Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Koningen 23

1 Toen zond de koning henen, en tot hem verzamelden al de oudsten van Juda en Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen zondH7971 de koningH4428 henen, en totH413 hem verzameldenH622 alH3605 de oudstenH2205 van JudaH3063 en JeruzalemH3389. Toen zond de koning henen, en tot hem verzamelden al de oudsten van Juda en Jeruzalem.

KJV And the king2 sent,1 and they gathered3 unto him all the elders6 of Judah7 and of Jerusalem.8

1 וַיִּשְׁלַ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וַיַּאַסְפ֣וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 זִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 8 וִירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de koning ging op in het huis des HEEREN, en met hem alle inwoners van Jeruzalem, en de priesters en de profeten, en al het volk, van den minste tot den meeste; en hij las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de koningH4428 ging op in het huisH1004 des HEERENH3068, en met hem alleH3605 inwonersH3427 van JeruzalemH3389, en de priestersH3548 en de profetenH5030, en alH3605 het volkH5971, van den minsteH6996 tot den meesteH1419; en hij lasH7121 voor hun orenH241 alH3605 de woordenH1697 van het boekH5612 des verbondsH1285, dat in het huisH1004 des HEERENH3068 gevondenH4672 was. En de koning ging op in het huis des HEEREN, en met hem alle inwoners van Jeruzalem, en de priesters en de profeten, en al het volk, van den minste tot den meeste; en hij las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.

Ook in dit vers manH376 JudaH3063

KJV And the king2 went up1 into the house3 of the LORD,4 and all the men6 of Judah7 and all the inhabitants9 of Jerusalem10 with him, and the priests,12 and the prophets,13 and all the people,15 both small16 and great:18 and he read19 in their ears20 all the words23 of the book24 of the covenant25 which was found26 in the house27 of the LORD.28

1 וַיַּ֣עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 יְהוּדָה֩ H3063 Juda Judah 8 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 יֹשְׁבֵ֨י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 אִתּ֗וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 וְהַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 13 וְהַנְּבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 14 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 לְמִקָּטֹ֣ן H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 17 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 19 וַיִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 20 בְאָזְנֵיהֶ֗ם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 דִּבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 24 סֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 25 הַבְּרִ֔ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 26 הַנִּמְצָ֖א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 27 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 28 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De koning nu stond aan den pilaar, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen met ganser harte en met ganser ziele te houden, bevestigende de woorden dezes verbonds, die in dit boek geschreven zijn. En het ganse volk stond in dit verbond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De koningH4428 nu stondH5975 aanH5921 den pilaarH5982, en maakte een verbondH1285 voor des HEERENH3068 aangezichtH6440, om den HEEREH3068 naH310 te wandelenH3212, en Zijn gebodenH4687, en Zijn getuigenissenH5715, en Zijn inzettingenH2708 met ganserH3605 harteH3820 en met ganserH3605 zieleH5315 te houdenH8104, bevestigendeH6965 de woordenH1697 dezes verbondsH1285, dieH2088 in dit boekH5612 geschrevenH3789 zijn. En het ganse volkH5971 stondH5975 in dit verbondH1285. De koning nu stond aan den pilaar, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen met ganser harte en met ganser ziele te houden, bevestigende de woorden dezes verbonds, die in dit boek geschreven zijn. En het ganse volk stond in dit verbond.

KJV And the king2 stood1 by a pillar,4 and made5 a covenant7 before8 the LORD,9 to walk10 after11 the LORD,12 and to keep13 his commandments14 and his testimonies16 and his statutes18 with all their heart20 and all their soul,22 to perform23 the words25 of this covenant26 that were written28 in this book.30 And all the people34 stood32 to the covenant.35

1 וַיַּעֲמֹ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 הַ֠מֶּלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הָ֨עַמּ֜וּד H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 5 וַיִּכְרֹ֥ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַבְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 8 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 לָלֶ֜כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 אַחַ֤ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְלִשְׁמֹ֨ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 14 מִצְוֺתָ֜יו H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 עֵדְוֺתָ֤יו H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 חֻקֹּתָיו֙ H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 19 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 לֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 21 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 נֶ֔פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 23 לְהָקִ֗ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 דִּבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 26 הַבְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 27 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 28 הַכְּתֻבִ֖ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 29 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 30 הַסֵּ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 31 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 32 וַיַּעֲמֹ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 33 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 34 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 35 בַּבְּרִֽית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de koning gebood den hogepriester Hilkia, en den priesteren der tweede ordening, en den dorpelbewaarders, dat zij uit den tempel des HEEREN alle gereedschap, dat voor Baal, en voor het beeld van het bos, en voor al het heir des hemels gemaakt was, uitbrengen zouden; en hij verbrandde dat buiten Jeruzalem in de velden van Kidron, en liet het stof daarvan naar Beth-El dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de koningH4428 geboodH6680 den hogepriesterH1419 HilkiaH2518, en den priesterenH3548 der tweede ordeningH4932, en den dorpelbewaardersH8104, dat zij uit den tempelH1964 des HEERENH3068 alleH3605 gereedschapH3627, dat voor BaalH1168, en voor het beeld van het bosH842, en voor alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064 gemaaktH6213 was, uitbrengenH3318 zouden; en hij verbranddeH8313 dat buitenH4480 JeruzalemH3389 in de veldenH7709 van KidronH6939, en liet het stofH6083 daarvan naar Beth-ElH1008 dragenH5375. En de koning gebood den hogepriester Hilkia, en den priesteren der tweede ordening, en den dorpelbewaarders, dat zij uit den tempel des HEEREN alle gereedschap, dat voor Baal, en voor het beeld van het bos, en voor al het heir des hemels gemaakt was, uitbrengen zouden; en hij verbrandde dat buiten Jeruzalem in de velden van Kidron, en liet het stof daarvan naar Beth-El dragen.

KJV And the king2 commanded1 Hilkiah4 the high6 priest,5 and the priests8 of the second order,9 and the keepers11 of the door,12 to bring forth13 out of the temple14 of the LORD15 all the vessels18 that were made19 for Baal,20 and for the grove,21 and for all the host23 of heaven:24 and he burned25 them without26 Jerusalem27 in the fields28 of Kidron,29 and carried30 the ashes32 of them unto Bethel.33

1 וַיְצַ֣ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 הַמֶּ֡לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חִלְקִיָּהוּ֩ H2518 Hilkia, Hilkija Hillkiah 5 הַכֹּהֵ֨ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 הַגָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כֹּהֲנֵ֣י H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 הַמִּשְׁנֶה֮ H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שֹׁמְרֵ֣י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 הַסַּף֒ H5592 dorpel, dorpelen, schalen bason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold 13 לְהוֹצִיא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 מֵהֵיכַ֣ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 15 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 הַכֵּלִ֗ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 19 הָֽעֲשׂוּיִם֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 20 לַבַּ֣עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 21 וְלָֽאֲשֵׁרָ֔ה H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 22 וּלְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 24 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 25 וַֽיִּשְׂרְפֵ֞ם H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 26 מִח֤וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 27 לִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 28 בְּשַׁדְמ֣וֹת H7709 velden, brandkoren blasted, field 29 קִדְר֔וֹן H6939 Kidron Kidron 30 וְנָשָׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 31 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 32 עֲפָרָ֖ם H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 33 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 34 אֵֽל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daartoe schafte hij de Chemarim af, die de koningen van Juda gesteld hadden, opdat men roken zou op de hoogten, in de steden van Juda, en rondom Jeruzalem, mitsgaders, die voor Baal, de zon, en de maan, en de andere planeten, en al het heir des hemels rookten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daartoe schafteH7673 hij de ChemarimH3649 af, dieH834 de koningenH4428 van JudaH3063 gesteldH5414 hadden, opdat men rokenH6999 zou op de hoogtenH1116, in de stedenH5892 van JudaH3063, en rondomH4524 JeruzalemH3389, mitsgaders, die voor BaalH1168, de zonH8121, en de maanH3394, en de andere planetenH4208, en alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064 rooktenH6999. Daartoe schafte hij de Chemarim af, die de koningen van Juda gesteld hadden, opdat men roken zou op de hoogten, in de steden van Juda, en rondom Jeruzalem, mitsgaders, die voor Baal, de zon, en de maan, en de andere planeten, en al het heir des hemels rookten.

KJV And he put down1 the idolatrous priests,3 whom the kings6 of Judah7 had ordained5 to burn incense8 in the high places9 in the cities10 of Judah,11 and in the places round about12 Jerusalem;13 them also that burned incense15 unto Baal,16 to the sun,17 and to the moon,18 and to the planets,19 and to all the host21 of heaven.22

1 וְהִשְׁבִּ֣ית H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכְּמָרִ֗ים H3649 Chemarim Chemarims (idolatrous) priests 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָֽתְנוּ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 8 וַיְקַטֵּ֤ר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 9 בַּבָּמוֹת֙ H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 10 בְּעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 12 וּמְסִבֵּ֖י H4524 ommegangen, ronde, ronde tafel that compass about, (place) round about, at table 13 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַֽמְקַטְּרִ֣ים H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 16 לַבַּ֗עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 17 לַשֶּׁ֤מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 18 וְלַיָּרֵ֨חַ֙ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 19 וְלַמַּזָּל֔וֹת H4208 planeten planet. Compare H4216 (מַזָּרָה) 20 וּלְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 צְבָ֥א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 22 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hij bracht ook het beeld van het bos uit het huis des HEEREN weg, buiten Jeruzalem, tot de beek Kidron, en verbrandde het aan de beek Kidron, en vergruisde het tot stof; en hij wierp het stof daarvan op de graven der kinderen des volks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Hij brachtH3318 ook het beeld van het bosH842 uit het huisH1004 des HEERENH3068 wegH3318, buitenH4480 JeruzalemH3389, totH413 de beekH5158 KidronH6939, en verbranddeH8313 het aan de beekH5158 KidronH6939, en vergruisdeH1854 het tot stofH6083; en hij wierpH7993 het stofH6083 daarvan opH5921 de gravenH6913 der kinderenH1121 des volksH5971. Hij bracht ook het beeld van het bos uit het huis des HEEREN weg, buiten Jeruzalem, tot de beek Kidron, en verbrandde het aan de beek Kidron, en vergruisde het tot stof; en hij wierp het stof daarvan op de graven der kinderen des volks.

KJV And he brought out1 the grove3 from the house4 of the LORD,5 without6 Jerusalem,7 unto the brook9 Kidron,10 and burned11 it at the brook13 Kidron,14 and stamped it small15 to powder,16 and cast17 the powder19 thereof upon the graves21 of the children22 of the people.23

1 וַיֹּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאֲשֵׁרָה֩ H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 4 מִבֵּ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מִח֤וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 7 לִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 נַ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 10 קִדְר֔וֹן H6939 Kidron Kidron 11 וַיִּשְׂרֹ֥ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 12 אֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בְּנַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 14 קִדְר֖וֹן H6939 Kidron Kidron 15 וַיָּ֣דֶק H1854 vergruisde, klein, stampte beat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small) 16 לְעָפָ֑ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 17 וַיַּשְׁלֵךְ֙ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 עֲפָרָ֔הּ H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 קֶ֖בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 22 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daartoe brak hij de huizen der schandjongens af, die aan het huis des HEEREN waren, alwaar de vrouwen huisjes voor het beeld van het bos weefden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daartoe brakH5422 hij de huizenH1004 der schandjongensH6945 af, dieH834 aan het huisH1004 des HEERENH3068 waren, alwaar de vrouwenH802 huisjesH1004 voor het beeld van het bosH842 weefdenH707. Daartoe brak hij de huizen der schandjongens af, die aan het huis des HEEREN waren, alwaar de vrouwen huisjes voor het beeld van het bos weefden.

KJV And he brake down1 the houses3 of the sodomites,4 that were by the house6 of the LORD,7 where the women9 wove10 hangings12 for the grove.13

1 וַיִּתֹּץ֙ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּתֵּ֣י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 הַקְּדֵשִׁ֔ים H6945 schandjongens, schandjongen sodomite, unclean 5 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הַנָּשִׁ֗ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 אֹרְג֥וֹת H707 weversboom, geweven, wevers weaver(-r) 11 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 בָּתִּ֖ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 לָאֲשֵׁרָֽה H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij bracht al de priesters uit de steden van Juda, en verontreinigde de hoogten, alwaar die priesters gerookt hadden, van Geba af tot Ber-seba toe; en hij brak de hoogten der poort van Jozua, den overste der stad, was, welke aan iemands linkerhand was, in de stadspoort gaande.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij brachtH935 alH3605 de priestersH3548 uit de stedenH5892 van JudaH3063, en verontreinigdeH2930 de hoogtenH1116, alwaar dieH834 priestersH3548 gerooktH6999 hadden, van GebaH1387 af totH5704 Ber-sebaH884 toe; en hij brakH5422 de hoogtenH1116 der poortH8179 van JozuaH3091, den oversteH8269 der stadH5892, was, welkeH834 aan iemandsH376 linkerhandH8040 was, in de stadspoortH8179 gaande. En hij bracht al de priesters uit de steden van Juda, en verontreinigde de hoogten, alwaar die priesters gerookt hadden, van Geba af tot Ber-seba toe; en hij brak de hoogten der poort van Jozua, den overste der stad, was, welke aan iemands linkerhand was, in de stadspoort gaande.

Ook in dit vers deurH6607 poortenH8179

KJV And he brought1 all the priests4 out of the cities5 of Judah,6 and defiled7 the high places9 where the priests13 had burned incense,11 from Geba14 to Beersheba,16 and brake down18 the high places20 of the gates21 that were in the entering in23 of the gate24 of Joshua25 the governor26 of the city,27 which were on a man's31 left hand30 at the gate32 of the city.33

1 וַיָּבֵ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 מֵעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 7 וַיְטַמֵּ֣א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַבָּמ֗וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 10 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 קִטְּרוּ H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 12 שָׁ֨מָּה֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 14 מִגֶּ֖בַע H1387 Geba, Gaba, Gibea-benjamins Gaba, Geba, Gibeah 15 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 בְּאֵ֣ר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 17 שָׁ֑בַע H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 18 וְנָתַ֞ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 בָּמ֣וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 21 הַשְּׁעָרִ֗ים H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 22 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 23 פֶּ֜תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 24 שַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 25 יְהוֹשֻׁ֨עַ֙ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 26 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 27 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 28 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 29 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 30 שְׂמֹ֥אול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 31 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 32 בְּשַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 33 הָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch de priesters der hoogten offerden niet op het altaar des HEEREN te Jeruzalem; maar zij aten ongezuurde broden in het midden van hun broederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch de priestersH3548 der hoogtenH1116 offerdenH5927 nietH3808 op het altaarH4196 des HEERENH3068 te JeruzalemH3389; maarH3588 zij atenH398 ongezuurdeH4682 broden in het middenH8432 van hun broederenH251. Doch de priesters der hoogten offerden niet op het altaar des HEEREN te Jeruzalem; maar zij aten ongezuurde broden in het midden van hun broederen.

KJV Nevertheless the priests4 of the high places5 came not up3 to the altar7 of the LORD8 in Jerusalem,9 but they did eat12 of the unleavened bread13 among14 their brethren.15

1 אַ֗ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יַֽעֲלוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 כֹּהֲנֵ֣י H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 הַבָּמ֔וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 אָכְל֥וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 מַצּ֖וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 14 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 15 אֲחֵיהֶֽם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal der kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Hij verontreinigdeH2930 ook ThofethH8612, datH834 in het dalH1516 der kinderenH1121 van HinnomH2011 is, opdat niemandH1115 zijn zoonH1121 of zijn dochterH1323 voor den MolechH4432 door het vuurH784 deed gaan. Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal der kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan.

KJV And he defiled1 Topheth,3 which is in the valley5 of the children6 of Hinnom,7 that no man10 might make his son12 or his daughter14 to pass through9 the fire15 to Molech.16

1 וְטִמֵּ֣א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַתֹּ֔פֶת H8612 Tofeth, Thofeth Tophet, Topheth 4 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בְּגֵ֣י H1516 dal, dalen, vallei valley 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הִנֹּ֑ם H2011 Hinnom Hinnom 8 לְבִלְתִּ֗י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 9 לְהַעֲבִ֨יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 אִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּנ֧וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בִּתּ֛וֹ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 15 בָּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 16 לַמֹּֽלֶךְ H4432 Molech Molech. Compare H4445 (מַלְכָּם)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-Melech, den hoveling, die in Parvarim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En hij schafteH7673 de paardenH5483 af, dieH834 de koningenH4428 van JudaH3063 voor de zonH8121 gesteldH5414 hadden, van den ingangH935 van het huisH1004 des HEERENH3068, totH413 de kamerH3957 van Nathan-MelechH5419, den hovelingH5631, dieH834 in ParvarimH6503 was; en de wagenenH4818 der zonH8121 verbranddeH8313 hij met vuurH784. En hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-Melech, den hoveling, die in Parvarim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.

KJV And he took away1 the horses3 that the kings6 of Judah7 had given5 to the sun,8 at the entering in9 of the house10 of the LORD,11 by the chamber13 of Nathanmelech14 the chamberlain,16 which was in the suburbs,18 and burned22 the chariots20 of the sun21 with fire.23

1 וַיַּשְׁבֵּ֣ת H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַסּוּסִ֗ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתְנוּ֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 מַלְכֵ֨י H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָ֤ה H3063 Juda Judah 8 לַשֶּׁ֨מֶשׁ֙ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 9 מִבֹּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 לִשְׁכַּת֙ H3957 kameren, kamer chamber, parlour. Compare H5393 (נִשְׁכָּה) 14 נְתַן H5419 Nathan-melech Nathanmelech 15 מֶ֣לֶךְ H5419 Nathan-melech Nathanmelech 16 הַסָּרִ֔יס H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 17 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בַּפַּרְוָרִ֑ים H6503 Parbar, Parvarim Parbar, suburb 19 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 מַרְכְּב֥וֹת H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 21 הַשֶּׁ֖מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 22 שָׂרַ֥ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 23 בָּאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Verder de altaren die op het dak der opperzaal van Achaz waren, die de koningen van Juda gemaakt hadden, mitsgaders de altaren, die Manasse in de twee voorhoven van het huis des HEEREN gemaakt had, brak de koning af; en hij verbrijzelde ze van daar, en wierp het stof daarvan in de beek Kidron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Verder de altarenH4196 dieH834 opH5921 het dakH1406 der opperzaalH5944 van AchazH271 waren, dieH834 de koningenH4428 van JudaH3063 gemaaktH6213 hadden, mitsgaders de altarenH4196, dieH834 ManasseH4519 in de tweeH8147 voorhovenH2691 van het huisH1004 des HEERENH3068 gemaaktH6213 had, brakH5422 de koningH4428 af; en hij verbrijzeldeH7323 ze van daarH8033, en wierpH7993 het stofH6083 daarvan in de beekH5158 KidronH6939. Verder de altaren die op het dak der opperzaal van Achaz waren, die de koningen van Juda gemaakt hadden, mitsgaders de altaren, die Manasse in de twee voorhoven van het huis des HEEREN gemaakt had, brak de koning af; en hij verbrijzelde ze van daar, en wierp het stof daarvan in de beek Kidron.

KJV And the altars2 that were on the top5 of the upper chamber6 of Ahaz,7 which the kings10 of Judah11 had made,9 and the altars13 which Manasseh16 had made15 in the two17 courts18 of the house19 of the LORD,20 did the king22 beat down,21 and brake them down23 from thence, and cast25 the dust27 of them into the brook29 Kidron.30

1 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַֽמִּזְבְּח֡וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַגָּג֩ H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 6 עֲלִיַּ֨ת H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 7 אָחָ֜ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַֽמִּזְבְּחוֹת֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 מְנַשֶּׁ֔ה H4519 Manasse Manasseh 17 בִּשְׁתֵּ֛י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 18 חַצְר֥וֹת H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 19 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 20 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 נָתַ֣ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 22 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 23 וַיָּ֣רָץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 24 מִשָּׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 25 וְהִשְׁלִ֥יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 עֲפָרָ֖ם H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 28 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 29 נַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 30 קִדְרֽוֹן H6939 Kidron Kidron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De hoogten ook, die vooraan Jeruzalem waren, dewelke waren ter rechterhand van de berg Mashith, die Salomo, de koning van Israel, voor Astoreth, het verfoeisel der Sidoniers, en voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, en voor Milchom, den gruwel der kinderen Ammons, gebouwd had, verontreinigde de koning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De hoogtenH1116 ook, dieH834 vooraanH5921 JeruzalemH3389 waren, dewelkeH834 waren ter rechterhandH3225 van de bergH2022 MashithH4889, dieH834 SalomoH8010, de koningH4428 van IsraelH3478, voor AstorethH6253, het verfoeiselH8251 der SidoniersH6722, en voor KamosH3645, het verfoeiselH8251 der MoabietenH4124, en voor MilchomH4445, den gruwelH8441 der kinderenH1121 AmmonsH5983, gebouwdH1129 had, verontreinigdeH2930 de koningH4428. De hoogten ook, die vooraan Jeruzalem waren, dewelke waren ter rechterhand van de berg Mashith, die Salomo, de koning van Israel, voor Astoreth, het verfoeisel der Sidoniers, en voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, en voor Milchom, den gruwel der kinderen Ammons, gebouwd had, verontreinigde de koning.

KJV And the high places2 that were before5 Jerusalem,6 which were on the right hand8 of the mount9 of corruption,10 which Solomon13 the king14 of Israel15 had builded12 for Ashtoreth16 the abomination17 of the Zidonians,18 and for Chemosh19 the abomination20 of the Moabites,21 and for Milcom22 the abomination23 of the children24 of Ammon,25 did the king27 defile.26

1 וְֽאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַבָּמ֞וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְרוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 אֲשֶׁר֮ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 מִימִ֣ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 9 לְהַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 הַמַּשְׁחִית֒ H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בָּ֠נָה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 13 שְׁלֹמֹ֨ה H8010 Salomo Solomon 14 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 לְעַשְׁתֹּ֣רֶת H6253 Astoreth Ashtoreth 17 שִׁקֻּ֣ץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 18 צִידֹנִ֗ים H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian 19 וְלִכְמוֹשׁ֙ H3645 Kamos, Kamoz Chemosh 20 שִׁקֻּ֣ץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 21 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 22 וּלְמִלְכֹּ֖ם H4445 Milchom, Malcham Malcham, Milcom 23 תּוֹעֲבַ֣ת H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 24 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 25 עַמּ֑וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 26 טִמֵּ֖א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 27 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Insgelijks brak hij de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij vervulde hun plaats met mensenbeenderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Insgelijks brakH7665 hij de opgerichte beeldenH4676, en roeideH3772 de bossenH842 uit; en hij vervuldeH4390 hun plaatsH4725 met mensenbeenderenH6106. Insgelijks brak hij de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij vervulde hun plaats met mensenbeenderen.

KJV And he brake in pieces1 the images,3 and cut down4 the groves,6 and filled7 their places9 with the bones10 of men.11

1 וְשִׁבַּר֙ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַמַּצֵּב֔וֹת H4676 opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeld garrison, (standing) image, pillar 4 וַיִּכְרֹ֖ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָאֲשֵׁרִ֑ים H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 7 וַיְמַלֵּ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מְקוֹמָ֖ם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 10 עַצְמ֥וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 11 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daartoe ook het altaar, dat te Beth-El was, en de hoogte, die Jerobeam, de zoon van Nebat, dewelke Israel zondigen deed, gemaakt had; te zamen dat altaar en die hoogte brak hij af; ja, hij verbrandde de hoogte, hij vergruisde ze tot stof, en hij verbrandde het bos.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Daartoe ook het altaarH4196, dat te Beth-ElH1008 was, en de hoogteH1116, die JerobeamH3379, de zoonH1121 van NebatH5028, dewelkeH834 IsraelH3478 zondigenH2398 deed, gemaakt had; te zamenH1571 dat altaarH4196 en die hoogteH1116 brakH5422 hij af; ja, hij verbranddeH8313 de hoogteH1116, hij vergruisdeH1854 ze tot stofH6083, en hij verbranddeH8313 het bosH842. Daartoe ook het altaar, dat te Beth-El was, en de hoogte, die Jerobeam, de zoon van Nebat, dewelke Israel zondigen deed, gemaakt had; te zamen dat altaar en die hoogte brak hij af; ja, hij verbrandde de hoogte, hij vergruisde ze tot stof, en hij verbrandde het bos.

KJV Moreover the altar3 that was at Bethel,5 and the high place7 which Jeroboam10 the son11 of Nebat,12 who made Israel16 to sin,14 had made,9 both that altar19 and the high place22 he brake down,23 and burned24 the high place,26 and stamped27 it small to powder,28 and burned29 the grove.30

1 וְגַ֨ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַמִּזְבֵּ֜חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בְּבֵֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 6 אֵ֗ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 7 הַבָּמָה֙ H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 8 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשָׂ֜ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 יָרָבְעָ֤ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 נְבָט֙ H5028 Nebat Nebat 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הֶחֱטִ֣יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַמִּזְבֵּ֧חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 20 הַה֛וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 21 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 הַבָּמָ֖ה H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 23 נָתָ֑ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 24 וַיִּשְׂרֹ֧ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 25 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 26 הַבָּמָ֛ה H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 27 הֵדַ֥ק H1854 vergruisde, klein, stampte beat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small) 28 לְעָפָ֖ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 29 וְשָׂרַ֥ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 30 אֲשֵׁרָֽה H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als Josia zich omkeerde, zag hij de graven, die daar op den berg waren, en zond henen, en nam de beenderen uit de graven, en verbrandde ze op dat altaar, en verontreinigde dat; naar het woord des HEEREN, dat de man Gods uitgeroepen had, die deze woorden uitriep.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En als JosiaH2977 zich omkeerdeH6437, zagH7200 hij de gravenH6913, die daarH8033 op den bergH2022 waren, en zondH7971 henen, en namH3947 de beenderenH6106 uitH4480 de gravenH6913, en verbranddeH8313 ze opH5921 dat altaarH4196, en verontreinigdeH2930 dat; naar het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 de manH376 GodsH430 uitgeroepenH7121 had, die dezeH428 woordenH1697 uitriepH7121. En als Josia zich omkeerde, zag hij de graven, die daar op den berg waren, en zond henen, en nam de beenderen uit de graven, en verbrandde ze op dat altaar, en verontreinigde dat; naar het woord des HEEREN, dat de man Gods uitgeroepen had, die deze woorden uitriep.

KJV And as Josiah2 turned1 himself, he spied3 the sepulchres5 that were there in the mount,8 and sent,9 and took10 the bones12 out of the sepulchres,14 and burned15 them upon the altar,17 and polluted18 it, according to the word19 of the LORD20 which the man23 of God24 proclaimed,22 who proclaimed26 these words.28

1 וַיִּ֣פֶן H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 יֹאשִׁיָּ֗הוּ H2977 Josia Josiah 3 וַיַּ֨רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַקְּבָרִ֤ים H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 בָּהָ֔ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 9 וַיִּשְׁלַ֗ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 וַיִּקַּ֤ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָֽעֲצָמוֹת֙ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 13 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 הַקְּבָרִ֔ים H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 15 וַיִּשְׂרֹ֥ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הַמִּזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 18 וַֽיְטַמְּאֵ֑הוּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 19 כִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 20 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 קָרָא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 23 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 24 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 25 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 26 קָרָ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 הַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 29 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Verder zeide hij: Wat is dat voor een grafteken, dat ik zie? En de lieden der stad zeiden tot hem: Het is het graf van den man Gods, die uit Juda kwam, en deze dingen, die gij tegen dit altaar van Beth-El gedaan hebt, uitgeroepen heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Verder zeideH559 hij: Wat is datH834 voor een graftekenH6725, datH834 ikH589 zieH7200? En de liedenH582 der stadH5892 zeidenH559 totH413 hem: Het is het grafH6913 van den manH376 GodsH430, die uit JudaH3063 kwamH935, en deze dingen, die gij tegen dit altaarH4196 van Beth-ElH1008 gedaanH6213 hebt, uitgeroepenH7121 heeft. Verder zeide hij: Wat is dat voor een grafteken, dat ik zie? En de lieden der stad zeiden tot hem: Het is het graf van den man Gods, die uit Juda kwam, en deze dingen, die gij tegen dit altaar van Beth-El gedaan hebt, uitgeroepen heeft.

KJV Then he said,1 What title3 is that4 that I see?7 And the men of the city11 told8 him, It is the sepulchre12 of the man10 of God,14 which came16 from Judah,17 and proclaimed18 these things20 that thou hast done23 against the altar25 of Bethel.26

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָ֚ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 הַצִּיּ֣וּן H6725 grafteken, merkteken, merktekenen sign, title, waymark 4 הַלָּ֔ז H1975 dezen, gene side, that, this 5 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 רֹאֶ֑ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 וַיֹּאמְר֨וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 הָעִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 הַקֶּ֤בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 13 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 הָֽאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 מִֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 18 וַיִּקְרָ֗א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַדְּבָרִ֤ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 21 הָאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 22 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 23 עָשִׂ֔יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 24 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 הַמִּזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 26 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 27 אֵֽל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En hij zeide: Laat hem liggen, dat niemand zijn beenderen verroere. Zo bevrijdden zij zijn beenderen, met de beenderen van den profeet, die uit Samaria gekomen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En hij zeideH559: Laat hem liggenH3240, dat niemandH376 zijn beenderenH6106 verroereH5128. Zo bevrijddenH4422 zij zijn beenderenH6106, metH854 de beenderenH6106 van den profeetH5030, dieH834 uit SamariaH8111 gekomenH935 was. En hij zeide: Laat hem liggen, dat niemand zijn beenderen verroere. Zo bevrijdden zij zijn beenderen, met de beenderen van den profeet, die uit Samaria gekomen was.

KJV And he said,1 Let him alone;2 let no man4 move6 his bones.7 So they let his bones9 alone,8 with the bones11 of the prophet12 that came out14 of Samaria.15

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַנִּ֣יחוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 3 ל֔וֹ 4 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 יָנַ֣ע H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 7 עַצְמֹתָ֑יו H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 8 וַֽיְמַלְּטוּ֙ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 9 עַצְמֹתָ֔יו H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 10 אֵ֚ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 עַצְמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 12 הַנָּבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בָּ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 מִשֹּׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Daartoe nam Josia ook weg al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria waren, die de koningen van Israel gemaakt hadden, om den HEERE tot toorn te verwekken; en hij deed dezelve naar al de daden, die hij te Beth-El gedaan had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Daartoe namH5493 JosiaH2977 ookH1571 wegH5493 alH3605 de huizenH1004 der hoogtenH1116, dieH834 in de stedenH5892 van SamariaH8111 waren, dieH834 de koningenH4428 van IsraelH3478 gemaaktH6213 hadden, om den HEERE tot toornH3707 te verwekken; en hij deed dezelve naar alH3605 de dadenH4639, dieH834 hij te Beth-ElH1008 gedaan had. Daartoe nam Josia ook weg al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria waren, die de koningen van Israel gemaakt hadden, om den HEERE tot toorn te verwekken; en hij deed dezelve naar al de daden, die hij te Beth-El gedaan had.

KJV And all the houses4 also of the high places5 that were in the cities7 of Samaria,8 which the kings11 of Israel12 had made10 to provoke the LORD to anger,13 Josiah15 took away,14 and did16 to them according to all the acts19 that he had done21 in Bethel.22

1 וְגַם֩ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 בָּתֵּ֨י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 הַבָּמ֜וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בְּעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 שֹׁמְר֗וֹן H8111 Samaria Samaria 9 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עָשׂ֜וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 מַלְכֵ֤י H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 לְהַכְעִ֔יס H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 14 הֵסִ֖יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 15 יֹֽאשִׁיָּ֑הוּ H2977 Josia Josiah 16 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 לָהֶ֔ם 18 כְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 הַֽמַּעֲשִׂ֔ים H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 בְּבֵֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 23 אֵֽל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij slachtte al de priesteren der hoogten, die daar waren, op de altaren, en verbrandde mensenbeenderen op dezelve. Daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij slachtteH2076 alH3605 de priesterenH3548 der hoogtenH1116, dieH834 daarH8033 waren, opH5921 de altarenH4196, en verbranddeH8313 mensenbeenderenH120 opH5921 dezelve. Daarna keerdeH7725 hij weder naar JeruzalemH3389. En hij slachtte al de priesteren der hoogten, die daar waren, op de altaren, en verbrandde mensenbeenderen op dezelve. Daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.

KJV And he slew1 all the priests4 of the high places5 that were there upon the altars,9 and burned10 men's13 bones12 upon them, and returned15 to Jerusalem.16

1 וַ֠יִּזְבַּח H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 כֹּהֲנֵ֨י H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 הַבָּמ֤וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַֽמִּזְבְּח֔וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 10 וַיִּשְׂרֹ֛ף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עַצְמ֥וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 13 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 14 עֲלֵיהֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 וַיָּ֖שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de koning gebood het ganse volk, zeggende: Houdt den HEERE, uw God, pascha, gelijk in dit boek des verbonds geschreven is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de koningH4428 geboodH6680 het ganseH3605 volkH5971, zeggendeH559: HoudtH6213 den HEEREH3068, uw GodH430, paschaH6453, gelijk in ditH2088 boekH5612 des verbondsH1285 geschrevenH3789 is. En de koning gebood het ganse volk, zeggende: Houdt den HEERE, uw God, pascha, gelijk in dit boek des verbonds geschreven is.

KJV And the king2 commanded1 all the people,5 saying,6 Keep7 the passover8 unto the LORD9 your God,10 as it is written11 in the book13 of this covenant.14

1 וַיְצַ֤ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 עֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 פֶ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 9 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֱלֹֽהֵיכֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 כַּכָּת֕וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 12 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 סֵ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 14 הַבְּרִ֖ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 15 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want gelijk dit pascha was er geen gehouden, van de dagen der richteren af, die Israel gericht hadden, noch in al de dagen der koningen van Israel, noch der koningen van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantH3588 gelijk ditH2088 paschaH6453 was er geenH3808 gehouden, van de dagenH3117 der richterenH8199 af, die IsraelH3478 gerichtH8199 hadden, noch in alH3605 de dagenH3117 der koningenH4428 van IsraelH3478, noch der koningenH4428 van JudaH3063. Want gelijk dit pascha was er geen gehouden, van de dagen der richteren af, die Israel gericht hadden, noch in al de dagen der koningen van Israel, noch der koningen van Juda.

KJV Surely there was not holden3 such a passover4 from the days6 of the judges7 that judged9 Israel,11 nor in all the days13 of the kings14 of Israel,15 nor of the kings16 of Judah;17

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 נַֽעֲשָׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 כַּפֶּ֣סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 5 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 מִימֵי֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הַשֹּׁ֣פְטִ֔ים H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 שָׁפְט֖וּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וְכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 יְמֵ֛י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 וּמַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar in het achttiende jaar van den koning Josia, werd dit pascha den HEERE te Jeruzalem gehouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaarH3588 in het achttiendeH8083 jaarH8141 van den koningH4428 JosiaH2977, werd ditH2088 paschaH6453 den HEEREH3068 te JeruzalemH3389 gehouden. Maar in het achttiende jaar van den koning Josia, werd dit pascha den HEERE te Jeruzalem gehouden.

KJV But in the eighteenth3 year5 of king6 Josiah,7 wherein this passover9 was holden8 to the LORD11 in Jerusalem.12

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 בִּשְׁמֹנֶ֤ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 4 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 לַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יֹֽאשִׁיָּ֑הוּ H2977 Josia Josiah 8 נַעֲשָׂ֞ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 הַפֶּ֧סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 10 הַזֶּ֛ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En ook deed Josia weg de waarzeggers, en de duivelskunstenaars, en de terafim, en de drekgoden, en alle verfoeiselen, die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden; opdat hij bevestigde de woorden der wet, die geschreven waren in het boek, dat de priester Hilkia in het huis des HEEREN gevonden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En ookH1571 deed JosiaH2977 wegH1197 de waarzeggersH178, en de duivelskunstenaarsH3049, en de terafimH8655, en de drekgodenH1544, en alleH3605 verfoeiselenH8251, dieH834 in het landH776 van JudaH3063 en in JeruzalemH3389 gezienH7200 werden; opdatH4616 hij bevestigdeH6965 de woordenH1697 der wetH8451, die geschrevenH3789 waren in het boekH5612, dat de priesterH3548 HilkiaH2518 in het huisH1004 des HEERENH3068 gevondenH4672 had. En ook deed Josia weg de waarzeggers, en de duivelskunstenaars, en de terafim, en de drekgoden, en alle verfoeiselen, die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden; opdat hij bevestigde de woorden der wet, die geschreven waren in het boek, dat de priester Hilkia in het huis des HEEREN gevonden had.

KJV Moreover the workers with familiar spirits,3 and the wizards,5 and the images,7 and the idols,9 and all the abominations12 that were spied14 in the land15 of Judah16 and in Jerusalem,17 did Josiah19 put away,18 that he might perform21 the words23 of the law24 which were written25 in the book27 that Hilkiah30 the priest31 found29 in the house32 of the LORD.33

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאֹב֣וֹת H178 waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakken bottle, familiar spirit 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַ֠יִּדְּעֹנִים H3049 duivelskunstenaars, duivelskunstenaar, duivelskunstenaren wizard 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַתְּרָפִ֨ים H8655 terafim, beeld, beeldendienst idols(-atry), images, teraphim 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַגִּלֻּלִ֜ים H1544 drekgoden idol 10 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַשִּׁקֻּצִ֗ים H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 13 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 נִרְאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 15 בְּאֶ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 17 וּבִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 18 בִּעֵ֖ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 19 יֹֽאשִׁיָּ֑הוּ H2977 Josia Josiah 20 לְ֠מַעַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 21 הָקִ֞ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 22 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 דִּבְרֵ֤י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 24 הַתּוֹרָה֙ H8451 wet, wetten, leer law 25 הַכְּתֻבִ֣ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 26 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 27 הַסֵּ֔פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 28 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 29 מָצָ֛א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 30 חִלְקִיָּ֥הוּ H2518 Hilkia, Hilkija Hillkiah 31 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 32 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 33 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En voor hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot den HEERE, met zijn ganse hart, en met zijn ganse ziel, en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En voorH6440 hem was geenH3808 koningH4428 zijns gelijkeH3644, dieH834 zich tot den HEEREH3068, met zijn ganseH3605 hartH3824, en met zijn ganseH3605 zielH5315, en met zijn ganseH3605 krachtH3966, naar alH3605 de wetH8451 van MozesH4872, bekeerdH7725 had; en naH310 hem stondH6965 zijns gelijkeH3644 nietH3808 op. En voor hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot den HEERE, met zijn ganse hart, en met zijn ganse ziel, en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op.

KJV And like unto him was there no king5 before4 him, that turned7 to the LORD9 with all his heart,11 and with all his soul,13 and with all his might,15 according to all the law17 of Moses;18 neither after19 him arose21 there any like him.

1 וְכָמֹהוּ֩ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לְפָנָ֜יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 מֶ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 שָׁ֤ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 לְבָב֤וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 12 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 נַפְשׁוֹ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מְאֹד֔וֹ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 16 כְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 תּוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 18 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 19 וְאַחֲרָ֖יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 20 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 קָ֥ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 22 כָּמֹֽהוּ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Nochtans keerdeH7725 zich de HEEREH3068 van den brandH2740 Zijns grotenH1419 toornsH639 nietH3808 af, waarmede Zijn toornH639 branddeH2734 tegenH5921 JudaH3063, om alH3605 de tergingenH3708, waarmede ManasseH4519 Hem getergdH3707 had. Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had.

KJV Notwithstanding the LORD4 turned3 not from the fierceness5 of his great7 wrath,6 wherewith his anger10 was kindled9 against Judah,11 because of all the provocations14 that Manasseh17 had provoked16 him withal.

1 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 שָׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 מֵחֲר֤וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 6 אַפּוֹ֙ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 7 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 חָרָ֥ה H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 10 אַפּ֖וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 11 בִּֽיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 12 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַכְּעָסִ֔ים H3708 verdriet, toornigheid, terging anger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 הִכְעִיס֖וֹ H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 17 מְנַשֶּֽׁה H4519 Manasse Manasseh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de HEERE zeide: Ik zal Juda ook van Mijn aangezicht wegdoen, gelijk als Ik Israel weggedaan heb; en Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkoren heb, en het huis, waarvan Ik gezegd heb: Mijn Naam zal daar wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de HEEREH3068 zeideH559: Ik zal JudaH3063 ookH1571 van Mijn aangezichtH6440 wegdoenH5493, gelijk als Ik IsraelH3478 weggedaanH5493 heb; en Ik zal dezeH2063 stadH5892 JeruzalemH3389 verwerpenH3988, dieH834 Ik verkorenH977 heb, en het huisH1004, waarvan Ik gezegdH559 heb: Mijn NaamH8034 zal daarH8033 wezenH1961. En de HEERE zeide: Ik zal Juda ook van Mijn aangezicht wegdoen, gelijk als Ik Israel weggedaan heb; en Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkoren heb, en het huis, waarvan Ik gezegd heb: Mijn Naam zal daar wezen.

KJV And the LORD2 said,1 I will remove6 Judah5 also out of my sight,8 as I have removed10 Israel,12 and will cast off13 this city15 Jerusalem20 which I have chosen,18 and the house22 of which I said,24 My name26 shall be there.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 גַּ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 6 אָסִיר֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 פָּנַ֔י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֲסִרֹ֖תִי H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 וּ֠מָאַסְתִּי H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הָעִ֨יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 הַזֹּ֤את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בָּחַ֨רְתִּי֙ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 21 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 הַבַּ֔יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 23 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 אָמַ֔רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 25 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 26 שְׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 27 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JosiaH2977, en alH3605 watH834 hij gedaanH6213 heeft, zijn die nietH3808 geschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697 der koningenH4428 van JudaH3063? Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?

KJV Now the rest1 of the acts2 of Josiah,3 and all that he did,6 are they not written9 in the book11 of the chronicles12 of the kings14 of Judah?15

1 וְיֶ֛תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יֹאשִׁיָּ֖הוּ H2977 Josia Josiah 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הֲלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 כְּתוּבִ֗ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 סֵ֛פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 12 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 הַיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 לְמַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen den koning van Assyrie, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 In zijn dagenH3117 toog Farao NechoH6549, de koningH4428 van EgypteH4714, opH5921 tegenH5921 den koningH4428 van AssyrieH804, naar de rivierH5104 FrathH6578; en de koningH4428 JosiaH2977 toog hem tegemoetH7125, en hij dooddeH4191 hem te MegiddoH4023, als hij hem gezienH7200 had. In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen den koning van Assyrie, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had.

Ook in dit vers toogH3212 toogH5927

KJV In his days1 Pharaohnechoh3 king5 of Egypt6 went up2 against the king8 of Assyria9 to the river11 Euphrates:12 and king14 Josiah15 went13 against16 him; and he slew17 him at Megiddo,18 when he had seen19 him.

1 בְּיָמָ֡יו H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עָלָה֩ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 פַרְעֹ֨ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 4 נְכֹ֧ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 5 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 נְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 12 פְּרָ֑ת H6578 Frath Euphrates 13 וַיֵּ֨לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 14 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יֹאשִׁיָּ֨הוּ֙ H2977 Josia Josiah 16 לִקְרָאת֔וֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 17 וַיְמִיתֵ֨הוּ֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 18 בִּמְגִדּ֔וֹ H4023 Megiddo, Megiddon Megiddo, Megiddon 19 כִּרְאֹת֖וֹ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 20 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En zijn knechten voerden hem dood op een wagen van Megiddo, en brachten hem te Jeruzalem, en begroeven hem in zijn graf; en het volk des lands nam Joahaz, den zoon Josia, en zalfden hem, en maakten hem koning in zijns vaders plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En zijn knechtenH5650 voerdenH7392 hem doodH4191 op een wagenH7392 van MegiddoH4023, en brachtenH935 hem te JeruzalemH3389, en begroevenH6912 hem in zijn grafH6900; en het volkH5971 des landsH776 namH3947 JoahazH3059, den zoonH1121 JosiaH2977, en zalfdenH4886 hem, en maaktenH4427 hem koningH4427 in zijns vadersH1 plaatsH8478. En zijn knechten voerden hem dood op een wagen van Megiddo, en brachten hem te Jeruzalem, en begroeven hem in zijn graf; en het volk des lands nam Joahaz, den zoon Josia, en zalfden hem, en maakten hem koning in zijns vaders plaats.

KJV And his servants2 carried him in a chariot1 dead3 from Megiddo,4 and brought5 him to Jerusalem,6 and buried7 him in his own sepulchre.8 And the people10 of the land11 took9 Jehoahaz13 the son14 of Josiah,15 and anointed16 him, and made him king18 in his father's21 stead.

1 וַיַּרְכִּבֻ֨הוּ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 2 עֲבָדָ֥יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 מֵת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 מִמְּגִדּ֔וֹ H4023 Megiddo, Megiddon Megiddo, Megiddon 5 וַיְבִאֻ֨הוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וַֽיִּקְבְּרֻ֖הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 8 בִּקְבֻֽרָת֑וֹ H6900 graf, begrafenis, ezelsbegrafenis burial, burying place, grave, sepulchre 9 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהֽוֹאָחָז֙ H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 14 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יֹ֣אשִׁיָּ֔הוּ H2977 Josia Josiah 16 וַיִּמְשְׁח֥וּ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 17 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 וַיַּמְלִ֥יכוּ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 19 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 21 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 DrieH7969 en twintigH6242 jarenH8141 was JoahazH3059 oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en hij regeerdeH4427 drieH7969 maandenH2320 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was HamutalH2537, de dochterH1323 van Jeremia, van LibnaH3841. Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna.

KJV Jehoahaz5 was twenty2 and three3 years4 old1 when he began to reign;6 and he reigned9 three7 months8 in Jerusalem.10 And his mother's12 name11 was Hamutal,13 the daughter14 of Jeremiah15 of Libnah.16

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְשָׁלֹ֤שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 יְהוֹאָחָ֣ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 6 בְּמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וּשְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 8 חֳדָשִׁ֔ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 13 חֲמוּטַ֥ל H2537 Hamutal Hamutal 14 בַּֽת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 15 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 16 מִלִּבְנָֽה H3841 Libna Libnah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vaderen gedaan hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar allesH3605, watH834 zijn vaderenH1 gedaanH6213 hadden. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vaderen gedaan hadden.

KJV And he did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD,4 according to all that his fathers8 had done.7

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֲבֹתָֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Doch Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Doch Farao NechoH6549 liet hem bindenH631 te RiblaH7247 in het landH776 van HamathH2574, opdat hij te JeruzalemH3389 niet regerenH4427 zou; en hij legde het landH776 een boeteH6066 opH5921 van honderdH3967 talentenH3603 zilversH3701 en een talentH3603 goudsH2091. Doch Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.

Ook in dit vers leideH5414

KJV And Pharaohnechoh2 put him in bands1 at Riblah4 in the land5 of Hamath,6 that he might not reign7 in Jerusalem;8 and put9 the land12 to a tribute10 of an hundred13 talents14 of silver,15 and a talent16 of gold.17

1 וַיַּאַסְרֵהוּ֩ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 2 פַרְעֹ֨ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 3 נְכֹ֤ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 4 בְרִבְלָה֙ H7247 Ribla Riblah 5 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 חֲמָ֔ת H2574 Hamath, Hammath Hamath, Hemath 7 מִמְּלֹ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 8 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 עֹ֨נֶשׁ֙ H6066 boete, straf punishment, tribute 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 מֵאָ֥ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 14 כִכַּר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 15 כֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 16 וְכִכַּ֥ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 17 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Ook maakte Farao Necho Eljakim, den zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mede, en hij kwam in Egypte, en stierf aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Ook maakte Farao NechoH6549 EljakimH471, den zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4427, in de plaatsH8478 van zijn vaderH1 JosiaH2977, en veranderdeH5437 zijn naamH8034 in JojakimH3079; maar JoahazH3059 nam hij medeH3947, en hij kwamH935 in EgypteH4714, en stierfH4191 aldaarH8033. Ook maakte Farao Necho Eljakim, den zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mede, en hij kwam in Egypte, en stierf aldaar.

KJV And Pharaohnechoh2 made Eliakim5 the son6 of Josiah7 king1 in the room of Josiah9 his father,10 and turned11 his name13 to Jehoiakim,14 and took17 ➔ Jehoahaz16 away: and he came18 to Egypt,19 and died20 there.

1 וַיַּמְלֵךְ֩ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 2 פַּרְעֹ֨ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 3 נְכֹ֜ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֶלְיָקִ֣ים H471 Eljakim Eliakim 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יֹאשִׁיָּ֗הוּ H2977 Josia Josiah 8 תַּ֚חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 9 יֹאשִׁיָּ֣הוּ H2977 Josia Josiah 10 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 וַיַּסֵּ֥ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 יְהוֹיָקִ֑ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוֹאָחָ֣ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 17 לָקָ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 18 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 20 וַיָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 21 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Jojakim gaf dat zilver en dat goud aan Farao; doch hij schatte het land, om dat geld naar het bevel van Farao te geven; een ieder naar zijn schatting eiste hij het zilver en goud af van het volk des lands, om aan Farao Necho te geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En JojakimH3079 gafH5414 dat zilverH3701 en dat goudH2091 aan FaraoH6547; doch hij schatteH6186 het landH776, om dat geldH3701 naar het bevelH6310 van FaraoH6547 te gevenH5414; een iederH376 naar zijn schattingH6187 eiste hij het zilverH3701 en goudH2091 af van het volkH5971 des landsH776, om aan Farao NechoH6549 te gevenH5414. En Jojakim gaf dat zilver en dat goud aan Farao; doch hij schatte het land, om dat geld naar het bevel van Farao te geven; een ieder naar zijn schatting eiste hij het zilver en goud af van het volk des lands, om aan Farao Necho te geven.

KJV And Jehoiakim4 gave3 the silver1 and the gold2 to Pharaoh;5 but he taxed7 the land9 to give10 the money12 according to the commandment14 of Pharaoh:15 he exacted18 the silver20 and the gold22 of the people24 of the land,25 of every one16 according to his taxation,17 to give26 it unto Pharaohnechoh.27

1 וְהַכֶּ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 2 וְהַזָּהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 נָתַ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 יְהוֹיָקִים֙ H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 5 לְפַרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 6 אַ֚ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 7 הֶעֱרִ֣יךְ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַכֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 פַרְעֹ֑ה H6547 Farao Pharaoh 16 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 כְּעֶרְכּ֗וֹ H6187 schatting, gestaltenis, orde equal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest 18 נָגַ֞שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַכֶּ֤סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 21 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 הַזָּהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 25 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 26 לָתֵ֖ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 27 לְפַרְעֹ֥ה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh 28 נְכֹֽה H6549 Farao Necho Pharaoh-necho, Pharaohnechoh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Vijf en twintig jaren was Jojakim oud, toen hij koning werd, en regeerde elf jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Zebudda, een dochter van Pedaja, van Ruma.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 VijfH2568 en twintigH6242 jarenH8141 was JojakimH3079 oudH1121, toen hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427 elfH259 jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was ZebuddaH2080, een dochterH1323 van PedajaH6305, vanH4480 RumaH7316. Vijf en twintig jaren was Jojakim oud, toen hij koning werd, en regeerde elf jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Zebudda, een dochter van Pedaja, van Ruma.

KJV Jehoiakim5 was twenty2 and five3 years4 old1 when he began to reign;6 and he reigned10 eleven7 years9 in Jerusalem.11 And his mother's13 name12 was Zebudah,14 the daughter15 of Pedaiah16 of Rumah.18

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְחָמֵ֤שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 4 שָׁנָ֨ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 יְהוֹיָקִ֣ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 6 בְּמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 7 וְאַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 9 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 אִמּ֔וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 14 זְבוּדָּ֥ה H2080 Zebudda Zebudah 15 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 16 פְּדָיָ֖ה H6305 Pedaja Pedaiah 17 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 18 רוּמָֽה H7316 Ruma Rumah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vaders gedaan hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, naar allesH3605, watH834 zijn vadersH1 gedaanH6213 hadden. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vaders gedaan hadden.

KJV And he did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD,4 according to all that his fathers8 had done.7

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֲבֹתָֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 23:1 2 Kronieken 29:20 2 Kronieken 34:29 Deuteronomium 31:28 2 Kronieken 30:2 2 Samuël 6:1
2 Koningen 23:2 2 Koningen 22:8 Deuteronomium 31:10 Openbaring 20:12 Esther 1:5 Job 3:19 Handelingen 26:22 1 Koningen 8:9 Nehemia 13:1
2 Koningen 23:3 2 Koningen 11:14 2 Koningen 11:17 Deuteronomium 13:4 Deuteronomium 6:1 Ezra 10:3 2 Kronieken 29:10 Deuteronomium 11:13 Deuteronomium 10:12
2 Koningen 23:4 2 Koningen 21:3 2 Koningen 21:7 2 Kronieken 33:3 2 Koningen 25:18 2 Kronieken 33:7 Amos 4:4 Mattheüs 27:1 1 Koningen 18:40
2 Koningen 23:5 Jeremia 8:1 2 Koningen 21:3 Jeremia 44:17 Hosea 10:5
2 Koningen 23:6 2 Kronieken 34:4 2 Koningen 23:15 Richteren 3:7 2 Koningen 21:7 Deuteronomium 7:25 2 Koningen 10:27 Exodus 32:20 Jeremia 17:2
2 Koningen 23:7 Ezechiël 16:16 1 Koningen 15:12 1 Koningen 14:24 Exodus 35:25 Ezechiël 8:14 2 Kronieken 34:33 1 Koningen 22:46 Hosea 2:13
2 Koningen 23:8 1 Koningen 15:22 Jozua 21:17 Genesis 26:23 Genesis 21:31 Jesaja 10:29 Zacharia 14:10 1 Koningen 19:3 1 Kronieken 6:60
2 Koningen 23:9 Ezechiël 44:10 Maleachi 2:8 1 Samuël 2:36 Ezechiël 44:29
2 Koningen 23:10 Jesaja 30:33 Jeremia 7:31 Jeremia 19:6 Leviticus 18:21 Jozua 15:8 Jeremia 32:35 Jeremia 19:11 Deuteronomium 18:10
2 Koningen 23:11 Ezechiël 8:16 2 Kronieken 14:5 2 Koningen 23:5 Deuteronomium 4:19 2 Kronieken 34:4
2 Koningen 23:12 Jeremia 19:13 Sefanja 1:5 2 Koningen 21:5 2 Kronieken 33:5 2 Koningen 21:21 2 Kronieken 33:15 2 Koningen 23:4 Deuteronomium 22:8
2 Koningen 23:13 1 Koningen 11:5 1 Koningen 11:7 Numeri 21:29 Sefanja 1:5 Nehemia 13:26 Jeremia 48:13 Jeremia 48:7 1 Samuël 12:10
2 Koningen 23:14 Exodus 23:24 Deuteronomium 7:5 2 Koningen 23:16 Numeri 33:52 2 Kronieken 34:3 Deuteronomium 7:25 Jeremia 8:1 Micha 1:7
2 Koningen 23:15 1 Koningen 14:16 1 Koningen 21:22 1 Koningen 12:28 2 Koningen 23:6 1 Koningen 15:30 2 Koningen 10:31
2 Koningen 23:16 1 Koningen 13:32 Johannes 10:35 1 Koningen 13:1 Mattheüs 24:35
2 Koningen 23:17 1 Koningen 13:1 1 Koningen 13:30
2 Koningen 23:18 1 Koningen 13:31 1 Koningen 13:1
2 Koningen 23:19 2 Kronieken 34:6 2 Kronieken 30:6 Jeremia 7:18 Micha 6:16 Psalmen 78:58 1 Koningen 13:32 2 Koningen 17:16 2 Kronieken 31:1
2 Koningen 23:20 2 Koningen 11:18 Exodus 22:20 2 Koningen 10:25 1 Koningen 18:40 2 Kronieken 34:5 1 Koningen 13:2 Zacharia 13:2 Deuteronomium 13:5
2 Koningen 23:21 Deuteronomium 16:1 Leviticus 23:5 2 Kronieken 35:1 Numeri 9:2 Exodus 12:3 Numeri 28:16
2 Koningen 23:22 2 Kronieken 30:13 2 Kronieken 35:3 2 Kronieken 30:1
2 Koningen 23:24 Leviticus 19:31 2 Koningen 21:6 Genesis 31:19 Leviticus 20:27 Deuteronomium 18:10 1 Samuël 28:3 2 Koningen 21:11 Richteren 17:5
2 Koningen 23:25 2 Koningen 18:5 1 Koningen 8:48 Deuteronomium 6:5 Deuteronomium 4:29 Jeremia 29:13 1 Koningen 15:5 Johannes 7:19 Johannes 1:17
2 Koningen 23:26 2 Koningen 21:11 2 Koningen 24:4 Jeremia 3:7 2 Koningen 24:2 2 Koningen 22:16 Jeremia 15:1 2 Kronieken 36:16
2 Koningen 23:27 2 Koningen 18:11 2 Koningen 21:13 2 Koningen 17:20 2 Koningen 21:4 2 Koningen 17:18 Klaagliederen 2:7 Jeremia 33:24 Deuteronomium 29:27
2 Koningen 23:28 2 Koningen 20:20
2 Koningen 23:29 Jeremia 46:2 Richteren 5:19 2 Kronieken 35:20 Zacharia 12:11 1 Koningen 4:12 Prediker 9:1 Romeinen 11:33 Jesaja 57:1
2 Koningen 23:30 2 Koningen 9:28 2 Kronieken 36:1 2 Koningen 21:24 1 Koningen 22:33 2 Koningen 14:21 2 Kronieken 35:24
2 Koningen 23:31 2 Koningen 24:18 Jeremia 22:11 1 Kronieken 3:15
2 Koningen 23:32 2 Koningen 21:2 2 Koningen 21:21
2 Koningen 23:33 2 Koningen 25:6 1 Koningen 8:65 Jeremia 52:9 Jeremia 52:26 Jeremia 39:5 Spreuken 19:19 2 Kronieken 36:3 Ezechiël 19:3
2 Koningen 23:34 Ezechiël 19:3 2 Koningen 24:17 Jeremia 22:11 1 Kronieken 3:15 Daniël 1:7 2 Kronieken 36:3 Jozua 18:18 Genesis 41:45
2 Koningen 23:35 2 Koningen 23:33 2 Koningen 15:19
2 Koningen 23:36 2 Kronieken 36:5 Jeremia 1:3 Jeremia 26:1 1 Kronieken 3:15
2 Koningen 23:37 2 Koningen 23:32 2 Kronieken 33:4 Jeremia 26:20 Ezechiël 19:5 2 Kronieken 28:22 Jeremia 22:13 Jeremia 36:23 Jeremia 36:31
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 23 vers 1

zond de koning henen, Te weten, boden; welken hij last gaf de oudsten bijeen te roepen.

Hertaald: zond de koning henen, Namelijk: boden, aan wie hij opdracht gaf de oudsten bijeen te roepen.

oudsten Versta degenen, die in de regering en in het leerambt boven anderen gesteld waren. Zie Ex. 3:16; Lev. 4:15.

Hertaald: oudsten Versta hieronder degenen die in het bestuur en in het onderwijsambt boven anderen aangesteld waren. Zie Ex. 3:16; Lev. 4:15.

2 Koningen 23 vers 2

alle man van Juda, Versta, de voornaamsten.

Hertaald: alle man van Juda, Versta hieronder de voornaamsten.

profeten, Sommigen verstaan door dezen: Jeremia, Zefanja en Uria; die in dezen tijd geleefd hebben. Anderen de discipelen der profeten, of de schriftgeleerden en ervarenen in de wet des Heeren.

Hertaald: profeten, Sommigen verstaan hieronder Jeremia, Zefanja en Uria, die in deze tijd leefden. Anderen verstaan hieronder de leerlingen van de profeten, of de schriftgeleerden en de deskundigen in de wet van de HEERE.

2 Koningen 23 vers 3

pilaar, Zie boven, 2 Kon. 11:14.

Hertaald: pilaar, Zie hierboven 2 Kon. 11:14.

voor des HEEREN aangezicht, Dat is, in het voorhof des volks, dat voor het voorhof der priesters, voor aan den tempel des Heeren was, waarin de ark des verbonds was, boven welke zich de Heere openbaarde. Zie Lev. 1:3.

Hertaald: voor des HEEREN aangezicht, Dat is: in het voorhof van het volk, dat vóór het voorhof van de priesters lag, vooraan bij de tempel van de HEERE, waarin de ark van het verbond stond, boven welke de HEERE Zich openbaarde. Zie Lev. 1:3.

den HEERE na te wandelen, Dat is, in de wegen des Heeren te wandelen. Wat dit is, zie 1 Kon. 11:33, en de woorden hier volgende.

Hertaald: den HEERE na te wandelen, Dat is: in de wegen van de HEERE te wandelen. Wat dit inhoudt, zie 1 Kon. 11:33, en de hier volgende woorden.

met ganser harte Zie Deut. 6:5.

Hertaald: met ganser harte Zie Deut. 6:5.

bevestigende Zie Deut. 27:26.

Hertaald: bevestigende Zie Deut. 27:26.

stond in dit verbond Dat is, hield zich daaraan, en was daarmede tevreden. Alzo is ons verboden te staan in een kwade zaak, Pred. 8:3. Dat is, zich daaraan te houden en dezelve toe te staan.

Hertaald: stond in dit verbond Dat is: hij hield zich daaraan en was daarmee tevreden. Zo wordt ons ook verboden te staan in een kwade zaak, Pred. 8:3, wat betekent: zich daaraan vasthouden en die goedkeuren.

2 Koningen 23 vers 4

tweede ordening, Deze priesters zijn onder den overpriester de voornaamste geweest.

Hertaald: tweede ordening, Deze priesters waren, na de hogepriester, de voornaamsten.

dorpelbewaarders, Te weten, van den tempel des Heeren. Alzo boven, 2 Kon. 22:4. Zie de aantekening.

Hertaald: dorpelbewaarders, Namelijk: van de tempel van de HEERE. Zo ook hierboven 2 Kon. 22:4. Zie de aantekening daar.

Kidron, Zie 1 Kon. 2:37.

Hertaald: Kidron, Zie 1 Kon. 2:37.

Beth-el dragen Een der steden, waar Jerobeam een gouden kalf had opgericht, 1 Kon. 12:29, en daardoor een poel van afgoderij; uit welke oorzaak zij Bethaven, dat is, een huis der boosheid, genoemd wordt, Hos. 4:15, en Hos. 10:5, en hier van Josia smadelijk onteerd wordt met de as der verbrande afgodische vaten daar uit te werpen.

Hertaald: Beth-el dragen Een van de steden waar Jerobeam een gouden kalf had opgericht, 1 Kon. 12:29, en zo een bron van afgoderij; daarom werd zij Bethaven genoemd, dat is: een huis van boosheid, Hos. 4:15, en Hos. 10:5, en wordt zij hier door Josia smadelijk onteerd doordat hij daar de as van de verbrande afgodische voorwerpen uitstrooit.

2 Koningen 23 vers 5

Chemárim af, Een soort der afgodische priesters van Baäl; van welken zie ook Hos. 10:5, en Sef. 1:4. De naam chemarim komt van een woord, betekenende warm zijn, branden; idem, zwart worden; ook tezamen getrokken, gerimpeld en ingerold, hetwelk door den brand veroorzaakt wordt; vanwaar ook is bij de Chaldeën de betekenis van insluiten. Hieruit is het gevoelen der geleerden van deze benaming verscheiden. Velen menen dat deze Baäls-papen zo geheten werden, omdat hun orde was zwarte kleding te dragen; enigen omdat zij zwart en berookt uitzagen, vermits zij altijd met roken en offeren bezig waren; anderen, omdat zij zich in hun afgodendienst gelieten zeer vurig en brandend van ijver te wezen. Sommigen omdat zij zich uit een schijn der heiligheid opsloten, om zich van de wereld af te zonderen en alleen te leven, enz.

Hertaald: Chemárim af, Een soort afgodische priesters van Baäl; zie over hen ook Hos. 10:5 en Zef. 1:4. De naam chemarim komt van een woord dat warm zijn of branden betekent, en ook zwart worden; verder samengetrokken, gerimpeld en ingerold, wat door verbranding veroorzaakt wordt; vandaar komt bij de Chaldeeën ook de betekenis van insluiten. Daarom lopen de meningen van de geleerden over deze benaming uiteen. Velen menen dat deze Baälspriesters zo genoemd werden omdat zij de gewoonte hadden zwarte kleding te dragen. Sommigen menen dat het kwam omdat zij zwart en berookt uitzagen, aangezien zij voortdurend met roken en offeren bezig waren; anderen omdat zij zich in hun afgodsdienst zeer vurig en brandend van ijver voordeden. Sommigen weer omdat zij zich uit schijnheiligheid opsloten om zich van de wereld af te zonderen en alleen te leven, enzovoort.

2 Koningen 23 vers 6

bos Hetwelk van den koning Manasse in den tempel gesteld was, boven, 2 Kon. 21:7.

Hertaald: bos Dat door koning Manasse in de tempel geplaatst was, hierboven 2 Kon. 21:7.

de beek Kidron, Anders, tot het dal Kidron. Alzo onder hier in vs.6.

Hertaald: de beek Kidron, Anders: naar het dal Kidron. Zo ook hieronder in dit vers.

wierp het stof Te weten, tot verfoeiing aller gestorven afgodisten, en voorbeeldige waarschuwing der levenden.

Hertaald: wierp het stof Namelijk: als teken van afschuw voor alle gestorven afgodendienaars, en als waarschuwend voorbeeld voor de levenden.

kinderen des volks Dat is, van de inwoners des lands, die afgodendienaars geweest waren. Vergelijk 2 Kron. 34:4, of der gemene lieden.

Hertaald: kinderen des volks Dat is: van de inwoners van het land, die afgodendienaars geweest waren. Vergelijk 2 Kron. 34:4. Of: van de gewone mensen.

2 Koningen 23 vers 7

schandjongens Zie Deut. 23:17.

Hertaald: schandjongens Zie Deut. 23:17.

het huis des HEEREN waren, Versta, in het voorhof des volks, waar de afgodendienaars [zo men meent] hun woonplaatsjes hadden.

Hertaald: het huis des HEEREN waren, Versta hieronder het voorhof van het volk, waar de afgodendienaars [naar men aanneemt] hun woonverblijfjes hadden.

huisjes voor het Versta, kapelletjes, of kabinetten en kasten, gemaakt van geweven, of genaaid en gestikt werk, waarin de afgodenbeeldjes stonden. Anderen verstaan zulke tenten, waarin de afgodendienaars hun schandelijke vuiligheden ter ere hunner afgoden tezamen bedreven.

Hertaald: huisjes voor het Versta hieronder kapelletjes, of kastjes en kisten, gemaakt van geweven of genaaid en geborduurd werk, waarin de afgodenbeeldjes stonden. Anderen verstaan hieronder tenten waarin de afgodendienaars ter ere van hun afgoden hun schandelijke onreinheden met elkaar bedreven.

2 Koningen 23 vers 8

priesters Namelijk, de afgodische.

Hertaald: priesters Namelijk: de afgodische.

verontreinigde Te weten, mits die onbekwaam en onwaardig tot hun afgodendienst te maken.

Hertaald: verontreinigde Namelijk: om hen ongeschikt en onwaardig te maken voor hun afgodendienst.

Geba Een stad in Benjamin, de noordpale des koninkrijks van Juda. Zie 1 Kon. 15:22.

Hertaald: Geba Een stad in Benjamin, aan de noordgrens van het koninkrijk Juda. Zie 1 Kon. 15:22.

Ber-séba Gelegen in Juda, en de zuidpale van het gehele land Kanaän. Zie Gen. 21:31.

Hertaald: Ber-séba Gelegen in Juda, aan de zuidgrens van het hele land Kanaän. Zie Gen. 21:31.

der poorten af, Dat is, die aan de poorten waren.

Hertaald: der poorten af, Dat is: die bij de poorten stonden.

van Jozua, Dat is, hij heeft zowel der geweldigen en oversten, als der armen en geringen afgoderij verhinderd.

Hertaald: van Jozua, Dat is: hij heeft zowel de afgoderij van de machtigen en voornaamsten als die van de armen en geringen tegengegaan.

linkerhand Hebreeuws, de linkerhand eens mans; namelijk desgenen, die ter stadspoort inkwam.

Hertaald: linkerhand Hebreeuws: de linkerhand van een man; namelijk van degene die de stadspoort binnenkwam.

2 Koningen 23 vers 9

offerden niet Of, kwamen niet op tot het altaar, enz. De zin is dat deze priesters, omdat zij den afgoden geofferd hadden, met hun nakomelingen verstoken waren van het priesterambt, als onwaardig daarvan zijnde, Ezech. 44:13, hoewel zij nochtans, omdat zij zich bekeerden, hun onderhoud hadden van de ongedesemde koeken, die de priesters alleen mochten eten, Lev. 2:4, Lev. 2:10, zijnde daarin den gebrekkelijken nakomelingen Aärons gelijk gemaakt; Lev. 21:17, Lev. 21:22.

Hertaald: offerden niet Of: kwamen niet op naar het altaar, enzovoort. De betekenis is dat deze priesters, omdat zij aan de afgoden geofferd hadden, met hun nakomelingen uitgesloten waren van het priesterambt, aangezien zij daarvoor onwaardig waren, Ezech. 44:13; toch hadden zij, omdat zij zich bekeerden, hun onderhoud van de ongezuurde koeken die alleen de priesters mochten eten, Lev. 2:4, Lev. 2:10 — daarin gelijkgesteld aan de gebrekkige nakomelingen van Aäron; Lev. 21:17, Lev. 21:22.

2 Koningen 23 vers 10

verontreinigde Te weten, met aldaar mest, drek, dode en verrotte lichamen en alle vuiligheid te doen werpen.

Hertaald: verontreinigde Namelijk: door daar mest, uitwerpselen, dode en verrotte lichamen en allerlei vuiligheid te laten storten.

Thofeth, Een plaats bij de stad van Jeruzalem, in een schone en vermakelijke landouw gelegen, zo genaamd van het woord Toph, trommel; waar de afgodendienaars hun kinderen den afgod Molech offerden, doende hen door het vuur gaan, of ook geheel verbranden; tot welk einde zij gelegd werden in de armen van een gloeiend beeld, dat van binnen hol en vol vuur was. Alzo nu de kinderen door de pijn des brands groot getier maakten, zo heeft men een groot geluid met trommels gemaakt, opdat het geschrei derzelve van de ouders of vrienden niet zou gehoord worden. Vergelijk Lev. 18:21; Jer. 7:31.

Hertaald: Thofeth, Een plaats bij de stad Jeruzalem, gelegen in een mooie en aangename landstreek, zo genoemd naar het woord Toph, trommel; daar offerden de afgodendienaars hun kinderen aan de afgod Molech, waarbij zij hen door het vuur lieten gaan, of hen zelfs geheel verbrandden. Daartoe werden zij gelegd in de armen van een gloeiend beeld, dat van binnen hol was en vol vuur. Omdat de kinderen door de pijn van het vuur luid schreeuwden, maakte men veel lawaai met trommels, zodat hun geschreeuw niet door de ouders of vrienden gehoord zou worden. Vergelijk Lev. 18:21; Jer. 7:31.

Hinnom is, De naam van een man, wiens kinderen deze plaats eertijds toebehoord had, zodat zij daarvan heet het Ge-Bene Hinnom, Joz. 15:8, dat is, het dal der kinderen van Hinnom, of, Gehinnom, dat is, het dal van Hinnom, Neh. 11:30. Van de zeer gruwelijke pijn des vuurs, die de kinderen der afgodendienaars daar geleden hebben, is de hel genoemd Gehenna, Matt. 5:22, welke is een onuitblusselijk vuur, Marc. 9:43.

Hertaald: Hinnom is, De naam van een man aan wiens kinderen deze plaats vroeger toebehoord had, zodat zij daarnaar het Ge-Bene-Hinnom heette, Joz. 15:8, dat is: het dal van de kinderen van Hinnom, of: Gehinnom, dat is: het dal van Hinnom, Neh. 11:30. Naar de zeer gruwelijke pijn van het vuur die de kinderen van de afgodendienaars daar geleden hebben, wordt de hel Gehenna genoemd, Matth. 5:22; dat is een onblusbaar vuur, Mark. 9:43.

Molech Onder, 2Ki 13, genaamd Milkom. Zie Lev. 18:21.

Hertaald: Molech Hieronder 2 Kon. 13 Milkom genoemd. Zie Lev. 18:21.

2 Koningen 23 vers 11

paarden af, Sommigen verstaan dit van levende paarden, die ter ere van de zon gehouden en gebruikt werden; want zekere mannen [alzo enigen menen] waren geordineerd om des morgens de opgaande zon met deze paarden van het huis des Heeren tot het huis van Nathan Melech in het gemoet te rijden, en die te groeten, te aanbidden en godsdienstiglijk te vereren. Anderen verstaan niet dan de beeltenissen dezer paarden en wagens.

Hertaald: paarden af, Sommigen betrekken dit op levende paarden, die ter ere van de zon gehouden en gebruikt werden; want bepaalde mannen [zoals sommigen menen] waren aangesteld om 's morgens de opgaande zon met deze paarden vanuit het huis van de HEERE tegemoet te rijden naar het huis van Nathan-Melech, en om haar te groeten, te aanbidden en godsdienstig te vereren. Anderen verstaan hieronder alleen de afbeeldingen van deze paarden en wagens.

gesteld hadden, Of, gegeven hadden.

Hertaald: gesteld hadden, Of: gegeven hadden.

kamer Dat is, tot het huis.

Hertaald: kamer Dat is: tot het huis.

Parvárim Of, in de voorsteden; te weten, der stad Davids, niet ver van den tempel gelegen. Het Hebreeuwse woord Parvarim nemen sommigen voor den naam ener plaats bij den tempel; doch wat het voor een plaats geweest is, is onbekend.

Hertaald: Parvárim Of: in de voorsteden; namelijk van de stad van David, niet ver van de tempel. Het Hebreeuwse woord Parvarim vatten sommigen op als de naam van een plaats bij de tempel; maar wat voor plaats dat geweest is, is onbekend.

zon verbrandde Dat is, ter ere van de zon, naar de wijze der heidenen gemaakt.

Hertaald: zon verbrandde Dat is: ter ere van de zon, naar de gewoonte van de heidenen gemaakt.

2 Koningen 23 vers 12

dak der opperzaal Zijnde daar gemaakt ter ere van het heir des hemels. Zie Jer. 19:13; Sef. 1:5.

Hertaald: dak der opperzaal Die daar gemaakt waren ter ere van het leger van de hemel. Zie Jer. 19:13; Zef. 1:5.

en wierp het stof Hetwelk geschiedde, eensdeels tot openbare versmading dezer afgodische overblijfselen, en anderdeels tot volkomen uitroeiing daarvan, opdat van dezelve niets zou overgelaten worden.

Hertaald: en wierp het stof Wat gebeurde, enerzijds als openlijke versmading van deze afgodische overblijfselen, en anderzijds om ze volledig uit te roeien, zodat er niets van over zou blijven.

2 Koningen 23 vers 13

Mashith, Anders, des verdervers. Versta, den Olijfberg, gelegen bij Jeruzalem, hier genaamd de berg van Mashith; dat is, des verdervenden, of des verdervers, omdat de Joden zich daar door afgoderij verdierven. Anders heet hij de berg Mischah, dat is, der zalving, omdat daarop vele olijven wiessen, van welke de zalfolie gemaakt werd; zulks dat tussen beide de namen kleine ongelijkheid is in de letters, maar groot in de betekenis. Zie 1 Kon. 11:7.

Hertaald: Mashith, Anders: van de verderver. Versta hieronder de Olijfberg, bij Jeruzalem, hier de berg van Mashith genoemd, dat is: van de verdervende, of van de verderver, omdat de Joden zich daar door afgoderij te gronde richtten. Elders heet hij de berg Mischa, dat is: van de zalving, omdat er veel olijven op groeiden waarvan zalfolie gemaakt werd; er is dus tussen beide namen een klein verschil in letters, maar een groot verschil in betekenis. Zie 1 Kon. 11:7.

Astoreth, Deze naam met de twee volgende, Kamos en Milkom, zijn namen van afgodische beelden. Zie van Astoreth Richt. 2:13.

Hertaald: Astoreth, Deze naam, met de twee volgende, Kamos en Milkom, zijn namen van afgodsbeelden. Zie over Astoreth Richt. 2:13.

Kamos, Zie 1 Kon. 11:7.

Hertaald: Kamos, Zie 1 Kon. 11:7.

Milchom, Zie Lev. 18:21.

Hertaald: Milchom, Zie Lev. 18:21.

2 Koningen 23 vers 14

mensenbeenderen Die hij uit de graven der afgodendienaars liet halen, om daarmede de afgodische plaatsen te verontreinigen en afschuwelijk te maken. Vergelijk onder, vs.16, 20; idem, Ezech. 6:5.

Hertaald: mensenbeenderen Die hij uit de graven van de afgodendienaars liet halen, om daarmee de afgodische plaatsen te verontreinigen en afschuwelijk te maken. Vergelijk hieronder vers 16 en 20; eveneens Ezech. 6:5.

2 Koningen 23 vers 16

dat altaar, Te weten, die te Bethel van Jerobeam opgericht was, vs.15.

Hertaald: dat altaar, Namelijk: dat door Jerobeam in Bethel opgericht was, vers 15.

uitriep Dat is, voorzeide; te weten meer dan drie honderd jaren tevoren. Zie 1 Kon. 13:2, en vergelijk daarmede wat hier staat en onder, vs.20.

Hertaald: uitriep Dat is: voorzegd; namelijk meer dan driehonderd jaar tevoren. Zie 1 Kon. 13:2, en vergelijk daarmee wat hier staat en hieronder vers 20.

2 Koningen 23 vers 18

bevrijdden zij Dat zij namelijk niet verbrand werden op het altaar te Bethel, met de andere beenderen.

Hertaald: bevrijdden zij Namelijk dat die niet, samen met de andere beenderen, op het altaar in Bethel verbrand werden.

profeet, Die begeerd had dat men hem bij den profeet van Juda begraven zou; 1 Kon. 13:31.

Hertaald: profeet, Die gevraagd had bij de profeet van Juda begraven te worden; 1 Kon. 13:31.

Samaria Versta, niet de stad, maar het land van Samaria, waarin de stad Bethel gelegen was en deze profeet woonde, toen hij naar den profeet van Juda kwam, 1 Kon. 13:11; alzo is ook de naam Samaria voor het land genomen in vs.19.

Hertaald: Samaria Versta hieronder niet de stad, maar het land van Samaria, waarin de stad Bethel lag en waar deze profeet woonde toen hij naar de profeet van Juda ging, 1 Kon. 13:11; zo wordt de naam Samaria ook voor het land gebruikt in vers 19.

2 Koningen 23 vers 19

steden Namelijk, die onder het gebied van het koninkrijk Juda gebracht waren.

Hertaald: steden Namelijk: die onder het gezag van het koninkrijk Juda gebracht waren.

2 Koningen 23 vers 20

slachtte Anders, offerde; dat is, hij doodde hen op de altaren; tot een bewijd dat hij niet alleen de afgoderij ten allerhoogste haatte, maar zelfs de plaatsen, waar zij gepleegd werd; die verontreinigende met daarop mensenbloed te vergieten en hun beenderen te verbranden. Versta dit van de priesters, die, naar Jerobeams instelling, uit het volk gemaakt waren, en in hun afgoderij verhard bleven. Zie 1 Kon. 12:31.

Hertaald: slachtte Anders: offerde; dat is: hij doodde hen op de altaren, als bewijs dat hij niet alleen de afgoderij ten zeerste haatte, maar ook de plaatsen waar zij bedreven werd, die hij verontreinigde door daarop mensenbloed te vergieten en hun beenderen te verbranden. Versta dit van de priesters die, volgens de instelling van Jerobeam, uit het volk waren aangesteld en in hun afgoderij verhard bleven. Zie 1 Kon. 12:31.

2 Koningen 23 vers 21

boek des verbonds Versta, het wetboek; waarvan zie, boven, 2 Kon. 22:8, enz. en hier vs.2, enz.

Hertaald: boek des verbonds Versta hieronder het wetboek, waarover hierboven 2 Kon. 22:8, enzovoort, en hier vers 2, enzovoort, gesproken is.

2 Koningen 23 vers 22

Want gelijk Anders, zekerlijk. Hier wordt reden gegeven, bewijzende dat des konings gebod zeer wel is achtervolgd geweest.

Hertaald: Want gelijk Anders: zeker. Hier wordt de reden gegeven, die bewijst dat het gebod van de koning zeer nauwgezet opgevolgd is.

van de dagen der richteren af, Welverstaande, die daarin niet gerekend zijn. Want 2 Kron. 35:18 staat, van de dagen Samuels, die de laatste der richters is geweest. De zin is dat van den aanvang der koningen, die op de richters gevolgd zijn, geen pasen met zo grote toebereiding, vergadering, reinigheid, aandacht en devotie, als dit gehouden is geweest.

Hertaald: van de dagen der richteren af, Wel te verstaan: dat die dagen daarin niet meegerekend worden. Want in 2 Kron. 35:18 staat: sinds de dagen van Samuël, die de laatste van de richters is geweest. De betekenis is dat er sinds het begin van de koningen, die op de richters volgden, geen pascha gehouden was met zoveel voorbereiding, samenkomst, reinheid, aandacht en toewijding als dit.

2 Koningen 23 vers 24

waarzeggers, Zie van dezen en de duivelskunstenaars, Lev. 19:31.

Hertaald: waarzeggers, Zie over dezen en de duivelskunstenaars Lev. 19:31.

terafim, Zie Gen. 31:19.

Hertaald: terafim, Zie Gen. 31:19.

drekgoden, Zie Lev. 26:30.

Hertaald: drekgoden, Zie Lev. 26:30.

2 Koningen 23 vers 25

gelijke, Versta dit eigenlijk ten aanzien van de vurigheid zijns ijvers in het weren van alle gruwelen, die in zijn tijd zeer de overhand genomen hadden, en van de onnozelheid zijns levens, door de naarstige betrachting van de wet des Heeren, gelijk de volgende woorden van dit vs. medebrengen. Vergelijk boven, vs.18, de aantekeningen vs.5.

Hertaald: gelijke, Versta dit eigenlijk met het oog op de vurigheid van zijn ijver in het weren van alle gruwelen, die in zijn tijd sterk de overhand hadden gekregen, en op de oprechtheid van zijn leven, door de nauwgezette naleving van de wet van de HEERE, zoals de volgende woorden van dit vers laten zien. Vergelijk hierboven vers 18 en de aantekeningen bij vers 5.

ganse hart, Zie 1 Kon. 2:4.

Hertaald: ganse hart, Zie 1 Kon. 2:4.

2 Koningen 23 vers 26

keerde zich Niet omdat de koning zijn God niet behaagde, maar omdat het volk zijn koning niet volgde, noch in de ongeveinsde aanneming van zijn zuiveren godsdienst, noch in de oprechte bekering des levens, gelijk zulks zeer haast naar des konings dood gebleken is.

Hertaald: keerde zich Niet omdat de koning zijn God niet behaagde, maar omdat het volk zijn koning niet volgde, noch in de oprechte aanvaarding van zijn zuivere eredienst, noch in de ware bekering van het leven, zoals al heel snel na de dood van de koning bleek.

waarmede Manasse Te weten, omdat Juda dezelve den koning Manasse nadeed, hem volgende in zijn gruwelen, maar niet in zijn bekering.

Hertaald: waarmede Manasse Namelijk: omdat Juda die overnam van koning Manasse, hem navolgend in zijn gruwelen, maar niet in zijn bekering.

2 Koningen 23 vers 27

van Mijn aangezicht wegdoen, Zie boven, 2 Kon. 17:18.

Hertaald: van Mijn aangezicht wegdoen, Zie hierboven 2 Kon. 17:18.

gelijk als Ik Te weten, door wegvoering uit zijn land, hoewel die niet voor altijd zou zijn, als van de Israëlieten. Zie boven, 2 Kon. 17:18, 2 Kon. 17:20, en 2 Kon. 18:11, en 2 Kon. 21:13, met de aantekening.

Hertaald: gelijk als Ik Namelijk: door wegvoering uit zijn land, al zou dat niet voorgoed zijn zoals bij de Israëlieten. Zie hierboven 2 Kon. 17:18, 2 Kon. 17:20, en 2 Kon. 18:11, en 2 Kon. 21:13, met de aantekening.

Mijn Naam zal daar wezen Zie 1 Kon. 8:29, en 1 Kon. 9:3; idem boven, 2 Kon. 21:4.

Hertaald: Mijn Naam zal daar wezen Zie 1 Kon. 8:29, en 1 Kon. 9:3; eveneens hierboven 2 Kon. 21:4.

2 Koningen 23 vers 29

zijn dagen Te weten, gelijk Josia het vermaken van het huis des Heeren voleind had. Zie 2 Kron. 35:20.

Hertaald: zijn dagen Namelijk: zoals Josia het herstel van het huis van de HEERE voltooid had. Zie 2 Kron. 35:20.

Necho, Zie van denzelfden ook onder, vs.33; Jer. 46:2.

Hertaald: Necho, Zie over hem ook hieronder vers 33; Jer. 46:2.

naar de rivier Frath; Naar de stad Karchemis, gelegen aan den Eufraat, die de koning van Assyrië den Syriërs afgenomen had; waarover hij den roem draagt, Jes. 10:9.

Hertaald: naar de rivier Frath; Naar de stad Karkemis, gelegen aan de Eufraat, die de koning van Assyrië op de Syriërs veroverd had; daarop beroemt hij zich, Jes. 10:9.

toog hem tegemoet, Te weten om hem af te keren en te verhinderen, dat hij met zijn leger door zijn land niet zou trekken, vrezende schade voor zijn eigen koninkrijk, of willende daarmede den koning van Assyrië vriendschap doen.

Hertaald: toog hem tegemoet, Namelijk: om hem tegen te houden en te verhinderen dat hij met zijn leger door zijn land zou trekken, uit vrees voor schade aan zijn eigen koninkrijk, of om daarmee de koning van Assyrië ter wille te zijn.

doodde hem Dat is, de schutters des konings Necho wondden hem dodelijk; zodat hij, naar Jeruzalem gevoerd zijnde, stierf op den weg, of binnen Jeruzalem, hebbende bij Megiddo de doodwond gekregen; 2 Kron. 35:23-24.

Hertaald: doodde hem Dat is: de schutters van koning Necho verwondden hem dodelijk, zodat hij, naar Jeruzalem gevoerd, onderweg stierf of binnen Jeruzalem, nadat hij bij Megiddo de dodelijke wond had opgelopen; 2 Kron. 35:23-24.

Megiddo, Een stad, in den stam van Manasse gelegen. Zie 1 Kon. 9:15.

Hertaald: Megiddo, Een stad in de stam Manasse. Zie 1 Kon. 9:15.

hem gezien had Dat is, als Josia gekomen was om hem onder de ogen te zien en tegen hem streed. Zie boven, 2 Kon. 14:8, en de aantekening.

Hertaald: hem gezien had Dat is: toen Josia gekomen was om hem onder ogen te zien en tegen hem streed. Zie hierboven 2 Kon. 14:8 en de aantekening daar.

2 Koningen 23 vers 30

dood Dat is, dodelijk gewond en als voor dood gehouden. Alzo zeggen wij: Hij is een dood man, van dengene die sterft of haast sterven moet. Zo is bijna het woord dood genomen Gen. 20:3.

Hertaald: dood Dat is: dodelijk gewond en als dood beschouwd. Zo zeggen wij ook: hij is een dode man, van iemand die sterft of spoedig moet sterven. Zo wordt het woord dood bijna gebruikt in Gen. 20:3.

Jóahaz, Anders ook genoemd [zo enigen oordelen] Johanan, 1 Kron. 3:15, en Salium, Jer. 22:11.

Hertaald: Jóahaz, Volgens sommigen ook Johanan genoemd, 1 Kron. 3:15, en Sallum, Jer. 22:11.

zalfden hem, Alzo naar sommiger gevoelen, openlijk verklarende dat zij hem in dezen gemenen nood metterhaast tot koning begeerden, om door hem tegen den koning Necho beschermd te worden, en het land met het rijk te behouden.

Hertaald: zalfden hem, Zo verklaarden zij, volgens sommigen, openlijk dat zij hem in deze algemene nood snel tot koning wensten, om door hem tegen koning Necho beschermd te worden en het land met het koninkrijk te behouden.

2 Koningen 23 vers 31

Jeremia, Die te onderscheiden is van Jeremia den profeet; want de profeet was van Anatoth in Benjamin, Jer. 1:1, maar deze van Libna in Juda.

Hertaald: Jeremia, Hij moet onderscheiden worden van de profeet Jeremia; want de profeet was afkomstig van Anathoth in Benjamin, Jer. 1:1, maar deze van Libna in Juda.

2 Koningen 23 vers 32

zijn vaderen Namelijk, zijn grootvader Amon en zijn oudgrootvaders Manasse, Achaz, enz.

Hertaald: zijn vaderen Namelijk: zijn grootvader Amon en zijn overgrootvaders Manasse, Achaz, enzovoort.

2 Koningen 23 vers 33

liet hem binden Dat is, legde hem in gevangenis. Dit geschiedde terwijl hij bezig was met den oorlog tegen de stad Karchemis; waarvan zie 2 Kron. 35:20; Jer. 46:2.

Hertaald: liet hem binden Dat is: hij zette hem gevangen. Dit gebeurde terwijl hij bezig was met de oorlog tegen de stad Karkemis; zie daarover 2 Kron. 35:20; Jer. 46:2.

te Ribla Een stad, gelegen in Syrië, van sommigen voor Apamia gehouden, van anderen voor Antiochië.

Hertaald: te Ribla Een stad in Syrië, door sommigen gehouden voor Apamea, door anderen voor Antiochië.

opdat hij Anders, als hij regeerde te Jeruzalem.

Hertaald: opdat hij Anders: terwijl hij in Jeruzalem regeerde.

talenten zilvers Zie Ex. 25:39.

Hertaald: talenten zilvers Zie Ex. 25:39.

2 Koningen 23 vers 34

veranderde Hebreeuws, wendde, of keerde om. Hij wilde daarmede bewijzen dat hij macht en gebied over hem had. Zie gelijke exempelen onder, 2 Kon. 24:17; Dan. 1:7.

Hertaald: veranderde Hebreeuws: wendde, of: keerde om. Daarmee wilde hij bewijzen dat hij macht en gezag over hem had. Zie soortgelijke voorbeelden hieronder 2 Kon. 24:17; Dan. 1:7.

aldaar Te weten, gelijk Jeremia voorzegd had, 2 Kon. 22:12, waar hij vs.11

Hertaald: aldaar Namelijk: zoals Jeremia voorzegd had, 2 Kon. 22:12, waar hij vers 11

2 Koningen 23 vers 35

schatte het land, Dat is, Jojakim schatte of waardeerde de middelen van alle ingezetenen des lands, en deed hen daarnaar hun aandeel opbrengen.

Hertaald: schatte het land, Dat is: Jojakim schatte of waardeerde het vermogen van alle inwoners van het land en liet hen daarnaar hun aandeel opbrengen.

bevel van Faraö Hebreeuws, mond.

Hertaald: bevel van Faraö Hebreeuws: mond.

naar zijn schatting Dat is, naar dat hij van den koning geschat was.

Hertaald: naar zijn schatting Dat is: naar wat hij door de koning geschat was.

2 Koningen 23 vers 36

koning werd, Te weten, alleen en volmachtig, na den dood van zijn broeder Joahaz, die, gevangen zijnde, nog voor koning gehouden werd, hoewel hij, namelijk Jojakim, het koninkrijk bediende. Anderen menen dat Jojakim vijf en twintig jaren oud was, als zijn broeder Joahaz afgezet en gevankelijk naar Egypte weggevoerd werd, en volgens dat hij de oudste der zonen van Josia was; verklarende de plaats 1 Kron. 3:15 van de eerstgeboorte, niet der natuurlijke voortteling, maar der koninklijke regering, en dat Joahaz daarom in zijn huldiging gezalfd zou zijn geweest, om zijn verkiezing te beter te verzekeren tegen de wederspreking van zijn oudsten broeder Jojakim, gelijk Salomo om zulk een oorzaak gezalfd werd, 1 Kon. 1:34, 1 Kon. 1:39.

Hertaald: koning werd, Namelijk: alleen en met volledig gezag, na de dood van zijn broer Joahaz, die, hoewel gevangen, nog voor koning gehouden werd, terwijl Jojakim het koninkrijk bestuurde. Anderen menen dat Jojakim vijfentwintig jaar oud was toen zijn broer Joahaz afgezet en gevankelijk naar Egypte weggevoerd werd, en dat hij dus de oudste van de zonen van Josia was; zij verklaren de plaats in 1 Kron. 3:15 dan niet als de natuurlijke eerstgeboorte, maar als de koninklijke opvolging, en menen dat Joahaz daarom bij zijn aanstelling gezalfd zou zijn, om zijn verkiezing beter te verzekeren tegen het verzet van zijn oudere broer Jojakim, zoals Salomo om zo'n reden gezalfd werd, 1 Kon. 1:34, 1 Kon. 1:39.

elf jaren Welverstaande, zo men zijn regering berekent van dien tijd af, dat hij de plaats zijns broeders bewaard heeft; hetwelk was terstond nadat zijn broeder in Egypte gevankelijk gevoerd was.

Hertaald: elf jaren Wel te verstaan: als men zijn regering rekent vanaf het moment dat hij de plaats van zijn broer innam, wat gebeurde vlak nadat zijn broer gevangen naar Egypte gevoerd was.

2 Koningen 23 vers 37

vaders Zie boven, vs.32.

Hertaald: vaders Zie hierboven vers 32.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jerobeam (zoon van Joas)  — het volk vermeerdert zich

Zoon van Joas, koning van Israël, eenenveertig jaren regerend; ook bekend als Jerobeam II. Hij herstelde de grenzen van Israël, naar het woord dat de HEERE door de profeet Jona had gesproken, en bracht het rijk tot grote welvaart, al bleef hij in de zonden van Jerobeam I wandelen (2 Kon. 14:23-29). Niet te verwarren met Jerobeam, de zoon van Nebat, de eerste koning van Israël.

Achaz  — hij heeft gegrepen

Zoon van Jotham en koning van Juda, die zestien jaren regeerde en, in tegenstelling tot zijn vader David, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij liet zelfs zijn zoon door het vuur gaan. Belegerd door Rezin van Syrië en Pekah van Israël, riep hij de hulp in van Tiglath-Pilezer van Assyrië, aan wie hij zich schatplichtig maakte, en liet naar Assyrisch voorbeeld een nieuw altaar in de tempel bouwen (2 Kon. 16).

Manasse  — doet vergeten

Zoon van Hizkia en Hefzi-bah; koning van Juda, die op twaalfjarige leeftijd aantrad en vijfenvijftig jaren regeerde — de langste regering van alle koningen van Juda. Hij maakte de hervormingen van zijn vader ongedaan, herbouwde de hoogten, diende Baäl en het hemelse heir, liet zijn zoon door het vuur gaan en vergoot zeer veel onschuldig bloed; om zijn zonden kondigde de HEERE de ondergang van Jeruzalem aan (2 Kon. 21:1-18).

Josia  — de HEERE geneest (of: ondersteunt)

Zoon van Amon en Jedida; koning van Juda vanaf zijn achtste jaar, eenendertig jaren regerend. Bij de herstelling van de tempel liet hij het wetboek terugvinden, hield daarop een groot volksverbond en een grondige hervorming: hij verwijderde alle afgodendienst, verontreinigde de hoogten (ook die van Beth-El, geheel volgens een oude profetie), en hield een pascha zoals sinds de richterentijd niet gehouden was. Er was geen koning zijns gelijke in toewijding aan de HEERE; hij sneuvelde bij Megiddo in de strijd tegen Farao Necho (2 Kon. 21:24-23:30).

Hilkia (de hogepriester)  — mijn deel is de HEERE

De hogepriester onder Josia, die tijdens de herstelling van de tempel het wetboek terugvond en aan Safan overhandigde (2 Kon. 22:4, 8). Niet te verwarren met Hilkia, de vader van Eljakim onder Hizkia.

Nathan-Melech  — de koning heeft gegeven

Een hoveling van Josia, in wiens vertrek te Jeruzalem de zonnepaarden stonden die Josia liet wegdoen bij zijn hervorming (2 Kon. 23:11).

Farao Necho  — (Egyptische farao-naam)

Koning van Egypte, die optrok tegen Assyrië; Josia trok hem tegemoet en sneuvelde te Megiddo. Later zette Necho Joahaz af en maakte Eljakim (Jojakim) koning in zijn plaats (2 Kon. 23:29-35).

Joahaz (zoon van Josia)  — de HEERE heeft gegrepen

Zoon van Josia en Hamutal; door het volk tot koning van Juda gemaakt na zijn vaders dood, maar na drie maanden door Farao Necho afgezet en gevangen naar Egypte gevoerd, waar hij stierf (2 Kon. 23:30-34). Niet te verwarren met Joahaz, de zoon van Jehu, koning van Israël.

Hamutal  — schoonvader is dauw (onzeker)

Dochter van Jeremia van Libna (niet de profeet); moeder van de koningen Joahaz en Zedekia van Juda (2 Kon. 23:31; 24:18).

Eljakim (zoon van Josia, Jojakim)  — God zal doen opstaan

Zoon van Josia en Zebudda; door Farao Necho als koning van Juda aangesteld in plaats van zijn broer Joahaz, die hij daarbij Jojakim noemde. Hij hief zware belastingen om Necho schatting te betalen, werd later schatplichtig aan Nebukadnezar van Babel, en kwam tegen hem in opstand (2 Kon. 23:34-24:6). Niet te verwarren met Eljakim, de zoon van Hilkia, de hofmeester van Hizkia.

Zebudda  — geschonken

Dochter van Pedaja, van Ruma; moeder van koning Jojakim van Juda (2 Kon. 23:36).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Het dal van de zoon van Hinnom (Tofeth)  — Hinnom: naam van onzekere afleiding, mogelijk een vroegere eigenaar; Tofeth: Hebreeuws, mogelijk "trommel(plaats)" — de trommels die er kennelijk geslagen werden om het geschrei van de kinderoffers te overstemmen

Ligging: Een dal direct ten zuiden en zuidwesten van Jeruzalem, waar het dal Hinnom het dal Kidron ontmoet.

Geschiedenis: Hier hadden reeds koning Achaz en, uitvoeriger, koning Manasse hun zonen "door het vuur doen gaan" ter ere van de afgod Molech (2 Kon. 16:3; 21:6; 2 Kron. 33:6). Koning Josia liet, als onderdeel van zijn grote hervorming, deze plaats, Tofeth genaamd, grondig verontreinigen, "opdat niemand zijn zoon of zijn dochter door het vuur Molech zou doen doorgaan" (2 Kon. 23:10).

Bijbelse betekenis: De profeet Jeremia kondigde later aan dat dit "dal des doods" om zijn gruwelen zelf tot een dal van slachting en oordeel zou worden (Jer. 7:31-32; 19:1-13) — en de Hebreeuwse naam van dit dal, Ge-Hinnom, werd in het Nieuwe Testament (als "Gehenna") de vaste, aangrijpende aanduiding die de Heere Jezus Zelf gebruikte voor de eeuwige straf van de hel (Matt. 5:22, 29-30; 10:28; Mark. 9:43-48) — een plaats van letterlijke, afschuwelijke kindermoord werd zo de blijvende Schriftuurlijke beeldspraak voor het vreselijkste, eeuwige oordeel van God over de zonde.

2 Kon. 16:3; 21:6; 23:10; 2 Kron. 33:6; Jer. 7:31-32; 19:1-13; Matt. 5:22, 29-30; 10:28; Mark. 9:43-48

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het verbond bij de pilaar (de reformatie van Josia)  — Josia leest het gevonden boek voor aan heel het volk en gaat het verbond aan om de HEERE na te wandelen "met ganser harte en met ganser ziele", waarna hij het land van zijn afgoderij zuivert en het pascha houdt (2 Kon. 23:3)

De koning verzamelt de oudsten en gaat op naar het huis des HEEREN. Met hem gaan alle inwoners van Jeruzalem, de priesters, de profeten en al het volk van de minste tot de meeste, en hij leest hun het boek des verbonds voor (2 Kon. 23:1-2). Staande bij de pilaar maakt hij een verbond voor Gods aangezicht om Zijn geboden, getuigenissen en inzettingen met heel het hart te houden, en het ganse volk staat in dit verbond (2 Kon. 23:3). Daarna laat hij alle gereedschap voor Baäl en het heir des hemels uit de tempel brengen en buiten Jeruzalem verbranden (2 Kon. 23:4). Hij zuivert ook de hoogten in de steden van Samaria (2 Kon. 23:19). Vervolgens gebiedt hij het pascha te houden zoals in het boek des verbonds geschreven is; een pascha als dit was er niet gehouden sinds de dagen der richteren (2 Kon. 23:21-23). Hij doet de waarzeggers, de terafim en alle verfoeiselen weg, opdat hij de woorden van de wet bevestigde (2 Kon. 23:24). Van hem geldt dat er vóór en na hem geen koning was die zich zó met heel zijn hart, ziel en kracht tot de HEERE bekeerde (2 Kon. 23:25).

Bijbelse betekenis: Alles in deze reformatie loopt via het voorgelezen boek. Het verbond bevestigt wat geschreven staat, de zuivering geschiedt opdat de woorden der wet bevestigd worden, en zelfs het pascha wordt gehouden gelijk in dat boek geschreven is. Zo hoort hervorming te verlopen: niet naar het inzicht van de koning, maar naar de tekst die hij zojuist heeft horen lezen. Opmerkelijk is verder wie erbij staan. Josia leest niet aan een raad van geleerden voor maar aan het hele volk, van de minste tot de meeste. En dat het pascha eeuwenlang niet zo gehouden was, laat zien hoe ver het verval reikte: het feest was niet afgeschaft, het was verschraald.

Typologie: Na de ballingschap gebeurt hetzelfde nog eenmaal, wanneer Ezra het wetboek voor de gemeente brengt, "beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen", en het van de morgen tot de middag voorleest (Neh. 8:2-4). Telkens als Israël werkelijk opknapt, begint het bij een opengeslagen boek en een luisterend volk.

2 Kon. 23:1-4,19,21-25; Neh. 8:2-4

Nochtans keerde zich de HEERE niet af  — na de beste reformatie die Juda ooit kende volgt de zwaarste zin van het boek: "Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had" (2 Kon. 23:26)

Onmiddellijk na de lof over Josia's bekering staat de mededeling dat Gods toorn tegen Juda niet geblust was (2 Kon. 23:26). De HEERE zegt dat Hij Juda van Zijn aangezicht wegdoen zal, zoals Hij Israël weggedaan heeft, en zelfs Jeruzalem en het huis waarvan Hij gezegd had dat Zijn Naam daar wezen zou (2 Kon. 23:27). Josia zelf sterft kort daarop te Megiddo (2 Kon. 23:29). Bij de eerste Babylonische strafexpedities herhaalt de verteller de reden: dit geschiedde naar het bevel des HEEREN om de zonden van Manasse, en om het onschuldig bloed waarmee hij Jeruzalem vervuld had, "daarom wilde de HEERE niet vergeven" (2 Kon. 24:3-4).

Bijbelse betekenis: Dit is de moeilijkste plaats van het boek, en zij moet niet verzacht worden. Een oprechte reformatie kan de gevolgen van een lange geschiedenis niet ongedaan maken. Er is een punt waarop God een volk aan de vrucht van zijn eigen keus overgeeft, en Josia's ijver hield dat wel tegen zolang hij leefde, maar hief het niet op. Twee dingen moeten daarbij vastgehouden worden. Het gaat hier over het oordeel over een volk en niet over de aanneming van een persoon; Manasse zelf werd verhoord toen hij zich verootmoedigde (zie het commentaar bij 2 Kron. 33:12-13). En het uitblijven van vergeving betreft de aangekondigde straf over land en stad, niet Gods onwil om een zondaar aan te nemen. Wie deze zin leest als een grens aan Gods genade, leest er meer in dan er staat; wie hem wegredeneert, leest er minder in.

Typologie: Tegen Jeremia werd in dezelfde jaren gezegd hoe onherroepelijk het geworden was: "Al stond Mozes en Samuel voor Mijn aangezicht, zo zou toch Mijn ziel tot dit volk niet wezen" (Jer. 15:1). Zelfs de grootste voorbidders kunnen een volk niet redden dat het geduld van God tot het uiterste beproefd heeft.

2 Kon. 23:26-29; 2 Kon. 24:3-4; 2 Kron. 33:12-13; Jer. 15:1

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Koningen 23

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content