Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde naH310 dezen, dat NahasH5176, de koning der kinderenH1121AmmonsH5983, stierfH4191, en zijn zoonH1121 werd koning in zijn plaatsH8478.En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
Ook in dit vers
koningH4427
koningH4428
KJVNow it came to pass after this,2that Nahash5the king6of the children7of Ammon8died,4and his son10reigned9in his stead.
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַיָּ֕מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5נָחָ֖שׁH5176NahasNahash6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עַמּ֑וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites9וַיִּמְלֹ֥ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
2Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen zeideH559DavidH1732: Ik zal weldadigheidH2617doenH6213 aan HanunH2586, den zoonH1121 van NahasH5176; wantH3588 zijn vaderH1 heeft weldadigheidH2617 aan mij gedaanH6213. Daarom zondH7971DavidH1732bodenH4397, om hem te troostenH5162overH5921 zijn vaderH1. Toen de knechtenH5650 van DavidH1732 in het landH776 der kinderenH1121AmmonsH5983totH413HanunH2586kwamenH935, om hem te troostenH5162,Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten,
KJVAnd David2said,1I will shew3kindness4unto Hanun6the son7of Nahash,8because his father11shewed10kindness13to me. And David15sent14messengers16to comfort17him concerning his father.19So the servants21of David22came20into the land24of the children25of Ammon26to Hanun,28to comfort29him.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2דָּוִ֜ידH1732David, DavidsDavid3אֶֽעֱשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4חֶ֣סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6חָנ֣וּןH2586HanunHanun7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8נָחָ֗שׁH5176NahasNahash9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10עָשָׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אָבִ֤יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12עִמִּי֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13חֶ֔סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing14וַיִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)15דָּוִ֛ידH1732David, DavidsDavid16מַלְאָכִ֖יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger17לְנַחֲמ֣וֹH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20וַיָּבֹאוּ֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21עַבְדֵ֨יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant22דָוִ֜ידH1732David, DavidsDavid23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24אֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world25בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth26עַמּ֛וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites27אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)28חָנ֖וּןH2586HanunHanun29לְנַחֲמֽוֹH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
3Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo zeidenH559 de vorstenH8269 der kinderenH1121AmmonsH5983 tot HanunH2586: EertH3513DavidH1732 uw vaderH1 in uw ogenH5869, omdatH3588 hij troostersH5162 tot u gezondenH7971 heeft? Zijn nietH3808 zijn knechtenH5650totH413 u gekomenH935, om te doorzoekenH2713, en om om te keren, en om het landH776 te verspiedenH7270?Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?
KJVBut the princes2of the children3of Ammon4said1to Hanun,5Thinkest10thou that David7doth honour6thy father,9that he hath sent12comforters14unto thee? are not his servants22come21unto thee for to search,17and to overthrow,18and to spy out19the land?20
1וַיֹּאמְרוּ֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עַמּ֜וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites5לְחָנ֗וּןH2586HanunHanun6הַֽמְכַבֵּ֨דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop7דָּוִ֤ידH1732David, DavidsDavid8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אָבִ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10בְּעֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12שָׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13לְךָ֖14מְנַחֲמִ֑יםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)15הֲלֹ֡אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16בַּ֠עֲבוּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to17לַחְקֹ֨רH2713onderzocht, doorzoeken, onderzoekenfind out, (make) search (out), seek (out), sound, try18וְלַהֲפֹ֤ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)19וּלְרַגֵּל֙H7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view20הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21בָּ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant23אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
4Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Daarom namH3947HanunH2586 de knechtenH1732 van DavidH5650, en hij beschoorH1548 hen, en sneedH3772 hun klederenH4063halfH2677 af tot aan de heupenH4667, en liet hen henengaanH7971.Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan.
KJVWherefore Hanun2took1David's5servants,4and shaved6them, and cut off7their garments9in the midst10hard by their buttocks,12and sent them away.13
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2חָנ֜וּןH2586HanunHanun3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עַבְדֵ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5דָוִיד֙H1732David, DavidsDavid6וַֽיְגַלְּחֵ֔םH1548afscheren, beschoor, bescherenpoll, shave (off)7וַיִּכְרֹ֧תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מַדְוֵיהֶ֛םH4063klederengarment10בַּחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12הַמִּפְשָׂעָ֑הH4667heupenbuttocks13וַֽיְשַׁלְּחֵֽםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
5Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zij nu gingenH3212 henen, en men boodschapteH5046DavidH1732 van deze mannenH582; en hij zondH7971 hun tegemoetH7125; wantH3588dieH834mannenH582warenH1961zeerH3966beschaamdH3637. De koningH4428 dan zeideH559: BlijftH3427 te JerichoH3405, totdatH5704 ulieder baardH2206 weder gewassenH6779 zij; komt dan wederomH7725.Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom.
KJVThen there went1certain, and told2David3how the menwere served. And he sent6to meet7them: for the menwere greatly12ashamed.11And the king14said,13Tarry15at Jericho16until your beards20be grown,19and then return.21
1וַיֵּלְכוּ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיַּגִּ֨ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter3לְדָוִ֤ידH1732David, DavidsDavid4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָֽאֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7לִקְרָאתָ֔םH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11נִכְלָמִ֣יםH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame12מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well13וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal15שְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16בִֽירֵח֔וֹH3405JerichoJericho17עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19יְצַמַּ֥חH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)20זְקַנְכֶ֖םH2206baard, baards, baardenbeard21וְשַׁבְתֶּֽםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen de kinderenH1121AmmonsH5983zagenH7200, datH3588 zij zich stinkendeH887 gemaakt hadden bijH5973DavidH1732, zo zondH7971HanunH2586 en de kinderenH1121AmmonsH5983duizendH505talentenH3603zilversH3701, om zich wagenenH7393 en ruitersH6571 te hurenH7936uitH4480MesopotamieH763, en uitH4480Syrie-MaachaH758, en uit ZobaH6678;Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
KJVAnd when the children2of Ammon3saw1that they had made themselves odious5to David,7Hanun9and the children10of Ammon11sent8a thousand12talents13of silver14to hire15them chariots24and horsemen25out of Mesopotamia,18and out of Syriamaachah,21and out of Zobah.23
1וַיִּרְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5הִֽתְבָּאֲשׁ֖וּH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid8וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9חָ֠נוּןH2586HanunHanun10וּבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עַמּ֜וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites12אֶ֣לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13כִּכַּרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent14כֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)15לִשְׂכֹּ֣רH7936gehuurd, huren, huurdenearn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely16לָ֠הֶם17מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18אֲרַ֨םH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia19נַהֲרַ֜יִםH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia20וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21אֲרַ֤םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians22מַעֲכָה֙H4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)23וּמִצּוֹבָ֔הH6678ZobaZoba, Zobah24רֶ֖כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon25וּפָרָשִֽׁיםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman
7Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zodat zij zich huurdenH7936tweeH8147 en dertigH7970duizendH505wagenenH7393; en de koningH4428 van MaachaH4601 en zijn volkH5971kwamenH935 en legerdenH2583 zich voorH6440MedebaH4311; ook vergaderdenH622 de kinderenH1121AmmonsH5983 uit hun stedenH5892, en zij kwamenH935 ten strijdeH4421.Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde.
KJVSo they hired1thirty4and two3thousand5chariots,6and the king8of Maachah9and his people;11who came12and pitched13before14Medeba.15And the children16of Ammon17gathered themselves together18from their cities,19and came20to battle.21
1וַיִּשְׂכְּר֣וּH7936gehuurd, huren, huurdenearn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely2לָהֶ֡ם3שְׁנַיִם֩H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4וּשְׁלֹשִׁ֨יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5אֶ֜לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6רֶ֗כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מֶ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מַעֲכָה֙H4601Maacha, MaachathMaachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12וַיָּבֹ֕אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13וַֽיַּחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent14לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15מֵידְבָ֑אH4311MedebaMedeba16וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַמּ֗וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites18נֶאֶסְפוּ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw19מֵעָ֣רֵיהֶ֔םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21לַמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
8Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen het DavidH1732hoordeH8085, zo zondH7971 hij JoabH3097 en het ganseH3605heirH6635 met de heldenH1368.Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.
KJVAnd when David2heard1of it, he sent3Joab,5and all the host8of the mighty men.9
1וַיִּשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid3וַיִּשְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יוֹאָ֔בH3097Joab, JoabsJoab6וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8צָבָ֖אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)9הַגִּבּוֹרִֽיםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
9Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Als de kinderenH1121AmmonsH5983uitgetogenH3318 waren, zo steldenH6186 zij de slagordeH4421 voor de poortH6607 der stadH5892; maar de koningenH4428, die gekomenH935 waren, die waren bijzonderH909 in het veldH7704.Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.
KJVAnd the children2of Ammon3came out,1and put the battle5in array4before the gate6of the city:7and the kings8that were come10were by themselves in the field.12
1וַיֵּצְאוּ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites4וַיַּֽעַרְכ֥וּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וְהַמְּלָכִ֣יםH4428koning, konings, koningenking, royal9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לְבַדָּ֖םH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength12בַּשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen JoabH3097zagH7200, datH3588 de spitsH6440 der slagordeH4421 van vorenH6440 en van achterenH268tegenH413 hem wasH1961, zo verkoosH977 hij enigen uit alleH3605uitgelezenenH977 in IsraelH3478, en hij stelde hen in orde tegen de SyriersH758 aan.Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.
Ook in dit vers
stelde ordeH6186
KJVNow when Joab2saw1that the battle6was set against him before5and behind,9he chose out10of all the choice12of Israel,13and put them in array14against15the Syrians.16
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יוֹאָ֗בH3097Joab, JoabsJoab3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הָיְתָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5פְנֵיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הַמִּלְחָמָ֛הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)7אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פָּנִ֣יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9וְאָח֑וֹרH268achterwaarts, achteren, achtersteafter(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without10וַיִּבְחַ֗רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require11מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בָּחוּר֙H977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require13בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וַֽיַּעֲרֹ֖ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value15לִקְרַ֥אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way16אֲרָֽםH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians
11En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het overigeH3499 des volksH5971gafH5414 hij in de handH3027 van zijn broederH251AbisaiH52, en zij steldenH6186 hen in orde tegen de kinderenH1121AmmonsH5983 aan.En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.
KJVAnd the rest2of the people3he delivered4unto the hand5of Abishai6his brother,7and they set themselves in array8against9the children10of Ammon.11
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יֶ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with3הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4נָתַ֕ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6אַבְשַׁ֣יH52AbisaiAbishai7אָחִ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8וַיַּ֣עַרְכ֔וּH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value9לִקְרַ֖אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עַמּֽוֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites
12En hij zeide: Indien mij de Syriers te sterk worden, zo zult gij mij komen verlossen; en indien de kinderen Ammons u te sterk worden, zo zal ik u verlossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij zeideH559: IndienH518 mij de SyriersH758 te sterkH2388 worden, zo zult gij mij komenH1961 verlossen; en indienH518 de kinderenH1121AmmonsH5983 u te sterkH2388 worden, zo zal ik u verlossen.En hij zeide: Indien mij de Syriers te sterk worden, zo zult gij mij komen verlossen; en indien de kinderen Ammons u te sterk worden, zo zal ik u verlossen.
Ook in dit vers
verlossenH3467
verlossenH8668
KJVAnd he said,1If the Syrians5be too strong3for me, then thou shalt help8me: but if the children10of Ammon11be too strong12for thee, then I will help14thee.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3תֶּחֱזַ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4מִמֶּ֨נִּי֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5אֲרָ֔םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians6וְהָיִ֥יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִּ֖י8לִתְשׁוּעָ֑הH8668heil, verlossing, overwinningdeliverance, help, safety, salvation, victory9וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עַמּ֛וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites12יֶֽחֶזְק֥וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand13מִמְּךָ֖H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14וְהוֹשַׁעְתִּֽיךָH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
13Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Wees sterkH2388, en laat ons sterkH2388 zijn voor ons volkH5971, en voor de stedenH5892 onzes GodsH430; de HEEREH3068 nu doeH6213, wat goedH2896 is in Zijn ogenH5869.Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.
KJVBe of good courage,1and let us behave ourselves valiantly2for our people,4and for the cities6of our God:7and let the LORD8do11that which is good9in his sight.10
1חֲזַ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2וְנִֽתְחַזְּקָה֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3בְּעַדH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within4עַמֵּ֔נוּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וּבְעַ֖דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within6עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9הַטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10בְּעֵינָ֖יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11יַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
14Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen naderdeH5066JoabH3097 en het volkH5971, datH834bijH5973 hem was, ten strijdeH4421 voor het aangezichtH6440 der SyriersH758; en zij vlodenH5127 voor zijn aangezichtH6440.Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
KJVSo Joab2and the people3that were with him drew nigh1before6the Syrians7unto the battle;8and they fled9before10him.
1וַיִּגַּ֨שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2יוֹאָ֜בH3097Joab, JoabsJoab3וְהָעָ֧םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עִמּ֛וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians8לַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9וַיָּנ֖וּסוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard10מִפָּנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
15Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen de kinderenH1121AmmonsH5983zagenH7200, datH3588 de SyriersH758vlodenH5127, zo vlodenH5127zijH1992ookH1571 voor het aangezichtH6440 van AbisaiH52, zijn broederH251, en zij kwamenH935 in de stadH5892; en JoabH3097kwamH935 te JeruzalemH3389.Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.
KJVAnd when the children1of Ammon2saw3that the Syrians6were fled,5they likewise fled7before10Abishai11his brother,12and entered13into the city.14Then Joab16came15to Jerusalem.17
1וּבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2עַמּ֤וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites3רָאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5נָ֣סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard6אֲרָ֔םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians7וַיָּנ֣וּסוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard8גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9הֵ֗םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אַבְשַׁ֣יH52AbisaiAbishai12אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14הָעִ֑ירָהH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16יוֹאָ֖בH3097Joab, JoabsJoab17יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
16Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16AlsH3588 de SyriersH758zagenH7200, dat zij voor het aangezichtH6440 van IsraelH3478geslagenH5062 waren, zo zondenH7971 zij bodenH4397, en brachtenH3318 de SyriersH758 uit, dieH834 aan geneH5676 zijde der rivierH5104 woonden; en SofachH7780, de krijgsoversteH8269 van Hadar-ezer, toog voor hun aangezichtH6440 heen.Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.
KJVAnd when the Syrians2saw1that they were put to the worse4before5Israel,6they sent7messengers,8and drew forth9the Syrians11that were beyond13the river:14and Shophach15the captain16of the host17of Hadarezerwent before19them.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֲרָ֗םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4נִגְּפוּ֮H5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַֽיִּשְׁלְחוּ֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8מַלְאָכִ֔יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9וַיּוֹצִ֣יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲרָ֔םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13מֵעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight14הַנָּהָ֑רH5104rivier, rivieren, stromenflood, river15וְשׁוֹפַ֛ךְH7780SofachShophach16שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward17צְבָ֥אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)18הֲדַדְעֶ֖זֶרH1909Hadad-, Hadad-Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר)19לִפְנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
17Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen het DavidH1732 werd aangezegdH5046, zo vergaderdeH622 hij gansH3605IsraelH3478, en hij toogH5674 over de JordaanH3383, en hij kwamH935totH413 hen, en hij stelde de slagordeH4421 tegen hen. Als DavidH1732 de slagorde tegen de SyriersH758gesteldH6186 had, zo stredenH3898 zij metH5973 hem.Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem.
Ook in dit vers
stelde slagordeH6186
KJVAnd it was told1David;2and he gathered3all Israel,6and passed over7Jordan,8and came9upon them, and set the battle in array11against them. So when David14had put the battle17in array13against15the Syrians,16they fought18with him.
1וַיֻּגַּ֣דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְדָוִ֗ידH1732David, DavidsDavid3וַיֶּאֱסֹ֤ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַיַּעֲבֹ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan9וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וַֽיַּעֲרֹ֖ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value12אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13וַיַּעֲרֹ֨ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value14דָּוִ֜ידH1732David, DavidsDavid15לִקְרַ֤אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way16אֲרָם֙H758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians17מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)18וַיִּֽלָּחֲמ֖וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)19עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
18Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Doch de SyriersH758vlodenH5127 voor het aangezichtH6440 van IsraelH3478, en DavidH1732versloegH2026 van de SyriersH758zevenH7651duizendH505wagenenH7393, en veertigH705duizendH505mannenH376 te voetH7273; daartoe dooddeH4191 hij SofachH7780, den krijgsoversteH8269.Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.
KJVBut the Syrians2fled1before3Israel;4and David6slew5of the Syrians7seven8thousand9men which fought in chariots,10and forty11thousand12footmen,13and killed19Shophach16the captain17of the host.18
1וַיָּ֣נָסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard2אֲרָם֮H758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians3מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיַּהֲרֹ֨גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely6דָּוִ֜ידH1732David, DavidsDavid7מֵאֲרָ֗םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians8שִׁבְעַ֤תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand10רֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon11וְאַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty12אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14רַגְלִ֑יH7273voet, voetvolks, voetgangers(on) foot(-man)15וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שׁוֹפַ֥ךְH7780SofachShophach17שַֽׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward18הַצָּבָ֖אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)19הֵמִֽיתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
19Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen de knechtenH5650 van Hadar-ezer zagenH7200, datH3588 zij geslagenH5062 waren, voor het aangezichtH6440 van IsraelH3478, zo maakten zij vredeH7999metH5973DavidH1732, en diendenH5647 hem; en de SyriersH758wildenH14 de kinderenH1121AmmonsH5983nietH3808meerH5750verlossenH3467.Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
KJVAnd when the servants2of Hadarezersaw1that they were put to the worse5before6Israel,7they made peace8with David,10and became his servants:11neither would13the Syrians14help15the children17of Ammon18any more.
1וַיִּרְא֞וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2עַבְדֵ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3הֲדַדְעֶ֗זֶרH1909Hadad-, Hadad-Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר)4כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5נִגְּפוּ֙H5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיַּשְׁלִ֥ימוּH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely9עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid11וַיַּֽעַבְדֻ֑הוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אָבָ֣הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing14אֲרָ֔םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians15לְהוֹשִׁ֥יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites19עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 19:1— En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.2 Samuël 10:1→1 Samuël 11:1→1 Samuël 12:12→
1 Kronieken 19:2— Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten,Esther 6:3→2 Samuël 9:7→2 Samuël 9:1→Nehemia 4:7→Genesis 19:37→Deuteronomium 23:3→1 Samuël 30:26→2 Koningen 4:13→
1 Kronieken 19:3— Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?Genesis 42:9→1 Samuël 29:9→Richteren 1:23→Jozua 2:1→Richteren 18:8→1 Koningen 12:8→Richteren 18:2→1 Samuël 29:4→
1 Kronieken 19:4— Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan.2 Samuël 10:4→Jeremia 48:37→Lukas 20:10→Leviticus 19:27→Jesaja 47:2→Jeremia 41:5→2 Kronieken 36:16→Jesaja 15:2→
1 Kronieken 19:5— Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom.Richteren 16:22→1 Koningen 16:34→Jozua 6:24→Mattheüs 18:31→
1 Kronieken 19:6— Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→1 Samuël 14:47→2 Kronieken 18:3→2 Kronieken 25:6→Lukas 10:16→
1 Kronieken 19:7— Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde.Jozua 13:9→Numeri 21:30→Jozua 13:16→Exodus 14:9→Psalmen 20:7→Jesaja 15:2→1 Kronieken 18:4→Richteren 4:3→
1 Kronieken 19:8— Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.2 Samuël 23:8→1 Kronieken 11:10→1 Kronieken 11:6→
1 Kronieken 19:9— Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.Joël 2:5→2 Kronieken 14:10→2 Kronieken 13:3→1 Koningen 20:1→2 Samuël 18:4→2 Samuël 10:8→Jesaja 28:6→Jeremia 50:42→
1 Kronieken 19:10— Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.Jozua 8:22→2 Samuël 10:9→Richteren 20:42→
1 Kronieken 19:11— En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.1 Kronieken 18:12→1 Kronieken 11:20→1 Kronieken 19:9→
1 Kronieken 19:12— En hij zeide: Indien mij de Syriers te sterk worden, zo zult gij mij komen verlossen; en indien de kinderen Ammons u te sterk worden, zo zal ik u verlossen.Nehemia 4:20→Filippenzen 1:27→Galaten 6:2→Prediker 4:9→
1 Kronieken 19:13— Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.2 Samuël 10:12→2 Samuël 15:26→Richteren 10:15→Jozua 1:7→Deuteronomium 31:6→Ezra 10:4→1 Samuël 14:6→1 Samuël 4:9→
1 Kronieken 19:14— Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.1 Koningen 20:13→Jeremia 46:15→1 Koningen 20:19→1 Koningen 20:28→2 Kronieken 13:5→
1 Kronieken 19:15— Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.Romeinen 8:31→Leviticus 26:7→
1 Kronieken 19:16— Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.2 Samuël 10:16→Micha 4:11→Jesaja 8:9→Psalmen 2:1→Zacharia 14:1→
1 Kronieken 19:17— Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem.Jesaja 22:6→1 Kronieken 19:9→
1 Kronieken 19:18— Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.2 Samuël 10:18→Psalmen 46:11→1 Kronieken 19:13→Psalmen 18:32→Psalmen 33:16→
1 Kronieken 19:19— Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.1 Kronieken 14:17→Psalmen 48:3→2 Samuël 10:19→Jesaja 10:8→Genesis 14:4→Jozua 9:9→1 Koningen 20:1→Psalmen 18:44→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 19 vers 1— En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
het geschiedde
Hetgeen in dit hfdst. geschreven staat, is eerst verhaald 2Sa 10 . Zie de verdere verklaring der duistere plaatsen aldaar.
Hertaald:het geschiedde
Wat in dit hoofdstuk geschreven staat, is eerst verteld in 2 Sam. 10. Zie daar de verdere verklaring van de onduidelijke plaatsen.
1 Kronieken 19 vers 3— Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?
en om te keren
Dat is, om het land te verderven en te verwoesten, nadat zij het zullen doorwandeld en verspied hebben.
Hertaald:en om te keren
Dat is: om het land te vernielen en te verwoesten, nadat zij het zullen doorkruist en verkend hebben.
1 Kronieken 19 vers 4— Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan.
beschoor hen,
Dat is, hij liet hen scheren, te weten, hun baard half af, of aan de ene zijde; de gezanten Davids alzo beschimpende. Zie 2 Sam. 10:4 .
Hertaald:beschoor hen,
Dat is: hij liet hen scheren, namelijk hun baard half af, of aan één kant; zo bespotte hij de gezanten van David. Zie 2 Sam. 10:4.
de heupen,
Anders, de billen.
Hertaald:de heupen,
Anders: de billen.
1 Kronieken 19 vers 5— Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom.
Zij nu gingen henen,
Anders, en men ging en boodschapte David door mannen, enz.
Hertaald:Zij nu gingen henen,
Anders: en men ging en berichtte David door mannen, enzovoort.
waren
Dat is, hun was grote schande en smaadheid aangedaan.
Hertaald:waren
Dat is: hun was grote schande en smaad aangedaan.
1 Kronieken 19 vers 6— Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
Mesopotámië,
Hebreeuws, Aram, of Syrië der twee rivieren. Zie de aantekening Gen. 24:10 .
Hertaald:Mesopotámië,
Hebreeuws: Aram, of: Syrië van de twee rivieren. Zie de aantekening bij Gen. 24:10.
1 Kronieken 19 vers 7— Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde.
twee en dertig duizend
Dit kan men verstaan van zoveel krijgsvolk, die op de wagens streden.
Hertaald:twee en dertig duizend
Dit kan men opvatten als zoveel krijgsvolk dat op de wagens streed.
1 Kronieken 19 vers 9— Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.
der stad;
Te weten, voor Medeba, van welke stad vs.7 gesproken wordt. Doch anderen menen dat zij zich voor hun stad Rabba gelegerd hebben, welke de hoofdstad der Ammonieten was, van welker belegering en inneming onder, 1Ch 20 , gesproken wordt.
Hertaald:der stad;
Namelijk: vóór Medeba, de stad waarover in vers 7 gesproken wordt. Anderen menen echter dat zij zich hebben opgesteld vóór hun stad Rabba, die de hoofdstad van de Ammonieten was, waarover de belegering en inname hieronder in 1 Kron. 20 gesproken wordt.
1 Kronieken 19 vers 11— En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.
Abisai,
Anders, Abisai; 2 Sam. 10:10 .
Hertaald:Abisai,
Anders: Abisai; 2 Sam. 10:10.
1 Kronieken 19 vers 12— En hij zeide: Indien mij de Syriers te sterk worden, zo zult gij mij komen verlossen; en indien de kinderen Ammons u te sterk worden, zo zal ik u verlossen.
zeide
Te weten, tot Absai.
Hertaald:zeide
Namelijk: tegen Abisai.
komen verlossen;
Hebreeuws, tot verlossing zijn.
Hertaald:komen verlossen;
Hebreeuws: tot verlossing zijn.
1 Kronieken 19 vers 14— Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
zij vloden
Te weten, de Syriërs.
Hertaald:zij vloden
Namelijk: de Syriërs.
1 Kronieken 19 vers 15— Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.
in de stad;
Te weten, in de stad Medeba, welke de Ammonieten toenmaals inhadden.
Hertaald:in de stad;
Namelijk: in de stad Medeba, die de Ammonieten op dat moment in bezit hadden.
1 Kronieken 19 vers 16— Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.
der rivier
Versta hier de rivier Eufraat.
Hertaald:der rivier
Versta hieronder de rivier de Eufraat.
Sofach,
Hij wordt Sobach genoemd, 2 Sam. 10:16 .
Hertaald:Sofach,
Hij wordt Sobach genoemd, 2 Sam. 10:16.
Hadar-ezer,
Zie boven, 1 Kron. 18:5 .
Hertaald:Hadar-ezer,
Zie hierboven 1 Kron. 18:5.
1 Kronieken 19 vers 18— Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.
zeven duizend wagenen,
Zie de aantekening 2 Sam. 10:18 .
Hertaald:zeven duizend wagenen,
Zie de aantekening bij 2 Sam. 10:18.
1 Kronieken 19 vers 19— Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
dienden hem;
Dat is, zij werden hem onderdanig, en zij gaven hem tribuut.
Hertaald:dienden hem;
Dat is: zij werden hem onderdanig en betaalden hem schatting.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sofach — uitbreiding (onzeker)
Krijgsoverste van Hadar-ezer, die de Syrische troepen tegen David aanvoerde nadat dezen door de Ammonieten waren ingehuurd; hij werd door David verslagen en gedood (1 Kron. 19:16-18); elders Sobach genoemd (vgl. 2 Sam. 10:16-18).
Ezer (zoon van Efraïm) — hulp
Zoon van Efraïm; hij en zijn broer Elad werden door de mannen van Gath gedood toen zij afdaalden om hun vee weg te nemen, wat hun vader Efraïm vele dagen deed rouwen (1 Kron. 7:20-22).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Medeba — Hebreeuws, mogelijk "water van rust" of "stille wateren"
Ligging: In het Overjordaanse, in het gebied van Ruben, ten zuiden van Hesbon.
Geschiedenis: Hier verzamelden zich de gehuurde Syrische troepen van de Ammonieten, na Chanuns smadelijke belediging van Davids gezanten, voor de veldslag tegen Joab en Abisai — een veldslag die David en Israël overtuigend wonnen (1 Kron. 19:6-15; parallel aan 2 Sam. 10, waar deze plaatsnaam niet genoemd wordt).
Bijbelse betekenis: Onderdeel van dezelfde geschiedenis als Rabba der Ammonieten (al bestaand): de eerste, beslissende slag die uiteindelijk zou uitlopen op het langdurige beleg van de Ammonitische hoofdstad, tijdens hetwelk David in zonde viel met Batseba.
Archeologie: Medeba (het huidige Madaba in Jordanië) is wereldberoemd om de zesde-eeuwse "Madaba-kaart", een Byzantijns mozaïek dat de oudste bewaard gebleven kaart van het Heilige Land is, met een gedetailleerde weergave van onder meer Jeruzalem.
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJozua 13:9→Numeri 21:30→2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→Jozua 13:16→2 Samuël 10:1→ — En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats. Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten, Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden? Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan. Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom. Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba; Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde. Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden. Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld. Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan. Hierna volgt het bericht van de grootste en moeilijkste oorlog uit David’s regering, die hij tegen buitenlandse vijanden gevoerd heeft, de Ammonitisch-Syrische oorlog. Bij de dood van Nahas, de koning van de Ammonieten, die met hem bevriend was, zendt David aan diens zoon en opvolger Hanun een gezantschap om hem rouwbeklag te doen, dat echter op het schandelijks behandeld wordt door Hanun, die zich door zijn vorsten op het dwaalspoor had laten leiden. Zeer goed ziende, dat hij zich daarmee een oorlog van David’s zijde op de hals gehaald had, wist hij een sterk Syrisch leger te krijgen. Nochtans slaat Joab de Syriërs, die bij Medeba zich gelegerd hebben, op de vlucht, en nu zien de Ammonieten zich genoodzaakt om achter de muren van hun hoofdstad zich terug te trekken (Vergelijk 2 Samuel .10: 1-14).
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:1→1 Samuël 11:1→1 Samuël 12:12→— En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
En het geschiedde hierna, omstreeks het jaar 1037 vóór Christus (1Ki 2: 11), dat Nahas, de koning van de kinderen van Ammon, stierf, en zijn zoon Hanun werd koning in zijn plaats.
KruisverwijzingenEsther 6:3→2 Samuël 9:7→2 Samuël 9:1→Nehemia 4:7→Genesis 19:37→Deuteronomium 23:3→1 Samuël 30:26→2 Koningen 4:13→— Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten,
Toen zei David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, de zoon van Nahas, door mij als vriend en nabuur jegens hem te betonen; want zijn vader heeft voorheen weldadigheid aan mij gedaan, en mij bij dergelijke gelegenheden, die mij zelf betroffen, zijn vriendschappelijke gezindheid te kennen gegeven. Daarom zond David boden naar Rabbath-Ammon, om hem te troosten over zijn vader, en met zijn troonsbeklimming geluk te wensen. Toen de knechten van David in het land van de kinderen van Ammon tot Hanun kwamen, om hem te troosten, hem het rouwbeklag van hun koning en meester over de dood van zijn vader over te brengen;
KruisverwijzingenGenesis 42:9→1 Samuël 29:9→Richteren 1:23→Jozua 2:1→Richteren 18:8→1 Koningen 12:8→Richteren 18:2→1 Samuël 29:4→— Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?
Zo zeiden de vorsten van de kinderen van Ammon, naar de aard van boze raadslieden, die het goede dat zij zien op het verkeerdst uitleggen, tot Hanun: Eer David inderdaad, in waarheid, uw vader in uw ogen, denkt u dat het hem om een vriendschappelijke betrekking met u te doen is, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet integendeel zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken hoe onze stad het best is in te nemen, en om te keren, haar later aan te grijpen en te verwoesten, en hebben dus deze voorgewende troosters wel enig ander doel dan om het land te verspieden? Hoed u daarom voor hen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:4→Jeremia 48:37→Lukas 20:10→Leviticus 19:27→Jesaja 47:2→Jeremia 41:5→2 Kronieken 36:16→Jesaja 15:2→— Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan.
Daarom nam Hanun, die aan het lichtzinnig uitgesproken woord dadelijk geloof sloeg, de knechten van David, om in hen hun koning te beschimpen, en hij beschoor hen, liet hen de baard aan de ene helft van het gelaat afscheren, en sneed hun klederen half af, van onder op tot aan de heupen, en liet hen in deze alleronterendste toestand heen gaan.
KruisverwijzingenRichteren 16:22→1 Koningen 16:34→Jozua 6:24→Mattheüs 18:31→— Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom.
Zij nu gingen henen van Rabba, waar zij zo’n snode behandeling hadden moeten ondergaan, en men boodschapte, toen zij weer in hun land tot aan Jericho gekomen waren, David van deze mannen, in welke toestand zij zich bevonden, en dat zij zich aldus niet aan de koning konden vertonen; en hij zond hun antwoord tegemoet, dat hij hen thans volstrekt niet wilde zien, want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zei, liet hun bij zijn antwoord tevens zeggen: Blijf te Jericho, totdat jullie baard weer gegroeid is, kom dan wederom tot mij.
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→1 Samuël 14:47→2 Kronieken 18:3→2 Kronieken 25:6→Lukas 10:16→— Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
Toen de kinderen van Ammon zagen, na de behandeling, die zij de condolerende gezanten hadden aangedaan, bij zichzelf overtuigd moeten zijn, dat zij zich stinkend gemaakt hadden bij David, grote wrevel omtrent hen bij hem hadden opgewekt, zodat dit van zijn zijde een oorlog ten gevolge zou hebben; zo zond Hanun en de kinderen van Ammon, de koning met zijn vorsten of landstanden, duizend talenten zilvers (= 4.500.000 gld., of, volgens de koninklijke sikkel, 2.250.000 gld.) om zich wagens en ruiters en voetvolk te huren uit Mesopotamië, uit dat gedeelte van Syrië, dat bij Rechab of Rehoboth (Genesis36: 37), waar de Chaboras in de Eufraat zich ontlast, en uit Syrië-Maächa, de Syrische staat Maächa, zuidwestelijk van de grote Hermon, en uit Zoba, noordoostelijk van Damascus (2 Samuel 8:
.
KruisverwijzingenJozua 13:9→Numeri 21:30→Jozua 13:16→Exodus 14:9→Psalmen 20:7→Jesaja 15:2→1 Kronieken 18:4→Richteren 4:3→— Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde.
Zodat zij zich met hun geld huurden tweeendertig duizend wagens en ruiters en voetvolk, deels uit Mesopotamië en Zoba, maar gedeeltelijk ook uit het land Tob, (2 Samuel .10: 6). En de koning van Maächa en zijn volk, 1.000 in getal, kwamen en legerden zich, 4 mijlen zuidwestelijk van Rabbath-Ammon, de hoofdstad van de Ammonieten, vóór Medeba, of Medaba (Num.21: 30 Joz.13: 9); ook vergaderden de kinderen van Ammon uit hun steden, en zij kwamen ten strijde, naar de hoofdstad van het land, omdat men allereerst op deze een aanval had te vrezen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 23:8→1 Kronieken 11:10→1 Kronieken 11:6→— Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.
Toen David het hoorde, zond hij naar het land van de Ammonieten Joab en het hele leger met de helden, met het gezamenlijke in de strijd geoefende en dappere leger.
KruisverwijzingenJoël 2:5→2 Kronieken 14:10→2 Kronieken 13:3→1 Koningen 20:1→2 Samuël 18:4→2 Samuël 10:8→Jesaja 28:6→Jeremia 50:42→— Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.
Toen de kinderen van Ammon uitgetogen waren van Rabbath-Rimmon, waar al hun strijdbare manschappen waren samengekomen (vs. 7), stelden zij de slagorde voor de poort van de stad; maar de koningen uit Mesopotamië, Maächa en Zoba, die gekomen waren om hen te helpen, die waren bijzonder in het uitgestrekte boomloze veld bij Medeba, om van daaruit hun krijgsbewegingen te beginnen.
KruisverwijzingenJozua 8:22→2 Samuël 10:9→Richteren 20:42→— Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.
Toen Joab zag, dat de spits van de slagorde van voren en van achteren tegen hem was, een deel van het vijandelijke legers vóór hem was, maar het andere, dat aan zijn rechterzijde geplaatst was, hem op het geschikte ogenblik in de rug moest vallen, zo verkoos hij enigen uit alle tot de strijd uitgelezenen in Israël, een sterk korps en hij stelde hen in orde tegen de Syriërs aan in het zuidwesten.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 18:12→1 Kronieken 11:20→1 Kronieken 19:9→— En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.
En het overige volk gaf hij in de hand van zijn broeder Abisaï; en zij stelden hen in orde tegen de kinderen van Ammon aan, hielden hen slagvaardig, om de Ammonieten tegen te houden, terwijl hij met de Syriërs te doen had.
KruisverwijzingenNehemia 4:20→Filippenzen 1:27→Galaten 6:2→Prediker 4:9→— En hij zeide: Indien mij de Syriers te sterk worden, zo zult gij mij komen verlossen; en indien de kinderen Ammons u te sterk worden, zo zal ik u verlossen.
En hij zei tot Abisaï, vóórdat hij op de landstreek Medeba aanrukte: Indien mij de Syriërs te sterk worden, dan zult u mij, met een deel van uw leger, komen verlossen; en indien de kinderen van Ammon u aanvallen en te sterk worden, dan zal ik mij van de Syriërs afwenden en u verlossen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:12→2 Samuël 15:26→Richteren 10:15→Jozua 1:7→Deuteronomium 31:6→Ezra 10:4→1 Samuël 14:6→1 Samuël 4:9→— Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.
Wees sterk, en laat ons sterk zijn, met grote moed strijden voor ons volk, en voor de steden van onze God; opdat niet deze heidenen over het volk en het land van de Heere heersen, maar de nederlaag lijden; de Heere nu doet wat goed is in Zijn ogen 1) want de zege komt alleen van Hem, en Hij zal gewis de vijanden in onze handen geven (1 Samuel .17: 47).
Hoewel Joab een ruw en gewetenloos man was, ontbreekt het hem toch niet aan ogenblikken, waarin hij van de Heere de uitkomst van zijn handelingen verwacht.
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:13→Jeremia 46:15→1 Koningen 20:19→1 Koningen 20:28→2 Kronieken 13:5→— Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht van de Syriërs; en zij vluchtten reeds na de eerste aanval voor zijn aangezicht, naardien zij, als door de Ammonieten gehuurde hulptroepen, evenmin met bijzondere geestdrift bezield waren om hun de overwinning te bezorgen, als in het vreemde land zich schaamden om het hazenpad te kiezen.
KruisverwijzingenRomeinen 8:31→Leviticus 26:7→— Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.
Toen de kinderen van Ammon zagen, dat de Syriërs vluchtten, vluchtten zij van hun zijde ook voor het aangezicht van Abisaï, zijn, Joabs broeder, en zij kwamen in de sterke en goed verdedigde stad Rabba terug; en Joab, die het vanwege de naderende winter niet geraden achtte om de stad te belegeren, keerde met het Israëlitische leger weer huiswaarts, en kwam te Jeruzalem.
II. Vs. 16-19.Kruisverwijzingen2 Samuël 10:16→2 Samuël 10:18→Micha 4:11→Jesaja 8:9→Psalmen 2:1→Zacharia 14:1→Jesaja 22:6→1 Kronieken 19:9→ — Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen. Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem. Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste. Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen. Om de nederlaag van hun bij Medeba op de vlucht geslagen troepen weer goed te maken, en van hun schatplichtigheid aan Israël bevrijd te worden, brengen de Syriërs, op Hadar-ézer’s aansporing uit Mesopotamië een nieuw leger bijeen; maar David, die met het gezamenlijke Israëlitische leger tegen hen optrok, overwint in een zegevierende aanval hun opperbevelhebber Sofach, zodat zij het voortaan niet meer wagen om de kinderen van Ammon te hulp te snellen (Vergelijk 2 Samuel .10: 15-19).
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:16→Micha 4:11→Jesaja 8:9→Psalmen 2:1→Zacharia 14:1→— Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.
Als de Syriërs, bij de terugkeer van de bij Meddo gevluchte hulptroepen (vs. 14), zagen, dat zij voor het aangezicht van Israël geslagen waren, zonden zij, om een aanval van David op hun land te voorkomen, en het door hem hun opgelegde juk (Hoofdstuk 18: 3) weer af te schudden, boden naar Mesopotamië, en brachten de Syriërs uit, die aan de andere zijde van de rivier de Eufraat woonden; en Sofach, in 2 Samuel .10: 16 Sobach geheten, de krijgsoverste van Hadar-ézer, die in de gehele onderneming het meest betrokken was, toog voor hun aangezicht henen.
KruisverwijzingenJesaja 22:6→1 Kronieken 19:9→— Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem.
Toen het David werd aangezegd, vergaderde hij gans Israël, de gezamenlijke krijgsmacht in Israël, en hij toog over de Jordaan, om de Syriërs op hun verzamelplaats bij Helam, noordoostelijk van Damascus, aan te grijpen; en hij kwam tot hen 1), en hij stelde de slagorde tegen hen. Toen David de slagorde tegen de Syriërs gesteld had, zo streden zij met hem.
Zie 2 Samuel .10: 16,17
Kruisverwijzingen2 Samuël 10:18→Psalmen 46:11→1 Kronieken 19:13→Psalmen 18:32→Psalmen 33:16→— Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.
Maar de Syriërs vluchtten voor het aangezicht van Israël, en David versloeg van de Syriërs zeven duizend wagens, 700 wagens met 10 gewapende mannen (2 Samuel 10: 18) en veertigduizend mannen, deels te voet, deels te paard; daartoe doodde hij Sofach, de krijgsoverste, die ten gevolge van de bekomen wonden de slag niet overleefde.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 14:17→Psalmen 48:3→2 Samuël 10:19→Jesaja 10:8→Genesis 14:4→Jozua 9:9→1 Koningen 20:1→Psalmen 18:44→— Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
En David, die op Joabs verzoek zelf, na plechtige aftocht van Jeruzalem (zie Psalm 20), naar Rabba kwam, om de verovering van deze stad door inneming van de vesting te voltooien, nam de kroon van hun koning van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent goud, een zwaarte van een talent, een centenaar? goud, en daar was edelgesteente aan; en zij werd, bij gelegenheid van de plechtige inbezitneming van de opperheerschappij over het land, waarvoor zeker de 21ste Psalm bestemd was, op David’s hoofd gezet, en hij voerde zeer veel door uit de stad mee.
Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin in krijgsgevangenschap geraakt was; hij bracht hen voor de stad, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen (vgl. Spreuken 20: 26); hij liet, tot straf voor de wreedheden, die zij aan Israël gepleegd hadden, hun lichamen met die werktuigen van elkaar scheuren; en alzo deed David aan al de steden van de kinderen van Ammon, die tegen hem gestreden hadden. Toen, na de gehele onderwerping van het land, keerde David weer met al het krijgsvolk naar Jeruzalem, terwijl de Bondskist, die ook in het veld geweest was (Psalm 68), vooruit gedragen werd.
IV. Vs. 4-8.KruisverwijzingenJozua 13:9→Numeri 21:30→2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→Jozua 13:16→2 Samuël 10:4→ — Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan. Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom. Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba; Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde. Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden. Aan de geschiedenis van den Ammonietisch-Syrischen oorlog worden hier uit een kroniek van David’s oorlogen nog voorvallen toegevoegd uit de krijgen, die met de Filistijnen gevoerd zijn, en naar alle waarschijnlijkheid dezelfde, waarvan Hoofdstuk 18: 1 in een kort verslag gesproken werd. Alle drie hebben betrekking op heldendaden, die David’s krijgslieden in de kamp met reusachtige Filistijnen verrichten waardoor de verovering van het land Kanaän voltooid werd. (Vergelijk 2 Samuel 21: 15-22).
En het geschiedde daarna 1), niet, na het in vs. 1-3 verhaalde, maar, ofschoon de tijd hier niet nader opgegeven wordt, worden waarschijnlijk de in Hoofdstuk 11: 10 vv. vermelde oorlogen bedoeld, als de strijd met de Filistijnen te Geser, noordwestelijk van Al lon, het tegenwoordige el Kubab (Joz.10: 33) opstond, toen sloeg Sibchaï, de Husathiet, een uit het niet nader bekende Husa (Hoofdstuk 4: 4) geboortige held van David, (Hoofdstuk 11: 29; 27:
Sippaï, in 2 Samuel .21: 18 “Saf” geheten, die van de kinderen van Rafa was, tot het oude reuzengeslacht van de Refaïeten (De 2: 23) behoorde; en zij, de Filistijnen, werden, ten gevolge van deze zegepraal op een van hun sterksten, ten ondergebracht.
In het oorspronkelijke bericht, waaraan deze mededelingen zijn ontleend, was, zoals uit 2 Samuel .21: 18 blijkt, de voor ons liggende geschiedenis gevoegd bij die van David’s verlossing uit de handen van een andere Refaïet door Abisaï; laatstgenoemde geschiedenis (2 Samuel .21: 15-17) heeft de Schrijver van ons boek echter niet mee opgenomen.
Daarna was er nog een strijd tegen de Filistijnen te Geser, of te Gob, dat er dichtbij lag (2 Samuel .21: 18 vv.),en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broeder van Goliath (1 Samuel .17: 4 vv.), de Gethiet, een Filistijn van Gath (Jos 13: 3), wiens spiesehout, zoals eenmaal dat van zijn broeder, was als een weversboom.
Daarna was er nog een strijd met de Filistijnen, en wel te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingers waren zes en zes, vierentwintig tenen en vingers tezamen, en hij was ook van Rafa geboren, een afstammeling van de Refaïeten, zoals Sippaï; (vs. 4) en Lachmi (vs. 5).
En hij hoonde Israël, in navolging van Goliath (1 Samuel .17: 8 vv.), maar Jonathan, de zoon van Simea, de broeder van David (Hoofdstuk 2: 13 vv.), versloeg hem, zozeer had David’s heldengeest (1 Samuel .17: 26 vv.) ook zijn bloedverwanten en vrienden tot geweldige krijgshelden weten te maken.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 19
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJozua 13:9→Numeri 21:30→2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→Jozua 13:16→2 Samuël 10:1→
— En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats. Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten, Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden? Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan. Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom. Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba; Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde. Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden. Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld. Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.
Hierna volgt het bericht van de grootste en moeilijkste oorlog uit David’s regering, die hij tegen buitenlandse vijanden gevoerd heeft, de Ammonitisch-Syrische oorlog. Bij de dood van Nahas, de koning van de Ammonieten, die met hem bevriend was, zendt David aan diens zoon en opvolger Hanun een gezantschap om hem rouwbeklag te doen, dat echter op het schandelijks behandeld wordt door Hanun, die zich door zijn vorsten op het dwaalspoor had laten leiden. Zeer goed ziende, dat hij zich daarmee een oorlog van David’s zijde op de hals gehaald had, wist hij een sterk Syrisch leger te krijgen. Nochtans slaat Joab de Syriërs, die bij Medeba zich gelegerd hebben, op de vlucht, en nu zien de Ammonieten zich genoodzaakt om achter de muren van hun hoofdstad zich terug te trekken (Vergelijk 2 Samuel .10: 1-14).
En het geschiedde hierna, omstreeks het jaar 1037 vóór Christus (1Ki 2: 11), dat Nahas, de koning van de kinderen van Ammon, stierf, en zijn zoon Hanun werd koning in zijn plaats.
Toen zei David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, de zoon van Nahas, door mij als vriend en nabuur jegens hem te betonen; want zijn vader heeft voorheen weldadigheid aan mij gedaan, en mij bij dergelijke gelegenheden, die mij zelf betroffen, zijn vriendschappelijke gezindheid te kennen gegeven. Daarom zond David boden naar Rabbath-Ammon, om hem te troosten over zijn vader, en met zijn troonsbeklimming geluk te wensen. Toen de knechten van David in het land van de kinderen van Ammon tot Hanun kwamen, om hem te troosten, hem het rouwbeklag van hun koning en meester over de dood van zijn vader over te brengen;
Zo zeiden de vorsten van de kinderen van Ammon, naar de aard van boze raadslieden, die het goede dat zij zien op het verkeerdst uitleggen, tot Hanun: Eer David inderdaad, in waarheid, uw vader in uw ogen, denkt u dat het hem om een vriendschappelijke betrekking met u te doen is, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet integendeel zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken hoe onze stad het best is in te nemen, en om te keren, haar later aan te grijpen en te verwoesten, en hebben dus deze voorgewende troosters wel enig ander doel dan om het land te verspieden? Hoed u daarom voor hen.
Daarom nam Hanun, die aan het lichtzinnig uitgesproken woord dadelijk geloof sloeg, de knechten van David, om in hen hun koning te beschimpen, en hij beschoor hen, liet hen de baard aan de ene helft van het gelaat afscheren, en sneed hun klederen half af, van onder op tot aan de heupen, en liet hen in deze alleronterendste toestand heen gaan.
Zij nu gingen henen van Rabba, waar zij zo’n snode behandeling hadden moeten ondergaan, en men boodschapte, toen zij weer in hun land tot aan Jericho gekomen waren, David van deze mannen, in welke toestand zij zich bevonden, en dat zij zich aldus niet aan de koning konden vertonen; en hij zond hun antwoord tegemoet, dat hij hen thans volstrekt niet wilde zien, want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zei, liet hun bij zijn antwoord tevens zeggen: Blijf te Jericho, totdat jullie baard weer gegroeid is, kom dan wederom tot mij.
Toen de kinderen van Ammon zagen, na de behandeling, die zij de condolerende gezanten hadden aangedaan, bij zichzelf overtuigd moeten zijn, dat zij zich stinkend gemaakt hadden bij David, grote wrevel omtrent hen bij hem hadden opgewekt, zodat dit van zijn zijde een oorlog ten gevolge zou hebben; zo zond Hanun en de kinderen van Ammon, de koning met zijn vorsten of landstanden, duizend talenten zilvers (= 4.500.000 gld., of, volgens de koninklijke sikkel, 2.250.000 gld.) om zich wagens en ruiters en voetvolk te huren uit Mesopotamië, uit dat gedeelte van Syrië, dat bij Rechab of Rehoboth (Genesis36: 37), waar de Chaboras in de Eufraat zich ontlast, en uit Syrië-Maächa, de Syrische staat Maächa, zuidwestelijk van de grote Hermon, en uit Zoba, noordoostelijk van Damascus (2 Samuel 8:
.
Zodat zij zich met hun geld huurden tweeendertig duizend wagens en ruiters en voetvolk, deels uit Mesopotamië en Zoba, maar gedeeltelijk ook uit het land Tob, (2 Samuel .10: 6). En de koning van Maächa en zijn volk, 1.000 in getal, kwamen en legerden zich, 4 mijlen zuidwestelijk van Rabbath-Ammon, de hoofdstad van de Ammonieten, vóór Medeba, of Medaba (Num.21: 30 Joz.13: 9); ook vergaderden de kinderen van Ammon uit hun steden, en zij kwamen ten strijde, naar de hoofdstad van het land, omdat men allereerst op deze een aanval had te vrezen.
Toen David het hoorde, zond hij naar het land van de Ammonieten Joab en het hele leger met de helden, met het gezamenlijke in de strijd geoefende en dappere leger.
Toen de kinderen van Ammon uitgetogen waren van Rabbath-Rimmon, waar al hun strijdbare manschappen waren samengekomen (vs. 7), stelden zij de slagorde voor de poort van de stad; maar de koningen uit Mesopotamië, Maächa en Zoba, die gekomen waren om hen te helpen, die waren bijzonder in het uitgestrekte boomloze veld bij Medeba, om van daaruit hun krijgsbewegingen te beginnen.
Toen Joab zag, dat de spits van de slagorde van voren en van achteren tegen hem was, een deel van het vijandelijke legers vóór hem was, maar het andere, dat aan zijn rechterzijde geplaatst was, hem op het geschikte ogenblik in de rug moest vallen, zo verkoos hij enigen uit alle tot de strijd uitgelezenen in Israël, een sterk korps en hij stelde hen in orde tegen de Syriërs aan in het zuidwesten.
En het overige volk gaf hij in de hand van zijn broeder Abisaï; en zij stelden hen in orde tegen de kinderen van Ammon aan, hielden hen slagvaardig, om de Ammonieten tegen te houden, terwijl hij met de Syriërs te doen had.
En hij zei tot Abisaï, vóórdat hij op de landstreek Medeba aanrukte: Indien mij de Syriërs te sterk worden, dan zult u mij, met een deel van uw leger, komen verlossen; en indien de kinderen van Ammon u aanvallen en te sterk worden, dan zal ik mij van de Syriërs afwenden en u verlossen.
Wees sterk, en laat ons sterk zijn, met grote moed strijden voor ons volk, en voor de steden van onze God; opdat niet deze heidenen over het volk en het land van de Heere heersen, maar de nederlaag lijden; de Heere nu doet wat goed is in Zijn ogen 1) want de zege komt alleen van Hem, en Hij zal gewis de vijanden in onze handen geven (1 Samuel .17: 47).
Hoewel Joab een ruw en gewetenloos man was, ontbreekt het hem toch niet aan ogenblikken, waarin hij van de Heere de uitkomst van zijn handelingen verwacht.
Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht van de Syriërs; en zij vluchtten reeds na de eerste aanval voor zijn aangezicht, naardien zij, als door de Ammonieten gehuurde hulptroepen, evenmin met bijzondere geestdrift bezield waren om hun de overwinning te bezorgen, als in het vreemde land zich schaamden om het hazenpad te kiezen.
Toen de kinderen van Ammon zagen, dat de Syriërs vluchtten, vluchtten zij van hun zijde ook voor het aangezicht van Abisaï, zijn, Joabs broeder, en zij kwamen in de sterke en goed verdedigde stad Rabba terug; en Joab, die het vanwege de naderende winter niet geraden achtte om de stad te belegeren, keerde met het Israëlitische leger weer huiswaarts, en kwam te Jeruzalem.
II. Vs. 16-19.Kruisverwijzingen2 Samuël 10:16→2 Samuël 10:18→Micha 4:11→Jesaja 8:9→Psalmen 2:1→Zacharia 14:1→Jesaja 22:6→1 Kronieken 19:9→
— Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen. Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem. Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste. Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
Om de nederlaag van hun bij Medeba op de vlucht geslagen troepen weer goed te maken, en van hun schatplichtigheid aan Israël bevrijd te worden, brengen de Syriërs, op Hadar-ézer’s aansporing uit Mesopotamië een nieuw leger bijeen; maar David, die met het gezamenlijke Israëlitische leger tegen hen optrok, overwint in een zegevierende aanval hun opperbevelhebber Sofach, zodat zij het voortaan niet meer wagen om de kinderen van Ammon te hulp te snellen (Vergelijk 2 Samuel .10: 15-19).
Als de Syriërs, bij de terugkeer van de bij Meddo gevluchte hulptroepen (vs. 14), zagen, dat zij voor het aangezicht van Israël geslagen waren, zonden zij, om een aanval van David op hun land te voorkomen, en het door hem hun opgelegde juk (Hoofdstuk 18: 3) weer af te schudden, boden naar Mesopotamië, en brachten de Syriërs uit, die aan de andere zijde van de rivier de Eufraat woonden; en Sofach, in 2 Samuel .10: 16 Sobach geheten, de krijgsoverste van Hadar-ézer, die in de gehele onderneming het meest betrokken was, toog voor hun aangezicht henen.
Toen het David werd aangezegd, vergaderde hij gans Israël, de gezamenlijke krijgsmacht in Israël, en hij toog over de Jordaan, om de Syriërs op hun verzamelplaats bij Helam, noordoostelijk van Damascus, aan te grijpen; en hij kwam tot hen 1), en hij stelde de slagorde tegen hen. Toen David de slagorde tegen de Syriërs gesteld had, zo streden zij met hem.
Zie 2 Samuel .10: 16,17
Maar de Syriërs vluchtten voor het aangezicht van Israël, en David versloeg van de Syriërs zeven duizend wagens, 700 wagens met 10 gewapende mannen (2 Samuel 10: 18) en veertigduizend mannen, deels te voet, deels te paard; daartoe doodde hij Sofach, de krijgsoverste, die ten gevolge van de bekomen wonden de slag niet overleefde.
En David, die op Joabs verzoek zelf, na plechtige aftocht van Jeruzalem (zie Psalm 20), naar Rabba kwam, om de verovering van deze stad door inneming van de vesting te voltooien, nam de kroon van hun koning van zijn hoofd, en hij bevond haar in gewicht een talent goud, een zwaarte van een talent, een centenaar? goud, en daar was edelgesteente aan; en zij werd, bij gelegenheid van de plechtige inbezitneming van de opperheerschappij over het land, waarvoor zeker de 21ste Psalm bestemd was, op David’s hoofd gezet, en hij voerde zeer veel door uit de stad mee.
Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin in krijgsgevangenschap geraakt was; hij bracht hen voor de stad, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen (vgl. Spreuken 20: 26); hij liet, tot straf voor de wreedheden, die zij aan Israël gepleegd hadden, hun lichamen met die werktuigen van elkaar scheuren; en alzo deed David aan al de steden van de kinderen van Ammon, die tegen hem gestreden hadden. Toen, na de gehele onderwerping van het land, keerde David weer met al het krijgsvolk naar Jeruzalem, terwijl de Bondskist, die ook in het veld geweest was (Psalm 68), vooruit gedragen werd.
IV. Vs. 4-8.KruisverwijzingenJozua 13:9→Numeri 21:30→2 Samuël 10:6→1 Kronieken 18:9→1 Kronieken 18:5→Genesis 34:30→Jozua 13:16→2 Samuël 10:4→
— Daarom nam Hanun de knechten van David, en hij beschoor hen, en sneed hun klederen half af tot aan de heupen, en liet hen henengaan. Zij nu gingen henen, en men boodschapte David van deze mannen; en hij zond hun tegemoet; want die mannen waren zeer beschaamd. De koning dan zeide: Blijft te Jericho, totdat ulieder baard weder gewassen zij; komt dan wederom. Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba; Zodat zij zich huurden twee en dertig duizend wagenen; en de koning van Maacha en zijn volk kwamen en legerden zich voor Medeba; ook vergaderden de kinderen Ammons uit hun steden, en zij kwamen ten strijde. Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.
Aan de geschiedenis van den Ammonietisch-Syrischen oorlog worden hier uit een kroniek van David’s oorlogen nog voorvallen toegevoegd uit de krijgen, die met de Filistijnen gevoerd zijn, en naar alle waarschijnlijkheid dezelfde, waarvan Hoofdstuk 18: 1 in een kort verslag gesproken werd. Alle drie hebben betrekking op heldendaden, die David’s krijgslieden in de kamp met reusachtige Filistijnen verrichten waardoor de verovering van het land Kanaän voltooid werd. (Vergelijk 2 Samuel 21: 15-22).
En het geschiedde daarna 1), niet, na het in vs. 1-3 verhaalde, maar, ofschoon de tijd hier niet nader opgegeven wordt, worden waarschijnlijk de in Hoofdstuk 11: 10 vv. vermelde oorlogen bedoeld, als de strijd met de Filistijnen te Geser, noordwestelijk van Al lon, het tegenwoordige el Kubab (Joz.10: 33) opstond, toen sloeg Sibchaï, de Husathiet, een uit het niet nader bekende Husa (Hoofdstuk 4: 4) geboortige held van David, (Hoofdstuk 11: 29; 27:
Sippaï, in 2 Samuel .21: 18 “Saf” geheten, die van de kinderen van Rafa was, tot het oude reuzengeslacht van de Refaïeten (De 2: 23) behoorde; en zij, de Filistijnen, werden, ten gevolge van deze zegepraal op een van hun sterksten, ten ondergebracht.
In het oorspronkelijke bericht, waaraan deze mededelingen zijn ontleend, was, zoals uit 2 Samuel .21: 18 blijkt, de voor ons liggende geschiedenis gevoegd bij die van David’s verlossing uit de handen van een andere Refaïet door Abisaï; laatstgenoemde geschiedenis (2 Samuel .21: 15-17) heeft de Schrijver van ons boek echter niet mee opgenomen.
Daarna was er nog een strijd tegen de Filistijnen te Geser, of te Gob, dat er dichtbij lag (2 Samuel .21: 18 vv.),en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broeder van Goliath (1 Samuel .17: 4 vv.), de Gethiet, een Filistijn van Gath (Jos 13: 3), wiens spiesehout, zoals eenmaal dat van zijn broeder, was als een weversboom.
Daarna was er nog een strijd met de Filistijnen, en wel te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingers waren zes en zes, vierentwintig tenen en vingers tezamen, en hij was ook van Rafa geboren, een afstammeling van de Refaïeten, zoals Sippaï; (vs. 4) en Lachmi (vs. 5).
En hij hoonde Israël, in navolging van Goliath (1 Samuel .17: 8 vv.), maar Jonathan, de zoon van Simea, de broeder van David (Hoofdstuk 2: 13 vv.), versloeg hem, zozeer had David’s heldengeest (1 Samuel .17: 26 vv.) ook zijn bloedverwanten en vrienden tot geweldige krijgshelden weten te maken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel