Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zeideH559SamuelH8050totH413gansH3605IsraelH3478: ZietH2009, ik heb naar ulieder stemH6963gehoordH8085 in allesH3605, watH834 gij mij gezegdH559 hebt, en ik heb een koningH4428overH5921 u gezetH4427.Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
KJVAnd Samuel2said1unto all Israel,5Behold, I have hearkened7unto your voice8in all that ye said11unto me, and have made13a king15over you.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see7שָׁמַ֣עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בְקֹֽלְכֶ֔םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9לְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲמַרְתֶּ֖םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לִ֑י13וָאַמְלִ֥יךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely14עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
2En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En nuH6258, zietH2009, daar trektH1980 de koningH4428 voor uw aangezichtH6440 heen, en ikH589 ben oudH2204 en grijsH7867 geworden, en zietH2009, mijn zonenH1121 zijn bij ulieden; en ikH589 heb voor uw aangezichtenH6440gewandeldH1980 van mijn jeugdH5271 af tot dezenH2088dagH3117 toe.En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
KJVAnd now, behold, the king3walketh4before5you: and I am old7and grayheaded;8and, behold, my sons9are with you: and I have walked13before14you from my childhood15unto this day.17
1וְעַתָּ֞הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see3הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4מִתְהַלֵּ֣ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5לִפְנֵיכֶ֗םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7זָקַ֣נְתִּיH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)8וָשַׂ֔בְתִּיH7867grijs, grijze(be) grayheaded9וּבָנַ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10הִנָּ֣םH2009ziet, ziebehold, lo, see11אִתְּכֶ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13הִתְהַלַּ֣כְתִּיH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14לִפְנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15מִנְּעֻרַ֖יH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
3Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZietH2005, hier ben ik, betuigtH6030 tegen mij, voor den HEEREH3068, en voor Zijn gezalfdeH4899, wiens osH7794 ik genomenH3947 heb, en wiens ezelH2543 ik genomenH3947 heb, en wienH4310 ik verongelijktH6231 heb, wienH4310 ik onderdruktH7533 heb, en van wiensH4310handH3027 ik een geschenkH3724genomenH3947 heb, dat ik mijn ogenH5869 van hem zou verborgenH5956 hebben; zo zal ik het ulieden wedergevenH7725.Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
KJVBehold, here I am: witness2against me before the LORD,5and before his anointed:7whose ox9have I taken?11or whose ass12have I taken?14or whom have I defrauded?17whom have I oppressed?20or of whose hand21have I received any bribe24to blind25mine eyes26therewith? and I will restore28it you.
1הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2עֲנ֣וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)3בִי֩4נֶ֨גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view5יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְנֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7מְשִׁיח֗וֹH4899gezalfde, gezalfden, Gezalfdeanointed, Messiah8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שׁוֹר֩H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))10מִ֨יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God11לָקַ֜חְתִּיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12וַחֲמ֧וֹרH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass13מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God14לָקַ֗חְתִּיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God17עָשַׁ֨קְתִּי֙H6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God20רַצּ֔וֹתִיH7533onderdrukt, gebroken, stukken gestotenbreak, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together21וּמִיַּדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves22מִי֙H4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God23לָקַ֣חְתִּיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win24כֹ֔פֶרH3724verzoening, rantsoen, losgeldbribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village25וְאַעְלִ֥יםH5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)26עֵינַ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)27בּ֑וֹ28וְאָשִׁ֖יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw29לָכֶֽם
4Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeidenH559 zij: Gij hebt ons niet verongelijktH6231, en gij hebt ons niet onderdruktH7533, en gij hebt van niemandsH3808handH3027ietsH3972genomenH3947.Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen.
KJVAnd they said,1Thou hast not defrauded3us, nor oppressed5us, neither hast thou taken7ought10of any man's9hand.8
1וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3עֲשַׁקְתָּ֖נוּH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5רַצּוֹתָ֑נוּH7533onderdrukt, gebroken, stukken gestotenbreak, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together6וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7לָקַ֥חְתָּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8מִיַּדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10מְאֽוּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
5Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zeideH559 hij tot hen: De HEEREH3068 zij een GetuigeH5707 tegen ulieden, en Zijn gezalfdeH4899 zij te dezenH2088dageH3117getuigeH5707, dat gij in mijn handH3027nietsH3808gevondenH4672 hebt! En het volk zeideH559: Hij zij GetuigeH5707!Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
KJVAnd he said1unto them, The LORD4is witness3against you, and his anointed7is witness6this day,8that ye have not found12ought14in my hand.13And they answered,15He is witness.16
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֵ֧דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בָּכֶ֗ם6וְעֵ֤דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness7מְשִׁיחוֹ֙H4899gezalfde, gezalfden, Gezalfdeanointed, Messiah8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12מְצָאתֶ֛םH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on13בְּיָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מְא֑וּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing15וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16עֵֽדH5707getuige, getuigen, Getuigewitness
6Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Verder zeideH559SamuelH8050totH413 het volkH5971: Het is de HEEREH3068, DieH834MozesH4872 en AaronH175gemaaktH6213 heeft, en DieH834 uw vadersH1 uit EgyptelandH776opgebrachtH5927 heeft.Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.
KJVAnd Samuel2said1unto the people,4It is the LORD5that advanced7Moses9and Aaron,11and that brought13➔ your fathers15upout of the land16of Egypt.17
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֖לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron12וַאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֶעֱלָ֛הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲבֹתֵיכֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
7En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En nuH6258, steltH3320 u hier, dat ik metH854 ulieden rechteH8199, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, over alH3605 de gerechtighedenH6666 des HEERENH3068, dieH834 Hij aan u en aan uw vaderenH1gedaanH6213 heeft.En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.
KJVNow therefore stand still,2that I may reason3with you before5the LORD6of all the righteous acts9of the LORD,10which he did12to you and to your fathers.15
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הִֽתְיַצְּב֛וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)3וְאִשָּׁפְטָ֥הH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9צִדְק֣וֹתH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15אֲבוֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
8Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8NadatH834JakobH3290 in EgypteH4714gekomenH935 was, zo riepenH2199 uw vadersH1totH413 den HEEREH3068; en de HEEREH3068zondH7971MozesH4872 en AaronH175, en zij leiddenH3318 uw vadersH1 uit EgypteH4714, en deden hen aan dezeH2088plaatsH4725wonenH3427.Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
KJVWhen Jacob3was come2into Egypt,4and your fathers6cried5unto the LORD,8then the LORD10sent9Moses12and Aaron,14which brought forth15your fathers17out of Egypt,18and made them dwell19in this place.20
1כַּֽאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob4מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וַיִּזְעֲק֤וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed6אֲבֽוֹתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron15וַיּוֹצִ֤יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲבֹֽתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'18מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19וַיֹּשִׁב֖וּםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry20בַּמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)21הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
9Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Maar zij vergatenH7911 den HEEREH3068, hun GodH430; zo verkochtH4376 Hij hen in de handH3027 van SiseraH5516, den krijgsoversteH8269, te HazorH2674, en in de handH3027 der FilistijnenH6430, en in de handH3027 van den koningH4428 der MoabietenH4124, die tegen hen stredenH3898.Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.
KJVAnd when they forgat1the LORD3their God,4he sold5them into the hand7of Sisera,8captain9of the host10of Hazor,11and into the hand12of the Philistines,13and into the hand14of the king15of Moab,16and they fought17against them.
10En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij riepenH2199totH413 den HEEREH3068, en zeidenH559: Wij hebben gezondigdH2398, dewijlH3588 wij den HEEREH3068verlatenH5800, en de BaalsH1168 en AstharothsH6252gediendH5647 hebben; en nuH6258, rukH5337 ons uit de handH3027 onzer vijandenH341, en wij zullen U dienenH5647.En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.
KJVAnd they cried1unto the LORD,3and said,4We have sinned,5because we have forsaken7the LORD,9and have served10Baalim12and Ashtaroth:14but now deliver16us out of the hand17of our enemies,18and we will serve19thee.
1וַיִּזְעֲק֤וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5חָטָ֔אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7עָזַ֨בְנוּ֙H5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וַנַּעֲבֹ֥דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַבְּעָלִ֖יםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָעַשְׁתָּר֑וֹתH6252Astharoth, AstharothsAsharoth, Astaroth. See also H1045 (בֵּית עַשְׁתָּרוֹת), H6253 (עַשְׁתֹּרֶת), H6255 (עַשְׁתְּרֹת קַרְנַיִם)15וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16הַצִּילֵ֛נוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)17מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18אֹיְבֵ֖ינוּH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe19וְנַעַבְדֶֽךָּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
11En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068zondH7971JerubbaalH3378, en BedanH917, en JefthaH3316, en SamuelH8050, en Hij rukteH5337 u uit de handH3027 uwer vijandenH341rondomH4480, alzo dat gij zekerH983woondetH3427.En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
KJVAnd the LORD2sent1Jerubbaal,4and Bedan,6and Jephthah,8and Samuel,10and delivered11you out of the hand13of your enemies14on every side,15and ye dwelled16safe.17
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְרֻבַּ֣עַלH3378JerubbaalJerubbaal5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּדָ֔ןH917BedanBedan7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יִפְתָּ֖חH3316Jeftha, JiftahJephthah, Jiphtah9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁמוּאֵ֑לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel11וַיַּצֵּ֨לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)12אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִיַּ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14אֹֽיְבֵיכֶם֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe15מִסָּבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side16וַתֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בֶּֽטַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Als gij nu zaagtH7200, datH3588NahasH5176, de koningH4428 van de kinderenH1121AmmonsH5983, tegenH5921 u kwamH935, zo zeidetH559 gij tot mij: NeenH3808, maarH3588 een koningH4428 zal overH5921 ons regerenH4427; zo toch de HEEREH3068, uw GodH430, uw KoningH4428 was.Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.
KJVAnd when ye saw1that Nahash3the king4of the children5of Ammon6came7against you, ye said9unto me, Nay; but a king13shall reign14over us: when the LORD16your God17was your king.18
1וַתִּרְא֗וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3נָחָ֞שׁH5176NahasNahash4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עַמּוֹן֮H5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites7בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עֲלֵיכֶם֒H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וַתֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לִ֔י11לֹ֕אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14יִמְלֹ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16וַיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18מַלְכְּכֶֽםH4428koning, konings, koningenking, royal
13En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En nuH6258, zietH2009 daar den koningH4428, dienH834 gij verkorenH977 hebt, dienH834 gij begeerdH7592 hebt; en zietH2009, de HEEREH3068 heeft een koningH4428overH5921 ulieden gezetH5414.En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
KJVNow therefore behold the king3whom ye have chosen,5and whom ye have desired!7and, behold, the LORD10hath set9a king12over you.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see3הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּחַרְתֶּ֖םH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7שְׁאֶלְתֶּ֑םH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish8וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see9נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
14Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZoH518 gij den HEEREH3068 zult vrezenH3372, en Hem dienenH5647, en naar Zijn stemH6963horenH8085, en den mondH6310 des HEERENH3068nietH3808wederspannigH4784 zijt, zo zult gijliedenH859, zowel gij als de koningH4428, dieH834overH5921 u regerenH4427 zal, achterH310 den HEEREH3068, uw GodH430, zijn.Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.
KJVIf ye will fear2the LORD,4and serve5him, and obey7his voice,8and not rebel10against the commandment12of the LORD,13then shall both ye and also the king18that reigneth20over you continue following22the LORD23your God:24
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2תִּֽירְא֣וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַעֲבַדְתֶּ֤םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,6אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וּשְׁמַעְתֶּ֣םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בְּקֹל֔וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַמְר֖וּH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וִהְיִתֶ֣םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16אַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you17וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20מָלַ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely21עֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22אַחַ֖רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with23יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
15Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Doch zo gij naar de stemH6963 des HEERENH3068nietH3808 zult horenH8085, maar den mondH6310 des HEERENH3068wederspannigH4784zijnH1961, zo zal de handH3027 des HEERENH3068, tegen u zijn, als tegen uw vadersH1.Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.
KJVBut if ye will not obey3the voice4of the LORD,5but rebel6against the commandment8of the LORD,9then shall the hand11of the LORD12be against you, as it was against your fathers.14
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִשְׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וּמְרִיתֶ֖םH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְהָיְתָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בָּכֶ֖ם14וּבַאֲבֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
16Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16OokH1571steltH3320 u nuH6258hierH2088, en zietH7200 die groteH1419zaakH1697, die de HEEREH3068 voor uw ogenH5869doenH6213 zal.Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.
KJVNow therefore1stand3and see4this great7thing,6which the LORD10will do11before your eyes.12
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas3הִתְיַצְּב֣וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)4וּרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַגָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לְעֵינֵיכֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
17Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Is het nietH3808vandaagH3117 de tarweoogstH2406? Ik zal totH413 den HEEREH3068roepenH7121, en Hij zal donderH6963 en regenH4306gevenH5414; zo weetH3045 dan, en zietH7200, dat uw kwaadH7451grootH7227 is, dat gij voor de ogenH5869 des HEERENH3068gedaanH6213 hebt, dat gij een koningH4428 voor u begeerdH7592 hebt.Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
KJVIs it not wheat3harvest2to day?4I will call5unto the LORD,7and he shall send8thunder9and rain;10that ye may perceive11and see12that your wickedness14is great,15which ye have done17in the sight18of the LORD,19in asking20you a king.22
1הֲל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2קְצִירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)3חִטִּים֙H2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)4הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5אֶקְרָא֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְיִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9קֹל֖וֹתH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וּמָטָ֑רH4306regen, plasregenrain11וּדְע֣וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12וּרְא֗וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14רָעַתְכֶ֤םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15רַבָּה֙H7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)16אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17עֲשִׂיתֶם֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20לִשְׁא֥וֹלH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish21לָכֶ֖ם22מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
18Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen SamuelH8050 den HEEREH3068aanriepH7121, zo gafH5414 de HEEREH3068donderH6963 en regenH4306 te dien dageH3117; daarom vreesdeH3372alH3605 het volkH5971zeerH3966 den HEEREH3068 en SamuelH8050.Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.
KJVSo Samuel2called1unto the LORD;4and the LORD6sent5thunder7and rain8that day:9and all the people13greatly14feared11the LORD16and Samuel.18
1וַיִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיִּתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7קֹלֹ֥תH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8וּמָטָ֖רH4306regen, plasregenrain9בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וַיִּירָ֨אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14מְאֹ֛דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18שְׁמוּאֵֽלH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel
19En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En alH3605 het volkH5971zeideH559totH413SamuelH8050: BidH6419 voor uw knechtenH5650 den HEEREH3068, uw GodH430, dat wij niet stervenH4191; wantH3588bovenH5921alH3605 onze zondenH2403 hebben wij dit kwaadH7451 daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerdH7592 hebben.En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
Ook in dit vers
koningH4428
KJVAnd all the people3said1unto Samuel,5Pray6for thy servants8unto the LORD10thy God,11that we die13not: for we have added15unto all our sins18this evil,19to ask20us a king.22
1וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5שְׁמוּאֵ֗לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel6הִתְפַּלֵּ֧לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication7בְּעַדH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within8עֲבָדֶ֛יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13נָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15יָסַ֤פְנוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18חַטֹּאתֵ֨ינוּ֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)19רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)20לִשְׁאֹ֥לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish21לָ֖נוּ22מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
20Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559SamuelH8050totH413 het volkH5971: VreestH3372nietH408, gijH859 hebt alH3605ditH2063kwaadH7451gedaanH6213; doch wijktH5493nietH408 van achterH310 den HEEREH3068 af, maar dientH5647 den HEEREH3068 met uw ganseH3605hartH3824.Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.
KJVAnd Samuel2said1unto the people,4Fear6not: ye have done8all this wickedness:11yet turn not aside15from following16the LORD,17but serve18the LORD20with all your heart;22
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֤לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תִּירָ֔אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8עֲשִׂיתֶ֔םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13אַ֗ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)14אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than15תָּס֨וּרוּ֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without16מֵאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וַעֲבַדְתֶּ֥םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22לְבַבְכֶֽםH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
21En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En wijktH5493nietH3808 af; wantH3588 gij zoudt de ijdelhedenH8414naH310 volgen, die nietH3808bevorderlijkH3276 zijn, nochH3808verlossenH5337, wantH3588zijH1992 zijn ijdelhedenH8414.En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
KJVAnd turn ye not aside:2for then should ye go after4vain5things, which cannot profit8nor deliver;10for they are vain.12
1וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תָּס֑וּרוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5הַתֹּ֗הוּH8414woeste, ijdelheid, ijdelhedenconfusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness6אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יוֹעִ֛ילוּH3276nut, voordeel, baat[idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יַצִּ֖ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12תֹ֥הוּH8414woeste, ijdelheid, ijdelhedenconfusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness13הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
22Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Want de HEEREH3068 zal Zijn volkH5971nietH3808verlatenH5203, om Zijns grotenH1419NaamsH8034wilH3588, dewijl het den HEEREH3068beliefdH2974 heeft, ulieden Zich tot een volkH5971 te makenH6213.Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
KJVFor the LORD4will not forsake3his people6for his great9name's8sake: because it hath pleased11the LORD12to make13you his people.16
1כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִטֹּ֤שׁH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to8שְׁמ֣וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9הַגָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very10כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הוֹאִ֣ילH2974wilden, beliefd, believeassay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15ל֖וֹ16לְעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
23Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Wat ookH1571 mij aangaat, het zij verreH2486 van mij, dat ik tegen den HEEREH3068 zou zondigenH2398, dat ik zou aflatenH2308 voor ulieden te biddenH6419; maar ik zal u den goedenH2896 en rechtenH3477wegH1870lerenH3384.Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
KJVMoreover as for me,2God forbid3that I should sin5against the LORD6in ceasing7to pray8for you:9but I will teach10you the good13and the right14way:12
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which3חָלִ֤ילָהH2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid4לִּי֙5מֵחֲטֹ֣אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7מֵחֲדֹ֖לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want8לְהִתְפַּלֵּ֣לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication9בַּעַדְכֶ֑םH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within10וְהוֹרֵיתִ֣יH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through11אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּדֶ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13הַטּוֹבָ֖הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)14וְהַיְשָׁרָֽהH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)
24Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24VreestH3372slechtsH389 den HEEREH3068, en dientH5647 Hem trouwelijkH571 met uw ganseH3605hartH3824; wantH3588zietH7200, hoeH834 grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!
KJVOnly fear2the LORD,4and serve5him in truth7with all your heart:9for consider11how great things he hath done14for you.
1אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2יְר֣אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַעֲבַדְתֶּ֥םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,6אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בֶּאֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity8בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9לְבַבְכֶ֑םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הִגְדִּ֖לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower15עִמָּכֶֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
25Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Maar indien gij voortaanH7489kwaadH7489 doet, zo zult gijliedenH859, als ookH1571 uw koningH4428, omkomenH5595.Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.
KJVBut if ye shall still2do wickedly,3ye shall be consumed,8both ye and your king.7
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2הָרֵ֖עַH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse3תָּרֵ֑עוּH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse4גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea5אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6גַּֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7מַלְכְּכֶ֖םH4428koning, konings, koningenking, royal8תִּסָּפֽוּH5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 12:1— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.1 Samuël 10:24→1 Samuël 11:14→1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:19→1 Samuël 10:1→
1 Samuël 12:2— En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:20→1 Samuël 8:1→1 Samuël 3:19→1 Samuël 8:3→Numeri 27:17→2 Petrus 1:14→Psalmen 71:18→
1 Samuël 12:3— Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.1 Samuël 10:1→1 Samuël 24:6→Numeri 16:15→Deuteronomium 16:19→Handelingen 20:33→Exodus 23:8→Exodus 20:17→1 Samuël 12:5→
1 Samuël 12:4— Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen.3 Johannes 1:12→Psalmen 37:5→Daniël 6:4→
1 Samuël 12:5— Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!Exodus 22:4→Handelingen 23:9→Handelingen 24:20→Job 31:35→1 Korinthe 4:4→Handelingen 24:16→Psalmen 17:3→Johannes 18:38→
1 Samuël 12:6— Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.Micha 6:4→Exodus 6:26→Psalmen 99:6→Jesaja 63:7→Psalmen 77:19→Psalmen 78:12→Psalmen 105:41→Hosea 12:13→
1 Samuël 12:7— En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.Jesaja 1:18→Richteren 5:11→Handelingen 17:3→Jesaja 5:3→Ezechiël 18:25→Micha 6:1→
1 Samuël 12:8— Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.Exodus 4:14→Exodus 2:23→Jozua 3:10→Psalmen 44:1→Psalmen 78:54→Jozua 1:6→Exodus 3:9→Genesis 46:5→
1 Samuël 12:9— Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.Richteren 3:12→Richteren 4:2→Richteren 10:7→Richteren 13:1→Deuteronomium 32:18→Psalmen 106:21→Jesaja 50:1→Richteren 3:31→
1 Samuël 12:10— En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.Richteren 10:10→Richteren 2:13→Richteren 10:15→Richteren 3:7→Richteren 3:9→Richteren 4:3→Jesaja 26:16→2 Korinthe 5:14→
1 Samuël 12:11— En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.Richteren 6:32→Richteren 4:6→Richteren 6:14→Richteren 8:29→Richteren 11:1→Richteren 8:35→1 Samuël 7:13→Richteren 13:1→
1 Samuël 12:12— Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.Richteren 8:23→1 Samuël 8:5→1 Samuël 10:19→1 Samuël 11:1→1 Samuël 8:3→Genesis 17:7→Psalmen 74:12→Richteren 9:56→
1 Samuël 12:13— En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.Hosea 13:11→1 Samuël 10:24→1 Samuël 8:5→Psalmen 78:29→1 Samuël 9:20→1 Samuël 11:15→Handelingen 13:21→
1 Samuël 12:14— Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.Jozua 24:14→Psalmen 81:12→Deuteronomium 28:1→Jozua 24:20→Jesaja 3:10→Romeinen 2:7→Leviticus 20:1→
1 Samuël 12:15— Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.Jozua 24:20→Jesaja 1:20→1 Samuël 12:9→Romeinen 2:8→Deuteronomium 28:15→Jesaja 3:11→1 Samuël 5:9→Leviticus 26:14→
1 Samuël 12:16— Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.Exodus 14:13→Exodus 14:31→1 Samuël 15:16→1 Samuël 12:7→
1 Samuël 12:17— Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.1 Samuël 8:7→Spreuken 26:1→1 Samuël 7:9→Jakobus 5:16→Jeremia 15:1→Psalmen 99:6→Jozua 10:12→
1 Samuël 12:18— Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.Exodus 14:31→Ezra 10:9→Psalmen 106:12→Openbaring 11:5→Exodus 9:23→
1 Samuël 12:19— En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.Exodus 9:28→1 Johannes 5:16→Exodus 10:17→1 Samuël 12:23→Maleachi 1:9→Jakobus 5:15→Psalmen 78:34→Genesis 20:7→
1 Samuël 12:20— Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.Deuteronomium 11:16→Psalmen 40:4→Exodus 20:19→Jozua 23:6→Deuteronomium 31:29→1 Petrus 3:16→Jeremia 3:1→Psalmen 125:5→
1 Samuël 12:21— En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.Habakuk 2:18→Jeremia 16:19→Jeremia 10:15→1 Korinthe 8:4→Jesaja 45:20→Jeremia 14:22→Jesaja 46:7→Deuteronomium 11:16→
1 Samuël 12:22— Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.Psalmen 106:8→1 Koningen 6:13→Deuteronomium 7:7→Jozua 7:9→Jeremia 14:21→Ezechiël 20:14→Deuteronomium 14:2→Klaagliederen 3:31→
1 Samuël 12:23— Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.Kolossenzen 1:9→Romeinen 1:9→2 Timotheüs 1:3→1 Koningen 8:36→Spreuken 4:11→Psalmen 34:11→Kolossenzen 1:28→1 Thessalonicenzen 3:10→
1 Samuël 12:24— Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!Deuteronomium 10:21→Jesaja 5:12→Psalmen 126:2→Psalmen 111:10→Exodus 12:13→Hebreeën 12:29→Prediker 12:13→Job 28:28→
1 Samuël 12:25— Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.Jozua 24:20→1 Samuël 31:1→Jesaja 3:11→Deuteronomium 28:36→Hosea 10:3→Deuteronomium 32:15→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 12 vers 1— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
zeide Samuël tot gans Israël
Te weten, te Gilgal, waar hij den koning had bevestigd, 1 Sam. 11:15.
Hertaald:zeide Samuël tot gans Israël
Namelijk: te Gilgal, waar hij de koning bevestigd had, 1 Sam. 11:15.
1 Samuël 12 vers 2— En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
daar trekt de koning
Dat is, hij is in zijn ambt bevestigd, om u voor te gaan in den krijg en om u te regeren.
Hertaald:daar trekt de koning
Dat is: hij is in zijn ambt bevestigd, om u voor te gaan in de strijd en om u te regeren.
zijn bij ulieden;
Dat is, zij wonen en verkeren onder ulieden, niet meer als regenten, maar als burgers en particuliere personen, buiten alle regering; gebruikt hen waartoe het ulieden belieft.
Hertaald:zijn bij ulieden;
Dat is: zij wonen en verkeren onder u, niet meer als heersers, maar als burgers en gewone personen, buiten alle bestuur; gebruik hen waarvoor u het wenst.
1 Samuël 12 vers 3— Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
Zijn gezalfde,
Te weten, den koning Saul, dien ik op bevel des Heeren tot een koning over u gezalfd heb; alzo ook onder, vs.5, en 1 Sam. 24:7.
Hertaald:Zijn gezalfde,
Namelijk: koning Saul, die ik op bevel van de HEERE tot koning over u gezalfd heb; zo ook hieronder, vers 5, en 1 Sam. 24:7.
onderdrukt heb,
Te weten, door valse en lasterlijke woorden, of kwaad beleid van zaken.
Hertaald:onderdrukt heb,
Namelijk: door valse en lasterlijke woorden, of slecht bestuur van zaken.
een geschenk genomen heb,
Hebreeuws, een verzoening; dat is, een geschenk, waarmede zich de misdadiger met den toornigen richter als verzoent en zijn gunst koopt.
Hertaald:een geschenk genomen heb,
Hebreeuws: een verzoening; dat is: een geschenk waarmee de misdadiger zich met de toornige rechter als het ware verzoent en diens gunst koopt.
dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben;
Dat is, dat ik zijn misdaag niet zou gezien hebben, om die te straffen naar behoren. Of in dezen zin: Dat ik zou moeten schaamrood worden, en hem niet durven aanzien, wanneer hij mij in mijn aangezicht zou verweten hebben, dat ik geschenken van hem genomen heb. Anders, ja ik heb mijn ogen daarvoor verborgen, of, daarom zou verborgen hebben.
Hertaald:dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben;
Dat is: dat ik zijn misdaad niet zou hebben gezien, om die naar behoren te straffen. Of in deze zin: dat ik zou moeten blozen van schaamte en hem niet durven aanzien, wanneer hij mij in mijn gezicht zou verwijten dat ik geschenken van hem genomen heb. Anders: ja, ik heb daarvoor mijn ogen gesloten, of zou ze daarom gesloten hebben.
1 Samuël 12 vers 5— Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
gij in mijn hand niets gevonden hebt
Te weten, dat ik genomen heb om het recht te buigen, of te verkeren, of dat mij tot schande of oneer zou kunnen gerekend worden.
Hertaald:gij in mijn hand niets gevonden hebt
Namelijk: dat ik genomen heb om het recht te buigen of te verdraaien, of dat mij tot schande of oneer zou kunnen gerekend worden.
1 Samuël 12 vers 6— Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft.
gemaakt heeft,
Dat is, groot en heerlijk gemaakt heeft; te weten, den enen tot een leidsman des volks, den anderen tot een hogepriester.
Hertaald:gemaakt heeft,
Dat is: groot en aanzienlijk gemaakt heeft; namelijk: de een tot leidsman van het volk, de ander tot hogepriester.
1 Samuël 12 vers 7— En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.
gerechtigheden des HEEREN,
Versta door dit woord zowel beloften en weldaden, als bedreigingen en straffen. Hij wil het volk te kennen geven dat de Heere in al zijne werken zich betoond had te zijn een rechtvaardig God, zowel in het geven zijner weldaden als wanneer Hij hen gestraft heeft, toen zij van Hem zijn afgevallen. Vergelijk Richt. 5:11; Mi. 6:5 met de aantekeningen.
Hertaald:gerechtigheden des HEEREN,
Versta onder dit woord zowel beloften en weldaden als bedreigingen en straffen. Hij wil het volk laten weten dat de HEERE in al Zijn werken getoond heeft een rechtvaardig God te zijn, zowel bij het geven van Zijn weldaden als wanneer Hij hen gestraft heeft, toen zij van Hem afgevallen waren. Vergelijk Richt. 5:11; Micha 6:5 met de aantekeningen.
1 Samuël 12 vers 8— Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
zo riepen uw vaders tot den HEERE;
Samuël voegt hier aaneen hetgeen vele jaren daarna gevolgd is, want de Israëlieten riepen nog en klaagden tot den Heere niet, toen zij eerst met Jakob in Egypte gekomen waren, maar lang daarna, toen er een koning was opgestaan, die hun zware dienstbaarheid oplegde. Zie Ex. 1:13-14, en Ex. 2:23-24, enz.
Hertaald:zo riepen uw vaders tot den HEERE;
Samuël voegt hier samen wat pas vele jaren later gevolgd is, want de Israëlieten riepen en klaagden nog niet tot de HEERE toen zij pas met Jakob in Egypte gekomen waren, maar pas lang daarna, toen er een koning opgestaan was die hun een zware dienstbaarheid oplegde. Zie Ex. 1:13-14, en Ex. 2:23-24, enzovoort.
aan deze plaats wonen
Te weten, aan deze en aan gene zijde der Jordaan, in het land Kanaän. Mozes heeft haar gesteld in het koninkrijk der Amorieten, maar Jozua in het land Kanaän.
Hertaald:aan deze plaats wonen
Namelijk: aan deze en aan de overkant van de Jordaan, in het land Kanaän. Mozes heeft haar gevestigd in het koninkrijk van de Amorieten, maar Jozua in het land Kanaän.
1 Samuël 12 vers 9— Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden.
van den koning der Moabieten,
Genaamd Eglon, Richt. 3:12.
Hertaald:van den koning der Moabieten,
Genaamd Eglon, Richt. 3:12.
1 Samuël 12 vers 11— En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
Jerubbaäl,
Dat is, Gideon, waarom hij Jerubbaäl is genoemd geworden, zie Richt. 6:32.
Hertaald:Jerubbaäl,
Dat is: Gideon, waarom hij Jerubbaäl genoemd is, zie Richt. 6:32.
Bedan,
Anders, Jair genoemd, zoals enigen menen, een Gileadiet; Richt. 10:3. Het kan wel zijn, dat de richter Jaïr ook Bedan is genoemd geweest, om hem te onderscheiden van een anderen Jaïr, die ten tijde van Mozes geleefd heeft, waarvan te lezen is Num. 32:41. Te meer omdat 1 Kron. 7:17 gemeld wordt een Bedan onder de kinderen van Machir, Gileads vader. Anderen nemen Bedan voor Simson, omdat hij uit den stam Dan was; anderen voor Abdon, omdat de namen schijnen overeen te komen; Richt. 12:13.
Hertaald:Bedan,
Anders: ook Jaïr genoemd, zoals sommigen menen, een Gileadiet; Richt. 10:3. Het kan zijn dat de rechter Jaïr ook Bedan genoemd is, om hem te onderscheiden van een andere Jaïr die in de tijd van Mozes geleefd heeft, waarover te lezen is in Num. 32:41. Te meer omdat in 1 Kron. 7:17 een Bedan genoemd wordt onder de kinderen van Machir, de vader van Gilead. Anderen nemen Bedan voor Simson, omdat hij uit de stam Dan was; anderen voor Abdon, omdat de namen op elkaar lijken; Richt. 12:13.
1 Samuël 12 vers 13— En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
gij verkoren hebt,
Te weten, nadat het lot over den Heere getrokken was; boven, 1 Sam. 10:19.
Hertaald:gij verkoren hebt,
Namelijk: nadat het lot over de HEERE geworpen was; hierboven, 1 Sam. 10:19.
heeft een koning over ulieden gezet
Te weten, toen Hij u uw begeerte heeft ingewilligd, hoewel zij kwaad en met grote ondankbaarheid vermengd was.
Hertaald:heeft een koning over ulieden gezet
Namelijk: toen Hij uw verlangen ingewilligd heeft, hoewel het kwaad en met grote ondankbaarheid vermengd was.
1 Samuël 12 vers 14— Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.
achter den HEERE,
Hij wil zeggen: De Heere zal voor ulieden gaan, Hij zal u leiden en stieren, beschutten en beschermen. Anders, gij zult Hem navolgen.
Hertaald:achter den HEERE,
Hij wil zeggen: de HEERE zal voor u uitgaan, Hij zal u leiden en sturen, beschutten en beschermen. Anders: u zult Hem volgen.
1 Samuël 12 vers 15— Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.
als tegen uw vaders
Anders, en tegen uw vaders; dat is, koningen of vaderlijke huizen.
Hertaald:als tegen uw vaders
Anders: en tegen uw vaders; dat is: koningen of families.
1 Samuël 12 vers 16— Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.
stelt u nu hier,
Dat is, houdt wat stil, hebt wat geduld, dat gij ziet en hoort wat de Heere doen zal.
Hertaald:stelt u nu hier,
Dat is: houd u nu wat stil, heb wat geduld, zodat u ziet en hoort wat de HEERE zal doen.
1 Samuël 12 vers 17— Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
niet vandaag de tarweoogst?
Alsof hij zeide: Is het nu niet een schone en klare dag, gelijk de dagen in den tarwenoogst plegen te zijn? op welken tijden het niet placht te regenen; Spr. 26:1. Gij ziet nu geen teken van onweder voorhanden. Nochtans zult gij zien dat ik, door mijn gebed, regen en donder van den Heere verkrijgen zal.
Hertaald:niet vandaag de tarweoogst?
Alsof hij zei: is het nu niet een mooie, heldere dag, zoals de dagen tijdens de tarweoogst gewoonlijk zijn? In die tijd placht het niet te regenen; Spr. 26:1. U ziet nu geen teken van onweer. Toch zult u zien dat ik, door mijn gebed, regen en donder van de HEERE zal verkrijgen.
1 Samuël 12 vers 19— En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
voor uw knechten den HEERE, uw God,
Dat is, voor ons.
Hertaald:voor uw knechten den HEERE, uw God,
Dat is: voor ons.
1 Samuël 12 vers 20— Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.
doch wijkt niet
Alsof hij zeggen wilde: Al hebt gijlieden zoveel kwaad gedaan, zo zal Hij u evenwel genadig zijn, indien gij aflaat van zondigen.
Hertaald:doch wijkt niet
Alsof hij wilde zeggen: al hebt u zoveel kwaad gedaan, toch zal Hij u genadig zijn, als u ophoudt te zondigen.
van achter den HEERE af,
Dat is, van zijne navolging.
Hertaald:van achter den HEERE af,
Dat is: van het volgen van Hem.
1 Samuël 12 vers 21— En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
wijkt niet af;
Te weten, van den Heere.
Hertaald:wijkt niet af;
Namelijk: van de HEERE.
de ijdelheden na- volgen,
Dat is, de afgoden, die ijdelheden genoemd worden, [omdat de afgod niet is in de wereld ]; gelijk Paulus zegt 1 Kor. 8:4; òf, omdat zij niet bevorderlijk zijn, gelijk Samuël hier zegt; òf omdat zij niets anders zijn dan het werk van de handen der mensen, Lev. 19:4; Ps. 115:4; òf omdat zij de mensen tot ijdelheid en leugens verwekken.
Hertaald:de ijdelheden na- volgen,
Dat is: de afgoden, die ijdelheden genoemd worden, [omdat de afgod niets is in de wereld]; zoals Paulus zegt 1 Kor. 8:4; of omdat zij niet baten, zoals Samuël hier zegt; of omdat zij niets anders zijn dan het werk van mensenhanden, Lev. 19:4; Ps. 115:4; of omdat zij de mensen tot ijdelheid en leugens aanzetten.
1 Samuël 12 vers 23— Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
ik zal u den goeden en rechten weg leren
Te weten, als een profeet en leraar, van God beroepen, betaamt. Zie 1 Kor. 9:16.
Hertaald:ik zal u den goeden en rechten weg leren
Namelijk: zoals het een profeet en leraar, door God geroepen, betaamt. Zie 1 Kor. 9:16.
1 Samuël 12 vers 25— Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Nahas — slang
De koning van de Ammonieten, die Jabes in Gilead belegerde en de inwoners alleen genade wilde geven als hun aller rechteroog werd uitgestoken (1 Sam. 11:1-2). Saul riep bij dit bericht heel Israël op en versloeg hem, wat Sauls koningschap voor het hele volk bevestigde (1 Sam. 11:6-15).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Samuëls afscheidsrede — bij de overdracht van zijn gezag aan koning Saul legt Samuel eerst rekenschap af van zijn eigen leven — "wiens os ik genomen heb" (1 Sam. 12:3). Daarna houdt hij het volk hun geschiedenis en hun recente zonde voor, besloten met de bemoediging: "de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil" (1 Sam. 12:22)
Samuel roept het volk op tegen hem te getuigen: heeft hij ooit iemands os of ezel genomen, iemand verongelijkt of een geschenk aangenomen om zijn ogen te sluiten? Het volk antwoordt eenstemmig: nee (1 Sam. 12:1-5). Samuel houdt hun daarop de hele geschiedenis van Gods trouw voor, van de uittocht uit Egypte tot de richters. Steeds weer zond de HEERE een verlosser — Jerubbaäl, Bedan, Jefta, Samuel zelf — wanneer het volk zondigde en riep (1 Sam. 12:6-11). Toen zij, bang voor Nahas, om een koning vroegen "zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was", was dat kwaad in Gods ogen (1 Sam. 12:12-13). Als teken laat de HEERE, op Samuels gebed, donder en regen komen te midden van de tarweoogst — een tijd waarin dat weer zelden voorkomt — zodat het volk zeer vreest (1 Sam. 12:16-18). Zij smeken Samuel voor hen te bidden, "dat wij niet sterven" (1 Sam. 12:19). Samuels antwoord is geen veroordeling maar bemoediging: "Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart" (1 Sam. 12:20). En hij geeft er de grond bij: "de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil" (1 Sam. 12:20-22). Hij belooft zelf te blijven bidden: "het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden" (1 Sam. 12:23).
Bijbelse betekenis: Samuels eigen integriteit, publiekelijk getoetst en bevestigd, geeft zijn woorden gezag: hij spreekt niet als iemand met een eigen belang bij het koningschap, maar als een getrouwe getuige. Het zwaartepunt van de toespraak ligt echter niet bij de aanklacht — die is duidelijk en wordt door het volk zelf erkend. Het ligt bij het woord daarna: ondanks de zonde van het volk verlaat de HEERE hen niet, niet omdat zij dat verdiend hebben maar om Zijn eigen Naam. Genade volgt op oordeel, niet als tegenspraak maar als het diepste woord van de HEERE over Zijn volk.
Typologie: Ditzelfde beginsel — Gods trouw ter wille van Zijn eigen Naam, niet ter wille van menselijke verdienste — spreekt de HEERE eeuwen later opnieuw uit bij monde van Ezechiël: "Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam" (Ezech. 36:22, niet apart aangehaald).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Het zij verre van mij, dat ik zou aflaten voor u te bidden — 12:19-25
Samuël neemt afscheid. Het volk heeft een koning gevraagd, en dat verzoek was een verwerping — niet van Samuël maar van God, zoals God hem zelf gezegd had. Er is donder en regen gekomen midden in de tarweoogst, en het volk is bang geworden van wat het gedaan heeft.
Het volk vraagt de man die het aan de kant zette om voor hen te bidden, en hij antwoordt dat níét bidden voor hem zonde tegen de HEERE zou zijn.
De vraag van het volk is een schuldbekentenis: bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven — want boven al onze zonden hebben wij ook nog dit kwaad gedaan, dat wij voor ons een koning begeerd hebben. Zij vragen dus voorbede aan de man die zij zojuist hebben afgedankt.
Samuëls eerste woord is niet een verwijt maar: vreest niet. En dan een zin die in zijn samenstelling merkwaardig is: vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan. Beide helften blijven staan; er wordt niets afgedaan van wat zij deden en er wordt toch gezegd dat zij niet bang hoeven te zijn. De kanttekening vult aan wat hij bedoelt: al hebt u zoveel kwaad gedaan, toch zal Hij u genadig zijn als u ophoudt te zondigen.
Waarop rust die geruststelling? Niet op iets in hen. Samuël noemt twee dingen, en geen van beide staat aan hun kant: “Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.” Om Zijn Naam, en omdat het Hem beliefd heeft. Dat is precies de grond waarop Paulus later schrijft dat de genadegiften en de roeping Gods onberouwelijk zijn.
Dan komt het woord waar dit hoofdstuk om bekend staat: “Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden.” Let op hoe hij het zegt. Ophouden met bidden voor dit volk zou geen begrijpelijke reactie zijn op wat zij hem aandeden; het zou zonde zijn tegen God. Voorbede is voor Samuël geen gunst die hij verleent maar een ambt dat hij draagt, en hij zet er meteen het andere deel van dat ambt naast: maar ik zal u den goeden en rechten weg leren. Bidden en onderwijzen, allebei.
Daar staat een man die verworpen is en die blijft bidden voor wie hem verwierpen. Dat is de plaats van dit hoofdstuk in dit register. Samuël is de Middelaar niet: hij is priester noch koning, en hij sterft. Maar in wat hij hier doet wordt zichtbaar hoe een ambt eruitziet dat niet ophoudt bij de ondankbaarheid van de mensen voor wie het gedragen wordt.
De Hebreeënbrief zegt van Christus dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden, en dat Hij daarom volkomen zalig maken kan. Wat bij Samuël een besluit was dat hij telkens opnieuw moest nemen, is bij Hem geen besluit maar Zijn bestaan.
1 Samuël 8:7 — De vraag om een koning was een verwerping, en niet van Samuël.
1 Samuël 12:19 — Het volk vraagt juist hém om voorbede.
1 Samuël 12:22 — De grond ligt niet bij hen: om Zijns groten Naams wil.
1 Samuël 12:23 — Ophouden met bidden zou zonde zijn tegen de HEERE.
Lukas 23:34 — Vader, vergeef het hun — gebeden terwijl zij Hem kruisigden.
Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden, en kan daarom volkomen zalig maken.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Lukas 23:34; Romeinen 11:29; Romeinen 8:34; Johannes 17:9
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 12 niet aan en noemt Samuël nergens een afbeelding van Christus. Wat hier gelegd wordt is de lijn van het ambt: een voorbidder die blijft bidden voor wie hem verworpen hebben, en die dat niet als gunst maar als plicht ziet. Dat het voorbidden van Christus onvergelijkelijk veel verder gaat, staat er nadrukkelijk bij; het verschil is niet een graad maar een soort.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 12:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:24→1 Samuël 11:14→1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:19→1 Samuël 10:1→ — Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet. In Samuëls ouderdom begeerde het volk een koning; en al ging het zeer tegen zijn gevoel in, toch stemde Samuël er op raad des Heeren in toe. Hier doet hij zijn laatste protest. “Ik heb u niet in de weg gestaan. Ik heb mijn eigen eer niet gezocht. Ik heb terstond openhartig mijn ambt onder u neergelegd.”
1 Samuël 12:2.Kruisverwijzingen1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:20→1 Samuël 8:1→1 Samuël 3:19→1 Samuël 8:3→Numeri 27:17→2 Petrus 1:14→Psalmen 71:18→ — En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe. “Mijn zonen komen hier heden niet als mijn opvolgers, maar als medeonderdanen met u van uw nieuw gekozen koning; zij staan niet meer tegen hem dan ik.” Als een oude dienstknecht die op het punt staat ontslagen te worden, vraagt Samuël hen van zijn karakter te getuigen; en dat doet hij deels als een les voor de koning die zijn plaats had ingenomen, en deels om zichzelf vrij te pleiten bij het overdragen van zijn ambt.
1 Samuël 12:3.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:1→1 Samuël 24:6→Numeri 16:15→Deuteronomium 16:19→Handelingen 20:33→Exodus 23:8→Exodus 20:17→1 Samuël 12:5→ — Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven. Het is onder oosterse richters en heersers zo gewoon geschenken te verwachten, dat u in die landen geen enkele stap in een rechtszaal kunt zetten zonder omkoping. Het was daarom een heel ongewone omstandigheid dat Samuël iedereen kon uitdagen te zeggen dat hij ooit onrechtmatig zelfs maar één penning genomen had.
En de grote heersers in die landen zijn gewoon zich te verrijken door zware belastingen van het volk te heffen. Maar Samuël verklaarde dat zijn diensten volkomen om niet geweest waren, zodat alles wat hij voor het volk gedaan had hun niets gekost had. Hadden zij enig gebrek te vinden in zijn bestuur, dan kon het alleen zijn omdat het zo rechtvaardig en ook zo goedkoop geweest was; zijn juk was inderdaad zacht geweest voor hun nek. Welk een schoon gezicht is het een oude man aldus allen die hem een lang leven lang gekend hebben te zien uitdagen te getuigen dat hij geen zelfzuchtig leven geleid heeft!
1 Samuël 12:4-5.KruisverwijzingenExodus 22:4→Handelingen 23:9→Handelingen 24:20→3 Johannes 1:12→Psalmen 37:5→Daniël 6:4→Job 31:35→1 Korinthe 4:4→ — Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige! Op de meest ernstige wijze pleitten zij hem vrij; toen hij hun de rekening van zijn rentmeesterschap gaf, getuigden zij allen dat alles gedaan was, niet enkel naar strikte rechtschapenheid, maar in de meest edelmoedige geest van zelfopoffering. Mogen wij allen in staat gesteld worden zo te leven dat, wanneer onze zon ondergaat, het een even onbewolkte zonsondergang zal zijn als die van Samuël!
1 Samuël 12:6-8.KruisverwijzingenMicha 6:4→Exodus 6:26→Exodus 4:14→Jesaja 1:18→Exodus 2:23→Psalmen 99:6→Jesaja 63:7→Psalmen 77:19→ — Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen. Een gedachtenis van vroegere barmhartigheden is ons heel nuttig. Nationale barmhartigheden behoren niet vergeten te worden, en persoonlijke gunsten behoren altijd vers in ons geheugen te zijn. Ach, het oude spreekwoord is maar al te waar: “Brood dat gegeten is, wordt spoedig vergeten.” Zo is het zelfs met het brood dat God ons geeft; wij eten het en vergeten toch spoedig de hand die ons voedde. Laat het bij ons niet zo zijn.
1 Samuël 12:9-11.KruisverwijzingenRichteren 6:32→Richteren 3:12→Richteren 4:2→Richteren 10:7→Richteren 13:1→Richteren 10:10→Richteren 2:13→Richteren 4:6→ — Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen. En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet. Zij overtraden vaak, en werden even vaak verdrukt; maar telkens wanneer zij tot de Heere terugkeerden met hun belijdenis van zonde en Zijn barmhartigheid weer zochten, was Hij altijd snel om te verlossen. Laten wij nut hebben van hun ervaring. Hebben wij ons door zonde in moeite gebracht? Zijn wij afgedwaald en afgeweken, en is ons hart daarom zwaar? Laten wij tot de Heere terugkeren en onze zonde belijden, want Hij heeft ons niet weggeworpen. Hij zal Zich niet keren tegen de stem van ons geroep; Hij zal ons vergeven en ons genadig weer tot Zich nemen.
1 Samuël 12:12-13.KruisverwijzingenRichteren 8:23→Hosea 13:11→1 Samuël 10:24→1 Samuël 8:5→1 Samuël 10:19→1 Samuël 11:1→1 Samuël 8:3→Genesis 17:7→ — Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was. En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet. “Hij heeft in uw verzoek bewilligd, al was het een dwaas verzoek.” Bedenk, broeders, dat niet elke verhoring van gebed een teken van Gods gunst is. Zijn onze gebeden zeer dwaas, en is er zelfs zonde in, dan mag God ons soms geven wat wij vragen om ons onze dwaasheid te tonen en ons te doen boeten dat wij zo’n gebed opgezonden hebben.
Al waren zij onder Gods regering hoogst begunstigd geweest, zij moesten een koning hebben, zoals de volken die niet zo begunstigd waren. “Welnu”, zegt Samuël, “God heeft u deze koning gegeven; doe dan uw best met hem.” Samuël had een hoopvolle geest; en hij hoopte dat, al waren de omstandigheden niet zoals hij ze gewenst zou hebben, het volk het toch nog goed zou maken.
1 Samuël 12:14-17.KruisverwijzingenJozua 24:14→Exodus 14:13→1 Samuël 8:7→Spreuken 26:1→1 Samuël 7:9→Jesaja 1:20→Jakobus 5:16→1 Samuël 12:9→ — Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn. Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders. Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal. Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt. Dit zou hun een teken zijn dat Samuël Gods profeet was. Bij een vroegere gelegenheid had God, op zijn gebed, gedonderd tegen de Filistijnen; maar ditmaal was Zijn donder Zijn stem tégen Israël. Bij het lezen van de Bijbel moeten wij altijd bedenken dat hij niet in ons land maar in Palestina geschreven is. De tarweoogst valt daar ongeveer in de maand mei, wanneer het weer doorgaans bestendig is en zaken als donder en regen vrijwel onbekend zijn. Het was daarom buitengewoon: een slag uit de heldere hemel.
1 Samuël 12:18-19.KruisverwijzingenExodus 14:31→Exodus 9:28→1 Johannes 5:16→Ezra 10:9→Exodus 10:17→1 Samuël 12:23→Psalmen 106:12→Openbaring 11:5→ — Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel. En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben. Dat onweer was een krachtig prediker voor hen, en de regendruppels die zo overvloedig vielen, brachten de tranen in hun ogen. De verschijnselen van de natuur drukken de mensen vaak een gevoel van Gods macht in en werpen hen voor Hem neer.
1 Samuël 12:20-22.KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Psalmen 106:8→1 Koningen 6:13→Jeremia 16:19→Jeremia 10:15→Deuteronomium 7:7→Jozua 7:9→Deuteronomium 11:16→ — Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart. En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden. Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken. Hoe zachtmoedig spreekt de oude profeet! Welk een verandering van de rollende donder tot deze genadige stem! Het is als het helder schijnen na de regen.
1 Samuël 12:23.KruisverwijzingenKolossenzen 1:9→Romeinen 1:9→2 Timotheüs 1:3→1 Koningen 8:36→Spreuken 4:11→Psalmen 34:11→Kolossenzen 1:28→1 Thessalonicenzen 3:10→ — Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren. Het is een groot voorrecht dat het ons vergund is voor onze medemensen te bidden. Maar het moet beginnen met het gebed voor onszelf; want totdat wij bij God aangenomen zijn, kunnen wij niet als voorbidder voor anderen optreden. Een deel van de voortreffelijkheid van het voorbiddend gebed is dat het zelf een teken is van inwendige genade en een teken ten goede van de Heere.
Wanneer het hart wijd gemaakt wordt in gelovige smeking voor anderen, dan mogen alle twijfels over de persoonlijke aanneming bij God ophouden. Hij die ons tot liefhebben aandrijft, heeft ons die liefde zeker gegeven; en welk beter bewijs van Zijn gunst begeren wij? Het is een grote vooruitgang op de bezorgdheid over onze eigen zaligheid wanneer wij uit de engheid van de vrees over onszelf opgeklommen zijn tot het ruimere gebied van de zorg voor de ziel van een ander.
Het voorbiddend gebed is een daad van gemeenschap met Christus, want Jezus Zelf pleit voor de kinderen van Adam. Het is een deel van Zijn priesterlijk ambt voorbede te doen voor Zijn volk. Wanneer wij voor onze medezondaren bidden, zijn wij in overeenstemming met onze goddelijke Zaligmaker, die voor de overtreders bad.
Velen van ons brengen hun bekering, als wij er tot de grond van gaan, terug tot de gebeden van zekere godvruchtige mensen. In talloze gevallen hebben de gebeden van ouders jonge mensen tot Christus gebracht. Onbekende mensen, aan hun bed gebonden, zijn vaak het middel tot de zaligheid van honderden door hun bestendige pleiten bij God. Het “gedenkboek” (Mal. 3:16) zal de waarde van deze verborgenen openbaren, van wie door de meeste christenen zo weinig gedacht wordt.
I. Vs. 1-25.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:24→1 Samuël 24:6→Numeri 16:15→Exodus 22:4→Micha 6:4→Richteren 3:12→Richteren 4:2→Richteren 10:7→ — Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet. En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe. Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven. Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige! Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen. Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen. Nadat de vernieuwing van het koninkrijk heeft plaatsgehad en de harten van het volk bij het offermaal zich met het hart van de koning verenigd hebben, besluit Samuel dit samenzijn met een uitvoerige rede. Hij laat alle aanwezigen getuigen, dat hij rechtvaardig en getrouw zijn ambt als richter heeft waargenomen. Wanneer dan hierin geen rechtmatige aanleiding was om een koning te eisen, toch voorzeker ook niet in de wijze, waarop de Heere zijn volk sinds de dagen van Egypte tot hiertoe geleid heeft. Israël heeft dus met die eis zeer kwalijk gehandeld. Samuel laat daarvan de Heere door donder en regen van de hemel getuigenis geven; zoals hij daarom bidt, juist nu in de oogsttijd dit iets ongehoords is. Daarover verschrikt het volk zeer, en vraagt Samuel om zijn voorbede, dat de Heere hen in Zijn toorn niet vernielt. Hij spreekt nu de verschrikten, bij wie hij bereikt heeft, wat hij wenste, namelijk de belijdenis van zonden, vriendelijk toe, vermaant hen tot grotere trouw aan hun Verbondsgod en belooft hen hun welzijn verder als profeet op het hart te zullen dragen, hoewel hij nu voor altijd van zijn rechterlijk ambt afstand doet.
Kruisverwijzingen1 Samuël 10:24→1 Samuël 11:14→1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:19→1 Samuël 10:1→— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
Toen de offermaaltijd geëindigd was en het volk nog te Gilgal aanwezig was, zei Samuel tot geheel Israël: Ziet, ik heb, volgens de aanwijzing van de Heere (8: 7,22) naar uw stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, toen gij tot mij te Rama bent gekomen (8: 4vv.), en ik heb een koning over u gesteld.
Kruisverwijzingen1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:20→1 Samuël 8:1→1 Samuël 3:19→1 Samuël 8:3→Numeri 27:17→2 Petrus 1:14→Psalmen 71:18→— En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
Ziet, hier ben ik, gereed om rekenschap te geven, betuigt tegen mij, als gij enige beschuldiging hebt, voor de HEERE 1) en voor Zijn gezalfde, voor de koning, in wiens hand het rechterambt is overgegaan, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wie ik verongelijkt heb, wie ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem, van zijn kwaad, zou verborgen hebben, dat ik daarom een schuldige vrijgesproken of een onschuldige veroordeeld zou hebben, ik zal het u teruggeven, en alles doen om het oprecht weer goed te maken.
Voor de Heere, d.i. in aanwezigheid van Hem, de Alwetende en de Rechtvaardige. Samuel doet hier een beroep op het volk om voor het aangezicht van God en de koning getuigenis af te leggen omtrent zijn handel en wandel als rechter over hen. Zo vast is hij ervan overtuigd, dat hij altijd recht en gerechtigheid heeft voorgestaan, dat hij niet schroomt het gehele volk op te roepen om indien zij iets tegen hem weten, het voor te brengen.
KruisverwijzingenJesaja 1:18→Richteren 5:11→Handelingen 17:3→Jesaja 5:3→Ezechiël 18:25→Micha 6:1→— En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft.
En nu, stelt u hier, dat ik met u recht, voor het aangezicht van de HEERE, over al de gerechtigheden 1) van de HEERE, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft; ik zal u voorhouden, hoe ondankbaar gij jegens mij geweest zijt.
In het Hebreeuws Kol-tsidkoth Jahweh). D.i. al de weldaden, waardoor Hij getoond heeft, dat Hij de getrouwe Vervuller van Zijn beloften is, dat Hij volbracht heeft de eed aan Abraham en Izaak en Jakob gezworen. Nu gaat Samuel die weldaden Israël voor ogen houden, opdat het te weten komt, hoe ondankbaar het zich tegen de Heere, zijn Verbondsgod, heeft gehouden.
KruisverwijzingenRichteren 6:32→Richteren 4:6→Richteren 6:14→Richteren 8:29→Richteren 11:1→Richteren 8:35→1 Samuël 7:13→Richteren 13:1→— En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
En de HEERE zond onder anderen Jerubbaäl of Gideon (Richteren 6: 11vv.), en Bedan, dat is Barak 1) (Richteren 4: 6vv.), en Jeftha (Richteren 11), en Samuel 2) (1 Samuel .7), en Hij rukte u uit de hand van uw vijanden rondom, zodat gij, na verdrijving van de onderdrukkers, steeds weer opnieuw veilig woonde.
Anderen denken aan Simson (Ndb = Nd-Nb, de Daniet), of volgens 1 Kronieken 8: 17 aan Jaïr (Richteren 10: 13); of aan Abdon (Richteren 12: 13).
Het waarschijnlijkste is echter, dat Ndb een oude schrijffout is (Bedan voor Barak).
Opmerkelijk is het dat Samuel over zichzelf in de derde persoon spreekt, zich bij name noemt, in plaats van eenvoudig te zeggen: “mij”; daarom hebben de Syrische en Arabische vertaling daarvoor “Simson” gezet. Intussen wil de spreker zich plaatsen bij de overige door God gezonden richters om het volk duidelijk te laten voelen, dat het geen reden had bij de inval van de Ammonieten een koning te eisen (vs.12 het had toch een richter, door wie de Heere reeds vroeger geholpen had (7), en door wie Hij ook verder geholpen zou hebben.
Samuel maakt ook eindelijk melding van zichzelf en noemt tenslotte zichzelf ook onder de bevrijders. Waardoor de Israëlieten op het meest van gebrek aan godsvrucht worden beschuldigd en dat zij als het ware hun goddeloosheid op de spits hebben gedreven. God toch had hen door Zijn hand uit de hand van de vijanden tot vrijheid gebracht, niet anders dan door Jeftha, Gideon en anderen, wier daden God had willen gebruiken om hen te bevrijden en die Samuel op zijn tijd had opgevolgd. Wij hebben eerder gezien, hoe God zijn bestuur met gelukkige uitkomsten had begunstigd, hoe hij vrede en rust aan het volk had bezorgd, terwijl de vijanden zich niet tegen het volk durfden keren, of in iets bemoeilijken, op welke gunst het volk wel niet had gelet, maar waarom Samuel expliciet van zichzelf melding maakt.
KruisverwijzingenJozua 24:14→Psalmen 81:12→Deuteronomium 28:1→Jozua 24:20→Jesaja 3:10→Romeinen 2:7→Leviticus 20:1→— Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn.
Zo 1) zult gij de HEERE vrezen en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en de mond, de duidelijk uitgesproken bevelen (Deuteronomium 1: 26) van de HEERE niet weerspannig zijn, zo zult gij, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter de Heere, uw God, zijn, zo zult gij Hem volgen en Zijn leiding en bescherming genieten; dan zal Hij niet ophouden, als uw eigenlijke en opperste Koning u te leiden en te helpen, zoals een herder zijn kudde verzorgt.
Met deze woorden wil Samuel het volk beduiden, dat de Heere machtig is om uit het kwade het goede te voorschijn doen komen, dat Hij het kwade nog ten goede wil veranderen, maar onder deze voorwaarde, dat zowel de koning als het volk de Heere zal gehoorzamen en Hem vrezen. Samuel spreekt en van hen en van hun koning, opdat Israël zou weten, dat niet alleen wanneer zij als volk tegen de Heere zouden opstaan, zij Zijn straffen hadden te vrezen, maar ook wanneer hun koning tegen Hem zondigde. De zonde van de koning zou het volk worden aangerekend.
KruisverwijzingenJozua 24:20→Jesaja 1:20→1 Samuël 12:9→Romeinen 2:8→Deuteronomium 28:15→Jesaja 3:11→1 Samuël 5:9→Leviticus 26:14→— Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.
Maar als gij naar de stem van de HEERE niet zult horen, naar de mond van de HEERE, hetgeen Hij door Mozes, Zijn profeet, gesproken heeft, weerspannig zijt, zo zal de hand van de HEERE tegen u zijn en wel op even verootmoedigende wijze, als tegen uw vaders 1); het verkregen koningschap zal u geenszins beschermen tegen goddelijke straffen; geluk en zegen hangen evenals voorheen van de gehoorzaamheid aan de hemelse Koning af.
Als tegen uw vaders. Deze bijvoeging is niet zonder opzet. Israël had een koning begeerd om verlost te worden van het juk, of van de vijandschap van de heidense volken. Zij moesten niet menen, dat een koning op zichzelf hen daarvan zou bevrijden. Integendeel als zij, evenals hun vaders, de Heere zouden verlaten, dan zou de hand van de Heere evengoed tegen hen zijn, als in vroeger dagen, toen er nog geen koning was.
KruisverwijzingenExodus 14:13→Exodus 14:31→1 Samuël 15:16→1 Samuël 12:7→— Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal.
Ook stelt u nu hier, blijft nog een ogenblik met mij voor God, de rechtvaardige Rechter, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal, om de waarheid van mijn woorden te bevestigen. In het Hebreeuws Gam-attha. In deze weinige woorden, hier vertaald door ook nu ligt echter deze gedachtegang opgesloten: reeds nu kunt gij opmerken, dat gij iets gedaan hebt, wat kwaad is in de ogen van de Heere. Zuivere vertaling is: Zelfs nu reeds. Het volgende woord betekent, maakt u bereid, en is als een tussenzin te beschouwen om Israël voor te bereiden op het grote wonder, op het gewichtige feit, wat plaats zal hebben.
Kruisverwijzingen1 Samuël 8:7→Spreuken 26:1→1 Samuël 7:9→Jakobus 5:16→Jeremia 15:1→Psalmen 99:6→Jozua 10:12→— Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
Is het niet vandaag de tarwe-oogst 1) (in het midden van mei tot juni; (Richteren 15: 1), wanneer onweer en regen in ons land ongehoorde zaken zijn (Spreuken 26: 1 en “(Le 26: 5)? Ik zal tot de HEERE roepen, en Hij zal, juist nu het naar de gewone loop niet gebeuren zou, donder en regen geven; weet dan, wanneer dit gebeurt op mijn gebed en ziet, bekent voor de Heere, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen van de HEERE gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt. 2)
Nooit hebben wij, zegt Hieronymus, op het einde van de maand juni of in juli in deze provincie, en in het minst niet in Juda, regen gezien. Het teken, dat de Heere zou geven, zou daarom een buitengewoon teken zijn en bewijzen dat de Heere zeker de overtreders van Zijn Wet zou straffen.
Israël had een koning verkregen. Saul had een overwinning behaald, en toch was hun begeerte zeer zondig geweest. Wanneer wij voorspoed hebben op onze wegen, is het nog geenszins een bewijs, dat wij de rechte weg ingeslagen zijn.
KruisverwijzingenExodus 14:31→Ezra 10:9→Psalmen 106:12→Openbaring 11:5→Exodus 9:23→— Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel.
Toen Samuel na deze woorden de HEERE aanstonds aanriep om Zijn ongenoegen door onweer te kennen te geven, zo gaf de HEERE donder en regen op die dag, 1) daarom vreesde heel het volk zeer de HEERE en Samuel, 2) het erkende tegen beiden gezondigd te hebben door ondankbaarheid en verachting.
Deze tekens moesten tevens dienen om Israël te waarschuwen, dat de Heere met Zijn gerichten zou komen, indien het in het vervolg van Hem afweek.
Niet zonder oorzaak wordt hier gezegd, dat het volk de Heere en Samuel vreesde, zoals ook op een andere plaats gezegd wordt, dat het de Heere en Mozes vreesde. En dit niet, alsof Mozes en Samuel op zichzelf waren te vrezen, maar omdat zij God getrouw het besturen van het volk hadden waargenomen en het volk zich aan hun gezag had onderworpen, dat echter niet op eigen akker groeide, maar werk was van de Heilige Geest.
KruisverwijzingenExodus 9:28→1 Johannes 5:16→Exodus 10:17→1 Samuël 12:23→Maleachi 1:9→Jakobus 5:15→Psalmen 78:34→Genesis 20:7→— En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
En heel het volk zei tot Samuel: Bidt voor uw knechten tot de HEERE, uw God, 1) die wij zelf niet durven aanbidden, noch onze God noemen, dat wij niet sterven, zoals wij verdiend hadden, en vernietigd worden door Zijn toorn (Ex.20: 19): want boven al onze zonden, die Israël door ongehoorzaamheid en hardnekkigheid gedaan heeft, hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een koning begeerd hebben.
Het volk spreekt hier om een bijzondere reden van de God van Samuel, alsof het wilde zeggen: God is zo tegen ons vertoornd dat wij onze mond niet tot Hem durven openen, of onze ogen tot Hem opheffen, waar onze overmoed voortaan de toegang tot Hem heeft gesloten. Ondertussen erkennen wij en belijden wij U als Zijn profeet en Zijn trouwe en Hem aangename dienstknecht, en twijfelen daarom niet of uw gebeden Zijn Hem aangenaam en zullen verhoord worden. Bidt gij zo tot God voor ons. Hieruit valt te leren dat, ofschoon wij de grootste zondaars zijn en voor Gods aangezicht schuldig staan, wij toch nooit mogen wanhopen aan de gunst van God; om altijd tot Hem de toevlucht te nemen, want juist dan zullen wij het meest Zijne hulp en aanwezigheid nodig hebben. Echter hebben de bidders wel drie of viermaal met ernst te denken ten opzichte van Zijn Majesteit, wanneer zij door de kloppingen van het geweten gekweld en gedrukt worden door de veelheid van de overtredingen, opdat zij Hem niet zonder eerbied of ontzag aanroepen, maar liever bij zichzelf voelen dat zij hebben verdiend, dat Hij ze verre van zich laat, ja hen gedurig afwijst, ja zo door de verwarring van de ziel worden aangegrepen, dat zij, wanhopende aan zichzelf, door onze Heere Jezus Christus als Middelaar en Tussenpersoon naderen, die voor hen bij de Vader voorbidt en hen met Hem verzoent.
Het volk was op dit ogenblik, ten gevolge van de buitengewone tekenen van donder en regen, onder de indruk van Gods Majesteit en Heerlijkheid, waartegen zij hadden overtreden. Het was nu zo door vrees bevangen, dat hun zonden hun voor ogen stonden en zij dus niet tot de Heere durfden naderen, maar Samuel vroegen voor hen te bidden. De werking van de Wet werd bij hen openbaar.
KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Jeremia 16:19→Jeremia 10:15→1 Korinthe 8:4→Jesaja 45:20→Jeremia 14:22→Jesaja 46:7→Deuteronomium 11:16→— En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden.
En wijkt niet af, door andere goden te dienen, want gij zou de ijdelheden 1) navolgen (Deuteronomium 32: 21 (Jes.41: 29), die niet bevorderlijk zijn, die tot niets nuttig zijn, noch verlossen, want die afgoden, zij zijn ijdelheden (1 Kor.8: 4).
In het Hebreeuws Hathohoe het ijdele, het nietige, het ledige. Hiermee worden de afgoden bedoeld. Letterlijk staat er: En wijkt niet af, want het ijdele na, d.i.: En wijkt niet af, want indien gij afwijkt, volgt gij het ijdele, d.i. de afgoden na, die niet enz.
Hiermee toont Samuel, dat hij een warm hart heeft voor de belangen van het volk. Als een tweede Jozua vermaant hij het volk om nu niet en later niet van de Heere af te wijken, want van tweeën een, of zij dienden de Heere, of de afgoden. Dienen zij de afgoden, dan zullen Zij weer in alle ellende vervallen en ondervinden, dat deze hen niet kunnen verlossen. En waar Jozua, door te wijzen op zichzelf en zijn keuze, het volk wilde bemoedigen en sterken in de keuze om de Heere te dienen, door op zijn eigen voornemen te wijzen, wijst ook Samuel erop, dat hij voor het volk zal blijven pleiten, zoals blijkt uit vs.23.
KruisverwijzingenPsalmen 106:8→1 Koningen 6:13→Deuteronomium 7:7→Jozua 7:9→Jeremia 14:21→Ezechiël 20:14→Deuteronomium 14:2→Klaagliederen 3:31→— Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
Want de HEERE, die een machtig Helper en getrouw God is, zal zijn volk 1) niet verlaten; Hij zal Zijn trouw bevestigen omwille van Zijn grote naam, om Zijn grote naam, die Hij door Zijn wonderbare leiding van Israël bij alle volken verkregen heeft, voor miskenning en lastering te bewaren (Joz.7: 9); omdat het de HEERE beliefd heeft in vrije genade u Zich tot aan volk te maken, kan Hij Zichzelf niet verloochenen (2 (Tim.2: 13).
Daarom vermaant Samuel in welgekozen woorden om God niet te verlaten, of van Hem af te wijken, door bijvoeging van de belofte, dat de Heere op Zijn beurt Zijn volk niet zal verlaten. En zeker is het, dat het volk zonder deze belofte nooit tot berouw zou zijn gekomen. Het is toch aan ieder bekend, wat de gewoonte is van de goddelozen, n.l. om in hun hardnekkigheid stout volhardende op de tanden te knarsen, en ofschoon zij hun zonden schijnen te belijden, toch tegen God te blijven mopperen. Deze ervaring is openbaar. Judas heeft zich met een strik van het leven beroofd. Kaïn klaagde, dat zijn zonden te groot waren om vergeven te worden. En dit is het geval met alle verachters van God, wier hardheid, die bij henzelf gevonden wordt, omtrent het medelijden van God, wantrouwen baart. Waarom, wanneer wij in veel zonden zijn gevallen, laten wij tot Gods mededogen zoals die in het Evangelie wordt voorgesteld, de toevlucht nemen. En laten wij er vast bij onszelf van overtuigd zijn, dat wanneer wij niet geveinsd of met een leugen in onze rechterhand tot God naderen, wij ook niet zullen uitgeworpen worden. Indien wij ons slechts tot gehoorzaamheid aan Hem opmaken, en van harte ons tot Zijn dienst en zijne vrees overgeven.
Samuel doet hier duidelijk uitkomen, dat als Israël zich ook werkelijk als Zijn volk openbaart en Hem dient en gehoorzaamt, het ook door de Heere niet zal worden verlaten. Hij bevestigt hier, wat de Heere zelf tot Eli heeft laten zeggen. Israël moet weten, dat de beloften van de Heere conditioneel zijn, dat, ja, wel de verbondsbetrekking niet verbroken zal worden; maar dat Israël alleen de vrucht ervan zal genieten, als het zich als volk van God gedraagt door zich ver te houden van de dienst aan de afgoden.
Want de HEERE, die een machtig Helper en getrouw God is, zal zijn volk 1) niet verlaten; Hij zal Zijn trouw bevestigen omwille van Zijn grote naam, om Zijn grote naam, die Hij door Zijn wonderbare leiding van Israël bij alle volken verkregen heeft, voor miskenning en lastering te bewaren (Joz.7: 9); omdat het de HEERE beliefd heeft in vrije genade u Zich tot aan volk te maken, kan Hij Zichzelf niet verloochenen (2 (Tim.2: 13).
Daarom vermaant Samuel in welgekozen woorden om God niet te verlaten, of van Hem af te wijken, door bijvoeging van de belofte, dat de Heere op Zijn beurt Zijn volk niet zal verlaten. En zeker is het, dat het volk zonder deze belofte nooit tot berouw zou zijn gekomen. Het is toch aan ieder bekend, wat de gewoonte is van de goddelozen, n.l. om in hun hardnekkigheid stout volhardende op de tanden te knarsen, en ofschoon zij hun zonden schijnen te belijden, toch tegen God te blijven mopperen. Deze ervaring is openbaar. Judas heeft zich met een strik van het leven beroofd. Kaïn klaagde, dat zijn zonden te groot waren om vergeven te worden. En dit is het geval met alle verachters van God, wier hardheid, die bij henzelf gevonden wordt, omtrent het medelijden van God, wantrouwen baart. Waarom, wanneer wij in veel zonden zijn gevallen, laten wij tot Gods mededogen zoals die in het Evangelie wordt voorgesteld, de toevlucht nemen. En laten wij er vast bij onszelf van overtuigd zijn, dat wanneer wij niet geveinsd of met een leugen in onze rechterhand tot God naderen, wij ook niet zullen uitgeworpen worden. Indien wij ons slechts tot gehoorzaamheid aan Hem opmaken, en van harte ons tot Zijn dienst en zijne vrees overgeven.
Samuel doet hier duidelijk uitkomen, dat als Israël zich ook werkelijk als Zijn volk openbaart en Hem dient en gehoorzaamt, het ook door de Heere niet zal worden verlaten. Hij bevestigt hier, wat de Heere zelf tot Eli heeft laten zeggen. Israël moet weten, dat de beloften van de Heere conditioneel zijn, dat, ja, wel de verbondsbetrekking niet verbroken zal worden; maar dat Israël alleen de vrucht ervan zal genieten, als het zich als volk van God gedraagt door zich ver te houden van de dienst aan de afgoden.
KruisverwijzingenKolossenzen 1:9→Romeinen 1:9→2 Timotheüs 1:3→1 Koningen 8:36→Spreuken 4:11→Psalmen 34:11→Kolossenzen 1:28→1 Thessalonicenzen 3:10→— Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
Wat ook mij aangaat, hoewel gij ook mij verworpen hebt, dat ik uw richter niet zou zijn, het zij verre van mij, dat ik tegen de HEERE, die mij tot Zijn knecht gemaakt heeft en uw welzijn mij op het hart heeft gelegd, zou zondigen, dat ik uit gekrenkt eergevoel mijn priesterlijk-profetisch ambt zou verwaarlozen, en zou aflaten voor u te bidden, maar ik zal u de goede en rechte weg leren. 1)
Zij vroegen het als een gunst, hij beloofde het als een plicht. Het is zonde tegen God niet voor het Israël van God te bidden, bijzonder voor hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Zij vroegen hem bij deze gelegenheid te bidden en hij belooft het altijd te doen en niet op te houden, zolang hij leefde. Wij moeten bidden zonder ophouden. Zij vroegen hem alleen voor hen te bidden, maar hij belooft meer voor hen te doen, hen te leren, hij wilde niet ophouden hen te onderwijzen als profeet.
De grote profeet, zoals Mozes, was machtig om voor zijn afvallig volk tussenbeide te treden, en heeft de plicht van openbare tussenkomst geplaatst op de meest vaste grond; de zonde is ingedrongen door de dienaars van de godsdienst en de wachters van de staat, omdat zij dit verwaarloosden. Hij vertroostte hen, door hen te verzekeren, dat hij in zijn zorg en belangstelling tot hun behoefte zou volharden. Zij begeerden, dat hij voor hen zou bidden. Hij zei niet: Ga heen naar Saul, de koning, die gij in mijn plaats begeerd hebt, en beweegt hem, dat hij voor u bidt, maar zo ver was hij van enige wrok te voeden, wegens de smaad die zij hem hadden aangedaan, dat hij gewillig op zich nam meer voor hen te doen, dat zij van hem vorderden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 10:21→Jesaja 5:12→Psalmen 126:2→Psalmen 111:10→Exodus 12:13→Hebreeën 12:29→Prediker 12:13→Job 28:28→— Vreest slechts den HEERE, en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft!
Vreest slechts, ik bid het u nogmaals, de HEERE, en dient Hem trouw met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij u gedaan heeft, dat Hij, ondanks uw zonde, u nog niet verwerpt, maar u een koning gegeven heeft en u door deze nog zegenen wil.
Samuel heeft als een trouw wachter Israël gewaarschuwd en zo zijn eigen ziel bevrijd. Indien wij bedenken, welke grote dingen God voor ons gedaan heeft, voornamelijk in het grote werk van de verlossing, dan kunnen wij zeker zijn, dat, als wij Hem dienen, ons niets ontbreken zal.
KruisverwijzingenJozua 24:20→1 Samuël 31:1→Jesaja 3:11→Deuteronomium 28:36→Hosea 10:3→Deuteronomium 32:15→— Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.
Maar indien gij voortaan kwaad doet, van de Heere afvalt en Hem verlaat, zult gij, als ook uw koning, omkomen. 1)
Grote verenigingen van mensen zijn, als zodanig, strafbaar in deze wereld in de eeuwigheid zijn er geen families, kerken of volken. Indien daarom een land de verwoesting verdiend heeft, wordt het hier beproefd, veroordeeld en gevonnist. Wanneer wij een bijzonder persoon als een goddeloze in de voorspoed van de wereld zien, en niet dadelijk zien gestraft worden, wordt ons geloof niet geschokt, want wij weten, dat zijn dag komt. Maar indien een goddeloos volk kon ontkomen, zouden wij vragen: “Waar is de God van de rechtvaardigheid?” want in het geval dat het hier niet gestraft werd, zou het als volk in het geheel niet gestraft kunnen worden. Maar er is reeds in de natuur van de zonde een noodzakelijk gevolg gelegd om een land te verwoesten. De daden van God met schuldige volken zijn door Zijn woord en inderdaad door de gehele geschiedenis bevestigd. In de zwanenzang van Samuel kunnen wij duidelijk drie akkoorden onderscheiden: 1) de roem van een onbevlekt geweten, waarmee hij zich voor het volk verantwoordt; 2) het brandend verlangen van zijn hart om Gods weldaden voor zijn volk te verheerlijken; 3) het vertrouwen van een knecht van God, die zijn volk geborgen weet in Gods erbarmen.
Met deze rede legt Samuel zijn rechterlijk ambt neer, zonder daarom op te houden als profeet het volk voor te staan en de rechten van God tegenover de koning te verdedigen. In deze eigenschap ging hij voort de koning met zijn raad te ondersteunen, totdat hij genoodzaakt werd Saul zijn verwerping aan te kondigen, wegens herhaald overtreden van de bevelen van de Heere en David tot zijn opvolger te zalven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Het is een groot voorrecht dat het ons vergund is voor onze medemensen te bidden. Maar het moet beginnen met het gebed voor onszelf; want totdat wij bij God aangenomen zijn, kunnen wij niet als voorbidder voor anderen optreden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 12
1 Samuël 12:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:24→1 Samuël 11:14→1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:19→1 Samuël 10:1→
— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
In Samuëls ouderdom begeerde het volk een koning; en al ging het zeer tegen zijn gevoel in, toch stemde Samuël er op raad des Heeren in toe. Hier doet hij zijn laatste protest. “Ik heb u niet in de weg gestaan. Ik heb mijn eigen eer niet gezocht. Ik heb terstond openhartig mijn ambt onder u neergelegd.”
1 Samuël 12:2.Kruisverwijzingen1 Samuël 8:5→1 Samuël 8:20→1 Samuël 8:1→1 Samuël 3:19→1 Samuël 8:3→Numeri 27:17→2 Petrus 1:14→Psalmen 71:18→
— En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.
“Mijn zonen komen hier heden niet als mijn opvolgers, maar als medeonderdanen met u van uw nieuw gekozen koning; zij staan niet meer tegen hem dan ik.” Als een oude dienstknecht die op het punt staat ontslagen te worden, vraagt Samuël hen van zijn karakter te getuigen; en dat doet hij deels als een les voor de koning die zijn plaats had ingenomen, en deels om zichzelf vrij te pleiten bij het overdragen van zijn ambt.
1 Samuël 12:3.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:1→1 Samuël 24:6→Numeri 16:15→Deuteronomium 16:19→Handelingen 20:33→Exodus 23:8→Exodus 20:17→1 Samuël 12:5→
— Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.
Het is onder oosterse richters en heersers zo gewoon geschenken te verwachten, dat u in die landen geen enkele stap in een rechtszaal kunt zetten zonder omkoping. Het was daarom een heel ongewone omstandigheid dat Samuël iedereen kon uitdagen te zeggen dat hij ooit onrechtmatig zelfs maar één penning genomen had.
En de grote heersers in die landen zijn gewoon zich te verrijken door zware belastingen van het volk te heffen. Maar Samuël verklaarde dat zijn diensten volkomen om niet geweest waren, zodat alles wat hij voor het volk gedaan had hun niets gekost had. Hadden zij enig gebrek te vinden in zijn bestuur, dan kon het alleen zijn omdat het zo rechtvaardig en ook zo goedkoop geweest was; zijn juk was inderdaad zacht geweest voor hun nek. Welk een schoon gezicht is het een oude man aldus allen die hem een lang leven lang gekend hebben te zien uitdagen te getuigen dat hij geen zelfzuchtig leven geleid heeft!
1 Samuël 12:4-5.KruisverwijzingenExodus 22:4→Handelingen 23:9→Handelingen 24:20→3 Johannes 1:12→Psalmen 37:5→Daniël 6:4→Job 31:35→1 Korinthe 4:4→
— Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
Op de meest ernstige wijze pleitten zij hem vrij; toen hij hun de rekening van zijn rentmeesterschap gaf, getuigden zij allen dat alles gedaan was, niet enkel naar strikte rechtschapenheid, maar in de meest edelmoedige geest van zelfopoffering. Mogen wij allen in staat gesteld worden zo te leven dat, wanneer onze zon ondergaat, het een even onbewolkte zonsondergang zal zijn als die van Samuël!
1 Samuël 12:6-8.KruisverwijzingenMicha 6:4→Exodus 6:26→Exodus 4:14→Jesaja 1:18→Exodus 2:23→Psalmen 99:6→Jesaja 63:7→Psalmen 77:19→
— Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.
Een gedachtenis van vroegere barmhartigheden is ons heel nuttig. Nationale barmhartigheden behoren niet vergeten te worden, en persoonlijke gunsten behoren altijd vers in ons geheugen te zijn. Ach, het oude spreekwoord is maar al te waar: “Brood dat gegeten is, wordt spoedig vergeten.” Zo is het zelfs met het brood dat God ons geeft; wij eten het en vergeten toch spoedig de hand die ons voedde. Laat het bij ons niet zo zijn.
1 Samuël 12:9-11.KruisverwijzingenRichteren 6:32→Richteren 3:12→Richteren 4:2→Richteren 10:7→Richteren 13:1→Richteren 10:10→Richteren 2:13→Richteren 4:6→
— Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen. En de HEERE zond Jerubbaal, en Bedan, en Jeftha, en Samuel, en Hij rukte u uit de hand uwer vijanden rondom, alzo dat gij zeker woondet.
Zij overtraden vaak, en werden even vaak verdrukt; maar telkens wanneer zij tot de Heere terugkeerden met hun belijdenis van zonde en Zijn barmhartigheid weer zochten, was Hij altijd snel om te verlossen. Laten wij nut hebben van hun ervaring. Hebben wij ons door zonde in moeite gebracht? Zijn wij afgedwaald en afgeweken, en is ons hart daarom zwaar? Laten wij tot de Heere terugkeren en onze zonde belijden, want Hij heeft ons niet weggeworpen. Hij zal Zich niet keren tegen de stem van ons geroep; Hij zal ons vergeven en ons genadig weer tot Zich nemen.
1 Samuël 12:12-13.KruisverwijzingenRichteren 8:23→Hosea 13:11→1 Samuël 10:24→1 Samuël 8:5→1 Samuël 10:19→1 Samuël 11:1→1 Samuël 8:3→Genesis 17:7→
— Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was. En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
“Hij heeft in uw verzoek bewilligd, al was het een dwaas verzoek.” Bedenk, broeders, dat niet elke verhoring van gebed een teken van Gods gunst is. Zijn onze gebeden zeer dwaas, en is er zelfs zonde in, dan mag God ons soms geven wat wij vragen om ons onze dwaasheid te tonen en ons te doen boeten dat wij zo’n gebed opgezonden hebben.
Al waren zij onder Gods regering hoogst begunstigd geweest, zij moesten een koning hebben, zoals de volken die niet zo begunstigd waren. “Welnu”, zegt Samuël, “God heeft u deze koning gegeven; doe dan uw best met hem.” Samuël had een hoopvolle geest; en hij hoopte dat, al waren de omstandigheden niet zoals hij ze gewenst zou hebben, het volk het toch nog goed zou maken.
1 Samuël 12:14-17.KruisverwijzingenJozua 24:14→Exodus 14:13→1 Samuël 8:7→Spreuken 26:1→1 Samuël 7:9→Jesaja 1:20→Jakobus 5:16→1 Samuël 12:9→
— Zo gij den HEERE zult vrezen, en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en den mond des HEEREN niet wederspannig zijt, zo zult gijlieden, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter den HEERE, uw God, zijn. Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders. Ook stelt u nu hier, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal. Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan, en ziet, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.
Dit zou hun een teken zijn dat Samuël Gods profeet was. Bij een vroegere gelegenheid had God, op zijn gebed, gedonderd tegen de Filistijnen; maar ditmaal was Zijn donder Zijn stem tégen Israël. Bij het lezen van de Bijbel moeten wij altijd bedenken dat hij niet in ons land maar in Palestina geschreven is. De tarweoogst valt daar ongeveer in de maand mei, wanneer het weer doorgaans bestendig is en zaken als donder en regen vrijwel onbekend zijn. Het was daarom buitengewoon: een slag uit de heldere hemel.
1 Samuël 12:18-19.KruisverwijzingenExodus 14:31→Exodus 9:28→1 Johannes 5:16→Ezra 10:9→Exodus 10:17→1 Samuël 12:23→Psalmen 106:12→Openbaring 11:5→
— Toen Samuel den HEERE aanriep, zo gaf de HEERE donder en regen te dien dage; daarom vreesde al het volk zeer den HEERE en Samuel. En al het volk zeide tot Samuel: Bid voor uw knechten den HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een kong begeerd hebben.
Dat onweer was een krachtig prediker voor hen, en de regendruppels die zo overvloedig vielen, brachten de tranen in hun ogen. De verschijnselen van de natuur drukken de mensen vaak een gevoel van Gods macht in en werpen hen voor Hem neer.
1 Samuël 12:20-22.KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Psalmen 106:8→1 Koningen 6:13→Jeremia 16:19→Jeremia 10:15→Deuteronomium 7:7→Jozua 7:9→Deuteronomium 11:16→
— Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart. En wijkt niet af; want gij zoudt de ijdelheden na volgen, die niet bevorderlijk zijn, noch verlossen, want zij zijn ijdelheden. Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.
Hoe zachtmoedig spreekt de oude profeet! Welk een verandering van de rollende donder tot deze genadige stem! Het is als het helder schijnen na de regen.
1 Samuël 12:23.KruisverwijzingenKolossenzen 1:9→Romeinen 1:9→2 Timotheüs 1:3→1 Koningen 8:36→Spreuken 4:11→Psalmen 34:11→Kolossenzen 1:28→1 Thessalonicenzen 3:10→
— Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden; maar ik zal u den goeden en rechten weg leren.
Het is een groot voorrecht dat het ons vergund is voor onze medemensen te bidden. Maar het moet beginnen met het gebed voor onszelf; want totdat wij bij God aangenomen zijn, kunnen wij niet als voorbidder voor anderen optreden. Een deel van de voortreffelijkheid van het voorbiddend gebed is dat het zelf een teken is van inwendige genade en een teken ten goede van de Heere.
Wanneer het hart wijd gemaakt wordt in gelovige smeking voor anderen, dan mogen alle twijfels over de persoonlijke aanneming bij God ophouden. Hij die ons tot liefhebben aandrijft, heeft ons die liefde zeker gegeven; en welk beter bewijs van Zijn gunst begeren wij? Het is een grote vooruitgang op de bezorgdheid over onze eigen zaligheid wanneer wij uit de engheid van de vrees over onszelf opgeklommen zijn tot het ruimere gebied van de zorg voor de ziel van een ander.
Het voorbiddend gebed is een daad van gemeenschap met Christus, want Jezus Zelf pleit voor de kinderen van Adam. Het is een deel van Zijn priesterlijk ambt voorbede te doen voor Zijn volk. Wanneer wij voor onze medezondaren bidden, zijn wij in overeenstemming met onze goddelijke Zaligmaker, die voor de overtreders bad.
Velen van ons brengen hun bekering, als wij er tot de grond van gaan, terug tot de gebeden van zekere godvruchtige mensen. In talloze gevallen hebben de gebeden van ouders jonge mensen tot Christus gebracht. Onbekende mensen, aan hun bed gebonden, zijn vaak het middel tot de zaligheid van honderden door hun bestendige pleiten bij God. Het “gedenkboek” (Mal. 3:16) zal de waarde van deze verborgenen openbaren, van wie door de meeste christenen zo weinig gedacht wordt.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-25.Kruisverwijzingen1 Samuël 10:24→1 Samuël 24:6→Numeri 16:15→Exodus 22:4→Micha 6:4→Richteren 3:12→Richteren 4:2→Richteren 10:7→
— Toen zeide Samuel tot gans Israel: Ziet, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet. En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe. Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven. Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige! Verder zeide Samuel tot het volk: Het is de HEERE, Die Mozes en Aaron gemaakt heeft, en Die uw vaders uit Egypteland opgebracht heeft. En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Aaron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen. Maar zij vergaten den HEERE, hun God; zo verkocht Hij hen in de hand van Sisera, den krijgsoverste, te Hazor, en in de hand der Filistijnen, en in de hand van den koning der Moabieten, die tegen hen streden. En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.
Nadat de vernieuwing van het koninkrijk heeft plaatsgehad en de harten van het volk bij het offermaal zich met het hart van de koning verenigd hebben, besluit Samuel dit samenzijn met een uitvoerige rede. Hij laat alle aanwezigen getuigen, dat hij rechtvaardig en getrouw zijn ambt als richter heeft waargenomen. Wanneer dan hierin geen rechtmatige aanleiding was om een koning te eisen, toch voorzeker ook niet in de wijze, waarop de Heere zijn volk sinds de dagen van Egypte tot hiertoe geleid heeft. Israël heeft dus met die eis zeer kwalijk gehandeld. Samuel laat daarvan de Heere door donder en regen van de hemel getuigenis geven; zoals hij daarom bidt, juist nu in de oogsttijd dit iets ongehoords is. Daarover verschrikt het volk zeer, en vraagt Samuel om zijn voorbede, dat de Heere hen in Zijn toorn niet vernielt. Hij spreekt nu de verschrikten, bij wie hij bereikt heeft, wat hij wenste, namelijk de belijdenis van zonden, vriendelijk toe, vermaant hen tot grotere trouw aan hun Verbondsgod en belooft hen hun welzijn verder als profeet op het hart te zullen dragen, hoewel hij nu voor altijd van zijn rechterlijk ambt afstand doet.
Toen de offermaaltijd geëindigd was en het volk nog te Gilgal aanwezig was, zei Samuel tot geheel Israël: Ziet, ik heb, volgens de aanwijzing van de Heere (8: 7,22) naar uw stem gehoord in alles, wat gij mij gezegd hebt, toen gij tot mij te Rama bent gekomen (8: 4vv.), en ik heb een koning over u gesteld.
Ziet, hier ben ik, gereed om rekenschap te geven, betuigt tegen mij, als gij enige beschuldiging hebt, voor de HEERE 1) en voor Zijn gezalfde, voor de koning, in wiens hand het rechterambt is overgegaan, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wie ik verongelijkt heb, wie ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem, van zijn kwaad, zou verborgen hebben, dat ik daarom een schuldige vrijgesproken of een onschuldige veroordeeld zou hebben, ik zal het u teruggeven, en alles doen om het oprecht weer goed te maken.
Voor de Heere, d.i. in aanwezigheid van Hem, de Alwetende en de Rechtvaardige. Samuel doet hier een beroep op het volk om voor het aangezicht van God en de koning getuigenis af te leggen omtrent zijn handel en wandel als rechter over hen. Zo vast is hij ervan overtuigd, dat hij altijd recht en gerechtigheid heeft voorgestaan, dat hij niet schroomt het gehele volk op te roepen om indien zij iets tegen hem weten, het voor te brengen.
En nu, stelt u hier, dat ik met u recht, voor het aangezicht van de HEERE, over al de gerechtigheden 1) van de HEERE, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft; ik zal u voorhouden, hoe ondankbaar gij jegens mij geweest zijt.
In het Hebreeuws Kol-tsidkoth Jahweh). D.i. al de weldaden, waardoor Hij getoond heeft, dat Hij de getrouwe Vervuller van Zijn beloften is, dat Hij volbracht heeft de eed aan Abraham en Izaak en Jakob gezworen. Nu gaat Samuel die weldaden Israël voor ogen houden, opdat het te weten komt, hoe ondankbaar het zich tegen de Heere, zijn Verbondsgod, heeft gehouden.
En de HEERE zond onder anderen Jerubbaäl of Gideon (Richteren 6: 11vv.), en Bedan, dat is Barak 1) (Richteren 4: 6vv.), en Jeftha (Richteren 11), en Samuel 2) (1 Samuel .7), en Hij rukte u uit de hand van uw vijanden rondom, zodat gij, na verdrijving van de onderdrukkers, steeds weer opnieuw veilig woonde.
Anderen denken aan Simson (Ndb = Nd-Nb, de Daniet), of volgens 1 Kronieken 8: 17 aan Jaïr (Richteren 10: 13); of aan Abdon (Richteren 12: 13).
Het waarschijnlijkste is echter, dat Ndb een oude schrijffout is (Bedan voor Barak).
Opmerkelijk is het dat Samuel over zichzelf in de derde persoon spreekt, zich bij name noemt, in plaats van eenvoudig te zeggen: “mij”; daarom hebben de Syrische en Arabische vertaling daarvoor “Simson” gezet. Intussen wil de spreker zich plaatsen bij de overige door God gezonden richters om het volk duidelijk te laten voelen, dat het geen reden had bij de inval van de Ammonieten een koning te eisen (vs.12 het had toch een richter, door wie de Heere reeds vroeger geholpen had (7), en door wie Hij ook verder geholpen zou hebben.
Samuel maakt ook eindelijk melding van zichzelf en noemt tenslotte zichzelf ook onder de bevrijders. Waardoor de Israëlieten op het meest van gebrek aan godsvrucht worden beschuldigd en dat zij als het ware hun goddeloosheid op de spits hebben gedreven. God toch had hen door Zijn hand uit de hand van de vijanden tot vrijheid gebracht, niet anders dan door Jeftha, Gideon en anderen, wier daden God had willen gebruiken om hen te bevrijden en die Samuel op zijn tijd had opgevolgd. Wij hebben eerder gezien, hoe God zijn bestuur met gelukkige uitkomsten had begunstigd, hoe hij vrede en rust aan het volk had bezorgd, terwijl de vijanden zich niet tegen het volk durfden keren, of in iets bemoeilijken, op welke gunst het volk wel niet had gelet, maar waarom Samuel expliciet van zichzelf melding maakt.
Zo 1) zult gij de HEERE vrezen en Hem dienen, en naar Zijn stem horen, en de mond, de duidelijk uitgesproken bevelen (Deuteronomium 1: 26) van de HEERE niet weerspannig zijn, zo zult gij, zowel gij als de koning, die over u regeren zal, achter de Heere, uw God, zijn, zo zult gij Hem volgen en Zijn leiding en bescherming genieten; dan zal Hij niet ophouden, als uw eigenlijke en opperste Koning u te leiden en te helpen, zoals een herder zijn kudde verzorgt.
Met deze woorden wil Samuel het volk beduiden, dat de Heere machtig is om uit het kwade het goede te voorschijn doen komen, dat Hij het kwade nog ten goede wil veranderen, maar onder deze voorwaarde, dat zowel de koning als het volk de Heere zal gehoorzamen en Hem vrezen. Samuel spreekt en van hen en van hun koning, opdat Israël zou weten, dat niet alleen wanneer zij als volk tegen de Heere zouden opstaan, zij Zijn straffen hadden te vrezen, maar ook wanneer hun koning tegen Hem zondigde. De zonde van de koning zou het volk worden aangerekend.
Maar als gij naar de stem van de HEERE niet zult horen, naar de mond van de HEERE, hetgeen Hij door Mozes, Zijn profeet, gesproken heeft, weerspannig zijt, zo zal de hand van de HEERE tegen u zijn en wel op even verootmoedigende wijze, als tegen uw vaders 1); het verkregen koningschap zal u geenszins beschermen tegen goddelijke straffen; geluk en zegen hangen evenals voorheen van de gehoorzaamheid aan de hemelse Koning af.
Als tegen uw vaders. Deze bijvoeging is niet zonder opzet. Israël had een koning begeerd om verlost te worden van het juk, of van de vijandschap van de heidense volken. Zij moesten niet menen, dat een koning op zichzelf hen daarvan zou bevrijden. Integendeel als zij, evenals hun vaders, de Heere zouden verlaten, dan zou de hand van de Heere evengoed tegen hen zijn, als in vroeger dagen, toen er nog geen koning was.
Ook stelt u nu hier, blijft nog een ogenblik met mij voor God, de rechtvaardige Rechter, en ziet die grote zaak, die de HEERE voor uw ogen doen zal, om de waarheid van mijn woorden te bevestigen. In het Hebreeuws Gam-attha. In deze weinige woorden, hier vertaald door ook nu ligt echter deze gedachtegang opgesloten: reeds nu kunt gij opmerken, dat gij iets gedaan hebt, wat kwaad is in de ogen van de Heere. Zuivere vertaling is: Zelfs nu reeds. Het volgende woord betekent, maakt u bereid, en is als een tussenzin te beschouwen om Israël voor te bereiden op het grote wonder, op het gewichtige feit, wat plaats zal hebben.
Is het niet vandaag de tarwe-oogst 1) (in het midden van mei tot juni; (Richteren 15: 1), wanneer onweer en regen in ons land ongehoorde zaken zijn (Spreuken 26: 1 en “(Le 26: 5)? Ik zal tot de HEERE roepen, en Hij zal, juist nu het naar de gewone loop niet gebeuren zou, donder en regen geven; weet dan, wanneer dit gebeurt op mijn gebed en ziet, bekent voor de Heere, dat uw kwaad groot is, dat gij voor de ogen van de HEERE gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt. 2)
Nooit hebben wij, zegt Hieronymus, op het einde van de maand juni of in juli in deze provincie, en in het minst niet in Juda, regen gezien. Het teken, dat de Heere zou geven, zou daarom een buitengewoon teken zijn en bewijzen dat de Heere zeker de overtreders van Zijn Wet zou straffen.
Israël had een koning verkregen. Saul had een overwinning behaald, en toch was hun begeerte zeer zondig geweest. Wanneer wij voorspoed hebben op onze wegen, is het nog geenszins een bewijs, dat wij de rechte weg ingeslagen zijn.
Toen Samuel na deze woorden de HEERE aanstonds aanriep om Zijn ongenoegen door onweer te kennen te geven, zo gaf de HEERE donder en regen op die dag, 1) daarom vreesde heel het volk zeer de HEERE en Samuel, 2) het erkende tegen beiden gezondigd te hebben door ondankbaarheid en verachting.
Deze tekens moesten tevens dienen om Israël te waarschuwen, dat de Heere met Zijn gerichten zou komen, indien het in het vervolg van Hem afweek.
Niet zonder oorzaak wordt hier gezegd, dat het volk de Heere en Samuel vreesde, zoals ook op een andere plaats gezegd wordt, dat het de Heere en Mozes vreesde. En dit niet, alsof Mozes en Samuel op zichzelf waren te vrezen, maar omdat zij God getrouw het besturen van het volk hadden waargenomen en het volk zich aan hun gezag had onderworpen, dat echter niet op eigen akker groeide, maar werk was van de Heilige Geest.
En heel het volk zei tot Samuel: Bidt voor uw knechten tot de HEERE, uw God, 1) die wij zelf niet durven aanbidden, noch onze God noemen, dat wij niet sterven, zoals wij verdiend hadden, en vernietigd worden door Zijn toorn (Ex.20: 19): want boven al onze zonden, die Israël door ongehoorzaamheid en hardnekkigheid gedaan heeft, hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een koning begeerd hebben.
Het volk spreekt hier om een bijzondere reden van de God van Samuel, alsof het wilde zeggen: God is zo tegen ons vertoornd dat wij onze mond niet tot Hem durven openen, of onze ogen tot Hem opheffen, waar onze overmoed voortaan de toegang tot Hem heeft gesloten. Ondertussen erkennen wij en belijden wij U als Zijn profeet en Zijn trouwe en Hem aangename dienstknecht, en twijfelen daarom niet of uw gebeden Zijn Hem aangenaam en zullen verhoord worden. Bidt gij zo tot God voor ons. Hieruit valt te leren dat, ofschoon wij de grootste zondaars zijn en voor Gods aangezicht schuldig staan, wij toch nooit mogen wanhopen aan de gunst van God; om altijd tot Hem de toevlucht te nemen, want juist dan zullen wij het meest Zijne hulp en aanwezigheid nodig hebben. Echter hebben de bidders wel drie of viermaal met ernst te denken ten opzichte van Zijn Majesteit, wanneer zij door de kloppingen van het geweten gekweld en gedrukt worden door de veelheid van de overtredingen, opdat zij Hem niet zonder eerbied of ontzag aanroepen, maar liever bij zichzelf voelen dat zij hebben verdiend, dat Hij ze verre van zich laat, ja hen gedurig afwijst, ja zo door de verwarring van de ziel worden aangegrepen, dat zij, wanhopende aan zichzelf, door onze Heere Jezus Christus als Middelaar en Tussenpersoon naderen, die voor hen bij de Vader voorbidt en hen met Hem verzoent.
Het volk was op dit ogenblik, ten gevolge van de buitengewone tekenen van donder en regen, onder de indruk van Gods Majesteit en Heerlijkheid, waartegen zij hadden overtreden. Het was nu zo door vrees bevangen, dat hun zonden hun voor ogen stonden en zij dus niet tot de Heere durfden naderen, maar Samuel vroegen voor hen te bidden. De werking van de Wet werd bij hen openbaar.
En wijkt niet af, door andere goden te dienen, want gij zou de ijdelheden 1) navolgen (Deuteronomium 32: 21 (Jes.41: 29), die niet bevorderlijk zijn, die tot niets nuttig zijn, noch verlossen, want die afgoden, zij zijn ijdelheden (1 Kor.8: 4).
In het Hebreeuws Hathohoe het ijdele, het nietige, het ledige. Hiermee worden de afgoden bedoeld. Letterlijk staat er: En wijkt niet af, want het ijdele na, d.i.: En wijkt niet af, want indien gij afwijkt, volgt gij het ijdele, d.i. de afgoden na, die niet enz.
Hiermee toont Samuel, dat hij een warm hart heeft voor de belangen van het volk. Als een tweede Jozua vermaant hij het volk om nu niet en later niet van de Heere af te wijken, want van tweeën een, of zij dienden de Heere, of de afgoden. Dienen zij de afgoden, dan zullen Zij weer in alle ellende vervallen en ondervinden, dat deze hen niet kunnen verlossen. En waar Jozua, door te wijzen op zichzelf en zijn keuze, het volk wilde bemoedigen en sterken in de keuze om de Heere te dienen, door op zijn eigen voornemen te wijzen, wijst ook Samuel erop, dat hij voor het volk zal blijven pleiten, zoals blijkt uit vs.23.
Want de HEERE, die een machtig Helper en getrouw God is, zal zijn volk 1) niet verlaten; Hij zal Zijn trouw bevestigen omwille van Zijn grote naam, om Zijn grote naam, die Hij door Zijn wonderbare leiding van Israël bij alle volken verkregen heeft, voor miskenning en lastering te bewaren (Joz.7: 9); omdat het de HEERE beliefd heeft in vrije genade u Zich tot aan volk te maken, kan Hij Zichzelf niet verloochenen (2 (Tim.2: 13).
Daarom vermaant Samuel in welgekozen woorden om God niet te verlaten, of van Hem af te wijken, door bijvoeging van de belofte, dat de Heere op Zijn beurt Zijn volk niet zal verlaten. En zeker is het, dat het volk zonder deze belofte nooit tot berouw zou zijn gekomen. Het is toch aan ieder bekend, wat de gewoonte is van de goddelozen, n.l. om in hun hardnekkigheid stout volhardende op de tanden te knarsen, en ofschoon zij hun zonden schijnen te belijden, toch tegen God te blijven mopperen. Deze ervaring is openbaar. Judas heeft zich met een strik van het leven beroofd. Kaïn klaagde, dat zijn zonden te groot waren om vergeven te worden. En dit is het geval met alle verachters van God, wier hardheid, die bij henzelf gevonden wordt, omtrent het medelijden van God, wantrouwen baart. Waarom, wanneer wij in veel zonden zijn gevallen, laten wij tot Gods mededogen zoals die in het Evangelie wordt voorgesteld, de toevlucht nemen. En laten wij er vast bij onszelf van overtuigd zijn, dat wanneer wij niet geveinsd of met een leugen in onze rechterhand tot God naderen, wij ook niet zullen uitgeworpen worden. Indien wij ons slechts tot gehoorzaamheid aan Hem opmaken, en van harte ons tot Zijn dienst en zijne vrees overgeven.
Samuel doet hier duidelijk uitkomen, dat als Israël zich ook werkelijk als Zijn volk openbaart en Hem dient en gehoorzaamt, het ook door de Heere niet zal worden verlaten. Hij bevestigt hier, wat de Heere zelf tot Eli heeft laten zeggen. Israël moet weten, dat de beloften van de Heere conditioneel zijn, dat, ja, wel de verbondsbetrekking niet verbroken zal worden; maar dat Israël alleen de vrucht ervan zal genieten, als het zich als volk van God gedraagt door zich ver te houden van de dienst aan de afgoden.
Want de HEERE, die een machtig Helper en getrouw God is, zal zijn volk 1) niet verlaten; Hij zal Zijn trouw bevestigen omwille van Zijn grote naam, om Zijn grote naam, die Hij door Zijn wonderbare leiding van Israël bij alle volken verkregen heeft, voor miskenning en lastering te bewaren (Joz.7: 9); omdat het de HEERE beliefd heeft in vrije genade u Zich tot aan volk te maken, kan Hij Zichzelf niet verloochenen (2 (Tim.2: 13).
Daarom vermaant Samuel in welgekozen woorden om God niet te verlaten, of van Hem af te wijken, door bijvoeging van de belofte, dat de Heere op Zijn beurt Zijn volk niet zal verlaten. En zeker is het, dat het volk zonder deze belofte nooit tot berouw zou zijn gekomen. Het is toch aan ieder bekend, wat de gewoonte is van de goddelozen, n.l. om in hun hardnekkigheid stout volhardende op de tanden te knarsen, en ofschoon zij hun zonden schijnen te belijden, toch tegen God te blijven mopperen. Deze ervaring is openbaar. Judas heeft zich met een strik van het leven beroofd. Kaïn klaagde, dat zijn zonden te groot waren om vergeven te worden. En dit is het geval met alle verachters van God, wier hardheid, die bij henzelf gevonden wordt, omtrent het medelijden van God, wantrouwen baart. Waarom, wanneer wij in veel zonden zijn gevallen, laten wij tot Gods mededogen zoals die in het Evangelie wordt voorgesteld, de toevlucht nemen. En laten wij er vast bij onszelf van overtuigd zijn, dat wanneer wij niet geveinsd of met een leugen in onze rechterhand tot God naderen, wij ook niet zullen uitgeworpen worden. Indien wij ons slechts tot gehoorzaamheid aan Hem opmaken, en van harte ons tot Zijn dienst en zijne vrees overgeven.
Samuel doet hier duidelijk uitkomen, dat als Israël zich ook werkelijk als Zijn volk openbaart en Hem dient en gehoorzaamt, het ook door de Heere niet zal worden verlaten. Hij bevestigt hier, wat de Heere zelf tot Eli heeft laten zeggen. Israël moet weten, dat de beloften van de Heere conditioneel zijn, dat, ja, wel de verbondsbetrekking niet verbroken zal worden; maar dat Israël alleen de vrucht ervan zal genieten, als het zich als volk van God gedraagt door zich ver te houden van de dienst aan de afgoden.
Wat ook mij aangaat, hoewel gij ook mij verworpen hebt, dat ik uw richter niet zou zijn, het zij verre van mij, dat ik tegen de HEERE, die mij tot Zijn knecht gemaakt heeft en uw welzijn mij op het hart heeft gelegd, zou zondigen, dat ik uit gekrenkt eergevoel mijn priesterlijk-profetisch ambt zou verwaarlozen, en zou aflaten voor u te bidden, maar ik zal u de goede en rechte weg leren. 1)
Zij vroegen het als een gunst, hij beloofde het als een plicht. Het is zonde tegen God niet voor het Israël van God te bidden, bijzonder voor hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Zij vroegen hem bij deze gelegenheid te bidden en hij belooft het altijd te doen en niet op te houden, zolang hij leefde. Wij moeten bidden zonder ophouden. Zij vroegen hem alleen voor hen te bidden, maar hij belooft meer voor hen te doen, hen te leren, hij wilde niet ophouden hen te onderwijzen als profeet.
De grote profeet, zoals Mozes, was machtig om voor zijn afvallig volk tussenbeide te treden, en heeft de plicht van openbare tussenkomst geplaatst op de meest vaste grond; de zonde is ingedrongen door de dienaars van de godsdienst en de wachters van de staat, omdat zij dit verwaarloosden. Hij vertroostte hen, door hen te verzekeren, dat hij in zijn zorg en belangstelling tot hun behoefte zou volharden. Zij begeerden, dat hij voor hen zou bidden. Hij zei niet: Ga heen naar Saul, de koning, die gij in mijn plaats begeerd hebt, en beweegt hem, dat hij voor u bidt, maar zo ver was hij van enige wrok te voeden, wegens de smaad die zij hem hadden aangedaan, dat hij gewillig op zich nam meer voor hen te doen, dat zij van hem vorderden.
Vreest slechts, ik bid het u nogmaals, de HEERE, en dient Hem trouw met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij u gedaan heeft, dat Hij, ondanks uw zonde, u nog niet verwerpt, maar u een koning gegeven heeft en u door deze nog zegenen wil.
Samuel heeft als een trouw wachter Israël gewaarschuwd en zo zijn eigen ziel bevrijd. Indien wij bedenken, welke grote dingen God voor ons gedaan heeft, voornamelijk in het grote werk van de verlossing, dan kunnen wij zeker zijn, dat, als wij Hem dienen, ons niets ontbreken zal.
Maar indien gij voortaan kwaad doet, van de Heere afvalt en Hem verlaat, zult gij, als ook uw koning, omkomen. 1)
Grote verenigingen van mensen zijn, als zodanig, strafbaar in deze wereld in de eeuwigheid zijn er geen families, kerken of volken. Indien daarom een land de verwoesting verdiend heeft, wordt het hier beproefd, veroordeeld en gevonnist. Wanneer wij een bijzonder persoon als een goddeloze in de voorspoed van de wereld zien, en niet dadelijk zien gestraft worden, wordt ons geloof niet geschokt, want wij weten, dat zijn dag komt. Maar indien een goddeloos volk kon ontkomen, zouden wij vragen: “Waar is de God van de rechtvaardigheid?” want in het geval dat het hier niet gestraft werd, zou het als volk in het geheel niet gestraft kunnen worden. Maar er is reeds in de natuur van de zonde een noodzakelijk gevolg gelegd om een land te verwoesten. De daden van God met schuldige volken zijn door Zijn woord en inderdaad door de gehele geschiedenis bevestigd. In de zwanenzang van Samuel kunnen wij duidelijk drie akkoorden onderscheiden: 1) de roem van een onbevlekt geweten, waarmee hij zich voor het volk verantwoordt; 2) het brandend verlangen van zijn hart om Gods weldaden voor zijn volk te verheerlijken; 3) het vertrouwen van een knecht van God, die zijn volk geborgen weet in Gods erbarmen.
Met deze rede legt Samuel zijn rechterlijk ambt neer, zonder daarom op te houden als profeet het volk voor te staan en de rechten van God tegenover de koning te verdedigen. In deze eigenschap ging hij voort de koning met zijn raad te ondersteunen, totdat hij genoodzaakt werd Saul zijn verwerping aan te kondigen, wegens herhaald overtreden van de bevelen van de Heere en David tot zijn opvolger te zalven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel