Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En gansH3605IsraelH3478 werd in geslachtsregistersH3187 geteld, en zietH2009, zij zijn geschrevenH3789 in het boekH5612 der koningenH4428 van IsraelH3478. En die van JudaH3063 waren weggevoerdH1540 naar BabelH894, om hunner overtredingenH4604 wil.En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil.
KJVSo all Israel2were reckoned by genealogies;3and, behold, they were written5in the book7of the kings8of Israel9and Judah,10who were carried away11to Babylon12for their transgression.13
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3הִתְיַחְשׂ֔וּH3187geslachtsregisters, geslachtsregister, geslachtsrekening(number after, number throughout the) genealogy (to be reckoned), be reckoned by genealogies4וְהִנָּ֣םH2009ziet, ziebehold, lo, see5כְּתוּבִ֔יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7סֵ֖פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וִיהוּדָ֛הH3063JudaJudah11הָגְל֥וּH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover12לְבָבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon13בְּמַעֲלָֽםH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very
2De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De eersteH7223inwonersH3427 nu, dieH834 in hun bezittingH272, in hun stedenH5892 kwamen, waren de IsraelietenH3478, de priestersH3548, de LevietenH3881, en de NethinimH5411.De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim.
KJVNow the first2inhabitants1that dwelt in their possessions4in their cities5were, the Israelites,6the priests,7Levites,8and the Nethinims.9
1וְהַיּוֹשְׁבִים֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2הָרִ֣אשֹׁנִ֔יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בַּאֲחֻזָּתָ֖םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession5בְּעָרֵיהֶ֑םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9וְהַנְּתִינִֽיםH5411NethinimNethinims
3Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Maar te JeruzalemH3389woondenH3427vanH4480 de kinderenH1121 van JudaH3063, en vanH4480 de kinderenH1121 van BenjaminH1144, en vanH4480 de kinderenH1121 van EfraimH669 en ManasseH4519;Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse;
KJVAnd in Jerusalem1dwelt2of the children4of Judah,5and of the children7of Benjamin,8and of the children10of Ephraim,11and Manasseh;12
1וּבִירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem2יָשְׁב֔וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah6וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8בִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin9וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אֶפְרַ֖יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites12וּמְנַשֶּֽׁהH4519ManasseManasseh
4Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4UthaiH5793, de zoonH1121 van AmmihudH5989, den zoonH1121 van OmriH6018, den zoonH1121 van ImriH566, den zoonH1121 van BaniH1137, vanH4480 de kinderenH1121 van PerezH6557, den zoonH1121 van JudaH3063.Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.
5En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En vanH4480 de SilonietenH7888 was AsajaH6222, de eerstgeboreneH1060, en zijn kinderenH1121.En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.
KJVAnd of the Shilonites;2Asaiah3the firstborn,4and his sons.5
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַשִּׁ֣ילוֹנִ֔יH7888Siloniet, SilonietenShilonite3עֲשָׂיָ֥הH6222AsajaAsaiah4הַבְּכ֖וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)5וּבָנָֽיוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
6En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En van de kinderenH1121 van ZerahH2226 was JeuelH3262, en van hun broederenH251 waren zeshonderdH8337 en negentigH8673.En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.
KJVAnd of the sons2of Zerah;3Jeuel,4and their brethren,5six6hundred7and ninety.8
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3זֶ֖רַחH2226Zerah, ZeraZarah, Zerah4יְעוּאֵ֑לH3262JeuelJehiel, Jeiel, Jeuel. Compare H3273 (יְעִיאֵל)5וַאֲחֵיהֶ֖םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7מֵא֥וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8וְתִשְׁעִֽיםH8673negentigninety
7En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En van de kinderenH1121 van BenjaminH1144 waren SalluH5543, de zoonH1121 van MesullamH4918, den zoonH1121 van HodavjaH1938, den zoonH1121 van HassenuaH5574;En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua;
KJVAnd of the sons2of Benjamin;3Sallu4the son5of Meshullam,6the son7of Hodaviah,8the son9of Hasenuah,10
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3בִּנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin4סַלּוּא֙H5543Sallu, Sallai, SaluSallai, Sallu, Salu5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6מְשֻׁלָּ֔םH4918MesullamMeshullam7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הוֹדַוְיָ֖הH1938Hodavja, HodaviaHodaviah9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10הַסְּנֻאָֽהH5574Hassenua, SenuaHasenuah (including the art), Senuah
8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En JibneaH2997, de zoonH1121 van JerohamH3395, en ElaH425, de zoonH1121 van UzziH5813, den zoonH1121 van MichriH4381; en MesullamH4918, de zoonH1121 van SefatjaH8203, den zoonH1121 van ReuelH7467, den zoonH1121 van JibnijaH2998;En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
9En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hun broederenH251 naar hun geslachtenH8435, negenhonderdH8672zesH8337 en vijftigH2572; alH3605dezeH428mannenH582 waren hoofdenH7218 der vaderenH1 in de huizenH1004 hunner vaderenH1.En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen.
KJVAnd their brethren,1according to their generations,2nine3hundred4and fifty5and six.6All these menwere chief10of the fathers11in the house12of their fathers.13
1וַאֲחֵיהֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2לְתֹ֣לְדוֹתָ֔םH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3תְּשַׁ֥עH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)4מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5וַחֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty6וְשִׁשָּׁ֑הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10רָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top11אָב֖וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13אֲבֹתֵיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10VanH4480 de priesterenH3548 nu, JedajaH3048, en JojaribH3080, en JachinH3199,Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
KJVAnd of the priests;2Jedaiah,3and Jehoiarib,4and Jachin,5
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַֽכֹּהֲנִ֑יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3יְדַֽעְיָ֥הH3048JedajaJedaiah4וִיהוֹיָרִ֖יבH3080JojaribJehoiarib. Compare H3114 (יוֹיָרִיב)5וְיָכִֽיןH3199JachinJachin
11En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En AzarjaH5838, de zoonH1121 van HilkijaH2518, den zoonH1121 van MesullamH4918, den zoonH1121 van ZadokH6659, den zoonH1121 van MerajothH4812, den zoonH1121 van AhitubH285, oversteH5057 van het huisH1004GodsH430;En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;
12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En AdajaH5718, de zoonH1121 van JerohamH3395, den zoonH1121 van PashurH6583, den zoonH1121 van MalchijaH4441; en MassiH4640, de zoonH1121 van AdielH5717, den zoonH1121 van JahzeraH3170, den zoonH1121 van MesullamH4918, den zoonH1121 van MesillemithH4921, den zoonH1121 van ImmerH564.En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
13Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen hunner vaderen, duizend zevenhonderd en zestig, kloeke helden aan het werk van den dienst van het huis Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daartoe hun broedersH251, hoofdenH7218 in de huizenH1004 hunner vaderenH1, duizendH505zevenhonderdH7651 en zestigH8346, kloekeH2428heldenH1368 aan het werkH4399 van den dienstH5656 van het huisH1004GodsH430.Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen hunner vaderen, duizend zevenhonderd en zestig, kloeke helden aan het werk van den dienst van het huis Gods.
KJVAnd their brethren,1heads2of the house3of their fathers,4a thousand5and seven6hundred7and threescore;8very able10men9for the work11of the service12of the house13of God.14
14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14VanH4480 de LevietenH3881 nu waren SemajaH8098, de zoonH1121 van HasubH2815, den zoonH1121 van AzrikamH5840, den zoonH1121 van HasabjaH2811, vanH4480 de kinderenH1121 van MerariH4847;Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
KJVAnd of the Levites;2Shemaiah3the son4of Hasshub,5the son6of Azrikam,7the son8of Hashabiah,9of the sons11of Merari;12
1וּמִֽןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3שְׁמַֽעְיָ֧הH8098SemajaShemaiah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חַשּׁ֛וּבH2815Hassub, HasubHashub, Hasshub6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עַזְרִיקָ֥םH5840AzrikamAzrikam8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9חֲשַׁבְיָ֖הH2811HasabjaHashabiah10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12מְרָרִֽיH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)
15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En BakbakkarH1230, Heres, en GalalH1559, en MattanjaH4983, de zoonH1121 van MichaH4316, den zoonH1121 van ZichriH2147, den zoonH1121 van AsafH623;En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;
16En Obadja, de zoon van Semaja, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun; en Berechja, de zoon van Asa, den zoon van Elkana, woonachtig in de dorpen der Netofathieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En ObadjaH5662, de zoonH1121 van SemajaH8098, den zoonH1121 van GalalH1559, den zoonH1121 van JeduthunH3038; en BerechjaH1296, de zoonH1121 van AsaH609, den zoonH1121 van ElkanaH511, woonachtigH3427 in de dorpenH2691 der NetofathietenH5200.En Obadja, de zoon van Semaja, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun; en Berechja, de zoon van Asa, den zoon van Elkana, woonachtig in de dorpen der Netofathieten.
KJVAnd Obadiah1the son2of Shemaiah,3the son4of Galal,5the son6of Jeduthun,7and Berechiah8the son9of Asa,10the son11of Elkanah,12that dwelt13in the villages14of the Netophathites.15
1וְעֹבַדְיָה֙H5662ObadjaObadiah2בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁמַֽעְיָ֔הH8098SemajaShemaiah4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָּלָ֖לH1559GalalGalal6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יְדוּת֑וּןH3038JeduthunJeduthun8וּבֶרֶכְיָ֤הH1296BerechjaBerachiah, Berechiah9בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אָסָא֙H609AsaAsa11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אֶלְקָנָ֔הH511ElkanaElkanah13הַיּוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14בְּחַצְרֵ֥יH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village15נְטוֹפָתִֽיH5200Netofathiet, Netofathieten, NethofathietNetophathite
17De poortiers nu waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17De poortiersH7778 nu waren: SallumH7967, en AkkubH6126, en TalmonH2929, en AhimanH289, en hun broedersH251; SallumH7967 was het hoofdH7218.De poortiers nu waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd.
KJVAnd the porters1were, Shallum,2and Akkub,3and Talmon,4and Ahiman,5and their brethren:6Shallum7was the chief;8
1וְהַשֹּׁעֲרִים֙H7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter2שַׁלּ֣וּםH7967SallumShallum3וְעַקּ֔וּבH6126AkkubAkkub4וְטַלְמֹ֖ןH2929TalmonTalmon5וַאֲחִימָ֑ןH289AhimanAhiman6וַאֲחִיהֶ֥םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7שַׁלּ֖וּםH7967SallumShallum8הָרֹֽאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
18Ook tot nog toe, aan de poort des konings oostwaarts, waren dezen de poortiers onder de legers der kinderen van Levi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Ook tot nog toe, aan de poortH8179 des koningsH4428oostwaartsH4217, waren dezen de poortiersH7778 onder de legersH4264 der kinderenH1121 van LeviH3878.Ook tot nog toe, aan de poort des konings oostwaarts, waren dezen de poortiers onder de legers der kinderen van Levi.
KJVWho hitherto waited in the king's4gate3eastward:5they were porters7in the companies8of the children9of Levi.10
1וְֽעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2הֵ֔נָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet3בְּשַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)4הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5מִזְרָ֑חָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)6הֵ֚מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7הַשֹּׁ֣עֲרִ֔יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter8לְמַחֲנ֖וֹתH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10לֵוִֽיH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)
19En Sallum, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah, en zijn broeders van het huis zijns vaders, de Korathieten, waren over het werk van den dienst, wachters der dorpelen des tabernakels; gelijk hun vaders in het leger des HEEREN geweest waren bewaarders van den ingang;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En SallumH7967, de zoonH1121 van Kore, den zoonH1121 van EbjasafH43, den zoonH1121 van KorahH7141, en zijn broedersH251 van het huisH1004 zijns vadersH1, de Korathieten, waren overH5921 het werkH4399 van den dienstH5656, wachtersH8104 der dorpelenH5592 des tabernakelsH168; gelijk hun vadersH1 in het legerH4264 des HEERENH3068 geweest waren bewaardersH8104 van den ingangH3996;En Sallum, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah, en zijn broeders van het huis zijns vaders, de Korathieten, waren over het werk van den dienst, wachters der dorpelen des tabernakels; gelijk hun vaders in het leger des HEEREN geweest waren bewaarders van den ingang;
Ook in dit vers
KorahietenH7145
KJVAnd Shallum1the son2of Kore,3the son4of Ebiasaph,5the son6of Korah,7and his brethren,8of the house9of his father,10the Korahites,11were over the work13of the service,14keepers15of the gates16of the tabernacle:17and their fathers,18being over the host20of the LORD,21were keepers22of the entry.23
1וְשַׁלּ֣וּםH7967SallumShallum2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3ק֠וֹרֵאH6981Kore4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֶבְיָסָ֨ףH43EbjasafEbiasaph6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7קֹ֜רַחH7141Korach, KorahKorah8וְֽאֶחָ֧יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אָבִ֣יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11הַקָּרְחִ֗יםH7145Korahieten, Korachieten, KorahietKorahite, Korathite, sons of Kore, Korhite12עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מְלֶ֣אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)14הָעֲבוֹדָ֔הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought15שֹׁמְרֵ֥יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)16הַסִּפִּ֖יםH5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold17לָאֹ֑הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18וַאֲבֹֽתֵיהֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents21יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22שֹׁמְרֵ֖יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)23הַמָּבֽוֹאH3996ingang, ondergang, ingangenby which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא)
20Als Pinehas, de zoon van Eleazar, te voren voorganger bij hen was, met welken de HEERE was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als PinehasH6372, de zoonH1121 van EleazarH499, te vorenH6440voorgangerH5057 bij hen was, metH5973 welken de HEEREH3068 was.Als Pinehas, de zoon van Eleazar, te voren voorganger bij hen was, met welken de HEERE was.
KJVAnd Phinehas1the son2of Eleazar3was the ruler4over them in time past,7and the LORD8was with him.
1וּפִֽינְחָ֣סH6372PinehasPhinehas2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אֶלְעָזָ֗רH499EleazarEleazar4נָגִ֨ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler5הָיָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7לְפָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
21Zacharja, de zoon van Meselemja, was poortier aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21ZacharjaH2148, de zoonH1121 van MeselemjaH4920, was poortierH7778 aan de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.Zacharja, de zoon van Meselemja, was poortier aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd Zechariah1the son2of Meshelemiah3was porter4of the door5of the tabernacle6of the congregation.7
22Allen, die uitgelezen waren tot poortiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf. Dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen. David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22AllenH3605, die uitgelezenH1305 waren tot poortiersH7778 aan de dorpelenH5592, waren tweehonderdH3967 en twaalfH8147. Dezen waren in het geslachtsregisterH3187 gesteld naar hunH1992dorpenH2691. DavidH1732 en SamuelH8050, de zienerH7200, hadden hen in hun ambtH530bevestigdH3245.Allen, die uitgelezen waren tot poortiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf. Dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen. David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd.
KJVAll these which were chosen2to be porters3in the gates4were two hundred5and twelve.6These were reckoned by their genealogy10in their villages,9whom8David13and Samuel14the seer15did ordain12in their set office.16
1כֻּלָּ֤םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַבְּרוּרִים֙H1305reine, uitgelezen, zuiverenmake bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out)3לְשֹׁעֲרִ֣יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter4בַּסִּפִּ֔יםH5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold5מָאתַ֖יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6וּשְׁנֵ֣יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7עָשָׂ֑רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8הֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9בְחַצְרֵיהֶם֙H2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village10הִתְיַחְשָׂ֔םH3187geslachtsregisters, geslachtsregister, geslachtsrekening(number after, number throughout the) genealogy (to be reckoned), be reckoned by genealogies11הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12יִסַּ֥דH3245gegrond, gegrondvest, grondappoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure13דָּוִ֛ידH1732David, DavidsDavid14וּשְׁמוּאֵ֥לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel15הָרֹאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16בֶּאֱמוּנָתָֽםH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily
23Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij dan en hunH1992zonenH1121 waren aanH5921 de poortenH8179 van het huisH1004 des HEERENH3068, in het huisH1004 der tentH168, aan de wachtenH4931.Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.
KJVSo they and their children2had the oversight of the gates4of the house5of the LORD,6namely, the house7of the tabernacle,8by wards.9
1וְהֵ֨םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2וּבְנֵיהֶ֜םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַשְּׁעָרִ֧יםH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9לְמִשְׁמָרֽוֹתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch
24Die poortiers waren aan de vier winden, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden, en tegen het zuiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Die poortiersH7778warenH1961 aan de vierH702windenH7307, tegen het oostenH4217, tegen het westenH3220, tegen het noordenH6828, en tegen het zuidenH5045.Die poortiers waren aan de vier winden, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden, en tegen het zuiden.
KJVIn four1quarters2were the porters,4toward the east,5west,6north,7and south.8
25En hun broeders waren op hun dorpen, inkomende ten zevenden dage van tijd tot tijd, om met hen te dienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En hun broedersH251 waren op hun dorpenH2691, inkomendeH935 ten zevendenH7651dageH3117 van tijdH6256totH413tijdH6256, om metH5973 hen te dienen;En hun broeders waren op hun dorpen, inkomende ten zevenden dage van tijd tot tijd, om met hen te dienen;
KJVAnd their brethren,1which were in their villages,2were to come3after seven4days5from time6to time8with them.
1וַאֲחֵיהֶ֨םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2בְּחַצְרֵיהֶ֜םH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village3לָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4לְשִׁבְעַ֧תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5הַיָּמִ֛יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6מֵעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8עֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when9עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
26Want in dat ambt waren vier overste poortiers, die Levieten waren; en zij waren over de kameren en over de schatten van het huis Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Want in dat ambtH530 waren vierH702oversteH1368poortiersH7778, dieH1992LevietenH3881 waren; en zij waren overH5921 de kamerenH3957 en overH5921 de schattenH214 van het huisH1004GodsH430.Want in dat ambt waren vier overste poortiers, die Levieten waren; en zij waren over de kameren en over de schatten van het huis Gods.
KJVFor these Levites,8the four4chief5porters,6were in their set office,2and were over the chambers11and treasuries13of the house14of God.15
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בֶאֱמוּנָ֞הH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily3הֵ֗מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4אַרְבַּ֨עַת֙H702vier, vierhonderd, veertienfour5גִּבֹּרֵ֣יH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man6הַשֹּׁעֲרִ֔יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter7הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9וְהָיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַלְּשָׁכ֔וֹתH3957kameren, kamerchamber, parlour. Compare H5393 (נִשְׁכָּה)12וְעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָאֹצְר֖וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)14בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
27En zij bleven over nacht rondom het huis Gods; want op hen was de wacht, en zij waren over de opening, en dat allen morgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En zij bleven over nachtH3885rondomH5439 het huisH1004GodsH430; wantH3588opH5921 hen was de wachtH4931, en zijH1992 waren overH5921 de openingH4669, en dat allen morgenH1242.En zij bleven over nacht rondom het huis Gods; want op hen was de wacht, en zij waren over de opening, en dat allen morgen.
KJVAnd they lodged4round about1the house2of God,3because the charge7was upon them, and the openingthereof every morning11pertained to them.
1וּסְבִיב֥וֹתH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side2בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4יָלִ֑ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6עֲלֵיהֶ֣םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מִשְׁמֶ֔רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch8וְהֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַמַּפְתֵּ֖חַH4669openingopening11וְלַבֹּ֥קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow12לַבֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
28En enigen van hen waren over de vaten van den dienst; want bij getal droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En enigen van hen waren overH5921 de vatenH3627 van den dienstH5656; wantH3588 bij getalH4557 droegen zij ze in, en bij getalH4557 droegen zij ze uit.En enigen van hen waren over de vaten van den dienst; want bij getal droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze uit.
Ook in dit vers
droegenH935
droegenH3318
KJVAnd certain of them had the charge of2the ministering4vessels,3that they should bring them in7and out9by tale.6
1וּמֵהֶ֖ם2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4הָעֲבוֹדָ֑הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6בְמִסְפָּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time7יְבִיא֔וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8וּבְמִסְפָּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time9יוֹצִיאֽוּםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
29Want uit dezelve zijn er besteld over de vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Want uit dezelve zijn er besteldH4487overH5921 de vatenH3627, en overH5921alH3605 de heiligeH6944vatenH3627, en overH5921 de meelbloemH5560, en wijnH3196, en olieH8081, en wierookH3828, en specerijH1314.Want uit dezelve zijn er besteld over de vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.
KJVSome of them also were appointed2to oversee the vessels,4and all the instruments7of the sanctuary,8and the fine flour,10and the wine,11and the oil,12and the frankincense,13and the spices.14
1וּמֵהֶ֗ם2מְמֻנִּים֙H4487tellen, beschikte, geteldappoint, count, number, prepare, set, tell3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַכֵּלִ֔יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַסֹּ֨לֶת֙H5560meelbloem(fine) flour, meal11וְהַיַּ֣יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)12וְהַשֶּׁ֔מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine13וְהַלְּבוֹנָ֖הH3828wierook(frank-) incense14וְהַבְּשָׂמִֽיםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)
30En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En uitH4480 de zonenH1121 der priesterenH3548 waren de bereidersH7543 van het reukwerkH4842 der specerijenH1314.En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.
KJVAnd some of the sons2of the priests3made4the ointment5of the spices.6
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4רֹקְחֵ֥יH7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice5הַמִּרְקַ֖חַתH4842apothekerskunst, reukwerkprepared by the apothecaries' art, compound, ointment6לַבְּשָׂמִֽיםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)
31En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En MattithjaH4993uitH4480 de LevietenH3881, dewelke was de eerstgeboreneH1060 van SallumH7967, den KorahietH7145, was in het ambtH530overH5921 het werk, dat in pannenH2281gekooktH4639 wordt.En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.
KJVAnd Mattithiah,1one of the Levites,3who was the firstborn5of Shallum6the Korahite,7had the set office8over the things that were made10in the pans.11
1וּמַתִּתְיָה֙H4993MattithjaMattithiah. n2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5הַבְּכ֖וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)6לְשַׁלֻּ֣םH7967SallumShallum7הַקָּרְחִ֑יH7145Korahieten, Korachieten, KorahietKorahite, Korathite, sons of Kore, Korhite8בֶּאֱמוּנָ֕הH530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily9עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought11הַחֲבִתִּֽיםH2281pannenpan
32En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En uit de kinderenH1121 der KahathietenH6956, uitH4480 hun broederenH251, waren enigen overH5921 de brodenH3899 der toerichtingH4635, om die alle sabbattenH7676 te bereidenH3559.En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
KJVAnd other of their brethren,5of the sons2of the Kohathites,3were over the shewbread,7to prepare9it every sabbath.10
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הַקְּהָתִ֛יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5אֲחֵיהֶ֖םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8הַֽמַּעֲרָ֑כֶתH4635toerichting, rijrow, shewbread9לְהָכִ֖יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed10שַׁבַּ֥תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath11שַׁבָּֽתH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath
33Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Uit dezenH428 zijn ook de zangersH7891, hoofdenH7218 der vaderenH1 onder de LevietenH3881 in de kamerenH3957, dienstvrijH6362; wantH3588dagH3119 en nachtH3915 was het opH5921 hen, in dat werkH4399 te zijn.Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.
KJVAnd these are the singers,2chief3of the fathers4of the Levites,5who remaining in the chambers6were free:7for they were employed in that work12day9and night.10
1וְאֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַ֠מְשֹׁרְרִיםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)3רָאשֵׁ֨יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4אָב֧וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5לַלְוִיִּ֛םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6בַּלְּשָׁכֹ֖תH3957kameren, kamerchamber, parlour. Compare H5393 (נִשְׁכָּה)7פְּטוּרִ֑יםH6362open, dienstvrij, ontweekdismiss, free, let (shoot) out, slip away8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יוֹמָ֥םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)10וָלַ֛יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)11עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12בַּמְּלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
34Dit zijn de hoofden der vaderen onder de Levieten, hoofden in hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34DitH428 zijn de hoofdenH7218 der vaderenH1 onder de LevietenH3881, hoofdenH7218 in hun geslachtenH8435; dezenH428woondenH3427 te JeruzalemH3389.Dit zijn de hoofden der vaderen onder de Levieten, hoofden in hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.
KJVThese chief2fathers3of the Levites4were chief6throughout their generations;5these dwelt8at Jerusalem.9
35Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Maar te GibeonH1391 hadden gewoondH3427JeielH3273, de vaderH1 van GibeonH1391; de naamH8034 zijner zusterH802 nu was MaachaH4601.Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.
KJVAnd in Gibeon1dwelt2the father3of Gibeon,4Jehiel,5whose wife's7name6was Maachah:8
1וּבְגִבְע֛וֹןH1391GibeonGibeon2יָשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3אֲבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4גִבְע֖וֹןH1391GibeonGibeon5יְעִיאֵ֑לH3273Jeiel, JehielJeiel, Jehiel. Compare H3262 (יְעוּאֵל)6וְשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7אִשְׁתּ֖וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8מַעֲכָֽהH4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)
36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En AbdonH5658 was zijn eerstgeborenH1060zoonH1121, daarna ZurH6698, en KisH7027, en BaalH1168, en NerH5369, en NadabH5070.En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.
KJVAnd his firstborn2son1Abdon,3then Zur,4and Kish,5and Baal,6and Ner,7and Nadab,8
1וּבְנ֥וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2הַבְּכ֖וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)3עַבְדּ֑וֹןH5658AbdonAbdon. Compare H5683 (עֶבְרֹן)4וְצ֣וּרH6698ZurZur5וְקִ֔ישׁH7027Kis, broedersKish6וּבַ֥עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim7וְנֵ֖רH5369NerNer8וְנָדָֽבH5070NadabNadab
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En GedorH1446, en AhioH283, en ZacharjaH2148, en MiklothH4732.En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.
38Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38MiklothH4732 nu gewonH3205SimeamH8043; dezen woondenH3427 ook te JeruzalemH3389, tegenoverH5048 hun broederenH251, metH5973 hun broederenH251.Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.
KJVAnd Mikloth1begat2Shimeam.4And they also dwelt9with their brethren8at Jerusalem,10over against their brethren.12
1וּמִקְל֖וֹתH4732MiklothMikloth2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שִׁמְאָ֑םH8043SimeamShimeam5וְאַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea6הֵ֗םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7נֶ֧גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view8אֲחֵיהֶ֛םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9יָשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בִירֽוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12אֲחֵיהֶֽםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En NerH5369gewonH3205KisH7027, en KisH7027gewonH3205SaulH7586, en SaulH7586gewonH3205JonathanH3083, en Malchi-suaH4444, en AbinadabH41, en EsbaalH792.En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.
1וְנֵר֙H5369NerNer2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4קִ֔ישׁH7027Kis, broedersKish5וְקִ֖ישׁH7027Kis, broedersKish6הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שָׁא֑וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul9וְשָׁא֗וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul10הוֹלִ֤ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יְהֽוֹנָתָן֙H3083Jonathan, JonathansJonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן)13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַלְכִּיH4444Malchi-sua, MalchisuaMalchishua15שׁ֔וּעַH4444Malchi-sua, MalchisuaMalchishua16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲבִינָדָ֖בH41AbinadabAbinadab18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19אֶשְׁבָּֽעַלH792EsbaalEshbaal
40En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En JonathansH3083zoonH1121 van Merib-baal, en Merib-baal gewonH3205MichaH4318.En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.
Ook in dit vers
Merib-baalH4807
Merib-baalH4810
KJVAnd the son1of Jonathan2was Meribbaal:3and Meribbaal5begat7Micah.9
1וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יְהוֹנָתָ֖ןH3083Jonathan, JonathansJonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן)3מְרִ֣יבH4807Merib-baalMerib-baal. Compare H4810 (מְרִי בַעַל)4בָּ֑עַלH4807Merib-baalMerib-baal. Compare H4810 (מְרִי בַעַל)5וּמְרִיH4810Merib-baalMeri-baal. Compare H4807 (מְרִיב בַּעַל)6בַ֖עַלH4810Merib-baalMeri-baal. Compare H4807 (מְרִיב בַּעַל)7הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִיכָֽהH4318Micha, huisMicah, Micaiah, Michah
41De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41De kinderenH1121 van MichaH4318 nu waren PithonH6377, en MelechH4429, en ThaereaH8475.De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.
KJVAnd the sons1of Micah2were, Pithon,3and Melech,4and Tahrea,5and Ahaz.
1וּבְנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2מִיכָ֑הH4318Micha, huisMicah, Micaiah, Michah3פִּית֥וֹןH6377PithonPithon4וָמֶ֖לֶךְH4429Melech, HammelechMelech, Hammelech (by including the article)5וְתַחְרֵֽעַH8475ThaereaTahrea
42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En AchazH271gewonH3205JaeraH3294, en JaeraH3294gewonH3205AlemethH5964, en AzmavethH5820, en ZimriH2174; en ZimriH2174gewonH3205MozaH4162;En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
1וְאָחָז֙H271Achaz, Achaz'Ahaz2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יַעְרָ֔הH3294JaeraJarah5וְיַעְרָ֗הH3294JaeraJarah6הוֹלִ֛ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עָלֶ֥מֶתH5964Alemeth, AllemethAlameth, Alemeth9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַזְמָ֖וֶתH5820Azmaveth, AsmavethAzmaveth. See also H1041 (בֵּית עַזְמָוֶת)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12זִמְרִ֑יH2174ZimriZimri13וְזִמְרִ֖יH2174ZimriZimri14הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מוֹצָֽאH4162MozaMoza
43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En MozaH4162gewonH3205BinaH1150; wiens zoonH1121 was RefajaH7509; wiens zoonH1121 was ElasaH501; wiens zoonH1121 was AzelH682.En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.
44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44AzelH682 nu had zesH8337zonenH1121, en ditH428 zijn hun namenH8034: AzrikamH5840, BochruH1074, en IsmaelH3458, en SearjaH8187, en ObadjaH5662, en HananH2605; dezenH428 zijn AzelsH682zonenH1121.Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.
KJVAnd Azel1had six2sons,3whose names5are these, Azrikam,6Bocheru,7and Ishmael,8and Sheariah,9and Obadiah,10and Hanan:11these were the sons13of Azel.14
1וּלְאָצֵל֮H682Azel, Azal, AzelsAzal, Azel2שִׁשָּׁ֣הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth3בָנִים֒H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וְאֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5שְׁמוֹתָ֗םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6עַזְרִיקָ֥םH5840AzrikamAzrikam7בֹּ֨כְרוּ֙H1074BochruBocheru8וְיִשְׁמָעֵ֣אלH3458IsmaelIshmael9וּשְׁעַרְיָ֔הH8187SearjaSheariah10וְעֹבַדְיָ֖הH5662ObadjaObadiah11וְחָנָ֑ןH2605HananCanan12אֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אָצַֽלH682Azel, Azal, AzelsAzal, Azel
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 9:1— En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil.2 Kronieken 33:11→Ezra 2:59→2 Kronieken 36:9→Daniël 1:2→2 Kronieken 36:18→Jeremia 52:14→Nehemia 7:64→Mattheüs 1:1→
1 Kronieken 9:2— De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim.Nehemia 7:73→Ezra 8:20→Ezra 2:43→Ezra 2:58→Ezra 2:70→Nehemia 7:60→Jozua 9:21→Nehemia 11:3→
1 Kronieken 9:3— Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse;Nehemia 11:1→2 Kronieken 30:11→Nehemia 11:4→2 Kronieken 11:16→
1 Kronieken 9:4— Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.Genesis 46:12→1 Kronieken 2:5→Numeri 26:20→1 Kronieken 4:1→Nehemia 10:13→Nehemia 11:4→Nehemia 11:6→Nehemia 8:7→
1 Kronieken 9:5— En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.Numeri 26:20→Nehemia 11:5→
1 Kronieken 9:6— En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.Genesis 38:30→Numeri 26:20→1 Kronieken 2:6→1 Kronieken 2:4→
1 Kronieken 9:7— En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua;Nehemia 11:7→Nehemia 10:20→Nehemia 8:4→
1 Kronieken 9:9— En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen.Nehemia 11:8→
1 Kronieken 9:10— Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,Nehemia 11:10→Nehemia 12:19→
1 Kronieken 9:11— En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;Nehemia 11:11→Numeri 4:15→Nehemia 10:2→Handelingen 5:26→2 Koningen 23:4→Jeremia 20:1→Numeri 4:28→Numeri 4:33→
1 Kronieken 9:12— En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.1 Kronieken 24:14→Nehemia 11:12→Nehemia 7:40→Ezra 2:37→
1 Kronieken 9:13— Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen hunner vaderen, duizend zevenhonderd en zestig, kloeke helden aan het werk van den dienst van het huis Gods.1 Kronieken 26:30→Nehemia 11:14→1 Kronieken 26:32→1 Kronieken 26:6→
1 Kronieken 9:14— Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;1 Kronieken 6:29→1 Kronieken 6:63→Nehemia 10:11→1 Kronieken 6:19→Nehemia 12:24→Numeri 26:57→Nehemia 11:15→
1 Kronieken 9:15— En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;Nehemia 11:22→1 Kronieken 12:25→Nehemia 11:17→1 Kronieken 11:17→1 Kronieken 25:2→Nehemia 10:12→1 Kronieken 12:35→
1 Kronieken 9:16— En Obadja, de zoon van Semaja, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun; en Berechja, de zoon van Asa, den zoon van Elkana, woonachtig in de dorpen der Netofathieten.1 Kronieken 2:54→1 Kronieken 12:25→1 Kronieken 25:6→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 25:3→Nehemia 12:28→Nehemia 7:26→2 Kronieken 35:15→
1 Kronieken 9:17— De poortiers nu waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd.Nehemia 11:19→1 Kronieken 23:5→1 Kronieken 26:1→
1 Kronieken 9:18— Ook tot nog toe, aan de poort des konings oostwaarts, waren dezen de poortiers onder de legers der kinderen van Levi.Ezechiël 46:1→Handelingen 3:11→2 Koningen 11:19→Ezechiël 44:2→1 Kronieken 26:12→1 Koningen 10:5→
1 Kronieken 9:19— En Sallum, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah, en zijn broeders van het huis zijns vaders, de Korathieten, waren over het werk van den dienst, wachters der dorpelen des tabernakels; gelijk hun vaders in het leger des HEEREN geweest waren bewaarders van den ingang;1 Kronieken 26:7→1 Kronieken 6:22→2 Kronieken 23:4→Psalmen 84:10→2 Koningen 11:15→Psalmen 42:1→Psalmen 44:1→2 Koningen 11:9→
1 Kronieken 9:20— Als Pinehas, de zoon van Eleazar, te voren voorganger bij hen was, met welken de HEERE was.Numeri 4:16→Handelingen 7:9→Numeri 4:28→Numeri 31:6→Numeri 4:33→Numeri 3:32→Numeri 25:7→1 Samuël 16:18→
1 Kronieken 9:21— Zacharja, de zoon van Meselemja, was poortier aan de deur van de tent der samenkomst.1 Kronieken 26:14→1 Kronieken 26:2→
1 Kronieken 9:22— Allen, die uitgelezen waren tot poortiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf. Dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen. David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd.1 Samuël 9:9→2 Kronieken 31:18→1 Kronieken 9:25→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 9:31→1 Kronieken 23:1→Nehemia 11:25→1 Kronieken 9:16→
1 Kronieken 9:23— Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.Ezechiël 44:14→Ezechiël 44:10→1 Kronieken 23:32→2 Kronieken 23:19→Nehemia 12:45→
1 Kronieken 9:24— Die poortiers waren aan de vier winden, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden, en tegen het zuiden.1 Kronieken 26:14→
1 Kronieken 9:25— En hun broeders waren op hun dorpen, inkomende ten zevenden dage van tijd tot tijd, om met hen te dienen;2 Koningen 11:5→2 Kronieken 23:8→2 Koningen 11:7→
1 Kronieken 9:26— Want in dat ambt waren vier overste poortiers, die Levieten waren; en zij waren over de kameren en over de schatten van het huis Gods.1 Kronieken 26:20→2 Kronieken 31:5→Nehemia 13:5→Nehemia 10:38→
1 Kronieken 9:27— En zij bleven over nacht rondom het huis Gods; want op hen was de wacht, en zij waren over de opening, en dat allen morgen.1 Kronieken 23:30→Maleachi 1:10→Romeinen 12:7→1 Samuël 3:15→
1 Kronieken 9:28— En enigen van hen waren over de vaten van den dienst; want bij getal droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze uit.Nehemia 12:44→1 Kronieken 26:22→Ezra 8:25→Nehemia 13:4→Numeri 23:25→
1 Kronieken 9:29— Want uit dezelve zijn er besteld over de vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.1 Kronieken 23:29→Exodus 27:20→Exodus 30:23→
1 Kronieken 9:30— En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.Exodus 30:23→Exodus 37:29→Exodus 30:33→Exodus 30:35→
1 Kronieken 9:31— En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.1 Kronieken 9:19→1 Kronieken 9:22→1 Kronieken 9:17→Leviticus 6:21→Leviticus 2:7→Leviticus 2:5→1 Kronieken 9:26→
1 Kronieken 9:32— En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.Leviticus 24:5→1 Kronieken 6:33→Exodus 25:30→
1 Kronieken 9:33— Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 6:31→Psalmen 134:1→1 Kronieken 15:16→Ezra 7:24→Nehemia 11:17→Psalmen 135:1→1 Kronieken 16:4→
1 Kronieken 9:34— Dit zijn de hoofden der vaderen onder de Levieten, hoofden in hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.1 Kronieken 9:13→Nehemia 11:1→
1 Kronieken 9:35— Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.1 Kronieken 2:45→1 Kronieken 8:29→1 Kronieken 2:50→1 Kronieken 2:23→
1 Kronieken 9:36— En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.1 Kronieken 9:39→1 Kronieken 8:33→
1 Kronieken 9:37— En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.1 Kronieken 8:31→
1 Kronieken 9:38— Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.1 Kronieken 8:32→
1 Kronieken 9:39— En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.1 Samuël 13:22→1 Samuël 31:2→1 Kronieken 8:33→1 Samuël 14:49→1 Kronieken 10:2→1 Samuël 14:1→
1 Kronieken 9:40— En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.2 Samuël 4:4→1 Kronieken 8:34→
1 Kronieken 9:41— De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.1 Kronieken 8:35→
1 Kronieken 9:42— En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;1 Kronieken 8:36→
1 Kronieken 9:43— En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.1 Kronieken 8:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 9 vers 2— De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim.
eerste inwoners
Van hier af begint het register dergenen, die na de Babylonische gevangenis weder in hun land gekomen zijn.
Hertaald:eerste inwoners
Vanaf hier begint het register van hen die na de Babylonische ballingschap weer in hun land teruggekeerd zijn.
Israëlieten
Te weten, het gemene volk onder de Israëlieten.
Hertaald:Israëlieten
Namelijk: het gewone volk onder de Israëlieten.
Nethinim
Dat is, overgegevenen. Deze waren Gibeonieten, die zich vrijwillig den Israëlieten hadden overgegeven, tot eeuwige dienstbaarheid, Joz. 9:21 . Zie ook Ezra 8:20 ; Neh. 11:3 .
Hertaald:Nethinim
Dat is: overgegevenen. Dezen waren Gibeonieten die zich vrijwillig voor eeuwige dienstbaarheid aan de Israëlieten overgegeven hadden, Joz. 9:21. Zie ook Ezra 8:20; Neh. 11:3.
1 Kronieken 9 vers 3— Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse;
woonden
Te weten, nadat zij uit de Babylonische gevangenis waren wedergekeerd, met bewilliging van den koning Cyrus.
Hertaald:woonden
Namelijk: nadat zij met toestemming van koning Cyrus uit de Babylonische ballingschap teruggekeerd waren.
van de kinderen van Efraïm en Manasse;
Dat is, van de tien stammen, die zich van Juda afgescheiden hadden. Gelijk ook velen van dezen stam zich bij Juda gevoegd, om den zuiveren godsdienst te mogen oefenen. Zie 2 Kron. 34:6 , 2 Kron. 34:32 .
Hertaald:van de kinderen van Efraïm en Manasse;
Dat is: van de tien stammen die zich van Juda afgescheiden hadden. Zoals ook velen uit deze stam zich bij Juda gevoegd hebben om de zuivere eredienst te kunnen beoefenen. Zie 2 Kron. 34:6, 2 Kron. 34:32.
1 Kronieken 9 vers 4— Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.
de kinderen van Perez,
Neh. 11:4 worden dezen en velen van de navolgenden ook gesteld, maar sommigen met andere namen.
Hertaald:de kinderen van Perez,
In Neh. 11:4 worden dezen en velen van de daaropvolgende ook genoemd, maar sommigen met andere namen.
1 Kronieken 9 vers 5— En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.
van de Silonieten
Hebreeuws, van Siloni; dat is, uit het geslacht der Silonieten.
Hertaald:van de Silonieten
Hebreeuws: van Siloni; dat is: uit het geslacht van de Silonieten.
1 Kronieken 9 vers 6— En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.
broederen
Dat is, bloedverwanten, alzo ook onder, vs.9, 25, en elders.
Hertaald:broederen
Dat is: bloedverwanten, zo ook hieronder vers 9 en 25, en elders.
1 Kronieken 9 vers 11— En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;
Azarja
Anders, Seraja, Neh. 11:11 , waar deze priesters en Levieten wederom worden verhaald, met verandering van sommiger namen.
Hertaald:Azarja
Anders: Seraja, Neh. 11:11, waar deze priesters en Levieten opnieuw genoemd worden, met andere namen voor sommigen.
Hilkija
Zie van dezen 2 Kon. 22:8 . Hij is het, die het wetboek gevonden heeft.
Hertaald:Hilkija
Zie over hem 2 Kon. 22:8. Hij is degene die het wetboek gevonden heeft.
overste
Hij was de eerste onder de priesters na den hogepriester.
Hertaald:overste
Hij was de eerste onder de priesters na de hogepriester.
van het huis Gods;
Dat is, in den tempel, gelijk vs.13.
Hertaald:van het huis Gods;
Dat is: in de tempel, zoals in vers 13.
1 Kronieken 9 vers 12— En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
den zoon van Pashur,
Dat is, des bloedverwanten, of neef, gelijk te zien is Neh. 11:12 .
Hertaald:den zoon van Pashur,
Dat is: van de bloedverwant, of neef, zoals te zien is in Neh. 11:12.
1 Kronieken 9 vers 16— En Obadja, de zoon van Semaja, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun; en Berechja, de zoon van Asa, den zoon van Elkana, woonachtig in de dorpen der Netofathieten.
dorpen der Netofathieten
Deze dorpen waren in den stam van Juda gelegen, gelijk af te nemen is uit 1 Kron. 2:54 .
Hertaald:dorpen der Netofathieten
Deze dorpen lagen in de stam Juda, zoals op te maken is uit 1 Kron. 2:54.
1 Kronieken 9 vers 17— De poortiers nu waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd.
poortiers
Hun ambt was den tempel dagelijks open en toe te doen, en wel toe te zien dat daar niemand inkwam van hen, die naar orde der wet daar buitengesloten waren.
Hertaald:poortiers
Hun taak was de tempel dagelijks open en dicht te doen, en er goed op toe te zien dat er niemand binnenkwam die volgens de wet daarbuiten moest blijven.
broeders;
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:broeders;
Dat is: bloedverwanten.
1 Kronieken 9 vers 18— Ook tot nog toe, aan de poort des konings oostwaarts, waren dezen de poortiers onder de legers der kinderen van Levi.
poort des konings
Dit was een poort des tempels, door welke de koning in den tempel ging, 2 Kon. 16:18 .
Hertaald:poort des konings
Dit was een poort van de tempel waardoor de koning de tempel binnenging, 2 Kon. 16:18.
dezen
Te weten, die vs.17 genoemd staan.
Hertaald:dezen
Namelijk: die in vers 17 genoemd worden.
poortiers
Dat is, zij waren de voornaamsten, die hun beurt hielden onder de Levietische portiers. Zie onder, vs.22, enz.
Hertaald:poortiers
Dat is: zij waren de voornaamsten die hun beurt hielden onder de Levitische poortwachters. Zie hieronder vers 22, enzovoort.
1 Kronieken 9 vers 19— En Sallum, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah, en zijn broeders van het huis zijns vaders, de Korathieten, waren over het werk van den dienst, wachters der dorpelen des tabernakels; gelijk hun vaders in het leger des HEEREN geweest waren bewaarders van den ingang;
broeders
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:broeders
Dat is: bloedverwanten.
vaders
Te weten, de Kehathieten, Num. 4:4 .
Hertaald:vaders
Namelijk: de Kehathieten, Num. 4:4.
het leger
Dat is, in de woestijn, waar God de Levieten als een heirleger gevoerd heeft, en zelfs rondom de ark legerde.
Hertaald:het leger
Dat is: in de woestijn, waar God de Levieten als een legermacht geleid heeft en zelfs rondom de ark legerde.
ingang;
Te weten, tot het heilige der allerheiligste in de tent des Heeren.
Hertaald:ingang;
Namelijk: tot het heilige der heiligen in de tent van de HEERE.
1 Kronieken 9 vers 20— Als Pinehas, de zoon van Eleazar, te voren voorganger bij hen was, met welken de HEERE was.
HEERE was
Zie Num. 25:11 , enz.
Hertaald:HEERE was
Zie Num. 25:11, enzovoort.
1 Kronieken 9 vers 21— Zacharja, de zoon van Meselemja, was poortier aan de deur van de tent der samenkomst.
Zachárja,
Versta dit alzo, dat deze Zacharia was overste der wachters, want daar zijn veel wachters geweest, vs.19, 22.
Hertaald:Zachárja,
Versta dit zo, dat deze Zacharja de leider van de wachters was, want er zijn veel wachters geweest, vers 19 en 22.
1 Kronieken 9 vers 22— Allen, die uitgelezen waren tot poortiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf. Dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen. David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd.
Samuël,
Wanneer Samuël dit heeft gedaan, zegt de Heilige Schrift nergens. Eenigen menen dat het geschied is als de ark uit der Filistijnen land gebracht was, 1Sa 7 .
Hertaald:Samuël,
Wanneer Samuël dit gedaan heeft, zegt de Heilige Schrift nergens. Sommigen menen dat het gebeurd is toen de ark uit het land van de Filistijnen teruggebracht was, 1 Sam. 7.
de ziener,
Dat is, profeet. Zie de aantekening 1 Sam. 9:9 .
Hertaald:de ziener,
Dat is: profeet. Zie de aantekening bij 1 Sam. 9:9.
ambt bevestigd
Hebreeuws eigenlijk: In hun waarheid, getrouwheid; alzo ook onder, vs.26. Dat is, in het ambt, dat hun toevertrouwd was; en het wordt alzo genoemd omdat in de bediening van zulk een ambt trouw en geloof vereist wordt, 1 Kor. 4:2 .
Hertaald:ambt bevestigd
Hebreeuws letterlijk: in hun waarheid, trouw; zo ook hieronder vers 26. Dat is: in het ambt dat hun toevertrouwd was; het wordt zo genoemd omdat bij de uitoefening van zo'n ambt trouw en geloof vereist worden, 1 Kor. 4:2.
1 Kronieken 9 vers 23— Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.
van het huis
Sommigen onderscheiden hier het huis des Heeren van het huis der tent; alzo, dat bij het huis des Heeren te verstaan is de tent, die David bij zijn huis gespannen had, waar de ark des verbonds stond; en bij het huis der tent te verstaan is de tabernakel te Gibeon, 2 Kron. 1:3 , 2 Kron. 1:5 , en 1 Kon. 3:2 , enz.
Hertaald:van het huis
Sommigen onderscheiden hier het huis van de HEERE van het huis van de tent: met het huis van de HEERE moet men de tent verstaan die David bij zijn huis had opgezet, waar de ark van het verbond stond; en met het huis van de tent moet men de tabernakel in Gibeon verstaan, 2 Kron. 1:3, 2 Kron. 1:5, en 1 Kon. 3:2, enzovoort.
aan de wachten
Te weten, een iegelijk op zijn beurt, alle zeven dagen elkander aflossende. Zie vs.25.
Hertaald:aan de wachten
Namelijk: ieder op zijn eigen beurt, elkaar om de zeven dagen aflossend. Zie vers 25.
1 Kronieken 9 vers 24— Die poortiers waren aan de vier winden, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden, en tegen het zuiden.
aan de vier winden,
Dat is, aan de vier hoeken der wereld.
Hertaald:aan de vier winden,
Dat is: naar de vier windstreken van de wereld.
het westen,
Hebreeuws, tegen de zee; die aan het land Kanaän tegen het westen ligt.
Hertaald:het westen,
Hebreeuws: tegen de zee; die aan de westkant van het land Kanaän ligt.
1 Kronieken 9 vers 25— En hun broeders waren op hun dorpen, inkomende ten zevenden dage van tijd tot tijd, om met hen te dienen;
broeders
Dat is, maagschap, bloedverwanten.
Hertaald:broeders
Dat is: familie, bloedverwanten.
inkomende
Te weten, binnen Jeruzalem, om den godsdienst waar te nemen in den tempel, als de een afging, zo kwam de ander aan, altijd van zeven dagen tot zeven dagen.
Hertaald:inkomende
Namelijk: binnen Jeruzalem, om de eredienst in de tempel waar te nemen; als de een vertrok, kwam de ander aan, steeds van zeven dagen tot zeven dagen.
met hen te dienen
Te weten, met de oversten, van welken boven, vs.17, 21, gesproken is. Deze oversten bleven altijd te Jeruzalem, wonende in den tempel.
Hertaald:met hen te dienen
Namelijk: met de leiders over wie hierboven in vers 17 en 21 gesproken is. Deze leiders bleven altijd in Jeruzalem en woonden in de tempel.
1 Kronieken 9 vers 26— Want in dat ambt waren vier overste poortiers, die Levieten waren; en zij waren over de kameren en over de schatten van het huis Gods.
in dat ambt
Zie vs.22.
Hertaald:in dat ambt
Zie vers 22.
waren
Zie de ordening en verdeling, die David hierover gemaakt heeft, 1 Kron. 26:1 .
Hertaald:waren
Zie de indeling en verdeling die David hierover gemaakt heeft, 1 Kron. 26:1.
1 Kronieken 9 vers 27— En zij bleven over nacht rondom het huis Gods; want op hen was de wacht, en zij waren over de opening, en dat allen morgen.
zij bleven
Dat is, zij hadden hun nachtrust in de kamers, die rondom den tempel gebouwd waren. Zie 1 Kon. 6:5 .
Hertaald:zij bleven
Dat is: zij overnachtten in de kamers die rondom de tempel gebouwd waren. Zie 1 Kon. 6:5.
opening,
Te weten, des tempels.
Hertaald:opening,
Namelijk: van de tempel.
en dat allen morgen
Hebreeuws, en tot morgen, morgen; dat is, telken morgen.
Hertaald:en dat allen morgen
Hebreeuws: en tot morgen, morgen; dat is: elke morgen.
1 Kronieken 9 vers 28— En enigen van hen waren over de vaten van den dienst; want bij getal droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze uit.
van den dienst;
Te weten, van den heiligen dienst.
Hertaald:van den dienst;
Namelijk: van de heilige dienst.
1 Kronieken 9 vers 30— En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.
de bereiders
Dat is, die het reukwerk bereiden, waren kinderen der priesters, met gemene Levieten.
Hertaald:de bereiders
Dat is: degenen die het reukwerk klaarmaakten, waren kinderen van de priesters, samen met gewone Levieten.
het reukwerk
Hoe deze specerijen toebereid werden en wat daar al in gedaan werd, zie Ex. 30:34 .
Hertaald:het reukwerk
Zie over hoe deze specerijen bereid werden en wat daar allemaal in ging Ex. 30:34.
1 Kronieken 9 vers 31— En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.
Sallum,
Zie boven, vs.17, 19.
Hertaald:Sallum,
Zie hierboven vers 17 en 19.
dat in pannen
Hebreeuws, het werk der pannen. Zie Lev. 2:5 , en Lev. 24:5 .
Hertaald:dat in pannen
Hebreeuws: het werk van de pannen. Zie Lev. 2:5, en Lev. 24:5.
1 Kronieken 9 vers 32— En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
de broden
Hebreeuws, over het brood der ordening; verstaande de toonbroden, welke twaalf waren; Ex. 35:13 . Zodat hier het getal van een gesteld is voor het getal van vele.
Hertaald:de broden
Hebreeuws: over het brood van de rangschikking; versta hieronder de toonbroden, die er twaalf waren; Ex. 35:13. Zo staat hier het enkelvoud voor het meervoud.
alle sabbatten
Hebreeuws, op sabbaten, op sabbaten. Zie Ex. 25:30 ; Lev. 24:5 , enz.
Hertaald:alle sabbatten
Hebreeuws: op sabbatten, op sabbatten. Zie Ex. 25:30; Lev. 24:5, enzovoort.
1 Kronieken 9 vers 33— Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.
dezen zijn ook
Te weten, Levieten.
Hertaald:dezen zijn ook
Namelijk: Levieten.
der vaderen
Dat is, der vaderlijke huizen.
Hertaald:der vaderen
Dat is: van de vaderlijke huizen.
kameren,
Versta hier, de kamers der priesters, die aan den tempel waren.
Hertaald:kameren,
Versta hieronder de kamers van de priesters, die aan de tempel gebouwd waren.
dienstvrij;
Te weten, van andere diensten.
Hertaald:dienstvrij;
Namelijk: vrijgesteld van andere diensten.
want dag en nacht
Hij wil zeggen, dewijl zij met zingen en met gezangen te stellen altijd moesten bezig zijn, naar de orde van David gemaakt, 1 Kron. 25:1 , zo waren zij ook vrij van alle andere lasten.
Hertaald:want dag en nacht
Hij wil zeggen: omdat zij altijd bezig moesten zijn met zingen en met het opstellen van gezangen, volgens de indeling die David gemaakt had, 1 Kron. 25:1, waren zij ook vrijgesteld van alle andere lasten.
1 Kronieken 9 vers 35— Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.
hadden gewoond
Te weten, ten tijde van Saul. En alzo komt de schrijver van dit boek hier wederom tot het verhaal van de afkomst en het geslacht van Saul en zijner nakomelingen, waarvan hij boven, 1 Kron. 8:29 , begonnen is te spreken.
Hertaald:hadden gewoond
Namelijk: in de tijd van Saul. Zo komt de schrijver van dit boek hier weer terug op het verhaal over de afkomst en het geslacht van Saul en zijn nakomelingen, waarover hij hierboven in 1 Kron. 8:29 begonnen is te spreken.
zijner zuster
Boven, 1 Kron. 8:29 , staat zijner huisvrouw. Hetwelk men kan nemen in zulken zin, als Abraham zeide, Gen. 20:2 , Gen. 20:5 , Gen. 20:12 , dat Sara zijn zuster was.
Hertaald:zijner zuster
Hierboven in 1 Kron. 8:29 staat zijn vrouw. Dat kan men opvatten zoals Abraham zei, Gen. 20:2, Gen. 20:5, Gen. 20:12, dat Sara zijn zuster was.
1 Kronieken 9 vers 36— En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.
Ner,
Niet de vader van Abner, maar een anderen Ner, want deze is niet geweest de vader van Kis, maar zijn broeder; 1 Sam. 14:50-51 .
Hertaald:Ner,
Niet de vader van Abner, maar een andere Ner, want deze was niet de vader van Kis, maar zijn broer; 1 Sam. 14:50-51.
1 Kronieken 9 vers 38— Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.
woonden ook te Jeruzalem,
Zie boven, 1 Kron. 8:32-34 .
Hertaald:woonden ook te Jeruzalem,
Zie hierboven 1 Kron. 8:32-34.
1 Kronieken 9 vers 41— De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.
Thaërea
Versta hierbij, en Achaz, uit vs.42. Zie 1 Kron. 8:35 .
Hertaald:Thaërea
Versta hierbij: en Achaz, uit vers 42. Zie 1 Kron. 8:35.
1 Kronieken 9 vers 42— En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
Achaz
Deze Achaz is ook een zoon van Micha geweest.
Hertaald:Achaz
Deze Achaz is ook een zoon van Micha geweest.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Asaf — verzamelaar
Gersonitische Leviet, zoon van Berechja; door David aangesteld tot tempelzanger, staande aan de rechterzijde van Heman (1 Kron. 6:39-43). Aan hem worden verscheidene psalmen toegeschreven (o.a. Ps. 50, 73-83).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De poortiers en de wacht bij het huis Gods — de kroniekschrijver besteedt opvallend veel ruimte aan wie de deuren bewaakten: tweehonderdtwaalf poortiers, in het geslachtsregister opgetekend, "David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd" (1 Kron. 9:22)
Na de opmerking dat gans Israël in geslachtsregisters geteld werd en dat Juda om zijn overtredingen naar Babel was weggevoerd, volgt de lijst van hen die het eerst terugkwamen (1 Kron. 9:1-2). Daarbij krijgen de poortiers een eigen behandeling. Hun hoofd was Sallum, en zij stonden aan de poort des konings oostwaarts (1 Kron. 9:17-18). Hun vaderen waren al bewaarders van de ingang geweest in het leger des HEEREN (1 Kron. 9:19). Er waren er tweehonderdtwaalf, in hun ambt bevestigd door David en de ziener Samuël (1 Kron. 9:22). Vier oversten hadden het toezicht over de kameren en de schatten van het huis Gods (1 Kron. 9:26). Zij overnachtten rondom het huis, want op hen was de wacht, en zij openden het elke morgen (1 Kron. 9:27). Anderen waren gesteld over de vaten en het gereedschap, die bij getal in- en uitgedragen werden, en over meelbloem, wijn, olie, wierook en specerij (1 Kron. 9:28-29). Van de zangers staat er dat zij dienstvrij waren van ander werk, "want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn" (1 Kron. 9:33).
Bijbelse betekenis: Deze verzen tekenen een dienst die niemand ziet en die toch nauwkeurig geregeld is. Deuren openen, sleutels bewaren, vaten tellen bij het in- en uitdragen, en 's nachts rondom het huis blijven: het is werk zonder glans, en de Schrift noteert het met namen en aantallen. Dat de poortiers door David én door Samuël in hun ambt bevestigd waren, geeft er bovendien gewicht aan; het is geen bijbaan maar een aanstelling. Voor een volk dat pas uit Babel terug was, lag hierin een stille les. Het huis van God vraagt niet alleen zangers en priesters, maar ook mensen die trouw zijn in het kleine en op hun post blijven wanneer het donker is.
Typologie: De dichter van Psalm 84 kende de waarde van juist deze plaats: "ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid" (Ps. 84:11). De minste plaats bij God gaat de beste plaats elders te boven, en dat is precies wat deze naamlijsten in praktijk brengen.
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenNehemia 7:73→Ezra 8:20→Ezra 2:43→Ezra 2:58→Ezra 2:70→Nehemia 7:60→Genesis 46:12→1 Kronieken 2:5→ — En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil. De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim. Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse; Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda. En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen. En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig. En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua; En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija; En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen. Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin, Hierna krijgen wij een opgave van al de geslachten, die in Jeruzalem woonden, met de namen van hun hoofden; het waren Judaïeten, Benjaminieten, Mannasieten en Efraïmieten, en een groot deel van de priesters en Levieten (vs. 1-3). Dat ook de onderhorigen van de beide stammen Efraïm en Manasse daar hun woonplaats hadden, wordt slechts in het algemeen vermeld, zonder nader hun geslachten op te geven; daarentegen wordt, nadat de hoofden van de onderhorigen van de drie andere stammen worden opgegeven (vs. 4-9), van de gelegenheid tot uitvoeriger mededelingen over de priesters en Levieten (vs. 10-34) gebruik gemaakt, om aan te tonen, hoe oude indelingen en inrichtingen in de nieuwe gemeenten in stand werden gehouden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:11→Ezra 2:59→2 Kronieken 36:9→Daniël 1:2→2 Kronieken 36:18→Jeremia 52:14→Nehemia 7:64→Mattheüs 1:1→— En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil.
En gans Israël werd in geslachtsregister gesteld, naar zijn geslachten opgetekend, en zie, zij, deze geslachten, op welker opgave in het bijzonder het voor ons doel niet nader aankomt, zijn geschreven in het boek van de koningen van Israël 1). En die geslachten van Juda waren weggevoerd naar Babel, omwille van hun overtredingen.
Van Israël. Dit wil niet zeggen, van het rijk van de Tien stammen. Die onderscheiding had afgedaan. Israël omvat hier het ganse bondsvolk, zoals ook in vs. 2 Israëlieten omvat alles, wat uit Israël gesproten was.
KruisverwijzingenNehemia 7:73→Ezra 8:20→Ezra 2:43→Ezra 2:58→Ezra 2:70→Nehemia 7:60→Jozua 9:21→Nehemia 11:3→— De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim.
De eerste inwoners 1) nu, die in hun bezittingen, in hun steden kwamen en in vier klassen zich verdeelden, waren de Israëlieten, gewone of tot de stand van de leken behorende Israëlieten (Ezra 2: 70), de priesters, de Levieten en de Nethinim 2), lijfeigenen van het heiligdom.
De eerste inwoners of de vroegere bewoners waren de Israëlieten, vóór de Babylonische wegvoering. De tegenstelling in vs. 2 en 3 geldt de bewoners van het platteland en die van de hoofdstad Jeruzalem.
Nethinim (van nathan = geven, d.i. overgegeven, traditi, namelijk tot de dienst van de Levieten) worden in de na de ballingschap geschreven boeken de tempelknechten genoemd, die de Levieten tot hulp, d.i. tot verlichten van de geringste en zwaarste moeilijkheden gegeven waren; zij werden daarom bij opgaven van het Cultuspersoneel altijd bij de Levieten opgenoemd (Ezra 7: 24). Omdat reeds in Deuteronomium 29: 11 de houthouwers en waterdragers zijn vermeld, heeft men hun oorsprong tot zelfs in de Mozaïsche tijd willen zoeken; intussen duidt aldaar deze uitdrukking allereerst aan de laagste klasse van het volk in het algemeen, zonder op de stand van de Nethinim in het bijzonder anders dan met profetische blik acht te geven. Maar wèl worden als stamvaders van de Nethinim aangeduid die Gibeonieten, die Jozua als houthouwers en waterdragers voor het heiligdom aanstelde (Joz.9: 21 vv.). Toen nu door Sauls bloedige vervolging (2 Samuel .21: 1) het getal van de Gibeonieten sterk verminderd, en bij de meer uitgebreide openbare godsdienst ook een uitgebreider dienstpersoneel nodig was geworden, schonken David en andere vrome koningen hun krijgsgevangenen aan het heiligdom (Ezra 8: 20), en zonder twijfel werden in de stand van de Nethinim ook opgenomen de nakomelingen van de overblijfselen van de Kanaänitische bevolking, die door Salomo leenplichtig waren gemaakt (1 Koningen .9: 20). Zij werden, zoals dit voor dienaars bij het heiligdom vanzelf zich laat begrijpen, en voor de tijd na de ballingschap ook uitdrukkelijk betuigd wordt (Nehemia 10: 28 vv.), verplicht tot aanneming van de besnijdenis en tot het houden van de Mozaïsche wet; zij stonden onder twee uit hun midden genomen oversten (Nehemia 11: 21), golden in burgerlijk opzicht wel iets meer dan de gewone proselieten (Le 17: 9), maar overigens ook iets minder dan de Mamser (De 23: 2), zodat geen wederzijdse huwelijken tussen hen en de eigenlijke Israëlieten vergund waren (Deuteronomium 7: 3). Zij woonden deels in de Levietensteden (Ezra 2: 70 Nehemia 7: 31), deels te Jeruzalem in een bijzonder gebied op de Ofel, de zuidelijken uitgang van de tempelberg (Nehemia 3: 26; 11: 31).
KruisverwijzingenNehemia 11:1→2 Kronieken 30:11→Nehemia 11:4→2 Kronieken 11:16→— Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse;
Maar te Jeruzalem, de hoofdstad van het rijk, woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraïm en Manasse, zonder nog de priesters, Levieten en Nethinim mee te rekenen, waarvan ook enigen daar woonden.
KruisverwijzingenGenesis 46:12→1 Kronieken 2:5→Numeri 26:20→1 Kronieken 4:1→Nehemia 10:13→Nehemia 11:4→Nehemia 11:6→Nehemia 8:7→— Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.
Namelijk, om hier nu de hoofden van die geslachten nader aan te geven, die na de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap zich daar vestigden, Uthaï of Athuja, de zoon van Ammihud, de zoon van Omriof Amarja 1), de zoon van Imri, de zoon van Bani, van de kinderen van Perez, de zoon van Juda (1 (Kronieken 4: 1).
Hier zijn op verre na niet alle namen van de leden tussen Uthaï en Perez aangegeven; in Nehemia 11: 4 zijn uit de lange reeks van leden, waarvan het volle bedrag omstreeks veertig beloopt, meest andere gekozen; vandaar het gedeeltelijke verschil van beide opgaven.
KruisverwijzingenNumeri 26:20→Nehemia 11:5→— En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.
En van de Silonieten, uit het geslacht van de Selanieten (Num.26: 20), was Asaja, in Nehemia 11: 5 Maäseja geheten, de eerstgeborene, en zijn kinderen of nakomelingen.
KruisverwijzingenGenesis 38:30→Numeri 26:20→1 Kronieken 2:6→1 Kronieken 2:4→— En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.
En van de kinderen van Zerah, het derde geslacht van de stam Juda (Num.26: 20) was Jeuël, en van hun 1)broeders waren zeshonderdnegentig, terwijl bij het in vs. 4 vermelde geslacht van de Perezieten het getal 468 bedroeg (Nehemia 11: 6).
Hun ziet zonder twijfel op de drie genoemde stamhoofden Uthaï, Asaja en Jeuël.
— En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, de zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, de zoon van Reuël, de Zoon van Jibnija, ook hier andere namen als in Nehemia 11: 8.
KruisverwijzingenNehemia 11:8→— En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen.
En hun broeders naar hun geslachten, negenhonderd zesenvijftig, naar Nehemia 11: 8 negenhonderd achtentwintig; al deze mannen waren hoofden van de vaders in de huizen van hun vaders. Waar het algemene overzicht van de verschillende bestanddelen van de bewoners te Jeruzalem, dat in vs. 3 voorop gesteld werd, verwachten wij thans ook een opgave over Efraïm en Manasse. Maar deze beide vormden naar alle waarschijnlijkheid geen zelfstandige geslachten onder eigen hoofden, maar woonden slechts op zichzelf te Jeruzalem, zodat zij in een opgave van de hoofden geen plaats konden vinden; daarentegen komen als wezenlijk bestanddeel van de Jeruzalemse bevolking bij de bovengenoemden nog de aldaar wonende priesters en Levieten, waarvan dus in het volgende sprake is.
KruisverwijzingenNehemia 11:10→Nehemia 12:19→— Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
En Azarja, niet de in Hoofdstuk 7: 13 vermelde hogepriester van die naam, maar de in Nehemia 11: 11 genoemde en insgelijks uit hogepriesterlijk geslacht afstammende Seraja, de zoon van Hilkija, de zoon van Mesullam, de zoon van Zadok, de zoon van Merajoth, de zoon van Ahitub, overste van het huis Gods, hoofd van een priesterafdeling in de tijd na de ballingschap;
KruisverwijzingenNehemia 11:11→Numeri 4:15→Nehemia 10:2→Handelingen 5:26→2 Koningen 23:4→Jeremia 20:1→Numeri 4:28→Numeri 4:33→— En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;
En Adaja (Nehemia 11: 12), de zoon van Jeroham, de zoon van Pashur, de zoon van Malchija, die vroeger over een priesterafdeling het toezicht had (Hoofdstuk 24: 9)en Masaï, in Nehemia 11: 13 Amassaï geheten, de zoon van Adiël, Asareël, de zoon van Jahzera, Ahussaï, de zoon van Mesullam, de zoon van Mesillemeth, de zoon van Immer, het vroeger hoofd van een priester-afdeling (Hoofdstuk 24: 14).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 24:14→Nehemia 11:12→Nehemia 7:40→Ezra 2:37→— En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen van hun vaders 1), duizend zevenhonderd en zestig man, als men de hier opgenoemde zes priesterafdelingen gezamenlijk in rekening brengt, terwijl in Nehemia 11: 12-14 slechts drie afdelingen op 822 + 242 + 128 = 1192 berekend zijn, kloeke helden aan het werk van de dienst van het huis van God.
Keil keert de orde van de woorden om en trekt: hoofden van de huizen van de vaderen tot vv. 12. Wat het getal betreft is er verschil tussen de Kronieken en Nehemia, een verschil alleen op te lossen o.i. door aan te nemen, dat hier het getal genoemd wordt vóór de Ballingschap en bij Nehemia dat na de wegvoering.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:29→1 Kronieken 6:63→Nehemia 10:11→1 Kronieken 6:19→Nehemia 12:24→Numeri 26:57→Nehemia 11:15→— Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
Van de Levieten nu, die het godsdienstig gezang moesten leiden, waren Semaja, de zoon van Hasub, de zoon van Azrikam, de zoon van Hasabja, de zoon van Bunni (Nehemia 11: 15), van de kinderen van Merari.
KruisverwijzingenNehemia 11:22→1 Kronieken 12:25→Nehemia 11:17→1 Kronieken 11:17→1 Kronieken 25:2→Nehemia 10:12→1 Kronieken 12:35→— En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 2:54→1 Kronieken 12:25→1 Kronieken 25:6→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 25:3→Nehemia 12:28→Nehemia 7:26→2 Kronieken 35:15→— En Obadja, de zoon van Semaja, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun; en Berechja, de zoon van Asa, den zoon van Elkana, woonachtig in de dorpen der Netofathieten.
En Obadja, in Nehemia 11: 17 Abda geheten, de zoon van Semaja, Sammua, de zoon van Galal, de zoon van Jeduthun, uit de kinderen van Merari (Hoofdstuk 6: 44 vv.); en Berechja, uit de zangerafdeling van de kinderen van Kahath (Hoofdstuk 6: 33 vv.), de zoon van Asa, de zoon van Elkana, die echter niet in Jeruzalem zelf maar in de onmiddellijke nabijheid van deze stad woonachtig was, namelijk in de dorpen van de Netofathieten, d.i. in de tot Netofa (2 Samuel .23: 28) behorende dorpen (Nehemia 12: 28).
KruisverwijzingenNehemia 11:19→1 Kronieken 23:5→1 Kronieken 26:1→— De poortiers nu waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd.
De portiers nu, of die Levieten, die het ambt van deurwachter of dorpelbewaarder bij de tempel bekleedden (vs. 22 vv.), waren Sallum (Ezra 2: 42), ook Mesullam geschreven (Nehemia 12: 25), en Akkub en Talmon (Nehemia 11: 19), en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd van deze vier afdelingen tezamen.
KruisverwijzingenEzechiël 46:1→Handelingen 3:11→2 Koningen 11:19→Ezechiël 44:2→1 Kronieken 26:12→1 Koningen 10:5→— Ook tot nog toe, aan de poort des konings oostwaarts, waren dezen de poortiers onder de legers der kinderen van Levi.
Ook tot nog toe, aan de poort van de koning oostwaarts 1), waren dezen de portiers onder de legers van de kinderen van Levi.
De oostelijke poort van de tempel heet koningspoort, omdat door deze poort de koning in de Tempel in- en uitging (vgl. Ezech.46: 1,2 met 44: 3). De opmerking: Tot nog toe is Sallum wachter enz. zet het bestaan van de tempel ten tijde van de vervaardiging van deze geslachtslijst voorop, en wijst hier naar de vóór-exilische tijd heen.
Beter vertaald: Ook tot nog toe is hij, deze Sallum, de portier, aan de poort van de koning oostwaarts (vgl. Hoofdstuk 26: 14); zij, Sallum, Akkub, Talmon, Ahiman, zijn de deurwachters voor het leger van de kinderen van Levi. Dit laatste is een uitdrukking die aan de militaire regeling herinnert, waarin ten tijde van Mozes de stam Levi rondom de tabernakel gelegerd was (Nu 2: 2), terwijl alzo de overste Sallum de poort F op de “platten grond” bij 1 Koningen .6: 36 bewaarde, hielden de overige vier ieder, met de tot hen behorende afdeling, de wacht aan de buitenpoorten. De eerste, de oostpoort van het binnenvoorhof heet de poort van de koning, omdat, als deze uit zijn paleis, op de Zion naar de tempel ging, hij door haar binnentrad en in de nabijheid zich de standplaats voor de koning bevond (1Ki 8: 22); ook werd zij voor hem geopend, wanneer hij vrijwillige offers wilde brengen, terwijl zij overigens slechts op de Sabbat en op de dagen van de Nieuwe Maan geopend was.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:7→1 Kronieken 6:22→2 Kronieken 23:4→Psalmen 84:10→2 Koningen 11:15→Psalmen 42:1→Psalmen 44:1→2 Koningen 11:9→— En Sallum, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah, en zijn broeders van het huis zijns vaders, de Korathieten, waren over het werk van den dienst, wachters der dorpelen des tabernakels; gelijk hun vaders in het leger des HEEREN geweest waren bewaarders van den ingang;
En Sallum, de zo-even genoemde overste in Hoofdstuk 26: 1 en 14 Meselemja geheten, de zoon van Kores, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korah, en zijn broeders van het huis van zijn vader, de Korahieten, waren vanouds af naar Davids regeling over het werk van de dienst, wachters van de dorpelen van de tabernakel, die David inrichtte voor de bondskist, die hij naast zijn paleis op Zion plaatste (Hoofdstuk 17: 1); en terwijl David dit aldus regelde, bevestigde hij een oude instelling, zoals dan ook hun vaders, van de Korahieten, reeds ten tijde van Mozes en Jozua, in het leger van de Heere geweest waren, bewaarders van de ingang tot de tabernakel, dat wel niet uitdrukkelijk in de vijf boeken van Mozes bericht wordt, maar uit de Mozaïsche bepaling omtrent de zorg, die aan de Kohathieten in het bijzonder voor het heiligdom werd opgedragen (Num.4: 4) vanzelf is af te leiden.
KruisverwijzingenNumeri 4:16→Handelingen 7:9→Numeri 4:28→Numeri 31:6→Numeri 4:33→Numeri 3:32→Numeri 25:7→1 Samuël 16:18→— Als Pinehas, de zoon van Eleazar, te voren voorganger bij hen was, met welken de HEERE was.
Als Pinehas, de zoon van Ele zar, de derde zoon van Aäron (Exod.6: 25) te voren voorganger bij hen was, bij deze wachters van de ingang, de Korahieten, zoals ook zijn vader overste geweest was over al de drie oversten van de verschillende Levietengeslachten (Num.3: 32), waarmee de Heere was 1), een bijzonder verbond met hem en zijn nakomelingen gesloten had (Num.25: 10).
In het Hebr. Javèh immo. Beter: de Heere zij met hem! als een zegenwens vanwege de herinnering aan het verbond, dat de Heere met hem en zijn nakomelingen had gesloten (Num.25: 10). Indien vertaald moest worden: de Heere was met hem, dan had deze zin met de vorige door en moeten verbonden zijn.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:14→1 Kronieken 26:2→— Zacharja, de zoon van Meselemja, was poortier aan de deur van de tent der samenkomst.
Zacharja, de eerstgeboren zoon van Meselemja of Sallum (Hoofdstuk 27: 2), was portier aan de deur van de tent van de samenkomst, en dus werd hem het toezicht op de tempeldeur ten zuiden toevertrouwd (Hoofdstuk 26: 14).
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:9→2 Kronieken 31:18→1 Kronieken 9:25→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 9:31→1 Kronieken 23:1→Nehemia 11:25→1 Kronieken 9:16→— Allen, die uitgelezen waren tot poortiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf. Dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen. David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd.
Allen, die, van degenen, die in vs. 17 vermeld worden, uitgelezen waren tot portiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf: dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen; zo hoog liep het getal van die portiers, die in de dorpen rondom Jeruzalem in kwartier lagen, terwijl het getal van de te Jeruzalem zelf wonenden slechts 172 bedroeg (Nehemia 11: 19). David en Samuel 1), de ziener, de profeet, had de hen in hun ambt bevestigd, niet naar menselijk goedvinden, maar op aandrang van Gods Geest.
In de vroegere boeken van het Oude Testament is er nergens sprake van, dat Samuel aan die inrichting deel had; maar wel kan hij de gedachte, die David later verwezenlijkte, in diens hart gelegd hebben, deels persoonlijk, toen deze zich bij hem te Rama ophield (1 Samuel .19:
, deels door zijn leerling, de profeet Gad (1 Samuel .22: 5).
David wordt eerst genoemd, omdat hij alles heeft uitgevoerd, maar Samuel wordt er bijgevoegd, omdat hij tot dat alles de grond heeft gelegd door zijn reformatorisch optreden.
KruisverwijzingenEzechiël 44:14→Ezechiël 44:10→1 Kronieken 23:32→2 Kronieken 23:19→Nehemia 12:45→— Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.
Zij dan de door David aangestelden en hun zonen waren aan de poorten van het huis van de Heere, in het huis van de tent, want alleen zo een, geen eigenlijke tempel, was ten tijde van Samuel en David aanwezig, aan de wachten.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:14→— Die poortiers waren aan de vier winden, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden, en tegen het zuiden.
Die portiers waren aan de vier winden, aan al de vier zijden van de voorhof van de tempel gesteld, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden en tegen het zuiden (Hoofdstuk 27: 13 vv.).
Kruisverwijzingen2 Koningen 11:5→2 Kronieken 23:8→2 Koningen 11:7→— En hun broeders waren op hun dorpen, inkomende ten zevenden dage van tijd tot tijd, om met hen te dienen;
En hun broeders, de broeders van de in Jeruzalem wonende portiers, waren op hun dorpen in de omstreken van de stad, vandaar inkomend 1) op de zevende dag, van tijd tot tijd om met hen te dienen, d.i. hun ambt dadelijk met hen af te wisselen, als de van week tot week afwisselende beurt (2 Koningen .11: 5 vv.) aan hen kwam.
Beter: En hun broeders in hun dorpen waren verplicht te komen op de zevende dag, van tijd tot tijd met hen dienend.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:20→2 Kronieken 31:5→Nehemia 13:5→Nehemia 10:38→— Want in dat ambt waren vier overste poortiers, die Levieten waren; en zij waren over de kameren en over de schatten van het huis Gods.
Want in dat ambt 1) waren er vier overste portiers, die Levieten waren 2), onder welker opperbevel al de anderen stonden (vs. 17); en zij waren over de kamers en over de schatten van het huis van God, hadden tevens het toezicht op de schat- en rustkamers, die onder de bijgebouwen van de tempel (1 Koningen .6: 5 vv.) zich bevonden.
In het Hebr. Bèëmoenah. De Staten-Vertaling heeft: in dat ambt. Het woord ambt wordt echter door een ander Hebreeuws woord uitgedrukt. Beter vertaling is: tot waarborg. Opdat alles goed en geregeld ging, waren er vier oversten van de portiers, waren er vier hoofden aangesteld, onder wie de anderen stonden. Het woordje dat staat ook niet in de grondtekst.
Die Levieten waren, of, zij waren Levieten. In de tweede helft gaat de Schrijver over tot de algemene werkzaamheden van de Levieten, waartoe niet alleen behoorde, het wachthouden over het huis van de Heere, maar ook wat verder in vs. 28 vv. wordt meegedeeld.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:30→Maleachi 1:10→Romeinen 12:7→1 Samuël 3:15→— En zij bleven over nacht rondom het huis Gods; want op hen was de wacht, en zij waren over de opening, en dat allen morgen.
En zij bleven over nacht rondom het huis van God; want op hen was de wacht daarover, en zij waren over de opening, en dat elke morgen, iedere avond moesten zij de deuren sluiten en iedere morgen opnieuw openen.
KruisverwijzingenNehemia 12:44→1 Kronieken 26:22→Ezra 8:25→Nehemia 13:4→Numeri 23:25→— En enigen van hen waren over de vaten van den dienst; want bij getal droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze uit.
En van hen, n.l. van de Levieten, waren enigen over de kostbare vaten van de dienst, die slechts nu en dan, wanneer zij juist bij de godsdienst nodig waren, uit de schatkameren gehaald werden; want bij getal 1) droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze, wanneer ze gebruikt waren, weer uit.
Bij getal, dat wil zeggen dat zij geteld werden als zij ingedragen en geteld als zij uitgedragen of weer opgeborgen werden.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:29→Exodus 27:20→Exodus 30:23→— Want uit dezelve zijn er besteld over de vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.
Want uit deze zijn er besteld over de gewone vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.
KruisverwijzingenExodus 30:23→Exodus 37:29→Exodus 30:33→Exodus 30:35→— En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.
En uit de zonen van de priesters waren de bereiders van het reukwerk van de specerijen, welks vervaardiging in Exod.30: 34 vv. beschreven wordt, en hetwelk de Levieten niet mochten maken, maar alleen moesten bewaren.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:19→1 Kronieken 9:22→1 Kronieken 9:17→Leviticus 6:21→Leviticus 2:7→Leviticus 2:5→1 Kronieken 9:26→— En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.
En Mattithja uit de Levieten, die de eerstgeborene van Sallum was, de Korahiet, in zover hij door zijn hoog ambt een bijzonder uitstekende plaats onder diens nakomelingen innam, was in het ambt 1), of, tot waarborg over het werk, dat in pannen gekookt wordt, het heilige bakwerk (Lev.2: 6; 6: 14 vv.).
“1Ch 9: 26”.
KruisverwijzingenLeviticus 24:5→1 Kronieken 6:33→Exodus 25:30→— En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
En uit de kinderen van de Kahathieten, uit hun, van de Levieten broeders, waren enigen over de broden van de toerichting, om die gereed te maken op de in Lev.24: 5 beschreven wijze, om die alle sabbatten, overeenkomstig de bepaling van de wet (Exod.25: 30) te bereiden, opdat zij die bij het begin van een nieuwe sabbat gereed hadden, ter uitlegging door de dienstdoende priester.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 6:31→Psalmen 134:1→1 Kronieken 15:16→Ezra 7:24→Nehemia 11:17→Psalmen 135:1→1 Kronieken 16:4→— Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.
Uit dezen, in vs. 14-16 opgenoemde Levieten uit de kinderen van Merari, zijn ook de zangers, hoofden van de vaders onder de Levieten, wonend in de kamers, dienstvrij, vrij van het toezicht (vs. 26); want dag en nacht1) voortdurend was het op hen, in dat werk te zijn, waren zij met de zorg voor het heilige gezang belast, zodat zij voor andere arbeid geen tijd hadden.
Dag en nacht is een andere uitdrukking voor: voortdurend.
III. Vs. 35-44.Kruisverwijzingen1 Kronieken 8:35→1 Samuël 13:22→1 Kronieken 8:36→1 Kronieken 8:37→1 Kronieken 2:45→1 Kronieken 8:29→1 Kronieken 2:50→1 Kronieken 2:23→ — Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha. En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab. En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth. Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen. En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal. En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha. De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea. En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza; En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel. Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen. Eer in de volgende afdeling de ondergang van Sauls huis bericht wordt, krijgen wij nu nog eenmaal een blik in de genealogische verhouding van dit huis, ofschoon deze reeds boven (Hoofdstuk 8: 29-39) bij de opgave van de geslachten van de Benjaminieten ons was voorgesteld; maar daar diende de stamboom tot een ander doel dan hier, waar hij alleen de overgang tot het verhaal in Hoofdstuk 10 vormt en met terugblik op het laatstgenoemd doel reeds met de zonen van Azel afbreekt.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 2:45→1 Kronieken 8:29→1 Kronieken 2:50→1 Kronieken 2:23→— Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.
Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiël, de vader van Gibeon; de naam van zijn zuster nu was Maächa.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:39→1 Kronieken 8:33→— En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.
En Achaz, zijn vierde zoon, gewon Jaëra, (Joadda), en Jaëra gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 9
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenNehemia 7:73→Ezra 8:20→Ezra 2:43→Ezra 2:58→Ezra 2:70→Nehemia 7:60→Genesis 46:12→1 Kronieken 2:5→
— En gans Israel werd in geslachtsregisters geteld, en ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israel. En die van Juda waren weggevoerd naar Babel, om hunner overtredingen wil. De eerste inwoners nu, die in hun bezitting, in hun steden kwamen, waren de Israelieten, de priesters, de Levieten, en de Nethinim. Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraim en Manasse; Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda. En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen. En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig. En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua; En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija; En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen. Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
Hierna krijgen wij een opgave van al de geslachten, die in Jeruzalem woonden, met de namen van hun hoofden; het waren Judaïeten, Benjaminieten, Mannasieten en Efraïmieten, en een groot deel van de priesters en Levieten (vs. 1-3). Dat ook de onderhorigen van de beide stammen Efraïm en Manasse daar hun woonplaats hadden, wordt slechts in het algemeen vermeld, zonder nader hun geslachten op te geven; daarentegen wordt, nadat de hoofden van de onderhorigen van de drie andere stammen worden opgegeven (vs. 4-9), van de gelegenheid tot uitvoeriger mededelingen over de priesters en Levieten (vs. 10-34) gebruik gemaakt, om aan te tonen, hoe oude indelingen en inrichtingen in de nieuwe gemeenten in stand werden gehouden.
En gans Israël werd in geslachtsregister gesteld, naar zijn geslachten opgetekend, en zie, zij, deze geslachten, op welker opgave in het bijzonder het voor ons doel niet nader aankomt, zijn geschreven in het boek van de koningen van Israël 1). En die geslachten van Juda waren weggevoerd naar Babel, omwille van hun overtredingen.
Van Israël. Dit wil niet zeggen, van het rijk van de Tien stammen. Die onderscheiding had afgedaan. Israël omvat hier het ganse bondsvolk, zoals ook in vs. 2 Israëlieten omvat alles, wat uit Israël gesproten was.
De eerste inwoners 1) nu, die in hun bezittingen, in hun steden kwamen en in vier klassen zich verdeelden, waren de Israëlieten, gewone of tot de stand van de leken behorende Israëlieten (Ezra 2: 70), de priesters, de Levieten en de Nethinim 2), lijfeigenen van het heiligdom.
De eerste inwoners of de vroegere bewoners waren de Israëlieten, vóór de Babylonische wegvoering. De tegenstelling in vs. 2 en 3 geldt de bewoners van het platteland en die van de hoofdstad Jeruzalem.
Nethinim (van nathan = geven, d.i. overgegeven, traditi, namelijk tot de dienst van de Levieten) worden in de na de ballingschap geschreven boeken de tempelknechten genoemd, die de Levieten tot hulp, d.i. tot verlichten van de geringste en zwaarste moeilijkheden gegeven waren; zij werden daarom bij opgaven van het Cultuspersoneel altijd bij de Levieten opgenoemd (Ezra 7: 24). Omdat reeds in Deuteronomium 29: 11 de houthouwers en waterdragers zijn vermeld, heeft men hun oorsprong tot zelfs in de Mozaïsche tijd willen zoeken; intussen duidt aldaar deze uitdrukking allereerst aan de laagste klasse van het volk in het algemeen, zonder op de stand van de Nethinim in het bijzonder anders dan met profetische blik acht te geven. Maar wèl worden als stamvaders van de Nethinim aangeduid die Gibeonieten, die Jozua als houthouwers en waterdragers voor het heiligdom aanstelde (Joz.9: 21 vv.). Toen nu door Sauls bloedige vervolging (2 Samuel .21: 1) het getal van de Gibeonieten sterk verminderd, en bij de meer uitgebreide openbare godsdienst ook een uitgebreider dienstpersoneel nodig was geworden, schonken David en andere vrome koningen hun krijgsgevangenen aan het heiligdom (Ezra 8: 20), en zonder twijfel werden in de stand van de Nethinim ook opgenomen de nakomelingen van de overblijfselen van de Kanaänitische bevolking, die door Salomo leenplichtig waren gemaakt (1 Koningen .9: 20). Zij werden, zoals dit voor dienaars bij het heiligdom vanzelf zich laat begrijpen, en voor de tijd na de ballingschap ook uitdrukkelijk betuigd wordt (Nehemia 10: 28 vv.), verplicht tot aanneming van de besnijdenis en tot het houden van de Mozaïsche wet; zij stonden onder twee uit hun midden genomen oversten (Nehemia 11: 21), golden in burgerlijk opzicht wel iets meer dan de gewone proselieten (Le 17: 9), maar overigens ook iets minder dan de Mamser (De 23: 2), zodat geen wederzijdse huwelijken tussen hen en de eigenlijke Israëlieten vergund waren (Deuteronomium 7: 3). Zij woonden deels in de Levietensteden (Ezra 2: 70 Nehemia 7: 31), deels te Jeruzalem in een bijzonder gebied op de Ofel, de zuidelijken uitgang van de tempelberg (Nehemia 3: 26; 11: 31).
Maar te Jeruzalem, de hoofdstad van het rijk, woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraïm en Manasse, zonder nog de priesters, Levieten en Nethinim mee te rekenen, waarvan ook enigen daar woonden.
Namelijk, om hier nu de hoofden van die geslachten nader aan te geven, die na de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap zich daar vestigden, Uthaï of Athuja, de zoon van Ammihud, de zoon van Omriof Amarja 1), de zoon van Imri, de zoon van Bani, van de kinderen van Perez, de zoon van Juda (1 (Kronieken 4: 1).
Hier zijn op verre na niet alle namen van de leden tussen Uthaï en Perez aangegeven; in Nehemia 11: 4 zijn uit de lange reeks van leden, waarvan het volle bedrag omstreeks veertig beloopt, meest andere gekozen; vandaar het gedeeltelijke verschil van beide opgaven.
En van de Silonieten, uit het geslacht van de Selanieten (Num.26: 20), was Asaja, in Nehemia 11: 5 Maäseja geheten, de eerstgeborene, en zijn kinderen of nakomelingen.
En van de kinderen van Zerah, het derde geslacht van de stam Juda (Num.26: 20) was Jeuël, en van hun 1)broeders waren zeshonderdnegentig, terwijl bij het in vs. 4 vermelde geslacht van de Perezieten het getal 468 bedroeg (Nehemia 11: 6).
Hun ziet zonder twijfel op de drie genoemde stamhoofden Uthaï, Asaja en Jeuël.
En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, de zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, de zoon van Reuël, de Zoon van Jibnija, ook hier andere namen als in Nehemia 11: 8.
En hun broeders naar hun geslachten, negenhonderd zesenvijftig, naar Nehemia 11: 8 negenhonderd achtentwintig; al deze mannen waren hoofden van de vaders in de huizen van hun vaders. Waar het algemene overzicht van de verschillende bestanddelen van de bewoners te Jeruzalem, dat in vs. 3 voorop gesteld werd, verwachten wij thans ook een opgave over Efraïm en Manasse. Maar deze beide vormden naar alle waarschijnlijkheid geen zelfstandige geslachten onder eigen hoofden, maar woonden slechts op zichzelf te Jeruzalem, zodat zij in een opgave van de hoofden geen plaats konden vinden; daarentegen komen als wezenlijk bestanddeel van de Jeruzalemse bevolking bij de bovengenoemden nog de aldaar wonende priesters en Levieten, waarvan dus in het volgende sprake is.
En Azarja, niet de in Hoofdstuk 7: 13 vermelde hogepriester van die naam, maar de in Nehemia 11: 11 genoemde en insgelijks uit hogepriesterlijk geslacht afstammende Seraja, de zoon van Hilkija, de zoon van Mesullam, de zoon van Zadok, de zoon van Merajoth, de zoon van Ahitub, overste van het huis Gods, hoofd van een priesterafdeling in de tijd na de ballingschap;
En Adaja (Nehemia 11: 12), de zoon van Jeroham, de zoon van Pashur, de zoon van Malchija, die vroeger over een priesterafdeling het toezicht had (Hoofdstuk 24: 9)en Masaï, in Nehemia 11: 13 Amassaï geheten, de zoon van Adiël, Asareël, de zoon van Jahzera, Ahussaï, de zoon van Mesullam, de zoon van Mesillemeth, de zoon van Immer, het vroeger hoofd van een priester-afdeling (Hoofdstuk 24: 14).
Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen van hun vaders 1), duizend zevenhonderd en zestig man, als men de hier opgenoemde zes priesterafdelingen gezamenlijk in rekening brengt, terwijl in Nehemia 11: 12-14 slechts drie afdelingen op 822 + 242 + 128 = 1192 berekend zijn, kloeke helden aan het werk van de dienst van het huis van God.
Keil keert de orde van de woorden om en trekt: hoofden van de huizen van de vaderen tot vv. 12. Wat het getal betreft is er verschil tussen de Kronieken en Nehemia, een verschil alleen op te lossen o.i. door aan te nemen, dat hier het getal genoemd wordt vóór de Ballingschap en bij Nehemia dat na de wegvoering.
Van de Levieten nu, die het godsdienstig gezang moesten leiden, waren Semaja, de zoon van Hasub, de zoon van Azrikam, de zoon van Hasabja, de zoon van Bunni (Nehemia 11: 15), van de kinderen van Merari.
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
En Bakbakkar, of Bakbukja (Nehemia 11: 17), Heres 1), en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, naar andere lezing Zabdi (Nehemia 11: 17), de zoon van Asaf, dus uit de kinderen van Gersom (Hoofdstuk 6: 39 vv.).
De Hoogduitse vertaling heeft hiervoor de timmerman, Hebreeuws Cheresch.
En Obadja, in Nehemia 11: 17 Abda geheten, de zoon van Semaja, Sammua, de zoon van Galal, de zoon van Jeduthun, uit de kinderen van Merari (Hoofdstuk 6: 44 vv.); en Berechja, uit de zangerafdeling van de kinderen van Kahath (Hoofdstuk 6: 33 vv.), de zoon van Asa, de zoon van Elkana, die echter niet in Jeruzalem zelf maar in de onmiddellijke nabijheid van deze stad woonachtig was, namelijk in de dorpen van de Netofathieten, d.i. in de tot Netofa (2 Samuel .23: 28) behorende dorpen (Nehemia 12: 28).
De portiers nu, of die Levieten, die het ambt van deurwachter of dorpelbewaarder bij de tempel bekleedden (vs. 22 vv.), waren Sallum (Ezra 2: 42), ook Mesullam geschreven (Nehemia 12: 25), en Akkub en Talmon (Nehemia 11: 19), en Ahiman, en hun broeders; Sallum was het hoofd van deze vier afdelingen tezamen.
Ook tot nog toe, aan de poort van de koning oostwaarts 1), waren dezen de portiers onder de legers van de kinderen van Levi.
De oostelijke poort van de tempel heet koningspoort, omdat door deze poort de koning in de Tempel in- en uitging (vgl. Ezech.46: 1,2 met 44: 3). De opmerking: Tot nog toe is Sallum wachter enz. zet het bestaan van de tempel ten tijde van de vervaardiging van deze geslachtslijst voorop, en wijst hier naar de vóór-exilische tijd heen.
Beter vertaald: Ook tot nog toe is hij, deze Sallum, de portier, aan de poort van de koning oostwaarts (vgl. Hoofdstuk 26: 14); zij, Sallum, Akkub, Talmon, Ahiman, zijn de deurwachters voor het leger van de kinderen van Levi. Dit laatste is een uitdrukking die aan de militaire regeling herinnert, waarin ten tijde van Mozes de stam Levi rondom de tabernakel gelegerd was (Nu 2: 2), terwijl alzo de overste Sallum de poort F op de “platten grond” bij 1 Koningen .6: 36 bewaarde, hielden de overige vier ieder, met de tot hen behorende afdeling, de wacht aan de buitenpoorten. De eerste, de oostpoort van het binnenvoorhof heet de poort van de koning, omdat, als deze uit zijn paleis, op de Zion naar de tempel ging, hij door haar binnentrad en in de nabijheid zich de standplaats voor de koning bevond (1Ki 8: 22); ook werd zij voor hem geopend, wanneer hij vrijwillige offers wilde brengen, terwijl zij overigens slechts op de Sabbat en op de dagen van de Nieuwe Maan geopend was.
En Sallum, de zo-even genoemde overste in Hoofdstuk 26: 1 en 14 Meselemja geheten, de zoon van Kores, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korah, en zijn broeders van het huis van zijn vader, de Korahieten, waren vanouds af naar Davids regeling over het werk van de dienst, wachters van de dorpelen van de tabernakel, die David inrichtte voor de bondskist, die hij naast zijn paleis op Zion plaatste (Hoofdstuk 17: 1); en terwijl David dit aldus regelde, bevestigde hij een oude instelling, zoals dan ook hun vaders, van de Korahieten, reeds ten tijde van Mozes en Jozua, in het leger van de Heere geweest waren, bewaarders van de ingang tot de tabernakel, dat wel niet uitdrukkelijk in de vijf boeken van Mozes bericht wordt, maar uit de Mozaïsche bepaling omtrent de zorg, die aan de Kohathieten in het bijzonder voor het heiligdom werd opgedragen (Num.4: 4) vanzelf is af te leiden.
Als Pinehas, de zoon van Ele zar, de derde zoon van Aäron (Exod.6: 25) te voren voorganger bij hen was, bij deze wachters van de ingang, de Korahieten, zoals ook zijn vader overste geweest was over al de drie oversten van de verschillende Levietengeslachten (Num.3: 32), waarmee de Heere was 1), een bijzonder verbond met hem en zijn nakomelingen gesloten had (Num.25: 10).
In het Hebr. Javèh immo. Beter: de Heere zij met hem! als een zegenwens vanwege de herinnering aan het verbond, dat de Heere met hem en zijn nakomelingen had gesloten (Num.25: 10). Indien vertaald moest worden: de Heere was met hem, dan had deze zin met de vorige door en moeten verbonden zijn.
Zacharja, de eerstgeboren zoon van Meselemja of Sallum (Hoofdstuk 27: 2), was portier aan de deur van de tent van de samenkomst, en dus werd hem het toezicht op de tempeldeur ten zuiden toevertrouwd (Hoofdstuk 26: 14).
Allen, die, van degenen, die in vs. 17 vermeld worden, uitgelezen waren tot portiers aan de dorpelen, waren tweehonderd en twaalf: dezen waren in het geslachtsregister gesteld naar hun dorpen; zo hoog liep het getal van die portiers, die in de dorpen rondom Jeruzalem in kwartier lagen, terwijl het getal van de te Jeruzalem zelf wonenden slechts 172 bedroeg (Nehemia 11: 19). David en Samuel 1), de ziener, de profeet, had de hen in hun ambt bevestigd, niet naar menselijk goedvinden, maar op aandrang van Gods Geest.
In de vroegere boeken van het Oude Testament is er nergens sprake van, dat Samuel aan die inrichting deel had; maar wel kan hij de gedachte, die David later verwezenlijkte, in diens hart gelegd hebben, deels persoonlijk, toen deze zich bij hem te Rama ophield (1 Samuel .19:
, deels door zijn leerling, de profeet Gad (1 Samuel .22: 5).
David wordt eerst genoemd, omdat hij alles heeft uitgevoerd, maar Samuel wordt er bijgevoegd, omdat hij tot dat alles de grond heeft gelegd door zijn reformatorisch optreden.
Zij dan de door David aangestelden en hun zonen waren aan de poorten van het huis van de Heere, in het huis van de tent, want alleen zo een, geen eigenlijke tempel, was ten tijde van Samuel en David aanwezig, aan de wachten.
Die portiers waren aan de vier winden, aan al de vier zijden van de voorhof van de tempel gesteld, tegen het oosten, tegen het westen, tegen het noorden en tegen het zuiden (Hoofdstuk 27: 13 vv.).
En hun broeders, de broeders van de in Jeruzalem wonende portiers, waren op hun dorpen in de omstreken van de stad, vandaar inkomend 1) op de zevende dag, van tijd tot tijd om met hen te dienen, d.i. hun ambt dadelijk met hen af te wisselen, als de van week tot week afwisselende beurt (2 Koningen .11: 5 vv.) aan hen kwam.
Beter: En hun broeders in hun dorpen waren verplicht te komen op de zevende dag, van tijd tot tijd met hen dienend.
Want in dat ambt 1) waren er vier overste portiers, die Levieten waren 2), onder welker opperbevel al de anderen stonden (vs. 17); en zij waren over de kamers en over de schatten van het huis van God, hadden tevens het toezicht op de schat- en rustkamers, die onder de bijgebouwen van de tempel (1 Koningen .6: 5 vv.) zich bevonden.
In het Hebr. Bèëmoenah. De Staten-Vertaling heeft: in dat ambt. Het woord ambt wordt echter door een ander Hebreeuws woord uitgedrukt. Beter vertaling is: tot waarborg. Opdat alles goed en geregeld ging, waren er vier oversten van de portiers, waren er vier hoofden aangesteld, onder wie de anderen stonden. Het woordje dat staat ook niet in de grondtekst.
Die Levieten waren, of, zij waren Levieten. In de tweede helft gaat de Schrijver over tot de algemene werkzaamheden van de Levieten, waartoe niet alleen behoorde, het wachthouden over het huis van de Heere, maar ook wat verder in vs. 28 vv. wordt meegedeeld.
En zij bleven over nacht rondom het huis van God; want op hen was de wacht daarover, en zij waren over de opening, en dat elke morgen, iedere avond moesten zij de deuren sluiten en iedere morgen opnieuw openen.
En van hen, n.l. van de Levieten, waren enigen over de kostbare vaten van de dienst, die slechts nu en dan, wanneer zij juist bij de godsdienst nodig waren, uit de schatkameren gehaald werden; want bij getal 1) droegen zij ze in, en bij getal droegen zij ze, wanneer ze gebruikt waren, weer uit.
Bij getal, dat wil zeggen dat zij geteld werden als zij ingedragen en geteld als zij uitgedragen of weer opgeborgen werden.
Want uit deze zijn er besteld over de gewone vaten, en over al de heilige vaten, en over de meelbloem, en wijn, en olie, en wierook, en specerij.
En uit de zonen van de priesters waren de bereiders van het reukwerk van de specerijen, welks vervaardiging in Exod.30: 34 vv. beschreven wordt, en hetwelk de Levieten niet mochten maken, maar alleen moesten bewaren.
En Mattithja uit de Levieten, die de eerstgeborene van Sallum was, de Korahiet, in zover hij door zijn hoog ambt een bijzonder uitstekende plaats onder diens nakomelingen innam, was in het ambt 1), of, tot waarborg over het werk, dat in pannen gekookt wordt, het heilige bakwerk (Lev.2: 6; 6: 14 vv.).
“1Ch 9: 26”.
En uit de kinderen van de Kahathieten, uit hun, van de Levieten broeders, waren enigen over de broden van de toerichting, om die gereed te maken op de in Lev.24: 5 beschreven wijze, om die alle sabbatten, overeenkomstig de bepaling van de wet (Exod.25: 30) te bereiden, opdat zij die bij het begin van een nieuwe sabbat gereed hadden, ter uitlegging door de dienstdoende priester.
Uit dezen, in vs. 14-16 opgenoemde Levieten uit de kinderen van Merari, zijn ook de zangers, hoofden van de vaders onder de Levieten, wonend in de kamers, dienstvrij, vrij van het toezicht (vs. 26); want dag en nacht1) voortdurend was het op hen, in dat werk te zijn, waren zij met de zorg voor het heilige gezang belast, zodat zij voor andere arbeid geen tijd hadden.
Dag en nacht is een andere uitdrukking voor: voortdurend.
III. Vs. 35-44.Kruisverwijzingen1 Kronieken 8:35→1 Samuël 13:22→1 Kronieken 8:36→1 Kronieken 8:37→1 Kronieken 2:45→1 Kronieken 8:29→1 Kronieken 2:50→1 Kronieken 2:23→
— Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha. En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab. En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth. Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen. En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal. En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha. De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea. En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza; En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel. Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.
Eer in de volgende afdeling de ondergang van Sauls huis bericht wordt, krijgen wij nu nog eenmaal een blik in de genealogische verhouding van dit huis, ofschoon deze reeds boven (Hoofdstuk 8: 29-39) bij de opgave van de geslachten van de Benjaminieten ons was voorgesteld; maar daar diende de stamboom tot een ander doel dan hier, waar hij alleen de overgang tot het verhaal in Hoofdstuk 10 vormt en met terugblik op het laatstgenoemd doel reeds met de zonen van Azel afbreekt.
Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiël, de vader van Gibeon; de naam van zijn zuster nu was Maächa.
En Achaz, zijn vierde zoon, gewon Jaëra, (Joadda), en Jaëra gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel