Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1JoramH3088 nu, de zoonH1121 van AchabH256, werd koning overH5921IsraelH3478 te SamariaH8111, in het achttiendeH8083jaarH8141 van JosafatH3092, den koning van JudaH3063, en hij regeerdeH4427twaalfH8147jarenH8141.Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.
2En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, doch nietH3808 gelijk zijn vaderH1 en gelijk zijn moederH517; want hij deed dag opgerichte beeldH4676 van BaalH1168wegH5493, hetwelkH834 zijn vaderH1gemaaktH6213 had.En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.
KJVAnd he wrought1evil2in the sight3of the LORD;4but not like his father,7and like his mother:8for he put away9the image11of Baal12that his father15had made.14
1וַיַּעֲשֶׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרַע֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5רַ֕קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7כְאָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וּכְאִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting9וַיָּ֨סַר֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מַצְּבַ֣תH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar12הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Evenwel hingH1692 hij de zondenH2403 van JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028, aan, dieH834IsraelH3478 deed zondigenH2398; hij weekH5493 daarvan nietH3808 af.Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.
KJVNevertheless he cleaved10unto the sins2of Jeroboam3the son4of Nebat,5which made Israel9to sin;7he departed12not therefrom.
1רַ֠קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2בְּחַטֹּ֞אותH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)3יָרָבְעָ֧םH3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam4בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5נְבָ֛טH5028NebatNebat6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֶחֱטִ֥יאH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10דָּבֵ֑קH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12סָ֖רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without13מִמֶּֽנָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
4Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MesaH4338 nu, de koningH4428 der MoabietenH4124, wasH1961 een veehandelaarH5349, en brachtH7725 op aan den koningH4428 van IsraelH3478honderdH3967duizendH505lammerenH3733, en honderdH3967duizendH505rammenH352 met de wolH6785.Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.
KJVAnd Mesha1king2of Moab3was a sheepmaster,5and rendered6unto the king7of Israel8an hundred9thousand10lambs,11and an hundred12thousand13rams,14with the wool.15
1וּמֵישַׁ֥עH4338MesaMesha2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab4הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5נֹקֵ֑דH5349veehandelaar, veeherderenherdman, sheepmaster6וְהֵשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7לְמֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9מֵאָהH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10אֶ֣לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11כָּרִ֔יםH3733lammeren, stormrammen, hoofdmannencaptain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי)12וּמֵ֥אָהH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore13אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand14אֵילִ֥יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree15צָֽמֶרH6785wol, wollenwool(-len)
5Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Maar het geschiedde, als AchabH256gestorvenH4194wasH1961, dat de koningH4428 der MoabietenH4124 van den koningH4428 van IsraelH3478afvielH6586.Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.
KJVBut it came to pass, when Ahab3was dead,2that the king5of Moab6rebelled4against the king7of Israel.8
6Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zo toogH3318 de koningH4428JoramH3088 ter zelfderH1931tijdH3117 uit SamariaH8111, en monsterdeH6485gansH3605IsraelH3478.Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.
KJVAnd king2Jehoram3went out1of Samaria6the same time,4and numbered7all Israel.10
1וַיֵּצֵ֞אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יְהוֹרָ֛םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)4בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6מִשֹּׁמְר֑וֹןH8111SamariaSamaria7וַיִּפְקֹ֖דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij ging heen, en zondH7971 tot JosafatH3092, den koningH4428 van JudaH3063, zeggendeH559: De koningH4428 der MoabietenH4124 is van mij afgevallenH6586, zult gij metH854 mij trekkenH3212 in den oorlogH4421tegenH413 de MoabietenH4124? En hij zeideH559: Ik zal opkomenH5927; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volkH5971 als uw volkH5971, zo mijn paardenH5483 als uw paardenH5483.En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
KJVAnd he went1and sent2to Jehoshaphat4the king5of Judah,6saying,7The king8of Moab9hath rebelled10against me: wilt thou go12with me against Moab15to battle?16And he said,17I will go up:18I am as thou art, my people21as thy people,22and my horses23as thy horses.24
1וַיֵּ֡לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיִּשְׁלַח֩H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוֹשָׁפָ֨טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)5מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah7לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מֶ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab10פָּשַׁ֣עH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)11בִּ֔י12הֲתֵלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אִתִּ֛יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab16לַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)17וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18אֶעֱלֶ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work19כָּמ֧וֹנִיH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth20כָמ֛וֹךָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth21כְּעַמִּ֥יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people22כְעַמֶּ֖ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people23כְּסוּסַ֥יH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)24כְּסוּסֶֽיךָH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
8En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij zeideH559: Door welken wegH1870 zullen wij optrekkenH5927? Hij dan zeideH559: Door den wegH1870 der woestijnH4057 van EdomH123.En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.
KJVAnd he said,1Which way4shall we go up?5And he answered,6The way7through the wilderness8of Edom.9
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵיH335waar?; hoe?how, what, whence, where, whether, which (way)3זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5נַעֲלֶ֑הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8מִדְבַּ֥רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness9אֱדֽוֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea
9Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Alzo toogH3212 de koningH4428 van IsraelH3478 heen, en de koningH4428 van JudaH3063, en de koningH4428 van EdomH123; en als zij zevenH7651dagreizenH3117omgetogenH5437 waren, zo had het legerH4264 en het veeH929, datH834 hen navolgdeH7272, geenH3808waterH4325.Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.
KJVSo the king2of Israel3went,1and the king4of Judah,5and the king6of Edom:7and they fetched a compass8of seven10days'11journey:9and there was no water14for the host,15and for the cattle16that followed18them.
1וַיֵּלֶךְ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2מֶ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וּמֶֽלֶךH4428koning, konings, koningenking, royal5יְהוּדָה֙H3063JudaJudah6וּמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7אֱד֔וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea8וַיָּסֹ֕בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)9דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14מַ֧יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15לַֽמַּחֲנֶ֛הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents16וְלַבְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בְּרַגְלֵיהֶֽםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
10Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559 de koningH4428 van IsraelH3478: AchH162, datH3588 de HEEREH3068 deze drieH7969koningenH4428geroepenH7121 heeft, om die in der MoabietenH4124handH3027 te gevenH5414!Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!
KJVAnd the king2of Israel3said,1Alas!4that the LORD7hath called6➔ these three8kings9together,to deliver11them into the hand13of Moab!14
11En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En JosafatH3092zeideH559: Is hier geenH369profeetH5030 des HEERENH3068, dat wij door hem den HEEREH3068 mochten vragenH1875? Toen antwoorddeH6030eenH259 van de knechtenH5650 des koningsH4428 van IsraelH3478, en zeideH559: Hier is ElisaH477, de zoonH1121 van SafatH8202, dieH834waterH4325opH5921EliaH452's handenH3027gootH3332.En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.
KJVBut Jehoshaphat2said,1Is there not here a prophet5of the LORD,6that we may enquire7of the LORD9by him? And one12of the king14of Israel's15servants13answered11and said,16Here is Elisha18the son19of Shaphat,20which poured22water23on the hands25of Elijah.26
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוֹשָׁפָ֗טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3הַאֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4פֹּ֤הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side5נָבִיא֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְנִדְרְשָׁ֥הH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10מֵאוֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וַ֠יַּעַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)12אֶחָ֞דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13מֵעַבְדֵ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16וַיֹּ֔אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17פֹּ֚הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side18אֱלִישָׁ֣עH477ElisaElisha19בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20שָׁפָ֔טH8202SafatShaphat21אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22יָ֥צַקH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast23מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))24עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25יְדֵ֥יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves26אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
12En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En JosafatH3092zeideH559: Des HEERENH3068woordH1697 is bij hem. Zo togenH3381totH413 hem af de koningH4428 van IsraelH3478, en JosafatH3092, en de koningH4428 van EdomH123.En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.
KJVAnd Jehoshaphat2said,1The word5of the LORD6is3with him. So the king9of Israel10and Jehoshaphat11and the king12of Edom13went down7to him.
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְה֣וֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3יֵ֥שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest4אוֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וַיֵּרְד֣וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down8אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֶ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וִיהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)12וּמֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13אֱדֽוֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea
13Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar ElisaH477zeideH559totH413 den koningH4428 van IsraelH3478: WatH4100 heb ik met u te doen? GaH3212 heen totH413 de profetenH5030 uws vadersH1, en totH413 de profetenH5030 uwer moederH517. Doch de koningH4428 van IsraelH3478zeideH559 tot hem: NeenH408, wantH3588 de HEEREH3068 heeft deze drieH7969koningenH4428geroepenH7121, om die in der MoabietenH4124handH3027 te gevenH5414.Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.
KJVAnd Elisha2said1unto the king4of Israel,5What have I to do with thee? get9thee to the prophets11of thy father,12and to the prophets14of thy mother.15And the king18of Israel19said16unto him, Nay: for the LORD23hath called22➔ these three24kings25together,to deliver27them into the hand29of Moab.30
14En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En ElisaH477zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068 der heirscharenH6635leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, zo ik niet het aangezichtH6440 van JosafatH3092, den koningH4428 van JudaH3063, opnamH5375, ikH589 zou u niet aanschouwenH5027, noch u aanzienH7200!En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!
KJVAnd Elisha2said,1As the LORD4of hosts5liveth,3before8whom I stand,7surely, were it not that10I regard16the presence11of Jehoshaphat12the king13of Judah,14I would not look18toward thee, nor see21thee.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלִישָׁ֗עH477ElisaElisha3חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָמַ֣דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10לוּלֵ֛יH3884wareexcept, had not, if (...not), unless, were it not that11פְּנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוֹשָׁפָ֥טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)13מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah15אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16נֹשֵׂ֑אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield17אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet18אַבִּ֥יטH5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see19אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet21אֶרְאֶֽךָּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
15Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Nu dan, brengtH3947 mij een speelmanH5059. En het geschieddeH1961, als de speelmanH5059 op de snaren speeldeH5059, dat de handH3027 des HEERENH3068 op hem kwam.Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
KJVBut now bring2me a minstrel.4And it came to pass, when the minstrel6played,7that the hand10of the LORD11came upon him.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2קְחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3לִ֣י4מְנַגֵּ֑ןH5059spelen, speelde snarenspel, speelmanplayer on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing)5וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6כְּנַגֵּ֣ןH5059spelen, speelde snarenspel, speelmanplayer on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing)7הַֽמְנַגֵּ֔ןH5059spelen, speelde snarenspel, speelmanplayer on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing)8וַתְּהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
16En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij zeideH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: MaaktH6213 in ditH2088dalH5158veleH1356grachtenH1356.En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
KJVAnd he said,1Thus saith3the LORD,4Make5this valley6full of ditches.8
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כֹּ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עָשֹׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6הַנַּ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley7הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8גֵּבִ֥יםH1356grachten, gewelven, velebeam, ditch, pit9גֵּבִֽיםH1356grachten, gewelven, velebeam, ditch, pit
17Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Gijlieden zult geenH3808windH7307zienH7200, en gij zult geenH3808regenH1653zienH7200; nochtans zal dit dalH5158 met waterH4325vervuldH4390 worden, zodat gij zult drinkenH8354, gijH859 en uw veeH4735, en uw beestenH929.Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
KJVFor thus saith3the LORD,4Ye shall not see6wind,7neither shall ye see9rain;10yet that valley11shall be filled13with water,14that ye may drink,15both ye, and your cattle,17and your beasts.18
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִרְא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7ר֨וּחַ֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10גֶ֔שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower11וְהַנַּ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley12הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13יִמָּ֣לֵאH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly14מָ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15וּשְׁתִיתֶ֛םH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)16אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you17וּמִקְנֵיכֶ֖םH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance18וּֽבְהֶמְתְּכֶֽםH929beesten, vee, beestbeast, cattle
18Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daartoe is datH2063slechtH7043 in de ogenH5869 des HEERENH3068, Hij zal ook de MoabietenH4124 in ulieder handH3027gevenH5414.Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.
KJVAnd this is but a light thing1in the sight3of the LORD:4he will deliver5the Moabites7also into your hand.8
19En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En gij zult alle vasteH4013stedenH5892, en alleH3605uitgelezeneH4004stedenH5892slaanH5221, en zult alleH3605goedeH2896bomenH6086vellenH5307, en zult alleH3605waterfonteinenH4599stoppenH5640; en alleH3605goedeH2896stukkenH2513 lands zult gij met stenenH68verdervenH3510.En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.
KJVAnd ye shall smite1every fenced4city,3and every choice7city,6and shall fell11every good10tree,9and stop15all wells13of water,14and mar19every good18piece17of land with stones.20
1וְהִכִּיתֶ֞םH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4מִבְצָר֙H4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7מִבְח֔וֹרH4004uitgelezen, uitgelezenechoice8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood10טוֹב֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)11תַּפִּ֔ילוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מַעְיְנֵיH4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well14מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15תִּסְתֹּ֑מוּH5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop16וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הַחֶלְקָ֣הH2513stuk, deel, stuk akkersfield, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing)18הַטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)19תַּכְאִ֖בוּH3510smart, smart aangedaan, verdervengrieving, mar, have pain, make sad (sore), (be) sorrowful20בָּאֲבָנִֽיםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
20En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En het geschieddeH1961 des morgensH1242, als men het spijsofferH4503offertH5927, dat er, zietH2009, waterH4325 door den wegH1870 van EdomH123kwamH935, en het landH776 met waterH4325vervuldH4390 werd.En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.
KJVAnd it came to pass in the morning,2when the meat offering4was offered,3that, behold, there came7water6by the way8of Edom,9and the country11was filled10with water.13
1וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַבֹּ֨קֶר֙H1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3כַּעֲל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4הַמִּנְחָ֔הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice5וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see6מַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8מִדֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9אֱד֑וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea10וַתִּמָּלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
21Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen nu alH3605 de MoabietenH4124hoordenH8085, datH3588koningenH4428opgetogenH5927 waren, om tegen hen te strijdenH3898, zo werden zij samen geroepenH6817, van alH3605 degenen af, die den gordelH2290aangorddenH2296 en daarboven, en zij stondenH5975aanH5921 de landpaleH1366.Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.
KJVAnd when all the Moabites2heard3that the kings6were come up5to fight7against them, they gathered9all that were able to put11on armour,12and upward,13and stood14in the border.16
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab3שָֽׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5עָל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6הַמְּלָכִ֖יםH4428koning, konings, koningenking, royal7לְהִלָּ֣חֶםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)8בָּ֑ם9וַיִּצָּעֲק֗וּH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)10מִכֹּ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חֹגֵ֤רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side12חֲגֹרָה֙H2290gordel, gordt, schortenapron, armour, gird(-le)13וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very14וַיַּעַמְד֖וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַגְּבֽוּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
22En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En toen zij zich des morgensH1242vroeg opmaaktenH7925, en de zonH8121overH5921 dat waterH4325opreesH2224, zagenH7200 de MoabietenH4124 dat waterH4325tegenoverH4480roodH122, gelijk bloedH1818.En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.
KJVAnd they rose up early1in the morning,2and the sun3shone4upon the water,6and the Moabites8saw7the water11on the other side9as red12as blood:13
1וַיַּשְׁכִּ֣ימוּH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2בַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3וְהַשֶּׁ֖מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)4זָרְחָ֣הH2224opgaan, opgaat, opreesarise, rise (up), as soon as it is up5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וַיִּרְא֨וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8מוֹאָ֥בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab9מִנֶּ֛גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12אֲדֻמִּ֥יםH122rode, roodred, ruddy13כַּדָּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En zij zeidenH559: DitH2088 is bloedH1818; de koningenH4428 hebben voorzekerH2717 zich met het zwaard verdorvenH2717, en hebben de een de anderH7453verslagenH5221; nuH6258 dan aan den buitH7998, gij MoabietenH4124!En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!
KJVAnd they said,1This is blood:2the kings6are surely4slain,5and they have smitten7one8another:10now therefore, Moab,13to the spoil.12
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2דָּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3זֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הָחֳרֵ֤בH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste5נֶֽחֶרְבוּ֙H2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste6הַמְּלָכִ֔יםH4428koning, konings, koningenking, royal7וַיַּכּ֖וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10רֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other11וְעַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12לַשָּׁלָ֖לH7998buit, roof, roofsprey, spoil13מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
24Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Maar als zij aanH413 het legerH4264 van IsraelH3478kwamenH935, maaktenH6965 zich de IsraelietenH3478 op, en sloegenH5221 de MoabietenH4124; en zij vlodenH5127 van hun aangezichtH6440; ja, zij kwamen in het land, slaandeH5221 ook de MoabietenH4124.Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.
KJVAnd when they came1to the camp3of Israel,4the Israelites6rose up5and smote7the Moabites,9so that they fled10before11them: but they went forward12smiting13the Moabites,16even in their country.
1וַיָּבֹאוּ֮H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיָּקֻ֤מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַיַּכּ֣וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab10וַיָּנֻ֖סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וַיַּכּוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13בָ֔הּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound14וְהַכּ֖וֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
25De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De stedenH5892 nu brakenH2040 zij af, en een iegelijk wierpH7993 zijn steenH68 op alleH3605goedeH2896stukkenH2513 lands, en zij vuldenH4390 ze, en stoptenH5640alleH3605waterfonteinenH4599, en veldenH5307alleH3605goedeH2896bomenH6086, totdatH5704 zij in Kir-haresethH7025 alleen de stenenH68 daarvan lieten overblijvenH7604; en de slingeraarsH7051omsingeldenH5437 en sloegenH5221 hen.De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.
KJVAnd they beat down2the cities,1and on every good5piece4of land cast6every man7his stone,8and filled9it; and they stopped13all the wells11of water,12and felled17all the good16trees:15only in Kirharaseth21left19they the stones20thereof; howbeit the slingers24went about23it, and smote25it.
1וְהֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2יַהֲרֹ֡סוּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4חֶלְקָ֣הH2513stuk, deel, stuk akkersfield, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing)5ט֠וֹבָהH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6יַשְׁלִ֨יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw7אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אַבְנ֜וֹH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)9וּמִלְא֗וּהָH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַעְיַןH4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well12מַ֤יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13יִסְתֹּ֨מוּ֙H5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop14וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16ט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)17יַפִּ֔ילוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down18עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19הִשְׁאִ֧ירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest20אֲבָנֶ֛יהָH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)21בַּקִּ֖ירH7025Kir-heres, Kir-haresethKir-haraseth, Kir-hareseth, Kirharesh, Kir-heres22חֲרָ֑שֶׂתH7025Kir-heres, Kir-haresethKir-haraseth, Kir-hareseth, Kirharesh, Kir-heres23וַיָּסֹ֥בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)24הַקַּלָּעִ֖יםH7051slingeraarsslinger25וַיַּכּֽוּהָH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
26Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch als de koningH4428 der MoabietenH4124zagH7200, datH3588 hem de strijdH4421 te sterkH2388 was, namH3947 hij tot zich zevenhonderdH7651mannenH376, die het zwaardH2719uittogenH8025, om door te brekenH1234tegenH413 den koningH4428vanH4480EdomH123; maar zij kondenH3201nietH3808.Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.
KJVAnd when the king2of Moab3saw1that the battle7was too sore5for him, he took8with him seven10hundred11men12that drew13swords,14to break through15even unto the king17of Edom:18but they could20not.
1וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5חָזַ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand6מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)8וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9א֠וֹתוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11מֵא֨וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12אִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13שֹׁ֣לֵֽףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off14חֶ֗רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15לְהַבְקִ֛יעַH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18אֱד֖וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea19וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יָכֹֽלוּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
27Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen namH3947 hij zijn eerstgeborenH1060zoonH1121, dieH834 in zijn plaatsH8478koningH4427 zou worden, en offerdeH5927 hem ten brandofferH5930opH5921 den muurH2346. Daaruit werdH1961 een zeer groteH1419toornH7110 in IsraelH3478; daarom trokkenH5265 zij van hem af, en keerdenH7725 weder in hun landH776.Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.
KJVThen he took1his eldest4son3that should have reigned6in his stead, and offered8him for a burnt offering9upon the wall.11And there was great14indignation13against Israel:16and they departed17from him, and returned19to their own land.20
1וַיִּקַּח֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנ֨וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַבְּכ֜וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִמְלֹ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7תַּחְתָּ֗יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8וַיַּעֲלֵ֤הוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַ֣חֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled12וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13קֶצֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath14גָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17וַיִּסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way18מֵֽעָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20לָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 3:1— Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.2 Koningen 1:17→2 Koningen 8:16→1 Koningen 22:51→
2 Koningen 3:2— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.1 Koningen 21:25→2 Koningen 10:26→2 Koningen 10:18→Exodus 23:24→2 Koningen 9:34→1 Samuël 15:19→1 Koningen 16:31→1 Koningen 21:20→
2 Koningen 3:3— Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.1 Koningen 14:16→1 Korinthe 1:19→1 Koningen 13:33→1 Koningen 16:31→2 Koningen 13:2→2 Koningen 15:18→2 Koningen 13:6→2 Koningen 13:11→
2 Koningen 3:4— Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.2 Samuël 8:2→Psalmen 60:8→Job 42:12→Genesis 26:13→2 Kronieken 26:10→Genesis 13:2→Job 1:3→Psalmen 108:9→
2 Koningen 3:5— Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.2 Koningen 1:1→2 Kronieken 21:8→2 Koningen 8:20→
2 Koningen 3:6— Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.1 Koningen 20:27→1 Samuël 15:4→1 Samuël 11:8→2 Samuël 24:1→
2 Koningen 3:7— En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.1 Koningen 22:4→2 Kronieken 19:2→2 Kronieken 21:4→2 Kronieken 18:3→2 Kronieken 22:3→1 Koningen 22:32→2 Kronieken 18:29→2 Kronieken 22:10→
2 Koningen 3:8— En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.Numeri 21:4→Maleachi 1:2→
2 Koningen 3:9— Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.1 Koningen 22:47→Exodus 17:1→Numeri 21:5→Exodus 11:8→Numeri 20:2→Numeri 33:14→Exodus 15:22→Richteren 4:10→
2 Koningen 3:10— Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!Jesaja 51:20→Psalmen 78:34→Jesaja 8:21→Genesis 4:13→Spreuken 19:3→2 Koningen 6:33→
2 Koningen 3:11— En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.1 Koningen 22:7→1 Koningen 19:21→Johannes 13:13→Johannes 13:4→2 Koningen 2:25→1 Kronieken 14:14→Jozua 9:14→1 Kronieken 15:13→
2 Koningen 3:12— En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.2 Koningen 5:15→2 Koningen 2:14→Jesaja 60:14→Openbaring 3:9→Jesaja 49:23→2 Koningen 2:24→2 Koningen 5:8→2 Koningen 2:21→
2 Koningen 3:13— Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.1 Koningen 22:6→1 Koningen 18:19→1 Koningen 22:10→2 Koningen 3:10→1 Koningen 22:22→Mattheüs 8:29→2 Korinthe 6:15→Ruth 1:15→
2 Koningen 3:14— En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!1 Koningen 17:1→2 Koningen 5:16→1 Koningen 21:20→2 Kronieken 17:3→1 Koningen 14:5→Psalmen 15:4→Mattheüs 22:16→1 Koningen 18:15→
2 Koningen 3:15— Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.Ezechiël 1:3→1 Samuël 16:23→1 Koningen 18:46→1 Samuël 10:5→Ezechiël 8:1→Efeze 5:18→Ezechiël 3:14→Ezechiël 3:22→
2 Koningen 3:16— En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.2 Koningen 4:3→Numeri 2:16→
2 Koningen 3:17— Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.Psalmen 107:35→Jesaja 48:21→Jesaja 41:17→Jesaja 43:19→Numeri 20:8→Psalmen 84:6→Exodus 17:6→1 Koningen 18:36→
2 Koningen 3:18— Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.Jeremia 32:27→Jeremia 32:17→2 Koningen 20:10→Jesaja 49:6→Lukas 1:37→Jesaja 7:1→1 Koningen 16:31→1 Koningen 3:13→
2 Koningen 3:19— En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.1 Samuël 23:2→2 Koningen 3:25→2 Koningen 13:17→Deuteronomium 20:19→Numeri 24:17→1 Samuël 15:3→Richteren 6:16→
2 Koningen 3:20— En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.Exodus 29:39→Psalmen 78:15→1 Koningen 18:36→Jesaja 35:6→Psalmen 78:20→Daniël 9:21→
2 Koningen 3:21— Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.1 Koningen 20:11→Efeze 6:14→
2 Koningen 3:23— En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!Richteren 5:30→Exodus 15:9→2 Koningen 6:18→2 Kronieken 20:25→2 Koningen 7:6→Jesaja 10:14→
2 Koningen 3:24— Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.1 Thessalonicenzen 5:3→Richteren 20:40→Jozua 8:20→
2 Koningen 3:25— De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.Jeremia 48:31→Jeremia 48:36→2 Koningen 3:19→Jesaja 16:7→Jesaja 16:11→Deuteronomium 20:19→Jesaja 37:26→Richteren 9:45→
2 Koningen 3:26— Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.Amos 2:1→2 Koningen 3:9→
2 Koningen 3:27— Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.Micha 6:7→Amos 2:1→Richteren 11:31→Deuteronomium 12:31→Richteren 11:39→1 Koningen 20:28→1 Koningen 20:43→1 Koningen 20:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 3 vers 1— Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.
achttiende
Hetwelk het tweede jaar was van Ahazia's regering. Vergelijk hiermede boven, 2 Kon. 1:17, en de aantekening.
Hertaald:achttiende
Dat was het tweede jaar van de regering van Ahazia. Vergelijk hiermee hierboven 2 Kon. 1:17 en de aantekening daar.
2 Koningen 3 vers 2— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.
dat opgerichte
Versta, het opgerichte beeld van den afgod der Sidoniërs, door Achab te Samaria opgericht. Zie 1 Kon. 16:32.
Hertaald:dat opgerichte
Versta hieronder het opgerichte beeld van de afgod van de Sidoniërs, dat door Achab in Samaria was opgericht. Zie 1 Kon. 16:32.
2 Koningen 3 vers 3— Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.
de zonden
Want hij diende de gouden kalven, die Jerobeam had laten maken; 1 Kon. 12:28-29, enz.
Hertaald:de zonden
Want hij diende de gouden kalveren die Jerobeam had laten maken; 1 Kon. 12:28-29, enzovoort.
2 Koningen 3 vers 4— Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.
veehandelaar,
Dat is, hij had groten handel en rijkdom in vee en beesten, waarvan hij schatting moest geven, van dien tijd af dat David hem onder zijn geweld gebracht had, 2 Sam. 8:12; nu, na de scheiding der tien stammen van den huize Juda, hebben de koningen Israëls dit gebied over de Moabieten aan zich getrokken, gelijk de koningenvan Juda ter andere zijde het gebied over de Edomieten behouden hebben, die onder Joram, den zoon van Josafat, zijn afvallig geworden, onder, 2 Kon. 8:20, gelijk de Moabieten van Israël onder Joram, den zoon van Achab, in vs.5 en boven, 2 Kon. 1:1.
Hertaald:veehandelaar,
Dat is: hij dreef grote handel in vee en bezat daarin grote rijkdom; daarvan moest hij schatting afdragen vanaf de tijd dat David hem onder zijn gezag gebracht had, 2 Sam. 8:12. Na de afscheiding van de tien stammen van het huis van Juda hebben de koningen van Israël dit gezag over de Moabieten aan zich getrokken, zoals de koningen van Juda van hun kant het gezag over de Edomieten behouden hebben. Die zijn afvallig geworden onder Joram, de zoon van Josafat, hieronder 2 Kon. 8:20, zoals de Moabieten van Israël afvielen onder Joram, de zoon van Achab, in vers 5 en hierboven 2 Kon. 1:1.
2 Koningen 3 vers 5— Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.
van den koning
Hebreeuws, tegen den koning Israëls overtrad; alzo in het volgende. Deze afval was geschied onder de regering zijns broeders Ahazia, na den dood zijns vaders Achab; boven, 2 Kon. 1:1.
Hertaald:van den koning
Hebreeuws: brak met de koning van Israël; zo ook in het vervolg. Deze afval was gebeurd onder de regering van zijn broer Ahazia, na de dood van hun vader Achab; hierboven 2 Kon. 1:1.
2 Koningen 3 vers 7— En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
mij afgevallen,
Die ik ben de wettelijk opvolger in het koninkrijk mijns vaders, en daarom zulk een afval mij moest aantrekken, hoewel hij hier tevoren geschied is. Zie boven, 2 Kon. 1:1.
Hertaald:mij afgevallen,
Ik, die de wettige opvolger ben in het koninkrijk van mijn vader, en die zo'n afval daarom als tegen mijzelf gericht moest opvatten, ook al is die eerder gebeurd. Zie hierboven 2 Kon. 1:1.
zal ik zijn,
Vergelijk 1 Kon. 22:4, en zie de aantekening.
Hertaald:zal ik zijn,
Vergelijk 1 Kon. 22:4 en zie de aantekening daar.
2 Koningen 3 vers 8— En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.
hij zeide
Namelijk, Josafat, die dit vroeg, omdat hij den koning van Edom wilde medenemen. Men kan het ook verstaan van Joram, als zich willende beraden met Josafat.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: Josafat, die dit vroeg omdat hij de koning van Edom wilde meenemen. Men kan het ook betrekken op Joram, die zich met Josafat wilde beraden.
Door den weg
Te weten, om de Moabieten van achteren te bespringen.
Hertaald:Door den weg
Namelijk: om de Moabieten van achteren te overvallen.
2 Koningen 3 vers 9— Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.
koning van Edom;
Die te dezer tijd nog de stadhouder was des konings van Juda, 1 Kon. 22:48. Vergelijk hiermede de aantekening boven, vs.4. Hij wordt hier een koning genoemd, omdat ij de plaats eens konings bewaarde; gelijk dit woord elders ook voor een gouverneur of regeerder genomen wordt. Zie Richt. 17:6.
Hertaald:koning van Edom;
Die in deze tijd nog de stadhouder van de koning van Juda was, 1 Kon. 22:48. Vergelijk hiermee de aantekening hierboven bij vers 4. Hij wordt hier een koning genoemd omdat hij de plaats van een koning innam; zo wordt dit woord elders ook gebruikt voor een landvoogd of bestuurder. Zie Richt. 17:6.
dat hen navolgde,
Hebreeuws, dat in, of aan hun voeten was. Zie Richt. 4:10.
Hertaald:dat hen navolgde,
Hebreeuws: dat aan hun voeten was. Zie Richt. 4:10.
2 Koningen 3 vers 11— En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.
die water
Dat is, die Elia diende. Want dit is een van de diensten, die de knechten of dienaars hunnen heren plegen te doen.
Hertaald:die water
Dat is: die Elia diende. Want dit is een van de diensten die knechten of dienaren gewoonlijk voor hun heren verrichten.
2 Koningen 3 vers 12— En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.
Des HEEREN woord
Hij wil zeggen dat hij een trouw profeet des waren Gods was, en vervolgens vanwege den Heere hun goeden raad zou kunnen geven.
Hertaald:Des HEEREN woord
Hij wil zeggen dat hij een trouw profeet van de ware God was en hun daarom namens de HEERE goede raad zou kunnen geven.
tot hem
Namelijk, tot Elisa, denwelken men meent door Gods drijving het leger gevolgd en niet ver vandaar buiten het leger geweest te zijn.
Hertaald:tot hem
Namelijk: naar Elisa, van wie men aanneemt dat hij op Gods aandrang het leger gevolgd was en zich niet ver daarvandaan buiten het legerkamp bevond.
2 Koningen 3 vers 13— Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.
Wat heb ik
Hebreeuws, wat mij en u is? alzo 2 Sam. 16:10; Marc. 1:24; Luc. 4:34; Joh. 2:4.
Hertaald:Wat heb ik
Hebreeuws: wat is mij en u? Zo ook 2 Sam. 16:10; Mark. 1:24; Luk. 4:34; Joh. 2:4.
profeten uws vaders,
Versta, tot de overige profeten Baäls, van het afgodische woud, en den kalveren Jerobeams. Van zodanigen zie 1 Kon. 18:19.
Hertaald:profeten uws vaders,
Versta hieronder de overgebleven profeten van Baäl, van het afgodische bos en van de kalveren van Jerobeam. Zie over zulke profeten 1 Kon. 18:19.
Neen,
Dat is, roer die dingen niet aan, of rep daar niet van.
Hertaald:Neen,
Dat is: raak die dingen niet aan, of: rep daar niet van.
want de HEERE
Hij wil zeggen dat de reden, om welke zij zijn raad verzochten, zeer gewichtig was, zijnde door den tegenwoordigen nood niet alleen zijn leven, maar ook der twee andere koningen in het uiterste gevaar gebracht.
Hertaald:want de HEERE
Hij wil zeggen dat de reden waarom zij zijn raad vroegen zeer zwaarwegend was, aangezien door de huidige nood niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van de twee andere koningen in het uiterste gevaar gebracht was.
2 Koningen 3 vers 14— En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!
voor Wiens
Dat is, dien ik dien. Zie Deut. 10:8.
Hertaald:voor Wiens
Dat is: Die ik dien. Zie Deut. 10:8.
zo ik niet
Dat is, zo ik zijn persoon om zijn godzaligheid en vromigheid wil, met toegenegenheid en eerbieding niet aanzag, enz. Zie Gen. 32:20.
Hertaald:zo ik niet
Dat is: als ik zijn persoon niet met genegenheid en eerbied aanzag om zijn godsvrucht en vroomheid, enzovoort. Zie Gen. 32:20.
ik zou u niet
Hebreeuws, zo ik u zou aanschouwen, of, zo ik u zou aanzien!
Hertaald:ik zou u niet
Hebreeuws: als ik u zou aanschouwen, of: als ik u zou aanzien!
2 Koningen 3 vers 15— Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
Hertaald:brengt mij
Hebreeuws: neemt mij; zo ook hierboven 2 Kon. 2:20.
speelman
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een, die op muzikale instrumenten speelt, als harp, cither, luit, enz. Zodanig spel schijnt de profeet begeerd te hebben, om zijn hart eensdeels te stillen over de ongezindheid, die hij tegen den koning Joram had, anderdeels door lofzangen en gebeden, die men speelde, tot God op te heffen, en alzo zich te bereiden om hetgeen hem God openbaren zou in een welbereid hart te ontvangen. Vergelijk 1 Sam. 10:5.
Hertaald:speelman
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iemand die op muziekinstrumenten speelt, zoals harp, citer, luit, enzovoort. De profeet lijkt om zulk spel gevraagd te hebben, enerzijds om zijn hart tot rust te brengen na de afkeer die hij tegen koning Joram voelde, anderzijds om door de lofzangen en gebeden die daarbij gespeeld werden zijn hart tot God op te heffen, en zich zo voor te bereiden om met een goed toegerust hart te ontvangen wat God hem zou openbaren. Vergelijk 1 Sam. 10:5.
de hand des HEEREN
Versta door deze de kracht van profeteren, om dezen koningen raad te geven en te voorzeggen wat er geschieden zou. Zulke krachten hadden de profeten niet ten allen tijde, maar als het den Heere beliefde die hun te verlenen. Zie onder, 2 Kon. 4:27; Ezech. 1:3. Hoewel zij met vasten, zingen, bidden en lezen der Heilige Schrift zich bereiden moesten, om die te ontvangen; Dan. 2:17-18.
Hertaald:de hand des HEEREN
Versta hieronder de kracht om te profeteren, om deze koningen raad te geven en te voorzeggen wat er zou gebeuren. Zulke krachten hadden de profeten niet altijd, maar wanneer het de HEERE behaagde ze hun te verlenen. Zie hieronder 2 Kon. 4:27; Ezech. 1:3. Al moesten zij zich door vasten, zingen, bidden en het lezen van de Heilige Schrift voorbereiden om die te ontvangen; Dan. 2:17-18.
kwam
Hebreeuws, was, of, werd.
Hertaald:kwam
Hebreeuws: was, of: werd.
2 Koningen 3 vers 16— En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
grachten
Hebreeuws, grachten, grachten; dat is, vele grachten, hier en daar. Zie van deze verdubbeling eens woords Gen. 14:10.
Hertaald:grachten
Hebreeuws: greppels, greppels; dat is: veel greppels, hier en daar. Zie over deze verdubbeling van een woord Gen. 14:10.
2 Koningen 3 vers 17— Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
uw vee,
Zie Gen. 36:6.
Hertaald:uw vee,
Zie Gen. 36:6.
2 Koningen 3 vers 18— Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.
slecht
Hebreeuws, licht; dat is, boven de weldaad die gij begeerd hebt, te weten overvloed van water, zal u de Heere nog geven dat gij niet begeerd hebt; victorie over uw vijanden.
Hertaald:slecht
Hebreeuws: licht; dat is: boven de weldaad die u gevraagd hebt, namelijk overvloed van water, zal de HEERE u nog geven wat u niet gevraagd hebt: de overwinning op uw vijanden.
2 Koningen 3 vers 19— En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.
En gij
Dat is niet alleen een bevel van hetgeen zij doen moesten, maar ook een belofte van hetgeen zij daarmede uitrichten zouden tot hun profijt en afbreuk der vijanden.
Hertaald:En gij
Dat is niet alleen een bevel over wat zij moesten doen, maar ook een belofte van wat zij daarmee zouden bereiken tot hun eigen voordeel en tot schade van de vijanden.
goede bomen
Dat is, een speciaal bevel, uitgenomen van den gemenen regel, Deut. 20:19, of, deze regel is te verstaan alleen van de langdurige belegering van enige stad en niet van de haastige verwoesting van een land.
Hertaald:goede bomen
Dat is: een bijzonder bevel, dat een uitzondering vormt op de algemene regel, Deut. 20:19. Of: die regel geldt alleen voor de langdurige belegering van een stad en niet voor de snelle verwoesting van een land.
met stenen
Dat is, door stenen daarop te werpen onvruchtbaar en onbruikbaar maken, zulks dat het door deze verwoesting daarmede zal zijn als met een mens, die van allen beschadigd en verlaten zijnde, treurt en kwijnt.
Hertaald:met stenen
Dat is: door er stenen op te werpen en het zo onvruchtbaar en onbruikbaar te maken, zodat het door deze verwoesting zal zijn als een mens die, door allen beschadigd en verlaten, treurt en wegkwijnt.
2 Koningen 3 vers 20— En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.
als men
Zie 1 Kon. 18:29.
Hertaald:als men
Zie 1 Kon. 18:29.
2 Koningen 3 vers 21— Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.
den gordel
Te weten, een krijgsgordel met het geweer, en dat voor hun eerste reis. Dat is, die nu eerst bekwaam bevonden werden om de wapenen te gebruiken en in den krijg te trekken.
Hertaald:den gordel
Namelijk: een krijgsgordel met de wapens, en dat voor het eerst. Dat is: degenen die nu voor het eerst geschikt bevonden werden om de wapens te gebruiken en ten strijde te trekken.
de landpale
Versta, van hun land, te weten om hun vijanden daaruit te houden.
Hertaald:de landpale
Versta hieronder de grens van hun land, namelijk om hun vijanden daarbuiten te houden.
2 Koningen 3 vers 22— En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.
rood,
Deze roodheid was veroorzaakt door de stralen der zon, die nu eerst begon zich den aardbodem te vertonen.
Hertaald:rood,
Deze roodheid werd veroorzaakt door de stralen van de zon, die nu net boven de aarde begon te verschijnen.
2 Koningen 3 vers 23— En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!
hebben voorzeker
Hebreeuws, verdervende zich verdorven; dat is, zekerlijk of ganselijk verdorven, verdaan, of vernield. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk verwoesten, waarvan het woord zwaard bij de Hebreën zijn benaming heeft, omdat het verwoesting maakt. De zin dan is dat zij zich door onderlinge moorderij verdaan en alzo het leger verwoest hebben.
Hertaald:hebben voorzeker
Hebreeuws: verdervende zich verdorven; dat is: zeker of geheel en al verdorven, verdelgd of vernield. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk verwoesten; daaraan ontleent het woord zwaard bij de Hebreeën zijn naam, omdat het verwoesting aanricht. De betekenis is dus dat zij zichzelf door onderlinge moord verdelgd en zo het leger verwoest hebben.
2 Koningen 3 vers 24— Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.
zij kwamen
Namelijk, de Israëlieten, die hun victorie vervolgende, de Moabieten tot in hun land verjaagd en daar ook verslagen en gedempt hebben.
Hertaald:zij kwamen
Namelijk: de Israëlieten, die hun overwinning voortzetten, de Moabieten tot in hun eigen land verjaagden en hen daar ook versloegen en onderwierpen.
in het land,
Hebreeuws, in hun. Versta, het land der Moabieten, uit hetwelk dezen meenden de Israëlieten uit te keren, boven, vs.21. Anders worden deze woorden aldus vertaald: En zij sloegen hen in hun [land], slaande ook [het land] van de Moabieten. De zin is enerlei.
Hertaald:in het land,
Hebreeuws: in hun. Versta hieronder het land van de Moabieten, waaruit zij dachten de Israëlieten te zullen weren, hierboven vers 21. Anders worden deze woorden zo vertaald: en zij sloegen hen in hun [land], en sloegen ook [het land] van de Moabieten. De betekenis is dezelfde.
2 Koningen 3 vers 25— De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.
Kir-haréseth
Een van de voornaamste en sterkste steden der Moabieten, hebbende een stenen muur, waarvan zij schijnt haar naam gekregen te hebben. Zie van dezelve ook Jes. 16:7.
Hertaald:Kir-haréseth
Een van de voornaamste en sterkste steden van de Moabieten, met een stenen muur, waaraan zij haar naam lijkt te hebben ontleend. Zie over deze stad ook Jes. 16:7.
de stenen
Versta, den stenen muur der genoemde stad, denwelken de Israëlieten onverbroken gelaten hebbende, nadat zij alle andere steden afgebroken en het platteland afgelopen en verwoest hadden.
Hertaald:de stenen
Versta hieronder de stenen muur van de genoemde stad, die de Israëlieten onbeschadigd gelaten hadden nadat zij alle andere steden hadden afgebroken en het platteland hadden afgestroopt en verwoest.
slingeraars
Dat is, met hun slingers en ander krijgsgereedschap bedreven zij zoveel geweld, dat de burgers hun stadsmuren niet beschermen konden en vele van dezelve verslagen werden.
Hertaald:slingeraars
Dat is: met hun slingers en ander krijgsgereedschap oefenden zij zoveel geweld uit dat de burgers hun stadsmuren niet konden verdedigen en velen van hen gedood werden.
2 Koningen 3 vers 26— Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.
zwaard
Zie de betekenis dezer manier van spreken, Richt. 8:10.
Hertaald:zwaard
Zie de betekenis van deze manier van spreken in Richt. 8:10.
tegen
Of, tot, of door het leger des konings.
Hertaald:tegen
Of: tot, of: door het leger van de koning.
2 Koningen 3 vers 27— Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.
hij zijn
Namelijk, de koning der Moabieten, die om de hulp zijns afgods Chamos in dezen nood te verkrijgen, zijn eerstgeboren zoon op den stadsmuur, in het aanzien van de belegeraars ten brandoffer heeft geofferd. Want door zodanige offerande meenden de afgodendienaars hun afgoden den allermeesten dienst en eer te bewijzen, zich ijdellijk wijsmakende dat zij hierin Abrahams navolgers waren. Anderen menen dat hij geofferd heeft niet zijn zoon, maar den zoon des konings van Edom, dien hij [gelijk zij zeggen] zou gevangen hebben in den uitval, als hij met zevenhonderd mannen poogde door het leger des konings van Edom door te breken; in vs.26. Tot bewijs van dit gevoelen wordt voorgebracht Am. 2:1. Zie exempelen dergenen, die hun kinderen den afgoden geofferd hebben, Ps. 106:37; Ezech. 20:31, hetwelk God op lijfstraf verboden had, Lev. 20:2.
Hertaald:hij zijn
Namelijk: de koning van de Moabieten, die om in deze nood de hulp van zijn afgod Kamos te verkrijgen zijn eerstgeboren zoon op de stadsmuur, voor de ogen van de belegeraars, als brandoffer geofferd heeft. Want met zo'n offer meenden de afgodendienaars hun afgoden de allergrootste dienst en eer te bewijzen, terwijl zij zichzelf ijdel wijsmaakten dat zij hierin navolgers van Abraham waren. Anderen menen dat hij niet zijn eigen zoon geofferd heeft, maar de zoon van de koning van Edom, die hij [naar zij zeggen] gevangen zou hebben genomen bij de uitval waarbij hij met zevenhonderd man door het leger van de koning van Edom probeerde te breken, in vers 26. Als bewijs voor die opvatting wordt Amos 2:1 aangevoerd. Zie voorbeelden van mensen die hun kinderen aan de afgoden geofferd hebben in Ps. 106:37; Ezech. 20:31; God had dat op straffe van de dood verboden, Lev. 20:2.
Daaruit
Te weten, omdat zij door deze harde belegering en onverzoenlijken oorlog den koning der Moabieten tot deze desperate en wrede daad gebracht hadden.
Hertaald:Daaruit
Namelijk: omdat zij de koning van de Moabieten door deze harde belegering en onverzoenlijke oorlog tot deze wanhopige en wrede daad gebracht hadden.
in Israël;
Anders, tegen; verstaande dezen toorn specialijk van den koning van Edom en zijn leger, om den gruwelijken moord zijns zoons.
Hertaald:in Israël;
Anders: tegen; waarbij deze toorn in het bijzonder wordt opgevat als die van de koning van Edom en zijn leger, om de gruwelijke moord op zijn zoon.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joram (zoon van Achab) — de HEERE is verheven
Zoon van Achab en broer van Ahazia, die hij als koning van Israël opvolgde omdat Ahazia geen zoon had. Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, hoewel minder dan zijn ouders, en verwijderde het opgerichte beeld van Baäl dat zijn vader gemaakt had. Niet te verwarren met Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda (2 Kon. 1:17; 3:1-3).
Mesa — bevrijding (onzeker)
Koning der Moabieten, een schaapherder die de koning van Israël jaarlijks een grote schatting aan lammeren en wol betaalde. Na Achabs dood viel hij van Israël af; Joram trok samen met Josafat van Juda en de koning van Edom tegen hem op. Toen de strijd hem te sterk werd, offerde Mesa zijn eerstgeboren zoon als brandoffer op de stadsmuur (2 Kon. 3:4-27).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Maakt in dit dal vele grachten — drie legers versmachten in de woestijn, en Elisa geeft een bevel dat vooraf zinloos lijkt: "Maakt in dit dal vele grachten", met de belofte dat het dal zonder wind en zonder regen met water vervuld zal worden (2 Kon. 3:16-17)
Joram trekt met Josafat en de koning van Edom tegen Moab op, langs de weg der woestijn van Edom (2 Kon. 3:6-9). Na zeven dagreizen is er geen water meer voor het leger en het vee. Joram wijt het meteen aan de HEERE; Josafat vraagt, net als eerder aan Achabs hof, of er geen profeet is (2 Kon. 3:10-11, vgl. 1 Kon. 22:7). Elisa laat de koning van Israël weten dat hij hem om zijnentwil niet eens zou aanzien, en verwijst hem naar de profeten van zijn vader en zijn moeder; alleen om Josafats wil spreekt hij (2 Kon. 3:13-14). Hij laat een speelman komen, en terwijl deze op de snaren speelt, komt de hand des HEEREN op hem (2 Kon. 3:15). Dan volgt het bevel om het dal vol grachten te graven, met de toezegging dat er water komt zonder dat men wind of regen ziet (2 Kon. 3:16-17). De volgende morgen, op de tijd van het spijsoffer, komt het water door de weg van Edom, en het land wordt vervuld (2 Kon. 3:20).
Bijbelse betekenis: Het graven gaat aan het water vooraf. Er is geen wolk te zien en geen wind te voelen, en toch moet een uitgeput leger de hele nacht spitten. Zo werkt het geloof doorgaans: het richt zich naar een woord en niet naar het weerbericht, en het maakt ruimte voor iets dat nog niet te zien is. Even opmerkelijk is Elisa's houding tegenover Joram. Hij spreekt hem niet vriendelijk toe en verzwijgt niet dat de koning bij de afgoden van zijn ouders hoort; het antwoord komt alleen om de aanwezigheid van een oprecht man. Gods hulp valt hier op een leger dat haar niet verdient, ter wille van één.
Typologie: Dat geloof zich richt naar het woord en niet naar het zichtbare, omschrijft de Hebreeënbrief: "Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet" (reeds behandeld bij Hebr. 11:1).
2 Koningen 3:15.KruisverwijzingenEzechiël 1:3→1 Samuël 16:23→1 Koningen 18:46→1 Samuël 10:5→Ezechiël 8:1→Efeze 5:18→Ezechiël 3:14→Ezechiël 3:22→ — Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam. Elisa had opgemerkt dat de Geest van God het vrijst op hem werkte wanneer zijn gemoed rustig en gestild was. Hij bevond zich het best bereid voor de hemelse stem wanneer het geraas in zijn ziel tot zwijgen gebracht was en elke verontrustende gemoedsbeweging gestild. Nadat hij dit feit door waarneming had vastgesteld, handelde hij ernaar. Hij kon de wind van de Geest niet maken, maar hij kon zijn zeil zetten om die te ontvangen, en dat deed hij.
Op het bepaalde ogenblik waarop de tekst zinspeelt, was Elisa zeer geërgerd door het gezicht van Joram, de koning van Israël, de zoon van Achab en Izebel. In de ware geest van zijn oude meester Elia liet de profeet Joram weten wat hij van hem dacht; en nadat hij zijn ziel had uitgesproken, gevoelde hij zich natuurlijk ontroerd, verontrust en onbekwaam om de mond te zijn voor de Geest van God. Hij wist dat de hand des Heeren niet op hem zou rusten terwijl hij in die toestand was; en daarom zei hij: “Brengt mij een speelman.”
2 Koningen 3:17.KruisverwijzingenPsalmen 107:35→Jesaja 48:21→Jesaja 41:17→Jesaja 43:19→Numeri 20:8→Psalmen 84:6→Exodus 17:6→1 Koningen 18:36→ — Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten. Wij worden hier geleid op te merken hoe zwak de mens is wanneer hij op zijn sterkst is. Drie koningen met drie legers waren samengekomen om Moab te onderwerpen, en toch werd heel dat legermacht tot staan gebracht door de eenvoudige omstandigheid dat er een gebrek aan water was. Hoe gemakkelijk kan God al de wijsheid en de sterkte van de mensheid verbijsteren en schaakmat zetten!
In omstandigheden van nood, hoe volkomen krachteloos worden wij! Een droog blad in een orkaan is niet hulpelozer dan een leger dat zich in een woestijn bevindt zonder waterbronnen. Zij mogen hun voorzeggers roepen, maar die kunnen niet verlossen. De verbonden vorsten mogen in ernstige raadsvergadering zitten, maar zij kunnen de wolken niet gebieden. De schilden van de machtigen en de banieren van de dapperen zijn waardeloos. De legers moeten omkomen — en dat alles om zo’n eenvoudig maar zo noodzakelijk ding als water. De mens zou graag God spelen, en toch legt een weinig water hem neer.
Zo afhankelijk is ook de christelijke gemeente van de Heilige Geest, dat er nooit een aangename zucht door een boetvaardige geslaakt is buiten Hem; nooit steeg een heilig lied ten hemel dan doordat Hij het vleugels gaf; nooit was er waar gebed of getrouwe dienst dan door de kracht en de macht van de Heilige Geest. Zondaren worden nooit zalig buiten de Geest van God. Geen zedelijke overreding, geen kracht van voorbeeld, geen vermogen van bewijsvoering, geen macht van welsprekendheid heeft ooit het hart veranderd. De levende Geest alleen kan leven brengen in dode zielen.
En wanneer die zielen levend gemaakt zijn, zijn wij nog even afhankelijk van de Geest van God als ooit. Een ziel voor de hemel op te voeden is even goed een goddelijk werk als een ziel van de zonde te bevrijden. Een neerslachtige christen te troosten, zijn zwakke handen te sterken en zijn slappe knieën vast te maken, de ogen van zijn hoop te doen glanzen en hem kracht te geven om het schild van zijn geloof te houden — dat alles is het werk van de Geest van de levende God.
Met al de kracht die christenen ontvangen hebben, hebben wij geen kracht genoeg om nog één ogenblik te leven dan zoals de Geest van God ons levend maakt. Al onze vroegere ervaring, al wat wij geleerd en verkregen hebben, moet voor niets gerekend worden tenzij dagelijks en bestendig, ogenblik bij ogenblik, de Geest van God in ons woont en machtig in ons werkt om ons nog altijd een pelgrim te houden tot de poort van de hemel.
Vs. 1-20. Achabs tweede zoon Joram, opvolger van zijn broeder Ahazia op de troon van Israël, die weliswaar de onder het bestuur van de laatste weer binnengedrongen Baälsdienst afschaft, maar daarentegen de kalverdienst tot staatsgodsdienst verheft, onderneemt in gemeenschap met Josafat, koning van Juda, een krijgstocht tegen de van het rijk van Israël afgevallen Moabieten, aan welke ook de koning van de Edomieten in zijn hoedanigheid als vazal van Josafat deel neemt. Maar op de grenzen van het land van de Moabieten komt het gehele grote leger door gebrek aan water in zware nood, Joram acht alles verloren; daar wordt op Josafats raad een profeet van de Heere gezocht, door wiens mond men God ondervragen kon, en ziet, Elisa bevindt zich bij het leger, die ook hulp toezegt. Die hulp komt dan ook op de volgende morgen ten tijde van het spijsoffer, door een in de verte op de oostelijke bergen van Edom gevallen regenbui, die de beek, waaraan het leger het kamp heeft opgeslagen, met regen vult.
Kruisverwijzingen2 Koningen 1:17→2 Koningen 8:16→1 Koningen 22:51→— Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.
Joram nu, de tweede zoon van Achab ( 1: 17), werd koning over Israël te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, de koning van Juda (in het jaar 896 v.Chr.); en hij regeerde twaalf jaar (tot 883).
Kruisverwijzingen1 Koningen 21:25→2 Koningen 10:26→2 Koningen 10:18→Exodus 23:24→2 Koningen 9:34→1 Samuël 15:19→1 Koningen 16:31→1 Koningen 21:20→— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.
En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE, maar niet op zo verregaande wijze zoals zijn vader Achab en zoals zijn moeder Izebel, wier regeringsbeginselen (1 (Koningen 16: 31vv.) ook zijn voorganger Ahazia gevolgd had (1 (Koningen 22: 53vv.), a) want hij deed het opgerichte beeld van Baäl weg, dat zijn vader te Samaria gemaakt had. 1)
1 Koningen 16: 32
Hier is de invloed van Elia’s hervormende invloed op te merken. Wat met zijn vader Achab en zijn broeder Ahazia was gebeurd, ten gevolge van hun zonde van afgoderij, was niet zonder invloed gebleven op Joram. Hij was hierdoor tot het besluit gekomen, een voor zichzelf en voor het volk niet meer Baäl te dienen, maar de God van Israël. Hij deed daarom het opgerichte beeld, de zuil van Baäl weg. Echter keerde hij niet tot de zuivere dienst van Israël’s God terug, maar hield vol met de politieke zonde van Jerobeam door de kalveren te vereren en de HEERE onder het beeld van een kalf te aanbidden. Hierdoor vermocht hij niet de straffende hand van God af te wenden, maar omdat straks ten gevolge van zijn halve maatregelen ook de Baälsdienst weer werd ingevoerd en begunstigd, onder de invloed van zijn goddeloze moeder Izebel, en alzo de kalverdienst weer verbonden werd met de afgoderij, trof hem het oordeel, over het huis van Achab uitgesproken, door de mond van Elia, de profeet.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:2→Psalmen 60:8→Job 42:12→Genesis 26:13→2 Kronieken 26:10→Genesis 13:2→Job 1:3→Psalmen 108:9→— Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.
Mesa (= wijkplaats) nu, de koning van de Moabieten, was een veehandelaar, omdat zijn bergachtig maar van vele vruchtbare dalen doorsneden en welbevochtigd land voor de teelt van klein vee bij uitnemendheid geschikt was, en bracht op, voorheen, zolang Achab regeerde, aan hem, de koning van Israël, als jaarlijkse schatting, honderdduizend lammeren, en honderdduizend rammen met de wol. 1)
Volgens sommigen had hij alleen de vachten van deze dieren af te leveren. Enkele uitleggers menen ook, dat men zo’n aanzienlijke schatting niet als een jaarlijkse moet opvatten, meer als een die alleen bij verandering van regering, hetzij in Israël, hetzij in Moab, opnieuw moest plaatshebben. Edoch ten onrechte, want voor een zo vruchtbaar land als Moab, was de opbrengst van zo vele lammeren en rammen als jaarlijkse schatting volstrekt niet te veel. Mesa was een vazal van de koning van Israël. Zijn verhouding tot Achab en zijn afval van die koning heeft hij zelf beschreven op een steen (de basalta van Mesa) door Clermont-Ganneau, beambte bij het Franse Consulaat te Jeruzalem in het jaar 1868 of 1869, ontdekt in Dîbân, de oude Moabietenstad Dibon. Door Nöldeke is hetgeen op die basalta geschreven stond vertaald en verklaard, waaruit zo duidelijk en zo beslist mogelijk de waarheid van hetgeen hier, in de Bijbel, wordt vermeld omtrent Mesa’s afval, wordt bevestigd.
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:4→2 Kronieken 19:2→2 Kronieken 21:4→2 Kronieken 18:3→2 Kronieken 22:3→1 Koningen 22:32→2 Kronieken 18:29→2 Kronieken 22:10→— En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
En hij ging heen, en zond tot Josafat, de koning van Juda, die, zoals wij uit vroeger medegedeelde bijzonderheden (1 Koningen 22) reeds weten, tot het huis van Achab in familiebetrekking stond en de goede verstandhouding daarmee onderhield, zeggende (en liet hem zeggen): De koning van de Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in de oorlog tegen de Moabieten? En hij, Josafat, die naar hetgeen hem de profeet Jehu, de zoon van Hanani, zowel als Eliëzer, de zoon van Dodava, ter oorzake van zijn verbond eerst met Achab, en daarna met Ahazia voorgehouden had (2 (Kronieken 19: 2; 20: 37), wel had kunnen weten wat de wil van de Heere was, kon ook voor ditmaal de verzoeking, waarin hij gebracht werd, niet weerstaan, en zei, terwijl hij meende, de goede gelegenheid niet te moeten laten voorbijgaan, om de Moabieten voor altijd onschadelijk te maken, zodat zij nooit weer, evenals bij hun verbintenis met de Ammonieten (2 (Kronieken 20: 1vv.), een inval in het rijk van Juda wagen konden: Ik zal opkomen, a) zo zal ik zijn zoals gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden. 1)
1 Koningen 22: 4
Waarschijnlijk zei hij zijn hulp toe, om bij deze gelegenheid de Moabieten voor hun inval in Juda (2 Kronieken 20) te tuchtigen en het zijn ertoe bij te dragen, dat zij door wederonderwerping aan Israël buiten staat werden gebracht, om nieuwe invallen in Juda te doen.
KruisverwijzingenNumeri 21:4→Maleachi 1:2→— En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.
En hij, Joram, nadat hij zich alzo van Josafats bijstand verzekerd had, zei bij monde van een nieuw gezantschap, dat hij tot deze afvaardigde: Door welke weg zullen wij tegen Moab optrekken, acht gij het beter dat wij de Jordaan oversteken en van het noorden zijn land binnenrukken? Of verkiest gij, dat wij ons naar de zuidelijke spits van de Dode Zee wenden, en dan van uit het noordelijk gedeelte van de bergen van Edom een aanval ondernemen? Hij dan, Josafat, het tweede kiezende, zei: Door de weg van de woestijn van Edom. 1)
Deze laatste weg was de langste en met de meeste moeilijkheden en gevaren verbonden, omdat het leger hier moeilijk te beklimmen bergen moest passeren. Evenwel koos Josafat deze, deels omdat men in het noorden de Syriërs te Ramoth in Gilead (1 Koningen 22: 1vv.) te vrezen had, ten dele ook omdat de Moabieten in vertrouwen op de moeilijkheid om hun zuidelijke grenzen te naderen van deze kant geen aanval verwachten zouden, en daarom op deze wijze onvoorbereid overvallen en geslagen konden worden; eindelijk echter (en zonder twijfel wel het meest) met het oog op de koning van Edom, wiens troepen men op deze weg tot zich kon trekken, misschien minder met het doel om daardoor het leger te versterken dan veeleer om zich te vergewissen, dat hij niet, terwijl Josafat tegen de Moabieten in het veld lag, een nieuwe poging tot afval zou wagen door andermaal het rijk van Juda binnen te dringen (1Ki 22: 48).
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:47→Exodus 17:1→Numeri 21:5→Exodus 11:8→Numeri 20:2→Numeri 33:14→Exodus 15:22→Richteren 4:10→— Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.
Alzo trok de koning van Israël, Joram, door het gebied van het rijk van Juda en vervolgens door de woestijn, die tussen het gebergte Seïr en de zuidelijke spits van de Dode Zee gelegen is tot aan de zuidelijke grenzen van Moab, deWadyl-Ahsy (Nu 21: 11), heen, en de koning van Juda, Josafat, en de van de laatste afhankelijke, wat zijn naam betreft, niet nader bekende koning van Edom; en als zij zeven dagreizen op deze weg van 16 mijl omgegaan waren, en eindelijk in de nabijheid van de opperste wilgenbeek aangekomen waren, waar het alleen mogelijk was in het land van de Moabieten te komen, zo had het leger en het vee, dat ter proviandering van het leger en tot het dragen van de pakkaadje (vs. 7) hen navolgde, geen water. 1)
God laat soms toe, dat Zijn volk door hun onvoorzichtigheid zich in benauwdheid brengt, ten einde de Wijsheid, Macht en Goedheid van Zijn Voorzienigheid verheerlijkt worde in hun verlossing.
De Wady el-Ahey of wilgenbeek heeft anders een nooit uitdrogende bron; dat zij nu geen water meer geeft, gebeurt door Gods bijzondere leiding, die beide koningen onder Zijn tucht neemt en elk van hun wat heeft mede te delen. Bij Joram wil de Heere de profeet Elisa, die omstreeks deze tijd zijn werkzaamheid als Elia’s opvolger begonnen had, invloed en gezag verschaffen en door hem de koning zo mogelijk van zijn afgodisch bestaan (vs. 2vv.) afkeren, en God wil Josafat van het verbondgenootschap met Joram, als deze niet anders wordt, afbrengen evenals Hij hem vroeger door de mond van de profeten vanwege zijn verbintenis met Achab en Ahazia had bestraft.
KruisverwijzingenJesaja 51:20→Psalmen 78:34→Jesaja 8:21→Genesis 4:13→Spreuken 19:3→2 Koningen 6:33→— Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!
Toen zei1) de koning van Israël, terstond in de nood wanhopend, omdat in zijn hart geen levend geloof aan God en diens macht om te helpen, huisvestte, en zijn geweten hem integendeel veroordeelde: Ach, dat de HEERE deze drie koningen in deze verderf aanbrengende landstreek geroepen heeft, om die, met hun gehele leger zonder slag of stoot in de hand van de Moabieten te geven!
Dit is het kwellend vermogen van het kwade geweten, dat het in ieder voorval een sombere betekenis weet te vinden. Het is een naargeestig schilder, aan wie geen schriktoneel donker genoeg is, om er niet nog enige akelige trekken aan toe te voegen; een gekleurde spiegel, waarin het minste ongeval de gedachte van een vuurstroom uit de Goddelijke toornschaal aanneemt; een ongeluksprofeet, die niets dan verderf en jammer aanzegt; een nachtvogel in het stormachtige donker, die slechts een eentonig, angstverwekkend geluid voortbrengt. Onze gewetenstoestand kleurt ons leven en aardse lotsbedeling; het geweten, gereinigd door het bloed van het Lam, strooit zijn verheerlijkend licht over alle verhoudingen van ons aanzijn hier beneden; het geeft aan alles een goede en weldadige betekenis, en ontneemt het bittere de dodelijke prikkel; het boze daarentegen scherpt het, ja, brengt de prikkel aan, waar hij ontbreekt, en weeft slechts schaduwen, rouwfloers en treursluiers.
Meer dan waarschijnlijk behelsde deze morrende wanhoopskreet een bedekt verwijt tegen Josafat, omdat deze die weg had aangeraden en gewild. Immers, Josafat (vs. 11) vat terstond het woord op en vraagt naar een profeet van de Heren. Wij zien hieruit duidelijk het verschil tussen Joram en Josafat. In de hoge nood, terwijl Joram niets anders heeft dan wanhoopskreten, begeeft Josafats geloof hem niet, maar duikt zijn vertrouwen op zijn God weer op.
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:7→1 Koningen 19:21→Johannes 13:13→Johannes 13:4→2 Koningen 2:25→1 Kronieken 14:14→Jozua 9:14→1 Kronieken 15:13→— En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.
En Josafat zei, met een kalm en gepast woord, omdat zijn vroom en gelovig hart een Helper kende ook uit de dreigendste benauwdheid: a) Is hier geen profeet van de HEERE, dat wij door hem de HEERE mochten vragen 1) hoe wij gered konden worden? Toen antwoordde een van de knechten van de koning van Israël, misschien een van de profetenzonen, die bij de oproep van de koning (vs. 6), mee te velde had moeten trekken, en zei: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia’s handen goot, 2) de dienaar van de nu uit de wereld weggenomen Elia en zijn bestendige metgezel.
1 Koningen 22: 7
Gods nachtegalen kunnen zich toch niet verloochenen, hoewel zij overdag en bij zonneschijn ook nog zo lang zwijgen; daalt de nacht, dan beginnen zij hun lied, en als het stormt zingen zij meestal het schoonst.
Hoe komt Elisa toch zo op eens in het krijgsleger en in deze brandende, ongastvrije wildernis? Nu, gij herinnert u (2Ki 2: 25), hoe hij zich na het bloedige toneel te Beth-el in de eenzaamheid terugtrok. Zijn zachtaardig en teder besnaard gemoed was door deze schrikwekkende daad, waartoe de Geest van God hem gedreven had, dermate geschokt, dat hij, alvorens zijn profetische verrichtingen te kunnen voortzetten, behoefte had om zich te herstellen en tot bedaren te komen, en het nog eenmaal en duidelijker uit de mond van zijn God te vernemen, dat hij recht had gehandeld en in waarheid naar Gods mening en overeenkomstig Zijn gebod was te werk gegaan. Daarom begaf hij zich met spoed in de eenzaamheid, en gij weet, het waren stille bossen op de berg Karmel, waar hij zich terugtrok. Nadat hij hier enige tijd in biddende gemeenschap met zijn Verbondsgod had doorgebracht en door diens vertroostende toespraak de blijdschap van zijn gemoed had teruggekregen, begaf hij zich weer in de naam van de Heere naar het toneel van zijn werkzaamheid en wel naar Samaria. Toen hij daar aankwam, stond het leger van het rijk van Israël juist gereed naar Moab op te rukken. Toen dreef hem de Geest, en met de Geest de liefde, om zich aan de legerscharen van zijn volk op enige afstand aan te sluiten. Wel waren de wapens, waarmee hij zich gordde, niet vleselijk; maar toch kwam het hem in de gedachten, dat er zich omstandigheden konden opdoen, waarin ook hij aan zijn ten strijde getrokken landgenoten, enige bijstand zou kunnen verlenen. Mozes uitgestrekte armen (Exodus 17: 8vv.) en Samuëls wonderdadige voorbede (1 Samuel 7: 7vv.) zweefden hem voor de geest, en zo ging hij vol blijder moed, het gehele volk op zijn priesterlijk hart dragend, naar de strijd; en wie zou het de eenvoudige, ongewapende achterblijver, in zijn ruw kameelharen kleed, kunnen aanzien, dat hij inderdaad als werktuig van de grote Bestuurder van de veldslagen daarboven, de gehele strijd zou beslissen en Israël’s legioenen van de vreselijkste ondergang redden?.
Kruisverwijzingen2 Koningen 5:15→2 Koningen 2:14→Jesaja 60:14→Openbaring 3:9→Jesaja 49:23→2 Koningen 2:24→2 Koningen 5:8→2 Koningen 2:21→— En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.
En Josafat zei: Het woord van de HEERE is bij hem; gewis zal ook deze, wanneer hij een leerling van de grote profeet Elia is, Gods woord kunnen meedelen. Zo trokken om uit Elisa’s mond de uitspraak van de Heere te vernemen, tot hem af1) de koning van Israël, en Josafat, de koning van Juda, en de koning van Edom.
De tenten van deze koningen stonden ongetwijfeld, om een goed overzicht over het leger te verlenen, op een hoogte; zij zelf evenwel door het ongeluk verootmoedigd, begaven zich persoonlijk tot de profeet, in plaats van hem tot zich te roepen.
Josafat eerde een profeet, bij wie het Woord van de Heere was, zo hoog, dat hij hem niet ontbood, maar zich in persoon daarheen begeven wilde, waar hij hem vinden zou. De anderen waren mede genegen, om de profeet die eer te bewijzen, omdat zij zich in gevaar bevonden, en hem zochten te bewegen, om medelijden met hen te hebben. Dus behaagt het God een nederige te verhogen, evenals Elisa hier een eer genoot, die zich zeker zeer groot vertoonde, omdat drie koningen tezamen aan zijn deur klopten en hem om bijstand verzochten.
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:6→1 Koningen 18:19→1 Koningen 22:10→2 Koningen 3:10→1 Koningen 22:22→Mattheüs 8:29→2 Korinthe 6:15→Ruth 1:15→— Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.
Maar 1) Elisa zei tot de koning van Israël, die terstond in naam van de beide anderen het woord had opgevat, en de zaak, die hen naar de profeet dreef, aan deze had bekend gemaakt: Wat heb ik met u te doen, dat gij u met uw aangelegenheid tot mij wendt, die een profeet van de Heere ben? a) Ga heen tot de profeten van uw vader, die tevens voorgangers zijn bij de kalverdienst (1 (Kronieken 21: 6), en tot de profeten van uw moeder, de Baäl-profeten (1 (Koningen 18: 19) en laten deze u bescheid geven. Maar de koning van Israël zei tot hem: Neen, niet zo, zendt mij niet weg; want de HEERE heeft deze drie koningen, niet alleen mij, maar Josafat en Edoms koning, die hier voor u staan, geroepen, om die in de hand van de Moabieten te geven, 2) daarom kan Hij ons alleen uit de benauwdheid redden.
1 Koningen 18: 19
Joram zat in nood, verkeerde in doodsgevaar. In zo’n toestand is, menselijkerwijze gesproken, het hart nog wel eens ontvankelijk voor het woord van boete en berouw. Daarom spreekt Elisa hem zo scherp aan, paait hem niet, maar zet het mes diep in de wond, opdat er nog een vreedzame vrucht van de gerechtigheid zou worden geboren. Hij verwijst hem daarom naar zijn kalveren of afgoden, om bij deze hulp te zoeken, opdat Joram het nietige ervan zou erkennen.
De koning van Israël wijst de profeet op de godvruchtige Josafat, die ook in dezelfde ellende verkeert. Oh, wil hij zeggen, doet gij het dan niet om mij, doe het dan omwille van Josafat en laat mij dan in zijn bescherming delen!.
Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1→2 Koningen 5:16→1 Koningen 21:20→2 Kronieken 17:3→1 Koningen 14:5→Psalmen 15:4→Mattheüs 22:16→1 Koningen 18:15→— En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!
En Elisa zei: Zo waarachtig als de HEERE der heerscharen leeft, voor a) wiens aangezicht ik sta, wiens dienaar ik ben, zo ik niet het aangezicht van Josafat, de koning van Juda, opnam, ik zou u, die slechts door ogenblikkelijke nood gedwongen, naar de Heere en Zijn woord vraagt, niet aanschouwen noch u aanzien, 1) maar zou u aan uw lot overlaten!
1 Koningen 17: 1
In zeker opzicht ziet ook de Heere, evenals Elisa, de persoon aan. Hoe dikwijls herhaalt zich nog in de wereld, wat daar in de woestijn gebeurde! Hier wordt een leger behouden of het overwint, omdat het, naar men zegt, goed geoefend is of aangevoerd wordt; en in de grond lag de oorzaak van de gelukkige uitslag in de aanwezigheid van een kind van God, die stil en ongemerkt in de rijen zich bevindt, maar God zag zijn persoon aan en breidde om zijnentwille over de gehele schaar Zijn beschermende vleugel uit. Ginds trekt een dreigend onweer aan zekere plaats voorbij; men schrijft de bewaring aan een gunstige omstandigheid of aan een wijze maatregel van de Overheid toe; maar de ware oorzaak van de redding is in de armste, onaanzienlijkste hut van de plaats te zoeken, daar woont een mens, die de Eeuwige liefheeft, en die mens bidt.
KruisverwijzingenEzechiël 1:3→1 Samuël 16:23→1 Koningen 18:46→1 Samuël 10:5→Ezechiël 8:1→Efeze 5:18→Ezechiël 3:14→Ezechiël 3:22→— Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
Nu dan, brengt mij, opdat ik onder de tonen van muziek mijn ziel in de juiste stemming brengen en in de voor de aanschouwing van de goddelijke dingen noodzakelijke toestand van profetische verrukking geraken kan (1 (Samuel 7: 2), een speelman, 1) harpspeler. En het geschiedde toen de speelman op de snaren speelde, dat de hand van de HEERE, in de Geest van de voorzegging, die in hem levendig werd, op hem kwam (1 Koningen 18: 46).
Hij begeert een speelman, d.i. iemand, die wel kon zingen en spelen op muziekinstrumenten, een die gewoon was, bij het spelen een lofzang te zingen ter verheerlijking van God en van Zijn wonderbare werken. Het liefelijk Psalmgezang zou zijn geest vervrolijken, zijn gemoed in een aangename kalmte brengen en hem opwekken, om God te verheerlijken, terwijl hij dan ook het best in staat zou wezen tot ontvanging van de profetische inblazing. Want ofschoon het profeteren een gave van God was, konden echter de middelen in het werk gesteld worden tot verkrijging van die gave, waartoe onder andere behoorde het hanteren van het muziekinstrument, zoals hetzelve dan ook in de scholen van de profeten zeer gewoon was (1 Samuel 10: 5).
De muziek is een hartversterkend en verkwikkend middel, waardoor men zware aanvechtingen en boze gedachten verdrijft, waardoor het hart tot rust gebracht, gesterkt en verkwikt wordt. De Schrift leert, dat God graag zang en snarenspel hoort. Speel dan helder op en zing erbij, totdat de zwaarmoedige gedachte wijke, zoals Daniël en Elisa deden.
Elisa kende de invloed van de muziek. Zijn gemoed, door de opwelling van verontwaardiging tegen de verachtelijke vorsten buiten de gewone stemming gebracht en hevig ontsteld, had behoefte aan bezadigdheid en rust. De Heilige Geest kan zich, menselijkerwijze gesproken, onder het gewoel van al deze inwendige redeneringen niet doen verstaan. Het opbruisen van heilige verontwaardigingen en vorige ijver, die in zijn gemoed het fluisteren van de Geest schier verdoofde, moest eerst gestild worden. Zodanige uitwerking verwachte Elisa op grond van vroegere ervaring van de muziek. Hij verlangde een harpspeler. De speelman komt, slaat de maat aan, begint te spelen, en ziet….de volle akkoorden doen de goede uitwerking. De koningen wordt het plechtig te moede; hun harten worden tot eendracht gestemd. In de ziel van de profeet wordt de storm van het blakend ijvervuur gestild, en zij kan zich weer vrij met de zachte trillingen van deze liefelijke tonen tot de zalige nabijheid van de HEERE verheffen. In zijn binnenste is het stil geworden als in een eenzame kamer, zodat hij zelfs het zachte gelispel van de Geest verneemt. Het lijkt op de effen waterspiegel van een bergzee, waarop geen golfje zich meer parelt, en waarin de sterren van de hemel liefelijk haar glans weerkaatsten. In dit ogenblik van herstelde bedaardheid en aandacht buigt zich dan ook de HEERE met Zijne openbaring tot zijn zoon neer. De Heere begint te spreken met zijn knecht. De Geest getuigt de geest van de profeet, wat hij te spreken, te raden en te doen heeft.
Het snarenspel dient, om hem in de kalme gemoedsstemming te brengen, waarin hij de stem van de Heere zal kunnen vernemen. In de onrustige legerplaats, na de ontroering, die zich van hem meester maakt bij het gericht van Joram, is dit zeker niet overbodig.
Met bovengenoemde verklaringen verenigen wij ons ten dele. Het komt ons echter voor, dat er nog een andere reden was, waarom Elisa de speelman laat komen. Niet allereerst om Joram alleen, later toch is hij zeer welwillend tegen deze koning ( 5: 8; 6: 21vv.), maar bovenal het feit, dat de vrome Josafat hier tot hem komt in vereniging met de beeldendienaar Joram en de afgodendienaar, de koning van Edom, doet Elisa’s ziel trillen van verontwaardiging. Of heeft de Heere het aan Josafat niet duidelijk genoeg doen blijken, dat het hem niet wel kan gaan in verbintenis met de koning van Israël? Heeft Josafat dan zo weinig uit de behaalde teleurstellingen geleerd, dat hij nogmaals de koning van Israël ter wille is, om zich met hem in een strijd tegen andere volken te verbinden? O.i. ligt in de uitdrukking “zo ik niet het aangezicht van Josafat, de koning van Juda, opnam”, een bedekt verwijt jegens die koning. Elisa kan en mag het niet goedkeuren, dat hij Josafat daar in dat gezelschap voor hem ziet. Aan die Josafat is door Micha tijdens Achab en door andere profeten tijdens Ahazia een slechte afloop voorspeld. Wat zal hij moeten doen? Gaat hij op de uiterlijke omstandigheden af, dan moet hij een vijandelijke afloop voorspellen. Maar de gedachte aan Josafat, die godvrezende koning van Juda brengt hem in een zachtere stemming. Hij wil en zal de mond van de Heere om raad vragen. Hij zal zich door de Geest van God laten besturen. Maar dan moet hij in een andere meer Godgewijde stemming komen. En opdat dit zou gebeuren, heeft hij nodig, dat de muziek, de gewijde Psalm hem aftrekt van al de uiterlijke omstandigheden en hem volkomen van een wil maakt met de wil van zijn God. En de Heere zegent Zijn pogen en openbaart hem, wat hij tot de verbonden koningen moet zeggen.
KruisverwijzingenPsalmen 107:35→Jesaja 48:21→Jesaja 41:17→Jesaja 43:19→Numeri 20:8→Psalmen 84:6→Exodus 17:6→1 Koningen 18:36→— Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
Want zo zegt de HEERE verder: Gij zult wel geen wind zien, die zich soms nog voor een onweer verheft, en gij zult geen regen zien, die het water aanbrengt; nochtans zal dit dal morgen tegen het aanbreken van de dag (vs. 20), met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, dat bestemd is om geslacht te worden, en uw lastdieren. In het vertrouwen op het woord van de Heere, dat hun verkondigde wat nog niemand zag, moesten zij zorgen dat alles zeer rijkelijk met water voorzien werd.
KruisverwijzingenJeremia 32:27→Jeremia 32:17→2 Koningen 20:10→Jesaja 49:6→Lukas 1:37→Jesaja 7:1→1 Koningen 16:31→1 Koningen 3:13→— Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.
En gij zult hen geheel en al ten onder brengen en hun doen, zoals zij, wanneer zij de overwinning behaald hebben, met uw land gedaan zouden hebben, en daarom alle vaste steden, en alle uitgelezen steden slaan, en zult alle goede vruchtbare bomen 1) vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken land zult gij met stenen verderven 2) zodat zij voor altijd braak zullen blijven liggen.
Het was anders de kinderen van Israël verboden (Deuteronomium 20: 19vv.) op deze wijze bij de belegering van vijandelijke steden te werk te gaan; bij deze gelegenheid evenwel moest met Moab, dat zich altijd betoond had een vijand van het volk van God te zijn, voor altijd een einde gemaakt worden.
Letterlijk: smart toevoegen, in de zin van verderven, d.i. de akkers met stenen vervullen, zodat zij onvruchtbaar werden.
KruisverwijzingenExodus 29:39→Psalmen 78:15→1 Koningen 18:36→Jesaja 35:6→Psalmen 78:20→Daniël 9:21→— En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.
En het geschiedde ‘s morgens, na de dag, waarop Elisa alzo gesproken had en de koningen in vertrouwen op zijn woord de grachten hadden laten graven, en wel ten tijde dat men het spijsoffer 1) offert, dat er, ziet, water door de weg van Edom, 2) van de kant van Edom, kwam, en het land, de gehele streek, waar de drie verbonden legers gelegerd waren, met water vervuld werd.
Er wordt uitdrukkelijk gezegd, dat de Heere regen gaf, omtrent de tijd van het spijsoffer, om daarmee aan te duiden, dat de Heere zich aan Zijn volk weer als de Verbondsgod openbaarde, om het offer aan de HEERE gebracht.
Waarschijnlijk had de Heere in de oostelijke bergen van Edom een groten plasregen laten vallen, waarvan de Israëlieten evenwel niets hadden bemerkt; het water kwam ten tijde, waarop het gewone morgenoffer in de tempel te Jeruzalem gebracht werd, om de rechtmatige godsdienst in het oog van Joram, die aan de kalverdienst overgegeven was eer te geven en hem te herinneren, dat alleen op de weg, door de Heere verordend, Zijne genade en Zijn welgevallen verkregen konden worden.
Vs. 21-27. De Moabieten, tot verdediging van hun land, aan zijn grenzen gelegerd, bespeuren de volgende morgen wat zij nog nooit gezien hadden, dat het beekdal met water gevuld is en houden dit water, door de zon beschenen, voor bloed en menen dat de vijanden het onderling oneens geworden zijn en elkaar omgebracht hebben. Terwijl zij nu in het Israëlitisch leger dringen, om buit te maken, worden zij door Israël volkomen verslagen hun steden worden ingenomen en hun velden verwoest. Alleen Kir-Moabs, op een hoge rots gelegen en aan alle zijden door een diep en eng dal omgeven, blijft zich nog verdedigen; maar reeds verkeert deze vesting in gevaar van veroverd te worden, als de koning van Moab het waagt zich een doortocht te banen, en offert, als dit niet gelukte, zijn eerstgeboren zoon op de muur voor het oog van de belegerden. Over deze gruwel ontzet, trekken de kinderen van Israël zich terug en zetten hun overwinning niet verder voort.
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:11→Efeze 6:14→— Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.
Toen nu, om weer op de veldtocht (vs. 9), terug te komen, al de Moabieten hoorden, dat de koningen van Israël, Juda en Edom opgetrokken waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samengeroepen van al degenen af, die de gordel aangordden, d.i. de twintigjarige leeftijd bereikt hadden (Numeri 1: 3) en daarboven, en zij stonden aan de grenzen van hun land, ten einde de aanrukkende vijanden het indringen te beletten.
— En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.
En toen zij zich op de dag, dat de kinderen van Israël water geschonken werd, (vs. 20) ‘s morgens vroeg uit hun leger, dat zij in de nabijheid van de wilgenbeek opgeslagen hadden, opmaakten, en juist achter hun rug de zon over dat water oprees, en daarop haar schijnsel wierp, van welk water de Moabieten geen gedachte konden hebben, omdat de beek ten volle uitgedroogd was, zagen de Moabieten dat water tegenover rood als bloed,
ten gevolge van een optische (gezichtkundige) misleiding kwam hun het water in het beekdal niet als water, maar als een bloedstroom voor.
Zij zagen het water in het dal, waar de Israëlieten en Edomieten gelegerd waren, alsof het van een rode kleur was, omdat de morgenzon daarop scheen, zoals nu hun ontroerde verbeelding kracht daaraan gaf, en dit deed hen denken dat het bloed was, waarin zij des te eerder konden mistasten, omdat zij wisten, dat de grond hier natuurlijkerwijze dor en zonder grachten of waterstromen was, vooral in een droog jaargetijde, terwijl er ook geen geluid van wind of regen was geweest.
Van de vers gegraven rode aarde van de groeve had het daarin veranderde water een rode kleur verkregen, die door de daarop vallende stralen van de morgenzon nog aanmerkelijk versterkt werd, zodat het uit de verte op bloed geleek. De Moabieten konden aan de gedachte van gezichtsbedrog zo veel te minder plaats geven, als zij wisten, bij hun kennis van het terrein, dat de Wady toen geen water bevatte, en zij van de regen, die ver van hen verwijderd in de bergen van Edom gevallen was, niets gezien of bemerkt hadden. Daarom lag het voor de hand te denken, dat het water bloed was en dat bloed kon niet anders zijn oorzaak hebben dan hierin, dat de vijanden onder elkaar een groot bloedbad hadden aangericht, temeer, omdat de jaloezie tussen Israël en Juda hun bekend was en de Edomieten slechts als gedwongen bondgenoten mee waren uitgetrokken.
KruisverwijzingenMicha 6:7→Amos 2:1→Richteren 11:31→Deuteronomium 12:31→Richteren 11:39→1 Koningen 20:28→1 Koningen 20:43→1 Koningen 20:13→— Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.
Toen nam hij, in zijn wanhoop het uiterste beproevende, om de toorn van zijn goden te verzoenen en hun bijstand voor zich te verkrijgen, zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem, aan zijn god Kamos of Milcom (2Ki 1: 2), tot een brandoffer op de muur, voor het oog van de belegeraars. Daarom kwam een zeer grote toorn
over Israël, omdat het hele leger in de hoogste mate door afschuw voor deze daad werd aangegrepen; daarom trokken zij van hem, de koning van de Moabieten, weg in plaats van nog langer in een land te vertoeven, waar dergelijke gruwelen werden gepleegd, en keerden terug in hun land, een ieder in zijn land.
In het Hebreeuws Wajehikètsef chadool al Jischraëel. En er werd een grote toorn in Israël. Zo geeft de Statenvertaling. Anderen vertalen met over Israël. Deze laatste vertaling kan ook. Dit woord toorn wordt veel in de Heilige Schrift voor de toorn van de Heere gebruikt (Jozua 9: 20; 22: 20 Jes. 34: 2, 54: 8; 60: 10 Zach. 1: 2; 2 Kronieken 19: 10). Sommigen denken dan ook aan die toorn. Toch wordt op andere plaatsen, zoals Prediker 5: 16 en Esther 1: 8 door dit woord de menselijke toorn, of zoals in de laatste plaats, een twisting aangeduid. Naar onze mening hebben wij het woord in laatstgenoemde betekenis te verstaan, en daarom het woord le (al) op te vatten in de zin van Bekèreb, d.i. in het midden van, zoals het zo dikwijls voorkomt (zie Job 30: 16; 1 Samuel 4: 19 De zin is dan deze, dat in het midden van Israël, d.i. in het midden van de bondgenoten een grote toorn ontstond, niet alleen over het feit, dat Moabs koning tot deze gruweldaad overging, maar wellicht van de zijde van Edom, dat zij hem tot zo’n daad gedwongen hadden, zodat zij besloten af te trekken. Zij hadden toch betrekkelijk hun doel bereikt, hadden de koning van Moab getuchtigd voor zijn opstand, zijn land verwoest en hem weer onschadelijk gemaakt. De mening van sommigen (Keil), dat de toorn van de Heere over Israël kwam, is niet te verdedigen, omdat zij de koning van Moab toch niet hadden gedwongen, om zijn zoon te offeren. Zij hadden volle vrijheid de stad te belegeren, omdat de Heere beloofd had, de Moabieten in hun hand te geven (vs. 18).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Met al de kracht die christenen ontvangen hebben, hebben wij geen kracht genoeg om nog één ogenblik te leven dan zoals de Geest van God ons levend maakt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Koningen 3
2 Koningen 3:15.KruisverwijzingenEzechiël 1:3→1 Samuël 16:23→1 Koningen 18:46→1 Samuël 10:5→Ezechiël 8:1→Efeze 5:18→Ezechiël 3:14→Ezechiël 3:22→
— Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
Elisa had opgemerkt dat de Geest van God het vrijst op hem werkte wanneer zijn gemoed rustig en gestild was. Hij bevond zich het best bereid voor de hemelse stem wanneer het geraas in zijn ziel tot zwijgen gebracht was en elke verontrustende gemoedsbeweging gestild. Nadat hij dit feit door waarneming had vastgesteld, handelde hij ernaar. Hij kon de wind van de Geest niet maken, maar hij kon zijn zeil zetten om die te ontvangen, en dat deed hij.
Op het bepaalde ogenblik waarop de tekst zinspeelt, was Elisa zeer geërgerd door het gezicht van Joram, de koning van Israël, de zoon van Achab en Izebel. In de ware geest van zijn oude meester Elia liet de profeet Joram weten wat hij van hem dacht; en nadat hij zijn ziel had uitgesproken, gevoelde hij zich natuurlijk ontroerd, verontrust en onbekwaam om de mond te zijn voor de Geest van God. Hij wist dat de hand des Heeren niet op hem zou rusten terwijl hij in die toestand was; en daarom zei hij: “Brengt mij een speelman.”
2 Koningen 3:17.KruisverwijzingenPsalmen 107:35→Jesaja 48:21→Jesaja 41:17→Jesaja 43:19→Numeri 20:8→Psalmen 84:6→Exodus 17:6→1 Koningen 18:36→
— Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
Wij worden hier geleid op te merken hoe zwak de mens is wanneer hij op zijn sterkst is. Drie koningen met drie legers waren samengekomen om Moab te onderwerpen, en toch werd heel dat legermacht tot staan gebracht door de eenvoudige omstandigheid dat er een gebrek aan water was. Hoe gemakkelijk kan God al de wijsheid en de sterkte van de mensheid verbijsteren en schaakmat zetten!
In omstandigheden van nood, hoe volkomen krachteloos worden wij! Een droog blad in een orkaan is niet hulpelozer dan een leger dat zich in een woestijn bevindt zonder waterbronnen. Zij mogen hun voorzeggers roepen, maar die kunnen niet verlossen. De verbonden vorsten mogen in ernstige raadsvergadering zitten, maar zij kunnen de wolken niet gebieden. De schilden van de machtigen en de banieren van de dapperen zijn waardeloos. De legers moeten omkomen — en dat alles om zo’n eenvoudig maar zo noodzakelijk ding als water. De mens zou graag God spelen, en toch legt een weinig water hem neer.
Zo afhankelijk is ook de christelijke gemeente van de Heilige Geest, dat er nooit een aangename zucht door een boetvaardige geslaakt is buiten Hem; nooit steeg een heilig lied ten hemel dan doordat Hij het vleugels gaf; nooit was er waar gebed of getrouwe dienst dan door de kracht en de macht van de Heilige Geest. Zondaren worden nooit zalig buiten de Geest van God. Geen zedelijke overreding, geen kracht van voorbeeld, geen vermogen van bewijsvoering, geen macht van welsprekendheid heeft ooit het hart veranderd. De levende Geest alleen kan leven brengen in dode zielen.
En wanneer die zielen levend gemaakt zijn, zijn wij nog even afhankelijk van de Geest van God als ooit. Een ziel voor de hemel op te voeden is even goed een goddelijk werk als een ziel van de zonde te bevrijden. Een neerslachtige christen te troosten, zijn zwakke handen te sterken en zijn slappe knieën vast te maken, de ogen van zijn hoop te doen glanzen en hem kracht te geven om het schild van zijn geloof te houden — dat alles is het werk van de Geest van de levende God.
Met al de kracht die christenen ontvangen hebben, hebben wij geen kracht genoeg om nog één ogenblik te leven dan zoals de Geest van God ons levend maakt. Al onze vroegere ervaring, al wat wij geleerd en verkregen hebben, moet voor niets gerekend worden tenzij dagelijks en bestendig, ogenblik bij ogenblik, de Geest van God in ons woont en machtig in ons werkt om ons nog altijd een pelgrim te houden tot de poort van de hemel.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Vs. 1-20. Achabs tweede zoon Joram, opvolger van zijn broeder Ahazia op de troon van Israël, die weliswaar de onder het bestuur van de laatste weer binnengedrongen Baälsdienst afschaft, maar daarentegen de kalverdienst tot staatsgodsdienst verheft, onderneemt in gemeenschap met Josafat, koning van Juda, een krijgstocht tegen de van het rijk van Israël afgevallen Moabieten, aan welke ook de koning van de Edomieten in zijn hoedanigheid als vazal van Josafat deel neemt. Maar op de grenzen van het land van de Moabieten komt het gehele grote leger door gebrek aan water in zware nood, Joram acht alles verloren; daar wordt op Josafats raad een profeet van de Heere gezocht, door wiens mond men God ondervragen kon, en ziet, Elisa bevindt zich bij het leger, die ook hulp toezegt. Die hulp komt dan ook op de volgende morgen ten tijde van het spijsoffer, door een in de verte op de oostelijke bergen van Edom gevallen regenbui, die de beek, waaraan het leger het kamp heeft opgeslagen, met regen vult.
Joram nu, de tweede zoon van Achab ( 1: 17), werd koning over Israël te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, de koning van Juda (in het jaar 896 v.Chr.); en hij regeerde twaalf jaar (tot 883).
En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE, maar niet op zo verregaande wijze zoals zijn vader Achab en zoals zijn moeder Izebel, wier regeringsbeginselen (1 (Koningen 16: 31vv.) ook zijn voorganger Ahazia gevolgd had (1 (Koningen 22: 53vv.), a) want hij deed het opgerichte beeld van Baäl weg, dat zijn vader te Samaria gemaakt had. 1)
1 Koningen 16: 32
Hier is de invloed van Elia’s hervormende invloed op te merken. Wat met zijn vader Achab en zijn broeder Ahazia was gebeurd, ten gevolge van hun zonde van afgoderij, was niet zonder invloed gebleven op Joram. Hij was hierdoor tot het besluit gekomen, een voor zichzelf en voor het volk niet meer Baäl te dienen, maar de God van Israël. Hij deed daarom het opgerichte beeld, de zuil van Baäl weg. Echter keerde hij niet tot de zuivere dienst van Israël’s God terug, maar hield vol met de politieke zonde van Jerobeam door de kalveren te vereren en de HEERE onder het beeld van een kalf te aanbidden. Hierdoor vermocht hij niet de straffende hand van God af te wenden, maar omdat straks ten gevolge van zijn halve maatregelen ook de Baälsdienst weer werd ingevoerd en begunstigd, onder de invloed van zijn goddeloze moeder Izebel, en alzo de kalverdienst weer verbonden werd met de afgoderij, trof hem het oordeel, over het huis van Achab uitgesproken, door de mond van Elia, de profeet.
Mesa (= wijkplaats) nu, de koning van de Moabieten, was een veehandelaar, omdat zijn bergachtig maar van vele vruchtbare dalen doorsneden en welbevochtigd land voor de teelt van klein vee bij uitnemendheid geschikt was, en bracht op, voorheen, zolang Achab regeerde, aan hem, de koning van Israël, als jaarlijkse schatting, honderdduizend lammeren, en honderdduizend rammen met de wol. 1)
Volgens sommigen had hij alleen de vachten van deze dieren af te leveren. Enkele uitleggers menen ook, dat men zo’n aanzienlijke schatting niet als een jaarlijkse moet opvatten, meer als een die alleen bij verandering van regering, hetzij in Israël, hetzij in Moab, opnieuw moest plaatshebben. Edoch ten onrechte, want voor een zo vruchtbaar land als Moab, was de opbrengst van zo vele lammeren en rammen als jaarlijkse schatting volstrekt niet te veel. Mesa was een vazal van de koning van Israël. Zijn verhouding tot Achab en zijn afval van die koning heeft hij zelf beschreven op een steen (de basalta van Mesa) door Clermont-Ganneau, beambte bij het Franse Consulaat te Jeruzalem in het jaar 1868 of 1869, ontdekt in Dîbân, de oude Moabietenstad Dibon. Door Nöldeke is hetgeen op die basalta geschreven stond vertaald en verklaard, waaruit zo duidelijk en zo beslist mogelijk de waarheid van hetgeen hier, in de Bijbel, wordt vermeld omtrent Mesa’s afval, wordt bevestigd.
En hij ging heen, en zond tot Josafat, de koning van Juda, die, zoals wij uit vroeger medegedeelde bijzonderheden (1 Koningen 22) reeds weten, tot het huis van Achab in familiebetrekking stond en de goede verstandhouding daarmee onderhield, zeggende (en liet hem zeggen): De koning van de Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in de oorlog tegen de Moabieten? En hij, Josafat, die naar hetgeen hem de profeet Jehu, de zoon van Hanani, zowel als Eliëzer, de zoon van Dodava, ter oorzake van zijn verbond eerst met Achab, en daarna met Ahazia voorgehouden had (2 (Kronieken 19: 2; 20: 37), wel had kunnen weten wat de wil van de Heere was, kon ook voor ditmaal de verzoeking, waarin hij gebracht werd, niet weerstaan, en zei, terwijl hij meende, de goede gelegenheid niet te moeten laten voorbijgaan, om de Moabieten voor altijd onschadelijk te maken, zodat zij nooit weer, evenals bij hun verbintenis met de Ammonieten (2 (Kronieken 20: 1vv.), een inval in het rijk van Juda wagen konden: Ik zal opkomen, a) zo zal ik zijn zoals gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden. 1)
1 Koningen 22: 4
Waarschijnlijk zei hij zijn hulp toe, om bij deze gelegenheid de Moabieten voor hun inval in Juda (2 Kronieken 20) te tuchtigen en het zijn ertoe bij te dragen, dat zij door wederonderwerping aan Israël buiten staat werden gebracht, om nieuwe invallen in Juda te doen.
En hij, Joram, nadat hij zich alzo van Josafats bijstand verzekerd had, zei bij monde van een nieuw gezantschap, dat hij tot deze afvaardigde: Door welke weg zullen wij tegen Moab optrekken, acht gij het beter dat wij de Jordaan oversteken en van het noorden zijn land binnenrukken? Of verkiest gij, dat wij ons naar de zuidelijke spits van de Dode Zee wenden, en dan van uit het noordelijk gedeelte van de bergen van Edom een aanval ondernemen? Hij dan, Josafat, het tweede kiezende, zei: Door de weg van de woestijn van Edom. 1)
Deze laatste weg was de langste en met de meeste moeilijkheden en gevaren verbonden, omdat het leger hier moeilijk te beklimmen bergen moest passeren. Evenwel koos Josafat deze, deels omdat men in het noorden de Syriërs te Ramoth in Gilead (1 Koningen 22: 1vv.) te vrezen had, ten dele ook omdat de Moabieten in vertrouwen op de moeilijkheid om hun zuidelijke grenzen te naderen van deze kant geen aanval verwachten zouden, en daarom op deze wijze onvoorbereid overvallen en geslagen konden worden; eindelijk echter (en zonder twijfel wel het meest) met het oog op de koning van Edom, wiens troepen men op deze weg tot zich kon trekken, misschien minder met het doel om daardoor het leger te versterken dan veeleer om zich te vergewissen, dat hij niet, terwijl Josafat tegen de Moabieten in het veld lag, een nieuwe poging tot afval zou wagen door andermaal het rijk van Juda binnen te dringen (1Ki 22: 48).
Alzo trok de koning van Israël, Joram, door het gebied van het rijk van Juda en vervolgens door de woestijn, die tussen het gebergte Seïr en de zuidelijke spits van de Dode Zee gelegen is tot aan de zuidelijke grenzen van Moab, deWadyl-Ahsy (Nu 21: 11), heen, en de koning van Juda, Josafat, en de van de laatste afhankelijke, wat zijn naam betreft, niet nader bekende koning van Edom; en als zij zeven dagreizen op deze weg van 16 mijl omgegaan waren, en eindelijk in de nabijheid van de opperste wilgenbeek aangekomen waren, waar het alleen mogelijk was in het land van de Moabieten te komen, zo had het leger en het vee, dat ter proviandering van het leger en tot het dragen van de pakkaadje (vs. 7) hen navolgde, geen water. 1)
God laat soms toe, dat Zijn volk door hun onvoorzichtigheid zich in benauwdheid brengt, ten einde de Wijsheid, Macht en Goedheid van Zijn Voorzienigheid verheerlijkt worde in hun verlossing.
De Wady el-Ahey of wilgenbeek heeft anders een nooit uitdrogende bron; dat zij nu geen water meer geeft, gebeurt door Gods bijzondere leiding, die beide koningen onder Zijn tucht neemt en elk van hun wat heeft mede te delen. Bij Joram wil de Heere de profeet Elisa, die omstreeks deze tijd zijn werkzaamheid als Elia’s opvolger begonnen had, invloed en gezag verschaffen en door hem de koning zo mogelijk van zijn afgodisch bestaan (vs. 2vv.) afkeren, en God wil Josafat van het verbondgenootschap met Joram, als deze niet anders wordt, afbrengen evenals Hij hem vroeger door de mond van de profeten vanwege zijn verbintenis met Achab en Ahazia had bestraft.
Toen zei1) de koning van Israël, terstond in de nood wanhopend, omdat in zijn hart geen levend geloof aan God en diens macht om te helpen, huisvestte, en zijn geweten hem integendeel veroordeelde: Ach, dat de HEERE deze drie koningen in deze verderf aanbrengende landstreek geroepen heeft, om die, met hun gehele leger zonder slag of stoot in de hand van de Moabieten te geven!
Dit is het kwellend vermogen van het kwade geweten, dat het in ieder voorval een sombere betekenis weet te vinden. Het is een naargeestig schilder, aan wie geen schriktoneel donker genoeg is, om er niet nog enige akelige trekken aan toe te voegen; een gekleurde spiegel, waarin het minste ongeval de gedachte van een vuurstroom uit de Goddelijke toornschaal aanneemt; een ongeluksprofeet, die niets dan verderf en jammer aanzegt; een nachtvogel in het stormachtige donker, die slechts een eentonig, angstverwekkend geluid voortbrengt. Onze gewetenstoestand kleurt ons leven en aardse lotsbedeling; het geweten, gereinigd door het bloed van het Lam, strooit zijn verheerlijkend licht over alle verhoudingen van ons aanzijn hier beneden; het geeft aan alles een goede en weldadige betekenis, en ontneemt het bittere de dodelijke prikkel; het boze daarentegen scherpt het, ja, brengt de prikkel aan, waar hij ontbreekt, en weeft slechts schaduwen, rouwfloers en treursluiers.
Meer dan waarschijnlijk behelsde deze morrende wanhoopskreet een bedekt verwijt tegen Josafat, omdat deze die weg had aangeraden en gewild. Immers, Josafat (vs. 11) vat terstond het woord op en vraagt naar een profeet van de Heren. Wij zien hieruit duidelijk het verschil tussen Joram en Josafat. In de hoge nood, terwijl Joram niets anders heeft dan wanhoopskreten, begeeft Josafats geloof hem niet, maar duikt zijn vertrouwen op zijn God weer op.
En Josafat zei, met een kalm en gepast woord, omdat zijn vroom en gelovig hart een Helper kende ook uit de dreigendste benauwdheid: a) Is hier geen profeet van de HEERE, dat wij door hem de HEERE mochten vragen 1) hoe wij gered konden worden? Toen antwoordde een van de knechten van de koning van Israël, misschien een van de profetenzonen, die bij de oproep van de koning (vs. 6), mee te velde had moeten trekken, en zei: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia’s handen goot, 2) de dienaar van de nu uit de wereld weggenomen Elia en zijn bestendige metgezel.
1 Koningen 22: 7
Gods nachtegalen kunnen zich toch niet verloochenen, hoewel zij overdag en bij zonneschijn ook nog zo lang zwijgen; daalt de nacht, dan beginnen zij hun lied, en als het stormt zingen zij meestal het schoonst.
Hoe komt Elisa toch zo op eens in het krijgsleger en in deze brandende, ongastvrije wildernis? Nu, gij herinnert u (2Ki 2: 25), hoe hij zich na het bloedige toneel te Beth-el in de eenzaamheid terugtrok. Zijn zachtaardig en teder besnaard gemoed was door deze schrikwekkende daad, waartoe de Geest van God hem gedreven had, dermate geschokt, dat hij, alvorens zijn profetische verrichtingen te kunnen voortzetten, behoefte had om zich te herstellen en tot bedaren te komen, en het nog eenmaal en duidelijker uit de mond van zijn God te vernemen, dat hij recht had gehandeld en in waarheid naar Gods mening en overeenkomstig Zijn gebod was te werk gegaan. Daarom begaf hij zich met spoed in de eenzaamheid, en gij weet, het waren stille bossen op de berg Karmel, waar hij zich terugtrok. Nadat hij hier enige tijd in biddende gemeenschap met zijn Verbondsgod had doorgebracht en door diens vertroostende toespraak de blijdschap van zijn gemoed had teruggekregen, begaf hij zich weer in de naam van de Heere naar het toneel van zijn werkzaamheid en wel naar Samaria. Toen hij daar aankwam, stond het leger van het rijk van Israël juist gereed naar Moab op te rukken. Toen dreef hem de Geest, en met de Geest de liefde, om zich aan de legerscharen van zijn volk op enige afstand aan te sluiten. Wel waren de wapens, waarmee hij zich gordde, niet vleselijk; maar toch kwam het hem in de gedachten, dat er zich omstandigheden konden opdoen, waarin ook hij aan zijn ten strijde getrokken landgenoten, enige bijstand zou kunnen verlenen. Mozes uitgestrekte armen (Exodus 17: 8vv.) en Samuëls wonderdadige voorbede (1 Samuel 7: 7vv.) zweefden hem voor de geest, en zo ging hij vol blijder moed, het gehele volk op zijn priesterlijk hart dragend, naar de strijd; en wie zou het de eenvoudige, ongewapende achterblijver, in zijn ruw kameelharen kleed, kunnen aanzien, dat hij inderdaad als werktuig van de grote Bestuurder van de veldslagen daarboven, de gehele strijd zou beslissen en Israël’s legioenen van de vreselijkste ondergang redden?.
En Josafat zei: Het woord van de HEERE is bij hem; gewis zal ook deze, wanneer hij een leerling van de grote profeet Elia is, Gods woord kunnen meedelen. Zo trokken om uit Elisa’s mond de uitspraak van de Heere te vernemen, tot hem af1) de koning van Israël, en Josafat, de koning van Juda, en de koning van Edom.
De tenten van deze koningen stonden ongetwijfeld, om een goed overzicht over het leger te verlenen, op een hoogte; zij zelf evenwel door het ongeluk verootmoedigd, begaven zich persoonlijk tot de profeet, in plaats van hem tot zich te roepen.
Josafat eerde een profeet, bij wie het Woord van de Heere was, zo hoog, dat hij hem niet ontbood, maar zich in persoon daarheen begeven wilde, waar hij hem vinden zou. De anderen waren mede genegen, om de profeet die eer te bewijzen, omdat zij zich in gevaar bevonden, en hem zochten te bewegen, om medelijden met hen te hebben. Dus behaagt het God een nederige te verhogen, evenals Elisa hier een eer genoot, die zich zeker zeer groot vertoonde, omdat drie koningen tezamen aan zijn deur klopten en hem om bijstand verzochten.
Maar 1) Elisa zei tot de koning van Israël, die terstond in naam van de beide anderen het woord had opgevat, en de zaak, die hen naar de profeet dreef, aan deze had bekend gemaakt: Wat heb ik met u te doen, dat gij u met uw aangelegenheid tot mij wendt, die een profeet van de Heere ben? a) Ga heen tot de profeten van uw vader, die tevens voorgangers zijn bij de kalverdienst (1 (Kronieken 21: 6), en tot de profeten van uw moeder, de Baäl-profeten (1 (Koningen 18: 19) en laten deze u bescheid geven. Maar de koning van Israël zei tot hem: Neen, niet zo, zendt mij niet weg; want de HEERE heeft deze drie koningen, niet alleen mij, maar Josafat en Edoms koning, die hier voor u staan, geroepen, om die in de hand van de Moabieten te geven, 2) daarom kan Hij ons alleen uit de benauwdheid redden.
1 Koningen 18: 19
Joram zat in nood, verkeerde in doodsgevaar. In zo’n toestand is, menselijkerwijze gesproken, het hart nog wel eens ontvankelijk voor het woord van boete en berouw. Daarom spreekt Elisa hem zo scherp aan, paait hem niet, maar zet het mes diep in de wond, opdat er nog een vreedzame vrucht van de gerechtigheid zou worden geboren. Hij verwijst hem daarom naar zijn kalveren of afgoden, om bij deze hulp te zoeken, opdat Joram het nietige ervan zou erkennen.
De koning van Israël wijst de profeet op de godvruchtige Josafat, die ook in dezelfde ellende verkeert. Oh, wil hij zeggen, doet gij het dan niet om mij, doe het dan omwille van Josafat en laat mij dan in zijn bescherming delen!.
En Elisa zei: Zo waarachtig als de HEERE der heerscharen leeft, voor a) wiens aangezicht ik sta, wiens dienaar ik ben, zo ik niet het aangezicht van Josafat, de koning van Juda, opnam, ik zou u, die slechts door ogenblikkelijke nood gedwongen, naar de Heere en Zijn woord vraagt, niet aanschouwen noch u aanzien, 1) maar zou u aan uw lot overlaten!
1 Koningen 17: 1
In zeker opzicht ziet ook de Heere, evenals Elisa, de persoon aan. Hoe dikwijls herhaalt zich nog in de wereld, wat daar in de woestijn gebeurde! Hier wordt een leger behouden of het overwint, omdat het, naar men zegt, goed geoefend is of aangevoerd wordt; en in de grond lag de oorzaak van de gelukkige uitslag in de aanwezigheid van een kind van God, die stil en ongemerkt in de rijen zich bevindt, maar God zag zijn persoon aan en breidde om zijnentwille over de gehele schaar Zijn beschermende vleugel uit. Ginds trekt een dreigend onweer aan zekere plaats voorbij; men schrijft de bewaring aan een gunstige omstandigheid of aan een wijze maatregel van de Overheid toe; maar de ware oorzaak van de redding is in de armste, onaanzienlijkste hut van de plaats te zoeken, daar woont een mens, die de Eeuwige liefheeft, en die mens bidt.
Nu dan, brengt mij, opdat ik onder de tonen van muziek mijn ziel in de juiste stemming brengen en in de voor de aanschouwing van de goddelijke dingen noodzakelijke toestand van profetische verrukking geraken kan (1 (Samuel 7: 2), een speelman, 1) harpspeler. En het geschiedde toen de speelman op de snaren speelde, dat de hand van de HEERE, in de Geest van de voorzegging, die in hem levendig werd, op hem kwam (1 Koningen 18: 46).
Hij begeert een speelman, d.i. iemand, die wel kon zingen en spelen op muziekinstrumenten, een die gewoon was, bij het spelen een lofzang te zingen ter verheerlijking van God en van Zijn wonderbare werken. Het liefelijk Psalmgezang zou zijn geest vervrolijken, zijn gemoed in een aangename kalmte brengen en hem opwekken, om God te verheerlijken, terwijl hij dan ook het best in staat zou wezen tot ontvanging van de profetische inblazing. Want ofschoon het profeteren een gave van God was, konden echter de middelen in het werk gesteld worden tot verkrijging van die gave, waartoe onder andere behoorde het hanteren van het muziekinstrument, zoals hetzelve dan ook in de scholen van de profeten zeer gewoon was (1 Samuel 10: 5).
De muziek is een hartversterkend en verkwikkend middel, waardoor men zware aanvechtingen en boze gedachten verdrijft, waardoor het hart tot rust gebracht, gesterkt en verkwikt wordt. De Schrift leert, dat God graag zang en snarenspel hoort. Speel dan helder op en zing erbij, totdat de zwaarmoedige gedachte wijke, zoals Daniël en Elisa deden.
Elisa kende de invloed van de muziek. Zijn gemoed, door de opwelling van verontwaardiging tegen de verachtelijke vorsten buiten de gewone stemming gebracht en hevig ontsteld, had behoefte aan bezadigdheid en rust. De Heilige Geest kan zich, menselijkerwijze gesproken, onder het gewoel van al deze inwendige redeneringen niet doen verstaan. Het opbruisen van heilige verontwaardigingen en vorige ijver, die in zijn gemoed het fluisteren van de Geest schier verdoofde, moest eerst gestild worden. Zodanige uitwerking verwachte Elisa op grond van vroegere ervaring van de muziek. Hij verlangde een harpspeler. De speelman komt, slaat de maat aan, begint te spelen, en ziet….de volle akkoorden doen de goede uitwerking. De koningen wordt het plechtig te moede; hun harten worden tot eendracht gestemd. In de ziel van de profeet wordt de storm van het blakend ijvervuur gestild, en zij kan zich weer vrij met de zachte trillingen van deze liefelijke tonen tot de zalige nabijheid van de HEERE verheffen. In zijn binnenste is het stil geworden als in een eenzame kamer, zodat hij zelfs het zachte gelispel van de Geest verneemt. Het lijkt op de effen waterspiegel van een bergzee, waarop geen golfje zich meer parelt, en waarin de sterren van de hemel liefelijk haar glans weerkaatsten. In dit ogenblik van herstelde bedaardheid en aandacht buigt zich dan ook de HEERE met Zijne openbaring tot zijn zoon neer. De Heere begint te spreken met zijn knecht. De Geest getuigt de geest van de profeet, wat hij te spreken, te raden en te doen heeft.
Het snarenspel dient, om hem in de kalme gemoedsstemming te brengen, waarin hij de stem van de Heere zal kunnen vernemen. In de onrustige legerplaats, na de ontroering, die zich van hem meester maakt bij het gericht van Joram, is dit zeker niet overbodig.
Met bovengenoemde verklaringen verenigen wij ons ten dele. Het komt ons echter voor, dat er nog een andere reden was, waarom Elisa de speelman laat komen. Niet allereerst om Joram alleen, later toch is hij zeer welwillend tegen deze koning ( 5: 8; 6: 21vv.), maar bovenal het feit, dat de vrome Josafat hier tot hem komt in vereniging met de beeldendienaar Joram en de afgodendienaar, de koning van Edom, doet Elisa’s ziel trillen van verontwaardiging. Of heeft de Heere het aan Josafat niet duidelijk genoeg doen blijken, dat het hem niet wel kan gaan in verbintenis met de koning van Israël? Heeft Josafat dan zo weinig uit de behaalde teleurstellingen geleerd, dat hij nogmaals de koning van Israël ter wille is, om zich met hem in een strijd tegen andere volken te verbinden? O.i. ligt in de uitdrukking “zo ik niet het aangezicht van Josafat, de koning van Juda, opnam”, een bedekt verwijt jegens die koning. Elisa kan en mag het niet goedkeuren, dat hij Josafat daar in dat gezelschap voor hem ziet. Aan die Josafat is door Micha tijdens Achab en door andere profeten tijdens Ahazia een slechte afloop voorspeld. Wat zal hij moeten doen? Gaat hij op de uiterlijke omstandigheden af, dan moet hij een vijandelijke afloop voorspellen. Maar de gedachte aan Josafat, die godvrezende koning van Juda brengt hem in een zachtere stemming. Hij wil en zal de mond van de Heere om raad vragen. Hij zal zich door de Geest van God laten besturen. Maar dan moet hij in een andere meer Godgewijde stemming komen. En opdat dit zou gebeuren, heeft hij nodig, dat de muziek, de gewijde Psalm hem aftrekt van al de uiterlijke omstandigheden en hem volkomen van een wil maakt met de wil van zijn God. En de Heere zegent Zijn pogen en openbaart hem, wat hij tot de verbonden koningen moet zeggen.
Want zo zegt de HEERE verder: Gij zult wel geen wind zien, die zich soms nog voor een onweer verheft, en gij zult geen regen zien, die het water aanbrengt; nochtans zal dit dal morgen tegen het aanbreken van de dag (vs. 20), met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, dat bestemd is om geslacht te worden, en uw lastdieren. In het vertrouwen op het woord van de Heere, dat hun verkondigde wat nog niemand zag, moesten zij zorgen dat alles zeer rijkelijk met water voorzien werd.
En gij zult hen geheel en al ten onder brengen en hun doen, zoals zij, wanneer zij de overwinning behaald hebben, met uw land gedaan zouden hebben, en daarom alle vaste steden, en alle uitgelezen steden slaan, en zult alle goede vruchtbare bomen 1) vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken land zult gij met stenen verderven 2) zodat zij voor altijd braak zullen blijven liggen.
Het was anders de kinderen van Israël verboden (Deuteronomium 20: 19vv.) op deze wijze bij de belegering van vijandelijke steden te werk te gaan; bij deze gelegenheid evenwel moest met Moab, dat zich altijd betoond had een vijand van het volk van God te zijn, voor altijd een einde gemaakt worden.
Letterlijk: smart toevoegen, in de zin van verderven, d.i. de akkers met stenen vervullen, zodat zij onvruchtbaar werden.
En het geschiedde ‘s morgens, na de dag, waarop Elisa alzo gesproken had en de koningen in vertrouwen op zijn woord de grachten hadden laten graven, en wel ten tijde dat men het spijsoffer 1) offert, dat er, ziet, water door de weg van Edom, 2) van de kant van Edom, kwam, en het land, de gehele streek, waar de drie verbonden legers gelegerd waren, met water vervuld werd.
Er wordt uitdrukkelijk gezegd, dat de Heere regen gaf, omtrent de tijd van het spijsoffer, om daarmee aan te duiden, dat de Heere zich aan Zijn volk weer als de Verbondsgod openbaarde, om het offer aan de HEERE gebracht.
Waarschijnlijk had de Heere in de oostelijke bergen van Edom een groten plasregen laten vallen, waarvan de Israëlieten evenwel niets hadden bemerkt; het water kwam ten tijde, waarop het gewone morgenoffer in de tempel te Jeruzalem gebracht werd, om de rechtmatige godsdienst in het oog van Joram, die aan de kalverdienst overgegeven was eer te geven en hem te herinneren, dat alleen op de weg, door de Heere verordend, Zijne genade en Zijn welgevallen verkregen konden worden.
Vs. 21-27. De Moabieten, tot verdediging van hun land, aan zijn grenzen gelegerd, bespeuren de volgende morgen wat zij nog nooit gezien hadden, dat het beekdal met water gevuld is en houden dit water, door de zon beschenen, voor bloed en menen dat de vijanden het onderling oneens geworden zijn en elkaar omgebracht hebben. Terwijl zij nu in het Israëlitisch leger dringen, om buit te maken, worden zij door Israël volkomen verslagen hun steden worden ingenomen en hun velden verwoest. Alleen Kir-Moabs, op een hoge rots gelegen en aan alle zijden door een diep en eng dal omgeven, blijft zich nog verdedigen; maar reeds verkeert deze vesting in gevaar van veroverd te worden, als de koning van Moab het waagt zich een doortocht te banen, en offert, als dit niet gelukte, zijn eerstgeboren zoon op de muur voor het oog van de belegerden. Over deze gruwel ontzet, trekken de kinderen van Israël zich terug en zetten hun overwinning niet verder voort.
Toen nu, om weer op de veldtocht (vs. 9), terug te komen, al de Moabieten hoorden, dat de koningen van Israël, Juda en Edom opgetrokken waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samengeroepen van al degenen af, die de gordel aangordden, d.i. de twintigjarige leeftijd bereikt hadden (Numeri 1: 3) en daarboven, en zij stonden aan de grenzen van hun land, ten einde de aanrukkende vijanden het indringen te beletten.
En toen zij zich op de dag, dat de kinderen van Israël water geschonken werd, (vs. 20) ‘s morgens vroeg uit hun leger, dat zij in de nabijheid van de wilgenbeek opgeslagen hadden, opmaakten, en juist achter hun rug de zon over dat water oprees, en daarop haar schijnsel wierp, van welk water de Moabieten geen gedachte konden hebben, omdat de beek ten volle uitgedroogd was, zagen de Moabieten dat water tegenover rood als bloed,
ten gevolge van een optische (gezichtkundige) misleiding kwam hun het water in het beekdal niet als water, maar als een bloedstroom voor.
Zij zagen het water in het dal, waar de Israëlieten en Edomieten gelegerd waren, alsof het van een rode kleur was, omdat de morgenzon daarop scheen, zoals nu hun ontroerde verbeelding kracht daaraan gaf, en dit deed hen denken dat het bloed was, waarin zij des te eerder konden mistasten, omdat zij wisten, dat de grond hier natuurlijkerwijze dor en zonder grachten of waterstromen was, vooral in een droog jaargetijde, terwijl er ook geen geluid van wind of regen was geweest.
Van de vers gegraven rode aarde van de groeve had het daarin veranderde water een rode kleur verkregen, die door de daarop vallende stralen van de morgenzon nog aanmerkelijk versterkt werd, zodat het uit de verte op bloed geleek. De Moabieten konden aan de gedachte van gezichtsbedrog zo veel te minder plaats geven, als zij wisten, bij hun kennis van het terrein, dat de Wady toen geen water bevatte, en zij van de regen, die ver van hen verwijderd in de bergen van Edom gevallen was, niets gezien of bemerkt hadden. Daarom lag het voor de hand te denken, dat het water bloed was en dat bloed kon niet anders zijn oorzaak hebben dan hierin, dat de vijanden onder elkaar een groot bloedbad hadden aangericht, temeer, omdat de jaloezie tussen Israël en Juda hun bekend was en de Edomieten slechts als gedwongen bondgenoten mee waren uitgetrokken.
Toen nam hij, in zijn wanhoop het uiterste beproevende, om de toorn van zijn goden te verzoenen en hun bijstand voor zich te verkrijgen, zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem, aan zijn god Kamos of Milcom (2Ki 1: 2), tot een brandoffer op de muur, voor het oog van de belegeraars. Daarom kwam een zeer grote toorn
over Israël, omdat het hele leger in de hoogste mate door afschuw voor deze daad werd aangegrepen; daarom trokken zij van hem, de koning van de Moabieten, weg in plaats van nog langer in een land te vertoeven, waar dergelijke gruwelen werden gepleegd, en keerden terug in hun land, een ieder in zijn land.
In het Hebreeuws Wajehikètsef chadool al Jischraëel. En er werd een grote toorn in Israël. Zo geeft de Statenvertaling. Anderen vertalen met over Israël. Deze laatste vertaling kan ook. Dit woord toorn wordt veel in de Heilige Schrift voor de toorn van de Heere gebruikt (Jozua 9: 20; 22: 20 Jes. 34: 2, 54: 8; 60: 10 Zach. 1: 2; 2 Kronieken 19: 10). Sommigen denken dan ook aan die toorn. Toch wordt op andere plaatsen, zoals Prediker 5: 16 en Esther 1: 8 door dit woord de menselijke toorn, of zoals in de laatste plaats, een twisting aangeduid. Naar onze mening hebben wij het woord in laatstgenoemde betekenis te verstaan, en daarom het woord le (al) op te vatten in de zin van Bekèreb, d.i. in het midden van, zoals het zo dikwijls voorkomt (zie Job 30: 16; 1 Samuel 4: 19 De zin is dan deze, dat in het midden van Israël, d.i. in het midden van de bondgenoten een grote toorn ontstond, niet alleen over het feit, dat Moabs koning tot deze gruweldaad overging, maar wellicht van de zijde van Edom, dat zij hem tot zo’n daad gedwongen hadden, zodat zij besloten af te trekken. Zij hadden toch betrekkelijk hun doel bereikt, hadden de koning van Moab getuchtigd voor zijn opstand, zijn land verwoest en hem weer onschadelijk gemaakt. De mening van sommigen (Keil), dat de toorn van de Heere over Israël kwam, is niet te verdedigen, omdat zij de koning van Moab toch niet hadden gedwongen, om zijn zoon te offeren. Zij hadden volle vrijheid de stad te belegeren, omdat de Heere beloofd had, de Moabieten in hun hand te geven (vs. 18).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel