Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Samuël 12

1 Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen zeideH559 SamuelH8050 totH413 gansH3605 IsraelH3478: ZietH2009, ik heb naar ulieder stemH6963 gehoordH8085 in allesH3605, watH834 gij mij gezegdH559 hebt, en ik heb een koningH4428 overH5921 u gezetH4427. Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.

KJV And Samuel2 said1 unto all Israel,5 Behold, I have hearkened7 unto your voice8 in all that ye said11 unto me, and have made13 a king15 over you.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁמוּאֵל֙ H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 שָׁמַ֣עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 בְקֹֽלְכֶ֔ם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 לְכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 אֲמַרְתֶּ֖ם H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 לִ֑י 13 וָאַמְלִ֥יךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 14 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En nuH6258, zietH2009, daar trektH1980 de koningH4428 voor uw aangezichtH6440 heen, en ikH589 ben oudH2204 en grijsH7867 geworden, en zietH2009, mijn zonenH1121 zijn bij ulieden; en ikH589 heb voor uw aangezichtenH6440 gewandeldH1980 van mijn jeugdH5271 af tot dezenH2088 dagH3117 toe. En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.

KJV And now, behold, the king3 walketh4 before5 you: and I am old7 and grayheaded;8 and, behold, my sons9 are with you: and I have walked13 before14 you from my childhood15 unto this day.17

1 וְעַתָּ֞ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 מִתְהַלֵּ֣ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 5 לִפְנֵיכֶ֗ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 זָקַ֣נְתִּי H2204 oud, veroudert aged man, be (wax) old (man) 8 וָשַׂ֔בְתִּי H7867 grijs, grijze (be) grayheaded 9 וּבָנַ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 הִנָּ֣ם H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 אִתְּכֶ֑ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 13 הִתְהַלַּ֣כְתִּי H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 14 לִפְנֵיכֶ֔ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 מִנְּעֻרַ֖י H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZietH2005, hier ben ik, betuigtH6030 tegen mij, voor den HEEREH3068, en voor Zijn gezalfdeH4899, wiens osH7794 ik genomenH3947 heb, en wiens ezelH2543 ik genomenH3947 heb, en wienH4310 ik verongelijktH6231 heb, wienH4310 ik onderdruktH7533 heb, en van wiensH4310 handH3027 ik een geschenkH3724 genomenH3947 heb, dat ik mijn ogenH5869 van hem zou verborgenH5956 hebben; zo zal ik het ulieden wedergevenH7725. Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.

KJV Behold, here I am: witness2 against me before the LORD,5 and before his anointed:7 whose ox9 have I taken?11 or whose ass12 have I taken?14 or whom have I defrauded?17 whom have I oppressed?20 or of whose hand21 have I received any bribe24 to blind25 mine eyes26 therewith? and I will restore28 it you.

1 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עֲנ֣וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 3 בִי֩ 4 נֶ֨גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 5 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְנֶ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 7 מְשִׁיח֗וֹ H4899 gezalfde, gezalfden, Gezalfde anointed, Messiah 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שׁוֹר֩ H7794 os, ossen, osses bull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר)) 10 מִ֨י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 11 לָקַ֜חְתִּי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 12 וַחֲמ֧וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 13 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 14 לָקַ֗חְתִּי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 17 עָשַׁ֨קְתִּי֙ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 20 רַצּ֔וֹתִי H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 21 וּמִיַּד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 22 מִי֙ H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 23 לָקַ֣חְתִּי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 24 כֹ֔פֶר H3724 verzoening, rantsoen, losgeld bribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village 25 וְאַעְלִ֥ים H5956 verborgen, verbergen, verbergt [idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing) 26 עֵינַ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 27 בּ֑וֹ 28 וְאָשִׁ֖יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 29 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen zeidenH559 zij: Gij hebt ons niet verongelijktH6231, en gij hebt ons niet onderdruktH7533, en gij hebt van niemandsH3808 handH3027 ietsH3972 genomenH3947. Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen.

KJV And they said,1 Thou hast not defrauded3 us, nor oppressed5 us, neither hast thou taken7 ought10 of any man's9 hand.8

1 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 עֲשַׁקְתָּ֖נוּ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 רַצּוֹתָ֑נוּ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 6 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 לָקַ֥חְתָּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 מִיַּד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 מְאֽוּמָה H3972 iets, ding, niets fault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen zeideH559 hij tot hen: De HEEREH3068 zij een GetuigeH5707 tegen ulieden, en Zijn gezalfdeH4899 zij te dezenH2088 dageH3117 getuigeH5707, dat gij in mijn handH3027 nietsH3808 gevondenH4672 hebt! En het volk zeideH559: Hij zij GetuigeH5707! Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!

KJV And he said1 unto them, The LORD4 is witness3 against you, and his anointed7 is witness6 this day,8 that ye have not found12 ought14 in my hand.13 And they answered,15 He is witness.16

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֜ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 עֵ֧ד H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בָּכֶ֗ם 6 וְעֵ֤ד H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 7 מְשִׁיחוֹ֙ H4899 gezalfde, gezalfden, Gezalfde anointed, Messiah 8 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 לֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 מְצָאתֶ֛ם H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 בְּיָדִ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 מְא֑וּמָה H3972 iets, ding, niets fault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing 15 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 עֵֽד H5707 getuige, getuigen, Getuige witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Verder zeideH559 SamuelH8050 totH413 het volkH5971: Het is de HEEREH3068, DieH834 MozesH4872 en AaronH175 gemaaktH6213 heeft, en DieH834 uw vadersH1 uit EgyptelandH776 opgebrachtH5927 heeft. Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.

KJV And Samuel2 said1 unto the people,4 It is the LORD5 that advanced7 Moses9 and Aaron,11 and that brought13 ➔ your fathers15 up out of the land16 of Egypt.17

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁמוּאֵ֖ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אַהֲרֹ֔ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 12 וַאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הֶעֱלָ֛ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אֲבֹתֵיכֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En nuH6258, steltH3320 u hier, dat ik metH854 ulieden rechteH8199, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, over alH3605 de gerechtighedenH6666 des HEERENH3068, dieH834 Hij aan u en aan uw vaderenH1 gedaanH6213 heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.

KJV Now therefore stand still,2 that I may reason3 with you before5 the LORD6 of all the righteous acts9 of the LORD,10 which he did12 to you and to your fathers.15

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 הִֽתְיַצְּב֛וּ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 3 וְאִשָּׁפְטָ֥ה H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 4 אִתְּכֶ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 צִדְק֣וֹת H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עָשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 אִתְּכֶ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 אֲבוֹתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 NadatH834 JakobH3290 in EgypteH4714 gekomenH935 was, zo riepenH2199 uw vadersH1 totH413 den HEEREH3068; en de HEEREH3068 zondH7971 MozesH4872 en AaronH175, en zij leiddenH3318 uw vadersH1 uit EgypteH4714, en deden hen aan dezeH2088 plaatsH4725 wonenH3427. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.

KJV When Jacob3 was come2 into Egypt,4 and your fathers6 cried5 unto the LORD,8 then the LORD10 sent9 Moses12 and Aaron,14 which brought forth15 your fathers17 out of Egypt,18 and made them dwell19 in this place.20

1 כַּֽאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 יַעֲקֹ֖ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 וַיִּזְעֲק֤וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 6 אֲבֽוֹתֵיכֶם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 13 וְאֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אַהֲרֹ֗ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 15 וַיּוֹצִ֤יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 אֲבֹֽתֵיכֶם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 19 וַיֹּשִׁב֖וּם H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 20 בַּמָּק֥וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 21 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar zij vergatenH7911 den HEEREH3068, hun GodH430; zo verkochtH4376 Hij hen in de handH3027 van SiseraH5516, den krijgsoversteH8269, te HazorH2674, en in de handH3027 der FilistijnenH6430, en in de handH3027 van den koningH4428 der MoabietenH4124, die tegen hen stredenH3898. Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.

KJV And when they forgat1 the LORD3 their God,4 he sold5 them into the hand7 of Sisera,8 captain9 of the host10 of Hazor,11 and into the hand12 of the Philistines,13 and into the hand14 of the king15 of Moab,16 and they fought17 against them.

1 וַֽיִּשְׁכְּח֖וּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֱלֹהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 וַיִּמְכֹּ֣ר H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 6 אֹתָ֡ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 סִֽיסְרָא֩ H5516 Sisera Sisera 9 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 צְבָ֨א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 חָצ֜וֹר H2674 Hazor, Hazor-hadattha Hazor 12 וּבְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 פְּלִשְׁתִּ֗ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 14 וּבְיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 17 וַיִּֽלָּחֲמ֖וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 18 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zij riepenH2199 totH413 den HEEREH3068, en zeidenH559: Wij hebben gezondigdH2398, dewijlH3588 wij den HEEREH3068 verlatenH5800, en de BaalsH1168 en AstharothsH6252 gediendH5647 hebben; en nuH6258, rukH5337 ons uit de handH3027 onzer vijandenH341, en wij zullen U dienenH5647. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.

KJV And they cried1 unto the LORD,3 and said,4 We have sinned,5 because we have forsaken7 the LORD,9 and have served10 Baalim12 and Ashtaroth:14 but now deliver16 us out of the hand17 of our enemies,18 and we will serve19 thee.

1 וַיִּזְעֲק֤וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 חָטָ֔אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 עָזַ֨בְנוּ֙ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וַנַּעֲבֹ֥ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַבְּעָלִ֖ים H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הָעַשְׁתָּר֑וֹת H6252 Astharoth, Astharoths Asharoth, Astaroth. See also H1045 (בֵּית עַשְׁתָּרוֹת), H6253 (עַשְׁתֹּרֶת), H6255 (עַשְׁתְּרֹת קַרְנַיִם) 15 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 הַצִּילֵ֛נוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 17 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 אֹיְבֵ֖ינוּ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 19 וְנַעַבְדֶֽךָּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de HEEREH3068 zondH7971 JerubbaalH3378, en BedanH917, en JefthaH3316, en SamuelH8050, en Hij rukteH5337 u uit de handH3027 uwer vijandenH341 rondomH4480, alzo dat gij zekerH983 woondetH3427. En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.

KJV And the LORD2 sent1 Jerubbaal,4 and Bedan,6 and Jephthah,8 and Samuel,10 and delivered11 you out of the hand13 of your enemies14 on every side,15 and ye dwelled16 safe.17

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְרֻבַּ֣עַל H3378 Jerubbaal Jerubbaal 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בְּדָ֔ן H917 Bedan Bedan 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יִפְתָּ֖ח H3316 Jeftha, Jiftah Jephthah, Jiphtah 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שְׁמוּאֵ֑ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 11 וַיַּצֵּ֨ל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 12 אֶתְכֶ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִיַּ֤ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 אֹֽיְבֵיכֶם֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 15 מִסָּבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 16 וַתֵּשְׁב֖וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 בֶּֽטַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Als gij nu zaagtH7200, datH3588 NahasH5176, de koningH4428 van de kinderenH1121 AmmonsH5983, tegenH5921 u kwamH935, zo zeidetH559 gij tot mij: NeenH3808, maarH3588 een koningH4428 zal overH5921 ons regerenH4427; zo toch de HEEREH3068, uw GodH430, uw KoningH4428 was. Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.

KJV And when ye saw1 that Nahash3 the king4 of the children5 of Ammon6 came7 against you, ye said9 unto me, Nay; but a king13 shall reign14 over us: when the LORD16 your God17 was your king.18

1 וַתִּרְא֗וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 נָחָ֞שׁ H5176 Nahas Nahash 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עַמּוֹן֮ H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 7 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 עֲלֵיכֶם֒ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 וַתֹּ֣אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 לִ֔י 11 לֹ֕א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יִמְלֹ֣ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 15 עָלֵ֑ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 וַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֱלֹהֵיכֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 מַלְכְּכֶֽם H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En nuH6258, zietH2009 daar den koningH4428, dienH834 gij verkorenH977 hebt, dienH834 gij begeerdH7592 hebt; en zietH2009, de HEEREH3068 heeft een koningH4428 overH5921 ulieden gezetH5414. En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.

KJV Now therefore behold the king3 whom ye have chosen,5 and whom ye have desired!7 and, behold, the LORD10 hath set9 a king12 over you.

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בְּחַרְתֶּ֖ם H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 שְׁאֶלְתֶּ֑ם H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 8 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 נָתַ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZoH518 gij den HEEREH3068 zult vrezenH3372, en Hem dienenH5647, en naar Zijn stemH6963 horenH8085, en den mondH6310 des HEERENH3068 nietH3808 wederspannigH4784 zijt, zo zult gijliedenH859, zowel gij als de koningH4428, dieH834 overH5921 u regerenH4427 zal, achterH310 den HEEREH3068, uw GodH430, zijn. Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.

KJV If ye will fear2 the LORD,4 and serve5 him, and obey7 his voice,8 and not rebel10 against the commandment12 of the LORD,13 then shall both ye and also the king18 that reigneth20 over you continue following22 the LORD23 your God:24

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 תִּֽירְא֣וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַעֲבַדְתֶּ֤ם H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 6 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וּשְׁמַעְתֶּ֣ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 בְּקֹל֔וֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תַמְר֖וּ H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וִהְיִתֶ֣ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 אַתֶּ֗ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 מָלַ֣ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 21 עֲלֵיכֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 אַחַ֖ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 23 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 24 אֱלֹהֵיכֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Doch zo gij naar de stemH6963 des HEERENH3068 nietH3808 zult horenH8085, maar den mondH6310 des HEERENH3068 wederspannigH4784 zijnH1961, zo zal de handH3027 des HEERENH3068, tegen u zijn, als tegen uw vadersH1. Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.

KJV But if ye will not obey3 the voice4 of the LORD,5 but rebel6 against the commandment8 of the LORD,9 then shall the hand11 of the LORD12 be against you, as it was against your fathers.14

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 תִשְׁמְעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וּמְרִיתֶ֖ם H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְהָיְתָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 בָּכֶ֖ם 14 וּבַאֲבֹתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 OokH1571 steltH3320 u nuH6258 hierH2088, en zietH7200 die groteH1419 zaakH1697, die de HEEREH3068 voor uw ogenH5869 doenH6213 zal. Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.

KJV Now therefore1 stand3 and see4 this great7 thing,6 which the LORD10 will do11 before your eyes.12

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 הִתְיַצְּב֣וּ H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 4 וּרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַדָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הַגָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 עֹשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 לְעֵינֵיכֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Is het nietH3808 vandaagH3117 de tarweoogstH2406? Ik zal totH413 den HEEREH3068 roepenH7121, en Hij zal donderH6963 en regenH4306 gevenH5414; zo weetH3045 dan, en zietH7200, dat uw kwaadH7451 grootH7227 is, dat gij voor de ogenH5869 des HEERENH3068 gedaanH6213 hebt, dat gij een koningH4428 voor u begeerdH7592 hebt. Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.

KJV Is it not wheat3 harvest2 to day?4 I will call5 unto the LORD,7 and he shall send8 thunder9 and rain;10 that ye may perceive11 and see12 that your wickedness14 is great,15 which ye have done17 in the sight18 of the LORD,19 in asking20 you a king.22

1 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 קְצִיר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 3 חִטִּים֙ H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 4 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 אֶקְרָא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וְיִתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 קֹל֖וֹת H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 וּמָטָ֑ר H4306 regen, plasregen rain 11 וּדְע֣וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 וּרְא֗וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 רָעַתְכֶ֤ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 15 רַבָּה֙ H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 16 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עֲשִׂיתֶם֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 19 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 לִשְׁא֥וֹל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 21 לָכֶ֖ם 22 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen SamuelH8050 den HEEREH3068 aanriepH7121, zo gafH5414 de HEEREH3068 donderH6963 en regenH4306 te dien dageH3117; daarom vreesdeH3372 alH3605 het volkH5971 zeerH3966 den HEEREH3068 en SamuelH8050. Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.

KJV So Samuel2 called1 unto the LORD;4 and the LORD6 sent5 thunder7 and rain8 that day:9 and all the people13 greatly14 feared11 the LORD16 and Samuel.18

1 וַיִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שְׁמוּאֵל֙ H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיִּתֵּ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 קֹלֹ֥ת H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 וּמָטָ֖ר H4306 regen, plasregen rain 9 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 וַיִּירָ֨א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 12 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 מְאֹ֛ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 שְׁמוּאֵֽל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En alH3605 het volkH5971 zeideH559 totH413 SamuelH8050: BidH6419 voor uw knechtenH5650 den HEEREH3068, uw GodH430, dat wij niet stervenH4191; wantH3588 bovenH5921 alH3605 onze zondenH2403 hebben wij dit kwaadH7451 daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerdH7592 hebben. En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.

Ook in dit vers koningH4428

KJV And all the people3 said1 unto Samuel,5 Pray6 for thy servants8 unto the LORD10 thy God,11 that we die13 not: for we have added15 unto all our sins18 this evil,19 to ask20 us a king.22

1 וַיֹּאמְר֨וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעָ֜ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 שְׁמוּאֵ֗ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 6 הִתְפַּלֵּ֧ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 7 בְּעַד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 8 עֲבָדֶ֛יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֶ֖יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 13 נָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 יָסַ֤פְנוּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 חַטֹּאתֵ֨ינוּ֙ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 19 רָעָ֔ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 20 לִשְׁאֹ֥ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 21 לָ֖נוּ 22 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen zeideH559 SamuelH8050 totH413 het volkH5971: VreestH3372 nietH408, gijH859 hebt alH3605 ditH2063 kwaadH7451 gedaanH6213; doch wijktH5493 nietH408 van achterH310 den HEEREH3068 af, maar dientH5647 den HEEREH3068 met uw ganseH3605 hartH3824. Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.

KJV And Samuel2 said1 unto the people,4 Fear6 not: ye have done8 all this wickedness:11 yet turn not aside15 from following16 the LORD,17 but serve18 the LORD20 with all your heart;22

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁמוּאֵ֤ל H8050 Samuel, Samuels, Semuel Samuel, Shemuel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּירָ֔אוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 7 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 עֲשִׂיתֶ֔ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הָרָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 12 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 13 אַ֗ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 14 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 15 תָּס֨וּרוּ֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 16 מֵאַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וַעֲבַדְתֶּ֥ם H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 לְבַבְכֶֽם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En wijktH5493 nietH3808 af; wantH3588 gij zoudt de ijdelhedenH8414 naH310 volgen, die nietH3808 bevorderlijkH3276 zijn, nochH3808 verlossenH5337, wantH3588 zijH1992 zijn ijdelhedenH8414. En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.

KJV And turn ye not aside:2 for then should ye go after4 vain5 things, which cannot profit8 nor deliver;10 for they are vain.12

1 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תָּס֑וּרוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 5 הַתֹּ֗הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 6 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יוֹעִ֛ילוּ H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יַצִּ֖ילוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 תֹ֥הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 13 הֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Want de HEEREH3068 zal Zijn volkH5971 nietH3808 verlatenH5203, om Zijns grotenH1419 NaamsH8034 wilH3588, dewijl het den HEEREH3068 beliefdH2974 heeft, ulieden Zich tot een volkH5971 te makenH6213. Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.

KJV For the LORD4 will not forsake3 his people6 for his great9 name's8 sake: because it hath pleased11 the LORD12 to make13 you his people.16

1 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יִטֹּ֤שׁ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 בַּעֲב֖וּר H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 8 שְׁמ֣וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 הַגָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הוֹאִ֣יל H2974 wilden, beliefd, believe assay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אֶתְכֶ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 ל֖וֹ 16 לְעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Wat ookH1571 mij aangaat, het zij verreH2486 van mij, dat ik tegen den HEEREH3068 zou zondigenH2398, dat ik zou aflatenH2308 voor ulieden te biddenH6419; maar ik zal u den goedenH2896 en rechtenH3477 wegH1870 lerenH3384. Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.

KJV Moreover as for me,2 God forbid3 that I should sin5 against the LORD6 in ceasing7 to pray8 for you:9 but I will teach10 you the good13 and the right14 way:12

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אָנֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 חָלִ֤ילָה H2486 verre, Verre, late be far, ([idiom] God) forbid 4 לִּי֙ 5 מֵחֲטֹ֣א H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 מֵחֲדֹ֖ל H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want 8 לְהִתְפַּלֵּ֣ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 9 בַּעַדְכֶ֑ם H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 10 וְהוֹרֵיתִ֣י H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 11 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 13 הַטּוֹבָ֖ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 14 וְהַיְשָׁרָֽה H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 VreestH3372 slechtsH389 den HEEREH3068, en dientH5647 Hem trouwelijkH571 met uw ganseH3605 hartH3824; wantH3588 zietH7200, hoeH834 grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft! Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!

KJV Only fear2 the LORD,4 and serve5 him in truth7 with all your heart:9 for consider11 how great things he hath done14 for you.

1 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 יְר֣אוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַעֲבַדְתֶּ֥ם H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 6 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בֶּאֱמֶ֖ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 לְבַבְכֶ֑ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 רְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הִגְדִּ֖ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 15 עִמָּכֶֽם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Maar indien gij voortaanH7489 kwaadH7489 doet, zo zult gijliedenH859, als ookH1571 uw koningH4428, omkomenH5595. Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.

KJV But if ye shall still2 do wickedly,3 ye shall be consumed,8 both ye and your king.7

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 הָרֵ֖עַ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 3 תָּרֵ֑עוּ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 4 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 אַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 גַּֽם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 מַלְכְּכֶ֖ם H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 תִּסָּפֽוּ H5595 ombrengen, omkomen, omkomt add, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 12:1 1 Samuël 10:24 1 Samuël 11:14 1 Samuël 8:5 1 Samuël 8:19 1 Samuël 10:1
1 Samuël 12:2 1 Samuël 8:5 1 Samuël 8:20 1 Samuël 8:1 1 Samuël 3:19 1 Samuël 8:3 Numeri 27:17 2 Petrus 1:14 Psalmen 71:18
1 Samuël 12:3 1 Samuël 10:1 1 Samuël 24:6 Numeri 16:15 Deuteronomium 16:19 Handelingen 20:33 Exodus 23:8 Exodus 20:17 1 Samuël 12:5
1 Samuël 12:4 3 Johannes 1:12 Psalmen 37:5 Daniël 6:4
1 Samuël 12:5 Exodus 22:4 Handelingen 23:9 Handelingen 24:20 Job 31:35 1 Korinthe 4:4 Handelingen 24:16 Psalmen 17:3 Johannes 18:38
1 Samuël 12:6 Micha 6:4 Exodus 6:26 Psalmen 99:6 Jesaja 63:7 Psalmen 77:19 Psalmen 78:12 Psalmen 105:41 Hosea 12:13
1 Samuël 12:7 Jesaja 1:18 Richteren 5:11 Handelingen 17:3 Jesaja 5:3 Ezechiël 18:25 Micha 6:1
1 Samuël 12:8 Exodus 4:14 Exodus 2:23 Jozua 3:10 Psalmen 44:1 Psalmen 78:54 Jozua 1:6 Exodus 3:9 Genesis 46:5
1 Samuël 12:9 Richteren 3:12 Richteren 4:2 Richteren 10:7 Richteren 13:1 Deuteronomium 32:18 Psalmen 106:21 Jesaja 50:1 Richteren 3:31
1 Samuël 12:10 Richteren 10:10 Richteren 2:13 Richteren 10:15 Richteren 3:7 Richteren 3:9 Richteren 4:3 Jesaja 26:16 2 Korinthe 5:14
1 Samuël 12:11 Richteren 6:32 Richteren 4:6 Richteren 6:14 Richteren 8:29 Richteren 11:1 Richteren 8:35 1 Samuël 7:13 Richteren 13:1
1 Samuël 12:12 Richteren 8:23 1 Samuël 8:5 1 Samuël 10:19 1 Samuël 11:1 1 Samuël 8:3 Genesis 17:7 Psalmen 74:12 Richteren 9:56
1 Samuël 12:13 Hosea 13:11 1 Samuël 10:24 1 Samuël 8:5 Psalmen 78:29 1 Samuël 9:20 1 Samuël 11:15 Handelingen 13:21
1 Samuël 12:14 Jozua 24:14 Psalmen 81:12 Deuteronomium 28:1 Jozua 24:20 Jesaja 3:10 Romeinen 2:7 Leviticus 20:1
1 Samuël 12:15 Jozua 24:20 Jesaja 1:20 1 Samuël 12:9 Romeinen 2:8 Deuteronomium 28:15 Jesaja 3:11 1 Samuël 5:9 Leviticus 26:14
1 Samuël 12:16 Exodus 14:13 Exodus 14:31 1 Samuël 15:16 1 Samuël 12:7
1 Samuël 12:17 1 Samuël 8:7 Spreuken 26:1 1 Samuël 7:9 Jakobus 5:16 Jeremia 15:1 Psalmen 99:6 Jozua 10:12
1 Samuël 12:18 Exodus 14:31 Ezra 10:9 Psalmen 106:12 Openbaring 11:5 Exodus 9:23
1 Samuël 12:19 Exodus 9:28 1 Johannes 5:16 Exodus 10:17 1 Samuël 12:23 Maleachi 1:9 Jakobus 5:15 Psalmen 78:34 Genesis 20:7
1 Samuël 12:20 Deuteronomium 11:16 Psalmen 40:4 Exodus 20:19 Jozua 23:6 Deuteronomium 31:29 1 Petrus 3:16 Jeremia 3:1 Psalmen 125:5
1 Samuël 12:21 Habakuk 2:18 Jeremia 16:19 Jeremia 10:15 1 Korinthe 8:4 Jesaja 45:20 Jeremia 14:22 Jesaja 46:7 Deuteronomium 11:16
1 Samuël 12:22 Psalmen 106:8 1 Koningen 6:13 Deuteronomium 7:7 Jozua 7:9 Jeremia 14:21 Ezechiël 20:14 Deuteronomium 14:2 Klaagliederen 3:31
1 Samuël 12:23 Kolossenzen 1:9 Romeinen 1:9 2 Timotheüs 1:3 1 Koningen 8:36 Spreuken 4:11 Psalmen 34:11 Kolossenzen 1:28 1 Thessalonicenzen 3:10
1 Samuël 12:24 Deuteronomium 10:21 Jesaja 5:12 Psalmen 126:2 Psalmen 111:10 Exodus 12:13 Hebreeën 12:29 Prediker 12:13 Job 28:28
1 Samuël 12:25 Jozua 24:20 1 Samuël 31:1 Jesaja 3:11 Deuteronomium 28:36 Hosea 10:3 Deuteronomium 32:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 12 vers 1

zeide Samuël tot gans Israël Te weten, te Gilgal, waar hij den koning had bevestigd, 1 Sam. 11:15.

Hertaald: zeide Samuël tot gans Israël Namelijk: te Gilgal, waar hij de koning bevestigd had, 1 Sam. 11:15.

1 Samuël 12 vers 2

daar trekt de koning Dat is, hij is in zijn ambt bevestigd, om u voor te gaan in den krijg en om u te regeren.

Hertaald: daar trekt de koning Dat is: hij is in zijn ambt bevestigd, om u voor te gaan in de strijd en om u te regeren.

zijn bij ulieden; Dat is, zij wonen en verkeren onder ulieden, niet meer als regenten, maar als burgers en particuliere personen, buiten alle regering; gebruikt hen waartoe het ulieden belieft.

Hertaald: zijn bij ulieden; Dat is: zij wonen en verkeren onder u, niet meer als heersers, maar als burgers en gewone personen, buiten alle bestuur; gebruik hen waarvoor u het wenst.

1 Samuël 12 vers 3

Zijn gezalfde, Te weten, den koning Saul, dien ik op bevel des Heeren tot een koning over u gezalfd heb; alzo ook onder, vs.5, en 1 Sam. 24:7.

Hertaald: Zijn gezalfde, Namelijk: koning Saul, die ik op bevel van de HEERE tot koning over u gezalfd heb; zo ook hieronder, vers 5, en 1 Sam. 24:7.

onderdrukt heb, Te weten, door valse en lasterlijke woorden, of kwaad beleid van zaken.

Hertaald: onderdrukt heb, Namelijk: door valse en lasterlijke woorden, of slecht bestuur van zaken.

een geschenk genomen heb, Hebreeuws, een verzoening; dat is, een geschenk, waarmede zich de misdadiger met den toornigen richter als verzoent en zijn gunst koopt.

Hertaald: een geschenk genomen heb, Hebreeuws: een verzoening; dat is: een geschenk waarmee de misdadiger zich met de toornige rechter als het ware verzoent en diens gunst koopt.

dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; Dat is, dat ik zijn misdaag niet zou gezien hebben, om die te straffen naar behoren. Of in dezen zin: Dat ik zou moeten schaamrood worden, en hem niet durven aanzien, wanneer hij mij in mijn aangezicht zou verweten hebben, dat ik geschenken van hem genomen heb. Anders, ja ik heb mijn ogen daarvoor verborgen, of, daarom zou verborgen hebben.

Hertaald: dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; Dat is: dat ik zijn misdaad niet zou hebben gezien, om die naar behoren te straffen. Of in deze zin: dat ik zou moeten blozen van schaamte en hem niet durven aanzien, wanneer hij mij in mijn gezicht zou verwijten dat ik geschenken van hem genomen heb. Anders: ja, ik heb daarvoor mijn ogen gesloten, of zou ze daarom gesloten hebben.

1 Samuël 12 vers 5

gij in mijn hand niets gevonden hebt Te weten, dat ik genomen heb om het recht te buigen, of te verkeren, of dat mij tot schande of oneer zou kunnen gerekend worden.

Hertaald: gij in mijn hand niets gevonden hebt Namelijk: dat ik genomen heb om het recht te buigen of te verdraaien, of dat mij tot schande of oneer zou kunnen gerekend worden.

1 Samuël 12 vers 6

gemaakt heeft, Dat is, groot en heerlijk gemaakt heeft; te weten, den enen tot een leidsman des volks, den anderen tot een hogepriester.

Hertaald: gemaakt heeft, Dat is: groot en aanzienlijk gemaakt heeft; namelijk: de een tot leidsman van het volk, de ander tot hogepriester.

1 Samuël 12 vers 7

gerechtigheden des HEEREN, Versta door dit woord zowel beloften en weldaden, als bedreigingen en straffen. Hij wil het volk te kennen geven dat de Heere in al zijne werken zich betoond had te zijn een rechtvaardig God, zowel in het geven zijner weldaden als wanneer Hij hen gestraft heeft, toen zij van Hem zijn afgevallen. Vergelijk Richt. 5:11; Mi. 6:5 met de aantekeningen.

Hertaald: gerechtigheden des HEEREN, Versta onder dit woord zowel beloften en weldaden als bedreigingen en straffen. Hij wil het volk laten weten dat de HEERE in al Zijn werken getoond heeft een rechtvaardig God te zijn, zowel bij het geven van Zijn weldaden als wanneer Hij hen gestraft heeft, toen zij van Hem afgevallen waren. Vergelijk Richt. 5:11; Micha 6:5 met de aantekeningen.

1 Samuël 12 vers 8

zo riepen uw vaders tot den HEERE; Samuël voegt hier aaneen hetgeen vele jaren daarna gevolgd is, want de Israëlieten riepen nog en klaagden tot den Heere niet, toen zij eerst met Jakob in Egypte gekomen waren, maar lang daarna, toen er een koning was opgestaan, die hun zware dienstbaarheid oplegde. Zie Ex. 1:13-14, en Ex. 2:23-24, enz.

Hertaald: zo riepen uw vaders tot den HEERE; Samuël voegt hier samen wat pas vele jaren later gevolgd is, want de Israëlieten riepen en klaagden nog niet tot de HEERE toen zij pas met Jakob in Egypte gekomen waren, maar pas lang daarna, toen er een koning opgestaan was die hun een zware dienstbaarheid oplegde. Zie Ex. 1:13-14, en Ex. 2:23-24, enzovoort.

aan deze plaats wonen Te weten, aan deze en aan gene zijde der Jordaan, in het land Kanaän. Mozes heeft haar gesteld in het koninkrijk der Amorieten, maar Jozua in het land Kanaän.

Hertaald: aan deze plaats wonen Namelijk: aan deze en aan de overkant van de Jordaan, in het land Kanaän. Mozes heeft haar gevestigd in het koninkrijk van de Amorieten, maar Jozua in het land Kanaän.

1 Samuël 12 vers 9

van den koning der Moabieten, Genaamd Eglon, Richt. 3:12.

Hertaald: van den koning der Moabieten, Genaamd Eglon, Richt. 3:12.

1 Samuël 12 vers 11

Jerubbaäl, Dat is, Gideon, waarom hij Jerubbaäl is genoemd geworden, zie Richt. 6:32.

Hertaald: Jerubbaäl, Dat is: Gideon, waarom hij Jerubbaäl genoemd is, zie Richt. 6:32.

Bedan, Anders, Jair genoemd, zoals enigen menen, een Gileadiet; Richt. 10:3. Het kan wel zijn, dat de richter Jaïr ook Bedan is genoemd geweest, om hem te onderscheiden van een anderen Jaïr, die ten tijde van Mozes geleefd heeft, waarvan te lezen is Num. 32:41. Te meer omdat 1 Kron. 7:17 gemeld wordt een Bedan onder de kinderen van Machir, Gileads vader. Anderen nemen Bedan voor Simson, omdat hij uit den stam Dan was; anderen voor Abdon, omdat de namen schijnen overeen te komen; Richt. 12:13.

Hertaald: Bedan, Anders: ook Jaïr genoemd, zoals sommigen menen, een Gileadiet; Richt. 10:3. Het kan zijn dat de rechter Jaïr ook Bedan genoemd is, om hem te onderscheiden van een andere Jaïr die in de tijd van Mozes geleefd heeft, waarover te lezen is in Num. 32:41. Te meer omdat in 1 Kron. 7:17 een Bedan genoemd wordt onder de kinderen van Machir, de vader van Gilead. Anderen nemen Bedan voor Simson, omdat hij uit de stam Dan was; anderen voor Abdon, omdat de namen op elkaar lijken; Richt. 12:13.

1 Samuël 12 vers 13

gij verkoren hebt, Te weten, nadat het lot over den Heere getrokken was; boven, 1 Sam. 10:19.

Hertaald: gij verkoren hebt, Namelijk: nadat het lot over de HEERE geworpen was; hierboven, 1 Sam. 10:19.

heeft een koning over ulieden gezet Te weten, toen Hij u uw begeerte heeft ingewilligd, hoewel zij kwaad en met grote ondankbaarheid vermengd was.

Hertaald: heeft een koning over ulieden gezet Namelijk: toen Hij uw verlangen ingewilligd heeft, hoewel het kwaad en met grote ondankbaarheid vermengd was.

1 Samuël 12 vers 14

achter den HEERE, Hij wil zeggen: De Heere zal voor ulieden gaan, Hij zal u leiden en stieren, beschutten en beschermen. Anders, gij zult Hem navolgen.

Hertaald: achter den HEERE, Hij wil zeggen: de HEERE zal voor u uitgaan, Hij zal u leiden en sturen, beschutten en beschermen. Anders: u zult Hem volgen.

1 Samuël 12 vers 15

als tegen uw vaders Anders, en tegen uw vaders; dat is, koningen of vaderlijke huizen.

Hertaald: als tegen uw vaders Anders: en tegen uw vaders; dat is: koningen of families.

1 Samuël 12 vers 16

stelt u nu hier, Dat is, houdt wat stil, hebt wat geduld, dat gij ziet en hoort wat de Heere doen zal.

Hertaald: stelt u nu hier, Dat is: houd u nu wat stil, heb wat geduld, zodat u ziet en hoort wat de HEERE zal doen.

1 Samuël 12 vers 17

niet vandaag de tarweoogst? Alsof hij zeide: Is het nu niet een schone en klare dag, gelijk de dagen in den tarwenoogst plegen te zijn? op welken tijden het niet placht te regenen; Spr. 26:1. Gij ziet nu geen teken van onweder voorhanden. Nochtans zult gij zien dat ik, door mijn gebed, regen en donder van den Heere verkrijgen zal.

Hertaald: niet vandaag de tarweoogst? Alsof hij zei: is het nu niet een mooie, heldere dag, zoals de dagen tijdens de tarweoogst gewoonlijk zijn? In die tijd placht het niet te regenen; Spr. 26:1. U ziet nu geen teken van onweer. Toch zult u zien dat ik, door mijn gebed, regen en donder van de HEERE zal verkrijgen.

1 Samuël 12 vers 19

voor uw knechten den HEERE, uw God, Dat is, voor ons.

Hertaald: voor uw knechten den HEERE, uw God, Dat is: voor ons.

1 Samuël 12 vers 20

doch wijkt niet Alsof hij zeggen wilde: Al hebt gijlieden zoveel kwaad gedaan, zo zal Hij u evenwel genadig zijn, indien gij aflaat van zondigen.

Hertaald: doch wijkt niet Alsof hij wilde zeggen: al hebt u zoveel kwaad gedaan, toch zal Hij u genadig zijn, als u ophoudt te zondigen.

van achter den HEERE af, Dat is, van zijne navolging.

Hertaald: van achter den HEERE af, Dat is: van het volgen van Hem.

1 Samuël 12 vers 21

wijkt niet af; Te weten, van den Heere.

Hertaald: wijkt niet af; Namelijk: van de HEERE.

de ijdelheden na- volgen, Dat is, de afgoden, die ijdelheden genoemd worden, [omdat de afgod niet is in de wereld ]; gelijk Paulus zegt 1 Kor. 8:4; òf, omdat zij niet bevorderlijk zijn, gelijk Samuël hier zegt; òf omdat zij niets anders zijn dan het werk van de handen der mensen, Lev. 19:4; Ps. 115:4; òf omdat zij de mensen tot ijdelheid en leugens verwekken.

Hertaald: de ijdelheden na- volgen, Dat is: de afgoden, die ijdelheden genoemd worden, [omdat de afgod niets is in de wereld]; zoals Paulus zegt 1 Kor. 8:4; of omdat zij niet baten, zoals Samuël hier zegt; of omdat zij niets anders zijn dan het werk van mensenhanden, Lev. 19:4; Ps. 115:4; of omdat zij de mensen tot ijdelheid en leugens aanzetten.

1 Samuël 12 vers 23

ik zal u den goeden en rechten weg leren Te weten, als een profeet en leraar, van God beroepen, betaamt. Zie 1 Kor. 9:16.

Hertaald: ik zal u den goeden en rechten weg leren Namelijk: zoals het een profeet en leraar, door God geroepen, betaamt. Zie 1 Kor. 9:16.

1 Samuël 12 vers 25

voortaan kwaad doet, Hebreeuws, kwaad doende doet.

Hertaald: voortaan kwaad doet, Hebreeuws: kwaad doende doet.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël  — gehoord van God, of: van God gebeden

De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.

Nahas  — slang

De koning van de Ammonieten, die Jabes in Gilead belegerde en de inwoners alleen genade wilde geven als hun aller rechteroog werd uitgestoken (1 Sam. 11:1-2). Saul riep bij dit bericht heel Israël op en versloeg hem, wat Sauls koningschap voor het hele volk bevestigde (1 Sam. 11:6-15).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Samuëls afscheidsrede  — bij de overdracht van zijn gezag aan koning Saul legt Samuel eerst rekenschap af van zijn eigen leven — "wiens os ik genomen heb" (1 Sam. 12:3). Daarna houdt hij het volk hun geschiedenis en hun recente zonde voor, besloten met de bemoediging: "de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil" (1 Sam. 12:22)

Samuel roept het volk op tegen hem te getuigen: heeft hij ooit iemands os of ezel genomen, iemand verongelijkt of een geschenk aangenomen om zijn ogen te sluiten? Het volk antwoordt eenstemmig: nee (1 Sam. 12:1-5). Samuel houdt hun daarop de hele geschiedenis van Gods trouw voor, van de uittocht uit Egypte tot de richters. Steeds weer zond de HEERE een verlosser — Jerubbaäl, Bedan, Jefta, Samuel zelf — wanneer het volk zondigde en riep (1 Sam. 12:6-11). Toen zij, bang voor Nahas, om een koning vroegen "zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was", was dat kwaad in Gods ogen (1 Sam. 12:12-13). Als teken laat de HEERE, op Samuels gebed, donder en regen komen te midden van de tarweoogst — een tijd waarin dat weer zelden voorkomt — zodat het volk zeer vreest (1 Sam. 12:16-18). Zij smeken Samuel voor hen te bidden, "dat wij niet sterven" (1 Sam. 12:19). Samuels antwoord is geen veroordeling maar bemoediging: "Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart" (1 Sam. 12:20). En hij geeft er de grond bij: "de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil" (1 Sam. 12:20-22). Hij belooft zelf te blijven bidden: "het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden" (1 Sam. 12:23).

Bijbelse betekenis: Samuels eigen integriteit, publiekelijk getoetst en bevestigd, geeft zijn woorden gezag: hij spreekt niet als iemand met een eigen belang bij het koningschap, maar als een getrouwe getuige. Het zwaartepunt van de toespraak ligt echter niet bij de aanklacht — die is duidelijk en wordt door het volk zelf erkend. Het ligt bij het woord daarna: ondanks de zonde van het volk verlaat de HEERE hen niet, niet omdat zij dat verdiend hebben maar om Zijn eigen Naam. Genade volgt op oordeel, niet als tegenspraak maar als het diepste woord van de HEERE over Zijn volk.

Typologie: Ditzelfde beginsel — Gods trouw ter wille van Zijn eigen Naam, niet ter wille van menselijke verdienste — spreekt de HEERE eeuwen later opnieuw uit bij monde van Ezechiël: "Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam" (Ezech. 36:22, niet apart aangehaald).

1 Sam. 12:1-25; Ezech. 36:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Het zij verre van mij, dat ik zou aflaten voor u te bidden — 12:19-25

Samuël neemt afscheid. Het volk heeft een koning gevraagd, en dat verzoek was een verwerping — niet van Samuël maar van God, zoals God hem zelf gezegd had. Er is donder en regen gekomen midden in de tarweoogst, en het volk is bang geworden van wat het gedaan heeft.

Het volk vraagt de man die het aan de kant zette om voor hen te bidden, en hij antwoordt dat níét bidden voor hem zonde tegen de HEERE zou zijn.

De vraag van het volk is een schuldbekentenis: bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven — want boven al onze zonden hebben wij ook nog dit kwaad gedaan, dat wij voor ons een koning begeerd hebben. Zij vragen dus voorbede aan de man die zij zojuist hebben afgedankt.

Samuëls eerste woord is niet een verwijt maar: vreest niet. En dan een zin die in zijn samenstelling merkwaardig is: vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan. Beide helften blijven staan; er wordt niets afgedaan van wat zij deden en er wordt toch gezegd dat zij niet bang hoeven te zijn. De kanttekening vult aan wat hij bedoelt: al hebt u zoveel kwaad gedaan, toch zal Hij u genadig zijn als u ophoudt te zondigen.

Waarop rust die geruststelling? Niet op iets in hen. Samuël noemt twee dingen, en geen van beide staat aan hun kant: “Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.” Om Zijn Naam, en omdat het Hem beliefd heeft. Dat is precies de grond waarop Paulus later schrijft dat de genadegiften en de roeping Gods onberouwelijk zijn.

Dan komt het woord waar dit hoofdstuk om bekend staat: “Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden.” Let op hoe hij het zegt. Ophouden met bidden voor dit volk zou geen begrijpelijke reactie zijn op wat zij hem aandeden; het zou zonde zijn tegen God. Voorbede is voor Samuël geen gunst die hij verleent maar een ambt dat hij draagt, en hij zet er meteen het andere deel van dat ambt naast: maar ik zal u den goeden en rechten weg leren. Bidden en onderwijzen, allebei.

Daar staat een man die verworpen is en die blijft bidden voor wie hem verwierpen. Dat is de plaats van dit hoofdstuk in dit register. Samuël is de Middelaar niet: hij is priester noch koning, en hij sterft. Maar in wat hij hier doet wordt zichtbaar hoe een ambt eruitziet dat niet ophoudt bij de ondankbaarheid van de mensen voor wie het gedragen wordt.

De Hebreeënbrief zegt van Christus dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden, en dat Hij daarom volkomen zalig maken kan. Wat bij Samuël een besluit was dat hij telkens opnieuw moest nemen, is bij Hem geen besluit maar Zijn bestaan.

  1. 1 Samuël 8:7 — De vraag om een koning was een verwerping, en niet van Samuël.
  2. 1 Samuël 12:19 — Het volk vraagt juist hém om voorbede.
  3. 1 Samuël 12:22 — De grond ligt niet bij hen: om Zijns groten Naams wil.
  4. 1 Samuël 12:23 — Ophouden met bidden zou zonde zijn tegen de HEERE.
  5. Lukas 23:34 — Vader, vergeef het hun — gebeden terwijl zij Hem kruisigden.
  6. Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden, en kan daarom volkomen zalig maken.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Lukas 23:34; Romeinen 11:29; Romeinen 8:34; Johannes 17:9

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 12 niet aan en noemt Samuël nergens een afbeelding van Christus. Wat hier gelegd wordt is de lijn van het ambt: een voorbidder die blijft bidden voor wie hem verworpen hebben, en die dat niet als gunst maar als plicht ziet. Dat het voorbidden van Christus onvergelijkelijk veel verder gaat, staat er nadrukkelijk bij; het verschil is niet een graad maar een soort.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Samuël 12

1 Samuël 12:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:241 Samuël 11:141 Samuël 8:51 Samuël 8:191 Samuël 10:1
— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
In Samuëls ouderdom begeerde het volk een koning; en al ging het zeer tegen zijn gevoel in, toch stemde Samuël er op raad des Heeren in toe. Hier doet hij zijn laatste protest. “Ik heb u niet in de weg gestaan. Ik heb mijn eigen eer niet gezocht. Ik heb terstond openhartig mijn ambt onder u neergelegd.”

1 Samuël 12:2.Kruisverwijzingen1 Samuël 8:51 Samuël 8:201 Samuël 8:11 Samuël 3:191 Samuël 8:3Numeri 27:172 Petrus 1:14Psalmen 71:18
— En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
“Mijn zonen komen hier heden niet als mijn opvolgers, maar als medeonderdanen met u van uw nieuw gekozen koning; zij staan niet meer tegen hem dan ik.” Als een oude dienstknecht die op het punt staat ontslagen te worden, vraagt Samuël hen van zijn karakter te getuigen; en dat doet hij deels als een les voor de koning die zijn plaats had ingenomen, en deels om zichzelf vrij te pleiten bij het overdragen van zijn ambt.

1 Samuël 12:3.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:11 Samuël 24:6Numeri 16:15Deuteronomium 16:19Handelingen 20:33Exodus 23:8Exodus 20:171 Samuël 12:5
— Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
Het is onder oosterse richters en heersers zo gewoon geschenken te verwachten, dat u in die landen geen enkele stap in een rechtszaal kunt zetten zonder omkoping. Het was daarom een heel ongewone omstandigheid dat Samuël iedereen kon uitdagen te zeggen dat hij ooit onrechtmatig zelfs maar één penning genomen had.

En de grote heersers in die landen zijn gewoon zich te verrijken door zware belastingen van het volk te heffen. Maar Samuël verklaarde dat zijn diensten volkomen om niet geweest waren, zodat alles wat hij voor het volk gedaan had hun niets gekost had. Hadden zij enig gebrek te vinden in zijn bestuur, dan kon het alleen zijn omdat het zo rechtvaardig en ook zo goedkoop geweest was; zijn juk was inderdaad zacht geweest voor hun nek. Welk een schoon gezicht is het een oude man aldus allen die hem een lang leven lang gekend hebben te zien uitdagen te getuigen dat hij geen zelfzuchtig leven geleid heeft!

1 Samuël 12:4-5.KruisverwijzingenExodus 22:4Handelingen 23:9Handelingen 24:203 Johannes 1:12Psalmen 37:5Daniël 6:4Job 31:351 Korinthe 4:4
— Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
Op de meest ernstige wijze pleitten zij hem vrij; toen hij hun de rekening van zijn rentmeesterschap gaf, getuigden zij allen dat alles gedaan was, niet enkel naar strikte rechtschapenheid, maar in de meest edelmoedige geest van zelfopoffering. Mogen wij allen in staat gesteld worden zo te leven dat, wanneer onze zon ondergaat, het een even onbewolkte zonsondergang zal zijn als die van Samuël!

1 Samuël 12:6-8.KruisverwijzingenMicha 6:4Exodus 6:26Exodus 4:14Jesaja 1:18Exodus 2:23Psalmen 99:6Jesaja 63:7Psalmen 77:19
— Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
Een gedachtenis van vroegere barmhartigheden is ons heel nuttig. Nationale barmhartigheden behoren niet vergeten te worden, en persoonlijke gunsten behoren altijd vers in ons geheugen te zijn. Ach, het oude spreekwoord is maar al te waar: “Brood dat gegeten is, wordt spoedig vergeten.” Zo is het zelfs met het brood dat God ons geeft; wij eten het en vergeten toch spoedig de hand die ons voedde. Laat het bij ons niet zo zijn.

1 Samuël 12:9-11.KruisverwijzingenRichteren 6:32Richteren 3:12Richteren 4:2Richteren 10:7Richteren 13:1Richteren 10:10Richteren 2:13Richteren 4:6
— Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen. En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
Zij overtraden vaak, en werden even vaak verdrukt; maar telkens wanneer zij tot de Heere terugkeerden met hun belijdenis van zonde en Zijn barmhartigheid weer zochten, was Hij altijd snel om te verlossen. Laten wij nut hebben van hun ervaring. Hebben wij ons door zonde in moeite gebracht? Zijn wij afgedwaald en afgeweken, en is ons hart daarom zwaar? Laten wij tot de Heere terugkeren en onze zonde belijden, want Hij heeft ons niet weggeworpen. Hij zal Zich niet keren tegen de stem van ons geroep; Hij zal ons vergeven en ons genadig weer tot Zich nemen.

1 Samuël 12:12-13.KruisverwijzingenRichteren 8:23Hosea 13:111 Samuël 10:241 Samuël 8:51 Samuël 10:191 Samuël 11:11 Samuël 8:3Genesis 17:7
— Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was. En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
“Hij heeft in uw verzoek bewilligd, al was het een dwaas verzoek.” Bedenk, broeders, dat niet elke verhoring van gebed een teken van Gods gunst is. Zijn onze gebeden zeer dwaas, en is er zelfs zonde in, dan mag God ons soms geven wat wij vragen om ons onze dwaasheid te tonen en ons te doen boeten dat wij zo’n gebed opgezonden hebben.

Al waren zij onder Gods regering hoogst begunstigd geweest, zij moesten een koning hebben, zoals de volken die niet zo begunstigd waren. “Welnu”, zegt Samuël, “God heeft u deze koning gegeven; doe dan uw best met hem.” Samuël had een hoopvolle geest; en hij hoopte dat, al waren de omstandigheden niet zoals hij ze gewenst zou hebben, het volk het toch nog goed zou maken.

1 Samuël 12:14-17.KruisverwijzingenJozua 24:14Exodus 14:131 Samuël 8:7Spreuken 26:11 Samuël 7:9Jesaja 1:20Jakobus 5:161 Samuël 12:9
— Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn. Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders. Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal. Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
Dit zou hun een teken zijn dat Samuël Gods profeet was. Bij een vroegere gelegenheid had God, op zijn gebed, gedonderd tegen de Filistijnen; maar ditmaal was Zijn donder Zijn stem tégen Israël. Bij het lezen van de Bijbel moeten wij altijd bedenken dat hij niet in ons land maar in Palestina geschreven is. De tarweoogst valt daar ongeveer in de maand mei, wanneer het weer doorgaans bestendig is en zaken als donder en regen vrijwel onbekend zijn. Het was daarom buitengewoon: een slag uit de heldere hemel.

1 Samuël 12:18-19.KruisverwijzingenExodus 14:31Exodus 9:281 Johannes 5:16Ezra 10:9Exodus 10:171 Samuël 12:23Psalmen 106:12Openbaring 11:5
— Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel. En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
Dat onweer was een krachtig prediker voor hen, en de regendruppels die zo overvloedig vielen, brachten de tranen in hun ogen. De verschijnselen van de natuur drukken de mensen vaak een gevoel van Gods macht in en werpen hen voor Hem neer.

1 Samuël 12:20-22.KruisverwijzingenHabakuk 2:18Psalmen 106:81 Koningen 6:13Jeremia 16:19Jeremia 10:15Deuteronomium 7:7Jozua 7:9Deuteronomium 11:16
— Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart. En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden. Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
Hoe zachtmoedig spreekt de oude profeet! Welk een verandering van de rollende donder tot deze genadige stem! Het is als het helder schijnen na de regen.

1 Samuël 12:23.KruisverwijzingenKolossenzen 1:9Romeinen 1:92 Timotheüs 1:31 Koningen 8:36Spreuken 4:11Psalmen 34:11Kolossenzen 1:281 Thessalonicenzen 3:10
— Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
Het is een groot voorrecht dat het ons vergund is voor onze medemensen te bidden. Maar het moet beginnen met het gebed voor onszelf; want totdat wij bij God aangenomen zijn, kunnen wij niet als voorbidder voor anderen optreden. Een deel van de voortreffelijkheid van het voorbiddend gebed is dat het zelf een teken is van inwendige genade en een teken ten goede van de Heere.

Wanneer het hart wijd gemaakt wordt in gelovige smeking voor anderen, dan mogen alle twijfels over de persoonlijke aanneming bij God ophouden. Hij die ons tot liefhebben aandrijft, heeft ons die liefde zeker gegeven; en welk beter bewijs van Zijn gunst begeren wij? Het is een grote vooruitgang op de bezorgdheid over onze eigen zaligheid wanneer wij uit de engheid van de vrees over onszelf opgeklommen zijn tot het ruimere gebied van de zorg voor de ziel van een ander.

Het voorbiddend gebed is een daad van gemeenschap met Christus, want Jezus Zelf pleit voor de kinderen van Adam. Het is een deel van Zijn priesterlijk ambt voorbede te doen voor Zijn volk. Wanneer wij voor onze medezondaren bidden, zijn wij in overeenstemming met onze goddelijke Zaligmaker, die voor de overtreders bad.

Velen van ons brengen hun bekering, als wij er tot de grond van gaan, terug tot de gebeden van zekere godvruchtige mensen. In talloze gevallen hebben de gebeden van ouders jonge mensen tot Christus gebracht. Onbekende mensen, aan hun bed gebonden, zijn vaak het middel tot de zaligheid van honderden door hun bestendige pleiten bij God. Het “gedenkboek” (Mal. 3:16) zal de waarde van deze verborgenen openbaren, van wie door de meeste christenen zo weinig gedacht wordt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het is een groot voorrecht dat het ons vergund is voor onze medemensen te bidden. Maar het moet beginnen met het gebed voor onszelf; want totdat wij bij God aangenomen zijn, kunnen wij niet als voorbidder voor anderen optreden.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content