Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Samuël 6

1 Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als nu de arkH727 des HEERENH3068 zevenH7651 maandenH2320 in het landH7704 der FilistijnenH6430 geweest was, Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,

KJV And the ark2 of the LORD3 was in the country4 of the Philistines5 seven6 months.7

1 וַיְהִ֧י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֲרוֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 3 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בִּשְׂדֵ֥ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 פְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 שִׁבְעָ֥ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 7 חֳדָשִֽׁים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo riepenH7121 de FilistijnenH6430 de priestersH3548 en de waarzeggersH7080, zeggendeH559: WatH4100 zullen wij met de arkH727 des HEERENH3068 doenH6213? Laat ons wetenH3045, waarmede wij ze aan haar plaatsH4725 zendenH7971 zullen. Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.

KJV And the Philistines2 called1 for the priests3 and the diviners,4 saying,5 What shall we do7 to the ark8 of the LORD?9 tell10 us wherewith we shall send12 it to his place.13

1 וַיִּקְרְא֣וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 פְלִשְׁתִּ֗ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 לַכֹּהֲנִ֤ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְלַקֹּֽסְמִים֙ H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 נַּעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לַאֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 הוֹדִעֻ֕נוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 בַּמֶּ֖ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 נְשַׁלְּחֶ֥נּוּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 13 לִמְקוֹמֽוֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zij dan zeidenH559: IndienH518 gij de arkH727 des GodsH430 van IsraelH3478 wegzendtH7971, zendtH7971 haar niet ledigH7387 wegH3588, maar vergeldtH7725 Hem ganselijkH7725 een schuldofferH817; dan zult gij genezenH7495 worden, en ulieden zal bekendH3045 worden, waaromH4100 Zijn handH3027 vanH4480 u niet afwijktH5493. Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.

KJV And they said,1 If ye send away3 the ark5 of the God6 of Israel,7 send9 it not empty;11 but in any wise13 return14 him a trespass offering:16 then ye shall be healed,18 and it shall be known19 to you why his hand24 is not removed23 from you.

1 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 מְשַׁלְּחִ֞ים H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲר֨וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 6 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 תְּשַׁלְּח֤וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 רֵיקָ֔ם H7387 ledig, oorzaak without cause, empty, in vain, void 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 הָשֵׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 תָּשִׁ֛יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 ל֖וֹ 16 אָשָׁ֑ם H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 17 אָ֤ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 18 תֵּרָֽפְאוּ֙ H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 19 וְנוֹדַ֣ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 20 לָכֶ֔ם 21 לָ֛מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 22 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 תָס֥וּר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 24 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 25 מִכֶּֽם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen zeidenH559 zij: WelkH834 is dat schuldofferH817, dat wij Hem vergeldenH7725 zullen? En zij zeidenH559: VijfH2568 goudenH2091 spenenH2914, en vijfH2568 goudenH2091 muizenH5909, naar het getalH4557 van de vorstenH5633 der FilistijnenH6430; wantH3588 het is enerleiH259 plaagH4046 over u allenH3605, en over uw vorstenH5633. Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.

KJV Then said1 they, What shall be the trespass offering3 which we shall return5 to him? They answered,7 Five11 golden13 emerods,12 and five14 golden16 mice,15 according to the number8 of the lords9 of the Philistines:10 for one19 plague18 was on you all, and on your lords.21

1 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 הָאָשָׁם֮ H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 לוֹ֒ 7 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 מִסְפַּר֙ H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 9 סַרְנֵ֣י H5633 vorsten, oversten, platen lord, plate 10 פְלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 11 חֲמִשָּׁה֙ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 12 טְחֹרֵ֣י H2914 spenen emerod 13 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 14 וַחֲמִשָּׁ֖ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 15 עַכְבְּרֵ֣י H5909 muizen, muis mouse 16 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 17 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 מַגֵּפָ֥ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 19 אַחַ֛ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 20 לְכֻלָּ֖ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 וּלְסַרְנֵיכֶֽם H5633 vorsten, oversten, platen lord, plate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zo maaktH6213 dan beeldenH6754 uwer spenenH2914, en beeldenH6754 uwer muizenH5909, die het landH776 verdervenH7843, en geeftH5414 den GodH430 van IsraelH3478 de eerH3519; misschien zal Hij Zijn handH3027 verlichtenH7043 van overH5921 ulieden, en van overH5921 uw godH430, en van overH5921 uw landH776. Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.

KJV Wherefore ye shall make1 images2 of your emerods,3 and images4 of your mice5 that mar6 the land;8 and ye shall give9 glory12 unto the God10 of Israel:11 peradventure he will lighten14 his hand16 from off you, and from off your gods,19 and from off your land.21

1 וַעֲשִׂיתֶם֩ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 צַלְמֵ֨י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 3 טְחֹרֵיכֶ֜ם H2914 spenen emerod 4 וְצַלְמֵ֣י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 5 עַכְבְּרֵיכֶ֗ם H5909 muizen, muis mouse 6 הַמַּשְׁחִיתִם֙ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 וּנְתַתֶּ֛ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לֵאלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 כָּב֑וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 13 אוּלַ֗י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 14 יָקֵ֤ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 מֵֽעֲלֵיכֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 וּמֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 אֱלֹהֵיכֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 וּמֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 אַרְצְכֶֽם H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WaaromH4100 toch zoudt gijlieden uw hart verzwarenH3513, gelijk de EgyptenaarsH4714 en FaraoH6547 hun hart verzwaardH3513 hebben? Hebben zij nietH3808, toen Hij wonderlijk met hen gehandeldH5953 had, hen laten trekkenH7971, datH834 zij heengingenH3212? Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?

Ook in dit vers hartH3820 hartH3824

KJV Wherefore then do ye harden2 your hearts,4 as the Egyptians and Pharaoh8 hardened6 their hearts?10 when he had wrought wonderfully13 among them, did they not let the people go,15 and they departed?16

1 וְלָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תְכַבְּדוּ֙ H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 כַּאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 כִּבְּד֛וּ H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 7 מִצְרַ֥יִם H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 8 וּפַרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 לִבָּ֑ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 הֲלוֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הִתְעַלֵּ֣ל H5953 nalezen, spot drijven, aangedaan abuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully) 14 בָּהֶ֔ם 15 וַֽיְשַׁלְּח֖וּם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 16 וַיֵּלֵֽכוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Nu dan, neemtH3947 en maaktH6213 eenH259 nieuwenH2319 wagenH5699, en tweeH8147 zogendeH5763 koeienH6510, opH5921 dewelkeH834 geenH3808 jukH5923 gekomen is; spantH631 de koeienH6510 aan den wagenH5699, en brengtH7725 haar kalverenH1121 van achterH310 haar weder naar huisH1004. Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.

KJV Now therefore make3 a6 new5 cart,4 and take2 two7 milch9 kine,8 on which there hath come12 no yoke,14 and tie15 the kine17 to the cart,18 and bring19 their calves20 home22 from them:21

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 קְח֨וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 וַעֲשׂ֜וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 עֲגָלָ֤ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 5 חֲדָשָׁה֙ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 6 אֶחָ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 וּשְׁתֵּ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 פָרוֹת֙ H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 9 עָל֔וֹת H5763 zogende, zogenden milch, (ewe great) with young 10 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 עָלָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 עֹ֑ל H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 15 וַאֲסַרְתֶּ֤ם H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַפָּרוֹת֙ H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 18 בָּעֲגָלָ֔ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 19 וַהֲשֵׁיבֹתֶ֧ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 20 בְּנֵיהֶ֛ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 21 מֵאַחֲרֵיהֶ֖ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 22 הַבָּֽיְתָה H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 NeemtH3947 dan de arkH727 des HEERENH3068, en zetH5414 ze op den wagenH5699, en legtH7760 de goudenH2091 kleinodenH3627, dieH834 gij Hem ten schuloffer vergeldenH7725 zult, in een koffertjeH712 aanH413 haar zijde; en zendtH7971 ze wegH7971, dat zij heengaH1980. Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.

Ook in dit vers schuldofferH817

KJV And take1 the ark3 of the LORD,4 and lay5 it upon the cart;8 and put16 the jewels10 of gold,11 which ye return13 him for a trespass offering,15 in a coffer17 by the side18 thereof; and send it away,19 that it may go.21

1 וּלְקַחְתֶּ֞ם H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וּנְתַתֶּ֤ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הָ֣עֲגָלָ֔ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 9 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 11 הַזָּהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הֲשֵׁבֹתֶ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 לוֹ֙ 15 אָשָׁ֔ם H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 16 תָּשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 17 בָאַרְגַּ֖ז H712 koffertje coffer 18 מִצִּדּ֑וֹ H6654 zijden (be-) side 19 וְשִׁלַּחְתֶּ֥ם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 20 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 וְהָלָֽךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZietH7200 dan toe, indien zij den wegH1870 van haar landpaleH1366 opgaatH5927 naar Beth-SemesH1053, zo heeft HijH1931 ons ditH2063 grootH1419 kwaadH7451 gedaanH6213; maarH3588 zo niet, zoH518 zullen wij wetenH3045, dat Zijn handH3027 ons niet geraaktH5060 heeft; hetH1931 is ons een toevalH4745 geweest. Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.

KJV And see,1 if it goeth up5 by the way3 of his own coast4 to Bethshemesh,6 then he hath done9 us this great13 evil:12 but if not, then we shall know17 that it is not his hand20 that smote21 us: it was a chance23 that happened to us.25

1 וּרְאִיתֶ֗ם H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 דֶּ֨רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 גְּבוּל֤וֹ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 5 יַֽעֲלֶה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 בֵּ֣ית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 7 שֶׁ֔מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 8 ה֚וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 עָ֣שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לָ֔נוּ 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָרָעָ֥ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 13 הַגְּדוֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 14 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 15 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 לֹ֗א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 וְיָדַ֨עְנוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 18 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 21 נָ֣גְעָה H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 22 בָּ֔נוּ 23 מִקְרֶ֥ה H4745 wedervaart, geval, bejegent something befallen, befalleth, chance, event, hap(-peneth) 24 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 25 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 26 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En die liedenH582 dedenH6213 alzoH3651, en namenH3947 tweeH8147 zogendeH5763 koeienH6510, en spandenH631 ze aan den wagenH5699, en haar kalverenH1121 slotenH3607 zij in huisH1004. En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.

KJV And the men did so;1 and took4 two5 milch7 kine,6 and tied8 them to the cart,9 and shut up12 their calves11 at home:13

1 וַיַּעֲשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָאֲנָשִׁים֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 כֵּ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 4 וַיִּקְח֗וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 שְׁתֵּ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 פָרוֹת֙ H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 7 עָל֔וֹת H5763 zogende, zogenden milch, (ewe great) with young 8 וַיַּאַסְר֖וּם H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 9 בָּעֲגָלָ֑ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בְּנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 כָּל֥וּ H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 13 בַבָּֽיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij zettenH7760 de arkH727 des HEERENH3068 op den wagenH5699, en het koffertjeH712 met de goudenH2091 muizenH5909, en de beeldenH6754 hunner spenenH2914. En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.

KJV And they laid1 the ark3 of the LORD4 upon the cart,6 and the coffer8 with the mice10 of gold11 and the images13 of their emerods.14

1 וַיָּשִׂ֛מוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 4 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הָעֲגָלָ֑ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 7 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָאַרְגַּ֗ז H712 koffertje coffer 9 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַכְבְּרֵ֣י H5909 muizen, muis mouse 11 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 צַלְמֵ֥י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 14 טְחֹרֵיהֶֽם H2914 spenen emerod
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De koeienH6510 nu gingenH1980 rechtH3474 in dien wegH1870, opH5921 den wegH1870 naar Beth-SemesH1053 op eenH259 straatH4546; zij gingenH1980 steeds voort, al loeiendeH1600, en wekenH5493 noch ter rechterH3225 hand noch ter linkerhandH8040; en de vorstenH5633 der FilistijnenH6430 gingen achterH310 dezelve totH5704 aan de landpaleH1366 van Beth-SemesH1053. De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.

KJV And the kine2 took the straight1 way3 to the way5 of Bethshemesh,6 and went along10 the highway,8 lowing12 as they went,11 and turned not aside14 to the right hand15 or to the left;16 and the lords17 of the Philistines18 went19 after20 them unto the border22 of Bethshemesh.7

1 וַיִשַּׁ֨רְנָה H3474 recht, bevallig, beviel direct, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly) 2 הַפָּר֜וֹת H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 3 בַּדֶּ֗רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 דֶּ֨רֶךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 בֵּ֣ית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 7 שֶׁ֔מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 8 בִּמְסִלָּ֣ה H4546 hogen weg, baan, straat causeway, course, highway, path, terrace 9 אַחַ֗ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 הָלְכ֤וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 11 הָלֹךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 12 וְגָע֔וֹ H1600 Loeit, loeiende low 13 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 סָ֖רוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 15 יָמִ֣ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 16 וּשְׂמֹ֑אול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 17 וְסַרְנֵ֤י H5633 vorsten, oversten, platen lord, plate 18 פְלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 19 הֹלְכִ֣ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 20 אַחֲרֵיהֶ֔ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 21 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 גְּב֖וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 23 בֵּ֥ית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 24 שָֽׁמֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En die van Beth-SemesH1053 maaidenH7114 den tarweoogstH2406 in het dalH6010, en als zij hun ogenH5869 ophievenH5375, zagenH7200 zij de arkH727 en verblijddenH8055 zich, als zij die zagenH7200. En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.

KJV And they of Bethshemesh1 were reaping3 their wheat5 harvest4 in the valley:6 and they lifted up7 their eyes,9 and saw10 the ark,12 and rejoiced13 to see14 it.

1 וּבֵ֣ית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 2 שֶׁ֔מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 3 קֹצְרִ֥ים H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex 4 קְצִיר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 5 חִטִּ֖ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 6 בָּעֵ֑מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 7 וַיִּשְׂא֣וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עֵינֵיהֶ֗ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 10 וַיִּרְאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָ֣אָר֔וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 13 וַֽיִּשְׂמְח֖וּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 14 לִרְאֽוֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de wagenH5699 kwamH935 op den akkerH7704 van JozuaH3091, den Beth-semietH1030, en bleefH8033 daar staandeH5975; en daar was een groteH1419 steenH68, en zij kloofdenH1234 het houtH6086 van den wagenH5699, en offerdenH5927 de koeienH6510 den HEEREH3068 ten brandofferH5930. En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.

KJV And the cart1 came2 into the field4 of Joshua,5 a Bethshemite,6 and stood8 there, where there was a great12 stone:11 and they clave13 the wood15 of the cart,16 and offered19 the kine18 a burnt offering20 unto the LORD.21

1 וְהָעֲגָלָ֡ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 2 בָּ֠אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שְׂדֵ֨ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 יְהוֹשֻׁ֤עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 6 בֵּֽית H1030 Beth-semiet Bethshemite 7 הַשִּׁמְשִׁי֙ H1030 Beth-semiet Bethshemite 8 וַתַּעֲמֹ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 9 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 10 וְשָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 אֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 12 גְּדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וַֽיְבַקְּעוּ֙ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 הָעֲגָלָ֔ה H5699 wagen, wagenen, wagens cart, chariot, wagon 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַ֨פָּר֔וֹת H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 19 הֶעֱל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 20 עֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 21 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de LevietenH3881 namenH3381 de arkH727 des HEERENH3068 af en hetH1931 koffertjeH712, dat daarbij was, waarin de goudenH2091 kleinodenH3627 waren, en zettenH7760 ze op dien grotenH1419 steenH68; en die liedenH582 vanH854 Beth-SemesH1053 offerdenH5927 brandofferenH5930, en slachttenH2076 slachtofferenH2077 den HEEREH3068, op denzelven dagH3117. En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.

KJV And the Levites1 took down2 the ark4 of the LORD,5 and the coffer7 that was with it, wherein the jewels12 of gold13 were, and put14 them on the great17 stone:16 and the men of Bethshemesh19 offered21 burnt offerings22 and sacrificed23 sacrifices24 the same day25 unto the LORD.27

1 וְהַלְוִיִּ֞ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 2 הוֹרִ֣ידוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָאַרְגַּ֤ז H712 koffertje coffer 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אִתּוֹ֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בּ֣וֹ 12 כְלֵֽי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 14 וַיָּשִׂ֖מוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 הָאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 17 הַגְּדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 18 וְאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 19 בֵֽית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 20 שֶׁ֗מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 21 הֶעֱל֨וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 22 עֹל֜וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 23 וַֽיִּזְבְּח֧וּ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 24 זְבָחִ֛ים H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 25 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 26 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 27 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En als de vijfH2568 vorstenH5633 der FilistijnenH6430 zulks gezienH7200 hadden, zo keerdenH7725 zijH1931 weder op denzelven dagH3117 naar EkronH6138. En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.

KJV And when the five1 lords2 of the Philistines3 had seen4 it, they returned5 to Ekron6 the same day.7

1 וַחֲמִשָּׁ֥ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 2 סַרְנֵֽי H5633 vorsten, oversten, platen lord, plate 3 פְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 4 רָא֑וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 וַיָּשֻׁ֥בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 עֶקְר֖וֹן H6138 Ekron Ekron 7 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DitH428 nu zijn de goudenH2091 spenenH2914, die de FilistijnenH6430 aan den HEEREH3068 ten schuldofferH817 vergoldenH7725 hebben: Voor AsdodH795 eenH259 voor GazaH5804 eenH259, voor Askelot eenH259, voor GathH1661 eenH259, voor EkronH6138 eenH259. Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.

Ook in dit vers AskelonH831

KJV And these are the golden3 emerods2 which the Philistines6 returned5 for a trespass offering7 unto the LORD;8 for Ashdod9 one,10 for Gaza11 one,12 for Askelon13 one,14 for Gath15 one,16 for Ekron17 one;18

1 וְאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 טְחֹרֵ֣י H2914 spenen emerod 3 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הֵשִׁ֧יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 פְלִשְׁתִּ֛ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 7 אָשָׁ֖ם H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 8 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לְאַשְׁדּ֨וֹד H795 Asdod Ahdod 10 אֶחָ֜ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 לְעַזָּ֤ה H5804 Gaza Azzah, Gaza 12 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 לְאַשְׁקְל֣וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 14 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 לְגַ֥ת H1661 Gath Gath 16 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 17 לְעֶקְר֥וֹן H6138 Ekron Ekron 18 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ook goudenH2091 muizenH5909, naar het getalH4557 van alleH3605 stedenH5892 der FilistijnenH6430, onder de vijfH2568 vorstenH5633, van de vasteH4013 stedenH5892 afH5704 tot aan de landvlekkenH6521; en totH5704 aan AbelH59, den grotenH1419 steen, op denwelken zij de arkH727 des HEERENH3068 nedergesteldH3240 hadden, die totH5704 op dezenH2088 dagH3117 is op den akkerH7704 van JozuaH3091, den Beth-semietH1030. Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.

KJV And the golden2 mice,1 according to the number3 of all the cities5 of the Philistines6 belonging to the five7 lords,8 both of fenced10 cities,9 and of country13 villages,12 even unto the great16 stone of Abel,15 whereon they set down18 the ark21 of the LORD:22 which stone remaineth unto this day24 in the field26 of Joshua,27 the Bethshemite.28

1 וְעַכְבְּרֵ֣י H5909 muizen, muis mouse 2 הַזָּהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 מִסְפַּ֞ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עָרֵ֤י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 פְלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 7 לַחֲמֵ֣שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 8 הַסְּרָנִ֔ים H5633 vorsten, oversten, platen lord, plate 9 מֵעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 מִבְצָ֔ר H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 11 וְעַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 כֹּ֣פֶר H3724 verzoening, rantsoen, losgeld bribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village 13 הַפְּרָזִ֑י H6521 dorpen, landvlekken, onbemuurde village 14 וְעַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 אָבֵ֣ל H59 Abel Abel 16 הַגְּדוֹלָ֗ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 הִנִּ֤יחוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 19 עָלֶ֨יהָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 22 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 עַ֚ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 24 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 25 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 26 בִּשְׂדֵ֥ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 27 יְהוֹשֻׁ֖עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 28 בֵּֽית H1030 Beth-semiet Bethshemite 29 הַשִּׁמְשִֽׁי H1030 Beth-semiet Bethshemite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de Heere sloegH5221 onder die liedenH376 van Beth-SemesH1053, omdatH3588 zij in de arkH727 des HEERENH3068 gezienH7200 hadden; ja, Hij sloegH5221 van het volkH5971 zeventigH7657 mannenH582, en vijftigH2572 duizendH505 mannen. Toen bedreefH56 het volkH5971 rouwH56, omdatH3588 de HEEREH3068 een grotenH1419 slagH4347 onder het volkH5971 geslagenH5221 had. En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.

KJV And he smote1 the men2 of Bethshemesh,3 because they had looked6 into the ark7 of the LORD,8 even he smote9 of the people10 fifty13 thousand14 and threescore and ten11 men: and the people17 lamented,16 because the LORD20 had smitten19 many of the people21 with a great23 slaughter.22

1 וַיַּ֞ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 בְּאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 בֵֽית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 4 שֶׁ֗מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 רָאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 בַּאֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַיַּ֤ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 בָּעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 שִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 12 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 חֲמִשִּׁ֥ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 14 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 15 אִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 וַיִּֽתְאַבְּל֣וּ H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 17 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 הִכָּ֧ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 20 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 בָּעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 22 מַכָּ֥ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 23 גְדוֹלָֽה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen zeidenH559 de liedenH582 van Beth-SemesH1053: WieH4310 zou kunnen bestaanH5975 voor het aangezichtH6440 van de HEEREH3068, dezenH2088 heiligenH6918 GodH430? En totH413 wienH4310 van ons zal Hij optrekkenH5927? Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?

KJV And the men of Bethshemesh3 said,1 Who is able6 to stand7 before8 this holy11 LORD9 God?10 and to whom shall he go up15 from us?

1 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 בֵֽית H1053 Beth-semes Beth-shemesh 4 שֶׁ֔מֶשׁ H1053 Beth-semes Beth-shemesh 5 מִ֚י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 6 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 7 לַעֲמֹ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 לִפְנֵ֨י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 הָאֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 הַקָּד֖וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 12 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 מִ֖י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 15 יַעֲלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 16 מֵעָלֵֽינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zo zondenH7971 zij bodenH4397 totH413 de inwonersH3427 van Kirjath-JearimH7157, zeggendeH559: De FilistijnenH6430 hebben de arkH727 des HEERENH3068 wedergebrachtH7725; komtH3381 af, haaltH5972 ze opwaartsH5927 totH413 u. Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.

KJV And they sent1 messengers2 to the inhabitants4 of Kirjathjearim,5 saying,7 The Philistines9 have brought again8 the ark11 of the LORD;12 come ye down,13 and fetch it up14 to you.

1 וַֽיִּשְׁלְחוּ֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 מַלְאָכִ֔ים H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יוֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 קִרְיַת H7157 Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arim Kirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim 6 יְעָרִ֖ים H7157 Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arim Kirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim 7 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 הֵשִׁ֤בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 פְלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 רְד֕וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 14 הַעֲל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 15 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 אֲלֵיכֶֽם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 6:1 1 Samuël 5:10 Psalmen 78:61 1 Samuël 5:3 1 Samuël 5:1
1 Samuël 6:2 Genesis 41:8 Exodus 7:11 Daniël 5:7 Daniël 2:2 Jesaja 2:6 Micha 6:6 Jesaja 47:12 Mattheüs 2:4
1 Samuël 6:3 1 Samuël 6:9 Deuteronomium 16:16 Exodus 23:15 1 Samuël 5:11 1 Samuël 5:7 Leviticus 7:1 1 Samuël 5:9 Leviticus 5:6
1 Samuël 6:4 1 Samuël 6:17 Jozua 13:3 Richteren 3:3 1 Samuël 5:9 1 Samuël 5:6 1 Samuël 6:5 Exodus 12:35 1 Samuël 5:12
1 Samuël 6:5 Jozua 7:19 1 Samuël 5:6 1 Samuël 5:11 Jesaja 42:12 Johannes 9:24 1 Samuël 5:3 Joël 1:4 1 Samuël 5:9
1 Samuël 6:6 Exodus 8:15 Exodus 14:17 Exodus 7:13 Exodus 9:34 Hebreeën 3:13 Romeinen 2:5 Exodus 8:32 Job 9:4
1 Samuël 6:7 2 Samuël 6:3 Numeri 19:2 1 Kronieken 13:7
1 Samuël 6:8 1 Samuël 6:3
1 Samuël 6:9 Jozua 15:10 Jozua 21:16 1 Samuël 6:3 Jesaja 26:11 Amos 3:6 Prediker 9:11 Lukas 10:31 2 Samuël 1:6
1 Samuël 6:11 1 Kronieken 15:13 2 Samuël 6:3 1 Kronieken 13:7
1 Samuël 6:12 Numeri 20:19
1 Samuël 6:14 2 Samuël 24:22 1 Samuël 7:9 1 Koningen 19:21 2 Samuël 24:25 1 Samuël 11:5 Exodus 20:24 2 Samuël 24:18 Richteren 21:4
1 Samuël 6:15 Jozua 3:3
1 Samuël 6:16 Richteren 3:3 Jozua 13:3 1 Samuël 6:4 1 Samuël 5:10 Richteren 16:23 1 Samuël 6:12 Richteren 16:5
1 Samuël 6:17 2 Samuël 1:20 2 Koningen 1:2 1 Samuël 6:4 1 Samuël 5:10 Zacharia 9:5 Jeremia 25:20 Richteren 1:18 1 Samuël 5:8
1 Samuël 6:18 Jozua 13:3 1 Samuël 6:14 Deuteronomium 3:5
1 Samuël 6:19 Exodus 19:21 2 Samuël 6:7 Numeri 4:20 Numeri 4:15 Deuteronomium 29:29 Kolossenzen 2:18 Leviticus 10:1 1 Petrus 4:17
1 Samuël 6:20 2 Samuël 6:9 Maleachi 3:2 Lukas 8:37 Leviticus 11:45 Numeri 17:12 1 Kronieken 13:11 Psalmen 76:7 1 Samuël 5:8
1 Samuël 6:21 1 Kronieken 13:5 Jozua 18:14 Jozua 9:17 Jeremia 7:14 Psalmen 78:60 Jeremia 7:12 Jozua 15:9 Richteren 18:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 6 vers 2

waarmede wij ze Anders, hoe

Hertaald: waarmede wij ze Anders: hoe.

haar plaats zenden zullen Te weten, in het land van Israël.

Hertaald: haar plaats zenden zullen Namelijk: naar zijn plaats; in het land van Israël.

1 Samuël 6 vers 3

ledig weg, Dat is, niet zonder enig geschenk, of verering.

Hertaald: ledig weg, Dat is: niet zonder enig geschenk, of gave.

vergeldt Hebreeuws, vergeldende vergeldt

Hertaald: vergeldt Hebreeuws: vergeldende vergeldt.

Hem ganselijk een schuldoffer; Te weten, den God Israëls.

Hertaald: Hem ganselijk een schuldoffer; Namelijk: de God van Israël.

hand van u niet afwijkt Dat is, de plaag of straf, die alleen van de macht en regering Gods komt.

Hertaald: hand van u niet afwijkt Dat is: de plaag of straf, die alleen van de macht en het bestuur van God komt.

1 Samuël 6 vers 4

vijf gouden muizen, Van de muizen is tevoren niet gesproken.

Hertaald: vijf gouden muizen, Van de muizen is eerder niet gesproken.

het getal van de vorsten der Filistijnen; Zie van deze vijf vorsten, vs.17.

Hertaald: het getal van de vorsten der Filistijnen; Zie over deze vijf vorsten vers 17.

het is enerlei plaag Zij willen zeggen: de vorsten, oversten en het gemene volk te Ekron zijn van God met een en dezelfde plaag geplaagd.

Hertaald: het is enerlei plaag Zij willen zeggen: de vorsten, oversten en het gewone volk te Ekron zijn door God met een en dezelfde plaag getroffen.

over u allen, Hebreeuws, over hen allen; zie boven, 1 Sam. 5:11.

Hertaald: over u allen, Hebreeuws: over hen allen; zie hierboven, 1 Sam. 5:11.

1 Samuël 6 vers 5

uwer muizen, Dat is, der muizen, die u geplaagd en gepijnigd hebben. Gelijk de spenen het lichaam der Filistijnen geplaagd hebben, alzo hebben de muizen hun schade gedaan aan hun bezaaid land, met het zaad te knagen en te eten.

Hertaald: uwer muizen, Dat is: van de muizen die u geplaagd en gepijnigd hebben. Zoals de gezwellen het lichaam van de Filistijnen geplaagd hebben, zo hebben de muizen hun schade toegebracht aan hun ingezaaide land, door het zaad te knagen en op te eten.

geeft den God van Israël de eer; Mits bekennende dat gij met recht van Hem gestraft zijt over uw vergrijp aan de ark des Heeren. Alzo spreekt ook Jozua tot Achan, Joz. 7:19.

Hertaald: geeft den God van Israël de eer; Terwijl u erkent dat u terecht door Hem gestraft bent vanwege uw vergrijp tegen de ark van de HEERE. Zo spreekt ook Jozua tot Achan, Joz. 7:19.

god, en van over uw land Te weten, Dagon.

Hertaald: god, en van over uw land Namelijk: Dagon.

1 Samuël 6 vers 6

Egyptenaars en Faraö Deze manier van spreken, te weten, dat enig ding in het algemeen gezegd wordt, en daarna het een of ander in het bijzonder, wordt meermalen in de Heilige Schrift gebruikt, gelijk Joz. 2:1; 1 Kon. 11:1; 2 Sam. 2:1; Ps. 18:1, en Marc. 16:7.

Hertaald: Egyptenaars en Faraö Deze manier van spreken, waarbij iets eerst in het algemeen gezegd wordt en daarna het een of ander in het bijzonder, wordt vaker in de Heilige Schrift gebruikt, zoals Joz. 2:1; 1 Kon. 11:1; 2 Sam. 2:1; Ps. 18:1, en Marc. 16:7.

toen Hij Anders, toen Hij met hen doende was, of, toen Hij zich oefende aan hen, of, nadat Hij hen bespot had

Hertaald: toen Hij Anders: toen Hij met hen bezig was, of: toen Hij Zijn kracht aan hen toonde, of: nadat Hij hen bespot had.

hen gehandeld had, Te weten, de Egyptenaars.

Hertaald: hen gehandeld had, Namelijk: de Egyptenaren.

hen laten trekken, Te weten, de Israëlieten.

Hertaald: hen laten trekken, Namelijk: de Israëlieten.

heengingen? Te weten uit Egypte.

Hertaald: heengingen? Namelijk: uit Egypte.

1 Samuël 6 vers 7

neemt en maakt Anders, maakt en neemt een nieuwen wagen

Hertaald: neemt en maakt Anders: maakt en neemt een nieuwe wagen.

nieuwen wagen, De heidense priesters hebben geacht dat het onbetamelijk was, dat men de ark des Heeren zou zetten en voeren op een wagen, die tevoren tot boerenwerk of tot anderen arbeid was gebruikt geweest; zie iets dergelijks 2 Sam. 6:3.

Hertaald: nieuwen wagen, De heidense priesters vonden het ongepast dat men de ark van de HEERE zou zetten en vervoeren op een wagen die eerder voor boerenwerk of ander werk gebruikt was; zie iets dergelijks 2 Sam. 6:3.

haar kalveren Hebreeuws, haar zonen, of kinderen; alzo ook vs.10.

Hertaald: haar kalveren Hebreeuws: haar zonen, of kinderen; zo ook in vers 10.

weder naar huis Dit vermeerdert het wonderwerk, dat de koeien niet wedergekeerd zijn naar haar zuigelingen.

Hertaald: weder naar huis Dit vergroot het wonder, dat de koeien niet naar hun jongen teruggekeerd zijn.

1 Samuël 6 vers 8

kleinoden, Hebreeuws, vaten, gereedschap; te weten, de gouden spenen en muizen.

Hertaald: kleinoden, Hebreeuws: vaten, gereedschap; namelijk: de gouden gezwellen en muizen.

Hem ten schuldoffer vergelden zult, Te weten, den God Israëls.

Hertaald: Hem ten schuldoffer vergelden zult, Namelijk: de God van Israël.

1 Samuël 6 vers 9

heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; Dat is, zo zullen wij daaruit bekennen dat de God Israëls ons deze plaag heeft toegezonden.

Hertaald: heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; Dat is: dan zullen wij daaruit erkennen dat de God van Israël ons deze plaag heeft toegezonden.

toeval geweest Dat is, iets waarvan men de natuurlijke of de regerende oorzaak niet weten kan.

Hertaald: toeval geweest Dat is: iets waarvan men de natuurlijke of de bestuurde oorzaak niet kan weten.

1 Samuël 6 vers 10

kalveren sloten zij in huis Hebreeuws, haar kinderen, of zonen.

Hertaald: kalveren sloten zij in huis Hebreeuws: haar kinderen, of zonen.

1 Samuël 6 vers 11

spenen Of, aarzen.

Hertaald: spenen Of: aambeien.

1 Samuël 6 vers 12

Beth-sémes op een straat; Zie van deze stad Joz. 15:10 in de aantekeningen, en Joz. 21:16.

Hertaald: Beth-sémes op een straat; Zie over deze stad Joz. 15:10 in de aantekeningen, en Joz. 21:16.

zij gingen steeds voort, Hebreeuws, zij gingen gaande

Hertaald: zij gingen steeds voort, Hebreeuws: zij gingen gaande.

al loeiende, Te weten, omdat zij van haar kalveren afgetrokken waren, want ook de beesten hebben hun jongen liEf.

Hertaald: al loeiende, Namelijk: omdat zij van hun kalveren gescheiden waren, want ook dieren houden van hun jongen.

weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; Hieruit is af te nemen dat er verscheidene straten of bijwegen geweest zijn; maar deze koeien zijn, door de regering Gods, den rechten weg naar Beth-Semes ingegaan.

Hertaald: weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; Hieruit is af te leiden dat er verschillende straten of zijwegen geweest zijn; maar deze koeien zijn, door het bestuur van God, de rechte weg naar Beth-Semes ingegaan.

1 Samuël 6 vers 13

maaiden den tarweoogst Dit placht in het Joodse land te geschieden omtrent pinksteren, Lev 23, dat is, in de maand Mei, of kort daarna. Derhalve is de ark van de Filistijnen genomen omtrent het begin van November, want zij is zeven maanden in hun land geweest, vs.1.

Hertaald: maaiden den tarweoogst Dit gebeurde in het Joodse land meestal rond pinksteren, Lev. 23, dat is: in de maand mei, of kort daarna. Daarom is de ark waarschijnlijk rond het begin van november door de Filistijnen genomen, want zij is zeven maanden in hun land geweest, vers 1.

1 Samuël 6 vers 14

zij kloofden het hout van den wagen, Te weten, de Levietische priesters, die te Beth-Semes woonden, gelijk blijkt vs.15. Want deze stad was den Levieten tot een woning gegeven. Zie Joz. 21:16. Het ambt van dezen was de ark aan te tasten en te dragen; Num. 4:5, enz.

Hertaald: zij kloofden het hout van den wagen, Namelijk: de Levitische priesters, die te Beth-Semes woonden, zoals blijkt uit vers 15. Want deze stad was aan de Levieten tot woonplaats gegeven. Zie Joz. 21:16. Het was hun taak de ark aan te raken en te dragen; Num. 4:5, enzovoort.

1 Samuël 6 vers 15

offerden brandofferen, Dat is, zij behandigden den priesters beesten ten brandoffer, enz.

Hertaald: offerden brandofferen, Dat is: zij overhandigden de priesters dieren voor het brandoffer, enzovoort.

1 Samuël 6 vers 18

Abel, Dat is, klacht. Zie van dezen steen boven, vs.14,15. Waarom hij zo genaamd wordt, zie vs.19. Vergelijk Gen. 50:11.

Hertaald: Abel, Dat is: klacht. Zie over deze steen hierboven, vers 14, 15. Waarom hij zo genoemd wordt, zie vers 19. Vergelijk Gen. 50:11.

die tot op dezen dag is Eenigen verstaan hier de ark, maar anderen den steen, hetwelk gelooflijker is.

Hertaald: die tot op dezen dag is Sommigen betrekken dit op de ark, maar anderen op de steen, wat aannemelijker is.

1 Samuël 6 vers 19

in de ark des HEEREN gezien hadden; Tegen het bevel Gods, Num. 4:5, Num. 4:20. Het schijnt wel dat de Beth-Semieten al te nieuwsgierig geweest zijn, om te zien of de Filistijnen iets uit de ark genomen of daarbij gedaan hadden, en het schijnt dat er enige stoute verachtzaamheid mede vermengd is geweest.

Hertaald: in de ark des HEEREN gezien hadden; Tegen het gebod van God, Num. 4:5, Num. 4:20. Het lijkt erop dat de inwoners van Beth-Semes al te nieuwsgierig zijn geweest om te zien of de Filistijnen iets uit de ark genomen of erbij gedaan hadden, en het lijkt erop dat daar ook een zekere brutale onachtzaamheid mee gemoeid is geweest.

van het volk Te weten, van de andere Israëlieten, die daar lagen om de wacht te houden, opdat hun landpalen niet beschadigd werden; ook van die, welke daar van alle stammen gekomen waren om de ark te zien, op de tijding dat die weder tehuis gekomen was.

Hertaald: van het volk Namelijk: van de andere Israëlieten, die daar lagen om wacht te houden, zodat hun grondgebied niet geschonden werd; ook van hen die van alle stammen daarheen gekomen waren om de ark te zien, op het bericht dat zij weer thuisgekomen was.

1 Samuël 6 vers 20

van den HEERE, Dat is, voor den HEERE, die boven de ark zich openbaarde.

Hertaald: van den HEERE, Dat is: voor de HEERE, Die Zich boven de ark openbaarde.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Beth-Semes  — Hebreeuws voor "huis van de zon" (mogelijk een oude zonnecultusplaats)

Ligging: In de Sefela, op de grens tussen Juda en de Filistijnse kustvlakte, aan de weg tussen Ekron en Kirjath-Jearim.

Geschiedenis: Hier kwam de ark des verbonds aan, nadat de Filistijnen haar, na zeven maanden van builenplagen, met schuldoffers van gouden builen en muizen op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien, hadden teruggezonden — de koeien liepen, zonder menselijke sturing, rechtstreeks van Filistijns gebied naar Beth-Semes, het bewijs dat de HEERE Zelf achter de plagen zat (1 Sam. 6:1-16). Toen sommige inwoners echter in de ark keken, sloeg de HEERE hen, en stierven er zeventig man — waarna de ark spoedig naar Kirjath-Jearim werd overgebracht (1 Sam. 6:19-21). Later een Levietenstad (Joz. 21:16) en het toneel van koning Amazia's nederlaag tegen Israël (2 Kon. 14:11-13).

Bijbelse betekenis: Zowel de plaats van een groot wonder — de sturende hand van de HEERE zelfs over redeloze dieren — als van een ernstige waarschuwing dat heiligheid niet lichtvaardig benaderd mag worden: zelfs Israëlieten, niet alleen heidenen, werden gestraft toen zij de ark zonder eerbied bejegenden (vgl. Num. 4:20).

Archeologie: Tel Beth-Sjemesj is uitvoerig opgegraven, met bewoningssporen vanaf de vroege bronstijd tot de Israëlitische koningstijd, waaronder een indrukwekkend watersysteem en resten die de grensligging tussen Juda en de Filistijnen bevestigen.

Joz. 15:10; 21:16; 1 Sam. 6:1-21; 2 Kon. 14:11-13; 2 Kron. 28:18

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De ark keert terug (het teken van de koeien)  — de Filistijnen zenden de ark, na zeven maanden van plagen, terug op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien zonder juk. Dit is een test die moet bewijzen of de plagen werkelijk van de HEERE kwamen: "zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest" (1 Sam. 6:9)

Na zeven maanden roepen de Filistijnse priesters op de ark terug te zenden met een schuldoffer van gouden spenen en muizen, "naar het getal van de vorsten der Filistijnen" (1 Sam. 6:1-5). Zij waarschuwen daarbij hun hart niet te verzwaren zoals Farao eens deed (1 Sam. 6:6). Zij bedenken een test: twee koeien die pas gekalfd hebben, van hun kalveren gescheiden, aan een nieuwe wagen gespannen — tegen elk natuurlijk instinct in zouden zij naar hun jongen terug moeten keren. Gaan zij in plaats daarvan rechtstreeks naar Beth-Semes, dan is dit werkelijk van de HEERE (1 Sam. 6:7-9). De koeien gaan "recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat", loeiend om hun kalveren maar zonder naar rechts of links af te wijken (1 Sam. 6:10-12). Het volk van Beth-Semes verheugt zich en offert de koeien zelf ten brandoffer (1 Sam. 6:13-15). Maar sommigen van hen kijken in de ark — iets dat alleen de hogepriester mocht, en dat nog slechts eenmaal per jaar — en de HEERE slaat velen van hen. Het volk vraagt vervolgens de ark naar Kirjath-Jearim te brengen (1 Sam. 6:19-21).

Bijbelse betekenis: De Filistijnen, heidenen zonder de wet, kennen toch een gezonde eerbied voor wat heilig is en bedenken een test die niets aan het toeval overlaat. Beth-Semes, een Israëlitische priesterstad die de wet uit het hoofd zou moeten kennen, behandelt de ark juist lichtvaardig. De les raakt daarmee niet in de eerste plaats de Filistijnen maar Israël zelf: bekendheid met heilige dingen is geen vrijbrief voor onachtzaamheid — eerder het tegendeel, want wie meer weet, wordt naar meer geoordeeld.

Typologie: Dat vertrouwdheid met heilige dingen geen vrijbrief is, maar juist een strenger oordeel met zich meebrengt, schrijft Petrus: "Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?" (1 Petr. 4:17).

1 Sam. 6:1-21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

1 Samuël 6

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content