Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Daarom, deze begeerte niet langerG3371 kunnende verdragenG4722, hebben wij gaarne willenG2106 te AtheneG116 alleen gelatenG2641 worden;
Daarom, deze begeerte niet langer kunnende verdragen, hebben wij gaarne willen te Athene alleen gelaten worden;
KJV
Wherefore1
when we could3
➔ no longer2
forbear,
we thought it good4
to be left5
at6
Athens7
alone;8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En hebben gezondenG3992 TimotheusG5095, onzen broederG80, en GodsG2316 dienaarG1249, enG2532 onzen medearbeiderG4904 in het EvangelieG2098 van ChristusG5547, omG1519 uG4771 te versterkenG4741, enG2532 uG4771 te vermanenG3870 vanG4012 uw geloofG4102;
En hebben gezonden Timotheus, onzen broeder, en Gods dienaar, en onzen medearbeider in het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te vermanen van uw geloof;
KJV
And1
sent2
Timotheus,3
our
brother,5
and7
minister8
of God,10
and11
our
fellowlabourer12
in14
the gospel16
of Christ,18
to19
establish21
you,
and23
to comfort24
you
concerning26
your
faith:28
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Opdat niemandG3367 bewogenG4525 worde in dezeG3778 verdrukkingenG2347; want gij weetG1492 zelvenG846, dat wij hiertoe gesteldG2749 zijn.
Opdat niemand bewogen worde in deze verdrukkingen; want gij weet zelven, dat wij hiertoe gesteld zijn.
KJV
That no man2
should be moved3
by4
these
afflictions:6
for9
yourselves8
know10
that11
we are appointed14
thereunto.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Want ook, toen wij bijG4314 u warenG1510, voorzeidenG4302 wij uG4771, datG3754 wij zouden verdruktG2346 worden, gelijk ookG2532 geschiedG1096 is, enG2532 gij weetG1492 het.
Want ook, toen wij bij u waren, voorzeiden wij u, dat wij zouden verdrukt worden, gelijk ook geschied is, en gij weet het.
KJV
For2
verily,1
when3
we were
with4
you,
we told7
➔ you
before
that9
we should10
suffer tribulation;11
even13
as12
it came to pass,14
and15
ye know.16
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Daarom ook dezeG3778 begeerte niet langerG3371 kunnende verdragenG4722, heb ikG1473 hem gezondenG3992, omG1223 uw geloofG4102 te verstaanG1097; of niet misschien de verzoekerG3985 uG4771 zou verzochtG3985 hebben, enG2532 onze arbeidG2873 ijdelG1519 zou wezen.
Daarom ook deze begeerte niet langer kunnende verdragen, heb ik hem gezonden, om uw geloof te verstaan; of niet misschien de verzoeker u zou verzocht hebben, en onze arbeid ijdel zou wezen.
KJV
For this
cause,1
when I3
could5
➔ no longer4
forbear,
I sent6
to7
know9
your
faith,11
lest by some means13
the tempter14
have tempted17
you,
and18
our
labour23
be21
in19
vain.20
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Maar als TimotheusG5095 nu van ulieden totG4314 ons gekomenG2064 was, en ons de goedeG18 boodschapG2097 gebracht had van uw geloofG4102 en liefdeG26, en datG3754 gijG4771 altijdG3842 goede gedachtenisG3417 van ons hebt, zeer begerigG1971 zijnde om ons te zienG1492, gelijk wij ookG2532 om ulieden;
Maar als Timotheus nu van ulieden tot ons gekomen was, en ons de goede boodschap gebracht had van uw geloof en liefde, en dat gij altijd goede gedachtenis van ons hebt, zeer begerig zijnde om ons te zien, gelijk wij ook om ulieden;
KJV
But2
now1
when Timotheus4
came3
from7
you
unto5
us,
and9
brought10
➔ us
good tidings
of your
faith13
and14
charity,16
and18
that19
ye have20
good23
remembrance21
of us
always,24
desiring greatly25
to see
us,
as28
we
also29
to see you:
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zo zijn wij daarom, broedersG80, overG1909 uG4771 in alG3956 onze verdrukkingG2347 enG2532 noodG318 vertroostG3870 geworden doorG1223 uw geloofG4102;
Zo zijn wij daarom, broeders, over u in al onze verdrukking en nood vertroost geworden door uw geloof;
KJV
Therefore,1
brethren,4
we were comforted3
over5
you
in7
all8
our
affliction10
and11
distress12
by14
your
faith:17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantG3754 nu levenG2198 wij, indienG1437 gijG4771 vast staatG4739 inG1722 den HeereG2962.
Want nu leven wij, indien gij vast staat in den Heere.
KJV
For1
now2
we live,3
if4
ye
stand fast6
in7
the Lord.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WantG1063 wat dankzeggingG2169 kunnen wij GodeG2316 totG1909 vergelding wedergevenG467 voor uG4771, vanwege alG3956 de blijdschapG5479, waarmede wij ons omG1223 uwentwil verblijdenG5463 voor onzen GodG2316?
Want wat dankzegging kunnen wij Gode tot vergelding wedergeven voor u, vanwege al de blijdschap, waarmede wij ons om uwentwil verblijden voor onzen God?
KJV
For2
what1
thanks3
can we4
render7
➔ to God6
again
for8
you,
for10
all11
the joy13
wherewith14
we joy15
for16
your sakes
before18
our
God;20
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
NachtG3571 enG2532 dagG2250 zeer overvloediglijkG1537 biddendeG1189, omG1519 uw aangezichtG4383 te mogen zienG1492, enG2532 te volmakenG2675, hetgeen aan uw geloofG4102 ontbreektG5303.
Nacht en dag zeer overvloediglijk biddende, om uw aangezicht te mogen zien, en te volmaken, hetgeen aan uw geloof ontbreekt.
KJV
Night1
and2
day3
praying12
exceedingly9
that13
we might see
your
face,18
and19
might perfect20
that which is lacking22
in your
faith?24
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
DochG1161 onze GodG2316 en VaderG3962 ZelfG846, en onze HeereG2962 JezusG2424 ChristusG5547 richte onzen wegG3598 totG4314 uG4771.
Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
KJV
Now2
God4
himself1
and5
our
Father,6
and8
our
Lord10
Jesus12
Christ,13
direct14
our
way16
unto18
you.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En de HeereG2962 vermeerdereG4121 u, en make u overvloedigG4052 in de liefdeG26 jegensG1519 elkanderG240 en jegensG1519 allenG3956, gelijk wij ookG2532 zijn jegensG1519 uG4771;
En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u;
KJV
And2
the Lord4
make5
➔ you
to increase
and6
abound7
in love9
one11
➔ toward10
another,
and12
toward13
all14
men, even16
as15
we
do toward18
you:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Opdat HijG846 uw hartenG2588 versterkeG4741, omG1519 onberispelijkG273 te zijn in heiligmakingG42, voor onzen GodG2316 enG2532 VaderG3962, in de toekomstG3952 van onzen HeereG2962 JezusG2424 ChristusG5547 met alG3956 Zijn heiligenG40.
Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.
KJV
To the end1
he may stablish3
your
hearts6
unblameable7
in8
holiness9
before10
God,12
even13
our
Father,14
at16
the coming18
of our
Lord20
Jesus22
Christ23
with24
all25
his28
saints.27
deze begeerte
Dat is, dit verlangen naar u, van hetwelk hij in 1 Thess. 2:17, 1 Thess. 2:18 heeft gesproken
Hertaald:
deze begeerte
Dat is: dit verlangen naar u, waarover hij in 1 Thess. 2:17, 1 Thess. 2:18 gesproken heeft.
in
Dat is, in de prediking en verbreiding des Evangelies.
Hertaald:
in
Dat is: in de prediking en de verbreiding van het Evangelie.
van uw
Of, aangaande uw geloof; of vanwege uw geloof. Anderen lezen, ons geloof.
Hertaald:
van uw
Of: aangaande uw geloof; of: vanwege uw geloof. Anderen lezen: ons geloof.
bewogen
Namelijk om van het geloof te wijken of te twijfelen, Zie 2 Thess. 2:2. Het Griekse woord betekent herwaarts en derwaarts bewogen te worden.
Hertaald:
bewogen
Namelijk bewogen om van het geloof af te wijken of te gaan twijfelen. Zie 2 Thess. 2:2. Het Griekse woord betekent heen en weer bewogen worden.
hiertoe
Namelijk om voor den naam van Christus te lijden. Zie 2 Tim. 3:12.
Hertaald:
hiertoe
Namelijk om voor de naam van Christus te lijden. Zie 2 Tim. 3:12.
gesteld
Dst is, geschikt, verordineerd zijn, namelijk van God, gelijk dit woord stellen ook genomen wordt Luc. 2:34.
Hertaald:
gesteld
Dat is: bestemd, verordend zijn, namelijk door God, zoals dit woord stellen ook gebruikt wordt in Luk. 2:34.
voorzeiden
Namelijk gelijk hij aan andere gemeenten ook heeft gedaan. Zie Hand. 14:22; Rom. 8:17, Rom. 8:29.
Hertaald:
voorzeiden
Namelijk zoals hij ook aan andere gemeenten gedaan heeft. Zie Hand. 14:22; Rom. 8:17, Rom. 8:29.
deze begeerte
Dat is, dit verlangen naar u, gelijk vs.1.
Hertaald:
deze begeerte
Dat is: dit verlangen naar u, zoals in vers 1.
hem
Namelijk Timotheüs.
Hertaald:
hem
Namelijk Timotheüs.
de verzoeker
Dat is, de Satan door de vervolgingen en andere verleidingen. Zie Matt. 4:3.
Hertaald:
de verzoeker
Dat is: de satan, door de vervolgingen en andere verleidingen. Zie Matth. 4:3.
onze
Namelijk dien wij aangewend hebben om u het Evangelie te verkondigen.
Hertaald:
onze
Namelijk de arbeid die wij aangewend hebben om u het Evangelie te verkondigen.
ijdel
Dat is, vruchteloos.
Hertaald:
ijdel
Dat is: vruchteloos.
gekomen
Dat is, wedergekomen was, namelijk bij ons te Corinthe, nadat wij hem tot u van Athene gezonden hadden. Zie Hand. 18:1, Hand. 18:5.
Hertaald:
gekomen
Dat is: teruggekomen was, namelijk bij ons in Korinthe, nadat wij hem uit Athene naar u gezonden hadden. Zie Hand. 18:1, Hand. 18:5.
van uw
Dat is, van uwe standvastigheid in het geloof.
Hertaald:
van uw
Dat is: van uw standvastigheid in het geloof.
door
Dat is, door het getuigenis, dat wij gehoord hebben van uw geloof.
Hertaald:
door
Dat is: door het getuigenis dat wij over uw geloof gehoord hebben.
leven
Dat is, wij zijn vrolijk en welgemoed, gelijk vs.9 verklaart.
Hertaald:
leven
Dat is: wij zijn blij en welgemoed, zoals vers 9 verklaart.
vast
Dat is, in het geloof op den Heere; want door het geloof worden wij met Christus verenigd.
Hertaald:
vast
Dat is: vast in het geloof op de Heere; want door het geloof worden wij met Christus verenigd.
voor onzen
Dat is, oprecht als in Gods tegenwoordigheid, niet alleen voor de mensen, gelijk Luc. 1:6.
Hertaald:
voor onzen
Dat is: oprecht, als in Gods tegenwoordigheid, en niet alleen voor de mensen, zoals in Luk. 1:6.
om
Dat is, om bij u tegenwoordig te zijn.
Hertaald:
om
Dat is: om bij u aanwezig te zijn.
te volmaken
Dat is, ulieden in het geloof volkomenlijker te onderwijzen, hetwelk de apostel daarom zegt, omdat hij door de bittere vervolging der Joden weinig tijd bij hen had kunnen blijven. Zie Hand. 17:10.
Hertaald:
te volmaken
Dat is: u volkomener in het geloof te onderwijzen. Dat zegt de apostel omdat hij door de bittere vervolging van de Joden maar korte tijd bij hen kon blijven. Zie Hand. 17:10.
vermeerdere
Dat is, make dat gij meer en meer toeneemt, die het gebrek Zijner dienaren door Zijnen Geest lichtelijk kan vervullen.
Hertaald:
vermeerdere
Dat is: make dat u meer en meer toeneemt; Hij kan het gebrek van Zijn dienaars door Zijn Geest gemakkelijk aanvullen.
wij
Namelijk overvloedig in de liefde jegens u.
Hertaald:
wij
Namelijk zoals wij overvloedig zijn in de liefde tot u.
in de toekomst
Of, tegen de toekomst.
Hertaald:
in de toekomst
Of: tegen de komst.
Zijn heiligen
Namelijk engelen, gelijk uitgedrukt wordt 2 Thess. 1:7, hoewel het ook breder kan genomen worden voor de heilige zielen, die met Christus uit den hemel in het gezelschap der engelen zullen afkomen, om met hunne lichamen weder verenigd en verheerlijkt te worden.
Hertaald:
Zijn heiligen
Namelijk Zijn engelen, zoals uitgedrukt wordt in 2 Thess. 1:7. Toch kan het ook ruimer opgevat worden voor de heilige zielen, die met Christus in het gezelschap van de engelen uit de hemel zullen neerkomen om weer met hun lichamen verenigd en verheerlijkt te worden. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
1 Thessalonicenzen 3
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)


1 Thessalonicenzen 3
1 Thessalonicenzen 3:7-8
Kruisverwijzingen1 Korinthe 16:13→Kolossenzen 1:23→2 Korinthe 1:4→Handelingen 11:23→Efeze 3:17→2 Korinthe 7:6→2 Korinthe 11:23→2 Johannes 1:4→— Zo zijn wij daarom, broeders, over u in al onze verdrukking en nood vertroost geworden door uw geloof; Want nu leven wij, indien gij vast staat in den Heere.
Wanneer ik Gods volk standvastig heb gezien, zijn mijn vrezen gevlucht. Ja, ik heb gezegd: de Heere bewaart de voeten van Zijn heiligen. Hij is een muur van vuur rondom de Zijnen. Was het mogelijk, dan zouden de machten van het kwaad de uitverkorenen verleiden, maar het is niet mogelijk. De heiligen zijn standvastig. Elke standvastige gelovige bemoedigt zijn leraar en helpt hem zijn zorgen af te leggen. Hij mag zich verblijden in de zekerheid dat het Evangelie zal zegevieren. De standvastigen worden ons leven, doordat zij ons aansporen tot grotere inspanning. Ik geloof dat de standvastigen de leraar in hoge mate tot nut zijn. Wanneer de man Gods zijn volk ziet leven tot God, op een hoog peil van godsvrucht, spreekt hij vele dingen die hij anders nooit gesproken zou hebben. Hij roemt in het werk van God. Zonder een spoor van aarzeling wijst hij op Zijn volk en roept uit: zie wat God gedaan heeft! Hij verheugt zich over Zijn bekeerlingen met een heilige vreugde. Hij roept uit: zie wat zij vroeger waren en wat zij nu zijn! Zie hoe leven is opgesprongen te midden van de dood, en hoe licht schijnt waar eerst duisternis heerste! Neem de levende bewijzen van goddelijke kracht uit de gemeente weg. Dan verlaagt u de geest van de prediker onmiddellijk, en beneemt u hem de kracht om zijn zending te bewijzen door de tekenen die haar volgen. Van godvrezende, gevestigde christenen mag ik de woorden van David aanhalen: “Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort.” Het beste antwoord op alle tegenstanders van het ouderwetse Evangelie is de godvrezende ijver van een levende gemeente.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Daarom, omdat wij volgens het gezegde in vs. 18 v. er zoveel belang in stelden, dat u in de waarheid blijft (Joh. 17: 11 v.), deze begeerte niet langer verdragen kunnend, om toch enig bericht over u te verkrijgen, hebben wij alles in het werk gesteld om iets van u te weten te komen. Zelfs hebben wij graag tot dat doel willen te Athene alleen gelaten worden (Hand. 16: 3 en “Ac 16: 3, waar wij veel hadden vernomen van moeilijkheden, die u hadden getroffen (Hoofdstuk 2: 14), maar zonder dat ons duidelijk werd hoe u zich temidden van die beproeving houden zou.
En wij hebben gezonden Timotheüs, onze broeder (2 Kor. 1: 1) en Gods dienaar (2 Kor. 6: 4) en onze medearbeider in het Evangelie van Christus (Rom. 16: 21 Fil. 2: 22), om u te versterken (Hand. 15: 32 Rom. 1: 11) en u te vermanen van uw geloof, dat u zich daaraan trouw vast zou houden.
De verdrukkingen en moeilijkheden, die de apostel, hun leraar, overkwamen, konden makkelijk het geloof van de zwakken hebben doen wankelen en hen kleinmoedig hebben gemaakt in hun heilige wandel, waartoe hij hen gebracht had, daarom zond hij uit wijsheid en liefde tijdig Timotheüs tot hen, zowel om hen in hun geloof te versterken en hen in hun vrees te vertroosten en om hen tegen de verzoekingen van de satan te wapenen. (GODGELEERD GENOOTSCHAP).
a) Opdat niemand bewogen wordt om aan de verleidende macht van de verzoeker (vs. 5) toe te geven in deze verdrukkingen, die u in gemeenschap met ons moet lijden (Hoofdstuk 1: 6); want u weet zelf, sinds u het woord van Christus (Matth. 5: 10 vv. ; 10: 21 v. 34 v. ; 16: 24 v. kent, b) dat wij, Christenen, hiertoe gesteld zijn, dat wij om het rijk van God smaad en vervolging dragen (2 Tim. 3: 12).
Efez. 3: 13 Filipp. 1: 14 b) Hand. 14: 22
Want ook toen wij bij u waren, voorspelden wij u, als degenen, die nooit met vleitaal hebben omgegaan (Hoofdstuk 2: 5 Joh. 13: 19; 14: 29; 16: 1 vv., dat wij verdrukt zouden worden (Hand. 14: 22), zoals ook geschied is, toen wij, uw leermeesters, van u werden verdreven (Hand. 17: 5 v.) en u, onze leerlingen, weet het nu uit eigen ervaring, sinds ook u allerlei smarten (vs. 3) hebben getroffen Ac 17: 10.
Een godsdienstig leven verschaft het allerhoogst inwendig genot, voor het tegenwoordige geeft het de alleraangenaamste verwachting van een onuitsprekelijke en volkomen gelukzaligheid hierna; maar het is niet voor het tegenwoordige een leven van uitwendige rust en vrede. Onze Zaligmaker en Zijn apostelen handelden oprecht met hun bekeerden. Zij probeerden de mensen niet te lokken met hun voor te houden de verwachtingen van wereldse voordelen, van heerschappij en grootheid, van rijkdommen of zinnelijke vermaken, van ongestoorde rust en vrede; maar zij hielden hun getrouw voor de zwarigheden en afschrikkingen, die zij moesten verwachten, als zij het Christelijk geloof omhelsden en daarin volhardden. Of de apostel het lijden, dat hij en zijn twee medearbeiders te Thessalonika zouden ontmoeten, door een profetische aandrijving, of uit zijn eigen verstand, door een nauwkeurige opmerking van de staat van de dingen voorspelde, is een zaak van geen belang om te weten; hij voorzag en voorspelde, dat zij kwalijk behandeld zouden worden, zoals ook gebeurde en de Christenen te Thessalonika wel wisten; zo’n verdrietelijkheid te voorzien en nochtans bedaard en onversaagd met de prediking van het Evangelie voort te varen, bewees een grote kloekmoedigheid en onverzettelijkheid. Dit de Thessalonicenzen te voorzeggen, strekte grotelijks tot voorbereiding van hun gemoederen tegen zo’n schok. Onze Zaligmaker had op gelijke manier Zijn discipelen voorbereid tegen Zijn eigen lijden en dood, anders zouden zij hierdoor zo grotelijks getroffen zijn, dat zij nauwelijks daaronder staande hadden kunnen blijven en Hem getrouw zijn gebleven (zie Joh. 13: 19).
Daarom, omdat ik volgens het eerste bericht van Timotheüs, dat te Athene tot mij gekomen is, wist dat u in verzoeking was, ook deze begeerte niet langer kunnende verdragen, niet langer in onwetendheid over uw gedrag kunnende zijn, wilde ik mij tot elke prijs daarover zekerheid verschaffen. Zo heb ik, wat in het bijzonder mij, Paulus (Hoofdstuk 2: 18), aangaat, hem nog eens tot u gezonden, om uw geloof te verstaan, in hoeverre u nog daarin staat (1 Kor. 16: 13. 2 Kor. 1: 24), of niet misschien de verzoeker tot afval (1 Petr. 5: 8. 1 Kor. 7: 5 u verzocht zou hebben en, als dat werkelijk had plaats gehad, onze arbeid ijdel zou zijn (Fil. 2: 16).
Met hetgeen de apostel hier schrijft, schijnt het bericht in Hand. 17: 14 v. en 18: 5 niet overeen te komen. Volgens het laatste bericht liet namelijk de apostel, toen hij zich te Berea aan de vervolgingen van de Joden onttrok en door enige Christenen naar Athene geleid werd, Silas en Timotheus daar achter en gaf hier door de terugkerende geleiders hun de aanmaning, om ten snelste hem na te reizen en, hoewel ook niet reeds te Athene, kwamen zij toch te Corinthiërs werkelijk weer met hem samen. Dat intussen dit bericht een gaping bevat en het alleen het begin en het einde van de gebeurtenissen meedeelt en daarentegen de bijzondere omstandigheden, die tussen die beide liggen, buiten aanmerking laat, blijkt reeds vanzelf daaruit, dat Silas en Timotheus niet, zoals hun was gelast, te Athene, maar eerst te Corinthiërs met de apostel zich weer verenigden, terwijl toch van deze uitdrukkelijk wordt gezegd, dat hij hen te Athene wachtte, zonder dat tevens verklaard werd om welke reden die afwijking plaats greep. Vullen wij nu de gaping zo aan, dat aan dit bevel in Hand. 17: 15, dat de terugkerende geleiders van Paulus aan Silas en Timotheus naar Berea overbrachten, alleen door de laatsten gehoor is gegeven en deze tot de apostel te Athene is gekomen, terwijl de laatste door belangrijke redenen te Berea werd teruggehouden – dat verder Paulus, als hij van Timotheüs hoorde, die beproevingen over de jeugdige Christenen te Thessalonika waren gekomen en hij zich over hen beangst maakte, in plaats van Timotheüs bij zich te houden, hem over Berea tot de gemeente zond, om haar te versterken en te vermanen – dat Timotheüs, nadat hij zijn taak voor Thessalonika had volbracht, bij zijn terugkeren tot de apostel uit Berea Silas meebracht, in wiens gezelschap echter Paulus niet meer te Athene was, waar hij zo weinig instemming had gevonden, dat hij vroeger dan oorspronkelijk zijn voornemen was geweest, zich gedrongen zag om verder zijn weg te gaan, maar hem naar Korinthe moest nareizen, dan houdt meteen alle tegenspraak op tussen het bericht van Lukas en de plaats die voor ons ligt. Wij begrijpen zo ook waarom Paulus op onze plaats eerst (vs. 1 en 2) in de eerste persoon meervoud spreekt (“wij – onze en later (in vs. 5) van zichzelf alleen Zeker is ook omdat (vs. 1 v.) eigenlijk hij het alleen, die te Athene de hulp van Timotheüs missen wil en hem liever naar Thessalonika laat gaan, om berichten over de gemeente daar in te winnen, hoe zij zich temidden van de verzoeking hield; maar toch heeft aan deze gehele zaak Silas, die te Berea is achtergebleven, in zoverre ook deel, als deze waarschijnlijk door Timotheüs bij diens reis van Berea naar Athene de apostel bericht liet toekomen over de gevaarlijke stand van zaken te Thessalonika en hoe doelmatig het zou zijn, als Paulus ten eerste nog zijn helper afstond en Timotheüs tot de bedreigde gemeente zond. Om nu duidelijk te kennen te geven dat Silas ook daaraan deel had, hem zelfs de eer toekwam het initiatief daartoe te hebben gegeven, schrijft Paulus eerst in het meervoud, tot hij vervolgens over zijn persoon in het bijzonder gaat spreken, omdat inderdaad hij het in het bijzonder was, die het offer, van te Athene alleen gelaten te worden, moest brengen, hoewel hij daar de bijstand van een trouwe helper zozeer nodig had.
De zending naar Thessalonika was geen geringe taak voor de jonge Timotheüs (1 Kor. 16: 10 v. 1 Tim. 4: 12); maar ook Paulus wist wijselijk juist deze te kiezen, die aan voorzichtigheid getrouwheid paarde, die zichzelf verloochende, zoals weinigen en alleen zocht wat van Christus was (Fil. 2: 20 vv.). Het onderscheid van gaven is dienstig voor verschillende taak: niet allen kunnen stenen en blokken verwijderen, het is ook niet altijd gepast. Van onkruid reinigen en zorgvuldig nat maken heeft ook zijn tijd en er zijn dienaars nodig, die daartoe gaven bezitten.
Maar, zoals het nu met ons is, toen Timotheüs nu van jullie tot ons gekomen was (Hand. 18: 5) en ons de goede boodschap gebracht had van uw geloof en liefde en dat u altijd goede gedachtenis van ons heeft, dat niet alleen een teken is van uw liefde jegens ons, maar ook van uw goed geweten tegenover ons, zeer begerig zijnde om ons weer te zien, zoals wij ook om jullie zeer verlangen (Hoofdstuk 2: 17).
De brief is geschreven dadelijk na het terug-keren van Timotheüs; vandaar die frisse blijdschap en overvloeiende liefde.
Dat de apostel behalve hetgeen Timotheüs van haar geloof en haar liefde heeft meegedeeld, omdat deze beide, het geloof in standvastig volharden, de liefde in getrouwe aaneensluiting konden worden bewezen, uitdrukkelijk ook vermeldt wat hij van haar gezindheid jegens hem en Silvanus heeft meegedeeld, is te verklaren uit een bijzondere bezorgdheid, die hij zeker zal hebben gehad. Maar de gemeente is te midden van de smarten, waardoor zij is getroffen, evenmin van haar leraars als van haar geloof afgebracht.
Getrouwheid aan het Evangelie is natuurlijk verbonden met dankbare liefde jegens de verkondigers daarvan. Als het tussen leraars en hun vroegere toehoorders, wier geestelijke vaders zij zijn, na enige tijd zo gesteld is; dan is het goed: afvalligen kunnen niet met vreugde denken aan hun vroegere geestelijke vaders en verlangen niet hen weer te zien, omdat schaamte en vrees of zelfs een vijandige bitterheid het niet toelaten.
En ons de goede boodschap gebracht had van uw geloof en liefde. Van hun geloof, van de genade van het geloof, dat deze echt en van de juiste aard was, dat hun geloof zo ver daarvan kon geoordeeld worden, het geloof van Gods uitverkorenen en een even dierbaar was als het hunne; dat het een ongeveinsd, sterk, levendig, werkzaam en toenemend geloof was, of van de leer van het geloof, zoals die door hen aangenomen en omhelsd was, dat zij veel licht daarin hadden en naar de tijd grotelijks erin gevorderd waren, dat zij die vasthielden, vast daarin stonden en voor deze streden, niettegenstaande alle verdrukkingen, smaadheden en vervolgingen, die zij of in de apostelen zagen, of zelf daarom leden, en ook van de belijdenis van zowel de genade en de leer van het geloof, die zij vasthielden zonder te wankelen en in een reine belijdenis, dat echt een zeer goede boodschap was. Timotheüs bracht ook een goede boodschap van hun liefde, waardoor het geloof werkt; deze twee deugden worden altijd samen gevonden; zij worden in de ziel gewerkt door een en dezelfde hand en op dezelfde tijd; waar de een is daar is de andere en als de een bloeit en groeit dan ook de andere; en door deze deugd is gemeend de liefde tot God, tot Christus, tot Zijn waarheden, inzettingen, wegen, dienst en tot elkaar en zelfs tot alle mensen en deze liefde was zonder geveinsdheid in deugd en in waarheid, bestendig en vurig.
Zo zijn wij daarom, broeders, over u (2 Kor. 7: 7) in al onze verdrukking en nood, die ons hier te Korinthe bezwaart (2 Kor. 2: 4), vertroost geworden door uw geloof, dat u zo trouw bewaard en zo heerlijk bevestigd heeft.
Want nu leven wij weer op, nadat wij van te voren door onrust als gestorvenen waren Ac 18: 5, als u vaststaat in de Heere en zonder twijfel ook verder vast zult staan (1 Kor. 16: 13).
Over hetgeen iemand bezwaart en drukt kan men getroost worden, zonder dat het ophoudt, als men namelijk een vreugde vindt die het leed overtreft (2 Kor. 7: 4). Dit was hier het geval. Zoals de apostel in de angst en de druk, waarin hij leefde, de zorg, dat de vrucht van zijn werk te Thessalonika ook verloren zou gaan, onverdraaglijk was geworden en hem geleid had tot het besluit om Timotheüs te zenden, opdat deze hem bericht zou geven, zo is nu diens aankomst vanwege het verblijdende bericht, dat hij bracht, Paulus en Silvanus tot vertroosting geworden in al hun verdrukking. De apostel spreekt dit uit, omdat hij niet zozeer wil voorkomen als gerust gesteld over de gemeente, als wel zijn vertroosting in eigen druk aan haar dank weten.
Wel hem, die de eer van God en de zaligheid van anderen zo ter harte gaat, dat hem het geloof van anderen echt ten troost is en die het leed, dat hij daarover ondervond, of ook ander leed, dat hij dragen moest, kon vergeten. O, wat een liefde moet in Paulus’ hart voor zijn schapen zijn geweest, dat de goede boodschap hem zo levend kon maken! Hoe menigeen moet Jezus, die leeft, ook in dit opzicht het oordeel (Openb. 3: 1) in het geweten schrijven: “U heeft de naam, dat u leeft en u bent dood” – ongevoelig voor alles wat vreugde of bekommernis in u kon of moest opwekken.
Ik zeg niet teveel, toen ik zo-even de toestand van ons hart beschreef, als dat een nieuw, fris leven ons vervulde; want wat dankzegging, die met de grootheid van Zijn genade overeenstemde, kunnen wij voor God tot vergelding teruggevenvoor u (Ps. 116: 12), vanwege al de blijdschap, waarmee wij ons omwille van u verblijden voor onze God, voor wiens aangezicht wij staan met dankzegging, gebed, uitstorting van het hart en vragen om raad (1 Kon. 17: 1)?
a) Nacht en dag zeer overvloedig biddende tot God in een overstelpend gevoel van dankbaarheid, om uw aangezicht te mogen zien (Hoofdstuk 2: 17) en door verdere persoonlijke werkzaamheid in leer en vermaning te volmaken (Kol. 1: 24) hetgeen aan uw geloof ontbreekt, dat zeker nog het geval is (vgl. Hoofdstuk 4: 1 v. ; 13 v. ; 5: 1 v. 1Th 4. 1, 13).
Rom. 1: 10, 11; 15: 23. 2 Tim. 1: 4
De apostel weet de vertroosting, die hem in al zijn verdrukkingen daardoor ten deel geworden is, dat God zo’n geloof bij de Thessalonicensen werkt, niet met genoeg dank en in het algemeen niet anders te beantwoorden, dan met de gedurige en ernstige bede, van zijn kant daartoe te mogen medewerken, dat hun geloof nog volkomener wordt en tot dat doel hun aangezicht te mogen zien.
Paulus wens en gebed is echter pas na enige jaren verhoord (in de herfst van 56 na Christus) (1 Tim. 1: 3). Zo zijn dan Gods gedachten ook hoger dan die van een apostel. Zijn doel, om de Thessalonicensen te versterken, werd intussen door andere middelen, ook door zijn brieven, bereikt.
Maar onze God en Vader (Gal. 1: 4) zelf en onze Heere Jezus Christus, die de Satan in korte tijd onder onze voeten kan vertreden (Rom. 16: 20), richt onze weg tot u. Hij maakt de weg recht, opdat tot volvoering moge komen hetgeen wij ons hadden voorgenomen, waarbij de Satan ons tot hiertoe in de weg heeft gestaan (Hoofdstuk 2: 18).
De apostel kan van zijn kant niets doen dan bidden: daarvan heeft hij in vs. 10 gesproken. Wat nu echter God van Zijn kant moet doen, is tweeërlei: 1) Hij moet “onze weg tot u richten”, d. i. effen, recht maken, dan alleen blijft het niet bij plannen van onze kant alleen, die de satan verijdelt; en Hij moet 2) u, of wij komen of niet komen, versterken, want wij zijn toch niets anders dan de werktuigen om aan te vullen, als er nog iets ontbreekt aan uw geloof. Terwijl Paulus dit schrijft vloeit zijn innige geest niet alleen in de kamer, maar in de brief zelf over van gebed.
De apostel noemt niet alleen God als degene, die de weg tot de Thessalonicensen voor hem en zijn helpers effen moet maken, Hem voorstellend als degene, die voor ons beide is: God en Vader. Maar hij noemt daarnaast ook de Heer van de Christenen, Jezus Christus; en God de Vader en onze Heere Jezus Christus zijn voor hem nu niet in die zin twee, dat voor het werkwoord “richt” de meervoudige vorm nodig was, die twee zijn voor hem toch geen twee, maar slechts één Goddelijk wezen. Dat hij zo Jezus Christus niet ongenoemd laat, zal een dergelijke grond hebben, als wanneer hij later in vs. 13 omgekeerd, naast het “in de toekomst van onze Heere Jezus Christus” toch ook het “onze God en Vader” niet achterwege laat. Tegenover Christenen uit de heidenen was het gepast, zo opzettelijk op de voorgrond te plaatsen, dat alles wat God doet aan hen, voor wie Hij Vader in Christus Jezus is, ook het werk van Jezus is en dat omgekeerd in de openbaring van Jezus Christus God wordt geopenbaard en dus hij, tot wie Jezus komt, daardoor voor God wordt geplaatst.
De uitwendige omstandigheden worden in de Schrift gewoonlijk tot de Vader teruggevoerd; onze plaats wijst de gepastheid aan, om deze ook Christus voor te leggen.
En, of wij mogen komen of niet, de Heere vermeerdert u, bevordert uw groei uit en inwendig en maakt u overvloedig in de liefde jegens elkaar (Hoofdstuk 4: 9 v.) en jegens allen, ook jegens uw nog ongelovige volksgenoten (2 Petr. 1: 7 Tit. 3: 2 v.), zoals ook wij zijn jegens u, namelijk rijk in liefde en dat reeds geweest zijn, toen ook u nog heidenen was.
Opdat Hij uw harten ten gevolge van dat overvloedige in de liefde versterkt, om al wat goed is te willen en te volbrengen (2 Thess. 2: 17), om onberispelijk te zijn in heiligmaking (1 Kor. 1: 8) voor onze God en Vader in de toekomst van onze Heere Jezus Christus, als Hij van de hemel verschijnt met al Zijn heilige, door die allen vergezeld (Zach. 14: 5 Matth. 16: 27; 25: 31. 2 Thess. 1: 7, 10).
Van de wens om naar Thessalonika terug te keren klimt Paulus op tot de wens om hetgeen nodig is voor Christus terugkomst ten oordeel, terwijl hij deze nieuwe wens daardoor van de vorige afscheidt, dat hij deze zijn bijzonder onderwerp “de Heere” geeft. Wat nu de lezers voor God de Vader nodig is, als de Heere Jezus Christus komt, dat bidt de apostel hun toe met de woorden: “de Heere vermeerdert u en maakt u overvloedig in de liefde jegens elkaar en jegens allen, zoals wij ook zijn jegens u”. Om te volmaken wat aan hun geloof ontbrak en hen volkomener te maken, dat was het, waarom hij het richten van zijn weg naar Thessalonika begeerde en, opdat zij in het geloof staan, daartoe zal rijkere lering nodig zijn, maar de liefde, deze vrucht van het geloof, moet de Heere, die zij dienen, in hen werken; daarom drukt hij hier vooral op de groei in de liefde. Weliswaar bedoelt hij hier niet slechts de liefde tot de Christelijke broeders, maar ook jegens de mensen in het algemeen en herinnert hij door de bijvoeging: “zoals wij ook zijn jegens u”, aan de liefde van hem en zijn ambtgenoten voor hen, terwijl hij die liefde nader bepaalt als een tot alle mensen, niet slechts als een, die de Christelijke broeders omvat, waarvoor zijn liefde tot hen inderdaad voor hen ten voorbeeld kan zijn. Hij heeft hen toch niet eerst nu lief, nadat zij zijn broeders in Christus zijn geworden, maar zij zouden dat niet zijn geworden als hij hen niet te voren als mensen had liefgehad. Wanneer de Heere zo de Thessalonicensen rijk maakt in liefde jegens elkaar en jegens alle mensen, kwamen hun harten daardoor tot een vastheid, om niets te willen wat tegen Gods wil is, zodat zij niet slechts ten opzichte van hun uitwendig handelen, maar hun harten zelfs bij Christus’ terugkomst onberispelijk zijn zullen. Bij “in heiligmaking” voegt de apostel het “onberispelijk”, om hun staat niet slechts met ontkenning, maar ook met bevestiging uit te drukken en bij het geheel “onberispelijk in heiligmaking” voegt hij nog het “voor onze God en Vader”, om uit te drukken wat een onberispelijkheid hij eist, namelijk een, die voor Gods ogen kon bestaan. Het tijdpunt, waarop zij dus onberispelijk worden bevonden, is de dag van de wederverschijning van de Heere, waarop zij volgens Hoofdstuk 1:10 wachten en hopen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel