:11→Johannes 6:66→Jesaja 55:8→
— Maar Naaman werd zeer toornig, en toog weg, en zeide: Zie, ik zeide bij mijzelven: Hij zal zekerlijk uitkomen, en staan, en den Naam des HEEREN, Zijns Gods, aanroepen, en zijn hand over de plaats strijken, en den melaatse ontledigen.
Vooropgezette denkbeelden over hoe de handelwijze des Heeren behoort te zijn, zijn schadelijk, zelfs voor hen die waar geloof in God hebben, en toch worden zij vaak gekoesterd. Wij tekenen tevoren het pad van de voorzienigheid en de wijze van Zijn barmhartigheid uit, vergetend dat de voetstappen des Heeren niet bekend zijn. Wanneer de Heere niet naar onze denkbeelden verkiest te handelen, roepen wij half verontwaardigd uit: “Ik dacht dat Hij het zeker anders zou doen.”
Deze dwaasheid wordt bij gelovigen soms gezien met betrekking tot hun weg naar de hemel. Zij zijn als de kinderen Israëls toen die uit Egypte kwamen: er is een rechte weg naar Kanaän — waarom mogen zij die niet nemen? In plaats daarvan worden zij rondom geleid; hun loop is beurtelings voorwaarts, achterwaarts en stilstaand — naar rechts en naar links, oprukken en terugtrekken.
Verbijstert de voorzienigheid ons niet vaak en gaat zij niet in tegen niet alleen onze wensen maar ook ons overwogen oordeel? Wat het beste schijnt overkomt ons niet, terwijl wat verontrustend schadelijk schijnt ons overvalt. Onze voorspellingen komen niet uit, onze dagdromen worden niet verwezenlijkt, en onze plannen voor het leven worden niet uitgevoerd.
Wij hebben het gewaagd zulke vragen te stellen, maar wij hebben ze niet kunnen beantwoorden; en het is ook goed dat wij dat niet kunnen, want onze zaak is niet het oplossen van vraagstukken maar het volbrengen van voorschriften. Laten wij ophouden met onze eigen wijsheid en alle beschikkingen in de hand van onze hemelse Vader laten. Onze gedachten zijn ijdelheid; Zijn gedachten zijn kostelijk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
NAÄMAN WORDT VAN MELAATSHEID GEREINIGD EN GEHAZI DAARMEE GESTRAFT. Vs. 1-27. “Zo ergens dan wordt het in de nu volgende geschiedenis duidelijk, dat de tijd van Elisa voorafschaduwingen heeft en naar het Nieuwe Testament wijst. Hier ontvouwt zich reeds de liefde, die daar verscheen, niet opdat zij zou gediend worden, maar om te dienen; hier is de scheidsmuur tussen Israël en de heiden reeds gevallen, zelfs vinden wij hier een beeld vol van betekenis omtrent de doop van het Nieuwe Testament en zoveel, dat ons aan het Evangelie herinnert.” Naäman, de veldoverste van de Syrische koning, aan melaatsheid lijdende, verneemt door een meisje, dat krijgsgevangen is en in de dienst van zijn echtgenote staat, van de profeet te Samaria, die grote tekenen en wonderen doet. Hij gaat tot hem om zich te laten genezen. Wat de profeet hem beveelt, n.l. zich zevenmaal in de Jordaan te wassen, maakt hem die iets geheel anders verwacht had, verdrietig, zodat hij weer op het punt is om weg te reizen. Op aandringen van zijn dienaren, besluit hij toch de doop in de Jordaan te doen plaatshebben. Zodra hij genezen is, reist hij naar Samaria terug, en wil hij aan Elisa grote dankbaarheid bewijzen; deze weigert beslist iets van hem aan te nemen en bemoeit zich slechts met de geestelijke verzorging van de man, die in Israëls God is gaan geloven. Gehazi, de dienaar van de profeet, gedreven door lage hebzucht, sluipt de naar huis terugkerende Syriër achterna en maakt van diens argeloosheid tot zijn voordeel gebruik; tot straf daarvoor legt zijn heer, als hij, weer voor deze treedt, diezelfde ontzettende ziekte op hem, die van Naäman weggenomen was. Wat den tijd betreft, zo behoort deze geschiedenis achter 8: 1-6 dus in de tijd dat de hongersnood van zeven jaar ( 4: 38,42) geëindigd en het uur gekomen was, dat de opdracht, eens aan Elia gegeven, om Hazaël tot koning over Syrië en Jehu, de zoon van Nimsi tot koning over Israël te zalven (1 Koningen 19: 15vv.), nu door Elisa, zijn opvolger, volbracht moest worden ( 8: 7vv; 9: 1vv.). Terwijl de Heere Syrië verkiest tot een werktuig van de over Zijn volk besloten gerichten moet Hij daar tevoren aan een ontvangbaar hart de heerlijkheid van Zijn naam bekend maken, evenals Hij later, voordat hij Assyrië in de dienst van Zijn raadsbesluiten gebruikt, dit volk vooraf voor zo’n doel toebereidt door de zending van de profeet Jona naar Ninevé (2Ki 14: 25). Deze geschiedenis wordt daarom met de in het vorige hoofdstuk vertelde vijf wonderwerken van Elisa verbonden, omdat ons eerst het bijzondere leven van de profeet in enige beelden voorgesteld moet worden, voordat wij van zijn ingrijpen in de politieke betrekkingen van het land en van zijn invloed op koning Joram horen ( 6: 8-8:
.
Naäman (= schoonheid) nu, de krijgsoverste van Benhadad II (1Ki 11: 25), de koning van Syrië, was een groot, een hooggeplaatst man voor het aangezicht van zijn heer en van hoog aanzien 1) bij het volk in het land: want door hem, wiens hand het werktuig van God tot de over Achab besloten ondergang geweest was (1Ki 22: 34), had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven. Nadat hij eerst daardoor zijn koning nader bekend geworden en door hem aan het hoofd van het leger gesteld was, voerde hij met goede uitslag de oorlogen, misschien wel die, welke in 6: 8vv. verteld zijn, zodat de Syriërs hun ondernemingen tegen Israël en Samaria gelukten, in zoverre Elisa niet verhinderend tussenbeide trad. Zo was deze man een strijdbaar held, maar melaats. 2)
Volgens de overlevering van de Joden, was Naäman niemand anders dan de soldaat, die in zijn eenvoudigheid schoot en Achab trof. Hiervoor is echter geen enkel voldoend bewijs.
De man, die in zijn eenvoudigheid de boog spande en Achab doodde, was naar de getuigenis van de Joden niemand anders dan Naäman.
De melaatsheid, deze vreselijke, afschuwelijke ziekte, waarin Israël het beeld zag van het gruwelijkste, wat onder de hemel is, van de zonde, en waarvan genezing de Heere tot een voorbeeld van het zaligste, wat op aarde gebeurt, van de verlossing in Christus, nam (Leviticus 13: 14), werd in Syrië voor een gewoon natuurlijk kwaad aangezien, en verhinderde niet, dat deze Naäman in zijn ambten en waardigheden bleef.
Letterlijk en beter: Deze was als een strijdbaar held melaats. Men ziet hieruit het verschil van behandeling van de melaatsheid in Israël en bij de Syriërs. In Israël werd een melaatse afgezonderd, mocht niet in de gemeenschap van de mensen verkeren, maar buiten op het veld en de voorbijganger nog waarschuwen door het roepen van “onrein”. Bij de Syriërs kon een melaatse zelfs hoge staatsambten bekleden, ja, zelfs in de onmiddellijke nabijheid van de koning verkeren. De hogere betekenis van de wetten op de melaatsheid in Israël springt hierdoor duidelijk in het oog. Zij waren niet de zogenaamde wetten op besmettelijke ziekten, want in het Oosten heersten zeer vele ziekten besmettelijker dan de melaatsheid, maar de melaatse was Levitisch onrein geheel zijn leven zolang die ziekte duurde, en daardoor een beeld van de mens, zoals hij in Adam gevallen is en onrein, geestelijk melaats, is geworden. De melaatsheid was beeld van de zonde.
Deze 1) zei eens, toen in de familie weer over het zware, door menselijke geneesheren niet te helen leed, van den huisheer getreurd werd, en over het ellendig einde, dat deze overigens zo hoog begaafde en rijk gezegende man tegemoet ging, gesproken werd, tot hare vrouw: Och of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet Elisa, die te Samaria is (Hoofdstuk 2:
, dan zou hij hem van zijne melaatsheid ontledigen. 2)
Het behaagt Gode door zogenaamde kleinigheden grote gedachten en daden te volvoeren. Wat kon op zichzelf onbeduidender zijn den de gevangenneming van een Israëlietisch meisje door enige Syrische soldaten? Wie zal er veel van gesproken hebben? Maar dit was het middel, waardoor de aanzienlijkste en voortreffelijkste man in Syrië gered en tot het geloof aan den levenden God gebracht werd, het middel, waardoor een straal van heil in de doodsschaduwen van dat heidens wereldrijk viel.
Reeds in de vroege jeugd door een ontzettend hard lot getroffen, moest dit meisje boven duizend anderen enen duisteren en moeielijken levensweg bewandelen. Aan de haren ontrukt, van volk en land weggevoerd, in ene vreemde stad verkocht, slavin van enen heiden, bleef haar de vreugde der jeugd en het blijde levensgenot vreemd, verdriet en treurigheid benevelden haar leven. Hoe dikwijls zal zij door heimwee aangegrepen, in verlangen naar vader en moeder, in begeerte, om weer eens een levend woord van waarheid uit den mond van enen profeet, of ook slechts van den geringsten Israëliet te horen, tot God geschreeuwd hebben, van wien zij wist, dat Hij der vreemdelingen hart gadesloeg en aan wien zij zich vasthield, als wiens ogen door alle landen zien, om te helpen, die Hem met hun gehele hart aanhangen! Niet te vergeefs geloofde zij en bad zij tot den Onzichtbare, alsof zij Hem zag; de genezing van haren heer was ook de hare. Want als Naäman van Samaria terugkeerde, gered en genezen, en met de blijde belijdenis: “Zie nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël” (vs.15), toen was hij dankbaar jegens de Israëlietische maagd; zonder twijfel schonk hij haar de vrijheid en zond hij haar naar haar land terug.
Eigenlijk staat er: Van zijne melaatsheid opnemen. Daaruit blijkt zeer duidelijk, dat hier een Israëlietische spreekt. Want deze uitdrukking is een verkorting voor: van zijne melaatsheid genezen, opdat hij wederom zou kunnen worden opgenomen, n.l. in de gemeenschap der mensen (Num.12: 14 vv.). Als slavin in een vreemd land, heeft zij noch den God van Israël, noch Zijne wetten, noch Zijn profeet vergeten. Zij denkt er niet aan, dat Naäman niet uit de samenleving is uitgestoten. Haar wens is, dat hij weer genezen worde. Uit deze begeerte is duidelijk, dat zij het niet hard heeft gehad in het huis van hare meesteres. De zachte behandeling van deze vrome Israëlietische maagd wordt door God aan Naäman vergolden met de genezing van zijne schrikkelijke ziekte.
Op het vrije en betrouwbare woord van het meisje rees echter de gedachte bij hem op, dat die weg, die alleen nog onbetreden was, misschien de enige was om werkelijk geholpen te worden. Toen ging hij 1) in het paleis van Benhadad, en gaf het zijnen heer te kennen, dat hij ene reis naar Samaria wenste te maken, om bij den profeet genezing te zoeken, zeggende: Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken, die, uit het land van Israël is 2) en ik ben vol vertrouwen, dat zij recht gesproken heeft.
Ook hier weer doet zich Naäman niet kennen als een hoogmoedig en eigenzinnig man. Integendeel, hij let niet op de geringheid van het middel, noch op de onwaardigheid van haar, die hem deze goede tijding bracht. Hij heeft slechts een wens en die wens is: dat hij genezen mag worden.
Ach, dat zij, die geestelijk melaats zijn, geen minder aandoening hadden over hun ellende! Al de balsem van Gilead; noch al de kruiden op duizend bergen, kunnen hen reinigen; maar geloofd zij de Goddelijke genade, het gezegend geneesmiddel, door onzen groten Hogepriester verschaft, door onzen groten Profeet, Genees- en Heelmeester toegediend, gaat alles te boven en faalt nooit.
En hij, Naäman, bracht den brief van zijnen heer tot den koning van Israël, tot Joram (Hoofdstuk 3: 1 vv.) zeggende: (de inhoud van dezen brief was): Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie ik hebmijnen knecht Naäman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt, bevrijdt van zijne melaatsheid. 1)
Benhadad houdt zich slechts aan het algemene, dat hij gehoord heeft: in Israël kon men van de melaatsheid genezen worden; hoe en door wien, daar naar vraagt hij niet; hij laat dat aan Joram over. Hij gebruikt dezelfde uitdrukking als de slavin van Naäman’s huisvrouw.
En het geschiedde, als de koning van Israël den brief gelezen had, dat hij van schrik zijne klederen scheurde, want Benhadad had zich in zijnen overmoed, waarin hij Joram als, enen vazal beschouwde, zo kort uitgedrukt, dat Joram die woorden slechts kon opvatten als ene godslasterlijke uitdaging tot den krijg. En Joram zei tot zijne hovelingen, in wier tegenwoordigheid hij dien brief ontvangen en wien hij dien voorgelezen had: a) Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om enen man van zijne melaatsheid te onledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij door te vragen, wat geen mens kan te weeg brengen, oorzaak tegen mij zoekt; 1) als ik dezen veldoverste ongenezen moet terugzenden, zal hij een voorwendsel hebben mij op nieuw (Hoofdstuk 6: 8-7: 20) aan te vallen.
Deuteronomium 32: 39; 1 Samuel .2: 6.
Maar waarom dacht dan Joram slechts aan den nood, dien Benhadad teweeg gebracht had? Waarom dacht hij niet aan den profeet, die reeds in het begin zijner regering bij den tocht tegen de Moabieten hulp verschaft had (Hoofdstuk 3) en ook in de oorlogen met de Syriërs betoond had Israëls wachter en raadsman te zijn? Waarom stelde hij de eer van zijn land tegenover den zieken Syriër zo lichtvaardig bloot, en gedroeg hij zich, alsof er nooit in Israël een melaatse geheeld was, alsof in de gehele geschiedenis van zijn volk nergens ene daad van hulp en genade des Almachtigen was voorgevallen, alsof er in zijn rijk geen profeet machtig in daden en in woorden was?. Keren wij liever de wapenen tegen ons zelven! Hoe dikwijls stellen ook wij op gelijke wijze de eer van God en van het rijk, waartoe wij behoren bloot en dat, mag men wel zeggen, voor een spotprijs. De geringste tegenspoed, de onbeduidendste moeilijkheid in ons leven-en-wij kunnen ons gedragen, alsof wij met onzen Heere en met al Zijne beloften slechts jammerlijk bedrogen waren. Het was een goed en behartigingswaardig woord, dat eens een Christelijk broeder tot enen anderen zei, die hem met bittere klachten vertelde, hoe lang de Heere het hem reeds aan het noodzakelijkste onderhoud had laten ontbreken. “Och! antwoordde de ander, men moet den Heere niet zo spoedig een kwaden naam geven, noch wanneer Hij soms schijnbaar hard en vreemd handelt, dat dadelijk onder de mensen gaan ronddragen.” Het is waar: ons geestelijk patriotisme moest te teder zijn, dan dat wij ook bij de meest raadselachtige lotsbeschikking aanstonds een gelaat zouden zetten, dat de goede stad Jeruzalem bij anderen in miscrediet zou kunnen brengen; wij moesten in plaats van het zeldzame leed, dat ons daarin wedervaart, aanstonds aan de grote klok te hangen, ons integendeel in goddelijke ijverzucht gedrongen gevoelen boven alles de betoningen van genade en trouw bekend te maken die wij daar beleefden. Voor Naäman zal het een pijnlijk ogenblik zijn geweest. In Syrië geen genezing en hier ook in Israël wacht hem, zo het schijnt, de droevigste teleurstelling. Maar juist langs dien weg moest ook Naäman leren, dat, als alle menselijke hulp faalt, de God van Israël, de levende God er nog is, bij Wien in waarheid uitkomsten zijn tegen den dood.
Maar het geschiedde als Elisa, de man Gods, die zich juist in het huis te Samaria (Hoofdstuk 2: 25) ophield, gehoord had, dat de koning van Israël zijne klederen gescheurd had, want het bericht verbreidde zich te sneller in de stad, daar Naäman’s prachtig geleide zoveel opzien had te weeg gebracht, dat hij een zijner leerlingen of Géhazi, zijnen knecht, tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uwe klederen gescheurd en u tegenover de Syriërs zo rade- en hulpeloos gedragen? Inboorling van een land, dat met gedenktekenen van Jehova’s macht en genade als bezaaid is, geeft gij dit land aan de lastering der heidenen prijs, als waren ook hier de bronnen verdroogd, waar zij elders verdroogden, als ware hier de raad ten einde, wanneerde goden en hun priesters geen raad meer weten. Laat hem, den melaatse, die zijnen troost en zijne hoop op den God Israëls en Zijn hand gesteld heeft, nu tot mij komen, opdat hij niet teleurgesteld wederkere, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israël is,
en alzo dit land van de almachtige hulp zijns Gods niet verlaten is.
Dit gezegde van Elisa sluit zich aan, aan de woorden van het Israëlietisch meisje. Niet, om zich zelven de eer te geven, maar om Naäman te doen verstaan dat niet de koning, maar dat God, in Wiens dienst de profeet stond, machtig was, om te doen, wat Joram niet kon. En insgelijks, om hem te kennen te geven, dat niet de afgoden van zijn land, maar de God van Israël alleen de ware God was. Dit doel bereikt Elisa ook. (Zie vs.15).
Toen zond Elisa, zonder zich in het minst te schikken naar de meningen van den vreemdeling wiens gehele zijn ene gehele omkering moest ondergaan, zou hij aan Israëls Godgelovig worden, tot hem enen bode voor de deur, 1) zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in den Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, 2)dat nu door de melaatsheid weggevreten is, en gij zult rein zijn.3)
Dit gedrag is te opmerkelijker, naarmate zulk een voornaam terugtreden minder in de roeping en het karakter van Elisa, den vertegenwoordiger der Goddelijke liefdadigheid ligt. Maar Elisa weet wel wat hij doet, en zich ganse gedrag, hoewel het den schijn heeft van geen klein gevoel van eigenwaarde, ja van trotsheid, openbaart slechts de hoge mate van zijne wijsheid in het verzorgen der zielen, als van zijnen fijnen takt in de waarneming van hetgeen tot ere van zijnen Heere en God wezen kan. De voorname vreemdeling moet in de eerste plaats weten, dat hij hier niet met enen Syrischen tovenaar en afgodspriester, maar met den knecht ener Majesteit te doen heeft, die den persoon niet aanziet en voor wien de menselijke begrippen van groot en klein, van hoog en gering in ‘t niet verdwijnen. -Naäman moest niet geloven, dat hij in zijne heerlijkheid bij dezen God ook maar het geringste voorhad; hij moest weten, dat hij slechts op enen enigen grond, op ‘s Heeren hulp mocht hopen, namelijk omdat Jehova een God van genade was en zich in vrije liefde over den zondaar wil ontfermen.
Wederkomen, dewijl door deze schrikkelijke ziekte het vlees wegvrat en wegteerde en in etter opgelost werd. Naäman verkrijgt daarmee de belofte van volkomen genezing, mits in den weg van kinderlijke gehoorzaamheid aan het woord des Heeren, hier door den profeet tot hem gesproken. Dat hem geboden werd, zevenmaal zich te baden, staat in verband met het feit, dat hij een zegen ontvangt van den God des Verbonds van Israël (het getal zeven is het getal des verbonds), maar diende ook, om zijne gehoorzaamheid op den proef te stellen. Naäman moest alle hoge gedachten van zich zelven leren afleggen, om alle deze weldaden te ontvangen als verbeurde gunst en ongehoudene goedertierenheid.
Naäman moest eerst in de school van ootmoed geleid worden, om van daar in de school des geloofs gebracht te worden: daarom geeft Elisa hem nu ene aanwijzing, aan welke zijn geloof moet beproefd worden. Dat de Jordaan de melaatsheid niet genas, wisten de Syriërs even goed als de Israëlieten. Dan zouden alle die melaatsen, van welke er volgens het woord van onzen Heer (Luk.4: 27) ten tijde van Elisa vele in Israël waren, gemakkelijk van hun ziekte hebben kunnen bevrijd worden, als het baden in den Jordaan dit op zich zelf gedaan had. Maar wie zou hier de diepe betekenis van deze aanwijzing kunnen miskennen? Ook tegen de geestelijke melaatsheid, de zonde, zouden wij slechts iets dergelijks weten te verordenen, als Elisa voor zijnen zieke-een bad, ene wassing maar in andere stromen dan in die van ene aardse rivier.
Welk een eenvoudig middel werd hem voorgeschreven! Hij moest zeven maal een bad in den Jordaan nemen. Ene treffende aanduiding van den doop des Nieuwen Testaments. De melaatsheid is in de Schrift de vertegenwoordiging der zonde; de wassing met water daarentegen is de vertegenwoordiging van de vergeving der zonde uit kracht van het bloed van Christus. Zich zevenmaal wassen is, geestelijk genomen, zich onophoudelijk wassen. Wij moeten geloven in onzen doop, in de verzoenende kracht van Christus’ bloed, en geloofd hebbende, wederom geloven en nog eens geloven, en zó tot den einde toe, en wij zullen zalig worden.
Maar Naäman werd zeer toornig, minder omdat de profeet hem niet die onderscheiding had laten ten deel worden, die hij verwacht had, als wel omdat het voorgeschreven middel der genezing zo geheel en al tegen zijne gedachten was, dat het hem voorkwam alsof Elisa den spot met hem dreef, en hij toog weg van Samaria in de richting naar Damascus, zonder op den Jordaan, over welken hij trekken moest, acht te slaan, en hij zei, terwijl hij de stad verliet, tot zijnen geleider: Zie, ik zei 1) bij mij zelven: Hij, de profeet, zal zeker uitkomen, en staan, en den naam des HEEREN zijns Gods, aanroepen, en zijne hand over de plaats strijken, die door de ziekte is aangetast, en mij, den melaatse, van mijne ellende ontledigen.
Dit: “ik zei bij mij zelven,” “ik dacht” is van alles wat op aarde krachtig is het allerkrachtigste, en-zo niet van al het kwade het kwaadste-toch van al het ongelovige het ongelovigste. Dat “ik dacht” heeft de zonde, de ellende en den dood in de wereld gebracht en dat “ik dacht” houdt de verlossing van zonde en ellende en dood bij duizenden tegen, en deze duizenden, als zij in die mening gestorven zijn, zullen het volgend leven in een andere wereld beginnen met een: “ik dacht.”. Ik dacht het zou wel goed gaan; ik dacht de zonde zou wel zo veel niet zijn. God zou wel vergeven, de hel bestond niet, de duivel was ene inbeelding, en de vloek een schrikbeeld, de eeuwige verdoemenis een vogelverschrikker. Ik dacht-maar wee! ik bevind het anders, mijn “menen” heeft mij bedrogen (vgl. Luk.16: 23). Iemand, die eerst ene kaart van een land wilde tekenen, voordat hij het land bereisde, dien zou de gehele wereld voor een dwaas uitmaken, vooral wanneer hij later het land doorreizende, beweerde, dat het dat land niet kon zijn, omdat het met zijne kaart niet overeenkwam. Duizenden maken zich echter op het gebied des geloofs aan dezelfde dwaasheid schuldig en loochenen de waarheid in het aangezicht, dat zij de waarheid niet is, omdat men-o misslag zonder gelijke! -vroeger het signalement van deze dochter des hemels heeft vastgesteld, dan men haarzelve kende en hare trekken beschouwde.
In plaats daarvan beveelt hij mij echter mij zevenmaal in den Jordaan te wassen, wat zou dat baten? Zijn niet, als het slechts op baden aankomt, Abana (= hare stenen) en Farpar (= allersnelst), de rivieren van Damascus, die zo schoon, helder en doorzichtig zijn (2 Samuel 8:
, beter dan alle wateren van Israël, 1) dan deze Jordaan met zijn troebel water; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, gelijk reeds gezegd is, haastig van Samaria af, en toog weg met grimmigheid. 2)
Van de beide rivieren van Damascus is Abana of Amana zonder twijfel de tegenwoordige Barada of Barady, d.i. de koude rivier, de Chrysorrhoas (Strabo XVI. 755), die in de hoge vlakte, zuidelijk van Zebedany, op den Anti-Libanon ontspringt, door de vlakte van Damascus en door deze stad zelf stroomt en 4 3/4 uur oostelijk daarvan in twee armen, in twee kleine meren zich uitstort. De Farpar is waarschijnlijk de enige zelfstandige stroom van betekenis in het gebied van Damascus; de Awadsch, die uit de vereniging van meerdere beken bij Sa’sa ontstaat en Zuidelijk van Damascus door de vlakte in het meer Heidschâny uitstroomt. Het water van den Barada is helder, zuiver en doorzichtig, terwijl het water van den Jordaan troebel, van een leemachtige kleur is. Waarom Naäman begrijpelijker wijze zijne eigene rivieren voor beter achtte, dan den Jordaan.
Het was een eenvoudig middel, doch juist de eenvoudigheid van het middel maakte Naäman toornig. Zo is de mens, zo zijn wij allen. Zo dikwijls deze Syrische gesteldheid bij ons opkomt (want zij is in ons) ergeren wij ons aan de eenvoudigheid van het Evangelie, dingen wij tegen het goedkope aan. De mens wil de zaligheid niet om niet hebben. Hij zal zich gaarne de grootste moeite getroosten om de zaligheid te verkrijgen, maar om zonder alle moeite de zaligheid te ontvangen, dat gaat voor zijne eer als werklustig en werklievend mens te ver. En toch wil God deze allerhoogste gave niet anders geven dan om niet. Aan de zijde Gods heeft onze zaligheid genoeg, heeft zij alles, heeft zij het bloed van Christus gekost; doch daarom wil God er nu niet het minste meer voor hebben. De mens moet niets meer doen dan geloven, dat God Zijnen Zoon voor den zondaar tot een Heere en Zaligmaker gemaakt en aan hem gegeven heeft.
De blindheid van den mens komt hier treffend uit. Naäman wilde God voorschrijven, hoe deze doen moest en nu Gods weg regelrecht indruist tegen zijn weg en hij hoegenaamd geen verband ziet tussen het middel en het doel, gaat hij in toorn heen. In zijn blindheid verwerpt hij moedwillig het middel door God verordineerd. Zo doet ook de blinde zondaar, die het kruis van Christus verwerpt, dewijl de prediking daarvan hem ene dwaasheid en ene ergernis is.
Toen traden zijne knechten toe, wien de Heere op dit ogenblik van beslissing uit genadig ontfermen ene goede gedachte in het harte gaf, 1) en spraken tot hem en zeiden: Mijn vader!
(Hoofdstuk 6: 21; 13: 14; 1 Samuel .24: 12die profeet tot u ene grote zaak gesproken had, u iets zeer moeielijks, iets, dat met grote opofferingen gepaard ging, bevolen had, zoudt gij ze niet gedaan hebben zonder enige bedenking? 3) hoe veel te meer kunt gij nu deze kleine en geringe zaak beproeven, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn? Het komt er toch in deze zaak slechte op aan, of hij werkelijk een profeet des levenden Gods is, die helpen kan; is hij dit, zo is het hetzelfde welk middel hij kiest, klein of groot (1 Samuel .14:
.
Wat al het verstand van de verstandigen niet ziet, ziet in eenvoudigheid een kinderlijk gemoed.
Dat vertrouwelijk toespreken toont, dat Naäman jegens zijn onderdanen een goed en welwillend meester was. (Matth. 8: 5 vv.).
De bestraffing was zeer bescheiden en voorzichtig. Bijaldien zij, gelijk ongeschikte en pluimstrijkerige dienstboden in dit geval zouden gedaan hebben, huns meesters toornige verbolgenheid aangehitst en zich aangeboden hadden, om den profeet het geleden ongelijk betaald te zetten, wat zou dan van hen zijn geworden? Zeker zouden zij het vuur uit den hemel, of enig ander vernielend oordeel Gode over zich gehaald hebben. Maar hetgeen iets zeldzaams was, zij kozen de zijde van den profeet. Elisa ofschoon bemerkende, hoe zijn reden en gedrag Naäman in een kwaden luim hadden gebracht, bekommerde zich echter niet, om hem te bevredigen. Het was voor hen niet zonder gevaar, bij aldien zijn toorn bleef aanhouden, doch de Voorzienigheid gebruikte zijne dienaren, om hem tot inkeer te brengen.
Ook dit vertrouwelijk toespreken met “mijn vader” bewijst de goede verstandhouding tussen Naäman en zijne dienaren. Daarvan plukte de Syrische generaal nu zelf de liefelijke vruchten.
Het komt veel meer met de neiging van den natuurlijken mens overeen door eigene inspanning, door de zwaarste zelf-pijnigingen en offeranden den hemel te winnen, dan het zonder menselijk toedoen en zonder verdienste door Gode genade bereide heil in de eenvoudigheid en ootmoed des geloofs aan te nemen. De menselijke natuur, zegt een godgeleerde van onzen tijd, is ene geborene tegenstandster van het Evangelie; en Dr. Martin Luther schrijft: “De wereld wil onzen Heere God den hemel afwinnen, afverdienen, afkopen, hoewel Hij door de gehele wereld laat uitroepen: “Ik wil uw God zijn, uit genade wil Ik het u geven, uit genade en om niet wil Ik u zalig maken.” Daarom staan ook in de Roomse kerk de boetedoeningen in zo hoog aanzien. Duizenden, die vermoeid en belast zijn en naar vrede met God smachten, laten het zich welgevallen, wanneer zij naar de uiterste einden der aarde gewezen worden; zij zouden aanstonds de bedevaart zonder zolen onder de voeten, zonder deksel over hun hoofd in gloeiende hitte en verstijvende vorst, blootgesteld aan al het woeden der elementen, afleggen, maar in het Evangelie van Gods vrije genade kunnen zij zich niet vinden, omdat dit met hun zinnelijk gevoel en hun menselijke mening niet overeenstemt.
Ten gevolge van deze toespreek week zijn toorn en kwam hij tot betere gedachten. Zo klom hij af, 1) en doopte zich, 2) dompelde of wies zich (Heb 9: 10) in den Jordaan zevenmaal (Jos 6: 5), naar het woord van den man Gods; a) en zijn vlees kwam weer, volgens de belofte van Elisa (vs.10), gezond en vol levenskracht, gelijk het vlees van enen kleinen jongen, 3) en hij werd rein.
Luk.4: 27.
In het Hebr. dryw (Wajered). Beter: Hij daalde af, n.l. van Samaria naar den Jordaan.
Dat ook wij ons dan laten raden door de knechten van God, die het eenvoudig geloof in het Evangelie gedurig ons voorstellen als het enige middel tot zaligheid.
Het geloof, hetwelk wij hier bij Naäman aantreffen, is het dusgenaamde geloof der wonderwerken, dat geloof, hetwelk nodig is, zal de Heere Zijne wonderen aan een schepsel verrichten. Dit gaat straks over in een historisch geloof, wanneer hij belijdt, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël (vs.15). Verder komt Naäman niet, ten minste niet op dit ogenblik, zoals blijkt uit vs.17 en 18.
O, ongehoorde gebeurtenis! Wie heeft zulk een wonder gezien! Geen onzuiver plekje is er meer aan zijn lijf te bekennen. Zijn gelaat blinkt als dat van een jongeling. Zijne ogen fonkelen als heldere sterren; en niet alleen, dat het afzichtelijk schilferige pantser der plaag is achtergebleven, ook het verloren vlees is teruggekomen. Het lichaam is fris, gezond en vlezig, als dat van een kleinen jongen, en rein en wit als albast van het hoofd tot de voeten. O, hoe rijk aan vreugde, hoe plechtig en verheven is dit ogenblik. Eén gevoel zegt in aller hart: “Hoe vreselijk is deze plaats!” Eén eenparige indruk bezielt de verbaasde gemoederen: “Hier is meer dan Baäl en zijne profeten!” Eén belijden vloeit van aller lippen: “De Heere is God! Den God van Israël zij de ere.”. Indien God naar Zijne rechtvaardigheid had gehandeld, Naäman, met weinig vertrouwen en mogelijk met tegenzin in den Jordaan zich indompelende, zou geen baat daarbij gevonden hebben; en veeleer zou zijn kwaal erger zijn geworden, maar God, die rijk is in barmhartigheid en de achting van Zijn dienaar wilde handhaven, gebruikt veeleer toegevendheid jegens een blinden heiden, dien de wonderwerken van Elisa nog niet zo bekend waren, als aan het volk van Israël. Nauwelijks had hij de bevelen van den Profeet volbracht, of de Heere vergunde hem een volkomene genezing in diervoege, dat geen merkteken van zijne melaatsheid meer overbleef, maar zijn vlees en vel was zo glad en zuiver, als dat van een klein kind. Dusdanig zijn de werken Gods; niet het minste gebrek is daaraan; zijne genezingen dragen altoos de merktekenen van Zijne oneindige Macht en goedheid.
Maar hij, de profeet, wees die aanbieding met alle beslistheid af, hoe verheugd hij ook was over den schonen geestelijken bloesem, die in deze aanbieding haren kelk ontsloot, en hij zei: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta (Hoofdstuk 3: 14), indien ik het neme, want niemand in Syrië mag kunnen zeggen, dat Gods gave voor geld te koop is, of dat de Heere persoon en stand aanziet. En hij, Naäman, hield bij hem aan, opdat hij het nam, doch hij, Elisa, weigerde het, 1) en sneed alle verdere aanbieding met een beslist antwoord af.
Waarom weigert Elisa het geschenk? Ja, ook om den Syriër en zijne landgenoten te leren, dat de gave Gods voor geen geld te koop is, maar bovenal om hem te doen verstaan, dat zijne genezing ene vrije gift Gods was, enkel uit genade was geschied. Elisa weigerde, om Naäman het woord “genade” te doen verstaan. Elisa ijverde hier voor de ere van zijn God. Naäman was wel tot de erkentenis gekomen, dat de Heere meer was dan alle goden, maar zijn geloof in den God van Israël was met veel bijgeloof gemengd. En nu wil Elisa hem door het weigeren van de gift, den waren aard van Israëls godsdienst leren kennen.
En Naäman zei: Zo niet, zo gij volstrekt niets van mij nemen wilt, geef dan omgekeerd een geschenk aan mij, laat toch uwen knecht gegeven worden een last aarde van een juk muilen, 1) zoveel van den grond van dit heilig engezegend land, als twee muildieren kunnen dragen, om dat mede naar mijn vaderland, naar Syrië te nemen en daarvan een altaar voor den God van Israël op te richten: want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, gelijk hij tot hiertoe deed, maar den HEERE, en opdat die offeranden Hem welgevallig kunnen zijn, wil ik Hem die op een altaar van grond uit het land van Zijn heiligdom brengen.
Aarde van Kanaän naar de verre heidenwereld te dragen, welk een veelbetekende Hieroglyfe! Boven Judea’s grond ontspruit het heil van de volken.
Hieruit blijkt wel, dat Naäman’s geloof met veel bijgeloof was gemengd. Waaruit spruit toch deze vraag voort? Bij de heidenen was het bijgeloof aanwezig, dat ieder land zijn God had en dat nu ook in het eigen land die God alleen kon en wilde vereerd worden. Dit was voor Naäman niet mogelijk, dewijl hij generaal was in Syrischen dienst. Hij moest derhalve, wilde hij zijn betrekking niet opgeven, in Syrië blijven wonen. Wanneer men echter den God van een ander land diende, ging men heen en nam aarde van dat land en maakte daarvan een altaar, om daarop de offeranden te brengen. Dit wil ook Naäman in praktijk brengen. Hij vraagt zoveel aarde als twee muilen kunnen dragen, om daarvan een altaar te maken. Zijn betrekking neerleggen, zich vestigen in Israël, daartoe kan hij niet komen. Duidelijk merken wij hier en ook in het volgende vers een strijd tussen verstand en geweten bij hem.
Ten opzichte van mijn dienen van Jehova heb ik nog ene bede. In deze zaak vergeve de HEERE uwen knecht, Hij rekene het mij niet toe als zonde, als verloochening van Hem: wanneer mijn heer, de koning, wiens dienaar ik ben, in het huis van den Syrischen afgod Rimmon 1) gaan zal, om zich daar neer te buigen, en hij op mijne hand leunen zal, en ik mij, volgens mijne verplichting, die ik als adjudant of opperste kamerdienaar heb, in het huis van Rimmon nederbuigen zal, niet om te aanbidden, maar opdat de koning op mij leune (Hoofdstuk 7: 2), als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uwen knecht in deze zaak! 2)
Rimmon is de naam van een Syrischen afgod. Hij, of Rammon, zoals zijn naam ook voorkomt, is de god des donders, evenals de Assyrische Rammann. Hoogstwaarschijnlijk was hij de opperste der afgoden van Syrië. Waarschijnlijk slechts een bijnaam. De granaatappel is het beeld van de voortbrengende natuurkracht.
In een dergelijken toestand bevond zich later de Evangelische keurvorst Johan de Standvastige, toen hij als maarschalk van het Duitse rijk voor keizer Karel V het zwaard moest dragen tot het Katholieke misoffer; andere Theologen hebben dit voor geoorloofd gehouden, daar zij op onze plaats onderscheid maakten tussen de vrijwillig een godsdienstige kniebuiging van den koning, die den afgod aanhing en werkelijke aanbidding was, en de gedwongene kniebuiging van Naäman, die slechts in den dienst van den koning geschiedde, slechts ene burgerlijke handeling was en door zijn ambt geboden werd. Men herinnere zich ook den strijd, die over de kniebuiging in Beieren gestreden is, een tiental jaren de gemoederen op het hevigst heeft beziggehouden en in het jaar 1848 daardoor beslist is, dat de Protestantse soldaten slechts op militaire wijze den monstrans behoefden te saluëren.
Hieruit blijkt wel duidelijk, dat het bij Naäman meer een zaak des verstands dan des harten was. Was hij werkelijk zaligmakend overtuigd geworden van den dienst des Heeren, overtuigd dat de Heere alleen God is en Zijn dienst alle offers waardig, hij zou met dit verzoek niet zijn gekomen. Nu hinkt hij nog op twee gedachten en heeft niet met beslistheid gekozen voor den enigen en waarachtigen God.
En hij, Elisa, zei tot hem: “Ga in vrede, 2) gij zijt onder goede leiding; Hij, die zich uwer in genade ontfermd heeft, zal u in alle waarheid leiden.” 1) En hij, Naäman, ging van hem, 3) van den profeet, om nu werkelijk naar Damascus terug te keren, ene kleine streek lands, een onbepaald eind weegs (Le 19: 37).
Staat Naäman in deze geschiedenis edel en beminnenswaardig als een man, die, wat hij is, niet ten halve wil zijn, en die bovenal het heiligste en hoogste van de mensen, de Godskennis en Godsverering niet met een halve ziel wil aangrijpen en in het leven volbrengen; die met waardige ernst bedenkt, wat waarheid en oprechtheid vorderen, zo komt ons de profeet Elisa tegenover hem niet minder edel en vereringswaardig voor. Men weet niet, wat men in zijn eenvoudige antwoord. (vs. 19 beslissen bedenking meer moet bewonderen, of de heldere juiste blik, die, hoeveel er ook om de hoofdzaak heen moge gelegerd zijn, toch spoedig en duidelijk de hoofdzaak vat; of de heilige gemachtigdheid, die ook daar, waar zij macht heeft om te drijven, te beperken, te belasten, zich daarvan onthoudt; of de zuivere menselijkheid en de zachtheid van het gemoed, die zo mee gevoelen kan, zich zo in de andere toestand en op zijn standpunt kan verplaatsen.
Elisa laat deze zaak onbeslist. Er zijn gewetenszaken, die de ene broeder voor den anderen niet kan beslissen, waarmee men elkaar naar God moet zenden, of die men aan Gods beslissing moet overlaten, en deze zal op het gebed licht geven ook uit het allerdonkerste.
Ondertussen stemmen wij gaarne toe, dat men enige dingen ten onrechte als dispensatie of vrijgeving tegen de Wet opgeeft. Met name, omtrent het eerste gebod, wanneer Elisa tot Naäman, op zijn voorstel: “Wanneer mijn heer in het huis van Rimmon gaan zal, enz.” antwoordt: “ga in vrede.” Daar de profeet door dit zijn antwoord hem de begeerde daad van afgoderij niet vrijgeeft, maar hem veeleer en op beleefde wijze met zijn verzoek van de hand wijst. (à MARCK). In het Hebr. Mwlsl Kl (Leek leschaloom). Deze woorden behelzen de gewone formule, waarmee men ieder, die wegging, liet vertrekken. (Zie 1 Samuel .1: 17; 20: 42; 2 Samuel .15:
. Elisa gebruikte ook deze alleen met dit doel en volstrekt niet, om zijne goedkeuring te hechten aan het voornemen van Naäman. Trouwens Elisa had ook geen toestemming te geven, want Naäman vraagt geen verlof, om het te doen, maar spreekt uit, dat hij het van plan is, en spreekt alleen de wens uit, dat de Heere hem die zaak moge vergeven. Elisa laat het over aan de consciëntie van den Syriër. Deze woorden hebben de kracht van ons: Vaarwel. Sommigen houden, echter geheel ten onrechte, om dit woord van Elisa, Naäman voor een waarlijk oprecht gelovige. Het tegenovergestelde is veeleer waar.
Is verder onze mening ten opzichte van den tijd, waarin de voor ons liggende geschiedenis heeft plaats gehad, de juiste (2Ki 6: 10), zo heeft God later het Conflict (strijd) der plichten, waarin Naäman als belijder van Israëls God aan de ene zijde en als dienaar van enen heidensen koning aan de andere zijde zich bevond eenvoudig daardoor opgelost, dat de man in het geheel niet weer in den toestand kwam, dat hij met Benhadad in het huis van den afgod Rimmon moest gaan en hem daar bij de aanbidding van den afgod dienen. Volgens die mening is spoedig op onze geschiedenis het in Hoofdstuk 8: 7 vv. medegedeelde omtrent Benhadads ziekte en zijne vermoording door Hazaël gevolgd. Nu kunnen wij ook niet geloven, dat Naäman ook generaal-adjudant en veldoverste van den nieuwen Syrischen koning geweest is; hij ware dan het werktuig van Hazaël geweest, om Israël in nood te brengen (Hoofdstuk 8: 11 vv; 13: 3 vv.). Daartoe was hij, nadat hij in Israël de genezing van het lichaam gevonden had, zeker niet de man. De Heere toch had hem uitverkoren, om vooraf Zijnen naam in Syrië te verheerlijken, vóórdat Hij zich van dit land als van ene tuchtroede tegen Zijn afvallig volk bediende.
Géhazi1) (= dal des gezichts) nu, de jongen, de knecht van Elisa, den man Gods (Hoofdstuk 4: 12 vv, 25 vv.8: 4 vv.), zei bij zichzelven: Zie, mijn heer heeft in al te grote nauwgezetheid, Naäman, dien Syriër, belet, dat men uit zijne hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had, en daardoor de gelegenheid laten voorbijgaan om op eerlijke wijze iets te verkrijgen; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem, dezen Syriër, omtrent wien men toch waarlijk niet gelijk jegens enen van Gods volk behoeft te handelen, dat men hem om niet moet dienen, nalopen, en zal wat van hem nemen! om de grootmoedigheid van mijnen meester behoef ik niet zo in armoede en gebrek te leven; ik zal deze gelegenheid aangrijpen om tot ene bezitting te geraken (vs.27).
Géhazi’s zonde was een samenknoping van ongerechtigheid. De geldliefde, die wortel van alle kwaad, was het begin daarvan. Zijn meester versmaadde Naäman’s rijkdommen, maar hij begeerde zo. Zijn hart zegt Hall, was in de koffers van Naäman ingesloten, en derhalve liep hij hem na, om iets daaruit weg te halen. Velen zijn, door lust te krijgen tot het geld, afgedwaald, of verleid van het geloof en hebben zich zelf met vele smarten doorstoken. (1 Tim.6: 10).
Zo-want de begeerlijkheid ontvangen hebbende, baart de zonde (Jak.1: 15) volgde Géhazi Naäman achterna. En toen Naäman, die zolang de landstreek van Samaria, waar hij het grootste geluk in zijn leven had ondervonden, nog niet uit zijn gezicht lag, op den weg gedurig terugzag, bemerkte, dat hij, de dienaar van den man Gods, hem naliep, viel hij (steeg hij) van den Wagen af, hem tegemoet, en hij zei: Is het wel; uwen heer is immers geen onheil overkomen, dat gij mij zo haastig naloopt?
En hij zei: Het is wel; maar mijn heer bevindt zich op het ogenblik in verlegenheid, daarom heeft hij mij gezonden, om tot u te zeggen: Zie, nu straks, als gij nauwelijks waart afgereisd, zijn tot mij twee jongelingen uit de zonen der profeten, die thans klederen en voedsel missen, van het gebergte van Efraïm gekomen, uit de profetenschool te Gilgal (Hoofdstuk 2: 1; 4: 38,42); geef hun toch een talent zilvers (ruim 4700 (?) gulden) en twee wisselklederen, 1) opdat zij niet ongeholpen behoeven heen te gaan.
Hierdoor, en dit was juist ene grote zonde van Géhazi, kon Naäman denken, dat Elisa nu heimelijk zocht te verkrijgen, wat hij in het openbaar, onder aanroeping van den Naam des Heeren, had geweigerd. Het karakter van den profeet Gods tastte Géhazi aan, en dit tegenover een Heiden, die nog kort geleden had betuigd, dat Israëls God de alleen ware God was. Daarom is straks ook de straf zo zwaar.
Maar hij, Elisa, op dit ogenblik geleerd door den Geest der profetie, die hem het verborgene ontvouwde, alsof hij het met lichamelijk oog gezien had (Hand.5: 3 vv. 8, vv.), zei tot hem: Ging niet mijn hart mede, ben ik niet in den geest den weg met u gegaan, toen gij Naäman naspoeddet, stond ik niet in den geest aan uwe zijde, als die man zich omkeerde van op zijnen wagen u tegemoet, en heb ik niet gehoord wat gij tot hem gesproken hebt? 1) was het, nadat juist een werk van God geschied was, zo wonderbaar en heerlijk, dat ook de kortzichtigste in Israël verstaan moest, dat zich Israëls Heilige openbaarde-was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden? Is het een tijd om het heiligdom Gods door lage hebzucht te bezoedelen? Is het integendeel in Israël niet een tijd, waarin allen, die het bij de banier van Jehova houden, ernstiger dan ooit de waarheid hunner zaak met hunnen gehelen wandel moeten bezegelen. 2)
Elisa laat Géhazi gevoelen, dat hier slechts een argwaan, van hoeveel grond dan ook, bestond, die door een onverschrokken loochenen quanta ter nedergeslagen worden, dat hier geen menselijk vermoeden, geen twijfelachtig menen was maar in tegendeel een weten, zo als de mens slechts datgene weet, dat hij tegenwoordig zijnde, met zijne ogen gezien heeft; hij stelt het wezenlijke van de daad zo voor, als dat slechts door iemand kon geschieden, die het gezien had: de deelneming en vriendelijkheid, waarmee de vorstelijke man, van den wagen geklommen, zelf op de straat den knecht tegemoet gaat en de leugenachtige bede, waarmee hij, niet denkende aan het goud, zilver en klederen, vraagt. Het licht van dit ontzettend weten, dat hem veroordeelt, ontdekt niet slechts het verborgene van zijn leven in ene boze daad, die hij door den nacht bedekt acht; het dringt zelfs door in de diepte van zijn meest verborgen bestaan en brengt aan het licht, wat daarin het duistere verborgen is, openbarende den raad zijns harten, hoe hij begeerd heeft naar olijfbomen, wijngaarden enz.
In Géhazi’s daad lag gene gewone goddeloosheid; het was de uiterste, de meest roekeloze verloochening van den levenden God, als van den Heilige in Israël, zo als deze man, die boven duizend anderen Hem kennen, Hem vertrouwen, Hem beminnen en Hem vrezen moest, om schandelijk gewin uit snode gierigheid handelt.
Dat is: is het nu, waar zo vele huichelaars uit eigenbaat en geldgierigheid zich voor profeten uitgeven en het profetenambt bij de ongelovigen in verachting brengen, bij een dienaar van den waren God de tijd, om voor dat, wat God door hem gewerkt heeft, van een niet-Israëliet geld en goederen te nemen, om zich een aards vermogen te verwerven?. Was dit een gelegenheid, wil Elisa zeggen, om u daardoor te verrijken? Hebt gij dit gedaan op een behoorlijken tijd, toen ik, om gewichtige redenen, Naäman’s geschenken geweigerd had? Moest gij hem dus aanleiding geven, om te denken niet alleen, dat ik een bedrieger ben, die uit ijdele eerzucht weigerde in het openbaar te ontvangen, hetgeen ik bij ene andere gelegenheid hoopte te verkrijgen, maar ook, dat onze gehele godsdienst slechts in bedrog bestaat, en dat God, die zulk een persoon voor Zijn profeet erkent, zo heilig en rechtvaardig niet moet wezen, als wij voorgeven?. Met dat laatste woord toonde Elisa, dat hij in het binnenste van Géhazi’s hart had gelezen, dat God hem de verborgenste gedachten van zijn knecht had geopenbaard.
Reeds heb ik ene aanwijzing van den Heere ontvangen, welke straf ik u aan te kondigen heb. Zie daarom, omdat gij dit gedaan hebt, zal u de melaatsheid van Naäman aankleven en uw zaad in eeuwigheid; 1) de ziekte die van Naäman is weggenomen om de gehoorzaamheid van zijn geloof, zal u en uw nageslacht ten alle tijde aankleven tot een sprekend getuigenis, dat God niet met zich laat spotten! Toen, op hetzelfde ogenblik dat de profeet dit gesproken had, werd het vonnis aan Géhazi voltrokken en a) ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats wit als de sneeuw. 2)
Num.12: 10; 2 Kronieken 26: 19,20.
Géhazi had Naäman’s geld begeerd, nu zou hij ook Naäman’s kwaal bezitten. Met zijn leugen had hij voorspoed bedoeld voor zijne nakomelingen, zijn leugen wordt hem nu tot een vloek. Het liegen van Géhazi was als het ware een liegen tegen den H.Geest, die Elisa bestuurd had. Zijn straf komt dan ook enigermate overeen met die van Ananias en Saffira. Want een melaatse was toch dood voor de maatschappij.
Wat dunkt ons, hoe zal hij de Damasceense prachtklederen, de bundels met zilver nu hebben aangezien? O hoe dikwijls zal hij gewenst hebben, voor al zijne schatten slechts éénen dag zijner armoede te kunnen wederkopen met het blij gevoel van gezondheid, met het zoete genot van eten en drinken, van den zachten en rustigen slaap! En dan-de verloren vrede Gode-Onbegrijpelijkste, ontzettendste, vreselijkste aller misleidingen, wie vreest u, gelijk wij u moesten vrezen? God ontferme zich onzer en helpe ons allen, dat niemand van ons zijne hoop stelle op den onzekeren rijkdom, maar op den levenden God, die ons aanbiedt veel goeds rijkelijk te genieten. (1 Tim.6: 6 vv.).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel