Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschieddeH1961 nu ten tijdeH6256 van de wederkomstH8666 des jaarsH8141, ten tijdeH6256 als de koningenH4428uittrokkenH3318, zo voerdeH5090JoabH3097 de heirkrachtH2428, en hij verdierfH7843 het landH776 der kinderenH1121AmmonsH5983; en hij kwamH935, en belegerdeH6696RabbaH7237; maar DavidH1732bleefH3427 te JeruzalemH3389. En JoabH3097sloegH5221RabbaH7237, en verwoestteH2040 ze.Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.
KJVAnd it came to pass, that after2the year4was expired,3at the time5that kings7go out6to battle, Joab9led forth8the powerof the army,12and wasted13the country15of the children16of Ammon,17and came18and besieged19Rabbah.21But David22tarried23at Jerusalem.24And Joab26smote25Rabbah,28and destroyed29it.
1וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְעֵת֩H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3תְּשׁוּבַ֨תH8666wederkomst, antwoorden, keerdeanswer, be expired, return4הַשָּׁנָ֜הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5לְעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6צֵ֣אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7הַמְּלָכִ֗יםH4428koning, konings, koningenking, royal8וַיִּנְהַ֣גH5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)9יוֹאָב֩H3097Joab, JoabsJoab10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11חֵ֨ילH2426heir, voormuur, buitenmuurarmy, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall12הַצָּבָ֜אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13וַיַּשְׁחֵ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַמּ֗וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites18וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19וַיָּ֣צַרH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21רַבָּ֔הH7237RabbaRabbah, Rabbath22וְדָוִ֖ידH1732David, DavidsDavid23יֹשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry24בִּירֽוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem25וַיַּ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound26יוֹאָ֛בH3097Joab, JoabsJoab27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28רַבָּ֖הH7237RabbaRabbah, Rabbath29וַיֶּֽהֶרְסֶֽהָH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En DavidH1732namH3947 de kroonH5850 huns koningsH4428 van zijn hoofdH7218, en hij bevondH4672 haar in gewichtH4948 een talentH3603goudsH2091, en daar was edelgesteenteH3368 aan; en zij werd opH5921DavidsH1732hoofdH7218 gezet, en hij voerdeH3318zeerH3966veelH7235roofsH7998 uit de stadH5892.En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.
KJVAnd David2took1the crown4of their king5from off his head,7and found8it to weigh9a talent10of gold,11and there were precious14stones13in it; and it was set upon David's18head:17and he brought21also exceeding23much22spoil19out of the city.20
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲטֶֽרֶתH5850kroon, kronen, Krooncrown5מַלְכָּם֩H4428koning, konings, koningenking, royal6מֵעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רֹאשׁ֜וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8וַֽיִּמְצָאָ֣הּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9מִשְׁקַ֣לH4948gewicht, goudgewicht(full) weight10כִּכַּרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent11זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12וּבָהּ֙13אֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)14יְקָרָ֔הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation15וַתְּהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top18דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid19וּשְׁלַ֥לH7998buit, roof, roofsprey, spoil20הָעִ֛ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town21הוֹצִ֖יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter22הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very23מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
3Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Hij voerdeH3318 ook al het volkH5971 uit, datH834 daarin was, en hij zaagdeH7787 ze met de zaagH4050, en met ijzerenH1270dorswagensH2757, en met bijlenH4050; en alzoH3651deedH6213DavidH1732 aan alH3605 de stedenH5892 der kinderenH1121AmmonsH5983. Toen keerdeH7725DavidH1732wederomH7725 met alH3605 het volkH5971 naar JeruzalemH3389.Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.
KJVAnd he brought out5the people2that were in it, and cut6them with saws,7and with harrows8of iron,9and with axes.10Even so dealt12David13with all the cities15of the children16of Ammon.17And David19and all the people21returned18to Jerusalem.22
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָעָ֨םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בָּ֜הּ5הוֹצִ֗יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6וַיָּ֨שַׂרH7787zaagdecut7בַּמְּגֵרָ֜הH4050zaag, bijlen, zagenaxe, saw8וּבַחֲרִיצֵ֤יH2757dorswagens[phrase] cheese, harrow9הַבַּרְזֶל֙H1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron10וּבַמְּגֵר֔וֹתH4050zaag, bijlen, zagenaxe, saw11וְכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12יַעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13דָוִ֔ידH1732David, DavidsDavid14לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַמּ֑וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites18וַיָּ֧שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw19דָּוִ֛ידH1732David, DavidsDavid20וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people22יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
4En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het geschiedde daarnaH310, als de krijgH4421metH5973 de FilistijnenH1507 te GezerH6430opstondH5975, toen sloegH5221SibchaiH5444, de HusathietH2843, SippaiH5598, die van de kinderenH3211 van RafaH7497 was; en zij werden ten ondergebrachtH3665.En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.
KJVAnd it came to pass after this,2that there arose4war5at Gezer6with the Philistines;8at which time9Sibbechai11the Hushathite12slew10Sippai,14that was of the children15of the giant:16and they were subdued.17
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַתַּעֲמֹ֧דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5מִלְחָמָ֛הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6בְּגֶ֖זֶרH1507Gezer, FilistijnenGazer, Gezer7עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9אָ֣זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet10הִכָּ֞הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound11סִבְּכַ֣יH5444Sibbechai, SibchaiSibbecai, Sibbechai12הַחֻֽשָׁתִ֗יH2843HusathietHushathite13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14סִפַּ֛יH5598SippaiSippai. Compare H5593 (סַף)15מִילִדֵ֥יH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son16הָרְפָאִ֖יםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)17וַיִּכָּנֵֽעוּH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue
5Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Daarna wasH1961 er nogH5750 een krijgH4421 tegen de FilistijnenH6430, en ElhananH445, de zoonH1121 van JairH3265, versloegH5221LachmiH3902, den broederH251 van GoliathH1555, den GethietH1663, wiens spieshoutH2595 was als een weversboomH707.Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.
KJVAnd there was war3again with the Philistines;5and Elhanan7the son8of Jair9slew6Lahmi11the brother12of Goliath13the Gittite,14whose spear16staff15was like a weaver's18beam.17
1וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine6וַיַּ֞ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶלְחָנָ֣ןH445ElhananElkanan8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יָעִ֗ירH3265JairJair(from the margin)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11לַחְמִי֙H3902LachmiLahmi. See also H3433 (יָשֻׁבִי לֶחֶם)12אֲחִי֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13גָּלְיָ֣תH1555GoliathGoliath14הַגִּתִּ֔יH1663Gethiet, Gathiet, GethietenGittite15וְעֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16חֲנִית֔וֹH2595spies, spiesen, spieshoutjavelin, spear17כִּמְנ֖וֹרH4500beam18אֹרְגִֽיםH707weversboom, geweven, weversweaver(-r)
6Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daarna was er nogH5750 een krijgH4421 te GathH1661; en daar wasH1961 een zeer langH4060manH376, en zijn vingerenH676 waren zesH8337 en zesH8337, vierH702 en twintigH6242, en hijH1931 was ookH1571 van RafaH7497geborenH3205;Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;
KJVAnd yet again there was war3at Gath,4where was a man6of great stature,7whose fingers8and toeswere four12and twenty,11six9on each hand, and six10on each foot: and he also was the son15of the giant.16
1וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)4בְּגַ֑תH1661GathGath5וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִדָּ֗הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide8וְאֶצְבְּעֹתָ֤יוH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe9שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10וָשֵׁשׁ֙H8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth11עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)12וְאַרְבַּ֔עH702vier, vierhonderd, veertienfour13וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15נוֹלַ֥דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)16לְהָרָפָֽאH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)
7En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij hoondeH2778IsraelH3478, maar JonathanH3083, de zoonH1121 van SimeaH8092, den broederH251 van DavidH1732, versloegH5221 hem.En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.
KJVBut when he defied1Israel,3Jonathan5the son6of Shimea7David's9brother8slew4him.
1וַיְחָרֵ֖ףH2778honen, gehoond, smadenbetroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַיַּכֵּ֨הוּ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5יְה֣וֹנָתָ֔ןH3083Jonathan, JonathansJonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן)6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7שִׁמְעָ֖אH8092SimeaShimea, Shimei, Shamma8אֲחִ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9דָוִֽידH1732David, DavidsDavid
8Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Dezen waren van RafaH7497geborenH3205 te GathH1661; en zij vielenH5307 door de handH3027 van DavidH1732, en door de handH3027 zijner knechtenH5650.Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.
KJVThese1were born2unto the giant3in Gath;4and they fell5by the hand6of David,7and by the hand8of his servants.9
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 20:1— Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.2 Samuël 11:1→Amos 1:14→Deuteronomium 3:11→Ezechiël 21:20→Jeremia 49:2→2 Samuël 12:26→Jesaja 54:16→2 Koningen 13:20→
1 Kronieken 20:2— En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.2 Samuël 8:11→2 Samuël 12:30→1 Kronieken 18:11→
1 Kronieken 20:3— Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.Exodus 1:14→Richteren 8:16→Jozua 9:23→Psalmen 21:8→1 Koningen 9:21→Richteren 8:6→2 Samuël 12:31→1 Kronieken 19:2→
1 Kronieken 20:4— En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.2 Samuël 21:18→1 Kronieken 11:29→2 Samuël 21:15→Jozua 16:3→Jozua 12:12→
1 Kronieken 20:5— Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.2 Samuël 21:19→1 Samuël 21:9→1 Samuël 22:10→1 Samuël 17:4→1 Samuël 17:7→
1 Kronieken 20:6— Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;2 Samuël 21:20→
1 Kronieken 20:7— En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.1 Samuël 16:9→1 Kronieken 2:13→1 Samuël 17:36→1 Samuël 17:26→1 Samuël 17:10→Jesaja 37:23→
1 Kronieken 20:8— Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.Jeremia 9:23→Romeinen 8:31→Prediker 9:11→Jozua 14:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 20 vers 1— Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.
geschiedde
Zie de nadere verklaring van verscheidene duistere plaatsen van dit hfdst. 2 Sam. 11:1 , enz., en 2 Sam. 12:26 , enz.
Hertaald:geschiedde
Zie de nadere verklaring van verscheidene onduidelijke plaatsen van dit hoofdstuk in 2 Sam. 11:1, enzovoort, en 2 Sam. 12:26, enzovoort.
uittrokken,
Te weten, te veld, met hun heirlegers.
Hertaald:uittrokken,
Namelijk: ten strijde, met hun legers.
Rabba;
De hoofdstad der Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26 , 2 Sam. 12:29 .
Hertaald:Rabba;
De hoofdstad van de Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26, 2 Sam. 12:29.
verwoestte ze
Dat is, hij vernielde de stad en wierp haar te gronde.
Hertaald:verwoestte ze
Dat is: hij vernielde de stad en verwoestte haar.
1 Kronieken 20 vers 2— En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.
En David
Zie 2 Sam. 12:27 , enz.
Hertaald:En David
Zie 2 Sam. 12:27, enzovoort.
en hij voerde
Hebreeuws, en den roof der stad voerde hij uit, gans veel, of die zeer veel was.
Hertaald:en hij voerde
Hebreeuws: en de buit van de stad voerde hij uit, zeer veel, of die zeer groot was.
1 Kronieken 20 vers 3— Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.
en met bijlen;
Anders, ja met zagen.
Hertaald:en met bijlen;
Anders: ja, met zagen.
1 Kronieken 20 vers 4— En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.
Gezer
Zie 2 Sam. 5:25 , en 2 Sam. 21:18 .
Hertaald:Gezer
Zie 2 Sam. 5:25, en 2 Sam. 21:18.
Sibbechai,
Hij wordt Saf genoemd, 2 Sam. 21:18 .
Hertaald:Sibbechai,
Hij wordt Saf genoemd, 2 Sam. 21:18.
Rafa was;
Zie Deut. 2:11 .
Hertaald:Rafa was;
Zie Deut. 2:11.
zij werden
Te weten, de Filistijnen.
Hertaald:zij werden
Namelijk: de Filistijnen.
1 Kronieken 20 vers 5— Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.
Jaïr,
Hij wordt Jaäre Oregim genoemd, 2 Sam. 21:19 .
Hertaald:Jaïr,
Hij wordt Jaäre-Oregim genoemd, 2 Sam. 21:19.
1 Kronieken 20 vers 6— Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;
een zeer lang man,
Hebreeuws, een man van mate; dat is, waar veel aan te meten was, dat is, een zeer groot of lang man, gelijk Num. 13:31 ; 2 Sam. 21:20 .
Hertaald:een zeer lang man,
Hebreeuws: een man van de maat; dat is: waaraan veel te meten was, dat is: een zeer grote of lange man, zoals in Num. 13:31; 2 Sam. 21:20.
zijn vingeren
Dat is, hij had aan iedere hand zes vingers en aan iederen voet zes tenen, makende tezamen vier en twintig, zo vingers als tenen.
Hertaald:zijn vingeren
Dat is: hij had aan elke hand zes vingers en aan elke voet zes tenen, samen vierentwintig, zowel vingers als tenen.
1 Kronieken 20 vers 7— En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.
hij hoonde Israël,
Zie 1 Sam. 17:10 .
Hertaald:hij hoonde Israël,
Zie 1 Sam. 17:10.
Simea,
Anders, Samma, 1 Sam. 16:9 .
Hertaald:Simea,
Anders: Samma, 1 Sam. 16:9.
1 Kronieken 20 vers 8— Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Lachmi — mijn brood, mijn strijder (onzeker)
Broeder van Goliath, de Gethiet, wiens spiesenhout als een weversboom was; hij werd door Elhanan, de zoon van Jaïr, gedood in een strijd tegen de Filistijnen te Gob (1 Kron. 20:5); vergelijk de parallelle, tekstueel onzekere plaats in 2 Sam. 21:19.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wat de kroniekschrijver niet vertelt — het hoofdstuk over de oorlog tegen Rabba begint met de zin waarmee in Samuël de val van David inzet: "maar David bleef te Jeruzalem". Toch gaat het zonder één woord over die geschiedenis verder met de inname van de stad (1 Kron. 20:1)
De kroniekschrijver meldt dat Joab uittrok, het land der Ammonieten verdierf en Rabba belegerde, terwijl David te Jeruzalem bleef (1 Kron. 20:1). In Samuël is precies dat het beginpunt van de zonde met Bathséba en van de dood van Uria (2 Sam. 11:1-27, reeds behandeld bij Davids zonde met Bathséba en Uria). Hier volgt daarentegen onmiddellijk de inname van Rabba, de kroon op Davids hoofd en de buit (1 Kron. 20:2-3). Daarna springt het verhaal door naar de oorlogen met de Filistijnen en het verslaan van de reuzen (1 Kron. 20:4-8). Ook eerder liet de kroniekschrijver hele stukken weg: de jaren van Davids vlucht, de opstand van Absalom en de strijd om de troon komen niet ter sprake.
Bijbelse betekenis: Deze stilte is geen verdoezeling. De geschiedenis staat onverkort opgetekend in Samuël, en Davids eigen belijdenis is bewaard in de psalm die hij erover schreef; de kroniekschrijver kon en wilde niets verbergen wat het volk allang gelezen had. Zijn boek heeft een ander doel. Hij schrijft voor teruggekeerde ballingen die opnieuw moeten beginnen met tempel, priesterdienst en eredienst, en hij volgt daarom de lijn van het koningshuis en het heiligdom, niet die van de persoonlijke levensloop. Daaruit valt iets te leren over het lezen van de Schrift zelf. Verschillende boeken belichten dezelfde geschiedenis vanuit verschillende hoeken, en wie ze tegen elkaar uitspeelt, mist wat beide willen zeggen. Wie alleen Kronieken las, zou David te licht schatten; wie alleen Samuël las, zou zijn plaats in Gods bouwwerk onderschatten.
Typologie: Paulus geeft de regel waarmee al deze stof gelezen moet worden: "al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden" (Rom. 15:4). Beide beelden van David dienen die hoop: het ene laat zien hoe diep een gelovige vallen kan, het andere hoe vast Gods werk staat ondanks de man door wie het gedaan wordt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
1 Kronieken 20
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas