Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zeideH559SamuelH8050totH413SaulH7586: de HEEREH3068 heeft mij gezondenH7971, dat ik u ten koningH4428zalfdeH4886overH5921 Zijn volkH5971, overH5921IsraelH3478; hoorH8085 dan nu de stemH6963 van de woordenH1697 des HEERENH3068.Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.
KJVSamuel2also said1unto Saul,4The LORD7sent6me to anoint8thee to be king9over his people,11over Israel:13now therefore hearken15thou unto the voice16of the words17of the LORD.18
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5אֹתִ֨יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לִמְשָׁחֳךָ֣H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint9לְמֶ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas15שְׁמַ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness16לְק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell17דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Ik heb bezochtH6485, hetgeen AmalekH6002 aan IsraelH3478gedaanH6213 heeft, hoeH834 hij zich tegen hem gesteldH7760 heeft op den wegH1870, toen hij uit EgypteH4714opkwamH5927.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4I remember5that which Amalek9did8to Israel,10how he laid12wait for him in the way,14when he came up15from Egypt.16
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5פָּקַ֕דְתִּיH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9עֲמָלֵ֖קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek10לְיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12שָׂ֥םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13לוֹ֙14בַּדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15בַּעֲלֹת֖וֹH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work16מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
3Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3GaH3212nuH6258 heen, en slaH5221AmalekH6002, en verbanH2763allesH3605, watH834 hij heeft, en verschoonH2550 hem nietH3808; maar doodH4191 van den manH376 af totH5704 de vrouwH802 toe, van de kinderenH5768totH5704 de zuigelingenH3243, van de ossenH7794totH5704 de schapenH7716, van de kemelenH1581totH5704 de ezelenH2543 toe.Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.
KJVNow go2and smite3Amalek,5and utterly destroy6all that they have, and spare12them not; but slay14both man15and woman,17infant18and suckling,20ox21and sheep,23camel24and ass.26
1עַתָּה֩H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לֵ֨ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3וְהִכִּֽיתָ֜הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֲמָלֵ֗קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek6וְהַֽחֲרַמְתֶּם֙H2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10ל֔וֹ11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תַחְמֹ֖לH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare13עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14וְהֵמַתָּ֞הH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15מֵאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17אִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English18מֵֽעֹלֵל֙H5768kinderkens, kinderen, kindbabe, (young) child, infant, little one19וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20יוֹנֵ֔קH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)21מִשּׁ֣וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))22וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23שֶׂ֔הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)24מִגָּמָ֖לH1581kemelen, kemels, kemelcamel25וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet26חֲמֽוֹרH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass
4Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Dit verkondigdeH8085SaulH7586 het volkH5971, en hij teldeH6485 hen te TelaimH2923, tweehonderdH3967duizendH505voetvolksH7273, en tienH6235duizendH505mannenH376vanH854JudaH3063.Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.
KJVAnd Saul2gathered1➔ the people4together,and numbered5them in Telaim,6two hundred7thousand8footmen,9and ten10thousand11men13of Judah.14
1וַיְשַׁמַּ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וַֽיִּפְקְדֵם֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6בַּטְּלָאִ֔יםH2923TelaimTelaim7מָאתַ֥יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9רַגְלִ֑יH7273voet, voetvolks, voetgangers(on) foot(-man)10וַעֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen11אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand12אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
5Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Als SaulH7586 tot aanH5704 de stadH5892AmalekH6002kwamH935, zo legde hij een achterlage in het dalH5158.Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal.
KJVAnd Saul2came1to a city4of Amalek,5and laid wait6in the valley.7
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5עֲמָלֵ֑קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek6וַיָּ֖רֶבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly7בַּנָּֽחַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley
6En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En SaulH7586 liet den KenietenH7017zeggenH559: Gaat wegH3212, wijktH5493, trektH3381 af uit het middenH8432 der Amalekieten, opdat ik u metH5973 hen niet wegruimeH622; want gijH859 hebt barmhartigheidH2617gedaanH6213aanH413alH3605 de kinderenH1121IsraelsH3478, toen zij uit EgypteH4714opkwamenH5927. Alzo wekenH5493 de KenietenH7017 uit het middenH8432 der Amalekieten.En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.
Ook in dit vers
AmalekietenH6002
AmalekietenH6003
KJVAnd Saul2said1unto the Kenites,4Go,5depart,6get you down7from among8the Amalekites,25lest I destroy11you with them: for ye shewed14kindness15to all the children18of Israel,19when they came up20out of Egypt.21So the Kenites23departed22from among24the Amalekites.9
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַקֵּינִ֡יH7017Keniet, Kenieten, KainKenite5לְכוּ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6סֻּ֨רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without7רְד֜וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down8מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9עֲמָלֵקִ֗יH6003Amalekieten, Amalekiet, AmalekietischenAmalekite(-s)10פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not11אֹֽסִפְךָ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw12עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13וְאַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14עָשִׂ֤יתָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15חֶ֨סֶד֙H2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing16עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20בַּעֲלוֹתָ֖םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work21מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim22וַיָּ֥סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without23קֵינִ֖יH7017Keniet, Kenieten, KainKenite24מִתּ֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)25עֲמָלֵֽקH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek
7Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen sloegH5221SaulH7586 de AmalekietenH6002 van HavilaH2341 af, tot daar gij komtH935 te SurH7793, datH834voorH6440aanH5921EgypteH4714 is.Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.
KJVAnd Saul2smote1the Amalekites4from Havilah5until thou comest6to Shur,7that is over against10Egypt.11
1וַיַּ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲמָלֵ֑קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek5מֵֽחֲוִילָה֙H2341HavilaHavilah6בּוֹאֲךָ֣H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7שׁ֔וּרH7793SurShur8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
8En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij vingH8610AgagH90, den koningH4428 der AmalekietenH6002, levendH2416; maar alH3605 het volkH5971verbandeH2763 hij door de scherpteH6310 des zwaardsH2719.En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.
KJVAnd he took1Agag3the king4of the Amalekites5alive,6and utterly destroyed10all the people9with the edge11of the sword.12
1וַיִּתְפֹּ֛שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲגַ֥גH90AgagAgag4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5עֲמָלֵ֖קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek6חָ֑יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10הֶחֱרִ֥יםH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)11לְפִיH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word12חָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
9Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Doch SaulH7586 en het ganse volkH5971verschoondeH2550AgagH90, en de besteH4315schapenH6629, en runderenH1241, en de naastH4932besteH2896, en de lammerenH3733, en alH3605 wat bestH4480 was, en zij wildenH14 ze nietH3808verbannenH2763; maar alleH3605dingH4399, dat verachtzaamH5240, en dat verdwijnendeH4549 was, verbandenH2763 zij.Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.
KJVBut Saul2and the people3spared1Agag,5and the best7of the sheep,8and of the oxen,9and of the fatlings,10and the lambs,12and all that was good,15and would17not utterly destroy18them: but every thing20that was vile21and refuse,22that they destroyed utterly.24
1וַיַּחְמֹל֩H2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare2שָׁא֨וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3וְהָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5אֲגָ֗גH90AgagAgag6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מֵיטַ֣בH4315bestebest8הַצֹּאן֩H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)9וְהַבָּקָ֨רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox10וְהַמִּשְׁנִ֤יםH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַכָּרִים֙H3733lammeren, stormrammen, hoofdmannencaptain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי)13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַטּ֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17אָב֖וּH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing18הַחֲרִימָ֑םH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)19וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הַמְּלָאכָ֛הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)21נְמִבְזָ֥הH5240verachtzaamvile22וְנָמֵ֖סH4549smelten, versmolt, versmeltendiscourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly23אֹתָ֥הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הֶחֱרִֽימוּH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuel, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413SamuelH8050, zeggendeH559:Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuel, zeggende:
KJVThen came the word2of the LORD3unto Samuel,5saying,6
11Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Het berouwtH5162 Mij, datH3588 Ik SaulH7586 tot koningH4428 gemaakt heb, dewijlH3588 hij zich van achterH310 Mij afgekeerdH7725 heeft, en Mijn woordenH1697nietH3808bevestigdH6965 heeft. Toen ontstakH2734SamuelH8050, en hij riepH2199totH413 den HEEREH3068 den gansenH3605nachtH3915.Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.
KJVIt repenteth1me that I have set up3Saul5to be king:6for he is turned back8from following9me, and hath not performed13my commandments.11And it grieved14Samuel;15and he cried16unto the LORD18all night.20
1נִחַ֗מְתִּיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3הִמְלַ֤כְתִּיH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul6לְמֶ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8שָׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9מֵאַֽחֲרַ֔יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11דְּבָרַ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הֵקִ֑יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14וַיִּ֨חַר֙H2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)15לִשְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel16וַיִּזְעַ֥קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הַלָּֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
12Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna maakte zich SamuelH8050 des morgensH1242vroegH7925 op, SaulH7586tegemoetH7125; en het werd SamuelH8050geboodschaptH5046, zeggendeH559: SaulH7586 is te KarmelH3760gekomenH935, en zieH2009, hij heeft zich een pilaarH3027gesteldH5324; daarna is hij omgetogenH5437, en doorgetrokkenH5674, en naar GilgalH1537afgekomenH3381.Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.
KJVAnd when Samuel2rose early1to meetSaul4in the morning,5it was told6Samuel,7saying,8Saul10came9to Carmel,11and, behold, he set him up13a place,15and is gone about,16and passed on,17and gone down18to Gilgal.19
1וַיַּשְׁכֵּ֧םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2שְׁמוּאֵ֛לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3לִקְרַ֥אתH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet4שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5בַּבֹּ֑קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow6וַיֻּגַּ֨דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7לִשְׁמוּאֵ֜לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel8לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9בָּֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10שָׁא֤וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul11הַכַּרְמֶ֨לָה֙H3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)12וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see13מַצִּ֥יבH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state14לוֹ֙15יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16וַיִּסֹּב֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)17וַֽיַּעֲבֹ֔רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath18וַיֵּ֖רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down19הַגִּלְגָּֽלH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13SamuelH8050 nu kwamH935totH413SaulH7586, en SaulH7586zeideH559 tot hem: GezegendH1288 zijt gijH859 den HEEREH3068! Ik heb des HEERENH3068woordH1697bevestigdH6965.Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.
KJVAnd Samuel2came1to Saul:4and Saul7said5unto him, Blessed8be thou of the LORD:10I have performed11the commandment13of the LORD.14
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שָׁא֑וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6ל֣וֹ7שָׁא֗וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul8בָּר֤וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11הֲקִימֹ֖תִיH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13דְּבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559SamuelH8050: Wat is dan ditH2088 voor een stemH6963 der schapenH6629 in mijn orenH241, en een stemH6963 der runderenH1241, die ikH595hoorH8085?Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor?
KJVAnd Samuel2said,1What meaneth then this bleating4of the sheep5in mine ears,7and the lowing8of the oxen9which I hear?12
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3וּמֶ֛הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4קֽוֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הַצֹּ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7בְּאָזְנָ֑יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show8וְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9הַבָּקָ֔רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which12שֹׁמֵֽעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
15Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15SaulH7586 nu zeideH559: Zij hebben ze van de AmalekietenH6003gebrachtH935, want het volkH5971 heeft de besteH4480schapenH6629 en runderenH1241verschoondH2550, omH4616 den HEEREH3068, uw GodH430, te offerenH2076; maar het overigeH3498 hebben wij verbannenH2763.Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.
KJVAnd Saul2said,1They have brought4them from the Amalekites:3for the people7spared6the best9of the sheep10and of the oxen,11to sacrifice13unto the LORD14thy God;15and the rest17we have utterly destroyed.18
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁא֜וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3מֵעֲמָלֵקִ֣יH6003Amalekieten, Amalekiet, AmalekietischenAmalekite(-s)4הֱבִיא֗וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6חָמַ֤לH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare7הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9מֵיטַ֤בH4315bestebest10הַצֹּאן֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11וְהַבָּקָ֔רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox12לְמַ֥עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13זְבֹ֖חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay14לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַיּוֹתֵ֖רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest18הֶחֱרַֽמְנוּH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen zeideH559SamuelH8050totH413SaulH7586: HoudH7503 op, zo zal ik u te kennenH5046 geven, watH834 de HEEREH3068 van nachtH3915totH413 mij gesprokenH1696 heeft. Hij dan zeideH559 tot hem: SpreekH1696.Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek.
KJVThen Samuel2said1unto Saul,4Stay,5and I will tell6thee what the LORD11hath said10to me this night.13And he said14unto him, Say on.16
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5הֶ֚רֶףH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)6וְאַגִּ֣ידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7לְּךָ֔8אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)14וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15ל֖וֹ16דַּבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
17En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En SamuelH8050zeideH559: Is het nietH3808 alzo, toen gij kleinH6996 waart in uw ogenH5869, dat gij het hoofdH7218 der stammenH7626 van IsraelH3478 geworden zijt, en dat uH859 de HEEREH3068 tot koningH4428overH5921IsraelH3478gezalfdH4886 heeft?En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft?
KJVAnd Samuel2said,1When thou wast little5in thine own sight,7wast thou not made the head8of the tribes9of Israel,10and the LORD13anointed12thee king14over Israel?16
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3הֲל֗וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5קָטֹ֤ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)6אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7בְּעֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8רֹ֛אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9שִׁבְטֵ֥יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12וַיִּמְשָׁחֲךָ֧H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint13יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לְמֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
18En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de HEEREH3068 heeft u op den wegH1870gezondenH7971, en gezegdH559: GaH3212 heen en verbanH2763 de zondaarsH2400, de AmalekietenH6002, en strijdH3898 tegen hen, totdatH5704 gij dezelve te niet doet.En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.
KJVAnd the LORD2sent1thee on a journey,3and said,4Go5and utterly destroy6the sinners8the Amalekites,10and fight11against them until they be consumed.14
1וַיִּשְׁלָחֲךָ֥H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בְּדָ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וְהַחֲרַמְתָּ֞הH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַֽחַטָּאִים֙H2400zondaars, zondaren, gezondigdoffender, sinful, sinner9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עֲמָלֵ֔קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek11וְנִלְחַמְתָּ֣H3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)12ב֔וֹ13עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14כַּלּוֹתָ֖םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste15אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
19Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19WaaromH4100 toch hebt gij naar de stemH6963 des HEERENH3068nietH3808gehoordH8085, maar zijt totH413 den roofH7998gevlogenH5860, en hebt gedaanH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068?Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?
KJVWherefore then didst thou not obey3the voice4of the LORD,5but didst fly6upon the spoil,8and didst9evil10in the sight11of the LORD?12
1וְלָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3שָׁמַ֖עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַתַּ֨עַט֙H5860gevlogen, uitgevarenfly, rail7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַשָּׁלָ֔לH7998buit, roof, roofsprey, spoil9וַתַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559SaulH7586totH413SamuelH8050: Ik heb immers naar de stemH6963 des HEERENH3068gehoordH8085, en heb gewandeldH3212 op den wegH1870, op denwelken mij de HEEREH3068gezondenH7971 heeft; en ik heb AgagH90, den koningH4428 der AmalekietenH6002, mede gebrachtH935, maar de AmalekietenH6002 heb ik verbannenH2763.Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.
KJVAnd Saul2said1unto Samuel,4Yea, I have obeyed6the voice7of the LORD,8and have gone9the way10which the LORD13sent12me, and have brought14Agag16the king17of Amalek,18and have utterly destroyed21the Amalekites.20
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁא֜וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵ֗לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שָׁמַ֨עְתִּי֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וָאֵלֵ֕ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10בַּדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12שְׁלָחַ֣נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וָאָבִ֗יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲגַג֙H90AgagAgag17מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18עֲמָלֵ֔קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עֲמָלֵ֖קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek21הֶחֱרַֽמְתִּיH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)
21Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Het volkH5971 nu heeft genomenH3947 van den roofH7998, schapenH6629 en runderenH1241, het voornaamsteH7225 van het verbanneneH2764, om den HEEREH3068, uw GodH430, op te offerenH2076 te GilgalH1537.Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.
KJVBut the people2took1of the spoil,3sheep4and oxen,5the chief6of the things which should have been utterly destroyed,7to sacrifice8unto the LORD9thy God10in Gilgal.11
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הָעָ֧םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3מֵהַשָּׁלָ֛לH7998buit, roof, roofsprey, spoil4צֹ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5וּבָקָ֖רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox6רֵאשִׁ֣יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing7הַחֵ֑רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net8לִזְבֹּ֛חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay9לַֽיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11בַּגִּלְגָּֽלH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)
22Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Doch SamuelH8050zeideH559: Heeft de HEEREH3068lustH2656 aan brandofferenH5930, en slachtofferenH2077, als aan het gehoorzamenH8085 van de stemH6963 des HEERENH3068? ZieH2009, gehoorzamenH8085 is beterH2896 dan slachtofferH2077, opmerkenH7181 dan het vetteH2459 der rammenH352.Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.
KJVAnd Samuel2said,1Hath the LORD4as great delight3in burnt offerings5and sacrifices,6as in obeying7the voice8of the LORD?9Behold, to obey11is better13than sacrifice,12and to hearken14than the fat15of rams.16
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֗לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3הַחֵ֤פֶץH2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly4לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בְּעֹל֣וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)6וּזְבָחִ֔יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice7כִּשְׁמֹ֖עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see11שְׁמֹ֨עַ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12מִזֶּ֣בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice13ט֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)14לְהַקְשִׁ֖יבH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard15מֵחֵ֥לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow16אֵילִֽיםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree
23Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want wederspannigheidH4805 is een zondeH2403 der toverijH7081, en wederstrevenH6484 is afgoderijH205 en beeldendienstH8655. Omdat gij des HEERENH3068woordH1697verworpenH3988 hebt, zo heeft Hij u verworpenH3988, dat gij geen koningH4428 zult zijn.Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.
KJVFor rebellion4is as the sin2of witchcraft,3and stubbornness7is as iniquity5and idolatry.6Because thou hast rejected9the word11of the LORD,12he hath also rejected13thee from being king.14
24Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen zeideH559SaulH7586totH413SamuelH8050: Ik heb gezondigdH2398, omdat ik des HEERENH3068bevelH6310 en uw woordenH1697overtredenH5674 heb; wantH3588 ik heb het volkH5971gevreesdH3372 en naar hun stemH6963gehoordH8085.Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
KJVAnd Saul2said1unto Samuel,4I have sinned:5for I have transgressed7the commandment9of the LORD,10and thy words:12because I feared14the people,16and obeyed17their voice.18
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁא֤וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5חָטָ֔אתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7עָבַ֥רְתִּיH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9פִּֽיH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דְּבָרֶ֑יךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14יָרֵ֨אתִי֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17וָאֶשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness18בְּקוֹלָֽםH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
25Nu dan, vergeef mij toch mijn zonde, en keer met mij wederom, dat ik den HEERE aanbidde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Nu dan, vergeefH5375 mij tochH4994 mijn zondeH2403, en keer metH5973 mij wederomH7725, dat ik den HEEREH3068aanbiddeH7812.Nu dan, vergeef mij toch mijn zonde, en keer met mij wederom, dat ik den HEERE aanbidde.
KJVNow therefore, I pray thee, pardon2my sin,5and turn again6with me, that I may worship8the LORD.9
1וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חַטָּאתִ֑יH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וְשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7עִמִּ֔יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8וְאֶֽשְׁתַּחֲוֶ֖הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship9לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
26Doch Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israel zult zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch SamuelH8050zeideH559totH413SaulH7586: Ik zal metH5973 u nietH3808wederkerenH7725; omdatH3588 gij het woordH1697 des HEERENH3068verworpenH3988 hebt, zo heeft u de HEEREH3068verworpenH3988, dat gij geen koningH4428overH5921IsraelH3478 zult zijnH1961.Doch Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israel zult zijn.
KJVAnd Samuel2said1unto Saul,4I will not return6with thee: for thou hast rejected9the word11of the LORD,12and the LORD14hath rejected13thee from being king16over Israel.18
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מָאַ֨סְתָּה֙H3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וַיִּמְאָסְךָ֣H3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15מִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
27Als zich Samuel omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Als zich SamuelH8050omkeerdeH5437 om wegH3212 te gaan, zo greepH2388 hij een slipH3671 van zijn mantelH4598 en zij scheurdeH7167.Als zich Samuel omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.
KJVAnd as Samuel2turned about1to go away,3he laid hold4upon the skirt5of his mantle,6and it rent.7
1וַיִּסֹּ֥בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)2שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3לָלֶ֑כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4וַיַּחֲזֵ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5בִּכְנַףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)6מְעִיל֖וֹH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe7וַיִּקָּרַֽעH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear
28Toen zeide Samuel tot hem: De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Toen zeideH559SamuelH8050totH413 hem: De HEEREH3068 heeft hedenH3117 het koninkrijkH4468 van IsraelH3478 van u afgescheurdH7167, en heeft het aan uw naasteH7453gegevenH5414, die beterH2896 is danH4480 gij.Toen zeide Samuel tot hem: De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij.
KJVAnd Samuel3said1unto him, The LORD5hath rent4the kingdom7of Israel8from thee this day,10and hath given11it to a neighbour12of thine, that is better13than thou.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4קָרַ֨עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear5יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מַמְלְכ֧וּתH4468koninkrijk, koninkrijkskingdom, reign8יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9מֵעָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וּנְתָנָ֕הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לְרֵעֲךָ֖H7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other13הַטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)14מִמֶּֽךָּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
29En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En ookH1571liegtH8266 Hij, Die de OverwinningH5331 van IsraelH3478 is, niet, en het berouwtH5162 Hem niet; wantH3588 Hij is geen mensH120, dat HemH1931 iets berouwenH5162 zou.En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
KJVAnd also the Strength2of Israel3will not lie5nor repent:7for he is not a man,10that he should repent.12
1וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2נֵ֣צַחH5331eeuwigheid, altoos, overwinningalway(-s), constantly, end, ([phrase] n-) ever(more), perpetual, strength, victory3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יְשַׁקֵּ֖רH8266liegen, feilen, liegtfail, deal falsely, lie6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִנָּחֵ֑םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person11ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12לְהִנָּחֵֽםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
30Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israel; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Hij dan zeideH559: Ik heb gezondigdH2398; eer mij tochH4994 nu voor de oudstenH2205 mijns volksH5971, en voor IsraelH3478; en keer wederomH7725metH5973 mij, dat ik den HEEREH3068, uw GodH430, aanbiddeH7812.Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israel; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.
KJVThen he said,1I have sinned:2yet honour4me now, I pray thee, before the elders7of my people,8and before Israel,10and turn again11with me, that I may worship13the LORD14thy God.15
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חָטָ֔אתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass3עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas4כַּבְּדֵ֥נִיH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop5נָ֛אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6נֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7זִקְנֵֽיH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator8עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וְנֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וְשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12עִמִּ֔יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13וְהִֽשְׁתַּחֲוֵ֖יתִיH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship14לַֽיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
31Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen keerdeH7725SamuelH8050wederomH7725SaulH7586naH310; en SaulH7586aanbadH7812 den HEEREH3068.Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
32Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Toen zeideH559SamuelH8050: BrengH5066AgagH90, den koningH4428 der AmalekietenH6002, hier totH413 mij; AgagH90 nu gingH3212 tot hem weeldelijkH4574; en AgagH90zeideH559: VoorwaarH403, de bitterheidH4751 des doodsH4194 is gewekenH5493!Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!
KJVThen said1Samuel,2Bring ye hither3to me Agag6the king7of the Amalekites.8And Agag11came9unto him delicately.12And Agag14said,13Surely15the bitterness17of death18is past.16
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֗לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3הַגִּ֤ישׁוּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand4אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲגַג֙H90AgagAgag7מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8עֲמָלֵ֔קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek9וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֲגַ֖גH90AgagAgag12מַעֲדַנֹּ֑תH4574lekkernijen, vermakelijkheden, weeldelijkdainty, delicately, delight13וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֲגָ֔גH90AgagAgag15אָכֵ֖ןH403waarlijk, Voorwaar, Waarlijkbut, certainly, nevertheless, surely, truly, verily16סָ֥רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without17מַרH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy18הַמָּֽוֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)
33Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Maar SamuelH8050zeideH559: Gelijk als uw zwaardH2719 de vrouwenH802 van haar kinderen beroofdH7921 heeft, alzoH3651 zal uw moederH517 van haar kinderen beroofdH7921 worden onder de vrouwenH802. Toen hieuwH8158SamuelH8050AgagH90 in stukkenH8158, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te GilgalH1537.Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.
34Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Daarna gingH3212SamuelH8050 naar RamaH7414; en SaulH7586 ging op naarH413 zijn huisH1004 te Gibea-SaulsH1390.Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
KJVThen Samuel2went1to Ramah;3and Saul4went up5to his house7to Gibeah8of Saul.9
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3הָרָמָ֑תָהH7414Rama, RamathRamah4וְשָׁא֛וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5עָלָ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8גִּבְעַ֥תH1390Gibea, Gibea-benjamins, heuvelGibeah, the hill9שָׁאֽוּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul
35En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En SamuelH8050zagH7200SaulH7586 niet meer tot den dagH3117 zijns doodsH4194toeH5704; evenwel droegH56SamuelH8050leedH56 om SaulH7586; en het berouwdeH5162 den HEEREH3068, datH3588 Hij SaulH7586 tot koningH4427overH5921IsraelH3478 gemaakt had.En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.
KJVAnd Samuel3came no more2to see4Saul6until the day8of his death:9nevertheless10Samuel12mourned11for Saul:14and the LORD15repented16that he had made Saul20king18over Israel.22
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָסַ֨ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield3שְׁמוּאֵ֜לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4לִרְא֤וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9מוֹת֔וֹH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הִתְאַבֵּ֥לH56rouw, treuren, treurtlament, mourn12שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14שָׁא֑וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul15וַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16נִחָ֔םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18הִמְלִ֥יךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 15:1— Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:1→1 Samuël 13:13→1 Kronieken 22:12→1 Samuël 15:16→2 Samuël 23:2→Psalmen 2:10→1 Samuël 12:14→
1 Samuël 15:2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.Numeri 24:20→Deuteronomium 25:17→Exodus 17:8→Jeremia 31:34→Amos 8:7→Hosea 7:2→
1 Samuël 15:3— Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.Numeri 24:20→Deuteronomium 20:16→Jozua 6:17→1 Samuël 22:19→Numeri 31:17→Jesaja 14:21→Genesis 3:17→Leviticus 27:28→
1 Samuël 15:4— Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.Jozua 15:24→1 Samuël 13:15→1 Samuël 11:8→
1 Samuël 15:6— En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.Richteren 1:16→Numeri 10:29→Exodus 18:19→Richteren 4:11→Numeri 24:21→1 Samuël 27:10→Exodus 18:9→2 Timotheüs 1:16→
1 Samuël 15:7— Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.Genesis 16:7→1 Samuël 14:48→Genesis 25:18→1 Samuël 27:8→Exodus 15:22→Genesis 2:11→Job 21:30→Prediker 8:13→
1 Samuël 15:8— En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.1 Samuël 30:1→Numeri 24:7→Esther 3:1→Jozua 10:39→Jozua 11:12→1 Koningen 20:34→1 Samuël 15:3→1 Koningen 20:30→
1 Samuël 15:9— Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.1 Samuël 15:15→1 Samuël 15:3→1 Samuël 15:19→2 Samuël 6:13→Jozua 7:21→
1 Samuël 15:11— Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.1 Samuël 13:13→Genesis 6:6→2 Samuël 24:16→Jozua 22:16→Lukas 6:12→1 Samuël 15:9→1 Samuël 15:3→Jeremia 18:7→
1 Samuël 15:12— Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.Jozua 15:55→2 Samuël 18:18→1 Samuël 25:2→1 Samuël 7:12→Jozua 4:8→1 Koningen 18:42→
1 Samuël 15:13— Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.Ruth 3:10→Richteren 17:2→Genesis 14:19→Spreuken 30:13→Spreuken 31:31→Genesis 3:12→Lukas 17:10→Spreuken 27:2→
1 Samuël 15:14— Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor?Psalmen 36:2→1 Korinthe 4:5→Lukas 19:22→Psalmen 50:16→Jeremia 2:22→Romeinen 3:19→Maleachi 3:13→Jeremia 2:34→
1 Samuël 15:15— Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.1 Samuël 15:9→1 Samuël 15:21→Genesis 3:12→Exodus 32:22→Spreuken 28:13→Mattheüs 2:8→Job 31:33→Lukas 10:29→
1 Samuël 15:16— Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek.1 Koningen 22:16→1 Samuël 12:7→1 Samuël 9:27→
1 Samuël 15:17— En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft?1 Samuël 9:21→1 Samuël 10:22→Hosea 13:1→1 Samuël 10:1→Mattheüs 18:4→Richteren 6:15→1 Samuël 15:1→
1 Samuël 15:18— En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.Genesis 13:13→Spreuken 13:21→Genesis 15:16→Job 31:3→Numeri 16:38→Spreuken 10:29→
1 Samuël 15:19— Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?1 Samuël 14:32→2 Kronieken 33:6→Habakuk 2:9→Jeremia 7:11→Spreuken 15:27→2 Kronieken 33:2→2 Kronieken 36:12→2 Timotheüs 4:10→
1 Samuël 15:20— Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.1 Samuël 15:13→Lukas 18:11→Romeinen 10:3→Mattheüs 19:20→Lukas 10:29→Job 34:5→Job 33:9→Job 35:2→
1 Samuël 15:21— Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.1 Samuël 15:15→Exodus 32:22→Genesis 3:13→
1 Samuël 15:22— Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.Hosea 6:6→Psalmen 51:16→Mattheüs 9:13→Spreuken 21:3→Markus 12:33→Amos 5:21→Micha 6:6→Jeremia 7:22→
1 Samuël 15:23— Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.1 Samuël 13:14→1 Samuël 12:14→2 Korinthe 6:16→1 Samuël 2:30→Jeremia 28:16→Job 34:37→Jesaja 19:3→Deuteronomium 18:10→
1 Samuël 15:24— Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.Jesaja 51:12→2 Samuël 12:13→Spreuken 29:25→Numeri 22:34→1 Samuël 15:30→1 Samuël 15:15→Lukas 23:20→Mattheüs 27:4→
1 Samuël 15:25— Nu dan, vergeef mij toch mijn zonde, en keer met mij wederom, dat ik den HEERE aanbidde.Exodus 10:17→
1 Samuël 15:26— Doch Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israel zult zijn.1 Samuël 13:14→Hosea 4:6→1 Samuël 16:1→1 Samuël 15:23→Lukas 24:28→2 Johannes 1:11→Jeremia 6:19→1 Samuël 2:30→
1 Samuël 15:27— Als zich Samuel omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.1 Koningen 11:30→
1 Samuël 15:28— Toen zeide Samuel tot hem: De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij.1 Samuël 28:17→Handelingen 13:22→Daniël 4:17→1 Samuël 16:12→Jeremia 27:5→Romeinen 13:1→Johannes 19:11→1 Samuël 13:14→
1 Samuël 15:29— En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.Numeri 23:19→Ezechiël 24:14→Titus 1:2→Joël 3:16→Jesaja 45:24→2 Korinthe 12:9→1 Kronieken 29:11→Filippenzen 4:13→
1 Samuël 15:30— Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israel; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.Johannes 5:44→Johannes 12:43→Jesaja 29:13→Lukas 18:9→2 Timotheüs 3:5→Habakuk 2:4→
1 Samuël 15:32— Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!Openbaring 18:7→1 Thessalonicenzen 5:3→Jeremia 48:44→
1 Samuël 15:33— Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.Richteren 1:7→Genesis 9:6→Mattheüs 7:2→Openbaring 16:6→Numeri 25:7→1 Koningen 18:40→Openbaring 18:6→Exodus 17:11→
1 Samuël 15:34— Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.1 Samuël 11:4→1 Samuël 7:17→
1 Samuël 15:35— En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.1 Samuël 16:1→1 Samuël 19:24→1 Samuël 15:11→Genesis 6:6→Jeremia 9:1→Romeinen 9:2→Filippenzen 3:18→Psalmen 119:136→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 15 vers 2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.
heb bezocht,
Dat is, onderzocht, overdacht, gemerkt. Anders, Ik zal zekerlijk bezoeken. Alsof God sprak van het toekomende als van hetgeen geschied is.
Hertaald:heb bezocht,
Dat is: onderzocht, overdacht, opgemerkt. Anders: Ik zal zeker bezoeken. Alsof God over de toekomst sprak als over iets dat al gebeurd is.
1 Samuël 15 vers 3— Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.
verban alles,
Dat is, roei geheellijk uit, en dood al wat leven heeft.
Hertaald:verban alles,
Dat is: roei alles volledig uit en dood al wat leeft.
1 Samuël 15 vers 4— Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.
Teláim,
Dat is, in het veld bij de stad Telaïm, gelegen in den stam van Juda, die Joz. 15:24 Thelem genoemd wordt.
Hertaald:Teláim,
Dat is: in het veld bij de stad Telaïm, gelegen in de stam van Juda, die in Joz. 15:24 Thelem genoemd wordt.
1 Samuël 15 vers 5— Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal.
de stad Amalek kwam,
Versta dit, òf van de eerste stad der Amalekieten, waar Saul voor gekomen is; òf van de hoofdstad, waar vermoedelijk de koning woonde; òf stad voor steden, want de Amalekieten bewoonden meer dan één stad.
Hertaald:de stad Amalek kwam,
Versta dit hetzij van de eerste stad van de Amalekieten waarvoor Saul gekomen is, hetzij van de hoofdstad waar de koning vermoedelijk woonde, hetzij van stad in de betekenis van steden, want de Amalekieten bewoonden meer dan één stad.
1 Samuël 15 vers 6— En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.
Gaat weg,
Deze korte afgebroken manier van spreken betekent dat zij zich moesten haasten in het opbreken. Zie dergelijke manier van spreken, Gen. 18:6.
Hertaald:Gaat weg,
Deze korte, afgebroken manier van spreken betekent dat zij zich moesten haasten met het vertrek. Zie een soortgelijke manier van spreken Gen. 18:6.
opdat ik u met hen niet wegruime;
Dat is, dat ik u niet van gelijke doe als ik hun doen zal.
Hertaald:opdat ik u met hen niet wegruime;
Dat is: dat ik u niet hetzelfde aandoe als ik hun zal doen.
gij hebt barmhartigheid gedaan
Dat is eigenlijk te verstaan van Jethro den Keniet, Mozes' schoonvader, van wien de Kenieten afkomstig waren.
Hertaald:gij hebt barmhartigheid gedaan
Dit slaat eigenlijk op Jethro de Keniet, de schoonvader van Mozes, van wie de Kenieten afstamden.
1 Samuël 15 vers 7— Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.
Havila af,
Een land in Arabië gelegen. Zie Gen. 2:11.
Hertaald:Havila af,
Een land dat in Arabië lag. Zie Gen. 2:11.
Sur,
Dit is de landpale van Arabië tegen Egypte. Zie Gen. 16:7, en Gen. 25:18. Daar wordt ook Ex. 15:22 van de woestijn Sur gesproken.
Hertaald:Sur,
Dit is de grens van Arabië met Egypte. Zie Gen. 16:7, en Gen. 25:18. Ook wordt in Ex. 15:22 over de woestijn Sur gesproken.
1 Samuël 15 vers 8— En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.
Agag,
Men meent dat dit een algemene naam van alle koningen der Amalekieten geweest is, gelijk Farao van de koningen van Egypte, en Abimelech van de koningen te Gerar.
Hertaald:Agag,
Men neemt aan dat dit een algemene naam voor alle koningen van de Amalekieten geweest is, zoals Farao voor de koningen van Egypte, en Abimelech voor de koningen te Gerar.
1 Samuël 15 vers 9— Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.
verschoonde Agag,
Dit had God verboden, vs.3.
Hertaald:verschoonde Agag,
Dit had God verboden, vers 3.
naast beste,
Dat is, de middelmatige. Anders, de gemeste
Hertaald:naast beste,
Dat is: de middelmatige. Anders: de gemeste.
de lammeren,
Anders, leiders van het vee. Anders, belhamels
Hertaald:de lammeren,
Anders: leiders van het vee. Anders: belhamels.
verdwijnende was,
Hebreeuws, dat smolt; dat is, dat in zichzelven verging en als versmolt.
Hertaald:verdwijnende was,
Hebreeuws: dat smolt; dat is: dat vanzelf wegkwijnde en als het ware wegsmolt.
1 Samuël 15 vers 11— Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.
Het berouwt Mij,
Dit is een menselijke manier van spreken. Zie de aantekeningen Gen. 6:6, ook onder, vs.35. Zodat hiermede niet strijdt hetgeen onder, vs.29, gezegd wordt.
Hertaald:Het berouwt Mij,
Dit is een menselijke manier van spreken. Zie de aantekeningen bij Gen. 6:6, ook hieronder, vers 35. Zodat wat hieronder in vers 29 gezegd wordt hiermee niet in strijd is.
Mijn woorden
Dat is, hij heeft mijn bevelbij hem geen kracht laten vinden, dat hij het getrouwelijk zou uitgevoerd hebben. Vergelijk Deut. 27:26.
Hertaald:Mijn woorden
Dat is: hij heeft Mijn gebod bij zich geen kracht laten hebben, zodat hij het trouw zou hebben uitgevoerd. Vergelijk Deut. 27:26.
Toen
Hij ontstak over Saul, omdat hij Gods bevel niet had uitgericht.
Hertaald:Toen
Hij ontstak over Saul, omdat hij Gods gebod niet had uitgevoerd.
ontstak Samuël,
Te weten, met droefheid en toorn.
Hertaald:ontstak Samuël,
Namelijk: van droefheid en toorn.
hij riep tot den HEERE den gansen nacht
Samuël bad den Heere voor Saul, dat Hij hem van het koninkrijk niet verstoten zou, maar God heeft dit gebed van Samuël niet verhoord, gelijk af te nemen is onder, vs.23, 26, 28.
Hertaald:hij riep tot den HEERE den gansen nacht
Samuël bad de HEERE voor Saul, dat Hij hem niet van het koningschap zou verstoten, maar God heeft dit gebed van Samuël niet verhoord, zoals af te leiden is uit hieronder, vers 23, 26, 28.
1 Samuël 15 vers 12— Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.
geboodschapt,
Anders, de weet gedaan
Hertaald:geboodschapt,
Anders: bericht gedaan.
Karmel gekomen,
Een stad en berg in den stam van Juda, die gelegen was op den weg, waar men uit der Amalekieten land naar Juda komt, Joz. 15:55, zeer vruchtbaar in weiden en andere vruchten. Er is een ander Karmel in den stam Issaschar, 1 Kon. 18:19.
Hertaald:Karmel gekomen,
Een stad en berg in de stam van Juda, gelegen aan de weg waarlangs men vanuit het land van de Amalekieten naar Juda komt, Joz. 15:55, zeer vruchtbaar aan weiden en andere gewassen. Er is een andere Karmel in de stam Issaschar, 1 Kon. 18:19.
een pilaar gesteld;
Hebreeuws, een hand; dat is, een gedenkteken, misschien in de gedaante van een hand, ter gedachtenis dat hij de vijanden met de hand geslagen en overwonnen heeft. Zie dergelijk 2 Sam. 18:18. Anders, en had een plaats verordineerd; te weten, om zijn heir te verversen en te overzien, en om den buit uit te delen.
Hertaald:een pilaar gesteld;
Hebreeuws: een hand; dat is: een gedenkteken, misschien in de vorm van een hand, ter herinnering dat hij de vijanden met de hand verslagen en overwonnen heeft. Zie iets dergelijks 2 Sam. 18:18. Anders: en had een plaats aangewezen; namelijk: om zijn leger te laten uitrusten en te monsteren, en om de buit te verdelen.
1 Samuël 15 vers 13— Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.
bevestigd
Zie boven, vs.11.
Hertaald:bevestigd
Zie hierboven, vers 11.
1 Samuël 15 vers 15— Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.
beste schapen en runderen verschoond,
Zie boven, vs.9.
Hertaald:beste schapen en runderen verschoond,
Zie hierboven, vers 9.
het overige hebben wij verbannen
Zie boven, vs.8.
Hertaald:het overige hebben wij verbannen
Zie hierboven, vers 8.
1 Samuël 15 vers 17— En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft?
toen gij klein waart in uw ogen,
Dat is, toen gij uzelven klein en gering achttet. Zie boven, 1 Sam. 9:21.
Hertaald:toen gij klein waart in uw ogen,
Dat is: toen u uzelf klein en gering achtte. Zie hierboven, 1 Sam. 9:21.
gezalfd heeft?
Te weten, door mij.
Hertaald:gezalfd heeft?
Namelijk: door mij.
1 Samuël 15 vers 18— En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.
op den weg gezonden,
Dat is, op dezen aanslag en krijgstocht tegen de Amalekieten; alzo ook vs.20.
Hertaald:op den weg gezonden,
Dat is: op deze onderneming en veldtocht tegen de Amalekieten; zo ook vers 20.
de zondaars,
Dat is de grote zondaars, uitmuntende in zonden en boosheid boven anderen. Vergelijk Gen. 13:13; Ps. 1:1; Matt. 9:10, en Matt. 11:19; Joh. 9:24, Joh. 9:31.
Hertaald:de zondaars,
Dat is: de grote zondaars, die in zonde en boosheid boven anderen uitstaken. Vergelijk Gen. 13:13; Ps. 1:1; Matt. 9:10, en Matt. 11:19; Joh. 9:24, Joh. 9:31.
1 Samuël 15 vers 19— Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?
maar zijt tot den roof gevlogen,
Zie de aantekeningen 1 Sam. 25:14.
Hertaald:maar zijt tot den roof gevlogen,
Zie de aantekeningen bij 1 Sam. 25:14.
1 Samuël 15 vers 21— Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.
Het volk nu heeft genomen
Alsof hij zeide: Niet ik, maar het volk, dat ik vreesde, vs.24, heeft van den buit genomen.
Hertaald:Het volk nu heeft genomen
Alsof hij zei: niet ik, maar het volk, dat ik vreesde, vers 24, heeft van de buit genomen.
het voornaamste van het verbannene,
Hebreeuws, de eerstelingen.
Hertaald:het voornaamste van het verbannene,
Hebreeuws: de eerstelingen.
1 Samuël 15 vers 23— Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.
is een zonde der toverij,
Dat is, zo groot een zonde als de toverij is.
Hertaald:is een zonde der toverij,
Dat is: een even grote zonde als toverij is.
afgoderij
Het Hebreeuwse woord betekent ijdelheid, leugen, ongerechtigheid, en somwijlen moeite, arbeid; idem een afgod en afgodendienst, alzo genoemd omdat de afgodendienaars in het plegen van hun afgodische superstitiën veel moeiten en arbeid doen, hetwelk toch al ijdelheden zijn, die niet te beduiden hebben.
Hertaald:afgoderij
Het Hebreeuwse woord betekent ijdelheid, leugen, ongerechtigheid, en soms moeite, arbeid; en ook een afgod en afgodendienst, zo genoemd omdat de afgodendienaars bij het uitvoeren van hun afgodische gebruiken veel moeite en inspanning doen, wat toch allemaal ijdelheid is en niets betekent.
beeldendienst
Hebreeuws, terafim. Zie de aantekeningen Gen. 31:19.
Hertaald:beeldendienst
Hebreeuws: terafim. Zie de aantekeningen bij Gen. 31:19.
1 Samuël 15 vers 24— Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
bevel en uw woorden overtreden heb;
Hebreeuws, mond; dat is, hetgeen God door uw mond gesproken heeft.
Hertaald:bevel en uw woorden overtreden heb;
Hebreeuws: mond; dat is: wat God door uw mond gesproken heeft.
1 Samuël 15 vers 27— Als zich Samuel omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.
hij
Te weten, Saul.
Hertaald:hij
Namelijk: Saul.
slip van zijn mantel
Hebreeuws, een vleugel; dat is, slip, of pand, bij welke Saul den profeet Samuël wilde vasthouden.
Hertaald:slip van zijn mantel
Hebreeuws: een vleugel; dat is: slip of pand, waarmee Saul de profeet Samuël wilde vasthouden.
zij scheurde
Te weten, de slip, of, [hij], te weten, de mantel.
Hertaald:zij scheurde
Namelijk: de slip, of [hij], namelijk: de mantel.
1 Samuël 15 vers 29— En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
Overwinning van Israël is,
Dat is, God de Heere, die voor Israël strijdt en zijn vijanden overwint. Anders, de eeuwigheid Israëls; dat is, de eeuwige overanderlijke God. Anders, de sterkte Israëls
Hertaald:Overwinning van Israël is,
Dat is: God de HEERE, Die voor Israël strijdt en zijn vijanden overwint. Anders: de eeuwigheid van Israël; dat is: de eeuwige, onveranderlijke God. Anders: de sterkte van Israël.
berouwt Hem niet;
Zie de aantekeningen Gen. 6:6.
Hertaald:berouwt Hem niet;
Zie de aantekeningen bij Gen. 6:6.
1 Samuël 15 vers 30— Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israel; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.
voor de oudsten mijns volks,
Of, in tegenwoordigheid van de oudsten.
Hertaald:voor de oudsten mijns volks,
Of: in tegenwoordigheid van de oudsten.
1 Samuël 15 vers 31— Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
keerde Samuël wederom Saul na;
Te weten, om de koninklijke waardigheid in het bijwezen en in het aanzien des volks te eren.
Hertaald:keerde Samuël wederom Saul na;
Namelijk: om de koninklijke waardigheid in het bijzijn en voor de ogen van het volk te eren.
1 Samuël 15 vers 32— Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!
weeldelijk;
Of, sierlijk, delikatelijk, tederlijk. Dit kan verstaan worden van zijn zachte en sierlijke klederen, die hij mag aangedaan hebben, om alzo met een statelijk aanzien tot den profeet te gaan.
Hertaald:weeldelijk;
Of: sierlijk, verfijnd, teder. Dit kan opgevat worden als zijn zachte en fraaie kleren, die hij mogelijk aangetrokken had om zo met een statige aanblik naar de profeet te gaan.
zeide
Dat is, dacht bij zichzelven, of hij zeide dit tot zijn dienaars of de omstanders.
Hertaald:zeide
Dat is: dacht bij zichzelf, of hij zei dit tegen zijn dienaren of de omstanders.
Voorwaar,
Alsof hij zeide: Nu merk ik wel dat ik niet gedood zal worden, gelijk ik tot nu toe gevreesd heb, dewijl ik tot een profeet gebracht word, verlost zijnde uit de handen eens gewapenden konings.
Hertaald:Voorwaar,
Alsof hij zei: nu merk ik wel dat ik niet gedood zal worden, zoals ik tot nu toe gevreesd heb, omdat ik bij een profeet gebracht word, verlost uit de handen van een gewapende koning.
1 Samuël 15 vers 33— Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.
Toen hieuw Samuël Agag in stukken,
Zie dergelijk exempel in den profeet Elia, 1 Kon. 18:40, en 2 Kon. 1:10, 2 Kon. 1:12. Deze profeten zijn hiertoe bewogen door een inwendige roering en ingeving Gods, zodat dit door een iegelijk niet mag nagevolgd worden, wiens beroeping het eigenlijk niet is het zwaard der justitie te gebruiken.
Hertaald:Toen hieuw Samuël Agag in stukken,
Zie zo'n voorbeeld bij de profeet Elia, 1 Kon. 18:40, en 2 Kon. 1:10, 2 Kon. 1:12. Deze profeten zijn hiertoe bewogen door een innerlijke aandrift en ingeving van God, zodat dit niet door iedereen nagevolgd mag worden wiens roeping het niet is het zwaard van het recht te hanteren.
1 Samuël 15 vers 35— En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.
zag Saul niet meer
Anders, en bezocht Saul niet meer; te weten, om hem te onderrichten aangaande de regering des koninkrijks, of om God voor hem te vragen. Anderszins heeft Samuël Saul onverhoeds gezien te Najoth in Rama, onder, 1 Sam. 19:24. Zien voor bezoeken staat ook 2 Kon. 8:29, en elders meer.
Hertaald:zag Saul niet meer
Anders: en bezocht Saul niet meer; namelijk: om hem te onderrichten over het bestuur van het koninkrijk, of om God voor hem te raadplegen. Overigens heeft Samuël Saul onverwacht gezien te Najoth in Rama, hieronder, 1 Sam. 19:24. Zien in de betekenis van bezoeken staat ook in 2 Kon. 8:29, en elders meer.
tot den dag zijns doods toe;
Denzelven daarmede ingerekend. Hij wil zeggen dat hij hem nooit weder bezocht heeft.
Hertaald:tot den dag zijns doods toe;
Die dag daarbij inbegrepen. Hij wil zeggen dat hij hem nooit meer bezocht heeft.
evenwel droeg Samuël leed om Saul;
Samuël heeft zijn levenlang over Saul geen leed gedragen, maar zolang, totdat het hem van God verboden was, en het hem van den Heere bevolen was David tot koning over Israël te zalven, gelijk te zien is onder, 1 Sam. 16:1.
Hertaald:evenwel droeg Samuël leed om Saul;
Samuël heeft niet zijn leven lang over Saul gerouwd, maar zolang totdat God het hem verbood en hem opdroeg David tot koning over Israël te zalven, zoals te zien is hieronder, 1 Sam. 16:1.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Agag — vlam (gebruikelijke titel van de Amalekitische koningen)
De koning van de Amalekieten, die Saul, tegen Gods uitdrukkelijke bevel om alles te bannen, met de beste dieren in leven liet (1 Sam. 15:8-9). Om deze ongehoorzaamheid werd Saul door Samuël het koningschap ontnomen; Samuël zelf hieuw Agag daarna 'voor het aangezicht des HEEREN' in stukken (1 Sam. 15:32-33).
Saul — gebeden, verzocht
De zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een opvallend lange en knappe jongeman. Terwijl hij de weggelopen ezelinnen van zijn vader zocht, kwam hij bij Samuël terecht, die door de HEERE al voorbereid was op zijn komst en hem tot de eerste koning van Israël zalfde (1 Sam. 9:1-2; 10:1). Ondanks een veelbelovend begin zou zijn regering eindigen in ongehoorzaamheid aan God en toenemende jaloezie op de jonge David.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gehoorzamen is beter dan slachtoffer — wanneer Saul, na het bevel Amalek volledig te verbannen, koning Agag en het beste vee spaart, spreekt Samuel het vonnis: "Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer" (1 Sam. 15:22)
De HEERE gebiedt door Samuel Amalek volledig te verbannen, "verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet", als vergelding voor Amaleks vroegere aanval op Israel bij de uittocht (1 Sam. 15:1-3; het register werkt de vraag naar de aard van de banvoltrekking hier niet verder uit). Saul verslaat Amalek, maar spaart koning Agag en "de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was", en verbant alleen wat waardeloos was (1 Sam. 15:7-9). De HEERE zegt tot Samuel: "Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb" (1 Sam. 15:10-11). Saul begroet Samuel zelfverzekerd: "Ik heb des HEEREN woord bevestigd" — totdat Samuel het geblaat van schapen hoort (1 Sam. 15:12-14). Saul verdedigt zich: het volk had het beste gespaard om het aan de HEERE te offeren (1 Sam. 15:15,20-21). Samuel antwoordt met het vonnis dat dit hele hoofdstuk zijn naam geeft: "Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen" (1 Sam. 15:22). Daarop volgt de reden: "Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst" (1 Sam. 15:23). En dan het vonnis: "Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn" (1 Sam. 15:22-23). Saul belijdt zijn zonde en smeekt om eer voor het volk, maar Samuel zegt hem aan: "De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij" (1 Sam. 15:24-28). Samuel voegt eraan toe: "Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou" (1 Sam. 15:29). Zelf voltrekt Samuel het vonnis aan Agag (1 Sam. 15:32-33).
Bijbelse betekenis: Saul offert het beste van de buit aan de HEERE en meent daarmee godvruchtig te handelen — maar godsdienstige activiteit die tegen een uitdrukkelijk gebod ingaat, is geen verering maar verzet, hoe vroom zij zich ook voordoet. Het vers legt het hart van alle ware godsdienst bloot: God zoekt niet in de eerste plaats offerandes maar een gehoorzaam hart, en zonder dat laatste zijn offerandes zelfs een belediging in plaats van een eer. Vers 29, dat zegt dat het God niet berouwt, staat welbewust naast vers 11 en 35, waar de Schrift zegt dat het Hem wél berouwde. Dat is dezelfde menselijke taal die eerder al bij Richt. 10 aan de orde kwam (reeds behandeld). Het is een aanpassing aan het menselijk begrip voor Gods verdriet over de zonde, geen aanwijzing dat God van gedachten verandert zoals een mens dat doet.
Typologie: Dezelfde les klinkt bij de profeten: "Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen" (Hos. 6:6, reeds behandeld), en bij David zelf, die door zijn eigen zonde deze les nog dieper zal leren: "Want Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze geven; in brandofferen hebt Gij geen behagen" (Ps. 51:18), en: "De offeranden Gods zijn een gebroken geest" (Ps. 51:18-19, niet apart aangehaald). En de onveranderlijkheid van God, hier uitgesproken, is dezelfde waarheid die Bileam moest belijden: "God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou" (Num. 23:19).
1 Sam. 15:1-33; Hos. 6:6; Ps. 51:18-19; Num. 23:19
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Gehoorzamen is beter dan slachtoffer — 15:13-23
Saul is uitgetrokken tegen Amalek met een opdracht die geen ruimte liet. Hij komt terug met de koning van Amalek in leven en met het beste van de kudden, en hij begroet Samuël met de mededeling dat hij het woord des HEEREN volbracht heeft. Ondertussen is het geblaat van de schapen te horen.
Saul verdedigt zijn ongehoorzaamheid met de offers die hij ervan wil brengen, en Samuël zet daar één zin tegenover die heel de offerdienst op haar plaats zet.
Het gesprek begint met een leugen die meteen ontmaskerd wordt door het geluid op de achtergrond. Ik heb het woord des HEEREN volbracht, zegt Saul; en Samuël vraagt wat dat blaten van schapen dan is dat hij in zijn oren hoort. Saul schuift het op het volk, en hij voegt er iets vrooms aan toe: zij hebben het beste gespaard om de HEERE uw God te offeren.
Dat is de kern van dit hoofdstuk. Saul rekent erop dat een groot offer een niet uitgevoerd bevel goedmaakt. Hij heeft God niet afgezworen; hij heeft Hem willen dienen op zijn eigen voorwaarden.
Het antwoord van Samuël is een vraag, en daarna een uitspraak die eeuwenlang is nagesproken: “Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.” Er staat niet dat het offer niet deugt. Er staat dat het niet in de plaats van iets anders komt.
En dan volgt de zwaarste zin: wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. De kanttekening verzacht dat niet maar legt het uit: het is een even grote zonde als toverij. Wie zelf uitmaakt wat er van Gods bevel geldt, maakt zichzelf tot maat, en dat is in de grond hetzelfde als een afgod dienen.
Deze regel is niet blijven staan bij Samuël. De profeten hebben hem herhaald, en Christus haalt Hosea tweemaal aan met dezelfde strekking: “Ik wil barmhartigheid, en niet offerande.” Wanneer een schriftgeleerde beaamt dat God liefhebben meer is dan alle brandoffers en slachtoffers, zegt Christus dat hij niet ver van het koninkrijk Gods is.
Maar de diepste doorwerking staat in de Hebreeënbrief, en daar wordt de zin van Samuël omgekeerd tot iets goeds. Daar spreekt Christus bij Zijn komst in de wereld de woorden van Psalm 40: slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid — zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Wat Saul niet wilde geven, gaf Hij; en wat Saul met offers dacht te vergoeden, bracht Hij door gehoorzaamheid, tot in de dood.
Zo staat in dit hoofdstuk het einde van Sauls koningschap en tegelijk de reden waarom er een ander Koningschap moest komen. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zegt Samuël, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn. Het volgende hoofdstuk gaat naar Bethlehem.
1 Samuël 15:13-15 — Saul zegt dat hij gehoorzaamd heeft; het geblaat van de schapen zegt iets anders.
1 Samuël 15:22 — Gehoorzamen is beter dan slachtoffer — het offer komt niet in de plaats van het bevel.
1 Samuël 15:23 — Wederspannigheid is een zonde der toverij; wie zelf uitmaakt wat geldt, dient een afgod.
Markus 12:33 — God liefhebben en de naaste is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.
Hebreeën 10:5-7 — Slachtoffer hebt Gij niet gewild; zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God.
Filippenzen 2:8 — Gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood des kruises.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 10:5-10; Markus 12:33; Mattheüs 9:13; Filippenzen 2:8; Psalm 40:7-9
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 15:22 niet woordelijk aan, maar het herhaalt de zaak op meer plaatsen. Christus haalt tweemaal Hosea aan met dezelfde strekking, en een schriftgeleerde spreekt in Markus 12 vrijwel dezelfde zin uit. Dat de Hebreeënbrief in Christus de volmaakte gehoorzaamheid ziet die hier van Saul gevraagd werd, staat er met zoveel woorden. Dat die brief daarbij aan Samuël dacht, staat er niet.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 15:22.KruisverwijzingenHosea 6:6→Psalmen 51:16→Mattheüs 9:13→Spreuken 21:3→Markus 12:33→Amos 5:21→Micha 6:6→Jeremia 7:22→ — Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen. Saul was geboden al de Amalekieten en hun vee volkomen te doden. In plaats daarvan spaarde hij de koning en liet hij zijn volk het beste van de runderen en van de schapen nemen. Toen hij hierover ter verantwoording werd geroepen, verklaarde hij dat hij het gedaan had met het oog op het brengen van een offer aan God; maar Samuël antwoordde hem meteen met de verzekering dat zulke offers geen verontschuldiging waren voor een daad van rechtstreekse opstand.
Laat het altijd in onze gedachtenis zijn dat gehoorzamen, dat het strikt blijven in het pad van het gebod van onze Zaligmaker, beter is dan enige uitwendige vorm van godsdienst; en dat naar Zijn voorschriften horen met een oplettend oor beter is dan het vet van rammen te brengen of iets anders dat wij op Zijn altaar zouden willen leggen.
God heeft de onbekeerden in de evangeliehuishouding een gebod gegeven. Het is een gebod in de gehoorzaamheid waaraan het eeuwige leven is, en de verwaarlozing waarvan ons eeuwig verderf zal zijn; en dat gebod is dit: “Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden” (Hand. 16:31).
En toch willen de meeste mensen, in plaats van God te gehoorzamen, Hem offers brengen. Zij menen dat hun eigen weg der zaligheid veel beter is dan enige die de Almachtige bedacht kan hebben, en daarom brengen zij hun vet van rammen. Dat neemt verschillende vormen aan, maar het is altijd hetzelfde beginsel. De een zegt: “Ik zal alles opgeven wat mijn hart goed noemt — zal dat mij niet behouden?” Nee, dat zal het niet. “Maar veronderstel dat ik trouw naar de kerk ga, zo dikwijls als de deuren open zijn; veronderstel dat ik aan het avondmaal kom en gedoopt word; veronderstel dat ik mij geheel aan alle uitwendige waarnemingen overgeef — zal dat mij niet behouden?” Nee, en het zal ons zelfs niet helpen behouden te worden. Deze dingen zullen ons niet meer behouden dan doppen onze hongerige buik vullen. Het zijn niet de doppen die wij nodig hebben; wij hebben het koren nodig.
I. Vs. 1-9.KruisverwijzingenNumeri 24:20→Deuteronomium 25:17→1 Samuël 9:16→Exodus 17:8→Deuteronomium 20:16→Richteren 1:16→Genesis 16:7→1 Samuël 14:48→ — Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam. Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe. Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda. Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal. En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten. Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is. En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards. Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij. De in 13: 13vv. tegen Saul uitgesproken bedreiging, dat zijn koninkrijk niet bestaan zou, was meer een waarschuwing dan een vast, onveranderlijk besluit geweest; nu wordt zijn gehoorzaamheid op een beslissende proef gesteld, Amalek is een toonbeeld van de aan God vijandige macht van de wereld (Ex.17: 8vv.); Mozes had kort vóór zijn einde het volk van God aan de uitroeiing van deze herinnerd (Deuteronomium 25: 17vv.); van Amaleks vernietiging door Israël’s koning was reeds lang tevoren, door Bileam in zijn vierde en laatste rede voorspeld (Num.24: 20); nu zegt Samuel Saul volgens bevel van God aan, dat hij een krijgstocht tegen deze moet ondernemen en de ban in zijn gehele omvang aan hen ten uitvoer moet brengen. Saul doet dit in zoverre, dat hij de strijd tegen de Amalekieten begint en, nadat hij hen geslagen heeft, de ban tot op zekere hoogte uitvoert; maar niet alleen laat hij de koning in leven, om met een koninklijke slaaf te kunnen pronken, maar geeft ook aan de hebzucht van zijn krijgslieden toe, die het beste vee sparen, om het voor zich te behouden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:1→1 Samuël 13:13→1 Kronieken 22:12→1 Samuël 15:16→2 Samuël 23:2→Psalmen 2:10→1 Samuël 12:14→— Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.
Toen zei Samuel, gedwongen door de Geest van God, tot Saul, toen deze de in 14: 47 vermelde strijd zegerijk volbracht had, naar onze berekening ongeveer in het jaar 1067 v. C.: De HEERE heeft, toen het volk een koning begeerde (8-10), mij gezonden, dat ik u tot koning zalfde over Zijn volk, over Israël; hoor dan nu de stem van de woorden van de HEERE, die ik u bekend zal maken, en vervul dat bevel getrouw en nauwgezet. Was God tevoren vertoornd over uw ongeloof (13: 8vv.), toon u nu voor de in die tijd ontvangen zalving (10: 1) dankbaar door volkomen gehoorzaamheid. Wij hebben gezien, hoe Saul in het gehele gedeelte van 14: 24-46 niet de verkeerde wegen ging, omdat hij zijn zonde in 13: 8vv. niet erkennen en belijden, maar de boete ontwijken wilde. Toch lag aan zijn vleselijke ijver en zijn uiterlijke godsdienst altijd nog een zeker verlangen ten grondslag, om weer met God verenigd te worden; verworpen had de Heere hem nog niet, hoewel hem reeds aanstonds gezegd was, dat zijn rijk niet zou bestaan. De in 14: 47 meegedeelde strijd met hetgeen hij, volgens 28: 9, tot uitroeiing van de waarzeggers en duivelskunstenaars in zijn rijk deed, waren aan de ene zijde een openbaring van dat verlangen. Zoals echter aan de andere zijde dit streven, om door werken van eigengerechtigheid God te verzoenen en de boete na te laten, in de grond verkeerd was, zo stond ook Saul in groot gevaar voor zijn ziel, wanneer de Heere aan zijn ondernemingen geluk en zegen verleende, hij zag dit slagen voor een teken aan, dat hij werkelijk zijn doel bereikt en zijn onrecht weer goed gemaakt had, alsof God weer zijn vriend was en zijn verhouding tot Hem de ware was. Daarom stelt de Heere door hetgeen Hij in ons gedeelte door Samuëls mond hem gebiedt, hem op de proef: het moet nu duidelijk en openbaar worden, wat op de diepste grond van zijn hart is: er moet, omdat de Hartenkenner dit reeds weet en hem als onrein en zelfzuchtig kent, gelegenheid komen, om het oordeel over hem uit te spreken en aan zijn koninkrijk een einde te maken. Wanneer hij ook later nog een tijdlang in zijn koninklijke waardigheid blijft, zo figureert hij toch slechts als koning; de eigenlijke koning van Israël is reeds diegene, die de Heere geboden heeft, vorst te zijn over Zijn volk. Zo staat onze geschiedenis enigermate op een gelijke lijn met de verzoeking van Abraham in Genesis22 ; bij Abraham heeft echter het tegenovergestelde plaats. Bij Abraham zal het reine, het zich geheel en al de Heere opofferende geloof openbaar worden; bij hem zal het vast en zeker worden, dat hij voor altijd tot erfgenaam van de goddelijke belofte en tot middelaar van de zegen van God voor de gehele wereld gesteld wordt. Evenals echter bij Abraham, van de kant van de mens gezien, de mogelijkheid bestond, om aan Gods gebod ongehoorzaam te worden, zo was het voor Saul mogelijk, dat hij het bevel, dat door Samuël tot hem gekomen was, in alle trouw ten uitvoer bracht: de beproeving, waarin hij kwam, moest, volgens Gods genadige bedoelingen, een handreiking zijn, om hem op de rechte weg terug te brengen; want wie heeft, die zal gegeven worden, opdat hij overvloedig hebbe. In dit opzicht staat Sauls beproeving op gelijke lijn met die, die farao ondervond (Ex 3: 18).
KruisverwijzingenNumeri 24:20→Deuteronomium 25:17→Exodus 17:8→Jeremia 31:34→Amos 8:7→Hosea 7:2→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.
Ga nu heen, gij Saul, die geroepen zijt om als vorst van Mijn volk het vonnis te voltrekken, naar de zuidelijke grenzen van het land, en sla Amalek, dat aan de overzijde van die grenzen in het steenachtig Arabië woont, en verbanalles, wat hij heeft (Le 27: 29) en spaar hem niet, maar dood van de man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kamelen tot de ezels toe, 1) zoals de wet ten opzichte van de ban voorschrijft, wanneer die in al haar strengheid ten uitvoer gebracht moet worden.
Vroeg of laat zal de afrekening geschieden, wegens de verongelijkingen, die het Israël’s God zijn aangedaan. God draagt veeltijds zeer lang degenen, die tot het verderf zijn aangeschreven; ofschoon het vonnis gestreken is, het wordt echter niet aanstonds uitgevoerd. Alhoewel God lang verdraagt, Hij zal nochtans niet altijd verdragen; de dag zal eindelijk komen, waarop gewroken zullen worden alle ongelijkheden die Gods volk zijn aangedaan. Gods Rechtvaardigheid slaat langzaam, maar zij treft gewis.
KruisverwijzingenJozua 15:24→1 Samuël 13:15→1 Samuël 11:8→— Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.
Dit woord van de Heere verkondigde Saul het volk, en riep het tot de strijd tegen Amalek op, en hij telde hen te Telaïm (= schapen) of Telem in het oostelijk gedeelte van het Zuiderland (Joz.15: 24), tweehonderdduizend man voetvolk en tienduizend mannen van Juda
(11: 8).
Een grote menigte, maar men moet niet vergeten, dat om een volk als de Amalekieten een nomadenvolk, te verslaan, een groot leger nodig was.
KruisverwijzingenRichteren 1:16→Numeri 10:29→Exodus 18:19→Richteren 4:11→Numeri 24:21→1 Samuël 27:10→Exodus 18:9→2 Timotheüs 1:16→— En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.
En Saul liet, voordat hij tot bestormen overging, de Kenieten zeggen, die zich uit het gebied van Juda (Richteren 1: 16) meer naar het zuiden hadden uitgebreid: Gaat weg, wijkt naar een andere plaats, trekt af uit het midden van de Amalekieten (Num.24: 21), opdat ik u in de hitte van de strijd, wanneer vriend en vijand niet te onderscheiden is, met hen niet wegruime, niet dode. Ik wens u te sparen, want gij hebt in uw stamvader Hobab, Mozes’ zwager, die de tocht door de woestijn van Sinaï als leidsman meegemaakt heeft (Num.10: 29vv.), barmhartigheid gedaan aan al de kinderen van Israël, toen zij uit Egypte kwamen. Zo weken de Kenieten uit het midden van de Amalekieten, 1) en trokken meer noordwaarts naar het land van Juda.
Dus laat een voornaam man de goddelijke zegeningen zijn kinderen en kindskinderen na tot erfenis, en terwijl hij in het graf ligt, hebben zij die na hem komen, het vruchtgebruik van zijn liefdedaden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 30:1→Numeri 24:7→Esther 3:1→Jozua 10:39→Jozua 11:12→1 Koningen 20:34→1 Samuël 15:3→1 Koningen 20:30→— En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.
En hij, agag 1) (= de vurige), de koning van de Amalekieten, levend, hij maakte hem krijgsgevangen; maar al het volk, dat in zijn handen viel, verbande hij door de scherpte van het zwaard, terwijl een aanzienlijk gedeelte ontkwam (27: 8; 30: 1; 2 Samuel .8: 12 ook dit overblijfsel later door de Simeonieten onder koning Hizkia uitgeroeid werd (1 Kronieken 4:
— Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
.
Num.24: 7
Dit is geen eigennaam, maar de titel van alle koningen van de Amalekieten, evenals de koningen van Egypte farao, die van de Filistijnen Abimelech (Ge 26: 1) 21: 10 (Psalm 34: 1) genoemd werden.
Maar Saul en het gehele volk spaarde, tegen het uitdrukkelijk bevel van God in (vs.3), Agag, 1) zodat men hem niet met de scherpte van het zwaard verbande, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, 2) en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar elk ding, dat verachtzaam, dat nietswaardig, en dat verdwijnende, schurftig was, dat verbanden zij.
De uitleggers hebben veel moeite met dit woord: “hamisnim.” Door deze wordt het gehouden voor “vetgemeste”, door anderen weer voor “de runderen van de tweede soort”, of “van de tweede geboorte”.
Het sparen van Agag was in Sauls belang, die met de koninklijke slaaf wilde pronken; het sparen van het beste vee was in het eigen belang van het volk. Deze zonde was zeer zwaar en aan Achan gestraft (Joz.7 en 8).
Het verbannen was een geheel overgeven aan God. Hem geeft men nu het nietswaardige, terwijl men al wat goed was God ontsteelt.
Ongetwijfeld heeft Saul hier het gebruik van de heidense koningen willen navolgen, om overwonnen koningen te gebruiken als hun slaven, om hen daarmee hun onmacht te doen voelen. Hoogmoed was het daarom, die hem tot deze daad aanzette, waardoor hij het bevel van de Heere verachtte en zich niet als koning op bevel van God wilde gedragen. Door deze daad van verzet maakte Saul zich los van de band, die hem bond aan het volk, dat de Heere tot zijn Opperheer had en bovenal van de band, die hemzelf bond aan de Heere God.
In het Hebreeuws Wehamischnim. In onze Statenvertaling vertaald door de naaste beste. Volgens David Kimchi zijn het de runderen en schapen van de tweede geboorte (animalia secundo partu edita), die gewoonlijk voor de besten worden gehouden.
Onder de lammeren moeten verstaan worden de weide- of vette lammeren. Het beste hielden zij voor zich en het slechtste gaven zij de Heere. Niet alleen blijkt hieruit een geringachten van het bevel van de Heere, maar ook een aantasten van Zijn heerlijk en heilig Wezen.
II. Vs. 10-35.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:13→Genesis 6:6→Jozua 15:55→1 Samuël 9:21→2 Samuël 24:16→Jozua 22:16→1 Samuël 15:21→Lukas 6:12→ — Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuel, zeggende: Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht. Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen. Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd. Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor? Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen. Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek. En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft? En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet. Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN? De Heere is vertoornd over Sauls ongehoorzaamheid. In een openbaring van de nacht maakt hij aan Samuel het vonnis van de verwerping over de trouweloze koning bekend. Samuel moet, hoewel hij de gehele nacht tot God roept om afwending van dit vonnis, het toch tenslotte als onherroepelijk erkennen. Daarom begeeft hij zich de volgende morgen op weg, om Saul te ontmoeten. Deze heeft de terugweg uit het land van de Amalekieten over Karmel, waar hij zich een gedenkteken van de overwinning opgericht heeft, reeds zó ver afgelegd, dat hij juist naar Gilgal afgekomen is. Hier ontmoet hem de profeet en houdt hem, die huichelende, alsof hij het woord van de Heere volbracht had, hem tegemoet komt, aanstonds zijn ongehoorzaamheid voor. Saul beproeft zijn handelwijze op alle mogelijke wijze te sparen, maar Samuel maakt alle zijn uitvluchten te schande en kondigt hem aan, wat de Heere de afgelopen nacht met hem gesproken heeft. Met herhaalde bede dringt de koning bij de profeet aan hem nu niet te verlaten, zoals hij het voornemen heeft, maar hem tot het voorgenomen offer te vergezellen, opdat hij voor het volk niet tentoongesteld worde. Samuel geeft eindelijk hierin toe. Nadat echter de godsdienstige plechtigheid geschied is en Samuel den gevangenen koning der Amalekieten nog op de plaats van het offer heeft omgebracht, scheidt hij zich voor altijd van den door den Heere verworpenen Saul, zonder dat hij toch zijn hart van hem afgetrokken heeft.
Toen Saul en zijn volk zo in Amalek handelde, zoals vs.9 gezegd is, en daarop over Karmel naar Gilgal terugkeerde (vs.12), geschiedde het woord van de HEERE in de nacht (vs.16) tot Samuel te Rama, zeggende:
Het berouwt Mij, 1) dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, omdat hij zich, hoewel hij aanvankelijk in Mijn wegen wandelde, van achter Mij afgekeerd heeft, om zijn eigen weg te gaan en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen deze ongehoorzaamheid van Saul de profeet door Gods openbaring bekend geworden was, en tevens de daardoor teweeggebrachte vernietiging van zijn roeping tot koning, ontstak Samuel, en hij riep tot de HEERE de gehele nacht,
om, ware het mogelijk, voor de ongehoorzame koning nog vergeving te verkrijgen, zoals eens Mozes voor Israël bad (Ex.32: 30vv. Num.14: 13vv.); maar hij erkende onder zijn bidden, dat hij de voorbede moest eindigen en de koning ter verantwoording roepen.
Wanneer de Schrift, die nergens met woorden speelt (Genesis6: 6vv.; 1 Samuel .15: 11,23 Jona 4: 2 Joël 2: 13 Jer.4: 28; 18: 8,18 Ezechiël.24: 14 Psalm 106: 45) zegt: “Het berouwde Hem,” dan is dit op een voor ons bevattelijke, menselijke wijze uitgedrukt, dat God, wegens de veranderde gezindheid van de mens, ook Zijn verhouding tot hem verandert. Hij betoont Zich daardoor te zijn: de levende God, die niet maar een strakke, onveranderlijke wet is, maar boven de noodzakelijkheid van Zijn eigen Wezen regeert, indien Hij een woord van dreiging kan terugnemen, zodra Hij zijn doel bereikt heeft, of een woord van belofte, zodat het zijn doel in het mensenhart niet bereiken kan. Berouwde het Hem mensen geschapen en Saul tot koning gemaakt te hebben, dan is dit niet, alsof Hij ingezien zou hebben, een misslag te hebben begaan, maar het is de klacht van Zijn hart daarover, dat de bedoeling van Zijn liefde aan die mens niet bereikbaar was. Wanneer het een menselijke vader berouwt, zijn zoon met gaven overladen te hebben, zo kan hij in waarheid onwijs, onpedagogisch gehandeld hebben, en moet hij over zichzelf leed dragen evenals over de ondankbare zoon, die zich misdragen heeft. Zo is het bij God niet; want alles, wat Hij doet, is recht. Berouwt Hem omgekeerd de straf, die hij over de boze besloten heeft, zo is Hij de Vader, die genadig is, barmhartig, geduldig en van grote goedertierenheid, wiens vaderlijk hart medelijden heeft met het bloedend kind en het diep betreurt, dat hij het zo kastijden of ten minste bedreigen moest. Zo geeft de uitdrukking: “berouw; ” “berouwen” een kostbare blik in het hart van onze God.
Voorzeker vele en ernstige redenen schijnen Samuel hier beroerd te hebben, wanneer hij bedacht, dat de Naam van God enige oneer zou ondergaan en de goddelozen gelegenheid zouden hebben, om tegen God lasteringen voort te brengen, wanneer Saul verworpen en van zijn ambt werd ontzet. Want hij was door de dienst van Samuel gezalfd en door God zelf uit het gehele volk gekozen, en tot de koninklijke waardigheid geroepen; waarom het nu, wanneer hij uit zijn ambt werd ontzet, wel kon schijnen, alsof men aan het gezag en de keuze van Samuel zijn vertrouwen enigszins kon ontzeggen, en vervolgens dat het noodzakelijk was, om de dienst van God te laten varen en dat alzo de grootste verwarring bij het volk en een gehele omkering van zaken er het gevolg van zou zijn. Dit zijn wel voornamelijk de redenen, die Samuel tot zo grote verontwaardiging hebben gedreven.
De wegen van het volk en van zijn leidslieden aan de Goddelijke wet te beproeven (Jer.6: 27), overal op de erkenning van de Majesteit en enige heerlijkheid van de HEERE met onverbiddelijke ernst aan te dringen, tegen elke afval van Hem, tegen elke ontrouw aan Zijn bepalingen voor hogeren en geringeren, voornamelijk voor de dragers van het theocratisch ambt, zonder terughouding te getuigen; aan hen, die zich verstokken tegen het goddelijk woord, het oordeel te verkondigen; naar omstandigheden zelf tot volvoering daarvan in te grijpen; maar ook aan de andere zijde, wanneer menselijke hoop verdwenen is, redding en heil te beloven, altijd het oog op de Heere, van wie Israël alles te hopen en te vrezen heeft, en op zijn wegen gericht te houden; dat is het, wat men onder de politieke werkzaamheid van de profeten te verstaan heeft een werkzaamheid, die noch met die van ministers en staatsraden, noch met die van demagogen (volksleiders), waarmee het onverstand zo dikwijls de profeten vergeleken heeft, iets gemeen heeft.
Samuel vertoont hier enigszins het beeld van Mozes, die bad voor zijn volk, omdat de eer van Gods Naam en het heil van zijn volk hem zozeer ter harte gingen. Samuel bidt niet zozeer voor Saul, omwille van hem, als wel omwille van de Heere en omwille van het volk. God zal echter strak, tonen, dat Zijn oordelen rechtvaardig zijn, en dat wat hij nu doet, zal strekken juist tot eer van Zijn Naam en tot heil van het volk, wanneer hij in plaats van Saul, David tot koning roept over Zijn volk.
Daarna maakte Samuel zich, overeenkomstig zijn verplichting als profeet, ‘s morgens vroeg van Rama op, Saul tegemoet, die uit de strijd terugkeerde; en het werd Samuel bericht door iemand, die hij op zijn weg ontmoette, zeggende: Saul is, van het land van de Amalekieten naar Juda optrekkende, te Karmel, het tegenwoordige Kurmul, ongeveer 2 mijl zuidoostelijk van Hebron (Joz.15: 54), gekomen, en zie, hij heeft zich daar, in de hoogmoed van zijn hart, een pilaar, een gedenkteken van de overwinning, gesteld, daarna is hij omgetrokken, heeft hij zich in noordoostelijke richting verder gewend, en is doortrokken, en naar Gilgal in de Jordaanvlakte (13: 4) afgekomen, met het doel om de Heere brandoffers en dankoffers te brengen, nadat hij eerst voor zijn eigen eer gezorgd heeft.
Samuel nu richtte volgens dit bericht zijn schreden aanstonds naar het westen, en kwam tot Saul te Gilgal, en Saul zei tot hem, de profeet met gemaakte vriendelijkheid tegemoet tredende: Gezegend zijt gij de HEERE, dat gij tot ons komt, om aan ons offer deel te nemen! Ik heb het woord van de HEERE, dat door u tot mij gekomen is (vs.2,3), bevestigd, 1) zodat gij met mijn gehoorzaamheid, waartoe gij mij vermaande (vs.1), wel tevreden zult zijn.
Zo verdwaasd is de zondaar, dat hij het oordeel van God denkt te ontvluchten, door zichzelf te verontschuldigen; omdat we nochtans onszelf moeten oordelen, indien we niet geoordeeld willen worden. Zij, die het meest roemen op hun godsdienstigheid, mogen zeer wel verdacht gehouden worden, dat hun werk niet in waarheid, maar veeleer geveinsd is.
Saul nu, in plaats van door de vraag in verlegenheid te raken, zei, reeds volleerd in het huichelen: Zij, de kinderen van Israël hebben ze van de Amalekieten meegebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen gespaard met een doel, dat ik billijken moet, namelijk om de HEERE, UW God, te offeren; na de gelukkig behaalde overwinning moet Hem eer gegeven worden, en omdat nu het offer uw God geldt, voor Wiens eer gij ijvert, zult gij het sparen van de daartoe nodige schapen en runderen niet veroordelen; maar het overige, dat wij tot het offeren niet gebruiken konden, hebben wij verbannen, 1) en dus letterlijk het woord van de Heere vervuld, zoals ik (vs.13) gezegd heb.
De onwaarheid en huichelarij van deze woorden ligt voor de hand. Wanneer ook werkelijk een gedeelte van het gespaarde vee de Heere zou geofferd worden, zo was dat toch niet de eigenlijke bedoeling; het meeste wilde men voor zichzelf houden en met hetgeen men offerde wilde men God tevreden stellen, dat Hij om zo te spreken, zou zwijgen over de door, die gepleegd was. Maar ook in geval men niets voor zichzelf had gehouden, maar alles in het eigen land had willen offeren, was het sparen toch zonde geweest, want wat door de Heere verbannen was, kon Hem niet als offer gebracht worden, omdat het als heilig reeds aan hem behoorde (Lev.27: 29) (Deuteronomium 13: 16) gedood moest worden.
Zij, die altijd genegen zijn zichzelf te rechtvaardigen, zijn gewoonlijk de eerste om anderen te veroordelen, en veel liever zullen ze tegen de duidelijkste bewijzen in de schuld op hun naaste leggen, dan zich zelf schuldig erkennen. De zonde is als een onecht kind, hetgeen niemand zich wil eigenen, noch toestaan, dat het voor zijn deur gelegd, of hem thuis gebracht wordt.
Toen zei Saul tot Samuel: Hoe kunt gij mij deze verwijten doen? Ik heb immers naar de stem van de HEERE gehoord, en heb gewandeld op de weg, waarop mij de HEERE gezonden heeft, en ik heb Agag, de koning van de Amalekieten, gevangen en meegebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen. 1)
Hij wil in Agag, die hij levend gevangen had, het bewijs leveren, dat hij het woord van de Heere had gehoorzaamd. Immers, de gevangen Agag was een bewijs, dat de Amalekieten overwonnen en verslagen waren. Op die wijze meende hij Samuel en in deze de Heere te kunnen misleiden. Van berouw en boete is bij hem geen spoor te ontdekken. Nu niet en ook straks niet.
Wat nu de door betreft, ik heb die niet begaan. Het volk nu heeft genomen van de door, van de buit, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, niet om het voor zichzelf te houden, maar om de HEERE uw God een gedeelte daarvan op te offeren te Gilgal,
hier, op deze offerplaats. 2)
Saul zondigde niet alleen hierin, dat hij beproefde, de schuld op het volk te werpen, om zichzelf aan de veroordeling te onttrekken; maar hierin het meest, dat hij voorgaf het best gedeelte van de buit aan God gewijd te hebben. Want dit was toch niet de bedoeling van het volk, waar het de goederen aan de Amalekieten ontnomen had. Waarom wij ons met des te meer ijver moeten wachten, om nimmer de naam van God als een voorwendsel voor onze zonde te gebruiken. Want het is de grootste goddeloosheid, om na het plegen van enige zonde, de hoogheilige Naam van God op ijdele wijze te gebruiken.
Om zijn zonde van hoogmoed en gierigheid te bedekken, gaat hij voorgeven, alsof hij die dieren gespaard heeft, om de Heere een offerande te brengen. Aan zijn zonde geeft hij nog een godsdienstige tint om Samuel te verblinden. Zichzelf kon hij echter bedriegen, maar de Heere niet.
Door verontschuldigingen meent de zondaar het oordeel van God te ontvlieden, en zij bewijzen alleen de verharding van het hart. Zie hoe moeilijk het is de kinderen van de ongehoorzaamheid te overtuigen.
Maar Samuel zei, om met een krachtig woord alle verdere uitvluchten van Saul af te snijden: Heeft de HEERE lust aan brandoffers en slachtoffers, als aan het gehoorzamen van de stem van de HEERE? Zie, a) gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken op het woord van de Heere en daarnaar handelen dan het vette van de rammen 1) (Lev.3: 3vv.). Wat baat de Heere het vette op zichzelf (Psalm 50: 10vv.), indien het niet is de uitdrukking en het zinnebeeld van eensgezindheid van hart, om zich Hem in ware vroomheid en gehoorzaamheidover te geven?
Prediker 4: 17 Hos.6: 6 MATTHEUS.9: 13; 12: 7
Hier is nu allereerst op te merken, opdat deze uitspraak des te beter begrepen wordt, dat waar Samuel zegt, dat God geen lust heeft in brandoffers en slachtoffers, maar in het gehoorzamen van Zijn stem, dat hij daarmee niet wil zeggen, dat God de brandoffers en slachtoffers mishagen, maar hij maakt een vergelijking tussen brandoffers en vrijwillige gehoorzaamheid. Alsof hij wil zeggen, dat de hoogste verering van God gelegen is in gehoorzaamheid, waarmee men moet beginnen en dat de offeranden nu als het ware aanhangsels zijn, waarvan de kracht niet zo groot is als die van de gehoorzaamheid aan de Voorschriften van de Heere. In het offeren wordt slechts vreemd vlees van onredelijke dieren geofferd, maar in de gehoorzaamheid de eigen wil; deze is de redelijke of geestelijke godsdienst (Rom.12: 8).). Opmerken is het hoogste in het leven van de Christen. Opmerken op de genade in Christus, werkt geloof, liefde, hoop. Wij hebben niets te doen, dan op te merken alles wat God doet, om dagelijks toe te nemen in de kennis van God, die het eeuwige leven is.
De offeranden van hen, die Zijn stem niet willen gehoorzamen, zijn Hem integendeel een gruwel (Jes.1: 11vv. (Jer.6: 20). Want weerspannigheid is een zonde van toverij 1) en het weerstreven van de goddelijke wil is afgoderij en beeldendienst, 2) omdat bij dergelijk weerstreven het eigen ik in de plaats van de ware God gesteld wordt, en zo min toverij en afgoderij door enige godsdienstige verrichting goedgemaakt kan worden, even zo min ongehoorzaamheid. Gij moogt de waarzeggers en duivelskunstenaars hebben uitgeroeid en geen beelden dulden, gij hebt die zonde onder andere vorm bedreven, en nu omdat gij het woord van de HEERE verworpen hebt, door niet te doen, wat u bevolen was, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn over Zijn volk, maar te Zijner tijd aan een ander uw plaats zult moeten overgeven.
God gelijk te willen zijn, te willen weten en doen, wat God aan Zijn alwetendheid en almacht voorbehouden heeft, ligt sinds de eerste ongehoorzaamheid (Genesis3: 5) in ons hart. Toverij en waarzeggerij zijn daarin één, dat de gevallen mens door deze op een door God gesloten en verboden weg zich verheffen wil boven de grenzen van het natuurlijke geopenbaarde weten, die de mens gezet zijn en boven het door genade verhoogde menselijk werken. Het is een vermetel en zondig inbreuk maken op de afgesloten weg tot de boom des levens en der kennis, om te roven en te stelen wat verboden is. Omgekeerd heet daarom ook de ongehoorzaamheid, als een overgaan van de door God gezette perken: zonde van toverij; zij leidt ook, zoals wij in het bijzonder aan Saul zien (28), zeer dikwijls tot toverij in de eigenlijke zin.
Het woord toverij komt waarschijnlijk af van een versterkte vorm van doen; het betekent dus een kunstig doen, omdat de mens om buitengewone werken voort te brengen, machten en krachten in zijn dienst probeert te brengen, die boven de door God verleende maat zijn.
Het is veel gemakkelijker een rund of schaap te brengen, op het altaar te verbranden, dan elke hoge gedachte aan God te brengen en aan Zijn wil te onderwerpen. Gehoorzaamheid is de heerlijkheid van de Engelen (Psalm 103: 20), en moet ook de onze zijn. Niets is zo Godtergend dan ongehoorzaamheid, die de menselijke wil in strijd met de Zijnen stelt. Ongehoorzaamheid maakte ons allen tot zondaars (Rom.5: 19), zij is die boosheid van de zonde, dat zij de overtreding is van de wet en bij gevolg vijandschap tegen God (Rom.8: 7).
Gewis, indien er één plaats is in de gehele Heilige Schrift, die ons leert, ons te buigen onder het juk en hoe groot nut daarvan is te hopen, dan is het wel deze bij uitnemendheid. En het is een uitspraak, waardig, dat wij haar dag en nacht overwegen en altijd in onze gedachten houden. Want op dit fundament alleen behoort alles te steunen, indien men alles, waartoe men geroepen en verplicht wordt, ten uitvoer wil brengen.
Toen zei Saul, verschrikt, dat hem nu werkelijk en onherroepelijk het koninkrijk ontnomen was, tot Samuel, van wie hij wel wist, dat hij een getrouw profeet van de Heere was, zodat geen van deze woorden op de aarde zou vallen (3: 19vv.), en die reeds op het punt stond Gilgal te verlaten: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van de HEERE en uw woorden overtreden heb; zij is echter een zonde van zwakheid, die niet al te zeer toe te rekenen is; want ik heb het volk gevreesd, dat van mij het sparen van de beste schapen en runderen verlangde, en ik heb naar hun stem gehoord. 1)
De laatste bijvoeging toont genoeg, dat Sauls berouw niet een waar berouw was, niet een berouw dat voortkwam uit de overtuiging van het hart, dat hij God had beledigd, door Zijn stem ongehoorzaam te zijn. Want toch, al was het waar, dat het volk hem daartoe aangezet had, zo had hij toch zijn koninklijk gezag moeten stellen tegen de wens van het volk. Het bevel van de Heere om alles te verbannen moest hem dierbaarder zijn geweest dan de wil van het volk. Zijn berouw kwam meer voort uit de schrik, dat hij nu als koning door God verworpen was. Hoogmoed deed hem voor een ogenblik spreken, wat hij zei, zoals duidelijk blijkt uit vs.30.
Nu dan vergeef mij toch mijn zonde, en maak dat het uitgesproken vonnis weer wordt ingetrokken, en keer met mij terug 1) tot het altaar, waar het offer gebracht zal worden, dat ik de HEERE aanbid. Laat het mij niet zonder u verrichten, wat een schande voor mij zou zijn ten aanzien van het gehele volk.
Hieruit blijkt, dat Samuel, na het vervullen van zijn opdracht, wilde weggaan, maar door Saul gebeden wordt om te blijven, en met hem het offer te brengen, opdat het volk niet zou weten van zijn verwerping.
Maar Samuel zei tot Saul: Ik zal met u niet terugkeren; ik heb geen gemeenschap meer met u en uw koninkrijk. Omdat gij het woord van de HEERE verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israël zult zijn, en waar de Heere niet is, daar moet ook Zijn dienaar niet zijn (Joh.12: 26).
En ook zal de Heere hierin Zijn raadsbesluit niet veranderen, maar het ondanks uw tegenstreven vervullen, ook liegt Hij, die de overwinning van Israël is, de sterke, de onveranderlijke God, 1) op wie Zijn verbondsvolk al zijn vertrouwen en al zijn hoop stelt, niet, en het berouwt Hem niet, zoals een mens, die aanvangt en straks het verkeerde inziet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou, 2) integendeel al Zijn werken zijn Hem van eeuwigheid bekend (Hand.15: 18 (Num.23: 19).
In het Hebreeuws Netsach Jisraël. Eigenlijk: de bestendige of de onveranderlijke Israël’s. Het eerste woord betekent: waarheid, onveranderlijkheid, en van daar: Hij, die de waarheid is, of in Wie men vertrouwen stelt. Deze vertaling past ook beter bij het volgende, dan die van overwinning, omdat juist wat nu volgt uit Zijn Onveranderlijkheid en Waarheid voortvloeit.
Deze woorden zijn er daarom bijgevoegd, omdat dit het gevoel is van de mensen, dat zij God kunnen ombuigen en afmeten naar hun maat en begrip. Dus kon het schijnen bij het eerste gezicht, dat deze uitdrukking minder paste bij de Majesteit van God, dat God niet kon liegen, noch berouw hebben, waar niemand twijfelde, dat God waarachtig was.
Dit woord spreekt Gods eigen woorden in vs.11 niet tegen, want daar spreekt God van zich, zoals Clerikus het met een Grieks woord uitdrukt anyrwpopaywv, dat is zo, dat Hij zichzelf menselijke gevoelens en gewaarwordingen toeschrijft, omdat Hij geen dode, maar een levende, persoonlijke God is. Hier daarentegen spreekt Samuel van Hem yeoprepwv, dat is naar Zijn eigenlijk wezen, dat boven al het menselijke verheven is.
Saul erkende, dat het vonnis onherroepelijk was, maar wilde tot iedere prijs vermijden, dat het volk iets van zijn verwerping bemerkte. Hij dan zei: Ik heb gezondigd, en zal mij niet verder verontschuldigen, maar doe alleen dit: eer mij toch nu voor de oudsten van mijn volk en voor het hier verzamelde Israël, en keer terug met mij, dat ik de HEERE, uw God in uw aanwezigheid door het brengen van het voorgenomen offer aanbid, 1) en er niet een algemene opspraak over uw verwijdering opsta.
Saul vraagt aan Samuel om bij hem te blijven, om hem te eren voor het aangezicht van de oudsten van het volk en voor Israël, opdat hij daardoor zijn gezag bij hen mocht houden. Alsof Samuel iets in het besluit van God kon veranderen, of zijn gezag bij de mensen in stand kon houden, terwijl hij door het oordeel en de hand van God was verworpen. God had hem evenwel door het aangekondigde vonnis gestraft, en hem volstrekt niet de gunst en welwillendheid van de mensen toegezegd. Want wat zou dit anders zijn, bid ik u, dan dat God zou liegen en Zichzelf een slag in het gezicht geven. Verre van ons zij zo’n grote dwaasheid! en ervarende, dat God op ons vertoornd is, om van de schepselen hulp te verwachten, waardoor wij onze veroordeling zwaarder zouden maken. Niettemin wil Samuel hem echter vergezellen n.l. omdat voor de profeet de tijd en het ogenblik van zijn onttroning nog niet was gekomen wat echter bij God besloten was, en met het oog op de mensen. Maar terwijl nog geen opvolger was aangesteld, was hij toch de door God beloofde te verwachten. David was nog niet gezalfd en gewijd en dus eerde Samuel de koning tot op die tijd, ofschoon deze door het besluit van God verworpen was.
God gaf aan Israël een koning in Zijn toorn. Hij verkoos de zoon van Kis, de Benjaminiet. Deze mooie jongeling met zijn veelbelovende aanleg scheen tot de beste verwachting recht te geven. Zijn ridderlijke gestalte kwam overeen met zijn krijgsmoed. Bovendien kan hem de getuigenis gegeven worden zich onbevlekt van de zedelijke afdwalingen van zijn tijdgenoten gehouden te hebben; zonder twijfel is hij door zijn vader in het geloof opgevoed, en ontbrak het hem niet aan godsdienstige indrukken. De opmerking van de geschiedenis, dat God hem een ander hart had gegeven, noodzaakt ons zelfs hem, na de zalving door Samuel, als een met heilige aandoeningen en voornemens vervulde man te denken. Maar reeds aanstonds wordt hier het vermoeden opgewekt, dat de ootmoed, die hij openbaarde, meer in herinnering aan zijn geringe afkomst, dan in zijn zondaars bewustzijn haar oorsprong had, en niet minder bevreemdt het ons, dat wij hem, nadat Samuel hem de handen opgelegd heeft, niet vóór alle andere dingen zich voor de Heere zien buigen, noch om Zijn genade hulp horen roepen. Wij vergissen ons niet, wanneer wij reeds op de dag van zijn roeping in hem een man zien, wiens hart tussen God en de wereld verdeeld is, en die achter zijn belofte, om in de naam van de HEERE te regeren, het geheime voorbehoud heeft, dit slechts te doen, in zoverre de wil van de HEERE niet het verloochenen van eigen wil eisen zal. En nu: Saul voelde zich tot de grond toe verpletterd. Door de nood gedwongen, belijdt hij: “Ik heb gezondigd,” en hij voegt er dringend bij: “Keer terug met mij, dat ik de Heere aanbidde.” Dat klonk verheugend en gaf hoop; maar wat was van die schijnvroomheid de oorzaak? Niets anders, dan de begeerte, om door het hoge aanzien, waarin Samuel zich verheugde, voor de ogen van het volk bedekt te worden. Zozeer was het hem te doen om in het licht van de heiligheid van deze man van God voor de mensen mee te schitteren, en om door een voortgezet verkeer met hem zijn eigen vroomheid aan alle verdenking van onreinheid te onttrekken, dat hij, in plaats van met een verbroken hart en om genade roepende, voor de Almachtige in het stof te zinken, de profeet met geweld bij zich zocht te houden, en de mantel zo krampachtig en woest aangreep, dat deze scheurde en een slip daarvan in zijn hand bleef hangen. Daar herhaalt hij zijn belijdenis: “Ik heb gezondigd en spreekt in zijn angst uit, wat hem boven alles ter harte ging: “Eer mij toch voor de oudsten van mijn volk en voor Israël; en keer terug met mij, dat ik de Heere, uw God aanbidden.” Hier zien wij zijn hart geheel voor ons besloten. In plaats van boete voor God vervult hem slechts de zorg voor zijn eer bij de mensen.
Toen keerde Samuel terug, Saul 1) achterna en Saul aanbad de HEERE. 2)
De profeet, die met de ellende medelijden heeft, gaat werkelijk, maar met welk doel? Om gemeenschappelijk met hem te offeren en hem daardoor te meer in zijn huichelarij te sterken? Dat zij verre! Wat geschiedt er? In zijn aanwezigheid volvoert hij eigenhandig met de scherpte van het zwaard aan de gevangen gehouden Amalekietenkoning Agag de ban van God, en stelt daardoor de koning van Israël tot een onvergetelijk voorbeeld van de heilige en onverbiddelijke ernst van Hem, die zich niet laat bespotten en tevens van de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, die aan God en Zijn gebod toekomt.
Ware de aardse koningskroon op zijn hoofd niet wankelend geworden en door God in het stof geworpen, om de kroon van het eeuwige leven had Saul zich nooit belijdende en biddende voor God en Samuel in het stof gebogen; niet de stad met poorten van paarlen en gouden straten en de zetel voor de troon van de Eeuwige verbrak zijn harde hart, maar alleen de lust en begeerte om verder zegevierend in zijn arme vergankelijke hoofdstad in te trekken en op de troon van stof nog enige dagen te kunnen pralen. Laat mij het in een woord samenvatten; om in zijn zonde, zelfzucht, zijn aardsgezindheid ongestoord verder te kunnen leven, daarom dwong hij zich tot het tegenstrijdige woord: “Ik heb gezondigd,” en boog hij zijn knieën tot gebed. Nood pijnigt, onheil dringt, angst drijft; dan komt wel een gebed te voorschijn daar, waar het in betere dagen nooit zou gekomen zijn. Is nu ieder gebed, dat in de nood zijn geboorte-uur heeft, een Saulsgebed? Dat zij verre! Menigeen heeft in de nood waarlijk leren bidden en is verhoord; denkt aan de moordenaar aan het kruis. Dan is het een Saulsgebed wanneer men alleen bevrijd wil zijn van hetgeen onaangenaam en drukkend is, van hetgeen de zelfzucht en haar bandeloze vlucht beperkt, opdat men weer lucht verkrijgt en zo ongestoord op dwaalwegen kan voortwandelen, evenals eens farao en de andere moordenaar, die lasterend smeekte: “Help uzelf en ons!” Wanneer ik naar de orde in het “Onze Vader” eerst om vergeving van zonden bid, en daarna om bewaring voor nieuwe zonde, en dan eindelijk om verlossing van de boze, van allerlei gevolgen van de zonde, is het een waar gebed; wanneer echter de vijfde en zesde bede mij gering voorkomt en ik met de zevende begin, d.i. wanneer ik verlossing van de gevolgen van de zonde, niet van de schuld van de zonde en de zonde zelf begeer, dan is het een Saulsgebed.
Dit wil zeggen, dat Saul op plechtige wijze offeranden heeft gebracht. Hij wilde voor het aangezicht van het volk een vereerder van de Heere schijnen, hoewel hij in zijn hart niet die ware eerbied en die vrees koesterde die de Heere aangenaam is.
KruisverwijzingenOpenbaring 18:7→1 Thessalonicenzen 5:3→Jeremia 48:44→— Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!
Toen Saul zijn gebed geëindigd had, zei Samuel: Breng Agag, de koning van de Amalekieten, die gij gespaard hebt (vs.9), hier tot mij. Agag nu ging tot hem weeldelijk, meer in de stemming van iemand, die naar een feest, dan die tot de dood heengaat; en Agag zei: Voorwaar de bitterheid van de dood, is geweken. 1)
Zonder christelijk geloof kan de vrees van de dood door kunstmatig zelfbedwang, door zelfmisleiding onderdrukt worden, maar nooit overwonnen; voor de onbekeerde mens is de vrees van de dood een zedelijke noodzakelijkheid, en de dood, die koning van de verschrikking (Job 16: 14 Psalm 18: 5) te vrezen, heeft een hogere waarheid, dat hem onverschillig te beschouwen.
Men kan deze woorden ook nemen in de zin, alsof Agag, tot een profeet en een oud man geleid, gemeend heeft, nu bevrijd te zullen worden van de dood, of dat hij het voor verkieselijker heeft geacht te sterven boven het rondgevoerd worden tot spot en hoon.
Uit hetgeen Samuel in het volgende vers zegt, wil het ons voorkomen, dat Agag gemeend heeft in het leven te zullen blijven en aan Samuel te worden voorgesteld.
KruisverwijzingenRichteren 1:7→Genesis 9:6→Mattheüs 7:2→Openbaring 16:6→Numeri 25:7→1 Koningen 18:40→Openbaring 18:6→Exodus 17:11→— Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.
Maar Samuel zei: Zoals uw zwaard in de oorlogen, die gij gevoerd hebt, met ontzettende wreedheid en moordlust de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal, naar het recht van de wedervergelding, uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen; 1) nauwkeuriger: meer dan alle andere vrouwen, d.i. zij zal op het diepst ondervinden, wat het is de kinderen te verliezen, omdat gij, haar trots, de koning van haar volk, gedood wordt. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, en volbracht hij zo de ban van hem, hetgeen Saul had nagelaten, voor het aangezicht van de HEERE, voor het altaar te Gilgal.
Met welke woorden Samuel aan Agag de rechtvaardigheid en billijkheid van zijn aanstaande dood aantoont, dat deze noch wreed was, noch iemand tot misdaad kon worden aangerekend. Indien wij Agag horen zeggen, dat de bitterheid van de dood van hem geweken was, dan geeft Samuel hem deze woorden terug en berispt hem, alsof hij zei: Met welk recht meent gij aan de dood ontkomen te zijn, gij die terwijl gij liefde zoekt, wreedheid hebt getoond, gij die vele vrouwen van haar kinderen hebt beroofd en vele kinderen van hun ouders, en vele weduwen hebt gemaakt. Dit alles is geboekt, waarvan nu door u rekenschap moet worden gegeven. En niet zonder oorzaak pakt Samuel de man zo aan. Want toch goddelozen, wanneer zij zien dat de straf hen treft, plegen hevig bewogen en verontwaardigd te worden en met de tanden te knersen, er tegen God en mensen op te bruisen en op te staan. Maar Samuel breidelt zijn woestheid, door hem te doen verstaan, dat geen hoop op leven en redding hem overbleef, omdat hij zijn verdiende loon kreeg, het loon voor zijn daden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 11:4→1 Samuël 7:17→— Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
Daarna1) ging Samuel naar Rama, waar hij zich gewoonlijk ophield; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea, welke stad, omdat hij daar zijn residentie had, Gibea-Sauls genoemd werd.
Te Gilgal werd Saul gekroond, te Gilgal is hij verworpen. Ofschoon de profeet de koning als zodanig bleef eren, is alles voortaan tussen hem als opdrachtgever van God en Saul afgebroken.
Samuel is hier geen heerszuchtig priester, maar de vertegenwoordiger van de HEERE.
Kruisverwijzingen1 Samuël 16:1→1 Samuël 19:24→1 Samuël 15:11→Genesis 6:6→Jeremia 9:1→Romeinen 9:2→Filippenzen 3:18→Psalmen 119:136→— En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.
En Samuel zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood toe; de ontmoeting in 19: 24 toch was van geheel andere aard, dan wanneer hij hem vroeger als vriend en raadgever opzocht en de ondernemingen van de koning met zijn voorbede vergezelde; evenwel droeg Samuel, hoewel er van nu aan een wijde kloof tussen beiden gevestigd was, leed om Saul; en het berouwde de HEERE, dat hij Saul tot koning over Israël gemaakt had. De gehele nu volgende geschiedenis is die van een man, die zijn ondergang steeds nadert, om voor een ander heerlijk opgaand gesternte plaats te maken; die echter dit lot niet met overgave draagt, maar met inwendige woede en met het streven, om de gehate mededinger uit de weg te ruimen, zich daartegen stelt. Hij was goed begonnen, toen kwam een ruwe wind, die de bloem verbrak, totdat zij eindelijk geheel verwelkte.
Saul is als een schip, dat prachtig opgetuigd de veilige haven verliet, maar door hevige stormen geteisterd en door een felle bliksemschicht in mast of roerpen getroffen, een speelbal werd van de onstuimige golven, en nog een tijd lang in telkens tegenovergestelde richting geslingerd wordt, totdat het eindelijk op gindse klip geheel te pletter stoot en spoorloos in de diepte verdwijnt.
Het opmerkelijkst van alles, wat ons in het geschiedverhaal wordt meegedeeld, en wat ons de aard van de Godsregering in Israël het duidelijkst voor ogen stelt, is dit, dat Sauls verwerping zijn afzetting van de koninklijke waardigheid niet tevens in zich sluit, maar alleen later tot gevolg heeft, dat zijn huis na zijn dood van de troon word verwijderd. Die verwerping, voor het ogenblik zonder zichtbare gevolgen, werkt als een langzaam vergif. Langs geheel zichtbare wegen bestuurde God de lotgevallen van Zijn volk zo, dat tenslotte blijken moest, hoe geheel onmogelijk het was met zodanige gezindheden, als die in Saul werden gevonden, over Israël te regeren.
Hoe gemakkelijk was het voor Samuel, bij het groot aanzien, dat hij algemeen had, geweest, de koning neer te doen storten, wanneer hij gewild had en heerszucht de drijfveer van zijn handelen geweest was, zoals zij voorgeven, die zijn handelwijze ten opzichte van de koning op gelijke lijn stellen met de handelwijze van vele pausen in de middeleeuwen, die over keizers en koningen de banvloek slingerden, volken tot ongehoorzaamheid opzetten, ja zelfs de eed van gehoorzaamheid teniet deden. Dit zou Samuel veel eerder gelukt zijn, dan hun, die men dwaselijk onderstaan heeft met hem te vergelijken. De beste rechtvaardiging van de profeet ligt in de getuigenis van de Schrift, die zij van hem in vs.35 geeft.
Nadat Samuel nog door de zalving van David (16: 1vv.) tot de zekerheid gekomen is, dat de koning naar Gods hart gevonden, en daardoor de eerste grond tot opbouw van het rijk van Israël gelegd is, trekt hij zich geheel in de stilte van het afgezonderd leven terug. Nog slechts eens vóór zijn dood zien wij hem uit het duistere van dit stille leven te voorschijn treden, toen hij de gezalfde van de Heere tegen de door de Heere verworpene in bescherming moest nemen (19: 18vv.). Dan verschijnt Samuel aan de spits van zijn profeten, hetgeen ons tevens een duidelijk teken is, dat hij zijn werkzaamheid in de laatste tijd van zijn leven tot deze kring bepaald heeft. Misschien heeft hij nu ook in deze tijd van zijn rust de schriftelijke aantekeningen gemaakt, die in 1 Kronieken 29: 29 als “geschiedenissen van Samuel de Ziener” vermeld worden.
Menigeen, wiens hart oprecht is met God, is zo gedrukt door het gevoel van Zijn afdwalingen, voornamelijk door die, die begaan zijn na belijdenis van geloof, dat hij vreest, dat de geschiedenis van Saul een schilderij van hemzelf is. Maar voor hem, die iedere kwade weg haat, is er troost. De droefheid, die gij voelt, is een bewijs, dat gij niet van God verworpen zijt; want aan hem moet gij uw afkeer van zonde en uw ernstig verlangen toeschrijven, om vernieuwd te worden in heiligheid. Sauls geval is het uwe niet. Gij hebt een andere gemoedstoestand dan hij. O, dank daarvoor en houd vast hetgeen gij ontvangen hebt. Verlangen wij de gehele wil van God te doen? O, wend u tot Hem, niet in schijn en vorm alleen, maar met ongeveinsde oprechtheid.
Samuel draagt leed om Saul, omdat hij hem tot koning heeft gezalfd en ervan overtuigd is, dat waar God hem verworpen heeft, ook niets meer baten zal, om hem weer op het goede spoor te brengen.
Waar hier ook weer gezegd wordt, dat het de Heere berouwde, daar hebben wij het ook hier op te vatten in de zin, dat het de Heere leed deed. Een menselijke uitdrukking van het Hoogheilig Wezen van God.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Laat het altijd in onze gedachtenis zijn dat gehoorzamen, dat het strikt blijven in het pad van het gebod van onze Zaligmaker, beter is dan enige uitwendige vorm van godsdienst.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 15
1 Samuël 15:22.KruisverwijzingenHosea 6:6→Psalmen 51:16→Mattheüs 9:13→Spreuken 21:3→Markus 12:33→Amos 5:21→Micha 6:6→Jeremia 7:22→
— Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.
Saul was geboden al de Amalekieten en hun vee volkomen te doden. In plaats daarvan spaarde hij de koning en liet hij zijn volk het beste van de runderen en van de schapen nemen. Toen hij hierover ter verantwoording werd geroepen, verklaarde hij dat hij het gedaan had met het oog op het brengen van een offer aan God; maar Samuël antwoordde hem meteen met de verzekering dat zulke offers geen verontschuldiging waren voor een daad van rechtstreekse opstand.
Laat het altijd in onze gedachtenis zijn dat gehoorzamen, dat het strikt blijven in het pad van het gebod van onze Zaligmaker, beter is dan enige uitwendige vorm van godsdienst; en dat naar Zijn voorschriften horen met een oplettend oor beter is dan het vet van rammen te brengen of iets anders dat wij op Zijn altaar zouden willen leggen.
God heeft de onbekeerden in de evangeliehuishouding een gebod gegeven. Het is een gebod in de gehoorzaamheid waaraan het eeuwige leven is, en de verwaarlozing waarvan ons eeuwig verderf zal zijn; en dat gebod is dit: “Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden” (Hand. 16:31).
En toch willen de meeste mensen, in plaats van God te gehoorzamen, Hem offers brengen. Zij menen dat hun eigen weg der zaligheid veel beter is dan enige die de Almachtige bedacht kan hebben, en daarom brengen zij hun vet van rammen. Dat neemt verschillende vormen aan, maar het is altijd hetzelfde beginsel. De een zegt: “Ik zal alles opgeven wat mijn hart goed noemt — zal dat mij niet behouden?” Nee, dat zal het niet. “Maar veronderstel dat ik trouw naar de kerk ga, zo dikwijls als de deuren open zijn; veronderstel dat ik aan het avondmaal kom en gedoopt word; veronderstel dat ik mij geheel aan alle uitwendige waarnemingen overgeef — zal dat mij niet behouden?” Nee, en het zal ons zelfs niet helpen behouden te worden. Deze dingen zullen ons niet meer behouden dan doppen onze hongerige buik vullen. Het zijn niet de doppen die wij nodig hebben; wij hebben het koren nodig.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-9.KruisverwijzingenNumeri 24:20→Deuteronomium 25:17→1 Samuël 9:16→Exodus 17:8→Deuteronomium 20:16→Richteren 1:16→Genesis 16:7→1 Samuël 14:48→
— Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam. Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe. Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda. Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal. En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten. Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is. En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards. Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.
De in 13: 13vv. tegen Saul uitgesproken bedreiging, dat zijn koninkrijk niet bestaan zou, was meer een waarschuwing dan een vast, onveranderlijk besluit geweest; nu wordt zijn gehoorzaamheid op een beslissende proef gesteld, Amalek is een toonbeeld van de aan God vijandige macht van de wereld (Ex.17: 8vv.); Mozes had kort vóór zijn einde het volk van God aan de uitroeiing van deze herinnerd (Deuteronomium 25: 17vv.); van Amaleks vernietiging door Israël’s koning was reeds lang tevoren, door Bileam in zijn vierde en laatste rede voorspeld (Num.24: 20); nu zegt Samuel Saul volgens bevel van God aan, dat hij een krijgstocht tegen deze moet ondernemen en de ban in zijn gehele omvang aan hen ten uitvoer moet brengen. Saul doet dit in zoverre, dat hij de strijd tegen de Amalekieten begint en, nadat hij hen geslagen heeft, de ban tot op zekere hoogte uitvoert; maar niet alleen laat hij de koning in leven, om met een koninklijke slaaf te kunnen pronken, maar geeft ook aan de hebzucht van zijn krijgslieden toe, die het beste vee sparen, om het voor zich te behouden.
Toen zei Samuel, gedwongen door de Geest van God, tot Saul, toen deze de in 14: 47 vermelde strijd zegerijk volbracht had, naar onze berekening ongeveer in het jaar 1067 v. C.: De HEERE heeft, toen het volk een koning begeerde (8-10), mij gezonden, dat ik u tot koning zalfde over Zijn volk, over Israël; hoor dan nu de stem van de woorden van de HEERE, die ik u bekend zal maken, en vervul dat bevel getrouw en nauwgezet. Was God tevoren vertoornd over uw ongeloof (13: 8vv.), toon u nu voor de in die tijd ontvangen zalving (10: 1) dankbaar door volkomen gehoorzaamheid. Wij hebben gezien, hoe Saul in het gehele gedeelte van 14: 24-46 niet de verkeerde wegen ging, omdat hij zijn zonde in 13: 8vv. niet erkennen en belijden, maar de boete ontwijken wilde. Toch lag aan zijn vleselijke ijver en zijn uiterlijke godsdienst altijd nog een zeker verlangen ten grondslag, om weer met God verenigd te worden; verworpen had de Heere hem nog niet, hoewel hem reeds aanstonds gezegd was, dat zijn rijk niet zou bestaan. De in 14: 47 meegedeelde strijd met hetgeen hij, volgens 28: 9, tot uitroeiing van de waarzeggers en duivelskunstenaars in zijn rijk deed, waren aan de ene zijde een openbaring van dat verlangen. Zoals echter aan de andere zijde dit streven, om door werken van eigengerechtigheid God te verzoenen en de boete na te laten, in de grond verkeerd was, zo stond ook Saul in groot gevaar voor zijn ziel, wanneer de Heere aan zijn ondernemingen geluk en zegen verleende, hij zag dit slagen voor een teken aan, dat hij werkelijk zijn doel bereikt en zijn onrecht weer goed gemaakt had, alsof God weer zijn vriend was en zijn verhouding tot Hem de ware was. Daarom stelt de Heere door hetgeen Hij in ons gedeelte door Samuëls mond hem gebiedt, hem op de proef: het moet nu duidelijk en openbaar worden, wat op de diepste grond van zijn hart is: er moet, omdat de Hartenkenner dit reeds weet en hem als onrein en zelfzuchtig kent, gelegenheid komen, om het oordeel over hem uit te spreken en aan zijn koninkrijk een einde te maken. Wanneer hij ook later nog een tijdlang in zijn koninklijke waardigheid blijft, zo figureert hij toch slechts als koning; de eigenlijke koning van Israël is reeds diegene, die de Heere geboden heeft, vorst te zijn over Zijn volk. Zo staat onze geschiedenis enigermate op een gelijke lijn met de verzoeking van Abraham in Genesis22 ; bij Abraham heeft echter het tegenovergestelde plaats. Bij Abraham zal het reine, het zich geheel en al de Heere opofferende geloof openbaar worden; bij hem zal het vast en zeker worden, dat hij voor altijd tot erfgenaam van de goddelijke belofte en tot middelaar van de zegen van God voor de gehele wereld gesteld wordt. Evenals echter bij Abraham, van de kant van de mens gezien, de mogelijkheid bestond, om aan Gods gebod ongehoorzaam te worden, zo was het voor Saul mogelijk, dat hij het bevel, dat door Samuël tot hem gekomen was, in alle trouw ten uitvoer bracht: de beproeving, waarin hij kwam, moest, volgens Gods genadige bedoelingen, een handreiking zijn, om hem op de rechte weg terug te brengen; want wie heeft, die zal gegeven worden, opdat hij overvloedig hebbe. In dit opzicht staat Sauls beproeving op gelijke lijn met die, die farao ondervond (Ex 3: 18).
Ga nu heen, gij Saul, die geroepen zijt om als vorst van Mijn volk het vonnis te voltrekken, naar de zuidelijke grenzen van het land, en sla Amalek, dat aan de overzijde van die grenzen in het steenachtig Arabië woont, en verbanalles, wat hij heeft (Le 27: 29) en spaar hem niet, maar dood van de man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kamelen tot de ezels toe, 1) zoals de wet ten opzichte van de ban voorschrijft, wanneer die in al haar strengheid ten uitvoer gebracht moet worden.
Vroeg of laat zal de afrekening geschieden, wegens de verongelijkingen, die het Israël’s God zijn aangedaan. God draagt veeltijds zeer lang degenen, die tot het verderf zijn aangeschreven; ofschoon het vonnis gestreken is, het wordt echter niet aanstonds uitgevoerd. Alhoewel God lang verdraagt, Hij zal nochtans niet altijd verdragen; de dag zal eindelijk komen, waarop gewroken zullen worden alle ongelijkheden die Gods volk zijn aangedaan. Gods Rechtvaardigheid slaat langzaam, maar zij treft gewis.
Dit woord van de Heere verkondigde Saul het volk, en riep het tot de strijd tegen Amalek op, en hij telde hen te Telaïm (= schapen) of Telem in het oostelijk gedeelte van het Zuiderland (Joz.15: 24), tweehonderdduizend man voetvolk en tienduizend mannen van Juda
(11: 8).
Een grote menigte, maar men moet niet vergeten, dat om een volk als de Amalekieten een nomadenvolk, te verslaan, een groot leger nodig was.
En Saul liet, voordat hij tot bestormen overging, de Kenieten zeggen, die zich uit het gebied van Juda (Richteren 1: 16) meer naar het zuiden hadden uitgebreid: Gaat weg, wijkt naar een andere plaats, trekt af uit het midden van de Amalekieten (Num.24: 21), opdat ik u in de hitte van de strijd, wanneer vriend en vijand niet te onderscheiden is, met hen niet wegruime, niet dode. Ik wens u te sparen, want gij hebt in uw stamvader Hobab, Mozes’ zwager, die de tocht door de woestijn van Sinaï als leidsman meegemaakt heeft (Num.10: 29vv.), barmhartigheid gedaan aan al de kinderen van Israël, toen zij uit Egypte kwamen. Zo weken de Kenieten uit het midden van de Amalekieten, 1) en trokken meer noordwaarts naar het land van Juda.
Dus laat een voornaam man de goddelijke zegeningen zijn kinderen en kindskinderen na tot erfenis, en terwijl hij in het graf ligt, hebben zij die na hem komen, het vruchtgebruik van zijn liefdedaden.
En hij, agag 1) (= de vurige), de koning van de Amalekieten, levend, hij maakte hem krijgsgevangen; maar al het volk, dat in zijn handen viel, verbande hij door de scherpte van het zwaard, terwijl een aanzienlijk gedeelte ontkwam (27: 8; 30: 1; 2 Samuel .8: 12 ook dit overblijfsel later door de Simeonieten onder koning Hizkia uitgeroeid werd (1 Kronieken 4:
.
Num.24: 7
Dit is geen eigennaam, maar de titel van alle koningen van de Amalekieten, evenals de koningen van Egypte farao, die van de Filistijnen Abimelech (Ge 26: 1) 21: 10 (Psalm 34: 1) genoemd werden.
Maar Saul en het gehele volk spaarde, tegen het uitdrukkelijk bevel van God in (vs.3), Agag, 1) zodat men hem niet met de scherpte van het zwaard verbande, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, 2) en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar elk ding, dat verachtzaam, dat nietswaardig, en dat verdwijnende, schurftig was, dat verbanden zij.
De uitleggers hebben veel moeite met dit woord: “hamisnim.” Door deze wordt het gehouden voor “vetgemeste”, door anderen weer voor “de runderen van de tweede soort”, of “van de tweede geboorte”.
Het sparen van Agag was in Sauls belang, die met de koninklijke slaaf wilde pronken; het sparen van het beste vee was in het eigen belang van het volk. Deze zonde was zeer zwaar en aan Achan gestraft (Joz.7 en 8).
Het verbannen was een geheel overgeven aan God. Hem geeft men nu het nietswaardige, terwijl men al wat goed was God ontsteelt.
Ongetwijfeld heeft Saul hier het gebruik van de heidense koningen willen navolgen, om overwonnen koningen te gebruiken als hun slaven, om hen daarmee hun onmacht te doen voelen. Hoogmoed was het daarom, die hem tot deze daad aanzette, waardoor hij het bevel van de Heere verachtte en zich niet als koning op bevel van God wilde gedragen. Door deze daad van verzet maakte Saul zich los van de band, die hem bond aan het volk, dat de Heere tot zijn Opperheer had en bovenal van de band, die hemzelf bond aan de Heere God.
In het Hebreeuws Wehamischnim. In onze Statenvertaling vertaald door de naaste beste. Volgens David Kimchi zijn het de runderen en schapen van de tweede geboorte (animalia secundo partu edita), die gewoonlijk voor de besten worden gehouden.
Onder de lammeren moeten verstaan worden de weide- of vette lammeren. Het beste hielden zij voor zich en het slechtste gaven zij de Heere. Niet alleen blijkt hieruit een geringachten van het bevel van de Heere, maar ook een aantasten van Zijn heerlijk en heilig Wezen.
II. Vs. 10-35.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:13→Genesis 6:6→Jozua 15:55→1 Samuël 9:21→2 Samuël 24:16→Jozua 22:16→1 Samuël 15:21→Lukas 6:12→
— Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuel, zeggende: Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht. Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen. Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd. Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor? Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen. Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek. En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft? En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet. Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?
De Heere is vertoornd over Sauls ongehoorzaamheid. In een openbaring van de nacht maakt hij aan Samuel het vonnis van de verwerping over de trouweloze koning bekend. Samuel moet, hoewel hij de gehele nacht tot God roept om afwending van dit vonnis, het toch tenslotte als onherroepelijk erkennen. Daarom begeeft hij zich de volgende morgen op weg, om Saul te ontmoeten. Deze heeft de terugweg uit het land van de Amalekieten over Karmel, waar hij zich een gedenkteken van de overwinning opgericht heeft, reeds zó ver afgelegd, dat hij juist naar Gilgal afgekomen is. Hier ontmoet hem de profeet en houdt hem, die huichelende, alsof hij het woord van de Heere volbracht had, hem tegemoet komt, aanstonds zijn ongehoorzaamheid voor. Saul beproeft zijn handelwijze op alle mogelijke wijze te sparen, maar Samuel maakt alle zijn uitvluchten te schande en kondigt hem aan, wat de Heere de afgelopen nacht met hem gesproken heeft. Met herhaalde bede dringt de koning bij de profeet aan hem nu niet te verlaten, zoals hij het voornemen heeft, maar hem tot het voorgenomen offer te vergezellen, opdat hij voor het volk niet tentoongesteld worde. Samuel geeft eindelijk hierin toe. Nadat echter de godsdienstige plechtigheid geschied is en Samuel den gevangenen koning der Amalekieten nog op de plaats van het offer heeft omgebracht, scheidt hij zich voor altijd van den door den Heere verworpenen Saul, zonder dat hij toch zijn hart van hem afgetrokken heeft.
Toen Saul en zijn volk zo in Amalek handelde, zoals vs.9 gezegd is, en daarop over Karmel naar Gilgal terugkeerde (vs.12), geschiedde het woord van de HEERE in de nacht (vs.16) tot Samuel te Rama, zeggende:
Het berouwt Mij, 1) dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, omdat hij zich, hoewel hij aanvankelijk in Mijn wegen wandelde, van achter Mij afgekeerd heeft, om zijn eigen weg te gaan en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen deze ongehoorzaamheid van Saul de profeet door Gods openbaring bekend geworden was, en tevens de daardoor teweeggebrachte vernietiging van zijn roeping tot koning, ontstak Samuel, en hij riep tot de HEERE de gehele nacht,
om, ware het mogelijk, voor de ongehoorzame koning nog vergeving te verkrijgen, zoals eens Mozes voor Israël bad (Ex.32: 30vv. Num.14: 13vv.); maar hij erkende onder zijn bidden, dat hij de voorbede moest eindigen en de koning ter verantwoording roepen.
Wanneer de Schrift, die nergens met woorden speelt (Genesis6: 6vv.; 1 Samuel .15: 11,23 Jona 4: 2 Joël 2: 13 Jer.4: 28; 18: 8,18 Ezechiël.24: 14 Psalm 106: 45) zegt: “Het berouwde Hem,” dan is dit op een voor ons bevattelijke, menselijke wijze uitgedrukt, dat God, wegens de veranderde gezindheid van de mens, ook Zijn verhouding tot hem verandert. Hij betoont Zich daardoor te zijn: de levende God, die niet maar een strakke, onveranderlijke wet is, maar boven de noodzakelijkheid van Zijn eigen Wezen regeert, indien Hij een woord van dreiging kan terugnemen, zodra Hij zijn doel bereikt heeft, of een woord van belofte, zodat het zijn doel in het mensenhart niet bereiken kan. Berouwde het Hem mensen geschapen en Saul tot koning gemaakt te hebben, dan is dit niet, alsof Hij ingezien zou hebben, een misslag te hebben begaan, maar het is de klacht van Zijn hart daarover, dat de bedoeling van Zijn liefde aan die mens niet bereikbaar was. Wanneer het een menselijke vader berouwt, zijn zoon met gaven overladen te hebben, zo kan hij in waarheid onwijs, onpedagogisch gehandeld hebben, en moet hij over zichzelf leed dragen evenals over de ondankbare zoon, die zich misdragen heeft. Zo is het bij God niet; want alles, wat Hij doet, is recht. Berouwt Hem omgekeerd de straf, die hij over de boze besloten heeft, zo is Hij de Vader, die genadig is, barmhartig, geduldig en van grote goedertierenheid, wiens vaderlijk hart medelijden heeft met het bloedend kind en het diep betreurt, dat hij het zo kastijden of ten minste bedreigen moest. Zo geeft de uitdrukking: “berouw; ” “berouwen” een kostbare blik in het hart van onze God.
Voorzeker vele en ernstige redenen schijnen Samuel hier beroerd te hebben, wanneer hij bedacht, dat de Naam van God enige oneer zou ondergaan en de goddelozen gelegenheid zouden hebben, om tegen God lasteringen voort te brengen, wanneer Saul verworpen en van zijn ambt werd ontzet. Want hij was door de dienst van Samuel gezalfd en door God zelf uit het gehele volk gekozen, en tot de koninklijke waardigheid geroepen; waarom het nu, wanneer hij uit zijn ambt werd ontzet, wel kon schijnen, alsof men aan het gezag en de keuze van Samuel zijn vertrouwen enigszins kon ontzeggen, en vervolgens dat het noodzakelijk was, om de dienst van God te laten varen en dat alzo de grootste verwarring bij het volk en een gehele omkering van zaken er het gevolg van zou zijn. Dit zijn wel voornamelijk de redenen, die Samuel tot zo grote verontwaardiging hebben gedreven.
De wegen van het volk en van zijn leidslieden aan de Goddelijke wet te beproeven (Jer.6: 27), overal op de erkenning van de Majesteit en enige heerlijkheid van de HEERE met onverbiddelijke ernst aan te dringen, tegen elke afval van Hem, tegen elke ontrouw aan Zijn bepalingen voor hogeren en geringeren, voornamelijk voor de dragers van het theocratisch ambt, zonder terughouding te getuigen; aan hen, die zich verstokken tegen het goddelijk woord, het oordeel te verkondigen; naar omstandigheden zelf tot volvoering daarvan in te grijpen; maar ook aan de andere zijde, wanneer menselijke hoop verdwenen is, redding en heil te beloven, altijd het oog op de Heere, van wie Israël alles te hopen en te vrezen heeft, en op zijn wegen gericht te houden; dat is het, wat men onder de politieke werkzaamheid van de profeten te verstaan heeft een werkzaamheid, die noch met die van ministers en staatsraden, noch met die van demagogen (volksleiders), waarmee het onverstand zo dikwijls de profeten vergeleken heeft, iets gemeen heeft.
Samuel vertoont hier enigszins het beeld van Mozes, die bad voor zijn volk, omdat de eer van Gods Naam en het heil van zijn volk hem zozeer ter harte gingen. Samuel bidt niet zozeer voor Saul, omwille van hem, als wel omwille van de Heere en omwille van het volk. God zal echter strak, tonen, dat Zijn oordelen rechtvaardig zijn, en dat wat hij nu doet, zal strekken juist tot eer van Zijn Naam en tot heil van het volk, wanneer hij in plaats van Saul, David tot koning roept over Zijn volk.
Daarna maakte Samuel zich, overeenkomstig zijn verplichting als profeet, ‘s morgens vroeg van Rama op, Saul tegemoet, die uit de strijd terugkeerde; en het werd Samuel bericht door iemand, die hij op zijn weg ontmoette, zeggende: Saul is, van het land van de Amalekieten naar Juda optrekkende, te Karmel, het tegenwoordige Kurmul, ongeveer 2 mijl zuidoostelijk van Hebron (Joz.15: 54), gekomen, en zie, hij heeft zich daar, in de hoogmoed van zijn hart, een pilaar, een gedenkteken van de overwinning, gesteld, daarna is hij omgetrokken, heeft hij zich in noordoostelijke richting verder gewend, en is doortrokken, en naar Gilgal in de Jordaanvlakte (13: 4) afgekomen, met het doel om de Heere brandoffers en dankoffers te brengen, nadat hij eerst voor zijn eigen eer gezorgd heeft.
Samuel nu richtte volgens dit bericht zijn schreden aanstonds naar het westen, en kwam tot Saul te Gilgal, en Saul zei tot hem, de profeet met gemaakte vriendelijkheid tegemoet tredende: Gezegend zijt gij de HEERE, dat gij tot ons komt, om aan ons offer deel te nemen! Ik heb het woord van de HEERE, dat door u tot mij gekomen is (vs.2,3), bevestigd, 1) zodat gij met mijn gehoorzaamheid, waartoe gij mij vermaande (vs.1), wel tevreden zult zijn.
Zo verdwaasd is de zondaar, dat hij het oordeel van God denkt te ontvluchten, door zichzelf te verontschuldigen; omdat we nochtans onszelf moeten oordelen, indien we niet geoordeeld willen worden. Zij, die het meest roemen op hun godsdienstigheid, mogen zeer wel verdacht gehouden worden, dat hun werk niet in waarheid, maar veeleer geveinsd is.
Saul nu, in plaats van door de vraag in verlegenheid te raken, zei, reeds volleerd in het huichelen: Zij, de kinderen van Israël hebben ze van de Amalekieten meegebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen gespaard met een doel, dat ik billijken moet, namelijk om de HEERE, UW God, te offeren; na de gelukkig behaalde overwinning moet Hem eer gegeven worden, en omdat nu het offer uw God geldt, voor Wiens eer gij ijvert, zult gij het sparen van de daartoe nodige schapen en runderen niet veroordelen; maar het overige, dat wij tot het offeren niet gebruiken konden, hebben wij verbannen, 1) en dus letterlijk het woord van de Heere vervuld, zoals ik (vs.13) gezegd heb.
De onwaarheid en huichelarij van deze woorden ligt voor de hand. Wanneer ook werkelijk een gedeelte van het gespaarde vee de Heere zou geofferd worden, zo was dat toch niet de eigenlijke bedoeling; het meeste wilde men voor zichzelf houden en met hetgeen men offerde wilde men God tevreden stellen, dat Hij om zo te spreken, zou zwijgen over de door, die gepleegd was. Maar ook in geval men niets voor zichzelf had gehouden, maar alles in het eigen land had willen offeren, was het sparen toch zonde geweest, want wat door de Heere verbannen was, kon Hem niet als offer gebracht worden, omdat het als heilig reeds aan hem behoorde (Lev.27: 29) (Deuteronomium 13: 16) gedood moest worden.
Zij, die altijd genegen zijn zichzelf te rechtvaardigen, zijn gewoonlijk de eerste om anderen te veroordelen, en veel liever zullen ze tegen de duidelijkste bewijzen in de schuld op hun naaste leggen, dan zich zelf schuldig erkennen. De zonde is als een onecht kind, hetgeen niemand zich wil eigenen, noch toestaan, dat het voor zijn deur gelegd, of hem thuis gebracht wordt.
Toen zei Saul tot Samuel: Hoe kunt gij mij deze verwijten doen? Ik heb immers naar de stem van de HEERE gehoord, en heb gewandeld op de weg, waarop mij de HEERE gezonden heeft, en ik heb Agag, de koning van de Amalekieten, gevangen en meegebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen. 1)
Hij wil in Agag, die hij levend gevangen had, het bewijs leveren, dat hij het woord van de Heere had gehoorzaamd. Immers, de gevangen Agag was een bewijs, dat de Amalekieten overwonnen en verslagen waren. Op die wijze meende hij Samuel en in deze de Heere te kunnen misleiden. Van berouw en boete is bij hem geen spoor te ontdekken. Nu niet en ook straks niet.
Wat nu de door betreft, ik heb die niet begaan. Het volk nu heeft genomen van de door, van de buit, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, niet om het voor zichzelf te houden, maar om de HEERE uw God een gedeelte daarvan op te offeren te Gilgal,
hier, op deze offerplaats. 2)
Saul zondigde niet alleen hierin, dat hij beproefde, de schuld op het volk te werpen, om zichzelf aan de veroordeling te onttrekken; maar hierin het meest, dat hij voorgaf het best gedeelte van de buit aan God gewijd te hebben. Want dit was toch niet de bedoeling van het volk, waar het de goederen aan de Amalekieten ontnomen had. Waarom wij ons met des te meer ijver moeten wachten, om nimmer de naam van God als een voorwendsel voor onze zonde te gebruiken. Want het is de grootste goddeloosheid, om na het plegen van enige zonde, de hoogheilige Naam van God op ijdele wijze te gebruiken.
Om zijn zonde van hoogmoed en gierigheid te bedekken, gaat hij voorgeven, alsof hij die dieren gespaard heeft, om de Heere een offerande te brengen. Aan zijn zonde geeft hij nog een godsdienstige tint om Samuel te verblinden. Zichzelf kon hij echter bedriegen, maar de Heere niet.
Door verontschuldigingen meent de zondaar het oordeel van God te ontvlieden, en zij bewijzen alleen de verharding van het hart. Zie hoe moeilijk het is de kinderen van de ongehoorzaamheid te overtuigen.
Maar Samuel zei, om met een krachtig woord alle verdere uitvluchten van Saul af te snijden: Heeft de HEERE lust aan brandoffers en slachtoffers, als aan het gehoorzamen van de stem van de HEERE? Zie, a) gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken op het woord van de Heere en daarnaar handelen dan het vette van de rammen 1) (Lev.3: 3vv.). Wat baat de Heere het vette op zichzelf (Psalm 50: 10vv.), indien het niet is de uitdrukking en het zinnebeeld van eensgezindheid van hart, om zich Hem in ware vroomheid en gehoorzaamheidover te geven?
Prediker 4: 17 Hos.6: 6 MATTHEUS.9: 13; 12: 7
Hier is nu allereerst op te merken, opdat deze uitspraak des te beter begrepen wordt, dat waar Samuel zegt, dat God geen lust heeft in brandoffers en slachtoffers, maar in het gehoorzamen van Zijn stem, dat hij daarmee niet wil zeggen, dat God de brandoffers en slachtoffers mishagen, maar hij maakt een vergelijking tussen brandoffers en vrijwillige gehoorzaamheid. Alsof hij wil zeggen, dat de hoogste verering van God gelegen is in gehoorzaamheid, waarmee men moet beginnen en dat de offeranden nu als het ware aanhangsels zijn, waarvan de kracht niet zo groot is als die van de gehoorzaamheid aan de Voorschriften van de Heere. In het offeren wordt slechts vreemd vlees van onredelijke dieren geofferd, maar in de gehoorzaamheid de eigen wil; deze is de redelijke of geestelijke godsdienst (Rom.12: 8).). Opmerken is het hoogste in het leven van de Christen. Opmerken op de genade in Christus, werkt geloof, liefde, hoop. Wij hebben niets te doen, dan op te merken alles wat God doet, om dagelijks toe te nemen in de kennis van God, die het eeuwige leven is.
De offeranden van hen, die Zijn stem niet willen gehoorzamen, zijn Hem integendeel een gruwel (Jes.1: 11vv. (Jer.6: 20). Want weerspannigheid is een zonde van toverij 1) en het weerstreven van de goddelijke wil is afgoderij en beeldendienst, 2) omdat bij dergelijk weerstreven het eigen ik in de plaats van de ware God gesteld wordt, en zo min toverij en afgoderij door enige godsdienstige verrichting goedgemaakt kan worden, even zo min ongehoorzaamheid. Gij moogt de waarzeggers en duivelskunstenaars hebben uitgeroeid en geen beelden dulden, gij hebt die zonde onder andere vorm bedreven, en nu omdat gij het woord van de HEERE verworpen hebt, door niet te doen, wat u bevolen was, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn over Zijn volk, maar te Zijner tijd aan een ander uw plaats zult moeten overgeven.
God gelijk te willen zijn, te willen weten en doen, wat God aan Zijn alwetendheid en almacht voorbehouden heeft, ligt sinds de eerste ongehoorzaamheid (Genesis3: 5) in ons hart. Toverij en waarzeggerij zijn daarin één, dat de gevallen mens door deze op een door God gesloten en verboden weg zich verheffen wil boven de grenzen van het natuurlijke geopenbaarde weten, die de mens gezet zijn en boven het door genade verhoogde menselijk werken. Het is een vermetel en zondig inbreuk maken op de afgesloten weg tot de boom des levens en der kennis, om te roven en te stelen wat verboden is. Omgekeerd heet daarom ook de ongehoorzaamheid, als een overgaan van de door God gezette perken: zonde van toverij; zij leidt ook, zoals wij in het bijzonder aan Saul zien (28), zeer dikwijls tot toverij in de eigenlijke zin.
Het woord toverij komt waarschijnlijk af van een versterkte vorm van doen; het betekent dus een kunstig doen, omdat de mens om buitengewone werken voort te brengen, machten en krachten in zijn dienst probeert te brengen, die boven de door God verleende maat zijn.
Het is veel gemakkelijker een rund of schaap te brengen, op het altaar te verbranden, dan elke hoge gedachte aan God te brengen en aan Zijn wil te onderwerpen. Gehoorzaamheid is de heerlijkheid van de Engelen (Psalm 103: 20), en moet ook de onze zijn. Niets is zo Godtergend dan ongehoorzaamheid, die de menselijke wil in strijd met de Zijnen stelt. Ongehoorzaamheid maakte ons allen tot zondaars (Rom.5: 19), zij is die boosheid van de zonde, dat zij de overtreding is van de wet en bij gevolg vijandschap tegen God (Rom.8: 7).
Gewis, indien er één plaats is in de gehele Heilige Schrift, die ons leert, ons te buigen onder het juk en hoe groot nut daarvan is te hopen, dan is het wel deze bij uitnemendheid. En het is een uitspraak, waardig, dat wij haar dag en nacht overwegen en altijd in onze gedachten houden. Want op dit fundament alleen behoort alles te steunen, indien men alles, waartoe men geroepen en verplicht wordt, ten uitvoer wil brengen.
Toen zei Saul, verschrikt, dat hem nu werkelijk en onherroepelijk het koninkrijk ontnomen was, tot Samuel, van wie hij wel wist, dat hij een getrouw profeet van de Heere was, zodat geen van deze woorden op de aarde zou vallen (3: 19vv.), en die reeds op het punt stond Gilgal te verlaten: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van de HEERE en uw woorden overtreden heb; zij is echter een zonde van zwakheid, die niet al te zeer toe te rekenen is; want ik heb het volk gevreesd, dat van mij het sparen van de beste schapen en runderen verlangde, en ik heb naar hun stem gehoord. 1)
De laatste bijvoeging toont genoeg, dat Sauls berouw niet een waar berouw was, niet een berouw dat voortkwam uit de overtuiging van het hart, dat hij God had beledigd, door Zijn stem ongehoorzaam te zijn. Want toch, al was het waar, dat het volk hem daartoe aangezet had, zo had hij toch zijn koninklijk gezag moeten stellen tegen de wens van het volk. Het bevel van de Heere om alles te verbannen moest hem dierbaarder zijn geweest dan de wil van het volk. Zijn berouw kwam meer voort uit de schrik, dat hij nu als koning door God verworpen was. Hoogmoed deed hem voor een ogenblik spreken, wat hij zei, zoals duidelijk blijkt uit vs.30.
Nu dan vergeef mij toch mijn zonde, en maak dat het uitgesproken vonnis weer wordt ingetrokken, en keer met mij terug 1) tot het altaar, waar het offer gebracht zal worden, dat ik de HEERE aanbid. Laat het mij niet zonder u verrichten, wat een schande voor mij zou zijn ten aanzien van het gehele volk.
Hieruit blijkt, dat Samuel, na het vervullen van zijn opdracht, wilde weggaan, maar door Saul gebeden wordt om te blijven, en met hem het offer te brengen, opdat het volk niet zou weten van zijn verwerping.
Maar Samuel zei tot Saul: Ik zal met u niet terugkeren; ik heb geen gemeenschap meer met u en uw koninkrijk. Omdat gij het woord van de HEERE verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israël zult zijn, en waar de Heere niet is, daar moet ook Zijn dienaar niet zijn (Joh.12: 26).
En ook zal de Heere hierin Zijn raadsbesluit niet veranderen, maar het ondanks uw tegenstreven vervullen, ook liegt Hij, die de overwinning van Israël is, de sterke, de onveranderlijke God, 1) op wie Zijn verbondsvolk al zijn vertrouwen en al zijn hoop stelt, niet, en het berouwt Hem niet, zoals een mens, die aanvangt en straks het verkeerde inziet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou, 2) integendeel al Zijn werken zijn Hem van eeuwigheid bekend (Hand.15: 18 (Num.23: 19).
In het Hebreeuws Netsach Jisraël. Eigenlijk: de bestendige of de onveranderlijke Israël’s. Het eerste woord betekent: waarheid, onveranderlijkheid, en van daar: Hij, die de waarheid is, of in Wie men vertrouwen stelt. Deze vertaling past ook beter bij het volgende, dan die van overwinning, omdat juist wat nu volgt uit Zijn Onveranderlijkheid en Waarheid voortvloeit.
Deze woorden zijn er daarom bijgevoegd, omdat dit het gevoel is van de mensen, dat zij God kunnen ombuigen en afmeten naar hun maat en begrip. Dus kon het schijnen bij het eerste gezicht, dat deze uitdrukking minder paste bij de Majesteit van God, dat God niet kon liegen, noch berouw hebben, waar niemand twijfelde, dat God waarachtig was.
Dit woord spreekt Gods eigen woorden in vs.11 niet tegen, want daar spreekt God van zich, zoals Clerikus het met een Grieks woord uitdrukt anyrwpopaywv, dat is zo, dat Hij zichzelf menselijke gevoelens en gewaarwordingen toeschrijft, omdat Hij geen dode, maar een levende, persoonlijke God is. Hier daarentegen spreekt Samuel van Hem yeoprepwv, dat is naar Zijn eigenlijk wezen, dat boven al het menselijke verheven is.
Saul erkende, dat het vonnis onherroepelijk was, maar wilde tot iedere prijs vermijden, dat het volk iets van zijn verwerping bemerkte. Hij dan zei: Ik heb gezondigd, en zal mij niet verder verontschuldigen, maar doe alleen dit: eer mij toch nu voor de oudsten van mijn volk en voor het hier verzamelde Israël, en keer terug met mij, dat ik de HEERE, uw God in uw aanwezigheid door het brengen van het voorgenomen offer aanbid, 1) en er niet een algemene opspraak over uw verwijdering opsta.
Saul vraagt aan Samuel om bij hem te blijven, om hem te eren voor het aangezicht van de oudsten van het volk en voor Israël, opdat hij daardoor zijn gezag bij hen mocht houden. Alsof Samuel iets in het besluit van God kon veranderen, of zijn gezag bij de mensen in stand kon houden, terwijl hij door het oordeel en de hand van God was verworpen. God had hem evenwel door het aangekondigde vonnis gestraft, en hem volstrekt niet de gunst en welwillendheid van de mensen toegezegd. Want wat zou dit anders zijn, bid ik u, dan dat God zou liegen en Zichzelf een slag in het gezicht geven. Verre van ons zij zo’n grote dwaasheid! en ervarende, dat God op ons vertoornd is, om van de schepselen hulp te verwachten, waardoor wij onze veroordeling zwaarder zouden maken. Niettemin wil Samuel hem echter vergezellen n.l. omdat voor de profeet de tijd en het ogenblik van zijn onttroning nog niet was gekomen wat echter bij God besloten was, en met het oog op de mensen. Maar terwijl nog geen opvolger was aangesteld, was hij toch de door God beloofde te verwachten. David was nog niet gezalfd en gewijd en dus eerde Samuel de koning tot op die tijd, ofschoon deze door het besluit van God verworpen was.
God gaf aan Israël een koning in Zijn toorn. Hij verkoos de zoon van Kis, de Benjaminiet. Deze mooie jongeling met zijn veelbelovende aanleg scheen tot de beste verwachting recht te geven. Zijn ridderlijke gestalte kwam overeen met zijn krijgsmoed. Bovendien kan hem de getuigenis gegeven worden zich onbevlekt van de zedelijke afdwalingen van zijn tijdgenoten gehouden te hebben; zonder twijfel is hij door zijn vader in het geloof opgevoed, en ontbrak het hem niet aan godsdienstige indrukken. De opmerking van de geschiedenis, dat God hem een ander hart had gegeven, noodzaakt ons zelfs hem, na de zalving door Samuel, als een met heilige aandoeningen en voornemens vervulde man te denken. Maar reeds aanstonds wordt hier het vermoeden opgewekt, dat de ootmoed, die hij openbaarde, meer in herinnering aan zijn geringe afkomst, dan in zijn zondaars bewustzijn haar oorsprong had, en niet minder bevreemdt het ons, dat wij hem, nadat Samuel hem de handen opgelegd heeft, niet vóór alle andere dingen zich voor de Heere zien buigen, noch om Zijn genade hulp horen roepen. Wij vergissen ons niet, wanneer wij reeds op de dag van zijn roeping in hem een man zien, wiens hart tussen God en de wereld verdeeld is, en die achter zijn belofte, om in de naam van de HEERE te regeren, het geheime voorbehoud heeft, dit slechts te doen, in zoverre de wil van de HEERE niet het verloochenen van eigen wil eisen zal. En nu: Saul voelde zich tot de grond toe verpletterd. Door de nood gedwongen, belijdt hij: “Ik heb gezondigd,” en hij voegt er dringend bij: “Keer terug met mij, dat ik de Heere aanbidde.” Dat klonk verheugend en gaf hoop; maar wat was van die schijnvroomheid de oorzaak? Niets anders, dan de begeerte, om door het hoge aanzien, waarin Samuel zich verheugde, voor de ogen van het volk bedekt te worden. Zozeer was het hem te doen om in het licht van de heiligheid van deze man van God voor de mensen mee te schitteren, en om door een voortgezet verkeer met hem zijn eigen vroomheid aan alle verdenking van onreinheid te onttrekken, dat hij, in plaats van met een verbroken hart en om genade roepende, voor de Almachtige in het stof te zinken, de profeet met geweld bij zich zocht te houden, en de mantel zo krampachtig en woest aangreep, dat deze scheurde en een slip daarvan in zijn hand bleef hangen. Daar herhaalt hij zijn belijdenis: “Ik heb gezondigd en spreekt in zijn angst uit, wat hem boven alles ter harte ging: “Eer mij toch voor de oudsten van mijn volk en voor Israël; en keer terug met mij, dat ik de Heere, uw God aanbidden.” Hier zien wij zijn hart geheel voor ons besloten. In plaats van boete voor God vervult hem slechts de zorg voor zijn eer bij de mensen.
Toen keerde Samuel terug, Saul 1) achterna en Saul aanbad de HEERE. 2)
De profeet, die met de ellende medelijden heeft, gaat werkelijk, maar met welk doel? Om gemeenschappelijk met hem te offeren en hem daardoor te meer in zijn huichelarij te sterken? Dat zij verre! Wat geschiedt er? In zijn aanwezigheid volvoert hij eigenhandig met de scherpte van het zwaard aan de gevangen gehouden Amalekietenkoning Agag de ban van God, en stelt daardoor de koning van Israël tot een onvergetelijk voorbeeld van de heilige en onverbiddelijke ernst van Hem, die zich niet laat bespotten en tevens van de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, die aan God en Zijn gebod toekomt.
Ware de aardse koningskroon op zijn hoofd niet wankelend geworden en door God in het stof geworpen, om de kroon van het eeuwige leven had Saul zich nooit belijdende en biddende voor God en Samuel in het stof gebogen; niet de stad met poorten van paarlen en gouden straten en de zetel voor de troon van de Eeuwige verbrak zijn harde hart, maar alleen de lust en begeerte om verder zegevierend in zijn arme vergankelijke hoofdstad in te trekken en op de troon van stof nog enige dagen te kunnen pralen. Laat mij het in een woord samenvatten; om in zijn zonde, zelfzucht, zijn aardsgezindheid ongestoord verder te kunnen leven, daarom dwong hij zich tot het tegenstrijdige woord: “Ik heb gezondigd,” en boog hij zijn knieën tot gebed. Nood pijnigt, onheil dringt, angst drijft; dan komt wel een gebed te voorschijn daar, waar het in betere dagen nooit zou gekomen zijn. Is nu ieder gebed, dat in de nood zijn geboorte-uur heeft, een Saulsgebed? Dat zij verre! Menigeen heeft in de nood waarlijk leren bidden en is verhoord; denkt aan de moordenaar aan het kruis. Dan is het een Saulsgebed wanneer men alleen bevrijd wil zijn van hetgeen onaangenaam en drukkend is, van hetgeen de zelfzucht en haar bandeloze vlucht beperkt, opdat men weer lucht verkrijgt en zo ongestoord op dwaalwegen kan voortwandelen, evenals eens farao en de andere moordenaar, die lasterend smeekte: “Help uzelf en ons!” Wanneer ik naar de orde in het “Onze Vader” eerst om vergeving van zonden bid, en daarna om bewaring voor nieuwe zonde, en dan eindelijk om verlossing van de boze, van allerlei gevolgen van de zonde, is het een waar gebed; wanneer echter de vijfde en zesde bede mij gering voorkomt en ik met de zevende begin, d.i. wanneer ik verlossing van de gevolgen van de zonde, niet van de schuld van de zonde en de zonde zelf begeer, dan is het een Saulsgebed.
Dit wil zeggen, dat Saul op plechtige wijze offeranden heeft gebracht. Hij wilde voor het aangezicht van het volk een vereerder van de Heere schijnen, hoewel hij in zijn hart niet die ware eerbied en die vrees koesterde die de Heere aangenaam is.
Toen Saul zijn gebed geëindigd had, zei Samuel: Breng Agag, de koning van de Amalekieten, die gij gespaard hebt (vs.9), hier tot mij. Agag nu ging tot hem weeldelijk, meer in de stemming van iemand, die naar een feest, dan die tot de dood heengaat; en Agag zei: Voorwaar de bitterheid van de dood, is geweken. 1)
Zonder christelijk geloof kan de vrees van de dood door kunstmatig zelfbedwang, door zelfmisleiding onderdrukt worden, maar nooit overwonnen; voor de onbekeerde mens is de vrees van de dood een zedelijke noodzakelijkheid, en de dood, die koning van de verschrikking (Job 16: 14 Psalm 18: 5) te vrezen, heeft een hogere waarheid, dat hem onverschillig te beschouwen.
Men kan deze woorden ook nemen in de zin, alsof Agag, tot een profeet en een oud man geleid, gemeend heeft, nu bevrijd te zullen worden van de dood, of dat hij het voor verkieselijker heeft geacht te sterven boven het rondgevoerd worden tot spot en hoon.
Uit hetgeen Samuel in het volgende vers zegt, wil het ons voorkomen, dat Agag gemeend heeft in het leven te zullen blijven en aan Samuel te worden voorgesteld.
Maar Samuel zei: Zoals uw zwaard in de oorlogen, die gij gevoerd hebt, met ontzettende wreedheid en moordlust de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal, naar het recht van de wedervergelding, uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen; 1) nauwkeuriger: meer dan alle andere vrouwen, d.i. zij zal op het diepst ondervinden, wat het is de kinderen te verliezen, omdat gij, haar trots, de koning van haar volk, gedood wordt. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, en volbracht hij zo de ban van hem, hetgeen Saul had nagelaten, voor het aangezicht van de HEERE, voor het altaar te Gilgal.
Met welke woorden Samuel aan Agag de rechtvaardigheid en billijkheid van zijn aanstaande dood aantoont, dat deze noch wreed was, noch iemand tot misdaad kon worden aangerekend. Indien wij Agag horen zeggen, dat de bitterheid van de dood van hem geweken was, dan geeft Samuel hem deze woorden terug en berispt hem, alsof hij zei: Met welk recht meent gij aan de dood ontkomen te zijn, gij die terwijl gij liefde zoekt, wreedheid hebt getoond, gij die vele vrouwen van haar kinderen hebt beroofd en vele kinderen van hun ouders, en vele weduwen hebt gemaakt. Dit alles is geboekt, waarvan nu door u rekenschap moet worden gegeven. En niet zonder oorzaak pakt Samuel de man zo aan. Want toch goddelozen, wanneer zij zien dat de straf hen treft, plegen hevig bewogen en verontwaardigd te worden en met de tanden te knersen, er tegen God en mensen op te bruisen en op te staan. Maar Samuel breidelt zijn woestheid, door hem te doen verstaan, dat geen hoop op leven en redding hem overbleef, omdat hij zijn verdiende loon kreeg, het loon voor zijn daden.
Daarna1) ging Samuel naar Rama, waar hij zich gewoonlijk ophield; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea, welke stad, omdat hij daar zijn residentie had, Gibea-Sauls genoemd werd.
Te Gilgal werd Saul gekroond, te Gilgal is hij verworpen. Ofschoon de profeet de koning als zodanig bleef eren, is alles voortaan tussen hem als opdrachtgever van God en Saul afgebroken.
Samuel is hier geen heerszuchtig priester, maar de vertegenwoordiger van de HEERE.
En Samuel zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood toe; de ontmoeting in 19: 24 toch was van geheel andere aard, dan wanneer hij hem vroeger als vriend en raadgever opzocht en de ondernemingen van de koning met zijn voorbede vergezelde; evenwel droeg Samuel, hoewel er van nu aan een wijde kloof tussen beiden gevestigd was, leed om Saul; en het berouwde de HEERE, dat hij Saul tot koning over Israël gemaakt had. De gehele nu volgende geschiedenis is die van een man, die zijn ondergang steeds nadert, om voor een ander heerlijk opgaand gesternte plaats te maken; die echter dit lot niet met overgave draagt, maar met inwendige woede en met het streven, om de gehate mededinger uit de weg te ruimen, zich daartegen stelt. Hij was goed begonnen, toen kwam een ruwe wind, die de bloem verbrak, totdat zij eindelijk geheel verwelkte.
Saul is als een schip, dat prachtig opgetuigd de veilige haven verliet, maar door hevige stormen geteisterd en door een felle bliksemschicht in mast of roerpen getroffen, een speelbal werd van de onstuimige golven, en nog een tijd lang in telkens tegenovergestelde richting geslingerd wordt, totdat het eindelijk op gindse klip geheel te pletter stoot en spoorloos in de diepte verdwijnt.
Het opmerkelijkst van alles, wat ons in het geschiedverhaal wordt meegedeeld, en wat ons de aard van de Godsregering in Israël het duidelijkst voor ogen stelt, is dit, dat Sauls verwerping zijn afzetting van de koninklijke waardigheid niet tevens in zich sluit, maar alleen later tot gevolg heeft, dat zijn huis na zijn dood van de troon word verwijderd. Die verwerping, voor het ogenblik zonder zichtbare gevolgen, werkt als een langzaam vergif. Langs geheel zichtbare wegen bestuurde God de lotgevallen van Zijn volk zo, dat tenslotte blijken moest, hoe geheel onmogelijk het was met zodanige gezindheden, als die in Saul werden gevonden, over Israël te regeren.
Hoe gemakkelijk was het voor Samuel, bij het groot aanzien, dat hij algemeen had, geweest, de koning neer te doen storten, wanneer hij gewild had en heerszucht de drijfveer van zijn handelen geweest was, zoals zij voorgeven, die zijn handelwijze ten opzichte van de koning op gelijke lijn stellen met de handelwijze van vele pausen in de middeleeuwen, die over keizers en koningen de banvloek slingerden, volken tot ongehoorzaamheid opzetten, ja zelfs de eed van gehoorzaamheid teniet deden. Dit zou Samuel veel eerder gelukt zijn, dan hun, die men dwaselijk onderstaan heeft met hem te vergelijken. De beste rechtvaardiging van de profeet ligt in de getuigenis van de Schrift, die zij van hem in vs.35 geeft.
Nadat Samuel nog door de zalving van David (16: 1vv.) tot de zekerheid gekomen is, dat de koning naar Gods hart gevonden, en daardoor de eerste grond tot opbouw van het rijk van Israël gelegd is, trekt hij zich geheel in de stilte van het afgezonderd leven terug. Nog slechts eens vóór zijn dood zien wij hem uit het duistere van dit stille leven te voorschijn treden, toen hij de gezalfde van de Heere tegen de door de Heere verworpene in bescherming moest nemen (19: 18vv.). Dan verschijnt Samuel aan de spits van zijn profeten, hetgeen ons tevens een duidelijk teken is, dat hij zijn werkzaamheid in de laatste tijd van zijn leven tot deze kring bepaald heeft. Misschien heeft hij nu ook in deze tijd van zijn rust de schriftelijke aantekeningen gemaakt, die in 1 Kronieken 29: 29 als “geschiedenissen van Samuel de Ziener” vermeld worden.
Menigeen, wiens hart oprecht is met God, is zo gedrukt door het gevoel van Zijn afdwalingen, voornamelijk door die, die begaan zijn na belijdenis van geloof, dat hij vreest, dat de geschiedenis van Saul een schilderij van hemzelf is. Maar voor hem, die iedere kwade weg haat, is er troost. De droefheid, die gij voelt, is een bewijs, dat gij niet van God verworpen zijt; want aan hem moet gij uw afkeer van zonde en uw ernstig verlangen toeschrijven, om vernieuwd te worden in heiligheid. Sauls geval is het uwe niet. Gij hebt een andere gemoedstoestand dan hij. O, dank daarvoor en houd vast hetgeen gij ontvangen hebt. Verlangen wij de gehele wil van God te doen? O, wend u tot Hem, niet in schijn en vorm alleen, maar met ongeveinsde oprechtheid.
Samuel draagt leed om Saul, omdat hij hem tot koning heeft gezalfd en ervan overtuigd is, dat waar God hem verworpen heeft, ook niets meer baten zal, om hem weer op het goede spoor te brengen.
Waar hier ook weer gezegd wordt, dat het de Heere berouwde, daar hebben wij het ook hier op te vatten in de zin, dat het de Heere leed deed. Een menselijke uitdrukking van het Hoogheilig Wezen van God.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel