Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Koningen 13

1 In het drie en twintigste jaar van Joas, den zoon van Ahazia, den koning van Juda, werd Joahaz, de zoon van Jehu, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zeventien jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het drieH7969 en twintigsteH6242 jaarH8141 van JoasH3101, den zoonH1121 van AhaziaH274, den koning van JudaH3063, werd JoahazH3059, de zoonH1121 van JehuH3058, koning overH5921 IsraelH3478, te SamariaH8111, en regeerde zeventienH7651 jarenH8141. In het drie en twintigste jaar van Joas, den zoon van Ahazia, den koning van Juda, werd Joahaz, de zoon van Jehu, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zeventien jaren.

Ook in dit vers koningH4427 koningH4428

KJV In the three3 and twentieth2 year1 of Joash5 the son6 of Ahaziah7 king8 of Judah9 Jehoahaz11 the son12 of Jehu13 began to reign10 over Israel15 in Samaria,16 and reigned seventeen17 years.4

1 בִּשְׁנַ֨ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְשָׁלֹשׁ֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 לְיוֹאָ֥שׁ H3101 Joas Joash 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אֲחַזְיָ֖הוּ H274 Ahazia Ahaziah 8 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 10 מָ֠לַךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 יְהוֹאָחָ֨ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 יֵה֤וּא H3058 Jehu Jehu 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 17 שְׁבַ֥ע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 18 עֶשְׂרֵ֖ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 19 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde na de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed; hij week daarvan niet af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; want hij wandeldeH3212 naH310 de zondenH2403 van JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028, dieH834 IsraelH3478 zondigenH2398 deed; hij weekH5493 daarvan nietH3808 af. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde na de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed; hij week daarvan niet af.

KJV And he did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD,4 and followed5 the sins7 of Jeroboam8 the son9 of Nebat,10 which made Israel14 to sin;12 he departed16 not therefrom.

1 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַ֠יֵּלֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 אַחַ֨ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 7 חַטֹּ֜את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 8 יָרָבְעָ֧ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 נְבָ֛ט H5028 Nebat Nebat 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הֶחֱטִ֥יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 סָ֥ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 17 מִמֶּֽנָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarom ontstak des HEEREN toorn tegen Israel; en Hij gaf hen in de hand van Hazael, den koning van Syrie, en in de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, al die dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarom ontstakH2734 des HEERENH3068 toornH639 tegen IsraelH3478; en Hij gafH5414 hen in de handH3027 van HazaelH2371, den koningH4428 van SyrieH758, en in de handH3027 van BenhadadH1130, den zoonH1121 van HazaelH2371, alH3605 die dagenH3117. Daarom ontstak des HEEREN toorn tegen Israel; en Hij gaf hen in de hand van Hazael, den koning van Syrie, en in de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, al die dagen.

KJV And the anger2 of the LORD3 was kindled1 against Israel,4 and he delivered5 them into the hand6 of Hazael7 king8 of Syria,9 and into the hand10 of Benhadad11 the son13 of Hazael,14 all their days.16

1 וַיִּֽחַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 2 אַ֥ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בְּיִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַֽיִּתְּנֵ֞ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 חֲזָאֵ֣ל H2371 Hazael Hazael 8 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אֲרָ֗ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 10 וּבְיַ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 בֶּן H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 12 הֲדַ֥ד H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 חֲזָאֵ֖ל H2371 Hazael Hazael 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch Joahaz bad des HEEREN aangezicht ernstelijk aan; en de HEERE verhoorde hem; want Hij zag de verdrukking van Israel, dat de koning van Syrie hen verdrukte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doch JoahazH3059 badH2470 des HEERENH3068 aangezichtH6440 ernstelijkH2470 aanH413; en de HEEREH3068 verhoordeH8085 hem; wantH3588 Hij zagH7200 de verdrukkingH3906 van IsraelH3478, datH3588 de koningH4428 van SyrieH758 hen verdrukteH3905. Doch Joahaz bad des HEEREN aangezicht ernstelijk aan; en de HEERE verhoorde hem; want Hij zag de verdrukking van Israel, dat de koning van Syrie hen verdrukte.

KJV And Jehoahaz2 besought1 the LORD,5 and the LORD8 hearkened6 unto4 him: for he saw10 the oppression12 of Israel,13 because the king17 of Syria18 oppressed15 them.

1 וַיְחַ֥ל H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 2 יְהוֹאָחָ֖ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 רָאָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 לַ֣חַץ H3906 onderdrukking, bedruktheid, verdrukking affliction, oppression 13 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 לָחַ֥ץ H3905 dringt, drongen, klemde afflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self 16 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 אֲרָֽם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 (Zo gaf de HEERE Israel een verlosser, dat zij van onder de hand der Syriers uitkwamen; en de kinderen Israels woonden in hun tenten, als te voren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 (Zo gafH5414 de HEEREH3068 IsraelH3478 een verlosserH3467, dat zij van onderH8478 de handH3027 der SyriersH758 uitkwamenH3318; en de kinderenH1121 IsraelsH3478 woondenH3427 in hun tentenH168, als te vorenH8032. (Zo gaf de HEERE Israel een verlosser, dat zij van onder de hand der Syriers uitkwamen; en de kinderen Israels woonden in hun tenten, als te voren.

KJV (And the LORD2 gave1 Israel3 a saviour,4 so that they went out5 from under the hand7 of the Syrians:8 and the children10 of Israel11 dwelt9 in their tents,12 as beforetime.14

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לְיִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 מוֹשִׁ֔יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 5 וַיֵּ֣צְא֔וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 מִתַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 אֲרָ֑ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 9 וַיֵּשְׁב֧וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 בְּאָהֳלֵיהֶ֖ם H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 13 כִּתְמ֥וֹל H8543 gisteren, voren, eergisteren [phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday 14 שִׁלְשֽׁוֹם H8032 eergisteren, gisteren, voren [phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Nochtans weken zij niet af van de zonden van het huis van Jerobeam, die Israel zondigen deed; maar hij wandelde daarin; en het bos bleef ook staan te Samaria.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Nochtans wekenH5493 zij nietH3808 af van de zondenH2403 van het huisH1004 van JerobeamH3379, dieH834 IsraelH3478 zondigenH2398 deed; maar hij wandeldeH1980 daarin; en het bosH842 bleefH5975 ookH1571 staan te SamariaH8111.) Nochtans weken zij niet af van de zonden van het huis van Jerobeam, die Israel zondigen deed; maar hij wandelde daarin; en het bos bleef ook staan te Samaria.)

KJV Nevertheless they departed3 not from the sins4 of the house5 of Jeroboam,6 who made Israel10 sin,8 but walked12 therein: and there remained15 the grove14 also in Samaria.)16

1 אַ֠ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 סָ֜רוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 4 מֵחַטֹּ֧אות H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 5 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יָרָבְעָ֛ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 הֶחֱטִ֥יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 בָּ֣הּ 12 הָלָ֑ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 13 וְגַם֙ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 הָאֲשֵׁרָ֔ה H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 15 עָמְדָ֖ה H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 בְּשֹׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want hij had Joahaz geen volk laten overblijven dan vijftig ruiteren en tien wagenen, en tien duizend voetvolks; want de koning van Syrie had hen omgebracht, en had hen dorsende gemaakt als stof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Want hij had JoahazH3059 geenH3808 volkH5971 laten overblijvenH7604 dan vijftigH2572 ruiterenH6571 en tienH6235 wagenenH7393, en tienH6235 duizendH505 voetvolksH7273; wantH3588 de koningH4428 van SyrieH758 had hen omgebrachtH6, en had hen dorsendeH1758 gemaakt als stofH6083. Want hij had Joahaz geen volk laten overblijven dan vijftig ruiteren en tien wagenen, en tien duizend voetvolks; want de koning van Syrie had hen omgebracht, en had hen dorsende gemaakt als stof.

KJV Neither did he leave3 of the people5 to Jehoahaz4 but fifty8 horsemen,9 and ten10 chariots,11 and ten12 thousand13 footmen;14 for the king17 of Syria18 had destroyed16 them, and had made19 them like the dust20 by threshing.21

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹא֩ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 הִשְׁאִ֨יר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 4 לִיהוֹאָחָ֜ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 5 עָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 חֲמִשִּׁ֤ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 9 פָּֽרָשִׁים֙ H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 10 וַעֲשָׂ֣רָה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 11 רֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 12 וַעֲשֶׂ֥רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 13 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 רַגְלִ֑י H7273 voet, voetvolks, voetgangers (on) foot(-man) 15 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אִבְּדָם֙ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 17 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 אֲרָ֔ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 19 וַיְשִׂמֵ֥ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 20 כֶּֽעָפָ֖ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 21 לָדֻֽשׁ H1758 dorsen, dorst, verdorst break, tear, thresh, tread out (down), at grass (Jeremiah 50:11, by mistake for H1877 (דֶּשֶׁא))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Het overige nu der geschiedenissen van Joahaz, en al wat hij gedaan heeft, en al zijn macht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JoahazH3059, en alH3605 watH834 hij gedaanH6213 heeft, en al zijn machtH1369, zijn die nietH3808 geschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478? Het overige nu der geschiedenissen van Joahaz, en al wat hij gedaan heeft, en al zijn macht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?

KJV Now the rest1 of the acts2 of Jehoahaz,3 and all that he did,6 and his might,7 are they not written10 in the book12 of the chronicles13 of the kings15 of Israel?16

1 וְיֶ֨תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֧י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוֹאָחָ֛ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וּגְבוּרָת֑וֹ H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 8 הֲלוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 10 כְּתוּבִ֗ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 סֵ֛פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 13 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 הַיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 לְמַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Joahaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem te Samaria; en Joas, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En JoahazH3059 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem te SamariaH8111; en JoasH3101, zijn zoonH1121, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478. En Joahaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem te Samaria; en Joas, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.

KJV And Jehoahaz2 slept1 with his fathers;4 and they buried5 him in Samaria:6 and Joash8 his son9 reigned7 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 יְהֽוֹאָחָז֙ H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַֽיִּקְבְּרֻ֖הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בְּשֹׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 7 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 8 יוֹאָ֥שׁ H3101 Joas Joash 9 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 In het zeven en dertigste jaar van Joas, den koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joahaz, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zestien jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 In het zevenH7651 en dertigsteH7970 jaarH8141 van Joas, den koning van JudaH3063, werd Joas, de zoonH1121 van JoahazH3059, koning overH5921 IsraelH3478, te SamariaH8111, en regeerde zestienH8337 jarenH8141. In het zeven en dertigste jaar van Joas, den koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joahaz, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zestien jaren.

Ook in dit vers Joas 2H3060 JoasH3101 koningH4427 koningH4428

KJV In the thirty2 and seventh3 year1 of Joash5 king6 of Judah7 began Jehoash9 the son10 of Jehoahaz11 to reign8 over Israel13 in Samaria,14 and reigned sixteen15 years.4

1 בִּשְׁנַ֨ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 שְׁלֹשִׁ֤ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 וָשֶׁ֨בַע֙ H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 לְיוֹאָ֖שׁ H3101 Joas Joash 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 8 מָ֠לַךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 9 יְהוֹאָ֨שׁ H3060 Joas Jehoash. Compare H3101 (יוֹאָשׁ) 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יְהוֹאָחָ֤ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 15 שֵׁ֥שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 16 עֶשְׂרֵ֖ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 17 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van al de zonden van Jerobeam, dien zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, maar hij wandelde daarin.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; hij weekH5493 nietH3808 af van alH3605 de zondenH2403 van JerobeamH3379, dien zoonH1121 van NebatH5028, dieH834 IsraelH3478 zondigenH2398 deed, maar hij wandeldeH1980 daarin. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van al de zonden van Jerobeam, dien zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, maar hij wandelde daarin.

KJV And he did1 that which was evil2 in the sight3 of the LORD;4 he departed6 not from all the sins8 of Jeroboam9 the son10 of Nebat,11 who made Israel15 sin:13 but he walked17 therein.

1 וַיַּֽעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 סָ֗ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 חַטֹּ֞אות H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 9 יָרָבְעָ֧ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 נְבָ֛ט H5028 Nebat Nebat 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הֶחֱטִ֥יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 בָּ֥הּ 17 הָלָֽךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Het overige nu der geschiedenissen van Joas, en al wat hij gedaan heeft, en zijn macht, waarmede hij gestreden heeft tegen Amazia, den koning van Juda, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JoasH3101, en alH3605 watH834 hij gedaanH6213 heeft, en zijn machtH1369, waarmede hij gestredenH3898 heeft tegen AmaziaH558, den koningH4428 van JudaH3063, zijn die nietH3808 geschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478? Het overige nu der geschiedenissen van Joas, en al wat hij gedaan heeft, en zijn macht, waarmede hij gestreden heeft tegen Amazia, den koning van Juda, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?

KJV And the rest1 of the acts2 of Joash,3 and all that he did,6 and his might7 wherewith he fought9 against Amaziah11 king12 of Judah,13 are they not written16 in the book18 of the chronicles19 of the kings21 of Israel?22

1 וְיֶ֨תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֤י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יוֹאָשׁ֙ H3101 Joas Joash 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וּגְב֣וּרָת֔וֹ H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 נִלְחַ֔ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 10 עִ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 אֲמַצְיָ֣ה H558 Amazia Amaziah 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 14 הֲלֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 כְּתוּבִ֗ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 סֵ֛פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 19 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 20 הַיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 21 לְמַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 22 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Joas ontsliep met zijn vaderen, en Jerobeam zat op zijn troon. En Joas werd begraven te Samaria, bij de koningen van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En JoasH3101 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en JerobeamH3379 zat opH5921 zijn troonH3678. En JoasH3101 werd begravenH6912 te SamariaH8111, bij de koningenH4428 van IsraelH3478. En Joas ontsliep met zijn vaderen, en Jerobeam zat op zijn troon. En Joas werd begraven te Samaria, bij de koningen van Israel.

KJV And Joash2 slept1 with his fathers;4 and Jeroboam5 sat6 upon his throne:8 and Joash10 was buried9 in Samaria11 with the kings13 of Israel.14

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 יוֹאָשׁ֙ H3101 Joas Joash 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וְיָרָבְעָ֖ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 6 יָשַׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 כִּסְא֑וֹ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 9 וַיִּקָּבֵ֤ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 10 יוֹאָשׁ֙ H3101 Joas Joash 11 בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 12 עִ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf; en Joas, de koning van Israel, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiteren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ElisaH477 nu was krankH2470 geweest van zijn krankheidH2483, van dewelkeH834 hij stierfH4191; en JoasH3101, de koningH4428 van IsraelH3478, was totH413 hem afgekomenH3381, en had geweendH1058 overH5921 zijn aangezichtH6440, en gezegdH559: Mijn vaderH1, mijn vaderH1, wagenH7393 IsraelsH3478 en zijn ruiterenH6571! Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf; en Joas, de koning van Israel, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiteren!

KJV Now Elisha1 was fallen sick2 of his sickness4 whereof he died.6 And Joash10 the king11 of Israel12 came down8 unto him, and wept13 over his face,15 and said,16 O my father,17 my father,18 the chariot19 of Israel,20 and the horsemen21 thereof.

1 וֶֽאֱלִישָׁע֙ H477 Elisa Elisha 2 חָלָ֣ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חָלְי֔וֹ H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יָמ֖וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 בּ֑וֹ 8 וַיֵּ֨רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יוֹאָ֣שׁ H3101 Joas Joash 11 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 וַיֵּ֤בְךְּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 פָּנָיו֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 וַיֹּאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 אָבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 אָבִ֔י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 19 רֶ֥כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 20 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 21 וּפָרָשָֽׁיו H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Elisa zeide tot hem: Neem een boog en pijlen. En hij nam tot zich een boog en pijlen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En ElisaH477 zeideH559 tot hem: NeemH3947 een boogH7198 en pijlenH2671. En hij namH3947 totH413 zich een boogH7198 en pijlenH2671. En Elisa zeide tot hem: Neem een boog en pijlen. En hij nam tot zich een boog en pijlen.

KJV And Elisha3 said1 unto him, Take4 bow5 and arrows.6 And he took7 unto him bow9 and arrows.10

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לוֹ֙ 3 אֱלִישָׁ֔ע H477 Elisa Elisha 4 קַ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 קֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 6 וְחִצִּ֑ים H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 7 וַיִּקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 קֶ֥שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 10 וְחִצִּֽים H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij zeide tot den koning van Israel: Leg uw hand aan den boog, en hij leide zijn hand daaraan; en Elisa leide zijn handen op des konings handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij zeideH559 tot den koningH4428 van IsraelH3478: LegH7392 uw handH3027 aanH5921 den boogH7198, en hij leide zijn handH3027 daaraan; en ElisaH477 leide zijn handenH3027 opH5921 des koningsH4428 handenH3027. En hij zeide tot den koning van Israel: Leg uw hand aan den boog, en hij leide zijn hand daaraan; en Elisa leide zijn handen op des konings handen.

Ook in dit vers leideH7392 leideH7760

KJV And he said1 to the king2 of Israel,3 Put4 thine hand5 upon the bow.7 And he put8 his hand9 upon it: and Elisha11 put10 his hands12 upon the king's15 hands.14

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הַרְכֵּ֤ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 5 יָֽדְךָ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַקֶּ֔שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 8 וַיַּרְכֵּ֖ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 9 יָד֑וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 וַיָּ֧שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 אֱלִישָׁ֛ע H477 Elisa Elisha 12 יָדָ֖יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 יְדֵ֥י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hij zeide: Doe het venster open tegen het oosten. En hij deed het open. Toen zeide Elisa: Schiet. En hij schoot. En hij zeide: Het is een pijl der verlossing des HEEREN, en een pijl der verlossing tegen de Syriers; want gij zult de Syriers slaan in Afek, tot verdoens toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En hij zeideH559: Doe het vensterH2474 openH6605 tegen het oostenH6924. En hij deed het openH6605. Toen zeideH559 ElisaH477: SchietH3384. En hij schootH3384. En hij zeideH559: Het is een pijlH2671 der verlossingH8668 des HEERENH3068, en een pijlH2671 der verlossingH8668 tegen de SyriersH758; want gij zult de SyriersH758 slaanH5221 in AfekH663, totH5704 verdoensH3615 toe. En hij zeide: Doe het venster open tegen het oosten. En hij deed het open. Toen zeide Elisa: Schiet. En hij schoot. En hij zeide: Het is een pijl der verlossing des HEEREN, en een pijl der verlossing tegen de Syriers; want gij zult de Syriers slaan in Afek, tot verdoens toe.

KJV And he said,1 Open2 the window3 eastward.4 And he opened5 it. Then Elisha7 said,6 Shoot.8 And he shot.9 And he said,10 The arrow11 of the LORD'S13 deliverance,12 and the arrow14 of deliverance15 from Syria:16 for thou shalt smite17 the Syrians19 in Aphek,20 till thou have consumed22 them.

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 פְּתַ֧ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 3 הַחַלּ֛וֹן H2474 venster, vensteren, vensters window 4 קֵ֖דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 5 וַיִּפְתָּ֑ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֱלִישָׁ֤ע H477 Elisa Elisha 8 יְרֵה֙ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 9 וַיּ֔וֹר H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 10 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 חֵץ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 12 תְּשׁוּעָ֤ה H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 13 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וְחֵ֣ץ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 15 תְּשׁוּעָ֣ה H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 16 בַֽאֲרָ֔ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 17 וְהִכִּיתָ֧ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אֲרָ֛ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 20 בַּאֲפֵ֖ק H663 Afek, Afik Aphek, Aphik 21 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 כַּלֵּֽה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna zeide hij: Neem de pijlen. En hij nam ze. Toen zeide hij tot den koning van Israel: Sla tegen de aarde. En hij sloeg driemaal; daarna stond hij stil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna zeideH559 hij: NeemH3947 de pijlenH2671. En hij namH3947 ze. Toen zeideH559 hij tot den koningH4428 van IsraelH3478: SlaH5221 tegen de aardeH776. En hij sloegH5221 driemaalH7969; daarna stond hij stil. Daarna zeide hij: Neem de pijlen. En hij nam ze. Toen zeide hij tot den koning van Israel: Sla tegen de aarde. En hij sloeg driemaal; daarna stond hij stil.

Ook in dit vers stond stilH5975

KJV And he said,1 Take2 the arrows. And he took4 them. And he said5 unto the king6 of Israel,7 Smite8 upon the ground.9 And he smote10 thrice,11 and stayed.13

1 וַיֹּ֛אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 הַחִצִּ֖ים H2678 pijl, pijls arrow 4 וַיִּקָּ֑ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לְמֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 הַךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 אַ֔רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וַיַּ֥ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 שָֽׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 12 פְּעָמִ֖ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 13 וַֽיַּעֲמֹֽד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen werd de man Gods zeer toornig op hem, en zeide: Gij zoudt vijfmaal of zesmaal geslagen hebben; dan zoudt gij de Syriers tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriers driemaal slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen werd de manH376 GodsH430 zeer toornigH7107 opH5921 hem, en zeideH559: Gij zoudt vijfmaalH2568 ofH176 zesmaalH8337 geslagenH5221 hebben; dan zoudt gij de SyriersH758 totH5704 verdoensH3615 toe geslagenH5221 hebben; doch nuH6258 zult gij de SyriersH758 driemaalH7969 slaanH5221. Toen werd de man Gods zeer toornig op hem, en zeide: Gij zoudt vijfmaal of zesmaal geslagen hebben; dan zoudt gij de Syriers tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriers driemaal slaan.

KJV And the man3 of God4 was wroth1 with him, and said,5 Thou shouldest have smitten6 five7 or six9 times;10 then hadst thou smitten12 Syria14 till thou hadst consumed16 it: whereas now thou shalt smite20 Syria22 but thrice.18

1 וַיִּקְצֹ֨ף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 2 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 הָאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לְהַכּ֨וֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 חָמֵ֤שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 8 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 9 שֵׁשׁ֙ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 10 פְּעָמִ֔ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 11 אָ֛ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 12 הִכִּ֥יתָ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֲרָ֖ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 15 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 כַּלֵּ֑ה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 17 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 18 שָׁלֹ֥שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 19 פְּעָמִ֖ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 20 תַּכֶּ֥ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 אֲרָֽם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Daarna stierf Elisa, en zij begroeven hem. De benden nu der Moabieten kwamen in het land met het ingaan des jaars.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Daarna stierfH4191 ElisaH477, en zij begroevenH6912 hem. De bendenH1416 nu der MoabietenH4124 kwamen in het landH776 met het ingaanH935 des jaarsH8141. Daarna stierf Elisa, en zij begroeven hem. De benden nu der Moabieten kwamen in het land met het ingaan des jaars.

KJV And Elisha2 died,1 and they buried3 him. And the bands4 of the Moabites5 invaded6 the land7 at the coming in8 of the year.9

1 וַיָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 אֱלִישָׁ֖ע H477 Elisa Elisha 3 וַֽיִּקְבְּרֻ֑הוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 4 וּגְדוּדֵ֥י H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 5 מוֹאָ֛ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 6 יָבֹ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 בָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En het geschiedde, als zij een man begroeven, dat zij, ziet, een bende zagen; zo wierpen zij den man in het graf van Elisa; en toen de man daarin kwam, en het gebeente van Elisa aanroerde, werd hij levend, en rees op zijn voeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En het geschieddeH1961, als zij een manH376 begroevenH6912, dat zij, zietH2009, een bendeH1416 zagenH7200; zo wierpenH7993 zij den manH376 in het grafH6913 van ElisaH477; en toen de manH376 daarin kwam, en het gebeenteH6106 van ElisaH477 aanroerdeH5060, werd hij levendH2421, en reesH6965 opH5921 zijn voetenH7272. En het geschiedde, als zij een man begroeven, dat zij, ziet, een bende zagen; zo wierpen zij den man in het graf van Elisa; en toen de man daarin kwam, en het gebeente van Elisa aanroerde, werd hij levend, en rees op zijn voeten.

KJV And it came to pass, as they were burying3 a man,4 that, behold, they spied6 a band8 of men; and they cast9 the man11 into the sepulchre12 of Elisha:13 and when the man16 was let down,14 and touched15 the bones17 of Elisha,18 he revived,19 and stood up20 on his feet.22

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 קֹבְרִ֣ים H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 4 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 וְהִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 רָא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַגְּד֔וּד H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 9 וַיַּשְׁלִ֥יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 בְּקֶ֣בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 13 אֱלִישָׁ֑ע H477 Elisa Elisha 14 וַיֵּ֜לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 15 וַיִּגַּ֤ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 16 הָאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 בְּעַצְמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 18 אֱלִישָׁ֔ע H477 Elisa Elisha 19 וַיְחִ֖י H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 20 וַיָּ֥קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 רַגְלָֽיו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hazael nu, de koning van Syrie, verdrukte Israel, al de dagen van Joahaz.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 HazaelH2371 nu, de koningH4428 van SyrieH758, verdrukteH3905 IsraelH3478, alH3605 de dagenH3117 van JoahazH3059. Hazael nu, de koning van Syrie, verdrukte Israel, al de dagen van Joahaz.

KJV But Hazael1 king2 of Syria3 oppressed4 Israel6 all the days8 of Jehoahaz.9

1 וַֽחֲזָאֵל֙ H2371 Hazael Hazael 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֲרָ֔ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 4 לָחַ֖ץ H3905 dringt, drongen, klemde afflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יְמֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 יְהוֹאָחָֽז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Doch de HEERE was hun genadig, en ontfermde Zich hunner, en wendde Zich tot hen, om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob; en Hij wilde hen niet verderven, en heeft hen niet verworpen van Zijn aangezicht, tot nu toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Doch de HEEREH3068 was hun genadigH2603, en ontfermdeH7355 Zich hunner, en wenddeH6437 Zich tot hen, omH4616 Zijns verbondsH1285 wil metH854 AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290; en Hij wildeH14 hen niet verdervenH7843, en heeft hen nietH3808 verworpenH7993 van Zijn aangezichtH6440, tot nuH6258 toeH5704. Doch de HEERE was hun genadig, en ontfermde Zich hunner, en wendde Zich tot hen, om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob; en Hij wilde hen niet verderven, en heeft hen niet verworpen van Zijn aangezicht, tot nu toe.

KJV And the LORD2 was gracious1 unto them, and had compassion4 on them, and had respect5 unto them, because of7 his covenant8 with Abraham,10 Isaac,11 and Jacob,12 and would14 not destroy15 them, neither cast17 he them from his presence19 as yet.20

1 וַיָּחָן֩ H2603 genadig, wees genadig, ontfermt beseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֹתָ֤ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 וַֽיְרַחֲמֵם֙ H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 5 וַיִּ֣פֶן H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 6 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 8 בְּרִית֔וֹ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 9 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 11 יִצְחָ֣ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 12 וְיַֽעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 13 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 אָבָה֙ H14 wilde, willen, wilden consent, rest content will, be willing 15 הַשְׁחִיתָ֔ם H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 16 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 הִשְׁלִיכָ֥ם H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 18 מֵֽעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 פָּנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 21 עָֽתָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Hazael, de koning van Syrie, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En HazaelH2371, de koning van SyrieH758, stierfH4191, en zijn zoonH1121 BenhadadH1130 werd koning in zijn plaatsH8478. En Hazael, de koning van Syrie, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats.

Ook in dit vers koningH4427 koningH4428

KJV So Hazael2 king3 of Syria4 died;1 and Benhadad6 his son8 reigned5 in his stead.

1 וַיָּ֖מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 חֲזָאֵ֣ל H2371 Hazael Hazael 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 אֲרָ֑ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 5 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 6 בֶּן H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 7 הֲדַ֥ד H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 8 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Joas nu, de zoon van Joahaz, nam de steden weder in, uit de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, die hij uit de hand van Joahaz, zijn vader, met krijg genomen had; Joas sloeg hem driemaal, en bracht de steden aan Israel weder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Joas nu, de zoonH1121 van JoahazH3059, namH3947 de stedenH5892 weder in, uit de handH3027 van BenhadadH1130, den zoonH1121 van HazaelH2371, dieH834 hij uit de handH3027 van JoahazH3059, zijn vaderH1, met krijgH4421 genomenH3947 had; JoasH3101 sloegH5221 hem driemaalH7969, en brachtH7725 de stedenH5892 aan IsraelH3478 weder. Joas nu, de zoon van Joahaz, nam de steden weder in, uit de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, die hij uit de hand van Joahaz, zijn vader, met krijg genomen had; Joas sloeg hem driemaal, en bracht de steden aan Israel weder.

Ook in dit vers Joas 2H3060

KJV And Jehoash2 the son3 of Jehoahaz4 took5 again1 out of the hand8 of Benhadad9 the son11 of Hazael12 the cities,7 which he had taken14 out of the hand15 of Jehoahaz16 his father17 by war.18 Three19 times20 did Joash22 beat21 him, and recovered23 the cities25 of Israel.26

1 וַיָּ֜שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 יְהוֹאָ֣שׁ H3060 Joas Jehoash. Compare H3101 (יוֹאָשׁ) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְהוֹאָחָ֗ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 5 וַיִּקַּ֤ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הֶֽעָרִים֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 מִיַּד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 בֶּן H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 10 הֲדַ֣ד H1130 Benhadad, Benhadads Benhadad 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 חֲזָאֵ֔ל H2371 Hazael Hazael 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לָקַ֗ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 מִיַּ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 יְהוֹאָחָ֥ז H3059 Joahaz Jehoahaz. Compare H3099 (יוֹאָחָז) 17 אָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 בַּמִּלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 19 שָׁלֹ֤שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 20 פְּעָמִים֙ H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 21 הִכָּ֣הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 22 יוֹאָ֔שׁ H3101 Joas Joash 23 וַיָּ֖שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 26 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 13:1 2 Koningen 10:35 2 Koningen 11:21 2 Koningen 8:26 2 Koningen 11:4
2 Koningen 13:2 1 Koningen 12:26 1 Koningen 14:16 2 Koningen 10:29 2 Koningen 13:11 Hosea 5:11
2 Koningen 13:3 Richteren 2:14 1 Koningen 19:17 2 Koningen 13:24 2 Koningen 12:17 Jesaja 10:5 Richteren 10:7 Hebreeën 12:29 2 Koningen 13:22
2 Koningen 13:4 2 Koningen 14:26 Exodus 3:7 Psalmen 78:34 Exodus 3:9 Numeri 21:7 Richteren 10:10 Jeremia 33:3 Genesis 21:17
2 Koningen 13:5 Nehemia 9:27 2 Koningen 13:25 2 Koningen 14:25 2 Koningen 14:27 1 Samuël 19:7 Deuteronomium 19:4 1 Kronieken 11:2 Exodus 4:10
2 Koningen 13:6 1 Koningen 16:33 2 Koningen 13:2 2 Koningen 17:20 2 Koningen 17:16 2 Koningen 18:4 2 Koningen 23:4 Deuteronomium 32:15 1 Koningen 15:3
2 Koningen 13:7 Amos 1:3 2 Koningen 10:32 Jesaja 41:15 Psalmen 18:42 1 Samuël 13:6 2 Koningen 8:12 Joël 3:14 1 Samuël 13:19
2 Koningen 13:8 2 Koningen 10:34 1 Koningen 14:31 1 Koningen 11:4 1 Koningen 14:29 1 Koningen 14:19
2 Koningen 13:9 2 Koningen 13:13 2 Koningen 10:35 2 Koningen 13:10 2 Koningen 14:8 1 Koningen 14:13
2 Koningen 13:11 2 Koningen 13:2 2 Koningen 10:29 2 Koningen 13:6 2 Koningen 3:3
2 Koningen 13:12 2 Koningen 13:14 2 Koningen 14:25 2 Kronieken 25:17 2 Koningen 14:8
2 Koningen 13:13 1 Koningen 1:21 1 Koningen 11:31 1 Koningen 2:10 2 Samuël 7:12 2 Koningen 14:28
2 Koningen 13:14 2 Koningen 2:12 Spreuken 11:11 Handelingen 13:36 Johannes 11:3 2 Koningen 20:1 Psalmen 12:1 Markus 6:20 Filippenzen 2:26
2 Koningen 13:16 Psalmen 144:1 Genesis 49:24 2 Koningen 4:34
2 Koningen 13:17 1 Koningen 20:26 1 Korinthe 1:18 Exodus 4:2 Exodus 4:17 Richteren 7:9 2 Koningen 5:10 1 Samuël 4:1 Johannes 11:39
2 Koningen 13:18 2 Koningen 4:6 Ezechiël 5:1 Exodus 17:11 Jesaja 20:2 Ezechiël 4:1 Ezechiël 12:1
2 Koningen 13:19 2 Koningen 13:25 2 Koningen 6:9 Markus 3:5 Numeri 16:15 2 Koningen 4:16 Markus 6:5 2 Koningen 1:9 2 Koningen 4:40
2 Koningen 13:20 2 Koningen 24:2 2 Koningen 3:7 Richteren 6:3 2 Koningen 3:24 2 Kronieken 24:16 Handelingen 8:2 2 Koningen 6:23 Richteren 3:12
2 Koningen 13:21 Ezechiël 37:1 Openbaring 11:11 Johannes 11:44 Johannes 5:28 Handelingen 5:15 Jesaja 26:19 2 Koningen 4:35 Johannes 5:25
2 Koningen 13:22 2 Koningen 8:12 Psalmen 106:40 2 Koningen 13:3
2 Koningen 13:23 2 Koningen 14:27 Genesis 13:16 1 Koningen 8:28 2 Koningen 24:20 2 Koningen 17:18 Exodus 2:24 Genesis 17:2 Exodus 3:6
2 Koningen 13:24 Psalmen 125:3 Lukas 18:7
2 Koningen 13:25 2 Koningen 13:18 2 Koningen 10:32 2 Koningen 14:25
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 13 vers 1

Jóahaz, Hebreeuws, Jehoachaz.

Hertaald: Jóahaz, Hebreeuws: Jehoachaz.

en regeerde Dit woord is hier ingevoegd, gelijk ook onder, vs.10, uit 2 Kon. 3:1, en 2 Kon. 8:17, 2 Kon. 8:26, en 2 Kon. 12:1. Zie ook 1 Kon. 15:33.

Hertaald: en regeerde Dit woord is hier ingevoegd, evenals hieronder in vers 10, op grond van 2 Kon. 3:1, en 2 Kon. 8:17, 2 Kon. 8:26, en 2 Kon. 12:1. Zie ook 1 Kon. 15:33.

zeventien jaren Waarvan de laatste twee hem met zijn zoon gemeen zijn. Zie onder, vs.10, 22.

Hertaald: zeventien jaren Waarvan hij de laatste twee samen met zijn zoon regeerde. Zie hieronder vers 10 en 22.

2 Koningen 13 vers 2

na de zonden Versta, voornamelijk de afgoderij van hem ingesteld, die de Israëlieten, naast zijn bevel en exempel, met de gouden kalven bedreven. Zie 1 Kon. 12:26, enz., en boven, 2 Kon. 10:29. Alzo onder, vs.6, 11.

Hertaald: na de zonden Versta hieronder vooral de afgoderij die hij ingesteld had en die de Israëlieten, naar zijn bevel en voorbeeld, met de gouden kalveren bedreven. Zie 1 Kon. 12:26, enzovoort, en hierboven 2 Kon. 10:29. Zo ook hieronder vers 6 en 11.

daarvan niet af Of, van geen derzelve; te weten, zonden.

Hertaald: daarvan niet af Of: van geen daarvan; namelijk van die zonden.

2 Koningen 13 vers 3

gaf hen Te weten, de Israëlieten, die God alzo overgaf in het geweld der Syriërs, dat zij van dezelve verslagen en verdrukt werden, met verlies van een deel huns lands.

Hertaald: gaf hen Namelijk: de Israëlieten, die God zo overgaf in de macht van de Syriërs dat zij door hen verslagen en onderdrukt werden, met verlies van een deel van hun land.

al die dagen Te weten, van Joahaz, den koning Israëls; namelijk, zolang als hij alleen regeerde. Alzo ook onder, vs.22.

Hertaald: al die dagen Namelijk: van Joahaz, de koning van Israël; dat wil zeggen zolang hij alleen regeerde. Zo ook hieronder vers 22.

2 Koningen 13 vers 4

Hij zag Dit is menselijkerwijze van God gesproken, en betekent zijn vaderlijke zorg en weldadigheid over degenen, die verdrukt zijn en met bekering des harten hun toevlucht tot hem nemen. Zie Gen. 31:42.

Hertaald: Hij zag Dit is op menselijke wijze over God gesproken en duidt op Zijn vaderlijke zorg en goedheid voor hen die verdrukt worden en met bekering van het hart hun toevlucht tot Hem nemen. Zie Gen. 31:42.

2 Koningen 13 vers 5

verlosser, Namelijk, Joas, den zoon van Joahaz. Zie onder, vs.25.

Hertaald: verlosser, Namelijk: Joas, de zoon van Joahaz. Zie hieronder vers 25.

de hand Dat is, gebied. Zie Gen. 16:6; Num. 31:49.

Hertaald: de hand Dat is: het gezag. Zie Gen. 16:6; Num. 31:49.

in hun tenten, Dat is, in hun huizen en woningen. De Heilige Schriftuur houdt deze manier van spreken, ziende op de wijze van doen der patriarchen en der Israëlieten in de woestijn, waar zij in tenten woonden. Zie Deut. 16:7.

Hertaald: in hun tenten, Dat is: in hun huizen en woningen. De Heilige Schrift houdt deze manier van spreken aan met het oog op de leefwijze van de aartsvaders en van de Israëlieten in de woestijn, waar zij in tenten woonden. Zie Deut. 16:7.

als te voren Hebreeuws, gelijk gisteren en eergisteren.

Hertaald: als te voren Hebreeuws: zoals gisteren en eergisteren.

2 Koningen 13 vers 6

hij wandelde Namelijk, Joahaz.

Hertaald: hij wandelde Namelijk: Joahaz.

daarin; Of, in elk een derzelve, te weten, zonden. Vergelijk boven, vs.2.

Hertaald: daarin; Of: in elk daarvan, namelijk van die zonden. Vergelijk hierboven vers 2.

het bos Versta, het afgodische bos, dat Achab had laten planten, 1 Kon. 16:33. Van de afgodische bossen, zie Deut. 7:5.

Hertaald: het bos Versta hieronder het afgodische bos dat Achab had laten planten, 1 Kon. 16:33. Over de afgodische bossen, zie Deut. 7:5.

2 Koningen 13 vers 7

als stof Dat is, had hen door vele nederlagen verdrukt en als onder de voeten getreden, gelijk de ossen in die landen, dorsende met hun voeten, de aren vertraden.

Hertaald: als stof Dat is: hij had hen door veel nederlagen onderdrukt en als het ware vertrapt, zoals de ossen in die landen bij het dorsen met hun poten de aren vertraden.

2 Koningen 13 vers 10

het zeven en dertigste jaar Hetwelk was omtrent het vijftiende jaar der regering van Joahaz. Vergelijk boven, de aantekening vs.1.

Hertaald: het zeven en dertigste jaar Dat was ongeveer het vijftiende jaar van de regering van Joahaz. Vergelijk de aantekening hierboven bij vers 1.

2 Koningen 13 vers 11

de zonden Zie boven, vs.2.

Hertaald: de zonden Zie hierboven vers 2.

daarin Of, in elkeen derzelve.

Hertaald: daarin Of: in elk daarvan.

2 Koningen 13 vers 13

zat op zijn troon Dat is, werd koning. Zie 1 Kon. 1:13.

Hertaald: zat op zijn troon Dat is: werd koning. Zie 1 Kon. 1:13.

2 Koningen 13 vers 14

Mijn vader, mijn vader, Zo noemt hij hem uit liefde en eerbied.

Hertaald: Mijn vader, mijn vader, Zo noemt hij hem uit liefde en eerbied.

wagen Israëls Zie boven, de aantekening op 2 Kon. 2:12.

Hertaald: wagen Israëls Zie de aantekening hierboven bij 2 Kon. 2:12.

2 Koningen 13 vers 16

Leg uw hand Hebreeuws, doe uw hand rijden op den boog. Dit was den koning Joas tot een teken, dat hij oorlog zou moeten aannemen.

Hertaald: Leg uw hand Hebreeuws: laat uw hand op de boog rijden. Dit was voor koning Joas een teken dat hij oorlog zou moeten voeren.

Elisa Te weten, om den koning te beduiden, dat God met hem strijden zou, en dat ons doen van God moet komen, zou het goed zijn, en van hem gezegend zijn, zou het wel gelukken.

Hertaald: Elisa Namelijk: om de koning te laten zien dat God met hem zou strijden, en dat ons handelen van God moet komen als het goed zal zijn, en door Hem gezegend moet worden als het zal slagen.

2 Koningen 13 vers 17

tegen het oosten Hetwelk was naar Syrië.

Hertaald: tegen het oosten Dat was in de richting van Syrië.

Het is een pijl Dat is, deze pijl is een teken om u te verzekeren, dat God u zal victorie over uw vijanden geven en uw volk van hun geweld bevrijden.

Hertaald: Het is een pijl Dat is: deze pijl is een teken om u te verzekeren dat God u de overwinning op uw vijanden zal geven en uw volk van hun geweld zal bevrijden.

Afek, Zie van deze stad, 1 Sam. 4:1, en 1 Sam. 29:1, en 1 Kon. 20:26. Anderen nemen dit woord niet voor een eigen naam, maar zetten het over: sterkelijk, geweldiglijk.

Hertaald: Afek, Zie over deze stad 1 Sam. 4:1, en 1 Sam. 29:1, en 1 Kon. 20:26. Anderen vatten dit woord niet op als een eigennaam, maar vertalen het met: krachtig, geweldig.

2 Koningen 13 vers 18

Sla tegen de aarde God heeft Joas hiermede betekend dat hij ook zijn schuldigen plicht daartoe brengen zou. Dat hij nu maar driemaal sloeg, gaf enige nalatigheid en fout te kennen, die hij in het uitvoeren van deze straf over de Syriërs begaan zou; zodat hij hen ook maar driemaal heeft geslagen. Zie onder, vs.25.

Hertaald: Sla tegen de aarde Hiermee gaf God Joas te kennen dat hij ook zelf zijn plicht daarbij moest doen. Dat hij nu maar drie keer sloeg, gaf een zekere nalatigheid en tekortkoming te kennen die hij bij het voltrekken van deze straf over de Syriërs zou begaan; daarom heeft hij hen ook maar drie keer verslagen. Zie hieronder vers 25.

2 Koningen 13 vers 20

De benden Dat is, enige rotten, of hopen van rovende en stropende krijgslieden. Zie boven, 2 Kon. 5:2.

Hertaald: De benden Dat is: enkele groepen of benden rovende en stropende krijgslieden. Zie hierboven 2 Kon. 5:2.

2 Koningen 13 vers 22

al de dagen Dat is, zolang hij regeerde; wel verstaan alleen, en eer hij zijn zoon Joas tot de regering mede toegelaten had. Want van dien tijd af begon God door Joas zijn volk te verlossen.

Hertaald: al de dagen Dat is: zolang hij regeerde; wel te verstaan: zolang hij alleen regeerde, vóórdat hij zijn zoon Joas mede in het bestuur had toegelaten. Want vanaf die tijd begon God Zijn volk door Joas te verlossen.

2 Koningen 13 vers 23

om Zijns verbonds wil In hetwelk God beloofd had, niet alleen hun, maar ook huns zaads God te willen zijn, Gen. 17:7.

Hertaald: om Zijns verbonds wil Waarin God beloofd had niet alleen voor hen, maar ook voor hun nageslacht een God te willen zijn, Gen. 17:7.

2 Koningen 13 vers 25

nam de steden weder in, Hebreeuws, keerde weder, en nam in. Zie Num. 11:4.

Hertaald: nam de steden weder in, Hebreeuws: keerde terug en nam in. Zie Num. 11:4.

weder Te weten, aan het koninkrijk Israëls. De volle manier van spreken is onder, 2 Kon. 14:28.

Hertaald: weder Namelijk: aan het koninkrijk Israël. De volledige manier van spreken staat hieronder in 2 Kon. 14:28.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Amazia  — de HEERE is sterkte

Zoon van Joas en Joaddan, en diens opvolger als koning van Juda. Hij versloeg de Edomieten in het Zoutdal, maar daagde daarna, tegen goede raad in, Joas van Israël uit tot een oorlog, waarin hij verslagen en gevangengenomen werd; Jeruzalems muur werd toen deels afgebroken. Na Joas' dood leefde hij nog vijftien jaren, totdat een samenzwering hem deed vluchten naar Lachis, waar hij gedood werd (2 Kon. 12:21; 14:1-20).

Joahaz  — de HEERE heeft gegrepen

Zoon van Jehu en koning van Israël, die zeventien jaren regeerde. Onder zijn bewind werd Israël zwaar door Hazaël en Benhadad van Syrië verdrukt; toen hij de HEERE aanriep, gaf Deze hun uitkomst (2 Kon. 13:1-9).

Benhadad (zoon van Hazaël)  — zoon van (de god) Hadad

Zoon van Hazaël en koning van Syrië na hem; Joas van Israël ontnam hem driemaal de steden die Hazaël op Joahaz veroverd had, naar het woord van de stervende Elisa (2 Kon. 13:3, 24-25). Niet te verwarren met Benhadad, de zoon van Tabrimmon, uit de tijd van Asa.

Joas (koning van Israël)  — de HEERE heeft gegeven

Zoon van Joahaz en koning van Israël, zestien jaren regerend. Hij bezocht de stervende Elisa, die hem door een symbolische handeling met pijl en boog een beperkte overwinning op Syrië voorzegde; later versloeg hij ook Amazia van Juda (2 Kon. 13:10-19, 25; 14:8-16). Niet te verwarren met Joas, de zoon van Ahazia, koning van Juda.

Hazaël  — God heeft gezien

Een dienaar van Benhadad, koning van Syrië, die door zijn heer naar Elisa gezonden werd om te vragen of hij van zijn ziekte zou genezen. Elisa voorzegde hem dat hij zelf koning zou worden en grote wreedheden tegen Israël zou begaan; de volgende dag verstikte Hazaël zijn heer met een natte deken en werd koning van Syrië in zijn plaats (2 Kon. 8:7-15). Later versloeg hij Israël in al zijn grondgebied (2 Kon. 10:32-33).

Ahazia (koning van Juda)  — de HEERE grijpt aan

Zoon van Jehoram en Athalia, en koning van Juda; hij wandelde in de weg van het huis van Achab, waarmee hij verzwagerd was. Hij trok met Joram van Israël ten strijde tegen Hazaël, en werd later, op bezoek bij de gewonde Joram, door Jehu gedood (2 Kon. 8:25-29; 9:27-28). Niet te verwarren met Ahazia, de zoon van Achab, koning van Israël.

Jehu  — de HEERE is Hij

Zoon van Josafat, zoon van Nimsi, legerhoofdman van Israël. Op last van Elisa werd hij door een profetenzoon tot koning over Israël gezalfd, met de opdracht het huis van Achab uit te roeien. Hij doodde koning Joram op het stuk land van Naboth, liet Izebel uit het venster werpen, roeide het gehele huis van Achab uit en vernietigde de dienst van Baäl in Israël, al week hij niet af van de gouden kalveren van Jerobeam (2 Kon. 9-10). Niet te verwarren met de profeet Jehu, de zoon van Hanani.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De pijlen der verlossing (Elisa's laatste teken)  — op zijn sterfbed laat Elisa de koning met de pijlen op de aarde slaan; deze slaat driemaal en houdt op, waarop de profeet toornig wordt: "Gij zoudt vijfmaal of zesmaal geslagen hebben" (2 Kon. 13:19)

Joas van Israël komt bij de stervende Elisa en weent over hem met dezelfde woorden waarmee Elisa eens Elia nariep: mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren (2 Kon. 13:14; vgl. 2 Kon. 2:12). Elisa laat hem boog en pijlen nemen, legt zijn eigen handen op de handen van de koning en laat hem door het oostelijke venster schieten (2 Kon. 13:15-17). Die pijl noemt hij een pijl der verlossing des HEEREN tegen de Syriërs. Daarna moet de koning met de overige pijlen op de aarde slaan. Hij slaat driemaal en stopt (2 Kon. 13:18). De profeet wordt toornig: bij vijf of zes slagen zou hij Syrië tot vernietiging toe verslagen hebben, maar nu zal hij hen driemaal slaan (2 Kon. 13:19). Zo gebeurt het ook: Joas herovert de steden en slaat Benhadad driemaal (2 Kon. 13:25).

Bijbelse betekenis: De koning kreeg precies waar hij om vroeg, en niet meer. Er stond geen getal vast; de maat van de overwinning werd bepaald door de maat van zijn aandringen. Dat Elisa toornig wordt, laat zien dat lauwheid tegenover Gods aanbod geen kleinigheid is. Joas deed wat gevraagd werd en hield toen op, waarschijnlijk zonder erg te hebben wat op het spel stond. Zo gaan gelovigen vaak met beloften om: zij vragen genoeg om geholpen te worden en te weinig om verlost te worden. De handen van de profeet op de handen van de koning zeggen daarbij waar de kracht vandaan kwam, want de boog was van Joas maar de verlossing was des HEEREN.

Typologie: Christus vertelde een gelijkenis "daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Luk. 18:1). Het ophouden na drie slagen is precies het vertragen dat daar bestraft wordt: niet ongeloof dat weigert, maar geloof dat te vroeg tevreden is.

2 Kon. 13:14-19,25; 2 Kon. 2:12; Luk. 18:1

Het gebeente van Elisa  — een haastig begraven dode raakt in het graf het gebeente van de gestorven profeet aan, "werd hij levend, en rees op zijn voeten" (2 Kon. 13:21)

Elisa sterft en wordt begraven (2 Kon. 13:20). Kort daarop dringen Moabitische benden het land binnen bij het ingaan van het jaar. Terwijl men bezig is een man te begraven, ziet men een bende naderen, en men werpt het lichaam haastig in het graf van Elisa. Zodra de dode het gebeente van de profeet aanraakt, wordt hij levend en staat op (2 Kon. 13:21).

Bijbelse betekenis: Dit is het enige wonder in de Schrift dat na de dood van de wonderdoener gebeurt, en het staat er zonder enige toelichting. Er wordt niets gezegd over verering van het graf of over kracht in de beenderen zelf; de Schrift trekt die lijn nergens, en de latere reliekverering vindt hier dan ook geen grond. Wat er wél staat, is een zegel op een bediening. De God Die door Elisa's leven heen gewerkt had, was met diens dood niet uitgewerkt. En de opwekking valt bij een naamloze man op een moment van paniek, terwijl vijanden het land binnenvallen. Juist in tijden waarin alles verloren lijkt, geeft God een teken dat het leven het laatste woord heeft.

Typologie: Wat hier eenmaal en zonder verklaring gebeurt, is de schaduw van een graf dat werkelijk leven geeft aan wie erin gelegd wordt: "indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding" (Rom. 6:5). Bij Elisa gaf een dode profeet één man het leven terug; bij Christus geeft een levende Zaligmaker het aan allen die de Zijnen zijn.

2 Kon. 13:20-21; Rom. 6:5

Om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob  — terwijl Israël in de zonden van Jerobeam volhardt en door Hazaël verdrukt wordt, blijft de HEERE hun toch genadig, "om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob" (2 Kon. 13:23)

Joahaz wandelt in de zonden van Jerobeam, en daarom geeft de HEERE Israël in de hand van Hazaël en zijn zoon (2 Kon. 13:2-3). Als de koning ernstig bidt, wordt hij verhoord, omdat de HEERE de verdrukking van Israël zag; er komt zelfs een verlosser (2 Kon. 13:4-5). Toch weken zij niet af van de zonden van het huis van Jerobeam, en het bos bleef staan te Samaria (2 Kon. 13:6). Van het leger blijven vijftig ruiters, tien wagens en tienduizend man over, want de koning van Syrië had hen als stof gemaakt (2 Kon. 13:7). En dan, midden in dit verval, staat de reden van hun voortbestaan: de HEERE was hun genadig en ontfermde Zich over hen om Zijn verbond met de aartsvaders, en Hij wilde hen niet verderven (2 Kon. 13:23).

Bijbelse betekenis: Dit vers verklaart heel de geschiedenis van het tienstammenrijk. Er is geen verbetering, geen bekering en geen enkel argument aan Israëls kant; wat er staat is uitsluitend een reden aan Gods kant. Zijn genade rust hier niet op wat Hij in hen aantreft maar op wat Hij eeuwen eerder aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft. Daarin ligt tegelijk troost en ernst. Troost, omdat een verbond dat op Gods eed rust niet wankelt met de trouw van mensen. Ernst, omdat dit uitstel geen vrijbrief bleek: enkele geslachten later kwam de wegvoering toch, en het is dus geduld en geen goedkeuring.

Typologie: Paulus grijpt op dezelfde grond terug wanneer hij over Israël spreekt: "aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil; want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk" (Rom. 11:28-29). Wat hier in de koningsboeken als een terzijde staat, is daar de leerstellige grond onder Gods trouw.

2 Kon. 13:2-7,23; Rom. 11:28-29

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Koningen 13

2 Koningen 13:1-2.Kruisverwijzingen1 Koningen 12:261 Koningen 14:162 Koningen 10:352 Koningen 11:212 Koningen 8:262 Koningen 11:42 Koningen 10:292 Koningen 13:11
— In het drie en twintigste jaar van Joas, den zoon van Ahazia, den koning van Juda, werd Joahaz, de zoon van Jehu, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zeventien jaren. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde na de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed; hij week daarvan niet af.
“Zeventien jaren” — dat is een lange tijd om onheil aan te richten. Zeventien jaar regeren over een volk, hen alle ten kwade beïnvloeden, hen van God afkeren en zijn uiterste doen om de Naam van Jehova uit de harten van het volk uit te wissen.

Zie hier de kracht van het boze voorbeeld. Het was vele jaren geleden dat Jeroboam, de zoon van Nebat, de kalveren te Beth-El en Dan opgericht had; en toch is hier een andere koning die in zijn voetstappen wandelt. U kunt niet zeggen, als u een slecht voorbeeld nalaat, hoe uw kinderen en uw kleinkinderen tot verre geslachten uw boze voetstappen mogen volgen. Slechte voorbeelden zijn heel levenskrachtig; zij leven eeuw na eeuw voort en beïnvloeden anderen lang nadat de eerste overtreder gestorven is. De gedachte dat wij hen mogen verderven die nog niet geboren zijn, behoort ons van de zonde terug te houden.

Let ook op het einde van het tweede vers: “hij week daarvan niet af”. Er is een volharding ten einde toe in de zonde; sommige mensen schijnen die te bewijzen. Hij werd ertegen gewaarschuwd; hij werd erom getuchtigd; maar “hij week daarvan niet af”. Houden mensen in de zonde aan, hoeveel meer behoort het volk van God dan aan te houden in de gerechtigheid! Wat u ook overkomt wanneer u eenmaal in de goede oude weg bent, moge er van u gezegd worden: “Hij week daarvan niet af.” Maar bent u op de verkeerde weg, moge de Heere u ervan doen keren en Zich meteen toekeren! Wijkt u niet af van het kwaad, dan moet u van God afwijken.

2 Koningen 13:3.KruisverwijzingenRichteren 2:141 Koningen 19:172 Koningen 13:242 Koningen 12:17Jesaja 10:5Richteren 10:7Hebreeën 12:292 Koningen 13:22
— Daarom ontstak des HEEREN toorn tegen Israel; en Hij gaf hen in de hand van Hazael, den koning van Syrie, en in de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, al die dagen.
Gods volk kan niet zondigen zonder onder de tuchtiging te komen. Gedenk dit woord des Heeren: “Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik u alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.” Wordt u gemeentelid en leeft u toch een onheilig leven, dan komt u onder een bijzondere tucht — een tucht die ik duidelijk in de gemeente van God tot op deze dag zie voortgaan. Hazaël en Benhadad waren beide goddeloze mannen; en toch gebruikte God hen als roeden om Zijn zondigend volk te tuchtigen.

2 Koningen 13:4.Kruisverwijzingen2 Koningen 14:26Exodus 3:7Psalmen 78:34Exodus 3:9Numeri 21:7Richteren 10:10Jeremia 33:3Genesis 21:17
— Doch Joahaz bad des HEEREN aangezicht ernstelijk aan; en de HEERE verhoorde hem; want Hij zag de verdrukking van Israel, dat de koning van Syrie hen verdrukte.
Hoe slecht hij ook was, hij kende de hand die hem sloeg, en hij bad Jehova. Welk een wonder is het dat God zelfs de gebeden van goddeloze mensen hoort! Ik heb soms horen zeggen dat “het gebed van de goddeloze een gruwel is voor God”. Er is geen zulke plaats in de Schrift. Het is het óffer van de goddeloze dat de Heere een gruwel is. Zelfs wanneer een goddeloos mens tot God roept, en ook al is zijn gebed geen geestelijk en aangenaam gebed, dan kan God het toch in zekere mate horen, gelijk Hij in dit geval deed.

God kan de smarten van Zijn eigen volk niet verdragen. Zelfs wanneer Hij Zelf de roede oplegt, gaat het Hem, als Zijn kind roept, aan het hart. Gedenk wat Hij deed aan Farao toen Hij het zuchten en roepen van Zijn volk in Egypte hoorde. Er is niets machtiger bij een vaderhart dan de tranen van zijn kind.

2 Koningen 13:5-6.Kruisverwijzingen1 Koningen 16:33Nehemia 9:272 Koningen 13:252 Koningen 14:252 Koningen 14:272 Koningen 13:21 Samuël 19:7Deuteronomium 19:4
— (Zo gaf de HEERE Israel een verlosser, dat zij van onder de hand der Syriers uitkwamen; en de kinderen Israels woonden in hun tenten, als te voren. Nochtans weken zij niet af van de zonden van het huis van Jerobeam, die Israel zondigen deed; maar hij wandelde daarin; en het bos bleef ook staan te Samaria.)
De Heere gaf hun verlossing uit de wrede boeien van de Syriërs. Zij waren op elke wijze zo gepijnigd, zo geplunderd, zo verdrukt, dat God zich over hen ontfermde en hun vrede gaf. Maar Israëls bekering was maar halfhartig; zij bekeerden zich omdat zij léden. Zij bekeerden zich om het lijden en niet om de zonde. Zij gingen terug naar de zonde nadat zij aan de smart ontkomen waren. O, wees zo niet, mijn hoorder! Heeft God u om de zonde getuchtigd, laat uw bekering dan een grondige zijn.

2 Koningen 13:7-8.KruisverwijzingenAmos 1:32 Koningen 10:32Jesaja 41:15Psalmen 18:421 Samuël 13:62 Koningen 8:12Joël 3:141 Samuël 13:19
— Want hij had Joahaz geen volk laten overblijven dan vijftig ruiteren en tien wagenen, en tien duizend voetvolks; want de koning van Syrie had hen omgebracht, en had hen dorsende gemaakt als stof. Het overige nu der geschiedenissen van Joahaz, en al wat hij gedaan heeft, en al zijn macht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
God hielp hen en verloste hen; maar zij werden zeer, zeer laag gebracht. Zondigt Gods volk, dan zal hun verlossing hen duur komen te staan. Israël was eens een groot en machtig volk; hun legers trokken uit in geweldige scharen; maar nu hebben zij enkel het overschot van een leger. Zij waren het niet waard in de Schriften opgetekend te worden. Wij hebben heel schaarse berichten over Joahaz — maar genoeg voor zo’n goddeloos man.

2 Koningen 13:9-11.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:22 Koningen 13:132 Koningen 10:352 Koningen 13:102 Koningen 14:81 Koningen 14:132 Koningen 10:292 Koningen 13:6
— En Joahaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem te Samaria; en Joas, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. In het zeven en dertigste jaar van Joas, den koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joahaz, koning over Israel, te Samaria, en regeerde zestien jaren. En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van al de zonden van Jerobeam, dien zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, maar hij wandelde daarin.
De ene zondaar werd door de andere gevolgd. Deze jonge man moet het onheil gezien hebben dat de afgoderij van zijn vader over het volk gebracht had; maar hij ging voort op dezelfde boze weg. O, u zonen van godvruchtige ouders, u behoort in de voetstappen van uw vaders te wandelen, want deze goddeloze zonen van goddeloze mensen volgden het boze voorbeeld van hun vaders!

Ik herhaal wat ik eerder zei: welk een onheilig ding is één boos voorbeeld! Wanneer iemand een ander doet zondigen, dan is de ander die zondigt schuldig, en de man die hem doet zondigen deelt in zijn schuld. Hier is Jeroboam, jaren dood, en toch blijft hij zondigen. Zijn zonde brandt voort als een vuur; en zeker duurt de straf voort als de zonde voortduurt.

2 Koningen 13:12-14.Kruisverwijzingen2 Koningen 2:122 Koningen 13:142 Koningen 14:252 Kronieken 25:172 Koningen 14:81 Koningen 1:211 Koningen 11:311 Koningen 2:10
— Het overige nu der geschiedenissen van Joas, en al wat hij gedaan heeft, en zijn macht, waarmede hij gestreden heeft tegen Amazia, den koning van Juda, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel? En Joas ontsliep met zijn vaderen, en Jerobeam zat op zijn troon. En Joas werd begraven te Samaria, bij de koningen van Israel. Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf; en Joas, de koning van Israel, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiteren!
Een oud man, waarschijnlijk in zijn negentigste jaar; hij had zijn geslacht wel gediend. Wij lezen vijfenveertig jaar niets van hem; hij schijnt in betrekkelijke afzondering geweest te zijn; misschien was hij in zijn ouderdom verwaarloosd en vergeten, gelijk menig man van God geweest is die eens in de voorste rij stond. Elisa is ten laatste dodelijk ziek geworden, en hij staat op het punt naar huis te gaan.

Dit is één goed ding dat Joas deed. Hij gedacht dat het door Elia en Elisa was dat de mannen van zijn huis op de troon gezet waren; en toen hij hoorde dat Elisa stervende was, ging er iets als wroeging door zijn hart, en hij “kwam tot hem af”. Elisa moet zijn ogen geopend hebben toen hij die woorden hoorde, want hij herinnerde zich dat dat bijna de laatste woorden waren die hij tot Elia zei toen zijn meester ten hemel opgenomen werd. Hij was voor Israël wagen en ruiters, want het was door zijn toedoen dat Israël verlost was.

2 Koningen 13:15-17.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:26Psalmen 144:1Genesis 49:242 Koningen 4:341 Korinthe 1:18Exodus 4:2Exodus 4:17Richteren 7:9
— En Elisa zeide tot hem: Neem een boog en pijlen. En hij nam tot zich een boog en pijlen. En hij zeide tot den koning van Israel: Leg uw hand aan den boog, en hij leide zijn hand daaraan; en Elisa leide zijn handen op des konings handen. En hij zeide: Doe het venster open tegen het oosten. En hij deed het open. Toen zeide Elisa: Schiet. En hij schoot. En hij zeide: Het is een pijl der verlossing des HEEREN, en een pijl der verlossing tegen de Syriers; want gij zult de Syriers slaan in Afek, tot verdoens toe.
Niet omdat hij veel kracht kon lenen, want hij was een oud man; maar omdat dit betekende dat God met de koning zou zijn, dat de kracht die in de God van de profeet woonde door de handen van de profeet zou komen om de koning te helpen. Het was in het Oosten gewoonte, wanneer de oorlog verklaard werd, dat te doen door een pijl naar het land van de vijand te schieten; en deze dappere oude man, die spoedig zijn leven zou uitblazen, had de koning gesterkt om in de grote zwakheid van de Israëlitische staat opnieuw de oorlog tegen Syrië te verklaren.

2 Koningen 13:18-19.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:252 Koningen 4:6Ezechiël 5:1Exodus 17:11Jesaja 20:2Ezechiël 4:12 Koningen 6:9Markus 3:5
— Daarna zeide hij: Neem de pijlen. En hij nam ze. Toen zeide hij tot den koning van Israel: Sla tegen de aarde. En hij sloeg driemaal; daarna stond hij stil. Toen werd de man Gods zeer toornig op hem, en zeide: Gij zoudt vijfmaal of zesmaal geslagen hebben; dan zoudt gij de Syriers tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriers driemaal slaan.
Elisa was toornig, maar hij zondigde niet. Hij had het volk lief, en hij was bedroefd te bedenken dat de koning zo laks en zo traag was.

Dat God alle dingen, zowel grote als kleine, voorgenomen heeft, is een feit. Het is ook een zeker en vast feit dat gebeurtenissen vaak afhangen van de menselijke keuze. Iemands wil heeft een merkwaardig vermogen. In het geval dat voor ons ligt zijn de pijlen in de handen van de koning van Israël, en daarnaar zal ook de geschiedenis van het volk zich richten.

Hoe deze twee dingen beide waar kunnen zijn, kan ik niet zeggen. Waarschijnlijk zouden de wijsten in de hemel het ook niet kunnen, zelfs niet met de bijstand van cherubs en serafs. Het zijn twee feiten die naast elkaar lopen als parallelle lijnen. Dingen worden vaak aan de wil van mensen gelaten, en toch komt alles ten laatste tot stand naar de wil van God. Kunnen wij ze niet beide geloven? En is de ruimte tussen hen niet een geschikte plaats om in neer te knielen, aanbiddend Hem die wij niet kunnen begrijpen?

Konden wij onze godsdienst begrijpen, dan zou het een godsdienst zijn die niet van God kwam; hij zou gemaakt zijn door iemand van beperkt vermogen, gelijk wijzelf. Maar aangezien er verborgenheden in ons geloof zijn tot de top waarvan wij niet kunnen klimmen, mogen wij dankbaar zijn dat wij ze niet hoeven te beklimmen. En toch hangen grote gebeurtenissen af van kleine zaken, zoals grote vaten aan kleine spijkers hangen.

2 Koningen 13:20-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 24:22 Koningen 3:7Richteren 6:32 Koningen 3:242 Kronieken 24:16Handelingen 8:22 Koningen 6:23Richteren 3:12
— Daarna stierf Elisa, en zij begroeven hem. De benden nu der Moabieten kwamen in het land met het ingaan des jaars. En het geschiedde, als zij een man begroeven, dat zij, ziet, een bende zagen; zo wierpen zij den man in het graf van Elisa; en toen de man daarin kwam, en het gebeente van Elisa aanroerde, werd hij levend, en rees op zijn voeten.
God heeft verschillende wijzen om Zijn volk thuis te halen. Sommigen gaan plotseling, weggevoerd zoals Elia was. Deze profeet stierf zachtjes, door de ouderdom versleten; maar er is iets zeer schoons aan zijn dood. Een koning weent over zijn oude gezicht. Zo gaf God Elisa kracht, zelfs na zijn dood, en zette Hij zeker het goddelijke zegel op zijn boodschap. Het was hem even grote eer leven aan de dode te geven als het Elia was zonder te sterven ten hemel te varen.

2 Koningen 13:22-23.Kruisverwijzingen2 Koningen 8:122 Koningen 14:27Genesis 13:161 Koningen 8:282 Koningen 24:202 Koningen 17:18Exodus 2:24Genesis 17:2
— Hazael nu, de koning van Syrie, verdrukte Israel, al de dagen van Joahaz. Doch de HEERE was hun genadig, en ontfermde Zich hunner, en wendde Zich tot hen, om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob; en Hij wilde hen niet verderven, en heeft hen niet verworpen van Zijn aangezicht, tot nu toe.
Ach, dat is wat altijd aan de bodem van Gods barmhartigheid ligt: “Zijn verbond.” O, dat grote woord “verbond”! Sommigen achten het zeer gering, weinigen prediken er veel over; maar dit is de grondslag zelf van de barmhartigheid. Dit is “de diepte die daaronder ligt”, waaruit al de putten van de genade opwellen.

2 Koningen 13:24-25.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:182 Koningen 10:32Psalmen 125:3Lukas 18:72 Koningen 14:25
— En Hazael, de koning van Syrie, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats. Joas nu, de zoon van Joahaz, nam de steden weder in, uit de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, die hij uit de hand van Joahaz, zijn vader, met krijg genomen had; Joas sloeg hem driemaal, en bracht de steden aan Israel weder.
Hij schoot drie pijlen, en nu geschiedde het dat Joas Benhadad driemaal versloeg en de steden van Israël terugnam. O, dat hij de koning van Syrië zesmaal geslagen had en Israël volkomen van zijn vijand vrijgemaakt!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content