Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het woordH1697 van SamuelH8050geschieddeH1961 aan gansH3605IsraelH3478. En IsraelH3478toogH3318 uit, den FilistijnenH6430tegemoetH7125, ten strijdeH4421, en legerdeH2583 zich bijH5921Eben-HaezerH72, maar de FilistijnenH6430legerdenH2583 zich bij AfekH663.En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.
KJVAnd the word2of Samuel3came to all Israel.5Now Israel7went out6againstthe Philistines9to battle,10and pitched11beside Ebenezer:13and the Philistines15pitched16in Aphek.17
1וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7יִשְׂרָאֵל֩H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לִקְרַ֨אתH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet9פְּלִשְׁתִּ֜יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10לַמִּלְחָמָ֗הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)11וַֽיַּחֲנוּ֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָאֶ֣בֶןH72Eben-haezerEbenezer14הָעֵ֔זֶרH72Eben-haezerEbenezer15וּפְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine16חָנ֥וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent17בַאֲפֵֽקH663Afek, AfikAphek, Aphik
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de FilistijnenH6430steldenH6186 zich in slagordenH4634, om IsraelH3478 te ontmoetenH7125; en als zich de strijdH4421uitspreiddeH5203, zo werd IsraelH3478 voor der FilistijnenH6430aangezichtH6440geslagenH5062; want zij sloegenH5221 in de slagorden in het veldH7704 omtrent vierH702duizendH505manH376.En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.
KJVAnd the Philistines2put themselves in array1againstIsrael:4and when they joined5battle,6Israel8was smitten7before9the Philistines:10and they slew11of the army12in the field13about four14thousand15men.16
1וַיַּעַרְכ֨וּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value2פְלִשְׁתִּ֜יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3לִקְרַ֣אתH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַתִּטֹּשׁ֙H5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer6הַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)7וַיִּנָּ֥גֶףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10פְלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine11וַיַּכּ֤וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound12בַמַּֽעֲרָכָה֙H4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row13בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild14כְּאַרְבַּ֥עַתH702vier, vierhonderd, veertienfour15אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand16אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als het volkH5971 wederom in het legerH4264 gekomen was, zo zeidenH559 de oudstenH2205 van IsraelH3478: WaaromH4100 heeft ons de HEEREH3068hedenH3117geslagenH5062 voor het aangezichtH6440 der FilistijnenH6430? Laat ons van SiloH7887totH413 ons nemenH3947 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068, en laat die in het middenH7130 van ons komenH935, opdat zij ons verlosseH3467 van de handH3709 onzer vijandenH341.Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.
KJVAnd when the people2were come1into the camp,4the elders6of Israel7said,5Wherefore hath the LORD10smitten9us to day11before12the Philistines?13Let us fetch14the ark18of the covenant19of the LORD20out of Shiloh16unto us, that, when it cometh21among22us, it may save23us out of the hand24of our enemies.25
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַֽמַּחֲנֶה֒H4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9נְגָפָ֧נוּH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse10יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13פְלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine14נִקְחָ֧הH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15אֵלֵ֣ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16מִשִּׁלֹ֗הH7887SiloShiloh17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲרוֹן֙H727ark, kistark, chest, coffin19בְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league20יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21וְיָבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22בְקִרְבֵּ֔נוּH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self23וְיֹשִׁעֵ֖נוּH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory24מִכַּ֥ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon25אֹיְבֵֽינוּH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
4Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Het volkH5971 dan zondH7971 naar SiloH7887, en men brachtH5375 van daarH8033 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, die tussen de cherubimH3742woontH3427; en de tweeH8147zonenH1121 van EliH5941, HofniH2652 en PinehasH6372, waren daarH8033metH5973 de arkH727 des verbondsH1285 van GodH430.Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.
KJVSo the people2sent1to Shiloh,3that they might bring4from thence the ark7of the covenant8of the LORD9of hosts,10which dwelleth11between the cherubims:12and the two14sons15of Eli,16Hophni21and Phinehas,22were there with the ark18of the covenant19of God.20
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3שִׁלֹ֔הH7887SiloShiloh4וַיִּשְׂא֣וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5מִשָּׁ֗םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲר֧וֹןH727ark, kistark, chest, coffin8בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)11יֹשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12הַכְּרֻבִ֑יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims13וְשָׁ֞םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16עֵלִ֗יH5941EliEli17עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)18אֲרוֹן֙H727ark, kistark, chest, coffin19בְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league20הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21חָפְנִ֖יH2652HofniHophni22וּפִֽינְחָֽסH6372PinehasPhinehas
5En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En het geschieddeH1961, als de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 in het legerH4264kwamH935, zo juichteH7321gansH3605IsraelH3478 met een grootH1419gejuichH8643, alzo dat de aardeH776dreundeH1949.En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.
KJVAnd when the ark3of the covenant4of the LORD5came2into the camp,7all Israel10shouted8with a great12shout,11so that the earth14rang again.13
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֲר֤וֹןH727ark, kistark, chest, coffin4בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8וַיָּרִ֥עוּH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph9כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11תְּרוּעָ֣הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)12גְדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וַתֵּהֹ֖םH1949beroerd, deunen, dreundedestroy, move, make a noise, put, ring again14הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6AlsH3588 nu de FilistijnenH6430 de stemH6963 van het juichenH8643hoordenH8085, zo zeidenH559 zij: WatH4100 is de stemH6963 van ditH2063groteH1419juichenH8643 in het legerH4264 der HebreenH5680? Toen vernamenH3045 zij, dat de arkH727 des HEERENH3068 in het legerH4264gekomenH935 was.Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.
KJVAnd when the Philistines2heard1the noise4of the shout,5they said,6What meaneth the noise8of this great10shout9in the camp12of the Hebrews?13And they understood14that the ark16of the LORD17was come18into the camp.20
1וַיִּשְׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הַתְּרוּעָ֔הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)6וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מֶ֠הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9הַתְּרוּעָ֧הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)10הַגְּדוֹלָ֛הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus12בְּמַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents13הָעִבְרִ֑יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)14וַיֵּ֣דְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18בָּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20הַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
7Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Daarom vreesdenH3372 de FilistijnenH6430, wantH3588 zij zeidenH559: GodH430 is in het legerH4264gekomenH935. En zij zeidenH559: WeeH188 ons, wantH3588 dergelijke is gisterenH865 en eergisterenH8032nietH3808geschiedH1961!Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
KJVAnd the Philistines2were afraid,1for they said,4God6is come5into the camp.8And they said,9Woe10unto us! for there hath not been such a thing heretofore.16
1וַיִּֽרְאוּ֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)2הַפְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אָמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9וַיֹּאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10א֣וֹיH188Wee, wee, Ochalas, woe11לָ֔נוּ12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14הָיְתָ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15כָּזֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus16אֶתְמ֥וֹלH865gisteren, voren, eertijds[phrase] before (that) time, [phrase] heretofore, of late (old), [phrase] times past, yester(day)17שִׁלְשֹֽׁםH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past
8Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8WeeH188 ons, wieH4310 zal ons reddenH5337 uit de handH3027 van deze heerlijkeH117godenH430? DitH428 zijn dezelfde godenH430, die de EgyptenaarsH4714 met alleH3605plagenH4347geplaagdH5221 hebben, bij de woestijnH4057.Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
KJVWoe1unto us! who shall deliver4us out of the hand5of these mighty7Gods?6these are the Gods11that smote12the Egyptians14with all the plagues16in the wilderness.17
1א֣וֹיH188Wee, wee, Ochalas, woe2לָ֔נוּ3מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4יַצִּילֵ֔נוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)5מִיַּ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6הָאֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הָאַדִּירִ֖יםH117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy8הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9אֵ֧לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10הֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12הַמַּכִּ֧יםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16מַכָּ֖הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)17בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
9Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zijt sterkH2388, en weest mannenH582, gij FilistijnenH6430, opdat gij de HebreenH5680 niet misschien dientH5647, gelijk als zijH1961 ulieden gediendH5647 hebben; zo zijt mannenH582, en strijdtH3898.Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.
KJVBe strong,1and quit2yourselves like men,O ye Philistines,4that ye be not servants6unto the Hebrews,7as they have been9to you: quit11yourselves like men,and fight.13
1הִֽתְחַזְּק֞וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2וִֽהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לַֽאֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine5פֶּ֚ןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not6תַּעַבְד֣וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7לָעִבְרִ֔יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)8כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,10לָכֶ֑ם11וִהְיִיתֶ֥םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לַאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13וְנִלְחַמְתֶּֽםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen stredenH3898 de FilistijnenH6430, en IsraelH3478 werd geslagenH5062, en zij vlodenH5127 een iegelijkH376 in zijn tentenH168; en er geschieddeH1961 een zeerH3966 grote nederlaagH4347, zodat er van IsraelH3478vielenH5307dertigH7970duizendH505voetvolksH7273.Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
KJVAnd the Philistines2fought,1and Israel4was smitten,3and they fled5every man6into his tent:7and there was a very11great10slaughter;9for there fell12of Israel13thirty14thousand15footmen.16
11En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de arkH727GodsH430 werd genomenH3947, en de tweeH8147zonenH1121 van EliH5941, HofniH2652 en PinehasH6372, stiervenH4191.En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.
KJVAnd the ark1of God2was taken;3and the two4sons5of Eli,6Hophni8and Phinehas,9were slain.7
1וַאֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin2אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3נִלְקָ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4וּשְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עֵלִי֙H5941EliEli7מֵ֔תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8חָפְנִ֖יH2652HofniHophni9וּפִֽינְחָֽסH6372PinehasPhinehas
12Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen liepH7323 er een BenjaminietH376 uit de slagordenH4634, en kwamH935 te SiloH7887denzelfdenH1931dagH3117; en zijn klederenH4055 waren gescheurdH7167, en er was aardeH127opH5921 zijn hoofdH7218.Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.
KJVAnd there ran1a man2of Benjamin3out of the army,4and came5to Shiloh6the same day7with his clothes9rent,10and with earth11upon his head.13
1וַיָּ֤רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post2אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3בִּנְיָמִן֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin4מֵהַמַּ֣עֲרָכָ֔הH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row5וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6שִׁלֹ֖הH7887SiloShiloh7בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9וּמַדָּ֣יוH4055klederen, kleed, gerichtearmour, clothes, garment, judgment, measure, raiment, stature10קְרֻעִ֔יםH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear11וַאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רֹאשֽׁוֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
13En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En als hij kwamH935, zietH2009, zo zat EliH5941 op een stoelH3678 aan de zijde van den wegH1870, uitziendeH6822; wantH3588zijnH1961hartH3820 was sidderendeH2730vanwegeH5921 de arkH727GodsH430. Als die manH376kwamH935, om zulks te verkondigenH5046 in de stadH5892, toen schreeuwdeH2199 de ganseH3605stadH5892.En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.
KJVAnd when he came,1lo, Eli3sat4upon a seat6by the wayside8watching:9for his heart12trembled13for the ark15of God.16And when the man17came18into the city,20and told19it, all the city23cried out.21
1וַיָּב֗וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see3עֵ֠לִיH5941EliEli4יֹשֵׁ֨בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַכִּסֵּ֜אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne7יַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8דֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9מְצַפֶּ֔הH6822wachter, wachters, ziebehold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לִבּוֹ֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom13חָרֵ֔דH2730beeft, beefden, sidderendeafraid, trembling14עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin16הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17וְהָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18בָּ֚אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19לְהַגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter20בָּעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town21וַתִּזְעַ֖קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23הָעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
14En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En als EliH5941 de stemH6963 des geroepsH6818hoordeH8085, zo zeideH559 hij: WatH4100 is de stemH6963 dezer beroerteH1995? Toen haastteH4116 zich dieH2088manH376, en hij kwamH935 en boodschapteH5046 het aan EliH5941.En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli.
KJVAnd when Eli2heard1the noise4of the crying,5he said,6What meaneth the noise8of this tumult?9And the man11came13in hastily,12and told14Eli.15
1וַיִּשְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2עֵלִי֙H5941EliEli3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הַצְּעָקָ֔הH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)6וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מֶ֛הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9הֶהָמ֖וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult10הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11וְהָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12מִהַ֔רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift13וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14וַיַּגֵּ֥דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter15לְעֵלִֽיH5941EliEli
15(Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15(Eli nu was een manH1121 van achtH8083 en negentigH8673jarenH8141, en zijn ogenH5869stondenH6965 stijf, dat hij nietH3808zienH7200konH3201.)(Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)
KJVNow Eli1was ninety3and eight4years5old;2and his eyes6were dim,7that he could9not see.10
1וְעֵלִ֕יH5941EliEli2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3תִּשְׁעִ֥יםH8673negentigninety4וּשְׁמֹנֶ֖הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth5שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וְעֵינָ֣יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7קָ֔מָהH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָכ֖וֹלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer10לִרְאֽוֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
16En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En die manH376zeideH559totH413EliH5941: Ik ben het, die uit de slagordenH4634komH935, en ik ben hedenH3117uitH4480 de slagordenH4634gevlodenH5127. Hij dan zeideH559: WatH4100 is er geschiedH1961, mijn zoonH1121?En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?
KJVAnd the man2said1unto Eli,4I am he that came6out of the army,8and I fled12to day13out of the army.11And he said,14What is there done,17my son?18
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָאִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֵלִ֗יH5941EliEli5אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which6הַבָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַמַּעֲרָכָ֔הH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row9וַאֲנִ֕יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַמַּעֲרָכָ֖הH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row12נַ֣סְתִּיH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard13הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15מֶֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why16הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18בְּנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
17Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen antwoorddeH6030 hij, die de boodschapH1319 bracht, en zeideH559: IsraelH3478 is gevlodenH5127 voor het aangezichtH6440 der FilistijnenH6430, en er is ookH1571 een groteH1419nederlaagH4046 onder het volkH5971geschiedH1961; daarenboven zijn uw tweeH8147zonenH1121, HofniH2652 en PinehasH6372, gestorvenH4191, en de arkH727GodsH430 is genomenH3947.Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.
KJVAnd the messenger2answered1and said,3Israel5is fled4before6the Philistines,7and there hath been also a great10slaughter9among the people,12and thy two14sons15also, Hophni17and Phinehas,18are dead,16and the ark19of God20is taken.21
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2הַֽמְבַשֵּׂ֜רH1319boodschap, boodschappen, boodschaptmessenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings3וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4נָ֤סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine8וְגַ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9מַגֵּפָ֥הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke10גְדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11הָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14שְׁנֵ֨יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15בָנֶ֜יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16מֵ֗תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17חָפְנִי֙H2652HofniHophni18וּפִ֣ינְחָ֔סH6372PinehasPhinehas19וַאֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin20הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21נִלְקָֽחָהH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
18En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En het geschieddeH1961, als hij van de arkH727GodsH430vermelddeH2142, zo vielH5307 hij achterwaartsH322 van den stoelH3678 af, aanH5921 de zijde der poortH8179, en brakH7665 den nekH4665, en stierfH4191; wantH3588 de manH376 was oudH2204 en zwaarH3513; en hijH1931richtteH8199IsraelH3478veertigH705jarenH8141.En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.
KJVAnd it came to pass, when he made mention2of the ark4of God,5that he fell6from off the seat8backward9by10the side11of the gate,12and his neck14brake,13and he died:15for he was an old17man,18and heavy.And he had judged21Israel23forty24years.25
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּהַזְכִּיר֣וֹH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin5הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6וַיִּפֹּ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7מֵֽעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַ֠כִּסֵּאH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne9אֲחֹ֨רַנִּ֜יתH322achterwaartsback (-ward, again)10בְּעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within11יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12הַשַּׁ֗עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)13וַתִּשָּׁבֵ֤רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))14מַפְרַקְתּוֹ֙H4665nekneck15וַיָּמֹ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17זָקֵ֥ןH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)18הָאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19וְכָבֵ֑דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick20וְה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who21שָׁפַ֥טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael24אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty25שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zijn schoondochterH3618, de huisvrouwH802 van PinehasH6372, was bevruchtH2030, zij zou barenH3205; als deze de tijdingH8052hoordeH8085, dat de arkH727GodsH430genomenH3947 was, en haar schoonvaderH2524gestorvenH4191 was, en haar manH376, zo kromdeH3766 zij zich, en baardeH3205; wantH3588 haar weeenH6735overvielenH2015 haar.En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.
KJVAnd his daughter in law,1Phinehas'3wife,2was with child,4near to be delivered:5and when she heard6the tidings8that9the ark11of God12was taken,10and that her father in law14and her husband15were dead,13she bowed16herself and travailed;17for her pains21came19upon her.
1וְכַלָּת֣וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse2אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3פִּינְחָס֮H6372PinehasPhinehas4הָרָ֣הH2030zwanger, zwangere, bevrucht(be, woman) with child, conceive, [idiom] great5לָלַת֒H3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6וַתִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשְּׁמֻעָ֔הH8052gerucht, tijding, gehoordbruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הִלָּקַח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin12הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13וּמֵ֥תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14חָמִ֖יהָH2524schoonvader, schoonvadersfather in law15וְאִישָׁ֑הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16וַתִּכְרַ֣עH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very17וַתֵּ֔לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19נֶהֶפְכ֥וּH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)20עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21צִרֶֽיהָH6735gezant, weeen, gezantenambassador, hinge, messenger, pain, pang, sorrow. Compare H6736 (צִיר)
20En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En omtrent den tijdH6256 van haar stervenH4191, zo sprakenH1696 de vrouwenH5921, die bij haar stondenH5324: VreesH3372 niet, wantH3588 gij hebt een zoonH1121gebaardH3205. Doch zij antwoorddeH6030 niet, en nam het niet ter harteH3820.En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
KJVAnd about the time1of her death2the women that stood4by her said3unto her, Fear7not; for thou hast born10a son.9But she answered12not, neither did she regard14it.
1וּכְעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2מוּתָ֗הּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3וַתְּדַבֵּ֨רְנָה֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4הַנִּצָּב֣וֹתH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state5עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תִּֽירְאִ֖יH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בֵ֣ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יָלָ֑דְתְּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12עָנְתָ֖הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)13וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14שָׁ֥תָהH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take15לִבָּֽהּH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
21En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij noemdeH7121 het jongskenH5288IkabodH350, zeggendeH559: De eerH3519 is weggevoerdH1540 uit IsraelH3478! Omdat de arkH727GodsH430 gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvadersH2524 en haars mansH376 wil.En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
Ook in dit vers
weggevoerdH3947
KJVAnd she named1the child2Ichabod,3saying,5The glory7is departed6from Israel:8because9the ark11of God12was taken,10and because of her father in law14and her husband.15
22En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En zij zeideH559: De eerH3519 is gevankelijk weggevoerdH1540 uit IsraelH3478, wantH3588 de arkH727GodsH430 is genomenH3947.En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.
KJVAnd she said,1The glory3is departed2from Israel:4for the ark7of God8is taken.6
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 4:1— En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.1 Samuël 29:1→1 Samuël 7:12→1 Samuël 5:1→Jozua 12:18→1 Samuël 3:11→1 Koningen 20:30→Jozua 15:53→Jozua 19:30→
1 Samuël 4:2— En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.Klaagliederen 3:40→1 Samuël 17:8→1 Samuël 17:21→Psalmen 106:40→Jozua 7:12→Psalmen 44:9→Jozua 7:5→Psalmen 79:7→
1 Samuël 4:3— Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.Hebreeën 9:4→2 Samuël 15:25→Jeremia 7:8→Psalmen 74:1→Numeri 10:33→1 Petrus 3:21→1 Samuël 14:18→Jesaja 58:3→
1 Samuël 4:4— Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.2 Samuël 6:2→Psalmen 80:1→Numeri 7:89→Psalmen 99:1→1 Samuël 2:22→1 Samuël 2:12→Handelingen 19:15→Numeri 4:15→
1 Samuël 4:5— En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.Jozua 6:5→Jeremia 7:4→Micha 2:11→Richteren 15:14→Amos 6:3→Jozua 6:20→Job 20:5→
1 Samuël 4:6— Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.Exodus 32:17→
1 Samuël 4:7— Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!Exodus 15:14→Deuteronomium 32:30→Exodus 14:25→
1 Samuël 4:8— Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.Exodus 9:14→Exodus 7:5→Psalmen 78:43→
1 Samuël 4:9— Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.Richteren 13:1→1 Korinthe 16:13→2 Samuël 10:12→Efeze 6:10→Richteren 10:7→Jesaja 14:2→Deuteronomium 28:47→Jesaja 33:1→
1 Samuël 4:10— Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.Deuteronomium 28:25→2 Koningen 14:12→1 Samuël 4:2→Leviticus 26:17→2 Samuël 18:17→2 Samuël 20:1→Psalmen 78:9→Psalmen 78:60→
1 Samuël 4:11— En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.Psalmen 78:64→1 Samuël 2:34→1 Samuël 2:32→Psalmen 78:60→Jesaja 3:11→
1 Samuël 4:12— Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.Jozua 7:6→2 Samuël 15:32→2 Samuël 1:2→Nehemia 9:1→Job 2:12→2 Samuël 13:19→
1 Samuël 4:13— En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.1 Samuël 1:9→1 Samuël 4:18→Psalmen 79:1→Nehemia 1:3→Psalmen 137:4→Jozua 7:9→Psalmen 26:8→
1 Samuël 4:15— (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)1 Samuël 3:2→Genesis 27:1→1 Koningen 14:4→Psalmen 90:10→
1 Samuël 4:16— En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?2 Samuël 1:4→1 Samuël 3:6→Jozua 7:19→
1 Samuël 4:17— Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.1 Samuël 4:10→1 Samuël 3:11→
1 Samuël 4:18— En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.1 Samuël 4:21→1 Petrus 4:17→1 Samuël 4:13→1 Korinthe 11:30→1 Samuël 2:31→Klaagliederen 2:15→Psalmen 69:9→Psalmen 42:3→
1 Samuël 4:20— En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.Genesis 35:17→Psalmen 77:2→Johannes 16:21→
1 Samuël 4:21— En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.Psalmen 26:8→Jeremia 2:11→Psalmen 78:61→1 Samuël 4:11→Psalmen 78:64→Hosea 9:12→Psalmen 106:20→
1 Samuël 4:22— En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.Psalmen 137:5→Johannes 2:17→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 4 vers 1— En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.
het woord van Samuël
Dat is, de profetie, die Samuël van den Heere geopenbaard was, heeft hij het volk verkondigd, en is volbracht; zie 1 Sam. 3:11, 1 Sam. 3:21.
Hertaald:het woord van Samuël
Dat is: de profetie, die de HEERE aan Samuël geopenbaard had, heeft hij aan het volk verkondigd, en is vervuld; zie 1 Sam. 3:11, 1 Sam. 3:21.
Eben-haëzer,
Dat is, steen der hulpe, helpsteen. Deze plaats heeft eerst naderhand dezen naam gekregen. Zie onder, 1 Sam. 7:12; alzo wordt Luz Gen 12 genoemd, welken naam Jakob deze plaats lang daarna eerst gegeven heeft; Gen 28
Hertaald:Eben-haëzer,
Dat is: steen van de hulp, helpsteen. Deze plaats heeft pas later deze naam gekregen. Zie hieronder, 1 Sam. 7:12; zo wordt ook Luz in Gen. 12 genoemd, welke naam Jakob deze plaats pas lang daarna gegeven heeft; Gen. 28.
Afek
Een stad in den stam van Juda gelegen; Joz. 15:53. Doch er is een ander Afek in den stam van Isschaschar, 1Sa 29; ook een in den stam van Aser, Joz. 19:30; Richt. 1:31.
Hertaald:Afek
Een stad, gelegen in de stam van Juda; Joz. 15:53. Maar er is een ander Afek in de stam van Issaschar, 1 Sam. 29; ook een in de stam van Aser, Joz. 19:30; Richt. 1:31.
1 Samuël 4 vers 2— En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.
de strijd uitspreidde,
Dat is, de krijgslieden die streden. Hij wil zeggen, wanneer nu al de benden en compagnieën beiderzijds aan elkander gekomen waren om te vechten, zo sloegen zij, enz.
Hertaald:de strijd uitspreidde,
Dat is: de strijders die vochten. Hij wil zeggen: toen nu alle troepen en compagnieën aan weerszijden op elkaar gestoten waren om te vechten, sloegen zij, enzovoort.
zij sloegen
Te weten, de Filistijnen.
Hertaald:zij sloegen
Namelijk: de Filistijnen.
in de slagorden
Hij wil zeggen, gedurende den slag, toen de beide legers nog in hun slagorden stonden.
Hertaald:in de slagorden
Hij wil zeggen: tijdens de slag, toen de beide legers nog in hun slagorde stonden.
1 Samuël 4 vers 3— Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.
Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN,
Dit hebben zij gedaan zonder God raad te vragen, menende dat deze uiterlijke ceremonie hen zou kunnen beschermen, of verlossen uit de handen hunner vijanden.
Hertaald:Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN,
Dit hebben zij gedaan zonder God om raad te vragen, in de veronderstelling dat deze uiterlijke plechtigheid hen zou kunnen beschermen of verlossen uit de hand van hun vijanden.
1 Samuël 4 vers 4— Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.
de cherubim woont;
Van tussen welke God tot Mozes en anderen sprak; Ex. 25:22; Num. 7:89.
Hertaald:de cherubim woont;
Van tussen wie God tot Mozes en anderen sprak; Ex. 25:22; Num. 7:89.
daar met de ark des verbonds van God
Te weten, in het leger.
Hertaald:daar met de ark des verbonds van God
Namelijk: in het leger.
1 Samuël 4 vers 6— Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.
is de stem
Dat is, beduidt.
Hertaald:is de stem
Dat is: betekent.
1 Samuël 4 vers 8— Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
deze heerlijke Goden?
Of, van dezen heerlijken God.
Hertaald:deze heerlijke Goden?
Of: van deze heerlijke God.
de woestijn
Dat is, in de Schelfzee, welke ligt aan de woestijn Etham. Zie Ex. 13:20, en Exo 14.
Hertaald:de woestijn
Dat is: in de Schelfzee, die ligt bij de woestijn Etham. Zie Ex. 13:20, en Ex. 14.
1 Samuël 4 vers 10— Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
zijn tenten;
Dat is, in zijn huis, gelijk onder, 1 Sam. 13:2, en 1 Kon. 12:16, enz.
Hertaald:zijn tenten;
Dat is: in zijn huis, zoals hieronder, 1 Sam. 13:2, en 1 Kon. 12:16, enzovoort.
nederlaag,
Hebreeuws, slag.
Hertaald:nederlaag,
Hebreeuws: slag.
1 Samuël 4 vers 12— Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.
zijn klederen waren gescheurd,
Tot een teken van droefenis, en dat hij kwade tijding bracht. Van deze manier van doen, zie de aantekening Gen. 37:29; Joz. 7:6, enz., en 2 Sam. 1:2, 2 Sam. 1:11.
Hertaald:zijn klederen waren gescheurd,
Tot een teken van droefheid, en dat hij slecht nieuws bracht. Zie over deze manier van doen de aantekening bij Gen. 37:29; Joz. 7:6, enzovoort, en 2 Sam. 1:2, 2 Sam. 1:11.
er was aarde op zijn hoofd
Zie dergelijk exempel Joz. 7:6, en 2 Sam. 1:2.
Hertaald:er was aarde op zijn hoofd
Zie zo'n voorbeeld Joz. 7:6, en 2 Sam. 1:2.
1 Samuël 4 vers 13— En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.
schreeuwde de ganse stad
Dat is, de inwoners der stad riepen en schreeuwden overluid van droefheid, toen zij hoorden dat de ark des verbonds genomen was.
Hertaald:schreeuwde de ganse stad
Dat is: de inwoners van de stad riepen en schreeuwden luid van droefheid, toen zij hoorden dat de ark van het verbond genomen was.
1 Samuël 4 vers 15— (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)
stonden stijf,
Hebreeuws, stonden.
Hertaald:stonden stijf,
Hebreeuws: stonden.
1 Samuël 4 vers 17— Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.
hij,
Of, de boodschapper.
Hertaald:hij,
Of: de boodschapper.
1 Samuël 4 vers 18— En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.
poort,
Versta dit van de stadspoort.
Hertaald:poort,
Versta dit van de stadspoort.
1 Samuël 4 vers 19— En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.
kromde zij zich,
Te weten, van pijn en benauwdheid, die zij gevoelde.
Hertaald:kromde zij zich,
Namelijk: van de pijn en benauwdheid die zij voelde.
haar
Hebreeuws, haar noden wendden zich over haar
Hertaald:haar
Hebreeuws: haar weeën keerden zich tegen haar.
weeën overvielen haar
Angsten, benauwdheden, nood.
Hertaald:weeën overvielen haar
Angsten, benauwdheden, nood.
1 Samuël 4 vers 20— En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
bij haar stonden
Of, over haar
Hertaald:bij haar stonden
Of: bij haar.
nam het niet ter harte
Hebreeuws, zij zette haar hart daar niet [op]; dat is, zij werd door zulke woorden niet bewogen; zij verkwikten haar hart niet.
Hertaald:nam het niet ter harte
Hebreeuws: zij zette haar hart daar niet [op]; dat is: zij werd door zulke woorden niet bewogen; zij verkwikten haar hart niet.
1 Samuël 4 vers 21— En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
Ikabod,
Dat is, waar is de heerlijkheid? Anders, er is geen eer. Alsof zij zeide: Alle heerlijkheid en treffelijkheid van Israël is ons nu benomen, nu de ark ons benomen is, welke Israël grote heerlijkheid en vermaardheid toebracht. Want zij was een teken der genadige tegenwoordigheid Gods onder zijn volk. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt Ps. 26:8, en Ps. 78:61.
Hertaald:Ikabod,
Dat is: waar is de heerlijkheid? Anders: er is geen eer. Alsof zij zei: alle heerlijkheid en aanzien van Israël is ons nu ontnomen, nu de ark ons ontnomen is, die Israël grote heerlijkheid en faam bracht. Want zij was een teken van de genadige tegenwoordigheid van God onder Zijn volk. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt in Ps. 26:8, en Ps. 78:61.
1 Samuël 4 vers 22— En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.
eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël,
Deze vrouw beklaagt zich meer en is bedroefder om de algemene schade dan om haar eigen verlies. Zie ook boven, vs.18.
Hertaald:eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël,
Deze vrouw beklaagt zich meer en is bedroefder om de algemene schade dan om haar eigen verlies. Zie ook hierboven, vers 18.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Eli — verhoging, of: mijn God
De hogepriester en richter te Silo, in wiens tijd Samuel als kind aan de dienst van de HEERE werd toegewijd (1 Sam. 1:9, 25). Ondanks zijn eigen vroomheid bestrafte hij zijn goddeloze zonen Hofni en Pinehas niet krachtig genoeg, waarvoor een man Gods hem een oordeel over zijn huis aankondigde (1 Sam. 2:27-36). Bij het bericht dat de ark van God buitgemaakt was en zijn beide zonen gesneuveld waren, viel hij van zijn stoel achterover en brak zijn nek; hij was toen achtennegentig jaar oud en had veertig jaar over Israël gericht (1 Sam. 4:12-18).
Hofni — vuistvechter, of: brutaal
De oudste zoon van Eli, priester te Silo, die samen met zijn broer Pinehas het priesterambt schandelijk misbruikte: zij namen zich met geweld de beste stukken van de offers toe en pleegden ontucht met de vrouwen die bij de tent der samenkomst dienden (1 Sam. 2:12-17, 22). Beiden sneuvelden op dezelfde dag in de strijd tegen de Filistijnen, toen de ark van het verbond buitgemaakt werd (1 Sam. 4:11).
Pinehas — koperen mond, of: orakel
De jongste zoon van Eli, priester te Silo, wiens goddeloze gedrag, samen met dat van zijn broer Hofni, de toorn van de HEERE opriep (1 Sam. 2:12-17, 22). Hij is een andere persoon dan zijn beroemde naamgenoot, de kleinzoon van Aäron. Hij sneuvelde met zijn broer in de strijd tegen de Filistijnen (1 Sam. 4:11); zijn vrouw stierf kort daarna in het kraambed, na de geboorte van hun zoon Ikabod (1 Sam. 4:19-22).
Ikabod — geen heerlijkheid, of: waar is de heerlijkheid?
De zoon van Pinehas, geboren op de dag dat zijn vader en grootvader Eli stierven en de ark van het verbond door de Filistijnen buitgemaakt werd. Zijn stervende moeder gaf hem deze naam, zeggend: 'de heerlijkheid is weggevoerd uit Israël, want de ark Gods is genomen' (1 Sam. 4:19-22).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Afek — zie voor naam en de vroegere geschiedenis het artikel bij Jozua 12, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Zie het artikel bij Jozua 12.
Geschiedenis: Hier legerde Israël zich tegen de Filistijnen, die het volk een eerste maal versloegen; in de hoop op overwinning haalde Israël daarop de ark des verbonds uit Silo naar het slagveld, maar werd opnieuw, en zwaarder, verslagen: dertigduizend voetknechten sneuvelden, de priesters Hofni en Pinehas kwamen om, en de ark zelf werd door de Filistijnen buitgemaakt — het bericht waarvan de oude Eli, bij het horen ervan, van zijn stoel achterover viel en zijn nek brak (1 Sam. 4:1-18).
Bijbelse betekenis: Een van de aangrijpendste lessen van heel de Schrift over bijgelovig vertrouwen op uiterlijke godsdienstige voorwerpen zonder waar geloof: Israël dacht de ark zelf, los van gehoorzaamheid en een levend geloof, als een soort magische garantie voor overwinning te kunnen gebruiken — de Filistijnen zelf erkenden nog eerder dan Israël hoe heilig de ark was (1 Sam. 4:6-8), maar de HEERE liet Zijn eigen ark toch buitmaken om Israëls holle godsdienstigheid te oordelen. Ikabod, "de eer is weggevoerd van Israël", werd de veelzeggende naam die Pinehas' vrouw haar pasgeboren zoon gaf (1 Sam. 4:19-22).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ikabod (de eer is weggevoerd) — na een nederlaag tegen de Filistijnen haalt Israël de ark des verbonds als een strijdmiddel naar het slagveld; zij wordt buitgemaakt, en Eli's schoondochter noemt haar pasgeboren zoon Ikabod: "De eer is weggevoerd uit Israel" (1 Sam. 4:21-22)
Na een eerste nederlaag tegen de Filistijnen besluiten de oudsten van Israël de ark des verbonds uit Silo te halen, "opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden" (1 Sam. 4:1-4). Het volk juicht zo luid dat de aarde dreunt, en de Filistijnen, wetend welke God met deze ark verbonden is, vrezen zeer — maar strijden juist daarom des te vastberadener (1 Sam. 4:5-9). Israël wordt zwaar verslagen, dertigduizend man sneuvelen, Hofni en Pinehas sterven, en de ark zelf wordt buitgemaakt (1 Sam. 4:10-11). Wanneer het bericht Eli bereikt, valt hij achterover van zijn stoel, breekt zijn nek en sterft (1 Sam. 4:12-18). Zijn schoondochter, hoogzwanger, bevalt bij het horen van het nieuws en sterft; haar laatste daad is het noemen van haar zoon Ikabod, en zij legt die naam zelf uit: "De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel" (1 Sam. 4:19-22).
Bijbelse betekenis: Israëls fout ligt niet in het vertrouwen op de HEERE maar in het vertrouwen op het teken van Zijn tegenwoordigheid zonder de HEERE Zelf. De ark wordt hier ingezet als een magisch strijdmiddel, een garantie op zich, los van bekering en gehoorzaamheid — precies de zonde die Hofni en Pinehas al belichaamden. God laat Zich niet aan een voorwerp binden: de ark redt Israël niet, juist omdat het volk haar tot een afgod had gemaakt in plaats van tot een teken van gehoorzaamheid aan een levende God.
Typologie: Jeremia waarschuwt Israël eeuwen later tegen precies dezelfde valse zekerheid, nu met de tempel: "Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze!" (Jer. 7:4, niet apart aangehaald). Hetzelfde vertrouwen op een heilig voorwerp of een heilige plaats, zonder het hart dat daarbij hoort, blijkt telkens weer een valse zekerheid.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De eer is weggevoerd uit Israël — 4:1-11, 19-22
Israël verliest een veldslag tegen de Filistijnen en zoekt naar een verklaring. De oudsten komen op een gedachte die op het eerste gezicht vroom lijkt: haal de ark uit Silo en zet die in het legerkamp. Wat er dan gebeurt, is de zwaarste bladzijde van het boek.
Israël gebruikt de tegenwoordigheid van God als geluksbrenger, verliest de ark, en een stervende vrouw geeft haar kind de naam die de toestand samenvat.
Let op de zin waarmee het misgaat: laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden. Er wordt niet gebeden, er wordt niets beleden, er wordt niet gevraagd waarom zij verslagen werden. Er wordt een voorwerp gehaald.
De ark was het teken van Gods tegenwoordigheid, en er zat een geschiedenis in: de twee stenen tafelen, de staf van Aäron die gebloeid had, en een kruik met manna. Alles wat God voor dit volk gedaan had, lag daarin opgeborgen. En juist dat maakt de vergissing zo groot: zij dachten dat zij, door de plaats waar God woonde het slagveld op te dragen, niet meer verliezen kónden. De tegenwoordigheid van God werd behandeld als een talisman.
Het loopt uit op een nederlaag die alles overtreft. Dertigduizend man vallen, de beide priesterzonen sneuvelen, en de ark wordt genomen. Als de boodschapper in Silo aankomt, valt de oude Eli achterover van zijn stoel en breekt zijn nek — niet bij het bericht over zijn zonen, maar bij het woord over de ark.
En dan komt het tafereel waar dit hoofdstuk om herinnerd wordt. De vrouw van Pinehas is zwanger en op het punt te baren. Zij hoort in één adem dat haar schoonvader dood is, dat haar man gesneuveld is en dat de ark genomen is. Zij bevalt en sterft. En terwijl de vrouwen om haar heen haar willen troosten met de mededeling dat zij een zoon heeft, geeft zij het kind een naam: “En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel!” Ikabod betekent: geen heerlijkheid.
Zij noemt dan wel haar man en haar schoonvader, maar de reden staat voorop en zij zegt het tweemaal: omdat de ark Gods genomen is. Een vrouw die alles verloren heeft, rouwt het hardst over wat het volk verloren heeft. Zij merkte dus dat God vertrokken was. Dat is de vraag die dit hoofdstuk aan iedere latere gemeente stelt: zou het opvallen?
Wat er daarna gebeurt, laat zien dat de ark geen talisman was maar ook geen buit. In het huis van Dagon ligt het beeld de volgende ochtend op zijn gezicht voor de ark, en de dag erna liggen hoofd en handen afgebroken op de drempel. De Filistijnen worden geslagen en sturen de ark terug op een wagen, achter twee koeien die niemand ment. God laat Zich niet gebruiken en Hij laat Zich ook niet gevangenhouden.
Zo staat dit hoofdstuk in de lange lijn van Gods tegenwoordigheid: eerst in de hof, dan in de tabernakel, hier weggevoerd, later bij Ezechiël vertrekkend uit de tempel. En dan komt er Iemand van Wie geschreven staat dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond, en dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben. Wat een stervende vrouw als verlies benoemde, krijgt daar zijn antwoord: de heerlijkheid komt terug, en ditmaal in een Mens.
1 Samuël 4:3 — De ark wordt gehaald als middel om te winnen, zonder gebed of belijdenis.
1 Samuël 4:11 — De ark wordt genomen en de beide priesters sterven.
1 Samuël 4:21 — Ikabod: de eer is weggevoerd uit Israël.
1 Samuël 5:3-4 — Dagon ligt op zijn gezicht voor de ark; God is geen buit.
Ezechiël 10:18 — Eeuwen later gaat de heerlijkheid opnieuw weg, nu uit de tempel.
Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Mattheüs 1:23; Ezechiël 10:18-19; Openbaring 21:3; 1 Korinthe 3:16
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 4 niet aan. Wat hier gelegd wordt is een lijn die door de hele Schrift loopt: waar God woont, en wat er gebeurt als Hij weggaat. Dat de terugkeer van die heerlijkheid in Christus is, zegt Johannes 1 met zoveel woorden; dat dit hoofdstuk daar bewust naar vooruitwijst, staat er niet. Het beeld van de talisman is geen uitleg van de tekst maar een benoeming van wat de oudsten in vers 3 doen.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 4:7.KruisverwijzingenExodus 15:14→Deuteronomium 32:30→Exodus 14:25→ — Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied! Israël stond niet in het gareel met God. Het volk had de Allerhoogste vergeten en zich tot de dienst van Baäl gekeerd. Zij hadden de dingen van God verwaarloosd, en daarom werden zij aan hun vijanden overgegeven. Toen Jehova hen uit Egypte gebracht had, onderwees Hij hen hoe zij in het land moesten leven waarin Hij hen brengen zou, en Hij waarschuwde hen dat zij getuchtigd zouden worden als zij zich van Hem afkeerden.
Zijn woorden waren heel duidelijk: “Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid; zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen” (Lev. 26:27-28). Tot vervulling van dit dreigement was het de Filistijnen goddelijk toegelaten wijdverbreide verwoesting over de afgodische Israëlieten te brengen.
De enige weg voor hen om uit hun moeite te komen was tot God terug te keren en hun geloof en hun verbond met God te vernieuwen. Maar dat is het laatste wat de mensen doen. Wij willen elke uitwendige plicht waarnemen of elke uiterlijke plechtigheid volbrengen; maar ons gemoed en hart onder de goddelijke wil te buigen — daar heeft de ongelovige een afkeer van.
In plaats van te pogen met God in het reine te komen, gingen deze Israëlieten bijgelovige middelen bedenken om zich de overwinning over hun vijanden te verzekeren. In dit opzicht hebben de meesten van ons hen nagevolgd. Wanneer wij door beproevingen gaan, menen wij dat wij een of andere kleinigheid in verband met de uitwendige godsdienst vergeten moeten hebben, in plaats van te zien dat het gelóóf is wat God behaagt. En daar kunnen wij niet toe komen buiten de Geest van God.
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenRichteren 13:1→1 Samuël 29:1→1 Samuël 7:12→2 Samuël 6:2→1 Korinthe 16:13→Deuteronomium 28:25→2 Koningen 14:12→1 Samuël 4:2→ — En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek. En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man. Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden. Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God. En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde. Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was. Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied! Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn. Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt. Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks. Samuël begint onder geheel Israël te prediken. Een krijgstocht van de Israëlieten tegen de Filistijnen, die het land verdrukken, loopt ongelukkig af; 4000 mannen uit Israël vallen in de slag. Nu laat men de ark van het verbond halen en ontvangt die met vreugdegeschreeeuw in het leger; men meent, nu moest de overwinning aan de zijde van Israël zijn; zelfs de Filistijnen, als zij het vreugdegeschreeuw over de aankomst van de ark vernemen, beginnen te vrezen. De vrees slaat de vijanden echter niet neer, zij vatten moed tot een dappere strijd; dat tweede gevecht loopt, omdat Israël door de Heere overgegeven wordt in de hand van zijn vijanden, nog ongelukkiger af dan het eerste. Hofni en Pinehas, die de ark vergezellen, komen in de slag om en de ark zelf wordt de vijanden tot buit.
Kruisverwijzingen1 Samuël 29:1→1 Samuël 7:12→1 Samuël 5:1→Jozua 12:18→1 Samuël 3:11→1 Koningen 20:30→Jozua 15:53→Jozua 19:30→— En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.
En het woord van Samuël geschiedde aan geheel Israël. 1) Hij begon het gehele land door te prediken. En Israël trok uit de Filistijnen tegemoet ten strijde, en legerde zich bij de plaats die later, om de na twintig jaar daar bevochten zege Eben-Haëzer (= steen van hulp) genoemd is, tussen Mizpa en Sen in het gebied van de stam Benjamin (7: 12); maar de Filistijnen legerden zich ten zuidwesten daarvan bij Afek.2)
Dit gedeelte van vs.1 brengen de oudste vertalingen, zoals de Septuaginta en de Vulgata tot het vorige hoofdstuk, zoals ook Luther en Calvijn.
Calvijn zegt o.a. in zijn Homilie over deze verzen: “Hij heeft niet een bijzonder bevel gegeven, om tegen het leger van de Filistijnen op te trekken, maar veel liever stellen wij, dat hij de voorzeggingen heeft bekend gemaakt, niet alleen die tegen het huis van Eli, die ondervonden heeft, dat vervuld is, wat Samuël voorspeld had, zodat hij heeft getoond, dat hij God een getrouw en waar profeet was.”. Ook onze Statenvertalers hebben dit niet direct toegepast op het volgende, maar meer op het vorige vers, door erop te wijzen, dat Samuël het woord, dat hij van de Heere had ontvangen, heeft bekend gemaakt en dat nu de schrijver ons gaat tonen, dat de Heere geen van zijn woorden op aarde laat vallen. Wij mogen dan ook niet vaststellen dat, zoals sommigen willen, Samuël door deze woorden tot de strijd met de Filistijnen heeft aangemaand op bevel van de Heere. Wel wordt nu aangetoond, hoe in vervulling treedt, wat de Heere door Samuël liet prediken, opdat Israël in de weg van tegenspoed en ziende, dat de hand van de Heere hen tegen was, tot boete en berouw zou komen.
De Septuaginta, Vulgata en Luther vertalen deze woorden: “En Samuël begon te prediken tot geheel Israël”; de Weimarse Bijbel verklaart dit: “hij nam Mozes voor zich, verklaarde die met woorden en voorbeelden en openbaarde aan het volk van God raad en wil”. Dit gedeelte van dit vers was daarom gevoegelijker aan het vorige hoofdstuk toegevoegd. Dächsel meent integendeel dat de zin van deze woorden zal zijn, dat Samuël een bevel van God om de oorlog aan te vangen zal hebben bekend gemaakt. Het bezwaar, dat Israël geslagen is, probeert hij weg te nemen door op te merken, dat niet 4: 10vv., maar 7: 5-14 het einde van deze geschiedenis is, en de Heere eerst Israël moest verootmoedigen door de nederlaag. Hij voert aan, dat dit dikwijls in het rijk van God plaatsvindt, en wijst op de werkzaamheid van Johannes Huss, die als hij ter dood gebracht werd, gezegd zou hebben: “Nu verbrandt gij een gans (het woord Hus betekent in het Boheems “gans), maar uit mijn as zal een zwaan voortkomen, die gij niet zult kunnen braden”. Hoewel dit woord niet als historisch bewezen is, is het zeker, dat Huss overtuigd was van de zegepraal van de Evangeliën, ondanks zijn dood. Hij schrijft in een brief aan zijn gemeente te Praag: “Omdat de gans een tam dier is, dat zich in zijn vlucht niet hoog verheffen kan, en de strikken doorgebroken heeft, zullen na mij valken en adelaars komen, die door het woord van God en door heilig leven hoger opwaarts zullen stijgen en velen tot de Heere Jezus zullen leiden.” Dächsel neemt daarom ook het tweede gedeelte van zijn aanmerkingen “Jud 15: 20 terug, waar gezegd is, dat deze strijd met de Filistijnen in verband stond met Simsons wraak in Richteren 16: 23vv.. Hij ziet mede bezwaar in de door ons gevolgde verklaring, wegens het daarop volgende: “En Israël trok uit, enz.” Onze Statenvertalers hebben echter het verband verklaard, door aan te wijzen, dat Samuël het woord, dat hij van de Here ontvangen had (3: 11vv.), bekend heeft gemaakt, en dat nu de schrijver ons gaat aantonen, dat de Heere geen van Zijn woorden op aarde laat vallen.
KruisverwijzingenKlaagliederen 3:40→1 Samuël 17:8→1 Samuël 17:21→Psalmen 106:40→Jozua 7:12→Psalmen 44:9→Jozua 7:5→Psalmen 79:7→— En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.
Er komen verscheidene plaatsen met de naam Afek voor: 1. een stad in het noordelijk gedeelte van de stam Aser, die deze echter nooit innam (Joz.19: 30 Richteren 1: 31); 2. een plaats, die ongeveer een uur ten westen van Sunem (1 Samuel .28: 4) in de vlakte van Jizreël gelegen is en heden el-Fuhleh heet (29: 1; 1 Koningen .20: 26vv.); 3. een in het Onomastikon vermelde plaats op het hoogland, ten oosten van het meer Gennesareth gelegen, aan de militaire weg tussen Damascus en Palestina, die enige uitleggers in het in 1 Koningen .20: 26vv.) genoemde Afek willen terugvinden, heden Feik; 4. het in Joz.12: 18 genoemde Afek is zonder twijfel het hier bedoelde, dat wij met Robinson niet voor hetzelfde houden als het noordelijk van Damim op een hoge bergtop gelegen dorp Ahbek (dit is volgens Van der Velde het Bijbelse Aseka (Joz.10: 10; 15: 35), en moet veel meer noordoostelijk daarvan, meer naar Mizpa heen, gelegen hebben; 5. een vijfde Afek lag op het middelste gedeelte van het gebergte van Juda, maar is niet nader aan te wijzen (Joz.15: 53).
En de Filistijnen stelden zich in slagorden om Israël in een openlijker veldslag te ontmoeten, en toen zich de strijd uitspreidde, algemeen werd, zo werd Israël voor het aangezicht van de Filistijnen geslagen: want zij sloegen in de slagorden in het veld, op het vrije veld, waar de slag plaatshad, omtrent vierduizend man, zonder dat het nog tot een eigenlijk vluchten gekomen was, de laatsten trokken zich in hun leger terug om later de strijd nog eens te beginnen (vs.3vv.).
KruisverwijzingenHebreeën 9:4→2 Samuël 15:25→Jeremia 7:8→Psalmen 74:1→Numeri 10:33→1 Petrus 3:21→1 Samuël 14:18→Jesaja 58:3→— Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.
Toen het volk, voor de Filistijnen teruggetrokken, opnieuw in het leger gekomen was, zeiden de oudsten van Israël, terwijl zij krijgsraad hielden: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht van de Filistijnen?
Wij zijn toch Zijn volk en deze Filistijnen zijn onbesneden. Misschien is het wel, omdat wij de ark van het verbond niet meegenomen hebben. Laat ons dan van Silo totons nemen de ark van het verbond met de HEERE, wanneer wij nu weer tot de strijd uittrekken, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlost van de hand van onze vijanden. 2)
De vraag veronderstelt, dat de Israëlieten zich te gering achten om de strijd met de vijanden te ondernemen, en dat zij slechts zijn geslagen, omdat de Heere, hun Verbondsod, hun Zijn bijstand had onttrokken. Dit oordeel was zeer juist, maar zeer verkeerd het middel, wat zij aanwenden om zich vóór de voortzetting van de strijd van Gods hulp te verzekeren. In plaats van tot zichzelf in te keren en door boete en erkenning van hun afval van de Heere, hun God, om Zijn bijstand te smeken, besloten zij de ark van het verbond uit de tabernakel te Silo in het leger te halen, menende dat God Zijn genadige aanwezigheid onder Zijn volk op zo’n wijze aan deze tot troon van Zijn openbaring uitgekozen heilige zaken had vastgeknoopt, dat Hij daarmee zelf in het leger zou komen en de vijanden slaan.
De afgeweken Israëlieten erkennen, dat de Heere hen geslagen heeft. Nee! niet een ieder, die “Heere! Heere!” zegt is een gelovige.
Zij hadden op hun vraag zichzelf ten antwoord moeten geven: “Omdat wij de Heere verlaten hebben, heeft Hij ons verlaten, en nu in boete en berouw tot Hem moeten terugkeren. In plaats daarvan vervallen zij, zoals onboetvaardige mensen bij hun dood gewoonlijk in de regel doen, tot de verkeerde waan, dat zij de lieve God tot hun diensten kunnen dwingen, wanneer zij slechts het van Hem verordende genademiddel aanwenden; maar juist om zo’n waan was het nodig, dat hun het genademiddel ontnomen werd, opdat zij zouden leren op de juiste wijze hun vertrouwen op de Heere te stellen.
Het is niet ongewoon, dat zij, die van het leven van godsvrucht vervreemd zijn, grote voorliefde aan de dag leggen voor de gebruiken en uitwendige vormen, en dat zij, die de kracht van godzaligheid verloochenen, niet alleen de gedaante daarvan hebben maar ook bewonderen. De tempel van God wordt hoog verheven, voor de ark van God wordt geijverd met veel schijnbaar vuur door menigten, die geen eerbied hebben voor de Heere van de tempel en de God van de ark, alsof belangstelling in de naam van Christendom een vergoeding zou zijn voor de verachting van het christelijk geloof.
Wanneer goddeloze mensen in nood komen willen zij vroom worden en zij worden bijgelovig. Wat de ark voor Israël was, is bij menig ziek- en sterfbed het gewenste gebed van een geestelijke.
Kruisverwijzingen2 Samuël 6:2→Psalmen 80:1→Numeri 7:89→Psalmen 99:1→1 Samuël 2:22→1 Samuël 2:12→Handelingen 19:15→Numeri 4:15→— Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.
Het volk dan voerde spoedig dit besluit uit, zonder eerst naar de wil van de Heere te laten vragen, en zond naar Silo, dat 7 à 8 mijl ten noorden van Mizpa lag, en men bracht van daar uit de tent de ark van het verbond met deHEERE der heerscharen, die a) tussen de Cherubim woont
(Ex.25: 20vv. (Num.10: 35vv.); en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, 2) verschenen spoedig in het leger, en waren daar met de ark van het verbond van God.
2 Samuel .6: 2 Psalm 80: 2; 99: 1
Deze uitdrukking wordt opzettelijk gebezigd, om daarmee aan te duiden, dat het volk daarom de ark weghaalde naar het leger, omdat het meende, dat daarmee ook de Heere zelf in het leger zou komen, de Heere der heerscharen, Wiens macht volkomen is.
Het beroep van Eli’s zonen bracht het mee de ark te dienen (Num.4: 1vv.); hun misdaad, omdat zij het heiligdom geschonden hadden (3: 13vv.), bracht echter weer de vloek in het leger van de kinderen van Israël, zodat men reeds nu kon voorzeggen, welk gevolg deze maatregel hebben zou.
KruisverwijzingenJozua 6:5→Jeremia 7:4→Micha 2:11→Richteren 15:14→Amos 6:3→Jozua 6:20→Job 20:5→— En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.
En het geschiedde, toen de ark van het verbond met de HEERE in het leger kwam, juichte geheel Israël van vreugde met een groot gejuich, zodat de aarde dreunde.1)
Israël herinnerde zich zeker, hoe door het dragen van de ark rondom Jericho de stad gevallen was (Joz.6: 11) en hoe Midian verslagen was (Num.31: 6). Strigelius past hierop toe het woord van Polyblus: “Velen, zich niet toeleggende om het leven van uitmuntende mannen, maar alleen sommige van hun buitengewone daden na te volgen, hebben niets anders gedaan, dan dat zij hun dwaasheid aan de wereld openbaar gemaakt hebben.”.
KruisverwijzingenExodus 32:17→— Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.
Toen nu de Filistijnen in het leger de stem van het juichen hoorden, zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger van de Hebreeën? Er moet ietsbijzonders gebeurd zijn. Toen vernamen zij, dat de ark van de HEERE in het leger gekomen was.
KruisverwijzingenExodus 15:14→Deuteronomium 32:30→Exodus 14:25→— Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden; De God van de Hebreeën is in het leger gekomen. En zij zeiden verder: Wee ons, want dit is gisteren en eergisteren niet gebeurd; vroeger hadden zij hun God niet in hun midden,nu zullen wij zeker verslagen worden.
KruisverwijzingenExodus 9:14→Exodus 7:5→Psalmen 78:43→— Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke Goden, die hun bijstand verlenen? Dat zijn dezelfde Goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben bij de woestijn. 1)
Evenals alle heidenen de macht van de goden van andere volken in zekere mate vreesden, zo ook hier de Filistijnen de macht van de God van Israël, van Wiens grote daden in Egypte te voren het gerucht tot hun oren doorgedrongen was (Exod.15: 14vv.), dat door Jozua’s overwinning en Simsons wonderbare sterkte in levend aandenken bij hen gebleven was. Als echte heidenen, die zich van één God geen begrip konden maken, maar alleen van vele goden weten, lost zich bij hen de God van Israël in een aantal van goden op. Wanneer zij van het slaan van Egypte met allerlei plagen “in de woestijn” spreken, zo is dit daaruit te verklaren, dat tussen hen en het land Egypte de grote Arabische woestijn (Ex 13: 20) lag, waarmee zij Egypte als één geheel beschouwen, terwijl het laatste wonder, dat farao met zijn ruiters in de Rode Zee deed verdrinken, in de eigenlijke woestijn had plaatsgehad. Met de diepe eerbied, die de Filistijnen hier voor de God van Israël tonen, en met de vrees voor Zijn aan de ark verbonden aanwezigheid schijnt in tegenspraak te staan, dat God later juist deze ark in hun handen liet vallen en zo Zijn eer voor hen tot schande maakte; wij zullen echter in 5 en 6 zien, hoe Hij Zijn eer voor hen redt en hen dwingt Zijn heiligdom weer terug te geven.
De Filistijnen spraken hier van Goden in het algemeen, omdat zij zelf ook meer dan één afgod aanbaden. Van de eenheid van het goddelijk Wezen hadden zij niet het minste begrip. Zij tonen zich zeer bevreesd voor de God van Israël, omdat zij van Zijn daden vroeger hebben gehoord. Dit zet hen echter niet aan om af te houden van de verdrukking van Gods volk, maar veeleer om vol te houden. Hun vrees gaat over in vijandschap en hun vijandschap uit zich in daden van geweld tegen het volk en daarom tegen de God van Israël.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:25→2 Koningen 14:12→1 Samuël 4:2→Leviticus 26:17→2 Samuël 18:17→2 Samuël 20:1→Psalmen 78:9→Psalmen 78:60→— Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
Toen zij zich zo tot een dappere strijd aangegord hadden, streden de Filistijnen, en Israël werd geslagen, en zij vluchtten een ieder in zijn tenten; 1)en er vond een zeer grote nederlaag plaats, zodat er van Israël vielen dertigduizend man voetvolk; krijgswagens en ruiterij had men toen nog niet (De 17: 16).
In het Hebreeuws Leöhelaw, in of naar zijn tenten, d.i. naar zijn haardsteden. De strijd verliep in een ordeloze vlucht, waarbij 30.000 man vielen. Bovendien ook de beide zonen van Eli, Hofni en Pinehas, terwijl ook de ark werd weggenomen. Hierdoor werd aan het huis van Eli het oordeel vervuld en werd tevens aan Israël bewezen, dat de Heere van hen geweken was, opdat het tot boete en berouw zou komen, terwijl straks de Filistijnen eveneens zullen erkennen, dat de God van Israël de machtige en sterke God is.
Israël had vertrouwd op uitwendige voorrechten, maar de Heere toont hier, dat zo’n vertrouwen van geen betekenis is, dat uitwendige voorrechten op zichzelf geen heil verschaffen, noch tijdelijk, noch geestelijk.
KruisverwijzingenPsalmen 78:64→1 Samuël 2:34→1 Samuël 2:32→Psalmen 78:60→Jesaja 3:11→— En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.
En a) de ark van God werd genomen en viel in de handen van de vijanden, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, die de ark vergezelden, stierven, 1)door de vijand gedood.
1 Samuel .2: 32,34 Psalm 78: 61,64.
Zo gaat het, wanneer men slechts een historische Christus buiten zich tot Verlosser aanneemt. In ons moet Hij door Zijn Heilige Geest Zijn hulp tot verlossing uit de hand van de Filistijnen bewijzen. Wanneer wij Christus niet hadden, zouden wij niet kunnen bestaan, want er is geen hulp in de hemel en op aarde buiten Hem. Wanneer wij Hem echter niet anders dan slechts buiten ons en onder ons hebben, van Hem prediken, leren, horen, lezen, spreken, strijd voeren, Zijn naam in den mond hebben, maar Hem niet in ons laten werken, Zijn kracht niet in ons laten betonen, zal Hij ons evenmin behouden, als de ark de Israëlieten. Nu waren zij in die toestand gebracht, dat zij zich met het volste leedwezen moesten beklagen, dat zij zo voorbarig en eigenwijs geweest waren van de ark met zich in het leger te voeren en haar op zo’n wijze bloot te stellen en duizendvoudig wensen zij, dat zij gebleven was op de plaats, die God daarvoor bestemd had. Nu werden zij overtuigd, dat God zich door de ijdele en dwaze mens geen wet wil laten voorschrijven en dat, ofschoon Hij ons verbonden heeft aan Zijn ark, Hij nochthans zelf daar niet aan gebonden is, maar veeleer deze in de handen van Zijn vijanden wil overgeven dan toelaten, dat zij, door zijn schijnvrienden ontheiligd en dus hun bijgelovigheid gestijfd worde. Niemand denke, dat hij onder het kleed van een uitwendige belijdenis zich zal kunnen verbergen voor de toorn van God, want zelfs zullen er uitgeworpen worden in de buitenste duisternis, die in de aanwezigheid van Christus gegeten en gedronken hebben.
II. Vs. 12-22.KruisverwijzingenJozua 7:6→1 Samuël 1:9→1 Samuël 3:2→2 Samuël 15:32→2 Samuël 1:2→Nehemia 9:1→Job 2:12→2 Samuël 1:4→ — Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd. En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad. En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli. (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.) En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon? Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen. En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren. En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar. En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte. En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil. Wanneer een treurbode het bericht van Israëls ongeluk naar Silo heeft overgebracht, valt de 98 jaar oude, de blinde Eli van zijn stoel en breekt de hals; zo vreselijk ontroert hem het bericht van het verlies van de ark. De vrouw van Pinehas, die zich juist in een toestand van vergevorderde zwangerschap bevindt, wordt door de geboorte-weeën overvallen, als zij verneemt dat de ark is weggenomen, en schoonvader en man gestorven zijn. De zoon, die zij baart, is haar geen voorwerp van vreugde, geen troost in haar nood, zij kan slechts aan dat éne denken, dat de heerlijkheid van Israël verdwenen is en drukt haar smart uit in de naam Ikabod, die zij in het ogenblik van haar sterven aan het kind geeft.
KruisverwijzingenJozua 7:6→2 Samuël 15:32→2 Samuël 1:2→Nehemia 9:1→Job 2:12→2 Samuël 13:19→— Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.
Toen geheel Israël vluchtte (vs.10), liep er een Benjaminiet 1) uit de slagorden en kwam te Silo op dezelfde dag, zo snel had hij die aanzienlijke afstand (vs.4) afgelegd, om zo spoedig mogelijk de boodschap aan de plaats van de tent der samenkomst over te brengen; en zijn kleren waren, ten teken dat hij als een treurbode kwam (De 14: 2), gescheurd, en er a) was aarde op zijn hoofd.
Joz.7: 6
Volgens de mening van de Joden zal deze man Saul (9: 2 geweest zijn, hetgeen echter niet mogelijk is, daar deze toen pas 12 jaar oud was (13: 1vv.).
Kruisverwijzingen1 Samuël 1:9→1 Samuël 4:18→Psalmen 79:1→Nehemia 1:3→Psalmen 137:4→Jozua 7:9→Psalmen 26:8→— En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.
En toen hij in de stad kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel waarop hij zich had laten dragen, aan de zijde van de weg, die naar de streek van de strijdplaats voerde, uitziende naar enig bericht verlangende omtrent het leger: want zijn hart sidderde 1) vanwege de ark van God, dat het met haar geen goed einde zou nemen, waarom hij ook niet dan onwillig haar meenemen (vs.4) toegestaan had. Toen die man kwam om dit te verkondigen in de stad en hij haar was ingegaan zonder dehogepriester, die aan de kant in de poort zat, opgemerkt te hebben, vertelde hij het aan ieder, die hem ontmoette wat er te Mizpa was voorgevallen; toen schreeuwde de gehele stad van schrik en rouw.
Waarom sidderde Eli? Omdat de ark was weggenomen zonder bevel of zonder toestemming van God. God had er geen bevel voor gegeven, noch had men om Zijn toestemming gevraagd. Eli weet bovendien, welk vonnis over zijn beide zonen geveld was. Hij vreesde daarom dat, als op deze dag zijn beide zonen stierven, ook de Ark in de handen van de vijand zou komen. Zijn vrees zou worden vervuld.
Kruisverwijzingen1 Samuël 3:2→Genesis 27:1→1 Koningen 14:4→Psalmen 90:10→— (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)
(Eli nu was een man van achtennegentig jaar, en zijn ogen stonden stijf 1) van ouderdom, dat hij niet zien kon (1 Koningen .14: 4)).
In het Hebreeuws Weënauw Kamah. Hiermee wordt bedoeld, die ziekte in de ogen, die men gewoon is te noemen, de zwarte staar (amaurovis).
Kruisverwijzingen1 Samuël 4:21→1 Petrus 4:17→1 Samuël 4:13→1 Korinthe 11:30→1 Samuël 2:31→Klaagliederen 2:15→Psalmen 69:9→Psalmen 42:3→— En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.
En het geschiedde, toen hij (de bode) van de ark van God vermeldde, viel hij (Eli) achterwaarts van de stoel af, aan de zijde van de poort, want het verlies van de ark was hem nog verschrikkelijker dan de nederlaag van Israël en de dood van zijn beide zonen, en hij brak de nek, en stierf,
want de man was oud en zwaar, zodat de val voor hem dodelijk was; en hij richtte Israël veertig jaar.
Alle gelovigen stellen meer belang in Gods kerk dan in hun bijzondere zaken. God stelt soms tekenen van Zijn misnoegen in dit leven op gelovigen, die zich hebben misdragen, opdat anderen het horen en vrezen en zich laten waarschuwen. Maar zij mogen ellendig sterven, zij sterven niet de eeuwige dood.
Het valt op te merken, wat een grote zorg en bekommering hij had omtrent de ark van God, waarvan hij het welzijn ver boven de dood van zijn zonen stelde. Want hij bewijst door de zaak zelf, dat hij wel min of meer treurig wordt, door het bericht omtrent de ondergang van zijn zonen, maar met een krachtig en geduldig gemoed een bijzondere kalmte bewaart. Maar als hij hoort, dat er gewag gemaakt wordt van het nemen van de ark, stort hij ineen van schrik en schrikt voor de strengheid van de goddelijke oordelen, die het gehele volk schijnen te bedreigen en van ontsteltenis ter aarde stortende, bezwijkt hij en sterft. Uit deze woorden is duidelijk, dat Eli in zijn dood die ijver behouden heeft en die belangstelling, die de profeet in de Psalmen bezingt: “De ijver voor Uw huis heeft mij verteerd en de smaadheden van hen, die U smaden, zijn op mij gevallen.”.
— En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.
En zijn schoondochter, de vrouw van zijn tweede zoon Pinehas was bevrucht, zij zou baren, de tijd was zeer nabij; toen zij de tijding hoorde, dat de ark van God genomen was, en haar schoonvader Eli gestorven was en haar man, kromde zij zich, zij zonk op de knieën neer, en baarde, want haar weeën overvielen haar 1) (Psalm 29: 9).
Letterlijk staat er: keerden zich tegen haar.
KruisverwijzingenPsalmen 26:8→Jeremia 2:11→Psalmen 78:61→1 Samuël 4:11→Psalmen 78:64→Hosea 9:12→Psalmen 106:20→— En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
En zij noemde het jongetje Ikabod (= geen heerlijkheid), zeggende, en daarmee te kennen gevende, waarom zij het die naam gaf: De eer is weggevoerd uit Israël! Zo klaagde zij, omdat de ark van God, Israëls heerlijkst kleinood, gevankelijk weggevoerd was, en omwille van haar schoonvader en haar man. 1)
De ark van het verbond met de wet van de tien geboden en het verzoendeksel waren bewijs en onderpand van de aanwezigheid van God onder Israël, bewijs en onderpand van Zijn genade en trouw. En hoewel Gods belofte onwrikbaar en onveranderlijk was, toch had het al de schijn dat, nu de ark was weggevoerd, ook de Heere van Zijn volk was geweken. Wij zien dus, dat deze vrouw van een andere zin was dan haar goddeloze man Pinehas, dat ook in haar iets was van de ijver voor het huis van de Heere en hoewel zij hierin dwaalde, dat de Heere ook Zijn volk had verlaten, toch spreekt uit haar woord een warme belangstelling èn in de eer van God èn in het heil van haar volk.
KruisverwijzingenPsalmen 137:5→Johannes 2:17→— En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.
En zij herhaalde nog eens haar klacht en zei terwijl zij stierf: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël, want de ark van God is genomen. Zo groot was in Israël het gevoel voor de heerlijkheid van God, dat een barende vrouw haar smart, een stervende de schrik van de dood vergat, een moeder zich niet verblijdde over haar geboren zoon, en de smart over het verloren kleinood van het volk groter was dan over de dood van vader en man. Dit vinden wij in een familie en in een tijd, die tot de vervallene moeten gerekend worden. Hoewel Pinehas’ vrouw hierdoor een bewijs gaf van haar ijver voor de eer van God, was die echter gepaard aan een wankeling van haar geloof, aangezien Gods aanwezigheid niet onafscheidelijk was van de ark. Israëls kerk en staat steunden niet op de ark, maar op Gods beloften, waarop zij haar vertrouwen had behoren te stellen. De herhaling van deze woorden bewijst, hoe diep ook aan de vrouw van de goddeloze Pinehas de wegvoering van de ark van het verbond ter harte ging, hoe voor haar de heerlijkheid van Israël was verdwenen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Wanneer wij door beproevingen gaan, menen wij dat wij een of andere kleinigheid in verband met de uitwendige godsdienst vergeten moeten hebben, in plaats van te zien dat het gelóóf is wat God behaagt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 4
1 Samuël 4:7.KruisverwijzingenExodus 15:14→Deuteronomium 32:30→Exodus 14:25→
— Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
Israël stond niet in het gareel met God. Het volk had de Allerhoogste vergeten en zich tot de dienst van Baäl gekeerd. Zij hadden de dingen van God verwaarloosd, en daarom werden zij aan hun vijanden overgegeven. Toen Jehova hen uit Egypte gebracht had, onderwees Hij hen hoe zij in het land moesten leven waarin Hij hen brengen zou, en Hij waarschuwde hen dat zij getuchtigd zouden worden als zij zich van Hem afkeerden.
Zijn woorden waren heel duidelijk: “Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid; zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen” (Lev. 26:27-28). Tot vervulling van dit dreigement was het de Filistijnen goddelijk toegelaten wijdverbreide verwoesting over de afgodische Israëlieten te brengen.
De enige weg voor hen om uit hun moeite te komen was tot God terug te keren en hun geloof en hun verbond met God te vernieuwen. Maar dat is het laatste wat de mensen doen. Wij willen elke uitwendige plicht waarnemen of elke uiterlijke plechtigheid volbrengen; maar ons gemoed en hart onder de goddelijke wil te buigen — daar heeft de ongelovige een afkeer van.
In plaats van te pogen met God in het reine te komen, gingen deze Israëlieten bijgelovige middelen bedenken om zich de overwinning over hun vijanden te verzekeren. In dit opzicht hebben de meesten van ons hen nagevolgd. Wanneer wij door beproevingen gaan, menen wij dat wij een of andere kleinigheid in verband met de uitwendige godsdienst vergeten moeten hebben, in plaats van te zien dat het gelóóf is wat God behaagt. En daar kunnen wij niet toe komen buiten de Geest van God.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenRichteren 13:1→1 Samuël 29:1→1 Samuël 7:12→2 Samuël 6:2→1 Korinthe 16:13→Deuteronomium 28:25→2 Koningen 14:12→1 Samuël 4:2→
— En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek. En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man. Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden. Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God. En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde. Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was. Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied! Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn. Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt. Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
Samuël begint onder geheel Israël te prediken. Een krijgstocht van de Israëlieten tegen de Filistijnen, die het land verdrukken, loopt ongelukkig af; 4000 mannen uit Israël vallen in de slag. Nu laat men de ark van het verbond halen en ontvangt die met vreugdegeschreeeuw in het leger; men meent, nu moest de overwinning aan de zijde van Israël zijn; zelfs de Filistijnen, als zij het vreugdegeschreeuw over de aankomst van de ark vernemen, beginnen te vrezen. De vrees slaat de vijanden echter niet neer, zij vatten moed tot een dappere strijd; dat tweede gevecht loopt, omdat Israël door de Heere overgegeven wordt in de hand van zijn vijanden, nog ongelukkiger af dan het eerste. Hofni en Pinehas, die de ark vergezellen, komen in de slag om en de ark zelf wordt de vijanden tot buit.
En het woord van Samuël geschiedde aan geheel Israël. 1) Hij begon het gehele land door te prediken. En Israël trok uit de Filistijnen tegemoet ten strijde, en legerde zich bij de plaats die later, om de na twintig jaar daar bevochten zege Eben-Haëzer (= steen van hulp) genoemd is, tussen Mizpa en Sen in het gebied van de stam Benjamin (7: 12); maar de Filistijnen legerden zich ten zuidwesten daarvan bij Afek.2)
Dit gedeelte van vs.1 brengen de oudste vertalingen, zoals de Septuaginta en de Vulgata tot het vorige hoofdstuk, zoals ook Luther en Calvijn.
Calvijn zegt o.a. in zijn Homilie over deze verzen: “Hij heeft niet een bijzonder bevel gegeven, om tegen het leger van de Filistijnen op te trekken, maar veel liever stellen wij, dat hij de voorzeggingen heeft bekend gemaakt, niet alleen die tegen het huis van Eli, die ondervonden heeft, dat vervuld is, wat Samuël voorspeld had, zodat hij heeft getoond, dat hij God een getrouw en waar profeet was.”. Ook onze Statenvertalers hebben dit niet direct toegepast op het volgende, maar meer op het vorige vers, door erop te wijzen, dat Samuël het woord, dat hij van de Heere had ontvangen, heeft bekend gemaakt en dat nu de schrijver ons gaat tonen, dat de Heere geen van zijn woorden op aarde laat vallen. Wij mogen dan ook niet vaststellen dat, zoals sommigen willen, Samuël door deze woorden tot de strijd met de Filistijnen heeft aangemaand op bevel van de Heere. Wel wordt nu aangetoond, hoe in vervulling treedt, wat de Heere door Samuël liet prediken, opdat Israël in de weg van tegenspoed en ziende, dat de hand van de Heere hen tegen was, tot boete en berouw zou komen.
De Septuaginta, Vulgata en Luther vertalen deze woorden: “En Samuël begon te prediken tot geheel Israël”; de Weimarse Bijbel verklaart dit: “hij nam Mozes voor zich, verklaarde die met woorden en voorbeelden en openbaarde aan het volk van God raad en wil”. Dit gedeelte van dit vers was daarom gevoegelijker aan het vorige hoofdstuk toegevoegd. Dächsel meent integendeel dat de zin van deze woorden zal zijn, dat Samuël een bevel van God om de oorlog aan te vangen zal hebben bekend gemaakt. Het bezwaar, dat Israël geslagen is, probeert hij weg te nemen door op te merken, dat niet 4: 10vv., maar 7: 5-14 het einde van deze geschiedenis is, en de Heere eerst Israël moest verootmoedigen door de nederlaag. Hij voert aan, dat dit dikwijls in het rijk van God plaatsvindt, en wijst op de werkzaamheid van Johannes Huss, die als hij ter dood gebracht werd, gezegd zou hebben: “Nu verbrandt gij een gans (het woord Hus betekent in het Boheems “gans), maar uit mijn as zal een zwaan voortkomen, die gij niet zult kunnen braden”. Hoewel dit woord niet als historisch bewezen is, is het zeker, dat Huss overtuigd was van de zegepraal van de Evangeliën, ondanks zijn dood. Hij schrijft in een brief aan zijn gemeente te Praag: “Omdat de gans een tam dier is, dat zich in zijn vlucht niet hoog verheffen kan, en de strikken doorgebroken heeft, zullen na mij valken en adelaars komen, die door het woord van God en door heilig leven hoger opwaarts zullen stijgen en velen tot de Heere Jezus zullen leiden.” Dächsel neemt daarom ook het tweede gedeelte van zijn aanmerkingen “Jud 15: 20 terug, waar gezegd is, dat deze strijd met de Filistijnen in verband stond met Simsons wraak in Richteren 16: 23vv.. Hij ziet mede bezwaar in de door ons gevolgde verklaring, wegens het daarop volgende: “En Israël trok uit, enz.” Onze Statenvertalers hebben echter het verband verklaard, door aan te wijzen, dat Samuël het woord, dat hij van de Here ontvangen had (3: 11vv.), bekend heeft gemaakt, en dat nu de schrijver ons gaat aantonen, dat de Heere geen van Zijn woorden op aarde laat vallen.
Er komen verscheidene plaatsen met de naam Afek voor: 1. een stad in het noordelijk gedeelte van de stam Aser, die deze echter nooit innam (Joz.19: 30 Richteren 1: 31); 2. een plaats, die ongeveer een uur ten westen van Sunem (1 Samuel .28: 4) in de vlakte van Jizreël gelegen is en heden el-Fuhleh heet (29: 1; 1 Koningen .20: 26vv.); 3. een in het Onomastikon vermelde plaats op het hoogland, ten oosten van het meer Gennesareth gelegen, aan de militaire weg tussen Damascus en Palestina, die enige uitleggers in het in 1 Koningen .20: 26vv.) genoemde Afek willen terugvinden, heden Feik; 4. het in Joz.12: 18 genoemde Afek is zonder twijfel het hier bedoelde, dat wij met Robinson niet voor hetzelfde houden als het noordelijk van Damim op een hoge bergtop gelegen dorp Ahbek (dit is volgens Van der Velde het Bijbelse Aseka (Joz.10: 10; 15: 35), en moet veel meer noordoostelijk daarvan, meer naar Mizpa heen, gelegen hebben; 5. een vijfde Afek lag op het middelste gedeelte van het gebergte van Juda, maar is niet nader aan te wijzen (Joz.15: 53).
En de Filistijnen stelden zich in slagorden om Israël in een openlijker veldslag te ontmoeten, en toen zich de strijd uitspreidde, algemeen werd, zo werd Israël voor het aangezicht van de Filistijnen geslagen: want zij sloegen in de slagorden in het veld, op het vrije veld, waar de slag plaatshad, omtrent vierduizend man, zonder dat het nog tot een eigenlijk vluchten gekomen was, de laatsten trokken zich in hun leger terug om later de strijd nog eens te beginnen (vs.3vv.).
Toen het volk, voor de Filistijnen teruggetrokken, opnieuw in het leger gekomen was, zeiden de oudsten van Israël, terwijl zij krijgsraad hielden: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht van de Filistijnen?
Wij zijn toch Zijn volk en deze Filistijnen zijn onbesneden. Misschien is het wel, omdat wij de ark van het verbond niet meegenomen hebben. Laat ons dan van Silo totons nemen de ark van het verbond met de HEERE, wanneer wij nu weer tot de strijd uittrekken, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlost van de hand van onze vijanden. 2)
De vraag veronderstelt, dat de Israëlieten zich te gering achten om de strijd met de vijanden te ondernemen, en dat zij slechts zijn geslagen, omdat de Heere, hun Verbondsod, hun Zijn bijstand had onttrokken. Dit oordeel was zeer juist, maar zeer verkeerd het middel, wat zij aanwenden om zich vóór de voortzetting van de strijd van Gods hulp te verzekeren. In plaats van tot zichzelf in te keren en door boete en erkenning van hun afval van de Heere, hun God, om Zijn bijstand te smeken, besloten zij de ark van het verbond uit de tabernakel te Silo in het leger te halen, menende dat God Zijn genadige aanwezigheid onder Zijn volk op zo’n wijze aan deze tot troon van Zijn openbaring uitgekozen heilige zaken had vastgeknoopt, dat Hij daarmee zelf in het leger zou komen en de vijanden slaan.
De afgeweken Israëlieten erkennen, dat de Heere hen geslagen heeft. Nee! niet een ieder, die “Heere! Heere!” zegt is een gelovige.
Zij hadden op hun vraag zichzelf ten antwoord moeten geven: “Omdat wij de Heere verlaten hebben, heeft Hij ons verlaten, en nu in boete en berouw tot Hem moeten terugkeren. In plaats daarvan vervallen zij, zoals onboetvaardige mensen bij hun dood gewoonlijk in de regel doen, tot de verkeerde waan, dat zij de lieve God tot hun diensten kunnen dwingen, wanneer zij slechts het van Hem verordende genademiddel aanwenden; maar juist om zo’n waan was het nodig, dat hun het genademiddel ontnomen werd, opdat zij zouden leren op de juiste wijze hun vertrouwen op de Heere te stellen.
Het is niet ongewoon, dat zij, die van het leven van godsvrucht vervreemd zijn, grote voorliefde aan de dag leggen voor de gebruiken en uitwendige vormen, en dat zij, die de kracht van godzaligheid verloochenen, niet alleen de gedaante daarvan hebben maar ook bewonderen. De tempel van God wordt hoog verheven, voor de ark van God wordt geijverd met veel schijnbaar vuur door menigten, die geen eerbied hebben voor de Heere van de tempel en de God van de ark, alsof belangstelling in de naam van Christendom een vergoeding zou zijn voor de verachting van het christelijk geloof.
Wanneer goddeloze mensen in nood komen willen zij vroom worden en zij worden bijgelovig. Wat de ark voor Israël was, is bij menig ziek- en sterfbed het gewenste gebed van een geestelijke.
Het volk dan voerde spoedig dit besluit uit, zonder eerst naar de wil van de Heere te laten vragen, en zond naar Silo, dat 7 à 8 mijl ten noorden van Mizpa lag, en men bracht van daar uit de tent de ark van het verbond met deHEERE der heerscharen, die a) tussen de Cherubim woont
(Ex.25: 20vv. (Num.10: 35vv.); en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, 2) verschenen spoedig in het leger, en waren daar met de ark van het verbond van God.
2 Samuel .6: 2 Psalm 80: 2; 99: 1
Deze uitdrukking wordt opzettelijk gebezigd, om daarmee aan te duiden, dat het volk daarom de ark weghaalde naar het leger, omdat het meende, dat daarmee ook de Heere zelf in het leger zou komen, de Heere der heerscharen, Wiens macht volkomen is.
Het beroep van Eli’s zonen bracht het mee de ark te dienen (Num.4: 1vv.); hun misdaad, omdat zij het heiligdom geschonden hadden (3: 13vv.), bracht echter weer de vloek in het leger van de kinderen van Israël, zodat men reeds nu kon voorzeggen, welk gevolg deze maatregel hebben zou.
En het geschiedde, toen de ark van het verbond met de HEERE in het leger kwam, juichte geheel Israël van vreugde met een groot gejuich, zodat de aarde dreunde.1)
Israël herinnerde zich zeker, hoe door het dragen van de ark rondom Jericho de stad gevallen was (Joz.6: 11) en hoe Midian verslagen was (Num.31: 6). Strigelius past hierop toe het woord van Polyblus: “Velen, zich niet toeleggende om het leven van uitmuntende mannen, maar alleen sommige van hun buitengewone daden na te volgen, hebben niets anders gedaan, dan dat zij hun dwaasheid aan de wereld openbaar gemaakt hebben.”.
Toen nu de Filistijnen in het leger de stem van het juichen hoorden, zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger van de Hebreeën? Er moet ietsbijzonders gebeurd zijn. Toen vernamen zij, dat de ark van de HEERE in het leger gekomen was.
Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden; De God van de Hebreeën is in het leger gekomen. En zij zeiden verder: Wee ons, want dit is gisteren en eergisteren niet gebeurd; vroeger hadden zij hun God niet in hun midden,nu zullen wij zeker verslagen worden.
Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke Goden, die hun bijstand verlenen? Dat zijn dezelfde Goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben bij de woestijn. 1)
Evenals alle heidenen de macht van de goden van andere volken in zekere mate vreesden, zo ook hier de Filistijnen de macht van de God van Israël, van Wiens grote daden in Egypte te voren het gerucht tot hun oren doorgedrongen was (Exod.15: 14vv.), dat door Jozua’s overwinning en Simsons wonderbare sterkte in levend aandenken bij hen gebleven was. Als echte heidenen, die zich van één God geen begrip konden maken, maar alleen van vele goden weten, lost zich bij hen de God van Israël in een aantal van goden op. Wanneer zij van het slaan van Egypte met allerlei plagen “in de woestijn” spreken, zo is dit daaruit te verklaren, dat tussen hen en het land Egypte de grote Arabische woestijn (Ex 13: 20) lag, waarmee zij Egypte als één geheel beschouwen, terwijl het laatste wonder, dat farao met zijn ruiters in de Rode Zee deed verdrinken, in de eigenlijke woestijn had plaatsgehad. Met de diepe eerbied, die de Filistijnen hier voor de God van Israël tonen, en met de vrees voor Zijn aan de ark verbonden aanwezigheid schijnt in tegenspraak te staan, dat God later juist deze ark in hun handen liet vallen en zo Zijn eer voor hen tot schande maakte; wij zullen echter in 5 en 6 zien, hoe Hij Zijn eer voor hen redt en hen dwingt Zijn heiligdom weer terug te geven.
De Filistijnen spraken hier van Goden in het algemeen, omdat zij zelf ook meer dan één afgod aanbaden. Van de eenheid van het goddelijk Wezen hadden zij niet het minste begrip. Zij tonen zich zeer bevreesd voor de God van Israël, omdat zij van Zijn daden vroeger hebben gehoord. Dit zet hen echter niet aan om af te houden van de verdrukking van Gods volk, maar veeleer om vol te houden. Hun vrees gaat over in vijandschap en hun vijandschap uit zich in daden van geweld tegen het volk en daarom tegen de God van Israël.
Toen zij zich zo tot een dappere strijd aangegord hadden, streden de Filistijnen, en Israël werd geslagen, en zij vluchtten een ieder in zijn tenten; 1)en er vond een zeer grote nederlaag plaats, zodat er van Israël vielen dertigduizend man voetvolk; krijgswagens en ruiterij had men toen nog niet (De 17: 16).
In het Hebreeuws Leöhelaw, in of naar zijn tenten, d.i. naar zijn haardsteden. De strijd verliep in een ordeloze vlucht, waarbij 30.000 man vielen. Bovendien ook de beide zonen van Eli, Hofni en Pinehas, terwijl ook de ark werd weggenomen. Hierdoor werd aan het huis van Eli het oordeel vervuld en werd tevens aan Israël bewezen, dat de Heere van hen geweken was, opdat het tot boete en berouw zou komen, terwijl straks de Filistijnen eveneens zullen erkennen, dat de God van Israël de machtige en sterke God is.
Israël had vertrouwd op uitwendige voorrechten, maar de Heere toont hier, dat zo’n vertrouwen van geen betekenis is, dat uitwendige voorrechten op zichzelf geen heil verschaffen, noch tijdelijk, noch geestelijk.
En a) de ark van God werd genomen en viel in de handen van de vijanden, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, die de ark vergezelden, stierven, 1)door de vijand gedood.
1 Samuel .2: 32,34 Psalm 78: 61,64.
Zo gaat het, wanneer men slechts een historische Christus buiten zich tot Verlosser aanneemt. In ons moet Hij door Zijn Heilige Geest Zijn hulp tot verlossing uit de hand van de Filistijnen bewijzen. Wanneer wij Christus niet hadden, zouden wij niet kunnen bestaan, want er is geen hulp in de hemel en op aarde buiten Hem. Wanneer wij Hem echter niet anders dan slechts buiten ons en onder ons hebben, van Hem prediken, leren, horen, lezen, spreken, strijd voeren, Zijn naam in den mond hebben, maar Hem niet in ons laten werken, Zijn kracht niet in ons laten betonen, zal Hij ons evenmin behouden, als de ark de Israëlieten. Nu waren zij in die toestand gebracht, dat zij zich met het volste leedwezen moesten beklagen, dat zij zo voorbarig en eigenwijs geweest waren van de ark met zich in het leger te voeren en haar op zo’n wijze bloot te stellen en duizendvoudig wensen zij, dat zij gebleven was op de plaats, die God daarvoor bestemd had. Nu werden zij overtuigd, dat God zich door de ijdele en dwaze mens geen wet wil laten voorschrijven en dat, ofschoon Hij ons verbonden heeft aan Zijn ark, Hij nochthans zelf daar niet aan gebonden is, maar veeleer deze in de handen van Zijn vijanden wil overgeven dan toelaten, dat zij, door zijn schijnvrienden ontheiligd en dus hun bijgelovigheid gestijfd worde. Niemand denke, dat hij onder het kleed van een uitwendige belijdenis zich zal kunnen verbergen voor de toorn van God, want zelfs zullen er uitgeworpen worden in de buitenste duisternis, die in de aanwezigheid van Christus gegeten en gedronken hebben.
II. Vs. 12-22.KruisverwijzingenJozua 7:6→1 Samuël 1:9→1 Samuël 3:2→2 Samuël 15:32→2 Samuël 1:2→Nehemia 9:1→Job 2:12→2 Samuël 1:4→
— Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd. En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad. En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli. (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.) En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon? Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen. En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren. En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar. En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte. En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
Wanneer een treurbode het bericht van Israëls ongeluk naar Silo heeft overgebracht, valt de 98 jaar oude, de blinde Eli van zijn stoel en breekt de hals; zo vreselijk ontroert hem het bericht van het verlies van de ark. De vrouw van Pinehas, die zich juist in een toestand van vergevorderde zwangerschap bevindt, wordt door de geboorte-weeën overvallen, als zij verneemt dat de ark is weggenomen, en schoonvader en man gestorven zijn. De zoon, die zij baart, is haar geen voorwerp van vreugde, geen troost in haar nood, zij kan slechts aan dat éne denken, dat de heerlijkheid van Israël verdwenen is en drukt haar smart uit in de naam Ikabod, die zij in het ogenblik van haar sterven aan het kind geeft.
Toen geheel Israël vluchtte (vs.10), liep er een Benjaminiet 1) uit de slagorden en kwam te Silo op dezelfde dag, zo snel had hij die aanzienlijke afstand (vs.4) afgelegd, om zo spoedig mogelijk de boodschap aan de plaats van de tent der samenkomst over te brengen; en zijn kleren waren, ten teken dat hij als een treurbode kwam (De 14: 2), gescheurd, en er a) was aarde op zijn hoofd.
Joz.7: 6
Volgens de mening van de Joden zal deze man Saul (9: 2 geweest zijn, hetgeen echter niet mogelijk is, daar deze toen pas 12 jaar oud was (13: 1vv.).
En toen hij in de stad kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel waarop hij zich had laten dragen, aan de zijde van de weg, die naar de streek van de strijdplaats voerde, uitziende naar enig bericht verlangende omtrent het leger: want zijn hart sidderde 1) vanwege de ark van God, dat het met haar geen goed einde zou nemen, waarom hij ook niet dan onwillig haar meenemen (vs.4) toegestaan had. Toen die man kwam om dit te verkondigen in de stad en hij haar was ingegaan zonder dehogepriester, die aan de kant in de poort zat, opgemerkt te hebben, vertelde hij het aan ieder, die hem ontmoette wat er te Mizpa was voorgevallen; toen schreeuwde de gehele stad van schrik en rouw.
Waarom sidderde Eli? Omdat de ark was weggenomen zonder bevel of zonder toestemming van God. God had er geen bevel voor gegeven, noch had men om Zijn toestemming gevraagd. Eli weet bovendien, welk vonnis over zijn beide zonen geveld was. Hij vreesde daarom dat, als op deze dag zijn beide zonen stierven, ook de Ark in de handen van de vijand zou komen. Zijn vrees zou worden vervuld.
(Eli nu was een man van achtennegentig jaar, en zijn ogen stonden stijf 1) van ouderdom, dat hij niet zien kon (1 Koningen .14: 4)).
In het Hebreeuws Weënauw Kamah. Hiermee wordt bedoeld, die ziekte in de ogen, die men gewoon is te noemen, de zwarte staar (amaurovis).
En het geschiedde, toen hij (de bode) van de ark van God vermeldde, viel hij (Eli) achterwaarts van de stoel af, aan de zijde van de poort, want het verlies van de ark was hem nog verschrikkelijker dan de nederlaag van Israël en de dood van zijn beide zonen, en hij brak de nek, en stierf,
want de man was oud en zwaar, zodat de val voor hem dodelijk was; en hij richtte Israël veertig jaar.
Alle gelovigen stellen meer belang in Gods kerk dan in hun bijzondere zaken. God stelt soms tekenen van Zijn misnoegen in dit leven op gelovigen, die zich hebben misdragen, opdat anderen het horen en vrezen en zich laten waarschuwen. Maar zij mogen ellendig sterven, zij sterven niet de eeuwige dood.
Het valt op te merken, wat een grote zorg en bekommering hij had omtrent de ark van God, waarvan hij het welzijn ver boven de dood van zijn zonen stelde. Want hij bewijst door de zaak zelf, dat hij wel min of meer treurig wordt, door het bericht omtrent de ondergang van zijn zonen, maar met een krachtig en geduldig gemoed een bijzondere kalmte bewaart. Maar als hij hoort, dat er gewag gemaakt wordt van het nemen van de ark, stort hij ineen van schrik en schrikt voor de strengheid van de goddelijke oordelen, die het gehele volk schijnen te bedreigen en van ontsteltenis ter aarde stortende, bezwijkt hij en sterft. Uit deze woorden is duidelijk, dat Eli in zijn dood die ijver behouden heeft en die belangstelling, die de profeet in de Psalmen bezingt: “De ijver voor Uw huis heeft mij verteerd en de smaadheden van hen, die U smaden, zijn op mij gevallen.”.
En zijn schoondochter, de vrouw van zijn tweede zoon Pinehas was bevrucht, zij zou baren, de tijd was zeer nabij; toen zij de tijding hoorde, dat de ark van God genomen was, en haar schoonvader Eli gestorven was en haar man, kromde zij zich, zij zonk op de knieën neer, en baarde, want haar weeën overvielen haar 1) (Psalm 29: 9).
Letterlijk staat er: keerden zich tegen haar.
En zij noemde het jongetje Ikabod (= geen heerlijkheid), zeggende, en daarmee te kennen gevende, waarom zij het die naam gaf: De eer is weggevoerd uit Israël! Zo klaagde zij, omdat de ark van God, Israëls heerlijkst kleinood, gevankelijk weggevoerd was, en omwille van haar schoonvader en haar man. 1)
De ark van het verbond met de wet van de tien geboden en het verzoendeksel waren bewijs en onderpand van de aanwezigheid van God onder Israël, bewijs en onderpand van Zijn genade en trouw. En hoewel Gods belofte onwrikbaar en onveranderlijk was, toch had het al de schijn dat, nu de ark was weggevoerd, ook de Heere van Zijn volk was geweken. Wij zien dus, dat deze vrouw van een andere zin was dan haar goddeloze man Pinehas, dat ook in haar iets was van de ijver voor het huis van de Heere en hoewel zij hierin dwaalde, dat de Heere ook Zijn volk had verlaten, toch spreekt uit haar woord een warme belangstelling èn in de eer van God èn in het heil van haar volk.
En zij herhaalde nog eens haar klacht en zei terwijl zij stierf: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël, want de ark van God is genomen. Zo groot was in Israël het gevoel voor de heerlijkheid van God, dat een barende vrouw haar smart, een stervende de schrik van de dood vergat, een moeder zich niet verblijdde over haar geboren zoon, en de smart over het verloren kleinood van het volk groter was dan over de dood van vader en man. Dit vinden wij in een familie en in een tijd, die tot de vervallene moeten gerekend worden. Hoewel Pinehas’ vrouw hierdoor een bewijs gaf van haar ijver voor de eer van God, was die echter gepaard aan een wankeling van haar geloof, aangezien Gods aanwezigheid niet onafscheidelijk was van de ark. Israëls kerk en staat steunden niet op de ark, maar op Gods beloften, waarop zij haar vertrouwen had behoren te stellen. De herhaling van deze woorden bewijst, hoe diep ook aan de vrouw van de goddeloze Pinehas de wegvoering van de ark van het verbond ter harte ging, hoe voor haar de heerlijkheid van Israël was verdwenen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel