Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Aangaande de verdelingenH4256 der poortiersH7778: van de KorahietenH7145 was MeselemjaH4920, de zoonH1121 van Kore, vanH4480 de kinderenH1121 van AsafH623.Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.
KJVConcerning the divisions1of the porters:2Of the Korhites3was Meshelemiah4the son5of Kore,6of the sons8of Asaph.9
1לְמַחְלְק֖וֹתH4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)2לְשֹׁעֲרִ֑יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter3לַקָּרְחִ֕יםH7145Korahieten, Korachieten, KorahietKorahite, Korathite, sons of Kore, Korhite4מְשֶֽׁלֶמְיָ֥הוּH4920MeselemjaMeshelemiah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6קֹרֵ֖אH6981Kore7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אָסָֽףH623Asaf, AsafsAsaph
2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MeselemjaH4920 nu had kinderenH1121; ZecharjaH2148 was de eerstgeboreneH1060, JediaelH3043 de tweedeH8145, ZebadjaH2069 de derdeH7992, JathnielH3496 de vierdeH7243,Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,
KJVAnd the sons2of Meshelemiah1were, Zechariah3the firstborn,4Jediael5the second,6Zebadiah7the third,8Jathniel9the fourth,10
1וְלִמְשֶֽׁלֶמְיָ֖הוּH4920MeselemjaMeshelemiah2בָּנִ֑יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3זְכַרְיָ֤הוּH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah4הַבְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)5יְדִֽיעֲאֵ֣לH3043JediaelJediael6הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)7זְבַדְיָ֨הוּ֙H2069ZebadjaZebadiah8הַשְּׁלִישִׁ֔יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)9יַתְנִיאֵ֖לH3496JathnielJathniel10הָרְבִיעִֽיH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)
3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ElamH5867 de vijfdeH2549, JohananH3076 de zesdeH8345, EljoenaiH454 de zevendeH7637.Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.
4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Obed-EdomH5654 had ook kinderenH1121: SemajaH8098 was de eerstgeboreneH1060, JozabadH3075 de tweedeH8145, JoahH3098 de derdeH7992, en SacharH7940 de vierdeH7243, en NethaneelH5417 de vijfdeH2549.Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.
5Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5AmmielH5988 de zesdeH8345, IssascharH3485 de zevendeH7637, PeullethaiH6469 de achtsteH8066; wantH3588GodH430 had hem gezegendH1288.Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.
6Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ook werden zijn zoonH1121SemajaH8098kinderenH1121geborenH3205, heersendeH4474 over het huisH1004 huns vadersH1; wantH3588zijH1992 waren kloekeH2428heldenH1368.Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.
KJVAlso unto Shemaiah1his son2were sons4born,3that ruled5throughout the house6of their father:7for they were mighty men9of valour.10
1וְלִֽשְׁמַֽעְיָ֤הH8098SemajaShemaiah2בְנוֹ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3נוֹלַ֣דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בָּנִ֔יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַמִּמְשָׁלִ֖יםH4474heerschappij, heersendedominion, that ruled6לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אֲבִיהֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9גִבּ֥וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man10חַ֖יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)11הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De kinderenH1121 van SemajaH8098 waren OthniH6273, en RefaelH7501, en ObedH5744, en ElzabadH443, zijn broedersH251, kloekeH2428liedenH1121; ElihuH453, en SemachjaH5565.De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.
8Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DezeH428allenH3605 waren uit de kinderenH1121 van Obed-EdomH5654; zij, en hun kinderenH1121, en hun broedersH251, kloekeH2428mannenH376 in krachtH3581 tot den dienstH5656; daar waren er tweeH8147 en zestigH8346 van Obed-EdomH5654.Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.
KJVAll these of the sons3of Obededom:4they and their sons7and their brethren,8able10men9for strength11for the service,12were threescore13and two14of Obededom.5
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֵ֜לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֹבֵ֣דH5654Obed-edomObed-edom5אֱדֹ֗םH5654Obed-edomObed-edom6הֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7וּבְנֵיהֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַאֲחֵיהֶ֔םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10חַ֥יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)11בַּכֹּ֖חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth12לַעֲבֹדָ֑הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13שִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score14וּשְׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15לְעֹבֵ֥דH5654Obed-edomObed-edom16אֱדֹֽםH5654Obed-edomObed-edom
9Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MeselemjaH4920 nu had kinderenH1121 en broedersH251, kloekeH2428liedenH1121, achttienH8083.Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.
10En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En HosaH2621, uitH4480 de kinderenH1121 van MerariH4847, had zonenH1121; SimriH8113 was het hoofdH7218; (alhoewel hij de eerstgeboreneH1060nietH3808wasH1961, nochtans steldeH7760 hem zijn vaderH1 tot een hoofdH7218).En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
KJVAlso Hosah,1of the children3of Merari,4had sons;5Simri6the chief,7(for though he was not the firstborn,11yet his father13made12him the chief;)14
1וּלְחֹסָ֥הH2621HosaHosah2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מְרָרִ֖יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)5בָּנִ֑יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6שִׁמְרִ֤יH8113SimriShimri7הָרֹאשׁ֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בְכ֔וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)12וַיְשִׂימֵ֥הוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13אָבִ֖יהוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14לְרֹֽאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11HilkiaH2518 was de tweedeH8145, TebaljaH2882 de derdeH7992, ZecharjaH2148 de vierdeH7243; alH3605 de kinderenH1121 en broederenH251 van HosaH2621 waren dertienH7969.Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.
KJVHilkiah1the second,2Tebaliah3the third,4Zechariah5the fourth:6all the sons8and brethren9of Hosah10were thirteen.11
1חִלְקִיָּ֤הוּH2518Hilkia, HilkijaHillkiah2הַשֵּׁנִי֙H8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3טְבַלְיָ֣הוּH2882TebaljaTebaliah4הַשְּׁלִשִׁ֔יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)5זְכַרְיָ֖הוּH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah6הָרְבִעִ֑יH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8בָּנִ֧יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְאַחִ֛יםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10לְחֹסָ֖הH2621HosaHosah11שְׁלֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12עָשָֽׂרH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)
12Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Uit dezenH428 waren de verdelingenH4256 der poortiersH7778 onder de hoofdenH7218 der mannenH1397, tot de wachtenH4931 tegen hun broederenH251, om te dienenH8334 in het huisH1004 des HEERENH3068.Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.
KJVAmong these were the divisions2of the porters,3even among the chief4men,5having wards6one against7another,8to minister9in the house10of the LORD.11
1לְ֠אֵלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מַחְלְק֨וֹתH4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)3הַשֹּֽׁעֲרִ֜יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter4לְרָאשֵׁ֧יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5הַגְּבָרִ֛יםH1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty6מִשְׁמָר֖וֹתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch7לְעֻמַּ֣תH5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points8אֲחֵיהֶ֑םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9לְשָׁרֵ֖תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on10בְּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij wierpenH5307 de lotenH1486, zo de kleinenH6996 als de grotenH1419, naar hun vaderlijkeH1huizenH1004, tot elke poortH8179.En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort.
KJVAnd they cast1lots,2as well the small3as the great,4according to the house5of their fathers,6for every gate.7
14Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Het lotH1486 nu tegen het oostenH4217vielH5307 op SalemjaH8018; maar voor zijn zoonH1121ZecharjaH2148, die een verstandigH7922raadsmanH3289 was, wierpH5307 men de lotenH1486, en zijn lotH1486 is uitgekomenH3318 tegen het noordenH6828;Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;
KJVAnd the lot2eastward3fell1to Shelemiah.4Then for Zechariah5his son,6a wise8counsellor,7they cast9lots;10and his lot12came out11northward.13
1וַיִּפֹּ֧לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2הַגּוֹרָ֛לH1486lot, loten, lotslot3מִזְרָ֖חָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)4לְשֶֽׁלֶמְיָ֑הוּH8018Selemja, SalemjaShelemiah5וּזְכַרְיָ֨הוּH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah6בְנ֜וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יוֹעֵ֣ץH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose8בְּשֶׂ֗כֶלH7922verstand, kennis, kloek verstanddiscretion, knowledge, policy, prudence, sense, understanding, wisdom, wise9הִפִּ֨ילוּ֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10גּֽוֹרָל֔וֹתH1486lot, loten, lotslot11וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12גוֹרָל֖וֹH1486lot, loten, lotslot13צָפֽוֹנָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)
15Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Obed-EdomH5654 tegen het zuidenH5045; en voor zijn kinderenH1121 het huisH1004 der schatkamerenH624.Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.
KJVTo Obededom1southward;3and to his sons4the house5of Asuppim.6
1לְעֹבֵ֥דH5654Obed-edomObed-edom2אֱדֹ֖םH5654Obed-edomObed-edom3נֶ֑גְבָּהH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)4וּלְבָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6הָאֲסֻפִּֽיםH624schatkameren, schatkamersthreshold, Asuppim
16Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16SuppimH8206 en HosaH2621 tegen het westenH4628, metH5973 de poortH8179SchallechetH7996, bij den opgaandenH5927hogen wegH4546, wachtH4929tegenoverH5980wachtH4929.Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.
KJVTo Shuppim1and Hosah2the lot came forth westward,3with the gate5Shallecheth,6by the causeway7of the going up,8ward9against10ward.11
1לְשֻׁפִּ֤יםH8206SuppimShuppim2וּלְחֹסָה֙H2621HosaHosah3לַֽמַּעֲרָ֔בH4628westen, ondergang, nedergangwest4עִ֚םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)6שַׁלֶּ֔כֶתH7996SchallechetShalleketh7בַּֽמְסִלָּ֖הH4546hogen weg, baan, straatcauseway, course, highway, path, terrace8הָעוֹלָ֑הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9מִשְׁמָ֖רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch10לְעֻמַּ֥תH5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points11מִשְׁמָֽרH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch
17Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Tegen het oostenH4217 waren zesH8337LevietenH3881; tegen het noordenH6828 des daagsH3117vierH702; tegen het zuidenH5045 des daagsH3117vierH702; maar bij de schatkamerenH624tweeH8147 en tweeH8147.Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee.
18Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Aan ParbarH6503 tegen het westenH4628 waren er vierH702 bij den hogen wegH4546, tweeH8147 bij ParbarH6503.Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.
KJVAt Parbar1westward,2four3at the causeway,4and two5at Parbar.6
19Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19DitH428 zijn de verdelingenH4256 der poortiersH7778 van de kinderenH1121 der KorahietenH7145, en der kinderenH1121 van MerariH4847.Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.
KJVThese are the divisions2of the porters3among the sons4of Kore,5and among the sons6of Merari.7
1אֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מַחְלְקוֹת֙H4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)3הַשֹּׁ֣עֲרִ֔יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter4לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַקָּרְחִ֖יH7145Korahieten, Korachieten, KorahietKorahite, Korathite, sons of Kore, Korhite6וְלִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7מְרָרִֽיH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)
20Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Ook was, van de LevietenH3881, AhiaH281overH5921 de schattenH214 van het huisH1004GodsH430, en over de schattenH214 der geheiligdeH6944 dingen.Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen.
KJVAnd of the Levites,1Ahijah2was over the treasures4of the house5of God,6and over the treasures7of the dedicated things.8
1וְֽהַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite2אֲחִיָּ֗הH281AhiaAhiah, Ahijah3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אֽוֹצְרוֹת֙H214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)5בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וּלְאֹֽצְר֖וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)8הַקֳּדָשִֽׁיםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Van de kinderenH1121 van LadanH3936, kinderenH1121 van den Gersonieten LadanH3936; van LadanH3936, den GersonietH1649, waren hoofdenH7218 der vaderenH1JehieliH3172.Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.
Ook in dit vers
GersonietH1649
KJVAs concerning the sons1of Laadan;2the sons3of the Gershonite4Laadan,5chief6fathers,7even of Laadan8the Gershonite,9were Jehieli.10
1בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2לַ֠עְדָּןH3936LadanLaadan3בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַגֵּרְשֻׁנִּ֜יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon5לְלַעְדָּ֗ןH3936LadanLaadan6רָאשֵׁ֧יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7הָאָב֛וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8לְלַעְדָּ֥ןH3936LadanLaadan9הַגֵּרְשֻׁנִּ֖יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon10יְחִיאֵלִֽיH3172JehieliJehieli
22De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22De kinderenH1121 van JehieliH3172 waren ZethamH2241 en JoelH3100, zijn broederH251; dezen waren overH5921 de schattenH214 van het huisH1004 des HEERENH3068.De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.
KJVThe sons1of Jehieli;2Zetham,3and Joel4his brother,5which were over the treasures7of the house8of the LORD.9
1בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יְחִֽיאֵלִ֑יH3172JehieliJehieli3זֵתָם֙H2241ZethamZetham4וְיוֹאֵ֣לH3100JoelJoel5אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אֹצְר֖וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)8בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Voor de AmramietenH6020, van de JizharietenH3325, van de HebronietenH2276, van de UzzielietenH5817,Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,
KJVOf the Amramites,1and the Izharites,2the Hebronites,3and the Uzzielites:4
24En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En SebuelH7619, de zoonH1121 van GersomH1647, den zoonH1121 van MozesH4872, was oversteH5057overH5921 de schattenH214.En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten.
KJVAnd Shebuel1the son2of Gershom,3the son4of Moses,5was ruler6of the treasures.8
1וּשְׁבֻאֵל֙H7619Sebuel, SubaelShebuel, Shubael2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גֵּרְשׁ֣וֹםH1647Gersom, GersonGershom4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6נָגִ֖ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאֹצָרֽוֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Maar zijn broedersH251 van EliezerH461 waren dezen: RehabjaH7345 was zijn zoonH1121, en JesajaH3470 zijn zoonH1121, en JoramH3141 zijn zoonH1121, en ZichriH2147 zijn zoonH1121, en SelomithH8019 zijn zoonH1121.Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
1וְאֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2לֶֽאֱלִיעֶ֑זֶרH461EliezerEliezer3רְחַבְיָ֨הוּH7345RehabjaRehabiah4בְנ֜וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וִֽישַׁעְיָ֤הוּH3470JesajaIsaiah, Jesaiah, Jeshaiah6בְנוֹ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וְיֹרָ֣םH3141JoramJoram8בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְזִכְרִ֥יH2147ZichriZichri10בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11וּשְׁלֹמִ֥יתH8013Selomoth, SelomithShelomith (from the margin), Shelomoth. Compare H8019 (שְׁלֹמִית)12בְּנֽוֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Deze SelomithH8013 en zijn broederenH251 waren overH5921alH3605 de schattenH214 der heiligeH6944 dingen, die de koningH4428DavidH1732geheiligdH6942 had, mitsgaders de hoofdenH7218 der vaderenH1, de overstenH8269 over duizendenH505 en honderdenH3967, en de overstenH8269 des heirsH6635;Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;
KJVWhich Shelomith2and his brethren3were over all the treasures6of the dedicated things,7which David10the king,11and the chief12fathers,13the captains14over thousands15and hundreds,16and the captains17of the host,18had dedicated.9
1ה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2שְׁלֹמ֣וֹתH8013Selomoth, SelomithShelomith (from the margin), Shelomoth. Compare H8019 (שְׁלֹמִית)3וְאֶחָ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֹצְר֤וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)7הַקֳּדָשִׁים֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הִקְדִּ֜ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly10דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid11הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12וְרָאשֵׁ֧יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13הָאָב֛וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14לְשָׂרֵֽיH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15הָאֲלָפִ֥יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand16וְהַמֵּא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore17וְשָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward18הַצָּבָֽאH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
27Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Van de krijgenH4421 en vanH4480 den buitH7998 hadden zij het geheiligdH6942, om het huisH1004 des HEERENH3068 te onderhoudenH2388.Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.
KJVOut of the spoils4won in battles2did they dedicate5to maintain6the house7of the LORD.8
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַמִּלְחָמ֥וֹתH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)3וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַשָּׁלָ֖לH7998buit, roof, roofsprey, spoil5הִקְדִּ֑ישׁוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly6לְחַזֵּ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Ook allesH3605, wat SamuelH8050, de zienerH7200, geheiligdH6942 had, en SaulH7586, de zoonH1121 van KisH7027, en AbnerH74, de zoonH1121 van NerH5369, en JoabH3097, de zoonH1121 van ZerujaH6870; al wat iemand geheiligdH6942 had, was onder de handH3027 van SelomithH8019 en zijn broederenH251.Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.
KJVAnd all that Samuel3the seer,4and Saul5the son6of Kish,7and Abner8the son9of Ner,10and Joab11the son12of Zeruiah,13had dedicated;2and whosoever had dedicated15any thing, it was under the hand17of Shelomith,18and of his brethren.19
1וְכֹ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַֽהִקְדִּ֜ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly3שְׁמוּאֵ֤לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel4הָרֹאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5וְשָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7קִ֔ישׁH7027Kis, broedersKish8וְאַבְנֵ֣רH74Abner, Abners, Abi-Abner9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10נֵ֔רH5369NerNer11וְיוֹאָ֖בH3097Joab, JoabsJoab12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13צְרוּיָ֑הH6870ZerujaZeruiah14כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַמַּקְדִּ֔ישׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly16עַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18שְׁלֹמִ֖יתH8019SelomithShelomith19וְאֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
29Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Van de JizharietenH3325 waren ChenanjaH3663 en zijn zonenH1121 tot het buitenwerkH2435 in IsraelH3478, tot ambtliedenH7860 en tot rechtersH8199.Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.
KJVOf the Izharites,1Chenaniah2and his sons3were for the outward5business4over Israel,7for officers8and judges.9
1לַיִּצְהָרִ֞יH3325Jizharieten, IzharietenIzeharites, Izharites2כְּנַנְיָ֣הוּH3663ChenanjaChenaniah3וּבָנָ֗יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לַמְּלָאכָ֤הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5הַחִֽיצוֹנָה֙H2435buitenste, buiten, buitenwerkouter, outward, utter, without6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לְשֹׁטְרִ֖יםH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler9וּלְשֹׁפְטִֽיםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule
30Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Van de HebronietenH2276 was HasabjaH2811, en zijn broedersH251, kloekeH2428mannenH1121, duizendH505 en zevenhonderdH7651, overH5921 de ambtenH6486 van IsraelH3478 op deze zijde van de JordaanH3383 tegen het westenH4628, over alH3605 het werkH4399 des HEERENH3068, en tot den dienstH5656 des koningsH4428.Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.
KJVAnd of the Hebronites,1Hashabiah2and his brethren,3men4of valour,5a thousand6and seven7hundred,8were officers10among them of Israel11on this side12Jordan13westward14in all the business16of the LORD,17and in the service18of the king.19
1לַֽחֶבְרוֹנִ֡יH2276HebronietenHebronites2חֲשַׁבְיָהוּ֩H2811HasabjaHashabiah3וְאֶחָ֨יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חַ֜יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)6אֶ֣לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7וּשְׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8מֵא֗וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore9עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פְּקֻדַּ֣תH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12מֵעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight13לַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan14מַעְרָ֑בָהH4628westen, ondergang, nedergangwest15לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16מְלֶ֣אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וְלַעֲבֹדַ֖תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought19הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
31Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Van de HebronietenH2276 was JeriaH3404 het hoofdH7218, van de HebronietenH2276 zijner geslachtenH8435 onder de vaderenH1; in het veertigsteH705jaarH8141 des koninkrijksH4438 van DavidH1732 zijn er gezochtH1875 en onder hen gevondenH4672kloekeH2428heldenH1368 in JaezerH3270 in GileadH1568.Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.
KJVAmong the Hebronites1was Jerijah2the chief,3even among the Hebronites,4according to the generations5of his fathers.6In the fortieth8year7of the reign9of David10they were sought11for, and there were found12among them mighty men14of valour15at Jazer16of Gilead.17
1לַֽחֶבְרוֹנִי֙H2276HebronietenHebronites2יְרִיָּ֣הH3404JeriaJeriah, Jerijah3הָרֹ֔אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4לַֽחֶבְרוֹנִ֥יH2276HebronietenHebronites5לְתֹלְדֹתָ֖יוH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations6לְאָב֑וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7בִּשְׁנַ֨תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8הָֽאַרְבָּעִ֜יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty9לְמַלְכ֤וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal10דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid11נִדְרָ֔שׁוּH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely12וַיִּמָּצֵ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on13בָהֶ֛ם14גִּבּ֥וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man15חַ֖יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)16בְּיַעְזֵ֥ירH3270Jaezer, JaezersJaazer, Jazer17גִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
32En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En zijn broedersH251 waren kloekeH2428liedenH1121, twee duizendH505 en zevenhonderdH7651hoofdenH7218 der vaderenH1; en de koningH4428DavidH1732steldeH6485 hen overH5921 de RubenietenH7206, en GadietenH1425, en den halvenH2677stamH7626 der ManassietenH4520, tot alleH3605zakenH1697GodsH430 en de zakenH1697 des koningsH4428.En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.
KJVAnd his brethren,1men2of valour,3were two thousand4and seven5hundred6chief7fathers,8whom king11David10made rulers9over the Reubenites,13the Gadites,14and the half15tribe16of Manasseh,17for every matter19pertaining to God,20and affairs21of the king.22
1וְאֶחָ֣יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3חַ֗יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)4אַלְפַּ֛יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5וּשְׁבַ֥עH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7רָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8הָאָב֑וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וַיַּפְקִידֵ֞םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want10דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid11הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָראוּבֵנִ֤יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites14וְהַגָּדִי֙H1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad15וַחֲצִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts16שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe17הַֽמְנַשִּׁ֔יH4520Manassietenof Manasseh, Manassites18לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19דְּבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work20הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21וּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 26:1— Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.Psalmen 49:1→Psalmen 44:1→1 Kronieken 15:23→2 Kronieken 23:19→1 Kronieken 15:18→Numeri 26:9→1 Kronieken 9:17→1 Kronieken 6:37→
1 Kronieken 26:2— Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,1 Kronieken 9:21→
1 Kronieken 26:4— Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.1 Kronieken 16:38→1 Kronieken 15:24→1 Kronieken 15:18→1 Kronieken 16:5→1 Kronieken 15:21→
1 Kronieken 26:5— Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.Psalmen 128:1→
1 Kronieken 26:6— Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.1 Timotheüs 6:12→Richteren 6:12→1 Kronieken 26:8→2 Timotheüs 2:3→2 Samuël 2:7→1 Kronieken 12:28→2 Kronieken 26:17→Nehemia 11:14→
1 Kronieken 26:8— Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.1 Petrus 4:11→1 Korinthe 12:4→2 Korinthe 3:6→Mattheüs 25:15→
1 Kronieken 26:9— Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.1 Kronieken 26:1→1 Kronieken 26:14→
1 Kronieken 26:10— En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).1 Kronieken 16:38→1 Kronieken 5:1→
1 Kronieken 26:12— Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.1 Kronieken 25:8→
1 Kronieken 26:13— En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort.1 Kronieken 25:8→1 Kronieken 24:31→1 Kronieken 24:5→
1 Kronieken 26:15— Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.2 Kronieken 25:24→1 Kronieken 26:17→
1 Kronieken 26:16— Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.2 Kronieken 9:4→1 Kronieken 25:8→1 Koningen 10:5→Nehemia 12:24→1 Kronieken 26:10→
1 Kronieken 26:17— Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee.2 Kronieken 8:14→1 Kronieken 9:24→
1 Kronieken 26:18— Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.2 Koningen 23:11→
1 Kronieken 26:19— Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.Numeri 16:11→
1 Kronieken 26:20— Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen.1 Kronieken 26:22→1 Koningen 15:18→1 Kronieken 22:3→2 Kronieken 31:11→1 Kronieken 18:11→1 Kronieken 9:26→Ezra 2:69→1 Kronieken 29:2→
1 Kronieken 26:21— Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 29:8→1 Kronieken 6:17→
1 Kronieken 26:22— De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.1 Kronieken 23:8→Nehemia 10:38→1 Kronieken 26:20→1 Kronieken 29:8→
1 Kronieken 26:23— Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,1 Kronieken 23:12→Numeri 3:27→Numeri 3:19→
1 Kronieken 26:24— En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten.1 Kronieken 24:20→1 Kronieken 23:15→
1 Kronieken 26:25— Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.1 Kronieken 23:17→Exodus 18:4→1 Kronieken 23:15→
1 Kronieken 26:26— Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;2 Samuël 8:11→1 Kronieken 29:2→1 Kronieken 22:14→1 Kronieken 18:11→Numeri 31:30→
1 Kronieken 26:27— Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.Jozua 6:19→Nehemia 10:32→2 Koningen 12:14→
1 Kronieken 26:28— Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.1 Samuël 9:9→2 Samuël 10:9→1 Samuël 17:55→1 Samuël 14:47→
1 Kronieken 26:29— Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.1 Kronieken 23:4→Nehemia 11:16→2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 26:23→2 Kronieken 34:13→
1 Kronieken 26:30— Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.1 Kronieken 27:17→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 23:19→
1 Kronieken 26:31— Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.1 Kronieken 23:19→Jozua 21:39→Jesaja 16:9→1 Kronieken 6:81→1 Kronieken 29:27→1 Koningen 2:11→
1 Kronieken 26:32— En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.2 Kronieken 19:11→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 12:37→1 Kronieken 24:31→1 Kronieken 15:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 26 vers 1— Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.
de verdelingen
Hier staat aan te merken dat er drie geslachten tot het portiersambt besteld waren: 1. het geslacht van Meselemja; 2. het geslacht van Obed-Edom, vs.4; 3. het geslacht van Hosa, vs.10.
Hertaald:de verdelingen
Hier valt op te merken dat er drie geslachten voor het poortwachtersambt aangesteld waren: 1. het geslacht van Meselemja; 2. het geslacht van Obed-Edom, vers 4; 3. het geslacht van Hosa, vers 10.
poortiers
Te weten, van den tempel.
Hertaald:poortiers
Namelijk: van de tempel.
Meselemja,
vs.14 Selemja.
Hertaald:Meselemja,
Vers 14: Selemja.
Asaf
Dit is een andere Asaf geweest dan die vermaarde voorzanger, van wien in 1Ch 25 gesproken is.
Hertaald:Asaf
Dit is een andere Asaf geweest dan die vermaarde voorzanger, over wie in 1 Kron. 25 gesproken is.
1 Kronieken 26 vers 2— Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,
de eerstgeborene,
Voor eerstgeborene staat boven dikwijls het hoofd; zie 1 Kron. 23:8-9 , 1 Kron. 23:11 , 1 Kron. 23:18-19 , enz.
Hertaald:de eerstgeborene,
In plaats van eerstgeborene staat hierboven vaak het hoofd; zie 1 Kron. 23:8-9, 1 Kron. 23:11, 1 Kron. 23:18-19, enzovoort.
1 Kronieken 26 vers 5— Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.
hem gezegend
Te weten, Obed-Edom; wien God vele kinderen en kindskinderen gegeven heeft. Zie onder, vs.8. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt Gen. 1:22 , Gen. 1:28 , en elders.
Hertaald:hem gezegend
Namelijk: Obed-Edom, aan wie God veel kinderen en kleinkinderen gegeven heeft. Zie hieronder vers 8. Deze manier van spreken wordt ook gebruikt in Gen. 1:22, Gen. 1:28, en elders.
1 Kronieken 26 vers 6— Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.
kloeke helden
Dat is, geweldige lieden, die kloek en dapper waren in de bediening van hun ambt, te weten, in het houden van hun wacht en in het weren van alle geweld en wanorde van de deuren des tempels.
Hertaald:kloeke helden
Dat is: krachtige mannen, die kloek en dapper waren bij het uitoefenen van hun ambt, namelijk bij het houden van hun wacht en bij het weren van alle geweld en wanorde bij de deuren van de tempel.
1 Kronieken 26 vers 7— De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.
Obed,
Eenigen maken van Obed en Elzabad maar een man. Anderen voegen het woord en hier tussen in. En dan zijn hier vier en twintig hoofden, gelijk in de andere beurten.
Hertaald:Obed,
Sommigen maken van Obed en Elzabad maar één man. Anderen voegen hier het woord en tussenin. Dan zijn er hier vierentwintig hoofden, zoals in de andere beurten.
kloeke lieden;
Hebreeuws, kinderen, of zonen der kloekheid.
Hertaald:kloeke lieden;
Hebreeuws: kinderen, of zonen van de kloekheid.
1 Kronieken 26 vers 10— En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
stelde hem
De vader heeft dezen zijn zoon het eerstgeboorterecht niet mogen geven, en den eerstgeborene, zonder merkelijke reden uitsluiten, die hier mag geweest zijn. Zie de wet Deut. 21:16-17 .
Hertaald:stelde hem
De vader mocht deze zoon niet het eerstgeboorterecht geven en de eerstgeborene niet zonder duidelijke reden uitsluiten, wat hier het geval geweest kan zijn. Zie de wet in Deut. 21:16-17.
1 Kronieken 26 vers 12— Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.
Uit dezen waren
De zin dezer woorden is dat deze portiers of deurwachters ook in vier en twintig beurten zijn gedeeld geweest, gelijk de andere Levieten, elk in hun bediening, en dat zij ook alzo in hun wacht aan en afgingen op hun beurt, gelijk de anderen, op alle sabbaten veranderende.
Hertaald:Uit dezen waren
De betekenis van deze woorden is dat ook deze poortwachters of deurwachters, net als de andere Levieten, in vierentwintig beurten verdeeld waren, elk in hun eigen taak, en dat zij op hun beurt aan- en aftraden bij hun wachtdienst, net als de anderen, telkens wisselend op elke sabbat.
tegen hun broederen,
Zie 1 Kron. 24:31 .
Hertaald:tegen hun broederen,
Zie 1 Kron. 24:31.
1 Kronieken 26 vers 13— En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort.
zo de kleinen als de groten,
Hebreeuws, gelijk de kleine, alzo den grote, gelijk 1 Kron. 25:8 .
Hertaald:zo de kleinen als de groten,
Hebreeuws: zoals de kleine, zo de grote, zoals in 1 Kron. 25:8.
tot elke poort
Versta, dat zij het lot wierpen of trokken naardat de poorten van den tempel of andere plaatsen gelegen waren, daar zij de wacht moesten houden; ook naar het getal der personen, die op elke plaats de wacht moesten houden. Hebreeuws, tot poort en poort.
Hertaald:tot elke poort
Versta hieronder dat zij het lot wierpen of trokken, al naar gelang de poorten van de tempel of andere plaatsen lagen waar zij de wacht moesten houden, en ook naar het aantal mensen dat op elke plaats de wacht moest houden. Hebreeuws: voor poort en poort.
1 Kronieken 26 vers 14— Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;
tegen het oosten
Dat is, de poort, die tegen het oosten lag, en alzo vervolgens.
Hertaald:tegen het oosten
Dat is: de poort die in het oosten lag, en zo vervolgens.
1 Kronieken 26 vers 15— Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.
Obed-edom
Hij wil zeggen dat enigen van de kinderen van Obed-Edom de wacht hielden aan de zuidpoort des tempels, en enigen aan de schatkamers.
Hertaald:Obed-edom
Hij wil zeggen dat sommigen van de kinderen van Obed-Edom de wacht hielden bij de zuidpoort van de tempel, en sommigen bij de schatkamers.
het huis der schatkameren
Hebreeuws, het huis der verzamelingen; dat is, waar verzameld en bewaard werden de gaven, die van het volk tot den bouw en de reparatie des tempels gegeven werden, mitsgaders de tienden, eerstelingen, enz. Zie 2 Kron. 25:24 . Doch enigen menen dat dit geweest is een huis of gebouw bij of aan den tempel, waar de leraars der wet, profeten en zangmeesters hun vergaderingen en samenkomsten hielden, om met elkander te spreken van de wetten en geboden des Heeren. Anderen houden hier het Hebreeuwse woord Asuppim, als zijnde de naam ener zekere plaats.
Hertaald:het huis der schatkameren
Hebreeuws: het huis van de verzamelingen; dat is: waar de gaven verzameld en bewaard werden die het volk gaf voor de bouw en het onderhoud van de tempel, en ook de tienden, eerstelingen, enzovoort. Zie 2 Kron. 25:24. Sommigen menen echter dat dit een gebouw bij of aan de tempel was, waar de leraars van de wet, profeten en zangmeesters hun vergaderingen en bijeenkomsten hielden, om met elkaar te spreken over de wetten en geboden van de HEERE. Anderen houden het Hebreeuwse woord Asuppim voor de naam van een bepaalde plaats.
1 Kronieken 26 vers 16— Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.
Hosa
Versta, het huis van Hosa, den zoon van Suppim, van het geslacht van Merari. Eenigen menen dat Suppim en Hosa broeders geweest zijn, en dat zij in het lot tezamen onder een hoofd zijn gevoegd geweest.
Hertaald:Hosa
Versta hieronder het huis van Hosa, de zoon van Suppim, van het geslacht van Merari. Sommigen menen dat Suppim en Hosa broers geweest zijn en dat zij samen onder één hoofd in het lot ingedeeld waren.
met de poort Schallechet,
De zin dezer woorden is dat Suppim en Hosa de wacht niet alleen aan de westpoort hadden [die de achterste poort genaamd wordt, omdat zij stond achter de poort des heiligdoms, waar de ark des verbonds stond], maar ook aan een andere poort, die daarbij stond, bij de opgaande gang of galerij, die Salomo gemaakt had, om uit de stad Davids in den tempel te gaan. Zie van deze gang 1 Kon. 10:12 , en 2 Kron. 9:11 .
Hertaald:met de poort Schallechet,
De betekenis van deze woorden is dat Suppim en Hosa niet alleen de wacht hadden bij de westpoort [die de achterste poort genoemd wordt, omdat zij achter de poort van het heiligdom lag, waar de ark van het verbond stond], maar ook bij een andere poort daarnaast, bij de oplopende gang of galerij die Salomo had laten maken om van de stad van David naar de tempel te gaan. Zie over deze gang 1 Kon. 10:12, en 2 Kron. 9:11.
wacht tegenover wacht
Dat is, zij waren alzo geordineerd dat als de een afging van den dienst in het huis des Heeren, zo trad de ander aan. Of, zij hielden wacht elk op zijn plaats tegen elkander over; of, zij waren elkander gelijk, elk in zijne wacht.
Hertaald:wacht tegenover wacht
Dat is: zij waren zo ingedeeld dat wanneer de een de dienst in het huis van de HEERE beëindigde, de ander aantrad. Of: zij hielden wacht, ieder op zijn eigen plaats, tegenover elkaar; of: zij waren elkaar gelijk, ieder in zijn eigen wacht.
1 Kronieken 26 vers 18— Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.
Parbar
Parbar is een Chaldeeuws woord, en beduidt een uiterste deel, of een deel dat uitwaarts komt.
Hertaald:Parbar
Parbar is een Chaldeeuws woord en betekent een buitenste deel, of een deel dat naar buiten steekt.
1 Kronieken 26 vers 20— Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen.
en
Anders, dat is, of te weten, gelijk de letter van genomen wordt Richt. 7:24 , en 1 Sam. 28:3 , enz.
Hertaald:en
Anders: dat is, of: namelijk, zoals de letter van gebruikt wordt in Richt. 7:24, en 1 Sam. 28:3, enzovoort.
over de schatten
Hier staat aan te merken dat er verscheidene schatten in het huis des Heeren geweest zijn; want vooreerst werd daar verzameld hetgeen tot onderhoud der priesters en der Levieten gegeven werd, als, daar waren de eerstelingen en de tienden, of de waarde derzelve; daarna, wat den Heere geheiligd werd, als vrijwillig offer, beloften, het losgeld voor de eerstgeborenen en dergelijke, waarvan de onkomsten genomen werden tot het dagelijkse offer, idem, tot de offeranden op de sabbaten, nieuwe maanden en jaarlijkse feestdagen, enz. Ten derde, zo werd er ook geld vergaderd tot den bouw des tempels en de onderhouding deszelven. Zie onder, vs.26-28.
Hertaald:over de schatten
Hier valt op te merken dat er verschillende schatten in het huis van de HEERE waren; want in de eerste plaats werd daar verzameld wat gegeven werd voor het onderhoud van de priesters en de Levieten, zoals de eerstelingen en de tienden, of de waarde daarvan; ten tweede wat aan de HEERE gewijd werd, zoals vrijwillige offers, geloften, het losgeld voor de eerstgeborenen en dergelijke, waaruit de kosten betaald werden voor het dagelijkse offer, en ook voor de offers op de sabbatten, nieuwe manen en jaarlijkse feestdagen, enzovoort. Ten derde werd er ook geld verzameld voor de bouw van de tempel en het onderhoud daarvan. Zie hieronder vers 26-28.
1 Kronieken 26 vers 21— Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.
Ladan,
Anders, Libni.
Hertaald:Ladan,
Anders: Libni.
van Ladan, den Gersoniet
Boven, 1 Kron. 23:8 worden Zetham en Joël genoemd kinderen van Ladan, òf omdat het zijne kindskinderen waren, òf dat zij waarlijk zijn kinderen en broeders van Jehiëli zijn geweest, en dat hier Zetham en Joël kinderen van Jehiëli zijn genaamd geweest, naar de namen van hun oom.
Hertaald:van Ladan, den Gersoniet
Hierboven, in 1 Kron. 23:8, worden Zetham en Joël kinderen van Ladan genoemd, óf omdat zij zijn kleinkinderen waren, óf omdat zij werkelijk zijn kinderen en broers van Jehiëli geweest zijn, en Zetham en Joël hier naar de naam van hun oom kinderen van Jehiëli genoemd worden.
1 Kronieken 26 vers 24— En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten.
de zoon van Gersom,
Dat is, nakomeling. Zie boven, 1 Kron. 23:16 .
Hertaald:de zoon van Gersom,
Dat is: nakomeling. Zie hierboven 1 Kron. 23:16.
was overste
Wij zouden hem noemen oppersten rekenmeester; of president in de rekenkamer.
Hertaald:was overste
Wij zouden hem opperste rekenmeester noemen; of president van de rekenkamer.
1 Kronieken 26 vers 25— Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
broeders
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:broeders
Dat is: bloedverwanten.
van Eliëzer
Dat is, die van Eliëzer gesproten waren. Eliëzer was de tweede zoon van Mozes, wiens nakomelingen hier tot wachters over de schatten gesteld werden.
Hertaald:van Eliëzer
Dat is: die van Eliëzer afstamden. Eliëzer was de tweede zoon van Mozes, wiens nakomelingen hier als wachters over de schatten aangesteld werden.
1 Kronieken 26 vers 26— Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;
broederen
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:broederen
Dat is: bloedverwanten.
geheiligd had,
Dat is, in den tempel tot den godsdienst geschonken had.
Hertaald:geheiligd had,
Dat is: in de tempel aan de eredienst geschonken had.
1 Kronieken 26 vers 27— Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.
Van de krijgen
Dat is, van den buit in den krijg verkregen.
Hertaald:Van de krijgen
Dat is: van de buit die in de oorlog verkregen was.
te onderhouden
Te weten, nadat het huis gebouwd zijnde, mettertijd verbetering zou van node hebben.
Hertaald:te onderhouden
Namelijk: opdat het huis, eenmaal gebouwd, na verloop van tijd herstel nodig zou hebben.
1 Kronieken 26 vers 28— Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.
de ziener,
Zie 1 Sam. 9:9 .
Hertaald:de ziener,
Zie 1 Sam. 9:9.
1 Kronieken 26 vers 29— Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.
tot het buitenwerk
Dat is, over zulke zaken, die buiten Jeruzalem te doen waren, verstaande daardoor dat zij het ambt der rechters en ambtlieden in het land mede bediend hebben. Want alhoewel de Levieten ordinaire kerkelijke dienaars waren en bleven, nochtans zijn sommigen onder hen ook wel mede in politieke zaken en diensten gebruikt, niet alleen in hun eigen steden, die hun van de stammen, naar Gods ordinantie waren gegeven, maar ook elders daartoe geroepen zijnde: [gelijk afgenomen wordt uit deze plaats, vs.29-32; idem boven, 1 Kron. 23:4 . Vergelijk 2 Kron. 19:11 ] dewijl Levi mede een van de stammen Israëls was, en de rechten van de politie Israëls beschreven waren in het wetboek Gods, hetwelk den Levieten specialijk was toebetrouwd. Zie 2 Kron. 17:8-9 , enz. Anderen menen dat het buitenwerk dezer Levieten is geweest, dat zij in het land rondom her hebben vergaderd en verzorgd, hetgeen tot den bouw des tempels en den godsdienst van node was. Zie 2 Kron. 34:13 ; Neh. 11:16 .
Hertaald:tot het buitenwerk
Dat is: over zaken die buiten Jeruzalem gedaan moesten worden; hiermee wordt bedoeld dat zij ook het ambt van rechters en ambtenaren in het land vervulden. Want al waren de Levieten in de eerste plaats kerkelijke dienaren en bleven zij dat ook, toch zijn sommigen onder hen ook wel ingezet voor staatkundige zaken en diensten, niet alleen in hun eigen steden, die hun door de stammen naar Gods verordening gegeven waren, maar ook elders waar zij daartoe geroepen werden [zoals op te maken is uit deze plaats, vers 29-32, en ook hierboven 1 Kron. 23:4. Vergelijk 2 Kron. 19:11], omdat Levi ook een van de stammen van Israël was, en de bepalingen voor het staatsbestuur van Israël beschreven waren in het wetboek van God, dat speciaal aan de Levieten was toevertrouwd. Zie 2 Kron. 17:8-9, enzovoort. Anderen menen dat het buitenwerk van deze Levieten bestond uit het in het land verzamelen en verzorgen van wat nodig was voor de bouw van de tempel en de eredienst. Zie 2 Kron. 34:13; Neh. 11:16.
1 Kronieken 26 vers 31— Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.
in het veertigste jaar
Dit was het laatste jaar der regering van David, in hetwelk hij de bovenverhaalde orde gemaakt heeft, eer hij Salomo tot koning in zijn plaats stelde, houdende deshalve een grote bijeenkomst des volks; onder 1Ch 28 , 1Ch 29 .
Hertaald:in het veertigste jaar
Dit was het laatste jaar van de regering van David, waarin hij de hierboven beschreven regeling gemaakt heeft voordat hij Salomo als koning in zijn plaats aanstelde, waarbij hij een grote bijeenkomst van het volk hield; hieronder 1 Kron. 28, 1 Kron. 29.
Jáëzer in Gilead
Dit was een stad in het land Gilead, die den Merarieten tot woning gegeven was; Joz. 21:39 .
Hertaald:Jáëzer in Gilead
Dit was een stad in het land Gilead, die aan de Merarieten als woonplaats gegeven was; Joz. 21:39.
1 Kronieken 26 vers 32— En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.
zijn
Te weten, Jerijas broeders.
Hertaald:zijn
Namelijk: de broers van Jerija.
broeders
Dat is, verwanten.
Hertaald:broeders
Dat is: verwanten.
kloeke lieden,
Zie boven, vs.7.
Hertaald:kloeke lieden,
Zie hierboven vers 7.
en de zaken des konings
Vergelijk vs.30.
Hertaald:en de zaken des konings
Vergelijk vers 30.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Chenanja — de HEERE heeft gegrondvest
Overste der Levieten, belast met de leiding van de zang bij het overbrengen van de ark; hij onderwees hen hierin, omdat hij daarin verstandig was (1 Kron. 15:22, 27).
Asaf — verzamelaar
Gersonitische Leviet, zoon van Berechja; door David aangesteld tot tempelzanger, staande aan de rechterzijde van Heman (1 Kron. 6:39-43). Aan hem worden verscheidene psalmen toegeschreven (o.a. Ps. 50, 73-83).
VI. Vs. 1-19.Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:38→1 Kronieken 15:24→Psalmen 49:1→Psalmen 44:1→1 Kronieken 15:23→2 Kronieken 23:19→1 Kronieken 15:18→Numeri 26:9→ — Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf. Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde, Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende. Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde. Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend. Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden. De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja. Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom. Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien. En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd). Nu volgt de derde klasse, of die van de deurwachters, waartoe insgelijks 4.000 Levieten gebruikt worden, even als tot de klasse van de zangers en muzikanten. Men had voor iederen dag 24 zulke portiers nodig, omdat de oostpoort bezet moest worden met 6, de noordpoort met 4, de zuidpoort met 4, het daarbij staande voorraadshuis insgelijks met 4, de westpoort met de Parbar ingesloten met 6 man; aan deze opperwachters werden dan de nodige manschappen uit hun broeders toegevoegd.
KruisverwijzingenPsalmen 49:1→Psalmen 44:1→1 Kronieken 15:23→2 Kronieken 23:19→1 Kronieken 15:18→Numeri 26:9→1 Kronieken 9:17→1 Kronieken 6:37→— Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf.
Aangaande de verdelingen of indelingen van de poortiers, wier getal volgens Hoofdstuk 23: 5, insgelijks 4.000 bedroeg, is het volgende op te merken: Van de Korahieten, een tak van de Kehathieten (Nu 16: 3), was Meselemja, ook Sallum geheten (Hoofdstuk 9: 19), de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf 1), of juister Ebjasaf.
Asaf is hier verkorting voor Ebjasaf, omdat Asaf, de zanger, niet uit het geslacht van Kehath, maar uit dat van Gerson afstamde.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:21→— Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,
Meselemja nu had kinderen: Zecharja was de eerstgeborene (Hoofdstuk 9: 21), Jediaël de tweede, Zebadja de derde, Jathniël de vierde.
— Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.
Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljeoënaï de zevende.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:38→1 Kronieken 15:24→1 Kronieken 15:18→1 Kronieken 16:5→1 Kronieken 15:21→— Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.
Obed-Edom, een zoon van Jeduthun, niet van de zanger (Hoofdstuk 25: 3), maar van een ander uit het geslacht van de Korahieten (Hoofdstuk 16: 28) had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneël de vijfde.
KruisverwijzingenPsalmen 128:1→— Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.
Ammiël de zesde, Issaschar de zevende, Peüllethaï de achtste; want God had hem Obed-Edom, sedert de tijd dat de Ark des verbonds bij hem was neergezet (Hoofdstuk 13:
— Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;
Ook werden zijn zoon Semaja (vs. 4),kinderen geboren, heersend over het huis van hun vader, die tot hoofden werden van vaderlijke huizen, die van hen afhankelijk waren; want zij waren kloeke helden, zeer goed geschikt tot de dienst van het huis van de Heere.
De kinderen van Semaja waren Othni en Refaël, en Obed, enElzabad, zijn, namelijk Elzabad’s broeders, waren kloeke lieden, die dus voor de bij name opgegeven andere zonen van Semaja niet onderdoen, Elihu en Semachja.
Kruisverwijzingen1 Petrus 4:11→1 Korinthe 12:4→2 Korinthe 3:6→Mattheüs 25:15→
Deze allen van vs. 4 af genoemden, waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen, zeer geschikt in kracht tot de dienst, die zij verrichten moesten; daar waren er tweeenzestig van Obed-Edom.
Meselemja nu, van wie wij boven (vs. 1) spraken, zonder echter reeds het getal van de tot hem behorende Levieten op te geven, hetgeen later geschieden moet, had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.
En Hosa, de reeds in Hoofdstuk 16: 38 vermelde portier, uit de kinderen van Merari, het derde geslacht van de Levieten (Exod.6: 16), had zonen; Simri was het hoofd, (alhoewel hij de eerstgeborene niet was 1), nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
De grondtekst geeft aan, dat de eerstgeborene gestorven was, zonder mannelijke nakomelingen na te laten.
Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broeders van Hosa waren dertien.
Uit dezen waren de verdelingen van de poortiers onder de hoofden van de mannen, tot de wachten tegen hun broeders, of duidelijker 2), dit zijn de klassen van de portiers, de hoofden van de mannen 2) wie het portiersambt was opgedragen, benevens hun, aan hun opzicht en hun leiding toevertrouwde broeders, om te dienen in het huis van de Heere.
Over de moeilijkheid, die de Bijbelvertaling hem baarde, schrijft Luther: “Ik beken ronduit, dat ik teveel op mij genomen heb, vooral om het grote Oude Testament in de Duitse taal over te brengen; want de Hebreeuwse taal is zo moeilijk, dat ook de Joden zelf er al zeer weinig van weten en hun randtekeningen en verklaringen niet te vertrouwen zijn.” Hij maakte bij zijn vertaling uit de grondtekst gebruik van de Septuaginta en de Vulgata, verder van de Latijnse overzettingen van Santes Pagninus (een geleerde Dominikaan uit Lucca overl. 1541 in Lyon) en van Sebastiaan Münster (geb. 1489) te Ingelheim in de Palts, ging 1529 uit de Franziscaner orde tot de Hervorming over, was sedert Licentiaat van de Theologie te Bazel, overl. 1552 aan de pest) van de commentaren bijzonder de glossa ordinaria (een korte doorlopende uitlegging van de ganse Heilige Schrift) van Walafried Strabo, abt te Reichenau, overl. 849) en de Postille des, door zijn Hebreeuwse taalkennis uitstekende, Franziskaners Nicolaas van Lyra (geboortig uit Normandië, leraar van de theologie te Parijs, overl.1340). Nu ligt het voor de hand, wat een moeilijkheid de vertaling hem kostte, omdat hij niet alleen de Hebreeuwse schrijvers in het Duits moest doen spreken, en de vormen van de grondtekst, zo strijdig met die van de Duitse taal, in zuiver en helder Duits moest overbrengen, maar ook, zoals in al de hoofdstukken, die wij hier vóór ons hebben, een juist begrip hebben van de toestanden en de instellingen uit die oude tijd, die van de tegenwoordigen zo ver verwijderd is.
Als hoofden van de in Hoofdstuk 24: 5 op 4.000 geschatte portiers worden in vs. 8, 9 en 11 aangegeven: 62 van Obed-Edom, 18 van Meselemja, 13 van Hosa; tezamen 93; op Obed-Edom en Hosa komen dus in het geheel 75. Dit schijnt strijdig met de opgave in Hoofdstuk 16: 38, waar beide slechts op 68 gerekend worden; maar op laatstgenoemde plaats zijn alleen de portiers voor de ark berekend, terwijl hier de portiers voor de toekomstige tempel worden bedoeld.
En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten (Hoofdstuk 25: 8), naar hun vaderlijke huizenvoor ieder van de vaderlijke huizen werd een bijzonder lot getrokken, tot elke poort, en zo werd voor elke van de poorten van de toekomstige tempel reeds vooruit de afdeling bepaald, die er de wacht zou houden.
Het lot nu voor de poort tegen het Oosten viel Op Selemja (vs. 1), maar voor zijn zoon Zecharja (vs. 2), die een verstandig raadsman was, en daarom insgelijks een eigen wachtpost kreeg, wierp men het tweede van de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het Noorden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 25:24→1 Kronieken 26:17→— Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.
Het lot van Obed-Edom, van wie vs. 4 vv. gesproken werd, viel uit tegen het Zuiden en voor zijn kinderen het bij de zuidpoort gelegen huis van de schatkameren. Onder dit “huis van de schatkameren” (Beth-Asuppim) verstaat men voor het naast een voorraadshuis, misschien voor de in Hoofdst 9: 2 vermelde Nethinim, ofschoon men er niets anders voor vindt opgegeven. De Vulgata denkt daarentegen aan een vergaderplaats van de oudsten, waarschijnlijk omdat ten tijde van de laatste tempel de Hoge Raad op de zuidzijde ervan zijn zittingen hield in de zogenaamde stenen kamer. Wellicht had het twee uitgangen, omdat volgens vs. 19 twee posten tegen hetzelve de wacht hielden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:4→1 Kronieken 25:8→1 Koningen 10:5→Nehemia 12:24→1 Kronieken 26:10→— Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.
Suppim 1) en Hosa, uit de kinderen van Merari (vs. 10) zagen voor zich het lot uitvallen tegen het Westen met of bij de poort Schallechet 2), bij de van de Benedenstad opgaande hoge weg (2Ki 23: 11), waar de ene wacht tegenover de andere wacht moest worden geplaatst, omdat bij deze poort ook de plaats Parbar zich bevond, die eveneens bewaakt moest worden.
Deze naam ontmoetten wij in Hoofdstuk 7: 12 onder de kinderen van Benjamin; het is nu zeer twijfelachtig of hij hier thuis behoort, omdat hij onder de portiers uit Merari tot dusver niet is opgegeven. Keil vermoedt, dat het woord “Suppim” bij vergissing in de tekst is gekomen, omdat het woord “Asuppim” onmiddellijk vooraf gaat en het vers ook tegelijk zou beginnen moeten met de woorden: Hosa tegen het westen.
Huis van de schatkamers, in het vorige vers is vertaling van: Beth-Asuppim.
In 2 Koningen .11: 6 wordt deze poort Sur geheten, d.i. de poort van het afwijken, of zijgangspoort; in 2 Kronieken 23: 5 daarentegen de Fundamentpoort, omdat zij naar beneden, naar de grond, naar het Tyropoïon of Kaasmakersdal voerde.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 8:14→1 Kronieken 9:24→— Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee.
Tegen het Oosten (vs. 14) waren zes Levieten, of vier voor de buitenpoort en twee voor de binnen- 1) of koningspoort (Hoofdstuk 9: 18); tegen het Noorden (vs. 14), van de dag, d.i. op iedere dag vier; tegen het Zuiden (vs. 14) op de dag vier; maar bij de schatkameren, het voorraadshuis (vs. 15), tweeen twee, omdat het huis twee ingangen had.
Anderen daarentegen zoeken de reden, waarom bij de Oostpoort zes portiers waren aangesteld daarin, dat deze poort wegens haar hoge en grote vleugeldeuren bijzonder moeilijk was te hanteren.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:11→— Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.
Aan Parbar tegen het Westen (vs. 16),waren er vier portiers bij de van de Benedenstad opgaande hoge weg aan de buitenzijde, en twee bij Parbar bij de plaats van die naam. Volgens deze opgave hielden dagelijks 24 portiers (vgl. de inhoudsopgave van onze afdeling) de wacht; maar daaronder hebben wij zonder twijfel 24 opperportiers te verstaan, aan wie een bepaald getal van ander portiers was toegevoegd. (Het nadere daarover “1Ch 24: 5).
KruisverwijzingenNumeri 16:11→— Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.
Dit zijn de verdelingen van de poortiers van de kinderen van de Korahieten, en van de kinderen van Merari; want uit deze twee Levietengeslachten waren zij genomen (vs. 1 en 10).
VII. Vs. 20-28.Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:22→1 Samuël 9:9→1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 23:8→1 Kronieken 23:12→Numeri 3:27→1 Kronieken 24:20→1 Kronieken 23:17→ — Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen. Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli. De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN. Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten, En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten. Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon. Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs; Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden. Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen. Een aanhangsel bij de eerste klasse, zoals reeds in “1Ch 24: 5” is aangeduid, behelst de bewaarders van de schatten van het heiligdom; zij bestonden uit 2 afdelingen, naar de 2 verschillende soorten van deze schatten. De twee afdelingen stonden ieder onder een vorst en hadden een opperschatbewaarder boven zich.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:22→1 Koningen 15:18→1 Kronieken 22:3→2 Kronieken 31:11→1 Kronieken 18:11→1 Kronieken 9:26→Ezra 2:69→1 Kronieken 29:2→— Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen.
Ook was van de Levieten, de eerste, in Hoofdstuk 23: 6 vv. vermelde klasse, dus van de priesterknechten, Ahia,naar een waarschijnlijk juistere lezing 1): waren enige van hun over de schatten van het huis van God, en over de schatten van de geheiligde dingen (1Ch 26: 28).
De naam Ahia, die in de vorige opgaven nergens voorkomt, valt hier in het oog. De Septuaginta vertaalt: kao oi euitai epi twn onsaurwn adelyoi autwn, zij heeft dus in plaats van hyxa (Achijah) gelezen, Mhyxa (Acheehem), hun Broederen hetgeen met de samenhang veel beter overeenkomt.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 29:8→1 Kronieken 6:17→— Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.
Van de kinderen van Ladan, kinderen van de Gersoniet Ladan, zoals in Hoofdstuk 23: 7 vv. is aangewezen, noemen wij die geslachten het eerst, die tot bewaarders van de schatten van het heiligdom zijn benoemd: van Ladan, de Gersoniet waren hoofden van de vaderen, de op genoemde plaats opgegevenen, namelijk Jehiëli.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:8→Nehemia 10:38→1 Kronieken 26:20→1 Kronieken 29:8→— De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.
De kinderen van Jehiëli waren Zetham en Joël, zijn broeder; deze waren dus gezet over de schatten van het heiligdom van het huis van de Heere.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:12→Numeri 3:27→Numeri 3:19→— Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,
Voor of, wat betreft de Amramieten, van of de Jizharieten, van of en de Hebronieten, van of en de Uzziëlieten, om deze 4 geslachten van Kehathieten (Hoofdstuk 7: 12) door elkaar te vervangen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 24:20→1 Kronieken 23:15→— En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten.
En 1) de van Amram afstammende Sebuël (Hoofdstuk 23: 15 vv.), de zoon van Gersom, de zoon van Mozes, was overste over de schatten.
Omdat vs. 24 nadere uitwerking is van vs. 23, is de vertaling beter: Zo was enz. Voor de Amramieten, van de enz. heeft de Staten-Vertaling in het vorige vers. De grondtekst eist de vertaling van: Wat betreft de Amramieten, de enz.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:17→Exodus 18:4→1 Kronieken 23:15→— Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.
Maar zijn broeders van Eliëzer waren, zoals in Hoofdstuk 23: 17 reeds is vermeld, deze: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja te onderscheiden van de evenzo genoemden profeet, zijn zoon, hetgeen aldaar nog niet gezegd werd, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, Selomith zijn zoon.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:11→1 Kronieken 29:2→1 Kronieken 22:14→1 Kronieken 18:11→Numeri 31:30→— Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;
Deze Selomith en zijn broeders, de onder hem behorende Levieten, waren over al de schatten van de heilige dingen, van de geschenken, die de Heere geheiligd waren, die de koning David naar hetgeen hij zelf in Hoofdstuk 22: 14 van zichzelf vertelt, geheiligd had, mitsgaders door zijn voorbeeld en zijn vermaning daartoe opgewekt (Hoofdstuk 22: 17 vv), de hoofden van de vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten van het leger (vgl. Hoofdstuk 28: 14 vv. en Hoofdstuk 29: 1 vv.).
KruisverwijzingenJozua 6:19→Nehemia 10:32→2 Koningen 12:14→— Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.
Van de krijgen en van de buit, in Davids oorlogen behaald, hadden zij het geheiligd (Hoofdstuk 18: 7 vv.),om het huis van de Heere te onderhouden, woordelijk sterk te maken d.i. zeer groot en heerlijk op te bouwen (2 Kronieken 2: 5).
Kruisverwijzingen1 Samuël 9:9→2 Samuël 10:9→1 Samuël 17:55→1 Samuël 14:47→— Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.
Ook alles wat Samuël, de ziener, geheiligd had, die in zijn tijd reeds de toekomstige tempelbouw in het oog had (Hoofdstuk 9: 22 vv.), en Saul, de zoon van Kis (1 Samuel .14: 47 vv.), en Abner de zoon van Ner, Sauls opperbevelhebber (1 Samuel .14: 50 vv.), en Joab, de zoon van Zeruja, Davids opperbevelhebber (2 Samuel .8: 16): al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen. Drie soorten van schatten worden in onze afdeling onderscheiden, waar van de bewaring aan verschillende beambten was toevertrouwd. 1. De Jehiëlieten, Zetham en Joël (vs. 21 vv. 26.21) hadden het toezicht over de schatten van het huis van God, die, volgens Hoofdstuk 29: 6-8, uit vrijwillige gaven waren samen gebracht; 2. Sebuël (vs. 23 vv.) was overste over de schatten, die door de geregelde opbrengst van het hoofdgeld (Exod.30: 11 vv.), door de losgelden voor de eerstgeborenen (Num.18: 16), of voor de geloften (Lev.27: 1 vv. vgl. 2 Koningen .12: 4) inkwamen; 3. Selomith en zijn broeders (vs. 25 vv.) hadden het toezicht op de geschenken, die de Heere geheiligd waren, die ook in 2 Koningen .12: 18 als een bijzondere afdeling van de tempelschatten voorkomen. Omdat Zetham en Joël tot het geslacht van de Gersonieten, maar Sebuël en Selomith tot dat van de Kehathieten behoorden, zo had het geslacht van de Merarieten aan de bewaring van de schatten geen deel ontvangen; eveneens bleef bij het ambt van de poortiers (vs. 1 vv.) het geslacht van de Gersonieten buiten aanmerking; daarentegen werden voor het uitwendige werk van de ambtlieden en rechters (vs. 29 vv.) uitsluitend Kehathieten gekozen, waarschijnlijk, omdat men dit werk voor een vergoeding van het vroegere aanzag, omdat zij zorg moesten dragen over het afbreken, het dragen en opstellen van de heilige tent, welke werkzaamheid met de bouw van een vast Godshuis voor altijd wegviel.
Wij hebben deze opmerking van Dächsel laten staan, omdat zij het gevoelen van ook andere uitleggers weergeeft. Wij voor ons verwerpen die verdeling in 3 soorten van schatten, omdat in vs. 20 slechts van tweeërlei soort van schatten gesproken wordt, die van het huis van God en de schatten van de geheiligde dingen. De eerste soort waren de vaste en geregelde inkomsten van het huis van God, in de bovenstaande aanmerking onder 1 en 2 vermeld, de tweede soort bestond uit de aan het huis van de Heere geheiligde geschenken (2 Koningen .12: 19). Deze beide soorten worden in vs. 22 en vs. 26 ook weer vermeld, terwijl in vs. 24 alleen staat, dat Sebuël was overste over de schatten. En nu betekent overste (in het Hebr. dygn (nagid)) hier niets minder dan opper-rentmeester. Sebuël was derhalve opper-rentmeester of schatbewaarder, onder wie de in vs. 22 en 26 genoemden als gewone schatbewaarders stonden. Het valt dan ook op, dat in vs. 22 en 26 van meerderen wordt gesproken, van helpers, terwijl Sebuël’s naam alleen staat vermeld. In Hoofdstuk 23: 16 komt hij voor als het hoofd van de vier van Kehath afstammende geslachten van Levieten en van daar dat hij niet vóór vs. 21, maar in vs. 24 vermeld wordt.
VIII. Vs. 29-32.Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Nehemia 11:16→2 Kronieken 19:11→1 Kronieken 27:17→Jozua 21:39→2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 26:23→ — Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters. Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings. Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead. En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings. Eindelijk de vierde klasse, die van de ambtlieden en rechters, bestaande uit Kehathieten van de beide geslachten Jizhar en Hebron, verdeelde zich in die, die aan deze zijde van de Jordaan in het Westland, en in de andere, die aan de andere zijde van de Jordaan in het gebied van de twee en een halve stammen, het ambt moesten bedienen en zowel tot allerlei werkzaamheden van het huis van de Heere als tot de dienst van de koning bestemd waren.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Nehemia 11:16→2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 26:23→2 Kronieken 34:13→— Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.
Van de Jizharieten, de tweede afdeling van de Kahathieten (Hoofdstuk 6: 16 en 18), waren de in Hoofdstuk 16: 22 en 27 genoemde Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk voor de uitwendige belangen, in Israëlbestemd, tot ambtlieden of schrijvers, en tot rechters, waarvan in Hoofdstuk 23: 4 sprake was, werden enigen uit deze klasse genomen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 27:17→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 23:19→— Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.
Van de Hebronieten, de derde afdeling van de Kahathieten (Hoofdstuk 6: 16 en 18), was Hasabja en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zeven honderd, over de ambten van Israël 1) op deze zijde van de Jordaan tegen het Westen, van het Westjordaanland (Joz.22: 7), over al het werk van de Heere werden zij gebruikt, en tot de dienst van de koning.
In het Hebr. ladsy tdqp-le (Al-phekuddath Jischraeël. LXX: epi thv episkefewv tou. Dit wil zeggen: tot het opzicht over Israël waren zij aangesteld. Dit opzicht bepaalde zich niet alleen tot de aangelegenheden van de Tempel, maar ook tot de burgerlijke zaken, zoals uit het slot van dit vers blijkt. Een beroep op Nehemia 11: 16 rechtvaardigt niet het gevoelen van sommigen, dat zij alleen waren aangesteld, om de tempelbelasting te innen, omdat in genoemde tekst uitdrukkelijk van de tempel sprake is, en hier ook gesproken wordt van de dienst van de koning.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:19→Jozua 21:39→Jesaja 16:9→1 Kronieken 6:81→1 Kronieken 29:27→1 Koningen 2:11→— Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.
Van de Hebronieten, dezelfde afdeling van de Kahathieten (vs. 30), was de in Hoofdstuk 23: 19 genoemde Jeria het hoofd, van de Hebronieten van zijn geslachten onder de vaderen, onder die Hebronieten, die vaderlijke huizen bestuurden; in het veertigste jaar van het koninkrijk, het laatste van de regering van David (Hoofdstuk 29: 27), zijn er gezocht, nasporingen omtrent hun oorsprong en aanwezen gedaan, enals vrucht van deze nasporingen, onder hen gevonden kloeke helden te Jaëzer in Gilead in het land aan de andere zijde van de Jordaan (Num.21: 33).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:11→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 12:37→1 Kronieken 24:31→1 Kronieken 15:12→— En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.
En zijn broeders, die van de vroeger genoemden Jeria, waren kloeke lieden die tezamen bedroegen tweeduizend en zevenhonderd hoofden van de vaderen 1), vaderlijke hoofden; en de koning David stelde hen vanwege de aan hen erkende deugdelijkheid en hun hoog aanzien, over de Rubenieten, en Gadieten, en de halve stam van de Manassieten tot opzichters, tot alle zaken, aangelegenheden van God, en de zaken van de koning 2).
Hoofden van de vaderen is hier niet op te vatten in de zin van: vaderhuizen, maar in die van, vaderlijke hoofden, de vaders van de huisgezinnen.
Nevens het algemene deel dat de Kroniek gemeen heeft met de theocratische historiebeschrijving, om aan het volk de geschiedenis voor te houden als spiegel ter vermaning tot getrouwe aankleving aan zijn Bescherm- en Bonds-God, en tot waarschuwing tegen zondige afval van Hem, had de vervaardiger van ons Boek nog een bijzonder doel; zijn plan was namelijk om aan de juist uit de Ballingschap teruggekeerde Israëlieten tevens zodanige berichten uit de geschiedenis van de voortijd te leveren, als hun van dienst konden zijn tot regeling van hun burgerlijke aangelegenheden en bijzonder tot besturing van de openbare godsdienst. Daartoe kon hun noch de geschiedenis van Saul, die voor de Godsdienst niets deed, noch de geschiedenis van het Rijk van de tien stammen, waarin de Mozaïsche dienst geheel afgeschaft was, van enig nut zijn. Daarentegen moesten hun de geslachtsregister (Hoofdstuk 1-10) met de afzonderlijke, daarin voorkomende historische en topografische aantekeningen van grote waarde zijn; want daaruit konden zij zien, van welke geslachten zij afstamden welke bezittingen hun voorvaderen vóór de Ballingschap gehad hadden, die zij thans weer konden innemen, wie priester, wie Leviet, wie in waarheid Israëliet of van onzekere afkomst was. Maar even gewichtig moesten ook de uitvoerige en nauwkeurige berichten over de godsdienst zijn (Hoofdstuk 22-26 zij dienden hun tot regel, waarnaar zij de Godsdienst moesten inrichten, en uit de Levieten- en Priesterlijsten zagen zij, welke families in de vroegeren tijd de verschillende soorten van de dienst in het heiligdom verricht hadden, en konden dus hun nakomelingen weer tot dezelfde dienst aanstellen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 26
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VI. Vs. 1-19.Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:38→1 Kronieken 15:24→Psalmen 49:1→Psalmen 44:1→1 Kronieken 15:23→2 Kronieken 23:19→1 Kronieken 15:18→Numeri 26:9→
— Aangaande de verdelingen der poortiers: van de Korahieten was Meselemja, de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf. Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde, Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende. Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde. Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend. Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden. De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja. Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom. Meselemja nu had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien. En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
Nu volgt de derde klasse, of die van de deurwachters, waartoe insgelijks 4.000 Levieten gebruikt worden, even als tot de klasse van de zangers en muzikanten. Men had voor iederen dag 24 zulke portiers nodig, omdat de oostpoort bezet moest worden met 6, de noordpoort met 4, de zuidpoort met 4, het daarbij staande voorraadshuis insgelijks met 4, de westpoort met de Parbar ingesloten met 6 man; aan deze opperwachters werden dan de nodige manschappen uit hun broeders toegevoegd.
Aangaande de verdelingen of indelingen van de poortiers, wier getal volgens Hoofdstuk 23: 5, insgelijks 4.000 bedroeg, is het volgende op te merken: Van de Korahieten, een tak van de Kehathieten (Nu 16: 3), was Meselemja, ook Sallum geheten (Hoofdstuk 9: 19), de zoon van Kore, van de kinderen van Asaf 1), of juister Ebjasaf.
Asaf is hier verkorting voor Ebjasaf, omdat Asaf, de zanger, niet uit het geslacht van Kehath, maar uit dat van Gerson afstamde.
Meselemja nu had kinderen: Zecharja was de eerstgeborene (Hoofdstuk 9: 21), Jediaël de tweede, Zebadja de derde, Jathniël de vierde.
Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljeoënaï de zevende.
Obed-Edom, een zoon van Jeduthun, niet van de zanger (Hoofdstuk 25: 3), maar van een ander uit het geslacht van de Korahieten (Hoofdstuk 16: 28) had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneël de vijfde.
Ammiël de zesde, Issaschar de zevende, Peüllethaï de achtste; want God had hem Obed-Edom, sedert de tijd dat de Ark des verbonds bij hem was neergezet (Hoofdstuk 13:
, met vele zonen gezegend.
Ook werden zijn zoon Semaja (vs. 4),kinderen geboren, heersend over het huis van hun vader, die tot hoofden werden van vaderlijke huizen, die van hen afhankelijk waren; want zij waren kloeke helden, zeer goed geschikt tot de dienst van het huis van de Heere.
De kinderen van Semaja waren Othni en Refaël, en Obed, enElzabad, zijn, namelijk Elzabad’s broeders, waren kloeke lieden, die dus voor de bij name opgegeven andere zonen van Semaja niet onderdoen, Elihu en Semachja.
Deze allen van vs. 4 af genoemden, waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen, zeer geschikt in kracht tot de dienst, die zij verrichten moesten; daar waren er tweeenzestig van Obed-Edom.
Meselemja nu, van wie wij boven (vs. 1) spraken, zonder echter reeds het getal van de tot hem behorende Levieten op te geven, hetgeen later geschieden moet, had kinderen en broeders, kloeke lieden, achttien.
En Hosa, de reeds in Hoofdstuk 16: 38 vermelde portier, uit de kinderen van Merari, het derde geslacht van de Levieten (Exod.6: 16), had zonen; Simri was het hoofd, (alhoewel hij de eerstgeborene niet was 1), nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
De grondtekst geeft aan, dat de eerstgeborene gestorven was, zonder mannelijke nakomelingen na te laten.
Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broeders van Hosa waren dertien.
Uit dezen waren de verdelingen van de poortiers onder de hoofden van de mannen, tot de wachten tegen hun broeders, of duidelijker 2), dit zijn de klassen van de portiers, de hoofden van de mannen 2) wie het portiersambt was opgedragen, benevens hun, aan hun opzicht en hun leiding toevertrouwde broeders, om te dienen in het huis van de Heere.
Over de moeilijkheid, die de Bijbelvertaling hem baarde, schrijft Luther: “Ik beken ronduit, dat ik teveel op mij genomen heb, vooral om het grote Oude Testament in de Duitse taal over te brengen; want de Hebreeuwse taal is zo moeilijk, dat ook de Joden zelf er al zeer weinig van weten en hun randtekeningen en verklaringen niet te vertrouwen zijn.” Hij maakte bij zijn vertaling uit de grondtekst gebruik van de Septuaginta en de Vulgata, verder van de Latijnse overzettingen van Santes Pagninus (een geleerde Dominikaan uit Lucca overl. 1541 in Lyon) en van Sebastiaan Münster (geb. 1489) te Ingelheim in de Palts, ging 1529 uit de Franziscaner orde tot de Hervorming over, was sedert Licentiaat van de Theologie te Bazel, overl. 1552 aan de pest) van de commentaren bijzonder de glossa ordinaria (een korte doorlopende uitlegging van de ganse Heilige Schrift) van Walafried Strabo, abt te Reichenau, overl. 849) en de Postille des, door zijn Hebreeuwse taalkennis uitstekende, Franziskaners Nicolaas van Lyra (geboortig uit Normandië, leraar van de theologie te Parijs, overl.1340). Nu ligt het voor de hand, wat een moeilijkheid de vertaling hem kostte, omdat hij niet alleen de Hebreeuwse schrijvers in het Duits moest doen spreken, en de vormen van de grondtekst, zo strijdig met die van de Duitse taal, in zuiver en helder Duits moest overbrengen, maar ook, zoals in al de hoofdstukken, die wij hier vóór ons hebben, een juist begrip hebben van de toestanden en de instellingen uit die oude tijd, die van de tegenwoordigen zo ver verwijderd is.
Als hoofden van de in Hoofdstuk 24: 5 op 4.000 geschatte portiers worden in vs. 8, 9 en 11 aangegeven: 62 van Obed-Edom, 18 van Meselemja, 13 van Hosa; tezamen 93; op Obed-Edom en Hosa komen dus in het geheel 75. Dit schijnt strijdig met de opgave in Hoofdstuk 16: 38, waar beide slechts op 68 gerekend worden; maar op laatstgenoemde plaats zijn alleen de portiers voor de ark berekend, terwijl hier de portiers voor de toekomstige tempel worden bedoeld.
En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten (Hoofdstuk 25: 8), naar hun vaderlijke huizenvoor ieder van de vaderlijke huizen werd een bijzonder lot getrokken, tot elke poort, en zo werd voor elke van de poorten van de toekomstige tempel reeds vooruit de afdeling bepaald, die er de wacht zou houden.
Het lot nu voor de poort tegen het Oosten viel Op Selemja (vs. 1), maar voor zijn zoon Zecharja (vs. 2), die een verstandig raadsman was, en daarom insgelijks een eigen wachtpost kreeg, wierp men het tweede van de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het Noorden.
Het lot van Obed-Edom, van wie vs. 4 vv. gesproken werd, viel uit tegen het Zuiden en voor zijn kinderen het bij de zuidpoort gelegen huis van de schatkameren. Onder dit “huis van de schatkameren” (Beth-Asuppim) verstaat men voor het naast een voorraadshuis, misschien voor de in Hoofdst 9: 2 vermelde Nethinim, ofschoon men er niets anders voor vindt opgegeven. De Vulgata denkt daarentegen aan een vergaderplaats van de oudsten, waarschijnlijk omdat ten tijde van de laatste tempel de Hoge Raad op de zuidzijde ervan zijn zittingen hield in de zogenaamde stenen kamer. Wellicht had het twee uitgangen, omdat volgens vs. 19 twee posten tegen hetzelve de wacht hielden.
Suppim 1) en Hosa, uit de kinderen van Merari (vs. 10) zagen voor zich het lot uitvallen tegen het Westen met of bij de poort Schallechet 2), bij de van de Benedenstad opgaande hoge weg (2Ki 23: 11), waar de ene wacht tegenover de andere wacht moest worden geplaatst, omdat bij deze poort ook de plaats Parbar zich bevond, die eveneens bewaakt moest worden.
Deze naam ontmoetten wij in Hoofdstuk 7: 12 onder de kinderen van Benjamin; het is nu zeer twijfelachtig of hij hier thuis behoort, omdat hij onder de portiers uit Merari tot dusver niet is opgegeven. Keil vermoedt, dat het woord “Suppim” bij vergissing in de tekst is gekomen, omdat het woord “Asuppim” onmiddellijk vooraf gaat en het vers ook tegelijk zou beginnen moeten met de woorden: Hosa tegen het westen.
Huis van de schatkamers, in het vorige vers is vertaling van: Beth-Asuppim.
In 2 Koningen .11: 6 wordt deze poort Sur geheten, d.i. de poort van het afwijken, of zijgangspoort; in 2 Kronieken 23: 5 daarentegen de Fundamentpoort, omdat zij naar beneden, naar de grond, naar het Tyropoïon of Kaasmakersdal voerde.
Tegen het Oosten (vs. 14) waren zes Levieten, of vier voor de buitenpoort en twee voor de binnen- 1) of koningspoort (Hoofdstuk 9: 18); tegen het Noorden (vs. 14), van de dag, d.i. op iedere dag vier; tegen het Zuiden (vs. 14) op de dag vier; maar bij de schatkameren, het voorraadshuis (vs. 15), tweeen twee, omdat het huis twee ingangen had.
Anderen daarentegen zoeken de reden, waarom bij de Oostpoort zes portiers waren aangesteld daarin, dat deze poort wegens haar hoge en grote vleugeldeuren bijzonder moeilijk was te hanteren.
Aan Parbar tegen het Westen (vs. 16),waren er vier portiers bij de van de Benedenstad opgaande hoge weg aan de buitenzijde, en twee bij Parbar bij de plaats van die naam. Volgens deze opgave hielden dagelijks 24 portiers (vgl. de inhoudsopgave van onze afdeling) de wacht; maar daaronder hebben wij zonder twijfel 24 opperportiers te verstaan, aan wie een bepaald getal van ander portiers was toegevoegd. (Het nadere daarover “1Ch 24: 5).
Dit zijn de verdelingen van de poortiers van de kinderen van de Korahieten, en van de kinderen van Merari; want uit deze twee Levietengeslachten waren zij genomen (vs. 1 en 10).
VII. Vs. 20-28.Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:22→1 Samuël 9:9→1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 23:8→1 Kronieken 23:12→Numeri 3:27→1 Kronieken 24:20→1 Kronieken 23:17→
— Ook was, van de Levieten, Ahia over de schatten van het huis Gods, en over de schatten der geheiligde dingen. Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli. De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN. Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten, En Sebuel, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, was overste over de schatten. Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon. Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs; Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden. Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.
Een aanhangsel bij de eerste klasse, zoals reeds in “1Ch 24: 5” is aangeduid, behelst de bewaarders van de schatten van het heiligdom; zij bestonden uit 2 afdelingen, naar de 2 verschillende soorten van deze schatten. De twee afdelingen stonden ieder onder een vorst en hadden een opperschatbewaarder boven zich.
Ook was van de Levieten, de eerste, in Hoofdstuk 23: 6 vv. vermelde klasse, dus van de priesterknechten, Ahia,naar een waarschijnlijk juistere lezing 1): waren enige van hun over de schatten van het huis van God, en over de schatten van de geheiligde dingen (1Ch 26: 28).
De naam Ahia, die in de vorige opgaven nergens voorkomt, valt hier in het oog. De Septuaginta vertaalt: kao oi euitai epi twn onsaurwn adelyoi autwn, zij heeft dus in plaats van hyxa (Achijah) gelezen, Mhyxa (Acheehem), hun Broederen hetgeen met de samenhang veel beter overeenkomt.
Van de kinderen van Ladan, kinderen van de Gersoniet Ladan, zoals in Hoofdstuk 23: 7 vv. is aangewezen, noemen wij die geslachten het eerst, die tot bewaarders van de schatten van het heiligdom zijn benoemd: van Ladan, de Gersoniet waren hoofden van de vaderen, de op genoemde plaats opgegevenen, namelijk Jehiëli.
De kinderen van Jehiëli waren Zetham en Joël, zijn broeder; deze waren dus gezet over de schatten van het heiligdom van het huis van de Heere.
Voor of, wat betreft de Amramieten, van of de Jizharieten, van of en de Hebronieten, van of en de Uzziëlieten, om deze 4 geslachten van Kehathieten (Hoofdstuk 7: 12) door elkaar te vervangen.
En 1) de van Amram afstammende Sebuël (Hoofdstuk 23: 15 vv.), de zoon van Gersom, de zoon van Mozes, was overste over de schatten.
Omdat vs. 24 nadere uitwerking is van vs. 23, is de vertaling beter: Zo was enz. Voor de Amramieten, van de enz. heeft de Staten-Vertaling in het vorige vers. De grondtekst eist de vertaling van: Wat betreft de Amramieten, de enz.
Maar zijn broeders van Eliëzer waren, zoals in Hoofdstuk 23: 17 reeds is vermeld, deze: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja te onderscheiden van de evenzo genoemden profeet, zijn zoon, hetgeen aldaar nog niet gezegd werd, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, Selomith zijn zoon.
Deze Selomith en zijn broeders, de onder hem behorende Levieten, waren over al de schatten van de heilige dingen, van de geschenken, die de Heere geheiligd waren, die de koning David naar hetgeen hij zelf in Hoofdstuk 22: 14 van zichzelf vertelt, geheiligd had, mitsgaders door zijn voorbeeld en zijn vermaning daartoe opgewekt (Hoofdstuk 22: 17 vv), de hoofden van de vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten van het leger (vgl. Hoofdstuk 28: 14 vv. en Hoofdstuk 29: 1 vv.).
Van de krijgen en van de buit, in Davids oorlogen behaald, hadden zij het geheiligd (Hoofdstuk 18: 7 vv.),om het huis van de Heere te onderhouden, woordelijk sterk te maken d.i. zeer groot en heerlijk op te bouwen (2 Kronieken 2: 5).
Ook alles wat Samuël, de ziener, geheiligd had, die in zijn tijd reeds de toekomstige tempelbouw in het oog had (Hoofdstuk 9: 22 vv.), en Saul, de zoon van Kis (1 Samuel .14: 47 vv.), en Abner de zoon van Ner, Sauls opperbevelhebber (1 Samuel .14: 50 vv.), en Joab, de zoon van Zeruja, Davids opperbevelhebber (2 Samuel .8: 16): al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen. Drie soorten van schatten worden in onze afdeling onderscheiden, waar van de bewaring aan verschillende beambten was toevertrouwd. 1. De Jehiëlieten, Zetham en Joël (vs. 21 vv. 26.21) hadden het toezicht over de schatten van het huis van God, die, volgens Hoofdstuk 29: 6-8, uit vrijwillige gaven waren samen gebracht; 2. Sebuël (vs. 23 vv.) was overste over de schatten, die door de geregelde opbrengst van het hoofdgeld (Exod.30: 11 vv.), door de losgelden voor de eerstgeborenen (Num.18: 16), of voor de geloften (Lev.27: 1 vv. vgl. 2 Koningen .12: 4) inkwamen; 3. Selomith en zijn broeders (vs. 25 vv.) hadden het toezicht op de geschenken, die de Heere geheiligd waren, die ook in 2 Koningen .12: 18 als een bijzondere afdeling van de tempelschatten voorkomen. Omdat Zetham en Joël tot het geslacht van de Gersonieten, maar Sebuël en Selomith tot dat van de Kehathieten behoorden, zo had het geslacht van de Merarieten aan de bewaring van de schatten geen deel ontvangen; eveneens bleef bij het ambt van de poortiers (vs. 1 vv.) het geslacht van de Gersonieten buiten aanmerking; daarentegen werden voor het uitwendige werk van de ambtlieden en rechters (vs. 29 vv.) uitsluitend Kehathieten gekozen, waarschijnlijk, omdat men dit werk voor een vergoeding van het vroegere aanzag, omdat zij zorg moesten dragen over het afbreken, het dragen en opstellen van de heilige tent, welke werkzaamheid met de bouw van een vast Godshuis voor altijd wegviel.
Wij hebben deze opmerking van Dächsel laten staan, omdat zij het gevoelen van ook andere uitleggers weergeeft. Wij voor ons verwerpen die verdeling in 3 soorten van schatten, omdat in vs. 20 slechts van tweeërlei soort van schatten gesproken wordt, die van het huis van God en de schatten van de geheiligde dingen. De eerste soort waren de vaste en geregelde inkomsten van het huis van God, in de bovenstaande aanmerking onder 1 en 2 vermeld, de tweede soort bestond uit de aan het huis van de Heere geheiligde geschenken (2 Koningen .12: 19). Deze beide soorten worden in vs. 22 en vs. 26 ook weer vermeld, terwijl in vs. 24 alleen staat, dat Sebuël was overste over de schatten. En nu betekent overste (in het Hebr. dygn (nagid)) hier niets minder dan opper-rentmeester. Sebuël was derhalve opper-rentmeester of schatbewaarder, onder wie de in vs. 22 en 26 genoemden als gewone schatbewaarders stonden. Het valt dan ook op, dat in vs. 22 en 26 van meerderen wordt gesproken, van helpers, terwijl Sebuël’s naam alleen staat vermeld. In Hoofdstuk 23: 16 komt hij voor als het hoofd van de vier van Kehath afstammende geslachten van Levieten en van daar dat hij niet vóór vs. 21, maar in vs. 24 vermeld wordt.
VIII. Vs. 29-32.Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Nehemia 11:16→2 Kronieken 19:11→1 Kronieken 27:17→Jozua 21:39→2 Kronieken 19:8→1 Kronieken 23:12→1 Kronieken 26:23→
— Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters. Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings. Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead. En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.
Eindelijk de vierde klasse, die van de ambtlieden en rechters, bestaande uit Kehathieten van de beide geslachten Jizhar en Hebron, verdeelde zich in die, die aan deze zijde van de Jordaan in het Westland, en in de andere, die aan de andere zijde van de Jordaan in het gebied van de twee en een halve stammen, het ambt moesten bedienen en zowel tot allerlei werkzaamheden van het huis van de Heere als tot de dienst van de koning bestemd waren.
Van de Jizharieten, de tweede afdeling van de Kahathieten (Hoofdstuk 6: 16 en 18), waren de in Hoofdstuk 16: 22 en 27 genoemde Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk voor de uitwendige belangen, in Israëlbestemd, tot ambtlieden of schrijvers, en tot rechters, waarvan in Hoofdstuk 23: 4 sprake was, werden enigen uit deze klasse genomen.
Van de Hebronieten, de derde afdeling van de Kahathieten (Hoofdstuk 6: 16 en 18), was Hasabja en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zeven honderd, over de ambten van Israël 1) op deze zijde van de Jordaan tegen het Westen, van het Westjordaanland (Joz.22: 7), over al het werk van de Heere werden zij gebruikt, en tot de dienst van de koning.
In het Hebr. ladsy tdqp-le (Al-phekuddath Jischraeël. LXX: epi thv episkefewv tou. Dit wil zeggen: tot het opzicht over Israël waren zij aangesteld. Dit opzicht bepaalde zich niet alleen tot de aangelegenheden van de Tempel, maar ook tot de burgerlijke zaken, zoals uit het slot van dit vers blijkt. Een beroep op Nehemia 11: 16 rechtvaardigt niet het gevoelen van sommigen, dat zij alleen waren aangesteld, om de tempelbelasting te innen, omdat in genoemde tekst uitdrukkelijk van de tempel sprake is, en hier ook gesproken wordt van de dienst van de koning.
Van de Hebronieten, dezelfde afdeling van de Kahathieten (vs. 30), was de in Hoofdstuk 23: 19 genoemde Jeria het hoofd, van de Hebronieten van zijn geslachten onder de vaderen, onder die Hebronieten, die vaderlijke huizen bestuurden; in het veertigste jaar van het koninkrijk, het laatste van de regering van David (Hoofdstuk 29: 27), zijn er gezocht, nasporingen omtrent hun oorsprong en aanwezen gedaan, enals vrucht van deze nasporingen, onder hen gevonden kloeke helden te Jaëzer in Gilead in het land aan de andere zijde van de Jordaan (Num.21: 33).
En zijn broeders, die van de vroeger genoemden Jeria, waren kloeke lieden die tezamen bedroegen tweeduizend en zevenhonderd hoofden van de vaderen 1), vaderlijke hoofden; en de koning David stelde hen vanwege de aan hen erkende deugdelijkheid en hun hoog aanzien, over de Rubenieten, en Gadieten, en de halve stam van de Manassieten tot opzichters, tot alle zaken, aangelegenheden van God, en de zaken van de koning 2).
Hoofden van de vaderen is hier niet op te vatten in de zin van: vaderhuizen, maar in die van, vaderlijke hoofden, de vaders van de huisgezinnen.
Nevens het algemene deel dat de Kroniek gemeen heeft met de theocratische historiebeschrijving, om aan het volk de geschiedenis voor te houden als spiegel ter vermaning tot getrouwe aankleving aan zijn Bescherm- en Bonds-God, en tot waarschuwing tegen zondige afval van Hem, had de vervaardiger van ons Boek nog een bijzonder doel; zijn plan was namelijk om aan de juist uit de Ballingschap teruggekeerde Israëlieten tevens zodanige berichten uit de geschiedenis van de voortijd te leveren, als hun van dienst konden zijn tot regeling van hun burgerlijke aangelegenheden en bijzonder tot besturing van de openbare godsdienst. Daartoe kon hun noch de geschiedenis van Saul, die voor de Godsdienst niets deed, noch de geschiedenis van het Rijk van de tien stammen, waarin de Mozaïsche dienst geheel afgeschaft was, van enig nut zijn. Daarentegen moesten hun de geslachtsregister (Hoofdstuk 1-10) met de afzonderlijke, daarin voorkomende historische en topografische aantekeningen van grote waarde zijn; want daaruit konden zij zien, van welke geslachten zij afstamden welke bezittingen hun voorvaderen vóór de Ballingschap gehad hadden, die zij thans weer konden innemen, wie priester, wie Leviet, wie in waarheid Israëliet of van onzekere afkomst was. Maar even gewichtig moesten ook de uitvoerige en nauwkeurige berichten over de godsdienst zijn (Hoofdstuk 22-26 zij dienden hun tot regel, waarnaar zij de Godsdienst moesten inrichten, en uit de Levieten- en Priesterlijsten zagen zij, welke families in de vroegeren tijd de verschillende soorten van de dienst in het heiligdom verricht hadden, en konden dus hun nakomelingen weer tot dezelfde dienst aanstellen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel