Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1De FilistijnenH6430 nu hadden alH3605 hun legersH4264vergaderdH6908 te AfekH663; en de IsraelietenH3478legerdenH2583 zich bij de fonteinH5869, dieH834 bij JizreelH3157 is.De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is.
KJVNow the Philistines2gathered together1all their armies5to Aphek:6and the Israelites7pitched8by a fountain9which is in Jezreel.11
1וַיִּקְבְּצ֧וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2פְלִשְׁתִּ֛יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַחֲנֵיהֶ֖םH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6אֲפֵ֑קָהH663Afek, AfikAphek, Aphik7וְיִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8חֹנִ֔יםH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent9בַּעַ֖יִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בְּיִזְרְעֶֽאלH3157Jizreel, JizreelaJezreel
2En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de vorstenH5633 der FilistijnenH6430togenH5674 daarheen met honderdenH3967, en met duizendenH505; doch DavidH1732 met zijn mannenH582 togen met AchisH397 in den achtertochtH314.En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht.
Ook in dit vers
togen daarheenH5674
KJVAnd the lords1of the Philistines2passed on3by hundreds,4and by thousands:5but David6and his menpassed on8in the rereward9with Achish.11
1וְסַרְנֵ֤יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate2פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3עֹֽבְרִ֔יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4לְמֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5וְלַאֲלָפִ֑יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6וְדָוִ֣דH1732David, DavidsDavid7וַאֲנָשָׁ֗יוH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8עֹֽבְרִ֛יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9בָּאַחֲרֹנָ֖הH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11אָכִֽישׁH397AchisAchish
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeidenH559 de overstenH8269 der FilistijnenH6430: Wat zullen deze HebreenH5680? Zo zeideH559AchisH397 tot de overstenH8269 der FilistijnenH6430: Is deze niet DavidH1732, de knechtH5650 van SaulH7586, den koningH4428 van IsraelH3478, die deze dagenH3117ofH176 deze jarenH8141 bij mij geweest is? En ik heb in hem nietsH3808gevondenH4672 van dien dagH3117 af, dat hij afgevallenH5307 is tot dezen dagH3117 toe.Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe.
KJVThen said1the princes2of the Philistines,3What do these Hebrews5here? And Achish8said7unto the princes10of the Philistines,11Is not this David,14the servant15of Saul16the king17of Israel,18which hath been with me these days,23or these years,26and I have found28no fault30in him since31he fell32unto me unto this day?34
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine4מָ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5הָעִבְרִ֣יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)6הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אָכִ֜ישׁH397AchisAchish9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine12הֲלֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13זֶ֨הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14דָוִ֜דH1732David, DavidsDavid15עֶ֣בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant16שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul17מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21אִתִּי֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix22זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)23יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger24אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether25זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)26שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)27וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without28מָצָ֤אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on29בוֹ֙30מְא֔וּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing31מִיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger32נָפְל֖וֹH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down33עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet34הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger35הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
4Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doch de overstenH8269 der FilistijnenH6430 werden zeer toornigH7107opH5921 hem, en de overstenH8269 der FilistijnenH6430zeidenH559 tot hem: Doe den manH376wederkerenH7725, dat hij totH413 zijn plaatsH4725wederkereH7725, waar gij hem besteldH6485 hebt, en dat hij nietH3808metH5973 ons aftrekkeH3381 in den strijdH4421, opdat hij ons nietH3808 tot een tegenpartijderH7854 worde in den strijdH4421; want waarmede zou dezeH2088 zich bij zijn heerH113aangenaamH7521 maken? Is het nietH3808 met de hoofdenH7218 dezer mannenH582?Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?
KJVAnd the princes3of the Philistines4were wroth1with him; and the princes7of the Philistines8said5unto him, Make9➔ this fellow11return,12that he may go againto his place14which thou hast appointed16him, and let him not go down19with us to battle,21lest in the battle26he be an adversary25to us: for wherewith should he reconcile28himself unto his master?31should it not be with the heads33of these men?
1וַיִּקְצְפ֨וּH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth2עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine5וַיֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לוֹ֩7שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8פְלִשְׁתִּ֜יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9הָשֵׁ֣בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12וְיָשֹׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14מְקוֹמוֹ֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16הִפְקַדְתּ֣וֹH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want17שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither18וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יֵרֵ֤דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down20עִמָּ֨נוּ֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)21בַּמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)22וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use24לָּ֥נוּ25לְשָׂטָ֖ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand26בַּמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)27וּבַמֶּ֗הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why28יִתְרַצֶּ֥הH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self29זֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)30אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)31אֲדֹנָ֔יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'32הֲל֕וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without33בְּרָאשֵׁ֖יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top34הָאֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)35הָהֵֽםH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Is ditH2088nietH3808 die DavidH1732, van denwelken zij in den rei elkander antwoorddenH6030, zeggendeH559: SaulH7586 heeft zijn duizendenH505geslagenH5221, maar DavidH1732 zijn tienduizendenH7233?Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden?
KJVIs not this David,3of whom they sang5one to another in dances,7saying,8Saul10slew9his thousands,11and David12his ten thousands?13
1הֲלוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3דָוִ֔דH1732David, DavidsDavid4אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יַעֲנוּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)6ל֛וֹ7בַּמְּחֹל֖וֹתH4246reien, reicompany, dances(-cing)8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִכָּ֤הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound10שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul11בַּֽאֲלָפָ֔יוH505duizend, duizenden, twee duizendthousand12וְדָוִ֖דH1732David, DavidsDavid13בְּרִבְבֹתָֽיוH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand
6Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen riepH7121AchisH397DavidH1732, en zeideH559 tot hem: Het is zo waarachtig alsH3588 de HEEREH3068leeftH2416, dat gij oprechtH3477 zijt, en uw uitgangH3318 en uw ingangH935metH854 mij in het legerH4264 is goedH2896 in mijn ogenH5869; wantH3588 ik heb geenH3808kwaadH7451 bij u gevondenH4672, van dien dagH3117 af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dagH3117 toe; maar gijH859 zijt nietH3808aangenaamH2896 in de ogenH5869 der vorstenH5633.Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten.
KJVThen Achish2called1David,4and said5unto him, Surely, as the LORD8liveth,7thou hast been upright,10and thy going out14and thy coming in15with me in the host17is good12in my sight:13for I have not found20evil22in thee since the day23of thy coming24unto me unto this day:27nevertheless the lords30favour32thee not.29
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אָכִ֜ישׁH397AchisAchish3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4דָּוִ֗דH1732David, DavidsDavid5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֵ֠לָיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop8יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10יָשָׁ֣רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)11אַתָּ֗הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12וְט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)13בְּ֠עֵינַיH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14צֵאתְךָ֨H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15וּבֹאֲךָ֤H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16אִתִּי֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17בַּֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents18כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20מָצָ֤אתִֽיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on21בְךָ֙22רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)23מִיּ֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger24בֹּאֲךָ֥H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way25אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger28הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)29וּבְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)30הַסְּרָנִ֖יםH5633vorsten, oversten, platenlord, plate31לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without32ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)33אָֽתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
7Zo keer nu om, en ga in vrede, opdat gij geen kwaad doet in de ogen van de vorsten der Filistijnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo keer nuH6258 om, en gaH3212 in vredeH7965, opdat gij geenH3808kwaadH7451doetH6213 in de ogenH5869 van de vorstenH5633 der FilistijnenH6430.Zo keer nu om, en ga in vrede, opdat gij geen kwaad doet in de ogen van de vorsten der Filistijnen.
KJVWherefore now return,2and go3in peace,4that thou displease6not the lords9of the Philistines.10
1וְעַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3וְלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4בְּשָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly5וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תַעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7רָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8בְּעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9סַרְנֵ֥יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate10פְלִשְׁתִּֽיםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine
8Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeideH559DavidH1732 tot AchisH397: MaarH3588 wat heb ik gedaanH6213? Of wat hebt gij in uw knechtH5650gevondenH4672, van dien dagH3117 af, dat ik voor uw aangezichtH6440geweestH1961 ben, tot dezenH2088dagH3117 toe, dat ik nietH3808 zal gaan en strijdenH3898tegenH413 de vijandenH341 van mijn heerH113, den koningH4428?Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?
KJVAnd David2said1unto Achish,4But what have I done?7and what hast thou found9in thy servant10so long as11I have been with thee14unto this day,16that I may not go20fight21against the enemies22of my lord23the king?24
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2דָּוִ֜דH1732David, DavidsDavid3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָכִ֗ישׁH397AchisAchish5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6מֶ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7עָשִׂ֨יתִי֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9מָּצָ֣אתָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10בְעַבְדְּךָ֔H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant11מִיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הָיִ֣יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20אָבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21וְנִלְחַ֔מְתִּיH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)22בְּאֹיְבֵ֖יH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe23אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'24הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
9Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AchisH397 nu antwoorddeH6030 en zeideH559totH413DavidH1732: Ik weetH3045 het; voorwaarH3588, gijH859 zijt aangenaamH2896 in mijn ogenH5869, als een engelH4397GodsH430; maar de overstenH8269 der FilistijnenH6430 hebben gezegdH559: Laat hem metH5973 ons in dezen strijdH4421nietH3808optrekkenH5927.Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.
KJVAnd Achish2answered1and said3to David,5I know6that thou art good8in my sight,10as an angel11of God:12notwithstanding the princes14of the Philistines15have said,16He shall not go up18with us to the battle.20
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אָכִישׁ֮H397AchisAchish3וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5דָּוִד֒H1732David, DavidsDavid6יָדַ֕עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10בְּעֵינַ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11כְּמַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger12אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)14שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine16אָֽמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יַעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work19עִמָּ֖נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20בַּמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
10Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Nu dan, maak u morgenH1242vroegH7925 op met de knechtenH5650 uws herenH113, dieH834 met u gekomenH935 zijn; en als gijlieden u morgenH1242vroegH7925 zult opgemaakt hebben, en het ulieden lichtH215 geworden is, zo gaatH3212 heen.Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.
KJVWherefore now rise up early2in the morning3with thy master's5servants4that are come7with thee: and as soon as ye be up early9in the morning,10and have light,11depart.13
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הַשְׁכֵּ֣םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning3בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4וְעַבְדֵ֥יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אֲדֹנֶ֖יךָH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9וְהִשְׁכַּמְתֶּ֣םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning10בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11וְא֥וֹרH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine12לָכֶ֖ם13וָלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
11Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij des morgens weggingen, om weder te keren in het land der Filistijnen; de Filistijnen daarentegen togen op naar Jizreel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen maakte zich DavidH1732vroegH7925 op, hijH1931 en zijn mannenH582, dat zij des morgensH1242weggingenH3212, om weder te kerenH7725 in het landH776 der FilistijnenH6430; de FilistijnenH6430 daarentegen togenH5927 op naarH413JizreelH3157.Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij des morgens weggingen, om weder te keren in het land der Filistijnen; de Filistijnen daarentegen togen op naar Jizreel.
KJVSo David2and his menrose up early1to depart5in the morning,6to return7into the land9of the Philistines.10And the Philistines11went up12to Jezreel.13
1וַיַּשְׁכֵּ֨םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2דָּוִ֜דH1732David, DavidsDavid3ה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וַֽאֲנָשָׁיו֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow7לָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine11וּפְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine12עָל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13יִזְרְעֶֽאלH3157Jizreel, JizreelaJezreel
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 29:1— De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is.1 Samuël 4:1→Jozua 19:30→Jozua 12:18→1 Koningen 20:30→1 Koningen 21:1→Hosea 1:4→1 Samuël 28:4→1 Koningen 21:23→
1 Samuël 29:2— En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht.1 Samuël 28:1→Jozua 13:3→1 Samuël 5:8→1 Samuël 29:6→1 Samuël 6:4→
1 Samuël 29:3— Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe.Daniël 6:5→1 Samuël 27:7→1 Petrus 3:16→Romeinen 12:17→Johannes 19:6→1 Samuël 25:28→
1 Samuël 29:4— Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?1 Samuël 14:21→1 Kronieken 12:19→1 Samuël 27:6→Lukas 16:8→
1 Samuël 29:5— Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden?1 Samuël 21:11→1 Samuël 18:6→Spreuken 27:14→
1 Samuël 29:6— Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten.2 Koningen 19:27→2 Samuël 3:25→Psalmen 121:8→1 Samuël 20:3→Mattheüs 5:16→Genesis 16:6→Numeri 27:17→Jozua 22:30→
1 Samuël 29:7— Zo keer nu om, en ga in vrede, opdat gij geen kwaad doet in de ogen van de vorsten der Filistijnen.Numeri 22:34→
1 Samuël 29:8— Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?1 Samuël 28:2→1 Samuël 17:29→1 Samuël 20:8→Psalmen 34:13→1 Samuël 12:3→1 Samuël 26:18→2 Samuël 16:18→Mattheüs 6:13→
1 Samuël 29:9— Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.2 Samuël 14:20→2 Samuël 19:27→2 Samuël 14:17→1 Samuël 29:4→Galaten 4:14→
1 Samuël 29:10— Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.1 Kronieken 12:19→2 Petrus 2:9→1 Kronieken 12:22→1 Samuël 30:1→Genesis 22:14→Psalmen 37:23→1 Korinthe 10:13→
1 Samuël 29:11— Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij des morgens weggingen, om weder te keren in het land der Filistijnen; de Filistijnen daarentegen togen op naar Jizreel.Jozua 19:18→2 Samuël 4:4→1 Samuël 29:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 29 vers 1— De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is.
Afek;
Er zijn verscheidene steden in het land Kanaän, die Afek genoemd worden:<i>I.</i> Een in den stam van Juda, Joz. 15:53;<i>II.</i> In den stam van Aser, Richt. 1:21;<i>III.</i> In den stam van Issaschar, bij het gebergte Gilboa, bij het grote veld Megiddo, waarvan dit hier kan verstaan worden.
Hertaald:Afek;
Er zijn verschillende steden in het land Kanaän die Afek genoemd worden: I. Een in de stam van Juda, Joz. 15:53; II. In de stam van Aser, Richt. 1:21; III. In de stam van Issaschar, bij het gebergte Gilboa, bij het grote veld Megiddo, wat hier bedoeld kan zijn.
Jizreël is
Dit is een schone stad geweest op de grenzen van de stammen Issaschar en Manasse, Joz. 19:18, gelegen aan den voet van het gebergte Gilboa.
Hertaald:Jizreël is
Dit is een mooie stad geweest op de grens van de stammen Issaschar en Manasse, Joz. 19:18, gelegen aan de voet van het gebergte Gilboa.
1 Samuël 29 vers 3— Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe.
Wat zullen deze Hebreën?
Of waartoe zijn, enz.
Hertaald:Wat zullen deze Hebreën?
Of: waartoe zijn, enzovoort.
deze jaren bij mij geweest is?
Het was nu in het tweede jaar, dat David te Ziklag gewoond had. Zie 1 Sam. 27:7, en daar tevoren was hij ook te Gath een tijdlang bij Achis geweest.
Hertaald:deze jaren bij mij geweest is?
Het was nu het tweede jaar dat David te Ziklag gewoond had. Zie 1 Sam. 27:7, en daarvoor was hij ook al enige tijd bij Achis te Gath geweest.
niets gevonden
Te weten, niets kwaads, of enige ontrouw.
Hertaald:niets gevonden
Namelijk: niets kwaads, of enige ontrouw.
afgevallen is
Te weten, van Saul zijn heer, die mijn vijand is. Anders, mij toegevallen is.
Hertaald:afgevallen is
Namelijk: van Saul, zijn heer, die mijn vijand is. Anders: naar mij overgekomen is.
1 Samuël 29 vers 4— Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?
wederkeren,
Anders, omkeren
Hertaald:wederkeren,
Anders: omkeren.
opdat hij ons niet
Te weten, gelijk vele Hebreën hier tevoren gedaan hebben, die van ons tot Jónathan gevallen zijn, boven, 1 Sam. 14:21.
Hertaald:opdat hij ons niet
Namelijk: zoals veel Hebreeën hier eerder gedaan hebben, die van ons naar Jonathan overgelopen zijn, hierboven, 1 Sam. 14:21.
een tegenpartijder worde
Zie de aantekeningen Job 1:16.
Hertaald:een tegenpartijder worde
Zie de aantekeningen bij Job 1:16.
aangenaam maken?
Dat is met zijn heer verzoenen.
Hertaald:aangenaam maken?
Dat is: zich met zijn heer verzoenen.
Is het niet met de hoofden dezer mannen?
Te weten, ons overleverende in de handen Sauls, zich in den krijg omkerende en op ons volk slaande.
Hertaald:Is het niet met de hoofden dezer mannen?
Namelijk: door ons over te leveren in de handen van Saul, zich tijdens de strijd om te keren en op ons volk in te slaan.
1 Samuël 29 vers 6— Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten.
Het is zo waarachtig
Alhoewel Achis een afgodendienaar was, zo zweert hij hier nochtans bij JHWH, den waren God. De Filistijnen hadden de macht des waren Gods wel beproefd, toen de ark des verbonds bij hen was, 1Sa 5. Het kan ook wel zijn dat Achis door den langen omgang met David enige kennis van den waren God heeft gehad.
Hertaald:Het is zo waarachtig
Hoewel Achis een afgodendienaar was, zweert hij hier toch bij JHWH, de ware God. De Filistijnen hadden de macht van de ware God wel ondervonden, toen de ark van het verbond bij hen was, 1 Sam. 5. Het kan ook zijn dat Achis door de lange omgang met David enige kennis van de ware God heeft gekregen.
dat gij oprecht zijt,
Dat is, ik houd u voor een oprechten en getrouwen dienaar.
Hertaald:dat gij oprecht zijt,
Dat is: ik houd u voor een oprechte en trouwe dienaar.
uw uitgang en uw ingang
Dat is, uw handel en wandel, uw regering en beleid van zaken staan mij zeer wel aan. Zie Num. 27:17.
Hertaald:uw uitgang en uw ingang
Dat is: uw gedrag en handel, uw bestuur en manier van zaken doen bevallen mij zeer. Zie Num. 27:17.
aangenaam in de ogen der vorsten
Hebreeuws, goed.
Hertaald:aangenaam in de ogen der vorsten
Hebreeuws: goed.
1 Samuël 29 vers 8— Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?
Maar wat heb ik gedaan?
David laat niet anders schijnen of blijken dan dat hij zeer gewillig en ijverig was om tegen Israël, het volk Gods, te gaan strijden, maar wat hij in den zin had te doen, was den HEERE bekend.
Hertaald:Maar wat heb ik gedaan?
David laat niet anders blijken dan dat hij zeer bereid en ijverig was om tegen Israël, het volk van God, te strijden, maar wat hij van plan was te doen, was aan de HEERE bekend.
1 Samuël 29 vers 9— Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.
aangenaam in mijn ogen,
Hebreeuws, goed
Hertaald:aangenaam in mijn ogen,
Hebreeuws: goed.
een engel Gods;
Achis, alhoewel een heiden, bekent dat er goede engelen zijn.
Hertaald:een engel Gods;
Achis, hoewel een heiden, erkent dat er goede engelen zijn.
1 Samuël 29 vers 10— Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.
morgen vroeg op
Te weten, eer de strijd aangaat.
Hertaald:morgen vroeg op
Namelijk: voordat de strijd begint.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
David — beminde
De jongste zoon van Isaï, herder over zijn vaders schapen, door Samuël in het geheim tot koning gezalfd nadat Saul door de HEERE verworpen was (1 Sam. 16:1-13). Zijn spel op de harp bracht Saul verlichting van de boze geest die hem kwelde (1 Sam. 16:14-23). Hij zou uitgroeien tot Israëls grootste koning, en in zijn geslachtslijn zou uiteindelijk de Heere Jezus Christus geboren worden.
Achis — onbekende betekenis, mogelijk: toornig
De Filistijnse koning van Gath, bij wie David tot tweemaal toe zijn toevlucht zocht voor Saul (1 Sam. 21:10-15; 27:1-12). De tweede keer vertrouwde Achis David zozeer, dat hij hem de stad Ziklag gaf om te bewonen, van waaruit David zonder Achis' medeweten tegen omliggende vijandelijke volken streed.
Saul — gebeden, verzocht
De zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een opvallend lange en knappe jongeman. Terwijl hij de weggelopen ezelinnen van zijn vader zocht, kwam hij bij Samuël terecht, die door de HEERE al voorbereid was op zijn komst en hem tot de eerste koning van Israël zalfde (1 Sam. 9:1-2; 10:1). Ondanks een veelbelovend begin zou zijn regering eindigen in ongehoorzaamheid aan God en toenemende jaloezie op de jonge David.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Bewaard voor een onmogelijke keuze — wanneer de Filistijnen optrekken tegen Israël en Achis David wil laten meevechten, wantrouwen de andere Filistijnse vorsten hem en sturen hem terug: "Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd" (1 Sam. 29:4)
Achis wil David en zijn mannen laten meevechten in de oorlog tegen Israël (1 Sam. 29:1-2). De andere Filistijnse vorsten protesteren echter: zij herkennen David en herinneren zich hetzelfde lied dat Saul ooit jaloers maakte: "Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden?" (1 Sam. 29:5). Zij vertrouwen hem niet in de strijd tegen zijn eigen volk. Achis stuurt David, ondanks zijn eigen goede vertrouwen in hem, met tegenzin terug (1 Sam. 29:6-11).
Bijbelse betekenis: Zonder dat David er zelf iets aan doet, behoedt de achterdocht van vreemde vorsten hem voor een verschrikkelijk dilemma: meevechten tegen zijn eigen volk en tegen Saul en Jonathan, of openlijk weigeren en zijn positie bij Achis verspelen. Dit is dezelfde onopvallende voorzienigheid die dit boek herhaaldelijk toont: geen zichtbaar wonder, maar omstandigheden die op het juiste moment een uitweg bieden waar geen menselijk plan die had kunnen bedenken.
Typologie: Diezelfde trouw, die met de verzoeking ook de uitkomst geeft, belooft Paulus: "Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen" (1 Kor. 10:13).
I. Vs. 1-11.Kruisverwijzingen1 Samuël 4:1→Daniël 6:5→1 Samuël 27:7→1 Samuël 14:21→1 Samuël 21:11→2 Samuël 14:20→2 Samuël 19:27→2 Samuël 14:17→ — De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is. En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht. Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe. Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen? Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden? Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten. Zo keer nu om, en ga in vrede, opdat gij geen kwaad doet in de ogen van de vorsten der Filistijnen. Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning? Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken. Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen. Wij worden thans weer verplaatst in het begin van de krijgstocht, toen de vorsten van de Filistijnen het voornemen hadden van hun verzamelplaats te vertrekken. Wij ontmoeten David onder hen, die met zijn mannen de achterhoede van Achis’ leger uitmaakt. Door Gods genadige leiding, die hem wil redden uit het gevaar om tegen zijn eigen volk te moeten strijden, gebeurt het, dat de overige vorsten met wantrouwen tegen David vervuld, op zijn verwijdering bij Achis aandringen, waarop hij dan door deze naar Ziklag teruggezonden wordt.
Kruisverwijzingen1 Samuël 4:1→Jozua 19:30→Jozua 12:18→1 Koningen 20:30→1 Koningen 21:1→Hosea 1:4→1 Samuël 28:4→1 Koningen 21:23→— De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is.
De Filistijnen nu, om na het meegedeelde in 28: 3-25 weer terug te komen op hetgeen in het vorige hoofdstuk vs. 1 en 2 bericht is, hadden al hun legers, die uit de contingenten van de vijf vorsten bestonden, vergaderd te Afek, het tegenwoordige el Fuleh, enigszins ten westen van Sunem gelegen, niet te verwisselen met andere plaatsen met deze naam (1 (Samuel 4: 2); en de Israëlieten, de krijgslieden, die Saul samengebracht had (vs.4), legerden zich bij de fontein, die bij Jizreël is, bij de tegenwoordige Ain Dschalud 1) (Jud 7: 1″en “Jud 7: 4).
De naam betekent: “Goliathsbron, waarschijnlijk zo genoemd, omdat men, ten onrechte, het ervoor hield dat David daar met Goliath gestreden had (17).
Kruisverwijzingen1 Samuël 28:1→Jozua 13:3→1 Samuël 5:8→1 Samuël 29:6→1 Samuël 6:4→— En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht.
En de vorsten van de Filistijnen trokken daarheen met honderden en met duizenden, verdeeld in troepen van die grootte, maar David en zijn mannen, wier getal nu ver over de 600 bedroeg (1 (Samuel 27: 7), trokken met Achis in de achterhoede, 1) vormden achter Achis, die het laatste geplaatst was, de achterhoede.
Zouden wij waarlijk moeten geloven, dat David het verschrikkelijk besluit genomen had zijn rol tot het einde toe vol te houden, en als een goed Filistijn tegen Israël op te trekken? Daar is niets in David’s vorig leven, dat ons noodzaakt, dat ons vergunt dit zwart vermoeden te koesteren. Wat dan? Zou het voornemen bij hem hebben vastgestaan om, omdat hem de moed had ontbroken, zich vóór de strijd aan Achis te openbaren, in de hitte van de strijd te tonen, wie hij eigenlijk was, en óf het slagveld te verlaten, óf wel de zijde te kiezen van broeders, die hij slechts door de nood gedrongen, verlaten had? Ook dit vermoeden van een eerloze daad zouden wij zo graag van een hoofd weren, hetgeen wij, ondanks vele verkeerdheden en gebreken, niet kunnen nalaten lief te hebben. Neen! op de bodem van dit hart lag toch de vrees voor God, de liefde voor zijn volk, en elk edel gevoel van plicht en eer. Niet ongeoorloofd zal het zijn ons voor te stellen, dat David in dit uiterst moeilijk en hachelijk ogenblik best geoordeeld heeft, op hoop tegen hoop, naar een of andere uitkomst uit te zien, en daarbij, hoezeer dan ook door eigen schuld in dit dodelijk gedrang gekomen, het hart tot God zal hebben opgeheven, “zijn Helper in de tijd van de benauwdheid.” Ach! wat zou er van ons worden, indien de toevlucht tot Deze niet openstond, dan in die noden alleen, waarin wij geheel onschuldig, zonder enig toedoen van onze zondige dwaasheid gekomen waren?.
KruisverwijzingenDaniël 6:5→1 Samuël 27:7→1 Petrus 3:16→Romeinen 12:17→Johannes 19:6→1 Samuël 25:28→— Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe.
Toen zij zo gezamenlijk op weg waren, zeiden de overige oversten van de Filistijnen 1) tot Achis: Wat zullen deze Hebreeën, 2) die gij meegenomen hebt, en op wier trouw wij ons geenszins kunnen verlaten? Zo zei Achis tot de oversten van de Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, de koning van Israël, die deze dagen of deze jaren (die jaar en dag) bij mij geweest is (27: 7), en ik heb in hem niets gevonden, dat bij mij enige verdenking zou kunnen opwekken, integendeel hij heeft zijn trouw door vele bewijzen gestaafd (27: 8vv.) van die dag af, dat hij afgevallen is van zijn vroegere heer, tot deze dag toe?
Onder deze hebben wij te verstaan de vier overige vorsten van de andere vier steden van de Filistijnen.
Het was niet zonder reden, dat zij deze met wantrouwen aanzagen, omdat het vroeger bij Gibea-Benjamins gebeurd was, dat een Israëlitische afdeling, die zich bij het leger van de Filistijnen aangesloten had, plotseling gedurende de slag van hun vanen tot de Israëlitische stamgenoten overging (1 Samuel .14: 21).
Kruisverwijzingen1 Samuël 14:21→1 Kronieken 12:19→1 Samuël 27:6→Lukas 16:8→— Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?
Maar de oversten van de Filistijnen werden zeer toornig op hem, dat hij zo bijgelovig was, en de oversten van de Filistijnen zeiden tot hem: a) Doe de man terugkeren, dat hij tot zijn plaats terugkere, waar gij hem besteld hebt, tot Ziklag, en dat hij niet met ons trekt naar de vlakte van Jizreël in de strijd, opdat hij ons niet tot een tegenstander (Hebreeuws satan), zie (Job 1: 6) worde in de strijd, niet te midden van de strijd de wapens tegen ons kere: want waarmee zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden van deze mannen? Waardoor zou hij de verloren gunst bij Saul beter kunnen terugwinnen, dan wanneer hij door verraad onze manschappen in zijn handen speelde?
1 Kronieken 12: 18
Kruisverwijzingen1 Samuël 21:11→1 Samuël 18:6→Spreuken 27:14→— Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden?
Zeker zal hij de gunstige gelegenheid niet ongebruikt laten voorbijgaan, omdat hij toch slechts door de nood gedwongen zich aan onze zijde bevindt, terwijl hij vroeger onze gevaarlijkste tegenstander was. Is dit niet die David, van wie zij in de rei elkaar antwoordden (18: 6vv.), zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden? In het krijgsverbond, dat de Filistijnse vorsten onderling hadden (Jos 13: 2), schijnt, volgens de volgorde te oordelen, waarin de 5 steden (Joz.13: 13) genoemd worden, sinds de tijd van de intocht van de kinderen van Israël uit Kanaän tot aan Simsons dood de vorst van Gaza de voorrang bezeten te hebben (Richteren 16: 1, 21); ten tijde van Samuel daarentegen had door de een of andere omstandigheid, misschien ten gevolge van het onheil, dat Simson bij zijn vrijwillige dood onder de Filistijnen in die stad teweegbracht (Richteren 16: 23vv.), Asdod de bovenhand bekomen (1 Samuel .5: 1; 6: 17). Gedurende de regering van Saul speelt nog Gath onder de 3 steden een zo veel betekenende rol, dat zijn vorst de koningstitel had, totdat hij later, door David overwonnen, een vazal van Israël werd (1 Kronieken 18: 2; 2 Samuel .15: 18vv.; 2 Kronieken 11: 8 en uit de rij van het Filistijns verbond verdween (Amos 1: 6vv.). De strijd om de voorrang is van die tijd af tussen Gaza en Askelon (Jer.25: 20 Zef.2: 4 Zach.9: 5vv.); Ekron heeft daarentegen steeds de minste plaats ingenomen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 19:27→2 Samuël 3:25→Psalmen 121:8→1 Samuël 20:3→Mattheüs 5:16→Genesis 16:6→Numeri 27:17→Jozua 22:30→— Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten.
Toen riep Achis, die aan zijn medevorsten moest toegeven, David en zei tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, 1) dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger, de gehele wijze, waarop gij u ten opzichte van mij en van de Filistijnen gedegen hebt, is goed in mijn ogen, 2) want ik heb geen kwaad bij u gevonden, dat enige argwaan zou kunnen opwekken van die dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot deze dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen van de overige vorsten van mijn volk; zij wantrouwen u en willen dat ik u uit de strijd laat trekken.
Achis zweert hier bij de God van Israël, niet omdat hij in die God gelooft, maar om David van de oprechtheid van zijn verzekering te overtuigen.
Hoe moeten deze woorden David ten diepste geroerd hebben, waar hij bij zichzelf weet, dat hij zeer ontrouw met Achis heeft gehandeld!.
Kruisverwijzingen1 Samuël 28:2→1 Samuël 17:29→1 Samuël 20:8→Psalmen 34:13→1 Samuël 12:3→1 Samuël 26:18→2 Samuël 16:18→Mattheüs 6:13→— Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?
Toen zei David, verheugd in zijn hart over deze uitkomst, maar toch die vreugd verstandig verbergende, tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van die dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben tot deze dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, de koning? Ook deze woorden zijn dubbelzinnig (28: 2), omdat onder de koning, die David zijn heer noemt, even zo goed de koning Saul (zie vs.3), als de koning Achis kan verstaan worden.
Ach, wanneer de mens eens is afgeweken van de weg van de waarheid en oprechtheid, dan is het zeer zwaar weer geheel terug te keren; want “dat is juist de vloek van de boosheid, dat zij voorttelende altijd nieuw kwaad moet baren.”. David houdt nog altijd zijn rol van veinzen vol, om niet te laten blijken, dat hij er innerlijk over verheugd is, dat hij op deze wijze gespaard wordt mee te moeten trekken. Wij kunnen en mogen veronderstellen, dat hij nooit zich tegen zijn eigen volk had gesteld, maar veeleer aan de zijde van Saul zich had geschaard. Hij was dan echter een verrader geworden in de ogen van Achis en de Filistijnen. Wij zien hieruit, hoe gevaarlijk het is, om de rechte wegen van God te verlaten en zich te neigen tot zijn eigen kromme wegen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 12:19→2 Petrus 2:9→1 Kronieken 12:22→1 Samuël 30:1→Genesis 22:14→Psalmen 37:23→1 Korinthe 10:13→— Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.
Nu dan, maak u, omdat het heden reeds te laat is om de reis te aanvaarden, morgen vroeg op met de knechten van uw heer die met u gekomen zijn, met de mannen die gij aanvoert en onder wie er nog velen zijn, die hun vorige heer, Saul, aanhangen en zich gemakkelijk aan zijn zijde zouden kunnen plaatsen; en als gij u morgen vroeg opgemaakt zult hebben, en het u licht geworden is, zo gaat heen. 1)
Wij merken hier weer de hand van God op, die David vasthoudt en niet aan zichzelf overlaat. Want het was God, die het zo leidde, dat David gespaard bleef te moeten strijden in de gelederen van de vijand, maar ook, die David zo spoedig mogelijk gelegenheid gaf om de Amalekieten na te jagen, en zo zijn vrouwen en kinderen terug te krijgen. David ondervond ook hier weer, dat Gods Voorzienigheid over alles gaat (Psalm 77: 11). Het schijnt, dat Achis David ‘s avonds, of in de nacht tot zich geroepen heeft. Wellicht dat de stemming van de Filistijnen een zeer vijandige was. Hij geeft hem ten minste de raad, om zo spoedig het licht wordt en zij kunnen zien, op te trekken en weg te gaan, opdat dan hun terugtocht door de overige Filistijnen niet of zo weinig mogelijk zou worden opgemerkt.
KruisverwijzingenJozua 19:18→2 Samuël 4:4→1 Samuël 29:1→— Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij des morgens weggingen, om weder te keren in het land der Filistijnen; de Filistijnen daarentegen togen op naar Jizreel.
Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij ‘s morgens weggingen, om terug te keren in het land van de Filistijnen, 1) naar Ziklag; de Filistijnen daarentegen trokken op naar Jizreël, naar de vlakte met die naam (De 27: 3), en legerden zich bij Afek (vs.1) en Sunem (28: 4), waarop dan enige tijd later de in 31 vertelde slag voorviel; in de nacht te voren ging Saul naar de waarzegster te Endor (28: 3vv.).
God redt ons, ook als wij verkeerd handelen en door eigen schuld in verlegenheid komen. Trouwens als God enkel met ons deed naar ons geloof, het zou er slecht met ons uitzien.
Wanneer iemand zo onverwacht en onverdiend bewaard werd voor een schande en schade, die hij zich door eigen dwaasheid berokkend zag, ik mag de zodanige wel vragen: wat hebt gij toen gedaan? Zijt gij op de knieën gevallen om de lankmoedige liefde van God te danken, wiens almachtige hand in dezen redding had aangebracht? En hebt gij, bij de ondervinding van deze liefde, des te dieper uw zondige dwaasheid ingezien, des te oprechter haar betreurd en verfoeid? Dit althans betaamde u. Maar bij velen ging het anders, en was het dan wonder, indien de Heere, die met alle beproevingen en alle weldaden een zedelijk en heilig doel heeft, bij zo’n gemoedsbestaan de vreugde van de uitredding temperde door een ernstige kastijding van Zijn hand? Het moet ons smarten het gedrag van David in het gelukkig ogenblik van zijn bevrijding niet zo onberispelijk te vinden, als wij hadden gewenst. Hij deed er zeker wel aan, dat hij zijn vreugde voor Achis niet te kennen gaf; maar niets belette hem, om het hem gegeven afscheid met innerlijke dank aan God, stilzwijgend aan te nemen, en voorts terstond met waardigheid te vertrekken.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 29
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-11.Kruisverwijzingen1 Samuël 4:1→Daniël 6:5→1 Samuël 27:7→1 Samuël 14:21→1 Samuël 21:11→2 Samuël 14:20→2 Samuël 19:27→2 Samuël 14:17→
— De Filistijnen nu hadden al hun legers vergaderd te Afek; en de Israelieten legerden zich bij de fontein, die bij Jizreel is. En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht. Toen zeiden de oversten der Filistijnen: Wat zullen deze Hebreen? Zo zeide Achis tot de oversten der Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, den koning van Israel, die deze dagen of deze jaren bij mij geweest is? En ik heb in hem niets gevonden van dien dag af, dat hij afgevallen is tot dezen dag toe. Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen? Is dit niet die David, van denwelken zij in den rei elkander antwoordden, zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden? Toen riep Achis David, en zeide tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE leeft, dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger is goed in mijn ogen; want ik heb geen kwaad bij u gevonden, van dien dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot dezen dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen der vorsten. Zo keer nu om, en ga in vrede, opdat gij geen kwaad doet in de ogen van de vorsten der Filistijnen. Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning? Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken. Nu dan, maak u morgen vroeg op met de knechten uws heren, die met u gekomen zijn; en als gijlieden u morgen vroeg zult opgemaakt hebben, en het ulieden licht geworden is, zo gaat heen.
Wij worden thans weer verplaatst in het begin van de krijgstocht, toen de vorsten van de Filistijnen het voornemen hadden van hun verzamelplaats te vertrekken. Wij ontmoeten David onder hen, die met zijn mannen de achterhoede van Achis’ leger uitmaakt. Door Gods genadige leiding, die hem wil redden uit het gevaar om tegen zijn eigen volk te moeten strijden, gebeurt het, dat de overige vorsten met wantrouwen tegen David vervuld, op zijn verwijdering bij Achis aandringen, waarop hij dan door deze naar Ziklag teruggezonden wordt.
De Filistijnen nu, om na het meegedeelde in 28: 3-25 weer terug te komen op hetgeen in het vorige hoofdstuk vs. 1 en 2 bericht is, hadden al hun legers, die uit de contingenten van de vijf vorsten bestonden, vergaderd te Afek, het tegenwoordige el Fuleh, enigszins ten westen van Sunem gelegen, niet te verwisselen met andere plaatsen met deze naam (1 (Samuel 4: 2); en de Israëlieten, de krijgslieden, die Saul samengebracht had (vs.4), legerden zich bij de fontein, die bij Jizreël is, bij de tegenwoordige Ain Dschalud 1) (Jud 7: 1″en “Jud 7: 4).
De naam betekent: “Goliathsbron, waarschijnlijk zo genoemd, omdat men, ten onrechte, het ervoor hield dat David daar met Goliath gestreden had (17).
En de vorsten van de Filistijnen trokken daarheen met honderden en met duizenden, verdeeld in troepen van die grootte, maar David en zijn mannen, wier getal nu ver over de 600 bedroeg (1 (Samuel 27: 7), trokken met Achis in de achterhoede, 1) vormden achter Achis, die het laatste geplaatst was, de achterhoede.
Zouden wij waarlijk moeten geloven, dat David het verschrikkelijk besluit genomen had zijn rol tot het einde toe vol te houden, en als een goed Filistijn tegen Israël op te trekken? Daar is niets in David’s vorig leven, dat ons noodzaakt, dat ons vergunt dit zwart vermoeden te koesteren. Wat dan? Zou het voornemen bij hem hebben vastgestaan om, omdat hem de moed had ontbroken, zich vóór de strijd aan Achis te openbaren, in de hitte van de strijd te tonen, wie hij eigenlijk was, en óf het slagveld te verlaten, óf wel de zijde te kiezen van broeders, die hij slechts door de nood gedrongen, verlaten had? Ook dit vermoeden van een eerloze daad zouden wij zo graag van een hoofd weren, hetgeen wij, ondanks vele verkeerdheden en gebreken, niet kunnen nalaten lief te hebben. Neen! op de bodem van dit hart lag toch de vrees voor God, de liefde voor zijn volk, en elk edel gevoel van plicht en eer. Niet ongeoorloofd zal het zijn ons voor te stellen, dat David in dit uiterst moeilijk en hachelijk ogenblik best geoordeeld heeft, op hoop tegen hoop, naar een of andere uitkomst uit te zien, en daarbij, hoezeer dan ook door eigen schuld in dit dodelijk gedrang gekomen, het hart tot God zal hebben opgeheven, “zijn Helper in de tijd van de benauwdheid.” Ach! wat zou er van ons worden, indien de toevlucht tot Deze niet openstond, dan in die noden alleen, waarin wij geheel onschuldig, zonder enig toedoen van onze zondige dwaasheid gekomen waren?.
Toen zij zo gezamenlijk op weg waren, zeiden de overige oversten van de Filistijnen 1) tot Achis: Wat zullen deze Hebreeën, 2) die gij meegenomen hebt, en op wier trouw wij ons geenszins kunnen verlaten? Zo zei Achis tot de oversten van de Filistijnen: Is deze niet David, de knecht van Saul, de koning van Israël, die deze dagen of deze jaren (die jaar en dag) bij mij geweest is (27: 7), en ik heb in hem niets gevonden, dat bij mij enige verdenking zou kunnen opwekken, integendeel hij heeft zijn trouw door vele bewijzen gestaafd (27: 8vv.) van die dag af, dat hij afgevallen is van zijn vroegere heer, tot deze dag toe?
Onder deze hebben wij te verstaan de vier overige vorsten van de andere vier steden van de Filistijnen.
Het was niet zonder reden, dat zij deze met wantrouwen aanzagen, omdat het vroeger bij Gibea-Benjamins gebeurd was, dat een Israëlitische afdeling, die zich bij het leger van de Filistijnen aangesloten had, plotseling gedurende de slag van hun vanen tot de Israëlitische stamgenoten overging (1 Samuel .14: 21).
Maar de oversten van de Filistijnen werden zeer toornig op hem, dat hij zo bijgelovig was, en de oversten van de Filistijnen zeiden tot hem: a) Doe de man terugkeren, dat hij tot zijn plaats terugkere, waar gij hem besteld hebt, tot Ziklag, en dat hij niet met ons trekt naar de vlakte van Jizreël in de strijd, opdat hij ons niet tot een tegenstander (Hebreeuws satan), zie (Job 1: 6) worde in de strijd, niet te midden van de strijd de wapens tegen ons kere: want waarmee zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden van deze mannen? Waardoor zou hij de verloren gunst bij Saul beter kunnen terugwinnen, dan wanneer hij door verraad onze manschappen in zijn handen speelde?
1 Kronieken 12: 18
Zeker zal hij de gunstige gelegenheid niet ongebruikt laten voorbijgaan, omdat hij toch slechts door de nood gedwongen zich aan onze zijde bevindt, terwijl hij vroeger onze gevaarlijkste tegenstander was. Is dit niet die David, van wie zij in de rei elkaar antwoordden (18: 6vv.), zeggende: Saul heeft zijn duizenden geslagen, maar David zijn tienduizenden? In het krijgsverbond, dat de Filistijnse vorsten onderling hadden (Jos 13: 2), schijnt, volgens de volgorde te oordelen, waarin de 5 steden (Joz.13: 13) genoemd worden, sinds de tijd van de intocht van de kinderen van Israël uit Kanaän tot aan Simsons dood de vorst van Gaza de voorrang bezeten te hebben (Richteren 16: 1, 21); ten tijde van Samuel daarentegen had door de een of andere omstandigheid, misschien ten gevolge van het onheil, dat Simson bij zijn vrijwillige dood onder de Filistijnen in die stad teweegbracht (Richteren 16: 23vv.), Asdod de bovenhand bekomen (1 Samuel .5: 1; 6: 17). Gedurende de regering van Saul speelt nog Gath onder de 3 steden een zo veel betekenende rol, dat zijn vorst de koningstitel had, totdat hij later, door David overwonnen, een vazal van Israël werd (1 Kronieken 18: 2; 2 Samuel .15: 18vv.; 2 Kronieken 11: 8 en uit de rij van het Filistijns verbond verdween (Amos 1: 6vv.). De strijd om de voorrang is van die tijd af tussen Gaza en Askelon (Jer.25: 20 Zef.2: 4 Zach.9: 5vv.); Ekron heeft daarentegen steeds de minste plaats ingenomen.
Toen riep Achis, die aan zijn medevorsten moest toegeven, David en zei tot hem: Het is zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, 1) dat gij oprecht zijt, en uw uitgang en uw ingang met mij in het leger, de gehele wijze, waarop gij u ten opzichte van mij en van de Filistijnen gedegen hebt, is goed in mijn ogen, 2) want ik heb geen kwaad bij u gevonden, dat enige argwaan zou kunnen opwekken van die dag af, dat gij tot mij zijt gekomen, tot deze dag toe; maar gij zijt niet aangenaam in de ogen van de overige vorsten van mijn volk; zij wantrouwen u en willen dat ik u uit de strijd laat trekken.
Achis zweert hier bij de God van Israël, niet omdat hij in die God gelooft, maar om David van de oprechtheid van zijn verzekering te overtuigen.
Hoe moeten deze woorden David ten diepste geroerd hebben, waar hij bij zichzelf weet, dat hij zeer ontrouw met Achis heeft gehandeld!.
Toen zei David, verheugd in zijn hart over deze uitkomst, maar toch die vreugd verstandig verbergende, tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van die dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben tot deze dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, de koning? Ook deze woorden zijn dubbelzinnig (28: 2), omdat onder de koning, die David zijn heer noemt, even zo goed de koning Saul (zie vs.3), als de koning Achis kan verstaan worden.
Ach, wanneer de mens eens is afgeweken van de weg van de waarheid en oprechtheid, dan is het zeer zwaar weer geheel terug te keren; want “dat is juist de vloek van de boosheid, dat zij voorttelende altijd nieuw kwaad moet baren.”. David houdt nog altijd zijn rol van veinzen vol, om niet te laten blijken, dat hij er innerlijk over verheugd is, dat hij op deze wijze gespaard wordt mee te moeten trekken. Wij kunnen en mogen veronderstellen, dat hij nooit zich tegen zijn eigen volk had gesteld, maar veeleer aan de zijde van Saul zich had geschaard. Hij was dan echter een verrader geworden in de ogen van Achis en de Filistijnen. Wij zien hieruit, hoe gevaarlijk het is, om de rechte wegen van God te verlaten en zich te neigen tot zijn eigen kromme wegen.
Nu dan, maak u, omdat het heden reeds te laat is om de reis te aanvaarden, morgen vroeg op met de knechten van uw heer die met u gekomen zijn, met de mannen die gij aanvoert en onder wie er nog velen zijn, die hun vorige heer, Saul, aanhangen en zich gemakkelijk aan zijn zijde zouden kunnen plaatsen; en als gij u morgen vroeg opgemaakt zult hebben, en het u licht geworden is, zo gaat heen. 1)
Wij merken hier weer de hand van God op, die David vasthoudt en niet aan zichzelf overlaat. Want het was God, die het zo leidde, dat David gespaard bleef te moeten strijden in de gelederen van de vijand, maar ook, die David zo spoedig mogelijk gelegenheid gaf om de Amalekieten na te jagen, en zo zijn vrouwen en kinderen terug te krijgen. David ondervond ook hier weer, dat Gods Voorzienigheid over alles gaat (Psalm 77: 11). Het schijnt, dat Achis David ‘s avonds, of in de nacht tot zich geroepen heeft. Wellicht dat de stemming van de Filistijnen een zeer vijandige was. Hij geeft hem ten minste de raad, om zo spoedig het licht wordt en zij kunnen zien, op te trekken en weg te gaan, opdat dan hun terugtocht door de overige Filistijnen niet of zo weinig mogelijk zou worden opgemerkt.
Toen maakte zich David vroeg op, hij en zijn mannen, dat zij ‘s morgens weggingen, om terug te keren in het land van de Filistijnen, 1) naar Ziklag; de Filistijnen daarentegen trokken op naar Jizreël, naar de vlakte met die naam (De 27: 3), en legerden zich bij Afek (vs.1) en Sunem (28: 4), waarop dan enige tijd later de in 31 vertelde slag voorviel; in de nacht te voren ging Saul naar de waarzegster te Endor (28: 3vv.).
God redt ons, ook als wij verkeerd handelen en door eigen schuld in verlegenheid komen. Trouwens als God enkel met ons deed naar ons geloof, het zou er slecht met ons uitzien.
Wanneer iemand zo onverwacht en onverdiend bewaard werd voor een schande en schade, die hij zich door eigen dwaasheid berokkend zag, ik mag de zodanige wel vragen: wat hebt gij toen gedaan? Zijt gij op de knieën gevallen om de lankmoedige liefde van God te danken, wiens almachtige hand in dezen redding had aangebracht? En hebt gij, bij de ondervinding van deze liefde, des te dieper uw zondige dwaasheid ingezien, des te oprechter haar betreurd en verfoeid? Dit althans betaamde u. Maar bij velen ging het anders, en was het dan wonder, indien de Heere, die met alle beproevingen en alle weldaden een zedelijk en heilig doel heeft, bij zo’n gemoedsbestaan de vreugde van de uitredding temperde door een ernstige kastijding van Zijn hand? Het moet ons smarten het gedrag van David in het gelukkig ogenblik van zijn bevrijding niet zo onberispelijk te vinden, als wij hadden gewenst. Hij deed er zeker wel aan, dat hij zijn vreugde voor Achis niet te kennen gaf; maar niets belette hem, om het hem gegeven afscheid met innerlijke dank aan God, stilzwijgend aan te nemen, en voorts terstond met waardigheid te vertrekken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel