Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DezenH428 zijn de kinderenH1121 van IsraelH3478: RubenH7205, SimeonH8095, LeviH3878 en JudaH3063, IssascharH3485 en ZebulonH2074,
Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,
KJV
These are the sons2
of Israel;3
Reuben,4
Simeon,5
Levi,6
and Judah,7
Issachar,8
and Zebulun,9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Dan, JozefH3130 en BenjaminH1144, NafthaliH5321, GadH1410 en AserH836.
Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.
KJV
Dan,1
Joseph,2
and Benjamin,3
Naphtali,4
Gad,5
and Asher.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De kinderenH1121 van JudaH3063 zijn: Er, en OnanH209, en SelaH7956; drieH7969 zijn er hem geborenH3205 van de dochterH1323 van SuaH7774, de KanaanietischeH3669; en Er, de eerstgeboreneH1060 van JudaH3063, was kwaadH7451 in de ogenH5869 des HEERENH3068; daarom dooddeH4191 Hij hem.
De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanaanietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.
KJV
The sons1
of Judah;2
Er,3
and Onan,4
and Shelah:5
which three6
were born7
unto him of the daughter9
of Shua10
the Canaanitess.11
And Er,13
the firstborn14
of Judah,15
was evil16
in the sight17
of the LORD;18
and he slew19
him.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Maar ThamarH8559, zijn schoondochterH3618, baardeH3205 hem PerezH6557 en ZerahH2226. AlH3605 de zonenH1121 van JudaH3063 waren vijfH2568.
Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf.
KJV
And Tamar1
his daughter in law2
bare3
him Pharez6
and Zerah.8
All the sons10
of Judah11
were five.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De kinderenH1121 van PerezH6557 waren HezronH2696 en HamulH2538.
De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.
KJV
The sons1
of Pharez;2
Hezron,3
and Hamul.4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En de kinderenH1121 van ZerahH2226 waren ZimriH2174, en EthanH387, en HemanH1968, en ChalcolH3633, en DaraH1873. Deze allenH3605 zijn vijfH2568.
En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.
KJV
And the sons1
of Zerah;2
Zimri,3
and Ethan,4
and Heman,5
and Calcol,6
and Dara:7
five9
of them in all.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En de kinderenH1121 van CharmiH3756 waren AchanH5917, de beroerderH5916 van IsraelH3478, dieH834 zich aan het verbanneneH2764 vergreepH4603.
En de kinderen van Charmi waren Achan, de beroerder van Israel, die zich aan het verbannene vergreep.
KJV
And the sons1
of Carmi;2
Achar,3
the troubler4
of Israel,5
who transgressed7
in the thing accursed.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De kinderenH1121 van EthanH387 nu waren AzariaH5838.
De kinderen van Ethan nu waren Azaria.
KJV
And the sons1
of Ethan;2
Azariah.3
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En de kinderenH1121 van HezronH2696, dieH834 hem geborenH3205 zijn, waren JerahmeelH3396, en RamH7410, en ChelubaiH3621.
En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.
KJV
The sons1
also of Hezron,2
that were born4
unto him; Jerahmeel,7
and Ram,9
and Chelubai.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
RamH7410 nu gewonH3205 AmminadabH5992, en AmminadabH5992 gewonH3205 NahessonH5177, den vorstH5387 der kinderenH1121 van JudaH3063;
Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;
KJV
And Ram1
begat2
Amminadab;4
and Amminadab5
begat6
Nahshon,8
prince9
of the children10
of Judah;11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En NahessonH5177 gewonH3205 SalmaH8007, en SalmaH8007 gewonH3205 BoazH1162.
En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.
KJV
And Nahshon1
begat2
Salma,4
and Salma5
begat6
Boaz,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En BoazH1162 gewonH3205 ObedH5744, en ObedH5744 gewonH3205 IsaiH3448,
En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,
KJV
And Boaz1
begat2
Obed,4
and Obed5
begat6
Jesse,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En IsaiH3448 gewonH3205 EliabH446, zijn eerstgeboreneH1060, en AbinadabH41, den tweedeH8145, en SimeaH8092, den derdeH7992,
En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,
KJV
And Jesse1
begat2
his firstborn4
Eliab,6
and Abinadab7
the second,8
and Shimma9
the third,10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
NethaneelH5417, den vierdeH7243, RaddaiH7288, den vijfdeH2549,
Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,
KJV
Nethaneel1
the fourth,2
Raddai3
the fifth,4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
OzemH684, den zesdeH8345, DavidH1732, den zevendeH7637.
Ozem, den zesde, David, den zevende.
KJV
Ozem1
the sixth,2
David3
the seventh:4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En hun zustersH269 waren ZerujaH6870 en AbigailH26. De kinderenH1121 nu van ZerujaH6870 waren AbisaiH52, en JoabH3097, en Asa-ElH6214 drieH7969.
En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.
KJV
Whose sisters1
were Zeruiah,2
and Abigail.3
And the sons4
of Zeruiah;5
Abishai,6
and Joab,7
and Asahel,8
three.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En AbigailH26 baardeH3205 AmasaH6021; en de vaderH1 van AmasaH6021 was JetherH3500, een IsmaelietH3459.
En Abigail baarde Amasa; en de vader van Amasa was Jether, een Ismaeliet.
KJV
And Abigail1
bare2
Amasa:4
and the father5
of Amasa6
was Jether7
the Ishmeelite.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
KalebH3612 nu, de zoonH1121 van HezronH2696, gewonH3205 kinderenH854 uit AzubaH5806, zijn vrouwH802, en uit JeriothH3408. En de zonenH1121 van dezeH428 zijn: JeserH3475, en SobabH7727, en ArdonH715.
Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.
KJV
And Caleb1
the son2
of Hezron3
begat4
children of8
Azubah6
his wife,7
and of Jerioth:9
her sons11
are these; Jesher,12
and Shobab,13
and Ardon.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Als nu AzubaH5806 gestorvenH4191 was, zo namH3947 zich KalebH3612 EfrathH672, die baardeH3205 hem HurH2354.
Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur.
KJV
And when Azubah2
was dead,1
Caleb5
took3
unto him Ephrath,7
which bare8
him Hur.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En HurH2354 gewonH3205 UriH221, en UriH221 gewonH3205 BezaleelH1212.
En Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleel.
KJV
And Hur1
begat2
Uri,4
and Uri5
begat6
Bezaleel.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
DaarnaH310 ging HezronH2696 in totH413 de dochterH1323 van MachirH4353, den vaderH1 van GileadH1568, en hijH1931 namH3947 ze, toen hijH1931 zestigH8346 jarenH8141 oudH1121 was; en zij baardeH3205 hem SegubH7687.
Daarna ging Hezron in tot de dochter van Machir, den vader van Gilead, en hij nam ze, toen hij zestig jaren oud was; en zij baarde hem Segub.
KJV
And afterward1
Hezron3
went in2
to the daughter5
of Machir6
the father7
of Gilead,8
whom he married10
when he was threescore13
years14
old;12
and she bare15
him Segub.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
SegubH7687 nu gewonH3205 JairH2971; en hij had drieH7969 en twintigH6242 stedenH5892 in het landH776 van GileadH1568.
Segub nu gewon Jair; en hij had drie en twintig steden in het land van Gilead.
KJV
And Segub1
begat2
Jair,4
who had three8
and twenty7
cities9
in the land10
of Gilead.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En hij namH3947 GesurH1650 en AramH758, met de vlekkenH2333 van JairH2971, vanH854 dezelve, metH854 KenathH7079, en haar onderhorige plaatsenH1323, zestigH8346 stedenH5892. DezeH428 allenH3605 zijn zonenH1121 van MachirH4353, den vaderH1 van GileadH1568.
En hij nam Gesur en Aram, met de vlekken van Jair, van dezelve, met Kenath, en haar onderhorige plaatsen, zestig steden. Deze allen zijn zonen van Machir, den vader van Gilead.
KJV
And he took1
Geshur,2
and Aram,3
with the towns5
of Jair,6
from them, with Kenath,9
and the towns11
thereof, even threescore12
cities.13
All these belonged to the sons16
of Machir17
the father18
of Gilead.19
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En naH310 den doodH4194 van HezronH2696, in Kaleb-EfrathaH3613, heeft AbiaH29, HezronsH2696 huisvrouwH802, hem ook gebaardH3205 Aschur, de vaderH1 van ThekoaH8620.
En na den dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, heeft Abia, Hezrons huisvrouw, hem ook gebaard Aschur, de vader van Thekoa.
Ook in dit vers
AsschurH806
KJV
And after1
that Hezron3
was dead2
in Calebephratah,4
then Abiah8
Hezron's7
wife6
bare9
him Ashur12
the father13
of Tekoa.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
De kinderenH1121 van JerahmeelH3396 nu, den eerstgeboreneH1060 van HezronH2696, waren deze: de eerstgeboreneH1060 was RamH7410, daartoe BunaH946, en OrenH767, en OzemH684 en AhiaH281.
De kinderen van Jerahmeel nu, den eerstgeborene van Hezron, waren deze: de eerstgeborene was Ram, daartoe Buna, en Oren, en Ozem en Ahia.
KJV
And the sons2
of Jerahmeel3
the firstborn4
of Hezron5
were, Ram7
the firstborn,6
and Bunah,8
and Oren,9
and Ozem,10
and Ahijah.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
JerahmeelH3396 had nog een andere vrouwH802, welker naamH8034 was AtaraH5851; zij was de moederH517 van OnamH208.
Jerahmeel had nog een andere vrouw, welker naam was Atara; zij was de moeder van Onam.
KJV
Jerahmeel4
had also another3
wife,2
whose name5
was Atarah;6
she was the mother8
of Onam.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En de kinderenH1121 van RamH7410, den eerstgeboreneH1060 van JerahmeelH3396 warenH1961 MaazH4619, en JaminH3226, en EkerH6134.
En de kinderen van Ram, den eerstgeborene van Jerahmeel waren Maaz, en Jamin, en Eker.
KJV
And the sons2
of Ram3
the firstborn4
of Jerahmeel5
were, Maaz,6
and Jamin,7
and Eker.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
En de kinderenH1121 van OnamH208 warenH1961 SammaiH8060 en JadaH3047. En de kinderenH1121 van SammaiH8060: NadabH5070 en AbisurH51.
En de kinderen van Onam waren Sammai en Jada. En de kinderen van Sammai: Nadab en Abisur.
KJV
And the sons2
of Onam3
were, Shammai,4
and Jada.5
And the sons6
of Shammai;7
Nadab,8
and Abishur.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
De naamH8034 nu der huisvrouwH802 van AbisurH51 was AbihailH32: die baardeH3205 hem AchbanH257 en MolidH4140.
De naam nu der huisvrouw van Abisur was Abihail: die baarde hem Achban en Molid.
KJV
And the name1
of the wife2
of Abishur3
was Abihail,4
and she bare5
him Ahban,8
and Molid.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En de kinderenH1121 van NadabH5070 waren SeledH5540 en AppaimH649; en SeledH5540 stierfH4191 zonderH3808 kinderenH1121.
En de kinderen van Nadab waren Seled en Appaim; en Seled stierf zonder kinderen.
KJV
And the sons1
of Nadab;2
Seled,3
and Appaim:4
but Seled6
died5
without children.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En de kinderenH1121 van AppaimH649 waren JiseiH3469; en de kinderenH1121 van JiseiH3469 waren SesanH8348; en de kinderenH1121 van SesanH8348, AchlaiH304.
En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.
KJV
And the sons1
of Appaim;2
Ishi.3
And the sons4
of Ishi;5
Sheshan.6
And the children7
of Sheshan;8
Ahlai.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
En de kinderenH1121 van JadaH3047, den broederH251 van SammaiH8060, waren JetherH3500 en JonathanH3129; en JetherH3500 is gestorvenH4191 zonderH3808 kinderenH1121.
En de kinderen van Jada, den broeder van Sammai, waren Jether en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen.
KJV
And the sons1
of Jada2
the brother3
of Shammai;4
Jether,5
and Jonathan:6
and Jether8
died7
without children.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
De kinderenH1121 van JonathanH3129 nu waren PelethH6431 en ZazaH2117. DitH428 warenH1961 de kinderenH1121 van JerahmeelH3396.
De kinderen van Jonathan nu waren Peleth en Zaza. Dit waren de kinderen van Jerahmeel.
KJV
And the sons1
of Jonathan;2
Peleth,3
and Zaza.4
These were the sons7
of Jerahmeel.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
En SesanH8348 had geenH3808 zonenH1121, maarH3588 dochterenH1323. En SesanH8348 had een EgyptischenH4713 knechtH5650, wiens naamH8034 wasH1961 JarhaH3398.
En Sesan had geen zonen, maar dochteren. En Sesan had een Egyptischen knecht, wiens naam was Jarha.
KJV
Now Sheshan3
had no sons,4
but daughters.7
And Sheshan8
had a servant,9
an Egyptian,10
whose name11
was Jarha.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
SesanH8348 nu gafH5414 zijn dochterH1323 aan zijn knechtH5650 JarhaH3398 tot een vrouwH802; en zij baardeH3205 hem AttaiH6262.
Sesan nu gaf zijn dochter aan zijn knecht Jarha tot een vrouw; en zij baarde hem Attai.
KJV
And Sheshan2
gave1
his daughter4
to Jarha5
his servant6
to wife;7
and she bare8
him Attai.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
AttaiH6262 nu gewonH3205 NathanH5416, en NathanH5416 gewonH3205 ZabadH2066,
Attai nu gewon Nathan, en Nathan gewon Zabad,
KJV
And Attai1
begat2
Nathan,4
and Nathan5
begat6
Zabad,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
En ZabadH2066 gewonH3205 EflalH654, en EflalH654 gewonH3205 ObedH5744,
En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,
KJV
And Zabad1
begat2
Ephlal,4
and Ephlal5
begat6
Obed,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
En ObedH5744 gewonH3205 JehuH3058, en JehuH3058 gewonH3205 AzariaH5838,
En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,
KJV
And Obed1
begat2
Jehu,4
and Jehu5
begat6
Azariah,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
En AzariaH5838 gewonH3205 HelezH2503, en HelezH2503 gewonH3205 ElasaH501,
En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,
KJV
And Azariah1
begat2
Helez,4
and Helez5
begat6
Eleasah,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
En ElasaH501 gewonH3205 SismaiH5581, en SismaiH5581 gewonH3205 SallumH7967,
En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,
KJV
And Eleasah1
begat2
Sisamai,4
and Sisamai5
begat6
Shallum,8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
En SallumH7967 gewonH3205 JekamjaH3359, en JekamjaH3359 gewonH3205 ElisamaH476.
En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.
KJV
And Shallum1
begat2
Jekamiah,4
and Jekamiah5
begat6
Elishama.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
De kinderenH1121 van KalebH3612 nu, den broederH251 van JerahmeelH3396, zijn MesaH4337, zijn eerstgeboreneH1060 (dieH1931 is de vaderH1 van ZifH2128), en de kinderenH1121 van MaresaH4762, den vader van HebronH2275.
De kinderen van Kaleb nu, den broeder van Jerahmeel, zijn Mesa, zijn eerstgeborene (die is de vader van Zif), en de kinderen van Maresa, den vader van Hebron.
KJV
Now the sons1
of Caleb2
the brother3
of Jerahmeel4
were, Mesha5
his firstborn,6
which was the father8
of Ziph;9
and the sons10
of Mareshah11
the father12
of Hebron.13
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
De kinderenH1121 van HebronH2275 nu waren KorahH7141, en TappuahH8599, en RekemH7552, en SemaH8087.
De kinderen van Hebron nu waren Korah, en Tappuah, en Rekem, en Sema.
KJV
And the sons1
of Hebron;2
Korah,3
and Tappuah,4
and Rekem,5
and Shema.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44
SemaH8087 nu gewonH3205 RahamH7357, den vaderH1 van JorkeamH3421, en RekemH7552 gewonH3205 SammaiH8060.
Sema nu gewon Raham, den vader van Jorkeam, en Rekem gewon Sammai.
KJV
And Shema1
begat2
Raham,4
the father5
of Jorkoam:6
and Rekem7
begat8
Shammai.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45
De kinderenH1121 van SammaiH8060 nu waren MaonH4584; en MaonH4584 was de vaderH1 van Beth-ZurH1049.
De kinderen van Sammai nu waren Maon; en Maon was de vader van Beth-Zur.
KJV
And the son1
of Shammai2
was Maon:3
and Maon4
was the father5
of Bethzur.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46
En EfaH5891, het bijwijfH6370 van KalebH3612, baardeH3205 HaranH2771, en MozaH4162, en GazezH1495; en HaranH2771 gewonH3205 GazezH1495.
En Efa, het bijwijf van Kaleb, baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran gewon Gazez.
KJV
And Ephah,1
Caleb's3
concubine,2
bare4
Haran,6
and Moza,8
and Gazez:10
and Haran11
begat12
Gazez.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47
De kinderenH1121 van JochdaiH3056 nu waren RegemH7276, en JothamH3147, en GesanH1529, en PeletH6404, en EfaH5891, en SaafH8174.
De kinderen van Jochdai nu waren Regem, en Jotham, en Gesan, en Pelet, en Efa, en Saaf.
KJV
And the sons1
of Jahdai;2
Regem,3
and Jotham,4
and Geshan,5
and Pelet,6
and Ephah,7
and Shaaph.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48
Uit het bijwijfH6370 MaachaH4601 gewonH3205 KalebH3612: SeberH7669 en TirhanaH8647.
Uit het bijwijf Maacha gewon Kaleb: Seber en Tirhana.
KJV
Maachah,3
Caleb's2
concubine,1
bare4
Sheber,5
and Tirhanah.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49
En de huisvrouw van SaafH8174, den vaderH1 van MadmannaH4089, baardeH3205 SevaH7724, den vaderH1 van MachbenaH4343, en den vaderH1 van GibeaH1388; en de dochterH1323 van KalebH3612 was AchsaH5915.
En de huisvrouw van Saaf, den vader van Madmanna, baarde Seva, den vader van Machbena, en den vader van Gibea; en de dochter van Kaleb was Achsa.
KJV
She bare1
also Shaaph2
the father3
of Madmannah,4
Sheva6
the father7
of Machbenah,8
and the father9
of Gibea:10
and the daughter11
of Caleb12
was Achsah.13
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50
DitH428 warenH1961 de kinderenH1121 van KalebH3612, den zoonH1121 van HurH2354, den eerstgeboreneH1060 van EfrathaH672: SobalH7732, de vaderH1 van Kirjath-JearimH7157;
Dit waren de kinderen van Kaleb, den zoon van Hur, den eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim;
KJV
These were the sons3
of Caleb4
the son5
of Hur,6
the firstborn7
of Ephratah;8
Shobal9
the father10
of Kirjathjearim,11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51
SalmaH8007, de vaderH1 der BethlehemietenH1035; HarefH2780, de vaderH1 van Beth-GaderH1013.
Salma, de vader der Bethlehemieten; Haref, de vader van Beth-Gader.
KJV
Salma1
the father2
of Bethlehem,3
Hareph5
the father6
of Bethgader.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52
De kinderenH1121 van SobalH7732, den vaderH1 van Kirjath-JearimH7157, warenH1961 HaroeH7204 en HazihammenuchothH2677.
De kinderen van Sobal, den vader van Kirjath-Jearim, waren Haroe en Hazihammenuchoth.
KJV
And Shobal3
the father4
of Kirjathjearim5
had sons;2
Haroeh,7
and half
of the Manahethites.8
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53
En de geslachtenH4940 van Kirjath-JearimH7157 waren de JithrietenH3505, en de FuthietenH6336, en de SumathietenH8126, en de MisraietenH4954; van dezenH428 zijn uitgegaanH3318 de ZoraietenH6882 en de EsthaolietenH848.
En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en de Esthaolieten.
KJV
And the families1
of Kirjathjearim;2
the Ithrites,4
and the Puhites,5
and the Shumathites,6
and the Mishraites;7
of them came9
the Zareathites,10
and the Eshtaulites.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54
De kinderenH1121 van SalmaH8007 waren de BethlehemietenH1035, en de NetofathietenH5200, AtrothH5852, Beth-JoabH5854, en de helftH2677 der ManathietenH2680, en de ZorietenH6882.
De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.
KJV
The sons1
of Salma;2
Bethlehem,3
and the Netophathites,5
Ataroth,
the house of Joab,6
and half
of the Manahethites,9
the Zorites.11
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55
En de huisgezinnenH4940 der schrijversH5608, die te JabesH3258 woondenH3427, de TirathietenH8654, de SimeathietenH8101, de SuchathietenH7756; dezen zijn de KenietenH7017, dieH1992 gekomenH935 zijn van HammathH2574, den vaderH1 van het huisH1004 van RechabH7394.
En de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; dezen zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath, den vader van het huis van Rechab.
KJV
And the families1
of the scribes2
which dwelt3
at Jabez;4
the Tirathites,5
the Shimeathites,6
and Suchathites.7
These8
are the Kenites9
that came10
of Hemath,
the father12
of the house13
of Rechab.14
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
kinderen van Juda
Ofschoon Juda de oudste onder de kinderen Jakobs niet is geweest, nochtans begint de schrijver van dit boek de beschrijving van het geslachtsregister der kinderen Jakobs van Juda af, zo ten aanzien der koninklijke waardigheid, die zijnen nakomelingen wordt beloofd, Gen. 49:8 , alsook daarom, omdat Christus uit den stam van Juda zou geboren worden.
Hertaald:
kinderen van Juda
Hoewel Juda niet de oudste onder de kinderen van Jakob is geweest, begint de schrijver van dit boek de beschrijving van het geslachtsregister van de kinderen van Jakob toch bij Juda. Dat komt zowel door de koninklijke waardigheid die aan zijn nakomelingen beloofd is, Gen. 49:8, als doordat Christus uit de stam van Juda geboren zou worden.
Zimri,
Joz. 7:1 wordt hij Zabdi genoemd, en was de vader van Charmi, van denwelken vs.7 gesproken wordt.
Hertaald:
Zimri,
In Joz. 7:1 wordt hij Zabdi genoemd, en hij was de vader van Charmi, over wie in vers 7 gesproken wordt.
en Dara
Hij wordt Darda genoemd, 1 Kon. 4:31 .
Hertaald:
en Dara
Hij wordt Darda genoemd, 1 Kon. 4:31.
Achan,
Joz. 7:1 wordt hij Achan genoemd, maar hier Achar, dat is, beroerder, of verstoorder, zie Joz. 7:25 .
Hertaald:
Achan,
In Joz. 7:1 wordt hij Achan genoemd, maar hier Achar, dat is: beroerder, of verstoorder. Zie Joz. 7:25.
de beroerder van Israël,
Of, verstoorder.
Hertaald:
de beroerder van Israël,
Of: verstoorder.
De kinderen van Ethan
Hier staat kinderen, of zonen in het getal van velen, daar nochtans maar een genoemd wordt, alzo ook Gen. 46:23 .
Hertaald:
De kinderen van Ethan
Hier staat kinderen, of zonen, in het meervoud, terwijl er toch maar één genoemd wordt; zo ook in Gen. 46:23.
Ram,
Hij wordt Aram genoemd, Matt. 1:3 ; Luc. 3:33 .
Hertaald:
Ram,
Hij wordt Aram genoemd, Matth. 1:3; Luk. 3:33.
Chelúbai
Anders, Kaleb, vs.18, 42.
Hertaald:
Chelúbai
Anders: Kaleb, vers 18 en 42.
Salma,
Ruth 4:21 , en Matt. 1:4 , wordt hij Salmon genoemd.
Hertaald:
Salma,
In Ruth 4:21 en Matth. 1:4 wordt hij Salmon genoemd.
Eliab,
Anders, Elihu, 1 Kron. 27:18 .
Hertaald:
Eliab,
Anders: Elihu, 1 Kron. 27:18.
Simea,
Ook Samma, 1 Sam. 16:9 , genoemd.
Hertaald:
Simea,
Ook Samma genoemd, 1 Sam. 16:9.
den zevende
1 Sam. 16:10-11 , en 1 Sam. 17:12 , worden acht zonen van Isaï geteld. Het kan zijn, dat een zonder kinderen na te laten gestorven mag zijn, of dat hij hier is uitgelaten om nadere redenen, ons onbekend.
Hertaald:
den zevende
In 1 Sam. 16:10-11 en 1 Sam. 17:12 worden acht zonen van Isaï geteld. Het kan zijn dat een van hen gestorven is zonder kinderen na te laten, of dat hij hier om andere, ons onbekende redenen is weggelaten.
Abigaïl
Abigal, 2 Sam. 17:25 .
Hertaald:
Abigaïl
Abigal, 2 Sam. 17:25.
Abisai,
Of, Abisai.
Hertaald:
Abisai,
Of: Abisai.
Jether,
Anders, Jethro, hij wordt hier een Ismaëliet genoemd, omdat hij van het geslacht Ismaëls was, maar 2 Sam. 17:25 , wordt hij een Israëliet genoemd, omdat hij de Israëlietische religie had aangenomen.
Hertaald:
Jether,
Anders: Jethro; hij wordt hier een Ismaëliet genoemd omdat hij van het geslacht van Ismaël afstamde, maar in 2 Sam. 17:25 wordt hij een Israëliet genoemd omdat hij de Israëlitische godsdienst had aangenomen.
Kaleb
Hij is die Kaleb niet, dien Mozes heeft uitgezonden om het land Kanaän te verspieden, Num. 13:6 , want die was de zoon van Jefunne, van welken hierna 1 Kron. 4:15 zal gesproken worden; maar in dit 18 vs. wordt gesproken van Kaleb, den zoon van Hezron, en hij wordt vs.9 genoemd Chelubai.
Hertaald:
Kaleb
Hij is niet dezelfde Kaleb die Mozes heeft uitgezonden om het land Kanaän te verkennen, Num. 13:6, want dat was de zoon van Jefunne, over wie hierna in 1 Kron. 4:15 gesproken zal worden; in dit vers 18 gaat het om Kaleb, de zoon van Hezron, die in vers 9 Chelubai genoemd wordt.
de zonen van deze
Te weten, die hij bij Jerioth gewonnen heeft; want de kinderen, die hij bij Azuba gewonnen heeft, worden hierna vs.42 verhaald.
Hertaald:
de zonen van deze
Namelijk: die hij bij Jerioth verwekt heeft; want de kinderen die hij bij Azuba verwekt heeft, worden hierna in vers 42 verteld.
ging Hezron in
Dat is, hij besliep haar, of hij bekende haar, gelijk de Heilige Schrift spreekt, Gen. 4:1 , en Gen. 6:4 .
Hertaald:
ging Hezron in
Dat is: hij had gemeenschap met haar, zoals de Heilige Schrift het uitdrukt, Gen. 4:1, en Gen. 6:4.
Machir,
Hij is geweest een zoon van Manasse.
Hertaald:
Machir,
Hij was een zoon van Manasse.
vader van Gilead,
Dat is, naar sommiger gevoelen, zoveel als hoofd, overste, regent. Alzo in verscheidene volgende plaatsen. Anderen verstaan hier door Gilead den eigenlijken zoon van Machir. Zie Num. 26:29-30 , alzo onder, 1 Kron. 7:14 .
Hertaald:
vader van Gilead,
Dat is: volgens sommigen zoveel als hoofd, leider, bestuurder. Zo ook op verschillende volgende plaatsen. Anderen verstaan hier onder Gilead de eigenlijke zoon van Machir. Zie Num. 26:29-30, en zo ook hieronder 1 Kron. 7:14.
toen hij
Hebreeuws, toen hij een zoon was van zestig jaar.
Hertaald:
toen hij
Hebreeuws: toen hij een zoon van zestig jaar was.
Jaïr;
Die een zoon van Manasse genoemd wordt, Num. 32:41 , omdat zijn grootmoeder van den stam van Manasse was, te weten een dochter van Machir, vs.21. Doch Machir was een zoon van Manasse; Num. 26:29 .
Hertaald:
Jaïr;
Die een zoon van Manasse genoemd wordt, Num. 32:41, omdat zijn grootmoeder van de stam Manasse was, namelijk een dochter van Machir, vers 21. Machir zelf was een zoon van Manasse; Num. 26:29.
Kenath,
Een Nobach heeft deze stad ingenomen, Num. 32:42 . Dit is eertijds een machtige stad geweest, gelijk daaraan blijkt, dat zij zestig steden onder haar gebied gehad heeft.
Hertaald:
Kenath,
Een zekere Nobach heeft deze stad ingenomen, Num. 32:42. Dit was vroeger een machtige stad, zoals blijkt uit het feit dat er zestig steden onder haar gezag stonden.
onderhorige
Hebreeuws, dochters, gelijk elders dikwijls.
Hertaald:
onderhorige
Hebreeuws: dochters, zoals elders vaker.
Deze allen
Te weten, de zonen van Hezron, die straks genoemd zijn, te weten, Segub, Jaïr, alsook Nobach, die genoemd wordt Num. 32:42 .
Hertaald:
Deze allen
Namelijk: de zonen van Hezron die net genoemd zijn, te weten Segub en Jaïr, alsook Nobach, die genoemd wordt in Num. 32:42.
zonen van Machir,
Zij waren zonen van Machir van hun moeders zijde, want hun moeder was een dochter van Machir, maar van huns vaders zijde waren zij van den stam van Juda.
Hertaald:
zonen van Machir,
Zij waren zonen van Machir van de kant van hun moeder, want hun moeder was een dochter van Machir; maar van de kant van hun vader behoorden zij tot de stam Juda.
in
Anders, als Kaleb Efrata [had] of [getrouwd, of genomen had].
Hertaald:
in
Anders: toen Kaleb Efratha [had], of: [getrouwd, of genomen had].
Kaleb-efratha,
Dit schijnt een plaats geweest te zijn, van Kaleb alzo genoemd naar hem en zijn huisvrouw.
Hertaald:
Kaleb-efratha,
Dit lijkt een plaats geweest te zijn, zo genoemd naar Kaleb en zijn vrouw.
Thekóa
Dat is, van welken de inwoners van Thekoa gesproten zijn. Zie van de stad Thekoa 2 Sam. 14:2 , in de aantekening. Het schijnt dat deze Asschur geboren is na den dood zijns vaders Hezron.
Hertaald:
Thekóa
Dat is: van wie de inwoners van Thekoa afstammen. Zie over de stad Thekoa 2 Sam. 14:2, in de aantekening. Het lijkt erop dat deze Asschur geboren is na de dood van zijn vader Hezron.
Ahia
Anders, uit, of van Ahia, houdende dat deze was moeder der straks genoemde kinderen. Zie het volgende.
Hertaald:
Ahia
Anders: uit, of: van Ahia, ervan uitgaand dat zij de moeder was van de daarna genoemde kinderen. Zie het vervolg.
kinderen
Hier en elders meer wordt het woord kinderen in het getal van velen gesteld, daar nochtans maar een zoon of dochter gemeend wordt, gelijk boven, vs.8, en onder, vs.34. Alzo wordt ook Gen. 21:7 , en Gen_46:23 kinderen of zonen, in het getal van velen gesteld voor een kind of zoon.
Hertaald:
kinderen
Hier en op meer plaatsen staat het woord kinderen in het meervoud, terwijl maar één zoon of dochter bedoeld wordt, zoals hierboven in vers 8 en hieronder in vers 34. Zo wordt ook in Gen. 21:7 en Gen. 46:23 het woord kinderen of zonen in het meervoud gebruikt voor één kind of zoon.
Achlaï
Dit was een dochter, gelijk uit vs.34,35 is af te nemen.
Hertaald:
Achlaï
Dit was een dochter, zoals uit vers 34 en 35 blijkt.
dochteren
Dat is, een dochter, Achlai genoemd, vs.31.
Hertaald:
dochteren
Dat is: een dochter, Achlai genoemd, vers 31.
dochter
Genoemd Achlai, vs.31.
Hertaald:
dochter
Achlai genoemd, vers 31.
Zabad,
1 Kron. 11:41 , wordt wederom zijner gedacht.
Hertaald:
Zabad,
In 1 Kron. 11:41 wordt hij opnieuw genoemd.
kinderen van Kaleb
Te weten, die hij bij Hazuba gewonnen heeft; want die hij bij Jerioth gewonnen heeft, zijn verhaald vs.18, en die hij bij Efrath gewonnen heeft, worden verhaald vs.19,20.
Hertaald:
kinderen van Kaleb
Namelijk: die hij bij Hazuba verwekt heeft; want die hij bij Jerioth verwekt heeft, zijn verteld in vers 18, en die hij bij Efrath verwekt heeft, worden verteld in vers 19 en 20.
vader
Dat is, van welken de inwoners van Zif hun oorsprong genomen hebben; welke stad gelegen was in den stam van Juda, Joz. 15:55 . Zie de aantekening op 1 Sam. 23:19 .
Hertaald:
vader
Dat is: van wie de inwoners van Zif afstammen; deze stad lag in de stam Juda, Joz. 15:55. Zie de aantekening bij 1 Sam. 23:19.
Beth-zur
Dat is, der Bethzurieten, of der inwoners van Bethzur, een stad gelegen in den stam van Juda; Joz. 15:58 .
Hertaald:
Beth-zur
Dat is: van de Bethzurieten, of van de inwoners van Bethzur, een stad in de stam Juda; Joz. 15:58.
De kinderen van Jochdaï
Anders, en de kinderen [van Moza] waren Jochdai, welks kinderen zijn Regem.
Hertaald:
De kinderen van Jochdaï
Anders: en de kinderen [van Moza] waren Jochdai, wiens kinderen Regem zijn.
Uit het bijwijf
Anders, Maächa, Kalebs bijwijf, baarde Seber, enz.
Hertaald:
Uit het bijwijf
Anders: Maächa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Seber, enzovoort.
vader van Madmánna,
Madmanna, Machbena en Gibea zijn namen van steden in den stam van Juda, zodat men door vader in dit vs. moet verstaan den eersten inwoner en voorplanter dezer steden, van welken de inwoners dier steden voortgekomen zijn, gelijk vs.42, 45, 51,52.
Hertaald:
vader van Madmánna,
Madmanna, Machbena en Gibea zijn namen van steden in de stam Juda, zodat men onder vader in dit vers de eerste inwoner en stichter van deze steden moet verstaan, van wie de inwoners van die steden afstammen, zoals in vers 42, 45, 51 en 52.
Achsa
Deze was des eersten Kalebs oudste dochter.
Hertaald:
Achsa
Zij was de oudste dochter van de eerste Kaleb.
Kaleb,
Deze Kaleb is de tweede van dien naam, een zoon van Hur, dien Kaleb, de eerste van dien naam, had gewonnen bij zijn bijwijf Efrath, vs.19. Zodat deze Kaleb, van welken in dit 50 vs. gesproken wordt, was een zoonszoon van den eersten Kaleb.
Hertaald:
Kaleb,
Deze Kaleb is de tweede met die naam, een zoon van Hur, die de eerste Kaleb bij zijn bijvrouw Efrath verwekt had, vers 19. Deze Kaleb, over wie in dit vers 50 gesproken wordt, was dus een kleinzoon van de eerste Kaleb.
de vader van
Dat is, der Israëlieten, die in Kiriath-Jearim gewoond hebben.
Hertaald:
de vader van
Dat is: van de Israëlieten die in Kirjath-Jearim gewoond hebben.
vader der Bethlehemieten;
Versta dit alzo, dat deze Salma maar ten dele vader van de inwoners van Bethlehem geweest is; want Boas de Bethlehemiet was van een anderen Salma, die de zoon van Nahesson was. Zie vs.11.
Hertaald:
vader der Bethlehemieten;
Versta dit zo, dat deze Salma slechts ten dele de vader van de inwoners van Bethlehem geweest is; want Boaz de Bethlehemiet stamde af van een andere Salma, de zoon van Nahesson. Zie vers 11.
Haref,
Onder, 1 Kron. 4:4 , wordt hij Penuel genoemd.
Hertaald:
Haref,
Hieronder in 1 Kron. 4:4 wordt hij Penuel genoemd.
Hazihammenúchoth
Anders, de helft van Menuchoth; dat is van diegenen, die de helft van het land Menuchoth bewoonden. Dat Menuchot een zeker landschap geweest is, nemen enigen af uit 1 Kron. 8:6 , waar het genoemd wordt Manahath. Het was gelegen aan de grenzen van Juda, Benjamin en Dan.
Hertaald:
Hazihammenúchoth
Anders: de helft van Menuchoth; dat is: van degenen die de helft van het land Menuchoth bewoonden. Dat Menuchoth een bepaalde landstreek geweest is, leidt men onder meer af uit 1 Kron. 8:6, waar het Manahath genoemd wordt. Het lag aan de grenzen van Juda, Benjamin en Dan.
Jithrieten,
Deze en de navolgende schijnen geslachten of huizen geweest te zijn in de stad Kiriath-Jearim, die van Sobal zijn voortgekomen.
Hertaald:
Jithrieten,
Dezen en de daaropvolgende lijken geslachten of families te zijn geweest in de stad Kirjath-Jearim, die van Sobal afstamden.
De kinderen van Salma
Dat is, de nakomelingen.
Hertaald:
De kinderen van Salma
Dat is: de nakomelingen.
Atroth,
Zie Joz. 16:2 , Joz. 16:5 , Joz. 16:7 .
Hertaald:
Atroth,
Zie Joz. 16:2, Joz. 16:5, Joz. 16:7.
der schrijvers,
Deze schrijvers waren afkomstig van Jethro, den schoonvader van Mozes, en zij woonden als vreemdelingen onder het volk Gods. En opdat zij ook enigen dienst het volk Gods deden, zo waren zij gesteld tot schrijvers, dat is, als publieke notarissen, die contracten en dergelijke acten stelden en daarvan boek hielden. Zij worden hier verhaald, omdat zij onder den stam van Juda woonden. Zie Richt. 1:16 .
Hertaald:
der schrijvers,
Deze schrijvers stamden af van Jethro, de schoonvader van Mozes, en woonden als vreemdelingen onder het volk van God. Om het volk van God ook van dienst te zijn, waren zij aangesteld als schrijvers, dat is: als publieke notarissen, die overeenkomsten en dergelijke akten opstelden en daarvan boekhielden. Zij worden hier genoemd omdat zij binnen de stam Juda woonden. Zie Richt. 1:16.
Kenieten,
Dat is, de nakomelingen van Jethro, Richt. 1:16 .
Hertaald:
Kenieten,
Dat is: de nakomelingen van Jethro, Richt. 1:16.
Hammath,
Deze Hamath schijnt geweest te zijn een van de voornaamsten onder de Kenieten, en een vader der Rechabieten, die hun woning in den stam van Juda genomen hadden. Zie Jer. 35:2 . En worden alzo deze Kenieten onderscheiden van de Kenieten, die van Theber afkomstig waren en hadden hun woning genomen bij Kedes in den stam van Nafthali of van Manasse. Zie Richt. 4:11 .
Hertaald:
Hammath,
Deze Hamath lijkt een van de voornaamsten onder de Kenieten geweest te zijn, en een vader van de Rechabieten, die zich in de stam Juda gevestigd hadden. Zie Jer. 35:2. Zo worden deze Kenieten onderscheiden van de Kenieten die van Heber afstamden en zich bij Kedes in de stam Naftali of Manasse gevestigd hadden. Zie Richt. 4:11.
Rechab
Van Rechab of de Rechabieten, zie Jer. 35:2 .
Hertaald:
Rechab
Zie over Rechab of de Rechabieten Jer. 35:2. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het beloofde Zaad niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking De kroniekschrijver begint zijn boek met negen hoofdstukken namen, voor een volk dat net terug is uit de ballingschap en zich afvraagt of het nog ergens bij hoort. Dit tweede hoofdstuk gaat over de stam die er het meest toe doet. Een naamlijst die begint bij Juda en eindigt bij David — en die de zwarte bladzijden niet weglaat. **De opzet.** Eerst de twaalf zonen van Israël in één adem. Dan meteen door naar Juda, en van Juda af blijft de lijst bij hém. Dat is de keus van de schrijver: alle stammen tellen mee, maar er is er één waar de lijn doorheen loopt. **Wat hij niet weglaat.** Er staat wat er staat: “en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.” En dan: “Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah.” Zijn schoondochter. Het hoofdstuk uit Genesis dat men liever oversloeg, staat hier gewoon in de administratie van het koningshuis. **De rij.** Van Perez naar Hezron, en dan de namen die iedereen kent uit Ruth: Boaz gewon Obed, Obed gewon Isaï. En het slot van de opsomming is bijna terloops: “Ozem, den zesde, David, den zevende.” De jongste van zeven, als laatste genoemd, achteraan in een lijst — precies zoals hij als laatste uit het veld gehaald werd toen Samuël kwam zalven. **Waarom een naamlijst hier telt.** Omdat het volk voor wie dit geschreven werd geen koning meer had. De troon was leeg, de tempel herbouwd maar leeg, en de vraag was of God met dit huis nog verderging. Deze lijst is het antwoord: hij loopt door. Hij loopt van de belofte over Juda langs een schoondochter aan de kant van de weg, langs een Moabitische en een boer uit Bethlehem, tot bij de jongste zoon van Isaï. **En verder.** Mattheüs opent zijn evangelie met precies deze reeks. Wie zijn geslachtsregister naast dit hoofdstuk legt, leest dezelfde namen in dezelfde volgorde — en dat is het punt. Wat hier bijgehouden werd, kon later worden nagewezen. In het Nieuwe Testament: Genesis 38:29; Genesis 49:10; Ruth 4:18-22; 1 Samuël 16:11; Mattheüs 1:3-6; Lukas 3:32-33 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan; wel neemt Mattheüs dezelfde reeks namen op. Dat de lijst hier de belofte draagt, blijkt uit de keus van de schrijver om na de twaalf zonen onmiddellijk bij Juda door te gaan. Over de verhouding tussen de geslachtsregisters van Mattheüs en Lukas wordt verschillend gedacht; deze post gaat daar niet op in.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
1 Kronieken 2
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Van Juda tot David, in één kolom — 2:1-5, 10-15
Wat betekenen de niveaus?


1 Kronieken 2
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-55.KruisverwijzingenMattheüs 1:3→Mattheüs 1:4→Genesis 38:2→Genesis 38:13→Numeri 1:7→Genesis 35:22→Genesis 29:32→Genesis 46:12→
— Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon, Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser. De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanaanietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem. Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf. De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul. En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf. En de kinderen van Charmi waren Achan, de beroerder van Israel, die zich aan het verbannene vergreep. De kinderen van Ethan nu waren Azaria. En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai. Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;
Het derde geslachtsregister begint met de nakomelingen van de vroeger (Hoofdstuk 1: 34) buiten beschouwing gelaten twee zonen van Jakob of Israël, de erfgenaam van de verlossing, en stelt vooreerst diens 12 zonen als grondvesters van de 12 stammen van het uitverkoren volk voor (vs. 1 en 2); maar daarna gaat het nader over tot de nakomelingen van Juda, die wederom in Israël tot drager van de belofte, of tot de stam verkoren werd, waaruit de Messias moest voortkomen, en geeft andermaal 70 van zijn nakomelingen bij name op (vs. 2-33), terwijl het in een naschrift 13 geslachten van de Egyptische knecht optelt (vs. 34-41). Ten slotte volgt dan nog een aanhangsel van meer aardrijkskundige inhoud in twee delen, waarvan het eerste (vs. 42-49) de woonplaatsen van de ene reeks van Juda’s nakomelingen voorstelt, en het andere (vs. 50-55) de woonplaatsen van een tweede reeks van deze nakomelingen.
Deze zijn de kinderen van Israël, die hem uit zijn twee vrouwen en haar beide dienstmaagden geboren werden: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon van Lea.
Dan 1) van Rachels dienstmaagd Bilha; Jozef en Benjamin van Rachel; Nafthali insgelijks van Bilha; Gad en Aser, van Zilpa, Lea’s dienstmaagd (vgl. (Genesis35: 23-26).
In vs. 1 hebben we de zonen van Lea, in vs. 2 die van Rachel, maar Dan, de eerste zoon van Bilha, Rachel’s dienstmaagd, wordt nog vóór Rachel’s eigen zonen geplaatst, omdat zij hem als haar eigen zoon beschouwde (Genesis30: 3-6).
De kinderen van Juda, de belangrijkste van deze twaalf zonen, vanwege de belofte (Genesis49: 8 vv.), zijn Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua (Genesis38: 1 vv.), de Kanaänitische, bij haar naam niet nader bekend; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen van de Heere; daarom doodde Hij, de Heere, hem, nam hem door een vroegtijdige dood weg, vóórdat zijn vrouw Thamar zwanger werd.
Maar Thamar, a) zijn (Juda’s) schoondochter, baarde hem, terwijl zij naar het toen geldende recht van het Leviraats-huwelijk zijn omhelzing door list verkreeg, de tweelingzonen Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf.
MATTHEUS.1: 3
De kinderen van Perez, die door zijn doorbreken het eerstgeboorterecht boven zijn broeder verkregen had, waren Hezron en Hamul (Genesis46: 12).
En de kinderen van Zerah waren Zimri en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara 1). Deze allen zijn vijf.
Of deze allen zonen of kleinzonen, of nog verdere nakomelingen van Zerah zijn geweest, kan niet uitgemaakt worden. Hoogstwaarschijnlijk zijn alleen Zimri, Chalcol en Dara zonen of kleinzonen geweest en de beide anderen, Ethan en Heman, familieleden uit latere geslachten.
En de kinderen van Charmi, de zoon van de in het vorige vers in de eerste plaats genoemden Zimri, waren Achar 1), oorspronkelijk Achan geheten, de beroerder van Israël, die zich aan het verbannene vergreep, en daarom later aldus genoemd werd (Joz.7: 26 7.26).
Achar, niet Achan, om reeds door deze naam te beduiden, dat hij een beroerder van Israël was geweest.
De kinderen van Ethan nu, de tweede onder vs. 6 genoemde zonen, waren Azaria, overigens niet nader aangeduid. De wijze om ook daar van nakomelingen in het meervoud te spreken, waar slechts één persoon wordt aangeduid, is in geslachtsregisters zeer gebruikelijk (vs. 31; Hoofdstuk 24: 17. Genesis46: 23).
En de kinderen van Hezron, de eerstgeborene van Perez (vs. 5), die hem geboren zijn, en de stamvaders van de drie grote geslachten geworden zijn, waarin zijn nakomelingschap zich verdeelt, waren Jerahmeël, en Ram, en Chelubaï (1Ch 2: 49).
Ram nu, die ofschoon de tweede geborene, toch de gewichtigste onder de drie is, gewon Amminadab (Exod.6: 23), en Amminadab gewon Nahesson, de vorst van de kinderen van Juda (onder Num.1: 7; 2: 3; 7: 12).
Ruth 4: 19 MATTHEUS.1: 3,4
En Nahesson gewon Salma, de latere echtgenoot van Rachab (Jos 6: 25), en Salma gewon door een van zijn nakomelingen (zie Ruth 4: 21 vv.) Boaz.
En Boaz gewon bij Ruth Obed, en Obed gewon, door zijn bij name niet nader bekende zoon, Isaï.
En Isaï gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, de tweede, en Simea, de derde.
En Nethaneël, de vierde, Raddaï, de vijfde.
En hun zusters, de dochters van hun moeder bij haar eerste man Nahas (1 Samuel 16: 10), waren Zerûja en Abigaïl. De kinderen nu van Zerûja waren Abisaï, en Joab, en Asael; drie, bekend als David’s krijgshelden.
En Abigaïl baarde buiten echt, Amasa; (2 Samuel .17: 25; 19: 13; 20: 4 vv. vader van deze Amasa was Jether, een Ismaëliet.
Kaleb nu, kleinzoon of achterkleinzoon van de in vs. 9 genoemden Chelobaï; (1Ch 2: 49), de naast Ram meest belangrijke zoon, d.i. stamvader van het geslacht van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn eerste vrouw, en uit Jerioth, de tweede, van wier zonen later in vs. 42 vv. sprake zal zijn. En de zonen van deze eerste vrouw Azuba zijn deze: Jeser, en Sobab en Ardon 1).
De Peschito en in navolging daarvan de Vulgata vertalen aldus: Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, n.l. Jerioth. En de zonen hiervan zijn dezen: Jeser, en Sobab, en Ardon. In plaats van Ischa vrouw, lezen zij daar Ischto, zijn vrouw, en beschouwen dan Jerioth als de dochter, uit dit huwelijk verwekt. Deze vertaling staat beter in verband met 19.
Toen nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, d.i. de vruchtbare; die derde vrouw van Kaleb, baarde hem Hur, die Mozes’ zwager werd, en met diens broeder Aäron een uitstekende plaats onder het volk innam (Ex 17: 10).
En Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleël, de latere werkmeester bij de bouw van de tabernakel (Exod.31: 2; 35: 30).
Daarna, om hier ook van enige zijtakken van het geslacht van de Hezronieten (vs. 8), nog iets te zeggen, ging Hezron buiten huwelijk, in tot de dochter van Machir, de vader van Gilead (Nu 32: 41), en hij nam ze, nadat zij zwanger geworden was, toen hij zestig jaren oud was, en zij baarde hem Segub.
Segub nu gewon Jaïr; en hij had drieëntwintig steden in het land van Gilead, in het noordwestelijk deel van het Oost-Jordaanland, de zogenaamde Havoth-Jair of Jairs-gehuchten.
En hij nam later, waarschijnlijk in de eerste tijd van de Richters, Gesur en Aram, d.i. met de vlekken van Jaïr van deze (volgens een andere vertaling: Gesur en Aram, d.i. de Syriërs in de noordelijk daarvan gelegen landstreek Gesur (Joz.13: 13. 2 Samuel .3: 3) namen hun de nakomelingen van Jaïr, de vlekken van Jaïr weg), met Kenath en haar onderhorige plaatsen, het andere deel van het vroegere Basan, dat aan een zijtak van hetzelfde geslacht, aan Nobah, was toegevallen (De 3: 15), zestig steden, totdat dertig ervan door de richter Jaïr werden heroverd (Richteren 10: 3 vv.). Deze allen, die Jaïr met Nobah, die tezamen het land Basan tot aan de Jordaan bezaten (Joz.19: 34 MATTHEUS.19: 2), zijn zonen van Machir, de vader van Gilead, die bij de genealogie van Hezron in aanmerking komen, want Gileads nakomelingen zelf behoorden tot het geslachtsregister van Manasse (Hoofdstuk 8: 14 vv.) en ontvingen hun erfenis in het Westjordaanland. (Nu 36: 4).
En na de dood van Hezron, die stamvorst was in Kaleb-Efratha 1), in het noordelijke, in de richting Efratha of Bethlehem gelegene, en later naar Kaleb en diens vrouw Efrath genoemde deel van de landstreek Kaleb, heeft Abia, Hezrons derde huisvrouw (vgl. vs. 9 en
, hem ook, als posthumus gebaard Aschur, de vader van Thekoa 1), de grondlegger van de stad Thekoa, 2 uren zuidelijk van Bethlehem (2 (Samuel 2: 1).
Deze uitdrukking is duister. Volgens 1 Samuel .30: 14 heet een deel van de vlakte van Juda Negeb-Caleb, omdat dit tot het geslacht van Kaleb behoorde. Daarmee overeenkomstig kon ook wel de stad of plaats, waar Kaleb met zijn vrouw Efrath woonde, Kaleb-Efratha genoemd worden, wanneer Efrath deze plaats als huwelijksgift Kaleb had toegebracht, zoals een soortgelijk geval gemeld wordt in Joz.15: 18. Efrath of Efratha was de oude naam van Bethlehem en met deze hangt de naam van de vrouw van Kaleb ongetwijfeld samen; vermoedelijk werd zij naar haar geboortegrond zo genoemd. Is dit vermoeden gegrond, dan moet Kaleb-Efratha Bethlehem zijn.
De kinderen van Jerahmeël nu, de eerstgeborene van Hezron, die echter naar zijn rang in het bestuur over de stam Juda als de derde telt, waren dezen, eerst van zijn eerste vrouw: de eerstgeborene was Ram, niet te verwarren met de gelijknamige broer van zijn vader (vs.
,daartoe Buna, en Oren, en Azem, en 1) Ahia.
Vóór de laatste naam Ahia ontbreekt in de grondtekst het verbindingswoord “en; ” waarschijnlijk is Ahia de naam van de eerste vrouw, zodat wij moeten lezen: van Ahia”, zodat slechts 4 zonen geteld moeten worden, zoals ook de Syrische en Griekse vertaling doen, (welke laatste het woord in de betekenis van “zijn broeder” opvat). Dit vermoeden heeft te meer grond, omdat in het volgende vers van een andere vrouw sprake is.
Jerahmeël had nog een andere vrouw, welker naam was Atara; zij was de moeder van Onam.
En de kinderen aan Appaïm waren Jeseï (1Ch 2: 8), en de kinderen van Jeseï waren Sesan; en de kinderen van Sesan waren een dochter met name Achlaï, en deze werd, omdat hij geen zonen had (vs. 34), de erfdochter (Num.27: 1 vv.).
En de kinderen van Jada, de broeder van Sammaï (vs. 28), waren Jether en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen.
En Sesan, van wie in vs. 31 gesproken werd, had geen zonen, maar dochters, ten minste de ene Achlaï, waarmee wij hier te doen hebben. En Sesan had een Egyptische knecht, wiens naam was Jarha 1).
Dit zal ongetwijfeld nog in Egypte hebben plaats gehad. Aldaar zal Sesan een Egyptischen jongen tot zoon hebben aangenomen, waaraan hij zijn erfdochter Achlaï ten huwelijk gaf. De nakomelingen toch van dezen brengen ons in de periode van de Richteren.
Attaï nu gewon Nathan, niet te verwarren met de Profeet van die naam ten tijde van koning David, en Nathan gewon Zabad. Deze Zabad niet te verwarren met hem, die onder koning Salomo leefde.
En Obed gewon Jehu, niet te verwarren met de koning van Israël van diezelfden naam, en Jehu gewon Azaria.
En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa.
En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa.
De kinderen van Kaleb nu, de kleinzoon van Chalubai (1Ch 2: 18″ en “(1Ch 2: 49), de broer van Jerahmeël (vs. 9), zijn: Mesa, zijn eerstgeborene, (die is de vader van Zif) de grondlegger van de stad van die naam, 1 3/4 uur zuidoostelijk van Hebron (Joz.15: 55),en, behalve hem behoren tot deze geslachtslijst, de kinderen van Maresa, de vader van Hebron 1), welke eerstgenoemde met zijn geslacht in Maresa (Joz.15: 44), drie mijlen noordwestelijk van Hebron zich vestigde, terwijl de laatste de grondlegger van Hebron zelf is (2 Samuel 2: 1).
Anderen, zoals Keil, lezen: de kinderen van Mesa (in plaats van Maresa) waren Abi-Hebron. Het woord vader wordt dan onvertaald gelaten en bij Hebron gevoegd als een samengestelde naam.
De kinderen van Hebron nu waren Korah, en Tappûah (Joz.15: 34), en Rekem (Joz.18:
, en Sema.
De kinderen van Sammaï nu waren Maon, wiens stad in de woestijn Juda lag (Joz.15: 55); en Maon was de vader, grondvester, van Beth-Zur, naar wie insgelijks een stad genoemd is (Joz.15: 58).
De kinderen van Sammaï nu waren Maon, wiens stad in de woestijn Juda lag (Joz.15: 55); en Maon was de vader, grondvester, van Beth-Zur, naar wie insgelijks een stad genoemd is (Joz.15: 58).
En Efa, het een bijwijf van Kaleb, baarde Haran; zijn stad van die naam in Juda is onbekend, en Moza, wiens stad ook onbekend is, niet te verwarren met Moza in de stam Benjamin (Joz.18: 26), en Gazez, wiens stad insgelijks niet nader bekend is; en Haran gewon Gazez, deze was dus eigenlijk slechts de kleinzoon van Efa.
De kinderen van Jochdaï, misschien een tweede bijwijf van Kaleb, nu waren Rechem en Jotham, en Gesan, en Pelet en Efa, en Saäf, gezamenlijk niet nader te verklaren, ofschoon gedeeltelijk elders nog voorkomende namen.
En de huisvrouw van Saäf, te onderscheiden van een andere zoon van Kaleb, die dezelfde naam voerde (vs. 47),de vader van Madmanna, de grondlegger van een ook in Joz.15: 31 vermelde stad, baarde Seva, de vader van Machbena, een stad van deze naam komt elders niet voor, en de vader van Gibea, misschien de grondlegger van de in Joz.15: 57 vermelde plaats Gibea (Jud 19: 13); en de dochter van Kaleb was Achsa 1), (zoals ook uit (Joz.15: 16 vv. Richteren 1: 12 vv. blijkt), en bracht aan haar man Othniël de stad Debir aan.
Hieruit blijkt duidelijk, dat Kaleb, die in ons Hoofdstuk zo uitvoerig vermeld wordt, een en dezelfde persoon is met die bekende Kaleb, die een van de Israëlitische verspieders was en zijn erfdeel in en bij Hebron ontving (Num.13: 2 vv. en Joz.14: 6 vv.); want met de andere uitleggers hem van deze Kaleb te onderscheiden, en aan te nemen, dat hij insgelijks een dochter Achsa gehad heeft, zou toch een gedwongen verklaring zijn. Maar de Kaleb, uit de geschiedenis van de verspieders heet daar bestendig een zoon van Jefunne (vv. Hoofdstuk 4:
, terwijl onze Kaleb door de aanduiding: “de broeder van Jerahmeël” (vs. 42) als zoon van Hezron en als enerlei met Chalubai (vs. 9) voorkomt. Dat geen van beide het geval kan zijn, blijkt ook reeds daaruit, dat de verspieder Kaleb in het jaar 1520 vóór Christus geboren is (Joz.14: 7 vv.), maar Hezrons geboorte daarentegen, omstreeks het jaar 1687 vóór Christus plaats had. Wij moeten dus aannemen, dat tussen Chalibai (vs. 9) en Kaleb (in vs. 18 en 42) in het algemeen onderscheid bestaat, naardien de eerste Jefunne tot zoon of kleinzoon had, die later Kaleb verwekte; maar dat nochtans Chalubai niet voor de vorst van het tweede geslacht van de Ezronieten te houden is, maar diens beroemd geworden kleinzoon of achterkleinzoon Kaleb, en dat dus de in vs. 42 van de laatste gebruikte uitdrukking, “broer van Jerahmeël,” niet in lichamelijke, maar in genealogische zin te verstaan is. Daarom laat zich ook niet juist meer aangeven, hoeveel van de in vs. 18 vv. en vs. 42 vv. opgenoemde zonen aan Kaleb zelf toebehoren, en die alleen in zijn geslacht zijn overgedragen. Het Is ook in het algemeen waar, dat al deze genealogische aanwijzingen voor onze tijd veel duisters bevatten; vooral is het duidelijk dat er ook geografische betrekkingen in het spel komen, die wij in bijzonderheden niet kunnen aanduiden.
Dit waren, om hier, waar wij met geografische aanduidingen te doen hebben, het gezegde aan vs. 19 te verbinden, de kinderen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van zijn vrouw Efrata, die hij na de dood van Ahuba nam; Sobal, de vader, grondlegger van Kirjath-Jearim, deze, wiens stad 3 uren noordwestelijk van Jeruzalem gelegen was (Joz.15:
, is dan weer Hur’s zoon.
Evenzo Salma, de stamvader van de Bethlehemieten, en Haref, de vader van Beth-Gader, de grondlegger van Gader (Joz.12: 13).
De kinderen van Sabol, de vader de grondlegger van Kirjath-Jearim (vs. 50), waren Haroë en Hazi-hammenuchot.
En de geslachten van Kirjath-Jearim, die het geslacht van Sobal zelf uitmaakten, waren de Jithrieten (2 Samuel .23: 38), en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen van deze geslachten van de stad Kirjath-Jearim zijn uitgegaan de Zoraïeten en de Esthaolieten, de bewoners van de beide steden Zarea en Esthaol, nadat deze door de oorspronkelijk daar gevestigde Danieten waren verlaten (Jud 18: 12).
De kinderen van Salma, de tweede zoon van Hur (vs. 51), waren eensdeels, zoals reeds opgemerkt is, de Bethlehemieten en anderdeels de Netofathieten, bewoners van de stad Netofa (2 Samuel .23: 28), verder de bewoners van Athroth, Beth-Joab, te onderscheiden van Ataroth Adar (Joz.16: 2,5),en de helft van de Manathieten en de Zorieten, de bewoners van de andere op de stad Zarea aangelegen helft van de in vs. 52 genoemde landstreek Manuchoth.
En de insgelijks tot de nakomelingen van Salma behorende huisgezinnen, of geslachten van schrijvers, die te Jabez, een overigens niet nader bekende stad in Juda woonden, en op zichzelfn een gilde van geleerden vormden, zijn de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten: (misschien zijn die drie woorden op te vatten als afdelingen van het gilde, zoals de Vulgata doet: de zangers, de nazangers, en de tentbewoners); deze zijn de in Richteren 1: 16; 3,11, 17. 1 Samuel .15: 6; 27: 10 vermelde Kenieten, die gekomen zijn, afstammen van Hammath, de vader van het huis van Rechab, en grootvader van die Jonadab, aan wie in 2 Koningen .10: 15,36 herinnerd werd. Terwijl vs. 19 en 20 aantonen de betrekking tussen Kaleb met Bezaleël, een beroemde man uit de voortijd, spreken vs. 50 vv. van een nederzetting van Kalebs nakroost in een streek, die in de geschiedenis van Israël van grote betekenis was; want daarin lag de oude Gibeonietenstad Kirjath-Jearim, die een tijd lang bewaarster van de Bondskist was geweest (1 Samuel .6: 21 vv.), en de stad van David, Bethlehem; wij kunnen het belang, dat de Kroniekschrijvers in de mededeling van deze berichten stelden, wel vermoeden, al zijn wij ook weinig in staat dit uit hunnen inhoud op te maken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel