Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Kronieken 4

1 De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De kinderenH1121 van JudaH3063 waren PerezH6557, HezronH2696 en CharmiH3756, en HurH2354, en SobalH7732. De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

KJV The sons1 of Judah;2 Pharez,3 Hezron,4 and Carmi,5 and Hur,6 and Shobal.7

1 בְּנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 3 פֶּ֧רֶץ H6557 Perez Perez, Pharez 4 חֶצְר֛וֹן H2696 Hezron, Hezrons Hezron 5 וְכַרְמִ֖י H3756 Charmi, Karmi Carmi 6 וְח֥וּר H2354 Hur Hur 7 וְשׁוֹבָֽל H7732 Sobal Shobal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En ReajaH7211, de zoonH1121 van SobalH7732, gewonH3205 JahathH3189, en JahathH3189 gewonH3205 AhumaiH267 en LahadH3855; ditH428 zijn de huisgezinnenH4940 der ZorathietenH6882; En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;

KJV And Reaiah1 the son2 of Shobal3 begat4 Jahath;6 and Jahath7 begat8 Ahumai,10 and Lahad.12 These are the families14 of the Zorathites.15

1 וּרְאָיָ֤ה H7211 Reaja Reaia, Reaiah 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שׁוֹבָל֙ H7732 Sobal Shobal 4 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יַ֔חַת H3189 Jahath Jahath 7 וְיַ֣חַת H3189 Jahath Jahath 8 הֹלִ֔יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֲחוּמַ֖י H267 Ahumai Ahumai 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 לָ֑הַד H3855 Lahad Lahad 13 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 14 מִשְׁפְּח֥וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 15 הַצָּֽרְעָתִֽי H6882 Zoraieten, Zorathieten, Zorieten Zorites, Zareathites, Zorathites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En dezenH428 zijn van den vaderH1 EtamH5862: JizreelH3157, en IsmaH3457, en IdbasH3031; en de naamH8034 hunner zusterH269 was HazelelponiH6753. En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.

KJV And these were of the father2 of Etam;3 Jezreel,4 and Ishma,5 and Idbash:6 and the name7 of their sister8 was Hazelelponi:9

1 וְאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 עֵיטָ֔ם H5862 Etam, Etham Etam 4 יִזְרְעֶ֥אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 5 וְיִשְׁמָ֖א H3457 Isma Ishma 6 וְיִדְבָּ֑שׁ H3031 Idbas Idbash 7 וְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 אֲחוֹתָ֖ם H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 9 הַצְלֶלְפּֽוֹנִי H6753 Hazelelponi Hazelelponi (including the article)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Pnuel was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En PnuelH6439 was de vaderH1 van GedorH1446, en Ezer de vaderH1 van HusahH2364. DitH428 zijn de kinderenH1121 van HurH2354, den eerstgeboreneH1060 van EfrathaH672, den vaderH1 van BethlehemH1035. En Pnuel was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.

KJV And Penuel1 the father2 of Gedor,3 and Ezer4 the father5 of Hushah.6 These are the sons8 of Hur,9 the firstborn10 of Ephratah,11 the father12 of Bethlehem.13

1 וּפְנוּאֵל֙ H6439 Pnuel, Pniel, Penuel Peniel, Penuel 2 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 גְדֹ֔ר H1446 Gedor Gedor 4 וְעֵ֖זֶר H5829 Ezer Ezer. Compare H5827 (עֶזֶר) 5 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 חוּשָׁ֑ה H2364 Husah Hushah 7 אֵ֤לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 חוּר֙ H2354 Hur Hur 10 בְּכ֣וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 11 אֶפְרָ֔תָה H672 Efrath, Efratha once (Psalm 132:6) perhaps for Ephraim; also of an Israelitish woman; Ephrath, Ephratah 12 אֲבִ֖י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 בֵּ֥ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 14 לָֽחֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Asschur nu, de vader van Thekoa, had twee vrouwen, Hela en Naara.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AsschurH806 nu, de vaderH1 van ThekoaH8620, had tweeH8147 vrouwenH802, HelaH2458 en NaaraH5292. Asschur nu, de vader van Thekoa, had twee vrouwen, Hela en Naara.

KJV And Ashur1 the father2 of Tekoa3 had two5 wives,6 Helah7 and Naarah.8

1 וּלְאַשְׁחוּר֙ H806 Asschur Ashur 2 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 תְק֔וֹעַ H8620 Thekoa Tekoa, Tekoah 4 הָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 שְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 נָשִׁ֑ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 חֶלְאָ֖ה H2458 Hela Helah 8 וְנַעֲרָֽה H5292 Naara, Naharoth Naarah, Naarath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En NaaraH5292 baardeH3205 hem AhuzzamH275, en HeferH2660, en TemeniH8488, en HaahastariH326. DitH428 zijn de kinderenH1121 van NaaraH5292. En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

KJV And Naarah3 bare1 him Ahuzam,5 and Hepher,7 and Temeni,9 and Haahashtari.11 These were the sons13 of Naarah.14

1 וַתֵּ֨לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 ל֤וֹ 3 נַעֲרָה֙ H5292 Naara, Naharoth Naarah, Naarath 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲחֻזָּ֣ם H275 Ahuzzam Ahuzam 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 חֵ֔פֶר H2660 Hefer Hepher 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 תֵּימְנִ֖י H8488 Temeni Temeni 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָאֲחַשְׁתָּרִ֑י H326 Haahastari Haakashtari (includ. the article) 12 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 13 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 נַעֲרָֽה H5292 Naara, Naharoth Naarah, Naarath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de kinderenH1121 van HelaH2458 waren ZerethH6889, JezoharH6714, en EthnanH869. En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

KJV And the sons1 of Helah2 were, Zereth,3 and Jezoar,4 and Ethnan.5

1 וּבְנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 חֶלְאָ֑ה H2458 Hela Helah 3 צֶ֥רֶת H6889 Zereth Zereth 4 וְצֹ֖חַר H6714 Zohar, Jezohar Zohar. Compare H3328 (יִצְחַר) 5 וְאֶתְנָֽן H869 Ethnan Ethnan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Koz gewonH3205 AnubH6036 en HazobebaH6637, en de huisgezinnenH4940 van AharlelH316, den zoonH1121 van HarumH2037. En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.

KJV And Coz1 begat2 Anub,4 and Zobebah,6 and the families7 of Aharhel8 the son9 of Harum.10

1 וְק֣וֹץ H6976 Koz, Hakkoz Koz, Hakkoz (including the article) 2 הוֹלִ֔יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עָנ֖וּב H6036 Anub Anub 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַצֹּבֵבָ֑ה H6637 Hazobeba Zobebah 7 וּמִשְׁפְּח֥וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 8 אֲחַרְחֵ֖ל H316 Aharlel Aharhel, 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 הָרֽוּם H2037 Harum Harum
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 JabezH3258 nu wasH1961 heerlijkerH3513 dan zijn broedersH251; en zijn moederH517 had zijn naamH8034 JabezH3258 genoemdH7121, zeggendeH559: WantH3588 ik heb hem met smartenH6090 gebaardH3205. Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard.

KJV And Jabez2 was more honourable3 than his brethren:4 and his mother5 called6 his name7 Jabez,8 saying,9 Because I bare11 him with sorrow.12

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יַעְבֵּ֔ץ H3258 Jabez, Jabes Jabez 3 נִכְבָּ֖ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 4 מֵאֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 וְאִמּ֗וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 6 קָרְאָ֨ה H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 שְׁמ֤וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 יַעְבֵּץ֙ H3258 Jabez, Jabes Jabez 9 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 יָלַ֖דְתִּי H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 12 בְּעֹֽצֶב H6090 afgod, schadelijke, smart idol, sorrow, [idiom] wicked
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want Jabez riep den God Israels aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want JabezH3258 riepH7121 den GodH430 IsraelsH3478 aan, zeggendeH559: IndienH518 Gij mij rijkelijkH1288 zegenenH1288, en mijn landpaleH1366 vermeerderenH7235 zult, en Uw handH3027 met mij zijnH1961 zal, en metH5973 het kwadeH7451 alzo maaktH6213, dat het mij nietH1115 smarteH6087! En GodH430 liet komenH935, watH834 hij begeerdeH7592. Want Jabez riep den God Israels aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.

KJV And Jabez2 called1 on the God3 of Israel,4 saying,5 Oh that6 thou wouldest bless7 me indeed,8 and enlarge9 my coast,11 and that thine hand13 might be with me, and that thou wouldest keep15 me from evil,16 that it may not grieve18 me! And God20 granted19 him that which he requested.23

1 וַיִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 יַ֠עְבֵּץ H3258 Jabez, Jabes Jabez 3 לֵאלֹהֵ֨י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 בָּרֵ֨ךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 8 תְּבָרֲכֵ֜נִי H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 9 וְהִרְבִּ֤יתָ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 גְּבוּלִי֙ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 12 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 יָדְךָ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 עִמִּ֔י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 15 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 מֵּרָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 17 לְבִלְתִּ֣י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 18 עָצְבִּ֑י H6087 smart, bedroeft, bekommerd displease, grieve, hurt, make, be sorry, vex, worship, wrest 19 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 23 שָׁאָֽל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En ChelubH3620, de broederH251 van SuhaH7746, gewonH3205 MechirH4243; hijH1931 is de vaderH1 van EstonH850. En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

KJV And Chelub1 the brother2 of Shuah3 begat4 Mehir,6 which was the father8 of Eshton.9

1 וּכְל֥וּב H3620 Chelub Chelub 2 אֲחִֽי H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 שׁוּחָ֖ה H7746 Suha Shuah 4 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מְחִ֑יר H4243 Mechir Mehir 7 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 אֲבִ֥י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 אֶשְׁתּֽוֹן H850 Eston Eshton
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Eston nu gewon Beth-rafa, en Pasea, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EstonH850 nu gewonH3205 Beth-rafaH1051, en PaseaH6454, en TehinnaH8468, den vaderH1 van Ir-nahasH5904; ditH428 zijn de mannenH582 van RechaH7397. Eston nu gewon Beth-rafa, en Pasea, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.

KJV And Eshton1 begat2 Bethrapha,4 and Paseah,7 and Tehinnah9 the father10 of Irnahash.11 These are the men of Rechah.15

1 וְאֶשְׁתּ֗וֹן H850 Eston Eshton 2 הוֹלִ֞יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בֵּ֤ית H1051 Beth-rafa Beth-rapha 5 רָפָא֙ H1051 Beth-rafa Beth-rapha 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 פָּסֵ֔חַ H6454 Paseah, Pasea Paseah, Phaseah 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 תְּחִנָּ֖ה H8468 Tehinna Tehinnah 10 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 עִ֣יר H5904 Ir-nahas Irnahash 12 נָחָ֑שׁ H5904 Ir-nahas Irnahash 13 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 14 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 רֵכָֽה H7397 Rechabieten, Recha Rechah

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de kinderen van Kenaz waren Othniel en Seraja; en de kinderen van Othniel, Hathath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de kinderenH1121 van KenazH7073 waren OthnielH6274 en SerajaH8304; en de kinderenH1121 van OthnielH6274, HathathH2867. En de kinderen van Kenaz waren Othniel en Seraja; en de kinderen van Othniel, Hathath.

KJV And the sons1 of Kenaz;2 Othniel,3 and Seraiah:4 and the sons5 of Othniel;6 Hathath.7

1 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 קְנַ֔ז H7073 Kenaz Kenaz 3 עָתְנִיאֵ֖ל H6274 Othniel Othniel 4 וּשְׂרָיָ֑ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 5 וּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עָתְנִיאֵ֖ל H6274 Othniel Othniel 7 חֲתַֽת H2867 Hathath cathath. f
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Meonothai gewon Ofra; en Seraja gewon Joab, den vader des dals der werkmeesters; want zij waren werkmeesters.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En MeonothaiH4587 gewonH3205 OfraH6084; en SerajaH8304 gewonH3205 JoabH3097, den vaderH1 des dalsH1516 der werkmeestersH2796; wantH3588 zij waren werkmeesters. En Meonothai gewon Ofra; en Seraja gewon Joab, den vader des dals der werkmeesters; want zij waren werkmeesters.

Ook in dit vers werkmeestersH2798

KJV And Meonothai1 begat2 Ophrah:4 and Seraiah5 begat6 Joab,8 the father9 of the valley10 of Charashim;11 for they were craftsmen.

1 וּמְעוֹנֹתַ֖י H4587 Meonothai Meonothai 2 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עָפְרָ֑ה H6084 Ofra Ophrah 5 וּשְׂרָיָ֗ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 6 הוֹלִ֤יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 9 אֲבִי֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 גֵּ֣יא H1516 dal, dalen, vallei valley 11 חֲרָשִׁ֔ים H2798 werkmeesters Charashim, craftsmen 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 חֲרָשִׁ֖ים H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 14 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De kinderen van Kaleb nu, den zoon van Jefunne, waren Iru, Ela en Naam; en de kinderen van Ela, te weten Kenaz.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De kinderenH1121 van KalebH3612 nu, den zoonH1121 van JefunneH3312, waren IruH5900, ElaH425 en NaamH5277; en de kinderenH1121 van ElaH425, te weten KenazH7073. De kinderen van Kaleb nu, den zoon van Jefunne, waren Iru, Ela en Naam; en de kinderen van Ela, te weten Kenaz.

KJV And the sons1 of Caleb2 the son3 of Jephunneh;4 Iru,5 Elah,6 and Naam:7 and the sons8 of Elah,9 even Kenaz.10

1 וּבְנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 כָּלֵ֣ב H3612 Kaleb Caleb 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְפֻנֶּ֔ה H3312 Jefunne Jephunneh 5 עִ֥ירוּ H5900 Iru Iru 6 אֵלָ֖ה H425 Ela Elah 7 וָנָ֑עַם H5277 Naam Naam 8 וּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 אֵלָ֖ה H425 Ela Elah 10 וּקְנַֽז H7073 Kenaz Kenaz
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de kinderenH1121 van JehalelelH3094 waren ZifH2128 en ZifaH2129, ThireaH8493 en AsareelH840. En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.

KJV And the sons1 of Jehaleleel;2 Ziph,3 and Ziphah,4 Tiria,5 and Asareel.6

1 וּבְנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 יְהַלֶּלְאֵ֑ל H3094 Jehaleel, Jehalelel Jehalellel, Jehalelel 3 זִ֣יף H2128 Zif Ziph 4 וְזִיפָ֔ה H2129 Zifa Ziphah 5 תִּירְיָ֖א H8493 Thirea Tiria 6 וַאֲשַׂרְאֵֽל H840 Asareel Asareel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de kinderen van Ezra waren Jether, en Mered, en Efer, en Jalon; en zij baarde Mirjam, en Sammai, en Isbah, den vader van Esthemoa.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de kinderenH1121 van Ezra waren JetherH3500, en MeredH4778, en EferH6081, en JalonH3210; en zij baardeH2029 MirjamH4813, en SammaiH8060, en IsbahH3431, den vaderH1 van EsthemoaH851. En de kinderen van Ezra waren Jether, en Mered, en Efer, en Jalon; en zij baarde Mirjam, en Sammai, en Isbah, den vader van Esthemoa.

KJV And the sons1 of Ezra2 were, Jether,3 and Mered,4 and Epher,5 and Jalon:6 and she bare7 Miriam,9 and Shammai,11 and Ishbah13 the father14 of Eshtemoa.15

1 וּבֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 עֶזְרָ֔ה H5834 Ezra Ezrah 3 יֶ֥תֶר H3500 Jether, Jethro Jether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ) 4 וּמֶ֖רֶד H4778 Mered Mered 5 וְעֵ֣פֶר H6081 Efer, Hefer Epher 6 וְיָל֑וֹן H3210 Jalon Jalon 7 וַתַּ֨הַר֙ H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מִרְיָ֣ם H4813 Mirjam Miriam 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שַׁמַּ֔י H8060 Sammai Shammai 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יִשְׁבָּ֖ח H3431 Isbah Ishbah 14 אֲבִ֥י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 15 אֶשְׁתְּמֹֽעַ H851 Esthemoa, Estemo Eshtemoa, Eshtemoh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zijn Joodse huisvrouw baarde Jered, den vader van Gedor, en Heber, den vader van Socho, en Jekuthiel, den vader van Bitja, de dochter van Farao, die Mered genomen had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zijn JoodseH3057 huisvrouwH802 baardeH3205 JeredH3382, den vaderH1 van GedorH1446, en HeberH2268, den vaderH1 van SochoH7755, en JekuthielH3354, den vaderH1 van BitjaH1332, de dochterH1323 van FaraoH6547, die MeredH4778 genomenH3947 had. En zijn Joodse huisvrouw baarde Jered, den vader van Gedor, en Heber, den vader van Socho, en Jekuthiel, den vader van Bitja, de dochter van Farao, die Mered genomen had.

Ook in dit vers kinderenH1121 ZanoahH2182

KJV And his wife1 Jehudijah2 bare3 Jered5 the father6 of Gedor,7 and Heber9 the father10 of Socho,11 and Jekuthiel13 the father14 of Zanoah.15 And these are the sons17 of Bithiah18 the daughter19 of Pharaoh,20 which Mered23 took.22

1 וְאִשְׁתּ֣וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 2 הַיְהֻדִיָּ֗ה H3057 Joodse Jehudijah 3 יָלְדָ֞ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יֶ֨רֶד H3382 Jered Jared 6 אֲבִ֤י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 גְדוֹר֙ H1446 Gedor Gedor 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 חֶ֨בֶר֙ H2268 Heber Heber 10 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 שׂוֹכ֔וֹ H7755 Socho Shocho, Shochoh, Sochoh, Soco, Socoh 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְקֽוּתִיאֵ֖ל H3354 Jekuthiel Jekuthiel 14 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 15 זָנ֑וֹחַ H2182 Zanoah Zanoah 16 וְאֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 17 בְּנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 בִּתְיָ֣ה H1332 Bitja Bithiah 19 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 20 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 21 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 לָקַ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 23 מָֽרֶד H4778 Mered Mered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de kinderenH1121 van de huisvrouwH802 HodijaH1940, de zusterH269 van NahamH5163, waren Abi-KehilaH1, de GarmietH1636, en EsthemoaH851, de MaachathietH4602. En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.

KJV And the sons1 of his wife2 Hodiah3 the sister4 of Naham,5 the father6 of Keilah7 the Garmite,8 and Eshtemoa9 the Maachathite.10

1 וּבְנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 הֽוֹדִיָּ֔ה H1940 Hodija Hodiah 4 אֲח֣וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 5 נַ֔חַם H5163 Naham Naham 6 אֲבִ֥י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 קְעִילָ֖ה H7084 Kehila Keilah 8 הַגַּרְמִ֑י H1636 Garmiet Garmite 9 וְאֶשְׁתְּמֹ֖עַ H851 Esthemoa, Estemo Eshtemoa, Eshtemoh 10 הַמַּעֲכָתִֽי H4602 Maachathieten, Maachathiet, Maachathiets Maachathite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de kinderenH1121 van SimonH7889 nu waren AmnonH550 en RinnaH7441, Ben-hananH1135 en TilonH8436; en de kinderenH1121 van Isei waren ZohethH2105 en Ben-ZohethH1132. En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.

KJV And the sons1 of Shimon2 were, Amnon,3 and Rinnah,4 Benhanan,5 and Tilon.7 And the sons8 of Ishi9 were, Zoheth,10 and Benzoheth.11

1 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שִׁימ֔וֹן H7889 Simon Shimon 3 אַמְנ֣וֹן H550 Amnon, Amnons Amnon 4 וְרִנָּ֔ה H7441 Rinna Rinnah 5 בֶּן H1135 Ben-hanan Ben-hanan 6 חָנָ֖ן H1135 Ben-hanan Ben-hanan 7 וְתִיל֑וֹן H8436 Tilon Tilon (from the margin) 8 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִשְׁעִ֔י H3469 Jisei, Isei Ishi 10 זוֹחֵ֖ת H2105 Zoheth Zoheth 11 וּבֶן H1132 Ben-zoheth Ben-zoketh 12 זוֹחֵֽת H1132 Ben-zoheth Ben-zoketh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De kinderen van Sela, den zoon van Juda, waren Er, de vader van Lecha, en Lada, de vader van Maresa; en de huisgezinnen van het huis der linnenwerkers in het huis Asbea.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De kinderenH1121 van SelaH7956, den zoonH1121 van JudaH3063, waren Er, de vaderH1 van LechaH3922, en LadaH3935, de vaderH1 van MaresaH4762; en de huisgezinnenH4940 van het huisH1004 der linnenwerkersH5656 in het huisH1004 AsbeaH791. De kinderen van Sela, den zoon van Juda, waren Er, de vader van Lecha, en Lada, de vader van Maresa; en de huisgezinnen van het huis der linnenwerkers in het huis Asbea.

KJV The sons1 of Shelah2 the son3 of Judah4 were, Er5 the father6 of Lecah,7 and Laadah8 the father9 of Mareshah,10 and the families11 of the house12 of them that wrought13 fine linen,14 of the house15 of Ashbea,16

1 בְּנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שֵׁלָ֣ה H7956 Sela Shelah 3 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 עֵ֚ר H6147 Er Er 6 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 לֵכָ֔ה H3922 Lecha Lecah 8 וְלַעְדָּ֖ה H3935 Lada Laadah 9 אֲבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 מָרֵשָׁ֑ה H4762 Maresa, Mareza Mareshah 11 וּמִשְׁפְּח֛וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 12 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 עֲבֹדַ֥ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 14 הַבֻּ֖ץ H948 linnen fine (white) linen 15 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 אַשְׁבֵּֽעַ H791 Asbea Ashbea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Daartoe JokimH3137, en de mannenH582 van ChozebaH3578, en JoasH3101, en SarafH8315 (dieH834 over de MoabietenH4124 geheerstH1166 hebben) en de JasubilehemH3433; doch deze dingen zijn oudH6267. Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

KJV And Jokim,1 and the men of Chozeba,3 and Joash,4 and Saraph,5 who had the dominion7 in Moab,8 and Jashubilehem.9 And these are ancient12 things.11

1 וְיוֹקִ֞ים H3137 Jokim Jokim 2 וְאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 כֹזֵבָ֗א H3578 Chozeba Choseba 4 וְיוֹאָ֧שׁ H3101 Joas Joash 5 וְשָׂרָ֛ף H8315 Saraf Saraph 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בָּעֲל֥וּ H1166 getrouwd, getrouwde, Man have dominion (over), be husband, marry(-ried, [idiom] wife) 8 לְמוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 9 וְיָשֻׁ֣בִי H3433 Jasubilehem Jashubi-lehem. (Prob. the text should be pointed יֹשְׁבֵי לֶחֶם and rendered '(they were) inhabitants of Lechem,' i.e. of Bethlehem (by contraction). Compare H3902 (לַחְמִי)) 10 לָ֑חֶם H3433 Jasubilehem Jashubi-lehem. (Prob. the text should be pointed יֹשְׁבֵי לֶחֶם and rendered '(they were) inhabitants of Lechem,' i.e. of Bethlehem (by contraction). Compare H3902 (לַחְמִי)) 11 וְהַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 עַתִּיקִֽים H6267 afgetrokkenen, oud ancient, drawn

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Dezen waren pottenbakkers, wonende bij plantages en tuinen; zij zijn daar gebleven bij den koning in zijn werk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Dezen waren pottenbakkersH3335, wonendeH3427 bij plantagesH5196 en tuinenH1448; zijH1992 zijn daarH8033 geblevenH3427 bijH5973 den koningH4428 in zijn werkH4399. Dezen waren pottenbakkers, wonende bij plantages en tuinen; zij zijn daar gebleven bij den koning in zijn werk.

KJV These were the potters,2 and those that dwelt3 among plants4 and hedges:5 there they dwelt9 with the king7 for his work.8

1 הֵ֚מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 הַיּ֣וֹצְרִ֔ים H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 3 וְיֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 נְטָעִ֖ים H5196 plantages plants 5 וּגְדֵרָ֑ה H1448 schaapskooien, tuinen, betuiningen (sheep-) cote (fold) hedge, wall 6 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 בִּמְלַאכְתּ֖וֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 9 יָ֥שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 De kinderenH1121 van SimeonH8095 waren NemuelH5241 en JaminH3226, JaribH3402, ZerahH2226, SaulH7586. De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

KJV The sons1 of Simeon2 were, Nemuel,3 and Jamin,4 Jarib,5 Zerah,6 and Shaul:7

1 בְּנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שִׁמְע֑וֹן H8095 Simeon, Juda Simeon 3 נְמוּאֵ֣ל H5241 Nemuel Nemuel 4 וְיָמִ֔ין H3226 Jamin Jamin. See also H1144 (בִּנְיָמִין) 5 יָרִ֖יב H3402 Jarib Jarib 6 זֶ֥רַח H2226 Zerah, Zera Zarah, Zerah 7 שָׁאֽוּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 SallumH7967 was zijn zoonH1121; MibsamH4017 was zijn zoonH1121; MismaH4927 was zijn zoonH1121. Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.

KJV Shallum1 his son,2 Mibsam3 his son,4 Mishma5 his son.6

1 שַׁלֻּ֥ם H7967 Sallum Shallum 2 בְּנ֛וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 מִבְשָׂ֥ם H4017 Mibsam Mibsam 4 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 מִשְׁמָ֥ע H4927 Misma Mishma 6 בְּנֽוֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De kinderenH1121 van MismaH4927 waren dezen: HammuelH2536 zijn zoonH1121, ZaccurH2139 zijn zoonH1121, SimeiH8096 zijn zoonH1121. De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

KJV And the sons1 of Mishma;2 Hamuel3 his son,4 Zacchur5 his son,6 Shimei7 his son.8

1 וּבְנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 מִשְׁמָ֑ע H4927 Misma Mishma 3 חַמּוּאֵ֥ל H2536 Hammuel Hamuel 4 בְּנ֛וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 זַכּ֥וּר H2139 Zakkur, Zaccur, Zacchur Zaccur, Zacchur 6 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 שִׁמְעִ֥י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 8 בְנֽוֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Simei nu had zestien zonen en zes dochteren; maar zijn broeders hadden niet veel kinderen; en hun ganse huisgezin werd zo zeer niet vermenigvuldigd, als van de kinderen van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 SimeiH8096 nu had zestienH8337 zonenH1121 en zesH8337 dochterenH1323; maar zijn broedersH251 hadden niet veelH7227 kinderenH1121; en hun ganseH3605 huisgezinH4940 werd zo zeer niet vermenigvuldigdH7235, als van de kinderenH1121 van JudaH3063. Simei nu had zestien zonen en zes dochteren; maar zijn broeders hadden niet veel kinderen; en hun ganse huisgezin werd zo zeer niet vermenigvuldigd, als van de kinderen van Juda.

KJV And Shimei1 had sixteen3 sons2 and six6 daughters;5 but his brethren7 had not many10 children,9 neither did all their family12 multiply,14 like to the children16 of Judah.17

1 וּלְשִׁמְעִ֞י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 2 בָּנִ֨ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שִׁשָּׁ֤ה H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 4 עָשָׂר֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 וּבָנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 שֵׁ֔שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 7 וּלְאֶחָ֕יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 אֵ֖ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 בָּנִ֣ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 וְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מִשְׁפַּחְתָּ֔ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הִרְבּ֖וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 15 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En zij woondenH3427 te Ber-sebaH884, en te MoladaH4137, en te Hazar-SualH2705, En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

KJV And they dwelt1 at Beersheba,2 and Moladah,4 and Hazarshual,5

1 וַיֵּֽשְׁב֛וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 בִּבְאֵֽר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 3 שֶׁ֥בַע H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 4 וּמוֹלָדָ֖ה H4137 Molada Moladah 5 וַחֲצַ֥ר H2705 Hazar-sual Hazar-shual 6 שׁוּעָֽל H2705 Hazar-sual Hazar-shual
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En te BilhaH1090, en te EzemH6107, en te TholadH8434, En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

KJV And at Bilhah,1 and at Ezem,2 and at Tolad,3

1 וּבְבִלְהָ֥ה H1090 Bilha Bilhah 2 וּבְעֶ֖צֶם H6107 Azem, Ezem Azem, Ezem 3 וּבְתוֹלָֽד H8434 Tholad Tolad. Compare H513 (אֶלְתּוֹלַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En te BethuelH1328, en te HormaH2767, en te ZiklagH6860, En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,

KJV And at Bethuel,1 and at Hormah,2 and at Ziklag,3

1 וּבִבְתוּאֵ֥ל H1328 Bethuel Bethuel. Compare H1329 (בְּתוּל) 2 וּבְחָרְמָ֖ה H2767 Horma Hormah 3 וּבְצִֽיקְלָֽג H6860 Ziklag Ziklag
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En te Beth-markabothH1024, en te Hazar-SusimH2702, en te Beth-BiriH1011, en te SaaraimH8189. DitH428 waren hun stedenH5892, totdatH5704 DavidH1732 koningH4427 werd. En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

KJV And at Bethmarcaboth,1 and Hazarsusim,3 and at Bethbirei,5 and at Shaaraim.7 These were their cities9 unto the reign11 of David.12

1 וּבְבֵ֤ית H1024 Beth-hammerchaboth, Beth-markaboth Bethmarcaboth 2 מַרְכָּבוֹת֙ H1024 Beth-hammerchaboth, Beth-markaboth Bethmarcaboth 3 וּבַחֲצַ֣ר H2702 Hazar-susim Hazar-susim 4 סוּסִ֔ים H2702 Hazar-susim Hazar-susim 5 וּבְבֵ֥ית H1011 Beth-biri Bethbirei 6 בִּרְאִ֖י H1011 Beth-biri Bethbirei 7 וּֽבְשַׁעֲרָ֑יִם H8189 Saaraim Shaaraim 8 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 עָרֵיהֶ֖ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 מְלֹ֥ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 12 דָּוִֽיד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En hun dorpenH2691 waren EtamH5862 en AinH5871, RimmonH7417 en TochenH8507, en AsanH6228; vijfH2568 stedenH5892. En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.

KJV And their villages1 were, Etam,2 and Ain,3 Rimmon,4 and Tochen,5 and Ashan,6 five8 cities:7

1 וְחַצְרֵיהֶם֙ H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 2 עֵיטָ֣ם H5862 Etam, Etham Etam 3 וָעַ֔יִן H5871 Ain Ain 4 רִמּ֥וֹן H7417 Rimmon, Rimmon-methoar, Rimmono Remmon, Rimmon 5 וְתֹ֖כֶן H8507 Tochen Tochen 6 וְעָשָׁ֑ן H6228 Asan Ashan 7 עָרִ֖ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 חָמֵֽשׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En al haar dorpen, die in den omloop dezer steden waren, tot Baal toe. Dit zijn hun woningen en hun geslachtsrekening voor hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En alH3605 haar dorpenH2691, die in den omloopH5439 dezer stedenH5892 waren, totH5704 BaalH1168 toe. Dit zijn hun woningenH4186 en hun geslachtsrekeningH3187 voor hen. En al haar dorpen, die in den omloop dezer steden waren, tot Baal toe. Dit zijn hun woningen en hun geslachtsrekening voor hen.

KJV And all their villages2 that were round about4 the same cities,5 unto Baal.8 These were their habitations,10 and their genealogy.11

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 חַצְרֵיהֶ֗ם H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 3 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 סְבִיב֛וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 הֶעָרִ֥ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 בָּ֑עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 9 זֹ֚את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 מוֹשְׁבֹתָ֔ם H4186 woningen, woning, zitplaats assembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning 11 וְהִתְיַחְשָׂ֖ם H3187 geslachtsregisters, geslachtsregister, geslachtsrekening (number after, number throughout the) genealogy (to be reckoned), be reckoned by genealogies 12 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Doch Mesobab, en Jamlech, en Josa, de zoon van Amazia,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Doch MesobabH4877, en JamlechH3230, en Josa, de zoonH1121 van AmaziaH558, Doch Mesobab, en Jamlech, en Josa, de zoon van Amazia,

KJV And Meshobab,1 and Jamlech,2 and Joshah3 the son4 of Amaziah,5

1 וּמְשׁוֹבָ֣ב H4877 Mesobab Meshobab 2 וְיַמְלֵ֔ךְ H3230 Jamlech Jamlech 3 וְיוֹשָׁ֖ה H3144 Josa Joshah 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אֲמַצְיָֽה H558 Amazia Amaziah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Joel, en Jehu, de zoon van Jesibja, den zoon van Saraja, den zoon van Asiel,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En JoelH3100, en JehuH3058, de zoonH1121 van JesibjaH3143, den zoonH1121 van Saraja, den zoonH1121 van AsielH6221, En Joel, en Jehu, de zoon van Jesibja, den zoon van Saraja, den zoon van Asiel,

Ook in dit vers SerajaH8304

KJV And Joel,1 and Jehu2 the son3 of Josibiah,4 the son5 of Seraiah,6 the son7 of Asiel,8

1 וְיוֹאֵ֑ל H3100 Joel Joel 2 וְיֵהוּא֙ H3058 Jehu Jehu 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 י֣וֹשִׁבְיָ֔ה H3143 Jesibja Josibiah 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 שְׂרָיָ֖ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עֲשִׂיאֵֽל H6221 Asiel Asiel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En EljoenaiH454, en JaakobaH3291, en JesohajaH3439, en AsajaH6222, en AdielH5717, en JesimeelH3450, en BenajaH1141, En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

KJV And Elioenai,1 and Jaakobah,2 and Jeshohaiah,3 and Asaiah,4 and Adiel,5 and Jesimiel,6 and Benaiah,7

1 וְאֶלְיוֹעֵינַ֡י H454 Eljoenai, Eljehoenai, Eljeoenai Elihoenai, Elionai 2 וְֽיַעֲקֹ֡בָה H3291 Jaakoba Jaakobah 3 וִ֠ישׁוֹחָיָה H3439 Jesohaja Jeshoaiah 4 וַעֲשָׂיָ֧ה H6222 Asaja Asaiah 5 וַעֲדִיאֵ֛ל H5717 Adiel Adiel 6 וִישִׂימִאֵ֖ל H3450 Jesimeel Jesimael 7 וּבְנָיָֽה H1141 Benaja Benaiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En ZizaH2124, de zoonH1121 van SifeiH8230, den zoonH1121 van AllonH438, den zoonH1121 van JedajaH3042, den zoonH1121 van SimriH8113, den zoonH1121 van SemajaH8098; En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

KJV And Ziza1 the son2 of Shiphi,3 the son4 of Allon,5 the son6 of Jedaiah,7 the son8 of Shimri,9 the son10 of Shemaiah;11

1 וְזִיזָ֨א H2124 Ziza Ziza 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שִׁפְעִ֧י H8230 Sifei Shiphi 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אַלּ֛וֹן H438 Allon Allon 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְדָיָ֥ה H3042 Jedaja Jedaiah 8 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 שִׁמְרִ֖י H8113 Simri Shimri 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 שְׁמַֽעְיָֽה H8098 Semaja Shemaiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Dezen kwamen tot namen, zijnde vorsten in hun huisgezinnen, en de huisgezinnen hunner vaderen braken uit in menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 DezenH428 kwamenH935 tot namenH8034, zijnde vorstenH5387 in hun huisgezinnen, en de huisgezinnen hunner vaderenH1 brakenH6555 uit in menigteH7230. Dezen kwamen tot namen, zijnde vorsten in hun huisgezinnen, en de huisgezinnen hunner vaderen braken uit in menigte.

Ook in dit vers huisgezinnenH1004 huisgezinnenH4940

KJV These mentioned2 by their names3 were princes4 in their families:5 and the house6 of their fathers7 increased8 greatly.9

1 אֵ֚לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 הַבָּאִ֣ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 בְּשֵׁמ֔וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 נְשִׂיאִ֖ים H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 5 בְּמִשְׁפְּחוֹתָ֑ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 6 וּבֵית֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 אֲב֣וֹתֵיהֶ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 פָּרְצ֖וּ H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 9 לָרֽוֹב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En zij gingen tot aan den ingang van Gedor tot het oosten des dals, om weide te zoeken voor hun schapen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En zij gingenH3212 tot aan den ingangH3996 van GedorH1446 totH5704 het oostenH4217 des dalsH1516, om weideH4829 te zoekenH1245 voor hun schapenH6629. En zij gingen tot aan den ingang van Gedor tot het oosten des dals, om weide te zoeken voor hun schapen.

KJV And they went1 to the entrance2 of Gedor,3 even unto the east side5 of the valley,6 to seek7 pasture8 for their flocks.9

1 וַיֵּלְכוּ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 לִמְב֣וֹא H3996 ingang, ondergang, ingangen by which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא) 3 גְדֹ֔ר H1446 Gedor Gedor 4 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 לְמִזְרַ֣ח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 6 הַגָּ֑יְא H1516 dal, dalen, vallei valley 7 לְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 8 מִרְעֶ֖ה H4829 weide feeding place, pasture 9 לְצֹאנָֽם H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En zij vonden vette en goede weide, en een land, wijd van begrip, en stil, en gerust; want die van Cham woonden daar tevoren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En zij vondenH4672 vetteH8082 en goedeH2896 weideH4829, en een landH776, wijdH7342 van begripH3027, en stilH8252, en gerustH7961; wantH3588 die vanH4480 ChamH2526 woondenH3427 daarH8033 tevoren. En zij vonden vette en goede weide, en een land, wijd van begrip, en stil, en gerust; want die van Cham woonden daar tevoren.

Ook in dit vers vorenH6440

KJV And they found1 fat3 pasture2 and good,4 and the land5 was wide,6 and quiet,8 and peaceable;9 for they of Ham12 had dwelt13 there of old.15

1 וַֽיִּמְצְא֤וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 מִרְעֶה֙ H4829 weide feeding place, pasture 3 שָׁמֵ֣ן H8082 vette, vet, smoutig fat, lusty, plenteous 4 וָט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 וְהָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 רַחֲבַ֣ת H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide 7 יָדַ֔יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְשֹׁקֶ֖טֶת H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 9 וּשְׁלֵוָ֑ה H7961 rust, gerust, stil (being) at ease, peaceable, (in) prosper(-ity), quiet(-ness), wealthy 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 חָ֔ם H2526 Cham Ham 13 הַיֹּשְׁבִ֥ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 15 לְפָנִֽים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Dezen nu, die met namen beschreven zijn, kwamen in de dagen van Hizkia, den koning van Juda, en zij sloegen de tenten en woningen dergenen, die daar gevonden werden; en zij verbanden hen, tot op dezen dag; en zij woonden aan hun plaats, want daar was weide voor hun schapen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Dezen nu, die met namenH8034 beschrevenH3789 zijn, kwamenH935 in de dagenH3117 van HizkiaH3169, den koningH4428 van JudaH3063, en zij sloegenH5221 de tentenH168 en woningenH4583 dergenen, die daarH8033 gevondenH4672 werden; en zij verbandenH2763 hen, totH5704 op dezen dagH3117; en zij woondenH3427 aan hun plaatsH8478, wantH3588 daarH8033 was weideH4829 voor hun schapenH6629. Dezen nu, die met namen beschreven zijn, kwamen in de dagen van Hizkia, den koning van Juda, en zij sloegen de tenten en woningen dergenen, die daar gevonden werden; en zij verbanden hen, tot op dezen dag; en zij woonden aan hun plaats, want daar was weide voor hun schapen.

KJV And these written3 by name4 came1 in the days5 of Hezekiah king7 of Judah,8 and smote9 their tents,11 and the habitations that were found15 there, and destroyed17 them utterly unto this day,19 and dwelt21 in their rooms: because there was pasture24 there for their flocks.25

1 וַיָּבֹ֡אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵלֶּה֩ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 הַכְּתוּבִ֨ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 4 בְּשֵׁמ֜וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 בִּימֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 יְחִזְקִיָּ֣הוּ H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 9 וַיַּכּ֨וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אָהֳלֵיהֶ֜ם H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמְּעוּנִ֨ים H4586 Mehunim, Meunieten, Meunim Mehunim(-s), Meunim 14 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 נִמְצְאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 16 שָׁ֨מָּה֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 17 וַיַּחֲרִימֻם֙ H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 20 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 21 וַיֵּשְׁב֖וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 22 תַּחְתֵּיהֶ֑ם H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 23 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 מִרְעֶ֥ה H4829 weide feeding place, pasture 25 לְצֹאנָ֖ם H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 26 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Ook gingen uit hen, te weten uit de kinderen van Simeon, vijfhonderd mannen, tot het gebergte van Seir; en Pelatja, en Nearja, en Refaja, en Izziel, de zonen van Isei, waren hun tot hoofden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Ook gingenH1980 uit hen, te weten uit de kinderenH1121 van SimeonH8095, vijfhonderdH2568 mannenH582, tot het gebergteH2022 van SeirH8165; en PelatjaH6410, en NearjaH5294, en RefajaH7509, en Izziel, de zonenH1121 van IseiH3469, waren hun tot hoofdenH7218. Ook gingen uit hen, te weten uit de kinderen van Simeon, vijfhonderd mannen, tot het gebergte van Seir; en Pelatja, en Nearja, en Refaja, en Izziel, de zonen van Isei, waren hun tot hoofden.

Ook in dit vers UzzielH5816

KJV And some of them, even of the sons3 of Simeon,4 five9 hundred10 men, went5 to mount6 Seir,7 having for their captains17 Pelatiah,11 and Neariah,12 and Rephaiah,13 and Uzziel,14 the sons15 of Ishi.16

1 וּמֵהֶ֣ם 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 שִׁמְע֗וֹן H8095 Simeon, Juda Simeon 5 הָלְכוּ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 לְהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 שֵׂעִ֔יר H8165 Seir Seir 8 אֲנָשִׁ֖ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 חֲמֵ֣שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 10 מֵא֑וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 וּפְלַטְיָ֡ה H6410 Pelatja Pelatiah 12 וּ֠נְעַרְיָה H5294 Nearja Neariah 13 וּרְפָיָ֧ה H7509 Refaja Rephaiah 14 וְעֻזִּיאֵ֛ל H5816 Uzziel Uzziel 15 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יִשְׁעִ֖י H3469 Jisei, Isei Ishi 17 בְּרֹאשָֽׁם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En zij sloegen de overigen der ontkomenen onder de Amalekieten, en zij woonden aldaar tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 En zij sloegenH5221 de overigenH7611 der ontkomenenH6413 onder de AmalekietenH6002, en zij woondenH3427 aldaarH8033 totH5704 op dezenH2088 dagH3117. En zij sloegen de overigen der ontkomenen onder de Amalekieten, en zij woonden aldaar tot op dezen dag.

KJV And they smote1 the rest3 of the Amalekites5 that were escaped,4 and dwelt6 there unto this day.9

1 וַיַּכּ֕וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שְׁאֵרִ֥ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 4 הַפְּלֵטָ֖ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 5 לַעֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 6 וַיֵּ֣שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 4:1 Genesis 46:12 Genesis 38:29 1 Kronieken 2:3 1 Kronieken 2:5 Mattheüs 1:3 Lukas 3:33 1 Kronieken 2:18 Numeri 26:20
1 Kronieken 4:2 1 Kronieken 2:52 Richteren 13:25 Jozua 15:33
1 Kronieken 4:3 2 Kronieken 11:6 Richteren 15:11
1 Kronieken 4:4 1 Kronieken 2:50 1 Kronieken 4:18 1 Kronieken 4:39 1 Kronieken 2:19 Jozua 15:36
1 Kronieken 4:5 1 Kronieken 2:24
1 Kronieken 4:9 Genesis 34:19 Genesis 3:16 Handelingen 17:11 1 Samuël 4:21 1 Kronieken 7:23 Genesis 35:18 Jesaja 43:4
1 Kronieken 4:10 Mattheüs 7:7 Psalmen 116:1 Johannes 10:28 Psalmen 119:173 2 Timotheüs 4:18 Jozua 17:14 Psalmen 55:16 Jesaja 41:17
1 Kronieken 4:13 Jozua 15:17 Richteren 1:13 Richteren 3:9
1 Kronieken 4:14 2 Koningen 24:14 Nehemia 11:35
1 Kronieken 4:15 Numeri 13:6 Numeri 14:6 Jozua 15:13 Numeri 13:30 Numeri 14:24 Jozua 14:6 Numeri 14:30 Richteren 1:12
1 Kronieken 4:17 1 Samuël 30:28 1 Kronieken 4:19 1 Kronieken 6:57 1 Kronieken 21:24 Jozua 15:50
1 Kronieken 4:18 1 Kronieken 4:4 Jozua 15:58 1 Kronieken 4:39 1 Kronieken 2:42 Jozua 15:48 Jozua 15:34
1 Kronieken 4:19 Jozua 15:44 1 Samuël 23:1
1 Kronieken 4:21 Genesis 38:5 Genesis 46:12 1 Kronieken 2:3 Numeri 26:20 1 Kronieken 9:5 Nehemia 11:5
1 Kronieken 4:23 Psalmen 81:6 1 Kronieken 4:14
1 Kronieken 4:24 Genesis 46:10 Exodus 6:15 Numeri 26:12
1 Kronieken 4:27 Numeri 26:14 Numeri 26:22 Numeri 2:13 Numeri 2:4
1 Kronieken 4:28 Jozua 19:2 Jozua 19:9 Jozua 15:28
1 Kronieken 4:29 Jozua 19:3
1 Kronieken 4:30 1 Samuël 30:1 Jozua 19:4 Nehemia 11:28 1 Samuël 27:6 1 Kronieken 12:1 Jozua 15:31
1 Kronieken 4:31 Jozua 19:5
1 Kronieken 4:32 Jozua 19:7
1 Kronieken 4:33 Jozua 19:8
1 Kronieken 4:38 Genesis 6:4 1 Kronieken 5:24
1 Kronieken 4:39 1 Kronieken 4:18 Jozua 15:58 1 Kronieken 4:4 Jozua 12:13
1 Kronieken 4:40 Richteren 18:7 Psalmen 105:23 Psalmen 78:51 Genesis 9:22 Genesis 10:6
1 Kronieken 4:41 Jesaja 14:28 Jeremia 49:20 1 Kronieken 4:34 Handelingen 17:26 2 Koningen 18:8 Numeri 32:1 Richteren 10:12
1 Kronieken 4:42 Genesis 36:8 Deuteronomium 1:2
1 Kronieken 4:43 1 Samuël 30:17 1 Samuël 15:7 2 Samuël 8:12 Deuteronomium 25:17 2 Kronieken 5:9 Richteren 1:26 Jeremia 44:6 Deuteronomium 34:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 4 vers 1

Perez, Perez is, eigenlijk te spreken, de zoon van Juda geweest, maar die na hem hier genoemd zijn, zijn uit Perez gesproten.

Hertaald: Perez, Perez is, strikt genomen, de zoon van Juda geweest, maar wie na hem hier genoemd worden, stammen uit Perez voort.

Charmi, Hij wordt Chelubai genoemd, 1 Kron. 2:9 , en ook Kaleb, 1 Kron. 2:18 .

Hertaald: Charmi, Hij wordt Chelubai genoemd, 1 Kron. 2:9, en ook Kaleb, 1 Kron. 2:18.

Hur, Hur is Sobals grootvader geweest, boven, 1 Kron. 2:50 , zodat Kaleb, de zoon van Hur, hier wordt uitgelaten.

Hertaald: Hur, Hur was de grootvader van Sobal, hierboven 1 Kron. 2:50, zodat Kaleb, de zoon van Hur, hier wordt weggelaten.

1 Kronieken 4 vers 2

Reája, Hij wordt Haroë genaamd, een zoon Sobals, 1 Kron. 2:52 .

Hertaald: Reája, Hij wordt Haroë genoemd, een zoon van Sobal, 1 Kron. 2:52.

Zorathieten; Dezen hebben gewoond te Zora, gelegen in den stam van Juda; Joz. 15:33 .

Hertaald: Zorathieten; Dezen hebben gewoond in Zora, in de stam Juda; Joz. 15:33.

1 Kronieken 4 vers 3

Etam Dat is, die te Etam gewoond heeft. Zie 2 Kron. 11:6 .

Hertaald: Etam Dat is: die in Etam gewoond heeft. Zie 2 Kron. 11:6.

1 Kronieken 4 vers 4

Pnuël 1 Kron. 2:51 wordt hij Haref genoemd.

Hertaald: Pnuël In 1 Kron. 2:51 wordt hij Haref genoemd.

Husah Hij wordt vs.11, door een verzetting der letters, Suha genoemd.

Hertaald: Husah Hij wordt in vers 11, door verwisseling van letters, Suha genoemd.

Hur, Is te weten, dat deze Hur maar ten dele vader van de Bethlemieten geweest is, want dit wordt ook aan Salma toegeschreven, 1 Kron. 2:51 , 1 Kron. 2:54 . Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Hur, Wel te verstaan dat deze Hur slechts ten dele de vader van de Bethlehemieten geweest is, want dit wordt ook aan Salma toegeschreven, 1 Kron. 2:51, 1 Kron. 2:54. Zie de aantekening daar.

Efratha, Zie 1 Kron. 2:19 .

Hertaald: Efratha, Zie 1 Kron. 2:19.

1 Kronieken 4 vers 5

Asschur nu, Hij is geboren na Hezrons zijns vaders dood. Zie 1 Kron. 2:24 .

Hertaald: Asschur nu, Hij is geboren na de dood van zijn vader Hezron. Zie 1 Kron. 2:24.

1 Kronieken 4 vers 7

* Versta hierbij: En Koz, [uit vs.8] die een zoon van Hela was. Of men kan het begin van vs.8 aldus overzetten, en Koz, [die] gewon Anub. Zie gelijke verzetting 1 Kron. 2:47 , en hieronder, vs.14.

Hertaald: * Versta hierbij: en Koz, [uit vers 8] die een zoon van Hela was. Of men kan het begin van vers 8 zo vertalen: en Koz, [die] verwekte Anub. Zie een soortgelijke verplaatsing 1 Kron. 2:47, en hieronder vers 14.

1 Kronieken 4 vers 9

Jabez Hij is een van de voornaamsten, van welken de geslachten Aharhels gekomen zijn, waar vs.8 van staat.

Hertaald: Jabez Hij is een van de voornaamsten van wie de geslachten van Aharhel afstammen, waarover in vers 8 gesproken wordt.

ik heb hem Jabez, omgekeerd uit Jazeb, wordt vertaald, een smartenmaker.

Hertaald: ik heb hem Jabez, omgekeerd gevormd uit Jazeb, wordt vertaald met: een verdriet-maker.

1 Kronieken 4 vers 10

Want Jabez Dit wordt hier bijgevoegd om te kennen te geven waarom Jabez heerlijker en treffelijker was geworden dan zijn broeders, namelijk, omdat hij door het gebed tot God den zegen Gods overvloediger over zijn huis gekregen had.

Hertaald: Want Jabez Dit wordt hier toegevoegd om te laten zien waarom Jabez roemrijker en aanzienlijker was geworden dan zijn broers, namelijk omdat hij door zijn gebed de zegen van God rijkelijker over zijn huis gekregen had.

rijkelijk Hebreeuws, zegenende mij zegent. Dit is een afgekorte en onvolmaakte manier van spreken, waarin de belofte verzwegen wordt, die deze man Gode gedaan heeft, zo hij de zegening verwierf, waar hij God om bad; gelijk de Hebreën in het eedzweren de straf verzwijgen, die zij zichzelven toewensen zo zij valselijk zweren; alzo verzwijgen zij somtijds de beloften in hun wensen. Gen. 28:20-22 staat het in zijn geheel.

Hertaald: rijkelijk Hebreeuws: zegenende zegent U mij. Dit is een verkorte en onvolledige manier van spreken, waarin de belofte verzwegen wordt die deze man aan God gedaan heeft voor het geval hij de zegen zou krijgen waar hij God om bad. Zoals de Hebreeën bij het zweren de straf verzwijgen die zij zichzelf toewensen als zij een valse eed afleggen, zo verzwijgen zij soms ook de beloften in hun wensen. In Gen. 28:20-22 staat het wel volledig.

1 Kronieken 4 vers 11

Suha, vs.4

Hertaald: Suha, Vers 4.

1 Kronieken 4 vers 12

den vader van Anders, de vader der stad Nahas.

Hertaald: den vader van Anders: de vader van de stad Nahas.

1 Kronieken 4 vers 13

Kenaz Hij was de vader van Jefunne, wiens zoon was Kaleb, die daarom ook een Keniziet genoemd wordt; Num. 32:12 .

Hertaald: Kenaz Hij was de vader van Jefunne, wiens zoon Kaleb was, die daarom ook een Keniziet genoemd wordt; Num. 32:12.

* Versta hierbij: en Meonothai [uit vs.14], welke naam in het Hebreeuws niet staat, maar hij moet er noodzakelijk bij verstaan worden.

Hertaald: * Versta hierbij: en Meonothai [uit vers 14], welke naam in het Hebreeuws niet staat, maar er noodzakelijk bij verstaan moet worden.

1 Kronieken 4 vers 14

vader des dals Dat is, overste dergenen, die in het dal der werkmeesters woonden. Zie boven, 1 Kron. 2:21 ; dit dal is gelegen aan de landpalen van Juda en Benjamin, zodat het tweeherig was, Neh. 11:35 .

Hertaald: vader des dals Dat is: leider van hen die in het dal van de vaklieden woonden. Zie hierboven 1 Kron. 2:21; dit dal lag aan de grens van Juda en Benjamin, zodat het onder beide viel, Neh. 11:35.

werkmeesters; Of, der smeden. Eenigen zetten het over ambachtslieden, of handwerklieden, gelijk Neh. 11:35 .

Hertaald: werkmeesters; Of: van de smeden. Sommigen vertalen het met ambachtslieden, of handwerkslieden, zoals in Neh. 11:35.

zij Te weten, de nakomelingen van Joab.

Hertaald: zij Namelijk: de nakomelingen van Joab.

waren werkmeesters De zin dezer woorden is: Daarom is dit dal genoemd geworden het dal der timmerlieden, omdat diegenen, die dat bewoonden, timmerlieden waren.

Hertaald: waren werkmeesters De betekenis van deze woorden is: daarom is dit dal het dal van de timmerlieden genoemd, omdat de bewoners ervan timmerlieden waren.

1 Kronieken 4 vers 15

kinderen van Kaleb Zie Num. 32:12 .

Hertaald: kinderen van Kaleb Zie Num. 32:12.

weten Kenaz Anders, Ukenaz.

Hertaald: weten Kenaz Anders: Ukenaz.

1 Kronieken 4 vers 17

zij baarde Te weten, Bitja, Farao's dochter, Mereds vrouw. Zie vs.18.

Hertaald: zij baarde Namelijk: Bitja, de dochter van Farao, de vrouw van Mered. Zie vers 18.

1 Kronieken 4 vers 18

Joodse huisvrouw Deze wordt aldus onderscheiden van Mereds andere huisvrouw, namelijk, van Bitja, die vreemd was, zijnde een dochter van Farao uit Egypte. Eenigen menen dat dit, te weten, Jehudijah, dat is Joodse of jodin, haar eigen naam geweest is; of immers Hodijah, gelijk zij vs.19 genoemd wordt, hetwelk ook een Jodin betekent. Anderen menen dat Hodijah een derde vrouw van Mereb is geweest, en dat hij alzo drieërlei kinderen heeft gehad.

Hertaald: Joodse huisvrouw Zij wordt zo onderscheiden van de andere vrouw van Mered, namelijk Bitja, die een buitenlandse was, een dochter van Farao uit Egypte. Sommigen menen dat dit, namelijk Jehudia, dat wil zeggen Joodse of jodin, haar eigen naam geweest is; of anders Hodia, zoals zij in vers 19 genoemd wordt, wat ook Jodin betekent. Anderen menen dat Hodia een derde vrouw van Mered geweest is, en dat hij dus drie soorten kinderen gehad heeft.

dezen zijn Te weten, die vs.17 genoemd staan.

Hertaald: dezen zijn Namelijk: die in vers 17 genoemd zijn.

1 Kronieken 4 vers 19

huisvrouw Hodija, Anders, de Joodse.

Hertaald: huisvrouw Hodija, Anders: de Joodse.

1 Kronieken 4 vers 20

Tilon; Anders, Tulon.

Hertaald: Tilon; Anders: Tulon.

1 Kronieken 4 vers 21

linnenwerkers Dat is, dergenen, die daar arbeiden in kostelijk fijn lijnwaad, dat men van fijn Egyptisch vlas maakte. Dit vlas was zo fijn als zijde, en daarom vertalen enigen hier, handwerkers in zijde, of zijdewerkers.

Hertaald: linnenwerkers Dat is: degenen die daar werkten in kostbaar fijn linnen, gemaakt van fijn Egyptisch vlas. Dit vlas was zo fijn als zijde, en daarom vertalen sommigen het hier met: werkers in zijde, of zijdewerkers.

1 Kronieken 4 vers 22

Chozeba, Deze stad wordt Chezib genoemd, Gen. 38:5 . Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Chozeba, Deze stad wordt Chezib genoemd, Gen. 38:5. Zie de aantekening daar.

die over de Moabieten Dat is, die in des konings plaats over de Moabieten geheerst hebben.

Hertaald: die over de Moabieten Dat is: die in de plaats van de koning over de Moabieten geheerst hebben.

doch deze dingen Alsof hij zeide: Het is onnodig veel van deze dingen te zeggen of te schrijven, want ofschoon wel velen van dezen in hun tijd treffelijke mannen geweest zijn, zo zijn hun nakomelingen zulke slechte en kleinhartige personen geweest, dat zij liever pottenbakkers, hoveniers, enz. geworden zijn, dan dat zij, in hun land wederkerende, hun vaderlijke vrijheid zouden behouden hebben, gelijk vs.23 verhaald wordt.

Hertaald: doch deze dingen Alsof hij zei: het is niet nodig veel over deze dingen te zeggen of te schrijven. Want hoewel velen van hen in hun tijd aanzienlijke mannen zijn geweest, waren hun nakomelingen zulke armzalige en kleinzielige mensen dat zij liever pottenbakkers, hoveniers, enzovoort werden, dan dat zij, teruggekeerd naar hun land, hun voorvaderlijke vrijheid zouden behouden hebben, zoals in vers 23 verteld wordt.

1 Kronieken 4 vers 23

tuinen; Of, heggen, heiningen.

Hertaald: tuinen; Of: heggen, omheiningen.

bij den koning Sommigen verstaan hier den koning der Moabieten, uit vs.22; anderen den koning van Babylonië, in dit verstand, dat de nakomelingen van Sela liever in Babylonië zijn gebleven dienende, dan dat zij tehuis komende hun vrijheid zouden genoten hebben; en daaruit besluiten die, dat dit boek van Ezra geschreven is na de Babylonische gevangenis. Anderen verstaan hier door het woord koning, den koning van Juda, welken de nakomelingen van Selah dien dienst zouden gedaan hebben, dat zij de hoven der koningen van Juda en hun tuinbouw hebben waargenomen en verzorgd.

Hertaald: bij den koning Sommigen verstaan hieronder de koning van de Moabieten, uit vers 22; anderen de koning van Babylonië, in de zin dat de nakomelingen van Sela liever in Babylonië dienstbaar bleven dan dat zij, teruggekeerd naar huis, hun vrijheid zouden genieten; daaruit leiden zij af dat dit boek door Ezra geschreven is na de Babylonische ballingschap. Weer anderen verstaan onder het woord koning de koning van Juda, aan wie de nakomelingen van Selah die dienst zouden hebben bewezen, doordat zij de hoven van de koningen van Juda en hun tuinbouw hebben verzorgd en onderhouden.

in zijn werk Te weten, in het beplanten zijner hoven.

Hertaald: in zijn werk Namelijk: bij het beplanten van zijn tuinen.

1 Kronieken 4 vers 24

Nemuël en Jamin, Anders, Jemuel.

Hertaald: Nemuël en Jamin, Anders: Jemuel.

Jarib, Anders, Jakin.

Hertaald: Jarib, Anders: Jakin.

Zerah, Anders, Tsohar. Zie van deze drie Gen. 46:10 .

Hertaald: Zerah, Anders: Tsohar. Zie over deze drie Gen. 46:10.

1 Kronieken 4 vers 25

Mibsam Zie Gen. 25:13 .

Hertaald: Mibsam Zie Gen. 25:13.

1 Kronieken 4 vers 27

zo zeer Hebreeuws, niet vermenigvuldigd tot de kinderen van Juda toe.

Hertaald: zo zeer Hebreeuws: niet vermenigvuldigd tot bij de kinderen van Juda.

1 Kronieken 4 vers 28

zij woonden Zie Joz. 19:2 , waar deze steden ook genoemd staan, alhoewel in de namen derzelver wat verandering valt.

Hertaald: zij woonden Zie Joz. 19:2, waar deze steden ook genoemd worden, al is er in hun namen wat verschil.

1 Kronieken 4 vers 31

totdat David Anders, zolang als David regeerde. Versta dit alzo, te weten, zolang als David en zijn nakomelingen regeerden, en het koninkrijk Juda nog stond, namelijk tot de Babylonische wegvoering; maar als dat is verstoord geworden, zo zijn ook de nakomelingen van Simeon [die in den stam van Juda woonden] uit hun woningen verstoord en verdreven.

Hertaald: totdat David Anders: zolang David regeerde. Versta dit zo: zolang David en zijn nakomelingen regeerden en het koninkrijk Juda nog bestond, namelijk tot aan de Babylonische wegvoering. Maar toen dat verwoest werd, zijn ook de nakomelingen van Simeon [die in de stam Juda woonden] uit hun woonplaatsen verdreven en verjaagd.

1 Kronieken 4 vers 32

steden Te weten, onbemuurde. Anders kan men het voorgaande dus nemen: En benevens haar dorpen waren Etham en, enz. vijf steden.

Hertaald: steden Namelijk: onbemuurde. Anders kan men het voorgaande zo lezen: en behalve haar dorpen waren Etam en, enzovoort, vijf steden.

1 Kronieken 4 vers 38

Dezen Te weten, die vanaf vs.34 af tot vs.38 genoemd staan.

Hertaald: Dezen Namelijk: die vanaf vers 34 tot vers 38 genoemd worden.

kwamen tot namen, Dat is, zij zijn vermaarde mannen geworden.

Hertaald: kwamen tot namen, Dat is: zij zijn beroemde mannen geworden.

huisgezinnen hunner vaderen Dat is, zij werden grotelijks vermenigvuldigd.

Hertaald: huisgezinnen hunner vaderen Dat is: zij vermeerderden sterk.

1 Kronieken 4 vers 39

Gedor Anders, Gedera, of, Giderothaïm; Joz. 15:36 .

Hertaald: Gedor Anders: Gedera, of: Giderothaïm; Joz. 15:36.

des dals, Versta hier, dat dal, hetwelk van Efes Dammin reikte tot Ekron toe; gelijk af te nemen is uit 1 Sam. 17:1 , 1 Sam. 17:52 .

Hertaald: des dals, Versta hieronder het dal dat van Efes-Dammim tot Ekron reikte, zoals op te maken is uit 1 Sam. 17:1, 1 Sam. 17:52.

1 Kronieken 4 vers 40

wijd van begrip, Hebreeuws, wijd van handen.

Hertaald: wijd van begrip, Hebreeuws: wijd van handen.

die van Cham Dit woord hier bij gezet, om te tonen dat de Israëlieten recht en reden hadden deze steden in te nemen en de oude inwoners daaruit te drijven, te weten, omdat de nakomelingen van den vervloekten Cham die hadden ingenomen. Zie van Cham Gen. 9:25 .

Hertaald: die van Cham Dit woord is hier toegevoegd om te laten zien dat de Israëlieten recht en reden hadden om deze steden in te nemen en de oude inwoners eruit te verdrijven, namelijk omdat de nakomelingen van de vervloekte Cham ze hadden ingenomen. Zie over Cham Gen. 9:25.

1 Kronieken 4 vers 41

dergenen Te weten, der Chamieten tenten, en versta hier de inwoners der tenten en der woningen.

Hertaald: dergenen Namelijk: van de Chamieten; versta hieronder de bewoners van de tenten en woningen.

verbanden hen, Dat is, zij roeiden hen uit, als hetgeen dat van God verbannen is.

Hertaald: verbanden hen, Dat is: zij roeiden hen uit, als iets wat door God met de ban geslagen was.

tot op dezen dag; Te weten, in welken dit beschreven is; versta, tot de tijden van Ezra, die dit boek beschreven heeft, omtrent welken tijd het rijk van David en zijn nakomelingen een einde genomen heeft. Zie de aantekening boven, vs.31.

Hertaald: tot op dezen dag; Namelijk: tot de dag waarop dit geschreven is; versta hieronder: tot de tijd van Ezra, die dit boek geschreven heeft, in welke tijd ongeveer het koninkrijk van David en zijn nakomelingen ten einde gekomen is. Zie de aantekening hierboven bij vers 31.

1 Kronieken 4 vers 43

de overigen Te weten, die, die overgebleven en ontslopen waren, toen hen Saul uitroeide, 1 Sam. 14:48 . En die daarna ook Davids handen ontkomen waren, 2 Sam. 8:12 .

Hertaald: de overigen Namelijk: degenen die overgebleven en ontkomen waren toen Saul hen uitroeide, 1 Sam. 14:48, en die daarna ook aan de handen van David ontkomen waren, 2 Sam. 8:12.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jabez  — smart, droefheid

Een man uit Juda, heerlijker (aanzienlijker) dan zijn broeders, wiens moeder hem zo genoemd had omdat zij hem met smarten gebaard had. Hij riep de God van Israël aan om zegen, vermeerdering van zijn land, en bewaring voor het kwaad, en God gaf hem wat hij begeerde (1 Kron. 4:9-10).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gedor (in het Zuiderland) en het gebergte Seïr  — Gedor: Hebreeuws voor "muur, omheining"; voor Seïr, zie het artikel bij Genesis 32/Numeri 20 (Edom)

Ligging: Gedor lag in het zuidelijke bergland van Juda (reeds terloops genoemd als een van de vele, niet apart behandelde steden in Joz. 15:58); het gebergte Seïr is het bergland van Edom, ten zuidoosten van de Dode Zee.

Geschiedenis: In de dagen van koning Hizkia trokken vorsten van de stam Simeon, wier gebied binnen dat van Juda lag te klein bevonden, naar de streek bij Gedor, waar zij de daar wonende, vreedzame Chamieten uitroeiden en hun weidegrond in bezit namen "tot op dezen dag". Vijfhonderd andere Simeonieten trokken tegelijk verder naar het gebergte Seïr, versloegen daar de overgebleven Amalekieten (na de eerdere verwoestingen onder Saul en David) en woonden daar sindsdien in hun plaats (1 Kron. 4:39-43).

Bijbelse betekenis: Een klein, terloops bewaard verslag dat toont hoe de HEERE, eeuwen na de eerste verdeling van het land, Zijn volk nog altijd nieuwe woongebieden gaf wanneer het oude te krap werd — en dat de opdracht om Amalek geheel uit te roeien (Ex. 17:14-16; Deut. 25:17-19), al door Saul en David grotendeels uitgevoerd, hier zijn verdere, praktische voltooiing vond.

Joz. 15:58; Ex. 17:14-16; Deut. 25:17-19; 1 Kron. 4:39-43

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het gebed van Jabez  — midden tussen de namen staat één man stil: Jabez bidt om zegen, om een ruimere landpale en om Gods hand met hem, "En God liet komen, wat hij begeerde" (1 Kron. 4:10)

Van Jabez staat eerst dat hij heerlijker was dan zijn broeders, en daarna waarom hij zo heet: zijn moeder had hem met smarten gebaard (1 Kron. 4:9). Zijn naam droeg dus levenslang de herinnering aan pijn met zich mee. Hij roept de God Israëls aan en vraagt vier dingen: rijke zegen, vermeerdering van zijn landpale, Gods hand met hem, en dat God het kwade zo zou schikken dat het hem niet smarten zou (1 Kron. 4:10). Het bericht sluit even kort als het begon: God gaf wat hij begeerde. Meer wordt er over deze man niet verteld.

Bijbelse betekenis: In een hoofdstuk vol namen die niets dan namen zijn, wordt van deze ene man verteld dat hij bad, en dat is klaarblijkelijk genoeg om hem te onderscheiden. Zijn gebed begint bovendien niet bij zichzelf maar bij Wie hij aanroept: de God Israëls, de God van het verbond. Dat hij om een ruimere landpale vraagt, is in zijn tijd geen hebzucht maar het zoeken van het erfdeel dat God aan Zijn volk beloofd had. En de laatste bede is de opmerkelijkste. Hij vraagt niet dat het kwade wegblijft, maar dat het hem niet zal smarten zoals zijn naam luidt — iemand die met een pijnlijke naam opgroeide, bidt of zijn leven daar niet naar zal zijn. Het is dus geen recept voor voorspoed, en het misbruik van deze twee verzen als formule voor uitbreiding en welvaart doet de tekst geweld aan.

Typologie: Jakobus stelt daar de vraag naast die elk gebed toetst: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt" (Jak. 4:3). Jabez vroeg om ruimte binnen Gods belofte en om Gods hand bij hem; dat is iets anders dan vragen om meer voor zichzelf. Het verhoorde gebed staat hier bovendien tussen de geslachtsregisters, alsof de kroniekschrijver zeggen wil dat God ook de naamlozen hoort.

1 Kron. 4:9-10; Jak. 4:3

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

1 Kronieken 4

1 Kronieken 4:10.KruisverwijzingenMattheüs 7:7Psalmen 116:1Johannes 10:28Psalmen 119:1732 Timotheüs 4:18Jozua 17:14Psalmen 55:16Jesaja 41:17
— Want Jabez riep den God Israels aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.
Jabez heette zo omdat zijn moeder hem met smarten gebaard had. Het gebeurt somtijds dat waar in het begin de meeste smart ligt, in het vervolg de meeste blijdschap wacht. Zoals de razende storm plaats maakt voor de heldere zonneschijn, zo gaat de nacht van wenen aan de morgen van vreugde vooraf. De smart is de voorloper; de vreugde is de vorst die zij binnenleidt. Cowper zegt: “De weg der smart, en die weg alleen, leidt naar de plaats waar geen smart bekend is.” En wat deze Jabez betreft — wiens doel zo zuiver gericht was, wiens naam zo ver geklonken heeft, wiens gedachtenis zo blijvend bewaard is — hij was een man des gebeds. De eer die hij genoot zou het bezitten niet waard geweest zijn, als er niet krachtig om gestreden en eerlijk om geworven was. Zijn toewijding was de sleutel tot zijn verhoging. Dit zijn de beste eerbewijzen: die welke van God komen, de toekenning der genade met de erkenning van de dienst. De beste eer is die iemand verwerft in de gemeenschap met de Allerhoogste.

Van Jabez wordt ons gezegd dat hij heerlijker was dan zijn broeders, en zijn gebed staat opgetekend, alsof ons daarmee te kennen gegeven wordt dat hij ook meer een biddend mens was dan zijn broeders. Hij bad om de zegen van God. Misschien heeft Jabez hier de zegen van God tegenover de zegenwensen van mensen gesteld. Mensen zullen ons zegenen wanneer wij het goed voor onszelf doen; zij prijzen hem die slaagt in zijn zaken. Niets vindt zoveel goedkeuring bij het grote publiek als iemands voorspoed. Zij wegen de daden van mensen niet in de weegschaal van het heiligdom, maar in andere schalen. Wij zullen om ons heen mensen vinden die ons roemen zolang het ons voorspoedig gaat, en die ons, als Jobs troosters, veroordelen wanneer wij tegenspoed lijden. Misschien is er iets in hun zegenwensen dat ons behaagt, omdat wij menen ze te verdienen; zij loven ons om onze vaderlandsliefde, om onze mildheid. Maar wat is er ten slotte gelegen aan het oordeel van mensen? In een rechtszaal betekent het oordeel van de gerechtsdienaar die er staat, of van de toeschouwers op de banken, niets. Het enige dat werkelijk gewicht heeft, is het oordeel van de gezworenen en het vonnis van de rechter. Zo zal het ons weinig baten, wat wij ook doen, hoe anderen ons prijzen of laken; hun zegen is van geen grote waarde. Maar: “Zegent Gij mij, Heere, dat Gij zegt: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht. Beveelt Gij de zwakke dienst aan die mijn hart door Uw genade bewezen heeft — dat zal mij rijkelijk zegenen zijn.”

1 Kronieken 4:23.KruisverwijzingenPsalmen 81:61 Kronieken 4:14
— Dezen waren pottenbakkers, wonende bij plantages en tuinen; zij zijn daar gebleven bij den koning in zijn werk.
Alle arbeid is eerbaar. Niemand behoeft zich ooit te schamen over een eerlijk beroep. Of iemand pottenbakker is of hovenier, of wat zijn werk ook zij, de werkman hoeft nooit te blozen over het handwerk of de inspanning waarmee hij zijn eerlijke loon verdient. De luiaard mag zich schamen over zijn luiheid, maar de vlijtige niet over zijn arbeidzaamheid. Het Woord van God kleineert het geringste beroep niet. Er is haast geen ambacht of bezigheid die niet in de heilige Schrift genoemd wordt. De ruwe hand en het verweerde gezicht van de landman zijn te verkiezen boven de fijne vinger en de glanzende gestalte van de Farizeër. En de verkiezing der genade heeft mensen van allerlei slag omvat — herders en vissers, tentenmakers en steenbakkers, mensen die de aarde ploegden en mensen die de zee doorkliefden. Uit alle rangen en standen en omstandigheden heeft het God behaagd de Zijnen te roepen. En Hij heeft hen niet minder liefgehad omdat zij hun handen moesten bevuilen met het leem van de pottenbakker of hun rug moesten buigen om het veld te bewerken. Beklagenswaardig is de dwaas die in de schaduw zit terwijl zijn medgezellen in de zon werken. Er is dus eer, en zelfs waardigheid, in nederige, eerlijke arbeid. De Bijbel zelf acht het niet beneden zich de naam van de geringe handwerksman op te tekenen. Een koning te dienen werd altijd voor begeerlijk gehouden en wordt dat nog. Maar er is een Koning Wie te dienen een werkelijke eer is — een eer die engelen op waarde schatten en waarin aartsengelen zich verlustigen. Die Koning is de Koning der koningen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

De beste eer is die iemand verwerft in de gemeenschap met de Allerhoogste.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content