Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschiedde nu, toen SamuelH8050oudH2204 geworden was, zo steldeH7760 hij zijn zonenH1121 tot richtersH8199 over IsraelH3478.Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
KJVAnd it came to pass, when Samuel4was old,3that he made5his sons7judges8over Israel.9
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3זָקֵ֖ןH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)4שְׁמוּאֵ֑לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5וַיָּ֧שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בָּנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8שֹׁפְטִ֖יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule9לְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De naamH8034 van zijnH1961eerstgeborenenH1060zoonH1121 nu was Joel, en de naamH8034 van zijn tweedenH4932 was AbiaH29; zij waren richtersH8199 te Ber-sebaH884.De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
KJVNow the name2of his firstborn3was Joel;5and the name6of his second,7Abiah:8they were judges9in Beersheba.10
3Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Doch zijn zonenH1121wandeldenH1980nietH3808 in zijn wegenH1870; maar zij neigdenH5186 zich tot de gierigheidH1215, en namenH3947geschenkenH7810, en bogenH5186 het rechtH4941.Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.
KJVAnd his sons3walked2not in his ways,4but turned aside5after6lucre,7and took8bribes,9and perverted10judgment.11
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הָלְכ֤וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3בָנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בִּדְרָכָ֔יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5וַיִּטּ֖וּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7הַבָּ֑צַעH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit8וַיִּ֨קְחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9שֹׁ֔חַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward10וַיַּטּ֖וּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield11מִשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
4Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen vergaderdenH6908 zich alleH3605oudstenH2205 van IsraelH3478, en zij kwamenH935totH413SamuelH8050 te RamaH7414;Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
KJVThen all the elders3of Israel4gathered themselves together,1and came5to Samuel7unto Ramah,8
1וַיִּֽתְקַבְּצ֔וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel8הָרָמָֽתָהH7414Rama, RamathRamah
5En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij zeidenH559totH413 hem: ZieH2009, gijH859 zijt oudH2204 geworden, en uw zonenH1121wandelenH1980nietH3808 in uw wegenH1870; zo zetH7760nuH6258 een koningH4428 over ons, om ons te richtenH8199, gelijk alH3605 de volkenH1471 hebben.En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.
KJVAnd said1unto him, Behold, thou art old,5and thy sons6walk8not in thy ways:9now make11us a king13to judge14us like all the nations.16
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see4אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5זָקַ֔נְתָּH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)6וּבָנֶ֕יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָלְכ֖וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9בִּדְרָכֶ֑יךָH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas11שִֽׂימָהH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12לָּ֥נוּ13מֶ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14לְשָׁפְטֵ֖נוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule15כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
6Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Maar dit woordH1697 was kwaadH3415 in de ogenH5869 van SamuelH8050, als zij zeidenH559: GeefH5414 ons een koningH4428, om ons te richtenH8199. En SamuelH8050badH6419 den HEEREH3068aanH413.Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.
KJVBut the thing2displeased3Samuel,4when they said,6Give7us a king9to judge10us. And Samuel12prayed11unto the LORD.14
1וַיֵּ֤רַעH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse2הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אָמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7תְּנָהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לָּ֥נוּ9מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10לְשָׁפְטֵ֑נוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule11וַיִּתְפַּלֵּ֥לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication12שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Doch de HEEREH3068zeideH559totH413SamuelH8050: HoorH8085 naar de stemH6963 des volksH5971 in allesH3605, watH834 zij totH413 u zeggenH559 zullen; wantH3588 zij hebben u nietH3808verworpenH3988, maarH3588 zij hebben Mij verworpenH3988, dat Ik geen KoningH4427overH5921 hen zal zijn.Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
KJVAnd the LORD2said1unto Samuel,4Hearken5unto the voice6of the people7in all that they say10unto thee: for they have not rejected15thee, but they have rejected18me, that I should not reign19over them.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5שְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8לְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יֹאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אֹֽתְךָ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מָאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אֹתִ֥יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מָאֲס֖וּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person19מִמְּלֹ֥ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely20עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
8Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Naar de werkenH4639, die zij gedaanH6213 hebben, van dien dagH3117 af, toen Ik hen uit EgypteH4714geleidH5927 heb, totH5704 op dezenH2088dagH3117 toe, en hebben Mij verlatenH5800 en andere godenH430gediendH5647; alzoH3651doenH6213zijH1992 u ookH1571.Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.
KJVAccording to all the works2which they have done4since the day5that I brought them up6out of Egypt8even unto this day,10wherewith they have forsaken12me, and served13other15gods,14so do18they also unto thee.
1כְּכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַמַּעֲשִׂ֣יםH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשׂ֗וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5מִיּוֹם֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַעֲלֹתִ֨יH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אֹתָ֤םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וַיַּ֣עַזְבֻ֔נִיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely13וַיַּעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,14אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange16כֵּ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye18עֹשִׂ֖יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea20לָֽךְ
9Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9HoorH8085 dan nu naar hun stemH6963; doch als gij hen op het hoogsteH5749 zult betuigdH5749 hebben, zo zult gij hen te kennenH5046 geven de wijzeH4941 des koningsH4428, dieH834overH5921 hen regerenH4427 zal.Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.
KJVNow therefore hearken2unto their voice:3howbeit4yet protest6solemnly7unto them, and shew9them the manner11of the king12that shall reign14over them.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3בְּקוֹלָ֑םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4אַ֗ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6הָעֵ֤דH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness7תָּעִיד֙H5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness8בָּהֶ֔ם9וְהִגַּדְתָּ֣H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter10לָהֶ֔ם11מִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יִמְלֹ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10SamuelH8050 nu zeideH559alH3605 de woordenH1697 des HEERENH3068 het volkH5971aanH413, hetwelk een koningH4428vanH854 hem begeerdeH7592.Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
KJVAnd Samuel2told1all the words5of the LORD6unto the people8that asked9of him a king.11
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָעָ֕םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַשֹּׁאֲלִ֥יםH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish10מֵאִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
11En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zeideH559: DitH2088 zal des koningsH4428wijzeH4941zijnH1961, die overH5921 u regerenH4427 zal: hij zal uw zonenH1121nemenH3947, dat hij hen zich stelleH7760 tot zijn wagenH4818, en tot zijn ruiterenH6571, dat zij voorH6440 zijn wagenH4818 henen lopenH7323;En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
KJVAnd he said,1This will be the manner4of the king5that shall reign7over you: He will take11your sons,10and appoint12them for himself, for his chariots,14and to be his horsemen;15and some shall run16before17his chariots.18
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2זֶ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3יִֽהְיֶה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4מִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יִמְלֹ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely8עֲלֵיכֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּנֵיכֶ֣םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִקָּ֗חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12וְשָׂ֥םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13לוֹ֙14בְּמֶרְכַּבְתּ֣וֹH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)15וּבְפָרָשָׁ֔יוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman16וְרָצ֖וּH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post17לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18מֶרְכַּבְתּֽוֹH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)
12En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En dat hij hen zich stelleH7760 tot overstenH8269 der duizendenH505, en tot overstenH8269 der vijftigenH2572; en dat zij zijn akkerH2758ploegenH2790, en dat zij zijn oogstH7105oogstenH7114, en dat zij zijn krijgswapenenH3627makenH6213, mitsgaders zijn wapentuig.En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig.
Ook in dit vers
wagentuigH3627
KJVAnd he will appoint1him captains3over thousands,4and captains5over fifties;6and will set them to ear7his ground,8and to reap9his harvest,10and to make11his instruments12of war,13and instruments14of his chariots.15
1וְלָשׂ֣וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2ל֔וֹ3שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5וְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6חֲמִשִּׁ֑יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7וְלַחֲרֹ֤שׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker8חֲרִישׁוֹ֙H2758akker, ploeging, ploegtijdearing (time), ground9וְלִקְצֹ֣רH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex10קְצִיר֔וֹH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)11וְלַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12כְּלֵֽיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13מִלְחַמְתּ֖וֹH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14וּכְלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15רִכְבּֽוֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon
13En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En uw dochterenH1323 zal hij nemenH3947 tot apothekeressenH7548, en tot keukenmaagdenH2879, en tot bakstersH644.En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
KJVAnd he will take3your daughters2to be confectionaries,4and to be cooks,5and to be bakers.6
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בְּנוֹתֵיכֶ֖םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3יִקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4לְרַקָּח֥וֹתH7548apothekeressenconfectioner5וּלְטַבָּח֖וֹתH2879keukenmaagdencook6וּלְאֹפֽוֹתH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))
14En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En uw akkersH7704, en uw wijngaardenH3754, en uw olijfgaardenH2132, die de besteH2896 zijn, zal hij nemenH3947, en zal ze aan zijn knechtenH5650gevenH5414.En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
KJVAnd he will take7your fields,2and your vineyards,4and your oliveyards,5even the best6of them, and give8them to his servants.9
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׂ֠דֽוֹתֵיכֶםH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כַּרְמֵיכֶ֧םH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)5וְזֵיתֵיכֶ֛םH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet6הַטּוֹבִ֖יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7יִקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8וְנָתַ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לַעֲבָדָֽיוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
15En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En uw zaadH2233, en uw wijngaardenH3754 zal hij vertienenH6237, en hij zal ze aan zijn hovelingenH5631, en aan zijn knechtenH5650gevenH5414.En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
KJVAnd he will take the tenth3of your seed,1and of your vineyards,2and give4to his officers,5and to his servants.6
16En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij zal uw knechtenH5650, en uw dienstmaagdenH8198, en uw besteH2896jongelingenH970, en uw ezelenH2543nemenH3947, en hij zal zijn werkH4399 daarmede doenH6213.En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
KJVAnd he will take10your menservants,2and your maidservants,4and your goodliest7young men,6and your asses,9and put11them to his work.12
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עַבְדֵיכֶם֩H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3וְֽאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שִׁפְח֨וֹתֵיכֶ֜םH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בַּחוּרֵיכֶ֧םH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole7הַטּוֹבִ֛יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9חֲמוֹרֵיכֶ֖םH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass10יִקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11וְעָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לִמְלַאכְתּֽוֹH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
17Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Hij zal uw kuddenH6629vertienenH6237; en gijH859 zult hem tot knechtenH5650zijnH1961.Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.
KJVHe will take the tenth2of your sheep:1and ye shall be his servants.6
18Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult wel te dien dageH3117roepenH2199, vanwegeH6440 uw koningH4428, dien gij u zult verkorenH977 hebben, maar de HEEREH3068 zal u te dien dageH3117nietH3808verhorenH6030.Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.
KJVAnd ye shall cry out1in that day2because4of your king5which ye shall have chosen7you; and the LORD11will not hear10you in that day.13
1וּזְעַקְתֶּם֙H2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5מַלְכְּכֶ֔םH4428koning, konings, koningenking, royal6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בְּחַרְתֶּ֖םH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require8לָכֶ֑ם9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יַעֲנֶ֧הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)11יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
19Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Doch het volkH5971weigerdeH3985SamuelsH8050stemH6963 te horenH8085; en zij zeidenH559: NeenH3808, maarH3588 er zal een koningH4428overH5921 ons zijn.Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
KJVNevertheless the people2refused1to obey3the voice4of Samuel;5and they said,6Nay; but we will have a king10over us;
1וַיְמָאֲנ֣וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly2הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3לִשְׁמֹ֖עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5שְׁמוּאֵ֑לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel6וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לֹּ֔אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יִֽהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
20En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En wij zullen ookH1571zijnH1961 gelijk alH3605 de volkenH1471; en onze koningH4428 zal ons richtenH8199, en hij zal voor onze aangezichtenH6440uitgaanH3318, en hij zal onze krijgenH4421voerenH3898.En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.
KJVThat we also may be like all the nations;5and that our king7may judge6us, and go out8before9us, and fight10our battles.12
1וְהָיִ֥ינוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3אֲנַ֖חְנוּH587wijourselves, us, we4כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6וּשְׁפָטָ֤נוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule7מַלְכֵּ֨נוּ֙H4428koning, konings, koningenking, royal8וְיָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9לְפָנֵ֔ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְנִלְחַ֖םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִלְחֲמֹתֵֽנוּH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
21Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Als SamuelH8050alH3605 de woordenH1697 des volksH5971gehoordH8085 had, zo sprakH1696 hij dezelve voor de orenH241 des HEERENH3068.Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN.
KJVAnd Samuel2heard1all the words5of the people,6and he rehearsed7them in the ears8of the LORD.9
1וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַֽיְדַבְּרֵ֖םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8בְּאָזְנֵ֥יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22De HEEREH3068 nu zeideH559totH413SamuelH8050: HoorH8085 naar hun stemH6963, en stelH4427 hun een koningH4428. Toen zeideH559SamuelH8050totH413 de mannenH582 van IsraelH3478: GaatH3212 heen, een iegelijkH376 naar zijn stadH5892.De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad.
KJVAnd the LORD2said1to Samuel,4Hearken5unto their voice,6and make7them a king.9And Samuel11said10unto the menof Israel,14Go15ye every man13unto his city.17
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בְּקוֹלָ֔םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7וְהִמְלַכְתָּ֥H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely8לָהֶ֖ם9מֶ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15לְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17לְעִירֽוֹH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 8:1— Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.Deuteronomium 16:18→1 Timotheüs 5:21→Richteren 12:14→Richteren 8:22→Richteren 5:10→Nehemia 7:2→Richteren 10:4→2 Kronieken 19:5→
1 Samuël 8:2— De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.Amos 5:5→Genesis 22:19→1 Kronieken 6:38→1 Koningen 19:3→1 Kronieken 6:28→
1 Samuël 8:3— Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.Deuteronomium 16:19→Psalmen 15:5→Exodus 18:21→Exodus 23:8→Jeremia 22:15→1 Koningen 12:6→2 Samuël 15:4→1 Timotheüs 6:10→
1 Samuël 8:4— Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;1 Samuël 7:17→2 Samuël 5:3→Exodus 3:16→Exodus 24:1→
1 Samuël 8:5— En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.Deuteronomium 17:14→Handelingen 13:21→1 Samuël 8:19→1 Samuël 8:6→Numeri 23:9→1 Samuël 12:17→Hosea 13:10→
1 Samuël 8:6— Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.1 Samuël 15:11→1 Samuël 12:17→Filippenzen 4:6→Psalmen 109:4→Exodus 32:32→Jakobus 1:5→Numeri 16:22→Lukas 6:11→
1 Samuël 8:7— Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.Exodus 16:8→1 Samuël 10:19→Jesaja 66:4→Lukas 19:14→1 Samuël 12:17→Numeri 22:20→Mattheüs 10:40→Lukas 10:16→
1 Samuël 8:8— Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.Richteren 2:20→Richteren 6:1→Exodus 17:2→Exodus 16:3→Exodus 14:11→Exodus 32:1→Numeri 16:41→Psalmen 78:56→
1 Samuël 8:9— Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.1 Samuël 8:11→1 Samuël 10:25→Ezechiël 3:18→Ezechiël 45:7→1 Samuël 14:52→1 Samuël 2:13→Ezechiël 46:18→
1 Samuël 8:11— En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;1 Samuël 14:52→1 Samuël 10:25→2 Samuël 15:1→Deuteronomium 17:14→1 Koningen 12:4→2 Kronieken 26:10→1 Koningen 9:22→1 Koningen 18:46→
1 Samuël 8:12— En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig.1 Samuël 22:7→1 Koningen 4:27→1 Kronieken 27:1→2 Kronieken 32:28→1 Koningen 4:22→1 Koningen 4:7→
1 Samuël 8:14— En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.Ezechiël 46:18→1 Koningen 21:7→1 Koningen 21:19→1 Samuël 22:7→
1 Samuël 8:15— En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.Genesis 37:36→Daniël 1:7→Jesaja 39:7→Daniël 1:3→Daniël 1:18→
1 Samuël 8:18— Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.Micha 3:4→Jesaja 1:15→Jesaja 8:21→Spreuken 1:25→Job 27:9→Psalmen 18:41→Spreuken 21:13→Lukas 13:25→
1 Samuël 8:19— Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.Jeremia 44:16→Psalmen 81:11→Ezechiël 33:31→Jesaja 66:4→Jeremia 7:13→
1 Samuël 8:20— En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.1 Samuël 8:5→Johannes 15:19→Exodus 33:16→Leviticus 20:24→2 Korinthe 6:17→Deuteronomium 7:6→Numeri 23:9→Filippenzen 3:20→
1 Samuël 8:21— Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN.Richteren 11:11→
1 Samuël 8:22— De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad.1 Samuël 8:7→Hosea 13:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 8 vers 1— Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
richters over Israël
Versta dit alzo, dat hij nochtans zelf overrichter gebleven is, gelijk het vervolg uitwijst.
Hertaald:richters over Israël
Versta dit zo, dat hij toch zelf oppermachtige rechter gebleven is, zoals het vervolg uitwijst.
1 Samuël 8 vers 2— De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
Joël,
Anders, Vaschni, 1 Kron. 6:28, wiens zoon een zangmeester geweest is, met name Heman, 1 Kron. 6:33.
Hertaald:Joël,
Anders: Vaschni, 1 Kron. 6:28, wiens zoon een zangmeester geweest is, genaamd Heman, 1 Kron. 6:33.
Ber-séba
Dat is, hebbende te Ber-seba hun woonplaats, en daar het richterambt uitoefenende.
Hertaald:Ber-séba
Dat is: zij hadden te Ber-Seba hun woonplaats en oefenden daar het rechtersambt uit.
1 Samuël 8 vers 3— Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.
tot de gierigheid,
Hebreeuws, achter, of, na
Hertaald:tot de gierigheid,
Hebreeuws: achter, of na.
bogen het recht
Anders, verkeerden.
Hertaald:bogen het recht
Anders: verdraaiden.
1 Samuël 8 vers 5— En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.
gij zijt oud geworden,
En derhalve kunt gij de landen en steden niet meer doorreizen, gelijk gij tot nog toe gedaan hebt.
Hertaald:gij zijt oud geworden,
En daarom kunt u de gebieden en steden niet meer doorreizen, zoals u tot nu toe gedaan hebt.
te richten,
Dat is, te regeren, te weten, met koninklijke autoriteit.
Hertaald:te richten,
Dat is: te regeren, namelijk: met koninklijk gezag.
al de volken hebben.
Dat is, meest allen, want er waren ook enige onder de heidense natiën, die geen koningen, maar vorsten hadden.
Hertaald:al de volken hebben.
Dat is: de meeste, want er waren ook enkele heidense volken die geen koningen maar vorsten hadden.
1 Samuël 8 vers 6— Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.
dit woord was kwaad
Want het kwam God alleen toe zulk een vorm van regering over zijn volk te stellen, gelijk het hem beliefde. Maar het betaamde het volk niet dit te doen uit hoogmoed of eergierigheid, of misvertrouwen, of andere inzichten, zonder den Heere raad te vragen; zie vs.7.
Hertaald:dit woord was kwaad
Want het kwam alleen God toe zo'n bestuursvorm over Zijn volk in te stellen, zoals Hem beliefde. Maar het paste het volk niet dit te doen uit hoogmoed of eerzucht, of wantrouwen, of andere overwegingen, zonder de HEERE om raad te vragen; zie vers 7.
bad den HEERE aan
Om te weten hoe hij zich in deze zaak gedragen zou, en of hij de begeerte des volks zou inwilligen of niet.
Hertaald:bad den HEERE aan
Om te weten hoe hij zich in deze zaak zou moeten gedragen, en of hij het verlangen van het volk zou inwilligen of niet.
1 Samuël 8 vers 7— Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
Hoor naar de stem des volks
Dit heeft de Heere in toorn gezegd, gelijk Hosea betuigt, Hos. 13:11.
Hertaald:Hoor naar de stem des volks
Dit heeft de HEERE in toorn gezegd, zoals Hosea getuigt, Hos. 13:11.
u niet verworpen,
Dat is, u niet alleen; want zij hebben Samuël ook verworpen, gelijk ook te zien is vs.8. Zie gelijke manier van spreken Gen. 32:28.
Hertaald:u niet verworpen,
Dat is: u niet alleen; want zij hebben ook Samuël verworpen, zoals ook te zien is in vers 8. Zie een soortgelijke manier van spreken Gen. 32:28.
Mij verworpen,
Eensdeels, omdat zij mij niet langer voor hun enigen koning hebben willen kennen, maar een anderen onder of nevens mij hebben. Zie onder, 1 Sam. 12:12, 1 Sam. 12:19. Anderdeels, omdat zij dat aan mijn goddelijke voorzienigheid niet hebben aanbevelen, welke vorm van regering hen best diende.
Hertaald:Mij verworpen,
Ten eerste, omdat zij Mij niet langer als hun enige Koning wilden erkennen, maar een ander onder of naast Mij wilden hebben. Zie hieronder, 1 Sam. 12:12, 1 Sam. 12:19. Ten tweede, omdat zij het niet aan Mijn goddelijke voorzienigheid hebben overgelaten welke bestuursvorm hen het beste diende.
dat Ik geen Koning over hen zal zijn
Hebreeuws, van over hen te regeren.
Hertaald:dat Ik geen Koning over hen zal zijn
Hebreeuws: van over hen te regeren.
1 Samuël 8 vers 9— Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.
hoogste zult betuigd hebben,
Hebreeuws, betuigende zelf betuigd hebben
Hertaald:hoogste zult betuigd hebben,
Hebreeuws: betuigende zelf betuigd hebben.
wijze des konings,
Of, manier, gelijk boven, 1 Sam. 2:13, onder, 1 Sam. 27:11; 2 Kon. 17:33-34, 2 Kon. 17:40, enz., dat is, hoe de koning, die over hen regeren zal, hen zal behandelen, of, hoe de koningen gemeenlijk met hun onderzaten omgaan. Het woord Mischphat beduidt hier geen recht; want indien de koningen dit alles, wat hier volgt, mochten doen, zo heeft Achab niet gezondigd toen hij Naboth zijn land ontweldigde. Merk op dit ook op vs.11, God geeft den koningen een ander recht dan hier verhaald wordt, Deut. 17:15. Samuël heeft daarna het ware recht des konings verhaald en beschreven, 1 Sam. 10:25.
Hertaald:wijze des konings,
Of: manier, zoals hierboven, 1 Sam. 2:13, hieronder, 1 Sam. 27:11; 2 Kon. 17:33-34, 2 Kon. 17:40, enzovoort, dat is: hoe de koning die over hen regeren zal hen zal behandelen, of hoe koningen doorgaans met hun onderdanen omgaan. Het woord Mishpat betekent hier geen recht; want als de koningen dit alles wat hierna volgt zouden mogen doen, dan heeft Achab niet gezondigd toen hij Naboth zijn land ontnam. Merk hierbij ook op vers 11: God geeft de koningen een ander recht dan hier verteld wordt, Deut. 17:15. Samuël heeft daarna het ware recht van de koning verteld en beschreven, 1 Sam. 10:25.
1 Samuël 8 vers 11— En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
nemen,
Te weten, met geweld.
Hertaald:nemen,
Namelijk: met geweld.
1 Samuël 8 vers 12— En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig.
akker ploegen,
Hebreeuws eigenlijk, zijn ploeging.
Hertaald:akker ploegen,
Hebreeuws eigenlijk: zijn ploegwerk.
1 Samuël 8 vers 13— En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
keukenmaagden,
Hebreeuws, slachteressen (vrouwen die slachten).
Hertaald:keukenmaagden,
Hebreeuws: slachtsters (vrouwen die slachten).
1 Samuël 8 vers 14— En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
knechten geven
Versta hier raadsheren, ambtlieden, enz. niet zulke knechts, die dienstbare werken deden, gelijk vs.16,17.
Hertaald:knechten geven
Versta hier: raadsheren, ambtenaren, enzovoort, niet zulke knechten die dienstwerk deden, zoals in vers 16, 17.
1 Samuël 8 vers 15— En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
uw zaad,
Hebreeuws, uw zaden; dat is, al uw zaad.
Hertaald:uw zaad,
Hebreeuws: uw zaden; dat is: al uw opbrengst.
hovelingen,
Zie de betekenis van dit woord in de aantekeningen Gen. 37:36.
Hertaald:hovelingen,
Zie de betekenis van dit woord in de aantekeningen bij Gen. 37:36.
1 Samuël 8 vers 19— Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
Neen,
Versta hierbij, uw vermaning zal ons voornemen niet doen veranderen.
Hertaald:Neen,
Versta hierbij: uw vermaning zal ons voornemen niet veranderen.
1 Samuël 8 vers 22— De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad.
Gaat heen,
Alsof hij zeide: Gaat voor ditmaal heen, ik zal mij over deze zaak nader bedenken, en God vragen wien Hij u tot een koning geven zal.
Hertaald:Gaat heen,
Alsof hij zei: ga voor nu weg, ik zal deze zaak nog eens overwegen en God vragen aan wie Hij u tot koning zal geven.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Joël — de HEERE is God
De eerstgeboren zoon van Samuël, die deze, oud geworden, samen met zijn broer Abia tot richter over Israël aanstelde in Berseba (1 Sam. 8:1-2). Omdat beiden zich niet naar de wegen van hun vader gedroegen, maar zich lieten omkopen en het recht verdraaiden, verzocht het volk Samuël om een koning, zoals de andere volken (1 Sam. 8:3-5).
Abia — mijn vader is de HEERE
De tweede zoon van Samuël, die samen met zijn broer Joël als richter in Berseba werd aangesteld, maar zich net als hij door omkoping liet verleiden om het recht te verdraaien — de directe aanleiding voor Israëls verzoek om een koning (1 Sam. 8:1-5).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij hebben Mij verworpen (Israëls vraag om een koning) — wanneer de verouderde Samuel zijn oneerlijke zonen tot richters aanstelt, eisen de oudsten van Israël een koning "gelijk al de volken hebben" (1 Sam. 8:5); de HEERE zegt tot Samuel: "zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn" (1 Sam. 8:7)
Samuels zonen Joël en Abia, door hem tot richters aangesteld, "neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht" (1 Sam. 8:1-3). De oudsten van Israël komen daarop tot Samuel: "zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben" (1 Sam. 8:4-5). Samuel, gekwetst, bidt tot de HEERE, en ontvangt het antwoord dat dit geen persoonlijke verwerping is: "zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn" — dezelfde afval die het volk sinds de uittocht uit Egypte kenmerkte (1 Sam. 8:6-8). Samuel moet het volk niettemin "de wijze des konings" voorhouden. Hun zonen zullen in zijn leger en op zijn akkers dienen, hun dochters in zijn keuken; hun beste akkers, wijngaarden en vee zal hij nemen, en het volk zelf zal hem tot knechten zijn. En "de HEERE zal u te dien dage niet verhoren" (1 Sam. 8:9-18). Het volk weigert niettemin te luisteren: "Neen, maar er zal een koning over ons zijn" (1 Sam. 8:19-20). De HEERE zegt Samuel toe te geven aan hun eis (1 Sam. 8:21-22).
Bijbelse betekenis: Het verlangen naar een koning is op zichzelf niet zondig — de wet had er zelfs in voorzien (Deut. 17:14-20, reeds behandeld bij Koning/de koningswet). De zonde ligt in het waaróm: niet het zoeken van een koning naar Gods eigen instelling, maar het willen zijn "gelijk al de volken". Dat betekent het opgeven van Israëls eigen roeping als een volk dat rechtstreeks door de HEERE geregeerd wordt, ten gunste van een structuur die de omringende heidenvolken ook hadden. Dat de HEERE hun vraag toch inwilligt, ook al is de motivering verkeerd, laat iets zien. Hij dwingt Zijn volk niet, maar laat hen, na eerlijke waarschuwing, in hun eigen keuze — een keuze waarvan de gevolgen zij later zelf pijnlijk zullen ervaren.
Typologie: Later, wanneer het volk de last van Sauls koningschap zelf voelt, belijdt het: "boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben" (1 Sam. 12:19, niet apart aangehaald, met een kennelijke zetfout voor "koning" in de bron). Dat is een late erkenning van precies wat Samuel hier al voorzegd had.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Zij hebben Mij verworpen — 8:4-22
Het koninkrijk · niveau 2
Samuel is oud geworden, en zijn zonen wandelen niet in zijn wegen, en de oudsten komen met een verzoek dat redelijk klinkt: zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. Zij willen zijn zoals iedereen.
God geeft hun een koning en zegt erbij wat er werkelijk gebeurt: niet Samuel maar Hijzelf wordt afgewezen.
Samuel vat het persoonlijk op, en God corrigeert hem: zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. Israël had al een Koning. Alleen was Hij niet zichtbaar, niet te zien optrekken voor het front, niet te vergelijken met de vorsten van de buurvolken.
Dan laat God opsommen wat een koning kost: uw zonen voor zijn wagens, uw dochters voor zijn keuken, het tiende van uw zaad, uw beste akkers voor zijn knechten. En het slot is bijna vreselijk — gij zult uitroepen vanwege uw koning, en de HEERE zal u te dien dage niet verhoren. Het volk hoort het aan en zegt: neen, maar er zal een koning over ons zijn.
Zij krijgen Saul, een kop groter dan iedereen, precies wat zij vroegen. Het loopt af zoals het aflopen moet.
Maar God gebruikt hun verkeerde verlangen voor Zijn eigen doel. Uit dit koningschap komt David, en uit David de Zoon van David. Wie de menigte later hoort roepen dat zij geen koning hebben dan de keizer, hoort de laatste echo van dit hoofdstuk — en Degene Die zij daarmee verwerpen, is dezelfde die Israël hier al afwees.
In het Nieuwe Testament: Johannes 19:15; Handelingen 13:21-23; Lukas 19:14
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 16:19→1 Samuël 15:11→Exodus 16:8→1 Samuël 10:19→1 Samuël 8:11→Deuteronomium 16:18→Psalmen 15:5→Deuteronomium 17:14→ — Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel. De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba. Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht. Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama; En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan. Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal. Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde. Toen Samuël, nu achttien jaar als richter werkzaam (van 1095-1077 v. C.), voelde dat de last van zijn drievoudig ambt hem te zwaar werd, liet hij zich in het uitoefenen van de rechtspleging door zijn beide zonen ondersteunen. Deze wandelen niet op zijn weg, maar laten zich door geschenken omkopen en buigen het recht. De oudsten van het volk dienen hun bezwaren hierover bij Samuël in, en openbaren hem het verlangen, dat hij een koning over hen plaatse; zij laten zich niet van die wens afbrengen, als de profeet op bevel van de Heere hun tot waarschuwing het recht voorstelt, dat die koning volgens de wijze van andere volken, zich toekennen zal. Zo dwingen zij voor zich een koning af, wiens aanstelling in Israël wel reeds te voren door God voorzien, maar waarvoor tijd en uur nog niet gekomen was. Samuël belooft naar hun wil te doen en laat hen tot later een ieder naar zijn stad gaan.
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:18→1 Timotheüs 5:21→Richteren 12:14→Richteren 8:22→Richteren 5:10→Nehemia 7:2→Richteren 10:4→2 Kronieken 19:5→— Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
Het geschiedde nu, toen Samuël oud geworden was, en zijn krachten begonnen af te nemen (volgens onze berekening was hij toen 67 of 68 jaar oud), zo stelde hij,om zich enigszins te verlichten, zonder dat de bediening van het ambt daaronder leed, zijn beide zonen tot richters over Israël. 1)
Niet om het richterambt in zijn familie erfelijk te maken, maar om hem te steunen in zijn ambt als richter, en wel in zoverre, dat zij hem te hulp zouden komen in de zuidelijke streken (in vs.2 wordt toch gezegd, dat zij richters waren te Ber-seba), in het vereffenen van geschillen en het uitspreken van het recht.
KruisverwijzingenDeuteronomium 17:14→Handelingen 13:21→1 Samuël 8:19→1 Samuël 8:6→Numeri 23:9→1 Samuël 12:17→Hosea 13:10→— En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.
En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden en uw zonen wandelen, zelfs nu gij nog in leven zijt, niet in uw wegen, 1) wat zal het dan zijn na uw dood? a) Zet nu, 2) daar het geval bestaat, dat de Heere in de wet genoemd heeft (Deuteronomium 17: 14), als wanneer een nieuwe staatsinrichting nodig zou zijn, een koning over ons,om ons op betere wijze te richten, dan uw zonen doen; wij willen een koning, zoals al de volken, hebben.
Hos.13: 10 Hand.13: 21
Het is wel waar, dat zijn zonen niet wandelden in zijn wegen, maar dit was voor hem een des te groter smart, maar zij konden niet zeggen, dat dit zijn schuld was. Hij had niet, zoals Eli, in de boosheid van zijn zonen toegegeven, noch hen daarin gestijfd, maar hij was gereed, om de klachten te horen, die men tegen hen inbracht, en indien dit de begeerte van het volk was geweest, en de aanklachten zich door geschenken te laten omkopen, tegen hen bewezen waren, wij mogen wel veronderstellen, dat hij dan hun volmacht had ingetrokken en hen gestraft zou hebben.
Dit plan nu schijnt bij de eerste oogopslag niet slecht of te berispen. Want toch, waar iets kwaads is, moet men ook een geneesmiddel ervoor zoeken en aanwenden. Wanneer daarom de oudsten van het volk zoveel bederf zagen in de rechtspraken, dat plunderaars en rovers aan het roer zaten, waren zij verplicht, een geneesmiddel te zoeken tegen deze rampen, en zijn zij, wat dit betreft, prijzenswaardig. Maar in het zoeken van dit geneesmiddel zijn zij al te haastig geweest, waarom God ook terecht tot toorn is verwekt. Want aan Samuël hadden zij de zaak eenvoudig moeten uitleggen en over zijn zonen en over het bederf in de rechtspraken bij hem een klacht inleveren en aan hem de verschuldigde eer en gehoorzaamheid bewijzen, en verder hadden zij niet moeten gaan. Want zij hebben bij hem niet alleen over zijn zonen geklaagd, maar zijn terstond tot deze mening gekomen, dat er een koning gekozen behoorde te worden.
De uitwendige aanleiding tot deze begeerte hadden volgens 12: 12 de krijgstoerustingen van Nahas, de koning van de Ammonieten, die later ook werkelijk Jabes in Gilead belegerde (11: 11) gegeven. Intussen hadden zij reeds eerder (Richteren 10: 6-11: 33) juist tegen de Ammonieten krachtige hulp ondervonden, zodat zij geen reden hadden, om zich wegens hun staatsinrichting te zwak tegenover hen te voelen. De ontaarding van Samuëls zonen gaf niet voldoende reden om die staatsinrichting als onbruikbaar te bestrijden, want dergelijke onrechtvaardigheden konden even goed onder een koninklijke regering voorvallen, als onder de richters. Zij hadden Samuël moeten vragen om bestraffing van zijn zonen of om een ander vroom man na zijn dood; dat was beter geweest, dan dat zij een zo verdienstelijke man nog bij zijn leven afdankten. De ware oorzaak van hun verlangen was echter wantrouwen jegens God en het vertrouwen op de vleselijke arm, alsof een aards koning hen beter zou kunnen beschermen, dan de Heere.
Kruisverwijzingen1 Samuël 15:11→1 Samuël 12:17→Filippenzen 4:6→Psalmen 109:4→Exodus 32:32→Jakobus 1:5→Numeri 16:22→Lukas 6:11→— Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.
Maar a) dit woord was kwaad in de ogen 1) van Samuël, toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons te richten, niet omdat hij het niet kon dulden, dat zij zijn zonen aanklaagden, maar hij voelde diep, hoe ondankbaar men jegens hem was, en dat voornamelijke smartte hem, dat zij liever de heidenen gelijk wilden zijn, dan de Heere zelf tot koning hebben. En Samuël bad tot de HEERE, hij legde de zaak voor de Heere in het gebed neer, omdat zij wel niet dadelijk tegen de wet was (Jud 17: 6), maar het hier de vraag was, of onder de omstandigheden, waaronder de oudsten hun eis voordroegen, het goed was hun toe te geven of niet.
1 Samuel .12: 17
Hiermee spreekt de Heilige Geest niet een afkeurend oordeel over Samuël uit, maar toont veeleer, dat hij door geen boze hartstocht is aangetast. Hij was toch niet beledigd door de beschuldiging tegen zijn zonen, omdat zij zonder twijfel als slechte bestuurders van de staat ontslagen moesten worden. En bij name tekent de Heilige Schrift Samuël als niet met een onbillijk gemoed de beschuldiging verdragen te hebben, n.l. omdat hij de goddeloosheid van zijn zonen erkende. Wat wel terdege is op te merken, omdat het toch meestal gebeurt, dat de mens moeilijk kan verdragen, dat zijn familie of geslacht beticht wordt, en in de vermindering van de waardigheid van zijn zonen een hevig bezwaar vindt, indien zijn kinderen niet in de waardigheid blijven, die zij eenmaal verkregen hebben. Daartegenover heeft Samuël nu niet de onrechtvaardigheid van zijn kinderen willen vergoelijken, noch verontschuldigen, dat zij bij het volk vernederd werden, maar zeer rustig en met kalm geduld dat zij, omdat zij God niet hadden gehoorzaamd, zoals het had gepast, ook deze straf verdienden. Hij is niet toornig geweest op het volk, omdat het hen verwierp, opdat zij niet aan het bestuur van de landsbelangen zouden blijven, maar heeft geduld, dat zij ontslagen werden. Niets van dat alles heeft Samuël bewogen, maar daarom zegt de Schrift, dat hij boos werd, omdat de oudsten in het begeren van een koning, de maat niet hebben gehouden, maar God zwaar hebben beledigd.
Het is daarom duidelijk, dat Samuël niet boos werd, omdat zij zijn zonen verwierpen, noch ook zelfs, omdat zij een koning begeerden. Het lag toch in de raad van de Allerhoogste opgesloten Israël een koning te geven, maar omdat zij er nu mee kwamen. De tijd was nog niet rijp, dat David, de door God bestemde koning, zou optreden. Israël liep op de Heere vooruit. Zij vroegen het uit hoogmoed van hart om aan de andere volken gelijk te zijn. De grote zonde van Israël lag bovendien hierin, dat zij niet een koning begeerden uit de hand van God, maar uit de hand van een mens. Daarom zegt de Heere ook tot Samuël in het volgende vers, dat zij Hem, hadden verworpen.
KruisverwijzingenExodus 16:8→1 Samuël 10:19→Jesaja 66:4→Lukas 19:14→1 Samuël 12:17→Numeri 22:20→Mattheüs 10:40→Lukas 10:16→— Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
Maar de HEERE zei tot Samuël, waarschijnlijk met hoorbare stem, evenals in 3: 4vv.: Hoor naar de stem van het volk in alles, wat zij tot u zeggen zullen, en bekommer u niet verder over het onrecht, dat zij u hebben aangedaan; want zij hebben, in de grond van de zaak, u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen koning over hen zal zijn. 1) Indien zij met Mijn koningschap tevreden waren, zo zouden zij daarop alleen bedacht zijn, hoe de gebreken van de tegenwoordige regering verholpen zouden kunnen worden, maar niet deze wijze van regeren ter zijde willen stellen; dit is slechts een voorwendsel om hun verlangen, dat uit vleselijke gezindheid voortkomt, met een schijn van recht op te sieren.
Dit betekent, dat de Heere hen niet meer onmiddellijk en in het bijzonder zou regeren, waarin de heerlijkheid, het geluk en de veiligheid voor het volk bestond. Zij willen liever staan in een algemene betrekking tot God, dan langer een bijzonder volk van de Heere zijn.
Wie de kinderen van de Heere verwerpt, verwerpt God (Luk.10: 16). Indien de Heere Zich aantrekt, wat ons geschiedt, dan mogen wij gerust zijn, en voor onze haters wel om vergeving bidden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 8:11→1 Samuël 10:25→Ezechiël 3:18→Ezechiël 45:7→1 Samuël 14:52→1 Samuël 2:13→Ezechiël 46:18→— Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.
Hoor dan nu naar hun stem, en geef aan hun eis toe; maar pas dan, als gij hen op het hoogste zult bedreigd hebben, 1) hoe zij door hun eigenzinnig aandringen op een koning Mijn koningschap verwerpen. Opdat zij lateral wat hun overkomt, alleen aan zichzelf zullen kunnen verwijten, zo zult gij hun te kennen geven de wijze van de koning, die over hen regeren zal; 2) stel hun voor welke rechten de heidense koningen zich toekennen (vs.11-17), zoals zij nu naar dat voorbeeld een wensen.
In het Hebreeuws Ki-haëed thaïd bahem. Dit betekent; wanneer gij tegen hen zeker betuigd zult hebben, in de zin van hun het onrecht hebt voorgehouden, waaraan zij zich schuldig zullen maken. De Heere laat Israël niet los, maar geeft zijn profeet de opdracht om zijn volk nog eens ernstig te waarschuwen.
Nadat door Samuëls profetische werkzaamheid (1 Samuel 7: 2) het profetisme tot een blijvende vaste instelling geworden was, was er geen reden meer om zich tegen het koningschap in Israël onder elke voorwaarde te verzetten. Vroeger zou dit geheel tegen de wil van God geweest zijn, bijv. toen de noordelijke stammen aan Gideon de erfelijke koningswaardigheid aanboden (Richteren 8: 22vv.); want een Israëlitisch koning kon niet eigenmachtig regeren, maar moest dit doen in de naam en naar de wet van de Heere; hij moest zich geheel aan de grondstellingen van de theocratie onderwerpen, omdat deze Israëls voorrang boven alle volken van de aarde vormde, en het middel was tot verwezenlijking van Gods raadsbesluiten tot heil van de mensen. In het profetisme, dat zeer eigenaardig “het geweten van de Staat” genoemd is, was naast het koningschap een macht geplaatst, die met het zwaard van de Geest in de hand daarover waken moest, het moest terechtwijzen en ieder misbruik bestraffen. Desalniettemin is en blijft het voor Samuël uitgesproken verlangen van de oudsten een vooruitlopen van God, een niet afwachten van Gods tijd en uur. Die de Heere tot een eerste koning gesteld zou hebben, was zonder twijfel David, de voorvader van de Messias. Diens koningschap, als het eigenlijk goddelijke, kon nu nog niet gegeven worden, een menselijk moest de tijdruimte aanvullen, maar juist in dit menselijke lag voor Sauls koningschap reeds de kiem van verderf, die zich dan ook vroegtijdig genoeg ontwikkelde en het tot de ondergang leidde (10: 27).
Wel hadden zij het recht om Samuël te wijzen op zijn ouderdom, waardoor hij om de landszaken te besturen, minder geschikt werd, en ook op de gierigheid en het bederf in de rechtspraken van zijn zonen, of te klagen over zijn kinderen, die niet in zijn voetstappen wandelden, en God te vragen om hun een man te geven, geschikt om te regeren, maar hadden dan de gehele zaak aan Zijn wil moeten overlaten. Indien dit door hen gedaan was, dan is er geen twijfel aan, of zij zouden een gunstig antwoord van God ontvangen hebben. Maar zij dachten er niet aan, om dat God te vragen. Zij eisen, dat hun een koning wordt gegeven, en verlangen de zeden en instellingen van de andere volken.
— En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
En hij zal uw knechten en uw dienstmaagden en uw beste, uw mooiste en krachtigste jongelingen, 1) en uw ezels nemen, en hij zal zijn werk daarmee doen, zo zult gij met uw gezin, uw trek- en lastdieren hofdiensten moeten verrichten.
Dit woord past niet in de samenhang; de jongelingen zijn onder de in vs.11 en 12 genoemde zonen begrepen. De Septuaginta leest daarom in plaats van Mkyrwxb (= uw jongelingen): Mkyrqb (= uw runderen); het is mogelijk, dat onze schrijfwijze op een schrijffout berust.
De LXX heeft ta boukolia.
— Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.
Hij zal uw kudden, evenals uw zaad en uw wijnbergen (vs.15), vertienen en wanneer gij zo naar uw verlangen evenals de andere volken een koning zult hebben, zult gij hem met lichaam en leven, have en goed tot knechten zijn.
KruisverwijzingenMicha 3:4→Jesaja 1:15→Jesaja 8:21→Spreuken 1:25→Job 27:9→Psalmen 18:41→Spreuken 21:13→Lukas 13:25→— Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.
En wij zullen ook zijn zoals al de volken, en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze oorlogen voeren. Wanneer de oude Adam zijn hoofd opsteekt, baten geen voorstellingen. Menigeen heeft de Heere wonderbaar onderhouden, zolang hij in nederigheid leefde, en voor elke dag het nodige brood voor zich en de zijnen van de rijke tafel van de genade van zijn God moest afbidden; de Heere zond hem òf de raven met vlees in het huis, òf zegende zijn dagelijks verzamelen zo, dat hij voor elke dag zoveel had als hij nodig had. Maar toen men begon op te leggen, en zich tenslotte een sommetje gespaard had, toen maakte men deze guldens tot zijn gouden, zilveren of papieren koning en in plaats van op de Heere alleen zijn vertrouwen te stellen en onmiddellijk van Zijn hand te leven, hing men het hart aan deze zichtbare koning, en verloor daarbij het kinderlijk geloof en het: “Aan U, Heere! heb ik genoeg.” Het “geef ons een koning, zoals alle heidenen hebben” of: “geef mij een kapitaaltje, zoals mijn wereldse buurman dat heeft, opdat ik niet langer om mijn dagelijks brood behoef te bidden.” -O, het zit zo diep in het hart van menig kind van God, en men vermoedt niet, dat het toch iets heerlijks is, elke dag het manna opnieuw uit de hand van God onmiddellijk te moeten verzamelen.
Israël bedacht niet, dat God hen van de andere volken had afgescheiden en dat de Heere die andere volken had verworpen.
KruisverwijzingenRichteren 11:11→— Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN.
Toen Samuël al de woorden van het volk gehoord had, sprak hij deze voor de oren van de HEERE om nadere aanwijzingen van God te ontvangen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 8:7→Hosea 13:11→— De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad.
Toen Samuël al de woorden van het volk gehoord had, sprak hij deze voor de oren van de HEERE om nadere aanwijzingen van God te ontvangen.
De HEERE nu zei tot Samuël; Hoor naar hun stem en stel hun een koning. Ik zal te zijner tijd de man tot u leiden, die Ik daartoe verkoren heb. Toen zei Samuël, nadat hij zo van de goddelijke wil verzekerd was, tot de mannen van Israël, tot de oudsten (vs.4), die te Rama bij hem gekomen en in de naam van het volk met hem gehandeld hadden: Gaat thans heen, een ieder naar zijn stad, totdat ik u samenroep, opdat ik volgens uw wil een koning over u stel (10: 17vv.). De koninklijke waardigheid was in Israël wel aan Israëlitische afkomst, maar niet gelijk het priesterschap aan een bepaalde geboorte verbonden; even zo min werd zij door vrije keuze van het volk opgedragen, zoals bijvoorbeeld bij de Edomieten (Genesis36: 31vv.); het is de Heere zelf, die voor Zijn volk een koning kiest. Daarom laat Samuël thans de oudsten gaan om hen later weer te roepen, wanneer God de aanwijzing gedaan zal hebben. Wanneer daarna nog een keuze door het lot geschiedt (10: 19vv.), zo moest hierdoor Saul niet alleen voor het volk, als de door de Heere verkorene, openlijk voorgesteld worden, maar ook hij voor zijn persoon in de zekerheid van zijn goddelijke verkiezing des te meer versterkt worden.
Wij zien hieruit, dat het gezag van Samuël nog onverzwakt was. Hoewel zij een koning begeerden, toch wagen zij het niet hem niet te gehoorzamen, als hij hun beveelt om maar huns weegs te gaan, om de tijd of de dag af te wachten, waarop God hun een koning zou geven. Wel een bewijs, dat Samuël zelf geheel onschuldig was aan de daden van zijn kinderen en die daden ook niet goedkeurde of door de vingers zag.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 8
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 16:19→1 Samuël 15:11→Exodus 16:8→1 Samuël 10:19→1 Samuël 8:11→Deuteronomium 16:18→Psalmen 15:5→Deuteronomium 17:14→
— Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel. De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba. Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht. Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama; En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan. Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal. Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
Toen Samuël, nu achttien jaar als richter werkzaam (van 1095-1077 v. C.), voelde dat de last van zijn drievoudig ambt hem te zwaar werd, liet hij zich in het uitoefenen van de rechtspleging door zijn beide zonen ondersteunen. Deze wandelen niet op zijn weg, maar laten zich door geschenken omkopen en buigen het recht. De oudsten van het volk dienen hun bezwaren hierover bij Samuël in, en openbaren hem het verlangen, dat hij een koning over hen plaatse; zij laten zich niet van die wens afbrengen, als de profeet op bevel van de Heere hun tot waarschuwing het recht voorstelt, dat die koning volgens de wijze van andere volken, zich toekennen zal. Zo dwingen zij voor zich een koning af, wiens aanstelling in Israël wel reeds te voren door God voorzien, maar waarvoor tijd en uur nog niet gekomen was. Samuël belooft naar hun wil te doen en laat hen tot later een ieder naar zijn stad gaan.
Het geschiedde nu, toen Samuël oud geworden was, en zijn krachten begonnen af te nemen (volgens onze berekening was hij toen 67 of 68 jaar oud), zo stelde hij,om zich enigszins te verlichten, zonder dat de bediening van het ambt daaronder leed, zijn beide zonen tot richters over Israël. 1)
Niet om het richterambt in zijn familie erfelijk te maken, maar om hem te steunen in zijn ambt als richter, en wel in zoverre, dat zij hem te hulp zouden komen in de zuidelijke streken (in vs.2 wordt toch gezegd, dat zij richters waren te Ber-seba), in het vereffenen van geschillen en het uitspreken van het recht.
En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden en uw zonen wandelen, zelfs nu gij nog in leven zijt, niet in uw wegen, 1) wat zal het dan zijn na uw dood? a) Zet nu, 2) daar het geval bestaat, dat de Heere in de wet genoemd heeft (Deuteronomium 17: 14), als wanneer een nieuwe staatsinrichting nodig zou zijn, een koning over ons,om ons op betere wijze te richten, dan uw zonen doen; wij willen een koning, zoals al de volken, hebben.
Hos.13: 10 Hand.13: 21
Het is wel waar, dat zijn zonen niet wandelden in zijn wegen, maar dit was voor hem een des te groter smart, maar zij konden niet zeggen, dat dit zijn schuld was. Hij had niet, zoals Eli, in de boosheid van zijn zonen toegegeven, noch hen daarin gestijfd, maar hij was gereed, om de klachten te horen, die men tegen hen inbracht, en indien dit de begeerte van het volk was geweest, en de aanklachten zich door geschenken te laten omkopen, tegen hen bewezen waren, wij mogen wel veronderstellen, dat hij dan hun volmacht had ingetrokken en hen gestraft zou hebben.
Dit plan nu schijnt bij de eerste oogopslag niet slecht of te berispen. Want toch, waar iets kwaads is, moet men ook een geneesmiddel ervoor zoeken en aanwenden. Wanneer daarom de oudsten van het volk zoveel bederf zagen in de rechtspraken, dat plunderaars en rovers aan het roer zaten, waren zij verplicht, een geneesmiddel te zoeken tegen deze rampen, en zijn zij, wat dit betreft, prijzenswaardig. Maar in het zoeken van dit geneesmiddel zijn zij al te haastig geweest, waarom God ook terecht tot toorn is verwekt. Want aan Samuël hadden zij de zaak eenvoudig moeten uitleggen en over zijn zonen en over het bederf in de rechtspraken bij hem een klacht inleveren en aan hem de verschuldigde eer en gehoorzaamheid bewijzen, en verder hadden zij niet moeten gaan. Want zij hebben bij hem niet alleen over zijn zonen geklaagd, maar zijn terstond tot deze mening gekomen, dat er een koning gekozen behoorde te worden.
De uitwendige aanleiding tot deze begeerte hadden volgens 12: 12 de krijgstoerustingen van Nahas, de koning van de Ammonieten, die later ook werkelijk Jabes in Gilead belegerde (11: 11) gegeven. Intussen hadden zij reeds eerder (Richteren 10: 6-11: 33) juist tegen de Ammonieten krachtige hulp ondervonden, zodat zij geen reden hadden, om zich wegens hun staatsinrichting te zwak tegenover hen te voelen. De ontaarding van Samuëls zonen gaf niet voldoende reden om die staatsinrichting als onbruikbaar te bestrijden, want dergelijke onrechtvaardigheden konden even goed onder een koninklijke regering voorvallen, als onder de richters. Zij hadden Samuël moeten vragen om bestraffing van zijn zonen of om een ander vroom man na zijn dood; dat was beter geweest, dan dat zij een zo verdienstelijke man nog bij zijn leven afdankten. De ware oorzaak van hun verlangen was echter wantrouwen jegens God en het vertrouwen op de vleselijke arm, alsof een aards koning hen beter zou kunnen beschermen, dan de Heere.
Maar a) dit woord was kwaad in de ogen 1) van Samuël, toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons te richten, niet omdat hij het niet kon dulden, dat zij zijn zonen aanklaagden, maar hij voelde diep, hoe ondankbaar men jegens hem was, en dat voornamelijke smartte hem, dat zij liever de heidenen gelijk wilden zijn, dan de Heere zelf tot koning hebben. En Samuël bad tot de HEERE, hij legde de zaak voor de Heere in het gebed neer, omdat zij wel niet dadelijk tegen de wet was (Jud 17: 6), maar het hier de vraag was, of onder de omstandigheden, waaronder de oudsten hun eis voordroegen, het goed was hun toe te geven of niet.
1 Samuel .12: 17
Hiermee spreekt de Heilige Geest niet een afkeurend oordeel over Samuël uit, maar toont veeleer, dat hij door geen boze hartstocht is aangetast. Hij was toch niet beledigd door de beschuldiging tegen zijn zonen, omdat zij zonder twijfel als slechte bestuurders van de staat ontslagen moesten worden. En bij name tekent de Heilige Schrift Samuël als niet met een onbillijk gemoed de beschuldiging verdragen te hebben, n.l. omdat hij de goddeloosheid van zijn zonen erkende. Wat wel terdege is op te merken, omdat het toch meestal gebeurt, dat de mens moeilijk kan verdragen, dat zijn familie of geslacht beticht wordt, en in de vermindering van de waardigheid van zijn zonen een hevig bezwaar vindt, indien zijn kinderen niet in de waardigheid blijven, die zij eenmaal verkregen hebben. Daartegenover heeft Samuël nu niet de onrechtvaardigheid van zijn kinderen willen vergoelijken, noch verontschuldigen, dat zij bij het volk vernederd werden, maar zeer rustig en met kalm geduld dat zij, omdat zij God niet hadden gehoorzaamd, zoals het had gepast, ook deze straf verdienden. Hij is niet toornig geweest op het volk, omdat het hen verwierp, opdat zij niet aan het bestuur van de landsbelangen zouden blijven, maar heeft geduld, dat zij ontslagen werden. Niets van dat alles heeft Samuël bewogen, maar daarom zegt de Schrift, dat hij boos werd, omdat de oudsten in het begeren van een koning, de maat niet hebben gehouden, maar God zwaar hebben beledigd.
Het is daarom duidelijk, dat Samuël niet boos werd, omdat zij zijn zonen verwierpen, noch ook zelfs, omdat zij een koning begeerden. Het lag toch in de raad van de Allerhoogste opgesloten Israël een koning te geven, maar omdat zij er nu mee kwamen. De tijd was nog niet rijp, dat David, de door God bestemde koning, zou optreden. Israël liep op de Heere vooruit. Zij vroegen het uit hoogmoed van hart om aan de andere volken gelijk te zijn. De grote zonde van Israël lag bovendien hierin, dat zij niet een koning begeerden uit de hand van God, maar uit de hand van een mens. Daarom zegt de Heere ook tot Samuël in het volgende vers, dat zij Hem, hadden verworpen.
Maar de HEERE zei tot Samuël, waarschijnlijk met hoorbare stem, evenals in 3: 4vv.: Hoor naar de stem van het volk in alles, wat zij tot u zeggen zullen, en bekommer u niet verder over het onrecht, dat zij u hebben aangedaan; want zij hebben, in de grond van de zaak, u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen koning over hen zal zijn. 1) Indien zij met Mijn koningschap tevreden waren, zo zouden zij daarop alleen bedacht zijn, hoe de gebreken van de tegenwoordige regering verholpen zouden kunnen worden, maar niet deze wijze van regeren ter zijde willen stellen; dit is slechts een voorwendsel om hun verlangen, dat uit vleselijke gezindheid voortkomt, met een schijn van recht op te sieren.
Dit betekent, dat de Heere hen niet meer onmiddellijk en in het bijzonder zou regeren, waarin de heerlijkheid, het geluk en de veiligheid voor het volk bestond. Zij willen liever staan in een algemene betrekking tot God, dan langer een bijzonder volk van de Heere zijn.
Wie de kinderen van de Heere verwerpt, verwerpt God (Luk.10: 16). Indien de Heere Zich aantrekt, wat ons geschiedt, dan mogen wij gerust zijn, en voor onze haters wel om vergeving bidden.
Hoor dan nu naar hun stem, en geef aan hun eis toe; maar pas dan, als gij hen op het hoogste zult bedreigd hebben, 1) hoe zij door hun eigenzinnig aandringen op een koning Mijn koningschap verwerpen. Opdat zij lateral wat hun overkomt, alleen aan zichzelf zullen kunnen verwijten, zo zult gij hun te kennen geven de wijze van de koning, die over hen regeren zal; 2) stel hun voor welke rechten de heidense koningen zich toekennen (vs.11-17), zoals zij nu naar dat voorbeeld een wensen.
In het Hebreeuws Ki-haëed thaïd bahem. Dit betekent; wanneer gij tegen hen zeker betuigd zult hebben, in de zin van hun het onrecht hebt voorgehouden, waaraan zij zich schuldig zullen maken. De Heere laat Israël niet los, maar geeft zijn profeet de opdracht om zijn volk nog eens ernstig te waarschuwen.
Nadat door Samuëls profetische werkzaamheid (1 Samuel 7: 2) het profetisme tot een blijvende vaste instelling geworden was, was er geen reden meer om zich tegen het koningschap in Israël onder elke voorwaarde te verzetten. Vroeger zou dit geheel tegen de wil van God geweest zijn, bijv. toen de noordelijke stammen aan Gideon de erfelijke koningswaardigheid aanboden (Richteren 8: 22vv.); want een Israëlitisch koning kon niet eigenmachtig regeren, maar moest dit doen in de naam en naar de wet van de Heere; hij moest zich geheel aan de grondstellingen van de theocratie onderwerpen, omdat deze Israëls voorrang boven alle volken van de aarde vormde, en het middel was tot verwezenlijking van Gods raadsbesluiten tot heil van de mensen. In het profetisme, dat zeer eigenaardig “het geweten van de Staat” genoemd is, was naast het koningschap een macht geplaatst, die met het zwaard van de Geest in de hand daarover waken moest, het moest terechtwijzen en ieder misbruik bestraffen. Desalniettemin is en blijft het voor Samuël uitgesproken verlangen van de oudsten een vooruitlopen van God, een niet afwachten van Gods tijd en uur. Die de Heere tot een eerste koning gesteld zou hebben, was zonder twijfel David, de voorvader van de Messias. Diens koningschap, als het eigenlijk goddelijke, kon nu nog niet gegeven worden, een menselijk moest de tijdruimte aanvullen, maar juist in dit menselijke lag voor Sauls koningschap reeds de kiem van verderf, die zich dan ook vroegtijdig genoeg ontwikkelde en het tot de ondergang leidde (10: 27).
Wel hadden zij het recht om Samuël te wijzen op zijn ouderdom, waardoor hij om de landszaken te besturen, minder geschikt werd, en ook op de gierigheid en het bederf in de rechtspraken van zijn zonen, of te klagen over zijn kinderen, die niet in zijn voetstappen wandelden, en God te vragen om hun een man te geven, geschikt om te regeren, maar hadden dan de gehele zaak aan Zijn wil moeten overlaten. Indien dit door hen gedaan was, dan is er geen twijfel aan, of zij zouden een gunstig antwoord van God ontvangen hebben. Maar zij dachten er niet aan, om dat God te vragen. Zij eisen, dat hun een koning wordt gegeven, en verlangen de zeden en instellingen van de andere volken.
En hij zal uw knechten en uw dienstmaagden en uw beste, uw mooiste en krachtigste jongelingen, 1) en uw ezels nemen, en hij zal zijn werk daarmee doen, zo zult gij met uw gezin, uw trek- en lastdieren hofdiensten moeten verrichten.
Dit woord past niet in de samenhang; de jongelingen zijn onder de in vs.11 en 12 genoemde zonen begrepen. De Septuaginta leest daarom in plaats van Mkyrwxb (= uw jongelingen): Mkyrqb (= uw runderen); het is mogelijk, dat onze schrijfwijze op een schrijffout berust.
De LXX heeft ta boukolia.
Hij zal uw kudden, evenals uw zaad en uw wijnbergen (vs.15), vertienen en wanneer gij zo naar uw verlangen evenals de andere volken een koning zult hebben, zult gij hem met lichaam en leven, have en goed tot knechten zijn.
En wij zullen ook zijn zoals al de volken, en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze oorlogen voeren. Wanneer de oude Adam zijn hoofd opsteekt, baten geen voorstellingen. Menigeen heeft de Heere wonderbaar onderhouden, zolang hij in nederigheid leefde, en voor elke dag het nodige brood voor zich en de zijnen van de rijke tafel van de genade van zijn God moest afbidden; de Heere zond hem òf de raven met vlees in het huis, òf zegende zijn dagelijks verzamelen zo, dat hij voor elke dag zoveel had als hij nodig had. Maar toen men begon op te leggen, en zich tenslotte een sommetje gespaard had, toen maakte men deze guldens tot zijn gouden, zilveren of papieren koning en in plaats van op de Heere alleen zijn vertrouwen te stellen en onmiddellijk van Zijn hand te leven, hing men het hart aan deze zichtbare koning, en verloor daarbij het kinderlijk geloof en het: “Aan U, Heere! heb ik genoeg.” Het “geef ons een koning, zoals alle heidenen hebben” of: “geef mij een kapitaaltje, zoals mijn wereldse buurman dat heeft, opdat ik niet langer om mijn dagelijks brood behoef te bidden.” -O, het zit zo diep in het hart van menig kind van God, en men vermoedt niet, dat het toch iets heerlijks is, elke dag het manna opnieuw uit de hand van God onmiddellijk te moeten verzamelen.
Israël bedacht niet, dat God hen van de andere volken had afgescheiden en dat de Heere die andere volken had verworpen.
Toen Samuël al de woorden van het volk gehoord had, sprak hij deze voor de oren van de HEERE om nadere aanwijzingen van God te ontvangen.
Toen Samuël al de woorden van het volk gehoord had, sprak hij deze voor de oren van de HEERE om nadere aanwijzingen van God te ontvangen.
De HEERE nu zei tot Samuël; Hoor naar hun stem en stel hun een koning. Ik zal te zijner tijd de man tot u leiden, die Ik daartoe verkoren heb. Toen zei Samuël, nadat hij zo van de goddelijke wil verzekerd was, tot de mannen van Israël, tot de oudsten (vs.4), die te Rama bij hem gekomen en in de naam van het volk met hem gehandeld hadden: Gaat thans heen, een ieder naar zijn stad, totdat ik u samenroep, opdat ik volgens uw wil een koning over u stel (10: 17vv.). De koninklijke waardigheid was in Israël wel aan Israëlitische afkomst, maar niet gelijk het priesterschap aan een bepaalde geboorte verbonden; even zo min werd zij door vrije keuze van het volk opgedragen, zoals bijvoorbeeld bij de Edomieten (Genesis36: 31vv.); het is de Heere zelf, die voor Zijn volk een koning kiest. Daarom laat Samuël thans de oudsten gaan om hen later weer te roepen, wanneer God de aanwijzing gedaan zal hebben. Wanneer daarna nog een keuze door het lot geschiedt (10: 19vv.), zo moest hierdoor Saul niet alleen voor het volk, als de door de Heere verkorene, openlijk voorgesteld worden, maar ook hij voor zijn persoon in de zekerheid van zijn goddelijke verkiezing des te meer versterkt worden.
Wij zien hieruit, dat het gezag van Samuël nog onverzwakt was. Hoewel zij een koning begeerden, toch wagen zij het niet hem niet te gehoorzamen, als hij hun beveelt om maar huns weegs te gaan, om de tijd of de dag af te wachten, waarop God hun een koning zou geven. Wel een bewijs, dat Samuël zelf geheel onschuldig was aan de daden van zijn kinderen en die daden ook niet goedkeurde of door de vingers zag.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel