Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Aangaande nu de kinderenH1121 van AaronH175, dit waren hun verdelingenH4256. De zonenH1121 van AaronH175 waren NadabH5070, en AbihuH30, EleazarH499 en IthamarH385.
Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar.
KJV
Now these are the divisions3
of the sons1
of Aaron.2
The sons4
of Aaron;5
Nadab,6
and Abihu,7
Eleazar,8
and Ithamar.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Maar NadabH5070 stierfH4191, en AbihuH30, voor het aangezichtH6440 huns vadersH1, en zijH1961 hadden geenH3808 kinderenH1121. En EleazarH499 en IthamarH385 bedienden het priesterambtH3547.
Maar Nadab stierf, en Abihu, voor het aangezicht huns vaders, en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt.
KJV
But Nadab2
and Abihu3
died1
before4
their father,5
and had no children:6
therefore Eleazar11
and Ithamar12
executed the priest's office.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
DavidH1732 nu verdeeldeH2505 hen, en ZadokH6659 uitH4480 de kinderenH1121 van EleazarH499, en AbimelechH288 uitH4480 de kinderenH1121 van IthamarH385, naar hun ambtH6486 in hun dienstH5656.
David nu verdeelde hen, en Zadok uit de kinderen van Eleazar, en Abimelech uit de kinderen van Ithamar, naar hun ambt in hun dienst.
KJV
And David2
distributed1
them, both Zadok3
of the sons5
of Eleazar,6
and Ahimelech7
of the sons9
of Ithamar,10
according to their offices11
in their service.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En van de kinderenH1121 van EleazarH499 werden meer gevondenH4672 tot hoofdenH7218 der mannenH1397, dan vanH4480 de kinderenH1121 van IthamarH385, als zij hen afdeeldenH2505; van de kinderenH1121 van EleazarH499 waren zestienH8337 hoofdenH7218 der vaderlijkeH1 huizen, maar van de kinderenH1121 van IthamarH385, naar hun vaderlijke huizen, achtH8083.
En van de kinderen van Eleazar werden meer gevonden tot hoofden der mannen, dan van de kinderen van Ithamar, als zij hen afdeelden; van de kinderen van Eleazar waren zestien hoofden der vaderlijke huizen, maar van de kinderen van Ithamar, naar hun vaderlijke huizen, acht.
Ook in dit vers
huizenH1
huizenH1004
vaderlijkeH1004
KJV
And there were more4
chief5
men6
found1
of the sons2
of Eleazar3
than of the sons8
of Ithamar;9
and thus were they divided.10
Among the sons11
of Eleazar12
there were sixteen16
chief men13
of the house14
of their fathers,15
and eight22
among the sons18
of Ithamar19
according to the house20
of their fathers.21
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En zij deeldenH2505 hen door lotenH1486 af, dezen metH5973 genenH428; wantH3588 de overstenH8269 des heiligdomsH6944 en de overstenH8269 GodsH430 waren uit de kinderenH1121 van EleazarH499 en van de kinderenH1121 van IthamarH385.
En zij deelden hen door loten af, dezen met genen; want de oversten des heiligdoms en de oversten Gods waren uit de kinderen van Eleazar en van de kinderen van Ithamar.
KJV
Thus were they divided1
by lot,2
one sort3
with another;5
for the governors8
of the sanctuary,9
and governors10
of the house of God,11
were of the sons12
of Eleazar,13
and of the sons14
of Ithamar.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En SemajaH8098, de zoonH1121 van NethaneelH5417, de schrijverH5608, uitH4480 de LevietenH3881, schreefH3789 hen op, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428, en van de vorstenH8269, en van den priesterH3548 ZadokH6659, en van AchimelechH288, den zoonH1121 van AbjatharH54, en van de hoofdenH7218 der vaderenH1 onder de priestersH3548 en onder de LevietenH3881; eenH259 vaderlijkH1 huisH1004 werd genomenH270 voor Eleazer, en desgelijks werd genomenH270 voor IthamarH385.
En Semaja, de zoon van Nethaneel, de schrijver, uit de Levieten, schreef hen op, voor het aangezicht des konings, en van de vorsten, en van den priester Zadok, en van Achimelech, den zoon van Abjathar, en van de hoofden der vaderen onder de priesters en onder de Levieten; een vaderlijk huis werd genomen voor Eleazer, en desgelijks werd genomen voor Ithamar.
Ook in dit vers
EleazarH499
KJV
And Shemaiah2
the son3
of Nethaneel4
the scribe,5
one of the Levites,7
wrote1
them before8
the king,9
and the princes,10
and Zadok11
the priest,12
and Ahimelech13
the son14
of Abiathar,15
and before the chief16
of the fathers17
of the priests18
and Levites:19
one22
principal21
household20
being taken23
for Eleazar,24
and one taken25
for Ithamar.27
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Het eersteH7223 lotH1486 nu ging uit voor JojaribH3080, het tweedeH8145 voor JedajaH3048,
Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,
KJV
Now the first3
lot2
came forth1
to Jehoiarib,4
the second6
to Jedaiah,5
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Het derdeH7992 voor HarimH2766, het vierdeH7243 voor SeorimH8188,
Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,
KJV
The third2
to Harim,1
the fourth4
to Seorim,3
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Het vijfdeH2549 voor MalchiaH4441, het zesdeH8345 voor MijaminH4326,
Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,
KJV
The fifth2
to Malchijah,1
the sixth4
to Mijamin,3
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Het zevendeH7637 voor HakkozH6976, het achtsteH8066 voor AbiaH29,
Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,
KJV
The seventh2
to Hakkoz,1
the eighth4
to Abijah,3
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Het negendeH8671 voor JesuaH3442, het tiendeH6224 voor SechanjaH7935,
Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,
KJV
The ninth2
to Jeshua,1
the tenth4
to Shecaniah,3
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Het elfdeH6249 voor EljasibH475, het twaalfdeH8147 voor JakimH3356,
Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,
KJV
The eleventh2
to Eliashib,1
the twelfth5
to Jakim,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Het dertiendeH7969 voor HuppaH2647, het veertiendeH702 voor JesebeabH3428,
Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,
KJV
The thirteenth2
to Huppah,1
the fourteenth5
to Jeshebeab,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Het vijftiendeH2568 voor BilgaH1083, het zestiendeH8337 voor ImmerH564,
Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,
KJV
The fifteenth2
to Bilgah,1
the sixteenth5
to Immer,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Het zeventiendeH7651 voor HezirH2387, het achttiendeH8083 voor HappizzesH6483,
Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,
KJV
The seventeenth2
to Hezir,1
the eighteenth5
to Aphses,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Het negentiendeH8672 voor PetahjaH6611, het twintigsteH6242 voor JehezkelH3168,
Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,
KJV
The nineteenth2
to Pethahiah,1
the twentieth5
to Jehezekel,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Het eenH259 en twintigsteH6242 voor JachinH3199, het tweeH8147 en twintigsteH6242 voor GamulH1577,
Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,
KJV
The one2
and twentieth3
to Jachin,1
the two5
and twentieth6
to Gamul,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Het drieH7969 en twintigsteH6242 voor DelajaH1806, het vierH702 en twintigsteH6242 voor MaazjaH4590.
Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.
KJV
The three2
and twentieth3
to Delaiah,1
the four5
and twentieth6
to Maaziah.4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Het ambtH6486 van dezenH428 in hun dienstH5656 was te gaan in het huisH1004 des HEERENH3068, naar hun ordeningH4941 door de handH3027 van AaronH175, huns vadersH1; gelijk als hem de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, gebodenH6680 had.
Het ambt van dezen in hun dienst was te gaan in het huis des HEEREN, naar hun ordening door de hand van Aaron, huns vaders; gelijk als hem de HEERE, de God Israels, geboden had.
KJV
These were the orderings2
of them in their service3
to come4
into the house5
of the LORD,6
according to their manner,7
under8
Aaron9
their father,10
as the LORD13
God14
of Israel15
had commanded12
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Van de overigeH3498 kinderenH1121 van LeviH3878 nu, was van de kinderenH1121 van AmramH6019 SubaelH7619, van de kinderenH1121 van SubaelH7619 was JechdejaH3165.
Van de overige kinderen van Levi nu, was van de kinderen van Amram Subael, van de kinderen van Subael was Jechdeja.
KJV
And the rest3
of the sons1
of Levi2
were these: Of the sons4
of Amram;5
Shubael:6
of the sons7
of Shubael;8
Jehdeiah.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Aangaande RehabjaH7345: van de kinderenH1121 van RehabjaH7345 was JissiaH3449 het hoofdH7218.
Aangaande Rehabja: van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd.
KJV
Concerning Rehabiah:1
of the sons2
of Rehabiah,3
the first4
was Isshiah.5
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Van de JizharietenH3325 was SelomothH8013; van de kinderenH1121 van SelomothH8013 was JahathH3189.
Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.
KJV
Of the Izharites;1
Shelomoth:2
of the sons3
of Shelomoth;4
Jahath.5
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En van de kinderenH1121 van Hebron was JeriaH3404 de eerste, AmarjaH568 de tweedeH8145, JahazielH3166 de derdeH7992, JekameamH3360 de vierdeH7243.
En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.
KJV
And the sons1
of Hebron; Jeriah2
the first, Amariah3
the second,4
Jahaziel5
the third,6
Jekameam7
the fourth.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Van de kinderenH1121 van UzzielH5816 was MichaH4318; van de kinderenH1121 van MichaH4318 was SamirH8053;
Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;
KJV
Of the sons1
of Uzziel;2
Michah:3
of the sons4
of Michah;5
Shamir.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
De broederH251 van MichaH4318 was JissiaH3449; van de kinderenH1121 van JissiaH3449 was ZecharjaH2148.
De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.
KJV
The brother1
of Michah2
was Isshiah:3
of the sons4
of Isshiah;5
Zechariah.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
De kinderenH1121 van MerariH4847 waren MaheliH4249 en MusiH4187. De kinderenH1121 van JaaziaH3269 waren BenoH1121.
De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.
KJV
The sons1
of Merari2
were Mahli3
and Mushi:4
the sons5
of Jaaziah;6
Beno.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
De kinderenH1121 van MerariH4847 van JaaziaH3269 waren BenoH1121, en SohamH7719, en ZakkurH2139, en HibriH5681.
De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.
KJV
The sons1
of Merari2
by Jaaziah;3
Beno,4
and Shoham,5
and Zaccur,6
and Ibri.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Van MaheliH4249 wasH1961 EleazarH499; en die had geenH3808 kinderenH1121.
Van Maheli was Eleazar; en die had geen kinderen.
KJV
Of Mahli1
came Eleazar,2
who had no sons.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Aangaande KisH7027: de kinderenH1121 van KisH7027 waren JerahmeelH3396.
Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel.
KJV
Concerning Kish:1
the son2
of Kish3
was Jerahmeel.4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En de kinderenH1121 van MusiH4187 waren MaheliH4249, en EderH5740, en JerimothH3406. DezenH428 zijn de kinderenH1121 der LevietenH3881, naar hun vaderlijkeH1 huizenH1004.
En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.
KJV
The sons1
also of Mushi;2
Mahli,3
and Eder,4
and Jerimoth.5
These were the sons7
of the Levites8
after the house9
of their fathers.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En zij wierpenH5307 ookH1571 lotenH1486, nevens hun broederenH251, de zonenH1121 van AaronH175, voor het aangezichtH6440 van den koningH4428 DavidH1732, en ZadokH6659, en AchimelechH288, en van de hoofdenH7218 der vaderenH1 onder de priesterenH3548 en onder de LevietenH3881; het hoofdH7218 der vaderenH1 tegen zijn kleinstenH6996 broederH251.
En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.
KJV
These likewise cast1
lots4
over against5
their brethren6
the sons7
of Aaron8
in the presence9
of David10
the king,11
and Zadok,12
and Ahimelech,13
and the chief14
of the fathers15
of the priests16
and Levites,17
even the principal19
fathers18
over against20
their younger22
brethren.21
voor het aangezicht
Dat is, in de tegenwoordigheid huns vaders; of bij het leven huns vaders. Zie Gen. 11:28 .
Hertaald:
voor het aangezicht
Dat is: in de aanwezigheid van hun vader; of tijdens het leven van hun vader. Zie Gen. 11:28.
Zadok, A(c)himelech
Vergelijk hiermede onder, vs.6, 31, waar gezegd wordt dat zij opgeschreven en dat de loten geworpen zijn voor het aangezicht van David, en Zadok, en Abimelech, enz.
Hertaald:
Zadok, A(c)himelech
Vergelijk hiermee hieronder vers 6 en 31, waar gezegd wordt dat zij opgeschreven zijn en dat de loten geworpen zijn in de aanwezigheid van David, Zadok en Abimelech, enzovoort.
naar hun ambt
Of, naar hun opzicht, of orde.
Hertaald:
naar hun ambt
Of: naar hun taak, of: hun orde.
van de kinderen van Eleázar
Dat is, der nakomelingen. En zo in het volgende.
Hertaald:
van de kinderen van Eleázar
Dat is: van de nakomelingen. En zo ook in het vervolg.
meer gevonden
Te weten, nog eens zoveel, gelijk straks volgt.
Hertaald:
meer gevonden
Namelijk: nog eens zoveel, zoals hierna volgt.
zij hen afdeelden;
Te weten, die genoemd zijn vs.3.
Hertaald:
zij hen afdeelden;
Namelijk: zij die genoemd zijn in vers 3.
loten
Dat is, wat de orden of het onderscheid onder hen aanging, dat bevallen zij Gode, die het lot regeert.
Hertaald:
loten
Dat is: wat de rangorde of het onderscheid tussen hen betreft, dat viel God toe, Die het lot bestuurt.
de oversten Gods
Dat is, die van God gesteld waren over allen, die in het heiligdom dienden.
Hertaald:
de oversten Gods
Dat is: die door God aangesteld waren over allen die in het heiligdom dienden.
kinderen van Eleázar
Dat is nakomelingen.
Hertaald:
kinderen van Eleázar
Dat is: nakomelingen.
werd genomen
Te weten, door het lot.
Hertaald:
werd genomen
Namelijk: door het lot.
en van gelijken
Hebreeuws, en genomen, genomen voor Ithamar. Hetwelk sommigen alzo verstaan, dat door Ithamar, dubbel genomen is; anderen, dat hetgeen tevoren voor hem genomen was, voor hem nu genomen bleEf.
Hertaald:
en van gelijken
Hebreeuws: en genomen, genomen voor Ithamar. Dat vatten sommigen zo op dat er voor Ithamar dubbel genomen is; anderen dat wat eerder voor hem genomen was, nu ook voor hem bleef gelden.
ging uit voor Jójarib,
Men trok het lot uit emmers, of uit enig ander vat.
Hertaald:
ging uit voor Jójarib,
Men trok het lot uit emmers, of uit een ander vat.
Hakkoz,
Of, Koz.
Hertaald:
Hakkoz,
Of: Koz.
Abia,
Van deze Abia — dagordening of beurt en van diens nakomelingen was Zacharias, de vader van Johannes den Doper, Luc. 1:5 .
Hertaald:
Abia,
Uit deze dagorde of beurt van Abia en diens nakomelingen was Zacharias, de vader van Johannes de Doper, Luk. 1:5.
Happizzes,
Anders, Pitses.
Hertaald:
Happizzes,
Anders: Pitses.
te gaan
Te weten, op den sabbat, en zij bleven daar de gehele week door, tot aan den anderen sabbat, en dat ging alzo met beurten onder hen om. Zie 2 Kon. 11:5 , en 1 Kron. 9:25 .
Hertaald:
te gaan
Namelijk: op de sabbat, en zij bleven daar de hele week door, tot aan de volgende sabbat, en dat ging zo bij toerbeurt onder hen om. Zie 2 Kon. 11:5, en 1 Kron. 9:25.
door de hand
Dat is, zoals hetzelfde recht door Aäron was onderhouden, volgens de ordinantie Gods, gelijk volgt. Anders, onder de hand Aärons, dat is, onder het beleid Aärons. Verstaande van een van de nakomelingen Aärons, die het ambt des hogepriesters bediende, en Aäron daarin gevolgd was.
Hertaald:
door de hand
Dat is: zoals datzelfde recht door Aäron in acht genomen was, volgens de verordening van God, zoals volgt. Anders: onder de hand van Aäron, dat is: onder het bestuur van Aäron. Versta hieronder een van de nakomelingen van Aäron, die het hogepriesterambt uitoefende en Aäron daarin opgevolgd was.
hem de HEERE,
Te weten, Aäron.
Hertaald:
hem de HEERE,
Namelijk: Aäron.
Van de overige
Boven, 1Ch 23 zijn de Gersonieten beschreven; nu worden hier beschreven de Kahathieten en Merarieten, die de twee andere geslachten der Levieten waren.
Hertaald:
Van de overige
Hierboven, in 1 Kron. 23, zijn de Gersonieten beschreven; nu worden hier de Kehathieten en Merarieten beschreven, de twee andere geslachten van de Levieten.
Súbaël,
Hij wordt 1 Kron. 23:16 Sebuel genoemd; hij is geweest Mozes' zoonszoon, en alzo van de nakomelingen van Amram.
Hertaald:
Súbaël,
Hij wordt in 1 Kron. 23:16 Sebuel genoemd; hij was de kleinzoon van Mozes, en dus behorend tot de nakomelingen van Amram.
En van de kinderen
Dit vs. wordt hier alzo aangevuld uit 1 Kron. 23:19 , en 1 Kron. 26:31 .
Hertaald:
En van de kinderen
Dit vers wordt hier aangevuld op grond van 1 Kron. 23:19 en 1 Kron. 26:31.
kinderen van Merári
Van hier voort stelt hij de overige zonen der Levieten van het huis Merari.
Hertaald:
kinderen van Merári
Vanaf hier noemt hij de overige zonen van de Levieten van het huis Merari.
De kinderen van Jaäzia
Anders, en de zoon van Jaäzia zijns [te weten van Merari] zoons.
Hertaald:
De kinderen van Jaäzia
Anders: en de zoon van Jaäzia, zijn [namelijk van Merari] zoon.
En zij wierpen
De zin dezer woorden is, dat er zoveel hopen en beurten dezer Levieten waren, als er beurten der priesters waren, opdat elke beurt der priesters hun eigen hoop of beurt der Levieten had, om hen te dienen in het uitvoeren huns priesterambts. En alzo er vier en twintig beurten der priesters waren, alzo zijn er ook vier en twintig beurten dezer Levieten geweest waarvan de meesten hier, en de rest in vs.8-10 verhaald worden.
Hertaald:
En zij wierpen
De betekenis van deze woorden is dat er evenveel groepen en beurten van deze Levieten waren als er beurten van de priesters waren. Zo had elke beurt van de priesters zijn eigen groep of beurt van Levieten om hen te dienen bij het uitvoeren van hun priesterambt. En zoals er vierentwintig beurten van de priesters waren, zo zijn er ook vierentwintig beurten van deze Levieten geweest, waarvan de meeste hier en de rest in vers 8-10 verteld worden.
nevens hun broederen,
Of, tegenover, gelijkvormig.
Hertaald:
nevens hun broederen,
Of: tegenover, gelijkwaardig.
het hoofd der vaderen
Dat is, de kleinste broeder even zowel als de oversten onder de vaderen. Anders, Aboth het hoofd, houdende hetzelve voor een eigennaam.
Hertaald:
het hoofd der vaderen
Dat is: de jongste broer evengoed als de voornaamsten onder de vaders. Anders: Aboth het hoofd, waarbij men dat als een eigennaam opvat. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Priester onder David, hier genoemd als zoon van Abjathar (1 Kron. 18:16); de parallelplaats in 2 Sam. 8:17 noemt echter Achimelech als vader van Abjathar, zodat vader en zoon in de overlevering van deze naam mogelijk zijn omgewisseld. Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
1 Kronieken 24
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden


1 Kronieken 24
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenLeviticus 10:2→Lukas 1:5→Exodus 6:23→2 Samuël 8:17→Nehemia 12:4→Numeri 3:2→1 Kronieken 23:6→Numeri 26:60→
— Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar. Maar Nadab stierf, en Abihu, voor het aangezicht huns vaders, en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt. David nu verdeelde hen, en Zadok uit de kinderen van Eleazar, en Abimelech uit de kinderen van Ithamar, naar hun ambt in hun dienst. En van de kinderen van Eleazar werden meer gevonden tot hoofden der mannen, dan van de kinderen van Ithamar, als zij hen afdeelden; van de kinderen van Eleazar waren zestien hoofden der vaderlijke huizen, maar van de kinderen van Ithamar, naar hun vaderlijke huizen, acht. En zij deelden hen door loten af, dezen met genen; want de oversten des heiligdoms en de oversten Gods waren uit de kinderen van Eleazar en van de kinderen van Ithamar. En Semaja, de zoon van Nethaneel, de schrijver, uit de Levieten, schreef hen op, voor het aangezicht des konings, en van de vorsten, en van den priester Zadok, en van Achimelech, den zoon van Abjathar, en van de hoofden der vaderen onder de priesters en onder de Levieten; een vaderlijk huis werd genomen voor Eleazer, en desgelijks werd genomen voor Ithamar. Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja, Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim, Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin, Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,
Vóórdat de oversten van de 24 orden van de, in het vorige Hoofdstuk naar hun ambt opgegeven, eerste Levieten-klasse of priesterknechten, opgenoemd worden, volgt een verklaring van die 24 orden van de priesteren, waaraan genoemde orden van de Levieten zich aansloten (vs. 1-19); eerst daarna vernemen wij de namen van de oversten van de laatstgenoemden (vs. 29-31), en dit zijn nagenoeg dezelfde namen, die wij in Hoofdstuk 23: 7-13 ontmoet hebben; alleen worden ons de hoofden van de vaderlijke huizen uit Gersom (Hoofdstuk 13: 7-11) niet andermaal meegedeeld.
Aangaande nu de kinderen van Aäron, die in Hoofdstuk 23: 13 voorbijgegaan waren, omdat zij de van de Levieten afgezonderde priesterstand vormen, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aäron waren (Exod.6: 23) Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.
Maar Nadab stierf, en Abihu ook, door het vuur van Gods toorn (Lev.10: 1 vv.) voor het aangezicht van hun vader, en zij hadden geen kinderen, zodat deze beide zijtakken van het Aäronietische geslacht dadelijk uitstierven. En Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt, en zetten het priesterlijk geslacht alleen verder voort.
David nu verdeelde hen zó dat zij met hun twee zijtakken, onder de beide hogepriesters (Hoofdstuk 18: 16) als hoofden, twee hoofdklassen vormden, en wel Zadok uit de kinderen van Eleazar, en Abimelech uit de kinderen van Ithamar, naar hun ambt in hun dienst.
En van de kinderen van Eleazar werden meer gevonden tot 1)hoofden van de mannen dan van de kinderen van Ithamar, als zij hen afdeelden.En hij deelde hen zo af, dat hij tevens de hoofden van de 24 priester-orden er door bepaalde, namelijk, van de kinderen van Eleazar waren zestien hoofden van de vaderlijke huizen, maar van de kinderen van Ithamar, naar hun vaderlijke huizen 2), acht.
Tot, in de zin van, in betrekking tot.
Naar hun vaderlijke huizen, zo heeft de Staten-Vertaling. De grondtekst eist echter de vertaling van hoofden van de vaderlijke huizen, omdat het woord hoofden hier herhaald moet worden en in de grondtekst is weggelaten, omdat het al eenmaal stond bij de vermelding van de vaderlijke huizen van Eleazar.
En zij deelden hen, wat de orde betrof, waarin die 24 afdelingen elkaar zouden opvolgen, door loten af, dezen met genen, de een zowel als de andere, want de oversten van het heiligdom 1), en de oversten van God waren uit de kinderen van Eleazar en van de kinderen van Ithamar, uit beide hoofdklassen, zowel van Eleazars als van Ithamars nakomelingen, zolang het hogepriesterschap bediend was (Nu 25: 13), en hij wilde nu niet in schijnbare partijdigheid de ene tak boven de andere begunstigen, maar de Heere zelf over de volgorde laten beslissen.
In het Hebr. Saree-kodesch. Beter heilige oversten. Deze uitdrukking wordt afgewisseld met die van oversten van de priesters (2 Kronieken 36: 14). Oversten van God worden zij vervolgens genoemd, omdat zij in gemeenschap met God stonden en in het bijzonder Zijn dienaren waren. Sommigen, die nog verschil tussen beide uitdrukkingen zoeken, zijn van gevoelen, dat onder oversten van God de Hogepriesters verstaan moeten worden, omdat zij vergunning hadden te naderen tot het Heilige der heiligen.
En Semaja, de zoon van Nethaneël, de schrijver uit de Levieten, die het register van de priesters en Levieten hield, dat aanduidde in welke orde zij hunnen dienst moesten verrichten, schreef hen op, tekende de namen van de hoofden van die 24 orden op, voor het aangezicht van de koning, en van de vorsten, en van de ene hogepriester Zadok, en van Abimelech, de zoon van Abjathar, de andere hogepriester, en van de hoofden van de vaderen onder de priesters en onder de Levieten. Opdat zij al tezamen zich konden overtuigen hoe alles hier ordelijk en eerlijk toeging, deed hij de met de namen beschreven briefjes in twee bussen, en liet hierop bij afwisseling het lot trekken: namelijk één vaderlijk huis werd genomen voor Eleazar, en van gelijken werd genomen voor Ithamar. Indien men de loting zich zo voorstelt, dat het eerste lot genomen werd uit de bus, waarin de namen van de hoofden van de vaderlijke huizen uit de lijn Eleazar zich bevonden, maar het tweede lot uit de andere bus, waarin de briefjes waren met de namen van de hoofden van de vaderlijke huizen uit Ithamar’s lijn, dan heeft men op deze wijze acht malen geloot, totdat Ithamar’s bus leeg was (zie vs. 4) en voor de laatste acht orden alleen uit Eleazar’s bus nog loten getrokken konden worden. Men kan bovenstaande woorden ook zo opvatten, dat ieder vaderlijk huis van Ithamar voor twee lotingen zou gelden, en dat zo op iedere twee huizen van Eleazar één huis van Ithamar volgde. Werd dus met Eleazar begonnen, zo zou de opeenvolging aldus geweest Zijn: 1 en 2 lot Eleazar 3 lot Ithamar, 4 en 5 lot Eleazar, 6 lot Ithamar enz. Naar deze opvatting zullen wij het volgende verklaren.
Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib 1), het tweede voor Jedaja, uit de lijn Eleazar (Hoofdstuk 9: 10).
Tot deze dagorde behoorde later de priester Mattathias met zijn zonen en nakomelingen, de Chasmoneërs tot op Antigonus, die Herodus de Grote liet ombrengen (1 (Makk. 2: 1). Maar ook de bekende Joodse geschiedschrijver Flavius Josefus beroemt zich, dat hij niet alleen van priesterlijke afkomst in het algemeen was, maar inzonderheid ook, althans van de zijde van zijn moeder, uit de eerste van de 24 priesterorden afstamde, en dus met het koningsgeslacht van de Chasmoneën verwant was. In het eerste jaar van keizer Galigula (dus 87 jaren na Christus) aan Matthias, (bijgenaamd de gebochelde) te Jeruzalem geboren, onderscheidde hij zich reeds als knaap door zijne talenten en werd hij tot priester en schriftgeleerde bestemd. Hij liet zich achtereenvolgens in de gemeenschap van de Farizeeën, van de Sadduceeën en in de orde van de Esseërs opnemen en bracht daarna nog 3 jaren bij de kluizenaar Banus door; zijn levendig, praktisch, maar tevens eerzuchtig karakter trok hem echter het meest tot de heersende rechtgelovige sekte van de Farizeeën heen, in wier handen de eigenlijke leiding van het volk was. Hij koos dus haar zijde en bleef haar ook in zoverre getrouw, als het Farizeïsme met Griekse geestesbeschaving en een in de grote, voorname wereld gebruikelijke levenswijze zich verdroeg. In het jaar 63 na Christus reisde hij (onder dergelijke ontmoetingen als de Apostel Paulus enige jaren vroeger) naar Rome, werd aldaar door een Joodse toneelspeler van keizer Nero met keizerin Poppea, begunstigster van het Jodendom, bekend, en keerde met rijke geschenken door haar bedeeld, naar zijn vaderland terug. Niet lang na zijn terugkomst brak de opstand der Joden tegen de Romeinen uit (in het jaar 66 na Christus): hij nam er deel aan en werd bevelhebber in Galilea, maar moest zich reeds in het volgende jaar bij de inneming van Jotapata (Joz.19: 14) aan de Romeinen overgeven. Zijn voorspelling, waarbij hij aan de Romeinse veldheer Vespasianus, aan wie Nero de leiding van de strijd tegen de Joden had opgedragen, de keizerlijke waardigheid voorzegde, redde hem het leven, en deed hem de gunst winnen van deze man, maar vooral van diens zoon Titus; hem ter ere nam hij dan ook de bijnaam Flavius aan, was bij de belegering en verwoesting van Jeruzalem tegenwoordig, werd door de Romeinen tot onderhandelaar tussen hen en de Joden gebruikt, en begaf zich later naar Rome, om zich aan de studie te wijden. Maar toen met Domitianus het Flavische keizerhuis in het jaar 96 na Christus uitstierf, schijnt hij niet meer in betrekking tot het keizerlijke hof te hebben gestaan. Wanneer hij gestorven is, is niet nauwkeurig te bepalen; maar waarschijnlijk heeft hij nog omstreeks het jaar 103 na Christus geleefd. Van zijn werken zijn tot ons gekomen 1) 7 boeken over de Joodse strijd, 2) 20 boeken over Joodse geschiedenis en oudheidkunde, 3) zijn levensbeschrijving als aanhangsel tot het voorgaande geschrift, 4) 2 boeken strijdschriften tegen Apion over de hoge ouderdom van het Joodse volk. Over de plaats (Archaeol, XVIII. 3; 3) waarin hij ook de Heere Jezus vermeldt, zie Joh.1: 51.
Het derde lot ging uit voor Harim, uit de lijn Ithamar (Ezra 2: 39; 10: 21), het vierde voor Seorim.
Het vijfde voor Malchia, uit de lijn Eleazar (Hoofdstuk 9: 12), het zesde voor Mijamin, uit de lijn Ithamar.
Het zevende voor Hakkoz, (Ezra 2: 61), het achtste voor Abia 1), uit de lijn Eleazar.
Tot de achtste dagorde, die van Abia, behoorde ook de priester Zacharias, de vader van Johannes de Doper (Luk.1: 5). Omdat wij nu uit de Talmud zowel als uit Josefus weten, dat op de 9 Ab. (overeenkomende met onze maand Augustus) van het jaar 70 na Christus de tempel te Jeruzalem is verwoest, (in de avond van 8 Ab, toen werd als op het einde van een Sabbat het eerste vuur in de tempel geworpen, en op de 10 van diezelfde maand was de verwoesting volbracht (2Ki 25: 8) en de avond te voren de eerste priesterklasse, die van Jojarib (vs. 7) juist weer in dienst getreden was zo blijkt, wanneer men terugrekent, dat in het jaar 6 vóór Christus, in welk jaar de aankondiging van de Engel aan Zacharias valt, de priesterorde Abia haar dienst voor de eerste maal van 18 tot 23 April, de tweede maal van 3 tot 9 October verricht heeft. Op de 23ste April ‘s avonds verliet Zacharias de tempel, hij kon de 24ste thuis zijn. De overlevering stelt echter de aankondiging niet op deze dag maar 5 maanden later, namelijk op de 24 September. Om de overigens nog bij de berekening in acht te nemen omstandigheden (Mt 2: 2) houden wij de overlevering hier voor des te nauwkeuriger, omdat bij Zacharias en zijn vrouw in het algemeen, zoals bij Abraham en Sara, het wachten op de belofte wezenlijk behoort tot de plaats, die zij in de geschiedenis van het Godsrijk inneemt. Wij zullen er ons later uitvoeriger over verklaren. Pas van de 24ste September van het jaar 6 vóór Christus berekenen wij dan verder de aanvangstermijn voor de in Luk.1: 26 opgegeven 6 maanden, houden voor de dag van de boodschap aan Maria de 24ste Maart, en voor die van de geboorte van Christus de 25ste December van het jaar 5 vóór Christus. Het bevreemde de lezer niet, dat wij Christus laten geboren zijn vijf jaren vóór de geboorte van Christus, het is namelijk een zo goed als uitgemaakte zaak, dat onze gewone tijdrekening van 4 tot 5 jaren te laat rekent (Mt 2: 1).
Het negende lot ging voor Jesua, uit de lijn Ithamar; het tiende voor Sechanja.
Het elfde voor Eljasib, uit de lijn Eleazar het twaalfde voor Jakim, uit de lijn Ithamar.
Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab, uit de lijn Eleazar;
Het vijftiende voor Bilga, uit de lijn Ithamar; het zestiende voor Immer (Hoofdstuk 9: 12);
Het zeventiende voor Hezir, uit de lijn Eleazar; het achttiende voor Happizzes, uit de lijn Ithamar;
Het negentiende voor Petahjah; het twintigste voor Jehezkel, uit de lijn Eleazar;
Het eenentwintigste voor Jachin, uit de lijn Ithamar; het tweeentwintigste voor Gamul;
Het drieentwintigste voor Delaja, uit de lijn Eleazar; het vierentwintigste voor Maäzja, uit de lijn Ithamar.
Het ambt van dezen, de kinderen van Aäron, in hun dienst was te gaan in het huis van de Heere, naar hun ordening door de hand van Aäron, hun vader, overeenkomstig de ordening, die door hun vader Aäron voor hen vastgesteld was, zoals hem de Heere, de God van Israël, geboden had. Ieder van deze 24 priesterorden moest een week lang de priesterlijke dienst verrichten, en kwam dus iedere 24 weken of 168 dagen opnieuw, dus in ieder jaar minstens tweemaal, aan de beurt; zij trad op en af aan het einde van de Sabbat; maar dezelfde afwisseling vond ook plaats bij de 24 orden van de Levieten zowel als bij de portiers (Hoofdstuk 26: 1-19. 2 Koningen .11: 5-9).
Van de overige kinderen van Levi nu 1), die Kehathieten, die niet insgelijks priesters maar slechts priesterknechten moesten zijn (Hoofdstuk 23: 12 vv.), was van de kinderen van Amram, het vaderlijke huis van de in Hoofdstuk 23: 16 als kleinzoon van Mozes, uit zijn oudste zoon Gerson genoemde Subaël, de eerste orde, die aangeduid werd; van de kinderen van Subaël was echter het hoofd ten tijde van David, Jechdeja.
Het opschrift “van de overige kinderen van Levi” (vs. 20) vergeleken met het onderschrift: “en ook zij wierpen later, zoals de broeders de zonen van Aäron,” (vs. 31) laat een opgave van die Levitische klassen verwachten, welke tot handreiking, d.i. als helpers van de Priesters voor de dienst bij het huis van God dienden. De overigen zijn de na de optelling van de Priesters nog overige Levieten. Daaronder kan men wel is waar de gezamenlijke Levieten, buiten de Aäronieten (of Priesters), verstaan, alleen deels de aanmerking van het onderschrift, dat zij, gelijk de zonen van Aäron, het lot wierpen, deels de omstandigheid, dat in Hoofdstuk 25 de 24 ordeningen van de zangers en musici, in Hoofdstuk 26: 1-19 de afdelingen der deurwachters en in Hoofdstuk 26: 20-32 de opzieners over de schatten en de Schrijvers en de Rechters nog in het bijzonder worden opgeteld, bewijzen, dat onze afdeling slechts handelt van die Levieten-klassen, die bij de eredienst in het bijzonder werden aangesteld.
Aangaande Rehabja, het andere vaderlijke huis van de van Mozes afstammende Amramieten, die onder de stam van de Levieten gerekend werden (Hoofdstuk 23: 17): van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd, niet te verwarren met de Leviet van dezelfde naam, die in vs. 25 voorkomt.
Van de Jizharieten, het tweede geslacht van de Kehathieten, was het vaderlijke huis Selomoth of Salomith, datgene, dat een nieuwe orde, de derde onder de Kehathieten, uitmaakte; van de kinderen van Selomoth nu was Jahath, het hoofd.
En van de kinderen van Hebron, de derde afdeling van de Kehathieten, was, zoals reeds in Hoofdstuk 23: 19 vermeld is, Jeria, de eerste, Amarja de tweede, Jahaziël de derde, Jekameam de vierde; dit geslacht bevatte dus 4 orden.
Van de kinderen van Uzziël was Micha degene, die een orde van dit geslacht vormde (Hoofdstuk 23: 20); van de kinderen van Micha was het hoofd Samir.
De broeder van Micha, die de andere orde vormde (Hoofdstuk 23: 20), was Jissia; van de kinderen van Jissia was het hoofd Zecharja.
De kinderen van Merari, het derde geslacht van de Levieten (vgl. Hoofdstuk 23: 21-23), waren Maheli, en Musi. De kinderen van Jaäzia waren Beno.
De kinderen van Merari van Jaäzia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.
Van Maheli, de oudste van Merari’s zonen, was de oudste zoon Eleazar; en die, namelijk Eleazar (Hoofdstuk 23: 22), had geen kinderen.
Aangaande Kis, zijn oudere zoon, komen dus alleen nakomelingen van hem in aanmerking: de kinderen van Kis waren Jerahmeël.
En de kinderen van Musi, die behalve de in vs. 26 genoemde Jaäzia insgelijks vaderlijke huizen vormden, waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Deze, de van vs. 20 24.20 af opgegeven namen, zijn de kinderen van de Levieten, naar hun vaderlijke huizen 1).
Dat hier van de Gersonieten geen sprake is, komt, omdat deze niet onmiddellijk tot de eredienst in betrekking stonden, maar alleen (Hoofdstuk 26: 20 vv.) waren verordend tot het opzicht over de schatten van het heiligdom.
En zij wierpen ook loten, om de beurten door Goddelijke leiding aan te geven waarin zij, naast hun broeders, de zonen van Aäron, (vs. 19) hun ambt bekleden zouden, voor het aangezicht van de koning David 1), en Zadok, en Ahimelech, en van de hoofden van de vaderen onder de priesters en onder de Levieten (vs. 6); het hoofd van de vaders tegen zijn kleinste broer 2). Er zou geen rang of voorrang zijn, maar allen zouden gelijk wezen; naar het lot zou de tijd van hun bediening worden aangewezen.
De aldus bepaalde volgorde van de 24 Levieten-orden, en aan welke priesterorden ieder van hen was toegevallen, wordt ons nergens meegedeeld.
Tellen wij nu alle in onze afdeling genoemde hoofden tezamen, dan zijn het 15, die, ingeval door de vaderhuizen van de Hebronieten en de tak van de Merarieten, de Musieten, waarbij de hoofden van de klassen niet genoemd zijn, ieder vaderhuis slechts één klasse gevormd werd, slechts 15 klassen hebben uitgemaakt. Het is echter wel denkbaar, dat van de vaderhuizen van de Hebronieten en Musieten velen zo talrijk waren, dat zij meer dan één klasse vormden, zodat uit de vs. 20-29 genoemde Levieten-geslachten 24 klassen gevormd konden worden. Het onderschrift, dat zij het lot zoals hun broeders wierpen, maakt dit waarschijnlijk en de analogie van de indeling van de zangers in 24 klassen (Hoofdstuk 25) brengt deze waarschijnlijkheid wel tot zekerheid, dat de tot dienstbetoning aan de Priesters bestemde Levieten, in even zo vele dienstklassen werden gedeeld, ofschoon een uitdrukkelijke opgave daaromtrent ontbreekt en in het Oude Testament nergens een aanduiding omtrent de volgorde van de Levieten gevonden wordt.
De betekenis is, dat het lot een gelijke verdeling, zonder onderscheid, aanbracht. De Vulgata vertaalt: tam majores quam minores; omnes sors aequaliter dividebat.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel