Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als nu de arkH727 des HEERENH3068zevenH7651maandenH2320 in het landH7704 der FilistijnenH6430 geweest was,Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,
KJVAnd the ark2of the LORD3was in the country4of the Philistines5seven6months.7
2Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo riepenH7121 de FilistijnenH6430 de priestersH3548 en de waarzeggersH7080, zeggendeH559: WatH4100 zullen wij met de arkH727 des HEERENH3068doenH6213? Laat ons wetenH3045, waarmede wij ze aan haar plaatsH4725zendenH7971 zullen.Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
KJVAnd the Philistines2called1for the priests3and the diviners,4saying,5What shall we do7to the ark8of the LORD?9tell10us wherewith we shall send12it to his place.13
1וַיִּקְרְא֣וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3לַכֹּהֲנִ֤יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וְלַקֹּֽסְמִים֙H7080waarzeggers, gebruiken, voorzeggendivine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination)5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מַֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7נַּעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לַאֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הוֹדִעֻ֕נוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11בַּמֶּ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12נְשַׁלְּחֶ֥נּוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13לִמְקוֹמֽוֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
3Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zij dan zeidenH559: IndienH518 gij de arkH727 des GodsH430 van IsraelH3478wegzendtH7971, zendtH7971 haar niet ledigH7387wegH3588, maar vergeldtH7725 Hem ganselijkH7725 een schuldofferH817; dan zult gij genezenH7495 worden, en ulieden zal bekendH3045 worden, waaromH4100 Zijn handH3027vanH4480 u niet afwijktH5493.Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
KJVAnd they said,1If ye send away3the ark5of the God6of Israel,7send9it not empty;11but in any wise13return14him a trespass offering:16then ye shall be healed,18and it shall be known19to you why his hand24is not removed23from you.
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3מְשַׁלְּחִ֞יםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲר֨וֹןH727ark, kistark, chest, coffin6אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תְּשַׁלְּח֤וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11רֵיקָ֔םH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13הָשֵׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14תָּשִׁ֛יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15ל֖וֹ16אָשָׁ֑םH817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)17אָ֤זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet18תֵּרָֽפְאוּ֙H7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)19וְנוֹדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20לָכֶ֔ם21לָ֛מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why22לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23תָס֥וּרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without24יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves25מִכֶּֽםH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
4Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeidenH559 zij: WelkH834 is dat schuldofferH817, dat wij Hem vergeldenH7725 zullen? En zij zeidenH559: VijfH2568goudenH2091spenenH2914, en vijfH2568goudenH2091muizenH5909, naar het getalH4557 van de vorstenH5633 der FilistijnenH6430; wantH3588 het is enerleiH259plaagH4046 over u allenH3605, en over uw vorstenH5633.Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
KJVThen said1they, What shall be the trespass offering3which we shall return5to him? They answered,7Five11golden13emerods,12and five14golden16mice,15according to the number8of the lords9of the Philistines:10for one19plague18was on you all, and on your lords.21
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3הָאָשָׁם֮H817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6לוֹ֒7וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מִסְפַּר֙H4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time9סַרְנֵ֣יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate10פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine11חֲמִשָּׁה֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)12טְחֹרֵ֣יH2914spenenemerod13זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather14וַחֲמִשָּׁ֖הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)15עַכְבְּרֵ֣יH5909muizen, muismouse16זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18מַגֵּפָ֥הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke19אַחַ֛תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,20לְכֻלָּ֖םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21וּלְסַרְנֵיכֶֽםH5633vorsten, oversten, platenlord, plate
5Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo maaktH6213 dan beeldenH6754 uwer spenenH2914, en beeldenH6754 uwer muizenH5909, die het landH776verdervenH7843, en geeftH5414 den GodH430 van IsraelH3478 de eerH3519; misschien zal Hij Zijn handH3027verlichtenH7043 van overH5921 ulieden, en van overH5921 uw godH430, en van overH5921 uw landH776.Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
KJVWherefore ye shall make1images2of your emerods,3and images4of your mice5that mar6the land;8and ye shall give9glory12unto the God10of Israel:11peradventure he will lighten14his hand16from off you, and from off your gods,19and from off your land.21
1וַעֲשִׂיתֶם֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2צַלְמֵ֨יH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew3טְחֹרֵיכֶ֜םH2914spenenemerod4וְצַלְמֵ֣יH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew5עַכְבְּרֵיכֶ֗םH5909muizen, muismouse6הַמַּשְׁחִיתִם֙H7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וּנְתַתֶּ֛םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לֵאלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12כָּב֑וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)13אוּלַ֗יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless14יָקֵ֤לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17מֵֽעֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18וּמֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אֱלֹהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20וּמֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21אַרְצְכֶֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WaaromH4100 toch zoudt gijlieden uw hart verzwarenH3513, gelijk de EgyptenaarsH4714 en FaraoH6547 hun hart verzwaardH3513 hebben? Hebben zij nietH3808, toen Hij wonderlijk met hen gehandeldH5953 had, hen laten trekkenH7971, datH834 zij heengingenH3212?Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
Ook in dit vers
hartH3820
hartH3824
KJVWherefore then do ye harden2your hearts,4as the Egyptiansand Pharaoh8hardened6their hearts?10when he had wrought wonderfully13among them, did they not let the people go,15and they departed?16
1וְלָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תְכַבְּדוּ֙H3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לְבַבְכֶ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding5כַּאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6כִּבְּד֛וּH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop7מִצְרַ֥יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt8וּפַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לִבָּ֑םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11הֲלוֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הִתְעַלֵּ֣לH5953nalezen, spot drijven, aangedaanabuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully)14בָּהֶ֔ם15וַֽיְשַׁלְּח֖וּםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16וַיֵּלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Nu dan, neemtH3947 en maaktH6213eenH259nieuwenH2319wagenH5699, en tweeH8147zogendeH5763koeienH6510, opH5921dewelkeH834geenH3808jukH5923 gekomen is; spantH631 de koeienH6510 aan den wagenH5699, en brengtH7725 haar kalverenH1121 van achterH310 haar weder naar huisH1004.Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
KJVNow therefore make3a6new5cart,4and take2two7milch9kine,8on which there hath come12no yoke,14and tie15the kine17to the cart,18and bring19their calves20home22from them:21
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2קְח֨וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3וַעֲשׂ֜וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4עֲגָלָ֤הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon5חֲדָשָׁה֙H2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing6אֶחָ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7וּשְׁתֵּ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8פָרוֹת֙H6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine9עָל֔וֹתH5763zogende, zogendenmilch, (ewe great) with young10אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12עָלָ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14עֹ֑לH5923juk, juks, maaktet jukyoke15וַאֲסַרְתֶּ֤םH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַפָּרוֹת֙H6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine18בָּעֲגָלָ֔הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon19וַהֲשֵׁיבֹתֶ֧םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20בְּנֵיהֶ֛םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21מֵאַחֲרֵיהֶ֖םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with22הַבָּֽיְתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
8Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8NeemtH3947 dan de arkH727 des HEERENH3068, en zetH5414 ze op den wagenH5699, en legtH7760 de goudenH2091kleinodenH3627, dieH834 gij Hem ten schuloffer vergeldenH7725 zult, in een koffertjeH712aanH413 haar zijde; en zendtH7971 ze wegH7971, dat zij heengaH1980.Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
Ook in dit vers
schuldofferH817
KJVAnd take1the ark3of the LORD,4and lay5it upon the cart;8and put16the jewels10of gold,11which ye return13him for a trespass offering,15in a coffer17by the side18thereof; and send it away,19that it may go.21
1וּלְקַחְתֶּ֞םH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וּנְתַתֶּ֤םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָ֣עֲגָלָ֔הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon9וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11הַזָּהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֲשֵׁבֹתֶ֥םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14לוֹ֙15אָשָׁ֔םH817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)16תָּשִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17בָאַרְגַּ֖זH712koffertjecoffer18מִצִּדּ֑וֹH6654zijden(be-) side19וְשִׁלַּחְתֶּ֥םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)20אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21וְהָלָֽךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
9Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9ZietH7200 dan toe, indien zij den wegH1870 van haar landpaleH1366opgaatH5927 naar Beth-SemesH1053, zo heeft HijH1931 ons ditH2063grootH1419kwaadH7451gedaanH6213; maarH3588 zo niet, zoH518 zullen wij wetenH3045, dat Zijn handH3027 ons niet geraaktH5060 heeft; hetH1931 is ons een toevalH4745 geweest.Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
KJVAnd see,1if it goeth up5by the way3of his own coast4to Bethshemesh,6then he hath done9us this great13evil:12but if not, then we shall know17that it is not his hand20that smote21us: it was a chance23that happened to us.25
1וּרְאִיתֶ֗םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3דֶּ֨רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4גְּבוּל֤וֹH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space5יַֽעֲלֶה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6בֵּ֣יתH1053Beth-semesBeth-shemesh7שֶׁ֔מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh8ה֚וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9עָ֣שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לָ֔נוּ11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָרָעָ֥הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13הַגְּדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus15וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16לֹ֗אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17וְיָדַ֨עְנוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21נָ֣גְעָהH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch22בָּ֔נוּ23מִקְרֶ֥הH4745wedervaart, geval, bejegentsomething befallen, befalleth, chance, event, hap(-peneth)24ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who25הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use26לָֽנוּ
10En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En die liedenH582dedenH6213alzoH3651, en namenH3947tweeH8147zogendeH5763koeienH6510, en spandenH631 ze aan den wagenH5699, en haar kalverenH1121slotenH3607 zij in huisH1004.En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
KJVAnd the mendid so;1and took4two5milch7kine,6and tied8them to the cart,9and shut up12their calves11at home:13
1וַיַּעֲשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָאֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3כֵּ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַיִּקְח֗וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5שְׁתֵּ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6פָרוֹת֙H6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine7עָל֔וֹתH5763zogende, zogendenmilch, (ewe great) with young8וַיַּאַסְר֖וּםH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie9בָּעֲגָלָ֑הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12כָּל֥וּH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold13בַבָּֽיִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij zettenH7760 de arkH727 des HEERENH3068 op den wagenH5699, en het koffertjeH712 met de goudenH2091muizenH5909, en de beeldenH6754 hunner spenenH2914.En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.
KJVAnd they laid1the ark3of the LORD4upon the cart,6and the coffer8with the mice10of gold11and the images13of their emerods.14
1וַיָּשִׂ֛מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָעֲגָלָ֑הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon7וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאַרְגַּ֗זH712koffertjecoffer9וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַכְבְּרֵ֣יH5909muizen, muismouse11הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13צַלְמֵ֥יH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew14טְחֹרֵיהֶֽםH2914spenenemerod
12De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De koeienH6510 nu gingenH1980rechtH3474 in dien wegH1870, opH5921 den wegH1870 naar Beth-SemesH1053 op eenH259straatH4546; zij gingenH1980 steeds voort, al loeiendeH1600, en wekenH5493 noch ter rechterH3225 hand noch ter linkerhandH8040; en de vorstenH5633 der FilistijnenH6430 gingen achterH310 dezelve totH5704 aan de landpaleH1366 van Beth-SemesH1053.De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.
KJVAnd the kine2took the straight1way3to the way5of Bethshemesh,6and went along10the highway,8lowing12as they went,11and turned not aside14to the right hand15or to the left;16and the lords17of the Philistines18went19after20them unto the border22of Bethshemesh.7
1וַיִשַּׁ֨רְנָהH3474recht, bevallig, bevieldirect, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly)2הַפָּר֜וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine3בַּדֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5דֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6בֵּ֣יתH1053Beth-semesBeth-shemesh7שֶׁ֔מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh8בִּמְסִלָּ֣הH4546hogen weg, baan, straatcauseway, course, highway, path, terrace9אַחַ֗תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10הָלְכ֤וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11הָלֹךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl12וְגָע֔וֹH1600Loeit, loeiendelow13וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14סָ֖רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without15יָמִ֣יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south16וּשְׂמֹ֑אולH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)17וְסַרְנֵ֤יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate18פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine19הֹלְכִ֣יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl20אַחֲרֵיהֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with21עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet22גְּב֖וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space23בֵּ֥יתH1053Beth-semesBeth-shemesh24שָֽׁמֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh
13En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En die van Beth-SemesH1053maaidenH7114 den tarweoogstH2406 in het dalH6010, en als zij hun ogenH5869ophievenH5375, zagenH7200 zij de arkH727 en verblijddenH8055 zich, als zij die zagenH7200.En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.
KJVAnd they of Bethshemesh1were reaping3their wheat5harvest4in the valley:6and they lifted up7their eyes,9and saw10the ark,12and rejoiced13to see14it.
1וּבֵ֣יתH1053Beth-semesBeth-shemesh2שֶׁ֔מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh3קֹצְרִ֥יםH7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex4קְצִירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)5חִטִּ֖יםH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)6בָּעֵ֑מֶקH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)7וַיִּשְׂא֣וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֵינֵיהֶ֗םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)10וַיִּרְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָ֣אָר֔וֹןH727ark, kistark, chest, coffin13וַֽיִּשְׂמְח֖וּH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very14לִרְאֽוֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
14En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de wagenH5699kwamH935 op den akkerH7704 van JozuaH3091, den Beth-semietH1030, en bleefH8033 daar staandeH5975; en daar was een groteH1419steenH68, en zij kloofdenH1234 het houtH6086 van den wagenH5699, en offerdenH5927 de koeienH6510 den HEEREH3068 ten brandofferH5930.En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.
KJVAnd the cart1came2into the field4of Joshua,5a Bethshemite,6and stood8there, where there was a great12stone:11and they clave13the wood15of the cart,16and offered19the kine18a burnt offering20unto the LORD.21
1וְהָעֲגָלָ֡הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon2בָּ֠אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׂדֵ֨הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5יְהוֹשֻׁ֤עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)6בֵּֽיתH1030Beth-semietBethshemite7הַשִּׁמְשִׁי֙H1030Beth-semietBethshemite8וַתַּעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10וְשָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11אֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)12גְּדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וַֽיְבַקְּעוּ֙H1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16הָעֲגָלָ֔הH5699wagen, wagenen, wagenscart, chariot, wagon17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַ֨פָּר֔וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine19הֶעֱל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work20עֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)21לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de LevietenH3881namenH3381 de arkH727 des HEERENH3068 af en hetH1931koffertjeH712, dat daarbij was, waarin de goudenH2091kleinodenH3627 waren, en zettenH7760 ze op dien grotenH1419steenH68; en die liedenH582vanH854Beth-SemesH1053offerdenH5927brandofferenH5930, en slachttenH2076slachtofferenH2077 den HEEREH3068, op denzelven dagH3117.En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
KJVAnd the Levites1took down2the ark4of the LORD,5and the coffer7that was with it, wherein the jewels12of gold13were, and put14them on the great17stone:16and the menof Bethshemesh19offered21burnt offerings22and sacrificed23sacrifices24the same day25unto the LORD.27
1וְהַלְוִיִּ֞םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite2הוֹרִ֣ידוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאַרְגַּ֤זH712koffertjecoffer8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בּ֣וֹ12כְלֵֽיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather14וַיָּשִׂ֖מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16הָאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)17הַגְּדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18וְאַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19בֵֽיתH1053Beth-semesBeth-shemesh20שֶׁ֗מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh21הֶעֱל֨וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work22עֹל֜וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)23וַֽיִּזְבְּח֧וּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay24זְבָחִ֛יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice25בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger26הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who27לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En als de vijfH2568vorstenH5633 der FilistijnenH6430 zulks gezienH7200 hadden, zo keerdenH7725zijH1931 weder op denzelven dagH3117 naar EkronH6138.En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.
KJVAnd when the five1lords2of the Philistines3had seen4it, they returned5to Ekron6the same day.7
1וַחֲמִשָּׁ֥הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)2סַרְנֵֽיH5633vorsten, oversten, platenlord, plate3פְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine4רָא֑וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5וַיָּשֻׁ֥בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6עֶקְר֖וֹןH6138EkronEkron7בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
17Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DitH428 nu zijn de goudenH2091spenenH2914, die de FilistijnenH6430 aan den HEEREH3068 ten schuldofferH817vergoldenH7725 hebben: Voor AsdodH795eenH259 voor GazaH5804eenH259, voor Askelot eenH259, voor GathH1661eenH259, voor EkronH6138eenH259.Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.
Ook in dit vers
AskelonH831
KJVAnd these are the golden3emerods2which the Philistines6returned5for a trespass offering7unto the LORD;8for Ashdod9one,10for Gaza11one,12for Askelon13one,14for Gath15one,16for Ekron17one;18
1וְאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2טְחֹרֵ֣יH2914spenenemerod3הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הֵשִׁ֧יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6פְלִשְׁתִּ֛יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine7אָשָׁ֖םH817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)8לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לְאַשְׁדּ֨וֹדH795AsdodAhdod10אֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11לְעַזָּ֤הH5804GazaAzzah, Gaza12אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13לְאַשְׁקְל֣וֹןH831Askelon, AskelonietenAshkelon, Askalon14אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15לְגַ֥תH1661GathGath16אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17לְעֶקְר֥וֹןH6138EkronEkron18אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
18Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Ook goudenH2091muizenH5909, naar het getalH4557 van alleH3605stedenH5892 der FilistijnenH6430, onder de vijfH2568vorstenH5633, van de vasteH4013stedenH5892afH5704 tot aan de landvlekkenH6521; en totH5704 aan AbelH59, den grotenH1419 steen, op denwelken zij de arkH727 des HEERENH3068nedergesteldH3240 hadden, die totH5704 op dezenH2088dagH3117 is op den akkerH7704 van JozuaH3091, den Beth-semietH1030.Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
KJVAnd the golden2mice,1according to the number3of all the cities5of the Philistines6belonging to the five7lords,8both of fenced10cities,9and of country13villages,12even unto the great16stone of Abel,15whereon they set down18the ark21of the LORD:22which stone remaineth unto this day24in the field26of Joshua,27the Bethshemite.28
1וְעַכְבְּרֵ֣יH5909muizen, muismouse2הַזָּהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3מִסְפַּ֞רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine7לַחֲמֵ֣שֶׁתH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)8הַסְּרָנִ֔יםH5633vorsten, oversten, platenlord, plate9מֵעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10מִבְצָ֔רH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)11וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12כֹּ֣פֶרH3724verzoening, rantsoen, losgeldbribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village13הַפְּרָזִ֑יH6521dorpen, landvlekken, onbemuurdevillage14וְעַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15אָבֵ֣לH59AbelAbel16הַגְּדוֹלָ֗הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very17אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הִנִּ֤יחוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)19עָלֶ֨יהָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet24הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger25הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)26בִּשְׂדֵ֥הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild27יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)28בֵּֽיתH1030Beth-semietBethshemite29הַשִּׁמְשִֽׁיH1030Beth-semietBethshemite
19En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de Heere sloegH5221 onder die liedenH376 van Beth-SemesH1053, omdatH3588 zij in de arkH727 des HEERENH3068gezienH7200 hadden; ja, Hij sloegH5221 van het volkH5971zeventigH7657mannenH582, en vijftigH2572duizendH505 mannen. Toen bedreefH56 het volkH5971rouwH56, omdatH3588 de HEEREH3068 een grotenH1419slagH4347 onder het volkH5971geslagenH5221 had.En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
KJVAnd he smote1the men2of Bethshemesh,3because they had looked6into the ark7of the LORD,8even he smote9of the people10fifty13thousand14and threescore and ten11men:and the people17lamented,16because the LORD20had smitten19many of the people21with a great23slaughter.22
1וַיַּ֞ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2בְּאַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3בֵֽיתH1053Beth-semesBeth-shemesh4שֶׁ֗מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh5כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6רָאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7בַּאֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound10בָּעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)12אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty14אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand15אִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16וַיִּֽתְאַבְּל֣וּH56rouw, treuren, treurtlament, mourn17הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19הִכָּ֧הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound20יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21בָּעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people22מַכָּ֥הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)23גְדוֹלָֽהH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeidenH559 de liedenH582 van Beth-SemesH1053: WieH4310 zou kunnen bestaanH5975 voor het aangezichtH6440 van de HEEREH3068, dezenH2088heiligenH6918GodH430? En totH413wienH4310 van ons zal Hij optrekkenH5927?Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
KJVAnd the menof Bethshemesh3said,1Who is able6to stand7before8this holy11LORD9God?10and to whom shall he go up15from us?
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3בֵֽיתH1053Beth-semesBeth-shemesh4שֶׁ֔מֶשׁH1053Beth-semesBeth-shemesh5מִ֚יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6יוּכַ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer7לַעֲמֹ֔דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8לִפְנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הָאֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11הַקָּד֖וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint12הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14מִ֖יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God15יַעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work16מֵעָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo zondenH7971 zij bodenH4397totH413 de inwonersH3427 van Kirjath-JearimH7157, zeggendeH559: De FilistijnenH6430 hebben de arkH727 des HEERENH3068wedergebrachtH7725; komtH3381 af, haaltH5972 ze opwaartsH5927totH413 u.Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.
KJVAnd they sent1messengers2to the inhabitants4of Kirjathjearim,5saying,7The Philistines9have brought again8the ark11of the LORD;12come ye down,13and fetch it up14to you.
1וַֽיִּשְׁלְחוּ֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מַלְאָכִ֔יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5קִרְיַתH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim6יְעָרִ֖יםH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8הֵשִׁ֤בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13רְד֕וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14הַעֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲלֵיכֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 6:1— Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,1 Samuël 5:10→Psalmen 78:61→1 Samuël 5:3→1 Samuël 5:1→
1 Samuël 6:2— Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.Genesis 41:8→Exodus 7:11→Daniël 5:7→Daniël 2:2→Jesaja 2:6→Micha 6:6→Jesaja 47:12→Mattheüs 2:4→
1 Samuël 6:3— Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.1 Samuël 6:9→Deuteronomium 16:16→Exodus 23:15→1 Samuël 5:11→1 Samuël 5:7→Leviticus 7:1→1 Samuël 5:9→Leviticus 5:6→
1 Samuël 6:4— Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.1 Samuël 6:17→Jozua 13:3→Richteren 3:3→1 Samuël 5:9→1 Samuël 5:6→1 Samuël 6:5→Exodus 12:35→1 Samuël 5:12→
1 Samuël 6:5— Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.Jozua 7:19→1 Samuël 5:6→1 Samuël 5:11→Jesaja 42:12→Johannes 9:24→1 Samuël 5:3→Joël 1:4→1 Samuël 5:9→
1 Samuël 6:6— Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?Exodus 8:15→Exodus 14:17→Exodus 7:13→Exodus 9:34→Hebreeën 3:13→Romeinen 2:5→Exodus 8:32→Job 9:4→
1 Samuël 6:7— Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.2 Samuël 6:3→Numeri 19:2→1 Kronieken 13:7→
1 Samuël 6:8— Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.1 Samuël 6:3→
1 Samuël 6:9— Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.Jozua 15:10→Jozua 21:16→1 Samuël 6:3→Jesaja 26:11→Amos 3:6→Prediker 9:11→Lukas 10:31→2 Samuël 1:6→
1 Samuël 6:11— En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.1 Kronieken 15:13→2 Samuël 6:3→1 Kronieken 13:7→
1 Samuël 6:12— De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.Numeri 20:19→
1 Samuël 6:14— En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.2 Samuël 24:22→1 Samuël 7:9→1 Koningen 19:21→2 Samuël 24:25→1 Samuël 11:5→Exodus 20:24→2 Samuël 24:18→Richteren 21:4→
1 Samuël 6:15— En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.Jozua 3:3→
1 Samuël 6:16— En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.Richteren 3:3→Jozua 13:3→1 Samuël 6:4→1 Samuël 5:10→Richteren 16:23→1 Samuël 6:12→Richteren 16:5→
1 Samuël 6:17— Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.2 Samuël 1:20→2 Koningen 1:2→1 Samuël 6:4→1 Samuël 5:10→Zacharia 9:5→Jeremia 25:20→Richteren 1:18→1 Samuël 5:8→
1 Samuël 6:18— Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.Jozua 13:3→1 Samuël 6:14→Deuteronomium 3:5→
1 Samuël 6:19— En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.Exodus 19:21→2 Samuël 6:7→Numeri 4:20→Numeri 4:15→Deuteronomium 29:29→Kolossenzen 2:18→Leviticus 10:1→1 Petrus 4:17→
1 Samuël 6:20— Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?2 Samuël 6:9→Maleachi 3:2→Lukas 8:37→Leviticus 11:45→Numeri 17:12→1 Kronieken 13:11→Psalmen 76:7→1 Samuël 5:8→
1 Samuël 6:21— Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.1 Kronieken 13:5→Jozua 18:14→Jozua 9:17→Jeremia 7:14→Psalmen 78:60→Jeremia 7:12→Jozua 15:9→Richteren 18:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 6 vers 2— Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
waarmede wij ze
Anders, hoe
Hertaald:waarmede wij ze
Anders: hoe.
haar plaats zenden zullen
Te weten, in het land van Israël.
Hertaald:haar plaats zenden zullen
Namelijk: naar zijn plaats; in het land van Israël.
1 Samuël 6 vers 3— Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
ledig weg,
Dat is, niet zonder enig geschenk, of verering.
Hertaald:ledig weg,
Dat is: niet zonder enig geschenk, of gave.
Hem ganselijk een schuldoffer;
Te weten, den God Israëls.
Hertaald:Hem ganselijk een schuldoffer;
Namelijk: de God van Israël.
hand van u niet afwijkt
Dat is, de plaag of straf, die alleen van de macht en regering Gods komt.
Hertaald:hand van u niet afwijkt
Dat is: de plaag of straf, die alleen van de macht en het bestuur van God komt.
1 Samuël 6 vers 4— Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
vijf gouden muizen,
Van de muizen is tevoren niet gesproken.
Hertaald:vijf gouden muizen,
Van de muizen is eerder niet gesproken.
het getal van de vorsten der Filistijnen;
Zie van deze vijf vorsten, vs.17.
Hertaald:het getal van de vorsten der Filistijnen;
Zie over deze vijf vorsten vers 17.
het is enerlei plaag
Zij willen zeggen: de vorsten, oversten en het gemene volk te Ekron zijn van God met een en dezelfde plaag geplaagd.
Hertaald:het is enerlei plaag
Zij willen zeggen: de vorsten, oversten en het gewone volk te Ekron zijn door God met een en dezelfde plaag getroffen.
over u allen,
Hebreeuws, over hen allen; zie boven, 1 Sam. 5:11.
Hertaald:over u allen,
Hebreeuws: over hen allen; zie hierboven, 1 Sam. 5:11.
1 Samuël 6 vers 5— Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
uwer muizen,
Dat is, der muizen, die u geplaagd en gepijnigd hebben. Gelijk de spenen het lichaam der Filistijnen geplaagd hebben, alzo hebben de muizen hun schade gedaan aan hun bezaaid land, met het zaad te knagen en te eten.
Hertaald:uwer muizen,
Dat is: van de muizen die u geplaagd en gepijnigd hebben. Zoals de gezwellen het lichaam van de Filistijnen geplaagd hebben, zo hebben de muizen hun schade toegebracht aan hun ingezaaide land, door het zaad te knagen en op te eten.
geeft den God van Israël de eer;
Mits bekennende dat gij met recht van Hem gestraft zijt over uw vergrijp aan de ark des Heeren. Alzo spreekt ook Jozua tot Achan, Joz. 7:19.
Hertaald:geeft den God van Israël de eer;
Terwijl u erkent dat u terecht door Hem gestraft bent vanwege uw vergrijp tegen de ark van de HEERE. Zo spreekt ook Jozua tot Achan, Joz. 7:19.
god, en van over uw land
Te weten, Dagon.
Hertaald:god, en van over uw land
Namelijk: Dagon.
1 Samuël 6 vers 6— Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
Egyptenaars en Faraö
Deze manier van spreken, te weten, dat enig ding in het algemeen gezegd wordt, en daarna het een of ander in het bijzonder, wordt meermalen in de Heilige Schrift gebruikt, gelijk Joz. 2:1; 1 Kon. 11:1; 2 Sam. 2:1; Ps. 18:1, en Marc. 16:7.
Hertaald:Egyptenaars en Faraö
Deze manier van spreken, waarbij iets eerst in het algemeen gezegd wordt en daarna het een of ander in het bijzonder, wordt vaker in de Heilige Schrift gebruikt, zoals Joz. 2:1; 1 Kon. 11:1; 2 Sam. 2:1; Ps. 18:1, en Marc. 16:7.
toen Hij
Anders, toen Hij met hen doende was, of, toen Hij zich oefende aan hen, of, nadat Hij hen bespot had
Hertaald:toen Hij
Anders: toen Hij met hen bezig was, of: toen Hij Zijn kracht aan hen toonde, of: nadat Hij hen bespot had.
hen gehandeld had,
Te weten, de Egyptenaars.
Hertaald:hen gehandeld had,
Namelijk: de Egyptenaren.
hen laten trekken,
Te weten, de Israëlieten.
Hertaald:hen laten trekken,
Namelijk: de Israëlieten.
heengingen?
Te weten uit Egypte.
Hertaald:heengingen?
Namelijk: uit Egypte.
1 Samuël 6 vers 7— Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
neemt en maakt
Anders, maakt en neemt een nieuwen wagen
Hertaald:neemt en maakt
Anders: maakt en neemt een nieuwe wagen.
nieuwen wagen,
De heidense priesters hebben geacht dat het onbetamelijk was, dat men de ark des Heeren zou zetten en voeren op een wagen, die tevoren tot boerenwerk of tot anderen arbeid was gebruikt geweest; zie iets dergelijks 2 Sam. 6:3.
Hertaald:nieuwen wagen,
De heidense priesters vonden het ongepast dat men de ark van de HEERE zou zetten en vervoeren op een wagen die eerder voor boerenwerk of ander werk gebruikt was; zie iets dergelijks 2 Sam. 6:3.
haar kalveren
Hebreeuws, haar zonen, of kinderen; alzo ook vs.10.
Hertaald:haar kalveren
Hebreeuws: haar zonen, of kinderen; zo ook in vers 10.
weder naar huis
Dit vermeerdert het wonderwerk, dat de koeien niet wedergekeerd zijn naar haar zuigelingen.
Hertaald:weder naar huis
Dit vergroot het wonder, dat de koeien niet naar hun jongen teruggekeerd zijn.
1 Samuël 6 vers 8— Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
kleinoden,
Hebreeuws, vaten, gereedschap; te weten, de gouden spenen en muizen.
Hertaald:kleinoden,
Hebreeuws: vaten, gereedschap; namelijk: de gouden gezwellen en muizen.
Hem ten schuldoffer vergelden zult,
Te weten, den God Israëls.
Hertaald:Hem ten schuldoffer vergelden zult,
Namelijk: de God van Israël.
1 Samuël 6 vers 9— Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan;
Dat is, zo zullen wij daaruit bekennen dat de God Israëls ons deze plaag heeft toegezonden.
Hertaald:heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan;
Dat is: dan zullen wij daaruit erkennen dat de God van Israël ons deze plaag heeft toegezonden.
toeval geweest
Dat is, iets waarvan men de natuurlijke of de regerende oorzaak niet weten kan.
Hertaald:toeval geweest
Dat is: iets waarvan men de natuurlijke of de bestuurde oorzaak niet kan weten.
1 Samuël 6 vers 10— En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
kalveren sloten zij in huis
Hebreeuws, haar kinderen, of zonen.
Hertaald:kalveren sloten zij in huis
Hebreeuws: haar kinderen, of zonen.
1 Samuël 6 vers 11— En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.
spenen
Of, aarzen.
Hertaald:spenen
Of: aambeien.
1 Samuël 6 vers 12— De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.
Beth-sémes op een straat;
Zie van deze stad Joz. 15:10 in de aantekeningen, en Joz. 21:16.
Hertaald:Beth-sémes op een straat;
Zie over deze stad Joz. 15:10 in de aantekeningen, en Joz. 21:16.
zij gingen steeds voort,
Hebreeuws, zij gingen gaande
Hertaald:zij gingen steeds voort,
Hebreeuws: zij gingen gaande.
al loeiende,
Te weten, omdat zij van haar kalveren afgetrokken waren, want ook de beesten hebben hun jongen liEf.
Hertaald:al loeiende,
Namelijk: omdat zij van hun kalveren gescheiden waren, want ook dieren houden van hun jongen.
weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand;
Hieruit is af te nemen dat er verscheidene straten of bijwegen geweest zijn; maar deze koeien zijn, door de regering Gods, den rechten weg naar Beth-Semes ingegaan.
Hertaald:weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand;
Hieruit is af te leiden dat er verschillende straten of zijwegen geweest zijn; maar deze koeien zijn, door het bestuur van God, de rechte weg naar Beth-Semes ingegaan.
1 Samuël 6 vers 13— En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.
maaiden den tarweoogst
Dit placht in het Joodse land te geschieden omtrent pinksteren, Lev 23, dat is, in de maand Mei, of kort daarna. Derhalve is de ark van de Filistijnen genomen omtrent het begin van November, want zij is zeven maanden in hun land geweest, vs.1.
Hertaald:maaiden den tarweoogst
Dit gebeurde in het Joodse land meestal rond pinksteren, Lev. 23, dat is: in de maand mei, of kort daarna. Daarom is de ark waarschijnlijk rond het begin van november door de Filistijnen genomen, want zij is zeven maanden in hun land geweest, vers 1.
1 Samuël 6 vers 14— En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.
zij kloofden het hout van den wagen,
Te weten, de Levietische priesters, die te Beth-Semes woonden, gelijk blijkt vs.15. Want deze stad was den Levieten tot een woning gegeven. Zie Joz. 21:16. Het ambt van dezen was de ark aan te tasten en te dragen; Num. 4:5, enz.
Hertaald:zij kloofden het hout van den wagen,
Namelijk: de Levitische priesters, die te Beth-Semes woonden, zoals blijkt uit vers 15. Want deze stad was aan de Levieten tot woonplaats gegeven. Zie Joz. 21:16. Het was hun taak de ark aan te raken en te dragen; Num. 4:5, enzovoort.
1 Samuël 6 vers 15— En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
offerden brandofferen,
Dat is, zij behandigden den priesters beesten ten brandoffer, enz.
Hertaald:offerden brandofferen,
Dat is: zij overhandigden de priesters dieren voor het brandoffer, enzovoort.
1 Samuël 6 vers 18— Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
Abel,
Dat is, klacht. Zie van dezen steen boven, vs.14,15. Waarom hij zo genaamd wordt, zie vs.19. Vergelijk Gen. 50:11.
Hertaald:Abel,
Dat is: klacht. Zie over deze steen hierboven, vers 14, 15. Waarom hij zo genoemd wordt, zie vers 19. Vergelijk Gen. 50:11.
die tot op dezen dag is
Eenigen verstaan hier de ark, maar anderen den steen, hetwelk gelooflijker is.
Hertaald:die tot op dezen dag is
Sommigen betrekken dit op de ark, maar anderen op de steen, wat aannemelijker is.
1 Samuël 6 vers 19— En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
in de ark des HEEREN gezien hadden;
Tegen het bevel Gods, Num. 4:5, Num. 4:20. Het schijnt wel dat de Beth-Semieten al te nieuwsgierig geweest zijn, om te zien of de Filistijnen iets uit de ark genomen of daarbij gedaan hadden, en het schijnt dat er enige stoute verachtzaamheid mede vermengd is geweest.
Hertaald:in de ark des HEEREN gezien hadden;
Tegen het gebod van God, Num. 4:5, Num. 4:20. Het lijkt erop dat de inwoners van Beth-Semes al te nieuwsgierig zijn geweest om te zien of de Filistijnen iets uit de ark genomen of erbij gedaan hadden, en het lijkt erop dat daar ook een zekere brutale onachtzaamheid mee gemoeid is geweest.
van het volk
Te weten, van de andere Israëlieten, die daar lagen om de wacht te houden, opdat hun landpalen niet beschadigd werden; ook van die, welke daar van alle stammen gekomen waren om de ark te zien, op de tijding dat die weder tehuis gekomen was.
Hertaald:van het volk
Namelijk: van de andere Israëlieten, die daar lagen om wacht te houden, zodat hun grondgebied niet geschonden werd; ook van hen die van alle stammen daarheen gekomen waren om de ark te zien, op het bericht dat zij weer thuisgekomen was.
1 Samuël 6 vers 20— Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
van den HEERE,
Dat is, voor den HEERE, die boven de ark zich openbaarde.
Hertaald:van den HEERE,
Dat is: voor de HEERE, Die Zich boven de ark openbaarde.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Beth-Semes — Hebreeuws voor "huis van de zon" (mogelijk een oude zonnecultusplaats)
Ligging: In de Sefela, op de grens tussen Juda en de Filistijnse kustvlakte, aan de weg tussen Ekron en Kirjath-Jearim.
Geschiedenis: Hier kwam de ark des verbonds aan, nadat de Filistijnen haar, na zeven maanden van builenplagen, met schuldoffers van gouden builen en muizen op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien, hadden teruggezonden — de koeien liepen, zonder menselijke sturing, rechtstreeks van Filistijns gebied naar Beth-Semes, het bewijs dat de HEERE Zelf achter de plagen zat (1 Sam. 6:1-16). Toen sommige inwoners echter in de ark keken, sloeg de HEERE hen, en stierven er zeventig man — waarna de ark spoedig naar Kirjath-Jearim werd overgebracht (1 Sam. 6:19-21). Later een Levietenstad (Joz. 21:16) en het toneel van koning Amazia's nederlaag tegen Israël (2 Kon. 14:11-13).
Bijbelse betekenis: Zowel de plaats van een groot wonder — de sturende hand van de HEERE zelfs over redeloze dieren — als van een ernstige waarschuwing dat heiligheid niet lichtvaardig benaderd mag worden: zelfs Israëlieten, niet alleen heidenen, werden gestraft toen zij de ark zonder eerbied bejegenden (vgl. Num. 4:20).
Archeologie: Tel Beth-Sjemesj is uitvoerig opgegraven, met bewoningssporen vanaf de vroege bronstijd tot de Israëlitische koningstijd, waaronder een indrukwekkend watersysteem en resten die de grensligging tussen Juda en de Filistijnen bevestigen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De ark keert terug (het teken van de koeien) — de Filistijnen zenden de ark, na zeven maanden van plagen, terug op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien zonder juk. Dit is een test die moet bewijzen of de plagen werkelijk van de HEERE kwamen: "zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest" (1 Sam. 6:9)
Na zeven maanden roepen de Filistijnse priesters op de ark terug te zenden met een schuldoffer van gouden spenen en muizen, "naar het getal van de vorsten der Filistijnen" (1 Sam. 6:1-5). Zij waarschuwen daarbij hun hart niet te verzwaren zoals Farao eens deed (1 Sam. 6:6). Zij bedenken een test: twee koeien die pas gekalfd hebben, van hun kalveren gescheiden, aan een nieuwe wagen gespannen — tegen elk natuurlijk instinct in zouden zij naar hun jongen terug moeten keren. Gaan zij in plaats daarvan rechtstreeks naar Beth-Semes, dan is dit werkelijk van de HEERE (1 Sam. 6:7-9). De koeien gaan "recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat", loeiend om hun kalveren maar zonder naar rechts of links af te wijken (1 Sam. 6:10-12). Het volk van Beth-Semes verheugt zich en offert de koeien zelf ten brandoffer (1 Sam. 6:13-15). Maar sommigen van hen kijken in de ark — iets dat alleen de hogepriester mocht, en dat nog slechts eenmaal per jaar — en de HEERE slaat velen van hen. Het volk vraagt vervolgens de ark naar Kirjath-Jearim te brengen (1 Sam. 6:19-21).
Bijbelse betekenis: De Filistijnen, heidenen zonder de wet, kennen toch een gezonde eerbied voor wat heilig is en bedenken een test die niets aan het toeval overlaat. Beth-Semes, een Israëlitische priesterstad die de wet uit het hoofd zou moeten kennen, behandelt de ark juist lichtvaardig. De les raakt daarmee niet in de eerste plaats de Filistijnen maar Israël zelf: bekendheid met heilige dingen is geen vrijbrief voor onachtzaamheid — eerder het tegendeel, want wie meer weet, wordt naar meer geoordeeld.
Typologie: Dat vertrouwdheid met heilige dingen geen vrijbrief is, maar juist een strenger oordeel met zich meebrengt, schrijft Petrus: "Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?" (1 Petr. 4:17).
I. Vs. 1-7KruisverwijzingenJozua 7:19→Genesis 41:8→Exodus 7:11→1 Samuël 6:17→Jozua 13:3→Richteren 3:3→Exodus 8:15→Exodus 14:17→ — Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was, Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen. Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt. Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten. Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land. Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen? Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis. : 1. Nadat de ark zeven maanden in het land van de Filistijnen geweest is, wordt zij door deze volgens de raad van de priesters en waarzeggers op een nieuwe wagen geplaatst, die door jonge zogende koeien getrokken wordt en zo naar Israël teruggezonden. Geschenken ter verzoening zijn daarbij geplaatst en opzettelijk laten de vorsten van de Filistijnen de wagen aan de koeien over om de macht van Israëls God op de proef te stellen. De koeien, hoewel zij haar verlangen naar de achtergebleven kalveren door onophoudelijk loeien te kennen geven, gaan de rechte weg, zonder rechts of links af te dwalen en brengen de wagen bij een grote steen aan de grenzen van de stad Beth-Semes. Daar is men juist met de tarweoogst bezig; men verheugt zich zeer, als men weer de ark van de Heere ziet. De Levieten heffen haar van de wagen af en zetten haar met het kistje, dat de gouden kleinoden van de Filistijnen bevat, op de steen neer; vervolgens wordt het hout van de wagen tot een brandoffer gebezigd, waartoe men de koeien neemt, en op dit offer volgen nog andere. De ark van het verbond brengt echter ook de Bethsemieten verderf aan, omdat velen van hen zich bezondigen door een nieuwsgierig beschouwen, dat met de heiligheid van de woonplaats van de Heere in strijd is; daarom worden de burgers van Kirjath-Jearim verzocht, het heiligdom naar hun stad te halen en op de hoogte van hun stad te plaatsen, hetgeen zij dan ook doen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 5:10→Psalmen 78:61→1 Samuël 5:3→1 Samuël 5:1→— Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,
Toen nu, zoals in het vorige hoofdstuk is meegedeeld, de ark van de HEERE zeven maanden 1) in het land van de Filistijnen geweest was, en zij daar in alle steden, waar zij geweest was, verderf had teweeggebracht, zodat men besloot haar naar Israël terug te zenden;
Zeven maanden waren zij gestraft, omdat zij de ark niet eerder wilden terugzenden. Zondaars verlengen dikwijls hun ellenden, omdat zij weigeren van hun zonde te scheiden.
KruisverwijzingenGenesis 41:8→Exodus 7:11→Daniël 5:7→Daniël 2:2→Jesaja 2:6→Micha 6:6→Jesaja 47:12→Mattheüs 2:4→— Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
Zo riepen de Filistijnen, toen zij hun voornemen ten uitvoer wilden brengen, de priesters en de waarzeggers, om in deze zaak raad te geven, zeggende: Wat zullen wij met de ark van de HEERE doen, wanneer wij haar thans weer terugzenden? laat ons weten, waarmee wij ze naar haar plaats zenden zullen; 1) op welke wijze en onder welke plechtigheden zullen wij dat doen?
Zij hadden Dagon buiten de grenzen moeten werpen en daarentegen de machtige God van Israël, de HEERE, tot hun beschermer moeten kiezen; zij besluiten echter in plaats daarvan, de ark buiten te stoten en Dagon te behouden. Zo doen goddeloze mensen, zij denken er slechts over, hoe zij bevrijd worden van God en Zijn verborgen plagen, hoe zij zich aan Zijn tucht onttrekken zullen, en hoe zij zich aan de zonde vastklemmen en haar behouden zullen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:9→Deuteronomium 16:16→Exodus 23:15→1 Samuël 5:11→1 Samuël 5:7→Leviticus 7:1→1 Samuël 5:9→Leviticus 5:6→— Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
Zij dan zeiden: Indien gij de ark van de God van Israël wegzendt, en wij moeten dit voornemen goedkeuren, zendt haar niet leeg weg, maar vergeldt Hem, de God van Israël, aan Wiens heiligdom gij u vergrepen hebt, geheel een schuldoffer tot uitdelging van de bedreven verkeerdheid, dan
zult gij, naar wij geloven, genezen worden, en u zal bekend worden, waarom zijn hand van u niet afwijkt, zo lang gij de ark nog niet teruggegeven hebt; met anderewoorden: wordt gij gezond wanneer gij naar onze raad handelt, zo hebt gij daarin een zeker teken, dat het ongeluk u niet toevallig overkomen is, maar een werk van Zijn hand is om u te straffen voor het behouden van Zijn heiligdom.
De Priesters spraken hier voorwaardelijk. Zij zijn er zelf nog niet van overtuigd, of de ziekte een gevolg is van de ark, ja of nee. Zij raden echter de Filistijnen aan te doen en te handelen alsof de plaag hen daarom wel is overkomen en spreken nu van de z.g. wijgeschenken, die zij hebben te brengen als schuldoffer.
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:17→Jozua 13:3→Richteren 3:3→1 Samuël 5:9→1 Samuël 5:6→1 Samuël 6:5→Exodus 12:35→1 Samuël 5:12→— Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
Toen wonnen zij verder de raad van hun priesters in, en zeiden zij: Wat is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden builen 1) en vijf gouden muizen, 2) afbeeldingen van de beide plagen, naarhet getal van de vorsten van de Filistijnen (Joz.13: 3): want het is een plaag over u allen en over uw vorsten; daarom moet ook het schuldoffer van ieder van de vorsten, die hun volk vertegenwoordigen, hetzelfde zijn.
Het was een in de heidense oudhoud ver verbreide gewoonte, dat degenen, die van een plaag geheeld wilden worden of reeds genezen waren, als schuld- of dankoffer een kostbare afbeelding van het geplaagde lid of van het plagende voorwerp aan die god toewijdden, van wie zij de genezing verwachtten of meenden verkregen te hebben. Die uit een schipbreuk gered waren, hingen een afbeelding daarvan, of hun van water doornatte kleding, de krijgslieden hun zwaard, de vrijgelatenen een keten, in de tempel op. Van de 4e tot de 5e eeuw na Christus werden afbeeldingen van ogen, handen enz., wanneer die genezen waren, door Christenen in hun kerken en op heilige plaatsen opgehangen. Bedevaartsgangers in Indië, die van enig kwaad bevrijd wensen te worden, nemen op hun reis naar de pagoden een afbeelding van het lijdende deel in goud, zilver of koper mee. De betekenis van dit offer is deze: door God als geschenk te brengen juist datgene, waardoor zij gestraft zijn, belijden zij, dat Hij zelf hen gestraft heeft en eren zij Zijn macht; zo hopen zij nu door uitdelging van hun schuld weer vrij te worden en te blijven.
De vijf gouden builen zijn eigenlijk afbeeldingen van dat gedeelte van het lichaam, waarin de kwaal zich gezet had en waarin de ziekte zelf tevens vertoond werd.
De veldmuizen zijn bij hun ontzaglijke vermeerdering en grote vraatzucht reeds dikwijls voor de velden zo schadelijk geworden, dat binnen korte tijd de gehele oogst vernietigd was (Aristot. anim. VI.37; Strabo III. p.160; Plin. hist. n. X. 65; Bochart Hieroz. II p.429 ed. Rosenm.).
KruisverwijzingenJozua 7:19→1 Samuël 5:6→1 Samuël 5:11→Jesaja 42:12→Johannes 9:24→1 Samuël 5:3→Joël 1:4→1 Samuël 5:9→— Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
Zo maakt dan, volgens onze raad, beelden van uw builen en beelden van uw muizen, die het land verderven, en geeft door het brengen van dit schuldoffer de God van Israël de eer;
daardoor toch erkent gij dat die dubbele plaag door Hem u is toegezonden en ook alleen weer door Hem weggenomen kan worden; misschien en wij geloven het met zekerheid, zal Hij Zijn straffende hand verlichten van over u, en van over uw god Dagon, die Hij zijn machteloosheid heeft laten voelen, en van over uw land, waarvan het gewas verdorven werd.
Maar, vraag ik, of zij nu een betere gedachte beginnen te voeden en er ernstig over gaan nadenken om Hem te vereren en te dienen? Volstrekt niet. Maar zij hopen, dat zij Zijn wrekende hand, die zij vrezen, zullen ontvluchten, door haar (de ark) van zich te verwijderen en weg te zenden. Hieruit wordt ons meer en meer openbaar, hoe groot de hardnekkigheid van de ongelovigen is die, indien de beproeving van de goddelijke straffen hun nog treffen, zodat er geen plaats over blijft om het te ontkennen en zij de vrees voor de goddelijke oordelen en Zijn macht niet kunnen wegcijferen, niet hun moedwil en hardheid van hart afleggen, maar slechts een schuilplaats ertegen of een ontwijken ervan zoeken, terwijl zij zich, indien zij slechts konden, aan de Goddelijke macht zouden ontrukken.
KruisverwijzingenExodus 8:15→Exodus 14:17→Exodus 7:13→Exodus 9:34→Hebreeën 3:13→Romeinen 2:5→Exodus 8:32→Job 9:4→— Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
Waarom toch zou gij het tot het ergste laten komen door uw hart te verzwaren, te verstokken, zoals de Egyptenaars en farao hun hart verzwaard hebben, 1)en zich met alle macht tegen de wil van Israëls God verzet hebben? Zij zijn toch genoodzaakt door Zijn machtige arm, en heeft hun verzet hun iets anders gebaat, dan dat telkens nieuwe en zwaardere plagen kwamen, hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, henlaten vertrekken, dat zij (de kinderen van Israël) heengingen
uit Egypte (Ex.12: 31)?
Deze vraag komt niet voort uit liefde tot God, noch uit erkenning van Zijn Heiligheid en Rechtvaardigheid, maar uit het gevoel van zich niet straffeloos tegen de God van Israël te kunnen verzetten. Zij duchten de wraak van God, maar zij verkiezen Hem niet te eren en te erkennen als hun God.
Deze is de wijze van goddeloze leraars; zij erkennen wel het een en ander, dat goed is, maar zij blijven daarbij toch verkeerd.
Kruisverwijzingen2 Samuël 6:3→Numeri 19:2→1 Kronieken 13:7→— Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
Nu dan, opdat gij u overtuigt, dat de nood, die u getroffen heeft, door de hand van de God van Israël u toegezonden is, neemt en maakt een nieuwe 1) wagen,want een reeds gebruikte zou bij een godsdienstige handeling niet betamen (Richteren 16: 11) en twee zogende koeien, waarop geen juk gekomen is (Deuteronomium 21: 3); spant de koeien aan de wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weer naar huis in de stal.
De nieuwe wagen en de koeien, die nog nooit onder het juk waren geweest, staan in verband met de heiligheid van de ark van het verbond. Ook de Filistijnen doet de Heere betrachten, wat met de heiligheid van Zijn dienst in verband staat. Bovendien zou het de zaak nog vergroten, indien deze koeien, die zogende waren en nog niet onder het juk waren geweest, toch gingen vertrekken en de ark naar Kanaän terugbrachten. Het lag toch voor de hand, dat in een gewoon geval deze beesten naar haar kalveren waren teruggekeerd en geenszins den haar onbekende weg waren gegaan. De leiding van God zou dan op bijzondere wijze zichtbaar worden, indien zij deden, wat zij gedaan hebben.
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:3→— Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
Neemt dan de ark van de HEERE, en zet ze op de wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuldoffer vergelden zult in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
KruisverwijzingenJozua 15:10→Jozua 21:16→1 Samuël 6:3→Jesaja 26:11→Amos 3:6→Prediker 9:11→Lukas 10:31→2 Samuël 1:6→— Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
Ziet dan slechts toe uit de verte, zonder de koeien te drijven of te besturen, indien zij (de ark) door de koeien getrokken, de weg van haar gebied opgaat naar Beth-Semes, de twee mijl van Ekron zuidoostelijk gelegen Israëlitische priesterstad, de grensstad aan het gebied van de Filistijnen (Joz.10: 21,16), zo heeft Hij (de God van Israël) ons dit groot kwaad gedaan. Zo toch de jonge zogende koeien niet alleen vanzelf beginnen te trekken en de rechte weg vinden, maar zelfs haar kalveren achterlaten, zonder tot deze terug te lopen, dan is dit zo geheel tegen de natuur van deze dieren, dat alleen de macht van die God, aan Wie de ark behoort, zo’n wonder kan teweeggebracht hebben. Maar zo de koeiendie weg niet opgaan, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft, dat dit kwaad niet in verband staat met het wegnemen van de ark; het is ons een toeval geweest, een ongeluk zonder bijzondere oorzaak.
— En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
De koeien nu gingen werkelijk recht in die weg, op de weg naar Beth-Semes, nu Ain-Semes, op een straat, zonder dat iemand haar geleidde of aanzette; zij gingen steedsvoort
al loeiende, omdat zij naar haar kalveren terugwilden en toch, zij weken noch ter rechternoch ter linkerhand, 2) omdat zij door een onzichtbare hand gedreven werden; en de vorsten van de Filistijnen gingen achter deze tot aan het gebied van Beth-Semes, omnauwkeurig de uitslag op te merken.
In het Hebreeuws Jischarna badèrek. Letterlijk, zij waren recht op de weg, in de zin van zonder te wijken rechts of links gingen zij in een rechte lijn voort. Dat erbij staat al loeiende, daarmee wil de schrijver aanduiden, dat het geheel tegen haar natuur inging, dat zij werden aangetrokken tot haar kalveren, maar dat een Hogere macht, de macht van God, ze bestuurde.
Deze twee koeien kenden haar bezitter, haar eigen bezitter (Jes.1: 3), die Hofni en Pinehas niet kenden. Laten wij hieruit leren, dat God onderwijst in het horen en in het volgen, en dat wij met schaamte vervuld moeten worden, indien wij niet onze slechtheid en hardheid belijden en betreuren.
KruisverwijzingenJozua 3:3→— En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
En de Levieten, die tot de burgers van die stad behoorden en met de priesters geroepen waren, namen, voordat men de wagen (vs.14) kloofde volgens hun roeping (Num.4: 1vv.), de arkvan de HEERE af en het koffertje, dat daarbij was (vs.8) waarin de gouden kleinoden waren en zetten ze op die grote steen, waarbij de koeien waren blijven staan, en waarop het offer (vs.14) als op een voor de ark opgericht altaar 1)gebracht werd; en de mensen van Beth-Semes offerden brandoffers, behalve het brandoffer van de koeien (vs.14), die de wagen met de ark getrokken hadden en zij slachtten slachtoffers voor de HEERE op deze dag, deels om hun schuld te verzoenen, deels om zich opnieuw aan God over te geven en zich over Zijn gemeenschap te verheugen.
Dit was geen overtreding van het gebod (Deuteronomium 12: 4vv.) om de Heere slechts op de plaats van Zijn heiligdom te offeren, want de ark was toch de troon van Gods aanwezigheid, waarvoor ook bij de tent der samenkomst geofferd werd. Daarenboven was Silo als plaats van Zijn woning door God verworpen, en daarentegen deze plaats hier door de buitengewone openbaring in dit wonder, dat plaatsvond, geheiligd.
Nadat men de wagen met de koeien de Heere als een brandoffer geofferd had, gaven de bewoners van Beth-Semes hun vreugde te kennen over de terugkeer van de ark van het verbond door nog een daad te kennen, n.l. door het brengen van brand- en slachtoffers. In de brandoffers wilden zij van nu af aan zich met alle leden de Heere tot Zijn dienst wijden, en door de slachtoffers, die in het offermaal wortelden, de levensgemeenschap met de Heere opnieuw bezegelen.
KruisverwijzingenJozua 13:3→1 Samuël 6:14→Deuteronomium 3:5→— Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
Ook gaven zij evenzo tot een schuldoffer gouden muizen, maar deze in veel groter getal, omdat die plaag zich over het gehele land verspreid had, zij gaven deze naar het getal van alle steden van de Filistijnen, die onder de vijf vorsten stonden, van de vaste met muren omgeven steden af tot aan de gehuchten, de dorpen (Deuteronomium 3: 5), en wel alle plaatsen tot aan Abel 1) de grote steen, die zijn naam “klacht” ontving naar de smart die de Beth-Semieten daar later voelden (vs.19), en waarop zij de ark van de HEERE gesteld hadden. Deze steen, die tot op deze dag als een gedenksteen van dit wonder op de akker van Jozua de Beth-Sémiet, staat, was de grens tussen het land van Israël en dat van de Filistijnen.
De LXX leest in plaats van Abel, Eben = Steen en waarschijnlijk niet ten onrechte. Sommigen willen ook voor de (Ad) tot aan lezen de (Eed) getuige. De vertaling zou dan aldus wezen: Getuige is de grote steen, waarop zij enz.
KruisverwijzingenExodus 19:21→2 Samuël 6:7→Numeri 4:20→Numeri 4:15→Deuteronomium 29:29→Kolossenzen 2:18→Leviticus 10:1→1 Petrus 4:17→— En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
En de HEERE sloeg, toen de ark buiten op die vrije plaats stond, onder de mensen van Beth-Semes, en nam hen door een plotselinge dood weg, omdat zij, het goddelijk verbod (Num.4: 20) niet achtende, in de ark van de HEERE gekeken hadden; ja Hij sloeg, omdat men zich door enkele voorbeelden niet liet tegenhouden en voortging met die zonde, van het volk zeventig mannen en 1) vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een grote slag onder het volk geslagen had.
Het is nauwelijks te denken, dat er zovelen zouden zijn omgekomen, omdat het inwonertal in Beth-Semes hoogstens 50.000 zal geweest zijn, en zij dus zo goed als geheel verdelgd zouden zijn, hetgeen tegen het volgende vers strijdt. Nu is ook in de Hebreeuwse tekst de opgaaf van het getal zeer opmerkelijk: “zeventig man, vijftigduizend man”, omdat het plaatsen van het kleinere vóór het grotere geheel ongewoon is, en bij de verbinding van beide getallen, het woordje “en” ontbreekt, dat in geen geval had mogen wegblijven, wanneer men verstaan moet: “vijftigduizend en zeventig man.” In sommige Hebreeuwse handschriften ontbreekt de opgaaf: “vijftigduizend” en Josefus spreekt in zijn verhaal van deze gebeurtenis (Ant. IV 1,4) slechts van 70 gedoden. Waarschijnlijk zal men hebben aan te nemen, dat de betekenis is 70 mannen uit 50.000, namelijk van het gehele inwonertal van Beth-Semes. Bochart in zijn Hierozoicon verklaart daarentegen: “zeventig man, vijftig van de duizend man” zodat het twintigste gedeelte van de inwoners gevallen zou zijn, en deze slechts 1400 zielen bedragen zou hebben.
Calvijn is van mening, dat onder die 50.000 man begrepen zijn, de Filistijnen, die reeds gestorven waren, toen de ark in hun land was, maar neemt ook aan, dat van Beth-Semes slechts 70 man zijn gedood.
Beth-Semes was een priesterstad. Zij konden dus weten, hoe de Heere geheiligd moest worden. En daarom wordt hun onheilig behandelen van het Heilige op zo indrukwekkende wijze gestraft, opdat Israël zou leren, weer een heilig volk te worden.
Kruisverwijzingen2 Samuël 6:9→Maleachi 3:2→Lukas 8:37→Leviticus 11:45→Numeri 17:12→1 Kronieken 13:11→Psalmen 76:7→1 Samuël 5:8→— Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
Toen zeiden de mensen van Beth-Semes, toen zij de gemeente van Israël tezamen geroepen hadden, om te beraadslagen, hoe zij verder de gerichten van God zoudenafwenden: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, deze heilige God? 1) Wij wagen het niet langer de Heere in Zijn heiligdom bij ons te houden, en daarom is de vraag: tot wie van ons zal Hij optrekken?
Voor God te staan, om Hem ere te geven, gezegend zij Zijn naam! het is niet onmogelijk; wij zijn door Christus genodigd, bemoedigd en bekwaam gemaakt om dit te doen, maar voor God te staan om met Hem te twisten, daartoe zijn wij niet bekwaam. Wie is in staat onmiddellijk voor de troon van Zijn heerlijkheid te staan en Hem te aanschouwen? (1 Tim.6:
. Wie kan voor de rechterstoel van Zijn vlekkeloze rechtvaardigheid staan en zijn zaak goed maken? (Psalm 130: 2; 148: 2). Wie vermag te bestaan voor de toorn van Zijn macht, en die of te weerstaan of de slagen te verdragen? (Psalm 76: 7). De gevolgtrekking, die zij maken; is alleszins juist. Als zo’n straf volgde op het nieuwsgierig inzien in de ark, wie zou dan kunnen bestaan voor de God van de ark. Onwillekeurig denken wij hierbij aan de waarschuwing, om het bloed van het Nieuwe Testament, het bloed van Hem, die door de Ark in Zijn Godmenselijke natuur werd afgebeeld, niet onrein te achten. Want dit onrein achtende, dan mogen en moeten ook wij vragen: Wie zal dan kunnen bestaan voor zo’n heilig en rechtvaardig God?.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 13:5→Jozua 18:14→Jozua 9:17→Jeremia 7:14→Psalmen 78:60→Jeremia 7:12→Jozua 15:9→Richteren 18:12→— Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.
Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim (= woudstad), het huidige Kureyet el Enab (= stad van de wijndruiven), ongeveer 5 uur noordwestelijk van Jeruzalem gelegen (Joz.15: 9), zeggende: De Filistijnen hebben de ark van de HEERE teruggebracht; zij is bij ons, maar wij kunnen haar niet bij ons behouden, omdat wij haar voor de blikken van de nieuwsgierigen niet kunnen verbergen. Komt gij hierheen en haalt ze opwaarts tot u, 1) want bij uw stad is een aanzienlijke hoogte, zodat de toegang gemakkelijk verhinderd kan worden.
Dus vervalt de dwaze mens van het ene uiterste in het andere, van een vermetele veralgemening tot een slaafse schuwheid.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 6
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-7KruisverwijzingenJozua 7:19→Genesis 41:8→Exodus 7:11→1 Samuël 6:17→Jozua 13:3→Richteren 3:3→Exodus 8:15→Exodus 14:17→
— Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was, Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen. Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt. Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten. Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land. Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen? Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
: 1. Nadat de ark zeven maanden in het land van de Filistijnen geweest is, wordt zij door deze volgens de raad van de priesters en waarzeggers op een nieuwe wagen geplaatst, die door jonge zogende koeien getrokken wordt en zo naar Israël teruggezonden. Geschenken ter verzoening zijn daarbij geplaatst en opzettelijk laten de vorsten van de Filistijnen de wagen aan de koeien over om de macht van Israëls God op de proef te stellen. De koeien, hoewel zij haar verlangen naar de achtergebleven kalveren door onophoudelijk loeien te kennen geven, gaan de rechte weg, zonder rechts of links af te dwalen en brengen de wagen bij een grote steen aan de grenzen van de stad Beth-Semes. Daar is men juist met de tarweoogst bezig; men verheugt zich zeer, als men weer de ark van de Heere ziet. De Levieten heffen haar van de wagen af en zetten haar met het kistje, dat de gouden kleinoden van de Filistijnen bevat, op de steen neer; vervolgens wordt het hout van de wagen tot een brandoffer gebezigd, waartoe men de koeien neemt, en op dit offer volgen nog andere. De ark van het verbond brengt echter ook de Bethsemieten verderf aan, omdat velen van hen zich bezondigen door een nieuwsgierig beschouwen, dat met de heiligheid van de woonplaats van de Heere in strijd is; daarom worden de burgers van Kirjath-Jearim verzocht, het heiligdom naar hun stad te halen en op de hoogte van hun stad te plaatsen, hetgeen zij dan ook doen.
Toen nu, zoals in het vorige hoofdstuk is meegedeeld, de ark van de HEERE zeven maanden 1) in het land van de Filistijnen geweest was, en zij daar in alle steden, waar zij geweest was, verderf had teweeggebracht, zodat men besloot haar naar Israël terug te zenden;
Zeven maanden waren zij gestraft, omdat zij de ark niet eerder wilden terugzenden. Zondaars verlengen dikwijls hun ellenden, omdat zij weigeren van hun zonde te scheiden.
Zo riepen de Filistijnen, toen zij hun voornemen ten uitvoer wilden brengen, de priesters en de waarzeggers, om in deze zaak raad te geven, zeggende: Wat zullen wij met de ark van de HEERE doen, wanneer wij haar thans weer terugzenden? laat ons weten, waarmee wij ze naar haar plaats zenden zullen; 1) op welke wijze en onder welke plechtigheden zullen wij dat doen?
Zij hadden Dagon buiten de grenzen moeten werpen en daarentegen de machtige God van Israël, de HEERE, tot hun beschermer moeten kiezen; zij besluiten echter in plaats daarvan, de ark buiten te stoten en Dagon te behouden. Zo doen goddeloze mensen, zij denken er slechts over, hoe zij bevrijd worden van God en Zijn verborgen plagen, hoe zij zich aan Zijn tucht onttrekken zullen, en hoe zij zich aan de zonde vastklemmen en haar behouden zullen.
Zij dan zeiden: Indien gij de ark van de God van Israël wegzendt, en wij moeten dit voornemen goedkeuren, zendt haar niet leeg weg, maar vergeldt Hem, de God van Israël, aan Wiens heiligdom gij u vergrepen hebt, geheel een schuldoffer tot uitdelging van de bedreven verkeerdheid, dan
zult gij, naar wij geloven, genezen worden, en u zal bekend worden, waarom zijn hand van u niet afwijkt, zo lang gij de ark nog niet teruggegeven hebt; met anderewoorden: wordt gij gezond wanneer gij naar onze raad handelt, zo hebt gij daarin een zeker teken, dat het ongeluk u niet toevallig overkomen is, maar een werk van Zijn hand is om u te straffen voor het behouden van Zijn heiligdom.
De Priesters spraken hier voorwaardelijk. Zij zijn er zelf nog niet van overtuigd, of de ziekte een gevolg is van de ark, ja of nee. Zij raden echter de Filistijnen aan te doen en te handelen alsof de plaag hen daarom wel is overkomen en spreken nu van de z.g. wijgeschenken, die zij hebben te brengen als schuldoffer.
Toen wonnen zij verder de raad van hun priesters in, en zeiden zij: Wat is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden builen 1) en vijf gouden muizen, 2) afbeeldingen van de beide plagen, naarhet getal van de vorsten van de Filistijnen (Joz.13: 3): want het is een plaag over u allen en over uw vorsten; daarom moet ook het schuldoffer van ieder van de vorsten, die hun volk vertegenwoordigen, hetzelfde zijn.
Het was een in de heidense oudhoud ver verbreide gewoonte, dat degenen, die van een plaag geheeld wilden worden of reeds genezen waren, als schuld- of dankoffer een kostbare afbeelding van het geplaagde lid of van het plagende voorwerp aan die god toewijdden, van wie zij de genezing verwachtten of meenden verkregen te hebben. Die uit een schipbreuk gered waren, hingen een afbeelding daarvan, of hun van water doornatte kleding, de krijgslieden hun zwaard, de vrijgelatenen een keten, in de tempel op. Van de 4e tot de 5e eeuw na Christus werden afbeeldingen van ogen, handen enz., wanneer die genezen waren, door Christenen in hun kerken en op heilige plaatsen opgehangen. Bedevaartsgangers in Indië, die van enig kwaad bevrijd wensen te worden, nemen op hun reis naar de pagoden een afbeelding van het lijdende deel in goud, zilver of koper mee. De betekenis van dit offer is deze: door God als geschenk te brengen juist datgene, waardoor zij gestraft zijn, belijden zij, dat Hij zelf hen gestraft heeft en eren zij Zijn macht; zo hopen zij nu door uitdelging van hun schuld weer vrij te worden en te blijven.
De vijf gouden builen zijn eigenlijk afbeeldingen van dat gedeelte van het lichaam, waarin de kwaal zich gezet had en waarin de ziekte zelf tevens vertoond werd.
De veldmuizen zijn bij hun ontzaglijke vermeerdering en grote vraatzucht reeds dikwijls voor de velden zo schadelijk geworden, dat binnen korte tijd de gehele oogst vernietigd was (Aristot. anim. VI.37; Strabo III. p.160; Plin. hist. n. X. 65; Bochart Hieroz. II p.429 ed. Rosenm.).
Zo maakt dan, volgens onze raad, beelden van uw builen en beelden van uw muizen, die het land verderven, en geeft door het brengen van dit schuldoffer de God van Israël de eer;
daardoor toch erkent gij dat die dubbele plaag door Hem u is toegezonden en ook alleen weer door Hem weggenomen kan worden; misschien en wij geloven het met zekerheid, zal Hij Zijn straffende hand verlichten van over u, en van over uw god Dagon, die Hij zijn machteloosheid heeft laten voelen, en van over uw land, waarvan het gewas verdorven werd.
Maar, vraag ik, of zij nu een betere gedachte beginnen te voeden en er ernstig over gaan nadenken om Hem te vereren en te dienen? Volstrekt niet. Maar zij hopen, dat zij Zijn wrekende hand, die zij vrezen, zullen ontvluchten, door haar (de ark) van zich te verwijderen en weg te zenden. Hieruit wordt ons meer en meer openbaar, hoe groot de hardnekkigheid van de ongelovigen is die, indien de beproeving van de goddelijke straffen hun nog treffen, zodat er geen plaats over blijft om het te ontkennen en zij de vrees voor de goddelijke oordelen en Zijn macht niet kunnen wegcijferen, niet hun moedwil en hardheid van hart afleggen, maar slechts een schuilplaats ertegen of een ontwijken ervan zoeken, terwijl zij zich, indien zij slechts konden, aan de Goddelijke macht zouden ontrukken.
Waarom toch zou gij het tot het ergste laten komen door uw hart te verzwaren, te verstokken, zoals de Egyptenaars en farao hun hart verzwaard hebben, 1)en zich met alle macht tegen de wil van Israëls God verzet hebben? Zij zijn toch genoodzaakt door Zijn machtige arm, en heeft hun verzet hun iets anders gebaat, dan dat telkens nieuwe en zwaardere plagen kwamen, hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, henlaten vertrekken, dat zij (de kinderen van Israël) heengingen
uit Egypte (Ex.12: 31)?
Deze vraag komt niet voort uit liefde tot God, noch uit erkenning van Zijn Heiligheid en Rechtvaardigheid, maar uit het gevoel van zich niet straffeloos tegen de God van Israël te kunnen verzetten. Zij duchten de wraak van God, maar zij verkiezen Hem niet te eren en te erkennen als hun God.
Deze is de wijze van goddeloze leraars; zij erkennen wel het een en ander, dat goed is, maar zij blijven daarbij toch verkeerd.
Nu dan, opdat gij u overtuigt, dat de nood, die u getroffen heeft, door de hand van de God van Israël u toegezonden is, neemt en maakt een nieuwe 1) wagen,want een reeds gebruikte zou bij een godsdienstige handeling niet betamen (Richteren 16: 11) en twee zogende koeien, waarop geen juk gekomen is (Deuteronomium 21: 3); spant de koeien aan de wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weer naar huis in de stal.
De nieuwe wagen en de koeien, die nog nooit onder het juk waren geweest, staan in verband met de heiligheid van de ark van het verbond. Ook de Filistijnen doet de Heere betrachten, wat met de heiligheid van Zijn dienst in verband staat. Bovendien zou het de zaak nog vergroten, indien deze koeien, die zogende waren en nog niet onder het juk waren geweest, toch gingen vertrekken en de ark naar Kanaän terugbrachten. Het lag toch voor de hand, dat in een gewoon geval deze beesten naar haar kalveren waren teruggekeerd en geenszins den haar onbekende weg waren gegaan. De leiding van God zou dan op bijzondere wijze zichtbaar worden, indien zij deden, wat zij gedaan hebben.
Neemt dan de ark van de HEERE, en zet ze op de wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuldoffer vergelden zult in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
Ziet dan slechts toe uit de verte, zonder de koeien te drijven of te besturen, indien zij (de ark) door de koeien getrokken, de weg van haar gebied opgaat naar Beth-Semes, de twee mijl van Ekron zuidoostelijk gelegen Israëlitische priesterstad, de grensstad aan het gebied van de Filistijnen (Joz.10: 21,16), zo heeft Hij (de God van Israël) ons dit groot kwaad gedaan. Zo toch de jonge zogende koeien niet alleen vanzelf beginnen te trekken en de rechte weg vinden, maar zelfs haar kalveren achterlaten, zonder tot deze terug te lopen, dan is dit zo geheel tegen de natuur van deze dieren, dat alleen de macht van die God, aan Wie de ark behoort, zo’n wonder kan teweeggebracht hebben. Maar zo de koeiendie weg niet opgaan, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft, dat dit kwaad niet in verband staat met het wegnemen van de ark; het is ons een toeval geweest, een ongeluk zonder bijzondere oorzaak.
De koeien nu gingen werkelijk recht in die weg, op de weg naar Beth-Semes, nu Ain-Semes, op een straat, zonder dat iemand haar geleidde of aanzette; zij gingen steedsvoort
al loeiende, omdat zij naar haar kalveren terugwilden en toch, zij weken noch ter rechternoch ter linkerhand, 2) omdat zij door een onzichtbare hand gedreven werden; en de vorsten van de Filistijnen gingen achter deze tot aan het gebied van Beth-Semes, omnauwkeurig de uitslag op te merken.
In het Hebreeuws Jischarna badèrek. Letterlijk, zij waren recht op de weg, in de zin van zonder te wijken rechts of links gingen zij in een rechte lijn voort. Dat erbij staat al loeiende, daarmee wil de schrijver aanduiden, dat het geheel tegen haar natuur inging, dat zij werden aangetrokken tot haar kalveren, maar dat een Hogere macht, de macht van God, ze bestuurde.
Deze twee koeien kenden haar bezitter, haar eigen bezitter (Jes.1: 3), die Hofni en Pinehas niet kenden. Laten wij hieruit leren, dat God onderwijst in het horen en in het volgen, en dat wij met schaamte vervuld moeten worden, indien wij niet onze slechtheid en hardheid belijden en betreuren.
En de Levieten, die tot de burgers van die stad behoorden en met de priesters geroepen waren, namen, voordat men de wagen (vs.14) kloofde volgens hun roeping (Num.4: 1vv.), de arkvan de HEERE af en het koffertje, dat daarbij was (vs.8) waarin de gouden kleinoden waren en zetten ze op die grote steen, waarbij de koeien waren blijven staan, en waarop het offer (vs.14) als op een voor de ark opgericht altaar 1)gebracht werd; en de mensen van Beth-Semes offerden brandoffers, behalve het brandoffer van de koeien (vs.14), die de wagen met de ark getrokken hadden en zij slachtten slachtoffers voor de HEERE op deze dag, deels om hun schuld te verzoenen, deels om zich opnieuw aan God over te geven en zich over Zijn gemeenschap te verheugen.
Dit was geen overtreding van het gebod (Deuteronomium 12: 4vv.) om de Heere slechts op de plaats van Zijn heiligdom te offeren, want de ark was toch de troon van Gods aanwezigheid, waarvoor ook bij de tent der samenkomst geofferd werd. Daarenboven was Silo als plaats van Zijn woning door God verworpen, en daarentegen deze plaats hier door de buitengewone openbaring in dit wonder, dat plaatsvond, geheiligd.
Nadat men de wagen met de koeien de Heere als een brandoffer geofferd had, gaven de bewoners van Beth-Semes hun vreugde te kennen over de terugkeer van de ark van het verbond door nog een daad te kennen, n.l. door het brengen van brand- en slachtoffers. In de brandoffers wilden zij van nu af aan zich met alle leden de Heere tot Zijn dienst wijden, en door de slachtoffers, die in het offermaal wortelden, de levensgemeenschap met de Heere opnieuw bezegelen.
Ook gaven zij evenzo tot een schuldoffer gouden muizen, maar deze in veel groter getal, omdat die plaag zich over het gehele land verspreid had, zij gaven deze naar het getal van alle steden van de Filistijnen, die onder de vijf vorsten stonden, van de vaste met muren omgeven steden af tot aan de gehuchten, de dorpen (Deuteronomium 3: 5), en wel alle plaatsen tot aan Abel 1) de grote steen, die zijn naam “klacht” ontving naar de smart die de Beth-Semieten daar later voelden (vs.19), en waarop zij de ark van de HEERE gesteld hadden. Deze steen, die tot op deze dag als een gedenksteen van dit wonder op de akker van Jozua de Beth-Sémiet, staat, was de grens tussen het land van Israël en dat van de Filistijnen.
De LXX leest in plaats van Abel, Eben = Steen en waarschijnlijk niet ten onrechte. Sommigen willen ook voor de (Ad) tot aan lezen de (Eed) getuige. De vertaling zou dan aldus wezen: Getuige is de grote steen, waarop zij enz.
En de HEERE sloeg, toen de ark buiten op die vrije plaats stond, onder de mensen van Beth-Semes, en nam hen door een plotselinge dood weg, omdat zij, het goddelijk verbod (Num.4: 20) niet achtende, in de ark van de HEERE gekeken hadden; ja Hij sloeg, omdat men zich door enkele voorbeelden niet liet tegenhouden en voortging met die zonde, van het volk zeventig mannen en 1) vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een grote slag onder het volk geslagen had.
Het is nauwelijks te denken, dat er zovelen zouden zijn omgekomen, omdat het inwonertal in Beth-Semes hoogstens 50.000 zal geweest zijn, en zij dus zo goed als geheel verdelgd zouden zijn, hetgeen tegen het volgende vers strijdt. Nu is ook in de Hebreeuwse tekst de opgaaf van het getal zeer opmerkelijk: “zeventig man, vijftigduizend man”, omdat het plaatsen van het kleinere vóór het grotere geheel ongewoon is, en bij de verbinding van beide getallen, het woordje “en” ontbreekt, dat in geen geval had mogen wegblijven, wanneer men verstaan moet: “vijftigduizend en zeventig man.” In sommige Hebreeuwse handschriften ontbreekt de opgaaf: “vijftigduizend” en Josefus spreekt in zijn verhaal van deze gebeurtenis (Ant. IV 1,4) slechts van 70 gedoden. Waarschijnlijk zal men hebben aan te nemen, dat de betekenis is 70 mannen uit 50.000, namelijk van het gehele inwonertal van Beth-Semes. Bochart in zijn Hierozoicon verklaart daarentegen: “zeventig man, vijftig van de duizend man” zodat het twintigste gedeelte van de inwoners gevallen zou zijn, en deze slechts 1400 zielen bedragen zou hebben.
Calvijn is van mening, dat onder die 50.000 man begrepen zijn, de Filistijnen, die reeds gestorven waren, toen de ark in hun land was, maar neemt ook aan, dat van Beth-Semes slechts 70 man zijn gedood.
Beth-Semes was een priesterstad. Zij konden dus weten, hoe de Heere geheiligd moest worden. En daarom wordt hun onheilig behandelen van het Heilige op zo indrukwekkende wijze gestraft, opdat Israël zou leren, weer een heilig volk te worden.
Toen zeiden de mensen van Beth-Semes, toen zij de gemeente van Israël tezamen geroepen hadden, om te beraadslagen, hoe zij verder de gerichten van God zoudenafwenden: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, deze heilige God? 1) Wij wagen het niet langer de Heere in Zijn heiligdom bij ons te houden, en daarom is de vraag: tot wie van ons zal Hij optrekken?
Voor God te staan, om Hem ere te geven, gezegend zij Zijn naam! het is niet onmogelijk; wij zijn door Christus genodigd, bemoedigd en bekwaam gemaakt om dit te doen, maar voor God te staan om met Hem te twisten, daartoe zijn wij niet bekwaam. Wie is in staat onmiddellijk voor de troon van Zijn heerlijkheid te staan en Hem te aanschouwen? (1 Tim.6:
. Wie kan voor de rechterstoel van Zijn vlekkeloze rechtvaardigheid staan en zijn zaak goed maken? (Psalm 130: 2; 148: 2). Wie vermag te bestaan voor de toorn van Zijn macht, en die of te weerstaan of de slagen te verdragen? (Psalm 76: 7). De gevolgtrekking, die zij maken; is alleszins juist. Als zo’n straf volgde op het nieuwsgierig inzien in de ark, wie zou dan kunnen bestaan voor de God van de ark. Onwillekeurig denken wij hierbij aan de waarschuwing, om het bloed van het Nieuwe Testament, het bloed van Hem, die door de Ark in Zijn Godmenselijke natuur werd afgebeeld, niet onrein te achten. Want dit onrein achtende, dan mogen en moeten ook wij vragen: Wie zal dan kunnen bestaan voor zo’n heilig en rechtvaardig God?.
Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim (= woudstad), het huidige Kureyet el Enab (= stad van de wijndruiven), ongeveer 5 uur noordwestelijk van Jeruzalem gelegen (Joz.15: 9), zeggende: De Filistijnen hebben de ark van de HEERE teruggebracht; zij is bij ons, maar wij kunnen haar niet bij ons behouden, omdat wij haar voor de blikken van de nieuwsgierigen niet kunnen verbergen. Komt gij hierheen en haalt ze opwaarts tot u, 1) want bij uw stad is een aanzienlijke hoogte, zodat de toegang gemakkelijk verhinderd kan worden.
Dus vervalt de dwaze mens van het ene uiterste in het andere, van een vermetele veralgemening tot een slaafse schuwheid.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel