Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Samuël 13

1 Saul was een jaar in zijn regering geweest, en het tweede jaar regeerde hij over Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 SaulH7586 was een jaarH8141 in zijn regeringH4427 geweest, en het tweedeH8147 jaar regeerdeH4427 hij overH5921 IsraelH3478. Saul was een jaar in zijn regering geweest, en het tweede jaar regeerde hij over Israel.

Ook in dit vers jaarH1121

KJV Saul3 reigned4 one year;1 and when he had reigned7 two5 years2 over Israel,9

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 שָׁא֣וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 4 בְּמָלְכ֑וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 5 וּשְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 שָׁנִ֔ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 מָלַ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen verkoos zich Saul drie duizend mannen uit Israel; en er waren bij Saul twee duizend te Michmas en op het gebergte van Beth-El, en duizend waren er bij Jonathan te Gibea-Benjamins; en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen verkoosH977 zich SaulH7586 drieH7969 duizendH505 mannen uit IsraelH3478; en er warenH1961 bijH5973 SaulH7586 twee duizendH505 te MichmasH4363 en op het gebergteH2022 van Beth-ElH1008, en duizendH505 warenH1961 er bijH5973 JonathanH3129 te Gibea-BenjaminsH1390; en het overigeH3499 des volksH5971 lietH7971 hij gaan, een iegelijkH376 naar zijn tentH168. Toen verkoos zich Saul drie duizend mannen uit Israel; en er waren bij Saul twee duizend te Michmas en op het gebergte van Beth-El, en duizend waren er bij Jonathan te Gibea-Benjamins; en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.

KJV Saul3 chose1 him three4 thousand5 men of Israel;6 whereof two thousand10 were with Saul9 in Michmash11 and in mount12 Bethel,13 and a thousand15 were with Jonathan18 in Gibeah19 of Benjamin:20 and the rest21 of the people22 he sent23 every man24 to his tent.25

1 וַיִּבְחַר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 2 ל֨וֹ 3 שָׁא֜וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 4 שְׁלֹ֣שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 5 אֲלָפִים֮ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 6 מִיִּשְׂרָאֵל֒ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וַיִּהְי֨וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 שָׁא֜וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 10 אַלְפַּ֗יִם H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 בְּמִכְמָשׂ֙ H4363 Michmas Mikmas, Mikmash 12 וּבְהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 13 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 14 אֵ֔ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 15 וְאֶ֗לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 16 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 18 י֣וֹנָתָ֔ן H3129 Jonathan, Jonathans Jonathan 19 בְּגִבְעַ֖ת H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 20 בִּנְיָמִ֑ין H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 21 וְיֶ֣תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 22 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 23 שִׁלַּ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 24 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 25 לְאֹהָלָֽיו H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Doch JonathanH3129 sloegH5221 de bezettingH5333 der FilistijnenH6430, dieH834 te GebaH1387 was, hetwelk de FilistijnenH6430 hoordenH8085. Daarom bliesH8628 SaulH7586 met de bazuinH7782 in het ganseH3605 landH776, zeggendeH559: Laat het de HebreenH5680 horenH8085. Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.

KJV And Jonathan2 smote1 the garrison4 of the Philistines5 that was in Geba,7 and the Philistines9 heard8 of it. And Saul10 blew11 the trumpet12 throughout all the land,14 saying,15 Let the Hebrews17 hear.16

1 וַיַּ֣ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 יוֹנָתָ֗ן H3129 Jonathan, Jonathans Jonathan 3 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 נְצִ֤יב H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 5 פְּלִשְׁתִּים֙ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בְּגֶ֔בַע H1387 Geba, Gaba, Gibea-benjamins Gaba, Geba, Gibeah 8 וַֽיִּשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 9 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 10 וְשָׁאוּל֩ H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 11 תָּקַ֨ע H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 12 בַּשּׁוֹפָ֤ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 13 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 יִשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 17 הָעִבְרִֽים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen hoorde het ganse Israel zeggen: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen, en ook is Israel stinkende geworden bij de Filistijnen. Toen werd het volk samengeroepen achter Saul, naar Gil-gal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen hoordeH8085 het ganseH3605 IsraelH3478 zeggenH559: SaulH7586 heeft de bezettingH5333 der FilistijnenH6430 geslagenH5221, en ookH1571 is IsraelH3478 stinkendeH887 geworden bij de FilistijnenH6430. Toen werd het volkH5971 samengeroepenH6817 achterH310 SaulH7586, naar Gil-gal. Toen hoorde het ganse Israel zeggen: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen, en ook is Israel stinkende geworden bij de Filistijnen. Toen werd het volk samengeroepen achter Saul, naar Gil-gal.

Ook in dit vers GilgalH1537

KJV And all Israel2 heard3 say4 that Saul6 had smitten5 a garrison8 of the Philistines,9 and that Israel12 also was had in abomination11 with the Philistines.13 And the people15 were called together14 after16 Saul17 to Gilgal.18

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 יִשְׂרָאֵ֞ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 שָׁמְע֣וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הִכָּ֤ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 שָׁאוּל֙ H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 נְצִ֣יב H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 9 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 10 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 נִבְאַשׁ H887 stinkende, stinken, stonk (make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly 12 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 בַּפְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 14 וַיִּצָּעֲק֥וּ H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 15 הָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 שָׁא֖וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 18 הַגִּלְגָּֽל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de Filistijnen werden verzameld om te strijden tegen Israel, dertig duizend wagens, en zes duizend ruiters, en volk in menigte als het zand, dat aan den oever der zee is; en zij togen op, en legerden zich te Michmas, tegen het oosten van Beth-Aven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de FilistijnenH6430 werden verzameldH622 om te strijdenH3898 tegen IsraelH3478, dertigH7970 duizendH505 wagensH7393, en zesH8337 duizendH505 ruitersH6571, en volkH5971 in menigteH7230 als het zandH2344, datH834 aanH5921 den oeverH8193 der zeeH3220 is; en zij togenH5927 op, en legerdenH2583 zich te MichmasH4363, tegen het oostenH6926 van Beth-AvenH1007. En de Filistijnen werden verzameld om te strijden tegen Israel, dertig duizend wagens, en zes duizend ruiters, en volk in menigte als het zand, dat aan den oever der zee is; en zij togen op, en legerden zich te Michmas, tegen het oosten van Beth-Aven.

KJV And the Philistines1 gathered themselves together2 to fight3 with Israel,5 thirty6 thousand7 chariots,8 and six9 thousand10 horsemen,11 and people12 as the sand13 which is on the sea17 shore16 in multitude:18 and they came up,19 and pitched20 in Michmash,21 eastward22 from Bethaven.23

1 וּפְלִשְׁתִּ֞ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 2 נֶאֶסְפ֣וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 3 לְהִלָּחֵ֣ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 שְׁלֹשִׁ֨ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 אֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 רֶ֨כֶב֙ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 9 וְשֵׁ֤שֶׁת H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 10 אֲלָפִים֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 פָּרָשִׁ֔ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 12 וְעָ֕ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 כַּח֛וֹל H2344 zand, zands sand 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 שְׂפַֽת H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 17 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 18 לָרֹ֑ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 19 וַֽיַּעֲלוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 20 וַיַּחֲנ֣וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 21 בְמִכְמָ֔שׂ H4363 Michmas Mikmas, Mikmash 22 קִדְמַ֖ת H6926 oosten east(-ward) 23 בֵּ֥ית H1007 Beth-aven Beth-aven 24 אָֽוֶן H1007 Beth-aven Beth-aven
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen de mannen van Israel zagen, dat zij in nood waren (want het volk was benauwd), zo verborg zich het volk in de spelonken, en in de doornbossen, en in de steenklippen, en in de vestingen, en in de putten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen de mannenH376 van IsraelH3478 zagenH7200, datH3588 zij in noodH6887 waren (wantH3588 het volkH5971 was benauwdH6862), zo verborgH2244 zich het volk in de spelonkenH4631, en in de doornbossenH2337, en in de steenklippenH5553, en in de vestingenH6877, en in de puttenH953. Toen de mannen van Israel zagen, dat zij in nood waren (want het volk was benauwd), zo verborg zich het volk in de spelonken, en in de doornbossen, en in de steenklippen, en in de vestingen, en in de putten.

KJV When the men1 of Israel2 saw3 that they were in a strait, (for the people9 were distressed,)8 then the people11 did hide10 themselves in caves,12 and in thickets,13 and in rocks,14 and in high places,15 and in pits.16

1 וְאִ֨ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 רָאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 צַר H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 6 ל֔וֹ 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 נִגַּ֖שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 9 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 וַיִּֽתְחַבְּא֣וּ H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 11 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 בַּמְּעָר֤וֹת H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 13 וּבַֽחֲוָחִים֙ H2337 doornbossen thicket 14 וּבַסְּלָעִ֔ים H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 15 וּבַצְּרִחִ֖ים H6877 sterkte, vestingen high place, hold 16 וּבַבֹּרֽוֹת H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De Hebreen nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De HebreenH5680 nu gingenH5674 over de JordaanH3383 in het landH776 van GadH1410 en GileadH1568. Toen SaulH7586 nogH5750 zelf te GilgalH1537 was, zo kwam alH3605 het volkH5971 bevendeH2729 achterH310 hem. De Hebreen nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem.

KJV And some of the Hebrews1 went over2 Jordan4 to the land5 of Gad6 and Gilead.7 As for Saul,8 he was yet in Gilgal,10 and all the people12 followed14 him trembling.13

1 וְעִבְרִ֗ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 2 עָֽבְרוּ֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 5 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 גָּ֖ד H1410 Gad Gad 7 וְגִלְעָ֑ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 8 וְשָׁאוּל֙ H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 9 עוֹדֶ֣נּוּ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 10 בַגִּלְגָּ֔ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 11 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 חָרְד֥וּ H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble 14 אַחֲרָֽיו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij vertoefde zeven dagen, tot den tijd, dien Samuel bestemd had. Als Samuel te Gilgal niet opkwam, zo verstrooide het volk van hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij vertoefdeH3176 zevenH7651 dagenH3117, tot den tijdH4150, dienH834 SamuelH8050 bestemd had. Als SamuelH8050 te GilgalH1537 nietH3808 opkwamH935, zo verstrooideH6327 het volkH5971 van hem. En hij vertoefde zeven dagen, tot den tijd, dien Samuel bestemd had. Als Samuel te Gilgal niet opkwam, zo verstrooide het volk van hem.

KJV And he tarried1 seven2 days,3 according to the set time4 that Samuel6 had appointed: but Samuel9 came8 not to Gilgal;10 and the people12 were scattered11 from him.

1 וַיּ֣וֹחֶל H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 2 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 3 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 לַמּוֹעֵד֙ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 שְׁמוּאֵ֔ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 7 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 בָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 שְׁמוּאֵ֖ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 10 הַגִּלְגָּ֑ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 11 וַיָּ֥פֶץ H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 12 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 מֵעָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide Saul: Brengt tot mij herwaarts een brandoffer, en dankofferen; en hij offerde brandoffer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 SaulH7586: BrengtH5066 totH413 mij herwaarts een brandofferH5930, en dankofferenH8002; en hij offerdeH5927 brandofferH5930. Toen zeide Saul: Brengt tot mij herwaarts een brandoffer, en dankofferen; en hij offerde brandoffer.

KJV And Saul2 said,1 Bring hither3 a burnt offering5 to me, and peace offerings.6 And he offered7 the burnt offering.8

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שָׁא֔וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 3 הַגִּ֣שׁוּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 4 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָעֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 6 וְהַשְּׁלָמִ֑ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 7 וַיַּ֖עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 8 הָעֹלָֽה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En het geschiedde, toen hij geeindigd had het brandoffer te offeren, ziet, zo kwam Samuel; en Saul ging uit hem tegemoet, om hem te zegenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En het geschieddeH1961, toen hij geeindigdH3615 had het brandofferH5930 te offerenH5927, zietH2009, zo kwamH935 SamuelH8050; en SaulH7586 ging uit hem tegemoetH7125, om hem te zegenenH1288. En het geschiedde, toen hij geeindigd had het brandoffer te offeren, ziet, zo kwam Samuel; en Saul ging uit hem tegemoet, om hem te zegenen.

KJV And it came to pass, that as soon as he had made an end2 of offering3 the burnt offering,4 behold, Samuel6 came;7 and Saul9 went out8 to meet him, that he might salute11 him.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּכַלֹּתוֹ֙ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 3 לְהַעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 הָעֹלָ֔ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 5 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 שְׁמוּאֵ֖ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 7 בָּ֑א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 וַיֵּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 שָׁא֛וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 10 לִקְרָאת֖וֹ H7122 wedervaren, geval, ontmoette befall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet 11 לְבָרֲכֽוֹ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zeide Samuel: Wat hebt gij gedaan? Saul nu zeide: Omdat ik zag, dat zich het volk van mij verstrooide, en gij op den bestemden tijd der dagen niet kwaamt, en de Filistijnen te Michmas vergaderd waren,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zeideH559 SamuelH8050: WatH4100 hebt gij gedaanH6213? SaulH7586 nu zeideH559: OmdatH3588 ik zagH7200, datH3588 zich het volkH5971 van mij verstrooideH5310, en gijH859 opH5921 den bestemden tijdH4150 der dagenH3117 nietH3808 kwaamt, en de FilistijnenH6430 te MichmasH4363 vergaderdH622 waren, Toen zeide Samuel: Wat hebt gij gedaan? Saul nu zeide: Omdat ik zag, dat zich het volk van mij verstrooide, en gij op den bestemden tijd der dagen niet kwaamt, en de Filistijnen te Michmas vergaderd waren,

KJV And Samuel2 said,1 What hast thou done?4 And Saul6 said,5 Because I saw8 that the people11 were scattered10 from me, and that thou camest15 not within the days17 appointed,16 and that the Philistines18 gathered themselves together19 at Michmash;20

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁמוּאֵ֖ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 מֶ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 עָשִׂ֑יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 שָׁא֡וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 רָאִיתִי֩ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 כִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 נָפַ֨ץ H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 11 הָעָ֜ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 מֵעָלַ֗י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 וְאַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 בָ֨אתָ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 לְמוֹעֵ֣ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 17 הַיָּמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 וּפְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 19 נֶאֱסָפִ֥ים H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 20 מִכְמָֽשׂ H4363 Michmas Mikmas, Mikmash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo zeide ik: Nu zullen de Filistijnen tot mij afkomen te Gilgal, en ik heb het aangezicht des HEEREN niet ernstelijk aangebeden, zo dwong ik mijzelven, en heb brandoffer geofferd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zo zeideH559 ik: NuH6258 zullen de FilistijnenH6430 totH413 mij afkomenH3381 te GilgalH1537, en ik heb het aangezichtH6440 des HEERENH3068 nietH3808 ernstelijkH2470 aangebeden, zo dwongH662 ik mijzelven, en heb brandofferH5930 geofferdH5927. Zo zeide ik: Nu zullen de Filistijnen tot mij afkomen te Gilgal, en ik heb het aangezicht des HEEREN niet ernstelijk aangebeden, zo dwong ik mijzelven, en heb brandoffer geofferd.

KJV Therefore said1 I, The Philistines4 will come down3 now upon me to Gilgal,6 and I have not made supplication10 unto7 the LORD:8 I forced11 myself therefore, and offered12 a burnt offering.13

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 עַ֠תָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 יֵרְד֨וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 4 פְלִשְׁתִּ֤ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 5 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַגִּלְגָּ֔ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 7 וּפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 חִלִּ֑יתִי H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 11 וָֽאֶתְאַפַּ֔ק H662 bedwong, bedwingen, dwong force (oneself), restrain 12 וָאַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 הָעֹלָֽה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen zeide Samuel tot Saul: Gij hebt zottelijk gedaan; gij hebt het gebod van den HEERE, uw God, niet gehouden, dat Hij u geboden heeft; want de HEERE zou nu uw rijk over Israel bevestigd hebben tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen zeideH559 SamuelH8050 tot SaulH7586: Gij hebt zottelijkH5528 gedaan; gij hebt het gebodH4687 van den HEEREH3068, uw GodH430, nietH3808 gehouden, dat Hij u gebodenH6680 heeft; wantH3588 de HEEREH3068 zou nuH6258 uw rijkH4467 over IsraelH3478 bevestigdH3559 hebben tot in eeuwigheidH5769. Toen zeide Samuel tot Saul: Gij hebt zottelijk gedaan; gij hebt het gebod van den HEERE, uw God, niet gehouden, dat Hij u geboden heeft; want de HEERE zou nu uw rijk over Israel bevestigd hebben tot in eeuwigheid.

KJV And Samuel2 said1 to Saul,4 Thou hast done foolishly:5 thou hast not kept7 the commandment9 of the LORD10 thy God,11 which he commanded13 thee: for now would the LORD17 have established16 thy kingdom19 upon Israel21 for22 ever.23

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁמוּאֵ֛ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שָׁא֖וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 5 נִסְכָּ֑לְתָּ H5528 zottelijk, dwaselijk, verdwaast do (make, play the, turn into) fool(-ish, -ishly, -ishness) 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 שָׁמַ֗רְתָּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מִצְוַ֞ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 10 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֶ֨יךָ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 צִוָּ֔ךְ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 עַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 הֵכִ֨ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 17 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 מַֽמְלַכְתְּךָ֛ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 22 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 23 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEERE heeft hem geboden een voorganger te zijn over Zijn volk, omdat gij niet gehouden hebt, wat u de HEERE geboden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Maar nuH6258 zal uw rijkH4467 nietH3808 bestaanH6965. De HEEREH3068 heeft Zich een manH376 gezochtH1245 naar Zijn hartH3824, en de HEEREH3068 heeft hem gebodenH6680 een voorgangerH5057 te zijn overH5921 Zijn volkH5971, omdatH3588 gij nietH3808 gehouden hebt, watH834 u de HEEREH3068 gebodenH6680 had. Maar nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEERE heeft hem geboden een voorganger te zijn over Zijn volk, omdat gij niet gehouden hebt, wat u de HEERE geboden had.

KJV But now thy kingdom2 shall not continue:4 the LORD6 hath sought5 him a man8 after his own heart,9 and the LORD11 hath commanded10 him to be captain12 over his people,14 because thou hast not kept17 that which the LORD21 commanded20 thee.

1 וְעַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 מַמְלַכְתְּךָ֣ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 3 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תָק֑וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 בִּקֵּשׁ֩ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 6 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 ל֜וֹ 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 כִּלְבָב֗וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 10 וַיְצַוֵּ֨הוּ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 11 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לְנָגִיד֙ H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 שָׁמַ֔רְתָּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 18 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 צִוְּךָ֖ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen maakte zich Samuel op, en hij ging op van Gilgal naar Gibea-Benjamins; en Saul telde het volk, dat bij hem gevonden werd, omtrent zeshonderd man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen maakte zich SamuelH8050 op, en hij ging op vanH4480 GilgalH1537 naar Gibea-BenjaminsH1390; en SaulH7586 teldeH6485 het volkH5971, dat bijH5973 hem gevondenH4672 werd, omtrent zeshonderdH8337 manH376. Toen maakte zich Samuel op, en hij ging op van Gilgal naar Gibea-Benjamins; en Saul telde het volk, dat bij hem gevonden werd, omtrent zeshonderd man.

KJV And Samuel2 arose,1 and gat him up3 from Gilgal5 unto Gibeah6 of Benjamin.7 And Saul9 numbered8 the people11 that were present12 with him, about six14 hundred15 men.16

1 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 שְׁמוּאֵ֗ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 וַיַּ֛עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַגִּלְגָּ֖ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 6 גִּבְעַ֣ת H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 7 בִּנְיָמִ֑ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 8 וַיִּפְקֹ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 9 שָׁא֗וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 הַנִּמְצְאִ֣ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 עִמּ֔וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 כְּשֵׁ֥שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 15 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 16 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Saul en zijn zoon Jonathan, en het volk, dat bij hen gevonden was, bleven te Gibea-Benjamins; maar de Filistijnen waren te Michmas gelegerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En SaulH7586 en zijn zoonH1121 JonathanH3129, en het volkH5971, dat bijH5973 hen gevondenH4672 was, blevenH3427 te Gibea-BenjaminsH1387; maar de FilistijnenH6430 waren te MichmasH4363 gelegerdH2583. En Saul en zijn zoon Jonathan, en het volk, dat bij hen gevonden was, bleven te Gibea-Benjamins; maar de Filistijnen waren te Michmas gelegerd.

KJV And Saul,1 and Jonathan2 his son,3 and the people4 that were present5 with them, abode7 in Gibeah8 of Benjamin:9 but the Philistines10 encamped11 in Michmash.12

1 וְשָׁא֞וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 2 וְיוֹנָתָ֣ן H3129 Jonathan, Jonathans Jonathan 3 בְּנ֗וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְהָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַנִּמְצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 עִמָּ֔ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 יֹשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 בְּגֶ֣בַע H1387 Geba, Gaba, Gibea-benjamins Gaba, Geba, Gibeah 9 בִּנְיָמִ֑ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 10 וּפְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 11 חָנ֥וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 12 בְמִכְמָֽשׂ H4363 Michmas Mikmas, Mikmash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de verdervers gingen uit het leger der Filistijnen, in drie hopen; de ene hoop keerde zich op den weg naar Ofra, naar het land Sual;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de verderversH7843 gingenH3318 uit het legerH4264 der FilistijnenH6430, in drieH7969 hopenH7218; de eneH259 hoopH7218 keerdeH6437 zich op den wegH1870 naar OfraH6084, naarH413 het landH776 SualH7777; En de verdervers gingen uit het leger der Filistijnen, in drie hopen; de ene hoop keerde zich op den weg naar Ofra, naar het land Sual;

KJV And the spoilers2 came out1 of the camp3 of the Philistines4 in three5 companies:6 one8 company7 turned9 unto the way11 that leadeth to Ophrah,12 unto the land14 of Shual:15

1 וַיֵּצֵ֧א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 הַמַּשְׁחִ֛ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 3 מִמַּחֲנֵ֥ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 4 פְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 5 שְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 6 רָאשִׁ֑ים H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 הָרֹ֨אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 אֶחָ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 יִפְנֶ֛ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 דֶּ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 עָפְרָ֖ה H6084 Ofra Ophrah 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 שׁוּעָֽל H7777 Sual Shual
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En een hoop keerde zich naar den weg van Beth-horon; en een hoop keerde zich naar den weg der landpale, die naar het dal Zeboim naar de woestijn uitziet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En eenH259 hoopH7218 keerdeH6437 zich naar den wegH1870 van Beth-horonH1032; en eenH259 hoopH7218 keerdeH6437 zich naar den wegH1870 der landpaleH1366, die naar het dalH1516 ZeboimH6650 naar de woestijnH4057 uitzietH8259. En een hoop keerde zich naar den weg van Beth-horon; en een hoop keerde zich naar den weg der landpale, die naar het dal Zeboim naar de woestijn uitziet.

KJV And another2 company1 turned3 the way4 to Bethhoron:5 and another8 company7 turned9 to the way10 of the border11 that looketh12 to the valley14 of Zeboim15 toward the wilderness.16

1 וְהָרֹ֤אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 2 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 יִפְנֶ֔ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 4 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 בֵּ֣ית H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 6 חֹר֑וֹן H1032 Beth-horon, benedenste Beth-horon 7 וְהָרֹ֨אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 אֶחָ֤ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 יִפְנֶה֙ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 הַגְּב֔וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 12 הַנִּשְׁקָ֛ף H8259 keek, zag, nedergezien appear, look (down, forth, out) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 גֵּ֥י H1516 dal, dalen, vallei valley 15 הַצְּבֹעִ֖ים H6650 Zeboim Zeboim 16 הַמִּדְבָּֽרָה H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En er werd geen smid gevonden in het ganse land van Israel; want de Filistijnen hadden gezegd: Opdat de Hebreen geen zwaard noch spies maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En er werd geenH3808 smidH2796 gevondenH4672 in het ganseH3605 landH776 van IsraelH3478; wantH3588 de FilistijnenH6430 hadden gezegdH559: Opdat de HebreenH5680 geen zwaardH2719 noch spiesH2595 makenH6213. En er werd geen smid gevonden in het ganse land van Israel; want de Filistijnen hadden gezegd: Opdat de Hebreen geen zwaard noch spies maken.

KJV Now there was no smith1 found3 throughout all the land5 of Israel:6 for the Philistines9 said,8 Lest the Hebrews12 make11 them swords13 or spears:15

1 וְחָרָשׁ֙ H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 2 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יִמָּצֵ֔א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 4 בְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אָמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 פְלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 10 פֶּ֚ן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 11 יַעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 הָעִבְרִ֔ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 13 חֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 14 א֥וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 15 חֲנִֽית H2595 spies, spiesen, spieshout javelin, spear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Daarom moest gans Israel tot de Filistijnen aftrekken, opdat een iegelijk zijn ploegijzer, of zijn spade, of zijn bijl, of zijn houweel scherpen liet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Daarom moest gansH3605 IsraelH3478 tot de FilistijnenH6430 aftrekkenH3381, opdat een iegelijkH376 zijn ploegijzerH4282, of zijn spadeH855, of zijn bijlH7134, of zijn houweelH4281 scherpenH3913 liet. Daarom moest gans Israel tot de Filistijnen aftrekken, opdat een iegelijk zijn ploegijzer, of zijn spade, of zijn bijl, of zijn houweel scherpen liet.

KJV But all the Israelites3 went down1 to the Philistines,4 to sharpen5 every man6 his share,8 and his coulter,10 and his axe,12 and his mattock.14

1 וַיֵּרְד֥וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הַפְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 5 לִ֠לְטוֹשׁ H3913 geslepen, leermeester, scherpen instructer, sharp(-en), whet 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מַחֲרַשְׁתּ֤וֹ H4282 ploegijzer share 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֵתוֹ֙ H855 spaden, spade coulter, plowshare 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 קַרְדֻּמּ֔וֹ H7134 bijlen, bijl ax 13 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מַחֲרֵשָׁתֽוֹ H4281 houweel, houwelen mattock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Maar zij hadden tandige vijlen tot hun houwelen, en tot hun spaden, en tot de drietandige vorken, en tot de bijlen, en tot het stellen der prikkelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Maar zijH1961 hadden tandigeH6310 vijlenH6477 tot hun houwelenH4281, en tot hun spadenH855, en tot de drietandigeH7969 vorkenH7053, en tot de bijlenH7134, en tot het stellenH5324 der prikkelenH1861. Maar zij hadden tandige vijlen tot hun houwelen, en tot hun spaden, en tot de drietandige vorken, en tot de bijlen, en tot het stellen der prikkelen.

KJV Yet they had a file2 for the mattocks,4 and for the coulters,5 and for the forks,6 and for the axes,8 and to sharpen9 the goads.10

1 וְֽהָיְתָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הַפְּצִ֣ירָה H6477 vijlen [phrase] file 3 פִ֗ים H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 לַמַּֽחֲרֵשֹׁת֙ H4281 houweel, houwelen mattock 5 וְלָ֣אֵתִ֔ים H855 spaden, spade coulter, plowshare 6 וְלִשְׁלֹ֥שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 קִלְּשׁ֖וֹן H7053 vorken fork 8 וּלְהַקַּרְדֻּמִּ֑ים H7134 bijlen, bijl ax 9 וּלְהַצִּ֖יב H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 10 הַדָּרְבָֽן H1861 prikkelen goad
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En het geschiedde ten dage des strijds, dat er geen zwaard noch spies gevonden werd in de hand van het ganse volk, dat bij Saul en bij Jonathan was; doch bij Saul en bij Jonathan, zijn zoon, werden zij gevonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En het geschieddeH1961 ten dageH3117 des strijdsH4421, dat er geen zwaardH2719 noch spiesH2595 gevondenH4672 werd in de handH3027 van het ganseH3605 volkH5971, datH834 bijH854 SaulH7586 en bijH854 JonathanH3129 was; doch bij SaulH7586 en bij JonathanH3129, zijn zoonH1121, werden zij gevondenH4672. En het geschiedde ten dage des strijds, dat er geen zwaard noch spies gevonden werd in de hand van het ganse volk, dat bij Saul en bij Jonathan was; doch bij Saul en bij Jonathan, zijn zoon, werden zij gevonden.

KJV So it came to pass in the day2 of battle,3 that there was neither sword6 nor spear7 found5 in the hand8 of any of the people10 that were with Saul13 and Jonathan:15 but with Saul17 and with Jonathan18 his son19 was there found.16

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 מִלְחֶ֔מֶת H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 4 וְלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 נִמְצָ֜א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 חֶ֤רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 וַחֲנִית֙ H2595 spies, spiesen, spieshout javelin, spear 8 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 13 שָׁא֖וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 14 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 יוֹנָתָ֑ן H3129 Jonathan, Jonathans Jonathan 16 וַתִּמָּצֵ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 17 לְשָׁא֔וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 18 וּלְיוֹנָתָ֖ן H3129 Jonathan, Jonathans Jonathan 19 בְּנֽוֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En der Filistijnen leger toog naar den doortocht van Michmas.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En der FilistijnenH6430 legerH4673 toogH3318 naarH413 den doortochtH4569 van MichmasH4363. En der Filistijnen leger toog naar den doortocht van Michmas.

KJV And the garrison2 of the Philistines3 went out1 to the passage5 of Michmash.6

1 וַיֵּצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מַצַּ֣ב H4673 bezetting, standplaats, leger garrison, station, place where...stood 3 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מַעֲבַ֖ר H4569 veren, doorgang, doorgegaan ford, place where...pass, passage 6 מִכְמָֽשׂ H4363 Michmas Mikmas, Mikmash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 13:1 Micha 6:6 Exodus 12:5
1 Samuël 13:2 1 Samuël 10:26 1 Samuël 14:31 1 Samuël 13:5 1 Samuël 13:23 2 Samuël 21:6 Richteren 19:12 1 Samuël 8:11 1 Samuël 15:34
1 Samuël 13:3 1 Samuël 10:5 Richteren 3:27 Richteren 6:34 Jesaja 10:29 Zacharia 14:10 1 Samuël 14:1 2 Samuël 2:28 Jozua 21:17
1 Samuël 13:4 Genesis 34:30 Exodus 5:21 1 Samuël 11:14 1 Samuël 10:8 Jozua 5:9 Zacharia 11:8 Genesis 46:34
1 Samuël 13:5 Jozua 11:4 1 Samuël 14:23 Jozua 18:12 Romeinen 9:27 Hosea 4:15 Richteren 7:12 Hosea 10:5 Jozua 7:2
1 Samuël 13:6 Richteren 6:2 Hebreeën 11:38 Jozua 8:20 Jesaja 42:22 2 Samuël 24:14 1 Samuël 14:11 1 Samuël 24:3 Richteren 20:41
1 Samuël 13:7 Deuteronomium 28:25 Hosea 11:10 Jozua 13:24 Leviticus 26:36 Richteren 7:3 Leviticus 26:17 Numeri 32:33 Numeri 32:1
1 Samuël 13:8 1 Samuël 10:8
1 Samuël 13:9 1 Koningen 3:4 Deuteronomium 12:6 2 Samuël 24:25 Psalmen 37:7 1 Samuël 15:21 1 Samuël 13:12 1 Samuël 14:18 Spreuken 21:27
1 Samuël 13:10 1 Samuël 15:13 Psalmen 129:8 Ruth 2:4
1 Samuël 13:11 1 Samuël 13:16 1 Samuël 13:5 1 Samuël 13:23 1 Samuël 13:2 Jesaja 10:28 Genesis 3:13 Jozua 7:19 2 Samuël 3:24
1 Samuël 13:12 2 Korinthe 9:7 Psalmen 66:3 Amos 8:5 1 Samuël 21:7 1 Koningen 12:26
1 Samuël 13:13 2 Kronieken 16:9 1 Samuël 15:22 1 Samuël 15:11 1 Samuël 15:28 2 Kronieken 25:15 1 Koningen 18:18 Psalmen 50:8 1 Koningen 21:20
1 Samuël 13:14 Handelingen 13:22 1 Samuël 15:28 Handelingen 7:46 1 Samuël 2:30 Hebreeën 2:10 2 Koningen 20:5 1 Samuël 9:16 1 Samuël 16:1
1 Samuël 13:15 1 Samuël 13:2 1 Samuël 14:2 1 Samuël 13:6
1 Samuël 13:16 1 Samuël 13:3
1 Samuël 13:17 Jozua 18:23 1 Samuël 14:15 1 Samuël 11:11 Jozua 19:3
1 Samuël 13:18 Nehemia 11:34 Jozua 18:13 Jozua 16:3 Jozua 10:11 Genesis 14:2 2 Kronieken 8:5 Jozua 16:5 1 Kronieken 6:68
1 Samuël 13:19 2 Koningen 24:14 Jeremia 24:1 Richteren 5:8 Jesaja 54:16
1 Samuël 13:22 Richteren 5:8 1 Samuël 17:50 1 Korinthe 1:27 1 Samuël 17:47 Zacharia 4:6 2 Korinthe 4:7
1 Samuël 13:23 Jesaja 10:28 1 Samuël 14:1 1 Samuël 14:4 1 Samuël 13:5 1 Samuël 13:2 2 Samuël 23:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 13 vers 1

was een jaar in zijn regering geweest Hebreeuws, Saul zijnde eens jaars zoons in zijn regeren

Hertaald: was een jaar in zijn regering geweest Hebreeuws: Saul was één jaar oud in zijn regering.

het tweede jaar regeerde hij over Israël Hebreeuws, twee jaren; dat is, tweede jaar. Zie Richt. 14:17.

Hertaald: het tweede jaar regeerde hij over Israël Hebreeuws: twee jaar; dat is: het tweede jaar. Zie Richt. 14:17.

1 Samuël 13 vers 2

drie duizend mannen uit Israël; Deze 3000 mannen pasten alzo op Sauls dienst, waar henen en waartoe hij hen gebruiken wilde.

Hertaald: drie duizend mannen uit Israël; Deze 3000 man stonden zo tot Sauls beschikking, waarheen en waartoe hij hen wilde gebruiken.

Michmas en op het gebergte van Beth-el, Versta dit niet van een stad alzo genoemd, maar van een hoek des lands in de landpale van Benjamin, bij den berg Beth-el ; want gelijk hier gezegd wordt dat Saul te Michmas met zijn volk was, alzo staat hier onder, vs.5, dat ook de Filistijnen zich te Michmas legerden.

Hertaald: Michmas en op het gebergte van Beth-el, Versta dit niet als een stad met die naam, maar als een deel van het land in het grondgebied van Benjamin, bij de berg Bethel; want zoals hier gezegd wordt dat Saul te Michmas met zijn volk was, staat hieronder in vers 5 ook dat de Filistijnen zich te Michmas legerden.

Gibea-benjamins; Zie Richt. 19:12.

Hertaald: Gibea-benjamins; Zie Richt. 19:12.

1 Samuël 13 vers 3

sloeg de bezetting der Filistijnen, Te weten, door Sauls bevel, gelijk blijkt vs.4.

Hertaald: sloeg de bezetting der Filistijnen, Namelijk: op bevel van Saul, zoals blijkt uit vers 4.

Geba was, Anders, op den heuvel. Zie boven, 1 Sam. 10:5.

Hertaald: Geba was, Anders: op de heuvel. Zie hierboven, 1 Sam. 10:5.

hoorden Versta hierbij, en zij bereidden zich om de Israëlieten te bekrijgen.

Hertaald: hoorden Versta hierbij: en zij maakten zich gereed om de Israëlieten te bestrijden.

Laat het de Hebreën horen Te weten, opdat zij zich wachten, dat zij van de Filistijnen niet overvallen worden, maar zich tegen hen wapenen of opmaken, om tegen de Filistijnen te strijden.

Hertaald: Laat het de Hebreën horen Namelijk: zodat zij zich wapenen, opdat zij niet door de Filistijnen overvallen worden, maar zich tegen hen te weer stellen om tegen de Filistijnen te strijden.

1 Samuël 13 vers 4

Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen, Niet Saul, maar Jónathan door Sauls bevel, of, zij meenden dat het Saul gedaan had.

Hertaald: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen, Niet Saul, maar Jonathan op bevel van Saul, of: zij dachten dat Saul het gedaan had.

en ook is Israël stinkende geworden Zie Gen. 34:30.

Hertaald: en ook is Israël stinkende geworden Zie Gen. 34:30.

1 Samuël 13 vers 5

dertig duizend wagens, Dat is, 30.000 mannen, die op wagens zijnde, uit dezelve streden.

Hertaald: dertig duizend wagens, Dat is: 30.000 man, die op wagens meestreden.

aan den oever der zee is; Hebreeuws, aan de lip

Hertaald: aan den oever der zee is; Hebreeuws: aan de lip.

Michmas, Zie boven, vs.2.

Hertaald: Michmas, Zie hierboven, vers 2.

Beth-aven Daar was een stad aldus genoemd en ook een woestijn, Joz. 18:12.

Hertaald: Beth-aven Daar was een stad met die naam en ook een woestijn, Joz. 18:12.

1 Samuël 13 vers 6

het volk in de spelonken, Te weten, de krijgslieden der Israëlieten, die bij Saul waren.

Hertaald: het volk in de spelonken, Namelijk: de strijders van Israël, die bij Saul waren.

1 Samuël 13 vers 7

Hebreën nu gingen over de Jordaan Versta hier, het gemene volk, dat niet strijdbaar was.

Hertaald: Hebreën nu gingen over de Jordaan Versta hier: het gewone volk, dat niet strijdbaar was.

kwam al het volk bevende achter hem Hebreeuws, zo beefde al het volk achter hem. Dit schijnt dat te verstaan is van het volk, hetwelk zich verborgen had, vs.6.

Hertaald: kwam al het volk bevende achter hem Hebreeuws: zo beefde heel het volk achter hem. Dit lijkt betrekking te hebben op het volk dat zich verborgen had, vers 6.

1 Samuël 13 vers 8

En hij vertoefde zeven dagen, 1 Sam. 10:8.

Hertaald: En hij vertoefde zeven dagen, 1 Sam. 10:8.

Samuël bestemd had Zie boven, 1 Sam. 10:8, tot wat einde deze dag bestemd was.

Hertaald: Samuël bestemd had Zie hierboven, 1 Sam. 10:8, waarvoor deze dag bepaald was.

het volk van hem Te weten, het strijdbare volk, dat bij hem geweest was. Dit verliep ginds en herwaarts, Saul verlatende.

Hertaald: het volk van hem Namelijk: het strijdbare volk dat bij hem geweest was. Dit liep her en der weg, en verliet Saul.

1 Samuël 13 vers 9

zeide Saul Te weten, verdrietig en moede zijnde van langer te wachten, en vrezende het perijkel, dat voorhanden was. Zie vs.11,12.

Hertaald: zeide Saul Namelijk: omdat hij verdrietig en moe was van het langer wachten, en bang was voor het gevaar dat dreigde. Zie vers 11, 12.

offerde brandoffer Te weten, door een priester, en versta hierbij dat Saul ook den Heere gebeden heeft, gelijk blijkt onder vs.12. Indien Saul zelf geofferd heeft [gelijk sommigen menen], zo is zijn zonde nog des te groter geweest.

Hertaald: offerde brandoffer Namelijk: door een priester, en versta hierbij dat Saul ook tot de HEERE gebeden heeft, zoals blijkt hieronder in vers 12. Als Saul zelf geofferd heeft [zoals sommigen menen], is zijn zonde nog des te groter geweest.

1 Samuël 13 vers 10

om hem te zegenen Dat is, om hem te groeten en welkom te heten. Zie de aantekeningen Gen. 31:55.

Hertaald: om hem te zegenen Dat is: om hem te groeten en welkom te heten. Zie de aantekeningen bij Gen. 31:55.

1 Samuël 13 vers 11

Wat hebt gij gedaan? Dit is geen vraag van een onwetende, maar veel meer een ernstige bestraffing, gelijk Gen. 3:13.

Hertaald: Wat hebt gij gedaan? Dit is geen vraag van iemand die het niet weet, maar veel meer een ernstige terechtwijzing, zoals Gen. 3:13.

op den bestemden tijd der dagen niet kwaamt, Samuël is immers op den zevenden dag bij Saul gekomen, alhoewel hij niet even op die ure daar was, in welke Saul hem verwachtte.

Hertaald: op den bestemden tijd der dagen niet kwaamt, Samuël is toch op de zevende dag bij Saul gekomen, hoewel niet precies op het uur waarop Saul hem verwachtte.

1 Samuël 13 vers 12

Zo zeide ik Te weten, bij mijzelven; dat is, ik dacht.

Hertaald: Zo zeide ik Namelijk: bij mijzelf; dat is: ik dacht.

ernstelijk aangebeden, Bij de offeranden werden gebeden tot God gedaan.

Hertaald: ernstelijk aangebeden, Bij de offers werden gebeden tot God gedaan.

zo dwong ik mijzelven, Of, ik heb mijzelven geweld gedaan; dat is, ik heb het onwillens en met een groten strijd mijns gemoeds gedaan, ja als door nood gedwongen zijnde.

Hertaald: zo dwong ik mijzelven, Of: ik heb mijzelf geweld aangedaan; dat is: ik heb het onwillig en met een grote innerlijke strijd gedaan, ja als door nood gedwongen.

1 Samuël 13 vers 13

Gij hebt zottelijk gedaan; Te weten, dat gij den bestemden tijd niet hebt afgewacht.

Hertaald: Gij hebt zottelijk gedaan; Namelijk: dat u de vastgestelde tijd niet hebt afgewacht.

rijk over Israël bevestigd hebben Dat is, het rijk waarover Hij u gesteld had, om als koning te regeren.

Hertaald: rijk over Israël bevestigd hebben Dat is: het koningschap waarover Hij u had aangesteld om als koning te regeren.

in eeuwigheid Dat is, lange tijd, al uw leven lang, of op u en op enigen van uw nakomelingen; te weten, zo gij mij gehoorzaam geweest waart. Doch naar het eeuwig besluit van God moest eindelijk het koninkrijk op den stam van Juda komen. Zie Deut. 15:17 in de aantekening.

Hertaald: in eeuwigheid Dat is: lange tijd, uw hele leven lang, of op u en enkele van uw nakomelingen; namelijk: als u mij gehoorzaam geweest was. Maar volgens het eeuwige besluit van God moest het koningschap uiteindelijk op de stam van Juda komen. Zie Deut. 15:17 in de aantekening.

1 Samuël 13 vers 14

De HEERE heeft Zich Dit kon Samuël niet weten dan door het ingeven Gods.

Hertaald: De HEERE heeft Zich Dit kon Samuël alleen weten door de ingeving van God.

een man gezocht naar Zijn hart, Te weten, David, waarvan onder, 1Sa 16, breder gesproken wordt. Doch in dezen tijd wist Samuël zelf dit nog niet, gelijk blijkt onder, 1Sa 16.

Hertaald: een man gezocht naar Zijn hart, Namelijk: David, waarover hieronder, 1 Sam. 16, uitvoeriger gesproken wordt. Maar op dit moment wist Samuël dit zelf nog niet, zoals blijkt hieronder in 1 Sam. 16.

heeft hem geboden Van dien tijd af, toen David van God tot een koning verkoren is geweest, heeft Saul ontwettelijk geregeerd.

Hertaald: heeft hem geboden Vanaf de tijd dat David door God tot koning gekozen was, heeft Saul onwettig geregeerd.

1 Samuël 13 vers 15

omtrent zeshonderd man Daar hij er 2000 placht te hebben, vs.2. Het schijnt dat de anderen uit vrees verlopen waren. Zie boven, vs.6, 8.

Hertaald: omtrent zeshonderd man Terwijl hij er 2000 placht te hebben, vers 2. Het lijkt erop dat de anderen uit vrees weggelopen waren. Zie hierboven, vers 6, 8.

1 Samuël 13 vers 16

Gibea-benjamins; Anders, Gibea Benjamins, vs.15, en elders Gibea Sauls.

Hertaald: Gibea-benjamins; Anders: Gibea van Benjamin, vers 15, en elders Gibea-Sauls.

1 Samuël 13 vers 17

de verdervers gingen uit het leger der Filistijnen, Hebreeuws, de verderver; dat is, de krijgslieden, die uitgezonden waren om het land met branden en blaken en anderszins te beschadigen.

Hertaald: de verdervers gingen uit het leger der Filistijnen, Hebreeuws: de verderver; dat is: de strijders die uitgezonden waren om het land door branden en plunderen en op andere manieren te beschadigen.

Ofra, Een stad der Benjaminieten, van welke ook Joz. 18:23, gewag gemaakt wordt.

Hertaald: Ofra, Een stad van de Benjaminieten, waarvan ook in Joz. 18:23 melding gemaakt wordt.

1 Samuël 13 vers 18

Beth-hóron; Gelegen in den stam van Efraïm, aan de landpale Benjamins, Joz. 16:3, en Joz. 18:13.

Hertaald: Beth-hóron; Gelegen in de stam van Efraïm, aan de grens van Benjamin, Joz. 16:3, en Joz. 18:13.

Zebóim naar de woestijn uitziet Gelegen in den stam Benjamins, aan de woestijn der Jordaan, waarvan ook Neh. 11:34 gesproken wordt.

Hertaald: Zebóim naar de woestijn uitziet Gelegen in de stam Benjamin, aan de woestijn van de Jordaan, waarover ook in Neh. 11:34 gesproken wordt.

1 Samuël 13 vers 19

Opdat de Hebreën geen zwaard noch spies maken Versta hierbij, wij moeten toezien, gelijk Gen. 3:22.

Hertaald: Opdat de Hebreën geen zwaard noch spies maken Versta hierbij: wij moeten oppassen, zoals Gen. 3:22.

1 Samuël 13 vers 21

tandige vijlen tot hun houwelen, Hebreeuws, vijlen [met] monden; dat is, die scherpe tanden hadden.

Hertaald: tandige vijlen tot hun houwelen, Hebreeuws: vijlen [met] monden; dat is: die scherpe tanden hadden.

vorken, Of, gaffelen

Hertaald: vorken, Of: gaffels.

der prikkelen Het Hebreeuwse woord betekent een scherpe in een ploegstok, waar men de ploegende beesten mede prikkelt om dezelve voort te drijven.

Hertaald: der prikkelen Het Hebreeuwse woord betekent een scherpe punt in een ploegstok, waarmee men de ploegende dieren prikkelde om ze voort te drijven.

1 Samuël 13 vers 22

gevonden werd Vanwege der Filistijnen zware heerschappij, vs.19.

Hertaald: gevonden werd Vanwege de zware overheersing door de Filistijnen, vers 19.

1 Samuël 13 vers 23

leger Anders, bezetting

Hertaald: leger Anders: garnizoen.

den doortocht van Michmas Denwelken als zij in hadden, zo hadden zij een vrijen pas in het land der Benjaminieten.

Hertaald: den doortocht van Michmas Die zij, toen zij die in bezit hadden, een vrije doorgang gaf in het land van de Benjaminieten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël  — gehoord van God, of: van God gebeden

De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.

Jonathan  — de HEERE heeft gegeven

De oudste zoon van koning Saul, hier voor het eerst genoemd als aanvoerder van duizend man tegen de Filistijnen (1 Sam. 13:2-3). Later zou hij, met alleen zijn wapendrager, een Filistijnse legerpost verslaan in het geloof dat 'bij de HEERE niets verhinderd is om te verlossen door velen of door weinigen' (1 Sam. 14). Hij werd de trouwe en zelfopofferende vriend van David, ondanks dat hijzelf de kroon had kunnen erven, en sneuvelde samen met zijn vader op de berg Gilboa (1 Sam. 31).

Saul  — gebeden, verzocht

De zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een opvallend lange en knappe jongeman. Terwijl hij de weggelopen ezelinnen van zijn vader zocht, kwam hij bij Samuël terecht, die door de HEERE al voorbereid was op zijn komst en hem tot de eerste koning van Israël zalfde (1 Sam. 9:1-2; 10:1). Ondanks een veelbelovend begin zou zijn regering eindigen in ongehoorzaamheid aan God en toenemende jaloezie op de jonge David.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Michmas (met de rotsen Bozez en Seneh)  — Michmas: van onzekere afleiding; Bozez: "glad, glimmend"; Seneh: "doornstruik"

Ligging: In het bergland van Benjamin, ten noordoosten van Gibea, gescheiden van Geba door een diepe kloof met aan weerszijden de twee genoemde rotspieken.

Geschiedenis: Hier legerde het Filistijnse leger "als het zand, dat aan den oever der zee is, in menigte" (1 Sam. 13:5, 16-23), tegenover Sauls veel kleinere leger bij Geba/Gilgal — in een tijd waarin de Filistijnen alle Israëlitische smeden hadden weggevoerd, zodat bijna niemand in Israël nog een zwaard of speer bezat (1 Sam. 13:19-22). Vandaar ondernamen Jonathan en zijn wapendrager, geheel op eigen initiatief en in geloof, hun gewaagde klim tussen de rotsen Bozez en Seneh door naar de Filistijnse wachtpost, waarna de HEERE een aardbeving en grote verwarring onder de Filistijnen bracht, die uiteindelijk op de vlucht sloegen (1 Sam. 14:1-23).

Bijbelse betekenis: Een van de krachtigste voorbeelden in de Schrift van geloofsmoed tegenover overweldigende overmacht: "want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Sam. 14:6) — Jonathans woord, gevolgd door zijn daad, laat zien dat de HEERE niet gebonden is aan menselijke wapens of aantallen om Zijn volk te verlossen.

1 Sam. 13:5, 16-23; 14:1-23, 31; Jes. 10:28

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een man naar Zijn hart (Sauls onwettig offer)  — wanneer het volk zich verstrooit terwijl Samuel op zich laat wachten, offert Saul zelf het brandoffer in plaats van de priester af te wachten; Samuel kondigt daarop aan: "nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart" (1 Sam. 13:14)

Tegenover een overmachtig Filistijns leger — "dertig duizend wagens, en zes duizend ruiters, en volk in menigte als het zand" — verstopt het bange volk zich, en wie bij Saul overblijft, verstrooit zich terwijl Samuel, op de door hemzelf bestemde dag, nog niet gekomen is (1 Sam. 13:5-8). Saul, ongeduldig, offert zelf het brandoffer (1 Sam. 13:9). Nauwelijks is hij gereed, of Samuel komt aan (1 Sam. 13:10). Sauls verweer is begrijpelijk menselijk — het volk verstrooide zich, de vijand naderde, de tijd drong (1 Sam. 13:11-12) — maar Samuel wijst het resoluut af: "Gij hebt zottelijk gedaan; gij hebt het gebod van den HEERE, uw God, niet gehouden" (1 Sam. 13:13). De aankondiging die volgt is onherroepelijk: "nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEERE heeft hem geboden een voorganger te zijn over Zijn volk" (1 Sam. 13:14).

Bijbelse betekenis: Sauls fout ligt niet in het willen offeren op zichzelf, maar in het ongeduldig grijpen naar een taak die niet de zijne was — de priesterlijke bediening — omdat wachten op Gods eigen tijd hem te lang duurde. Zijn verweer klinkt redelijk naar menselijke maatstaf, en juist dat maakt de les scherp: gehoorzaamheid wordt niet gemeten naar de logica van de omstandigheden maar naar het vaste woord van God. Veelzeggend is ook wat hier voor het eerst klinkt: die uitdrukking over een man naar Gods hart krijgt pas later, in de persoon van David, zijn volle invulling.

Typologie: Paulus haalt deze uitdrukking rechtstreeks aan wanneer hij de geschiedenis van Israëls koningen samenvat: "Ik heb gevonden David, den zoon van Jesse; een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal doen" (Hand. 13:22). Hetzelfde woord dat hier, bij Sauls val, voor het eerst valt, wijst al vooruit naar wie de HEERE in Sauls plaats verkiezen zal.

1 Sam. 13:5-14; Hand. 13:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Een man naar Zijn hart — 13:5-14

De Filistijnen liggen bij Michmas met een leger dat niet te tellen is, en het volk kruipt weg in spelonken en kuilen. Saul wacht in Gilgal op Samuël, zoals afgesproken, zeven dagen lang. Op de zevende dag is Samuël er nog niet en loopt zijn leger leeg.

Saul offert zelf omdat hij niet langer wachten kan, en hoort dat zijn koningschap daarmee geen stand houdt.

Het is goed om te zien hoe begrijpelijk zijn beslissing is. Het volk loopt weg, de vijand komt eraan, en de afgesproken zeven dagen zijn verstreken. Er moet iets gebeuren. En Saul zegt zelf hoe hij het beleefde: “zo dwong ik mijzelven, en heb brandoffer geofferd.”

Dat zinnetje is eerlijk. Hij deed het niet uit brutaliteit maar tegen zijn zin, omdat hij geen andere uitweg zag. Wat hij niet zei, was: laat ons wachten omdat God het gezegd heeft.

En dan komt Samuël, precies te laat naar menselijke berekening en precies op tijd naar Gods rekening. Zijn oordeel is kort: “Gij hebt zottelijk gedaan; gij hebt het gebod van den HEERE, uw God, niet gehouden.” En daarachter staat de zin die het zwaarst weegt: want de HEERE zou nu uw rijk over Israël bevestigd hebben tot in eeuwigheid.

Dat is de tragiek van dit hoofdstuk. Er stond een blijvend koningschap op het spel, en het is verspeeld bij een offer dat een uur te vroeg gebracht werd.

Dan volgt de aankondiging waar heel het boek om draait: “Maar nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEERE heeft hem geboden een voorganger te zijn over Zijn volk.”

Dat woord is bekend geworden, en het wordt vaak verkeerd verstaan. Het zegt niet dat die man beter is of vromer. Het zegt dat God hem gezocht heeft naar Zijn eigen hart — het gaat om wat God zoekt en niet om wat de man presteert. Saul kon uiterlijk gehoorzamen en zelfs zijn zonde belijden; wat God zocht was iemand die Hem werkelijk zou liefhebben.

En opvallend genoeg wordt die man hier nog niet genoemd. Er is op dit moment nog geen David; hij is een jongen bij de schapen. God heeft hem al gezocht en gevonden voordat iemand van hem gehoord had.

Paulus haalt deze zin aan in de synagoge van Antiochië, en hij plaatst hem in een rij die verder loopt dan David: God heeft hun David tot een koning verwekt en van hem getuigd dat Hij een man gevonden had naar Zijn hart, die al Zijn wil zal doen. En hij vervolgt onmiddellijk: uit het zaad dezes heeft God Israël verwekt een Zaligmaker.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het koningschap. Het eerste koningschap houdt geen stand, en de reden ligt bij de koning. Wat volgt is de zoektocht naar Eén Die het wel zou doen — en Paulus wijst aan waar die zoektocht op uitliep.

  1. 1 Samuël 13:8 — Zeven dagen wachten, en op de zevende loopt het leger leeg.
  2. 1 Samuël 13:12 — Zo dwong ik mijzelven — hij deed het tegen zijn zin.
  3. 1 Samuël 13:13 — God zou zijn rijk bevestigd hebben tot in eeuwigheid.
  4. 1 Samuël 13:14 — De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart.
  5. 1 Samuël 16:7 — En die man was op dat moment nog een jongen bij de schapen.
  6. Handelingen 13:22-23 — Paulus haalt dat aan, en zegt: uit zijn zaad heeft God een Zaligmaker verwekt.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 13:22-23; 1 Samuël 15:22; Hebreeën 10:7; 1 Samuël 16:7; Johannes 8:29

Hoever dit reikt: Paulus haalt in Handelingen 13 uitdrukkelijk aan dat God een man naar Zijn hart gevonden had, en hij verbindt daar het Zaad van David rechtstreeks aan Christus. Dat vaststaande gegeven draagt deze post. Dat Saul een tegenbeeld van Christus zou zijn, staat er niet en wordt hier niet beweerd. De uitdrukking naar Zijn hart wordt hier uitgelegd als: door God gezocht en naar Zijn eigen maat gekozen; dat is de gangbare verklaring, maar de tekst werkt haar niet uit.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Samuël 13

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content