Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Koningen 3

1 Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 JoramH3088 nu, de zoonH1121 van AchabH256, werd koning overH5921 IsraelH3478 te SamariaH8111, in het achttiendeH8083 jaarH8141 van JosafatH3092, den koning van JudaH3063, en hij regeerdeH4427 twaalfH8147 jarenH8141. Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren.

Ook in dit vers koningH4427 koningH4428

KJV Now Jehoram1 the son2 of Ahab3 began to reign4 over Israel6 in Samaria7 the eighteenth9 year8 of Jehoshaphat11 king12 of Judah,13 and reigned14 twelve15 years.17

1 וִיהוֹרָ֣ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אַחְאָ֗ב H256 Achab, Achabs Ahab 4 מָלַ֤ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 8 בִּשְׁנַת֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 שְׁמֹנֶ֣ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 10 עֶשְׂרֵ֔ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 11 לִיהוֹשָׁפָ֖ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 12 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 14 וַיִּמְלֹ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 15 שְׁתֵּים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 16 עֶשְׂרֵ֥ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 17 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, doch nietH3808 gelijk zijn vaderH1 en gelijk zijn moederH517; want hij deed dag opgerichte beeldH4676 van BaalH1168 wegH5493, hetwelkH834 zijn vaderH1 gemaaktH6213 had. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dag opgerichte beeld van Baal weg, hetwelk zijn vader gemaakt had.

KJV And he wrought1 evil2 in the sight3 of the LORD;4 but not like his father,7 and like his mother:8 for he put away9 the image11 of Baal12 that his father15 had made.14

1 וַיַּעֲשֶׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַע֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 רַ֕ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 כְאָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 וּכְאִמּ֑וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 9 וַיָּ֨סַר֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מַצְּבַ֣ת H4676 opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeld garrison, (standing) image, pillar 12 הַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Evenwel hingH1692 hij de zondenH2403 van JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028, aan, dieH834 IsraelH3478 deed zondigenH2398; hij weekH5493 daarvan nietH3808 af. Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israel deed zondigen; hij week daarvan niet af.

KJV Nevertheless he cleaved10 unto the sins2 of Jeroboam3 the son4 of Nebat,5 which made Israel9 to sin;7 he departed12 not therefrom.

1 רַ֠ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 2 בְּחַטֹּ֞אות H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 3 יָרָבְעָ֧ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 4 בֶּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 נְבָ֛ט H5028 Nebat Nebat 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הֶחֱטִ֥יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 דָּבֵ֑ק H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 סָ֖ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 13 מִמֶּֽנָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MesaH4338 nu, de koningH4428 der MoabietenH4124, wasH1961 een veehandelaarH5349, en brachtH7725 op aan den koningH4428 van IsraelH3478 honderdH3967 duizendH505 lammerenH3733, en honderdH3967 duizendH505 rammenH352 met de wolH6785. Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.

KJV And Mesha1 king2 of Moab3 was a sheepmaster,5 and rendered6 unto the king7 of Israel8 an hundred9 thousand10 lambs,11 and an hundred12 thousand13 rams,14 with the wool.15

1 וּמֵישַׁ֥ע H4338 Mesa Mesha 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 4 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 נֹקֵ֑ד H5349 veehandelaar, veeherderen herdman, sheepmaster 6 וְהֵשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 לְמֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 מֵאָה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 אֶ֣לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 כָּרִ֔ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 12 וּמֵ֥אָה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 13 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 אֵילִ֥ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 15 צָֽמֶר H6785 wol, wollen wool(-len)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Maar het geschiedde, als AchabH256 gestorvenH4194 wasH1961, dat de koningH4428 der MoabietenH4124 van den koningH4428 van IsraelH3478 afvielH6586. Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.

KJV But it came to pass, when Ahab3 was dead,2 that the king5 of Moab6 rebelled4 against the king7 of Israel.8

1 וַיְהִ֖י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּמ֣וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 3 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 4 וַיִּפְשַׁ֥ע H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 5 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 7 בְּמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zo toogH3318 de koningH4428 JoramH3088 ter zelfderH1931 tijdH3117 uit SamariaH8111, en monsterdeH6485 gansH3605 IsraelH3478. Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.

KJV And king2 Jehoram3 went out1 of Samaria6 the same time,4 and numbered7 all Israel.10

1 וַיֵּצֵ֞א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יְהוֹרָ֛ם H3088 Joram, Jehoram, Jeroham Jehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם) 4 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִשֹּׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 7 וַיִּפְקֹ֖ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij ging heen, en zondH7971 tot JosafatH3092, den koningH4428 van JudaH3063, zeggendeH559: De koningH4428 der MoabietenH4124 is van mij afgevallenH6586, zult gij metH854 mij trekkenH3212 in den oorlogH4421 tegenH413 de MoabietenH4124? En hij zeideH559: Ik zal opkomenH5927; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volkH5971 als uw volkH5971, zo mijn paardenH5483 als uw paardenH5483. En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.

KJV And he went1 and sent2 to Jehoshaphat4 the king5 of Judah,6 saying,7 The king8 of Moab9 hath rebelled10 against me: wilt thou go12 with me against Moab15 to battle?16 And he said,17 I will go up:18 I am as thou art, my people21 as thy people,22 and my horses23 as thy horses.24

1 וַיֵּ֡לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 וַיִּשְׁלַח֩ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוֹשָׁפָ֨ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 5 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 7 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 מֶ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 מוֹאָב֙ H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 10 פָּשַׁ֣ע H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 11 בִּ֔י 12 הֲתֵלֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 אִתִּ֛י H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 16 לַמִּלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 17 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 18 אֶעֱלֶ֔ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 19 כָּמ֧וֹנִי H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 20 כָמ֛וֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 21 כְּעַמִּ֥י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 22 כְעַמֶּ֖ךָ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 23 כְּסוּסַ֥י H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 24 כְּסוּסֶֽיךָ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij zeideH559: Door welken wegH1870 zullen wij optrekkenH5927? Hij dan zeideH559: Door den wegH1870 der woestijnH4057 van EdomH123. En hij zeide: Door welken weg zullen wij optrekken? Hij dan zeide: Door den weg der woestijn van Edom.

KJV And he said,1 Which way4 shall we go up?5 And he answered,6 The way7 through the wilderness8 of Edom.9

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵי H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 3 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 הַדֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 נַעֲלֶ֑ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 מִדְבַּ֥ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 9 אֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Alzo toogH3212 de koningH4428 van IsraelH3478 heen, en de koningH4428 van JudaH3063, en de koningH4428 van EdomH123; en als zij zevenH7651 dagreizenH3117 omgetogenH5437 waren, zo had het legerH4264 en het veeH929, datH834 hen navolgdeH7272, geenH3808 waterH4325. Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.

KJV So the king2 of Israel3 went,1 and the king4 of Judah,5 and the king6 of Edom:7 and they fetched a compass8 of seven10 days'11 journey:9 and there was no water14 for the host,15 and for the cattle16 that followed18 them.

1 וַיֵּלֶךְ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 מֶ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 וּמֶֽלֶך H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 6 וּמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אֱד֔וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 8 וַיָּסֹ֕בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 9 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 11 יָמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 מַ֧יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 לַֽמַּחֲנֶ֛ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 16 וְלַבְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בְּרַגְלֵיהֶֽם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideH559 de koningH4428 van IsraelH3478: AchH162, datH3588 de HEEREH3068 deze drieH7969 koningenH4428 geroepenH7121 heeft, om die in der MoabietenH4124 handH3027 te gevenH5414! Toen zeide de koning van Israel: Ach, dat de HEERE deze drie koningen geroepen heeft, om die in der Moabieten hand te geven!

KJV And the king2 of Israel3 said,1 Alas!4 that the LORD7 hath called6 ➔ these three8 kings9 together, to deliver11 them into the hand13 of Moab!14

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֲהָ֕הּ H162 Ach ah, alas 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 קָרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לִשְׁלֹ֨שֶׁת֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 הַמְּלָכִ֣ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En JosafatH3092 zeideH559: Is hier geenH369 profeetH5030 des HEERENH3068, dat wij door hem den HEEREH3068 mochten vragenH1875? Toen antwoorddeH6030 eenH259 van de knechtenH5650 des koningsH4428 van IsraelH3478, en zeideH559: Hier is ElisaH477, de zoonH1121 van SafatH8202, dieH834 waterH4325 opH5921 EliaH452's handenH3027 gootH3332. En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.

KJV But Jehoshaphat2 said,1 Is there not here a prophet5 of the LORD,6 that we may enquire7 of the LORD9 by him? And one12 of the king14 of Israel's15 servants13 answered11 and said,16 Here is Elisha18 the son19 of Shaphat,20 which poured22 water23 on the hands25 of Elijah.26

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוֹשָׁפָ֗ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 הַאֵ֨ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 פֹּ֤ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 5 נָבִיא֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְנִדְרְשָׁ֥ה H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 מֵאוֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 וַ֠יַּעַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 12 אֶחָ֞ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 מֵעַבְדֵ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 וַיֹּ֔אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 פֹּ֚ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 18 אֱלִישָׁ֣ע H477 Elisa Elisha 19 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 שָׁפָ֔ט H8202 Safat Shaphat 21 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 יָ֥צַק H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 23 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 24 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 יְדֵ֥י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 26 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En JosafatH3092 zeideH559: Des HEERENH3068 woordH1697 is bij hem. Zo togenH3381 totH413 hem af de koningH4428 van IsraelH3478, en JosafatH3092, en de koningH4428 van EdomH123. En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.

KJV And Jehoshaphat2 said,1 The word5 of the LORD6 is3 with him. So the king9 of Israel10 and Jehoshaphat11 and the king12 of Edom13 went down7 to him.

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְה֣וֹשָׁפָ֔ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 3 יֵ֥שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 4 אוֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיֵּרְד֣וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 8 אֵלָ֗יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מֶ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וִיהוֹשָׁפָ֖ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 12 וּמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Maar ElisaH477 zeideH559 totH413 den koningH4428 van IsraelH3478: WatH4100 heb ik met u te doen? GaH3212 heen totH413 de profetenH5030 uws vadersH1, en totH413 de profetenH5030 uwer moederH517. Doch de koningH4428 van IsraelH3478 zeideH559 tot hem: NeenH408, wantH3588 de HEEREH3068 heeft deze drieH7969 koningenH4428 geroepenH7121, om die in der MoabietenH4124 handH3027 te gevenH5414. Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.

KJV And Elisha2 said1 unto the king4 of Israel,5 What have I to do with thee? get9 thee to the prophets11 of thy father,12 and to the prophets14 of thy mother.15 And the king18 of Israel19 said16 unto him, Nay: for the LORD23 hath called22 ➔ these three24 kings25 together, to deliver27 them into the hand29 of Moab.30

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלִישָׁ֜ע H477 Elisa Elisha 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֶ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 לִּ֣י 8 וָלָ֔ךְ 9 לֵ֚ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 12 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 נְבִיאֵ֖י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 15 אִמֶּ֑ךָ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 16 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 לוֹ֙ 18 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 20 אַ֗ל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 21 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 קָרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 23 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 24 לִשְׁלֹ֨שֶׁת֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 25 הַמְּלָכִ֣ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 26 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 27 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 28 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 29 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 30 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En ElisaH477 zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068 der heirscharenH6635 leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, zo ik niet het aangezichtH6440 van JosafatH3092, den koningH4428 van JudaH3063, opnamH5375, ikH589 zou u niet aanschouwenH5027, noch u aanzienH7200! En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Josafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!

KJV And Elisha2 said,1 As the LORD4 of hosts5 liveth,3 before8 whom I stand,7 surely, were it not that10 I regard16 the presence11 of Jehoshaphat12 the king13 of Judah,14 I would not look18 toward thee, nor see21 thee.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלִישָׁ֗ע H477 Elisa Elisha 3 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָמַ֣דְתִּי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 לְפָנָ֔יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 לוּלֵ֛י H3884 ware except, had not, if (...not), unless, were it not that 11 פְּנֵ֛י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 יְהוֹשָׁפָ֥ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 13 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 15 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 16 נֹשֵׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 17 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 18 אַבִּ֥יט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 19 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 21 אֶרְאֶֽךָּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Nu dan, brengtH3947 mij een speelmanH5059. En het geschieddeH1961, als de speelmanH5059 op de snaren speeldeH5059, dat de handH3027 des HEERENH3068 op hem kwam. Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.

KJV But now bring2 me a minstrel.4 And it came to pass, when the minstrel6 played,7 that the hand10 of the LORD11 came upon him.

1 וְעַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 קְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 לִ֣י 4 מְנַגֵּ֑ן H5059 spelen, speelde snarenspel, speelman player on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing) 5 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 כְּנַגֵּ֣ן H5059 spelen, speelde snarenspel, speelman player on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing) 7 הַֽמְנַגֵּ֔ן H5059 spelen, speelde snarenspel, speelman player on instruments, sing to the stringed instruments, melody, ministrel, play(-er, -ing) 8 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij zeideH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: MaaktH6213 in ditH2088 dalH5158 veleH1356 grachtenH1356. En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.

KJV And he said,1 Thus saith3 the LORD,4 Make5 this valley6 full of ditches.8

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּ֖ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עָשֹׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 הַנַּ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 7 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 גֵּבִ֥ים H1356 grachten, gewelven, vele beam, ditch, pit 9 גֵּבִֽים H1356 grachten, gewelven, vele beam, ditch, pit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Gijlieden zult geenH3808 windH7307 zienH7200, en gij zult geenH3808 regenH1653 zienH7200; nochtans zal dit dalH5158 met waterH4325 vervuldH4390 worden, zodat gij zult drinkenH8354, gijH859 en uw veeH4735, en uw beestenH929. Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.

KJV For thus saith3 the LORD,4 Ye shall not see6 wind,7 neither shall ye see9 rain;10 yet that valley11 shall be filled13 with water,14 that ye may drink,15 both ye, and your cattle,17 and your beasts.18

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תִרְא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 ר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִרְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 גֶ֔שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 11 וְהַנַּ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 12 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 יִמָּ֣לֵא H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 14 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 וּשְׁתִיתֶ֛ם H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 16 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 וּמִקְנֵיכֶ֖ם H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance 18 וּֽבְהֶמְתְּכֶֽם H929 beesten, vee, beest beast, cattle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daartoe is datH2063 slechtH7043 in de ogenH5869 des HEERENH3068, Hij zal ook de MoabietenH4124 in ulieder handH3027 gevenH5414. Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in ulieder hand geven.

KJV And this is but a light thing1 in the sight3 of the LORD:4 he will deliver5 the Moabites7 also into your hand.8

1 וְנָקַ֥ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְנָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 8 בְּיֶדְכֶֽם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En gij zult alle vasteH4013 stedenH5892, en alleH3605 uitgelezeneH4004 stedenH5892 slaanH5221, en zult alleH3605 goedeH2896 bomenH6086 vellenH5307, en zult alleH3605 waterfonteinenH4599 stoppenH5640; en alleH3605 goedeH2896 stukkenH2513 lands zult gij met stenenH68 verdervenH3510. En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven.

KJV And ye shall smite1 every fenced4 city,3 and every choice7 city,6 and shall fell11 every good10 tree,9 and stop15 all wells13 of water,14 and mar19 every good18 piece17 of land with stones.20

1 וְהִכִּיתֶ֞ם H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עִ֤יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 מִבְצָר֙ H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 מִבְח֔וֹר H4004 uitgelezen, uitgelezene choice 8 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 טוֹב֙ H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 11 תַּפִּ֔ילוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 מַעְיְנֵי H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 14 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 תִּסְתֹּ֑מוּ H5640 sluit, stoppen, stopte closed up, hidden, secret, shut out (up), stop 16 וְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הַחֶלְקָ֣ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 18 הַטּוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 19 תַּכְאִ֖בוּ H3510 smart, smart aangedaan, verderven grieving, mar, have pain, make sad (sore), (be) sorrowful 20 בָּאֲבָנִֽים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En het geschieddeH1961 des morgensH1242, als men het spijsofferH4503 offertH5927, dat er, zietH2009, waterH4325 door den wegH1870 van EdomH123 kwamH935, en het landH776 met waterH4325 vervuldH4390 werd. En het geschiedde des morgens, als men het spijsoffer offert, dat er, ziet, water door den weg van Edom kwam, en het land met water vervuld werd.

KJV And it came to pass in the morning,2 when the meat offering4 was offered,3 that, behold, there came7 water6 by the way8 of Edom,9 and the country11 was filled10 with water.13

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַבֹּ֨קֶר֙ H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 3 כַּעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 הַמִּנְחָ֔ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 5 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 מַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 מִדֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 9 אֱד֑וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 10 וַתִּמָּלֵ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 11 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen nu alH3605 de MoabietenH4124 hoordenH8085, datH3588 koningenH4428 opgetogenH5927 waren, om tegen hen te strijdenH3898, zo werden zij samen geroepenH6817, van alH3605 degenen af, die den gordelH2290 aangorddenH2296 en daarboven, en zij stondenH5975 aanH5921 de landpaleH1366. Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.

KJV And when all the Moabites2 heard3 that the kings6 were come up5 to fight7 against them, they gathered9 all that were able to put11 on armour,12 and upward,13 and stood14 in the border.16

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 מוֹאָב֙ H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 3 שָֽׁמְע֔וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 עָל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 הַמְּלָכִ֖ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 לְהִלָּ֣חֶם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 בָּ֑ם 9 וַיִּצָּעֲק֗וּ H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 10 מִכֹּ֨ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חֹגֵ֤ר H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 12 חֲגֹרָה֙ H2290 gordel, gordt, schorten apron, armour, gird(-le) 13 וָמַ֔עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 14 וַיַּעַמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 15 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 הַגְּבֽוּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En toen zij zich des morgensH1242 vroeg opmaaktenH7925, en de zonH8121 overH5921 dat waterH4325 opreesH2224, zagenH7200 de MoabietenH4124 dat waterH4325 tegenoverH4480 roodH122, gelijk bloedH1818. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, en de zon over dat water oprees, zagen de Moabieten dat water tegenover rood, gelijk bloed.

KJV And they rose up early1 in the morning,2 and the sun3 shone4 upon the water,6 and the Moabites8 saw7 the water11 on the other side9 as red12 as blood:13

1 וַיַּשְׁכִּ֣ימוּ H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 2 בַבֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 3 וְהַשֶּׁ֖מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 4 זָרְחָ֣ה H2224 opgaan, opgaat, oprees arise, rise (up), as soon as it is up 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 וַיִּרְא֨וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 מוֹאָ֥ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 9 מִנֶּ֛גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 12 אֲדֻמִּ֥ים H122 rode, rood red, ruddy 13 כַּדָּֽם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En zij zeidenH559: DitH2088 is bloedH1818; de koningenH4428 hebben voorzekerH2717 zich met het zwaard verdorvenH2717, en hebben de een de anderH7453 verslagenH5221; nuH6258 dan aan den buitH7998, gij MoabietenH4124! En zij zeiden: Dit is bloed; de koningen hebben voorzeker zich met het zwaard verdorven, en hebben de een de ander verslagen; nu dan aan den buit, gij Moabieten!

KJV And they said,1 This is blood:2 the kings6 are surely4 slain,5 and they have smitten7 one8 another:10 now therefore, Moab,13 to the spoil.12

1 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּ֣ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 3 זֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 הָחֳרֵ֤ב H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 5 נֶֽחֶרְבוּ֙ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 6 הַמְּלָכִ֔ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 וַיַּכּ֖וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 רֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 11 וְעַתָּ֥ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 12 לַשָּׁלָ֖ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 13 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Maar als zij aanH413 het legerH4264 van IsraelH3478 kwamenH935, maaktenH6965 zich de IsraelietenH3478 op, en sloegenH5221 de MoabietenH4124; en zij vlodenH5127 van hun aangezichtH6440; ja, zij kwamen in het land, slaandeH5221 ook de MoabietenH4124. Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.

KJV And when they came1 to the camp3 of Israel,4 the Israelites6 rose up5 and smote7 the Moabites,9 so that they fled10 before11 them: but they went forward12 smiting13 the Moabites,16 even in their country.

1 וַיָּבֹאוּ֮ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מַחֲנֵ֣ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 4 יִשְׂרָאֵל֒ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַיָּקֻ֤מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 6 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וַיַּכּ֣וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 10 וַיָּנֻ֖סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 11 מִפְּנֵיהֶ֑ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 וַיַּכּוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 בָ֔הּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 14 וְהַכּ֖וֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De stedenH5892 nu brakenH2040 zij af, en een iegelijk wierpH7993 zijn steenH68 op alleH3605 goedeH2896 stukkenH2513 lands, en zij vuldenH4390 ze, en stoptenH5640 alleH3605 waterfonteinenH4599, en veldenH5307 alleH3605 goedeH2896 bomenH6086, totdatH5704 zij in Kir-haresethH7025 alleen de stenenH68 daarvan lieten overblijvenH7604; en de slingeraarsH7051 omsingeldenH5437 en sloegenH5221 hen. De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.

KJV And they beat down2 the cities,1 and on every good5 piece4 of land cast6 every man7 his stone,8 and filled9 it; and they stopped13 all the wells11 of water,12 and felled17 all the good16 trees:15 only in Kirharaseth21 left19 they the stones20 thereof; howbeit the slingers24 went about23 it, and smote25 it.

1 וְהֶעָרִ֣ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 2 יַהֲרֹ֡סוּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 חֶלְקָ֣ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 5 ט֠וֹבָה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 6 יַשְׁלִ֨יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 7 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אַבְנ֜וֹ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 9 וּמִלְא֗וּהָ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מַעְיַן H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 12 מַ֤יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 יִסְתֹּ֨מוּ֙ H5640 sluit, stoppen, stopte closed up, hidden, secret, shut out (up), stop 14 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עֵֽץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 ט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 17 יַפִּ֔ילוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 הִשְׁאִ֧יר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 20 אֲבָנֶ֛יהָ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 21 בַּקִּ֖יר H7025 Kir-heres, Kir-hareseth Kir-haraseth, Kir-hareseth, Kirharesh, Kir-heres 22 חֲרָ֑שֶׂת H7025 Kir-heres, Kir-hareseth Kir-haraseth, Kir-hareseth, Kirharesh, Kir-heres 23 וַיָּסֹ֥בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 24 הַקַּלָּעִ֖ים H7051 slingeraars slinger 25 וַיַּכּֽוּהָ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Doch als de koningH4428 der MoabietenH4124 zagH7200, datH3588 hem de strijdH4421 te sterkH2388 was, namH3947 hij tot zich zevenhonderdH7651 mannenH376, die het zwaardH2719 uittogenH8025, om door te brekenH1234 tegenH413 den koningH4428 vanH4480 EdomH123; maar zij kondenH3201 nietH3808. Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.

KJV And when the king2 of Moab3 saw1 that the battle7 was too sore5 for him, he took8 with him seven10 hundred11 men12 that drew13 swords,14 to break through15 even unto the king17 of Edom:18 but they could20 not.

1 וַיַּרְא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 חָזַ֥ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַמִּלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 א֠וֹתוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שְׁבַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 11 מֵא֨וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 12 אִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 שֹׁ֣לֵֽף H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 14 חֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 15 לְהַבְקִ֛יעַ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 אֱד֖וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 19 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יָכֹֽלוּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen namH3947 hij zijn eerstgeborenH1060 zoonH1121, dieH834 in zijn plaatsH8478 koningH4427 zou worden, en offerdeH5927 hem ten brandofferH5930 opH5921 den muurH2346. Daaruit werdH1961 een zeer groteH1419 toornH7110 in IsraelH3478; daarom trokkenH5265 zij van hem af, en keerdenH7725 weder in hun landH776. Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.

KJV Then he took1 his eldest4 son3 that should have reigned6 in his stead, and offered8 him for a burnt offering9 upon the wall.11 And there was great14 indignation13 against Israel:16 and they departed17 from him, and returned19 to their own land.20

1 וַיִּקַּח֩ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנ֨וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הַבְּכ֜וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יִמְלֹ֣ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 תַּחְתָּ֗יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 וַיַּעֲלֵ֤הוּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 עֹלָה֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַ֣חֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 12 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 קֶצֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 14 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 וַיִּסְעוּ֙ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 18 מֵֽעָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 וַיָּשֻׁ֖בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 20 לָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 3:1 2 Koningen 1:17 2 Koningen 8:16 1 Koningen 22:51
2 Koningen 3:2 1 Koningen 21:25 2 Koningen 10:26 2 Koningen 10:18 Exodus 23:24 2 Koningen 9:34 1 Samuël 15:19 1 Koningen 16:31 1 Koningen 21:20
2 Koningen 3:3 1 Koningen 14:16 1 Korinthe 1:19 1 Koningen 13:33 1 Koningen 16:31 2 Koningen 13:2 2 Koningen 15:18 2 Koningen 13:6 2 Koningen 13:11
2 Koningen 3:4 2 Samuël 8:2 Psalmen 60:8 Job 42:12 Genesis 26:13 2 Kronieken 26:10 Genesis 13:2 Job 1:3 Psalmen 108:9
2 Koningen 3:5 2 Koningen 1:1 2 Kronieken 21:8 2 Koningen 8:20
2 Koningen 3:6 1 Koningen 20:27 1 Samuël 15:4 1 Samuël 11:8 2 Samuël 24:1
2 Koningen 3:7 1 Koningen 22:4 2 Kronieken 19:2 2 Kronieken 21:4 2 Kronieken 18:3 2 Kronieken 22:3 1 Koningen 22:32 2 Kronieken 18:29 2 Kronieken 22:10
2 Koningen 3:8 Numeri 21:4 Maleachi 1:2
2 Koningen 3:9 1 Koningen 22:47 Exodus 17:1 Numeri 21:5 Exodus 11:8 Numeri 20:2 Numeri 33:14 Exodus 15:22 Richteren 4:10
2 Koningen 3:10 Jesaja 51:20 Psalmen 78:34 Jesaja 8:21 Genesis 4:13 Spreuken 19:3 2 Koningen 6:33
2 Koningen 3:11 1 Koningen 22:7 1 Koningen 19:21 Johannes 13:13 Johannes 13:4 2 Koningen 2:25 1 Kronieken 14:14 Jozua 9:14 1 Kronieken 15:13
2 Koningen 3:12 2 Koningen 5:15 2 Koningen 2:14 Jesaja 60:14 Openbaring 3:9 Jesaja 49:23 2 Koningen 2:24 2 Koningen 5:8 2 Koningen 2:21
2 Koningen 3:13 1 Koningen 22:6 1 Koningen 18:19 1 Koningen 22:10 2 Koningen 3:10 1 Koningen 22:22 Mattheüs 8:29 2 Korinthe 6:15 Ruth 1:15
2 Koningen 3:14 1 Koningen 17:1 2 Koningen 5:16 1 Koningen 21:20 2 Kronieken 17:3 1 Koningen 14:5 Psalmen 15:4 Mattheüs 22:16 1 Koningen 18:15
2 Koningen 3:15 Ezechiël 1:3 1 Samuël 16:23 1 Koningen 18:46 1 Samuël 10:5 Ezechiël 8:1 Efeze 5:18 Ezechiël 3:14 Ezechiël 3:22
2 Koningen 3:16 2 Koningen 4:3 Numeri 2:16
2 Koningen 3:17 Psalmen 107:35 Jesaja 48:21 Jesaja 41:17 Jesaja 43:19 Numeri 20:8 Psalmen 84:6 Exodus 17:6 1 Koningen 18:36
2 Koningen 3:18 Jeremia 32:27 Jeremia 32:17 2 Koningen 20:10 Jesaja 49:6 Lukas 1:37 Jesaja 7:1 1 Koningen 16:31 1 Koningen 3:13
2 Koningen 3:19 1 Samuël 23:2 2 Koningen 3:25 2 Koningen 13:17 Deuteronomium 20:19 Numeri 24:17 1 Samuël 15:3 Richteren 6:16
2 Koningen 3:20 Exodus 29:39 Psalmen 78:15 1 Koningen 18:36 Jesaja 35:6 Psalmen 78:20 Daniël 9:21
2 Koningen 3:21 1 Koningen 20:11 Efeze 6:14
2 Koningen 3:23 Richteren 5:30 Exodus 15:9 2 Koningen 6:18 2 Kronieken 20:25 2 Koningen 7:6 Jesaja 10:14
2 Koningen 3:24 1 Thessalonicenzen 5:3 Richteren 20:40 Jozua 8:20
2 Koningen 3:25 Jeremia 48:31 Jeremia 48:36 2 Koningen 3:19 Jesaja 16:7 Jesaja 16:11 Deuteronomium 20:19 Jesaja 37:26 Richteren 9:45
2 Koningen 3:26 Amos 2:1 2 Koningen 3:9
2 Koningen 3:27 Micha 6:7 Amos 2:1 Richteren 11:31 Deuteronomium 12:31 Richteren 11:39 1 Koningen 20:28 1 Koningen 20:43 1 Koningen 20:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 3 vers 1

achttiende Hetwelk het tweede jaar was van Ahazia's regering. Vergelijk hiermede boven, 2 Kon. 1:17, en de aantekening.

Hertaald: achttiende Dat was het tweede jaar van de regering van Ahazia. Vergelijk hiermee hierboven 2 Kon. 1:17 en de aantekening daar.

2 Koningen 3 vers 2

dat opgerichte Versta, het opgerichte beeld van den afgod der Sidoniërs, door Achab te Samaria opgericht. Zie 1 Kon. 16:32.

Hertaald: dat opgerichte Versta hieronder het opgerichte beeld van de afgod van de Sidoniërs, dat door Achab in Samaria was opgericht. Zie 1 Kon. 16:32.

2 Koningen 3 vers 3

de zonden Want hij diende de gouden kalven, die Jerobeam had laten maken; 1 Kon. 12:28-29, enz.

Hertaald: de zonden Want hij diende de gouden kalveren die Jerobeam had laten maken; 1 Kon. 12:28-29, enzovoort.

2 Koningen 3 vers 4

veehandelaar, Dat is, hij had groten handel en rijkdom in vee en beesten, waarvan hij schatting moest geven, van dien tijd af dat David hem onder zijn geweld gebracht had, 2 Sam. 8:12; nu, na de scheiding der tien stammen van den huize Juda, hebben de koningen Israëls dit gebied over de Moabieten aan zich getrokken, gelijk de koningenvan Juda ter andere zijde het gebied over de Edomieten behouden hebben, die onder Joram, den zoon van Josafat, zijn afvallig geworden, onder, 2 Kon. 8:20, gelijk de Moabieten van Israël onder Joram, den zoon van Achab, in vs.5 en boven, 2 Kon. 1:1.

Hertaald: veehandelaar, Dat is: hij dreef grote handel in vee en bezat daarin grote rijkdom; daarvan moest hij schatting afdragen vanaf de tijd dat David hem onder zijn gezag gebracht had, 2 Sam. 8:12. Na de afscheiding van de tien stammen van het huis van Juda hebben de koningen van Israël dit gezag over de Moabieten aan zich getrokken, zoals de koningen van Juda van hun kant het gezag over de Edomieten behouden hebben. Die zijn afvallig geworden onder Joram, de zoon van Josafat, hieronder 2 Kon. 8:20, zoals de Moabieten van Israël afvielen onder Joram, de zoon van Achab, in vers 5 en hierboven 2 Kon. 1:1.

2 Koningen 3 vers 5

van den koning Hebreeuws, tegen den koning Israëls overtrad; alzo in het volgende. Deze afval was geschied onder de regering zijns broeders Ahazia, na den dood zijns vaders Achab; boven, 2 Kon. 1:1.

Hertaald: van den koning Hebreeuws: brak met de koning van Israël; zo ook in het vervolg. Deze afval was gebeurd onder de regering van zijn broer Ahazia, na de dood van hun vader Achab; hierboven 2 Kon. 1:1.

2 Koningen 3 vers 7

mij afgevallen, Die ik ben de wettelijk opvolger in het koninkrijk mijns vaders, en daarom zulk een afval mij moest aantrekken, hoewel hij hier tevoren geschied is. Zie boven, 2 Kon. 1:1.

Hertaald: mij afgevallen, Ik, die de wettige opvolger ben in het koninkrijk van mijn vader, en die zo'n afval daarom als tegen mijzelf gericht moest opvatten, ook al is die eerder gebeurd. Zie hierboven 2 Kon. 1:1.

zal ik zijn, Vergelijk 1 Kon. 22:4, en zie de aantekening.

Hertaald: zal ik zijn, Vergelijk 1 Kon. 22:4 en zie de aantekening daar.

2 Koningen 3 vers 8

hij zeide Namelijk, Josafat, die dit vroeg, omdat hij den koning van Edom wilde medenemen. Men kan het ook verstaan van Joram, als zich willende beraden met Josafat.

Hertaald: hij zeide Namelijk: Josafat, die dit vroeg omdat hij de koning van Edom wilde meenemen. Men kan het ook betrekken op Joram, die zich met Josafat wilde beraden.

Door den weg Te weten, om de Moabieten van achteren te bespringen.

Hertaald: Door den weg Namelijk: om de Moabieten van achteren te overvallen.

2 Koningen 3 vers 9

koning van Edom; Die te dezer tijd nog de stadhouder was des konings van Juda, 1 Kon. 22:48. Vergelijk hiermede de aantekening boven, vs.4. Hij wordt hier een koning genoemd, omdat ij de plaats eens konings bewaarde; gelijk dit woord elders ook voor een gouverneur of regeerder genomen wordt. Zie Richt. 17:6.

Hertaald: koning van Edom; Die in deze tijd nog de stadhouder van de koning van Juda was, 1 Kon. 22:48. Vergelijk hiermee de aantekening hierboven bij vers 4. Hij wordt hier een koning genoemd omdat hij de plaats van een koning innam; zo wordt dit woord elders ook gebruikt voor een landvoogd of bestuurder. Zie Richt. 17:6.

dat hen navolgde, Hebreeuws, dat in, of aan hun voeten was. Zie Richt. 4:10.

Hertaald: dat hen navolgde, Hebreeuws: dat aan hun voeten was. Zie Richt. 4:10.

2 Koningen 3 vers 11

die water Dat is, die Elia diende. Want dit is een van de diensten, die de knechten of dienaars hunnen heren plegen te doen.

Hertaald: die water Dat is: die Elia diende. Want dit is een van de diensten die knechten of dienaren gewoonlijk voor hun heren verrichten.

2 Koningen 3 vers 12

Des HEEREN woord Hij wil zeggen dat hij een trouw profeet des waren Gods was, en vervolgens vanwege den Heere hun goeden raad zou kunnen geven.

Hertaald: Des HEEREN woord Hij wil zeggen dat hij een trouw profeet van de ware God was en hun daarom namens de HEERE goede raad zou kunnen geven.

tot hem Namelijk, tot Elisa, denwelken men meent door Gods drijving het leger gevolgd en niet ver vandaar buiten het leger geweest te zijn.

Hertaald: tot hem Namelijk: naar Elisa, van wie men aanneemt dat hij op Gods aandrang het leger gevolgd was en zich niet ver daarvandaan buiten het legerkamp bevond.

2 Koningen 3 vers 13

Wat heb ik Hebreeuws, wat mij en u is? alzo 2 Sam. 16:10; Marc. 1:24; Luc. 4:34; Joh. 2:4.

Hertaald: Wat heb ik Hebreeuws: wat is mij en u? Zo ook 2 Sam. 16:10; Mark. 1:24; Luk. 4:34; Joh. 2:4.

profeten uws vaders, Versta, tot de overige profeten Baäls, van het afgodische woud, en den kalveren Jerobeams. Van zodanigen zie 1 Kon. 18:19.

Hertaald: profeten uws vaders, Versta hieronder de overgebleven profeten van Baäl, van het afgodische bos en van de kalveren van Jerobeam. Zie over zulke profeten 1 Kon. 18:19.

Neen, Dat is, roer die dingen niet aan, of rep daar niet van.

Hertaald: Neen, Dat is: raak die dingen niet aan, of: rep daar niet van.

want de HEERE Hij wil zeggen dat de reden, om welke zij zijn raad verzochten, zeer gewichtig was, zijnde door den tegenwoordigen nood niet alleen zijn leven, maar ook der twee andere koningen in het uiterste gevaar gebracht.

Hertaald: want de HEERE Hij wil zeggen dat de reden waarom zij zijn raad vroegen zeer zwaarwegend was, aangezien door de huidige nood niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van de twee andere koningen in het uiterste gevaar gebracht was.

2 Koningen 3 vers 14

voor Wiens Dat is, dien ik dien. Zie Deut. 10:8.

Hertaald: voor Wiens Dat is: Die ik dien. Zie Deut. 10:8.

zo ik niet Dat is, zo ik zijn persoon om zijn godzaligheid en vromigheid wil, met toegenegenheid en eerbieding niet aanzag, enz. Zie Gen. 32:20.

Hertaald: zo ik niet Dat is: als ik zijn persoon niet met genegenheid en eerbied aanzag om zijn godsvrucht en vroomheid, enzovoort. Zie Gen. 32:20.

ik zou u niet Hebreeuws, zo ik u zou aanschouwen, of, zo ik u zou aanzien!

Hertaald: ik zou u niet Hebreeuws: als ik u zou aanschouwen, of: als ik u zou aanzien!

2 Koningen 3 vers 15

brengt mij Hebreeuws, neemt mij; alzo boven, 2 Kon. 2:20.

Hertaald: brengt mij Hebreeuws: neemt mij; zo ook hierboven 2 Kon. 2:20.

speelman Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een, die op muzikale instrumenten speelt, als harp, cither, luit, enz. Zodanig spel schijnt de profeet begeerd te hebben, om zijn hart eensdeels te stillen over de ongezindheid, die hij tegen den koning Joram had, anderdeels door lofzangen en gebeden, die men speelde, tot God op te heffen, en alzo zich te bereiden om hetgeen hem God openbaren zou in een welbereid hart te ontvangen. Vergelijk 1 Sam. 10:5.

Hertaald: speelman Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iemand die op muziekinstrumenten speelt, zoals harp, citer, luit, enzovoort. De profeet lijkt om zulk spel gevraagd te hebben, enerzijds om zijn hart tot rust te brengen na de afkeer die hij tegen koning Joram voelde, anderzijds om door de lofzangen en gebeden die daarbij gespeeld werden zijn hart tot God op te heffen, en zich zo voor te bereiden om met een goed toegerust hart te ontvangen wat God hem zou openbaren. Vergelijk 1 Sam. 10:5.

de hand des HEEREN Versta door deze de kracht van profeteren, om dezen koningen raad te geven en te voorzeggen wat er geschieden zou. Zulke krachten hadden de profeten niet ten allen tijde, maar als het den Heere beliefde die hun te verlenen. Zie onder, 2 Kon. 4:27; Ezech. 1:3. Hoewel zij met vasten, zingen, bidden en lezen der Heilige Schrift zich bereiden moesten, om die te ontvangen; Dan. 2:17-18.

Hertaald: de hand des HEEREN Versta hieronder de kracht om te profeteren, om deze koningen raad te geven en te voorzeggen wat er zou gebeuren. Zulke krachten hadden de profeten niet altijd, maar wanneer het de HEERE behaagde ze hun te verlenen. Zie hieronder 2 Kon. 4:27; Ezech. 1:3. Al moesten zij zich door vasten, zingen, bidden en het lezen van de Heilige Schrift voorbereiden om die te ontvangen; Dan. 2:17-18.

kwam Hebreeuws, was, of, werd.

Hertaald: kwam Hebreeuws: was, of: werd.

2 Koningen 3 vers 16

grachten Hebreeuws, grachten, grachten; dat is, vele grachten, hier en daar. Zie van deze verdubbeling eens woords Gen. 14:10.

Hertaald: grachten Hebreeuws: greppels, greppels; dat is: veel greppels, hier en daar. Zie over deze verdubbeling van een woord Gen. 14:10.

2 Koningen 3 vers 17

uw vee, Zie Gen. 36:6.

Hertaald: uw vee, Zie Gen. 36:6.

2 Koningen 3 vers 18

slecht Hebreeuws, licht; dat is, boven de weldaad die gij begeerd hebt, te weten overvloed van water, zal u de Heere nog geven dat gij niet begeerd hebt; victorie over uw vijanden.

Hertaald: slecht Hebreeuws: licht; dat is: boven de weldaad die u gevraagd hebt, namelijk overvloed van water, zal de HEERE u nog geven wat u niet gevraagd hebt: de overwinning op uw vijanden.

2 Koningen 3 vers 19

En gij Dat is niet alleen een bevel van hetgeen zij doen moesten, maar ook een belofte van hetgeen zij daarmede uitrichten zouden tot hun profijt en afbreuk der vijanden.

Hertaald: En gij Dat is niet alleen een bevel over wat zij moesten doen, maar ook een belofte van wat zij daarmee zouden bereiken tot hun eigen voordeel en tot schade van de vijanden.

goede bomen Dat is, een speciaal bevel, uitgenomen van den gemenen regel, Deut. 20:19, of, deze regel is te verstaan alleen van de langdurige belegering van enige stad en niet van de haastige verwoesting van een land.

Hertaald: goede bomen Dat is: een bijzonder bevel, dat een uitzondering vormt op de algemene regel, Deut. 20:19. Of: die regel geldt alleen voor de langdurige belegering van een stad en niet voor de snelle verwoesting van een land.

met stenen Dat is, door stenen daarop te werpen onvruchtbaar en onbruikbaar maken, zulks dat het door deze verwoesting daarmede zal zijn als met een mens, die van allen beschadigd en verlaten zijnde, treurt en kwijnt.

Hertaald: met stenen Dat is: door er stenen op te werpen en het zo onvruchtbaar en onbruikbaar te maken, zodat het door deze verwoesting zal zijn als een mens die, door allen beschadigd en verlaten, treurt en wegkwijnt.

verderven Hebreeuws, doen treuren, of weedoen.

Hertaald: verderven Hebreeuws: doen treuren, of: pijn doen.

2 Koningen 3 vers 20

als men Zie 1 Kon. 18:29.

Hertaald: als men Zie 1 Kon. 18:29.

2 Koningen 3 vers 21

den gordel Te weten, een krijgsgordel met het geweer, en dat voor hun eerste reis. Dat is, die nu eerst bekwaam bevonden werden om de wapenen te gebruiken en in den krijg te trekken.

Hertaald: den gordel Namelijk: een krijgsgordel met de wapens, en dat voor het eerst. Dat is: degenen die nu voor het eerst geschikt bevonden werden om de wapens te gebruiken en ten strijde te trekken.

de landpale Versta, van hun land, te weten om hun vijanden daaruit te houden.

Hertaald: de landpale Versta hieronder de grens van hun land, namelijk om hun vijanden daarbuiten te houden.

2 Koningen 3 vers 22

rood, Deze roodheid was veroorzaakt door de stralen der zon, die nu eerst begon zich den aardbodem te vertonen.

Hertaald: rood, Deze roodheid werd veroorzaakt door de stralen van de zon, die nu net boven de aarde begon te verschijnen.

2 Koningen 3 vers 23

hebben voorzeker Hebreeuws, verdervende zich verdorven; dat is, zekerlijk of ganselijk verdorven, verdaan, of vernield. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk verwoesten, waarvan het woord zwaard bij de Hebreën zijn benaming heeft, omdat het verwoesting maakt. De zin dan is dat zij zich door onderlinge moorderij verdaan en alzo het leger verwoest hebben.

Hertaald: hebben voorzeker Hebreeuws: verdervende zich verdorven; dat is: zeker of geheel en al verdorven, verdelgd of vernield. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk verwoesten; daaraan ontleent het woord zwaard bij de Hebreeën zijn naam, omdat het verwoesting aanricht. De betekenis is dus dat zij zichzelf door onderlinge moord verdelgd en zo het leger verwoest hebben.

2 Koningen 3 vers 24

zij kwamen Namelijk, de Israëlieten, die hun victorie vervolgende, de Moabieten tot in hun land verjaagd en daar ook verslagen en gedempt hebben.

Hertaald: zij kwamen Namelijk: de Israëlieten, die hun overwinning voortzetten, de Moabieten tot in hun eigen land verjaagden en hen daar ook versloegen en onderwierpen.

in het land, Hebreeuws, in hun. Versta, het land der Moabieten, uit hetwelk dezen meenden de Israëlieten uit te keren, boven, vs.21. Anders worden deze woorden aldus vertaald: En zij sloegen hen in hun [land], slaande ook [het land] van de Moabieten. De zin is enerlei.

Hertaald: in het land, Hebreeuws: in hun. Versta hieronder het land van de Moabieten, waaruit zij dachten de Israëlieten te zullen weren, hierboven vers 21. Anders worden deze woorden zo vertaald: en zij sloegen hen in hun [land], en sloegen ook [het land] van de Moabieten. De betekenis is dezelfde.

2 Koningen 3 vers 25

Kir-haréseth Een van de voornaamste en sterkste steden der Moabieten, hebbende een stenen muur, waarvan zij schijnt haar naam gekregen te hebben. Zie van dezelve ook Jes. 16:7.

Hertaald: Kir-haréseth Een van de voornaamste en sterkste steden van de Moabieten, met een stenen muur, waaraan zij haar naam lijkt te hebben ontleend. Zie over deze stad ook Jes. 16:7.

de stenen Versta, den stenen muur der genoemde stad, denwelken de Israëlieten onverbroken gelaten hebbende, nadat zij alle andere steden afgebroken en het platteland afgelopen en verwoest hadden.

Hertaald: de stenen Versta hieronder de stenen muur van de genoemde stad, die de Israëlieten onbeschadigd gelaten hadden nadat zij alle andere steden hadden afgebroken en het platteland hadden afgestroopt en verwoest.

slingeraars Dat is, met hun slingers en ander krijgsgereedschap bedreven zij zoveel geweld, dat de burgers hun stadsmuren niet beschermen konden en vele van dezelve verslagen werden.

Hertaald: slingeraars Dat is: met hun slingers en ander krijgsgereedschap oefenden zij zoveel geweld uit dat de burgers hun stadsmuren niet konden verdedigen en velen van hen gedood werden.

2 Koningen 3 vers 26

zwaard Zie de betekenis dezer manier van spreken, Richt. 8:10.

Hertaald: zwaard Zie de betekenis van deze manier van spreken in Richt. 8:10.

tegen Of, tot, of door het leger des konings.

Hertaald: tegen Of: tot, of: door het leger van de koning.

2 Koningen 3 vers 27

hij zijn Namelijk, de koning der Moabieten, die om de hulp zijns afgods Chamos in dezen nood te verkrijgen, zijn eerstgeboren zoon op den stadsmuur, in het aanzien van de belegeraars ten brandoffer heeft geofferd. Want door zodanige offerande meenden de afgodendienaars hun afgoden den allermeesten dienst en eer te bewijzen, zich ijdellijk wijsmakende dat zij hierin Abrahams navolgers waren. Anderen menen dat hij geofferd heeft niet zijn zoon, maar den zoon des konings van Edom, dien hij [gelijk zij zeggen] zou gevangen hebben in den uitval, als hij met zevenhonderd mannen poogde door het leger des konings van Edom door te breken; in vs.26. Tot bewijs van dit gevoelen wordt voorgebracht Am. 2:1. Zie exempelen dergenen, die hun kinderen den afgoden geofferd hebben, Ps. 106:37; Ezech. 20:31, hetwelk God op lijfstraf verboden had, Lev. 20:2.

Hertaald: hij zijn Namelijk: de koning van de Moabieten, die om in deze nood de hulp van zijn afgod Kamos te verkrijgen zijn eerstgeboren zoon op de stadsmuur, voor de ogen van de belegeraars, als brandoffer geofferd heeft. Want met zo'n offer meenden de afgodendienaars hun afgoden de allergrootste dienst en eer te bewijzen, terwijl zij zichzelf ijdel wijsmaakten dat zij hierin navolgers van Abraham waren. Anderen menen dat hij niet zijn eigen zoon geofferd heeft, maar de zoon van de koning van Edom, die hij [naar zij zeggen] gevangen zou hebben genomen bij de uitval waarbij hij met zevenhonderd man door het leger van de koning van Edom probeerde te breken, in vers 26. Als bewijs voor die opvatting wordt Amos 2:1 aangevoerd. Zie voorbeelden van mensen die hun kinderen aan de afgoden geofferd hebben in Ps. 106:37; Ezech. 20:31; God had dat op straffe van de dood verboden, Lev. 20:2.

Daaruit Te weten, omdat zij door deze harde belegering en onverzoenlijken oorlog den koning der Moabieten tot deze desperate en wrede daad gebracht hadden.

Hertaald: Daaruit Namelijk: omdat zij de koning van de Moabieten door deze harde belegering en onverzoenlijke oorlog tot deze wanhopige en wrede daad gebracht hadden.

in Israël; Anders, tegen; verstaande dezen toorn specialijk van den koning van Edom en zijn leger, om den gruwelijken moord zijns zoons.

Hertaald: in Israël; Anders: tegen; waarbij deze toorn in het bijzonder wordt opgevat als die van de koning van Edom en zijn leger, om de gruwelijke moord op zijn zoon.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joram (zoon van Achab)  — de HEERE is verheven

Zoon van Achab en broer van Ahazia, die hij als koning van Israël opvolgde omdat Ahazia geen zoon had. Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, hoewel minder dan zijn ouders, en verwijderde het opgerichte beeld van Baäl dat zijn vader gemaakt had. Niet te verwarren met Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda (2 Kon. 1:17; 3:1-3).

Mesa  — bevrijding (onzeker)

Koning der Moabieten, een schaapherder die de koning van Israël jaarlijks een grote schatting aan lammeren en wol betaalde. Na Achabs dood viel hij van Israël af; Joram trok samen met Josafat van Juda en de koning van Edom tegen hem op. Toen de strijd hem te sterk werd, offerde Mesa zijn eerstgeboren zoon als brandoffer op de stadsmuur (2 Kon. 3:4-27).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Maakt in dit dal vele grachten  — drie legers versmachten in de woestijn, en Elisa geeft een bevel dat vooraf zinloos lijkt: "Maakt in dit dal vele grachten", met de belofte dat het dal zonder wind en zonder regen met water vervuld zal worden (2 Kon. 3:16-17)

Joram trekt met Josafat en de koning van Edom tegen Moab op, langs de weg der woestijn van Edom (2 Kon. 3:6-9). Na zeven dagreizen is er geen water meer voor het leger en het vee. Joram wijt het meteen aan de HEERE; Josafat vraagt, net als eerder aan Achabs hof, of er geen profeet is (2 Kon. 3:10-11, vgl. 1 Kon. 22:7). Elisa laat de koning van Israël weten dat hij hem om zijnentwil niet eens zou aanzien, en verwijst hem naar de profeten van zijn vader en zijn moeder; alleen om Josafats wil spreekt hij (2 Kon. 3:13-14). Hij laat een speelman komen, en terwijl deze op de snaren speelt, komt de hand des HEEREN op hem (2 Kon. 3:15). Dan volgt het bevel om het dal vol grachten te graven, met de toezegging dat er water komt zonder dat men wind of regen ziet (2 Kon. 3:16-17). De volgende morgen, op de tijd van het spijsoffer, komt het water door de weg van Edom, en het land wordt vervuld (2 Kon. 3:20).

Bijbelse betekenis: Het graven gaat aan het water vooraf. Er is geen wolk te zien en geen wind te voelen, en toch moet een uitgeput leger de hele nacht spitten. Zo werkt het geloof doorgaans: het richt zich naar een woord en niet naar het weerbericht, en het maakt ruimte voor iets dat nog niet te zien is. Even opmerkelijk is Elisa's houding tegenover Joram. Hij spreekt hem niet vriendelijk toe en verzwijgt niet dat de koning bij de afgoden van zijn ouders hoort; het antwoord komt alleen om de aanwezigheid van een oprecht man. Gods hulp valt hier op een leger dat haar niet verdient, ter wille van één.

Typologie: Dat geloof zich richt naar het woord en niet naar het zichtbare, omschrijft de Hebreeënbrief: "Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet" (reeds behandeld bij Hebr. 11:1).

2 Kon. 3:6-20; 1 Kon. 22:7

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Koningen 3

2 Koningen 3:15.KruisverwijzingenEzechiël 1:31 Samuël 16:231 Koningen 18:461 Samuël 10:5Ezechiël 8:1Efeze 5:18Ezechiël 3:14Ezechiël 3:22
— Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.
Elisa had opgemerkt dat de Geest van God het vrijst op hem werkte wanneer zijn gemoed rustig en gestild was. Hij bevond zich het best bereid voor de hemelse stem wanneer het geraas in zijn ziel tot zwijgen gebracht was en elke verontrustende gemoedsbeweging gestild. Nadat hij dit feit door waarneming had vastgesteld, handelde hij ernaar. Hij kon de wind van de Geest niet maken, maar hij kon zijn zeil zetten om die te ontvangen, en dat deed hij.

Op het bepaalde ogenblik waarop de tekst zinspeelt, was Elisa zeer geërgerd door het gezicht van Joram, de koning van Israël, de zoon van Achab en Izebel. In de ware geest van zijn oude meester Elia liet de profeet Joram weten wat hij van hem dacht; en nadat hij zijn ziel had uitgesproken, gevoelde hij zich natuurlijk ontroerd, verontrust en onbekwaam om de mond te zijn voor de Geest van God. Hij wist dat de hand des Heeren niet op hem zou rusten terwijl hij in die toestand was; en daarom zei hij: “Brengt mij een speelman.”

2 Koningen 3:17.KruisverwijzingenPsalmen 107:35Jesaja 48:21Jesaja 41:17Jesaja 43:19Numeri 20:8Psalmen 84:6Exodus 17:61 Koningen 18:36
— Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.
Wij worden hier geleid op te merken hoe zwak de mens is wanneer hij op zijn sterkst is. Drie koningen met drie legers waren samengekomen om Moab te onderwerpen, en toch werd heel dat legermacht tot staan gebracht door de eenvoudige omstandigheid dat er een gebrek aan water was. Hoe gemakkelijk kan God al de wijsheid en de sterkte van de mensheid verbijsteren en schaakmat zetten!

In omstandigheden van nood, hoe volkomen krachteloos worden wij! Een droog blad in een orkaan is niet hulpelozer dan een leger dat zich in een woestijn bevindt zonder waterbronnen. Zij mogen hun voorzeggers roepen, maar die kunnen niet verlossen. De verbonden vorsten mogen in ernstige raadsvergadering zitten, maar zij kunnen de wolken niet gebieden. De schilden van de machtigen en de banieren van de dapperen zijn waardeloos. De legers moeten omkomen — en dat alles om zo’n eenvoudig maar zo noodzakelijk ding als water. De mens zou graag God spelen, en toch legt een weinig water hem neer.

Zo afhankelijk is ook de christelijke gemeente van de Heilige Geest, dat er nooit een aangename zucht door een boetvaardige geslaakt is buiten Hem; nooit steeg een heilig lied ten hemel dan doordat Hij het vleugels gaf; nooit was er waar gebed of getrouwe dienst dan door de kracht en de macht van de Heilige Geest. Zondaren worden nooit zalig buiten de Geest van God. Geen zedelijke overreding, geen kracht van voorbeeld, geen vermogen van bewijsvoering, geen macht van welsprekendheid heeft ooit het hart veranderd. De levende Geest alleen kan leven brengen in dode zielen.

En wanneer die zielen levend gemaakt zijn, zijn wij nog even afhankelijk van de Geest van God als ooit. Een ziel voor de hemel op te voeden is even goed een goddelijk werk als een ziel van de zonde te bevrijden. Een neerslachtige christen te troosten, zijn zwakke handen te sterken en zijn slappe knieën vast te maken, de ogen van zijn hoop te doen glanzen en hem kracht te geven om het schild van zijn geloof te houden — dat alles is het werk van de Geest van de levende God.

Met al de kracht die christenen ontvangen hebben, hebben wij geen kracht genoeg om nog één ogenblik te leven dan zoals de Geest van God ons levend maakt. Al onze vroegere ervaring, al wat wij geleerd en verkregen hebben, moet voor niets gerekend worden tenzij dagelijks en bestendig, ogenblik bij ogenblik, de Geest van God in ons woont en machtig in ons werkt om ons nog altijd een pelgrim te houden tot de poort van de hemel.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Met al de kracht die christenen ontvangen hebben, hebben wij geen kracht genoeg om nog één ogenblik te leven dan zoals de Geest van God ons levend maakt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content