Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de jongelingH5288SamuelH8050diendeH8334 den HEEREH3068 voor het aangezichtH6440 van EliH5941; en het woordH1697 des HEERENH3068wasH1961dierbaarH3368 in dieH1992dagenH3117; er was geenH369openbaarH6555gezichtH2377.En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
KJVAnd the child1Samuel2ministered3unto the LORD5before6Eli.7And the word8of the LORD9was precious11in those days;12there was no open16vision.15
1וְהַנַּ֧עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)2שְׁמוּאֵ֛לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3מְשָׁרֵ֥תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7עֵלִ֑יH5941EliEli8וּדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11יָקָר֙H3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation12בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הָהֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15חָז֖וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision16נִפְרָֽץH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge
2En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En het geschiedde te dien dageH3117, als EliH5941 op zijn plaatsH4725nederlagH7901 (en zijn ogenH5869begonnenH2490donkerH3544 te worden, dat hij nietH3808zienH7200konH3201),En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
KJVAnd it came to pass at that time,2when Eli4was laid down5in his place,6and his eyes7began8to wax dim,9that he could11not see;12
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וְעֵלִ֖יH5941EliEli5שֹׁכֵ֣בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay6בִּמְקֹמ֑וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7וְעֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8הֵחֵ֣לּוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound9כֵה֔וֹתH3544ingetrokken, benauwden, donkersomewhat dark, darkish, wax dim, heaviness, smoking10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12לִרְאֽוֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
3En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En SamuelH8050 zich ook nedergelegdH7901 had, eerH2962 de lampeH5216GodsH430uitgedaanH3518 werd, in den tempelH1964 des HEERENH3068, waar de arkH727GodsH430 was,En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
KJVAnd ere the lamp1of God2went out4in the temple7of the LORD,8where the ark11of God12was, and Samuel5was laid down6to sleep;
1וְנֵ֤רH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3טֶ֣רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet4יִכְבֶּ֔הH3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench5וּשְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel6שֹׁכֵ֑בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay7בְּהֵיכַ֣לH1964tempel, tempels, paleispalace, temple8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11אֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin12אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
4Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Dat de HEEREH3068SamuelH8050riepH7121; en hij zeideH559: ZieH2009, hier ben ik.Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
KJVThat the LORD2called1Samuel:4and he answered,5Here am I.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij liepH7323totH413EliH5941 en zeideH559: ZieH2009, hier ben ik, wantH3588 gij hebt mij geroepenH7121. Doch hij zeideH559: Ik heb nietH3808geroepenH7121, keer weder, leg u nederH7901. En hij gingH3212 heen en legde zich neder.En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
Ook in dit vers
leideH7901
KJVAnd he ran1unto Eli,3and said,4Here am I;for thou calledst7me. And he said,9I called11not; lie down13again.12And he went14and lay down.15
1וַיָּ֣רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֵלִ֗יH5941EliEli4וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הִנְנִי֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7קָרָ֣אתָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8לִּ֔י9וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11קָרָ֖אתִיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12שׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13שְׁכָ֑בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay14וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15וַיִּשְׁכָּֽבH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen riepH7121 de HEEREH3068SamuelH8050wederomH3254; en SamuelH8050stondH6965 op; en gingH3212totH413EliH5941, en zeideH559: ZieH2009, hier ben ik, wantH3588 gij hebt mij geroepenH7121. Hij dan zeideH559: Ik heb u nietH3808geroepenH7121, mijn zoonH1121; keer weder, leg u neder.Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
Ook in dit vers
leg nederH7901
KJVAnd the LORD2called3yet again,1Samuel.5And Samuel7arose6and went8to Eli,10and said,11Here am I; for thou didst call14me. And he answered,16I called18not, my son;19lie down21again.20
1וַיֹּ֣סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3קְרֹ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4עוֹד֮H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5שְׁמוּאֵל֒H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel6וַיָּ֤קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel8וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10עֵלִ֔יH5941EliEli11וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12הִנְנִ֔יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14קָרָ֖אתָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15לִ֑י16וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18קָרָ֥אתִיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say19בְנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20שׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw21שְׁכָֽבH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Doch SamuelH8050kendeH3045 de HEEREH3068 nog niet; en het woordH1697 des HEERENH3068 was aanH413 hem nog niet geopenbaardH1540.Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
KJVNow Samuel1did not yet2know3the LORD,5neither was the word9of the LORD10yet revealed7unto him.
1וּשְׁמוּאֵ֕לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel2טֶ֖רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet3יָדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְטֶ֛רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet7יִגָּלֶ֥הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen riepH7121 de HEEREH3068SamuelH8050wederomH3254, ten derdeH7992 maal; en hij stondH6965 op, en gingH3212totH413EliH5941, en zeideH559: ZieH2009, hier ben ik, wantH3588 gij hebt mij geroepenH7121. Toen verstondH995EliH5941, datH3588 de HEEREH3068 den jongelingH5288riepH7121.Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
KJVAnd the LORD2called3Samuel4again1the third time.5And he arose6and went7to Eli,9and said,10Here am I; for thou didst call13me. And Eli16perceived15that the LORD18had called19the child.20
1וַיֹּ֨סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3קְרֹאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4שְׁמוּאֵל֮H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5בַּשְּׁלִשִׁית֒H7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)6וַיָּ֨קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9עֵלִ֔יH5941EliEli10וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הִנְנִ֔יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13קָרָ֖אתָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say14לִ֑י15וַיָּ֣בֶןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)16עֵלִ֔יH5941EliEli17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19קֹרֵ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say20לַנָּֽעַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Daarom zeideH559EliH5941 tot SamuelH8050: GaH3212 heen, legH7901 u nederH7901, en het zal geschiedenH1961, zoH518 Hij u roeptH7121, zo zult gij zeggenH559: SpreekH1696, HEEREH3068, wantH3588 Uw knechtH5650hoortH8085. Toen gingH3212SamuelH8050 heen en legde zich aan zijn plaatsH4725.Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
KJVTherefore Eli2said1unto Samuel,3Go,4lie down:5and it shall be, if he call8thee, that thou shalt say,10Speak,11LORD;12for thy servant15heareth.14So Samuel17went16and lay down18in his place.19
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עֵלִ֣יH5941EliEli3לִשְׁמוּאֵל֮H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5שְׁכָב֒H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay6וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8יִקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11דַּבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14שֹׁמֵ֖עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15עַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant16וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel18וַיִּשְׁכַּ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay19בִּמְקוֹמֽוֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
10Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen kwamH935 de HEEREH3068, en steldeH3320 Zich daar, en riepH7121 gelijk de andere malenH6471: SamuelH8050, SamuelH8050! En SamuelH8050zeideH559: SpreekH1696, wantH3588 Uw knechtH5650hoortH8085.Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
KJVAnd the LORD2came,1and stood,3and called4as at other times,5Samuel,7Samuel.8Then Samuel10answered,9Speak;11for thy servant14heareth.13
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וַיִּתְיַצַּ֔בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)4וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5כְפַֽעַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel6בְּפַ֖עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7שְׁמוּאֵ֣לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel8שְׁמוּאֵ֑לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel9וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel11דַּבֵּ֔רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13שֹׁמֵ֖עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14עַבְדֶּֽךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
11En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068zeideH559totH413SamuelH8050: ZieH2009, IkH595doeH6213 een dingH1697 in IsraelH3478, datH834alH3605 wie het horenH8085 zal, dien zullen zijn beideH8147orenH241klinkenH6750.En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
KJVAnd the LORD2said1to Samuel,4Behold, I will do7a thing8in Israel,9at which both14the ears15of every one that heareth12it shall tingle.13
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5הִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see6אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which7עֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8דָבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12שֹׁ֣מְע֔וֹH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13תְּצִלֶּ֖ינָהH6750klinken, gebeefdquiver, tingle14שְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15אָזְנָֽיוH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
12Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Te dienzelven dageH3117 zal Ik verwekkenH6965 over EliH5941allesH3605, watH834 Ik tegenH413 zijn huisH1004gesprokenH1696 heb; Ik zal hetH1931beginnenH2490 en voleindenH3615.Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
KJVIn that day1I will perform3against Eli5all things which I have spoken9concerning4his house:11when I begin,12I will also make an end.13
1בַּיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3אָקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5עֵלִ֔יH5941EliEli6אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דִּבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12הָחֵ֖לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound13וְכַלֵּֽהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
13Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want Ik heb hem te kennen gegevenH5046, datH3588IkH589 zijn huisH1004rechtenH8199 zal totH5704 in eeuwigheidH5769, om der ongerechtigheidsH5771wilH834, die hij gewetenH3045 heeft; want als zijn zonenH1121 zich hebben vervloektH7043 gemaakt, zo heeft hij hen nietH3808 eens zuur aangezienH3543.Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
KJVFor I have told1him that I will judge4his house7for8ever9for the iniquity10which he knoweth;12because his sons16made themselves vile,14and he restrained18them not.
1וְהִגַּ֣דְתִּיH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2ל֔וֹ3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4שֹׁפֵ֥טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)10בַּעֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יָדַ֗עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14מְקַֽלְלִ֤יםH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet15לָהֶם֙16בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18כִהָ֖הH3543donker, verdonkerd, enenmaledarken, be dim, fail, faint, restrain, [idiom] utterly19בָּֽם
14Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DaaromH3651 dan heb Ik het huisH1004 van EliH5941gezworenH7650: Zo de ongerechtigheidH5771 van het huisH1004 van EliH5941totH5704 in eeuwigheidH5769 zal verzoendH3722 worden door slachtofferH2077ofH518 door spijsofferH4503!Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
KJVAnd therefore I have sworn2unto the house3of Eli,4that the iniquity7of Eli's9house8shall not be purged6with sacrifice10nor offering11for12ever.13
1וְלָכֵ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2נִשְׁבַּ֖עְתִּיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear3לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4עֵלִ֑יH5941EliEli5אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6יִתְכַּפֵּ֞רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)7עֲוֺ֧ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin8בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9עֵלִ֛יH5941EliEli10בְּזֶ֥בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice11וּבְמִנְחָ֖הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
15Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15SamuelH8050 nu lagH7901 tot aan den morgenH1242; toen deed hij de deurenH1817 van het huisH1004 des HEERENH3068openH6605; doch SamuelH8050vreesdeH3372 dit gezichtH4759 aan EliH5941 te kennenH5046 te geven.Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
KJVAnd Samuel2lay1until the morning,4and opened5the doors7of the house8of the LORD.9And Samuel10feared11to shew12Eli16the vision.14
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4הַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5וַיִּפְתַּ֖חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7דַּלְת֣וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)8בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וּשְׁמוּאֵ֣לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel11יָרֵ֔אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)12מֵהַגִּ֥ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמַּרְאָ֖הH4759gezicht, gezichten, gezichtslooking glass, vision15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16עֵלִֽיH5941EliEli
16Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen riepH7121EliH5941SamuelH8050, en zeideH559: Mijn zoonH1121SamuelH8050! Hij dan zeideH559: ZieH2009, hier ben ik.Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.
KJVThen Eli2called1Samuel,4and said,5Samuel,6my son.7And he answered,8Here am I.
1וַיִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2עֵלִי֙H5941EliEli3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6שְׁמוּאֵ֣לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel7בְּנִ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִנֵּֽנִיH2005ziet, ziebehold, if, lo, though
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zeideH559: Wat is het woordH1697, datH834 Hij totH413 u gesprokenH1696 heeft? VerbergH3582 het tochH4994 niet voor mij; GodH430 doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indienH518 gij een woordH1697 voor mij verbergtH3582vanH4480alH3605 de woordenH1697, dieH834 Hij totH413 u gesprokenH1696 heeft!En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
KJVAnd he said,1What is the thing3that the LORD hath said5unto thee? I pray thee hide9it not from me: God14do so12to thee, and more also,16if thou hide18any thing20from me of all the things22that he said24unto thee.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh9תְכַחֵ֖דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide10מִמֶּ֑נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12יַעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לְּךָ֤14אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וְכֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder16יוֹסִ֔יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield17אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet18תְּכַחֵ֤דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide19מִמֶּ֨נִּי֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
18Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen gaf hem SamuelH8050 te kennenH5046alH3605 die woordenH1697, en verborgH3582 ze voor hem nietH3808. En hij zeideH559: Hij is de HEEREH3068; HijH1931doeH6213, wat goedH2896 is in Zijn ogenH5869!Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
KJVAnd Samuel3told1him every whit,6and hid8nothing from him. And he said,10It is the LORD:11let him do15what seemeth14him good.13
1וַיַּגֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2ל֤וֹ3שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8כִחֵ֖דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide9מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10וַיֹּאמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13הַטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)14בְּעֵינָ֖וH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15יַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
19Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19SamuelH8050 nu werd grootH1431; en de HEEREH3068wasH1961metH5973 hem, en lietH3808 niet een van alH3605 Zijn woordenH1697 op de aardeH776vallenH5307.Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
KJVAnd Samuel2grew,1and the LORD3was with him, and did let none of his words9fall7to the ground.10
1וַיִּגְדַּ֖לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower2שְׁמוּאֵ֑לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3וַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הִפִּ֥ילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down8מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9דְּבָרָ֖יוH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
20En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En gansH3605IsraelH3478, van Dan totH5704Ber-sebaH884 toe, bekendeH3045, datH3588SamuelH8050bevestigdH539 was tot een profeetH5030 des HEERENH3068.En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
KJVAnd all Israel3from Dan4even to Beersheba6knew1that Samuel10was established9to be a prophet11of the LORD.12
1וַיֵּ֨דַע֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4מִדָּ֖ןH1835DanDaniel5וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בְּאֵ֣רH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah7שָׁ֑בַעH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9נֶאֱמָ֣ןH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right10שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel11לְנָבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet12לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
21En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068voer voortH3254 te verschijnenH7200 te SiloH7887; wantH3588 de HEEREH3068openbaardeH1540 Zich aanH413SamuelH8050 te SiloH7887, door het woordH1697 des HEERENH3068.En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
KJVAnd the LORD2appeared3again1in Shiloh:4for the LORD7revealed6himself to Samuel9in Shiloh10by the word11of the LORD.12
1וַיֹּ֥סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְהֵרָאֹ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4בְשִׁלֹ֑הH7887SiloShiloh5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6נִגְלָ֨הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover7יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9שְׁמוּאֵ֛לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel10בְּשִׁל֖וֹH7887SiloShiloh11בִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 3:1— En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.Psalmen 74:9→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→1 Samuël 2:18→1 Samuël 3:21→Jesaja 13:12→1 Samuël 3:15→
1 Samuël 3:2— En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),1 Samuël 4:15→Genesis 27:1→Genesis 48:10→Psalmen 90:10→Prediker 12:3→Genesis 48:19→1 Samuël 2:22→
1 Samuël 3:3— En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,2 Kronieken 13:11→Exodus 27:20→Leviticus 24:2→Psalmen 27:4→1 Samuël 1:6→Exodus 30:7→Psalmen 5:7→Psalmen 29:9→
1 Samuël 3:4— Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.Exodus 3:4→1 Korinthe 12:28→Handelingen 9:4→Jesaja 6:8→Galaten 1:15→Psalmen 99:6→1 Korinthe 12:6→Genesis 22:1→
1 Samuël 3:6— Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.Genesis 43:29→1 Samuël 4:16→2 Samuël 18:22→Mattheüs 9:2→
1 Samuël 3:7— Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.Handelingen 19:2→Jeremia 9:24→
1 Samuël 3:8— Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.1 Korinthe 13:11→Job 33:14→
1 Samuël 3:9— Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.Psalmen 85:8→Jesaja 6:8→Daniël 10:19→Exodus 20:19→Handelingen 9:6→
1 Samuël 3:11— En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.Jeremia 19:3→2 Koningen 21:12→Jesaja 28:19→Handelingen 13:41→Lukas 21:26→Habakuk 1:5→Jesaja 29:14→Amos 3:6→
1 Samuël 3:12— Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.1 Samuël 2:27→Lukas 21:33→Zacharia 1:6→Numeri 23:19→Jozua 23:15→
1 Samuël 3:13— Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Koningen 1:6→Mattheüs 10:37→Spreuken 19:18→1 Samuël 2:22→Spreuken 23:13→Spreuken 29:15→
1 Samuël 3:14— Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!Jesaja 22:14→1 Samuël 2:25→Leviticus 15:31→Jeremia 7:16→Numeri 15:30→Jeremia 15:1→Psalmen 51:16→Hebreeën 10:26→
1 Samuël 3:15— Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.Jeremia 1:6→1 Samuël 1:9→1 Korinthe 16:10→Maleachi 1:10→
1 Samuël 3:17— En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!Ruth 1:17→2 Samuël 3:35→Psalmen 141:5→2 Samuël 19:13→1 Koningen 22:16→Micha 2:7→1 Samuël 20:13→Daniël 4:19→
1 Samuël 3:18— Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!Jesaja 39:8→Job 2:10→Psalmen 39:9→Job 1:21→2 Samuël 16:10→Genesis 18:25→1 Petrus 5:6→Klaagliederen 3:39→
1 Samuël 3:19— Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.1 Samuël 9:6→1 Samuël 2:21→Genesis 39:2→Lukas 2:52→2 Korinthe 13:11→Lukas 2:40→Lukas 1:80→Richteren 13:24→
1 Samuël 3:20— En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.Richteren 20:1→2 Samuël 3:10→2 Samuël 17:11→1 Timotheüs 1:12→
1 Samuël 3:21— En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.Genesis 12:7→1 Samuël 3:1→1 Samuël 3:4→1 Samuël 3:10→Hebreeën 1:1→Numeri 12:6→Amos 3:7→Genesis 15:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 3 vers 1— En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
voor het aangezicht van Eli;
Zie 1 Sam. 2:11.
Hertaald:voor het aangezicht van Eli;
Zie 1 Sam. 2:11.
was dierbaar
Hij wil zeggen dat er in dien tijd weinig profeten of getrouwe leraars in Israël waren, zodat, als er een man Gods kwam, dat iets zeldzaams was.
Hertaald:was dierbaar
Hij wil zeggen dat er in die tijd weinig profeten of trouwe leraars in Israël waren, zodat het iets zeldzaams was als er een man van God kwam.
1 Samuël 3 vers 2— En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
te dien dage,
Te weten, toen het woord des Heeren zo dierbaar was.
Hertaald:te dien dage,
Namelijk: toen het woord van de HEERE zo zeldzaam was.
niet zien kon),
Dat is, niet wel, alzo staat er Gen. 48:10 van Jakob, dat hij niet zag; dat is, hij zag niet wel, want Gen. 48:8 staat, dat hij de zonen van Jozef zag.
Hertaald:niet zien kon),
Dat is: niet goed, zo staat er ook Gen. 48:10 van Jakob dat hij niet zag; dat is: hij zag niet goed, want Gen. 48:8 staat dat hij de zonen van Jozef zag.
1 Samuël 3 vers 3— En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
de lampe Gods uitgedaan werd,
Hij spreekt van de lamp, die op den gouden kandelaar stond, die den gansen nacht van den avond tot aan den morgen moest branden, dan bluste men dezelve uit; Ex. 27:21; Lev. 24:3; 2 Kron. 13:11.
Hertaald:de lampe Gods uitgedaan werd,
Hij spreekt over de lamp die op de gouden kandelaar stond, die de hele nacht van avond tot morgen moest branden, en die men dan uitdeed; Ex. 27:21; Lev. 24:3; 2 Kron. 13:11.
den tempel des HEEREN,
Dat is, in een van de kamertjes nabij of omtrent den tabernakel, want de tempel was in dezen tijd nog niet gebouwd.
Hertaald:den tempel des HEEREN,
Dat is: in een van de kamertjes bij of rond de tabernakel, want de tempel was in die tijd nog niet gebouwd.
1 Samuël 3 vers 7— Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
Doch Samuël kende den HEERE nog niet;
Dat is, hij kende de roepende stem des Heeren niet, daar hij die niet gewoon was te horen. Of, hij had nog geen verstand van die manier van openbaringen, door welke de Heere door aanspraak aan de mensen verschijnt.
Hertaald:Doch Samuël kende den HEERE nog niet;
Dat is: hij herkende de roepende stem van de HEERE niet, omdat hij die niet gewend was te horen. Of: hij had nog geen ervaring met die manier van openbaring waarmee de HEERE door aanspraak aan mensen verschijnt.
1 Samuël 3 vers 9— Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
zijn plaats
Zie boven, vs.2.
Hertaald:zijn plaats
Zie hierboven, vers 2.
1 Samuël 3 vers 10— Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
en stelde Zich daar,
Anders, en Hij bleef staande; dat is, Hij ging niet weder weg, gelijk Hij te voren gedaan had.
Hertaald:en stelde Zich daar,
Anders: en Hij bleef staan; dat is: Hij ging niet weer weg, zoals Hij eerder gedaan had.
gelijk de andere malen
Hebreeuws, als beurt op beurt.
Hertaald:gelijk de andere malen
Hebreeuws: als beurt op beurt.
1 Samuël 3 vers 11— En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
een ding in Israël,
Versta, de nederlagen der Israëlieten, waarvan gesproken wordt onder, 1 Sam. 4:2, 1 Sam. 4:10.
Hertaald:een ding in Israël,
Versta: de nederlagen van de Israëlieten, waarover hieronder, 1 Sam. 4:2, 1 Sam. 4:10, gesproken wordt.
dien
Hij wil zeggen dat degenen, die de grote nederlaag der Israëlieten zullen horen, die zullen hunne zinnen van verbaasdheid als verliezen.
Hertaald:dien
Hij wil zeggen dat zij die de grote nederlaag van de Israëlieten zullen horen, hun zinnen als het ware zullen verliezen van verbijstering.
1 Samuël 3 vers 12— Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
gesproken heb;
Te weten, door den man Gods, 1 Sam. 2:27, enz.
Hertaald:gesproken heb;
Namelijk: door de man van God, 1 Sam. 2:27, enzovoort.
1 Samuël 3 vers 13— Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
dat Ik zijn huis
Dat is, dat Ik mijn rechtvaardige straf en wraak over hem en zijn huis zal uitvoeren.
Hertaald:dat Ik zijn huis
Dat is: dat Ik Mijn rechtvaardige straf en wraak over hem en zijn huis zal voltrekken.
vervloekt gemaakt,
Anders, licht, veracht, dat is, toen zij met hun boze stukken en kwaad leven gemaakt hebben dat men hen vloekte en verachtte als lichte gezellen, die geen eer waardig waren.
Hertaald:vervloekt gemaakt,
Anders: licht geacht, veracht, dat is: toen zij door hun boze daden en slechte leven ervoor gezorgd hebben dat men hen vervloekte en verachtte als lichtzinnige mensen, die geen eer waard waren.
zuur aangezien
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk fronsen, of rimpelen krijgen in het aangezicht, hetwelk geschiedt van diegenen, die uit ongezindheid zuur zien. Versta hierbij, veel weiniger heeft hij hen gestraft naar behoren, hetwelk hij had behoren te doen als vader, als hogepriester en als richter, die gesteld was om het kwaad te beletten en te straffen.
Hertaald:zuur aangezien
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk fronsen, of rimpels in het gezicht krijgen, wat gebeurt bij hen die uit afkeuring zuur kijken. Versta hierbij: laat staan dat hij hen naar behoren gestraft heeft, wat hij als vader, als hogepriester en als rechter, die aangesteld was om het kwaad te beletten en te straffen, had moeten doen.
1 Samuël 3 vers 14— Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
Zo de ongerechtigheid
Deze manier van zweren zie Gen. 14:22-23.
Hertaald:Zo de ongerechtigheid
Zie over deze manier van zweren Gen. 14:22-23.
zal verzoend worden
Alzo namelijk, dat Ik de tijdelijke straffen, die Ik over het huis van Eli uitgesproken heb, zou terughouden en niet uitvoeren.
Hertaald:zal verzoend worden
Namelijk zo, dat Ik de tijdelijke straffen die Ik over het huis van Eli uitgesproken heb, zou terughouden en niet uitvoeren.
1 Samuël 3 vers 15— Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
gezicht
Dat is, die dingen, die de Heere hem in een gezicht geopenbaard had, alhoewel dit niet alleen een gezicht was, maar ook een verschijning. Samuël heeft wakende deze woorden gehoord, en niet in een verrukking of vertrekking van zinnen, gelijk de gezichten pleegden te geschieden; zie Gen. 15:1.
Hertaald:gezicht
Dat is: die dingen die de HEERE hem in een gezicht geopenbaard had, hoewel dit niet alleen een gezicht was, maar ook een verschijning. Samuël heeft deze woorden wakend gehoord, en niet in een vervoering of afwezigheid van zinnen, zoals de gezichten meestal plachten te gebeuren; zie Gen. 15:1.
1 Samuël 3 vers 17— En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!
doe u zo,
Zie van deze manier van spreken Ruth 1:17.
Hertaald:doe u zo,
Zie over deze manier van spreken Ruth 1:17.
1 Samuël 3 vers 19— Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
niet een
Dat is, de Heere volbracht met de daad alles wat Hij door Samuël voorzegd had. Op de aarde vallen, is zoveel te zeggen als tenietgaan, of te schande komen, gelijk Matt. 10:29. Vergelijk 1 Kon. 8:56.
Hertaald:niet een
Dat is: de HEERE volbracht metterdaad alles wat Hij door Samuël voorzegd had. Op de aarde vallen betekent zoveel als tenietgaan, of te schande komen, zoals Matt. 10:29. Vergelijk 1 Kon. 8:56.
1 Samuël 3 vers 20— En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
bevestigd was
Anders, getrouw geacht, of bevonden.
Hertaald:bevestigd was
Anders: getrouw geacht, of bevonden.
1 Samuël 3 vers 21— En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
want de HEERE openbaarde Zich
Hij wil zeggen dat de Heere door dromen, gezichten en aanspraken zijn woord aan Samuël openbaarde, hetwelk tevoren zelden geschiedde. Zie boven, vs.1.
Hertaald:want de HEERE openbaarde Zich
Hij wil zeggen dat de HEERE door dromen, gezichten en aansprekingen Zijn woord aan Samuël openbaarde, wat eerder zelden gebeurde. Zie hierboven, vers 1.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Eli — verhoging, of: mijn God
De hogepriester en richter te Silo, in wiens tijd Samuel als kind aan de dienst van de HEERE werd toegewijd (1 Sam. 1:9, 25). Ondanks zijn eigen vroomheid bestrafte hij zijn goddeloze zonen Hofni en Pinehas niet krachtig genoeg, waarvoor een man Gods hem een oordeel over zijn huis aankondigde (1 Sam. 2:27-36). Bij het bericht dat de ark van God buitgemaakt was en zijn beide zonen gesneuveld waren, viel hij van zijn stoel achterover en brak zijn nek; hij was toen achtennegentig jaar oud en had veertig jaar over Israël gericht (1 Sam. 4:12-18).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort (Samuels roeping) — op aanwijzing van Eli antwoordt de jonge Samuel op de derde roepstem van de HEERE in de nacht: "Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort" (1 Sam. 3:9-10)
"Het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht" (1 Sam. 3:1) — een tijd van geestelijke schaarste. Terwijl Samuel in de tempel slaapt, roept de HEERE hem bij name; driemaal loopt hij naar Eli, denkend dat deze hem geroepen heeft, totdat Eli begrijpt wat er gebeurt en hem leert antwoorden: "Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort" (1 Sam. 3:2-9). Bij de vierde roep antwoordt Samuel zo, en ontvangt de aankondiging van het oordeel over Eli's huis — hetzelfde oordeel dat de man Gods al had uitgesproken (1 Sam. 3:10-14, reeds mede behandeld bij De zonen van Eli). Samuel is bevreesd het Eli te vertellen, maar doet het op diens aandringen zonder iets te verbergen; Eli aanvaardt het: "Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!" (1 Sam. 3:15-18). Vanaf dat moment groeit Samuel op als een erkende profeet: "gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN" (1 Sam. 3:19-21).
Bijbelse betekenis: Samuels antwoord is het patroon van elk waarachtig gehoor geven aan God: niet een afwachtend overwegen, maar "Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort" — gehoorzaamheid vooraf toegezegd, vóór de inhoud van het woord bekend is. Veelzeggend is ook dat het eerste woord dat de jonge, onschuldige Samuel te horen krijgt, een hard oordeel over zijn eigen leermeester is, en dat hij dat woord, ondanks zijn angst, getrouw en zonder verzachting doorgeeft. Een profeet begint hier niet met een aangename boodschap maar met de moed om een moeilijke boodschap eerlijk te brengen.
Typologie: Dat er "geen schepsel onzichtbaar" is voor God, en dat "alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben" (Hebr. 4:13, niet apart aangehaald), verklaart iets belangrijks. Zelfs een kind kan in de nacht door de HEERE aangesproken worden, en geen enkele verborgen zonde — ook niet die van een priesterlijk huis — blijft voor Hem verborgen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen — 3:1-10, 19-21
Israël leeft in een tijd waarin God vrijwel zwijgt. De hogepriester is oud en bijna blind, zijn zonen misbruiken hun ambt, en de ark staat in Silo in een tabernakel die zijn beste tijd gehad heeft. In dat huis slaapt een jongen.
In een tijd dat het woord van God zeldzaam was, roept Hij een kind bij name — en vanaf dan spreekt Hij weer.
Het eerste vers is een toestandsbeschrijving die als een klacht klinkt: “het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.” Dat woord dierbaar betekent hier zeldzaam, en de kanttekening maakt duidelijk wat dat inhield: er waren in die tijd weinig profeten of trouwe leraars in Israël, zodat het iets bijzonders was als er een man van God kwam.
De verteller zet er nog twee dingen naast, en beide zijn tegelijk feit en beeld. De ogen van Eli begonnen donker te worden, zodat hij niet zien kon. En Samuël lag te slapen eer de lamp Gods uitgedaan werd — de lamp op de gouden kandelaar die de hele nacht branden moest en tegen de morgen gedoofd werd. Het is dus het holst van de nacht, en het licht staat op uitgaan. Precies dan wordt er geroepen.
Wat er dan gebeurt heeft iets ontroerends. De jongen hoort zijn naam en denkt dat de oude man hem roept, en hij staat drie keer op om te vragen wat er is. Hij kende de HEERE nog niet, staat er nadrukkelijk bij; het woord des HEEREN was hem nog niet geopenbaard. En het is uiteindelijk de blinde Eli die begrijpt Wie er aan het woord is en de jongen leert wat hij zeggen moet: spreek, HEERE, want Uw knecht hoort.
De boodschap die Samuël dan krijgt, is een oordeel over het huis van de man die hem heeft opgevoed. Hij is bang om die te vertellen, en hij vertelt haar toch. Zo begint een profetenleven: met een woord dat hij liever niet had doorgegeven.
Wat er van hem gezegd wordt aan het eind van het hoofdstuk is een van de mooiste zinnen over een profeet in heel de Schrift: “Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.” De kanttekening legt uit wat dat betekent: God volbracht metterdaad alles wat Hij door Samuël had voorzegd. Op de aarde vallen is tenietgaan, en van dit spreken viel niets.
En dan sluit het hoofdstuk: de HEERE voer voort te verschijnen te Silo. De stilte is voorbij.
Dat is de lijn waarlangs dit hoofdstuk in dit register hoort. Er is telkens een tijd geweest waarin God zweeg, en telkens is Hij opnieuw begonnen. Na Maleachi zweeg Hij vierhonderd jaar; toen ging het opnieuw in de tempel beginnen, weer met een oude priester en weer met een kind. En de Hebreeënbrief vat die hele geschiedenis in één zin samen: God heeft veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken door de profeten, en in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. Op dat laatste spreken is geen zwijgen meer gevolgd.
1 Samuël 3:1 — Het woord des HEEREN was zeldzaam; er was geen openbaar gezicht.
1 Samuël 3:3 — De oude man ziet niet meer en de lamp staat op uitgaan — dan wordt er geroepen.
1 Samuël 3:9-10 — De blinde priester leert het kind wat het antwoorden moet.
1 Samuël 3:19 — En de HEERE liet geen van Zijn woorden op de aarde vallen.
Amos 8:11-12 — Er komt honger, niet naar brood, maar om te horen de woorden des HEEREN.
Hebreeën 1:1-2 — In deze laatste dagen heeft Hij tot ons gesproken door den Zoon.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 1:1-2; Lukas 1:5-20; Johannes 1:1-4; Amos 8:11-12
Hoever dit reikt: Samuël wordt in het Nieuwe Testament genoemd als de eerste van de profeten die van deze dagen gesproken hebben, maar hij wordt nergens als afbeelding van Christus gebruikt. Wat hier gelegd wordt is de lijn van het spreken van God: een tijd van zwijgen, een roeping, en een woord waarvan niets op de aarde valt. Dat die lijn uitloopt op het spreken door de Zoon, zegt de Hebreeënbrief zelf; dat dit hoofdstuk daar bewust naar verwijst, is een gevolgtrekking.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 3:1.KruisverwijzingenPsalmen 74:9→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→1 Samuël 2:18→1 Samuël 3:21→Jesaja 13:12→1 Samuël 3:15→ — En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht. Samuël was maar een kind, en toch was hij een getrouwe dienstknecht van God naar het licht dat hij ontvangen had. De volwassen zonen van Eli waren tegen God in opstand, maar “de jonge Samuël diende den HEERE”. Het is een grote verzwaring van de zonde wanneer goddeloze mensen daarin volharden terwijl zelfs kleine kinderen hen door hun zorgvuldige wandel bestraffen.
God sprak met zeer weinigen, en Zijn spreken tot hen was verborgen: “er was geen openbaar gezicht”. Wat gesproken werd was zeer rijk en zeldzaam, maar er was weinig van. De Heere nam, in toorn over de zonde van Elis zonen, de geest der profetie weg uit het land.
1 Samuël 3:2.Kruisverwijzingen1 Samuël 4:15→Genesis 27:1→Genesis 48:10→Psalmen 90:10→Prediker 12:3→Genesis 48:19→1 Samuël 2:22→ — En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon), Hij was een goed oud man, maar hij was bijna versleten, en hij was God ontrouw geweest door zijn huisgezin niet in orde te houden. Hij moet enige troost gevonden hebben in het hebben van zo’n lieve en dierbare gezel en dienaar als de kleine Samuël was.
1 Samuël 3:3-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:11→Exodus 27:20→Leviticus 24:2→Psalmen 27:4→1 Samuël 1:6→Exodus 30:7→Psalmen 5:7→Psalmen 29:9→ — En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was, Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik. En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder. Dienstknechten en kinderen behoren oplettend en gehoorzaam te zijn op de roepingen die zij horen; maar meesters moeten ook zachtmoedig en vriendelijk en bedachtzaam tegenover hen zijn. Eli noemde het kind geen dwaas en sprak niet hard tot hem; hij wist dat Samuël een goede bedoeling had, en ook al had hij zich vergist en had niemand hem geroepen, toch was het goed van het kind te handelen alsof er tot hem gesproken was. En Eli zei stil en zachtmoedig: “Ik heb niet geroepen; keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.”
1 Samuël 3:4.KruisverwijzingenExodus 3:4→1 Korinthe 12:28→Handelingen 9:4→Jesaja 6:8→Galaten 1:15→Psalmen 99:6→1 Korinthe 12:6→Genesis 22:1→ — Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik. Samuël had een horend oor. Hebben wij horende oren? Wij behoren dankbaar te zijn als wij die hebben, want niet alle mensen hebben die zegen. Sommigen hebben een jeukend oor. Zij komen in een plaats van eredienst niet om te horen en er nut van te hebben, maar enkel om te beoordelen, te bekritiseren, gebreken te vinden, vergelijkingen te maken tussen de ene spreker en de andere.
Mensen kunnen de stem van God niet horen omdat er zonde in de weg staat — een geliefkoosde zonde — en zij zijn niet wijs genoeg om te beseffen dat wat zij horen het middel zal zijn dat hen zalig maakt of hen verdoemt. Het horen van ware evangelieprediking is een van de ernstigste bezigheden waarin verstandige wezens gebruikt kunnen worden. Horende oren zijn volstrekt geen gewone zaken — wij die ze hebben, zijn gelukkig. Samuël sliep, en toch hoorde hij Gods stem. Ik ken sommigen die wakker zijn en haar toch niet gehoord hebben.
1 Samuël 3:6-7.KruisverwijzingenHandelingen 19:2→Jeremia 9:24→Genesis 43:29→1 Samuël 4:16→2 Samuël 18:22→Mattheüs 9:2→ — Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder. Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard. Daar was het begin van het werk der genade in zijn hart; hij was goed gezind, maar tot dan toe had God Zich nog niet aan hem geopenbaard: “doch Samuël kende den HEERE nog niet”.
1 Samuël 3:7-8.KruisverwijzingenHandelingen 19:2→Jeremia 9:24→1 Korinthe 13:11→Job 33:14→ — Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard. Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. Wij verwijten Samuël niets, want hij was maar een kind, en het geestelijk verstand was hem nog niet volkomen gegeven; maar wat zal ik zeggen van sommigen tot wie God jarenlang gesproken heeft, totdat hun haar grijs is, en die de stem des Heeren tot op dit uur niet begrepen hebben? Ik bid God dat Hij hen nog eens roepe. De Heere versmaadde het niet Samuël viermaal te roepen; want wanneer Hij krachtdadig bedoelt te roepen en één roep niet genoeg is, dan zal Hij nog eens en nog eens en nog eens roepen.
1 Samuël 3:8-9.Kruisverwijzingen1 Korinthe 13:11→Job 33:14→Psalmen 85:8→Jesaja 6:8→Daniël 10:19→Exodus 20:19→Handelingen 9:6→ — Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats. Het was een tuchtiging voor Eli dat God niet rechtstreeks tot hem sprak maar hem een boodschap zond door een ander; en het moet voor de oude man van God zeer vernederend geweest zijn dat God een klein kind uitkoos om Zijn boodschapper aan hem te zijn. En toch, aangezien Eli niet getrouw geweest was, was het grote barmhartigheid van Gods kant tot hem in het geheel te spreken. Eli had Samuël lief; en toen hij bevond dat de Heere dit kind wilde gebruiken, werd hij niet naijverig en toornig en begon hij de geest van het kind niet te blussen, maar hij gaf hem wijze aanwijzingen hoe te handelen als God nog eens tot hem zou spreken.
1 Samuël 3:10. — Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort. Ditmaal werd de naam van het kind tweemaal gesproken, als wilde God tot hem zeggen: “Ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn.” U merkt op dat hij niet zei: “Heere”; misschien waagde hij het nauwelijks die heilige Naam op zijn lippen te nemen. Hij was met zo’n ernstig ontzag voor de Naam van God vervuld dat hij zei: “Spreek, want Uw knecht hoort.”
Het kind Samuël was boven heel het huisgezin waarin hij woonde begunstigd. De Heere sprak in de nacht niet tot Eli en niet tot een van Elis zonen. In heel dat huis sprak Jehova tot niemand dan tot Samuël. Dat de Heere verkoos uit heel dat huisgezin tot een kind te spreken, behoort bemoedigend te zijn voor ons die menen dat wij het minst waarschijnlijk door God erkend zullen worden.
Zijn wij zo jong? Wij zijn toch niet jonger dan Samuël toen was. Schijnen wij onbeduidend te zijn? Wij kunnen het toch nauwelijks meer zijn dan dit kind van Hanna’s liefde. Hebben wij vele moeiten? Wij hebben er niet meer dan er op de jonge Samuël rustten, want het moet hem zwaar geweest zijn op zo jonge leeftijd van zijn lieve moeder te scheiden. Ik heb vaak gemerkt hoe vaak God met ogen van bijzondere liefde ziet op hen in een huisgezin die het minst waarschijnlijk zo aangezien zouden worden. Het was op Jozef, die zijn broeders haatten, dat Gods verkiezende liefde neerdaalde. Waarom zou zij niet op ons komen?
1 Samuël 3:11-13.KruisverwijzingenJeremia 19:3→2 Koningen 21:12→1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Samuël 2:27→Jesaja 28:19→Handelingen 13:41→Lukas 21:26→ — En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken. Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden. Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien. Welk een treffende uitdrukking: “de ongerechtigheid, die hij geweten heeft”. Er is heel wat ongerechtigheid aan ons die wij niet kennen; dat is een zonde der onwetendheid. Maar diep in zijn hart wist Eli dat hij bang geweest was om met zijn zonen over hun zonden te spreken, en dat hij, wanneer hij gesproken had, dat in zo verschonende woorden gedaan had dat zij ze gering achtten. Mogelijk had hij hen nooit getuchtigd toen zij jong waren, en had hij hen niet scherp toegesproken toen zij ouder waren.
Bedenk dat hij een richter was, en hij had zijn zonen niet mogen toelaten priesters te blijven als zij zich vuil gedroegen aan de deur van de tabernakel. Hij had met hen behoren te handelen zoals hij met ieder ander gehandeld zou hebben; dat deed hij niet.
1 Samuël 3:13.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Koningen 1:6→Mattheüs 10:37→Spreuken 19:18→1 Samuël 2:22→Spreuken 23:13→Spreuken 29:15→ — Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien. Iemand zei eens tot mij: “Ik heb mijn hand nooit aan mijn kinderen gelegd.” En ik antwoordde: “Dan denk ik dat het zeer waarschijnlijk is dat God Zijn hand aan u zal leggen.” “O”, zei hij, “ik heb zelfs nooit scherp tot hen gesproken.” “Dan”, antwoordde ik, “is het hoogst waarschijnlijk dat God zeer scherp tot u zal spreken; want het is niet Gods wil dat ouders hun kinderen ongebreideld in hun zonde laten.” Neem hieraan een waarschuwing, vaders en moeders, aan deze ervaring van de oude Eli.
1 Samuël 3:14-15.KruisverwijzingenJesaja 22:14→1 Samuël 2:25→Jeremia 1:6→Leviticus 15:31→Jeremia 7:16→Numeri 15:30→Jeremia 15:1→Psalmen 51:16→ — Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer! Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven. Ik vraag mij af of hij is gaan slapen; ik zou denken van niet. Na zo’n bezoeking en openbaring is het een wonder dat het kind stil kon liggen. Men verwondert zich dat hij niet meteen naar Eli ging; maar de boodschap was zo zwaar dat hij zich niet kon haasten haar over te brengen.
1 Samuël 3:15.KruisverwijzingenJeremia 1:6→1 Samuël 1:9→1 Korinthe 16:10→Maleachi 1:10→ — Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven. Lief kind! Er zijn er onder ons die, als God tot ons gesproken had zoals Hij tot Samuël gesproken had, zich veel te groot zouden gevoelen om nog deuren te openen. Maar Samuël nam de hoge eer die God hem gegeven had zachtmoedig aan; en toen hij ‘s morgens opstond, ging hij zijn gewone bezigheden doen: “hij opende de deuren van het huis des HEEREN”. De oude man moet gevoeld hebben dat het niets aangenaams was; toch wilde hij de boodschappen des Heeren weten.
1 Samuël 3:16-18.KruisverwijzingenJesaja 39:8→Job 2:10→Ruth 1:17→2 Samuël 3:35→Psalmen 39:9→Job 1:21→Psalmen 141:5→2 Samuël 19:13→ — Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik. En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft! Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen! Samuël gehoorzaamde het goddelijke gebod dat toen nog niet gegeven was: “Die Mijn woord heeft, die spreke Mijn woord getrouwelijk.” Dit was een grote uitspraak van de oude Eli. Hoe verschrikkelijk het ook mocht zijn, hij boog het hoofd voor het goddelijke vonnis en erkende dat het rechtvaardig was.
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenPsalmen 74:9→1 Samuël 4:15→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→Genesis 27:1→Handelingen 19:2→1 Samuël 2:18→2 Kronieken 13:11→ — En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht. En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon), En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was, Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik. En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder. Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder. Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard. Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats. Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort. De Heere wil thans het vonnis, over Eli uitgesproken, ten uitvoer brengen en in zijn plaats, zoals Hij gezegd heeft, zich een getrouwe priester verwekken (2: 35vv. 2.35). Deze is Samuël, de dienaar van de hogepriester Eli. Toen deze eens, zoals gewoonlijk, in de nabijheid van zijn heer bij het heiligdom sliep, werd hij door een stem, die uit het Allerheilige klonk, tegen het einde van de nacht, vóórdat de lichten op de gouden kandelaar uitgeblust waren, bij zijn naam geroepen. Hij houdt de stem voor een roepen van Eli, maar verneemt, toen hij bij hem kwam, dat deze niet geroepen had. Dit gebeurde drie maal. Toen bemerkte Eli, van Wie die stem gekomen was; hij geeft Samuël aanwijzing, hoe hij bij een herhaling zich te gedragen had, en nu verschijnt de Heere bij de vierde maal persoonlijk aan de uitverkoren profeet en maakt hem bekend, dat nu het vonnis over Eli en zijn huis volbracht zal worden. Samuël is de volgende morgen bevreesd het gezicht aan Eli bekend te maken; deze dringt bij hem aan, alles te openbaren. Hiermee is de profetische loopbaan van Samuël begonnen.
KruisverwijzingenPsalmen 74:9→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→1 Samuël 2:18→1 Samuël 3:21→Jesaja 13:12→1 Samuël 3:15→— En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
En de jongeling Samuël diende de HEERE, bij de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Eli, aan wie hij allerlei hulp te bewijzen had (vs.15); en het woord van de HEERE was dierbaar, 1) was zeldzaam in die dagen, er was geen openbaar gezicht; het ontbrak geheel aan mannen, die in nauw persoonlijk verkeer met de Heere stonden, en van Hem mededelingen voor Zijn volk ontvingen; het optreden van de man van God (2: 27vv.) toonde echter reeds, dat er een nieuwe tijd voor Israël zou aanbreken.
Dat er staat: het woord van de Heere was dierbaar in die dagen, wil niet zeggen, dat het bij het volk hoog geschat werd, maar dat, terwijl de gezichten en openbaringen zeldzaam waren en er weinig profeten opstonden, de godsdienst zeer bedorven was.
In het Hebreeuws Jakar, kostbaar, dierbaar, maar eveneens iets, wat weinig voorkomt, zo heeft het woord ook hier de betekenis van zeldzaam gekregen. Het wordt nader verklaard door het volgende: In die dagen was er geen openbaar gezicht en dient, om de profetische werkzaamheden van Samuël niet alleen in te leiden, maar ook om erop te wijzen, dat Samuël een door de Heere zelf geroepen getuige was.
Kruisverwijzingen1 Samuël 4:15→Genesis 27:1→Genesis 48:10→Psalmen 90:10→Prediker 12:3→Genesis 48:19→1 Samuël 2:22→— En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
En het geschiedde, waarschijnlijk niet lang na het optreden van die profeet, op die dag, toen Eli op zijn plaats 1) in een gebouw, dat tot de voorhoven behoorde en tot nachtverblijf ingericht was, neerlag om te slapen (en zijn ogen begonnen donker te worden, omdat hij reeds 98 jaar oud was (4: 15), dat hij niet zien kon en iemand tot zijn hulp bij zich moest hebben),
Sinds de tent der samenkomst niet meer met het volk van plaats tot plaats ging, maar een vaste standplaats te Silo verkregen had (Joz.18: 5), werden in het gebouw meer veranderingen gemaakt, die noodzakelijk waren (1: 9). In plaats van de tenten, waarin vroeger de priesters en Levieten rondom het huis van God gelegerd waren, kwamen vaste woningen met vertrekken voor de dienstdoende priesters en Levieten en verscheidene gebouwen om de gaven te bewaren, die tot het heiligdom gebracht werden. Deze gebouwen vervingen nu waarschijnlijk de oorspronkelijke tentgewijze omtuining van de voorhof, zodat nu ook de voorhangsels bij de ingang wegvielen en in de plaats van deze een deur met vleugels kwam. Deze werden, zoals wij uit vs.15 zien, ‘s avonds gesloten en ‘s morgens geopend. Dergelijke veranderingen waren een overgang van de tent der samenkomst tot een vast huis, een eigenlijke tempel.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:11→Exodus 27:20→Leviticus 24:2→Psalmen 27:4→1 Samuël 1:6→Exodus 30:7→Psalmen 5:7→Psalmen 29:9→— En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,
En Samuël zich ook neergelegd had, zodat hij tot hulp van zijn heer steeds gereed was, eer de lamp van God uitgedaan werd, 1) voordat het licht op de kandelaar met zeven armen in het heilige, dat de gehele nacht door brandde (Lev.24: 1vv.), uitgeblust werd, dus nog vóór het aanbreken van de morgen ten tijde van de laatste nachtwake, in de tempel van de HEERE, waar de ark van God was. 2)
Nog was het nacht, toen de openbaring geschiedde, maar reeds naderde de dag; een zinnebeeld van de toestand van het volk van Israël!.
Samuël was niet in het allerheilige; daar mocht zelfs de hogepriester slechts eenmaal in het jaar met het grote zoenoffer ingaan (Lev.16: 1vv.), veel minder zou iemand daar of in de overige tempelruimte zijn slaapplaats mogen spreiden; hij was in de onmiddellijke nabijheid van de tempel bij de plaats, waar Eli lag, zodat, toen later (vs.4vv.) de stem hem riep, hij, uit zijn slaap ontwakende, niet nauwkeurig onderscheiden kon, van welke zijde zij gekomen was, óf van de arke van het verbond, waarop de Heere tussen de Cheribum troonde (Exod.25: 22), óf van de plaats, waar zich het bed van de hogepriester bevond.
Uitdrukkelijk wordt dit erbij gevoegd, niet om daarmee te kennen te geven, dat Samuël sliep in het Heilige der Heiligen, noch in het Heilige (dit mocht niet), maar om nader te verklaren, dat de stem, die Samuël hoorde, als hij in een van de zalen bij het voorhof lag, van God kwam, die boven de ark van het Verbond troonde. Ook hier wordt weer de tabernakel tempel van de Heere genoemd, omdat deze het paleis was van de grote Koning.
KruisverwijzingenExodus 3:4→1 Korinthe 12:28→Handelingen 9:4→Jesaja 6:8→Galaten 1:15→Psalmen 99:6→1 Korinthe 12:6→Genesis 22:1→— Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
Dat de HEERE van het verzoendeksel boven de ark af Samuël riep, daar zich Zijn stem liet horen: “Samuël”. En hij, de stem vernemende, en deze voor een roepen van Eli houdende, zei: Zie, hier ben ik; ik zal aanstonds bij uzijn om te horen wat gij van mij wenst.
— En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
En hij liep tot Eli en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. 1) Maar hij zei: Ik heb niet geroepen, keer weer, leg u neer. En hij ging heen en legde zich neer.
Was Eli een man, die in alles de gebreken van de ouderdom voelde, het is dan ook begrijpelijk, dat hij gedurig de hulp van Samuël nodig had. Toen daarom ook Samuël zich bij zijn naam hoorde noemen, dacht hij niet anders, of Eli riep hem. Hij wist nog niet, dat het de stem van de Heere was. In het 7de vers wordt de reden daarvan aangegeven.
En hij liep tot Eli en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. 1) Maar hij zei: Ik heb niet geroepen, keer weer, leg u neer. En hij ging heen en legde zich neer.
Was Eli een man, die in alles de gebreken van de ouderdom voelde, het is dan ook begrijpelijk, dat hij gedurig de hulp van Samuël nodig had. Toen daarom ook Samuël zich bij zijn naam hoorde noemen, dacht hij niet anders, of Eli riep hem. Hij wist nog niet, dat het de stem van de Heere was. In het 7de vers wordt de reden daarvan aangegeven.
KruisverwijzingenGenesis 43:29→1 Samuël 4:16→2 Samuël 18:22→Mattheüs 9:2→— Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.
Toen riep de HEERE Samuël kort daarop, voordat hij ingeslapen was, opnieuw; en Samuël stond op en ging, het weer voor een roepen van zijn aardse meester houdende, tot Eli, en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen.1) Hij dan zei: Ik heb niet geroepen, mijn zoon! keer terug, leg u neer.
Een goed voorbeeld voor dienstbaren, om aanstonds te komen, wanneer zij geroepen worden en insgelijks voor jongelieden, niet alleen om de meer bejaarde onderdanigheid bewijzen, maar ook om zorgvuldig en teerhartig jegens hen te wezen. 2. Van zijn zwakheid en van zijn onbedrevenheid omtrent het gezicht van de Almachtige, in zoverre, dat hij het alleen hield voor Eli’s stem, hetgeen wezenlijk de stem van God was. Zulke misslagen als deze begaan wij veelvuldiger dan wij denken. God roept ons door Zijn Woord en wij houden het slechts voor de stem van Zijn dienaar, en overeenkomstig is ook de invloed, die het op ons maakt. Hij spreekt tot ons door Zijn Voorzienigheid en wij blijven slechts op de tweede oorzaak met onze ogen gevestigd.
KruisverwijzingenHandelingen 19:2→Jeremia 9:24→— Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
Maar Samuël kende de HEERE wel op die wijze, als ieder vrome en gelovige Hem kent die in het gebed met Hem omgaat en Zijn zegenende genade dagelijks ondervindt, maar nog niet,
zoals de profeten Hem kennen, met wie de Heere onmiddellijk verkeert, en het woord van de HEERE was aan hem nog niet geopenbaard; hem was nog geen dadelijk woord van God te beurt gevallen, zoals de Heere hem nu wilde schenken; daarom dacht hij er niet aan, dat de Heere zelf hem riep.
Niet op die wijze, zoals de Heere zich aan Zijn profeten openbaarde, zoals Hij zich aan Mozes en andere latere profeten deed kennen. De onkunde van Samuël diende echter ook om Eli te verzekeren dat de roeping, waarmee Samuël geroepen was, een Goddelijke roeping en het woord, dat hij straks zou vernemen, waarlijk een Gods woord was.
Het is een bijzondere genade de stem en de wil van God in bijzondere gevallen goed te onderscheiden van die van de mensen.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 13:11→Job 33:14→— Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
Toen riep de HEERE Samuël opnieuw, voort de derde keer, en hij stond zonder mopperen ook dit maal op en ging tot Eli, en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen begreep Eli, 1) dat hier aan geen zinsbedrog bijde jongeman te denken was, maar dat de HEERE de jongeling riep en Zich aan hem wilde openbaren.
Wij kunnen hieruit opmaken; dat ofschoon hij te toegevend was en in het kastijden van zijn zonen te week, zodat hij door zijn nalatigheid toeliet, dat het heiligdom verontreinigd werd, hij toch de vrees voor God behouden had, en ofschoon hij, wat zijn krachten betreft, uitgeput was en met de ene voet reeds in het graf stond, en van ondeugden niet ontbloot, hij toch in vele dingen en wel in de voornaamste nog uitblonk. De vrees voor God nu was in hem openbaar en de zekere overtuiging had hij, dat God, zoals Hij vroeger met zijn profeten in den beginne gemeenschap had, ook zo in het vervolg deze genade aan zijn volk zou bewijzen, dat het niet beroofd zou worden van de gunst van God, en de belofte niet zo zou schuilgaan, dat zij geheel en al van het volk, dat eenmaal was aangenomen, zou worden weggenomen.
KruisverwijzingenPsalmen 85:8→Jesaja 6:8→Daniël 10:19→Exodus 20:19→Handelingen 9:6→— Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
Daarom zei Eli tot Samuël: Ga naar uw plaats, leg U neer, en het zal geschieden, als gij weer die stem hoort, weet dan dat Hij, de Heere het is, die U roept. Verklaar Hem uw bereidwilligheid om Zijn openbaring te ontvangen en zo zult gij zeggen: Spreek HEERE! want uw knecht hoort.
Toen ging Samuël heen en legde zich op zijn plaats.
Goede woorden moeten nu en dan in de monden van de kinderen gelegd worden om hen vertrouwd te maken met het goddelijke en hen op te leiden tot verkeer met de Heere.
Dit bewijst, dat Eli niet door nijd verteerd werd, maar zich boog onder het oordeel van God. Want dat de Heere Samuël riep en hem niet, het was voor de oude man het bewijs, dat hij en zijn geslacht, wat het priesterschap betreft, in ongenade bij de Heere was gevallen. Nochthans wijst hij Samuël de weg en toont daarmee, dat hij met al zijn gebreken werkelijk een man was, die de Heere vreesde.
— Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
Toen kwam de HEERE, die nu niet meer van het verzoendeksel Samuël wilde roepen, maar hem zichtbaar wilde verschijnen en stelde Zich daar, 1) waar Samuël lag, en riep zoals de andere malen, maar nu Zijn woord herhalende, opdat de aangesprokene met des te meer opmerkzaamheid zouhoren: Samuël, Samuël! En Samuël, die reeds het naderen van de Heere aan het ruisen van Zijn voeten (Genesis3: 8) opgemerkt had, en Hem nu in geestelijk lichamelijke werkelijkheid (Genesis32: 24) tegenover zich zag en Hem tweemaal zijn naam hoorde uitspreken (Genesis22: 11), zei, volgens aanwijzing van Eli: Spreek, want uw knecht hoort. 2)
Hieruit blijkt duidelijk, dat het geen droombeeld was, maar een werkelijke verschijning van de Heere aan Zijn dienaar. De Heere stelt zich voor hem, opdat Samuël het goed zou weten, dat hij op bijzondere wijze tot het ambt van profeet door Hem zelf was geroepen.
Deze woorden, waarmee Samuël in die nacht voor de eerste maal God naderde, die Zich aan hem openbaarde, vormden voortaan de hoofdinhoud van zijn gebeden, ja de ziel van het gehele leven. Naar Gods wil te luisteren, die met onveranderlijke trouw te volbrengen, erkende hij als zijn roeping; de gehoorzaamheid aan God was de bron, waaruit al zijn handelingen voortvloeiden, met ootmoedige zelfverloochening boog hij steeds eigen wil onder de hem geopenbaarde wil van God; zodra hij die had leren kennen was hij in de moeilijkste omstandigheden zeker van zijn zaak, en twijfelde hij geen ogenblik waartoe hij te beslissen had.
Samuël vergat, toen hem de Heere zichtbaar verscheen, het woord: “Heere”, de Heere zelf had hij toch in het hart.
Eli daarentegen had dit woord mede genoemd, toch stond hij, hoewel hij overigens godvruchtig was, zo ver van de Heere, dat onder zijn ambtsbediening het woord van de Heere schaars en de profetie zeldzaam was.
Het karakter van Samuël vertoont zich in een beminnelijk licht, in welke tijd van zijn leven wij er onze aandacht op vestigen. Wij vinden hem zachtmoedig, oprecht en vroom; van zijn jeugd af tot aan zijn ouderdom volbracht hij zijn moeilijke verplichtingen vlijtig en vol geloof. In een vroeg tijdvak van zijn leven ontving hij ondubbelzinnige blijken van de goedkeuring van de Hemel. Hij werd begunstigd met een bijzondere openbaring boven de hogepriester en geroepen om tot deze een ernstige berisping te brengen. De jongeling was zowel bij nacht als bij dag gereed om op het roepen van Eli te letten; de Heere sprak tot hem met hoorbare stem.
KruisverwijzingenJeremia 19:3→2 Koningen 21:12→Jesaja 28:19→Handelingen 13:41→Lukas 21:26→Habakuk 1:5→Jesaja 29:14→Amos 3:6→— En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.
En de HEERE, nu openbarende, wat Zijn voornemen was, zei tot Samuël: Zie, Ik doe een ding in Israël, dat al wie het horen zal, die a) zullen zijn beide oren klinken; zal een ieder zich ontzetten over het vreselijk bewijs, wat er van de mens wordt, die in zijn zonde gerust is geworden, opdat hij leert zich te verootmoedigen en te bekeren.
2 Koningen .21: 12 Jer.19: 3
Kruisverwijzingen1 Samuël 2:27→Lukas 21:33→Zacharia 1:6→Numeri 23:19→Jozua 23:15→— Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.
Op die dag zal Ik verwekken, 1) zal Ik laten komen over Eli alles, wat Ik door de mond van de man van God (2: 27vv.) tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden, zodatniets onvolbracht zal blijven.
Welke woorden de Heilige Schrift dikwijls gebruikt om aan te tonen, dat God zowel Zijn belofte als Zijn bedreigingen ten uitvoer brengt, zodat God nooit duldt, dat iets van alles, wat hij gesproken heeft, valt d.i. onvervuld blijft. Want op te merken valt, dat God wel tijdelijk de uitvoering van Zijn oordelen verschuift, niet echter om te doen menen, dat Hij Zijn bedreigingen niet zal uitvoeren, alsof zij ijdel en niet gepast waren.
Kruisverwijzingen1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Koningen 1:6→Mattheüs 10:37→Spreuken 19:18→1 Samuël 2:22→Spreuken 23:13→Spreuken 29:15→— Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
Want Ik heb hem te kennen gegeven 1) en zal, als de waarachtige God, die doe, wat Ik denk (Num.23: 19 (Jes.46: 10vv.) het ook waarheid maken, namelijk: dat Ik zijn huis richten zal tot in eeuwigheid, zonder dat ooit het gericht zal opgeheven worden, omwille van de ongerechtigheid, die hij geweten heeft; want toen zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien, hij heeft het metdie gruwel zo licht mogelijk opgenomen, hoewel hij niet alleen vader was, maar ook rechter en hogepriester.
Met welke woorden God Zijn rechtvaardigheid voor alle ogen openbaar maakt, opdat Hij noch van onrechtvaardigheid noch van wreedheid beschuldigd zou kunnen worden, ofschoon Hij tegen het huis van Eli het strengste vonnis ten uitvoer brengt, dat daarna op het gehele volk en de gehele landstreek wordt gelegd. Want er wordt gezegd, dat Hij van te voren Eli gewaarschuwd heeft, zoals wij eerder gezien hebben, toen de profeet van de Heere tot hem werd gezonden. Maar de schuld is des te zwaarder, naarmate God de zondaars, omtrent hun zonden heeft gewaarschuwd en zij toch desalniettemin hierin hebben volhard. Want ofschoon wij naar het oordeel van God voor schuldig worden gehouden, waar Hij ons de vrije teugel laat, zo staan wij toch dubbel schuldig, indien wij door Hem gewaarschuwd en als het ware weer in de band worden gehouden, echter in de zonden volharden. Daarom komt God ook tot Eli om hem met name zijn zonde voor ogen te stellen, opdat hij geen onwetendheid zou voorwenden, zoals meestal pleegt te gebeuren, en om hem de weg tot alle mogelijke uitvluchten te sluiten, wanneer Hij zegt, dat Hij vroeger Eli, omtrent de straffen, die hem boven het hoofd hingen, aankondiging heeft gedaan en dat nu bevestigt door de reden erbij te voegen, omwille van de ongerechtigheid die hij geweten heeft.
Duidelijk blijkt hieruit dat, wie het gezag in handen heeft, en door zijn gezag de uitbrekende zonden kan te keer gaan en het niet doet, mee schuldig staat aan al die zonden voor God, evengoed als iemand, die zelf die zonden heeft begaan. Wij hebben hier daarom een ernstige waarschuwing voor allen, die God met het gezag, op welke wijze dan ook, bekleed heeft, om de zonde te keer te gaan en te straffen.
KruisverwijzingenJesaja 22:14→1 Samuël 2:25→Leviticus 15:31→Jeremia 7:16→Numeri 15:30→Jeremia 15:1→Psalmen 51:16→Hebreeën 10:26→— Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!
Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Als 1) de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid verzoend zal worden door enig offer, door slachtoffer of door spijsoffer.
In het Hebreeuws Im. Het gewone woord, om een eed in te leiden. Hierdoor maakt de Heere het herroepen van het vonnis onmogelijk. Geen bekering zal meer mogelijk zijn, geen verzoening door enig offer meer plaats kunnen hebben. Overgegeven zijn zij aan de verharding van hart. De Heere zweert, dat het vonnis, zonder enige bedenking, zal worden uitgevoerd. Daarom zou ook geen slachtoffer of spijsoffer meer baten. Zij waren overgegeven tot een kwade zin om te doen dingen, die niet betamen. God had hen daartoe overgegeven. Bekering was voor hen onmogelijk en dus ook verzoening van de zonde. Zij zouden er niet eens om vragen.
Ontzaglijk vonnis van de Heere over een mens, die de wegen van de Heere kende, Zijn geboden wist en die niet gehouden heeft. Dat Eli hogepriester was, legt het zwaarste gewicht in de weegschaal van zijn zonde. Eli’s zonen hadden het offer veracht, het enige dat de zonde wegnemen kon, zo bleef er geen slachtoffer meer voor hen over (Hebr.10: 26vv.). Hoeveel te zwaarder straf zal hij waardig geacht worden, die de Zoon van God vertreden en het bloed van het Testament onrein geacht heeft (Hebr.10: 29)!.
KruisverwijzingenJeremia 1:6→1 Samuël 1:9→1 Korinthe 16:10→Maleachi 1:10→— Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
Samuël nu lag, nadat de Heere weer van hem gegaan was, tot aan de morgen op zijn bed, met vrees en beven nadenkende over hetgeen hem geopenbaard was; toen hijopgestaan was deed hij de deuren van het huis des HEEREN open (1 (Samuel 3: 2), zoals dat tot zijn dagelijkse bezigheden behoorde; maar Samuël vreesde dit gezicht, dat hij gehad had en de verschijning, waarmee de Heere hem verwaardigd had, aan Eli te kennen te geven; 1) hij probeerde dus een ontmoeting met hem te vermijden.
Dit is echter op te merken, dat Samuël niet in opdracht had om dat, wat hij door openbaring was te weten gekomen, aan de hogepriester Eli te openbaren, maar wel dat dit de bedoeling van de Heere is geweest. Want dat Hij het wel zo gewild heeft, was meer om de hogepriester Eli, om hem te treffen en een diepe wond toe te brengen, opdat hij zijn zorgeloosheid erkennende, de Heere om vergiffenis zou smeken, Wiens toorn hij zich op de hals had gehaald, en wel in die mate, dat de ellende ervan zich over het gehele volk zou uitbreiden, omdat hij te nalatig was geweest in het berispen en bestraffen van de ondeugden van zijn kinderen. Maar toch, de Heere had Zijn bedoeling nog niet aan Samuël geopenbaard, waarom, omdat hij nog een jongeling was en vreesachtig, hij zich naar recht bij Eli kon verontschuldigen, dat hij geen bevel had om dat, wat hem geopenbaard was, mee te delen.
Samuël was niet trots op deze onderscheiding; hij verwaarloosde zijn bezigheid niet, noch zag met verachting op Eli; maar uit achting voor de hoge jaren vreesde hij hem de ontzettende tijding te brengen.
Deze vrees had zeker haar oorzaak in het gevoel van menselijk medelijden, dat in een gemoed als dat van Samuël niet ontbreken kon. Toch was het dit niet alleen. Wanneer de stem van de Heere tot ons komt en de uitwendige stem een inwendige wordt, ontstaat altijd een heilige vrees om uit te spreken, wat men vernomen heeft. Het is te geestelijk, te gewichtig, te heilig; het wil niet op de tong, het is diep in de ziel gedrongen, maar wij voelen, het moet nog dieper indringen. Een inwendige overtuiging zegt ons, dat het nog niet diep genoeg ingedrongen is, het woord heeft nog niet alles teweeg gebracht, wat het uitwerken moet, en spreken wij het vroeg uit, zo verliezen wij een zegen. Op deze wijze gaat het allen in het begin, die waarlijk Gods woord in zich vernomen hebben, en wie daarentegen, wat hij zo-even vernomen heeft, aanstonds aan de wereld prijsgeeft, zie wel toe of hij wel werkelijk iets van God ondervonden heeft.
“Mag er dan in het geheel niets van beleden worden?” vraagt gij. Zeker, maar op zijn tijd. Dan, als volgens het woord van een ons dierbare hervormer, Gods woord en uw hart één geworden zijn. “Gij weet niet, wanneer dit geschiedt?” Nu, zo wacht, totdat het geschiedt en dan zult gij het weten. Wilt gij echter een uitwendig kenteken, ziet in Samuëls geschiedenis. Dan is het geschied, wanneer gij, als Samuël, door de Heere door middel van omstandigheden want ook deze schikt de Heere, de roeping verkrijgt, om te getuigen van hetgeen gij uit Zijn woord verneemt.
KruisverwijzingenJesaja 39:8→Job 2:10→Psalmen 39:9→Job 1:21→2 Samuël 16:10→Genesis 18:25→1 Petrus 5:6→Klaagliederen 3:39→— Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
Toen gaf hem Samuël te kennen al de woorden, zijn eigen gevoel verloochenende, en verborg ze voor hem niet. 1) En hij, Eli, zei: toen hij vernomen had, wat God over zijn huis besloten had: Hij is de Heere, die dit beschikt heeft: Hij doe wat goed is in Zijn ogen; 2) ik buig mij voor Zijn raadsbesluit.
Samuël bracht zijn boodschap over zo volkomen als hij die ontvangen had, niets achterhoudende van de gehele raad van God. Dienaren van Christus moeten aldus handelen in het geloof.
Samuël doet zich kennen, door niets terug te houden van de hoog-ernstige woorden van God voor de man, die hij niet alleen als hogepriester, maar ook als zijn vaderlijke opvoeder met kinderlijke eerbied vereerde, als een man, die de moed en de kracht bezit het Woord des Heeren zonder mensenvrees aan het volk Israël te verkondigen.
Is dat ootmoedige onderwerping, gelovige overgave aan de wil van God, of een uitroep uit doffe wanhoop? Het eerste laat zich niet buitensluiten, het laatste niet als het enige aanwijzen. Hij voelt, dat de gerichten van de Heere rechtvaardig zijn; maar hij heeft de moed niet als David met het geschrei om genade de uitgestrekte arm van God tegen te houden. Eli’s woord herinnert aan zo menig woord, dat men van stervenden of van betrekkingen bij het sterfbed verneemt: “er is niets aan te veranderen.” Dat er tegen de dood geen kruid gewassen is, voelt men en aan het einde blijft voor de verharde zondaar niets anders over, dan zich te schikken, maar vreselijk is het, wanneer een zondaar met dat goddeloze, lichtzinnige: “er is niets aan te doen” in de eeuwige verdoemenis gaat en zijn handen niet uitstrekt naar de genade, die ook bloedrode zonden rein wast. Eli had na deze woorden van God zijn zonen tot zich moeten roepen, en waar deze zich niet wilden buigen, hen moeten uitdrijven van het heiligdom. Eli had Gods aangezicht met belijdenis moeten zoeken; daartoe had de zwakke man geen moed, geen kracht.
Eli erkent het Souverein recht van God om met het leger van de hemel en de inwoners van de aarde te doen naar Zijn welbehagen, maar wij vinden bij hem niet een ootmoedig toevlucht nemen tot de armen van Zijn barmhartigheid of een ootmoedig schuldbelijden. Wel buigt hij zich onder de roede, maar smeekt niet om vergeving.
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:6→1 Samuël 2:21→Genesis 39:2→Lukas 2:52→2 Korinthe 13:11→Lukas 2:40→Lukas 1:80→Richteren 13:24→— Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.
Samuël nu werd groot, nadat hij zo tot profeet geroepen was, en tegenover Eli getoond had, dat hij om zijn roeping zich kon verloochenen en moed en kracht bezat, om het woord van de Heere bekend te maken, zonder door mensenvrees zichte laten terughouden; hij nam toe in profetische gaven; en de HEERE was met hem, zoals wij later uit zijn werkzaamheid (7: 2vv.) zullen zien, en Hij liet niet één van al zijn woorden, die Hij door Samuël sprak, op de aarde vallen; 1) alles werd vervuld, zoals Samuël het voorzegde.
Hieruit mogen wij leren, dat wij, die op Zijn beloften vertrouwen, niet beschaamd in onze hoop zullen uitkomen. Namelijk, omdat niets van dat, wat God belooft te zullen doen, op de aarde valt. Waarom wij, vertrouwende op Zijn waarheid en trouw, gerust kunnen zijn en zeker ervan overtuigd dat, wat God belooft, zeker in vervulling zal treden. Want God is getrouw en Zijn woorden zijn waar en onherroepelijk. Laten wij daarentegen letten op Zijn bedreigingen en vrezen en laten wij het aan onze verkeerdheid en boosheid wijten, wanneer Zijn toorn tegen ons is gaande gemaakt. Maar dat wij ook weten, dat Hij daarom komt met alle Zijn bedreigingen, omdat het voorname doel is het berouw, waartoe God ons roept, d.i. opdat wij, door de zonde te erkennen, ons bekeren en Zijn genade en goedgunstige toegevendheid mogen verwerven, die beloofd wordt aan allen, die in waarheid berouw hebben en hun zonden erkennen.
KruisverwijzingenRichteren 20:1→2 Samuël 3:10→2 Samuël 17:11→1 Timotheüs 1:12→— En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.
En geheel Israël, van Dan in het noorden, tot Berseba in het zuiden (Richteren 20: 1) toe,
bekende uit dit vervuld worden van zijn voorzeggingen, dat Samuël bevestigd was tot een profeet van de HEERE, dat hij het in waarheid was en men dus Zijn woord als Gods woord moest aannemen.
Hiermee wordt het gehele volk bedoeld. Dan was de noordelijkste punt en Berseba de zuidelijkste streek van Kanaän. Het gehele volk herkende hem als een profeet van de Heere. Hierdoor bereidde God zelf de weg voor de hervormende, reformatorische werkzaamheden van Samuël.
KruisverwijzingenGenesis 12:7→1 Samuël 3:1→1 Samuël 3:4→1 Samuël 3:10→Hebreeën 1:1→Numeri 12:6→Amos 3:7→Genesis 15:1→— En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.
En de HEERE verscheen niet alleen toen aan Samuël, maar ging voort te verschijnen te Silo, want de HEERE openbaarde zich aan Samuël te Silo door het woord van de HEERE; 1) hierdoor was de ontheiligde plaats weer gewijd tot een, aanwelke de Heere betonen kon bij Zijn volk aanwezig te zijn.
De Heere openbaarde zich aan Samuël door het woord van de Heere. Christus is dat woord van de Heere, die aan hem verscheen, zoals Hij gewoon was te doen aan de aartsvaders en profeten, en door wie de Heere Zijn wil bekend maakte.
Laten jeugdigen de vroomheid van Samuël beschouwen en zich door zijn voorbeeld laten opwekken om in de dagen van de jeugd hun Schepper te zoeken. In jonge kinderen kan godsvrucht wonen. Jeremia en Daniël met zijn vrienden, Timotheüs en Samuël muntten in hun jeugd door godsvrucht uit. Kinderen! Samuël is een bewijs, dat gij op de Heere wachtende, Hem welbehagelijk zult zijn.
Het is door Samuël opgemerkt van zijn jeugd af, dat de Heere geen van Zijn woorden op de aarde laat vallen.
Dit betekent, dat de Heere hen niet verscheen in een droom, maar door profetische openbaring van Zijn Woord. Van nu af aan begint het openbaar optreden van Samuël. Eli is vervangen en Samuël treedt in zijn plaats om het volk weer terug te brengen tot de zuivere kennis van het Woord, om hervormer te zijn in de ware zin van het woord.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Mensen kunnen de stem van God niet horen omdat er zonde in de weg staat — een geliefkoosde zonde — en zij zijn niet wijs genoeg om te beseffen dat wat zij horen het middel zal zijn dat hen zalig maakt of hen verdoemt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 3
1 Samuël 3:1.KruisverwijzingenPsalmen 74:9→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→1 Samuël 2:18→1 Samuël 3:21→Jesaja 13:12→1 Samuël 3:15→
— En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.
Samuël was maar een kind, en toch was hij een getrouwe dienstknecht van God naar het licht dat hij ontvangen had. De volwassen zonen van Eli waren tegen God in opstand, maar “de jonge Samuël diende den HEERE”. Het is een grote verzwaring van de zonde wanneer goddeloze mensen daarin volharden terwijl zelfs kleine kinderen hen door hun zorgvuldige wandel bestraffen.
God sprak met zeer weinigen, en Zijn spreken tot hen was verborgen: “er was geen openbaar gezicht”. Wat gesproken werd was zeer rijk en zeldzaam, maar er was weinig van. De Heere nam, in toorn over de zonde van Elis zonen, de geest der profetie weg uit het land.
1 Samuël 3:2.Kruisverwijzingen1 Samuël 4:15→Genesis 27:1→Genesis 48:10→Psalmen 90:10→Prediker 12:3→Genesis 48:19→1 Samuël 2:22→
— En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),
Hij was een goed oud man, maar hij was bijna versleten, en hij was God ontrouw geweest door zijn huisgezin niet in orde te houden. Hij moet enige troost gevonden hebben in het hebben van zo’n lieve en dierbare gezel en dienaar als de kleine Samuël was.
1 Samuël 3:3-5.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:11→Exodus 27:20→Leviticus 24:2→Psalmen 27:4→1 Samuël 1:6→Exodus 30:7→Psalmen 5:7→Psalmen 29:9→
— En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was, Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik. En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.
Dienstknechten en kinderen behoren oplettend en gehoorzaam te zijn op de roepingen die zij horen; maar meesters moeten ook zachtmoedig en vriendelijk en bedachtzaam tegenover hen zijn. Eli noemde het kind geen dwaas en sprak niet hard tot hem; hij wist dat Samuël een goede bedoeling had, en ook al had hij zich vergist en had niemand hem geroepen, toch was het goed van het kind te handelen alsof er tot hem gesproken was. En Eli zei stil en zachtmoedig: “Ik heb niet geroepen; keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.”
1 Samuël 3:4.KruisverwijzingenExodus 3:4→1 Korinthe 12:28→Handelingen 9:4→Jesaja 6:8→Galaten 1:15→Psalmen 99:6→1 Korinthe 12:6→Genesis 22:1→
— Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.
Samuël had een horend oor. Hebben wij horende oren? Wij behoren dankbaar te zijn als wij die hebben, want niet alle mensen hebben die zegen. Sommigen hebben een jeukend oor. Zij komen in een plaats van eredienst niet om te horen en er nut van te hebben, maar enkel om te beoordelen, te bekritiseren, gebreken te vinden, vergelijkingen te maken tussen de ene spreker en de andere.
Mensen kunnen de stem van God niet horen omdat er zonde in de weg staat — een geliefkoosde zonde — en zij zijn niet wijs genoeg om te beseffen dat wat zij horen het middel zal zijn dat hen zalig maakt of hen verdoemt. Het horen van ware evangelieprediking is een van de ernstigste bezigheden waarin verstandige wezens gebruikt kunnen worden. Horende oren zijn volstrekt geen gewone zaken — wij die ze hebben, zijn gelukkig. Samuël sliep, en toch hoorde hij Gods stem. Ik ken sommigen die wakker zijn en haar toch niet gehoord hebben.
1 Samuël 3:6-7.KruisverwijzingenHandelingen 19:2→Jeremia 9:24→Genesis 43:29→1 Samuël 4:16→2 Samuël 18:22→Mattheüs 9:2→
— Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder. Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.
Daar was het begin van het werk der genade in zijn hart; hij was goed gezind, maar tot dan toe had God Zich nog niet aan hem geopenbaard: “doch Samuël kende den HEERE nog niet”.
1 Samuël 3:7-8.KruisverwijzingenHandelingen 19:2→Jeremia 9:24→1 Korinthe 13:11→Job 33:14→
— Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard. Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.
Wij verwijten Samuël niets, want hij was maar een kind, en het geestelijk verstand was hem nog niet volkomen gegeven; maar wat zal ik zeggen van sommigen tot wie God jarenlang gesproken heeft, totdat hun haar grijs is, en die de stem des Heeren tot op dit uur niet begrepen hebben? Ik bid God dat Hij hen nog eens roepe. De Heere versmaadde het niet Samuël viermaal te roepen; want wanneer Hij krachtdadig bedoelt te roepen en één roep niet genoeg is, dan zal Hij nog eens en nog eens en nog eens roepen.
1 Samuël 3:8-9.Kruisverwijzingen1 Korinthe 13:11→Job 33:14→Psalmen 85:8→Jesaja 6:8→Daniël 10:19→Exodus 20:19→Handelingen 9:6→
— Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats.
Het was een tuchtiging voor Eli dat God niet rechtstreeks tot hem sprak maar hem een boodschap zond door een ander; en het moet voor de oude man van God zeer vernederend geweest zijn dat God een klein kind uitkoos om Zijn boodschapper aan hem te zijn. En toch, aangezien Eli niet getrouw geweest was, was het grote barmhartigheid van Gods kant tot hem in het geheel te spreken. Eli had Samuël lief; en toen hij bevond dat de Heere dit kind wilde gebruiken, werd hij niet naijverig en toornig en begon hij de geest van het kind niet te blussen, maar hij gaf hem wijze aanwijzingen hoe te handelen als God nog eens tot hem zou spreken.
1 Samuël 3:10.
— Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
Ditmaal werd de naam van het kind tweemaal gesproken, als wilde God tot hem zeggen: “Ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn.” U merkt op dat hij niet zei: “Heere”; misschien waagde hij het nauwelijks die heilige Naam op zijn lippen te nemen. Hij was met zo’n ernstig ontzag voor de Naam van God vervuld dat hij zei: “Spreek, want Uw knecht hoort.”
Het kind Samuël was boven heel het huisgezin waarin hij woonde begunstigd. De Heere sprak in de nacht niet tot Eli en niet tot een van Elis zonen. In heel dat huis sprak Jehova tot niemand dan tot Samuël. Dat de Heere verkoos uit heel dat huisgezin tot een kind te spreken, behoort bemoedigend te zijn voor ons die menen dat wij het minst waarschijnlijk door God erkend zullen worden.
Zijn wij zo jong? Wij zijn toch niet jonger dan Samuël toen was. Schijnen wij onbeduidend te zijn? Wij kunnen het toch nauwelijks meer zijn dan dit kind van Hanna’s liefde. Hebben wij vele moeiten? Wij hebben er niet meer dan er op de jonge Samuël rustten, want het moet hem zwaar geweest zijn op zo jonge leeftijd van zijn lieve moeder te scheiden. Ik heb vaak gemerkt hoe vaak God met ogen van bijzondere liefde ziet op hen in een huisgezin die het minst waarschijnlijk zo aangezien zouden worden. Het was op Jozef, die zijn broeders haatten, dat Gods verkiezende liefde neerdaalde. Waarom zou zij niet op ons komen?
1 Samuël 3:11-13.KruisverwijzingenJeremia 19:3→2 Koningen 21:12→1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Samuël 2:27→Jesaja 28:19→Handelingen 13:41→Lukas 21:26→
— En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken. Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden. Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
Welk een treffende uitdrukking: “de ongerechtigheid, die hij geweten heeft”. Er is heel wat ongerechtigheid aan ons die wij niet kennen; dat is een zonde der onwetendheid. Maar diep in zijn hart wist Eli dat hij bang geweest was om met zijn zonen over hun zonden te spreken, en dat hij, wanneer hij gesproken had, dat in zo verschonende woorden gedaan had dat zij ze gering achtten. Mogelijk had hij hen nooit getuchtigd toen zij jong waren, en had hij hen niet scherp toegesproken toen zij ouder waren.
Bedenk dat hij een richter was, en hij had zijn zonen niet mogen toelaten priesters te blijven als zij zich vuil gedroegen aan de deur van de tabernakel. Hij had met hen behoren te handelen zoals hij met ieder ander gehandeld zou hebben; dat deed hij niet.
1 Samuël 3:13.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:17→1 Samuël 2:12→1 Koningen 1:6→Mattheüs 10:37→Spreuken 19:18→1 Samuël 2:22→Spreuken 23:13→Spreuken 29:15→
— Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
Iemand zei eens tot mij: “Ik heb mijn hand nooit aan mijn kinderen gelegd.” En ik antwoordde: “Dan denk ik dat het zeer waarschijnlijk is dat God Zijn hand aan u zal leggen.” “O”, zei hij, “ik heb zelfs nooit scherp tot hen gesproken.” “Dan”, antwoordde ik, “is het hoogst waarschijnlijk dat God zeer scherp tot u zal spreken; want het is niet Gods wil dat ouders hun kinderen ongebreideld in hun zonde laten.” Neem hieraan een waarschuwing, vaders en moeders, aan deze ervaring van de oude Eli.
1 Samuël 3:14-15.KruisverwijzingenJesaja 22:14→1 Samuël 2:25→Jeremia 1:6→Leviticus 15:31→Jeremia 7:16→Numeri 15:30→Jeremia 15:1→Psalmen 51:16→
— Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer! Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
Ik vraag mij af of hij is gaan slapen; ik zou denken van niet. Na zo’n bezoeking en openbaring is het een wonder dat het kind stil kon liggen. Men verwondert zich dat hij niet meteen naar Eli ging; maar de boodschap was zo zwaar dat hij zich niet kon haasten haar over te brengen.
1 Samuël 3:15.KruisverwijzingenJeremia 1:6→1 Samuël 1:9→1 Korinthe 16:10→Maleachi 1:10→
— Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.
Lief kind! Er zijn er onder ons die, als God tot ons gesproken had zoals Hij tot Samuël gesproken had, zich veel te groot zouden gevoelen om nog deuren te openen. Maar Samuël nam de hoge eer die God hem gegeven had zachtmoedig aan; en toen hij ‘s morgens opstond, ging hij zijn gewone bezigheden doen: “hij opende de deuren van het huis des HEEREN”. De oude man moet gevoeld hebben dat het niets aangenaams was; toch wilde hij de boodschappen des Heeren weten.
1 Samuël 3:16-18.KruisverwijzingenJesaja 39:8→Job 2:10→Ruth 1:17→2 Samuël 3:35→Psalmen 39:9→Job 1:21→Psalmen 141:5→2 Samuël 19:13→
— Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik. En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft! Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!
Samuël gehoorzaamde het goddelijke gebod dat toen nog niet gegeven was: “Die Mijn woord heeft, die spreke Mijn woord getrouwelijk.” Dit was een grote uitspraak van de oude Eli. Hoe verschrikkelijk het ook mocht zijn, hij boog het hoofd voor het goddelijke vonnis en erkende dat het rechtvaardig was.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenPsalmen 74:9→1 Samuël 4:15→1 Samuël 2:11→Amos 8:11→Genesis 27:1→Handelingen 19:2→1 Samuël 2:18→2 Kronieken 13:11→
— En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht. En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon), En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was, Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik. En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder. Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder. Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard. Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en legde zich aan zijn plaats. Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.
De Heere wil thans het vonnis, over Eli uitgesproken, ten uitvoer brengen en in zijn plaats, zoals Hij gezegd heeft, zich een getrouwe priester verwekken (2: 35vv. 2.35). Deze is Samuël, de dienaar van de hogepriester Eli. Toen deze eens, zoals gewoonlijk, in de nabijheid van zijn heer bij het heiligdom sliep, werd hij door een stem, die uit het Allerheilige klonk, tegen het einde van de nacht, vóórdat de lichten op de gouden kandelaar uitgeblust waren, bij zijn naam geroepen. Hij houdt de stem voor een roepen van Eli, maar verneemt, toen hij bij hem kwam, dat deze niet geroepen had. Dit gebeurde drie maal. Toen bemerkte Eli, van Wie die stem gekomen was; hij geeft Samuël aanwijzing, hoe hij bij een herhaling zich te gedragen had, en nu verschijnt de Heere bij de vierde maal persoonlijk aan de uitverkoren profeet en maakt hem bekend, dat nu het vonnis over Eli en zijn huis volbracht zal worden. Samuël is de volgende morgen bevreesd het gezicht aan Eli bekend te maken; deze dringt bij hem aan, alles te openbaren. Hiermee is de profetische loopbaan van Samuël begonnen.
En de jongeling Samuël diende de HEERE, bij de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Eli, aan wie hij allerlei hulp te bewijzen had (vs.15); en het woord van de HEERE was dierbaar, 1) was zeldzaam in die dagen, er was geen openbaar gezicht; het ontbrak geheel aan mannen, die in nauw persoonlijk verkeer met de Heere stonden, en van Hem mededelingen voor Zijn volk ontvingen; het optreden van de man van God (2: 27vv.) toonde echter reeds, dat er een nieuwe tijd voor Israël zou aanbreken.
Dat er staat: het woord van de Heere was dierbaar in die dagen, wil niet zeggen, dat het bij het volk hoog geschat werd, maar dat, terwijl de gezichten en openbaringen zeldzaam waren en er weinig profeten opstonden, de godsdienst zeer bedorven was.
In het Hebreeuws Jakar, kostbaar, dierbaar, maar eveneens iets, wat weinig voorkomt, zo heeft het woord ook hier de betekenis van zeldzaam gekregen. Het wordt nader verklaard door het volgende: In die dagen was er geen openbaar gezicht en dient, om de profetische werkzaamheden van Samuël niet alleen in te leiden, maar ook om erop te wijzen, dat Samuël een door de Heere zelf geroepen getuige was.
En het geschiedde, waarschijnlijk niet lang na het optreden van die profeet, op die dag, toen Eli op zijn plaats 1) in een gebouw, dat tot de voorhoven behoorde en tot nachtverblijf ingericht was, neerlag om te slapen (en zijn ogen begonnen donker te worden, omdat hij reeds 98 jaar oud was (4: 15), dat hij niet zien kon en iemand tot zijn hulp bij zich moest hebben),
Sinds de tent der samenkomst niet meer met het volk van plaats tot plaats ging, maar een vaste standplaats te Silo verkregen had (Joz.18: 5), werden in het gebouw meer veranderingen gemaakt, die noodzakelijk waren (1: 9). In plaats van de tenten, waarin vroeger de priesters en Levieten rondom het huis van God gelegerd waren, kwamen vaste woningen met vertrekken voor de dienstdoende priesters en Levieten en verscheidene gebouwen om de gaven te bewaren, die tot het heiligdom gebracht werden. Deze gebouwen vervingen nu waarschijnlijk de oorspronkelijke tentgewijze omtuining van de voorhof, zodat nu ook de voorhangsels bij de ingang wegvielen en in de plaats van deze een deur met vleugels kwam. Deze werden, zoals wij uit vs.15 zien, ‘s avonds gesloten en ‘s morgens geopend. Dergelijke veranderingen waren een overgang van de tent der samenkomst tot een vast huis, een eigenlijke tempel.
En Samuël zich ook neergelegd had, zodat hij tot hulp van zijn heer steeds gereed was, eer de lamp van God uitgedaan werd, 1) voordat het licht op de kandelaar met zeven armen in het heilige, dat de gehele nacht door brandde (Lev.24: 1vv.), uitgeblust werd, dus nog vóór het aanbreken van de morgen ten tijde van de laatste nachtwake, in de tempel van de HEERE, waar de ark van God was. 2)
Nog was het nacht, toen de openbaring geschiedde, maar reeds naderde de dag; een zinnebeeld van de toestand van het volk van Israël!.
Samuël was niet in het allerheilige; daar mocht zelfs de hogepriester slechts eenmaal in het jaar met het grote zoenoffer ingaan (Lev.16: 1vv.), veel minder zou iemand daar of in de overige tempelruimte zijn slaapplaats mogen spreiden; hij was in de onmiddellijke nabijheid van de tempel bij de plaats, waar Eli lag, zodat, toen later (vs.4vv.) de stem hem riep, hij, uit zijn slaap ontwakende, niet nauwkeurig onderscheiden kon, van welke zijde zij gekomen was, óf van de arke van het verbond, waarop de Heere tussen de Cheribum troonde (Exod.25: 22), óf van de plaats, waar zich het bed van de hogepriester bevond.
Uitdrukkelijk wordt dit erbij gevoegd, niet om daarmee te kennen te geven, dat Samuël sliep in het Heilige der Heiligen, noch in het Heilige (dit mocht niet), maar om nader te verklaren, dat de stem, die Samuël hoorde, als hij in een van de zalen bij het voorhof lag, van God kwam, die boven de ark van het Verbond troonde. Ook hier wordt weer de tabernakel tempel van de Heere genoemd, omdat deze het paleis was van de grote Koning.
Dat de HEERE van het verzoendeksel boven de ark af Samuël riep, daar zich Zijn stem liet horen: “Samuël”. En hij, de stem vernemende, en deze voor een roepen van Eli houdende, zei: Zie, hier ben ik; ik zal aanstonds bij uzijn om te horen wat gij van mij wenst.
En hij liep tot Eli en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. 1) Maar hij zei: Ik heb niet geroepen, keer weer, leg u neer. En hij ging heen en legde zich neer.
Was Eli een man, die in alles de gebreken van de ouderdom voelde, het is dan ook begrijpelijk, dat hij gedurig de hulp van Samuël nodig had. Toen daarom ook Samuël zich bij zijn naam hoorde noemen, dacht hij niet anders, of Eli riep hem. Hij wist nog niet, dat het de stem van de Heere was. In het 7de vers wordt de reden daarvan aangegeven.
En hij liep tot Eli en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. 1) Maar hij zei: Ik heb niet geroepen, keer weer, leg u neer. En hij ging heen en legde zich neer.
Was Eli een man, die in alles de gebreken van de ouderdom voelde, het is dan ook begrijpelijk, dat hij gedurig de hulp van Samuël nodig had. Toen daarom ook Samuël zich bij zijn naam hoorde noemen, dacht hij niet anders, of Eli riep hem. Hij wist nog niet, dat het de stem van de Heere was. In het 7de vers wordt de reden daarvan aangegeven.
Toen riep de HEERE Samuël kort daarop, voordat hij ingeslapen was, opnieuw; en Samuël stond op en ging, het weer voor een roepen van zijn aardse meester houdende, tot Eli, en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen.1) Hij dan zei: Ik heb niet geroepen, mijn zoon! keer terug, leg u neer.
Een goed voorbeeld voor dienstbaren, om aanstonds te komen, wanneer zij geroepen worden en insgelijks voor jongelieden, niet alleen om de meer bejaarde onderdanigheid bewijzen, maar ook om zorgvuldig en teerhartig jegens hen te wezen. 2. Van zijn zwakheid en van zijn onbedrevenheid omtrent het gezicht van de Almachtige, in zoverre, dat hij het alleen hield voor Eli’s stem, hetgeen wezenlijk de stem van God was. Zulke misslagen als deze begaan wij veelvuldiger dan wij denken. God roept ons door Zijn Woord en wij houden het slechts voor de stem van Zijn dienaar, en overeenkomstig is ook de invloed, die het op ons maakt. Hij spreekt tot ons door Zijn Voorzienigheid en wij blijven slechts op de tweede oorzaak met onze ogen gevestigd.
Maar Samuël kende de HEERE wel op die wijze, als ieder vrome en gelovige Hem kent die in het gebed met Hem omgaat en Zijn zegenende genade dagelijks ondervindt, maar nog niet,
zoals de profeten Hem kennen, met wie de Heere onmiddellijk verkeert, en het woord van de HEERE was aan hem nog niet geopenbaard; hem was nog geen dadelijk woord van God te beurt gevallen, zoals de Heere hem nu wilde schenken; daarom dacht hij er niet aan, dat de Heere zelf hem riep.
Niet op die wijze, zoals de Heere zich aan Zijn profeten openbaarde, zoals Hij zich aan Mozes en andere latere profeten deed kennen. De onkunde van Samuël diende echter ook om Eli te verzekeren dat de roeping, waarmee Samuël geroepen was, een Goddelijke roeping en het woord, dat hij straks zou vernemen, waarlijk een Gods woord was.
Het is een bijzondere genade de stem en de wil van God in bijzondere gevallen goed te onderscheiden van die van de mensen.
Toen riep de HEERE Samuël opnieuw, voort de derde keer, en hij stond zonder mopperen ook dit maal op en ging tot Eli, en zei: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen begreep Eli, 1) dat hier aan geen zinsbedrog bijde jongeman te denken was, maar dat de HEERE de jongeling riep en Zich aan hem wilde openbaren.
Wij kunnen hieruit opmaken; dat ofschoon hij te toegevend was en in het kastijden van zijn zonen te week, zodat hij door zijn nalatigheid toeliet, dat het heiligdom verontreinigd werd, hij toch de vrees voor God behouden had, en ofschoon hij, wat zijn krachten betreft, uitgeput was en met de ene voet reeds in het graf stond, en van ondeugden niet ontbloot, hij toch in vele dingen en wel in de voornaamste nog uitblonk. De vrees voor God nu was in hem openbaar en de zekere overtuiging had hij, dat God, zoals Hij vroeger met zijn profeten in den beginne gemeenschap had, ook zo in het vervolg deze genade aan zijn volk zou bewijzen, dat het niet beroofd zou worden van de gunst van God, en de belofte niet zo zou schuilgaan, dat zij geheel en al van het volk, dat eenmaal was aangenomen, zou worden weggenomen.
Daarom zei Eli tot Samuël: Ga naar uw plaats, leg U neer, en het zal geschieden, als gij weer die stem hoort, weet dan dat Hij, de Heere het is, die U roept. Verklaar Hem uw bereidwilligheid om Zijn openbaring te ontvangen en zo zult gij zeggen: Spreek HEERE! want uw knecht hoort.
Toen ging Samuël heen en legde zich op zijn plaats.
Goede woorden moeten nu en dan in de monden van de kinderen gelegd worden om hen vertrouwd te maken met het goddelijke en hen op te leiden tot verkeer met de Heere.
Dit bewijst, dat Eli niet door nijd verteerd werd, maar zich boog onder het oordeel van God. Want dat de Heere Samuël riep en hem niet, het was voor de oude man het bewijs, dat hij en zijn geslacht, wat het priesterschap betreft, in ongenade bij de Heere was gevallen. Nochthans wijst hij Samuël de weg en toont daarmee, dat hij met al zijn gebreken werkelijk een man was, die de Heere vreesde.
Toen kwam de HEERE, die nu niet meer van het verzoendeksel Samuël wilde roepen, maar hem zichtbaar wilde verschijnen en stelde Zich daar, 1) waar Samuël lag, en riep zoals de andere malen, maar nu Zijn woord herhalende, opdat de aangesprokene met des te meer opmerkzaamheid zouhoren: Samuël, Samuël! En Samuël, die reeds het naderen van de Heere aan het ruisen van Zijn voeten (Genesis3: 8) opgemerkt had, en Hem nu in geestelijk lichamelijke werkelijkheid (Genesis32: 24) tegenover zich zag en Hem tweemaal zijn naam hoorde uitspreken (Genesis22: 11), zei, volgens aanwijzing van Eli: Spreek, want uw knecht hoort. 2)
Hieruit blijkt duidelijk, dat het geen droombeeld was, maar een werkelijke verschijning van de Heere aan Zijn dienaar. De Heere stelt zich voor hem, opdat Samuël het goed zou weten, dat hij op bijzondere wijze tot het ambt van profeet door Hem zelf was geroepen.
Deze woorden, waarmee Samuël in die nacht voor de eerste maal God naderde, die Zich aan hem openbaarde, vormden voortaan de hoofdinhoud van zijn gebeden, ja de ziel van het gehele leven. Naar Gods wil te luisteren, die met onveranderlijke trouw te volbrengen, erkende hij als zijn roeping; de gehoorzaamheid aan God was de bron, waaruit al zijn handelingen voortvloeiden, met ootmoedige zelfverloochening boog hij steeds eigen wil onder de hem geopenbaarde wil van God; zodra hij die had leren kennen was hij in de moeilijkste omstandigheden zeker van zijn zaak, en twijfelde hij geen ogenblik waartoe hij te beslissen had.
Samuël vergat, toen hem de Heere zichtbaar verscheen, het woord: “Heere”, de Heere zelf had hij toch in het hart.
Eli daarentegen had dit woord mede genoemd, toch stond hij, hoewel hij overigens godvruchtig was, zo ver van de Heere, dat onder zijn ambtsbediening het woord van de Heere schaars en de profetie zeldzaam was.
Het karakter van Samuël vertoont zich in een beminnelijk licht, in welke tijd van zijn leven wij er onze aandacht op vestigen. Wij vinden hem zachtmoedig, oprecht en vroom; van zijn jeugd af tot aan zijn ouderdom volbracht hij zijn moeilijke verplichtingen vlijtig en vol geloof. In een vroeg tijdvak van zijn leven ontving hij ondubbelzinnige blijken van de goedkeuring van de Hemel. Hij werd begunstigd met een bijzondere openbaring boven de hogepriester en geroepen om tot deze een ernstige berisping te brengen. De jongeling was zowel bij nacht als bij dag gereed om op het roepen van Eli te letten; de Heere sprak tot hem met hoorbare stem.
En de HEERE, nu openbarende, wat Zijn voornemen was, zei tot Samuël: Zie, Ik doe een ding in Israël, dat al wie het horen zal, die a) zullen zijn beide oren klinken; zal een ieder zich ontzetten over het vreselijk bewijs, wat er van de mens wordt, die in zijn zonde gerust is geworden, opdat hij leert zich te verootmoedigen en te bekeren.
2 Koningen .21: 12 Jer.19: 3
Op die dag zal Ik verwekken, 1) zal Ik laten komen over Eli alles, wat Ik door de mond van de man van God (2: 27vv.) tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden, zodatniets onvolbracht zal blijven.
Welke woorden de Heilige Schrift dikwijls gebruikt om aan te tonen, dat God zowel Zijn belofte als Zijn bedreigingen ten uitvoer brengt, zodat God nooit duldt, dat iets van alles, wat hij gesproken heeft, valt d.i. onvervuld blijft. Want op te merken valt, dat God wel tijdelijk de uitvoering van Zijn oordelen verschuift, niet echter om te doen menen, dat Hij Zijn bedreigingen niet zal uitvoeren, alsof zij ijdel en niet gepast waren.
Want Ik heb hem te kennen gegeven 1) en zal, als de waarachtige God, die doe, wat Ik denk (Num.23: 19 (Jes.46: 10vv.) het ook waarheid maken, namelijk: dat Ik zijn huis richten zal tot in eeuwigheid, zonder dat ooit het gericht zal opgeheven worden, omwille van de ongerechtigheid, die hij geweten heeft; want toen zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien, hij heeft het metdie gruwel zo licht mogelijk opgenomen, hoewel hij niet alleen vader was, maar ook rechter en hogepriester.
Met welke woorden God Zijn rechtvaardigheid voor alle ogen openbaar maakt, opdat Hij noch van onrechtvaardigheid noch van wreedheid beschuldigd zou kunnen worden, ofschoon Hij tegen het huis van Eli het strengste vonnis ten uitvoer brengt, dat daarna op het gehele volk en de gehele landstreek wordt gelegd. Want er wordt gezegd, dat Hij van te voren Eli gewaarschuwd heeft, zoals wij eerder gezien hebben, toen de profeet van de Heere tot hem werd gezonden. Maar de schuld is des te zwaarder, naarmate God de zondaars, omtrent hun zonden heeft gewaarschuwd en zij toch desalniettemin hierin hebben volhard. Want ofschoon wij naar het oordeel van God voor schuldig worden gehouden, waar Hij ons de vrije teugel laat, zo staan wij toch dubbel schuldig, indien wij door Hem gewaarschuwd en als het ware weer in de band worden gehouden, echter in de zonden volharden. Daarom komt God ook tot Eli om hem met name zijn zonde voor ogen te stellen, opdat hij geen onwetendheid zou voorwenden, zoals meestal pleegt te gebeuren, en om hem de weg tot alle mogelijke uitvluchten te sluiten, wanneer Hij zegt, dat Hij vroeger Eli, omtrent de straffen, die hem boven het hoofd hingen, aankondiging heeft gedaan en dat nu bevestigt door de reden erbij te voegen, omwille van de ongerechtigheid die hij geweten heeft.
Duidelijk blijkt hieruit dat, wie het gezag in handen heeft, en door zijn gezag de uitbrekende zonden kan te keer gaan en het niet doet, mee schuldig staat aan al die zonden voor God, evengoed als iemand, die zelf die zonden heeft begaan. Wij hebben hier daarom een ernstige waarschuwing voor allen, die God met het gezag, op welke wijze dan ook, bekleed heeft, om de zonde te keer te gaan en te straffen.
Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Als 1) de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid verzoend zal worden door enig offer, door slachtoffer of door spijsoffer.
In het Hebreeuws Im. Het gewone woord, om een eed in te leiden. Hierdoor maakt de Heere het herroepen van het vonnis onmogelijk. Geen bekering zal meer mogelijk zijn, geen verzoening door enig offer meer plaats kunnen hebben. Overgegeven zijn zij aan de verharding van hart. De Heere zweert, dat het vonnis, zonder enige bedenking, zal worden uitgevoerd. Daarom zou ook geen slachtoffer of spijsoffer meer baten. Zij waren overgegeven tot een kwade zin om te doen dingen, die niet betamen. God had hen daartoe overgegeven. Bekering was voor hen onmogelijk en dus ook verzoening van de zonde. Zij zouden er niet eens om vragen.
Ontzaglijk vonnis van de Heere over een mens, die de wegen van de Heere kende, Zijn geboden wist en die niet gehouden heeft. Dat Eli hogepriester was, legt het zwaarste gewicht in de weegschaal van zijn zonde. Eli’s zonen hadden het offer veracht, het enige dat de zonde wegnemen kon, zo bleef er geen slachtoffer meer voor hen over (Hebr.10: 26vv.). Hoeveel te zwaarder straf zal hij waardig geacht worden, die de Zoon van God vertreden en het bloed van het Testament onrein geacht heeft (Hebr.10: 29)!.
Samuël nu lag, nadat de Heere weer van hem gegaan was, tot aan de morgen op zijn bed, met vrees en beven nadenkende over hetgeen hem geopenbaard was; toen hijopgestaan was deed hij de deuren van het huis des HEEREN open (1 (Samuel 3: 2), zoals dat tot zijn dagelijkse bezigheden behoorde; maar Samuël vreesde dit gezicht, dat hij gehad had en de verschijning, waarmee de Heere hem verwaardigd had, aan Eli te kennen te geven; 1) hij probeerde dus een ontmoeting met hem te vermijden.
Dit is echter op te merken, dat Samuël niet in opdracht had om dat, wat hij door openbaring was te weten gekomen, aan de hogepriester Eli te openbaren, maar wel dat dit de bedoeling van de Heere is geweest. Want dat Hij het wel zo gewild heeft, was meer om de hogepriester Eli, om hem te treffen en een diepe wond toe te brengen, opdat hij zijn zorgeloosheid erkennende, de Heere om vergiffenis zou smeken, Wiens toorn hij zich op de hals had gehaald, en wel in die mate, dat de ellende ervan zich over het gehele volk zou uitbreiden, omdat hij te nalatig was geweest in het berispen en bestraffen van de ondeugden van zijn kinderen. Maar toch, de Heere had Zijn bedoeling nog niet aan Samuël geopenbaard, waarom, omdat hij nog een jongeling was en vreesachtig, hij zich naar recht bij Eli kon verontschuldigen, dat hij geen bevel had om dat, wat hem geopenbaard was, mee te delen.
Samuël was niet trots op deze onderscheiding; hij verwaarloosde zijn bezigheid niet, noch zag met verachting op Eli; maar uit achting voor de hoge jaren vreesde hij hem de ontzettende tijding te brengen.
Deze vrees had zeker haar oorzaak in het gevoel van menselijk medelijden, dat in een gemoed als dat van Samuël niet ontbreken kon. Toch was het dit niet alleen. Wanneer de stem van de Heere tot ons komt en de uitwendige stem een inwendige wordt, ontstaat altijd een heilige vrees om uit te spreken, wat men vernomen heeft. Het is te geestelijk, te gewichtig, te heilig; het wil niet op de tong, het is diep in de ziel gedrongen, maar wij voelen, het moet nog dieper indringen. Een inwendige overtuiging zegt ons, dat het nog niet diep genoeg ingedrongen is, het woord heeft nog niet alles teweeg gebracht, wat het uitwerken moet, en spreken wij het vroeg uit, zo verliezen wij een zegen. Op deze wijze gaat het allen in het begin, die waarlijk Gods woord in zich vernomen hebben, en wie daarentegen, wat hij zo-even vernomen heeft, aanstonds aan de wereld prijsgeeft, zie wel toe of hij wel werkelijk iets van God ondervonden heeft.
“Mag er dan in het geheel niets van beleden worden?” vraagt gij. Zeker, maar op zijn tijd. Dan, als volgens het woord van een ons dierbare hervormer, Gods woord en uw hart één geworden zijn. “Gij weet niet, wanneer dit geschiedt?” Nu, zo wacht, totdat het geschiedt en dan zult gij het weten. Wilt gij echter een uitwendig kenteken, ziet in Samuëls geschiedenis. Dan is het geschied, wanneer gij, als Samuël, door de Heere door middel van omstandigheden want ook deze schikt de Heere, de roeping verkrijgt, om te getuigen van hetgeen gij uit Zijn woord verneemt.
Toen gaf hem Samuël te kennen al de woorden, zijn eigen gevoel verloochenende, en verborg ze voor hem niet. 1) En hij, Eli, zei: toen hij vernomen had, wat God over zijn huis besloten had: Hij is de Heere, die dit beschikt heeft: Hij doe wat goed is in Zijn ogen; 2) ik buig mij voor Zijn raadsbesluit.
Samuël bracht zijn boodschap over zo volkomen als hij die ontvangen had, niets achterhoudende van de gehele raad van God. Dienaren van Christus moeten aldus handelen in het geloof.
Samuël doet zich kennen, door niets terug te houden van de hoog-ernstige woorden van God voor de man, die hij niet alleen als hogepriester, maar ook als zijn vaderlijke opvoeder met kinderlijke eerbied vereerde, als een man, die de moed en de kracht bezit het Woord des Heeren zonder mensenvrees aan het volk Israël te verkondigen.
Is dat ootmoedige onderwerping, gelovige overgave aan de wil van God, of een uitroep uit doffe wanhoop? Het eerste laat zich niet buitensluiten, het laatste niet als het enige aanwijzen. Hij voelt, dat de gerichten van de Heere rechtvaardig zijn; maar hij heeft de moed niet als David met het geschrei om genade de uitgestrekte arm van God tegen te houden. Eli’s woord herinnert aan zo menig woord, dat men van stervenden of van betrekkingen bij het sterfbed verneemt: “er is niets aan te veranderen.” Dat er tegen de dood geen kruid gewassen is, voelt men en aan het einde blijft voor de verharde zondaar niets anders over, dan zich te schikken, maar vreselijk is het, wanneer een zondaar met dat goddeloze, lichtzinnige: “er is niets aan te doen” in de eeuwige verdoemenis gaat en zijn handen niet uitstrekt naar de genade, die ook bloedrode zonden rein wast. Eli had na deze woorden van God zijn zonen tot zich moeten roepen, en waar deze zich niet wilden buigen, hen moeten uitdrijven van het heiligdom. Eli had Gods aangezicht met belijdenis moeten zoeken; daartoe had de zwakke man geen moed, geen kracht.
Eli erkent het Souverein recht van God om met het leger van de hemel en de inwoners van de aarde te doen naar Zijn welbehagen, maar wij vinden bij hem niet een ootmoedig toevlucht nemen tot de armen van Zijn barmhartigheid of een ootmoedig schuldbelijden. Wel buigt hij zich onder de roede, maar smeekt niet om vergeving.
Samuël nu werd groot, nadat hij zo tot profeet geroepen was, en tegenover Eli getoond had, dat hij om zijn roeping zich kon verloochenen en moed en kracht bezat, om het woord van de Heere bekend te maken, zonder door mensenvrees zichte laten terughouden; hij nam toe in profetische gaven; en de HEERE was met hem, zoals wij later uit zijn werkzaamheid (7: 2vv.) zullen zien, en Hij liet niet één van al zijn woorden, die Hij door Samuël sprak, op de aarde vallen; 1) alles werd vervuld, zoals Samuël het voorzegde.
Hieruit mogen wij leren, dat wij, die op Zijn beloften vertrouwen, niet beschaamd in onze hoop zullen uitkomen. Namelijk, omdat niets van dat, wat God belooft te zullen doen, op de aarde valt. Waarom wij, vertrouwende op Zijn waarheid en trouw, gerust kunnen zijn en zeker ervan overtuigd dat, wat God belooft, zeker in vervulling zal treden. Want God is getrouw en Zijn woorden zijn waar en onherroepelijk. Laten wij daarentegen letten op Zijn bedreigingen en vrezen en laten wij het aan onze verkeerdheid en boosheid wijten, wanneer Zijn toorn tegen ons is gaande gemaakt. Maar dat wij ook weten, dat Hij daarom komt met alle Zijn bedreigingen, omdat het voorname doel is het berouw, waartoe God ons roept, d.i. opdat wij, door de zonde te erkennen, ons bekeren en Zijn genade en goedgunstige toegevendheid mogen verwerven, die beloofd wordt aan allen, die in waarheid berouw hebben en hun zonden erkennen.
En geheel Israël, van Dan in het noorden, tot Berseba in het zuiden (Richteren 20: 1) toe,
bekende uit dit vervuld worden van zijn voorzeggingen, dat Samuël bevestigd was tot een profeet van de HEERE, dat hij het in waarheid was en men dus Zijn woord als Gods woord moest aannemen.
Hiermee wordt het gehele volk bedoeld. Dan was de noordelijkste punt en Berseba de zuidelijkste streek van Kanaän. Het gehele volk herkende hem als een profeet van de Heere. Hierdoor bereidde God zelf de weg voor de hervormende, reformatorische werkzaamheden van Samuël.
En de HEERE verscheen niet alleen toen aan Samuël, maar ging voort te verschijnen te Silo, want de HEERE openbaarde zich aan Samuël te Silo door het woord van de HEERE; 1) hierdoor was de ontheiligde plaats weer gewijd tot een, aanwelke de Heere betonen kon bij Zijn volk aanwezig te zijn.
De Heere openbaarde zich aan Samuël door het woord van de Heere. Christus is dat woord van de Heere, die aan hem verscheen, zoals Hij gewoon was te doen aan de aartsvaders en profeten, en door wie de Heere Zijn wil bekend maakte.
Laten jeugdigen de vroomheid van Samuël beschouwen en zich door zijn voorbeeld laten opwekken om in de dagen van de jeugd hun Schepper te zoeken. In jonge kinderen kan godsvrucht wonen. Jeremia en Daniël met zijn vrienden, Timotheüs en Samuël muntten in hun jeugd door godsvrucht uit. Kinderen! Samuël is een bewijs, dat gij op de Heere wachtende, Hem welbehagelijk zult zijn.
Het is door Samuël opgemerkt van zijn jeugd af, dat de Heere geen van Zijn woorden op de aarde laat vallen.
Dit betekent, dat de Heere hen niet verscheen in een droom, maar door profetische openbaring van Zijn Woord. Van nu af aan begint het openbaar optreden van Samuël. Eli is vervangen en Samuël treedt in zijn plaats om het volk weer terug te brengen tot de zuivere kennis van het Woord, om hervormer te zijn in de ware zin van het woord.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel