Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen namH3947SamuelH8050 een oliekruikH6378, en gootH3332 ze uit opH5921 zijn hoofdH7218, en kusteH5401 hem, en zeideH559: Is het nietH3808 alzo, datH3588 de HEEREH3068 u tot een voorgangerH5057overH5921 Zijn erfdeelH5159gezalfdH4886 heeft?Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
KJVThen Samuel2took1a vial4of oil,5and poured6it upon his head,8and kissed9him, and said,10Is it not because the LORD14hath anointed13thee to be captain17over his inheritance?16
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2שְׁמוּאֵ֜לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פַּ֥ךְH6378oliekruikbox, vial5הַשֶּׁ֛מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine6וַיִּצֹ֥קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8רֹאשׁ֖וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9וַיִּשָּׁקֵ֑הוּH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched10וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הֲל֗וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מְשָׁחֲךָ֧H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16נַחֲלָת֖וֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)17לְנָגִֽידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler
2Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Als gij hedenH3117 van mij gaatH3212, zo zult gij tweeH8147mannenH582vindenH4672bijH5973 het grafH6900 van RachelH7354, aan de landpaleH1366 van BenjaminH1144, te ZelzahH6766; die zullen totH413 u zeggenH559: De ezelinnenH860 zijn gevondenH4672, dieH834 gij zijt gaan zoekenH1245, en zieH2009, uw vaderH1 heeft de zakenH1697 der ezelinnenH860verlatenH5203, en hij is bekommerdH1672 voor ulieden, zeggendeH559: Wat zal ik om mijn zoonH1121doenH6213?Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
KJVWhen thou art departed1from me3to day,2then thou shalt find4two5menby Rachel's9sepulchre8in the border10of Benjamin11at Zelzah;12and they will say13unto thee, The asses16which thou wentest18to seek19are found:15and, lo, thy father22hath left21the care24of the asses,25and sorroweth26for you, saying,28What shall I do30for my son?31
1בְּלֶכְתְּךָ֤H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3מֵעִמָּדִ֔יH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)4וּמָצָאתָ֩H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5שְׁנֵ֨יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6אֲנָשִׁ֜יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8קְבֻרַ֥תH6900graf, begrafenis, ezelsbegrafenisburial, burying place, grave, sepulchre9רָחֵ֛לH7354Rachel, RachelsRachel10בִּגְב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space11בִּנְיָמִ֖ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin12בְּצֶלְצַ֑חH6766ZelzahZelzah13וְאָמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֵלֶ֗יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15נִמְצְא֤וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16הָאֲתֹנוֹת֙H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הָלַ֣כְתָּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl19לְבַקֵּ֔שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)20וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see21נָטַ֤שׁH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer22אָבִ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work25הָאֲתֹנ֔וֹתH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass26וְדָאַ֤גH1672bekommerd, zorgt, bevreesdbe afraid (careful, sorry), sorrow, take thought27לָכֶם֙28לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet29מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why30אֶעֱשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use31לִבְנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als gij u van daar en verder aan begeeftH2498, en zult komenH935 tot aan Elon-ThaborH436, daarH8033 zullen u drieH7969mannenH582vindenH4672, opgaandeH5927 tot GodH430naarH413Beth-ElH1008; eenH259, dragendeH5375drieH7969bokjesH1423, en eenH259, dragendeH5375drieH7969bollenH3603broodsH3899, en eenH259, dragendeH5375 een flesH5035wijnH3196.Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.
KJVThen shalt thou go on1forward3from thence, and thou shalt come4to the plain6of Tabor,7and there shall meet8thee three10mengoing up12to God14to Bethel,15one17carrying18three19kids,20and another21carrying22three23loaves24of bread,25and another26carrying27a bottle28of wine:29
1וְחָלַפְתָּ֨H2498veranderen, veranderd, veranderdeabolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through2מִשָּׁ֜םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3וָהָ֗לְאָהH1973voortaan, verre weg, geneback, beyond, (hence,-) forward, hitherto, thence, forth, yonder4וּבָ֨אתָ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6אֵל֣וֹןH436eikenbossen, eik, Elon-thaborplain. See also H356 (אֵילוֹן)7תָּב֔וֹרH8396ThaborTabor8וּמְצָא֤וּךָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9שָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12עֹלִ֥יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15בֵּֽיתH1008Beth-el, huis GodsBeth-el16אֵ֑לH1008Beth-el, huis GodsBeth-el17אֶחָ֞דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,18נֹשֵׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)20גְדָיִ֗יםH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid21וְאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,22נֹשֵׂ֗אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield23שְׁלֹ֨שֶׁת֙H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)24כִּכְּר֣וֹתH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent25לֶ֔חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals26וְאֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,27נֹשֵׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield28נֵֽבֶלH5035luiten, luit, flessenbottle, pitcher, psaltery, vessel, viol29יָֽיִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zij zullen u naar uw welstandH7965vragenH7592, en zij zullen u tweeH8147brodenH3899gevenH5414; die zult gij van hun handH3027nemenH3947.En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.
KJVAnd they will1salute3thee, and give4thee two6loaves of bread;7which thou shalt receive8of their hands.9
5Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5DaarnaH310 zult gij komenH935 op den heuvelH1389GodsH430, waar der FilistijnenH6430bezettingenH5333 zijn; en het zal geschiedenH1961, als gij aldaarH8033 in de stadH5892komtH935, zoH3651 zult gij ontmoetenH6293 een hoopH2256profetenH5030, van de hoogteH1116afkomendeH3381, en voor hun aangezichtenH6440luitenH5035, en trommelenH8596, en pijpenH2485, en harpenH3658, en zijH1992 zullen profeterenH5012.Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.
KJVAfter1that thou shalt come3to the hill4of God,5where is the garrison8of the Philistines:9and it shall come to pass, when thou art come thither11to the city,13that thou shalt meet14a company15of prophets16coming down17from the high place18with a psaltery,20and a tabret,21and a pipe,22and a harp,23before19them; and they shall prophesy:25
1אַ֣חַרH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2כֵּ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3תָּבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4גִּבְעַ֣תH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill5הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8נְצִבֵ֣יH5333bezettingen, bezetting, bestelmeestergarrison, officer, pillar9פְלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10וִיהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כְבֹאֲךָ֨H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12שָׁ֜םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13הָעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14וּפָגַעְתָּ֞H6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run15חֶ֤בֶלH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling16נְבִיאִים֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17יֹרְדִ֣יםH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down18מֵֽהַבָּמָ֔הH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave19וְלִפְנֵיהֶ֞םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20נֵ֤בֶלH5035luiten, luit, flessenbottle, pitcher, psaltery, vessel, viol21וְתֹף֙H8596trommelen, trommeltabret, timbrel22וְחָלִ֣ילH2485pijpen, fluitenpipe23וְכִנּ֔וֹרH3658harp, harpenharp24וְהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye25מִֽתְנַבְּאִֽיםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet
6En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de GeestH7307 des HEERENH3068 zal vaardigH6743 worden overH5921 u, en gij zult metH5973 hen profeterenH5012; en gij zult in een anderen manH376veranderdH2015 worden.En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
KJVAnd the Spirit3of the LORD4will come1upon thee, and thou shalt prophesy5with them, and shalt be turned7into another9man.8
1וְצָלְחָ֤הH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)2עָלֶ֨יךָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וְהִתְנַבִּ֖יתָH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet6עִמָּ֑םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7וְנֶהְפַּכְתָּ֖H2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)8לְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אַחֵֽרH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
7En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het zal geschiedenH1961, alsH3588 u dezeH428tekenenH226 zullen komenH935, doeH6213 gij, watH834 uw handH3027vindenH4672 zal, wantH3588GodH430 zal metH5973 u zijn.En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.
KJVAnd let it be, when these signs4are come3unto thee, that thou do7as occasion10serve11thee; for God13is with thee.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תָבֹ֛אנָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הָאֹת֥וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token5הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6לָ֑ךְ7עֲשֵׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לְךָ֙9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10תִּמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11יָדֶ֔ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
8Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Gij nu zult voor mijn aangezichtH6440afgaanH3381naarH413GilgalH1537, en zieH2009, ikH595 zal tot u afkomenH3381, om brandofferenH5930 te offeren, om te offeren offerandenH2077 der dankzeggingH8002; zevenH7651dagenH3117 zult gij daar beidenH3176, totdatH5704 ik tot u komeH935, en u bekendH3045 make, watH834 gij doenH6213 zult.Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.
Ook in dit vers
offerenH2076
offerenH5927
KJVAnd thou shalt go down1before2me to Gilgal;3and, behold, I will come down6unto thee, to offer8burnt offerings,9and to sacrifice10sacrifices11of peace offerings:12seven13days14shalt thou tarry,15till I come17to thee, and shew19thee what thou shalt do.23
1וְיָרַדְתָּ֣H3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2לְפָנַי֮H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הַגִּלְגָּל֒H1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)4וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see5אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which6יֹרֵ֣דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לְהַעֲל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עֹל֔וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10לִזְבֹּ֖חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay11זִבְחֵ֣יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice12שְׁלָמִ֑יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering13שִׁבְעַ֨תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14יָמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15תּוֹחֵל֙H3176hopen, gehoopt, hope(cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17בּוֹאִ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19וְהוֹדַעְתִּ֣יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20לְךָ֔21אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23תַּעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
9Het geschiedde nu, toen hij zijn schouder keerde, om van Samuel te gaan, veranderde God hem het hart in een ander; en al die tekenen kwamen ten zelven dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Het geschiedde nu, toen hij zijn schouderH7926keerdeH6437, om van SamuelH8050 te gaanH3212, veranderdeH2015GodH430 hem het hartH3820 in een anderH312; en alH3605dieH428tekenenH226kwamenH935 ten zelvenH1931dageH3117.Het geschiedde nu, toen hij zijn schouder keerde, om van Samuel te gaan, veranderde God hem het hart in een ander; en al die tekenen kwamen ten zelven dage.
KJVAnd it was so, that when he had turned2his back3to go4from Samuel,6God9gave7him another11heart:10and all those signs14came12to pass that day.16
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּהַפְנֹת֤וֹH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)3שִׁכְמוֹ֙H7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder4לָלֶ֨כֶת֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5מֵעִ֣םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel7וַיַּהֲפָךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)8ל֥וֹ9אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11אַחֵ֑רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12וַיָּבֹ֛אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָאֹת֥וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token15הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)16בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
10Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zij daarH8033 aan den heuvelH1389kwamenH935, zieH2009, zo kwam hem een hoopH2256profetenH5030tegemoetH7125; en de GeestH7307 des HEERENH430 werd vaardigH6743overH5921 hem, en hij profeteerdeH5012 in het middenH8432 van hen.Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.
KJVAnd when they came1thither to the hill,3behold, a company5of prophets6methim; and the Spirit10of God11came8upon him, and he prophesied12among13them.
1וַיָּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3הַגִּבְעָ֔תָהH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill4וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see5חֶֽבֶלH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling6נְבִאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7לִקְרָאת֑וֹH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet8וַתִּצְלַ֤חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)9עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וַיִּתְנַבֵּ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet13בְּתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te vorenH865gekendH3045 had, zagH7200, dat hij, zietH2009, profeteerdeH5012metH5973 de profetenH5030, zo zeideH559 het volkH5971, een ieder totH413 zijn metgezelH7453: WatH4100 is ditH2088, dat den zoonH1121 van KisH7027geschiedH1961 is? Is SaulH7586ookH1571 onder de profetenH5030?En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?
KJVAnd it came to pass, when all that knew3him beforetime4saw6that, behold, he prophesied10among the prophets,9then the people12said11one13to another,15What is this that is come unto the son19of Kish?20Is Saul22also among the prophets?23
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יֽוֹדְעוֹ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4מֵאִתְּמ֣וֹלH865gisteren, voren, eertijds[phrase] before (that) time, [phrase] heretofore, of late (old), [phrase] times past, yester(day)5שִׁלְשׁ֔וֹםH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past6וַיִּרְא֕וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9נְבִאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10נִבָּ֑אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet11וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15רֵעֵ֗הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other16מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why17זֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19לְבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20קִ֔ישׁH7027Kis, broedersKish21הֲגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea22שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul23בַּנְּבִיאִֽיםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
12Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen antwoorddeH6030 een manH376 van daarH8033, en zeideH559: WieH4310 is toch hun vaderH1? DaaromH3651 is het tot een spreekwoordH4912 geworden: Is SaulH7586ookH1571 onder de profetenH5030?Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?
KJVAnd one2of the same place answered1and said,4But who is their father?6Therefore it became a proverb,10Is Saul12also among the prophets?13
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִשָּׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5וּמִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6אֲבִיהֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כֵּן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9הָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְמָשָׁ֔לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb11הֲגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea12שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul13בַּנְּבִאִֽיםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
13Toen hij nu voleind had te profeteren, zo kwam hij op de hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen hij nu voleindH3615 had te profeterenH5012, zo kwamH935 hij op de hoogteH1116.Toen hij nu voleind had te profeteren, zo kwam hij op de hoogte.
KJVAnd when he had made an end1of prophesying,2he came3to the high place.4
1וַיְכַל֙H3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2מֵֽהִתְנַבּ֔וֹתH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet3וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הַבָּמָֽהH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave
14En Sauls oom zeide tot hem en tot zijn jongen: Waar zijt gijlieden heengegaan? Hij nu zeide: Om de ezelinnen te zoeken; toen wij zagen, dat zij er niet waren, zo kwamen wij tot Samuel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En SaulsH7586oomH1730zeideH559totH413 hem en totH413 zijn jongenH5288: Waar zijt gijlieden heengegaanH1980? Hij nu zeideH559: Om de ezelinnenH860 te zoekenH1245; toen wij zagenH7200, datH3588 zij er nietH369 waren, zo kwamenH935 wij totH413SamuelH8050.En Sauls oom zeide tot hem en tot zijn jongen: Waar zijt gijlieden heengegaan? Hij nu zeide: Om de ezelinnen te zoeken; toen wij zagen, dat zij er niet waren, zo kwamen wij tot Samuel.
KJVAnd Saul's3uncle2said1unto him and to his servant,6Whither7went8ye? And he said,9To seek10the asses:12and when we saw13that they were no where,15we came16to Samuel.18
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2דּ֨וֹדH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle3שָׁא֥וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul4אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5וְאֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6נַעֲר֖וֹH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7אָ֣ןH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)8הֲלַכְתֶּ֑םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לְבַקֵּשׁ֙H1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָ֣אֲתֹנ֔וֹתH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass13וַנִּרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14כִיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אַ֔יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16וַנָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18שְׁמוּאֵֽלH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel
15Toen zeide Sauls oom: Geef mij toch te kennen, wat heeft Samuel ulieden gezegd?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559SaulsH7586oomH1730: GeefH5046 mij tochH4994 te kennenH5046, watH4100 heeft SamuelH8050 ulieden gezegdH559?Toen zeide Sauls oom: Geef mij toch te kennen, wat heeft Samuel ulieden gezegd?
KJVAnd Saul's3uncle2said,1Tell4me, I pray thee, what Samuel10said8unto you.
16Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16SaulH7586 nu zeideH559totH413 zijn oomH1730: Hij heeft ons voorzekerH5046 te kennenH5046 gegeven, dat de ezelinnenH860gevondenH4672 waren; maarH3588 de zaakH1697 des koninkrijksH4410, waarvan SamuelH8050gezegdH559 had, gaf hij hem nietH3808 te kennenH5046.Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.
KJVAnd Saul2said1unto his uncle,4He told5us plainly6that the asses10were found.9But of the matter12of the kingdom,13whereof Samuel19spake,18he told15him not.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4דּוֹד֔וֹH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle5הַגֵּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter6הִגִּיד֙H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7לָ֔נוּ8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9נִמְצְא֖וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10הָאֲתֹנ֑וֹתH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דְּבַ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13הַמְּלוּכָה֙H4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter16ל֔וֹ17אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19שְׁמוּאֵֽלH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel
17Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Doch SamuelH8050riepH6817 het volkH5971 te zamen totH413 den HEEREH3068, te MizpaH4709.Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.
KJVAnd Samuel2called1the people4together unto the LORD6to Mizpeh;7
1וַיַּצְעֵ֤קH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)2שְׁמוּאֵל֙H8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7הַמִּצְפָּֽהH4709MizpaMitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.)
18En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En hij zeideH559totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478: AlzoH3541 heeft de HEEREH3068, de GodH430IsraelH3478, gesprokenH559: IkH595 heb Israel uit EgypteH4714opgebrachtH5927, en Ik heb ulieden van de handH3027 der EgyptenarenH4714geredH5337, en van de handH3027 van alleH3605koninkrijkenH4467, die u onderdruktenH3905.En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten.
Ook in dit vers
IsraelsH3478
KJVAnd said1unto the children3of Israel,4Thus saith6the LORD7God8of Israel,9I brought up11Israel13out of Egypt,14and delivered15you out of the hand17of the Egyptians,18and out of the hand19of all kingdoms,21and of them that oppressed22you:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which11הֶעֱלֵ֥יתִיH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15וָאַצִּ֤ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)16אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19וּמִיַּד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַמַּמְלָכ֔וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal22הַלֹּחֲצִ֖יםH3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self23אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
19Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19MaarH3588 gijlieden hebt hedenH3117 uw GodH430verworpenH3988, Die u uit alH3605 uw ellendenH7451 en uw nodenH6869verlostH3467 heeft, en hebt tot Hem gezegdH559: ZetH7760 een koningH4428overH5921 ons; nu dan, steltH3320 u voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, naar uw stammenH7626 en naar uw duizendenH505.Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.
KJVAnd ye have this day2rejected3your God,5who himself saved8you out of all your adversities11and your tribulations;12and ye have said13unto him, Nay, but set17a king16over us. Now therefore present20yourselves before21the LORD22by your tribes,23and by your thousands.24
1וְאַתֶּ֨םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2הַיּ֜וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3מְאַסְתֶּ֣םH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֱלֹהֵיכֶ֗םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8מוֹשִׁ֣יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory9לָכֶם֮10מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11רָעוֹתֵיכֶ֣םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12וְצָרֹֽתֵיכֶם֒H6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble13וַתֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14ל֔וֹ15כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17תָּשִׂ֣יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work18עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas20הִֽתְיַצְּבוּ֙H3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)21לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23לְשִׁבְטֵיכֶ֖םH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe24וּלְאַלְפֵיכֶֽםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
20Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen nu SamuelH8050alH3605 de stammenH7626 van IsraelH3478 had doen naderenH7126, zo is de stamH7626 van BenjaminH1144geraaktH3920.Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt.
KJVAnd when Samuel2had caused all the tribes5of Israel6to come near,1the tribe8of Benjamin9was taken.7
1וַיַּקְרֵ֣בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe6יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַיִּלָּכֵ֖דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take8שֵׁ֥בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe9בִּנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
21Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt. En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen hij den stamH7626 van BenjaminH1144 deed aankomenH7126 naar zijn geslachtenH4940, zo werd het geslachtH4940 van MatriH4309geraaktH3920; en SaulH7586, de zoonH1121 van KisH7027, werd geraaktH3920. En zij zochtenH1245 hem, maar hij werd nietH3808gevondenH4672.Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt. En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden.
KJVWhen he had caused the tribe3of Benjamin4to come near1by their families,5the family7of Matri8was taken,6and Saul10the son11of Kish12was taken:9and when they sought13him, he could not be found.15
1וַיַּקְרֵ֞בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֵׁ֤בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe4בִּנְיָמִן֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin5לְמִשְׁפְּחֹתָ֔יוH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6וַתִּלָּכֵ֖דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take7מִשְׁפַּ֣חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8הַמַּטְרִ֑יH4309MatriMatri9וַיִּלָּכֵד֙H3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take10שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12קִ֔ישׁH7027Kis, broedersKish13וַיְבַקְשֻׁ֖הוּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נִמְצָֽאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
22Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen vraagdenH7592 zij verder den HEEREH3068, of die manH376nogH5750 derwaarts komenH935 zou? De HEEREH3068 dan zeideH559: ZietH2009, hijH1931 heeft zich tussen de vatenH3627verstokenH2244.Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
KJVTherefore they enquired1of the LORD3further, if the man7should yet come4thither.6And the LORD9answered,8Behold, he hath hid12himself among the stuff.14
1וַיִּשְׁאֲלוּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish2עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הֲבָ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6הֲלֹ֣םH1988hierhere, hither(-(to)), thither7אִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see11ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12נֶחְבָּ֖אH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַכֵּלִֽיםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
23Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij nu liepenH7323, en namenH3947 hem van daarH8033, en hij steldeH3320 zich in het middenH8432 des volksH5971; en hij was hogerH1361 dan alH3605 het volkH5971, van zijn schouderH7926 en opwaartsH4605.Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts.
KJVAnd they ran1and fetched2him thence: and when he stood4among5the people,6he was higher7than any of the people9from his shoulders10and upward.11
1וַיָּרֻ֨צוּ֙H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post2וַיִּקָּחֻ֣הוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3מִשָּׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4וַיִּתְיַצֵּ֖בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַיִּגְבַּהּ֙H1361hoger, hoog, verheffenexalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward8מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10מִשִּׁכְמ֖וֹH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder11וָמָֽעְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
24Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen zeideH559SamuelH8050totH413 het ganseH3605volkH5971: ZietH7200 gij, dienH834 de HEEREH3068verkorenH977 heeft? WantH3588 gelijk hij, is er niemandH369 onder het ganseH3605volkH5971. Toen juichteH7321 het ganseH3605volkH5971, en zij zeidenH559: de koningH4428leveH2421!Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!
KJVAnd Samuel2said1to all the people,5See6ye him whom the LORD10hath chosen,8that there is none like him among all the people?15And all the people18shouted,16and said,19God save20the king.21
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמוּאֵ֜לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הַרְּאִיתֶם֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בָּֽחַרH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require9בּ֣וֹ10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13כָּמֹ֖הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth14בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16וַיָּרִ֧עוּH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph17כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20יְחִ֥יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole21הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
25Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25SamuelH8050 nu sprakH1696totH413 het volkH5971 het rechtH4941 des koninkrijksH4410, en schreefH3789 het in een boekH5612, en legde het voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. Toen lietH7971SamuelH8050 het ganseH3605volkH5971 gaan, elk naar zijn huisH1004.Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.
Ook in dit vers
leideH3240
KJVThen Samuel2told1the people4the manner6of the kingdom,7and wrote8it in a book,9and laid it up10before11the LORD.12And Samuel14sent13➔ all the people17away,every man18to his house.19
1וַיְדַבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2שְׁמוּאֵ֜לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7הַמְּלֻכָ֔הH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal8וַיִּכְתֹּ֣בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9בַּסֵּ֔פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10וַיַּנַּ֖חH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)11לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וַיְשַׁלַּ֧חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14שְׁמוּאֵ֛לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19לְבֵיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
26En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En SaulH7586gingH1980ookH1571 naar zijn huisH1004 te GibeaH1390, en van het heirH2428gingenH3212metH5973 hem, welker hartH3820GodH430geroerdH5060 had.En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.
KJVAnd Saul2also went3home4to Gibeah;5and there went6with him a band of men,8whose hearts12God11had touched.10
1וְגַ֨םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3הָלַ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4לְבֵית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5גִּבְעָ֑תָהH1390Gibea, Gibea-benjamins, heuvelGibeah, the hill6וַיֵּלְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8הַחַ֕יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נָגַ֥עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch11אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12בְּלִבָּֽםH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
27Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Doch de kinderenH1121BelialsH1100zeidenH559: WatH4100 zou ons dezeH2088verlossenH3467? en zij verachttenH959 hem, en brachtenH935 hem geenH3808geschenkH4503. Doch hij wasH1961 als doofH2790.Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.
KJVBut the children1of Belial2said,3How shall this man save5us? And they despised7him, and brought9him no presents.11But he held his peace.13
1וּבְנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2בְלִיַּ֣עַלH1100Belials, Belialsstuk, BelialBelial, evil, naughty, ungodly (men), wicked3אָמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5יֹּשִׁעֵ֨נוּ֙H3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory6זֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7וַיִּבְזֻ֕הוּH959veracht, verachtte, verachtendespise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הֵבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10ל֖וֹ11מִנְחָ֑הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice12וַיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13כְּמַחֲרִֽישׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 10:1— Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?1 Samuël 16:13→Psalmen 78:71→Deuteronomium 32:9→Psalmen 2:12→1 Samuël 9:16→2 Samuël 19:39→1 Samuël 2:10→Jozua 5:14→
1 Samuël 10:2— Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?1 Samuël 9:3→Genesis 35:19→Jozua 18:28→1 Samuël 10:16→Jeremia 31:15→
1 Samuël 10:3— Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.Genesis 28:22→Genesis 35:1→Genesis 35:3→Genesis 28:19→Leviticus 23:13→Richteren 4:12→Numeri 15:5→Leviticus 3:6→
1 Samuël 10:4— En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.Richteren 18:15→
1 Samuël 10:5— Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.1 Samuël 13:3→1 Samuël 19:20→2 Koningen 3:15→1 Samuël 10:10→1 Kronieken 25:1→2 Koningen 2:3→2 Koningen 2:5→2 Koningen 2:15→
1 Samuël 10:6— En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.1 Samuël 10:10→1 Samuël 19:23→Numeri 11:25→Richteren 14:6→Richteren 3:10→1 Samuël 16:13→Mattheüs 7:22→
1 Samuël 10:7— En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.Richteren 6:12→Jozua 1:5→Lukas 2:12→Exodus 4:8→Jesaja 7:14→Mattheüs 28:20→Prediker 9:10→Hebreeën 13:5→
1 Samuël 10:8— Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.1 Samuël 11:14→1 Samuël 13:4→1 Samuël 15:33→1 Samuël 13:8→
1 Samuël 10:9— Het geschiedde nu, toen hij zijn schouder keerde, om van Samuel te gaan, veranderde God hem het hart in een ander; en al die tekenen kwamen ten zelven dage.Richteren 6:36→Richteren 7:11→Jesaja 38:7→Richteren 6:21→Markus 14:16→1 Samuël 10:2→
1 Samuël 10:10— Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.1 Samuël 10:5→1 Samuël 19:20→
1 Samuël 10:11— En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?Johannes 7:15→1 Samuël 19:24→Mattheüs 13:54→Handelingen 2:7→Johannes 9:8→Handelingen 3:10→Handelingen 4:13→Handelingen 9:21→
1 Samuël 10:12— Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?Jesaja 54:13→Johannes 6:45→Johannes 7:16→Jakobus 1:17→
1 Samuël 10:14— En Sauls oom zeide tot hem en tot zijn jongen: Waar zijt gijlieden heengegaan? Hij nu zeide: Om de ezelinnen te zoeken; toen wij zagen, dat zij er niet waren, zo kwamen wij tot Samuel.1 Samuël 14:50→1 Samuël 9:3→2 Koningen 5:25→
1 Samuël 10:16— Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.1 Samuël 9:20→Spreuken 29:11→Exodus 4:18→1 Samuël 9:27→Richteren 14:6→
1 Samuël 10:17— Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.Richteren 20:1→1 Samuël 7:5→
1 Samuël 10:18— En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten.Richteren 6:8→Nehemia 9:9→Richteren 2:1→Nehemia 9:27→
1 Samuël 10:19— Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.1 Samuël 12:12→Jozua 24:1→1 Samuël 8:19→Jozua 7:14→1 Samuël 12:17→Micha 5:2→Numeri 17:2→1 Samuël 8:6→
1 Samuël 10:20— Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt.Jozua 7:16→1 Samuël 14:41→Handelingen 1:24→
1 Samuël 10:22— Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.Numeri 27:21→1 Samuël 23:11→Richteren 20:28→1 Samuël 15:17→1 Samuël 23:2→Richteren 20:23→1 Samuël 9:21→Lukas 14:11→
1 Samuël 10:23— Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts.1 Samuël 9:2→1 Samuël 16:7→1 Samuël 17:4→
1 Samuël 10:24— Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!1 Koningen 1:25→1 Koningen 1:39→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 17:15→2 Koningen 11:12→1 Koningen 1:21→Mattheüs 21:9→1 Koningen 1:34→
1 Samuël 10:25— Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.Deuteronomium 17:14→1 Samuël 8:11→Ezechiël 45:9→Ezechiël 46:16→Romeinen 13:1→Titus 3:1→1 Petrus 2:13→1 Timotheüs 2:2→
1 Samuël 10:26— En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.1 Samuël 11:4→1 Samuël 15:34→2 Samuël 21:6→Handelingen 13:48→Psalmen 110:3→Ezra 1:5→Richteren 19:12→Jozua 18:28→
1 Samuël 10:27— Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.Deuteronomium 13:13→2 Kronieken 17:5→1 Koningen 10:25→1 Samuël 2:12→2 Samuël 20:1→1 Samuël 11:12→Jesaja 36:21→Handelingen 7:51→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 10 vers 1— Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
oliekruik,
Of, olieflesje, olievaatje. Onder, 1 Sam. 16:13, waar van de zalving van David gesproken wordt, staat oliehoorn. Saul en Jehu [ 2 Kon. 9:1, 2 Kon. 9:3 ] zijn uit een oliekruik gezalfd geworden, maar David uit een hoorn.
Hertaald:oliekruik,
Of: olieflesje, oliepotje. Hieronder, 1 Sam. 16:13, waar over de zalving van David gesproken wordt, staat oliehoorn. Saul en Jehu [2 Kon. 9:1, 2 Kon. 9:3] zijn uit een oliekruik gezalfd, maar David uit een hoorn.
goot ze uit op zijn hoofd,
Er zijn in het Oude Testament drieërlei personen met zalving in hun ambten ingehuldigd geworden, hogepriesters, koningen en profeten.
Hertaald:goot ze uit op zijn hoofd,
Er zijn in het Oude Testament drie soorten personen met een zalving in hun ambt ingehuldigd: hogepriesters, koningen en profeten.
kuste hem,
Tot een teken van onderdanigheid, hem alzo erkennende voor zijn heer, dewijl hem God tot het koninklijke ambt geroepen had. Zie dergelijk exempel 1 Kon. 19:18, en vergelijk Ps. 2:12.
Hertaald:kuste hem,
Tot een teken van onderdanigheid, waarmee hij hem als zijn heer erkende, omdat God hem tot het koninklijke ambt geroepen had. Zie zo'n voorbeeld 1 Kon. 19:18, en vergelijk Ps. 2:12.
over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
Dat is, over zijn volk van Israël, hetwelk Hij zich tot een erfdeel uit alle natiën heeft verkoren; Deut. 9:26, en Deut. 32:9.
Hertaald:over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
Dat is: over Zijn volk van Israël, dat Hij Zich uit alle volken tot een erfdeel heeft uitgekozen; Deut. 9:26, en Deut. 32:9.
1 Samuël 10 vers 2— Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
graf van Rachel,
Dit graf was bij Bethlehem Juda, gelijk te zien is Gen. 35:19-20, doch strekte die landpale aldaar aan de landpale van den stam Benjamins.
Hertaald:graf van Rachel,
Dit graf lag bij Bethlehem-Juda, zoals te zien is in Gen. 35:19-20, maar de grens reikte daar tot aan de grens van de stam Benjamin.
Zelzah;
Dit is de naam van een plaats, die nergens meer dan hier gevonden wordt, en betekent zoveel als een schone schaduw.
Hertaald:Zelzah;
Dit is de naam van een plaats die nergens anders dan hier gevonden wordt, en betekent zoveel als een mooie schaduw.
1 Samuël 10 vers 3— Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.
Elon-thabor,
Anders, het vlakke veld Thabors, of, aan den elk Thabbors. Er zijn verscheidene plaatsen Thabor genoemd.
Hertaald:Elon-thabor,
Anders: het vlakke veld van Thabor, of: bij de eik van Thabor. Er zijn verschillende plaatsen die Thabor genoemd worden.
Beth-el; een,
Sommigen zetten het over: in het huis Gods; te weten, te Kiriath-Jearim, gelijk boven, 1 Sam. 7:1-2, 1 Sam. 7:16, waar de ark in dien tijd was.
Hertaald:Beth-el; een,
Sommigen vertalen het: in het huis van God; namelijk: te Kiriath-Jearim, zoals hierboven, 1 Sam. 7:1-2, 1 Sam. 7:16, waar de ark in die tijd was.
1 Samuël 10 vers 4— En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.
naar uw welstand vragen,
Zie Gen. 43:27.
Hertaald:naar uw welstand vragen,
Zie Gen. 43:27.
1 Samuël 10 vers 5— Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.
op den heuvel Gods,
Dit is een hoogte geweest bij de stad Gibea, waar een school was van jonge profeten. In de stad zelve hadden de Filistijnen hun bezetting, gelijk straks volgt. Anders, te Gibea Gods
Hertaald:op den heuvel Gods,
Dit is een hoogte geweest bij de stad Gibea, waar een school van jonge profeten was. In de stad zelf hadden de Filistijnen hun garnizoen, zoals verderop volgt. Anders: te Gibea van God.
bezettingen zijn;
Dat is, garnizoen, de wacht houdende, gelijk onder, 1 Sam. 13:3.
Hertaald:bezettingen zijn;
Dat is: garnizoen, dat de wacht hield, zoals hieronder, 1 Sam. 13:3.
hoop profeten,
Hebreeuws, een zeel, of, snoer; dat is, een hoop mannen, die in orde gaan en als een linie, of koord trekken; en alzo vs.10.
Hertaald:hoop profeten,
Hebreeuws: een koord, of snoer; dat is: een groep mannen die in rijen lopen en als een lijn of koord trekken; zo ook in vers 10.
luiten, trommelen, pijpen, harpen
Met deze muziekinstrumenten verkwikten zij zich en verwekten hun geest om te profeteren. Zie een dergelijk exempel 2 Kon. 3:15. In het Hebreeuws staan deze woorden in het eenvoudig getal.
Hertaald:luiten, trommelen, pijpen, harpen
Met deze muziekinstrumenten beurden zij zichzelf op en wekten zij hun geest op om te profeteren. Zie zo'n voorbeeld 2 Kon. 3:15. In het Hebreeuws staan deze woorden in het enkelvoud.
profeteren
Dat is, van hemelse, goddelijke, heilige, stichtelijke dingen spreken en zingen.
Hertaald:profeteren
Dat is: over hemelse, goddelijke, heilige, stichtelijke dingen spreken en zingen.
1 Samuël 10 vers 6— En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
gij zult met hen profeteren;
Dat is, gij zult een tijdlang de gave der profetie hebben. Zie Num. 11:25.
Hertaald:gij zult met hen profeteren;
Dat is: u zult een tijdlang de gave van de profetie hebben. Zie Num. 11:25.
gij zult in een anderen man veranderd worden
Dat is, gij zult het hart van een kloeken, verstandigen held krijgen, om te regeren en krijg te voeren, gelijk het een koning betaamt.
Hertaald:gij zult in een anderen man veranderd worden
Dat is: u zult het hart van een dappere, verstandige held krijgen, om te regeren en oorlog te voeren, zoals het een koning past.
1 Samuël 10 vers 7— En het zal geschieden, als u deze tekenen zullen komen, doe gij, wat uw hand vinden zal, want God zal met u zijn.
doe gij,
Dat is, al wat de nood en de gelegenheid vereist, wat gedaan moet worden ten beste van het land. Doe dat als een wijs en kloekmoedig koning. Dit heeft Saul gedaan, toen hij uitgetrokken is om te strijden tegen de Ammonieten 1Sa 11, en de Filistijnen, 1Sa 13. Aangaande de manier van spreken, zie Richt. 9:33.
Hertaald:doe gij,
Dat is: alles wat de nood en de gelegenheid vereist, wat gedaan moet worden ten beste van het land. Doe dat als een wijze en dappere koning. Dit heeft Saul gedaan toen hij uittrok om te strijden tegen de Ammonieten, 1 Sam. 11, en de Filistijnen, 1 Sam. 13. Zie over deze manier van spreken Richt. 9:33.
1 Samuël 10 vers 8— Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.
naar Gilgal,
Versta, doch eerst naar Mizpa, gelijk te zien is vs.17, en 1 Sam. 11:14. Te Mizpa is Saul door het lot tot koning verkoren; doch te Gilgal is hij bevestigd geworden.
Hertaald:naar Gilgal,
Versta: maar eerst naar Mizpa, zoals te zien is in vers 17, en 1 Sam. 11:14. Te Mizpa is Saul door het lot tot koning gekozen; maar te Gilgal is hij bevestigd.
om te offeren offeranden der dankzegging;
Zie onder, 1 Sam. 23:8.
Hertaald:om te offeren offeranden der dankzegging;
Zie hieronder, 1 Sam. 23:8.
1 Samuël 10 vers 9— Het geschiedde nu, toen hij zijn schouder keerde, om van Samuel te gaan, veranderde God hem het hart in een ander; en al die tekenen kwamen ten zelven dage.
schouder keerde,
Dat is, rug.
Hertaald:schouder keerde,
Dat is: rug.
1 Samuël 10 vers 10— Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.
zij daar aan den heuvel kwamen,
Te weten, Saul en zijn jongen.
Hertaald:zij daar aan den heuvel kwamen,
Namelijk: Saul en zijn knecht.
profeten tegemoet;
Versta hier, door het woord profeten, de discipelen der profeten die zich oefenden en studeerden in de Heilige Schrift.
Hertaald:profeten tegemoet;
Versta hier, met het woord profeten, de discipelen van de profeten die zich oefenden en studeerden in de Heilige Schrift.
1 Samuël 10 vers 11— En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?
van te voren gekend had,
Hebreeuws, van gisteren, eergisteren
Hertaald:van te voren gekend had,
Hebreeuws: van gisteren, eergisteren.
een ieder tot zijn metgezel
Dat is, de een tot den ander.
Hertaald:een ieder tot zijn metgezel
Dat is: de één tot de ander.
1 Samuël 10 vers 12— Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?
een man van daar,
Vermoedelijk een uit het getal van die profeten.
Hertaald:een man van daar,
Vermoedelijk iemand uit het aantal van die profeten.
Wie is toch hun vader?
Alsof hij zeide: Even diezelfde God en Vader, die den anderen den Geest der profetie gegeven heeft, die is machtig dien ook Saul te geven. Eenigen nemen hier het woord vader voor leermeester; gelijk de discipelen der profeten genoemd worden zonen der profeten. Sommigen nemen het alzo: Wie is hunlieder vader? dat is, de anderen hebben zowel ongeleerde vaders als Saul, maar dit is een werk Gods.
Hertaald:Wie is toch hun vader?
Alsof hij zei: diezelfde God en Vader die de anderen de Geest van de profetie gegeven heeft, is ook machtig om die aan Saul te geven. Sommigen nemen hier het woord vader voor leermeester; zoals de discipelen van de profeten zonen van de profeten genoemd worden. Anderen vatten het zo op: wie is hun vader? Dat is: de anderen hebben net zulke ongeleerde vaders als Saul, maar dit is een werk van God.
Is Saul ook onder de profeten?
Dit spreekwoord gebruikt men wanneer men van iemand spreekt, die onverhoeds en onverwachts iets voortreffelijks, of iets bijzonders doet.
Hertaald:Is Saul ook onder de profeten?
Dit spreekwoord gebruikt men wanneer men over iemand spreekt die onverwacht en onvoorzien iets voortreffelijks of iets bijzonders doet.
1 Samuël 10 vers 13— Toen hij nu voleind had te profeteren, zo kwam hij op de hoogte.
op de hoogte
Te weten, in de school of synagoge, die op den heuvel Gods was, vs.5.
Hertaald:op de hoogte
Namelijk: in de school of synagoge die op de heuvel van God was, vers 5.
1 Samuël 10 vers 16— Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.
voorzeker te kennen gegeven,
Hebreeuws, te kennen gevende, te kennen gegeven
Hertaald:voorzeker te kennen gegeven,
Hebreeuws: te kennen gevende, te kennen gegeven.
gaf hij hem niet te kennen
Het schijnt dat Samuël hem zulks verboden had; en opdat het te geheimer blijven zou, had Samuël gezegd dat Saul zijn jongen zou doen vertrekken, 1 Sam. 9:27.
Hertaald:gaf hij hem niet te kennen
Het lijkt erop dat Samuël hem dat verboden had; en opdat het des te geheimer zou blijven, had Samuël gezegd dat Saul zijn knecht weg zou laten gaan, 1 Sam. 9:27.
1 Samuël 10 vers 17— Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.
tot den HEERE,
Te weten, om als voor den Heere, in de vergadering van Gods volk te verschijnen, tot verkiezing en bevestiging van een koning, of, naar sommiger mening, voor de ark des verbonds, vanwaar God de Heere antwoord gaf. Om deze zaak zou de ark daar gebracht zijn, doch hierna te Gilgal, gelijk af te nemen is onder, 1 Sam. 11:15.
Hertaald:tot den HEERE,
Namelijk: om als voor de HEERE, in de vergadering van Gods volk te verschijnen, voor de verkiezing en bevestiging van een koning, of, naar de mening van sommigen, voor de ark van het verbond, vanwaar God de HEERE antwoord gaf. Voor deze zaak zou de ark daarheen gebracht zijn, maar later naar Gilgal, zoals af te leiden is uit hieronder, 1 Sam. 11:15.
1 Samuël 10 vers 19— Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.
ellenden en uw noden
Hebreeuws, kwaden
Hertaald:ellenden en uw noden
Hebreeuws: kwaden.
tot Hem gezegd
Dat is, tot mij, die zijn profeet ben. Zie boven, 1 Sam. 8:19, en onder, 1 Sam. 12:12.
Hertaald:tot Hem gezegd
Dat is: tot mij, die Zijn profeet ben. Zie hierboven, 1 Sam. 8:19, en hieronder, 1 Sam. 12:12.
naar uw duizenden
De stammen der Israëlieten werden in zekere hopen, elk van duizend man, afgedeeld, gelijk Mi. 5:1 en elders te zien is.
Hertaald:naar uw duizenden
De stammen van de Israëlieten werden ingedeeld in bepaalde groepen, elk van duizend man, zoals te zien is in Micha 5:1 en elders.
1 Samuël 10 vers 20— Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt.
had doen naderen,
Te weten, om het lot te werpen. Zie dergelijk exempel Joz. 7:14. Eer zij het lot wierpen, baden zij den Heere, vs.22; Hand. 1:24.
Hertaald:had doen naderen,
Namelijk: om het lot te werpen. Zie zo'n voorbeeld Joz. 7:14. Voordat zij het lot wierpen, baden zij tot de HEERE, vers 22; Hand. 1:24.
geraakt
Te weten, met het lot. Hebreeuws, gevat, getroffen; dat is, het lot viel op den stam van Benjamin, waarmede God de Heere wilde te kennen geven dat het een onder de huisgezinnen van dien stam was, welken Hij tot koning wilde zetten.
Hertaald:geraakt
Namelijk: met het lot. Hebreeuws: gevat, getroffen; dat is: het lot viel op de stam van Benjamin, waarmee God de HEERE wilde aangeven dat het een van de families van die stam was die Hij tot koning wilde aanstellen.
1 Samuël 10 vers 22— Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
vaten verstoken
Dat is, onder de bagage des volks.
Hertaald:vaten verstoken
Dat is: onder de bagage van het volk.
1 Samuël 10 vers 24— Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!
het ganse volk,
Het grootste deel des volks; want daar waren er enigen, die hem verachtten, gelijk te zien is vs.27.
Hertaald:het ganse volk,
Het grootste deel van het volk; want er waren er ook enkelen die hem verachtten, zoals te zien is in vers 27.
koning leve
Zie 1 Kon. 1:25.
Hertaald:koning leve
Zie 1 Kon. 1:25.
1 Samuël 10 vers 25— Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.
het recht des koninkrijks,
Versta dit niet van de wijze, manier, of gewoonte van doen, die de koningen onwettiglijk somwijlen aannemen, [gelijk het Hebreeuwse woord genomen is boven 1 Sam. 8:9, 1 Sam. 8:11 ] , maar van de wetten, die Samuël door Gods ingeven stelde, aangaande de regering der koningen. Zie Deut. 17:18. Of van de ordonnantiën om zowel den koning als de onderzaten te leren, hoe zij zich tegen elkander gedragen zouden.
Hertaald:het recht des koninkrijks,
Versta dit niet als de wijze, manier, of gewoonte van doen die koningen soms onwettig aannemen, [zoals het Hebreeuwse woord hierboven in 1 Sam. 8:9, 1 Sam. 8:11 gebruikt werd], maar als de wetten die Samuël door Gods ingeving vaststelde aangaande de regering van de koningen. Zie Deut. 17:18. Of als de verordeningen om zowel de koning als de onderdanen te leren hoe zij zich tegenover elkaar zouden moeten gedragen.
in een boek,
Dit boek is niet meer voorhanden.
Hertaald:in een boek,
Dit boek is niet meer voorhanden.
voor het aangezicht des HEEREN
Dat is, voor den HEERE, die zijn tegenwoordigheid boven de ark openbaarde.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN
Dat is: voor de HEERE, Die Zijn tegenwoordigheid boven de ark openbaarde.
1 Samuël 10 vers 27— Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.
geen geschenk
Gelijk de onderdanen plachten te doen tot een teken van gehoorzaamheid en dat zij hem erkenden voor hun koning. Zie 2 Kron. 17:5;; Matt. 2:11.
Hertaald:geen geschenk
Zoals de onderdanen plachten te doen als teken van gehoorzaamheid en dat zij hem als hun koning erkenden. Zie 2 Kron. 17:5; Matt. 2:11.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Kis — boog, of: strik
Een vermogend Benjaminiet uit Gibea, zoon van Abiël, de vader van Saul. Toen zijn ezelinnen zoekraakten, zond hij zijn zoon Saul met een knecht op zoek, wat Saul uiteindelijk bij de profeet Samuël bracht, die hem tot koning zalfde (1 Sam. 9:1-3; 9:15-10:1).
Saul — gebeden, verzocht
De zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een opvallend lange en knappe jongeman. Terwijl hij de weggelopen ezelinnen van zijn vader zocht, kwam hij bij Samuël terecht, die door de HEERE al voorbereid was op zijn komst en hem tot de eerste koning van Israël zalfde (1 Sam. 9:1-2; 10:1). Ondanks een veelbelovend begin zou zijn regering eindigen in ongehoorzaamheid aan God en toenemende jaloezie op de jonge David.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gilgal — zie voor naam, ligging en de vroegere geschiedenis het artikel bij Jozua 3-4, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Zie het artikel bij Jozua 3-4.
Geschiedenis: Hier zou Saul, op Samuëls aanwijzing, zeven dagen wachten totdat de profeet zou komen om brandoffers te brengen en hem verder te onderrichten (1 Sam. 10:8) — een opdracht die Saul later, in zijn ongeduld, zou schenden en die tot zijn eerste ernstige verwijdering van de HEERE zou leiden (1 Sam. 13:8-14). Hier werd Sauls koningschap ook plechtig vernieuwd en bevestigd na zijn overwinning op de Ammonieten, met vreugdevolle dankoffers voor de HEERE (1 Sam. 11:14-15).
Bijbelse betekenis: Dezelfde plaats waar Israël ooit, bij de intocht onder Jozua, de smaad van Egypte van zich afgewenteld zag (Joz. 5:9), wordt nu het toneel van zowel de blijde bevestiging van Israëls eerste koning als, niet veel later, van diens eerste onbezonnen ongehoorzaamheid — een vroeg voorteken van de richting die Sauls koningschap zou inslaan.
Sauls omzwerving vóór zijn zalving — een verzamelartikel voor de plaatsen die Saul en zijn knecht doorkruisten op zoek naar Kis' verloren ezelinnen
Ligging: Verspreid over het bergland van Efraïm en Benjamin; geen van deze plaatsen is met zekerheid te identificeren.
Geschiedenis: Op zoek naar de weggelopen ezelinnen van zijn vader Kis doorkruisten Saul en zijn knecht het land Salisa, het land Saälim en het land van Jemini (Benjamin), voordat zij in het land Zuf bij de stad van de ziener Samuël aankwamen — waar Samuël Saul, geheel onverwacht voor hemzelf, in het geheim tot koning over Israël zalfde (1 Sam. 9:3-10:1).
Bijbelse betekenis: Een van de meest verrassende roepingsverhalen van de Schrift: Saul zocht niets meer dan verdwaalde ezelinnen, en vond, buiten alle eigen streven om, een koninkrijk — een treffend voorbeeld van hoe de HEERE, in Zijn voorzienigheid, gewone, alledaagse omstandigheden gebruikt om Zijn grote plannen te verwezenlijken.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Is Saul ook onder de profeten? (Sauls verandering en verberging) — nadat Samuel Saul in het geheim gezalfd heeft, wordt hij "in een anderen man veranderd" en profeteert onder een groep profeten, zodat het volk zich verwonderd afvraagt: "Is Saul ook onder de profeten?" (1 Sam. 10:9-12). Wanneer hij openlijk tot koning gekozen wordt, blijkt hij zich "tussen de vaten" verstoken te hebben (1 Sam. 10:22)
Samuel zalft Saul in het geheim met olie: "Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?" (1 Sam. 10:1). Hij geeft hem drie tekenen ter bevestiging, waarvan het laatste een ontmoeting is met een groep profeten: "de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden" (1 Sam. 10:2-6). Alle tekenen komen uit; "veranderde God hem het hart in een ander" (1 Sam. 10:9). Wie Saul van vroeger kende, ziet hem profeteren en vraagt verbaasd: "Is Saul ook onder de profeten?" — een vraag die tot spreekwoord wordt (1 Sam. 10:10-13). Aan zijn oom vertelt Saul alleen over de ezelinnen, niet over het koningschap (1 Sam. 10:14-16). Bij de openbare aanwijzing door het lot, te Mizpa, wordt Saul aangewezen — maar blijkt onvindbaar; de HEERE moet openbaren dat hij zich "tussen de vaten" (de bagage) verstoken heeft (1 Sam. 10:17-24). Het volk juicht: "de koning leve!" (1 Sam. 10:24). Sommige "kinderen Belials" verachten hem echter, en brengen hem geen geschenk — waarop Saul, opmerkelijk, zwijgt: "hij was als doof" (1 Sam. 10:26-27).
Bijbelse betekenis: Twee tekenen van dezelfde zaak: een innerlijke verandering (het profeteren, het nieuwe hart) en een uiterlijke terughoudendheid (het verbergen tussen de bagage, het zwijgen op de belediging). Beide tekenen een man die het koningschap niet zoekt maar ontvangt, en die aanvankelijk liever wegduikt dan zich naar voren dringt. Deze nederigheid aan het begin maakt zijn latere, hoogmoedige ongehoorzaamheid des te schrijnender: de Saul die zich tussen de vaten verstopte, is dezelfde Saul die later zijn eigen wil boven Samuels woord zal stellen.
Typologie: Petrus vat de les die uit dit begin te trekken is samen: "zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade" (1 Petr. 5:5). En Paulus wijst op hetzelfde patroon in de gemeente: "gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen" (1 Kor. 1:26, reeds mede behandeld bij Wijsheid der wereld en de dwaasheid der prediking) — God kiest, ook bij Saul, niet naar wat de wereld groot acht.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Hij heeft zich tussen de vaten verstoken — 10:1, 6-7, 21-24
Het koninkrijkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Israël heeft om een koning gevraagd, zoals al de volken. Samuël heeft gewaarschuwd wat dat kosten zal, en toch krijgt het volk zijn zin. Hier wordt de eerste koning gezalfd — nog in het verborgen, met een olieflesje.
De man die het volk zelf gekozen zou hebben, moet tussen de bagage vandaan gehaald worden.
**De zalving.** “Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem.” De kanttekening merkt op dat er in het Oude Testament drie soorten personen met olie in hun ambt bevestigd werden: hogepriesters, koningen en profeten. En zij ziet iets in het vaatwerk: Saul werd uit een kruik gezalfd, David later uit een hoorn.
**Wat hem beloofd wordt.** De Geest des HEEREN zal vaardig worden over hem, hij zal profeteren, en hij zal in een ander man veranderd worden. Er wordt hem niets onthouden.
**De aanwijzing in het openbaar.** Later wordt het lot geworpen, stam voor stam, geslacht voor geslacht — en de naam valt op Saul, de zoon van Kis. En dan volgt de zin die het hele koningschap van deze man tekent: “En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden.”
Zij vragen het aan de HEERE, en het antwoord is bijna beschamend: “Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.”
De eerste koning van Israël wordt tussen de bagage vandaan gehaald.
**Waarop het volk let.** Als hij er eenmaal staat, wordt precies gezegd wat indruk maakt: hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts. Daar juicht men om: de koning leve!
Een kop groter dan de rest — dat is wat men zocht toen men vroeg om een koning zoals al de volken.
**Waar dit in de koningslijn staat.** Dit is het begin van het koningschap in Israël, en het begint met een keus naar het oog. Later wordt bij een andere zalving uitdrukkelijk gezegd dat God niet aanmerkt wat de mens aanmerkt: de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.
En zo loopt de lijn door: van een koning die zich verbergt, langs een herdersjongen die nog in het veld stond. En zij komt uit bij Iemand van Wie gezegd wordt dat Hij geen gedaante had die wij Hem zouden begeerd hebben.
Het volk kreeg wat het vroeg. God gaf later wat Hij beloofd had.
1 Samuël 8:5 — Het volk vraagt om een koning, gelijk al de volken.
1 Samuël 10:1 — Samuël zalft Saul in het verborgen, uit een oliekruik.
1 Samuël 10:22 — Bij de aanwijzing blijkt hij zich tussen de vaten te verbergen.
1 Samuël 10:23 — En wat het volk overtuigt is zijn lengte.
1 Samuël 16:7 — Bij de volgende zalving: de HEERE ziet het hart aan.
Jesaja 53:2 — En de beloofde Koning had geen gedaante die men begeren zou.
In het Nieuwe Testament: 1 Samuël 8:5; 1 Samuël 16:7; Jesaja 53:2; 1 Samuël 16:13; Handelingen 13:21-22; Psalm 2:2
Hoever dit reikt: Dit hoofdstuk spreekt niet over de Messias; de verbinding loopt via de koningslijn als geheel en via de tegenstelling die de Schrift zelf maakt bij de zalving van David. Wat het verbergen tussen de vaten betekent, wordt niet uitgelegd — de tekst vermeldt het zonder oordeel. Dat Saul door God gegeven is, zegt Paulus in Handelingen 13.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 10:1-2.Kruisverwijzingen1 Samuël 16:13→Psalmen 78:71→Deuteronomium 32:9→Psalmen 2:12→1 Samuël 9:3→1 Samuël 9:16→Genesis 35:19→2 Samuël 19:39→ — Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft? Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? Hij gaf Saul enkele tekenen waarmee hij de waarheid van alles wat hij tot hem gesproken had kon bevestigen. Het was goed van Samuël om Saul, met schitterende vooruitzichten die voor hem opengingen, naar het graf van de moeder van zijn stam te zenden. O, dat wij allen wijs genoeg waren vaak aan onze laatste uren te denken! Gemeenschap met het graf zou ons zelfs kunnen helpen tot gemeenschap met de hemel.
1 Samuël 10:2-3.Kruisverwijzingen1 Samuël 9:3→Genesis 28:22→Genesis 35:1→Genesis 35:3→Genesis 35:19→Genesis 28:19→Jozua 18:28→1 Samuël 10:16→ — Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn. Zij gingen God een spijsoffer en een dankoffer brengen. Hoe had Samuël dit alles kunnen weten als God zijn ogen niet gezalfd had en hem een ziener gemaakt had die zien kon wat anderen niet zagen?
1 Samuël 10:4.KruisverwijzingenRichteren 18:15→ — En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen. “Gij zult van hen uw eerste schatting als koning nemen. Zij zullen u twee broden geven, om u te leren alle overdaad te vermijden en geen koning te zijn die behagen heeft in fijne en keurige spijs. Gij zult het hebben zoals het volk het heeft.”
1 Samuël 10:5-6.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:3→1 Samuël 19:20→2 Koningen 3:15→1 Samuël 19:23→Numeri 11:25→1 Samuël 10:10→1 Kronieken 25:1→2 Koningen 2:3→ — Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren. En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden. “Gij zult met vuur over God spreken; door een heilige drift bewogen zult gij spreken als een bezield mens.” Let erop dat Samuël niet tot Saul zei: “gij zult in een anderen man veranderd worden”, want dat is wat hij nooit geweest is. Hij werd voor een tijd een ánder mens, een mens verschillend van wat hij tevoren geweest was, maar hij werd nooit een begenadigd mens.
1 Samuël 10:22.KruisverwijzingenNumeri 27:21→1 Samuël 23:11→Richteren 20:28→1 Samuël 15:17→1 Samuël 23:2→Richteren 20:23→1 Samuël 9:21→Lukas 14:11→ — Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken. Wij zijn geneigd Saul de eer te geven dat hij werkelijk zo bescheiden was dat hij zich voor de eer verborg en dat de grootheid hem opgedrongen moest worden. Hij was groot van gestalte geboren, maar nu groot gemaakt te worden in ambt scheen hem een last die hij niet begeerde.
Hieruit mogen wij leren dat zonder de genade van God het schoonste leven toch vuil kan worden; en hoe fraai een jong mens zijn loopbaan ook begint, hij kan struikelen en vallen en het doel nooit bereiken. Er is maar één vorm van verzekering voor het zedelijk leven, en dat is de geestelijkheid: het komen tot Christus, wedergeboren worden, de inwonende Geest in het hart ontvangen, en de liefde zetten op het eeuwige.
Kruisverwijzingen1 Samuël 16:13→Psalmen 78:71→Deuteronomium 32:9→Psalmen 2:12→1 Samuël 9:16→2 Samuël 19:39→1 Samuël 2:10→Jozua 5:14→— Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
Toen nam Samuël een oliekruik met heilige olie, die hij tot dat doel had meegebracht, en goot ze uit op zijn hoofd, nadat hij hem eerst voor zich had laten neerknielen, en kuste hem als betoning van eerbied, en zei: Is het niet alzo, erkent gij nu niet met zekerheid, dat de HEERE u a) tot een voorganger over het volk van Zijn erfdeel, over Zijn eigendom gezalfd heeft? 1)
Hand.13: 21
Tot hiertoe was geen andere zalving dan die van de priester en van het heiligdom voorgekomen (Exod.30: 23vv. Lev.8: 10vv.). Nu Saul hier door Samuël tot koning gezalfd wordt, wordt daardoor het koningschap naast het priesterschap als een goddelijke inzetting geplaatst, waardoor de Heere voortaan Zijn volk eveneens gaven van Zijn Geest wilde laten toekomen tot opbouw van Zijn rijk. Evenals de priester door de zalving tot middelaar van de zedelijke zegeningen van Gods genade gezalfd werd, zo werd nu de koning tot een drager en middelaar van alle genadegoederen, die de Heere als Koning aan Zijn volk door de burgerlijke regering wilde geven.
Volgens de Rabbijnen zou een koning bij zijn zalving een kring op het hoofd getrokken zijn tot aanduiding van de koninklijke kroon (Le 8: 13).
Opmerkelijk is het verschil tussen de zalving van Saul en die van David. Saul werd gezalfd met olie uit de kruik. David met olie uit de hoorn. Is het om ons daarmee reeds te leren, dat de heerschappij van Saul een voorbijgaand, die van David een erfelijke heerschappij zou zijn? De kruik is breekbaar, de hoorn niet.
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:3→Genesis 35:19→Jozua 18:28→1 Samuël 10:16→Jeremia 31:15→— Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
Er zullen u echter nog meerdere bewijzen gegeven worden. Als gij heden van mij gaat, zo zult gij, na een weg van ongeveer 1 1/4 uur afgelegd te hebben, twee mannen vinden bij het graf van Rachel (Ge 35: 20), aan de grenzen van Benjamin, (Joz.18: 16) te Zeizah (= schaduw voor de zon; deze plaats is niet nader bekend); die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaak van de ezelinnen, reeds voordat zij gevonden waren, verlaten, en hij is bekommerd om u, zeggende: wat zal ik om mijn zoon doen, dat ik hem terugvind, of hoor, wat hem overkomen is? Het eerste teken moest dus ook dienen, om Saul te bevestigen in zijn geloof aan hetgeen Samuël hem gezegd had omtrent zijn koningschap (1 Samuel 10: 8).
KruisverwijzingenGenesis 28:22→Genesis 35:1→Genesis 35:3→Genesis 28:19→Leviticus 23:13→Richteren 4:12→Numeri 15:5→Leviticus 3:6→— Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.
Als gij u van daar en verder begeeft, verder naar het noorden tot uw woonplaats, en zult komen tot aan Elon Thabor (= eikedal van Thabor! een plaats in het gebied van Benjamin te zoeken), daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Bethel, 1) tot de plaats van de aanbidding te Beth-el, en elk volgens het gebod (Ex.23: 15; 34: 20), een offergave bij zich hebbende, één dragende drie bokjes voor een dankoffer, en één dragende drie bollen brood voor een spijsoffer, en één dragende een fles wijn voor een dankoffer.
Hieruit blijkt, dat nog altijd een altaar te Beth-el stond. Want wat die mannen bij zich hadden, waren offergaven, om die tot een dankoffer voor de Heere te offeren.
Kruisverwijzingen1 Samuël 13:3→1 Samuël 19:20→2 Koningen 3:15→1 Samuël 10:10→1 Kronieken 25:1→2 Koningen 2:3→2 Koningen 2:5→2 Koningen 2:15→— Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren.
Daarna zult gij komen te Gibea, 1) op de heuvel van God, 2)uw woonplaats, waar de bezettingen van de Filistijnen, de uitgezette posten van de vijandelijke legers zijn, en het zal geschieden, als gij daar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, in plechtige optocht a) van de hoogte bij de stad afkomende, en voor hun aangezichten speellieden met luiten en trommels en fluiten en harpen, zoals die bij psalmgezang gebruikt worden (Nu 19:
, en zij, de achter deze speellieden aankomende profeten zullen profeteren, b) hun gevoel openbaren in verheven redenen en door levendige gebaren.
(1 Kronieken 16: 39 b) Num.11: 25
Gibea, naar de stam tot welken het behoorde, Gibea Benjamins (13: 2) en als residentie van Saul: Gibea Sauls (15: 34) genoemd, heet hier Gibea Gods (Gibea = heuvel), om de hoogte, die zich daar bevond en die tot offeranden gebruikt werd; deze was misschien als plaats van een profetenvereniging boven andere hoogten, waar eveneens geofferd werd, beroemd. Dat hier een profetenschool was kan niet met zekerheid gezegd worden, omdat die hoogte misschien ook een plaats was, waarheen de profetenzonen van Rama van tijd tot tijd in plechtige optochten zich begaven en evenzo van daar weer terugkeerden of naar andere streken verder reisden. Deze reizen hadden tot doel, godsdienstig leven bij het volk op te wekken en aan te kweken, daar het profeteren ook bij anderen een hogere stemming opwekt.
Extatische toestanden hebben niets aanstekelijks; zij planten zich voort, zoals wij bij de Amerikaanse revivals en de Zweedse preekziekte zien; ook bij hen, die volgens hun gezindheid aan zulke toestanden vreemd zijn.
Op de heuvel van God (in het Hebreeuws El-Gibeath Haëlohim). Zo hebben het de Statenvertalers vertaald. Beter is het echter het onvertaald te laten en te lezen: Daarna zult gij komen te Gibea-Gods. Het is hetzelfde als Gibea-Sauls of Benjamins, en wordt daarom hier zo genoemd, omdat er een hoogte was, waarop een altaar stond en waarbij de profetenzonen zich verenigden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 10:10→1 Samuël 19:23→Numeri 11:25→Richteren 14:6→Richteren 3:10→1 Samuël 16:13→Mattheüs 7:22→— En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
En de Geest van de HEERE zal bij deze ontmoeting vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren, in een extatische toestand raken, door een geestelijke opwekking worden aangegrepen; en gij zult in een andere man veranderdworden; 1) de gehele richting van uw geest, die zich tot hiertoe slechts in het aardse leven bewogen heeft, zal die verandering ondergaan, die gij tot volbrenging van uw koninklijke roeping nodig hebt; want de Heere zal u een koninklijkgezind hart en koninklijke gedachten geven.
Wij moeten hier niet denken aan een geestelijke wedergeboorte, maar aan een ambtelijke werking van de Geest. De Geest van profetie zal op Saul overgaan, zodat ook hij zal profeteren. Verder zal door de werking van de Geest zijn hart zo veranderd worden, dat hij bekwaam wordt gemaakt tot het volbrengen van zijn koninklijke roeping. Het hart is in de Heilige Schrift het centrum van het gehele geestelijke zieleleven, van willen en begeren, van denken en voelen en van voorstellen. Zou hem door de voorgaande tekens zijn roeping uiterlijk verzekerd worden, door dit teken zou het hem innerlijk worden verzegeld.
Kruisverwijzingen1 Samuël 11:14→1 Samuël 13:4→1 Samuël 15:33→1 Samuël 13:8→— Gij nu zult voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en zie, ik zal tot u afkomen, om brandofferen te offeren, om te offeren offeranden der dankzegging; zeven dagen zult gij daar beiden, totdat ik tot u kome, en u bekend make, wat gij doen zult.
Gij nu zult dan voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en daar het leger rondom u verzamelen (13: 4), en zie, ik zal tot u komen, om brandoffers te offeren, om te offeren offeranden van dankzegging, en zo door mijn profetisch-priesterlijk ambt aan dit werk een wijding geven; zeven dagen zult gij, wanneer ik verhinderd mocht zijn vroeger te komen, daar wachten, totdat a) ik tot u kom en u, zoals de Heere mij gebieden zal, bekend maak, wat gij doen zult; in geen geval zult gij iets ondernemen voordat ik tot u gekomen ben.
1 Samuel .13: 8 De drie tekens, waardoor Saul de zekerheid van zijn goddelijke roeping en de verzekering van de goddelijke bijstand bij zijn koninklijk werk zou verkrijgen, zijn niet willekeurig gekozen; zij staan bepaald in betrekking tot hem en zijn roeping en tot de wijze waarop hij handelen moet, evenals de drie tekens, die Mozes ontving van symbolische aard waren (Ex 4: 9). Het eerste teken, de ontmoeting van de beide mannen bij het graf van Rachel op de grenzen van Benjamin, die hem het terugvinden van de ezelinnen berichten, moet hem ontheffen van de zorgen van de gewone zaken van het dagelijks leven, en zijn gedachten vestigen op de hogere bestemming, die hem gegeven is; uit deze geschiedenis, omdat hij vanzelf ontvangt, wat hij met alle vlijt en trouw, met al zijn lopen en jagen niet had kunnen bereiken, moet hij leren wat in Psalm 127: 1,2 geschreven staat; de plaats waar het bericht tot hem komt, moet hem herinneren, dat in hem Rachels “zoon van smarten” werkelijk tot een “zoon van geluk” (Genesis35: 18), de kleinste onder alle stammen van Israël tot de meest bevoorrechte (9: 20vv.) geworden is. Het tweede teken, de vriendelijke groet en het vrijwillig geschenk van de drie mannen, die hem bij de eik van Thabor ontmoeten, zal hem een onderpand zijn daarvan, dat op zijn tijd al het volk hem eren en vrijwillig zijn koningschap erkennen zal, en het hem daarom geen bezwaar hoeft te zijn, wanneer enkelen met hem spotten en geen geschenk brengen (vs.27 11: 12vv.); het is een onderpand, dat de Heere hem van alles verzorgen zal, wat hij behoeft voor de nieuwe stand, waartoe hij geroepen is, om die waardig te vervullen, dat Hij voor de koning van Israël evenzeer de tafel verzorgen zal, als Hij de priesters verzorgt, hoewel zij geen erfdeel onder hun broeders hebben, want naast het priesterschap treedt nu het koningschap op als een nieuwe zuil, die het gebouw van de theocratie dragen zal. Het derde teken eindelijk, de ontmoeting met de profetenzonen te Gibea, de plaats, waar toentertijd de machtigste en gevaarlijkste vijand van het volk van God reeds zijn voorposten gelegerd had, en het komen van de Geest van God tot Saul, juist bij deze gelegenheid, moet hem daarop wijzen, dat hij zich net zo min als tegen de priesterschap mag stellen tegenover een andere zuil van de theocratie tegen de profeten, die de Heere in deze dagen heeft opgericht; integendeel zal hij zijn ambt waarnemen in nauwe vereniging met de profetenstand, die een middel voor hem is tot het ontvangen van geestelijke gaven; anders zal hij die gaven verliezen en aan een boze geest door de Heere worden overgegeven. Is hij in eenheid met de profeten, dan zal de kracht van de Geest, die juist toen over hem kwam, toen de zware verdrukkers van Israël zich weer vastgenesteld hadden, sterk genoeg zijn, om hen uit het land te verdrijven; op diezelfde plaats zou hij zijn koninklijke residentie vestigen, om het volk van de Heere in alle godzaligheid te regeren en niets zou in staat zijn, hem van die hoogte neer te storten.
Als Samuël hier zegt: Gij nu zult enz., dan hebben wij niet te denken aan een eigenlijk bevel, maar aan een herinnering, aan een gemaakte afspraak. Wat Samuël hier zegt, stond in verband met de aanstaande strijd tegen de Filistijnen, waartoe Saul zijn leger zou verzamelen te Gilgal en waarbij Samuël aanwezig zou zijn, om de offeranden te offeren, opdat hij als de getrouwe priester aan de koning het bevel van God overbracht en de strijd heiligde door offeranden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 10:5→1 Samuël 19:20→— Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.
En wat het gewichtigste van alles was, toen zij daar aan de heuvel kwamen, waarop de stad Gibea, of ten minste de plaats voor de offeranden was, ziet, zo kwam hemeen hoop profeten tegemoet, voorafgegaan door speellieden, en in geestverrukking de eer van God verkondigende, en de Geest des HEEREN werd, toen Saul hen ontmoette, vaardig over hem, en hij profeteerde, nadat hij zich bij hen aangesloten had, in het midden van hen. Dat aan de profetische toestand een sterke opwekking en verhoging van het gevoel voorafging, dat deze zelf door voorbereiding teweeggebracht werd, zagen wij reeds eerder (1 Samuel 7: 2). Het is nu de vraag, of de profetische toestand een zodanige was, waarbij het verstandelijk bewustzijn geheel verdween, en het gehele zelfstandige geestesleven van de profeet door de machtige werking van de goddelijke Geest ten onder werd gehouden, zodat men in een geheel lijdelijke toestand gekomen was. Zo’n extase, waarbij het bewustzijn verdwenen is, schijnt in deze oudste tijd van het profetisme plaatsgevonden te hebben: “het komt bovendien niet zelden voor, dat nieuwe godsdienstige ontwikkelingen op een geweldig aangrijpende wijze in het leven van de geest aanvangen, zoals ook de oudste Christelijke kerk, met name in de Korinthische gemeente, dergelijke buitengewone verschijningen oplevert”. In het bijzonder wordt dit gezien, als later (19: 18vv.) Saul, in de profetenschool te Rama door de profetische Geest aangegrepen, evenals de profeten zijn kleren uittrekt en profeterende de gehele dag en nacht neerligt. Intussen mogen wij ook aan de andere zijde niet ongemerkt laten, dat de profetische toestand van zekere psychische verschijningen, waarmee hij op het eerste oog grote verwantschap schijnt te hebben, van het slaapwandelen en de extase van de heidense waarzeggers en profeten (1 Koningen .18: 29) wezenlijk onderscheiden is. De slaapwandelaar heeft, wanneer de magnetische slaap voorbij is, geen bewustzijn meer van hetgeen gedurende die tijd is voorgevallen, en even zo min heeft de sjamaan, wanneer hij uit zijn verrekking ontwaakt is, enige herinnering meer van zijn visioen en van hetgeen hij heeft meegedeeld. Daarentegen is de macht, die de profeet van de Geest van God, die over hem gekomen is ondervindt, niet een gehele onderdrukking van zijn eigen Ik, waarbij zijn eigen leven ophoudt zich te laten voelen; integendeel gaat er bij zulke gewijde momenten een krachtige verheffing van zijn inwendige mens uit, het is hem, zoals hier Saul, alsof hij een nieuw hart verkregen, een nieuwe mens aangetrokken had. En zelfs later, als Saul met vijandige bedoelingen naar Rama komt (19: 22vv.) en daar in geestverrukking raakt, werkt deze een tijd lang als goddelijk tuchtmiddel voort, dat hem niet toelaat, zijn eigen meningen verder door te zetten.
KruisverwijzingenJohannes 7:15→1 Samuël 19:24→Mattheüs 13:54→Handelingen 2:7→Johannes 9:8→Handelingen 3:10→Handelingen 4:13→Handelingen 9:21→— En het geschiedde, als een iegelijk, die hem van te voren gekend had, zag, dat hij, ziet, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?
En het geschiedde, toen een ieder, die hem vantevoren gekend had, zag, dat hij profeteerde met de profeten, zei het volk van Gibea, dat de profeten zag en onder hen Saul, van wie toch ieder wist, dat hij niet tot de vereniging vande profeten behoorde, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat de zoon van Kis overkomen is? Van waar die grote verandering? Is Saul ook onder de profeten? 1)
De verwondering bewijst genoeg, dat er bij Saul geen voorbereiding of dispositie tot het profetenambt is geweest en vervolgens, dat de genade van God toen zo geopenbaard en voor de dag is gekomen. Want die mensen zouden zich niet zo verbaasd hebben, indien Saul reeds van zijn jeugdjaren af in de scholen van de profeten onderwezen was, omdat zij hem dan als tevoren onderwezen en gevormd hadden beschouwd en vervolgens zich niet zo hadden verwonderd over het feit, omdat hij dan tevoren daartoe was voorbereid en gevormd, noch het ook als een nieuwe en ongewone zaak hadden opgenomen.
KruisverwijzingenJesaja 54:13→Johannes 6:45→Johannes 7:16→Jakobus 1:17→— Toen antwoordde een man van daar, en zeide: Wie is toch hun vader? Daarom is het tot een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?
Toen antwoordde een man van daar, wie het Gods Geest ingaf de mensen van verder onderzoeken terug te houden en hun gedachten daarop te bepalen, dat de profetische Geest aan geen geboorte of stand verbonden was (Num.11: 29 en hij zei: Wie a) is toch hun vader?
Heeft iemand op de profetische gaven, zoals Aärons zonen op het priesterschap, recht? God roept daartoe wie Hij wil. Daarom is het tot een spreekwoord geworden, dat later (19: 13vv.) nog meer bevestigd werd: Is Saul ook onder de profeten? Daarmee drukte men zijn verwondering uit over iemand, die plotseling een ander leven of beroep was ingetreden, dat hem tot hiertoe geheel vreemd was geweest.
Gal.1: 24
Hier wordt niet gezegd, dat God de vader is geweest van Saul. Maar in een andere zin wordt die vraag gedaan, wie de vader is van Saul. Namelijk, opdat erkend zou worden, dat de gave van de profetie niet erfelijk was. En daarop, dat die verandering niet was voortgekomen uit de natuur, zodat men niet behoorde vol te houden met deze nieuwsgierige vragen, hoe het kwam, dat Saul profeteerde, omdat hij de zoon van een landbouwer was. En immers, zij oordelen verkeerd, die naar iemands familie of geslacht een oordeel over iemand vellen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:20→Spreuken 29:11→Exodus 4:18→1 Samuël 9:27→Richteren 14:6→— Saul nu zeide tot zijn oom: Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren; maar de zaak des koninkrijks, waarvan Samuel gezegd had, gaf hij hem niet te kennen.
Saul nu zei tot zijn oom, overeenkomstig de waarheid (9: 20): Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren. Maar de zaak van het koninkrijk, waarvan Samuël gezegd had, gaf hij hem niet te kennen, niet alleen, omdat deze allereerst nog verborgen moest blijven, maar ook omdat hij in ootmoed (9: 21; 10: 21vv.), met de hem toegedachte eer niet wilde pronken. Het is dikwijls ook plicht om te zwijgen (Spreuken 29: 11 Prediker 3: 7) Bij diegenen, die de hun met ernst verkondigde Christelijke waarheid snood terugwijzen, of in het algemeen niet in een stemming zijn om aan de waarheid gehoor te geven, heeft de Christen de plicht, om het heilige voor ontheiliging te bewaren; voor hen moet hij niet het woord van waarschuwing en vermaning, maar de meer nauwkeurige mededeling van waarheden, die slechts voor ernstiger gezinde zielen toegankelijk zijn, terughouden. Ook in andere dan zuiver geestelijke zaken vorderen liefde en wijsheid dikwijls ons weten daarvan te verzwijgen en zo de geheimen te bewaren. Als wij zonden van anderen weten, vordert de Christelijke liefde tot de naaste een verzwijgen voor anderen, om deze geen aanleiding te geven tot lasteren, tot vreugde over het kwaad van hun naaste, of tot een liefdeloos oordelen; tenminste dan wanneer niet onze roeping, de zedelijkheid van het gezelschap, en het doel van verbetering, het spreken zedelijk noodzakelijk maken (Matth.1: 19). Tegenover de geestelijk onmondige, vordert de Christelijke opvoedkunde dikwijls een verzwijgen van onze eigen, voor God beleden en betreurde zonden om hun niet een verleidend voorbeeld en dus ergernis te geven. Iedere openbare zonde van opvoeders is een ergernis verwekken, een verzoeken van degenen, die opgevoed moeten worden, en het zou een zeer ontijdige openhartigheid zijn, wanneer ouders aan hun kinderen al hun zonden bekend maakten. Ja, omdat ieder Christen op de ander een zedelijke invloed moet uitoefenen, is voorzichtig verzwijgen niet alleen bij kinderen nodig, maar ook tegenover andere mensen. Wie aan ieder, die hij ontmoet, zijn zonden wil biechten, zou zich jegens anderen bezondigen. Dikwijls zijn wij verplicht, de gedachten, handelingen, bedoelingen en verbindtenissen van onszelf en van anderen voor onbevoegde oren te verbergen, wanneer wij niet dat inzicht en die welwillendheid kunnen veronderstellen, die tot een juiste opvatting van de zaak behoren, of wanneer wij wegens zondige bedoelingen en begeerten van andere moeten vrezen, dat een bekendheid met hetgeen wij weten, door hen dwaas of zondig misbruikt zou worden. Een dergelijk zwijgen is dus een plicht jegens onszelf, om ons tegen onrecht en voor gevaar te beschermen, een plicht jegens hen die ons hun vertrouwen geschonken hebben, of jegens het beroep dat ons toevertrouwd is (ambtsgeheimen), en een plicht jegens de anderen die wij daardoor voor dwaasheden of zonden bewaren, al is het alleen voor het gevaar, om door verder vertellen van het toevertrouwde, onheil teweeg te brengen. Sluiten wij ons huis en ons eigendom voor ongeroepen indringers, zo veel te meer geldt het recht, om dit ten opzichte van het inwendige te doen.
Wij zien hieruit, dat bij Saul nog niet gezien wordt de openbaring van die hoogmoed van hart, die wij later bij hem zullen aantreffen. Hij openbaart zich hier als een nederige van hart, ervan overtuigd dat God zelf op Zijn tijd wel in het licht zal brengen, dat hij tot koning over Israël bestemd is.
I. Vs. 17-27.KruisverwijzingenRichteren 6:8→1 Samuël 12:12→1 Samuël 9:2→1 Koningen 1:25→1 Koningen 1:39→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 17:14→1 Samuël 8:11→ — Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa. En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden. Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt. Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt. En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden. Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken. Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts. Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve! Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis. En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had. Samuël, die nu weet, wie hij volgens de wil van de Heere tot koning over Zijn erfdeel moet plaatsen, roept het volk naar Mizpa; daar houdt hij Israël zijn zonde voor, die in de eis om een koning ligt, en laat door het lot beslissen, wie koning zal zijn; want onmogelijk is het dat het lot anders zou uitvallen dan de Heere reeds bepaald heeft, terwijl alleen de onmiddellijke beslissing van de Heere door de middellijke van het lot tot overtuiging bij het volk kan gemaakt worden. Als het lot op Saul, de zoon van Kis gevallen is, is hij niet onder de aanwezigen te vinden en moet hij eerst van tussen de vaten, waaronder Hij zich verborgen had, gehaald worden. Samuël stelt hem daarop aan het volk voor, en dit juicht zijn koning toe. Dat enige boze mannen Saul versmaden en verachtelijk van hem spreken merkt hij niet op; daarentegen zijn er anderen, wier hart God beweegt, en die hem met eer naar Gibea geleiden.
KruisverwijzingenRichteren 20:1→1 Samuël 7:5→— Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.
Maar Samuël vervulde zijn belofte, aan de oudsten gegeven, toen zij naar Rama gekomen waren, om een koning te eisen (8: 12) en hij riep het volk tezamen tot de HEERE, om een plechtige verzameling te houden in Gods aanwezigheid (Jud 11: 11). Die vergadering werd gehouden te Mizpa, 1)dus op dezelfde plaats, waar hij 18 jaar geleden Israël tot de strijd voorbereid en een zo heerlijke overwinning afgebeden had (7: 5vv.).
Het volk, d.i. het volk vertegenwoordigd door zijn verschillende hoofden, roept Samuël te Mizpa samen, om hen in de herinnering terug te roepen, de weldaden, die de Heere hun geschonken had. Juist daar moest Israël als vanzelf erbij bepaald worden, hoe ondankbaar het was jegens zijn Verbondsgod, toen zij een koning begeerden, en bij die begeerte hardnekkig volhardden.
KruisverwijzingenRichteren 6:8→Nehemia 9:9→Richteren 2:1→Nehemia 9:27→— En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten.
En hij zei tot de kinderen van Israël, tot de hoofden van de stammen, om hen nog eens de zonde voor te houden, die in hun begeerte lag en om hen nog eens te laten begrijpen, hoe gevaarlijk de weg was, die zij kozen en hoe bitter het hun berouwen zou: Zo heeft de HEERE, de God van Israël gesproken: Ik heb Israël uit Egypte gebracht, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered en uit de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Ik heb daardoor bewezen van die tijd af, dat Ik sterk genoeg ben om ook zonder een zichtbare koning u te helpen en de overwinning over al uw vijanden u te verlenen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 12:12→Jozua 24:1→1 Samuël 8:19→Jozua 7:14→1 Samuël 12:17→Micha 5:2→Numeri 17:2→1 Samuël 8:6→— Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.
En hij zei tot de kinderen van Israël, tot de hoofden van de stammen, om hen nog eens de zonde voor te houden, die in hun begeerte lag en om hen nog eens te laten begrijpen, hoe gevaarlijk de weg was, die zij kozen en hoe bitter het hun berouwen zou: Zo heeft de HEERE, de God van Israël gesproken: Ik heb Israël uit Egypte gebracht, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered en uit de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Ik heb daardoor bewezen van die tijd af, dat Ik sterk genoeg ben om ook zonder een zichtbare koning u te helpen en de overwinning over al uw vijanden u te verlenen.
KruisverwijzingenJozua 7:16→1 Samuël 14:41→Handelingen 1:24→— Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt.
Maar gij hebt evenwel niet willen erkennen, hoe goed gij het onder Mijn regering had en hoe veilig gij onder Mijn bescherming bent, maar hebt toen gij korte tijd geleden te Rama kwam (8: 4vv.) en ook heden, door bij dat voornemen te volharden, uw God verworpen, die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons. Of gij toch deze eis tot mij richtte, het is hetzelfde, of gij die eis aan de Heere zelf hebt gedaan. Nu dan, omdat gij eist, dat in de plaats van God een mens als koning over u gesteld worde, stelt u voor het aangezicht van de HEERE, 1) die hier bij dit opgerichte altaar aanwezig is, naar uw stammen en naar uw duizenden.2) Het lot zal onder goddelijke leiding beslissen, uit welke van de 12 stammen de koning moet genomen worden, uit welk geslacht van de geraakte stam, uit welk huis van het aangewezen geslacht, en eindelijk wie van de mannen van dit huis koning zal zijn.
Voor het aangezicht van de Heere betekent: bij het altaar, dat hier te Mizpa is.
Waarom Samuël het eerst nog op een beslissing door het lot laat aankomen, omdat hem toch reeds de uitverkorene van de Heere voldoende bekend is, zodat hij hem aanstonds aan het volk had kunnen voorstellen (1 Samuel 8: 22). Hier komen nu de vier natuurlijke afdelingen van Israël (stammen, geslachten, gezinnen en vaders) in aanmerking, evenals in Joz.7: 16vv.. Omdat de ene stam na de andere, het ene geslacht na het andere enz. voorbij de Heere geleid werd, zou zich het gehele volk als gemonsterd beschouwen; ieder van hen, die niet geraakt werden, had nu de getuigenis uit Gods eigen mond, dat hij de uitverkorene niet was, en daardoor de plicht alle wensen en verwachtingen, die hij gehad mocht hebben, van dat ogenblik af te laten varen, en zijn hart, zonder nijd en in gehoorzame zelfverloochening, tot de werkelijk verkorene te wenden; terwijl opnieuw deze in het bewustzijn van zijn goddelijke verkiezing zeer gesterkt werd. Op dezelfde wijze komt het ook bij ons voor, dat velen naar een ambt, een waardigheid dingen; heeft de Heere, al is het niet door het lot, toch door de omstandigheden en de invloed van hen, in wier handen Hij de macht gelegd heeft, om dit toe te voegen, beslist, zo moet hij, wiens wensen niet vervuld worden, deze nu vergeten; alle bitterheid over teleurgestelde verwachting moet, ook dan, als het bij de beslissing zeer menselijk, misschien zeer zondig toegegaan is, door verootmoediging onder Gods toelating overwonnen worden; men behoort zich aan hem, aan wie het ambt is gegeven, volgens het Evangelie te onderwerpen. Wanneer de Heere ons onthoudt, wat wij voor het beste gehouden hebben, heeft Hij zeker voor ons nog iets beters bewaard, dat wij door morrend opstaan tegen Zijn leiding en door vijandige gezindheid tegen enige broeder verliezen zouden.
Toen nu Samuël al de stammen van Israël tot het altaar had doen naderen, om de beslissing door het lot te doen plaatshebben, a) zo is de stam van Benjamin geraakt. 1)
Joz.7: 11
In het Hebreeuws Wajillakeed Schebet. Eigenlijk staat er: werd de stam eruit gegrepen. Deze gehele handeling moest dienen om de regering van Saul bij het volk aangenaam te maken, in het hart van het volk te bevestigen.
God had het recht gehad om het volk door Samuël te laten aanzeggen, dat Saul door Hem tot koning was bestemd en het volk had daarmee genoegen moeten nemen. Maar het had kunnen zijn, dat het al morrende erin had berust. Daarom, om alle ongenoegen zoveel mogelijk bij het volk te voorkomen of weg te nemen, heeft de Heere Saul nog door een plechtige handeling door het volk zelf bij het altaar te Mizpa in zijn koningschap bevestigd.
Israël leert God ook hier weer kennen als Degene, die het kwade niet goedkeurt, maar hun, ondanks hun zonde, toch wil geven, wat zij verlangen.
KruisverwijzingenNumeri 27:21→1 Samuël 23:11→Richteren 20:28→1 Samuël 15:17→1 Samuël 23:2→Richteren 20:23→1 Samuël 9:21→Lukas 14:11→— Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
Toen vroegen zij door middel van de Urim en Tummim want ook de hogepriester was bij zo’n gewichtige handeling aanwezig-verder de HEERE, of die man nog daarheen komen zou, dan of zij naar Gibea moesten zenden om hem te halen? De HEERE dan zei: Ziet, hij is hier aanwezig; hij heeft zich uit ootmoed en bescheidenheid tussen de vaten, tussen de reispakken, die de tezamengekomenen naar Mizpa op een bepaalde plaats gelegd hadden, verstopt.1)
Wanneer Starke Sauls gedrag niet uit enkel ootmoed maar ook uit vrees verklaart, omdat hij in een zo moeilijke en gevaarlijke tijd, toen de Filistijnen voor de deur waren, zich niet graag aan het roer wilde laten zetten”, dan wordt dit tegengesproken door de woorden in vs.9: “God gaf hem een ander hart,” en evenzeer door Sauls later gedrag (11 en 13), wanneer hij een zo grote dapperheid aan de dag legt. Beter is wat Seb. Schmidt zegt: “opdat het niet zou lijken, alsof hij naar de koninklijke waardigheid zocht en erop rekende, wilde hij liever verre van het loten blijven.”. Ook dit alles moest dienen, om de overtuiging bij het volk te versterken, dat Saul waarlijk de door God bestemde koning voor Israël was. Had men nog kunnen twijfelen aan de rechtvaardigheid van het lot, nu God zelf opnieuw zich openbaart, en niet alleen de persoon aanwijst, maar ook de plaats, waar hij zich verscholen houdt, nu kunnen zij er ook vast op aan, dat het alles is volgens Goddelijke beschikking.
Kruisverwijzingen1 Koningen 1:25→1 Koningen 1:39→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 17:15→2 Koningen 11:12→1 Koningen 1:21→Mattheüs 21:9→1 Koningen 1:34→— Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!
Toen zei Samuël, terwijl hij op de lichamelijke gedaante van deze door het lot gekozene wees, tot het gehele volk: Ziet gij, wie de HEERE verkoren heeft? 1) want zoals hij is er niemand onder het gehele volk in grootte en schoonheid van gedaante. Toen juichte het gehele volk, tevreden met de keuze die God gedaan had, en zij zeiden: Leve de koning!
In deze woorden wordt ons weer duidelijk, de bescheidenheid van Samuël, doordat hij uit eigen beweging afstand doet van de waardigheid, die hij te voren had bezeten, en gewillig zich aan de heerschappij van een ander onderwerpt, omdat hij tevoren de macht over het volk had bezeten en waar hij vroeger het hoofd was, nu een van de leden werd. Deze verandering, zeg ik, die hij erkende van God te wezen, was voor hem niet lastig of bezwaarlijk. Want hij beveelt de koning zeer aan en wil dat hij door allen geëerd wordt en leert, dat juist door die tekenen God heeft gewild, dat hij in aanzien zou zijn, opdat hij door de onderdanen des te meer in waarde zou worden gehouden. De grootte van zijn lichaam beveelt hij hen te aanschouwen en te erkennen, dat God hem een vorm en aanzien en gestalte heeft gegeven, die bij zijn waardigheid niet tevergeefs paste, en dat hij tot die waardigheid reeds door zijn geboorte was bestemd. Want allen stak hij boven de schouders uit. Samuël belijdt dus in het openbaar, dat hij om zichzelf niet meer bekommerd is, noch hem, die God met dit ambt heeft begiftigd en die in zijn plaats was gesteld, benijdde. Laten wij ons beijveren, om dit voorbeeld van bescheidenheid na te volgen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 17:14→1 Samuël 8:11→Ezechiël 45:9→Ezechiël 46:16→Romeinen 13:1→Titus 3:1→1 Petrus 2:13→1 Timotheüs 2:2→— Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.
Samuël nu sprak na de voorstelling en de gebrachte hulde tot het volk het recht van het koninkrijk, 1) hij verklaarde nu welke plaats een koning van Israël in de godsstaat volgens Deuteronomium 17: 15vv. moest innemen en wat van beide zijden, zowel van de koning als van de onderdanen, de rechten en plichten waren, en hij schreef het in een boek, 2) wat hem bij deze gelegenheid de Geest van God gaf uit te spreken, en legde het voor het aangezicht des HEEREN, in de Tabernakel te Silo naast de Thora of het Wetboek van Mozes (Deuteronomium 31: 24vv.) Toen liet Samuël, na zo zijn werk volbracht te hebben, het gehele volk gaan, elk naar zijn huis.
Hier staat niet het recht van de koning, maar het recht van het koninkrijk. Had Samuël vroeger waarschuwend erop gewezen, welk recht zich een Oosters vorst aanmatigde, hier wijst hij het volk en de koning erop, hoe de betrekking moet zijn tussen een koning en zijn God, en tussen de koning en zijn volk. De koning moest daarom zich bewust zijn, dat hij zijn macht aan God had ontleend, door Hem in het ambt was gesteld, maar ook, dat hij als een door God aangestelde koning moest handelen, door niet als een despotisch vorst te regeren, maar als een koning, die aan God rekenschap verschuldigd was en dus het volk in recht en gerechtigheid had te regeren. Tevens wordt in dit recht opgenomen, wat de plicht was van het volk, jegens de door God in het ambt gestelde koning.
Hieruit is op te merken dat, na de keuze van een koning, die God zelf bewerkstelligd had, Samuël aan Saul de gehele inhoud van zijn roeping en zijn plicht heeft uitgelegd en hoe hij moest regeren, om de dienst van God te beschermen en te beveiligen en het nut en voordeel van het gehele volk te zoeken. En wederkerig heeft hij aan het volk zijn plicht meegedeeld jegens de koning, n.l. gehoorzaamheid aan de koning, opdat indien hij soldaten opriep, indien hij belasting vorderde en dergelijke dingen meer, zij zouden weten dat zij in dit alles aan de koning gehoorzaamheid verschuldigd waren. Hieruit leren wij, dat alle goede besturing van de Staat rust op wetten, en dat het voorts niet voldoende is, indien er al veel mannen van voortreffelijk gezag zijn, maar nodig is, dat hiernaar gestreefd wordt, dat er bepaalde wetten worden gegeven, waardoor bij wijze van teugel ieder voor zich bij zijn plicht wordt gehouden. Vervolgens dat het niet aan ieders believen is overgelaten bij hen, die aan het roer staan, hoe beslist moet worden, en eindelijk, dat men niet buiten de gestelde grenzen mag gaan. En op zijn beurt ook het volk, opdat het bij zijn plicht wortd gehouden en niet te haastig zich verzet, noch ook opstaat tegen hen, die over hen gesteld zijn, maar door wetten en statuten wordt geregeerd en ieder zijn plicht doet naar de roeping, waarmee hij geroepen is.
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:13→2 Kronieken 17:5→1 Koningen 10:25→1 Samuël 2:12→2 Samuël 20:1→1 Samuël 11:12→Jesaja 36:21→Handelingen 7:51→— Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.
Maar de kinderen van Belial, enige nietswaardige mannen, zeiden bij hun terugkeren van Mizpa: Wat zou ons deze, een man van geringer stand en van een klein geslacht, verlossen? en zij verachtten hem en brachten hem geen geschenk, terwijl alle welgezinden in het land zich haastten om de nieuwe koning op beleefde wijze (2 Kronieken 17: 5) hun eerbied te betonen. Maar hij wasals doof, hij luisterde niet eens naar die beledigingen. God gaf aan Zijn volk een koning in Zijn toorn (Hos.13: 11), want zij hadden Hem verworpen, dat Hij geen koning over hen zou zijn (8: 7). Toch was hij toen een voortreffelijk koning, een ootmoedig, krachtig man, zo goed dat men geen betere zou hebben kunnen vinden; de betere (13: 14) hun te geven, daartoe had Israël de Heere geen tijd gelaten. Saul greep niet aanstonds na zijn terugkomst te Gibea de teugels van de regering in de hand, maar begaf zich tot zijn landelijke bezigheden. Dat deed hij evenzeer uit ootmoed, als uit juiste beoordeling van de stand van zaken. Eerst wilde hij voldoen aan de verwachtingen, die men van een koning koesterde (8: 6,19), dan zou hij vanzelf erkend worden; en omdat de Heere Hem zonder zijn toedoen tot een vorst over zijn volk gesteld had, wilde hij de Heere niet vooruitlopen, maar geduldig en in stilte afwachten, totdat hem gelegenheid gegeven zou worden om te handelen: “De Heere dekt menig pas aangestoken lichtje met wijsheid toe, opdat het behoorlijk aanbrande.”. Christus hield zich als doof, toen Hij beledigd werd, want het was de dag van Zijn lankmoedigheid, maar er komt een dag van vergelding.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 10
1 Samuël 10:1-2.Kruisverwijzingen1 Samuël 16:13→Psalmen 78:71→Deuteronomium 32:9→Psalmen 2:12→1 Samuël 9:3→1 Samuël 9:16→Genesis 35:19→2 Samuël 19:39→
— Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft? Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
Hij gaf Saul enkele tekenen waarmee hij de waarheid van alles wat hij tot hem gesproken had kon bevestigen. Het was goed van Samuël om Saul, met schitterende vooruitzichten die voor hem opengingen, naar het graf van de moeder van zijn stam te zenden. O, dat wij allen wijs genoeg waren vaak aan onze laatste uren te denken! Gemeenschap met het graf zou ons zelfs kunnen helpen tot gemeenschap met de hemel.
1 Samuël 10:2-3.Kruisverwijzingen1 Samuël 9:3→Genesis 28:22→Genesis 35:1→Genesis 35:3→Genesis 35:19→Genesis 28:19→Jozua 18:28→1 Samuël 10:16→
— Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? Als gij u van daar en verder aan begeeft, en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Beth-El; een, dragende drie bokjes, en een, dragende drie bollen broods, en een, dragende een fles wijn.
Zij gingen God een spijsoffer en een dankoffer brengen. Hoe had Samuël dit alles kunnen weten als God zijn ogen niet gezalfd had en hem een ziener gemaakt had die zien kon wat anderen niet zagen?
1 Samuël 10:4.KruisverwijzingenRichteren 18:15→
— En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen.
“Gij zult van hen uw eerste schatting als koning nemen. Zij zullen u twee broden geven, om u te leren alle overdaad te vermijden en geen koning te zijn die behagen heeft in fijne en keurige spijs. Gij zult het hebben zoals het volk het heeft.”
1 Samuël 10:5-6.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:3→1 Samuël 19:20→2 Koningen 3:15→1 Samuël 19:23→Numeri 11:25→1 Samuël 10:10→1 Kronieken 25:1→2 Koningen 2:3→
— Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden, als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten, en trommelen, en pijpen, en harpen, en zij zullen profeteren. En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
“Gij zult met vuur over God spreken; door een heilige drift bewogen zult gij spreken als een bezield mens.” Let erop dat Samuël niet tot Saul zei: “gij zult in een anderen man veranderd worden”, want dat is wat hij nooit geweest is. Hij werd voor een tijd een ánder mens, een mens verschillend van wat hij tevoren geweest was, maar hij werd nooit een begenadigd mens.
1 Samuël 10:22.KruisverwijzingenNumeri 27:21→1 Samuël 23:11→Richteren 20:28→1 Samuël 15:17→1 Samuël 23:2→Richteren 20:23→1 Samuël 9:21→Lukas 14:11→
— Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
Wij zijn geneigd Saul de eer te geven dat hij werkelijk zo bescheiden was dat hij zich voor de eer verborg en dat de grootheid hem opgedrongen moest worden. Hij was groot van gestalte geboren, maar nu groot gemaakt te worden in ambt scheen hem een last die hij niet begeerde.
Hieruit mogen wij leren dat zonder de genade van God het schoonste leven toch vuil kan worden; en hoe fraai een jong mens zijn loopbaan ook begint, hij kan struikelen en vallen en het doel nooit bereiken. Er is maar één vorm van verzekering voor het zedelijk leven, en dat is de geestelijkheid: het komen tot Christus, wedergeboren worden, de inwonende Geest in het hart ontvangen, en de liefde zetten op het eeuwige.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Toen nam Samuël een oliekruik met heilige olie, die hij tot dat doel had meegebracht, en goot ze uit op zijn hoofd, nadat hij hem eerst voor zich had laten neerknielen, en kuste hem als betoning van eerbied, en zei: Is het niet alzo, erkent gij nu niet met zekerheid, dat de HEERE u a) tot een voorganger over het volk van Zijn erfdeel, over Zijn eigendom gezalfd heeft? 1)
Hand.13: 21
Tot hiertoe was geen andere zalving dan die van de priester en van het heiligdom voorgekomen (Exod.30: 23vv. Lev.8: 10vv.). Nu Saul hier door Samuël tot koning gezalfd wordt, wordt daardoor het koningschap naast het priesterschap als een goddelijke inzetting geplaatst, waardoor de Heere voortaan Zijn volk eveneens gaven van Zijn Geest wilde laten toekomen tot opbouw van Zijn rijk. Evenals de priester door de zalving tot middelaar van de zedelijke zegeningen van Gods genade gezalfd werd, zo werd nu de koning tot een drager en middelaar van alle genadegoederen, die de Heere als Koning aan Zijn volk door de burgerlijke regering wilde geven.
Volgens de Rabbijnen zou een koning bij zijn zalving een kring op het hoofd getrokken zijn tot aanduiding van de koninklijke kroon (Le 8: 13).
Opmerkelijk is het verschil tussen de zalving van Saul en die van David. Saul werd gezalfd met olie uit de kruik. David met olie uit de hoorn. Is het om ons daarmee reeds te leren, dat de heerschappij van Saul een voorbijgaand, die van David een erfelijke heerschappij zou zijn? De kruik is breekbaar, de hoorn niet.
Er zullen u echter nog meerdere bewijzen gegeven worden. Als gij heden van mij gaat, zo zult gij, na een weg van ongeveer 1 1/4 uur afgelegd te hebben, twee mannen vinden bij het graf van Rachel (Ge 35: 20), aan de grenzen van Benjamin, (Joz.18: 16) te Zeizah (= schaduw voor de zon; deze plaats is niet nader bekend); die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaak van de ezelinnen, reeds voordat zij gevonden waren, verlaten, en hij is bekommerd om u, zeggende: wat zal ik om mijn zoon doen, dat ik hem terugvind, of hoor, wat hem overkomen is? Het eerste teken moest dus ook dienen, om Saul te bevestigen in zijn geloof aan hetgeen Samuël hem gezegd had omtrent zijn koningschap (1 Samuel 10: 8).
Als gij u van daar en verder begeeft, verder naar het noorden tot uw woonplaats, en zult komen tot aan Elon Thabor (= eikedal van Thabor! een plaats in het gebied van Benjamin te zoeken), daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Bethel, 1) tot de plaats van de aanbidding te Beth-el, en elk volgens het gebod (Ex.23: 15; 34: 20), een offergave bij zich hebbende, één dragende drie bokjes voor een dankoffer, en één dragende drie bollen brood voor een spijsoffer, en één dragende een fles wijn voor een dankoffer.
Hieruit blijkt, dat nog altijd een altaar te Beth-el stond. Want wat die mannen bij zich hadden, waren offergaven, om die tot een dankoffer voor de Heere te offeren.
Daarna zult gij komen te Gibea, 1) op de heuvel van God, 2)uw woonplaats, waar de bezettingen van de Filistijnen, de uitgezette posten van de vijandelijke legers zijn, en het zal geschieden, als gij daar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, in plechtige optocht a) van de hoogte bij de stad afkomende, en voor hun aangezichten speellieden met luiten en trommels en fluiten en harpen, zoals die bij psalmgezang gebruikt worden (Nu 19:
, en zij, de achter deze speellieden aankomende profeten zullen profeteren, b) hun gevoel openbaren in verheven redenen en door levendige gebaren.
(1 Kronieken 16: 39 b) Num.11: 25
Gibea, naar de stam tot welken het behoorde, Gibea Benjamins (13: 2) en als residentie van Saul: Gibea Sauls (15: 34) genoemd, heet hier Gibea Gods (Gibea = heuvel), om de hoogte, die zich daar bevond en die tot offeranden gebruikt werd; deze was misschien als plaats van een profetenvereniging boven andere hoogten, waar eveneens geofferd werd, beroemd. Dat hier een profetenschool was kan niet met zekerheid gezegd worden, omdat die hoogte misschien ook een plaats was, waarheen de profetenzonen van Rama van tijd tot tijd in plechtige optochten zich begaven en evenzo van daar weer terugkeerden of naar andere streken verder reisden. Deze reizen hadden tot doel, godsdienstig leven bij het volk op te wekken en aan te kweken, daar het profeteren ook bij anderen een hogere stemming opwekt.
Extatische toestanden hebben niets aanstekelijks; zij planten zich voort, zoals wij bij de Amerikaanse revivals en de Zweedse preekziekte zien; ook bij hen, die volgens hun gezindheid aan zulke toestanden vreemd zijn.
Op de heuvel van God (in het Hebreeuws El-Gibeath Haëlohim). Zo hebben het de Statenvertalers vertaald. Beter is het echter het onvertaald te laten en te lezen: Daarna zult gij komen te Gibea-Gods. Het is hetzelfde als Gibea-Sauls of Benjamins, en wordt daarom hier zo genoemd, omdat er een hoogte was, waarop een altaar stond en waarbij de profetenzonen zich verenigden.
En de Geest van de HEERE zal bij deze ontmoeting vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren, in een extatische toestand raken, door een geestelijke opwekking worden aangegrepen; en gij zult in een andere man veranderdworden; 1) de gehele richting van uw geest, die zich tot hiertoe slechts in het aardse leven bewogen heeft, zal die verandering ondergaan, die gij tot volbrenging van uw koninklijke roeping nodig hebt; want de Heere zal u een koninklijkgezind hart en koninklijke gedachten geven.
Wij moeten hier niet denken aan een geestelijke wedergeboorte, maar aan een ambtelijke werking van de Geest. De Geest van profetie zal op Saul overgaan, zodat ook hij zal profeteren. Verder zal door de werking van de Geest zijn hart zo veranderd worden, dat hij bekwaam wordt gemaakt tot het volbrengen van zijn koninklijke roeping. Het hart is in de Heilige Schrift het centrum van het gehele geestelijke zieleleven, van willen en begeren, van denken en voelen en van voorstellen. Zou hem door de voorgaande tekens zijn roeping uiterlijk verzekerd worden, door dit teken zou het hem innerlijk worden verzegeld.
Gij nu zult dan voor mijn aangezicht afgaan naar Gilgal, en daar het leger rondom u verzamelen (13: 4), en zie, ik zal tot u komen, om brandoffers te offeren, om te offeren offeranden van dankzegging, en zo door mijn profetisch-priesterlijk ambt aan dit werk een wijding geven; zeven dagen zult gij, wanneer ik verhinderd mocht zijn vroeger te komen, daar wachten, totdat a) ik tot u kom en u, zoals de Heere mij gebieden zal, bekend maak, wat gij doen zult; in geen geval zult gij iets ondernemen voordat ik tot u gekomen ben.
1 Samuel .13: 8 De drie tekens, waardoor Saul de zekerheid van zijn goddelijke roeping en de verzekering van de goddelijke bijstand bij zijn koninklijk werk zou verkrijgen, zijn niet willekeurig gekozen; zij staan bepaald in betrekking tot hem en zijn roeping en tot de wijze waarop hij handelen moet, evenals de drie tekens, die Mozes ontving van symbolische aard waren (Ex 4: 9). Het eerste teken, de ontmoeting van de beide mannen bij het graf van Rachel op de grenzen van Benjamin, die hem het terugvinden van de ezelinnen berichten, moet hem ontheffen van de zorgen van de gewone zaken van het dagelijks leven, en zijn gedachten vestigen op de hogere bestemming, die hem gegeven is; uit deze geschiedenis, omdat hij vanzelf ontvangt, wat hij met alle vlijt en trouw, met al zijn lopen en jagen niet had kunnen bereiken, moet hij leren wat in Psalm 127: 1,2 geschreven staat; de plaats waar het bericht tot hem komt, moet hem herinneren, dat in hem Rachels “zoon van smarten” werkelijk tot een “zoon van geluk” (Genesis35: 18), de kleinste onder alle stammen van Israël tot de meest bevoorrechte (9: 20vv.) geworden is. Het tweede teken, de vriendelijke groet en het vrijwillig geschenk van de drie mannen, die hem bij de eik van Thabor ontmoeten, zal hem een onderpand zijn daarvan, dat op zijn tijd al het volk hem eren en vrijwillig zijn koningschap erkennen zal, en het hem daarom geen bezwaar hoeft te zijn, wanneer enkelen met hem spotten en geen geschenk brengen (vs.27 11: 12vv.); het is een onderpand, dat de Heere hem van alles verzorgen zal, wat hij behoeft voor de nieuwe stand, waartoe hij geroepen is, om die waardig te vervullen, dat Hij voor de koning van Israël evenzeer de tafel verzorgen zal, als Hij de priesters verzorgt, hoewel zij geen erfdeel onder hun broeders hebben, want naast het priesterschap treedt nu het koningschap op als een nieuwe zuil, die het gebouw van de theocratie dragen zal. Het derde teken eindelijk, de ontmoeting met de profetenzonen te Gibea, de plaats, waar toentertijd de machtigste en gevaarlijkste vijand van het volk van God reeds zijn voorposten gelegerd had, en het komen van de Geest van God tot Saul, juist bij deze gelegenheid, moet hem daarop wijzen, dat hij zich net zo min als tegen de priesterschap mag stellen tegenover een andere zuil van de theocratie tegen de profeten, die de Heere in deze dagen heeft opgericht; integendeel zal hij zijn ambt waarnemen in nauwe vereniging met de profetenstand, die een middel voor hem is tot het ontvangen van geestelijke gaven; anders zal hij die gaven verliezen en aan een boze geest door de Heere worden overgegeven. Is hij in eenheid met de profeten, dan zal de kracht van de Geest, die juist toen over hem kwam, toen de zware verdrukkers van Israël zich weer vastgenesteld hadden, sterk genoeg zijn, om hen uit het land te verdrijven; op diezelfde plaats zou hij zijn koninklijke residentie vestigen, om het volk van de Heere in alle godzaligheid te regeren en niets zou in staat zijn, hem van die hoogte neer te storten.
Als Samuël hier zegt: Gij nu zult enz., dan hebben wij niet te denken aan een eigenlijk bevel, maar aan een herinnering, aan een gemaakte afspraak. Wat Samuël hier zegt, stond in verband met de aanstaande strijd tegen de Filistijnen, waartoe Saul zijn leger zou verzamelen te Gilgal en waarbij Samuël aanwezig zou zijn, om de offeranden te offeren, opdat hij als de getrouwe priester aan de koning het bevel van God overbracht en de strijd heiligde door offeranden.
En wat het gewichtigste van alles was, toen zij daar aan de heuvel kwamen, waarop de stad Gibea, of ten minste de plaats voor de offeranden was, ziet, zo kwam hemeen hoop profeten tegemoet, voorafgegaan door speellieden, en in geestverrukking de eer van God verkondigende, en de Geest des HEEREN werd, toen Saul hen ontmoette, vaardig over hem, en hij profeteerde, nadat hij zich bij hen aangesloten had, in het midden van hen. Dat aan de profetische toestand een sterke opwekking en verhoging van het gevoel voorafging, dat deze zelf door voorbereiding teweeggebracht werd, zagen wij reeds eerder (1 Samuel 7: 2). Het is nu de vraag, of de profetische toestand een zodanige was, waarbij het verstandelijk bewustzijn geheel verdween, en het gehele zelfstandige geestesleven van de profeet door de machtige werking van de goddelijke Geest ten onder werd gehouden, zodat men in een geheel lijdelijke toestand gekomen was. Zo’n extase, waarbij het bewustzijn verdwenen is, schijnt in deze oudste tijd van het profetisme plaatsgevonden te hebben: “het komt bovendien niet zelden voor, dat nieuwe godsdienstige ontwikkelingen op een geweldig aangrijpende wijze in het leven van de geest aanvangen, zoals ook de oudste Christelijke kerk, met name in de Korinthische gemeente, dergelijke buitengewone verschijningen oplevert”. In het bijzonder wordt dit gezien, als later (19: 18vv.) Saul, in de profetenschool te Rama door de profetische Geest aangegrepen, evenals de profeten zijn kleren uittrekt en profeterende de gehele dag en nacht neerligt. Intussen mogen wij ook aan de andere zijde niet ongemerkt laten, dat de profetische toestand van zekere psychische verschijningen, waarmee hij op het eerste oog grote verwantschap schijnt te hebben, van het slaapwandelen en de extase van de heidense waarzeggers en profeten (1 Koningen .18: 29) wezenlijk onderscheiden is. De slaapwandelaar heeft, wanneer de magnetische slaap voorbij is, geen bewustzijn meer van hetgeen gedurende die tijd is voorgevallen, en even zo min heeft de sjamaan, wanneer hij uit zijn verrekking ontwaakt is, enige herinnering meer van zijn visioen en van hetgeen hij heeft meegedeeld. Daarentegen is de macht, die de profeet van de Geest van God, die over hem gekomen is ondervindt, niet een gehele onderdrukking van zijn eigen Ik, waarbij zijn eigen leven ophoudt zich te laten voelen; integendeel gaat er bij zulke gewijde momenten een krachtige verheffing van zijn inwendige mens uit, het is hem, zoals hier Saul, alsof hij een nieuw hart verkregen, een nieuwe mens aangetrokken had. En zelfs later, als Saul met vijandige bedoelingen naar Rama komt (19: 22vv.) en daar in geestverrukking raakt, werkt deze een tijd lang als goddelijk tuchtmiddel voort, dat hem niet toelaat, zijn eigen meningen verder door te zetten.
En het geschiedde, toen een ieder, die hem vantevoren gekend had, zag, dat hij profeteerde met de profeten, zei het volk van Gibea, dat de profeten zag en onder hen Saul, van wie toch ieder wist, dat hij niet tot de vereniging vande profeten behoorde, een ieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat de zoon van Kis overkomen is? Van waar die grote verandering? Is Saul ook onder de profeten? 1)
De verwondering bewijst genoeg, dat er bij Saul geen voorbereiding of dispositie tot het profetenambt is geweest en vervolgens, dat de genade van God toen zo geopenbaard en voor de dag is gekomen. Want die mensen zouden zich niet zo verbaasd hebben, indien Saul reeds van zijn jeugdjaren af in de scholen van de profeten onderwezen was, omdat zij hem dan als tevoren onderwezen en gevormd hadden beschouwd en vervolgens zich niet zo hadden verwonderd over het feit, omdat hij dan tevoren daartoe was voorbereid en gevormd, noch het ook als een nieuwe en ongewone zaak hadden opgenomen.
Toen antwoordde een man van daar, wie het Gods Geest ingaf de mensen van verder onderzoeken terug te houden en hun gedachten daarop te bepalen, dat de profetische Geest aan geen geboorte of stand verbonden was (Num.11: 29 en hij zei: Wie a) is toch hun vader?
Heeft iemand op de profetische gaven, zoals Aärons zonen op het priesterschap, recht? God roept daartoe wie Hij wil. Daarom is het tot een spreekwoord geworden, dat later (19: 13vv.) nog meer bevestigd werd: Is Saul ook onder de profeten? Daarmee drukte men zijn verwondering uit over iemand, die plotseling een ander leven of beroep was ingetreden, dat hem tot hiertoe geheel vreemd was geweest.
Gal.1: 24
Hier wordt niet gezegd, dat God de vader is geweest van Saul. Maar in een andere zin wordt die vraag gedaan, wie de vader is van Saul. Namelijk, opdat erkend zou worden, dat de gave van de profetie niet erfelijk was. En daarop, dat die verandering niet was voortgekomen uit de natuur, zodat men niet behoorde vol te houden met deze nieuwsgierige vragen, hoe het kwam, dat Saul profeteerde, omdat hij de zoon van een landbouwer was. En immers, zij oordelen verkeerd, die naar iemands familie of geslacht een oordeel over iemand vellen.
Saul nu zei tot zijn oom, overeenkomstig de waarheid (9: 20): Hij heeft ons voorzeker te kennen gegeven, dat de ezelinnen gevonden waren. Maar de zaak van het koninkrijk, waarvan Samuël gezegd had, gaf hij hem niet te kennen, niet alleen, omdat deze allereerst nog verborgen moest blijven, maar ook omdat hij in ootmoed (9: 21; 10: 21vv.), met de hem toegedachte eer niet wilde pronken. Het is dikwijls ook plicht om te zwijgen (Spreuken 29: 11 Prediker 3: 7) Bij diegenen, die de hun met ernst verkondigde Christelijke waarheid snood terugwijzen, of in het algemeen niet in een stemming zijn om aan de waarheid gehoor te geven, heeft de Christen de plicht, om het heilige voor ontheiliging te bewaren; voor hen moet hij niet het woord van waarschuwing en vermaning, maar de meer nauwkeurige mededeling van waarheden, die slechts voor ernstiger gezinde zielen toegankelijk zijn, terughouden. Ook in andere dan zuiver geestelijke zaken vorderen liefde en wijsheid dikwijls ons weten daarvan te verzwijgen en zo de geheimen te bewaren. Als wij zonden van anderen weten, vordert de Christelijke liefde tot de naaste een verzwijgen voor anderen, om deze geen aanleiding te geven tot lasteren, tot vreugde over het kwaad van hun naaste, of tot een liefdeloos oordelen; tenminste dan wanneer niet onze roeping, de zedelijkheid van het gezelschap, en het doel van verbetering, het spreken zedelijk noodzakelijk maken (Matth.1: 19). Tegenover de geestelijk onmondige, vordert de Christelijke opvoedkunde dikwijls een verzwijgen van onze eigen, voor God beleden en betreurde zonden om hun niet een verleidend voorbeeld en dus ergernis te geven. Iedere openbare zonde van opvoeders is een ergernis verwekken, een verzoeken van degenen, die opgevoed moeten worden, en het zou een zeer ontijdige openhartigheid zijn, wanneer ouders aan hun kinderen al hun zonden bekend maakten. Ja, omdat ieder Christen op de ander een zedelijke invloed moet uitoefenen, is voorzichtig verzwijgen niet alleen bij kinderen nodig, maar ook tegenover andere mensen. Wie aan ieder, die hij ontmoet, zijn zonden wil biechten, zou zich jegens anderen bezondigen. Dikwijls zijn wij verplicht, de gedachten, handelingen, bedoelingen en verbindtenissen van onszelf en van anderen voor onbevoegde oren te verbergen, wanneer wij niet dat inzicht en die welwillendheid kunnen veronderstellen, die tot een juiste opvatting van de zaak behoren, of wanneer wij wegens zondige bedoelingen en begeerten van andere moeten vrezen, dat een bekendheid met hetgeen wij weten, door hen dwaas of zondig misbruikt zou worden. Een dergelijk zwijgen is dus een plicht jegens onszelf, om ons tegen onrecht en voor gevaar te beschermen, een plicht jegens hen die ons hun vertrouwen geschonken hebben, of jegens het beroep dat ons toevertrouwd is (ambtsgeheimen), en een plicht jegens de anderen die wij daardoor voor dwaasheden of zonden bewaren, al is het alleen voor het gevaar, om door verder vertellen van het toevertrouwde, onheil teweeg te brengen. Sluiten wij ons huis en ons eigendom voor ongeroepen indringers, zo veel te meer geldt het recht, om dit ten opzichte van het inwendige te doen.
Wij zien hieruit, dat bij Saul nog niet gezien wordt de openbaring van die hoogmoed van hart, die wij later bij hem zullen aantreffen. Hij openbaart zich hier als een nederige van hart, ervan overtuigd dat God zelf op Zijn tijd wel in het licht zal brengen, dat hij tot koning over Israël bestemd is.
I. Vs. 17-27.KruisverwijzingenRichteren 6:8→1 Samuël 12:12→1 Samuël 9:2→1 Koningen 1:25→1 Koningen 1:39→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 17:14→1 Samuël 8:11→
— Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa. En hij zeide tot de kinderen Israels: Alzo heeft de HEERE, de God Israel, gesproken: Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden. Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt. Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt. En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden. Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken. Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts. Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve! Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en legde het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis. En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.
Samuël, die nu weet, wie hij volgens de wil van de Heere tot koning over Zijn erfdeel moet plaatsen, roept het volk naar Mizpa; daar houdt hij Israël zijn zonde voor, die in de eis om een koning ligt, en laat door het lot beslissen, wie koning zal zijn; want onmogelijk is het dat het lot anders zou uitvallen dan de Heere reeds bepaald heeft, terwijl alleen de onmiddellijke beslissing van de Heere door de middellijke van het lot tot overtuiging bij het volk kan gemaakt worden. Als het lot op Saul, de zoon van Kis gevallen is, is hij niet onder de aanwezigen te vinden en moet hij eerst van tussen de vaten, waaronder Hij zich verborgen had, gehaald worden. Samuël stelt hem daarop aan het volk voor, en dit juicht zijn koning toe. Dat enige boze mannen Saul versmaden en verachtelijk van hem spreken merkt hij niet op; daarentegen zijn er anderen, wier hart God beweegt, en die hem met eer naar Gibea geleiden.
Maar Samuël vervulde zijn belofte, aan de oudsten gegeven, toen zij naar Rama gekomen waren, om een koning te eisen (8: 12) en hij riep het volk tezamen tot de HEERE, om een plechtige verzameling te houden in Gods aanwezigheid (Jud 11: 11). Die vergadering werd gehouden te Mizpa, 1)dus op dezelfde plaats, waar hij 18 jaar geleden Israël tot de strijd voorbereid en een zo heerlijke overwinning afgebeden had (7: 5vv.).
Het volk, d.i. het volk vertegenwoordigd door zijn verschillende hoofden, roept Samuël te Mizpa samen, om hen in de herinnering terug te roepen, de weldaden, die de Heere hun geschonken had. Juist daar moest Israël als vanzelf erbij bepaald worden, hoe ondankbaar het was jegens zijn Verbondsgod, toen zij een koning begeerden, en bij die begeerte hardnekkig volhardden.
En hij zei tot de kinderen van Israël, tot de hoofden van de stammen, om hen nog eens de zonde voor te houden, die in hun begeerte lag en om hen nog eens te laten begrijpen, hoe gevaarlijk de weg was, die zij kozen en hoe bitter het hun berouwen zou: Zo heeft de HEERE, de God van Israël gesproken: Ik heb Israël uit Egypte gebracht, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered en uit de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Ik heb daardoor bewezen van die tijd af, dat Ik sterk genoeg ben om ook zonder een zichtbare koning u te helpen en de overwinning over al uw vijanden u te verlenen.
En hij zei tot de kinderen van Israël, tot de hoofden van de stammen, om hen nog eens de zonde voor te houden, die in hun begeerte lag en om hen nog eens te laten begrijpen, hoe gevaarlijk de weg was, die zij kozen en hoe bitter het hun berouwen zou: Zo heeft de HEERE, de God van Israël gesproken: Ik heb Israël uit Egypte gebracht, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered en uit de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Ik heb daardoor bewezen van die tijd af, dat Ik sterk genoeg ben om ook zonder een zichtbare koning u te helpen en de overwinning over al uw vijanden u te verlenen.
Maar gij hebt evenwel niet willen erkennen, hoe goed gij het onder Mijn regering had en hoe veilig gij onder Mijn bescherming bent, maar hebt toen gij korte tijd geleden te Rama kwam (8: 4vv.) en ook heden, door bij dat voornemen te volharden, uw God verworpen, die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons. Of gij toch deze eis tot mij richtte, het is hetzelfde, of gij die eis aan de Heere zelf hebt gedaan. Nu dan, omdat gij eist, dat in de plaats van God een mens als koning over u gesteld worde, stelt u voor het aangezicht van de HEERE, 1) die hier bij dit opgerichte altaar aanwezig is, naar uw stammen en naar uw duizenden.2) Het lot zal onder goddelijke leiding beslissen, uit welke van de 12 stammen de koning moet genomen worden, uit welk geslacht van de geraakte stam, uit welk huis van het aangewezen geslacht, en eindelijk wie van de mannen van dit huis koning zal zijn.
Voor het aangezicht van de Heere betekent: bij het altaar, dat hier te Mizpa is.
Waarom Samuël het eerst nog op een beslissing door het lot laat aankomen, omdat hem toch reeds de uitverkorene van de Heere voldoende bekend is, zodat hij hem aanstonds aan het volk had kunnen voorstellen (1 Samuel 8: 22). Hier komen nu de vier natuurlijke afdelingen van Israël (stammen, geslachten, gezinnen en vaders) in aanmerking, evenals in Joz.7: 16vv.. Omdat de ene stam na de andere, het ene geslacht na het andere enz. voorbij de Heere geleid werd, zou zich het gehele volk als gemonsterd beschouwen; ieder van hen, die niet geraakt werden, had nu de getuigenis uit Gods eigen mond, dat hij de uitverkorene niet was, en daardoor de plicht alle wensen en verwachtingen, die hij gehad mocht hebben, van dat ogenblik af te laten varen, en zijn hart, zonder nijd en in gehoorzame zelfverloochening, tot de werkelijk verkorene te wenden; terwijl opnieuw deze in het bewustzijn van zijn goddelijke verkiezing zeer gesterkt werd. Op dezelfde wijze komt het ook bij ons voor, dat velen naar een ambt, een waardigheid dingen; heeft de Heere, al is het niet door het lot, toch door de omstandigheden en de invloed van hen, in wier handen Hij de macht gelegd heeft, om dit toe te voegen, beslist, zo moet hij, wiens wensen niet vervuld worden, deze nu vergeten; alle bitterheid over teleurgestelde verwachting moet, ook dan, als het bij de beslissing zeer menselijk, misschien zeer zondig toegegaan is, door verootmoediging onder Gods toelating overwonnen worden; men behoort zich aan hem, aan wie het ambt is gegeven, volgens het Evangelie te onderwerpen. Wanneer de Heere ons onthoudt, wat wij voor het beste gehouden hebben, heeft Hij zeker voor ons nog iets beters bewaard, dat wij door morrend opstaan tegen Zijn leiding en door vijandige gezindheid tegen enige broeder verliezen zouden.
Toen nu Samuël al de stammen van Israël tot het altaar had doen naderen, om de beslissing door het lot te doen plaatshebben, a) zo is de stam van Benjamin geraakt. 1)
Joz.7: 11
In het Hebreeuws Wajillakeed Schebet. Eigenlijk staat er: werd de stam eruit gegrepen. Deze gehele handeling moest dienen om de regering van Saul bij het volk aangenaam te maken, in het hart van het volk te bevestigen.
God had het recht gehad om het volk door Samuël te laten aanzeggen, dat Saul door Hem tot koning was bestemd en het volk had daarmee genoegen moeten nemen. Maar het had kunnen zijn, dat het al morrende erin had berust. Daarom, om alle ongenoegen zoveel mogelijk bij het volk te voorkomen of weg te nemen, heeft de Heere Saul nog door een plechtige handeling door het volk zelf bij het altaar te Mizpa in zijn koningschap bevestigd.
Israël leert God ook hier weer kennen als Degene, die het kwade niet goedkeurt, maar hun, ondanks hun zonde, toch wil geven, wat zij verlangen.
Toen vroegen zij door middel van de Urim en Tummim want ook de hogepriester was bij zo’n gewichtige handeling aanwezig-verder de HEERE, of die man nog daarheen komen zou, dan of zij naar Gibea moesten zenden om hem te halen? De HEERE dan zei: Ziet, hij is hier aanwezig; hij heeft zich uit ootmoed en bescheidenheid tussen de vaten, tussen de reispakken, die de tezamengekomenen naar Mizpa op een bepaalde plaats gelegd hadden, verstopt.1)
Wanneer Starke Sauls gedrag niet uit enkel ootmoed maar ook uit vrees verklaart, omdat hij in een zo moeilijke en gevaarlijke tijd, toen de Filistijnen voor de deur waren, zich niet graag aan het roer wilde laten zetten”, dan wordt dit tegengesproken door de woorden in vs.9: “God gaf hem een ander hart,” en evenzeer door Sauls later gedrag (11 en 13), wanneer hij een zo grote dapperheid aan de dag legt. Beter is wat Seb. Schmidt zegt: “opdat het niet zou lijken, alsof hij naar de koninklijke waardigheid zocht en erop rekende, wilde hij liever verre van het loten blijven.”. Ook dit alles moest dienen, om de overtuiging bij het volk te versterken, dat Saul waarlijk de door God bestemde koning voor Israël was. Had men nog kunnen twijfelen aan de rechtvaardigheid van het lot, nu God zelf opnieuw zich openbaart, en niet alleen de persoon aanwijst, maar ook de plaats, waar hij zich verscholen houdt, nu kunnen zij er ook vast op aan, dat het alles is volgens Goddelijke beschikking.
Toen zei Samuël, terwijl hij op de lichamelijke gedaante van deze door het lot gekozene wees, tot het gehele volk: Ziet gij, wie de HEERE verkoren heeft? 1) want zoals hij is er niemand onder het gehele volk in grootte en schoonheid van gedaante. Toen juichte het gehele volk, tevreden met de keuze die God gedaan had, en zij zeiden: Leve de koning!
In deze woorden wordt ons weer duidelijk, de bescheidenheid van Samuël, doordat hij uit eigen beweging afstand doet van de waardigheid, die hij te voren had bezeten, en gewillig zich aan de heerschappij van een ander onderwerpt, omdat hij tevoren de macht over het volk had bezeten en waar hij vroeger het hoofd was, nu een van de leden werd. Deze verandering, zeg ik, die hij erkende van God te wezen, was voor hem niet lastig of bezwaarlijk. Want hij beveelt de koning zeer aan en wil dat hij door allen geëerd wordt en leert, dat juist door die tekenen God heeft gewild, dat hij in aanzien zou zijn, opdat hij door de onderdanen des te meer in waarde zou worden gehouden. De grootte van zijn lichaam beveelt hij hen te aanschouwen en te erkennen, dat God hem een vorm en aanzien en gestalte heeft gegeven, die bij zijn waardigheid niet tevergeefs paste, en dat hij tot die waardigheid reeds door zijn geboorte was bestemd. Want allen stak hij boven de schouders uit. Samuël belijdt dus in het openbaar, dat hij om zichzelf niet meer bekommerd is, noch hem, die God met dit ambt heeft begiftigd en die in zijn plaats was gesteld, benijdde. Laten wij ons beijveren, om dit voorbeeld van bescheidenheid na te volgen.
Samuël nu sprak na de voorstelling en de gebrachte hulde tot het volk het recht van het koninkrijk, 1) hij verklaarde nu welke plaats een koning van Israël in de godsstaat volgens Deuteronomium 17: 15vv. moest innemen en wat van beide zijden, zowel van de koning als van de onderdanen, de rechten en plichten waren, en hij schreef het in een boek, 2) wat hem bij deze gelegenheid de Geest van God gaf uit te spreken, en legde het voor het aangezicht des HEEREN, in de Tabernakel te Silo naast de Thora of het Wetboek van Mozes (Deuteronomium 31: 24vv.) Toen liet Samuël, na zo zijn werk volbracht te hebben, het gehele volk gaan, elk naar zijn huis.
Hier staat niet het recht van de koning, maar het recht van het koninkrijk. Had Samuël vroeger waarschuwend erop gewezen, welk recht zich een Oosters vorst aanmatigde, hier wijst hij het volk en de koning erop, hoe de betrekking moet zijn tussen een koning en zijn God, en tussen de koning en zijn volk. De koning moest daarom zich bewust zijn, dat hij zijn macht aan God had ontleend, door Hem in het ambt was gesteld, maar ook, dat hij als een door God aangestelde koning moest handelen, door niet als een despotisch vorst te regeren, maar als een koning, die aan God rekenschap verschuldigd was en dus het volk in recht en gerechtigheid had te regeren. Tevens wordt in dit recht opgenomen, wat de plicht was van het volk, jegens de door God in het ambt gestelde koning.
Hieruit is op te merken dat, na de keuze van een koning, die God zelf bewerkstelligd had, Samuël aan Saul de gehele inhoud van zijn roeping en zijn plicht heeft uitgelegd en hoe hij moest regeren, om de dienst van God te beschermen en te beveiligen en het nut en voordeel van het gehele volk te zoeken. En wederkerig heeft hij aan het volk zijn plicht meegedeeld jegens de koning, n.l. gehoorzaamheid aan de koning, opdat indien hij soldaten opriep, indien hij belasting vorderde en dergelijke dingen meer, zij zouden weten dat zij in dit alles aan de koning gehoorzaamheid verschuldigd waren. Hieruit leren wij, dat alle goede besturing van de Staat rust op wetten, en dat het voorts niet voldoende is, indien er al veel mannen van voortreffelijk gezag zijn, maar nodig is, dat hiernaar gestreefd wordt, dat er bepaalde wetten worden gegeven, waardoor bij wijze van teugel ieder voor zich bij zijn plicht wordt gehouden. Vervolgens dat het niet aan ieders believen is overgelaten bij hen, die aan het roer staan, hoe beslist moet worden, en eindelijk, dat men niet buiten de gestelde grenzen mag gaan. En op zijn beurt ook het volk, opdat het bij zijn plicht wortd gehouden en niet te haastig zich verzet, noch ook opstaat tegen hen, die over hen gesteld zijn, maar door wetten en statuten wordt geregeerd en ieder zijn plicht doet naar de roeping, waarmee hij geroepen is.
Maar de kinderen van Belial, enige nietswaardige mannen, zeiden bij hun terugkeren van Mizpa: Wat zou ons deze, een man van geringer stand en van een klein geslacht, verlossen? en zij verachtten hem en brachten hem geen geschenk, terwijl alle welgezinden in het land zich haastten om de nieuwe koning op beleefde wijze (2 Kronieken 17: 5) hun eerbied te betonen. Maar hij wasals doof, hij luisterde niet eens naar die beledigingen. God gaf aan Zijn volk een koning in Zijn toorn (Hos.13: 11), want zij hadden Hem verworpen, dat Hij geen koning over hen zou zijn (8: 7). Toch was hij toen een voortreffelijk koning, een ootmoedig, krachtig man, zo goed dat men geen betere zou hebben kunnen vinden; de betere (13: 14) hun te geven, daartoe had Israël de Heere geen tijd gelaten. Saul greep niet aanstonds na zijn terugkomst te Gibea de teugels van de regering in de hand, maar begaf zich tot zijn landelijke bezigheden. Dat deed hij evenzeer uit ootmoed, als uit juiste beoordeling van de stand van zaken. Eerst wilde hij voldoen aan de verwachtingen, die men van een koning koesterde (8: 6,19), dan zou hij vanzelf erkend worden; en omdat de Heere Hem zonder zijn toedoen tot een vorst over zijn volk gesteld had, wilde hij de Heere niet vooruitlopen, maar geduldig en in stilte afwachten, totdat hem gelegenheid gegeven zou worden om te handelen: “De Heere dekt menig pas aangestoken lichtje met wijsheid toe, opdat het behoorlijk aanbrande.”. Christus hield zich als doof, toen Hij beledigd werd, want het was de dag van Zijn lankmoedigheid, maar er komt een dag van vergelding.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel