Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Koningen 11

1 Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen nu AthaliaH6271, de moederH517 van AhaziaH274, zagH7200, datH3588 haar zoonH1121 doodH4191 was, zo maakte zij zich op, en brachtH6 alH3605 het koninklijkeH4467 zaadH2233 om. Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.

KJV And when Athaliah1 the mother2 of Ahaziah3 saw4 that her son7 was dead,6 she arose8 and destroyed9 all the seed12 royal.13

1 וַֽעֲתַלְיָה֙ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 2 אֵ֣ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 3 אֲחַזְיָ֔הוּ H274 Ahazia Ahaziah 4 רָאֲתָ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 מֵ֣ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 בְּנָ֑הּ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 וַתָּ֨קָם֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 וַתְּאַבֵּ֔ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 10 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 13 הַמַּמְלָכָֽה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Maar JosebaH3089, de dochterH1323 van den koningH4428 JoramH3141, de zusterH269 van AhaziaH274, namH3947 JoasH3101, den zoonH1121 van AhaziaH274, en stalH1589 hem uit het middenH8432 van des koningsH4428 zonenH1121, die gedoodH4191 werden, zettende hem en zijn voedsterH3243 in een slaapkamerH2315; en zij verborgenH5641 hem voorH6440 AthaliaH6271, dat hij nietH3808 gedoodH4191 werd. Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.

KJV But Jehosheba,2 the daughter3 of king4 Joram,5 sister6 of Ahaziah,7 took1 Joash9 the son10 of Ahaziah,11 and stole12 him from among14 the king's16 sons15 which were slain;17 and they hid23 him, even him and his nurse,20 in the bedchamber21 from25 Athaliah,26 so that he was not slain.28

1 וַתִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 יְהוֹשֶׁ֣בַע H3089 Joseba Jehosheba. Compare H3090 (יְהוֹשַׁבְעַת) 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 י֠וֹרָם H3141 Joram Joram 6 אֲח֨וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 7 אֲחַזְיָ֜הוּ H274 Ahazia Ahaziah 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יוֹאָ֣שׁ H3101 Joas Joash 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אֲחַזְיָ֗ה H274 Ahazia Ahaziah 12 וַתִּגְנֹ֤ב H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 13 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מִתּ֤וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 15 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 הַמּ֣וּמָתִ֔ים H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 18 אֹת֥וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 מֵינִקְתּ֖וֹ H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 21 בַּחֲדַ֣ר H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 22 הַמִּטּ֑וֹת H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier 23 וַיַּסְתִּ֧רוּ H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 24 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 26 עֲתַלְיָ֖הוּ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 27 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 28 הוּמָֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij wasH1961 metH854 haar verstokenH2244 in het huisH1004 des HEERENH3068 zesH8337 jarenH8141; en AthaliaH6271 regeerdeH4427 overH5921 het landH776. En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.

KJV And he was with her hid5 in the house3 of the LORD4 six6 years.7 And Athaliah8 did reign9 over the land.11

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִתָּהּ֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 מִתְחַבֵּ֖א H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 6 שֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 7 שָׁנִ֑ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 וַעֲתַלְיָ֖ה H6271 Athalia, Athalja Athaliah 9 מֹלֶ֥כֶת H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 In het zevendeH7637 jaarH8141 nu zondH7971 JojadaH3077, en namH3947 de overstenH8269 van honderdH3967 met de hoofdmannenH3746, en met de trawantenH7323, en hij brachtH935 hen totH413 zich, in het huisH1004 des HEERENH3068; en hij maakte een verbondH1285 met hen, en hij beedigdeH7650 hen in het huisH1004 des HEERENH3068, en hij toondeH7200 hun den zoonH1121 des koningsH4428. In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.

KJV And the seventh2 year1 Jehoiada4 sent3 and fetched5 the rulers7 over hundreds,8 with the captains9 and the guard,10 and brought11 them to him into the house14 of the LORD,15 and made16 a covenant18 with them, and took an oath19 of them in the house21 of the LORD,22 and shewed23 them the king's27 son.26

1 וּבַשָּׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 הַ֠שְּׁבִיעִית H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 3 שָׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 יְהוֹיָדָ֜ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 5 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 הַמֵּא֗וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 לַכָּרִי֙ H3746 hoofdmannen captains, Cherethites (from the margin) 10 וְלָ֣רָצִ֔ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 11 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וַיִּכְרֹת֩ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 17 לָהֶ֨ם 18 בְּרִ֜ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 19 וַיַּשְׁבַּ֤ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 20 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 24 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 26 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 27 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij geboodH6680 hun, zeggendeH559: DitH2088 is de zaakH1697, die gij doenH6213 zult: een derdeH7992 deel vanH4480 u, die op den sabbatH7676 ingaanH935, zullen de wachtH4931 waarnemenH8104 van het huisH1004 des koningsH4428; En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;

KJV And he commanded1 them, saying,2 This is the thing4 that ye shall do;6 A third part7 of you that enter in9 on the sabbath10 shall even be keepers11 of the watch12 of the king's14 house;13

1 וַיְצַוֵּ֣ם H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 תַּעֲשׂ֑וּן H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הַשְּׁלִשִׁ֤ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 8 מִכֶּם֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 בָּאֵ֣י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 11 וְשֹׁ֣מְרֵ֔י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 מִשְׁמֶ֖רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En een derdeH7992 deel zal zijn aan de poortH8179 SurH5495; en een derdeH7992 deel aan de poortH8179 achterH310 de trawantenH7323; zo zult gij waarnemenH8104 de wachtH4931 van dit huisH1004, tegen inbrekingH4535. En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.

KJV And a third part1 shall be at the gate2 of Sur;3 and a third part4 at the gate5 behind6 the guard:7 so shall ye keep8 the watch10 of the house,11 that it be not broken down.12

1 וְהַשְּׁלִשִׁית֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 2 בְּשַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 ס֔וּר H5495 Sur Sur 4 וְהַשְּׁלִשִׁ֥ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 5 בַּשַּׁ֖עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 6 אַחַ֣ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 7 הָרָצִ֑ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 8 וּשְׁמַרְתֶּ֛ם H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 11 הַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 מַסָּֽח H4535 inbreking broken down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de tweeH8147 delenH3027 van ulieden, allenH3605, die op den sabbatH7676 uitgaanH3318, zullen de wachtH4931 van het huisH1004 des HEERENH3068 waarnemenH8104 bij den koningH4428. En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.

KJV And two1 parts2 of all you that go forth5 on the sabbath,6 even they shall keep7 the watch9 of the house10 of the LORD11 about12 the king.13

1 וּשְׁתֵּ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 הַיָּדוֹת֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 בָּכֶ֔ם 4 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יֹצְאֵ֣י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 הַשַּׁבָּ֑ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 7 וְשָֽׁמְר֛וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 10 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En gij zult den koningH4428 rondomH5439 omsingelenH5362, een iederH376 metH854 zijn wapenenH3627 in zijn handH3027, en hij, die tussen de ordeningenH7713 intreedtH935, zal gedoodH4191 worden; en zijt gij bij den koningH4428, als hij uitgaatH3318, en als hij inkomtH935. En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.

KJV And ye shall compass1 the king3 round about,4 every man5 with his weapons6 in his hand:7 and he that cometh8 within the ranges,10 let him be slain:11 and be ye with the king14 as he goeth out15 and as he cometh in.16

1 וְהִקַּפְתֶּ֨ם H5362 omringende, omgeven, omsingelen compass (about, -ing), cut down, destroy, go round (about), inclose, round 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 סָבִ֗יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 אִ֚ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 וְכֵלָ֣יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 7 בְּיָד֔וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְהַבָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַשְּׂדֵר֖וֹת H7713 ordeningen, rijen board, range 11 יוּמָ֑ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 וִהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 בְּצֵאת֥וֹ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 וּבְבֹאֽוֹ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De overstenH8269 dan van honderdH3967 dedenH6213 naar alH3605 watH834 de priesterH3548 JojadaH3077 gebodenH6680 had, en namenH3947 ieder zijn mannenH582, die op den sabbatH7676 ingingenH935, metH5973 degenen, die op den sabbatH7676 uitgingenH3318; en zij kwamen totH413 den priesterH3548 JojadaH3077. De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.

KJV And the captains2 over the hundreds3 did1 according to all things that Jehoiada7 the priest8 commanded:6 and they took9 every man10 his men that were to come in13 on the sabbath,14 with them that should go out16 on the sabbath,17 and came18 to Jehoiada20 the priest.21

1 וַֽיַּעֲשׂ֞וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַמֵּא֗וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 4 כְּכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 צִוָּה֮ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 7 יְהוֹיָדָ֣ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 8 הַכֹּהֵן֒ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 וַיִּקְחוּ֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֲנָשָׁ֔יו H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 בָּאֵ֣י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 15 עִ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 16 יֹצְאֵ֣י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 17 הַשַּׁבָּ֑ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 18 וַיָּבֹ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 יְהוֹיָדָ֥ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 21 הַכֹּהֵֽן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En de priesterH3548 gafH5414 aan de overstenH8269 van honderdH3967 de spiesenH2595 en de schildenH7982, dieH834 van den koningH4428 DavidH1732 geweest waren, dieH834 in het huisH1004 des HEERENH3068 geweest waren. En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.

KJV And to the captains3 over hundreds4 did the priest2 give1 king10 David's11 spears6 and shields,8 that were in the temple13 of the LORD.14

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 הַכֹּהֵ֜ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 לְשָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַמֵּא֗וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַחֲנִית֙ H2595 spies, spiesen, spieshout javelin, spear 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַשְּׁלָטִ֔ים H7982 schilden shield 9 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 לַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 דָּוִ֑ד H1732 David, Davids David 12 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de trawantenH7323 stondenH5975, iederH376 met zijn wapenenH3627 in zijn handH3027, van de rechterzijdeH3233 van het huisH1004, totH5704 de linkerzijdeH8042 van het huisH1004, naar het altaarH4196 en naar het huisH1004 toe, bijH5921 den koningH4428 rondomH5439. En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.

KJV And the guard2 stood,1 every man3 with his weapons4 in his hand,5 round about17 the king,16 from the right8 corner6 of the temple7 to the left12 corner10 of the temple,11 along by the altar13 and the temple.14

1 וַיַּעַמְד֨וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 הָרָצִ֜ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 וְכֵלָ֣יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 5 בְּיָד֗וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 מִכֶּ֨תֶף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 7 הַבַּ֤יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַיְמָנִית֙ H3233 rechterzijde, rechterhand, rechteroor (on the) right (hand) 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 כֶּ֤תֶף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 11 הַבַּ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַשְּׂמָאלִ֔ית H8042 linkerzijde, linker, linkerhand left 13 לַמִּזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 וְלַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Daarna brachtH3318 hij des koningsH4428 zoonH1121 voor, en zetteH5414 hem de kroonH5145 opH5921, en gaf hem de getuigenisH5715; en zij maaktenH4427 hem koning, en zalfdenH4886 hem; daartoe klaptenH5221 zij met de handenH3709, en zeidenH559: De koning leveH2421! Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!

Ook in dit vers koningH4428

KJV And he brought forth1 the king's4 son,3 and put5 the crown8 upon him, and gave him the testimony;10 and they made him king,11 and anointed13 him; and they clapped14 their hands,15 and said,16 God save17 the king.18

1 וַיּוֹצִ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַנֵּ֨זֶר֙ H5145 Nazireerschap, kroon, gekroonde consecration, crown, hair, separation 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָ֣עֵד֔וּת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 11 וַיַּמְלִ֥כוּ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 12 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 וַיִּמְשָׁחֻ֑הוּ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 14 וַיַּכּוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 כָ֔ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 16 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 יְחִ֥י H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 18 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen AthaliaH6271 hoordeH8085 de stemH6963 der trawantenH7323 en des volksH5971, zo kwamH935 zij totH413 het volkH5971 in het huisH1004 des HEERENH3068. Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.

KJV And when Athaliah2 heard1 the noise4 of the guard5 and of the people,6 she came7 to the people9 into the temple10 of the LORD.11

1 וַתִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 עֲתַלְיָ֔ה H6271 Athalia, Athalja Athaliah 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 הָֽרָצִ֖ין H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 6 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 וַתָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En zij zagH7200 toe, en zietH2009, de koningH4428 stondH5975 bijH5921 den pilaarH5982, naarH413 de wijzeH4941, en de overstenH8269 en de trompettenH2689 bij den koningH4428; en alH3605 het volkH5971 des landsH776 was blijdeH8056, en bliesH8628 met trompettenH2689. Toen verscheurdeH7167 AthaliaH6271 haar klederenH899, en zij riepH7121: VerraadH7195, verraadH7195! En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!

KJV And when she looked,1 behold, the king3 stood4 by a pillar,6 as the manner7 was, and the princes8 and the trumpeters9 by the king,11 and all the people13 of the land14 rejoiced,15 and blew16 with trumpets:17 and Athaliah19 rent18 her clothes,21 and cried,22 Treason,23 Treason.24

1 וַתֵּ֡רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הַמֶּלֶךְ֩ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֹמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הָעַמּ֜וּד H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 7 כַּמִּשְׁפָּ֗ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 8 וְהַשָּׂרִ֤ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 וְהַחֲצֹֽצְרוֹת֙ H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 עַ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 שָׂמֵ֔חַ H8056 blijde, vrolijk, verblijd (be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing) 16 וְתֹקֵ֖עַ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 17 בַּחֲצֹֽצְר֑וֹת H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 18 וַתִּקְרַ֤ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 19 עֲתַלְיָה֙ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 בְּגָדֶ֔יהָ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 22 וַתִּקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 23 קֶ֥שֶׁר H7195 verbintenis, Verraad, verraad confederacy, conspiracy, treason 24 קָֽשֶׁר H7195 verbintenis, Verraad, verraad confederacy, conspiracy, treason
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar de priesterH3548 JojadaH3077 geboodH6680 aan de overstenH8269 van honderdH3967, die over het heirH2428 gesteldH6485 waren, en zeideH559 totH413 hen: BrengtH3318 haar uit tot buitenH4480 de ordeningenH7713, en doodtH4191, wie haar volgtH935, met het zwaardH2719; wantH3588 de priesterH3548 had gezegdH559: Laat ze in het huisH1004 des HEERENH3068 nietH408 gedoodH4191 worden. Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.

KJV But Jehoiada2 the priest3 commanded1 the captains5 of the hundreds,6 the officers7 of the host,8 and said9 unto them, Have her forth11 without14 the ranges:15 and him that followeth16 her kill18 with the sword.19 For the priest22 had said,21 Let her not be slain24 in the house25 of the LORD.26

1 וַיְצַו֩ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 יְהוֹיָדָ֨ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 3 הַכֹּהֵ֜ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שָׂרֵ֥י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 הַמֵּא֣וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 פְּקֻדֵ֣י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 הַחַ֗יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 9 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֲלֵיהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הוֹצִ֤יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 12 אֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 לַשְּׂדֵרֹ֔ת H7713 ordeningen, rijen board, range 16 וְהַבָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 אַחֲרֶ֖יהָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 18 הָמֵ֣ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 19 בֶּחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 20 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 22 הַכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 23 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 24 תּוּמַ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 25 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 26 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zij legden de handenH3027 aan haar; en zij ging den wegH1870 van den ingangH3996 der paardenH5483 naar het huisH1004 des koningsH4428, en zij werd daarH8033 gedoodH4191. En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.

Ook in dit vers leidenH7760

KJV And they laid1 hands3 on her; and she went4 by the way5 by the which the horses7 came6 into the king's9 house:8 and there was she slain.10

1 וַיָּשִׂ֤מוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 לָהּ֙ 3 יָדַ֔יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וַתָּב֛וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 דֶּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 מְב֥וֹא H3996 ingang, ondergang, ingangen by which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא) 7 הַסּוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 8 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וַתּוּמַ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En JojadaH3077 maakte een verbondH1285 tussenH996 den HEEREH3068 en tussenH996 den koningH4428, en tussenH996 het volkH5971, dat het den HEEREH3068 tot een volkH5971 zou zijnH1961; mitsgaders tussen de koningH4428 en tussenH996 het volkH5971. En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.

KJV And Jehoiada2 made1 a covenant4 between the LORD6 and the king8 and the people,10 that they should be the LORD'S13 people;12 between the king15 also and the people.17

1 וַיִּכְרֹ֨ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 יְהוֹיָדָ֜ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 3 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַבְּרִ֗ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 בֵּ֤ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וּבֵ֤ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 8 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 לִהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לְעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 15 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 17 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna ging alH3605 het volkH5971 des landsH776 in het huisH1004 van BaalH1168, en brakenH5422 dat af; zijn altarenH4196 en zijn beeldenH6754 verbrakenH7665 zij rechtH3190 wel; en MattanH4977, den priesterH3548 van BaalH1168, sloegen zij doodH2026 voorH6440 de altarenH4196. De priesterH3548 nu besteldeH7760 de ambtenH6485 in het huisH1004 des HEERENH3068. Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.

KJV And all the people3 of the land4 went1 into the house5 of Baal,6 and brake it down;7 his altars9 and his images11 brake they in pieces12 thoroughly,13 and slew18 Mattan15 the priest16 of Baal17 before19 the altars.20 And the priest22 appointed21 officers23 over the house25 of the LORD.26

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עַם֩ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הָאָ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 הַבַּ֜עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 7 וַֽיִּתְּצֻ֗הוּ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מִזְבְּחֹתָ֤יו H4196 altaar, altaren, altaars altar 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 צְלָמָיו֙ H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 12 שִׁבְּר֣וּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 13 הֵיטֵ֔ב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 14 וְאֵ֗ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מַתָּן֙ H4977 Matthan, Mattan Mattan 16 כֹּהֵ֣ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 17 הַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 18 הָרְג֖וּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 19 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 הַֽמִּזְבְּח֑וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 21 וַיָּ֧שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 22 הַכֹּהֵ֛ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 23 פְּקֻדּ֖וֹת H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 24 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 26 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij namH3947 de overstenH8269 van honderdH3967, en de hoofdmannenH3746, en de trawantenH7323, en alH3605 het volkH5971 des landsH776; en zij brachtenH3381 den koningH4428 af uit het huisH1004 des HEERENH3068, en kwamenH935 door den wegH1870 van de poortH8179 der trawantenH7323 tot het huisH1004 des koningsH4428, en hij zat opH5921 den troonH3678 der koningenH4428. En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.

KJV And he took1 the rulers3 over hundreds,4 and the captains,6 and the guard,8 and all the people11 of the land;12 and they brought down13 the king15 from the house16 of the LORD,17 and came18 by the way19 of the gate20 of the guard21 to the king's23 house.22 And he sat24 on the throne26 of the kings.27

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַ֠מֵּאוֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַכָּרִ֨י H3746 hoofdmannen captains, Cherethites (from the margin) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָרָצִ֜ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 9 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 וַיֹּרִ֤ידוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וַיָּב֛וֹאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 דֶּֽרֶך H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 20 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 21 הָרָצִ֖ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 22 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 23 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 24 וַיֵּ֖שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 25 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 כִּסֵּ֥א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 27 הַמְּלָכִֽים H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En alH3605 het volkH5971 des landsH776 was blijdeH8055, en de stadH5892 werd stilH8252, nadat zij AthaliaH6271 met het zwaardH2719 gedoodH4191 hadden bij des koningsH4428 huisH1004. En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.

KJV And all the people3 of the land4 rejoiced,1 and the city5 was in quiet:6 and they slew9 Athaliah8 with the sword10 beside the king's12 house.11

1 וַיִּשְׂמַ֥ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְהָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 שָׁקָ֑טָה H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֲתַלְיָ֛הוּ H6271 Athalia, Athalja Athaliah 9 הֵמִ֥יתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 10 בַחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Joas was zevenH7651 jarenH8141 oudH1121, toen hij koningH4427 werd. Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שֶׁ֥בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 3 שָׁנִ֖ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 יְהוֹאָ֥שׁ H3060 Joas Jehoash. Compare H3101 (יוֹאָשׁ) 5 בְּמָלְכֽוֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 11:1 2 Kronieken 22:10 2 Koningen 8:26 Mattheüs 2:16 Mattheüs 2:13 Jeremia 41:1 Mattheüs 21:38 2 Kronieken 24:7 2 Koningen 9:27
2 Koningen 11:2 2 Koningen 8:19 2 Koningen 11:21 Jeremia 35:2 Jesaja 65:8 Jeremia 33:21 Spreuken 21:30 2 Koningen 8:16 Ezechiël 40:45
2 Koningen 11:3 2 Kronieken 22:12 Psalmen 12:8 Maleachi 3:15
2 Koningen 11:4 2 Koningen 11:19 2 Koningen 11:9 2 Kronieken 15:12 2 Koningen 11:17 2 Kronieken 29:10 Nehemia 9:38 Nehemia 5:12 1 Samuël 18:3
2 Koningen 11:5 1 Kronieken 9:25 Ezechiël 44:2 Jeremia 26:10 Ezechiël 46:2 1 Koningen 10:5 2 Koningen 16:18 1 Kronieken 24:3 1 Kronieken 23:3
2 Koningen 11:6 2 Kronieken 23:4 1 Kronieken 26:13
2 Koningen 11:7 2 Koningen 11:5 2 Kronieken 23:6
2 Koningen 11:8 Exodus 21:14 Numeri 27:17 1 Koningen 2:28 2 Koningen 11:15 2 Kronieken 23:7
2 Koningen 11:9 2 Kronieken 23:8 1 Kronieken 26:26 2 Koningen 11:4
2 Koningen 11:10 2 Samuël 8:7 1 Kronieken 18:7 2 Kronieken 5:1 2 Kronieken 23:9 1 Samuël 21:9 1 Kronieken 26:26
2 Koningen 11:11 2 Koningen 11:8 Mattheüs 23:35 Exodus 40:6 Joël 2:17 Lukas 11:51 2 Koningen 11:10 Ezechiël 8:16 2 Kronieken 6:12
2 Koningen 11:12 Exodus 25:16 1 Samuël 10:24 1 Koningen 1:39 Exodus 31:18 2 Samuël 1:10 Deuteronomium 17:18 Psalmen 98:8 2 Samuël 16:16
2 Koningen 11:13 2 Kronieken 23:12
2 Koningen 11:14 2 Koningen 23:3 2 Kronieken 34:31 2 Koningen 9:23 1 Koningen 1:39 Openbaring 19:1 Lukas 19:37 Spreuken 29:2 Genesis 37:29
2 Koningen 11:15 Ezechiël 9:7 2 Kronieken 23:9 2 Kronieken 23:14 2 Koningen 11:4 Ezechiël 21:14 2 Koningen 11:9
2 Koningen 11:16 Genesis 9:6 Richteren 1:7 Mattheüs 7:2 Jakobus 2:13 2 Kronieken 23:15 Openbaring 16:5
2 Koningen 11:17 2 Samuël 5:3 2 Kronieken 34:31 Jozua 24:25 1 Samuël 10:25 Ezra 10:3 2 Kronieken 29:10 2 Kronieken 15:12 2 Koningen 11:4
2 Koningen 11:18 Deuteronomium 12:3 2 Koningen 18:4 1 Koningen 18:40 2 Koningen 10:26 Deuteronomium 13:5 Deuteronomium 13:9 2 Kronieken 34:4 2 Kronieken 23:17
2 Koningen 11:19 2 Kronieken 23:19 Mattheüs 19:28 1 Koningen 1:13 2 Kronieken 23:5 Jeremia 22:30 Mattheüs 25:31 Jeremia 17:25 1 Kronieken 29:23
2 Koningen 11:20 Spreuken 11:10 Spreuken 29:2 2 Koningen 11:14 2 Kronieken 23:21
2 Koningen 11:21 2 Kronieken 24:1 2 Koningen 11:4 2 Koningen 22:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 11 vers 1

Athália Welke was Achabs dochter, de huisvrouw van Joram en moeder van Ahazia, dien Jehu gedood had, boven, 2 Kon. 8:18, en 2 Kon. 9:27.

Hertaald: Athália Zij was de dochter van Achab, de vrouw van Joram en de moeder van Ahazia, die Jehu gedood had, hierboven 2 Kon. 8:18, en 2 Kon. 9:27.

Aházia, Zie boven, 2 Kon. 9:27.

Hertaald: Aházia, Zie hierboven 2 Kon. 9:27.

al het koninklijke zaad Hebreeuws, al het zaad des koninkrijks; dat is, al de prinsen van den bloede, op welke de successie der kroon mocht komen. Versta dit, van Athalia's voornemen, niet van de volle daad; want één is ontkomen; gelijk vs.2 uitwijst.

Hertaald: al het koninklijke zaad Hebreeuws: al het zaad van het koninkrijk; dat is: alle prinsen van den bloede op wie de kroon zou kunnen overgaan. Versta dit van Athalia's voornemen, niet van de volledige uitvoering, want één is ontkomen, zoals vers 2 laat zien.

2 Koningen 11 vers 2

Joséba, Hebreeuws, Jehoschebah. Anders, Jehoschabbath, 2 Kron. 22:11, alwaar ook staat dat zij was de huisvrouw van den hogepriester Jojada, maar men meent dat zij uit een andere huisvrouw van Joram dan uit de afgodische Athalia geboren was.

Hertaald: Joséba, Hebreeuws: Jehoscheba. Anders: Jehoschabbath, 2 Kron. 22:11, waar ook staat dat zij de vrouw van de hogepriester Jojada was; men neemt aan dat zij geboren was uit een andere vrouw van Joram dan uit de afgodische Athalia.

Joas, Hebreeuws, Joas; anders, Jehoas, onder, 2 Kon. 12:2.

Hertaald: Joas, Hebreeuws: Joas; anders: Jehoas, hieronder 2 Kon. 12:2.

zettende Dit woord is hier ingevoegd uit 2 Kron. 22:11.

Hertaald: zettende Dit woord is hier ingevoegd op grond van 2 Kron. 22:11.

een slaapkamer; Hebreeuws, een kamer der bedden; dat is, in een der kamers, die aan den tempel getimmerd waren, waarin de bedden der priesters waren, waarop zij sliepen, als zij op hun beurt den godsdienst moesten waarnemen. Zie Jer. 35:2.

Hertaald: een slaapkamer; Hebreeuws: een kamer van de bedden; dat is: in een van de kamers die aan de tempel gebouwd waren en waarin de bedden van de priesters stonden waarop zij sliepen wanneer zij op hun beurt de eredienst moesten waarnemen. Zie Jer. 35:2.

zij verborgen hem Te weten, Jojada en Joseba.

Hertaald: zij verborgen hem Namelijk: Jojada en Joseba.

voor Athália, Hebreeuws, voor het aangezicht van Athalia.

Hertaald: voor Athália, Hebreeuws: voor het aangezicht van Athalia.

2 Koningen 11 vers 4

Jójada, Hebreeuws, Jehojadah, de zoon van Ahimaäz, den zoon van Zadok, hogepriester en onderscheiden van Jojada, den vader van Benaja, die leefde ten tijde van David, 2 Sam. 8:18.

Hertaald: Jójada, Hebreeuws: Jehojada, de zoon van Ahimaäz, de zoon van Zadok; hogepriester, en te onderscheiden van de Jojada die de vader van Benaja was en in de tijd van David leefde, 2 Sam. 8:18.

oversten van honderd Dezen waren vijf in getal, en worden genoemd 2 Kron. 23:1. Zij schijnen priesters geweest te zijn, gelijk men mag afnemen vs.5, 7, 9.

Hertaald: oversten van honderd Dezen waren met vijven en worden genoemd in 2 Kron. 23:1. Zij lijken priesters geweest te zijn, zoals men uit vers 5, 7 en 9 kan opmaken.

hij maakte Te weten, om Athalia te doden, Joas in het koninkrijk te stellen, de afgoderij te weren, en den zuiveren godsdienst weder op te richten.

Hertaald: hij maakte Namelijk: om Athalia te doden, Joas als koning aan te stellen, de afgoderij te weren en de zuivere eredienst te herstellen.

2 Koningen 11 vers 5

u, Versta, priesters en Levieten; 2 Kron. 23:4.

Hertaald: u, Versta hieronder priesters en Levieten; 2 Kron. 23:4.

ingaan, Te weten, in den tempel. De priesters en de Levieten waren verdeeld in vier en twintig beurten, 1Ch 24, naar welke verdeling zij bij beurte alle week in den tempel kwamen, om den godsdienst naar de gestelde orde te verzorgen; hetwelk wordt genoemd ingaan, te weten, in den tempel, om de wacht waar te nemen. Anders, die in de week ingaan.

Hertaald: ingaan, Namelijk: in de tempel. De priesters en de Levieten waren verdeeld in vierentwintig beurten, 1 Kron. 24; volgens die indeling kwamen zij bij toerbeurt elke week in de tempel om de eredienst naar de vastgestelde orde te verzorgen. Dat wordt ingaan genoemd, namelijk in de tempel om de wacht waar te nemen. Anders: die in de week ingaan.

huis des konings; Dat is, aan de kamer in den tempel, waar de jonge koning werd verborgen gehouden.

Hertaald: huis des konings; Dat is: bij de kamer in de tempel waar de jonge koning verborgen gehouden werd.

2 Koningen 11 vers 6

Sur; Dit was de poort tegen het oosten, en was de grootste poort des tempels, daarom wordt zij ook genoemd de hoge-poort , onder, 2 Kon. 15:35; ook de fondament-poort , 2 Kron. 23:5; idem de nieuwe poort, Jer. 26:10, omdat zij van den koning Jotham is vernieuwd, 2 Kron. 27:3.

Hertaald: Sur; Dit was de poort aan de oostkant en de grootste poort van de tempel; daarom wordt zij ook de hoge poort genoemd, hieronder 2 Kon. 15:35, en de fundamentpoort, 2 Kron. 23:5, en eveneens de nieuwe poort, Jer. 26:10, omdat zij door koning Jotham vernieuwd is, 2 Kron. 27:3.

achter de trawanten; Deze poort was aan het zuiden, naar den voorhof der priesters, die anders [gelijk enigen menen] genaamd werd Sippim, dat is, de dorpelpoort; 2 Kron. 23:4.

Hertaald: achter de trawanten; Deze poort lag aan de zuidkant, naar het voorhof van de priesters toe; zij werd volgens sommigen Sippim genoemd, dat is: de dorpelpoort; 2 Kron. 23:4.

tegen inbreking Of, tegen afrukking, of wegneming; dat is, gij zult den tempel alzo bewaren, dat daaraan niet gebroken worde, en dat de koning met geweld daar niet uit genomen noch weggevoerd worde.

Hertaald: tegen inbreking Of: tegen afrukken of wegnemen; dat is: u zult de tempel zo bewaken dat daar niet ingebroken wordt en dat de koning daar niet met geweld uit gehaald of weggevoerd wordt.

2 Koningen 11 vers 7

delen Hebreeuws, handen.

Hertaald: delen Hebreeuws: handen.

uitgaan, Versta, degenen, die uit den tempel naar huis zouden keren, hebbende voor die week hun dienst op hun beurt volbracht. Want op elken sabbat moesten nieuwe in hun plaats treden.

Hertaald: uitgaan, Versta hieronder degenen die uit de tempel naar huis zouden gaan omdat zij hun dienst voor die week op hun beurt volbracht hadden. Want elke sabbat moesten er nieuwe in hun plaats komen.

2 Koningen 11 vers 8

tussen Of, tussen de gelederen, die in orde gesteld zijn; dat is, in uw wacht, als gij zult optrekken, of rondom den koning zijn, om hem te bewaren.

Hertaald: tussen Of: tussen de gelederen die in slagorde staan; dat is: in uw wachtopstelling, wanneer u zult optrekken of rondom de koning zult staan om hem te bewaken.

2 Koningen 11 vers 10

die van den koning Dat is, die David van zijn vijanden had genomen, en mogelijk den Heere in den tabernakel tot een gedachtenis geheiligd had; gelijk het zwaard van Goliath, 1 Sam. 21:9, en de schilden der Syriërs, 2 Sam. 8:7, die daarna schijnen van Salomo in den tempel gebracht te zijn, 1 Kon. 7:51.

Hertaald: die van den koning Dat is: de wapens die David op zijn vijanden buitgemaakt had en die hij mogelijk als gedenkteken aan de HEERE in de tabernakel gewijd had, zoals het zwaard van Goliath, 1 Sam. 21:9, en de schilden van de Syriërs, 2 Sam. 8:7, die daarna door Salomo in de tempel gebracht lijken te zijn, 1 Kon. 7:51.

2 Koningen 11 vers 11

rechterzijde Dat is, de zuidzijde.

Hertaald: rechterzijde Dat is: de zuidzijde.

linkerzijde Dat is, de noordzijde.

Hertaald: linkerzijde Dat is: de noordzijde.

het altaar Te weten, der brandoffers; welke was bij de oostpoort des tempels.

Hertaald: het altaar Namelijk: het brandofferaltaar, dat bij de oostpoort van de tempel stond.

het huis toe, Dat is, den tempel, die van het altaar westwaarts stond.

Hertaald: het huis toe, Dat is: de tempel, die ten westen van het altaar stond.

2 Koningen 11 vers 12

hij des konings zoon Namelijk, Jojada.

Hertaald: hij des konings zoon Namelijk: Jojada.

getuigenis; Hetwelk hij hem in de hand gaf, en was het wetboek, waarin God getuigt hoe hij zich in zijne regering moest gedragen. Zie Deut. 17:18.

Hertaald: getuigenis; Dat gaf hij hem in de hand; het was het wetboek, waarin God getuigt hoe hij zich in zijn regering moest gedragen. Zie Deut. 17:18.

zalfden hem; Die hun vader naar de gewoonlijke orde in het rijk opvolgden, werden naar sommiger mening, niet gezalfd, maar alleen, die na enige verandering in het regiment of buiten de ordinaire wet, of uit vrees van toekomende zwarigheid, koning werden, gelijk Saul, 1 Sam. 10:1; David, 1 Sam. 16:13; Salomo, 1 Kon. 1:34; Jehu, 2 Kon. 9:6; Joahaz, 2 Kon. 23:30; en hier Joas, die zijn vader opgevolgd is, nadat Athalia het rijk geweldiglijk en tirannelijk aan zich getrokken had.

Hertaald: zalfden hem; Volgens sommigen werden koningen die hun vader volgens de gewone orde in het rijk opvolgden niet gezalfd, maar alleen zij die koning werden na een verandering in het bestuur, buiten de gewone regel om, of uit vrees voor komende moeilijkheden, zoals Saul, 1 Sam. 10:1; David, 1 Sam. 16:13; Salomo, 1 Kon. 1:34; Jehu, 2 Kon. 9:6; Joahaz, 2 Kon. 23:30; en hier Joas, die zijn vader opvolgde nadat Athalia het rijk met geweld en tirannie aan zich getrokken had.

klapten Tot een teken en bewijs der vreugde. Alzo wordt de klapping der handen genomen, Ps. 98:8; Ezech. 25:6; elders voor een teken der droefheid, Ezech. 6:11.

Hertaald: klapten Als teken en bewijs van vreugde. Zo wordt het klappen in de handen opgevat in Ps. 98:8; Ezech. 25:6; elders is het een teken van droefheid, Ezech. 6:11.

2 Koningen 11 vers 14

pilaar, Of, gestoelte; dat is, op het koninklijk gestoelte, dat Salomo van koper gemaakt had, en stond in het voorhof des volks aan een pilaar. Zie onder, 2 Kon. 23:3, en 2 Kron. 6:13.

Hertaald: pilaar, Of: gestoelte; dat is: op het koninklijke gestoelte dat Salomo van koper had laten maken en dat in het voorhof van het volk bij een pilaar stond. Zie hieronder 2 Kon. 23:3, en 2 Kron. 6:13.

naar de wijze, Dat is, naar de manier van doen; of, gelijk de koning gewoon was, aan die kolom te staan als hij in den tempel kwam om God te dienen, of het volk aan te spreken. Vergelijk onder, 2 Kon. 23:3.

Hertaald: naar de wijze, Dat is: naar de gewoonte; of: zoals de koning gewoon was bij die zuil te staan wanneer hij in de tempel kwam om God te dienen of het volk toe te spreken. Vergelijk hieronder 2 Kon. 23:3.

verscheurde Een teken van spijt, droefheid en grote beroering des geestes. Zie Gen. 37:29.

Hertaald: verscheurde Een teken van spijt, droefheid en grote beroering van de geest. Zie Gen. 37:29.

2 Koningen 11 vers 15

de ordeningen, Zie boven, vs.8.

Hertaald: de ordeningen, Zie hierboven vers 8.

2 Koningen 11 vers 16

zij legden Anders, zij bestelden aan haar zijdwacht, of, zij gaven, of, maakten haar plaats; te weten, om uit den tempel te gaan. Hebreeuws, zij zetten haar handen, of zijden, of ruimten, of plaatsen.

Hertaald: zij legden Anders: zij stelden een wacht aan haar zijden op, of: zij gaven of maakten haar plaats, namelijk om uit de tempel te gaan. Hebreeuws: zij zetten haar handen, of: zijden, of: ruimten, of: plaatsen.

den weg Dat is, den weg van de stadspoort Davids, die zo genoemd was en noordwaarts stond; vanwaar men ging naar de poort van Efraïm. Zie onder, 2 Kon. 14:13. Sommigen menen dat deze weg den naam heeft van den ingang der paarden, omdat men door denzelven bekwamelijk tot des konings huis te paard kon rijden.

Hertaald: den weg Dat is: de weg van de Davidspoort van de stad, die zo genoemd werd en aan de noordkant lag; daarvandaan ging men naar de poort van Efraïm. Zie hieronder 2 Kon. 14:13. Sommigen menen dat deze weg zijn naam ontleent aan de paardeningang, omdat men daarlangs goed te paard naar het huis van de koning kon rijden.

2 Koningen 11 vers 17

een verbond Te weten, eerst een kerkelijk verbond tussen God en den koning met het volk, aangaande de oprichting en handhaving van den zuiveren en waren godsdienst; daarna ook een politiek verbond, aangaande het ambt des konings tegen zijn volk, in zijn regering, en den schuldigen plicht des volks tegen den koning, in politieke gehoorzaamheid.

Hertaald: een verbond Namelijk: eerst een kerkelijk verbond tussen God en de koning met het volk, over het herstel en de handhaving van de zuivere en ware eredienst; daarna ook een staatkundig verbond, over de plicht van de koning tegenover zijn volk in zijn regering en over de plicht van het volk tegenover de koning in staatkundige gehoorzaamheid.

den HEERE tot een volk Dat is, dat het den Heere alleen voor den waren God kennen en naar zijn woord dienen zou, verwerpende alle afgoderij en valsen godsdienst, welke verklaring bevestigd wordt met hun volgende daad, vs.18.

Hertaald: den HEERE tot een volk Dat is: dat het alleen de HEERE als de ware God zou erkennen en naar Zijn woord zou dienen, met verwerping van alle afgoderij en valse eredienst; die verklaring wordt bevestigd door hun daad die daarop volgt, vers 18.

2 Koningen 11 vers 18

bestelde Of, herstelde; overmits de zuiverheid van den godsdienst door de verkeerdheid des tijds zeer vervallen was. Zie breder en meer bijzonder hiervan 2 Kron. 23:18-19.

Hertaald: bestelde Of: herstelde; want de zuiverheid van de eredienst was door de verdorvenheid van de tijd sterk vervallen. Zie hierover uitvoeriger en in bijzonderheden 2 Kron. 23:18-19.

2 Koningen 11 vers 19

poort der trawanten Genaamd anders de hoge poort, 2 Kron. 23:20. Zie aldaar de aantekening.

Hertaald: poort der trawanten Elders de hoge poort genoemd, 2 Kron. 23:20. Zie de aantekening daar.

hij zat Zie 1 Kon. 1:46.

Hertaald: hij zat Zie 1 Kon. 1:46.

2 Koningen 11 vers 20

bij Anders, in.

Hertaald: bij Anders: in.

2 Koningen 11 vers 21

zeven jaren Men kan hieruit afnemen dat Joas maar een jaar oud was, als Athalia hem zocht te doden en hij in den tempel met zijn voedstervrouw verborgen werd, want is hij daar zes jaren bewaard geweest, boven, vs.3.

Hertaald: zeven jaren Hieruit kan men opmaken dat Joas nog maar één jaar oud was toen Athalia hem probeerde te doden en hij met zijn voedster in de tempel verborgen werd, want hij is daar zes jaar bewaard gebleven, hierboven vers 3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joram (zoon van Achab)  — de HEERE is verheven

Zoon van Achab en broer van Ahazia, die hij als koning van Israël opvolgde omdat Ahazia geen zoon had. Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, hoewel minder dan zijn ouders, en verwijderde het opgerichte beeld van Baäl dat zijn vader gemaakt had. Niet te verwarren met Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda (2 Kon. 1:17; 3:1-3).

Joseba  — de HEERE is een eed

Dochter van koning Joram en zuster van Ahazia; zij redde haar kleine neefje Joas uit de moordpartij van Athalia door hem met zijn voedster in een slaapkamer van de tempel te verbergen, waardoor het koninklijk geslacht van David niet uitstierf (2 Kon. 11:2-3).

Joas (koning van Juda)  — de HEERE heeft gegeven

Zoon van Ahazia, die als klein kind door zijn tante Joseba voor Athalia's moordpartij verborgen werd en zes jaar lang in de tempel opgroeide. Op zevenjarige leeftijd werd hij door de priester Jojada tot koning uitgeroepen en gezalfd, waarna Athalia werd gedood. Hij regeerde veertig jaren en herstelde de tempel; later liet hij zich echter tot afgoderij verleiden en de zoon van Jojada stenigen, en werd zelf door zijn eigen knechten vermoord (2 Kon. 11-12).

Jojada  — de HEERE weet

De hogepriester, die de kleine Joas zes jaar verborg, een verbond met de legerhoofden sloot en hem op zevenjarige leeftijd tot koning liet zalven, waarmee hij een einde maakte aan het bewind van Athalia. Hij onderwees Joas al de dagen van zijn leven in de dienst van de HEERE (2 Kon. 11:4-12:2).

Mattan  — geschenk

De priester van Baäl, die door het volk voor de altaren van Baäl werd doodgeslagen toen zij, na Athalia's val, de tempel van Baäl afbraken (2 Kon. 11:18).

Ahazia (koning van Juda)  — de HEERE grijpt aan

Zoon van Jehoram en Athalia, en koning van Juda; hij wandelde in de weg van het huis van Achab, waarmee hij verzwagerd was. Hij trok met Joram van Israël ten strijde tegen Hazaël, en werd later, op bezoek bij de gewonde Joram, door Jehu gedood (2 Kon. 8:25-29; 9:27-28). Niet te verwarren met Ahazia, de zoon van Achab, koning van Israël.

Athalia  — de HEERE is groot (onzeker)

Dochter van Omri (elders ook aan Achab toegeschreven), en moeder van Ahazia, koning van Juda (2 Kon. 8:26); zij zou later, na de dood van haar zoon, zelf de troon van Juda grijpen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De verborgen zoon (Athalia en Joas)  — Athalia laat na de dood van haar zoon het hele koninklijke zaad ombrengen, maar Joseba redt één kleinkind: "En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land" (2 Kon. 11:3)

Zodra Athalia hoort dat haar zoon Ahazia dood is, brengt zij al het koninklijke zaad om (2 Kon. 11:1). Joseba, de dochter van koning Joram en de zuster van Ahazia, neemt de zuigeling Joas weg uit het midden van de koningszonen die gedood werden, en verbergt hem met zijn voedster in een slaapkamer (2 Kon. 11:2). Zes jaar blijft het kind in het huis des HEEREN verborgen, terwijl zijn grootmoeder over het land regeert (2 Kon. 11:3). In het zevende jaar haalt de priester Jojada de oversten, de hoofdmannen en de trawanten in de tempel bijeen, verbindt hen bij eed, en toont hun de zoon des konings (2 Kon. 11:4). Zij stellen zich gewapend rondom de koning op, en het kind wordt gekroond en gezalfd onder het geroep: "De koning leve!" (2 Kon. 11:11-12). Athalia hoort het rumoer, verscheurt haar klederen en roept: "Verraad, verraad!" (2 Kon. 11:14). Op Jojada's uitdrukkelijk bevel wordt zij niet in het huis des HEEREN gedood, maar buiten de ordeningen weggevoerd en bij het huis des konings ter dood gebracht (2 Kon. 11:15-16,20).

Bijbelse betekenis: Nooit hing de belofte aan Davids huis aan een dunner draad dan hier. Van heel het koninklijke geslacht bleef één klein kind over, verborgen in een zijkamer van de tempel, terwijl de troon zes jaar in handen van zijn moordenares was. De belofte hield stand omdat God haar hield, niet omdat er nog iets over was om op te bouwen. Opmerkelijk is verder wie hier gebruikt wordt: geen leger en geen profeet, maar een tante die een baby wegdroeg en zes jaar zweeg. De plaats van de schuilhoek is even veelzeggend, want het huis dat door Athalia's huis met Baäl gedeeld werd, bewaarde ondertussen haar opvolger.

Typologie: Dezelfde geschiedenis herhaalt zich in het klein bij de geboorte van Christus: een heersende macht die de koningskinderen laat doden, en één Kind dat bijtijds in veiligheid gebracht wordt, "want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden" (Matt. 2:13). En de lamp die God om Davids wil brandende hield (reeds behandeld bij Een lamp voor Mijn aangezicht, 1 Kon. 11:36) is hier tot een enkele vonk teruggebracht en toch niet uitgeblust.

2 Kon. 11:1-20; Matt. 2:13; 1 Kon. 11:36

De kroon en de getuigenis (het verbond van Jojada)  — bij de kroning ontvangt de zevenjarige koning twee dingen tegelijk — "en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis" — en daarna sluit Jojada een verbond tussen de HEERE, de koning en het volk (2 Kon. 11:12,17)

Jojada brengt de koningszoon voor, zet hem de kroon op en geeft hem de getuigenis, waarna hij gezalfd en tot koning uitgeroepen wordt (2 Kon. 11:12). Na de dood van Athalia maakt hij een verbond tussen de HEERE en de koning en het volk, dat het de HEERE tot een volk zou zijn, en daarnaast een verbond tussen de koning en het volk (2 Kon. 11:17). Het gevolg volgt onmiddellijk: al het volk des lands gaat naar het huis van Baäl, breekt het af, verbrijzelt de altaren en beelden, en Mattan de priester van Baäl wordt voor de altaren gedood (2 Kon. 11:18). Jojada regelt daarop de ambten in het huis des HEEREN en geleidt de koning naar de troon; de stad wordt stil (2 Kon. 11:18-20).

Bijbelse betekenis: De kroon zonder de getuigenis zou een macht zonder maatstaf geweest zijn. De wet had het al voorgeschreven: de koning moest zich een afschrift van de wet laten schrijven en daarin lezen al de dagen zijns levens, opdat hij de HEERE leerde vrezen (Deut. 17:18-19). Zo wordt gezag hier bij zijn aantreden gebonden aan het Woord, en niet omgekeerd. Het verbond dat volgt is drieledig van orde: eerst de band met de HEERE, dan die tussen koning en volk. Waar die volgorde staat, kan de afbraak van het Baälshuis volgen als vrucht en niet als voorwaarde. Een reformatie begint bij het verbond en niet bij de sloophamer.

Typologie: Jozua had het volk op dezelfde wijze aan de HEERE verbonden voordat hij stierf: "Alzo maakt Jozua op dienzelven dag een verbond met het volk; en hij stelde het hun tot een inzetting en recht te Sichem" (Joz. 24:25). Telkens als Israël opnieuw begint, begint het met een verbondsvernieuwing, en telkens blijkt daarna hoeveel dat verbond in het hart geworteld was.

2 Kon. 11:12,17-20; Deut. 17:18-19; Joz. 24:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Verstoken in het huis des HEEREN — 11:1-3, 12

Het beloofde Zaad niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

De koning van Juda is dood. Zijn moeder Athalia grijpt de macht, en zij doet het grondig: zij laat de hele koninklijke familie ombrengen. Zij is een dochter uit het huis van Achab, en met haar zit er iemand op de troon van David die geen David in zich heeft.

Het koninklijke zaad wordt uitgeroeid, en één kind blijft over — zes jaar lang verborgen in de tempel.

**Het bevel.** Er staat niets verzachtends bij: “zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.” Dat woord zaad is precies het woord van deze lijn. Wat aan Abraham beloofd was en op Juda en op David toegespitst, zou hier op één dag ophouden.

**De onderbreking.** Eén vrouw grijpt in. Joseba, een dochter van koning Joram, haalt een kind uit het midden van de zonen die gedood worden, en verstopt hem met zijn voedster in een slaapkamer. De kanttekening merkt op dat dit een van de kamers bij de tempel was, waarin de bedden van de priesters stonden voor als zij dienst hadden.

Dus: het laatste stuk van de belofte ligt te slapen in een priesterbed.

**Zes jaar.** “En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.” Zes jaar lang lijkt het voorbij. Wie het toen bekeken had, zou zeggen dat de lijn van David geëindigd was — en zij lag al die tijd op steenworp afstand van de troonzaal.

**De onthulling.** In het zevende jaar wordt hij naar buiten gebracht: “Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem.” Een kroon, de wet in zijn hand, olie op zijn hoofd — het gaat weer door.

**Waarom dit hoofdstuk telt.** In dit register komt deze zin terug: de belofte gaat verder door een naald van een oog. Acht mensen in een ark. Zeventig zielen op wagens naar Egypte. Eén tros met nog wat sap erin. Hier: één peuter achter een deur.

En het gebeurt nog een keer, met dezelfde middelen. Een koning hoort van een pasgeboren koning en laat de kinderen doden; een gezin verdwijnt met het Kind naar Egypte. Johannes ziet het in één beeld: een draak die voor de barende vrouw staat om haar kind te verslinden zodra het geboren is.

De lijn hangt telkens aan een draad. En telkens staat er iemand op die de draad vasthoudt.

  1. 2 Samuël 7:16 — Uw huis en uw koninkrijk zullen bestendig zijn, is David beloofd.
  2. 2 Koningen 11:1 — Athalia brengt het hele koninklijke zaad om.
  3. 2 Koningen 11:2 — Eén kind wordt weggenomen en verborgen.
  4. 2 Koningen 11:3 — Zes jaar lang slaapt de belofte in een kamer bij de tempel.
  5. 2 Koningen 11:12 — Dan komt hij naar buiten, met kroon en zalfolie.
  6. Mattheüs 2:13 — En bij Bethlehem wordt hetzelfde geprobeerd, met dezelfde afloop.

In het Nieuwe Testament: 2 Samuël 7:16; Genesis 22:18; Mattheüs 2:13-16; Openbaring 12:4; 2 Kronieken 22:11; Psalm 132:11

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Dat het over de bewaring van de beloofde lijn gaat, blijkt uit het woord dat de tekst zelf gebruikt: het koninklijke zaad. Daarnaast uit de belofte aan David dat zijn troon bevestigd zou zijn. De overeenkomst met de kindermoord te Bethlehem ligt in het verloop en niet in een aanhaling.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Koningen 11

2 Koningen 11:10.Kruisverwijzingen2 Samuël 8:71 Kronieken 18:72 Kronieken 5:12 Kronieken 23:91 Samuël 21:91 Kronieken 26:26
— En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
Wanneer David met een tegenstander gestreden en hem overwonnen had, bracht hij zijn wapenrusting en zijn wapenen naar huis als gedenktekenen van zijn heldendaden. Deze, die talrijk blijken geweest te zijn, werden in het huis des Heeren geplaatst en later in Salomo’s tempel, waar zij de wanden versierden.

Nu had Athalia, de vorstin die de troon van Juda geroofd had, bijna zeven jaar de tiran gespeeld. De tijd was gekomen dat zij ter dood gebracht zou worden en dat de jonge vorst die verborgen gehouden was tot koning uitgeroepen zou worden. Het werd beschikt dat hij in de tempelvoorhof uitgeroepen zou worden. Maar de mannen die de lijfwacht zouden zijn, waren niet met wapenen toegerust, uit vrees dat er alarm gegeven zou worden en de zaak te vroeg ontdekt. Maar deze wapenen die lang tevoren in de tempel opgehangen waren, werden neergehaald, en de Levieten en andere vrienden werden ermee gewapend.

Zo ook: wanneer christenen geestelijke overwinningen hebben, behoren wij de zegetekenen op te hangen in het huis des Heeren en Hem de eer te geven. Wij hebben nooit met een zonde, een verzoeking of een twijfel gestreden en die overwonnen dan door de hulp van de Geest; wij hebben nooit een ziel voor Jezus gewonnen; wij hebben nooit een dapper woord gesproken dat een dwaling afweerde, tenzij de Heere in alles was.

Toen David deze zwaarden en schilden ophing, veronderstelde hij nooit dat een van zijn nakomelingen ze nodig zou hebben om zich op de troon te bevestigen. En wij weten nooit, wanneer wij God prijzen voor Zijn barmhartigheden, of die lof niet in onze eigen boezem terugkomt en onze eigen verrijking wordt in de dagen die komen. De gedenktekenen die wij oprichten om Gods goedheid vast te leggen, kunnen ons in latere jaren tot de nuttigste dingen in al onze schatkamers zijn.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

De gedenktekenen die wij oprichten om Gods goedheid vast te leggen, kunnen ons in latere jaren tot de nuttigste dingen in al onze schatkamers zijn.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content