Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Samuël 4

1 En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het woordH1697 van SamuelH8050 geschieddeH1961 aan gansH3605 IsraelH3478. En IsraelH3478 toogH3318 uit, den FilistijnenH6430 tegemoetH7125, ten strijdeH4421, en legerdeH2583 zich bijH5921 Eben-HaezerH72, maar de FilistijnenH6430 legerdenH2583 zich bij AfekH663. En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.

KJV And the word2 of Samuel3 came to all Israel.5 Now Israel7 went out6 against the Philistines9 to battle,10 and pitched11 beside Ebenezer:13 and the Philistines15 pitched16 in Aphek.17

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 שְׁמוּאֵ֖ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 4 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 יִשְׂרָאֵל֩ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 לִקְרַ֨את H7122 wedervaren, geval, ontmoette befall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet 9 פְּלִשְׁתִּ֜ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 10 לַמִּלְחָמָ֗ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 11 וַֽיַּחֲנוּ֙ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הָאֶ֣בֶן H72 Eben-haezer Ebenezer 14 הָעֵ֔זֶר H72 Eben-haezer Ebenezer 15 וּפְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 16 חָנ֥וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 17 בַאֲפֵֽק H663 Afek, Afik Aphek, Aphik

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de FilistijnenH6430 steldenH6186 zich in slagordenH4634, om IsraelH3478 te ontmoetenH7125; en als zich de strijdH4421 uitspreiddeH5203, zo werd IsraelH3478 voor der FilistijnenH6430 aangezichtH6440 geslagenH5062; want zij sloegenH5221 in de slagorden in het veldH7704 omtrent vierH702 duizendH505 manH376. En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israel te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israel voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man.

KJV And the Philistines2 put themselves in array1 against Israel:4 and when they joined5 battle,6 Israel8 was smitten7 before9 the Philistines:10 and they slew11 of the army12 in the field13 about four14 thousand15 men.16

1 וַיַּעַרְכ֨וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 2 פְלִשְׁתִּ֜ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 לִקְרַ֣את H7122 wedervaren, geval, ontmoette befall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet 4 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַתִּטֹּשׁ֙ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 6 הַמִּלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 7 וַיִּנָּ֥גֶף H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 8 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 פְלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 11 וַיַּכּ֤וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 12 בַמַּֽעֲרָכָה֙ H4634 slagorden, slagorde, heir army, fight, be set in order, ordered place, rank, row 13 בַּשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 14 כְּאַרְבַּ֥עַת H702 vier, vierhonderd, veertien four 15 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 16 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Als het volkH5971 wederom in het legerH4264 gekomen was, zo zeidenH559 de oudstenH2205 van IsraelH3478: WaaromH4100 heeft ons de HEEREH3068 hedenH3117 geslagenH5062 voor het aangezichtH6440 der FilistijnenH6430? Laat ons van SiloH7887 totH413 ons nemenH3947 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068, en laat die in het middenH7130 van ons komenH935, opdat zij ons verlosseH3467 van de handH3709 onzer vijandenH341. Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft ons de HEERE heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.

KJV And when the people2 were come1 into the camp,4 the elders6 of Israel7 said,5 Wherefore hath the LORD10 smitten9 us to day11 before12 the Philistines?13 Let us fetch14 the ark18 of the covenant19 of the LORD20 out of Shiloh16 unto us, that, when it cometh21 among22 us, it may save23 us out of the hand24 of our enemies.25

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הָעָם֮ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַֽמַּחֲנֶה֒ H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 5 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 זִקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 לָ֣מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 נְגָפָ֧נוּ H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 10 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 פְלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 14 נִקְחָ֧ה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 אֵלֵ֣ינוּ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 מִשִּׁלֹ֗ה H7887 Silo Shiloh 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 אֲרוֹן֙ H727 ark, kist ark, chest, coffin 19 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 20 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 וְיָבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 בְקִרְבֵּ֔נוּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 23 וְיֹשִׁעֵ֖נוּ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 24 מִכַּ֥ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 25 אֹיְבֵֽינוּ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Het volkH5971 dan zondH7971 naar SiloH7887, en men brachtH5375 van daarH8033 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, die tussen de cherubimH3742 woontH3427; en de tweeH8147 zonenH1121 van EliH5941, HofniH2652 en PinehasH6372, waren daarH8033 metH5973 de arkH727 des verbondsH1285 van GodH430. Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.

KJV So the people2 sent1 to Shiloh,3 that they might bring4 from thence the ark7 of the covenant8 of the LORD9 of hosts,10 which dwelleth11 between the cherubims:12 and the two14 sons15 of Eli,16 Hophni21 and Phinehas,22 were there with the ark18 of the covenant19 of God.20

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 שִׁלֹ֔ה H7887 Silo Shiloh 4 וַיִּשְׂא֣וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 מִשָּׁ֗ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֲר֧וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 בְּרִית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 9 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 יֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 הַכְּרֻבִ֑ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 13 וְשָׁ֞ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 שְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 עֵלִ֗י H5941 Eli Eli 17 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 18 אֲרוֹן֙ H727 ark, kist ark, chest, coffin 19 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 20 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 חָפְנִ֖י H2652 Hofni Hophni 22 וּפִֽינְחָֽס H6372 Pinehas Phinehas
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het geschieddeH1961, als de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 in het legerH4264 kwamH935, zo juichteH7321 gansH3605 IsraelH3478 met een grootH1419 gejuichH8643, alzo dat de aardeH776 dreundeH1949. En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans Israel met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.

KJV And when the ark3 of the covenant4 of the LORD5 came2 into the camp,7 all Israel10 shouted8 with a great12 shout,11 so that the earth14 rang again.13

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּב֨וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֲר֤וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 4 בְּרִית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַֽמַּחֲנֶ֔ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 8 וַיָּרִ֥עוּ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 9 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 תְּרוּעָ֣ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 12 גְדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וַתֵּהֹ֖ם H1949 beroerd, deunen, dreunde destroy, move, make a noise, put, ring again 14 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 AlsH3588 nu de FilistijnenH6430 de stemH6963 van het juichenH8643 hoordenH8085, zo zeidenH559 zij: WatH4100 is de stemH6963 van ditH2063 groteH1419 juichenH8643 in het legerH4264 der HebreenH5680? Toen vernamenH3045 zij, dat de arkH727 des HEERENH3068 in het legerH4264 gekomenH935 was. Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der Hebreen? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.

KJV And when the Philistines2 heard1 the noise4 of the shout,5 they said,6 What meaneth the noise8 of this great10 shout9 in the camp12 of the Hebrews?13 And they understood14 that the ark16 of the LORD17 was come18 into the camp.20

1 וַיִּשְׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 פְלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 הַתְּרוּעָ֔ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 6 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 מֶ֠ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 הַתְּרוּעָ֧ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 10 הַגְּדוֹלָ֛ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 12 בְּמַחֲנֵ֣ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 הָעִבְרִ֑ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 14 וַיֵּ֣דְע֔וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 17 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 בָּ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 הַֽמַּחֲנֶֽה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom vreesdenH3372 de FilistijnenH6430, wantH3588 zij zeidenH559: GodH430 is in het legerH4264 gekomenH935. En zij zeidenH559: WeeH188 ons, wantH3588 dergelijke is gisterenH865 en eergisterenH8032 nietH3808 geschiedH1961! Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!

KJV And the Philistines2 were afraid,1 for they said,4 God6 is come5 into the camp.8 And they said,9 Woe10 unto us! for there hath not been such a thing heretofore.16

1 וַיִּֽרְאוּ֙ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 2 הַפְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אָמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הַֽמַּחֲנֶ֑ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 9 וַיֹּאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 א֣וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 11 לָ֔נוּ 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הָיְתָ֛ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 כָּזֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 16 אֶתְמ֥וֹל H865 gisteren, voren, eertijds [phrase] before (that) time, [phrase] heretofore, of late (old), [phrase] times past, yester(day) 17 שִׁלְשֹֽׁם H8032 eergisteren, gisteren, voren [phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WeeH188 ons, wieH4310 zal ons reddenH5337 uit de handH3027 van deze heerlijkeH117 godenH430? DitH428 zijn dezelfde godenH430, die de EgyptenaarsH4714 met alleH3605 plagenH4347 geplaagdH5221 hebben, bij de woestijnH4057. Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.

KJV Woe1 unto us! who shall deliver4 us out of the hand5 of these mighty7 Gods?6 these are the Gods11 that smote12 the Egyptians14 with all the plagues16 in the wilderness.17

1 א֣וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 2 לָ֔נוּ 3 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 4 יַצִּילֵ֔נוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 5 מִיַּ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 הָאֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 הָאַדִּירִ֖ים H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 8 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 אֵ֧לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 הָאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 הַמַּכִּ֧ים H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 15 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 מַכָּ֖ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 17 בַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zijt sterkH2388, en weest mannenH582, gij FilistijnenH6430, opdat gij de HebreenH5680 niet misschien dientH5647, gelijk als zijH1961 ulieden gediendH5647 hebben; zo zijt mannenH582, en strijdtH3898. Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de Hebreen niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.

KJV Be strong,1 and quit2 yourselves like men, O ye Philistines,4 that ye be not servants6 unto the Hebrews,7 as they have been9 to you: quit11 yourselves like men, and fight.13

1 הִֽתְחַזְּק֞וּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 וִֽהְי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לַֽאֲנָשִׁים֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 5 פֶּ֚ן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 6 תַּעַבְד֣וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 7 לָעִבְרִ֔ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 8 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָבְד֖וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 10 לָכֶ֑ם 11 וִהְיִיתֶ֥ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לַאֲנָשִׁ֖ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 וְנִלְחַמְתֶּֽם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen stredenH3898 de FilistijnenH6430, en IsraelH3478 werd geslagenH5062, en zij vlodenH5127 een iegelijkH376 in zijn tentenH168; en er geschieddeH1961 een zeerH3966 grote nederlaagH4347, zodat er van IsraelH3478 vielenH5307 dertigH7970 duizendH505 voetvolksH7273. Toen streden de Filistijnen, en Israel werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israel vielen dertig duizend voetvolks.

KJV And the Philistines2 fought,1 and Israel4 was smitten,3 and they fled5 every man6 into his tent:7 and there was a very11 great10 slaughter;9 for there fell12 of Israel13 thirty14 thousand15 footmen.16

1 וַיִּלָּחֲמ֣וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 2 פְלִשְׁתִּ֗ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 וַיִּנָּ֤גֶף H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 4 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַיָּנֻ֨סוּ֙ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 לְאֹהָלָ֔יו H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 8 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הַמַּכָּ֖ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 10 גְּדוֹלָ֣ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 12 וַיִּפֹּל֙ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 מִיִּשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 שְׁלֹשִׁ֥ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 16 רַגְלִֽי H7273 voet, voetvolks, voetgangers (on) foot(-man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de arkH727 GodsH430 werd genomenH3947, en de tweeH8147 zonenH1121 van EliH5941, HofniH2652 en PinehasH6372, stiervenH4191. En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.

KJV And the ark1 of God2 was taken;3 and the two4 sons5 of Eli,6 Hophni8 and Phinehas,9 were slain.7

1 וַאֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 2 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 נִלְקָ֑ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 וּשְׁנֵ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עֵלִי֙ H5941 Eli Eli 7 מֵ֔תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 8 חָפְנִ֖י H2652 Hofni Hophni 9 וּפִֽינְחָֽס H6372 Pinehas Phinehas
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen liepH7323 er een BenjaminietH376 uit de slagordenH4634, en kwamH935 te SiloH7887 denzelfdenH1931 dagH3117; en zijn klederenH4055 waren gescheurdH7167, en er was aardeH127 opH5921 zijn hoofdH7218. Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd.

KJV And there ran1 a man2 of Benjamin3 out of the army,4 and came5 to Shiloh6 the same day7 with his clothes9 rent,10 and with earth11 upon his head.13

1 וַיָּ֤רָץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 2 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 בִּנְיָמִן֙ H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 4 מֵהַמַּ֣עֲרָכָ֔ה H4634 slagorden, slagorde, heir army, fight, be set in order, ordered place, rank, row 5 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 שִׁלֹ֖ה H7887 Silo Shiloh 7 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וּמַדָּ֣יו H4055 klederen, kleed, gerichte armour, clothes, garment, judgment, measure, raiment, stature 10 קְרֻעִ֔ים H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 11 וַאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 רֹאשֽׁוֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En als hij kwamH935, zietH2009, zo zat EliH5941 op een stoelH3678 aan de zijde van den wegH1870, uitziendeH6822; wantH3588 zijnH1961 hartH3820 was sidderendeH2730 vanwegeH5921 de arkH727 GodsH430. Als die manH376 kwamH935, om zulks te verkondigenH5046 in de stadH5892, toen schreeuwdeH2199 de ganseH3605 stadH5892. En als hij kwam, ziet, zo zat Eli op een stoel aan de zijde van den weg, uitziende; want zijn hart was sidderende vanwege de ark Gods. Als die man kwam, om zulks te verkondigen in de stad, toen schreeuwde de ganse stad.

KJV And when he came,1 lo, Eli3 sat4 upon a seat6 by the wayside8 watching:9 for his heart12 trembled13 for the ark15 of God.16 And when the man17 came18 into the city,20 and told19 it, all the city23 cried out.21

1 וַיָּב֗וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 עֵ֠לִי H5941 Eli Eli 4 יֹשֵׁ֨ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַכִּסֵּ֜א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 7 יַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 דֶּ֨רֶךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 9 מְצַפֶּ֔ה H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לִבּוֹ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 13 חָרֵ֔ד H2730 beeft, beefden, sidderende afraid, trembling 14 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 16 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 וְהָאִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 18 בָּ֚א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 לְהַגִּ֣יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 20 בָּעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 21 וַתִּזְעַ֖ק H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 הָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En als EliH5941 de stemH6963 des geroepsH6818 hoordeH8085, zo zeideH559 hij: WatH4100 is de stemH6963 dezer beroerteH1995? Toen haastteH4116 zich dieH2088 manH376, en hij kwamH935 en boodschapteH5046 het aan EliH5941. En als Eli de stem des geroeps hoorde, zo zeide hij: Wat is de stem dezer beroerte? Toen haastte zich die man, en hij kwam en boodschapte het aan Eli.

KJV And when Eli2 heard1 the noise4 of the crying,5 he said,6 What meaneth the noise8 of this tumult?9 And the man11 came13 in hastily,12 and told14 Eli.15

1 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 עֵלִי֙ H5941 Eli Eli 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 הַצְּעָקָ֔ה H6818 geroep, geschrei, gekrijts cry(-ing) 6 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 מֶ֛ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 הֶהָמ֖וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 10 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 וְהָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 מִהַ֔ר H4116 haastte, haast, haasten be carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift 13 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 וַיַּגֵּ֥ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 15 לְעֵלִֽי H5941 Eli Eli
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 (Eli nu was een manH1121 van achtH8083 en negentigH8673 jarenH8141, en zijn ogenH5869 stondenH6965 stijf, dat hij nietH3808 zienH7200 konH3201.) (Eli nu was een man van acht en negentig jaren, en zijn ogen stonden stijf, dat hij niet zien kon.)

KJV Now Eli1 was ninety3 and eight4 years5 old;2 and his eyes6 were dim,7 that he could9 not see.10

1 וְעֵלִ֕י H5941 Eli Eli 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 תִּשְׁעִ֥ים H8673 negentig ninety 4 וּשְׁמֹנֶ֖ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 5 שָׁנָ֑ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 וְעֵינָ֣יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 קָ֔מָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יָכ֖וֹל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 10 לִרְאֽוֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En die manH376 zeideH559 totH413 EliH5941: Ik ben het, die uit de slagordenH4634 komH935, en ik ben hedenH3117 uitH4480 de slagordenH4634 gevlodenH5127. Hij dan zeideH559: WatH4100 is er geschiedH1961, mijn zoonH1121? En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?

KJV And the man2 said1 unto Eli,4 I am he that came6 out of the army,8 and I fled12 to day13 out of the army.11 And he said,14 What is there done,17 my son?18

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָאִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֵלִ֗י H5941 Eli Eli 5 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 6 הַבָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַמַּעֲרָכָ֔ה H4634 slagorden, slagorde, heir army, fight, be set in order, ordered place, rank, row 9 וַאֲנִ֕י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַמַּעֲרָכָ֖ה H4634 slagorden, slagorde, heir army, fight, be set in order, ordered place, rank, row 12 נַ֣סְתִּי H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 13 הַיּ֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 וַיֹּ֛אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 מֶֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 16 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 בְּנִֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Toen antwoorddeH6030 hij, die de boodschapH1319 bracht, en zeideH559: IsraelH3478 is gevlodenH5127 voor het aangezichtH6440 der FilistijnenH6430, en er is ookH1571 een groteH1419 nederlaagH4046 onder het volkH5971 geschiedH1961; daarenboven zijn uw tweeH8147 zonenH1121, HofniH2652 en PinehasH6372, gestorvenH4191, en de arkH727 GodsH430 is genomenH3947. Toen antwoordde hij, die de boodschap bracht, en zeide: Israel is gevloden voor het aangezicht der Filistijnen, en er is ook een grote nederlaag onder het volk geschied; daarenboven zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen.

KJV And the messenger2 answered1 and said,3 Israel5 is fled4 before6 the Philistines,7 and there hath been also a great10 slaughter9 among the people,12 and thy two14 sons15 also, Hophni17 and Phinehas,18 are dead,16 and the ark19 of God20 is taken.21

1 וַיַּ֨עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 הַֽמְבַשֵּׂ֜ר H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 3 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 נָ֤ס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 5 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 פְלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 8 וְגַ֛ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 מַגֵּפָ֥ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 10 גְדוֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 הָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 בָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 שְׁנֵ֨י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 בָנֶ֜יךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 מֵ֗תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 חָפְנִי֙ H2652 Hofni Hophni 18 וּפִ֣ינְחָ֔ס H6372 Pinehas Phinehas 19 וַאֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 20 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 נִלְקָֽחָה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En het geschieddeH1961, als hij van de arkH727 GodsH430 vermelddeH2142, zo vielH5307 hij achterwaartsH322 van den stoelH3678 af, aanH5921 de zijde der poortH8179, en brakH7665 den nekH4665, en stierfH4191; wantH3588 de manH376 was oudH2204 en zwaarH3513; en hijH1931 richtteH8199 IsraelH3478 veertigH705 jarenH8141. En het geschiedde, als hij van de ark Gods vermeldde, zo viel hij achterwaarts van den stoel af, aan de zijde der poort, en brak den nek, en stierf; want de man was oud en zwaar; en hij richtte Israel veertig jaren.

KJV And it came to pass, when he made mention2 of the ark4 of God,5 that he fell6 from off the seat8 backward9 by10 the side11 of the gate,12 and his neck14 brake,13 and he died:15 for he was an old17 man,18 and heavy. And he had judged21 Israel23 forty24 years.25

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּהַזְכִּיר֣וֹ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 5 הָאֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 וַיִּפֹּ֣ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 7 מֵֽעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַ֠כִּסֵּא H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 9 אֲחֹ֨רַנִּ֜ית H322 achterwaarts back (-ward, again) 10 בְּעַ֣ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 11 יַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 הַשַּׁ֗עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 13 וַתִּשָּׁבֵ֤ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 14 מַפְרַקְתּוֹ֙ H4665 nek neck 15 וַיָּמֹ֔ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 זָקֵ֥ן H2204 oud, veroudert aged man, be (wax) old (man) 18 הָאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 19 וְכָבֵ֑ד H3515 zwaar, zware, zwaren (so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick 20 וְה֛וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 21 שָׁפַ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 22 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 24 אַרְבָּעִ֥ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 25 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zijn schoondochterH3618, de huisvrouwH802 van PinehasH6372, was bevruchtH2030, zij zou barenH3205; als deze de tijdingH8052 hoordeH8085, dat de arkH727 GodsH430 genomenH3947 was, en haar schoonvaderH2524 gestorvenH4191 was, en haar manH376, zo kromdeH3766 zij zich, en baardeH3205; wantH3588 haar weeenH6735 overvielenH2015 haar. En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar.

KJV And his daughter in law,1 Phinehas'3 wife,2 was with child,4 near to be delivered:5 and when she heard6 the tidings8 that9 the ark11 of God12 was taken,10 and that her father in law14 and her husband15 were dead,13 she bowed16 herself and travailed;17 for her pains21 came19 upon her.

1 וְכַלָּת֣וֹ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 2 אֵֽשֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 פִּינְחָס֮ H6372 Pinehas Phinehas 4 הָרָ֣ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 5 לָלַת֒ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 וַתִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַשְּׁמֻעָ֔ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הִלָּקַח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 12 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 וּמֵ֥ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 14 חָמִ֖יהָ H2524 schoonvader, schoonvaders father in law 15 וְאִישָׁ֑הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 וַתִּכְרַ֣ע H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 17 וַתֵּ֔לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 18 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 נֶהֶפְכ֥וּ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 20 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 צִרֶֽיהָ H6735 gezant, weeen, gezanten ambassador, hinge, messenger, pain, pang, sorrow. Compare H6736 (צִיר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En omtrent den tijdH6256 van haar stervenH4191, zo sprakenH1696 de vrouwenH5921, die bij haar stondenH5324: VreesH3372 niet, wantH3588 gij hebt een zoonH1121 gebaardH3205. Doch zij antwoorddeH6030 niet, en nam het niet ter harteH3820. En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.

KJV And about the time1 of her death2 the women that stood4 by her said3 unto her, Fear7 not; for thou hast born10 a son.9 But she answered12 not, neither did she regard14 it.

1 וּכְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 מוּתָ֗הּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 3 וַתְּדַבֵּ֨רְנָה֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 הַנִּצָּב֣וֹת H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 5 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תִּֽירְאִ֖י H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בֵ֣ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יָלָ֑דְתְּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 עָנְתָ֖ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 13 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שָׁ֥תָה H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 15 לִבָּֽהּ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zij noemdeH7121 het jongskenH5288 IkabodH350, zeggendeH559: De eerH3519 is weggevoerdH1540 uit IsraelH3478! Omdat de arkH727 GodsH430 gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvadersH2524 en haars mansH376 wil. En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.

Ook in dit vers weggevoerdH3947

KJV And she named1 the child2 Ichabod,3 saying,5 The glory7 is departed6 from Israel:8 because9 the ark11 of God12 was taken,10 and because of her father in law14 and her husband.15

1 וַתִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 לַנַּ֗עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 אִֽי H350 Ikabod I-chabod 4 כָבוֹד֙ H350 Ikabod I-chabod 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 גָּלָ֥ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 7 כָב֖וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 8 מִיִּשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הִלָּקַח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 אֲר֣וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 12 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 חָמִ֖יהָ H2524 schoonvader, schoonvaders father in law 15 וְאִישָֽׁהּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En zij zeideH559: De eerH3519 is gevankelijk weggevoerdH1540 uit IsraelH3478, wantH3588 de arkH727 GodsH430 is genomenH3947. En zij zeide: De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel, want de ark Gods is genomen.

KJV And she said,1 The glory3 is departed2 from Israel:4 for the ark7 of God8 is taken.6

1 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 גָּלָ֥ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 3 כָב֖וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 4 מִיִּשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 נִלְקַ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 אֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 4:1 1 Samuël 29:1 1 Samuël 7:12 1 Samuël 5:1 Jozua 12:18 1 Samuël 3:11 1 Koningen 20:30 Jozua 15:53 Jozua 19:30
1 Samuël 4:2 Klaagliederen 3:40 1 Samuël 17:8 1 Samuël 17:21 Psalmen 106:40 Jozua 7:12 Psalmen 44:9 Jozua 7:5 Psalmen 79:7
1 Samuël 4:3 Hebreeën 9:4 2 Samuël 15:25 Jeremia 7:8 Psalmen 74:1 Numeri 10:33 1 Petrus 3:21 1 Samuël 14:18 Jesaja 58:3
1 Samuël 4:4 2 Samuël 6:2 Psalmen 80:1 Numeri 7:89 Psalmen 99:1 1 Samuël 2:22 1 Samuël 2:12 Handelingen 19:15 Numeri 4:15
1 Samuël 4:5 Jozua 6:5 Jeremia 7:4 Micha 2:11 Richteren 15:14 Amos 6:3 Jozua 6:20 Job 20:5
1 Samuël 4:6 Exodus 32:17
1 Samuël 4:7 Exodus 15:14 Deuteronomium 32:30 Exodus 14:25
1 Samuël 4:8 Exodus 9:14 Exodus 7:5 Psalmen 78:43
1 Samuël 4:9 Richteren 13:1 1 Korinthe 16:13 2 Samuël 10:12 Efeze 6:10 Richteren 10:7 Jesaja 14:2 Deuteronomium 28:47 Jesaja 33:1
1 Samuël 4:10 Deuteronomium 28:25 2 Koningen 14:12 1 Samuël 4:2 Leviticus 26:17 2 Samuël 18:17 2 Samuël 20:1 Psalmen 78:9 Psalmen 78:60
1 Samuël 4:11 Psalmen 78:64 1 Samuël 2:34 1 Samuël 2:32 Psalmen 78:60 Jesaja 3:11
1 Samuël 4:12 Jozua 7:6 2 Samuël 15:32 2 Samuël 1:2 Nehemia 9:1 Job 2:12 2 Samuël 13:19
1 Samuël 4:13 1 Samuël 1:9 1 Samuël 4:18 Psalmen 79:1 Nehemia 1:3 Psalmen 137:4 Jozua 7:9 Psalmen 26:8
1 Samuël 4:15 1 Samuël 3:2 Genesis 27:1 1 Koningen 14:4 Psalmen 90:10
1 Samuël 4:16 2 Samuël 1:4 1 Samuël 3:6 Jozua 7:19
1 Samuël 4:17 1 Samuël 4:10 1 Samuël 3:11
1 Samuël 4:18 1 Samuël 4:21 1 Petrus 4:17 1 Samuël 4:13 1 Korinthe 11:30 1 Samuël 2:31 Klaagliederen 2:15 Psalmen 69:9 Psalmen 42:3
1 Samuël 4:20 Genesis 35:17 Psalmen 77:2 Johannes 16:21
1 Samuël 4:21 Psalmen 26:8 Jeremia 2:11 Psalmen 78:61 1 Samuël 4:11 Psalmen 78:64 Hosea 9:12 Psalmen 106:20
1 Samuël 4:22 Psalmen 137:5 Johannes 2:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 4 vers 1

het woord van Samuël Dat is, de profetie, die Samuël van den Heere geopenbaard was, heeft hij het volk verkondigd, en is volbracht; zie 1 Sam. 3:11, 1 Sam. 3:21.

Hertaald: het woord van Samuël Dat is: de profetie, die de HEERE aan Samuël geopenbaard had, heeft hij aan het volk verkondigd, en is vervuld; zie 1 Sam. 3:11, 1 Sam. 3:21.

Eben-haëzer, Dat is, steen der hulpe, helpsteen. Deze plaats heeft eerst naderhand dezen naam gekregen. Zie onder, 1 Sam. 7:12; alzo wordt Luz Gen 12 genoemd, welken naam Jakob deze plaats lang daarna eerst gegeven heeft; Gen 28

Hertaald: Eben-haëzer, Dat is: steen van de hulp, helpsteen. Deze plaats heeft pas later deze naam gekregen. Zie hieronder, 1 Sam. 7:12; zo wordt ook Luz in Gen. 12 genoemd, welke naam Jakob deze plaats pas lang daarna gegeven heeft; Gen. 28.

Afek Een stad in den stam van Juda gelegen; Joz. 15:53. Doch er is een ander Afek in den stam van Isschaschar, 1Sa 29; ook een in den stam van Aser, Joz. 19:30; Richt. 1:31.

Hertaald: Afek Een stad, gelegen in de stam van Juda; Joz. 15:53. Maar er is een ander Afek in de stam van Issaschar, 1 Sam. 29; ook een in de stam van Aser, Joz. 19:30; Richt. 1:31.

1 Samuël 4 vers 2

de strijd uitspreidde, Dat is, de krijgslieden die streden. Hij wil zeggen, wanneer nu al de benden en compagnieën beiderzijds aan elkander gekomen waren om te vechten, zo sloegen zij, enz.

Hertaald: de strijd uitspreidde, Dat is: de strijders die vochten. Hij wil zeggen: toen nu alle troepen en compagnieën aan weerszijden op elkaar gestoten waren om te vechten, sloegen zij, enzovoort.

zij sloegen Te weten, de Filistijnen.

Hertaald: zij sloegen Namelijk: de Filistijnen.

in de slagorden Hij wil zeggen, gedurende den slag, toen de beide legers nog in hun slagorden stonden.

Hertaald: in de slagorden Hij wil zeggen: tijdens de slag, toen de beide legers nog in hun slagorde stonden.

1 Samuël 4 vers 3

Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, Dit hebben zij gedaan zonder God raad te vragen, menende dat deze uiterlijke ceremonie hen zou kunnen beschermen, of verlossen uit de handen hunner vijanden.

Hertaald: Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, Dit hebben zij gedaan zonder God om raad te vragen, in de veronderstelling dat deze uiterlijke plechtigheid hen zou kunnen beschermen of verlossen uit de hand van hun vijanden.

1 Samuël 4 vers 4

de cherubim woont; Van tussen welke God tot Mozes en anderen sprak; Ex. 25:22; Num. 7:89.

Hertaald: de cherubim woont; Van tussen wie God tot Mozes en anderen sprak; Ex. 25:22; Num. 7:89.

daar met de ark des verbonds van God Te weten, in het leger.

Hertaald: daar met de ark des verbonds van God Namelijk: in het leger.

1 Samuël 4 vers 6

is de stem Dat is, beduidt.

Hertaald: is de stem Dat is: betekent.

1 Samuël 4 vers 8

deze heerlijke Goden? Of, van dezen heerlijken God.

Hertaald: deze heerlijke Goden? Of: van deze heerlijke God.

de woestijn Dat is, in de Schelfzee, welke ligt aan de woestijn Etham. Zie Ex. 13:20, en Exo 14.

Hertaald: de woestijn Dat is: in de Schelfzee, die ligt bij de woestijn Etham. Zie Ex. 13:20, en Ex. 14.

1 Samuël 4 vers 10

zijn tenten; Dat is, in zijn huis, gelijk onder, 1 Sam. 13:2, en 1 Kon. 12:16, enz.

Hertaald: zijn tenten; Dat is: in zijn huis, zoals hieronder, 1 Sam. 13:2, en 1 Kon. 12:16, enzovoort.

nederlaag, Hebreeuws, slag.

Hertaald: nederlaag, Hebreeuws: slag.

1 Samuël 4 vers 12

zijn klederen waren gescheurd, Tot een teken van droefenis, en dat hij kwade tijding bracht. Van deze manier van doen, zie de aantekening Gen. 37:29; Joz. 7:6, enz., en 2 Sam. 1:2, 2 Sam. 1:11.

Hertaald: zijn klederen waren gescheurd, Tot een teken van droefheid, en dat hij slecht nieuws bracht. Zie over deze manier van doen de aantekening bij Gen. 37:29; Joz. 7:6, enzovoort, en 2 Sam. 1:2, 2 Sam. 1:11.

er was aarde op zijn hoofd Zie dergelijk exempel Joz. 7:6, en 2 Sam. 1:2.

Hertaald: er was aarde op zijn hoofd Zie zo'n voorbeeld Joz. 7:6, en 2 Sam. 1:2.

1 Samuël 4 vers 13

schreeuwde de ganse stad Dat is, de inwoners der stad riepen en schreeuwden overluid van droefheid, toen zij hoorden dat de ark des verbonds genomen was.

Hertaald: schreeuwde de ganse stad Dat is: de inwoners van de stad riepen en schreeuwden luid van droefheid, toen zij hoorden dat de ark van het verbond genomen was.

1 Samuël 4 vers 15

stonden stijf, Hebreeuws, stonden.

Hertaald: stonden stijf, Hebreeuws: stonden.

1 Samuël 4 vers 17

hij, Of, de boodschapper.

Hertaald: hij, Of: de boodschapper.

1 Samuël 4 vers 18

poort, Versta dit van de stadspoort.

Hertaald: poort, Versta dit van de stadspoort.

1 Samuël 4 vers 19

kromde zij zich, Te weten, van pijn en benauwdheid, die zij gevoelde.

Hertaald: kromde zij zich, Namelijk: van de pijn en benauwdheid die zij voelde.

haar Hebreeuws, haar noden wendden zich over haar

Hertaald: haar Hebreeuws: haar weeën keerden zich tegen haar.

weeën overvielen haar Angsten, benauwdheden, nood.

Hertaald: weeën overvielen haar Angsten, benauwdheden, nood.

1 Samuël 4 vers 20

bij haar stonden Of, over haar

Hertaald: bij haar stonden Of: bij haar.

nam het niet ter harte Hebreeuws, zij zette haar hart daar niet [op]; dat is, zij werd door zulke woorden niet bewogen; zij verkwikten haar hart niet.

Hertaald: nam het niet ter harte Hebreeuws: zij zette haar hart daar niet [op]; dat is: zij werd door zulke woorden niet bewogen; zij verkwikten haar hart niet.

1 Samuël 4 vers 21

Ikabod, Dat is, waar is de heerlijkheid? Anders, er is geen eer. Alsof zij zeide: Alle heerlijkheid en treffelijkheid van Israël is ons nu benomen, nu de ark ons benomen is, welke Israël grote heerlijkheid en vermaardheid toebracht. Want zij was een teken der genadige tegenwoordigheid Gods onder zijn volk. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt Ps. 26:8, en Ps. 78:61.

Hertaald: Ikabod, Dat is: waar is de heerlijkheid? Anders: er is geen eer. Alsof zij zei: alle heerlijkheid en aanzien van Israël is ons nu ontnomen, nu de ark ons ontnomen is, die Israël grote heerlijkheid en faam bracht. Want zij was een teken van de genadige tegenwoordigheid van God onder Zijn volk. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt in Ps. 26:8, en Ps. 78:61.

1 Samuël 4 vers 22

eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël, Deze vrouw beklaagt zich meer en is bedroefder om de algemene schade dan om haar eigen verlies. Zie ook boven, vs.18.

Hertaald: eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël, Deze vrouw beklaagt zich meer en is bedroefder om de algemene schade dan om haar eigen verlies. Zie ook hierboven, vers 18.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël  — gehoord van God, of: van God gebeden

De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.

Eli  — verhoging, of: mijn God

De hogepriester en richter te Silo, in wiens tijd Samuel als kind aan de dienst van de HEERE werd toegewijd (1 Sam. 1:9, 25). Ondanks zijn eigen vroomheid bestrafte hij zijn goddeloze zonen Hofni en Pinehas niet krachtig genoeg, waarvoor een man Gods hem een oordeel over zijn huis aankondigde (1 Sam. 2:27-36). Bij het bericht dat de ark van God buitgemaakt was en zijn beide zonen gesneuveld waren, viel hij van zijn stoel achterover en brak zijn nek; hij was toen achtennegentig jaar oud en had veertig jaar over Israël gericht (1 Sam. 4:12-18).

Hofni  — vuistvechter, of: brutaal

De oudste zoon van Eli, priester te Silo, die samen met zijn broer Pinehas het priesterambt schandelijk misbruikte: zij namen zich met geweld de beste stukken van de offers toe en pleegden ontucht met de vrouwen die bij de tent der samenkomst dienden (1 Sam. 2:12-17, 22). Beiden sneuvelden op dezelfde dag in de strijd tegen de Filistijnen, toen de ark van het verbond buitgemaakt werd (1 Sam. 4:11).

Pinehas  — koperen mond, of: orakel

De jongste zoon van Eli, priester te Silo, wiens goddeloze gedrag, samen met dat van zijn broer Hofni, de toorn van de HEERE opriep (1 Sam. 2:12-17, 22). Hij is een andere persoon dan zijn beroemde naamgenoot, de kleinzoon van Aäron. Hij sneuvelde met zijn broer in de strijd tegen de Filistijnen (1 Sam. 4:11); zijn vrouw stierf kort daarna in het kraambed, na de geboorte van hun zoon Ikabod (1 Sam. 4:19-22).

Ikabod  — geen heerlijkheid, of: waar is de heerlijkheid?

De zoon van Pinehas, geboren op de dag dat zijn vader en grootvader Eli stierven en de ark van het verbond door de Filistijnen buitgemaakt werd. Zijn stervende moeder gaf hem deze naam, zeggend: 'de heerlijkheid is weggevoerd uit Israël, want de ark Gods is genomen' (1 Sam. 4:19-22).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Afek  — zie voor naam en de vroegere geschiedenis het artikel bij Jozua 12, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Zie het artikel bij Jozua 12.

Geschiedenis: Hier legerde Israël zich tegen de Filistijnen, die het volk een eerste maal versloegen; in de hoop op overwinning haalde Israël daarop de ark des verbonds uit Silo naar het slagveld, maar werd opnieuw, en zwaarder, verslagen: dertigduizend voetknechten sneuvelden, de priesters Hofni en Pinehas kwamen om, en de ark zelf werd door de Filistijnen buitgemaakt — het bericht waarvan de oude Eli, bij het horen ervan, van zijn stoel achterover viel en zijn nek brak (1 Sam. 4:1-18).

Bijbelse betekenis: Een van de aangrijpendste lessen van heel de Schrift over bijgelovig vertrouwen op uiterlijke godsdienstige voorwerpen zonder waar geloof: Israël dacht de ark zelf, los van gehoorzaamheid en een levend geloof, als een soort magische garantie voor overwinning te kunnen gebruiken — de Filistijnen zelf erkenden nog eerder dan Israël hoe heilig de ark was (1 Sam. 4:6-8), maar de HEERE liet Zijn eigen ark toch buitmaken om Israëls holle godsdienstigheid te oordelen. Ikabod, "de eer is weggevoerd van Israël", werd de veelzeggende naam die Pinehas' vrouw haar pasgeboren zoon gaf (1 Sam. 4:19-22).

Joz. 12:18; 1 Sam. 4:1-22; 29:1

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ikabod (de eer is weggevoerd)  — na een nederlaag tegen de Filistijnen haalt Israël de ark des verbonds als een strijdmiddel naar het slagveld; zij wordt buitgemaakt, en Eli's schoondochter noemt haar pasgeboren zoon Ikabod: "De eer is weggevoerd uit Israel" (1 Sam. 4:21-22)

Na een eerste nederlaag tegen de Filistijnen besluiten de oudsten van Israël de ark des verbonds uit Silo te halen, "opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden" (1 Sam. 4:1-4). Het volk juicht zo luid dat de aarde dreunt, en de Filistijnen, wetend welke God met deze ark verbonden is, vrezen zeer — maar strijden juist daarom des te vastberadener (1 Sam. 4:5-9). Israël wordt zwaar verslagen, dertigduizend man sneuvelen, Hofni en Pinehas sterven, en de ark zelf wordt buitgemaakt (1 Sam. 4:10-11). Wanneer het bericht Eli bereikt, valt hij achterover van zijn stoel, breekt zijn nek en sterft (1 Sam. 4:12-18). Zijn schoondochter, hoogzwanger, bevalt bij het horen van het nieuws en sterft; haar laatste daad is het noemen van haar zoon Ikabod, en zij legt die naam zelf uit: "De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israel" (1 Sam. 4:19-22).

Bijbelse betekenis: Israëls fout ligt niet in het vertrouwen op de HEERE maar in het vertrouwen op het teken van Zijn tegenwoordigheid zonder de HEERE Zelf. De ark wordt hier ingezet als een magisch strijdmiddel, een garantie op zich, los van bekering en gehoorzaamheid — precies de zonde die Hofni en Pinehas al belichaamden. God laat Zich niet aan een voorwerp binden: de ark redt Israël niet, juist omdat het volk haar tot een afgod had gemaakt in plaats van tot een teken van gehoorzaamheid aan een levende God.

Typologie: Jeremia waarschuwt Israël eeuwen later tegen precies dezelfde valse zekerheid, nu met de tempel: "Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze!" (Jer. 7:4, niet apart aangehaald). Hetzelfde vertrouwen op een heilig voorwerp of een heilige plaats, zonder het hart dat daarbij hoort, blijkt telkens weer een valse zekerheid.

1 Sam. 4:1-22; Jer. 7:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De eer is weggevoerd uit Israël — 4:1-11, 19-22

Israël verliest een veldslag tegen de Filistijnen en zoekt naar een verklaring. De oudsten komen op een gedachte die op het eerste gezicht vroom lijkt: haal de ark uit Silo en zet die in het legerkamp. Wat er dan gebeurt, is de zwaarste bladzijde van het boek.

Israël gebruikt de tegenwoordigheid van God als geluksbrenger, verliest de ark, en een stervende vrouw geeft haar kind de naam die de toestand samenvat.

Let op de zin waarmee het misgaat: laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des HEEREN, en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden. Er wordt niet gebeden, er wordt niets beleden, er wordt niet gevraagd waarom zij verslagen werden. Er wordt een voorwerp gehaald.

De ark was het teken van Gods tegenwoordigheid, en er zat een geschiedenis in: de twee stenen tafelen, de staf van Aäron die gebloeid had, en een kruik met manna. Alles wat God voor dit volk gedaan had, lag daarin opgeborgen. En juist dat maakt de vergissing zo groot: zij dachten dat zij, door de plaats waar God woonde het slagveld op te dragen, niet meer verliezen kónden. De tegenwoordigheid van God werd behandeld als een talisman.

Het loopt uit op een nederlaag die alles overtreft. Dertigduizend man vallen, de beide priesterzonen sneuvelen, en de ark wordt genomen. Als de boodschapper in Silo aankomt, valt de oude Eli achterover van zijn stoel en breekt zijn nek — niet bij het bericht over zijn zonen, maar bij het woord over de ark.

En dan komt het tafereel waar dit hoofdstuk om herinnerd wordt. De vrouw van Pinehas is zwanger en op het punt te baren. Zij hoort in één adem dat haar schoonvader dood is, dat haar man gesneuveld is en dat de ark genomen is. Zij bevalt en sterft. En terwijl de vrouwen om haar heen haar willen troosten met de mededeling dat zij een zoon heeft, geeft zij het kind een naam: “En zij noemde het jongsken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israel!” Ikabod betekent: geen heerlijkheid.

Zij noemt dan wel haar man en haar schoonvader, maar de reden staat voorop en zij zegt het tweemaal: omdat de ark Gods genomen is. Een vrouw die alles verloren heeft, rouwt het hardst over wat het volk verloren heeft. Zij merkte dus dat God vertrokken was. Dat is de vraag die dit hoofdstuk aan iedere latere gemeente stelt: zou het opvallen?

Wat er daarna gebeurt, laat zien dat de ark geen talisman was maar ook geen buit. In het huis van Dagon ligt het beeld de volgende ochtend op zijn gezicht voor de ark, en de dag erna liggen hoofd en handen afgebroken op de drempel. De Filistijnen worden geslagen en sturen de ark terug op een wagen, achter twee koeien die niemand ment. God laat Zich niet gebruiken en Hij laat Zich ook niet gevangenhouden.

Zo staat dit hoofdstuk in de lange lijn van Gods tegenwoordigheid: eerst in de hof, dan in de tabernakel, hier weggevoerd, later bij Ezechiël vertrekkend uit de tempel. En dan komt er Iemand van Wie geschreven staat dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond, en dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben. Wat een stervende vrouw als verlies benoemde, krijgt daar zijn antwoord: de heerlijkheid komt terug, en ditmaal in een Mens.

  1. 1 Samuël 4:3 — De ark wordt gehaald als middel om te winnen, zonder gebed of belijdenis.
  2. 1 Samuël 4:11 — De ark wordt genomen en de beide priesters sterven.
  3. 1 Samuël 4:21 — Ikabod: de eer is weggevoerd uit Israël.
  4. 1 Samuël 5:3-4 — Dagon ligt op zijn gezicht voor de ark; God is geen buit.
  5. Ezechiël 10:18 — Eeuwen later gaat de heerlijkheid opnieuw weg, nu uit de tempel.
  6. Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.

In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Mattheüs 1:23; Ezechiël 10:18-19; Openbaring 21:3; 1 Korinthe 3:16

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 4 niet aan. Wat hier gelegd wordt is een lijn die door de hele Schrift loopt: waar God woont, en wat er gebeurt als Hij weggaat. Dat de terugkeer van die heerlijkheid in Christus is, zegt Johannes 1 met zoveel woorden; dat dit hoofdstuk daar bewust naar vooruitwijst, staat er niet. Het beeld van de talisman is geen uitleg van de tekst maar een benoeming van wat de oudsten in vers 3 doen.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Samuël 4

1 Samuël 4:7.KruisverwijzingenExodus 15:14Deuteronomium 32:30Exodus 14:25
— Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want dergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!
Israël stond niet in het gareel met God. Het volk had de Allerhoogste vergeten en zich tot de dienst van Baäl gekeerd. Zij hadden de dingen van God verwaarloosd, en daarom werden zij aan hun vijanden overgegeven. Toen Jehova hen uit Egypte gebracht had, onderwees Hij hen hoe zij in het land moesten leven waarin Hij hen brengen zou, en Hij waarschuwde hen dat zij getuchtigd zouden worden als zij zich van Hem afkeerden.

Zijn woorden waren heel duidelijk: “Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid; zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen” (Lev. 26:27-28). Tot vervulling van dit dreigement was het de Filistijnen goddelijk toegelaten wijdverbreide verwoesting over de afgodische Israëlieten te brengen.

De enige weg voor hen om uit hun moeite te komen was tot God terug te keren en hun geloof en hun verbond met God te vernieuwen. Maar dat is het laatste wat de mensen doen. Wij willen elke uitwendige plicht waarnemen of elke uiterlijke plechtigheid volbrengen; maar ons gemoed en hart onder de goddelijke wil te buigen — daar heeft de ongelovige een afkeer van.

In plaats van te pogen met God in het reine te komen, gingen deze Israëlieten bijgelovige middelen bedenken om zich de overwinning over hun vijanden te verzekeren. In dit opzicht hebben de meesten van ons hen nagevolgd. Wanneer wij door beproevingen gaan, menen wij dat wij een of andere kleinigheid in verband met de uitwendige godsdienst vergeten moeten hebben, in plaats van te zien dat het gelóóf is wat God behaagt. En daar kunnen wij niet toe komen buiten de Geest van God.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wanneer wij door beproevingen gaan, menen wij dat wij een of andere kleinigheid in verband met de uitwendige godsdienst vergeten moeten hebben, in plaats van te zien dat het gelóóf is wat God behaagt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content