Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Kronieken 20

1 Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het geschieddeH1961 nu ten tijdeH6256 van de wederkomstH8666 des jaarsH8141, ten tijdeH6256 als de koningenH4428 uittrokkenH3318, zo voerdeH5090 JoabH3097 de heirkrachtH2428, en hij verdierfH7843 het landH776 der kinderenH1121 AmmonsH5983; en hij kwamH935, en belegerdeH6696 RabbaH7237; maar DavidH1732 bleefH3427 te JeruzalemH3389. En JoabH3097 sloegH5221 RabbaH7237, en verwoestteH2040 ze. Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.

KJV And it came to pass, that after2 the year4 was expired,3 at the time5 that kings7 go out6 to battle, Joab9 led forth8 the power of the army,12 and wasted13 the country15 of the children16 of Ammon,17 and came18 and besieged19 Rabbah.21 But David22 tarried23 at Jerusalem.24 And Joab26 smote25 Rabbah,28 and destroyed29 it.

1 וַיְהִ֡י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לְעֵת֩ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 תְּשׁוּבַ֨ת H8666 wederkomst, antwoorden, keerde answer, be expired, return 4 הַשָּׁנָ֜ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 לְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 צֵ֣את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 הַמְּלָכִ֗ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 וַיִּנְהַ֣ג H5090 leiden, geleid, leidde acquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth) 9 יוֹאָב֩ H3097 Joab, Joabs Joab 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 חֵ֨יל H2426 heir, voormuur, buitenmuur army, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall 12 הַצָּבָ֜א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 13 וַיַּשְׁחֵ֣ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 עַמּ֗וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 18 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 וַיָּ֣צַר H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 רַבָּ֔ה H7237 Rabba Rabbah, Rabbath 22 וְדָוִ֖יד H1732 David, Davids David 23 יֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 24 בִּירֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 25 וַיַּ֥ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 26 יוֹאָ֛ב H3097 Joab, Joabs Joab 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 רַבָּ֖ה H7237 Rabba Rabbah, Rabbath 29 וַיֶּֽהֶרְסֶֽהָ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En DavidH1732 namH3947 de kroonH5850 huns koningsH4428 van zijn hoofdH7218, en hij bevondH4672 haar in gewichtH4948 een talentH3603 goudsH2091, en daar was edelgesteenteH3368 aan; en zij werd opH5921 DavidsH1732 hoofdH7218 gezet, en hij voerdeH3318 zeerH3966 veelH7235 roofsH7998 uit de stadH5892. En David nam de kroon huns konings van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent gouds, en daar was edelgesteente aan; en zij werd op Davids hoofd gezet, en hij voerde zeer veel roofs uit de stad.

KJV And David2 took1 the crown4 of their king5 from off his head,7 and found8 it to weigh9 a talent10 of gold,11 and there were precious14 stones13 in it; and it was set upon David's18 head:17 and he brought21 also exceeding23 much22 spoil19 out of the city.20

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 דָּוִ֣יד H1732 David, Davids David 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֲטֶֽרֶת H5850 kroon, kronen, Kroon crown 5 מַלְכָּם֩ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 מֵעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רֹאשׁ֜וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 וַֽיִּמְצָאָ֣הּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 9 מִשְׁקַ֣ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 10 כִּכַּר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 11 זָהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 וּבָהּ֙ 13 אֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 14 יְקָרָ֔ה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 15 וַתְּהִ֖י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 18 דָּוִ֑יד H1732 David, Davids David 19 וּשְׁלַ֥ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 20 הָעִ֛יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 21 הוֹצִ֖יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 22 הַרְבֵּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 23 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Hij voerdeH3318 ook al het volkH5971 uit, datH834 daarin was, en hij zaagdeH7787 ze met de zaagH4050, en met ijzerenH1270 dorswagensH2757, en met bijlenH4050; en alzoH3651 deedH6213 DavidH1732 aan alH3605 de stedenH5892 der kinderenH1121 AmmonsH5983. Toen keerdeH7725 DavidH1732 wederomH7725 met alH3605 het volkH5971 naar JeruzalemH3389. Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.

KJV And he brought out5 the people2 that were in it, and cut6 them with saws,7 and with harrows8 of iron,9 and with axes.10 Even so dealt12 David13 with all the cities15 of the children16 of Ammon.17 And David19 and all the people21 returned18 to Jerusalem.22

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הָעָ֨ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 בָּ֜הּ 5 הוֹצִ֗יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 וַיָּ֨שַׂר H7787 zaagde cut 7 בַּמְּגֵרָ֜ה H4050 zaag, bijlen, zagen axe, saw 8 וּבַחֲרִיצֵ֤י H2757 dorswagens [phrase] cheese, harrow 9 הַבַּרְזֶל֙ H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 10 וּבַמְּגֵר֔וֹת H4050 zaag, bijlen, zagen axe, saw 11 וְכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 12 יַעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 דָוִ֔יד H1732 David, Davids David 14 לְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 עַמּ֑וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 18 וַיָּ֧שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 19 דָּוִ֛יד H1732 David, Davids David 20 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 22 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het geschiedde daarnaH310, als de krijgH4421 metH5973 de FilistijnenH1507 te GezerH6430 opstondH5975, toen sloegH5221 SibchaiH5444, de HusathietH2843, SippaiH5598, die van de kinderenH3211 van RafaH7497 was; en zij werden ten ondergebrachtH3665. En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.

KJV And it came to pass after this,2 that there arose4 war5 at Gezer6 with the Philistines;8 at which time9 Sibbechai11 the Hushathite12 slew10 Sippai,14 that was of the children15 of the giant:16 and they were subdued.17

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 כֵ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 4 וַתַּעֲמֹ֧ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 מִלְחָמָ֛ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 בְּגֶ֖זֶר H1507 Gezer, Filistijnen Gazer, Gezer 7 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 9 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 10 הִכָּ֞ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 סִבְּכַ֣י H5444 Sibbechai, Sibchai Sibbecai, Sibbechai 12 הַחֻֽשָׁתִ֗י H2843 Husathiet Hushathite 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 סִפַּ֛י H5598 Sippai Sippai. Compare H5593 (סַף) 15 מִילִדֵ֥י H3211 kinderen, ingeborene, ingeborenen (home-) born, child, son 16 הָרְפָאִ֖ים H7497 Rafa, reuzen, Refaieten giant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא) 17 וַיִּכָּנֵֽעוּ H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daarna wasH1961 er nogH5750 een krijgH4421 tegen de FilistijnenH6430, en ElhananH445, de zoonH1121 van JairH3265, versloegH5221 LachmiH3902, den broederH251 van GoliathH1555, den GethietH1663, wiens spieshoutH2595 was als een weversboomH707. Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.

KJV And there was war3 again with the Philistines;5 and Elhanan7 the son8 of Jair9 slew6 Lahmi11 the brother12 of Goliath13 the Gittite,14 whose spear16 staff15 was like a weaver's18 beam.17

1 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 וַיַּ֞ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 אֶלְחָנָ֣ן H445 Elhanan Elkanan 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יָעִ֗יר H3265 Jair Jair(from the margin) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 לַחְמִי֙ H3902 Lachmi Lahmi. See also H3433 (יָשֻׁבִי לֶחֶם) 12 אֲחִי֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 גָּלְיָ֣ת H1555 Goliath Goliath 14 הַגִּתִּ֔י H1663 Gethiet, Gathiet, Gethieten Gittite 15 וְעֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 חֲנִית֔וֹ H2595 spies, spiesen, spieshout javelin, spear 17 כִּמְנ֖וֹר H4500 beam 18 אֹרְגִֽים H707 weversboom, geweven, wevers weaver(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Daarna was er nogH5750 een krijgH4421 te GathH1661; en daar wasH1961 een zeer langH4060 manH376, en zijn vingerenH676 waren zesH8337 en zesH8337, vierH702 en twintigH6242, en hijH1931 was ookH1571 van RafaH7497 geborenH3205; Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingeren waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook van Rafa geboren;

KJV And yet again there was war3 at Gath,4 where was a man6 of great stature,7 whose fingers8 and toes were four12 and twenty,11 six9 on each hand, and six10 on each foot: and he also was the son15 of the giant.16

1 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 4 בְּגַ֑ת H1661 Gath Gath 5 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מִדָּ֗ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 8 וְאֶצְבְּעֹתָ֤יו H676 vinger, vingeren, vingers finger, toe 9 שֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 10 וָשֵׁשׁ֙ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 11 עֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 12 וְאַרְבַּ֔ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 13 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 נוֹלַ֥ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 16 לְהָרָפָֽא H7497 Rafa, reuzen, Refaieten giant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij hoondeH2778 IsraelH3478, maar JonathanH3083, de zoonH1121 van SimeaH8092, den broederH251 van DavidH1732, versloegH5221 hem. En hij hoonde Israel, maar Jonathan, de zoon van Simea, den broeder van David, versloeg hem.

KJV But when he defied1 Israel,3 Jonathan5 the son6 of Shimea7 David's9 brother8 slew4 him.

1 וַיְחָרֵ֖ף H2778 honen, gehoond, smaden betroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 וַיַּכֵּ֨הוּ֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 יְה֣וֹנָתָ֔ן H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 שִׁמְעָ֖א H8092 Simea Shimea, Shimei, Shamma 8 אֲחִ֥י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 דָוִֽיד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Dezen waren van RafaH7497 geborenH3205 te GathH1661; en zij vielenH5307 door de handH3027 van DavidH1732, en door de handH3027 zijner knechtenH5650. Dezen waren van Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand zijner knechten.

KJV These1 were born2 unto the giant3 in Gath;4 and they fell5 by the hand6 of David,7 and by the hand8 of his servants.9

1 אֵ֛ל H411 deze these, those. Compare H428 (אֵלֶּה) 2 נוּלְּד֥וּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 לְהָרָפָ֖א H7497 Rafa, reuzen, Refaieten giant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא) 4 בְּגַ֑ת H1661 Gath Gath 5 וַיִּפְּל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 6 בְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 דָּוִ֖יד H1732 David, Davids David 8 וּבְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 עֲבָדָֽיו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 20:1 2 Samuël 11:1 Amos 1:14 Deuteronomium 3:11 Ezechiël 21:20 Jeremia 49:2 2 Samuël 12:26 Jesaja 54:16 2 Koningen 13:20
1 Kronieken 20:2 2 Samuël 8:11 2 Samuël 12:30 1 Kronieken 18:11
1 Kronieken 20:3 Exodus 1:14 Richteren 8:16 Jozua 9:23 Psalmen 21:8 1 Koningen 9:21 Richteren 8:6 2 Samuël 12:31 1 Kronieken 19:2
1 Kronieken 20:4 2 Samuël 21:18 1 Kronieken 11:29 2 Samuël 21:15 Jozua 16:3 Jozua 12:12
1 Kronieken 20:5 2 Samuël 21:19 1 Samuël 21:9 1 Samuël 22:10 1 Samuël 17:4 1 Samuël 17:7
1 Kronieken 20:6 2 Samuël 21:20
1 Kronieken 20:7 1 Samuël 16:9 1 Kronieken 2:13 1 Samuël 17:36 1 Samuël 17:26 1 Samuël 17:10 Jesaja 37:23
1 Kronieken 20:8 Jeremia 9:23 Romeinen 8:31 Prediker 9:11 Jozua 14:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 20 vers 1

geschiedde Zie de nadere verklaring van verscheidene duistere plaatsen van dit hfdst. 2 Sam. 11:1 , enz., en 2 Sam. 12:26 , enz.

Hertaald: geschiedde Zie de nadere verklaring van verscheidene onduidelijke plaatsen van dit hoofdstuk in 2 Sam. 11:1, enzovoort, en 2 Sam. 12:26, enzovoort.

uittrokken, Te weten, te veld, met hun heirlegers.

Hertaald: uittrokken, Namelijk: ten strijde, met hun legers.

Rabba; De hoofdstad der Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26 , 2 Sam. 12:29 .

Hertaald: Rabba; De hoofdstad van de Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26, 2 Sam. 12:29.

verwoestte ze Dat is, hij vernielde de stad en wierp haar te gronde.

Hertaald: verwoestte ze Dat is: hij vernielde de stad en verwoestte haar.

1 Kronieken 20 vers 2

En David Zie 2 Sam. 12:27 , enz.

Hertaald: En David Zie 2 Sam. 12:27, enzovoort.

en hij voerde Hebreeuws, en den roof der stad voerde hij uit, gans veel, of die zeer veel was.

Hertaald: en hij voerde Hebreeuws: en de buit van de stad voerde hij uit, zeer veel, of die zeer groot was.

1 Kronieken 20 vers 3

en met bijlen; Anders, ja met zagen.

Hertaald: en met bijlen; Anders: ja, met zagen.

1 Kronieken 20 vers 4

Gezer Zie 2 Sam. 5:25 , en 2 Sam. 21:18 .

Hertaald: Gezer Zie 2 Sam. 5:25, en 2 Sam. 21:18.

Sibbechai, Hij wordt Saf genoemd, 2 Sam. 21:18 .

Hertaald: Sibbechai, Hij wordt Saf genoemd, 2 Sam. 21:18.

Rafa was; Zie Deut. 2:11 .

Hertaald: Rafa was; Zie Deut. 2:11.

zij werden Te weten, de Filistijnen.

Hertaald: zij werden Namelijk: de Filistijnen.

1 Kronieken 20 vers 5

Jaïr, Hij wordt Jaäre Oregim genoemd, 2 Sam. 21:19 .

Hertaald: Jaïr, Hij wordt Jaäre-Oregim genoemd, 2 Sam. 21:19.

1 Kronieken 20 vers 6

een zeer lang man, Hebreeuws, een man van mate; dat is, waar veel aan te meten was, dat is, een zeer groot of lang man, gelijk Num. 13:31 ; 2 Sam. 21:20 .

Hertaald: een zeer lang man, Hebreeuws: een man van de maat; dat is: waaraan veel te meten was, dat is: een zeer grote of lange man, zoals in Num. 13:31; 2 Sam. 21:20.

zijn vingeren Dat is, hij had aan iedere hand zes vingers en aan iederen voet zes tenen, makende tezamen vier en twintig, zo vingers als tenen.

Hertaald: zijn vingeren Dat is: hij had aan elke hand zes vingers en aan elke voet zes tenen, samen vierentwintig, zowel vingers als tenen.

1 Kronieken 20 vers 7

hij hoonde Israël, Zie 1 Sam. 17:10 .

Hertaald: hij hoonde Israël, Zie 1 Sam. 17:10.

Simea, Anders, Samma, 1 Sam. 16:9 .

Hertaald: Simea, Anders: Samma, 1 Sam. 16:9.

1 Kronieken 20 vers 8

zij vielen Zie 2 Sam. 21:22 .

Hertaald: zij vielen Zie 2 Sam. 21:22.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Lachmi  — mijn brood, mijn strijder (onzeker)

Broeder van Goliath, de Gethiet, wiens spiesenhout als een weversboom was; hij werd door Elhanan, de zoon van Jaïr, gedood in een strijd tegen de Filistijnen te Gob (1 Kron. 20:5); vergelijk de parallelle, tekstueel onzekere plaats in 2 Sam. 21:19.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wat de kroniekschrijver niet vertelt  — het hoofdstuk over de oorlog tegen Rabba begint met de zin waarmee in Samuël de val van David inzet: "maar David bleef te Jeruzalem". Toch gaat het zonder één woord over die geschiedenis verder met de inname van de stad (1 Kron. 20:1)

De kroniekschrijver meldt dat Joab uittrok, het land der Ammonieten verdierf en Rabba belegerde, terwijl David te Jeruzalem bleef (1 Kron. 20:1). In Samuël is precies dat het beginpunt van de zonde met Bathséba en van de dood van Uria (2 Sam. 11:1-27, reeds behandeld bij Davids zonde met Bathséba en Uria). Hier volgt daarentegen onmiddellijk de inname van Rabba, de kroon op Davids hoofd en de buit (1 Kron. 20:2-3). Daarna springt het verhaal door naar de oorlogen met de Filistijnen en het verslaan van de reuzen (1 Kron. 20:4-8). Ook eerder liet de kroniekschrijver hele stukken weg: de jaren van Davids vlucht, de opstand van Absalom en de strijd om de troon komen niet ter sprake.

Bijbelse betekenis: Deze stilte is geen verdoezeling. De geschiedenis staat onverkort opgetekend in Samuël, en Davids eigen belijdenis is bewaard in de psalm die hij erover schreef; de kroniekschrijver kon en wilde niets verbergen wat het volk allang gelezen had. Zijn boek heeft een ander doel. Hij schrijft voor teruggekeerde ballingen die opnieuw moeten beginnen met tempel, priesterdienst en eredienst, en hij volgt daarom de lijn van het koningshuis en het heiligdom, niet die van de persoonlijke levensloop. Daaruit valt iets te leren over het lezen van de Schrift zelf. Verschillende boeken belichten dezelfde geschiedenis vanuit verschillende hoeken, en wie ze tegen elkaar uitspeelt, mist wat beide willen zeggen. Wie alleen Kronieken las, zou David te licht schatten; wie alleen Samuël las, zou zijn plaats in Gods bouwwerk onderschatten.

Typologie: Paulus geeft de regel waarmee al deze stof gelezen moet worden: "al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden" (Rom. 15:4). Beide beelden van David dienen die hoop: het ene laat zien hoe diep een gelovige vallen kan, het andere hoe vast Gods werk staat ondanks de man door wie het gedaan wordt.

1 Kron. 20:1-8; 2 Sam. 11:1-27; Rom. 15:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Kronieken 20

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content