Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
En DavidH1732 maakteH6213 zich huizenH1004 in zijn stadH5892; en hij bereiddeH3559 der arkH727 GodsH430 een plaatsH4725, en spandeH5186 een tentH168 voor haar.
En David maakte zich huizen in zijn stad; en hij bereidde der ark Gods een plaats, en spande een tent voor haar.
KJV
And David made1
him houses3
in the city4
of David,5
and prepared6
a place7
for the ark8
of God,9
and pitched10
for it a tent.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Toen zeideH559 DavidH1732: NiemandH3808 mag de arkH727 GodsH430 dragenH5375, dan de LevietenH3881; wantH3588 die heeft de HEEREH3068 verkorenH977, om de arkH727 GodsH430 te dragenH5375, en om Hem te dienenH8334 totH5704 in der eeuwigheidH5769.
Toen zeide David: Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJV
Then David3
said,2
None ought to carry5
the ark7
of God8
but the Levites:11
for them hath the LORD15
chosen14
to carry16
the ark18
of God,
and to minister20
unto him for21
ever.22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Ook vergaderdeH6950 DavidH1732 gansH3605 IsraelH3478 te JeruzalemH3389, om de arkH727 des HEERENH3068 op te halen aanH413 haar plaatsH4725, dieH834 hij haar bereidH3559 had.
Ook vergaderde David gans Israel te Jeruzalem, om de ark des HEEREN op te halen aan haar plaats, die hij haar bereid had.
KJV
And David2
gathered1
➔ all Israel5
together
to Jerusalem,7
to bring up8
the ark10
of the LORD11
unto his place,13
which he had prepared15
for it.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En DavidH1732 verzameldeH622 de kinderenH1121 van AaronH175 en de LevietenH3881.
En David verzamelde de kinderen van Aaron en de Levieten.
KJV
And David2
assembled1
the children4
of Aaron,5
and the Levites:7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Van de kinderenH1121 van KehathH6955 was UrielH222 oversteH8269, en van zijn broederenH251 waren honderdH3967 en twintigH6242.
Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.
KJV
Of the sons1
of Kohath;2
Uriel3
the chief,4
and his brethren5
an hundred6
and twenty:7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Van de kinderenH1121 van MerariH4847 was AsajaH6222 oversteH8269, en van zijn broederenH251 waren tweehonderdH3967 en twintigH6242.
Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.
KJV
Of the sons1
of Merari;2
Asaiah3
the chief,4
and his brethren5
two hundred6
and twenty:7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Van de kinderenH1121 van GersomH1647 was JoelH3100 oversteH8269, en van zijn broederenH251 waren honderdH3967 en dertigH7970.
Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.
KJV
Of the sons1
of Gershom;
Joel3
the chief,4
and his brethren5
an hundred6
and thirty:7
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Uit de kinderenH1121 van ElizafanH469 was oversteH8269 SemajaH8098, en van zijn broederenH251 waren tweehonderdH3967.
Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.
KJV
Of the sons1
of Elizaphan;2
Shemaiah3
the chief,4
and his brethren5
two hundred:6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Uit de kinderenH1121 van HebronH2275 was ElielH447 oversteH8269, en zijn broederenH251 waren tachtigH8084.
Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.
KJV
Of the sons1
of Hebron;2
Eliel3
the chief,4
and his brethren5
fourscore:6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Uit de kinderenH1121 van UzzielH5816 was AmminadabH5992 oversteH8269, en zijn broederenH251 waren honderdH3967 en twaalfH8147.
Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.
KJV
Of the sons1
of Uzziel;2
Amminadab3
the chief,4
and his brethren5
an hundred6
and twelve.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En DavidH1732 riepH7121 de priestersH3548 ZadokH6659 en AbjatharH54, en de LevietenH3881 UrielH222, AsajaH6222 en JoelH3100, SemajaH8098, en ElielH447, en AmminadabH5992.
En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriel, Asaja en Joel, Semaja, en Eliel, en Amminadab.
KJV
And David2
called1
for Zadok3
and Abiathar4
the priests,5
and for the Levites,6
for Uriel,7
Asaiah,8
and Joel,9
Shemaiah,10
and Eliel,11
and Amminadab,12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En hij zeideH559 totH413 hen: GijliedenH859 zijt hoofdenH7218 der vaderenH1 onder de LevietenH3881; heiligtH6942 u, gijH859 en uw broedersH251, dat gij de arkH727 des HEERENH3068, des GodsH430 van IsraelH3478, opbrengtH5927, ter plaatse, die ik voor haar bereidH3559 heb.
En hij zeide tot hen: Gijlieden zijt hoofden der vaderen onder de Levieten; heiligt u, gij en uw broeders, dat gij de ark des HEEREN, des Gods van Israel, opbrengt, ter plaatse, die ik voor haar bereid heb.
KJV
And said1
unto them, Ye are the chief4
of the fathers5
of the Levites:6
sanctify7
yourselves, both ye and your brethren,9
that ye may bring up10
the ark12
of the LORD13
God14
of Israel15
unto the place that I have prepared17
for it.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Want omdat gijliedenH859 ten eersteH7223 dit nietH3808 deedt, heeft de HEEREH3068, onze GodH430, onder ons een scheurH6555 gedaan, omdatH3588 wij Hem nietH3808 gezochtH1875 hebben naar het rechtH4941.
Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.
KJV
For because ye did it not at the first,3
the LORD7
our God8
made a breach6
upon us, for that we sought12
him not after the due order.13
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Zo heiligdenH6942 zich dan de priestersH3548 en LevietenH3881, om de arkH727 des HEERENH3068, des GodsH430 van IsraelH3478, op te brengenH5927.
Zo heiligden zich dan de priesters en Levieten, om de ark des HEEREN, des Gods van Israel, op te brengen.
KJV
So the priests2
and the Levites3
sanctified1
themselves to bring up4
the ark6
of the LORD7
God8
of Israel.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
En de kinderenH1121 der LevietenH3881 droegenH5375 de arkH727 GodsH430 op hun schouderenH3802, met de draagbomenH4133, dieH834 op hen waren, gelijk als MozesH4872 gebodenH6680 had naar het woordH1697 des HEERENH3068.
En de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen, die op hen waren, gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN.
KJV
And the children2
of the Levites3
bare1
the ark5
of God6
upon their shoulders12
with the staves13
thereon, as Moses9
commanded8
according to the word10
of the LORD.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En DavidH1732 zeideH559 tot de overstenH8269 der LevietenH3881, dat zij hun broedersH251, de zangersH7891, stellenH5975 zouden met muziekinstrumentenH3627, met luitenH5035, en harpenH3658, en cimbalenH4700, dat zij zich zouden doen horenH8085, verheffendeH7311 de stemH6963 met blijdschapH8057.
En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.
KJV
And David2
spake1
to the chief3
of the Levites4
to appoint5
their brethren7
to be the singers8
with instruments9
of musick,10
psalteries11
and harps12
and cymbals,13
sounding,14
by lifting up15
the voice16
with joy.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Zo steldenH5975 dan de LevietenH3881 HemanH1968, den zoonH1121 van JoelH3100, en uitH4480 zijn broederenH251 AsafH623, den zoonH1121 van BerechjaH1296; en uitH4480 de zonenH1121 van MerariH4847, hun broederenH251, EthanH387, den zoonH1121 van KusajaH6984;
Zo stelden dan de Levieten Heman, den zoon van Joel, en uit zijn broederen Asaf, den zoon van Berechja; en uit de zonen van Merari, hun broederen, Ethan, den zoon van Kusaja;
KJV
So the Levites2
appointed1
Heman4
the son5
of Joel;6
and of his brethren,8
Asaph9
the son10
of Berechiah;11
and of the sons13
of Merari14
their brethren,15
Ethan16
the son17
of Kushaiah;18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En metH5973 hen hun broedersH251 van de tweedeH4932 orde: ZecharjaH2148, Ben en JaazielH3268, en SemiramothH8070, en JehielH3171, en UnniH6042, EliabH446, en BenajaH1141, en MaasejaH4641, en MattithjaH4993, en ElifeleH466, en MiknejaH4737, en Obed-EdomH5654, en JeielH3273, de poortiersH7778.
En met hen hun broeders van de tweede orde: Zecharja, Ben en Jaaziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, Eliab, en Benaja, en Maaseja, en Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, de poortiers.
KJV
And with them their brethren2
of the second3
degree, Zechariah,4
Ben,5
and Jaaziel,6
and Shemiramoth,7
and Jehiel,8
and Unni,9
Eliab,10
and Benaiah,11
and Maaseiah,12
and Mattithiah,13
and Elipheleh,14
and Mikneiah,15
and Obededom,16
and Jeiel,18
the porters.19
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
De zangersH7891 nu, HemanH1968, AsafH623 en EthanH387, lieten zich horenH8085 met koperenH5178 cimbalenH4700;
De zangers nu, Heman, Asaf en Ethan, lieten zich horen met koperen cimbalen;
KJV
So the singers,1
Heman,2
Asaph,3
and Ethan,4
were appointed to sound7
with cymbals5
of brass;6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En ZecharjaH2148, en AzielH5815, en SemiramothH8070, en JehielH3171, en UnniH6042, en EliabH446, en MaasejaH4641, en BenajaH1141, met luitenH5035 opH5921 AlamothH5961.
En Zecharja, en Aziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, en Eliab, en Maaseja, en Benaja, met luiten op Alamoth.
KJV
And Zechariah,1
and Aziel,2
and Shemiramoth,3
and Jehiel,4
and Unni,5
and Eliab,6
and Maaseiah,7
and Benaiah,8
with psalteries9
on Alamoth;11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En MattithjaH4993, en ElifeleH466, en MiknejaH4737, en Obed-EdomH5654, en JeielH3273, en AzazjaH5812, met harpenH3658 opH5921 de ScheminithH8067, om den toon te versterken.
En Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, en Azazja, met harpen op de Scheminith, om den toon te versterken.
Ook in dit vers
toon versterkenH5329
KJV
And Mattithiah,1
and Elipheleh,2
and Mikneiah,3
and Obededom,4
and Jeiel,6
and Azaziah,7
with harps8
on the Sheminith10
to excel.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En ChenanjaH3663, de oversteH8269 der LevietenH3881, was over het opheffenH4853; hij onderweesH3256 hen in het opheffenH4853; wantH3588 hij was verstandigH995.
En Chenanja, de overste der Levieten, was over het opheffen; hij onderwees hen in het opheffen; want hij was verstandig.
KJV
And Chenaniah,1
chief2
of the Levites,3
was for song:4
he instructed5
about the song,6
because he was skilful.8
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En BerechjaH1296 en ElkanaH511 waren poortiersH7778 der arkH727.
En Berechja en Elkana waren poortiers der ark.
KJV
And Berechiah1
and Elkanah2
were doorkeepers3
for the ark.4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En SebanjaH7645, en JosafatH3146, en NethaneelH5417, en AmasaiH6022, en ZecharjaH2148, en BenajaH1141, en EliezerH461, de priestersH3548, trompetten met trompetten voorH6440 de arkH727 GodsH430; en Obed-EdomH5654 en JehiaH3174 waren poortiersH7778 der arkH727.
En Sebanja, en Josafat, en Nethaneel, en Amasai, en Zecharja, en Benaja, en Eliezer, de priesters, trompetten met trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortiers der ark.
Ook in dit vers
trompettenH2689
trompettenH2690
KJV
And Shebaniah,1
and Jehoshaphat,2
and Nethaneel,3
and Amasai,4
and Zechariah,5
and Benaiah,6
and Eliezer,7
the priests,8
did blow9
with the trumpets10
before11
the ark12
of God:13
and Obededom14
and Jehiah16
were doorkeepers17
for the ark.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Het geschieddeH1961 nu, dat DavidH1732 en de oudstenH2205 van IsraelH3478, en de overstenH8269 der duizendenH505, henengingenH1980, om de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 op te halenH5927, uitH4480 het huisH1004 van Obed-EdomH5654, met vreugdeH8057;
Het geschiedde nu, dat David en de oudsten van Israel, en de oversten der duizenden, henengingen, om de ark des verbonds des HEEREN op te halen, uit het huis van Obed-Edom, met vreugde;
KJV
So David,2
and the elders3
of Israel,4
and the captains5
over thousands,6
went7
to bring up8
the ark10
of the covenant11
of the LORD12
out of the house14
of Obededom15
with joy.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Zo geschiedde het, doordien dat GodH430 de LevietenH3881 hielpH5826, die de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 droegenH5375, dat zij zevenH7651 varrenH6499 en zevenH7651 rammenH352 offerdenH2076.
Zo geschiedde het, doordien dat God de Levieten hielp, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, dat zij zeven varren en zeven rammen offerden.
KJV
And it came to pass, when God3
helped2
the Levites5
that bare6
the ark7
of the covenant8
of the LORD,9
that they offered10
seven11
bullocks12
and seven13
rams.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
DavidH1732 nu was gekleedH3736 met een mantelH4598 van fijn linnen; ook alH3605 de LevietenH3881, die de arkH727 droegenH5375, en de zangersH7891, en ChenanjaH3663, de oversteH8269 van het opheffenH4853 der zangersH7891; ook had DavidH1732 een lijfrokH646 aanH5921 van linnen.
David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen; ook al de Levieten, die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de overste van het opheffen der zangers; ook had David een lijfrok aan van linnen.
Ook in dit vers
linnenH906
linnenH948
KJV
And David1
was clothed2
with a robe3
of fine linen,4
and all the Levites6
that bare7
the ark,9
and the singers,10
and Chenaniah11
the master12
of the song13
with the singers:14
David16
also had upon him an ephod17
of linen.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Alzo brachtH5927 gansH3605 IsraelH3478 de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 op, met gejuichH8643, en met geluidH6963 der bazuinH7782, en met trompettenH2689, en met cimbalenH4700, makende geluidH8085 met luitenH5035 en met harpenH3658.
Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.
KJV
Thus all Israel2
brought up3
the ark5
of the covenant6
of the LORD7
with shouting,8
and with sound9
of the cornet,10
and with trumpets,11
and with cymbals,12
making a noise13
with psalteries14
and harps.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Het geschieddeH1961 nu, toen de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068 tot aanH5704 de stadH5892 DavidsH1732 gekomenH935 was, dat MichalH4324, de dochterH1323 van SaulH7586, door een vensterH2474 keekH8259, en den koningH4428 DavidH1732 zagH7200, springendeH7540 en spelendeH7832; zo verachtteH959 zij hem in haar hartH3820.
Het geschiedde nu, toen de ark des verbonds des HEEREN tot aan de stad Davids gekomen was, dat Michal, de dochter van Saul, door een venster keek, en den koning David zag, springende en spelende; zo verachtte zij hem in haar hart.
KJV
And it came to pass, as the ark2
of the covenant3
of the LORD4
came5
to the city7
of David,8
that Michal9
the daughter10
of Saul11
looking out12
at a window14
saw15
king17
David18
dancing19
and playing:20
and she despised21
him in her heart.23
in zijn stad;
Dit was het bovenste deel der stad Jeruzalem, dat David van de Jebusieten met geweld gewonnen had. Zij werd de stad Davids genoemd, omdat David aldaar zijn woonplaats genomen had. Hebreeuws, En hij maakte zich huizen in Davids stad.
Hertaald:
in zijn stad;
Dit was het bovenste deel van de stad Jeruzalem, dat David met geweld op de Jebusieten veroverd had. Zij werd de stad van David genoemd omdat David daar zijn woonplaats gevestigd had. Hebreeuws: en hij bouwde zich huizen in de stad van David.
spande
Zie 2 Sam. 6:17 .
Hertaald:
spande
Zie 2 Sam. 6:17.
de kinderen
Dat is, de nakomelingen.
Hertaald:
de kinderen
Dat is: de nakomelingen.
broederen
Dat is, bloedverwanten; en alzo doorgaans in de volgende hoofdstukken.
Hertaald:
broederen
Dat is: bloedverwanten; en zo doorgaans in de volgende hoofdstukken.
Elizafan
Hij was de zoon van Uzziël, den zoon van Kehath; Ex. 6:21 .
Hertaald:
Elizafan
Hij was de zoon van Uzziël, de zoon van Kehath; Ex. 6:21.
broederen
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:
broederen
Dat is: bloedverwanten.
Hebron
Hij was een zoon van Kehath; Ex. 6:17 .
Hertaald:
Hebron
Hij was een zoon van Kehath; Ex. 6:17.
Uzziël
Hij was ook een zoon van Kehath, Ex. 6:17 , maar dit zijn andere nakomelingen van Uzziël geweest dan vs.8 genoemd staan, doch zij hebben ook Uzziël hun grootvader genoemd.
Hertaald:
Uzziël
Hij was ook een zoon van Kehath, Ex. 6:17, maar dit zijn andere nakomelingen van Uzziël dan die in vers 8 genoemd worden; toch noemden ook zij Uzziël hun grootvader.
Abjathar,
Of, Ebjathar; hij was hogepriester, en Zadok was de tweede na hem, achtervolgens de orde van God gesteld; Num. 3:32 .
Hertaald:
Abjathar,
Of: Ebjathar; hij was hogepriester, en Zadok was de tweede na hem, volgens de door God vastgestelde orde; Num. 3:32.
heiligt u,
Dat is, bereidt u tot dit heilig werk met uiterlijke ceremoniële reiniging, maar inzonderheid met reinigheid des harten. Zie Ex. 19:10 , Ex. 19:15 .
Hertaald:
heiligt u,
Dat is: bereid u op dit heilige werk voor, met uiterlijke ceremoniële reiniging, maar vooral met reinheid van hart. Zie Ex. 19:10, Ex. 19:15.
ter plaatse,
Zie boven, vs.1.
Hertaald:
ter plaatse,
Zie hierboven vers 1.
eerste
Te weten, toen ik de ark in mijn huis wilde laten brengen; 1 Kron. 13:10 .
Hertaald:
eerste
Namelijk: toen ik de ark in mijn huis wilde laten brengen; 1 Kron. 13:10.
niet deedt,
Versta hierbij, maar hebt de ark op een wagen gezet, boven, 1 Kron. 13:7 .
Hertaald:
niet deedt,
Versta hierbij: maar hebt u de ark op een wagen gezet, hierboven 1 Kron. 13:7.
heeft de HEERE,
Versta dit, van den dood van Uza, boven, 1 Kron. 13:10 ; 2 Sam. 6:6 .
Hertaald:
heeft de HEERE,
Versta dit met het oog op de dood van Uza, hierboven 1 Kron. 13:10; 2 Sam. 6:6.
naar het recht
Of, naar de wijze; dat is, gelijk het recht en behoorlijk is; Num. 4:15 .
Hertaald:
naar het recht
Of: naar de wijze; dat is: zoals het recht en behoorlijk is; Num. 4:15.
de kinderen der Levieten
Te weten, die van het geslacht van Kehath waren. Zie Num. 4:4 .
Hertaald:
de kinderen der Levieten
Namelijk: zij die uit het geslacht van Kehath waren. Zie Num. 4:4.
Ethan,
Anders genoemd Jeduthun.
Hertaald:
Ethan,
Elders Jeduthun genoemd.
van de tweede orde
Dezen waren een trap lager dan de voorgaande drie eersten.
Hertaald:
van de tweede orde
Dezen stonden een rang lager dan de voorgaande eerste drie.
Ethan,
Anders, jeduthum; zijn vader wordt Kisi genoemd 1 Kron. 6:44 .
Hertaald:
Ethan,
Anders: Jeduthun; zijn vader wordt Kisi genoemd, 1 Kron. 6:44.
Aziël,
Jaäziël, vs.18; Ben, vermeld vs.18, wordt hier uitgelaten. Sommigen menen dat hier Azazia is, waarvan vs.21; anderen dat het een gedeelte is van den naam Zacharia.
Hertaald:
Aziël,
Jaäziël, vers 18; Ben, genoemd in vers 18, wordt hier weggelaten. Sommigen menen dat dit hier Azazia is, over wie in vers 21 gesproken wordt; anderen dat het een deel is van de naam Zacharja.
op Alámoth
Dat is, met een maagdelijke of vrouwelijke stem, welke de muzikanten den superius of bovenzang noemen; of den altus en contratenor, welke met een vrouwelijke stem gezongen moeten worden. Anders, met fijne, of klare stemmen. Anders, op het virginaal. Versta dit, naar het gevoelen van sommigen. En zo in het volgende.
Hertaald:
op Alámoth
Dat is: met een meisjes- of vrouwenstem, wat de musici de superius of bovenzang noemen; of de altus en de contratenor, die met een vrouwenstem gezongen moeten worden. Anders: met fijne, of heldere stemmen. Anders: op het virginaal. Versta dit naar de mening van sommigen. En zo ook in het vervolg.
op de Scheminith,
Alzo noemt hij den bassus of tenor, die wel een octaaf of acht noten verschilt van den superius of contratenor. Zie Ps. 6:1 , met de aantekening.
Hertaald:
op de Scheminith,
Zo noemt hij de bas of de tenor, die wel een octaaf, oftewel acht noten, verschilt van de superius of contratenor. Zie Ps. 6:1, met de aantekening.
opheffen;
Te weten, der stemmen, of des gezangs, gelijk vs.27. Dat is, hij was zangmeester, die orde stelde op de tonen en stemmen, en wanneer de zangers zouden opheffen, of beginnen te zingen; zie vs.27. Anderen verstaan dat hij de voornaamste geweest is in het opheffen van de ark, dat is, het beleid daarvan gehad heeft.
Hertaald:
opheffen;
Namelijk: van de stemmen, of van de zang, zoals in vers 27. Dat is: hij was zangmeester, die de tonen en stemmen regelde en bepaalde wanneer de zangers moesten inzetten, of beginnen te zingen; zie vers 27. Anderen begrijpen dat hij de voornaamste was bij het optillen van de ark, dat is: dat hij daarvan de leiding had.
onderwees
Anders, hij was overste in, enz.
Hertaald:
onderwees
Anders: hij was leider in, enzovoort.
poortiers
Dezen gingen, zo men meent, naast voor de ark heen, en droegen zorg dat niemand daartoe lopen of die genaken zou, gelijk men de deur wacht of bewaart. vs.24 worden er nog twee portiers genoemd, die tot hetzelfde einde naast achter de ark des verbonds volgden.
Hertaald:
poortiers
Dezen liepen, naar men aanneemt, vlak vóór de ark en zorgden ervoor dat niemand er naartoe zou lopen of die zou naderen, zoals men een deur bewaakt of bewaart. In vers 24 worden nog twee poortwachters genoemd, die met hetzelfde doel vlak achter de ark van het verbond volgden.
der zangers;
Anders, des gezangs. Of aldus, met de zangers.
Hertaald:
der zangers;
Anders: van de zang. Of zo: met de zangers.
een lijfrok aan
Waarmede hij zijn koninlijke waardigheid en grootheid als bedekte voor de grote waardigheid en majesteit Gods, zich houdende als de andere dienaren in den dienst Gods. Hebreeuws, en op David was een efod.
Hertaald:
een lijfrok aan
Waarmee hij zijn koninklijke waardigheid en grootheid als het ware verborg voor de grote waardigheid en majesteit van God, en zich gedroeg als de andere dienaren in de dienst van God. Hebreeuws: en op David was een efod. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Overste der hoofdlieden, die zich bij David te Ziklag voegde; de Geest kwam over hem en hij sprak de bekende woorden: "Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isaï; vrede zij u..." Daarop nam David hem en zijn mannen aan en stelde hen tot hoofden der benden (1 Kron. 12:16-18); mogelijk dezelfde Amasai die later als priester de trompet blies bij het overbrengen van de ark (1 Kron. 15:24). Overste der Levieten, belast met de leiding van de zang bij het overbrengen van de ark; hij onderwees hen hierin, omdat hij daarin verstandig was (1 Kron. 15:22, 27). Kahathitische Leviet, zoon van Joël, kleinzoon van (de profeet) Samuel; door David aangesteld tot leider van de tempelzang, staande in het midden tussen Asaf en Ethan (1 Kron. 6:31-33). Mogelijk dezelfde Heman aan wie het opschrift van Psalm 88 wordt toegeschreven, al wordt hij daar "de Ezrahiet" genoemd. Gersonitische Leviet, zoon van Berechja; door David aangesteld tot tempelzanger, staande aan de rechterzijde van Heman (1 Kron. 6:39-43). Aan hem worden verscheidene psalmen toegeschreven (o.a. Ps. 50, 73-83). Merarietische Leviet, zoon van Kisi; door David aangesteld tot tempelzanger, staande aan de linkerzijde van Heman (1 Kron. 6:44-47); niet noodzakelijk dezelfde als Ethan de Ezrahiet, met wie Salomo's wijsheid vergeleken werd (1 Kon. 4:31). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas De eerste tocht met de ark liep uit op de dood van Uza bij de dorsvloer van Chidon. Daarna liet David de ark drie maanden in het huis van Obed-Edom staan (1 Kron. 13:7-14; reeds behandeld bij Uza's dood, 2 Sam. 6:6-11). Bij de tweede tocht spreekt David eerst een regel uit: "Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren" (1 Kron. 15:2). Hij roept de hoofden der Levieten bijeen, gebiedt hun zich te heiligen, en zegt daarbij ronduit waarom het de eerste keer misging (1 Kron. 15:12-13). De priesters en Levieten heiligen zich, en de kinderen der Levieten dragen de ark op hun schouders met de draagbomen, "gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN" (1 Kron. 15:14-15). Daarnaast stelt David de zangers aan met luiten, harpen en cimbalen (1 Kron. 15:16). Nu gaat het goed: God helpt de dragende Levieten, er wordt geofferd, en de ark komt met gejuich en bazuingeschal binnen (1 Kron. 15:25-28). Bijbelse betekenis: Alleen de kroniekschrijver geeft de verklaring die in Samuël ontbreekt, en zij is scherp. De eerste tocht mislukte niet omdat de bedoeling verkeerd was, maar omdat de wijze verkeerd was. Een nieuwe wagen was de manier van de Filistijnen; de wet had voorgeschreven dat de ark op schouders gedragen zou worden en dat men het heilige niet aanroeren mocht (Num. 4:15). David erkent dat bovendien zonder omweg, en hij houdt het niet bij de fout van Uza maar zegt: wij hebben Hem niet gezocht naar het recht. Hier ligt een blijvend beginsel. Oprechte ijver, muziek en blijdschap heiligen de eredienst niet; God bepaalt Zelf hoe Hij genaderd wil worden. Bij de tweede tocht is er even veel vreugde als bij de eerste, maar nu binnen het voorschrift, en dan blijkt de vreugde ook te houden. Typologie: Ditzelfde beginsel kostte eerder twee priesterzonen het leven, die vreemd vuur brachten "hetwelk hij hen niet geboden had" (Lev. 10:1-2, reeds behandeld bij Vreemd vuur). En het loopt uit op het woord van Christus aan de put, dat de Vader aanbidders zoekt die Hem aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4:23-24, reeds behandeld bij Aanbidding in geest en waarheid). Niet alleen het hart telt en niet alleen de vorm, maar beide zoals God ze vraagt. 1 Kron. 13:7-14; 1 Kron. 15:2,12-16,25-28; Num. 4:15; Lev. 10:1-2; Joh. 4:23-24; 2 Sam. 6:6-11 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking David heeft de ark al eerder willen halen. Toen ging zij op een nieuwe wagen, de ossen struikelden, Uzza greep haar vast en viel dood neer. Drie maanden bleef de ark bij Obed-Edom staan, en David durfde niet verder. De tweede poging verschilt van de eerste in één ding: hoe zij gedragen wordt. **Wat er misging.** David zegt het zelf, en hij windt er geen doekjes om: “Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.” De kanttekening wijst de plaats aan: dit ziet op de dood van Uzza, toen de ark op een wagen stond. Een wagen was de nette oplossing. De Filistijnen hadden het zo gedaan, en het had gewerkt. Alleen: het stond niet in de wet. **Wat er nu anders gaat.** “Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.” En dan het vers waar het om draait: “En de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen, die op hen waren, gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN.” Geen wielen. Schouders. **Waarom dat uitmaakt.** De ark was de plaats waar God gezegd had bij Zijn volk te wonen, boven het verzoendeksel. Dat is geen meubelstuk dat men vervoert zoals het uitkomt. Aan Gods tegenwoordigheid zit een manier vast waarop men ermee omgaat, en die manier heeft Hij Zelf voorgeschreven. En er is nog iets. De draagbomen zaten door ringen aan de ark en mochten er nooit uit; de ark was gemaakt om gedragen te worden, en om door mensen gedragen te worden. Wie haar op een wagen zette, maakte het zichzelf gemakkelijker en zichzelf overbodig. **Hoe het afloopt.** Er wordt geheiligd, gedragen, geofferd — zeven varren en zeven rammen — en er wordt gejuicht. Dezelfde ark, dezelfde stad, dezelfde koning. Wat veranderd was, was de gehoorzaamheid. **Waar dit uitkomt.** De lijn van het wonen van God bij mensen loopt van deze schouders naar een tempel. En van die tempel naar een Mens Die zei dat Hij hem in drie dagen zou oprichten. En het dragen bleef: het Evangelie is nooit op wielen gezet. Het gaat de wereld door op de schouders van mensen die er zelf bij lopen. In het Nieuwe Testament: Exodus 25:14-15; Numeri 4:15; 2 Samuël 6:6-7; Exodus 25:22; Johannes 2:21; 2 Korintiers 4:7 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. Wat er staat is een les over de wijze waarop met Gods tegenwoordigheid werd omgegaan, en de kanttekening verklaart de scheur uit de geschiedenis van Uzza. De toepassing op het dragen van het Evangelie is een vergelijking en geen uitleg van de tekst.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
1 Kronieken 15
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Op hun schouderen, met de draagbomen — 15:2-3, 12-15, 25-26
Wat betekenen de niveaus?


Spurgeons Commentaar
1 Kronieken 15
1 Kronieken 15:1-2.Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:1→Deuteronomium 10:8→1 Kronieken 15:3→Psalmen 132:5→1 Kronieken 17:1→Deuteronomium 31:9→2 Samuël 14:24→2 Samuël 5:9→
— En David maakte zich huizen in zijn stad; en hij bereidde der ark Gods een plaats, en spande een tent voor haar. Toen zeide David: Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.
De ark moest niet op een nieuwe wagen vervoerd worden, door onwillige runderen getrokken, maar zij moest gedragen worden op de blijmoedige schouders van de dragers die God daartoe verordend had: de Levieten.
1 Kronieken 15:3-4.Kruisverwijzingen1 Koningen 8:1→1 Kronieken 13:5→1 Kronieken 15:1→2 Samuël 6:12→2 Samuël 6:17→1 Kronieken 15:12→1 Kronieken 12:26→1 Kronieken 6:16→
— Ook vergaderde David gans Israel te Jeruzalem, om de ark des HEEREN op te halen aan haar plaats, die hij haar bereid had. En David verzamelde de kinderen van Aaron en de Levieten.
Dan volgt de lijst van hen, die wij nu niet behoeven te lezen.
1 Kronieken 15:11-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:6→2 Samuël 6:3→1 Kronieken 12:28→Exodus 19:14→1 Samuël 22:20→1 Koningen 2:35→2 Kronieken 30:15→1 Koningen 2:26→
— En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriel, Asaja en Joel, Semaja, en Eliel, en Amminadab. En hij zeide tot hen: Gijlieden zijt hoofden der vaderen onder de Levieten; heiligt u, gij en uw broeders, dat gij de ark des HEEREN, des Gods van Israel, opbrengt, ter plaatse, die ik voor haar bereid heb. Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.
Zij hadden Hem wel gezocht, maar zij hadden het niet gedaan “naar het recht”. Zij hadden te veel haast gemaakt en zij hadden hun eigen inzichten gevolgd in plaats van te zien op de geschreven wet, waarin alles voor hen voorgeschreven was.
Alle afwijkingen van de geschreven openbaring van God zijn verkeerd. Sommigen menen dat veel van wat de Bijbel leert niet wezenlijk is en dat wij het wel een weinig mogen veranderen om het ons gemakkelijk te maken. Deze tekst behoorde die dwaling voor altijd te verjagen. Het scheen Israël een onverschillige zaak of de ark op de schouders van mensen gedragen of op een wagen voortgetrokken werd. “God heeft ons gezegd dat de Levieten haar dragen moeten, maar wat doet dat ertoe, zolang zij maar vervoerd wordt?” Door deze verandering die zij in Gods wet aanbrachten begon de ark eerst te wankelen en te hellen, en toen werd Uzza verzocht zijn hand uit te strekken om haar tegen te houden. De dood van Uzza was de straf over het gehele volk, omdat het nagelaten had de wetten van God in elke bijzonderheid te onderhouden.
Het Nieuwe Testament van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus is onze enige regel voor de praktijk. En de geringste overtreding van de goddelijke wet zal oordelen over de kerk brengen — heeft die gebracht en houdt tot op deze dag Gods hand terug van het zegenen. Binnen weinig jaren zouden wij alle koninkrijken van deze wereld de koninkrijken van onze Heere en van Zijn Christus kunnen zien worden, als wij Gods ark maar wilden dragen zoals God haar gedragen wil hebben, in plaats van het Evangelie te schenden met menselijke vindingen en de eenvoud van het Evangelie van Jezus Christus te verlaten. Wanneer wij ook maar één woord van de Schrift veranderen, brengen wij onszelf in moeite. Wij zien het misschien niet meteen, maar wij zullen het stellig later ontdekken. Verander één woord van God en wij zijn in een valstrik gevallen; wij zijn een doolhof binnengegaan, en God helpe ons de weg terug te vinden, want alleen zullen wij er nooit uit komen.
Blijf bij Gods Woord staan en wij staan veilig. Verander één punt op de i, één streep door de t, en wij staan nergens meer; wij zijn in vijandelijk land en wij kunnen ons niet verweren. Hebben wij de Schrift achter ons, dan tarten wij de wereld; maar hebben wij niets dan onze eigen invallen, of het werk van een groot prediker, of het besluit van een concilie, of de overlevering der vaderen, dan zijn wij verloren. Dan trachten wij een touw van zand te vlechten; dan bouwen wij een huis van kaarten dat ter aarde tuimelen zal. De Bijbel, de gehele Bijbel en niets dan de Bijbel, is de godsdienst van de kerk van Christus.
1 Kronieken 15:14-16.Kruisverwijzingen1 Kronieken 13:8→Numeri 4:15→Numeri 7:9→1 Kronieken 23:5→1 Kronieken 16:42→2 Kronieken 5:13→Nehemia 12:36→2 Kronieken 29:34→
— Zo heiligden zich dan de priesters en Levieten, om de ark des HEEREN, des Gods van Israel, op te brengen. En de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen, die op hen waren, gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN. En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.
Tevoren was er een groot mengelmoes van muziekinstrumenten geweest, maar weinig gezang, en er was geen behoorlijke keus gedaan wat betreft de personen die zingen zouden; maar nu werd deze dienst in de rechte handen gelegd. Dan volgt een lijst van de zangers en van de spelers op de verschillende soorten instrumenten die uittrokken om de ark te dragen.
1 Kronieken 15:25-26.KruisverwijzingenNumeri 23:29→2 Samuël 6:12→Job 42:8→Deuteronomium 16:11→Psalmen 95:1→Deuteronomium 12:18→Deuteronomium 1:15→Micha 5:2→
— Het geschiedde nu, dat David en de oudsten van Israel, en de oversten der duizenden, henengingen, om de ark des verbonds des HEEREN op te halen, uit het huis van Obed-Edom, met vreugde; Zo geschiedde het, doordien dat God de Levieten hielp, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, dat zij zeven varren en zeven rammen offerden.
Want al was de ark helemaal niet een zware last, toch moeten zij een zekere mate van schrik gevoeld hebben bij de gedachte alleen al dat zij haar naderen moesten; maar toen God hen sterkte, namen zij hun last met blijdschap op. Let ook op dit: bij de eerste poging wordt van geen enkel offer gesproken. Als er een behoorlijke offerande van beesten aan de Heere gebracht was, zou de dood van Uzza misschien niet gevolgd zijn; maar nu doen zij alles in de rechte orde, en het offerbloed wordt gesprenkeld. Zonder dat is er geen aanneming voor God.
1 Kronieken 15:27-28.Kruisverwijzingen1 Kronieken 13:8→2 Samuël 6:14→1 Kronieken 15:16→1 Samuël 2:18→Psalmen 98:4→Psalmen 47:1→Psalmen 150:3→Psalmen 68:25→
— David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen; ook al de Levieten, die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de overste van het opheffen der zangers; ook had David een lijfrok aan van linnen. Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.
David zelf speelde op zijn harp, huppelend en dansend door de innigheid van de vreugde die zijn ziel vervulde.
1 Kronieken 15:29.Kruisverwijzingen2 Samuël 6:16→Psalmen 150:4→1 Samuël 4:3→Prediker 3:4→Psalmen 149:3→2 Korinthe 5:13→Psalmen 30:11→1 Samuël 19:11→
— Het geschiedde nu, toen de ark des verbonds des HEEREN tot aan de stad Davids gekomen was, dat Michal, de dochter van Saul, door een venster keek, en den koning David zag, springende en spelende; zo verachtte zij hem in haar hart.
Zo heb ik het zien gaan wanneer een rijk man bekeerd werd en in de eerste stilte van zijn christelijke vreugde onder de armsten der broederen verkeerde, vol blijdschap, en iemand van zijn eigen stand daarover de neus optrok. Toch was Michal minder eerbaar dan David, hoezeer zij ook van zichzelf dacht. God verhoede dat wij ons ooit zouden schamen om onze vreugde te tonen, al is het met de armsten van Gods heiligen, zolang wij de Heere verheerlijken! Laat Michal spotten als zij wil, het heeft weinig te betekenen wat zij doet. Wij zullen slechts antwoorden zoals David deed: Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzo.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas