Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen nu AthaliaH6271, de moederH517 van AhaziaH274, zagH7200, datH3588 haar zoonH1121doodH4191 was, zo maakte zij zich op, en brachtH6alH3605 het koninklijkeH4467zaadH2233 om.Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.
KJVAnd when Athaliah1the mother2of Ahaziah3saw4that her son7was dead,6she arose8and destroyed9all the seed12royal.13
1וַֽעֲתַלְיָה֙H6271Athalia, AthaljaAthaliah2אֵ֣םH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting3אֲחַזְיָ֔הוּH274AhaziaAhaziah4רָאֲתָ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6מֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7בְּנָ֑הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַתָּ֨קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9וַתְּאַבֵּ֔דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee10אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12זֶ֥רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13הַמַּמְלָכָֽהH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal
2Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar JosebaH3089, de dochterH1323 van den koningH4428JoramH3141, de zusterH269 van AhaziaH274, namH3947JoasH3101, den zoonH1121 van AhaziaH274, en stalH1589 hem uit het middenH8432 van des koningsH4428zonenH1121, die gedoodH4191 werden, zettende hem en zijn voedsterH3243 in een slaapkamerH2315; en zij verborgenH5641 hem voorH6440AthaliaH6271, dat hij nietH3808gedoodH4191 werd.Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.
KJVBut Jehosheba,2the daughter3of king4Joram,5sister6of Ahaziah,7took1Joash9the son10of Ahaziah,11and stole12him from among14the king's16sons15which were slain;17and they hid23him, even him and his nurse,20in the bedchamber21from25Athaliah,26so that he was not slain.28
1וַתִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2יְהוֹשֶׁ֣בַעH3089JosebaJehosheba. Compare H3090 (יְהוֹשַׁבְעַת)3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5י֠וֹרָםH3141JoramJoram6אֲח֨וֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together7אֲחַזְיָ֜הוּH274AhaziaAhaziah8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יוֹאָ֣שׁH3101JoasJoash10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אֲחַזְיָ֗הH274AhaziaAhaziah12וַתִּגְנֹ֤בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth13אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מִתּ֤וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)15בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal17הַמּ֣וּמָתִ֔יםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מֵינִקְתּ֖וֹH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)21בַּחֲדַ֣רH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within22הַמִּטּ֑וֹתH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier23וַיַּסְתִּ֧רוּH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely24אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you26עֲתַלְיָ֖הוּH6271Athalia, AthaljaAthaliah27וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without28הוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
3En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En hij wasH1961metH854 haar verstokenH2244 in het huisH1004 des HEERENH3068zesH8337jarenH8141; en AthaliaH6271regeerdeH4427overH5921 het landH776.En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.
KJVAnd he was with her hid5in the house3of the LORD4six6years.7And Athaliah8did reign9over the land.11
1וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִתָּהּ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5מִתְחַבֵּ֖אH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly6שֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַעֲתַלְיָ֖הH6271Athalia, AthaljaAthaliah9מֹלֶ֥כֶתH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
4In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4In het zevendeH7637jaarH8141 nu zondH7971JojadaH3077, en namH3947 de overstenH8269 van honderdH3967 met de hoofdmannenH3746, en met de trawantenH7323, en hij brachtH935 hen totH413 zich, in het huisH1004 des HEERENH3068; en hij maakte een verbondH1285 met hen, en hij beedigdeH7650 hen in het huisH1004 des HEERENH3068, en hij toondeH7200 hun den zoonH1121 des koningsH4428.In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.
KJVAnd the seventh2year1Jehoiada4sent3and fetched5the rulers7over hundreds,8with the captains9and the guard,10and brought11them to him into the house14of the LORD,15and made16a covenant18with them, and took an oath19of them in the house21of the LORD,22and shewed23them the king's27son.26
1וּבַשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2הַ֠שְּׁבִיעִיתH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)3שָׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4יְהוֹיָדָ֜עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)5וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8הַמֵּא֗וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore9לַכָּרִי֙H3746hoofdmannencaptains, Cherethites (from the margin)10וְלָ֣רָצִ֔יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post11וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וַיִּכְרֹת֩H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17לָהֶ֨ם18בְּרִ֜יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league19וַיַּשְׁבַּ֤עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear20אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions24אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth27הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
5En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij geboodH6680 hun, zeggendeH559: DitH2088 is de zaakH1697, die gij doenH6213 zult: een derdeH7992 deel vanH4480 u, die op den sabbatH7676ingaanH935, zullen de wachtH4931waarnemenH8104 van het huisH1004 des koningsH4428;En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;
KJVAnd he commanded1them, saying,2This is the thing4that ye shall do;6A third part7of you that enter in9on the sabbath10shall even be keepers11of the watch12of the king's14house;13
1וַיְצַוֵּ֣םH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6תַּעֲשׂ֑וּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הַשְּׁלִשִׁ֤יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)8מִכֶּם֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9בָּאֵ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath11וְשֹׁ֣מְרֵ֔יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12מִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
6En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En een derdeH7992 deel zal zijn aan de poortH8179SurH5495; en een derdeH7992 deel aan de poortH8179achterH310 de trawantenH7323; zo zult gij waarnemenH8104 de wachtH4931 van dit huisH1004, tegen inbrekingH4535.En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.
KJVAnd a third part1shall be at the gate2of Sur;3and a third part4at the gate5behind6the guard:7so shall ye keep8the watch10of the house,11that it be not broken down.12
1וְהַשְּׁלִשִׁית֙H7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)2בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3ס֔וּרH5495SurSur4וְהַשְּׁלִשִׁ֥יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)5בַּשַּׁ֖עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)6אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7הָרָצִ֑יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post8וּשְׁמַרְתֶּ֛םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch11הַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12מַסָּֽחH4535inbrekingbroken down
7En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de tweeH8147delenH3027 van ulieden, allenH3605, die op den sabbatH7676uitgaanH3318, zullen de wachtH4931 van het huisH1004 des HEERENH3068waarnemenH8104 bij den koningH4428.En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.
KJVAnd two1parts2of all you that go forth5on the sabbath,6even they shall keep7the watch9of the house10of the LORD11about12the king.13
1וּשְׁתֵּ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2הַיָּדוֹת֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3בָּכֶ֔ם4כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יֹצְאֵ֣יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6הַשַּׁבָּ֑תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7וְשָֽׁמְר֛וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch10בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
8En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En gij zult den koningH4428rondomH5439omsingelenH5362, een iederH376metH854 zijn wapenenH3627 in zijn handH3027, en hij, die tussen de ordeningenH7713intreedtH935, zal gedoodH4191 worden; en zijt gij bij den koningH4428, als hij uitgaatH3318, en als hij inkomtH935.En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.
KJVAnd ye shall compass1the king3round about,4every man5with his weapons6in his hand:7and he that cometh8within the ranges,10let him be slain:11and be ye with the king14as he goeth out15and as he cometh in.16
1וְהִקַּפְתֶּ֨םH5362omringende, omgeven, omsingelencompass (about, -ing), cut down, destroy, go round (about), inclose, round2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4סָבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וְכֵלָ֣יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7בְּיָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וְהַבָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַשְּׂדֵר֖וֹתH7713ordeningen, rijenboard, range11יוּמָ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12וִהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בְּצֵאת֥וֹH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16וּבְבֹאֽוֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
9De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De overstenH8269 dan van honderdH3967dedenH6213 naar alH3605watH834 de priesterH3548JojadaH3077gebodenH6680 had, en namenH3947 ieder zijn mannenH582, die op den sabbatH7676ingingenH935, metH5973 degenen, die op den sabbatH7676uitgingenH3318; en zij kwamen totH413 den priesterH3548JojadaH3077.De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.
KJVAnd the captains2over the hundreds3did1according to all things that Jehoiada7the priest8commanded:6and they took9every man10his menthat were to come in13on the sabbath,14with them that should go out16on the sabbath,17and came18to Jehoiada20the priest.21
1וַֽיַּעֲשׂ֞וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הַמֵּא֗וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore4כְּכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּה֮H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוֹיָדָ֣עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)8הַכֹּהֵן֒H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9וַיִּקְחוּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֲנָשָׁ֔יוH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13בָּאֵ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath15עִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16יֹצְאֵ֣יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17הַשַּׁבָּ֑תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath18וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20יְהוֹיָדָ֥עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)21הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de priesterH3548gafH5414 aan de overstenH8269 van honderdH3967 de spiesenH2595 en de schildenH7982, dieH834 van den koningH4428DavidH1732 geweest waren, dieH834 in het huisH1004 des HEERENH3068 geweest waren.En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
KJVAnd to the captains3over hundreds4did the priest2give1king10David's11spears6and shields,8that were in the temple13of the LORD.14
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3לְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4הַמֵּא֗וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַחֲנִית֙H2595spies, spiesen, spieshoutjavelin, spear7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשְּׁלָטִ֔יםH7982schildenshield9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11דָּוִ֑דH1732David, DavidsDavid12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בְּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de trawantenH7323stondenH5975, iederH376 met zijn wapenenH3627 in zijn handH3027, van de rechterzijdeH3233 van het huisH1004, totH5704 de linkerzijdeH8042 van het huisH1004, naar het altaarH4196 en naar het huisH1004 toe, bijH5921 den koningH4428rondomH5439.En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.
KJVAnd the guard2stood,1every man3with his weapons4in his hand,5round about17the king,16from the right8corner6of the temple7to the left12corner10of the temple,11along by the altar13and the temple.14
1וַיַּעַמְד֨וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2הָרָצִ֜יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4וְכֵלָ֣יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5בְּיָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6מִכֶּ֨תֶףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter7הַבַּ֤יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הַיְמָנִית֙H3233rechterzijde, rechterhand, rechteroor(on the) right (hand)9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10כֶּ֤תֶףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter11הַבַּ֨יִת֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12הַשְּׂמָאלִ֔יתH8042linkerzijde, linker, linkerhandleft13לַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar14וְלַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
12Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna brachtH3318 hij des koningsH4428zoonH1121 voor, en zetteH5414 hem de kroonH5145opH5921, en gaf hem de getuigenisH5715; en zij maaktenH4427 hem koning, en zalfdenH4886 hem; daartoe klaptenH5221 zij met de handenH3709, en zeidenH559: De koning leveH2421!Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
Ook in dit vers
koningH4428
KJVAnd he brought forth1the king's4son,3and put5the crown8upon him, and gave him the testimony;10and they made him king,11and anointed13him; and they clapped14their hands,15and said,16God save17the king.18
1וַיּוֹצִ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַנֵּ֨זֶר֙H5145Nazireerschap, kroon, gekroondeconsecration, crown, hair, separation9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָ֣עֵד֔וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness11וַיַּמְלִ֥כוּH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וַיִּמְשָׁחֻ֑הוּH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint14וַיַּכּוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15כָ֔ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon16וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17יְחִ֥יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole18הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
13Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen AthaliaH6271hoordeH8085 de stemH6963 der trawantenH7323 en des volksH5971, zo kwamH935 zij totH413 het volkH5971 in het huisH1004 des HEERENH3068.Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.
KJVAnd when Athaliah2heard1the noise4of the guard5and of the people,6she came7to the people9into the temple10of the LORD.11
1וַתִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2עֲתַלְיָ֔הH6271Athalia, AthaljaAthaliah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הָֽרָצִ֖יןH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post6הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַתָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En zij zagH7200 toe, en zietH2009, de koningH4428stondH5975bijH5921 den pilaarH5982, naarH413 de wijzeH4941, en de overstenH8269 en de trompettenH2689 bij den koningH4428; en alH3605 het volkH5971 des landsH776 was blijdeH8056, en bliesH8628 met trompettenH2689. Toen verscheurdeH7167AthaliaH6271 haar klederenH899, en zij riepH7121: VerraadH7195, verraadH7195!En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
KJVAnd when she looked,1behold, the king3stood4by a pillar,6as the manner7was, and the princes8and the trumpeters9by the king,11and all the people13of the land14rejoiced,15and blew16with trumpets:17and Athaliah19rent18her clothes,21and cried,22Treason,23Treason.24
1וַתֵּ֡רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see3הַמֶּלֶךְ֩H4428koning, konings, koningenking, royal4עֹמֵ֨דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָעַמּ֜וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar7כַּמִּשְׁפָּ֗טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8וְהַשָּׂרִ֤יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9וְהַחֲצֹֽצְרוֹת֙H2689trompetten, trompettrumpet(-er)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15שָׂמֵ֔חַH8056blijde, vrolijk, verblijd(be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing)16וְתֹקֵ֖עַH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust17בַּחֲצֹֽצְר֑וֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)18וַתִּקְרַ֤עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear19עֲתַלְיָה֙H6271Athalia, AthaljaAthaliah20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בְּגָדֶ֔יהָH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe22וַתִּקְרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say23קֶ֥שֶׁרH7195verbintenis, Verraad, verraadconfederacy, conspiracy, treason24קָֽשֶׁרH7195verbintenis, Verraad, verraadconfederacy, conspiracy, treason
15Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Maar de priesterH3548JojadaH3077geboodH6680 aan de overstenH8269 van honderdH3967, die over het heirH2428gesteldH6485 waren, en zeideH559totH413 hen: BrengtH3318 haar uit tot buitenH4480 de ordeningenH7713, en doodtH4191, wie haar volgtH935, met het zwaardH2719; wantH3588 de priesterH3548 had gezegdH559: Laat ze in het huisH1004 des HEERENH3068nietH408gedoodH4191 worden.Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.
KJVBut Jehoiada2the priest3commanded1the captains5of the hundreds,6the officers7of the host,8and said9unto them, Have her forth11without14the ranges:15and him that followeth16her kill18with the sword.19For the priest22had said,21Let her not be slain24in the house25of the LORD.26
1וַיְצַו֩H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יְהוֹיָדָ֨עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)3הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6הַמֵּא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7פְּקֻדֵ֣יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8הַחַ֗יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)9וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הוֹצִ֤יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12אֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15לַשְּׂדֵרֹ֔תH7713ordeningen, rijenboard, range16וְהַבָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אַחֲרֶ֖יהָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18הָמֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise19בֶּחָ֑רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool20כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer23אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than24תּוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise25בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En zij legden de handenH3027 aan haar; en zij ging den wegH1870 van den ingangH3996 der paardenH5483 naar het huisH1004 des koningsH4428, en zij werd daarH8033gedoodH4191.En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.
Ook in dit vers
leidenH7760
KJVAnd they laid1hands3on her; and she went4by the way5by the which the horses7came6into the king's9house:8and there was she slain.10
1וַיָּשִׂ֤מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2לָהּ֙3יָדַ֔יִםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4וַתָּב֛וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5דֶּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6מְב֥וֹאH3996ingang, ondergang, ingangenby which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא)7הַסּוּסִ֖יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)8בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10וַתּוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
17En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En JojadaH3077 maakte een verbondH1285tussenH996 den HEEREH3068 en tussenH996 den koningH4428, en tussenH996 het volkH5971, dat het den HEEREH3068 tot een volkH5971 zou zijnH1961; mitsgaders tussen de koningH4428 en tussenH996 het volkH5971.En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.
KJVAnd Jehoiada2made1a covenant4between the LORD6and the king8and the people,10that they should be the LORD'S13people;12between the king15also and the people.17
1וַיִּכְרֹ֨תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want2יְהוֹיָדָ֜עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַבְּרִ֗יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5בֵּ֤יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וּבֵ֤יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal9וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לְעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within15הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within17הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
18Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna ging alH3605 het volkH5971 des landsH776 in het huisH1004 van BaalH1168, en brakenH5422 dat af; zijn altarenH4196 en zijn beeldenH6754verbrakenH7665 zij rechtH3190 wel; en MattanH4977, den priesterH3548 van BaalH1168, sloegen zij doodH2026voorH6440 de altarenH4196. De priesterH3548 nu besteldeH7760 de ambtenH6485 in het huisH1004 des HEERENH3068.Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.
KJVAnd all the people3of the land4went1into the house5of Baal,6and brake it down;7his altars9and his images11brake they in pieces12thoroughly,13and slew18Mattan15the priest16of Baal17before19the altars.20And the priest22appointed21officers23over the house25of the LORD.26
1וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עַם֩H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הָאָ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6הַבַּ֜עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim7וַֽיִּתְּצֻ֗הוּH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִזְבְּחֹתָ֤יוH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11צְלָמָיו֙H6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew12שִׁבְּר֣וּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))13הֵיטֵ֔בH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)14וְאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מַתָּן֙H4977Matthan, MattanMattan16כֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer17הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim18הָרְג֖וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely19לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20הַֽמִּזְבְּח֑וֹתH4196altaar, altaren, altaarsaltar21וַיָּ֧שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work22הַכֹּהֵ֛ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer23פְּקֻדּ֖וֹתH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation24עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En hij namH3947 de overstenH8269 van honderdH3967, en de hoofdmannenH3746, en de trawantenH7323, en alH3605 het volkH5971 des landsH776; en zij brachtenH3381 den koningH4428 af uit het huisH1004 des HEERENH3068, en kwamenH935 door den wegH1870 van de poortH8179 der trawantenH7323 tot het huisH1004 des koningsH4428, en hij zat opH5921 den troonH3678 der koningenH4428.En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.
KJVAnd he took1the rulers3over hundreds,4and the captains,6and the guard,8and all the people11of the land;12and they brought down13the king15from the house16of the LORD,17and came18by the way19of the gate20of the guard21to the king's23house.22And he sat24on the throne26of the kings.27
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4הַ֠מֵּאוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַכָּרִ֨יH3746hoofdmannencaptains, Cherethites (from the margin)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָרָצִ֜יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post9וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וַיֹּרִ֤ידוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal16מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וַיָּב֛וֹאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19דֶּֽרֶךH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)20שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)21הָרָצִ֖יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post22בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)23הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal24וַיֵּ֖שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26כִּסֵּ֥אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne27הַמְּלָכִֽיםH4428koning, konings, koningenking, royal
20En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En alH3605 het volkH5971 des landsH776 was blijdeH8055, en de stadH5892 werd stilH8252, nadat zij AthaliaH6271 met het zwaardH2719gedoodH4191 hadden bij des koningsH4428huisH1004.En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.
KJVAnd all the people3of the land4rejoiced,1and the city5was in quiet:6and they slew9Athaliah8with the sword10beside the king's12house.11
1וַיִּשְׂמַ֥חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6שָׁקָ֑טָהH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עֲתַלְיָ֛הוּH6271Athalia, AthaljaAthaliah9הֵמִ֥יתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10בַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
21Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Joas was zevenH7651jarenH8141oudH1121, toen hij koningH4427 werd.Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יְהוֹאָ֥שׁH3060JoasJehoash. Compare H3101 (יוֹאָשׁ)5בְּמָלְכֽוֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 11:1— Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.2 Kronieken 22:10→2 Koningen 8:26→Mattheüs 2:16→Mattheüs 2:13→Jeremia 41:1→Mattheüs 21:38→2 Kronieken 24:7→2 Koningen 9:27→
2 Koningen 11:2— Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.2 Koningen 8:19→2 Koningen 11:21→Jeremia 35:2→Jesaja 65:8→Jeremia 33:21→Spreuken 21:30→2 Koningen 8:16→Ezechiël 40:45→
2 Koningen 11:3— En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.2 Kronieken 22:12→Psalmen 12:8→Maleachi 3:15→
2 Koningen 11:4— In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.2 Koningen 11:19→2 Koningen 11:9→2 Kronieken 15:12→2 Koningen 11:17→2 Kronieken 29:10→Nehemia 9:38→Nehemia 5:12→1 Samuël 18:3→
2 Koningen 11:5— En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;1 Kronieken 9:25→Ezechiël 44:2→Jeremia 26:10→Ezechiël 46:2→1 Koningen 10:5→2 Koningen 16:18→1 Kronieken 24:3→1 Kronieken 23:3→
2 Koningen 11:6— En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.2 Kronieken 23:4→1 Kronieken 26:13→
2 Koningen 11:7— En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.2 Koningen 11:5→2 Kronieken 23:6→
2 Koningen 11:8— En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.Exodus 21:14→Numeri 27:17→1 Koningen 2:28→2 Koningen 11:15→2 Kronieken 23:7→
2 Koningen 11:9— De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.2 Kronieken 23:8→1 Kronieken 26:26→2 Koningen 11:4→
2 Koningen 11:10— En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.2 Samuël 8:7→1 Kronieken 18:7→2 Kronieken 5:1→2 Kronieken 23:9→1 Samuël 21:9→1 Kronieken 26:26→
2 Koningen 11:11— En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.2 Koningen 11:8→Mattheüs 23:35→Exodus 40:6→Joël 2:17→Lukas 11:51→2 Koningen 11:10→Ezechiël 8:16→2 Kronieken 6:12→
2 Koningen 11:12— Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!Exodus 25:16→1 Samuël 10:24→1 Koningen 1:39→Exodus 31:18→2 Samuël 1:10→Deuteronomium 17:18→Psalmen 98:8→2 Samuël 16:16→
2 Koningen 11:13— Toen Athalia hoorde de stem der trawanten en des volks, zo kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.2 Kronieken 23:12→
2 Koningen 11:14— En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!2 Koningen 23:3→2 Kronieken 34:31→2 Koningen 9:23→1 Koningen 1:39→Openbaring 19:1→Lukas 19:37→Spreuken 29:2→Genesis 37:29→
2 Koningen 11:15— Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.Ezechiël 9:7→2 Kronieken 23:9→2 Kronieken 23:14→2 Koningen 11:4→Ezechiël 21:14→2 Koningen 11:9→
2 Koningen 11:16— En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.Genesis 9:6→Richteren 1:7→Mattheüs 7:2→Jakobus 2:13→2 Kronieken 23:15→Openbaring 16:5→
2 Koningen 11:17— En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.2 Samuël 5:3→2 Kronieken 34:31→Jozua 24:25→1 Samuël 10:25→Ezra 10:3→2 Kronieken 29:10→2 Kronieken 15:12→2 Koningen 11:4→
2 Koningen 11:18— Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.Deuteronomium 12:3→2 Koningen 18:4→1 Koningen 18:40→2 Koningen 10:26→Deuteronomium 13:5→Deuteronomium 13:9→2 Kronieken 34:4→2 Kronieken 23:17→
2 Koningen 11:19— En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.2 Kronieken 23:19→Mattheüs 19:28→1 Koningen 1:13→2 Kronieken 23:5→Jeremia 22:30→Mattheüs 25:31→Jeremia 17:25→1 Kronieken 29:23→
2 Koningen 11:20— En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.Spreuken 11:10→Spreuken 29:2→2 Koningen 11:14→2 Kronieken 23:21→
2 Koningen 11:21— Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.2 Kronieken 24:1→2 Koningen 11:4→2 Koningen 22:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 11 vers 1— Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.
Athália
Welke was Achabs dochter, de huisvrouw van Joram en moeder van Ahazia, dien Jehu gedood had, boven, 2 Kon. 8:18, en 2 Kon. 9:27.
Hertaald:Athália
Zij was de dochter van Achab, de vrouw van Joram en de moeder van Ahazia, die Jehu gedood had, hierboven 2 Kon. 8:18, en 2 Kon. 9:27.
Aházia,
Zie boven, 2 Kon. 9:27.
Hertaald:Aházia,
Zie hierboven 2 Kon. 9:27.
al het koninklijke zaad
Hebreeuws, al het zaad des koninkrijks; dat is, al de prinsen van den bloede, op welke de successie der kroon mocht komen. Versta dit, van Athalia's voornemen, niet van de volle daad; want één is ontkomen; gelijk vs.2 uitwijst.
Hertaald:al het koninklijke zaad
Hebreeuws: al het zaad van het koninkrijk; dat is: alle prinsen van den bloede op wie de kroon zou kunnen overgaan. Versta dit van Athalia's voornemen, niet van de volledige uitvoering, want één is ontkomen, zoals vers 2 laat zien.
2 Koningen 11 vers 2— Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd.
Joséba,
Hebreeuws, Jehoschebah. Anders, Jehoschabbath, 2 Kron. 22:11, alwaar ook staat dat zij was de huisvrouw van den hogepriester Jojada, maar men meent dat zij uit een andere huisvrouw van Joram dan uit de afgodische Athalia geboren was.
Hertaald:Joséba,
Hebreeuws: Jehoscheba. Anders: Jehoschabbath, 2 Kron. 22:11, waar ook staat dat zij de vrouw van de hogepriester Jojada was; men neemt aan dat zij geboren was uit een andere vrouw van Joram dan uit de afgodische Athalia.
zettende
Dit woord is hier ingevoegd uit 2 Kron. 22:11.
Hertaald:zettende
Dit woord is hier ingevoegd op grond van 2 Kron. 22:11.
een slaapkamer;
Hebreeuws, een kamer der bedden; dat is, in een der kamers, die aan den tempel getimmerd waren, waarin de bedden der priesters waren, waarop zij sliepen, als zij op hun beurt den godsdienst moesten waarnemen. Zie Jer. 35:2.
Hertaald:een slaapkamer;
Hebreeuws: een kamer van de bedden; dat is: in een van de kamers die aan de tempel gebouwd waren en waarin de bedden van de priesters stonden waarop zij sliepen wanneer zij op hun beurt de eredienst moesten waarnemen. Zie Jer. 35:2.
zij verborgen hem
Te weten, Jojada en Joseba.
Hertaald:zij verborgen hem
Namelijk: Jojada en Joseba.
voor Athália,
Hebreeuws, voor het aangezicht van Athalia.
Hertaald:voor Athália,
Hebreeuws: voor het aangezicht van Athalia.
2 Koningen 11 vers 4— In het zevende jaar nu zond Jojada, en nam de oversten van honderd met de hoofdmannen, en met de trawanten, en hij bracht hen tot zich, in het huis des HEEREN; en hij maakte een verbond met hen, en hij beedigde hen in het huis des HEEREN, en hij toonde hun den zoon des konings.
Jójada,
Hebreeuws, Jehojadah, de zoon van Ahimaäz, den zoon van Zadok, hogepriester en onderscheiden van Jojada, den vader van Benaja, die leefde ten tijde van David, 2 Sam. 8:18.
Hertaald:Jójada,
Hebreeuws: Jehojada, de zoon van Ahimaäz, de zoon van Zadok; hogepriester, en te onderscheiden van de Jojada die de vader van Benaja was en in de tijd van David leefde, 2 Sam. 8:18.
oversten van honderd
Dezen waren vijf in getal, en worden genoemd 2 Kron. 23:1. Zij schijnen priesters geweest te zijn, gelijk men mag afnemen vs.5, 7, 9.
Hertaald:oversten van honderd
Dezen waren met vijven en worden genoemd in 2 Kron. 23:1. Zij lijken priesters geweest te zijn, zoals men uit vers 5, 7 en 9 kan opmaken.
hij maakte
Te weten, om Athalia te doden, Joas in het koninkrijk te stellen, de afgoderij te weren, en den zuiveren godsdienst weder op te richten.
Hertaald:hij maakte
Namelijk: om Athalia te doden, Joas als koning aan te stellen, de afgoderij te weren en de zuivere eredienst te herstellen.
2 Koningen 11 vers 5— En hij gebood hun, zeggende: Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, zullen de wacht waarnemen van het huis des konings;
u,
Versta, priesters en Levieten; 2 Kron. 23:4.
Hertaald:u,
Versta hieronder priesters en Levieten; 2 Kron. 23:4.
ingaan,
Te weten, in den tempel. De priesters en de Levieten waren verdeeld in vier en twintig beurten, 1Ch 24, naar welke verdeling zij bij beurte alle week in den tempel kwamen, om den godsdienst naar de gestelde orde te verzorgen; hetwelk wordt genoemd ingaan, te weten, in den tempel, om de wacht waar te nemen. Anders, die in de week ingaan.
Hertaald:ingaan,
Namelijk: in de tempel. De priesters en de Levieten waren verdeeld in vierentwintig beurten, 1 Kron. 24; volgens die indeling kwamen zij bij toerbeurt elke week in de tempel om de eredienst naar de vastgestelde orde te verzorgen. Dat wordt ingaan genoemd, namelijk in de tempel om de wacht waar te nemen. Anders: die in de week ingaan.
huis des konings;
Dat is, aan de kamer in den tempel, waar de jonge koning werd verborgen gehouden.
Hertaald:huis des konings;
Dat is: bij de kamer in de tempel waar de jonge koning verborgen gehouden werd.
2 Koningen 11 vers 6— En een derde deel zal zijn aan de poort Sur; en een derde deel aan de poort achter de trawanten; zo zult gij waarnemen de wacht van dit huis, tegen inbreking.
Sur;
Dit was de poort tegen het oosten, en was de grootste poort des tempels, daarom wordt zij ook genoemd de hoge-poort , onder, 2 Kon. 15:35; ook de fondament-poort , 2 Kron. 23:5; idem de nieuwe poort, Jer. 26:10, omdat zij van den koning Jotham is vernieuwd, 2 Kron. 27:3.
Hertaald:Sur;
Dit was de poort aan de oostkant en de grootste poort van de tempel; daarom wordt zij ook de hoge poort genoemd, hieronder 2 Kon. 15:35, en de fundamentpoort, 2 Kron. 23:5, en eveneens de nieuwe poort, Jer. 26:10, omdat zij door koning Jotham vernieuwd is, 2 Kron. 27:3.
achter de trawanten;
Deze poort was aan het zuiden, naar den voorhof der priesters, die anders [gelijk enigen menen] genaamd werd Sippim, dat is, de dorpelpoort; 2 Kron. 23:4.
Hertaald:achter de trawanten;
Deze poort lag aan de zuidkant, naar het voorhof van de priesters toe; zij werd volgens sommigen Sippim genoemd, dat is: de dorpelpoort; 2 Kron. 23:4.
tegen inbreking
Of, tegen afrukking, of wegneming; dat is, gij zult den tempel alzo bewaren, dat daaraan niet gebroken worde, en dat de koning met geweld daar niet uit genomen noch weggevoerd worde.
Hertaald:tegen inbreking
Of: tegen afrukken of wegnemen; dat is: u zult de tempel zo bewaken dat daar niet ingebroken wordt en dat de koning daar niet met geweld uit gehaald of weggevoerd wordt.
2 Koningen 11 vers 7— En de twee delen van ulieden, allen, die op den sabbat uitgaan, zullen de wacht van het huis des HEEREN waarnemen bij den koning.
delen
Hebreeuws, handen.
Hertaald:delen
Hebreeuws: handen.
uitgaan,
Versta, degenen, die uit den tempel naar huis zouden keren, hebbende voor die week hun dienst op hun beurt volbracht. Want op elken sabbat moesten nieuwe in hun plaats treden.
Hertaald:uitgaan,
Versta hieronder degenen die uit de tempel naar huis zouden gaan omdat zij hun dienst voor die week op hun beurt volbracht hadden. Want elke sabbat moesten er nieuwe in hun plaats komen.
2 Koningen 11 vers 8— En gij zult den koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand, en hij, die tussen de ordeningen intreedt, zal gedood worden; en zijt gij bij den koning, als hij uitgaat, en als hij inkomt.
tussen
Of, tussen de gelederen, die in orde gesteld zijn; dat is, in uw wacht, als gij zult optrekken, of rondom den koning zijn, om hem te bewaren.
Hertaald:tussen
Of: tussen de gelederen die in slagorde staan; dat is: in uw wachtopstelling, wanneer u zult optrekken of rondom de koning zult staan om hem te bewaken.
2 Koningen 11 vers 10— En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
die van den koning
Dat is, die David van zijn vijanden had genomen, en mogelijk den Heere in den tabernakel tot een gedachtenis geheiligd had; gelijk het zwaard van Goliath, 1 Sam. 21:9, en de schilden der Syriërs, 2 Sam. 8:7, die daarna schijnen van Salomo in den tempel gebracht te zijn, 1 Kon. 7:51.
Hertaald:die van den koning
Dat is: de wapens die David op zijn vijanden buitgemaakt had en die hij mogelijk als gedenkteken aan de HEERE in de tabernakel gewijd had, zoals het zwaard van Goliath, 1 Sam. 21:9, en de schilden van de Syriërs, 2 Sam. 8:7, die daarna door Salomo in de tempel gebracht lijken te zijn, 1 Kon. 7:51.
2 Koningen 11 vers 11— En de trawanten stonden, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van het huis, tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar en naar het huis toe, bij den koning rondom.
rechterzijde
Dat is, de zuidzijde.
Hertaald:rechterzijde
Dat is: de zuidzijde.
linkerzijde
Dat is, de noordzijde.
Hertaald:linkerzijde
Dat is: de noordzijde.
het altaar
Te weten, der brandoffers; welke was bij de oostpoort des tempels.
Hertaald:het altaar
Namelijk: het brandofferaltaar, dat bij de oostpoort van de tempel stond.
het huis toe,
Dat is, den tempel, die van het altaar westwaarts stond.
Hertaald:het huis toe,
Dat is: de tempel, die ten westen van het altaar stond.
2 Koningen 11 vers 12— Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
hij des konings zoon
Namelijk, Jojada.
Hertaald:hij des konings zoon
Namelijk: Jojada.
getuigenis;
Hetwelk hij hem in de hand gaf, en was het wetboek, waarin God getuigt hoe hij zich in zijne regering moest gedragen. Zie Deut. 17:18.
Hertaald:getuigenis;
Dat gaf hij hem in de hand; het was het wetboek, waarin God getuigt hoe hij zich in zijn regering moest gedragen. Zie Deut. 17:18.
zalfden hem;
Die hun vader naar de gewoonlijke orde in het rijk opvolgden, werden naar sommiger mening, niet gezalfd, maar alleen, die na enige verandering in het regiment of buiten de ordinaire wet, of uit vrees van toekomende zwarigheid, koning werden, gelijk Saul, 1 Sam. 10:1; David, 1 Sam. 16:13; Salomo, 1 Kon. 1:34; Jehu, 2 Kon. 9:6; Joahaz, 2 Kon. 23:30; en hier Joas, die zijn vader opgevolgd is, nadat Athalia het rijk geweldiglijk en tirannelijk aan zich getrokken had.
Hertaald:zalfden hem;
Volgens sommigen werden koningen die hun vader volgens de gewone orde in het rijk opvolgden niet gezalfd, maar alleen zij die koning werden na een verandering in het bestuur, buiten de gewone regel om, of uit vrees voor komende moeilijkheden, zoals Saul, 1 Sam. 10:1; David, 1 Sam. 16:13; Salomo, 1 Kon. 1:34; Jehu, 2 Kon. 9:6; Joahaz, 2 Kon. 23:30; en hier Joas, die zijn vader opvolgde nadat Athalia het rijk met geweld en tirannie aan zich getrokken had.
klapten
Tot een teken en bewijs der vreugde. Alzo wordt de klapping der handen genomen, Ps. 98:8; Ezech. 25:6; elders voor een teken der droefheid, Ezech. 6:11.
Hertaald:klapten
Als teken en bewijs van vreugde. Zo wordt het klappen in de handen opgevat in Ps. 98:8; Ezech. 25:6; elders is het een teken van droefheid, Ezech. 6:11.
2 Koningen 11 vers 14— En zij zag toe, en ziet, de koning stond bij den pilaar, naar de wijze, en de oversten en de trompetten bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met trompetten. Toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
pilaar,
Of, gestoelte; dat is, op het koninklijk gestoelte, dat Salomo van koper gemaakt had, en stond in het voorhof des volks aan een pilaar. Zie onder, 2 Kon. 23:3, en 2 Kron. 6:13.
Hertaald:pilaar,
Of: gestoelte; dat is: op het koninklijke gestoelte dat Salomo van koper had laten maken en dat in het voorhof van het volk bij een pilaar stond. Zie hieronder 2 Kon. 23:3, en 2 Kron. 6:13.
naar de wijze,
Dat is, naar de manier van doen; of, gelijk de koning gewoon was, aan die kolom te staan als hij in den tempel kwam om God te dienen, of het volk aan te spreken. Vergelijk onder, 2 Kon. 23:3.
Hertaald:naar de wijze,
Dat is: naar de gewoonte; of: zoals de koning gewoon was bij die zuil te staan wanneer hij in de tempel kwam om God te dienen of het volk toe te spreken. Vergelijk hieronder 2 Kon. 23:3.
verscheurde
Een teken van spijt, droefheid en grote beroering des geestes. Zie Gen. 37:29.
Hertaald:verscheurde
Een teken van spijt, droefheid en grote beroering van de geest. Zie Gen. 37:29.
2 Koningen 11 vers 15— Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.
de ordeningen,
Zie boven, vs.8.
Hertaald:de ordeningen,
Zie hierboven vers 8.
2 Koningen 11 vers 16— En zij legden de handen aan haar; en zij ging den weg van den ingang der paarden naar het huis des konings, en zij werd daar gedood.
zij legden
Anders, zij bestelden aan haar zijdwacht, of, zij gaven, of, maakten haar plaats; te weten, om uit den tempel te gaan. Hebreeuws, zij zetten haar handen, of zijden, of ruimten, of plaatsen.
Hertaald:zij legden
Anders: zij stelden een wacht aan haar zijden op, of: zij gaven of maakten haar plaats, namelijk om uit de tempel te gaan. Hebreeuws: zij zetten haar handen, of: zijden, of: ruimten, of: plaatsen.
den weg
Dat is, den weg van de stadspoort Davids, die zo genoemd was en noordwaarts stond; vanwaar men ging naar de poort van Efraïm. Zie onder, 2 Kon. 14:13. Sommigen menen dat deze weg den naam heeft van den ingang der paarden, omdat men door denzelven bekwamelijk tot des konings huis te paard kon rijden.
Hertaald:den weg
Dat is: de weg van de Davidspoort van de stad, die zo genoemd werd en aan de noordkant lag; daarvandaan ging men naar de poort van Efraïm. Zie hieronder 2 Kon. 14:13. Sommigen menen dat deze weg zijn naam ontleent aan de paardeningang, omdat men daarlangs goed te paard naar het huis van de koning kon rijden.
2 Koningen 11 vers 17— En Jojada maakte een verbond tussen den HEERE en tussen den koning, en tussen het volk, dat het den HEERE tot een volk zou zijn; mitsgaders tussen de koning en tussen het volk.
een verbond
Te weten, eerst een kerkelijk verbond tussen God en den koning met het volk, aangaande de oprichting en handhaving van den zuiveren en waren godsdienst; daarna ook een politiek verbond, aangaande het ambt des konings tegen zijn volk, in zijn regering, en den schuldigen plicht des volks tegen den koning, in politieke gehoorzaamheid.
Hertaald:een verbond
Namelijk: eerst een kerkelijk verbond tussen God en de koning met het volk, over het herstel en de handhaving van de zuivere en ware eredienst; daarna ook een staatkundig verbond, over de plicht van de koning tegenover zijn volk in zijn regering en over de plicht van het volk tegenover de koning in staatkundige gehoorzaamheid.
den HEERE tot een volk
Dat is, dat het den Heere alleen voor den waren God kennen en naar zijn woord dienen zou, verwerpende alle afgoderij en valsen godsdienst, welke verklaring bevestigd wordt met hun volgende daad, vs.18.
Hertaald:den HEERE tot een volk
Dat is: dat het alleen de HEERE als de ware God zou erkennen en naar Zijn woord zou dienen, met verwerping van alle afgoderij en valse eredienst; die verklaring wordt bevestigd door hun daad die daarop volgt, vers 18.
2 Koningen 11 vers 18— Daarna ging al het volk des lands in het huis van Baal, en braken dat af; zijn altaren en zijn beelden verbraken zij recht wel; en Mattan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren. De priester nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN.
bestelde
Of, herstelde; overmits de zuiverheid van den godsdienst door de verkeerdheid des tijds zeer vervallen was. Zie breder en meer bijzonder hiervan 2 Kron. 23:18-19.
Hertaald:bestelde
Of: herstelde; want de zuiverheid van de eredienst was door de verdorvenheid van de tijd sterk vervallen. Zie hierover uitvoeriger en in bijzonderheden 2 Kron. 23:18-19.
2 Koningen 11 vers 19— En hij nam de oversten van honderd, en de hoofdmannen, en de trawanten, en al het volk des lands; en zij brachten den koning af uit het huis des HEEREN, en kwamen door den weg van de poort der trawanten tot het huis des konings, en hij zat op den troon der koningen.
poort der trawanten
Genaamd anders de hoge poort, 2 Kron. 23:20. Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:poort der trawanten
Elders de hoge poort genoemd, 2 Kron. 23:20. Zie de aantekening daar.
hij zat
Zie 1 Kon. 1:46.
Hertaald:hij zat
Zie 1 Kon. 1:46.
2 Koningen 11 vers 20— En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden bij des konings huis.
bij
Anders, in.
Hertaald:bij
Anders: in.
2 Koningen 11 vers 21— Joas was zeven jaren oud, toen hij koning werd.
zeven jaren
Men kan hieruit afnemen dat Joas maar een jaar oud was, als Athalia hem zocht te doden en hij in den tempel met zijn voedstervrouw verborgen werd, want is hij daar zes jaren bewaard geweest, boven, vs.3.
Hertaald:zeven jaren
Hieruit kan men opmaken dat Joas nog maar één jaar oud was toen Athalia hem probeerde te doden en hij met zijn voedster in de tempel verborgen werd, want hij is daar zes jaar bewaard gebleven, hierboven vers 3.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joram (zoon van Achab) — de HEERE is verheven
Zoon van Achab en broer van Ahazia, die hij als koning van Israël opvolgde omdat Ahazia geen zoon had. Hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, hoewel minder dan zijn ouders, en verwijderde het opgerichte beeld van Baäl dat zijn vader gemaakt had. Niet te verwarren met Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda (2 Kon. 1:17; 3:1-3).
Joseba — de HEERE is een eed
Dochter van koning Joram en zuster van Ahazia; zij redde haar kleine neefje Joas uit de moordpartij van Athalia door hem met zijn voedster in een slaapkamer van de tempel te verbergen, waardoor het koninklijk geslacht van David niet uitstierf (2 Kon. 11:2-3).
Joas (koning van Juda) — de HEERE heeft gegeven
Zoon van Ahazia, die als klein kind door zijn tante Joseba voor Athalia's moordpartij verborgen werd en zes jaar lang in de tempel opgroeide. Op zevenjarige leeftijd werd hij door de priester Jojada tot koning uitgeroepen en gezalfd, waarna Athalia werd gedood. Hij regeerde veertig jaren en herstelde de tempel; later liet hij zich echter tot afgoderij verleiden en de zoon van Jojada stenigen, en werd zelf door zijn eigen knechten vermoord (2 Kon. 11-12).
Jojada — de HEERE weet
De hogepriester, die de kleine Joas zes jaar verborg, een verbond met de legerhoofden sloot en hem op zevenjarige leeftijd tot koning liet zalven, waarmee hij een einde maakte aan het bewind van Athalia. Hij onderwees Joas al de dagen van zijn leven in de dienst van de HEERE (2 Kon. 11:4-12:2).
Mattan — geschenk
De priester van Baäl, die door het volk voor de altaren van Baäl werd doodgeslagen toen zij, na Athalia's val, de tempel van Baäl afbraken (2 Kon. 11:18).
Ahazia (koning van Juda) — de HEERE grijpt aan
Zoon van Jehoram en Athalia, en koning van Juda; hij wandelde in de weg van het huis van Achab, waarmee hij verzwagerd was. Hij trok met Joram van Israël ten strijde tegen Hazaël, en werd later, op bezoek bij de gewonde Joram, door Jehu gedood (2 Kon. 8:25-29; 9:27-28). Niet te verwarren met Ahazia, de zoon van Achab, koning van Israël.
Athalia — de HEERE is groot (onzeker)
Dochter van Omri (elders ook aan Achab toegeschreven), en moeder van Ahazia, koning van Juda (2 Kon. 8:26); zij zou later, na de dood van haar zoon, zelf de troon van Juda grijpen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De verborgen zoon (Athalia en Joas) — Athalia laat na de dood van haar zoon het hele koninklijke zaad ombrengen, maar Joseba redt één kleinkind: "En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land" (2 Kon. 11:3)
Zodra Athalia hoort dat haar zoon Ahazia dood is, brengt zij al het koninklijke zaad om (2 Kon. 11:1). Joseba, de dochter van koning Joram en de zuster van Ahazia, neemt de zuigeling Joas weg uit het midden van de koningszonen die gedood werden, en verbergt hem met zijn voedster in een slaapkamer (2 Kon. 11:2). Zes jaar blijft het kind in het huis des HEEREN verborgen, terwijl zijn grootmoeder over het land regeert (2 Kon. 11:3). In het zevende jaar haalt de priester Jojada de oversten, de hoofdmannen en de trawanten in de tempel bijeen, verbindt hen bij eed, en toont hun de zoon des konings (2 Kon. 11:4). Zij stellen zich gewapend rondom de koning op, en het kind wordt gekroond en gezalfd onder het geroep: "De koning leve!" (2 Kon. 11:11-12). Athalia hoort het rumoer, verscheurt haar klederen en roept: "Verraad, verraad!" (2 Kon. 11:14). Op Jojada's uitdrukkelijk bevel wordt zij niet in het huis des HEEREN gedood, maar buiten de ordeningen weggevoerd en bij het huis des konings ter dood gebracht (2 Kon. 11:15-16,20).
Bijbelse betekenis: Nooit hing de belofte aan Davids huis aan een dunner draad dan hier. Van heel het koninklijke geslacht bleef één klein kind over, verborgen in een zijkamer van de tempel, terwijl de troon zes jaar in handen van zijn moordenares was. De belofte hield stand omdat God haar hield, niet omdat er nog iets over was om op te bouwen. Opmerkelijk is verder wie hier gebruikt wordt: geen leger en geen profeet, maar een tante die een baby wegdroeg en zes jaar zweeg. De plaats van de schuilhoek is even veelzeggend, want het huis dat door Athalia's huis met Baäl gedeeld werd, bewaarde ondertussen haar opvolger.
Typologie: Dezelfde geschiedenis herhaalt zich in het klein bij de geboorte van Christus: een heersende macht die de koningskinderen laat doden, en één Kind dat bijtijds in veiligheid gebracht wordt, "want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden" (Matt. 2:13). En de lamp die God om Davids wil brandende hield (reeds behandeld bij Een lamp voor Mijn aangezicht, 1 Kon. 11:36) is hier tot een enkele vonk teruggebracht en toch niet uitgeblust.
2 Kon. 11:1-20; Matt. 2:13; 1 Kon. 11:36
De kroon en de getuigenis (het verbond van Jojada) — bij de kroning ontvangt de zevenjarige koning twee dingen tegelijk — "en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis" — en daarna sluit Jojada een verbond tussen de HEERE, de koning en het volk (2 Kon. 11:12,17)
Jojada brengt de koningszoon voor, zet hem de kroon op en geeft hem de getuigenis, waarna hij gezalfd en tot koning uitgeroepen wordt (2 Kon. 11:12). Na de dood van Athalia maakt hij een verbond tussen de HEERE en de koning en het volk, dat het de HEERE tot een volk zou zijn, en daarnaast een verbond tussen de koning en het volk (2 Kon. 11:17). Het gevolg volgt onmiddellijk: al het volk des lands gaat naar het huis van Baäl, breekt het af, verbrijzelt de altaren en beelden, en Mattan de priester van Baäl wordt voor de altaren gedood (2 Kon. 11:18). Jojada regelt daarop de ambten in het huis des HEEREN en geleidt de koning naar de troon; de stad wordt stil (2 Kon. 11:18-20).
Bijbelse betekenis: De kroon zonder de getuigenis zou een macht zonder maatstaf geweest zijn. De wet had het al voorgeschreven: de koning moest zich een afschrift van de wet laten schrijven en daarin lezen al de dagen zijns levens, opdat hij de HEERE leerde vrezen (Deut. 17:18-19). Zo wordt gezag hier bij zijn aantreden gebonden aan het Woord, en niet omgekeerd. Het verbond dat volgt is drieledig van orde: eerst de band met de HEERE, dan die tussen koning en volk. Waar die volgorde staat, kan de afbraak van het Baälshuis volgen als vrucht en niet als voorwaarde. Een reformatie begint bij het verbond en niet bij de sloophamer.
Typologie: Jozua had het volk op dezelfde wijze aan de HEERE verbonden voordat hij stierf: "Alzo maakt Jozua op dienzelven dag een verbond met het volk; en hij stelde het hun tot een inzetting en recht te Sichem" (Joz. 24:25). Telkens als Israël opnieuw begint, begint het met een verbondsvernieuwing, en telkens blijkt daarna hoeveel dat verbond in het hart geworteld was.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Verstoken in het huis des HEEREN — 11:1-3, 12
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
De koning van Juda is dood. Zijn moeder Athalia grijpt de macht, en zij doet het grondig: zij laat de hele koninklijke familie ombrengen. Zij is een dochter uit het huis van Achab, en met haar zit er iemand op de troon van David die geen David in zich heeft.
Het koninklijke zaad wordt uitgeroeid, en één kind blijft over — zes jaar lang verborgen in de tempel.
**Het bevel.** Er staat niets verzachtends bij: “zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om.” Dat woord zaad is precies het woord van deze lijn. Wat aan Abraham beloofd was en op Juda en op David toegespitst, zou hier op één dag ophouden.
**De onderbreking.** Eén vrouw grijpt in. Joseba, een dochter van koning Joram, haalt een kind uit het midden van de zonen die gedood worden, en verstopt hem met zijn voedster in een slaapkamer. De kanttekening merkt op dat dit een van de kamers bij de tempel was, waarin de bedden van de priesters stonden voor als zij dienst hadden.
Dus: het laatste stuk van de belofte ligt te slapen in een priesterbed.
**Zes jaar.** “En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land.” Zes jaar lang lijkt het voorbij. Wie het toen bekeken had, zou zeggen dat de lijn van David geëindigd was — en zij lag al die tijd op steenworp afstand van de troonzaal.
**De onthulling.** In het zevende jaar wordt hij naar buiten gebracht: “Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem.” Een kroon, de wet in zijn hand, olie op zijn hoofd — het gaat weer door.
**Waarom dit hoofdstuk telt.** In dit register komt deze zin terug: de belofte gaat verder door een naald van een oog. Acht mensen in een ark. Zeventig zielen op wagens naar Egypte. Eén tros met nog wat sap erin. Hier: één peuter achter een deur.
En het gebeurt nog een keer, met dezelfde middelen. Een koning hoort van een pasgeboren koning en laat de kinderen doden; een gezin verdwijnt met het Kind naar Egypte. Johannes ziet het in één beeld: een draak die voor de barende vrouw staat om haar kind te verslinden zodra het geboren is.
De lijn hangt telkens aan een draad. En telkens staat er iemand op die de draad vasthoudt.
2 Samuël 7:16 — Uw huis en uw koninkrijk zullen bestendig zijn, is David beloofd.
2 Koningen 11:1 — Athalia brengt het hele koninklijke zaad om.
2 Koningen 11:2 — Eén kind wordt weggenomen en verborgen.
2 Koningen 11:3 — Zes jaar lang slaapt de belofte in een kamer bij de tempel.
2 Koningen 11:12 — Dan komt hij naar buiten, met kroon en zalfolie.
Mattheüs 2:13 — En bij Bethlehem wordt hetzelfde geprobeerd, met dezelfde afloop.
In het Nieuwe Testament: 2 Samuël 7:16; Genesis 22:18; Mattheüs 2:13-16; Openbaring 12:4; 2 Kronieken 22:11; Psalm 132:11
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Dat het over de bewaring van de beloofde lijn gaat, blijkt uit het woord dat de tekst zelf gebruikt: het koninklijke zaad. Daarnaast uit de belofte aan David dat zijn troon bevestigd zou zijn. De overeenkomst met de kindermoord te Bethlehem ligt in het verloop en niet in een aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
2 Koningen 11:10.Kruisverwijzingen2 Samuël 8:7→1 Kronieken 18:7→2 Kronieken 5:1→2 Kronieken 23:9→1 Samuël 21:9→1 Kronieken 26:26→ — En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren. Wanneer David met een tegenstander gestreden en hem overwonnen had, bracht hij zijn wapenrusting en zijn wapenen naar huis als gedenktekenen van zijn heldendaden. Deze, die talrijk blijken geweest te zijn, werden in het huis des Heeren geplaatst en later in Salomo’s tempel, waar zij de wanden versierden.
Nu had Athalia, de vorstin die de troon van Juda geroofd had, bijna zeven jaar de tiran gespeeld. De tijd was gekomen dat zij ter dood gebracht zou worden en dat de jonge vorst die verborgen gehouden was tot koning uitgeroepen zou worden. Het werd beschikt dat hij in de tempelvoorhof uitgeroepen zou worden. Maar de mannen die de lijfwacht zouden zijn, waren niet met wapenen toegerust, uit vrees dat er alarm gegeven zou worden en de zaak te vroeg ontdekt. Maar deze wapenen die lang tevoren in de tempel opgehangen waren, werden neergehaald, en de Levieten en andere vrienden werden ermee gewapend.
Zo ook: wanneer christenen geestelijke overwinningen hebben, behoren wij de zegetekenen op te hangen in het huis des Heeren en Hem de eer te geven. Wij hebben nooit met een zonde, een verzoeking of een twijfel gestreden en die overwonnen dan door de hulp van de Geest; wij hebben nooit een ziel voor Jezus gewonnen; wij hebben nooit een dapper woord gesproken dat een dwaling afweerde, tenzij de Heere in alles was.
Toen David deze zwaarden en schilden ophing, veronderstelde hij nooit dat een van zijn nakomelingen ze nodig zou hebben om zich op de troon te bevestigen. En wij weten nooit, wanneer wij God prijzen voor Zijn barmhartigheden, of die lof niet in onze eigen boezem terugkomt en onze eigen verrijking wordt in de dagen die komen. De gedenktekenen die wij oprichten om Gods goedheid vast te leggen, kunnen ons in latere jaren tot de nuttigste dingen in al onze schatkamers zijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
2 Koningen 11
2 Koningen 11:10.Kruisverwijzingen2 Samuël 8:7→1 Kronieken 18:7→2 Kronieken 5:1→2 Kronieken 23:9→1 Samuël 21:9→1 Kronieken 26:26→
— En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.
Wanneer David met een tegenstander gestreden en hem overwonnen had, bracht hij zijn wapenrusting en zijn wapenen naar huis als gedenktekenen van zijn heldendaden. Deze, die talrijk blijken geweest te zijn, werden in het huis des Heeren geplaatst en later in Salomo’s tempel, waar zij de wanden versierden.
Nu had Athalia, de vorstin die de troon van Juda geroofd had, bijna zeven jaar de tiran gespeeld. De tijd was gekomen dat zij ter dood gebracht zou worden en dat de jonge vorst die verborgen gehouden was tot koning uitgeroepen zou worden. Het werd beschikt dat hij in de tempelvoorhof uitgeroepen zou worden. Maar de mannen die de lijfwacht zouden zijn, waren niet met wapenen toegerust, uit vrees dat er alarm gegeven zou worden en de zaak te vroeg ontdekt. Maar deze wapenen die lang tevoren in de tempel opgehangen waren, werden neergehaald, en de Levieten en andere vrienden werden ermee gewapend.
Zo ook: wanneer christenen geestelijke overwinningen hebben, behoren wij de zegetekenen op te hangen in het huis des Heeren en Hem de eer te geven. Wij hebben nooit met een zonde, een verzoeking of een twijfel gestreden en die overwonnen dan door de hulp van de Geest; wij hebben nooit een ziel voor Jezus gewonnen; wij hebben nooit een dapper woord gesproken dat een dwaling afweerde, tenzij de Heere in alles was.
Toen David deze zwaarden en schilden ophing, veronderstelde hij nooit dat een van zijn nakomelingen ze nodig zou hebben om zich op de troon te bevestigen. En wij weten nooit, wanneer wij God prijzen voor Zijn barmhartigheden, of die lof niet in onze eigen boezem terugkomt en onze eigen verrijking wordt in de dagen die komen. De gedenktekenen die wij oprichten om Gods goedheid vast te leggen, kunnen ons in latere jaren tot de nuttigste dingen in al onze schatkamers zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas