Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen toogH5927NahasH5176, de AmmonietH5984, opH5921, en belegerdeH2583JabesH3003 in GileadH1568. En alH3605 de mannenH582 van JabesH3003zeidenH559totH413NahasH5176: MaakH3772 een verbondH1285 met ons, zo zullen wij u dienenH5647.Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen.
KJVThen Nahash2the Ammonite3came up,1and encamped4against Jabeshgilead:6and all the menof Jabesh11said8unto Nahash,13Make14a covenant16with us, and we will serve17thee.
1וַיַּ֗עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2נָחָשׁ֙H5176NahasNahash3הָֽעַמּוֹנִ֔יH5984Ammonieten, Ammoniet, AmmonietischeAmmonite(-s)4וַיִּ֖חַןH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יָבֵ֣שׁH3003JabesJobesh (-Gilead)7גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite8וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11יָבֵישׁ֙H3003JabesJobesh (-Gilead)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13נָחָ֔שׁH5176NahasNahash14כְּרָתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15לָ֥נוּ16בְרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league17וְנַעַבְדֶֽךָּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Doch NahasH5176, de AmmonietH5984, zeideH559totH413 hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroogH3225uitstekeH5365; en dat ik deze schandeH2781opH5921gansH3605IsraelH3478leggeH7760.Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.
KJVAnd Nahash3the Ammonite4answered1them, On this5condition will I make6a covenant with you, that I may thrust out8all your right12eyes,11and lay13it for a reproach14upon all Israel.17
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3נָחָשׁ֙H5176NahasNahash4הָעַמּוֹנִ֔יH5984Ammonieten, Ammoniet, AmmonietischeAmmonite(-s)5בְּזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6אֶכְרֹ֣תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7לָכֶ֔ם8בִּנְק֥וֹרH5365doorboort, gegraven, groevendig, pick out, pierce, put (thrust) out9לָכֶ֖ם10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12יָמִ֑יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south13וְשַׂמְתִּ֥יהָH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14חֶרְפָּ֖הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeidenH559totH413 hem de oudstenH2205JabesH3003: Laat zevenH7651dagenH3117 van ons af, dat wij bodenH4397zendenH7971 in alH3605 de landpalenH1366 van IsraelH3478; is er dan niemandH369, die ons verlostH3467, zoH518 zullen wij totH413 u uitgaanH3318.Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.
KJVAnd the elders3of Jabesh4said1unto him, Give us seven7days'8respite,5that we may send9messengers10unto all the coasts12of Israel:13and then, if there be no man to save16us, we will come out18to thee.
1וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4יָבֵ֗ישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)5הֶ֤רֶףH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)6לָ֨נוּ֙7שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וְנִשְׁלְחָה֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10מַלְאָכִ֔יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger11בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12גְּב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space13יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16מוֹשִׁ֛יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory17אֹתָ֖נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וְיָצָ֥אנוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
4Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als de bodenH4397 te Gibea-SaulsH1390kwamenH935, zo sprakenH1696 zij deze woordenH1697 voor de orenH241 van het volkH5971. Toen hiefH5375alH3605 het volkH5971 zijn stemH6963 op, en weendeH1058.Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende.
KJVThen came1the messengers2to Gibeah3of Saul,4and told5the tidings6in the ears7of the people:8and all the people11lifted up9their voices,13and wept.14
1וַיָּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַמַּלְאָכִים֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3גִּבְעַ֣תH1390Gibea, Gibea-benjamins, heuvelGibeah, the hill4שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5וַיְדַבְּר֥וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show8הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וַיִּשְׂא֧וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13קוֹלָ֖םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell14וַיִּבְכּֽוּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
5En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zietH2009, SaulH7586kwamH935achterH310 de runderenH1241uitH4480 het veldH7704, en SaulH7586zeideH559: WatH4100 is den volkeH5971, datH3588 zij wenenH1058? Toen verteldenH5608 zij hem de woordenH1697 der mannenH582 van JabesH3003.En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes.
KJVAnd, behold, Saul2came3after4the herd5out of the field;7and Saul9said,8What aileth the people11that they weep?13And they told14him the tidings17of the menof Jabesh.19
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2שָׁא֗וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5הַבָּקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul10מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11לָּעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יִבְכּ֑וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep14וַיְסַ֨פְּרוּH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer15ל֔וֹ16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19יָבֵֽישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen werd de GeestH7307GodsH430vaardigH6743overH5921SaulH7586, als hij dezeH428woordenH1697hoordeH8085; en zijn toornH639ontstakH2734zeerH3966.Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer.
KJVAnd the Spirit2of God3came1upon Saul5when he heard6those tidings,8and his anger11was kindled10greatly.12
1וַתִּצְלַ֤חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)2רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)3אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul6כְּשָׁמְע֖וֹH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10וַיִּ֥חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַפּ֖וֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
7En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij namH3947 een paarH6776runderenH1241, en hieuwH5408 ze in stukken, en hij zondH7971 ze in alleH3605landpalenH1366 van IsraelH3478 door de handH3027 der bodenH4397, zeggendeH559: DieH834nietH369 zelf uittrektH3318achterH310SaulH7586 en achterH310SamuelH8050, alzoH3541 zal men zijn runderenH1241doenH6213. Toen vielH5307 de vrezeH6343 des HEERENH3068opH5921 het volkH5971, en zij gingenH3318 uit als een enigH259manH376.En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man.
KJVAnd he took1a yoke2of oxen,3and hewed them in pieces,4and sent5them throughout all the coasts7of Israel8by the hands9of messengers,10saying,11Whosoever cometh not forth14after15Saul16and after17Samuel,18so shall it be done20unto his oxen.21And the fear23of the LORD24fell22on the people,26and they came out27with one29consent.28
1וַיִּקַּח֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2צֶ֨מֶדH6776juk, paar, bunderenacre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen)3בָּקָ֜רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox4וַֽיְנַתְּחֵ֗הוּH5408deelde, delen, hieuwcut (in pieces), divide, hew in pieces5וַיְשַׁלַּ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7גְּב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space8יִשְׂרָאֵל֮H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10הַמַּלְאָכִ֣יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger11לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֵינֶ֨נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14יֹצֵ֜אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul17וְאַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel19כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder20יֵעָשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21לִבְקָר֑וֹH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox22וַיִּפֹּ֤לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down23פַּֽחַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror24יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people27וַיֵּצְא֖וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter28כְּאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)29אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
8En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij teldeH6485 hen te BezekH966; en van de kinderenH1121IsraelsH3478warenH1961driehonderdH7969duizendH505, en van de mannenH376 van JudaH3063dertigH7970duizendH505.En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.
KJVAnd when he numbered1them in Bezek,2the children4of Israel5were three6hundred7thousand,8and the men9of Judah10thirty11thousand.12
1וַֽיִּפְקְדֵ֖םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2בְּבָ֑זֶקH966BezekBezek3וַיִּהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6שְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah11שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
9Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zeidenH559 zij tot de bodenH4397, die gekomenH935 waren: AldusH3541 zult gijlieden den mannen te JabesH3003 in GileadH1568zeggenH559: MorgenH4279 zal u verlossingH8668geschiedenH1961, als de zonH8121heetH2527 worden zal. Als de bodenH4397kwamenH935, en verkondigdenH5046 dat aan de mannen te JabesH3003, zo werden zij verblijdH8055.Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd.
Ook in dit vers
mannenH376
KJVAnd they said1unto the messengers2that came,3Thus shall ye say5unto the men6of Jabeshgilead,7To morrow,9by that time the sun14be hot,13ye shall have help.12And the messengers16came15and shewed17it to the menof Jabesh;19and they were glad.20
1וַיֹּאמְר֞וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לַמַּלְאָכִ֣יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3הַבָּאִ֗יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5תֹֽאמְרוּן֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7יָבֵ֣ישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)8גִּלְעָ֔דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite9מָחָ֛רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow10תִּהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לָכֶ֥ם12תְּשׁוּעָ֖הH8668heil, verlossing, overwinningdeliverance, help, safety, salvation, victory13כְּחֹ֣םH2527heet, hitte, warmheat, to be hot (warm)14הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)15וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16הַמַּלְאָכִ֗יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger17וַיַּגִּ֛ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter18לְאַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19יָבֵ֖ישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)20וַיִּשְׂמָֽחוּH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very
10En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de mannenH582 van JabesH3003zeidenH559: MorgenH4279 zullen wij tot ulieden uitgaanH3318, en gij zult ons doenH6213 naar allesH3605, wat goedH2896 is in uw ogenH5869.En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.
KJVTherefore the menof Jabesh3said,1To morrow4we will come out5unto you, and ye shall do7with us all that seemeth11good10unto you.
1וַֽיֹּאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3יָבֵ֔ישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)4מָחָ֖רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow5נֵצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֲלֵיכֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וַעֲשִׂיתֶ֣םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לָּ֔נוּ9כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַטּ֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)11בְּעֵינֵיכֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Het geschiedde nu des anderen daags, dat Saul het volk stelde in drie hopen, en zij kwamen in het midden des legers, in de morgenwake, en zij sloegen Ammon, totdat de dag heet werd; en het geschiedde, dat de overigen alzo verstrooid werden, dat er onder hen geen twee te zamen bleven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Het geschiedde nu des anderen daagsH4283, dat SaulH7586 het volkH5971steldeH7760 in drieH7969hopenH7218, en zij kwamenH935 in het middenH8432 des legersH4264, in de morgenwakeH1242, en zij sloegenH5221AmmonH5983, totdatH5704 de dagH3117heetH2527 werd; en het geschieddeH1961, dat de overigenH7604 alzo verstrooidH6327 werden, dat er onder hen geenH3808tweeH8147 te zamenH3162blevenH7604.Het geschiedde nu des anderen daags, dat Saul het volk stelde in drie hopen, en zij kwamen in het midden des legers, in de morgenwake, en zij sloegen Ammon, totdat de dag heet werd; en het geschiedde, dat de overigen alzo verstrooid werden, dat er onder hen geen twee te zamen bleven.
KJVAnd it was so on the morrow,2that Saul4put3the people6in three7companies;8and they came9into the midst10of the host11in the morning13watch,12and slew14the Ammonites16until the heat18of the day:19and it came to pass, that they which remained21were scattered,22so that two26of them were not left24together.27
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֗תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיָּ֨שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8רָאשִׁים֒H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9וַיָּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10בְתוֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11הַֽמַּחֲנֶה֙H4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents12בְּאַשְׁמֹ֣רֶתH821nachtwaak, nachtwaken, wakenwatch13הַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow14וַיַּכּ֥וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18חֹ֣םH2527heet, hitte, warmheat, to be hot (warm)19הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21הַנִּשְׁאָרִים֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest22וַיָּפֻ֔צוּH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad23וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24נִשְׁאֲרוּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest25בָ֖ם26שְׁנַ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two27יָֽחַדH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal
12Toen zeide het volk tot Samuel: Wie is hij, die zeide: Zou Saul over ons regeren? Geeft hier die mannen, dat wij hen doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeideH559 het volkH5971totH413SamuelH8050: WieH4310 is hij, die zeideH559: Zou SaulH7586overH5921 ons regerenH4427? GeeftH5414 hier die mannenH582, dat wij hen dodenH4191.Toen zeide het volk tot Samuel: Wie is hij, die zeide: Zou Saul over ons regeren? Geeft hier die mannen, dat wij hen doden.
KJVAnd the people2said1unto Samuel,4Who is he that said,6Shall Saul7reign8over us? bring10the men,that we may put them to death.12
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel5מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6הָאֹמֵ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul8יִמְלֹ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely9עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10תְּנ֥וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12וּנְמִיתֵֽםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Maar Saul zeide: Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar SaulH7586zeideH559: Er zal te dezenH2088dageH3117geenH3808manH376gedoodH4191 worden, wantH3588 de HEEREH3068 heeft hedenH3117 een verlossingH8668 in IsraelH3478gedaanH6213.Maar Saul zeide: Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan.
KJVAnd Saul2said,1There shall not a man5be put to death4this day:6for to day9the LORD11hath wrought10salvation12in Israel.13
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יוּמַ֥תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9הַיּ֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12תְּשׁוּעָ֖הH8668heil, verlossing, overwinningdeliverance, help, safety, salvation, victory13בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
14Verder zeide Samuel tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal gaan, en het koninkrijk aldaar vernieuwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Verder zeideH559SamuelH8050totH413 het volkH5971: KomtH3212 en laat ons naar GilgalH1537 gaan, en het koninkrijkH4410aldaarH8033vernieuwenH2318.Verder zeide Samuel tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal gaan, en het koninkrijk aldaar vernieuwen.
KJVThen said1Samuel2to the people,4Come,5and let us go6to Gilgal,7and renew8the kingdom10there.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וְנֵלְכָ֣הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7הַגִּלְגָּ֑לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)8וּנְחַדֵּ֥שׁH2318vernieuwen, vernieuwt, vernieuwrenew, repair9שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10הַמְּלוּכָֽהH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal
15Toen ging al het volk naar Gilgal, en maakte Saul aldaar koning voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal; en zij offerden aldaar dankofferen voor het aangezicht des HEEREN; en Saul verheugde zich aldaar gans zeer, met al de mannen van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen gingH3212alH3605 het volkH5971 naar GilgalH1537, en maakte SaulH7586aldaarH8033koningH4427 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te GilgalH1537; en zij offerdenH2076aldaarH8033dankofferenH2077 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068; en SaulH7586verheugdeH8055 zich aldaarH8033gansH5704zeerH3966, met alH3605 de mannenH582 van IsraelH3478.Toen ging al het volk naar Gilgal, en maakte Saul aldaar koning voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal; en zij offerden aldaar dankofferen voor het aangezicht des HEEREN; en Saul verheugde zich aldaar gans zeer, met al de mannen van Israel.
KJVAnd all the people3went1to Gilgal;4and there they made Saul8king5before9the LORD10in Gilgal;11and there they sacrificed12sacrifices14of peace offerings15before16the LORD;17and there Saul20and all the menof Israel23rejoiced18greatly.25
1וַיֵּלְכ֨וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הַגִּלְגָּ֗לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)5וַיַּמְלִכוּ֩H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6שָׁ֨םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שָׁא֜וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul9לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11בַּגִּלְגָּ֔לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)12וַיִּזְבְּחוּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay13שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14זְבָחִ֥יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice15שְׁלָמִ֖יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering16לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וַיִּשְׂמַ֨חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very19שָׁ֥םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither20שָׁא֛וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul21וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael24עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet25מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 11:1— Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen.1 Samuël 12:12→Richteren 21:8→1 Koningen 20:34→Ezechiël 17:13→Genesis 26:28→Job 41:4→Exodus 23:32→1 Samuël 31:11→
1 Samuël 11:2— Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.1 Samuël 17:26→Numeri 16:14→Genesis 34:14→Exodus 3:6→Jeremia 39:7→Richteren 16:21→2 Koningen 18:31→Spreuken 12:10→
1 Samuël 11:4— Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende.Richteren 2:4→1 Samuël 10:26→1 Samuël 15:34→1 Samuël 30:4→Richteren 21:2→Galaten 6:2→Hebreeën 13:3→2 Samuël 21:6→
1 Samuël 11:5— En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes.1 Koningen 19:19→Psalmen 78:71→Jesaja 22:1→Richteren 18:23→1 Samuël 9:1→Genesis 21:17→
1 Samuël 11:6— Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer.1 Samuël 10:10→Richteren 14:6→Richteren 3:10→1 Samuël 16:13→Richteren 6:34→Richteren 13:25→Richteren 11:29→Numeri 12:3→
1 Samuël 11:7— En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man.Richteren 19:29→Richteren 20:1→Genesis 35:5→Richteren 21:5→2 Kronieken 14:14→2 Kronieken 17:10→
1 Samuël 11:8— En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.2 Samuël 24:9→Richteren 1:4→1 Samuël 13:15→2 Kronieken 17:12→Richteren 20:2→1 Samuël 15:4→
1 Samuël 11:9— Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd.Psalmen 18:17→
1 Samuël 11:10— En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.1 Samuël 11:2→
1 Samuël 11:11— Het geschiedde nu des anderen daags, dat Saul het volk stelde in drie hopen, en zij kwamen in het midden des legers, in de morgenwake, en zij sloegen Ammon, totdat de dag heet werd; en het geschiedde, dat de overigen alzo verstrooid werden, dat er onder hen geen twee te zamen bleven.Richteren 7:16→1 Samuël 30:17→Richteren 4:16→Psalmen 46:1→Richteren 9:43→Richteren 1:7→1 Samuël 11:2→Mattheüs 7:2→
1 Samuël 11:12— Toen zeide het volk tot Samuel: Wie is hij, die zeide: Zou Saul over ons regeren? Geeft hier die mannen, dat wij hen doden.1 Samuël 10:27→Lukas 19:27→Psalmen 21:8→
1 Samuël 11:13— Maar Saul zeide: Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan.2 Samuël 19:22→1 Samuël 19:5→Exodus 14:13→Exodus 14:30→Psalmen 44:4→Jesaja 59:16→1 Korinthe 15:10→1 Samuël 14:45→
1 Samuël 11:14— Verder zeide Samuel tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal gaan, en het koninkrijk aldaar vernieuwen.1 Samuël 10:8→1 Samuël 7:16→1 Samuël 10:24→1 Samuël 5:3→1 Kronieken 12:38→
1 Samuël 11:15— Toen ging al het volk naar Gilgal, en maakte Saul aldaar koning voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal; en zij offerden aldaar dankofferen voor het aangezicht des HEEREN; en Saul verheugde zich aldaar gans zeer, met al de mannen van Israel.1 Samuël 10:8→1 Samuël 10:17→1 Kronieken 29:21→1 Samuël 8:19→1 Samuël 12:17→Hosea 13:10→1 Samuël 12:13→Jakobus 4:16→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 11 vers 1— Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen.
Jabes in Gilead
Zie Richt. 21:8.
Hertaald:Jabes in Gilead
Zie Richt. 21:8.
1 Samuël 11 vers 2— Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.
Mits dezen
Hebreeuws, daarin
Hertaald:Mits dezen
Hebreeuws: daarin.
schande
Anders, smaad.
Hertaald:schande
Anders: smaad.
1 Samuël 11 vers 3— Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.
de oudsten van Jabes
Dat is, de regeerders der stad Jabes.
Hertaald:de oudsten van Jabes
Dat is: de bestuurders van de stad Jabes.
Laat zeven dagen van ons af,
Dat is, laat ons zeven dagen met vrede.
Hertaald:Laat zeven dagen van ons af,
Dat is: geef ons zeven dagen respijt.
zullen wij tot u uitgaan
Te weten, om ons over te geven in uw handen.
Hertaald:zullen wij tot u uitgaan
Namelijk: om ons over te geven in uw handen.
1 Samuël 11 vers 4— Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende.
Gibea-sauls kwamen,
Deze stad heette eerst Gibea Benjamins, omdat zij in het erfdeel van den stam Benjamins gelegen was. Zij is alsdan eerst Gibea Sauls genoemd geworden, nadat Saul [die daar geboren was], koning over Israël geworden is.
Hertaald:Gibea-sauls kwamen,
Deze stad heette eerst Gibea van Benjamin, omdat zij in het erfdeel van de stam Benjamin lag. Zij is pas Gibea-Sauls genoemd nadat Saul [die daar geboren was] koning over Israël geworden is.
1 Samuël 11 vers 5— En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes.
Saul kwam achter de runderen uit het veld,
Want toen hij van Samuël in het heimelijk tot een koning gezalfd en van het merendeel des volks aangenomen was, zo heeft hij dat ambt nog niet openlijk begonnen te bedienen, en daarom voerde hij nog geen koninklijken staat, maar hij leefde als een particulier en gemeen man, totdat hij openlijk van al het volk ingehuldigd was.
Hertaald:Saul kwam achter de runderen uit het veld,
Want toen hij door Samuël in het geheim tot koning gezalfd was en door het merendeel van het volk aanvaard was, had hij dat ambt nog niet openlijk begonnen uit te oefenen, en daarom voerde hij nog geen koninklijke staat, maar leefde als een gewoon, eenvoudig man, totdat hij openlijk door heel het volk was ingehuldigd.
1 Samuël 11 vers 6— Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer.
Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul,
Dat is, van stonde aan heeft God door de kracht zijns Geestes Saul gegeven de gaven, sterkte en kloekmoedigheid om zich tegen de Ammonieten te stellen.
Hertaald:Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul,
Dat is: onmiddellijk heeft God door de kracht van Zijn Geest Saul de gaven, kracht en dapperheid gegeven om zich tegen de Ammonieten te weren.
zijn toorn ontstak zeer
Te weten, tegen Nahas, omdat hij zulke schandelijke conditiën van het verdrag den inwoners van Jabes had voorgeschreven.
Hertaald:zijn toorn ontstak zeer
Namelijk: tegen Nahas, omdat hij zulke schandelijke voorwaarden voor het verdrag aan de inwoners van Jabes had voorgeschreven.
1 Samuël 11 vers 7— En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man.
zond ze in alle landpalen van Israël
Te weten, de stukken der ossen, opdat de Israëlieten die ziende, gedenken zouden, wat schade hun zou overkomen, zo zij weigerden Saul in dezen tocht te volgen.
Hertaald:zond ze in alle landpalen van Israël
Namelijk: de stukken van de ossen, opdat de Israëlieten die zagen en zouden bedenken welke schade hun zou overkomen als zij weigerden Saul op deze tocht te volgen.
boden,
Hetzij van de boden der Jabesieten, of anderen, die hij daartoe verkoren had.
Hertaald:boden,
Hetzij van de boden van de Jabesieten, of anderen die hij daarvoor gekozen had.
Samuël,
Samuël wordt hier bijgevoegd, omdat hij als richter en profeet mede is getogen, om dit ontzet te doen, gelijk blijkt vs.12; inzonderheid dewijl Saul in het rijk nog niet openlijk bevestigd was.
Hertaald:Samuël,
Samuël wordt hier vermeld omdat hij als rechter en profeet ook meegegaan is om deze ontzetting te bewerkstelligen, zoals blijkt uit vers 12; vooral omdat Saul in het koningschap nog niet openlijk bevestigd was.
de vreze des HEEREN op het volk,
Dat is, een vrees, die de Heere hun aanjoeg.
Hertaald:de vreze des HEEREN op het volk,
Dat is: een vrees die de HEERE hun aanjoeg.
1 Samuël 11 vers 8— En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.
telde hen
Of, monsterde hen
Hertaald:telde hen
Of: monsterde hen.
te Bezek;
Dat is, in de landpale omtrent de stad Bezek, van welke gesproken wordt Richt. 1:5.
Hertaald:te Bezek;
Dat is: in het gebied rond de stad Bezek, waarover gesproken wordt in Richt. 1:5.
1 Samuël 11 vers 9— Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd.
zij tot de boden,
Te weten, Samuël en Saul.
Hertaald:zij tot de boden,
Namelijk: Samuël en Saul.
1 Samuël 11 vers 10— En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.
zeiden
Te weten, tot de Ammonieten, die hen belegerden.
Hertaald:zeiden
Namelijk: tegen de Ammonieten, die hen belegerden.
Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan,
Welverstaande, zo er geen ontzet komt; zie vs.3. Zij verzwijgen het ontzet, dat hun toegezegd was, opdat de vijand op zijn hoede niet zijn zou, maar onvoorziens verrast en overvallen mocht worden.
Hertaald:Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan,
Wel te verstaan: als er geen ontzet komt; zie vers 3. Zij verzwijgen het ontzet dat hun beloofd was, zodat de vijand niet op zijn hoede zou zijn, maar onvoorbereid verrast en overvallen kon worden.
1 Samuël 11 vers 11— Het geschiedde nu des anderen daags, dat Saul het volk stelde in drie hopen, en zij kwamen in het midden des legers, in de morgenwake, en zij sloegen Ammon, totdat de dag heet werd; en het geschiedde, dat de overigen alzo verstrooid werden, dat er onder hen geen twee te zamen bleven.
des anderen daags,
Het schijnt dat dit geschied is des anderen daags, nadat de boden van Jabes vertrokken waren naar de stad; en het was den achtsten dag na de belofte van de stad over te geven, zo zij in zeven dagen niet ontzet werden.
Hertaald:des anderen daags,
Het lijkt erop dat dit de volgende dag gebeurd is, nadat de boden van Jabes naar de stad vertrokken waren; en het was de achtste dag na de belofte om de stad over te geven als er in zeven dagen geen ontzet kwam.
hopen,
Hebreeuws, hoofden. Alzo ook Richt. 7:16, Richt. 7:20.
Hertaald:hopen,
Hebreeuws: hoofden. Zo ook Richt. 7:16, Richt. 7:20.
des legers,
Te weten, der Ammonieten.
Hertaald:des legers,
Namelijk: van de Ammonieten.
de morgenwake,
Te weten, wanneer men pleegt van de wacht af te trekken.
Hertaald:de morgenwake,
Namelijk: wanneer men de wacht placht af te lossen.
1 Samuël 11 vers 13— Maar Saul zeide: Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan.
Er zal te dezen dage
Zie dergelijk exempel 2 Sam. 19:22.
Hertaald:Er zal te dezen dage
Zie zo'n voorbeeld 2 Sam. 19:22.
1 Samuël 11 vers 14— Verder zeide Samuel tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal gaan, en het koninkrijk aldaar vernieuwen.
zeide Samuël tot het volk
Te weten, in het leger bij Jabes, nadat zij de Ammonieten geslagen en alzo Jabes ontzet hadden.
Hertaald:zeide Samuël tot het volk
Namelijk: in het leger bij Jabes, nadat zij de Ammonieten verslagen en zo Jabes ontzet hadden.
het koninkrijk aldaar vernieuwen
Dat is, Saul aldaar in het koninkrijk bevestigen. Er waren daar enigen, die Saul niet hadden willen aannemen tot hun koning, 1 Sam. 10:27. Samuël twijfelde niet of de kwaadwilligen zouden hem nu wel aannemen, dewijl zij zijn dapperheid in den strijd gezien hadden, en de anderen hen hadden willen doden, maar Saul had zulks verhinderd.
Hertaald:het koninkrijk aldaar vernieuwen
Dat is: Saul daar in het koningschap bevestigen. Er waren er die Saul niet als hun koning hadden willen aannemen, 1 Sam. 10:27. Samuël twijfelde er niet aan dat de kwaadwilligen hem nu wel zouden aannemen, omdat zij zijn dapperheid in de strijd gezien hadden, en de anderen hen hadden willen doden, maar Saul had dat verhinderd.
1 Samuël 11 vers 15— Toen ging al het volk naar Gilgal, en maakte Saul aldaar koning voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal; en zij offerden aldaar dankofferen voor het aangezicht des HEEREN; en Saul verheugde zich aldaar gans zeer, met al de mannen van Israel.
voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal;
Zie boven, 1 Sam. 10:17, en onder, 1 Sam. 14:18.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal;
Zie hierboven, 1 Sam. 10:17, en hieronder, 1 Sam. 14:18.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Nahas — slang
De koning van de Ammonieten, die Jabes in Gilead belegerde en de inwoners alleen genade wilde geven als hun aller rechteroog werd uitgestoken (1 Sam. 11:1-2). Saul riep bij dit bericht heel Israël op en versloeg hem, wat Sauls koningschap voor het hele volk bevestigde (1 Sam. 11:6-15).
Saul — gebeden, verzocht
De zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een opvallend lange en knappe jongeman. Terwijl hij de weggelopen ezelinnen van zijn vader zocht, kwam hij bij Samuël terecht, die door de HEERE al voorbereid was op zijn komst en hem tot de eerste koning van Israël zalfde (1 Sam. 9:1-2; 10:1). Ondanks een veelbelovend begin zou zijn regering eindigen in ongehoorzaamheid aan God en toenemende jaloezie op de jonge David.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jabes in Gilead — zie voor naam, ligging en de vroegere geschiedenis het artikel bij Richteren 21, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Zie het artikel bij Richteren 21.
Geschiedenis: Toen Nahas de Ammoniet deze stad belegerde en de inwoners alleen op de vernederende voorwaarde van het uitsteken van ieders rechteroog vrede wilde geven, zond Jabes boden naar Saul; Saul, in wie de Geest Gods vaardig werd toen hij het bericht hoorde, riep heel Israël te wapen, versloeg de Ammonieten grondig en ontzette de stad (1 Sam. 11:1-11) — de eerste openlijke, algemeen erkende daad van zijn koningschap, waarna het volk hem te Gilgal als koning bevestigde.
Bijbelse betekenis: Sauls eerste optreden als koning is een daad van reddende barmhartigheid voor een bedreigde stad — een veelbelovend begin dat helaas niet representatief zou blijken voor de rest van zijn regering. Dat juist deze stad, tientallen jaren later, Sauls lichaam met eerbied van de muur van Beth-Sean haalde (1 Sam. 31:11-13), toont hoe deze ene daad van redding een levenslange, wederzijdse band tussen koning en stad schiep.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Sauls eerste overwinning (Jabes in Gilead) — wanneer Nahas de Ammoniet Jabes in Gilead belegert en de inwoners smadelijke voorwaarden aanbiedt, verlost Saul, "vaardig" gemaakt door de Geest Gods, de stad; het volk wil zijn tegenstanders doden, maar Saul weigert: "Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan" (1 Sam. 11:13)
Nahas belegert Jabes in Gilead en biedt een verbond aan tot de prijs van ieders rechteroog, om zo "deze schande op gans Israel" te leggen (1 Sam. 11:1-3). Boden bereiken Gibea; het volk weent, en Saul, terugkerend van het veld, hoort ervan en wordt vaardig gemaakt door de Geest Gods; zijn toorn ontsteekt (1 Sam. 11:4-6). Hij roept het hele volk op met een dramatisch teken — in stukken gehouwen runderen, gezonden door het hele land — en driehonderdduizend man komen op (1 Sam. 11:7-8). Saul verlost Jabes met een verrassingsaanval en verstrooit de Ammonieten volledig (1 Sam. 11:9-11). Wanneer het volk daarop de mannen wil doden die eerder aan Sauls koningschap twijfelden, grijpt Saul zelf in: "Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan" (1 Sam. 11:12-13). Te Gilgal wordt het koninkrijk vervolgens plechtig bevestigd, met dankoffers en grote vreugde (1 Sam. 11:14-15).
Bijbelse betekenis: Sauls eerste daad als koning is een en al genade: overwinning zonder eigen roem, en vergeving in plaats van vergelding jegens wie aan hem twijfelden. Hij wijst de eer zelfs uitdrukkelijk van zich af naar de HEERE, met dezelfde woorden als in vers 13 al klonken. Dit vroege beeld van Saul, zachtmoedig en op God gericht, staat in schrijnend contrast met de latere hoofdstukken van dit boek, waar zijn ongehoorzaamheid en achterdocht hem geleidelijk van de HEERE en van zijn eigen volk vervreemden.
Typologie: Dat een veelbelovend begin geen garantie is voor de rest van de weg, waarschuwt Paulus: "Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle" (1 Kor. 10:12).
I. Vs. 1-15.Kruisverwijzingen1 Samuël 12:12→Richteren 21:8→1 Koningen 20:34→Ezechiël 17:13→1 Samuël 17:26→Richteren 2:4→1 Samuël 10:26→1 Samuël 10:10→ — Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen. Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge. Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan. Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende. En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes. Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer. En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man. En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend. Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd. En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen. Saul vindt spoedig gelegenheid om aan de verwachtingen te voldoen, die Israël zich van een koning gemaakt heeft; Nahas, de koning van de Ammonieten, belegert Jabes in Gilead, en benauwt de inwoners zeer; zij zenden boden naar alle delen van Israël, opdat men hen helpt die, naar het schijnt, door goddelijke leiding het eerst naar Gibea komen, waar de nieuw gekozen koning nog in zijn landelijke bezigheden is en op het veld ploegt. Als hij van daar terugkeert, vindt hij de burgers van zijn stad wenende en jammerende over de nood van de Jabesieten en de overmoed van de Ammonieten, zonder dat er iemand aan dacht de broeders te helpen. Toen hieuw hij zijn runderen in stukken, en liet onder toezending van de stukken in alle stammen van Israël een oproep uitgaan om zich te verzamelen. Hieraan werd voldaan en bij de monstering te Bezek is er een strijdmacht van 330.000 man. Van drie zijden valt Saul met deze in het leger van de Ammonieten en verdrijft hij het in korte tijd. Thans zijn alle harten zo vol van geestdrift voor hem, dat men de bestraffing eist van allen die de koning veracht en bespot hebben. Saul wijst in grootmoedigheid deze eis af, maar Samuel maakt gebruik van deze gunstige gezindheid van het volk, gaat met hem naar Gilgal en vernieuwt daar het Koninkrijk.
Kruisverwijzingen1 Samuël 12:12→Richteren 21:8→1 Koningen 20:34→Ezechiël 17:13→Genesis 26:28→Job 41:4→Exodus 23:32→1 Samuël 31:11→— Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen.
Toen 1) trok Nahas (= slang), de Ammoniet, op uit zijn land, dat ten oosten van de stam Gad gelegen was. Reeds lang had deze een gelegenheid gezocht om deaanspraken van zijn voorganger op een gedeelte van het oostelijke land (Richteren 11: 13) te vernieuwen (12: 12); nu wilde hij zijn voornemen ten uitvoer brengen, en belegerde hij Jabes in Gilead (Jud 21: 9). En al de mannen van Jabes, zich te zwak voelende om de belegering uit te houden of de vijand te verdrijven, zeiden door hun oudsten, die zij in het vijandige leger hadden gezonden om te onderhandelen, tot Nahas: Maak een verbond met ons, stel ons aannemelijke voorwaarden, dan zullen wij u dienen, onze stad aan u overgeven en ons aan uw heerschappij onderwerpen.
De tijd, waarop dit plaatsvond, is niet aangegeven. Het woordje toen kan ook door en vervangen worden volgens de grondtekst. Uit 12: 12 blijkt duidelijk, dat vóór de keus van Saul Nahas reeds aanstalten gemaakt heeft om, als in de dagen van Jeftha, zijn vermeende aanspraak op het land van Gilead te laten gelden. Juist nu Saul tot koning is gekozen, schijnt hij zijn plannen te willen doorzetten om Jabes te belegeren. Er blijkt echter uit niets, dat hij van Sauls verkiezing af weet.
Kruisverwijzingen1 Samuël 17:26→Numeri 16:14→Genesis 34:14→Exodus 3:6→Jeremia 39:7→Richteren 16:21→2 Koningen 18:31→Spreuken 12:10→— Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.
Maar Nahas, de Ammoniet, zei tot hen vol honende overmoed: Mits deze, op deze voorwaarde, zal ik een verbond met u maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op geheel Israël legge.1)
Deze voorwaarde van Nahas moest onder de leiding van God dienen om de inwoners van Jabes naar redding te doen uitzien. Dat zij onderwerping aanbieden en zich aan Ammon schatplichtig willen stellen, was voortgekomen uit zonde en ongelovige vrees, maar was daarom tegen de wil van God. Zij mochten zich niet overgeven, zij mochten zich niet schatplichtig stellen aan een heidens koning. God had hun Jabes tot eigendom gegeven, opdat zij de Heere zouden dienen. En nu horen zij de vernederendste voorwaarde, een voorwaarde, waaraan de wraak ten grondslag ligt, omdat Ammon vroeger door Israël onder Jeftha is geslagen. Maar die voorwaarde doet Jabes opschrikken om hulp en redding te zoeken en bevrijd te worden van de voornemens van deze goddeloze.
Sommigen hebben in deze eis van Nahas een dubbel beeld gezien. 1. een beeld van de duivel, want Nahas betekent een slang. Wie zich in de dienst van satan overgeeft, die steekt hij het rechteroog uit; hij berooft hem van zijn verstand in geestelijke zaken, en laat hem het linkeroog, de bekwaamheid voor aardse zaken. 2. Een beeld van de aanslagen, die de vereniging van de afgescheiden godsdiensten tot doel hebben, en dus noodzakelijk met het verlies van de waarheid verbonden zijn. De paus heeft dikwijls de protestanten vrede laten aanbieden, wanneer zij zich slechts het rechteroog wilden laten uitsteken, d.i. wanneer zij de erkende waarheid verloochenen en een blinde gehoorzaamheid beloven wilden.
— Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.
Toen 1) zeiden tot hem de oudsten van Jabes, nadat zij dat antwoord aan hun medeburgers gebracht en met hen beraadslaagd hadden: Laat ons zeven dagen met rust, geef ons zeven dagen uitstel, dat wij boden zenden in heel het gebied van Israël of misschien onze broeders aan de overzijde van de Jordaan ons hulp zullen verschaffen; is er dan niemand die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan 1) en ons op genade of ongenade overgeven. Nahas nu, omdat hij aan de ene zijde bij zo’n verval, als toen in Israël was, de hulp onmogelijk achtte; en aan de andere zijde niet in staat was, de stad stormenderhand in te nemen, stond hun dit uitstel van zeven dagen toe.
De smaad en hoon (vs.2) ging boven hetgeen de burgers van Jabes dragen konden. Nu ontwaakte in hen een vonk van gevoel, dat zij tot het volk van God behoorden; zij herinnerden zich de eenheid van de gehele gemeente van Israël, en het kwam hun in de gedachte, dat er in het gehele land wel een redder zou kunnen gevonden worden. Iets dergelijks is meer gebeurd. Denkt slechts aan de verloren zoon; wie weet wanneer zijn ellende niet boven mate groot geworden was, of ook de gedachte aan het vaderhuis in hem zou ontwaakt zijn. Had bij menig gedoopte de zonde slechts enigszins zachter gehandeld, hij zou wel een blijvend verbond met haar gemaakt hebben, en het juk van dat verbond in valse rust en vrede gedragen hebben, totdat het te laat was; maar toen de oude vijand in zijn gedaante, in zijn onverzoenlijke haat zich vertoonde, om geheel en al tot schande te maken, toen kwam een overdenking in de ziel, wie Hij was wiens teken men droeg, tot welk volk men behoorde. Men zag verlangend uit naar een redder, en zond de zuchten om hulp uit zijn ellende naar alle zijden op. Om hun lichamen te behouden willen zij hun vrijheid verliezen en toestaan, dat hun ogen werden uitgegraven; is het dan niet wijzer ons rechteroog, of die zonde die ons bijzonder dierbaar is, uit te werpen dan geworpen te worden in het helse vuur.
Het blijkt, dat Nahas aan dit beding heeft toegegeven, wellicht vertrouwende op zijn macht en sterkte. Calvijn zegt daarom ook: “Hieruit blijkt de Voorzienigheid Gods, die de harten van de goddeloze menigte zo in bezit heeft, dat Hij ze buigt, tot wat Hij wil, als waterbeken, zoals Salomo zegt in de Spreuken.”. Dat de inwoners van Jabes in heel het gebied boden willen zenden, daaruit blijkt, dat zij nog niets van het verkiezen van Saul tot koning hebben gehoord. In de weg van de Goddelijke Voorzienigheid komen wel de boden het eerst te Gibea-Sauls, maar ook hieruit blijkt weer, dat Gods bijzondere zorg over alles gaat.
Kruisverwijzingen1 Koningen 19:19→Psalmen 78:71→Jesaja 22:1→Richteren 18:23→1 Samuël 9:1→Genesis 21:17→— En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes.
En ziet, Saul kwam, terwijl al het volk in ijdel klagen voortging achter de runderen 1) uit het veld, waarmee hij daar gewerkt had, en Saul zei: Wat is er met het volk, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden van de mannen van Jabes.
In het Hebreeuws Acharee habakar, in verband met vs.7, waar gezegd wordt, dat zij een paar runderen namen, blijkt dat Saul aan het ploegen was geweest, en nu zijn runderen of ossen weer naar hun weide bracht.
KruisverwijzingenRichteren 19:29→Richteren 20:1→Genesis 35:5→Richteren 21:5→2 Kronieken 14:14→2 Kronieken 17:10→— En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man.
En hij nam een paar runderen, waarmee hij zo-even van het veld gekomen was, en hieuw ze in stukken 1) voor de ogen van het volk, en hij zond ze (Richteren 19: 29) in het hele gebied van Israël door de hand van de boden van Jabes, die hij nu naar de overige stammen liet gaan, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul, de verkozen koning, en achter Samuel, de profeet van de Heren, in de strijd tegen de Ammonieten, zo zal men zijn runderen doen tot straf, omdat hij geen deelgenomen heeft aan de strijd, zoals ik aan mijn runderen gedaan heb. Toen viel de vrees voor de HEERE 2) op het volk, en zij gingen, aangevuurd door de Geest van God, die bij dit optreden van Zijn gezalfde Zich voelen deed 3) uit als een enkel man.
Ook bij de Scythen was het gewoonte, dat hij die zichzelf voor een geleden onrecht geen voldoening kon verschaffen, een os in stukken deelde en rond zond, waarop allen die het gepleegde onrecht wilden wreken, een stuk namen en zwoeren hem naar vermogen bij te staan.
Voorts was dit een teken van en voor Saul, dat aan zijn gewoon handwerk een einde was gekomen, dat hij niet meer de ploeg zou besturen, maar het roer van bewind over Israël in handen zou nemen.
De vrees voor de Heere is een vrees door de Heere in het volk gestort, zodat het, ziende het krachtig optreden van Saul, gedwongen werd hem te volgen in de strijd tegen de Ammonieten.
Een lafhartig Christen, die het lijden schuwt, maakt gemakkelijk honderden lafhartig, want dit is aantrekkelijk; maar één, wie niet het vuur van vlees en bloed, maar het heilige, stille vuur van het altaar van God in het hart brandt, wie dit uit de ogen schittert, die trekt duizenden met zich mee, zoals beloofd is (Jes.60: 22): “De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk.” Een vrees voor de Heere valt van zo’n man op de vijanden, zowel als op de vrienden; zij doet de vijanden sidderen, (een gebed van deze mens is mij verschrikkelijker dan een leger van tienduizend krijgslieden”, riep de Katholieke Maria v. Guise van de godsman Knox) de vrienden brengt zij tot een juichen, dat hen weer sterk maakt, nieuwe geloofsmoed in hen opwekt en hun hand leert strijden met het zwaard van de Geest.
8.En hij telde hen te Bezek (bliksemstraal) aan de westzijde van de Jordaan en de stam Issaschar (Jud 1: 4); en de kinderen van Israël waren driehonderdduizend, en de mannen van Juda dertigduizend (15: 4; 17: 52). Deze getallen zullen niet te groot voorkomen, wanneer men bedenkt, dat hier geen sprake is van een regelmatig krijgsleger, maar dat Saul het gehele volk tot een landstorm opgeroepen had. In de afzonderlijke opgaaf van de kinderen van Juda en van de kinderen van Israël, zien wij reeds een begin van de scheiding die later ontstaan is.
KruisverwijzingenPsalmen 18:17→— Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd.
Toen zeiden zij tot de boden, die met de bede om hulp gekomen waren, en zo lang gebleven waren, totdat zij wisten welk gevolg Sauls oproep (vs.7) hebben zou: Aldus zult gij de mannen te Jabes in Gilead, die u tot ons gezonden hebben, zeggen: Morgen 1) zal u verlossing geschieden, en wel op de middag, als de zon heet worden zal. Toen de boden tot hun volk kwamen en dat verkondigden aan de mannen te Jabes, werden zij verblijd.
Dat zij zo bepaald het uur opgeven, wanneer de burgers van Jabes geholpen zouden zijn, berust waarschijnlijk op een profetisch woord van Samuel, die het leger tot Bezek vergezeld had (vs.7,12). “Wanneer Christus, de Zonne der gerechtigheid (Mal.4: 2) in de ziel opgaat en haar verwarmt, dan is er overwinning en hulp; dan worden de vijanden geslagen, die in de nacht van de wettelijke toestand onoverwinnelijk schenen te zijn.
Kruisverwijzingen1 Samuël 11:2→— En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.
En de mannen van Jabes zeiden tot de Ammonieten, die hen belegerden: Morgen zullen wij, overeenkomstig onze belofte (vs.3), omdat de zeven dagen met die ten einde zijn, tot u uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen. 1) Zij spotten met de vijanden en bedoelden onder dat uitgaan, dat zij morgen zouden uitvallen, en met hun belegeraars doen, wat hun goeddacht; het dubbelzinnige woord was tevens een krijgslist om de Ammonieten zorgeloos te maken.
Men vraagt of het aan de inwoners van Jabes geoorloofd was, zo listig met de vijand te handelen, want het bedrog was in het oog vallend en een slecht doel hadden de gesprekken, waardoor zij, door middel van de gezanten, de overgave beloofden. Zij hadden een wapenstilstand van enige dagen bedongen om gezanten tot de vrienden te kunnen zenden, die om hulp moesten verzoeken. En nu, terwijl de boodschappers zijn teruggekeerd, verbergen zij de hoop op hulp. En terwijl zij daarmee de vrienden en broeders beschuldigen van het verzuim om hulp aan te brengen, veinzen zij zich te zullen overgeven en bereid te zijn, de straffen, om hun ogen uit te steken, alsof zij overwonnen waren, te ondergaan, en bedriegen zij aldus de vijand. Welnu, wij weten, dat wij niets geveinsds, maar alles openbaar en zuiver moeten doen. Waarom de inwoners van Jabes hierover schijnbaar hard zijn te berispen, omdat zij Nahas hebben bedot, veinzende de toevlucht te nemen tot zijn medelijden en dat zij bereid waren zich over te geven onder de gestelde voorwaarde. Maar men moet deze zaak niet al te teer opvatten. Want er is een oud spreekwoord: “Geen vertrouwen en vroomheid is er bij hen, die het leger volgen.” En zeker is het, dat God duldt, dat er in de oorlog veel geveinsds en listigs gedaan wordt, wat in het gewone leven volstrekt niet mag worden verdragen. Want indien iemand anders handelt, dan hij geveinsdelijkheid voorgeeft, deze wordt terecht om trouweloosheid veroordeeld. Maar in tijden van oorlog is het geoorloofd tot list zijn toevlucht te nemen, opdat men met des te groter kracht, door verandering van mars, op de vijand een aanval kan doen, en zo met het schijnbaar vluchten meer ten doel heeft, om de vijand, die zorgeloos was geworden en niet in slagorde stond, te overvallen. Kortom, hetzelfde geldt niet voor de oorlog als voor de vrede. Maar toch moet men altijd dit in beginsel vasthouden, dat de waarheid en rechtvaardigheid in acht moet worden gehouden, omdat God alle leugen mishaagt.
In de oorlog zal dikwijls de plicht jegens het vaderland eisen om de vijand door list op een dwaalspoor te brengen en daardoor zijn plannen te verijdelen; wanneer daarentegen de vijand zich persoonlijk in een strijd tegenover ons stelt, en het niet zozeer om het vaderland, maar om onszelf te doen is, dan is het niet Christelijk de vijand als buiten elke zedelijke gemeenschap met ons te beschouwen; daar is een onwaarheid een krenking van de zedelijke waarde van de vijand zowel als van onze eigen. In het Oude Testament worden krijgslisten en heimelijke overvallen meermalen vermeld, (bijv. Richteren 3: 16vv.; 4: 17vv.; 9: 49vv. de Christelijke zedelijkheid niet overeenkomt; Christelijke volken mogen krijgslist niet tot boze stukken maken.
Kruisverwijzingen2 Samuël 19:22→1 Samuël 19:5→Exodus 14:13→Exodus 14:30→Psalmen 44:4→Jesaja 59:16→1 Korinthe 15:10→1 Samuël 14:45→— Maar Saul zeide: Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israel gedaan.
Maar Saul, die dit hoorde, zei vol grootmoedigheid: Er zal op deze dag geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israël gedaan, en daardoor deze dag tot een geheiligde gemaakt, die wij door geen bloedblad mogen ontheiligen. Hij wil zeggen: is God heden zo barmhartig geweest, dat hij Israël’s zonden niet heeft aangezien, maar ons een zo heerlijke overwinning geschonken heeft, dan is het billijk, dat wij naar Zijn voorbeeld de zonden van onze naaste vergeven en niet met de doodstraf wreken. De beide edelste sieraden van een ware knecht van God verenigen zich in deze eerste koningsdaad van Saul: 1. heilige ijver in de zaak van de Heere en van de broeders; 2. zachtmoedigheid en zelfverloochening in zijn eigen zaak.
Geef mij, Heere! door Uw dierbaar bloed een heldenmoed, die goed en bloed verloochent en de lusten van het vlees haat. Uw zachtmoedigheid, Uw ootmoed werkt in mij uit, dat geen toorn of trots in mij opwellen. Heilige Jezus! heilig mij, dat ik als Gij, zachtmoedig, graag vergevend zij!.
Kruisverwijzingen1 Samuël 10:8→1 Samuël 7:16→1 Samuël 10:24→1 Samuël 5:3→1 Kronieken 12:38→— Verder zeide Samuel tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal gaan, en het koninkrijk aldaar vernieuwen.
Verder zei Samuel, die deze geestdrift voor Saul zich tot nut wilde maken, om alle tegenspraak tegen zijn koningschap voor altijd tot zwijgen te brengen, tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal (Dschild-Schilia, zuidwestelijk van Silo; 7: 16) gaan, en het koninkrijk daar vernieuwen, 1) de door de Heere ons gegeven, en met een zo heerlijke overwinning gezegende koning in zijn waardigheid bevestigen, terwijl wij door hem te huldigen, ons tot onderdanigheid aan hem verbinden.
Het koninkrijk vernieuwen wil niet zeggen hem nog eens zalven, zoals sommigen menen. Dan zou het wel opzettelijk zijn vermeldt, maar hem openlijk huldigen en hem algemeen erkennen als koning. Nu God hem in zijn koninkrijk had bevestigd door hem de overwinning te geven over de Ammonieten, nu was er bij niemand van het volk enige bezwaar meer om hem te erkennen en nu Saul ook zijn vijanden had vergeven, die zijn koninklijke waardigheid hadden aangetast, nu was elke reden opgeheven om hem tegen te staan en zich niet voor hem te buigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 11
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-15.Kruisverwijzingen1 Samuël 12:12→Richteren 21:8→1 Koningen 20:34→Ezechiël 17:13→1 Samuël 17:26→Richteren 2:4→1 Samuël 10:26→1 Samuël 10:10→
— Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen. Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge. Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan. Als de boden te Gibea-Sauls kwamen, zo spraken zij deze woorden voor de oren van het volk. Toen hief al het volk zijn stem op, en weende. En ziet, Saul kwam achter de runderen uit het veld, en Saul zeide: Wat is den volke, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden der mannen van Jabes. Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul, als hij deze woorden hoorde; en zijn toorn ontstak zeer. En hij nam een paar runderen, en hieuw ze in stukken, en hij zond ze in alle landpalen van Israel door de hand der boden, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul en achter Samuel, alzo zal men zijn runderen doen. Toen viel de vreze des HEEREN op het volk, en zij gingen uit als een enig man. En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend. Toen zeiden zij tot de boden, die gekomen waren: Aldus zult gijlieden den mannen te Jabes in Gilead zeggen: Morgen zal u verlossing geschieden, als de zon heet worden zal. Als de boden kwamen, en verkondigden dat aan de mannen te Jabes, zo werden zij verblijd. En de mannen van Jabes zeiden: Morgen zullen wij tot ulieden uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen.
Saul vindt spoedig gelegenheid om aan de verwachtingen te voldoen, die Israël zich van een koning gemaakt heeft; Nahas, de koning van de Ammonieten, belegert Jabes in Gilead, en benauwt de inwoners zeer; zij zenden boden naar alle delen van Israël, opdat men hen helpt die, naar het schijnt, door goddelijke leiding het eerst naar Gibea komen, waar de nieuw gekozen koning nog in zijn landelijke bezigheden is en op het veld ploegt. Als hij van daar terugkeert, vindt hij de burgers van zijn stad wenende en jammerende over de nood van de Jabesieten en de overmoed van de Ammonieten, zonder dat er iemand aan dacht de broeders te helpen. Toen hieuw hij zijn runderen in stukken, en liet onder toezending van de stukken in alle stammen van Israël een oproep uitgaan om zich te verzamelen. Hieraan werd voldaan en bij de monstering te Bezek is er een strijdmacht van 330.000 man. Van drie zijden valt Saul met deze in het leger van de Ammonieten en verdrijft hij het in korte tijd. Thans zijn alle harten zo vol van geestdrift voor hem, dat men de bestraffing eist van allen die de koning veracht en bespot hebben. Saul wijst in grootmoedigheid deze eis af, maar Samuel maakt gebruik van deze gunstige gezindheid van het volk, gaat met hem naar Gilgal en vernieuwt daar het Koninkrijk.
Toen 1) trok Nahas (= slang), de Ammoniet, op uit zijn land, dat ten oosten van de stam Gad gelegen was. Reeds lang had deze een gelegenheid gezocht om deaanspraken van zijn voorganger op een gedeelte van het oostelijke land (Richteren 11: 13) te vernieuwen (12: 12); nu wilde hij zijn voornemen ten uitvoer brengen, en belegerde hij Jabes in Gilead (Jud 21: 9). En al de mannen van Jabes, zich te zwak voelende om de belegering uit te houden of de vijand te verdrijven, zeiden door hun oudsten, die zij in het vijandige leger hadden gezonden om te onderhandelen, tot Nahas: Maak een verbond met ons, stel ons aannemelijke voorwaarden, dan zullen wij u dienen, onze stad aan u overgeven en ons aan uw heerschappij onderwerpen.
De tijd, waarop dit plaatsvond, is niet aangegeven. Het woordje toen kan ook door en vervangen worden volgens de grondtekst. Uit 12: 12 blijkt duidelijk, dat vóór de keus van Saul Nahas reeds aanstalten gemaakt heeft om, als in de dagen van Jeftha, zijn vermeende aanspraak op het land van Gilead te laten gelden. Juist nu Saul tot koning is gekozen, schijnt hij zijn plannen te willen doorzetten om Jabes te belegeren. Er blijkt echter uit niets, dat hij van Sauls verkiezing af weet.
Maar Nahas, de Ammoniet, zei tot hen vol honende overmoed: Mits deze, op deze voorwaarde, zal ik een verbond met u maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op geheel Israël legge.1)
Deze voorwaarde van Nahas moest onder de leiding van God dienen om de inwoners van Jabes naar redding te doen uitzien. Dat zij onderwerping aanbieden en zich aan Ammon schatplichtig willen stellen, was voortgekomen uit zonde en ongelovige vrees, maar was daarom tegen de wil van God. Zij mochten zich niet overgeven, zij mochten zich niet schatplichtig stellen aan een heidens koning. God had hun Jabes tot eigendom gegeven, opdat zij de Heere zouden dienen. En nu horen zij de vernederendste voorwaarde, een voorwaarde, waaraan de wraak ten grondslag ligt, omdat Ammon vroeger door Israël onder Jeftha is geslagen. Maar die voorwaarde doet Jabes opschrikken om hulp en redding te zoeken en bevrijd te worden van de voornemens van deze goddeloze.
Sommigen hebben in deze eis van Nahas een dubbel beeld gezien. 1. een beeld van de duivel, want Nahas betekent een slang. Wie zich in de dienst van satan overgeeft, die steekt hij het rechteroog uit; hij berooft hem van zijn verstand in geestelijke zaken, en laat hem het linkeroog, de bekwaamheid voor aardse zaken. 2. Een beeld van de aanslagen, die de vereniging van de afgescheiden godsdiensten tot doel hebben, en dus noodzakelijk met het verlies van de waarheid verbonden zijn. De paus heeft dikwijls de protestanten vrede laten aanbieden, wanneer zij zich slechts het rechteroog wilden laten uitsteken, d.i. wanneer zij de erkende waarheid verloochenen en een blinde gehoorzaamheid beloven wilden.
Toen 1) zeiden tot hem de oudsten van Jabes, nadat zij dat antwoord aan hun medeburgers gebracht en met hen beraadslaagd hadden: Laat ons zeven dagen met rust, geef ons zeven dagen uitstel, dat wij boden zenden in heel het gebied van Israël of misschien onze broeders aan de overzijde van de Jordaan ons hulp zullen verschaffen; is er dan niemand die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan 1) en ons op genade of ongenade overgeven. Nahas nu, omdat hij aan de ene zijde bij zo’n verval, als toen in Israël was, de hulp onmogelijk achtte; en aan de andere zijde niet in staat was, de stad stormenderhand in te nemen, stond hun dit uitstel van zeven dagen toe.
De smaad en hoon (vs.2) ging boven hetgeen de burgers van Jabes dragen konden. Nu ontwaakte in hen een vonk van gevoel, dat zij tot het volk van God behoorden; zij herinnerden zich de eenheid van de gehele gemeente van Israël, en het kwam hun in de gedachte, dat er in het gehele land wel een redder zou kunnen gevonden worden. Iets dergelijks is meer gebeurd. Denkt slechts aan de verloren zoon; wie weet wanneer zijn ellende niet boven mate groot geworden was, of ook de gedachte aan het vaderhuis in hem zou ontwaakt zijn. Had bij menig gedoopte de zonde slechts enigszins zachter gehandeld, hij zou wel een blijvend verbond met haar gemaakt hebben, en het juk van dat verbond in valse rust en vrede gedragen hebben, totdat het te laat was; maar toen de oude vijand in zijn gedaante, in zijn onverzoenlijke haat zich vertoonde, om geheel en al tot schande te maken, toen kwam een overdenking in de ziel, wie Hij was wiens teken men droeg, tot welk volk men behoorde. Men zag verlangend uit naar een redder, en zond de zuchten om hulp uit zijn ellende naar alle zijden op. Om hun lichamen te behouden willen zij hun vrijheid verliezen en toestaan, dat hun ogen werden uitgegraven; is het dan niet wijzer ons rechteroog, of die zonde die ons bijzonder dierbaar is, uit te werpen dan geworpen te worden in het helse vuur.
Het blijkt, dat Nahas aan dit beding heeft toegegeven, wellicht vertrouwende op zijn macht en sterkte. Calvijn zegt daarom ook: “Hieruit blijkt de Voorzienigheid Gods, die de harten van de goddeloze menigte zo in bezit heeft, dat Hij ze buigt, tot wat Hij wil, als waterbeken, zoals Salomo zegt in de Spreuken.”. Dat de inwoners van Jabes in heel het gebied boden willen zenden, daaruit blijkt, dat zij nog niets van het verkiezen van Saul tot koning hebben gehoord. In de weg van de Goddelijke Voorzienigheid komen wel de boden het eerst te Gibea-Sauls, maar ook hieruit blijkt weer, dat Gods bijzondere zorg over alles gaat.
En ziet, Saul kwam, terwijl al het volk in ijdel klagen voortging achter de runderen 1) uit het veld, waarmee hij daar gewerkt had, en Saul zei: Wat is er met het volk, dat zij wenen? Toen vertelden zij hem de woorden van de mannen van Jabes.
In het Hebreeuws Acharee habakar, in verband met vs.7, waar gezegd wordt, dat zij een paar runderen namen, blijkt dat Saul aan het ploegen was geweest, en nu zijn runderen of ossen weer naar hun weide bracht.
En hij nam een paar runderen, waarmee hij zo-even van het veld gekomen was, en hieuw ze in stukken 1) voor de ogen van het volk, en hij zond ze (Richteren 19: 29) in het hele gebied van Israël door de hand van de boden van Jabes, die hij nu naar de overige stammen liet gaan, zeggende: Die niet zelf uittrekt achter Saul, de verkozen koning, en achter Samuel, de profeet van de Heren, in de strijd tegen de Ammonieten, zo zal men zijn runderen doen tot straf, omdat hij geen deelgenomen heeft aan de strijd, zoals ik aan mijn runderen gedaan heb. Toen viel de vrees voor de HEERE 2) op het volk, en zij gingen, aangevuurd door de Geest van God, die bij dit optreden van Zijn gezalfde Zich voelen deed 3) uit als een enkel man.
Ook bij de Scythen was het gewoonte, dat hij die zichzelf voor een geleden onrecht geen voldoening kon verschaffen, een os in stukken deelde en rond zond, waarop allen die het gepleegde onrecht wilden wreken, een stuk namen en zwoeren hem naar vermogen bij te staan.
Voorts was dit een teken van en voor Saul, dat aan zijn gewoon handwerk een einde was gekomen, dat hij niet meer de ploeg zou besturen, maar het roer van bewind over Israël in handen zou nemen.
De vrees voor de Heere is een vrees door de Heere in het volk gestort, zodat het, ziende het krachtig optreden van Saul, gedwongen werd hem te volgen in de strijd tegen de Ammonieten.
Een lafhartig Christen, die het lijden schuwt, maakt gemakkelijk honderden lafhartig, want dit is aantrekkelijk; maar één, wie niet het vuur van vlees en bloed, maar het heilige, stille vuur van het altaar van God in het hart brandt, wie dit uit de ogen schittert, die trekt duizenden met zich mee, zoals beloofd is (Jes.60: 22): “De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk.” Een vrees voor de Heere valt van zo’n man op de vijanden, zowel als op de vrienden; zij doet de vijanden sidderen, (een gebed van deze mens is mij verschrikkelijker dan een leger van tienduizend krijgslieden”, riep de Katholieke Maria v. Guise van de godsman Knox) de vrienden brengt zij tot een juichen, dat hen weer sterk maakt, nieuwe geloofsmoed in hen opwekt en hun hand leert strijden met het zwaard van de Geest.
8.En hij telde hen te Bezek (bliksemstraal) aan de westzijde van de Jordaan en de stam Issaschar (Jud 1: 4); en de kinderen van Israël waren driehonderdduizend, en de mannen van Juda dertigduizend (15: 4; 17: 52). Deze getallen zullen niet te groot voorkomen, wanneer men bedenkt, dat hier geen sprake is van een regelmatig krijgsleger, maar dat Saul het gehele volk tot een landstorm opgeroepen had. In de afzonderlijke opgaaf van de kinderen van Juda en van de kinderen van Israël, zien wij reeds een begin van de scheiding die later ontstaan is.
Toen zeiden zij tot de boden, die met de bede om hulp gekomen waren, en zo lang gebleven waren, totdat zij wisten welk gevolg Sauls oproep (vs.7) hebben zou: Aldus zult gij de mannen te Jabes in Gilead, die u tot ons gezonden hebben, zeggen: Morgen 1) zal u verlossing geschieden, en wel op de middag, als de zon heet worden zal. Toen de boden tot hun volk kwamen en dat verkondigden aan de mannen te Jabes, werden zij verblijd.
Dat zij zo bepaald het uur opgeven, wanneer de burgers van Jabes geholpen zouden zijn, berust waarschijnlijk op een profetisch woord van Samuel, die het leger tot Bezek vergezeld had (vs.7,12). “Wanneer Christus, de Zonne der gerechtigheid (Mal.4: 2) in de ziel opgaat en haar verwarmt, dan is er overwinning en hulp; dan worden de vijanden geslagen, die in de nacht van de wettelijke toestand onoverwinnelijk schenen te zijn.
En de mannen van Jabes zeiden tot de Ammonieten, die hen belegerden: Morgen zullen wij, overeenkomstig onze belofte (vs.3), omdat de zeven dagen met die ten einde zijn, tot u uitgaan, en gij zult ons doen naar alles, wat goed is in uw ogen. 1) Zij spotten met de vijanden en bedoelden onder dat uitgaan, dat zij morgen zouden uitvallen, en met hun belegeraars doen, wat hun goeddacht; het dubbelzinnige woord was tevens een krijgslist om de Ammonieten zorgeloos te maken.
Men vraagt of het aan de inwoners van Jabes geoorloofd was, zo listig met de vijand te handelen, want het bedrog was in het oog vallend en een slecht doel hadden de gesprekken, waardoor zij, door middel van de gezanten, de overgave beloofden. Zij hadden een wapenstilstand van enige dagen bedongen om gezanten tot de vrienden te kunnen zenden, die om hulp moesten verzoeken. En nu, terwijl de boodschappers zijn teruggekeerd, verbergen zij de hoop op hulp. En terwijl zij daarmee de vrienden en broeders beschuldigen van het verzuim om hulp aan te brengen, veinzen zij zich te zullen overgeven en bereid te zijn, de straffen, om hun ogen uit te steken, alsof zij overwonnen waren, te ondergaan, en bedriegen zij aldus de vijand. Welnu, wij weten, dat wij niets geveinsds, maar alles openbaar en zuiver moeten doen. Waarom de inwoners van Jabes hierover schijnbaar hard zijn te berispen, omdat zij Nahas hebben bedot, veinzende de toevlucht te nemen tot zijn medelijden en dat zij bereid waren zich over te geven onder de gestelde voorwaarde. Maar men moet deze zaak niet al te teer opvatten. Want er is een oud spreekwoord: “Geen vertrouwen en vroomheid is er bij hen, die het leger volgen.” En zeker is het, dat God duldt, dat er in de oorlog veel geveinsds en listigs gedaan wordt, wat in het gewone leven volstrekt niet mag worden verdragen. Want indien iemand anders handelt, dan hij geveinsdelijkheid voorgeeft, deze wordt terecht om trouweloosheid veroordeeld. Maar in tijden van oorlog is het geoorloofd tot list zijn toevlucht te nemen, opdat men met des te groter kracht, door verandering van mars, op de vijand een aanval kan doen, en zo met het schijnbaar vluchten meer ten doel heeft, om de vijand, die zorgeloos was geworden en niet in slagorde stond, te overvallen. Kortom, hetzelfde geldt niet voor de oorlog als voor de vrede. Maar toch moet men altijd dit in beginsel vasthouden, dat de waarheid en rechtvaardigheid in acht moet worden gehouden, omdat God alle leugen mishaagt.
In de oorlog zal dikwijls de plicht jegens het vaderland eisen om de vijand door list op een dwaalspoor te brengen en daardoor zijn plannen te verijdelen; wanneer daarentegen de vijand zich persoonlijk in een strijd tegenover ons stelt, en het niet zozeer om het vaderland, maar om onszelf te doen is, dan is het niet Christelijk de vijand als buiten elke zedelijke gemeenschap met ons te beschouwen; daar is een onwaarheid een krenking van de zedelijke waarde van de vijand zowel als van onze eigen. In het Oude Testament worden krijgslisten en heimelijke overvallen meermalen vermeld, (bijv. Richteren 3: 16vv.; 4: 17vv.; 9: 49vv. de Christelijke zedelijkheid niet overeenkomt; Christelijke volken mogen krijgslist niet tot boze stukken maken.
Maar Saul, die dit hoorde, zei vol grootmoedigheid: Er zal op deze dag geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israël gedaan, en daardoor deze dag tot een geheiligde gemaakt, die wij door geen bloedblad mogen ontheiligen. Hij wil zeggen: is God heden zo barmhartig geweest, dat hij Israël’s zonden niet heeft aangezien, maar ons een zo heerlijke overwinning geschonken heeft, dan is het billijk, dat wij naar Zijn voorbeeld de zonden van onze naaste vergeven en niet met de doodstraf wreken. De beide edelste sieraden van een ware knecht van God verenigen zich in deze eerste koningsdaad van Saul: 1. heilige ijver in de zaak van de Heere en van de broeders; 2. zachtmoedigheid en zelfverloochening in zijn eigen zaak.
Geef mij, Heere! door Uw dierbaar bloed een heldenmoed, die goed en bloed verloochent en de lusten van het vlees haat. Uw zachtmoedigheid, Uw ootmoed werkt in mij uit, dat geen toorn of trots in mij opwellen. Heilige Jezus! heilig mij, dat ik als Gij, zachtmoedig, graag vergevend zij!.
Verder zei Samuel, die deze geestdrift voor Saul zich tot nut wilde maken, om alle tegenspraak tegen zijn koningschap voor altijd tot zwijgen te brengen, tot het volk: Komt en laat ons naar Gilgal (Dschild-Schilia, zuidwestelijk van Silo; 7: 16) gaan, en het koninkrijk daar vernieuwen, 1) de door de Heere ons gegeven, en met een zo heerlijke overwinning gezegende koning in zijn waardigheid bevestigen, terwijl wij door hem te huldigen, ons tot onderdanigheid aan hem verbinden.
Het koninkrijk vernieuwen wil niet zeggen hem nog eens zalven, zoals sommigen menen. Dan zou het wel opzettelijk zijn vermeldt, maar hem openlijk huldigen en hem algemeen erkennen als koning. Nu God hem in zijn koninkrijk had bevestigd door hem de overwinning te geven over de Ammonieten, nu was er bij niemand van het volk enige bezwaar meer om hem te erkennen en nu Saul ook zijn vijanden had vergeven, die zijn koninklijke waardigheid hadden aangetast, nu was elke reden opgeheven om hem tegen te staan en zich niet voor hem te buigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel