Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En MoabH4124vielH6586 van IsraelH3478 af, naH310AchabsH256doodH4194.En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.
2En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En AhaziaH274vielH5307 door een tralieH7639 in zijn opperzaalH5944, die te SamariaH8111 was, en werd krankH2470. En hij zondH7971bodenH4397, en zeideH559totH413 hen: GaatH3212 heen, vraagtH1875Baal-ZebubH1176, den godH430 van EkronH6138, ofH518 ik van dezeH2088krankheidH2483genezenH2421 zal.En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
KJVAnd Ahaziah2fell down1through a lattice4in his upper chamber5that was in Samaria,7and was sick:8and he sent9messengers,10and said11unto them, Go,13enquire14of Baalzebub15the god17of Ekron18whether I shall recover20of this disease.21
1וַיִּפֹּ֨לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2אֲחַזְיָ֜הH274AhaziaAhaziah3בְּעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within4הַשְּׂבָכָ֗הH7639net, netten, nettenwerkchecker, lattice, network, snare, wreath(-enwork)5בַּעֲלִיָּת֛וֹH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בְּשֹׁמְר֖וֹןH8111SamariaSamaria8וַיָּ֑חַלH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded9וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10מַלְאָכִ֔יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger11וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak14דִרְשׁ֗וּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely15בְּבַ֤עַלH1176Baal-zebubBaal-zebub16זְבוּב֙H1176Baal-zebubBaal-zebub17אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18עֶקְר֔וֹןH6138EkronEkron19אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet20אֶחְיֶ֖הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole21מֵחֳלִ֥יH2483krankheid, krankheden, krankdisease, grief, (is) sick(-ness)22זֶֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
3Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Maar de EngelH4397 des HEERENH3068sprakH1696totH413EliaH452, den ThisbietH8664: MaakH6965 u op, ga op, den bodenH4397 des koningsH4428 van SamariaH8111tegemoetH7125, en spreekH1696totH413 hen: Is het, omdat er geenH369GodH430 in IsraelH3478 is, dat gijliedenH859heengaatH1980, om Baal-ZebubH1176, den godH430 van EkronH6138, te vragenH1875?Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?
KJVBut the angel1of the LORD2said3to Elijah5the Tishbite,6Arise,7go up8to meet9the messengers10of the king11of Samaria,12and say13unto them, Is it not because there is not a God17in Israel,18that ye go20to enquire21of Baalzebub22the god24of Ekron?25
1וּמַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3דִּבֶּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֵלִיָּ֣הH452EliaElijah, Eliah6הַתִּשְׁבִּ֔יH8664ThisbietTishbite7ק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8עֲלֵ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9לִקְרַ֖אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10מַלְאֲכֵ֣יH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger11מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12שֹׁמְר֑וֹןH8111SamariaSamaria13וְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַֽמִבְּלִ֤יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without16אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20הֹֽלְכִ֔יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl21לִדְרֹ֕שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely22בְּבַ֥עַלH1176Baal-zebubBaal-zebub23זְב֖וּבH1176Baal-zebubBaal-zebub24אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty25עֶקְרֽוֹןH6138EkronEkron
4Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DaaromH3651 nu zegtH559 de HEEREH3068 alzo: Gij zult nietH3808afkomenH3381vanH4480 dat bedH4296, waarop gij geklommenH5927 zijt, maarH3588 gij zult den doodH4191stervenH4191. En EliaH452 ging wegH3212.Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.
KJVNow therefore thus saith3the LORD,4Thou shalt not come down10from that bed5on which thou art gone up,7but shalt surely13die.14And Elijah16departed.15
1וְלָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הַמִּטָּ֞הH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָלִ֥יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8שָּׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תֵרֵ֥דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down11מִמֶּ֖נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14תָּמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16אֵלִיָּֽהH452EliaElijah, Eliah
5Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo kwamen de bodenH4397 weder totH413 hem; en hij zeideH559totH413 hen: WatH4100 is dit, dat gij wederkomtH7725?Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?
KJVAnd when the messengers2turned back1unto him, he said4unto them, Why are ye now7turned back?8
1וַיָּשׁ֥וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2הַמַּלְאָכִ֖יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7זֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8שַׁבְתֶּֽםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
6En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij zeidenH559totH413 hem: Een manH376 kwam op, ons tegemoetH7125, en zeideH559totH413 ons: GaatH3212 heen, keert weder totH413 den koningH4428dieH834 u gezondenH7971 heeft, en spreektH1696totH413 hem: Zo zegtH559 de HEEREH3068: Is het, omdat er geen GodH430 in IsraelH3478 is, dat gijH859zendtH7971, om Baal-ZebubH1176, den godH430 van EkronH6138, te vragenH1875? DaaromH3651 zult gij van dat bedH4296, waarop gij geklommenH5927 zijt, niet afkomenH3381, maarH3588 gij zult den doodH4191stervenH4191.En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
KJVAnd they said1unto him, There came4➔ a man3up34to meet5us, and said6unto us, Go,8turn again9unto the king11that sent13you, and say15unto him, Thus saith18the LORD,19Is it not because there is not a God22in Israel,23that thou sendest25to enquire26of Baalzebub27the god29of Ekron?30therefore thou shalt not come down37from that bed32on which thou art gone up,but shalt surely40die.41
1וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4עָלָ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5לִקְרָאתֵ֗נוּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵלֵינוּ֮H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9שׁוּבוּ֮H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13שָׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֶתְכֶם֒H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15וְדִבַּרְתֶּ֣םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder18אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20הַֽמִבְּלִ֤יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without21אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)22אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty23בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael24אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you25שֹׁלֵ֔חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)26לִדְרֹ֕שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely27בְּבַ֥עַלH1176Baal-zebubBaal-zebub28זְב֖וּבH1176Baal-zebubBaal-zebub29אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty30עֶקְר֑וֹןH6138EkronEkron31לָ֠כֵןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you32הַמִּטָּ֞הH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier33אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection34עָלִ֥יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work35שָּׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither36לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without37תֵרֵ֥דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down38מִמֶּ֖נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with39כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet40מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise41תָּמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
7En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij sprakH1696totH413 hen: HoedanigH4100 was de gestalteH4941 des mansH376, die u tegemoetH7125opgekomenH5927 is, en dezeH428woordenH1697totH413 u gesprokenH1696 heeft?En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
KJVAnd he said1unto them, What manner4of man5was he which came up7to meet8you, and told9you these words?12
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֶ֚הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4מִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong5הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָלָ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8לִקְרַאתְכֶ֑םH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way9וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
8En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij zeidenH559totH413 hem: Hij was een manH376 met een harigH8181 kleed, en met een lederenH5785gordelH232gegordH247 om zijn lendenH4975. Toen zeideH559 hij: Het is EliaH452, de ThisbietH8664.En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.
KJVAnd they answered1him, He was an hairy5man,4and girt8with a girdle6of leather7about his loins.9And he said,10It is Elijah11the Tishbite.12
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4בַּ֣עַלH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of5שֵׂעָ֔רH8181haren, geschieden, harighair(-y), [idiom] rough6וְאֵז֥וֹרH232gordelgirdle7ע֖וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin8אָז֣וּרH247omgordt, omgord, Gordbind (compass) about, gird (up, with)9בְּמָתְנָ֑יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side10וַיֹּאמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵלִיָּ֥הH452EliaElijah, Eliah12הַתִּשְׁבִּ֖יH8664ThisbietTishbite13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
9En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij zondH7971totH413 hem een hoofdmanH8269 van vijftigH2572 met zijn vijftigenH2572. En als hij totH413 hem opkwamH5927 (want zietH2009, hij zat opH5921 de hoogteH7218 eens bergsH2022), zo sprakH1696 hij totH413 hem: Gij manH376GodsH430! de koningH4428zegtH1696: KomH3381 af.En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.
KJVThen the king17sent1unto him a captain3of fifty4with his fifty.5And he went up6to him: and, behold, he sat9on the top11of an hill.12And he spake13unto him, Thou man15of God,16the kinghath said,18Come down.19
1וַיִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4חֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty5וַחֲמִשָּׁ֑יוH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty6וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see9יֹשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12הָהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work19רֵֽדָהH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down
10Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar EliaH452antwoorddeH6030 en sprakH1696totH413 den hoofdmanH8269 van vijftigenH2572: IndienH518ikH589 dan een manH376GodsH430 ben, zo daleH3381vuurH784vanH4480 den hemelH8064, en vertereH398 u en uw vijftigenH2572. Toen daaldeH3381vuurH784vanH4480 den hemelH8064, en verteerdeH398 hem en zijn vijftigenH2572.Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.
KJVAnd Elijah2answered1and said3to the captain5of fifty,6If I be a man8of God,9then let fire12come down11from heaven,14and consume15thee and thy fifty.18And there came down19fire20from heaven,22and consumed23him and his fifty.26
1וַיַּעֲנֶ֣הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֵלִיָּ֗הוּH452EliaElijah, Eliah3וַיְדַבֵּר֮H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5שַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6הַחֲמִשִּׁים֒H2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אָ֔נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11תֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down12אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)15וְתֹאכַ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16אֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18חֲמִשֶּׁ֑יךָH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty19וַתֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down20אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot21מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with22הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)23וַתֹּ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite24אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26חֲמִשָּֽׁיוH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty
11En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij zondH7971wederomH7725totH413 hem een anderen hoofdmanH8269 van vijftigH2572 met zijn vijftigenH2572. Deze antwoorddeH6030 en sprakH1696totH413 hem: Gij, manH376GodsH430! zoH3541zegtH559 de koningH4428: KomH3381haastelijkH4120 af.En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.
KJVAgain1also he sent2unto him another6captain4of fifty5with his fifty.7And he answered8and said9unto him, O man11of God,12thus hath the king15said,14Come down17quickly.16
1וַיָּ֜שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וַיִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward5חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty6אַחֵ֖רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange7וַחֲמִשָּׁ֑יוH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8וַיַּ֨עַן֙H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)9וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder14אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16מְהֵרָ֥הH4120haastelijk, haast, Haasthastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly17רֵֽדָהH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down
12En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En EliaH452antwoorddeH6030 en sprakH1696totH413 hem: Ben ikH589 een manH376GodsH430, zoH518daleH3381vuurH784vanH4480 den hemelH8064, en vertereH398 u en uw vijftigenH2572. Toen daaldeH3381vuurH784GodsH430vanH4480 den hemelH8064 en verteerdeH398 hem en zijn vijftigenH2572.En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.
KJVAnd Elijah2answered1and said3unto them, If I be a man6of God,7let fire10come down9from heaven,12and consume13thee and thy fifty.16And the fire18of God19came down17from heaven,21and consumed22him and his fifty.25
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֵלִיָּה֮H452EliaElijah, Eliah3וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֲלֵיהֶם֒H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אָ֔נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9תֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down10אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)13וְתֹאכַ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14אֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16חֲמִשֶּׁ֑יךָH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty17וַתֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down18אֵשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot19אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)22וַתֹּ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite23אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25חֲמִשָּֽׁיוH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty
13En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En wederomH7725zondH7971 hij een hoofdmanH8269 van de derdeH7992vijftigenH2572 met zijn vijftigenH2572. Zo ging de derdeH7992hoofdmanH8269 van vijftigenH2572 op, en kwamH935 en boogH3766 zich opH5921 zijn knieenH1290, voor EliaH452, en smeekteH2603 hem, en sprakH1696totH413 hem: Gij, manH376GodsH430, laat tochH4994 mijn zielH5315 en de zielH5315 van uw knechtenH5650, van dezeH428vijftigenH2572, dierbaarH3365 zijn in uw ogenH5869!En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!
KJVAnd he sent2again1a captain3of the third5fifty4with his fifty.6And the third11captain9of fifty10went up,7and came8and fell12on his knees14before15Elijah,16and besought17him, and said19unto him, O man21of God,22I pray thee, let my life,25and the life26of these fifty29thy servants,27be precious23in thy sight.30
1וַיָּ֗שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וַיִּשְׁלַ֛חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty5שְׁלִשִׁ֖יםH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)6וַחֲמִשָּׁ֑יוH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7וַיַּ֡עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8וַיָּבֹא֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10הַחֲמִשִּׁ֨יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty11הַשְּׁלִישִׁ֜יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)12וַיִּכְרַ֥עH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14בִּרְכָּ֣יוH1290knieen, knieknee15לְנֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view16אֵלִיָּ֗הוּH452EliaElijah, Eliah17וַיִּתְחַנֵּ֤ןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very18אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work20אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty23תִּֽיקַרH3365dierbaar, kostelijk, Spaarbe (make) precious, be prized, be set by, withdraw24נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh25נַפְשִׁ֗יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it26וְנֶ֨פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it27עֲבָדֶ֥יךָֽH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant28אֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)29חֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty30בְּעֵינֶֽיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
14Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZieH2009, het vuurH784 is vanH4480 den hemelH8064gedaaldH3381, en heeft die tweeH8147eersteH7223hoofdmannenH8269 van vijftigenH2572 met hun vijftigenH2572verteerdH398; maar nuH6258, laat mijn zielH5315dierbaarH3365 zijn in uw ogenH5869!Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!
KJVBehold, there came2➔ fire3downfrom heaven,5and burnt up6the two8captains9of the former11fifties10with their fifties:13therefore let my life16now be precious15in thy sight.17
1הִ֠נֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2יָ֤רְדָהH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6וַ֠תֹּאכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שְׁנֵ֞יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9שָׂרֵ֧יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10הַחֲמִשִּׁ֛יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty11הָרִאשֹׁנִ֖יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13חֲמִשֵּׁיהֶ֑םH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty14וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas15תִּיקַ֥רH3365dierbaar, kostelijk, Spaarbe (make) precious, be prized, be set by, withdraw16נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17בְּעֵינֶֽיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
15Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen sprakH1696 de EngelH4397 des HEERENH3068totH413EliaH452: Ga af met hem; vreesH3372nietH408 voor zijn aangezichtH6440. En hij stondH6965 op, en ging met hem af totH413 den koningH4428.Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.
KJVAnd the angel2of the LORD3said1unto Elijah,5Go down6with him: be not afraid9of him.10And he arose,11and went down12with him unto the king.15
1וַיְדַבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2מַלְאַ֤ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah6רֵ֣דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7אוֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תִּירָ֖אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)10מִפָּנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וַיָּ֛קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12וַיֵּ֥רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down13אוֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
16En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij sprakH1696totH413 hem: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Daarom, dat gij bodenH4397gezondenH7971 hebt, om Baal-ZebubH1176, den godH430 van EkronH6138, te vragenH1875 (is het, omdat er geen God in IsraelH3478 is, om Zijn woordH1697 te vragen?)H3651; daarom, van dat bedH4296, waarop gij geklommenH5927 zijt, zult gij niet afkomenH3381, maarH3588 gij zult den doodH4191stervenH4191.En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
KJVAnd he said1unto him, Thus saith4the LORD,5Forasmuch as thou hast sent8messengers9to enquire10of Baalzebub11the god13of Ekron,14is it not because there is no God17in Israel18to enquire19of his word?20therefore thou shalt not come down27off that bed22on which thou art gone up,24but shalt surely30die.31
1וַיְדַבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6יַ֜עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8שָׁלַ֣חְתָּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9מַלְאָכִים֮H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger10לִדְרֹשׁ֮H1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely11בְּבַ֣עַלH1176Baal-zebubBaal-zebub12זְבוּב֮H1176Baal-zebubBaal-zebub13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14עֶקְרוֹן֒H6138EkronEkron15הַֽמִבְּלִ֤יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without16אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19לִדְרֹ֖שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely20בִּדְבָר֑וֹH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21לָ֠כֵןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you22הַמִּטָּ֞הH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24עָלִ֥יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work25שָּׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither26לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without27תֵרֵ֥דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down28מִמֶּ֖נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with29כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet30מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise31תָּמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
17Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Alzo stierfH4191 hij, naar het woordH1697 des HEERENH3068, dat EliaH452gesprokenH1696 had; en JoramH3088 werd koning in zijn plaatsH8478, in het tweedeH8147jaarH8141 van JoramH3088, den zoonH1121 van JosafatH3092, den koning van JudaH3063; wantH3588 hij had geenH3808zoonH1121.Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.
Ook in dit vers
koningH4427
koningH4428
KJVSo he died1according to the word2of the LORD3which Elijah6had spoken.5And Jehoram8reigned7in his stead in the second11year10of Jehoram12the son13of Jehoshaphat14king15of Judah;16because he had no son.21
1וַיָּ֜מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2כִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֵלִיָּ֗הוּH452EliaElijah, Eliah7וַיִּמְלֹ֤ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely8יְהוֹרָם֙H3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)9תַּחְתָּ֔יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10בִּשְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11שְׁתַּ֔יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12לִיהוֹרָ֥םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יְהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)15מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah17כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20ל֖וֹ21בֵּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
18Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Het overigeH3499 nu der zakenH1697 van AhaziaH274, die hij gedaanH6213 heeft, is datH834nietH3808geschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478?Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
KJVNow the rest1of the acts2of Ahaziah3which he did,5are they not written8in the book10of the chronicles11of the kings13of Israel?14
1וְיֶ֛תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲחַזְיָ֖הוּH274AhaziaAhaziah4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6הֲלֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8כְתוּבִ֗יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10סֵ֛פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll11דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13לְמַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal14יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Koningen 1:1— En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.2 Samuël 8:2→2 Koningen 8:22→Psalmen 60:8→1 Kronieken 18:2→2 Koningen 8:20→2 Koningen 3:4→Numeri 24:7→
2 Koningen 1:2— En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.Mattheüs 10:25→2 Koningen 1:16→Markus 3:22→2 Koningen 8:7→Jesaja 37:19→1 Koningen 11:33→Lukas 11:15→Jesaja 37:12→
2 Koningen 1:3— Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?1 Koningen 17:1→2 Koningen 1:15→1 Koningen 19:5→Handelingen 8:26→Jona 2:8→2 Koningen 1:8→1 Koningen 21:17→1 Koningen 18:36→
2 Koningen 1:4— Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.2 Koningen 1:6→2 Koningen 1:16→Genesis 2:17→1 Samuël 28:19→Spreuken 14:32→Numeri 26:65→Ezechiël 18:4→Genesis 3:4→
2 Koningen 1:6— En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.2 Koningen 1:2→1 Kronieken 10:13→Jesaja 41:22→Psalmen 16:4→
2 Koningen 1:7— En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?1 Samuël 28:14→Richteren 8:18→
2 Koningen 1:8— En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.Mattheüs 3:4→Zacharia 13:4→Markus 1:6→Mattheüs 11:8→Jesaja 20:2→Lukas 1:17→Openbaring 11:3→
2 Koningen 1:9— En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.2 Koningen 6:13→1 Koningen 22:8→Markus 15:32→Amos 7:12→Mattheüs 27:41→Lukas 6:11→1 Koningen 18:42→Markus 15:29→
2 Koningen 1:10— Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.Lukas 9:54→Openbaring 11:5→Job 1:16→1 Koningen 18:36→2 Koningen 2:23→Hebreeën 12:29→Handelingen 5:3→1 Koningen 22:28→
2 Koningen 1:11— En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.Spreuken 29:12→1 Samuël 22:17→Lukas 22:63→1 Samuël 6:9→Jeremia 5:3→Jesaja 26:11→Jesaja 32:7→Handelingen 4:16→
2 Koningen 1:12— En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.2 Koningen 1:9→
2 Koningen 1:13— En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!Jesaja 1:5→Jesaja 66:2→1 Samuël 26:21→Exodus 11:8→Jakobus 4:7→Psalmen 102:17→Jesaja 60:14→Job 15:25→
2 Koningen 1:14— Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!1 Samuël 26:21→Psalmen 72:14→2 Koningen 1:10→Handelingen 20:24→Psalmen 116:15→Spreuken 6:26→1 Samuël 26:24→Mattheüs 16:25→
2 Koningen 1:15— Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.Jesaja 51:12→Jeremia 1:17→Ezechiël 2:6→Genesis 15:1→Jeremia 15:20→2 Koningen 1:3→Psalmen 27:1→Mattheüs 10:28→
2 Koningen 1:16— En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.2 Koningen 1:2→2 Koningen 5:21→Psalmen 132:3→1 Koningen 21:18→Exodus 4:22→1 Koningen 22:28→1 Koningen 14:6→2 Koningen 1:6→
2 Koningen 1:17— Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.2 Koningen 3:1→1 Koningen 22:51→2 Koningen 8:16→
2 Koningen 1:18— Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?1 Koningen 14:19→1 Koningen 22:39→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Koningen 1 vers 1— En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.
Moab
Dien David onder het geweld der Israëlieten door macht van wapenen gebracht had, 2 Sam. 8:2. Zie van dezen afval breder onder, 2 Kon. 3:4-5.
Hertaald:Moab
Die David met wapengeweld onder het gezag van de Israëlieten gebracht had, 2 Sam. 8:2. Zie over deze afval uitvoeriger hieronder 2 Kon. 3:4-5.
viel van Israël af,
Anders, overtrad tegen Israël. Zie van het Hebreeuwse woord 1 Kon. 12:19.
Hertaald:viel van Israël af,
Anders: brak met Israël. Zie over het Hebreeuwse woord 1 Kon. 12:19.
2 Koningen 1 vers 2— En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
viel
Te weten, wandelende op het dak van zijn huis, waarin een tralievenster was om de opperkamer licht te geven.
Hertaald:viel
Namelijk: terwijl hij op het dak van zijn huis wandelde, waarin een tralievenster zat om de bovenkamer licht te geven.
Baäl-zebub,
De naam van een afgod, betekenende een heer, of meester der vliegen. Alzo is hij genoemd geweest [gelijk men meent] omdat hij aangeroepen werd tot verdrijving van zekere schadelijke vliegen, waarmede de inwoners van Palestina geplaagd waren; of omdat in zijn tempel altijd veel vliegen waren, zittende op de offeranden der beesten, die hem ter ere in grote menigte geslacht werden; of ook, omdat deze afgod de gedaante ener vlieg [gelijk enigen schrijven] gehad heeft. Dezen naam hebben de Joden den overste der duivelen gegeven, Matt. 12:24; Marc. 3:22, zo uit haat en verfoeiing van den afgod, als tot verkleining en versmading van de macht des duivels.
Hertaald:Baäl-zebub,
De naam van een afgod, die heer of meester van de vliegen betekent. Hij is zo genoemd [naar men aanneemt] omdat hij aangeroepen werd om bepaalde schadelijke vliegen te verdrijven waarmee de inwoners van Palestina geplaagd waren. Of omdat er in zijn tempel altijd veel vliegen waren, die zaten op de offerdieren die hem ter ere in grote aantallen geslacht werden. Of ook omdat deze afgod [zoals sommigen schrijven] de gedaante van een vlieg had. Deze naam hebben de Joden aan de overste van de duivelen gegeven, Matth. 12:24; Mark. 3:22, zowel uit haat en afkeer van de afgod als om de macht van de duivel te kleineren en te versmaden.
Ekron,
Zie van deze stad, Joz. 15:45, en Joz. 19:43; Richt. 1:18.
Hertaald:Ekron,
Zie over deze stad Joz. 15:45, en Joz. 19:43; Richt. 1:18.
genezen zal
Hebreeuws, leven zal; alzo Num. 21:8-9.
Hertaald:genezen zal
Hebreeuws: leven zal; zo ook Num. 21:8-9.
2 Koningen 1 vers 3— Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?
geen God
Te weten, die zo wijs zou mogen zijn dat Hij toekomende dingen zou weten; zo goed dat Hij die den zijnen zou willen openbaren; zo machtig dat Hij hen in hun nood zou kunnen helpen. Versta dit naar het dwaas gevoelen en ongelovig hart des konings Ahazia. Alzo in het volgende. Of, is het niet daarom, dat gij dit gedaan hebt, omdat gij dwaselijk meent dat er geen God, enz.
Hertaald:geen God
Namelijk: een God Die zo wijs zou zijn dat Hij toekomstige dingen zou weten, zo goed dat Hij die aan de Zijnen zou willen openbaren, en zo machtig dat Hij hen in hun nood zou kunnen helpen. Versta dit naar het dwaze denken en het ongelovige hart van koning Ahazia. Zo ook in het vervolg. Of: is het niet daarom dat u dit gedaan hebt, omdat u dwaas genoeg meent dat er geen God is, enzovoort.
te vragen?
Te weten, of hij van zijn krankheid opstaan zou; gelijk in vs.2.
Hertaald:te vragen?
Namelijk: of hij van zijn ziekte zou opstaan, zoals in vers 2.
2 Koningen 1 vers 4— Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.
den dood sterven
Hebreeuws, stervende sterven. Alzo onder, vs.6, 16.
Hertaald:den dood sterven
Hebreeuws: stervende sterven. Zo ook hieronder vers 6 en 16.
2 Koningen 1 vers 5— Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?
hem;
Namelijk, den koning Ahazia.
Hertaald:hem;
Namelijk: koning Ahazia.
Wat is dit,
Hij vraagt dit, omdat hij uit de haastigheid van hun wederkomst kon oordelen dat zij te Ekron bij den afgod niet geweest waren.
Hertaald:Wat is dit,
Hij vraagt dit omdat hij uit hun snelle terugkeer kon opmaken dat zij niet in Ekron bij de afgod geweest waren.
2 Koningen 1 vers 6— En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
Is het,
Zie boven, vs.3.
Hertaald:Is het,
Zie hierboven vers 3.
2 Koningen 1 vers 7— En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
de gestalte
Hebreeuws, het oordeel. Welk woord hier van velen genomen wordt voor de hoedanigheid en gestaltenis der klederen; van anderen, voor den vorm of gedaante des lichaams. Uit het antwoord der boden in vs.8 schijnt het dat de vraag te verstaan is van de gestalte en het fatsoen der kleding. Hetzelfde woord is Ex. 26:30 gebruikt van de gestalte, vorm en fatsoen des tabernakels; waarvoor het woord voorbeeld gesteld wordt, Ex. 25:40. Hetwelk Hand. 7:44 en Hebr. 8:5, met het Griekse woord typus uitgedrukt wordt.
Hertaald:de gestalte
Hebreeuws: het oordeel. Velen vatten dat woord hier op als de aard en de vorm van de kleding, anderen als de vorm of gedaante van het lichaam. Uit het antwoord van de boden in vers 8 lijkt het dat de vraag betrekking heeft op de vorm en de snit van de kleding. Hetzelfde woord wordt in Ex. 26:30 gebruikt voor de vorm, de opzet en de inrichting van de tabernakel; daarvoor staat in Ex. 25:40 het woord voorbeeld, dat in Hand. 7:44 en Hebr. 8:5 met het Griekse woord typus wordt weergegeven.
2 Koningen 1 vers 8— En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.
man met een harig kleed,
Hebreeuws, een man heer des haars; dat is, een man, die veel van haar aanhad. Zie van zulk een manier van spreken Gen. 14:13, en versta dit van des profeten opperste kleed van haar gemaakt. Hetwelk men houdt geweest te zijn de mantel, waarvan gesproken is 1 Kon. 19:19. Zie de aantekening, en vergelijk Zach. 13:4; Matt. 3:4. Anderen duiden dit op de langheid van het haar en den baard van den profeet.
Hertaald:man met een harig kleed,
Hebreeuws: een man, heer van het haar; dat is: een man die veel haar aanhad. Zie over zo'n manier van spreken Gen. 14:13, en versta dit van het bovenkleed van de profeet, dat van haar gemaakt was. Men neemt aan dat dit de mantel geweest is waarover in 1 Kon. 19:19 gesproken wordt. Zie de aantekening daar, en vergelijk Zach. 13:4; Matth. 3:4. Anderen betrekken dit op de lengte van het haar en de baard van de profeet.
2 Koningen 1 vers 9— En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.
zijn vijftigen
Die onder des hoofdmans gebied stonden. Deze alleen waren niet gezonden om den profeet met eerbieding te geleiden, maar met vijandschap te dwingen en gevangen te nemen, indien hij zou weigeren met hem te trekken.
Hertaald:zijn vijftigen
Die onder het bevel van deze hoofdman stonden. Zij waren er niet alleen om de profeet met eerbied te begeleiden, maar om hem met geweld te dwingen en gevangen te nemen als hij zou weigeren met hem mee te gaan.
man Gods
Zie Richt. 13:6. Zo heeft hij Elia genaamd, niet uit eerbieding, maar uit trotse wijze, bereid zijnde om tegen hem geweld te gebruiken.
Hertaald:man Gods
Zie Richt. 13:6. Zo heeft hij Elia genoemd, niet uit eerbied maar op hoogmoedige toon, omdat hij bereid was geweld tegen hem te gebruiken.
2 Koningen 1 vers 10— Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.
Indien ik
Het is zoveel alsof hij zeide: Met een trotse tong noemt gij mij een man Gods; maar ik bid God dat Hij dadelijk bewijze met het teken, hetwelk ik nu begeer, dat ik zodanig in der waarheid ben.
Hertaald:Indien ik
Het betekent zoveel als: met een hoogmoedige tong noemt u mij een man Gods; maar ik bid God dat Hij meteen door het teken dat ik nu vraag zal bewijzen dat ik dat werkelijk ben.
vuur
Te weten, dat God extraordinairlijk door zijn wonderbare kracht uit de lucht gezonden heeft. Vergelijk Num. 11:1, en zie de aantekening.
Hertaald:vuur
Namelijk: vuur dat God op buitengewone wijze door Zijn wonderlijke kracht uit de lucht gezonden heeft. Vergelijk Num. 11:1 en zie de aantekening daar.
2 Koningen 1 vers 11— En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.
hij
Namelijk, de koning. Hebreeuws, hij keerde weder en zond; dat is, hij zond wederom. Alzo vs.13. Zie Num. 11:4.
Hertaald:hij
Namelijk: de koning. Hebreeuws: hij keerde terug en zond; dat is: hij zond opnieuw. Zo ook vers 13. Zie Num. 11:4.
antwoordde
Dat is, hij ving aan uit te spreken dat hij vanwege den koning den profeet Elia had aan te zeggen. Zie 1 Kon. 13:6.
Hertaald:antwoordde
Dat is: hij begon uit te spreken wat hij namens de koning aan de profeet Elia had aan te zeggen. Zie 1 Kon. 13:6.
2 Koningen 1 vers 13— En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!
wederom
Hebreeuws, hij keerde weder en zond. Zie boven, vs.11.
Hertaald:wederom
Hebreeuws: hij keerde terug en zond. Zie hierboven vers 11.
boog zich
Hebreeuws, kromde zich op zijn knieën.
Hertaald:boog zich
Hebreeuws: kromde zich op zijn knieën.
ziel en de ziel
Dat is, leven, en alzo in het volgende. Zie Gen. 19:17.
Hertaald:ziel en de ziel
Dat is: leven, en zo ook in het vervolg. Zie Gen. 19:17.
van uw knechten,
Dat is, die u toegedaan zijn, om u te erkennen en eer te bewijzen als onzen heer.
Hertaald:van uw knechten,
Dat is: die u toegedaan zijn om u als onze heer te erkennen en eer te bewijzen.
dierbaar zijn
Dat is, verschoon ons leven, dat het ons niet ontnomen worde, gelijk den twee voorgaanden vijftigen.
Hertaald:dierbaar zijn
Dat is: spaar ons leven, zodat het ons niet ontnomen wordt zoals aan de twee voorgaande groepen van vijftig.
2 Koningen 1 vers 15— Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.
sprak
Te weten, door inwendige aanspraak en ingeving, of door verschijning, die wel den profeet zichtbaar was maar niet den hoofdman. Alzo werd de engel des Heeren wel gezien van de ezelin van Bileam, maar in het begin niet van Bileam zelf; Num. 22:25, Num. 22:31.
Hertaald:sprak
Namelijk: door een innerlijke aanspraak en ingeving, of door een verschijning die wel voor de profeet zichtbaar was maar niet voor de hoofdman. Zo werd de Engel van de HEERE wel gezien door de ezelin van Bileam, maar aanvankelijk niet door Bileam zelf; Num. 22:25, Num. 22:31.
2 Koningen 1 vers 16— En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
is het,
Zie boven, vs.3.
Hertaald:is het,
Zie hierboven vers 3.
den dood
Hebreeuws, stervende sterven.
Hertaald:den dood
Hebreeuws: stervende sterven.
2 Koningen 1 vers 17— Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.
Joram
Te weten, zijn broeder, de zoon van Achab; onder, 2 Kon. 3:1.
Hertaald:Joram
Namelijk: zijn broer, de zoon van Achab; hieronder 2 Kon. 3:1.
tweede jaar van Joram,
Te weten, nadat hij als stadhouder zijns vaders begonnen had te regeren; hetwelk was in het zeventiende jaar van het koninkrijk zijns vaders. Zie 1 Kon. 22:42.
Hertaald:tweede jaar van Joram,
Namelijk: nadat hij als plaatsvervanger van zijn vader begonnen was te regeren, wat gebeurde in het zeventiende jaar van de regering van zijn vader. Zie 1 Kon. 22:42.
2 Koningen 1 vers 18— Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Is het, omdat er geen God in Israël is? — de zieke Ahazia laat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, en Elia onderschept zijn boden met de vraag: "Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?" (2 Kon. 1:3)
Ahazia valt door een tralie in zijn opperzaal en wordt ziek (2 Kon. 1:2). Hij zendt boden naar Ekron om te vragen of hij genezen zal. De Engel des HEEREN zendt Elia hun tegemoet met de vraag die de hele zaak blootlegt, en met het vonnis dat de koning van zijn bed niet meer zal afkomen (2 Kon. 1:3-4). Aan de beschrijving van een man met een harig kleed en een lederen gordel herkent Ahazia onmiddellijk wie hem gesproken heeft (2 Kon. 1:7-8). Hij zendt daarop een hoofdman van vijftig met zijn manschappen om Elia te halen; op diens bevel om af te komen daalt vuur van de hemel (2 Kon. 1:9-10). Met de tweede hoofdman gaat het evenzo (2 Kon. 1:11-12). De derde klimt op, buigt zich op zijn knieën en smeekt om het leven van zijn mannen; hem wordt gezegd mee te gaan zonder vrees (2 Kon. 1:13-15). Elia herhaalt het vonnis voor de koning zelf, en Ahazia sterft naar het woord des HEEREN (2 Kon. 1:16-17).
Bijbelse betekenis: De vraag die Elia driemaal stelt, is de kern van het hoofdstuk. Het gaat niet om de vergissing van een verkeerd adres, maar om een koning die liever een vreemde god raadpleegt dan de God van zijn eigen volk. Wie zo vraagt, wil geen antwoord maar een gunstige uitslag. Het onderscheid tussen de drie hoofdmannen is even veelzeggend. De eerste twee komen met het gezag van de koning en eisen; de derde komt op zijn knieën en smeekt, en juist hij keert levend terug. Voor de man Gods gelden geen koninklijke bevelen, maar wel gebeden.
Typologie: Toen Jakobus en Johannes zich later op dit hoofdstuk beriepen — of zij vuur van de hemel mochten laten neerdalen, gelijk ook Elia gedaan had — kregen zij een bestraffing te horen: "Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt" (Luk. 9:54-55). Wat onder de oude bedeling het oordeel over openlijke verachting van Gods gezant was, mag geen model zijn voor wie de Zoon des mensen volgt, Die niet kwam om zielen te verderven maar om te behouden (Luk. 9:56).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Is het, omdat er geen God in Israel is — 1:2-8
De Engel des HEERENniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Achab is dood; zijn zoon Ahazia regeert in Samaria. Hij valt door een tralie in zijn bovenkamer en raakt gewond. En dan doet de koning van Israël iets wat de koning van Israël niet doen kan: hij stuurt boden naar een afgod om te vragen hoe het aflopen zal.
De boden komen niet aan; er staat iemand op de weg die hen terugstuurt met een antwoord dat zij niet gevraagd hebben.
**Het verzoek.** Baäl-Zebub, de god van Ekron. Een gewonde koning wil weten of hij beter wordt, en hij vraagt het buiten de grens.
**De onderbreking.** Er wordt geen profeet naar het paleis gestuurd. Er staat: “Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet.” Het gezelschap komt niet verder dan de weg.
**De vraag.** En die is scherper dan het antwoord: “Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?”
De kanttekening legt uit wat er in die vraag ligt: alsof er in Israël geen God zou zijn Die de toekomst weet, Die haar Zijn volk openbaren wil, en Die machtig genoeg is om in nood te helpen.
**Het antwoord.** Er komt geen genezing en geen uitstel: gij zult van dat bed niet afkomen, maar gij zult de dood sterven. En dan die drie woorden waarmee het tafereel eindigt: “En Elia ging weg.”
**De herkenning.** De boden komen terug en de koning vraagt hoe die man eruitzag. Zij beschrijven hem: een harig kleed en een leren gordel om de lenden. De koning weet genoeg — het is Elia.
De man werd herkend aan zijn jas. Maar wie hem stuurde, werd niet gevraagd.
**Waarom dit bij deze lijn hoort.** Door heel het Oude Testament heen treedt de Engel des HEEREN op waar het misgaat: bij Hagar in de woestijn, bij Abraham op de berg, bij Gideon in de perskuip, tussen Israël en de wagens van Egypte. Hier gebeurt het op een landweg, zonder vuur en zonder wolk. De verschijning bestaat er alleen uit dat Hij spreekt, en dat Zijn woord de boden keert.
En het beeld gaat door. Eeuwen later staat er weer iemand met een harig kleed en een leren gordel in de woestijn, en ook zijn woord houdt mensen staande op de weg. De evangelist noemt hem niet toevallig zo.
Genesis 16:7 — De Engel des HEEREN vindt Hagar bij een waterfontein in de woestijn.
Richteren 6:12 — Hij verschijnt aan Gideon terwijl die koren dorst in een perskuip.
2 Koningen 1:3 — Hier stuurt Hij Elia een koninklijk gezantschap tegemoet.
2 Koningen 1:4 — Het antwoord is geen genezing maar een vonnis.
2 Koningen 1:8 — De man wordt herkend aan zijn kleed en gordel.
Mattheüs 3:4 — En zo staat er later weer iemand in de woestijn, net zo gekleed.
In het Nieuwe Testament: Genesis 16:7; Richteren 6:12; Exodus 14:19; Mattheüs 3:4; Maleachi 4:5; Lukas 1:17
Hoever dit reikt: Dat de Engel des HEEREN hier dezelfde is als bij Hagar en Gideon, staat er niet met zoveel woorden; dat verband rust op de overeenkomst in naam en optreden. De kanttekening blijft bij het verhaal en verklaart vooral de vraag naar de God van Israël. De overeenkomst tussen de kleding van Elia en die van Johannes de Doper is een gegeven van de tekst; het Nieuwe Testament verbindt beide mannen wel, maar niet via dit hoofdstuk.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:2→2 Koningen 8:22→Psalmen 60:8→1 Kronieken 18:2→2 Koningen 8:20→2 Koningen 3:4→Numeri 24:7→— En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.
En 1) ook duurden bij de aanvang van Ahazia’s regering de kastijdingen van God voort, hetgeen hem tot waarschuwing had moeten dienen, wanneer hij voorwaarschuwing vatbaar geweest ware; want Moab, eenmaal door David onderworpen (2 Samuel .8: 2) en bij de verdeling van het rijk onder de heerschappij van het Noordelijke koningshuis geraakt, viel van Israël af na a) Achabs dood, omdat het van de verzwakking, waaraan de Israëlitische macht ten gevolge van de oorlog met de Syriërsleed (1 (Koningen 22: 35vv.), tot zijn voordeel gebruik maakte.
2 Koningen .3: 5
Deze afval van Moab wordt hier vermeld, om daarmee te kennen te geven, hoe de nederlaag van Achab nog meer gevolgen had gehad, die door de toestand van Ahazia niet ongedaan gemaakt konden worden. Integendeel, omdat Ahazia ziek werd tot stervens toe en spoedig daarop stierf, hadden de Moabieten tijd en gelegenheid om hun onafhankelijkheid te versterken en zich met de Ammonieten te verstaan, om straks een aanval in Juda te doen.
KruisverwijzingenMattheüs 10:25→2 Koningen 1:16→Markus 3:22→2 Koningen 8:7→Jesaja 37:19→1 Koningen 11:33→Lukas 11:15→Jesaja 37:12→— En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
En weldra, nadat hij niet veel langer dan een jaar had geregeerd en reeds gedurende deze tijd zijn God vijandige gezindheid voldoende aan de dag had gelegd, trof het gericht van de Heere Ahazia zelf; hij viel namelijk door een tralie1) in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd, ten gevolge van de val, ziek. En toen openbaarde zich duidelijk zijn volstrekt heidense aard. Want hij zond, misschien wel op raad van zijn moeder, boden naar het beroemdste van de heidense orakels in de omtrek van zijn koninkrijk, en zei tot hen: Gaat heen, vraagt Baäl-Zebub,
de god van Ekron, een stad van de Filistijnen (Jos 13: 3), of ik van deze ziekte genezen zal of niet.
Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1→2 Koningen 1:15→1 Koningen 19:5→Handelingen 8:26→Jona 2:8→2 Koningen 1:8→1 Koningen 21:17→1 Koningen 18:36→— Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?
Onder de “tralie” is waarschijnlijk niet, zoals de Rabbijnen willen, een getraliede opening in de vloer van de bovenkamer te verstaan, waardoor het licht tot het zich daar onder bevindende vertrek kon doordringen, maar een zeer laag langwerpig venster van traliewerk, waarmee het geopend en gesloten kon worden, voorzien en dat op de binnenhof van het paleis uitzag; want de huizen van de voornamen vormden gewoonlijk een vierkant, met een binnenhof in het midden, die, zeer ruim, van zuilengangen en galerijen omgeven, soms ook met bomen beplant, en ook wel van bronnen en gelegenheden om zich te baden voorzien, de gezelschapszaal van de huizen vormde. Wanneer nu het venster van de opperzaal van het koninklijk paleis te Samaria daarop uitzag, dan is het, omdat paleizen gewoonlijk meerdere verdiepingen hadden, nauwelijks te geloven, dat Ahazia na in zijn val op de geplaveide grond van de binnenplaats neergekomen te zijn, nog zou geleefd hebben; men moet daarom veronderstellen, dat er, lager dan het venster van de onderzaal, een galerij langs de muur liep, waar Ahazia, toen hij te ver uit het venster reikte, is neergekomen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 1:6→2 Koningen 1:16→Genesis 2:17→1 Samuël 28:19→Spreuken 14:32→Numeri 26:65→Ezechiël 18:4→Genesis 3:4→— Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.
Baäl, de hoofdgodheid aan alle Kanaänitische volken gemeen, werd aan verschillende plaatsen, op verschillende tijden, verschillend vereerd. Daarom bestonden er vele Baäls, d.i. veelvuldige opvattingen betreffende die afgod, en komen er ook van deze bijzondere of lokale (plaatselijke) opvattingen in het Oude Testament voor (De 16: 21):
Baäl-Berith of Baäl van het verbond, als beschermer en handhaver van de verbintenissen (gelijk aan de Zeuv opkiov of Deus fidius van de Grieken en Romeinen);
Baäl-Peor, de afgod van de Moabieten, hoogstwaarschijnlijk dezelfde als Kamos, de krijgsgod van de Moabieten, die ook door de Ammonieten vereerd werd en bij dezen nauw verwant met of misschien dezelfde was als Milcom, Malchom of Molech. Hij werd staande op een zuil, met een zwaard in de rechterhand en twee vuurfakkels aan zijn zijde afgebeeld: zijn dienst in slachtoffers en offermaaltijden bestaande, ging in bedrijf van ontucht over, maar in tijden van grote benauwdheid verzoende men zijn toorn ook wel met kinderoffers (3: 27).
Baäl-Zebub, de god van de vliegen, maar niet in de eerste plaats, zoals men meestal verklaart, degene, die de vliegen of het ongedierte afweert (dit gedeelte van zijn werkzaamheid trad pas later op de voorgrond, toen de dierdienst nog door de denkbeelden aangaande de nuttigheid of schadelijkheid van de dieren gewijzigd werd), maar als degene, die de zwermen van kwellende vliegen, die in de zuidelijke landen zelfs ziekten veroorzaken, te voorschijn roept, en dan ook weer in staat is om ze te verwijderen (hiermee vergelijke men Plin. hist. n. 29: 6 de Myiodes of de Zeuv apomuiov van de Eleënsers). Hij werd dus als zonne- of zomergod gedacht, in dezelfde verhouding tot de vliegen staande, als de orakelgod Apollo tot de ziekten, die hij zond of afweerde. Omdat nu de vliegen in hun verschijnen en verdwijnen, van zekere weersgesteldheid afhankelijk, zelf als met profetisch vermogen begaafd schenen, zo is het makkelijk te begrijpen waarom men aan Baäl-Zebub, die misschien onder de gedaante van een vlieg vereerd werd, in bijzondere zin de voorspellingsgave kon toeschrijven. Dat nu zijn priesters vele uitspraken gedaan moeten hebben, die het geloof aan de macht van de afgod voedsel gaven, en zijn orakel bovendien zeer beroemd maakten, is volgens onze beschouwingen van het wezen van de magie (Ex 7: 8″ en “1Ki 10: 26) geen ogenblik te betwijfelen.
Bij vele uitspraken van de heidense orakels, zowel als bij de openbaringen van moderne somnabules of clairvoyantes is de werking van een boosaardige, kwaad bedoelende, moedwillig op het dwaalspoor leidende intelligentie (met verstandelijk inzicht begaafde macht) niet te miskennen; en Groenlandse angekoks (tovenaars) beleden, nadat zij tot het Christendom waren overgegaan, dat veel van hun toverkunsten wel bedrog geweest was, maar dat er zich ook vaak iets demonisch in gemengd had, dat zij nu weliswaar verafschuwden, maar toch niet beschrijven konden.
Vergelijk H. v. Schubert, Zaubereisünden. S.83. Krantz, Historie von Grönland. I, 273. Niet tot zijn eigen afgoden wendde hij zich, maar tot een buitenlandse afgod. Dit is te verklaren, óf uit wantrouwen in zijn eigen afgoden, een wantrouwen niet onwaarschijnlijk gewekt op de Karmel, óf uit verregaande dweepzucht, die leidde tot het vereren van vele afgoden.
Maar de Engel van de HEERE (Genesis 16: 7) sprak, eer nog de gezanten zich naar het 7 ½ mijl verwijderde Ekron ten zuidwesten van Samaria op weg begaven, ja eer nog Ahazia ze afvaardigde, en de gedachten nog maar pas bij hem begonnen te ontwaken om de Filistijnse afgod te raadplegen, tot Elia, de Thisbiet, die zich opzettelijk van de geheel afgodische koning afgezonderd op de Karmel had opgehouden (vs. 9vv.): Maak u op, ga op, de boden van de koning van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God, die men kan raadplegen, in Israël 1) is, dat gij heengaat om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te vragen?
Dit wil volstrekt niet zeggen, dat de Heere God alleen bepaald was tot het land van Israël, maar is bij wijze van tegenstelling gesproken, om Ahazia erbij te bepalen, hoe diep zondig hij handelt, door de enige levende God te verwerpen en zich te wenden tot de afgoden van vreemde volken.
Daarom nu, omdat gij die nietige afgoden hoger acht dan Mij, zegt de HEERE zo tot uw heer, de koning: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, ofschoon Ik u gemakkelijk had kunnen oprichten, wanneer gij de hulp van Mijn genade door waarachtige bekering en met oprecht geloof had gezocht; maar gij zult tot straf voor uw hardnekkige afgoderij, waarvan gij u door geen kastijding wilt laten terugbrengen, weldra de dood sterven. En Elia ging weg, 1) van de Karmel, om het bevel van de Heere te volvoeren, en ontmoette de boden van de koning juist op het ogenblik, dat zij de poort van Samaria uitgingen.
Deze laatste bijzonderheid volgt bepaald uit de woorden van de Engel van de Heere, die duidelijk zegt: Maak u op, ga op, de boden van de koning van Samaria te gemoed. Dit “ga op” geeft te kennen, dat Elia de boden juist bij het verlaten van de op een berg gelegen stad moest tegemoet gaan. Om dit te kunnen doen, moet de goddelijke lastgeving aan de profeet enige tijd eerder hebben plaatsgehad, alvorens Ahazia zijn boden afzond, want de weg van de zuidoostelijke voet van de Karmel tot Samaria is meer dan 6 mijl lang; Elia hield zich waarschijnlijk in een spelonk aan het noordwestelijk einde van de berg op ongeveer daar waar thans het naar hem genoemde klooster staat (1Ki 18: 20), en had dus een weg van 16 of 14 mijl tot Samaria af te leggen. De koninklijke gezanten hebben zich met de last van de goddeloze monarch op weg begeven, gaan welgemoed voort en berekenen reeds, wanneer zij op de plaats van bestemming zullen komen. Maar hoe menigmaal vergist men zich in zulke omstandigheden: het orakel komt hen reeds tegemoet, en wel van een kant, waarvan zij het niet vermoeden; eer zij het weten staat er een levende barrière voor hen. Ja, het is niet altijd vooruit te zien wat iemand op zo’n weg naar Ekron en Endor (1 Samuel .28: 7vv.) al kan bejegenen. Het is een gevaarlijk spel, met voorbijgang van God en Zijn woord, de sluier van de onzichtbare wereld te willen oplichten, en in de toverkringen van geestenzieners, bezweerders, dwepers geïnspireerden enz. zijn nieuwsgierigheid te willen bevredigen. Op zulke wegen heeft reeds menigeen gezichten aanschouwd en oplossingen verkregen, waarbij hem de haren te berge zijn gerezen, en die hem voor altijd de rust van zijn gemoed deden verliezen; menigeen heeft op zulke gangen voor altijd het licht van de waarheid verloren, omdat zijn ziel dwalingen en leugens in zich opnam, of zich te langen leste in de vreselijke afgronden van zielsziekte of waanzin terugvond.
Kruisverwijzingen1 Samuël 28:14→Richteren 8:18→— En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
En hij, terwijl hij reeds vermoedde wie de man wel geweest mocht zijn, sprak tot hen: Hoe was de gestalte 1) van de man, zijn uiterlijk voorkomen, gedrag en kledij, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
In het Hebreeuws mischfat. De Vulgaat vertaalt terecht: figura et habitu. Het Hebreeuwse woord betekent toch eigenlijk: de eigendommelijkheid van de persoon. En nu is het bekend, dat deze niet alleen dikwijls kenbaar is in de houding, maar ook in de kleding. De knechten antwoordden dan ook: “Hij was een man met een harig kleed en met een leren gordel”, een kledingstuk, dat in die dagen geheel de persoon tekende en wel zo’n persoon, die met alle kracht zich stelde tegen de heersende geest van zijn tijd, een kledingstuk, dat de boetprediker deed kennen, de handhaver van Gods gerechtigheid tegenover de wetsverkrachting en ongerechtigheid van de mensen.
KruisverwijzingenMattheüs 3:4→Zacharia 13:4→Markus 1:6→Mattheüs 11:8→Jesaja 20:2→Lukas 1:17→Openbaring 11:3→— En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.
En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, een opperkleed uit schapen- of geitenhaar vervaardigd (Jud 14: 19), en met een leren gordel 1) in plaats van een van boomwol of linnen gemaakt, zoals andere mensen die dragen, gegord om zijn lenden. Toen zei hij, die uit de dagen van zijn vader Achab de profeet maar al te goed kende, en terwijl hij van de gegrondheid van zijn aanvankelijk vermoeden (vs. 7) meer verzekerd werd: Het is Elia, de Thisbiet.
Ook in Zacharia (13: 4) treffen wij als karakteristiek uitwendig kenteken van de profeten de harige mantel aan, een schapenvacht, waarop nog enig haar gelaten is, en waarmee Arabieren zich nog heden ten dage bekleden, daaruit is de uitdrukking van Christus te verklaren: ziet toe en wacht u voor de valse profeten, die in schaapsklederen tot u komen enz.” (MATTHEUS.7: 15). Deze dracht is pas met Elia in zwang gekomen, omdat Samuëls profetenmantel een uit gewone geweven stof, bijzonder lange en ruim geplooide talaar schijnt geweest te zijn (1 Samuel .15: 27; 28: 14). Dit uitwendige kleed reeds moest in een tijd, waarin het volk verwekelijkt en in overdaad en wereldlust verzonken was, de ernst van de Goddelijke gerichten, die over het volk komen zouden, prediken en van de zijde van de profeten hun verachting voor de lust van deze wereld te kennen geven; vandaar was dan ook de leren gordel in strijd met de weelde die zich toen in de gordels vertoonde. (Vergelijk MATTHEUS. 3: 4 Hebr. 11: 37). In die tijd droeg men gordels uit boomwol of linnen vervaardigd, een teken van weelde en verwijfdheid. Elia droeg een leren gordel als bewijs, dat hij optrad tegen de weelderige zeden van zijn tijd en van zijn volk.
Kruisverwijzingen2 Koningen 6:13→1 Koningen 22:8→Markus 15:32→Amos 7:12→Mattheüs 27:41→Lukas 6:11→1 Koningen 18:42→Markus 15:29→— En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.
En hij, 1)ook met Elia’s gewone verblijfplaats bekend, zond, in de veronderstelling dat het een gemakkelijke zaak zou zijn zich van de profeet meester te maken, wanneer hij slechts een voldoende sterke bende afzond, om diens schuilplaats op te sporen en met geweld gevangen te nemen, tot hem naar de hoogte van de Karmel, een hoofdman van vijftig soldaten, met zijn vijftigen, die onder zijn bevel stonden. En als hij tot hem opkwam, naar het gebergte (want ziet, hij, de profeet, zat op de hoogte van een berg, op de hoogste spits van de berg, zonder zich in het minst door de aan zijn voet verschijnende schaar van krijgslieden te laten verschrikken), zo sprak hij, de hoofdman, tot hem van beneden naar boven roepende: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af. 2)
Jerobeam zoekt de profeet Ahazia nog, Achab verootmoedigt zich nog op het woord van Elia. Ahazia zondigt bovendien tegen Ex.20: 3 en Lev.19: 31. Hij hoont de levende God, trotseert de verwijten van Elia en komt zelfs niet tot inkeer, als het Godsgericht tot tweemaal toe een bende van vijftig, die zich aan Elia moesten vergrijpen, tot een getuigenis voor vorst en volk heeft getroffen.
Zoals Theodoretus reeds heeft opgemerkt, delen deze en de volgende hoofdman geheel “de God vijandige stemming van hem, die hen gezonden had.” Dit was hun grote zonde, dat zij zich durven vergrijpen aan Elia, die zij zelf een “man Gods” noemden. Hun vijandschap gold niet alleen Elia, maar bovenal den God van Elia, die duidelijk getoond had, dat hij Zijn profeet was. Waar hij hem dan ook aanspreekt als “man Gods,” legt hij duidelijk de stemming van het hart bloot, zijn grote vijandschap tegen God en Zijn gezalfde profeet. Al heeft Elia zich krachtig door woorden en tekenen een man Gods betoond en profeet van de HEERE, zij, de dienaren van de koning, zullen er niet tegen op zien, om zich aan hem te vergrijpen. Noch voor de God van Elia, noch voor Elia willen zij zich enigszins bevreesd tonen. Het is daarom dan ook, dat de Heere God het woord van de profeet vervult en Zijn Goddelijk misnoegen openbaart, door vuur uit de hemel te doen neerdalen, om de hoon, Hem aangedaan, te straffen.
KruisverwijzingenSpreuken 29:12→1 Samuël 22:17→Lukas 22:63→1 Samuël 6:9→Jeremia 5:3→Jesaja 26:11→Jesaja 32:7→Handelingen 4:16→— En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.
En hij, koning Ahazia, zond, toen zijn hoofdman niet terugkwam, en nadat hij door uitgezonden boden vernomen had wat met dezen gebeurd was, opnieuw tot hem, tot Elia, 1) een andere hoofdman van vijftig, met zijn vijftigen.Deze, aan de plek gekomen, van waar de vorige hoofdman tot de profeet had gesproken, en hem ook op de berg ziende zitten (vs. 9), antwoordde en sprak tot hem, met nog meer verregaande onbeschaamdheid dan de eerste: 2) Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastig 3) af, laat alle verdere tegenstand varen en stel u goedschiks in mijn handen.
Ahazia was door het vorige, hoe vreselijk ook, niet getroffen; waardoor kon ook zijn verhard hart geroerd worden? Hij lag op zich sterfbed, koesterde noch vrees voor God, noch bezorgdheid voor zijn onderdanen veeleer lokte hij een menigte van oordelen uit, het een nog verschrikkelijker dan het andere.
Deze was onbeschaamder dan de eerste, deels omdat hij voor de onderneming, reeds door een oordeel van God afgekeurd, niet terugdeinsde, deels voor zo ver hij aan zijn rede, anders geheel aan die van de overige hoofdman gelijk, nog het woord “haastig” toevoegde. (Cornilius a Lapide, eigenlijk van der Steen, een beroemd schriftverklaarder van de R.K. kerk en lid van de Jezuïetenorde, in 1568 te Bohaff, in het Bisdom Luik, geboren, gestorven te Rome 1637; hij heeft veel ter verklaring van de Bijbel uit de kerkvaders opgezocht en ook veel goeds bijeen verzameld.)
In deze bijvoeging van haastig schuilt de drieste overmoed van deze hoofdman.
Kruisverwijzingen2 Koningen 1:9→— En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.
En Elia antwoordde en sprak, evenals vroeger (vs.10) tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale, tot een bewijs daarvan en tot straf voor uw lastering van de Goddelijke majesteit, vuur van de hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde het vuur Gods van de hemel, want hetgeen Elia gezegd had kwam niet uit vleselijke boosheid voort, maar uit heilige ijver voor de eer van de Heere en uit ingeving van Gods Geest, 1)en verteerde hem en zijn vijftigen.
Niettemin kwam Elia’s woord alleen met de geest van het Oude Verbond overeen, gedurende welke God de onbeschaamde verachters van Zijn naam met vuur en zwaard uitroeide, om de energie van Zijn heilige Majesteit tegenover de levenloze afgoden van de heidenen te openbaren (Deuteronomium 13: 1vv.). Zo’n handelwijze zou dus in de tijd van het Nieuwe Verbond niet passen, zoals uit Luk. 9: 54vv. blijkt, waar de Heiland het doen van Elia niet misbillijkt, maar toch zijn jongeren terecht wijst, die het onderscheid tussen de huishouding van de wet en die van het Evangelie miskennende, in vleselijke ijver wilden nadoen, wat Elia in Goddelijke ijver voor de in zijn persoon beledigde eer van de Heere gedaan had.
KruisverwijzingenJesaja 1:5→Jesaja 66:2→1 Samuël 26:21→Exodus 11:8→Jakobus 4:7→Psalmen 102:17→Jesaja 60:14→Job 15:25→— En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!
En opnieuw zond hij, Ahazia, een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op (vgl. vs.9) en kwam en boog zich, in plaats van de Heere in de hemel in Zijn profeet met dezelfde hoon en verachting te bejegenen als de beide vorige hoofdlieden, op zijn knieën voor Elia; want ofschoon hij het bevel van zijn aardse koning moest gehoorzamen, wilde hij toch niet tegen de Heere strijden, maar alleen zijn plicht als soldaat vervullen, en smeekte hem, de man Gods, die hij uit de grond van zijn hart als zodanig eerde, en sprak tot hem: Gij man Gods! laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, die met mij gekomen zijn, dierbaar zijn in uw ogen, dat gij ons niet insgelijks laat omkomen, maar, indien de Heere het u vergunt, goedschiks met ons naar de koning gaat! O, hoe hartelijk zal Elia zich over dit buigen voor de levende God verblijd hebben, hetgeen hij bij de derde hoofdman ontdekte, en wat hem van de treurige noodzakelijkheid ontsloeg, voor de derde reis met verterende vuurvlammen de eer van zijn Heere te handhaven. Want voorwaar, zijn ziel had, even zo weinig als God zelf, lust in de dood van de goddeloze, maar het was zijn lust, zoals het de lust van de Heere is, dat de zondaar zich bekere van zijn weg en leve.
Kruisverwijzingen1 Samuël 26:21→Psalmen 72:14→2 Koningen 1:10→Handelingen 20:24→Psalmen 116:15→Spreuken 6:26→1 Samuël 26:24→Mattheüs 16:25→— Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!
Zie, het vuur is van de hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; het heeft u dus slechts een woord te kosten, om met ons eveneens te doen, die voor de Heere slechts stof en as zijn (Genesis 18: 27); maar nu, laat mijn ziel en die van mijn mensen dierbaar zijn in uw ogen! 1)
Deze deed zijn voordeel met de oordelen en straffen, waarvan hij misschien de gedenktekens voor zijn ogen zag liggen en in plaats van de profeet te gebieden om af te dalen, viel hij neer voor hem. Daar is niets te winnen door met God te twisten; zullen we Hem te sterk worden, het moet wezen door gebeden en smekingen, willen wij niet voor God neervallen in verootmoediging, wij zullen dan voor Hem moeten bukken tot onze veroordeling, en dezen zijn wijs en voordelig voor zichzelf, die ootmoedigheid leren uit de dodelijke gevolgen van andermans hardnekkigheid.
KruisverwijzingenJesaja 51:12→Jeremia 1:17→Ezechiël 2:6→Genesis 15:1→Jeremia 15:20→2 Koningen 1:3→Psalmen 27:1→Mattheüs 10:28→— Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.
Toen sprak de Engel van de HEERE, dezelfde die reeds zo dikwijls Zijn uitverkorenen in hun spreken en doen had bestuurd (Genesis16: 7; 18: 1vv.; 19: 17vv. (Richteren 6: 11vv.; 13: 3vv.) en ook vroeger Elia bekend had gemaakt, op welke wijze hij zich tegenover de beide goddeloze hoofdlieden gedragen moest (vs. 10 en 12), tot Elia: Ga af met hem, met de hoofdman, die u tot de koning moet voeren, vrees niet voor zijn (de koning) aangezicht. En hij, terstond aan dat woord gehoorzamende en wetende, dat hem geen haar gekrenkt zou worden, stond op en ging met hem af naar Samaria tot de koning. 1)
De hoofdman ontving niet alleen verhoring van zijn bede, om verschoning van zijn leven en dat van de zijnen, maar hij zag ook de profeet met zich gaan zodat hij, hoewel op andere wijze, als hij gedacht had; het bevel van de koning kon opvolgen. Elia ging heen in gehoorzaamheid van het geloof en zonder vrees, gesterkt door het geloof in zijn roeping en in de alvermogende nabijheid van God, om hem te beschermen tegen de woede van de afgodische koning en de afgodische Izebel.
O, hoe hartelijk zal Elia zich over dit buigen voor de levende God verblijd hebben, dat hij bij de derde hoofdman ontdekte, en dat hem van de treurige noodzakelijkheid ontsloeg, voor de derde reis met verterende vuurvlammen de eer van zijn Heer te handhaven. Want voorwaar, zijn ziel had, evenzo weinig als God zelf, lust in de dood van de goddelozen, maar het was zijn lust, zoals het de lust van de Heere is, dat de zondaar zich bekeert van zijn weg en leeft.
Kruisverwijzingen2 Koningen 1:2→2 Koningen 5:21→Psalmen 132:3→1 Koningen 21:18→Exodus 4:22→1 Koningen 22:28→1 Koningen 14:6→2 Koningen 1:6→— En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.
En hij sprak tot hem, tot koning Ahazia, terwijl hij voor diens ziekbed stond: zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te vragen; (is het omdat er geen God in Israël is, om Zijn woord te vragen?) daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, 1) zult gij niet afkomen, maar gij zult, overeenkomstig de goddelijke bedreiging (Leviticus 20: 6), de dood sterven. 2)
In de landen van het Oosten zijn de bedden gewoonlijk in een alkoof, aan het einde van het vertrek, een weinig boven de gewone vloer geplaatst, zodat men met een paar treden daarheen moet opklimmen.
De heldenmoed van het geloof heeft vaak de meest trotse zondaar met schrik vervuld. Ahazia is door dit bericht zo verpletterd, dat hij, noch degenen die hem omringen, enig geweld aan de boodschapper durven plegen. Wie kan degene schaden, die God behoeden wil.
Kruisverwijzingen2 Koningen 3:1→1 Koningen 22:51→2 Koningen 8:16→— Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.
Zo stierf hij, Ahazia, spoedig nadat de profeet weer was heengegaan, naar het woord van de HEERE dat Elia gesproken had (vs. 4 en 6); en Joram, 1) zijn jongere broeder ( 3: 1), werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, 2) de zoon van Josafat, de koning van Juda, of: in het achttiende jaar van Josafat, de koning van Juda, d.i. in het jaar 896 v. Chr. (1Ki 22: 29); Want hij, Ahazia, had geen zoon, juist om die reden ging de regering op zijn broeder over.
Nog twaalf jaren daarom stelde God in Zijn lankmoedigheid Zijn straffen uit over het huis van Achab. Niet onder de regering van de eerste, maar onder die van de tweede zoon zou het oordeel van God voltrokken worden.
“De kerk van God op aarde had nu een vervolger minder, de hel een slachtoffer meer.” Men leze hier Psalm 76.
Deze opgave strijdt schijnbaar zowel met 3: 1, dat Joram in het 18de jaar van Josafat en met 1 Koningen 22: 52 dat Ahazia in het 17de jaar van de 25-jarige regering van Josafat koning geworden is, als ook met die in 8: 16, dat de Joram van Juda in het 5de jaar van Joram van Israël koning over Juda is geworden. Stierf namelijk Ahazia na een regering van niet twee volle jaren, maar van anderhalf jaar in het 18de jaar van Josafat, zo kon Josafat, omdat hij 25 jaar geregeerd heeft, pas in het 7de jaar van Joram van Israël gestorven en zijn zoon hem in het koninkrijk zijn opgevolgd. Dit laatstgenoemde verschil lost zich echter zo op, dat Josafat volgens 8: 16 nog koning was, toen zijn zoon Joram koning werd, en Josafat ongeveer 2 jaar voor zijn dood aan zijn zoon de regering heeft overgegeven. Ook het eerste verschil (tussen 1: 17 en 3: 1) hebben, in navolging van het Seder Olam, reeds Usher, Lightfoot e.a. door het aannemen van een mederegentschap opgelost. Volgens hen, heeft Josafat, toen hij in het 18de jaar van zijn regering, dat met het 22ste jaar van Achab parallel loopt, met Achab in de strijd tegen de Syriërs naar Ramoth in Gilead trok, zijn zoon Joram tot mederegent benoemd en hem het bestuur van zijn rijk opgedragen. Van dit mederegentschap dateert de opgave in 1: 17, dat Joram in het tweede jaar van Joram van Juda koning werd. Dit tweede jaar van het mederegentschap van Joram komt overeen met het 18de jaar van de regering van Josafat ( 3:
. In het vijfde jaar van zijn mederegentschap gaf Josafat hem de regering geheel over. Van dit tijdperk, d.i. van het 23ste jaar van Josafat zijn de 8 jaren van de regering van Joram van Juda te berekenen, zodat hij na zijn vaders dood nog slechts 6 jaar heeft geregeerd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Koningen 1
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
En 1) ook duurden bij de aanvang van Ahazia’s regering de kastijdingen van God voort, hetgeen hem tot waarschuwing had moeten dienen, wanneer hij voorwaarschuwing vatbaar geweest ware; want Moab, eenmaal door David onderworpen (2 Samuel .8: 2) en bij de verdeling van het rijk onder de heerschappij van het Noordelijke koningshuis geraakt, viel van Israël af na a) Achabs dood, omdat het van de verzwakking, waaraan de Israëlitische macht ten gevolge van de oorlog met de Syriërsleed (1 (Koningen 22: 35vv.), tot zijn voordeel gebruik maakte.
2 Koningen .3: 5
Deze afval van Moab wordt hier vermeld, om daarmee te kennen te geven, hoe de nederlaag van Achab nog meer gevolgen had gehad, die door de toestand van Ahazia niet ongedaan gemaakt konden worden. Integendeel, omdat Ahazia ziek werd tot stervens toe en spoedig daarop stierf, hadden de Moabieten tijd en gelegenheid om hun onafhankelijkheid te versterken en zich met de Ammonieten te verstaan, om straks een aanval in Juda te doen.
En weldra, nadat hij niet veel langer dan een jaar had geregeerd en reeds gedurende deze tijd zijn God vijandige gezindheid voldoende aan de dag had gelegd, trof het gericht van de Heere Ahazia zelf; hij viel namelijk door een tralie1) in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd, ten gevolge van de val, ziek. En toen openbaarde zich duidelijk zijn volstrekt heidense aard. Want hij zond, misschien wel op raad van zijn moeder, boden naar het beroemdste van de heidense orakels in de omtrek van zijn koninkrijk, en zei tot hen: Gaat heen, vraagt Baäl-Zebub,
de god van Ekron, een stad van de Filistijnen (Jos 13: 3), of ik van deze ziekte genezen zal of niet.
Onder de “tralie” is waarschijnlijk niet, zoals de Rabbijnen willen, een getraliede opening in de vloer van de bovenkamer te verstaan, waardoor het licht tot het zich daar onder bevindende vertrek kon doordringen, maar een zeer laag langwerpig venster van traliewerk, waarmee het geopend en gesloten kon worden, voorzien en dat op de binnenhof van het paleis uitzag; want de huizen van de voornamen vormden gewoonlijk een vierkant, met een binnenhof in het midden, die, zeer ruim, van zuilengangen en galerijen omgeven, soms ook met bomen beplant, en ook wel van bronnen en gelegenheden om zich te baden voorzien, de gezelschapszaal van de huizen vormde. Wanneer nu het venster van de opperzaal van het koninklijk paleis te Samaria daarop uitzag, dan is het, omdat paleizen gewoonlijk meerdere verdiepingen hadden, nauwelijks te geloven, dat Ahazia na in zijn val op de geplaveide grond van de binnenplaats neergekomen te zijn, nog zou geleefd hebben; men moet daarom veronderstellen, dat er, lager dan het venster van de onderzaal, een galerij langs de muur liep, waar Ahazia, toen hij te ver uit het venster reikte, is neergekomen.
Baäl, de hoofdgodheid aan alle Kanaänitische volken gemeen, werd aan verschillende plaatsen, op verschillende tijden, verschillend vereerd. Daarom bestonden er vele Baäls, d.i. veelvuldige opvattingen betreffende die afgod, en komen er ook van deze bijzondere of lokale (plaatselijke) opvattingen in het Oude Testament voor (De 16: 21):
Baäl-Berith of Baäl van het verbond, als beschermer en handhaver van de verbintenissen (gelijk aan de Zeuv opkiov of Deus fidius van de Grieken en Romeinen);
Baäl-Peor, de afgod van de Moabieten, hoogstwaarschijnlijk dezelfde als Kamos, de krijgsgod van de Moabieten, die ook door de Ammonieten vereerd werd en bij dezen nauw verwant met of misschien dezelfde was als Milcom, Malchom of Molech. Hij werd staande op een zuil, met een zwaard in de rechterhand en twee vuurfakkels aan zijn zijde afgebeeld: zijn dienst in slachtoffers en offermaaltijden bestaande, ging in bedrijf van ontucht over, maar in tijden van grote benauwdheid verzoende men zijn toorn ook wel met kinderoffers (3: 27).
Baäl-Zebub, de god van de vliegen, maar niet in de eerste plaats, zoals men meestal verklaart, degene, die de vliegen of het ongedierte afweert (dit gedeelte van zijn werkzaamheid trad pas later op de voorgrond, toen de dierdienst nog door de denkbeelden aangaande de nuttigheid of schadelijkheid van de dieren gewijzigd werd), maar als degene, die de zwermen van kwellende vliegen, die in de zuidelijke landen zelfs ziekten veroorzaken, te voorschijn roept, en dan ook weer in staat is om ze te verwijderen (hiermee vergelijke men Plin. hist. n. 29: 6 de Myiodes of de Zeuv apomuiov van de Eleënsers). Hij werd dus als zonne- of zomergod gedacht, in dezelfde verhouding tot de vliegen staande, als de orakelgod Apollo tot de ziekten, die hij zond of afweerde. Omdat nu de vliegen in hun verschijnen en verdwijnen, van zekere weersgesteldheid afhankelijk, zelf als met profetisch vermogen begaafd schenen, zo is het makkelijk te begrijpen waarom men aan Baäl-Zebub, die misschien onder de gedaante van een vlieg vereerd werd, in bijzondere zin de voorspellingsgave kon toeschrijven. Dat nu zijn priesters vele uitspraken gedaan moeten hebben, die het geloof aan de macht van de afgod voedsel gaven, en zijn orakel bovendien zeer beroemd maakten, is volgens onze beschouwingen van het wezen van de magie (Ex 7: 8″ en “1Ki 10: 26) geen ogenblik te betwijfelen.
Bij vele uitspraken van de heidense orakels, zowel als bij de openbaringen van moderne somnabules of clairvoyantes is de werking van een boosaardige, kwaad bedoelende, moedwillig op het dwaalspoor leidende intelligentie (met verstandelijk inzicht begaafde macht) niet te miskennen; en Groenlandse angekoks (tovenaars) beleden, nadat zij tot het Christendom waren overgegaan, dat veel van hun toverkunsten wel bedrog geweest was, maar dat er zich ook vaak iets demonisch in gemengd had, dat zij nu weliswaar verafschuwden, maar toch niet beschrijven konden.
Vergelijk H. v. Schubert, Zaubereisünden. S.83. Krantz, Historie von Grönland. I, 273. Niet tot zijn eigen afgoden wendde hij zich, maar tot een buitenlandse afgod. Dit is te verklaren, óf uit wantrouwen in zijn eigen afgoden, een wantrouwen niet onwaarschijnlijk gewekt op de Karmel, óf uit verregaande dweepzucht, die leidde tot het vereren van vele afgoden.
Maar de Engel van de HEERE (Genesis 16: 7) sprak, eer nog de gezanten zich naar het 7 ½ mijl verwijderde Ekron ten zuidwesten van Samaria op weg begaven, ja eer nog Ahazia ze afvaardigde, en de gedachten nog maar pas bij hem begonnen te ontwaken om de Filistijnse afgod te raadplegen, tot Elia, de Thisbiet, die zich opzettelijk van de geheel afgodische koning afgezonderd op de Karmel had opgehouden (vs. 9vv.): Maak u op, ga op, de boden van de koning van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God, die men kan raadplegen, in Israël 1) is, dat gij heengaat om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te vragen?
Dit wil volstrekt niet zeggen, dat de Heere God alleen bepaald was tot het land van Israël, maar is bij wijze van tegenstelling gesproken, om Ahazia erbij te bepalen, hoe diep zondig hij handelt, door de enige levende God te verwerpen en zich te wenden tot de afgoden van vreemde volken.
Daarom nu, omdat gij die nietige afgoden hoger acht dan Mij, zegt de HEERE zo tot uw heer, de koning: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, ofschoon Ik u gemakkelijk had kunnen oprichten, wanneer gij de hulp van Mijn genade door waarachtige bekering en met oprecht geloof had gezocht; maar gij zult tot straf voor uw hardnekkige afgoderij, waarvan gij u door geen kastijding wilt laten terugbrengen, weldra de dood sterven. En Elia ging weg, 1) van de Karmel, om het bevel van de Heere te volvoeren, en ontmoette de boden van de koning juist op het ogenblik, dat zij de poort van Samaria uitgingen.
Deze laatste bijzonderheid volgt bepaald uit de woorden van de Engel van de Heere, die duidelijk zegt: Maak u op, ga op, de boden van de koning van Samaria te gemoed. Dit “ga op” geeft te kennen, dat Elia de boden juist bij het verlaten van de op een berg gelegen stad moest tegemoet gaan. Om dit te kunnen doen, moet de goddelijke lastgeving aan de profeet enige tijd eerder hebben plaatsgehad, alvorens Ahazia zijn boden afzond, want de weg van de zuidoostelijke voet van de Karmel tot Samaria is meer dan 6 mijl lang; Elia hield zich waarschijnlijk in een spelonk aan het noordwestelijk einde van de berg op ongeveer daar waar thans het naar hem genoemde klooster staat (1Ki 18: 20), en had dus een weg van 16 of 14 mijl tot Samaria af te leggen. De koninklijke gezanten hebben zich met de last van de goddeloze monarch op weg begeven, gaan welgemoed voort en berekenen reeds, wanneer zij op de plaats van bestemming zullen komen. Maar hoe menigmaal vergist men zich in zulke omstandigheden: het orakel komt hen reeds tegemoet, en wel van een kant, waarvan zij het niet vermoeden; eer zij het weten staat er een levende barrière voor hen. Ja, het is niet altijd vooruit te zien wat iemand op zo’n weg naar Ekron en Endor (1 Samuel .28: 7vv.) al kan bejegenen. Het is een gevaarlijk spel, met voorbijgang van God en Zijn woord, de sluier van de onzichtbare wereld te willen oplichten, en in de toverkringen van geestenzieners, bezweerders, dwepers geïnspireerden enz. zijn nieuwsgierigheid te willen bevredigen. Op zulke wegen heeft reeds menigeen gezichten aanschouwd en oplossingen verkregen, waarbij hem de haren te berge zijn gerezen, en die hem voor altijd de rust van zijn gemoed deden verliezen; menigeen heeft op zulke gangen voor altijd het licht van de waarheid verloren, omdat zijn ziel dwalingen en leugens in zich opnam, of zich te langen leste in de vreselijke afgronden van zielsziekte of waanzin terugvond.
En hij, terwijl hij reeds vermoedde wie de man wel geweest mocht zijn, sprak tot hen: Hoe was de gestalte 1) van de man, zijn uiterlijk voorkomen, gedrag en kledij, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?
In het Hebreeuws mischfat. De Vulgaat vertaalt terecht: figura et habitu. Het Hebreeuwse woord betekent toch eigenlijk: de eigendommelijkheid van de persoon. En nu is het bekend, dat deze niet alleen dikwijls kenbaar is in de houding, maar ook in de kleding. De knechten antwoordden dan ook: “Hij was een man met een harig kleed en met een leren gordel”, een kledingstuk, dat in die dagen geheel de persoon tekende en wel zo’n persoon, die met alle kracht zich stelde tegen de heersende geest van zijn tijd, een kledingstuk, dat de boetprediker deed kennen, de handhaver van Gods gerechtigheid tegenover de wetsverkrachting en ongerechtigheid van de mensen.
En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, een opperkleed uit schapen- of geitenhaar vervaardigd (Jud 14: 19), en met een leren gordel 1) in plaats van een van boomwol of linnen gemaakt, zoals andere mensen die dragen, gegord om zijn lenden. Toen zei hij, die uit de dagen van zijn vader Achab de profeet maar al te goed kende, en terwijl hij van de gegrondheid van zijn aanvankelijk vermoeden (vs. 7) meer verzekerd werd: Het is Elia, de Thisbiet.
Ook in Zacharia (13: 4) treffen wij als karakteristiek uitwendig kenteken van de profeten de harige mantel aan, een schapenvacht, waarop nog enig haar gelaten is, en waarmee Arabieren zich nog heden ten dage bekleden, daaruit is de uitdrukking van Christus te verklaren: ziet toe en wacht u voor de valse profeten, die in schaapsklederen tot u komen enz.” (MATTHEUS.7: 15). Deze dracht is pas met Elia in zwang gekomen, omdat Samuëls profetenmantel een uit gewone geweven stof, bijzonder lange en ruim geplooide talaar schijnt geweest te zijn (1 Samuel .15: 27; 28: 14). Dit uitwendige kleed reeds moest in een tijd, waarin het volk verwekelijkt en in overdaad en wereldlust verzonken was, de ernst van de Goddelijke gerichten, die over het volk komen zouden, prediken en van de zijde van de profeten hun verachting voor de lust van deze wereld te kennen geven; vandaar was dan ook de leren gordel in strijd met de weelde die zich toen in de gordels vertoonde. (Vergelijk MATTHEUS. 3: 4 Hebr. 11: 37). In die tijd droeg men gordels uit boomwol of linnen vervaardigd, een teken van weelde en verwijfdheid. Elia droeg een leren gordel als bewijs, dat hij optrad tegen de weelderige zeden van zijn tijd en van zijn volk.
En hij, 1)ook met Elia’s gewone verblijfplaats bekend, zond, in de veronderstelling dat het een gemakkelijke zaak zou zijn zich van de profeet meester te maken, wanneer hij slechts een voldoende sterke bende afzond, om diens schuilplaats op te sporen en met geweld gevangen te nemen, tot hem naar de hoogte van de Karmel, een hoofdman van vijftig soldaten, met zijn vijftigen, die onder zijn bevel stonden. En als hij tot hem opkwam, naar het gebergte (want ziet, hij, de profeet, zat op de hoogte van een berg, op de hoogste spits van de berg, zonder zich in het minst door de aan zijn voet verschijnende schaar van krijgslieden te laten verschrikken), zo sprak hij, de hoofdman, tot hem van beneden naar boven roepende: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af. 2)
Jerobeam zoekt de profeet Ahazia nog, Achab verootmoedigt zich nog op het woord van Elia. Ahazia zondigt bovendien tegen Ex.20: 3 en Lev.19: 31. Hij hoont de levende God, trotseert de verwijten van Elia en komt zelfs niet tot inkeer, als het Godsgericht tot tweemaal toe een bende van vijftig, die zich aan Elia moesten vergrijpen, tot een getuigenis voor vorst en volk heeft getroffen.
Zoals Theodoretus reeds heeft opgemerkt, delen deze en de volgende hoofdman geheel “de God vijandige stemming van hem, die hen gezonden had.” Dit was hun grote zonde, dat zij zich durven vergrijpen aan Elia, die zij zelf een “man Gods” noemden. Hun vijandschap gold niet alleen Elia, maar bovenal den God van Elia, die duidelijk getoond had, dat hij Zijn profeet was. Waar hij hem dan ook aanspreekt als “man Gods,” legt hij duidelijk de stemming van het hart bloot, zijn grote vijandschap tegen God en Zijn gezalfde profeet. Al heeft Elia zich krachtig door woorden en tekenen een man Gods betoond en profeet van de HEERE, zij, de dienaren van de koning, zullen er niet tegen op zien, om zich aan hem te vergrijpen. Noch voor de God van Elia, noch voor Elia willen zij zich enigszins bevreesd tonen. Het is daarom dan ook, dat de Heere God het woord van de profeet vervult en Zijn Goddelijk misnoegen openbaart, door vuur uit de hemel te doen neerdalen, om de hoon, Hem aangedaan, te straffen.
En hij, koning Ahazia, zond, toen zijn hoofdman niet terugkwam, en nadat hij door uitgezonden boden vernomen had wat met dezen gebeurd was, opnieuw tot hem, tot Elia, 1) een andere hoofdman van vijftig, met zijn vijftigen.Deze, aan de plek gekomen, van waar de vorige hoofdman tot de profeet had gesproken, en hem ook op de berg ziende zitten (vs. 9), antwoordde en sprak tot hem, met nog meer verregaande onbeschaamdheid dan de eerste: 2) Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastig 3) af, laat alle verdere tegenstand varen en stel u goedschiks in mijn handen.
Ahazia was door het vorige, hoe vreselijk ook, niet getroffen; waardoor kon ook zijn verhard hart geroerd worden? Hij lag op zich sterfbed, koesterde noch vrees voor God, noch bezorgdheid voor zijn onderdanen veeleer lokte hij een menigte van oordelen uit, het een nog verschrikkelijker dan het andere.
Deze was onbeschaamder dan de eerste, deels omdat hij voor de onderneming, reeds door een oordeel van God afgekeurd, niet terugdeinsde, deels voor zo ver hij aan zijn rede, anders geheel aan die van de overige hoofdman gelijk, nog het woord “haastig” toevoegde. (Cornilius a Lapide, eigenlijk van der Steen, een beroemd schriftverklaarder van de R.K. kerk en lid van de Jezuïetenorde, in 1568 te Bohaff, in het Bisdom Luik, geboren, gestorven te Rome 1637; hij heeft veel ter verklaring van de Bijbel uit de kerkvaders opgezocht en ook veel goeds bijeen verzameld.)
In deze bijvoeging van haastig schuilt de drieste overmoed van deze hoofdman.
En Elia antwoordde en sprak, evenals vroeger (vs.10) tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale, tot een bewijs daarvan en tot straf voor uw lastering van de Goddelijke majesteit, vuur van de hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde het vuur Gods van de hemel, want hetgeen Elia gezegd had kwam niet uit vleselijke boosheid voort, maar uit heilige ijver voor de eer van de Heere en uit ingeving van Gods Geest, 1)en verteerde hem en zijn vijftigen.
Niettemin kwam Elia’s woord alleen met de geest van het Oude Verbond overeen, gedurende welke God de onbeschaamde verachters van Zijn naam met vuur en zwaard uitroeide, om de energie van Zijn heilige Majesteit tegenover de levenloze afgoden van de heidenen te openbaren (Deuteronomium 13: 1vv.). Zo’n handelwijze zou dus in de tijd van het Nieuwe Verbond niet passen, zoals uit Luk. 9: 54vv. blijkt, waar de Heiland het doen van Elia niet misbillijkt, maar toch zijn jongeren terecht wijst, die het onderscheid tussen de huishouding van de wet en die van het Evangelie miskennende, in vleselijke ijver wilden nadoen, wat Elia in Goddelijke ijver voor de in zijn persoon beledigde eer van de Heere gedaan had.
En opnieuw zond hij, Ahazia, een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op (vgl. vs.9) en kwam en boog zich, in plaats van de Heere in de hemel in Zijn profeet met dezelfde hoon en verachting te bejegenen als de beide vorige hoofdlieden, op zijn knieën voor Elia; want ofschoon hij het bevel van zijn aardse koning moest gehoorzamen, wilde hij toch niet tegen de Heere strijden, maar alleen zijn plicht als soldaat vervullen, en smeekte hem, de man Gods, die hij uit de grond van zijn hart als zodanig eerde, en sprak tot hem: Gij man Gods! laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, die met mij gekomen zijn, dierbaar zijn in uw ogen, dat gij ons niet insgelijks laat omkomen, maar, indien de Heere het u vergunt, goedschiks met ons naar de koning gaat! O, hoe hartelijk zal Elia zich over dit buigen voor de levende God verblijd hebben, hetgeen hij bij de derde hoofdman ontdekte, en wat hem van de treurige noodzakelijkheid ontsloeg, voor de derde reis met verterende vuurvlammen de eer van zijn Heere te handhaven. Want voorwaar, zijn ziel had, even zo weinig als God zelf, lust in de dood van de goddeloze, maar het was zijn lust, zoals het de lust van de Heere is, dat de zondaar zich bekere van zijn weg en leve.
Zie, het vuur is van de hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; het heeft u dus slechts een woord te kosten, om met ons eveneens te doen, die voor de Heere slechts stof en as zijn (Genesis 18: 27); maar nu, laat mijn ziel en die van mijn mensen dierbaar zijn in uw ogen! 1)
Deze deed zijn voordeel met de oordelen en straffen, waarvan hij misschien de gedenktekens voor zijn ogen zag liggen en in plaats van de profeet te gebieden om af te dalen, viel hij neer voor hem. Daar is niets te winnen door met God te twisten; zullen we Hem te sterk worden, het moet wezen door gebeden en smekingen, willen wij niet voor God neervallen in verootmoediging, wij zullen dan voor Hem moeten bukken tot onze veroordeling, en dezen zijn wijs en voordelig voor zichzelf, die ootmoedigheid leren uit de dodelijke gevolgen van andermans hardnekkigheid.
Toen sprak de Engel van de HEERE, dezelfde die reeds zo dikwijls Zijn uitverkorenen in hun spreken en doen had bestuurd (Genesis16: 7; 18: 1vv.; 19: 17vv. (Richteren 6: 11vv.; 13: 3vv.) en ook vroeger Elia bekend had gemaakt, op welke wijze hij zich tegenover de beide goddeloze hoofdlieden gedragen moest (vs. 10 en 12), tot Elia: Ga af met hem, met de hoofdman, die u tot de koning moet voeren, vrees niet voor zijn (de koning) aangezicht. En hij, terstond aan dat woord gehoorzamende en wetende, dat hem geen haar gekrenkt zou worden, stond op en ging met hem af naar Samaria tot de koning. 1)
De hoofdman ontving niet alleen verhoring van zijn bede, om verschoning van zijn leven en dat van de zijnen, maar hij zag ook de profeet met zich gaan zodat hij, hoewel op andere wijze, als hij gedacht had; het bevel van de koning kon opvolgen. Elia ging heen in gehoorzaamheid van het geloof en zonder vrees, gesterkt door het geloof in zijn roeping en in de alvermogende nabijheid van God, om hem te beschermen tegen de woede van de afgodische koning en de afgodische Izebel.
O, hoe hartelijk zal Elia zich over dit buigen voor de levende God verblijd hebben, dat hij bij de derde hoofdman ontdekte, en dat hem van de treurige noodzakelijkheid ontsloeg, voor de derde reis met verterende vuurvlammen de eer van zijn Heer te handhaven. Want voorwaar, zijn ziel had, evenzo weinig als God zelf, lust in de dood van de goddelozen, maar het was zijn lust, zoals het de lust van de Heere is, dat de zondaar zich bekeert van zijn weg en leeft.
En hij sprak tot hem, tot koning Ahazia, terwijl hij voor diens ziekbed stond: zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te vragen; (is het omdat er geen God in Israël is, om Zijn woord te vragen?) daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, 1) zult gij niet afkomen, maar gij zult, overeenkomstig de goddelijke bedreiging (Leviticus 20: 6), de dood sterven. 2)
In de landen van het Oosten zijn de bedden gewoonlijk in een alkoof, aan het einde van het vertrek, een weinig boven de gewone vloer geplaatst, zodat men met een paar treden daarheen moet opklimmen.
De heldenmoed van het geloof heeft vaak de meest trotse zondaar met schrik vervuld. Ahazia is door dit bericht zo verpletterd, dat hij, noch degenen die hem omringen, enig geweld aan de boodschapper durven plegen. Wie kan degene schaden, die God behoeden wil.
Zo stierf hij, Ahazia, spoedig nadat de profeet weer was heengegaan, naar het woord van de HEERE dat Elia gesproken had (vs. 4 en 6); en Joram, 1) zijn jongere broeder ( 3: 1), werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, 2) de zoon van Josafat, de koning van Juda, of: in het achttiende jaar van Josafat, de koning van Juda, d.i. in het jaar 896 v. Chr. (1Ki 22: 29); Want hij, Ahazia, had geen zoon, juist om die reden ging de regering op zijn broeder over.
Nog twaalf jaren daarom stelde God in Zijn lankmoedigheid Zijn straffen uit over het huis van Achab. Niet onder de regering van de eerste, maar onder die van de tweede zoon zou het oordeel van God voltrokken worden.
“De kerk van God op aarde had nu een vervolger minder, de hel een slachtoffer meer.” Men leze hier Psalm 76.
Deze opgave strijdt schijnbaar zowel met 3: 1, dat Joram in het 18de jaar van Josafat en met 1 Koningen 22: 52 dat Ahazia in het 17de jaar van de 25-jarige regering van Josafat koning geworden is, als ook met die in 8: 16, dat de Joram van Juda in het 5de jaar van Joram van Israël koning over Juda is geworden. Stierf namelijk Ahazia na een regering van niet twee volle jaren, maar van anderhalf jaar in het 18de jaar van Josafat, zo kon Josafat, omdat hij 25 jaar geregeerd heeft, pas in het 7de jaar van Joram van Israël gestorven en zijn zoon hem in het koninkrijk zijn opgevolgd. Dit laatstgenoemde verschil lost zich echter zo op, dat Josafat volgens 8: 16 nog koning was, toen zijn zoon Joram koning werd, en Josafat ongeveer 2 jaar voor zijn dood aan zijn zoon de regering heeft overgegeven. Ook het eerste verschil (tussen 1: 17 en 3: 1) hebben, in navolging van het Seder Olam, reeds Usher, Lightfoot e.a. door het aannemen van een mederegentschap opgelost. Volgens hen, heeft Josafat, toen hij in het 18de jaar van zijn regering, dat met het 22ste jaar van Achab parallel loopt, met Achab in de strijd tegen de Syriërs naar Ramoth in Gilead trok, zijn zoon Joram tot mederegent benoemd en hem het bestuur van zijn rijk opgedragen. Van dit mederegentschap dateert de opgave in 1: 17, dat Joram in het tweede jaar van Joram van Juda koning werd. Dit tweede jaar van het mederegentschap van Joram komt overeen met het 18de jaar van de regering van Josafat ( 3:
. In het vijfde jaar van zijn mederegentschap gaf Josafat hem de regering geheel over. Van dit tijdperk, d.i. van het 23ste jaar van Josafat zijn de 8 jaren van de regering van Joram van Juda te berekenen, zodat hij na zijn vaders dood nog slechts 6 jaar heeft geregeerd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel